__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1

Accountancy &Tax

Tijdschrift van het Instituut van de Accountants en de Belastingconsulenten Nr. 2 / 2019 – www.iec-iab.be

AFGIFTEKANTOOR: GENT X / P608443 - IEC-IAB / E. JACQMAINLAAN 135/2 - BE-1000 BRUSSEL — DRIEMAANDELIJKS TIJDSCHRIFT VAN HET IAB APRIL, MEI, JUNI 2019

De nieuwe voorzitter legt zich samen met zijn nieuwe Raad toe op de concrete vormgeving van de fusie tussen het IAB en het BIBF


Inhoud

Colofon

4.

Gedetailleerder financieel plan: nieuwe verplichting als gevolg van het hervormde Wetboek van vennootschappen en verenigingen Axelle Dekeyser

8.

Nieuwe regels restaurant- of cateringdiensten onderworpen aan verschillende btw-tarieven tegen een enige prijs Sven Reynders

11. Algemene vergadering van 27 april 2019 Eric Basso 17. Algemene vergadering: academisch gedeelte met vicepremier Kris Peeters als gastspreker Eric Basso 25. Het beroepsgeheim van de accountant en de belastingconsulent Charles Bayart 38. Vakliteratuur

Accountancy & Tax Driemaandelijks tijdschrift van het IAB Nr. 2 / 2019 Administratie en redactie IAB, Emile Jacqmainlaan 135/2, 1000 Brussel Tel.: +32 2 543 74 90 / Fax: +32 2 543 74 91 E-mail: info@iec-iab.be Redactiecoördinator Stéphane De Bremaeker E-mail: s.debremaeker@iec-iab.be Redactiecomité E. Basso, C. Bayart, L. Boonen, S. De Bremaeker, A. Dekeyser, V. Delvaux, N. Hormans, E. Steghers, B. Van Coile Uitgever Lefebvre Sarrut Belgium/Larcier Business U kunt ons bereiken op 0800 39 067 of via professional@larcier.com en www.larcier.com © Lefebvre Sarrut Belgium, Hoogstraat 139, Loft 6, B-1000 Brussel Verantwoordelijke uitgever B. Van Coile, Emile Jacqmainlaan 135/2, 1000 Brussel Fotografie iStockphoto, IAB, Triptyque Mededeling voor de lezer De auteurs, het redactiecomité en de uitgever streven naar de betrouwbaarheid van de gepubliceerde informatie, waarvoor ze echter niet aansprakelijk kunnen worden gesteld. De opinieartikelen vertegenwoordigen de inzichten en mening van auteurs en dus niet noodzakelijk die van het Instituut of van het redactiecomité. Instituut van de Accountants en de Belastingconsulenten (IAB) Opgericht bij wetten van 21 februari 1985 en 22 april 1999 Raad Voorzitter: B. Van Coile Ondervoorzitter: V. Delvaux Leden: D. Bauwens, D. Bouckaert, R. Declerck, J. De Coster, J.-L. Kilesse, S. Lorfèvre, S. Maenhout, A. Mons delle Roche, N. Procureur, F. Schelfhaut, P. Vanclooster, H. Vandelanotte Algemeen bestuur E. Steghers

ISSN 1375 9876

2


Editoriaal

Bart Van Coile — Voorzitter

Algemene vergadering kiest een nieuw team dat de fusie verder zal uitwerken

Vincent Delvaux — Ondervoorzitter

Op 27 april 2019 verkoos de algemene vergadering van het IAB een nieuwe Raad, een nieuwe voorzitter en een nieuwe ondervoorzitter. Deze ploeg zal samen met de Raad van het BIBF een Overgangsraad vormen van het nieuwe eengemaakte Instituut IBA. Op pagina 11 leest u een uitgebreid verslag van deze algemene vergadering. Er moet nog een strategische Raad worden georganiseerd, maar het staat al vast dat de nieuwe Raad de fusie zal vormgeven. Daarbij worden een aantal werven geopend: zowel intern (organisatie binnen het nieuwe IBA) als extern (leden, politiek en onderwijs). Beroepsgeheim Heel wat leden contacteren het Instituut regelmatig met vragen over het beroepsgeheim, veelal in het kader van een fiscale controle of bij een huiszoeking. Wat mag een accountant meedelen of vrijgeven? En wat wordt gedekt door het Accountancy&Tax – nr. 2 / 2019

beroepsgeheim? De juridische dienst beantwoordt een tiental vaakvoorkomende vragen (FAQ's) die u kunt vinden vanaf pagina 25. Financieel plan U hebt het allicht al gemerkt, volgens het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen moeten stichters bij de oprichting van een vennootschap een financieel plan opstellen en een liquiditeitstest uitvoeren wanneer ze zichzelf dividenden willen uitkeren. Voor beide verplichtingen kan een beroep worden gedaan op een accountant. Op pagina 4 leest u meer over het financieel plan. Binnenkort zullen we het financieel plan vanuit praktisch oogpunt uitwerken. Veel leesplezier, Vincent Delvaux - Ondervoorzitter Bart Van Coile - Voorzitter

3


Vennootschapsrecht

"De verplichting om een financieel plan op te stellen blijft in het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen behouden en wordt zelfs nog verstrengd. In ruil voor de opheffing van het verplichte minimumkapitaal legt de wetgever voortaan een gedetailleerder financieel plan op"

ŠiStockphoto.com/metamorworks

4


Financieel plan

Gedetailleerder financieel plan: nieuwe verplichting als gevolg van het hervormde Wetboek van vennootschappen en verenigingen De wet van 23 maart 2019 tot invoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en houdende diverse bepalingen1 schrapt het verplichte minimumkapitaal voor besloten vennootschappen (afgekort BV) en vervangt dat door de vereiste dat de vennootschap bij aanvang over voldoende vermogen beschikt. De bescherming van de schuldeisers zal voortaan op een economischere manier worden verzekerd. De afschaffing van het minimumkapitaal voor besloten vennootschappen en coöperatieve vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid en de consequenties daarvan, zoals de versterking van het financieel plan, zouden ertoe kunnen leiden dat in de praktijk vaker een beroep wordt gedaan op een accountant. In die context kan de hervorming van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen opportuniteiten bieden voor accountants die daar goed op weten in te spelen. Context voor de invoering van de verplichting om over een toereikend initieel vermogen te beschikken De hervorming van het Wetboek van vennootschappen, die werd doorgevoerd door minister van Justitie Koen Geens, vloeit voort uit een behoefte aan vereenvoudiging, flexibiliteit en modernisering2, maar ook uit de bekommernis om rekening te houden met de economische realiteit. Voor BV's3 is voorzien om het verplichte minimale maatschappelijke kapitaal te schrappen4. Schrapping van het minimumkapitaal – praktische gevolgen voor de verantwoordelijkheid van de stichters en de opstelling van het financieel plan Verantwoordelijkheid van de stichters De verantwoordelijkheid van de stichters in het kader van de oprichting van een BV met een kennelijk ontoereikend kapitaal5 wordt vervangen door een verantwoordelijkheid in het kader van de oprichting van een onderneming met een kennelijk ontoereikend initieel vermogen6. De stichters zullen de plicht hebben er bij de oprichting over te waken dat het vermogen Accountancy&Tax – nr. 2 / 2019

van de vennootschap toereikend is voor de geplande activiteit. Om te beoordelen of dat initiële vermogen toereikend is, kan naast het eigen vermogen ook rekening worden gehouden met achtergestelde leningen. De verantwoordelijkheid van de stichters verandert overigens niet: zij blijven verantwoordelijk indien het faillissement wordt uitgesproken binnen de drie jaar na de oprichting in het geval dat het vermogen kennelijk ontoereikend is om de normale uitoefening van de voorziene activiteit te verzekeren gedurende een periode van minstens twee jaar. Opmaak van het financieel plan De verplichting om een financieel plan7 op te stellen blijft in het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen behouden en wordt zelfs nog verstrengd.8 In ruil voor de opheffing van het verplichte minimumkapitaal legt de wetgever voortaan een gedetailleerder financieel plan op. Ook al blijft voor NV's het verplichte minimumkapitaal behouden, toch zullen ook die vennootschappen verplicht zijn een financieel plan op te stellen volgens het onderstaande schema.

5


Vennootschapsrecht

"In de praktijk is het heel waarschijnlijk dat de grotere complexiteit van het financieel plan de hulp van een accountant vaak onontbeerlijk zal maken, aangezien enkel een accountant op een kwalitatieve manier bijstand kan leveren bij het opmaken ervan"

De minimale inhoud van het financieel plan telt zeven rubrieken9: · Een precieze omschrijving van de geplande activiteit. · Een overzicht van alle financieringsbronnen bij de oprichting (inclusief de vermelding van de verstrekte garanties). · Een openingsbalans en geprojecteerde balansen na twaalf en vierentwintig maanden10. · Een geprojecteerde resultatenrekening na twaalf en vierentwintig maanden11. · Een begroting van de verwachte inkomsten en uitgaven voor een periode van minstens twee jaar na de oprichting. · Een beschrijving van de gehanteerde hypotheses bij de schatting van de verwachte omzet en de verwachte rentabiliteit. · In voorkomend geval, de naam van de externe deskundige die bijstand heeft verleend bij de opmaak van het financieel plan.

Het financieel plan moet worden overgemaakt aan de instrumenterende notaris vóór de vennootschap wordt opgericht en bevat een verantwoording van het bedrag van het initiële vermogen in het licht van de geplande activiteit van de vennootschap over een periode van minstens twee jaar. Dit financieel plan hoeft niet te worden gepubliceerd. De notaris zal een formele screening van het financieel plan uitvoeren. Er wordt aanbevolen een externe deskundige in te schakelen om het financieel plan op te stellen, maar dat is geen

6

verplichting. In de praktijk is het heel waarschijnlijk dat de grotere complexiteit van het financieel plan de hulp van een accountant vaak onontbeerlijk zal maken, aangezien enkel deze beroepsbeoefenaar op een kwalitatieve manier bijstand kan leveren bij het opmaken ervan. De accountant zal er in het bijzonder over moeten waken dat hij zichzelf niet op ongeoorloofde wijze aansprakelijk maakt in het kader van zijn opdracht om een financieel plan te helpen opstellen door te handelen als bestuurder, met het oog op de oprichting van een vennootschap. Tevens zal hij zich moeten behoeden voor misbruik van zijn (bijvoorbeeld te ver gaande) assistentie bij het financieel plan. Wat dit laatste betreft, moet men erop letten dat een gevalideerd plan niet wordt aangepast. Daartoe is het wenselijk geen bewerkbare bestanden over te maken (Word of Excel) en steeds moeilijk te wijzigen bestanden te gebruiken (pdf). Een rechtstreekse overmaking aan de notaris kan hier ook bijkomende garanties geven. Ook wat betreft de inhoud moet de accountant de nodige voorzichtigheid aan de dag leggen. De opdracht van de accountant is zeker niet de gehanteerde hypotheses van omzet en rentabiliteit te valideren, maar houdt vooral het uitwerken van deze cijfers in in een vorm die overeenstemt met de vereisten van de wetgever. Aldus is de opdracht te vergelijken met de bijstandsopdracht. Het is dan ook aangeraden om de gehanteerde hypotheses te laten valideren door de opdrachtgevers. Ten slotte wijzen we erop dat de opdracht ook goed moet omschreven zijn in de opdrachtbrief en beter niet gedefinieerd wordt als 'het opstellen van het financieel plan' maar eerder als 'de medewerking bij de opstelling van het financieel plan'.


Financieel plan

©iStockphoto.com/JirapongManustrong

Inwerkingtreding Sinds 1 mei 2019 moeten nieuw opgerichte vennootschappen, verenigingen en stichtingen voldoen aan de nieuwe regels van de wet van 23 maart 2019 tot invoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en houdende diverse bepalingen. Zo zullen bijvoorbeeld geen vennootschappen meer kunnen worden opgericht volgens een van de geschrapte juridische vormen. Tot slot zal verplicht een versterkt financieel plan worden opgesteld. IAB stelt binnenkort tools ter beschikking Momenteel legt het IAB de laatste hand aan enkele modellen die de leden kunnen gebruiken bij de uitvoering van deze bijstandsopdracht. Binnenkort worden in eerste instantie met name een model van financieel plan en een opdrachtbrief vrijgegeven. In tweede instantie zal ook de liquiditeitstest verder worden uitgewerkt. Het IAB zal u daar via zijn nieuwsbrief van op de hoogte houden.

3 4

Boek V van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen. Tot dusver deed het minimumkapitaal van een BVBA (die nu wordt vervangen door de 'BV') traditioneel dienst als veiligheidsbuffer voor schuldeisers, omdat het aandeelhouders weerhield van buitensporige risico's doordat ze zelf een investering moesten doen die ze zouden verliezen als de vennootschap onvermogend werd. In de praktijk is echter gebleken dat een minimumkapitaal van 18 550 euro voor een BVBA de schuldeisers onvoldoende beschermde. Er is immers geen band tussen het verplichte minimumkapitaal en de concrete activiteiten van de vennootschap.

5

Huidig artikel 229, 5° van het Wetboek van vennootschappen.

6

Artikel 5:16, 2° van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.

7

Artikel 5:4 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.

8

"Het financieel plan, dat zijn nut in de praktijk heeft bewezen, beoogt een dubbel doel. In de eerste plaats moet het lichtzinnige oprichtingen van vennootschappen beletten. De spreuk 'bezint eer ge begint' indachtig, moeten de oprichters nadenken over de voorgenomen bedrijvigheid en de nodige financiële middelen ter beschikking van de vennootschap stellen. In de tweede plaats beschermt het de oprichters omdat het de rechter in staat stelt hun aansprakelijkheid wegens de oprichting van een vennootschap met een kennelijk

Axelle Dekeyser Studiedienst IAB

ontoereikend aanvangsvermogen (artikel 5:16, 2°) te beoordelen op grond van de toestand en de informatie die op het tijdstip van de oprichting voorhanden waren." (doc. 54 3119/001 Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers).

