Page 1

FoolcoloR M

A

G

A

Z

I

N

E

n u m m e r 8 2 | z o m e r 2 0 1 2 | g r a t i s m a g a z i n e


2

Van de redac tie

Colofon Foolcolor is een magazine voor en door cliënten van Lentis

Helaas hebben wij onze lezers moeten teleurstellen. Het aprilnummer van Foolcolor is niet verschenen. Onze excuses daarvoor. Door een interne reorganisatie en omdat FoolColor dringend plannen wilde maken voor de toekomst, die onduidelijk is. In verband met de overgang van de AWBZ (Algemene wet bijzondere ziektekosten) naar de Wmo (wet maatschappelijke ondersteuning) worden nu plannen gemaakt om het voortbestaan van Foolcolor in de toekomst zeker te stellen. We zijn een eind op weg en we zijn optimistisch. Voor je ligt het zomernummer van 2012 en we zijn er weer trots op. Het thema is dwang. Dat klinkt wat zwaarmoedig, maar dat is het niet. Voor iedereen en overal ter wereld bestaat er zoiets als positieve dwang. We moeten eten, geld verdienen, de economie proberen overeind te houden, we moeten slapen. Ach er is zoveel dat ‘moet’. In dit nummer wordt er op verschillende manieren naar dwang gekeken. Los van het thema is er het interview met Wim Bloemers, psychiater, die in de maand mei met pensioen is gegaan en waarvan Lentis en vele cliënten afscheid hebben genomen. Met pijn in hun harten. Wim Bloemers is een bijzondere man en een geweldig psychiater. Alle vaste rubrieken zijn er. In het bijzonder wil ik de lezers wijzen op een nieuwe rubriek die wij gaan lanceren: de Klaagmuur. Elders in dit nummer staat een wervende tekst. Je mag lekker gaan klagen en het maakt niet uit waarover. In ‘het is gezien’ een prachtig commentaar op een schilderij van Andras Mebius. Andras heeft na vele jaren besloten om zich meer op zijn schilderkunst te richten en stopt zijn activiteiten voor FoolColor. De redactie kan het begrijpen, maar vindt het wel jammer. We wensen hem een fijne , gezonde en succesvolle toekomst toe. En wat jou betreft: wij hopen op een mooie warme zomer voor iedereen. De zon op je bol is iets om blij van te worden. Neem de warmte in je op, probeer de warmte te gebruiken als bron van kracht en gezondheid. Geniet ervan wanneer je kunt. Terwijl ik dit schrijf zitten we nog midden in de lente. Overal om mij heen zie ik nieuw leven, de bomen krijgen bladeren, bloesem, planten in knop, narcissen bloeien. Ik hoop dat je opbloeit en een fijne zomer tegemoet gaat.

Oplage: 3250 ISSN 1878-9943 Redactie Joanne Hillenga, Andras Mebius, Gijs van der Paauw, Chris van Boetzelaer, ­R oelien Raidt, Frieda, Erik Bies, Elisabeth Smelik, Sjoerd Hesselmans Eindredactie Henk Santing Websitebeheer Brrrt, Ska Fotografie Fotobureau Foolcolor ­M edia: Ed Lankhorst, Inge Jansen, Cindy van Helden, Alfons Wijninga, Thea Mulder Illustraties, cartoons Margje Molenkamp-van den Berg, Anna de Ruiter, Eriko, Henk de Vries, Houkje van Dijk Vormgeving Silvana Wolthuis Druk en af werking Drukkerij Drupon Cover Margje Molenkamp-van den Berg Redactieadres Foolcolor Media Van Oldenbarneveltlaan 15 9716 EA Groningen Telefoon 050 - 575 13 90 Website www.foolcolormedia.nl E-mailadres redactie@foolcolormedia.nl Projectondersteuners Henk Santing, Ine Paulien Weijer Telefoon: 050 - 575 13 90

Elisabeth Smelik

Foolcolor Media is een werkproject van Lentis

Augustusnummer Thema Vies Inzenden kopij niet meer mogelijk Oktobernummer Thema Zelfvertrouwen Inzenden kopij vóór 18 juli 12 uur

Aan de totstandkoming van deze uitgave is de uiterste zorg besteed. Voor informatie die desondanks onvolledig of onjuist is opgenomen aanvaardt de redactie geen aansprakelijkheid. Tevens behoudt zij zich het recht voor advertenties en ingezonden kopij, zonder opgave van reden, te weigeren, in te korten en/of taalkundig te bewerken. Publiceren onder pseudoniem mag, mits naam en adres bij de redactie bekend zijn.


3

Inhoud 2 Van de redactie 4 Thema: Dwang 6 Thema: Inbewaringstelling 8 Column Erik Bies 8 Lekker mekkeren 9 Het is gezien... 10 Wim Bloemers neemt afscheid 12 Spons 13 Steekje los 13 De huisdieren van...Nathalie Bijl 14 Bekende gevallen - Virginia Woolf 16 Vragenfestijn - Margriet Bolding 18 Sabien des Foolcolors 19 Foppe kukelt er op los 20 Gijs op reis 22 In Therapie: cognitieve gedrags 24 Boek, Petje & Von Puckhausen 25 De Etalage: Gerard Rozeboom 26 Alle gekheid: Dwangstoornis 28 Vooroordelen 29 op een rij 30 neus en neus, supercliĂŤnt 31 postvak in 32 Gedicht des Foolcolors: Dwang


4

Thema dwang

DWANG

Om een artikel te schrijven over dwang ben ik allereerst een onderzoekje gaan doen op internet. Met behulp van google vond ik eindeloos veel artikelen over dwang en/of dwang en drang. De eerste acht pagina’s met hits gingen allemaal over dwang en drang in de psychiatrie. En juist daarom wil ik het daar niet over hebben. Mensen die geïnteresseerd zijn in de wetgeving over dwang en drang kunnen dit zo vinden op internet.

Het eerste artikel over dwang dat niet over psychiatrische aandoeningen ging was een film van 30 minuten op youtube over het strafrecht. In Nederland worden de grondwet en subwetten gebruikt om een veilige maatschappij te creëren. Het belastingrecht bepaalt hoeveel belasting wij moeten betalen. Hier komt het woordje ‘moeten’ bovendrijven, dwang is moeten. Als wij iets stelen en we worden betrapt, krijgen wij straf en moeten dan òf naar de gevangenis (als het een beroving met geweld betreft) òf we krijgen een werkstraf en een boete als het om een kleine diefstal gaat. Als je iemand vermoordt en je wordt daarvoor opgepakt, kun je er zeker van zijn

dat je langere tijd de gevangenis ingaat en ook vaak vanuit de gevangenis naar een TBS kliniek moet, waar je gedwongen onder behandeling wordt gesteld. Ook in de gevangenis word je gedwongen om de structuur te aanvaarden en mee te werken. Als we onze belasting niet betalen of belastingfraude plegen staan daar hoge straffen op. Wij worden dus gedwongen om onze belasting en onze premies voor de volksverzekeringen te betalen. Dit jaar moeten we zelfs 200 euro extra betalen als we psychiatrische zorg krijgen. Hoe langer ik over dwang nadenk, hoe helderder het in mijn hoofd wordt: dwang heeft veel met regelgeving te maken.

Wanneer je je rijbewijs wilt halen moet je de verkeersregels leren. Door die verkeersregels wordt je gedwongen om veilig te rijden. Als je toch door een rood licht rijdt of veel te hard rijdt, loop je kans op een fikse bekeuring. Die bekeuring is een dwangmiddel om je te leren voortaan maar wel te stoppen voor een rood verkeerslicht of wat beter je voet bij het gaspedaal te beteugelen. Mobiel bellen tijdens het rijden wordt zwaar beboet, niet om jou te pesten maar om je duidelijk te maken dat mobiel bellen gevaarlijk is en dat je daardoor een ongeluk kunt veroorzaken.


5

Niet alleen een

psychiatrisch

probleem!

s o c i a al a a ng e p a s t Dwang begint al heel vroeg na je geboorte. Allereerst krijg je gelijk een burgerservicenummer waarmee de Nederlandse staat je op oudere leeftijd kan identificeren. Je krijgt geheel tegen je wil in een serie inentingen. Je ouders proberen je met (hopelijk liefdevolle) dwang op te voeden. Je moet tenslotte leren hoe je een sociaal aangepast en evenwichtig mensje wordt dat respect heeft voor oudere mensen en doet wat er van hem wordt gevraagd. Je moet bijvoorbeeld je kamer opruimen van je ouders, ook al heb je er geen zin in. Vanaf je vierde levensjaar moet je naar school. Je ouders zijn verplicht je op te geven bij een school en erop toe te zien dat je ook daadwerkelijk naar school gaat. Als je klein bent, is dat meestal geen probleem maar in de puberteit heeft menig scholier absoluut geen zin om naar school te gaan. Ze gaan spijbelen en leveren problemen op voor hun ouders, want de ouders krijgen de onderwijsinspecteur op hun dak wanneer hun kind veel spijbelt. Ze krijgen een boete en moeten ervoor zorgen dat hun kind wel naar school gaat. Dat is dwang. we r ke n o f j at te n Je kunt onder dwang een keuze moeten maken. Bijvoorbeeld wanneer je overvallen wordt en iemand wil jouw geld of dreigt je overhoop te schieten. Dan geef je onder die dwang je geld af, je kiest voor je leven. Wanneer je na de middelbare school niet doorleert, zul je een baan moeten zoeken om in je onderhoud te kunnen voorzien. Je kunt er ook voor kiezen om een crimineel te worden en geld te stelen. In beide gevallen moet je wat. Werken of jatten om in je eigen onderhoud te kunnen voorzien. Weer later ontmoet je misschien iemand waarmee je jouw leven wel wilt delen omdat je van haar of hem verschrikkelijk veel houdt. Je kunt dan kiezen tussen gewoon samenwonen, een geregistreerd

partnerschap of een huwelijk. Voor de fiscus maakt dat niet uit, die zal belasting heffen omdat je samenleeft. Het huwelijk en het geregistreerd partnerschap scheppen verplichtingen naar elkaar toe, je moet voor elkaar zorgen. En hoewel je in vrijheid gekozen hebt voor bijvoorbeeld het huwelijk, de consequenties zijn groot en daar kom je helemaal achter wanneer de liefde overgaat en je partner bij jou weg wil of andersom. Dan blijkt opeens dat je de boedel moet delen, moet uitmaken wie achterblijft in het huis, of dat het huis moet worden verkocht. Heb je kinderen dan moet daar een regeling voor worden getroffen, want je moet (bent gedwongen om) goed voor je kinderen te zorgen. w i l d p l a ss e n Iedere Nederlander wordt geacht de wet te kennen en te respecteren. Persoonlijk heb ik het wetboek nooit doorgelezen. Door opvoeding, scholing en te leven in onze maatschappij leer je veel van de regels als vanzelf, maar op het moment dat je iets doet dat strafbaar is (zelfs het te vroeg neerzetten van je huisvuil aan de kant van de weg) ben je strafbaar. Openbaar dronkenschap is strafbaar. Het is een misvatting van veel mensen wanneer ze denken dat dat alleen betrekking heeft op autorijden. Dat is niet waar, je bent al strafbaar wanneer je beschonken over straat loopt, dronken op de fiets of brommer zit. En ook al zit je dronken op je fiets en een politieagent houdt je aan, dan kunnen ze je je rijbewijs (mocht je een rijbewijs hebben) invorderen omdat je dronken op de fiets zat. In feite is alles wat moet dwang, omdat het alternatief vaak vervelende situaties oplevert. Je mag niet wildplassen of wild poepen, daar kun je een bekeuring voor krijgen. Die regel is er niet voor niets, wanneer iedereen zijn behoefte buiten op straat zou doen zouden we met zijn allen vergaan van de stank en zouden de straten

vol liggen met mensenstront. Hondenbezitters moeten de drollen opruimen van hun huisdieren, doen ze het niet dan worden de straten vies en hebben burgers daar veel hinder van. De wet dwingt je die drollen op te rapen en thuis in de vuilnisbak te gooien. Veel mensen houden zich daar tot mijn eigen grote ergernis niet aan en ik zou graag zien dat het probleem van de hondendrollen harder zou worden aangepakt. d o k ke n Dwang begint dus al bij je geboorte en je hele leven tot en met je begrafenis/ crematie heb je te maken met dwang. Dus niet alleen in psychiatrische ziekenhuizen. Daarom verbaast het mij eigenlijk dat er weinig informatie te vinden is op internet over andere soorten dwang. Misschien omdat bepaalde soorten dwang nuttig zijn. Zelf zou ik liever geen belasting betalen, maar als ik het niet doe kom ik in grote problemen. Het ontduiken van de belasting of het plegen van belastingfraude wordt zwaarder bestraft dan iemand in elkaar slaan of te beroven. Dit komt omdat de belastingwetgeving een pijler is waarmee de staat alle nodige voorzieningen kan betalen, zoals het aanleggen van wegen, het in stand houden van de beveiliging van ons land (politie, landmacht, luchtmacht, marine), ontwikkelingshulp, vermindering van de vervuiling, maatschappelijke hulp aan werklozen en invaliden, droge voeten, waterzuivering, en nog veel meer. Je hoeft er niet mee eens te zijn, maar je moet wel dokken.

