Page 1

S T U D I O

2 0 0 0

M A G A Z I N E


Studio 2000 magazine 16de jaargang nummer 3, september 2010 Uitgave: Uitgeverij Lakerveld bv Postbus 160 2290 AD Wateringen Tel.: +31(0)174 315 000 Redactie: Hoofdredacteur: Ad van Gaalen Vormgeving: Daarinde Myers Eindredactie: Harrie Jabroer Foto’s: Kees Kuil Art & Design & Photo Research: Met dank aan Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie Pauline Montfoort Aan dit nummer werkten mee: Karlijn de Jong, Rinus Kuijpers, Ineke Mahieu, Herman van Wijngaarden, Abonnementen: Uitgeverij Lakerveld bv Irene Semp E-mail: irene.semp@lakerveld.nl Tel.: +31 (0) 174-389693 Abonnementsprijs: € 39,50 per jaar. Verschijning: Studio 2000 Magazine verschijnt vier keer per jaar Advertenties: Uitgeverij Lakerveld bv Barry Stok E-mail: barry.stok@lakerveld.nl Tel.: +31 (0) 174-315006

Copyright en aansprakelijkheid

Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen, gekopieerd, vermenigvuldigd, gereproduceerd of anderszins worden openbaar gemaakt, op welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever of indien rechten elders berusten, bij de houder van deze beeld- en/of auteursrechten. Hoewel dit magazine met de grootst mogelijk zorg is samengesteld aanvaarden auteurs noch uitgever aansprakelijkheid voor eventuele onjuistheden in deze uitgave. Evenmin zijn uitgever, auteurs of anderen die bij dit tijdschrift zijn betrokken aansprakelijk te houden voor handelingen van derden die mogelijkerwijs geacht zouden kunnen worden uit het lezen van deze uitgave te zijn voortgekomen. 4

STUDIO 2000

nr. 3 - 2010

Joan Miró (1893-1983) Zonder titel Litho 40,5 x 66,5 cm. Gesigneerd

Vooraf

6

Uitnodiging Maas werken op papier

8

Het ontstaan van een steendruk

10

Metten Koornstra

18

Grafische links in Rotterdam

20

Ans Wortel

26

Nicolaas Vecht

27

Harry van Kruiningen

28

Johan Briedé

30

Is Naarden

32

De Nederlandse Etsclub

34

Kees Andrea

41

Jan Visser

44

Alle werken die in dit tijdschrift zijn afgebeeld zijn te koop bij Studio 2000. Foto’s van schilderijen, die in druk worden gereproduceerd, verschillen altijd van de visuele indruk die het schilderij in werkelijkheid maakt.


Jan Campgfens (1940) Twee mannen in het cafĂŠ Gouache op papier 40 x 40 cm. Gesigneerd nr. 3 - 2010

STUDIO 2000

5


Vooraf

Grasduinen Karel van het Reve schreef ooit dat hij een hekel had aan bepaalde schrijvers, zonder van die schrijver ook maar ooit één letter gelezen te hebben. Als hij dan jaren later toch eens iets van zo’n door hem verworpen schrijver las, dan werd zijn vooroordeel meestal bevestigd: hij vond er inderdaad niks aan, als een soort self fullfilling prophecy. Van het Reve vond dit van zichzelf een slechte, onredelijke eigenschap, maar ik vraag me af of het wel zo onredelijk is. Ook voor liefhebbers van beeldende kunst geldt iets dergelijks. Datgene waarvoor je een intuïtieve voorkeur hebt, daarin verdiep je je. Je krijgt er meer kennis over en daardoor wordt je inzicht en waardering nog verhoogd. Misschien dat je na een tijd weer wat uitgekeken raakt op je voorkeuren en ruimte hebt om je met een volgende kunstenaar, stroming of richting te gaan bezig houden. Omgekeerd: wat je niet meteen aanspreekt, daar naar ga je niet kijken, en je leert het niet snel waarderen. Het immense landschap van literatuur en de beeldende kunst is nu eenmaal te groot om vruchtbaar te kunnen betreden zonder landkaart, zonder reisdoel, kortom zónder voorkeuren voor het een en afwijzing van

6

STUDIO 2000

nr. 3 - 2010

het ander. Men moet keuzes maken, anders komt men nergens. Hoewel: grasduinen is ook leuk. Henk Maas, schilder en verzamelaar te Rotterdam, van wie de collectie in eerdere edities van dit tijdschrift is gepresenteerd, was, tot op grote hoogte zo’n alleseter. In dit nummer worden uit zijn collectie weer een groot aantal werken op papier getoond, alle te koop ten bate van de goede doelen die door Maas bij leven zijn aangewezen. Maar ook nu geldt: dit is maar een kleine greep uit honderden werken. U kunt in Blaricum op uw gemak komen grasduinen.

Ad van Gaalen, hoofdredacteur


Ed Dukkers (1923-1996) Bezoekers Aquarel op papier 18,5 x 22 cm. Gesigneerd nr. 3 - 2010

STUDIO 2000

7


UITNODIGING Kunsthandel Studio 2000 nodigt u van harte uit voor de tiendaagse verkooptentoonstelling van de werken op papier uit de collectie Maas.

Tijdens deze benefietverkoop zijn werken van de volgende kunstenaars vertegenwoordigd: Amstel, Ernst van den

Guillaumin, (Armand)

Robert, George

Andriessen, Cees

Guttenberg, Heinrich

Robertson, Suze

Anthony, Howard E.

Hadad, Abraham

Röling, Marte Marijke

Baden, Hugo

Hecquet, Robert

Roodvoets, Chris

Bakker, Jan

Hehmann, Heinz

Rozendaal, H. J.

Balthus

Heroux, Bruno

Ruzicskay,Gyorgy

Bauer, Marius

Hertroys, Michiel

Sadeler, Aegidius

Beers, Hans

Heusden, Wout van

Salim, Mia S.

Benic, Lorraine

Hoving, Jan

Schut, Louis

Berends, Hendrik Frans

Hoytema, Antoinette

Segui, Antonio

Berg, Else

Huig, Henk

Sirks, Jan

Bezemer, Jan

Jungmann, Maarten

Sluijters, Jan

Bohemen, Kees van

Johannes Balthasar

Sluiter, Willy

Bol, Peter

Kahn, Dorry

Soeterik, Ineke,

Boom, Jan

Kever, Jan

Somermans, Pieter

Bosveld, Casper

Koornstra, Metten

Spermon, Kees

Bottschild, Samuel

Kraanen, Jaap

Stammeshaus,

Brandenburg, Cornelis

Kregten, Fedor van

Herman Steene,

Breeker, Ton

Kruiningen, Harry van

Reinald van den

Brusse, Mark

Kuik, William D.

Steenvoorden,

Cassée, Dick

Kuypers, Dirk

Albertus (Ab)

Cees Bolding

Lambert, George

Storm van

Chailloux, Roger

Lange, Reinhard

s Gravensande,

Clerck, Issabelle de

Lansink, Wilfried

Carel Nicolaas

Clous, Rob

Levigne, (Nicolaas)

Stuivenberg, Anna

Compier, Wim

Hubert

van Sugai, Kumi

Constant

Lowengard, Kurt

Teeuwisse, Annetje

Corneille

Lucebert

Theys, Yvan

Cremer, Jan

Maas, M.L.

Thieler, Fred

Dake, Carel Lodewijk

Matthes, Oskar Paul

Thorn Leeson, Marcus

Derkzen van Angeren,

Mendlik, Oscar

Tiebet, Claude

Antoon

Minningh, Joost

Tomanos,

Desjardine, David

Nagy, Imre Laszlo

Topor, Roland

Deyrolle, Jean Jacques

Nols, Frans

Toorop, Jan

Dijk, Willem Jans

Okx, Kees

Velzen, J.D. van

Vrijwel al de werken die in dit magazine en het vorig verschenen nummer zijn tijdens deze expositie te koop

Dunoyer de Segonzac,

Oosterkerk, Jacobus

Veldhoen, Aat

André

Willem (Ko)

Verburg, Jan

Eberhardt, Dirk

Oosting, Jeanne (Bie-

Verdier, Francois

Tevens tonen wij een aantal nieuwe aanwinsten uit onze eigen collectie!

Ferdinand

ruma)

Verhoog, Aat

Elenbaas, Wally

Oostrom, Coen van

Verpoorten, Frans

Elst, Ad van der

Orth, Ton

Visser, Jan

Engelman, Martin

Pane, Gina

Voigt, Bruno

Evrard, André

Pezzo, Lucio del

Vossen, André van der

Favre, Louis

Podulke, Mike

Wagemaker, Jaap

Forrai, Zoltan

Postma, Hannes

Wijnberg, Nicolaas

Gestel, Leo

Prange, Jacubus Marie

Witsen, Willem

Groot, Frans de

(Ko)

Zwart, Willem de

Gruijter, Jan de

Raay, Jozef van

e.a.

De opbrengst van deze benefietverkoping zal wederom geheel ten goede komen aan de volgende Goede doelen: Stichting Wereldnatuurfonds Vereniging tot behoud van Natuurmonumenten in Nederland Dierenambulance Rotterdam Vogelklas Karel Schot Stichting A.A.P. Stichting International Fund for Animal Welfare Vereniging Vogelbescherming Nederland Vereniging Ned. Vereniging tot Bescherming van Dieren Stichting Zuid-Hollands Landschap Stichting Alzheimer Nederland

Ca. 500 tekeningen, aquarellen, gouaches, litho’s, Houtsnedes en Etsen

Deze Benefietverkoping loopt van 19 - 28 september

Kunsthandel Studio 2000 Dorpsstraat 9 B/C 1261 ES Blaricum 035-6409432 www.studio2000.nl openingestijden: 12.00-17.00


Mark Brusse (1937) ‘Een aankomst Paris-gare du nord’, 1978 Zeefdruk op papier, 71/100 48 x 65 cm. Gesigneerd en gedateerd 10

STUDIO 2000

nr. 3 - 2010


Het ontstaan van

de steendruk

In de Maascollectie bevinden zich honderden litho’s. Het is aardig om de geschiedenis van deze bijzondere techniek eens na te gaan, te meer daar Valkenswaard tegenwoordig de wereldprimeur heeft van een geheel aan de lithografie gewijd museum. De invloed gaat veel verder dan de artistieke toepassing alleen: de uitvinding van de lithografie ontketende de tweede grote revolutie na de uitvinding van de boekdrukkunst. Het leerde de mensheid beelden te zien en nam spoedig een ongekend grote vlucht. Vanaf 1800 ook in onze Lage Landen. Te beginnen in Rotterdam.

De te drukken afbeelding wordt (in spiegelbeeld) op een vlak geslepen kalkzandsteen met vet krijt of vette inkt getekend. Het vet uit het krijt of inkt trekt in deze poreuze steensoort. Vervolgens wordt de steen met de tekening ingewreven met een mengsel van Arabische gom en salpeterzuur. Dit waterige mengsel dringt alleen daar in de steen waar geen tekening staat en zorgt er zo voor dat op die plekken geen vet kan doordringen. Wanneer het mengsel is opgedroogd, is de steen klaar voor het drukken. Met terpentine wordt de tekening verwijderd. Althans zo lijkt het. Het vet uit krijt en inkt blijven echter in de steen zitten. Met een vochtige spons wordt de steen vervolgens bevochtigd. We zien dat waar getekend is, dus waar de steen vet is, het water wordt afgestoten en de steen droog blijft. Nu kan met een inktroller het beeld worden ingeïnkt. De vette inkt

De onbetwiste uitvinder van de steendruk is Aloys, ook wel geschreven als Alois, Senefelder. Hij leefde van 6 november 1771 (Praag) tot en met 26 februari 1834 (München). Hij vond deze druktechniek in 1796 uit. Vele experimenten verder was zijn “Chemische Druck”, zoals hij zijn uitvinding noemde, in 1798 min of meer uitontwikkeld.

André Fougeron (1912-1998) Spelende kinderen Zeefdruk op papier 35 x 50 cm. Gesigneerd

Gretty Rubinstein (1947) ‘Marthe’, 1973

De lithografie is gebaseerd op het simpele principe dat water en vet elkaar afstoten. Senefelder ontwikkelde de volgende techniek.

Druktechniek, 8/60 25 x 20 cm. Gesigneerd nr. 3 - 2010

STUDIO 2000

11


Herbert Fiedler (1891-1962) Jongen met stropdas Aquarel en potlood op papier 16 x 15 cm. Gesigneerd

hecht alleen op de droge gedeelten van de steen. Na het inrollen met inkt wordt er een vel papier op de steen gelegd. Vervolgens dient de steen met hoge druk onder een pers te worden doorgehaald. Waarna de eerste afdruk gereed is. Meer afdrukken nodig? De steen wordt dan opnieuw vochtig gemaakt en ingerold net zo lang totdat de totale gewenste oplage is gedrukt. Ingewikkeld? Wie het een keer heeft zien doen merkt dat wel meevalt. Kort na zijn uitvinding nam deze druktechniek een enorme vlucht. Over Europa, maar zelfs naar het Midden- en Verre Oosten en Amerika. Buiten Duitsland als bakermat van de steendruk, verspreidt de uitvinding zich met alle medewerking van Alois Senefelder zeer snel naar Engeland en Frankrijk. In 1801 gaat Alois Senefelder met Philipp André, jongere broer van Johan André, en eerste zakelijke partner van Senefelder, naar Engeland om daar een patent op het steendrukken te verkrijgen. Dit wordt in hetzelfde jaar verleend. Alois gaat daarna terug naar Duitsland. André noemt de steendruk in

Na enkele vergeefse pogingen onder andere in 1802 door Friedrich André, ook een broer van Johan, wordt in 1815 de eerste lithografische drukkerij in Frankrijk gevestigd in Parijs, Rue du Bac, door de Comte de Lasteyrie, die het vak bij Alois Senefelder in München was gaan leren. Een jaar later volgt, ook in Parijs, Godefroi Engelmann. Lasteyrie gebruikt het nieuwe procedé voor het drukken van

Aat Veldhoen (1934) Rugnaakt met fluit Litho op papier 18 x 12 cm. Gesigneerd 12

STUDIO 2000

Engeland “Polyautographie”. Het lukt hem slecht het van de grond te krijgen en in 1805 laat hij de zaak over aan zijn knecht Redman, die o.a. kaarten drukt voor het Engelse leger. Een in Londen wonende Duitser, Rudolf Ackermann, muziekhandelaar, interesseert zich al in 1801 voor de nieuwe druktechniek en na aanschaf van een eigen pers in 1817 en het vertalen van het boek van Senefelder in 1819 weet hij werk van hoog niveau te maken. Enkele andere drukkerijen waren inmiddels in Londen actief o.a. Bankes, die in 1813 en 1816 ook een boekje over de Lithography uitgeeft. Charles Hullmandel, zoon van een in Londen gevestigde Duitse musicus, is een andere bekende vroege Engelse steendrukker. Hij leert het vak in München, ontmoet daar Alois Senefelder, vestigt zich in Londen en ontwikkelt zich tot een van de beste drukkers van zijn tijd. Ook hij publiceert een boek, “The Art of Drawing on Stone” in 1824.

nr. 3 - 2010


Gyรถrgy Ruzicskay (1896-1993) titel onbekend Litho op papier 25 x 18 cm. Gesigneerd

Gyรถrgy Ruzicskay (1896-1993) Berglandschap met figuur Litho op papier 25 x 18 cm. Gesigneerd nr. 3 - 2010

STUDIO 2000

13


Louis Schutz ‘Flight’, 1975 Aquatint op papier 33,5 x 25 cm. Gesigneerd en gedateerd 14

STUDIO 2000

nr. 3 - 2010


speelkaarten, bladmuziek, familiedrukwerk en boeken. Het door hem in 1820 gedrukte boek “COLLECTION DE MACHINES, D’INSTRUMENTS “ etc. laat in 2 delen de machines en gereedschappen zien, die in gebruik zijn op het platteland. Opgeleid door M. Lenglumé start Rose-Joseph Lemercier in 1828 zijn eigen drukkerij en hij wordt al snel een beroemd drukker. Hij maakt onder andere afbeeldingen van bekende componisten uit die tijd, zoals Cherubini, Rossini en Meyerbeer. De steendruk was, voorafgaande aan de ontdekking van de fotografie, als snel hét procédé om portretten (in veelvoud) te maken. In Nederland begint de steendruk in Rotterdam met de uit Beieren afkomstige muziekuitgever Lodewijk Plattner (1767-1842). Rond 1800 vestigde hij zich in de Maasstad en huwde in 1802 met Elisabeth Grimberg. Hij was werkzaam als muziekmeester en winkelier in muziekinstrumenten en vanaf 1808 als muziekdrukker en uitgever. Voor de inrichting van zijn steendrukkerij liet hij Franz Anton Niedermayr overkomen. Deze Niedermayr gaf zich enige tijd uit voor de uitvinder van de steendruk, maar in feite had hij het procédé van Senefelder geleerd. Vanaf 28 mei 1809 registreerde Plattner zijn in steendruk vervaardigde muziekstukken bij de Koninklijke Bibliotheek. Eveneens in 1809 diende Plattner een octrooiverzoek in bij koning Lodewijk Napoleon. Dit jaar markeerde namelijk de afkondiging van een wet die het mogelijk maakte nieuwe uitvindingen, ontdekkingen en verbeteringen te

beschermen door octrooi. Zijn octrooiaanvraag was vergezeld van een viertal prenten die zeer waarschijnlijkheid door de in Rotterdam woonachtige Simon Petit (een Franse kunstenaar) zijn vervaardigd. In zijn verzoekschrift gaf Plattner zich opnieuw uit als uitvinder van de lithografie. Dit, in de onwetendheid dat de koning en adviseur van de koning het procédé reeds kenden. In 1805 had hij namelijk zélf tijdens een demonstratie te München al eens op een steen getekend en ook verscheen in 1809 het Musterbuch van Senefelder. Ondanks de, laten we zeggen, wat dubieuze aanpak van Plattner, verkreeg hij in april in 1810 een octrooi voor 5 jaren als steendrukker om als enige in Nederland gelithografeerde partituren uit te brengen.

Aat Verhoog (1933) Mannen op paarden Litho op papier 35 x 45 cm. Gesigneerd

In Amsterdam lijkt de eerste drukkerij die van de Duitser E. Beijer te zijn, gezamenlijk met de Nederlander Abraham Vinkeles opgericht in 1816. A. Vinkeles is de zoon van de dan zeer bekende graveur en tekenaar Reinier Vinkeles, maar hij heeft niet de capaciteiten van zijn vader. Zij drukken muziek, kunstprenten en handelsdrukwerk. In 1817 wordt de zaak overgenomen door de boekhandelaar C.G. Sulpke, die het bedrijf door gebrek aan vakkundige hulp twee jaar later al weer afstoot, waardoor het in bezit komt van de bekende boekdrukker C.A. Spin. Ondanks het inroepen van de hulp van de kennelijk niet zo kundige Karl Senefelder, broer van Alois, wordt de steendrukkerij geen succes. Den Haag is de derde plaats met een steendrukkerij. De Fransman Duval de Mercourt

Chris Roodvoets (1941) ‘In de winter’, 1965 Ets op papier 26 x 35 cm. Gesigneerd en gedateerd nr. 3 - 2010

STUDIO 2000

15


Nicolaas Wijnberg (1918-2006) Visser met vlag en bij boot, 1947 Kleurenlitho op papier 50 x 44 cm. Gesigneerd

sticht hier in 1818 een steendrukkerij en mag zich “Lithographe du Roi” noemen. Duval heeft zijn kennis waarschijnlijk bij de Comte de Lasteyrie en G. Engelmann in Parijs opgedaan. In 1820 neemt Daniel Abrahams de “Koninklijke Steendrukkerij” over. Deze werkt o.a. samen met de tekenaar B.J.van Hove. In het Nederlands Steendrukmuseum is een door “Kon.Lithog. te ‘s Hage D.Abrahams” in zwart gedrukte en daarna handingekleurde prent te zien. In Noord-Brabant heeft de eerste steendrukpers in ‘s Hertogenbosch gestaan. De uit Rotterdam afkomstige Jan Ferdinand Demelinne laat zich in 1821 in Den Bosch inschrijven als “lithografist”. Weinig is van hem bekend. In 1822 ontstaat in Dordrecht steendrukkerij Steuerwald doordat een aantal artillerie-officieren, waaronder Steuerwald, een klein steendrukpersje laten maken om proeven te doen. Zij laten zich daarbij leiden door het boek “Vollständiges Lehrbuch der Steindruckerey” van A. Senefelder. Een uitgave van C.H.G. Steuerwald & Comp. is in 1926 een verzameling boomstudies van de kunstenaar A.van der Koogh. Dat geldt ook voor een druk van een bedelende jongen, door Steuerwald gedrukt nadat het

Louis Favre

prachtig met vetkrijt op de steen werd gezet door lithograaf H.W. Last naar een werk van de kunstenaar J. Geirnaet. Verder ontstaan in 1823 de steendrukkerij D.K. Müller & Co. in Arnhem en in hetzelfde jaar de bekende steendrukkerij G.T.N Suringar in Leeuwarden. De steendruk komt echter pas echt goed van de grond met werk, dat zich met dat van het buitenland kon meten, als in 1827 de firma’s Desguerrois en Co. en Jobard zich in Amsterdam vestigen. Zij kwamen uit Brussel, waar de lithografie, onder Parijse invloed, al verder ontwikkeld was. Het museum toont een door Desguerrois & Co in zwart gedrukte en daarna handingekleurde prent, die Tsaar Peter de Grote in zijn huisje in Zaandam in 1697 weergeeft. Uit drukkerij Desguerrois komt later Drukkerij Senefelder in Amsterdam voort. Boven de ingang van hun oude fabriekspand in Amsterdam prijkt nog heden een beeld van Alois Senefelder.

(1892-1956)

De eerste steendrukactiviteiten in België vinden in 1818 in Brussel plaats, waar Karl Senefelder, de broer van de uitvinder, cursussen geeft en prenten drukt. In 1820 installeert Francois Willaume een lithopers en

‘Sirène (II)’ kleurenlitho op papier, 1/54 49 x 40 cm. Gesigneerd 16

STUDIO 2000

nr. 3 - 2010


spelen en blikdruk. Daarbij ziet u werk van bekende kunstenaars zoals Kees van Dongen, Alphonse Mucha, Adolphe Willette en Jan Sluyters.

Imre Laszlo Nagy (1928-1997) Abstracte voorstelling Gouache op papier

verbindt zich met Mademoiselle Caroline Chatillon, kunstschilderes, om het tijdschrift “Journal des Modes Parisiennes” te drukken en uit te geven. Ondertussen vestigt zich ook een aantal drukkerijen in andere steden: Dewasme in Tournai, Ubaghs in Antwerpen, Waucquière in Bergen (Mons), en Kiedorf in Gent. In Brussel publiceert, in 1821, de steendrukker Jobard de eerste platen getekend op de steen door J.-B. Madou, die met zijn werk groot succes heeft. Hoewel Senefelder ook al experimenteerde met kleurendruk, ontwikkelde de steendruk zich in de eerste veertig jaren toch vrijwel als een zwart wit procédé. Een effen kleur (“tint”) drukken en daarover een zwarte afbeelding was een bescheiden aanzet om kleur in het beeld te brengen. Kleuren konden wel handmatig met penseel, al dan niet met sjablonen, op de zwart/wit litho gebracht worden. Een tijdrovende zaak. Ook hiervan zijn voorbeelden in het museum te zien. De uitvinding van de chromo-lithografie in 1840 bracht kleur in de producten.

Van de opgestelde steendrukpersen uit de afgelopen twee eeuwen wordt een aantal nog regelmatig gebruikt. Ook is een getrouwe replica van de eerste houten steendrukpers van Alois Senefelder uit 1798 te zien. En in het museumatelier worden zowel workshops als drukdemonstraties gegeven en zijn bovendien frequent kunstenaars aan het werk te zien.

33 x 48 cm. Gesigneerd

De collectie bevat ook een verscheidenheid aan historische steendrukpersen. Zo is er de drie meter hoge replica van de allereerste houten steendrukpers gemaakt door de uitvinder Alois Senefelder. En daarnaast imposante, zes ton wegende ‘snelpersen’ uit de 19e en 20e eeuw. Dat alles in werkende staat. Nederlands Steendrukmuseum Oranje Nassaustraat 8c 5554 AG Valkenswaard Telefoon: Telefax: E-mail: Internet:

040 - 204 98 41 040 - 201 13 33 info@steendrukmuseum.nl www.steendrukmuseum.nl

In het Nederlands Steendrukmuseum vindt de bezoeker een uitgebreide collectie beeldmateriaal en techniek. Daarbij komen zowel de historische, technische als artistieke kanten van het steendrukken ruim aan bod. De fenomenale uitvinding, de ontwikkeling en het enorme toepassingsgebied kunt u bekijken én zelf beleven. De collectie bijeengebracht door P. L. Vrijdag - omvat boekillustraties, cartografie, reclameplaten, muziekdruk en speelkaarten tot poëzieplaatjes, etiketten, ansichtkaarten, prenten, karikaturen, (satirische) tijdschriften, kinder-

Martin Engelman (1924-1992) Kop, 1969 Litho op papier, 3/15 49 x 40,5 cm. Gesigneerd nr. 3 - 2010

STUDIO 2000

17


Metten Koornstra Het wonderlijke van de gewone dingen afgebroken, maar Koornstra’s onafhankelijkheidsdrang was nog altijd even groot. In de oorlogsjaren woonde hij in een huisje in Breukelen, dat midden in het weiland stond. Hij voelde zich op zijn gemak, zo op zichzelf. Aan het einde van de oorlog zou hij toch moeten onderduiken in Amsterdam, maar ondanks dat was hij gedurende deze jaren nog wel als kunstenaar actief, voornamelijk met tekeningen. Amsterdamse kunstenaars herkenden in hem een waardevolle collega, die origineel en persoonlijk werk maakte. Metten Koornstra (1912-1978) had een drang naar onafhankelijkheid. Hij was opgegroeid in een streng calvinistisch milieu en had het op zijn christelijke school niet gemakkelijk. Hij ontwikkelde een afkeer van onderwijs in het algemeen, waardoor hij ondanks zijn tekentalent weigerde naar de kunstnijverheidsschool te gaan. In plaats daarvan maakte hij vele reizen door Europa, en bezocht hij de musea in verschillende landen. Zo ontwikkelde hij zijn artistieke voorkeuren voor Nederlanders als Sluijters, Kruyder, Jongkind en Van Dongen en voor buitenlandse kunstenaars als Matisse, Modigliani en vooral Morandi.

Gesigneerd

In 1939 begon Koornstra zelf met tekenen, en Antoon Derkzen van Angeren leerde hem het lithograferen. Koornstra zou de techniek zeer goed gaan beheersen. In ditzelfde jaar had hij zijn eerste eigen expositie van tekeningen. De tekeningen had hij gemaakt op zijn laatste reis naar Corsica en Frankrijk, en werden als volledige kunstwerkjes vol lof ontvangen. Zijn reizen waren door de oorlog

18

nr. 3 - 2010

Metten Koornstra (1912-1978) Figuur op een pad Litho op papier 8 x 10 cm.

STUDIO 2000

Aan het einde van de oorlog wist Koornstra de hand te leggen op een tweedehands lithopers. Hij kon zich gaan ontwikkelen als steendrukker en ontwikkelde een grote technische kennis van het vak, die hij graag deelde met andere kunstenaars. In zijn litho’s, maar ook in de schilderijen die hij later zou gaan maken, verbeeldde Koornstra zijn verlangens en schiep hij een kleine, andere wereld, die een alternatief was voor de echte wereld. Zijn herkenbare stijl doet romantisch en melancholisch aan en laat een verstilde wereld zien. Koornstra toonde de gewone dingen, maar liet daarvan het wonderlijke zien. De prijzen die moesten worden betaald voor zijn litho’s hield Koornstra bewust laag. Volgens Hans Redeker, kunsthistoricus en naaste vriend van Koornstra, vond hij het heerlijk dat daardoor een grote spreiding van zijn grafiek mogelijk werd. Het deed hem goed om een ‘jong stel’ met een litho te zien vertrekken. Naast zijn litho’s en schilderijen illustreerde Koornstra ook boeken, ontwierp hij boek-


banden en -omslagen en maakte hij theaterdecors. Bij het grote publiek echter werd hij vooral bekend door zijn decoraties voor het jaarlijkse Boekenbal. In 1947 werd hij uitgenodigd door de Commissie voor de Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPNB) om de versieringen op zich te nemen voor dit hoogtepunt van de Boekenweek. Hij zou tot in de jaren zeventig verantwoordelijk zijn voor de artistieke aankleding van het Bal. Koornstra stroopte het Waterlooplein af voor de onderdelen van zijn bizarre versierselen, die zo geliefd

waren bij de bezoekers dat ze deze van de wanden haalden om ze mee naar huis te nemen. De populariteit van de versieringen is tot op heden niet verminderd: dit jaar werden nog enkele decorstukken en zogenoemde Boekenbalmannetjes geveild. De bizarre, fantasievolle versieringen werden door sommigen ‘pop art avant-la-lettre’ genoemd, maar hiervoor waren de versierselen te vrolijk. Ze hadden niet het harde pop art-randje, maar werden door Koornstra gebruikt om een gelukkige, dwaze, wonderlijke wereld mee te scheppen.

Metten Koornstra (1912-1978) Figuur op een veld Litho op papier, 142/200 32 x 42 cm. Gesigneerd nr. 3 - 2010

STUDIO 2000

19


Grafisch links in Rotterdam Siet Zuyderland (1942-) Experimenten kamer Screenprint 40 x 50 cm. Gesigneerd

Het idee dat de stad Rotterdam aan het begin van de twintigste eeuw cultuurloos was, is alweer even achterhaald. Door de Rotterdamse Kunstkring werd een vooruitstrevend kunstbeleid gevoerd, en de belangstelling voor de kunst nam toe: dit werd weerspiegeld in de opkomst van vele kunsthandels in de stad. Ook bestond er een actief particulier circuit van kunstliefhebbers. Tegenover de moderne kunst echter stelde Rotterdam zich behoudend op, waardoor het werk van moderne kunstenaars uit binnen- en buitenland eerder in andere steden werd getoond. Ondanks de passieve houding van de stad, roerden de moderne kunstenaars zich wel. Ze richtten kunstenaarsverenigingen op die een experimenteel karakter hadden. In

1917 werd het redelijk bekende ‘De Branding’ opgericht, en aan het einde van 1929 richtten Herman Bieling, Wout van Heusden en Piet Begeer de linkse ‘Liga voor Beeldende Kunstenaars’ op. De Liga wilde af van het idee dat kunst een luxegoed was: in plaats daarvan moest het als noodzakelijkheid gezien worden. De Liga behaalde weinig succes, omdat de subsidieaanvraag werd afgewezen door de gemeente. Enkele jaren later richtten Wout van Heusden en Herman Bieling opnieuw een linkse vereniging op. De ‘Kring van Beeldende Kunstenaars R’33’ (Rotterdam 1933) werd gezien als een opvolger voor De Branding. R’33 streed tegen het kapitalisme en was de enige groep in Rotterdam die voor de kunstenaarsbelangen opkwam.

Wout van Heusden

Het is geen toeval dat juist in Rotterdam de kunstenaars zoveel linkse geluiden lieten horen. In de havenstad was rond 1900 voor het eerst een groot aantal kunstenaars uit het arbeidersmilieu afkomstig. Om de kost te verdienen werkten kunstenaars vaak ook

(1896-1982) Zonder titel, 1976 Ets op papier, 138/150 40 x 33 cm. Gesigneerd 20

STUDIO 2000

nr. 3 - 2010


Swinders Figuren Litho op papier 30 x 40 cm. Gesigneerd nr. 3 - 2010

STUDIO 2000

21


Nico Benschop (1907-2001) Wijds landschap Aquarel op papier 40 x 50 cm. Gesigneerd

nog als arbeider. Hierdoor ondervonden ze zelf de sociale ongelijkheid – die in Rotterdam groot was – en het is niet verwonderlijk dat zij in hun werk daarop reageerden. Daarnaast was het politieke klimaat in Rotterdam links georiënteerd. In de jaren na de Eerste Wereldoorlog werd Rotterdam als centrum van ‘rood’ Nederland beschouwd, waar socialistische intellectuelen naar toe trokken. Socialisten en communisten waren ervan overtuigd dat Rotterdam het revolutionaire centrum van Nederland was. Wat heeft dit linkse klimaat met moderne kunst te maken? Voor Rotterdam heel veel, omdat dit klimaat de opkomst en goede reputatie van de Rotterdamse grafiek mogelijk maakte. Juist in deze omgeving was er, meer dan elders, belangstelling voor de grafische technieken vanwege de reproductiemogelijkheden in de socialistische pers. Daarnaast was grafiek de ideale manier om kunst toegankelijk te maken voor een grote groep mensen, omdat een werk –

(1881-1957) Staand naakt Litho op papier 75 x 47 cm. Gesigneerd STUDIO 2000

In de traditie van de Rotterdamse grafiek wordt Antoon Derkzen van Angeren standaard genoemd als sleutelfiguur. Als leraar leidde hij de toonaangevende generatie van naoorlogse grafici op. In de literatuur wordt hij regelmatig aangehaald als de grote voorvechter van de ‘regeneratie der etskunst’. Derkzen van Angeren had aan de schoolse academie een artistiek element toegevoegd, omdat hij techniek zag als een noodzakelijk middel om iets van jezelf naar buiten te brengen. Veel Rotterdamse grafici kregen van hem les in het lithograferen en werden door zijn collega Simon Moulijn onderwezen in de etskunst. Het is opvallend dat veel van deze leerlingen in de jaren vijftig, op gevorderde leeftijd, de ontwikkeling naar abstractie doormaakten. Onder deze kunstenaars was ook de eerder genoemde Rotterdammer Wout van Heusden (1896-1982). Hij groeide op in een arbeidersgezin en wist zich via de kunst op te werken. Hij wordt daardoor gezien als representant van de generatie die het kunstenaarschap tegen de achtergrond van de stad Rotterdam, het arbeidersmilieu en de

Jan Sluijters

22

doordat het in meerdere oplagen verscheen – relatief goedkoop was. Het brede publiek kon hierdoor van goede kunst genieten, omdat volgens de kunstenaars de duizendste druk van een litho even waardevol is als de eerste. Opmerkelijk is dat de grafici zich niet van een expliciet linkse thematiek bedienden: de socialistische ideeën uitten zich voornamelijk in de grafische techniek.

nr. 3 - 2010


‘linkse’ idealen een heel eigen invulling gaf. Ook Wout van Heusden was een leerling van Moulijn en Derkzen van Angeren. Zij vroegen hem op de Academie les te komen geven, maar Van Heusden wilde zich liever onafhankelijk als kunstenaar verder ontplooien. Stap voor stap maakte Van Heusden zich los van de verhalende en herkenbare wereld en ging over naar een abstracte wereld, waarin hij steeds meer nadruk legde op het ontstaan van het werk. Hij combineerde bewust neergezette vormen en vormen die toevallig waren ontstaan. Hoewel Van Heusden was begonnen met lithograferen, maakte hij vanaf ongeveer 1955 uitsluitend nog etsen. Net als Derkzen van Angeren hechtte hij veel belang aan de techniek: hij werd werd niet voor niets een ‘meester met de naald en het zuur’ genoemd.

een vereniging, had geen leerlingen en hij hield zijn technieken voor zich, omdat hij vond dat jongeren deze zelf moesten uitvinden om origineel te kunnen zijn. Ook had hij zich steeds meer teruggetrokken uit het openbare leven. Hij verbrak zijn contacten met galeries en hoefde zijn werk niet meer zo nodig te verkopen: hij werkte voor zichzelf en voor de kunst. Wel nam Van Heusden nog regelmatig deel aan tentoonstellingen in binnen- en buitenland. Het oeuvre van Van Heusden omvat honderden prenten. De oplage bleef veelal beperkt tot enkele exemplaren: sommige prenten zijn zelfs unica. Omdat het werk van Wout van Heusden nauwelijks de ronde doet op veilingen, is het maar zelden te zien. Het maakt het werk in de collectie van Studio 2000 extra bijzonder.

P.H. Priebe Surrealistisch Landschap Kleurenlitho, 37/200 30 x 41,5 cm. Gesigneerd

Een collega van Van Heusden in het Rotterdamse grafische circuit was Jaap Kraanen (1903-1973). Kraanen bekwaamde zich als autodidact vooral in de lithografie. Hierin kon hij zijn behoefte aan experimenteren, vrijheid en ongebondenheid als grafisch kunstenaar het beste uitleven, en de techniek sloot goed aan bij zijn tekentalent. Zijn drang tot experimenteren

In 1966 won Wout van Heusden de Rembrandtprijs. Het juryrapport vermeldde dat in zijn werk de intuïtie, verbeelding en kunde harmonisch samengaan, en zo de ‘verborgen diepten van het onderbewuste’ verkennen. Met dat onderbewuste werden niet alleen de toevallige vormen bedoeld, maar ook de visionaire dromen waar Van Heusden vorm aan gaf. In zijn werk komen dieren, dichters en demonen voor, maar ook ruiters, schepen en elementen uit de natuur.

Lachende clowns, 1950

Van Heusden raakte na zijn dood in 1982 enigszins in de vergetelheid. Dit is voornamelijk te wijten aan zijn solisme: de kunstenaar had zich niet aangesloten bij

Ets op papier 34 x 27,5 cm. Gesigneerd en gedateerd nr. 3 - 2010

STUDIO 2000

23


het middel bij uitstek om kunst toegankelijk te maken voor een groot publiek.

Jaap Kraanen (1903-1973) ‘Twee figuren’, 1960

Net als veel van zijn collega’s werkte Kraanen aanvankelijk figuratief, maar ging hij later over in een abstracte stijl, waarin hij veel in zwart-wit werkte. Zijn vormen vond hij altijd in zijn omgeving: de natuur, de industrie, de stad en de Maas, de dans en de muziek. Een belangrijk thema direct na de oorlog was voor Kraanen de wederopbouw van Rotterdam. Later werd hij gegrepen door micro-organismen, die hij bekeek door de microscoop en vrij geïnterpreteerd vastlegde in zijn werk.

Monotype 42,5 x 33,5 cm. Gesigneerd

maakte dat Kraanen altijd op zoek was naar nieuwe technische mogelijkheden.

Gesigneerd

Kraanen begon als zelfstandig graficus pas na de Tweede Wereldoorlog: in 1946 maakte hij zijn tentoonstellingsdebuut. Aan het begin van de jaren vijftig was Kraanen de medeoprichter van de Werkgemeenschap Grafische Kunst Rotterdam (WGKR). Deze groep kreeg na de verhuizing van de atelierruimte naar Diergaarde Blijdorp de naam ‘ARA’. Ook de kunstenaars van ARA zagen grafiek als

24

nr. 3 - 2010

Peter Bol (1947) ‘En jou noem ik haan’, 1973 Houtsnede op papier, 46/100 33,5 x 60,5 cm.

STUDIO 2000

Ondanks zijn socialistische idealen verscheen Kraanens werk in kleine oplagen. Dit kwam door zijn rusteloosheid: na twee of drie identieke drukken van een prent was hij al met iets nieuws bezig. Omdat Kraanen vooral graficus was omdat hij uit de steen kon halen wat hij op het doek niet kon bereiken, wordt hij niet altijd als een ware graficus getypeerd. Het grafisch werken bleef voor hem altijd spannend: hij raakte nooit uitgekeken op de technieken en had de behoefte om alsmaar dieper in de mogelijkheden van de grafische materialen door te dringen. In de collectie van Studio 2000 bevindt zich een groot aantal werken van Jaap Kraanen. Het biedt een kans om kennis te maken met het werk van deze fascinerende Rotterdammer.


Jaap Kraanen (1903-1973) Zonder titel Houtsnede op papier 30 x 24 cm. Gesigneerd nr. 3 - 2010

STUDIO 2000

25


De menslievende

Ans Wortel ‘Humanitair mystica’: zo werd Ans Wortel (1929-1996) in 1973 omschreven in het Limburgs Dagblad, naar aanleiding van een tentoonstelling. De woorden klinken wollig, maar sluiten wel aan bij Wortel en bij haar werk. Humanitair, omdat haar werk draait om de liefde voor de mens. Mystica, omdat ze verbeeldt wat deze mens overstijgt.

Ans Wortel (1929-1996)

Het werk van Wortel is herkenbaar, is overduidelijk ‘Wortel’, met een sterk grafische benadering en harde contrasterende kleuren. Wortel verbeeldt geen naturalistische figuren maar mensvormen, die zomaar een te groot hoofd of te lange ledematen kunnen hebben. Ze vertolken het mensidee van Wortel.

‘De hoofden redden… en de bodem vullen…’ Litho op papier, 21/50 20,5 x 42,5 cm. Gesigneerd

De opkomst van de kunstenares Ans Wortel in de jaren zeventig liep gelijk met de Nederlandse emancipatiebeweging. Haar werk sluit hierbij aan: als vrouw begaf ze zich met het uiten van opgekropte gevoelens op de artistieke barricade. In haar werk keren

altijd dezelfde thema’s terug. Het leven van een vrouw, de strijd om het bestaan, liefde, genegenheid, het verlangen naar een betere wereld… Het gaat bovenal om menselijke relaties. Volgens Wortel worden deze relaties voor een groot deel bepaald door hebberigheid en conflicten. Toch resulteert dit idee niet in treurig gestemd werk, integendeel: Wortel schildert de mensen zoals zij vindt dat ze zich moeten gedragen tegen elkaar. Er spreekt iets uit dat aan heimwee doet denken. Is het het verlangen naar iets dat is geweest, naar geluk misschien? Haar werk is autobiografisch, direct en vol expressie. Wortel begint nooit met een compositie: een beeld ontstaat spontaan en geleidelijk. Altijd zijn daar de menselijke figuren, die elkaar zoeken, omarmen of juist afstoten. Het gaat om twee groepen mensen, of om een groep tegenover één persoon. Tussen beide partijen bestaat spanning, maar ook een nauwe relatie. In veel werken komt een surrealistisch, niet nader te plaatsen landschap voor waarin de figuren lijken te zweven. Het doet vermoeden dat ze daar aan hun lot zijn overgelaten. Een onmisbaar element in het werk van Wortel is de tekst, die zij onder het werk schrijft en die deel uitmaakt van het werk. Vaak nemen de teksten de vorm van kleine gedichten aan. Wortel zet ze in als hulpmiddel voor de toeschouwer, omdat ze vindt dat kunst ‘begrijpbaar’ moet zijn. Het voegt een extra dimensie toe aan het beeld en verhoogt de zeggingskracht van haar werk.

26

STUDIO 2000

nr. 3 - 2010


Nicolaas

van de Vecht Veelzijdig kunstenaar Nicolaas van de Vecht (1886-1941) is in onze collectie vertegenwoordigd met een groot figuurstuk op papier. Evenals vele kunstenaars die beschreven worden in dit magazine, was Van de Vecht actief binnen meerdere artistieke disciplines. Hij aquarelleerde, was tekenaar en maakte litho’s, maar hij profileerde zich vooral als vormgever en typograaf. Zijn vrije werk exposeerde hij op tentoonstellingen van kunstenaarsvereniging De Onafhankelijken in het Stedelijk Museum te Amsterdam.

postzegel als tijdsbeeld (Leids Kunsthistorisch Jaarboek, nr. 12 2002) dat de sfeer die spreekt uit de zegels van een ‘moderne, religieuze deftigheid’ is, en van een grote ernst die de schoonheid destijds met zich meebracht. Overigens gold dit ook voor de zegels van Willem van Konijnenburg en Jan Toorop uit datzelfde jaar.

Naast vrij werk maakte Van de Vecht ook toegepaste kunstwerken in opdracht, zoals kalenders en reclamebiljetten, en ontwerpen voor kussenhoezen en tapijten. In de beelddocumentatie van het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie (RKD, Den Haag) is – weliswaar in kopievorm – een mooie verzameling reclameontwerpen van zijn hand te vinden. Van een ontwerp uit 1917 met een haan in sierlijke art nouveau stijl, tot een linksgeoriënteerd ontwerp uit 1926, waarop een arbeider oproept om ‘voorwaarts!’ te gaan. Als typograaf werkte Van de Vecht onder andere in opdracht van de PTT: hij maakte met architect Michel de Klerk en typograaf Sjoerd de Roos in 1923 een reeks moderne postzegels. De ontwerpen werden gekozen uit vele inzendingen op een prijsvraag die de PTT in 1921 had uitgeschreven. Paul Hefting schrijft in een artikel over de

Nicolaas van de Vecht (1886-1941) Figuurstuk Gemengde techniek op papier 112,5 x 72,5 cm. Gesigneerd nr. 3 - 2010

STUDIO 2000

27


Harry van kruiningen Kunst voor brede lagen zonder titel Ets op papier 39,5 x 49 cm.

Zonder titel Ets op papier 40 x 50 cm.

Harry van Kruiningen (pseudoniem van Henri Adelbert ‘Harry’ Janssen, 1906-1996) wilde net als veel andere grafici dat zijn werk voor zoveel mogelijk mensen toegankelijk was. Hij was daarom ook niet bang om gebruiksvoorwerpen te betrekken in zijn kunst: zo drukte hij in de jaren vijftig grote prenten af op zijden sjaals. Kunstkenner Jos de Gruyter schreef in 1966 naar aanleiding van een tentoonstelling van Van Kruiningen over het democratische karakter van grafiek, waardoor de grafiek in Nederland en het buitenland was opgebloeid. Maar, schreef De Gruyter, dat betekende geenszins dat grafiek een ‘volkskunst’ was geworden. Wel was het een kunst voor brede lagen van de bevolking, en dit paste sociaal gezien volkomen in het kader van de tijd. Van Kruiningen werkte het grootste deel van zijn artistieke loopbaan in Amsterdam.

In 1991 vertrok hij naar Laren, waar hij de laatste jaren van zijn leven doorbracht. Hij was opgeleid aan het Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs te Amsterdam en aan het Amsterdamse Tekeninstituut Piersma. Op het gebied van de grafische kunsten was Van Kruiningen autodidact. Hij beperkte zich niet tot één discipline, maar was ook actief als illustrator, monumentaal kunstenaar, wandschilder, mozaïekvervaardiger en uitgever. Als graficus trad Harry van Kruiningen na de oorlog in de openbaarheid. Tot die tijd had hij bijna uitsluitend schilderijen in olieverf gemaakt, met onderwerpen uit zijn directe omgeving. Tijdens de oorlog had de graficus Van Kruiningen overigens ook niet stilgezeten: als lid van het verzet maakte hij valse persoonsbewijzen op zijn lithopers. Aanvankelijk legde Van Kruiningen het dagelijks leven exact vast, maar gaandeweg werkte hij steeds meer vanuit zijn verbeelding. Hij zou de mythische wereld en de wereld van de legende gaan verbeelden. Kleur was voor Van Kruiningen lange tijd een essentieel bestanddeel om de expres-

28

STUDIO 2000

nr. 3 - 2010


menten uit de werkelijkheid. Ook maakte hij reeksen waarin hij zich liet inspireren door literaire thema’s, zoals de Metamorphosen van Ovidius. Het grafisch werk van Van Kruiningen werd hoog gewaardeerd. In 1959 won hij de Prijs van het Prins Bernhard Cultuurfonds en drie jaar later de Prijs van de critici. In 1965 kreeg hij de zilveren medaille op de internationale boek- en grafiektentoonstelling te Leipzig. Van Kruiningen werd na de oorlog lid van de ‘Liga Nieuw Beelden’ en was van 1960 tot 1973 lid van ‘De Grafische’.

Zonder titel Ets op papier 59 x 83,5 cm.

Twee figuren Ets op papier 41 x 33 cm.

siviteit te verhogen, maar later werkte hij vooral nog in zwart-wit, waarbij hij door middel van schakeringen verfijning aanbracht. Vaak werkte Van Kruiningen zonder voorafgaande werktekening meteen op de plaat of steen en combineerde hij in zijn werk de vlaken de diepdruk. Hij was evenals de Rotterdammer Wout van Heusden zeer begaan met de grafische technieken, en vakbekwaamheid stond bij de twee kunstenaars hoog in het vaandel. Niet voor niets werden ze de ‘ware alchemisten van de grafiek’ genoemd. In tegenstelling tot Van Heusden deelde Van Kruiningen zijn kennis graag. Hiervoor schreef hij onder meer het boekje ‘Techniek van de grafische kunst’ (1966). Daarnaast gaf hij ook boekjes met zijn eigen prenten uit, zoals ‘Etsen geïnspireerd op het ontstaan van het leven: fantasiebeelden die door de werkelijkheid worden gevoed’. Van Kruiningen hield zich al langer bezig met boeken: in de jaren dertig schreef en illustreerde hij kinderboeken. De vroegste prenten van Van Kruiningen tonen een surreële wereld, met wezens die zijn opgebouwd uit fantasie-elementen en elenr. 3 - 2010

STUDIO 2000

29


Johan Briedé en de toegepaste kunst Veel grafische kunstenaars in de eerste helft van de twintigste eeuw hielden zich naast de beeldende kunst ook bezig met de toegepaste kunst; met functionele voorwerpen. Vóór die tijd was die inmenging van ‘hoge’ kunst met ‘lage’ gebruiksvoorwerpen, die immers voor het grote publiek waren, ondenkbaar. Door de opkomst van de kunstnijverheidsbeweging werd de kruisbestuiving tussen deze voormalig streng gescheiden groepen steeds meer geaccepteerd. Onder invloed van de Engelse ‘Arts and Crafts Movement’ uit de tweede helft van de twintigste eeuw was het idee ontstaan dat de schoonheid van kunst moest doordringen in het dagelijks leven van de gehele bevolking. Door de toegepaste kunst zou iedereen in aanraking komen met kunst, en het idee was dat dit een goede en zelfs beschavende uitwerking had op het volk. Geleidelijk ontstonden er hele nieuwe opvattingen: toegepaste kunst werd door velen nu ook gezien als ‘echte’ kunst, en er kwam veel meer aandacht voor vormgeving en illustraties als artistieke disciplines. Doordat de kruisbestuiving van kunst en kunstnijverheid in Europa steeds meer geaccepteerd werd, waren ook de grafische kunstenaars in Nederland veel vrijer om zich naast beeldende kunst toe te leggen op andere vormen. Eén van hen van was Johan Briedé (18851980). Briedé, die zo nu en dan onder de naam J.B. de Chateauroux werkte, was opgeleid aan

Johan Briedé (1885-1980) Bosgezicht met herten, 1914 Gouache op papier, 100,5 x 52 cm. Gesigneerd 30

STUDIO 2000

nr. 3 - 2010


de Kunstnijverheidsschool. Hij had les gehad van kunstenaars als Willem van Konijnenburg, Chris Lebeau en G.A. Brender à Brandis. Briedé was kunstschilder en graficus, maar maakte ook ex-librissen en ontwerpen voor boekbanden en boek- en stofomslagen. Daarnaast was hij illustrator en typograaf. Zijn onderwerpen vond hij voornamelijk in de natuur, en hij haalde veel inspiratie uit zijn reizen naar Zweden, Frankrijk, Spanje en Mallorca. Ook was hij vaak op het Hilversumkanaal te vinden, waar hij vanuit zijn boot de waterplanten bestudeerde. In zijn landschappen is de invloed van de art nouveau, met de gestileerde lijnen en plantaardige motieven, goed te zien. Briedé deed deze invloed onder andere op bij zijn kunstenaarsvriend Theo van Hoytema. Het ‘Bosgezicht met herten’ (1914) in de collectie van Studio 2000 is hier een voorbeeld van.

Door de veranderde opvattingen in zijn tijd kreeg Briedé de ruimte om zich in vele kunstvormen te ontwikkelen. Johan Briedé wist zich als een gewaardeerd kunstenaar te vestigen, wiens werk werd aangekocht door het Rijksprentenkabinet in Amsterdam en verschillende Nederlandse musea. Maar wat belangrijker was: door zijn werk in de toegepaste sector kon een groot publiek in aanraking komen met zijn werk.

Franciscus Zonder titel Litho op papier 50 x 40 cm.

Briedés loopbaan in de toegepaste kunstsector was in 1910 begonnen, toen hij als kunstenaar voor bedrijven, uitgeverijen en tijdschriften ging werken. Hij ontwierp voor tientallen uitgaven van W.L. & J. Brusse’s Uitgeversmaatschappij de boekbanden en omslagen. Van enkele uitgaven, zoals ‘Beschouwingen over bouwkunst en hare ontwikkeling’ van H.P. Berlage (1911) verzorgde hij de illustraties, en hij ontwierp banden en omslagen voor de grote natuurboekenserie van William L. Long. Voor het boek ‘Oude huizen van Rotterdam’, dat in 1915 bij Brusse verscheen, maakte Briedé 130 pentekeningen. Daarnaast was hij de boekbandontwerper voor onder andere Van Nijgh en Van Ditmar, Sijthoff en de Wereldbibliotheek, en hij verzorgde vele opdrachten voor gemeentelijke diensten in Rotterdam. nr. 3 - 2010

STUDIO 2000

31


Is. Naarden: kunstenaar, mens, filosoof

21, x 39 cm.

In artikelen over Isaäc (‘Is.’) Naarden (19021982) komt altijd ‘de mens achter de kunstwerken’ ter sprake. Schrijvers willen het nodige kwijt over de persoon en zijn geschiedenis. Het verhaal van deze zoon van een diamantslijper, die voorbestemd was om zijn vader op te volgen en het vak leerde, maar toch koos voor het kunstenaarschap is dan ook aansprekend. De keuze die Naarden maakte voor het veel minder zekere kunstenaarsbestaan: dat getuigt van een roeping. Een andere aanleiding voor de ‘menselijke’ stukken, is Naardens eigen interesse in de mens. Hij wordt omschreven als een religieus en filosofisch persoon, die zeer maatschappelijk betrokken was. Welbekend is dat hij

32

nr. 3 - 2010

Boerderij Handdruk

STUDIO 2000

in zijn ‘Huize Amalia’ te Bussum in de jaren dertig een cultuurcentrum oprichtte, waar tentoonstellingen werden georganiseerd, muziekuitvoeringen werden gehouden en waar hij teken- en schilderles gaf. Daarnaast had Naarden zitting in verschillende besturen van kunstenaarsverenigingen, waaronder de Gooische Schildersvereniging. In zijn werk vormde de mens voor Is. Naarden een dankbaar onderwerp. Daarnaast kon hij zich vooral vinden in de natuur als thema. Het zijn traditionele onderwerpen, die hij op vele verschillende manieren tot uitdrukking bracht. Korte tijd werkte hij in expressionistische trant, maar al snel ging hij over


Boerderij Aquarel op papier 26 x 35 cm.

Zittend naakt

naar een meer impressionistische stijl. Later kwam in zijn werk de bewondering voor moderne schilders als Cézanne, Gauguin en landgenoot Leo Gestel naar voren. In 1977 zei Naarden over zijn stijl en onderwerpen:

Aquarel op papier 23 x 29 cm.

‘Het landschap, bloemstillevens hebben mijn liefde, er zijn genrestukken en ik maak portretten naar opdracht. Daar zit alles bijeen zoveel variatie in dat ik bepaald geen behoefte hen aan ontdekkingsreizen die zich uitsluitend rondom het onderwerp bewegen. Veel meer hecht ik aan vernieuwing in stijl.’ De schilderijen van Is. Naarden worden vaak gezien als rustpunt. Ze zijn gemaakt in een licht palet, en velen zien er het optimisme en de levensvreugde van de kunstenaar en zijn liefde voor de natuur in terug. Die natuur verbeeldde Naarden veelal op zijn reizen: vanaf 1946 ontving hij verschillende beurzen voor studiereizen naar onder andere de Verenigde Staten en Israël. Daarnaast trok hij geregeld door West-Europa, waar hij de landschappen en rivieren schilderde.

Jeruzalem Aquarel op papier 21 x 16 cm. nr. 3 - 2010

STUDIO 2000

33


Willem de Zwart (1862-1931) Kunstenaar onbekend

Trap in Belgie

Terras in Hamburg

Ets op papier

Ets op papier

34

29 x 14 cm.

40 x 30 cm.

Literatuur:

Gesigneerd

Mod. Etsclub, 8ste port, nr. 10 1893

STUDIO 2000

nr. 3 - 2010


De Nederlandse etsclub “Schreef ik U reeds over die twee groote etsen van Israels, een man die zijn pijp aansteekt en een interieur van een arbeiderswoning? Wat zijn die mooi. Ik vind het zoo almagtig mooi van Israels dat hij doorzet met etsen, te meer omdat om zoo te zeggen al de anderen het hebben laten loopen ondanks de animo waarmee in der tijd de etsclub begonnen werd.” Dit scheef een net beginnende schilder Vincent van Gogh in Den Haag aan zijn broer in het jaar 1883. Hij vervolgde: “Althans de meesten hebben geen vorderingen gemaakt in het etsen en als ze er nu een doen is ’t niet beter of compleeter dan wat ze jaren geleden maakten. Doch vader Israels is ondanks zijn grijze haren nog jong genoeg om vorderingen te maken en enorme nog wel – en dat vind ik de echte jeugd en altijd groene energie. Sapperloot, als de anderen hetzelfde gedaan hadden, wat zouden er mooie Hollandsche etsen in de wereld gekomen zijn. Ik heb 2 kleine etsjes van Israels, misschien wel zijn allereersten, een meisje met een schop in een tuintje en eene vrouw met een mand op den rug, kent gij die. ’t Is geloof ik uitgaaf der aquafortistes Belges.” Met de Etsclub bedoelde Vincent ongetwijfeld de door onder meer Félicien Rops in 1862 opgerichte ‘Société Internationale des Aquafortistes’. Om de belangstelling voor de etskunst te stimuleren publiceerde deze vereniging in 1875 een album met etsen van de toen erg beroemde Jozef Israels. De Belgische etsclub was niet de eerste. In Frankrijk waren er al eerdere etsverenigingen en er was sinds 1848 al een Haagse Etsnr. 3 - 2010

STUDIO 2000

35


”Over je voornemen om ‘n etsclub op te richten zou ‘k graag mondeling eens met je praten. ‘k Durf niet zeggen dat ‘k je bedoeling volkomen begrijp, maar als ‘k me niet vergis en mijn medewerking samen kan gaan met mijn wonen buiten Amsterdam, dan zou ‘t me heel veel pleizier doen met jou & anderen zamen te werken om wat nieuws en degelijks te presteeren. Ik heb er niet lang over te ‘peizen’ om al gauw lust te krijgen aan ‘t werk te gaan. Waarom zou ‘k bezwaren maken? ‘k Heb er maar eén: vrees voor gebrek aan capaciteit - je ne parle que pour moi.”

Willem Witsen (1860-1923) Straatje Ets op papier, nummer 7 23 x 15 cm. Gesigneerd

Toch zou de Nederlandse Etsclub – overigens vooral een Amsterdams/Haagse aangelegenheid – er pas in 1885 komen. Maar dan ontwikkelde zij zich dan ook tot een toonaangevend fenomeen, dat niet zo heel lang bestaan heeft, maar kunsthistorisch van grote invloed geweest is. Dat kwam door verschillende factoren.

club. Blijkbaar verkeerde de etskunst steeds in een soort malaise die stimulering via speciale activiteiten noodzakelijk maakte. In 1877 – dus ruim voor Van Goghs verzuchtingen - schrijft Willem Witsen aan Jan Veth:

Willem de Zwart (1862-1931) Boom Ets op papier 18 x 12,5 cm. Gesigneerd 36

STUDIO 2000

nr. 3 - 2010

Ten eerste de kwaliteit van de kunstenaars. Vooral Witsen, Zilcken, De Zwart en Bauer waren geknipt voor de techniek. Het etsproces is een gevoelig proces dat met geduld beoefend moet worden. Willem Witsen had in de tijd dat de etsclub werd opgericht al uitgebreid geëxperimenteerd met een nieuw soort fotografie. Snapshots, inmiddels behorend tot de fotohistorische canon, die ondanks hun spontane karakter heel zorgvuldig gekadreerd en gecomponeerd waren. Daarbij was optimaal gebruik gemaakt van de zwart, wit en grijsnuances, zowel in de opname als in het afdrukproces. Het is niet verwonderlijk dat juist het zwart-wit werken in de etsdruk, met zijn detailtechnieken – het werken met rasterwieltjes, grof op de plaat gebrachte materialen, de zogeheten aquatint - een kolfje naar Willem Witsens hand was. Voor Bauer geldt dat zijn spontane en zeer schetsmatig-impressionistische tekentrant, evenals die van Willem de Zwart zich bijzonder goed leent voor de etstechniek met zijn fijne, subtiele lijntjes en arceringsmogelijkheden. Maar de kunde van de kunstenaars was niet het enige. Tenslotte bleek ook een oudere schilder als Jozef Israels heel goed in staat


een zeer aardige ets te maken. Het was ook de kunsthandelaar Van Wisselingh die in sterke mate bijdroeg aan het succes. Hij financierde de buitenlandse reizen van Bauer, in ruil voor oplages etsen en hij zorgde voor de verkoop. Wisselingh probeerde voor zijn klandizie een, wat prijs betreft, zo uitgebreid mogelijk assortiment aan te bieden. Wie een schilderij (nu even) te duur vond, kon voor een niet al te hoog bedrag een mooie ets kopen.

Marius Bauer (1867-1932) Losser steegje Ets op papier 13,5 x 8 cm. Gesigneerd

Bij de start van de etsclub echter werden er portefeuilles samengesteld, waarop men zich kon intekenen. Het zorgde voor vaste basis-afzet, maar maakte ook regelmatige bijdragen van de deelnemende kunstenaars noodzakelijk. Het is aardig om te lezen hoe de initiatiefnemers van het eerste uur stad en land afliepen om kunstenaars bijdragen voor de portefeuille te vragen. Zo schrijft Jan Veth in 1885 aan Witsen: “Waar ik alleen wat over inzit is, over de ets voor de club, en ik heb zoo’n ideetje dat er ook wel anderen over in zullen zitten. Ik ben nu een paar dagen enkel aan het etsen gegaan en benijd jou met je pers, want ik tast in het duister en moet er toch naar de natuur van maken wat er van te maken is, want als ik de plaat naar Brussel zend en hem dan terug zou krijgen, zal het telaat zijn te corrigeeren omdat ik dan hier van daan ben.” Witsen was de enige met een eigen pers, en hij was bovendien zeer bedreven in het werken er mee. Hij drukte zeer veel etsen voor Marius Bauer, maar ook voor Georg Breitner. Meestal betrof het dan de zogeheten epreuves, de handmatige proefdrukken. Maar ook later, als er oplages gemaakt werden, zorgde Witsen voor toezicht op het drukken. De meeste etsen van kunstenaars van Tachtig werden in Den Haag gedrukt bij Mouton. Witsen verbleef dan hele dagen bij de drukker, lunchte tussen de middag bij Isaac Israels aan de Koninginnegracht en logeerde bij zijn zus en zwager Arntzenius aan de Wittebrug.

Willem de Zwart (1862-1931)

Een andere belangrijke activiteit van de etsclub waren de tentoonstellingen die meestal in Amsterdam werden georganiseerd. Al gauw werden daar overigens lang niet alleen

In het bos Ets op papier 29 x 19,5 cm. Gesigneerd nr. 3 - 2010

STUDIO 2000

37


boven over de stad en de baai, met de bergen als achtergrond, is buitengewoon. Maar naar boven klimmende met M., [Marie, zijn echtgenote red.] bij welke gelegenheid ‘k meer dan ooit ‘t 15 jarig verschil in leeftijd kon constateeren, zei ‘k, gekscheerend: ‘dat is ééns maar niet weer.’ Steil als dit!” In het hotel verbleven verschillende illustere gasten die door hem werden geportretteerd. Zelf hield hij verblijf in een straat aan de voet van de heuvel.

Marius Bauer (1867-1932) Een gesprek Ets op papier 11 x 12 cm. Gesigneerd

etsen getoond, maar ook krijttekeningen en andere werken op papier. Voor sommige kunstenaars was het etsen toch te moeilijk of te omslachtig. De Witsen-ets die bij dit artikel getoond word is overigens een bijzondere. In 1915 bevond Witsen zich in San Francisco, om leiding te geven aan de Nederlandse inzending van de aldaar gehouden wereldtentoonstelling. Tevens werd hij gevraagd als deskundig jurylid voor de prijstoekenningen aan het grafische werk dat de verschillende landen hadden ingezonden. De ets toont het Fairmont Hotel, nog steeds het meest prestigieuze hotel van de stad. Witsen schreef aan zijn zuster Coby: “dat hotel ligt heel hoog en ‘t uitzicht van

Ofschoon deze Amerikaanse ets er veel eenvoudiger uitziet dan de werken van Bauer, en ook dan zijn eigen Amsterdamse of Dordtse stadsgezichten, toont ze toch Witsens absolute meesterschap. De zonovergoten atmosfeer in de steile, wat desolate straat is gerealiseerd in de vernis mou-techniek. Daarbij wordt de etsplaat ingesmeerd met een (nauw luisterend) mengsel van etsgrond en vet. Daaroverheen wordt papier strak gelegd. Op dat papier tekent de kunstenaar en drukt zijn lijnen hard door. Wordt nu het papier verwijderd, dan wordt de etsgrond, die aan het papier blijft kleven, weggetrokken, en de getekende delen kunnen hierna geëtst worden. De prent gaat op deze wijze iets meer op een krijttekening lijken, al zijn de zwarttonen wel weer zeer intens. In deze San Francisco-ets zien we duidelijk de eenheid tussen onderwerp en gekozen techniek. Met een lijn-ets was dit effect niet makkelijk te bereiken geweest. Terwijl Bauer een tekenaar is die een impressie wil vangen, en binnen de techniek die hij beheerst overigens grote hoogte weet te bereiken, is Witsen steeds zeer weloverwogen bezig zijn technieken te kiezen in overeenstemming met zijn artistieke doel. Op deze pagina’s is dat verschil duidelijk zichtbaar. Voor veel etsers is het etsen een Jonkheer C.J. Storm

Marius Bauer

van ’s-Gravesande

(1867-1932)

(1841-1924)

Oosters steegje

De Voorhaven te Dordrecht

Ets op papier

Ets op papier

15 x 12 cm.

24 x 19 cm.

Gesigneerd

Gesigneerd

38

STUDIO 2000

nr. 3 - 2010


nr. 3 - 2010

STUDIO 2000

39


Willem Jans Dijk (1881-1970) Botters voor de kust Ets op papier 29 x 39,5 cm. Gesigneerd

Willem de Zwart (1862-1931) Bomen Ets op papier 16 x 23,5 cm. Gesigneerd

doel tot vermenigvuldigen van hun tekening, tot communiceren van hun boodschap. Witsen echter verkent niet alleen zijn onderwerpen, maar exploreert bovendien de techniek tot in de uithoeken van het mogelijke. Geen wonder dat hij soms jaren later etsen hernam, opnieuw maakte, en platen vaak wijzigde, vervolmaakte, nieuwe drukken maakte, net zo lang tot de kritische kunstenaar enigszins tevreden was. Geen wonder ook dat zijn kunstenaarsvrienden hem graag voor technische bijstand inschakelden. De Nederlandse Etsclub mag veel invloed gehad hebben, een lang leven was ze niet beschoren. Wie door de portefeuilles bladert – ze worden onder meer bewaard in het Prentenkabinet van het Haags Gemeentemuseum – ziet dat de betere etsers (Witsen, Bauer, Zilcken, De Zwart, Derkinderen tot op zekere hoogte) gaandeweg gaan afhaken. Niet omdat ze genoeg hebben van het etsen, maar omdat ze via de kunsthandel betere kanalen hebben gevonden om hun grafisch werk af te zetten, en de initiatiefnemers van het eerste uur bovendien geen zin hebben om steeds maar weer achter collega’s aan te zitten om aan voldoende materiaal te komen. Het album van 1893 verscheen pas in november 1894! Er zat deze brief bij: “Het late inkomen der bijdragen van enkele leden der NEDERL. ETSCLUB, is oorzaak geweest dat de verzending van de porte-

feuille in de laatste jaren niet op tijd heeft kunnen plaats hebben, en zoo is ook het album 1893 eerst deze maand kunnen verschijnen. Daar het nu niet mogelijk is de portefeuille 1894 nog in het loopende jaar het licht te doen zien, heeft het bestuur besloten dit jaar geen portefeuille uit te geven en in verband daarmede over het jaar 1894 geen contributie van de leden te heffen. De eerstvolgende portefeuille (9de jaargang) zal derhalve in het aanstaand voorjaar verschijnen, terwijl over de contributie over 1895 a.s. januari zal worden beschikt.” Ook valt het op dat in de loop der jaargangen (de eerste was in 1886) er steeds meer litho’s in de portefeuilles worden opgenomen, veelal van de hand van Derkinderen, Roland Holst en Jan Veth. Deze kunstenaars hebben de lithosteen ontdekt en een ontwikkelden een nieuwe kunst, waarin het ornament, decoratieve waarde, stilering en lijnvoering een sterkere rol speelt. Het is opmerkelijk dat de vroege vormen van deze zogeheten gemeenschapskunst in de albums van de Nederlandse Etsclub tot uiting komen. Maar de Nederlandse Etsclub had zijn werk gedaan en aan de beoefening van en de waardering voor de Nederlandse etskunst een krachtige stimulans gegeven. Vincents waardering voor Jozef Israels stond niet op zichzelf. De allereerste ets in de allereerste portefeuille van de Nederlandse Etsclub was er een van deze oude meester. Nummer twee in diezelfde eerste map was de bij dit artikel afgebeelde ets van Storm van ‘sGravenzande: De Voorhaven te Dordrecht.

40

STUDIO 2000

nr. 3 - 2010


Kees Andréa: ‘toch wel een zeven voor vlijt verdiend’ ‘Ik probeer iets op te roepen dat te maken heeft met de realiteit, maar dat ook iets te maken heeft met de dingen achter de dingen, zoals de dichter Jan Engelman dat eens zei: “Andrea probeert het tweede gezicht te schilderen”. Eigenlijk word ik het meest geboeid door het wonderlijke, het mysterieuze achter de werkelijkheid.’ Zo sprak de Haagse kunstenaar Kees Andrea (1914-2006) in een interview met M. Danser. Andrea, die meestal signeerde met K. Andréa, werd opgeleid aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. Hij haalde hier zijn akte Middelbaar Tekenen – tekenen en schilderen was nog gescheiden – en werd door een klasgenoot aangezet om te gaan schilderen. Dankzij een beurs kon hij in 1935 beginnen op de Eerste Nederlandse Vrije Studio, die was opgericht door Chris de Moor en de Hongaarse kunstenaar Francis d’Erdely. Andrea genoot: hij bracht er tijd door met kunstenaars als Charlotte van Pallandt, Jan Roëde en Jan Gregoor. D’Erdely en De Moor kwamen een of twee keer per week langs voor correcties en aanwijzingen. Er was altijd een model aanwezig, en Andrea kon er naar hartenlust tekenen en schilderen.

invloed op zijn werk. Hij legde tijdens zijn verblijf de indrukken van de poesta – het graslandschap van de hongaarse laagvlakte – en van het harde boerenleven vast, en ook later kwamen die herinneringen regelmatig in zijn werk terug. In Hongarije deed ook de haan, die in het werk van Andrea vaak terugkomt als symbool van vitaliteit, zijn intrede. Andrea had daar bij een boswachter gelogeerd aan de rand van de Bugacpoesta, waar hij elke ochtend gewekt werd door een haan die onder zijn raam kraaide. De kunstenaar zei dat de haan voor hem gold als een geweldige ‘koloristische mogelijkheid’ en ‘bovendien is het voer voor psychologen’. Naast de haan verschenen geiten en bokken in zijn werk, die hij in Hongarije in enorme kuddes zag. Hoewel Andrea in de Tweede Wereldoorlog weigerde toe te treden tot de Kulturkammer, lukte het hem wel om als kunstenaar actief te