1

Het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen werd definitief

9

goedgekeurd door de Kamer op 28 februari 2019 en werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 4 april 2019. Op 30 april 2019 verscheen vervolgens

10 Bij de opstelling van de geprojecteerde balansen kan een andere periodiciteit

het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen

worden gehanteerd op voorwaarde dat de projecties in totaal betrekking

en verenigingen. Het koninklijk besluit is bedoeld om de wettelijke bepa-

hebben op een periode van minstens twee jaar na de oprichting (artikel 5:4,

lingen van verschillende koninklijke besluiten samen te voegen, opdat de rechtsgrond ervan voortaan uitsluitend in het Wetboek van vennootschap2

CMS – Seminar Financieel Forum van donderdag 20 september 2018 over de hervorming van het vennootschaps- en verenigingsrecht (J.–F. Goffin en A. Lanotte).

§ 3 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen). 11

Bij de opstelling van de resultatenrekeningen kan een andere periodiciteit wor-

pen en verenigingen ligt en om er een coherenter geheel van te maken.

den gehanteerd op voorwaarde dat de projecties in totaal betrekking hebben

Het is de bedoeling België voor ondernemingen interessant en concurrerend

op een periode van minstens twee jaar na de oprichting (artikel 5:4, § 3 van het

te maken.

Wetboek van vennootschappen en verenigingen).

Accountancy&Tax – nr. 2 / 2019

7


Btw

Nieuwe regels restaurant- of cateringdiensten onderworpen aan verschillende btw-tarieven tegen een enige prijs In een nieuwe circulaire betreffende het btw-tarief dat van toepassing is op restaurant- en cateringdiensten introduceert de btw-administratie nieuwe regels die van toepassing zijn op de situatie waarbij een enige prijs wordt gevraagd voor restaurant- of cateringdiensten die onderworpen zijn aan verschillende btw-tarieven. Vooral de regel rond het procentueel aandeel springt hierbij in het oog. Een overzicht van de toepasselijke regels (Circulaire 2019/C/26 van 4 april 2019 betreffende het btw-tarief dat van toepassing is op restaurant- en cateringdiensten). Hoe het begon: invoering van het 12%-tarief voor restaurant- en cateringdiensten Met ingang van 1 januari 2010 werd het verlaagde btw-tarief van 12 % van toepassing op restaurant- en cateringdiensten, met uitsluiting van het verschaffen van dranken (KB nr. 20, tabel B, rubriek I). Onder deze 'restaurant- en cateringdiensten' wordt verstaan 'het verschaffen van spijs en drank in restaurants en cafés en, meer algemeen, in omstandigheden voor het verbruik ter plaatse' (art. 18, § 1, lid 2, 11° W.Btw). Deze regeling is niet van toepassing op de loutere levering van bereide maaltijden en van dranken; deze worden belast tegen het respectievelijke btw-tarief van 6 % of 21 % dat geldt voor deze goederen. Ook dranken die het voorwerp zijn van een restaurant- of cateringdienst zijn zonder onderscheid onderworpen aan het standaard btw-tarief van 21 %: het is hierbij van geen belang dat die dranken desgevallend met maaltijden worden verschaft in omstandigheden voor het verbruik ter plaatse tegen één globale prijs (zie verder) of dat het gaat om al dan niet alcoholhoudende dranken. In de situatie waarbij gemeubeld logies met ontbijt wordt verschaft, is de restaurantdienst van het ontbijt mee begrepen in het verlaagde btw-tarief van 6 % (KB nr. 20, tabel A, rubriek XXX, 1). De vraag is nu: hoe moeten we omgaan met restaurant- of cateringdiensten die onderworpen zijn aan verschillende btwtarieven en die tegen een enige prijs worden aangeboden?

8

Eerste situatie: restaurant- of cateringdienst, inclusief dranken, tegen een forfaitaire prijs Principe: uitsplitsing volgens de normale waarde Ingeval een globale prijs wordt gevraagd voor een restaurantof cateringdienst waarin zowel spijzen als dranken zitten begrepen, moet als algemene regel de prijs worden gesplitst: 21 % btw op de dranken en 12 % op de spijzen. Indien deze prijs niet wordt uitgesplitst, is 21 % van toepassing op de gehele dienst. Deze uitsplitsing moet principieel gebeuren volgens de normale waarde: het gedeelte van de prijs dat moet worden toegekend aan de verschafte dranken (en dus onderworpen is aan het 21%-tarief) moet overeenstemmen met de prijs die de klant normaal zou moeten betalen bij afzonderlijke afname van de dranken. Eerste uitzondering: het procentuele aandeel De nieuwe aanschrijving voert een nieuwe uitzondering in op het hiervoor vermelde principe: ingeval de uitsplitsing van de prijs, rekening houdend met de normale waarde van de dranken, leidt tot een overwaardering van de dranken ten aanzien van de spijzen, kan een beroep worden gedaan op de regel van het procentuele aandeel. Samengevat betekent dit dat de 'verhouding' van de dranken ten opzichte van de spijzen in de 'enige prijs' wordt bepaald op basis van de 'normale prijzen' die voor de onderscheiden elementen van het menu à la carte zouden worden aangerekend. Het voorbeeld uit de aanschrijving maakt dit duidelijker.


Btw-tarieven op restaurant- en cateringdiensten

"Ingeval een globale prijs wordt gevraagd voor een restaurant- of cateringdienst waarin zowel spijzen als dranken zitten begrepen, moet als algemene regel de prijs worden gesplitst: 21 % btw op de dranken en 12 % op de spijzen. Indien deze prijs niet wordt uitgesplitst, is 21 % van toepassing op de gehele dienst"

Stel, een menu bestaande uit drie componenten, hamburger, frieten en drankje, wordt aangeboden tegen een globale prijs van 6,74 euro (incl. btw). À la carte worden deze componenten ook apart aangeboden: · drankje: 2,05 euro; · hamburger & frieten: 6,24 euro. Het menu (6,74 euro) is dus 1,55 euro goedkoper dan de verschillende onderdelen à la carte (8,29 euro). Als de bovenstaande uitsplitsing naar rato van de normale waarde van de drank wordt toegepast, krijgt de drank een waarde van 2,05 euro in de totale menuprijs van 6,74 euro (terwijl de menukorting van 1,55 euro ongetwijfeld ook speelt op de drankencomponent), terwijl de spijzen slechts 4,69 euro vertegenwoordigen. Om hier een antwoord op te bieden wordt volgens deze afwijking het procentuele aandeel van de verschillende componenten berekend op basis van de à-la-carteprijs. Hier wordt bepaald hoeveel het drankaandeel zou betekenen in de à-la-carteprijs (€ 2,05 in € 8,29 = 24,73 %); hetzelfde voor het spijzenaandeel (€ 6,24 in € 8,29 = 75,27 %). Wanneer deze percentages worden toegepast op de totale menuprijs van 6,74 euro geeft dit 1,67 euro (incl. 21 % btw) voor het drankje, en 5,07 euro (incl. 12 %) voor de spijzen. Schematisch À la carte

Aandeel in menu

Hamburger + frieten

€ 6,24

75,27 %

€ 5,07

12 % btw

Drank

€ 2,05

24,73 %

€ 1,67

21 % btw

Totaal

€ 8,29

100 %

€ 6,74

Opmerking: de aanschrijving bevat geen informatie over wanneer het drankenaandeel als overgewaardeerd kan/moet worden aangemerkt, noch hoe er gewerkt kan/moet worden wanneer de onderscheiden elementen in het menu niet (apart) à la carte verkrijgbaar zijn. Accountancy&Tax – nr. 2 / 2019

Tweede uitzondering: 35%-coëfficiënt Als tweede vereenvoudiging aanvaardt de btw-administratie (de reeds bestaande) toepassing van de 35%-coëfficiënt. Volgens deze afwijking wordt voor standaard 'all-in menu's' met drie of meer gangen (menu's waarin aperitief, aangepaste wijnen, mineraalwaters, koffie of thee zijn inbegrepen) het drankenaandeel forfaitair bepaald op 35 %. Deze forfaitaire coëfficiënt geldt echter niet voor andere allinformules waarin bv. ook sterkedranken en champagne of alle dranken na middernacht begrepen zijn. De btw-administratie verduidelijkt (?) in de aanschrijving dat deze coëfficiënt niet dwingend is: de btw-belastingplichtige kan hiervan afwijken indien hij een andere prijzenpolitiek voert; de btw-administratie kan het percentage ook betwisten wanneer een concreet geval afwijkt van de werkelijkheid (opmerking: is dit niet in vele gevallen zo? Dient het forfait niet om net een 'gemiddelde' toe te passen? Vanaf wanneer zou een 'afwijking' groot genoeg zijn om van het forfait af te wijken?). Tweede situatie: restaurant- of cateringdienst tegen een forfaitaire prijs, met een meerprijs voor de dranken Indien een afzonderlijke prijs wordt vermeld voor de dranken (voorbeeld: facultatief aangeboden aangepaste wijnen bij een menu), dient de in die meerprijs begrepen btw te worden geheven tegen het 21%-tarief. Opgelet: de prijs van het menu zonder de facultatieve dranken moet verder worden uitgesplitst wanneer in dat menu nog andere dranken begrepen zijn, zoals aperitief of koffie. De administratieve beslissing nr. E.T. 117.557 van 23 december 2009, die een eerste commentaar vormde m.b.t. de toepassing van het 12%-tarief, wordt door deze aanschrijving vervangen. Sven Reynders (IAB-lid) Senior Manager, SD Worx Consulting Bron: S.REYNDERS, "Nieuwe regels restaurant- of cateringdiensten onderworpen aan verschillende btw-tarieven tegen een enige prijs", Accountancy & Fiscaliteit, nr. 16/2019, pp. 5-7.

9


Samen klaar voor morgen. De juridische en fiscale wereld evolueert razendsnel. De digitalisering, de toenemende regulering en de steeds beter geïnformeerde en veeleisendere klanten stellen u voor belangrijke uitdagingen. Om u daarbij nog beter te ondersteunen, slaan Larcier, Indicator, Intersentia en Bruylant de handen in elkaar. Deze uitgeverijen zijn absolute referenties in alle juridische en fiscale deelgebieden: ze richten zich elk tot hun eigen doelgroep, gaande van academici over juridische, fiscale en boekhoudkundige professionals tot bedrijfsleiders en zelfstandigen. Vanaf nu vormen wij samen één bedrijf en één kennispartner die u ondersteunt in uw dagelijkse praktijk, vandaag en morgen.

Ontdek onze nieuwe visie op www.indicator-larcier.be/samen

LARCIER | INDICATOR | INTERSENTIA | BRUYLANT


Instituut

Algemene vergadering

Algemene vergadering van 27 april 2019 Op 27 april 2019 om 9 uur 's morgens opende voorzitter Benoît Vanderstichelen de 33ste algemene vergadering van het Instituut. Bij deze gelegenheid kwamen meer dan 1 000 leden en stagiairs naar het Auditorium 2000 van de Heizel. Hieronder vindt u de notulen van deze vergadering. Het bureau Het bureau was samengesteld uit: Benoît Vanderstichelen, voorzitter, Bart Van Coile, ondervoorzitter, Johan Decoster, secretaris-penningmeester, Jean-Luc Kilesse, secretaris, Hein Vandelanotte, lid van het uitvoerend comité en van de Raad, Vincent Delvaux, lid van het uitvoerend comité en van de Raad. Ze werden bijgestaan door Eric Steghers, algemeen directeur van het Instituut. Verkiezing van een lid voor het mandaat van voorzitter Bart Van Coile, accountant en belastingconsulent, Nederlandstalige kandidaat, wordt met 1 043 stemmen verkozen tot voorzitter, terwijl Daniël Maes, accountant en belastingconsulent, Nederlandstalige kandidaat, 215 stemmen krijgt. Benoeming van een lid voor het mandaat van ondervoorzitter Aangezien de nieuw verkozen voorzitter Nederlandstalig is, wordt Vincent Delvaux, accountant en belastingconsulent en de enige Franstalige kandidaat, door de leden van de algemene vergadering benoemd tot ondervoorzitter. Verkiezing van zes Nederlandstalige en zes Franstalige leden voor het mandaat van lid van de Raad De leden van de algemene vergadering kiezen de volgende kandidaten: Voor het mandaat van Nederlandstalig lid van de Raad · Hein Vandelanotte, accountant en belastingconsulent, met 665 stemmen; · Gonda Schelfhaut, accountant en belastingconsulent, met 623stemmen; · Denise Bauwens, accountant en belastingconsulent, met 608 stemmen; Accountancy&Tax – nr. 2 / 2019

· · ·

Johan De Coster, accountant, met 582 stemmen; Rolf Declerck, belastingconsulent, met 454 stemmen; Philippe Vanclooster, belastingconsulent, met 443 stemmen.