Ik daag iedereen uit om nog meer dwang te vinden in onze maatschappij en in ons leven!

• Elisabeth Smelik • Foto: Ed Lankhorst


6

ervaringsverhaal

IBS

Een inbewaringstelling of IBS is in Nederland een maatregel (wet BOPZ) waarbij iemand gedwongen in een psychiatrische instelling geplaatst wordt. De maatregel kan alleen door de burgemeester afgegeven worden. Alleen als de burgemeester een inbewaringstelling afgeeft kan de patiënt meteen worden opgenomen. Binnen 3 dagen na de opname komt de rechter kijken of er een acute reden bestaat om de IBS voor de duur van 3 weken te activeren. Wordt de IBS door de rechter bekrachtigd dan moet de patiënt tot die tijd op onvrijwillige basis worden opgenomen. Als de rechter bepaalt dat er geen acuut gevaar meer is, wordt de IBS niet geactiveerd. Vanaf hier heeft de patiënt de keuze om vrijwillig opgenomen te worden.

•Tekst: Harriëtte •Foto: Ed Lankhorst


? 7

Wat is dat eigenlijk we t b i j z o n d e r e o p n e m i ng e n i n p s yc h i at r i s c h e z i e ke n h u i z e n ( We t B o p z) In de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen staat onder welke omstandigheden iemand onvrijwillig mag worden opgenomen en onvrijwillig mag worden behandeld in een psychiatrisch ziekenhuis. Belangrijk doel van de wet is burgers die hiermee geconfronteerd worden, rechtsbescherming te bieden. In 2012 zal de wet worden aangescherpt en komen er veel strengere regels om iemand in een separeercel te stoppen. m i j n e ig e n I BS Drie jaren geleden werd ik opgenomen met een IBS en heb ik ook een paar keren een nacht in de separeercel doorgebracht. Het hele gebeuren was voor mij en mijn man afschuwelijk. Op een dag kwam mijn begeleider van de psychiatrische zorg thuis bij mij langs. Voor mij heel onverwacht. Hij zei dat hij wilde zien hoe het met mij ging. Goed zei ik, maar ik heb wel besloten dat ik echt niet meer leven wil omdat ik al die hulp niet verdiende. Ik was al jaren aan het ploeteren en zag niet meer hoe ik ooit nog blij zou kunnen worden. En weer zei ik tegen mijn begeleider dat het goed ging, dat ik alles op een rijtje had en dat zijn bezoek niet nodig was. Hij ging tot mijn grote ergernis niet weg. Wat ik ook zei, hij ging niet weg. Hij belde wel met iemand. Een uurtje later stond er een onbekende man voor mijn deur, een psychiater. Hij moest mij beoordelen zei mijn begeleider. Wat idioot dacht ik, met mij is niets aan de hand, waar doen ze al die moeite voor? Dus zei ik tegen de psychiater dat ik het wel aardig vond dat hij bij mij kwam kijken, maar dat ik niet vond dat ik zijn hulp verdiende en verder wilde ik er niet over praten.

d r u k te v o o r n i e t s Plotseling komt mijn echtgenoot thuis. Hij praat met mijn behandelaar en de psychiater. Ik hoor dat mijn man erg boos wordt, maar kan de discussie niet goed volgen. Al die drukte voor niets. Ik ging naar boven, haalde mijn medicatie tevoorschijn, en mijn hobbymesjes en deed ze in mijn

handtas. Straks zou ik weg zijn, dat leek mij een heel goed idee. Weer ging de bel. De locoburgemeester stond op mijn stoep. Een vrouw. Ze sprak niet met mij, maar begon samen met de psychiater allerlei papieren in te vullen. Ik werd kribbig van al dat gedoe. Ze moesten uit mijn huis. Ik zei tegen mijn man, zullen we samen weggaan totdat die lui vertrokken zijn? Mijn man zei echter helemaal niets, hij eiste wel van de psychiater en de burgemeester dat hij eerst de stukken mocht lezen. In die stukken stond dat ik moest worden opgenomen, omdat ik last zou hebben van een psychotische depressie. Wat een nonsens, ik was helemaal niet psychotisch en ook niet depressief. Ik vond het leven gewoon zwaar, moeilijk, vervelend. Ik hoefde al die aandacht niet. puinhoop Een ambulance reed onze oprit op. Ze kwamen voor mij. Ik moest de ambulance in en liggen op een bed. Ik werd vastgebonden. Na een half uurtje bereikte de ambulance de KKP in Groningen. Een heel gezelschap heren ging met mij praten, maar ik had geen zin meer in praten en zei niets. Daarna kreeg ik een kamer toegewezen en zeiden ze dat dat mijn plek was. De idioten. Ik kreeg medicatie en viel in slaap, was zo ontzettend moe. Mijn man was overstuur, omdat hij helemaal niets meer te zeggen had over mij. Wat een puinhoop. Een dag later kwam er een advocate voor mij, maar ik wilde ook niet met haar praten. Met mij was immers helemaal niets mis. Een paar dagen later moest in de KKP voor de rechter verschijnen. Ik heb lekker niets gezegd. Ze kon de pot op. Het enige wat ik wilde was alleen gelaten worden. Ze bepaalde dat ik moest blijven. ’s Avonds deed ik een zelfmoordpoging. Drie weken lang heb ik voornamelijk geslapen. Mijn bloed werd onderzocht, mijn Hb (bloedwaarde) was veel te laag. fit en energiek Ik werd onder begeleiding naar het Martiniziekenhuis gebracht waar ik twee zakken bloed kreeg. En geloof het of niet opeens voelde ik me fit en energiek. Ik kon wel dansen. Nu denk ik was ik met mijn

vermoeidheidsklachten maar naar de huisarts gegaan, dan was de gedwongen opname niet nodig geweest. Ondanks het feit dat ik me zoveel beter voelde na de bloedtransfusie moest ik toch nog drie maanden doorbrengen in de KKP. Een paar keren moest ik een nacht doorbrengen in de separeercel. Dat was zo mensonterend dat ik tot de dag van vandaag misselijk word wanneer ik eraan denk. Gelukkig gaat het nu een stuk beter met mij. Een volgende keer laat ik mij vrijwillig opnemen mocht dat nodig zijn. Het staat zelfs op mijn crisiskaart.


8

column Het thema van deze FcM is ‘dwang’ en het is, eerlijk gezegd, een onderwerp waar ik niet veel mee heb. Zo heb ik nooit een dwangbehandeling gehad en in een separeercel heb ik gelukkig nooit gezeten. Als mensen een gevaar zijn voor zichzelf en/ of anderen, vind ik dwangbehandeling goed, in andere gevallen moet er goed over nagedacht worden of dwangbehandeling noodzakelijk of wenselijk is. In de van Dale (Groot woordenboek der Nederlandse Taal) staan achtenveertig woorden die met het woord ‘dwang’ beginnen. De meeste zeggen mij weinig, maar van dwanghandelingen, ook wel compulsie genaamd, heb ook ik wel in enige mate last, maar die zijn tamelijk onschuldig. Zo tel ik vaak mijn boeken en cd’s en soms ook mijn voetstappen, vooral als ik een trap bestijg. Ook controleer ik vaak of de deuren van mijn huis wel op slot zijn, soms kom ik zelfs op de fiets terug om de boel nog eens te controleren. Als ik in een ruimte ben met mensen tel ik ze. Het is natuurlijk allemaal nutteloos, en dat weet ik ook wel, maar het is niet anders. Overigens hebben bijna alle mensen wel in zekere mate last van dwanghandelingen. Bijgeloof kan hier een rol bij spelen. Er zijn bijvoorbeeld veel sporters die allerlei dwanghandelingen vertonen voor zij een prestatie neerzetten. Ook ken ik een vrouw die, nadat zij de deuren van de auto afgesloten heeft, wel twee of drie keer controleert of de deuren wel op slot zijn. Die deuren zijn altijd gewoon op slot, net als de deuren in mijn huis ook altijd bij controle op slot blijken te zitten. Eigenlijk weet ik dat ook wel, maar dat weerhoudt mij er niet van ze te controleren. Echt ernstig is het mijn geval niet, want het gecontroleer kost mij niet veel tijd en ik heb van een psycholoog gehoord dat het pas gevaarlijk wordt als je veel van je tijd eraan besteedt, zodat je in het dagelijks leven in moeilijkheden komt, bijvoorbeeld omdat je werk eronder lijdt en je niet meer goed functioneert. Dwanghandelingen kunnen dus onschuldig zijn, maar kunnen mensen ook in grote moeilijkheden brengen. Als het al te erg wordt kan het tijd zijn voor een opname en een gepaste behandeling. Wat valt er nog meer te zeggen over ‘dwang’? Dat het vervelend is om last te hebben van dwangstoornissen en ook om tot iets gedwongen te worden. In feite ging ik onder dwang naar school. Ik was altijd blij als de schooldag er weer op zat, loerend naar mijn horloge. Arbeid is ook iets wat je in veel gevallen onder dwang moet doen, om het geld, omdat je een gezin hebt, omdat je huur, gas, water en elektriciteit betalen moet. Er zijn mensen die jarenlang productiewerk doen. Ik zou zulk werk niet langer dan drie weken volhouden. De zinloosheid van het leven zou er te duidelijk door worden. Er zijn volgens mij niet veel mensen die hun werk echt leuk vinden. Elke dag hetzelfde doen op dat saaie kantoor. Of heel zwaar werk doen, zoals bouwvakker of stratenmaker, werken in de kou, het is allemaal even vreselijk, tot je met pensioen mag. Er schiet mij ineens een dwanghandeling te binnen waar ik al heel lang last van heb. Tijdens het fietsen in het donker controleer ik voortdurend of mijn achterlichtje het nog wel doet. In mijn hele leven heb ik slechts één boete gehad en die was voor fietsen in het donker zonder functionerend achterlampje. Dat was ook meteen de enige keer dat ik even geen last van dwanghandelingen had. Het werd meteen afgestraft.

• Erik Bies

LEKKER MEKKEREN Het weer valt tegen, je moeder luistert niet, je baas is een lul, de stoep ligt vol poep. Kortom, het leven is niet wat je ervan had verwacht. Wij van Foolcolor hebben er begrip voor en stellen een deel van ons blad open voor alle soorten geklaag. De Klaagmuur is geboren! Dus, heb je zin om eens flink te jeremiëren over iets? Stuur het ons op, dan plaatsen wij het op de Klaagmuur. Misschien werkt het wel heel therapeutisch. We zijn benieuwd! In stappen: 1. Schrijf een klaagbrief(je) 2. Stuur hem op naar de redactie. Het (e-mail)adres staat voorin Foolcolor Magazine. 3. Wij pakken hem uit en plaatsen hem op de muur.

Wat is er fijner dan klagen?


9

In deze rubriek nodigt de maker van de getoonde kunstwerken elke keer een andere gastschrijver uit om een fictieve tekst bij een door hem/ haar gekozen beeld te schrijven. Het resultaat kunt u hieronder lezen en zien.

