Page 1

NR 02 | 5de jrg | MRT 2010

Glastuinbouwtechniek

MAGAZINE

CO2 accu binnenkort realiteit? 28 

Subsidie op Duurzaamheid 45 

Het geheim van Deleco 

Water special 38



6 t/m 26


Indigo Solutions is een specialist als het gaat om het leveren van software oplossingen voor bedrijven in de glastuinbouw. Met onze oplossingen, die gebaseerd zijn op het succesvolle standaard ERP product Microsoft Dynamics™ NAV, worden alle bedrijfsprocessen ondersteund door één systeem. Of het nu gaat om de financiële administratie, de logistiek rondom inkoop en voorraad of de afhandeling van verkooporders in combinatie met CRM, de standaard software van Indigo Solutions ondersteunt deze processen. Maar ook functionaliteit ten behoeve van de Ruimteplanning en de Arbeids-

• growing together •

en Productieplanning is aan de software toegevoegd. Onze standaard oplossingen zijn onder andere geschikt voor: • Potplantenkwekers • Veredelaars / vermeerderaars • Jonge plantenkwekers

“Met Indigo hebben we een gesprekspartner die weet wat er speelt bij een kweker.”

Eviek van der Arend, Commercieel Directeur Westlandse Plantenkwekerij

Zuideinde 49 | Postbus 200 | 2990 AE Barendrecht | T +31 (0)180 445020 | F +31 (0)180 612488 | info@indigosolutions.nl | www.indigosolutions.nl

KUNSTSTOF IN ALLE VORMEN

Deleco ontwerpt en produceert een breed assortiment teelttechnische producten uit kunststof en bioplastics.

Onze producten worden

altijd ontworpen vanuit het oogpunt

van de tuinder en hierbij staan innovatie en gebruiksvriendelijkheid voorop. Daarnaast zorgt ons modern en zeer geautomatiseerd machinepark voor een hoge kwaliteit, leveringen uit voorraad en de beste prijs.

T +31(0)492 325266

www.deleco.nl


GTT | 3 Glastuinders kunnen gemiddeld tot 20% kostprijsverlaging behalen met een optimalisering van de mechanisatie. Glastuinbouwtechniek Magazine biedt u zes keer per jaar inzicht in nieuwe technieken om deze kostprijsverlaging ook bij u te genereren. Vul uw gegevens hieronder in en ontvang GTT voor nog geen dubbeltje per pagina.

De

Kasse van de

de Kassen van hiedenis

De gesc

enis

erlandse de Ned ouw glastuinb

uwd op is gebo een erland in Ned rking en de nbouw samenwe n van nschap, ikkelinge op n wete it. De ontw dse tuinbouw al ventivite erlan de Ned die ontwikkeling le hebben n strië de indu nlijk bego zet. Eige m glas dankzij . Toen kwa van de tuinders ing beschikk nostalmeer dan begrip is ouw r glastuinb den heeft mee van de het verle neemt van rg n. Vijverbe Dr. Aad sbescherlichter e gewa ker/voor biologisch r van Artemis. onderzoe ed van zitte door het gebi jaar voor onder meer r a tien rie, bijn histo Aalsmee was bouw ldwijk, je de tuin in Naa ent hij r dit boek zijn werk rabant. Voo eek van rd-B bibl ioth en Noo zijn uit de en uit putte hij Museum tlands het Wes mentatie. docu n eige

on van

hobbel? tomaten je is? Of een werden? Hoe ttenpers gebracht ? r binnen grote trap n op zo’n

Dr. Aad

Canonn

De Can

n

de Kasse

ied De gesch

ndse Nederola b uw glastuin0 verhalen in 5

van de

rg

Vijverbe

gen

, Waterin

Seapress

Abonneerbon

Ja!

Ik wil op de hoogte blijven van de allernieuwste ontwikkelingen in de glastuinbouwtechniek. Ik neem een abonnement en ontvang zes keer per jaar Glastuinbouwtechniek Magazine. Ik kies voor:  een abonnement voor _ 24,50 per jaar. Ik ontvang gratis het boek “De Canon van de Kassen, de geschiedenis van de Nederlandse glastuinbouw in 50 verhalen”. (Verkoopprijs _ 14,50.)  een abonnement met welkomstkorting. Ik betaal het eerste jaar _ 20,50. Bedrijfsnaam Naam Adres Postcode

Plaats

Telefoon

E-mail

Handtekening

 Ja, u mag mij bellen voor informatie indien nodig. Abonneren kan ook via www.glastuinbouwtechniek.nl. E-mail: irene.semp@lakerveld.nl. Deze bon kan in een envelope zonder postzegel naar: Uitgeverij Lakerveld bv, antwoordnummer 20014, 2290 VG Wateringen. 

De gedroogde tomaat Steeds meer tomaten worden door de Nederlandse consument gekocht in gedroogde vorm. Ze zijn afkomstig uit Italië, waar de pomodori secci al sinds vele jaren deel uitmaken van het menu. Het drogen van vruchten en vruchtgroenten is een oude en beproefde manier om deze producten te verduurzamen. Door alternatieve verduurzamingstechnieken - blik, vries - is het een beetje op de achtergrond geraakt. In het zongebrekkige noorden van Europa is het drogen bovendien nooit een overwegende techniek geworden. De krenten (geen gedroogde druiven, want dat zijn rozijnen) en andere tutti frutti kwamen uit de Middellandse zeegebieden. En ze konden hier makkelijk worden ingevoerd, want droog wegen ze minder dan nat, en dat scheelt in de transportkosten. Maar toen kwamen de olie, de benzinemotor, de vrachtwagen en het vliegtuig. We konden naar hartelust grote vrachten natte groenten vervoeren over grote afstanden. Tonnen tomaten naar Berlijn, boontjes uit Afrika per vliegtuig naar Nederland. Ik hoef u niet uit te leggen dat er een tijd komt, en die is niet zo heel ver weg, dat dit niet meer gaat werken, dit grootscheepse watervervoer. Water moet je niet vervoeren, water moet je zoveel mogelijk laten daar waar het is en laten stromen daar waar het gaat. Water is net geld: het is een energiestroom waar je je op voort kunt laten drijven. Hoe meer je met de natuurlijke watercyclus meegaat, hoe verder je komt met weinig inspanning.

Prijzen gelden voor het jaar 2010

Voorwoord

Daarom in dit nummer speciale aandacht voor water, dat je niet vervoert, maar wel opslaat, gebuikt als warmtevasthouder, in je produkt vastlegt, waar je produkt misschien al groeiend op drijft, maar dat je liefst niet met behulp van benzine vervoert. Kweek zo dicht mogelijk waar het vers gegeten wordt. Tomaten voor Berlijn? Bouw daar een kas.

(Het is trouwens zeer goed mogelijk om Nederlandse tomaten te drogen: in de oven op een zeer laag pitje. Weet u wat de Albert Heyn-website daar over zegt? “Een saaie Hollandse tomaat gaat er enorm op vooruit, omdat bij het indrogen tegelijk een concentratie plaats vindt van de geur- en smaakstoffen. Hoe rustiger het droogproces verloopt, hoe minder er van deze aroma’s verloren gaat. Wie zelf tomaten wil drogen kan hiervoor het beste de speciaal hiervoor gekweekte Italiaanse buitentomaten kopen.” Gelukkig gaat AH verder: “Er zijn tegenwoordig ook heel aromatische Nederlandse soorten kastomaten die zich hiervoor lenen, hoewel die doorgaans weer een stuk prijziger zijn dan de Italiaanse pomodori’s.” Ook dat laatste is overigens niet waar.)

Ad van Gaalen, hoofdredacteur


4 | GTT

nr 2 | maart 2010

Inhoud

<W  ateropslagsystemen; een vergelijkende inventarisatie HAS Kennistransfer heeft een interessante studie verricht. In een breed, maar toegankelijk overzicht brachten zij de verschillende wateropslagsystemen in kaart. Een samenvatting van deze door PT gefinancierde studie. Op pagina 10.

Substraatproeven veelbelovend > Op de Demokwekerij Westland in Honselersdijk ging op 14 juli 2009 de eerste subtraatteeltproef van asters van start. Op 18 januari 2010 kon de Demokwekerij al positieve resultaten melden. GTT in gesprek met directeur/eigenaar Peet van Adrichem over dit onderzoek, de voor- en nadelen van substraatteelt en toekomstige alternatieven. Naar aanleiding van de asterproef, maar met veel verdergaande consequenties. Op bladzijde 6.

< Revaho, de ‘waterweters’ uit Maasdijk Revaho drijft al jaren succesvol mee op de golfslag der ontwikkelingen van irrigatiesystemen. Een snelstromende ontwikkeling zo weet men in Maasdijk. Snelstromend of niet, Revaho claimt ‘alles van water te weten’. Betweter of waterweter? Revaho-man Gerard van Lier houdt het op het laatste. Op bladzijde 24.

Let op:

En verder

Elders in het blad vindt u een overzicht van eerder verschenen artikelen. Abonnees kunnen deze gratis nabestellen.

Van der Arend Gevitaliseerd water Technische tuinbouwvacatures Het geheim van Deleco TNO-er Dirk Osinga Column Silke Hemming  Q&A met CropEye  Havecon  Subsidie op duurzaamheid  Innovatieve technieken  Onderzoeksrapporten WUR  Artikellijst 

advertentie-index 18 20 35 38 40 42 43 44 45 46 49 50

Arpo  30 BE de Lier 8,51 Beekenkamp Plants 44 Deleco  2 H. Batist Alluminium contructies 34 Hatenboer 26 Indigo Solutions 2 Klimrek 30,44 Lubron 26 Meteor systems 22 Nyenrode University 51

Revaho 14 Terra International 30 To Trade Holland 34 Tubro Filter&Luchttechniek 34 Van der Arend 18,19 VDH Foliekassen 52 Wildkamp 34 Wittich&Visser 44 Bijsluiter: Nyenrode University


GTT | 5

CleanlighT en Klimek bij Horticoop > Het is bewezen: gewasbescherming met UV-licht werkt. De wijze waarop gaat idealiter via de railspant van Klimrek. Bovenlangs dus. Voor nieuwbouw een kansrijke oplossing voor vele problemen, meent Horticoop, die de schouders wil zetten onder de doorontwikkeling van deze gecombineerde innovatie. Pagina 27.

< ‘CO2 accu’ binnenkort realiteit? De opslag van CO2 is de wens van menige tuinder. Dankzij een vier jaar durende inspanning van TNO en het installatiebedrijf Lek Habo is de CO2-opslag binnen afzienbare tijd realiteit. De herinnering aan een doorsnee studentenproefje bleek in dit proces mede van doorslaggevend belang. GTT in gesprek met de TNO-onderzoekers Wilfred Appelman en Rianne Dröge. Pagina 28.

Roterende Zonnecellen > Kan het uit of niet? Dat blijft de vraag bij zonnecellen. Om de vraag positief te kunnen beantwoorden, heb je twee dingen nodig: subsidie en een goed systeem. Er zijn goede subsidiemogelijkheden via SenterNovem en het goede systeem heeft VDH recent op de markt gebracht: roterend en speciaal ontwikkeld voor toepassing in de tuinbouw. Pagina 32.

5e jaargang, nr. 2, maart 2010 Onafhankelijk vakblad voor de glastuinbouwtechniek. Website www.glastuinbouwtechniek.nl

tel. 0174-389693, fax 0174-315002, e-mail: distributie@lakerveld.nl

Vormgeving Timmy de Jong Fotografie Marco Zuijdwijk, Joeri van der Kloet

Glastuinbouwtechniek Magazine verschijnt tweemaandelijks. Een abonnement kost in Nederland  24,50 per jaar, inclusief btw. België:  24,50. Overige landen:  36,-. Losse nummers  6,inclusief btw, exclusief verzendkosten. Abonnementen kunnen elk moment ingaan en worden na een jaar automatisch verlengd. Opzeggen kan tot twee maanden voor het einde van de abonnementsperiode. Collectieve abonnementen op aanvraag, tel. 0174-389693.

Advertenties Louis van Paassen, tel. 0174-389687, fax 0174-315002, e-mail: louis.van.paassen@lakerveld.nl Chris Crauwels, tel. 0174-389675, fax 0174-315002, e-mail: chris.crauwels@lakerveld.nl Mediaorder Ronald Romijn, tel. 0174-389682, fax 0174-315002, e-mail: ronald.romijn@lakerveld.nl, Sonja Bruin, tel. 0174-389683, fax 0174-315002, e-mail: sonja.bruin@lakerveld.nl Klantenservice tel. 0174-315000, fax 0174-315001, e-mail: klantenservice@lakerveld.nl Abonnementen Irene Semp,

Uitgave Glastuinbouwtechniek Magazine is een uitgave van Uitgeverij Lakerveld bv, Postbus 160, 2290 AD Wateringen, Turfschipper 53, 2292 JC Wateringen, tel. 0174-315000, fax 0174-315001, e-mail: uitgeverij@lakerveld.nl, website: www.lakerveld.nl Uitgever/directeur Ad van Gaalen, adjunct-directeur Henk Marin Klaassen, hoofd abonnementen Irene Semp, hoofd administratie Ed Kok, hoofd verkoop Richard van der Hak, public relations Pauline Montfoort

Hoofdredacteur Ad van Gaalen, tel. 0174-315 000, fax. 0174-315001, e-mail: ad.van.gaalen@lakerveld.nl Redactie Sytse Berends, Paul Waayers, Monika van Sorgen, Joeri van der Kloet Persberichten e-mail: ad.van.gaalen@lakerveld.nl

ISSN 1872-549X Copyright © 2010 Uitgeverij Lakerveld bv Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook, zonder schriftelijke toestemming vooraf van de uitgever. Druk Glastuinbouwtechniek Magazine wordt gedrukt op chloor-arm papier. Persoonsgegevens Glastuinbouwtechniek Magazine legt gegevens van lezers vast voor de uitvoering van de (abonnement)-overeenkomst. Deze gegevens kunnen worden gebruikt om u te informeren over andere producten en diensten. Als u hier geen prijs op stelt dan kunt u dat laten weten bij irene.semp@lakerveld.nl of bellen naar 0174-389693.


6 | GTT

water special

Van volle grond

naar substraat naar

Op de Demokwekerij Westland in Honselersdijk ging op 14 juli 2009 de eerste subtraatteeltproef van asters van start. Op 18 januari 2010 kon de Demokwekerij al positieve resultaten melden. GTT in gesprek met directeur/eigenaar Peet van Adrichem over dit onderzoek, de voor- en nadelen van substraatteelt en toekomstige alternatieven. Naar aanleiding van de asterproef, maar met veel verdergaande consequenties. Het is denkbaar dat telen in de grond mogelijk zijn langste tijd heeft gehad in verband met de uitspoel van chemische meststoffen in de bodem. Peet van Adrichem: “Als je de ontwikkelingen bekijkt dan zie je twee dingen gebeuren. Een overbevolkt land moet eten en tegelijkertijd willen we die grond niet meer iets aandoen wat het beschadigt. Stel dat er straks een algeheel verbod komt op telen in de bodem, je moet dan denken aan 2018-2027, dan moet je nu al aan de gang met iets nieuws te ontwikkelen. Dat is mede de aanleiding geweest van o.a. deze proef met de asters. Stel nou dat je inderdaad alle teelt zou doen op substraat. Dan hebben we, ik zei het al, wel met z’n allen te eten, maar je kunt je ook af gaan vragen of we zitten te wachten op duizenden en duizenden hectare plastic velden om alle denkbare teelt, waaronder ook de nu bestaande buitenteelt, binnen op substraat te telen. En je loopt de kans dat we hier weliswaar geen sla met vervuiling van de ondergrond telen, maar dat we die sla vervolgens uit Spanje gaan halen waar ze

wel vervuilend werken. In feite misbruiken zij dan hun grond voor ‘onze’ sla maar dat is ons pakkie dan niet. Dat is natuurlijk een vreemde gang van zaken, maar die kans loop je wel als je daarvoor geen oplossingen weet te verzinnen.”

Afwegingen maken De proef met de asters verloopt overigens voorspoedig. Tijdens dit (nog lopende) onderzoek wordt de plant tussen juli 2009 en juli 2010 vijf maal geoogst. Bij deze oogsten wordt gekeken naar het vers- en drooggewicht van de tak, de lengte per tak en aan aantal takken per m2. De proef wordt uitgevoerd met 4 cultivars te weten de Claudia, Cassandra, Cathleijn en Anouk. De substraten zijn van twee verschillende types te weten grof en minder grof gestructureerd. Voor de waterafgifte maakt men gebruik van goten met potten en eb- en vloedsysteem, potten met druppelaars en Librabakken met matten en druppelaars. De proef wordt uitgevoerd door de Demokwekerij Westland, Wageningen UR doet de tellingen en metingen, en ook kwekerij Zijdezicht en de Landelijke Studieclub Asterteelt geven diverse input. Het hele project wordt gefinancierd door Greenport Campus en Productschap Tuinbouw. Peet: ”De afronding is op 14 juli dit jaar. Dan weten we welk substraat voor de asterteelt het meest geschikt is, wat de mogelijkheden van een jaar rondproductie zijn, wat er verder nog geautomatiseerd kan worden, en welk type bewateringssysteem het meest geschikt is. Kijk, het eb- en vloedsysteem is economischer dan de arbeidsintensievere waterbedruppelaar in iedere pot apart. Maar stel nou dat je met dat laatste systeem weer een kwalitatief beter product kunt krijgen, dan zal je daar ook weer een afweging in moeten maken.”


GTT | 7

water? Van de asters op substraat terug naar de voor- en nadelen van het fenomeen substraat zelf. Peet: “Alle oplossingen die anders zijn dan in de grond telen, zijn altijd duurder. Dus je moet die extra kosten zien te tackelen. Je kunt dat doen op een aantal gebieden. Door ruimtewinst met behulp van automatisering, want als de plant net begint te groeien kan je die bakken of goten dichter bij elkaar zetten. Winst zit ook in de werkhouding. In plaats van over de grond kruipen, komen die bakken nu op werkhoogte naar je toe. En ten derde geeft substraatteelt mogelijkheden tot verdere teeltoptimalisatie. Dat laatste is interessant vanwege het feit dat jij je teelt veel meer kan sturen tijdens de kweek. Als je namelijk gepland heb om volgende week te snijden, dan kan je aan de hand van die monitoring zeggen nu moeten we ‘m even wat droger laten staan want hij moet een beetje minder actief worden. Andersom precies zo. Dat sneller groeien komt overigens ook omdat de teelt niet meer op de grond staat. Kweek je op de grond dan ben je meer afhankelijk van de zon die de kweek opwarmt en afkoelt. Dat is een stabiele factor. Maar een pot substraat hangt boven de grond zodat je ook de parameter temperatuur meer in de hand hebt. Dus op deze drie punten kan je de extra kosten die substraatteelt met zich meebrengt weer te niet doen. Substraat heeft nog het voordeel dat er lucht kan circuleren onder de teelt. En dat heeft weer zijn

positieve invloed tegen schimmelvorming, iets waar je bij telen op de grond meer last van kan hebben. En omdat je met substraatteelt ruimte heb om die grote aan- en afzuigslurven kwijt te kunnen en een ventilatie van onderaf te realiseren kan je veel meer de kas als energiebron gaan inrichten dan bij grondteelt. Om de simpele reden dat je bij grondteelt niet de slurven kwijt kunt en ook niet van onderaf kan ventileren. O ja, dat zou ik nog bijna vergeten; Als je kiest voor automatiseren met substraatteelt moet je het jaar rond telen. Je kunt niet halverwege het jaar overgaan op grondteelt. En dan doemt de vraag op: ‘Heeft mijn klant in de winter nog wel behoefte aan mijn product asters?’ Want jij kunt natuurlijk wel leuk asters blijven telen, maar als de klant ’s winters die Afrikaanse asters gaat kopen die dan goedkoper zijn, dan ben jij bezig om een op dat moment onrendabel plantje te telen omdat je klanten het niet van jou willen hebben. Kortom; aan de hand van al deze onderzoeken moeten er weer allerlei daaruit volgende afwegingen gemaakt worden. Dus we zijn nog wel even bezig met onze asters.”

Logistieke bewegingen Maar er zijn nog andere nadelen van meer logistieke aard die de substraatteelt met zich meebrengt. Substraat is een grondstof, vaak steenwol of kokos. Dat spul komt uit o.a. Rusland en Canada. Peet: “Voor de substraatteelt in Nederland alleen al heb je, om het héél zacht uit te drukken, geen misselijke hoeveelheden nodig. Nu heb je verschillende soorten substraten. Soorten die je meerdere teelten kan gebruiken maar ook soorten die maar één teelt bruikbaar zijn. Het steenwol recyclen ze tot een ander product en het substraat kokos is GFT-afval en kan je composteren. Maar recyclebaar of niet, een

Demokwekerij heet nu Demokwekerij Westland. In 2001 begon de Demokwekerij met 5000 m2 kas als onderdeel van Metazet. Anno 2010 is de Demokwekerij een geheel zelfstandig opererende organisatie met als doel het faciliteren van innovatieve ontwikkelingen in de glastuinbouw. Naast een schakel tussen overheid, bedrijfsleven en het onderwijs is de Demokwekerij ook internationaal bekend. In de negen jaar van zijn bestaan bezochten meer dan 36.000 mensen vanuit 40 landen de Demokwekerij. Door een steeds verdere uitbreiding van de activiteiten werd het tijd voor een passende naamsverandering en dito logo. De Demokwekerij opereert nu onder de naam Demokwekerij Westland. Demokwekerij Westland hoopt in de toekomst zijn ondersteuning en stimulering met betrekking tot innovatieve ontwikkelingen in de glastuinbouw steeds verder uit te kunnen breiden en te intensiveren.


Altijd al dromen gehad? Watertechniek

Elektrotechniek

Energietechniek

Milieutechniek

Automatisering

Service en onderhoud

Laat ze werkelijkheid worden met de techniek van B-E de Lier b.v. Bleiswijk (010-5212355) - Aalsmeer - Sevenum - St. Katelijne Waver - Straelen - www.b-edelier.com


GTT | 9

Peet van Adrichem: “Toen de eerste kweker zijn tomaten op substraat ging telen, werd hij op de veiling constant in de verdediging gedrukt...”

overgang van grond- naar een totale substraatteelt brengt een enorme logistieke beweging op gang met die aan- en afvoer.” De nadelen van substraatteelt heeft echter één belangrijk voordeel. Het prikkelt de innovatieve creativiteit van o.a. de slimmeriken van de Demokwekerij Westland. En jawel, zo’n twee jaar geleden heeft met daar proeven gedaan waarin een vak tomaten werden geteeld op substraat en een vak tomaten op water. Water waaraan men alleen wat meststoffen hoefde toe te voegen en waar de hele logistieke rimram zoals noodzakelijk bij substraat, komt te vervallen. Peet: “Die proeven verliepen heel goed. In vergelijking met het substraatvak haalden we met die waterteelt 10 procent meer productie. Dus als je het lef hebt om de andere kant op de kijken, richting teelt op water, dan vervuilen we nog veel minder de omgeving dan nu.”

