Page 1

Ledenblad van de

Jaargang 3, nummer 12 januari / februari 2012

In dit nummer 14 Zorgverzekeraars Open kaart over kwaliteitsbeleid 19 Margo Trappenburg ‘Wees niet al te constructief’

24 Averechts 10 voorbeelden van verkeerde zuinigheid 28 Wcz Voorstel cliëntenwet roept discussie op 32 Mulder (VVD) ‘Korten achteraf is gewoon lomp’ 36 Finland Twee maanden wachten op huisarts

Waar draait het echt om bij de inkoop van zorg?


Inhoud januari / februari

Advertenties

huisartsen hebben hun eigen specialisten

VAN DER SCHOOT ARCHITECTEN BNA SCHIJNDEL (Al meer dan 30 jaar gespecialiseerd)

Specialist voor huisartsen. (A)Hoedpraktijken, medische centra en gezondheidscentra, solo- en duopraktijken, praktijk aan huis.

DF

Compleet van A t/m Z. Al het tekenwerk, bestekken, vergunningen, bestemmingsplanprocedures, aanbesteding, contractvorming, toezicht en budgetbewaking.

DixFortuin Financieel Praktijk Adviesbureau. Sinds jaar en dag financieel adviseurs en specialisten voor huisartsen die het rendement van hun beroepsmatige activiteiten veilig willen stellen. Een financiële dienstverlening die alles omvat. Van begeleiding van associaties tot bedrijfs­ overdrachten. Van pensioenadvisering, praktijk­ en woonhuisfinanciering tot alle vormen van verzekering. Specialistische ondersteuning in elke fase van uw carrière. Het vastleggen van een afspraak is het begin van een vruchtbare vertrouwensrelatie.

Deskundig. Logistiek, akoestiek, ergonomie, normen, verlichting, afwerkingen, medische apparatuur, interieur, looplijnen, maten en kosten, bedrijfsinstallaties. Architectuur. Helder, ruimtelijk, functioneel, tijdloos en bij u passend. Projecten. Nieuw- en verbouw, uitbreidingen, inrichting casco, interieur, renovatie, restauratie, (kleur)advies, onderhoudsplan, inrichting, stoffering. Heel NL Bouwmanagement, budgetbewaking. Kostenbewust ontwerp, betrouwbare ramingen, binnen budgetafspraken. Geheel onafhankelijk. Planning, oplevering, toezicht en controle, nazorg. Interieur. Balie, wachtkamers, behandelkamers, onderzoeksruimte, back- office, maatwerk, los en vaste inrichting. Advies en begeleiding huisvestingsvraagstukken . In (voor) overleg met een woningstichting, gemeente of projectontwikkelaar? Wij helpen u de goede beslissingen te nemen. Bouwplannen, interieurwensen, ideeën,vragen? U kunt contact opnemen voor vrijblijvend gesprek, gratis quickscan of brochure “Bouwplannen beter voorbereiden”. Ook kunt u ons altijd bellen voor een vrijblijvend oriënterend gesprek:

DixFortuin Financieel Praktijk Adviesbureau Postbus 130 T 030 251 51 99 3720 AC Bilthoven F 030 254 09 64 Soestdijkseweg Noord 328 E info@dixfortuin.nl 3723 HH Bilthoven I www.dixfortuin.nl

Quickscan van…

10 Het moment

Floor Pieper (31) huisarts, Arnhem

Het kort geding tegen de NZa diende voor de rechtbank in Den Haag.

12 Aldus de patiënt

Het artikel over de Finse huisartsenzorg spreekt me het meest aan. We moeten er namelijk voor waken dat we niet dezelfde kant op gaan. Laten we hopen dat we met dit kabinet over een paar jaar niet lezen ‘Nederland: ooit rolmodel, nu een zooitje’. Een must om te lezen is ‘Verkeerde zuinigheid’. Alle droevige maatregelen met betrekking tot de bezuinigingen bondig op een rijtje. Niet dat ik in de schoenen van minister Schippers zou willen staan (ik heb immers een gat in m’n hand), maar ik hoop in het tweede deel van het tweeluik op een (desnoods lang en uitgebreid) overzicht van zinnige bezuinigingen. Als je mij vraagt welk artikel een collega beter kan overslaan om ergernis te voorkomen, dan antwoord ik: het kwaliteitsbeleid van de zorgverzekeraars. Is het motief van de zorgverzekeraars daadwerkelijk kwaliteitsverbetering? Ik vraag het me af. Deze editie van De Dokter is interessant, leesbaar en toegankelijk. Genoeg stof tot nadenken. Wie komt er met de meest creatieve oplossing voor de bezuinigingen? Een idee voor het volgende nummer wellicht …

Drie patiënten vertellen of zij hebben gedacht aan veranderen van zorgverzekeraar.

12 Kritisch gesprek De oude discussie over een eigen bijdrage voor de huisarts laait zo nu en dan in alle hevigheid op. Hoogleraar Flip de Kam is voorstander.

22 Scherp gesteld Belonen naar prestatie kan uitstekend in de huisartsenzorg. Wat vinden collega’s van deze stelling?

Vraagt u naar Gijs-Jan van der Schoot T: 073-5493841 F: 073-5480141 E-mail: info@vanderschootarchitecten.nl

dokter-vd schoot 110325.indd 1

31 Óók LHV

28-10-2011 13:53:06

Nws verenigings

Onbrez Breezhaler 150 microgram en 300 microgram inhalatiepoeder in harde capsules. Samenstelling: inhalatiepoeder in harde capsules met indacaterolmaleaat overeenkomend met 150 microgram of 300 microgram indacaterol. Indicatie: Onbrez Breezhaler is geïndiceerd als een luchtwegverwijder voor de onderhoudsbehandeling van luchtwegobstructies bij volwassenen met chronisch obstructieve longziekte (COPD). Dosering en wijze van toediening: De aanbevolen dosis is één capsule van 150 microgram eenmaal daags, met behulp van de Onbrez Breezhaler inhalator, elke dag op hetzelfde tijdstip te gebruiken. Dosis alleen ophogen op medisch advies. 300 microgram eenmaal daags blijkt additioneel klinisch voordeel te geven met betrekking tot kortademigheid, met name bij patiënten met ernstige COPD. De maximale dosis is 300 microgram eenmaal daags. Geen dosisaanpassing nodig bij ouderen, milde of matige leverfunctiestoornissen, nierstoornissen. Er is geen relevant gebruik bij kinderen < 18 jaar. Contra-indicaties: Overgevoeligheid voor indacaterolmaleaat, lactose of één van de andere hulpstoffen. Waarschuwingen/voorzorgsmaatregelen: Astma: Onbrez Breezhaler mag niet worden gebruikt bij astma. Paradoxale bronchospasmen: kunnen optreden, net als bij andere inhalatietherapieën, en kunnen levensbedreigend zijn. Als deze optreden moet het gebruik van Onbrez Breezhaler onmiddellijk worden gestaakt. Verslechtering van de aandoening: als dit optreedt, moet herevaluatie van patiënt en COPD behandelplan plaatsvinden. Onbrez Breezhaler is niet geïndiceerd als rescue therapie. Systemische effecten: voorzichtigheid bij patiënten met cardiovasculaire aandoeningen, convulsieve aandoeningen of thyrotoxicose, ongewoon gevoelige reactie op bèta-2-agonisten. Cardiovasculaire effecten: kunnen, net als bij andere bèta-2agonisten, optreden bij sommige patiënten, zoals toename in polsslag, verhoging van bloeddruk en/of andere symptomen, ECG veranderingen. Hypokaliëmie: meestal voorbijgaand, kan worden versterkt door hypoxie en co-medicatie die gevoeligheid voor hartaritmie kan verhogen. Hyperglykemie kan optreden bij inhalatie van hoge doses bèta-2-agonisten. Bloedglucosespiegel vaker controleren bij diabetespatiënten. Zwangerschap: Bèta-2-agonisten kunnen de bevalling remmen door relaxerend effect op glad spierweefsel van de baarmoeder. Onbrez Breezhaler alleen gebruiken tijdens de zwangerschap als verwachte voordelen opwegen tegen potentiële risico’s. Borstvoeding: staken van borstvoeding of Onbrez Breezhaler moet worden overwogen. Interacties: gelijktijdige toediening van andere sympathicomimetica kan bijwerkingen versterken. Niet gebruiken in combinatie met andere langwerkende bèta-2-agonisten. Gelijktijdig gebruik van methylxanthinederivaten, steroïden, niet-kaliumsparende diuretica kunnen hypokaliëmie van bèta-2-agonisten versterken. Niet samen gebruiken met bèta-blokkers, tenzij dit noodzakelijk is. Remming van CYP3A4 en P-gp, die een belangrijke bijdrage leveren aan indacaterol-klaring, geeft toename in blootstelling, maar geen veiligheidsproblemen. Bijwerkingen: Vaak: nasofaryngitis, bovenste luchtweginfectie, sinusitis, diabetes mellitus, hyperglykemie, hoofdpijn, ischemische hartziekte, hoest, faryngolaryngeale pijn, rhinorroe, congestie van de luchtwegen, spierspasme, perifeer oedeem. Soms: paresthesie, atriumfibrillatie, niet-cardiale borstpijn. Afleverstatus: U.R. Verpakking en prijs: Zie G-Standaard. Vergoeding: Volledig vergoed. Datering Samenvatting van de Productkenmerken: mei 2011. Raadpleeg voor meer informatie de geregistreerde Samenvatting van de Productkenmerken. Te verkrijgen bij Novartis Pharma B.V., Postbus 241, 6800 LZ Arnhem, tel. 026-3782111, of via www.novartis.nl

Novartis Pharma B.V. Postbus 241, 6800 LZ Arnhem. Tel. 026 - 378 21 00 www.novartis.nl

Onb 300 SmPC 88x123.indd 1

rubrieken

de

Emselex® 7,5 mg en 15 mg Verkorte SPC Benaming: Emselex® 7,5 en Emselex® 15. Samenstelling: Tabletten met verlengde afgifte met 7,5 mg en 15 mg darifenacine (als hydrobromide). Farmacotherapeutische groep: urinaire anti spasmodica. Farmaceutische vorm: tabletten met verlengde afgifte Therapeutische indicaties: Symptomatische behandeling van aandrang (urge) incontinentie en/of toegenomen mictie frequentie en verhoogde aandrang zoals kan optreden bij patiënten met overactieve blaassyndroom. Dosering: Startdosering is 7,5 mg éénmaal daags. Na 2 weken dient de patiënt opnieuw geëvalueerd te worden en indien nodig dient de dosering verhoogd te worden tot 15 mg eenmaal daags. Emselex wordt niet aanbevolen bij kinderen (<18 jaar). Voorzichtigheid is geboden bij patiënten met nierinsufficiëntie of met milde leverinsufficiëntie (Child Pugh A) en bij patiënten die gelijktijdig behandeld worden met geneesmiddelen die krachtige CYP2D6-remmers of matige CYP3A4-remmers zijn. Patiënten met matige leverinsuffi ciëntie (Child Pugh B): maximale dosering is 7,5 mg éénmaal daags. Bijwerkingen: Zeer vaak: droge mond, constipatie. Vaak: hoofdpijn, buikpijn, dyspepsie, misselijkheid, droge ogen. Soms: asthenie, accidenteel letsel, gelaatsoedeem, hypertensie, diarree, flatulentie, ulceratieve stomatitis, verhoogde SGPT en SGOT, perifeer oedeem, oedeem, duizeligheid, slapeloosheid, slaperigheid, abnormaal denken, rhinitis, toegenomen hoest, dyspnoe, droge huid, rash, pruritus, zweten, abnormaal zicht, smaakverandering, urinewegstoornis, impotentie, urineweginfectie, vaginitis, blaaspijn en urineretentie. Waarschuwingen/voorzorgsmaatregelen: Voorzichtigheid is geboden bij patiënten met autonome neuropathie, hiatus hernia, obstructie van de blaasuitgang, risico op urineretentie, ernstige constipatie of gastrointestinale obstructie, bij patiënten die behandeld worden voor nauwe kamerhoek glaucoom of bij patiënten die risico hebben op verminderde gastrointestinale motiliteit, gastro-oesofageale reflux en/of tegelijkertijd geneesmiddelen nemen die oesofagitis kunnen veroorzaken/ verergeren. Andere oorzaken van frequente mictie dienen onderzocht te worden alvorens te behandelen met Emselex. Emselex wordt niet aanbevolen tijdens zwangerschap en voorzichtigheid is geboden tijdens borstvoeding. Patiënten die bijwerkingen zoals duizeligheid en wazig zicht, slaperigheid en slapeloosheid ondervinden zouden niet moeten rijden of machines gebruiken. Contra-indicaties: Overgevoeligheid voor één van de componenten, urineretentie, gastrische retentie, ongecontroleerde nauwe kamerhoek glaucoom, myasthenia gravis, ernstige leverinsufficiëntie (Child Pugh C), ernstige colitis ulcerosa, toxisch megacolon, gelijktijdige behandeling met krachtige CYP3A4remmers. Interacties: Krachtige CYP2D6-remmers; krachtige CYP3A4-remmers; krachtige P-glycoproteïneremmers; enzyminductoren van CYP3A4; CYP2D6-substraten; CYP3A4-substraten; warfarine; digoxine; antimuscarine geneesmiddelen. Afleverstatus: U.R. Registratiehouder: Novartis Pharma, Postbus 241, 6800 LZ Arnhem, 026-3782111 of via www.novartis.nl Verpakking en prijs: Zie Z-Index Vergoeding: Emselex 15 mg: volledige vergoeding Emselex 7,5 mg: gedeeltelijke vergoeding. Samenvatting van de Productkenmerken: 20 december 2010. Zie geregistreerde Samenvatting van de Productkenmerken voor volledige productinformatie. Voor informatie en de SPC kunt u terecht bij Zambon Nederland B.V. tel. 033-4504370 Datum: December 2010.

Het laatste nieuws over huisartsenzorg, belangenbehartiging en wetgeving. • NMa-boete • Kort geding • Medicatieoverdracht • Huisartsbeurs • Tolkendiensten • Stoppen met roken

TABLETTEN MET VERLENGDE AFGIFTE

Kwaliteit van de zorg verhogen door slim in te kopen. Dat is de wettelijke plicht van verzekeraars. Werkt het ook in de praktijk?

19 Hoogleraar Margo Trappenburg “Huisartsen moeten hun rug recht houden als de essentiële waarden van hun vak worden bedreigd.” Margo Trappenburg moedigt beroepsgroep aan tot verzet.

24 Averechts bezuinigen De Dokter brengt een tweeluik over bezuinigen in de zorg. Deel 1: wat is verkeerde zuinigheid?

De patiëntenorganisaties zijn enthousiast, de artsenorganisaties vinden die ene allesomvattende wet te complex.

Reisprik B.V. geeft individuele reisgeneeskundig huisarts meer verenigde daadkracht.

32 De Tweede Kamer over huisartsenzorg

38 Column

De Dokter laat het parlement aan het woord. In deze zesde aflevering: Tweede Kamerlid Anne Mulder (VVD).

Volg de belevenissen van drie huisartsen in deze rubriek. Huisarts Wouter van Kempen over ‘nee’ zeggen tegen een patiënt.

Wat kunnen we leren van huisartsen over de grens? De tiende aflevering van een serie: “Huisartsen willen niet meer zoveel uren maken als wij toen.” Consult bij: Geert Smit over de LHV

35 Zo kan het ook

28 Wet cliëntenrechten zorg

36 Finse huisartsenzorg is ‘zooitje’

Referenties: 1. Ikeda K. et al. Naunyn-Schmiedeberg’s Arch Pharmacol 2002;366:97–103. 2. Wallis M. et al. Life Sci 1999;4(6/7):395-401. 3. Chapple CR. et al. BJU Int. 2005;95:993-1001. 4. Kay G. et al. Eur Urol. 2006 Aug;50(2):317-26. 5. Serra DB. et al. J Clin Pharmacol. 2005;45:1038-47. 6. Olshansky B. et al. J Cardiovasc Pharmacol Ther 2008;13(4):241-51.