Zijn debuut als professioneel kunstenaar maakte Andrea in 1936 met een tentoonstelling van zijn tekeningen bij de Haagse Kunstkring. Twee jaar later vertrok hij in het kader van een uitwisselingsproject voor kunstenaars met twee Haagse collega’s naar Hongarije. Daar was destijds de Duitsgezinde admiraal Horthy aan de macht, en de onrust en armoede in de steden en op het platteland maakten grote indruk op Andrea. De studiereis was dan ook van grote

Kees Andrea (1914-2006) Gevecht tussen bok en haan Litho op papier 34 x 29 cm. Gesigneerd nr. 3 - 2010

STUDIO 2000

41


Kees Andrea (1914-2006) Vijf vrouwen Litho op papier 36 x 28 cm. Gesigneerd

Kees Andrea (1914-2006) Pierrots met vliegers en een hond Litho op papier 32 x 25 cm. Gesigneerd 42

STUDIO 2000

nr. 3 - 2010


blijven. In het interview met Danser zegt hij daarover: ‘Hoewel we daardoor ons vak niet ‘officieel’ konden uitoefenen waren er wel achterdeuren om je werk kwijt te raken en om materialen te bemachtigen. Ik had in de oorlogsjaren een grote produktie.’ Die achterdeuren waren bijvoorbeeld enkele kunsthandelaren, die hem hielpen aan doek en verf. Zijn schilderijen veranderden wat van toon in deze periode: ‘Het gekke was dat in die ellendige tijd mijn werk steeds verstilder en poëtischer ingehouden werd. Een soort wapen tegen die oorlog’.

renkoppen geldt eigenlijk hetzelfde: Andrea verbeeldde ze op die manier omdat de mensen zo intensief bezig waren met de stierengevechten, dat ze er helemaal in op gingen. Buiten het surrealistische in zijn werk voelde Andrea zich sterk verwant met de expressionisten, ‘maar dan zonder die hevige, typisch Duitse en Vlaamse expressionistische vertekeningen.’ Hij herkende zich meer in een Belgische groep van ‘animisten’ (anima = ziel) die was opgericht als een poging om te bezinnen op dat te sterke deformeren van de expressionisten.

Na de oorlog werd Andrea docent aan de Vrije Academie in Den Haag, en later was hij werkzaam als schilder-therapeut in het Haagsch Sanatorium en in de Strafgevangenis van Scheveningen. In 1950 kreeg Andrea een beurs van het Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen voor een studiereis naar Spanje, en hij leerde een nieuw land kennen dat diepe indruk op hem maakte. Vooral de troosteloosheid van de vrijwel onbewoonde landstreek Extremadura was van grote invloed op Andrea. In het armoedige naoorlogse Spanje zag hij feesten en optochten met vreemde figuren, die resulteerden in carnavalesk werk, die ondanks de vrolijk verklede figuren een verontrustende sfeer ademen. Hij zag in alles de symboliek van leven en dood, en verwerkte dit onder andere in het terugkerende thema van het stierenvechten. Hij tekende de stier die veelal in gevecht was met een paard, die symbool stond de intelligente mens die keer op keer de dood – de stier – overwint. In jaren vijftig ging Andrea vrijwel om de twee jaar naar Spanje terug, om zo steeds dieper door te dringen in de Spaanse gedachtewereld en de mysterieuze sfeer.

Met de surrealistische schilderijen heeft Andrea weliswaar zijn grootste bekendheid gekregen, maar een groot deel van zijn oeuvre bestaat uit tekeningen. Hieronder bevinden zich vele schetsboeken die hij altijd op zak had om snel alle indrukken te kunnen noteren. Hij maakte er zorgvuldig uitgewerkte tekeningen van stillevens, dieren en portretten van. Daarnaast maakte hij grote, meer uitgewerkte tekeningen van het landschap, die hij vaak ter plaatse met de rietpen tekende. In de jaren zeventig maakte hij dicht bij huis ‘grastekeningen’, waar hij met lijntjes van pen en inkt de suggestie van gras en bloemen wekte. Haagse elementen als voorliefde voor ruimte en landschappen met winterse grijze tonen zouden altijd in zijn werk terugkeren. Ondanks zijn zuidelijke reizen bleef Andrea ook altijd actief in Den Haag. Hij sloot zich in 1951 aan bij de Haagse kunstenaarsgroep Verve. De groep legde de nadruk op binding van de moderne kunstenaar met het publiek. Het was de bedoeling om Haagse schilders en beeldhouwers te verenigen, die zich geestelijk verbonden konden voelen. Dit lijkt misschien een ruim kader, maar de abstract werkende kunstenaars werden niet uitgenodigd om te toe treden tot de groep. Andrea werkte nooit abstract, ‘omdat ik het schilderen zelf abstrakt vind’.

Dat zijn werk vaak met het surrealisme in verband wordt gebracht, is niet vreemd. Andrea voegde elementen uit de zichtbare werkelijkheid samen tot voorstellingen die niet meer zo werkelijk lijken. Toch was de basis altijd datgene wat hij zelf had gezien. Zo zijn de schilderijen waarin vrouwen met stoelen op het hoofd zijn afgebeeld gebaseerd op stierengevechten op het platteland van Extremadura: de toeschouwers brachten daarbij hun eigen stoel mee. Voor de vrouwen met stie-

Tot op hoge leeftijd fietste Kees Andrea vrijwel dagelijks naar zijn atelier, waar zijn enorme hoeveelheid tekeningen opviel bij Haags Palet-interviewster Caroline Spel. Na een opmerking over zijn werklust, antwoordde Andrea gekscherend dat hij ‘toch wel een zeven voor vlijt heeft verdiend.’ nr. 3 - 2010

STUDIO 2000

43


Jan Vissers reactie op de ‘raar-schilders’

Docent aan de academie Potlood op papier 35,5 x 27,5 cm.

In de collectie werken op papier bevindt zich een aantal tekeningen van de lithograaf, tekenaar en schilder Jan Visser (1879-1961). Visser kreeg aan de Haarlemse Kunstnijverheidsschool les in de lithografie. Hierna bleef hij de avondklas bezoeken, terwijl hij overdag werkzaamheden voor verschillende bedrijven verrichtte. In zijn vrije tijd illustreerde hij boeken en tekende

hij karikaturen. Na het bezoeken van een tentoonstelling waar hij onder meer werk van Jan Sluijters zag, besloot hij in 1908 het erop te wagen en vanaf dat moment ‘schilder’ te zijn. De tekeningen van Jan Visser zijn minder bekend dan zijn geschilderde zee- en bloemstukken, die hij op tentoonstellingen van de kunstenaarsvereniging De Onafhankelijken toonde. Bij De Onafhankelijken waren kunstenaars aangesloten die in zeer uiteenlopende stijlen werkten: van traditioneel realistisch tot abstract, en alles wat zich daartussen bevond. Dat Jan Visser zich onder de meer traditionele schilders schaarde, wordt duidelijk in een ingezonden brief uit 1955. Hij schreef deze als reactie op een eerder ingezonden artikel van George Lampe. Lampe, een modern kunstenaar die tot de Nieuwe Haagse School wordt gerekend, liet in zijn artikel ‘Waarom schilderen jullie zo raar?’ zijn licht schijnen op enkele problemen van de schilderkunst in zijn tijd. Visser voelde zich geroepen om met een reactie een andere – zijn eigen – kijk op de zaken te geven. Visser schrijft in zijn artikel dat de Europese schilderkunst in de eerste helft van de twintigste eeuw zonder moeite wel tien verschillende ‘ismen’ telt: luminisme, futurisme, kubisme, im- en expressionisme, constructivisme, surrealisme… Deze ‘ismen’ zijn voor de gewone man nogal raar, maar ook zeer veel schilders – waarschijnlijk de meeste – vinden deze zogeheten moderne kunst ‘raar’. Visser schrijft dat het woord ‘raar’ hier eigenlijk nog te weinig

44

STUDIO 2000

nr. 3 - 2010


zegt, omdat het nogal vaag en oppervlakkig is. Het woord ‘armelijk’ zou een betere uitdrukking zijn. Ter illustratie maakt hij de vergelijking tussen een schilderij van Piet Mondriaan en een werk van Rembrandt. Over het werk van Mondriaan zegt hij dat dit op z’n hoogst een smaakvolle ‘vlakversiering’ genoemd kan worden: het heeft niets te maken met schilderkunst. De schilderijen van Rembrandt daarentegen openbaren volgens Visser een meesterschap van schilderkunst. ‘Ze zijn niet alleen verbluffend van techniek en compositie, doch bovenal ontroerend van menselijkheid’. Die menselijkheid wordt bereikt door te schilderen ‘met het hart’. Visser mist dit bij de modernen, die hun gevoel opzij schuiven en met het hoofd schilderen.

Cafégezelschap Potlood op papier 24 x 31,5 cm.

Bij de olifant Potlood op papier 22,5 x 30 cm.

Om de discussie over de schilderkunst te kunnen voeren zou eerst de vraag ‘wat is een schilderij?’ beantwoord moeten worden. Volgens Visser is het antwoord niet zomaar even in een definitie uit te drukken, maar er kan toch wel iets over worden opgemerkt dat als uitgangspunt kan dienen. Zo wordt naar Vissers mening een schilderij pas gerechtvaardigd ‘wanneer de kleur een noodzakelijkheid is’. Als een schilderij net zo goed in zwart-wit gemaakt had kunnen worden, dan is het als schilderij mislukt. Hij benadrukt: ‘Het zou werkelijk de moeite waard zijn, eens na te gaan hoeveel “schilderijen” van Picasso [Visser doelt hierbij op het kubistische, bijna abstracte werk van Picasso] het zónder kleur, dus in zwart-wit, even goed zouden doen. De compositie van de kleu-

In de dierentuin Potlood op papier 22,5 x 30 cm. nr. 3 - 2010

STUDIO 2000

45


dat de kunstenaar ondergaat bij het zien van een object. Dat projecteren van een gevoel betekent niet dat de techniek er niet langer toe doet, integendeel: het is noodzakelijk dat de kunstenaar de techniek van het schilderen of tekenen verstaat. Visser noemt het een veeg teken dat uit het werk van vele modernen vaak niet af te leiden is of zij de techniek beheersen. Hij benadrukt daarom ook het belang van een grondige vakopleiding, ongeacht aan wat de kunstenaar uiting wil geven in zijn werk.

Op het terras Potlood op papier 24 x 31 cm.

Op het bankje Potlood op papier 27,5 x 31 cm.

ren moet zó zijn, dat een verandering of weglating van een der kleuren het schilderij zou verminken.’ Belangrijker nog dan de noodzakelijkheid van de kleur is dat het schilderij iets uitdrukt van datgene wat niet met het oog te zien is: het gaat om de innerlijke waarde van het kunstwerk. Visser geeft aan dat het moeilijk is om de dingen die met het oog niet gezien kunnen worden toch in hun innerlijke betekenis zichtbaar te maken. Maar, schrijft hij, datgene wat een schilderij tot kunst maakt is niets anders dan de projectie van het gevoel,

De veelvoorkomende ‘-ismen’ waar Visser aan het begin van zijn artikel over schreef, zijn volgens hem te verklaren door de chaotische tijd waarin hij leeft. De moderne kunst weerspiegelt die tijd met haar eigen chaos aan ‘-ismen’, die de verwarring en de gespletenheid in de samenleving laten zien. Hij haalt de psycholoog Jung aan, die voor Visser de verschillende houdingen tegenover de kunst op een heel belangwekkende manier ontleedde. Jung verklaarde dat abstractie ontstond door de grote innerlijke onrust van de mens. Jung was dan ook van mening dat de abstractie een ‘aan het leven vijandige stijl’ was. Visser sluit af met het benadrukken van de subjectiviteit van zijn betoog, en dat het hem nuttig leek tegenover de ene mening een andere te stellen. Hij concludeert: ‘Wat mij betreft: de “vergeestelijkte werkelijkheidszin” biedt in elk geval de mogelijkheid van verdieping en behoedt mij voor vervlakking. Ik wil niet vlak schilderen en een vlak versieren. Dat is goed voor de kunstnijveraars. Ik wil het wonder schilderen van het leven (…)’. De collectie tekeningen uit het schetsboek van Jan Visser laten dit ook zien: ze tonen de wandelgang van de kunstenaar door de dierentuin, de academie en in het restaurant, waar hij het leven verbeeldde. Waarschijnlijk verscheen dit betoog uit 1955 in Vrij Nederland: het artikel is te vinden in de Persdocumentatie van het RKD te Den Haag.

46

STUDIO 2000

nr. 3 - 2010


taxaties - verhuur - woningen - assurantiën - hypotheken - aan- en verkoop bedrijfshuisvesting - vastgoedmanagement/beheer

www.jsrmakelaars.nl DE KUNST VAN HET MAKELEN

Blaricum, Dorpsstraat 3a, 035-5382288 Hilversum, Oude Enghweg 15, 035-6213743 - Assurantiën, Oude Enghweg 14, 035-6213743 Vastgoedmanagement, Oude Enghweg 15, 035-6260500 info@jsrmakelaars.nl


MonitoringsNetwerk voor Kunstobjecten MoNet - Meer dan draadloos bewaken MoNet biedt u: Klimaatmonitoring Diefstaldetectie SMS alarmering Monitoring op afstand

Benieuwd naar wat MoNet nog meer voor uw kunst kan doen? Kijk op www.monet.sownet.nl

❑ Ja, noteer voor mij een abonnement op

STUDIO 2000

4 x per jaar interessante artikelen over Nederlandse en buitenlandse schilders van de 19-de en 20ste eeuw

Studio 2000 Magazine. Ik betaal per jaar € 39,50 en ontvang minstens vier maal per jaar dit fraai geïllustreerde magazine.

Naam: Adres:

JO KOSTER te geven de gave om (1869 – 1944)

de uitmaakte van die er toen deel de Ze raakte in ze Jan Toorop, vrouwelijke XX (Les Vingts). zaak om een en maakte de beweging van van neo-impressionisme Het is een hachelijke medeweging niek, die ban van het beoordelen met van Jo werken in stippeltech kunstenaar te in het geval fraai gekleurde Toch is daar van haar kennen. . Anders dan haar vrouw zijn. we nu zo goed aan te ontkomen was zij niet Koster moeilijk onsucgeneratiegenoten feit dat ze niet haar schilderondanks het haar mannelijke e collega’s Maar ze was, de waarde van van beroemder univerdoor erg overtuigd en ook r van een en onzeker. cesvol was en des te overtuigde rd, erg bescheiden pointilistikunst, maar te moeten maken, werd gewaardee mooie dingen voor haar kleurrijke sele roeping delen. Jo Koster markt de laten creativiteit was Wel te moeten Dat ze haar ze als maar matig. anderen daarin en die gave zag sche werken e voor borduurom te geven, Johanna Petronella jk aanwendd had een gave net zo gemakkeli Antoinetta kunst van allerlei g. Catharina en toegepaste een verplichtin werkontwerpen (Jo) Koster hebben. het niet echt geholpen Kampen. Na de aard zal ook geboren in ‘Agaven bij ze de Jo Koster werd zelfs school volgde Tropez’, 1905 wilde ze middelbare aalcitadel te St. id ging ver. In eindexamen zich tot 1927 s aan de Rijks-Norm Haar onzekerhe . Ze wendde bij neergooien 3-jarige tekencursu . Aansluitend bezocht doek H.P. Bremmer het bijltje er ze Olieverf op bekende kunstguru even te stopschool in Amsterdam in Rotterdam, waar de toen zeer emie 39 x 54,5 cm. aan de gaf haar advies ze de Kunstacad in tekenen en geom raad. Bremmer met lesgeven Gesigneerd ze in e. bijverdiende Rotterdam ging als adempauz Na den zoo veel ‘Jo Koster pen, l.o. dateerd verdienste van hij eerstejaars leerlingen. andere aan de beroemde 1915’ “Het is de groote Bremmer, dat onder vrouwenklas aestheticus H.P. Parijs studeren, – onmiddelbegrijpenden Herkomst: waar een speciale om raad verzocht Académie Julian, in Brussel. Daar ontmoette Koster denken, Jo collectie, – door in haar Particuliere wist te brengen was, en vervolgens weg om weer lijk helderheid Nederland en tevens de met haar fouten aanwees van voor 1905 Wie haar werk vruchten van verder te gaan. zal de goede .” het latere vergelijkt de klaardere compositie zien en een deze leiding aanleiding van J. Slagter naar BremDit schreef contact met in 1920. Het adem tentoonstelling zij vaak in één dat geleid toe Dirk mer heeft er van der Leck, Toorop, Bart de Bremmemet Charlie schilders, tot in Nijland en dergelijke ofschoon zijn met hen gerekend, rianen wordt heeft. van haar stijl niets gemeen – de toevoeging Hattem van ze om verwarJo Koster haar naam deed voorwoonplaats aan de Koster te andere schilderen ring met een eigen, fijnzinnige trouw aan haar komen – bleef Juist dat verklaart divisionisme. in onze tijd. variant van het van haar werk ring de herwaarde 22

STUDIO 2000

nr. 1 - 2009

Postcode: Plaats:

DE BE LGISC HE schilder s m, 1915 Bloesemboo (Jo) Koster. 1915’ Antoinetta r.o. ‘Jo Koster Catharina en gedateerd Johanna Petronella 34 cm. Gesigneerd doek 46 x Olieverf op collectie, Nederland Herkomst: Particuliere

Les Vingt en wat volgde Les XX (Les tische Belgisc Vingt) was een naars, beslote avant-gardishe kunstb afkeer eweging van los te maken n de eersten zich van 23met een voortgekomehet academisme. en hun l’Essor te gaan eigen tentoo STUDIO 2000 Les n uit de organis XX was nr. 1 - 2009 vereniging beeldend avant-gardistis eren. Zo ontston nstellingen l’Essor in Brusse kunstenaarshet midde d in 1883 che beweg De jurist l. L’Esso de n ing Les r hield Octave sief. Rond tussen traditio XX. Maus werd neel en secretaris. 1880 weiger progresEugene Les aangesteld van een Boch voornamelijk XX bestond aantal kunste de l’Essor de als uit twintig werken (La Louv len. De naars ten ière 185 jonge, onder Theo Belgische, kunste werken 5toon werden 1941 Mo nische nthyon) vooral om te stelredenen en Eugèn van Rysselberghe naars, waarstijltech‘les bord geweigerd. e Boch (toen 21 pasteus s de l’ o (27 jaar). onder andere zijn Ze ued’, De invités jaar) Biskra, A “kermiskuns opgezet en werden zouden te Vincent lgarije waren Whistl van in die tijd er, Paul Olieverf die hierov t” genoemd. Na op doe Cezanne, Gogh, Mc Neill nog vele de onenig k er Claude 45 x 75 anderen. progressieve was ontstaan heid Monet cm. Het was ternationale en en de behou tussen de jonge, dus Gesigne een heel beweging. erd: r.o. dendere jaarlijkse in ‘ In 1887 kunsteEug. Boc Les XX werd op h’ tentoo dagmiddag de Herkoms op la Grand nstelling “Een t: zone Jatte” Particuli of “Un ere colle dictie, Belgie

E-mailadres: Handtekening:

Valentin

e Prax (

Annaba 1899-1 Olieverf 981 Pari op doe js). Scha k 80 x 6 5 cm. G al met f Herkoms ruit en v esignee t: Particu linder op rd: links liere col onder tafel lectie, N ederlan d STUDI O 2000 nr. 1 - 20 09

24

Geheel full colour geïllustreerd Fraai gereproduceerde beelden Een waardevol naslagwerk voor verzamelaars van modern/klassieke schilderkunst

48

STUDIO 2000

nr. 3 - 2010

nr. 1 - 20

09

STUDI

O 2000

25

Stuur de bon zonder postzegel naar: Uitgeverij Lakerveld b.v. - antwoordnummer 20014 2290 VG Wateringen. U kunt uw gegevens ook mailen naar: irene.semp@lakerveld.nl. Abonnementen worden na een jaar automatisch verlengd. Opzeggen kan tot twee maanden voor het einde van de abonnementsperiode.


5 JAAR KUNSTBEURS ARTI van woensdag 6 oktober tot en met zondag 10 oktober 2010

Dit jaar viert ARTI haar eerste lustrum en het belooft een speciale editie te worden. De beurs wordt op 6 oktober om 18.00 uur officieel geopend door Burgemeester van Aartsen van Den Haag. Tijdens ARTI tonen dit jaar 35 galeries en designstudio’s uit Nederland en het buitenland het werk van hun kunstenaars. Nieuwe deelnemers zijn onder andere Kunsthandel Ivo Bouwman, Leslie Smith Gallery, Morren Gallerie, de in fotografie gespecialiseerde Galerie Pennings en Galerie Mia Joosten. Galerie Mia Joosten presenteert onder andere de Nederlandse kunstenaar Marcel van Hoef. De schilderijen van Marcel van Hoef (1967) verbeelden het ervaren van tijd. Van Hoef schildert bezielde plekken, raadselachtig en stil. De alledaagse leefomgeving wordt uitgelicht als ware het een decor. Werk van de schilder is opgenomen in de collectie van het Scheringa museum voor Realisme en het Stedelijk museum Roermond.

Blokje Deelnemers AICART& AIJTINK Arnhem Art Art Broker Design ARTITLED Bas van Pelt Beukers Modern Art Chief and Spirits Galerie De Galerie Den Haag Galería Arnal Atelier Galerie Annee Galerie en Artotheek 'De Vlaming' Galerie Marten Randa Galerie Mia Joosten Galerie Noordeinde Galerie Paulette Bos Galerie Pennings Galerie Utrecht (Morren Galleries) Hammerstein Collection HB Galerie

Hedendaagse Kunst Suriname (i.s.m. Ontwerpwerk) Jan Roeloefs Contempory Art Kooymans Art Nouveau Art Deco Design Kunsthandel Ivo Bouwman Kunstzaal van Heijningen Leslie Smith Gallery Project 2.0 Project M-340 Pulchri Studio Smelik & Stokking Galleries The Obsession of Art Travelling Art Compagnie Villa del Arte Galleries VK Gallery Wanrooij Fine Art

2 voor 1

Lezers van Studio 2000 Magazine ontvangen bij inlevering van deze coupon 2 entreekaarten voor de prijs van 1

€ 10

ARTI10 vindt plaats in de Fokker Terminal Den Haag. Meer informatie www.arti10.nl.

Schilderij Marcel van Hoef (1967) titel Luna Park

ARTI10 heeft daarnaast een uitgebreid programma met gratis rondleidingen, tentoonstelling met Hedendaagse Kunst uit Suriname, lezingen en een buitenprogramma. Op 7 oktober is er een speciale dag voor Expats. ARTI heeft dit jaar sterrenkok Niven Kunz bereid gevonden om de bezoekers tijdens de beurs culinair te verrassen.


GlobalArt Insurance bv GlobalArt Insurance bv is gespecialiseerd in het verzekeren van kunstvoorwerpen en antiquiteiten. Op grond van uw specifieke belangen stellen wij een individuele polis samen. Daarnaast adviseert GlobalArt Insurance over zaken als beveiliging, waardebepaling, transporten, verpakking en uitleen. Die volledige zekerheid geeft u het gevoel van rust die nodig is om van uw kostbare bezit te kunnen genieten. Een waarde die meer is dan geld alleen. Prinsenkade 6 4811 VB Breda. t + 31 765 22 24 06 f + 31 765 20 23 64 info@globalartinsurance.nl


STUDIO 2000 www.studio2000.nl

studio 2000 sep2010LR  

2000 MAGAZINE STUDIO DeNederlandseEtsclub 34 GrafischelinksinRotterdam 20 Hetontstaanvaneensteendruk 10 UitnodigingMaaswerkenoppapier 8 Abon...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you