__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1

Accountancy &Tax

Tijdschrift van het Instituut van de Accountants en de Belastingconsulenten Nr. 1 / 2019 – www.iec-iab.be

AFGIFTEKANTOOR: GENT X / P608443 - IEC-IAB / E. JACQMAINLAAN 135/2 - BE-1000 BRUSSEL — DRIEMAANDELIJKS TIJDSCHRIFT VAN HET IAB JANUARI, FEBRUARI, MAART 2019

Naar een controlenorm op maat van kmo's

©iStockphoto.com/Pinkypills


Inhoud

Colofon

4. Actu@IAB Stéphane De Bremaeker

Accountancy & Tax Driemaandelijks tijdschrift van het IAB Nr. 1 / 2019

6.

Administratie en redactie IAB, Emile Jacqmainlaan 135/2, 1000 Brussel Tel.: +32 2 543 74 90 / Fax: +32 2 543 74 91 E-mail: info@iec-iab.be

Wet betreffende de beroepen van accountant en belastingadviseur definitief goedgekeurd door het federaal parlement Bart Van Coile en Benoît Vanderstichelen

8. De weg naar een gemeenschappelijke controlenorm voor kmo's Tom Kloeck 14. Meer flexibiliteit dankzij het mobiliteitsbudget Matthias Vandamme en Bart Lombaerts 21. Na de opmars van de digitale facturatie wordt 2019 het jaar van de revolutie Unified by Invoicing 23. PSD2 is een zegen voor het gedigitaliseerde facturatieproces Unified Post 24. Kan een individuele vennoot zijn onderzoeks- en controlebevoegdheden uitoefenen met het oog op de waardering van de aandelen? Charles Bayart 27. Is uw onderneming brexit-proof? Koenraad De Bie, Chris Peeters en Lode Agache

31. Uitbreiding van de fiscale bemiddelingsdienst Liesbeth Vermeire en Philippe Vanclooster 34. Vakliteratuur

Redactiecoördinator Stéphane De Bremaeker E-mail: s.debremaeker@iec-iab.be Redactiecomité L. Boonen, S. De Bremaeker, C. Bayart, N. Hormans, T. Kloeck, E. Steghers, B. Van Coile, B. Vanderstichelen Uitgever ELS Belgium/Larcier Business - U kunt ons bereiken op 0800 39 067 of via professional@larcier.com en www.larcier.com © ELS Belgium, Hoogstraat 139, Loft 6, B-1000 Brussel Verantwoordelijke uitgever B. Vanderstichelen, Emile Jacqmainlaan 135/2, 1000 Brussel Fotografie iStockphoto, IAB Mededeling voor de lezer De auteurs, het redactiecomité en de uitgever streven naar de betrouwbaarheid van de gepubliceerde informatie, waarvoor ze echter niet aansprakelijk kunnen worden gesteld. De opinieartikelen vertegenwoordigen de inzichten en mening van auteurs en dus niet noodzakelijk die van het Instituut of van het redactiecomité. Instituut van de Accountants en de Belastingconsulenten (IAB) Opgericht bij wetten van 21 februari 1985 en 22 april 1999 Uitvoerend comité Voorzitter: B. Vanderstichelen Ondervoorzitter: B. Van Coile Secretaris-penningmeester: J. De Coster Secretaris: J.-L. Kilesse Leden: H. Vandelanotte en V. Delvaux Raad Voorzitter: B. Vanderstichelen Ondervoorzitter: B. Van Coile Leden: D. Bauwens, J.-M. Behaghel, R. Declerck, J. De Coster, V. Delvaux, S. Maenhout, A. Mons delle Roche, J.-L. Kilesse, F. Schelfhaut, P. Vanclooster, H. Vandelanotte Algemeen bestuur E. Steghers ISSN 1375 9876

2


Editoriaal

Bart Van Coile & Benoît Vanderstichelen

Enkele belangrijke veranderingen op til

Het eerste trimester van 2019 werd stevig ingezet met enkele belangrijke veranderingen. Niet alleen zitten we bij het schrijven van dit editoriaal in een afrondende fase van het fusieproject tussen het IAB en het BIBF (pagina 6), we werkten achter de schermen ook aan de zogenaamde kmo-norm. Na lang overleg, zowel met onze collega's van het IBR, met de Hoge Raad voor de Economische Beroepen en met de minister van Economie Kris Peeters, zijn we uiteindelijk tot een consensus gekomen over de nieuwe kmo-norm. Op pagina 8 leest u in detail en in welke context we die norm hebben ingevoerd. In een latere uitgave van Accountancy & Tax zullen we dieper ingaan op de praktische uitvoering van de norm. Mobiliteitsbudget Een tijd geleden heeft de regering een cash-for-carregeling ingevoerd waardoor bedrijfswagens konden worden ingeruild tegen een mobiliteitsvergoeding. Omdat de voorwaarden streng waren, sloeg de regeling niet zo goed aan bij de bedrijven. Dus werd de mobiliteitsvergoeding bijgestuurd en deed het mobiliteitsbudget zijn intrede. Welke zijn de voorwaarden en de (para)fiscale voordelen? Wat zijn de valkuilen? Op pagina 14 nemen we beide regelingen kort onder de loep. Mogelijke (fiscale) gevolgen van een brexit? Eind maart is het zover. Dan zal het Verenigd Koninkrijk officieel uit de Europese Unie stappen. De vraag is hoe het verder moet nu het Verenigd Koninkrijk niet meer tot de eenheidsmarkt behoort. Welke fiscale en economische gevolgen heeft de brexit met andere woorden voor ondernemingen die handel drijven in het Verenigd Koninkrijk? We maken een analyse op, rekening houdend met een deal-scenario en een no-deal-scenario. U leest het op pagina 27. Fiscale bemiddelingsdienst krijgt nieuwe opdrachten De rol van de fiscale bemiddelingsdienst, een onafhankelijk departement binnen de fiscale administratie van de FOD Financiën, werd eind december 2018 flink uitgebreid. BovenAccountancy&Tax – nr. 1 / 2019

dien zijn enkele procedureregels herwerkt. Accountancy & Tax onderzocht waarvoor u voortaan bij deze dienst terechtkan en in welke mate de procedures gewijzigd zijn. U leest er alles over op pagina 31. Wat is de invloed van PSD2 op de digitale facturatie? PSD staat voor de Payment Service Directive, een Europese richtlijn die toelaat dat niet-banken voortaan ook kunnen deelnemen aan het betaalverkeer. Dat heeft als gevolg dat banken steeds meer geïnteresseerd raken in het primaire document dat nodig is voor de betaling: de factuur. Aan de andere kant staan de economische beroepen die het facturatieproces volledig kunnen beheren van A tot Z, van factuur tot betaling. Het IAB-facturatieplatform Unified by Invoicing kan een brug zijn om deze hele cyclus te ontsluiten. In twee korte artikels op pagina 21 en 23 lichten we kort het belang en de gevolgen van PSD2 toe. Kan de onderzoeksbevoegdheid van een vennoot gebruikt worden voor de waardering van een aandeel? In het vorige nummer van Accountancy & Tax schetste meester Valérie Simonart de context waarin artikel 166 van het Wetboek van vennootschappen, met name de onderzoeks- en controlebevoegdheid van een vennoot wanneer geen commissaris is aangeduid, kan worden toegepast. Tezelfdertijd wees ze op de nodige waakzaamheid die bij de toepassing van dat artikel door een accountant aan de dag moet worden gelegd. De bijdrage op pagina 24 kwam naar aanleiding van een individuele beslissing van de Raad van het IAB in een dossier waarin artikel 166 (artikel 3:101 van het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen) werd gebruikt in het kader van een waardering van een aandeel. Veel leesplezier, Bart Van Coile – Ondervoorzitter Benoît Vanderstichelen – Voorzitter

3


Actu@IAB

Actu@IAB

IAB-voordrachten stagiairs voortaan te volgen via webinar Jaarlijks organiseert de Stagecommissie een tiental voordrachten voor de stagiairs, waarvan een aantal verplicht moeten worden gevolgd. Vanaf dit jaar kunnen enkele voordrachten worden gevolgd via webinar. Stagiairs kunnen deze voordrachten dus volgen vanop afstand, bijvoorbeeld van thuis uit, of op een later tijdstip (her)bekijken. Dat laatste is interessant ter voorbereiding op de examens. Daarnaast introduceert het IAB Bizquiz, een mobiele applicatie waarmee stagiairs hun parate kennis kunnen testen onder de vorm van een quiz. De vragen worden gelinkt aan artikels uit Accountancy & Tax, het wekelijkse e-zine, Pacioli, de IAB-voordrachten en de dagelijkse actualiteit. Beide tools zijn ontwikkeld om de stagiairs beter bij te staan in de voorbereiding van hun examens en hen tezelfdertijd een betere work-lifebalance te helpen vinden. UBO-register: hou de termijn in het achterhoofd De FOD Financiën heeft de langverwachte module voor het mandatenbeheer in het UBO-register op 17 januari gelanceerd. De ontwikkeling van de mandatenmodule liep enige vertraging op, wat de minister van Financiën Alexander De Croo ertoe noopte om de termijn, vastgelegd bij KB van 31 oktober 2018, te verlengen tot 30 september 2019.

4

Algemene vergadering: 27 april 2019 Op zaterdag 27 april 2019 organiseert het IAB zijn jaarlijkse algemene vergadering. Opgelet: anders dan de voorbije twee jaren gaat deze dit jaar door in Auditorium 2000 van Brussels Expo. Dit jaar eindigt het mandaat van de huidige voorzitter, de ondervoorzitter en de raadsleden. Daarnaast benoemt de algemene vergadering twee commissarissen. Wie zich kandidaat wil stellen voor een mandaat kan zijn kandidatuur per aangetekende brief richten tot de voorzitter van het IAB, E. Jacqmainlaan 135/2, 1000 Brussel. Overeenkomstig de wetgeving dienen de kandidaturen ten laatste 30 dagen voor aanvang van de algemene vergadering te worden ingediend. Welke type mailings wilt u graag ontvangen? Het Instituut heeft bij zijn oprichting enkele opdrachten toegewezen gekregen van de wetgever, onder andere het bijhouden van de ledenlijsten en het informeren van zijn leden. Daartoe heeft het Instituut bepaalde gegevens nodig van zijn leden. Bijvoorbeeld de naam, de voornaam en de adres- en contactgegevens. Om aan de verplichte informatieverstrekking te voldoen, maakt het Instituut gebruik van een heel arsenaal aan communicatietools. Het e-zine – dat u wekelijks ontvangt – is daar een voorbeeld van, maar we sturen u ook berichten (bijvoorbeeld


Stéphane De Bremaeker

©FOD Financiën

©iStockphoto.com/shutter_m ©FOD Financiën

in het kader van de IAB-sessies, de permanente vorming, de aanpassingen rond uw statuut of wanneer een belastingtermijn is uitgesteld enzovoort). Voor dit type berichten hebben we uw e-mailadres nodig. Daarom is het belangrijk dat het IAB over het meest recente e-mailadres beschikt. Daarnaast kan het voorvallen dat het Instituut gevraagd wordt om het e-mailadres van de leden door te geven in het kader van een partnership. In overeenstemming met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (GDPR) is het Instituut voortaan verplicht om de leden expliciet om hun toestemming te vragen. Vanaf nu kunt u via het informatie- en uitwisselingsplatform (IUP) zelf kiezen of uw gegevens al dan niet mogen verschijnen op bepaalde mailinglijsten. Meer info op blog.be.accountants/ nl/article/welke-type-mailings-wilt-u-graag-ontvangen/4414. Ontwerp antiwitwasreglement Na de goedkeuring van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten hebben het Instituut van de Accountants en de Belastingconsulenten (IAB), het Instituut van de Bedrijfsrevisoren (IBR) en het Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders-Fiscalisten (BIBF) een nieuw gemeenschappelijk reglement opgesteld (ontwerp van WG/FT-reglement). Dit ontwerp, een resultaat van het overleg tussen de drie Accountancy&Tax – nr. 1 / 2019

