Issuu on Google+

Donderdagen 2012 – 2013

Bert 01 Huyghe Elke van 02 Kerckvoorde Moens 03 & Criel Nathalie 03 Chambart RenĂŠe 06 Pevernagie 10 Arjen Verswijvelt


Kamer XIII

Wintertuinstraat 21 Gent


Het Kabinet

‘Het Kabinet’, is een nieuwe ruimte voor kunst. Wars van commerciële bedoelingen stelt Filiep Tacq aan de straatkant een hemelshoge kamer ter beschikking voor kunstenaars met wie hij graag omgaat. Het is een kamer geworden die, uiterst sober belicht, als een doos zich naar de straat opent. Het wordt ‘Het Kabinet’ genoemd en dat is wellicht de beste omschrijving voor een ruimte die functioneert als een openbare kijkdoos voor kunst.   L.L.  2003 — 2006

Kabinet: klein afgezonderd vertrek, m.n. naast een groter gelegen of daarop aansluitend … Vertrek, zaal of galerij waarin een (particuliere) verzameling van zeldzaamheden, kunstschatten enz. aan de liefhebbers en kunstkenners wordt vertoond …  van Dale 

Beroepshalve werk ik veel met kunstenaars uit binnen- en buitenland waardoor regelmatig kunstwerken in mijn woning terecht komen. Maar telkens opnieuw zag ik hoe, na een tijd, het werk een deel werd van het decor en vervloeide met de achtergrond. Het was er nog wel maar ik zag het niet meer. Hieruit kwam een behoefte om kunstwerken geprononceerder (en publiekelijker) te presenteren. Het was architect Wim Cuyvers die tijdens renovatiewerkzaamheden met het voorstel kwam om in het oude trappenhuis een specifieke ruimte te maken voor het presenteren van tijdelijke tentoonstellingen. Na het weghalen van trappen en vloeren (en vele andere aanpassingen) bleef er een vijf meter hoge koker over met een redelijke oppervlakte en een grote, glazen inkijk vanop de straat. De plek nodigt zodoende kunstenaars uit om ‘met’ de ongewone architectuur aan de slag te gaan. Filiep Tacq, www.hetkabinet.be

Kamer XIII

Toen ik me in een van de appartementen in de Wintertuinstraat installeerde stelde Filiep voor om terug gebruik te maken van de aanpalende ruimte waar vroeger ‘Het Kabinet’ gelegen was. Hij wou er terug beweging in zien. Al een tijd hoorde ik studenten klagen over het gebrek aan toonruimtes op Sint-Lucas. De Witte Zaal werd omgebouwd tot bibliotheek en Kamer XII als atelier gebruikt. Ik merkte dat Gent in het algemeen een gebrek aan ruimtes had voor jonge kunstenaars en besloot de leegstaande ruimte terug te openen. Ik wou studenten de kans geven om dingen uit te proberen, te presenteren en af en toe, kleinschalig, naar buiten te kunnen komen met werk. Ik doopte de ruimte ‘Kamer XIII’. Sinds Januari 2012 organiseer ik, samen met Laure D’hoe, elke eerste donderdag van de maand een toonmoment. Twee studenten grafisch ontwerp — Victor Steemans en Evelien Claes — hielpen ons met het ontwikkelen van een affiche en ik ging op zoek naar mensen die wilden tentoonstellen. De ruimte staat open voor jonge kunstenaars uit binnen- en buitenland. We trachten zoveel mogelijk variërend werk te selecteren, zodat we elke maand een nieuwe situatie te zien krijgen in Kamer XIII. Kamer XIII is een ontmoetingsruimte waar dingen uitgeprobeerd en getoond worden. Waar men over werk kan praten en waar nieuwe dingen ontstaan. ° 2012

Lulu Cuyvers


Bert Huyghe

Elke Van Kerckvoorde

12 – 01 – 2012

02 – 02 – 2012

Op de vraag wat men tegenwoordig nog aan de schilderkunst kan toevoegen weiger ik als schilder te antwoorden. In plaats daarvan interesseer ik mij voor het randspel van de schilderkunst waarin ik zaken zoals de kunstgeschiedenis, persoonlijke herinneringen en het collectief geheugen vermeng. Momenteel heb ik nog geen passende titel voor de reeks schilderijen waar ik aan bezig ben. Het betreft hier een reeks geschilderde voetbaltrui patronen. Elk doek is volgens dezelfde basisregels opgebouwd en heeft een verschillend verticaal tweekleurig patroon. Ik wilde met deze eerste reeks verder weg van het puur visueel aantrekkelijke dat ik in mijn vorige schilderijen zocht en door middel van een verzameling schilderijen dieper ingaan op een onderwerp. Het onderwerp is in deze de ‘clubkleuren’ bij voetbalploegen. Voetbal is sowieso een terugkerend thema binnen mijn werk, ik voel mij sterk aangetrokken tot het spel en zeker ook tot de eenvoudige, estethische doeltreffendheid. Ik probeer de truitjes te herleiden tot hun essentie: geen sponsors of rugnummers, enkel de twee kleuren in verticale, even grote strepen. Op die manier wordt de link naar abstracte schilderkunst erg zichtbaar, dit vond ikzelf een interessant gevolg. Het werk is momenteel nog niet helemaal af en heeft nog geen titel maar ik zou deze reeks als voorstel voor een expo in Kamer XIII indienen. Tekst: Bert Huyghe, voorstel voor expo in Kamer XIII, december 2011. Beeld: Kamer XIII

