Page 1

Propositievoorstel Bouwen aan het inburgeringsproces Het inburgeringsproces van Nederland als onderzoeksonderwerp

Katholieke Hogeschool Limburg: Media & Design Academie Schakeljaar Communicatie & Multimediadesign Begeleidende lector Jessica Schoffelen Studente Laura Gorissen


Inhoudstabel Inleiding........................................................................... Situering.......................................................................... Probleemstelling........................................................... Onderzoeksvraag.......................................................... Onderzoeksmethoden.................................................. 4.1. Etnografisch onderzoek............................. 4.2. Interviews....................................................... 4.3. Mappings........................................................ Het ontwerpproces....................................................... 5.1. Testen in de praktijk.................................

p.3 p.4 p.6 p.7 p.8 p.8 p.9 p.9 p.10 p.10

Bibliografie........................................................................... Bijlagen.................................................................................. A. Deltaplan Inburgering................................... B. Innovatieve inburgeringscurssusen...........

p.11 p.13 p.13 p.15

1. 2. 3. 4. 5.


Inleiding Ik heb besloten te werken rond het inburgeringsproces in Nederland tijdens het masterjaar. Inburgering kent eigenlijk nog maar een korte geschiedenis. Toch kan Nederland zich in Europa koploper op het gebied van inburgering noemen. In de afgelopen 10 tot 15 jaar is er vooral veel aandacht geweest voor het tot stand brengen van het systeem en de infrastructuur van inburgering (VROM, 2007). Op het eerste zicht lijkt inburgering in Nederland dus succesvol te verlopen, maar bij een diepere kijk, blijkt er genoeg rek en groeimogelijkheden te zijn in het inburgeringsproces. Mijn keuze voor het inburgeringsproces kwam na een afweging van mijn interesses. Mijn interesse voor integratie is verklaarbaar door mijn interesse voor culturen en het een maatschappelijk probleem is. Door mijn achtergrond in de communicatiesector heb ik oog voor issues in de maatschappij en de communicatie die hierbij komt kijken. Inburgering heeft ook tijdens deze studie mijn interesse weten te wekken en blijft mij nu nog steeds prikkelen. In Nederland leeft integratie de laatste jaren mede door de nieuwe politieke spelers die in beeld zijn gekomen (Geert Wilders maar zeker ook de overleden Pim Fortuyn). Ik kom via de media in aanraking met dit probleem en wilde me daardoor in dit proces verdiepen en een eigen bijdrage leveren. In mijn ogen is inburgering noodzakelijk om een samenleving te krijgen die elkaar begrijpt. Het is mijn persoonlijke doel te ontwerpen voor mensen, zodat zij er niet alleen beter van worden maar ook de samenleving als een geheel. Het proces van inburgering omzetten naar een positieve ervaring voor inburgeraars is een mooi doel om na te streven. In deze propositie wordt als eerste een korte situering over het inburgeringsproces geschetst. Vervolgens vormt de probleemschets een brug naar de onderzoeksvragen waarin ik mij wil verdiepen gedurende het masterjaar. Dit zijn 3 onderzoeksvragen die eigenlijk gelijkwaardig zijn: - Hoe kan je het inburgeren voor vrouwen vergemakkelijken in het dagelijks leven zonder de noodzakelijke hulp van derden? - Hoe kan je een inburgeringscursus inrichten die ingaat op elementen die het leven van de vrouw vormgeven? - Hoe kan je de Nederlandse gewoonten en gedragingen op een spontane manier aanleren? Op basis van mijn huidige kennis stel ik enkele onderzoeksmethoden voor die mij moeten helpen in het onderzoeksproces. Het uiteindelijke ontwerp zal het resultaat zijn van een wisselwerking tussen mij en inburgeraars.

3


Situering

Inburgering en integratie wordt veelal tot hetzelfde eindresultaat gerekend. Inburgering zorgt ervoor dat mensen integreren in de samenleving waarin ze zijn gaan wonen. De auteur Frans Verhagen somt in zijn boek “Hoezo mislukt? De nuchtere feiten over de integratie in Nederland” enkele definities op die een beeld geven over wat integratie nu wil zeggen, want integratie kan breder worden gezien dan alleen voor immigranten (Verhagen, 2010, p.24 & 25). “Een Marokkaanse Nederlander die het integratiebeleid onderzocht zei in 2004 voor de parlementaire commissie: ‘Voor mijn gevoel is integratie dat iemand de taal beheerst en redelijk kan functioneren in de Nederlandse samenleving’.” “Rinus Penninx, iemand die zich bezig hield met Nederlandse minderheidstudies en hoogleraar aan de Vrije Universiteit Amsterdam, omschreef integratie als het proces waardoor immigranten werden opgenomen in de samenleving als individu en als groep.” “Ruud Koopmans, hoogleraar sociologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam, ziet integratie voltooid als de afkomst geen invloed meer heeft op iemands kansen in de samenleving. ‘Integratie is gericht op het bevorderen van gelijkheid van kansen’. Hij heeft het over de emancipatie van alle burgers in de meest brede zin.” “Herman Obdeijn en Marlou Schrover zeggen in hun boek Komen en gaan: ‘Integratie is het verdwijnen van (grote) verschillen tussen migranten en niet-migranten, waarbij je in het midden laat hoe die verdwijnen en wie het meeste levert’.” “Etymologisch staat integratie voor tot één geheel maken.” De Nederlandse overheid11 beschouwt inburgering als een voorwaarde om te kunnen integreren. De eisen voor inburgering zijn vastgelegd in de Wet inburgering. Het Deltaplan inburgering2 moet de kwaliteit van de inburgering verbeteren en meer mensen in laten burgeren. De regering hecht voor het inburgeringsproces veel belang aan het aanleren van de Nederlandse taal en kennis van Nederland. Kennis van Nederland beperkt zich niet alleen tot de geschiedenis, maar ook tot de tradities, gewoonten en normen die heersen in de samenleving. Het inburgeringsproces is op verschillende manieren te doorlopen. Er kan gekozen worden voor zelfstudie of een traject bij een taalaanbieder in groep. Het einddoel van het inburgeringsproces is het inburgeringsexamen, staatsexamen I of II of een MBO-examen (Koorn & Askes, 2010. p. 25). Met het staatsexamen krijgt iemand toegang tot (hoger) beroepsonderwijs of de universiteit.

1 Bij het opstellen van het deltaplan inburgering viel integratie onder het ministerie van volkshuisvestiging, ruimtelijke ordening en milieubeheer. Onder de huidige regering hoort integratie tot de portefeuille van Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 2 Bijlage 1 Deltaplan Inburgering 4


Het inburgeringsexamen bestaat uit een (decentraal) praktijkexamen en een centraal examen dat bestaat uit: - kennis van de Nederlandse Samenleving (KNS) - toets gesproken Nederlands (TGN) - elektronisch praktijkexamen (EPE) De inburgeraar moet slagen voor de 4 examens (Koorn & Askes, 2010, p. 37). Voor alle inburgeraars onder niveau A1 geldt dat er eerst een periode (via een zogenaamde instapcursus) van taalverwerving nodig zal zijn. De inburgeraar die eerst gealfabetiseerd moet worden, krijgt gewoonlijk een voortraject alfabetisering aangeboden. Een inburgeraar krijgt maximaal 3,5 jaar de tijd om te slagen voor examens. Analfabeten kunnen er maximaal 2,5 jaar extra over doen. De inburgeraar is zelf verantwoordelijk dat hij/zij binnen de wettelijke termijn het inburgeringstraject doorloopt en moet de persoon zich ook zelf aanmelden voor de examens. Inburgering start op het gemeentehuis waar een profiel en niveau wordt vastgesteld door middel van een intakegesprek. Vanuit de gemeente start het inburgeringsproces bij een van de vele cursusaanbieders3 in Nederland. Dit kunnen al dan niet betalende aanbieders zijn. De gemeente kan hierin een adviserende rol aannemen. In de ‘Wet inburgering’ staat dat inburgeren verplicht is voor de meeste mensen die in Nederland komen wonen. Soms is inburgeren ook verplicht voor mensen die al langer in Nederland wonen. In de ‘Wet inburgering’ staat voor wie inburgeren verplicht is. Dat is namelijk niet voor iedereen hetzelfde (Rijksoverheid.nl, 2011). Inburgeren is verplicht vanaf iemands 16de levensjaar tot zijn 65ste. De mensen voor wie inburgeren verplicht is, zijn in 3 groepen te verdelen (Rijksoverheid.nl, 2011). Er is een duidelijke onderverdeling tussen nieuwkomers, oudkomers en geestelijke bedienaren met elk hun specifieke richtlijnen.

3 land

Bijlage 2: Greep uit het aanbod van de innovatieve cursusmethoden voor inburgering in Neder-