Dagboek v an Edw ard J . F innemore , Ps ychonaut . 4 8 s e p te m b e r, 2 0 0 1 1 (d e rd e ke e r) Naakt wakker geworden in een badkuip, in een volledig overhoop gehaald appartement dat ik niet herken. Tot zover alles normaal. Pas later, toen ik een klein brandje bluste dat ik in mijn keuken had ontdekt, bemerkte ik dat ik was bestolen. Iemand was ervandoor gegaan met mijn vermogen de kleur groen te zien. Ik ontdekte dat ik de kleur in kwestie tenminste nog wel kon ruiken en horen, maar het gevoel van ontzetting bleef. Niet dat groen ooit mijn favoriete kleur was. Daarvoor had het me altijd te onbetrouwbaar geleken. Het ging om het principe. Wie zat er achter deze lafhartige daad? Ik nam een capsule mescaline en bezocht Fred, mijn huisbaas, Ik vertelde hem dat ik een aantal dagen weg zou zijn op een uiterst gevaarlijke missie waar het landsbelang mee gemoeid was. Ik vroeg hem om, in het geval ik niet terug zou komen, het stucwerk van mijn slaapkamermuur open te breken en de daarachter verstopte schoenendoos ongeopend in zee te gooien, alvorens mijn appartement in brand te steken. Hij zei dat hij het allemaal prima vond als ik maar nooit meer zomaar zijn slaapkamer in kwam. Hij adviseerde me bij vertrek ook nog een broek aan te trekken. Fred is iemand waar je op kunt bouwen in een crisissituatie. Ik besloot niet mijn eigen auto te gebruiken. Daar rekenden ze op. Ik hield dus een taxi aan en zei de chauffeur me naar gistermiddag te brengen. Hij begon tegen te sputteren maar het trekken van

mijn revolver snoerde hem de mond. Ik beet hem toe dat ik geen tijd had voor zijn verkooppraatjes, dat het een zaak van leven of dood betrof en dat ik niet wilde dat hij in paniek zou raken maar dat er mogelijk driehoeken bij betrokken waren. Dit leek hem te doordringen van de ernst van de situatie en hij begon te rijden. Onderweg staarde ik naar de nachtelijke stad die aan me voorbij gleed en probeerde ik mijn gedachten te ordenen, iets wat me voor mijn doen aardig lukte. Ik wist wie ik was en dat me iets was afgenomen. Wat, daar kon ik even niet opkomen, maar ik wist dat het belangrijk was, anders was ik niet overgegaan tot het nemen van gijzelaars. De taxichauffeur leek nerveus. Ik mompelde dat alles in orde zou komen en dat ik psychonaut was, maar dit leek hem nauwelijks te ontspannen. Ik besloot dat ik

hem het hele verhaal zou moeten vertellen maar viel in plaats daarvan onverwachts in slaap. 4 7 s e p te m b e r, 2 0 0 1 1 (w a a r o m?) Wakker geworden achterin een taxi van het geluid van een claxon achter me. De taxi stond met draaiende motor voor een stoplicht. Het stoplicht klonk groen maar de taxi bleef staan. Na controle bleek dat te komen doordat er geen chauffeur was. Ik verliet de taxi en negeerde de schreeuwende man in de auto erachter. Ik had honger en besloot op zoek te gaan naar pizza.

• Tekst: Tim van ‘t Hul • Beeld: ‘Black beauty’ ,Andras Mebius


10 I n te r v i e w m e t s c h e i d e n d p s yc h i a te r W i m B l o e m e r s

‘Je komt

heel dicht

bij mensen’

Wim Bloemers (62) is nu meer dan 34 jaar psychiater geweest. In mei 2012 neemt hij afscheid van zijn werk. Hij is getrouwd en heeft drie dochters en twee kleinkinderen. Hij was vooral sociaal psychiater en was 28 jaar oud toen hij begon. Indertijd was hij de jongste psychiater van Nederland. Hij kreeg het idee om dit vak te kiezen tijdens zijn co-schap bij Zon en Schild in Amersfoort. Toen hij aan dat co-schap begon, had hij veel vooroordelen over psychiatrische patiënten maar hij ontdekte daar dat psychiatrische patiënten gewone mensen waren met bijzondere problemen. Hij wilde ze graag helpen.

Hij studeerde toen in Utrecht. Daarna heeft hij in Ermelo gewerkt bij Veldwijk, daar heeft hij de opleiding tot psychiater afgerond. Later heeft hij nog in Harderwijk en Zwolle gewerkt. Daarna ging hij in Paterswolde wonen. Er was niet meteen werk voor hem in het noorden maar op 1 januari 1978 begon hij in Zuidlaren op de afdeling ‘opname mannen.’ In die tijd droegen de patiënten nog pyjama’s om te voorkomen dat ze weg zouden lopen. Later vonden ze dat de afdelingen gemengd zouden moeten zijn. Een gemengde opnameafdeling bestond al in Zon en Schild en daar vonden ze dit heel gewoon. Toen werd in Zuidlaren de afdeling opname ook gemengd. Hij is een tijd directeur van Linis geweest. In die tijd was er een tekort aan psychiaters, dat is nu wel verbeterd. Liever in gesprek Het mooiste aan zijn vak vindt Bloemers om samen met de patiënt uit te vinden wat er aan de hand is. Hij zegt: ‘als de behandeling dan ook helpt, is dat het mooiste wat er is. Je bent maar één persoon in het leven van zo iemand en je kunt dan een duwtje in de goede richting geven.’ Het vervelendste van zijn werk vindt hij het bijhouden van de administratie: ‘Ik ben liever in gesprek.’ Toch houdt hij altijd tijd genoeg over voor zijn cliënten. In het begin nam hij zijn werk nog wel eens mee naar huis, maar hij leerde om dit gescheiden te houden. Zijn thuissituatie leidde hem voldoende af van zijn werk als psychiater. Op zondagavond kijkt hij altijd in zijn agenda wat de week voor hem in petto heeft.

Zelfdoding We leggen Bloemers de volgende stelling voor: ‘iedere psychiater heeft zijn eigen kerkhof.’ Hier kan hij wel over meepraten, hij is ook wel patiënten kwijtgeraakt door zelfdoding. ‘Dat is vreselijk om mee te maken. Dat grijpt enorm in en je vraagt je af of je dingen anders had moeten doen. Daarna denk je: dit moet niet weer gebeuren.’ Er kan soms bijvoorbeeld een zogenaamde ‘suïcidegolf’ ontstaan, dat patiënten kort na elkaar zelfmoord plegen. Door erover te praten kun je accepteren dat iemand een einde aan zijn leven maakt. ‘Als dit regelmatig zou gebeuren zou dit werk heel zwaar zijn. Het komt gelukkig vrij zelden voor.’ Dwang en drang Als psychiater heb je ook te maken met onvrijwillige opnames. ‘Je moet je bewust zijn dat het een onderdeel van het vak is, je moet hierover een ethisch standpunt innemen. Als het op de juiste manier wordt toegepast, kan het heel heilzaam zijn.’ Een opname op een gesloten afdeling grijpt in in het leven van een patiënt, maar sommige patiënten zeggen toch dat dit al veel eerder had moeten gebeuren. ‘Je moet in je houding laten zien dat je het doet om de patiënt te helpen. Dit steekt heel nauw, je kunt het niet genoeg aanscherpen.’ Het is soms nodig om patiënten op te nemen. Vergeleken met Noord-Holland zijn hier veel bedden beschikbaar. Als je goed ambulant behandelt, kom je ver met de beschikbare bedden. Ook een goed gebruik van de bedden is belangrijk.

Liefde Het is wel voorgekomen dat een patiënt verliefd op hem werd en ook andersom kwam dit wel voor. Het is dan erg belangrijk dat je hier professioneel mee om gaat. Dit komt doordat het contact heel indringend is: ‘je komt heel dicht bij mensen. Je leeft met ze mee en je bent soms tot tranen toe geroerd. Je wordt er zelf blij van als het goed met je patiënt gaat.’ Hij heeft nooit meegemaakt dat hij door een patiënt gestalkt werd. Er was wel een vrouw die beweerde dat zij zwanger van hem was en nog meer kinderen van hem had. Deze situatie liep toen volledig uit de hand. Geliefde psychiater Na zijn pensioen gaat Wim Bloemers niet stilzitten. Het vak laat hij wel achter zich en hij zal de DSM V niet meer bestuderen. Hij zegt; ‘als je bijklust, moet je op de hoogte blijven.’ Hij is bang dat de kwaliteit van zijn werk eronder zou lijden als hij dit zou doen. Op 1 mei 2012 is zijn laatste werkdag. Zijn vrouw stopt ook met werken. Ze gaan rustig bekijken wat er allemaal op ze af komt. Misschien gaan ze samen nog eens een project doen, want ze werkten allebei met liefde met mensen. We wensen Wim een goede tijd toe. Het zal veel patiënten spijten dat hij niet meer werkt, want hij was een zeer geliefde psychiater.

• Elisabeth Smelik, Roelien Raidt • Foto Thea Mulder


11


12

‘Spons’ is het pseudoniem van José Bakker. José is kunstenares en publiceert in elke Foolcolor een nieuw werk.


13

De huisdieren van... Nathalie Bijl MET BLIJDSCHAP DEEL IK U MEE Al een hele tijd ging het niet goed met mama. Soms deed ze heel raar en ik was ook wel eens echt bang voor haar. Papa zei dan dat ze ziek was. Wat voor ziekte, dat zei hij niet. Ik was nog maar zes, dus dat begreep ik toch nog niet. Mama werd altijd boos als papa zei dat ze ziek was. En dat begreep ik ook weer niet. Een paar keer is mama naar het ziekenhuis gebracht. Ze zeiden dat ze zichzelf iets had aangedaan. Wat ze daar mee bedoelden, wist ik niet. Op een keer deed mama heel erg raar. Daar moest ik hard om huilen. Mama vond dat niet leuk. Wat er toen precies gebeurd is, weet ik niet meer maar ineens lag ik in het ziekenhuis. De zusters waren heel lief voor mij en ze hadden medelijden met mij. Toen ik weer naar huis mocht, was mama weg. Daar was ik wel een beetje blij om, maar ook een beetje verdrietig. Was mama ook in het ziekenhuis? Waarom zeiden de mensen toch steeds dat ik me moest laten opnemen? Er was toch niets met mij aan de hand? Nou ja, soms voelde ik me niet zo happy, en af en toe liet mijn geheugen me in de steek. Dan lag ik ineens in het ziekenhuis en ik wist niet hoe dat kwam. De mensen bleven maar zeuren, en ook mijn man vond dat er iets moest gebeuren. Wat een onzin. Alles ging toch prima? Ik had een lieve man, een lief dochtertje van zes en ik deed iedere dag gewoon mijn huishouden. Op een keer gebeurde er iets. Wat precies weet ik niet meer, maar mijn dochtertje moest direct naar het ziekenhuis. Ik snapte er niets van. Al een tijdje ben ik nu opgenomen. Wat was ik woest toe ze mij daar toe dwongen. Wat had ik verkeerd gedaan? Maar nu ik hier een tijdje ben, begint het langzaam tot mij door te dringen dat ik psychische problemen heb. Ze zeiden dat ik een gevaar was voor mijzelf en anderen. Langzamerhand zie ik in dat ze gelijk hadden. Ik ben weer thuis! Wel blijf ik in therapie, maar er is veel veranderd. Ik zou een advertentie in de krant willen zetten: Met blijdschap deel ik u mee dat ik na een gedwongen opname herboren ben en mijn leven opnieuw kan beginnen.

