Page 1

NR 04 | 6de jrg | SEP 2011

Glastuinbouwtechniek

MAGAZINE

Ook zonder glas de grond uit 14 

Out of the box Rondeel 

6

handmatig steksteken verleden 22 tijd? 

Dossier Glas en Licht 

31 - 48


Wie zijn wij? Glasimport Kwintsheul B.V. is een toonaangevende handelsmaatschappij in (vlak)glas die naast haar specialisatie in glastoepassingen voor de glastuinbouw, ook toeleverancier is voor de reguliere bouw in de regio Westland en Haaglanden. In projectglas hebben we ruime ervaring met het aanleveren van technische complexe beglazingen voor spraakmakende projecten, zoals bijvoorbeeld gebouwen in de Amsterdamse Zuidas. Wij hebben al jarenlang zeer goede contacten met verschillende glasfabrikanten over de gehele wereld, waardoor wij onze klanten een breed scala aan producten kunnen aanbieden.

Wat doen wij? In onze magazijnen hebben wij een ruime voorraad glas van verschillende kwaliteiten. Wij leveren ondermeer:

Glas voor kassenbouw • Vetrasol 502/503, diffuus glas. Ideaal voor tomaten, komkommers, paprika’s, potplanten, etc.

• Gehard kaderloos luchtraam • Vetraclear, low iron glas • Gestructureerd (gewalst) glas • Floatglas, gehard en ongehard

Glas voor bouw & Interieur

• Enkel glas • Brandwerend glas • Isolatieglas

Glas voor projecten

• Bewerkt glas zoals gehard, gehard gelaagd, gebogen met zeefdruk, geëmailleerd en allerhand randbewerkingen • Linit profielbouwglas

Kijk ook eens op onze website

Onze wereldwijde ervaring voor uw locale wensen.


GTT | 3 Glastuinders kunnen gemiddeld tot 20% kostprijsverlaging behalen met een optimalisering van de mechanisatie. Glastuinbouwtechniek Magazine biedt u zes keer per jaar inzicht in nieuwe technieken om deze kostprijsverlaging ook bij u te genereren. Vul uw gegevens hieronder in en ontvang GTT voor nog geen dubbeltje per pagina.

De

Kasse van de

de Kassen van hiedenis

De gesc

enis

erlandse de Ned ouw glastuinb

uwd op is gebo een erland in Ned rking en de nbouw samenwe n van nschap, ikkelinge op n wete it. De ontw dse tuinbouw al ventivite erlan de Ned die ontwikkeling le hebben n strië de indu nlijk bego zet. Eige m glas dankzij . Toen kwa van de tuinders ing beschikk nostalmeer dan begrip is ouw r glastuinb den heeft mee van de het verle neemt van rg n. Vijverbe Dr. Aad sbescherlichter e gewa ker/voor biologisch r van Artemis. onderzoe ed van zitte door het gebi jaar voor onder meer r a tien rie, bijn histo Aalsmee was bouw ldwijk, je de tuin in Naa ent hij r dit boek zijn werk rabant. Voo eek van rd-B bibl ioth en Noo zijn uit de en uit putte hij Museum tlands het Wes mentatie. docu n eige

on van

hobbel? tomaten je is? Of een werden? Hoe ttenpers gebracht ? r binnen grote trap n op zo’n

Dr. Aad

Canonn

De Can

n

de Kasse

ied De gesch

ndse Nederola b uw glastuin0 verhalen in 5

van de

rg

Vijverbe

gen

, Waterin

Seapress

Abonneerbon

Ja!

Ik wil op de hoogte blijven van de allernieuwste ontwikkelingen in de glastuinbouwtechniek. Ik neem een abonnement en ontvang zes keer per jaar Glastuinbouwtechniek Magazine. Ik kies voor:  een abonnement voor _ 25,25 per jaar. Ik ontvang gratis het boek “De Canon van de Kassen, de geschiedenis van de Nederlandse glastuinbouw in 50 verhalen”. (Verkoopprijs _ 14,50.)  een abonnement met welkomstkorting. Ik betaal het eerste jaar _ 20,-. Bedrijfsnaam Naam Adres Postcode

Plaats

Telefoon

E-mail

Handtekening

 Ja, u mag mij bellen voor informatie indien nodig. Abonneren kan ook via www.glastuinbouwtechniek.nl. E-mail: irene.semp@lakerveld.nl. Deze bon kan in een envelope zonder postzegel naar: Uitgeverij Lakerveld bv, antwoordnummer 20014, 2290 VG Wateringen. 

Prijzen gelden voor het jaar 2011

Voorwoord Holland Horticulture Technology Review De Nederlandse tuinbouw is zo Nederlands als het maar zijn kan, en tevens zeer internationaal geöriënteerd. Dat geldt voor de primaire sector. De tuinbouw zet immers zijn produkten in belangrijke mate in het buitenland af. En het geldt ook voor de toelevering, de techniek en de veredeling. De Nederlandse tuinbouwprofessional verkoopt in de wereld niet alleen groenten, bloemen en planten, maar ook uitgangsmateriaal, kwekersrechten, kassen en aanverwante installaties. Er is bij dat laatste een ommekeer te merken. Kassenbouwers waren geneigd om, geheel productgericht, de bekende Venlokassen van het schap te pakken, onder het motto ‘wij verkopen geen plastic’. Men denkt nu ruimer. De toeleverancierssector ziet in dat elk land, elke landstreek zelfs, zijn eigen omstandigheden heeft. Dat geldt voor de bodem, het klimaat, maar ook voor af- en aanvoermogelijkheden. Dat vraagt dus om maatwerk, waarbij men de Nederlandse knowhow clustergewijs kan inzetten om op elke plaats de juiste oplossing te realiseren. Bij de marketing daarvan heeft Nederland een enorme imago-voorsprong: bijna iedere tuinbouwer

die in de wereld enigszins op schaal produceert, kent Holland als voorloper op het gebied van tuinbouwtechnologie. Om deze wereldmarkt goed te kunnen voorlichten vinden allerlei initiatieven plaats. De jongste daarvan is Holland Horticulture Technology Review. Dit tijdschrift zal onze uitgeverij uitbrengen samen met International HortiFair bv, in een oplage van in totaal 21.000, waarvan 11.000 op papier, en 10.000 digitaal. Het tijdschrift zal verschijnen in het Engels. Heeft u iets mede te delen aan de wereldmarkt? Neem dan contact op met ondergetekende. Ad van Gaalen uitgever ad.van.gaalen@lakerveld.nl

Ad van Gaalen uitgever


4 | GTT

nr 4 | sep 2011

Inhoud Dossier: Glas en Licht

Licht is alles en je kunt er, lijkt het wel, ook nooit genoeg van hebben. In het dossier ‘Glas en Licht’ doen verschillende partijen uit de glastuinbouw uit de doeken in hoeverre de keuze voor glas en licht invloed heeft op de productie. Maar daar blijft het niet bij: onderhoud van de lichtinstallatie levert ook procenten meer licht op. Lezen dus. Pagina 31 t/m 48

Handmatig stek-steken verleden tijd? Bijna twee jaar heeft ISO Groep Machinebouw in Gameren aan een stek-steekmachine gewerkt. In eerste instantie voor de chrysanten- en buxuxteelt, maar de machine is met aanpassingen ook in te zeten voor het machinaal stek-steken bij andere teelten. We zetten de werking van de machine op een rijtje. Pagina 22.

Rondeel: out of the box Wat hebben kippen nu met tomaten te maken? Meer dan u denkt. Kippenfarm Rondeel lijkt een idioot ontwerp, maar niets is minder waar. Kassen zullen zeer waarschijnlijk nooit zo rond worden als Rondeel, maar het idee achter de kippenfarm is iets waar de glastuinbouw nog iets van kan leren. Alleen al op het gebied van marketing. Pagina 6.

Let op:

En verder

Elders in het blad vindt u een overzicht van eerder verschenen artikelen. Abonnees kunnen deze gratis nabestellen.

Voorwoord LBK op maat Meekijken bij Demokwekerij Q&A met CropEye Column Sjaak Bakker

advertentie-index 3 10 13 20 49

Agrolux Nederland 30 Anode 8 Artemis Systems 16 BE de Lier 28 Besseling - All Techniek 48 Catec 30 Estede Business Solutions 18 Evenementenhal Venray 12 Glasimport Kwintsheul 2 Hotraco Industrial 28 Klimrek Producten 19,50 Marcel Veenman 48 Nife Energieadvies 19 Philips Lighting 36 Poredo 30

Revaho 24 Rintra 18 Sercom Regeltechniek 12 Terra International 11 Tubro Filter & Luchttechniek 18 VDH Foliekassen 52 Westlandse Relatiedagen Rijswijk 51 Wildkamp 16 Wittich & Visser 50

Bijsluiter: Uretek Nederland


GTT | 5

Aardwarmtelab: kennis en praktijk Geothermie is misschien wel de meeste interessante manier om je kas te verwarmen. Hoewel er steeds meer wordt gesproken over deze techniek, zijn er nog veel onduidelijkheden. Voor de kwekers Ammerlaan en Duijvestijin werd het aardwarmteproject een tikkeltje eenvoudiger door de oprichting van een aardwarmtelab onder de vlag van de TU in Delft. Pagina 18.

Zonder glas de grond uit Je zou soms denken dat de onbedekte vollegrondsteelt hopeloos achterloopt op de teelt onder glas. Niets is echter minder waar. In het kader van het project ‘Teelt de grond uit’ neemt GTT een kijkje buiten de vertrouwde kassen, ter inspiratie van de glastuinders. Pagina 14.

Meten door de hele kas Je kunt geen tuinbouwblad meer opslaan of er wordt over Het Nieuwe Telen gesproken. Een homogeen klimaat, minder stoken en dus effciënter telen. Maar wat kun je eigenlijk over je klimaat zeggen als je slechts één klimaatbox per hectare hebt hangen? Zou het niet handig zijn om op veel meer punten de temperatuur en RV te meten? Pagina 26.

6e jaargang, nr.4, september 2011 Onafhankelijk vakblad voor de glastuinbouwtechniek Website www.glastuinbouwtechniek.nl Hoofdredacteur Joeri van der Kloet, tel. 070 - 336 46 54 fax 070 - 336 46 40, e-mail: joeri.van.der.kloet @lakerveld.nl Eindredacteur Ad van Gaalen Redactie Sytse Berends, Ad van Gaalen, Paul Waayers Persberichten via e-mail: joeri.van.der.kloet@lakerveld.nl Advies Jan Voogt Vormgeving Timmy de Jong Fotografie Marco Zuijdwijk, Joeri van der Kloet Advertenties Chris Crauwels, tel. 070 - 336 46 75, fax 070 - 336 46 70, e-mail: chris.crauwels@lakerveld.nl Mediaorder Ronald Romijn, tel. 070 - 336 46 72, fax 070 - 336 46 70, e-mail: ronald.romijn@lakerveld.nl, Sonja Bruin, tel. 070 - 336 46 73, fax 070 - 336 46 70, e-mail: sonja.bruin@lakerveld.nl Klantenservice tel. 070 - 336 46 00, fax 070 - 336 46 01, e-mail: klantenservice@lakerveld.nl Abonnementen Irene Semp, tel. 070 - 336 46 60, fax 070 - 336 46 70, e-mail: distributie@lakerveld.nl

Glastuinbouwtechniek Magazine verschijnt tweemaandelijks. Een abonnement kost in Nederland  25,25 per jaar, inclusief btw. België:  25,25. Overige landen:  39,75 Losse nummers  7, inclusief btw, exclusief verzendkosten. Abonnementen kunnen elk moment ingaan en worden na een jaar automatisch verlengd. Opzeggen kan tot twee maanden voor het einde van de abonnementsperiode. Collectieve abonnementen op aanvraag, tel. 070 - 336 46 60 Uitgave Glastuinbouwtechniek Magazine is een uitgave van Uitgeverij Lakerveld bv, J.C. van Markenlaan 3, 2285 VL Rijswijk (Zh), postbus 160, 2290 AD Wateringen, e-mail: uitgeverij@lakerveld.nl, website: www.lakerveld.nl Uitgever/directeur Ad van Gaalen, adjunct-directeur Henk Marin Klaassen, hoofd abonnementen Irene Semp, hoofd administratie Ed Kok, hoofd verkoop Richard van der Hak, public relations Pauline Montfoort

ISSN 1872-549X Copyright © 2011 Uitgeverij Lakerveld bv Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook, zonder schriftelijke toestemming vooraf van de uitgever.

Persoonsgegevens Glastuinbouwtechniek Magazine legt gegevens van lezers vast voor de uitvoering van de (abonnements)overeenkomst. Deze gegevens kunnen worden gebruikt om u te informeren over andere producten en diensten. Als u hier geen prijs op stelt dan kunt u dat laten weten bij irene.semp@lakerveld.nl of bellen naar 070 - 336 46 60.


6 | GTT

Out of the box

Rondeel

Een kas is vierkant of rechthoekig. Logisch. Althans, dat lijkt logisch voor een optimale ruimtebenutting. Maar soms zijn er zaken die zwaarder wegen. Kijk naar ‘Rondeel’. Dit is een nieuw concept kippenboerderij met een min of meer ronde vorm van het bedrijfspand. Over vijf jaar zullen we geen ronde kassen hebben, maar eens kritisch naar de bedrijfsvorm kijken kan zeker geen kwaad.

2003: Miljoenen kippen worden afgemaakt. Vernietigd. Geruimd. De vogelpest legt keihard bloot waar de zwakte van de pluimveesector ligt. Maar de crisis maakt onbedoeld ook duidelijk dat de consument meer wil dan een eitje. De consument wil een gezond en veilig product en de consument is begaan met het welzijn van het dier. Voor voormalig minister Veerman was helder dat er wat moest gebeuren. Er moest wat veranderen in de intensieve pluimveehouderij om de risico’s te beperken. En om de consument beter te bedienen. Maar wat? Dat was de opgave voor de universiteit van Wageningen. Jaren is er gewerkt aan ‘Houden van Hennen’. Het rapport leverde twee concepten op, die een compleet nieuw licht wierpen op de sector. Op één van beide concepten is Rondeel gebaseerd.

De scepsis uit de sector over het Wageningse rapport was groot. Pluimveehouders zagen de nieuwe concepten niet zitten. Maar de Venco-groep geloofde erin. Deze groep, bekend in de pluimveehouderij, herbergt alle benodigde disciplines om ‘het rondeel’ tot uitvoering te brengen, waaronder de bouw en de inrichting. Het rondeel is het concept van de houderij zelf. Het bedrijf is min of meer rond, waarbij de nachtverblijven zich in stervorm rondom de centrale verwerkingsruimte bevinden. De driehoekige uitsparingen tussen de nachtverblijven zijn de dagverblijven. Deze zijn toegankelijk doordat ‘s morgens de complete wanden van de nachtverblijven omhoog kunnen rollen. De indeling is ideaal, aangezien de kip altijd dichtbij het nachtverblijf wil zijn. Rondom het rondeel bevindt zich nog ‘de bosrand’. Hier kunnen de kippen in het zand woelen. In 2010 wordt het eerste rondeel gebouwd in - hoe kan het ook anders - Barneveld. Dit gebeurde door het speciaal hiertoe opgerichte bedrijf van de Venco-groep: Rondeel BV. Duidelijk is bij de bouw wel al, dat uitsluitend de bijzondere indeling van het ‘ronde’ bedrijf niet volstaat voor het nieuwe concept. Een beetje (scharrel!)pluimveehouderij heeft 60.000 kippen op één bedrijf. Een rondeel-bedrijf, redt de helft. De kippen hebben hier een prachtig leven maar hoe vertel je dit? En hoe krijg je dus de meerkosten per ei eruit?

