Issuu on Google+


Noord

7

1 : 200

West

1 : 200

8

1 : 200

Zuid 1 : 200 UP

Vide

5000

UP

Badkamer 2500 4200

Balkon 2500

DN

Gastverblijf Gedeelde ruimte

2500

DN

2500

5000

Hal Kamer

DN

UP

UP

2500

UP

7500

UP

DN

DN 2500

1

Souterrain 1 : 100

Kamer voor ing.

2500 2500

5000

2

Begane Grond 1 : 100

Kamer schrijver

3

Eerste verdieping 1 : 100

Slaapkamer ing.

4

Tweede verdieping 1 : 100

L van der Wal 4160509 19-06-2012

9

Oost

De Kubus

5


Essay BK 2010 Toelichting ontwerp Laurens van der Wal, een expressionistisch functionalisme De ontwerpopgave die we kregen was een prachtige kans. Het ontwerpen van een bungalow voor twee zeer verschillende persoonlijkheden. Twee persoonlijkheden die wel samen een bungalow wilden. Je wil je ze allebei iets geven maar toch samen laten komen. Je wil ze vertegenwoordigd zien in het gebouw maar juist niet alle verschillen benadrukken want ze delen een vriendschap, een harmonie. Je wil ze een plek geven voor zichzelf die ze ook zelf kunnen definiëren. Hoe doe je dit? Wat is de manier, wat is het ontwerpproces dat jij als architect hanteert? Ik wil niet hun leven bepalen, geen commentaar leveren. Ik wil ze precies geven wat ze willen maar toch iets waar ze zichzelf mee identificeren. Mijn voorstel is een aanpak van expressionistisch functionalisme. Het programma van eisen heb ik vertaald naar een ontwerp door eerst na te denken over hoe men kan ontwerpen. Bij het ontwerpen ging ik eerst uit van een postmodernistische kijk. Maar ik was van mening dat het te veel nadruk legt op de verschillen en de persoonlijkheden van de opdrachtgevers. In reactie daarop wilde ik juist een ruimte bieden met meer neutraliteit, ruimte voor persoonlijke invulling. Ik keek naar de benodigde ruimte voor elk onderdeel en heb het gebouw toen ontworpen. Allereerst heb ik in doorsnede twee programma’s onderscheidden, een programma voor de ingenieur en een programma voor de schrijver. Deze heb ik een verschillend volume gegeven op basis van de benodigde ruimte en vervolgens heb ik ze samen laten komen en geplaatst op basis van de omgeving en functie. Waar ze elkaar overlappen ontstaat het derde programmaonderdeel, de gedeelde ruimte. In de plattegrond heb ik dezelfde werkwijze gehanteerd. Dit is naar mijn mening een functionele aanpak geweest. Want in het ontwerpproces heeft alleen een de doelmatigheid en de efficiëntie van de verschillende ruimtes een rol gespeeld. Ik heb geen esthetische of overwegingen over de vorm toegelaten hierin. Toch, wanneer je het ontwerp bekijkt zou je toch kunnen denken aan een rationalistisch gebouw. Vergelijk het met Villa Alegonda van J.J.P. Oud. Waar functionalisten alle conventies probeerden te laten, probeerden de rationalisten alles wat geweest is enigszins terug te laten komen. Niet op een letterlijke manier maar door er vormen en typologieën uit te abstraheren. Zo probeerden zij een universele vormentaal te ontwikkelen voor de architectuur. Een rationale uitingsvorm hiervan was het bekende gebruik van geometrische vormen en dit is ook waar ik op doel wanneer ik de vergelijking maak met Villa Alegonda. Ook in mijn ontwerp zie je simpele geometrische vormen terugkomen. Maar, en dit geeft misschien tegelijk ook een probleem weer van het versimpelen van realiteit naar specifieke stromingen, het is niet de intentie geweest. De geometrie die er in zit komt voort uit het gemak van een opbouw die gepaard gaat met een vaste stramienmaat voor het skelet van het gebouw. Maar de interpretatie en de intentie leiden allebei vaak een eigen leven. Net zo als in je in de laatste eeuw ziet dat meerdere groeperingen claim leggen op het werk van Berlage (in het bijzonder de Beurs van Berlage), de formalisten rond de Amsterdamse School en de rationalisten rond De Stijl. De vorm van mijn ontwerp is ontstaan door een stolling van een schema. Een schema dat voort kwam uit een analyse van de situatie en het programma van eisen. In dat opzicht zou je dus kunnen spreken van ‘form follows function’ de bekende woorden van louis Sullivan en een functionalistische kijk op het ontwerpproces. Wanneer je de opgave expressionistisch zou benaderen zou de prioriteit anders komen te liggen. Niet zozeer op de functie maar de nadruk zou meer verschuiven naar een persoonlijke visie van de architect. Hij zou emotie en originaliteit voorop stellen. Hij zou willen overtuigen met de vorm en daarna kijken hoe het programma hierin past. De postmodernistische architect zou eveneens een kleinere rol wegleggen voor het programma maar zou zich veel meer dan een expressionist richten op het vertellen van een verhaal en teruggrijpen op verleden en omgeving. Mijn ontwerp is niet in de eerste plaats een uiting van emotie zoals het expressionisme en het is zeker geen gebouw dat kijkt naar en reflecteert op het verleden zoals een postmodernist zou doen.


Het gebouw ontleent zijn vorm dus aan de functie. Maar niet slechts zijn vorm ook zijn expressie en karakter. In die zin doet het denken aan het Zonnestraal Sanatorium van Duiker of het ontwerp voor de Petersschule van Meyer. Daarin zien we denkbeelden van De 8 en Opbouw terug. Ten tijde van De 8 en Opbouw was het idee dat schoonheid van een gebouw niet uitgesloten was maar men legde liever de nadruk op efficiënt gebruik. Voor hen waren er twee belangrijke begrippen, waarheid en karakter. Wat voor hen betekende dat ze een pure en simpele manier van bouwen na wilden streven. Het komt erop op neer dat de vorm, ruimtes en materiaal moesten verklaren wat het gebouw inhield. Het beton aan van het onderste deel en het hout van het overhangende deel hebben een constructieve grondslag. Zo houd het betonnen deel het houten deel overeind als een voetstuk, net als het speelterrein bij de Petersschule overeind word gehouden door de massa van het gebouw. En deze functionele tweedeling zorgt ook voor de expressie, hierdoor zie je dat het een woning is met twee gezichten. Dat is wat ik noem expressionistisch functionalisme. Het nut van het verleden dient niet onderschat te worden. Men zag bij het functionalisme een harde breuk met het verleden. Ze wilden vooruitgang, ze wilden (net als de rationalisten overigens) een vrijheid verwerven en het verleden los kunnen laten. Dit is een noodzakelijke stap geweest. Of eigenlijk zou ik bijna zeggen, een noodzakelijk kwaad. Er ontstond een leegte in het ontwerp en een vaak gehoorde kritiek is dan ook dan het doods is of saai. Mies van der Rohe zei: ‘less is more’. Maar zoals Venturi in reactie hierop zei: ‘less is a bore’. Maar wat dan? Moeten we weer traditionalistisch of expressionistisch? Of is mijn expressionistisch functionalisme de enige weg? Nee, niets hoeft. Laat me er nog één aan toevoegen. Een leerling van Mies van der Rohe maar onderhand zelf een van de bekendste architecten ter wereld, Philip Johnson zei: ‘I am a whore’. Wat voor veel mensen slechts verduidelijkte waarom Meneer Johnson elke nieuwe trend in de architectuur volgde. Maar ik wil betogen dat we niet moeten doen wat Mies zegt of wat Venturi of Johnson zeggen maar het per geval bekijken. Een architect hoeft niet één stroming te volgen en aan te hangen. Ik ben voor een architectuur die men geeft wat ze nodig hebben. Die soms een voetnoot of commentaar plaats, maar niet per definitie. Die soms terug grijpt naar het verleden en soms compleet functionalistisch is. Een architectuur met uiting van emotie maar met plek voor rationaliteit. Maar voorop staat dat het in het algemene belang is van maatschappelijke vooruitgang. Niet te verwarren met de blinde drang naar vooruitgang van de functionalisten. Soms is vooruitgang in de breedste zin van het woord een pas op de plaats, soms een stap terug en soms een wilde gok. Nieuwe materialen, composieten kosten kunnen heel veel toevoegen maar ook heel veel energie kosten terwijl in het verleden hout op manieren werd gebruikt die dit overbodig maakt. Een nieuwe technologie als zonne-energie kan ons enorm veel opleveren. Tegelijkertijd is de manier waarop sommige sloppenwijken ontstaan op dit moment misschien wel een bron van inspiratie over hergebruik en evoluerende bouwkunst. Gezond verstand, emotie en gebruik van heden, verleden en toekomst. Laurens van der Wal


BK 2010