We treffen Nathalie in haar gezellige woning. Ze heeft drie honden, drie katten en acht vissen. Ze vertelt over haar dieren: ‘Het hondje Taika heb ik als pup gekregen. Het was een eigenzinnig pupje dat niet goed alleen kon zijn. Daarom heb ik er een hond bij genomen. Dat was Torro. Hij werd door een zogenaamde fokker aangeboden als dekreu. Ik heb hem uit medelijden meegenomen. Hij moest leren een normaal huishondje te worden, bij die fokker heeft hij lang alleen in donkere hokken geleefd. Hij kreeg ook niet goed te eten want hij was broodmager. Taika was toen zes maanden en Torro vier jaar, ik denk dat hij van haar heel veel afgekeken heeft. Nu zijn Taika en Torro onafscheidelijk.’ Twee katten van Nathalie komen uit een nestje van een zwerfkat, de derde, Coco, komt van een boerderij. Nathalie: ‘Ik vond op een goede dag een zwerfkat met een nestje in mijn kelder. Torro heeft dat nestje ontdekt: hij ging jankend en piepend voor de kelderdeur zitten. Ik heb die moeder en kittens in huis genomen en verzorgd. Uiteindelijk heb ik de moederpoes en twee kittens via het asiel herplaatst en twee katertjes heb ik gehouden: Tammy en Biba. Dus die kennen mijn honden ook vanaf dat ze hun oogjes open hebben. Torro ontfermde zich over hen en ze zien hem nog steeds als een soort surrogaatvader. Sinds een maand of vijf heb ik Tibby erbij, een Maltezer leeuwtje, ook een reutje. Ik heb hem overgenomen van een dame die naar een ouderenwoning verhuisde. Hij is vroeger behoorlijk mishandeld. Hij was heel timide en stil en is niet zindelijk. Ik laat hem hond-in-balans zijn in samenwerking met een homeopathische dierenarts. Het begint te werken, hij plast en poept niet zo vaak meer in huis.’ ‘Honden voelen de energie bij mensen. Ze houden je continu een spiegel voor. Als ik gespannen ben, worden zij ook onrustig. Ik zeg altijd: een hond verstaat je woorden niet, maar kijkt dwars door je heen. Ze hebben heel veel zorg en aandacht nodig en dat houdt me in het hier en nu.’ Tot zover over de dieren van Nathalie. We zijn niet aan de vissen toegekomen, maar de ruimte laat dat niet meer toe. Nathalie merkt er nog wel over op dat vissen kijken vaak leuker is dan tv kijken.

• Chris van Boetzelaer; foto: Ed Lankhorst


14

Virginia Woolf 1882 - 1941 Virginia Woolf is een van de belangrijkste Engelse schrijfsters uit de negentiende en twintigste eeuw. Daarnaast was zij ook een voorvechtster van vrouwenrechten. Haar echtgenoot, Leonard Woolf, is voor haar een heel belangrijke steun geweest, vooral in haar literaire werkzaamheden, maar ook als mantelzorger bij haar zenuwinzinkingen. Woolf heeft een aantal keren een zware zenuwinzinking gehad. In 1941 werd zij voor de zoveelste keer geplaagd door een aanval, en helaas heeft zij toen een eind aan haar leven gemaakt.

Virginia Woolf wordt op 25 januari 1882 geboren onder de naam Virginia Stephen. Haar vader, Leslie Stephen, was schrijver en uitgever van The Dictionary of National Biography (‘Woordenboek van de Nationale Biografie’). Virginia groeide op in een groot gezin, haar moeder nam drie kinderen mee uit een eerder huwelijk: George Duckworth, Stella Duckworth en Gerald Duckworth. Verder had Virginia twee broers, Thoby en Adrian, en een zus, Vanessa.

Kinderjaren Als Virginia zes is, heeft ze een traumatische ervaring: ze wordt misbruikt door haar halfbroer Gerald. Het is mede een verklaring voor Virginia’s latere afkeer van mannelijke autoriteit. Op haar dertiende krijgt ze weer een grote schok te verwerken: haar moeder sterft. Ze krijgt voor het eerst een zenuwinzinking. In 1897 ontmoet Virgnia de veel oudere Violet Dickinson. Ze is onder de indruk van haar spontaniteit en vrolijkheid, en ze


15

worden goede vriendinnen. Ze gaan een paar keer samen op vakantie, onder meer naar Venetië, Florence en Parijs. Dan krijgt Virginia in 1904 weer een zware tegenslag te verwerken. Haar vader, Leslie Stephen, sterft aan kanker. Er breken zware tijden aan voor Virginia, ze wordt getiranniseerd en zelfs seksueel misbruikt door haar halfbroer George Duckworth. B l o o ms b u r y Uiteindelijk verhuist Virginia met haar zuster Vanessa Stephen naar Bloomsbury. Haar broer Thoby stelt haar voor aan een groep vrienden die hij van de universiteit van Cambridge kent. De groep begint bij elkaar te komen om over artistieke en literaire vraagstukken te debatteren. Deze groep zal bekend worden als de ‘Bloomsbury Group’. Een van de leden van de groep is John Maynard Keynes, die later als econoom furore zal maken. Ondertussen zet Virginia de eerste stappen op het schrijverspad. Ze publiceert literaire kritieken in de bijlage van de Times. In 1906 sterft Virginia’s broer Thoby aan tyfus. Ze zijn dan net terug van een vakantie in Griekenland. Thoby stond net op het punt een carrière als advocaat te beginnen. In 1907 is er gelukkig weer eens goed nieuws: Virginia’s zuster Vanessa Stephen trouwt met Clive Bell (ook een lid van de Bloomsbury-groep). Virginia wordt tante als Vanessa’s zoon Julian geboren wordt.Helaas is al het geluk niet van lange duur. In 1910 krijgt Virginia een zware zenuwinzinking. Ze wordt zes weken lang opgenomen in een privékliniek in Twickenham. Uiteindelijk komt ze er weer bovenop. In 1911 gaat Virginia’s zuster op vakantie met Clive Bell en Roger Fry (een goede vriend; tevens lid van de Bloomsbury-groep). Tijdens de vakantie krijgt Vanessa een miskraam, waarna ze instort. Virginia, die ook door een periode van depressie gaat, gaat erheen om Vanessa bij te staan. Uiteindelijk krijgen zowel Virginia als Vanessa het zwaar te pakken van Roger Fry. Vanessa begint een verhouding met Roger. Enige tijd later, in 1912, vraagt Virginia op de man af aan haar zus of ze een verhouding heeft met Roger. Ze heeft het blijkbaar aangevoeld. Het doet Virginia besluiten Roger te laten voor wat hij is en te trouwen met Leonard Woolf. b e l a ng r i j ke s te u n Het jonge paar vestigt zich in Hogarth House in Richmond. In 1914 krijgt Virginia weer een zware zenuwinzinking. Leonard staat haar bij tijdens haar herstel. Hij heeft zich niet gerealiseerd dat Virginia mentaal zo instabiel was. Toch blijft hij bij haar en hij zal de komende jaren een belangrijke steun voor haar zijn. In 1915 wordt de eerste roman van Virginia gepubliceerd, The Voyage Out.In 1917 richten Virginia en Leonard de uitgeverij Hogarth Press op. In de volgende jaren publiceert deze uitgeverij

werk van onder meer Robert Graves, T.S. Elliot, John Maynard Keynes en E.M. Forster. Ook geven ze twee romans van Virginia uit: Night and Day, een roman die handelt over de strijd voor vrouwenkiesrecht; en Jacob’s Room, een roman over een soldaat die sneuvelt in de eerste wereldoorlog. f r u s t r at i e s Na de oorlog gaan Virginia en Leonard in Monk’s House wonen, in Rodmell. Virginia schrijft stevig door en ontwikkelt zich verder als schrijfster. Ze gebruikt in haar nieuwste boeken vaak de stream-of-consciousness-verteltechniek: in plaats van het rechttoe, rechtaan vertellen van een verhaal geeft ze de stroom van gedachten en gevoelens weer zoals die zich in het hoofd van haar personages voortbewegen (in Mrs Dalloway uit 1925 en To the Lighthouse uit 1927). Eind jaren twintig bloeide er een romance op tussen Virginia en Vita Sackville-West. Echter, op een geven moment krijgt Vita iets met Mary Garman, de vrouw van de dichter Roy Campbell. Virginia is daar erg jaloers op. Een deel van haar frustraties heeft ze wellicht gesublimeerd in de roman Orlando, die de geschiedenis vertelt van de jeugdige, mooie en aristocratische Orlando, en de thematiek van seksuele ambiguïteit behandelt. Naast haar romans schrijft Virginia ook non-fictie. Bekend is haar werk A Room of One’s Own, waarin ze een lans breekt voor vrouwenrechten in een door mannen gedomineerde maatschappij. Ze maakt zich met name sterk voor de financiële onafhankelijkheid van de vrouw. z e n u w i n z i nk i ng Dan breekt de Tweede Wereldoorlog uit. Het grijpt de gevoelige Virginia allemaal erg aan en ze krijgt weer een zware zenuwinzinking. Op 28 maart 1941 schrijft ze in een brief aan Leonard: ‘I feel certain that I am going mad again. I feel we can’t go through another of those terrible times. And I shan’t recover this time. I begin to hear voices, and I can’t concentrate….’ Vertaald: ‘Ik ben er zeker van dat ik weer gek word. Volgens mij kunnen we niet nog een keer zulke verschrikkingen aan. En dit keer zal ik niet herstellen. Ik begin stemmen te horen, en kan me niet concentreren….’ Dezelfde dag verdrinkt ze zich in een riviertje vlakbij haar huis. Het is tragisch dat ze zich zo het leven benomen heeft. Misschien was het in onze tijd niet zover gekomen, nu we betere medicijnen en therapieën hebben. We moeten haar dankbaar zijn voor haar werk, en onze dankbaarheid moet niet alleen naar haar uit gaan, maar ook naar haar man Leonard, die haar altijd is blijven steunen. Zonder hem had ze nooit zoveel kunnen schrijven als ze uiteindelijk gedaan heeft.

• tekst: Chris van Boetzelaer; fotomontage: Inge Jansen


16

Voor meer informatie en speeldata: www.margrietbolding.nl


17

V

R

A

G

E

N

F

E

S

T

IJ

N

Margriet Bolding speelde op elfjarige leeftijd een geïmproviseerd theaterstukje en kreeg haar meester aan het huilen van het lachen. Sindsdien is Margriet verslaafd aan theater en het effect dat theater bij mensen teweeg kan brengen. Ze

psychologie studeren aan de rijksuniversiteit in Groningen, maar zeker de helft van de tijd was ze dingen aan het bedenken voor haar cabaretoptredens hier en daar. En nog steeds combineert ze psychologie en cabaret in haar eigen bedrijf voor training en entertainment. Als arbeids- en organisatiepsycholoog verzorgt ze overdag ging

trainingen en coachingstrajecten en ‘s avonds staat ze als cabaretière in het theater met haar programma’s ‘ Viva Depressiva!’ en ‘Laaghangend Fruit.’

Naam: Geboortedatum: Woont in; Verkering met: Opleiding: Professie: Leermeesters: Favoriet kledingstuk: Waarom: Meest openlijk beleden waanidee: Upper: Downer: Meest te vermijden vraag: Zeurpiet: Idolen: In de woestijn zou je roepen: theater: dood, einde of nieuw begin: frituur of puur: met alle winden meewaaien: warm of koud: Blauw of rood: op de spits drijven: meeslepend: Heilig boek: Uitdragerij of Italiaans design: Nooit meer in mijn leven: liefst iedere dag: Hollandse nuchterheid: Dagsluiting:

Margriet Bolding 19-01-1977 Amersfoort Jeroen Psychologie aan de RUG Trainer, coach en cabaretiËre heel veel, ook meesteressen wollen trui uit Barcelona herinnering aan vakantie en zit gewoon heel lekker dat je vrolijk zou kunnen worden van een depressie optreden/ training geven/ eten met vrienden/ vakantie verlies van mensen ‘hoe gaaaaaaaaat het nou met je’ Ieniemienie Wim Helsen, Micha Wertheim, Jenny Arean en Randy Newman ‘kan ik iemand helpen?’ passie stilte puur is irritant in iedergeval niet tÉ paars! zonder wrijving geen glans vermoeiend ‘The Artist’ way” van Julia Cameron uitdragerij een black out op het podium alstublieft lekker lachen is prettig lezen in bed • Elisabeth Smelik, foto: Ed Lankhorst


18

EEN INTERVIEW MET...

Huisdichteres des Foolcolors Dit jaar heeft Foolcolor voor het eerst een heuse eigen huisdichteres. Haar naam: Sabien Hubert. In dit nummer kun je al een gedicht lang van haar genieten: ‘Dwang.’ De komende nummers zal er steeds een gedicht van haar te lezen zijn. Ter introductie hebben wij haar geïnterviewd, zodat je een glimp kunt opvangen van de vrouw achter het gedicht. Wanneer en hoe ben je eigenlijk begonnen met dichten? ‘Op de middelbare school schreef ik al graag gedichten. Mijn grootvader dichtte, vader schreef gedichten aan moeder en sprak thuis graag op een “declamerende” toon. Het dichten -en waarschijnlijk het gevoel ervoor- is er met de paplepel ingegoten zou je kunnen zeggen. Sowieso schrijf ik graag. Ik heb geen computer en schrijf graag brieven. E-mail of internet beheers ik niet en het hoeft ook niet zo van mij.’ Wat vind je fijn aan dichten? ‘Van oorsprong gewoon het plezier erin. Ik houd van woorden, en ermee spelen. Ik denk nogal veel. Dichten is ook een manier om mijn denken helder te houden en om door zware gevoelens heen te komen. Naarmate ik langer dichtte, werd het trouwens steeds meer een manier om een boodschap te kunnen vertellen. Soms ga ik ergens zitten dichten met een schrift voor me, als een soort scherm. Het is dan duidelijk dat je me mooi met rust moet laten.’ Wanneer weet jij dat je gedicht goed en af is? ‘Dat voel ik wel. De laatste jaren ben ik meer gaan voordragen in dichtkringen en aan de reactie van de groep kan ik veel aflezen. Meestal is die wel positief, hoor. Ik treed maandelijks de laatste dinsdag op in café Pauze aan de Ebbingestraat. Kom eens kijken!’ Wat trok je aan om te dichten voor Foolcolor? ‘Jullie blad sprak me aan en een stukje ijdelheid misschien. Maar zeker de mogelijkheid iets te zeggen over de psychiatrie. Zelf heb ik een chronische psychiatrische aandoening. Ik ben opgenomen geweest en ook mensen die ik ken. Ik haat de opnames en wat ik er gezien heb. Dat van dichtbij meemaken heeft mijn mensbeeld dramatisch veranderd. Dus ik weet uit ervaring wat de psychiatrie met je kan doen, in welke hokjes je er gestopt wordt. Naar mijn idee is de menselijke liefde de grootste helende, authentieke kracht. Die krijgt echter weinig kans in de psychiatrie. Daar bestaat het arsenaal uit kunstmiddeltjes en de hulpverleners, die mijns inziens vaak net zo “gek” zijn. Vandaar ook het gedicht “Dwang”, dat ik voor Foolcolor schreef.’ Wat zijn voor jou nog meer belangrijke thema’s? ‘De aanleiding tot een gedicht kan van alles zijn. Van binnenuit en van buitenaf, van universele thema’s tot maatschappelijke vraagstukken. Eén van mijn thema’s is het terugverlangen naar kind zijn, de veiligheid bij vader en moeder. Als meisje vermoedde ik niet dat het leven zo zwaar zou worden. In zekere zin ben ik altijd een zoekend meisje gebleven. In mijn bundel “Ervaren leven” zijn veel gedichten een religieuze zoektocht. Wat is de zin en wat is een goede levensvorm om overeind te blijven. Ik heb ‘m nog niet helemaal te pakken, maar SIMPELER leven is in ieder geval een stuk gemakkelijker. Spiritualiteit is belangrijk voor me, zo ga ik jaarlijks op reis naar een klooster, waar ik een tijd verblijf in de stilte. En de natuur!’

• Sabien Hubert

SABIEN Door wie ben je geïnspireerd?

‘Niet per sé door de grote dichters, ook al lees ik graag en veel. Sommige mensen, die ik van nabij kende, zijn een grote inspiratie voor me geweest. Zoals mijn grootvader die dichtte, mijn goede vriend K.v.d. Hoef en levenskunstenaar J.S. Wierenga. Helaas zijn vele mij ontvallen. En dat kleurt ook mijn gedichten triester.’ Beetje rare vraag, maar...je hebt nogal een flamboyant uiterlijk, hoorde ik? (het interview was telefonisch.) ‘Ja, dat kan wel kloppen. Ik kleed mij graag in heel veel kleuren, net zoals mijn schilderijen. Momenteel exposeer ik in een cafetaria aan de Paterswoldseweg, tegenover het benzine- station. Daar ging ik vaak een kopje koffie drinken, als ik in de buurt naar de kerk was geweest. Zo kan iedereen mijn schilderijen zien, niet alleen de doorgewinterde galerie- bezoeker. Mijn bundel is geïllustreerd met dezelfde schilderijen. Ga kijken!’

IK ga zeker een keer kijken. Bedankt voor een hartelijk en doorleefd interview, Sabien. Wij verheugen ons op je gedichten.

• Sjoerd Hesselmans


19

FOPPE DE HAAN

Droevige geschiedenis met goede afloop Foppe de Haan was een vrolijke haan die elke dag om half zeven de boel wakker kukelde. Hij was wel een beetje slecht bij stem soms van het roken maar altijd stipt op tijd en maakte ook een gezellig praatje met de dieren van de boerderij en vroeg altijd ‘heb je lekker geslapen?’ Maar op een dag had hij last van aandrift. Hij begon steeds vroeger te kukelen, eerst om half vijf en toen om drie uur. Toen niemand wakker werd schreeuwde hij op een dag zo hard dat zelfs de grizzlybeer op de Noordpool wakker werd uit zijn winterslaap! Toen had men er genoeg van, van Foppe zijn vroege gekukel. Ze dreigden hem op te sluiten in een kippenhok in Zuidlaren en toen smeerde hij hem in het nachtleven van Amsterdam. Toen kukelde hij zo hard om twaalf uur ‘s nachts dat men hem opsloot. Droevig zat hij daar totdat iemand hem kwam verlossen maar dat gebeurde niet. Toen kwam hij tot inkeer en verdween stilletjes en ging weer oefenen met half zeven kukelen op een eenzame plek in de weilanden en sloot vriendschap met de ezels. Op een dag was hij weer genezen en solliciteerde bij pi en kwam altijd op tijd te kukelen en ging ‘s avonds vroeg op stok. Zo kende men hem weer en hij was weer gelukkig met de aandacht voor zijn kukelen en dacht alleen voor de kerst aan de pan waarin hij bijna was beland en deed nog meer zijn best maar toen was eigenlijk het kukelen voor de grap er af maar het was nu eenmaal zijn natuur. Een haan moet nu eenmaal kukelen en het liefst op tijd, doe je dat niet dan krijg je problemen wist Foppe de haan en zo had hij zijn lesje geleerd en was weer een trotse haan en was blij met de kippen.

• Foppe Oostenbrug • illustratie: Margje Molenkamp - van den Berg - Advertenties -

NIKS TE MELDEN? Ook dan zien we graag jouw inzending tegemoet! Stuur jouw verhaal, gedicht, tekening, strip, ervaring enzovoorts op naar Foolcolor Magazine En misschien staat jouw bijdrage in de volgende editie van Foolcolor Magazine!


20

tezamen met een Indonesische zakenman die wel Engels kon en dat natuurlijk op mij moest oefenen. Toen de man wegging zei hij dat ik niet moest betalen, want dat had hij (als vriend) al gedaan.

Vulkaan Kawa IJen

Pasar

O n d e r we g Na een reis van bijna een dag in de trein vanuit Solo ben ik eindelijk aangekomen in Bondowoso. Dit is het startpunt voor een wandeling naar de top van Kawa Ijen (vulkaan) in oost-Java. De aankomst zou om 4 uur ’s nachts zijn. Toen het licht werd en ik paniekerig de namen van de stations waar we doorheen reden probeerde te lezen bleek de trein al bijna op het eindpunt (de boot naar Bali) te zitten! De conducteur heeft me gelukkig geholpen om de stoptrein terug te pakken en ik hoefde niet eens bij te betalen, hij waarschuwde z’n collega dat dat niet nodig was... Vervolgens nog een stuk met de bus door een streek gereden waar vrijwel iedereen die instapte maar 2 woorden Engels spreekt (hello mister!) en ik me dus met het woordenboek moest zien te redden. Veel verder dan elkaars naam, waar we heengingen en een grote glimlach van beide kanten kwam het gesprek meestal niet. Eenmaal in Bondowoso aangekomen eindelijk ontbeten; nasi met een gebakken ei. Dit

Bondowoso Dit is voor Javaanse begrippen een gehucht, met ongeveer 90.000 inwoners en daarom voor mij wat beter behapbaar. De eerste dagen heb ik veel tijd doorgebracht op de pasar (markt) en rustig aan gedaan. Het viel me al snel op dat veel mensen hier het niet zo op toeristen hebben; bij sommige eetstalletjes werd ik zelfs domweg geweigerd! Op de pasar heb ik ook shag gekocht, omdat het uitdelen van sigaretten me te duur wordt. Mensen verbouwen de tabak hier in hun achtertuin dus 2 euro per ons is een toeristenprijs, maar nu bietst gelukkig vrijwel niemand meer. Waarschijnlijk is shag roken een stuk minder ‘cool’ dan westerse sigarettenmerken. Na een paar dagen veranderde er iets: op een avond werd ik gevraagd bij een drukbezocht koffiestalletje te komen zitten waar ik eerst geweigerd was. Toen een aantal klanten bezwaar maakte, nam de oma die het runt het voor me op: ik kom duidelijk ook uit de kampong (te zien aan de shag, dus weinig geld), drink geen bier en ‘maybe’ (Aziatisch-Engels voor ‘hoogstwaarschijnlijk’) kwam minstens één van mijn ouders uit Ambon, want daar hebben ze een iets lichtere huidskleur dan de rest van Indonesië. Dat zou volgens haar direct verklaren waarom ik ook een paar woorden Indonesisch spreek... Het duurde niet lang of we hadden de grootste lol (met handen, voeten en gezichtsuitdrukkingen kom je een heel eind). Een nieuw feitje dat ik geleerd heb: ‘humor (en lachen) is gratis’. Nu iedereen op de pasar me een beetje


21

kent vragen mensen me zelfs of ik een foto wil maken. K aw a I j e n De volgende dag samen met een fransman de bus genomen naar de vulkaan. Uit de telefoongesprekken van medepassagiers maken we op dat ze familieleden waarschuwen om klaar te staan bij de eindhalte, ons op te vangen en 5 tot 10 keer de normale prijs te vragen voor vervoer. De buschauffeur is echter van de route afgeweken en heeft ons -ondanks een omweg en hele slechte wegen, tot grote woede van de andere passagiers- bij het startpunt gedropt. Hij spreekt geen woord Engels, maar ik bedank hem zo goed mogelijk en geef een flinke pluk van de shag. De vulkaan is prachtig, een krater met turquoise meer (door de zwavel, dus heel zuur). Er wordt zwavel gewonnen, wat door dragers (met wel 80 kilo tegelijk!) naar beneden getransporteerd wordt. De zwaveldampen benemen je aan de rand van de krater de adem. Soms stijgen er zelfs gelige wolken op uit het meer, alle vegetatie hier is dood. Een probleempje is dat we te laat vertrokken zijn en omdat er geen bussen meer rijden dreigen we vast te zitten in het dorpje bij de vulkaan, met maar één overnachtingsmogelijkheid die 30 euro p/p per nacht kost! Dat weten ze in de bijbehorende koffieplantage ook en voor de terugweg naar Bondowoso wordt daar 50 euro p/p gevraagd. Het begint al te schemeren en we overwegen net om in de koffieplantage in de buitenlucht te gaan slapen, als twee jongens met motoren ons wel voor de helft van dat bedrag willen brengen. Een makkelijk verdiend weekinkomen! In T-shirt, korte broek en slippers rijden we met een gangetje van 10 kilometer per uur de kapotgereden weg naar beneden

af, af en toe komen we kuilen tegen waar de motor in past. Nog uitdagender is dat een motor geen koplamp meer heeft en niemand een helm. Soms valt er nog een klein, slingerend stukje asfalt te vinden waar we maar liefst 25 kilometer per uur halen. Het grootste deel van de weg omlaag bestaat echter uit flinke keien. De jongens zijn super off-road crossers, de enkele glijder wordt direct keurig opgevangen. Snipverkouden geworden door dit avontuur, maar verder alles weer overleefd.

Kratermeer

• Gijs

drager tabakverkoper


22

Wat voor therapieĂŤn zijn er allemaal op de markt? Het aanbod is groot. In deze rubriek bespreken we elke twee maanden een minder bekende of nieuwe vorm van therapie. Heb je zelf ervaring met een niet-reguliere behandeling en zou je die willen delen, dan nodigen we je graag uit hierover te vertellen.


23

Denken, voelen, doen of laten

Cognitieve gedragstherapie Cognitieve therapie (CT) en gedragstherapie (GT) zijn zelfstandige vormen van kortdurende psychotherapie. In de loop der tijd bleken ze goed samen te gaan omdat ze van dezelfde methoden gebruik maken en vergelijkbare resultaten opleveren. Zo ontstond de cognitieve gedragstherapie (CGT). Deze vorm van therapie kan bij een groot scala aan psychische aandoeningen met succes toegepast worden. Zoals eetstoornissen, angststoornissen, depressies, verslavingen, dwangstoornissen en relatieproblemen. CGT is gericht op het heden en de toekomst en niet op ‘de diepte in gaan’. Afhankelijk van de klachten richt de therapie zich meer op het veranderen van cognities (gedachten) of van het ongewenste gedrag. In de praktijk blijken beide methoden in een therapie heel goed gecombineerd te kunnen worden.

Cognitieve therapie gaat ervan uit dat psychische problemen ontstaan door verkeerde of negatieve gedachten. Ze beïnvloeden gevoel en gedrag. Deze gedachten zijn vaak zo ingesleten en automatisch dat je je niet eens bewust bent dat ze er zijn. Die foutieve gedachten kunnen een gevoel van angst, somberheid of andere negatieve gevoelens oproepen, die op hun beurt weer kunnen leiden tot bijvoorbeeld vermijdingsgedrag, agressie of een fobie. CT richt zich op het opsporen van de denkfouten die je in een bepaalde situatie bijvoorbeeld angstig of boos doen maken. Het is volgens deze theorie niet de situatie die de nare gevoelens oproept maar de manier van denken. Als je de automatische gedachten in kaart kunt brengen kun je deze veranderen. Daardoor verandert ook het ongewenste gedrag. Je hoeft bijvoorbeeld de angstige situaties niet meer te vermijden omdat ze je simpelweg niet meer bang maken. Door bijvoorbeeld positieve dingen tegen jezelf te zeggen, voel je je minder depressief en heb je meer energie om onder de mensen te komen en je nog beter over jezelf te voelen.

GT Zoals je al zult vermoeden, staat bij de gedragstherapie het gedrag centraal. De theorie zegt dat aangeleerd (ongewenst) gedrag, afgeleerd kan worden. Gedrag bepaalt mede hoe mensen zich voelen. Als je ergens bang voor bent en die situatie of plaats vermijdt, zul je de angst voeden en versterken. GT is gericht op concrete problemen of klachten. Een behandelmethode is de ‘systematisch desensitatie’ of het geleidelijk uitdoven van oud gedrag en angst. Om een voorbeeld te noemen: iemand is bang voor spinnen en vlucht ogenblikkelijk bij het zien van een spin. Je kunt dan iemand geleidelijk laten wennen aan de situatie dat die spin niets doet. Dit gebeurt door bijvoorbeeld eerst plaatjes te laten zien. Dan een klein spinnetje in een potje. Deze over de hand laten lopen. Een groter spinnetje in een potje. Etc. Langzaam zullen de ingesleten paden van weg willen rennen vervangen worden door het rustig kunnen blijven zitten. Dit in combinatie met het veranderen van het denken over welk gevaar een spin oplevert, is zeer effectief. Dan hebben we het over de combinatie van CT en GT. CGT Binnen de CGT zijn er nog weer verschillende benaderingen en werkwijzen. Een veel gebruikte methode is het in een schema weergeven hoe de gedachten over een situatie het gevoel beïnvloeden en daarmee het gedrag. Dit gebeurt in het zo geheten G-schema. Een voorbeeld: iemand kan geen papier of iets dergelijks op straat laten liggen en ziet een bonnetje op het voetpad. Dat is de eerste G, de gebeurtenis. Dit roept een grote angst op. Dat is de volgende G, het gevoel. Dat wordt veroorzaakt door dwanggedachten dat iemand er misschien over zou struikelen of uitglijden. De G hier is de gedachte en heeft als gevolg het gedrag (G) dat hij het op moet ruimen. Schematisch gezien ziet het er als volgt uit: Gebeurtenis: er ligt een papiertje op het voetpad Gevoel: grote angst

Gedachte: iemand kan hier over struikelen of uitglijden en dan is het mijn schuld Gedrag: papiertje oprapen In dit geval is het duidelijk wat de patiënt denkt maar heel vaak weten mensen niet welke gedachten het (nare) gevoel geven en dan moet dat uitgezocht worden. Als je eenmaal weet dat de gedachten eigenlijk niet kloppen (hoe groot is de kans dat er iemand over een papiertje zou struikelen of uitglijden), kun je die uitdagen door de automatische gedachten om te zetten in meer helpende. In dit voorbeeld zou dat kunnen zijn dat het zeer onwaarschijnlijk is dat het gevreesde zal gebeuren. Met dat in gedachten en tegelijk het gedrag te veranderen door het papiertje niet op te rapen, zal uiteindelijk de angst verminderen en het ongewenste gedrag verdwijnen. Het klinkt misschien heel simpel maar deze therapie kost heel veel oefening en inspanning. Er wordt veel van je verlangd. Naast de therapiesessies moet je heel veel thuis oefenen. Maar meestal is het de strijd waard.

• Elisabeth Smelik


24

Boekbespreking Titel: Reizen en Rood Auteurs: Paul Borggreve, Chris Houwman en Hubert Klaver Illustraties: Carlien Dubben Uitgever: Stichting De Tegenvoeters, Groningen 2011 ISBN: 978-90-809275-0-6 Pagina’s: 100 Prijs: 12,50 euro Eind november 2011 presenteerden De Tegenvoeters een bundel van hun eerste twee programma’s over de thema’s ‘Reizen’ en ‘Rood’. De Tegenvoeters bestaan uit Paul en Marja Borggreve (broer en zus), Chris Houwman en Hubert Klaver. Zij brengen afwisselend proza, poëzie en liedjes begeleid door pianomuziek en ondersteund door beeld. De bundel is verluchtigd met een tiental tekeningen van Carlien Dubben, illustratrice van De Riepe, onze bekende straatkrant. Ook ontwierp ze het omslag. Paul zegt van zichzelf: ‘Ik schrijf sinds 2006 gedichten, daarvoor schreef ik verhalen. Toen ik ontdekte dat met tien woorden evenveel gezegd kan worden als met honderd was ik om. Dichters zijn namelijk luie schrijvers, die de wereld graag bezien liggend vanaf een hoekje, mijmerend over het gras en het voorbijgaan van alle zaken. Ik houd van vorm en rijm: door dat onaardse keurslijf worden versregels getild in een andere werkelijkheid.’ Tegenover de brave gedichten van Paul staan een aantal minder brave columns van Hubert, ooit geplaatst in Foolcolor Magazine. Het zijn de beschouwingen van twee extremistische zwervers, Piet en Arie, waarbij af en toe een ‘ík’ om de hoek kijkt, die ze gelijk geeft. De beschouwingen zijn geïllustreerd

met dialoog. De verhalen van Chris gaan meestal over reizen en de indrukken die hij onderweg opdoet. ‘In heldere taal,’ zegt hijzelf ‘schets ik de landen waar ik doorheen reis en roep ik een beeld op van de warme kusten van Midden-Amerika of van een nachtelijke trein door Thailand. De laatste jaren schrijf ik niet meer alleen proza en poëzie, maar ook liedjes. Deze liedjes, soms vrolijk, soms melancholisch, worden gezongen door Marja Borggreve onder mijn begeleiding op de piano.’ Marja, vind ikzelf, zingt echt schitterend en Chris heeft prachtige liedjes geschreven. Daarvoor moet je eens naar een voorstelling gaan. Dat is niet in een bundel te vatten. Met de afwisseling hopen we te bereiken, dat het publiek meegenomen wordt naar alle hoeken van de wereld en de kleur ‘Rood’ als beleving ervaart. Ook als je voor een rood stoplicht staat. Ruimte voor kritiek is er in deze recensie niet. Daarvoor geven wij de toeschouwer de ruimte aan het eind van een optreden onder het genot van een pilsje. De reacties zijn doorgaans trouwens overwegend positief. De bundel, ongeveer 100 bladzijden, is te bestellen via de site (www.detegenvoeters.nl). Ook kun je daar een indruk krijgen van onze optredens.


25

In de etalage laten we iemand aan het woord met een bijzondere hobby of bezigheid.

Voor deze Etalage hoefden we niet ver te reizen: Gerard Rozeboom (27) kwam voor het interview naar onze redactie. Hij woont in Hoogezand maar is in Groningen geboren. Hij was respectievelijk 17 en 19 jaar toen zijn ouders overleden. Zijn moeder was ziek en zijn vader kreeg een hartaanval. Hij heeft nog wel een zus, met wie het contact goed is. Door het overlijden van zijn ouders kreeg hij depressieve klachten. Omdat hij slecht was in rekenen

Ik schrijf ‘s nachts, dan is het rustig kreeg hij speciaal onderwijs. Hij heeft nu een Wajong-uitkering en gaat naar het Fact in Hoogezand. Sinds zijn 15e jaar is hij al aan het schrijven: verhalen, romans en gedichten. Thema’s in zijn werk zijn: waargebeurde verhalen en gedichten, de liefde en verdriet. Hij zegt hierover: ‘Schrijven is belangrijk om mijn gevoelens te uiten.’ In principe schrijft hij voor iedereen, hij wil de mensen plezieren met zijn verhalen en

gedichten. Hij vindt het niet moeilijk om over zijn eigen verdriet te schrijven: ‘Dat lucht wel op.’ Een inspiratiebron voor zijn romans zijn soapseries. Hij schrijft zelf ook wel soapverhalen, helaas levert hem dat nog geen geld op. Hij heeft eens een gedicht geschreven voor en over ‘Goede tijden slechte tijden’, en dat staat nu op hun website. Gerard is altijd bezig met nieuwe verhalen en gedichten. Hij schrijft ze in het Nederlands, hoewel hij het Gronings wel verstaat. Meestal schrijft hij ‘s nachts, dan is het rustig en dan zijn er geen prikkels van buitenaf. Hij zet zijn gedichten ook op Facebook en Hyves en hij krijgt daarop soms leuke reacties. Foolcolor kende hij al, omdat hij meegewerkt heeft aan het project ‘43 x actief.’ Zo kwam hij ook op het idee om mee te doen met ‘de etalage.’ We vragen hem of we een gedicht van hem mogen plaatsen bij dit interview en dat vindt hij een goed idee. De favoriete schrijver van Gerard is Henk Puister, de Groninger dichter, met wie

Voor jou schat als prinses voorbij gekomen tot koningin gekozen mijn hart draait overuren pure liefde neemt de overhand zwevend op een wolk getroffen door een liefdesengel jouw hand die mijn ziel raakt nooit genoeg krijgen van jou rood kleurt de liefde bloed stroomt hevig door mijn aderen rozen in overvloed Je rode lippen zachtjes tegen de mijne aangedrukt Voor jou schat, Wendy.

• Gerard Rozeboom

hij ook contact houdt. Ook leest hij veel, voornamelijk van schrijvers die hij via Facebook en Hyves heeft leren kennen. En dan vooral spannende verhalen. Sinds 2010 worden zijn eigen verhalen en gedichten uitgegeven door een Groningse uitgeverij. Deze corrigeert zijn werk ook als dat nodig is. Er zijn van zijn roman en zijn dichtbundel elk zo’n 150 exemplaren verkocht. Gerard is met elk boek ongeveer drie maanden bezig. Hij wil hier graag mee doorgaan en ook gaan voorlezen uit zijn werk. Sinds drie maanden heeft hij een relatie en zij heeft met plezier alles van hem gelezen. Hij zegt: ‘het leven gaat met ups en downs.’ Gelukkig gaat het nu goed met hem. Als mensen zijn boeken willen kopen, kunnen ze met hemzelf of de uitgeverij contact opnemen. Ook liggen boeken van hem bij verschillende boekhandels. Om een indruk te krijgen van zijn werk kun je hier een gedicht van Gerard lezen.

• Elisabeth Smelik, Roelien Raidt • foto: Thea Mulder


I e d e re e n h e e f t we l e e n s e e n d u i v e l o n d e r h e t b e d 26

Een psychische stoornis kenmerkt zich door afwijkende ervaringen en gedragingen. Aan de hand van observatie en gesprekken met de patiënt kan de arts zo goed mogelijk proberen een diagnose te stellen. Hij of zij zal daarbij het handboek van diagnostiek (DSM) gebruiken waarin beschrijvingen en symptomen van stoornissen systematisch vermeld staan.

Op een dag, ik was twaalf, stond mijn vader triomfantelijk met een film te zwaaien: ‘Ik heb me nu toch een goede film!’ Het was The Exorcist, die we gezellig met de familie gingen bekijken. Voor de mensen die hem niet kennen: het verhaal gaat over een lieftallig meisje dat door de duivel bezeten raakt, zozeer dat ze zichzelf met crucifixen bevredigt en haar hoofd driehonderdzestig graden kan draaien. Ze ligt het grootste deel van de film vastgebonden op bed, dat op bovennatuurlijke wijze staat te schudden. Daarna heb ik nog jaren voor het slapengaan vijf keer of tien keer... of vijftien keer... in de kast en onder het bed gekeken; en zeker geen veelvoud van zes of zeven, want daarmee zou ik partij kiezen voor god of de duivel. Het zou de woede van één van de twee kunnen oproepen: en dat was echt het laatste wat ik wou.

Had ik last van een dwangstoornis? Om eerlijk te zijn: ik ben geen psycholoog. Maar laten we de definitie van ‘de dwangstoornis’ eens bekijken. Dwangneurotische problemen hebben een geestelijke en -meestal- een motorische component. De dwanggedachte, impuls of voorstelling komt ongewild op en wordt een ‘obsessie’ genoemd. De dwanghandeling (‘het ritueel’) is vervolgens de reactie op

de dwanggedachte. Zo dacht ik: ‘er zou wel eens een duivel onder m’n bed kunnen liggen. En al helemaal als ik partij kies.’ Waarop ik handelde door een meervoud van vijf keer onder het bed te kijken. A b n o r m a al? De inhoud van de dwanggedachten maakt vaak een wat bizarre, abnormale indruk. Maar hoe abnormaal zijn die gedachten

eigenlijk? Uit onderzoek blijkt dat de meeste mensen weleens last hebben van zich opdringende, dwangachtige gedachten. Rachman en Silva stelden vast dat 85 procent van ondervraagde ‘normale’ mensen, die geen last hadden van dwangproblemen, weleens onaangename gedachten, beelden of impulsen heeft. De inhoud ervan bleek helemaal niet te verschillen van de obsessies van dwangpatiënten. Ook ‘normale’ mensen denken weleens: ‘Ik zou deze oude vrouw voor de trein kunnen duwen’, ‘Misschien ligt er een duivel onder het bed’ en iedereen kent wel de neiging het gas meerdere malen te controleren. Het verschil met dwangpatiënten bleek ‘m in twee dingen te zitten. Ten eerste de frequentie van de gedachten: dwangpatiënten hebben er vaker last van, de ‘normale’ mensen zelden. Ten tweede: de weerstand tegen de gedachten. ‘Normalen’ blijken zich minder tegen de invallen te verzetten; zij denken: ‘Wat maakt het nou uit wat ik denk. Ik duw dat oude vrouwtje toch niet voor de trein´. Het is goed mogelijk dat juist de weerstand van dwangpatiënten tegen de obsessies en de pogingen die zij ondernemen om de gedachten uit te bannen, zorgen dat de obsessies zo vaak terugkomen. Verbied jezelf maar eens vijf minuten niet aan witte beren te denken; de kans is groot dat je er meer ziet dan er nog rondlopen op aarde. Zeldzaam Hoe vaak dwangachtig gedrag ook voor mag komen, als obsessief-compulsieve stoornis is het vrij zeldzaam. Zo’n anderhalf à twee procent van de bevolking vertoont ziekelijk dwanggedrag. Dwangachtige verschijnselen komen in de kindertijd véél voor (‘Ik moet op de richels van


27

Dwangstoornis de straatstenen lopen, anders gaat oma dood’). Ook al voldoen sommige kinderen aan de criteria voor een dwangstoornis, toch wordt de stoornis bijna nooit in de kindertijd vastgesteld. Meestal ontstaan dwangproblemen ‘pas’ aan het einde van de adolescentie en in het begin van de volwassenheid. De stoornis ontwikkelt zich vaak geleidelijk. Als er niet op tijd een behandeling is, kan zij chronisch worden, met perioden waarin het even beter gaat. Stress kan de problemen verergeren. Wat h e l p t e r n o u te g e n? Bij dwangstoornissen helpt gedragstherapie of cognitieve gedragstherapie. Hierbij wordt de patiënt herhaaldelijk blootgesteld aan de angstige situatie (bijvoorbeeld het aanraken van een ‘besmet’ voorwerp) en mag hij of zij de dwangmatige handeling (bijv. handen-

De DSM-IV (American Psychological Association, 1994) geeft de volgende criteria voor de obsessieve-compulsieve stoornis: A. Aanwezigheid van dwanggedachten (obsessies) of dwanghandelingen (compulsies); B. Op een bepaald punt tijdens de aandoening ziet de persoon in dat de obsessies of compulsies overdreven en onnodig zijn. N.B.: Dit is niet van toepassing op kinderen. C. De obsessies of compulsies veroorzaken duidelijk spanning, kosten veel tijd (meer dan een uur per dag) of doen ernstig inbreuk op de dagelijkse bezigheden, het werk (of studie) of sociale activiteiten en relaties.

van de gevallen is de verbetering groot tot zeer groot.

wassen, tot bloedens toe) niet uitvoeren. De patiënt begint met blootstelling aan een situatie die slechts een beperkte angst/dwangmatigheid oproept, en het proces wordt herhaald totdat de situatie nog slechts een minimale angst/dwangmatigheid oproept. Vervolgens oefent men dit in situaties die voor de patiënt aanvankelijk steeds moeilijker zijn: stapsgewijs worden dus steeds moeilijker/dwangmatiger situaties aangepakt. Een ander onderdeel van de behandeling bestaat eruit dat de patiënt zijn onrealistische gedachten leert uitdagen. Hij/zij ontdekt dat bepaalde zaken helemaal niet zo risicovol zijn, dat het verantwoordelijkheidsgevoel overdreven is, of dat bepaalde twijfels overdreven zijn. Er is hoop! Na tien tot twintig behandelsessies treedt bij 85 procent van de patiënten verbetering op. In 55 procent

• Sjoerd Hesselmans

De criteria voor dwanggedachten zijn: Terugkerende en hardnekkige gedachten, impulsen of voorstellingen die worden beleefd als opgedrongen of zinloos en die angst of spanning veroorzaken. De gedachten, impulsen of voorstellingen zijn meer dan een overdreven bezorgdheid over problemen in het dagelijkse leven. De persoon probeert de gedachten, impulsen of voorstellingen te negeren of te onderdrukken, of te neutraliseren met een andere gedachte of handeling. De persoon is zich ervan bewust dat de obsessieve gedachten, impulsen of voorstellingen een product van zijn of haar eigen geest zijn (niet opgelegd door gedachte-inbrenging).

De criteria voor dwanghandelingen zijn: Herhaald gedrag (bv. handen wassen (bij smetvrees), ordenen, controleren) of geestelijke handelingen (bv. bidden, tellen, woorden zachtjes herhalen) die de persoon uitvoert als reactie op een obsessie of die worden uitgevoerd volgens strikte regels. Het gedrag of de geestelijke handelingen zijn gericht op het voorkomen of verminderen van spanning of het voorkomen van een gevreesde situatie. Deze gedragspatronen of geestelijke handelingen hangen echter niet reëel samen met de gebeurtenis die verminderd of voorkomen moet worden of zijn duidelijk overdreven.

Concluderend is het niet abnormaal als u soms denkt: ‘Met die koekenpan zou ik mijn vrouw een stuk stiller krijgen’. Neem de gedachte vooral niet te serieus. Hij mag er zijn. Pas als u de koekenpan dwangmatig en regelmatig -voor alle zekerheidaan de vuilnisman mee gaat geven, zou ik hulp inroepen. Vergeet niet: uw kans op herstel is goed! Wat mijzelf aangaat: iedereen heeft weleens een duivel onder zijn bed. Toch raad ik vaders van twaalfjarigen aan om de kijkwijzer van horrorfilms serieus te nemen. Inmiddels ligt mijn matras op de grond. Daar past geen duivel meer onder.


28 I ng e z o n d e n

Vooroordelen ‘Sorry, maar ik moet me voor één keer afmelden voor de vergadering van vrijdag. Ik zit momenteel in de Groningse kliniek van Lentis met een communicatief gebroken been en het wordt me iets te ingewikkeld: reizen met het O.V. (Openbaar Vervoer) en al die overstappen. Ik ben wel weer aan het werk, maar ik beperk me voorlopig tot Stad en omgeving’. Alle begrip. Hoe dat zo gekomen is? Kort samengevat: ‘Breekbotten en een ongelukkige val, vervolgens anderhalve week overgeleverd aan de medische reparatie-fabriek en dat trekt een psychosehoofd niet. Eigenlijk is dat best logisch. Dus nu zit ik bij Psychose III’. ‘Maak je niet ongerust, dat zal ik niet in de notulen zetten’. Wat niet? Ik begrijp er even niets van. ‘Dat van psychiatrie en zo’. Mijn klomp breekt. Daar heb ik werkelijk niet één moment aan gedacht. Dit is een 100% exclusieve GGz-commissie. Ze moeten toch beter weten dan bij de Telegraaf of SBS6? Tijd voor een grapje – dat redt meestal de communicatieverlegenheid. ‘Zeg maar dat ik mijn intramurale prak-

tijkervaring aan het bijscholen ben. Ik verzamel accreditatiepunten, anders verlies ik mijn vergunning’. Dat past helemaal bij mijn functie als adviseur vanuit patiëntenperspectief in een opleidingsbestuur. Maar het komt niet over. Er volgt een ongemakkelijke stilte. Ja hoor, we zijn weer thuis: het eiland van de geestelijke gezondheidszorg. Waarom zijn de vooroordelen t.a.v. de psychiatrie in die wereld zelf zoveel groter dan daarbuiten? Bij Hema, City Club, Hanzehogeschool en de Gemeente Groningen doet niemand moeilijk. Voor het gemak vergaderen we nu geregeld in de kliniek. Mijn opname komt de vermaatschappelijking van de Groningse GGz zeer ten goede. De post wordt inmiddels probleemloos naar Psychose III gestuurd en helpen halen/brengen van deze ‘doorgedraaide burgers op wielen’ is ook geen probleem. Praktijk-GGz-werkers moeten even wennen aan een actieve intramurale patiënt, maar dan is ie ook o.k. Alleen in de wereld van de blauwdruk-GGz (wetenschap, onderzoek, onderwijs en patiëntenorganisaties) raakt iedereen van slag. Terwijl het theoretisch toch normaal is: bij elk van de vele diagnosen die ik in de loop van mijn leven heb gekregen, is een intramurale carrière te legitimeren. Doe ik eindelijk eens wat er van me verwacht wordt… is het weer niet goed. Omdat ik altijd redelijk gestoord blijf, waarschijnlijk. Dat hoort niet bij de patiëntenrol in de psychiatrie. Je moet doen alsof je gek bent. Dat is hier eigenlijk niemand, maar het merendeel gaat mee in de van hem/ haar verwachte rol. Dat wordt aan alle kanten beloond met aandacht, begrip en financiering, want dan pas je beter in de blauwdrukken, protocollen en procedures. Ze moeten je ergens kwijt in hun DBC’s, zorgzwaartepakketten, herstel-tabellen en ziekteverloop-curves. De zorg moet beheersbaar blijven tenslotte. Pech gehad, ik pas niet. Maar! Ik ben een ster in aanpassen. Ik heb een aanpasbare persoonlijkheid en

dat is handig. Tenminste als je jezelf niet verraadt, omdat je geen zin meer hebt om de schijn op te houden. Ik heb geen respect voor ‘wetenschappers’ en ‘deskundigen’ als ze liegen met hun ogen dicht en hardnekkig in de illusies van hun stat(ist)ische wereldje blijven geloven tegen de dynamiek van de werkelijkheid is. Ik doe niet meer mee met de zwijgcultuur. Bot hè? ‘De mens weet hoogstens 2% van alles wat er te weten is’ (citaat van een astronoom van wie me de naam even ontschoten is). En dat noemen ze de realiteit! Laat mij die 98%. Nee, met vooroordelen heb ik geen enkele moeite als mensen niet beter weten. Maar vooroordelen van mensen die pretenderen ergens verstand van te hebben, krijgen ze per ommegaande ingepeperd. Hun vooroordelen hebben namelijk te veel impact op hun omgeving. Nitwitautoriteiten, wetenschappelijke angsthazen… ik veeg er met plezier de vloer mee aan. Bij kennisontwikkeling hoort eigenlijk een open houding, nieuwsgierigheid en twijfel. Die kwaliteiten zie je ruim bij natuurwetenschappers en astronomen. Maar om het een of ander zijn juist bij zo’n onzeker werkterrein als menswetenschappen meningen en theorieën direct ‘de heilige waarheid’. Het misselijke is dat de dames/heren psych/medisch Deskundigen daar door de samenleving nog voor betaald worden ook. ‘Onderzoek naar vooroordelen t.a.v. psychiatrie en psychiatrische patiënten’. Vooroordelen van anderen vanzelfsprekend. Hallo! Even wakker worden! Hoe zit het met de balk in eigen ogen? De splinters op straat, werk en bij de AH of Aldi doorbreek je wel in direct contact. Maar die van Deskundigen??? Hun monopolie ligt veilig verankerd in de Angst. De angst die afstand in stand houdt.

• Marlieke de Jonge, Netwerk Cliëntdeskundigen Stafmedewerker Empowerment bij Lentis • Illustratie: Houkje van Dijk


29

OP EEN RIJ

In deze rubriek staat kort nieuws uit de ggz. Raadpleeg voor actuele berichten onze website www.foolcolormedia.nl Politie bang voor gekkenwerk door bezuinigingen GGZ

Een beetje depressief is zo gek nog niet...

De Amsterdamse politie maakt zich zorgen. Door de bezuinigingen op de GGZ vreest zij nog meer werk te krijgen van psychiatrische patiënten. Nu al heeft zo´n 25 procent van het politiewerk met ´doorgedraaide mensen´ te maken. Door de bezuinigingen van 600 miljoen op de GGZ zal het aantal incidenten alleen maar toenemen. Die angst sprak de Amsterdamse korpschef Pieter-Jaap Aalbersberg onlangs uit op een nieuwjaarsbijeenkomst. De GGZ Nederland deelt die zorg. Vooral in de verslavingszorg lijkt de verhoogde eigen bijdrage potentiële cliënten af te schrikken. Sjoerd Beumer van de GGZ betwijfelt echter, in tegenstelling tot korpschef Aalbersberg, of vaker thuis (i.p.v. in de kliniek) behandelen van psychiatrische patiënten voor meer overlast zal zorgen. ‘Behandeling in eigen omgeving is vaak succesvoller’, zegt Beumer. ‘Bovendien wordt de samenwerking tussen ggz en politie steeds beter.’ Tegenwoordig kost een psychiatrische crisis de politie 88 minuten werk, terwijl het een paar jaren geleden nog 520 minuten waren. Dankzij betere samenwerking met de GGD en de ggz belanden Amsterdammers in psychiatrische nood niet meer in een politiecel. Ze worden door de GGD gescreend, waarna ze direct kunnen worden opgevangen en geholpen in een ggz-instellling. Dit is zeker een hele verbetering. Maar 88 minuten per incident blijft veel en hoeft zeker niet meer te worden, is de stelling van de Amsterdamse politie.

´Ontdek de kracht van het positief denken!´ zou je best eens kunnen veranderen in: `Ontdek de nóg grotere kracht van: het negatief denken!´ Dat matig depressieve mensen minder vatbaar zijn voor ‘positieve’ denkfouten is in de psychologie al langer bekend. Zo maken zij zich minder schuldig aan de ‘self-serving bias’ (In redelijk normaal Nederlands: het zichzelf dienende vooroordeel). Die houdt in dat ´gezonde´ mensen hun successen toeschrijven aan de eigen talenten, terwijl ze hun mislukkingen wijten aan de omstandigheden. Als een geestelijk ‘gezond’ persoon een acht haalt voor een examen, zal hij dit verklaren door zijn eigen uitstekende intelligentie. Haalt hij een onvoldoende, dan wijt hij dit aan een rare vraagstelling, storende kauwgumkauwende meisjes etcetera. Kortom: aan de omstandigheden. De gemiddelde depressieveling zal vaak dichter bij de waarheid zitten. Eerlijk zal hij toegeven: “Ik had harder moeten studeren en minder bier drinken, dan had ik een voldoende gehaald!.” Dit gaat helaas niet op bij zwaar depressieve mensen. Zij schieten juist te ver door in zelfverwijt: ‘Het is allemaal mijn schuld, want ik ben een luie eikel, voor eeuwig en altijd!’. Iets dergelijks geldt bij nog een denkfout. Onze depressieve medemens zal minder snel denken dat hij zijn zaken onder controle heeft. ´Gezonde´ mensen overdrijven namelijk hun invloed op de gang des levens. Deze denkfout heet ´de illusie van controle´. Onlangs bleek uit onderzoek, overigens tot ons grote genoegen, dat positivo’s trager reageren in moeilijke situaties. Vrolijke Frans presteert dan gewoon minder. Om over verliefde Fransen nog maar te zwijgen. Positivo’s concentreren zich minder diep op een taak, gaan uit van het beste, bouwen in gedachten liefdesnestjes. Oh zo feilbaar. Slechtgehumeurde mensen bleken bepaalde testen, o.a. de Strooptest, sneller te doen. Daarbij moet de testpersoon in verschillende kleuren afgedrukte namen van kleuren voorlezen. Bijvoorbeeld ´rood´, in blauw afgedrukt. De onderzoekers verwachten dat de slechtgehumeurden niet alleen in de Strooptest sneller zijn. Ook in een gevaarlijke verkeerssituatie zullen ze wellicht sneller reageren: dus eerder op de rem trappen. Ook neerslachtige mensen met depressieve symptomen presteerden beter. Volgens de onderzoekers komt het door de geringere vatbaarheid voor te positieve verwachtingen. Zoals ik boven al beschreef. Helaas gold het ‘negativo-voordeel’ niet voor extreme piekeraars. Bovendien blijken positivo’s makkelijker tussen taken te kunnen switchen. ‘Ze remmen later, maar schieten mogelijk wel de vluchtstrook op’, aldus de onderzoekers. Mij is het in ieder geval wel duidelijk. In de eeuwige strijd tussen negativo’s en positivo’s zijn de negativo’s, neerslachtigen en depressieven weer iets dichterbij gekomen. Tenminste, zolang ze nu niet plotseling heel positief worden!

Zin om een hulpverlener te meppen?

Slaan en schoppen komen het meest voor, maar ook wurgpogingen en bijtincidenten worden gemeld. Uit een enquête van de Vrije Universiteit blijkt dat bijna 70 procent van de psychiaters en verpleegkundigen in de psychiatrie de afgelopen vijf jaar met geweld te maken kreeg. Slechts een kwart van hen ging hiermee naar de politie. Nu’91, de vakbond van verpleegkundigen, vindt dat bij geweld altijd aangifte moet worden gedaan. De redenering van hulpverleners is vaak: ‘die mensen zijn psychiatrisch patiënt en kunnen er niets aan doen.’ De loyaliteit naar cliënten is groot. Volgens Nu’91 is het belangrijk aangifte te doen, zodat het probleem besproken wordt en er een duidelijke grens wordt getrokken. In de praktijk blijkt aangifte vaak een heel gedoe. Zo zul je als slachtoffer moeten wachten met douchen (voor het sporenonderzoek) terwijl je na zo’n geweldsincident niets liever wilt dan alles van je af spoelen. Ook kan aangifte de behandelrelatie ondermijnen, met een cliënt die toch al onvrijwillig is opgenomen. Het kan dan de bereidheid tot medewerken van de patiënt tot het minimale reduceren. Degenen die wel aangifte deden, deden dat vaak pas als een patiënt meermalen geweld had gebruikt. Of omdat zij een dossier wilden opbouwen om anderen tegen de geweldpleger te beschermen. In ongeveer 45 procent van de gevallen hield het slachtoffer psychisch of fysiek letsel over aan de geweldpleging.

• Sjoerd


30

Retourtje Hilversum Lotte hoort stemmen en ziet dingen die er niet zijn. Zij denkt dat de interviewster van een tv-programma steeds tegen haar praat. Haar man en dochter zijn ongerust en willen dat er actie ondernomen wordt. Lotte besluit echter iets anders. Zij onderneemt zelf actie. 35 minuten

Joris, vakantie wordt nachtmerrie Acht mensen hebben zich opgeven voor een weekje vakantie. Bij aankomst wordt een bijsluiter van medicijnen tegen psychoses gevonden die Joris heeft verloren. De conclusie wordt snel getrokken: Joris is psychiatrisch patiënt. Hij wordt uitgelachen, genegeerd en behandeld alsof hij een klein kind is. Tijdens het afruimen na de lunch heeft Joris er genoeg van. De bom barst... 30 minuten

Bedankt voor alles

ierover krijgt hond. contacten hem. atten. itdraait. t had.

Frank is een man met sociale angst. Wekelijks heeft hij hierover gesprekken met Marjolein, zijn hulpverlener. Op een dag krijgt hij voor een paar weken een logéhond. Hij krijgt hierdoor leuke contacten met andere mensen en deze hond wordt belangrijk voor hem. Ondertussen gaat hij, op advies van zijn hulpverlener, chatten. Eén contact loopt zó goed, dat het op een afspraak uitdraait... 38 minuten

ca Nicolai

Arbeidsongeschikt door psychische klachten?

WAO & PSYCHE Bel voor gratis advies Werkgroep WAO & Psyche T 050-571 39 99 Telefonisch spreekuur ma: 13:00-15:00 uur do: 10:00-12:00 uur www. waoenpsyche.nl

Neus &Neus

Een jonge vrouw, opgenomen in een psychiatrische kliniek, werkt aan de terugkeer in de maatschappij. Slaagt zij erin ondanks de druk die haar omgeving op haar uitoefent haar eigen keuzes te maken? DVD 30 minuten

5,-

Supercliënt

per stuk

• Henk de Vries

Soap


postv @ k in In de jaren ‘90 heb ik een dwangbehandeling gehad in de vorm van een isoleercel. Je bent dan opgesloten en afgezonderd van je medecliĂŤnten van een afdeling. Helaas zat ik er drie weken in, met maaltijden toegeschoven door de verpleging en een kartonnen po voor je behoeftes, iets wat ik afschuwelijk vond! Ik vind het ook niet meer van deze tijd. Ik heb er een angststoornis voor gesloten ruimtes aan over gehouden, onder andere voor liften. Wat is erger: het middel of de kwaal? Anoniem Anoniem

Kijk ook eens op onze website:

www.foolcolormedia.nl Geld terug? Lees alles over de eigen bijdrage en hoe je geld terug kunt krijgen. Vraag naar de folder bij je hulpverlener.

31


Dwang Hoe men mensen manipuleerde, de goeden en de verkeerden, te doen wat de dictator zei: ik begreep het niet, koos steeds een andere zij Het rennen in colonne, het veranderen van lebensraum en zône, nee: verdrijven kan men niet dat de mens zichzelf bedriegt. Ja, betekent meestal nee en andersom is nee weer ja, denk daar eens over na, het is een vreemd idee. Maar ook in mijzelf herken ik weer die doorn in het vlees, want wat doe ik als ik niet lees: dan ga ik, tegen beter weten in weer tegen mijzelve in en is er geen nieuw begin doe ik aardig als ik haat, luister ik naar onbeduidende prietpraat, conformeer ik me aan de groep, neem ik mijzelf niet onder de loupe: dan zit ik zo weer onder dwang en hoor gegil i.p.v. gezang doe ik slapend ieders wil, en houd ik mijn mond doodstil dat duurt totdat ik gillend van ellende, los kom van deze maatschappelijke bende Ik zie de isoleer, de dwangbuis dreigen begin te vallen en in elkaar te zijgen kalm zegt moeder dan: en zoek ook geen man ik isoleer mezelf, maar ga voort, op het ritme dat bij me hoort en doe alleen wat God bekoort: Zo overwin ik angst en psychose kies vrijheid i.p.v. dwang wordt er wel alleen, maar niet eenzaam van in mij is vreugdegezang. • Sabien Hubert

Foolcolor juni 2012  

Uitgave voor en door (ex)cliënten van Lentis.. Het thema van dit nummer is Dwang

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you