Na mijn 1e jaar schilderkunst deed ik een groepstentoonstelling met enkele vrienden in Waregem. Qua kwaliteit van het werk was dit niet zo een goede expo ( eigenlijk helemaal niet zo goed ). Ik wist toen ook nog niet welke weg ik met mijn werk wou uitgaan. Maar het opstellen van de werken en het leren behandelen en omgaan met je eigen werk leerde me nieuwe dingen bij. Tot het witten van muren, gebruiken van spots enzovoort. In de zomer erna zag ik een oproep van Kamer XIII voor geïnteresseerde kunstenaars. Er stonden enkele foto’s op de Facebook pagina. Ik denk dat het tijdens het 1e semester van mijn 2de jaar schilderkunst was, dat ik mijn kandidatuur om in deze galerij te mogen tentoonstellen inzond. Ik was gedurende deze periode bezig met mijn eigen kleurenalfabet dat


ik toen vormde. Het was iets nieuws, de kleur was teruggekeerd in mijn werk en ik zag wel potentieel, en vooral een uitdaging, om met dit werk te exposeren. De week van de opening was ook de week van mij jury. Ik probeerde de docenten te overtuigen om daar dan ook mijn jury te houden. Maar ze waren weer eens te lui om zich te verplaatsten. Daarom maakte ik op voorhand een klein plannetje, een schema hoe ik de ruimte van Kamer XIII zou behandelen. Ik zou te maken krijgen met andere verhoudingen tussen mijn werk en de ruimte. Mijn werken zouden boven elkaar moeten geplaatst worden in plaats van naast elkaar, bijvoorbeeld op ooghoogte. Door te mogen tentoonstellen in Kamer XIII kwam ik ook in contact met Bert Huyghe. We hadden gesprekken over het schilderen en wisselenden geregeld kunstenaarsnamen en teksten uit. Hij bood aan om me te helpen bij het opstellen van mijn werk. Eens aangekomen had ik problemen met de werken aan de muur te bevestigen. Het was een hoge ruimte en de muren bestonden uit beton die op verschillende plaatsen geplamuurd was. De nagels kwamen uit de muur los. Een keer is mijn werk zelfs op de grond gevallen. Een dag voor de opening besloot ik om het voor gezien te houden en zou ik de volgende dag de opstelling maken. Even twijfelde ik er aan om de hele boel af te zeggen. Ik had zoveel stress … De volgende dag begon ik met goede moed, en met drie dikke truien, een nieuwe opstelling te proberen. Ik deed van alles. Ik zette mijn werk ik de ruimte, ik bouwde er een kaartenhuis mee, ik legde het op de vloer enzovoort. Uiteindelijk begon ik mijn werken op elkaar te stapelen zonder bevestigingsmiddelen. De oorzaak voor het starten van mijn kleurenalfabet kwam door de vondst van verschillende oude tegels met verschillende kleuren. Deze gebruikte ik door de schilderijen om het schilderij als object in vraag te stellen. Het was me duidelijk, ik had een risico genomen. Ik stapte af van een brave, voor de hand liggende opstelling. Toen ik enkele weken later hierop terugblikte zou ik verschillende zaken hebben aangepast. Ik zou enkel de eerste ruimte gebruikt hebben omdat dit qua concept het meest standhield (de galerie als vitrine). De 2e ruimte beschouw ik nu als overbodig. Ook zou ik enkel de werken gestapeld hebben en de kleine doekjes die aan de muur hingen weggelaten hebben. ( Deze kleine doekjes bleven wel hangen omdat ze zeer licht waren.) Ik kreeg uiteindelijk op de opening veel commentaren, zowel positief als negatief. En ook daarna werd er nog over gesproken. Nu denk ik natuurlijk anders over de opstelling en ook over mijn werk, het is nu eenmaal veel veranderd. Maar als ik terugblik op de invloed dat deze expo toen had op mijn visie en werk die ik later

gevormd heb, ervaar ik het nog steeds als positief. Kamer XIII heeft voor mij zaken geopend qua een bepaald concept bedenken voor een expo en je werk aanpassen aan de ruimte. Dit werk was er toen ook toegankelijk voor. Met mijn huidig werk zou zo een opstelling niet meer dezelfde kracht bezitten. Ik heb er ook veel mensen door leren kennen op school en ben nog steeds bevriend met Bert. Tekst: Elke Van Kerckvoorde, relatie met de ruimte, april 2012. Beeld: Kamer XIII.