Voor het mandaat van het Franstalig lid van de Raad · Aurore Mons Delle Roche, belastingconsulent, met 829 stemmen; · Nathalie Procureur, accountant en belastingconsulent, met 793 stemmen; · Sindy Maenhout, accountant en belastingconsulent, met 752 stemmen; · Stéphanie Lorfèvre, belastingconsulent, met 724 stemmen; · Jean-Luc Kilesse, accountant en belastingconsulent, met 710 stemmen; · Didier Bouckaert, accountant, met 596 stemmen. Activiteitenverslag Bart Van Coile en Benoît Vanderstichelen stellen afwisselend de activiteiten voor van het Instituut in 2018 en de doelstellingen voor 2019. Bart Van Coile maakt eerst de balans op van de digitalisering en geeft een gekwantificeerd overzicht van het gebruik dat de leden maken van de verschillende instrumenten waarover zij beschikken, namelijk BeExcellent (2 350 aangesloten kantoren en 925 individuele aansluitingen), Excel voor Accountancy, Companyweb (3 620 gebruikers), het e-loket, aangevuld met de communicatiemiddelen van het Instituut zoals de blog, het e-zine en Alert sms. Benoît Vanderstichelen vatte de stappen samen die leidden tot de oprichting van een gedigitaliseerd examensysteem. Het proces is gestart in 2016 voor toelatingsexamens en in 2017 voor de tussentijdse proeven. In 2018 werd het rugzakprincipe ingevoerd waardoor stagiairs vrijstellingen kunnen krijgen. Dit jaar is gewijd aan de voorbereiding van de eerste digitale be-

11


Instituut

"In 2018 werd het rugzakprincipe ingevoerd waardoor stagiairs vrijstellingen kunnen krijgen. Dit jaar is gewijd aan de voorbereiding van de eerste digitale bekwaamheidsexamens die vanaf maart 2020 worden ingevoerd"

kwaamheidsexamens die vanaf maart 2020 worden ingevoerd. De aftredende voorzitter wees erop dat 7 000 tot 8 000 vragen zijn of zullen worden bijgewerkt, een essentiële taak waarbij professoren samen met de Stagecommissie en de Examencommissies betrokken zijn. Benoît Vanderstichelen kondigde aan dat het Instituut samenwerkt met de Federatie van het Notariaat (Fednot) om een elektronisch aandeelhoudersregister op te zetten, een aanpak die deel uitmaakt van de wens om nauwer met notarissen samen te werken. Hij gaf ook aan dat de e-learning is gelanceerd, zodat stagiairs seminars op afstand kunnen volgen. Bovendien kunnen zij dan hun kennis testen met behulp van een tool genaamd Bizquiz. Hij benadrukt ook dat het een van de doelstellingen van het Instituut is om ervoor te zorgen dat alle leden tegen een redelijke prijs een digitale handtekening in hun kantoor hebben. Bart Van Coile voegt hieraan toe dat in een tweede fase, vanaf 2020, een elektronisch aandelenregister toegankelijk zal zijn, niet alleen voor de leden van ons Instituut, maar ook voor de ondernemers zelf, voor de advocaten of voor de leden van het IBR. Het zal voor klanten ook mogelijk zijn om economische beroepsbeoefenaars de opdracht te geven dit register bij te werken. Bart Van Coile licht toe dat er automatische koppelingen zullen worden gemaakt met het UBO-register, de website van de KBO en het Nationaal Register, zodat essentiële gegevens up-to-date zijn, en dat, bijvoorbeeld voor het bijeenroepen van een algemene vergadering van een vennootschap, de betrokken partijen over de adressen van alle aandeelhouders beschikken. Andere tools, zoals Start my Business, of e-Depot, worden gekoppeld aan de CRM. Bart Van Coile wijst erop dat de prijs van dit gedigitaliseerde aandeelhoudersregister bescheiden is, namelijk 20 euro, plus 5 euro per 'lijn'. De lancering gebeurde op 1 mei 2019. Benoît Vanderstichelen geeft een overzicht van de belangrijkste initiatieven die het Instituut in 2018 heeft genomen, in het

12

bijzonder ten gunste van de kleine en middelgrote kantoren: · De voorbereidende vorming voor de kwaliteitstoetsing werd voortgezet. · Het Instituut was heel actief in het parlement toen minister Geens besliste om het Wetboek van vennootschappen en verenigingen te hervormen zodat, indien nieuwe opdrachten zouden worden toegewezen, deze eerlijk zouden worden toegewezen aan de beroepsbeoefenaars van ons Instituut en die van het IBR. De oude opdrachten worden in het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen behouden. · Dankzij vicepremier Kris Peeters is met het IBR gesproken over de ontwikkeling van een gemeenschappelijke norm voor de controle van kmo's waarvoor geen commissaris is benoemd. · Ook de samenwerking met het IBR is overigens hervat met het oog op de ontwikkeling van audit- en objectiveringsnormen en de modernisering van de normen voor fusies en splitsingen van ondernemingen. · Het Instituut heeft zijn relaties met kmo-vertegenwoordigers, UNIZO en UCM versterkt. · Om de kmo's en de kantoren van de leden te verdedigen, is het Instituut zeer actief geweest in het UBO-dossier. · Bovendien zorgt het Instituut ervoor dat de verantwoordelijkheid van de dossiers met betrekking tot 'agressieve fiscale structuren' en, in de banksector tot 'speciale mechanismen', rechtstreeks bij de ondernemingen ligt en niet bij de accountants, bij de members in business, in het bijzonder. · Wat de eisen van de Europese autoriteiten op het gebied van de bestrijding van het witwassen van geld betreft, was het Instituut waakzaam, zowel via het ad-hoccomité, dat een verordening heeft opgesteld, als via de kwaliteitstoetsing of instrumenten zoals BeExcellent, langs welke weg een handboek voor bijstand wordt verspreid.


Algemene vergadering

V.l.n.r.: Nathalie Procureur, Johan De Coster, Denise Bauwens, Aurore Mons delle Roche, Jean-Luc Kilesse, Bart Van Coile, Rolf Declerck, Philippe Vanclooster, Sindy Maenhout, Stéphanie Lorfèvre, Didier Bouckaert, Vincent Delvaux, Hein Vandelanotte en Gonda Schelfhaut.

· ·

·

· ·

·

Wat de members in business betreft, werkt het Instituut samen met het parlement om ervoor te zorgen dat zij recht hebben op de vertrouwelijkheid van hun adviezen. Het Instituut heeft gevraagd om een lijst bij te houden van alle personen die belastingactiviteiten voor derden verrichten zonder erkend te zijn of de titel te dragen, en om dezelfde controle op deze niet-erkende adviesbureaus uit te oefenen als in het kader van de kwaliteitstoetsingen. Met betrekking tot het beroepsgeheim heeft de Raad het standpunt ingenomen dat de externe leden geen back-ups met persoonlijke aantekeningen aan de fiscale administratie mogen doorgeven. Het Instituut heeft verkregen dat in 2019 de vorige termijnen voor het indienen van de belastingaangiften zijn gehandhaafd. Op internationaal niveau zorgt het Instituut, dat deel uitmaakt van IFAC, Accountancy Europe en EFAA, ervoor dat de Europese teksten de nationale wetgeving niet onwerkbaar maken en dat het beroep gereguleerd wordt met inachtneming van de basisprincipes. Hetzelfde geldt op fiscaal vlak, binnen de CFE en ETAF. De fusiewet van 17 maart 2019 werd op 27 maart 2019 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Vanaf 1 juni 2019 wordt een overgangsraad ingesteld. Het Instituut zal ervoor zorgen dat het zo snel mogelijk een koninklijk besluit over de stage krijgt, alsook een partnerschap met universiteiten en hogescholen, zodat jonge afgestudeerden die zich inschrijven voor de stage niet voor alle vakken examens hoeven af te leggen.

Presentatie van het strategisch plan van het nieuwe Instituut door Bart Van Coile, voorzitter en Vincent Delvaux, ondervoorzitter Bart Van Coile en Vincent Delvaux presenteren beurtelings het strategisch plan voor het nieuwe Instituut, dat door de StrategiAccountancy&Tax – nr. 2 / 2019

sche Raad in samenwerking met het Nederlandstalige Overlegcomite en het Franstalige Comité de concertation is opgesteld. Bart Van Coile zei aan het begin dat twee basisprincipes, kwaliteit en ondersteuning, centraal blijven staan. Ten tweede willen Bart Van Coile en Vincent Delvaux de fusie verder vomgeven: · Intern gaat het om het definiëren van het profiel van de verschillende afdelingen, het opstellen van nieuwe arbeidsreglementen en functiebeschrijvingen. · Extern moet het Instituut de voordelen van de nieuwe titels voorstellen, de termen 'gecertificeerd' en 'toetsing' definiëren, uitleggen hoe toegang te krijgen tot BeExcellent en de kwaliteitstoetsingen inzake witwassen van geld harmoniseren. · Communicatie met de buitenwereld is van cruciaal belang om de bekendheid van het IBA te vergroten. · Er moeten meer jongeren voor het beroep worden aangetrokken. · Het 'wederzijds begrip' tussen economische beroepsbeoefenaars en bedrijven wordt aangemoedigd, met als doel een optimale relatie op te bouwen en de beste resultaten met klanten te bereiken. In dat opzicht is de adviestaak van groot belang. · Het gaat er ten slotte om een neutrale contractuele begroting vast te stellen. Vincent Delvaux nam het woord om aan te geven dat de nadruk zal liggen op de toenadering van het nieuwe Instituut tot: · de leden; · regering en politiek; · de onderwijswereld; · jonge mensen en stagiairs. Een van de belangrijkste taken van het IBA is het beschermen van de rechten en belangen van de beroepsbeoefenaars.

13


Instituut

De bescherming van het beroepsgeheim van de leden is een van de belangrijkste te verdedigen punten. Het nieuwe Instituut verbindt zich ertoe de communicatie met zijn leden te versterken door hen te informeren over de initiatieven die extern worden genomen, met name met betrekking tot de ministeriële kabinetten, maar ook intern, door een grotere verantwoordingsplicht van de commissies, die hun voorstellen beter moeten motiveren en deze motivering aan de leden kenbaar moeten maken. De spreker benadrukte ook de problematiek van de opleiding die het nieuwe Instituut ten behoeve van zijn leden wil organiseren, in termen van bijzondere opdrachten, het organisatiehandboek en de juridische expertise. De nieuwe technologieën staan centraal met de voor de stagiairs bestemde webinars. Aangezien digitalisering in kleine kantoren moeilijk uitvoerbaar is, moeten zij begeleid worden. De toenadering van het nieuwe Instituut tot de politici heeft als doel ervoor te zorgen dat zij het IBA op termijn als een onmisbaar orgaan gaan beschouwen. Voor leden is transparantie van de interne diensten van het Instituut van essentieel belang. Voor elk lid wordt een intern digitaal bestand aangemaakt, waarin alle correspondentie tussen het lid en het Instituut wordt opgenomen. Bart Van Coile benadrukte dat jongeren bewust moeten worden gemaakt van de verschillende manieren om toegang te krijgen tot het beroep, met name het rugzakprincipe en de zeven jaar beroepservaring. Om het IBA dichter bij jongeren en de stagiairs te brengen, kondigde Vincent Delvaux aan dat de jongerencommissie nieuw leven wordt ingeblazen en scholen zal bezoeken om het beroep te beschrijven. Stagiairs en stagemeesters worden meer gemotiveerd en de members in business worden gewaardeerd.

14

Bedankingen van de aftredende voorzitter Benoît Vanderstichelen nam opnieuw het woord om de leden te bedanken voor het vertrouwen dat zij in hem hebben gesteld tijdens zijn zes jaar als voorzitter en om zijn oprechte dank uit te spreken aan de leden van de Raad en de Commissies, alsook aan het personeel en de directie, wiens loyaliteit hij prees. Hij bedankte Bart Van Coile voor zijn doeltreffende samenwerking die heeft geleid tot een echt covoorzitterschap. Deze laatste bedankte op zijn beurt de aftredende voorzitter voor zijn intensieve en vruchtbare samenwerking en gaf een algemene beoordeling van de lange carrière van Benoît Vanderstichelen sinds de oprichting van het IAB. Beslissingen van de algemene vergadering van 27 april 2019 Aanwijzing van stemopnemers De algemene ledenvergadering benoemt de stemopnemers. Benoeming van commissarissen · Voor het mandaat van de Franstalige commissaris-titularis: Pierre-Yves Heynen, accountant en belastingconsulent (enige kandidatuur). · Voor het mandaat van de Nederlandstalige commissaristitularis: Nick Verheyden, accountant en belastingconsulent (enige kandidatuur). Financieel verslag Johan De Coster, secretaris-penningmeester, voor de Nederlandstalige leden, en Jean-Luc Kilesse, secretaris, voor de Franstalige leden, brachten verslag uit over de financiële situatie van het Instituut en gaven commentaar op de financiële staten die aan de leden worden toegezonden. De voorzitter en de secretaris-penningmeester beantwoorden de vragen van de leden.


Algemene vergadering

"Om het IBA dichter bij jongeren en de stagiairs te brengen, kondigde Vincent Delvaux aan dat de Jeugdcommissie nieuw leven wordt ingeblazen en scholen zal bezoeken om het beroep te beschrijven"

Met 913 stemmen voor en 152 stemmen tegen keurde de algemene vergadering de jaarrekening van 2018 goed. Verslag van de commissarissen Angélique Tibo en Rudi Leys, commissarissen, brachten verslag uit over de rekeningen van het afgelopen jaar. Tot besluit van hun verslag als commissaris, welk mandaat zij in een geest van samenwerking met de Raad en de diensten van het Instituut hebben kunnen uitvoeren en in alle vrijheid en onafhankelijkheid, konden de commissarissen bevestigen dat de jaarrekening afgesloten op 31 december 2018, met een balanstotaal van 4 723 781,82 euro en een resultatenrekening van 743,36 euro, correct is en een getrouw beeld geeft van de financiële situatie en het vermogen van het Instituut van de Accountants en Belastingconsulenten en dat de boekhouding in overeenstemming is met de wettelijke boekhoudregels, zoals toegepast in België. Kwijting aan de penningmeester en aan de raadsleden Met 894 stemmen voor en 128 tegen verleende de algemene vergadering kwijting aan de raadsleden en aan de penningmeester. Kwijting aan de commissarissen Met 904 stemmen voor en 135 stemmen tegen verleende de algemene vergadering kwijting aan de aftredende commissarissen. Voorstel, vastlegging en goedkeuring van procedurekosten en administratieve kosten voor leden en stagiairs Hein Vandelanotte, lid van het uitvoerend comité en van de Raad stelde voor om de administratieve kosten voor aanvullende onderzoeken met inbegrip van oproepingen en de procedurekosten vast te leggen en goed te keuren in verhouding tot de tuchtrechtelijke sancties en het aantal tenlasteleggingen dat de Tuchtcommissie en de Commissie van Beroep hebben vastgesteld. Accountancy&Tax – nr. 2 / 2019

Administratieve kosten (artikel 14 van de wet van 22 april 1999)

Administratieve kosten

Eerste herinnering

Tweede herinnering

Derde herinnering

Meer dan drie herinneringen

€ 0,00

€ 35,00

€ 50,00

€ 100,00

Kosten voor bijkomend onderzoek met inbegrip van oproepingen € 250,00 Procedurekosten Tuchtcommissie (artikel 5, §1 van de wet van 22 april 1999) Eén tenlastelegging

€ 900,00

Twee tenlasteleggingen

€ 1 200,00

Drie tenlasteleggingen

€ 1 500,00

Meer dan drie tenlasteleggingen

€ 1 800,00

Beroepscommissie Maximaal twee tenlasteleggingen

€ 400,00

Meer dan twee tenlasteleggingen

€ 800,00

Met 771 stemmen voor en 274 stemmen tegen keurde de algemene vergadering het voorstel inzake administratieve kosten en procedurekosten goed. Goedkeuring van de begroting 2019 (inclusief ledenbijdragen) Johan De Coster, secretaris-penningmeester, voor de Nederlandstalige leden, en Jean-Luc Kilesse, secretaris, voor de Franstalige leden, hebben de begroting voor 2019 voorgesteld.