Instituten, werd op 13 december 2018 voorgelegd aan de Hoge Raad voor de Economische Beroepen (HREB). Het nieuwe antiwitwasreglement treedt pas in werking na goedkeuring door de HREB (die drie maanden tijd heeft om zijn standpunt te geven). Het ontwerp kunt u raadplegen via deze link: www.iec-iab. be/nl/instituut/wettelijke-opdracht/Documents/ReglementWG-FT-met-de-waarde-van-een-norm.pdf. Kwaliteitstoetsing in cijfers In 2018 heeft het IAB 862 toetsingen uitgevoerd. Er werden 849 periodieke toetsingen uitgevoerd en 13 vervolgtoetsingen. Daarnaast werden 44 dossiers afgehandeld van leden bij wie niet langer een kwaliteitstoetsing hoeft te worden uitgevoerd omdat hun statuut is gewijzigd. Er werden geen thematische toetsingen of incidententoetsingen uitgevoerd. Verder heeft de Raad van het IAB 598 definitieve eindoordelen uitgesproken. Van de getoetsten behaalde 74 % een positief eindoordeel, 26 % moet een verbeterplan uitvoeren, gevolgd door een vervolgtoetsing (afgeronde percentages). In absolute cijfers vertaalt zich dat als volgt: · Positief eindoordeel: 230 · Positief eindoordeel met aanbevelingen: 206 · Negatief eindoordeel met verbeterplan: 161 · Negatief eindoordeel met doorverwijzing naar tucht: 1

5


Instituut

Wet betreffende de beroepen van accountant en belastingadviseur definitief goedgekeurd door het federaal parlement Op 28 februari 2019 heeft het federaal parlement tijdens haar plenaire zitting het wetsvoorstel betreffende de beroepen van accountant en belastingadviseur goedgekeurd. Binnen de beroepswereld is dit beter bekend als het wetsvoorstel dat de fusie organiseert tussen het Beroepsinstituut van erkende Boekhouders en Fiscalisten (BIBF) en het Instituut van de Accountants en de Belastingconsulenten (IAB). Het nieuwe instituut wordt het IBA, 'het Instituut van de Belastingadviseurs en de Accountants', en zal 12 000 leden en 3 000 stagiairs vertegenwoordigen. Het wetsvoorstel is het resultaat van een intense samenwerking tussen beide Instituten en hun bevoegde voogdijministers, vicepremier Kris Peeters en minister Denis Ducarme. Hun initiële wetsontwerp werd begin dit jaar overgenomen door het parlement. De krachtlijnen van de nieuwe wet zijn als volgt: · Het eenheidsinstituut IBA zal een uniek aanspreekpunt zijn voor ondernemers, studenten, beroepsbeoefenaars, socioeconomische partners, het onderwijs en de overheid. · De wet beoogt, via een unieke toegang tot het beroep, de beroepsbeoefenaars van de toekomst op een kwaliteitsvolle manier voor te bereiden en op te leiden zodat ze optimaal kunnen tegemoetkomen aan de noden van ondernemingen en de oprukkende digitalisering. · Elke beroepsbeoefenaar behoudt zijn bevoegdheden. · De huidige erkende boekhouders(-fiscalisten) van het BIBF zullen de beroepstitel krijgen van '(fiscaal) accountant', de huidige accountants van het IAB worden 'gecertificeerd (fiscaal) accountant' en de huidige belastingconsulenten zullen de nieuwe beroepstitel van 'gecertificeerd belastingadviseur' dragen. · Vanaf de inwerkingtreding van de wet zullen de nieuwe stagiairs een uniek stageparcours volgen tot het bekomen van de beroepstitels van hetzij 'gecertificeerd accountant', hetzij 'gecertificeerd belastingadviseur'. · Diegene die zijn stage reeds aanving binnen een van de

6

·

·

bestaande Instituten kan deze beëindigen volgens de oude regelgeving. Bepaalde proeven worden georganiseerd waardoor de '(fiscaal) accountants', vandaag erkende boekhouders(-fiscalisten), de beroepstitels en bijhorende opdrachten kunnen verwerven van een 'gecertificeerd accountant' of 'gecertificeerd belastingadviseur'. Dat gebeurt op vrijwillige basis. De nodige garanties werden opgenomen in de wet dat de ledenbijdragen, behoudens indexatie, niet zullen verhogen.

Kris Peeters, vicepremier: "Accountants en belastingadviseurs nemen een belangrijke plaats in het economische leven in. Met de fusie van het Instituut van de Accountants en de Belastingconsulenten (IAB) en het Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders en Fiscalisten (BIBF) moderniseren we de beroepen. We zorgen voor een vlottere toegang tot het beroep, terwijl we een hoog niveau van professionalisering bewaren. Ook voor ondernemingen is de modernisering een goede zaak. Het zal voor hen duidelijker worden welke taken een accountant of belastingadviseur wettelijk gezien kan uitoefenen. Ze zullen die kwalificaties bovendien in een openbaar register kunnen nagaan." Denis Ducarme, minister van KMO's: "De beoefenaars van een cijferberoep zijn bijzonder belangrijk voor onze ondernemingen. Met name onze zelfstandigen en onze kmo's rekenen op hun analyse om de meest oordeelkundige keuzes te kunnen maken. Deze fusie, die besproken werd met de sector, werd al bijna 15 jaar verwacht! Zij zal bijdragen aan de modernisering


IBA Het parlement heeft het wetsvoorstel betreffende de beroepen van accountant en belastingadviseurs met overgrote meerderheid goedgekeurd.

iStockphoto.com/Dmytro_Ledbacker

van de verschillende betrokken beroepen en tegelijkertijd hun respectieve taken voor de ondernemingen verduidelijken." Mirjam Vermaut, voorzitter BIBF: "De toekomst is aan de jongeren. Ik ben er dan ook van overtuigd dat we hen door deze unieke toegang verder kunnen motiveren om voor dit mooie beroep te kiezen." Benoît Vanderstichelen, voorzitter IAB: "We zullen in partnership met de onderwijswereld de opleidingsprogramma's nog beter afstemmen op de noden van de beroepspraktijk van onze kantoren." Vanaf de inwerkingtreding van de wet zal de overgangsraad, paritair samengesteld uit vertegenwoordigers van beide fuserende Instituten, gedurende vier jaar alles in het werk stellen om de fusie in de praktijk om te zetten en dit in het belang van alle leden, stagiairs en ondernemers. Voor de toekomst hopen beide voorzitters, Benoît Vanderstichelen (IAB) en Mirjam Vermaut (BIBF), dat dit initiatief uitgebreid kan worden naar het Instituut van de Bedrijfsrevisoren (IBR). Het IAB en het BIBF wensen tot slot iedereen te bedanken die meegewerkt heeft om dit project tot een goed einde te brengen, met name de bevoegde ministers, vicepremier Kris Peeters en minister Denis Ducarme, hun kabinetten alsook de overheidsdienst FOD Economie en de parlementsleden van de verschillende politieke partijen die hieraan hun steun verleenden. Over het nieuwe Instituut: het IBA, Instituut van de Belastingadviseurs en de Accountants De wet vertrouwt een aantal taken toe aan het nieuwe InstiAccountancy&Tax – nr. 1 / 2019

tuut. De voornaamste zijn het verdedigen van de rechten en belangen van de beroepsbeoefenaars, het organiseren van de toegang tot het beroep, het beheer van het publieke register en het garanderen van de kwaliteit van de diensten voor de ondernemingen (onafhankelijkheid, integriteit, permanente vorming ...). Het IBA zal ongeveer 15 000 leden (natuurlijke personen) vertegenwoordigen, waarvan 3 000 stagiairs. Samen met het personeel in de kantoren zijn meer dan 30 000 mensen tewerkgesteld in de sector. Allemaal samen staan ze ten dienste van de ondernemingen en in het bijzonder de kmo's, die 99 % van alle ondernemingen in België uitmaken. Het goedgekeurde wetsvoorstel is bij het schrijven van dit artikel nog niet gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad, maar kan wel worden geraadpleegd op de website van de Kamer. Het wetsontwerp kan worden gescand aan de hand van deze QR-code.

Bart Van Coile – Ondervoorzitter IAB Benoît Vanderstichelen – Voorzitter IAB

7


Normgeving

De weg naar een gemeenschappelijke controlenorm voor kmo's De door de Hoge Raad voor de Economische Beroepen (HREB) goedgekeurde1 gemeenschappelijke norm met betrekking tot de contractuele controle van kmo's en kleine (i)vzw's en stichtingen en de tussen het IAB en het IBR gedeelde wettelijk voorbehouden opdrachten bij kmo's en kleine (i)vzw's en stichtingen2 (gemeenschappelijke controlenorm3) kent een lange voorgeschiedenis. Deze ontstaansgeschiedenis speelt zich zowel op Belgisch, Europees als internationaal niveau af. De noodzaak van een gemeenschappelijke controlenorm In de eerste plaats moet worden vastgesteld dat de algemene controlenorm van 30 september 19914 totaal verouderd is en vandaag onvoldoende begeleiding biedt voor de beroepsbeoefenaar. Daarnaast bestaan er, behalve enkele bijzondere normen5, geen gemeenschappelijke algemene normen, ondanks het feit dat accountants en bedrijfsrevisoren tal van opdrachten met elkaar delen. Daardoor is er dus geen normatief level playing field. In dat verband had de keuze kunnen vallen op de ISA's – de internationale controlestandaarden – die sinds 2014 in België van toepassing zijn op alle wettelijke controles van de jaarrekening. Waarom werd er niet gekozen voor deze standaarden, maar wel voor het schrijven van een geheel nieuwe norm?

tionale controlestandaarden zoals de ISA's slechts kan goedkeuren indien zij aan alle voorwaarden uit artikel 26, 3 van de auditrichtlijn voldoen. Reeds in 2009 werd door de universiteit van Duisburg-Essen een eerste onderzoek verricht naar de toepasselijkheid van de ISA's binnen de EU.6 De ISA's kunnen niet en bloc worden aangenomen, maar dienen elk afzonderlijk te worden aangenomen. Dat is noodzakelijk omdat iedere ISA enerzijds een kosten-batenanalyse en anderzijds de kwaliteitstest, die is bepaald in artikel 26, 3 van de auditrichtlijn, moet doorstaan7. Op Europees vlak verricht het Committee of European Auditing Oversight Bodies (CEAOB)8 een technisch onderzoek naar de ISA's, waaronder ook de aannameprocedure ervan. Daarvoor heeft de CEAOB ook een 'International auditing standards sub-group' opgericht9.

De auditrichtlijn en de International Standards on Auditing (ISA's) Op Europees niveau begint het debat met richtlijn 2006/43/EG van 17 mei 2006 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, tot wijziging van de richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad en houdende intrekking van richtlijn 84/253/EEG van de Raad (auditrichtlijn), zoals gewijzigd door richtlijn 2014/56/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014. Zowel de oorspronkelijke als de actuele versie van de auditrichtlijn voorziet erin dat de Europese Commissie interna-

ISA's voor kmo's? Een voortdurend internationaal debat Naast de vraag of de ISA's van toepassing zijn in de EU voor de wettelijke controle van de jaarrekening, stelde zich het probleem of de ISA's ook toegepast dienen te worden bij kmo's10 die niet onderworpen zijn aan de wettelijke controle van de jaarrekening en die dus geen commissaris benoemen, maar wel een vrijwillige controle op contractuele basis laten uitvoeren. Daarover zijn de meningen internationaal, Europees en ook in België verdeeld. De huidige versie van de ISA's zijn ontwikkeld volgens een top-downbenadering, op maat van beursgenoteerde ondernemingen of organisaties van open-