Nathalie Chambart 01 – 03 – 2012

Beeld: Kamer XIII


Moens & Criel 29 – 03 – 2012

Binnen de ruimte van Kamer XIII werden deze drie gefilmde routes los van elkaar geprojecteerd, elk op dezelfde hoogte en met dezelfde beeldgrootte. De hoogte werd uitgelijnd met het straatniveau en refereerde naar het zeeniveau en het eiland. Via montage werd gezocht naar een spel tussen de drie beelden om de drie routes samen te brengen. Tekst: Melissa Moens en Bieke Criel, relatie met de ruimte, april 2012. Beeld: Kamer XIII

Renée Pevernagie 28 – 06 – 2012

De video ‘Komiza 2011’ is ontstaan tijdens de Video Vortex Summerschool ( zomer 2011) op het eiland Vis, Kroatië. We besloten er ons te focussen op de geografische eigenschappen van onze locatie, het eiland. Hierbij waren de kernwoorden Over, Around, Through. Met andere woorden; we gingen over, rond en door het eiland. De tochten werden vastgelegd op camera waarbij voornamelijk de beweging en het standpunt van de camera een belangrijke rol speelde. De camera werd in de hand gehouden, gericht op de nog af te leggen route. Hierdoor werd het fysieke aspect voelbaar en zichtbaar in de video. ( Er werd voornamelijk gewandeld en gezwommen.) Ook het geluid draagt hiertoe bij. Enkel de derde tocht, door het eiland, werd op statief gefilmd.

Ik weet nog dat mijn toonmoment in Kamer XIII tijdens een heel hectische periode viel. In juni, op het einde van het academiejaar, tussen mijn eindjury en de eindejaarstentoonstelling. Ik weet nog dat ik mijn werk van de ene plek naar


de andere moest overbrengen en van de ene opstelling in een andere moest vormen. Het was druk en het was warm. Gelukkig dat ik daar niets van merkte in de ruimte van Kamer XIII, waar het lekker koel was. Al snel wist ik wat ik er zou hangen. Op de grootste wand links bij de deuropening mijn felblauwe tekening van een stad in bovenaanzicht, simpelweg omdat het de enige wand was waar hij tussen kon (de tekening is 270cm breed). Ik heb hem bewust niet op ooghoogte gehangen, maar op de lijn vanaf de onderkant van de deuropening. Op die lijn heb ik ook op de muur ernaast de andere tekening gehangen. Het is een tekening van een camerabeeld van Google Streetview, die ik gemaakt heb op een papier bewerkt met krassen horizontaal en verticaal. Op die manier ontstaat dat wazige effect, want het is onmogelijk om fijn te tekenen op een bekrast papier. Doordat beide tekeningen boven de hoofden van de toeschouwers hingen, wordt het kuilaspect van de ruimte versterkt. De tekeningen zijn afstandelijk ten opzichte van de toeschouwer. Ze kijken op hen neer. De toeschouwer moet moeite doen om de tekeningen goed te kunnen zien, namelijk afstand nemen van het werk en naar boven kijken. Er zat zelfs een tekening achter het raampje in de muur tegenover de wand met de blauwe tekening. Deze tekening gedroeg zich uiterst afstandelijk tegenover de toeschouwer. Velen zagen hem zelfs niet. Hij zat te ver boven hun hoofd en achter dik glas. De kleinste van de vier tekeningen die in de ruimte omhoog hingen, hing echter wel op ooghoogte van de toeschouwer. Op die manier doorbrak hij de lijn, waar de eerste twee tekeningen zich op bevonden en zorgde hij voor toegankelijkheid in de ruimte. Wat goed was anders zou de tentoonstelling gewoon té afstandelijk geweest zijn en zou de toeschouwer misschien de moeite niet genomen hebben om in de kuil af te dalen. Hij zou toch alles vanuit het raam in de deur kunnen zien. Ik had altijd wel gedacht om het aspect van die kuil te laten meespelen in de tentoonstelling. Ook dat er iets groots boven de hoofden van de toeschouwers in de kuil zou hangen, wist ik al. Ik had het me alleen nog iets groter voorgesteld. Misschien iets dat ik op de muur zou getekend hebben. Als je gewoon al in die kuil staat voel je je nietig. Door een groot werk boven je hoofd te hangen wordt dit alleen maar versterkt. Alsof er zich belangrijke zaken boven je hoofd afspelen, waar jij als gewone mens niets van weet. Van zodra de toeschouwer van bovenaf kijkt, ziet hij de werken onder hem. Hij kan ze perfect zien want in de kuil zal er nooit iemand voor staan. Het is een soort van machtsspelletje tussen het werk in de ruimte en de toeschouwer, die er vanuit verschillende standpunten naar kan kijken.