Sentimenten Blijft er nog één vraag over. Waarom niet die hele transitie van substraat overslaan en gelijk telen op water? Peet: “Tja ik ben vóór. In Engeland, Frankrijk en Italië draaien een aantal kwekers al op water en ze

blijven dat doen omdat dat kennelijk bevalt. Fytagoras en de Demokwekerij Westland samen hebben richting Productschap Tuinbouw een proef uitstaan met het telen van paprika’s op water. En op de Tuinbouwrelatiedagen in Gorinchem was er een stand van Cultivation waar men liet zien dat sla telen op water mogelijk is. Maar wat je in de glastuinbouw niet moet onderschatten zijn de sentimenten. Toen de eerste kweker zijn tomaten op substraat ging telen, werd hij op de veiling constant in de verdediging gedrukt. Kon hij iedere dag uit gaan leggen waarom hij dat deed. En de reactie was nooit van ‘Goh, lukt het een beetje’ altijd van ‘Nou dat gaat het zeker niet worden, toch?’ Het is al heel wat dat men het geaccepteerd heeft dat we niet meer in de grond gaan telen maar op substraat. Dus die sentimenten… Eigenlijk is dat tóch een beetje raar in zo’n innovatieve sector als de glastuinbouw.”


10 | GTT

water special

Wateropslagsyste een vergelijkende

HAS Kennistransfer heeft een interessante studie verricht. In een breed, maar toegankelijk overzicht brachten zij de verschillende wateropslagsystemen in kaart. Een samenvatting van deze door PT gefinancierde studie.

Systeem grootschalige openwater opslag

Opslagcapaciteit Investering Afschr. in m3 in € in % 200.000 1.447.520 5

Het doel van het onderzoek was om potentiële gebruikers een handig overzicht te verschaffen bij de keuze voor een systeem. Om dit te bereiken zijn allereerst de verschillende systemen zelf bestudeeerd en beoordeeld op een aantal criteria, te weten: waterkwaliteit, toepassing, technische specificaties, risico’s, vergunningen, kosten, voor- en nadelen. Voor het verzamelen van de informatie zijn leveranciers benaderd, en daarnaast zijn per systeem enkele gebruikers geïnterviewd. De systemen vallen in twee soorten uiteen. Ten eerste zijn er de systemen voor buiten, die grondoppervlak in beslag nemen, en dus eigenlijk (potentiële) teeltruimte gebruiken. Er zijn ook systemen die zich onder de grond bevinden. In het onderzoek zijn verouderde systemen, die (bijna) niet meer gebruikt worden, weggelaten.

Collectieve wateropslag Collectieve wateropslag is niet in een specifiek systeem te passen. Men kan er voor kiezen om samen met collega’s een bassin of silo te bouwen. Het kan ook zijn dat dit in samenwerking gebeurt met overheden of overheidsdiensten zoals de waterschappen. Een voorbeeld is het creëren van een recreatieplas. Naast recreatie kunnen de kwekers het water gebruiSysteem Aquifer

ken voor de gewassen en dient de plas als buffer. Dit systeem wordt toegepast in grotere (nieuwe) tuinbouwgebieden. Bergerden is een goed voorbeeld. De collectieve wateropslag in Bergerden is 3,5 ha groot en heeft een diepte van 15 meter. Hierop zijn sloten aangesloten, die het regenwater dat van de kas af komt naar de plas voeren. Er is ruimte voor 1,2 miljoen kuub water. Het benodigde water voor het hele gebied is 250.000 kuub. WanGrondopp. in m2 -

Jaarkosten Jaarkosten in € per m3 in € 108.564 0,54

neer de plas gevuld is, kan men hiermee een aantal jaren voorruit. Ongeveer 98% van het water dat in het gebied valt, blijft in het gebied. Elke kweker betaalt voor wat hij afneemt. In dit specifieke voorbeeld blijft de waterkwaliteit uitstekend. Door de diepte van de plas blijft de water temperatuur redelijk gelijk. Dit komt ook omdat het water wat onttrokken wordt op een bepaalde diepte onttrokken wordt. Men heeft geen last van bacterie- of algengroei. De infiltratieplas heeft een goede natuurlijke balans.

Aquifers Een aquifer is een watervoerende zandlaag in de grond. Hierin kan water opgeslagen worden en ook onttrokken worden. Een aquifer wordt vooral gebruikt voor warmte- en koudeopslag. Aquifers zijn niet geschikt voor de opslag van recirculatiewater omdat er uitwisseling plaatsvindt met omgevingswater. Een gebruiker van dit systeem zegt goede ervaringen te hebben. Hij ondervindt geen problemen en heeft weinig onderhoud. Bovendien is de opslagcapaciteit groot. De investeringskosten voor een aquifer zijn hoog. De aquifer zelf zit al in de grond en kost niets. Hij moet echter wel geschikt gemaakt worden om water

Opslagcapaciteit Investering Afschr. in m³ in € in % 1000 70.000 5

Grondopp. in m² -

Jaarkosten in € 7000

Jaarkosten per m³ in € 7


GTT | 11

temen

inventarisatie in op te kunnen slaan en water te onttrekken. Er moeten bijvoorbeeld putten geslagen worden en leidingwerk aangelegd worden. Uit onderzoek zal moeten blijken hoeveel bronnen er nodig zijn. Hierbij zal men ook goed op de waterbehoefte moeten letten. De waterkwaliteit blijft goed. De temperatuur van het water zal constant zijn en bovendien heeft men geen last van bacterie- of algengroei, voornamelijk omdat het zuurstofgehalte er laag is. Ook eventuele ziekten en plagen kunnen niet op grotere diepte overleven door het ontbreken van zuurstof.

Foliebassin Een foliebassin wordt opgebouwd met grondwallen. Op de bodem en over de grondwallen komt een waterdichte folie. Daarnaast zullen er enkele ontluchtingspijpjes gemaakt moeten worden om eventuele moerasgassen onder het folie af toe voeren. Dit ter voorkoming dat het folie bol gaat staan. Deze vorm van waterbuffering is het meest geschikt voor zanden kleigronden. Een foliebassin is samen met een silo het meest toegepaste systeem voor wateropslag in de tuinbouwsector. Dit systeem is geschikt voor de opslag van recirculatiewater en regenwater. Het is niet geschikt

Systeem foliebassin

voor warmte/koude opslag. Het aanleggen van een drainage onder het bassin is zeer aan te bevelen. Hiermee wordt het risico op doorbraak beperkt. Bij de aanleg van een bassin gaat teeltruimte verloren. Algen- en bacteriegroei worden genoemd als mogelijke risico’s. Deze kunnen echter door verschillende toepassingen worden voorkomen of teruggedrongen. Een bassin wordt op maat gemaakt. Naar aanleiding van de waterbehoefte en de beschikbare ruimte worden de afmetingen bepaald. Hierbij moet rekening worden gehouden met de grondwaterstand. Hoe hoger het talud wordt hoe sterker deze moet zijn om het water tegen te houden. De hoogte van het talud is ook aan restricties verbonden. Het talud wordt beschermd door een folie. Deze houdt het talud bij elkaar. Daarnaast kan het talud verstevigd worden door bijvoorbeeld tegels. Ook onder de taluds komt er drainage. Dit ter voorkoming van verzadiging van de grond wat het risico op doorbraak verkleind. Het foliebassin wordt voorzien van een waterdichte folie. Hiervoor zijn net als bij een silo verschillende soorten folie leverbaar De waterkwaliteit varieert, omdat het water blootgesteld is aan de invloeden van de natuur. De temperatuur en zonlicht zijn van invloed op het

Opslagcapaciteit Investering Afschr. in m³ in € in % 500 7.465 15 1000 9.953 15 2000 13.685 15 3000 17.416 15

Grondopp. in m² 500 850 1350 2000

Jaarkosten in € 8.023 13.008 20.172 29.228

Jaarkosten per m³ in € 16,05 13,01 10,09 9,74


12 | GTT

Systeem Gaasboxx

Opslagcapaciteit Investering Afschr. in m³ in € in % 5000 415.000 7

water. Bacterie- en algengroei zijn niet uit te sluiten en vormen risico’s voor de waterkwaliteit. Daarnaast kan er vuil in het bassin waaien. Denk bijvoorbeeld aan bladeren en stof of zand. Hierdoor raakt het water vervuild. Ter voorkoming van vervuiling zijn er verschillende opties om een bassin af te dekken. Door het bassin af te dekken wordt algengroei en vervuiling tegen gegaan. Bijvoorbeeld door een drijvend afdekzijl of een spanzijl.

Gaasboxx Het Gaasboxxsysteem is een systeem voor ondergrondse wateropslag. Het bestaat uit losse blokken die voorzien zijn van een honingraatstructuur. De blokken zijn koppelbaar en het systeem kan dus zo groot gemaakt worden als men wenst. De blokken worden ingepakt in folie zodat het water niet weg kan. Als het systeem ingegraven is kan men er boven alle normale bedrijfsactiviteiten uitvoeren. Dit systeem wordt in de tuinbouw toegepast voor regenwateropslag, gietwateropslag en als warmte- en Systeem silo

Grondopp. in m² -

Jaarkosten in € 44.703

Jaarkosten per m³ in € 8.94

koudeopslag. In de praktijk is ons een bedrijf bekend die het systeem heeft toegepast. De kweker die gebruik maakt van dit systeem is er goed over te spreken. De blokken met honingraatstructuur zijn gemaakt van polypropyleen en hebben een afmeting van 90x60x45 cm. In een donkere omgeving gaan ze levenslang mee. Voor de aanvoer en afvoer van gietwater zijn er speciale blokken waar de aan- en afvoerleidingen door heen kunnen. De maximale diepte is afhankelijk van het grondwaterniveau. De benuttinggraad van 1 blok is 94%. Per blok kan men maximaal 228,42 liter water opslaan. De overige 6% bestaat uit materiaal. 1m3 bestaat uit 4 blokken. De maximale opslag is 913,68 liter water per m3. Er zijn 3 types leverbaar met een draagkracht van 20, 28 of 48 kg. Afhankelijk van de plaats van het systeem, zal de benodigde draagkracht moeten worden bepaald. Op basis hiervan kan men bepalen welk type gebruikt zal worden. De waterkwaliteit blijft uitstekend. Dit komt onder andere door de constante tempratuur van het water.

Opslagcapaciteit Investering Afschr. in m³ in € in % 500 7.465 10 1000 14.928 10 2000 26.124 10 3000 37.321 10

Grondopp. in m² 225 450 900 1340

Jaarkosten in € 3.958 7.914 15.268 22.497

Jaarkosten per m³in € 7,92 7,91 7,63 7,50


GTT | 13

Bovendien kunnen er geen ziekten in terecht komen en heeft men geen last van bacterie- of algengroei. De nadelen van het systeem zijn risico’s voor de waterkwaliteit door de aangroei van biofilm op de fijnmazige structuur van de Gaasboxx en het mogelijk ontstaan van stroombanen.

Silo‘s Wateropslagsilo’s bestaan uit metalen golfplaten. Hierin wordt een waterdichte folie aangebracht. Het is ruimtebesparend en het meest geschikt voor een stevige ondergrond. In sommige gevallen is onderheien noodzakelijk. De gemeentes geven in de bouwvergunning aan hoe hoog een silo maximaal mag zijn. Een vooronderzoek naar de draagkracht van de grond waar de silo op gebouwd zal worden is noodzakelijk. Een silo is samen met een foliebassin het meest toegepaste systeem voor wateropslag in de tuinbouwsector. Het systeem is geschikt voor zowel de opslag van regenwater als recirculatiewater. Dit systeem is niet geschikt voor warmte/koude opslag. Er zijn velen soorten en maten silo’s. De maximaal leverbare hoogte is 4,64 meter met een diameter van 14,57 meter. Bij lagere silo’s is een grotere diameter mogelijk. De maximale diameter van een silo kan oplopen tot 30,95 meter bij een hoogte van 1,59 meter. De keuze tussen hoogte en diameter is divers. Systeem waterblock®

De wanden worden gemaakt van verzinkte staalplaten die gegolfd en geponst en vervolgens getoogd worden tot de gewenste maat. De platen worden tweezijdig voorzien van een zinklaag. Verder kunnen de siloplaten voorzien worden van een Plastisol coating. Een volledige coating wordt aangeraden voor gebieden binnen 25 km vanaf zee. Daarbuiten wordt deze coating altijd aangeraden voor de onderring van de silo. De binnenzijde van een silo wordt voorzien van een waterdichte folie. Hiervoor zijn net als bij een foliebassin verschillende soorten folie leverbaar. De kosten zijn afhankelijk van de kwaliteit. Dit hangt samen met de levensduur en de kwaliteit van het water. Een silo van goede kwaliteit heeft een levensduur van 20 tot 25 jaar. Een silo moet regelmatig geïnspecteerd worden op roest, verwering van het doek en verzakking. De verzekering heeft als voorwaarde dat een silo die 7 jaar oud is, om de 2 jaar gekeurd moet worden op roest, verzakking, verwering van de folie en lekkage. De waterkwaliteit varieert omdat het water blootgesteld is aan de invloeden van de natuur. De temperatuur en zonlicht zijn dus van invloed op het water. Bacterie- en algengroei zijn risico’s voor de waterkwaliteit. Daarnaast kan er vuil in de silo waaien. Ter

Opslagcapaciteit Investering Afschr. in m³ in € in % 1000 118.433 5

Grondopp. in m²

Jaarkosten in € 11.843

Jaarkosten per m³ in € 11,84


Revaho werkt samen met:

ALLEEN SAMEN HALEN WE DE BESTE OPLOSSINGEN BOVEN WATER. Net zoals elk mens is ook elke teelt anders. Daarom is geen enkele oplossing van Revaho hetzelfde. Om tot zoâ&#x20AC;&#x2122;n unieke oplossing te komen, is een intensieve samenwerking van belang. Samenwerking met onze vakkundige installateurs, maar ook de teler zelf. Onmisbaar daarbij is een open oog voor de omgeving en teeltomstandigheden en een open oor voor de wensen van de teler. Alleen dĂĄn kan een op maat gesneden advies worden gegeven. Een advies dat werkt. Dus, wie focust op de beste oplossingen, focust op Revaho.

T (0174) 525 444 WWW.REVAHO.NL


GTT | 15

voorkoming van vervuiling zijn er verschillende opties om een silo af te dekken. Door de silo af te dekken wordt algengroei en vervuiling tegen gegaan. Een silo kan afgedekt worden door een drijvend zeil of een spanzeil. Hierin zijn verschillende soorten leverbaar. Daarnaast bestaat er een systeem waarbij de folie in de silo en het afdekzeil uit één geheel bestaat. Een ander systeem is een zeil waaronder lucht zit wat voor isolatie zorgt. Hierdoor komt het zeil bol te staan. Buiten opgestelde tanks zijn kwetsbaar voor wind en vorstschade.

Waterblock systeem Dit systeem kan onder de kas worden aangebracht. Er wordt eerst een betonnen bak gestort. Hierin komen de modules die bestaan uit kunststof. Er worden kunststof palen aangebracht die vol gestort worden met beton. Daarna wordt op de palen een kunststof deksel geplaatst. Daarboven wordt wederom een betonvloer gestort. Hier kan dan op geteeld worden. Zo ontstaat er een waterkelder. Dit systeem is uitstekend toepasbaar binnen de tuinbouw. In de praktijk wordt dit systeem echter weinig toegepast. Wel wordt het systeem veel toegepast door gemeenten voor riool- of regenwateropslag. Er zijn slechts enkele kwekers, waar dit systeem wordt toegepast. De ervaringen met het systeem zijn goed. Een kweker die het systeem al langer in gebruik heeft geeft aan dat het water van een goede kwaliteit blijft en dat het systeem onderhoudsvriendelijk is. De buffer kan zo groot worden gemaakt als de teeltvloer plus de eventuele verwerkingsruimte. De diepte is wel beperkt. De maximale hoogte is 1,80

meter inwendig exclusief de deksel. Er zijn een aantal punten waar men op moet letten; zoals het grondwaterniveau en de draagkracht. De maximale draagkracht van dit systeem is 600 Kg. Dit is de hoogste verkeersklasse en is geschikt voor zwaar vrachtverkeer. Het systeem is in verschillende veiligheidklassen te leveren. De kelder dient bij nieuwbouw tevens als fundering voor de kas. Bij een inwendige hoogte van 1,80 meter (maximaal leverbare hoogte) is maximale inhoud van dit systeem is 1837 liter per m2. De isolatiewaarde van de vloer is hoog. Er is volgens de fabrikant een klein warmteverlies in de kas. De waterkwaliteit blijft uitstekend. Omdat het een afgesloten systeem betreft blijft de watertemperatuur redelijk constant. Dit bevordert de kwaliteit van het water. In de kelder is het donker, waardoor er geen algengroei plaatsvindt. Ook de bacteriegroei blijft beperkt. Daarnaast vindt er geen vervuiling van buitenaf plaats, er kunnen geen vuil of ziektes in komen. Daarnaast hebben insecten die op of rond het water leven weinig tot geen kans.

De Klimrek Buffer/drijvende teeltvloer Dit binnenbassin is een folieconstructie en maakt ook opslag mogelijk tot onder het grondwaterniveau. Dit is mogelijk doordat het systeem een extra folielaag heeft onder het gietwater. Onder deze folielaag zit slootwater zodat het bassin altijd vol blijft. De teeltvloer op het bassin bestaat uit sandwichpanelen die mede ondersteund worden door het water. Dit systeem is geschikt voor alle niet grond gebonden teelten.

Systeem Opslagcapaciteit Investering Afschr. in m³ in € in % klimrekbuffer 1000 65.796 10

Grondopp. in m² -

Jaarkosten in € 3.975

Jaarkosten per m³ in € 3,98

Kosten Alle hierboven weergegeven prijzen zijn indicatief. Voor de kostenoverzichten geldt het volgende: De investeringskosten bestaan uit kosten voor grondwerkzaamheden, heiwerk, fundering of ander benodigde constructies en eventueel toegepaste folies. Kosten voor afvoer van regenwater en recirculatiewater, teeltsystemen en watergeefsystemen zijn niet meegenomen. De jaarkosten zijn op basis van afschrijving en 5% rente over de investering. Daarnaast is er rekening gehouden met opbrengstenderving en het grondoppervlak dat nodig is.


16 | GTT

Het klimreksysteem is geschikt voor het opvangen van zowel regenwater als recirculatiewater. Daarnaast kan dit systeem ook toegepast worden voor warmte- en koudeopslag. Meestal wordt dit systeem aangelegd bij nieuwbouw. Het is mogelijk om het systeem ook toe te passen binnen de bestaande bouw. Daarvoor zal de situatie eerst beoordeeld moeten worden. Vaak wordt het systeem in plaats van silo’s of bassins toegepast, wanneer een nieuwe kas wordt gebouwd. De gebruikers van dit systeem zijn tevreden over het systeem. De maximale afmetingen zijn in principe onbeperkt. Echter moet men wel rekening houden met de grootte van de kas. Met name de breedte is belangrijk, omdat het systeem tussen de spanten wordt geplaatst. Verder is de draagkracht van het systeem hoog. De teeltvloer is stevig zodat in feite alle toepassingen binnen de kas mogelijk zijn. Het opgeslagen water vormt het draagvlak voor de vloer. De buffer zal te allen tijde gevuld zijn met water. De levensduur van het systeem is volgens de fabrikant 20 tot 25 jaar.

Ruimte behoefte Water silo 3 Foliebassin 5 Aquifer 1 Collectieve wateropslag 4 Drijvende teeltvloer (klimrek buffer) 1 Waterblock 1 Gaasboxx 1

De isolatiewaarde van de vloer is hoog. De temperatuur in de buffer blijft constant. Het warmteverlies via de vloer is minimaal. De kosten zijn afhankelijk van de grootte van de buffer. Hoe groter de buffer hoe lager de prijs. Bij een buffer van 3000 m2 kost dit systeem 30 - 35 euro per kuub. Een klimrekbuffer heeft niet veel onderhoud nodig. Een inspectie hoort tot de mogelijkheden. Dit kan door een gat dat in de vloer zit en afgedekt is met een deksel. De ervaring van kwekers leert dat er tot nu toe geen grote onderhoudswerkzaamheden hebben plaatsgevonden. Wel zijn er inspecties geweest waarbij geen gebreken zijn aangetroffen. De waterkwaliteit blijft uitstekend. Dit komt onder andere door de constante temperatuur van het water. Bovendien kunnen er geen ziekten in terecht komen en heeft men geen last van bacterie- of algengroei. door Arjan van Steekelenburg en Wouter Hoogervorst; HAS Kennistransfer

Opslag Investering Risico’s capaciteit kosten 2 1 4 3 1 4 4 2 2 4 4(1)* 2 4 2 2 2 4 1 2 3 2

Water kwaliteit 2 2 4 3 3 3 3

De bovenstaande tabel is een scoretabel. Per systeem wordt er per eigenschap een score toegekend: 1 = weinig of laag en 5 = veel of hoog. *Bijvoorbeeld scoort de collectieve wateropslag hoog bij opslagcapaciteit maar ook hoog bij investeringskosten. Dit betekend dat de opslagcapaciteit zeer hoog is, maar ook dat het een hoge investering vraagt. Hierbij moet echter wel opgemerkt worden dat de kosten gedeeld worden met de andere kwekers. Hieronder wordt uitgelegd wat een hoge score voor de verschillende criteria betekent. Ruimtebehoefte; Opslagcapaciteit; Investering; Risico’s; Waterkwaliteit;

Een hoge score betekend dat er veel ruimte nodig is voor het systeem Een hoge score betekend dat de maximale opslag capaciteit zeer hoog is Een hoge score betekend dat de investering hoog is Een hoge score betekend dat er veel mogelijke risico’s zijn Een hoge score betekend dat de waterkwaliteit zeer goed is


GTT | 17

Voordelen

Nadelen

Risico’s

Silo

• Voordelig in aanschaf • Snelle aanleg • Makkelijk vervangbaar

• Temperatuur van het water fluctueert • Algen en bacteriegroei • Verwering van het doek • Kans op roest

• Klappen/verzakking silo door roest of verwering • Vervuiling water door algen en bacteriegroei • Verzakking en scheuren van de silo

Foliebassin

• Voordelig in aanschaf • Snelle aanleg • Makkelijk vervangbaar • Te allen tijde toegankelijk

• Gevoelig voor lekkage • Neemt veel ruimte in • Gevoelig voor vervuiling van het water • Temperatuur van het water fluctueert • Hoogte en diepte is beperkt

• Doorbraak als gevolg van lekkage of slechte drainage • Temperatuurschom•melingen werkt bacterie en algengroei in de hand • Veel vervuiling door het inwaaien van vuil

Aquifer

• De bron zelf vraagt geen onderhoud • Ook geschikt voor warmte/ koude opslag.