8


Gemeenschappelijke controlenorm

©iStockphoto.com/guvendemir

baar belang. Om de ISA's toe te passen op kmo's, worden deze vandaag zogenaamd vereenvoudigd door carve-outs, kmo-packs, guidelines, FAQ's, technische nota's en andere om tegemoet te komen aan de behoeften van kmo's. Het IAB en diverse andere instituten of organisaties zijn echter gewonnen voor een bottom-upbenadering, waarbij wordt uitgegaan van basisvereisten voor micro-entiteiten en kleine entiteiten en waarboven telkens lagen van bijkomende vereisten worden toegevoegd, rekening houdend met de aard van grote ondernemingen, beursgenoteerde ondernemingen en organisaties van openbaar belang. In juni 2015 presenteerde de Nordic Federation of Public Accountants (NRF11) een 'Exposure Draft of the Nordic Standard for Audits of Small Entities' (SASE)12. Het doel van deze SASE was om een alternatieve norm te ontwikkelen, gebaseerd op de ISA's, voor het uitvoeren van audits bij kmo's. De SASE draait de werkwijze van de ISA's om. Bij de ISA's dient de accountant telkens bij elke ISA na te gaan of deze al dan niet van toepassing is op de kmo in kwestie en dient hij, naast de ISA's zelf, ook nog honderden pagina's guidance te lezen om de ISA's op een kmo te kunnen toepassen. Paradoxaal genoeg moet een accountant voor de toepassing van de ISA's op een kmo meer over de ISA's lezen dan wanneer hij deze zou moeten toepassen op een grote entiteit13. De SASE werd ontwikkeld om de accountant dat werk te besparen. Het heeft de ambitie om de kernprincipes en elementen uit de ISA's die op Accountancy&Tax – nr. 1 / 2019

elke kmo van toepassing zijn in één enkele norm op te nemen, zodat de accountant enkel deze norm dient te gebruiken bij het uitvoeren van een audit bij een kmo, in plaats van de ISA's in zijn geheel met de bijkomende guidance te moeten onderzoeken. De ontwikkeling van een aparte norm werd door de 'International Auditing and Assurance Standards Board' (IAASB) van IFAC niet positief onthaald. Zij gaven in een brief van 19 oktober 2015 de voorkeur aan een enkel normenkader dat op alle entiteiten, ongeacht hun omvang, van toepassing is.14 Op 26 en 27 januari 2017 vond in Parijs een 'Working conference SMP/SME' plaats die georganiseerd werd door de IAASB om over deze problematiek te debatteren. Hier werden, naast de SASE, ook nog diverse andere alternatieve vormen van assuranceopdrachten voorgesteld, zoals de Deense 'extended review' en de Franse 'presentation engagement'.15 Op 4 november 2017 heeft de voorzitter van het IAB op een congres van FIDEF16 een presentatie gegeven, waarbij hij het standpunt van het IAB verdedigde dat, gezien de onaangepastheid van de ISA's aan kmo's, er een noodzaak is om alternatieve normen te overwegen.17 Op 9 november 2017 lanceerde de Monitoring Group zijn paper, waarbij het een oproep deed om opmerkingen over te maken over de hervorming van de opmaakprocedure van normen door de IAASB.18 Zowel Accountancy Europe19, EFAA 20,21 als het IAB22 hebben, naast vele anderen23,24,25 opmerkingen gemaakt, waarbij zij benadrukten dat deze hervorming ervoor

9


Normgeving

©iStockphoto.com/FlamingoImages

moet zorgen dat normen zoals de ISA's niet enkel focussen op beursgenoteerde ondernemingen of organisaties van openbaar belang en dat, om dit te verzekeren, tijdens de opmaakprocedure ook de kmo's en de kleine accountantskantoren actief betrokken moeten worden. Accountancy Europe26 verspreidde over de problematiek van de toepassing van de ISA's bij een audit van een kmo in april 2018 een discussienota27 die geleid heeft tot een event op 30 mei 2018 waar de verschillende punten uit deze nota besproken werden28 en waar gestemd werd over verschillende alternatieven29. De uitslag van deze stemming is tekenend.30 Zo vindt 76 % dat de ISA's te veeleisende documentatievereisten bevatten, 62 % ondervindt moeilijkheden om de omvang van de benodigde werkzaamheden in te schatten, 49 % vindt dat er onvoldoende rekening wordt gehouden met de kmoomgeving, 46 % heeft moeilijkheden om te bepalen of vereisten in de gegeven omstandigheden al dan niet toepasselijk zijn en 55 % van de ondervraagden is onzeker of ze de overwegingen met betrekking tot de kmo's in de ISA's nuttig vindt. Wanneer gevraagd wordt welke oplossingen zij voorstellen voor deze problemen, antwoordde 61 % dat de ISA's herzien moeten worden volgens een think-small-firstbenadering en 46 % was voorstander van een aparte norm voor kmo's. De Belgische situatie Dit internationale debat kent ook zijn Belgische vertaling, waar-

10

bij het IAB en het IBR verschillende standpunten innemen.31 Het IAB heeft in het kader van de openbare raadplegingen over het ontwerp van norm tot wijziging van de norm van 10 november 2009 inzake de toepassing van de ISA's in België32 en het ontwerp van bijkomende norm (herzien in 2018) bij de in België van toepassing zijnde internationale auditstandaarden33, telkens zijn standpunt uiteengezet waarom de ISA's niet verplicht van toepassing kunnen worden verklaard op de met accountants gedeelde opdrachten van de bedrijfsrevisor, die niet tot commissaris is benoemd. Om tot een oplossing te komen voor deze problematiek, richtte het IAB samen met het IBR op aangeven van de viceeersteminister en minister van Economie Kris Peeters een werkgroep op die tot doel had om een ontwerp van gemeenschappelijke controlenorm met betrekking tot de kmo's op te stellen.34 Dit gemeenschappelijk ontwerp werd eind vorig jaar goedgekeurd door de HREB. Daarnaast werden door de HREB ook de ontwerpen van het IBR van norm tot wijziging van de ISA-norm35 en van bijkomende norm36 goedgekeurd. De drie ontwerpen werden conform de wetgeving voor de bedrijfsrevisoren37 door de vice-eersteminister en minister van Economie Kris Peeters op 26 februari 2019 ondertekend. Deze ontwerpen hebben de kracht van een effectieve norm verkregen door hun publicatie in het Belgisch Staatsblad van 12 maart 2019.


Gemeenschappelijke controlenorm

"De gemeenschappelijke controlenorm heeft de ambitie om de kernprincipes en elementen uit de ISA's die op elke kmo van toepassing zijn in één enkele norm op te nemen, zodat de accountant enkel deze norm dient te gebruiken bij het uitvoeren van een audit bij een kmo, in plaats van de ISA's in zijn geheel met de bijkomende guidance te moeten onderzoeken"

Toepassingsgebied van de gemeenschappelijke norm Deze norm is van toepassing op de externe accountants en op de bedrijfsrevisoren. Hij is van toepassing op de contractuele controle- en beoordelingsopdrachten, zijnde assuranceopdrachten die als doel hebben een bepaalde mate van zekerheid te verschaffen over de betrouwbaarheid van historische financiële informatie zoals financiële overzichten of de jaarrekening én op alle aan de accountants en bedrijfsrevisoren gedeelde wettelijk voorbehouden opdrachten, behoudens indien er een commissaris is, voor zover er voor de uitvoering van deze opdrachten geen bijzondere norm bestaat of ingeval de erop van toepassing zijnde bijzondere norm op dat punt stilzwijgend is. Deze norm is niet van toepassing op opdrachten die door of krachtens een in België van toepassing zijnde wet- of regelgeving aan de commissaris of uitsluitend aan een bedrijfsrevisor of een accountant, worden toevertrouwd. Deze norm is evenmin van toepassing op andere informatie dan historische financiële informatie. Structuur van de gemeenschappelijke norm De norm bevat enkele algemene delen die op elke opdracht die onder de draagwijdte van de norm valt van toepassing zijn, zoals de inleiding met het toepassingsgebied (hoofdstuk 1), gemeenschappelijke principes (hoofdstuk 2) en definities (bijlage 1). Wanneer een extern accountant een assuranceopdracht Accountancy&Tax – nr. 1 / 2019

met een redelijke mate van zekerheid wil uitvoeren, dient hij bovenop de algemeen van toepassing zijnde delen ook rekening te houden met: · bijlage 5 waarin op termijn alle opdrachten zullen zijn opgenomen die een redelijke mate van zekerheid bevatten; · hoofdstuk 3 dat betrekking heeft op de controle van historische financiële informatie (redelijke mate van zekerheid); · bijlage 2 dat een schematisch overzicht bevat van de wijze van inspelen op de risico's; · bijlage 3 dat een voorbeeldverslag bevat. Wanneer een extern accountant een assuranceopdracht met een beperkte mate van zekerheid wil uitvoeren, dient hij bovenop de algemeen van toepassing zijnde delen ook rekening te houden met: · bijlage 6 waarin op termijn alle opdrachten zullen zijn opgenomen die een beperkte mate van zekerheid bevatten; · hoofdstuk 4 dat betrekking heeft op de beoordeling van historische financiële informatie (beperkte mate van zekerheid); · bijlage 4 dat een voorbeeldverslag bevat. De lijsten opgenomen in bijlagen 5 en 6 zullen jaarlijks in onderling overleg worden geactualiseerd door het IAB en het IBR en voor advies worden voorgelegd aan de HREB.

11


Normgeving

"Paradoxaal genoeg moet een accountant voor de toepassing van de ISA's op een kmo meer over de ISA's lezen dan wanneer hij deze zou moeten toepassen op een grote entiteit. De gemeenschappelijke controlenorm werd ontwikkeld om de accountant dit werk te besparen"

Praktische toepassing van de gemeenschappelijke controlenorm voor kmo's In een volgend nummer van Accountancy & Tax zal een artikel verschijnen over de toepassing in de praktijk van deze gemeenschappelijke controlenorm voor kmo's. Dit zal geen theoretisch artikel worden vanuit een strikt juridisch perspectief, maar wel vanuit het oogpunt van de accountant die de norm moet toepassen bij het uitvoeren van een assuranceopdracht met een redelijke of beperkte mate van zekerheid. De bedoeling van dergelijk artikel is dus om u richtlijnen te verschaffen voor de uitoefening van deze opdrachten. Indien u intussen vragen zou hebben over de praktische toepassing van deze norm, kunt u contact opnemen met de studiedienst van het IAB.

1

Blog IAB 21 december 2018: Gunstig advies van HREB over gemeenschappelijke controlenorm IAB-IBR.

2

Tekst op de website van het IAB van het ontwerp van norm met betrekking tot de contractuele controle van kmo's en kleine (i)vzw's en stichtingen en de gedeelde wettelijk voorbehouden opdrachten bij kmo's en kleine (i)vzw's en stichtingen.

3 Blog IAB 9 januari 2019: Gemeenschappelijke controlenorm IAB-IBR. 4 Algemene controlenorm IAB. 5

Omzetting; Fusie en splitsing; Ontbinding.

6 Rapport van Prof. Dr. Annette G. Köhler van de universiteit van DuisburgEssen van 12 juni 2009 'Evaluation of the possible adoption of international standards on auditing (ISA's) in the EU': Summary; Report; Appendix. 7

H. VAN DAMME, "Common auditing standards in Europe", Tax, Audit & Accountancy nr. 25, november 2010, 5.

8 CEAOB work programme 2019. 9

CEAOB International auditing standards sub-group: Work plan 2019.

10 Wat een kmo is, hangt af van de gehanteerde auditdrempels conform artikel 3 van richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en van de Raad van

Alle bronnen die de auteur citeert, kunnen online worden geraadpleegd via deze QR-code.

26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/ EEG van de Raad (boekhoudrichtlijn). Deze verschillen in de diverse lidstaten. 11

Tom Kloeck Bedrijfsjurist op de IAB-studiedienst

12

NRF website.

12 Exposure Draft of the Nordic Standard for Audits of Small Entities. 13 Bij de audit van een grote entiteit, dient de accountant enkel rekening te


Gemeenschappelijke controlenorm

©iStockphoto.com/Drazen

houden met deel 1, deel 2 en deel 3 van het 'Handbook of International

27 Simplifying auditing standards for small or non-complex entities.

Quality Control, Auditing, Review, Other Assurance, and Related Services

28 Presentatie event Simplifying auditing standards for small or non-complex

Pronouncements' (1 767 pagina's), terwijl hij voor een audit van een kmo daarbovenop ook nog eens deel 1 en deel 2 van de 'Guide to Using International Standards on Auditing in the Audits of Small- and Medium-Sized Entities' (526 pagina's) moet toepassen. 14 Commentaar IAASB op SASE. 15 IAASB samenvatting van de working conference van 26 en 27 januari 2017. 16 Fédération Internationale des Experts Comptables et Commissaires aux Comptes Francophones; FIDEF telt 48 instituten uit 37 landen en vertegenwoordigt 100 000 beroepsbeoefenaars. 17 Audit of SME's: Between opportunity and necessity. 18 Strengthening the Governance and Oversight of the International Auditrelated Standard-setting Boards in the Public Interest. 19 Commentaar Accountancy Europe op paper Monitoring Group. 20 European Federation of Accountants and Auditors for small and medium-

entities. 29 Highlights event Symplifying auditing standard for small or non-complex entities. 30 Simplifying Audit: A call for action. 31 Voor de standpunten van het IBR m.b.t. de ISA's, zie de websites van het IBR en van het ICCI. 32 Opmerkingen IAB van 25 januari 2018 op het ontwerp van norm tot wijziging van de norm van 10 november 2009 inzake de toepassing van de ISA's in België. 33 Opmerkingen IAB van 2 maart 2018 op het ontwerp van bijkomende norm (herzien in 2018) bij de in België van toepassing zijnde internationale auditstandaarden (ISA's) - Het commissarisverslag in het kader van een wettelijke controle van de (geconsolideerde) jaarrekening en andere aspecten met betrekking tot de opdracht van de commissaris.

sized enterprises; EFAA telt 17 instituten uit 11 landen en vertegenwoordigt

34 Blog IAB 23 maart 2018: Controlenorm met betrekking tot kmo's.

320 000 beroepsbeoefenaars.