Tekst: Renée Pevernagie, relatie met de ruimte, april 2012. Beeld: Kamer XIII.

Arjen Verswijvelt 04 – 07 – 2012 Ik hoorde voor het eerst van Kamer XIII toen Bert Huyghe er een expo had. Ik heb deze expo niet gezien maar op de foto kon ik de ruimte zien die op het eerste zicht zeer klein leek wat het ook is naderhand gezien. Toen er iedere week affiches rondhingen in de school met daarop aankondigingen van nieuwe exposities in Kamer XIII ben ik eens gaan kijken. De dag nadien heb ik een mail gestuurd. Toen ik te horen kreeg dat ik mocht exposeren was het al juni. Toen besloten jullie om het jaar er op mijn expositie door te laten gaan. Toen het moment aankwam en het mijn beurt was zat ik wat in de problemen omdat ik nog geen nieuw werk had en dan besloten heb om mijn oud werk te exposeren. Ik had grote ideeën om een muurtekening te maken in de traditie van Sol Lewitt zijn muurtekeningen maar door mijn laksheid heb ik dit tot het laatste moment uitgesteld waardoor ik beslist heb om mijn oud werk maar te tonen. Achteraf gezien heb ik daar spijt van omdat deze ruimte een andere aanpak vroeg dan de muren als museum te behandelen want de ruimte is te klein om veel afstand te kunnen nemen om een werk te bekijken. Nadat ik een selectie had gemaakt van wat ik zou tonen en zou ophangen kwam ik tot de conclusie dat de muren van beton waren en gewone nagels hun dienst niet konden doen maar gelukkig bestaan er betonnagels. Wat opviel op de vernissage was dat de print van boven op de muur recht voor je als je door de ruit kijkt het meeste aandacht kreeg en bijna sacraal werd door dat hij zo hoog en gecentreerd in het midden hing. Voor de rest was het een aangename ervaring. Tactisch van je om het op donderdagavond te doen waardoor de vernissages fungeerden als opwarmertje om de nacht in te gaan. Nog eens bedankt omdat ik mocht deelnemen, voor de mooie exposities, om een ontmoetingsplaats te zijn voor gelijkgestemden en voor de bijhorende maaltijd en drankjes. Ik hoop nog van Kamer XIII te horen volgende jaren mocht je van plan zijn om in Gent te blijven. Ik zal er zijn! Groeten, Arjen Verswijvelt Tekst: Arjen Verswijvelt, relatie met de ruimte, april 2012.


Thaïs Dupont 08 – 11 – 2012

november begin ik de ruimte te onderzoeken, op te slaan in grafiet en papier, de bezoeker kan deze avond of in de loop van de week de performance komen bezichtigen de eerste volgende donderdag is het eindpunt. Dag 1 Eerste tekst, eerste bedenking. Ik weet niet hoe ik het moet ervaren, de eerste keer dat mijn potlood het papier raakt, de eerste strepen, lijnen, verbintenissen, betekenissen. Een groot wit vlak op te vullen. Het lijkt wel eindeloos. Een ruimte opvullen dat kan doormiddel van opstapeling, van boven tot onder, alles vol, klemmend tussen muren, leunen, steunen, stampen, geen lucht of alleen datgene dat zijn weg kan vinden tussen de dingen. Een gevulde ruimte lijkt me enkel een gevoel te zijn, want nu ik hier zo zit is ze alles behalve leeg. De witte papieren, lange stroken, ze vormen een buffer, een gordijn, tussen mij en datgene ik wil ontdekken, eenmaal ik tegen deze tweede broze muur begint te duwen valt de verdediging weg. Ik weet enkel wat het papier en dat potlood mij toelaten te weten. Ik zie enkel wat zij me willen tonen. Niet helemaal correct, een vertekend beeld. Het papier beweegt mijn hand wordt moe. Een tekening. Het is allemaal een kleine leugen. Dag 2 Verandering, bedachte stilte. Er is alleen maar stilte, ik werk niet lang vandaag. Dag 3 Wandeling. Vandaag kan ik enkel wandelen en kijken. Wandelen, kijken, wandelen, kijken, wandelen, kijken, wandelen, kijken. Dag 4 Uren. Lange uren, stilte, hier en daar een toeschouwer.

