Page 47

45

O ud en het leven moe? Geen doel , geen regie, geen leven

Lia Verlinde en Anke Bonnewyn

Inleiding

Doodswensen, gedachten aan suïcide en daadwerkelijk suïcide komen bij ouderen relatief veel voor en zijn een maatschappelijk en gezondheidsprobleem. In de meeste geïndustrialiseerde landen is het suïcidecijfer onder de bevolking bij ouderen het hoogst. Het aantal geregistreerde suïcides van ouderen boven de 60 per 100.000 ouderen is in 2016 ca 15 in Nederland en 25 in Vlaanderen. Het hebben van een doodswens, al of niet gecombineerd met suïcidaal gedrag, weerspiegelt lijdensdruk en beïnvloedt de kwaliteit van leven. Er zijn verschillende manieren waarop ouderen aan de dood kunnen denken en/of naar de dood kunnen verlangen. Daarbij kunnen ze wel of geen suïcidaal gedrag vertonen. Onder suïcidaal gedrag verstaan we alle handelingen die er op gericht zijn om zelf een einde aan het leven te maken. Meestal is er dan ook sprake van voortdurend piekeren over het leven beëindigen, er wordt dan gesproken van entrapment. Ouderen willen in het algemeen anderen niet met hun gedachten aan de dood belasten en zijn weinig geneigd deze gedachten te delen. Familie en omgeving weet vaak niet wat te doen voor de oudere en zijn bang dat erover praten het probleem erger maakt. Voor hulpverleners zijn er geen standaardprocedures en is er geen eenduidige onderliggende theorie die handvatten geeft voor zowel behandeling en begeleiding, terwijl wel een beroep wordt gedaan op hun inlevingsvermogen. De hulpverlener wordt geconfronteerd met de eigen visie op leven, sterven en de dood. Hoe differentieer je tussen de doodswens als symptoom van een psychiatrische ziekte of als weloverwogen existentiële keuze? Meegaan in een doodswens doet de oudere tekort. Ontkennen dat een doodswens consistent en reëel kan zijn doet dat eveneens. In dit artikel geven we aan de hand van enkele Nederlandse en Vlaamse cases, voorbeelden hoe je als hulpverlener met suïcidaliteit bij ouderen kan omgaan, zodanig dat de oudere weer controle over zijn/haar leven krijgt en de regie voor de behandeling - zover mogelijk- bij de oudere zelf ligt. We toetsen de methodiek aan de theorievorming over suïcidaliteit.

S u ï c i d a l e g e d a c h te n e n d o o d s w e n s e n i n r e l a t i e t o t d e l e e f t i j d

Doodswensen en suïcidaliteit krijgen op oudere leeftijd een andere betekenis dan op (jong)volwassen leeftijd. Ouderen worden meer geconfronteerd met veranderingen in hun functioneren, met verlieservaringen en met de eindigheid van het leven. Binnen alle domeinen van kwaliteit van leven (World Health Organisation (1997) ) treden veranderingen op: 1. lichamelijk welbevinden; 2. psychisch welbevinden; 3. autonomie en controle; 4. sociaal welbevinden; 5. omgevingsfactoren, zoals wonen en inkomsten; 6. toekomstperspectief.

Profile for Lentis

GGzet Wetenschappelijk, 2-2019  

GGzet Wetenschappelijk, 2-2019  

Profile for lentisggz