35 Goedkeuring HREB herziene ISA-norm.

21 Commentaar EFAA op paper Monitoring Group.

36 Goedkeuring HREB bijkomende norm.

22 Commentaar IAB op paper Monitoring Group.

37 Wet van 7 december 2016 tot organisatie van het beroep van en het publiek

23 Overzicht 179 commentaren.

toezicht op de bedrijfsrevisoren.

24 Samenvatting opmerkingen door Gibson-Dunn. 25 Samenvatting opmerkingen door Monitoring Group. 26 De vroegere Federation of European Accountants (FEE); Accountancy Europe telt 51 instituten uit 36 landen en vertegenwoordigt 1 000 000 beroepsbeoefenaars.

Accountancy&Tax – nr. 1 / 2019

13


Sociaal

Meer flexibiliteit dankzij het mobiliteitsbudget Sinds 1 januari 2018 hebben werknemers de mogelijkheid om hun bedrijfswagen in te ruilen voor de mobiliteitsvergoeding, in de volksmond ook wel de 'cash-for-car' genoemd. Door de beperkte populariteit van deze maatregel (ingevoerd bij wet van 30 maart 2018) is er op 21 februari 2019 een wetsontwerp goedgekeurd om enkele wijzigingen door te voeren aan de mobiliteitsvergoeding. Bovendien kan sinds 1 maart 2019 ook geopteerd worden voor het mobiliteitsbudget, waarbij er ruimte blijft voor een bedrijfswagen én waarin een bredere waaier aan keuzemogelijkheden bestaat. Wijzigingen aan de mobiliteitsvergoeding Vooreerst werd er gesleuteld aan de voorwaarde waarop werknemers zouden moeten voldoen op het moment van de aanvraag van de mobiliteitsvergoeding. De werknemer hoeft niet langer per definitie over een bedrijfswagen te beschikken. Het recht hebben op een bedrijfswagen volgens het bedrijfswagenbeleid van de werkgever (bij aanwerving, na een bevordering of bij functieverandering) zou reeds voldoende zijn. Dat wil zeggen dat een werknemer die recht heeft op een bedrijfswagen, maar deze bijvoorbeeld geweigerd heeft, in de nieuwe regelgeving toch in aanmerking zal komen voor de mobiliteitsvergoeding indien hij/zij dit wenst. Deze wijziging is ingevoerd naar analogie met het mobiliteitsbudget. Noteer hierbij wel dat er geen afbreuk wordt gedaan aan de tijdsvoorwaarden: de werknemer dient nog steeds op het moment van de aanvraag minstens 3 maanden ononderbroken in aanmerking te komen en in de 36 maanden voorafgaand aan de aanvraag, reeds minstens 12 maanden in aanmerking zijn gekomen voor een bedrijfswagen. Wat wel nieuw is: de voorwaarden van 3 en 12 maanden gelden niet meer bij de aanwerving van een werknemer. Met andere woorden, een nieuw aangeworven werknemer die recht heeft op een bedrijfswagen kan onmiddellijk genieten van de 'cash-for-car'. In geval van een functiewijziging van de werknemer naar een functie waarvoor hij of zij wel een wagen zou kunnen kiezen, gelden deze voorwaarden dan weer wel, tenzij de functiewijziging heeft plaatsgevonden

14

voor 1 maart 2019. Verder zal de mobiliteitsvergoeding verhoogd of verlaagd kunnen worden bij een bevordering of functiewijziging. Tot slot wordt ook verduidelijkt dat werknemers die een eigen (netto)bijdrage betaalden voor de wagen, deze bijdrage ook kunnen aftrekken van het belastbaar voordeel van de mobiliteitsvergoeding. Het nieuw ingevoerde mobiliteitsbudget Omkadering Eind juli 2018 heeft de regering een wetsontwerp omtrent het mobiliteitsbudget goedgekeurd, met 1 oktober 2018 als vooropgestelde invoeringsdatum. Op 28 februari 2019 werd het finale wetsontwerp uiteindelijk gestemd in de Kamer waardoor werknemers vanaf 1 maart 2019 ook kunnen opteren voor het mobiliteitsbudget, weliswaar in de veronderstelling dat hun werkgever het regime invoert. Het mobiliteitsbudget kadert binnen eenzelfde doelstelling als de mobiliteitsvergoeding. Beide regimes streven naar een gedragswijziging in de richting van duurzamere mobiliteit en het verminderen van de verkeerscongestie. Volgens de sociale partners zouden we deze doelstelling slechts kunnen bereiken als er, naast de mobiliteitsvergoeding, ook een mobiliteitsbudget wordt ingevoerd. Beide regimes bestaan naast elkaar en zullen door de werkgever (op vrijwillige basis) kunnen aangeboden worden indien zij dat wensen. Werknemers zullen


Mobiliteitsbudget

©iStockphoto.com/Halfpoint

echter een keuze moeten maken: een cumul van beide regimes is voor hen niet mogelijk. Het mobiliteitsbudget kent wel een bredere waaier aan alternatieven dan de mobiliteitsvergoeding waardoor deze laatste aan belang zou kunnen inboeten (ondanks de recente wijzigingen, zie tabel). Principe Waar de mobiliteitsvergoeding enkel focust op het inleveren van de bedrijfswagen in ruil voor een cashvergoeding, streeft het mobiliteitsbudget naar multimodaliteit. Indien de werkgever beslist een mobiliteitsbudget in te voeren, kan de werknemer op zijn beurt kiezen om zijn wagen in te ruilen voor een budget en nadien dit budget aanwenden voor een van de volgende drie pijlers of een combinatie ervan: · Pijler 1: een elektrische wagen of een meer milieuvriendelijke wagen met een CO2-uitstoot van maximaal 105 gram/ km. Deze limiet zal dalen tot 100 gram/km in 2020 en tot 95 gram/km in 2021. · Pijler 2: alternatieve vervoersmiddelen zoals openbaar vervoer, georganiseerd gemeenschappelijk vervoer, deeloplossingen, fiets, step ... Onder deze pijler kunnen ook bepaalde huisvestingskosten om dichter bij de plaats van tewerkstelling te wonen begrepen zijn. · Pijler 3: het saldo. Dit niet-bestede mobiliteitsbudget zal één keer per jaar in geld worden uitbetaald, uiterlijk samen met het loon van de eerste maand van het daaropvolgende jaar. Accountancy&Tax – nr. 1 / 2019

Het mobiliteitsbudget Het bedrag van het mobiliteitsbudget wordt berekend op basis van de totale kostprijs op jaarbasis voor de werkgever van de ingeruilde wagen. Wat men concreet verstaat onder de 'Total Cost of Ownership (TCO)' is niet helemaal duidelijk. Op basis van de wet blijkt dat men volgende kosten in rekening dient te nemen: de maandelijkse financieringskosten (leaseprijs of huur), de brandstofkosten, eventuele verzekeringen, de solidariteitsbijdrage en alle uitgaven met betrekking tot een bedrijfswagen, waaronder ook de niet-aftrekbare btw enzovoort. Indien de werkgever eigenaar is van de wagen, gaat men voor de financieringskosten uit van 20 % van de aanschaffingsprijs van de wagen. Veel zal dus afhangen van de kenmerken van de ter beschikking gestelde wagen. Met andere woorden: in de praktijk zal er veel variatie zijn naargelang het geval. Ook in de gevallen waarin een werknemer recht heeft op een bedrijfswagen, doch hiervoor niet heeft geopteerd, maar nu toch gebruik wenst te maken van het mobiliteitsbudget, kunnen nog heel wat vragen ontstaan in de praktijk. Uit de parlementaire stukken en antwoorden op de vragen van de Raad van State blijkt dat in dergelijk geval het budget bepaald kan worden aan de hand van de wagen die de werknemer zou hebben gekozen binnen het ter beschikking gestelde leasebudget. Voorwaarde De 36-maandenregel wordt ongewijzigd overgenomen zoals

15


Sociaal

"Waar de mobiliteitsvergoeding enkel focust op het inleveren van de bedrijfswagen in ruil voor een cashvergoeding, streeft het mobiliteitsbudget naar multimodaliteit. Indien de werkgever beslist een mobiliteitsbudget in te voeren, kan de werknemer op zijn beurt kiezen om zijn wagen in te ruilen voor een budget en nadien dit budget aanwenden voor een van de drie pijlers of een combinatie ervan"

die geldt bij de mobiliteitsvergoeding. Langs werkgeverszijde vereist de 36-maandenregel dat het bedrijfswagenbeleid reeds bestaat tijdens een ononderbroken periode van minimaal 36 maanden die onmiddellijk voorafgaat aan de invoering van het mobiliteitsbudget. Voor de startende werkgever – minder dan 36 maanden actief – gelden de gekende soepelere voorwaarden. Indien hij op het ogenblik van de invoering van het budget een of meerdere bedrijfswagens ter beschikking stelt aan een of meerdere werknemers, geldt voorgaande 36-maandenregel langs werkgeverszijde niet. Langs werknemerszijde betekent dit dat de werknemer op het ogenblik van de aanvraag minstens drie ononderbroken maanden moet beschikken over een bedrijfswagen en gedurende de 36 maanden die zijn aanvraag voorafgaan 12 maanden heeft beschikt over een bedrijfswagen. Ook werknemers die hun recht op een bedrijfswagen niet hebben uitgeoefend – hoewel ze hierop aanspraak maken – komen in aanmerking voor het mobiliteitsbudget. Dit op voorwaarde dat ze minstens 12 maanden beschikken over het recht op een bedrijfswagen, waarvan 3 maanden de aanvraag effectief voorafgaan. Deze regels in hoofde van de werknemer gelden evenwel niet bij een aanwerving van de werknemer. In geval van een functiewijziging van de werknemer naar een functie waarvoor hij of zij wel een wagen zou kunnen kiezen, gelden deze regels wel, tenzij de functiewijziging heeft plaatsgevonden voor de inwerkingtreding van de wet. (Para)fiscaal De wetgever pakt het (para)fiscale luik aan als volgt: · Pijler 1: de gekozen bedrijfswagen volgt de normale (para)fiscale behandeling voor de bedrijfswagen, namelijk belast als een forfaitair gewaardeerd voordeel alle aard. Wat de sociale zekerheid betreft, blijft de solidariteitsbijdrage op basis van de CO2-uitstoot verschuldigd door de werkgever. · Pijler 2: de alternatieve duurzame vervoersmiddelen worden volledig vrijgesteld van belastingen en socialezekerheidsbijdragen. Met duurzame vervoersmiddelen worden bedoeld: 1. aankoop, onderhoud en verplichte uitrusting van zachte

16

·

vormen van mobiliteit (rijwielen, voortbewegingstoestellen, gemotoriseerde rijwielen, bromfietsen en elektrische motorfietsen zoals deze zijn opgenomen in het reglement op de politie van het wegverkeer); 2. abonnementen (woon-werk) en vervoersbewijzen (louter privéverplaatsingen) van het openbaar vervoer; 3. georganiseerd gemeenschappelijk vervoer; 4. deeloplossingen (zoals bijv. carpooling, autodelen, taxivervoer enzovoort); 5. gelijkstellingen zoals huisvestingskosten voor een woonplaats dichter (straal van maximum 5 km) bij het werk alsook de fietsvergoedingen. Pijler 3: De laatste pijler – het overblijvende budget – kent een eigen (para)fiscaal regime. Dit contante geldbedrag wordt onderworpen aan een solidariteitsbijdrage van 38,07 % volledig in hoofde van de werknemer. Dit percentage is enerzijds afkomstig van de socialezekerheidsbijdrage van 13,07 % die in principe ten laste is van de werknemer en anderzijds de socialezekerheidsbijdrage van 25 % ten laste van de werkgever. Verder is deze uitbetaling vrijgesteld van bedrijfsvoorheffing en personenbelasting.