• De van diepe/ondiepe aquifers zijn niet op elke locatie toepasbaar. • Verbonden aan regels en vergunningen • Hoge investeringskosten

• Er is een risico op grondwatervervuiling

Gaasboxx

• Geen verlies van teeltoppervlakte • Hoge belasting mogelijk • Stabiele ondergrond voor elk oppervlak • Regen-, bemest-, bron-, buffer-, koelwater etc. • Eenvoudige montage • Schone en algenvrije opslag • Onderhoudsvrij • 100% recyclebaar met hoge restwaarde • Vergunningsvrij

• Niet toegankelijk • Mogelijke lekkage bij het stukgaan van de folie • Kan niet aangelegd worden onder grondwaterniveau • Inspecties en controle zijn moeilijk uitvoerbaar

• Bij calamiteiten, lekkage of een controle moet er naar het systeem gegraven worden

Collectieve wateropslag

• Grote opslagcapaciteit • Investeringskosten worden gedeeld • Geen ruimteverlies op je eigen kavel • Altijd voldoende water beschikbaar • Weinig last van algen-/bacteriegroei • Goede waterkwaliteit

• Niet geschikt voor recirculatiewater • Bewegen van kwekers tot samenwerking is lastig • Het duurt een tijdje voordat de natuurlijke balans van de plas in orde is, waardoor men de eerste 2 jaar industrieel water moet gebruiken

• Verspreiding van ziekten en plagen onderling. (Wordt ondervangen doordat elke kweker zijn recirculatiewater zelf opvangt)

Drijvende teeltvloer (klimrek buffer)

• Geen verlies van teeltoppervlakte • Lange levensduur • Weinig tot geen onderhoud • Geen vergunningen • Grote buffercapaciteit • Opslag tot onder grondwaterniveau mogelijk • Waterkwaliteit blijft uitstekend

• Moeilijk bereikbaar • Buffer moet constant gevuld zijn • Geen piekbelasting mogelijk • Onveilig gevoel bij lopen op water

• De vloer die beweegt mee met het stijgen en dalen van het water. Wijkt het niveau teveel af van het normale niveau dan wordt de draagkracht van de vloer beïnvloed.

Waterblock

• Geen verlies van teeltoppervlakte • Toegankelijk voor personen • Inspecteerbaar en makkelijk te onderhouden • Hoge draagkracht • Meervoudig ruimtegebruik • Geen minimale gronddekking nodig • In verschillende hoogtes leverbaar

• Kan niet aangelegd worden onder grondwater niveau • Veel handwerk plaatsen • Veel relatief duur beton nodig • Aanleg duurt wat langer

• Er is een klein risico op opdrijving. Als de kelder leeg is en het grondwater hoog staat kan de kelder gaan drijven. Dit risico is echter te voorkomen door er voor te zorgen dat er een minimale hoeveelheid aan water in de kelder staat.


18 | GTT

advertorial

Het nieuwe

watergeven Bij het ontwerpen van een druppelsysteem of bovenberegening, zijn eigenlijk best veel zaken die belangrijk zijn om tot een watertechnische installatie te komen die goed werkt. Als we het ontwerpen van een nieuwe watertechnische installatie zouden vergelijken met het ontwerpen van een groot schip, dan is het gebruikelijk dat er wordt gekeken naar hoe het schip zich zal gaan gedragen bij verschillende omstandigheden: storm, stromingen, snelheid, zonnig weer, belasting, en vele andere zaken. In het verleden was dat bij watertechnische installaties nauwelijks aan de orde. Er werd alleen naar het drukverlies en capaciteit van de leidingen gekeken en eerlijk gezegd, dit heeft eigenlijk heel weinig effect op hoe de gebruiker van de watertechnische installatie zijn teelt gaat besturen met de watergift. Terwijl dat toch juist het gebruik van de watertechnische installatie zal zijn: ”Het besturen van de teelt met de watergift” Zou het voor U als gebruiker niet interessanter zijn als U vooraf weet hoe lang (tijd / m3) het echt duurt voordat een gewasbeschermingmiddel vanuit de unit bij de laatste druppelaar aankomt ?

Veel voorkomende vraagstukken waar een watergeefsysteem aan behoort te voldoen zijn bijvoorbeeld: • Inhoud van het watergeefsysteem? • Hoeveel water moet je geven voordat het hele systeem ververst is? • Vervuilinggedrag van een watertechnische installatie? • Kans op waterslag? • Wanneer komt de ingestelde EC verlaging of gewasbeschermingsmiddel bij de teelt aan? Van der Arend Tuinbouwtechniek B.V. tuinbouwtechniek heeft voor de nieuwbouw van een grootschalig paprikabedrijf, samen met de klant, alle wensen vooraf helemaal doorgerekend en kwamen tot opvallende resultaten. Zo zou het nodig zijn om meer dan 4 ltr/m2 te geven voordat er vers water vanaf de unit bij de laatste plant zou zijn. Hiermee kan je bepaald niet snel sturen, zeker niet in de eerste maanden na de teeltwisseling (beheersfase) waar men vaak maar 0,25 ltr/ m2/dag zou geven. U ziet dan ook dat het water meer dan 2 weken onderweg zou zijn. Maar ook de dosering van dure gewasbeschermingsmiddelen komen veel te laat aan en de EC verlaging in de zomerdag komt ongeveer de volgende ochtend pas aan. Na onderzoek werd duidelijk dat dit geen uitzonderlijke uitkomsten zijn. Verder was zeer opvallend dat de traagheid van het systeem voor verreweg het grootste gedeelte werd veroorzaakt door de diameter dan de druppelslangen en niet van de hoofdleiding. (zoals vaak wordt gedacht) Door samen met de klant kritisch te kijken naar zaken als: inhoud van het systeem, snelheid van het water, druppelaarcapaciteit, kraanvak grote, natuurlijk ook drukverlies en voldoende capaciteit is het gelukt om een druppelinstallatie te realiseren met verrassend goede kwaliteiten. Het systeem is ongeveer 400% sneller geworden, per 4 – 5 ha één kraanvak, waardoor de kraansets niet meer in de tuin gemonteerd worden maar direct in de waterunit verwerkt zijn. Door de keuze voor een lagere druppelaarcapaciteit is de nauwkeurigheid veel beter.


GTT | 19

Door de watertechnische installatie anders te configureren wordt deze niet alleen veel beter maar is de investering ook nog eens voordeliger. Direct nadat de watertechnische installatie in bedrijf is gesteld zijn er metingen verricht om te controleren of de tot dan toe theoretische berekeningen ook in de praktijk waarheid blijken te zijn. De theorie klopte met de praktijk. Omdat de doorstroomsnelheid van het water in alle leidingen iets hoger is, is het ook aannemelijk dat de aangroei van vervuiling in de leiding beperkt kunnen worden, waardoor ook op langere termijn extra voordeel met deze watertechnische installatie zal worden behaald. Van der Arend Tuinbouwtechniek B.V. is in staat gebleken om voor zowel bestaande als nieuwe bedrijven te berekenen hoe het gedrag van de druppelmaar ook beregeningsinstallatie zal zijn of worden, welke configuratie een klant ook heeft of kiest, Van der Arend Tuinbouwtechniek B.V. is ervan overtuigd dat we U beter kunnen voorzien van informatie. U bent in staat om het watergeven als stuurelement voor uw teelt optimaal in te zetten en in staat gesteld om meer rendement uit de investeringen te halen.

voornamelijk gericht op de industrie en utiliteit, ook bij onze klanten binnen de overheid en waterschappen. Sinds de opkomst van groeilicht (vanaf ca. 2001) in de groenteteelt, heeft het bedrijf zich stormachtig ontwikkeld en een toonaangevende klantenkring opgebouwd. Van der Arend staat al jaren voor kwaliteit en betrouwbaarheid en is altijd bezig om met haar klanten te zoeken naar doordachte, eenvoudige totaaloplossingen op het gebied van water- en energietechniek. Van der Arend beschikt over een eigen elektrotechnische paneelbouw en constructie werkplaats voor pompunits. De engineering van de panelen en units gebeurd in eigen beheer en zijn voor zien van de nodige certificaten.

ALGEMEEN De Van der Arend Groep is opgericht in 1964 en gevestigd in Poeldijk, Aalsmeer, Zwaag, Gendt en Naaldwijk. Inmiddels hebben wij dus ons 45-jarig jubileum gevierd en dat is iets om trots op te zijn. Onze slogan is sinds jaar en dag: Energiek in techniek! Van der Arend staat voor water- en energietechniek; verdeeld over 3 marktgroepen, te weten glastuinbouw binnenland, glastuinbouw buitenland (export) en industrie/ overheid. In totaal zijn er ruim 120 medewerkers werkzaam in vijf vestigingen. Van der Arend staat al jaren voor kwaliteit en betrouwbaarheid en is altijd bezig om met haar klanten te zoeken naar doordachte, eenvoudige totaaloplossingen op het gebied van water- en energietechniek. Met ons exportbedrijf Tebarint B.V. bedienen we de moderne glastuinbouw wereldwijd. Van der Arend Tuinbouwtechniek B.V. bedient de binnenlandse glastuinbouwmarkt en Van der Arend Installaties is

Door onze jarenlange expertise in de tuinbouw en een groot netwerk met bouwpartners, kunnen wij uw (toekomstig) project, voordat de eerste paal de grond in gaat, in detail engineering.

Van der Arend Tuinbouwtechniek B.V met vestigingen in: - Poeldijk - Zwaag www.arend.nl

- Aalsmeer - Gendt


20 | GTT

water special

Gevitaliseerd spiritueel sprookje of De firma Aqua Universo levert watervitalisators voor huishoudelijk gebruik. En onder de noemer Vitaal telen zijn er ook vitalisators op ‘industrieformaat’ leverbaar. Maar wat is gevitaliseerd water nu eigenlijk? En hoe werkt zo’n vitalisator? GTT daalt af in de wereld van het geheugen van water, trillingsgetallen en andere moleculaire signalen. Als iemand sceptisch tegenover gevitaliseerd water stond, dan was het wel Ineke Moerman. Dertig jaar lang leed zij aan migraineaanvallen en chronische vermoeidheid. Met haar Westlandse nuchterheid weet zij deze klachten aan haar drukke melkveehouderij en paardenstallenverhuur, onderwijl allerlei medicijnen slikkend om de ergste effecten af te remmen. Totdat zij in 2005 therapeut Remy Mosch ontmoette die haar adviseerde om gevitaliseerd water te gaan nuttigen. Ineke: “Mijn eerste reactie was: ‘Joh, maak het nou!’ Een paar weken later kwam Remy langs op de melkveehouderij en zei: ‘Ik kom iets brengen wat goed is voor je welzijn.’ Ik vond die Mosch maar een aparte man, maar was ook verbaasd dat iemand op zijn vrije zaterdag iets komt brengen bij iemand die daar helemaal niet van gediend is. En bovendien was het gratis. Nou dat laatste is bij mij een sleutelwoord. Hij installeerde een vitaliser in mijn huis en in mijn stallen. Dat laatste vond ik wel interessant want paarden zijn sensitieve beesten en laten veranderingen gelijk zien. Na installatie moest ik een waterbakje schoonmaken en mijn handen reageerden

gelijk. ’s Avonds tijdens het douchen merkte ik dat ik veel beter op het gevitaliseerde water reageerde dan voorheen op gewoon leidingwater. Kennelijk herkende mijn lijf iets in dat water en werd daardoor meer in balans gebracht. Om een lang verhaal kort te maken: ik ben van mijn hoofdpijn en mijn vermoeidheid af. Mijn interesse hierin was geraakt door dit gebeuren en ik wilde hier meer van weten. Uiteindelijk ben ik bij Aqua Universo gaan werken en richt mij nu voornamelijk op de mogelijkheden van vitaal water in de tuinbouw.”

Weerstandsverhoging Remy Mosch (die functionele anatomie gestudeerd heeft) ontmoette in 1992 te Parijs professor Darras. De professor voorspelde dat het bestrijden van schimmels, virussen en bacteriën zoals dat nu in de geneeskunde gebeurt, een doodlopende weg is. In plaats van bestrijden kan je beter die lichaamscellen weerbaarder maken en wellicht laten samenwerken met die natuurlijke vijanden die overigens muteren waar je bijstaat, aldus Darras. Mosch’ niet aflatende zoektocht naar de oorsprong van klachten kwam daarmee in een stroomversnelling. Zou je het pad van steeds verdere medische specialisatie niet eigenlijk even moeten verlaten om terug te gaan naar de bron van alles? En wat is die bron dan? In 2003 kwam het antwoord. Mosch ontmoette ene Boudewijn Leliveld, een wat eigenaardige man die eigenlijk hetzelfde verhaal als Darras vertelde, maar dan met betrekking tot water. Leliveld en Mosch bleven elkaar opzoeken, spraken langdurig met elkaar over watervitalisatie en deden experimenten. De resultaten waren veelbelovend. Onder de microscoop zag water, na vitalisatie, er heel anders eruit dan daarvoor. Maar hoe werkt nu zoiets?

Negatieve informatie Mosch: “Einstein zei het al: Alle materie is energie.” En alle energie heeft een eigen trillingsgetal. Dus water heeft ook een eigen oorspronkelijk trillingsgetal dat de vloeistof zijn natuurlijke balans geeft. Heeft het water zijn natuurlijke balans dan is het vitaal water. Het water krijgt zijn oorspronkelijke trillingsgetal van de kleilagen bij de bron. Nu neemt water al heel snel de trillingsgetallen van andere materialen over. Bovendien is ons drinkwater gezuiverd door zuiveringsinstallatie wat het kwalitatief bruikbaar maakt maar niet vitaal. Kijk, die zware


GTT | 21

water serieuze kweekverbetering? metalen zijn er wel uit, maar de sporen daarvan, noem het negatieve informatie, zitten nog in dat water en hebben de oorspronkelijke water frequentie veranderd. Vitaliseren is dus niets anders dan het water zijn oorspronkelijke trillingsgetal teruggeven, waardoor het een krachtiger en heilzamer werking heeft. Zowel op de mens maar ook op planten. En dat maakt het bij uitstek geschikt voor de glastuinbouw.” Ineke: “Kijk, als ik met jou Nederlands praat versta je me. Ga ik met jou Chinees praten dan haak je af, want die taal heeft een heel andere structuur. Zo is het met die plant ook. Die wortel verstaat de structuur van gevitaliseerd water feilloos en zal dit water, als het van de juiste frequentie is, eerder, beter en sneller opnemen. Want wortel en water spreken dezelfde taal. Daardoor heeft die plant minder energie nodig om te groeien en is dus weerbaarder tegen schimmels en bacteriën.”

Transformeren Remy: “En die toename van weerbaarheid was nou precies waar ik vanaf 1992 naar op zoek was, wat toentertijd uiteindelijk leidde naar die ontmoeting met professor Darras in Parijs. Niet bestrijden maar op natuurlijke wijze werken aan een weerstandsverhoging. Dat is mijns inziens de toekomst voor zowel mens, dier als gewas.” Tijd voor de fysieke ontmoeting met de vitaliser. Remy toont ons de oermoeder van de vitalisers, een korte bruine cylinder met twee aansluitpunten. In de cylinder zitten lagen gebakken klei waarlangs het water stroomt. Het ding imiteert in feite de situatie bij de bron. Maar die transformatie naar het juiste trillingsgetal kan ook op andere manieren, zo ontdekten Mosch en Leliveld. De nieuwe generatie vitalisers bestaat uit een roestvrijstalen taps toelopende cylinder waardoor er een werveling in het water ontstaat. Gebakken kleiplakkaten zoals bij de eerste vitaliser of ander materiaal ontbreken geheel. Het is een feite een lege cylinder. Maar hoe komt het water dat door een holle RVS-cilinder stroomt aan zijn juiste trillingsgetal? Remy: “Het gaat om het transformeren van een niét juist trillingsgetal naar een juist trillingsgetal. Dat kan je door kleilagen doen, die van huis uit dat juiste trillinggetal hebben, maar je kunt dat ook doen door de lege ruimtes tussen de intermoleculaire ruitstructuur in het roestvrij staal te openen, daar

het juiste trillingsgetal in te brengen en dan weer te sluiten zodat die opgeslagen blijft in de RVSmaterie. Als je er vervolgens water doorheen stuurt, pikt dat water, net als in de kleilagen, dat oorspronkelijke trillingsgetal in de RVS op en vitaliseert.”

‘het geheugen van water’ Als we willen weten hoe die waterfrequentie in de RVS-materie gebracht wordt, verlaten we al snel het pad van waarneming en kennis en belanden we in de wereld van het ongrijpbare. Er blijkt namelijk maar één man in Nederland te zijn die dat kan: Boudewijn Leliveld. Die ooit op een rationele vraag van Remy antwoordde: “Kennis (wetenschap.red) verhoudt zich in het leven als een druppeltje in de oceaan van het Weten. Waar gaan we nou mee verder in het leven? Met die kleine kennis of met het grote Weten. Zeg jij het maar!” We merken dat het gesprek bij deze materie wat voorzichtiger wordt. En na enig journalistiek naslagwerk blijkt dat begrijpelijk. Eerder stuitte de gerenommeerde Franse wetenschapper Jacques Benveniste eind jaren ’80 op een verschijnsel dat werd omschreven als het ‘het geheugen van water’. Na publicatie van zijn bevindingen was dat gelijk het einde van zijn voorheen zo succesvolle wetenschappelijke carrière. Uiteindelijk overleed de man op 3 oktober 2004, verguisd door zijn wetenschappelijke collega’s. De Japanse arts Masuru Emoto echter, gebruikte een magnetic resonance analyzer om zijn patiënten te diagnosticeren. Aan de hand van die diagnose, informeerde hij water, dat hij vervolgens aan zijn patiënten gaf. Een deel daarvan genas inderdaad. In feite maakte Emoto gebruik van het door Benveniste in kaart gebrachte verschijnsel het geheugen van water. Later begon Emoto ijskristallen te fotograferen waarna bleek dat water gevoelig blijkt voor stemmingen, muziek en zelfs teksten op een etiket. Als dat zo is, dan is het niet onwaarschijnlijk dat het geheugen van water ook gevoelig voor de gemoedstoestand van de onderzoeker. En dan komen wij weer bij Boudewijn Leliveld uit die de natuurlijke waterfrequentie op weet te slaan in RVS.

Zoektocht naar wetenschappelijke onderbouwing Gemoedstoestanden. Neutrale punten. Niet echt een materie die zich wetenschappelijk in laat kade-


GTT | 23

ren. Eerder iets dat de deur naar cynisme wagenwijd open zet. Desondanks wist prof. Dr Fritz-Albert Popp in het International Institute for Biophysics in Neuss een methode te ontwikkelen die hij aquaskopie noemde. Hij ontdekte dat Amsterdams leidingwater, dat gevitaliseerd werd doordat het langs een speciaal soort keramiek gevoerd wordt, een ander licht gaf in de aquaskopie dan niet gevitaliseerd water. En ook Aqua Universo van Remy en Ineke zoeken naar een zo wetenschappelijk mogelijke onderbouwing van het verschijnsel en hebben de hulp ingeroepen van onderzoeksbureau Fytagoras, een vanuit TNO ontstaan bureau. Ineke: “Dat het werkt heb ik niet alleen ervaren. Van de tien tuinders die wij toentertijd de vitalizer hebben gegeven om te kijken of het bij hun ook werkte, hebben we er slechts één terug gehad. En dat was omdat die kweker stopte met zijn bedrijf. Gevitaliseerd water is aantoonbaar met de microscoop. Kijk, dit is een foto van een niet gevitaliseerde waterdruppel. Je ziet dat die mineralen geklonterd zijn en dus moeilijk tot niet door die plant opgenomen kunnen worden. Haal je dat water door de vitaliser, dan worden die mineralen cloïdaal, heel klein. En kan de plant die mineralen weer wél opnemen. Uit de watervitalisatieproeven op de kwekerijen bleek dat de planten niet alleen weerbaarder waren tegen schimmels maar ook smaak en houdbaarheid erop vooruit zijn gegaan. Als ik een vitaliser aan een tuinder verkoop, wil ik dat ik na 10 jaar nog bij die kweker langs kan komen en dat hij blij is dat hij me ziet omdat ik hem iets gebracht heeft dat zijn product en zijn bedrijf een meerwaarde heeft gegeven.”

Praktijkervaringen Inmiddels hebben een twintigtal kwekers de vitaliser in hun bedrijf staan. Waaronder het Venlose snijbloemkweekbedrijf JB Matricaria. Twee jaar geleden werd daar het ding geïnstalleerd. Joke Bentvelzen: “Wij zijn er erg blij mee. We hebben duidelijk een verschil gemerkt in de groei van de bloemen en de kwaliteit. Maar buiten dat hebben we ook gemerkt dat de werksfeer in de kas is veranderd. Het is een stuk positiever geworden. Beslissingen worden sneller genomen, er is veel minder gedoe. En dat is echt sinds de komst van de vitaliser.” Dhr. Van der Berg van arecakwekerij JB Plant in de Lier: “Het is niet zo dat als je de vitaliser installeert dat dan je kweek de lucht inschiet. Zo is het

niet, Maar wij merken wel een verbetering van onze kweek. En misschien gek om te zeggen maar ook de sfeer op het bedrijf voelt goed. Dus ik zou ‘m niet meer kwijt willen.” . Ook andere door ons benaderde telers melden dat de teeltverbetering na de komst van de vitaliser opvallend is. Maar niet alleen tuinders zeggen baat te hebben bij de vitalisator, zo blijkt. Ook het afvalverwerkingsbedrijf Twence in Hengelo schafte 2 jaar geleden een vitaliser aan. Gerben Spits: ”Wij composteren hier GFT-afval. Dan praat je over bacteriologische processen. Om de goede bacteriën in dat composteringsproces te optimaliseren gebruiken we gevitaliseerd water. En daarmee boeken we hele goede resultaten. Wij zijn dus heel tevreden over de vitaliser.” Het water zelf blijkt dus nogal wat diepe gronden te hebben zo wisten de Chinezen al die in de I Tjing het water omschreven als het Het Onpeilbare. In dit licht, aquaskopie of niet, verdient water verder onderzoek. Veel geheimen blijken wetenschappelijk nog niet geheel ontsluierd. Er zal dus nog heel veel water door de vitalisator moeten stromen voordat men daar achter is. Maar ja, water was altijd al het eigenwijsje onder de vloeistoffen. Gaat water namelijk van vloeibaar over in vast (ijs) dan blijft die vaste vorm op het water drijven. Gaan andere vloeistoffen van vloerbaar naar vast over, dan zal dat vaste deel in die vloeistof zinken. Alleen dat al maakt water tot een zeldzaam natuurkundig fenomeen.

