Page 1

4 • Media.com

VRIJDAG 13 APRIL 2012 • DE MORGEN

● Fotografen Lynsey Addario (l.), John Moore (tweede l.) en Tyler Hicks (r.) zoeken dekking tijdens een luchtaanval in Libië op 11 maart 2011. © BARCROFT MEDIA / GETTY IMAGES

Oorlogsjournalistiek: eerst Neuropsychiater Anthony Feinstein onderzoekt het psychologische leed van oorlogsverslaggevers. Met zijn documentaire ‘Under Fire: Journalists in Combat’ brengt hij het probleem van trauma’s bij journalisten onder de aandacht. Laurens Cerulus ● De Palestijnse fotograaf Khalil Hamra wordt gefouilleerd in de Gazastrook (2005). © ABID KATIB / GETTY IMAGES

● Al Jazeerareporter Tony Birtley en cameraman Benjamin Foley

interviewen een Libische dokter in 2011. © BENJAMIN LOWY/ GETTY IMAGES

O

orlogscorrespondentenwordendagindaguit geconfronteerd met het beeld, de klank en de geur van oorlog. Ze riskeren lijf en leed om de aandacht van het thuisland op de slachtoffers te vestigen. Met dood van journalisten Marie ColvinenRémyOchlikeindfebruariinHoms, Syrië, kwam de oorlogscorrepondent zelf op de voorpagina’s. Ook Rudi Vranckx, Jens FranssenenhunVRT-nieuwsploegkropenin Homs door het oog van de naald. De journalist werd deel van het verhaal. NeuropsychiaterAnthonyFeinsteinwijdtzijn carrière al twaalf jaar lang aan de studie van posttraumatische stressstoornis en depressie bijoorlogsjournalisten.MaartoenFeinsteinin 2000zijnallereerstestudielanceerde,stondhij nog moederziel alleen. “Er was er geen enkel onderzoek terug te vinden over deze problematiek – echt verbijsterend”, vertelt de dokter. “Er bestaat een immenseliteratuurovertrauma,bijvoorbeeld over het fenomeen van de shellshock bij exsoldaten. Maar hoe journalisten emotioneel reageren op oorlogservaringen, was volledig ongekend.” De eerste resultaten legden een onrustwekkend beeld bloot: oorlogscorrespondenten vertonen tot vijf maal meer emotionele gezondheidsproblemen dan de gemiddelde burger.“Uitonzestudiebleekdat28,6procent

opeengegevenmomentinhunloopbaanaan posttraumatische stressstoornis lijdt. Meer dan 21,4 procent valt in depressie,” “Deze percentages liggen tot vijf maal hoger dan bij de gemiddelde bevolking, en benaderen de percentages van oorlogsveteranen. Oorlogsjournalistendrinkenooktweetotdrie keer vaker alcohol in vergelijking met andere journalisten, en 14,3 procent lijdt aan overmatig drugs- of alcoholgebruik.” Feinstein ontvlucht geregeld de ivoren toren vandeacademischewereld,omhetprobleem aan te pakken bij journalisten en nieuwsorganisaties. “Ik bied bijstand aan journalisten die geschokt zijn door een gebeurtenis, niet kunnen slapen, wederkerende gedachten of nachtmerries hebben”, vertelt hij. “Soms gaat het om journalisten met jaren ervaring, die plots door trauma’s geteisterd worden. Een collega-journalist die sterft is vaak ook een oorzaak van trauma’s. Ik zie het als mijn job om die minderheid te identificeren, en duidelijk te maken dat ze hulp nodig hebben.” De dokter is echter voorzichtig. “Je moet het ook in perspectief zien. Met de meerderheid van journalisten gaat het goed. Ik bekijk de probleemgevallen, maar er is een groot deel dat niet onder deze problemen lijdt. Je wilt niet de indruk achterlaten dat het hele beroep

Media.com • 5

DE MORGEN • VRIJDAG 13 APRIL 2012

● Collega’s dragen de gewonde Reutersfotogaaf Mohammed Salem weg nadat die een Isaëlische kogel in het been kreeg (2007). © ABID KATIB / GETTY IMAGES

de kick, dan de depressie overheerst wordt door psychologische problemen.” Feinstein voert sinds zijn eerste studies strijd om de problematiek op de agenda te brengen, voor en achter de schermen van de media. “Toen we de resultaten voor de eerste keervoorlegdenaannieuwsorganisaties,kregen we verschillende reacties.” “Bepaalde redacteurs of kaderleden waren gefascineerd”,verteltFeinstein.“Bijvoorbeeld bij BBC of CNN waren de reacties erg constructief. Ze dachten: ‘Wacht eens even, hier moeten we rekening mee houden, en ons beleid aanpassen.’ CNN, BBC of Reuters hebben nu meer aandacht voor de mentale gezondheid van hun journalisten.” Maardepsychiaterkreegooktekampenmet ongeloof, en zelfs onwil. “Bij sommige organisaties was er grofweg geen interesse. Daarenboven weigerden sommige oorlogsjournalisten de bevindingen te accepteren. Ditwaseenminderheid,maareenzeerluide en invloedrijke minderheid. “Er leeft een algemeen stigma omtrent psychologische aandoeningen, niet enkel bij journalisten. Het drukt de problematiek in de taboesfeer. Ontkenning leeft eveneens bij journalisten.AuteurCarlRollysonbeschreef dit treffend in de titel van zijn biografie over MarthaGellhorn,deiconischeAmerikaanse oorlogscorrespondent: Nothing Ever Happens to the Brave, De moedigen overkomt nooit iets.” Feinstein richt zich in zijn onderzoek op de persoonlijkheidvanoorlogsjournalisten.Wat drijft hen? Waarom wijden zij zich aan deze taak? “De persoonlijkheid van een journalist bepaalt of men dit soort werk wil en kan doen”, legt hij uit. “We weten dat de epigenetische structuur rond het DNA hier mede voorverantwoordelijkis.Diebepaaltofmensen aangetrokken worden door risico, of ze het liever uit de weg gaan.” “Oorlogsjournalisten hebben in de meeste gevallen een persoonlijkheid die sterk op zoek gaat naar avontuur. In de psychologie noemtmendit sensation-seeking maarjour-

Anthony Feinstein ● Doet

onderzoek naar oorlogscorrespondenten en trauma. ● Studeerde geneeskunde en psychiatrie. ● Specialiseerde in neuropsychiatrie. ● Begeleidt journalisten in conflictsituaties. ● Auteur van verschillende boeken, waaronder Dangerous Lives: War and the Men and Women Who Report it (2003). In In Conflict (1998) beschrijft hij zijn ervaringen als arts in de Namibische onafhankelijkheidsstrijd en de Angolese burgeroorlog. ● Produceerde in 2011 de documentaire Under Fire: Journalists in Combat.

nalisten horen die term niet graag”, lacht de dokter. “Sommige oorlogscorrespondenten sprekenwelopenlijkvaneen warhigh ofeen roes dat het werk opwekt. “Voor zulke persoonlijkheden is het ook niet gemakkelijk om terug in het dagelijkse leven te stappen. Boodschappen doen vormt geen uitdaging voor een journalist die net terugkomt uit Irak, figuurlijk gesproken. Ze hebben moeite omdat hun persoonlijkheid niet uitgerustisvoorhetalledaagse.Datverklaart medewaaromveeloorlogscorrespondenten een sterke drang voelen om terug te keren naar conflictzones.” Feinstein is voorzichtig als het op preventie aankomt. “Op voorhand is het slechts heel onnauwkeurigtebepalenwievatbaarisvoor posttraumatische stressstoornis en depressie. Het is niet omdat je persoonlijkheid een oorlogssituatie te baas kan, dat je niet aan trauma ten prooi kan vallen. Dat zijn twee fundamenteel verschillende dingen. “Ik zeg niet dat je journalisten moet tegenhouden, integendeel. Wat oorlogscorrespondentendoenisessentieel.Ikprobeerjournalisten en nieuwsorganisaties te duiden op het gebrek aan aandacht, en de nood aan hulp.Ikbiedhenmijnexpertiseaanomhiermee rekening te houden.” Na ettelijke academische publicaties en boekenoverhetthema,produceerdeFeinsteinin 2011dedocumentaire UnderFire:Journalists inCombat.Defilmwerdgeregiseerddoorde gerespecteerd schrijver, scenarist en regisseur Martyn Burke. In de docu komt het verhaal naar voor van Ian Steward, de ex-APjournalist die in 1999 een kogel in het hoofd kreeg.FotograafPaulWatsonverteltovereen terugkerende stem in zijn hoofd, sinds hij in 1994 in Somalië de foto nam die hem een Pulitzerprijsopleverde. UnderFire haaldedit jaar de shortlist als een van de kanshebbers voor de Oscar van beste documentaire. “De plaats op de Oscarshortlist heeft veel interesse opgewekt”, vertelt Feinstein. “Uiteraard proberen we de film ook aan de media zelf te verkopen. Dat is de grote uitda-

ging: willen zij dit tonen? Voor oorlogscorrespondentenzelfhebbenwedewebsiteconflict-study.com opgericht, die door CNN gefinancierd wordt. Journalisten kunnen een bevraging invullen die hen een ruw beeld geeft van hoe ze omgaan met posttraumatischestressendepressie.Inhetslechtstegeval moedigen we ze aan om hulp op te zoeken. Daarnaast is het belangrijk dat nieuwsorganisaties deze problematiek nu onderkennen. Media moeten hier rekening mee houden. De minderheid van journalisten die de zware psychologische last dragen van deze

berichtgeving, hebben nood aan hulp. “Oorlogsjournalistiek is altijd levensgevaarlijk geweest”, stelt Feinstein. “Robert Capa (Hongaars-Amerikaans oorlogsfotograaf, nvdr) stierf in Vietnam, Ernie Pyle (Amerikaans oorlogsverslaggever, nvdr) in de Tweede Wereldoorlog. Grootse journalistenlatenhetleveninoorlogen,daarisniets nieuws aan. Wat veranderd is, denk ik, is dat mensen niet meer verwachten dat je naar elke hoek van de wereld kunt reizen en alles wel in orde komt, gewoon omdat je een journalist bent.”

● New York Times- fotograaf Tyler Hicks (r.) in Libië. Hicks verloor dit jaar collega en Pulitzerprijswinnaar Anthony Shadid aan het front in Syrië. ©JOHN MOORE / GETTY IMAGES

‘Het is niet omdat je een oorlogssituatie de baas kunt, dat je niet aan trauma’s ten prooi kunt vallen’


DeMorgen_13april2012  

De Morgen newspaper, 13 April '12, page 28-29: Interview with Anthony Feinstein, neuropsychiatrist studying war journalism and trauma.

Advertisement
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you