Marketingopgave Oftewel: Grootste struikelblok in de pluimveehouderij lijkt het dierenwelzijn te zijn. Als je dit op orde hebt, tegen een hogere prijs, hoe maak je dit dan rendabel? Hoe draai je het zo, dat dit ‘struikelblok’


GTT | 7

juist hét koopargument van de consument wordt? Openheid is hier het steekwoord. Je moet de eindklant gewoon laten zien hoe prachtig de rondeelkippen leven. Je moet de consument het bedrijf optimaal later ervaren. Geheimen bestaan niet.

Parallel tuinbouw En hier zie je een duidelijke parallel met de tuinbouw. Hoe is het imago van onze sector? Zijn tuinders echt mensen met zwarte nagels die alleen maar energie verslinden? Zowel voor de kippenbranche als voor de tuinbouwbranche geldt dat er nogal wat te winnen valt op het gebied van imago. Maar hoe bereik je dat met een rond bedrijf? Recent is het tweede rondeel gebouwd en in gebruik genomen in Wintelre, nabij Eindhoven. In dit bedrijf is, net als in Barneveld, een bezoekersruimte ingericht. Er is een glazen bezoekerstunnel gemaakt, waarmee de bezoekers tussen de kippen doorlopen, zonder dat de hygiëne in gevaar komt. Van 9.30 uur tot zonsondergang zijn de bezoekers welkom. Uiteraard kan er een blik geworpen worden in de verwerkingsruimte en er kan tegen betaling een doosje eieren meegenomen worden. Op een tuinbouwbedrijf kun je dit op exact dezelfde wijze doen. De rondeel-vestigingen hebben ook ieder twee vergaderzalen. Deze worden verhuurd. En bezoekers kunnen een rondleiding krijgen. De groepen betalen hier overigens gewoon voor. In de agrarische sector

vinden we dat nog wat vreemd, maar dat is in andere sectoren heel normaal. En waarom mag de pluimveehouder of de tuinder hier niet gewoon voor betaald worden?

Ronde verpakking Rondeel heeft al heel wat media-aandacht gehad. En via internet worden veel consumenten bereikt. Maar de ‘experience’ op het bedrijf zelf, bereikt slechts een klein deel van de eindklant van de eieren. Daarom heeft Rondeel haar eieren ook bij de supermarkt herkenbaar gemaakt. En hoe doe je dat? Door ze in een rond doosje te stoppen. Dat valt op! De verpakking is, eveneens opvallend, van kokosvezel gemaakt.

Franchiseconstructie Rondeel BV is beheerder van het totale rondeelconcept. De pluimveehouders zijn franchisenemers. De bedrijven zien er hetzelfde uit. De kippen zijn van het zelfde ras en ze eten hetzelfde soort voer. Dat alles past binnen de franchiseformule. Rondeel heeft berekend dat er in Nederland ruimte is voor vijf rondeel-bedrijven. Daarna moet expansie gezocht worden in het buitenland. De verkoop is grotendeels centraal geregeld. De meeste eieren worden afgezet via Albert Heijn. AH is de enige landelijke supermarktketen die rondeeleieren verkoopt. Dat lijkt een groot risico voor Rondeel, maar de risico’s zijn aardig verdeeld. Sterker nog, door een goede, eerlijke samenwerking, zijn de risico’s nihil. Beide partijen hebben baat bij de samenwerking. In de samenwerking met Albert Heijn is ondermeer overeengekomen dat AH in ruil voor haar exclusiviteit voor een afnameverplichting tekent. Voor iedere


...of liever helemaal in het Chinees? U krijgt bij ons alle mogelijkheden van de markt in gewoon Nederlands.


GTT | 9

nieuwe Rondeelvestiging, krijgt AH weer het aanbod om ook voor dat bedrijf de exclusiviteit ‘op te kopen’. Natuurlijk betaalt AH een prijs voor de eieren van een groot afnemer, maar die is netjes tot stand gekomen. “We hebben het er nauwelijks over gehad”, zo legt Ruud Zanders van Rondeel uit. “We hebben een prijs in Zaandam neergelegd, wat wij voor de eieren wilden hebben. Waarmee we het bedrijf goed kunnen laten draaien en waar de boer ook nog een fatsoenlijk inkomen uit overhoudt. Dat is geaccepteerd en we hebben er verder niet meer over gesproken.”

Lokale verkoop Zoals gezegd gaat een groot deel van de eieren naar Nederlands grootste supermarkt. Maar er gaan ook jaarlijks een miljoen eieren naar een bakkerij en Rondeel wil nog graag een contract sluiten met een landelijke horeca-keten en een grote cateraar. De pluimveehouders hebben echter ook een eigen verantwoordelijkheid. Door Rondeel worden ze aangespoord om de eieren ook lokaal aan de man te brengen. Niet alleen via het eigen bedrijf, maar ook via lokale boerderijwinkels, bakkerijen en natuurwinkels. Over deze omzet betaalt de pluimveehouder geen marge aan franchisehouder Rondeel BV. Door deze constructie wordt de franchisenemer, de pluimveehouder dus, gestimuleerd om zelf lokaal de eieren aan de man te brengen. Hierdoor krijgt hij zelf ook meer feeling met de markt.

Energieneutraal De Rondeel-vestiging bij Eindhoven draait energieneutraal. Er is geen stankoverlast. De kippen hebben gewoon nagels en snavels en de eieren worden direct, op het bedrijf zelf, gekeurd, gesorteerd en ingepakt. Weg met alle vooroordelen. Iedereen die Rondeel bezoekt, ziet dat een intensief, winstgevend

bedrijf beperkt milieubelastend kan draaien. En dat het gezonde, natuurlijke producten kan leveren. Wat denkt de consument van de tuinbouw? Bestrijdingsmiddelen? Lichtvervuiling? Energieverkwisting? Koelcellen? Waarom opent de tuinbouw alleen haar deuren tijdens ‘Kom in de Kas’? Waarom hebben kassen geen glazen tunnels waar de consument de productie kan bekijken? Waarom laat de tuinbouw nauwelijks haar trots kennen? Welke vooruitstrevende kassenbouwer ontwikkelt net als de Venco-groep in de pluimveehouderij - een nieuw concept kas? Waarbij niet alleen efficiency speelt, maar ook imago en uitstraling. En waar pottenkijkers graag geziene gasten worden. Dit hoeft niet persé een rond bedrijf te worden. (Al zou dit wellicht een heel bijzonder voordeel hebben op het klimaat). Laten we de kas rechthoekig houden, maar dan wel met een glazen voetgangerstunnel, corridor of brug. Kijk naar techniek en efficiëntie, maar óók naar imago en uitstraling. Voor ieder bedrijf in de tuinbouw dat inspiratie op wil doen, is een bezoekje aan Rondeel een must. www.rondeeleieren.nl wijst de weg.


10 | GTT

LBK

op maat

Luchtbehandelingskasten (LBK’s) werden geintroduceerd met de gesloten kas. De LBK’s waren afkomstig uit andere industrieën waar andere normen gelden. FormFlex heeft een LBK ontwikkeld die veel beter aan de specifieke wensen van de glastuinbouw tegemoet komt. Hij is weliswaar groter, maar ook stukken zuiniger.

‘De LBK heeft een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van de glastuinbouw,’ vindt Arjan Kouwenhoven van FormFlex. ‘Begrijp me niet verkeerd, maar we moeten terug naar de basis. De huidige LBK’s zijn in veel gevallen te complex en verbruiken meer energie dan nodig is. Kijk, door gebruik te maken van een LBK kun je je klimaat verbeteren. Daardoor produceer je meer en hoef je minder gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken. Naarmate de gesloten kassen verder ontwikkeld werden, kregen de LBK’s ook steeds meer mogelijkheden. Je kon er buitenlucht en kaslucht mee mengen, verwarmen, koelen, enzovoorts. De gesloten kas is geen heel groot succes - ook al hebben we veel kennis opgedaan - , maar je ziet dat die LBK’s nog steeds al die mogelijkheden hebben. Wij hebben een LBK ontwikkeld die alleen buitenlucht aanzuigt en die aangezogen lucht weer kan verwarmen. Geen mengen van kaslucht en buitenlucht en ook geen koelen.’

Contactoppervlak Waar in andere bedrijfstakken het volume van installaties nogal eens een grote rol speelt, is er in de glastuinbouw doorgaans voldoende plaats in de kas. Als het maar geen licht wegneemt, is het al snel goed. Het grote nadeel van compacte LBK’s is dat er in een klein volume relatief veel warmteuitwisseling plaats moet vinden en dat betekent dat de lucht die er doorheen wordt gestuurd meer kracht nodig heeft om door de compacte warmtewisselelementen heen te komen. Ergo, het kost meer energie dan wanneer je de LBK ruimer ontwerpt. En dat is precies wat de mannen van Formflex hebben gedaan. Arjan: ‘De langwerpige LBK is voorzien van panelen waar water doorheen loopt. Die panelen zijn afkomstig uit compleet andere takken van industrie, maar voldoen prima en zijn bovendien goed en voor een lage prijs te krijgen. Omdat we een groot contactoppervlak hebben waarbij de aangezogen lucht en het water met elkaar in aanraking komen, kun je prima uit de voeten met laagwaardige warmte. Die is, zoals je weet, goedkoper te produceren dan hoogwaardige warmte. De behuizing van de LBK is gemaakt van plastic: goedkoop, maar stevig en kan


GTT | 11

dus prima een hele tijd mee. Vanuit de LBK wordt de warme lucht, via een stelsel van slurven met gaatjes, de kas ingeblazen.’

Terugverdienen Waar een conventionele LBK zomaar voor 150 Watt per meter kan verbruiken, heeft de nieuwe LBK van FormFlex slecht een derde van de hoeveelheid energie nodig voor dezelfde hoeveelheid kuub lucht per uur. ‘En als je dan bedenkt dat de nieuwe LBK zo’n vijf a zes euro de meter gaat kosten, heb je binnen zes

jaar je LBK terugverdiend. En dat is dus best snel.’ Belangrijk is dat de lucht die wordt aangezogen nooit warmer wordt dan de kaslucht zelf. ‘Dat zag je vroeger met de heteluchtverwarming’, zegt Arjan. ‘Dan stuurde je op temperatuur, maar met deze LBK stuur je op RV. Dat werkt een stuk beter, want het is niet voor niets dat je heteluchtverwarming nauwelijks meer tegenkomt.’ Meer info: www.formflex.nl Zowel PT als LNV hebben financieel bijgedragen aan de ontwikkeling van de LBK.

INHOESMACHINES made in holland

bel de inhoesspecialist

071-3619424

- chrysant - tulp - roos - calla - ........

www.terra-international.nl

snijbloemen

Potplanten

- kalanchoë - phalaenopsis - anthurium - saintpaulia - ........

TERRA INTERNATIONAL


Venray 22, 23 en 24 november 2011 HĂŠt trefpunt voor de hele tuinbouwsector.

Openingstijden: 14.00 - 22.00 uur

Interesse in deelname? Vraag naar de mogelijkheden!

nu ook Volg ons r via op Twitte pers Schle @Ramon Evenementen

HAL

HARDENBERG GORINCHEM VENRAY

Evenementenhal Venray Wattstraat 2, 5807 GB Venray T 0478 - 51 97 90 F 0478 - 51 97 80 E venray@evenementenhal.nl I www.evenementenhal.nl

Ons evenement. UW MOMENT.


GTT | 13

Meekijken bij Demokwekerij Westland is een plek die iedereen, die iets met tuinbouw te maken heeft, goed in de gaten zou moeten houden. In de verschillende ruimtes van de Demokwekerij worden namelijk de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van glastuinbouwtechniek gepresenteerd. Bovendien wordt er door verschillende partijen geëxperimenteerd, gepionierd en geïnnoveerd. In deze rubriek lopen we een rondje door de kas, samen met Peet van Adrichem, directeur van de Demokwekerij.

De Arenaruimte in de Demokwekerij heeft een nieuwe invulling gekregen. Na het succes van de vorige arena, waarbij energie centraal stond, wordt er nu op iets totaal anders gericht: marketing. Peet: ‘Op dat gebied kan de glastuinbouw nog heel veel halen en dat zal in de toekomst belangrijker worden. Neem nu de honingtomaten van Looije; zij hebben een goed verhaal en een supermarketing, compleet met Twitter, een goede website en een strakke promotiefilm. Dankzij dat goede verhaal dat hun product ondersteunt, kunnen ze met hun concept geld verdienen, ondanks de hogere kostprijs. Er zijn maar weinig glastuinbouwbedrijven waar iemand fulltime op de marketing zit.’ Looije Tomaten is niet de enige succesvolle ondernemer op het gebied van marketing. Andere goede voorbeelden zijn Ter Laak, de boeketten van Frederiques Choice en uiteraard het veelbesproken Koppert. Dan naar de proefkassen. ‘We hebben momenteel een aantal proefkassen waar we proeven doen met biologische gewasbescherming. We behandelen verschillende gewassen met verschillende natuurlijk bestrijders en hopen daarmee een interessant vergelijkend warenonderzoek te kunnen doen.’

Een kas verder staan de paprika’s er prachtig bij. ‘We hebben ze hier op water staan en dat gaat prima’, vindt Peet. ‘Zoals je ziet, ligt er hier een prachtig wortelpakket en je ziet het ook aan de plant: die staat er goed bij. We hebben hier zelf een systeem gemaakt met dubbel aflopende goten, dus zowel in de lengte als in de breedte. De plant pakt het water dat hij nodig heeft en wij kunnen mooi sturen op de worteltemperatuur. We hebben ook een goot waarbij we de worteltemperatuur laten oplopen en vergelijken die dan met de goten waarin we wel op temperatuur sturen.’ Weer een kas verder hangt er een vreemd uitziend goudkleurig schermdoek onder de nok. ‘Dat is interessant spul’, vertelt Peet. ‘Dat doek is namelijk elastisch en de bandjes kunnen dus gewoon uit elkaar worden getrokken. Je kunt het hele schermpakket ook, zoals bij regulier schermdoek, opentrekken. Je kunt je voorstellen dat het grote voordeel van dit type doek is dat je even snel de bandjes uit elkaar kunt trekken bij wisselende lichtomstandigheden. Dat oprekken van het doek gaat natuurlijk veel sneller dan een compleet schermpakket open en weer dicht doen. Je kunt dus heel snel reageren op de omstandigheden. Na de zomer weten we meer over de resultaten van dit doek.’

Paprika’s op water.


14 | GTT

Ook zonder glas de grond uit

Je zou soms denken dat de onbedekte vollegrondsteelt hopeloos achterloopt op de teelt onder glas. Niets is echter minder waar. In het kader van het project ‘Teelt de grond uit’ neemt GTT een kijkje buiten de vertrouwde kassen, ter inspiratie van de glastuinders.

Jonge opkweek in pluggen maakt snel wortel aan.

In het buitenland is het al niet eens meer zo heel vreemd: groenten die uit de grond worden geteeld. Je hoeft er niet eens voor naar de andere kant van de wereld, want in Spanje, maar ook zelfs in België wordt er op sommige plekken uit de volle grond geteeld. En dat is niet vreemd, volgens onderzoeker Matthijs Blind van Proeftuin Zwaagdijk. ‘De sector realiseert zich dat men nu zo’n beetje aan de top van de mogelijke productie zit. Alle technische vernieuwingen leiden slechts tot een marginaal grotere productie. Aan de andere kant heeft ook de onbedekte vollegrondsteelt te maken met uitspoeling van meststoffen. Die is onwenselijk en wordt aan banden gelegd. Twee goede redenen om het gewas dus uit de grond te halen.’

Van goten naar drijvers Al in 2007 startte Proeftuin Zwaagdijk het onderzoek naar mogelijkheden om buiten sla uit de grond te telen. ‘In eerste instantie werkten we op goten,’ vertelt Matthijs, ‘maar toen kwam de drijvende teelt in beeld. We kwamen samen met een aantal telers tot de conclusie dat de drijvende teelt de meeste kans van slagen en zou hebben. Goten zijn kwetsbaarder, want je moet water en voeding rondpompen en bent dus afhankelijk van materialen als pompen, slangen, enzovoorts. Die kunnen stuk gaan of verstoppen en dan zit je gewas ineens zonder water. Onwenselijk dus. Met drijvende teelten, waarbij de gewassen continu kunnen beschikken over voldoende water en voeding, ben je wat dat betreft veel minder kwetsbaar.’


GTT | 15

Drijvers met jonge opkweek.

Al vrij snel richtte het onderzoek op de haalbaarheid van het telen van diverse bladgewassen op drijvers. ‘We hebben proeven gedaan met allerlei bladgewassen, zoals andijvie, Chinese kool, paksoi, knolvenkel, radicchio en bleekselderij. Binnen het project Teelt de grond uit – waarin Wageningen UR en Proeftuin Zwaagdijk samen werken aan de ontwikkeling van nieuwe systemen voor de vollegrondsteelten – is gebleken dat het systeem zich ook leent voor de teelt van bloemkool, broccoli, prei, hyacint en diverse zomerbloemen en vaste planten’, vertelt Matthijs.

De techniek Mooier kan niet: ragfijne, witte wortels.

De basistechniek is vrij eenvoudig: men neme een bassin, gevuld met water en voedingsstoffen, (tem-

pex) drijvers en stopt de plantjes in de drijvers. Matthijs: ‘Voor een optimaal resultaat echter moet je het systeem afstemmen op de eisen van het gewas: welk substraat gebruiken, hoe diep hangt de plant in het water of moet hij er juist helemaal boven hangen, hoe belangrijk is het beluchten; dit zijn allemaal vragen die in belangrijke mate het resultaat bepalen.’ Er worden nu ook proeven gedaan met gewassen die ter plekke worden gezaaid zoals spinazie, veldsla en wilde rucola. Men zaait in een drijver met sleuven en plaatst die - na de kieming - buiten op het water. De eerste resultaten zijn veelbelovend. Het onderzoek naar de drijvende teelt is de afgelopen maanden ineens een stuk aantrekkelijker geworden: in de onderzoeksopstellingen werkt men met een waterdiepte van ongeveer 30



GTT | 17

Verschillende gewassen op water.

cm. Neerslagtekorten zoals die van het afgelopen voorjaar zijn dus geen probleem. En in perioden met extreem veel neerslag blijft het product schoner en ondervindt men bij de oogst geen hinder van te natte percelen. Ook koude hoeft geen onoverkomelijk probleem te zijn. Matthijs: ‘We hebben zowel sla als vaste planten weten te laten overwinteren en iedereen weet dat het goed koud was de afgelopen winter. Er was niet eens heel veel voor nodig: bij vaste planten het water in beweging houden met een pompje. Bij sla werd het gewas bovendien afgedekt met doek en en het water met een verwarmingselement iets opgewarmd.’

Mobiel systeem Een ander interessant – zo niet het meest interessante - voordeel is dat de drijvende teelt zich goed leent voor automatisering van diverse processen. Immers, planten in drijvers op water zijn mobiel en kunnen dus gemakkelijker geoogst worden dan planten in de volle grond. Bij de firma Pater Broersen, een grote slateler in Noord-Holland wordt er inmiddels op commerciële schaal sla op water geteeld. Binnenkort wordt bij deze teler een kraantje in gebruik genomen waarmee drijvers automatisch richting de verwerkingsschuur zullen worden getransporteerd. Dave Smit van Pater Broersen legt uit: ‘In het bassin komt een mechanische opduwer die drijvers naar de kraan kan duwen. De kraan tilt de drijver vervolgens uit de teeltvijver en laat hem in een transportkanaaltje weer los. Via dat kanaaltje komt de drijver in de verwerkingsschuur terecht en kan de sla geoogst

worden. Het hele transport gaat automatisch, dus er hoeven dan geen drijvers meer met de hand te worden opgepakt.’


18 | GTT

Aardwarmtelab kennis en praktijk

Geothermie is misschien wel de meeste interessante manier om je kas te verwarmen. Hoewel er steeds meer wordt gesproken over deze techniek, zijn er nog veel onduidelijkheden. Voor de kwekers Ammerlaan en Duijvestijin werd het aardwarmteproject een tikkeltje eenvoudiger door de oprichting van een aardwarmtelab onder de vlag van de TU in Delft.

Seismiek: echo van de bodem.

Het begon drie jaar geleden als een ludiek initiatief. Twee studenten geologie besloten om ter ere van het lustrum van hun studievereniging een put te boren op de TU-campus om daar warmte uit te oogsten. Natuurlijk kwam die put er niet, maar er ontstond wel het besef dat aardwarmte wel eens een bijzonder goede manier zou kunnen zijn om de campus duurzaam te verwarmen. Het gevolg van de studentenactie was dan ook dat er onderzoek werd gedaan en gezocht werd naar partijen die wilden participeren in het omvangrijke project, getiteld: Delft Aardwarmte Project (DAP). Ad van Adrichem bezocht een voorlichtingsbijeenkomst van DAP en liep na afloop naar de sprekers toe. ‘Ik vertelde dat ik serieus geïnteresseerd was in aardwarmte voor onze tomatenkwekerij en

informeerde naar de wil om samen te werken in het traject.’ Samen met kweker Ammerlaan en Duijvestijn onderzocht DAP of niet alleen aardwarmte mogelijk zou zijn, maar ook wat er zou kunnen gebeuren als er zes bronnen - een warmte en een injectiebron per installatie - op relatief korte afstand van elkaar geboord zouden worden.

zandlaag Chris den Boer studeert technische aardwetenschappen aan de TU en is nauw betrokken bij het DAP: ‘We hebben in Nederland gelukkig een vrij goed idee van hoe de bodem in elkaar zit. Omdat er in ons land flink geboord is naar gas en olie, is er vrij veel data voorhanden. En als er niet geboord is, kun je tegenwoordig met seismiek ook een goed idee krijgen van de bodem.’ Bij seismiek wordt er als het ware een echo van de bodem gemaakt. Met een speciaal daarvoor ontworpen apparaat worden geluidsgolven de grond in gestuurd en aan de hand van het signaal dat terugkomt, kan worden bepaald met welk materiaal men te maken heeft. Aan welke eisen moet de bodem eigenlijk voldoen wil men gebruik kunnen maken van aardwarmte? Chris: ‘In de eerste plaats zijn er gelukkig meer plaatsen wél dan niet technisch geschikt voor het winnen van aardwarmte. Wat nodig is voor wamtewinning is een stabiele zandlaag, waarin water vrij gemakkelijk kan stromen. Uit de warmtebron win je warmte en als stelregel boor je ongeveer anderhalve kilometer van je warmtebron een zelfde put, die je gebruikt om het water weer te injecteren. Doe je dat niet, krijg je dermate grote drukverschillen dat je put niet lang bruikbaar is. Op het moment dat meerdere geothermische installaties worden aangelegd, komen er andere factoren om de hoek kijken waar men rekening mee dient te houden. Je zou zeggen dat meerdere bronnen in één laag mogelijk tot een lager rendement zou leiden, maar volgens Chris hoeft dat helemaal niet het geval te zijn: ‘Het kan juist zo zijn dat je door meerdere bronnen in dezelfde laag een hoger rendement uit je


GTT | 19

Dwarsdoorsnede van de aardlaag met simulatie van temperatuur. Na 30 jaar productie neemt de opbrengst af.

geothermie haalt. Een bron kan voor bepaalde ondergrondse stromingen zorgen die bij een naburige bron voor meer efficiëntie zorgen. Hoe dat precies in z’n werk gaat is nog onduidelijk en dat hopen we de komende tijd beter duidelijk te krijgen.’ Juist het aanleggen van meerdere bronnen op een re-

latief klein oppervlakte levert kennis op die wel eens van onschatbare waarde voor de glastuinbouw - maar ook voor andere industriën - kan zijn. Het Westland is immers een schoolvoorbeeld van veel energieverbruikende teelten op een klein oppervlakte. En dat is nu precies waar het DAP voor bedoeld is. Chris: ‘Wij kijken over de schouders van Ammerlaan en Duijvestijn mee en mogen ter plekke metingen verrichten. Met de monsters die we daar nemen kunnen we onze kennis over geothermie gigantisch uitbreiden.’

papierwerk Maar wat hebben de tuinders daar aan? Ad: ‘We zijn als tuinbouwsector natuurlijk enorm gebaat bij een goede kennis van deze nieuwe vorm van energie. Maar als kwekerij hebben wij ook kunnen meeliften op de bureaucratische kant van het geheel. Onder de vlag van de TU hebben wij een opsporingsvergunning kunnen krijgen om onderzoek te mogen doen naar de mogelijkheden van aardwarmte. Dat scheelde aardig wat papierwerk.’

composiet Kwekerij Duijvestijn draait sinds kort op aardwarmte met een put van ruim twee kilometer diep. Ad: ‘We halen daar water van 71 graden Celsius uit en kunnen daar de kas goed van verwarmen.’ De WKK’s dienen als back-up en om de pieken af te vlakken. Daarnaast hebben we de WKK’s soms nodig voor de CO2-voorziening, wanneer de OCAP geen CO2 kan leveren. De installatie die op de TU in de toekomst zal worden gebouwd, zal een lichtere, innovatieve variant zijn. Chris: ‘Dat betekent concreet dat we kunnen gaan boren met composiet in plaats van met staal. Dat composiet bestaat uit glasvezel en epoxyhars en is veel lichter dan staal. Daardoor kun je de boring door een veel lichtere en kleinere installatie laten uitvoeren en daarmee bespaar je weer op de kosten.’

Winning uit de warmtebron, gevolgd door injectie: een doublet.


www.specmeters.eu Environmental Measuring Equipment

energie besParing

snelle terugverdientijd

schone verbranding

© decrealisten.nl

lagere stookkosten

tubro is leverancier en producent van afzuig-, verbrandingsinstallaties, briketpersen, houtschredders, silo’s, schuurtafels en spuitwanden voor de verwerking van restmateriaal. voor milieutechnische installaties bent u bij tubro aan het juiste adres.

FILTERLUCHTVERBRANDING

053 - 461 28 88 • info@tubro.nl • www.tubro.nl

Adv. Tubro 90x132 GT.indd 1

06-01-10 11:33

• Light Measurement • Soil & Water Quality • Nutrient Management • Integrated Pest Management • Weather & Environmental Monitoring

Spectrum Technologies Europe Bredevoortsestraatweg 101, 7121 BE Aalten Tel. 0543-472334 | Email: info@estede.nl


Als u een Klimrek warmtebuffer kiest voorkomt u zuurstof in uw systeem en heeft u geen roest

• Laagste prijsgarantie op de inkoop van uw gas en/of elektriciteit • Factuurcontrole en probleemoplossing • Administratieve ontzorging

4 meter diep

warmteopslag 95˚ 6300 m3 opslag

Maak nu een afspraak voor een GRATIS ENERGIE ANALYSE van uw bedrijf! Kijk voor meer informatie op www.nife.nl NIFE Energieadvies B.V. Poortcamp 9a, 2678 PT De Lier T. 0174-525640 - info@nife.nl

• Goede isolatie • Lagere investering

Ook voor gietwater- en koudeopslag

015-3612733 • info@klimrek.com • www.klimrek.com

Biosubstraat

Q & A met CropEye

Duurzaamheid wordt elke dag belangrijker in de glastuinbouw. Daarbij gaat het niet alleen om energie, maar ook om grondstoffen. Substraat bijvoorbeeld kan ook nog wel een tikje duurzamer.

GTT: Wat is de kern precies? CropEye: Duurzame glastuinbouw heeft behoefte aan echt duurzaam substraat. Materiaal dat dus herbruikbaar is, onderdeel is van een kringloop en volkomen biobased geproduceerd wordt.

GTT: Kokos noem je niet, da’s toch ook natuurlijk? CropEye: Dat klopt, echter deze vezel halen we van ver en vormt geen onderdeel van een kringloop. Na gebruik brengen we het niet terug naar waar het vandaan kwam.

GTT: Biobased, dat horen we veel tegenwoordig, wat is dat? CropEye: Dat de materialen van ons substraat gemaakt zijn van hernieuwbare grondstoffen.

GTT: Wie gaat dit BioSubstraat maken? CropEye: CropEye en Str3tch hebben een consortium van bedrijven gevormd: vezelleveranciers, toekomstige gebruikers, marktpartijen etcetera, dat samen deze klus wil oppakken.

GTT: Geef eens een voorbeeld... CropEye: Natuurlijke vezels zoals hennep, vlas en dergelijke zijn biobased. Ze groeien in moeder natuur, je gebruikt ze en daarna kan het als voeding terug naar moeder natuur; je zou kunnen zeggen we lenen het even om het tijdelijk te gebruiken.

GTT: Dus jullie gaan het gevecht aan met steenwol?! CropEye: Nee, waarom zouden we? We zien als consortium een niche naast de steenwol. Ons toekomstig BioSubstraat moet aan de hoogste duurzaamheidseisen voldoen, maar ook passen in de moderne glastuinbouw van morgen.


22 | GTT

Is handmatig stekbinnenkort verleden tijd?

Bijna twee jaar heeft ISO Groep Machinebouw in Gameren (NB) aan een stek-steekmachine gewerkt. In eerste instantie voor de chrysanten-en buxusteelt, maar de machine is met aanpassingen ook in te zetten voor het machinaal stek-steken bij andere teelten. Als de ISO Groep Machinebouw in Gameren met een noviteit op de markt komt, gaat het bedrijf niet over één nacht ijs. Men neemt de tijd voor een gedegen testperiode. Zo ook met de chrysanten steksteekmachine, waarvan er nu 13 stuks naar volle tevredenheid staan te draaien bij Deliflor Hoogveld in Bruchem. Directeur Piet Oomen: ‘Medio oktober-november 2009 zijn we met de ontwikkeling van deze machine begonnen. Eind januari 2010 hadden we het verenkelen onder de knie. Dat verenkelen houdt in dat de machine een bergje stekjes zodanig opschudt, dat die stekjes los van elkaar komen te liggen, waarna een grijper achtereenvolgens stekje voor stekje weet op te pakken. Toen we dat verenkelen

Fase 1: handmatige invoer van de stekjes.

in de vingers hadden, was dat echt een doorbraak. Half juli 2010 ging de eerste machine naar Deliflor Hoogveld. Er volgde een intensieve testperiode om de machine te vervolmaken. Daarna volgde de installatie van in totaal 13 stuks.’

De werking Om het apparaat in werking te zien, bezoeken we het eerder genoemde Deliflor Hoogveld waar inmiddels een indrukwekkende batterij van 13 stek-steekmachines dag in dag uit staan te draaien. Iedere machine heeft een doorzichtige plexi glazen behuizing. Op een transportband worden handmatig de, in dit geval uit Afrika aangevoerde, stekjes gelegd. De transportband voert het hoopje stekjes de

Fase 2: In razend tempo ‘plukt’de grijper 4 stekjes van de lopende band.


GTT | 23

-steken

Fase 3: nog lege stek-steekbalk wacht op aanvoer.

Fase 4: Grijper vult steksteekbalk.

plexiglazen behuizing binnen. De camera’s die zich daar bevinden, registreren de stekjes en bepalen softwarematig de verdeling. Dat gebeurt door de lopende band niet alleen horizontaal heen en weer te laten draaien, maar ook door deze verticaal op te schudden. Door deze bewegingen ontstaat er een verdeling van de stekjes op de transportband in plaats van dat ze op een hoopje blijven liggen. De vision (het programma dat de camerabeelden omzet in mechanisch handelen) stuurt vervolgens de grijper naar één uit het hoopje losgekomen exemplaar, tilt hem op en houdt hem vast. Op deze wijze verzamelt de grijper vier stekjes die hij in één keer aflevert aan de steekbalk. Tijdens deze handeling wordt ondertussen de transportband zo nodig opnieuw opgeschud. De steekbalk biedt plaats aan acht stekjes. Op het moment dat die steekbalk vol is, klemt het de stekjes vast, draait 90 graden waardoor de stekjes vertikaal komen te staan en verdwijnt dan naar beneden richting een kist met perspotten die op een transportband onder het apparaat aan- en afgevoerd wordt. Daar steekt het de acht stekjes in de perspotten, laat ze los, komt vervolgens leeg omhoog waarna de steekbalk weer 90 graden terug draait, zodat hij weer in zijn horizontale stand komt te staan. Klaar om de volgende acht stekjes in ontvangst te nemen van de grijper. En dit alles met een enorme snelheid. Boven de plexiglazen kast is een computerscherm gemonteerd waarop alles wat de machine doet en gedaan heeft, af te lezen is. Een machine geeft zo’n 3000 stekjes per uur aan. Eigenlijk geen verschil met het handmatig stekken. Ware het niet dat de machine desnoods 24 uur per etmaal aan één stuk kan draaien. En daar zit onder andere de winst.

Software Via internet kan de ISO Groep de 13 stek-steekmachines in Bruchem online volgen. Moderne software staat garant voor een uiterst nauwkeurige registratie. Vanachter een laptop kan het hele proces ieder moment van de dag op de voet gevolgd worden. En ui-

Fase 5: grijper levert laatste 4 stekjes af voordat de stek-steekbalk 90 graden gaat kantelen.

Fase 6: Stek-steekbalk (net zichtbaar links naast drijfriem) zet stekjes in aangevoerde kist met perspotten onder de machine.


Revaho werkt samen met:

Filtratie is onmisbaar om water goed te laten werken. De watergeenstallatie moet perfect functioneren en vuil kan dat proces ernstig verstoren. Het brede assortiment van kwalitatief zeer hoogwaardige Amiad lters, gecombineerd met Revaho’s kennis en expertise, zorgen ervoor dat uw watergeefsysteem altijd beschermd wordt door het beste lter. Met onze ltersystemen liepen we al voorop toen automatisch lteren nog niet gangbaar was en dat is nu niet anders. Zodat u altijd zuiver water kunt geven. Zodat elke druppel werkt.

ww w w.reva a ho.. nl


GTT | 25

Uitleesscherm waarop alle machinale handelingen weergegeven worden.

teraard kan een willekeurige productiedag achteraf nog eens geanalyseerd worden. Zowel de werking van de machines, de aan- en afvoer, wanneer het bij welke machine misging, waar dat aan lag, hoe dit in de toekomst te voorkomen, etcetera. Piet: ‘De “total runtime” geeft aan hoe lang die dag iedere machine in bedrijf was. Het aantal steksteekhandelingen over de dag die we nu analyseren was gemiddeld 33.428 per machine. Kortom, we hebben de software zo gemaakt dat er

Is handmatig steksteken binnenkort verleden tijd?

Bouw van 24 stek-steekmachines bij ISO Groep machinebouw voor Deliflor Maasdijk. geen enkele discussie kan ontstaan over oorzaak en gevolg. En dat geeft zowel de eigenaar als ons een hoop rust. Voordat we gaan inloggen op de machines, laten we dat het bedrijf natuurlijk eerst weten. Het mooie is dat wij de machines op die manier op afstand nauwgezet kunnen volgen. En mochten er zich problemen voordoen, dan zien wij hier gelijk waardoor dat is gekomen en hoe dit op te lossen is.’

Serieuze concurrent Een belangrijke vraag: de terugverdientijd van het 125.000 euro kostende apparaat. Piet: ‘Daar ga ik geen uitspraak over doen. Simpelweg omdat die terugverdientijd van heel veel variabelen afhangt. Hoe groot is je bedrijf? Hoe lang laat je de machine in een week draaien? Wat is je afzet? Wat zijn je prijzen? Dus dat terugverdien verhaal moet je echt per bedrijf bekijken.’ Inmiddels wordt er hard aan gewerkt om de steksteekmachine ook geschikt te maken voor andere soorten stekjes. Dat vereist mogelijke aanpassingen aan de grijper, de steekbalk en de vision. Wat de chrysanten betreft: op dit moment is men in Gameren bezig met de productie van 24 stek-steekmachines voor Deliflor Maasdijk. Soortgelijke andere bedrijven hebben eveneens belangstelling getoond. Waarmee het handmatig steken een serieuze concurrent heeft gekregen.


26 | GTT

Meten

door de hele Je kunt geen tuinbouwblad meer opslaan of er wordt over Het Nieuwe Telen gesproken. Een homogeen klimaat, minder stoken en dus effciënter telen. Maar wat kun je eigenlijk over je klimaat zeggen als je slechts één klimaatbox per hectare hebt hangen? Zou het niet handig zijn om op veel meer punten de temperatuur en RV te meten?

Bovenstaande introductie is uiteraard wat kort door de bocht. Immers, de principes van Het Nieuwe Telen (HNT) zijn gebaseerd op metingen waarbij meer dan één meetbox per hectare werd gebruikt. Toch zou je kunnen zeggen dat met de introductie van HNT het belangrijker wordt om inzicht te hebben in de homogeniteit van het klimaat. Juist door die toename in homogeniteit valt namelijk een toename in productie te realiseren. De meeste tuinders zijn inmiddels bekend met de mogelijke maatregelen om die homogeniteit te bevorderen, maar het monitoren van het resultaat blijft - los van een geconstateerde toename in productie - uit. En eigenlijk is dat zonde, want dan weet je nog steeds niet precies wat je doet. Nu zou je in plaats van één meetbox per hectare er meer op kunnen hangen en dan kun je al iets meer zeggen over je klimaat. Mooier wordt het uiteraard om nog meer meetboxen op te hangen. Nadeel daarvan is dat de boxen niet goedkoop zijn en het dan maar zeer de vraag is of je die investering makkelijk terugverdient. De afgelopen jaren kwam de term ‘smart dust’ met enige regelmaat voorbij en daarbij werd er gesproken over sensoren ter grootte van een zandkorrel die allerlei interessante informatie via een draadloos netwerk naar een basisstation zou gaan versturen. ‘Dat is niet bijzonder realistisch’, meent Jouke Miedema van Agrisensys. ‘Wat wél realistisch is, zijn de sensoren die je hier ziet hangen.’

Real-time en op afstand Wireless Value, producent van AgriSensys, werd acht jaar geleden opgericht en houdt zich onder andere bezig met draadloze sensortechnologie. Jouke: ‘Vanuit allerlei hoeken kwam de vraag om technologieën te onwikkelen waarmee informatie kon worden geleverd. Een supermarkt bijvoorbeeld heeft niet meer genoeg aan een thermometer die in een koelvak hangt en die elke ochtend wordt gecontroleerd op de juiste waarde. Nee, dat soort info moet bijna real-time en op afstand kunnen worden uitgelezen. Niet alleen omdat mensen dat willen, maar ook omdat de regelgeving dat verplicht. Wij maakten jaren geleden al dergelijke sensoren voor allerlei verschillende bedrijven.’ ‘Drie jaar geleden werden we door de WUR benaderd in verband met een smart dust project. Zij wisten dat wij volop in die technologie zaten en vroegen ons of


GTT | 27

kas Fig 1: Afname onzekerheid.

wij mogelijkheden zagen een groot aantal sensoren in een kas te plaatsen. We gebruikten een bestaande sensor, modificeerde deze en voorzagen hem van een thermometer en RV-meter. Vervolgens plaatsten we honderd van deze kastjes in een tuin van een hectare en kon het meten beginnen.’

Onzekerheid Tot de verbazing van de onderzoekers, maar ook van de tuinder - die zijn tuin voor de proef liet voorzien van de draadloze sensoren -, bedroeg de onderlinge variatie tussen de sensoren maximaal zeven graden. De RV bereikte zelfs een maximale variatie van 32 procent. Jouke: ‘Je weet als tuinder wel dat er enige variatie in je kas is, als gevolg van allerlei natuurlijke en minder natuurlijk factoren, maar hoeveel die variatie precies is weet je niet, omdat er simpelweg te weinig meetboxen hangen. Nu is er een interessant grafiekje - zie figuur 1 -te maken waarin je het aantal sensoren uitzet op een as en op de andere as de meetfrequentie. Als je daardoor een lijn trekt, heb je de afname in onzekerheid over je variatie te pakken. Door meer sensoren op te hangen en frequenter te meten, neemt je onzekerheid over de variatie in temperatuur en RV af. Die lijn is echter een assymptoot en wordt dus steeds vlakker, naarmate je vaker meet en meer sensoren ophangt. Hang je 25 sensoren op en meet je eens per zes minuten, neemt je onzekerheid in variatie af van 5 graden naar 1 graad. Een levensgroot verschil dus en in dit geval het optimale evenwicht tussen investering en resultaat.’

Grafieken Nog interessanter wordt het als je kijkt naar figuur 2. Daarin geeft de groene lijn de temperatuur aan, gemeten door de standaard meetbox. De rode lijn


Wilt u zich voornamelijk richten op het eindresultaat?

Laat de techniek dan maar over aan: Bleiswijk 010-5212355 - Aalsmeer 020-6474641 - Sevenum 077-3999266 - www.b-edelier.nl De flexibele én intelligente link tussen de tuinbouw computer en de motoren voor luchting, scherming en luchtbehandeling Van idee naar oplossing Hotraco levert al 30 jaar systemen die hun waarde en betrouwbaarheid bewezen hebben. De opgedane kennis in combinatie met de nieuwste technologieën staan garant voor state-of-the-art producten. Multi Connect Het universele CAN-bus systeem “Multi Connect” is hier een voorbeeld van. Hoge nauwkeurigheid van sturen, minder bekabeling, keuzevrijheid van klimaatcomputers en motoren, uitgebreide keuze van sturingen en uitbreidbaar met nieuwe producten en regelingen. Om dit te kunnen realiseren hebben wij het universele CAN-bussysteem Multi Connect ontwikkeld. Multi Connect gaat verder dan alleen het aansturen van de luchting en schermen. Met Multi Connect kunt u nu ook EC-ventilatoren en luchtbehandelingskasten aansturen, bewaken, optimaliseren en monitoren. EC-ventilatoren met 0-10V aansturing of EBM-bus of Mod-bus communicatie. Luchtbehandelingskasten in diverse configuraties van luchtkleppen, verwarmingskleppen, ventilatoren en temperatuurmetingen. Luchting en schermen

EC ventilatoren met EBM-bus

Divisie van Hotraco Industrial BV

Stationsstraat 142 5963 AC Hegelsom Nederland Tel. +31 (0)77 327 50 50 Fax +31 (0)77 327 50 51 horticulture@hotraco.com www.hotraco.com

Luchtbehandelingskasten binnen-/buitenklep met mengtemperatuurmeting en naregeling


GTT | 29

Fig 2: Homogeniteit in de kas geeft de gemiddelde temperatuur aan, gemeten door alle draadloze sensoren. Voor ieder meetpunt is met de verticale balkjes aangegeven wat de laagst en de hoogst gemeten waarde is. De paarse lijn tenslotte, geeft de mate van homogeniteit aan. Daarbij wordt de homogeniteit gedefinieerd als ideaal (100%) wanneer alle sensoren een temperatuur meten die ligt in een bandbreedte van het gemiddelde plus/min 0.75 graad Celsius. Jouke: ‘De homogeniteit is het grootst wanneer de temperatuur daalt en wanneer hij stijgt. Bij een constante temperatuur zie je dat de onderlinge variatie vrij groot is. In figuur drie kun je ook nog eens zien voor welke sensor precies de variatie het grootst is. Je kunt zien dat geen enkele sensor binnen de bandbreedte van driekwart graad valt, maar ook dat het verschil in variatie onderling erg groot is. Concreet betekent de figuur dat de sensoren die het meeste variatie vertonen de probleemgebieden zijn. Omdat uiteraard bekend is welke sensor waar hangt, kun je het kasgedeelte bij de probleemsensoren onder de loep nemen. Oorzaken van verschillen in temperatuur en RV zijn onder andere: niet regelbare padverwarming, onvoldoende sluiting van het gevelscherm, slecht sluitende schermdoeken en ramen, slechte afstemming van het gevelnet en de verwarming, enzovoorts. Allemaal zaken die pas aan het licht kwamen na de gemeten variatie. Je kunt je dus wel voorstellen dat de tuinders die dit systeem kwamen bekijken enthousiast werden.’

Markt Inmiddels is het draadloze systeem op de markt verkrijgbaar onder de naam Agrisensys. Een systeem bestaat uit een aantal sensoren - verkrijgbaar in verschillende aantallen -, een basisstation en

eventueel een range extender. Jouke: ‘Dat basisstation verzamelt de data van de afzonderlijke sensoren en stuurt het door naar je computer. Als de afstand tussen de sensoren en het basisstation te groot worden, zorgt een range extender ervoor dat het signaal toch wordt doorgestuurd. De sensoren zijn op aanraden van een aantal tuinders aangepast, waardoor ze minder gevoelig zijn voor instraling.’ Klinkt goed, maar kunnen de gegevens in een klimaatcomputer worden ingeladen? ‘Nog niet’, geeft Jouke toe. ‘Maar we zijn wel al in gesprek met de klimaatcomputerjongens. Die hebben er namelijk net zoveel interesse in als de tuinders.’ Een compleet Agrisensys-systeem heb je vanaf 4000 euro, plus 1000 euro voor een abonnement op de server waar alle gegevens naartoe gaan. Volgens Jouke moet je, afhankelijk van de situatie, op een terugverdientijd van een jaar rekenen. En dat is in tuinbouwland best vlot. Maar zou je niet gewoon het systeem even kunnen huren, de probleemplekken in kaart brengen en vervolgens veel goedkoper uit zijn? ‘Kan ook’, zegt Jouke. ‘We hebben een carry-in mogelijkheid. Vergeet alleen niet dat sommige probleemgebieden niet op één plaats blijven. Dat zijn de zogenaamde wandelende koude en warmteplekken. Als je die in kaart wilt brengen, zul je permanent moeten meten. Je kunt het systeem misschien het beste zien als een zogenaamde spec-check: je checkt of de specificaties die jouw klimaatsysteem zouden moeten opleveren, daadwerkelijk kloppen.’ Meer info: www.wisensys.com


CO2 Transmitters Turfschipper 114 | 2292 JB Wateringen | Tel. 0174 272330 | Fax. 0174 272340

EE80 Gecombineerde transmitter voor Relatieve Vochtigheid, CO2 en Temperatuur Meetbereiken: 0-2000/5000 ppm CO2 10-90%RV 0-50째C Uitgangen: 0-5V, 0-10V, 4-20mA Toepassingen: Tuinbouw, Agrarische toepassingen, Aardappel en fruit opslag, Broedstoven

EE80

EE82 CO2 transmitter in robuuste IP-65 behuizing. Meetbereiken: 0-2000 ppm CO2 0-5000 ppm CO2 0-7000 ppm CO2 Uitgangen: 0-10V 4-20mA Toepassingen: Tuinbouw, Agrarische toepassingen, Aardappel en fruit opslag, Broedstoven EE85 Kanaal transmitter voor CO2 Meetbereiken: 0-2000 ppm CO2 0-5000 ppm CO2 Uitgangen: 0-5V 0-10V 4-20mA Toepassingen: Gebouwautomatiseringssystemen Ventilatie applicaties

EE82

EE85

www.catec.nl - info@catec.nl

VAN AFVAL TOT ANTWOORD

Inzamelen

Recyclen

Toepassen

EPS (piepschuim) vormt als afval vaak een groot probleem. Poredo zamelt grote en kleine volumes EPS-materiaal in. Verzamelzak, container, shredder of ophaalservice: wij bieden u het juiste antwoord om EPS-materiaal snel en verantwoord af te voeren. Poredo recycled gebruikt EPS-materiaal tot bruikbare korrels die geschikt zijn voor o.a. de kleinmeubelindustrie, bouw en tuinbouw. Wilt u meer informatie over het afvoeren van EPS-materiaal? Neem dan snel contact met ons op. De Slof 26, 5107 RJ Dongen t (0162) 31 45 31, f (0162) 31 05 21 postbus@poredo.nl, www.poredo.nl


Dossier glas en licht

GTT | 31

Altijd

meer licht Licht is nog altijd een van de belangrijkste voorwaarden om planten te kunnen laten groeien. Van oudsher houden glastuinders zich dan ook bezig met het optimaliseren en maximaliseren van de hoeveelheid licht in hun kas. Grotere glasmaten, nieuwe coatings, maar ook andere bollen, schonere reflectoren: alles speelt mee om een paar procent meer licht te winnen. Licht is echter niet alleen voorwaarde om groei te kunnen realiseren, het is ook energie. Een van de mooiste voorbeelden van het optimaal benutten van licht als energiebron is de daglichtkas. Door slim gebruik te maken van Fresnellenzen kun je het directe licht omzetten in warmte, of elektriciteit en blijft het diffuse gedeelte van het licht over voor de planten. In de daglichtkas zijn de collectoren heel ingenieus onder het kasdek aangebracht: ze draaien mee met de stand van de zon en kunnen onder de goot worden geparkeerd als er te weinig licht is.

steken om het in je tuin te krijgen, moet je optimaal zien uit te nutten. Dat doe je door te kiezen voor een lichtinstallatie waarbij de opbrengst ten opzichte van het verbruik gunstig is, maar ook door goed onderhoud van de installatie. Agrolux bijvoorbeeld heeft daar het Eerste Hulp bij Belichting Onderhoud op bedacht. Het klinkt misschien wat ludiek, maar als je nagaat hoeveel installaties te kampen hebben met achterstallig onderhoud en wat je daar op verliest wat betreft lichtopbrengst, is het helemaal niet meer zo ludiek.

Licht is dus energie en met de keuze van een bepaald soort glas kun je dus bepalen hoeveel energie je de tuin in laat komen. Je kunt echter ook met je glaskeuze bepalen hoeveel energie de kas zal verlaten. Dubbel glas werd in een ver verleden al in de glastuinbouw gebruikt, maar zonder veel succes. Tegenwoordig is dat anders. Nu men in de gaten heeft hoe je twee ruiten tegen elkaar aan kunt kitten en de anti-reflectiecoatings zijn verbeterd, is men in staat om dubbel glas te maken dat dezelfde transmissie heeft als enkelglas, maar wel een veel hogere isolatiewaarde heeft. Zowel de Daglichtkas, als de Venlow Energykas zijn uitgerust met dubbel glas en gebleken is inmiddels dat die benadering succesvol is.

De ogenschijnlijk simpele reflectoren in de belichtingsarmaturen hebben ook een veel grotere rol dan men vaak denkt. Door de reflectoren schoon te houden win je ettelijke procenten licht. De heren van Lightshine hebben hun machine aangepast en geoptimaliseerd om de kappen nog schoner te krijgen. Waar Lightshine een aantal jaar geleden nog maar enkele klanten had, werken ze nu in alle delen van Nederland, maar ook in België, Duitsland en zelfs Scandinavië.

Net zo belangrijk als het optimaal benutten van daglicht, is het optimaliseren van de lichtinstallatie. Juist dat licht waar je zelf kostbare energie in moet

In het dossier ‘Glas en licht’ vindt u interessante verhalen uit verschillende hoeken van de glastuinbouw. We pretenderen echter niet een volledig overzicht te geven van alle ontwikkelingen op het gebied van glas en licht. Doet u er zelf uw voordeel mee.


Dossier glas en licht

32 | GTT

Minder energie

met Venlow Energy Kas

Op het terrein van Wageningen UR Glastuinbouw in Bleiswijk staat sinds vorig jaar de Venlow Energy kas. Na een jaar telen kunnen er conclusies over de teelt worden getrokken. Is de kas werkelijk zo ‘low’ in energieverbruik?

De Climeco unit. (links) Afzuiging van kaslucht. (rechts)

In het kader van het project ‘kas als energiebron’ verschenen er op het Innovatie en Demo Centrum bij de WUR drie kassen: de sunergy-kas, met z’n mechanische koeling, dubbele schermen en ontvochtiging met buitenlucht, de zonwindkas met zonnewarmtecollector in het kasdek en de flowdeckkas met een dubbel kunststofkasdek waar water doorheen kon lopen. Onlangs werd daar een vierde aan toegevoegd: de daglichtkas, waarvan u meer kunt lezen op pagina 34. De flowdeckkas was geen groot succes en toen er een idee ontstond voor een ander type kas, ook met een zeer laag energieverbruik, werd besloten de flowdeckkas om te bouwen. De Venlow Energy kas was geboren. Even voor de duidelijkheid: de naam is een woordgrapje. ‘Venlow’ is een samenvoeging van de woorden ‘Venlo’ en ‘low’, waarbij ‘low’ slaat op ‘energy’. Ergo: een Venlokas met een laag energieverbruik.

Verbruik Frank Kempkes is onderzoeker bij W Wageningen UR Glastuinbouw en hij is projectleider van de Venlow Energy kas. ‘De filosofie achter het kassysteem is voornamelijk gebaseerd op twee technieken: dubbel glas en buitenluchtaanzuiging voor de ontvochtiging. Ter vergelijking: waar men in de praktijk in de tomatenteelt in de zomerdag zo’n 0,4 kuub gas per vierkante meter verstookten, hebben wij momenteel genoeg aan 0,1 kuub. In deze hele teelt hebben we tot nu toe net iets meer dan de helft van het gas gebruikt van een “zuinige” groep telers in de praktijk met hetzelfde tomatenras’ Dat het dubbele glas daar voor een groot deel debet aan is, moge duidelijk zijn. Frank: ‘Je bespaart een hoop energie doordat je minder hoeft te stoken. Je moet alleen goed in de gaten houden dat je bij enkel glas een “natuurlijke” vochtafvoer hebt in de vorm van condens, terwijl je dat bij dubbel glas nauwelijks hebt. Daarom is een aanvullend systeem met buitenluchtaanzuiging essentieel in dit concept. Vooral in de start van je teelt, wanneer de verdampingscapaciteit nog laag is, haal je veel voordeel uit je dubbel glas. Waar de enkeldekskas bij de start van de teelt nog veel ongewenst wordt ontvochtigd zal het vochtniveau in de dubbeldekskas juist wat hoger blijven.

Sneeuw ‘Bij dubbel glas is de eerste hindernis die je moet nemen het realiseren van een goede transmissie. In dit geval hebben we gekozen voor drie anti-reflectiecoatings (AR) die er voor zorgen dat je transmissie op die van gewoon floatglas uitkomt. Een vierde coating wordt gevormd door een zogenaamde “lowE” coating. Je moet je voorstellen dat de helft van het warmteverlies door het kasdek uit IR-straling bestaat. Door een Low-E coating verlaag je de emissiecoëfficient, waardoor je de IR-uitstraling kunt verminderen. Het is de kunst om een balans te vinden tussen minimalisering van die emissiecoëfficient en maximalisering van de transmissie. We zitten nu, zoals ik al zei, op een fors lager energieverbruik, terwijl onze productie ongeveer gelijk is aan die van een moderne kwekerij met enkel glas. Een nadeel van dat isolerende glas ondervind je wanneer het


GTT | 33

Dubbelglas.

Slurf onder goot.

sneeuwt. Normaal stook je die sneeuw zo het dak af, maar dat gaat niet zo eenvoudig met dubbel glas. Daar moet nog een goede oplossing voor komen.’

Kruiswisselaar Een andere belangrijke factor die tot een lager energieverbruik leidt, wordt gevormd door de Climecovent. Deze installatie zuigt maximaal 10 m3/m2/uur buitenlucht aan, verwarmt deze - indien nodig tot kasluchttemperatuur - en wordt onder de teeltgoten uitgeblazen. In het midden van de Venlow kas bevindt zich een afzuiger die warme, vochtige kaslucht afzuigt en waarvan de warmte wordt gebruikt om de ingaande kaslucht te verwarmen. ‘De Climecovent is dus een kruiswisselaar’, verduidelijkt Frank. ‘Waarbij ik wel duidelijk vertel dat we

sturen op vocht en niet op temperatuur. De luchthoeveelheden die voor koeling benodigd zijn, zijn vele malen groter. In het laatste geval kost zo’n installatie natuurlijk veel te veel energie. Het gesloten telen in die vorm is niet rendabel, weten we inmiddels.’

Rendabel? Kan het überhaupt uit, zo’n Venlow Energy kas? Frank: ‘Dat hangt helemaal af van de bedrijfsfilosofie, teelt en de energieprijzen die gestaag toch stijgen. Als die ver genoeg omhoog gaan, is zo’n kas economisch rendabel. Met de huidige energieprijzen is hij dat nog niet.’ Meer info: www.glastuinbouw.wur.nl/NL/thema/ energie-klimaat/kasdekmaterialen/VenlowEnergyKas


34 | GTT

Dossier glas en licht

De

daglichtkas Enige jaren geleden schreef GTT over de Fressnelkas: een kas waarbij zogenaamde fresnellenzen opgenomen waren in het kasdek. Enige tijd na dat verhaal verscheen een prototype waarin onderzoekers de praktische apecten van het telen in een dergelijke kas konden ondervinden. Inmiddels staat er in Bleiswijk een veel grotere kas, waarin de Fresnellens opnieuw een centrale rol speelt: de daglichtkas. Je ziet meteen aan de gevel dat je hier te maken hebt met een ander type kas dan we tot nu toe gewend zijn. De kappen zijn, in tegenstelling tot een standaard Venlokas, assymetrisch gevormd. Het kasdek aan de zuidzijde maakt een flauwere hoek dan het dek op de noordzijde en er is dus veel meer ‘zuidoppervlakte’ dan ‘noordoppervlakte’. Zou je een trappetje pakken en het kasdek van dichterbij bekijken, is dat nog vreemder dan de globale anatomie van de kas. In het dubbele glas zijn vreemde structuren verwerkt, die de kenner misschien als fresnellenzen zal kunnen benoemen.

Werking fresnel U weet het ongetwijfeld al, maar toch nog even de precieze werking van de fresnellens: Een fresnellens bestaat, heel simpel gezegd, uit een lens die is opgebouwd uit ringen, of schillen. De verschillende ringen hebben een min of meer dezelfde dikte, maar wel een andere vorm. Naarmate de rinFoto 1: Het brandpunt is gen dichter bij het midden van de lens liggen, wordt de hoek ten opzichte van het frontaal invallende een lijn.

licht flauwer. Op afbeelding één wordt meteen de analogie met een normale, convexe lens duidelijk. De werking van de fresnellens is niet anders dan die van een convexe lens. Het enige verschil is dat het onnodige materiaal uit de lens wordt weggelaten. Echter, een fresnellens heeft door de constructie met ringen veel meer last van vervormingen dan een convexe lens. Voor toepassingen waarbij de optische kwaliteit van belang is, zul je de fresnellens dan ook niet snel tegenkomen. Waarbij dan wel? Bij toepassingen waarbij optische prestaties ondergeschikt zijn aan gewicht en afmetingen van de lens. Denk daarbij aan overheadprojectoren, autolampen, toneelverlichting en de bekendste: de vuurtoren.

De kas? De kas is een van de toepassingen waarin de eigenschappen van de fresnellens theoretisch het beste tot hun recht kunnen komen. Immers: optische prestaties spelen geen rol en de gebruikte glasmaten in de tuinbouw zijn zo enorm groot dat een convexe lens een compleet andere kasconstructie zou

Afbeelding 1: Rechts de fresnellens.

Bron: Wikipedia.


GTT | 35

Foto 3: Zon op het kasdek.

Foto 2: De asymmetrische daglichtkas.

vereisen. Een ruit van zestig kilo zou dan zomaar zeshonderd kilo kunnen wegen. Maar eerst een veel basalere vraag, want waarom zou je in vredesnaam überhaupt een lens op je kas willen hebben, in plaats van een doodnormale ruit? Het antwoord ligt voor de hand: met een lens kun je energie bundelen en vervolgens oogsten. En dat is precies wat er in de daglichtkas plaatsvindt.

Brandpunt

Foto 4: Aan- en afvoer van koud en warm water.

De ruiten op de zuidzijde van de daglichtkas bestaan uit dubbel glas en zijn aan de binnenkant voorzien van fresnellenzen. In dit geval is niet gekozen voor de bekendere ringen, maar voor een rechte constructie. Je zou kunnen zeggen dat de ringen zijn rechtgetrokken en achter elkaar onder het glas zijn gelegd. Waar een fresnellens die uit ringen bestaat een cirkelvormig brandpunt heeft, is in dit geval het brandpunt een lijn (zie foto 1 ). Al het directe licht dat op één ruit valt, wordt dus geconcentreerd op één lijn: het brandpunt. Precies ter hoogte van dat brandpunt is een collector aangebracht, bestaande uit een goot waarin zich een zwarte buis met water bevindt. Het geconcentreerde directe licht warmt het water in de buis op en kan vervolgens worden opgeslagen in een watertank. Feije de Zwart werkt als onderzoeker voor de WUR en hij legt uit: ‘Wat je doet met deze zonnecollectoren is een deel van de energie die in het directe licht zit, wegvangen. Dat betekent dus dat je aan het koelen bent. Heel concreet vang je zo’n twintig procent van de directe zonnestraling weg, die je als warmte kunt opslaan en in de winter weer zou kunnen gebruiken. Het laatste pad is uitgerust met photovoltaïsche cellen, oftwel PV-cellen. Met die ene PV-collector, die ook weer in een goot is aangebracht en evenwijdig aan het middenpad door de hele kas loopt, weten we zo’n 7,5 kWh per vierkante meter te oogsten. Ook dat is dus een interessante constructie.’

Parkeren Je kunt dus zowel elektriciteit als warmte oogsten, afhankelijk wat voor je teelt de meest interessante vorm is. De vraag is alleen: hoe zorg je er nu voor dat je collector precies in het brandpunt - in focus van je fresnellenzen blijft? De zon draait immers en daardoor verandert het brandpunt met de tijd. Peter Zwinkels werkt voor Technokas en hij heeft, samen met de WUR, dit interessante project gerealiseerd. ‘De collectoren kunnen zich onder het kasdek bewegen, middels een aantal trekdraden. Naarmate de zon draait en het brandpunt zich verplaatst, schuift de collector mee. Is er te weinig zonlicht om voldoende energie te kunnen oogsten wordt de collector onder de goot geparkeerd om lichtverlies te minimaliseren.’ Prompt schuift er een dikke wolk voor de zon en even later verplaatst de collector zich richting goot. ‘Het is uiteraard een kwestie van goed kalibreren wat het beste moment is om de collector aan de kant te schuiven’, legt Peter uit. ‘Maar het belangrijkste is dat het inmiddels kan.’

Snellere groei Duidelijk is dat de daglichtkas vooral interessant is voor teelten met een lichtoverschot. Het directe licht wordt immers voor een deel weggevangen en voor de teelt blijft het diffuse licht over. Juist dat licht is echter interessant voor diverse gewassen, vanwege de inmiddels bekende voordelen: minder schaduwwerking, betere rood- verrood verhouding en dus meer assimilatie en productie. Bovendien heeft de daglichtkas ook nog eens het voordeel van het dubbele glas. Een betere isolatie en dus minder stoken in koude periodes. De noordzijde van de kas is voorzien van kleine luchtramen. ‘Maar ze zijn voor deze teelt nog steeds aan de grote kant’, zegt Feije. ‘Doordat je een groot


[advertorial]

Licht met meerwaarde Philips GreenPower LED tussenbelichting is een mooi voorbeeld van de nieuwe mogelijkheden die LED verlichting te bieden heeft. Deze oplossing hebben we in nauwe samenwerking ontwikkeld met onderzoekers en tuinders, en levert zeer bemoedigende resultaten op.

Wilt u meer weten over Philips GreenPower LED interlighting, ga dan naar www.philips.com/horti

De combinatie LED tussenbelichting en SON-T belichting biedt veel meer controle over het goeiproces dan voorheen mogelijk was. Door effectiever gebruik te maken van licht en een lager energieverbruik voldoet tussenbelichting al aan twee van de belangrijkste eisen die tuinders stellen aan belichting.

De Philips GreenPower LED interlighting module

De sleutel tot het succes van LED tussenbelichting is het unieke ‘lichtrecept’ van Philips. Alvorens het systeem te installeren nemen onze experts de tijd om informatie over u, uw gewassen en de omstandigheden in uw kas te verzamelen. Dit stelt ons in staat een maatwerkoplossing te leveren die u en uw bedrijf ten goede komt: met de optimale mix van de juiste lichtsterkte, -uniformiteit en het juiste lichtspectrum. Het lichtrecept voor tomaten, met het totale systeem van LED tussenbelichting met SON-T belichting, kan leiden tot wel 15% meerproductie!


GTT | 37

Resultaten kas met regelbaar daglichtsysteem Overzicht na 100 dagen vanaf 28 maart 2011

Uren in focus warmteverzameling geschatte elektriciteitsproductie

Energie

gemiddelde etmaaltemperatuur gemiddelde luchtvochtigheid gemiddelde lichtintensiteit bij Iglob>500 totaal warmteverbruik aantal energiescherm-uren aantal additionele schaduwschermen uren

Afbeelding 2

Zonnestraling Directe zonne straling gem. buitentemperatuur

1873 MJ/m2 1114 MJ/m2 (59%) 14.1 °C

543 (dat is 40% van de dagperiode) 220 MJ/m2 (dat is 20% van de directie zonstraling) 7.5 kWh/m2 (dat is 2.42 % van de directe zonstraling)

22.8 °C Klimaat 78 % 2 378 µmol/(m s) 48 MJ/m2 (1.5 m3) 436 uur 65 uur

deel van de warmte kunt afvoeren met je collectoren heb je nauwelijks luchtcapaciteit nodig.’ Een blik op de gewassen, voornamelijk potplanten, leert dat ze er mooi bij staan. Feije: ‘Sommige gewassen gaan harder dan in een reguliere kas zonder diffuus glas. in het geval van deze Calanthea hebben we het zelfs over veertig procent snellere groei. We hebben de EC al opgevoerd naar vrij hoge waarden, maar zo te zien kan het nog wel een tikkeltje meer worden. We werken samen met een aantal potplantentelers die hier hun planten hebben staan en de meesten zijn erg enthousiast over de resultaten.’ Het geven van teeltspecifieke resultaten is nog niet aan de orde: dat komt in een volgend onderzoek. Wel kunnen een aantal algemene, maar zeer interessante cijfers worden gegeven: afbeelding 2: resultaten kas met regelbaar daglichtsysteem.

senbouw. We schrijven een kas in twintig jaar af en dan moet alles dus terugverdiend zijn. Het is echter maar zeer de vraag of dat nodig is. Kijk, als je echt duurzaam wilt telen, betekent het ook dat je duurzaam bouwt. De benadering van kas als omhulsel is misschien op den duur niet meer gerechtvaardigd. Je kunt een kas ook een “teeltgebouw” noemen en er langer mee doorgaan dan die standaard twintig jaar. Met de kasconstructie zoals we die hier hebben gebruikt is dat prima mogelijk.’ Natuurlijk, maar de meeste kassen worden niet vervangen omdat ze niet langer meer mee kunnen, maar omdat er iets efficiënters voor handen is. Dat probleem is er over twintig jaar toch ook weer? ‘Dat is maar zeer de vraag’, vindt Peter. ‘Ik denk dat de kas zo langzamerhand het einde van het ontwikkeltraject heeft gehaald. We halen straks dus geen winst meer uit de kasconstructie an sich, maar uit andere zaken.’

Ontwikkeltraject Dan altijd weer die vervelende, maar essentiële vraag: kan het uit? Peter: ‘Als we het vermoeden zouden hebben dat dat niet het geval was, waren we er niet aan begonnen. Maar ik moet hier wel een aantal nuances bij maken. Deze kas is vooral interessant voor schaduwminnende gewassen. Je hebt uiteraard een lichtoverschot nodig om het rendement interessant te maken. Daarnaast moet je verder kijken dan de aannames die we nu doen met betrekking tot kas-

meer info: De DaglichtKas is ontwikkeld door Bode Project- en Ingenieursbureau BV, samen met WUR. Technokas BV, partner van Bode PI BV heeft de kas gebouwd. www.bodeprojecten.nl


38 | GTT

Dossier glas en licht

Armatuur

met


GTT | 39

waterpas Na de HSE1000 en HSE SL armaturen van Hortilux Schréder is het tijd voor een nieuw armatuur: de HSE NXT, oftewel de ‘Next’. Het gloednieuwe armatuur is smaller, snel te installeren en er zit een waterpas op. Een waterpas op een armatuur? U leest het goed. De NXT is voorzien van een zuiver mechanisch, maar oerbetrouwbaar instrumentje om te zien of een bepaald object wel echt helemaal evenwijdig ten opzichte van het aardoppervlak is gepositioneerd. Zo’n waterpas is echter geen ‘gimmick’ legt Martin den Dool uit, maar een uitermate handige toevoeging. ‘Een kas is een dynamisch gebouw’, legt Martin uit. ‘Als het bouwwerk eenmaal staat, is het niet afgelopen. Tralies torderen en aangezien je daar je armaturen aan hangt, komt het vaak voor dat de belichtingshoek niet meer optimaal is. Het armatuur kan dan teveel naar één bepaalde kant hangen en dat is zonde van je energie en je teelt. In de praktijk moeten armaturen dus zo nu en dan geleveld worden, zodat ze weer precies goed hangen.’ Dat ‘levellen’ gaat nu een stuk eenvoudiger door de ingebouwde waterpas. Ook al is de term die Hortilux gebruikt, namelijk ‘self levelling’ misschien wat verwarrend. Het is niet zo dat het armatuur zichzelf recht hangt, zodra er een afwijking wordt geconstateerd. ‘Maar het scheelt enorm in tijd’, weet Martin. ‘Niet alleen met het opnieuw levellen, maar ook bij de installatie. Je ziet namelijk meteen of het armatuur goed recht hangt of niet.’

Overigens is de installatie volgens Hortilux een fluitje van een cent. Martin: ‘Klopt, het is een kwestie van het armatuur ophangen, stekker er in en je kunt meteen belichten. Plug en Play dus.’

Onderhoudsvriendelijk Vergeleken met de HSE 1000 en de HSE SL is de NXT ook weer een stukje smaller geworden. ‘Uiteraard om lichtverlies tot een minimum te beperken. De armaturen passen nu beter onder de tralies en onder het schermpakket. Om dat te bereiken hebben we het model iets hoger gemaakt, waardoor hij ook wat smaller kon worden.’ De NXT kan, net als de overige armaturen uit de Hortilux stal, worden voorzien van een Alpha of een Bèta reflector. Martin: ‘De Alpha heeft flink wat breedtewerking en geeft een rechthoekig stramien, terwijl de Bèta veel dieptewerking heeft en een meer vierkant stramien oplevert. De Alpha gebruik je dus bij wat lagere gewassen, terwijl de Bèta erg geschikt is voor de hogere gewassen.’ De nieuwe reflectoren zijn zo ontworpen dat ze op elk armatuur van Hortilux te gebruiken zijn. Je kunt ‘oude’ reflectoren moeiteloos vervangen, zelfs zonder de lamp te moeten verwijderen. Martin: ‘Het idee daar achter is dat de armaturen onderhoudsvriendelijker zijn. Reflectoren moet je gewoon regelmatig schoonmaken en dat gaat een stuk makkelijker als je de reflector kunt verwijderen, zonder daarbij de lamp er uit te hoeven halen.’ meer info: www.hortilux.nl


40 | GTT

Dossier glas en licht

Agrolux’ EHBO Tuinders investeren vaak behoorlijk in hun belichting. Logisch, want je licht zorgt voor assimilatie en dus productie. Na de installatie van de armaturen houdt het echter niet op. Een lichtinstallatie moet onderhouden worden. Er daar komt het ‘Eerste Hulp bij Belichting Onderhoud-team’ van Agrolux om de hoek kijken.

Tenzij u zelf geen belichtende tuinder bent, komt bovenstaand verhaal wellicht bekend voor. Vreemd is het niet, want je geeft flink geld uit aan je installatie en dan mag je ook verwachten dat die het goed doet, toch? Klopt, maar als we even de analogie met een auto mogen maken: zelfs een drie ton kostende Aston Martin heeft z’n onderhoudsbeurten nodig. En dat vindt niemand vreemd... Hetzelfde geldt dus voor een lichtinstallatie: na het installeren dient de boel onderhouden te worden. Bedenk zelf maar: een kas is een tamelijk appratuuronvriendelijke ruimte, met een hoge RV, wisselende temperaturen en dan nog het wisselende gebruik. Gedurende het jaar krijg je aanslag op de bollen, reflectoren en andere onderdelen. In de zomer, wanneer er weinig wordt belicht, hangen de lampen stof te happen, om in het najaar weer even ‘schoon te branden’. In de tussentijd gaan er onderdelen kapot en die dienen tijdig vervangen te worden.

Meten is weten Agrolux heeft iets bedacht om problemen met de lichtinstallatie te voorkomen en, wanneer aanwezig, snel aan te pakken: het EHBO-team: Eerste Hulp bij Belichting Onderhoud. Nico van der Houwen is directeur van Agrolux en hij legt uit: ‘Het begint allemaal bij meten. Meten is weten en dat gebeurt echt nog te weinig. Je moet er niet vanuit gaan dat je kleine afnames in lichtopbrengst met het blote oog ziet, of dat je dat meteen in je gewas kunt zien. Toch hebben kleine afnames in lichtopbrengst al gevolgen voor je productie. Precies om die reden kiezen we voor goed glas en goede armaturen. Heb je dat eenmaal in huis, moet je een nulmeting doen en vanaf dat moment blijven monitoren. Die nulmeting wordt meestal nog wel gedaan door de leverancier van de lichtinstallatie, maar daarna gebeurt er vaak niet veel meer. Er zijn drie dingen die je moet bijhouden: de reflector, de lichtbron en de condensator. Ons EHBO-team treedt

daarbij op als een adviserend orgaan. We kunnen de metingen verrichten en daarna kan de tuinder besluiten om de installatie te laten schoonmaken, onderdelen te vervangen, enzovoorts. Wat we willen is bestaande lichtinstallaties te optimaliseren. Uit ervaring blijkt dat we vooral in conventionele installaties enorme lichtwinsten kunnen boeken, maar ook elektronische installaties moeten goed onderhouden worden.’

Onderdelen Agrolux beschikt over een modern testlab waarin de verschillende onderdelen van een lichtinstallatie onder de loep kunnen worden genomen. In een zogenaamde ‘Bol van Ulbricht’ kan de afname van lichtopbrengst van een lichtbol worden vastgesteld, maar ook de reflectiewaarden van reflectoren en de werking van de condensator kunnen grondig worden gemeten. ‘We kijken bij een bol ook bijvoorbeeld naar temperatuur, verbruik en output. Die waarden geven een goede indicatie van het functioneren van de bol. Bij het meten van een reflector meten we de waardes ten opzichte van een gloednieuwe refeflector. Met die meetwaardes kan een tuinder beslissen om te reinigen, of om te gaan vervangen.’ Volgens Nico valt de meeste winst te halen in conventionele lichtinstallaties. ‘Juist die systemen ontberen nogal eens aan onderhoud’, weet hij. Op het moment dat er onderdelen vervangen moeten worden, kan Agrolux daar meteen voor zorgen. Nico: ‘Niet iedereen weet dat, maar wij hebben een gigantische hoeveelheid componenten voor installaties hier op voorraad liggen. Omdat wij niet vast zitten aan een bepaald merk, betekent het ook dat je bij ons vaak goedkoper uit bent. Er zijn merken die je verplichten hun onderdelen te gebruiken, zodat je de volgende keer bij de aanschaf weer korting kunt krijgen, maar daar geloven wij niet zo in. We leveren de beste compenten die we voor een bepaalde prijs


GTT | 41

kunnen krijgen. Het scheelt natuurlijk ook dat wij geen enorme overhead hebben: daardoor kunnen we goedkoop werken.’

Vrijheid Overigens kun je ook voor een compleet nieuwe lichtinstallatie bij Agrolux terecht. En daarbij geldt hetzelfde als voor de losse compenten geldt. Nico: ‘Kijk, bij lichtinstallaties gaat het allemaal om vertrouwen. Als dat er tussen jou en de tuinder is, kun je zaken gaan doen. Bij ons weet een tuinder dat hij meer vrijheid heeft dan hij elders kan krijgen. Je zit bij ons niet aan dure merkonderdelen vast en dat scheelt je op termijn flink wat geld. Bovendien zijn de kwaliteitsverschillen tussen de dure merkcomponenten en de minder dure componenten minimaal.’ Meer info: www.agrolux.com


Dossier glas en licht

42 | GTT

Slip-in systeem dru schermdoekvervanging Een lichtdoorlatend energiescherm wordt uiteindelijk vuil. Gevolg: minder groeilicht in de kas. Toch stelt menig kweker vervanging vaak uit. Schermwisseling is namelijk een tijdrovend, arbeidsintensief en dus kostbaar gebeuren. Aan dat laatste lijkt nu een einde gekomen te zijn met de komst van het Peter Dekker Installaties Slip-in systeem. Voorheen was het wisselen van een scherm niet zo’n punt. De kassen waren laag, dus je kon bij wijze van spreken gewoon lopend op de kasbodem een scherm vervangen. Maar met de schaalvergroting waarbij kassen hoogtes halen tot acht meter, is dat vervangen van het scherm een lastige klus geworden. Dat soms weken in beslag kan nemen.

De witte spanband om een doos kopieerpapier bracht René uiteindelijk op zijn schermdoek Slip-in systeem.

PDI-man en bedenker van het Slip-in systeem René Koning: ‘Het is precies de reden dat veel kwekers het vervangen van het lichtdoorlatende energiescherm uitstellen. En dat is niet handig in de winter dat met zijn kortere dagen en lagere zon toch al niet uitbundig groeilicht genereert. Nu zijn de meeste energieschermen bevestigd met een clip-systeem. Aan de traliezijde waar het scherm op pakket gaat, zit om de 40 cm een spantklem dat het doek aan die tralie op zijn plaats houdt. Aan de bewegende kant zit het doek met een clip aan het aluminium schermprofiel vast. Op bijvoorbeeld 1 ha praat je dan over 10.000 bevestigingspunten. Je moet dus op grote hoogte 10.000 handelingen verrichten om het oude scherm te verwijderen en nog eens 10.000 handelingen om het nieuwe scherm te bevestigen. Om de circa vijf meter moet jij de buisrailwagen met driedelige schaar, waar-

mee je op hoogte kan komen, eigenlijk eerst stempelen want anders is het risico van omvallen groot. Dan omhoog voor een paar handelingen, vervolgens weer naar beneden, buisrailwagen ontstempelen, weer naar de volgende plek rijden etc. Dat moet toch anders kunnen?’

Doos kopieerpapier In eerste instantie was het plan om een koord aan weerszijden van een baan schermdoek aan te brengen. Dat koord zou dan in een kunststof geleidingsprofiel van het aluminium schermprofiel getrokken kunnen worden ter vervanging van het clip-systeem. Met het oprollen van het schermdoek stuitte dit idee echter op problemen. Aan beide zijden van het doek, daar waar het koord zich bevindt, werd de rol veel dikker waardoor het energiedoek zelf ook ging vervormen. Dat moest dus anders. René: ‘Ik kwam op het huidige Slip-in systeem bij het zien van een doos kopieerpapier. Om zo’n doos zit een dunne plastic band om het deksel erop te houden. Die band is veel dunner dan koord plus flexibel in de lengte en heel stug in de breedte. Die twee laatste eigenschappen waren belangrijk. We hebben bij de productie van een Svensson schermdoek over de lengte aan beide zijden een blauw bandje met die eigenschappen laten meelopen en verwerkt in het doek. Dat bandje was even dik als het doek zelf, dus als het doek opgerold was, had je geen verdikking aan beide kanten van die rol, zoals bij het koord. En omdat het bandje flexibel is in de lengte kan je het makkelijk op- en afrollen. Als je nu je scherm gaat vervangen, schuif je dat blauwe bandje haaks ten opzichte van het schermdoek in een speciaal kunststof geleidingsprofiel, dat op zijn beurt zowel aan de traliezijde als in het bewegende schermprofiel gemonteerd is. Dat bandje kan door de combinatie haaks op het scherm en zijn stugheid in de breedte niet uit het kunststof geleidingsprofiel wegglippen en houdt het scherm op zijn plaats.’

Boerenverstand Het kunststof geleidingsprofiel is weer een verhaal apart. Die moest precies zo ruim zijn om makkelijk het blauwe schermbandje door te kunnen laten bij installeren en vervanging van het doek. Maar ook


GTT | 43

ukt kosten Voor de vaste kant, waar het scherm op pakket gaat, heeft PDI een nieuwe kunststof clip bedacht waar het nieuwe flexibele Slipin kunststof profiel doorheen getrokken kan worden.

weer krap genoeg op na verwisseling dit blauwe bandje op zijn plaats te houden. Tot slot heeft het ook de functie als geleider tijdens het wisselen van het scherm zelf. René: ‘Schermprofielen zijn 6.40 of 8 meter lang. Die koppel je aan elkaar. Dus om de 6.40 of 8 meter zit er een onregelmatigheid in. Zou je het kunststof geleidingsprofiel nalaten en direct in het aluminium schermprofiel een dergelijke vorm meespuiten, dan loop je grote kans om het schermdoek op die overgangen kapot te trekken. Dus monteren we eerst dat kunststof geleidingsprofiel, dat op rol aangeleverd wordt, in het aluminium schermprofiel. Die kunststof goot overbrugt alle kleine oneffenheden in het aluminium. Hoe ga je dan in de toekomst met dit systeem je schermdoek vervangen? Je maakt het oude schermdoek aan het nieuwe vast en op het moment dat je het oude scherm wegtrekt, schuift het nieuwe scherm er tegelijkertijd in. Dit idee ligt zo voor de hand, is echt een geval van boerenverstand, dat ik eerst ben nagegaan of het niet al bestond. Maar het bestond echt nog niet.’

Het blauwe bandje aan weerzijde van het energieschermdoek verdwijnt haaks in een kunststof geleidingsprofiel dat op zijn beurt weer in het aluminium schermprofiel geschoven wordt. Door de stugheid in de breedte glipt het blauwe bandje niet uit het kunststof geleidingsprofiel en houdt het energiescherm op zijn plaats.

Lichtwinst = productiewinst Het mooiste is om het Slip-in systeem bij nieuwbouw te implementeren. Dan begint het terugverdienen al gelijk bij de eerste schermwisseling. Na invoering van het systeem in een bestaande kas moet je toch eerst het oude scherm met de 10.000 handelingen per ha gaan verwijderen, etc. Het terugverdienen begint dan bij de tweede schermwisseling. René: ‘Een nieuwe kas gaat gemiddeld 20 jaar mee. Dan praat je over 4 tot 5 schermwisselingen. Tel uit je winst. Want lichtwinst is productiewinst. En die lichtwinst kan je nu op peil houden met een veel minder arbeidsintensieve schermwisseling.’ Van de circa 125 ha nieuwbouw in Nederland over 2011 wordt 40 ha met dit systeem uitgerust. Inclusief buitenlandse opdrachtgevers is dat 90 ha. Bij een aantal kwekers draait het systeem al. René: ‘Ik denk dat over vijf jaar iedereen dit systeem heeft. Want het kan gewoon niet meer op de oude manier.’


44 | GTT

Dossier licht

Svensson scherm rekent af

lichtafname

De winter lijkt nog ver weg. Maar als eenmaal de vriestemperaturen zich aandienen, nestelt zich condenswater aan de onderkant van het scherm. Gevolg: het groeilicht in de kas neemt af. Het nieuwe XSL 10 REVOLUX H2no energiescherm van Svensson lost dat probleem op door de condensdruppel ‘plat’ te maken. Iedere teler kent het winterse probleem. Naarmate het gewas tot wasdom komt, brengt met name de snelle teelt als tomaten en komkommers veel vocht in de kas. Op het lichtdoorlatende energiescherm onder het kasdek, dat een soort isolerende ‘spouwmuur’ realiseert tussen kasdek en scherm en op die manier de kou buiten de kas houdt en de warmte binnen, ontstaat dan al snel condensvorming in de vorm van druppeltjes. Die waterdruppeltjes met een bolle meniscus kaatsen door die bolvorm een deel van het licht weer terug. Met andere woorden: door die condens in druppelvorm loopt de lichtdoorlaatbaarheid van het scherm met wel 9 procent terug. Om het groeilicht in die situatie op peil te houden,

heeft de teler géén andere keuze dan het scherm weg te draaien, in vaktermen ook wel omschreven als ‘op pakket zetten’. Maar daarmee verdwijnt de isolerende ‘spouwmuur’ tussen kasdek en scherm en moet er weer gestookt gaan worden. Dat laatste is een kostbare zaak. Het scherm levert namelijk een energiebesparing op van ruwweg 47 procent. Een dilemma dus. Maar als het aan product manager en klimaat specialist Paul Arkesteijn van de Zweedse schermfabrikant Ludvig Svensson ligt niet meer voor lang. Svensson werkte namelijk de afgelopen vijf jaar aan een nieuw scherm: de XLS 10 REVOLUX H2no.

Platte druppels Paul: ‘Het scherm bestaat uit polyester bandjes die door garen bij elkaar gehouden worden. De druppels die bij condens ontstaan, dijen aan de onderkant van het scherm steeds verder uit totdat ze dat garen raken. Is dat het geval dan worden ze door dat garen geabsorbeerd, feitelijk weggeslurpt en belandt het vocht bovenop het scherm, waarvandaan het verdampt en uiteindelijk op het koude kasdek condenseert. Tenslotte verlaat die condens via het kasgootje de kas. Op deze wijze voert zowel ons transparante energiescherm XLS REVOLUX als ons wat meer diffuse energiescherm de XLS 10 ULTRA REVOLUX het condenswater af. Onze uitdaging was nu de vraag: hoe kan je die bolvormige druppels die ieder op zichzelf het licht met zo’n 5 procent weerkaatst en met z’n allen tot 9 procent groeilicht tegenhoudt, nu omvormen tot ‘platte’ druppels, een soort waterfilm dus dat veel meer licht doorlaat omdat het die reflecterende bolvorm niet heeft. Dat was ons uitgangspunt.’ De ingenieurs van Svensson in Zweden gingen met die materie aan de slag en gaven het polyester een speciale behandeling mee dat onder de noemer bedrijfsgeheim valt. Het resultaat was veelbelovend. In plaats dat het condenswater in bolvormige druppels neersloeg op het scherm, ontstond er de beoogde waterfilm, gevormd door ‘platte’ druppels. De metingen stemden eveneens tot groot optimisme. Daalde de lichtdoorlaatbaarheid van een conventioneel scherm vanwege die bolvormige druppels tot zo’n 76 procent: het XLS 10 REVOLUX H2no-energiescherm met zijn platte waterdruppelfilm liet een lichttransmissie zien van maar liefst


GTT | 45

met

door condens 85 procent. Daardoor kan de kweker dus langer zijn scherm gebruiken met behoud van zijn groeilicht. Omdat hij langer zijn scherm in gebruik kan houden, maakt hij ook langer gebruik van de warmte-isolerende werking daarvan. En daarmee bespaart hij op zijn stookkosten. Maar het nieuwe XLS 10 REVOLUX H2no energiescherm heeft nog een voordeel.

Algengroei Paul Arkesteijn: ‘Hoewel het hoofddoel was om het condensvocht tot platte druppels cq een waterfilm te transformeren waardoor men langer kon schermen met minimaal lichtverlies en dus meer energie kon besparen, bleek de platte druppel veel eerder het garen te bereiken. En eerder het garen bereiken, houdt dus ook in dat het condensvocht sneller afgevoerd wordt naar het kasdek. Gevolg daarvan is weer dat het nieuwe XLS 10 REVOLUX H2no-scherm wat droger is dan zijn energieschermbroertjes zonder de H2no-toevoeging. Zet men het scherm “op pakket” dan zal door die veel lagere vochtigheid in de plooien van het scherm, ook veel minder snel verontreinigingen ontstaan zoals algengroei, dat op zijn beurt de lichtdoorlaatbaarheid eveneens negatief beïnvloed.’