15


Instituut

Algemene vergadering

Het bedrag van de bijdragen voor externe leden (natuurlijke personen en kantoren), de inschrijvings- en administratiekosten voor stagiairs en de dossierkosten voor de te erkennen kantoren worden geïndexeerd en de verplichte bijdrage voor de Cel voor Financiële Informatieverwerking (CFI) wordt vastgesteld op 17,45 euro. Categorieën 1. Natuurlijke personen – interne leden

Bijdragen

6. 7 jaar beroepservaring (1ste jaar inschrijvingsrechten) (2de jaar inschrijvingsrechten) (vanaf het 3de jaar inschrijvingsrechten)

€ 364,00 € 200,00 € 499,33

7. Wet op de goedkeuring van vennootschappen

€ 364,00

Bijdragen € 476,00

Een vermindering van 50 % wordt toegekend aan: a) Nieuwe interne leden erkend in 2019, 2018 en 2017 na de stage te hebben doorlopen

€ 238,00

b) Gepensioneerde interne leden

€ 238,00

2. Natuurlijke personen - externe leden (verplichte bijdrage CFI van € 17,45 inbegrepen)

€ 766,45

Een vermindering van 50 % wordt toegekend aan: a) Nieuwe externe leden erkend in 2019, 2018 en 2017 na de stage te hebben doorlopen (verplichte bijdrage CFI van € 17,45 inbegrepen)

€ 391,95

b) Gepensioneerde members in business (verplichte bijdrage CFI van € 17,11 inbegrepen)

€ 391,95

3. Professionele vennootschappen · eenpersoonsvennootschappen · andere

€ 374,50 € 749,00

4. Stagiairs (administratieve kosten) - 5 jaar + 5 jaar

€ 200,00 € 499,33

5. Stagiairs (inschrijvingsrechten) Reservatierecht computer

€ 164,00 € 52,00

16

Categorieën

De voorzitter en de secretaris-penningmeester beantwoorden de vragen van de leden. Met 793 stemmen voor en 250 tegen keurde de algemene vergadering de begroting 2019 goed, evenals het bedrag van de ledenbijdragen voor 2019. Eric Basso


Instituut

Algemene vergadering: academisch deel

"Een versterkt Instituut met meer specialisaties is een garantie voor de kwaliteit van de dienstverlening van zijn leden" Na afloop van het officiële gedeelte van de 33ste algemene vergadering van het IAB opende aftredend voorzitter Benoît Vanderstichelen het academische deel. Vicepremier Kris Peeters werd ontvangen als gastspreker om te praten over de toekomst van het beroep. Als aftredend voorzitter bedankte Benoît Vanderstichelen met name vicepremier Kris Peeters en benadrukte hij de cruciale rol die deze speciale genodigde heeft gespeeld en de voortdurende steun die hij heeft getoond bij het tot stand brengen van de fusie van de instellingen. Vicepremier Kris Peeters begon met het feliciteren van de nieuwe voorzitter en het bedanken van de aftredende voorzitter. Hij benadrukte hoe de toekomst, complex geworden door de digitalisering, veranderingen met zich mee zal brengen met uitdagingen voor de boekhoudkundige beroepen. Hij citeerde hiervoor een beroemde Amerikaanse kunstenaar: "Ik denk veel na over de toekomst, want daar zal ik de rest van mijn leven doorbrengen." Kris Peeters wees erop dat de digitalisering tot nu toe niet heeft geleid tot een daling van het aantal banen, integendeel, maar dat er meer proactiviteit en flexibiliteit nodig is, wat niet vanzelfsprekend is in een professionele context. De vicepremier wees erop dat de uitdagingen die de toekomst van het beroep met zich meebrengen de noodzaak van een fusie verklaren. Hiermee moeten de inspanningen worden gebundeld om de boekhoudkundige beroepen voor te bereiden op de toekomst. Een versterkt Instituut met meer specialisaties is een garantie voor de kwaliteit van de dienstverlening van zijn leden. De federale overheid heeft de fusie dankzij de nieuwe wetgeving mogelijk gemaakt. Kris Peeters dringt er echter op aan: het werk is nog lang niet gedaan en om het succes van de fusie te garanderen, moet het 'huis' nog worden gebouwd. Deze taak vereist koninklijke uitvoeringsbesluiten, in het bijzonder een koninklijk besluit met betrekking tot de stage, die aantrekkelijk Accountancy&Tax – nr. 2 / 2019

moet worden gemaakt. Hij verzekerde de Raden van de twee Instituten en de Overgangsraad, die binnenkort wordt opgericht, van zijn steun en die van de overheid. Hij acht het van essentieel belang dat de accountants en de economische beroepen in hun geheel de burgers betrouwbare informatie van de hoogste kwaliteit verschaffen. Kris Peeters bevestigde met klem dat het beroep van accountant en belastingconsulent van groot belang is, en dat het scheppen van vertrouwen en stabiliteit in economische aangelegenheden die accountantsberoepen bieden niet mag worden onderschat. De uitdaging is groot, maar de vicepremier is optimistisch over de soliditeitsgarantie die de bouw – en niet alleen de fundamenten – van het 'huis van de economische beroepen' zal bieden. Aangezien de fusie nog maar in de eerste fase verkeert, maakt iedereen zich zorgen over de toekomst, zowel op Europees als op mondiaal niveau en heeft iedereen veel vragen over de ontwikkeling van het beroep. Onder andere deze: hoe werkt het beroep over 25 jaar? Als antwoord daarop noemde de minister enkele mogelijke ontwikkelingen. De eerste is een dynamische carrière. Volgens een traditioneel schema bestaat het leven uit drie fasen. In een eerste fase is het een kwestie van veel studeren en weinig werken: de studieperiode. In een tweede fase is het juist gebruikelijker om hard te werken en weinig te studeren. Ten slotte, in de derde en laatste fase, de pensioenfase, wordt er weinig gewerkt en weinig gestudeerd. De spreker is ervan overtuigd dat dergelijk schema achterhaald is, omdat het nu noodzakelijk is om te streven naar een duurzaam evenwicht tussen studie en werk, het breken met de routine, wat zal leiden tot voortdurende en meer opleiding. De tweede evolutie doet het onderscheid tussen werkgever

17


Instituut

Algemene vergadering: academisch deel

"Vicepremier Kris Peeters wees erop dat de uitdagingen die de toekomst van het beroep met zich meebrengen de noodzaak van een fusie verklaren. Hiermee moeten de inspanningen worden gebundeld om de boekhoudkundige beroepen voor te bereiden op de toekomst"

en werknemer vervagen. De tijd van de klassieke 'presentaties aan de werkgever' is voorbij. Toekomstige werknemers vragen zich vandaag af welke extra ervaring werkgevers hen kunnen bieden, welke extra kennis ze kunnen opdoen. Een vermindering van de sociale ongelijkheid is een derde mogelijke en wenselijke ontwikkeling. Het is namelijk niet voldoende dat onze samenleving economisch vooruitgaat als deze economische vooruitgang niet gepaard gaat met sociale vooruitgang. Iedereen kan zich in absolute termen verrijken, maar als de sociale ongelijkheid toeneemt, komt de samenleving onder druk te staan. Kris Peeters is betrokken geweest bij het debat over sociale rechtvaardigheid. Op Europees niveau vinden andere debatten plaats, zoals het Cayman-corporatetext-space-debat over de kwestie van een gemeenschappelijke belastinggrondslag voor Europese bedrijven en over mogelijke gemeenschappelijke tarieven in Europa, waarbij sommigen vrezen dat dit debat zal worden geleid door grote landen ten koste van kleine landen. Een ander interessant debat betreft het Europese project DigiTax, dat is ontwikkeld met het oog op het belasten van grote wereldwijde digitale bedrijven. De ontwikkeling van een ethisch kader voor technologische vooruitgang is een andere uitdaging, gezien de problemen die zich in de toekomst onvermijdelijk zullen voordoen bij de ont-

18

wikkeling van kunstmatige intelligentie, die zelfs een soort van consultancy in bedrijven zou kunnen uitoefenen, bijvoorbeeld bij geplande ontslagen. Tot slot vroeg de vicepremier zich af wat het potentieel is van de complexiteit van de blockchain, waar de ontvangen informatie kan worden gevalideerd door alle computers op het netwerk en niet door een centrale instantie. Het zou een kwestie zijn van controleren of alle informatie juist is. Geconfronteerd met beheerders zoals Google, die informatie verzamelen, kan ervoor worden gezorgd dat de informatie over gebruikers hun eigendom is en dat zij deze uiteindelijk kunnen verkopen aan grote internetbedrijven. Kris Peeters sloot zijn toespraak af met een compliment aan de leden van de algemene vergadering voor de belangrijke besluiten die zij hebben genomen, de nieuwe dynamiek die is ontstaan en de verkiezing van een nieuwe voorzitter en hij herhaalde zijn vertrouwen in en zijn hoop voor de toekomst van de economische beroepen. Voorzitter Van Coile bedankte hem hartelijk en vatte de belangrijkste doelstellingen van het nieuwe Instituut samen. Eric Basso


IAB in beeld

Accountancy&Tax – nr. 2 / 2019

Algemene vergadering

19


IAB in beeld

Tijdens deze 33ste editie van de algemene ledenvergadering werden een voorzitter, een ondervoorzitter en twaalf raadsleden verkozen voor een mandaat van 4 jaar. Deze leden vormen bovendien samen met de raadsleden van het BIBF een Overgangsraad van het IBA.

20


Algemene vergadering

Angélique Tibo en Rudi Leys brachten als commissaris verslag uit over de rekeningen van het Instituut.

Met Aurore Mons delle Roche, Stéphanie Lorfèvre, Sindy Maenhout, Gonda Schelfhaut, Nathalie Procureur en Denise Bauwens bestaat de Raad voor de helft uit vrouwen.

Accountancy&Tax – nr. 2 / 2019

21


IAB in beeld

Algemene vergadering

Dit jaar woonden meer dan 1 000 leden de algemene ledenvergadering van het IAB in Brussels Expo bij.

22


UNLOCK THE FUTURE

De online databank voor tax en accountancy

Professionele oplossingen voor fiscalisten en experts

 De snelste updates voor alle fiscale domeinen: onze auteurs verzamelen, becommentariëren en klasseren elke dag opnieuw alle nieuwigheden op het vlak van fiscaliteit.  Gespecialiseerde auteurs en redactieleden: ons team bestaat uit advocaten, fiscaal adviseurs, belastingconsulenten, accountants en academici die samen alle specialiteiten van het fiscaal recht dekken.  (On)uitgegeven rechtspraak, wekelijkse analyses over evoluties op fiscaal vlak, gidsen die u toelaten om u te verdiepen in de fiscaliteit, thematische documentatie opgesteld door experts en zo veel meer.  Diverse professioneel opgestelde modellen, rekentools en cijfers.  Krachtige en gebruiksvriendelijke zoekmotor, inclusief de mogelijkheid om te zoeken via de aangiftes en de tijdlijn in de wetgeving, zodat u verschillende versies kunt vergelijken.  Deelname aan professionele seminaries gegeven door docenten uit de praktijk.

Wilt u meer informatie of een gratis demonstratie? Stuur dan een e-mail naar info@taxwin.be of bel naar 0800 39 067.

VLTXEBPS-1906.ADV-IAB

www.taxwin.be

* Larcier en Indicator zijn merken van Lefebvre Sarrut Belgium nv, Hoogstraat 139 - Bus 6, 1000 Brussel, Btw BE 0436.181.878, RPR Brussel.

De meest uitgebreide, tweetalige databank voor tax en accountancy. TaxWin Expert verzamelt meer dan 80.000 documenten uit alle fiscale materies.


Prikkel klanten en prospects met een website op maat van uw professioneel imago

Versterk uw online aanwezigheid met kwalitatieve, steeds up-to-date redactionele content zonder dat u er zelf tijd aan moet besteden

Integreer eenvoudig eigen informatie van uw kantoor (uw missie, actualiteit, werkaanbiedingen, evenementen, ...)

Bouw klantgerichte nieuwsbrieven op binnen een beheersbaar budgettair kader via een handige backoffice

Larcier en Indicator zijn merken van Lefebvre Sarrut Belgium nv, Hoogstraat 139 - Bus 6, 1000 Brussel, Btw BE 0436.181.878, RPR Brussel.