Dag 0 Basis plan en aankondiging. We kunnen ons afvragen hoe we een ruimte kunnen vatten, memoriseren zonder een figuratief beeld nodig te hebben. Het museum, de galerie, drie tot vier muren. De plaats waar de kunstenaar de ruimte vult. De ruimte vergeten en overheersen. Deze ruimte wil ik kunnen grijpen want wat gebeurt er met de tussenruimte. De ruimte tussen de kunst. De muren oneffen, opgesmukt, een rimpel fijn overdekt. Een galerie een publieksniemandsland met naakte witte muren telkens onteigend, te vaak uitgekleed. De ruimte waarnemen doormiddel van een handmatige kopie, een negatief een residu van een performance? Misschien. Wie weet. Op donderdag 8

Dag 5 Verder en half vol. De ruimte is halfvol getekend. Stilaan krijg ik het gevoel dat ik haar begin te kennen. Na lange betwisting en redevoering heb ik besloten haar als haar te benoemen. Ik weet niet waarom het geen hij kon zijn. Waarom denk ik dat zij gemakkelijker te doorgronden is? Waarom geen het? Misschien is het de kinderlijke drang om alle dingen, voortreffelijke levende dingen waar we een band mee opbouwen te benoemen als of we het over een gelijke hebben. In dit geval nog steeds een anonieme gelijke, maar toch. Begin ik me met deze ruimte, HET HET, te vereenzelvigen. Moet het ‘het’ een reflectie worden, heb ik mezelf nu werkelijk op deze muren geprojecteerd?


Kan ik haar daarom niet loslaten? Kan ik haar daarom niet opvullen? Ik dwaal af. Maar het is dus beslist zij is zij. Ik vertelde u dus over het haar leren kennen. Ik wilde haar vatten. Ik wilde weten wat er tussen de kunst verborgen lag. Ik wilde haar tonen, tentoonstellen. Ik had haar moeten leeg laten. Ik wilde een ruimte vatten, ik benoemde haar tot een galerij een plaats die aangekleed werd door de kunst, maar zich evenveel naakt terugvond. Ik zie deze ruimte, ik wilde haar onderzoeken, ik wilde haar rimpels, oneffenheden belichten. Ik kleurde ze op de voorgrond. Ik onderlijnde haar als die ene zin die me aansprak in dat ene boek, vorig jaar in juni, en waar ik nu alleen maar hoofdschuddend naar kan kijken. Ik wilde haar tonen maar waarom? Ik kon haar beter in alle stilte laten op-  gaan in haar zelf. Misschien voelt ze zich aangevallen, misschien voelt ze zich veilig. Ze spreekt niet tegen mij. Ik beneem haar de adem, traag verstikkend, ik maak haar zwart. Bespot ik haar? Of wil ik haar gewoon bewaren? Net als een dodenmasker. Een afdruk van haar gelaat, haar lichaam, voor altijd bewaard. Is dat liefde? Ik heb haar getoond zoals ik haar zie, geen spotprent of dodenmasker, nee ik maakte een portret van haar. Hoe zeer ik ook mijn best doe dit rustig en op afstand te bekijken, mijn pen sleurt mij mee. Ik heb misschien al te veel gezegd. Dag 6  Een bedenking bij wat u zou kunnen zien. Ik sta hier door het raam te kijken ik voel mee een dokter die door het raam van zijn operatiekamer binnenkijkt. Of is het zij die naar mij kijkt. Mijn patiënt verdoofd. Of misschien ben ik wel een getuige, of een slachtoffer en kijk ik naar de dader, of is zij de hoer en ik de bezoeker? Het raam, een belangrijk deel in de ruimte, ik sta op de stoep aan de overkant van de straat. Het licht brand, een opvallende lichtbron in het straatbeeld. Ik bedenk me hoe alle andere ramen hier in deze straat verdwijnen naast haar grootsheid. Ik kan van hier uit haar inhoud begluren, ik moet geen moeite doen om te verbergen dat ik naar haar kijk. Ik sta hier en kijk recht naar binnen. Ik merk op dat het voor vele passanten een omgekeerd effect moet hebben op wat gewoon zijn om te doen. Wij wandelen door een straat,