Paul Waayers


24 | GTT

Revaho de ‘waterweters’ uit Revaho drijft al jaren succesvol mee op de golfslag der ontwikkelingen van irrigatiesystemen. Een snelstromende ontwikkeling zo weet men in Maasdijk. Snelstromend of niet, Revaho claimt ‘alles van water te weten’. Betweter of waterweter? Revaho-man Gerard van Lier houdt het op het laatste. Revaho is een bijzonder bedrijf. Waar andere bedrijven zich specialiseren in of waterdruppelaars, of filters, of watermeters, heeft Revaho met een assortiment van 12500 artikelen zo’n beetje alles op watergebied voor de glastuinbouw en tegenwoordig ook steeds meer voor de industrie onder één dak. Daardoor kan het bedrijf voor iedere kweker maaten vakwerk leveren. In de 73 jaar van zijn bestaan groeide Revaho mee in de wondere wereld van het water, zoals Product Specialist Gerard van Lier het noemt. Ooit begon dit familiebedrijf, waar nu de derde generatie aan het roer staat, in 1937 als Regenleidingen van Holstein, waar de afkorting Revaho van afgeleid is. Voor een regenleiding kan men nog steeds terecht bij dit bedrijf aan de Aartsdijkweg 22 te Maasdijk. Maar inmiddels heeft het bedrijf zich ontpopt als een gespecialiseerde technische groothandel voor irrigatiesystemen. Men kan er terecht van het meest simpele sproeiertje tot aan grootste automatisch reinigende filters aan toe. Bij Revaho volgt men de ontwikkelingen op de voet. Zo heeft men sinds kort de laatste generatie watermeters op de plank liggen die op ultrasone geluidsgolven werken en daardoor nog nauwkeuriger meetwerk leveren dan hun mechanische voorgangers. Aangrenzend aan het kantoorgedeelte bevindt zich een enorm magazijn waar al dit moois op voorraad ligt opgeslagen.

Kibboets Gerard van Lier: “Wij doen twee dingen. Wij voeren heel veel producten in uit het irrigatieland bij uitstek: Israël. Daar doen we zaken met meerdere producenten. Veel van hun irrigatieproducten worden gemaakt in kibboetsen. Daar komen ook heel veel nieuwe ontwikkelingen vandaan. Vanuit dat aanbod selecteren wij dan weer specifiek voor de tuinbouw en industrie. Soms blijken toepassingen in de tuinbouw zich ook heel goed te lenen voor een toepassing in de industrie. Neem bijvoorbeeld de Kameleon druppelaar, die ook heel geschikt bleek als flowregelaar in koffiezetmachines. Of die nieuwe ultrasoon watermeter. Die zijn we nu aan het toepassen in de tuinbouw, maar we hebben inmiddels contact met een aantal mensen vanuit de industrie die deze watermeter eveneens willen gaan gebruiken. Op zich is die link tuinbouw versus industrie in onze branche niet zo vreemd. De tuinbouw zelf heeft zich met al zijn innovaties en automatisering de afgelopen dertig jaar ontwikkeld van een puur agrarische sector tot een meer industriële aangelegenheid. Het grappige is dat de innovaties in de tuinbouw vaak sneller gaan dan in de industrie. In de industrie gaat men eerst alles testen en onderzoeken. In de tuinbouw willen mensen gelijk een oplossing. Dus daar wordt iets bedacht en gelijk ingezet. Wat je ziet is dat ook steeds vaker mensen vanuit de industrie naar tuinbouwbeurzen komen om zich te laten inspireren.”

Zeepsop Maar Revaho doet meer dan alleen maar kant en klare irrigatiebenodigdheden importeren vanuit het Midden Oosten. In Brabant heeft het bedrijf de productiepoot van polyethyleenbuizen staan. Ooit kocht men het bedrijf NAFF op waar de polyethyleenbuizen en slangen voor iedere klant op maat gemaakt worden, waarna de druppelaars aan die buizen bevestigd worden. De hulpstukken en de daaraan gekoppelde lastechnieken zijn weer van en ander bedrijf afkomstig: George Fischer. Ook beschikt Revaho over een eigen laboratorium waar, naast de testen op druppelaars, ook de grondstoffen voor de polyethyleenbuizen getest worden of ze aan de juiste specificaties voldoen. Deze nauwkeurigheid van werken leverde het bedrijf in 1993 het houderschap op van het KIWA-certificaat waterleidingsbuizen. Sinds 1998 mag het bedrijf ook het certificaat GASTEC QA


GTT | 25

Maasdijk keuringseisen nr 8 voeren. Om deze certificaten te mogen blijven voeren, moet men testen uitvoeren volgens een bepaald protocol. En ook wanneer er klachten zijn, kan men in het laboratorium de zaak aan de hand van die testen herleiden. Van Lier: “We kregen eens een klacht van lekkende koppelingen op een bedrijf. Wat bleek? Men had bij de montage zeepsop gebruikt want dan ging de montage van die koppeling een stuk makkelijker, zo was de gedachte. Nu kan polyethyleen heel veel hebben, wordt juist gebruikt omdat het een heel duurzaam en kwalitatief hoogwaardig materiaal is, maar uitgerekend zeep en polyethyleen gaan niet goed samen omdat zeep de structuur van polyethyleen verandert. Dat gebeurt niet gelijk, maar na een paar jaar. Dan kunnen onze techneuten zo’n klacht herleiden en zeggen: “Dat en dat moet er gebeurd zijn.” En in sommige perioden heb je opeens een hoop gelijksoortige klachten. Dan zijn bijvoorbeeld opeens de sproeiers aangetast. Niet omdat die sproeiers van inferieure kwaliteit zouden zijn, maar dan spuit de kweker zijn dek schoon met een schoonmaakmiddel waarvan de chemische samenstelling niet bekend is en als je dat dan niet goed naspoelt, kunnen die sproeiers uiteindelijk aangetast worden. Dit zijn maar twee voorbeelden, maar gelukkig hebben wij dan wel een goede after sale die gelijk daarop in kan springen.”

Maatwerk Van Lier: “Er komen natuurlijk vragen vanuit de markt. En naar aanleiding van die vragen gaan wij bepaalde systemen modificeren. Een leiding waaraan die druppelaars zitten moet je bij tijd en wijle doorspoelen om de waterkwaliteit in de leiding te garanderen. Zo’n druppelaar gaat open bij een bepaalde druk. Dus als je die openingsdruk hoger maakt, kan je met een lagere druk die leidingen doorspoelen, zonder dat die druppelaars in werking treden. Doordat modificeren aan de hand van vragen die direct uit de markt komen, kunnen wij zo’n systeem als eerste in Nederland introduceren. Nu is het wel zo dat wij niet direct aan tuinders leveren. De installateurs zijn onze klanten. Dus wij ontwerpen, samen met die installateur aan de hand van de wensen van de tuinder, een installatie. Kijk, je kan natuurlijk ook alleen maar een groot magazijn hebben en dozen gaan schuiven. Dan beland je in de prijsvechterswereld van waar kan ik het een dub-

beltje goedkoper krijgen? Dat is begrijpelijk, maar wij willen ook innovatief blijven en mee kunnen denken met die kweker. En dat kunnen we vanwege dat brede assortiment dat we voeren. Daardoor zijn we in staat om installaties echt op maat te ontwerpen. Daarnaast bedenken we zelf nieuwe toepassingen en verbeteringen. Een veel gehoorde ‘klacht’ van installateurs was bijvoorbeeld de ondergrondse afsluiters. Dan zat daar een putje boven en moest je met een ijzeren staaf in dat putje gaat zitten rommelen om die afsluiter open of dicht te krijgen. Wij maken nu een vlinderklep die onder de grond zit, daarop komt een PVC buis op maat, afhankelijk van hoe diep die vlinderklep in de grond zit en boven de grond zit dan een handgreep die verbonden is aan een ijzeren stang in die PVC buis in de grond die vervolgens die vlinderklep bedient. Heel simpel maar wel veel betrouwbaarder en gebruikersvriendelijker dan die rommelige putjes.”

Plezier Door de schaalvergroting is er nogal wat veranderd in de glastuinbouw. Kon men vroeger met een laddertje een afsluiter in een kas vervangen, tegenwoordig is de vervanging daarvan soms een heikele onderneming geworden omdat ze op plaatsen en hoogten zitten waar je steeds moeilijker bij kan komen. De arbeidskosten voor het vervangen van zo’n afsluiter overstijgt de kostprijs vele malen. Ook zijn de kwekers op dit moment en met de hete adem van de economische crisis, de schaalvergroting en de moordende concurrentie vanuit het buitenland, minder snel bereid om nieuwe dingen te proberen. Ondertussen gaat Van Lier iedere dag met veel plezier naar zijn werk. Van Lier: “Als je bij de industrie langs gaat, dan kom je daar niet zomaar binnen. Je moet een afspraak maken en veiligheidsprotocollen in acht nemen. Dat is op zich logisch allemaal, maar een bezoek aan een kweker is wat dat betreft veel laagdrempeliger. Je stapt zo’n kas in en dan is het al snel van moet je een bakkie? Je zit dan direct op gelijk niveau met elkaar te praten en je komt ook vaak tot creatieve oplossingen om een betaalbare installatie te maken. En wat ik heel belangrijk vind, is dat de kweker weet dat hij door ons niet aan zijn lot wordt overgelaten. Hij kan altijd bij ons terecht als er wat aan de hand is.” Paul Waayers


Uw water, onze zorg! Al ruim 30 jaar is Lubron dĂŠ specialist in waterbehandeling. Met hedendaagse technieken ontwikkelen wij voor iedere specifieke toepassing een optimale oplossing. Onze werkwijze is een goed samenspel tussen advies, apparatuur en service. Daarmee zijn wij uniek, want wij: bieden u een deskundig advies voor een optimaal rendement; ontwikkelen en maken zelf apparatuur op maat voor uw toepassing; hebben zelf ons eigen serviceteam dat uw (Lubron-) installatie 365 dagen per jaar in optima forma kan houden. Dat geeft zekerheid. Lubron heeft de kennis en de ervaring om voor u vrijblijvend advies uit te brengen voor bestaande of nieuw te realiseren projecten. Uw eerste stap voor onderhoud en controle van uw water: www.lubron.eu.

Lubron Waterbehandeling B.V. Mechelaarstraat 38 4903 RE Oosterhout Tel 0162 426931 Fax 0162 459192 www.lubron.eu

Goed Water, Gezonde Groei !

Uw partner voor:

Omgekeerde osmose Desinfectie Legionellabeheer Ontharding Beluchting Service & Advies Voor al uw watervragen: 010 - 409 12 00 of info@hatenboer-water.com


Clean Light

GTT | 27

Horticoop en Klimrek

Het is bewezen: gewasbescherming met UV-licht werkt. De wijze waarop gaat idealiter via de railspant van Klimrek. Bovenlangs dus. Voor nieuwbouw een kansrijke oplossing voor vele problemen, meent Horticoop, die de schouders wil zetten onder de doorontwikkeling van deze gecombineerde innovatie. “Dat UV-licht werkt tegen schimmel is geen punt meer, dat is onomstreden,” zegt Martin van de Wijgerd, hoofd verkoop techniek van Horticoop. “UV-C heeft zich bewezen. Maar hoe krijg je het bij de plant zonder al te ingewikkelde toeters en bellen? Daar moet nog verder aan ontwikkeld worden.” De railspant van Klimrek, die hangend transport over het gewas mogelijk maakt, transport van van alles en nog wat, dus eventueel ook van een UVwagen Clean Light, is een goede kandidaat. “Je moet wel een duidelijk onderscheid maken tussen nieuwbouwsituaties en bestaande bouw. In bestaande bouw is het waarschijnlijk te duur om de railspant te installeren. In nieuwbouw ligt dat anders.” Het zal duidelijk zijn dat de terugverdientijd alleen maar berekend kan worden op basis van de besparingen die men op alle terreinen met de rail kan bereiken. Van de Wijgerd, oorspronkelijk afkomstig uit de beveiligingsbranche, verbaast zich niet echt over de belemmeringen die er blijken te bestaan rond dit soort introducties. “Dat is bij alle projecten zo, in de bouw is dat niet anders, er zijn vooruitstrevende krachten en krachten die tegen houden.” Leroy van Eijk, productspecialist bij Horticoop: “De batterijen is nog een probleem. De Clean Lightwagen moet ‘s nachts zijn werk doen. Er moet dus voldoende batterijcapaciteit zijn. Daar ligt nog wel een vraagstuk. Maar het is een heel mooi produkt.” Waarom houdt Horticoop zich bezig met het innoveren van dit soort technieken, zoals het aan elkaar knopen van de Klimrek-rail en de Clean Lighttechniek? Van de Wijgerd: “Wij zijn een grote speler, en een brede speler. Wij hebben hier van alles in huis, van de techniek tot de gewasbeschermingsmiddelen. Dus wij hebben ook veel produktkenis op allerlei terreinen. We zijn leverancier, maar van een leveran-

cier mag verwacht worden dat we sterk meedenken in de innovaties in de glastuinbouw. Wij beseffen wel dat er nog een hele hoop problemen, technische problemen, te overwinnen zijn, maar daar moet je niet voor terugschrikken. Je begint bij het principe: UV-C-licht blijkt te werken tegen schimmel. De maatschappelijke omstandigheid dat we op den duur steeds minder chemie zullen mogen of moeten, of hoeven te gebruiken, is duidelijk. Dus het maatschappelijke context wordt steeds gunstiger voor de techniek. Dan moet je de niet terugschrikken voor wat praktisch-technische problemen, je moet er gewoon aan werken. En daar ziet Horticoop ook een taak voor zichzelf. De problemen moet je niet uit de weg gaan, maar aanpakken. Je zou eens moeten beseffen hoe moeizaam de introductie van de automobiel is geweest...” Dat UV-c werkt, is in de tuinbouw overigens inmiddels algemeen aanvaard. WUR-onderzoeker Erik van Os: “Het werkt, als je een bepaalde frequentie van toedienen hanteert en zorgt dat het licht overal bij kan komen.” Ook in de praktijk blijkt het te voldoen. Een van de rozentelers die veel baat zegt te hebben bij de UV gewasbeschermingstechniek van Clean Light is Kees van Wijk van rozenkwekerij ’t Rozenbos in Nieuwaal. Kees: ‘Wij gebruiken de methoden van Clean Light nu ruim één jaar. Nadat de lampen geïnstalleerd waren en goed afgesteld, hebben wij geen meeldauw meer aangetroffen op de kweek. Omdat wij daardoor geen gewasbeschermingsmiddelen meer hoefden te gebruiken, staan de rozen er beter bij dan wanneer we dat wel hadden moeten doen. Wij zijn dus heel tevreden over de lampen van Clean Light.” “Dat UV-licht werkt tegen schimmel is geen punt meer, dat is onomstreden,” zegt Martin van de Wijgerd, hoofd verkoop techniek van Horticoop.”


28 | GTT

‘CO2 accu’


GTT | 29

binnenkort realiteit? De opslag van CO2 is de wens van menige tuinder. Dankzij een vier jaar durende inspanning van TNO en het installatiebedrijf Lek Habo is de CO2-opslag binnen afzienbare tijd realiteit. De herinnering aan een doorsnee studentenproefje bleek in dit proces mede van doorslaggevend belang. GTT in gesprek met de TNO-onderzoekers Wilfred Appelman en Rianne Dröge. Zeoliet is een prachtig mooi mineraal en nuttig bovendien. Het komt in de vrije natuur voor en bezit een vrij open roostervormige structuur. Het wordt daarom veel in de industrie toegepast, met name voor reinigingsdoeleinden. Ook houdt zeoliet CO2 vast. Met zeoliet zou dus een CO2-opslag gerealiseerd kunnen worden. En CO2-opslag is dé rendementsdroom van veel kwekers. Als je je WKK laat draaien voor warmte en kracht, maar je hebt op dat moment geen CO2 nodig, dan haal je extra rendement uit je WKK als je die CO2 efficiënt op kan slaan. Want er komt natuurlijk altijd weer dat moment dat je wel CO2 maar geen warmte nodig hebt. Bloedzonde want ook al kun je warmte min of meer opslaan voor later gebruik, een en ander gaat wel met aanzienlijke rendementsverliezen gepaard. Zeolieten houden, dat was al bekend, CO2 vast. Maar hoe die CO2 weer los te maken zodat het zeoliet als een CO2 accu zou gaan fungeren?

Eenvoudig trucje Rianne Dröge, als TNO-onderzoeker bij de CO2 opslag betrokken: “Het trucje achter de CO2-opslag in zeoliet is eigenlijk verbluffend eenvoudig. Je maakt in feite alleen maar gebruik van een natuurlijk evenwicht, dat je moedwillig verstoort en dat zich daarna weer gaat herstellen. Kijk, je jaagt CO2-rijke rookgassen door de zeolieten. De CO2 balans in de zeoliet wordt dan verstoord en om dat te herstellen gaan die zeolieten de CO2 vasthouden om weer in balans te komen. De lucht die de zeoliet verlaat is dan CO2-arme lucht. Op het moment dat je die CO2 nodig hebt, draai je het trucje om. Je jaagt CO2-arme lucht weer door de, op dat moment, CO2-rijke zeolie-

ten. Daardoor verstoor je nu, in omgekeerde richting wederom dat natuurlijk evenwicht en om dat te herstellen, laten de zeolieten vervolgens de CO2 los, waardoor de lucht die eruit komt CO2 rijk is.” Het trucje mag dan weliswaar in principe simpel zijn, de technische uitwerking en de weg naar een efficiënte toepassing zou geruime tijd in beslag nemen. Vier jaar geleden begon TNO onderzoeker Wilfred Appelman, die als man van het eerste uur bij dit onderzoeksproject betrokken was, met een eerste verkenning naar de mogelijkheden van CO2 opslag door middel van zeolieten. Dat bleek nog niet zo eenvoudig. Er bestaan meer zeolieten en andere adsorbenten dan dat er wasmiddelen zijn en zaak was het zeoliet te vinden dat het beste de CO2 opnam. Toen dat zeoliet gevonden was, kon men aan de slag.

Gedroogde rookgas Wilfred: “In 2006 is de proef van start gegaan in een relatief kleine proefkas van een rozenkwekerij en in samenwerking met installatiebedrijf Lek Habo. In 2007 konden we de eerste metingen doen. Dat is doorgelopen tot 2008 en 2009 want er waren soms tegenslagen, of liever technische uitdagingen, te overwinnen. Zeoliet neemt namelijk ook water op. Dus eerst moesten de rookgassen gedroogd worden voordat ze het zeoliet in konden. En dan was het nog het punt van meten en regelen. Een tuinder werkt met een klimaatcomputer. Als je dan een nieuwe component, te weten een CO2-buffer, introduceert in dat systeem, dan moet je dat hele systeem, inclusief de meet- en regeltechniek daaromheen, nog eens een keer bekijken en opnieuw op elkaar afstemmen. Ook daarin hebben we samengewerkt met Lek Habo, die de hele proefinstallatie in feite gebouwd heeft en de CO2-opslag in het totale klimaatsysteem van die rozenkweker heeft geïmplementeerd.”

Rendementsschatkist Tijdens de proefnemingen en de daaraan gekoppelde metingen bleek dat men bovenop een rendementsschatkist zat. Een rekensommetje leerde namelijk, dat er aanzienlijke winst valt te behalen met een effectieve CO2-opslag. Een kubieke meter zeoliet kan 100 kg CO2 vasthouden. Wil je die hoeveelheid uit de gasverbranding halen, dan verstook


Klimrek warmteopslag (95º (95º C) C) O o k v e r k r i j g b a a r bij:

3 6300 6300 m m3 opslag opslag

4 4 meter meter diep diep •• goedkoper goedkoper in in aanschaf aanschaf •• 40% minder warmteverliezen 40% minder warmteverliezen •• geen geen bouwvergunning bouwvergunning nodig nodig •• geen geen corrosieproblematiek corrosieproblematiek

O or voor ok vo Ook er- en at w et gi gietwater- en g lag psla koud eops udeo ko

Vraag Vraag uw uw installateur installateur of of bel: bel: 06-11248315 06-11248315 •• info@klimrek.com info@klimrek.com •• www.klimrek.com www.klimrek.com

Op zoek naar de beste kasverwarmingsslang?

CALORFORM/KAS UW VOORDELEN: ■ Getest en goedgekeurd door

Agrotechnology & Food Innovations BV voor o.a. Koolrabi, Komkommer en Radijs (KAS 2005-09 & KAS 2006-06) ■ Vervaardigd uit zeer hoogwaardig TPE toegepast in de medische wereld

KOSTEN BESPAREND: ■ ■ ■ ■

Geen langdurige voorverwarming meer nodig Makkelijk monteerbaar Knikvast  geen doorstroom verliezen Verouderingsbestendig  langere levensduur

Keuring Innovations BV Keuringscode Werkdruk Barstdruk Temperatuurbereik Binnenwand Buitenwand Afmetingen Calorform/Kas

: Goedgekeurd door Agrotechnology & Food : KAS 2005-09 & KAS 2006-06 : 15 bar : 45 bar : Van -30°C tot +90°C : Zeer hoogwaardig TPE : Zeer hoogwaardig TPE, verouderings- en weerbestendig : 19,4 mm & 25,4 mm (andere afmetingen op aanvraag)

Voor al Uw vragen en leveringen verwijzen wij U naar onderstaand adres: ARPO B.V. Industrieweg 5 5268 BC Helvoirt T +31(0)411 - 64 35 03 F +31(0)411 - 64 23 58 www.arpobv.nl


GTT | 31

je al snel zo’n 60 m3 gas. Eeuwig zonde als je op dat moment geen warmte en kracht nodig hebt, maar alleen CO2. En om het project ook uiteindelijk uit te laten monden in een commercieel aantrekkelijk product, diende de CO2-opslag uiteindelijk te kunnen concurreren met de door OCAP geleverde CO2. Dat waren de kaders en begin 2010 was het zover. De CO2-opslag was in principe een feit. Maar er is nog wel wat werk te verzetten voordat de CO2opslagapparatuur in de showrooms van de installateurs staat.