VOOR MEER INFORMATIE SURF NAAR WEBWIN.BE

VLWEWICW_1906_ADV_IAB

Voor accountants & fiscale kantoren


Deontologie

Beroepsgeheim

Het beroepsgeheim van de accountant en de belastingconsulent Het beroepsgeheim is geen trofee waarmee men pronkt. Het is noch een privilege, noch een voorrecht, maar een last die de gewone discretieplicht overstijgt en de accountant en de belastingconsulent1 kan blootstellen aan de woede van de openbare autoriteiten wanneer ze dit als een hindernis ervaren. Het is een gewetenszaak die de accountant of de belastingconsulent ertoe aanzet te peilen naar het doel van zijn opdracht, verder dan het specifieke belang van de cliënt. Wat is de rechtsgrondslag van het beroepsgeheim? Krachtens artikel 58, al. 4 van de wet van 22 april 1999 betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen (in de toekomst, artikel 120 van de wet van 28 februari 2019 betreffende de beroepen van accountant en belastingadviseur), is artikel 458 van het Strafwetboek van toepassing op externe accountants, externe belastingconsulenten, externe stagiairs en de personen voor wie zij instaan. Artikel 458 van het Strafwetboek bepaalt: "Geneesheren, heelkundigen, officieren van gezondheid, apothekers, vroedvrouwen en alle andere personen die uit hoofde van hun staat of beroep kennis dragen van geheimen die hun zijn toevertrouwd, en deze bekendmaken buiten het geval dat zij geroepen worden om in rechte of voor een parlementaire onderzoekscommissie getuigenis af te leggen en buiten het geval dat de wet hen verplicht die geheimen bekend te maken, worden gestraft met gevangenisstraf van één tot drie jaar en met een geldboete van honderd tot duizend euro of met slechts een van deze straffen." Wat is de reden van bestaan van het beroepsgeheim?2 Het gereglementeerde beroep van accountant en belastingconsulent beantwoordt aan de behoefte van algemeen belang3 dat ondernemingen en belastingplichtigen moeten kunnen genieten van competente en ethische dienstverlening op vlak van boekhoudkundig en fiscaal beheer.4 Door dit beroep aan het beroepsgeheim te onderwerpen Accountancy&Tax – nr. 2 / 2019

is de wetgever van oordeel geweest dat dit algemeen belang rechtvaardigt dat ondernemingen en belastingplichtigen in alle vertrouwen een beroep kunnen doen op een accountant of een belastingconsulent zonder te hoeven vrezen dat de vertrouwelijke elementen, waarvan deze kennis zouden krijgen bij het uitoefenen van hun opdracht, openbaar zouden worden gemaakt.5 Accountants en belastingconsulenten moeten in omstandigheden kunnen werken die hen toelaten hun opdrachten met volledige kennis van zaken uit te voeren. Daarom moeten ze volledig vertrouwen kunnen inboezemen, zodat cliënten zich niet geremd voelen om gevoelige informatie te delen en er zeker van kunnen zijn dat de vertrouwelijkheid van deze informatie zal worden gerespecteerd. Zonder dit vertrouwen zouden cliënten zich ervoor behoeden om bepaalde informatie te melden, uit vrees dat deze onthuld en vervolgens tegen hen gebruikt zou worden. In dergelijke omstandigheden zouden accountants en belastingconsulenten hun professioneel oordeel enkel kunnen baseren op onvolledige of fragmentarische informatie die hen verschaft wordt door hun cliënten. Zonder het beroepsgeheim zouden accountants en belastingconsulenten niet in staat zijn de opdracht die hen wordt toevertrouwd in het algemeen belang uit te voeren. Hieruit vloeit voort dat accountants en externe belastingconsulenten voor het uitvoeren van hun opdracht noodzakelijkerwijs moeten beschikken over informatie van vertrouwelijke aard.

25


Deontologie

"De bescherming van het beroepsgeheim is niet enkel gericht op de stukken die zich in het kantoor van de accountant of van de belastingconsulent bevinden, maar ook meer algemeen beschouwd op elk stuk dat onder het beroepsgeheim valt en dat zich buiten dit kantoor bevindt, bijvoorbeeld bij de cliënt"

Welke personen zijn gehouden tot het beroepsgeheim? Krachtens artikel 58, al. 4 van de wet van 22 april 1999 betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen (in de toekomst, artikelen 2, 3° en 120 van de wet van 28 februari 2019 betreffende de beroepen van accountant en belastingadviseur) is het beroepsgeheim van toepassing op externe accountants en belastingconsulenten, zijnde natuurlijke personen die het beroep uitoefenen in de hoedanigheid van zelfstandige6 alsook rechtspersonen aan wie de hoedanigheid van accountant en/of belastingconsulent is verleend.7 Deze bepaling onderwerpt ook uitdrukkelijk externe stagiairs – met andere woorden zij die hun beroep in de hoedanigheid van zelfstandige uitoefenen8 – aan het beroepsgeheim. Voor het overige verduidelijkt de bepaling dat het beroepsgeheim wordt uitgebreid naar de personen waar externe accountants of belastingconsulenten voor instaan. Deze categorie van personen omvat minstens het personeel onder een arbeidsovereenkomst, alsook de zelfstandige medewerkers.9 Welke activiteiten zijn beschermd door het beroepsgeheim? Het beroepsgeheim geldt alleen voor de professionele activiteiten die hebben gerechtvaardigd dat het beroep van accountant en van belastingconsulent wordt geregeld bij wet.10 Daarbij dient te worden onderstreept dat de wetgever in het kader van de goedkeuring van de wetgeving tot voorkoming van het witwassen van geld11 van oordeel is geweest dat de juridische adviesdiensten die verleend worden door een accountant of een belastingconsulent beschermd zijn door het beroepsgeheim.

26

Welke elementen vallen onder het beroepsgeheim? Het beroepsgeheim heeft betrekking op feiten die van nature geheim zijn of die uitdrukkelijk of stilzwijgend toevertrouwd worden aan de accountant of aan de belastingconsulent.12 De vertrouwelijke of geheime informatie kan door een derde partij anders dan de cliënt ontvangen zijn.13 Niet elk stuk dat zich in het kantoor van de accountant of van de belastingconsulent bevindt bevat noodzakelijkerwijs vertrouwelijke elementen.14 De brieven die gericht worden aan derden of die van derden ontvangen worden (bijvoorbeeld de fiscale administratie) als mandataris van de cliënt vallen niet onder het beroepsgeheim.15 De dagboeken en rekeningen van de cliënt, evenals de bewijsstukken van boekingen vallen niet onder het beroepsgeheim. Het is immers zo dat de cliënt er krachtens de boekhoudwet toe gehouden is deze te bewaren.16 Hetzelfde geldt voor de belastingaangiftes van de cliënt. Het is belangrijk hier aan te geven dat, zelfs al zouden er elementen zijn die niet onder het beroepsgeheim vallen, de accountant of de belastingconsulent een contractuele fout zou begaan17 mocht hij deze meedelen aan derden zonder daartoe het akkoord van de cliënt of de geldige instructie van een autoriteit te hebben ontvangen. De interne nota's of communicaties die opgesteld zijn door de accountant of de belastingconsulent met het oog op het uitvoeren van zijn opdracht hebben een vertrouwelijk karakter. De briefwisseling van de cliënt valt onder het beroepsgeheim wanneer deze vertrouwelijke informatie bevat.18 De bescherming van het beroepsgeheim is niet enkel gericht op de stukken die zich in het kantoor van de accountant of van de belastingconsulent bevinden, maar ook meer


Beroepsgeheim

©iStockphoto.com/jdwfoto

Accountancy&Tax – nr. 2 / 2019

27


Deontologie

Beroepsgeheim ten aanzien van gerechtelijke autoriteiten? Optreden als betrokkene Strafvervolging? e Bewijselementen verliezen vertrouwelijk karakter Burgerrechtelijk? • Contractuele aansprakelijkheid aangevochten e Beroepsgeheim is niet van toepassing • Betwisting erelonen e Beroepsgeheim is niet van toepassing Optreden als getuige Verhoor?

Rechter? Getuigenis onder rechte e Eed e Eigen oordeel van de accountant/belastingconsulent e Beroepsgeheim van toepassing? • Afwegen beroepsgeheim tegenover het algemeen belang (geen strafbare feiten toedekken) • Bij inroeping beroepsgeheim beslist rechter of dit van toepassing is Openbaar Ministerie of politieambtenaar? Geen getuigenis in rechte e Inroepen beroepsgeheim

Schriftelijke verklaringen en overlegging van bewijsstukken? • Onderzoeksrechter? e Gelijkstelling met verhoor onder rechte • Burgerlijke rechter? e Beroepsgeheim blijft van toepassing e rechter weegt beroepsgeheim af tegen het doel • Openbaar Ministerie of politieambtenaar? e Inroepen beroepsgeheim Huiszoeking Onderzoek tegen klant of derde? • Onderzoeksrechter aanwezig? e Inroepen beroepsgeheim e Onderzoeksrechter neemt akte en weegt beroepsgeheim af • Onderzoeksrechter niet aanwezig? e Inroepen beroepsgeheim e Stukken worden in verzegelde enveloppe geplaatst e Onderzoeksrechter weegt later beroepsgeheim af Onderzoek tegen accountant/belastingconsulent zelf? e Beroepsgeheim vervalt Ondernemingen in moeilijkheden? Ondernemingsrechtbank? • Wettelijke verplichting e Beroepsgeheim vervalt

28


Beroepsgeheim

©iStockphoto.com/Sezeryadigar

algemeen beschouwd op elk stuk dat onder het beroepsgeheim valt en dat zich buiten dit kantoor bevindt, bijvoorbeeld bij de cliënt.19 Kan de cliënt verzaken aan de bescherming van het beroepsgeheim? Omdat het beroepsgeheim betrekking heeft op het algemeen belang kan de cliënt er niet vrij over beschikken. De accountant of de belastingconsulent wordt niet ontslaan van het beroepsgeheim wegens het feit dat de cliënt hem zijn akkoord zou hebben gegeven om de geheime of vertrouwelijke elementen te onthullen.20 Niettegenstaande dit akkoord dient de accountant of de belastingconsulent te beoordelen of de vertrouwelijkheid die gepaard gaat met de uitvoering van zijn opdracht niet nog steeds geheimhouding vereist. Geldt het beroepsgeheim in geval van wangedrag van de beroepsbeoefenaar? Het professioneel wangedrag sluit het beroepsgeheim uit.21 Het beroepsgeheim strekt zich niet uit tot feiten die rechtstreeks indruisen tegen de gewettigde doeleinden van het beroep.22 Zo kan bijvoorbeeld de beroepsbeoefenaar die strafrechtelijk heeft meegewerkt aan het bijhouden van valse rekeningen of die de fiscale fraude van zijn cliënt heeft georganiseerd het beroepsgeheim niet inroepen ten aanzien van deze feiten. 23 Welke gevolgen heeft het beroepsgeheim ten aanzien van de gerechtelijke autoriteiten? 1) Wanneer de accountant of de belastingconsulent erbij betrokken is Accountancy&Tax – nr. 2 / 2019

a) Op strafrechtelijk vlak Wanneer een accountant of een belastingconsulent ervan verdacht wordt een misdrijf te hebben gepleegd in de uitoefening van zijn beroep en er een strafvervolging wordt ingesteld, verliezen de stukken die in aanmerking kunnen komen als bewijselement van dat misdrijf het vertrouwelijke karakter.24 b) Op burgerrechtelijk vlak Het beroepsgeheim is niet van toepassing wanneer de accountant of de belastingconsulent zich voor het gerecht moet verdedigen wegens het feit dat zijn contractuele aansprakelijkheid wordt aangevochten of dat zijn erelonen worden betwist.25 Het is immers zo dat bij dit type geschil de accountant of de belastingconsulent het beroepsgeheim niet kan inroepen tegen zijn eigen cliënt om een goede bewijsvoering te verhinderen. Overigens moet de accountant of de belastingconsulent krachtens het hogere belang van het recht op verdediging vrij staan om alle elementen voor te leggen die nuttig zijn voor zijn verdediging. 2) Wanneer de accountant of de belastingconsulent getuige is Indien de accountant of de belastingconsulent binnen het kader van het uitoefenen van zijn opdracht kennis krijgt van een onrechtmatige daad die gepleegd is door zijn cliënt mag hij deze niet vrijwillig aangeven bij de gerechtelijke autoriteiten.26 a) Het verhoor · Door een rechter Het onthullen van elementen die vallen onder het beroepsgeheim kan niet strafrechtelijk worden gesanctioneerd wanneer

29


Deontologie

"De accountant of de belastingconsulent wordt niet ontslaan van het beroepsgeheim wegens het feit dat de cliënt hem zijn akkoord zou hebben gegeven om de geheime of vertrouwelijke elementen te onthullen"

de accountant of de belastingconsulent volgens de bepalingen van artikel 458 van het Strafwetboek opgeroepen wordt om getuigenis in rechte af te leggen. Onder getuigenis in rechte wordt verstaan een verhoor onder ede voor een rechter. Het kan gaan om een onderzoeksrechter of een burgerlijke rechter. De accountant die door de rechter wordt opgeroepen, is ertoe gehouden te verschijnen en de eed af te leggen.27 De accountant of de belastingconsulent beoordeelt zelf of de informatie die door de rechter gevraagd wordt onder het beroepsgeheim valt.28 Wanneer de accountant of de belastingconsulent van oordeel is dat de informatie niet onder het beroepsgeheim valt, maakt hij deze over aan de rechter en kan hij niet strafrechtelijk gestraft worden als gevolg van deze verklaring.29 Wanneer de accountant of de belastingconsulent van oordeel is dat het antwoord op de vraag onder het beroepsgeheim valt, meldt hij dat aan de rechter en vraagt hij dat het wordt opgenomen in het proces-verbaal van het verhoor. Met het oog op de beoordeling van zijn beroepsgeheim moet de accountant of de belastingconsulent die ondervraagd wordt door een onderzoeksrechter in het achterhoofd houden dat het maatschappelijk belang van het bestrijden van strafbare feiten primeert op het specifieke belang van de cliënt.30 Deze hiërarchie van belangen die meespeelt, wordt over het algemeen bepaald door het principe "het beroepsgeheim mag geen strafbare feiten toedekken".31 Het beroepsgeheim kan niet langer worden ingeroepen wanneer dit enkel tot doel heeft de belangen te verdedigen van een confrater die in de zaak betrokken is.32 Het is enkel wanneer de weigering om te praten gerechtvaardigd wordt