zien op de weg die voor ons ligt een zachte lichtbron opduiken, we worden als motten tot een lamp aangetrokken en kijken dan ook recht naar binnen, de seconden die daar op volgen nemen we vervolgens het beeld dat we zien in ons op en ontwikkelen het schuldgevoel die een echte gluurder behoort te hebben. Het is sterker dan ons zelf, koop dan toch gordijnen, laat de rolluiken neer, of nee misschien moeten wij ons fatsoen aanscherpen en het maar eens proberen af te leren alles te willen zien. Het binnenkijken in een ander zijn huis, het binnenkijken in een ander zijn leven het is wat we allen zo graag doen en wat onze verlangens kan stillen om te zien dat het bij een ander net hetzelfde is. Het stelt ons gerust. We zijn verlegen gereserveerd afstandelijk en houden onze mond maar het binnenkijken in de woonkamer van een volslagen onbekende? Dat kunnen we helaas niet afleren. Dus met deze waarneming in het achterhoofd kijk ik verbaasd hoe vele passanten hun pas versnellen bij het voorbijwandelen van mijn ruimte. Het is groot, heel groot, en er staat een mens in. Mensen lopen sneller, kinderen die blijven staan worden door hun moeder snel voortgesleept, als ze dan al binnekijken schrikken ze als ik naar hen glimlach. Ik voel me als het gevaarlijkste dier in de dierentuin veilig opgesloten maar geen enkele bezoeker is overtuigd door de veiligheidsmaatregelingen die de dierentuin getroffen heeft. Het maakt me niet bepaald vrolijk om zo overduidelijk geschuwd te worden maar het zet me wel aan het denken. Deze ruimte is gemaakt om naar gekeken te worden, of althans om als drager te dienen voor dingen waar naar gekeken moet worden. Deze ruimte is een soort etalage. Net als een etalage ontworpen om mensen te doen kijken, aan te trekken voor de mooie dingen die zich daar bevinden. Maar als een verkoopster in de etalage van een drukke winkelstraat de etalagepoppen staat uit te kleden is er geen enkele voorbijganger die een blik durft te werpen op iets waar ze anders wel vaker bij zouden stilstaan. Zou het dat zijn? Als je een mens plaatst in een ruimte ontworpen om materiele dingen te bekijken zorg je voor een beeld dat werk suggereert, het schetsen van een werksituatie, het opbouwen van iets wat later pas te bezichtigen is. Krijg je dan dezelfde situatie als bij de verkoopster en de etalagepoppen? Je weet automatisch dat er niets te zien is, je weet dat dit een tussenfase is en dat je misschien binnen een week wel eens in alle rust binnen zal kunnen kijken zonder dat iemand je brutaal terug staart. Zou het dus kunnen als ik


deze ruimte gewoon leeg laat dat er niemand zal kijken? Dat zij, diegene die ik zo graag wou tonen nooit gezien zou worden. Misschien door een enkeling een uiterst nieuwsgierige wandelaar.

Thomas Deniau 10 – 01 – 2013

Dag 7 Het ontdekken van de ruimte. Het ontdekken van de ruimte Een kleine aarzeling alles is bedekt, ik sta hier nu, moet ik hier nu alles vullen. Een naakte ruimte ondergaat mijn armoedige poging haar te tonen. Echt ademen kan ze al niet meer, ik verstik haar traag en met meer en meer moeite. Geen lucht, zachte druk. Het voelt niet goed, het voelt niet goed, het voelt niet goed. Ik wil haar geen licht ontnemen. Ik kijk uit naar de dag dat ik haar weer waardig mag laten ademen. Ik heb gevonden waar jij je schilderijen hing, waar jij je tekening in haar huid nagelde. Ik heb gevonden waar ze haar weer hebben opgesmukt. Ik heb gevonden waar een deel van haar is vervangen. Ik heb gevonden hoe het voelt ieder stukje te betasten, de trilling in mijn handen weten heel goed waar ze oneffen was. Ik zal haar niet snel vergeten, nee zo snel gaan die dingen niet, ze zit in mijn lijf, in mijn hoofd en in alle spieren die zich verzetten in dat hele menselijke lijf van mij. Ik weet nog altijd niet of ik haar kan benoemen. Is ze nog altijd wit, maagdelijk wit. Ik heb roet over haar gesmeten als of dat haar zou helpen, Een zachte laag grijs zwart, als een laag stof waaronder ze nu moet leven. Ik dacht haar te tonen, haar te documenteren, te volgen in alles wat ze niet doet. Dag 8 Mannelijke teleurstelling. Leegte, lange vellen papier als slangenvellen kronkelen op de grond. Ze is verveld, ze is niet meer ze maar hij. Hij is leeg, mannelijk onduidelijk. Ik ben mij bewust van de vrouwelijkheid opgerold op de grond. Het residu van een projectie. Ik probeerde hem te vatten maar heb hem niet objectief kunnen weergeven. Ik heb gekeken. Ik heb gekeken met mijn blik. Ik heb gezocht naar antwoorden in iets dat ik niet kon vatten. Ik maakte er een ander van, een ander dan dat hij is. De ander. Ongrijpbaar. Oorverdovende stiltes, ze slaan me om de oren. Ik schrok toen ik hem recht in het gezicht keek. Tekst: Taïs Dupont, relatie met de ruimte, april 2012. Beeld: Kamer XIII.

Dans mes premiers travaux j’essayais de mettre en œuvre la peinture au travers de bricolages sur des matériaux de rebut, prélevés sur des chantiers, au caractère souvent générique et anonyme. J’y voyais l’occasion de varier et de renouveler le geste pictural en niant son autonomie, et en favorisant l’accident, le prosaïque, le quotidien. J’ai poursuivi ma démarche en m’éloignant des pratiques proprement picturales, pour embrasser un champ plus vaste de matières et d’attitudes, et interroger les relations qu’elles nouent avec leur contexte. Il s’agissait d’envisager ma pratique comme co-existante à l’ensemble de toutes les autres pratiques, et de me poser cette question: qu’est-ce qui l’en distingue? C’est ce questionnement critique qui m’a conduit à la notion d’individuation, qui


était déjà en germe dans mes premiers travaux - à travers l’antagonisme générique/spécifique, ordinaire/singulier que présentaient les matériaux eux-mêmes. Je m’efforce maintenant d’en explorer les différents aspects problématiques au sein d’un champ de significations que je voudrais toujours plus ouvert. Tekst: Thomas Deniau, ‘Terug in de eeuw’, 2012. Beeld: Thomas Deniau.

Chiara Lammens 14 – 02 – 2013

richting tekening? In het begin van mijn opzet had ik nogal dubbele gevoelens bij de ruimte, ik wou er iets mee aanvangen maar wou de ruimte niet centraal stellen in mijn presentatie. Eigenlijk had ik de ruimte het liefst aangekleed als een gezellig kamertje, een soort salon – alles wat het dus eigenlijk niet was. Maar dat zou aan de zaak voorbijgaan. De problematiek van de blik tussen hoog en laag was nogal difficiel, mijn tekeningen zijn namelijk nogal gedetailleerd en behoeven een aandachtige blik, en dus een beperkte kijkafstand. Ik heb een grote tekening gemaakt, waarin hoogte en diepte en horizon vervagen. Het spel van het kijken werd mee de hoogte ingestuurd. Aan de hand van sporen, elementen en een narratief als mogelijke leidraad werd de blik geleid. Aan de andere kant van de ruimte, op het niveau van ooghoogte bevonden zich nog andere tekeningen. Deze zijn opgebouwd als vreemdsoortig behang, doorschijnend hebben deze de gemakkelijke eigenschap om werkelijk in elke ruimte op te gaan en te vervolledigen. Dat was simpel. Voor de hoogte, de ruimte tegenover het straatniveau heb ik een samenstelling gemaakt van een reeks kleinere schilderijen. Deze hangen als reeks, om niet te verdwijnen in het nog steeds erg grote witte vlak dat gezien wordt doorheen de vensterruit. Misschien wel bijna als een echte etalage-inkijk. Ik heb de put zo goed mogelijk trachten te dichten. Het werd bovenal toch redelijk gezellig. Tekst: Chiara Lammens, relatie met de ruimte, april 2012. Beeld boven (3): Chiara Lammens, onderste beeld: Kamer XIII.

Sander Van Raemdonck 02 – 03 – 2013

Een ruimte als een kuil, een etalage in de diepte. Een kuil waarin de blik van onder tot beneden word gestuurd, je kan het bijna in je nek voelen kraken. Er is wel veel plaats om je werk te hangen, maar de beschikbare ruimte is nogal verticaal. De wijze waarop het moest gaan gebeuren bleek minder evident dan gedacht. Heel lange hoge tekeningen, misschien iets met behangpapier en dan tekeningen erop of iets met een ladder


Kamer XIII is een bijzondere ruimte die een nogal verwarrende eerste indruk kan maken. Om te beginnen heeft de ruimte geen gevel zoals je die van een rijhuis mag verwachten. De gevel is een vitrine; een hoge en brede glazen pivoterende deur in een uitdrukkelijke houten omlijsting. De ruimte betreden doe je via een aluminium trapladder die naar het souterrain leidt. Er is geen gelijkvloers in Kamer XIII, en dat geeft de ruimte een heel aparte dimensie. Het ontbreken van een verdiep op straatniveau verrast en doet je verwachtingen ten aanzien van de ruimte ontsporen. Heel opvallend is ook hoe ruim Kamer XIII aandoet, ondanks haar kleine oppervlakte. De ruimte stapelt zich op. Van -1 tot een fictief +1 in de hoogte. Deze verticale ruimtebeleving sluimert steeds op de achtergrond. Je bevindt je in een put die bij nader inzien eerder een grot is: de ruimte omsluit zijn bezoekers met een overvloed aan volume, waardoor ze in een vreemde openheid afgesloten worden van de buitenomgeving die aan de straatzijde in fragmenten voorbijglijdt. Dit is de meest essentiële ruimtelijke parameter van Kamer XIII. De indruk die je van deze kamer krijgt lijkt op die van een archeologische site. Een ruimte, opgebroken en van functionele organisatie vrijgemaakt. Wat dit oplevert is een enorm ruimtelijk potentieel dat weer kan ingevuld worden, door te herorganiseren en door constructies op te trekken. Het is door toevallige hints dat ik bij Kamer XIII aanbelandde om een installatiewerk uit te testen. In mijn atelier werkte ik al een hele tijd aan een reeks objecten en grafische beelden die samen een set of systeem zouden moeten vormen. Ik wilde dat graag in een tentoonstellingsruimte publiekelijk uitproberen. Om zelf te zien hoe dit systeem zich in een ruimtelijke setting gedraagt, en om feedback te krijgen van bezoekers. Dit installatiewerk gaat

om het gegeven van architectuur als het organiseren van ruimte en het vormgeven van een plaats, en hoe we gebruik maken van een instrumentarium om dit te bemiddelen. Het is met andere woorden een werk dat de aandacht probeert te vestigen op de tegenwoordigheid van architectuur in ons dagelijkse leven. Door haar zeer specifieke karakter dwingt Kamer XIII eender welk werk om in te spelen op de ruimte. En mijn installatie had van meet af aan de inrichting van een (toon)ruimte als inzet. Het plaatsen van alle onderdelen zorgt voor een indeling van de ruimte die haar in denkbeeldige partijen ordent. Ik merkte dat sommige onderdelen kunnen samenklitten tot een cluster (ensemble) en dat zo’n cluster kan gezien worden als het equivalent van een themazaal in een museum. Maar omdat er in dit geval geen fysieke grenzen zijn tussen zulke clusters, creëert dit eerder zoiets als verschillende stemmingen in één onmiddellijk ervaren ruimte. Dat vond ik interessant. Naar mijn idee was het daarom ook nodig om een bepaalde kijkvolgorde te handhaven. Ik bedacht in feite een vluchtige narratieve structuur die ook in andere toonruimtes houvast kan bieden (eerst de themaposter, dan verder in de diepte met detailfoto’s en sculpturale elementen) – het ‘lezen’ van de installatie verloopt zowat simultaan met het betreden en ontdekken van de ruimte. Kamer XIII is in dit opzicht boeiend omdat je werk kan tonen met de intentie om gezien te worden vanuit de invalshoek van de vitrine-eigenschappen (ik hing twee grafische werken hoog in de ruimte om van buiten uit te bekijken), maar er vindt ook altijd wat plaats ‘onder de radar’ omdat op het souterrain ook dingen kunnen getoond worden die pas zichtbaar worden eens je binnen bent. Me in de installatie (die aanvankelijk niet meer was dan een set van objecten en beelden) betekende onherroepelijk het uitdiepen van de ruimtelijke dimensies die hier van tel zijn. De eigenaardige kamer liet weinig keuze in het plaatsen van de onderdelen waaruit mijn installatie bestaat, maar net daardoor ondervond ik hun relevantie in het (ruimtelijk) systeem dat ze met elkaar vormen. Tekst: Sander Van Raemdonck, relatie met de ruimte, april 2012. Beeld: Kamer XIII.


Christophe De Clercq 28 – 03 – 2013

Een groot camouflagenet hangt in de ruimte gespannen. Het net is verankerd op de hoogte waar de vloer hoort te zijn, maar zakt dieper dan vloerniveau. De etage lijkt te zijn ingezakt. Een opening in het net biedt toegang tot de ruimte er onder. Het licht, afkomstig uit de bovenruimte, valt door gaten in het net binnen en tekent een patroon in de onderliggende kamer. Tekst: Christophe De Clercq, relatie met de ruimte, april 2012. Beeld: Christophe De Clercq


‘Donderdagen 2012 - 2013’ is een publicatie van Kamer XIII. De publicatie geeft een inzicht in de activiteiten die plaatsvonden in de Wintertuinstraat 21 tussen janurari 2012 en maart 2013. Dank aan de tentoongestelde kunstenaars voor het opstellen van een tekst over hun eigen ervaringen met de specifieke toonruimte van Kamer XIII. Kamer XIII is een innitiatief van Lulu Cuyvers en Laure D’hoe. De activiteiten zouden niet kunnen plaatsvinden zonder de logistieke steun van Filiep Tacq, die de ruimte belangeloos ter beschikking stelt. Fotografie Kamer XIII: Lulu Cuyvers en Laure D’hoe Grafisch ontwerp: Laurens Teerlinck Redactie: Lulu Cuyvers


Donderdagen

2012 – 2013


Kamer XIII Wintertuinstraat 21 Gent

Tha誰s 11 Dupont Kobe Van- 12 denberghe Thomas 01 Deniau Chiara 02 Lammens Sander Van 03 Raemdonck Christophe 03 De Clercq


Donderdagen 2012-2013