Antimisbruikmaatregelen Zoals reeds vermeld kan het mobiliteitsbudget niet worden gecumuleerd met de mobiliteitsvergoeding. Daarnaast komt slechts één wagen in aanmerking. Het mobiliteitsbudget mag niet worden aangewend ter vervanging of omzetting van lonen, premies, voordelen in natura of van aanvullingen hierbij, opgenomen in individuele of collectieve overeenkomsten ongeacht hun (para)fiscale behandeling. Bovendien mag de werkgever zijn bedrijfswagenbeleid niet in die zin wijzigen met het oogmerk een groter mobiliteitsbudget te kunnen toekennen. Matthias Vandamme (IAB-stagiair) en Bart Lombaerts (IAB-lid) Bron: M. Vandamme en B. Lombaerts, "Wetswijziging met betrekking tot de mobiliteitsvergoeding", Accountancy & Fiscaliteit, nr. 6/2019, pp. 1-4.


Mobiliteitsbudget

"Het mobiliteitsbudget kadert binnen eenzelfde doelstelling als de mobiliteitsvergoeding. Beide regimes streven naar een gedragswijziging in de richting van duurzamere mobiliteit en het verminderen van de verkeerscongestie"

Mobiliteitsvergoeding – 'Cash-for-car'

Mobiliteitsbudget

Bedrag

20 % van 6/7 van de cataloguswaarde van de bedrijfswagen OF 24 % van 6/7 van de cataloguswaarde van de bedrijfswagen indien ingeruilde bedrijfswagen ook voorzien werd met een vergoeding van de brandstof (bijv. tankkaart)

Totale kost van de bedrijfswagen in hoofde van de werkgever ('Total Cost of Ownership' - TCO)

Voorwaarde

Voor de werkgever: · Niet verplicht om in te voeren · Minstens 36 maanden een bedrijfswagen ter beschikking hebben gesteld aan minstens één werknemer (uitzondering voor startende werkgevers die nog geen 36 maanden actief zijn)

Voor de werkgever: · Idem als mobiliteitsvergoeding

Voor de werknemer: · Niet verplicht om erop in te gaan · Minstens 12 maanden in de 36 maanden voor aanvraag een bedrijfswagen ter beschikking hebben (of recht hebben op een bedrijfswagen), waarvan minstens 3 maanden onafgebroken voor aanvraag

Voor de werknemer: · Idem als mobiliteitsvergoeding

Vrij te besteden

· ·

Besteding

· Fiscaal

Sociaal

Pijler 1: meer milieuvriendelijke bedrijfswagen Pijler 2: alternatieve vervoersmiddelen (fiets, autodelen, trein, bus ...) Pijler 3: cash - vrij te besteden

Personenbelasting: belast op 4 % van 6/7 van de cataloguswaarde van de ingeleverde bedrijfswagen

Personenbelasting: · Pijler 1: belast op forfaitair bepaald voordeel alle aard van de nieuwe wagen · Pijler 2: belastingvrij · Pijler 3: belastingvrij

Vennootschapsbelasting: conform ingeleverde bedrijfswagen met minimum 75 % fiscaal aftrekbaar en maximum 95 % fiscaal aftrekbaar (met een overgangsregeling naar 75 %)

Vennootschapsbelasting: · Pijler 1: conform gekende regels toegepast op de nieuwe wagen · Pijler 2: 100 % aftrekbaar · Pijler 3: 100 % aftrekbaar

Solidariteitsbijdrage op basis van de CO2-uitstoot van de ingeleverde bedrijfswagen ten laste van de werkgever

· · ·

Accountancy&Tax – nr. 1 / 2019

Pijler 1: solidariteitsbijdrage op basis van de CO2-uitstoot van de nieuwe bedrijfswagen ten laste van de werkgever Pijler 2: vrijgesteld Pijler 3: solidariteitsbijdrage van 38,07 % ten laste van de werknemer

17


IAB in beeld

18


Nieuwjaarsreceptie

Accountancy&Tax – nr. 1 / 2019

19


Samen klaar voor morgen. De juridische en fiscale wereld evolueert razendsnel. De digitalisering, de toenemende regulering en de steeds beter geïnformeerde en veeleisendere klanten stellen u voor belangrijke uitdagingen. Om u daarbij nog beter te ondersteunen, slaan Larcier, Indicator, Intersentia en Bruylant de handen in elkaar. Deze uitgeverijen zijn absolute referenties in alle juridische en fiscale deelgebieden: ze richten zich elk tot hun eigen doelgroep, gaande van academici over juridische, fiscale en boekhoudkundige professionals tot bedrijfsleiders en zelfstandigen. Vanaf nu vormen wij samen één bedrijf en één kennispartner die u ondersteunt in uw dagelijkse praktijk, vandaag en morgen.

Ontdek onze nieuwe visie op www.indicator-larcier.be/samen

LARCIER | INDICATOR | INTERSENTIA | BRUYLANT


Digitalisering

Opmars digitale factuur

Na de opmars van digitale facturatie wordt 2019 het jaar van de revolutie Nu de champagnekurken niet meer in het rond vliegen, blikt Jan Druppel terug op wat digitale facturatie in 2018 heeft betekend. De Product Director Documents van UnifiedPost laat ook zijn licht schijnen op de belangrijkste trends voor 2019. Nieuwe initiatieven Het afgelopen jaar merkten we dat digitale facturatie echt begint te leven. De federale overheid lanceerde eerder al het OpenPEPPOL-netwerk, waarbij bedrijven verplicht worden om met een purchase order of aankoopnummer te werken. Ondertussen zijn er steeds meer startups die het speelveld betreden door initiatieven op poten te zetten en platformen te ontwikkelen. Er begint iets te bewegen. Vandaag is de pdf via e-mail al goed ingeburgerd, maar de vraag is of we erin zullen slagen om die pdf in de facturatieflow te vervangen door elektronische facturen. Pas dan evolueren we echt naar een optimalisering van de bedrijfsprocessen. De eerste stappen werden het afgelopen jaar al gezet, maar we hebben nog een lange weg te gaan. Economische beroepen omarmen digitale facturatie Sinds afgelopen jaar zijn de economische beroepen echt van start gegaan met digitale facturatie en dat is een belangrijke evolutie. Veel accountantskantoren werken al voor 90 % digitaal. De economische beroepen zijn een heel belangrijke speler in het verhaal, want allemaal samen beheren zij ongeveer 1,2 miljoen juridische entiteiten – de grote meerderheid van de Belgische bedrijven. Dat die community ermee aan de slag gaat is een belangrijk teken. Accountantskantoren die digitaal werken, beheren veel meer klantendossiers. Neem een kantoor met 20 werknemers als voorbeeld. Als dat kantoor digitaal werkt, kan het 700 klantendossiers meer verwerken dan een concurrent die dat niet doet. Ik geloof niet dat er nog een model zit in bedrijven die manueel facturen verwerken, maar wel dat de waarde van de economische beroepen ligt in de dienstverlening en de adviesrol als onafhankelijke. Accountancy&Tax – nr. 1 / 2019

PSD2 wordt een gamechanger Als we het hebben over 2019 kunnen we niet om PSD2 heen. Vanaf de tweede jaarhelft zal dat een revolutie ontketenen. De integratie tussen documenten en betalingen wordt doorslaggevend. Niet alleen naar eenvoud van gebruik toe, maar ook naar openheid van de markt. Ik geloof heel erg in PSD2, omdat betalingsinitiaties zullen plaatsvinden op niet-bancaire platformen. De huidige manier van werken via de CODA komt zo zwaar onder druk te staan omdat ze niet gebonden is aan de grootte van de onderneming. Daardoor heeft PSD2 zowel op grote ondernemingen als op kmo's een impact. Vroeger gingen de grote ondernemingen als eerste mee in een nieuwe technologie en namen de kmo's een afwachtende houding aan. De openheid die de betalingsinitiatie van PSD2 met zich meebrengt start voor iedereen op hetzelfde moment. De toekomst van accounting Er wordt wel eens gezegd dat artificial intelligence en machine learning de toekomst zijn van de accountant. Die twee zaken zullen zeker een rol spelen, maar ik geloof niet dat de menselijke factor kan worden uitgesloten. Er is te veel ruimte voor interpretatie en te veel nood aan creativiteit en kennis om met bepaalde situaties om te gaan. De vertrouwelijke en persoonlijke adviesrol die de accountant heeft ten opzichte van de klant om de business te laten groeien, kan niet zomaar worden overgenomen door een robot. Waar ik wĂŠl in geloof, is in automatisering van bepaalde processen. Ik verwacht dat die zich in 2019 verder doorzet.

Unified by Invoicing

21


WILT U OOK BIJDRAGEN TOT EEN KWALITEITSVOLLE TOEKOMST VOOR HET BEROEP? WENST U IDEEËN EN BEST PRACTICES ROND KANTOORORGANISATIE UIT TE WISSELEN MET CONFRATERS?

HET IAB BREIDT DE BESTAANDE GROEP ZEER GEMOTIVEERDE TOETSERS NOG UIT.

IAB ZOEKT TOETSERS STEL U KANDIDAAT EN BOUW MEE AAN EEN STERK BEROEP! ALS TOETSER 1. Kunt u samen met uw confraters ideeën uitwisselen om de kwalitatieve dienstverlening aan de kmo’s, de zelfstandigen en de vrije beroepen naar een hoger niveau te tillen.

2. Draagt u de principes van het Instituut uit om uw confraters te begeleiden in hun beroepsuitoefening. Dankzij uw ervaring reikt u hen de juiste tools aan voor een sterkere organisatie en een professionele omgeving.

3. Investeert u in de toekomst van het beroep. U bent er dan ook van overtuigd dat de toetsing het best onder de begeleiding van het Instituut gebeurt.

Hebt u interesse of wenst u meer informatie? Neem dan contact op met Fabienne Cleymans f.cleymans@iec-iab.be. Neem gerust ook de modaliteiten door! Surf naar onze website (rubriek ‘Kwaliteitstoetsing) of scan de QR-code in.

Er waren drie redenen waarom ik toetser wou worden: • Ik wou de kwaliteit van onze beroepsuitoefening van morgen bevorderen; • Ik wou ook ten dienste staan van mijn confraters; en • Ik wou iets terugdoen voor dit fantastische beroep waar ik heel wat plezier aan heb beleefd.

Jacques Drèze, Managing Partner bij RSM Belgium Accountant-belastingconsulent, toetser van 2013-2016. Sinds 2016 lid van de Commissie Kwaliteitstoetsing

Institut des Experts-comptables et des Conseils fiscaux Instituut van de Accountants en de Belastingconsulenten Bâtiment Renaissance Renaissance Building

De ervaring leert me: goede kwaliteit = happy client = happy me. Onze kwaliteit kunnen we steeds verbeteren, maar mijn reeds gedane kennis delen met de confraters, was voor mij dé aanzet tot mijn kandidaatstelling.

Kris Vanhinsbergh, Partner bij Tax Consult Accountant-belastingconsulent, toetser sinds 2013

Boulevard Emile Jacqmainlaan 135/2 - 1000 Bruxelles - Brussel Tél. + 32 (0)2 543 74 90 Fax + 32 (0)2 543 74 91 E-mail info@iec-iab.be


Digitalisering

PSD2

PSD2 is een zegen voor het gedigitaliseerde facturatieproces In het najaar van 2019 dienen Europese banken toegang te verlenen tot de betaalrekeningen van hun klanten. Deze verplichting is onderdeel van de PSD2, het vervolg op de eerste Payment Services Directive. Dankzij de Payment Services Directive kunnen ook niet-banken deelnemen aan het betaalverkeer, omdat banken via API's rekeninginformatie moeten ontsluiten. Voor accountants biedt PSD2 een enorme opportuniteit: het digitaal stroomlijnen van het volledige facturatieproces, van factuur tot betaling. Dankzij PSD2 kunnen fintech-bedrijven, mits toestemming van de klant, informatie van de transacties op zijn rekeningen opvragen bij de bank. Ze kunnen ook zelf financiële transacties opstarten vanaf die rekeningen. Dat biedt u als accountant en uw klanten, enorm veel voordelen. Bij Unified Post, via BilltoBox kunnen we immers één centrale IBAN-rekening geven aan elke klant, als consolidatierekening van zijn andere rekeningen bij verschillende banken. Vanuit die centrale IBAN kunnen alle betalingen worden uitgevoerd en worden ontvangen. De reconciliatie kan via de IBAN-rekening gebeuren waardoor het afpunten van de facturen rechtstreeks wordt doorgegeven en 100 % juist is. Dat leidt tot minder manueel werk en minder fouten. Brug tussen factuur en betaling Dat betekent ook dat er een rechtstreekse link komt tussen documenten – zoals facturen – en betalingen. Dat zal de administratieve processen in ondernemingen enorm vereenvoudigen, zeker als ze zijn gekoppeld aan een gedigitaliseerd facturatieproces zoals onze BilltoBox. Als een factuur binnenkomt, halen wij daar automatisch de metadata uit. Die metadata kan vanaf PSD2 ook gebruikt worden om rechtstreeks de betaling op te starten, de payment initiation. Kortom, PSD2 staat ons en u toe om een uiterst efficiënte brug te leggen tussen de betaling van de binnenkomende factuur en de reconciliatie bij de accountant. Betekent dat het einde van het papier? Niet per se. Ook u heeft ongetwijfeld nog 'schoendoos'-klanten die al hun Accountancy&Tax – nr. 1 / 2019

facturen en bonnetjes op papier bijhouden en vervolgens – soms letterlijk – in een schoendoos komen afleveren. Moet u uw klanten zeggen dat ze dat niet meer mogen doen? Natuurlijk niet. Want ook al is het geen methode die wij anno 2019 zouden aanraden, klant is koning. Daarom maken we de digitale transitie niet-disruptief. De klant kan nog steeds zijn schoendoos binnenbrengen. Wij zorgen ervoor dat alles wordt gestroomlijnd tot één digitale en efficiënte funnel waar u en uw klanten de vruchten van plukken. Tijd om realtime te adviseren Door het gestaag verminderen van alle papieren rompslomp heeft u dus meer tijd om uw rol als accountant nog beter te vervullen. Bovendien beschikt u ook veel sneller over de actuele cashflowinformatie van uw klant. Daardoor kunt u in realtime adviseren en veel sneller pijnpunten detecteren en oplossen. En net daarin zit de meerwaarde van de accountant. Wilt u meer weten over de mogelijkheden van PSD2 in combinatie met een gedigitaliseerd facturatieproces als BilltoBox? Neem gerust contact op met de medewerkers van UnifiedPost en bekijk ook zeker volgende websites: · www.unifiedbyinvoicing.be · www.billtobox.be · efactuur.belgium.be/nl Unified Post

23


Wettelijke opdrachten

Kan een individuele vennoot zijn onderzoeks- en controlebevoegdheden uitoefenen met het oog op de waardering van de aandelen? Als er geen commissaris wordt benoemd, dan heeft, niettegenstaande enige andersluidende statutaire bepaling, iedere vennoot individueel de onderzoeks- en controlebevoegdheid van een commissaris (artikel 166 van het Wetboek van vennootschappen en artikel 3:101 van het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen). Het enige doel van deze individuele bevoegdheden van de vennoot is de controleopdracht als commissaris, met dien verstande dat de individuele vennoot de reikwijdte van die controle bepaalt en die bijgevolg kan beperken tot een deel van de opdracht van de commissaris.1 De opdracht van de commissaris bestaat erin de financiĂŤle toestand2, de jaarrekeningen en de regelmatigheid ten aanzien van het Wetboek van vennootschappen en van de statuten te controleren van de in de jaarrekening weergegeven verrichtingen (artikel 142 van het Wetboek van vennootschappen en artikel 3:73 van het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen).3 Waardering van aandelen? Uit het voorgaande volgt derhalve dat de bevoegdheden van de individuele vennoot geen betrekking kunnen hebben op de waardering van de aandelen of deelnemingen in de vennootschap. De waardering van aandelen behoort immers niet tot de opdracht van de commissaris. De vennoot kan zich voor de uitoefening van zijn individuele onderzoeks- of controlebevoegdheden laten vertegenwoordigen of bijstaan door een accountant (artikel 166 van het Wetboek van vennootschappen). Een accountant die op basis van de informatie, die werd verkregen uit de uitoefening van de bevoegdheden onder artikel 166 van het Wetboek van vennootschappen, de aandelen

24

van de vennootschap zou waarderen, zou zijn recht misbruiken of een fout begaan.4 Hetzelfde geldt voor een accountant die niet de opdracht heeft gekregen een controleverslag op te stellen en een vennoot bijstaat of vertegenwoordigt in de uitoefening van zijn onderzoeksbevoegdheden, terwijl hij ervan op de hoogte is dat deze vennoot niet de intentie heeft de controle van de commissaris of een deel daarvan uit te voeren, maar wel om de waarde van de aandelen te bepalen. Gebruik van het controleverslag Niettemin kan de individuele vennoot zijn onderzoeks- en controlebevoegdheden uitoefenen in zijn persoonlijk belang, op voorwaarde dat hij zich beperkt tot het doel van die bevoegdheden, de controle van de commissaris en die niet misbruikt ten nadele van de vennootschap.5 Indien de accountant bijgevolg een controleverslag opstelt voor een vennoot in het kader van de individuele bevoegdheden van die laatste, kan die vennoot de inhoud van dat verslag gebruiken als element om de waarde van de aandelen te bepalen.


Bijstand bij onderzoeks- en controlebevoegdheden vennoten

"Een individuele vennoot kan zijn onderzoeks- en controlebevoegdheden uitoefenen in zijn persoonlijk belang, op voorwaarde dat hij zich beperkt tot het doel van die bevoegdheden (controle door de commissaris) en die niet misbruikt ten nadele van de vennootschap"

©iStockphoto.com/cnythzl

Bevestiging door de Raad in individueel dossier Dat werd bevestigd door de Raad van het Instituut, die in een individuele beslissing6 een situatie heeft goedgekeurd waarin het controleverslag, dat een accountant voor een vennoot had opgesteld in toepassing van artikel 166 van het Wetboek van vennootschappen (artikel 3:101 van het nieuwe Wetboek van vennootschappen en verenigingen), door die vennoot werd gebruikt in een geschil met andere vennoten over de waardering van de aandelen van de vennootschap. Hoewel de grenzen van de door de accountant op basis van artikel 166 van het Wetboek van vennootschappen uitgevoerde controle worden afgebakend door de opdracht van de commissaris, kan daaruit dus worden geconcludeerd dat de inhoud van het controleverslag dat in het kader van die controle is opgesteld, vervolgens wel door de vennoot mag worden gebruikt om de aandelen te waarderen.

1

V. SIMONART, "Bijstand bij onderzoeks- en controlebevoegdheid van vennoten: wees waakzaam", A&T 2018/4, p. 11 e.v.

2 De controle van de financiële toestand is een aparte controle naast de certificering van de jaarrekening: Kamer, 1982-83, wetsontwerp, 552/1, p. 13; Kamer, 1983-84, verslag, 552/35, p. 30; M. Coipel, En quoi consiste le contrôle de la société ?, Rép. Not., T. XII, Boek 4, Larcier, 2008, nr. 330-1. Contra: E. Vanderstappen en V. Yangandi, art. 142 W.Venn., in X. Commentaire systématique du Code des sociétés, Kluwer, 2009. 3 Zie ook artikel 151 van het Wetboek van vennootschappen in vennootschappen met een ondernemingsraad. 4

V. SIMONART, "Bijstand bij onderzoeks- en controlebevoegdheid van vennoten: wees waakzaam", A&T 2018/4, p. 11 e.v.

5

V. SIMONART, "Bijstand bij onderzoeks- en controlebevoegdheid van vennoten: wees waakzaam", A&T 2018/4, p. 11 e.v.; P. Vandepitte en J-M Gillier, De individuele controlebevoegdheid van de vennoot in kleine en middelgrote vennootschappen: enkele beschouwingen, TRV 1990, 575; K. Geens, Over de uitgestrektheid van de individuele onderzoeks- en controlebevoegdheid van de vennoot en over zijn vertegenwoordiging door een accountant, TRV 1989, 225.

Charles Bayart Verantwoordelijke juridische dienst van het IAB Accountancy&Tax – nr. 1 / 2019

6

Raad van 4 december 2018.

25


Politiek en economie

ŠiStockphoto.com/extravagantni

26


Brexit

Is uw onderneming brexit-proof? Veel ondernemers botsen tegen de vraag wat de brexit voor hun bedrijf zal betekenen. Inmiddels tikt de klok echter onverbiddelijk verder en veel tijd is er niet meer tot 29 maart 2019. Op deze datum wordt de brexit officieel en zijn er maar twee scenario's mogelijk: ofwel is er een 'deal', ofwel is er 'no deal'. Als de EU niet tot een akkoord komt met het Verenigd Koninkrijk ('no-deal-scenario'), dan zullen ze verder handelen onder de normale voorwaarden van de Wereldhandelsorganisatie (WTO). In dat geval is het Verenigd Koninkrijk evenwel geen lid meer van de interne markt en de douane-unie, met alle gevolgen van dien, onder meer voor douanetarieven en -controles. Voor diensten valt men dan terug op de General Agreement on Trade in Services (GATS). Enkel indien een raamakkoord wordt bereikt / goedgekeurd over de mogelijke nieuwe samenwerking en de uittreding uit de interne markt en douane-unie ('deal-scenario'), volgt er na 29 maart 2019 een overgangsperiode met vervaldag 31 december 2020, dat de partijen moet toelaten een definitief scheidingsakkoord uit te werken. In deze overgangsperiode blijft de handel tussen het VK en de EU zoveel als mogelijk verlopen als voorheen. De Britse premier Theresa May overweegt bij een no-deal de brexit alvast met enkele maanden te willen uitstellen. De laatste stemming in het Britse parlement over een akkoord (deal) zou immers plaatsvinden op 12 maart 2019. Maar de EU ziet geen heil in een uitstel van twee of drie maanden en zou de brexitdatum liever ineens zien verschuiven naar 2021. Toch voorbereiden op ... Ondanks de (aanhoudende) huidige onzekerheid moeten ondernemingen zich (nog steeds) als een 'goed huisvader' gedragen en zich zo goed mogelijk voorbereiden op de voorziene afscheiding, ongeacht de onduidelijkheden die bestaan met betrekking tot de mogelijk nieuwe nog af te sluiten handelsakkoorden tussen het Verenigd Koninkrijk en de EU. Bij een uiteindelijke harde brexit ('no-deal-scenario') zal het vrij verkeer van goederen, kapitaal, diensten en personen (de fundamentele vrijheden), dat het fundament van de eengemaakte markt uitmaakte, in ieder geval niet langer gerespecteerd worden door het Verenigd Koninkrijk. Uiteraard Accountancy&Tax – nr. 1 / 2019

zullen dan de uitspraken van het Europese Hof van Justitie, de bewaker van deze fundamentele vrijheden, ook niet langer nageleefd worden. Daardoor zal een belangrijke disruptie ontstaan van het normale handelsverkeer met de EU. De bestaande 'handelswijze' zoals die sinds de toetreding van het Verenigd Koninkrijk in de EU in lijn was met bestaande Europese richtlijnen en regelgevingen, zal haar uitwerking verliezen. Daardoor kunnen oude handelsbeperkingen zoals bijvoorbeeld verboden staatssteun, invoerbeperkende maatregelen enzovoort opnieuw de kop opsteken. Heel wat gevolgen · Voor financiële dienstverleners zal de toegang tot de Europese markt niet langer mogelijk zijn bij een gebrek aan een 'European Passport'. In dit kader zullen onder meer managers / beheerders van Europese fondsen (UCITS, AIF ...) hun zetels van het Verenigd Koninkrijk naar de EU moeten verhuizen enzovoort. · Bedrijven in het Verenigd Koninkrijk zullen daarenboven niet langer kunnen genieten van de Europese wetenschappelijke onderzoeksubsidies. · Het Verenigd Koninkrijk zal niet langer deel kunnen uitmaken van de bestaande EU-instellingen. · EU- en VK-burgers zullen opnieuw onderworpen zijn aan grenscontroles, ze zullen moeten beschikken over visa en werkvergunningen en hun diploma's zullen niet meer automatisch gehomologeerd kunnen worden. · De activiteiten van de regelgevers in het Verenigd Koninkrijk en de EU en de door hen uitgevaardigde regelgevingen zullen niet langer automatisch wederzijds worden aanvaard. · Technisch uitgewerkte standaarden en werkwijzen zullen niet langer automatisch in lijn zijn met EU- / VKvoorschriften. · Enzovoort.

27


Al 45 jaar de betrouwbaarste leidraad om de fiscus geen euro teveel te betalen! De onmisbare hulp bij het invullen van de aangifte personenbelasting 2019: - via tax-on-web als snel controlemiddel - op papier als handige leidraad

€ 39

 Elk vak praktisch uitgelegd  9 specifieke Topics in detail geanalyseerd: de fiscus en het gezin, beroepskosten, beroepsverliezen, meerwaarden, verzekeringen, onroerende goed...

 Handig register om snel iets terug te vinden  Samengesteld door een team van experten

Bestel nu via www.indicator-larcier.be met uw actiecode 54612

Aan deze Belastingalmanank 2019 werkten mee Stephanie Allard, advocaat K law | Joke Brabants, advocaat Antaxius advocaten | Melissa Claessens, advocaat Loyens & Loeff | Angie Clocheret, fiscaal specialist FOD Financiën en vrijwillig wetenschappelijk medewerker faculteit rechtsgeleerdheid, Instituut voor Belastingrecht Ugent | Yves Coppens, individual tax partner Baker Tilly | Evelyn Decruyenaere, attaché FOD Financiën | Christophe Dillen, advocaat Tiberghien | Luc Goossens, belastingconsulent SBB Accountants & Adviseurs | Chantal Hendrickx, Advocatenkantoor Chantal Hendrickx | Wim Herreman, advocaat Antaxius Advocaten | Mark Joris, belastingconsulent, partner bij TaxQuest | Claudia Van der Spiegel, tax consultant Baker Tilly | Nathalie Van Diest, executive director Accountancy & Tax Services Ernst & Young Tax Consultants | Hilde Pelgroms, juridisch adviseur – belastingconsulent FedNot | Filip Vandenberghe, adviseur FOD Financiën | Jelena Vukobratovic, zaakvoerder Taxius en lector Hogeschool PXL

Klantendienst: 0800 39 067 – professional@larcier.be Larcier Business en Indicator zijn merken van ELS Belgium nv, Hoogstraat 139 – Bus 6, 1000 Brussel, Btw BE 0436.181.878, PRP BRUSSEL

Een uitgave van

REF: VLALPBBK1903_ADV-IAB

 Extra aandachtspunten en voorbeelden


Politiek en economie

Brexit

"Een tijdige identificatie van mogelijke pijnpunten en een tijdige detectie van nieuwe opportuniteiten is essentieel om te komen tot een goed georganiseerde heroriëntatie van middelen en mensen binnen de onderneming naar aanleiding van de brexit"

Naast bovenstaande niet-fiscale gevolgen moet men ook stilstaan bij de mogelijke gevolgen van de brexit voor de in België (en het Verenigd Koninkrijk) gevestigde bedrijven op het vlak van indirecte belastingen (btw en douane), maar ook op het vlak van vennootschapsbelasting. Mogelijke impact inzake vennootschapsbelasting Het einde van de eengemaakte economische markt en het niet meer moeten respecteren van Europese richtlijnen en regelgeving zoals we die onder meer inzake inkomstenbelasting kennen bij de fusierichtlijn, de moeder-dochterrichtlijn en de interest-royaltyrichtlijn, zullen ertoe leiden dat gestelde handelingen tussen Belgische en Britse ondernemingen voor en na de brexit verschillende fiscale behandelingen zullen ondergaan. Daarenboven zullen transacties die binnen of buiten de Europese Unie plaatsvinden onder andere regelgevingen komen te vallen en bijgevolg anders behandeld moeten worden. Daarnaast is het niet uitgesloten dat het Verenigd Koninkrijk zijn vennootschapsbelastingtarief aanzienlijk zal laten dalen om economische activiteiten te behouden of aan te trekken, waardoor een aantal 'antiontwijkingsbepalingen' van de Belgische vennootschapsbelasting in werking kunnen treden. Zo onderscheiden we voornamelijk drie categorieën van handelingen die de nodige aandacht verdienen inzake vennootschapsbelasting, in een post-brexitscenario, met name: · de grensoverschrijdende herstructureringen: fusies, splitsingen, inbrengen, zetelverplaatsingen ...; · de grensoverschrijdende toegewezen kosten, zoals intresten, royalties, premies voor extralegale verzekeringen ... Hierbij trekt men niet enkel de fiscale aftrek bij de Belgische schuldenaar in twijfel, maar ook een eventuele toepassing van Belgische roerende voorheffing; · de grensoverschrijdende toegewezen inkomsten: dividenden, verleende abnormale voordelen ... Accountancy&Tax – nr. 1 / 2019

Bij deze analyse dienen we ons niet enkel te beperken tot de regels van de Belgische vennootschapsbelasting maar kunnen onder specifieke omstandigheden ook bepaalde Europese vrijheden toegepast blijven (ongeacht enige overeenkomst tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk). Daarenboven zal het bestaande bilaterale verdrag ter vermijding van dubbele belasting met het Verenigd Koninkrijk eveneens aan belang winnen. Mogelijke impact inzake indirecte belastingen De uittreding uit de eengemaakte Europese markt en uit de Europese douane-unie zal uiteraard tevens zorgen voor de nodige vertragingen en zal bijkomende kosten doen ontstaan in het handelsverkeer. Ondernemingen dienen dan ook nauwgezet de impact op hun 'supply chain' en administratieve systemen na te gaan en indien nodig hun business te heroriënteren om ongewenste bijkomende werkingskosten te vermijden. In dit kader zullen Belgisch-Britse ondernemingen rekening moeten houden met onder meer: · de heffing van mogelijk hogere WTO-invoertarieven en btw op invoeren; · het tijdig verkrijgen van de nodige douane- en accijnsvergunningen teneinde de invoeren en uitvoeren vanuit de EU te kunnen verrichten; · het aanvragen van oorsprongscertificaten en andere certificaten, de al dan niet toepassing van preferentiële en niet-preferentiële tarieven, de invoering van handelsbelemmerende maatregelen, zoals antidumpingmaatregelen, antisubsidiemaatregelen, compenserende heffingen enzovoort; · de aankoop en implementatie van de nodige gespecialiseerde douanesoftware indien men als onderneming zelf wil instaan voor de uitvoering van de formaliteiten inzake in- en uitvoer; · de tijdige onderhandelingen met douaneagentschappen en logistieke providers, indien men hierop een beroep wil

29


Politiek en economie

Brexit

"Het is mogelijk dat oude handelsbeperkingen zoals bijvoorbeeld verboden staatssteun, invoerbeperkende maatregelen, enzovoort opnieuw de kop opsteken"

doen voor de uitvoering van de nodige douaneformaliteiten. Daarbij moet rekening worden gehouden met het feit dat dergelijke kantoren in het kader van de brexit overbevraagd zullen worden (sterke toename van het aantal transacties, het al dan niet tijdig beschikbaar hebben van de nodige middelen zoals IT en warehouses, alsook het niet onmiddellijk beschikbaar hebben van gekwalificeerd 'human capital') waardoor deze onderhandelingen een tijdrovende en een kostprijsverhogende invloed dreigen te hebben op nieuwe en bestaande contracten; · de tijdige aanvraag van de 'EORI'-nummer(s) ('Economic Operator Registration and Identification') voor het kunnen verrichten van douaneformaliteiten in de EU, maar ook in het VK. Zowel voor de uitvoer vanuit België naar het VK als voor de invoer in België vanuit het VK is vereist dat de uitvoerder, respectievelijk de invoerder, over deze nummer(s) beschikt. Zonder dit 'EORI'-nummer kunnen er geen douaneformaliteiten vervuld worden en kunnen de goederen dus niet geladen of gelost worden. Dit nummer kan vandaag reeds op eenvoudige wijze aangevraagd worden via de website van de Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen (financien.belgium.be/nl/douane_accijnzen/ ondernemingen). Sommige ondernemingen hebben in dat verband een schrijven gekregen van de Administratie; · de tijdige aanvraag van de nodige nieuwe btw-nummers en het opzetten van bijkomende aansluitende btw-rapporteringen rekening houdend met dit nieuwe opzet; · de nodige omvormingen van directe EU-btw-nummers naar btw-nummers met een fiscaal vertegenwoordiger (wat verplicht is voor niet-EU-ondernemingen); · de nodige btw-vergunningen aanvragen om btw bij invoeren te kunnen verleggen in België en in het VK; · het verval van bestaande btw-vereenvoudigingsmaatregelen voor maakloonwerk, driehoeksverkeer, consignatiezendingen enzovoort;

30

· · · · ·

mogelijke nieuwe afwijkende VK btw-regelgeving en -verplichtingen; de nodige ERP-aanpassingen met betrekking tot profielen van klanten en leveranciers, 'tax codes' enzovoort; een analyse en aanpassing van de opgezette ERP-logica; het heronderhandelen van bestaande leveranciers- en klantencontracten en Incoterms om bijkomende kosten van het handelsverkeer te vermijden; enzovoort.

Anticiperen op een wijzigende brexitomgeving Een tijdige identificatie van mogelijke pijnpunten en de detectie van nieuwe opportuniteiten is essentieel om te komen tot een goed georganiseerde heroriëntatie van middelen en mensen binnen de onderneming naar aanleiding van de brexit. Een goed gestructureerde 'business change' vindt evenwel niet op een dag plaats. De huidige onzekerheid omtrent een 'deal'of 'no-deal'-brexit en de onzekerheid omtrent een eventueel bijkomend uitstel van de brexit met enkele maanden of misschien wel tot 2021, maakt het de bedrijven niet gemakkelijk om focus te houden op de deadline van 29 maart 2019 en om zich voor te bereiden op "wat eventueel op korte termijn zou kunnen gebeuren". Ondanks blijvende onzekerheden blijft het ten allen tijde aangeraden om uw bedrijf op een 'worst-case'scenario voor te bereiden. We raden bedrijven dan ook aan onmiddellijk actie te ondernemen en in ieder geval minstens een zogenaamde 'impact analyse' te laten uitvoeren, zodat snel remediërende maatregelen genomen kunnen worden. Koenraad De Bie, Chris Peeters en Lode Agache (alledrie IAB-leden) Bron: "Is uw onderneming al brexit-proof?", Accountancy & Fiscaliteit, nr. 5/2019, pp. 5-7.


Fiscaliteit

Fiscale bemiddelingsdienst

Uitbreiding en versterking van de fiscale bemiddelingsdienst Op de laatste dag van 2018 werd in het Belgisch Staatsblad een koninklijk besluit van 21 december 2018 gepubliceerd tot uitbreiding van de opdrachten en versterking van de rol van de fiscale bemiddelingsdienst. Vanaf 1 januari 2019 is de Cel Administratieve Sancties van de fiscale bemiddelingsdienst bevoegd om te oordelen over verzoekschriften tot kwijtschelding of vermindering van een belastingverhoging of van een fiscale boete. Op basis van het regentsbesluit van 18 maart 1831 kon een belastingplichtige die een belastingverhoging of een administratieve boete opgelegd gekregen had maar die zich in een uiterst precaire situatie bevond of in andere omstandigheden waarin een sanctie bijzonder onbillijk leek, verzoeken om kwijtschelding of vermindering van de sanctie. Tot 31 december 2018 berustte die bevoegdheid bij de minister van Financiën. In de praktijk werd deze bevoegdheid door de minister aan de Administratie gedelegeerd. Met de wet van 29 maart 2018 werd binnen de fiscale bemiddelingsdienst een 'Cel Administratieve Sancties' (hierna CAS) opgericht. De CAS is vanaf 1 januari 2019 bevoegd voor het behandelen van verzoeken tot kwijtschelding of vermindering van een belastingverhoging of van een fiscale boete. Wat zijn nu de nieuwe regels? Wat? Eerst en vooral gaat het over verzoeken tot kwijtschelding en/ of vermindering van de belastingverhogingen en fiscale administratieve boetes in het kader van de inkomstenbelastingen; de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen en de diverse rechten en taksen. Het gaat dus niet over verzoekschriften tot kwijtschelding en/of vermindering van proportionele en niet-proportionele boeten inzake btw of boetes inzake registratierechten of successierechten. Inzake btw is het nuttig nog eens te verwijzen naar de nieuwe instructie inzake de kwijtschelding van btwboetes die in de zomer van 2018 werd gepubliceerd door de minister van Financiën. Een btw-boete zal automatisch worden kwijtgescholden indien het de eerste inbreuk betreft in een periode van vier jaar en indien de inbreuk te goeder trouw Accountancy&Tax – nr. 1 / 2019

werd begaan. Het moet evenwel gaan om boetes die geen impacht hebben op het verschuldigde btw-bedrag. Wie kan een verzoekschrift indienen? In eerste instantie kan de belastingschuldige het verzoekschrift indienen. Daarnaast kan ook iedere andere persoon die tot de betaling van de administratieve sanctie kan worden aangesproken een verzoekschrift indien. Dit gaat bijvoorbeeld over de personen die wettelijk gehouden zijn tot een hoofdelijke betaling van de belastingschuld van de belastingschuldige zoals de rechthebbenden in het kader van een nalatenschap, de beherende vennoten in een gewone commanditaire vennootschap of in een commanditaire vennootschap op aandelen en de vennoten van een coöperatieve vennootschap met onbeperkte aansprakelijkheid of van een vennootschap onder firma. Wanneer? Er kan maar een verzoekschrift worden ingediend voor de belastingverhogingen en de fiscale boetes wanneer de beslissing om de administratieve sanctie op te leggen definitief is geworden. Dat wil dus zeggen dat de belastingplichtige eerst alle andere administratieve en gerechtelijke rechtsmiddelen moet uitputten alvorens zich te richten tot de CAS. Er moet hierbij wel worden opgemerkt dat voor boetes inzake diverse rechten en taksen – waarvoor geen administratieve bezwaarprocedure voorhanden is – slechts een verzoek kan worden ingediend nadat de Adviseur-generaal dienstchef van het betrokken centrum particulieren, kmo of grote ondernemingen reeds heeft beslist over de vermindering van de opgelegde boete.