5


Probleemstelling

Er zijn genoeg middelen beschikbaar voor mensen om te kunnen inburgeren, maar bij al deze middelen is iemand afhankelijk van de beschikbaarheid van andere mensen. De drempel is vaak te hoog voor mensen om aan deze intiatieven deel te nemen of ze zien de noodzaak er niet van in. Op individueel niveau is er geen middel dat hulp biedt bij het leren van de Nederlandse taal of Kennis van de Nederlandse Samenleving in de praktijk terwijl hier wel behoefte aan. In de praktijk valt ook pas op hoe belangrijk communiceren en het beheersen van de taal of kennis over de samenleving is in de omgang met andere mensen. Inburgeraars zien de noodzaak van het leren van de Nederlandse taal in, maar hebben vaak geen behoefte aan de hoeveelheid Kennis over de Nederlandse Samenleving. Terwijl dit ook een belangrijk stuk is van het communiceren met de medemens. Inburgeraars hebben vaak wel problemen met de invulling van de cursussen. Inburgeraars zijn vaak niet tevreden over de groepenindeling, prefereren individuele lessen of de taal te leren op het werk. De invulling van ICT in het inburgeringsproces is op dit moment niet naar wens. In plaats van de mogelijkheden te zien, ervaren inburgeraars het als een ongewenste vervanging van de docent. Het karakter van het onderwijs spreekt mensen niet meteen aan waardoor mensen niet geïnteresseerd raken in het leren van de taal en informatie over Nederland. Leren hoeft niet beperkt te blijven tot de schoolbanken, dit is ook waar de mensen behoefte aan hebben. De taal en Nederland leren gebeurt in de samenleving, in de omgeving waarin iemand leeft. Mijn algemene doelstelling is mensen laten inburgeren op hoog niveau (A1 – A2) in hun eigen omgeving. Uit de algemene doelstelling vloeien nieuwe doelstellingen voort die het nastreven waard zijn gedurende het onderzoeksproces. Het inburgeringsproces moet van het schoolse karakter af, maar er moet wel (onbewust) geleerd worden waarbij alle elementen van inburgering aan bod komen. Een bijkomende doelstelling bij het ontwerp is, dat hierbij oog moet zijn voor de wensen en behoeften van inburgeraars en het leerniveau van elk individu. Wanneer er een middel gevonden wordt dat de doelgroep aanspreekt en waarbij leren op een leuke, ontspannende manier gebeurt kan dit er ook voor zorgen dat meer vrijwillige inburgeraars zich aanmelden. In de tweede plaats is mijn onderzoek maatschappijgericht. De hele maatschappij zou er baat bij moeten hebben dat de immigranten die in Nederland (willen) wonen goed inburgeren in de maatschappij voor een betere integratie te kunnen realiseren.

6


Onderzoeksvraag

Hoe kan je het inburgeren voor vrouwen vergemakkelijken in het dagelijks leven zonder de noodzakelijke hulp van derden? Een inburgeringscursus moet voldoen aan de behoeften van verschillende inburgeringsgroepen. Vrouwen hebben behoefte aan taal en kennis over opvoeding, gezondheid en onderwijs. Tegenover oudere uitkeringsgerechtigde migranten die de nadruk leggen op gezondheidszorg, gemeentelijke en overige publieke instellingen. De focus van mijn onderzoek gaat liggen op vrouwen. Dit is een groep die het dichtst bij mezelf ligt en mogelijkheden voor een diepgaand ontwerp bieden. Deze groep personen gaf tijdens verschillende onderzoeken aan dat zij een andere manier van groepverdeling wensten; het splitsen van de groepen op basis van geslacht. Vrouwen spelen een sleutelrol in het gezin. Ze zijn het hart van het gezin en spelen een belangrijke rol in de opvoeding van de kinderen. Hierdoor komen vrouwen in het dagelijks leven in aanraking met de Nederlandse taal, gebruiken en omgangsvormen van de Nederlandse samenleving en kunnen deze overbrengen naar andere gezinsleden. Naarmate het onderzoek vordert en er een onderdompeling binnen de doelgroep gebeurt zal moeten blijken of er ook een diepere verdeling op nationaliteit moet gebeuren.

Hoe kan je een inburgeringscursus inrichten die ingaat op elementen die het leven van de vrouw vormgeven? De focus van de huidige cursussen ligt vooral op het aanleren van de Nederlandse taal. De lessen over de kennis van de Nederlandse taal komen aan bod, maar worden niet altijd als aangenaam ervaren door cursisten. Ze zien vaak niet het nut in van dit onderdeel van de cursus. De kennis van de Nederlandse samenleving sluit niet aan op de behoeften van inburgeraars. Daarom wil ik mij tijdens mijn onderzoek dan ook richten op het onderdeel kennis van de Nederlandse samenleving toegepast op vrouwen. Kennis over Nederlandse eetgewoonten, speciale ervaringen (rond opvoeding), gedragingen en feesten die gewoon zijn in Nederland zijn net de elementen die een rol spelen in het leven van een vrouw.

Hoe kan je de Nederlandse gewoonten en gedragingen op een spontane manier aanleren? Bij het overgeven van gewoonten, gedragingen en tradities die typisch Nederlands zijn moet er rekening mee worden gehouden dat een echte, pure Nederlander niet meer bestaat. Iedereen binnen de samenleving maakt kennis met andere culturen en de gebruiken die gewoon zijn binnen de cultuur. De Nederlander is ook verder geĂŤvolueerd en houdt niet alleen vast aan de tradities die echt Nederlands zijn. Op deze manier moet ook naar inburgering gekeken worden. Het gaat om integratie als einddoel en hierbij komt een wisselwerking kijken waarbij er kennis wordt opgedaan van de Nederlandse samenleving en deze vloeien samen met de gebruiken en gewoonten uit de samenleving waarin de inburgeraar is opgegroeid. Het leren en begrijpen van de gewoonten, gedragingen en tradities van de Nederlandse mensen is uiteraard belangrijk om tot integratie te komen.

7


Onderzoeksmethoden 4.1. Etnografisch onderzoek Etnografisch onderzoek door middel van participerende observaties en interviews zijn een belangrijke eerste onderzoeksmethode om zicht te krijgen in inburgeraars, de inhoud van de inburgeringscursus en taallessen. Inburgeraars zijn geen gemakkelijk te bereiken doelgroep, er moet zicht zijn in bestandsgegevens om te weten wie moet inburgeren. Bij de cursussen en instanties die inburgeraars helpen zijn dus de geschikte locaties om deze mensen te ontmoeten. Door middel van de observaties en interviews kan er een actueel beeld geschetst worden van de wensen en behoeften over de inburgeringscursussen. Er kan ook gekeken worden hoe mensen omgaan met de informatie die ze krijgen over de Nederlandse samenleving. Welke gevoelens hebben mensen van een andere cultuur met de tradities, gewoonten en gedragingen die hier leven. Door middel van eigen observatie kan er ook aandacht gegeven worden aan de relatie tussen de coach en de inburgeraar. Wat is de noodzaak van deze relatie en hoe kan ik deze relatie verwerken in een ontwerp? Het kiezen voor etnografisch onderzoek heeft als voordeel dat ik hiermee een grote betrokkenheid van mij als ontwerper met de doelgroep creĂŤer (Ireland, 2003, p. 42 in Huybrechts, Jansen & Schoffelen, 2010). Dit is net belangrijk omdat het hele ontwerpproces een resultaat zal zijn van participatory design en diepgang daarom belangrijk zal zijn. Als ontwerper moet je dan wel erop waken dat je afstand kan nemen om objectief te kunnen blijven (Holiday, 2002 in Huybrechts, Jansen & Schoffelen, 2010). Doorheen het proces zal je nu eenmaal te maken krijgen met de emoties en weerstanden van inburgeraars. Een kritische houding is daarom van belang. Binnen etnografisch onderzoek zijn er naast de traditionele versies ook varianten die goed bruikbaar zijn voor het onderzoek naar de inburgeringscursus (Huybrechts, Jansen & Schoffelen, 2010, p. 53). Auto-etnografie kan een goed middel zijn om als onderzoeker een beeld te krijgen waar de knelpunten zijn voor een inburgeraar. Dit houdt niet alleen hun dagelijkse bezigheden in, maar ook de momenten waarbij de communicatie happert en de hulp het hardst nodig is. Met auto-etnografie is het mogelijk om diep in het leven van inburgeraars te dringen. Er kan worden vastgelegd hoe mensen in het dagelijks leven in contact komen met Nederlanders, hoe zij reageren op gedragingen en gebruiken binnen de Nederlandse maatschappij. Deze methode is heel geschikte om te toetsen naar het integratievermogen van mensen en waarop mijn ontwerp zich moet focussen. Het nadeel van deze methode is het ethische aspect. De groep allochtonen is vaak een gesloten samenleving die zichzelf niet bloot geven. Deze mensen zullen dan ook niet meteen openstaan voor deze methode die indringt in hun eigen leefwereld (Huybrechts, Jansen & Schoffelen, 2010, p. 42). Etnografische onderzoeksmethoden zijn geschikt wanneer empathie belangrijk is voor het ontwerp. Empathie is belangrijk voor het vatten van de wensen en behoeften voor inburgeraars en omdat je ontwerpt voor een doelgroep om voor hen het inburgeren aantrekkelijker probeert te maken. Etnografische onderzoeksmethoden zijn bruikbaar om het gedrag van mensen te begrijpen en stereotiepe benaderingen te vermijden. Dit is heel belangrijk bij onderzoek waar mensen bij betrokken zijn (Huybrechts, Jansen & Schoffelen, 2010, p. 52 & 53). 8


4.2. Interviews Interviews zijn een manier om de inburgeraars zelf aan het woord te laten komen. De mening van de inburgeraars is heel belangrijk voor dit onderzoek, omdat je maatschappijgericht werkt en het gaat om participatory design. Het uiteindelijke ontwerp moet daarom tegemoet komen aan de wensen van inburgeraars. Het interview is ook bruikbaar om informatie te actualiseren of gaten te dichten. Tijdens interviews kan er gevraagd worden naar de mening over gewoonten, tradities en gedragingen van Nederlanders ten opzichte van dezelfde gegevens uit de eigen cultuur. Wat zijn de grote verschillen, maar ook wat zijn de overeenkomsten met de eigen cultuur. De onderzoeksvragen moeten tijdens deze methode in het achterhoofd blijven om zo te kunnen focussen en het onderzoek te kunnen afbakenen door niet voor elke wens van iedere inburgeraar een oplossing te willen zoeken. Voor het afnemen van interviews zijn er 2 vormen geschikt: een 1-op-1 interview of focusgroepen. Individuele interviews zijn geschikt om precies te onderzoeken hoe een persoon zich voelt of hoe hij/zij denkt over een bepaalde topic of ontwerp, en hierbij invloeden van anderen uit te sluiten. 1-op-1 interviews zijn ook later in het onderzoek geschikt wanneer er een prototype is om te testen. Een focusgroep is geschikt om meningen tegenover elkaar te zetten om het belang van aspecten te kunnen rangschikken. Tijdens een focusgroep kan er gepolst worden naar gewoonten en tradities waarmee inburgeraars moeilijkheden hebben, ervaringen die ze hebben opgedaan over de Nederlandse samenleving en deze tegenover hun eigen cultuur zetten (Huybrechts, Jansen & Schoffelen, 2010, p. 57-59).

4.3. Mapping Inburgeraars gaven aan dat zij meer behoefte hadden aan cursussen die in de praktijk van toepassing zijn. Op het werk of op de straat hebben ze behoefte aan ondersteuning en leren ze het liefst de taal en over de Nederlandse samenleving. Het onderzoek moet daarom zicht hebben in het dagelijks leven van de groep inburgeraars. De mappingmethode biedt hier een mogelijkheid toe. Door middel van sociaal netwerk mapping kunnen er relaties tussen mensen worden weergegeven. Er is zo een inzicht te krijgen in relaties die inburgeraars hebben of aangaan in hun dagelijks leven en welke moeilijkheden ze hierbij ondervinden. Dit zal in het geval van het onderzoek relaties tussen inburgeraars en Nederlanders zijn. Wat is de grootte van deze relatie, de inhoud en de link met het inburgeringsproces? Dit moet onderzocht worden aan de hand van de sociaal netwerk mapping en bijkomende methoden. Om de beweegroute van mensen in kaart te brengen is een behavourial mapping geschikt. Er kan een inzicht verkregen worden in gedragspatronen en of hier overeenkomsten tussen verschillende inburgeraars zijn. Deze gedragspatronen vertellen meer over het leven van inburgeraars. De routes die ze afleggen in hun leefomgeving kunnen helpen bij het ontwerp van het eindproduct. Een interpretatie van deze mappings is ook een proces van creatie. De interpretatie van de mappings kan helpen om een inburgeringscursus in te richten die meer gericht is op het dagelijks leven (Huybrechts, Jansen & Schoffelen, 2010, p. 121 & 122).

9


Het ontwerpproces Het ontwerpproces zal een proces van co-creatie worden (participatory design). De input van inburgeraars, taalcoaches en experten zijn belangrijk voor het krijgen van het geschikte ontwerp voor de doelgroep. Inburgeraars spelen doorheen het hele proces een inspiratiebron, ze zijn mededesigners en zijn de eindgebruikers waardoor ze ook als proefpersonen gelden. Zij worden gedurende het hele ontwerpproces geraadpleegd. Samen met de vrouwelijke inburgeraars zal er een visie en focus worden uitgewerkt die het ontwerp zullen vormgeven. Voor het maken van een prototype is er hulp van buitenaf noodzakelijk. De expertise van IT Preneurs op het gebied van de ontwikkeling van cursusaanbod is een grote pijler om een samenwerking mee aan te gaan. Of toch zeker hun kennis raadplegen in de zoektocht naar een ontwerp. Het uiteindelijke ontwerp zal een ontwerp moeten zijn dat in de praktijk bruikbaar is en op individueel niveau. De onderzoekseenheid tijdens het onderzoek zal de vrouw zijn en rond het onderdeel Kennis van de Nederlandse Samenleving draaien. Het ontwerp zal daarom moeten ingaan op de behoeften van de vrouw als inburgeraar rond de Kennis van de Nederlandse Samenleving. Er moet hierbij gedacht worden aan de gedragingen, tradities en gewoonten rond opvoeding, eten en feesten. Gedurende het onderzoek zal moeten blijken of er een diepere onderverdeling nodig is binnen de onderzoekseenheid de vrouw. Het is mogelijk dat er concreet gewerkt zal moeten worden binnen een nationaliteit. Uiteindelijk zou het ontwerp moeten staan voor een wisselwerking tussen de Nederlandse en eigen cultuur.

5.1. Testen in de praktijk Testen in de praktijk gebeurt uiteraard bij de doelgroep voor wie het ontwerp bedoeld is. Zij moeten in het ontwerp een middel zien dat beter aansluit op hun wensen, een manier om de taal en het land te leren en toekomstgericht is. Het prototype 1-op-1 testen biedt daarom een goed beeld over hoe het ontwerp een antwoord biedt op de onderzoeksvragen. De huidige taalcoaches en experten kunnen een hulp bieden bij de invulling van het uiteindelijk ontwerp. Waar moeten accenten liggen, wat ontbreekt er en wat zijn de struikelblokken. Vanuit de feedback van deze groepen kunnen er weer aanpassingen gemaakt worden aan het prototype.

10


Bibliografie

van den Berg, M. (2007). “Dat is bij jullie toch ook zo” Gender, etniciteit, en klasse in het sociaal kapitaal van Marokkaanse vrouwen. Amsterdam: Aksant. CINOP. (03-12-2009). Enquête ‘Nederlands aan het werk’ in de cursus Zelf Inburgeren. Mogelijkheden en onmogelijkheden van zelfstudie. Les 159. Den Bosch: CINOP. C-Note. (2008). Inburgeren vanuit de klant bekeken. Den Haag: Ministerie van VROM. Holiday, A. (2002). Doing and writing qualitative research. (p 128 & 129). Londen: SAGE Publications. Huybrechts, L., Jansen, S. & Schoffelen, J. (2010). Design Research/ Onderzoeksmethodologie. Genk: MDA. IT Preneurs. Raakvlak. Nederland: IT Preneurs in samenwerking met Edia & Wacom. Ireland, C. (2003). “Qualitative Methods: From Boring to Brilliant”. Koopmans, R. (jrg. 18 nr. 2 2002). ‘Zachte heelmeesters... Een vergelijking van de resultaten van het Nederlandse en Duitse integratiebeleid en wat de WRR daaruit niet concludeert’, Migrantenstudies. p 87-92. Koorn, A. & Askes, T. (2010). Handboek Inburgering editie 2010. Leersum: Uitgeverij VanDorp Educatief. Obdeijn, H. & Schrover, M. (2008). Komen en gaan. Immigratie en emigratie in Nederland vanaf 1550. Amsterdam: Bert Bakker. Pennix, R. & Schrover, M. (2001). Bastion of bindmiddel? Organisaties van immigranten in historisch perspectief. Amsterdam: IMES. Pennix, Rinus. (1988). Minderheidsvorming en emancipatie. Balans van kennisverwerving van immigranten en woonwagenbewoners 1967-1987. Alphen aan den Rijn: Samson. Regioplan Beleidsonderzoek. (2009). Profielen en behoeften van de doelgroep inburgering. Amsterdam: Regioplan Beleidsonderzoek. Onderzoek in opdracht van de gemeente Amsterdam Verhagen, F. (2010). Hoezo mislukt? De nuchtere feiten over de integratie in Nederland. Amsterdam: Nieuw Amsterdam Uitgevers. VROM. (03-12-2007). Deltaplan inburgering: Vaste voet in Nederland. Verslag van de manifestatie van 3 december 2007. Den Haag: VROM.

11


VROM. (December 2007). Deltaplan Inburgering: Vaste voet in Nederland. Den Haag: VROM.

Websites Bridge-it. (10 & 11 maart 2011). Final Conference BridgeIT: ‘ICT for social inclusion and cultural diversity!’ Geraadpleegd 22 december 2010, http://bridge-it.factorsim.es. DUO-IB-Groep. (2011). Geraadpleegd 4 april 2011, http://www.ib-groep.nl/particulieren/default. asp. Educatieve televisie. (2009). ETV.nl. Geraadpleegd 11 april 2011, http://etv.nl/. VROM. (2009). Het begint met taal. Geraadpleegd 11 april 2011, http://www.hetbegintmettaal.nl. IT Preneurs. (2011). IT Preneurs. Leer. Plezier. Succes. Geraadpleegd 4 april 2011, www.itpreneurs.nl. Kleurrijker. (2011). Kleurrijker. Geraadpleegd 11 april 2011, http://www.kleurrijker.nl. Rijksoverheid. (2011). Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Geraadpleegd 20 december 2010, http://www.rijksoverheid.nl/ministeries/bzk. Mediawerk ZetNet. (2011). Steffie. Geraadpleegd 11 april 2011, http://steffie.nl.

12


Bijlagen A. Deltaplan Inburgering

Na de invoering van Wet Inburgering in 2007 constateerden de beleidsmakers al snel dat de resultaten van de inburgering niet overeenkwamen met het niveau dat gevraagd werd bij het inburgeringsexamen. Met het huidige niveau zouden inburgeraars niet kunnen functioneren in de Nederlandse samenleving. Er werden ook opstartproblemen geconstateerd bij gemeenten en taalaanbieders. Gemeenten konden minder mensen verplichten om in te burgeren dan er verwacht werd. Een van de oorzaken hiervan was de eigen bijdrage van 270 euro die aan vrijwillige inburgeraars gevraagd werd voor het examen. De doelstelling om 60.000 mensen per jaar te laten inburgeren werd niet gehaald (Koorn & Askes, 2010, p. 14). De ministerraad heeft begin september 2007 met het nieuwe Deltaplan Inburgering: vaste voet in Nederland ingestemd. Het Deltaplan inburgering is een actieplan met als doel dat meer mensen hun inburgering afronden met een hoger niveau zodat ze gelijk kunnen functioneren in de maatschappij. Uit een onderzoek naar de kwaliteitsverbetering in naam van de overheid is er besloten nieuwe profielen toe te voegen. EĂŠn profiel voor (aankomende) ondernemers en ĂŠĂŠn voor mensen die geen betaald werk gaan uitvoeren, maar wel participeren in de samenleving. Een nieuwe eis is dat in 2011 80% van de inburgeringstrajecten duaal zijn. Dat houdt in dat inburgeraars naast de cursus ook mogelijkheden krijgen om vrijwilligerswerk te doen, een opleiding te volgen, een stage te vervullen of ondersteuning krijgen bij opvoeding (Koorn & Askes, 2010, p. 14). In december 2009 heeft de minister afgesproken met de gemeenten dat er in 2010 ruim 50.000 mensen gaan inburgeren. Dit houdt een daling in met de eisen van de Wet Inburgering in 2007, die nog van 60.000 inburgeraars per jaar uitging. Door de invoering van het deltaplan is er meer verantwoordelijkheid gegeven aan de inburgeraar zelf. In het vernieuwde inburgeringsproces gaat de inburgeraar ook in de praktijk fungeren door opdrachten te doen en verzamelt hij van deze opdrachten bewijzen die hij in een portfolio kan bijhouden. De inburgeraar moet bij het inburgeringsexamen dan laten zien dat hij kan functioneren in de maatschappij. Voor lager opgeleiden is het inburgeren praktischer en functioneler geworden. Van hoger opgeleiden wordt verwacht dat ze sneller de taal beheersen en een sterkere theoretische kennis hebben. Voor hoger opgeleiden is het Staatsexamen Nederlands als Tweede Taal programma I of II. Vanaf 2010 krijgt de inburgeraar de ruimte om zelf een traject uit te zoeken dat past bij zijn eigen ambitie en mogelijkheden; het Persoonlijk Inburgeringsbudget (PIB) (Koorn & Askes, 2010, p. 9).

13


Het beheersen van de taal blijft een voorwaarde voor het kunnen functioneren in de maatschappij op een sociale en professionele manier. Het ministerie VROM voor inburgeraars lanceerde daarom de campagne ‘Het begint met Taal’ met de gelijknamige website waarop al het promotie- en informatiemateriaal te vinden is (Koorn & Askes, 2010, p. 9; VROM, 2011).4 In de Wet inburgering van 2007 staan de eisen beschreven waaraan een inburgeraar moet voldoen. Deze wetgeving geldt ook voor vreemdelingen die al voor 2007 in Nederland woonden en nog niet zijn ingeburgerd. In 2007 waren er in Nederland ongeveer 250.000 mensen met een mogelijke inburgeringsplicht. Belangrijk om hierbij te vermelden en meteen een eerste onderscheid te maken in inburgeringsplichtigen; het gaat om mensen tussen de 16 en de 65 jaar van buiten de Europese Unie die langer dan 3 maanden in Nederland willen verblijven. Wanneer iemand dus uit een land komt van binnen de Europese Unie of uit Zwitserland is er geen verplichting tot inburgeren (Koorn & Askes, 2010, p. 10).

4 “Niet alleen voor allochtonen, maar ook voor alle jonge Nederlanders is er een trend te zien dat ze het Nederlands slecht beheersen. Universiteiten klagen over het niveau van de Nederlandse taal, na een test op de Nederlandse taalvaardigheid bleek ruim 80% onder de maat te presteren. Er is een flink gat tussen taalverwerving en –beheersing. Twittertaal en sms-gewoontes worden toegepast op de schoolbanken en blijken moeilijk af te leren” (Verhagen, 2010, p. 43). 14


B. Innovatieve inburgeringscurssusen Inburgeringscurssusen gebeuren vaak nog op de traditionele schoolse manier door middel van zelfstudie of in groep. Een coach helpt dan inburgeraars met hun taalvaardigheden zoals spreken, schrijven en lezen en heeft aandacht voor de kennis over Nederland. Deze lesvorm gebeurt vaak met een lesboek en door middel van verschillende oefenvormen. Toch zijn er op het vlak van innovatief leren ook al toepassingen te vinden in het inburgeringsproces. Er zijn kleinschalige projecten die online te oefenen zijn of waar ze het lesmateriaal kunnen volgen. Een grote onderwijsaanbieder op dit vlak is IT Preneurs. Taalaanbieders of instanties kunnen hun cursusaanbod tegen betaling gebruiken in het onderwijzen van inburgeraars.

1. Educatieve Televisie Educatieve Televisie is een televisiezender die te zien is in de regio’s Haaglanden, Utrecht, Brabant en Overijssel. ETV.nl brengt een gevarieerd aanbod van programma’s over taal, werk, samenleving, onderwijs, opvoeding en gezondheid. Deze programma’s worden in een makkelijke, begrijpbare vorm gegoten zodat ze een bijdrage kunnen leveren in het inburgeringsproces. Bij veel programma’s zijn websites ontwikkeld met aanvullende informatie, docentenmateriaal en materiaal voor cursisten en andere belangstellenden. Ook bij programma’s van andere organisaties is lesmateriaal gemaakt (ETV, 2009).

2. Steffie Op een andere website geeft een virtueel personage met de naam Steffie uitleg over de werking van zaken die je in het dagelijks leven kan tegenkomen. De topics die ze behandelt zijn internet, internetbankieren, surfen, zoeken, naar het ziekenhuis gaan, e-mail, bankpas, games en de NS kaartautomaat. Dit zijn zaken waarmee allochtonen ook in aanraking komen en ze via Steffie op een makkelijke manier uitleg over krijgen. Deze uitleg krijgen ze in de vorm van filmpjes met een voice over (Mediawerk ZetNet, 2011).

3. Kleurrijker De organisatie Kleurrijker begint vanuit het punt dat elke inburgeraar andere wensen en behoeften heeft. Ze leggen de nadruk op individuele trajecten om zo het doel van elke inburgeraar te kunnen bereiken. Daarnaast gaan zij uit van de aanwezige kennis die een cursist al heeft. Via internet kunnen curssisten op eigen tempo oefeningen maken. Digitaal wordt er gewerkt met veel beeldmateriaal en een kenniscoach. Online ligt de nadruk op de taalvaardigheden lezen, luisteren en schrijven. Hiervoor heeft KleurRijker zowel boeken als een e-learningtool. Het oefenen van het spreken wordt geoefend in kleine groepjes. Kleurrijker gaat daarnaast met de curssisten de praktijk in. Praktijk ervaring gebeurt bij de domeinen Burgerschap, Werk, OGO (Opvoeding, Gezondheidszorg en Onderwijs), Ondernemerschap, Maatschappelijke participatie en Kennis van de Nederlandse Samenleving (Kleurrijker.nl, 2011).

15


4. IT Preneurs IT Preneurs (IT Preneur, 2011) is een organisatie die op het gebied van inburgering verschillende innovatieve programma’s aanbieden. In Nederland brengen ze effectieve programma’s gericht op maatschappelijke ontwikkeling en integratie op de markt. Hierbij wordt gebruik gemaakt van blended learning via multimediale toepassingen. Dit houdt in de praktijk in dat onderdelen als e-learning, game-based learning en televisie met klassikale interventies gecombineerd worden. Met deze aanpak bundelen zij het persoonlijke contact van docenten en het leren via multimediale middelen IT Preneurs heeft haar eigen taalmethodiek ontwikkeld waarin verschillende technologieën tot het blended leerprogramma behoren. Er worden verschillende middelen en tactieken ingezet bij het aanleren van een taal: e-readers, schriftherkenning, scenario gebaseerd leren, serious gaming, virtuele werelden en mobiel leren. Er is een variatie van cursusmethoden (IT Preneurs, 2011) in de programma’s die IT Preneurs aanbiedt. In elk programma komt e-learning terug gecombineerd met andere multimediale middelen. Een van deze programma’s is de virtuele wijk, een online omgeving waarin deelnemers met elkaar kunnen communiceren en de drempel om te participeren wordt verlaagd. In de virtuele wijk kan een deelnemer verschillende gebouwen bezoeken. In deze gebouwen kan de deelnemer met verschillende rollenspellen gesprekken oefenen. Deze rollenspellen zijn zeer contextrijk: ze vinden plaats in gebouwen die samenhangen met de cruciale praktijksituaties en de praktijkopdrachten uit het inburgeringsexamen. Er is bijvoorbeeld een bibliotheek en een gemeentehuis (Bridge-it, geraadpleegd op 22-12-2010). De virtuele wijk behoort tot het programma Thuis in Nederlands (TiN), dit programma is voor inburgeraars met het profiel OGO (opvoeding, gezondheid, onderwijs). De inburgeraars met het profiel Ondernemerschap kunnen ook gebruik maken van deze methode. IT Preneurs richt zich met het programma Raakvlak op niet gealfabetiseerde inburgeraars. Cursisten vanaf het taalniveau A0 kunnen aan de slag met dit blended leerprogramma. Het einddoel van dit programma is het bereiken van niveau A1, zodat er gestart kan worden aan een inburgeringscursus. Met raakvlak worden de technische en functionele taalvaardigheden geleerd. Dit wordt gedaan in de context van de eigen leefomgeving en digitale bronnen als Wikipedia. Door de cursist interactief materiaal aan te bieden waarin beeld en audio gecombineerd worden, ontstaan er nieuwe digitale oefenvormen op het niveau van de cursist. Door het leren lezen en schrijven te combineren in de context van inburgering zijn er heldere doelen omschreven die de cursist moeten motiveren. Raakvlak maakt onder andere gebruik van een interactief pendisplay van Wacom (IT Preneurs, 2011).

16


propositie_eindversie_LauraGorissen  

Het inburgeringsproces van Nederland als onderzoeksonderwerp Katholieke Hogeschool Limburg: Media & Design Academie Schakeljaar Communic...

Advertisement
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you