Page 1


Gesualdo Jeroen Terlingen Inkijkexemplaar

Uitgeverij LetterRijn Leidschendam


Hoewel aan de totstandkoming van deze uitgave de uiterste zorg is besteed, aanvaarden de auteur en uitgever geen aansprakelijkheid voor eventuele fouten en onvolkomenheden, noch voor de directe of indirecte gevolgen hiervan. Niets uit deze uitgave mag zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever worden openbaar gemaakt of verveelvoudigd, waaronder begrepen het reproduceren door middel van druk, offset, fotokopie of microfilm of in enige digitale, elektronische, optische of andere vorm of (en dit geldt zo nodig in aanvulling op het auteursrecht) het reproduceren (i) ten behoeve van een onderneming, organisatie of instelling of (ii) voor eigen oefening, studie of gebruik welk(e) niet strikt privĂŠ van aard is.

Eerste druk, september 2013 Š 2013 LetterRijn Auteur: Jeroen Terlingen Redactie: Jolka de Jong en Carolina Kroon Grafische vormgeving: Podivium, Haarlem Drukwerk: Grafistar, Lichtenvoorde

Uitgeverij: LetterRijn www.letterrijn.nl isbn: 978-90-819543-8-9


Questo libro è dedicato alle ragazze di Tre Stelle a San Albino (Si.) come ringraziamento per la loro amorevole professionalità .


6


Inhoudsopgave Voorwoord door prof. dr. Harald Hendrix

010

De feiten over Carlo Gesualdo

013

Hoofdstuk 01 Gerolama Borromeo

017

Hoofdstuk 02 Gerolama Borromeo

031

Hoofdstuk 03 Silvia Albana

043

Hoofdstuk 04 Silvia Albana

055

Hoofdstuk 05 Laura Peverara

067

Hoofdstuk 06 Laura Peverara

079

Hoofdstuk 07 Laura Peverara

091

Hoofdstuk 08 Laura Peverara

103

Hoofdstuk 09 Eleonora d'Este

115

Hoofdstuk 10 Eleonora d'Este

127

Verklarende woordenlijst

138

Bronnen

140

Bibliografie Jeroen Terlingen

142

7

.


8


Carlo Gesualdo: de schoonheid van contrasten Vierhonderd jaar na zijn sterfdag lijkt Carlo Gesualdo meer dan ooit te boeien. Zijn betoverende muziek en zijn ongewone levensloop fascineren een steeds grotere schare van kenners, bewonderaars en nieuwsgierigen. Overal ter wereld worden zijn werken uitgevoerd, vaak door ensembles die er een eer in stellen dit met de grootste zorg te omringen omdat ze Gesualdo’s composities als amper overtroffen meesterwerken beschouwen. Voorgegaan door Stravinsky, die al een halve eeuw geleden dit werk herkende als mijlpaal in de geschiedenis van het muzikale experiment, laten musici zich hierdoor inspireren. En ook Gesualdo’s bewogen leven heeft de verbeeldingsdrang van menig kunstenaar in gang weten te zetten: Werner Herzog’s hommage in zijn Tod für fünf Stimmen uit 1995 is een voorbeeld uit een lange reeks. Wat zo velen boeit in Gesualdo -- muziek én leven -- is het samengaan van tegenstellingen. In zijn levensloop verbaast ons het contrast tussen een glansrijk bestaan als voornaam aristocraat en een reeks gewelddadige episodes. Toch was dit samengaan van tegenstellingen niet ongebruikelijk in de hofcultuur van de Italiaanse Renaissance waarin Gesualdo zich bewoog. Veel uitzonderlijker is de extreme toewijding die hem als musicus tekent, en waarin zich al iets van de overgave van een romantisch kunstenaar aankondigt. Zijn hemelse muziek lijkt er een van volmaakte harmonieën,

9


maar kent niettemin opvallende dissonanten. Juist het gedurfde onderbreken van verwachtingen van toehoorders was het effect dat Gesualdo beoogde. Voor moderne componisten als Stravinsky was dit een waarmerk van experimenteerdrift. Maar in de verfijnde Italiaanse hofcultuur van de late zestiende eeuw gold dit als hoogtepunt van raffinement, juist door de gewaagde combinatie van tegengestelde elementen. Hoe groter het contrast, hoe sterker het effect, maar dan wel op voorwaarde dat het geheel in balans bleef. En daartoe waren slechts de beste kunstenaars, zoals Gesualdo, in staat.

Prof. dr. Harald Hendrix, hoogleraar Italiaanse taal en cultuur, Universiteit Utrecht

10


11


De feiten over Carlo Gesualdo Carlo Gesualdo werd op 8 maart 1566 in Venosa (provincie Potenza, regio Basilicata) geboren als tweede zoon van Fabrizio Gesualdo en Gerolama Borromeo. Zijn vader droeg de titel Prins van Venosa en was de broer van kardinaal Alfonso Gesualdo, hoofd van de curie van kardinalen in Rome. Zijn moeder was de zus van kardinaal Carolus Borromeus (zoals zijn Latijnse naam luidde). Haar oom Giovanni Medici werd in 1559 gekroond tot paus Pius IV. Toen Carlo Gesualdo 19 jaar was, overleed zijn oudste broer Luigi bij een jachtongeluk en werd hij erfopvolger die voor nachtgeslacht moest zorgen. Hij trouwde met Maria d’Avalos, die al twee maal eerder was getrouwd en haar vruchtbaarheid had bewezen. Het echtpaar kreeg een zoon (Emanuele) en een dochter. Ze woonden veelal in het Palazzo San Severino in Napels, de stad van waaruit de onderkoning van Spanje heerste over het Koninkrijk der Beide Siciliën. Op 16 oktober 1590 vermoordde Carlo Gesualdo zijn vrouw en haar minnaar Fabrizio Carafa, hertog van Andria, die getrouwd was en vier kinderen had. Na de moord vluchtte hij naar zijn kasteel in Gesualdo, waar hij een aantal jaren onderdook.
 In 1594 trok Gesualdo naar Ferrara waar hij in februari in het huwelijk trad met Eleonore d’Este, nichtje van hertog Alfonso II. Ferrara was één van de belangrijkste muziekcentra in Italië waar onder andere Luzzasco Luzzaschi resideerde. Luzzaschi was een gerenommeerde componist van madrigalen bij wie Gesualdo in de leer ging. In Ferrara

13


gaf Gesualdo zijn eerste boek met composities uit. Hier ging hij ook muziek schrijven voor het vermaarde en virtuoze damestrio ‘Concerto delle donne’, bestaande uit Laura Peverara, Anna Guarini en Livia d’Arco.
Alfonso II. had geen kinderen en verwachtte dat Gesualdo voor nageslacht zou zorgen. Ook hoopte hij dat Gesualdo het conflict tussen Ferrara en de pauselijke staat zou kunnen oplossen door druk uit te oefenen op zijn familie in Rome. Mocht de ruzie over de uitleg van een pauselijk decreet over erfopvolging niet worden bijgelegd, dan viel het rijke Ferrara na de dood van Alfonso toe aan de pauselijke staat.
Dat laatste gebeurde, mede door toedoen van Alfonso´s zus Lucretia d´Este. Op 10 januari 1598 hield het hertogdom Ferrara op te bestaan. Gesualdo was al teruggekeerd naar zijn woonplaats in het Zuiden van Italië. In Gesualdo stelde hij zijn eigen zanggroep samen met instrumentalisten uit alle windstreken en ging hij niet alleen componeren, maar ook zelf teksten schrijven. Daar overleed zijn zoon Alfonsino, die hij bij Eleonora d´Este had verwekt. Op die plek overleed ook zijn zoon Emanuele uit zijn eerste huwelijk met Maria d’Avelos en zijn kleinzoon Fabrizio.
Op 8 september 1613 stierf Carlo Gesualdo op 47-jarige leeftijd – zonder nageslacht. Hij heeft zeven bundels met madrigalen gecomponeerd, waarvan er zes zijn uitgegeven en één verloren is gegaan. Daarnaast schreef hij een groot aantal motetten. Zijn muziek was omstreden door de ongewone harmonieën en expressieve chromatiek. Pas in de twintigste eeuw ontdekten componisten als Arnold Schönberg en Igor Strawinsky Gesualdo’s muzikale betekenis. Ook Nederlandse componisten als Louis Andriessen en Jan van Vlijmen lieten zich door hem inspireren.

Niet alleen zijn muziek, maar ook Gesualdo´s leven was controversieel. Naast de eerder gememoreerde moord op zijn eerste vrouw, haar minnaar en (waarschijnlijk) hun dochtertje, gaf hij ook

14


blijk van de behoefte om pijn te lijden en anderen pijn te doen. Op 8 september 2013 wordt de vierhonderdste sterfdag herdacht van Carlo Gesualdo.

15


16


Hoofdstuk 1 Gerolama Borromeo Vandaag is mijn geliefde zwager op bezoek geweest. Hoewel ik de geparfumeerde olie die mijn man meenam uit Venetië royaal over mijn bed had laten sprenkelen, kon hij zijn afkeer niet verbergen. ‘Zo zussje,’ sliste hij als vanouds, terwijl hij de hand die ik had gekust slinks aan zijn hermelijnen manteletta afveegde, ‘ben je klaar om voor je sschepper te versschijnen?’ Ik heb laf geknikt en verzwegen dat ik vanaf de dag dat mijn Luigi verongelukte, die schepper dagelijks vervloek. Alsof hij mijn gedachten kon lezen, kwezelde mijn zwager verder: ‘Ik weet hoezeer je hebt geleden, maar verdriet loutert de mens. Straks beloont de Heer je in het paradijs voor de ontberingen die je hebt doorstaan...’ Ontberingen… zou hij er zelf in geloven? Waarom barst zijn pens dan uit zijn soutane? En waar komen die gesprongen adertjes in zijn gezicht vandaan, die zo vloeken bij zijn jurk? Ik heb mijn ogen gesloten en gedaan alsof ik van uitputting in slaap viel. ‘Benedicat voss omnipotenss Deuss’, siste hij voordat hij ruisend verdween. Ik moet echt hebben geslapen, of het is de laudanum geweest. Luigi stond aan mijn bed, zo mooi als hij was, voordat ze hem met een

17


gebroken nek aan mijn voeten legden. Toen ik vanuit Milaan naar dit gat moest verhuizen om met Fabrizio te trouwen, heb ik meteen bedongen dat ik mijn kleermaker mocht meenemen. Je kon goed zien dat Girombelli zijn ogen de kost had gegeven aan het Spaanse hof in Napels. De kleuren in de plooien en splitten van Luigi’s buis waren gedurfd. De kulzak in zijn pofbroek liet goed zien wat hij in huis had. En dan die oorbellen, simpele pareltjes, zo geraffineerd… Hij boog zich over me heen en ik rook zijn muskusgeur. ‘Mamma,' zei hij, ‘wordt het zo langzamerhand geen tijd dat je komt?’ Ik kon alleen maar sprakeloos knikken. De schepper kan me gestolen worden, maar als ik straks Luigi terug mag zien, neem ik mijn lijden voor lief. Ze zeggen dat bevallingen steeds gemakkelijker worden, naarmate je meer kinderen krijgt. Nou, vergeet het maar. Luigi was een makkie voor zijn moeder. Hij kondigde zich aan na de tweede gang van een voor mij aangericht feestmaal, dat bestond uit gebakken zwezerik en lever met een auberginesaus en leeuweriken aan het spit met citroen. Vijf uur later had ik hem krijsend in mijn armen. Hij was een cadeau voor mijn eenentwintigste naamdag en met geen van mijn kinderen heb ik ooit zo’n band gehad als met hem. Het evenbeeld van zijn grootvader Luigi Gesualdo, Prins van Venosa. Volgens Fabrizio had onze zoon niet alleen de naam en het uiterlijk van zijn opa, maar ook het karakter. Hij vocht graag, hij was net als ik gek op jagen en vanaf zijn tiende kreeg ik klachten van onze dienstmeiden dat hij dingen van hen verlangde waarvoor ze niet waren aangenomen. Een jaar later werd Isabella geboren. Ze leek op haar broer, maar

18


haar beentje brak bij de geboorte en dat is nooit meer helemaal goed gekomen. De bevalling van Vittoria, veertien maanden later, duurde twee volle dagen. Dat was de eerste keer dat ik de heilzame werking van laudanum onderging. Hoe had ik mijn leven kunnen volhouden zonder dat spul...? Ook de bevalling van ons vierde kind duurde lang en was zwaar. Wat zag dat jochie blauw toen hij eenmaal van de navelstreng was bevrijd. Ik legde mijn hand op zijn punthoofdje en schoot in de lach. De vroedvrouw zei dat de misvorming vanzelf zou wegtrekken, maar die is nooit helemaal verdwenen. Carlo, hebben we hem genoemd, naar mijn geliefde broer, in de verwachting dat hij in diens voetsporen zou treden. Net in die tijd werd mijn oom Giovanni Medici tot paus gekozen. Hij haalde mijn broer, die vanaf zijn twaalfde abt was en rechten studeerde, meteen naar Rome en benoemde hem tot kardinaal en zijn persoonlijke secretaris. Ook Alfonso, mijn zwager, benoemde hij tot kardinaal. Van zijn connecties hebben we later nog gemak gehad, toen we mijn jongste zoon na de dood van Luigi zo snel mogelijk wilden laten trouwen. Maar laat ik eerst de rij even afmaken. Een jaar na Carlo kwam Margherita, nummer vijf. Dat wil zeggen: ze kwam niet. Met een soort hefboom werd ze naar buiten gelepeld en die ingreep heeft ze niet overleefd. Na mijn vijfentwintigste ben ik niet meer zwanger geraakt, maar mijn man heeft daarover nooit geklaagd. Negentien jaar was ik, toen ik met Fabrizio Gesualdo trouwde. Mijn vader had de overeenkomst vier jaar daarvoor gesloten. Fabrizio was een goede partij, erfopvolger van de Prins van Venosa, van hoge adel en met veel bezittingen. Wij in Milaan moesten het vooral hebben van

19 .


de carrière van mijn oom en mijn broer. Behalve mijn kleermaker wilde ik perse ook mijn persoonlijke verzorgers meenemen naar Venosa. Caterinella, mijn kapster, die pijnloos mijn haar epileerde, zodat mijn voorhoofd hoger leek dan het van oorsprong was. Sancia, met haar eigen recept voor loodwit, dat mijn huid deed oplichten, een kunstenares met rood en zwart voor mijn mond en ogen. Pantacilia, die dagelijks met mijn handen en voeten in de weer was, maar ze niet kleiner kon maken dan de natuur ze me had gegeven. En Giuditta, mijn kleedster die van Joodse afkomst was. Venosa was zo saai als ik me had voorgesteld. Vanuit ons kasteel, op het hoogste punt van een uitgedoofde vulkaan, zag je in het noorden Lavello, een dagreis verderop. Naar het zuiden had je zicht op Machito. En als je de volgende dag weer keek, dan lagen die dorpen er nog net zo bij. Langs de Via Appia reisde nogal wat volk, maar exclusieve spullen had het maar zelden bij zich. Toen Luigi voor de eerste keer mee mocht op de jacht, kocht ik een foedraal voor de hartsvanger die hij droeg. Eigenhandig gaf hij daarmee een zwijn de doodsteek. Die dag heb ik zo vaak herbeleefd. Hij is doordrenkt van de weeÍ geur die het ontweiden van wild met zich meebrengt. De zon flitste door het gebladerte en gaf me een licht gevoel in mijn hoofd. De veertjes op de fluwelen baret van Luigi, die schrijlings voor me op de rug van mijn paard zat, kriebelden in mijn neus. Het was de week voor mijn naamdag, hij was bijna twaalf jaar. Bijna teder maakte hij mijn rechterhand los van de teugels en vleide die tussen zijn benen. Hij was hard. Mijn zoon legde zijn hoofd in zijn nek en schurkte zich tegen me aan. En ik liet hem begaan. Totdat in de verte hoorns klonken en ik beide handen nodig had om mijn palfrenier te mennen. Ik weet dat mijn dagen zijn geteld en dat de ziekte die mijn lijf

20


heeft gesloopt al heel gauw ook mijn geest zal aantasten. Laat deze herinnering gespaard blijven. Fabrizio had veel aan zijn hoofd, maar zag dondersgoed dat ik me vaak verveelde. Hij deed zijn best om leven in de brouwerij te brengen door regelmatig festiviteiten te laten organiseren. Helaas was zijn smaak nogal eenzijdig. Het was bijna altijd muziek. Eén keer werd een platte kar de binnenplaats opgereden. Een beetje vieze man, met kleren die al lang uit de mode waren, klom er op en begon een tekst voor te dragen van Horatius, de beroemdste inwoner die Venosa had voortgebracht. Ik snapte er niets van. Ook nam Fabrizio ons hele gezin mee naar de terechtstellingen van boerenvolk dat onze vruchten had geplukt of zich aan onze hazen had vergrepen. Maar meer dan twee, drie keer per jaar kwam dat niet voor. Dus waren de concerten op Il Castello het voornaamste verzetje. Ze verliepen altijd volgens een vast patroon. Fabrizio sloot zich de hele dag op, in zijn vertrekken en in zichzelf. Eindeloos priegelde hij deuntjes op zijn orgeltje, totdat hij door zijn pijnlijke gewrichten de blaasbalg niet langer kon bedienen. Dan hoorde ik hem zingen, dat klonk nog wel aardig. Hij had een componist uit Mantua aangesteld, die daar weg moest omdat hij zijn vrouw had vermoord. Een rare snijboon, met een rug als een kromhoorn en een misvorming in zijn gezicht waardoor het leek of hij altijd lachte. Tromboncino heette hij, later zou hij worden weggekocht door die Borgiahoer in Ferrara. Maar eerlijk is eerlijk: sommige van zijn refreintjes zaten de volgende dag nog in je hoofd. Als Fabrizio de hele dag voor zichzelf bezig was geweest, ging het ’s avonds nog eens dunnetjes over. Luigi en ik hadden een spelletje ontwikkeld om de tijd door te komen. Dan fluisterde ik ‘sprinkhaan’ of

21


‘paddendokter’ en dan moest hij proberen uit te vissen wie ik daarmee bedoelde. Als we maar niet te hard lachten, want dan kreeg Fabrizio de pest in. Ik heb nooit begrepen waarom de meeste muzikanten zichzelf nauwelijks verzorgen, geen oog hebben voor kleding of sieraden. Het enige waarvan ze lijken te houden is van muziek maken en van onze banketten na afloop. Hoewel ze meer dronken dan aten. Anders dan zijn broer en ik, genoot Carlo met volle teugen van de muziekuitvoeringen. Vanaf zijn tiende zong hij mee, later speelde hij – volgens mijn man niet onverdienstelijk – luit en nog zo’n snarending. Hij trok veel op met Tromboncino. Ze liepen met gemak naar de abdij van de Heilige Drieëenheid, pauzeerden daar en wandelden dan weer vier uur terug. ‘Waar hebben jullie het zo’n hele dag over?’ vroeg ik hem wel eens. ‘Nergens over’, bitste hij dan. Hij had net zo goed kunnen zeggen: ‘Mens, bemoei je met jezelf.’ Volgens die kromme lachebek wilde Carlo alles weten van componeren en zong hij hem onderweg dingen voor die hij had bedacht. Toen mijn geliefde broer hoorde hoe zijn naamgenoot opging in de muziek, stelde hij hem voor in te treden en op die manier van de beste professionele opleidingen gebruik te maken. Maar Carlo had geen zin om bisschop of kardinaal te worden. Volgens mij had Carlo sowieso geen zin om wat dan ook te doen. Ja, een beetje tokkelen en fiedelen… Hoe kunnen twee kinderen van dezelfde ouders zo verschillen? Mijn lieveling gedroeg zich vanaf het begin als de toekomstige Prins van Venosa en hertog van Conza. Hij hield van jagen, van nieuwe kleren, van feesten. Hij lééfde. Vanaf het moment dat hij de baard in zijn keel kreeg, bleven de klachten van mijn dienstmeiden uit. Fabrizio

22


heeft me later wel eens verteld dat hij een aantal keren de hand van een klagende vader met dukaten had moeten vullen. En dan dat punthoofd… De enige klacht die ik ooit over hem kreeg, kwam van Sancia, mijn kamenierster, bij wie hij kaarsvet op haar arm had gedruppeld. Wie verzint er zoiets? ‘Als hij nog eens zoiets probeert, moet je zijn hand in de vlam houden, dan leert hij die fratsen wel af’, adviseerde ik haar. Het was in de tijd dat Vittoria stierf, nog geen twaalf jaar oud. Mijn man had haar voorbestemd voor een huwelijk met een van de Carraciolo’s, verre familie van zijn kant met veel land in de buurt van Pavia. Maar voordat hij de besprekingen kon beginnen, begon ze zichzelf al meerdere keren per dag te bevuilen. Mijn geliefde broer introduceerde een geneesheer uit Milaan, die naar verluidt het leven had verlengd van de voorganger van mijn oom in Rome met een elixer van verpulverde parels en edelstenen. Mijn lieve schat nam het brouwsel dapper in, maar haar pijnen verergerden alleen maar. Korte tijd later bezweek Caterinella aan dezelfde ziekte en ook buiten het kasteel stierven veel mensen. Dat is nu precies tien jaar geleden. Ik besef dat de dood van Vittoria mij misschien het zicht heeft ontnomen op de buitensporigheden die Carlo zich steeds vaker bleek te permitteren. Maar ik zag het niet, of ik wilde het niet zien. De laudanum die Sancia me gaf om mijn pijn te verzachten maakte dat de dagen in een aangename roes vergleden. En natuurlijk had ik Luigi. Raar hè, dat de vreugde die een kind biedt ervoor kan zorgen dat je verdriet verwerkt, tegenslagen overwint, aftakeling accepteert. Dáár zou die Tromboncino nou eens een liedje over moeten schrijven.

23


Luigi was mijn oogappel, omdat we allebei van hetzelfde genoten. We wilden er goed uitzien. We wilden ons kunnen uitleven, want onze zintuigen hadden we niet voor niets. Het is net of ik steeds meer van hem genoot, naarmate ik zelf minder kon, maar dat vrat wel aan me. Ik herinner me een feest op ons kasteel in Gesualdo, halverwege Venosa en Napels, waar we altijd een paar nachten overbleven als we naar het hof of naar Rome reisden. Mijn geliefde broer was in Trento aan een moordaanslag ontsnapt door een doorgedraaide monnik, die het niet kon verkroppen dat zijn orde een deel van zijn bezittingen moest afstaan. Ik vond het overdreven en zag tegen alle rompslomp op, maar mijn man wilde de mislukte aanslag vieren. ‘Mamma,’ overtuigde Luigi me, ‘we laten Girombelli feestkledij ontwerpen, waardoor oom Carlo spijt krijgt dat hij bij het Concilie het celibaat in ere heeft hersteld.’ Als hij me dan ook nog kietelde, was ik weerloos. Luigi was tijdens het feest een lust voor het oog; ik was heus niet de enige die haar ogen niet van hem kon afhouden. Iedere keer als Fabrizio stilte afdwong om zijn nieuwste bedenksels ten gehore te brengen, was Luigi verdwenen. Behalve liefde en bewondering voelde ik ook jaloezie. Misschien ben ik wel wat laatdunkend geweest over Carlo, wiens passie ik niet begreep en die me altijd zo vilein zijn minachting voor dat onbegrip liet merken. Als ik hem na afloop van een concert vroeg of hij wilde dat ik Pantacilia naar het eelt op zijn vingertoppen liet kijken, dan sneerde hij ‘Fijn dat u zo van de muziek hebt genoten’. Of hij informeerde: ‘Die paddendokter…, wie was dat nou precies? Die heb ik niet kunnen ontdekken…’ Musiceren is het enige dat ik hem ooit met hartstocht heb zien doen. Hij sloeg geen uitvoering over. Alle vrienden die hij maakte, speelden of zongen. De enige uitzondering die me nu te binnen

24


schiet, was een jonge valkenier met wie hij tijdens onze jachtpartijen onafscheidelijk en soms onvindbaar was. Want begrijp me goed: hij onttrok zich niet aan de dagelijkse gang van zaken op Il Castello. Hij ging wekelijks mee op jacht en bleek zelfs een betere boogschutter dan Luigi. Hij nam deel aan alle maaltijden. Hij vergezelde ons bij iedere familieverplichting. Het enige waaraan hij zich onttrok was aan het besturen van onze bezittingen. Maar daar vielen we niet over, want dat werd immers Luigi’s taak. Eigenlijk beschouwden wij Carlo allemaal als een eenzaat, die zijn verplichtingen tot een minimum beperkte en uitsluitend leefde voor zijn muziek. Daarom verbaasde het me zo, dat Sancia me vertelde dat mijn jongste zoon het leuk vond om dieren te … om met dieren te experimenteren. Na die ene keer, toen hij wilde zien hoe mijn kamenierster op heet kaarsvet reageerde, heeft hij haar nooit meer uitgedaagd. Maar op een dag riep hij haar en toen ze zijn vertrekken binnenliep, sneed hij onder haar ogen een rat zijn staart en oren af. ‘Zo doen we dat met pestlijders’, legde hij vergenoegd uit. ‘Wil jij die troep laten opruimen?’ Daarna vond ze op de omgang duiven zonder kop en ze wees me op diverse schapen en geiten op de binnenplaats waarvan een oog was uitgestoken. Ik heb nog een poos gedaan of het me niet aanging - uiteindelijk deed Carlo er geen mens kwaad mee - maar toen zag ik het zelf. Ik liep naar de vleugel van de jongens om Luigi te vertellen dat Fabrizio voor het eerst een toernooi wilde organiseren op Il Castello. Niet dat bloederige gedoe van vroeger, maar beschaafd: met jongleurs, verkleedpartijen en maskerades. Ik had Girombelli al besteld. Vanuit de hoektoren klonk een bloedstollend gekrijs en meteen drong

25


.

Wil je meer van deze verhalen lezen? Zowel het papieren boek - ISBN: 978-9081954-38-9 en € 17,50- - als het eBook – ISBN: 978-90-81954-39-6 en € 6,99 – zijn verkrijgbaar in de webshop van uitgeverij LetterRijn, www.letterrijn.nl als overal elders in de boekwinkels (ook online)

Gesualdo - Jeroen Terlingen - 2013