31


Fiscaliteit

Fiscale bemiddelingsdienst

"De Cel Administratieve Sancties van de fiscale bemiddelingsdienst is vanaf 1 januari 2019 bevoegd voor het behandelen van verzoeken tot kwijtschelding of vermindering van een belastingverhoging of van een fiscale boete"

Hoe en waar? Het verzoek moet worden ingediend bij de CAS. Dat moet schriftelijk gebeuren en het verzoek moet worden gemotiveerd met de persoonlijke of financiële situatie van de belastingplichtige. Het verzoek kan zowel per brief als per e-mail worden ingediend. Zolang het college van bemiddelaars geen uitspraak heeft gedaan over het verzoek, kan het verzoek nog verder worden aangevuld. Binnen een termijn van 15 werkdagen te rekenen vanaf de datum van ontvangst van het verzoekschrift, zal aan de verzoeker een ontvangstbewijs worden overgemaakt.

Besluit De oprichting van de CAS is een goede zaak voor de belastingplichtige. Op die manier zal voortaan objectief en onpartijdig op een verzoek tot kwijtschelding/vermindering kunnen worden geantwoord wat tot voor kort vaak een probleem leek te zijn. Liesbeth Vermeire (advocate) en Philippe Vanclooster (IAB-lid) Bron: L. Vermeire, "Uitbreiding en versterking van de fiscale bemiddelingsdienst",

Onderzoek en beslissing De medewerkers van de CAS zullen het verzoek onderzoeken. Om te kunnen beschikken over alle kennis die noodzakelijk is om het verzoek verder te behandelen kan het CAS desgevallend informatie vergaren bij de ambtenaren van de FOD Financiën. Deze informatievergaring is niet systematisch maar wordt beperkt tot enkel die gevallen waarin de informatie van de FOD Financiën nuttig is. Het college van bemiddelaars zal uiteindelijk als administratieve overheid een beslissing nemen over het verzoek. In zijn beslissing moet het college op gemotiveerde wijze antwoorden op de argumenten die door de aanvrager in het verzoek werden opgenomen. Binnen een termijn van 15 werkdagen na het nemen van haar beslissing dient de aanvrager bij een ter post aangetekend schrijven daarvan in kennis te worden gesteld. Gaat de verzoeker niet akkoord met de beslissing, dan kan tegen deze beslissing beroep worden ingesteld bij de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

32

Accountancy & Fiscaliteit, nr. 5/2018, pp. 7-8.


UNLOCK THE FUTURE

De online databank voor tax en accountancy

De meest uitgebreide, tweetalige databank voor tax en accountancy. TaxWin Expert verzamelt meer dan 80.000 documenten uit alle fiscale materies.  De snelste updates voor alle fiscale domeinen: onze auteurs verzamelen, becommentariëren en klasseren elke dag opnieuw alle nieuwigheden op het vlak van fiscaliteit.  Gespecialiseerde auteurs en redactieleden: ons team bestaat uit advocaten, fiscaal adviseurs, belastingconsulenten, accountants en academici die samen alle specialiteiten van het fiscaal recht dekken.  (On)uitgegeven rechtspraak, wekelijkse analyses over evoluties op fiscaal vlak, gidsen die u toelaten om u te verdiepen in de fiscaliteit, thematische documentatie opgesteld door experts en zo veel meer.  Diverse professioneel opgestelde modellen, rekentools en cijfers.  Krachtige en gebruiksvriendelijke zoekmotor, inclusief de mogelijkheid om te zoeken via de aangiftes en de tijdlijn in de wetgeving, zodat u verschillende versies kunt vergelijken.  Deelname aan professionele seminaries gegeven door docenten uit de praktijk.

Wilt u meer informatie of een gratis demonstratie? Stuur dan een e-mail naar info@taxwin.be of bel naar 0800 39 067. VLTXEBPS-1903.ADV-IAB

www.taxwin.be

* Larcier en Indicator zijn merken van ELS Belgium nv, Hoogstraat 139 - Bus 6, 1000 Brussel, Btw BE 0436.181.878, RPR Brussel.

Professionele oplossingen voor fiscalisten en experts


Vakliteratuur

Ondernemingen in moeilijkheden D. Blommaert, J. Vannerom, J. Derammelaere (ed.) Intersentia, 2019. 250 p. (Reeks: Ius Mercatorum) Ondernemingen in moeilijkheden, hun aandeelhouders en/of zaakvoerders (en zelfs derden) staan voor de vraag of de onderneming best in faling gaat, een procedure in het kader van de wet continuïteit ondernemingen opstart of vrijwillig overgaat tot ontbinding en vereffening. Via dit boek bieden wij de praktizijn een overzicht van de gelijkenissen en de verschillen, de voor- en nadelen van deze drie mogelijke opties. Hierbij staan zowel de impact op de activa en passiva van de onderneming, als op de vermogenssituatie van andere betrokkenen centraal. De bijdragen stellen de lezer ertoe in staat de meest optimale keuze te maken. Dit boek richt zich zowel naar Belgische ondernemingen als naar buitenlandse ondernemingen met een Belgische vestiging. Prijs: € 45,00 Bestellen: intersentia.be/nl

Themis 107 – Insolventie-en beslagrecht M. Storme (ed.) Die Keure, 2018. 160 p. Themis 107 behandelt volgende onderwerpen in het insolventie- en beslagrecht: · Insolventieprocedures met grensoverschrijdende elementen. De nieuwe Europese Insolventieverordening (Geert Van Calster) · De insolventieprocedures in het nieuwe Boek XX WER (Joeri Vananroye en Roel Verheyden) · Actuele ontwikkelingen en tendensen inzake beslagrecht (2015-2018) (Rubben Lindemans) · Roerende zekerheidsrechten (Matthias E. Storme) De gedetailleerde inhoudstafel kan worden geraadpleegd op de website van die Keure professional. Prijs: € 50,00 Bestellen: www.diekeure.be/nl-be/professional

Fiscaal Praktijkboek Directe belastingen 2018-2019 Kluwer, 2019. 466 p. De Fiscale Praktijkboeken lichten actuele topics toe in een duidelijke en klare taal en duiden de gevolgen ervan voor de fiscale praktijk. · Fiscaliteit van de bedrijfswagen en de mobiliteitsvergoeding (Bart Lombaerts, Nele Vandervelden, Ingrid Schurmans en Maxime Duymelinck) · De verhoogde investeringsaftrek in de praktijk (Pieter Vandierendonck en Philippe Vandevoorde) · Een nieuwe belastingvermindering voor investeringen in groeibedrijven (Pieter Debbaut) · Activeren van spaargeld (Pieter Debbaut) · Kapitaalvermindering: voor de één de kroniek van een stervende zwaan, voor de ander een moord met voorbedachte rade… (Carl Van Biervliet) · De hervorming van de vennootschapsbelasting: impact op het Belgisch holdingstelsel (Sam Gommers) · Nieuw tarief vennootschapsbelasting en de minimale bezoldigingsvoorwaarde (Anne Mieke Vandekerkhove) · Minimale grondslag – vorming van een korf, invoering van een tweede aftrekbeperking (Donald Vandenberghe) · Winstpremie blaast de Participatiewet van 22 mei 2001 nieuw leven in (Christiaan Moeskops, Nadja De Bie en Thomas Goemaere) · Aanvullende pensioenen voor zelfstandigen: vergelijking tussen VAPZ en POZ (Chantal Hendrickx) Prijs: € 286,55 Bestellen: shop.wolterskluwer.be

34


Continuïteit van ondernemingen V. Frémat, S. Berg, G. de Sauvage, J-F. Goffin (ed.) Intersentia, 2018. 540 p. Dit handige boek behandelt artikelsgewijs de eerste vijf titels van Boek XX WER, van de algemene beginselen tot en met de gerechtelijke reorganisatie. Met hun keuze om het faillissementsrecht als zodanig niet te behandelen sluiten de auteurs nauw aan bij de keuze van de wetgever om in de eerste plaats in te zetten op de redding en de continuïteit van ondernemingen. Maar een onderneming, en in het bijzonder een onderneming in moeilijkheden, is niet alleen een zaak van haar aandeelhouders, bestuurders en schuldeisers, maar ook van haar werknemers. Aan dit aspect besteedt het boek eveneens aandacht door een uitvoerige artikelsgewijze bespreking van CAO nr. 102. Ook de vraag of artikel XX.86 WER en CAO nr. 102 potentieel strijdig zijn met het Europese recht komt uitvoerig aan bod. Dit lijvige naslagwerk biedt u een solide en betrouwbaar houvast voor alle aspecten van continuïteitsdossiers. Prijs: € 125,00 Bestellen: intersentia.be/nl

BTW Actua 2018 M. Govers Intersentia, 2018. 322 p. Dit boek bevat een gestructureerd informatief btw-jaaroverzicht m.b.t. 2018. Alle wetgeving, administratieve standpunten en rechtspraak, zowel op Europees als op Belgisch vlak, is erin opgenomen. Inclusief de Europese richtlijn inzake het verlaagde btw-tarief voor e-publicaties, de 'quick fixes' vanaf 2020, de gevolgen van de brexit, de wet inzake de optionele B2B onroerende verhuur, de richtlijnen van het nieuwe boetebeleid en het standpunt betreffende de btw-aftrek bij evenementen. Redactionele afsluiting: 2 januari 2019. Prijs: € 65,00 Bestellen: intersentia.be/nl

Handboek Bedrijfskunde M. Knockaert, M. Audenaert, M. Buelens, H. Van den Broeck LannooCampus, 2018. 368 p. Hoe kan een bedrijf succesvol blijven in een eindeloos veranderende omgeving? Hoe belangrijk zijn ondernemers en innovatie voor een moderne economie? Leidt aandacht voor de mens in een bedrijf tot betere prestaties? Bedrijven staan de laatste jaren in volle belangstelling. Faillissementen, bedrijfsschandalen, stakingen, toplonen en dramatische afslankingen zijn schering en inslag. Maar het bedrijfsleven wordt ook gekenmerkt door een exponentiële groei bij gazellebedrijven en kleine bedrijven die de traditionele businessmodellen hertekenen. Naast prestatiegerichtheid en meerwaarde voor aandeelhouders komt ook de aandacht voor meer mensgerichtheid en goed leiderschap op de voorgrond. De basisvragen in dit jonge, uitdagende vakgebied worden dagelijks opnieuw gesteld. Klassieke concepten houden stand, maar ook vele nieuwe begrippen kennen het daglicht. Dit boek biedt de gemotiveerde student én de geïnteresseerde professional actuele inzichten in management, leidinggeven, ondernemerschap en innovatie, en een eerste kennismaking met de verschillende bedrijfswetenschappen: operations, financiën, marketing en humanresourcesmanagement. Een gedetailleerde inhoudstafel kan worden geraadpleegd op de website van LannooCampus via 'Boek inkijken'. Prijs: € 34,99 Bestellen: www.lannoocampus.be/nl/

Accountancy&Tax – nr. 1 / 2019

35


SAVE THE DATE ALGEMENE VERGADERING

PROGRAMMA WANNEER? 27 april 2019 WAAR? Brussels Expo Belgiëplein 1 1020 Brussel

8u

Opening deuren algemene vergadering

9u

Officieel deel van de algemene vergadering

11.45u

Academisch deel gevolgd door een walkingdinner

Profile for Larcier Business

Accountancy & Tax nr. 1/2019  

Accountancy & Tax nr. 1/2019  

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded