Page 1

La Souche

Slapen als een wijnstok Chambres d’hôtes in een oud herenhuis, het is weer eens wat anders, dachten Hennie Vellekoop en Marianne Mulckhuyse. Hennie klust en Marianne kookt. Tot volle tevredenheid van de gasten van La Souche. ‘Wijntje erbij, goed eten, gezellig!’

30 LEVEN IN FRANKRIJK

LEVEN IN FRANKRIJK 31


W

We horen de gulle lach van Marianne uit de keuken schallen. Met de al even vrolijke en hardwerkende invalhulp Rosa is ze bezig de maaltijd voor te bereiden. Misschien heeft haar man Hennie iets geestigs gedebiteerd? Maar nee, die heb ik zojuist nog in de weer gezien met zijn ionisator, aan de zijkant van het huis. Ik heb geen idee wat een ionisator is, alleen dat het een apparaat is dat goed is tegen algen in het zwembad, dat een heel klein beetje groen begint te kleuren. En zo perfectionistisch is het echtpaar Vellekoop-Mulckhuyse wel, dat ze daar meteen iets aan willen doen. ‘Ik kan nog wel eens een boek lezen, Hennie niet, die is daar veel te ongedurig voor’, waarschuwde Marianne me al. We zijn die ochtend samen in de 23 jaar oude lichtblauwe Renault 4 met opschrift ‘La Souche’ inkopen gaan doen voor de table d’hôte van vanavond. Drie gangen met koffie of thee voor twintig euro, dat is heel schappelijk, vooral als je bedenkt dat ­Marianne tot 2000 nog een traiteur had in Gouda en dus wel weet wat koken is. De biologische Gabelous Sensual en de Mas des Dames zijn tegen extra betaling, maar dat weerhoudt de gasten er geen moment van de maaltijd met een goede wijn kracht bij te zetten. En wie er geen zin heeft, kan elders gaan eten, want niets hoeft in La Souche.

Gemêleerd gezelschap Ze komen uit Gouda en sinds vijf jaar zijn ze eigenaar van een mooi maison de maître in de Languedoc, waar ze een chambres d’hôtes van hebben gemaakt. ‘La Souche’ hebben ze hem genoemd, de stronk of wortelstok die je op wijngaarden veel ziet. Een toepasselijke naam, want direct achter het zwembad ligt een wijngaard met grenache­druiven. Maar de naam refereert ook aan een Franse uitdrukking, dormir comme une souche, slapen als een roos. En dat klopt, ik heb uitstekend geslapen, nadat ik midden in de nacht in storm en slagregens arriveerde in de hameau Castelbouze.

32 LEVEN IN FRANKRIJK

Het mocht dan al laat zijn, het merendeel van de gasten zat nog na te tafelen op het door Hennie gebouwde terras (met een mooie betonnen balustrade) en riep jolig: ‘Ah, de journalist!’ Waarna we ons samen aan de wijn zetten. Een van de gasten, een vriend des huizes, klopte à la Oisterwijk op het houten tafelblad en vertelde dat hij de tafel die middag nog eigenhandig had getimmerd. Er zat ook een Belgisch stel bij, hij tuinarchitect en zij lerares op een school in Antwerpen; een styliste en een pensioenspecialist; de eigenaresse van een modewinkel in Amsterdam met haar vriend... Kortom, een gemêleerd gezelschap, dat het meteen goed met elkaar kon vinden.

Zo gastvrij mogelijk De formule van de table d’hôte werkt dus. Maar verwacht van ­Hennie (50) en Marianne (47) geen wijdlopige exposés over de ­ beste manier om een chambres d’hôtes te runnen, ‘de’ Franse manier van leven of culturele verschillen tussen Frankrijk en ­Nederland. Ze hebben absoluut geen pretenties en proberen ­ alleen maar zo gastvrij mogelijk te zijn. Naast een Alfa Spider uit 1978 staat Hennies bestelbusje met opschrift ‘H. Vellekoop terrazzowerk’, want hij was in Nederland zzp’er, gespecialiseerd in terrazzo. Terrazzo is een Italiaanse techniek, in Nederland beter bekend als granito, dat prachtige gespikkelde materiaal dat je vroeger veel op keukenvloeren zag. Als we een rondgang langs de kamers maken, laat Hennie dan ook trots de strakke wasbakken zien die hij van terrazzo heeft gemaakt en het pandomo-stucwerk in de badkamers, een van zijn andere specialiteiten. Ook het betonnen keukenblad heeft hij gemaakt. ‘Ik ben een echte bladenmaker’, constateert hij tevreden. In het hele huis hebben Marianne en hij hun signatuur achtergelaten, met hulp ­van vrienden. Hennie heeft zelfs eigenhandig het zwembad opge­ trokken, van beton uiteraard. Waarom heeft hij daarvoor geen Franse ­specialist ingeschakeld? ‘Ik heb wel een offerte gevraagd voor >


W

We horen de gulle lach van Marianne uit de keuken schallen. Met de al even vrolijke en hardwerkende invalhulp Rosa is ze bezig de maaltijd voor te bereiden. Misschien heeft haar man Hennie iets geestigs gedebiteerd? Maar nee, die heb ik zojuist nog in de weer gezien met zijn ionisator, aan de zijkant van het huis. Ik heb geen idee wat een ionisator is, alleen dat het een apparaat is dat goed is tegen algen in het zwembad, dat een heel klein beetje groen begint te kleuren. En zo perfectionistisch is het echtpaar Vellekoop-Mulckhuyse wel, dat ze daar meteen iets aan willen doen. ‘Ik kan nog wel eens een boek lezen, Hennie niet, die is daar veel te ongedurig voor’, waarschuwde Marianne me al. We zijn die ochtend samen in de 23 jaar oude lichtblauwe Renault 4 met opschrift ‘La Souche’ inkopen gaan doen voor de table d’hôte van vanavond. Drie gangen met koffie of thee voor twintig euro, dat is heel schappelijk, vooral als je bedenkt dat ­Marianne tot 2000 nog een traiteur had in Gouda en dus wel weet wat koken is. De biologische Gabelous Sensual en de Mas des Dames zijn tegen extra betaling, maar dat weerhoudt de gasten er geen moment van de maaltijd met een goede wijn kracht bij te zetten. En wie er geen zin heeft, kan elders gaan eten, want niets hoeft in La Souche.

Gemêleerd gezelschap Ze komen uit Gouda en sinds vijf jaar zijn ze eigenaar van een mooi maison de maître in de Languedoc, waar ze een chambres d’hôtes van hebben gemaakt. ‘La Souche’ hebben ze hem genoemd, de stronk of wortelstok die je op wijngaarden veel ziet. Een toepasselijke naam, want direct achter het zwembad ligt een wijngaard met grenache­druiven. Maar de naam refereert ook aan een Franse uitdrukking, dormir comme une souche, slapen als een roos. En dat klopt, ik heb uitstekend geslapen, nadat ik midden in de nacht in storm en slagregens arriveerde in de hameau Castelbouze.

32 LEVEN IN FRANKRIJK

Het mocht dan al laat zijn, het merendeel van de gasten zat nog na te tafelen op het door Hennie gebouwde terras (met een mooie betonnen balustrade) en riep jolig: ‘Ah, de journalist!’ Waarna we ons samen aan de wijn zetten. Een van de gasten, een vriend des huizes, klopte à la Oisterwijk op het houten tafelblad en vertelde dat hij de tafel die middag nog eigenhandig had getimmerd. Er zat ook een Belgisch stel bij, hij tuinarchitect en zij lerares op een school in Antwerpen; een styliste en een pensioenspecialist; de eigenaresse van een modewinkel in Amsterdam met haar vriend... Kortom, een gemêleerd gezelschap, dat het meteen goed met elkaar kon vinden.

Zo gastvrij mogelijk De formule van de table d’hôte werkt dus. Maar verwacht van ­Hennie (50) en Marianne (47) geen wijdlopige exposés over de ­ beste manier om een chambres d’hôtes te runnen, ‘de’ Franse manier van leven of culturele verschillen tussen Frankrijk en ­Nederland. Ze hebben absoluut geen pretenties en proberen ­ alleen maar zo gastvrij mogelijk te zijn. Naast een Alfa Spider uit 1978 staat Hennies bestelbusje met opschrift ‘H. Vellekoop terrazzowerk’, want hij was in Nederland zzp’er, gespecialiseerd in terrazzo. Terrazzo is een Italiaanse techniek, in Nederland beter bekend als granito, dat prachtige gespikkelde materiaal dat je vroeger veel op keukenvloeren zag. Als we een rondgang langs de kamers maken, laat Hennie dan ook trots de strakke wasbakken zien die hij van terrazzo heeft gemaakt en het pandomo-stucwerk in de badkamers, een van zijn andere specialiteiten. Ook het betonnen keukenblad heeft hij gemaakt. ‘Ik ben een echte bladenmaker’, constateert hij tevreden. In het hele huis hebben Marianne en hij hun signatuur achtergelaten, met hulp ­van vrienden. Hennie heeft zelfs eigenhandig het zwembad opge­ trokken, van beton uiteraard. Waarom heeft hij daarvoor geen Franse ­specialist ingeschakeld? ‘Ik heb wel een offerte gevraagd voor >


Marianne kookt en bereidt de uitstekende maaltijden voor. Zijn ze Francofiel opgevoed? Marianne: ‘Mijn familie is dat wel, die van Hennie niet.’ Hennie: ‘Nee, wij kwamen in onze vakanties nooit verder dan Drenthe. Samen gingen we wel vaak in Frankrijk op vakantie, met de tent, en we waren al een keer of negen in deze streek geweest. Op een ­gegeven moment ben ik aangestoken door vrienden die een chambres d’hôtes hadden in Saint Paul. Ik dacht: dat ziet er eigenlijk wel leuk uit. We wilden geen tweede huis in Frankrijk, we wilden echt weg, wat anders doen.’ Hennie: ‘Omdat we geen kinderen hebben, was die stap niet zo moeilijk. En mijn werk is fysiek zwaar, dus dat houdt ook een keer op. Dan zoek je wat anders. Alleen in de winter wil ik nog wel eens wat doen in Nederland.’ Marianne: ‘In mijn traiteur, Betty Blue, kookte ik mediterraan. Maar ik kreeg concurrentie van Albert Heijn, die opeens tot acht uur open was, en in 2000 vond ik het genoeg geweest. Toen kwamen de ­plannen om naar Frankrijk te verhuizen. Wat we wilden was een huis dat geen ruïne was, maar waar wel het nodige aan gedaan moest

het zwembad, maar daar wacht ik nu nog op’, monkelt hij. Nee, met Franse aannemers hebben ze niet gewerkt, want tussen afspraak en daad staan ook in de Languedoc wetten en praktische bezwaren in de weg. ‘Ze doen het wel, maar je weet nooit wanneer’, vergoelijkt Hennie. ‘Er is hier veel minder haast. Dat maakt het leven wel een stuk rustiger.’ In het onvermijdelijke fotoboek, dat laat zien hoe uitgewoond het herenhuis er voor hun komst uitzag, zie je hoe een groep familie en vrienden alles op bewonderenswaardige wijze heeft opgeknapt. Een reuzenklus. ‘Wijntje erbij, goed eten, gezellig!’ vat Hennie de arbeids­voorwaarden samen. ‘Ik heb gelukkig veel hardwerkende vrienden die het alleen maar leuk vinden om langs te komen’, glimlacht Hennie. ‘Soms stond er ineens een hele groep voor de deur: we komen een weekje klussen.’ Ranke Trudy, de Hongaarse jachthond van het echtpaar, kijkt ons nogal melancholisch aan, als we over hun komst naar Frankrijk praten. In zekere zin was het ook een dankbare klus, want het huis dateert uit 1898 en heeft een prachtige overloop met trompe-l’oeuil-schilderingen, marmeren trappen met houten leuningen en marmeren schouwen in iedere kamer. De stemmige tegelvloeren zijn ook schitterend, dus die hielden ze intact. ‘We wilden wel de sfeer van het huis houden en toch

Alleen het getoeter van de bakker en heel af en toe de kakofonie van een naburige kennel, doorbreken ’s ochtends de landelijke rust alle comfort bieden’, verklaart Hennie. ‘Maar het moest niet te ­truttig worden. Daar houden wij niet zo van. Je moet je wel op je gemak voelen.’ Het huis is bijzonder smaakvol verbouwd. Hoe hebben ze dat zo geleerd? ‘Gewoon, zelf gedaan’, luidt Mariannes bondige antwoord. ‘Nou ja, ik keek wel eens in de Coté Sud. En we hebben wat chambres d’hôtes bezocht. Maar we wilden het helemaal zelf ontwikkelen.’ Vier mooie kamers en een appartement verhuren ze nu, en de zaken lopen goed. Ze hebben wel een ruimte voor zichzelf, zoals vrienden hun adviseerden, want anders zouden ze geen privacy meer hebben. Dit jaar namen ze het besluit definitief te verhuizen naar Frankrijk, nadat ze drie jaar geleden hun chambres d’hôtes waren gestart met het appartement en één kamer. De plek is ideaal, in het gehucht Castelbouze, dat met achttien inwoners in een groen keteldal op zo’n dertig kilometer van Béziers ligt. Alleen het getoeter van de bakker en heel af en toe de kakofonie van een naburige kennel, doorbreken ‘s ochtends de landelijke rust. Daarna druppelen de gasten de ontbijtkamer binnen om te genieten van een on-Frans copieus ontbijt.

Lasagna met chorizo en peer ‘De meeste gasten reserveren via internet’, zegt Marianne. Ja, geeft ze toe, het is wel drukker dan ze had verwacht. ‘Je bent de hele dag bezig. Met het ontbijt, de strijk, boodschappen doen, koken... en dat vijf keer per week. In het begin lagen we ook wel eens met elkaar in de clinch, want je moet wel goed met elkaar afspreken wie de ­marmelade in het schaaltje doet en dat soort dingen.’ Inmiddels is de taakverdeling glashelder: Hennie klust en bedient,

34 LEVEN IN FRANKRIJK

worden. We moesten het wel naar onze eigen smaak kunnen indelen. En de prijs moest redelijk zijn. We hebben ook in de Provence gekeken, maar dat was onbetaalbaar voor ons. En eigenlijk vinden we het hier ook leuker, want het is hier nog ongerepter. En je bent zo in Carcassonne of Montpellier. Sommige gasten rijden zelfs naar Barcelona op-en-neer, ­ dat is 250 kilometer.’ Eigenlijk hadden ze het liefst in de Haut Languedoc gewoond, een bergachtig natuurgebied in de buurt, maar daar zou het seizoen te kort duren. ‘Hier woonden vrienden van ons, maar ze hebben er maar anderhalf jaar gewoond, want ze vonden het te groot en wilden er geen gastenkamers in bouwen. Ik was wel onmiddellijk verliefd, ik dacht meteen: zoiets wil ik.’ Ze hebben wel veel vrienden. Missen ze die niet? ‘Nee, die komen toch wel langs, en met internet is de ­afstand zo klein geworden.’ Hennie vult aan: ‘En na dertien uurtjes rijden sta je weer op de markt in Gouda.’ Die avond zijn het eten en de stemming weer uitstekend. Vooraf peterseliesoep met gerookte zalmsnippers, als hoofdgerecht gegratineerde varkenshaas met aardappeltaart en een salade met tomaten uit eigen tuin, en na citroen­tiramisu. ‘Ik heb nog steeds last van plankenkoorts’, verklapte ­Marianne eerder op de dag. ‘Een traiteur is toch heel wat anders dan à la minute koken.’ Haar specialiteit is een lasagna met chorizo en peer. Toen ze eens op een bord buiten Betty Blue het menu van de dag had geschreven, had een vaste klant de tekst uitgeveegd en daarvoor in de plaats zijn harten­wens genoteerd: ‘Wanneer maak je hem weer, die lasagna met chorizo en peer?’ Meer informatie over La Souche: www.lasouche.com. 