(darifenacinehydrobromide) eenmaal daags 7,5 mg 15 mg

16-09-2011 10:12

4

14 Kwaliteitsbeleid zorgverzekeraars

De schijnwerper op een van de activiteiten van de LHV. Marjolein van Dijl, interieurarchitect, over een bouwproject in Ureterp.

www.lhv.nl/dedokter LHV | De Dokter Januari / Februari 2012

3


Verenigingsnieuws

Verenigingsnieuws

Steven

LEDENBLAD VAN DE

JAARGANG 3, NUMMER 12 JANUARI / FEBRUARI 2012

IN DIT NUMMER 14 ZORGVERZEKERAARS OPEN KAART OVER KWALITEITSBELEID 19 MARGO TRAPPENBURG ‘WEES NIET AL TE CONSTRUCTIEF’

24 AVERECHTS 10 VOORBEELDEN VAN VERKEERDE ZUINIGHEID 28 WCZ VOORSTEL CLIËNTENWET ROEPT DISCUSSIE OP

De toekomst is toch aan u

32 MULDER (VVD) ‘KORTEN ACHTERAF IS GEWOON LOMP’ 36 FINLAND TWEE MAANDEN WACHTEN OP HUISARTS

Onderwerpen voor columns spelen soms lang van tevoren door mijn hoofd. Geruime tijd geleden besloot ik in deze column een oproep te doen voor deelname aan de discussiebijeenkomsten over de toekomstvisie op de huisartsenzorg in 2022. Van dat voornemen bleef weinig over, toen begin van dit jaar bekend werd dat de NMa de LHV een boete oplegde van 7,7 miljoen euro voor het vermeend overtreden van de Mededingingswet door het voeren van een vestigingsbeleid. Ik ben me rot geschrokken en ben nog steeds volslagen verbijsterd over dit besluit en met mij iedereen binnen (en vaak ook buiten) de LHV. Wij herkennen ons helemaal niet in het beeld dat de NMa schetst en zijn het dan ook volstrekt oneens met de conclusies. Wij hebben de Mededingingswet niet overtreden en hebben daarom onmiddellijk beroep aangetekend tegen dit NMa-besluit. Een beroep waarvan ik de uitkomsten met vertrouwen tegemoet zie. Tegelijkertijd realiseer ik mij dat deze situatie juist om bezinning op de huisartsenzorg in de toekomst vraagt. Welke zorg biedt de huisarts over tien jaar, met wie werkt de huisarts samen en, niet in de laatste plaats, wat verwacht de patiënt dan van de huisarts? Wat wordt uw rol in doelmatige zorg en wat doet u tegen die tijd aan taakdelegatie? De antwoorden wil de LHV, samen met het NHG, vinden in een serie bijeenkomsten over de Toekomstvisie Huisartsenzorg 2022. In februari vinden de eerste bijeenkomsten plaats. U kunt zich aan­melden via de aparte website www.tkv2022.nl. Op deze site zullen binnenkort ook de bijeenkomsten in maart bekendgemaakt worden. Onze doelstelling is de uiteindelijke Toekomstvisie 2022 halverwege dit jaar te presenteren. Laten we dit nieuwe jaar beginnen met het goede voornemen om deze bijeenkomsten tot een succes te maken. Laten we, zonder voorbij te gaan aan de problemen van vandaag, de ontwikkeling van het huis­artsen­vak in de toekomst ter hand nemen. Want de toekomst van de huisartsenzorg is én blijft aan u. In uw belang, maar ook in het belang van uw patiënten.

Steven van Eijck Voorzitter LHV

4

LHV | De Dokter Januari / Februari 2012

Nws verenigings

Consult

Waar draait het echt om bij de inkoop van zorg?

Op de cover Kwaliteitsbeleid zorgverzekeraars

BIJ

Tekst Renée Jansen Fotografie Freddy Schinkel

De Dokter is het ledenblad van de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) en verschijnt 9 keer per jaar. De LHV is de beroeps­organisatie voor alle huisartsen in Nederland. Derde jaargang, nummer 12, jan/feb 2012 Dianne Paarhuis (hoofdredacteur) Marieke ten Dam (eindredacteur) Roel Smit (adviseur) Redactieraad: Heleen van Bloemendaal, Jelly Hogendorp, Margriet Niehof, Lennart Rijkers, Karel Rosmalen, Ewald van Zoest Tekst: Peter Boorsma, Renée Jansen, Wouter van Kempen, Corien Lambregtse, Sander Peters, Petra Pronk, Els van Thiel, Els Wiegant Beeld: FMAX/Sam Rentmeester/Hans Stakelbeek/Nout Steenkamp, Truus van Gog (cover), Hollandse Hoogte, Erik Kottier, Jeroen Poortvliet, Casper Rila, Joyce Schellekens, Freddy Schinkel, Nationale Beeldbank Vormgeving: Link Design, Amsterdam Drukwerk: Senefelder Misset, Doetinchem Abonnement: De Dokter wordt kosteloos toegezonden aan leden en relaties van de LHV. Een betaald abonnement kost 79 euro per jaar inclusief BTW en verzend­­kosten. Contact via de redactie. Adreswijziging: graag doorgeven via ledenadministratie@lhv.nl Advertentieverkoop Buro Weijer, Groningen Erik Teeninga, T. (050) 750 20 27 Contact redactie Postbus 20056, 3502 LB Utrecht T. (030) 282 37 23, E. dedokter@lhv.nl www.lhv.nl/dedokter Overname van teksten is toegestaan onder bronvermelding en met toestemming van de redactie. FSC-gecertificeerd papier. ISSN 2211-5765

Uitspraak kort geding uiterlijk 8 februari Met het kort geding dat de LHV heeft aangespannen tegen de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), wil de LHV de tariefsbeschikking van de NZa van tafel krijgen waarmee de bezuiniging van 98 miljoen euro op de huisartsenzorg door de minister van VWS werd geëffectueerd. De rechter doet uiterlijk 8 februari uitspraak in deze zaak. Tijdens het kort geding voerde de LHV opnieuw aan dat de minister deze bezuiniging als gevolg van een overschrijding van het budgettair kader zorg onvoldoende heeft onderbouwd. Deze overschrijding is volgens de LHV het gevolg van het door de minister zelf gevoerde beleid om huisartsen zoveel mogelijk taken uit de tweede lijn over te laten nemen. LHV-directeur Lodi Hennink benadrukt dat de minister zelf om het extra werk heeft gevraagd: “De minister en haar voorganger hebben huisartsen gevraagd zoveel mogelijk zorg van de ziekenhuizen over te nemen en nu vindt ze dat succes iets te groot geworden. De bezuiniging is des te meer onbegrijpelijk omdat de huisarts de zorgkosten juist kan beheersen: in de buurt kan de zorg veel goedkoper geleverd worden dan in een duur ziekenhuis. In een tijd waarin de overheid op het geld moet letten zou dit met beide handen aangegrepen moeten worden.”

Geert Smit, apotheekhoudend huisarts in Nieuw Schoonebeek Waarom bent u lid van de LHV? Toen ik twintig jaar geleden huisarts werd, ben ik lid geworden van de LHV. Niet met een echt gegronde reden, meer omdat het er gewoonweg bij hoorde. Wat doet de LHV goed? De LHV doet haar best de positie van de huisartsgeneeskunde in de Nederlandse zorg goed te bewaken. Hierover informeert ze ons prima.

‘LHV-advies is te algemeen voor individueel ondernemerschap’ Wat kan de LHV beter doen? Als het gaat om belangenbehartiging van het ondernemerschap van de individuele huisarts, dan schiet de LHV tekort. Ik heb een apotheekhoudende solopraktijk in een klein dorp in een dunbevolkt gebied. Door deze specifieke omstandig­ heden kan ik niet uit de voeten met het te algemene advies van de (apotheekhoudende afdeling) LHV voor de grootste gemene deler. Waarbij ook nog de meeste aandacht uitgaat naar praktijken in de grote stad. Daarom ben ik ook lid van de Vereniging Praktijkhoudende Huisartsen. Naar mijn mening geven zij meer concrete en praktische informatie. Wat zou u willen veranderen in de Nederlandse huisartsenzorg? Behoud de huisartsgeneeskunst als professie waarbij je regisseur en bewaker bent van patiëntendossier, zorg en behandelingen. Draai de afhankelijkheid van derden zoals zorgverzekeraars terug; als de huisarts verkapt zetbaas moet worden van een verzekeraar of moet concurreren als een telecombedrijf, dan exploderen de kosten pas echt.

LHV | De Dokter Januari / Februari 2012

5


Verenigingsnieuws

Verenigingsnieuws

Fotografie Erik Kottier

Twentse huisartsen halen de pers met hun ‘actielunch’ in Frans op den Bult te Deurningen. Radio 1, ANP en De Twentsche Courant Tubantia tonen belangstelling voor de huisartsen die tussen 10 en 13 uur samen kijken naar het algemeen overleg in de Tweede Kamer. De Kamer besprak daarin eind vorig jaar de bezuinigingen die minister Schippers de huisartsen wil opleggen. De spoedzorg voor patiënten ging tijdens de samenkomst gewoon door

LHV in hoger beroep tegen boete NMa De LHV gaat in hoger beroep tegen de boete die de NMa de beroepsorganisatie oplegt voor het vermeend overtreden van de Mededingingswet. De LHV is en blijft van mening dat zij de Mededingingswet niet heeft overtreden en vecht de veroordeling dan ook zonder meer en vol overtuiging aan. Met verbijstering en ongeloof heeft de LHV gereageerd op het NMa-besluit: Wij herkennen ons helemaal niet in het beeld dat de NMa schetst en zijn het dan ook volstrekt oneens met de conclusies. Wij zijn er voorstander van dat een huisarts zich kan vestigen op elke plek die hij wenst. Dat is ook in het belang van de patiënt. Wij willen ervoor zorgen dat iedere Nederlander een eigen huisarts heeft dicht bij hem of haar in de buurt. Daar zijn onze inspanningen op gericht. Het is een bewuste keuze geweest van de LHV om niet in het nieuws te verschijnen met een inhoudelijke reactie. De LHV heeft haar leden hiervoor om begrip gevraagd. De degens over de boete moeten worden gekruist daar waar de kans op succes het grootst is. En dat is op dit moment niet de publieke (media)arena. Over de beroepsprocedure worden de leden van de LHV op de hoogte gehouden.

6

LHV | De Dokter Januari / Februari 2012

Praktijkkosten- en inkomensonderzoek huisartsenzorg

Toolkit Medicatieoverdracht voor apotheekhoudende huisartsen

De minister van VWS heeft de NZa verzocht om een praktijkkosten- en inkomensonderzoek uit te voeren in de huisartsenzorg. De NZa is inmiddels gestart en heeft voor de uitvoering Significant en ConQuaestor ingeschakeld. De LHV is met de NZa over het onderzoek in overleg, maar vindt de gekozen onderzoeksopzet niet geschikt om in beeld te brengen wat er nodig is voor een moderne praktijkvoering. De LHV gaat huisartsen die aan het onderzoek verplicht moeten meewerken zo goed mogelijk ondersteunen, onder andere door het organiseren van informatiebijeenkomsten.

Onlangs hebben alle apotheekhoudende huisartsen een toolkit Medicatieoverdracht in de keten ontvangen van de LHV. Hiermee krijgt een apotheekhoudend huisarts beter zicht en meer grip op de gelijknamige richtlijn. Deze richtlijn geldt al vanaf januari 2011 en is ontwikkeld op initiatief en onder regie van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ). Met deze richtlijn wil de IGZ het aantal medicatiegerelateerde ziekenhuisopnamen terugdringen.

Werkdruk verminderen door samenwerking met gemeenten LHV, VNG en VWS hebben een veldonderzoek uitgevoerd naar de samenwerking tussen huisartsen en gemeenten. Het resultaat daarvan is een eerste analyse, die op de website van de Landelijke Huisartsen Vereniging is gepubliceerd. Het is uitdrukkelijk de intentie van de LHV om huisartsen niet met extra werk te belasten. Samenwerking wordt dan ook enkel aanbevolen wanneer dit leidt tot minder werkbelasting. Huisartsen en gemeenten zullen elkaar in de toekomst steeds vaker tegenkomen op het terrein van gezondheid(-szorg). Denk aan: preventieve activiteiten, het Centrum voor jeugd en gezin, mantelzorg, huiselijk geweld, kindermishandeling en ouderenzorg. De analyse van het veldonderzoek geeft de meerwaarde aan van samenwerking (onder meer sneller en beter kunnen doorverwijzen) aan, maar ook de knelpunten (zoals wederzijdse onbekendheid en het ontbreken van randvoorwaarden). Het veldonderzoek maakt inzichtelijk welke ondersteuning nodig is om samenwerking te faciliteren, zodat zorg en hulp aan patiënten in de buurt verder beter kan worden afgestemd. Deze analyse is het resultaat van de eerste fase van het project. In de tweede fase zullen concrete tools/ handvatten voor de achterban van de LHV en VNG worden ontwikkeld. Het is uitdrukkelijk de wens van de LHV om huisartsen niet met extra werk te belasten, maar juist de werkdruk te verminderen door een ‘goede achterdeur’ aan te bieden. Het kan de huisarts namelijk veel tijd opleveren als patiënten meteen de hulp van gemeenten krijgen die zij nodig hebben. Hoewel met de analyse veel verschillende samenwerkingsmogelijkheden in kaart zijn gebracht (variërend van nauwelijks tot zeer intensief), is het voor huisartsen niet mogelijk noch wenselijk om in het huidige klimaat extra te investeren in samenwerking. Samenwerking wordt dan ook enkel aanbevolen wanneer dit leidt tot minder werkbelasting. Daarom ligt de focus op samenwerking waarbij goed inzichtelijk wordt gemaakt welke patiënten naar welke gemeentelijke dienst kunnen worden doorverwezen.

De toolkit van de apotheekhoudende afdeling behandelt inhoud én reikwijdte van de richtlijn. Alle mogelijke overdrachtsmomenten komen aan bod. Daarnaast worden praktische hulpmiddelen aangeboden die aan te passen zijn aan de eigen praktijk. Voorbeelden daarvan zijn inschrijfformulieren, passantenbrieven en een gefaseerd implementatievoorstel. De kern van de richtlijn houdt in dat een actueel medicatieoverzicht: •  beschikbaar is voor elke (nieuwe) voorschrijver als basis voor het medisch handelen • zo snel mogelijk beschikbaar is bij een spoedopname (uiterlijk binnen 24 uur) • zo snel mogelijk beschikbaar is bij overdracht naar de volgende zorgschakel (uiterlijk binnen 24 uur).

www.lhv.nl/kort

Tolkendiensten niet meer vergoed Ondanks inspanningen van de KNMG, LVG, LHV en andere zorgkoepels, heeft de Tweede Kamer besloten om de bezuiniging op de tolkenvergoeding in 2012 door te laten gaan. Zowel een motie ter verlenging van de tolkendienst, als een motie ter verkenning van de mogelijkheden om vergoeding onder de Zorgverzekeringswet te brengen, werden door de Tweede Kamer verworpen. Ook de petitie tegen afschaffing van de tolkendienst heeft niet het gewenste effect gehad. Volgens de minister is het de verantwoordelijkheid van de patiënt zelf om een tolk te betalen of mee te nemen, indien de patiënt de Nederlandse taal niet goed spreekt. Vele zorgverleners en koepels vinden het verkeerd om op de tolkendienst te bezuinigen. De KNMG waarschuwt in haar standpunt dat patiënten die de Nederlandse taal onvoldoende machtig zijn, van goede zorg en van naleving van patiëntenrechten verstoken dreigen te blijven. Bovendien zullen door deze maatregel de kosten toenemen, in plaats van dat kosten bespaard worden.

Medicatieoverdracht in de keten Schema: zorgsituaties en medicatieoverdracht Nieuwe patiënt:

Consult, visite en recept:

• • • •

• • • •

bespreek het onderwerp met patiënt patiënt vult intakeformulier in en geeft toestemming voor overdracht gegevens verwerk gegevens in HIS/AIS geef een actueel medicatieoverzicht mee

Intake

Consult of visite en recept

Poliklinisch consult of geplande opname:

visite: neem een medicatieoverzicht mee verifieer het overzicht met de patiënt schrijf medicatie voor verstrek medicatie en een nieuw medicatieoverzicht

Naar het ziekenhuis

Naar huis

Ontslag naar huis:

• geef patiënt een medicatieoverzicht mee

Spoedopname: • patiënt beschikt over medicatieoverzicht of lever dit aan bij het ziekenhuis

• • • • • •

zorg wordt overgedragen naar huisarts ontvang het medicatieoverzicht en de ontslagbrief verwerk de gegevens in het HIS/AIS overleg met de patiënt en begeleid hem/haar geef zonodig een nieuw medicatieoverzicht mee is er thuiszorg? verzorg dan een toedienlijst

Een arts moet voor de behandeling van een patiënt kunnen beschikken over correcte, actuele (medicatie)gegevens. Daarom dient een zorgverlener altijd medicatiegegevens beschikbaar te stellen aan andere zorgverleners. Daarbij geldt wel de voorwaarde dat de patiënt daar (eenmalig) toestemming voor heeft gegeven. Zolang er geen Landelijk Elektronisch Patiënten Dossier bestaat, dienen (apotheekhoudende) huisartsen zich aan te sluiten bij regionale structuren zoals OZIS. Op de huisartsenpost of in de dienst­apotheek moet men kunnen beschikken over een actueel medicatieoverzicht.