30

door het doel van algemeen belang van de opdracht van de accountant of van de belastingconsulent dat het beroepsgeheim bescherming verdient. Daarbij behoren de waarschuwingen aan de cliënt over onrechtmatig gedrag tot het doel van algemeen belang van de opdracht van accountant en belastingconsulent. Deze waarschuwingen kunnen niet gebruikt worden tegen de cliënt, zelfs niet in een strafrechtelijk proces.33 Door het recht op een eerlijk proces zoals bepaald in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (art. 6.1.) heeft een persoon die betrokken is in een gerechtelijke procedure de mogelijkheid om een beroep te doen op een accountant of een belastingconsulent als technisch adviseur.34 Het beroepsgeheim van de accountant of van de belastingconsulent die in dit kader tussenkomt maakt deel uit van het hoger belang. Wanneer de accountant of de belastingconsulent zijn beroepsgeheim inroept, is het de taak van de rechter om te controleren of de weigering om te praten het beroepsgeheim niet van zijn doel afwendt.35 Om deze controle te kunnen uitvoeren, kan de rechter de accountant of de belastingconsulent gelasten hem de informatie36 over te maken die aangevoerd wordt als zijnde geheim.37 De beslissing van de rechter om de toepassing van het beroepsgeheim uit te sluiten en de informatie in het dossier op te nemen, kan onderworpen worden aan de controle van de hogere rechtbanken en dit binnen het kader van het vervolg van de strafrechtelijke procedure of van een beroep. · Door een magistraat van het openbaar ministerie of een politieambtenaar Een verhoor door een magistraat van het openbaar ministerie


Beroepsgeheim

©iStockphoto.com/filmfoto

of door een politieambtenaar is geen getuigenis in rechte in de zin van artikel 458 van het Strafwetboek, zelfs wanneer laatstgenoemde gedelegeerd wordt door de onderzoeksrechter.38 De accountant of de belastingconsulent zal bijgevolg zijn beroepsgeheim schenden wanneer hij in het kader van een dergelijk verhoor geheime of vertrouwelijke informatie meedeelt. Om te vermijden aan dit risico te worden blootgesteld, kan hij weigeren om op de oproeping in te gaan aangezien dit type verhoor niet afdwingbaar is. b) Schriftelijke verklaringen of documenten die worden overgelegd Volgens het Hof van Cassatie39 staat een schriftelijke verklaring gericht aan een rechter op verzoek van laatstgenoemde gelijk aan een getuigenis in rechte in de zin van artikel 458 van het Strafwetboek. Hetzelfde geldt voor het overleggen van documenten die rechtstreeks worden gericht aan een rechter die hierom verzoekt.40 Dat betekent dat voor schriftelijke verklaringen en het overleggen van documenten dezelfde werkwijze van toepassing is als bij een verhoor (zie hierboven). Met andere woorden, er wordt een onderscheid gemaakt naargelang de communicatie gericht wordt aan een rechter enerzijds of aan een magistraat van het openbaar ministerie of een politieambtenaar anderzijds. Zo kan de accountant zich enkel rechtstreeks tot de onderzoeksrechter richten voor kwesties die onder het beroepsgeheim vallen, zelfs wanneer het verzoek van de onderzoeksrechter wordt overgemaakt door tussenkomst van een politieambtenaar. Accountancy&Tax – nr. 2 / 2019

Wanneer het overleggen van documenten gelast wordt door een burgerlijke rechter zal het opnemen van vertrouwelijke of geheime documenten in het dossier van de procedure onregelmatig zijn wanneer dit gebeurt zonder dat de rechter heeft beslist dat het beroepsgeheim van zijn doel wordt afgewend.41 Indien het openbaar ministerie of een politieambtenaar vraagt om documenten over te leggen die niet onder het beroepsgeheim vallen, zoals de dagboeken en rekeningen van de cliënt of de kopie van zijn belastingaangiftes, zou de accountant of de belastingconsulent op dit verzoek kunnen ingaan. In dat geval dient hij zijn cliënt hiervan evenwel in kennis te stellen wanneer zijn opdracht nog steeds loopt. 3) Huiszoekingen bij de accountant of de belastingconsulent Als garantie voor het beroepsgeheim gebeurt een huiszoeking bij een beoefenaar van een vrij beroep in aanwezigheid van een vertegenwoordiger van diens tuchtrechtelijke overheid.42 Deze vertegenwoordiger moet erover waken dat het onderzoek en de eventuele inbeslagname geen betrekking heeft op stukken die onderworpen zijn aan het beroepsgeheim. Hij neemt kennis van de stukken die worden onderzocht of die in beslag worden genomen binnen het kader van de huiszoeking en geeft zijn advies over wat wel en wat niet onder het beroepsgeheim valt.43 Wat accountants betreft, werd dit gebruik opgenomen in de richtlijnen van het College van procureurs-generaal die in 1991 werden goedgekeurd.44 We hebben gezien dat het beroepsgeheim niet van toepassing is wanneer de accountant of de belastingconsulent verdachte is (zie hoger). Zelfs in dat geval is de aanwezigheid van de

31


Deontologie

"Indien de accountant of de belastingconsulent binnen het kader van het uitoefenen van zijn opdracht kennis krijgt van een onrechtmatige daad die gepleegd is door zijn cliënt, mag hij deze niet vrijwillig aangeven bij de gerechtelijke autoriteiten"

vertegenwoordiger van het Instituut van de Accountants en de Belastingconsulenten (IAB) gebruikelijk zodat deze erover kan waken dat de huiszoeking enkel betrekking heeft op elementen die deel uitmaken van het vervolgde strafbare feit.45 De onderzoeksrechter is niet gebonden door het standpunt van de vertegenwoordiger van het IAB en beslist of het document al dan niet onder het beroepsgeheim valt.46 Deze bevoegdheid komt enkel toe aan de onderzoeksrechter, die deze niet kan delegeren aan een politieambtenaar.47 Daaruit vloeit voort dat de kennisname van documenten die als geheim worden bestempeld door een politieambtenaar, zelfs wanneer deze gedelegeerd wordt door de onderzoeksrechter, onderworpen is aan de voorafgaande beslissing van de rechter die de toepassing van het beroepsgeheim moet uitsluiten. Daarom beveelt het College van procureurs-generaal aan dat de onderzoeksrechter zich persoonlijk ter plaatse begeeft in geval van een huiszoeking bij een accountant.48 Wanneer de onderzoeksrechter zich niet ter plaatse begeeft, wil de praktijk dat, in geval van inbeslagname van documenten die als geheim worden bestempeld, deze in een omslag of in een verzegelde doos worden gestopt met de vermelding 'beroepsgeheim'. Deze omslag of doos mag alleen door de onderzoeksrechter persoonlijk worden geopend.49 Tijdens het onderzoek van deze stukken door de onderzoeksrechter in zijn kantoor blijft het gebruikelijk om het niet-bindend advies in te winnen van een vertegenwoordiger van het IAB.50 De beoordeling van het beroepsgeheim door de onderzoeksrechter kan worden gecontroleerd door het onderzoek- en vonnisgerecht.51 De accountant of de belastingconsulent kan de cliënt waarop

32

de onderzoeksmaatregel betrekking heeft verwittigen dat naar aanleiding van een huiszoeking in het strafdossier elementen worden opgenomen waarvan hij van oordeel is dat deze onder het beroepsgeheim vallen. Tijdens het onderzoek kunnen de accountant of de belastingconsulent, evenals de cliënt waarop het onderzoek betrekking heeft, de opheffing van de inbeslagname vragen bij de onderzoeksrechter. Voor de kamer van inbeschuldigingstelling kan een beroep worden ingesteld tegen de beslissing van de onderzoeksrechter met betrekking tot dit verzoek.52 De kwestie van het beroepsgeheim kan ook aangehaald worden tijdens de regeling van de rechtspleging voor het onderzoeksgerecht. 4) Melding aan de ondernemingsrechtbank met het oog op het opsporen van ondernemingen in moeilijkheden Artikel XX.23., § 3 van het Wetboek van economisch recht bepaalt:53 "De externe accountant, de externe erkend boekhouder, de externe erkend boekhouder-fiscalist en de bedrijfsrevisor die in de uitoefening van hun opdracht gewichtige en overeenstemmende feiten vaststellen die de continuïteit van de economische activiteit van de schuldenaar in het gedrang kunnen brengen, lichten deze laatste hiervan schriftelijk op een omstandige wijze in, in voorkomend geval via zijn bestuursorgaan. Indien de schuldenaar binnen een termijn van een maand vanaf die kennisgeving niet de nodige maatregelen treft om de continuïteit van de economische activiteit voor een minimumduur van twaalf maanden te waarborgen, kan de externe accountant, de externe erkend boekhouder, de externe erkend boekhouder-fiscalist of de bedrijfsrevisor de


Beroepsgeheim

"Met het oog op de beoordeling van zijn beroepsgeheim, moet de accountant of de belastingconsulent die ondervraagd wordt door een onderzoeksrechter in het achterhoofd houden dat het maatschappelijk belang van het bestrijden van strafbare feiten primeert op het specifieke belang van de cliënt"

voorzitter van de ondernemingsrechtbank daarvan schriftelijk inlichten. In dat geval is artikel 458 van het Strafwetboek niet van toepassing." Is het beroepsgeheim van toepassing ten aanzien van de Cel voor Financiële Informatieverwerking (CFI)? Artikelen 47 en volgende, alsook artikel 53 van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme bepalen in welke gevallen de externe IAB-leden vermoedens moeten melden aan de CFI.54 Krachtens artikel 57 van deze wet vormt deze meldingsverplichting een wettelijke afwijking op het beroepsgeheim. Het lid geniet niet enkel van een strafrechtelijke immuniteit voor deze aangifte. Er kan hem evenmin burgerlijke of tuchtrechtelijke aansprakelijkheid ten laste worden gelegd. Welke gevolgen heeft het beroepsgeheim ten aanzien van de fiscale administratie? 1) Geen uitzondering op het beroepsgeheim De fiscale administratie beschikt over verstrekkende controlebevoegdheden.55 Sommige van deze bevoegdheden kunnen betrekking hebben op een derde en kunnen bijgevolg rechtstreeks worden uitgeoefend ten aanzien van de accountant of de belastingconsulent van de belastingplichtige.56 Deze controlebevoegdheden brengen evenwel geen enkele uitzondering op het beroepsgeheim met zich mee. Daaruit vloeit voort dat het beroepsgeheim een hindernis vormt voor de kennisname door de fiscale administratie van documenten die onder het beroepsgeheim vallen.

Accountancy&Tax – nr. 2 / 2019

2) Enkele bijzonderheden van het beroepsgeheim ten aanzien van de fiscale administratie Het beroepsgeheim is ook van toepassing wanneer de accountant of de belastingconsulent de cliënt vertegenwoordigt in zijn relaties met de fiscale administratie. Het is immers zo dat deze vertegenwoordiging van de belastingplichtige deel uitmaakt van de opdracht die hem door de wet in het algemeen belang wordt toevertrouwd.57 3) De accountant of de belastingconsulent als belastingplichtige De beroepsbeoefenaar kan zich niet verschuilen achter zijn beroepsgeheim om te ontsnappen aan de fiscale controle.58 Wel moet hij de overgemaakte documenten krachtens zijn beroepsgeheim anoniem maken zodat zijn cliënten niet geïdentificeerd kunnen worden.59 4) De regeling van betwistingen met betrekking tot het beroepsgeheim Op het vlak van inkomstenbelastingen, wanneer de accountant of de belastingconsulent het beroepsgeheim inroept, is de administratie, wanneer ze niet wil zwichten, ertoe gehouden om krachtens artikel 334 van het WIB, de betwisting voor het IAB aanhangig te maken. In zijn beslissing moet het IAB oordelen of, en in welke mate, het verzoek van de administratie verzoenbaar is met het eerbiedigen van het beroepsgeheim. De beslissing van het IAB bindt zowel de fiscale administratie als de accountant of de belastingconsulent.60 Wanneer het IAB het beroepsgeheim bevestigt, moet de

33


Deontologie

©iStockphoto.com/NicoElNino

administratie inbinden en zich tevreden stellen met de elementen die ze tot haar beschikking heeft. Wanneer het IAB van oordeel is dat de elementen niet onder het beroepsgeheim vallen, kan de accountant of de belastingconsulent niet meer weigeren om de documenten of de informatie die door de belastingadministratie gevraagd is over te maken.61 Op het vlak van de btw bestaat er geen enkele wettelijke verplichting voor de administratie om de kwestie van het beroepsgeheim door het IAB te laten beslechten. Bijgevolg, wanneer er naar aanleiding van een btw-controle over het beroepsgeheim een betwisting blijft bestaan tussen de administratie en de accountant of de belastingconsulent, is het de taak van de rechter om hierover een beslissing te nemen. Is het beroepsgeheim van toepassing ten aanzien van het IAB? Het Hof van Cassatie is van oordeel dat het beroepsgeheim niet mag bestaan ten aanzien van de tuchtrechtelijke autoriteiten, in het geval van accountants en belastingconsulenten is dat met name het IAB. Deze rechtspraak is ingegeven door de volgende motieven:62 · De beoefenaar van een vrij beroep is gehouden tot een oprechtheids- en loyaliteitsplicht ten aanzien van zijn tuchtoverheid.63 · De tuchtoverheid is zelf gehouden tot het beroepsgeheim.64 Tot slot dient hieraan te worden toegevoegd dat de tuchtrechtelijke procedure niet gericht is op de cliënt waarvan de ver-

34

trouwelijke mededelingen nu net beschermd wordt door het beroepsgeheim van de accountant en van de belastingconsulent. Is het beroepsgeheim van toepassing ten aanzien van de curator van de cliënt? De bedrijfsleider van een onderneming die failliet is verklaard verliest zijn beheer- en vertegenwoordigingsbevoegdheid, die overgenomen wordt door de curator die aangesteld is door de ondernemingsrechtbank.65 Wel handelt de curator in het belang van de schuldeisers. In die hoedanigheid kan hij zich keren tegen de gefailleerde of zijn bedrijfsleider. Ook kan hij bepaalde feiten meedelen aan de gerechtelijke autoriteiten. Hieruit kan worden afgeleid dat de elementen die onder het beroepsgeheim vallen, niet kunnen worden overgemaakt aan de curator van de cliënt. Conclusie In onderhavige bijdrage worden de algemene regels uiteengezet. Het is de taak van de accountants en de belastingconsulenten die geconfronteerd worden met kwesties die betrekking hebben op het beroepsgeheim, om deze in eer en geweten en ten aanzien van het doel van hun opdracht geval per geval te beoordelen. Charles Bayart Juridische dienst IAB


Beroepsgeheim

1

Op 1 juni 2019 traden slechts de bepalingen betreffende de Overgangsraad uit de wet van 17 maart 2019 betreffende de beroepen van accountant en belastingadviseur in werking. Alle andere bepalingen, bijvoorbeeld rond het

BRECHTS, "Beroepsgeheim in de sfeer van de onderneming", T. Strafr. 2004,

gebruik van de titels, treden pas in werking zodra een uitvoeringsbesluit is

p. 105, n° 73; L. HUYBRECHTS, "Gebruik en misbruik van het beroepsgeheim,

gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. 2

B. VANDERSTICHELEN en B. VAN COILE, "La nature confidentielle des avis émis par les experts-comptables et les conseils fiscaux", A&T 2015/1, p. 39

3 4

de l'administration fiscale", in Liber Amicorum R. Krockaert. L'expertise comp-

19 Concl. advocaat-generaal D. VANDERMEERSCH, Cass. 2 november 2011,

table en pleine évolution, IAB, 1998, p. 21 en 32.

P.10.1692.F; F. LUGENTZ, "Les perquisitions en matière économique et finan-

Ondere andere het belang van een goede en billijke inning van de belastin-

cière", Strafr. ond. 2009/3, p. 227; T. Afschrift, "Le secret professionnel de

gen: Kamer, 25 februari 2019, Verslag, 54/3522/3, p. 7.

l'expert-comptable à l'égard de l'administration fiscale", in Liber Amicorum R.

Wetsontwerp, Kamer, zitting 1982-1983, 552/1, p. 3 en 39; Rapport, Kamer,

Krockaert. L'expertise comptable en pleine évolution, IAB, 1998, p. 30, nr. 24;

en 9.; Kamer, 25 februari 2019, 54/3522/3, p. 5 tot 8. dat er een gradatie bestaat in de grondslag van het beroepsgeheim van de

table externe", in L'expert-comptable et l'autorité judiciaire collaborent dans

advocaat en van de geneesheer enerzijds en die van het beroepsgeheim van

le cadre de la lutte contre la criminalité financière organisée, IAB, 1996, p. 16;

de accountant en de belastingconsulent anderzijds. Volgens het Arbitragehof

L. HUYBRECHTS, "Gebruik en misbruik van het beroepsgeheim, inzonder-

de advocaat en die van de privacy in zijn meest intieme vorm voor de arts. Artikelen 35 en 39 van de wet van 22 april 1999 betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen.

P. LAMBERT, "Auditions", in Postal Mémorialis. Lexique du droit pénal et des lois spéciales, Kluwer, 2001, p. 77. 23 Zie T. LITANNIE, "Le contrôle fiscal et la protection du contribuable", in Les

Artikelen 36 en 40 van de wet van 22 april 1999 betreffende de boekhoud-

pouvoirs d'investigation du fisc et les délais d'imposition, Anthemis, 2006, p. 171; L. HUYBRECHTS, "Gebruik en misbruik van het beroepsgeheim, inzon-

Artikel 5, § 3 van de wet van 22 april 1999 betreffende de boekhoudkundige Kamer, zitting 1983-84, Rapport, 552/35, p. 71.

10 F. BLOCKX, "Het beroepsgeheim. Een stand van zaken", in De uitholling

derheid door revisoren, accountants en advocaten", RDC 1995, 678. 24 Cass. 29 november 2016, P.15.0704.N.; Cass. 24 april 2012, P.12.0064.N.; Cass. 22 december 1992, Pas. 1992, p. 1402. 25 Luik, 17 september 2007, JLMB 2008, p. 236; Bergen, 16 januari 2007,

van het beroepsgeheim?, 2018, Larcier, CABG, p. 31.; B. ALLERMEERSCH,

2004/RG/1071, www.jure.juridat.just.fgov.be; Gent, 30 april 2003, TWVR

"Het toepassingsgebied van art. 458 strafwetboek. Over het succes van het

2004, 131; Gent, 21 januari 2000, TWVR 2000, 146; T. LITANNI, "Le contrôle

beroepsgeheim en het geheim van dat succes", R.W. 2003-2004, p. 5 en 6,

fiscal et la protection du contribuable", in Les pouvoirs d'investigation du fisc

n° 18; De opsomming van de activiteiten van de accountant in artikel 34 van de wet van 22 april 1999 betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroe11

heid door revisoren, accountants en advocaten", RDC 1995, 668. 22 L. KENNES, "Manuel de la preuve en matière pénale", Kluwer, 2009, p. 373;

kundige en fiscale beroepen. en fiscale beroepen. 9

I, p. 248. 21 L. HUYBRECHTS, "Perquisition et saisie dans les bureaux d'un expert-comp-

gere belangen te waarborgen, namelijk die van het recht op verdediging voor

8

Comm. Brussel, 28 december 2007, R.W. 2008-09, 204. 20 Cass. 23 september 1986, Pas. 1987, I, p. 89; Cass. 30 oktober 1978, Pas. 1979,

In een arrest van 27 maart 1996 (96/26) heeft het Arbitragehof geoordeeld

dient het beroepsgeheim van de advocaat en van de geneesheer ook om ho-

7

van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens. 18 Brussel (KI) 25 juni 2001, J.T. 2001, 735.

1999, 1923-1924/1, p. 2; Kamer, 6 februari 2019, Wetsvoorstel, 54/3522/1, p. 4

6

inzonderheid door revisoren, accountants en advocaten", RDC 1995, 668. 17 Zie ook de Europese Verordening nr. 2016/679 betreffende de bescherming

e.v.; T. AFSCHRIFT, "Le secret professionnel de l'expert-comptable à l'égard

zitting 1983-1984, Verslag, 552/35, p. 6; Wetsontwerp, Kamer, zitting 1998-

5

2001, 735. 16 Art. III.82 en volgende van het Wetboek van economisch recht; L. HUY-

et les délais d'imposition, Anthemis, 2006, p. 174. 26 J. NYPELS, "Commentaire des exposés des motifs, des rapports faits à la

pen is niet limitatief: Kamer, zitting 1982-83, Wetsontwerp, 552/1, p. 42.

Chambre des représentants et au Sénat et des discussions du projet aux

Artikel 53 van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen

deux chambres", in Législation criminelle de la Belgique. Commentaire et

van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten; Kamer, 6 juli 2017, Wetsontwerp 54/2566/001, p. 168 en 169.; Kamer, 13 mei 2009, Wetsontwerp, 1988/001, p. 17 en 57; Kamer, 13 juli 2009, Rapport, 1988/004, p. 21; Senaat, 2 december 2009, Rapport, 1412/4, p. 20, 21 en 22.

complément du Code pénal, Bruylant, 1868, p. 397. 27 Artikel 926 van het Gerechtelijk Wetboek; H. BOSLY, D. VANDERMEERSCH en M. BEERNAERT, Droit de la procédure pénale, La Charte, 2008, p. 716. 28 Artikel 929 van het Gerechtelijk Wetboek; Cass. 23 september 1986, Pas.

12 Cass. 30 oktober 1978, Pas. 1979, I, p. 248.

1987, p. 89; Cass. 15 mei 1985, Pas., 1985, I, p. 1147; H. BOSLY, D. VANDER-

13 Cass. 22 februari 2011, P.10.1386.N.

MEERSCH en M. BEERNAERT, Droit de la procédure pénale, La Charte,

14 Concl. advocaat-generaal D. VANDERMEERSCH, Cass. 2 november 2011, P.10.1692.F. 15 Cass. 12 december 1985, Pas. 1986, I, p. 462; Brussel (KI) 25 juni 2001, J.T.

Accountancy&Tax – nr. 2 / 2019

2008, p. 730. 29 Cass. 12 april 1976, Pas. 1976, I, 901. 30 J. NYPELS, "Commentaire des exposés des motifs, des rapports faits à la

35


Deontologie

Chambre des représentants et au Sénat et des discussions du projet aux deux chambres", in Législation criminelle de la Belgique. Commentaire et complément du Code pénal, Bruylant, 1868, p. 397.

Beroepsgeheim

18 mei 2006, D.05.0015.N. 47 Brussel, (KI) 25 juni 2001, J.T. 2001, 735; Corr. 29 maart 2001, J.T. 2001, 617; Concl. advocaat-generaal D. Vandermeersch, Cass. 2 november 2011,

31 Cass. 23 juni 1958, Pas. 1958, I, 1180; Corr. Brussel, 29 maart 2001, J.T. 2001, 617.

P.10.1692.F; Richtlijnen van het College van procureurs-generaal: www.

32 Cass. 29 oktober 1991, Pas. 1992, p. 162.

iec-iab.be/fr/services/ethique/Documents/Lettre-du-procureur-general-De-

33 T. AFSCHRIFT, "Le secret professionnel de l'expert-comptable à l'égard de

manet-Secret-professionnel.pdf; F. LUGENTZ, "Les perquisitions en matière

l'administration fiscale", in Liber Amicorum R. Krockaert. L'expertise comptable en pleine évolution, IAB, 1998, p. 32, n° 29; Voor zover de accountant en de belastingconsulent niet had deelgenomen aan zijn onrechtmatigheden. 34 C.A., 26 oktober 2005, nr. 160/2005; Cass. 17 september 2018, S.17.0034.F;

économique et financière", Strafr. ond. 2009/3, p. 229, nr. 77. 48 Zie de website van het IAB: www.iec-iab.be/fr/services/ethique/Documents/ Lettre-du-procureur-general-Demanet-Secret-professionnel.pdf. 49 P. WATERINCKX, "Risico's voor ondernemingen verbonden aan het opspo-

Cass. 5 mei 2006, C.03.0068.F.; Arbeidswetboek 8 septembre 2014, Chron.

rings- en gerechtelijk onderzoek", in Strafrecht in de onderneming, 2004,

D.S. 2016/1, 26; Arbeidswetboek 12 september 2011, JTT 2012, p. 126; zie ook

Intersentia, p. 455; S. FOLIE en E. VANDERSTAPPEN, "L'étendue du secret

art. 728, § 2bis van het Gerechtelijk Wetboek.

professionnel du réviseur d'entreprises notamment en cas de perquisition",

35 Cass. 29 oktober 1991, Pas. 1992, p. 162; Cass. 23 september 1986, Pas. 1987, p. 89; Cass. 30 oktober 1978, Pas. 1979, p. 248. 36 Omdat het risico bestaat dat het beroepsgeheim wordt geschonden, dient

IRE, 2015, p. 19, nr. 77, www.ibr-ire.be/nl/DocumetsMailings/francais-versiondefinitive-web.pdf. 50 Zie de website van het IAB: www.iec-iab.be/fr/services/ethique/Documents/

de burgerlijke rechter erover te waken dat deze voorafgaande communica-

Lettre-du-procureur-general-Demanet-Secret-professionnel.pdf.

tie in de raadkamer geschiedt, met andere woorden zonder dat de partijen

51 Cass. 2 november 2011, P.10.1692.F; Cass. 9 juni 2004, P040424F.

aanwezig zijn. Het is pas wanneer de rechter beslist dat het beroepsgeheim

52 Art. 61quater van het Wetboek van Strafvordering.

van zijn doel wordt afgewend dat hij de informatie kan onderwerpen aan de

53 Zie de aanbeveling van het IAB voor de toepassing van deze bepaling: www.

tegenspraak van de debatten. 37 Cass. 19 december 1994, R.W. 1995-1996, 1207. 38 A. MASSET en E. JACQUES, "Secret professionnel", in Postal Mémorialis. Lexique du droit pénal et des lois spéciales, Kluwer, 2016, p. 798; A. DE NAUW en F. KUTY, "La violation du secret professionnel", in Manuel de droit pénal, Kluwer, 2014, p. 633; H. BOSLY, D. VANDERMEERSCH en M. BEERNAERT, Droit de la procédure pénale, La Charte, 2008, p. 716 en 729 ; L. HUYBRECHTS, "Beroepsgeheim in de sfeer van de onderneming", T. Strafr. 2004, p. 97, n° 46.

ibr-ire.be/nl/regelgeving/normen_en_aanbevelingen/aanbevelingen/Documents/Aanbeveling-WCO-NL-DEF-signed.pdf. 54 Deze bijdrage is niet bedoeld om de omstandigheden van deze aangifte te bestuderen. 55 Artikelen 315 en volgende van het Wetboek van de inkomstenbelastingen; artikel 60 en volgende van het Wetboek btw. 56 Artikelen 322 en volgende van het WIB, alsook 61, § 1 en 62, § 1 van het Wetboek btw. 57 Artikel 38, 3 van de wet van 22 april 1999 betreffende de boekhoudkundige

39 Cass., 12 april 1976, Pas. 1976, I, p. 901; Cass., 15 mei 1985, Pas. 1985, I, 1147.

en fiscale beroepen (in de toekomst, artikelen 3, 11° en 6, 3° van de wet van

40 Cass. 18 mei 1972, Pas., 1972, p. 861; Cass. 30 oktober 1978, Pas. 1979,

28 februari 2019 betreffende de beroepen van accountant en belastingadvi-

p. 248; Brussel, 14 maart 2007, Rev. Dr. Santé 2008-2009, po. 304; H. BOSLY, D. VANDERMEERSCH en M. BEERNAERT, Droit de la procédure pénale, La Charte, 2017, p. 735. 41 D. MOUGENOT, "Le charme discret des « petites » mesures d'instruction", RDJP, 2007, p. 247 e.v. 42 H. BOSLY, D. VANDERMEERSCH en M. BEERNAERT, Droit de la procédure pénale, La Charte, 2017, p. 735 en 737. 43 Cass. 24 avril 2012, P.12.0064.N; Cass., 18 mei 2006, D.05.0015.N.; Cass. 24 mei 2005, P.05.0431.N. 44 Zie de website van het IAB: www.iec-iab.be/fr/services/ethique/Documents/ Lettre-du-procureur-general-Demanet-Secret-professionnel.pdf. 45 Cass. 29 novembre 2016, P.15.0704.N.; H. BOSLY, D. VANDERMEERSCH en M. BEERNAERT, Droit de la procédure pénale, La Charte, 2017, p. 737 en 738; F. LUGENTZ, "Les perquisitions en matière économique et financière", Strafr. ond. 2009/3, p. 226. 46 Cass. 24 april 2012, P.12.0064.N; Cass. 2 november 2011, P.10.1692.F; Cass.