Tekst Fabian Takx foto’s Monique Degenaar Styling Sjoukje de vries

LEVEN IN FRANKRIJK 35


Marianne kookt en bereidt de uitstekende maaltijden voor. Zijn ze Francofiel opgevoed? Marianne: ‘Mijn familie is dat wel, die van Hennie niet.’ Hennie: ‘Nee, wij kwamen in onze vakanties nooit verder dan Drenthe. Samen gingen we wel vaak in Frankrijk op vakantie, met de tent, en we waren al een keer of negen in deze streek geweest. Op een ­gegeven moment ben ik aangestoken door vrienden die een chambres d’hôtes hadden in Saint Paul. Ik dacht: dat ziet er eigenlijk wel leuk uit. We wilden geen tweede huis in Frankrijk, we wilden echt weg, wat anders doen.’ Hennie: ‘Omdat we geen kinderen hebben, was die stap niet zo moeilijk. En mijn werk is fysiek zwaar, dus dat houdt ook een keer op. Dan zoek je wat anders. Alleen in de winter wil ik nog wel eens wat doen in Nederland.’ Marianne: ‘In mijn traiteur, Betty Blue, kookte ik mediterraan. Maar ik kreeg concurrentie van Albert Heijn, die opeens tot acht uur open was, en in 2000 vond ik het genoeg geweest. Toen kwamen de ­plannen om naar Frankrijk te verhuizen. Wat we wilden was een huis dat geen ruïne was, maar waar wel het nodige aan gedaan moest

het zwembad, maar daar wacht ik nu nog op’, monkelt hij. Nee, met Franse aannemers hebben ze niet gewerkt, want tussen afspraak en daad staan ook in de Languedoc wetten en praktische bezwaren in de weg. ‘Ze doen het wel, maar je weet nooit wanneer’, vergoelijkt Hennie. ‘Er is hier veel minder haast. Dat maakt het leven wel een stuk rustiger.’ In het onvermijdelijke fotoboek, dat laat zien hoe uitgewoond het herenhuis er voor hun komst uitzag, zie je hoe een groep familie en vrienden alles op bewonderenswaardige wijze heeft opgeknapt. Een reuzenklus. ‘Wijntje erbij, goed eten, gezellig!’ vat Hennie de arbeids­voorwaarden samen. ‘Ik heb gelukkig veel hardwerkende vrienden die het alleen maar leuk vinden om langs te komen’, glimlacht Hennie. ‘Soms stond er ineens een hele groep voor de deur: we komen een weekje klussen.’ Ranke Trudy, de Hongaarse jachthond van het echtpaar, kijkt ons nogal melancholisch aan, als we over hun komst naar Frankrijk praten. In zekere zin was het ook een dankbare klus, want het huis dateert uit 1898 en heeft een prachtige overloop met trompe-l’oeuil-schilderingen, marmeren trappen met houten leuningen en marmeren schouwen in iedere kamer. De stemmige tegelvloeren zijn ook schitterend, dus die hielden ze intact. ‘We wilden wel de sfeer van het huis houden en toch