Wat betekent dit voor u? Als u een patiënt op het spreekuur die de Nederlandse taal niet machtig is, kunt u het volgende doen: 1. U kunt bij de patiënt aangeven dat u een professionele tolk kunt inschakelen, maar dat de kosten daarvan voor de patiënt zijn. U kunt nog steeds het TVCN inschakelen of een andere tolkendienst bellen voor een tolk, of vertaaldienst. Let op: op dit moment declareert de TVCN nog niet direct aan de patiënt. 2. Als de patiënt aangeeft geen professionele tolk te kunnen betalen, dan kunt u beoordelen of u kunt volstaan met een informele tolk (zoals een meerderjarig familielid of buur). In veel gevallen zal dat het geval zijn.

KNMG: meldpunt knelpunten en tips Het KNMG roept artsen op om knelpunten en tips te melden via de KNMG-website. De oproep zal tot waarschijnlijk medio april blijven gelden. De KNMG geeft de uitkomsten uiteindelijk door aan de Landelijke Vereniging Georganiseerde eerste lijn (LVG) die de eerdere actie landelijk organiseerde.

LHV | De Dokter Januari / Februari 2012

7


Debatten en lezingen Huisartsbeurs 2012 Op de achtste editie van de Huisartsbeurs zijn niet alleen de workshops en de stands van participanten een belangrijk onderdeel. Ook de lezingen en debatten maken een bezoek aan de Huisartsbeurs meer dan waard. In tegenstelling tot eerdere jaren moeten bezoekers zich dit jaar ook hiervoor inschrijven.

Martin Bontje van zorgverzekeraar UVIT, NPCF-directeur Wilna Wind, Charlotte Nodelijk, directeur van kinderopvang De Notedop in Houten en Jan ten Hoopen, voorzitter van Actal, het adviescollege dat de overheid adviseert teneinde de regeldruk in Nederland zo klein mogelijk te houden.

ZBC’s zijn de oplossing Zorgondernemer Loek de Winter is er van overtuigd dat kleinschalige zorgcentra (ZBC’s) de oplossing zijn voor snelle, goedkope en op de consument gerichte zorg. In zijn lezing neemt hij zijn toehoorders mee in zijn ervaringen en ambitieuze toekomstplannen.

Homo Zappiens De kinderen van nu hebben andere vaardigheden ontwikkeld dan de meeste van hun ouders en zorgverleners. Wie begrijpt de huidige generatie van “homo zappiens” nog? Wim Veen, hoogleraar aan de TU in Delft reikt u inzichten en pragmatische handvatten aan om de jeugd van vandaag beter te begrijpen én te bereiken.

Huisartsenzorg over 10 jaar Jeroen van Wijngaarden, docent en onderzoeker aan het instituut Beleid en Mangement Gezondheidszorg van de Erasmus Universiteit kijkt in zijn lezing onder meer naar de gevolgen van de vergrijzing op de financiering en organisatie van de zorg en de invloed daarvan op de huisartsenzorg. De brand bij Moerdijk als leermoment Smeekes, directeur GHOR/Ambulancezorg in de veligheidsregio Noord-Holland Noord neemt de brand bij Chemie-Pack in Moerdijk als uitgangspunt voor een beschrijving van de rol en positie van de huisarts bij rampen en voor het belang van een Huisartsen Rampen Opvangplan (HAROP). Administratieve lasten: balans tussen regels en vertrouwen Een debat over de grens tussen regels en vertrouwen tussen

Inschrijving Op zaterdag 24 maart 2012 organiseert de LHV voor de achtste keer de Huisartsbeurs. Dé congresbeurs waar kennis, kunde, ervaring, producten en diensten op het gebied van de huisartsenzorg worden gedeeld. De Huisartsbeurs vindt plaats in de Jaarbeurs in Utrecht en is gratis toegankelijk voor huisartsen en praktijkmedewerkers. Accreditatie geldt voor alle bezoekers.

Heden, verleden en toekomst Hoe kijken twee voormalige ministers en een oud-staatssecretaris van Volksgezondheid terug op hun bewindsperiode? Wat waren hun plannen en wat is er van terechtgekomen? Els Borst, Ab Klink en Hans Simons geven ieder hun visie en gaan met elkaar in debat. Andere rol huisarts in kankerzorg Het aantal mensen met de diagnose kanker neemt zienderogen toe. Verbeterde behandelingen en de daaruit voortvloeiende prognoses maken kanker in toenemende mate tot een chronische ziekte. En chronisch zieken horen toch bij uitstek bij de huisarts terecht te kunnen? Na het NHG-congres in 2011 ook op de Huisartsbeurs aandacht voor de vraag welke rol de huisarts kan en wil gaan spelen in deze zorg. Huisartsen, specialisten en patiëntenvertegenwoordigers gaan hierover met elkaar in debat.

8

LHV | De Dokter Januari / Februari 2012

VOLG EEN WORKSHOP IN DE REGIO LET OPp!laats

n nog Er is allee erth, ot, Doorw in Akerslo rk. Westerbo Heeze en lling belangste e d n e o ld Bij vo orkshops r extra w kunnen e rden. iseerd wo n a rg o e g

Inschrijven kan via de website www.huisartsbeurs.nl. Bij uw aanmelding geeft u aan welke lezing, debat en workshops u wilt bijwonen. Wees wel op tijd met uw inschrijving, want per sessie kan slechts een beperkt aantal deelnemers worden toegelaten. Ook op Twitter kunt u de Huisartsbeurs 2012 volgen: #hab2012

Maak kennis met de toepassing van HAweb in uw dagelijkse werk. Hoe kunt u HAweb inzetten ter ondersteuning van bijvoorbeeld uw Hagro of commissie? Of hoe richt u uw dashboard in voor gebruik tijdens het spreekuur?

Prestatie voor gedragsmatige ondersteuning stoppen met roken Nu de programmatische aanpak van stoppen met roken niet meer onder de verzekerde aanspraak valt, wordt stoppen met roken weer onderdeel van de geneeskundige zorg zoals huisartsen, verloskundigen, klinisch psychologen en medisch specialisten bieden. Op verzoek van het ministerie van VWS heeft de NZa besloten de beleidsregel voor het stoppen-met-rokenprogramma aan te passen en een prestatie voor de gedragsmatige ondersteuning vast te stellen.

HAAL HET MAXIMALE UIT

Samen met de aangepaste beleidsregel voor het stoppen met roken is ook de regelgeving voor de multidisciplinaire zorgverlening aangepast. Hierdoor wordt mogelijk dat de gedragsmatige ondersteuning bij het stoppen met roken naast prestaties voor multidisciplinaire zorgverlening kan worden ingekocht, geleverd en gedeclareerd.

Alle workshops vinden plaats van 16.00 tot 18.30 uur (inclusief soep met broodjes) en zijn gratis voor LHV-leden. Kijk voor informatie een aanmelding op www.lhv.nl/hawebworkshops

www.HAweb.nl


Het moment

Fotografie FMAX/Hans Stakelbeek

Korting moet van tafel

10

LHV | De Dokter Januari / Februari 2012

H

et is iets voor tienen in de ochtend, vlak voor aanvang van het kort geding tegen de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Directeur Lodi Hennink, bestuurslid Jettie Bont, jurist Theo van Ardenne en bestuurslid Geert-Jan van Loenen staan op het punt de rechtbank in Den Haag te betreden. Met het kort geding wil de LHV de tariefsbeschikking van de NZa van tafel krijgen, waarmee de bezuiniging van 98 miljoen op de huisartsenzorg door de minister van VWS werd geëffectueerd. De rechter doet uiterlijk 8 februari uitspraak in deze zaak. Heeft u ook een moment? Deel het met de redactie via dedokter@lhv.nl

LHV | De Dokter Januari / Februari 2012

11


Kritisch gesprek

Aldus de patiënt:

CV Cornelis Abraham (Flip) de Kam (1946) is honorair hoogleraar

Tekst Els van Thiel

economie van de publieke

Denkt u erover na om te veranderen van zorgverzekeraar?

sector aan de Rijksuniversiteit

Veranderen van zorgverzekeraar - houdt dat onderwerp de gemoederen aan het einde van het jaar bezig? Wikken en wegen patiënten op de valreep of ze blijven of overstappen?

tingen, werkte onder meer bij

Groningen, en auteur van vele boeken over overheidsfinanciën, sociale zekerheid en pensioen. Hij begon zijn loopbaan als adjunct-inspecteur Rijksbelashet SCP en de OESO. In 1977 zat hij vijf maanden voor de PvdA in de Tweede Kamer.

Myrthe van Midde (28) uit Amsterdam

“Ik ga er echt

voor zitten om te berekenen

wat ik precies kwijt ben aan zorgkosten. In 2011 heb ik extra

zorgvuldig gekeken naar de tandartskosten. Ik stap niet over, maar laat het aanvullende pakket vallen. Want dat kost me meer dan het oplevert.” Christ Goossens (58) uit ’t Goy

“Het is me niet

de moeite waard! De verschillen tussen de zorgverzekeraars zijn zó klein, als je tenminste geen totaal uitgekleed pakket wilt. Ik zit al heel lang bij dezelfde zorgverzekeraar en ik krijg een fikse korting. Waarom zou ik?” Helena Kosec (55) uit Amsterdam

“Veranderen of niet? Die vraag stel ik elk

jaar voor mezelf én voor mijn zoon. Restitutie­

polis, naturapolis? Voor hem is het abracadabra. Zelf vergelijk ik bijvoorbeeld wat de verschillende websites zeggen over vergoeding van zorgkosten in het buitenland, want ik reis regelmatig naar Kroatië.” 12

LHV | De Dokter Januari / Februari 2012

Flip de Kam (hoogleraar RUG)

‘Mensen willen heus voor de huisarts betalen’ Tekst Corien Lambregtse Fotografie Freddy Schinkel

D

e oude discussie over een eigen bijdrage voor de huisarts laait zo nu en dan in alle hevigheid op. De LHV is tegen omdat de huisartsenzorg laagdrempelig moet blijven. Minister Schippers zou de eigen bijdrage zo willen invoeren, maar ziet daarvoor geen steun in de Tweede Kamer. In Flip de Kam, honorair hoogleraar economie van de publieke sector, heeft ze in ieder geval een medestander. Welk probleem wordt met die eigen bijdrage voor de huisarts precies opgelost? “Eigen bijdragen werken als een financiële rem op al te lichtvaardig bezoek aan de huisarts en verlagen daarmee de druk op het Budgettair Kader Zorg, de collectief gefinancierde gezondheidszorg.

Dat BKZ wordt jaar in jaar uit overschreden, ten koste van uitgaven voor bijvoorbeeld onderwijs, AOW en onze dijken. De zorgsector is het koekoeksjong in het begrotingsnest. Eigen bijdragen, ook voor de huisarts, verschaffen andere nestbewoners lucht.” Hoe hoog zou die bijdrage moeten zijn? “De ene mogelijkheid is dat patiënten voortaan zelf het inschrijftarief bij een huisarts betalen. Dat is momenteel 81 euro per jaar. De andere mogelijkheid is dat verzekerden bij elk consult een eigen bijdrage betalen; 9 of 10 euro bijvoorbeeld. Dat bedrag wordt nu door de zorgverzekeraar vergoed.” Maar waar gaat het eigenlijk over? De huisartsenzorg is de goedkoopste zorg in Nederland. “Het gaat over 16,5 miljoen mensen die een eigen bijdrage van 81 euro zouden gaan betalen. Dat is bijna 1,4 miljard euro. Of laten we alleen de volwassenen nemen: 11 miljoen maal 81 euro. Dat is bijna 900 miljoen euro, haast de helft van de totale kosten voor huisartsenzorg. Nederlanders vinden hun (goede) gezondheid volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau het belangrijkste in het leven. Daar hebben ze ongetwijfeld een eigen bijdrage voor de huisarts voor over. Uit recent onderzoek van ZorgKiezer.nl blijkt dat ongeveer de helft van de bevolking een eigen bijdrage van 10 euro bij een bezoek aan huisarts of specialist acceptabel vindt.” Jaagt u mensen zo niet meteen naar de huisartsenpost of de Spoed Eisende Hulp? “Dat kun je ontmoedigen door de eigen bijdrage daar hoger vast te stellen, omdat de daar verleende zorg ook duurder is.” De eigen bijdrage gaat vooral kwetsbare groepen treffen. “Als je de eigen bijdrage tot het inschrijfgeld zou beperken, treft dat iedereen in gelijke mate. Bij een bijdrage per consult betalen mensen die vaak naar de huisarts gaan

inderdaad meer. Dat kun je oplossen met een aanvullende verzekering. Het huisartsenbezoek komt dan voor rekening van de aanvullende verzekering en drukt niet langer op het BKZ. Het zou problematisch worden als verzekeraars mensen die vaak naar de huisarts gaan, weigeren voor hun aanvullende verzekering, maar dat verwacht ik niet. Verzekeraars zijn veel te bang voor reputatieschade.” Als mensen hun bezoek aan de huisarts uitstellen, kan dat tot extra hoge medische kosten leiden. “Ik bestrijd dat mensen vanwege een bescheiden eigen betaling de deur van de huisartsenpraktijk zo vaak voorbij lopen dat klachten en ziekten veel later zichtbaar worden en de zorgkosten uiteindelijk hoger uitvallen. De meeste mensen gaan trouwens naar de huisarts om gerustgesteld te worden. In 70 procent van de huisartsbezoekjes is er niets aan de hand.” Weet u dat de goede huisartsenzorg in Nederland heel veel zorg bespaart? “Laten we er vanuit gaan dat huisartsen alleen doorver­ wijzen als het nodig is. Als er niets aan de hand is, is er geen kostenbesparing in de tweede lijn. De huisartsen zeggen dat zij het belang van hun patiënten op het oog hebben, maar vergeet niet: ze hebben hier zelf ook een financieel belang. Stel dat het huisartsbezoek na invoering van eigen betalingen 5 tot 10 procent afneemt, dan scheelt dat hen zeg 100 miljoen euro omzet. Het valt mij op dat er onder artsen vaak meer reuring ontstaat als het over hun inkomen gaat, dan over de kwaliteit van de zorg of hun bereikbaarheid.”

www.lhv.nl/dedokter LHV | De Dokter Januari / Februari 2012

13


De relatie tussen huisartsen en ziektekostenverzekeraars (1)

Letten verzekeraars echt op kwaliteit?

D

e kwaliteit van de zorg verhogen door slim in te kopen. Dat is sinds 2006 met de invoering van de Zorgverzekeringswet de wettelijke plicht van verzekeraars. Een mooi streven, maar werkt het ook in de praktijk? Draait het bij de inkoop van zorg niet gewoon om geld? Wat vinden verzekeraars er zelf van? En hoe denken huisartsen erover? In deel I van een tweeluik spelen eerst zorgverzekeraars open kaart over hun kwaliteitsbeleid.

FMAX/Nout Steenkamp

Tekst Petra Pronk Fotografie Truus van Gog, FMAX

Grote bezuinigingen en overschrijdingen van het budget …. Niet echt de ideale omstandigheden om het te hebben over kwaliteit in de zorg. Of juist wel? Over een ding zijn zorgverzekeraars het gloeiend eens: de eerste lijn is en blijft cruciaal voor een goede gezondheidszorg, maar huisartsen moeten wel met hun tijd mee. En dat betekent: maximale transparantie.

Definitie kwaliteit Wat vinden verzekeraars ‘goede kwaliteit’ als het gaat om huisartsen­zorg? Martien Bouwmans: “Vroeger werd kwaliteit vooral vertaald in diploma’s en certificering. Tegenwoordig trekken we het een stuk breder. Het ijkpunt is nu vooral of de beschikbare middelen op de juiste manier worden ingezet. Doelmatig voorschrijven is nog steeds belangrijk, maar daarnaast kijken we ook naar andere dingen. 14

LHV | De Dokter Januari / Februari 2012

Martien Bouwmans, beleidsadviseur huisartsenzorg ZN FMAX/Nout Steenkamp

“Er is al veel gebeurd om de kwaliteit van de huisartsenzorg transparant te maken”, zegt Martien Bouwmans, beleidsadviseur huisartsenzorg bij Zorgverzekeraars Nederland (ZN). “Er is veel energie gestoken in het ontwikkelen van prestatie-indicatoren, die het mogelijk zouden moeten maken de huisartsenzorg te meten en onderling te vergelijken. Dat is een lastig traject gebleken en heeft inhoudelijk niet opgeleverd wat zorgverzekeraars ervan verwachtten.” De belangrijkste ontwikkeling van de laatste tijd is volgens Bouwmans dat de focus van verzekeraars langzaam maar zeker verschuift van de individuele huisarts naar zorggroepen en aandoeningen. “Het gaat uiteindelijk om het resultaat, dus in plaats van naar de individuele beroepsbeoefenaar kijken we liever of de diabeteszorg of de COPD-zorg in de volle breedte goed gecoördineerd is. Het gaat niet om de kwaliteit van de hulpverlener, maar om die van de verleende zorg. Dat is echt een omslag in het denken.”

Johan van Zeelst, manager integrale zorg VGZ LHV | De Dokter Januari / Februari 2012

15


Vervolg Letten verzekeraars echt op kwaliteit?

Zo telt bij huisartsen zwaar dat ze veel zelf af kunnen handelen en niet te veel doorverwijzen, en een goede service verlenen aan de patiënt. Daarnaast ligt de focus bij onze leden in toenemende mate op de multidisciplinaire chronische zorg voor grote groepen, zoals diabetes, COPD en in de toekomst ook hartfalen. Als die chronische zorg goed geregeld is, dan is het zeer waarschijnlijk dat het met de rest ook wel goed zit.” De individuele zorgverzekeraars hanteren in grote lijnen dezelfde criteria als ZN: doelmatigheid, medisch-inhoudelijk en klantvriendelijkheid. Daarnaast legt elk zijn eigen accenten. De criteria komen volgens de zorgverzekeraars tot stand in nauw overleg met de medischadviseurs in eigen huis en met beroepsgroepen in het veld en andere betrokkenen, zoals klantenpanels, patiëntenvertegenwoordigingen, huisartsenkoepels en gezondheidswetenschappers. Efficiënter Joël Gijzen, directeur Zorg bij CZ, onderscheidt twee belangrijke functies als het gaat om huisartsen. “De huisarts is in de eerste plaats behandelaar en in de tweede plaats consulent in het zorgproces: iemand die de patiënt door de zorg heen ‘loodst’. Beide functies hebben hun eigen ijkpunten. Voor de rol als behandelaar is het bijvoorbeeld noodzakelijk dat een huisarts werkt in overeenstemming met de criteria die binnen zijn beroepsgroep worden gehanteerd, bijvoorbeeld in zorggroepen, en de NHG-Standaard. Als het gaat om de consulentrol kijken we naar kwaliteiten die voor die rol noodzakelijk zijn, zoals de effectiviteit van het verwijsbeleid of het voorschrijfbeleid.”

FMAX/Nout Steenkamp

Joël Gijzen, directeur Zorg CZ 16

LHV | De Dokter Januari / Februari 2012

Aantallen verzekerden CZ 3,4 miljoen Achmea 4,8 miljoen VGZ 4,2 miljoen Menzis 2,1 miljoen Aantal medewerkers zorginkoop CZ •  Regionale inkopers die huisartsenzorg, ANW zorg en ketenzorg inkopen: 6 •  Specialistische inkopers die zich voornamelijk met beleid huisartsen- en ketenzorg bezighouden: 4 •  Financieel economisch medewerkers/ procesondersteuners: 3 Achmea: •  (Senior) inkopers huisartsen-, keten- en geïntegreerde eerstelijnszorg: 8 •  Medisch adviseurs: 2 •  Relatiemanagers huisartsenzorg: 12 •  Business analisten huisartsenzorg: 3 VGZ •  Medewerkers zorginkoop integrale zorg (waaronder huisartsenzorg): circa 21 Menzis •  Eerste lijn, tweede lijn, GGZ en langdurige zorg: 160 •  Huisartsenzorg: 10 Aantal contracten met huisartsen CZ 4.725 Achmea 2.400 VGZ circa 6.900 Menzis 7.100

Alle verzekeraars gaan de komende jaren gericht inzetten op kwaliteit in de huisartsenzorg. Goede zorg mag wat kosten, omdat het op de lange termijn geld oplevert. Gijzen: “Gezondheidszorg is een gesloten systeem. Dus kijken we in de hele keten wat een investering oplevert en waar en wanneer deze terugkomt. Investeren in de eerste lijn loont doordat minder gebruik wordt gemaakt van de tweede lijn. Dat is zowel goed voor de patiënt als voor de BV Nederland, omdat het leidt tot efficiëntere zorg.” Borgen en controleren Bij Menzis hanteren ze een andere tweedeling: kwaliteit vanuit het klantperspectief en medisch-inhoudelijk. Wat betekent dat nu concreet voor het inkopen van huisartsenzorg? Dienke Hedemann, manager zorginkoop huisartsenzorg bij Menzis: “Wij kopen zorg in op basis van kwaliteitsafspraken met huisartsen, neergelegd in over­eenkomsten. Dat kan gaan om afspraken over specifieke verrichtingen, projecten in het kader van geïntegreerde eerstelijnszorg om de zorg voor een specifieke doelgroep optimaal te stroomlijnen of specifieke modules, bijvoorbeeld kwaliteit vanuit klantperspectief betreffende Bereikbaarheid en Beschikbaarheid of medisch-inhoudelijke kwaliteit zoals ouderenzorg. Daarmee borgen we de kwaliteit. Vervolgens controleren we steekproefsgewijs of die afspraken ook daadwerkelijk

‘Het gaat niet alleen om verschuiving van zorg, ook om verschuiving van de regie’

worden nagekomen. Het organisatorische aspect vormt een rand­­voorwaarde voor het borgen van kwaliteit op de twee genoemde punten. Dit wordt ook gestimuleerd via de genoemde afspraken en modules. Hiermee is de cirkel rondom kwaliteit rond.” Gedifferentieerd contracteren Zorgverzekeraars vinden het niet langer vanzelfsprekend om elke huisarts te contracteren voor alle verrichtingen. Integendeel, er vindt steeds meer selectie op kwaliteit plaats. Patrick Edgar, manager zorginkoop eerste lijn bij Achmea: “Het sleutelbegrip bij ons is ‘gedifferentieerd contracteren’. Dat houdt in dat we ons vooral richten op goed functionerende huisartsenpraktijken en afspraken maken over ketenzorg. Om de kwaliteit van huisartsenzorg vast te stellen let Achmea op professionele kwaliteit. Maar ook: relationele kwaliteit: is de huisarts patiëntvriendelijk en doet hij of zij mee aan moderne ontwikkelingen zoals het e-consult? Ook de organisatorische kwaliteit speelt een rol: is er sprake van moderne praktijkvoering, goede medewerkers en is er voldoende oog voor de geestelijke gezondheid? Verder letten we op systeemkwaliteit: zijn er goede afspraken met andere zorginstellingen en partijen, van gemeente tot wijkverpleegkundige? En tot slot: certificering voor bijzondere verrichtingen, zodat je weet dat huisartsen aantoonbaar geschoold zijn voor bijvoorbeeld kleine chirurgische ingrepen.” In de praktijk betekent gedifferentieerd contracteren dat goede professionals meer en de minder goede minder vergoed krijgen. Patrick Edgar: “Bij tandartsen en fysiotherapeuten zijn de Plus Praktijken een heel gewoon verschijnsel. Dat zijn praktijken die zich positief onderscheiden op kwaliteit en service en die daarom extra financiering krijgen. Ook in de huisartsenzorg zijn deze praktijken sinds vorig jaar in opkomst. Momenteel voldoet zo’n 20 procent van de huisartsenpraktijken aan deze aanvullende eisen. Dat is een enorme kans voor goede huisartsen om zich te profileren.” De andere kant van de medaille is dat huisartsen die minder dan gemiddeld presteren op bepaalde onderdelen minder financiering zullen krijgen. Voor de ketenzorg zijn die flexibele afspraken al een feit, voor de individuele huisarts zijn die regels in de maak. Het wachten is op de overheid die zich buigt over een uitvoeringstoets voor nieuwe financieringsmogelijkheden. Edgar verwacht dat het gedifferentieerd contracteren volgend jaar ook voor individuele huisartsen van start kan gaan. Tendens Een van de belangrijkste ontwikkelingen op dit moment is de tendens om zorg over te hevelen van de tweede naar de eerste lijn. Wat betekent dat voor het kwaliteitsbeleid? Menzis hanteert daarbij twee criteria: doelmatigheid (kwaliteit voor een reële prijs) en noodzakelijkheid. Dienke Hedemann van Menzis: “Een belangrijke vraag hierbij is: ‘who is in the lead?’ Het gaat niet alleen om verschuivingen van zorg, maar ook om verschuiving in de regie. En de regie ligt wat ons betreft bij de eerste lijn. Een huisarts kan

Regels rondom sturing op kwaliteit Verzekeraars zijn behoorlijk autonoom als het gaat om kwaliteitsbeleid. Er is op dit gebied geen specifieke regel­geving. Zorgverzekeraars nemen als ijkpunt voor verantwoorde zorg wat de beroepsgroep zelf (in dit geval huisartsen) als kwaliteit vaststelt. Omdat de overheid de taken op het gebied van doelmatigheid en kwaliteit van zorg over laat aan de marktpartijen, maar wel eindverantwoordelijk blijft, houdt zij (bijvoorbeeld via het uitvoeringsverslag dat verzekeraars moeten maken in opdracht van de NZa) wel toezicht op de ontwikkelingen van de doelmatigheid en kwaliteit.

meer zelf afhandelen naarmate het proces en de huisartsenzorg beter georganiseerd zijn en hij meer kennis in huis heeft, dus dat stimuleren we ook actief. Daarvoor moeten er wel goede afspraken met de keten gemaakt worden over het contact tussen de eerste en de tweede lijn: wanneer verwijs je door, en vooral ook: wanneer komt de patiënt weer terug? Dat proces moet helder beschreven zijn.” Ketenzorg Ook VGZ stemt haar beleid af op die tendens. Johan van Zeelst, manager integrale zorg bij Coöperatie VGZ: “Er zijn veel dingen die vanuit de tweede lijn naar de eerste lijn overgeheveld kunnen worden, zoals echografie of kleine chirurgische handelingen, maar daar is wel een kwaliteitsgarantie voor nodig.

FMAX/Nout Steenkamp

Zorgverzekeraars in cijfers

Patrick Edgar, manager zorginkoop eerste lijn Achmea LHV | De Dokter Januari / Februari 2012

17


Vervolg Letten verzekeraars echt op kwaliteit?

FMAX/Sam Rentmeester

Hoogleraar Margo Trappenburg moedigt huisartsen aan tot verzet

‘Kwaliteit zal steeds meer beloond worden’

wringt en hoe het anders zou kunnen. Als dat niet leidt tot het gewenste resultaat, blijft betaling uit en krijgt de huisarts geen nieuwe overeenkomst. “Maar dat zijn uitzonderingen”, verzekert Dienke Hedemann.

Dienke Hedemann, manager zorginkoop huisartsenzorg Menzis Daarom kijken wij bij het beoordelen van de kwaliteit sterk naar zaken als bereikbaarheid en CHBB-registratie. Dat zijn indicatoren die het resultaat zijn van een transparantieproject dat we enkele jaren geleden op poten gezet hebben, waarbij de huisartsenzorg gewogen is op basis van medische kwaliteit, organisatorische kwaliteit en patiënttevredenheid. De uitkomsten zijn helaas geen landelijke standaard geworden, maar wij hanteren ze zelf nog wel in ons kwaliteitsbeleid. We hebben een aantal indicatoren aan de voorkant van het proces: gegevens op basis waarvan je een bepaalde kwaliteit van een huisarts mag verwachten, zoals een CHBB-registratie. Daarnaast hanteren we indicatoren aan de achterkant op basis van output. In de toekomst zullen we steeds meer op outputbasis gaan doen.” Consequenties Dat zal zeker consequenties hebben voor de financiering. Kwaliteit zal steeds meer beloond worden, terwijl gebrek aan kwaliteit zal leiden tot minder vergoeding. “Wij zetten in op trajecten om verbetering op gang te brengen”, stelt Van Zeelst. “Dat zal er uiteindelijk toe leiden dat je artsen in de categorie goed, beter en best krijgt met de bijbehorende variabele financiering op onderdelen. En als iemand stelselmatig onderpresteert en er geen verbetering in zit, moet je op een gegeven moment ook afscheid van iemand durven nemen.” De meeste verzekeraars kiezen voor een financiële prikkel om artsen aan te zetten tot gewenst gedrag. Zo krijgen ze extra geld voor bepaalde modules. Of beter gezegd: voor het bereiken van de gewenste resultaten. Want dat is een belangrijke tendens: het is niet meer de inspanning die telt, maar het resultaat. Zoals Dienke Hedemann van Menzis zegt: “Je best doen is niet meer genoeg. Wij betalen op basis van harde resultaten en niet meer op basis van goede wil.” Dat betekent ook dat huisartsen die de gemaakte afspraken niet nakomen, een serieus probleem hebben. In de meeste gevallen gaan de partijen dan om de tafel om te kijken waar de schoen 18

LHV | De Dokter Januari / Februari 2012

Keuzes maken Het was de bedoeling om via het inkoopbeleid de kwaliteit van de zorg te verbeteren. Maar gebeurt dat ook echt? Feit is dat er de komende jaren steeds meer patiënten komen terwijl het budget krimpt. Is de kwaliteit dan niet automatisch het kind van de rekening? Joël Gijzen (CZ) is daar niet bang voor. Integendeel. Hij ziet in kwaliteitszorg juist een instrument om de zorg niet alleen betaalbaar te houden maar ook echt te verbeteren. “Het gaat erom dat je binnen het budget de juiste balans vindt tussen goede zorg en patiënt­tevredenheid op de korte termijn, en betaalbaarheid en toegankelijkheid op de lange termijn. Dat is de grote uitdaging voor de toekomst en kwaliteitszorg kan daarbij helpen.” Mits er duidelijke keuzes gemaakt worden. Zoals de keuze voor specialisatie. “Tussen huisartsen en ook binnen huisartsengroepen zal steeds meer specialisatie optreden. Die ontwikkeling is nu al zichtbaar. Daarmee komt er een beter fundament onder de eerste lijn, waardoor er minder naar de tweede lijn hoeft”, stelt Gijzen. Ook Johan van Zeelst (VGZ) is van mening dat de zorgverzekeraars hun verplichting absoluut nakomen. “Het overhevelen van delen van de zorg naar de eerste lijn kan een plus zijn voor de kwaliteit. Als de huisarts hetzelfde kan als een specialist, is sprake van dubbele winst: medisch-inhoudelijk heb je dezelfde kwaliteit, de klantbeleving is beter omdat het in de eigen praktijk gebeurt, en qua doelmatigheid scoor je positief omdat huisartsenzorg een stuk goedkoper is dan in het ziekenhuis. Dat is per saldo dus een verbetering van de zorg.”

Reageren? In het maartnummer van De Dokter, wordt het tweede deel van dit tweeluik gepubliceerd. Dan geven huisartsen hun visie op de rol van de zorgverzekeraar als het gaat om kwaliteitsverbetering. Wilt u nu alvast reageren? Heeft u de behoefte uw mening te geven als huisarts? Stuur deze dan per mail naar dedokter@lhv.nl.

‘Houd de rug recht in principiële kwesties’ Tekst Els Wiegant Fotografie Truus van Gog

H

uisartsen moeten hun rug recht houden als de essentiële waarden van hun vak worden bedreigd. Dus niet al te constructief zijn als het gaat om marktwerking. Dat is de overtuiging van Margo Trappenburg, bijzonder hoogleraar Sociaal-politieke aspecten van de verzorgingsstaat, aan de Universiteit van Amsterdam. Tijdens het jubileumcongres van de LHV plaatste zij 7 kanttekeningen bij de houding van huisartsen. In De Dokter geeft ze daar tekst en uitleg bij.

1. ‘… Marktwerking in de huisartsenzorg is slecht. …’ “Huisartsen hebben altijd goed ‘nee’ kunnen zeggen tegen hun patiënten. Die vinden dat niet altijd leuk en de huisarts vergist zich misschien wel eens, maar overall zijn huisartsen goede poortwachters. Het merendeel van de ziekten gaat vanzelf over en de patiënt geruststellen en informeren, een beetje opvoeden, is veelal de verstandigste gedragslijn. De huisarts wordt wel ‘de hoeder van het natuurlijk ziekteverloop’ genoemd en dat ís-ie ook. Die insteek, die houding heeft – in combinatie met budgettering natuurlijk – een enorm kostendempend effect. Wanneer je patiënten als consumenten gaat beschouwen en ze aanmoedigt zich ook zo te gedragen, werkt dat niet goed meer. Dan maak je het kapot, want die twee dingen verhouden zich niet tot elkaar. In de huisartsenzorg moet je nee durven verkopen, in de markt denk je juist zoveel mogelijk met je klant mee. Als ik een derde paar zwarte suède laarzen koop, gaat de winkelier me dat echt niet afraden, want die gaat voor zijn eigen gewin. In de zorg draait het om publiek geld en is dat een verkeerde houding. Vooral in de huisartsenzorg is marktwerking kostenopdrijvend. Als je beleidsstukken leest, wordt volumegroei nooit als gewenst effect beschreven, maar in de werkelijkheid gebeurt dat wel. Het is een voorspelbaar gevolg en je zou denken dat iedereen dat wel weet, maar toch kiest de politiek er om haar moverende redenen voor.” LHV | De Dokter Januari / Februari 2012

19


Vervolg ‘Houd de rug recht in principiële kwesties’

2. ‘… Nederlanders zijn altijd inschikkelijk geweest ten opzichte van het oordeel van de (huis)arts. Die inschikkelijkheid wordt ondergraven. …’ “De bereidheid van Nederlanders om zich in het medisch oordeel te schikken is groter dan in het buitenland. Nederlandse vrouwen bijvoorbeeld hebben lange tijd veel minder toegang gehad tot prenataal onderzoek dan vrouwen in andere landen. Je kunt hier ook niet zomaar een total body scan krijgen, of een erfelijkheidsonderzoek. Daar is in Nederland relatief weinig protest tegen. Juist huisartsen weten dat er een verschil is tussen wat de patiënt wil en de huisarts vindt, vooral op het gebied van preventief onderzoek. Het zijn bij uitstek de huisartsen die deze inschikkelijkheid hebben bewaakt. Als ze nu te veel met de overheid mee­gaan in het marktdenken, geven ze dat weg. Dat zou ik echt heel jammer vinden.”

3. ‘… Huisartsen denken met de overheid mee. Sympathiek, maar ze kunnen beter hun rug recht houden. …’ “De overheid wil van alles. Ze noemt dat niet ‘nieuw beleid’, maar innovatie, modernisering, vooruitgang en dan zijn belangengroepen, zoals de LHV, geneigd om constructief mee te denken. Op zich sympathiek - en ik ben ook voor­stander van openingstijden buiten kantooruren bijvoorbeeld - maar het kan ook verkeerd zijn, zeker als het gaat om marktwerking in de zorg. Daar moeten huisartsen juist op de rem trappen. De huisartsenberoepsgroep heeft lang geprotesteerd tegen de invoering van de Zorgverzekeringswet in 2006, maar is vervolgens toch constructief mee gaan denken en heeft toegezegd mee te werken op voorwaarde dat er extra financiering zou komen voor M&I-verrichtingen. Ik denk dat de beroepsgroep dat verzet langer had moeten volhouden.” 20

LHV | De Dokter Januari / Februari 2012

4. ‘… Vecht besluiten van de overheid aan. Vooral waar het principiële kwesties betreft. …’ “Er wordt te gauw geroepen dat iets nu eenmaal een onvermijdelijke ontwikkeling is. Huisartsen staan midden in de samenleving en voelen zich geroepen te assisteren bij maatschappelijke ontwikkelingen. Op zich een pluspunt. Maar in bepaalde gevallen anticiperen zij er al op voordat de ontwikkeling zich voordoet en helpen haar daardoor vooruit. Huisartsen werkten bijvoorbeeld al parttime in groepspraktijken toen er nog nauwelijks vrouwelijke huisartsen waren. Ze pasten hun beroepsethiek direct aan die nieuwe werkelijkheid aan en verlieten het huisartsideaal van continuïteit van zorg: een arts die de patiënt persoonlijk en liefst al lange tijd kent. Dat werd vervangen door een veel makkelijker te realiseren norm: er moet altijd een huisarts beschikbaar zijn, maakt niet uit wie. Chirurgen hebben dat niet gedaan. Die willen een patiënt voor en na de operatie zélf zien. Daar is parttime werken ook veel meer een issue. Het verbaast mij altijd dat huisartsen wél voet bij stuk houden als hun inkomen wordt aangetast. Dan gaan ze naar de rechter, staken of draaien zondagsroosters. De medische beroepsgroep is bij uitstek een machtsbolwerk en op dat soort momenten gedraagt zij zich ook zo. Ik ben alleen geneigd te denken dat ze dat meer doet als het om het eigen inkomen gaat dan wanneer het om de principiële kanten van het vak gaat. Ik denk dat het goed is om zaken die deze basiswaarden bedreigen, ten principale bij de rechter aan te vechten. En om eindeloos over het voetlicht te blijven brengen dat als patiënten consumenten worden, dat tot volumegroei in de zorg zal leiden.”

5. ‘… Sommige huisartsen profiteren van de marktwerking. …’ “Mijn promovenda heeft huisartsen geïnterviewd over de gevolgen van de marktwerking in hun praktijk. Sommigen van hen zagen er kansen in en grepen die ook. Dat ging met name om preventiechecks en ECG’s. Zij zeiden: ‘Je kunt een mooie omzet draaien als je een ECG-apparaat aanschaft en al je patiënten van 50-plus oproept om een ECG te laten maken.’ Ik deel de kritiek van de huisartsen op de bezuinigingen, maar het is een feit dat de kostenstijging in de huisartsenzorg ook is veroorzaakt doordat ze meer verrichtingen zijn gaan doen, waarvan ze voorheen het nut niet inzagen, waartegen ze zich zelfs verzetten. Daar heeft minister Schippers wel een punt, vind ik.”

Margo Trappenburg Prof. dr. Margo Trappenburg (1962) werd in 2008 benoemd tot bijzonder hoogleraar Sociaal-politieke aspecten van de verzorgingsstaat en overlegeconomie aan de Universiteit van Amsterdam. Sinds 2000 is zij hoofddocent bij de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschappen. Trappenburg was van 2004 tot 2008 parttime bijzonder hoogleraar Patiëntenperspectief aan het Instituut Beleid en Management van de Gezondheidszorg. Ze schreef onder meer: Genoeg is genoeg. Over gezondheidszorg en democratie. Van 2001 tot 2008 was Trappenburg columniste voor NRC Handelsblad. Zij schrijft onder meer over ethische kwesties in de gezondheidszorg, beroepsethiek en ontwikkelingen in de Nederlandse verzorgingsstaat. Margo Trappenburg studeerde politieke wetenschappen aan de Universiteit van Leiden en promoveerde in 1993 op het proefschrift Soorten van gelijk. Medisch-ethische discussies in Nederland. Samen met haar promovenda Jolanda Dwarswaard onderzocht ze de verschillen in beroepsethiek tussen huisartsen en chirurgen. Haar promovenda publiceerde daarover het boek De dokter en de tijdgeest. Een halve eeuw veranderingen in de beroepsethiek van huisartsen en chirurgen.

6. ‘… Bij marktwerking wordt de huisarts net zo betrouwbaar als je garage. …’ “Een van de gevolgen van marktwerking is reclame en onderlinge concurrentie. Die staan naar mijn idee haaks op de principes van de zorg. Reclame is mede bedoeld om de verkoop te stimuleren, dus hoe geloofwaardig worden de uitspraken van je dokter als je weet dat ook geld voor hem een rol speelt of dat hij jou van zijn collega-concurrent wil afpakken? Dan wordt de huisarts net zo betrouwbaar als je garage. Die natuurlijk heel betrouwbaar kan zijn, maar het probleem is: je wéét het gewoon niet. Of zoals vaak gebeurt bij tandartsen, die ook vóór de vrije tarieven al de naam hadden hun collega’s af te vallen. Kwam je bij een nieuwe tandarts, kreeg je te horen: ‘Gelukkig dat u nu bij mij komt, het is nog nèt niet te laat, we gaan uw gebit gezond maken.’ Dat komt door minder duidelijke richtlijnen, maar ook doordat tandartsen zich niet solidair voelen met de collega die hun patiënt eerder heeft behandeld; de goeden niet te na gesproken natuurlijk. Als patiënt hoop je dat de dokter gecommitteerd is aan jouw belang en pas in tweede instantie aan het zorgstelsel en zijn eigen portemonnee. Maar hoe meer marktwerking je erop los laat en hoe meer (huis) artsen daarin mee gaan, hoe meer dat principe gevaar loopt.”

7. ‘… Commitment aan normen en waarden van de huisarts vergt rugdekking van de overheid. …’ “Huisartsen moeten hun rug recht houden als het gaat om de essentiële waarden in hun vak. Daar moeten ze als professional gecommitteerd aan blijven. Maar de overheid moet ze daarin wel rugdekking geven. De essentiële waarden kunnen niet uitsluitend draaien op het morele kompas van huisartsen. Ze moeten institutioneel zijn ingebed om te kunnen voortbestaan en er moeten niet allerlei prikkels ontstaan om mensen te verleiden het verkeerde te doen. De overheid faciliteert dat onvoldoende.” LHV | De Dokter Januari / Februari 2012

21


Scherp gesteld

De stelling:

Belonen naar prestatie kan uitstekend in de huisartsenzorg

“Ik ruil zo’n malussysteem liever in voor een bonussysteem dat extra stimulansen biedt”

E

Drie huisartsen, drie meningen over een onderwerp dat tegenspraak oproept: belonen naar prestatie. Met name de in 2010 door de overheid geïntroduceerde variabilisering van het inschrijftarief roept bij huisartsen gemengde reacties op. Tekst Els van Thiel Fotografie FMAX

E

Christian Wicke, huisarts in Amsterdam

ens en oneens. “Een moeilijke materie om in zwart-wit over te praten. Belonen naar prestatie is zinvol: als je extra werk verzet, wil je dat ook graag in je beloning terugzien. Al vrees ik ook het nadeel van misbruik. Als artsen meer declareren omdat ze meer presteren, stijgen de kosten, waardoor er weer bezuinigingen nodig zijn: een perpetuum mobile. Ik kom oorspronkelijk uit Duitsland, waar het inschrijftarief minimaal is. Het gevolg is dat huisartsen alle mogelijke verrichtingen moeten declareren om het hoofd boven water te houden. Later worden ze daar dan weer op aangesproken. Dat heeft geleid tot een enorme bureaucratie. Ik hoop niet dat we die kant opgaan in Nederland, dat de inschrijfgelden allengs minder worden en het inkomen steeds meer uit verrichtingen moet komen. Het is hier juist zo goed geregeld. Ik begrijp dat de overheid via financiële prikkels innovatie wil stimuleren. Maar de variabilisering van het inschrijftarief zoals die nu plaatsvindt, dat is de omgekeerde wereld! Geld waar je recht op hebt, krijg je pas terug als je aan bepaalde voorwaarden voldoet. Stel er dan extra geld voor beschikbaar. Als de beroepsgroep besluit dat de spoedlijn binnen dertig seconden moet worden opgenomen, mag je verwachten dat alle huisartsen zich inspannen om aan dat criterium te voldoen. Dat zou eigenlijk los moeten staan van financiële vergoedingen.”

LHV | De Dokter Januari / Februari 2012

“Ben je in 2012 ineens geen goede huisarts meer als je niet perfect episodegericht registreert?”

O

neens. “Ik sta zéér terughoudend tegenover beloning naar prestatie in de huisartsenzorg. Met name bij de variabilisering van het inschrijftarief isoleert men één bepaald aspect en beoordeelt of veroordeelt daarop de huisarts. Zelf heb ik dat aan den lijve ondervonden: door een ongelukkige samenloop van omstandigheden voldeed ik in eerste instantie niet aan de norm voor telefonische bereikbaarheid bij spoed. Intussen is dat in orde. Natuurlijk is een goede bereikbaarheid belangrijk, maar telt de betrokkenheid van de huisarts niet? Wordt de tevredenheid van patiënten niet meegewogen? Is het niet meer belangrijk dat de huisarts ook buiten werktijd zijn patiënten bezoekt? Ik werk fulltime, als ik een terminale patiënt heb, ga ik er ’s avonds naartoe en als het nodig is ’s nachts nog een keer. Dáár hoor ik niets over. En ben je in 2012 ineens geen goede huisarts meer als je niet perfect episodegericht registreert? Nee, ik word niet blij van deze – financieel gesproken – sigaar uit eigen doos.”

FMAX/Hans Stakelbeek

22

Debora van Groos, huisarts in Twello

FMAX/Hans Stakelbeek

“Variabilisering van het inschrijftarief, dat is de omgekeerde wereld”

FMAX/Sam Rentmeester

ens en oneens. “Voor een deel van het budget vind ik beloning naar prestatie uitstekend. Een niet te groot deel, anders heb je niet meer de garantie dat je je vaste lasten kunt betalen. Maar ik ben zeker voorstander van het principe dat extra kwaliteit ook extra beloond wordt. Wat er nu gebeurt met de variabilisering van het inschrijftarief, is een ander verhaal. Het is niet belonen als een bepaalde prestatie niet geleverd wordt. Ons is geld afgenomen en dat krijgen we alleen maar terug onder bepaalde voorwaarden. Een malussysteem dus om ‘slecht’ gedrag te bestraffen en zo te verminderen. En dáár heb ik moeite mee. Ik ruil zo’n malussysteem liever in voor een bonussysteem dat extra stimulansen biedt en ons prikkelt om onze zorgverlening te optimaliseren. Overigens vind ik de onderwerpen die aan de variabilisering van het inschrijftarief gehangen worden wél opportuun. En het is ook goed dat wij als beroepsgroep bij de vaststelling betrokken worden.”

Albert Hartholt, huisarts in Delft

LHV | De Dokter Januari / Februari 2012

23


‘Marktwerking biedt geen enkele garantie voor kostenbesparingen’

D

e kosten van gezondheidszorg stijgen jaarlijks met een bedrag gelijk aan het totale defensiebudget. Bezuinigen dus, maar hoe doe je dat? Veel maat­ regelen hebben ongewenste – averechtse – effecten. De Dokter brengt een tweeluik over bezuinigen in de zorg. Deze keer deel 1: wat is verkeerde zuinigheid?

1. Persoonsgebonden budget Drastisch bezuinigen op het persoonsgebonden budget (pgb): dat heeft het kabinet zich voorgenomen. De maatregel heeft veel media-aandacht gekregen. Niet alleen vanwege de soms ronduit rampzalige gevolgen voor individuele ‘gevallen’ en de stevige veroordeling vanuit de oppositie in politiek Den Haag, maar ook omdat de bezuiniging een voorbeeld is van een ‘kortzichtige’ aanpak, aldus hoogleraar economie en oud-topambtenaar Sweder van Wijnbergen. “Het kabinet verplaatst op deze manier het probleem. En dus de kosten. Want reken maar dat een groot deel van de mensen die van een pgb gebruik maken, nu naar de instellingen worden gejaagd. Hetzelfde fenomeen zie je optreden in de ouderenzorg: die kosten zijn gedaald, schreef iemand laatst op de opiniepagina. Dat klopt, maar de kosten van de thuiszorg zijn sterk gestegen. Tel uit je winst.”

Hoe besparen we op gezondheidszorg? (1)

Verkeerde zuinigheid Tekst Sander Peters Fotografie Jeroen Poortvliet, Nationale Beeldbank

24

LHV | De Dokter Januari / Februari 2012

2. M aagzuurremmers en andere pakketmaatregelen Een beproefde besparingsmethode: medicijnen of behandelingen uit het basispakket van de verzekering halen. Momenteel gaat het om de maagzuurremmers. Nieuw is dat iedereen die korter dan zes maanden een maagzuurremmer gebruikt, deze vanaf 2012 volledig zelf moet betalen en dat chronische gebruikers de eerste uitgifte zelf moeten betalen. Het plan moet 75 miljoen euro opleveren. Artsen, apothekers en patiëntenorganisaties maken zich zorgen over de schadelijke gevolgen (medische risico’s) en de uitvoerbaarheid van deze maatregelen. Bovendien brengen de risico’s hogere kosten met zich mee, aldus Bart Smals, apotheker in ’s Gravenzande en bestuurder van de apothekersorganisatie KNMP. “De maagzuurremmers zijn vaak nodig naast veelvuldig gebruik van pijnstillers. Nu al blijkt dat lang niet alle mensen die de maagzuurremmers zelf moeten betalen, ze innemen. Het risico op ernstigere maagproblemen, die vervolgens in de duurdere tweede lijn behandeld moeten worden, neemt dan toe.”

‘Domme maatregelen’: hoe kan dat? “Laat ik voorop stellen: ik zou niet graag in de schoenen van minister Schippers staan”, haast apotheker Bart Smals zich te zeggen. “De taak waar zij voor staat, is ongelooflijk complex. Dat neemt niet weg dat het wonderlijk is dat bepaalde maatregelen door­gevoerd worden, terwijl iedereen op z’n vingers kan natellen dat de kosten op de wat langere termijn niet dalen of zelfs stijgen en daar heeft de patiënt niets aan. Of het paniek is, weet ik niet, maar de druk om snel resultaat te boeken wordt zeker gevoeld.” Ook Louise Gunning benadrukt dat het kabinet een ingewikkelde opdracht heeft. Overal in de wereld rijzen de kosten van de zorg de pan uit. Toch waakt Gunning ervoor te spreken over ‘domme maat­ regelen’. Of over ‘averechtse effecten’. “Voor iedere maatregel zijn partijen te vinden die er de nadelen van ondervinden. Ik zou willen pleiten voor een zorgvuldige afweging of zorg ‘zinnig of zuinig’ is. De trechter van Dunning is nog steeds actueel. Dat betekent wel dat medici vaker ‘nee’ zullen moeten verkopen, bijvoorbeeld aan iemand die op z’n 89e een derde chemokuur zou moeten krijgen.” Als hij al zou moeten bezuinigen (“Waarom zien we de zorgkosten niet als investering in een fit en gezond arbeidsmarktpotentieel?”), dan zou Sweder van Wijnbergen net als Gunning kiezen voor het leveren van minder zorg. Alle andere maatregelen leiden tot kosten elders. Vaak zelfs tot hogere kosten overall. “Het is korte termijnpolitiek. Natuurlijk dalen de kosten vaak in eerste instantie, soms zelfs de eerste paar jaar. Maar kijk eens verder: dan gaat het mis. Maar dat besef landt niet in Den Haag. Onbegrijpelijk. Of ik zo slim ben of zij zo dom? Ik kan er geen vinger achter krijgen.”

LHV | De Dokter Januari / Februari 2012

25


Vervolg Verkeerde zuinigheid

Sweder van Wijnbergen (60) kreeg vooral bekendheid als secretaris-generaal van het toenmalige ministerie van Economische Zaken (19971998). Daarvoor was hij onder andere hoofdeconoom bij de Wereldbank en hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam, een functie die hij nog vervult.

3. Geestelijke gezondheidszorg 600 miljoen euro, dat is het bedrag dat minister Schippers weghaalt bij de geestelijke gezondheidszorg (ggz). Een groot deel hiervan – ruim 200 miljoen – moet bij elkaar geschraapt worden door de eigen bijdrage van psychiatrische patiënten te verhogen. De gevolgen? Veel van deze patiënten zullen deze bijdrage niet meer kunnen of willen betalen en komen met hun zorgvraag bij andere organisaties of instellingen terecht. Ook huisartsen zullen dit gaan merken, denkt GGZ-Nederland. Ander probleem is dat de kosten in de zorg door deze maatregel misschien wel dalen, maar op andere gebieden in de publieke sector – veiligheid, politie, justitie – juist toenemen. De reden? “Veel van deze kwetsbare mensen – vaak verslaafden – komen weer op straat terecht, waar ze een bedreiging vormen voor de samenleving en vernielingen zullen aanrichten”, waarschuwt Ed Czyzewski, voorzitter van GGZ-Bouman, de organisatie voor verslaafden- en daklozenopvang in Rotterdam.

4. Eigen bijdragen omhoog Niet alleen in de ggz is sprake van een hogere eigen bijdrage (of eigen risico) voor patiënten. Het is een middel dat nogal eens van stal wordt gehaald om de kosten in de zorg te drukken. Achterliggend idee: mensen zullen geen onnodige zorg vragen als ze er (deels) zelf aan mee moeten betalen. Een logische gedachtegang, aldus Sweder van Wijnbergen, maar ook een met gevaarlijke gevolgen. Want: “Risico is dat mensen niet alleen de ‘frivole’ 26

LHV | De Dokter Januari / Februari 2012

bezoekjes aan de huisarts achterwege laten, maar ook de noodzakelijke. Dikke kans dat je als samenleving later geconfronteerd wordt met hogere kosten.” Bovendien, waarschuwen diverse deskundigen, leiden dit soort maatregelen onherroepelijk tot een stevige administratieve lastenver­zwaring. Lees: administratieve rompslomp. Ook dat kost geld.

5. H uisartsen krijgen 98 miljoen minder

Een overbekend voorbeeld, maar wel een dat heel treffend blootlegt dat de zorgkosten lijken op een waterbed: wie het bed op de ene plek naar beneden duwt, ziet het elders omhoog komen. De voorgestelde korting van 98 miljoen euro op de huisartsenzorg. Van Wijnbergen: “Door zoveel geld weg te halen bij de huisarts, de ‘guardian angels van de tweede lijn’, zet je de poort naar hogere kosten elders of op langere termijn wagenwijd open. Juist als je wilt bezuinigen, zijn de huisartsen belangrijk. Want wat gebeurt er? Straks komen veel meer mensen terecht bij de Spoedeisende Eerste Hulp in het ziekenhuis. Onbegrijpelijk: dat is zo ongeveer de duurste zorg die er is.”

Louise Gunning (60) is voorzitter van de Gezondheidsraad. Na een periode als onderzoeker, werd Gunning in 1991 hoog­ leraar sociale geneeskunde aan de Universiteit van Amsterdam. Ze was daarna korte tijd lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) en van 2001 tot 2010 bestuursvoorzitter van het AMC-UvA.

6. Stoppen met roken De interventies die mensen moeten aanzetten om te stoppen met roken zijn duur. Hetzelfde geldt voor het handhaven van het rookverbod in de ‘kleine’ horeca. Het stoppen van deze activiteiten levert dus snel besparingen op. “Maar het is zo ongeveer het domste wat je kunt doen als je wilt bezuinigen”, zegt Louise Gunning voorzitter van de Gezondheidsraad. “Deze interventies hebben namelijk effect. En ook het rookverbod leidt aantoonbaar tot minder gevallen van longkanker. Door nu hierop te korten, zullen ziekenhuizen straks geconfronteerd worden met meer patiënten die kampen met de gevolgen van roken. Dat brengt veel hogere kosten met zich mee.”

7. Preferentiebeleid Een veel voorkomend probleem bij bezuinigingen in de zorg: de maatregel leidt tot minder medische kosten, maar hogere administratieve lasten. En ook die kosten geld. “Neem het preferentiebeleid”, zegt Bart Smals. In het kader van dit beleid geven verzekeraars bij generieke geneesmiddelen de patiënt alleen een vergoeding voor het goedkoopste product. “Dit is zeker succesvol geweest: er is veel geld mee bespaard. Maar tegelijkertijd, en dat is een beetje een verborgen probleem, is de administratieve last voor apothekers toegenomen. En wel op een andere plek dan waar de winst behaald wordt. Wij zitten dus met de gebakken peren door het ontstaan van meer werk en dus hogere kosten.”

8. M achtigingsformulier verbandmiddelen Nóg zo’n voorbeeld van – minder zichtbare – admini­ stratieve kosten die een op zichzelf logische en effectieve bezuinigingsmaatregel met zich meebrengt: het machtigingsformulier dat nodig is om de kosten van verband­ middelen vergoed te krijgen. De huisarts moet het formulier invullen, zodat de verzekeraar de verbandmaterialen vergoedt zodra deze worden afgehaald bij de apotheek. Bart Smals: “Samen met de LHV hebben we zorgverzekeraars hierop aangesproken. Op zichzelf is het goed om de kosten van dit soort zaken in de gaten te houden, maar er komt wel weer veel rompslomp en bureaucratie op het bordje van zowel de huisarts als de apotheek.”

Bart Smals (41) is sinds 2000 apotheker in ’s-Gravenzande. Hij is sinds 2007 lid van het hoofdbestuur van apothekersorganisatie KNMP en sinds 2008 penningmeester van de Nederlandse Diabetes Federatie.

9. Reumamedicatie naar DBC in tweede lijn De categorie zeer dure reumamedicijnen, via injecties, kunnen voortaan alleen nog bij de specialist, dus in het ziekenhuis, verkregen worden. De huisarts en de apotheek mogen deze medicijnen niet meer voorschrijven of leveren. Dit lijkt volgens Bart Smals op het eerste gezicht een besparing. Het zal immers leiden tot minder gebruik van deze peperdure middelen; bovendien kan de inkoop door het ziekenhuis wellicht goedkoper. “Maar door deze medicijnen in de tweede lijn neer te leggen, maak je de levering en de toediening wel weer stukken duurder. Het is maar zeer de vraag of dit leidt tot minder hoge kosten overall.”

10. Marktwerking Marktwerking in de zorg leidt tot kostenbesparing? “Nee. Dat is een vreemd en tegelijk zeer hardnekkig idee”, stelt Sweder van Wijnbergen. “Toenmalig minister Hoogervorst riep dat ook steeds. Ik heb nogal eens met hem om de tafel gezeten om dit idee uit z’n hoofd te praten. Tevergeefs. Marktwerking heeft zeker voordelen: het bevordert de kwaliteit van de zorg, de toegankelijkheid en de patiëntvriendelijkheid, maar het biedt echt geen enkele garantie voor kostenbesparingen.” Probleem volgens Louise Gunning is dat de prikkels in de geprivatiseerde zorg misschien wel het gewenste effect hebben – een hogere productiviteit per persoon, een lagere prijs per verrichting – maar dat deze voordelen wegvallen wanneer het totale zorgvolume blijft toenemen. En juist dat is gebeurd de voorbije tien jaar. “De explosief stijgende kosten van de zorg vormen dan ook het grootste hoofd­­ pijndossier van de politiek de komende jaren”, voorspelt Gunning. LHV | De Dokter Januari / Februari 2012

27


Diederik van Meersbergen (KNMG): ‘De administratieve lastendruk voor solisten kan gaan stijgen’

Care

Wet cliëntenrechten zorg voorlopig nog niet rond

Één allesomvattende wet, of liever niet? Tekst Peter Boorsma Illustratie Joyce Schellekens

D

e Tweede Kamer buigt zich binnenkort over het Wetsvoorstel cliëntenrechten zorg, een wet die alle rechten van zorgconsumenten en de bijbehorende verplichtingen voor zorgaanbieders moet gaan regelen. De patiëntenorganisaties zijn enthousiast, maar de artsenorganisaties vinden die ene allesomvattende wet veel te complex. “Kijk, de bottom line is simpel”, zegt Wilna Wind, directeur van de Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie (NPCF) over het Wetsvoorstel Cliëntenrechten zorg. “Het is een cliëntenwet, de rechtspositie van de cliënt wordt versterkt. Dus wij zijn voor, de zorgaanbieders zijn tegen.” Al een jaar of zes geleden hebben de patiëntenorganisaties aangedrongen op een wet die alle rechten van patiënten binnen het zorgstelsel regelt, omdat de grote veranderingen daar in de ogen van de NPCF om vroegen. Uiteindelijk resulteerde dit in de Wet cliëntenrechten zorg, die nu bij de Tweede Kamer ligt. Deze Wcz moet een groot aantal 28

LHV | De Dokter Januari / Februari 2012

bestaande wetten – waaronder het klachtrecht en de medezeggenschap – vervangen en ook een aantal nieuwe dingen regelen, zoals de verantwoordelijkheid in de ketenzorg. De bedoeling is de rechtspositie van cliënten te versterken en te verduidelijken. Volgens het wetsvoorstel krijgt een cliënt (patiënt) in de curatieve en langdurige zorg dezelfde rechten. De Wcz gaat bovendien de verantwoor­ delijkheden van zorgaanbieders voor de kwaliteit van zorg regelen. Dat wordt dan geformuleerd als het recht op goede zorg. Daarnaast wordt het recht op informatie en toe­ stemming, dossier en privacy van de patiënt afdwingbaar. In de nieuwe wet geldt dat een recht van de cliënt een verplichting is voor de zorgaanbieder. Dat betekent dat als de cliënt recht heeft op keuze-informatie, de huisarts, de kliniek of het verzorgingshuis de verplichting heeft de vereiste keuze-informatie te bieden. Met andere woorden, de zorgaanbieders worden verantwoordelijk voor het leveren van ‘goede zorg’ in de meest brede zin van het woord.

Wind van de NPCF vindt het heel belangrijk dat er één wet komt waarin alle rechten van patiënten geregeld zijn voor de zorg in de volle breedte, om zo de samenhang in de zorg te verbeteren, hiaten op te vullen en de positie van cliënten te versterken. “Verder is het zo dat de meeste wetten die worden vervangen – zoals de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen, de Wet klachtrecht cliënten zorgsector, de Kwaliteitswet zorginstellingen – dateren uit de jaren negentig. Sindsdien hebben in de zorg enorme veranderingen plaatsgevonden. Er zijn nieuwe zorgvormen gekomen, ketenzorg heeft een vlucht genomen en wordt door multidisciplinaire teams geleverd. En er is veel meer marktwerking gekomen en daarmee mee keuzevrijheid: ‘patiënt centraal’ is nu het motto. Maar dat vraagt wel om modernisering van de wetgeving. Neem de tarieven van de tandarts die recent zijn vrijgegeven. Dat werkt alleen als tandartsen verplicht worden duidelijk te maken welke tarieven zij hanteren en wat zij voor dat tarief precies doen.” Diederik van Meersbergen van de KNMG is het met de patiëntenorganisaties eens dat het wetsvoorstel voorziet in verbeteringen. “Zo is het goed dat de Wcz de individuele patiëntenrechten expliciet van toepassing verklaart op de care sector, het interne toezicht beter regelt en de professionele autonomie van de zorgverleners wettelijk verankert. Daar was geen allesomvattende nieuwe wet voor nodig. Er had ook kunnen worden volstaan met aanpassing en eventueel uitbreiding van de bestaande wetgeving.

Wat is er in de Wcz volgens de artsen­ organisaties nog onvoldoende geregeld?

Wat is er nieuw aan de Wet cliëntenrechten zorg (Wcz)? •  Het is de bedoeling dat de Wcz cliënten de volgende afdwingbare rechten gaat geven: •  Recht op goede zorg •  Recht op keuze-informatie •  Recht op informatie, overleg, toestemming, inzage, dossiervorming en bescherming van de persoonlijke levenssfeer (afdwingbaar door Wcz, maar de fact verandert er niets) •  Recht op een effectieve, laagdrempelige klachten- en geschillen­ regeling (zorgaanbieders moeten bijvoorbeeld verplicht een klachtenbemiddelaar hebben) •  Recht op medezeggenschap. Deze cliëntenrechten vertalen zich in verplichtingen voor de zorgaanbieders om goede zorg, keuze-informatie, etcetera te leveren. Het is de bedoeling dat de Inspectie Gezondheidszorg hierop gaat toezien.

Het grote nadeel van het samenvoegen van verschillende wetten in één allesomvattende Wcz is de onoverzichtelijkheid. Van Meersbergen: “Bestaande wetten hebben hun waarde bewezen. Nu wordt er deels via knip en plak, deels via taalkundige wijzigingen, deels via andere wetsyste­ matiek zaken samengebracht waarvan het geheel minder duidelijk is.” De KNMG – die in dit dossier in goede onderlinge afstemming de belangen behartigt van alle artsenorganisaties, waaronder de LHV – verwacht dat het voor cliënten en patiënten daardoor juist moeilijker wordt de wet te doorgronden en hun recht te doen gelden. Ook ontstaan er definitiekwesties. “Zo is vaak niet duidelijk of er nu gedoeld wordt op ‘de zorgaanbieder’ of ‘de zorgverlener’. Een zorgaanbieder kan een ziekenhuis zijn, maar ook een zelfstandig werkende huisarts. En op beide komen dezelfde verplichtingen te rusten. Voor de patiënt is dat heel ingewikkeld. Bijvoorbeeld bij ‘vernietiging van het dossier’ is niet altijd duidelijk of de patiënt rechten heeft ten opzichte van het bestuur van een instelling óf van een individuele arts”, aldus Van Meersbergen. “Natuurlijk zijn ook wij voor het uitgangspunt van de wet om de positie van de cliënt te versterken. Maar ze hebben ons nog niet kunnen uitleggen waarom dat per se in één grote wet moet die ook nog eens onduidelijkheid oproept.”

•  De verantwoordelijkheidsverdeling bij ketenzorg •  Adequate bescherming van de patiënten tegen vormen van alternatieve hulpverlening •  Een waterdichte regeling voor veilig incidentmelden (naast recht van de cliënt op informatie over incidenten) •  De plicht om een onafhankelijke klachtencommissie te hebben •  De vermenging van het klachtrecht met schadevergoedingsprocedures •  Het recht op beschikbaarheid en bereikbaarheid van zorg •  Het blokkeringsrecht van de patiënt bij bepaalde keuringen.

LHV | De Dokter Januari / Februari 2012

29


Vervolg Eén allesomvattende wet, of liever niet?

Oók LHV

Aangenamer werken

Wilna Wind (NPCF): “Het is een cliëntenwet, de rechtspositie van de cliënt wordt versterkt. Dus wij zijn voor, de zorgaanbieders zijn tegen.”

Tekst Els van Thiel Fotografie Casper Rila

Huisartsen Als het huidige wetsvoorstel wordt omgezet in een wet, is één van de belangrijkste consequenties voor huisartsen dat ze meer keuze-informatie moeten gaan verstrekken, overigens een verplichting die gaat gelden voor alle zorgaanbieders. Van Meersbergen: “Het gaat om informatie die de cliënt in staat stelt een keuze tussen zorgverleners te kunnen maken. Bijvoorbeeld informatie over tarieven, wachttijden, over kwaliteit of beoordelingen door patiënten.” Welke consequenties invoering van de Wcz verder heeft is – net als nu – medeafhankelijk van de manier waarop de praktijk is ingericht, aldus Van Meersbergen. De Wcz maakt onderscheid tussen een solist, een praktijk met minder dan tien zorgverleners en grote praktijken. In de toekomst moeten solisten niet alleen werken aan kwaliteitsverbetering, maar net als de grote praktijken ook rapporteren over de wijze waarop ze hieraan werken in een kwaliteitsverslag. “De Wcz lijkt geschreven met het beeld van ziekenhuizen en grote samenwerkingspraktijken voor ogen”, aldus Van Meersbergen. “Dat betekent dat de administratieve lastendruk voor solisten gaat stijgen. Ze moeten een kwaliteitsjaarverslag maken, verklaringen omtrent gedrag aanleveren van alle personeelsleden, ze krijgen meldplicht van incidenten en moeten zorgen voor keuze-informatie.” Wilna Wind van de NPCF erkent dat de administratieve lastendruk voor éénpitters omhoog gaat. “Maar het is absoluut niet zo dat het ondoenlijk is”, oordeelt ze. “Het klopt ook niet dat de Wcz vooral is toegesneden op de grote zorgaanbieders. De cliënt is het vertrekpunt. En het zou toch gek zijn dat een cliënt minder rechten zou hebben als hij met een solist te maken heeft.” “Op zich ben ik het daarmee eens”, zegt Van Meersbergen. “Maar huisartsen moeten hun tijd besteden aan patiëntenzorg, niet aan nodeloze administratie.”

Mobiliseren Dat de Wcz een ingewikkelde wet is, daarover zijn Wind en Van Meersbergen het eens. Zowel de NPCF als de KNMG hebben al hun juristen moeten mobiliseren om het wetsvoorstel goed te doorgronden. Van Meersbergen: “Omdat men nieuwe dingen zoals het recht op keuzeinformatie heeft willen samenbrengen met bestaande wetten is er een hybride geheel ontstaan met een mix van collectieve en individuele rechten waarin bestuursrecht en privaatrecht door elkaar lopen.” 30

LHV | De Dokter Januari / Februari 2012

De NPCF vindt mét de artsenorganisaties dat de verantwoordelijkheid bij ketenzorg in het huidige wetsvoorstel onvoldoende is uitgekristalliseerd. Juist in de keten kan het misgaan in de informatieoverdracht. Maar voor de patiënt is het dan onduidelijk wie zij dan moeten aanspreken. De NPCF zou daarom graag zien dat het element ketenzorg uit een eerdere versie van het wetsvoorstel, waarin dit beter geregeld was, wordt teruggeplaatst. De patiëntenorganisaties pleiten er verder voor dat het recht op informatie en afstemming ook behelst dat een cliënt bij een bepaalde behandeling weet wie hij waarop moet aanspreken. Wind: “Het moet gewoon geregeld zijn.”

Ingangsdatum Het is lange tijd de bedoeling geweest dat het wetsvoorstel op 1 juli 2012 in werking zou treden. Maar Van Meersbergen weet vrij zeker dat die ingangsdatum niet gehaald gaat worden. “We zijn al in februari. Juist vanwege de complexiteit van het wetsvoorstel verwacht ik nog veel kritische vragen uit de Tweede Kamer. En mogelijk volgen er nog forse aanpassingen. Zo was het aanvankelijk de bedoeling dat ook de Wet geneeskundige behandelingsovereenkomst in de Wcz zou opgaan, maar in de nieuwste versie blijft de Wgbo gewoon bestaan naast de nieuwe wet”, aldus Van Meersbergen. “Het is voor huisartsen dan ook nog te vroeg om zich al voor te bereiden op de komst van de nieuwe wet, juist omdat we niet weten hoe die er uit­eindelijk uit gaat zien.”

B

ouwen is misschien niet het eerste waaraan een huisarts in deze tijd van bezuinigingen denkt. Marjolein van Dijl van de Bouwadviesgroep LHV werpt een licht op de voordelen om dat toch vooral wel te blijven doen. Onlangs was ze betrokken bij de bouw van een apotheekhoudende solopraktijk in het Friese Ureterp.

Wat is er volgens de patiëntenorganisa­ ties goed aan de Wcz?­ •  Cliëntenrechten worden met deze wet geregeld voor de hele zorg: cure én care; het recht op informatie en toestemming, dossiervorming en privacy gelden ook in de langdurige zorg •  Een expliciet recht op keuze-informatie dat zich vertaalt in een verplichting voor de zorgaanbieder deze aan te bieden •  Recht op informatie over incidenten •  Een specifiek recht tot inzage voor nabestaanden •  Recht op laagdrempelige opvang en onafhankelijke klachtenondersteuning en eventueel een stap naar een onafhankelijke geschillencommissie •  Meer invloed voor cliëntenraden.

Toen naast het woonhuis van Jan Peter Heinstra in Ureterp een kleine woning vrijkwam, vroeg de apotheekhoudende huisarts zich af of dit pand onderdak zou kunnen bieden aan zijn praktijk. Hij ging te rade bij de Bouwadviesgroep LHV. Marjolein van Dijl, (interieur)architect en vaste architectadviseur, stelde een adviesplattegrond op en onderzocht of het bijbehorende terrein bebouwd kon worden en hoeveel vierkante meters er nodig zouden zijn. Toen de gemeente toestemming gaf, stond niets de plannen meer in de weg. Het klikte zo goed dat Heinstra aan architect Van Dijl vroeg om het project verder uit te voeren. “Ik heb gezocht naar een oplossing die past binnen de landelijke structuur van Ureterp met voornamelijk vrijstaande huizen. Door op een mooie manier een nieuw gedeelte achter het huis te bouwen, blijft de praktijk in harmonie met de omgeving”, legt Van Dijl uit. “De praktijkruimte moest op een logische manier doorlopen in het apotheekgedeelte.” Door een aparte dienstingang worden de verschillende ‘verkeersstromen’ gescheiden en heeft de patiënt geen last van bijvoorbeeld leveranciers.

Investering loont

Kort

Wilt u meer weten over het bouwproces van de apotheekhoudende huisartsenpraktijk in Ureterp? Op de website van de LHV vertelt huisarts Jan Peter Heinstra over zijn ervaringen. Ook vindt u daar informatie over de Bouwadviesgroep LHV en over de richtlijnen van de LHV: www.lhv.nl/bouwpublicaties.

De bezuinigingen op de huisartsenzorg gaan niet voorbij aan de Bouwadvies­ groep LHV. “Bouwen vergt een investering”, beaamt Van Dijl. “Maar als het leidt tot efficiënter en aangenamer werken, kan het de moeite lonen.” Solopraktijken bijvoorbeeld, zijn vaak klein behuisd met alle problemen van dien. Een samengaan met collega’s kan bezuinigingen opleveren doordat ruimten en assistentie gedeeld kunnen worden. Een goed ingedeelde praktijk werkt ook prettiger. In Ureterp heeft Van Dijl zich ingespannen om zo energiezuinig mogelijk te bouwen. “De nieuwbouw is zo ontworpen dat er veel met daglicht kan worden gewerkt. Er zijn warmtepompen geïnstalleerd en de isolatie heeft veel aandacht gekregen. Dat zijn investeringen waarvan je al vrij snel resultaten terugziet.” LHV | De Dokter Januari / Februari 2012

31


De Tweede Kamer over huisartsenzorg

Omdat de huisartsen niet weten of ze gas moeten geven of afremmen. Als ze zorg van de tweede lijn overnemen, worden ze ervoor gekort. “Het moeilijke is dat we nu in een transitiefase zitten. We willen zorg van de tweede naar de eerste lijn ver­ schuiven, maar daarvoor moeten we ook de budgetten voor ziekenhuizen en huisartsen ontschotten, zodat we met het geld kunnen schuiven. Daar wil de minister afspraken over maken. De hele Kamer wil het. Waarom lukt het niet om daar met de huisartsen meerjarenafspraken over te maken?”

Anne Mulder (VVD)

‘Kortingen achteraf zijn gewoon lomp’ Tekst Corien Lambregtse Fotografie FMAX/Hans Stakelbeek

H

et kabinet-Rutte wil de eerstelijnszorg versterken en de basiszorg dichter bij huis brengen. Wat betekent dat voor de huisarts? De Dokter laat de zorgwoordvoerders in de Tweede Kamer aan het woord. Aflevering 6: Anne Mulder (VVD).

logopedisten, academische en andere ziekenhuizen, medisch specialisten en óók de huisartsen. Er zit in de begroting ruimte voor groei van de zorguitgaven, maar we moeten zorgen dat die groei beheersbaar blijft. Daaraan kunnen juist de huisartsen een grote bijdrage leveren.”

Het is de dag van het kort geding van de LHV tegen de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Uitspraak nog onbekend. Het liefst zou Anne Mulder de hele rechtszaak al achter zich laten. “We moeten door, we staan met z’n allen aan de lat om de solidariteit van het zorgstelsel in stand te houden.”

Dat vinden de huisartsen ook, maar zij worden gestraft omdat ze zorg van de tweede lijn overnemen. “Niemand vindt bezuinigen leuk, ziekenhuizen niet en huisartsen ook niet. Die kortingen achteraf zijn heel lomp. Ik kan er niets mooiers van maken. Maar op dit moment is er geen beter instrument. Daarom zeg ik: ga met de minister om tafel zitten en maak meerjarenafspraken zodat die kortingen in de komende jaren worden voorkomen.”

Een rechtszaak is het laatste middel. Waar is het mis gegaan? “Waar het echt begint, is bij de stijgende zorguitgaven. Deze kabinetsperiode mogen de zorguitgaven van 60 naar 75 miljard groeien, maar het probleem is dat we daar nog weer overheen gaan. De kosten stijgen harder dan het nationaal inkomen. Er kan steeds meer, er komen steeds nieuwe medicijnen en apparaten, we worden steeds ouder en we vinden ook dat we recht hebben op de beschikbare zorg. Daardoor exploderen de zorgkosten. Dat is een enorme bedreiging voor de solidariteit van ons stelsel.” “Vorig voorjaar bleek de begroting met bijna 2 miljard euro overschreden. Dat kúnnen we niet zomaar laten gebeuren. Iedereen moet daaraan meebetalen: burgers, diëtisten, 32

LHV | De Dokter Januari / Februari 2012

Er dreigt al weer een nieuwe, zelfs hogere korting over 2011. Die moet eerst van tafel. “Dat kan de minister nooit van tevoren garanderen. Ik begrijp niet goed dat iemand als Steven van Eijck, die als oud-staatssecretaris van Financiën weet hoe de rijksfinanciën werken, zo’n garantie van de minister vraagt. Zij wil heel graag meerjarenafspraken maken, maar ze kan onmogelijk garanderen dat overschrijdingen niet worden teruggehaald. Van Eijck weet dat als geen ander. Waarom vraagt hij het?”

‘Ik signaleer dat de dienstverlening van de huisarts een beetje onder druk komt te staan’

De verhouding tussen minister en huisartsen is gespannen. “Ik heb de indruk dat de zaak wordt opgeklopt. Er werd bijvoorbeeld gesuggereerd dat de minister de inschrijving op naam bij huisartsenpraktijken wil afschaffen, terwijl daar absoluut geen sprake van is. Het conflict wordt uitvergroot. Waarom?” Neemt u het de huisartsen kwalijk dat ze naar de rechter zijn gegaan? “Iedereen heeft het recht om naar de rechter te gaan. Maar er ligt een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid om de uitgaven beheersbaar te maken, willen we de toegankelijkheid van de zorg blijven garanderen. De huisartsen hebben daar een heel belangrijke rol in. Alles wat zij in de eerste lijn weten op te lossen, is veel goedkoper dan ziekenhuiszorg.” Waarom maakt u zich zoveel zorgen over de stijgende zorgkosten? “Het is een tikkende tijdbom. Zo’n 10 procent van het nationaal inkomen gaat nu naar de zorg: 63 miljard per jaar; het is de grootste post op de rijksbegroting. Bij ongewijzigd beleid wordt dat in 2030 het dubbele. Het probleem is dat mensen geen idee hebben hoeveel de zorg kost. Ze betalen een nominale premie van z’n 100 euro per maand, en realiseren zich niet dat ze ook premie betalen voor de AWBZ en dat ook een deel van hun belastinggeld naar de zorg gaat. Gemiddeld betaalt een volwassene nu al bijna 5.000 euro per jaar aan zorg.” U wilt dat mensen de rekeningen van ziekte­ kosten te zien krijgen. Gaat het zorggebruik dan omlaag? “Niemand heeft een idee hoeveel een operatie of een bezoek aan een medisch specialist kost. Als mensen weten hoeveel zorg kost, begrijpen ze ook beter waarom er de komende jaren pijnlijke maatregelen nodig zijn. We ontkomen er niet aan dat de premies omhoog gaan en dat we eigen bijdragen moeten invoeren. Wat het nut daarvan is? Mensen gaan dan inderdaad minder snel naar een arts, degene die van de zorg profiteert betaalt daar ook iets meer voor, én mensen worden zich meer bewust van de kosten.” LHV | De Dokter Januari / Februari 2012

33


Zo kan het ook

Vervolg De Tweede Kamer over huisartsenzorg

Reisgeneeskundige huisartsen gaan voor inhoud Die eigen bijdrage treft de kwetsbare groepen het ergst. “De drempel moet laag genoeg zijn om te zorgen dat mensen naar de dokter gaan als het nodig is, maar hij moet hoog genoeg zijn om onnodig bezoek te voorkomen.” Zou de huisartsenzorg juist niet drempelloos moeten zijn? “Kijk naar de stijging van de zorgkosten, dan weet je dat die eigen bijdrage onvermijdelijk is. Het gáát gebeuren. Het is mijn taak als volksvertegenwoordiger om de bevolking daar op voor te bereiden.” Lukt dat? “De bereidheid om een eigen bijdrage te betalen, begint te groeien. Toch zijn er nog heel veel mensen die geen hogere premie willen betalen, en ook niet willen dat er op zorg wordt bezuinigd. Maar het is óf het een, óf het ander. Politici die dat ontkennen, steken als struisvogels hun kop in het zand.” Waarom bezuinigt de VVD op preventieve programma’s als stoppen met roken? “Iemand die stopt met roken, profiteert op twee manieren: hij leeft vele jaren langer en hij hoeft geen sigaretten meer te kopen. Dus betaal die ‘stoppen met roken’-cursus vooral zelf. Gedragsverandering is geen taak van de overheid. Mensen zijn verantwoordelijk voor hun eigen gedrag.” Maar preventie kan toch kosten besparen? “Er zijn mensen die zeggen dat we de stijging van de zorgkosten gemakkelijk kunnen oplossen door te investeren in preventie, omdat we daardoor ziektekosten voorkomen. Maar dat argument klopt niet. Iedereen gaat dood, de meeste zorgkosten zitten in de laatste levensjaren. Ook mensen die gezond zijn, kunnen een aandoening krijgen die veel geld kost. Gezonde mensen leven langer en kosten zelfs meer dan mensen die ongezond leven. Preventie levert gezondheidswinst op, maar helpt niet om de zorgkosten te verlagen. – Minister Schippers trekt overigens deze kabinetsperiode veel geld extra uit voor een bevolkings­ onderzoek naar darmkanker.” Gezondheid wordt mede bepaald door achtergrond. Mensen met een lage sociaal­ economisch status leven korter dan mensen met een hogere status. “In Nederland doen we het op dat punt heel goed in vergelijking met andere geïndustrialiseerde landen. De verschillen in levensverwachting gekoppeld aan sociaaleconomische status zijn hier het laagst. Maar als we dat relatief kleine verschil toch willen aanpakken, kunnen we dat het beste doen door schooluitval tegen te gaan en mensen aan werk te helpen. Mensen die werken, hebben lagere ziektekosten: ze leven gezonder, voelen zich gezonder en krijgen bijvoorbeeld minder snel alzheimer. Daarom moeten we mensen stimuleren om aan het werk te gaan.” 34

LHV | De Dokter Januari / Februari 2012

Anne Mulder (1969, Hoogeveen) Sinds 2010 Kamerlid voor de VVD. Van 2002 tot 2010 was hij lid van de Haagse gemeenteraad. Dat combineerde hij van 2005 tot 2010 met een baan als consultant public affairs. Daarvoor was hij onder meer ambtenaar bij Financiën, Binnenlandse Zaken en medewerker van de VVD-Tweede Kamerfractie. Mulder diende als blauwhelm bij de VN-vredesmacht in Srebrenica.

‘Reisprik zorgt voor alle randactiviteiten’

Wat kunnen huisartsen deze kabinetsperiode van de VVD verwachten? “De huisartsen en de VVD moeten er samen voor zorgen dat we ons gezondheidsstelsel in stand houden. Daar staan we met z’n allen voor aan de lat. Het gaat om de solidariteit van ons stelsel. We zitten nu in een transitieperiode met rafelige randen, maar daar moeten we zo snel mogelijk doorheen.” Wat verwacht u van de huisartsen? “Ik zou willen dat zij meer inspelen op de behoefte van mensen om ’s avonds of in het weekend naar de huisarts te gaan. Daarom ben ik ook voor differentiatie in inschrijftarieven. Een huisarts die vaker open is, moet daarvoor worden beloond. Huisartsen werken steeds vaker parttime en praktijken zijn in het weekend gesloten. Daardoor wordt de band tussen arts en patiënt losser. Ik signaleer dat de dienstverlening van de huisarts een beetje onder druk komt te staan. Als beroepsgroep zou ik me daar zorgen over maken.” Wilt u terug naar de huisarts van vroeger, die fulltime werkte en altijd bereikbaar was? “Dat zeg ik niet, ik signaleer een trend. Ik heb het idee dat het gezag van de huisarts afneemt. Nu de burger steeds mondiger wordt en mensen een steeds groter beroep doen op de zorg, hebben we artsen nodig die met een zeker gezag ‘nee’ kunnen zeggen. Want zij moeten de kosten beheersbaar houden.” U bent sinds 2010 kamerlid. Bent u trots op iets wat u heeft bereikt? “Mijn opdracht is: mensen bewust maken van het feit dat de kosten in de zorg gaan exploderen. Ik wil zorgen dat dit op de agenda komt. Dat lukt al voor een deel. Deze portefeuille is de mooiste die er is. Gezondheid is een van de belangrijkste dingen voor ieder mens, zorg is de grootste collectieve uitgave die er is, en het onderwerp vraagt dat we nadenken over marktordening. Het omvat alles.”

Tekst Renée Jansen Fotografie Erik Kottier

M

ensen kunnen voor reizigersadvisering en vaccinatie het beste naar de daarvoor geregistreerde huisarts gaan, vindt Eelco Vos. “Huisartsen hebben nu eenmaal meer aandacht voor de reiziger als persoon.” Om de individuele reisgeneeskundig huisarts meer verenigde daadkracht te geven - in een wat hij noemt ‘vechtersmarkt’- richtte hij Reisprik B.V. op. Eelco Vos sprak regelmatig huisartsen die merkten dat hun patiënten zich in plaats van tot de eigen huisarts met een registratie voor reizigersadvisering en vaccinatie tot een GGD of arbodienst wenden als zij voor een verre reis inentingen nodig hadden. “Het bleek dat de vergoeding- en verwijsstructuur van zorgverzekeraars een belangrijke stimulans was voor de keuze van adviseur en vaccinatieverstrekker. Ga je bijvoorbeeld als Achmea-verzekerde naar een preferente aanbieder, dan wordt je nota 100 procent vergoed. De huisarts kan weliswaar een (M&I) vergoeding declareren voor een reisadvies en -vaccinatie aan een Achmea-verzekerde. Maar de klant zal, zeker als deze nog vaccins bij de apotheek moet afrekenen, kiezen voor het veel goedkopere alternatief van de preferente aanbieder.”

In mei 2009 richtte Vos Reisprik op. “Daar waar je als indivi­duele praktijk geen tegenwicht kunt bieden tegen andere marktpartijen, kan dat als onderdeel van een landelijk werkende organisatie wel. Verenigd in een landelijk netwerk bieden aangesloten huisartsenpraktijken kwalitatief goede reizigersadvisering en vaccinatie tegen een scherpe, concurrerende prijs voor zowel eigen patiënten als overige klanten. De deelnemende huisarts richt zich puur op de inhoudelijke kant. Reisprik zorgt voor alle randactiviteiten zoals administratie, marketing, organisatie van bijscholing, website, afspraken met touroperators en verzekeraars, inkoop van de vaccins, innovatie, enzovoort.” De reizigers profiteren ook van deze constructie, aldus Vos. Hij somt op: “Prijstechnisch zijn we heel scherp; ‘onze’ huisartsen hebben meer aandacht voor de reiziger en zijn algehele gezondheid dan de andere aanbieders; een klant kan snel terecht via afspraakmogelijkheid op de website of telefonisch; de aanbieder is dichtbij.” Vanaf het aan­komende hoogseizoen telt Reisprik zeventig aangesloten huisartsenpraktijken. Vos verwacht dat dit aantal nog zal verdubbelen. “Het is ons streven met Reisprik reisgeneeskundige huisartsen te helpen hun aantal ‘reisvaccinatieklanten’ weer op een winstgevend peil te brengen.” Meer informatie is te vinden op www.reisprik.nl.

LHV | De Dokter Januari / Februari 2012

35


Leren van over de grens

Huisartsenzorg in Finland

Ooit rolmo del, nu ‘een zooitje’ Tekst Els Wiegant Fotografie De Beeldredaktie/Rami Marjamali, Hollandse Hoogte

O

oit werd de Finse gezondheidszorg als rolmodel gezien, maar nu is het ‘een zooitje’, vindt Raimo Puustinen. Hij werkt als huisarts in een kliniek voor occupational health care in Tampere. “Eigenlijk hebben we twee zorgstelsels: één voor het werkende deel van de bevolking en één voor kinderen, werklozen en gepensioneerden.” Raimo Puustinen (57) is huisarts sinds 1984. De afgelopen tien jaar werkt hij in Tampere, met 200.000 inwoners de op twee na grootste stad in het dunbevolkte Finland (5 miljoen inwoners). Daarvoor was hij dertien jaar huisarts in een gezondheidscentrum in een dorp met 9.000 inwoners, vlakbij de Russische grens. Het centrum bood een breed zorgpakket, voor de eigen burgers en die van omliggende gemeenten. Het is vooral om die reden, legt Puustinen uit, dat de beroepsopleiding voor huisartsen – net als alle voor andere specialismen – in Finland zes jaar duurt. “Vanwege de lange afstanden moet je in staat zijn zeer uiteenlopende gezondheidsproblemen adequaat te kunnen be­­­­handelen. Het dichtstbijzijnde ziekenhuis kan driehonderd kilometer verderop liggen en door een sneeuwstorm onbereikbaar zijn. Daarom behoren Finse huisartsen tot de best getrainde in Europa.” Onder specialisten genieten huisartsen respect, zegt Puustinen. “Alle artsen zijn verplicht om tijdens de basisopleiding zes tot negen maanden in een eerstelijnskliniek te werken, tijdens de specialisatie nog een paar weken. Specialisten weten dus hoe hard wij werken en wat wij kunnen, en onze onderlinge relatie is goed.”

Huisartsentekort Feiten en cijfers Finse huisartsen Poortwachter: ja Gemiddeld aantal patiënten (2006): 1.384 (Nederland: 2.350) Consultduur: 20 minuten (Nederland: 10) Gemiddeld inkomen (2005): 65.801 ppp US $

Huisarts voor het leven Finse huisartsen kennen geen herregistratiesysteem; huisarts ben je – tenzij je de beroepscodes overtreedt – voor het leven. Raimo Puustinen: “Eén keer in de zoveel tijd laait de discussie over verplichte nascholing wel weer op, maar het komt er niet van. Wij zien onszelf als gedisciplineerde, hardwerkende dokters, die vrijwillig onze kennis bijhouden. We denken zo’n systeem niet nodig te hebben.”

36

LHV | De Dokter Januari / Februari 2012

Net als in Noorwegen kampt ook het Finse platteland met een schrijnend huisartsentekort. In de kliniek waar Puustinen werkte, was budget voor zes huisartsen, maar er waren er slechts vier. “Ook toen al was het moeilijk om artsen te krijgen. Dat probleem is alleen maar groter geworden. Huisartsen willen niet meer zoveel uren maken als wij toen. Daarnaast is 60 tot 70 procent van de afgestudeerden een vrouw. De meeste vrouwen hebben een echt­genoot met een universitaire graad. Zelfs als de vrouw bereid is naar het platteland te gaan, wil de man niet omdat er geen werk voor hem is.” Toen Puustinens vier kinderen het ouderlijk huis verlieten en naar Tampere en omstreken uitwaaierden, kozen ook hij en zijn vrouw voor een terugkeer naar de stad. “Tot verdriet van mijn patiënten inderdaad. Ik kende iedereen en zij kenden mij. Na mijn vertrek is het centrum ter ziele gegaan. Ik heb er jarenlang bij de gemeente op aangedrongen om problemen op te lossen, te investeren, maar de lokale politiek wilde niet luisteren. Na mij zijn ook de collega’s weggegaan en nu ziet de gemeente zich genoodzaakt om bij private ondernemingen bezoekende artsen in te huren en is ze veel méér

geld kwijt. Deze artsen blijven vaak maar kort en voor de continuïteit van de zorg – extra belangrijk op het platteland, met veel oude mensen en chronisch zieken – is dat heel slecht.”

Ambtenaar Bij de gemeenten ligt een belangrijke oorzaak voor de huidige problematiek, legt Puustinen uit. De basis van Finlands zorgstelsel werd in 1972 gelegd. Toen vaardigde de regering een wet uit die gemeenten verplicht om de bevolking toegankelijke en brede zorg te bieden. Er werden moderne centra uit de grond gestampt, met alle zorgdiensten onder één dak. Artsen en verpleegkundigen zijn in dienst van de gemeente en dus ambtenaar. Het aantal studies medicijnen werd van drie naar vijf uitgebreid en de nieuwe opleidingen richtten zich speciaal op eerstelijnszorg. Ook de training van verpleegkundigen werd naar een hoger niveau getild. Zorgdiensten waren gratis, patiënten betaalden alleen bij doktersbezoek een vast bedrag. Aan het eind van de jaren zeventig riep de World Health Organisation (WHO) Finland dan ook uit tot voorbeeld van goede publieke gezondheidszorg. “In die tijd hadden we 400, inmiddels 250 gemeenten. Ze zijn onafhankelijk en moeten hun budget over allerlei zaken verdelen. Gezondheidszorg is vaak geen topprioriteit en sommige gemeenten hebben überhaupt geen geld om kwalitatief goede zorg te bieden.”

Wachttijden De publieke zorgsector kampt op dit moment met indrukwekkende wachttijden. Twee maanden voor een bezoek aan de huisarts – tenzij je in een levensbedreigende situatie verkeert – is eerder regel dan uitzondering, vertelt Puustinen. Gevolg is dat mensen in de stedelijke gebieden hun toevlucht nemen tot private gezondheidscentra.

“Daar kunnen ze dezelfde dag terecht. Voor veertig in plaats van dertien euro.” Naast de wet die de gemeenten verplichtingen op zorggebied oplegt, kent Finland ook een wet die bedrijven verplicht occupational health care voor hun werknemers te verzorgen. De meeste werkgevers kiezen ervoor hun personeel niet alleen arbeidsgerelateerde zorg, maar ook andere vormen van zorg te bieden. Dan worden werk­nemers sneller geholpen en kunnen ze eerder weer aan het werk. Bedrijven betalen voor die zorg slechts de helft van de kosten, want de overheid betaalt de andere helft. “Het is bovendien aftrekbaar van de belasting dus voor bedrijven zijn het welbestede uitgaven. En politici denken: ‘Wij betalen maar 50 procent van de kosten, dus laat bedrijven de zorg maar regelen.’ Eigenlijk heeft Finland de laatste twintig jaar geen beleid meer op het gebied van gezondheidszorg. We dobberen maar wat.” Het ergste daarvan, vindt Puustinen, is dat dit tot een tweedeling in de maatschappij heeft geleid. “Als je werkt, kun je gebruik maken van goede, gratis zorg zonder wachttijd. Als je werkloos, gepensioneerd of onder de achttien bent, moet je wachten én betalen. Het grootste deel van de Finse bevolking ontvangt zorg via het private systeem, terwijl eigenlijk de publieke zorg daarvoor bedoeld was. Ik zie daar in de nabije toekomst helaas ook geen oplossing voor. Je zou het hele systeem moeten veranderen en dat kost járen.” Puustinen werkt sinds een klein jaar weer in de private sector. Die betaalt beter, biedt flexibeler werktijden en kent veel minder bureaucratie. “Ik heb mijn steentje bijgedragen. Nu heb ik tijd nodig om te reizen en te schrijven. Daarom deze baan. Ik ben bezig met een boek over zorgsystemen in andere Europese landen. Ik hoop er iets te vinden dat ons kan helpen om de problemen op te lossen.”

LHV | De Dokter Januari / Februari 2012

37


Column

Emselex is ongeëvenaard 1,2 M3-selectief ®

Kapsones De man liep zonder te groeten de praktijk uit

“Good morning doctor.” Een voor mij onbekende patiënt kwam opgewekt de spreekkamer binnen. Hij was perfect gekleed, zo te zien dure merkkleding en een wolk van aftershave om zich heen. Mijnheer vertelde dat hij uit Sierra Leone kwam. Interessant dacht ik nog. “What can I do for you?”. Zo’n dertig procent van mijn consulten verloopt in het Engels. “My hair”. Ik keek naar het fraaie afrokapsel van de man en vroeg wat hij bedoelde. Hij had last van haaruitval vertelde hij en nu had hij bedacht dat hij verwezen wilde worden voor haartransplantatie. Waarschijnlijk was de verbazing op mijn gezicht te zien, want hij begon omstandig uit te leggen dat hij meende daar recht op te hebben. Omdat ik niet onmiddellijk positief reageerde vertelde hij over voldoende geld te beschikken. “Governement of Sierra Leone.” Ik kreeg er een heel onplezierig gevoel bij. Was deze man er met de staatskas vandoor? Ik maakte hem gedecideerd duidelijk dat ik geen indicatie zag voor haar­transplantatie. De man stond boos op en liep zonder verder te groeten de praktijk uit. De rekening voor dit consult is nooit betaald. Ik moest aan dit voorval denken toen ik te maken kreeg met een jongeman uit Pakistan. Ik kende hem al langer. In het begin had ik nog wel eens een telefonische tolk gebruikt om zijn verhaal beter te begrijpen. Hij was snel ongerust en klaagde over, in mijn ogen, futiele problemen. Ik ging daar wel steeds serieus op in en probeerde hem uit te leggen hoe wij (in Nederland) daar in het algemeen mee omgaan. Dus, bij keelpijn geen antibiotica maar het natuurlijk beloop afwachten, bij slecht slapen geen slaappillen maar ontspanningsoefeningen. Allemaal adviezen waar deze man niet echt blij mee leek te zijn. Laatst kwam hij weer langs. Ik zag onmiddellijk aan zijn houding dat hij zich dit keer niet eenvoudig zou laten afschepen. Hij sprak inmiddels goed Nederlands en eiste een verwijsbrief voor het weghalen van de amandelen. Hij had gehoord dat dat bij slijm in de keel zou helpen. Ik keek in zijn keel en zag nauwelijks waarneembare amandelen. Geen verwijzing. Ik wilde mijn besluit nog motiveren, maar het was niet meer nodig. De man is boos vertrokken. Nee, ik houd niet zo van kapsones.

76,8% afname incontinentie episodes na 12 weken 3 Geen negatief effect op het geheugen 4 Ook geschikt voor patiënten met verhoogd cardiovasculair risico 5,6

110304EMS

Fotografie Casper Rila

Wouter van Kempen Huisarts in Haarlem

38

LHV | De Dokter Januari / Februari 2012

LHV | De Dokter Januari / Februari 2012

39


De afbeelding visualiseert niet de werking van de inhalator 40

LHV | De Dokter Januariâ&#x20AC;&#x2030;/â&#x20AC;&#x2030;Februari 2012

0 811 O N B 11111

Onbrez bij COPD: krachtige start, aanhoudende verlichting

De Dokter 12  

Ledenblad van de Landelijke Huisartsen Vereniging

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you