Issuu on Google+

werkwoorden

jij

jullie

hij

zij

Wat doe je?

zij

meervoud (>1 persoon)

enkelvoud (1 persoon)

ik

wij

Regels voor vervoeging aan de hand van een paar bekende en belangrijke werkwoorden


werkwoorden

werken werken werkten

werkt werkte

werken werkten

jij

hij

zij

wij

jullie

werkt werkte werkt werkte

werken werkten

zij

meervoud (>1 persoon)

enkelvoud (1 persoon)

ik

werk werkte


werkwoorden

Bellen bellen belden

belt belde

bellen belden

jij

hij

zij

wij

jullie

belt belde belt belde

bellen belden

zij

meervoud (>1 persoon)

enkelvoud (1 persoon)

ik

bel belde


werkwoorden

kijken kijken keken

kijkt keek

kijken keken

jij

hij

zij

wij

jullie

kijkt keek kijkt keek

kijken keken

zij

meervoud (>1 persoon)

enkelvoud (1 persoon)

ik

kijk keek


werkwoorden

zijn zijn waren

bent was

zijn waren

jij

hij

zij

wij

jullie

is was is was

zijn waren

zij

meervoud (>1 persoon)

enkelvoud (1 persoon)

ik

ben was


werkwoorden

hebben hebben hadden

hebt had

hebben hadden

jij

hij

zij

wij

jullie

heeft had heeft had

hebben hadden

zij

meervoud (>1 persoon)

enkelvoud (1 persoon)

ik

heb had


werkwoorden

worden worden werden

wordt werd

worden werden

jij

hij

zij

wij

jullie

wordt werd wordt werd

worden werden

zij

meervoud (>1 persoon)

enkelvoud (1 persoon)

ik

word werd


Werkwoordschema's (1)