Page 36

66

67

van deze drie instrumenten zijn getoetst. Per studie is in kaart gebracht welke psychometrische eigenschappen getoetst zijn en beoordeeld wat de methodologische kwaliteit van de uitgevoerde onderzoeken was. De methodologische kwaliteit van de onderzoeken bleek slecht tot matig te zijn. Geconcludeerd werd dat geen van de drie gevonden meetinstrumenten als geschikt kon worden aangewezen voor het meten van het zelfmanagementvermogen van patiënten met schizofrenie.

wil weten hoe hij zijn eigen vermogen tot zelfmanagement inschat, zodat zij hem gericht daarin kan gaan ondersteunen. De verpleegkundige heeft drie vragenlijsten gevonden die gebruikt kunnen worden om zelfmanagementvermogen bij patiënten met schizofrenie te meten. Uit een literatuurreview blijkt dat geen van de vragenlijsten goede psychometrische eigenschappen heeft. Ondanks dat geven de vragenlijsten de verpleegkundige wel handvaten en richting. Nadat de verpleegkundige de drie vragenlijsten heeft bestudeerd, besluit ze de vragenlijst te kiezen die het meest past bij haar doel, namelijk Jan een inschatting laten maken van zijn zelfmanagementvermogen. Ze is zich ervan bewust dat ze geen harde conclusies aan de uitkomst kan verbinden, maar het biedt een mogelijkheid om meer inzicht te krijgen. Jan blijkt er wel oren naar te hebben en vult de vragenlijst in. Uit de vragenlijst blijkt dat hij zijn zelfmanagementvermogen als laag inschat. Uit één van de items komt naar voren dat Jan zichzelf niet in staat acht om aan te geven wanneer hij meer last heeft van psychotische symptomen. Dit antwoord verbaast de verpleegkundige. Nadat ze dit met hem bespreekt, blijkt dat als Jan meer last heeft van akoestische hallucinaties hij niet onder de douche durft. Daarom vindt hij het prettig gewekt te worden, zodat verpleging weet dat hij onder de douche gaat en hem zullen zoeken als hij niet na een half uur klaar is. Een wekker aanschaffen en tijdsafspraken maken zullen hem dan niet helpen. Jan en de verpleegkundige besluiten zich te richten op hoe hij kan omgaan met zijn klachten, zodat hij in het vervolg wel zelfstandig opstaat en durft te douchen.

De resultaten uit bovenstaande review7 bieden geen pasklaar antwoord op de vraag welk meetinstrument het meeste geschikt is. De gevonden resultaten zijn echter een reflectie van de huidige wetenschappelijke stand van zaken. Voor de verpleegkundige praktijk betekent dit dat er dus (nog) geen voldoende betrouwbare en valide meetinstrumenten zijn om zelfmanagementvermogen bij patiënten met schizofrenie te meten. Toch blijft het van belang om het zelfmanagementvermogen van patiënten in kaart te brengen, zodat verpleegkundige zorg daarop afgestemd kan worden. Belasting voor een patiënt en toepasbaarheid van een instrument zijn vervolgens belangrijke factoren bij het kiezen. Alledrie de meetinstrumenten betreffen zelfrapportagelijsten met 12 tot 15 items, waarvan men mag verwachten dat de belasting voor de patiënt laag is. Toepasbaarheid kan beoordeeld worden aan de hand van het doel waarvoor het zelfmanagementvermogen gemeten wordt. Als er inzicht verkregen moet worden in het zelfmanagementvermogen, dan zouden zowel de PIH schaal als de PAM-MH het meest geschikt zijn. Als geëvalueerd moet worden of verpleegkundige interventies gericht op zelfmanagementondersteuning resultaat hebben opgeleverd, is de IMR schaal mogelijk het meest aangewezen instrument. Ook inzicht verkrijgen in zowel het patiënt- als hulpverlenersperspectief op zelfmanagementvermogen kan een doel zijn. Dan zouden zowel de IMR schaal (met een patiënt- en hulpverlenersversie) als de PIH schaal (gericht op de samenwerkingsrelatie) gebruikt kunnen worden.

Ta b e l l e n e n d i a g r a m m e n

Ta b e l 1 CO S M I N Ta x o n o m i e

Domein (Domain)

Onderstaande casus biedt inzicht hoe bovenstaande informatie toegepast kan worden in de praktijk

Casus Jan is een 48-jarige man. Hij heeft op zijn 22ste de diagnose schizofrenie gekregen. Lange tijd heeft hij zelfstandig gewoond met ambulante behandeling en begeleiding. Vijf jaar geleden bleek dat hij zichzelf ernstig verwaarloosde. Er was sprake van een gevaar voor zichzelf. Jan was ondervoed, nam zijn antipsychotica en antidiabetica niet consequent in en in zijn huis werd ongedierte aangetroffen. Jan werd met een rechterlijke machtiging opgenomen. Sindsdien is hij klinisch opgenomen en verblijft nu drie jaar op een afdeling voor langdurig verblijf. Behandeling op de huidige afdeling is gericht op het vergroten van zelfredzaamheid, zodat Jan in de toekomst kan doorstromen naar een begeleide woonvorm. Op dit moment wordt Jan dagelijks gewekt en herinnerd aan het nemen van een douche. Hij doet twee dagdelen per week vrijwilligerswerk bij de bibliotheek. Zijn medicatie neemt hij trouw en hij komt de controles bij de diabetesverpleegkundige na. Jan heeft met zijn verpleegkundige afgesproken dat hij ’s ochtends zelf uit bed komt en zich gaat douchen. Hij wil dit zelf gaan managen. Zijn verpleegkundige

Psychometrische eigenschap (Measurement property)

Betrouwbaarheid (Reliability)

Interne consistentie (Internal consistency) Betrouwbaarheid (Reliability)

Aspecten van psychometrische eigenschap (Aspects of measurement property)

Definitie

De mate waarin de scores van een patiënt met onveranderd beeld hetzelfde blijven bij verschillende testomstandigheden. Dat wil zeggen na verloop van tijd (testhertest), door verschillende personen bij dezelfde gelegenheid (interbeoordelaar) of door dezelfde persoon bij verschillende gelegenheden (Intrabeoordelaar). De mate waarin de items van het meetinstrument aan elkaar gerelateerd zijn. Het aandeel van de totale variantie in de metingen die het gevolg zijn van ‘echte’ verschillen tussen patiënten. Vervolg tabel >

Profile for Lentis

GGzet Wetenschappelijk 2 2017  

GGzet Wetenschappelijk 2 2017  

Profile for lentisggz