Alleen het getoeter van de bakker en heel af en toe de kakofonie van een naburige kennel, doorbreken ’s ochtends de landelijke rust alle comfort bieden’, verklaart Hennie. ‘Maar het moest niet te ­truttig worden. Daar houden wij niet zo van. Je moet je wel op je gemak voelen.’ Het huis is bijzonder smaakvol verbouwd. Hoe hebben ze dat zo geleerd? ‘Gewoon, zelf gedaan’, luidt Mariannes bondige antwoord. ‘Nou ja, ik keek wel eens in de Coté Sud. En we hebben wat chambres d’hôtes bezocht. Maar we wilden het helemaal zelf ontwikkelen.’ Vier mooie kamers en een appartement verhuren ze nu, en de zaken lopen goed. Ze hebben wel een ruimte voor zichzelf, zoals vrienden hun adviseerden, want anders zouden ze geen privacy meer hebben. Dit jaar namen ze het besluit definitief te verhuizen naar Frankrijk, nadat ze drie jaar geleden hun chambres d’hôtes waren gestart met het appartement en één kamer. De plek is ideaal, in het gehucht Castelbouze, dat met achttien inwoners in een groen keteldal op zo’n dertig kilometer van Béziers ligt. Alleen het getoeter van de bakker en heel af en toe de kakofonie van een naburige kennel, doorbreken ‘s ochtends de landelijke rust. Daarna druppelen de gasten de ontbijtkamer binnen om te genieten van een on-Frans copieus ontbijt.

Lasagna met chorizo en peer ‘De meeste gasten reserveren via internet’, zegt Marianne. Ja, geeft ze toe, het is wel drukker dan ze had verwacht. ‘Je bent de hele dag bezig. Met het ontbijt, de strijk, boodschappen doen, koken... en dat vijf keer per week. In het begin lagen we ook wel eens met elkaar in de clinch, want je moet wel goed met elkaar afspreken wie de ­marmelade in het schaaltje doet en dat soort dingen.’ Inmiddels is de taakverdeling glashelder: Hennie klust en bedient,

34 LEVEN IN FRANKRIJK

worden. We moesten het wel naar onze eigen smaak kunnen indelen. En de prijs moest redelijk zijn. We hebben ook in de Provence gekeken, maar dat was onbetaalbaar voor ons. En eigenlijk vinden we het hier ook leuker, want het is hier nog ongerepter. En je bent zo in Carcassonne of Montpellier. Sommige gasten rijden zelfs naar Barcelona op-en-neer, ­ dat is 250 kilometer.’ Eigenlijk hadden ze het liefst in de Haut Languedoc gewoond, een bergachtig natuurgebied in de buurt, maar daar zou het seizoen te kort duren. ‘Hier woonden vrienden van ons, maar ze hebben er maar anderhalf jaar gewoond, want ze vonden het te groot en wilden er geen gastenkamers in bouwen. Ik was wel onmiddellijk verliefd, ik dacht meteen: zoiets wil ik.’ Ze hebben wel veel vrienden. Missen ze die niet? ‘Nee, die komen toch wel langs, en met internet is de ­afstand zo klein geworden.’ Hennie vult aan: ‘En na dertien uurtjes rijden sta je weer op de markt in Gouda.’ Die avond zijn het eten en de stemming weer uitstekend. Vooraf peterseliesoep met gerookte zalmsnippers, als hoofdgerecht gegratineerde varkenshaas met aardappeltaart en een salade met tomaten uit eigen tuin, en na citroen­tiramisu. ‘Ik heb nog steeds last van plankenkoorts’, verklapte ­Marianne eerder op de dag. ‘Een traiteur is toch heel wat anders dan à la minute koken.’ Haar specialiteit is een lasagna met chorizo en peer. Toen ze eens op een bord buiten Betty Blue het menu van de dag had geschreven, had een vaste klant de tekst uitgeveegd en daarvoor in de plaats zijn harten­wens genoteerd: ‘Wanneer maak je hem weer, die lasagna met chorizo en peer?’ Meer informatie over La Souche: www.lasouche.com. 

Tekst Fabian Takx foto’s Monique Degenaar Styling Sjoukje de vries

LEVEN IN FRANKRIJK 35


La Souche

Slapen als een wijnstok Chambres d’hôtes in een oud herenhuis, het is weer eens wat anders, dachten Hennie Vellekoop en Marianne Mulckhuyse. Hennie klust en Marianne kookt. Tot volle tevredenheid van de gasten van La Souche. ‘Wijntje erbij, goed eten, gezellig!’

30 LEVEN IN FRANKRIJK

LEVEN IN FRANKRIJK 31

Leven in frankrijk 2008  
Leven in frankrijk 2008  
Advertisement