Duurzaamheid Folie met een anti-condensbehandeling is in de tuinbouw geen onbekend fenomeen. Alleen is na

drie maanden de anti-condenswerking uitgewerkt. Bij gebruik van dit soort folies is dat niet zo’n probleem, omdat ze maar twee maanden mee hoeven te gaan. Is de H2no-vinding van Svensson in zijn schermen slijtvaster? Paul: ‘Ja. De H2no-werking van een XLS 10 REVOLUX en XLS ULTRA REVOLUX energiescherm gaat vele jaren mee. Dat kunnen we echt zo stellig zeggen. Vier jaar geleden zijn we bij een teler begonnen met testen. En we zien daar tot nu toe nog steeds die platte druppels op zijn scherm ontstaan. Verder hebben we nog zo’n 25 testprojecten uitgezet in zowel Nederland als België. Die proeven varieerden van één schermbaan tot een hele afdeling op een kwekerij. Na al die testen vonden we dat we in 2010 voldoende zekerheid hadden, om op de Hortifair van dat jaar ons product naar buiten te brengen.’ Blijft er één vraag over. Nu kan een teler nog kiezen tussen een scherm van Svensson zonder of (optioneel) met de nieuwe H2no-technologie. Waarom niet alle schermen standaard uitgerust met die nieuwe techniek? Paul: ‘Voordat je ertoe besluit om alle schermen standaard met de H2no uit te rusten, moet je eerst alle mogelijke consequenties daarvan weer in kaart brengen. Wat dit laatste betreft, willen we nog zeker één winterseizoen ervaringen verzamelen.’


46 | GTT

Dossier glas en licht

Schone kappen

meer licht In december 2009 kon u al lezen over het fonkelnieuwe bedrijf van Marcel en Jeffrey van den Bogert Lightshine Cleaning. Het bedrijf heeft een stormachtige ontwikkeling doorgemaakt en een aantal technische vernieuwingen doorgevoerd. In het kader van ons dossier ‘glas en licht’ is een update over dit razend interessante bedrijfje, dat zich bezighoudt met het reinigen van reflectoren, zeker gerechtvaardigd. Het is flink aanpoten op dit moment, want in de maanden dat er niet belicht wordt, is het de hoogste tijd om de lichtinstallatie eens even grondig op te boenen. ‘Gelukkig zien steeds meer tuinders daar de voordelen van in’, vertelt Marcel. ‘Het is op zich een simpel sommetje: als je niet schoonmaakt, verlies je op een gegeven moment zoveel licht door je vuile reflectoren dat je ofwel nieuwe kappen moet kopen, of dat je ze opnieuw laat anodiseren. Schoonmaken is goedkoper dan beide opties en je hebt er als tuinder nauwelijks omkijken naar.’ En dat is niets teveel gezegd. In een hoekje van de schuur staan de mannen met hun compacte installatie stug door te werken. Als je even vluchtig door de kwekerij zou lopen, merk je niet eens op dat er kappen worden gepoetst.

Verbeteringen De installatie is nadat we de Lightshine-mannen in 2009 spraken, in de loop van twee jaar geoptimaliseerd. Het meest opvallend is de kar. Jeffrey: ‘We hadden eerst een kleinere aanhanger waarin de installatie opgeborgen was. Om de installatie aan het werk te krijgen waren we dan echt even bezig. Bij klanten met relatief weinig kappen, kostte het dan eigenlijk teveel tijd op de installatie op te bouwen. Anderzijds wil je ook die klanten graag kunnen helpen, dus we bedachten een systeem om de opbouwtijd te verminderen.’ Het resultaat van de inspanningen is een grotere aanhangwagen, waar de complete installatie bijna kant en klaar in verwerkt is. Nadat de rolluiken aan de voorkant zijn geopend schuift met één druk op de knop de caroussel naar buiten, compleet met aan- en afvoerbanden er aan. Via luiken in de zijkant kan de complete installatie worden benaderd, indien nodig. Tijdens het wassen gaan de luiken doorgaans dicht. ‘Het werkt perfect,’ zegt Jeffrey, ‘binnen een half uur zijn we bedrijfsklaar en kunnen de kappen de machine in.’ Een andere verbetering is de automatische verstelling van de afstand tussen de borstels en de arm die de kappen oppakt. Marcel: ‘Je hebt te maken met een aantal verschillende kappen en dus met verschillende afmetingen. Voorheen moesten we de machine handmatig op de juiste kapgrootte instellen, maar nu gaat dat automatisch. Weer tijdwinst dus.’ Ook de osmosecapaciteit is vergroot. Dat betekent dus dat er per uur een grotere hoeveelheid water kan worden ontzout en dat de toevoer van het water dus geen beperkende factor meer is. ‘Bij grote klanten zaten we nog weleens aan de krappe kant met de watervoorziening’, legt Marcel


GTT | 47

uit. ‘En dat is natuurlijk zonde van jouw tijd, maar ook die van de tuinder.’ Een grotere warmtewisselaar zorgt ervoor dat de grotere watercapaciteit ook snel genoeg op de juiste temperatuur kan worden gebracht. ‘Met koud water krijg je het niet schoon’, weet Jeffrey inmiddels. Nieuwe software moet er voor zorgen dat het schoonmaakproces nog grondiger wordt uitgevoerd dan het al werd gedaan. ‘En ook dat werkt goed, want we meten nu tussen de half en één procent meer reflectie vergeleken met de oude machine’, zegt Marcel, ‘terwijl die oude al tussen de twee en negen procent zat.’

Concreter Dat laatste kunnen de heren van Lightshine inmiddels ook onderbouwen, want het meten van de refflectoren wordt inmiddels met een nieuwe, nauwkeuriger meetstation gedaan. ‘Aan het begin en aan het einde van een klus meten we een aantal reflectoren en leveren het rapport af bij de klant. Hij ziet dus meteen het verschil tussen de voor- en nameting. We merken dat dat op prijs wordt gesteld. Het maakt het werk voor een tuinder een stuk concreter. Je kunt namelijk in cijfers uitdrukken wat je aan licht gewonnen hebt.’

Anodiseerservice De klanten van Lighshine zitten in alle tuinbouwsectoren waar belicht wordt. ‘Van de honderd klanten komen er negentig weer bij

ons terug voor een nieuwe, jaarlijkse schoonmaak. Het bevalt ze erg goed. Dat cijfer zou nog hoger zijn als we rekening zouden houden met klanten die nieuwe kappen kopen en dan uiteraard niet dat jaar laten schoonmaken.’ Voor kappen die niet meer te redden zijn biedt Lighshine ook een anodiseerservice. Jeffrey: ‘Niewe kappen zijn vrij prijzig, terwijl je voor anodiseren met de helft van dat bedrag klaar bent. Dat scheelt toch heel wat en je kappen zijn weer zo goed als nieuw.’

Totaalplaatje Veel tuinders hebben in de zomermaanden andere dingen aan hun hoofd dan het schoonmaken van de lichtinstallatie en bij Lightshine ben je dan aan het goede adres. Jeffrey: ‘Je kunt er voor kiezen om ons alleen de kappen te laten reinigen, maar we kunnen ook het totaalplaatje verzorgen, dus kappen demonteren, kappen reinigen, bollen reinigen, condensatoren vervangen en alles weer netjes monteren. Veel tuinders laten het liever door ons doen, want dan gaat het vlot en hebben ze er geen omkijken naar.’ Waren in het begin de klanten uitsluitend in Nederland gevestigd, tegenwoordig komt Lightshine ook veelvuldig in Duitsland, België, Finland en ook uit Noorwegen komen aanvragen binnen. ‘De kassen in het noorden zijn daar niet zo groot als hier,’ vertelt Marcel, ‘maar ze hebben wel veel meer lampen per hectare hangen. Veel werk dus.’ meer info: www.lightshine.nl


w w w. m a r c e l v e e n m a n . n l


Column

GTT | 49

Licht als productiefactor: glashelder. In mijn vorige column schreef ik over de vernieuwing van de kas-

klimaatbeheersing in de kassen. De resultaten over de afge-

sen in Nederland en in de periode voor 2010 was de totale nieuw-

lopen jaren in geconditioneerde kassen hebben laten zien dat

bouw ongeveer 325 ha per jaar terwijl het areaal vrijwel gelijk

ook (schaduwminnende) potplanten (veel) meer licht kunnen

bleef. Het duurt dus gemiddeld 30 jaar voordat een kas vervan-

verdragen dan in eerste instantie gedacht, mits je de overige

gen wordt door eentje van de nieuwere generatie. Dat zegt veel

factoren zoals temperatuur en luchtvochtigheid maar goed in

over de kwaliteit van de kassen maar ook over het belangrijkste

de hand hebt. En dat onder die omstandigheden de productie

element daarin: het glas. Het is duurzaam, sterk, ondoorlatend,

ook met tientallen procenten kan stijgen. Meer licht dus, maar

verweert nauwelijks, behoudt zijn eigenschappen en is ook nog

wel in de juiste combinatie met de andere omstandigheden. En

eens volledig recyclebaar. De toepassingen zijn dan ook legio.

het liefst veel diffuus licht, want dat dringt verder in het gewas,

Van autoruiten tot reageerbuizen, van wijnglazen en glasvezels

verhoogt de fotosynthese van de onderste bladlagen en zorgt

voor internetverbindingen tot omhulling voor de opslag van ra-

voor minder “hot spots” in het gewas door directe zoninstraling.

dioactief materiaal. Maar voor de glastuinbouw is één aspect toch

De effecten zijn spectaculair, zowel bij de groente als de sierge-

wel het meest belangrijk: de lichtdoorlatendheid. Want licht is en

wassen. Kortom: diffuus glas met een maximale lichttransmissie

blijft de belangrijkste productiefactor voor de glastuinbouwsec-

is weer een stap in de verdere optimalisatie van de glastuinbouw-

tor en daarbij is hoog transparant glas essentieel voor het halen

productie. Zijn we er daarmee dan? Vast niet, de ontwikkelingen

van de maximale productie. Zonder licht geen fotosynthese, geen

op het gebied van coatings en (nano) oppervlaktebehandelingen

plantengroei en dus geen glastuinbouw productie: hoe meer

bieden mogelijkheden om behalve aan de transmissie ook iets

licht hoe hoger de fotosynthese. Dat zal zich dus ook vertalen in

te doen aan de doorgelaten lichtkleur, de selectieve reflectie van

een hogere (versgewicht) productie. Toch hoor je regelmatig de

bijvoorbeeld warmtestraling en het vuilafstotend maken van het

uitspraak dat er teveel licht is, dat er geschermd moet worden

glas. Toepassingen daarvan zie je nu al in de huizenbouw en bij

en dat de lichttransmissie van het glas dus minder belangrijk is.

autoruiten. In het glastuinbouwonderzoek wordt voortdurend

Teveel licht? Ik kan het me niet voorstellen. Waarom halen ze an-

gekeken naar de mogelijke zinvolle toepassing van deze technie-

ders in Californië en Arizona bij de hogere lichthoeveelheden dan

ken in onze sector. Innovaties die nodig zijn om de tuinbouw de

meer dan 100 kg tomaten per m2? En ligt dat al gauw 25% hoger

Topsector te laten blijven die het al is. Het advies aan minister

dan de topproducties in Nederland?

Verhagen werpt daar in elk geval een helder licht op.

Teveel licht in de siersector dan? Maar waarom zouden deze gewassen anders reageren dan groente? Natuurlijk, de variatie in siergewassen en cultivars is groot en nog belangrijker: het gaat

Sjaak Bakker

bij siergewassen natuurlijk niet alleen om de massa, maar om de

Wageningen UR Glastuinbouw

sierwaarde. En die verbeterde sierwaarde moet leiden tot meer opbrengst in euro’s. Veel potplanten worden zwaar geschermd, het zijn immers schaduwplanten? Te veel licht kan soms schade en verkleuringen opleveren die de sierwaarde juist verlagen. Toch moeten we voortdurend kritisch blijven en deze gevestigde opvatting toetsen aan de nieuwe inzichten en mogelijkheden van

Foto: Leo Duijvestijn Photography

SJAAK BAKKER Wageningen UR Glastuinbouw


CHLOROFYLFLUORESCENTIE SYSTEEM

KLIMREK TRALIE VOOR MEER RENDEMENT Als u een tralie met een U- profiel kiest heeft u extra mogelijkheden

HANSATECH POCKET PEA DRAAGBARE CHLOROFYL FLUORIMETER Nieuw bij Wittich & Visser: Pocket Pea handmeter voor fluorescentiemetingen van Hansatech. De chlorofylfluorescentie geeft een beeld van de gezond-

• • • • •

Automatisch scannen van vangkaarten Voor efficiente gewasbescherming Voorwaarde voor mechanisatie Zeldredzaam bij stormschade etc. etc. etc

heidstoestand van planten. Dit instrument is ontworpen om eenvoudig fluorescentiegegevens te meten, op te slaan en snel te verwerken. •

Snelle meting met 1 druk op de knop

Opslag tot 200 datasets

Automatische berekening van diverse parameters

Robuuste behuizing

100kHz sampling frequentie met 16bit resolutie

Bluetooth draadloze data-overdracht

Krachtige Windows analysesoftware inbegrepen

LTO Noord verzekeringen geeft u korting op de premie!! De Vette C.V.

Kijk op www.wittich.nl voor meer informatie! ingenieursbureau

wittich & visser

wetenschappelijke en meteorologische instr umenten tel 070 3070706

|

fax 070 3070938

| info@wittich.nl

|

www.wittich.nl

Europalaan 44 2641 RX Pijnacker Tel 015-3612733 www.klimrek.com

Gaagweg 11a 2636 AK Schipluiden Tel 015-3808784 www.devettecv.nl

2009 NR 3 | JG 3 | OKTOBER

Gewächs haus techn ik

MAGAZIN Bent u als technische toeleverancier voor de glastuinbouw ook actief in de Duitse of wereldwijde tuinbouw? Dan treft het dat Vakblad Glastuinbouwtechniek (GTT) 21 oktober verschijnt met een Duitstalige editie en een week eerder op 14 oktober in samenwerking met International Horti Fair een wereldwijde uitgave lanceert. Deze magazines hebben als titel Gewächshaustechnik Magazin (GHT) en Holland Horticulture Technology Review

Horti Fair 2009

6

LED im zweiten Anlauf

Gemüse mitten in der Wüste

12

Energiezukunft

34 42

BiJo

48

(HHTR) willen voor u in een oplage van respectievelijk 4.000 en 21.000 (11.000 in print en 10.000 digitaal) een platform zijn om u internationaal te presenteren. Wilt u uw voordeel doen met GHT en HHTR en tegen een aantrekkelijk tarief adverteren? Neem dan contact op met Chris Crauwels op 070 3364675 of chris.crauwels@lakerveld.nl. Hij helpt u graag verder.


Bezoek de enige

Tuinbouwvakbeurs voor het kloppende hart van het West- en Oostland.

Gratis drankjes tijdens uw bezoek. U bent van harte welkom

15 en 16 november van 14.00 tot 22.00 uur.

Westland Relatiedagen Rijswijk Beurshal Haaglanden Volmerlaan 22 - Rijswijk info@icem -

www.wrr2011.nl


GTT_04-SEP-11_LR  

22 14 31 - 48 handmatig stek- steken verleden tijd? Ook zonder glas de grond uit Out of the box Rondeel 6 NR 04 | 6de jrg | SEP 2011

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you