__MAIN_TEXT__

Page 1

Lokale Liefde Herinneringen van taalcursisten Brabant


Voor de lezer Verhalen in makkelijke taal. Voor de taalcoach Verhalen in makkelijke taal opklimmend van 1F naar 2F.

ISBN/EAN 978-90-78261-15-5

Colofon Lokale Liefde is een uitgave van Stichting Lezen & Schrijven. Deze publicatie is onderdeel van het ondersteuningsprogramma Taal voor het Leven. Dit programma wordt aangeboden door Stichting Lezen & Schrijven en gefinancierd door de Rijksoverheid. Ken je iemand die moeite heeft met lezen en schrijven of ken je iemand die anderen graag wil helpen als taalvrijwilliger? Bel dan naar onderstaand telefoonnummer voor advies.

Februari 2017 Š Stichting Lezen & Schrijven


Lokale Liefde Brabant


2


Woord vooraf Daar waar je geboren bent, ligt je hart. Daar waar je woont, vind je liefde voor het lokale. Dat is een liefde die velen nooit verlaat. Dat geldt ook voor Brabanders, want waar je uiteindelijk ook in de wereld belandt, Brabander ben je en blijf je. Het is het verhaal van je jeugd, van je familie, van je vrienden, van het dorp en de stad en van de liefde die je er vond. Verhalen over Brabant en de mensen. Verhalen die het waard zijn verteld te worden. Juist dat maakt het project ‘Lokale Liefde’ zo belangrijk. Iedereen kan verhalen vertellen. Maar het gesproken woord vervliegt en het papier blijft. Lokale Liefde stelt zich tot doel om mensen te helpen bij het schrijven en het lezen. Want onze samenleving kan niet zonder verhalen en mensen kunnen niet goed meedoen zonder lezen en schrijven. Wim B.H.J. van de Donk Commissaris van de Koning

Lokale Liefde Brabant • 3


4


INHOUD 3

Woord vooraf

Wim B.H.J. van de Donk

7

Tasamina Mina

Karin Giphart, mevrouw S.

11

Sleutel

Henk van Straten, Jan

15 Onder water

Mijke Pol, Daniek

21

Wim

JACE van de Ven, Wim

25 Vleugels

Hanneke van der Werf, Madelief

37 Dromen

Nanneke van Drunen, Theo

41 Gooi het op tafel, Marie-Anna!

Karin Giphart, Marie-Anna

47 Ouder en wijzer

Jose Vriens, Anne

53 Choukar

Pien Storm van Leeuwen, Choukar

57 Notities van de taalvrijwilligers 66 Nawoord

Karin Giphart

Met illustraties van Job van Gelder

Lokale Liefde Brabant • 5


voor mevrouw S. | door Karin Giphart

TSAMINA MINA Het is 2009. We wonen in Heesch, maar dat noemen ze hier His. De juf van de basisschool heeft die ochtend verteld dat we binnenkort carnaval gaan vieren. Zaterdag voor de kinderen, zondag voor iedereen. ‘Wat gaan we doen?’ Ik vraag het aan de moeder naast me op het schoolplein. Haar dochter en één van mijn kinderen zitten in dezelfde klas. ‘Carnaval is een feest bij ons, hier in Brabant. We gaan de straat op. En we dansen,’ zegt de moeder. Yvon, heet ze. Ik houd van dansen. Ik kom uit Kameroen. Daar kennen we de makossa*. Daar kun je heerlijk op dansen. Maar willen ze hier nu echt buiten in de kou gaan dansen? ‘En we verkleden ons.’ ‘Nette kleren aan, bedoel je?’ ‘Nee, we doen juist gekke kleren aan.’ Ik frons. ‘En we verven ons gezicht. Wit, rood, paars, blauw, groen, noem maar op. We doen een gekke hoed op. Sommige mensen doen een gekleurde pruik op . En we versieren wagens, bakfietsen, tractors of rolstoelen. Met ballonnen, met slingers. Je kunt alles doen wat je leuk vindt. Dan lopen we in een optocht door de straten. Door ’t Dorp en de Schoonstraat. De meest bijzondere groep krijgt een prijs.’ ‘En de kinderen moeten zich verkleden?’ ‘Jij ook! Jij ook, hoor. Kom op!’ Ik moet lachen. Ze maakt een grapje, denk ik.

Lokale Liefde Brabant • 7


Yvon kijkt me serieus aan. ‘Ik meen het, hoor! En jullie komen gewoon mee!’ Ik moet denken aan een makossa nummer. Tsamina mina, zingen ze daarin. Dat betekent: kom op! Ik knik, alsof ik het begrijp. Ik begrijp er helemaal niets van. Maar ik doe het voor mijn kinderen, dus het is goed. Tijdens het weekend van carnaval kijk ik verbaasd om me heen. Yvon heeft niet gelogen. Ik draag zelf ook gekke kleren en heb een gek hoedje op. Ik zit zelfs in een vreemde, rijdende doos. Met plaatjes van vrolijke varkentjes. Gelukkig ben ik niet de enige. De kinderen vinden het prachtig. ‘Wat is Krullendonk?’ vraag ik. Dat zie ik overal staan. ‘Daarmee bedoelen we His. ‘Donk’ betekent heuvel bij een rivier. En vroeger was hier een varkenshouderij. Daarom vieren we carnaval met varkentjes. En de staarten van de varkens hebben krullen. Vandaar de naam Krullendonk!’ roept ze. Ze moet het bijna schreeuwen. De fanfare speelt hard. Het is een dweilorkest, hoorde ik iemand zeggen. Weer een raar woord! Zondag zie ik mensen verkleed als bijen. ‘Allenig kunde nie veul, doarum lopen we met z’n bijtjes.’* Ook zie ik allemaal mensen verkleed als Donald Duck. Ze hebben zelfs de geldkluis van Dagobert Duck nagemaakt. Die rijdt mee in de stoet. Mijn kinderen genieten van alles. Ze wijzen de hele tijd op nieuwe, verklede mensen in de optocht. En ik moet de hele tijd lachen. Yvon komt later op me af. Ze geeft me een duwtje. ‘Ik ben keitrots op jou.’

8


Ik weet nog niet precies wat dat betekent. Het klinkt wel lief. ‘En later in het jaar, in juni, gaan we weer de straat op,’ zegt Yvon. ‘Nog een carnaval?’ vraag ik. ‘Nee, de avonddriedaagse. Dan lopen we drie avonden lang. Met de kinderen.’ ‘Drie avonden lopen?’ ‘Ja, en op de laatste dag staat de fanfare op ons te wachten bij de finish. En dan krijgen we bloemen.’ ‘Moeten we dan weer verkleed?’ ‘Nee, joh. Dan gaan we in gewone kleren. Het is niet elke dag carnaval!’ ‘Waka waka,’ zeg ik plotseling. ‘Dat betekent: gewoon doen.’ Yvon lacht. ‘Waka waka, je bent grappig,’ zegt ze. Ik begin me thuis te voelen in Brabant. Je mag hier gewoon lekker gek doen. Met elkaar. Op straat. En lekker veel lopen. In Heesch. In His, zoals wij zeggen. Of in Krullendonk, tijdens carnaval.

Woordenlijst * makossa = een vrolijke dans in het land Kameroen * ‘Allenig kunde nie, veul doarum lopen we met z’n bijtjes.’ = Het is een Brabants woordgrapje. Het betekent: alleen kunnen we het niet, daarom lopen we hier met ons beiden. En ze zijn verkleed als bijen.

Lokale Liefde Brabant • 9


10


voor Jan | door Henk van Straten

SLEUTEL Auto’s en motoren en brommers en tractoren. Zevenenzestig jaar lang. Als Jan maar kan sleutelen. Geef hem iets te sleutelen en hij voelt zich op zijn gemak. Zet hem op een tractor, zoals zijn oom Piet deed, in Heesch. Toen was hij nog maar tien jaar oud. Als puber reed hij tussen Oss en Geffen, grasmaaien en dorsen*. Niks aan het handje. Dat kon hij allemaal. Een grote kerel. Unne Braobander, maar ôk un bietje unne deugniet.* Dat bleek ook op de ITO, het individueel technisch onderwijs. Daar voelde hij zich goed. Want sleutelen. Want met de handen werken. Er was daar een leraar die opschepte over zijn Fiat 500. Jan en een vriend blokkeerden stiekem de wielen en vroegen de leraar om de auto te demonstreren. De Fiat kwam niet vooruit. Oefening baart kunst.* Jan was klaar met school en ging aan de slag als verwarmingsmonteur. Maar ook aan de brommer werd natuurlijk nog gesleuteld. Met vijfennegentig kilometer per uur reed Jan van werk naar huis of naar een kermis in de buurt. De politie kreeg hem af en toe te pakken, en dan mocht hij weer sleutelen. Alles moest er vanaf: uitlaat, carburateur, zuiger, cilinders. Die kreeg hij mee naar huis in een plastic zak. Thuis zette hij alles er weer op. En scheuren maar.

Lokale Liefde Brabant • 11


Eén keer werd Jan achtervolgd door twee politiemotoren. Hij reed tussen twee paaltjes door. De motoren pasten er niet tussen, die waren te breed. Misschien heeft Jan wel naar hen gezwaaid, dat is niet bekend. Meer brommers, meer streken. Jan sloot eens de bougies van zijn brommer aan op de koperen verwarmingsbuizen van een verzorgingshuis. Daar waren juist zijn collega’s mee bezig. Die buizen stonden nu dus onder stroom. Jan kon die mannen een verdieping hoger horen vloeken. Hij werkte als monteur bij Organon, het Radboudziekenhuis, Schiphol, bij mensen thuis. Noem maar op. Sleutelen, sleutelen, en af en toe een rotgeintje. Maar goed, brommers en auto’s en installaties voor de verwarming zijn ook niet alles. Een man heeft ook het soort warmte nodig, dat je van een gloeiende motor niet kunt krijgen. Daarom trouwde hij in 1970 met Truike. Ze trouwden in de kerk, in Rosmalen. Hun huwelijksauto, een Chevrolet, wilde niet starten. Dat is dan wel weer grappig. Eerst werkte hij nog overdag én ’s avonds, maar daar heeft Truike toen een eind aan gemaakt. Zij en hun dochters wilden hem ook wel eens zien. Dus nam hij de avonden vrij. Dan speelde hij spelletjes met hen. Maar ook sleutelde hij in zijn eigen garage aan auto’s. Want om nou een paar uur achter elkaar niet te sleutelen. Dat kan ook de bedoeling niet zijn. De auto’s verkocht hij. Een lekker extra zakcentje. Als je nu bij Jan en Truike thuis komt, dan zie je zijn laatste

12


opknapper staan, een Volkswagenbus uit 1972. En ook zijn Opel Kaptein uit 1962. Daarmee heeft hij meegedaan in Bloed, Zweet & Tranen, de film over het leven van André Hazes. Een beroemde auto dus. En Jan? Die heeft een baard. Als Jan sleutelt is alles eenvoudig. Dan is er geen gedoe. Maar vanwege zijn werk moest hij ook wel eens een formulier invullen. Of hij moest een gedicht voorlezen met Sinterklaas. Dat is heel anders dan sleutelen. Het zweet brak hem uit. Hij lag nachten wakker. Als kind kostte het hem al wat meer moeite om te lezen en te schrijven. Zijn vader moedigde hem niet aan. Integendeel. Jan werd bespot en vermaand*. Liever maar sleutelen en verder niet aan denken. Zes jaar geleden besloot Jan om aan zichzelf te sleutelen. Hij stapte over dat gedeukte zelfvertrouwen heen en ging weer naar school. Sindsdien is hij steeds beter gaan lezen en schrijven. Geen slapeloze nachten meer. Nu kan hij werkelijk alles. Woordenlijst * dorsen = de zaden uit de aren slaan * Unne Braobander, maar ôk un bietje unne deugniet. = Een Brabander, maar ook een beetje een deugniet. * deugniet = stouterd * Oefening baart kunst. = Als je iets veel doet, dan word je er ook goed in. * vermaand = Hij kreeg te horen wat hij niet goed deed.

Lokale Liefde Brabant • 13


14


voor Daniek | door Mijke Pol

ONDER WATER 1. Veel dingen kun je niet zien. Dingen die er wel zijn, maar onzichtbaar. Soms moet je beter kijken. Soms helpt beter kijken niet. Papa zegt dat het niet aan mij ligt. Dat niemand het heeft kunnen zien. Maar ik weet dat niet zeker. Ik denk dat ik niet goed opgelet heb. Zijn ogen zijn een beetje waterig. Hij snuit hard zijn neus. Mama blijft in de keuken. Zij heeft het er moeilijk mee. Dat zegt papa. Ik weet niet wat hij bedoelt. ‘s Avonds in bed vouw ik mijn handen, zoals mijn oma wel eens doet, voordat we gaan eten. Het is donker en toch ben ik bang dat iemand mij kan zien. Snel schuif ik mijn handen onder de dekens. ‘Lieve God, wij geloven niet in U, maar zou U mijn zusje misschien toch beter kunnen maken?’ Voor de zekerheid sla ik een kruisje. Precies zoals oma doet in de Sint Jan*. De volgende ochtend is mijn zusje er niet. Zij is samen met papa en mama naar het ziekenhuis. Oma smeert mijn boterham. Eerst een dikke laag roomboter en daarna heel veel hagelslag. ‘Dat mag wel een keer’, zegt ze. En ze knipoogt. Mijn andere zusje slaapt nog. Oma roept haar niet. ‘Gezellig zo met z’n tweetjes’, zegt oma. Ze lacht niet.

Lokale Liefde Brabant • 15


Naast haar koffie ligt een pakje zakdoekjes. Ik kijk naar haar handen. Zou oma al een gebedje gedaan hebben? Een uur later hoor ik de voordeur open gaan. ‘Blijf jij maar even hier’, zegt oma. Ik kijk naar de televisie. Een kleuter bakt een taart van zand. Ze lacht. Ik wil tegen mijn zusje zeggen, dat alles zomaar anders kan zijn. Dat je sommige dingen niet kunt zien. Dingen die er wel zijn, maar onzichtbaar zijn. Ik zet het geluid uit en hoor hoe oma met papa praat. Ik kan niet verstaan wat ze zeggen. Even later gaat de deur open. Mijn zusje rent naar haar poppenwagen. Ze ziet er niet anders uit. Papa komt breed lachend binnen. Hij lacht anders dan anders. ‘Waar is mama?’ vraag ik. ‘Die is worstenbroodjes kopen’, zegt mijn vader. Dat is gek, want we eten eigenlijk alleen worstenbroodjes in het weekend. Misschien dat het beter is voor mijn zusje om lekker te eten. Oma loopt naar de keuken. Er zit een zakdoekje voor haar gezicht. Op de televisie is het zandtaartje ingestort. De kleuter huilt. 2. ‘Wat is er met jou?’ De badmeester gaat naast me op het bankje zitten. Er liggen grote matten in het water. Mijn beste vriendin springt er lachend van af. Zij hoeft geen zwembandjes meer om. Ik eigenlijk ook niet, maar vandaag durf ik niet in het water te springen. Ook niet met zwembandjes.

16


Want er kan zomaar iets gebeuren, waardoor alles anders is. Onder de mat kan de badmeester je niet zien. En als dingen onzichtbaar zijn, gaat het mis. ‘Daniek, wat is er?’ De badmeester is eigenlijk helemaal niet zo oud. Hij studeert nog. Dat heeft hij de vorige keer verteld. Dit doet hij vrijwillig. Dat betekent dat dit geen echte baan is voor hem. In het Brabantbad werken een hoop vrijwilligers. Anders zou het bad wel kunnen sluiten. Dat heeft de badmeester gezegd. ‘Mijn zusje is ziek.’ ‘Wat heeft ze?’ ‘Het zit in haar hoofd. Het is een tumor.’ Ik zeg het op dezelfde manier als mama doet. Op een ernstige toon, omdat een tumor geen griepje is. ‘Oei.’ De badmeester kijkt me gelukkig niet aan. Ik huil liever als ik alleen ben. ‘Ik ben bang dat het aan mij ligt.’ ‘Hoezo?’ ‘Ik heb het niet gezien.’ ‘Ach, meisje toch.’ De badmeester slaat zijn arm om me heen. Het voelt vreemd en fijn tegelijkertijd. Zijn hand is warm. Ik ril. Eigenlijk zou ik een handdoek moeten pakken. ‘Sommige dingen kun je niet zien. Dat is niet jouw schuld.’ ‘Ik wil haar graag helpen.’ De badmeester knikt. ‘Ik zal eens diep nadenken’, zegt hij. Ik zucht. De badmeester studeert, dus die weet vast een oplossing.

Lokale Liefde Brabant • 17


3. Het water is koud. Dat is goed. Ik moet leren om tegen de kou te kunnen. Mensen verdrinken vaak in koud water. Ik heb oude kleren aan en waterschoenen. Nieuwsgierig kijk ik naar de tribune. Mijn vader zwaait. Ik zwaai terug. Dan gaat er nog een hand omhoog. Het is jaren geleden dat ik hem gezien heb. Maar hij is niet veel veranderd. De badmeester zwaait. Het is de eerste keer dat ik hem in gewone kleren zie. Hij steekt zijn duim omhoog. Er wordt gefloten. Ik duik het bad in en zwem onder de dikke mat door. Voorzichtig doe ik mijn ogen open. Ik heb geleerd dat je onder water kunt kijken. Dat is belangrijk. Er kan zomaar iemand onder de mat liggen. Verderop ligt de zware pop die ik naar de overkant moet brengen. Ik weet wat ik moet denken. De badmeester heeft het me geleerd. Ik ben het nooit vergeten. Ik kan dit. Ik kan mensen redden. Door iets vaak te denken, ga je het geloven. Zodra ik de pop vastpak, denk ik aan mijn zusje. Ze is groter nu. Ze lacht en ze zingt. De tumor is weg, dat heeft de dokter gezegd. Sommige dingen kun je niet zien. Dingen die er wel zijn, maar onzichtbaar zijn. Ik zwem harder. Ik zie hoe de klok tikt en tel de slagen. Ik kan dit. Ik kan mensen redden.

18


Met iedere slag voel ik me beter. Zodra ik de rand aantik, kijk ik naar de badmeester. Hij lacht en ik lach terug. Voor het eerst voelt het alsof ik dingen kan veranderen. Ik kan mensen redden. ‘s Avonds kijk ik naar mijn diploma. En naar de roos die ik van mijn zusje gekregen heb. Sommige dingen kun je niet zien. Aan de rand van het zwembad zie je niet wat er onder de matten gebeurt. Op de bank naast je zusje kun je niet zien, hoe het met haar hersenen gaat. Er kan van alles misgaan. Daarom kijk ik graag onder water. Dan kan ik de dingen wel zien. Ik adem diep in en zet mijn diploma wat rechter. Mijn zusje zal trots op me zijn. Nog even en ik ben dat ook op mezelf.

Woordenlijst * de Sint Jan = de Sint Janskathedraal is een kerk in Den Bosch

Lokale Liefde Brabant • 19


20


voor Wim | door JACE van de Ven

WIM Wim moest altijd werken lezen? schrijven? even geen tijd bakstenen zeulen* op de bouw putjes scheppen, vloeren leggen riool ontstoppen, worsten maken sjouwen in de haven, ketels bikken*, vuil of smerig, zwaar of slopend Wim deed en kon het allemaal dat hĂ­j net zonder werk kwam zitten in godsnaam, hoe nu verder, zonder lezen zonder schrijven: waar kan ik naar school? aap, roos, zeef, muur, voet, neus, lam, onzeker zwoegde Wim met woorden, zat te prakkizeren*, boos op Jan en alleman*, op zichzelf met name, maar hij overwon laat nu die nieuwe baan maar komen, huismeester zou iets zijn, of iets anders mensen gelukkig maken hij heeft een keer de marathon gelopen, als sportman, als haas

Lokale Liefde Brabant • 21


of gewoon genieten, gado gado met satĂŠ van schoonmama, met je vrouw op een terras op de Parade bij de Sint Jan*, of vakantie op Bali handig als hij is en recht door zee -handen die maken, ogen die lezenschrijft Wim met trots de namen die van haar en die van hem: samen

Woordenlijst * zeulen = sjouwen * bikken = met moeite ervan af schrapen of hakken * prakkizeren = piekeren, je zorgen maken * Jan en alleman = alles en iedereen * de Sint Jan = de Sint Janskathedraal is een kerk in Den Bosch

22


Lokale Liefde Brabant • 23


24


voor Madelief | door Hanneke van der Werf

VLEUGELS Zondagavond Madelief vouwt het laatste T-shirt van haar zoon op. Dat hebben we weer gehad, denkt ze. Elke zondagavond doet ze hetzelfde: • alles opruimen; • afwassen; • broodtrommels klaarmaken; • en de was opvouwen. Week in, week uit. Madelief zucht. Ze hoort zelf hoe moe ze is. Ze denkt: Een heel weekend alleen met Kayne, na een drukke werkweek. Dat is best veel, zeker met zijn drukke gedrag. Hij kan er niks aan doen. Mijn zoon is het mooiste in mijn leven, maar toch… Stilzitten kan hij niet. En binnen vijf minuten kan het huilen, schreeuwen of lachen zijn. Dat onvoorspelbare maakt het zo vermoeiend. Wat zou het fijn zijn als Kayne af en toe naar zijn vader zou kunnen. Fijn voor hem en voor mij! Maar ja, dat zit er niet in. Twee jaar niks van je laten horen! Dat valt toch niet uit te leggen?

Lokale Liefde Brabant • 25


Madelief schrikt op. Wat was dat voor geluid? Ze staat op en loopt naar de balkondeur. Ze doet de gordijnen open en kijkt naar buiten. Het is te donker om iets te zien. Zachtjes doet ze de balkondeur open. Ach jee, daar ligt een duif. Z’n bek staat open. Ze ziet een oogje heen en weer bewegen. De linkervleugel ligt er raar bij. Die is vast gebroken, denkt Madelief. Ze weet even niet wat ze moet doen. Als ze de duif laat liggen, zal de kat van de buren hem vinden. Nou, dan weet je wat er gaat gebeuren! Ze moet iets doen om de duif te redden. De dierenambulance bellen? Dat vindt ze een goed idee, maar hoe komt ze aan het telefoonnummer? Ze weet echt niet hoe ze dat woord moet schrijven! Iets op de computer zoeken, kan ze ook niet. Madelief vindt er niets aan. Weer zo’n moment met problemen met taal. Dat heeft ze zo vaak. Ze kijkt weer naar de duif. Die probeert op te staan, maar dat lukt niet. Het ziet er zo zielig uit. Madelief besluit om het aan de buurvrouw te vragen. Ze pakt haar sleutels, stapt de galerij op en belt bij Els aan. Els doet open en kijkt verbaasd. Ze spreken elkaar niet vaak. ‘Goedenavond Els, ja ik dacht, ik bel toch maar aan.

26


Er ligt een duif op mijn balkon. Het beestje kan niet meer vliegen. Weet jij misschien het nummer van de dierenambulance? Ik kan het niet vinden.’ ‘Wacht even’, zegt Els en loopt naar binnen. Ze komt terug met haar mobiel. Ze zegt: ‘Even zoeken, hoor.’ Els vindt al snel het nummer. ‘Wil je zelf bellen of zal ik het doen?’ vraagt ze. Madelief wijst naar haar en vraagt haar dan om mee te gaan. Samen lopen ze naar de duif. Els belt en legt alles uit. Over een half uur zal de dierenambulance er zijn. Als Els ophangt, vraagt Madelief: ‘Wil je koffie?’ ‘Lekker en wat heb je het hier gezellig’, antwoordt Els. ‘Dank je’, zegt Madelief verlegen. Even later zitten ze samen op de bank. Els vraagt van alles. Over haar zoon, haar werk en de spullen in de huiskamer. Madelief vertelt. ‘Als ik te nieuwsgierig ben, moet je het zeggen, hoor’, lacht Els. Dan gaat de bel. ‘Nu al?’ roepen ze allebei. Madelief doet open. Er staat een man met een kooi voor de deur. Hij laat zijn pasje zien. Ze lopen samen naar het balkon. Els loopt ook mee. De man bekijkt de duif en zegt: ‘Goed dat u heeft gebeld. Die duif heeft hulp nodig.’

Lokale Liefde Brabant • 27


Hij pakt de duif voorzichtig op en legt hem in de kooi. ‘Wilt u koffie?’ vraagt Madelief als ze naar binnen lopen. ‘Waarom niet?’ lacht hij. ‘Ik zal me trouwens even voorstellen. Ik ben Rob.’ Madelief en Els stellen zich ook voor. Ook Rob zegt dat hij haar huis gezellig vindt. Madelief antwoordt: ‘Ja, ik vind het ook gezellig. Maar met jullie erbij, is het toch nog gezelliger. Ik zit hier toch meestal alleen, als mijn zoon slaapt. Ik verveel me niet, hoor. Maar af en toe eens een praatje is welkom. Als alleenstaande moeder moet je toch alles alleen beslissen. Dat is soms best moeilijk.’ Nu Madelief is begonnen, kan ze niet meer stoppen! Alles komt eruit. • Dat haar zoon naar het speciaal onderwijs gaat. • Dat ze veel moet oefenen met hem. Dan kan hij later toch naar een gewone school. • Dat ze veel moet werken om rond te komen. • Dat ze van al dat schoonmaakwerk soms last heeft van haar rug. • Dat ze nooit eens uit kan. • Dat ze niks op de computer kan. • Dat ze veel problemen met taal heeft, omdat ze dyslectisch* is. Plotseling stopt Madelief. Rob en Els kijken haar aan. Het is even heel stil. Dan maakt Rob een grapje: ‘Jij hebt meer hulp nodig, dan die duif!’ Madelief schaamt zich dood. Hoe haalt ze het in haar hoofd om ineens alles te vertellen? Ze durft Rob en Els niet meer aan te kijken.

28


Els zegt: ‘Had ik dat geweten, zeg! Ik ben blij dat je het vertelt.’ Ze praten samen verder. Wat blijkt? Rob zit op computerles in de bieb! Hij vertelt dat het voor hem een grote stap was. ‘Maar’, zegt hij, ‘ik had er veel eerder aan moeten beginnen!’ Hij nodigt Madelief uit om een keer mee te gaan. Els biedt aan om dan op te passen. Madelief weet niet wat haar overkomt. ‘Ik weet niet wat ik moet zeggen,’ zegt ze. ‘Jullie zijn schatten. Dit betekent heel veel voor me. Dank jullie wel.’ Rob staat op. ‘Ik moest maar eens gaan. Die duif heeft aandacht nodig.’ Els staat ook op. Bij de voordeur nemen ze afscheid. ‘Tot volgende week!’ Een week later Madelief staat voor de spiegel. Ze is zenuwachtig. Straks gaat ze naar de bieb voor haar eerste computerles! Rob heeft haar eergisteren nog gebeld. Het gaat heel goed met de duif, vertelde hij. Hij belde ook om af te spreken. Ze hebben een kwartier eerder afgesproken. Dan is er tijd om even rond te kijken. Madelief wil het liefst afbellen. Ze ziet het helemaal niet zitten.

Lokale Liefde Brabant • 29


Ze kan het toch niet, denkt ze. ‘Je bent dom,’ zeiden ze vroeger. Hoe vaak heeft ze dat gehoord in haar leven? Madelief kijkt naar zichzelf in de spiegel. ‘Misschien dom, maar niet lelijk!’ denkt ze. Ze lacht even en trekt haar blauwe bloes recht. Ze spreekt zichzelf toe. ‘Kom op, je kan het. Denk aan Kayne. Dan weet je waar je het voor doet!’ Dan hoort ze getik op de voordeur. Dat is Els. Gisteren kwam Els bij haar eten om Kayne beter te leren kennen. Die twee hadden meteen een hoop lol. Daar hoeft Madelief zich dus geen zorgen over te maken. Madelief wijst nog waar Els koffie, koekjes, wijn en borrelnootjes kan vinden. Els lacht: ‘Wil je dat ik dik word? Kom, je moet gaan. Ik red me wel.’ Ze duwt Madelief naar buiten. ‘Nou, dan ga ik maar, hè,’ zegt Madelief onzeker. Els zwaait nog als ze bij de galerijdeur is. Rob staat al te wachten, als Madelief aan komt fietsen. Gelukkig, denkt ze. Ze gaan samen naar binnen. Rob leidt haar rond. Van de zenuwen hoort ze niet alles wat hij vertelt. Rob ziet het wel, maar gaat gewoon door. Dan stelt hij haar voor aan Greet, de docent. ‘Wat goed dat je er bent!’ zegt Greet. ‘Vandaag gaan we oefenen met mailen. Doe maar gewoon mee en dan praten we straks verder.’

30


Madelief gaat samen met Rob achter een computer zitten. De anderen komen ook binnen. Om de beurt stellen ze zich aan Madelief voor. Greet begint met uitleggen en iedereen gaat daarna oefenen. Madelief kijkt hoe Rob alles doet. In de pauze spreekt een vrouw haar aan. Ze heet Samira. ‘En, valt het mee?’ vraagt Samira. Madelief knikt. Samira vertelt waarom ze op de cursus zit. ‘Ik wil bij de kinderopvang werken, niet meer in de schoonmaak. Maar dan moet ik wel met de computer kunnen werken voor mijn opleiding.’ Madelief vindt het dapper van Samira. Ze zegt: ‘Knap, hoor.’ Samira lacht trots. Na de pauze stelt Greet in de groep voor om een rondje te maken: ‘Vertel wie je bent en waarom je op de cursus zit.’ Madelief schrikt. Nu moet ze ook vertellen. Als ze bijna aan de beurt is, krijgt ze het warm. ‘En jij, Madelief? Wil je iets over jezelf vertellen?’ hoort ze Greet vragen. Madelief slikt. Iedereen kijkt haar aan. ‘Eh… ik ben dus Madelief. Ik wil mijn zoon later graag helpen met huiswerk maken. Enne… ik heb het hééééél warm.’ Iedereen lacht. Dat weten ze allemaal nog goed, die eerste keer op les. Doodeng.

Lokale Liefde Brabant • 31


Om half tien is de les afgelopen. Rob vraagt of Madelief volgende week weer komt. ‘Zeker weten!’ antwoordt Madelief. Maanden later Het is zomervakantie. De zon schijnt. Madelief geniet op het balkon van haar koffie. Madelief en Kayne hebben vakantie. ‘Wat zullen we vandaag eens gaan doen?’ vraagt Madelief aan Kayne. Kayne zit te gamen. Hij hoort haar niet. Madelief bedenkt een plannetje. Ze staat op en zet de computer aan. Die heeft ze nu al twee maanden. Nu wil ze kijken welke bus naar de Loonse en Drunense duinen gaat. Daar is ze al zo lang niet geweest. Vroeger als kind gingen ze daar met het gezin vaak fietsen. Haar moeder nam dan worstenbroodjes en een kleedje mee. Dat was heerlijk picknicken! Madelief wil dat vandaag ook gaan doen. Fietsen is nog iets te ver voor Kayne, maar met de bus en wandelen kan wel. Zal ze Els meevragen? Sinds die avond met de duif, zien ze elkaar vaak. Ze zijn nu echte vriendinnen. Ze hebben het gezellig en helpen elkaar. Els past elke week op als Madelief naar de computerles gaat. Madelief kookt twee keer per week voor haar.

32


Kayne tikt op haar schouder. ‘Mam, ik verveel me,’ zegt hij. Madelief kijkt op de klok. Er is een half uur voorbij! En ze heeft de bus nog niet opgezocht. Ze vergeet gewoon de tijd achter de computer. Vooral ’s avonds als Kayne ligt te slapen, zit ze op internet. Ze vindt het zo leuk. Wie had dat gedacht? Madelief vertelt Kayne haar plan. Ze eindigt met: ‘Zullen we Els meevragen?’ ‘Ja,’ roept Kayne, ‘en Rob ook!’ Madelief lacht. Ook Rob komt vaak over de vloer. Kayne en Rob zijn dan even ‘mannen’ onder elkaar. ‘Nou vooruit, dan stuur ik ze allebei een app,’ zegt Madelief. Even later is alles geregeld. Rob wil wel rijden, dus hoeven ze niet met de bus. Om 12 uur zitten ze in de auto. Achterin liggen worstenbroodjes, pakjes sap, een kleed en een voetbal. Bij de Loonse en Drunense duinen is het druk. Na een stukje bos, komen ze bij het zand en de hei. Kayne rent de vlakte op. Rob rent achter hem aan. Wat een ruimte. Het is groter dan Madelief zich kan herinneren. Madelief en Els blijven staan kijken. Dan vraagt Els: ‘Heb je al een brief van de school van Kayne?’

Lokale Liefde Brabant • 33


Madelief knikt. Gisteren kreeg ze eindelijk bericht. Kayne mag weer naar een gewone school! Lekker dichtbij en zelfs naar groep 7. Al dat oefenen was dus niet voor niks. Madelief vertelt het aan Els. Els geeft haar een dikke knuffel. Ze pakt Madelief bij de schouders en kijkt haar blij aan: ‘Goed gedaan! Je mag echt trots op hem én jezelf zijn.’ Madelief lacht. ‘En ik zal je nog iets vertellen. Ik ga ander werk zoeken.’ Els kijkt verbaasd. ‘Ja, ik kan veel meer dan ik altijd dacht. Samira en Greet zeggen dat iedere les. Ik begin het zelf ook te geloven.’ Els omhelst haar nog een keer. Dan horen ze Rob en Kayne roepen. Ze hebben een goede plek gevonden voor de picknick. Even later zitten ze samen op het kleed. Ieder heeft een worstenbroodje en een pakje sap. ‘Proost!’ zegt Madelief, ‘op de nieuwe school van Kayne, ander werk voor mij én onze vriendschap.’ ‘Proost!’ roepen ze tegelijk. Madelief krijgt er een brok van in haar keel. En dat allemaal door een duif!

Woordenlijst * dyslectisch = Iemand die dyslectisch is, heeft moeite met lezen en schrijven. Dyslexie betekent eigenlijk woordblindheid of leesblindheid.

34


Lokale Liefde Brabant • 35


36


voor Theo | door Nanneke van Drunen

DROMEN Een beetje moe schuift Theo aan tafel. Het was een lange dag. Met zijn rechterelleboog op tafel ondersteunt hij zijn wang. Hij was vanochtend weer vroeg wakker gemaakt. Het was toen nog aardedonker en koud buiten. Met de kruiwagen had hij mest geladen, zoals altijd. Zelfs als hij niet naar school toe hoeft, moet hij dat karwei doen. Met acht koeien, zeven varkens en twaalf kippen is er altijd mest. De koeien melken hoeft hij niet meer van zijn vader. Hij krijgt het niet voor elkaar. Maar hij houdt wel van een lekker glaasje verse melk. Bier lust hij ook al, maar hij mag dat nog niet drinken. Theo mag al wel de grote tractor besturen. Hij vervoert de marktkramen tijdens de jaarmarkt in Lith. Heel spannend vindt hij dat, al zal hij dat niet hardop zeggen. Vanavond staat er stamppot op het menu. Dat vindt Theo erg lekker, net als zijn moeders erwtensoep. Met zijn ogen volgt hij de opscheplepel die van bord tot bord gaat. Zou hij dit keer geluk hebben? Helaas, ook vanavond had hij pech. Zijn oudere broer had weer de pan en dus de grootste portie. Theo zucht diep. Ooit heeft hij de pan.

Lokale Liefde Brabant • 37


Na het eten stormen de kinderen naar buiten. Ze gaan knikkeren en spelen met de zwieptol, de haktol. Ook vanavond zijn zijn broers en zussen hem kwijt. ‘Hé, waar is Theo?’ ‘Die is vast weer naar de Maas gerend.’ En ja, hoor. Hij staat, zoals altijd, bij de Maas te kijken naar de boten en schepen die voorbij komen. Dromend van wie, wat en waar naartoe. Geroep uit het huis. Ons mam: ‘Jongens het is allang bedtijd geweest. Tijd om te gaan dromen.’ Theo zucht diep. Om te dromen, hoeft hij niet te slapen.

38


Lokale Liefde Brabant • 39


40


voor Marie-Anna | door Karin Giphart

GOOI HET OP TAFEL, MARIE-ANNA! Marie-Anna is een dame van 70 jaar. Dat zou je niet zeggen. En toch, als je goed naar haar kijkt, tijdens de lesgroep, dan zie je het. Kijk maar naar haar ogen. Het zijn de ogen van een dame die veel heeft meegemaakt. En die daar lang niet over kon praten. Ze komt uit Martinique. Dat is een eilandje in de Caribische Zee. Vlakbij Zuid-Amerika. Het hoort bij de Franse Antillen. Daar spreken ze Creools en Frans. Ze was daar niet gelukkig. Niet bij haar familie en niet op school. Daarom spaarde ze stiekem om naar Europa te kunnen gaan. Ze deed al haar zakgeld in een fles. De fles lag begraven onder een boom. ‘Als ik de fles schud, valt het geld uit de boom,’ hoopte ze. Maar dat was niet zo. Toch had ze op een dag genoeg geld om weg te gaan. Dat is inmiddels 45 jaar geleden. Ze kwam tijdens een grijze, koude winter aan in Parijs. Het was niet zoals ze Parijs kende van plaatjes. Marie-Anna sprak gelukkig wel Frans.

Lokale Liefde Brabant • 41


Ze volgde een opleiding voor mode-ontwerpster. Ze wilde laten zien dat ze zelf iets kon bereiken. Het was ploeteren: ’s morgens werken, ’s middag school en ’s avonds werken. Toen ontmoette ze een Nederlander. Hij vertelde over zichzelf. Ze vertelde hem grappige verhalen over Compère Lapin. Dat betekent broer Konijn in het Frans. Het is een heel slim konijn. ‘Je praat veel,’ zei hij lachend, ‘maar niet over jezelf.’ ‘Vertel me over jouw land,’ zei ze. Die avond werden ze verliefd. Algauw ontmoette ze zijn ouders. Ze zorgde dat ze nette kleren aan had. In Nederland voelde ze zich bewonderd. Mensen keken vanachter de gordijnen naar haar. Ze hadden nog nooit een zwarte vrouw gezien. Met een Hertz-busje verhuisden ze naar Nederland. Ze hadden zo weinig geld dat ze hun meubelen bij het grofvuil bij elkaar gingen zoeken. In Eindhoven was haar doel: werken, rijbewijs halen en de taal leren. Binnen drie weken had ze werk. Binnen een jaar leerde ze fietsen. Het theorie-examen voor haar rijbewijs mocht ze mondeling doen. Omdat het schriftelijk voor haar te moeilijk was. De relatie ging stuk. Ze wilde niet weg. Ze wilde hier blijven. Maar niet alleen.

42


Ze leerde een man kennen via een contactadvertentie in de krant. Drie maanden later woonde ze in Nijnsel. Samen hadden ze een naaistudio en een kledingwinkel voor grote maten. Op de zwarte markt in Cuijk probeerden ze partijen kleding te verkopen. Weer later startten ze een restaurant. Marie-Anna was de gastvrouw. Maar het ging weer mis. Ze verloor haar man en stiefdochter in negen jaar tijd. Ze was alleen en in de put. Haar buurvrouw, een vrouw uit duizenden, heeft haar vaak uit een diep dal gehaald. Ze kreeg vrijwilligerswerk bij de Damiaanstichting voor vluchtelingen. Ze zette een naaistudio op voor vluchtelingen en verslaafde jongeren. Daar heeft ze ook weer een nieuwe liefde ontmoet! Door hem begon ze aan een computercursus. Ze noemde zichzelf een digibeet. Ze riep dat ze bang was voor computers. Maar de cursus maakte de weg vrij: er is nog meer om te leren! Op aanraden van haar partner meldde ze zich aan voor de cursus Lang zullen ze lezen in Schijndel. Het was een lange cursus, vier weken en weg van huis. ‘Wanneer ik thuiskom, weet ik alles!’ riep ze. ‘Wacht maar af,’ zei hij. ‘Je zult het nog moeilijk krijgen.’ En inderdaad, het viel niet mee in het begin.

Lokale Liefde Brabant • 43


Vaak moest ze het leslokaal even verlaten. Dan kreeg ze een naar gevoel. Ze begreep niet goed waarom. Haar docent riep haar op een dag bij zich. ‘Je lijkt wel boos,’ zei deze. ‘Ik wil leren tot ik erbij neerval,’ zei Marie-Anna. Toen moest ze huilen. ‘Ik schaam me zo.’ ‘Wat is er gebeurd?’ Ze vertelde dat ze het niet goed genoeg deed. Dat ze te langzaam was. Vroeger op school pestten de leraressen haar. Dat kwam weer allemaal boven. ‘Ik wil laten zien, aan alle mensen die me tegengewerkt hebben, dat ik dit bereikt heb: zelf!’ zei ze. Samen met haar docent kwam ze erachter dat ze eigenlijk al heel veel had gedaan. Haar kinderen en haar partner zijn trots op haar. Nu werd het tijd dat zij dat ook werd! Zij en haar partner zijn teruggegaan op vakantie naar Martinique. Hij leerde het land kennen. En zij sloot het moeilijke verleden af. Brabant is haar huis. De mensen hier hebben haar altijd geholpen en achter haar gestaan. Vooral de oudere mensen. Er zijn meer deelnemers van de lesgroep die denken dat ze het ‘niet kunnen’. Die deelnemers moedigt ze aan om erover te praten. Ze kijkt hen met sprankelende ogen aan. ‘Gooi het op tafel,’ zegt ze dan. ‘Samen kunnen we het aan!’

44


Lokale Liefde Brabant • 45


46


voor Anne | door José Vriens

OUDER EN WIJZER ‘Oma, oma!’ klinkt een kinderstem van boven. Het duurt even voor Anne het hoort. Het boek op haar schoot is zo spannend. Het gaat over de smokkelaars* en leenheren* die vroeger in dit deel van Brabant leefden. Dat moet maar even wachten. Anne stopt een papiertje tussen de bladzijden en legt het boek weg. Ze gaat naar boven. Haar kleindochter is wakker en wil uit bed. Ook haar broertje, Tobias, laat horen dat hij genoeg heeft geslapen. ‘Zullen we gaan wandelen en kastanjes en mooie bladeren gaan zoeken?’ vraagt Anne aan haar kleindochter. ‘Dan maken we daar beestjes van.’ Het meisje kijkt haar ernstig aan. ‘Kun jij toveren?’ vraagt ze aan haar oma. Anne lacht. ‘Nee, maar met kastanjes en prikkertjes kun je heel leuke dieren maken. Ik zal het jullie straks laten zien. Eerst gaan we met de hondjes op de heide wandelen. Goed?’ Sophie knikt. Anne helpt ook Tobias in zijn kleren. Daarna neemt ze het tweetal mee naar beneden. Vandaag is het oma-dag. Dat betekent dat ze een hele dag bij haar zijn. Een dag waarop ze kan genieten van haar kleinkinderen. Ze kan leuke dingen met hen doen en hun heerlijk veel aandacht geven. Het is herfst. Een tijd die Anne echt geweldig vindt. Er hangen besjes aan de bomen en struiken, als laatste lekkernij voor de vogels. Er staan paddenstoelen tussen de gevallen bladeren.

Lokale Liefde Brabant • 47


Sommige zijn zo klein dat je ze bijna niet ziet. De bomen laten in deze tijd van het jaar hun prachtige kleuren zien van geel naar rood en allerlei tinten bruin. De drie honden lopen voor hen uit. Ze luisteren goed naar Anne. Ze weet dat ze de andere dieren met rust zullen laten. Tobias zit in de wandelwagen en Sophie loopt er naast. Aan de wandelwagen hangt een tas. Daarin verzamelt ze de kastanjes en eikeltjes. Paddenstoelen laten ze staan. Anne wijst haar kleindochter op prachtige, grote gele bladeren van de esdoorn. ‘We maken er thuis een mooie herfsttafel van,’ belooft ze de kinderen. Een paar vrouwen komen hen tegemoet. ‘Anne? Ben jij het echt?’ vraagt één van hen, als ze dichterbij zijn gekomen. Anne herkent de vrouw nu ook. Ze blijft staan. Een klasgenoot. Van lang geleden. Meteen voelt ze weer de pijn. Die pijn is nooit helemaal weggegaan, ook al is het misschien wel vijfendertig jaar geleden. ‘Jij bent veranderd,’ gaat de ander verder. ‘Weet je wie ik ben?’ ‘Ja, jij bent Marianne,’ antwoordt Anne. ‘Je weet het nog. En Silvia en Karin ken je vast ook nog wel. Wat leuk jou hier te zien.’ ‘Hoi Anne,’ groeten Silvia en Karin haar nu ook. ‘Hoi, leuk jullie weer eens te zien.’ Wat moet ze anders zeggen? Dat ze het vreselijk vindt, dat ze haar plaaggeesten van vroeger weer ziet? Tante Sidonia* noemden ze haar. Omdat ze vroeger zo mager was. Nog altijd is ze niet dik. Tenger, vindt ze zelf een beter woord. Mooi, noemt haar man haar. Zo ziet ze zichzelf niet, maar ze vindt het belangrijk om er goed verzorgd uit te zien. Ook nu. Dat geeft haar zelfvertrouwen.

48


Anne is nog niet vergeten dat deze drie vrouwen haar hadden opgesloten in de bezemkast van de school. Dat ze gemene dingen over haar zeiden, omdat ze niet goed kon lezen, en haar voor gek zetten in de klas. Van die donkere bezemkast droomt ze nu nog weleens. Dan wordt ze nat van het zweet wakker. ‘Woon je hier in de buurt?’ wil Marianne weten. Anne knikt. ‘Oma woont in een heel groot mooi huis,’ wijst Sophie in de richting waar ze vandaan komen. ‘Met paardjes, hondjes, een geitje en wel honderd kippen.’ Aan het gezicht van Marianne ziet Anne, dat ze haar niet gelooft. ‘Is dat zo? En je hebt ook al kleinkinderen?’ Anne recht haar schouders. Deze vrouwen hebben haar vroeger als tieners geplaagd en getreiterd. Ook al deed ze nog zo haar best om erbij te horen, het was nooit goed genoeg. Daar heeft ze lang last van gehad, maar nu heeft ze dat een plaats kunnen geven. Het is gebeurd en kan niet meer ongedaan gemaakt worden. Je kunt het niet iedereen naar de zin maken, heeft ze van die tijd geleerd. ‘Ik ben oma van deze twee schitterende kinderen. En jullie?’ De andere vrouwen lachen. ‘Nee, joh, daar ben ik nog veel te jong voor. Ik moet er niet aan denken om nu al oma genoemd te worden,’ zegt Marianne. ‘Ik vind het heerlijk. Het is een verrijking van mijn leven. Door die kinderen blijf je vanzelf jong.’ ‘Je bent wel veel veranderd,’ meent Karin. Waarschijnlijk wel, gaat het door Anne heen. Wie had vroeger ooit kunnen denken, dat ze nog eens het boek Twee vrouwen van Harry Mulisch zou lezen? Ze is teruggegaan naar school om vooral meer en beter te gaan lezen. Dit heeft haar leven meer betekenis gegeven. Ze geniet nu van al die boeken die ze leest. Ze leert er ook van en is de wereld met andere ogen gaan zien.

Lokale Liefde Brabant • 49


‘Ik herinner me nog dat wij jou op school vaak plaagden,’ begint Silvia. Ze kijkt Anne niet aan. Het verrast Anne dat Silvia daarover iets durft te zeggen, waar Marianne bij is. Marianne was vroeger de leider van het drietal. Is ze dat nu nog? ‘Dat ben ik niet vergeten,’ knikt Anne. ‘Zullen we het maar houden op kinderachtig geplaag?’ Nu kijkt Silvia haar wel aan. ‘We waren echt erg. Denk je er nog weleens aan?’ ‘Soms,’ geeft Anne toe. ‘Het waren toch maar geintjes,’ zegt Marianne. Anne glimlacht. ‘Zo voelde het toen niet. Gelukkig ben ik ouder en wijzer geworden. Jullie hopelijk ook.’ Ze fluit naar de honden. ‘We zullen eens verder gaan. Fijne dag nog.’ De glimlach verdwijnt niet als ze verder loopt met de kinderen en de honden. De plaaggeesten van vroeger zijn dikke vrouwen geworden, met rimpels en lijnen in hun gezicht. Anne voelt zich nu in niets meer hun mindere.

Woordenlijst * smokkelaars = mensen die verboden spullen zoals wapens of drugs smokkelen * leenheer = iemand die in de middeleeuwen veel grond had, mensen konden deze grond lenen maar moesten daar voor betalen * Tante Sidonia = een figuur in het stripverhaal Suske en Wiske, ze is heel mager en heeft grote voeten, maat 51

50


Lokale Liefde Brabant • 51


52


Dit is een moeilijker niveau

voor Choukar | door Pien Storm van Leeuwen

CHOUKAR ook toen ze nog klein was glansden groot en sprekend haar donkere ogen van ver was ze gekomen aan vele grenzen was ze voorbijgegaan en waar ze belandde was alles zo anders straten en landschap de luchten, het licht maar bovenal klonk vreemd een taal waarvan de klanken voor haar nog geen betekenis hadden maar groot en sprekend haar donkere ogen, keek ze anderen aan vond bij oogcontact telkens in Brabant een glimlach gereed

Lokale Liefde Brabant • 53


de eerste passen op het pad van de taal zette Choukar geholpen door buurvrouw Joke, haar liefdevol steeds weer nabij met handen en voeten verbeeld leerde ze telkens wat woorden zo raakte Choukar steeds meer thuis in de taal haar buurvrouw was al wat ouder en kon niet heel ver meer lopen, zittend op schoot mocht Choukar per scootmobiel mee naar de markt soms zelfs ging Joke met haar naar een schoolfeest en jaren later, op Choukars trouwfeest, droeg ze trots een Marokkaans gewaad alle dagen was er contact en meer dan eens ontmoette Choukar de kinderen van Joke, ze telde er drie in getal toch sprak haar buurvrouw niet van drie, maar van vier ‘Wie is jouw vierde kind‌ ik ken er eigenlijk maar drie.

54


Komt dat kind ook af en toe weleens bij jou op bezoek?’ wilde Choukar graag weten ‘Ja, dagelijks’ riep Joke blij ‘Dat vierde kind, Choukar, die vierde…, dat ben jij!’

inmiddels is Choukar volwassen geworden ze is nu zelf moeder en weet precies wat ze wil nu en dan op vakantie gaat ze terug naar Marokko maar bij thuiskomst in Brabant spreekt ze gevleugelde woorden* verwoordt poëtisch een welkom vertelt hoe het gras in haar tuin naar haar wuift en haar toeroept: ‘Hallo Choukar, hier ben ik!’ groot en sprankelend glanzen haar donkere ogen

Woordenlijst * gevleugelde woorden = woorden die veel worden gebruikt

Lokale Liefde Brabant • 55


56


Notities van de taalvrijwilligers De verhalen zijn gebaseerd op de herinneringen van Brabantse taalcursisten. Hun taalvrijwilligers/taaldocenten hielpen bij het op papier zetten van de herinneringen door ze te interviewen. Hieronder volgen een paar stukjes uit de notities van de taalvrijwilligers/docenten.

Uit de notities van mevrouw S. door Anneke van Herpen Het interview vindt plaats in de bibliotheek in Heesch. De cursiste is een trouwe, leergierige leerling. Zij is een mooie, donkergetinte en sympathieke vrouw. Altijd heel kleurig gekleed, vertelt enthousiast over haar kookkunsten, waarbij ze, op verzoek, recepten uitwisselt en zelfs hapjes laat proeven. Ook bij het taalcafé is zij graag aanwezig. Zij houdt van mensen. Mevrouw S. is geboren in Kameroen. Zij heeft vier kinderen: drie meisjes en een jongen. Ze woont sinds 2007 in Nederland. Ze krijgt hier heel veel steun van een grote groep mensen die zij inmiddels heeft leren kennen. Maar zelf verleent mevrouw S. ook hulp aan anderen zoals ondersteuning op de school van haar kinderen. Ook helpt zij mee in het ouderencentrum. Zelf zegt ze: in het begin was het erg wennen in Nederland. ‘Alles is anders’. Ik vergeet nooit meer mijn eerste kennismaking van carnaval. Ik werd gevraagd door de basisschool mee te doen met de carnavalsoptocht. Ik was verkleed (ook zo raar) en liep mee in een grote ‘doos’. Zo liep ik met gekke, verklede mensen door de straten. Wat het allemaal moest voorstellen wist ik niet, ik begreep er niks van maar ik deed het voor mijn kinderen.

Lokale Liefde Brabant • 57


Uit de notities van Jan door Marcel Biemans Ge wordt steeds ‘stranter’; een leven lang sleutelen … Sleutelen en repareren was en is zijn lust en zijn leven. Echter… het gaf ook druk. Vaak moest hij tijdens het werk formulieren invullen en dan brak hem het zweet uit. Of met sinterklaas surprises voorlezen. Daar kon hij nachten van tevoren van wakker liggen. Jan besloot zes jaar geleden om wat te doen aan dit probleem. Jan meldde zich aan bij het Koning Willem 1 college in Den Bosch voor de cursus Nederlands in de laaggeletterdengroep. Daar heeft hij het heel goed naar zijn zin. Hij vindt het gezellig en leerzaam om samen met anderen te leren. Repareren en opknappen, daar had Jan van jongs af aan aanleg voor. Waar je goed in bent, geeft je zelfvertrouwen en voldoening. En in de les laat Jan ook vaak zien dat hij steeds ‘stranter’ wordt in lezen en schrijven. Uitgaan van je sterke kanten en sleutelen aan je minder goede punten is de levensfilosofie van Jan. En natuurlijk lol hebben en een geintje maken op zijn tijd. Voor Jan geen slapeloze nachten meer.

Uit de notities van Daniek door Marja Hodes Daniek van Hoek, vrouw, 22 jaar, woont in Heesch. ‘De leukste herinneringen aan mijn jeugd zijn de vakanties en de dagjes weg van de Stichting Opkikker. Dat is een stichting die dagjes uit organiseert voor zieke kinderen. Eén van mijn twee zussen heeft een hersentumor gehad toen ze 5 jaar was.

58


Ze is nu wel stabiel, maar je ziet het wel aan haar. Ze heeft geen haar meer en ze is snel buiten adem. Ze wil geen pruik dragen. Om de stichting te helpen met geld inzamelen, verzamelden wij altijd zoveel mogelijk oude mobieltjes, waar dan de goede onderdelen van verkocht en hergebruikt konden worden. Mijn zus moet opnieuw aan haar stembanden geopereerd worden, omdat ze te weinig lucht krijgt. Dat is een risicovolle operatie. Ik heb ook een grote hobby: zwemmen bij de reddingsbrigade. Naast het zwemmen geef ik ook les aan kinderen. Mijn zus heeft onlangs meegedaan aan het WK Lifesaving in Eindhoven.’

Uit de notities van Wim door Geertje Falke Wim verzoekt mij om als kop te noteren: ‘van harde werker, werkloos geworden’. Wim heeft zijn hele leven hard gewerkt. Hij heeft niet twee linker-, maar twee rechterhanden. ‘Wat mijn ogen zien, kunnen mijn handen’, vertelt Wim. Het was dan ook heel verdrietig toen Wim werkloos werd. ‘Ik ging direct bedenken wat te doen. En omdat ik niet kon lezen en schrijven, moest ik daar aan gaan werken.’ Wim werd naar ABC Leer Mee doorverwezen. Doordat hij daar steeds beter de taal leerde, is hij minder opvliegend geworden. Bovendien is hij zekerder van zichzelf en durft hij meer, vertelt hij. Zo geeft Wim lezingen als ambassadeur. Soms worden tijdens die lezingen heel lastige vragen gesteld. Vroeger, zo vertelt Wim, had hij daar geen antwoord op willen geven. Nu is hij een stuk zekerder en durft hij de moeilijke vragen ook te beantwoorden.

Lokale Liefde Brabant • 59


Wat vind je het mooiste plekje van Den Bosch? Hij antwoordt: ‘De parade. Daar kun je zo lekker zitten aan de voet van de Sint Jan. Bij Silva Ducis of Cinq op het terras.’ Als hij maar even de kans heeft, komt hij naar de taalles van ABC Leer Mee. Soms is dat wel vier keer per week. Iedere dag van de week is er een andere vrijwilliger. Zo leert Wim van verschillende mensen om de taal te lezen en te schrijven.

Uit de notities van Madelief door Geertje Falke Wanneer ik Madelief vraag wat haar grootste dromen zijn, geeft ze aan: ‘die heb ik niet zo veel’. Echt niet? Vraag ik. ‘Nee niet echt’, antwoordt ze. Waarover zou je zelf willen dat het verhaal gaat? vraag ik Madelief. Daarop heeft ze een duidelijk antwoord. ‘Eenzaamheid onder alleenstaande moeders.’ Toen haar zoon drie was, gingen zij en haar partner uit elkaar. Na een dag hard werken volgde de zorg voor haar jonge zoon. En zodra hij in bed lag, kon ze het huis niet goed uit omdat ze hem niet alleen kon laten. Bovendien was ze vaak te moe om er naast het huishouden, haar werk en de zorg voor haar zoon nog een heel sociaal leven op na te houden. Bovendien moest de zoon van Madelief naar het speciaal onderwijs toen hij in groep 3 zat. Madelief dacht dat hij prima naar de reguliere basisschool zou kunnen. Daarom heeft ze er alles aan gedaan om hem te helpen om daarnaar terug te gaan. Dus was ze ook veel tijd kwijt aan oefenen, oefenen en oefenen met hem. Ze is er dan ook trots op dat haar zoon uiteindelijk naar het reguliere onderwijs is gegaan en nu op de middelbare school hartstikke goede cijfers haalt.

60


‘Ook ben ik er trots op dat ik iedere maand mijn rekeningen kan betalen en zelfstandig ben. Zonder diploma’s, met alleen de huishoudschool, en mijn problemen met taal, kan ik het toch allemaal zelf.’ En de taalles, wat heeft je dat gebracht? ‘Ik kan nu samen met mijn zoon leren. Hij haalt met mijn hulp goede cijfers. Ik vat zijn teksten samen en overhoor hem. Nu zie ik dat ik het wel kan!’ Op mijn vraag wat Madelief het mooiste plekje van Brabant vindt, antwoordt ze: ‘De Loonse en Drunense duinen. Daar gingen we vroeger fietsen als gezin. Dan namen we een kleedje mee waarop we konden picknicken. Heerlijk was dat!’

Uit de notities van Theo door Marja Hodes Theo van Schijndel, 62 jaar, geboren in Lith, nu al 37 jaar woonachtig in Oss. Theo is getrouwd met ‘ons Mien’. Ze hebben geen kinderen. ‘Ik denk graag terug aan thuis. We waren met acht kinderen. Ik was nummer drie. Mijn vader had een boerderij met dieren. Hij haalde in de ochtend ‘melktuiten’ (melkflessen) op voor de melkfabriek en ’s middags bracht hij meel rond bij de boeren voor de dieren. Het eten thuis, dat vond ik ook altijd erg fijn. We aten vaak stamppot of erwtensoep. Mijn moeder kookte altijd. Mijn broer die boven mij komt, die ‘had meestal de pan of de schaal’. Mijn moeder schepte iedereen op en dan was mijn broer de laatste. Hij kreeg de pan of de schaal waar alles in verzameld werd. Gemiddeld genomen had hij dan de grootste portie.

Lokale Liefde Brabant • 61


Ik ben geboren in Lith, een dorp aan de rivier. Daar is zelfs nog een boek van en een film. Ik herinner me dat wij, de jongens, een haktol kregen en de meiden een zwieptol. Daar speelden we veel mee. En knikkeren, dat heb ik ook veel gedaan. Ik vind het mooi om bij de Maas te staan. Kijken naar de boten en schepen die voorbij komen.’

Uit de notities van Marie-Anna door Gerry Swinkels Marie-Anna is een grote vrouw van 70 jaar. Ze komt oorspronkelijk uit Martinique. Dat zou je haar niet geven. Ze is zeer betrokken, realistisch en dankbaar voor het positieve gevoel dat ze heeft na de les. Als docent krijg je positieve feedback van haar en realiseer je je wat het voor iemand betekent om op een fijne, veilige manier te kunnen leren. School had altijd een negatieve associatie voor haar. Ze werd vroeger gepest door de leraressen. Thuis kon ze daar niet over praten. Ze had een haat voor school. School! Een boek! Bah! ‘De kinderen zijn trots op me. Mijn partner is heel trots. Ik wil laten zien, aan alle mensen die het me niet wensen, dat ik dit bereikt heb; zelf! Brabant is mijn huis. De mensen hebben me altijd geaccepteerd. Vooral de oudere mensen.’ Ze is een waardevolle aanwinst in de lesgroep. Ze probeert andere deelnemers, die ook vechten tegen het gevoel van ‘niet kunnen’, te overtuigen van het belang om erover te praten. Gooi het op tafel, zegt ze steeds.

62


Uit de notities van Anne door Mieke Hollander Anne is een supertrotse jonge oma van twee kleinkinderen, afkomstig uit en woonachtig in Brabant. Ze is tenger, heel mooi en goed verzorgd en ze straalt uit dat ze veel om andere mensen geeft. Haar gevoeligheid is soms lastig voor haar, ze kan niet altijd alles van zich afzetten, ze blijft zichzelf steeds tegenkomen en blijft langer met dingen zitten dan anderen. Desondanks heeft ze een positieve instelling: ‘gebeurd is gebeurd’. Anne is weer opnieuw naar school gegaan en heeft daardoor een passie voor lezen ontwikkeld. Ze vertelt dat ze samen met haar man in de tuin wilde opruimen, maar het boek dat ze las haar zo boeide dat ze drie uur lang is blijven lezen! Anne heeft ook deelgenomen aan een leeskring en heeft na de eerste bijeenkomst meteen het hele boek uitgelezen. Ze is ook supertrots dat ze nu eindelijk Twee Vrouwen van Harry Mulisch gelezen heeft. Anne is dol op paardrijden en op het Brabantse landschap. Ze rijdt in de bossen en geniet van het water, de bomen, de zandpaden. Ze wijkt ook af van de gewone paden en rijdt dan door het Brabantse kreupelhout. Ze woont op het platteland, houdt veel van dieren en heeft zelf samen met haar man drie honden, drie paarden, een geit en zestien kippen. Door het vele lezen is ze de natuur anders gaan bekijken. Ze ziet meer de kleine dingen, zoals besjes aan bomen en struiken, kleine bloemetjes. Die zijn nu niet meer vanzelfsprekend voor haar, maar krijgen meer betekenis.

Lokale Liefde Brabant • 63


Uit de notities van Choukar door Nicole Happel Choukar is een vrouw, begin 30, geboren in Marokko. Ze is een alleenstaande moeder met één dochtertje. Ik heb haar leren kennen als een enthousiaste cursiste met een groot doorzettingsvermogen. Zij ziet er altijd heel verzorgd uit en heeft grote donkere ogen, deze ogen vertellen je meer dan woorden kunnen zeggen. Als ik Choukar vraag naar een herinnering van deze regio dan gaat ze terug naar juni 2015. We maakten een boottocht over de Binnendieze, een uitstapje met haar medecursisten en docent. Het had zoveel indruk op haar gemaakt omdat ze van geschiedenis houdt, ze houdt van alles wat met vroeger te maken heeft. Ze houdt meer van vroeger dan van nu, zegt ze. Maar dan kijkt ze me met haar grote stralende ogen aan en zegt dat ik écht het verhaal van buurvrouw Joke moet vertellen en dan begint ze vol enthousiasme te vertellen. Buurvrouw Joke heeft haar geholpen om Nederlands te leren in de periode dat ze nog niet naar school ging, in het begin ging dat met handen en voeten. Buurvrouw Joke zei dat ze vier kinderen had, Choukar zei dat ze er maar drie kende en vroeg of dat vierde kind ook op bezoek kwam. De buurvrouw zei: ‘ja, dagelijks. DAT BEN JIJ!’. Ze heeft een beeldende manier van spreken. Na de zomervakantie vertelde ze dat ze terugkwam uit Marokko en dat het gras in de tuin naar haar zwaaide (met een wuivend gebaar met haar armen). Het gras zei: ‘hallo Choukar, hier ben ik’. Hiermee maakte ze op een mooie manier duidelijk dat er nodig in de tuin gewerkt moest worden.

64


Lokale Liefde Brabant • 65


Nawoord De taalcursist als bron Lokale Liefde ontstond tijdens mijn workshop ‘Het Gouden Uur’. Daarin laat ik taalcursisten een dierbare herinnering opschrijven en aan elkaar voorlezen. Mensen denken dan aan hun familie, aan hun vrienden, aan hun jeugd, de eerste verliefdheid, school, werk, kinderen, en aan alle speciale plekken waar ze met elkaar samenkomen. Dat zijn altijd bijzondere momenten. Er wordt gelachen, meegeleefd en soms ook gehuild. Het delen van ervaringen is iets wat alle mensen nodig hebben. Iedereen heeft een bijzonder verhaal. Meerdere verhalen. Zelfs de mensen die roepen: ‘ik heb niets meegemaakt!’. Na afloop van de workshop is er altijd een gevoel van saamhorigheid: we hebben elkaar iets gegeven van onszelf. We hebben naar elkaar geluisterd. We voelden ons begrepen en gesteund. Zo simpel kan het zijn. In deze vierde bundel van Lokale Liefde mochten schrijvers/dichters uit Brabant aan de slag met bijzondere herinneringen van lokale taalcursisten, waarbij ook een rol voor de taalvrijwilligers/docenten was weggelegd. Met als voorwaarde: het moet leesbaar zijn voor de taalcursisten zelf! Het was helemaal niet moeilijk om schrijvers en dichters te vinden die wilden meewerken en de taalvrijwilligers en docenten waren zo mogelijk nog enthousiaster. Zij interviewden hun taalcursisten en gaven hun notities aan de schrijvers.

66


Dank jullie, taalcursisten, voor jullie openheid en voor het vertrouwen dat jullie schonken. Het is niet niets om je herinneringen weg te geven aan een schrijver die er iets nieuws van maakt. Dank jullie, taalvrijwilligers, docenten en organisaties, voor de interviews, voor jullie inzet en betrokkenheid! Dank jullie, schrijvers, voor jullie creativiteit en jullie liefde voor taal. En Job van Gelder voor de prachtige illustraties! Karin Giphart

Lokale Liefde Brabant • 67


Over Lokale Liefde In de serie Lokale Liefde vertellen taalcursisten hun verhaal. In deze reeks verschenen eerder de edities Overijssel, Utrecht en Zuid-Holland. Taalvrijwilligers, taaldocenten, bekende schrijvers en lokale illustratoren: zij helpen allemaal om de lokale verhalen van cursisten op papier tot leven te wekken. Zo worden bijzondere herinneringen unieke verhalen. Zo blijven ze voor altijd bestaan! Over Stichting Lezen & Schrijven ‘Vroeger had ik schulden, nu een eigen huis.’ ‘Omdat ik begrijp wat ik eet, ben ik 30 kilo afgevallen.’ Dit zijn uitspraken van twee van de 2,5 miljoen laaggeletterden in Nederland. Laaggeletterden die beter leren lezen, schrijven en rekenen hebben een grotere kans op een gezond en gelukkig leven. Stichting Lezen & Schrijven maakt laaggeletterdheid onderwerp van gesprek bij publiek en politiek en ondersteunt in het hele land honderden gemeenten, instellingen, bedrijven, docenten en vrijwilligers bij het organiseren van scholing. Meer informatie: lezenenschrijven.nl en taalvoorhetleven.

68


‘Zes jaar geleden besloot Jan om aan zichzelf te sleutelen. Hij stapte over dat gedeukte zelfvertrouwen heen en ging weer naar school. Sindsdien is hij steeds beter gaan lezen en schrijven. Geen slapeloze nachten meer. Nu kan hij werkelijk alles.’ Henk van Straten over Jan In Lokale Liefde vertellen taalcursisten uit Brabant een bijzondere lokale, herinnering. Taalvrijwilligers en docenten schreven deze verhalen op. Karin Giphart en verschillende Brabantse auteurs en illustrator lieten zich hierdoor inspireren. Deze authentieke en inspirerende verhalen in makkelijke taal zijn gebundeld. Als oefenmateriaal én als inspiratie voor andere taalcursisten en taalvrijwilligers. Want iedereen kan de stap zetten om beter te leren lezen en schrijven. En iedereen kan een bron zijn van verhalen. Ken je iemand die moeite heeft met lezen en schrijven? Of wil je taalvrijwilliger worden? Bel naar 0800 - 023 44 44 voor advies.

DIT BOEKJE HEEFT HET

Profile for Stichting Lezen & Schrijven

Lokale Liefde Brabant  

In Lokale Liefde Brabant staan herinneringen van cursisten aan Brabant. De verhalen zijn in makkelijke taal en dienen als oefenmateriaal voo...

Lokale Liefde Brabant  

In Lokale Liefde Brabant staan herinneringen van cursisten aan Brabant. De verhalen zijn in makkelijke taal en dienen als oefenmateriaal voo...