Laatste verbeteringen Rianne: “Zoals gezegd deden we onze proeven op bescheiden schaal in een kleine proefkas met rozen. Waar we nu nog aan werken is het opschalen van de CO2-opslag, want de buffer moet ook geschikt zijn om bij een grote kas zijn werk te doen. Dus qua capaciteit moet de CO2-opslag omhoog. En we zijn

bezig met de laatste verbeteringen aan de gasdroger die de gassen drogen voordat ze het zeoliet ingaan.” De ontwikkelfase is dus succesvol afgerond. Wilfred en Rianne denken dat over één jaar de CO2-opslag op de markt kan verschijnen, mits de markt aantrekt. Rianne: “Een CO2-opslag wordt steeds rendabeler naarmate je hem vaker gebruikt. Volgens onze berekeningen is het hoogste rendement te halen als de CO2 ’s-nachts gebufferd wordt en overdag gebruikt. Of voor de weekendoverbruggingen. Dan praat je over termijnen, de korte overbruggingen. Daar is de meeste winst te halen met CO2-oplslag.” Appelman: “De kwaliteit van de CO2-opslag blijft overigens constant. Het is dus niet zo dat het zeoliet snel veroudert of op een of andere manier verzadigd wordt, waardoor het z’n werking verliest. In de industrie worden hele grote luchtdrogers gebruikt met zeolieten en die zijn gewoon meerdere jaren achtereen werkzaam voordat ze vervangen worden. En als ze vervangen worden dan is dat preventief en niet omdat ze versleten zouden zijn of zoiets.”

studentenproef Het allereerste begin van Appelmans inspanningen met CO2-opslag stammen echter van ver voor 2006 en heeft de vorm van een studieherinnering. Wilfred: “Tijdens mijn opleiding als chemisch technoloog, konden we het principe van gasscheidingen aantonen met bijvoorbeeld aardgas. Als je aardgas door een slang met wasmiddel stuurt, waarin dus ook zeolieten zitten, dan zag je al een scheidend effect optreden tussen de verschillende componenten in het aardgas. Scheiding van gassen is dus al heel oud. Toen een kweker medio 2006 met de vraag voor CO2-opslag kwam, was mijn gedachte dat je een hele grote weerstand moest maken waar die CO2 in achter zou blijven. En ik moest toen gelijk denken aan dat proefje met aardgas dat door een slang wasmiddel geleid werd. Dat moest het principe worden van de CO2 opslag. Dus je zou kunnen zeggen dat dit hele CO2 opslagproject gegenereerd is door de herinnering, lang geleden, aan dat proefje tijdens mijn opleiding.”

Paul Waayers


32 | GTT

Roterende

Zonnecellen Kan het uit of niet? Dat blijft de vraag bij zonnecellen. Om de vraag positief te kunnen beantwoorden, heb je twee dingen nodig: subsidie en een goed systeem. Er zijn goede subsidiemogelijkheden via SenterNovem en het goede systeem heeft VDH recent op de markt gebracht: roterend en speciaal ontwikkeld voor toepassing in de tuinbouw. De zon staat niet altijd hoog aan de hemel, zeker niet in Noordwest-Europa. Om een redelijk rendement te krijgen is het essentieel dat de zonnecellen met de zon meedraaien. Systemen die deze mogelijkheid bieden zijn schaars. Laat staan systemen die geplaatst kunnen worden op kasconstructies.

VDH heeft een uniek systeem ontwikkeld dat én draaibaar is, én ideaal te plaatsen is op het bestaande kasdek. Voor het draaimechanisme zijn meerdere panelen aan één aandrijfstang gekoppeld, wat de investering en de onderhoudskosten beperkt. Alle gebruikte materialen zijn ‘tuinbouwspecifiek’. Veel aluminium en rvs materialen dus, wat de storingsgevoeligheid en het onderhoud tot een minimum beperkt. De panelen zijn schuin tegen de zonzijde van het kasdek gemonteerd en draaien vervolgens gedurende de dag om hun lengteas met de zon mee van oost naar west. Zo wordt constant een optimale lichtvangst verkregen.

Slagschaduw De fotovoltaïsche cellen op de zonnepanelen zijn serie geschakeld. Wanneer op slechts een klein deel een slagschaduw valt, valt meteen een groot


deel van het paneel stil. Slagschaduw is dus uit den boze. Daarom wordt per situatie door VDH berekend wat de ideale onderlinge afstand tussen de panelen is. Zo wordt voorkomen dat in het begin en aan het eind van de dag het ene sterk gedraaide paneel een slagschaduw werpt op het volgende paneel. Met de laagstaande winterzon vergroot de kans dat een kap zijn schaduw werpt op de panelen op de volgende kap. Om dit te voorkomen beginnen de panelen een eind uit de goot. Zowel voor venlo- als voor breedkappen is het systeem toepasbaar.

Op de kas? Bedoeling is dat de panelen boven de werkruimte op het kasdek geplaatst worden. De panelen nemen namelijk vrijwel alle directe zonlicht weg. Mocht er iets meer licht beneden de panelen gewenst zijn, dan kunnen er half doorzichtige panelen toegepast

worden. Uiteraard gaat dit tevens ten koste van de opbrengst. Een andere mogelijkheid is om de onderzijde van de panelen wit te maken. Dit zal tevens schelen in de warmte van de panelen zelf. Iedere graad warmtestijging van het paneel zelf, kost namelijk weer 0,2% opbrengst.

Duitsland VDH heeft haar nieuwe zonnepanelen-systeem naast Nederland tevens voor de Duitse markt ontwikkeld. Onze Oosterburen zijn gek op zonnecellen. Mede doordat het subsidieklimaat daar beter is. Er zijn zelfs organisaties die vrije daken huren om daar zonnepanelen op te exploiteren. Met â&#x20AC;&#x2DC;VDH Rotation Solarâ&#x20AC;&#x2122; zullen kasdekken interessante nieuwe ruimte gaan bieden voor de tuinders.


U W S P E C I A L I S T I N M A AT W E R K

In- en verkoop van gebruikte assimilatiebelichting

Leverancier van o.a:

Wij leveren • Verschillende merken assimilatie armaturen • Complete belichtingsinstallaties • Inruil van condensatoren, lampen en reflectoren

• Serviceplateau’s (gekeurd) • Diverse reparatievoorzieningen • Bostafels (div. uitvoeringen) • Reparatiesets • Kasdektransportmiddelen En nog veel meer op het gebied van aluminium constructies en plaatbewerking

Voor meer informatie: (www.hermanbatist.nl) of bellen:

To Trade Holland B.V. T 0174-41 59 47 – M 06-20 00 43 26

0174 - 29 07 17

www.totradeholland.nl

energie besParing

snelle terugverdientijd

schone verbranding

© decrealisten.nl

lagere stookkosten

tubro is leverancier en producent van afzuig-, verbrandingsinstallaties, briketpersen, houtschredders, silo’s, schuurtafels en spuitwanden voor de verwerking van restmateriaal. voor milieutechnische installaties bent u bij tubro aan het juiste adres.

FILTERLUCHTVERBRANDING

053 - 461 28 88 • info@tubro.nl • www.tubro.nl

Adv. Tubro 90x132 GT.indd 1

06-01-10 11:33


Technische tuinbouw-vacatures GTT | 35

Er zijn ondanks de crisis best wel aardige banen te vinden voor mensen die geïnteresseerd zijn in tuinbouwtechniek. Dat blijkt wel uit het succes van het Mobiliteitscentrum Glastuinbouw dat vorig jaar door de CAO-partijen is gestart als antwoord op de crisis.

ervaring met glas is weer hard nodig als de economie zich herstelt. Het centrum helpt ontslagen of boventallige medewerkers makkelijker aan nieuw werk in de sector. Bovendien helpt het werkgevers om gratis, zonder veel rompslomp aan nieuwe ervaren mensen te komen.

Succesvolle start Werkgeversorganisaties en vakbonden hadden hoge verwachtingen van deze voorziening. Angstig geworden door de economische ontwikkelingen sloegen werkgevers en werknemers de handen ineen om het vakmanschap voor de glastuinbouw te behouden. De sector in Nederland telt meer dan 40.000 vaste banen op alle niveaus. “De glastuinbouw ontwikkelt zich tot een dynamische en toekomstgerichte sector, waarbij veel is en wordt geïnvesteerd in het opleiden en aantrekken van medewerkers,” zo schreef men bij de introductie. “De sector wordt nu zwaar getroffen door de economische en financiële crisis en dreigt veel medewerkers kwijt te raken.” Het mobiliteitscentrum moet helpen om het vakmanschap voor de sector te behouden. Kennis en

Het mobiliteitscentrum is in september 2009 gestart en telt inmiddels, ondanks de crisis, meer dan 90 vacatures. Er is een verloop van ongeveer 10 vacatures per week. Dat wil zeggen dat het gemiddeld 9 weken duurt voordat een vacature wordt vervuld. Er hebben zich zo’n 160 mensen ingeschreven die een baan zoeken. Dit zijn lang niet allemaal mensen die door de crisis op straat zijn komen staan. Ook mensen met werk, op zoek naar een betere of leukere baan zetten hun c.v. op de website. Een deel van het succes, want daar kan je toch wel van spreken, is te danken aan het feit dat de sitebeheerders zich actief bezig houden met het updaten van de vacatures. Steeds wordt gecheckt of de vacature nog echt bestaat. De match met de c.v. van de werkzoekenden wordt achter de schermen gemaakt, waardoor de werkgever met een vacature niet geconfronteerd wordt met irrelevante aanbiedigen. Al met al lijkt het dus wel mee te vallen met de crisis in de tuinbouw-arbeidsmarkt, althans op grond van wat het mobiliteitscentrum te zien geeft. Wel duidelijk is dat deze goedkope en zeer gebruiksvriendelijke voorziening in een behoefte voorziet. Gelukkig zijn er nog banen. Gelukkig zijn er nog mensen die graag in de tuinbouwtechniek werken. Wie een c.v. of wie een vacature heeft kan meteen naar www.mobiliteitscentrumglastuinbouw.nl.


36 | GTT

Arbeidsinspectie

snoeit ‘rafelrandjes’ in de

Peter Iping is binnen de Arbeidsinspectie verantwoordelijk voor zowel de podiumkunsten als de agrarische sector waaronder glastuinbouw valt. Hoewel de podiumkunsten ogenschijnlijk ver van de glastuinbouw afstaat, komt Iping in maar vooral op de kassen soms wonderlijke evenwichtskunstenaars tegen die in een circus niet zouden misstaan. Als Peter Iping ergens door gefascineerd wordt, dan is het wel de glastuinbouw. Peter: “De innovaties die daar bedacht worden, het feit dat de Nederlandse glastuinbouw, ondanks de smalle marges door heel slim bezig te zijn toch de concurrentie vanuit het buitenland het hoofd kan bieden, dat getuigt van een enorme intelligentie en veerkracht. Ik heb dan ook een hele hoge pet op van de gemiddelde kweker, laat dat duidelijk zijn. En als een kweker ergens in onze ogen in de fout gaat, dan is dat heel vaak geen onwil of opzet maar veeleer het onbekend zijn met bepaalde specifieke risico’s. Soms zijn mensen niet eens op de hoogte van bepaalde regelgeving, en zich dus niet bewust dat ze in overtreding zijn. Ons beleid is dan ‘zacht waar het kan en hard waar het moet’. We zijn niet de jongens die gelijk boetes gaan staan uitschrijven, maar wijzen wel op zaken die niet in orde zijn. De ondernemer krijgt dan de gelegenheid dat te verhelpen. Maar komen we de echte knoeiers tegen, die willens en wetens hun werknemers in een vermijdbaar risico brengen en niet van plan zijn daarmee te stoppen, dan is het einde oefening en rest ons het lik op stuk beleid. Opvallend is trouwens dat als je een bedrijfsterrein alleen al oploopt je vaak gelijk voelt of een bedrijf al dan niet klopt. Kijk, als het een zooitje is op het bedrijfsterrein dan is het ook heel vaak een zooitje op milieugebied, het management, etc. Andersom precies zo. Ja, dat is bijna een wetmatigheid.”

Bloedend oor Iping: “Waar wij binnen de glastuinbouw specifiek op letten, is de fysieke belasting door handelingen als duwen, trekken, tillen en repeterende handelingen. Daarnaast het omgaan met gewasbescher-

mingsmiddelen en machines. Het is opvallend dat er sowieso weinig geklaagd wordt in de glastuinbouw, zeker als het om de lange termijnklachten gaat. Je ontwikkeld niet van de ene op de andere dag een RSI-arm. En je gaat niet van de ene op de andere dag uit je oor bloeden omdat je even onbeschermd met een bepaald gewasbeschermingsmiddel hebt gewerkt. Anders ligt dat met valincidenten of ongelukken met machines omdat daarvan de destructieve impact direct zichtbaar is. Laatst verongelukte een jongen van 15 in een oppotmachine. Dat hakt erin en dan krijgen wij een melding. En wat wij als Arbeidsinspectie absoluut niet tolereren, is dat iemand zonder veiligheidsvoorzieningen over een kasdek loopt. De nieuwe generatie kassen is voorzien van een servicerail die bijvoorbeeld een krijtbedrijf nodig heeft om verantwoord en veilig zijn werkzaamheden te verrichten. Maar er zijn nog zat kassen, en niet eens de alleroudsten, die een dergelijk voorziening niet hebben. De argumenten van de tuinder zijn dan vaak dat hij er geen servicerail opzet omdat die kas nog maar een paar jaar meegaat of dat hij het te duur vind of wat dan ook. Kijk, met dat soort verhalen kom je bij ons echt niet weg. Want wat je als tuinder dan in feite doet, is iemand welbewust in een hele risicovolle situatie brengen. Die goot is namelijk maar zo’n vier centimeter breed. Met werkschoenen loop je dus in feite op het glas. Als je je evenwicht verliest en dus door dat glas valt, kletter je zes meter lager neer met misschien wel een slagaderlijke bloeding. Heb je mazzel en val je door gehard glas, dan daal je neer zonder die slagaderlijke bloeding. Maar in beide gevallen is het niet alleen een afgrijselijke gebeurtenis; het is ook nog eens volstrekt onnodig. Ik heb wel eens aan mensen van zo’n krijtbedrijf het volgende gevraagd: “Stel, ik steek een houten balk van 4 cm breed hier uit het raam van de derde etage. Durf jij er dan overheen te lopen?” Nou dat durfden ze niet. De aanwezigheid van dat glas gaf ze het gevoel dat er nog iets was om op terug te vallen. Onzin natuurlijk want glas is glas. Je kunt je afvragen waarom er mensen zijn die toch door die goten gaan lopen. Ik denk dat dit komt omdat die mensen mee gegroeid zijn in die ontwikkelingen. Ooit zijn die hun carrière begonnen in goten waar je wel kon lopen. En doordat die goten in de loop der tijd steeds smaller werden, zijn ze gaandeweg ervaren geworden


Peter Iping: “Je kunt je afvragen waarom er mensen zijn die toch door die goten gaan lopen. Ik denk dat dit komt omdat die mensen mee gegroeid zijn. Ooit zijn die hun carrière begonnen in goten waar je wel kon lopen.”

glastuinbouw in het balanceren in de huidige goten van 4 cm breed. Leuk allemaal maar het staat haaks op de Veiligheidswet van anno 1937 nota bene waarin heel duidelijk staat omschreven dat je niet mag werken op hoogte zonder valbescherming.”

Balustrade als discussiepunt Lange tijd heeft de buisrailwagens de aandacht van de Arbeidsinspectie opgeëist. Vaak lagen de buizen waar de wagens over reden onvoldoende vlak, waardoor de wagens niet goed recht stonden. Het gevaar is dan groot dat zo’n wagen omvalt. Iping: “Dat is trouwens aardig aan de beterende hand. Echt gekke dingen tref je met die buisrailwagens niet meer zo vaak aan. Daarnaast staat in de komende ARBO Catalogus precies omschreven waar een buisrailwagen aan moet voldoen. Hij mag niet te hoog zijn, de ondergrond moet helemaal vlak zijn, er moet een noodstop op zitten, er moet een adequate signalering werkzaam zijn voor het geval hij toch over gaat overhellen en hij moet voorzien zijn van een deugdelijke balustrade. Dat laatste is dan gelijk weer een discussiepunt, want sommige mensen zijn van mening dat juist die balustrade hen hindert om bij omvallen zonder kleerscheuren er vanaf te springen. Eenzelfde discussie dus zoals die is geweest bij de veiligheidsgordels in de auto. Die zouden ook onveilig zijn als een auto te water zou raken. Complete onzin natuurlijk. Die buisrailwagen moet sowieso niet om kunnen vallen.”

Sluipmoordenaar Een regelrechte sluipmoordenaar is de vorkheftruck weet Peter Iping en dat geldt niet alleen voor de glastuinbouw maar voor alle bedrijfstakken waar deze logistieke mier werkzaam is. Aanrijdingen met personen zijn aan de orde van de dag en ook rijdt men regelmatig over andermans voeten. Het gevaar echt opzoeken met een vorkheftruck kan rekenen op een passende reactie van de Arbeidsinspectie. Iping: “Mensen laten zich soms op hoogte brengen met een vorkheftruck. Dan is het: pallet erop en hijsen maar. Dat zien wij als een ernstige overtreding want je vraagt dan echt om ongelukken.” Over de meeste veiligheidzaken zijn de Arbeidsinspectie en de glastuinbouwbranche het doorgaans wel eens en met onderling overleg komt de bonafide kweker en de Arbeidsinspectie, bij zaken die op de

kwekerij niet helemaal deugen, wel snel tot boeteloze oplossingen is de ervaring van Iping. Toch blijft er nog één hardnekkig verschil van mening over… kinderen. Iping: ”In de aanloop van de ARBO Catalogus hebben we een discussie gehad over kinderen in de kas. De branche is van mening dat als op het etiket van een gewasbeschermingsmiddel staat dat je de kas weer in mag als je geventileerd hebt, dat dit niet alleen voor volwassenen geldt maar ook voor kinderen. Onze opvatting echter is dat je kinderen niet mag vergelijken met volwassenen. Ze zijn extra kwetsbaar omdat hun lichaam nog niet volgroeid is, ze hebben een dunnere huid en er is ook de gedragscomponent dat ze speels zijn. Dus wij hebben als regel in onze bepalingen staan dat kinderen onder de 16 niet mogen werken met gewassen die korter dan twee weken tevoren behandeld zijn met een gewasbeschermingsmiddel. Daar kwamen we met de branche niet uit en dus hebben we onze visie ter toetsing voorgelegd aan het College voor de Toelating van Gewasbeschermingsmiddelen en Biociden (CTGB)). Dat college stelde ons in het gelijk. De etiketgegevens over herbetreding gelden volgens het CTGB nadrukkelijk alleen voor volwassenen Voor kinderen moet een veiligheidsfactor 10 worden gehanteerd om rekening te houden met die extra gevoeligheid en kwetsbaarheid. Het CTGB baseert zijn stelling trouwens op onderzoek waaruit blijkt dat door de bank genomen na twee weken nog ongeveer 10% van het middel nog op het gewas aanwezig is. En daarmee is de veiligheidsfactor 10 gerealiseerd, en dat is acceptabel. Voor ons is de kous daarmee af: wij handhaven ons beleid op dat punt. Dus als wij nu een melding krijgen van; Die kas is een uurtje gelucht en er dartelen nu alweer kinderen in rond, dan gaan wij erop af. Zo was er een keer een melding over een rozenkweker die kinderen in zijn kas had werken met als bescherming handschoenen. Nou dan weet je wel hoe laat het is, zeker omdat kinderen onder de zestien sowieso niet met beschermingsmiddelen mogen werken. Maar laat wel duidelijk zijn dat we het hier hebben over de rafelrandjes van een verder fascinerende en boeiende branche, waar de meeste kwekers zich zeer bewust zijn van hun verantwoordelijkheden.” Paul Waayers


38 | GTT

Het geheim Deleco kwam eerst met tomatenclips op de markt. Daarna verscheen de gepatenteerde trosbeugel. Nu 25 jaar later is het succesvolle Brabantse bedrijf, crisis of niet, een van de grote spelers in deze branche geworden. Een gesprek met Alex Delisse over het ‘geheim van Deleco’. De wortels van Deleco bevinden zich in de tomatenkwekerij van Alex’s vader. De man ontwikkelde beugels die hij nergens anders kon aanschaffen en zo kwam van het een het ander. Werken vanuit het oogpunt van de tuinder was dus vanaf het allereerste begin de opzet. In eerste instantie liet Alex vader zijn vindingen door andere bedrijven maken, om wat later de productie in eigen hand te nemen. Ook speelde het bedrijf in op de vragen die bij andere tuinders leefden. Nu levert het bedrijf een scala aan clips en beugels voor de teelt van tomaten, aubergines, courgettes, komkommers, etc. Een waar huzarenstukje werd geleverd toen Deleco, na een ontwikkelingsproces van acht jaar, erin slaagde om als eerste een volledig composteerbaar product te maken in deze specifieke branche. Alex: “Toen wij met die composteerbare clips en beugels begonnen, waren er al composteerbare zaken op de markt, zoals een vuilniszak, een lepeltje etc. Maar onze clip bleek toch een andere tak van sport te zijn. Want ons product moet om een touw klemmen en die tomaat tien maanden vasthouden om vervolgens na gedane arbeid binnen twaalf weken volledig te composteren. We hebben clips gemaakt van aardappelzetmeel maar die bleken te broos te zijn en gingen tijdens de teelt ook schimmelen. Na veel experimenten zijn we uiteindelijk uitgekomen op materiaal op basis van maïs. Toen was er het volgende probleem. Er was geen enkele fabrikant in staat om ons een grondstof aan te leveren in een kwaliteit die geschikt was om er tomatenclips van te maken. Uiteindelijk hebben we in eigen beheer recepten

ontwikkeld om tot een mengsel te komen met onze huidige bioplastic als resultaat. In dat ontwikkelingstraject hebben we veel contact gehad met TNO die onze prototypes getest hebben.” Zonder slag of stoot is de ontwikkeling van clips en beugels op basis van bioplastic dus niet gegaan. Acht jaar lang denken, experimenteren, slapeloze nachten en koppijn was Alex deel. Een ding hield hem echter overeind. Alex: “Nu nog maakt bioplastic een relatief klein deel uit van zowel de tuinders- als de consumentenmarkt. Maar het zal vanwege milieuaspecten binnen vijf jaar een aanzienlijk deel van die markt veroveren. Naast de clips en beugels zijn we nu al bezig met ook andere producten zoals zaksluitingen en plantenbakken.” Nu kan iedereen wel roepen dat zijn product composteerbaar is, maar de tijdspanne waarin dat gebeurd is in de tuinbouw niet onbelangrijk. Doet een product er een jaar over of tien jaar? En komen tijdens dat composteren toch niet nog wat schade-


GTT | 39

van Deleco lijke stoffen vrij? Er is maar één instantie die dat test en er gelijk een genummerd certificaat aan koppelt en dat is het gerenommeerde Duitse certificeringcentrum Dincertco Alex: “Ook onze producten zijn daar getest en goed bevonden. Bovendien houdt deze certificeringinstelling ook minimaal twee keer per jaar steekproeven. Dus we voldoen aan de hoogste kwaliteitseisen en zijn dan ook erg trots op ons certificaat met een uniek nummer zodat iedereen dat via internet kan controleren.” Om ook qua prijs de concurrentie rechts in te kunnen halen voerde Alex een paar grote veranderingen door. Het hydraulische energievretende machinepark werd vervangen door een energiezuinig elektrisch machinepark en verder is het bedrijf zodanig geautomatiseerd dat het ’s-nachts onbemand in volle productie is. Alex: “Daardoor zetten wij een Nederlands kwaliteitsproduct op de markt tegen een lage lonenlandenprijs. Zo simpel is het Geheim van Deleco.” Paul Waayers.


40 | GTT

TNO-er Dirk Osinga “Een ‘blik mensen opentrekken’ TNO onderzoekt hoe de kwaliteit en veiligheid van de werkers in en om de kas verhoogd en verbeterd kunnen worden. In die onderzoeken zijn al aanzienlijke vorderingen gemaakt. Vorderingen met als sympathiek effect dat ze de branche geld op kunnen leveren. TNOonderzoeker Dirk Osinga legt het hoe en waarom uit. Het werkterrein van Dirk Osinga met betrekking tot de glastuinbouw strekt zich ruwweg uit over twee items: de arbeidsomstandigheden bij zowel de kassenbouw als bij de exploitatie van de kas. Productiviteit, veiligheid, werkhoudingen en lichaamsbelastingen spelen hier een grote rol in. Dirk: “Wat de factor arbeid betreft zijn we dus op meerdere punten met die kas bezig. De kassen worden hoger en groter, er verschijnen meer en grotere machines in die kas en dat betekent dat je als kweker veel meer op elkaar moet gaan afstemmen, zowel bij de nieuwbouw als bij de exploitatie. De bouw is weliswaar een beperkt moment maar wel heel intensief omdat men onder grote tijdsdruk in uiteenlopende klimatologische omstandigheden moet werken. Het regent of het waait sterk, in het terrein zelf zijn kuilen en plassen, het is koud of juist heel heet en dat in combinatie met een veelheid aan actieve bedrijven op het terrein zoals de palenzetters, de installatiebureaus, de glasjongens, de grondbedrijven, etc. Dat maakt een goede afstemming om zo’n kas goed en veilig neer te zetten, steeds noodzakelijker. Bij de exploitatie van de kas heb je weer met andere problemen te maken. Het klimaat in de kas is er voor de teelt, niet voor de mens. Dan kan je zeggen van hup die mens uit de kas, maar de mens is door zijn flexibiliteit van bewegen, zijn observatievermogen in combinatie met kennis van de plant op een aantal punten vooralsnog vele malen sneller en effectiever dan een robot. Dus de mens loopt nog wel even rond in die kas.”

Laddertje “Zowel bij de bouw als bij de exploitatie is het valgevaar een groot item. Als je vroeger een kas bouwde was een laddertje genoeg en als je dan viel, viel je vier treetjes. Nu is dat acht meter. En dan zie

je dat, ondanks de komst van hoogwerkplatforms met stabiele rupsbanden, men zich toch niet altijd bewust is van het gevaar. Er gebeurt in de ‘dit ging nog maar net goed’-marge toch nog steeds het een en ander. Het punt in de glastuinbouw is, dat als het een keer fout gaat, het dan ook gelijk heel erg fout gaat. Plus een imagoschade aan de gehele branche als dat maar vaak genoeg voorkomt. Lange tijd is in de bouw in zijn totaliteit het aantal ongevallen afgenomen door betere voorlichting en betere hulpmiddelen. Nu stijgt dat aantal weer een beetje. Dat heeft soms niet alleen met machogedrag te maken, bouwers zelf zijn vaak vierkant, zwaar en van beton opgetrokken dus geen ‘watjes’, maar ook met een toegenomen complexiteit van de bouw zelf. Hoe dan ook, de verantwoordelijkheid van een veilig werkencultuur ligt zowel bij de werknemer maar ook bij de aannemer én de opdrachtgever, de kweker. Die laatste kan dus niet zeggen van: ‘Oké, het is misschien niet helemaal veilig op dit moment, maar ze moeten opschieten want m’n plantjes komen er aan.’ Investeren in veiligheid en in mensen wordt ten onrechte alleen gezien als onkostenpost. Dat is echt een misrekening. Een voorbeeld. Bij hagelschade liggen de scherven in je gewas en moet het dek razendsnel gerepareerd. Heb jij als kweker geïnvesteerd in veiligheid, te weten een reparatiewagen op je dak, dan is je glasschade vele malen sneller en veiliger gerepareerd dan wanneer je niet zo’n voorziening hebt. Simpelweg omdat die servicemonteur er beter en sneller bij kan dan wanneer hij zonder die voorzieningen aan de gang moet. En vervang dan gelijk die kapotte ruiten door het weliswaar duurdere geharde glas, zodat je bij een volgende hagelbui zowel je gewas als je personeel beschermt. Plus dat deze maatregel de continuïteit van je bedrijf borgt. Dat soort bewustwording mis ik soms nog wel eens in de glastuinbouw.”

Begrotelijke grap Al meedenken in de ontwerpfase met als oogmerk om de mens goed, snel, efficiënt en prettig zijn werk te kunnen laten doen: bij TNO heet dat Design For Human Performance. Erg blij is Dirk Osinga dan ook met de aanstaande komst van de ARBO Catalogi waarin werkzaamheden in en om de kas maar ook tijdens de bouw omschreven staat en waarin de afspraken staan wie op welke manier werkt, waar


GTT | 41

is een achterhaalde gedachte.” verantwoordelijk voor is welke veiligheidsmaatregelen in acht genomen dienen te worden. Er bestaat al een convenant Veiligheid en Reparatie Kassenbouw. Dat dergelijke afspraken werken, bewijzen de al langer bestaande convenanten in andere sectoren. Na het opstellen van een convenant, waarin ook oog was voor het functioneren van de mens, daalde het ziekteverzuim maar liefst van 22 naar 9 procent. Het aantal ongevallen verminderde met zo’n 40 procent door het convenant gegenereerde bewustwordingsproces op het gebied van veiligheid. En voor wie nog niet overtuigd mocht zijn, heeft Osinga nog een indringende statistiek bij de hand. Het is een risico-inschatting van een viertal kasgerelateerde werkzaamheden. De kosten van een ernstig valongeluk komt al gauw op een slordige 250.000 euro. Voor ongevallen met glas, machines en het onverantwoord werken met zware lasten variëren de prijskaartjes van 2500 tot 100.000 euro. Nog even buiten het persoonlijk leed blijkt het niet investeren in veiligheid uit te kunnen monden in een, zacht gezegd, begrotelijke grap.

Productieverhogende rusttijden Aandacht voor de werk- en rusttijden kan eveneens rendementsverhoging opleveren, zo is de TNOervaring. Osinga: “De werkrusttijdenproblematiek is een balansproblematiek. Je kan best even lang stevig doorhalen, maar daarna heb je weer rust nodig om weer in balans te komen zodat je de volgende prestatie kan leveren. TNO heeft wat dat betreft ontzettend veel ervaring opgedaan in de industrie. Die balans is per werk en per taak verschillend, hoewel je er wel iets algemeens over kan zeggen. Bij het plukken heb je veel zelf in de hand. Maar bij de sorteermachine ligt dat weer anders. Als jij als werknemer onder dwang gezet wordt omdat een lopende band te snel gaat, of doordat je te lang achter die band staat, dan gaat dat of ten koste van de persoon of ten koste van de kwaliteit. Als die band op het goede tempo draait en jij af en toe afgelost wordt en iets anders gaat doen, bijvoorbeeld karren verrijden of productieformulieren invullen, dan kan je straks weer je werk beter doen dan wanneer je niet even weg kan van die sorteermachine. Je zou als kweker dus ook andere taken toe kunnen voegen aan één bepaalde taakopdracht. Je zit achter de sorteerma-

chine maar na een half uur ga je een kwartier lang wagens wegrijden. En bij weer andere werkzaamheden zou het best eens zo kunnen zijn dat niet een keer ‘n lange pauze zinvol is, maar dat meerdere en kortere pauzes veel beter zijn voor je mensen. Ook kunnen er verschillen zijn in de ochtend en middag. Dus per taak zou je dat eigenlijk goed moeten analyseren. Doe je dat, en TNO kan je daarbij helpen, dan hou je je mensen binnen je bedrijf en dat stelt je bedrijfscontinuïteit veilig. In dit licht is de gedachte van ‘we trekken wel even een blik mensen open’ wellicht wat achterhaald aan het worden. En of het nu een kassenbouwer is, een onderhoudsmonteur of mensen die in de kwekerij zelf werken; die factor ‘mens’ is dus een belangrijke. Als je als kweker meer aandacht geeft aan die factor ‘mens’, dan vertaalt zich dat al op redelijk korte termijn in een verhoging van veiligheid, bedrijfszekerheid, kwaliteit van je product en dus rendementsverhoging.”

Dirk Osinga: “De kosten van een ernstig valongeluk komt al gauw op een slordige 250.000 euro.”


Column De kas op autopilot? In de laatste uitgave van GTT werd veel bericht over sensoren. Ze zijn nodig om meer geconditioneerd te telen en het klimaat van de kas optimaal te sturen, ze meten de luchttemperatuur, de relatieve luchtvochtigheid, de hoeveelheid groeilicht en de CO2-concentratie. Ze worden met tientallen tegelijk in potten of bakken geplaatst om de vochtgehalte te meten, ze worden geacht info te verzamelen over de plant zelf. Het wordt gesteld dat de behoeften in de markt naar meeten regelsysteem in de toekomst zullen veranderen. Er zal maatwerk in de procesautomatisering nodig zijn en mogelijk worden. Ja, en wat betekent dat nu voor de tuinder? Wordt hijzelf in de toekomst overbodig, want de sensoren meten van alles en nog wat en vervolgens regelt een procescomputer de teelt? En wat werkt eigenlijk beter: objectieve info verzamelen door high-tech sensoren of de “groene duim” van de tuinder? Laten wij hiervoor even kijken hoe het meten, regelen en sturen in een teelt/kas nu gebeurt en wat er wellicht in de toekomst mogelijk zou zijn. Traditioneel sturen wij de groei van een gewas op afgeleide factoren, namelijk het kasklimaat, temperatuur, vocht, licht, CO2. De tuinder bepaalt de setpoints op basis van wat hij ziet in het gewas, de procescomputer zorgt er voor dat de setpoints worden gehaald. De vraag die er gesteld moet worden is: Kiest de tuinder altijd de juiste setpoints om het gewas optimaal te laten groeien? Ja, dat is vaak wel het geval. Maar kiest hij ook de juiste setpoints om gelijktijdig een hoge productie en een laag energieverbruik te halen? Nee, helaas is dat meestal niet het geval, zoals het recente onderzoek rond om nieuwe teeltstrategieën (Het Nieuwe Telen) laat zien. Op semi-praktijkschaal is aangetoond, dat het energieverbruik van een aantal gewassen met 30-60% naar beneden kan zonder productie- of kwaliteitsverlies. Waarom kan dat? Er wordt afgeweken van oude vaste teeltschema’s. Er wordt meer informatie verzameld en gebruik gemaakt van kasklimaat- en gewasmodellen om de optimale teeltstrategie te kunnen bepalen. Er wordt flexibeler omgegaan met vocht/licht/temperatuur/CO2. En natuurlijk maken huidige geconditioneerde kassen andere combinaties van deze factoren eerst mogelijk. Als vroeger bij hoge instraling het vochtgehalte in de kas omlaag ging en de CO2-concentratie daalde als gevolg van het openen van de luchtramen, kunnen wij in huidige kassen het vochtgehalte verhogen door verneveling, de ramen kunnen langer dicht blijven waardoor ook de CO2-concentratie hoger blijft. Ideaal voor het gewas, want dat groeit beter als bij hoge instraling ook vocht, temperatuur en CO2 hoog zijn. Zelfs bij zwaar geschermde teelten kun je zo meer licht toelaten, de planten groeien sneller. Omdenken is nodig. En toekomstige stap zal zijn om steeds meer info in kas en teelt te verzamelen. Kunnen wij niet beter op informatie van de plant zelf sturen in plaats van op het kasklimaat? “Speaking plant” betekent, dat de plant ons vertelt hoe ze zich voelt en wat ze nodig heeft en de procescomputer zorgt ervoor dat dit geregeld wordt. Hiervoor hebben de laatste jaren meer en meer plantsensoren ingang gevonden in de tuinbouw: infraroodcamera’s die de planttemperatuur meten,

weeggoten die de verdamping van de plant monitoren, kunstvruchten die bijvoorbeeld de natslag aangeven, sensoren die de sapstroom meten. Er is veel al beschikbaar, maar kan de tuinder ermee? Wij hebben een sensor, deze levert een signaal. Eerste vraag: Klopt de waarde die geleverd wordt? Is de sensor geijkt? Wordt hij beïnvloed door de instraling of de achtergrond? Waar moet ik meten? Hoeveel sensoren heb ik nodig? Hoe vaak moet ik meten? Is een meting op één enkel blad wel representatief voor een heel gewas? Als de waarde wel klopt, volgt de tweede vraag: Wat zegt mij deze waarde? Is een gemeten waarde goed of slecht voor mijn gewas? Dat kom ik alleen te weten als ik de gemeten waarde ergens mee vergelijk. Dat kan ervaring van de tuinder zijn, of een modelberekening van de optimaal te halen waarde of ik vergelijk de waarde met 1 jaar geleden, of met andere collega’s op hetzelfde tijdstip. Daarna moet de derde vraag worden gesteld: Is het voldoende alleen bijvoorbeeld de verdamping te meten? Moet ik niet gelijktijdig ook weten wat de fotosynthese is? Sensor-fusion is een techniek die op zinvolle manier verschillende meetdata combineert. En wat was ook alweer de redenen voor meer info over de teelt? Een belangrijke redenen is de verlaging van de productiekosten (vooral energie en arbeid), milieuaspecten en duurzaamheid (emissie van water, nutriënten en chemicaliën) kunnen een rol spelen, producten moeten op een bepaald tijdstip klaar zijn voor de markt (denk aan Moederdag), een goede kwaliteit hebben en gezond of veilig zijn. Hiervoor is het nodig de productie goed te kunnen sturen. De informatie die de tuinder hiervoor nodig heeft is heel complex. Door sensorinformatie en de mogelijke betekenis daarvan voor de tuinder inzichtelijk te maken, kan hij de juiste beslissingen nemen over de teeltmaatregelen en zal hij een hoger rendement halen. Is het dan niet ook mogelijk om in de toekomst een kas op “auto pilot” te zetten, net als de besturing van een vliegtuig? De tuinder stelt in, dat hij op Moederdag 5000 stelen rode rozen met een lengte van 70 cm nodig heb en de procescomputer stuurt zijn teelt zodat dit doel bereikt wordt zonder dat de tuinder zelf aan de knoppen draait. Dat kan niet? Niet waar, al in 2006 heeft een computer in onderzoekskassen in Naaldwijk een paprikateelt autonoom getuurd. Dit gebeurde op basis van klimaat- en groeimodellen met als doel de vruchtproductie regelmatiger te laten verlopen. Resultaat: het kan, er werden paprika’s met een lager energieverbruik en een regelmatigere productie geteeld. Was het optimaal? Nee, nog niet, maar de eerste auto-pilot in een vliegtuig heeft ook niet direct gewerkt. Meer onderzoek zal nodig zijn, om deze ambitie te realiseren. Maar willen wij dit ook? Zijn wij dan nog teler?

Met groene groeten, Silke Hemming WUR Glastuinbouw

“Op semi-praktijkschaal is aangetoond, dat het energieverbruik van een aantal gewassen met 30-60% naar beneden kan zonder productie- of kwaliteitsverlies.”

Silke Hemming Wageningen UR Glastuinbouw


GTT | 43

Questions & Answers

met CropEye



Bemesting Een ondergeschoven kindje, de plantbemesting. Ja, de techniek van dosering is bekend genoeg. Iedereen kent de A- en B-bak. Tuinbouwschoolmaterie. Is dat de moeite waard om aan te ontwikkelen? GTT: Dat weet toch iedereen, wat het is? Daan Kuiper: “Ja, maar plantenvoeding, of ouderwets bemesting, is een vakgebied dat niet de aandacht heeft, sterker het heeft een stoffig imago en wie doet er nog onderzoek aan?” GTT: Dat hoeft ook niet, we weten zo’n beetje alles wel, kan ik me zo voorstellen. Daan Kuiper: “Klopt, da’s de gangbare mening en dat houden we elkaar ook voor; dit vakgebied staat stil terwijl de rest van de tuinbouw zich snel ontwikkelt...” GTT: Ik neem aan dat we wel weten wat we aan voeding geven. De experts... Daan Kuiper: “Voor zover er nog experts op dit gebied zijn; de tuinbouw gebruikt recepten vanuit de jaren 50 en 60.”

GTT: De voeding zit toch in de computer, zoals bijna alles.. Daan Kuiper: “Ja inderdaad, maar dat is de kennis van toen in de computer van nu, we laten gewoon mogelijkheden liggen op het gebied van voeding.” GTT: Over welke mogelijkheden hebben we het? Daan Kuiper: “we geven geen optimale voeding verdeeld over de dag, we letten meer op het water dan wat er in het water zit. Moderne teelt heeft vaak minder verdampend gewas. Dat heeft invloed op de verwerking van de voeding.” GTT: Is het lastig en duur om dat uit te zoeken? Daan Kuiper: “Nee, maar het vraagt wél om een gezamenlijke aanpak vanuit toeleveranciers en tuinders.” GTT: Waarom?

GTT: Nou en? Als die voorschriften goed zijn en voldoen. Daan Kuiper: “De tuinbouw heeft de afgelopen veertig, vijftig jaar enorme veranderingen doorgemaakt, substraatteelt, robotisering, geconditioneerd telen, noem maar op. En de optimale voeding zou dan gelijk blijven? En er speelt meer.. GTT: wat dan? Daan Kuiper: we zijn op weg naar emissieloze teelt. De kaderrichtlijn water vraagt dat en Glami koerst daar ook op aan. Dat vraagt om een optimale inzet van de bemesting bij maximalisatie van de recirculatie

Daan Kuiper: “We moeten de krachten bundelen omdat het aantal deskundigen heel beperkt is, en omdat de oplossingen vanuit de teelt en de bedrijfsvoering moet komen en daar ook worden ingezet.” GTT: Is men daar al mee bezig? Daan Kuiper: “Er bestaat sinds een klein jaar een bedrijvenplatform rond het onderwerp plantENvoeding; daar wisselt men kennis en informatie uit en praat men over de voeding en de wijze van toediening van de toekomst.”


Nieuws

Havecon beglaasrobot Een ware revolutie in de kassenbouw, zo noemt Havecon zijn beglaasrobot niet geheel onterecht. De imposante machine, die in Gorinchem op de tuinbouwrelatiedagen werd geïntroduceerd, oogt indrukwekkend en presteert ook indrukwekkend. Henk Verbakel, van Havecon neemt een principieel en navolgenswaardig standpunt in: “Wij waren al heel lang van mening dat het beglazen van onderaf eigenlijk niet meer van deze tijd is. Bij nieuwbouw niet, maar ook bij reparatie niet.” De grootschalige implementatie van de robot zal nog wel voeten in aarde hebben: vanwege het gewicht van de shuttle en de robot is het systeem alleen geschikt voor zwaarder uitgevoerde kassen.

Substraatbakken / Trays / Kunststof kratten / Klantspecifieke spuitgietproducten www. beekenkampverpakkingen.nl

T: 0174 - 51 45 40

Goedkoper bouwen door gebruik van de railspant

WEERSENSOREN

Ook mogelijk in bestaande kassen Effectievere chemische gewasbescherming Veilig verrichten van reparaties en onderhoud Het meten van klimaat en plantcondities Het uitzetten van biologische bestrijders

METEO M&R WEERSENSOREN IDEAAL VOOR HET SAMENSTELLEN VAN

Railspantwagen ontwikkeld door De Vette C.V.

COMPLETE WEERSTATIONS OP MAAT Het Meteo M&R programma van Wittich & Visser combineert

Vraag om deze tralie bij uw kassenbouwer

betrouwbare en nauwkeurige weersensoren met een uitstekende prijs/kwaliteitverhouding. De sensoren zijn ideaal voor het bewaken en controleren van bijv. irrigatiesystemen, in de glastuinbouw en bij de opslag van bederfelijke waren. •

windsnelheid & windrichting

temperatuur & vocht

neerslag & bliksem

straling & licht

NU OOK DIGITAAL!

Kijk op www.wittich.nl voor meer informatie! De Vette C.V. Gaagweg 11a 2636 AK Schipluiden Tel 015-3808784 www.devettecv.nl

ingenieursbureau Europalaan 44 2641 RX Pijnacker Tel 015-3612733 www.klimrek.com

wittich & visser

wetenschappelijke en meteorologische instr umenten tel 070 3070706 | fax 070 3070938

|

info@wittich.nl

| www.wittich.nl


GTT | 45

Subsidie op duurzaamheid

De SDE subsidieregeling (Stimulering Duurzame Energie) voor 2010 is inmiddels gepubliceerd. Zoals verwacht werd, is daarin voor (aardgasgestookte) WKK slechts één categorie opgenomen: nieuwbouw van industriële WKK-STEG groter dan 150 MWe. WKK- gasmotoren zijn niet opgenomen in de SDEregeling voor 2010 omdat de berekeningen van ECN nog steeds een positief financieel rendement laten zien. Door Cogen Nederland en de tuinbouwsector is via de Tweede Kamer geprobeerd om een WKK-brede regeling te krijgen. Minister Van der Hoeven van EZ heeft dat niet overgenomen maar heeft wel de toezegging gedaan, dat ze hier opnieuw naar zal kijken mocht de situatie qua rentabiliteit duidelijk wijzigen. WKK op biomassa en biogas Elektriciteitsopwekking op basis van vaste en vloeibare biomassa en biogas uit covergisting is één van de categoriën in de SDE voor 2010. De regeling voor deze categorie is per 1 maart opengesteld tot 1 november, waarbij toekenning wederom gaat plaatsvinden op volgorde van indienen. Naar aanleiding van Kamermoties zijn de subsidiebedragen licht verhoogd, waarbij evenals in 2009 de benutting van warmte - via een staffel - tot een hoger subsidiebedrag leidt. Hieronder zijn de basisbedragen aangegeven. Deze basisbedragen worden jaarlijks gekort met de elektriciteitsprijs voor dat jaar maar minimaal met 4,4 ct/kWh (de zogenaamde basis elektriciteitsprijs).

Wijzigingen Belangrijke wijziging in de regeling van 2010 is dat voor een correcte aanvraag naast de milieu- en bouwvergunning ook financieringszekerheid moet worden gegeven. In totaal is _ 400 mln beschikbaar voor de productie van duurzame elektriciteit uit bio-energie. Deze subsidie is volgens Cogen “zeer interessant voor projecten in de tuinbouw”, omdat in de tuinbouw de warmte voor een flink deel kan worden benut. Projecten zoals een ketel op hout in combinatie met elektriciteitsproductie zoals bij Jaap Vink in Berlicum of een WKK op biogas kunnen hiervan profiteren. Dus als uit de omgeving van een tuinbouwbedrijf biogas kan worden geleverd kan dit een heel interessant project opleveren. “We verwachten dat het hard zal gaan met het indienen van aanvragen,” zegt Cogen. Overigens: Voorstellen waarvoor de vergunningaanvraag nog loopt of waarvoor de aanvraag nog moet worden ingediend komen vooral in aanmerking voor de SDE in 2011.


46 | GTT

Energieagenda:

Innovatieve Met nieuwe combinaties van bestaande technieken is nog veel energie te besparen. Dit laat Cogen Projects zien in een studie die uitgevoerd is in opdracht van het Innovatienetwerk en SIGN (Stichting Innovatie Glastuinbouw Nederland).

De achterliggende reden vanuit het Innovatienetwerk en SIGN is de verwachting dat de huidige regelgeving innovaties en duurzaamheid remt. In de studie zijn tien nieuwe energieconcepten ontwikkeld met als rode draad de inpassing van WKK en extra energiebesparing. Hieruit blijkt dat er op primair energiegebruik nog veel besparing gerealiseerd kan worden. De aanleiding voor de opdracht van het Innovatienetwerk is tweeledig. Ten eerste zijn er de laatste jaren nieuwe energietechnieken ontwikkeld die een andere inpassing van WKK in de energiehuishouding mogelijk maken. De potentie van nieuwe en bestaande technieken wordt in de ogen van Cogen Projects echter nog niet voldoende benut. Met de nieuwe technieken wordt het mogelijk op een andere manier naar de tot nu toe gebruikelijke energievoorziening te kijken. De tweede aanleiding is het huidige beleid voor ondergrondse warmteopslag flinke beperkingen oplegt voor gebruik van aquifers. Zo is het niet toegestaan om water warmer dan 30 oC in de ondiepe ondergrond op te slaan. Ook wordt geëist dat de bodemtemperatuur jaarrond op gemiddeld van 12 oC wordt gehouden, hetgeen voor veel energieverlies zorgt. In de studie van Cogen Projects is nadrukkelijk gekeken welke potentie nieuwe concepten hebben als de beperkingen van het bodembeleid losgelaten worden. Voor deze studie hebben de specialisten bij Cogen Projects een aantal nieuwe energieconcepten opgezet met als bouwstenen reeds bestaande maar nog niet breed toegepaste technieken. Deze bouwstenen zijn diepe geothermie, warmte/koudeopslag, WKK, absorptiewarmtepompen, zonnecollectoren en zeer lage temperatuurverwarming. De bouw-

stenen zijn op elkaar afgestemd aan de hand van de energievraag van de huidige open- of gesloten kassen. De energiebalans van de nieuwe energiehuishouding is op jaarbasis bepaald. De benodigde primaire energie is vervolgens vergeleken met de energiebehoefte een open of semigesloten kas. Naast de energiebesparing is ook het financiële plaatje en de rentabiliteit bepaald. De resultaten van het onderzoek zijn opmerkelijk. Het blijkt dat er nog aanzienlijke mogelijkheden zijn om de huidige energievoorziening verder te optimaliseren en meer energie te besparen. Daarbij is de haalbaarheid van een aantal gevallen erg gunstig met een terugverdientijd van 5 jaar of minder. De belangrijkste conclusies worden hier verder toegelicht en twee voorbeelden worden verder uitgewerkt.

Conclusies Open kas De referentie voor de huidige kassen die eigenlijk standaard met WKK worden uitgevoerd is zeer scherp. Doordat de teruggeleverde elektriciteit kan worden afgetrokken van de energie-inkoop is het uiteindelijke primair gebruik van energie zeer laag. WKK is daardoor een zeer efficiënte manier van warmteopwekking. De concepten in de uitgevoerde studie zijn vooral gericht op een hogere warmtedekking van de WKK, waardoor de energetisch ongunstige en financieel dure ketelstook voorkomen wordt. Bij bestaande WKK’s kan de warmte uit de rookgassen bijvoorbeeld nog beter benut worden door de warmte in de kas verder uit te koelen met een groot LT net of door middel van een beperkt aantal ZLTV-units in de kas. Voor open kassen zijn nog vier concepten beschreven waarin warmte uit een WKK ondergronds wordt


GTT | 47

technieken opgeslagen op hogere temperatuur (> 30 oC). Zo wordt het mogelijk om tussen de seizoenen te bufferen en komt een WKK met 100% warmtedekking in de kas in zicht. Als het stoken van de ketel voorkomen kan worden levert dit een besparing op primaire energie van meer dan 50% ten opzichte van de huidige energievoorziening met ketel en WKK. Een belangrijk aandachtspunt - naast de huidige regelgeving - is dat hogetemperatuur warmteopslag fysiek nog wel knelpunten heeft. Er moet gezocht worden naar een optimale temperatuur omdat bij hogere temperaturen (groter dan circa 60 oC) de biologische activiteit toeneemt en er mogelijk vorming van een soort ketelsteen optreedt. Dit is een ongewenst effect omdat het uiteindelijk leidt tot verstopping van het systeem. In het totale ontwerp dient hier rekening mee gehouden te worden.

tweede doublet met hogetemperatuur warmteopslag slaat warmte uit de WKK op. Deze opgeslagen warmte wordt vervolgens ingezet tijdens de pieken in de warmtevraag. Dit concept levert voor de semigesloten kas een besparing op primaire energie van bijna 60%. Een tweede optie is het vervangen van de elektrische warmtepomp door een absorptiewarmtepomp (AWP) in combinatie met WKK. Door de AWP aan te drijven met de warmte uit de WKK en zowel de koude als de warmte uit de AWP te bufferen is een financieel haalbare installatie mogelijk met een besparing op primaire energie van bijna 60% ten opzichte van de huidige (semi)gesloten kas. Hierdoor is het mogelijk om op elk willekeurig moment in het jaar warmte en koude te produceren voor later gebruik.

De semigesloten kas

Diepe geothermie

Bij de huidige (semi)gesloten kassystemen wordt in de zomer water van 20 oC geoogst en in de bodem opgeslagen. De lage temperatuurniveaus van het infiltratiewater zorgen er echter voor dat de tuinders het water in de winter eerst met een warmtepomp moeten opwarmen. Een warmtepomp kost hoogwaardige elektriciteit, hetgeen met de huidige prestaties energetisch ongunstig uitpakt voor verwarming. De warmtepomp is daarnaast duur in aanschaf.

Voor een diepe geothermiebron is een optimale uitkoeling van groot belang, omdat de investeringen in de geothermiebron bepalend zijn voor de uiteindelijke energiekosten. Het verder uitkoelen van het hete water uit de bodem levert een extra warmteopbrengst zonder noemenswaardige kosten. Het uitgangspunt is een kas met een buizensysteem waarmee het hete water uit de bron teruggekoeld kan worden tot 35 รก 40 graden. Door toepassing van een groter LT net of inpassing van ZLTV-units wordt het water verder uitgekoeld tot 25 oC en kan daardoor een flink extra kasoppervlak verwarmd worden. De enige investering hierbij is de techniek om verder uit te kunnen koelen. Een andere optie is om de retour van het warmte water middels een warmtepomp omhoog te brengen en weer in te zetten in een tweede kasopstand. Doordat de temperatuursprong relatief gering is stijgt de COP van de warmtepomp waardoor er minder elektriciteit nodig is.

Vanuit deze optiek is vooral gekeken naar concepten waarmee het energieverbruik van de warmtepomp verminderd of helemaal vermeden kan worden. De eerste optie voor de semigesloten kas is het scheiden van de bronnen voor warmte en koude. Een goedkope manier voor het genereren van koude is de inzet van een koeltoren in de winter. Hiermee wordt het koudedoublet gevuld. Een


de bloem onder de bladen Zes keer per jaar actuele informatie over  de markt, marketing en verkoop van sierteeltproducten SierteeltMarketing, hét marketingvakblad voor iedereen die betrokken is bij de commercie binnen de sierteeltketen. Of u zich nu bezighoudt met verkoop of inkoop, met productmanagement of met communicatie, in SierteeltMarketing vindt u alles over marketing en sales binnen de sierteeltbranche. 14

|

Sierteelt

Marketin

g nr.1

geen abonnee? Voor € 22,50 per jaar bent u optimaal geïnformeerd. Vul nu bon in, dan sturen eelt MarketinNog g nr.1 wij u zes edities per jaar. Abonneren kan ook via www.sierteeltmarketing.nl

k die c onsum ent t een 2 conc ept” Februari 2009 |

M A R K E T ING

Tweemaandelijks marketing- en salestijdschrift voor de sierteeltketen

ent mee

kunnen pakken .” Zo om rip con schrijft cept. Sam leliekw van con en met eker H cepten alle sch ans van vergrote akels in n. de kete n wil h ij nteel cir ca het beg

5% van de mzet”, aldus Va “Door ke n der tenregie n het ‘n en keten hoogsta ormale verkortin and prod ’ bedrijf g levert n de pr suct af da staat op FreshQ oductie t is geric een kw de webs goed is ht op de e hij no alitatief ite van wensen regie en emt, ge deze co van de ven aan -verkor öperatie afnemer ting spre ag is. Di te lezen produc ”, ke e heeft . Woord n er Va en naar n der H een en als ke de dat is nu eij de we tenzij n nsen va n de lel net zo ste voorbij. n de co iekweke rk aan als “Net nsumen end druk rs zelde t. Juist n bezig in de we m , meent et dat laa er tbreekt hij. tste Wens co geheel. nsumen We n derde Problem t van de en als ee len té ste , uiteind meel zij rk e re elijk wo n volge uk en m rdt ns Van oeilijk te ijn”, ze elke lel der Heij verwijd gt hij zo iekweke den geno eren stu nder r horen egzaam ifvoor stu van fam bekend k zijn di ilie, vrien . Dat ka t problem den en n opgelos Ficussen en eco-marketing • iss Week-24-trials trials en kenn die kunn t. De vr en. Stuk aa en g wa wo onbean tPlanten rden op • Recessie? Recessie! de cons in de wonenbranche twoord ge um los en t . of al zij t écht wi Van de n in ande l, blijft Chrysanten-delicatessen • Door r Heijde in zijnde ogen van de klant re gelen zou m ogen Bloembo aar wat . Zo laa llen Ce t hij zic graag zie ntrum h lan n dat he al of niet atie Fres d zich hi t In ter hQ. sa nationa erover zo men m al et Bloem uden bu wat die n van tom enbure igen. “Z consum aten, au Hololang wi ent van weg prod een lelie j niet pr glas sam uceren”, ecies we verwacht en. meent ten , blijven hij. 00 ha pr wi j in het oducwilde Gee

f vaas

ook actie f ducten.

ca

deau Wat be halve de reuk en consum het stuifm enten m eel ook oe ite hebb bekend gewoon en met is, is da geen va de lange t veel as voor stelen. . “Dus m Men he oeten wi eft er j ervoor zorgen dat de

Luna H ibiscu

Winte

s

rhAr Sierteelt 3

Bloemen

d, co m pA c t

moeten Juni 2009 | groot zi jn Marketin en moo g nr.1 i. De hib | 23 draagt zi We prate iscus n er over jn bloem met drie manag en van de er p verve. G racht m Niko M ketenpa oerman rtners. B&L, ‘set rootblo van Ball, Marketin Graven emig is Erik Lo zande) g uter, kw uniek. handela en nog niet eker (K ar. Alle een Eric, Grootb wekerij drie on De Brui essentiël lo m em isb n, van H are partn ks m e t i n g - e n s a l e s t i j d s c h r i f t v o o r d e s i e ret ebiejd l tra k ege ten kleuren T w e e m a a n d e l i jig ena r kvi amiplan er s. en jf Al beheersin t, le drie alle drie wel, ald leveren moeten g aan de us Ball, een ze een dag leg ketensa grote m gen. M die in d ate van aar eers menwer e zelft de acht Lastig king ee ergrond. produc naar de n t fraai pro Zoals be consum kend zij duct n grootb ent bra de hibi loemige een knoe scus di cht: de tuinplan ent mee pert van Luna, ten in de een las te gaan tig prod mode. in deze ee n uc Dus oo een com hibiscu t. Het ve tendens en verg k . De hibi reist to s met t van de pacte h ch wel scus is kweker een spec abitus. best is ook ee du s ook sp ifieke tee n dure ecifi ltw pl en veel

MARKETING

Ke

eke kenn ijze ant. Je centen kunt er is en er dus ook geen m varing. niet in assa va Het zullen vo de mas n verkop sa met or alle ke en, en je kle ten in e worden partner marges s, inclu gerealise verdien sief detai en. Er erd. En heeft ee llist, m dat kan n uitstra arges m ook, wa ling en oeten nt de fra prijs m allure di aie tuin ogelijk e een re plant maakt. delijk ho ge cons umenten Aa -

ntal

Maar go tenver ed, wil korting je dit to Het aan op de we t een su het werk reld die cces mak zetten va dit kan, en - je be Van de n leliev wil of de r Heijde nt niet eredela nkt - da n de enige no ars gara g kan kope niet dat n moet ndeert de cons je samen n. Dat ka volgens ument werken n alleen samenwe die lelies . wa nn rken om eer alle straks oo schakels die rass k voorkeur en bij de in de ke in een pa ten consum kkend co Een derg ent te br ncept. engen; elijke vo dit bij rm van wereld ketensa nog niet. menwe Van de rking be andere r Heijde staat in leliekwe n is echt de lelieconsum kers om er al in bewerk ent die sa ge m en sp en rek met vaas krijg . Gespre de ande Het ‘gr vier re scha kken m t”, stelt gaande atis’ mee kels in et een en Van de . Ook ee leveren de keten r Heijde thousia n gr Flower TrialsDo• Kamerplant bijote meubelwinkel ideeën van een te n. ste vere kunnen bloem or de sc passende delaar zij zijn voor exporte kels ophangendeen vaas zo n al van lelies Teler bezoekt Praxis •haEerste Osteo ur toont een nieu éé u H n ee eij , meent lij n de gr n van de w concep ote inter n goed brengen, hij. Wan mogeli• jkIndoorteGardening esse. t voor he concep moet he t dat de verwijs tuincentra tmatig zijn om t vermarMarketingrapport t volgens lelie een t hij na aan de de kte ke n ar bloem bij Van de man te ten te ve twijfel. FreshQ de leliew r brengen, rkorten en maa uitstek ereld. “Ik . Weder kt vervolg lijdt wa is om Hij is sa om t hem be weet da ens een ik zie ho men m t ik tegen treft ge vergelijki e de ha et de vie en zere be voortbor ndel va ng met r andere nen aans elkaar zit n lelies duren. kweker en ch , Ee da op van veel n leliec s op dit n zitten , maar als opgebo oncept gegeven andere daar te gend we uwd ro zou in zij bolbloe veel schi gaan nd de kle rken. In men in n ogen jven tuss ren zit het sam uren wi krijgt de kunnen de gem en die ko enwerk t, roze, iddelde worden veredelaa ingsmod rood en stenver het beple consum r vanzelf hogeel. Om el dat on de kostp ent niet ite cons sp s m re vo rij eer kleukend zij or ogen s plus 10 umenten verlege dat die n royalti n. Voor staat, %, net onderz 10% on consum uitlopend es, krijg zoals oo oek gaat tvangt.” ent de id t de kw k de broe Van de op huis ha eale lelies eker r Heijde ier de ko alt. “Is vrijwel n dat inde stp er rijs plu vanuit het gehe een duid rdaad he s Los van le jaar do elijke bo t geval, deze re or in dan ligt odschap. kensom invullen er voor Want di kunnen men m met vrijw de vere e vier kle kopen di oet de co el identie deling late aanv uren zo e hem of nsumen ke rassen hoe het u je dan oer én ee t ha str ar co ak voor de helemaa ncept da moeten s de lelies n ras vo hij. Hij zeer vroe l gelukk t de cons or de tu zien - m meent ig maken ge en de ssenlig ument et of zo dat de ve gende pe moet aa zeer . Over nder va gang zo redelin nspreken ten strak riode”, as - heeft u moeten g vooral suggeree s de dive eruit za Van de met L-A gaan; de rt bo l gaan rse scha r Heijde hybriden els vanu ve ke n nd ls in de wel idee it teelttec ien wat aan de keten op ën. “Zitde hnische co ns uit”, be ument één lijn overwe sluit hi écht wi en weten gingen. j zelfver l, dan ko wij zekerd. men we daar ec ht wel

Augustus 2009 |

M A R K E T I NG

De ep besta een vijfta at uit l kweker s die ge 130.00 zamelijk 0 stuks he bben op het voor gezet. In jaar is de ze bepa Later in ling gem het jaar, aakt. na het se dit aant izoen, wo al geëvalu rdt eerd en wat er he wordt er t volgend bepaald jaar aan genom Lu en. na’s in produc tie wo

T w e e m a a n d e l i j k s m a r k kw e t i ek n ger - sg e nros a l e s t i j d s c h r i f t v o o r d e s i e r t e e l t k e t e n

rdt

regisseu

r?

Wie regis

seert di

t nu all

Niko M emaal? oerman De vere , Ball: “Ik delaar? idee ke heb eig tenregis enlijk ee seur. Da n beetje een touw t lijkt ne moeite tje hebt t alsof je met da en dat is de ande t ondern natuurlij ren. Je re parti emers. ziet de jen aan k niet zo Maar ied kleu ductie en . Het zij ereen is Missch n zelfstan afzet in er van do ien kom on dige ordronge derling marge t da oogt. Aa overleg te halen n dat je n het ein moet re . Daar is de progelen, om dv dus vertr ov er het ho ouwen de optim ofd kunn voor no ale capaci dig.” Celsius teit en het jaa Dat vertr r da heb dat ouwen zelf getes wordt na Een prett t bij tuurlijk geen pr ige mar bevorder obleem ktsituatie d door .” naar m door he goede re eer. Maa t seizoen sultaten r, zegt kw ontwikk he . en ek Lo er Erik doet sm elen. W gistiek Louter: aken e zullen seizoen “We ga proberen “We he an dit ge klaar te om het bben he hebben staag produc het moe t nu ov . Want Moerm t eerder er t steeds dat is oo an, “Maa in het vroeger.” k een tre r u mag nd in de Het is ee markt: n busin “Trouw ess-to-b een goed ens ook u Drie tuinplantenbeurzen • PT Marktbeeld beeld ge steeds lat kunnen eft van er,” zegt “Wij als tegenwo • Private d Kerstbomenhandel handela tussenha ordig oo Labeling ar Eric Je moe ndel kij k nog ee gistieke de Brui wel du•idBloemenmarketing ke n Chrysant tSaba 2.0 n. se ka rie aanb “We nt van de elijk ku nog ste nnen co ieden in zaak,” z veredelaa eds zeer mmun de nazo r heeft geschikt ice m re er ge n . zorgd vo dat de pl is om in compact o ant dan de tuin is. Daar te zette ook comm door ku maat. Ee n.” unicat nnen n vierd ie De com e meer handels munica om pr waarde tie naar Het prod op de cons één kar. van expo uct moe ument Als rt naar is helde t er natu belangr Italië, da r uitged urlijk fan bijna ee ijke taa n zal j acht. tastisch n hele eu k voor de bijhoude uitzien ro aan ko detailhan . Daar lig n. De blo sten s del. Die t en em moet he en verw ten verw exclus t produc elken bi ijderd wo ief nnen en t goed rden. Op knop, m kele da timaal is Die euro aar wel gen, en verkoop komt na met kle moekleuren van de urtonend tuurlijk wie? Va (er zijn plant vo ten goed e kn n de clu op er vijf) l in de pen er b. Erik is dan oo bij. De W Louter: e zien all k niet zo keuze in “We erlei ka moeilijk de nsen, m kansen te comm aar we te benu unicem tten. Zo het risico veel is du wat ied ide ereen ne emt, en ho

Ja! Ik ben graag optimaal geïnformeerd. Ik neem een abonnement voor € 22,50 en ontvang zes edities van SierteeltMarketing per jaar.

Geen droge theorie, maar de creatieve praktijk!

Ik wil graag een gratis proefnummer van SierteeltMarketing ontvangen. De uitgever mag mij na ontvangst per e-mail benaderen met de vraag hoe het blad is bevallen.

Bedrijfsnaam Naam Adres Postcode

4

Plaats

Telefoon E-mail Handtekening

De bon kan in een envelope zonder postzegel naar: Uitgeverij Lakerveld bv, antwoordnummer 20014, 2290 VG Wateringen. Abonnementsprijs geldig voor het jaar 2010. Abonnementen worden na een jaar automatisch verlengd. Opzeggen kan tot twee maanden voor het einde van de abonnementsperiode.


GTT | 49

Wageningen UR Glastuinbouw

Onderzoeksrapporten 2009/2010

Energie, kasklimaat Baart de la Faille, L.; Campen, J.B.; Oversloot, H. (2009) U-waarde kas met scherm: Meetprotocol voor schermdoeken. TNO-rapport 034-DTM-2009-04659. Bontsema, J.; Voogt, J.O.; Weel, P.A. van; Beukel, J. van den; Zuijderwijk, A.; Labrie, C.W.; Noort, F.R. van; Raaphorst, M.G.M. (2009) Energiezuinige optimalisatie van het microklimaat door luchtbeweging. WUR Glas 269 Bontsema, J.; Hemming, J.; Budding, J.; Steenbakkers, M.; Rispens, S.; Janssen, H.J.J. (2009) Ventilatievoud: de praktijk. WUR Glas 294. Buwalda, F.; Zwart, H.F. de; Henten, E.J. van; Gelder, A. de; Hemming, J.; Bontsema, J.; Lagas, P.; Mark, C. van der (2009) Energiezuinige teeltsturing bij paprika : proof of principle : testen van dynamische optimalisatie…. WUR Glas 238. Buwalda, F.; Mark, C. van der; Swinkels, G.J.; Zwart, H.F. de; Gastel, T. van; Burema, C,; Kamminga, H.; Kipp, J.A. (2009) Kijk in de kas : een interactieve leeromgeving over tuinbouw en energie. WUR Glas 247. Campen, J.B.; Kempkes, F.L.K. (2009) Klimaat metingen Javeba rozen : analyse werking ventilatoren in de gevel. WUR Glas 276. Campen, J.B. (2009) Watersaving greenhouse technology for the Gulf region : trip report January 2009. Plant Research International 243. Campen, J.B.; Kempkes, F.L.K.; Maaswinkel, R.H.M. (2009) Verbetering klimaatcondities in opkweekruimte bij mobyflowers. WUR Glas 248. Dijk, C.J. van; Dueck, T.A.; Burgers, W. (2009) Risico-evaluatie toepassing groen gas in de Nederlandse Glastuinbouw. Plant Research International. Eveleens-Clark, B.A.; Dieleman, J.A.; Gelder, A. de; Elings, A.; Janse, J.; Qian, T.; Lagas, P.; Steenhuizen, J.W. (2009) Effecten van verneveling op groei en ontwikkeling van tomaat : teelt van eind april tot eind augustus. WUR Glas 643. Huibers, M.H.; Jansen, R.M.C. (2009) Eindrapport “Haalbaarheid van directe elektriciteitsopwekking uit warmte met een thermo elektrische generator”. KEMA/PPO. Jongschaap, R.E.E.; Gelder, A. de; Heuvelink, E.; Kempkes, F.L.K.; Stanghellini, C. (2009) Nieuwe vormen van verwarming van gewas(delen). WUR Glas 597. Kempkes, F.L.K.; Maaswinkel, R.H.M.; Pekkeriet, E.J. (2009) Mobyflowers : energiegebruik, van de plantingen tussen augustus 2007 en oktober 2008. WUR Glas. Kempkes, F.L.K.; Stanghellini, C.; Hemming, S.; Jianfeng, D. (2009) NIR-selectief scherm : energie-, vochthuishouding en gewasrespons. WUR Glas 610. Raaphorst, M.G.M. (2009) Ontwikkeling in de energie-efficiëntie in de biologische glasgroenteteelt 1998-2008. WUR Glas 608. Raaphorst, M.G.M.; Weel, P.A. van; Eveleens-Clark, B.A.; Voogt, J. (2009) Energiezuinige vochtregeling onder gesloten scherm : gebruik van Aircobreeze met dubbele schermen. PRI 251. Snel, J.F.H.; Dieleman, J.A. (2009) Naar een verbetering van de CO2 efficiëntie van glastuinbouwgewassen. WUR Glas 646. Marketin g nr.1Swinkels, G.L.A.M.; Janssen, H.J.J.; Tuijl, B.A.J. van; Bot, G.P.A. (2009) Fresnel concenterende systemen voor de tuinbouw : openbare rapportage. WUR Glas 604. Sonneveld, P.J.; | 15 Sonneveld, P.J.; Swinkels, G.L.A.M.; Mohammadkhani, V.; Holterman, H.J.; Zwart, H.F. de; Bot, G.P.A.; Janssen, H.J.J.; Tuijl, B.A.J. van; Campen, J.B. (2009) Ontwikkeling van de Elektriciteit Leverende Kas (ELKAS) : openbare rapportage. WUR Glas 236. Sonneveld, P.J.; Swinkels, G.L.A.M.; Janssen, H.J.J.; Toenger, S.; Tuijl, B.A.J. van; Ruijs, M.N.A. (2009) Statusrapport Elkas en Fresnelkas : openbare rapportage. WUR Glas 300. Sonneveld, P.J.; Swinkels, G.L.A.M. (2009) Regelbare lamelsystemen in een dubbel dek : openbaar eindrapport. WUR Glas 305. Stanghellini, C. (2009) Vochtregulatie en verdamping : wat kunnen we bereiken? WUR Glas 274. Telgen, H.J. van; Voogt, J.O.; Warmenhoven, M.G.; Weel, P.A. van (2009) Huidmondjesopening : onderzoek naar het meetbaar maken van de huidmondjesopening met als doel om de klimaatregeling mede daarop te baseren. WUR Glas 266. Weel, P.A. van (2009) Verbeteren verticaal temperatuurprofiel in een airockas. Bleiswijk WUR Glas 268. Weel, P.A. van (2009) Effecten van materialen die Nabij-Infrarode straling aan het kasdek tegenhouden. WUR Glas 267. Zwart, H.F. de; Ruijs, M.N.A. (2009) Geothermal energy sources as opportunity for Turkish greenhouse horticulture and the Dutch commercial sector. WUR Greenhouse Horticulture 225. Zwart, H.F. de (2009) Koel- en schermperspectieven van het Klimrekscherm. Plant Research International 239.

Sierteelt

Geconditioneerde kassen, nieuwe kasconcepten Bakker, J.C.; Maters, H.J.; Kipp, J.A.; Gieling, T.H.; Hoes, A.C. (2009) SynErgie : eindrapportage fase I en II. Plant Research International 569. Dieleman, J.A.; Gelder, A. de; Eveleens, B.A.; Elings, A.; Janse, J.; Lagas, P.; Qian, T.; Steenhuizen, J.W.; Meinen, E. (2009) Tomaten telen in een geconditioneerde kas: groei, productie ur in de plant. M oeilijke en onderliggende processen. WUR Glas 633. at omda r is de wi t een hi nterhard biscus be van he .” trekkeli t seizoen Gelder, A.hefijidde; Driever, S.M.; Lagas, P. (2009) Paprikateelt in geconditioneerde kassen : luchtbevochtiging en koeling. WUR Glas 263. jk teer en zou de nen zie n consum n dat de ent mak plant ov Gelder, A. kelijkde; Driever, S.M.; Wingerden, W.K.R.E. van; Nieboer, S. (2009) Praktische teeltkennis paprika in een semigesloten kas 2008 : resultaten bij het Improvement Centre. WUR aarna we erleeft bi er moo j -20 gr i ad op en bloeitGlas kenniss . Erik Lo 293. en in Zw uter: “Ik eden. M in twin tig grad Labrie, C.W. en is (2009) Aanvullende metingen Freesia : registratie van gewasgroei en -ontwikkeling tijdens proef ‘Analyse Aircokas Freesia 2008’, opzet van een groeimodel. WUR Glas 605B. r comm Labrie, C.W.; Raaphorst, M.G.M. (2009) Analyse aircokas bij Freesia 2008 : klimaats- en productievergelijking bij vier Freesiatelers. WUR Glas 605A. unicatie naar

de cons de Luna ument,” niet zie zegt n als co usiness-m nsumen erk waar tenmer k. bij het de kwali merk de teiten va handel n dit pr en natu od uc t.” urlijk on m id dellijk na zegt Er ic de Br ar de louin van or een Hamip plant di lant. “D e voor ee e n er mee n hibisc r op een us vrij kar, bij recies te gelijke zijn. Du pots je krijg s we nu t veel m eens he eer t voorbe je zien eld nem dat dat en in kostp scheelt rijs per .” plant

Water, substraat, emissies Blok, C.; Shao, H.; Schrama, P.M.M. (2009) De teelt van chrysanten in goten : interacties tussen Pythium, substraat en klimaat in een chrysantenteelt los van de grond. WUR Glas 246. Blok, C.; Voogt, W.; Khodabaks, M.; Warmenhoven, M.G. (2009) Demonstratie N-reductie : praktijkproef met roos. WUR Glas 612. Gelder, A. de; Nederhoff, E.M.; Janse, J.; Kok, L. de; Nieboer, S.; Keijzer, M.; Raaphorst, M.G.M.; Visser, P.H.B. de (2009) Totaalconcept komkommerteelt 2008-2010 : teeltproef 2009 aan Innokom+ teeltsysteem met belichting en geconditioneerd telen. WUR Glas 264. Helm, F.P.M. van der (2009) Bemesting met organische mest op gronddoek : proeven in praktijk en onderzoekkas. Praktijkonderzoek Plant & Omgeving, Lisse. Hoeksma, P.; Hoop, J. de; Vries, J.W. de; Velthof, G.L.; Ehlert, P.A.I.; Dijk, W. van; Middelkoop, J.C. van; Schröder, J.J.; Verloop, J. (2009) Kunstmestvervangers onderzocht. Animal Sciences Group, Informatieblad BO-05-infoblad-30. de aan Kalarchakis, I.; Blok, C.; Warmenhoven, M.G.; Khodabaks, R.; Steenhuizen, J.W.; Strik, D.; Gerritsen, I.; Snel, J.F.H. (2009) Effects of anaerobic root growth and nutrient limitation to de mar ge. De marge e willen van dit prod uct opbothe photosynthetic response and exudation of tomato and reed mannagrass plants. WUR Greenhouse Horticulture. moeten uwen. samenwe rken om Khodabaks, M.; Blok, C.; Berg, C.C. van den; Snel, J.F.H. (2009) Plant - Microbiele Brandstofcel (MFC): exudate productie. WUR Greenhouse Horticulture. elijk. H die oe geef je nu vo oe verd rm aan E.A. van; Noij, I.G.A.M.; Bakel, P.J.T. van; Winter, W.P. de; Bolt, F.J.E. van der (2009) Kennissysteem voor het bepalen van effecten van brongerichte maatregelen op de uitspoeling eel je de Os, koek? >> van N en P naar grond- en oppervlaktewater : bijdrage maatregelen WB21 aan de realisatie van de KRW. Alterra 1863. Os, E.A. van; Elings, A.; Voogt, W. (2009) The water balance in Ethiopian greenhouses : a case study for two rose farms. WUR Greenhouse Horticulture 281. Ruijs, M.N.A.; Reijnders, C.E.; Raaphorst, M.G.M.; Campen, J.B.; Ammerlaan, J.C.J; Voogt, J.O. (2009) De tomaat als case : bedrijfsconcepten voor een emissiearme kas 2010-2015. LEI Rapport, Werkveld Milieu, natuur en landschap 2009-007. Stanghellini, C. (2009) Emissions by aerial routes from protected crop systems (greenhouses and crops grown under cover) : a position paper. WUR Greenhouse Horticulture 224. Vermeulen, T. (2009) Literatuurstudie chrysant los van de grond : met specifieke aandacht voor de case MobyFlowers. WUR Glas 233. Verkerke, W.; Weel, P.A. van; Eijk, O.N.M. van (2009) Sluiten van stofstromen tussen glastuinbouw en varkenshouderij : de haalbaarheid van een nieuwe samenwerking voor wederzijds profijt en duurzaam produceren : verslag van de workshop GlasVarken. WUR Glas 307. Visser, P.H.B. de; Voogt, W.; Heinen, M.; Burgt, G.J.H.M. van der; Rutgers, B. (2009) Bodemmanagement Informatiesysteem voor de biologische glastuinbouw. PPO Rapport Lisse. Voogt, W.; Winkel, A. van; Houter, G. (2009) Ontwikkeling en toetsing van de lysimeter voor chrysantenbedrijven met diep grondwater : meetinstrument voor N en P emissie op praktijkbedrijven. WUR Glas 295. Vullings, L.A.E.; Blok, C.; Vonk, G.A.; Heusden, M. van; Huisman, A.; Linge, J.M. van; Keijzer, S.; Oldengarm, J.; Bulens, J.D. (2009) Omgaan met digitale nationale beleidskaarten. Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu 141. Licht Boer, P. de; Marcelis, L.F.M. (2009) Fotoperiodisch stuurlicht : verkenning van de mogelijkheden voor toepassing van fotoperiodisch stuurlicht om de groei te stimuleren. WUR Glas 283. Dueck, T.A.; Pot, S.C. (2009) Doen LEDs al wat ze beloven op praktijkschaal? : quick scan. WUR Glas 221. Sterk, F.; Steenhuizen, J.W.; Dueck, T.A. (2009) Effect van LEDs op komkommer in de praktijk : de Waddenkas. WUR Glas 289. Sterk, F.; Marcelis, L.F.M.; Swinkels, G.L.A.M.; Warmenhoven, M.G.; Steenhuizen, J.W.; Zuurbier, R.; Dueck, T.A. (2009) Efficiëntie van Led-belichting bij roos. WUR Glas 304. Swinkels, G.L.A.M. (2009) Simulatiemodel lichtuitstoot Waddenkas : simulatiemodel voor kasklimaat en lichtuitstoot voor kassen in het Waddengebied. WUR Glas 626.

De onderzoeksrapporten kunt u opvragen bij Wageningen UR Glastuinbouw, telefoon: 0317-483878. Meer publicaties van Wageningen UR Glastuinbouw kunt u vinden op www.glastuinbouw.wur.nl/NL/artikelen/


50 | GTT

Artikellijst | GTT Magazine

De onderstaande artikelen zijn (voorlopig) van blijvend belang. Abonnees die ze gemist hebben kunnen op de onderstaande lijst artikelen van hun gading vinden. Deze worden dan als pdf-bestand naar hun toegezonden. Stuur de codenummers op naar irene.semp@lakerveld.nl Indien u abonnee wenst te worden van GTT-magazine, geef dat dan op in uw mail, en vergeet niet uw postadres, of vul de antwoordkaart in voorin dit blad. Afwerking Inhoesmachine voor stugge plantjes.  Automatisch inhoezen.  Phaelenopsis; automatisch inhoezen.  Robotveiligheid; ondergeschoven kindje.0 Bemesting Niet bemesten, maar voeding sturen; state-of-the-art.  De A-bak en de B-bak. Automatisch vullen van de A en de B-bak.  Vis en tomaten; geslaagde combinatie?  Diversen Verzekeren in 2010; technische tips om premie te drukken.  Hergebruik van plastic loont. Een nieuw systeem om plastic potjes makkelijk te recyclen.  Busstructuren. Invididueel aansturen van allerlei actoren door middel van bustechnologie.  Potjes van aardappel en suiker. Alternatieven voor minerale grondstoffen bij vervaardigen van potten.  Vrij van botrytis; set maatregelen voor botrytusbestrijding en –preventie.  Visiontechniek. State-of-the-art.  Biologie dwarrelt het gewas in. Het inzetten van biologie in chrysant.  Priva kiest BACnet; bussystemen.  Grip op uw bedrijf; Priva Fusion.  Efficiency Gewasbescherming.  Machinale botrytis-detectie.  Energie Energiebeheer; de geïntegreerde aanpak van Priva.  Organic Rankin Cycle; technologie uit Finland kan normaal weggegooide restwarmte omzetten in kracht.  Gasverbruiksbewakings. Software om contractoverschrijdingen te voorkomen.  Het Klimrek Energiescherm.  Genoeg hout, te weinig ovens; beschikbaarheid van biomassa.  Gas is niet het enige dat brandt. Biomassa stookinstallaties.  RCG; een verwarmingsketel, die naar believen ook stroom opwekt, maar dat niet per se hoeft. Doorbraak op het gebied van energieomzetting.  Zonne-energie. Winning van energie op het schuurdak.  Plant to power; biomassa in de glastuinbouw.  Biogas; naar een nieuw gemengd bedrijf.  Houtgestookte wkk.  Goedkoop stoken op elektriciteit, kan dat?  Bethanol, bietenpower; ir. Colin Bootsvel  Koelen met warmte.  De ORC doet het.  Aardwarmte: toenemende belangstelling.  Brandstofcel-WKK’s in de tuinbouw.  Stoken op zeewater. Kan het zonder gas? Kwekerij en kernenergie. 09mei10 Kassen Sunergiekas. Bom Groep introduceert concept.  De energieproducerende kas ELKAS; scheiding van infrarood en winnning van stroom uit voor de assimilatie onnodige warmte.  NoviLite; nieuw kasconcept 7,5% meer licht.  Zit er glas in de kas van 2010; over de foliekas.  Twinlight  Thermografie spoort de lekken op.  Luchtontvochtiging De warmtepomp, nader uitgelicht. Inleiding in de warmtepomp.  Fiwihex. Alles over deze geavanceerde warmtewisselaar.  Koelte zonder nattigheid; vochtdeficiet als stuurgegeven.  Sturen met nevel; Wim van Dam.  Selectief koelen, verwarmen en ontvochtigen.  Pad en Fan; eenvoudig koelen.  Vochtcontrole bij gebruik van energieschermen.  Het ClimecoVent-concept.  Licht Diffuus licht. Over de invloed van diffuus versus helder licht op de assimilatie, gevolg daarvan voor glaskeuze.  Innovatief schermsysteem; een nieuwe combinatie van diverse technieken leidt tot aanzienlijke verbeteringen.  Alternatief voor diamantglas komt beschikbaar.  Licht dat rijdt; mobiele verlichting boven de kap.  LED-verlichting in de glastuinbouw, de testkas van Van der Ende.  Belichten in 2008. Invloed van bustechnologie op wijze van belichten.  Over Lux en Micromol, en hoe je het met elkaar kunt verrekenen.  APK voor lichtinstallatie.  Schimmels en UV-licht. Bestrijding met mobiel UV. 

06jun10 07aug26 09feb10 9maa16 06sep22 06dec44 09maa6 06apr17 06apr28 06jun44 06jun46 06sep34 06sep36 06sep32 06okt27 06dec20 07feb14 07jun22 06feb26 06apr06 06jun24 06jun34 06sep26 06sep28 06dec12 06dec16 07feb22 07jun20 07aug10 07aug30 07dec06 08okt34 09feb14 09maa12 09maa20 09maa36 09maa40

06feb38 06dec06 06okt24 07feb18 07okt67 08okt33 06feb42 06apr48 06sep18 07jun06 07okt62 07aug22 09feb16 09maa28

06feb20 06feb30 06apr14 06apr20 06jun14 06sep08 06sep16 06sep44 06okt40

LED-licht en plantengroei.  LED als assimilatieverlichting.  Lampen dimmen.  Logistiek Besparen met de ketting. Ins en outs van het kettingbaansysteem van Metazet.  Tomaat aan de wandel. Mobiel systeemvoor tomaten, experimenteel.  Eén kraan voor alle teelthandelingen. Multi-functionele overgewaskraan.  Slim stek steken. Steksteekmachine.  Mobiele chrysanten. Pionierkweker Peet Vijverberg en Agro Logics leggen het systeem uit.  Pakken en wegwezen; nieuw Javo compact robot.  Plantjes pakken; nieuwe plugsorteerder van TTA.  Goten in plaats van containers. Ruimtebesparing levert zeer grote efficiencywinst in potplantensector.  Big Bales; potgrondapplicatie en –handling.  Afval bestaat niet. Bladruimer bespaart veel vies werk.  Data Logging; state-of-the-art.  Dozen stapelen. Stapelrobot van Kolstersgroep.  Meermotorige oppotmachine. Snel, geruisloos en flexibel.  Automatisch afleveren; meer dan arbeidsbesparing.  Elk plantje is er één; het individueel volgen van planten.  Flexibel bufferen op rolletjes.  Bufferen op mobiele goten.  Trekken én duwen met een ketting  Zelf mengen kan ook; automatische menglijn  PlantGroeiCel van WPS.  Transport onder de grond.  Hanging baskets  Lucht Zuivere lucht. Over luchtionisatie als middel kiemdruk te verlagen.  Zeolieten, bewaarvat voor CO2.  Plat of bruis; watergebonden zuurstofniveau in wortelmilieu.  Praktische toepassing RFID.  Buitenlucht mengen  Endotoxinen in gesloten teelt  CO2 uit rookgasreiniger, of niet?  Zuurstof in het wortelmilieu.  Telen zonder zuurstof.  Methodologie Kweker is de beste uitvinder. Over Anthura en zijn innovatiemethodiek.  Techniek en leven na de oogst. Interview met hoogleraar Olaf van Kooten.  Maak je eigen wetten; een starthandleiding voor het vastleggen en beschermen van ideeën.  De waarde van wachten; kwwantificatie van uitstel van investeringsbeslissingen.  Improvement Centre; innovatiesystematiek.  Think first, build later. Interview met Prof.dr.ir. Van Henten. Over innovatiemethodologie.  Concurrent Design. Doorlooptijd van ontwerpprocessen kan zeer veel sneller.  PQS; een nieuw analysemodel.  Het nieuwe sturen; R. Van Oothegem.  Sensoren Meten is weten. Over de plantivitymeter.  Garantie tot aan de deur. Verdict dataloggers.  Ziekte opsporen met behulp van geur.  Slimme sensoren; Sensiplant meter.  Tensiometers voor steenwol en grond. Vochtmeting, en methoden.  Tomatentrosweger. Verschillende technieken zorgen gecombineerd voor arbeidsbesparing aan de verpakkingslijn.  Planten kunnen bijna praten; de planttemperatuurcamera  Aweta meet; over niet destructieve analyse van vruchten.  Near Infra Red-inspectie.  Softsensoren.  Sensoren op folie.  Water Ultrafiltratie. Mogelijk middel om lozingen te voorkomen of te reduceren.  Water en UV-licht. Ontsmetten, state-of-the-art.  Volledige controle over expansie. Technieken om de waterexpansie bij verhitting in het systeem op te vangen.  Zuiver water; waterzuivering, koolwaterstoffen.  Water; nieuwe ondergrondse buffer.  Waterslag bij grote installaties.  Eutectische vrieskristallisatie.  Legionella in nevelinstallaties.  Schoon water? Zet het onder stroom.  Geologie voor tuinders. 

7feb26 07feb29 07okt29 06Feb10 06apr32 06apr41 06jun31 06jun40 06sep42 06okt52 06okt54 06okt46 06dec30 06dec32 06dec46 06dec48 07feb36 07jun16 07jun32 07okt36 07dec26 08feb20 09feb20 09feb30 09mei19 06feb18 06jun12 07feb32 07okt54 07dec17 08apr32 08apr34 08okt20 09feb12 06apr26 06jun17 06jun20 06okt22 06okt28 06dec10 06dec28 07aug40 07dec34 06jun26 06jun28 06sep06 06okt30 06dec36 06dec40 07jun14 07jun26 07jun40 07dec18 08feb26 06feb33 06apr34 06apr44 06okt20 06dec24 07aug20 07okt40 07okt59 08feb24 08okt42

Mail de codes van de gewenste artikelen naar irene.semp@lakerveld.nl NB. De hierboven vermelde artikelen zijn eerder verschenen. De codes verwijzen resp. naar de jaren, maanden en paginanummers. Ofschoon wij menen dat de informatie van blijvende waarde is, kunnen aspecten door de werkelijkheid zijn ingehaald zijn. De nazendservice heeft derhalve met name documentaire waarde. Alle auteursrechten zijn voorbehouden. Niets uit de verstrekte artikelen mag op enigerlei wijze worden hergebruikt, dan na schriftelijke toestemming van de uitgever.


Wilt u zich voornamelijk richten op het eindresultaat?

Laat de techniek dan maar over aan: Bleiswijk 010-5212355 - Aalsmeer 020-6474641 - Sevenum 077-3999266 - www.b-edelier.nl

NyVU Modulair Executive MBA Met speciale aandacht voor de Hortibusiness

Bezoek de Belevingssessie op 27 april of

Het programma bestaat uit een interactief

Meer informatie

9 juni 2010 en maak kennis met het

college over een actueel onderwerp, een

www.nyenrode.nl/nyvu

Nyenrode-landgoed, de alumni, huidige

netwerksessie en een compacte presentatie

e m.dreuning@nyenrode.nl

deelnemers, hoogleraren en de NyVU staf.

van het NyVU MBA.

t 0346 291 422


Profile for Uitgeverij Lakerveld bv

GTT_02-MRT-10_LR  

6 t/m 26 38 28 45 Subsidie op Duurzaamheid Het geheim van Deleco cO 2 accu binnen- kort realiteit? NR 02 | 5de jrg | MRT 2010

GTT_02-MRT-10_LR  

6 t/m 26 38 28 45 Subsidie op Duurzaamheid Het geheim van Deleco cO 2 accu binnen- kort realiteit? NR 02 | 5de jrg | MRT 2010

Advertisement