36

seur). 58 Cass. 17 juni 1969, Pas. I, 1969, 960; Brussel, 1 juni 2011, Cour. Fisc. 2011/13, p. 405. 59 Bergen, 1 april 2016, Cour. Fisc. 2016/11, 659; Brussel, 24 mei 2012, FJF 2014, p. 21; Gent 15 juni 2010, TFR 2010, p. 905. 60 Cass. 19 oktober 2012, F.11.0063.N; Brussel, 4 oktober 2012, RGCF 2013, 111.; Brussel, 1 juni 2011, Cour. Fisc. 2011/13, p. 405. 61 Com. Adm. art. 334 WIB, 334/8. 62 Cass. 15 december 1994, JT 1995, p. 47; Cass. 12 mei 1977, Pas. 1977, I, 928; Cass. 3 juni 1976, Pas. 1976, I, 1070. 63 Onder voorbehoud van toepassing van het recht op verdediging. 64 Art. 58, al. 5 van de wet van 22 april 1999 betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen (in de toekomst, artikel 120, al. 2 van de wet van 28 februari 2019 betreffende de beroepen van accountant en belastingadviseur). 65 Artikels XX.110 en XX.132 van het Wetboek van economisch recht.


DE gebruiksvriendelijkste software voor de berekening, optimalisatie en aangifte van belastingen.

Met Sofisk wordt een belastingaangifte zoveel gemakkelijker:

Auto Optimalisatie: talrijke hulpprogramma’s om de aangifte te optimaliseren en zo nog meer geld te besparen Auto Aangifte: met één druk op de knop stuurt Sofisk de aangifte door naar Biztax en Tax-on-web

Nog meer voordelen... Auto Dossier: de aangifte van vorige jaren onmiddellijk bij de hand Auto Update: wetswijzigingen en andere aanpassingen worden onmiddellijk doorgevoerd Calculator: handige hulpschermen om snel een berekening te maken Verschillende inputmogelijkheden: direct via codes, via het aangifteformulier of via diverse fiches Simulator: simuleer en bewaar een onbeperkt aantal varianten van een aangifte Klantvriendelijke printversie: beknopte of uitgebreide versie in vier talen Gratis helpdesk: inhoudelijke of technische vragen, onze helpdesk is er voor u

Sofisk PLUS

€ 975,00

Larcier en Indicator zijn merken van Lefebvre Sarrut Belgium nv, Hoogstraat 139 - Bus 6, 1000 Brussel, Btw BE 0436.181.878, RPR Brussel.

Auto Controle: alle controles van de FOD Financiën gebeuren automatisch

demoversie te ontvangen, Voor meer inlichtingen of om een 0800 39 067 contacteer onze klantendienst op

www.sofisk.be VLSOFIPS-1906.ADV-IAB


Vakliteratuur

Recht in beweging. 25ste VRG-Alumnidag 2018 Redactie: VRG-Alumni Gompel & Svacina, 2018. 454 p.

De uitholling van het beroepsgeheim? F. Blockx, V. Dooms, B. Dejemeppe (Cahiers Antwerpen Brussel Gent) Larcier, 2018. 124 p.

De wet van 18 juni 2018 tot hervorming van de mede-eigendom K. Meert, T. van Stiphout Kluwer, 2019. 790 p.

Op de VRG-Alumnidag staan de recente ontwikkelingen op het stuk van recht steevast op de agenda. Dit boek bevat de tekst van 19 voordrachten van de 25ste VRG-Alumnidag, die op 27 april 2018 werd georganiseerd.

In deze Cahier wordt bekeken hoe de figuur 'beroepsgeheim' er vandaag uitziet en hoe de practicus ermee moet omgaan. De auteurs focussen elk vanuit hun specialiteit op de actuele vraagstukken en bieden visies vanuit de magistratuur, de medische wereld en de advocatuur.

Bij wet van 18 juni 2018 heeft de wetgever de relevante bepalingen van het Burgerlijk Wetboek inzake mede-eigendom (art. 577-2 e.v.) gewijzigd, aangevuld en genuanceerd om zo de problemen uit de praktijk aan te pakken.

U vindt in dit boek onder meer volgende onderwerpen: · Verkoop van onroerend goed via digitale weg (W. Vandenbussche) · De vzw herboren als onderneming (S. De Dier en M. Wyckaert) · Het toepassingsgebied van insolventieprocedures in Boek XX: focus op het nieuwe ondernemingsbegrip en de maatschap (J. Vananroye en R. Verheyden) · GDPR: Privacy / Data Protection 1 – Bedrijven 0 (A. Focquet) · Het aankomend nieuw verbintenissenrecht (S. Stijns) · De impact van het nieuwe erfrecht op de overdracht van het familiebedrijf (E. Vanthorre) De volledige inhoudstafel en inleiding kunnen bekeken worden op de website van Gompel & Svacina. Prijs: € 57,00 Bestellen: gompel-svacina.eu, rubriek 'Boeken'

38

Inhoud: · Hoofdstuk I. Kan de uit de miskenning van het beroepsgeheim verkregen informatie als bewijs worden gebruikt in een strafrechtelijke procedure? (P. Hoet) · Hoofdstuk II. Het beroepsgeheim Een stand van zaken (F. Blockx) · Hoofdstuk III. Beroepsgeheim en tuchtrecht (J. Van Malleghem) · Hoofdstuk IV. Beroepsgeheim in de medische sector (T. Goffin, B. Dejemeppe) · Hoofdstuk V. Raakvlakken tussen privacy en beroepsgeheim (V. Dooms) Prijs: € 60,00 Bestellen: www.larcier.com/nl

In dit boek wordt elk gewijzigd artikel uitgebreid besproken: · Wat waren de problemen onder de voorgaande wet van 2 juni 2010 die aanleiding hebben gegeven tot de doorgevoerde wetswijzigingen? · Hoe poogt de wetgever hieraan tegemoet te komen? · Wat zijn de concrete gevolgen van de wijzigingen? Pluspunten: · Uitgebreide commentaar bij de wijzigingen. · Artikelsgewijze bespreking. · Nuttige bijlagen: parlementaire documenten en gecoördineerde wetteksten. Prijs: € 131,97 Bestellen: shop.wolterskluwer.be


Oneerlijke handelspraktijken en bedingen in contracten tussen ondernemingen S. De Pourcq Intersentia, 2019. 778 p. Ook ondernemingen kunnen in hun contractuele verhouding met andere ondernemingen worden geconfronteerd met oneerlijke handelspraktijken en oneerlijke bedingen. Op het eerste gezicht lijkt het verbod op oneerlijke handelspraktijken tussen ondernemingen in artikel VI.104 WER hiervoor een oplossing te bieden. De buitencontractuele kwalificatie van die bepaling en de bijbehorende vordering tot staking verhindert echter dat die bepaling in de contractuele B2Bverhouding wordt toegepast. In dit boek wordt die buitencontractuele kwalificatie aan een kritische analyse onderworpen. Ook het potentiële nut van het gemeen recht zoals het verbod op rechtsmisbruik en het mededingingsrecht wordt onderzocht. Het boek biedt ook een heldere kijk op de manier waarop deze materie in Frankrijk en Duitsland wordt benaderd en bespreekt een belangrijke gedragscode uit het Verenigd Koninkrijk. Tot slot formuleert de auteur een concreet voorstel voor een aangepaste wetgeving, waarbij ook ruimte wordt gelaten voor gedragscodes. Prijs: € 125,00 Bestellen: intersentia.be/nl

Accountancy&Tax – nr. 2 / 2019

De verlaagde btw-tarieven in de bouwsector T. Lamparelli Kluwer, 2019. 250 p. De btw-tarieven die van toepassing zijn in de bouwsector vormen een bijzonder uitgebreide en complexe tak van deze materie en wijzigen bovendien voortdurend. Het toenemende aantal wettelijke en administratieve regelgevingen inzake btw, alsook de bijzonder uitgebreide Belgische en Europese rechtspraak, maken de opdracht van ondernemers en hun belastingadviseurs allesbehalve eenvoudig. Dit boek brengt op een duidelijke, praktische en gedetailleerde manier het geheel van de specifieke en bijzonder talrijke btw-bepalingen voor de aankoop en de bouw van onroerende goederen bij elkaar. U vindt er alle geüpdatete informatie ter zake overzichtelijk terug en dat bespaart u het tijdrovende opzoekingswerk in de uiteenlopende bronnen. Bovendien wordt het opzoeken van het btw-tarief voor een specifiek werk in onroerende staat kinderspel door de gedetailleerde trefwoordenlijst.

Misbruik binnen de onderneming A. Van de Vijver, R. Smet (ed.) Intersentia, 2018. 192 p. Dit unieke boek benadert het begrip 'misbruik binnen de onderneming' vanuit verschillende rechtstakken. Het rechtsdomeinoverschrijdende karakter maakt deze analyse uitermate interessant. ·

·

·

· ·

Prijs: € 90,11 Bestellen: shop.wolterskluwer.be

Vennootschapsrechtelijk: R. Houben gaat in op het misbruik binnen de onderneming door aandeelhouders en/of bestuurders, waarbij frequente toepassingsgevallen worden geanalyseerd met aandacht voor de sanctionering van het misbruik Arbeidsrechtelijk: D. Cuypers bespreekt uitgebreid de Antigoonrechtspraak en de problematiek van klokkenluiders A. Van de Vijver en R. Smet gaan dieper in op de rol van de 'doelstellingen van de wetgever' bij de toepassing van de fiscale algemene antimisbruikbepaling van artikel 344, § 1 WIB 1992 J. Blockx benadert het misbruik binnen de onderneming vanuit een mededingingsrechtelijke hoek I. Van de Plas gaat in op de mogelijkheden tot misbruik van de Belgische Pandwet

Prijs: € 70,00 Bestellen: intersentia.be/nl

39


WILT U OOK BIJDRAGEN TOT EEN KWALITEITSVOLLE TOEKOMST VOOR HET BEROEP? WENST U IDEEËN EN BEST PRACTICES ROND KANTOORORGANISATIE UIT TE WISSELEN MET CONFRATERS?

HET IAB BREIDT DE BESTAANDE GROEP ZEER GEMOTIVEERDE TOETSERS NOG UIT.

IAB ZOEKT TOETSERS STEL U KANDIDAAT EN BOUW MEE AAN EEN STERK BEROEP! ALS TOETSER 1. Kunt u samen met uw confraters ideeën uitwisselen om de kwalitatieve dienstverlening aan de kmo’s, de zelfstandigen en de vrije beroepen naar een hoger niveau te tillen.

2. Draagt u de principes van het Instituut uit om uw confraters te begeleiden in hun beroepsuitoefening. Dankzij uw ervaring reikt u hen de juiste tools aan voor een sterkere organisatie en een professionele omgeving.

3. Investeert u in de toekomst van het beroep. U bent er dan ook van overtuigd dat de toetsing het best onder de begeleiding van het Instituut gebeurt.

Hebt u interesse of wenst u meer informatie? Neem dan contact op met Fabienne Cleymans f.cleymans@iec-iab.be. Neem gerust ook de modaliteiten door! Surf naar onze website (rubriek ‘Kwaliteitstoetsing) of scan de QR-code in.

Er waren drie redenen waarom ik toetser wou worden: • Ik wou de kwaliteit van onze beroepsuitoefening van morgen bevorderen; • Ik wou ook ten dienste staan van mijn confraters; en • Ik wou iets terugdoen voor dit fantastische beroep waar ik heel wat plezier aan heb beleefd.

Jacques Drèze, Managing Partner bij RSM Belgium Accountant-belastingconsulent, toetser van 2013-2016. Sinds 2016 lid van de Commissie Kwaliteitstoetsing

Institut des Experts-comptables et des Conseils fiscaux Instituut van de Accountants en de Belastingconsulenten Bâtiment Renaissance Renaissance Building

De ervaring leert me: goede kwaliteit = happy client = happy me. Onze kwaliteit kunnen we steeds verbeteren, maar mijn reeds gedane kennis delen met de confraters, was voor mij dé aanzet tot mijn kandidaatstelling.

Kris Vanhinsbergh, Partner bij Tax Consult Accountant-belastingconsulent, toetser sinds 2013

Boulevard Emile Jacqmainlaan 135/2 - 1000 Bruxelles - Brussel Tél. + 32 (0)2 543 74 90 Fax + 32 (0)2 543 74 91 E-mail info@iec-iab.be

Profile for Larcier Business

Accountancy & Tax nr. 2/2019  

Accountancy & Tax nr. 2/2019  

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded