Page 1

NR 01 | 7de jrg | FEB 2012

Glastuinbouwtechniek

MAGAZINE

Goedkoper wassen en krijten 10 

Hoogendoorn Drain App 

39

Goot onder een goot 

DOSIER: WATER

14



32 T/M 45


BEZOEK ONS OOK OP DE TUINBOUW RELATIEDAGEN IN GORINCHEM VAN 14 T/M 16 FEBRUARI 2012 OP STANDNUMMER 343!

Revaho werkt samen met:

Om meer uit iedere druppel te halen, moet je blijven innoveren. Bij Revaho beseffen we dat als geen ander, daarom doen we dat elke dag. Continu zoeken we naar verfrissende ideeën om water steeds efciënter en effectiever in te zetten. Door expertise en ervaring te combineren met een toegankelijke en proactieve instelling. Revaho luistert, staat open voor kritische telers en werkt samen met producenten. Zodat innovatieve oplossingen niet blijven steken op papier, maar echt gerealiseerd worden. Zodat elke druppel werkt.

ww w w.reva a ho.. nl


GTT | 3 Glastuinders kunnen gemiddeld tot 20% kostprijsverlaging behalen met een optimalisering van de mechanisatie. Glastuinbouwtechniek Magazine biedt u zes keer per jaar inzicht in nieuwe technieken om deze kostprijsverlaging ook bij u te genereren. Vul uw gegevens hieronder in en ontvang GTT voor nog geen dubbeltje per pagina.

Abonneerbon

Ja!

Ik wil op de hoogte blijven van de allernieuwste ontwikkelingen in de glastuinbouwtechniek. Ik neem een abonnement en ontvang zes keer per jaar Glastuinbouwtechniek Magazine. Ik kies voor:  een abonnement voor _ 27,50 per jaar. Ik ontvang gratis het boek “De Canon van de Kassen, de geschiedenis van de Nederlandse glastuinbouw in 50 verhalen”. (Verkoopprijs _ 14,50.)  een abonnement met welkomstkorting. Ik betaal het eerste jaar _ 22,-. Bedrijfsnaam Naam Adres Postcode

Plaats

Telefoon

E-mail

Handtekening

 Ja, u mag mij bellen voor informatie indien nodig. Abonneren kan ook via www.glastuinbouwtechniek.nl. E-mail: irene.semp@lakerveld.nl. Deze bon kan in een envelope zonder postzegel naar: Uitgeverij Lakerveld bv, antwoordnummer 20014, 2290 VG Wateringen. 

Vertrouwen Een tijd geleden liet een ontwerper me heel trots een systeem zien waarmee beelden konden worden gemaakt van het gewas. De camera schoof op een ingenieuze manier door de kas heen en kon van alle planten afzonderlijk een foto maken. Toen ik informeerde naar het gebruikte type camera begon hij ineens geheimzinnig te doen: ‘Een hele speciale’, zei hij. Toen ik zelf constateerde wat voor type camera het was en - door mijn bovengemiddelde interesse in fotografie - wist dat je dat apparaat bij de eerste de beste goed gesorteerde fotovakhandel kon kopen, viel de ontwerper een beetje van z’n voetstuk. Als hij nou gewoon had gezegd wat voor camera het was en waarom hij nu juist voor dat apparaat had gekozen, was er niks aan de hand geweest. Zijn verhaal verloor kracht door die misplaatste geheimzinnigheid. Net lees ik in Natuurwetenschap en Techniek (NWT) dat er een app is waarmee je een 3D-scan kunt maken met je Iphone. Je moet daarvoor in een zo donker mogelijke ruimte staan en de Iphone dicht bij het te scannen object houden. Aan de hand van de waargenomen schaduwen rolt er vervolgens een 3D-model uit. Nu nog puur voor de fun, maar je weet maar nooit waar het toe leidt. Misschien wordt diezelfde Iphone techniek straks wel in een sorteersysteem verwerkt. Kun je zeggen: Nee, ik wil geen

Prijzen gelden voor het jaar 2012

Voorwoord consumentenelektronica in mijn installaties, maar je kunt er ook de voordelen van inzien. Consumentenelektronica wordt in gigantische hoeveelheden geproduceerd en is dus goedkoper dan industriële elektronica. En onbetrouwbaar en van slechtere kwaliteit hoeft het zeker niet te zijn. Het is ook maar wat voor verhaal je er bij vertelt. Met diezelfde Iphone kan iedereen die ook maar een beetje handig is, terwijl jij als ontwerper geheimzinnig staat te doen over die camera, zelf even opzoeken wat voor vlees hij in de kuip heeft. Volgens mij kom je als technisch toeleverancier veel verder als je openheid van zaken biedt. Zeg gewoon wat voor materialen en technieken er in je installatie zit en leg uit waarom je daar voor hebt gekozen. Dat zorgt voor vertrouwen bij de klant en tenslotte weten we allemaal dat, los van de specificaties, vertrouwen in de leverancier een doorslaggevende rol speelt in de overweging een installatie wel of niet aan te schaffen.

Joeri van der kloet hoofdredacteur


4 | GTT

nr 1 | FEB 2012

Inhoud

< PLUK DE VRUCHTEN VAN DE IDEALE KAS Gedreven door de vraag naar lagere (milieu)kosten en hogere productie werden in het afgelopen decennium allerlei variaties op een gesloten kassysteem ontworpen. Een volledig gesloten kas bleek niet ideaal, maar KUBO plukte de vruchten van de studies en combineerde de meest interessante elementen tot de Ultra-Clima® kas. Pagina 6.

GOEDKOPER WASSEN EN KRIJTEN > Dekwassers zijn dure apparaten en niet iedereen heeft zo’n machine. Daarom laten veel Nederlandse tuinders door loonwerkers hun kasdek reinigen. In het buitenland is er niet zo’n systeem van loonwerkers en zijn telers dan ook op zichzelf aangewezen. Dekwassen is dan vaak iets wat gewoonweg niet gebeurt. Pagina 10.

< MEER VERNEVELEN MET HALOFOG Low Volume Misting (LVM) is een bekende techniek in de glastuinbouw die voornamelijk wordt gebruikt om gewasbeschermingsmiddelen in de kas te brengen. Helaas is de capaciteit van LVM’s doorgaans te laag om hem te kunnen gebruiken om te desinfecteren aan het einde van de teelt. De Halofog heeft een hogere capaciteit dan op dit moment beschikbare LVM-units en kan wél gebruikt worden voor dat laatste doeleinde. Pagina 24.

En verder: Voorwoord Goot onder een goot Nanotechnologie verbetert lichttransmissie  Meekijken bij Demokwekerij Westland Begint de plasmalamp aan zegetocht? Q&A met CropEye Tuinbouwprojecten over de grenzen heen Column Sjaak Bakker Greenport Campus Arena

advertentie-index 3 14 16 19 20 23 26 29 30

Anode Arcazen Artemis Systems Beemster Trading Empas Evenementenhal Gorinchem Klimrek Producten Lock Drives Lubron Waterbehandeling Nord-Lock Benelux Revaho Rolls Royce Sercom Regeltechniek Taks Tuinbouwtechniek Tubro Filter & Luchttechniek Wittich & Visser

47 18 34 23 34 12 18,38 8 38 18 2 48 12 28 23 38


GTT | 5

DOSSIER: WATER HOOGENDOORN AQUABALANCE > Met de wereldbevolking groeit gestaag de toenemende behoefte aan vers en gezond voedsel, terwijl lozing van afvalstoffen en CO2 emissie een steeds grotere bedreiging voor het leefmilieu vormen. Tegelijkertijd worden water dat geschikt is voor irrigatie van gewassen, maar ook meststoffen steeds schaarser. Jan Voogt van Hoogendoorn legt uit wat zijn firma op het gebied van water kan betekenen voor glastuinders. Pagina 32.

<D  WC MATWEGER. UITBREIDING OP BESTAAND SYSTEEM Brinkman was een van de eerste die voor de glastuinbouw een systeem ontwikkelde waarmee de watergift geautomatiseerd kon worden. Inmiddels is het DWC-systeem – Drainwatercontrolesysteem - geëvolueerd tot het meest geavanceerde Aqua Control Systeem®. Pagina 36.

DOSSIER: WATER Hoogendoorn ontwikkelt innovatieve Drain app Hoogste nauwkeurigheid voor precisiewatergift Zuiver water door osmose

39 40 44

7e jaargang, nr.1, februari 2012 Onafhankelijk vakblad voor de glastuinbouwtechniek Website www.glastuinbouwtechniek.nl Hoofdredacteur Joeri van der Kloet, tel. 070 - 336 46 54 fax 070 - 336 46 40, e-mail: joeri.van.der.kloet @lakerveld.nl Eindredacteur Harrie Jabroer Redactie Sytse Berends, Ad van Gaalen, Paul Waayers Persberichten via e-mail: joeri.van.der.kloet@lakerveld.nl Advies Jan Voogt Vormgeving Timmy de Jong Fotografie Joeri van der Kloet, Frank van der Burg Advertenties Chris Crauwels, tel. 070 - 336 46 75, fax 070 - 336 46 70, e-mail: chris.crauwels@lakerveld.nl Mediaorder Ronald Romijn, tel. 070 - 336 46 72, fax 070 - 336 46 70, e-mail: ronald.romijn@lakerveld.nl, Sonja Bruin, tel. 070 - 336 46 73, fax 070 - 336 46 70, e-mail: sonja.bruin@lakerveld.nl Klantenservice tel. 070 - 336 46 00, fax 070 - 336 46 01, e-mail: klantenservice@lakerveld.nl Abonnementen Irene Semp, tel. 070 - 336 46 60, fax 070 - 336 46 70, e-mail: distributie@lakerveld.nl

Glastuinbouwtechniek Magazine verschijnt tweemaandelijks. Een abonnement kost in Nederland  27,50 per jaar, inclusief btw. België:  27,50. Overige landen:  40,00 Losse nummers  7, inclusief btw, exclusief verzendkosten. Abonnementen kunnen elk moment ingaan en worden na een jaar automatisch verlengd. Opzeggen kan tot twee maanden voor het einde van de abonnementsperiode. Collectieve abonnementen op aanvraag, tel. 070 - 336 46 60 Uitgave Glastuinbouwtechniek Magazine is een uitgave van Uitgeverij Lakerveld bv, J.C. van Markenlaan 3, 2285 VL Rijswijk (Zh), postbus 160, 2290 AD Wateringen, e-mail: uitgeverij@lakerveld.nl, website: www.lakerveld.nl Uitgever/directeur Ad van Gaalen, adjunct-directeur Henk Marin Klaassen, hoofd abonnementen Irene Semp, hoofd administratie Ed Kok, hoofd verkoop Richard van der Hak, public relations Pauline Montfoort

ISSN 1872-549X Copyright © 2012 Uitgeverij Lakerveld bv Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze ook, zonder schriftelijke toestemming vooraf van de uitgever. Persoonsgegevens Glastuinbouwtechniek Magazine legt gegevens van lezers vast voor de uitvoering van de (abonnements)overeenkomst. Deze gegevens kunnen worden gebruikt om u te informeren over andere producten en diensten. Als u hier geen prijs op stelt dan kunt u dat laten weten bij irene.semp@lakerveld.nl of bellen naar 070 - 336 46 60. Dit vakblad is uitsluitend gericht op vakbeoefenaren en anderen die op grond van hun professie belang hebben bij de in dit blad gepubliceerde vakinformatie. NB: Per 1 december 2011 is er een nieuwe abonnementenwet van kracht voor consumenten. Deze is niet van toepassing voor abonnementen op vakinformatie, die uit hoofde van beroep of bedrijf zijn aangegaan.


6 | GTT

Pluk de vruchten Gedreven door de vraag naar lagere (milieu)kosten en hogere productie werden in het afgelopen decennium allerlei variaties op een gesloten kassysteem ontworpen. Een volledig gesloten kas bleek niet ideaal, maar KUBO plukte de vruchten van de studies en combineerde de meest interessante elementen tot de Ultra-Clima® kas.

De eerste Ultra-Clima kas werd drie jaar geleden in Californië gerealiseerd voor Casey Houweling: 16 hectare tomaten en inmiddels zijn diverse projecten opgeleverd. Allemaal in het buitenland, want het investeringsklimaat in Nederland is niet zo gunstig. Casey Houweling nam niet alleen als eerste een kas volgens dit concept in gebruik, maar had tevens een wezenlijke inbreng in het ontwerpproces. De UltraClima® kas is eigenlijk het resultaat van de inbreng van KUBO als kassenbouwer en die van diverse ervaren telers, waaronder Houweling. De Ultra Clima® kas is samen met Casey Houweling en KUBO ontwikkeld. Casey wilde zijn insectendruk verminderen met overdruk. Dat was het uitgangspunt voor de ontwikkeling van de Ultra Clima® kas. Peter van der Leest van KUBO: ‘Veel klimaat- en kassystemen worden ontwikkeld door technici. Bij ons is de teler en zijn uitgebreide ervaring het uitgangspunt. Hij weet namelijk als geen ander wat nodig is om een optimaal klimaat te maken. Om een voorbeeld daarvan te geven: tomaten vinden het niet fijn als het warmer wordt dan 29 graden Celsius. Om te voorkomen dat die grens wordt bereikt, nemen tuinders maatregelen die vaak te rigoureus zijn. In een standaard kas is het klimaat niet heel scherp regelbaar en dus is de bandbreedte waarin tuinders moeten telen vaak relatief groot. Als je klimaat beter


GTT | 7

van de ideale kas regelbaar is, én homogener is, kun je scherper telen in een kleinere bandbreedte. Dat is het uitgangspunt van de Ultra-Clima® kas.’

Luchtbehandeling in gevel Meest opvallend aan de Ultra-Clima® kas is de wijze en locatie van de klimaatbehandeling. Over de hele breedte (of diepte) van de kas is de gevel voorzien van een luchtbehandelingssysteem. Hier wordt door zeer fijn insectengaas buitenlucht aangezogen en door middel van luchtbehandelingskasten geoptimaliseerd op temperatuur, luchtvochtigheid en CO2 gehalte. Peter: ‘Droge buitenlucht wordt aangezogen, zo nodig verwarmd en vervolgens via luchtslangen de kas in geblazen. Dit verwarmen kan met laagwaardige

Nieuw project combineert drie innovaties Wouter Kuiper, CEO van KUBO, legt uit dat de oudere generatie kassen door de techniek helemaal geoptimaliseerd zijn. Elk laatste stukje rendement is er uitgeperst. Volgens hem staat de Ultra-Clima kas hier pas aan het begin. Met de ervaringen uit de afgelopen en de komende jaren zijn hier nog vele efficiëntieslagen te maken. Drie innovaties zijn reeds uitgewerkt en werden op de HortiFair geïntroduceerd.

1) Dubbele luchtslangen Reguliere luchtslangen blazen de lucht aan het begin van de slang onder een andere hoek uit dan aan het einde van de slang. Hierdoor ontstaan luchtwervelingen en dus een ongelijk klimaat in de kas. Door gebruik te maken van dubbelwandige slangen wordt de lucht overal haaks op de slang uitgeblazen, waardoor een stabieler, evenwichtiger kasklimaat ontstaat. Bovendien is 26% minder energie nodig om de lucht de kas in te brengen.

2) Stalen fundatiepalen Stalen fundatiepalen zijn lichter dan betonnen varianten. Bovendien lopen de stalen palen minder schade op na bijvoorbeeld een botsing. Doordat de palen langer uitgevoerd kunnen worden, zijn kortere, lichtere kolommen benodigd. En het is zelfs mogelijk om de fundatiepalen te voorzien van een afgeronde teeltgootdoorvoer voor een symmetrische teeltverdeling.

3) Paprika tussenplantsysteem Bij dit systeem wordt tussen de plantrijen een ruimte van 96 cm aangehouden voor twee extra plantrijen voor jonge planten. Deze jonge planten worden met teeltgoot en al omhoog gehesen, naar het licht. Het oude gewas hoeft pas 7 weken later getopt te worden. Nadat dit gewas is geruimd, wordt het nieuwe gewas naar beneden en naar buiten gezet. Er kan jonger plantmateriaal aangekocht worden en tussen de twee teelten blijft het productiegat beperkt tot 7 weken, waar dat in de reguliere teelt 15 weken duurt.

warmte en zo nodig kan er met een pad-systeem (ook wel koelmatras genoemd) ook nog gekoeld worden. Het aanzuigen van de buitenlucht geschiedt met ventilatoren die op zo’n vijfendertig procent van hun vermogen draaien en daarmee het meest efficiënt hun werk doen. We halen daarmee een debiet van 70 kuub per vierkante meter per uur. En dat is fors.’ De geoptimaliseerde lucht wordt door middel van dubbele luchtslangen direct onder het gewas gebracht. Peter: ‘Het voordeel van de dubbele luchtslangen ten opzichte van enkele luchtslangen is dat we met een lagere druk kunnen werken en toch zowel aan het begin als aan het eind een min of meer gelijke uitgangsdruk houden. Ook het verloop in temperatuur wordt hierdoor beperkt.’


SpeedLogic Sneller dan de wind Frank F. Lock

Fokke Kracht

Sven Verbeek Denieuwe nieuwe intelligente „tuning” elke De intelligente „tuning” voor voor elke Lock Lock EWA10-16 aandrijving. Met decentraal EWA10-16 aandrijving. Met de-centraal SpeedLogicverhoogt verhoogtu udede omwentelingssnelSpeedLogic omwentelingssnelheidnaar naar max. max. 15 15 omwentelingen omwentelingen per per minuut. minuut. heid

Hans Weber

Eenvoudigaan aantetesluiten, sluiten,uiteraard uiteraard in in de de schaschaEenvoudig duw, vandaar geen thermische problemen. duw, vandaar geen thermische problemen. Alle parameters parameters zijn zijn exact exact op op elk elk afzonderlijk afzonderlijk Alle type afgestemd. Met volledige Lock kwaliteit type afgestemd. Met volledige Lock kwaliteit en en garantie. garantie.

Relatiedagen Gorinchem Stand 129 www.lockdrives.com


GTT | 9

Door de ingeblazen lucht ontstaat een licht opwaartse luchtstroom, die de inmiddels minder optimale lucht via de ramen naar buiten stuwt. Eventueel aanwezig vocht wordt zo afgevoerd, zonder dat het scherm open moet. De overdruk is voldoende groot om het vocht door het scherm te drukken. Je kunt dus langer schermen en daarmee energie besparen. De overdruk, in combinatie met insectengaas, reduceert ook nog eens het gevaar op het binnendringen van insecten en daarmee gepaard gaande ziektedruk. Hierdoor kan aanzienlijk bespaard worden op gewasbeschermingsmiddelen.’

De kern van het functioneren van de Ultra-Clima kas is de verhouding tussen recirculatielucht en buitenlucht. Peter: ‘Je wilt een ideaal klimaat maken met een zo laag mogelijk energieverbruik. Door een optimale verhouding tussen gerecirculeerde kaslucht en buitenlucht te maken, is dat mogelijk.’

Tot 15% meer licht Door de distributie van geoptimaliseerde lucht door de kas zijn veel minder luchtramen nodig. In een Ultra-Clima® kas hoeven over een lengte van 260 meter slechts 7 luchtramen geplaatst te worden. Naast lagere (onderhouds)kosten levert dit 4 tot 15% meer licht op, afhankelijk van het wel of niet monteren van insectengaas en afmetingen van het luchtraam. Ook CO2 wordt veel beter binnen de kas gehouden. Dit levert een besparing op tot 30% op CO2 verbruik. Bovendien is het mogelijk om CO2 in iedere gewenste concentratie te doseren.

Energieneutraal? Volgens KUBO kan de Ultra-Clima® kas vrij van fossiele brandstoffen een optimaal klimaat aanhouden. Uiteraard is dit wel een beetje afhankelijk van waar de kas staat en wat de gewaseisen zijn. Inmiddels lopen projecten in de Verenigde Staten, Mexico, Frankrijk en Slovenië. Elke toepassing en elk gewas vraagt wel weer een iets ander configuratie. Soms kan energie verkregen worden uit zonne-energie, soms uit aardwarmte of restwarmte, maar soms zorgt ook de inpassing van een WKK voor het optimale rendement. Ook het opslaan van warmte in een aquifer, of een ander warmteopslagsysteem, kan in de Ultra-Clima® kas worden verwerkt.


10 | GTT

Goedkoper wassen en krijten


GTT | 11

Dekwassers zijn dure apparaten en niet iedereen heeft zo’n machine. Daarom laten veel Nederlandse tuinders door loonwerkers hun kasdek reinigen. In het buitenland is er niet zo’n systeem van loonwerkers en zijn telers dan ook op zichzelf aangewezen. Dekwassen is dan vaak iets wat gewoonweg niet gebeurt. In de werkplaats van Van der Waay Machinebouw wordt er hard gewerkt aan een Top Cleaner kasdekreiniger, een van de bekendste machines van Van Der Waay. Buiten, op de proefkas staat echter een heel andere machine en zo op het eerste oog is die kleiner dan de Top Cleaner. ‘Klopt’, zegt Tom Zwanenburg van Van der Waay. ‘De Safety-Car is een compacte kasdekreiniger en krijter die multi-inzetbaar is en ook nog eens de helft kost van een Top Cleaner.’

Buitenland De Safety-Car werd lang geleden al ontworpen om op een verantwoorde wijze kasdekreparaties te kunnen uitvoeren. De bestaande constructie werd gebruikt als basis voor de nieuwe Safety-Car. ‘Maar eigenlijk werd het hele concept herzien en op een betere wijze opnieuw geconstrueerd’, vertelt Tom. ‘We wisten dat er een behoefte is aan betaalbare kasdekreinigers en krijtmachines voor het buitenland, maar ook in Nederland kan zo’n apparaat interessant zijn. Met onze expertise op het gebied van dergelijke machines was het een logische stap om de nieuwe Safety-Car te door ontwikkelen.’

Lokale elektriciën De Safety-Car is een modulair op te bouwen machine. Tom: ‘Je kunt hem dus als dekwasser aanschaffen en er een krijtmodule bij kopen, maar het kan ook andersom. Om het betaalbaar te houden hebben we de besturing heel simpel gehouden. Kijk, een Top Cleaner kan volautomatisch je kasdek reinigen, wacht op openstaande luchtramen en je hebt er geen omkijken meer naar. Dat is heel mooi, maar kost ook geld. De Safety-Car kan drie dingen: vooruit, achteruit en de snelheid traploos aanpassen. That’s it. Dat betekent minder componenten, een kortere installatietijd, minder kans op storingen en dus goedkoper. Hij is zo gebouwd dat een lokale elektricien in Polen hem kan repareren als het nodig is.’



>>


SERCOM f n o i s s Pa

l o r t n o or C

Tuinbouw Relatiedagen

14 t/m 16 februari 2012

Gorinchem

standnummer 182

www.klimaatcomputer.nl Gorinchem 14, 15 en 16 februari 2012 HĂŠt trefpunt voor de tuinbouwsector.

Openingstijden: 14.00 - 22.00 uur

Evenementen

HAL

HARDENBERG GORINCHEM VENRAY

Evenementenhal Gorinchem Franklinweg 2, 4207 HZ Gorinchem T 0183 - 68 06 80 F 0183 - 68 06 00 I www.evenementenhal.nl E gorinchem@evenementenhal.nl

13976 Tuinbouw GO 185x132 fc.indd 1

Ons evenement. UW MOMENT. 12-10-2011 10:26:10


GTT | 13

Verschillende kapmaten

Mannetje

Ook interessant is de grote inzetbaarheid van de Safety-Car. Tom: ‘Je kunt met één machine meerdere kapmaten bedienen. Dat is voor ons handig, omdat in principe elke Safety-Car hetzelfde is en we deze dus min of meer in serie kunnen produceren, maar ook met het oog op de buitenlandse markt is het slim, want daar zitten nogal wat telers die twee kassen met verschillende kapmaten hebben.’

Door een set sproeibomen te monteren wordt de Safety-Car omgetoverd tot krijtmachine. Twee kappen - en weer in elke kapmaat - kan hij aan, en in dat geval is het wél handig dat er een mannetje meerijdt om te kijken of het krijt egaal wordt aangebracht. ‘Wat je ook niet moet vergeten’, voegt Tom toe, ‘is dat de Safety-Car natuurlijk ook nog in te zetten is voor waar de basis ooit voor werd gemaakt: kleine onderhouds/reparatiewerkzaamheden op het kasdek. Je kunt vanuit de Safety-Car eigenlijk bijna alle werkzaamheden op een veilige wijze uitvoeren en dat is iets wat je niet moet onderschatten. Met een gootborstel bijvoorbeeld, kunnen de kasgoten worden gereinigd, zelfs wanneer de luchtramen openstaan.’ De Safety-Car kan met een hijskraan op het kasdek worden gezet en van kap naar kap worden verplaatst via een platform dat aan de servicerail is bevestigd. Als je nog geen servicerail hebt, niks aan de hand, Van der Waay zet hem er zo voor je op.

Afstandsbediening De basis van de Safety-Car wordt gevormd door een aluminium chassis dat op twee elektrisch aangedreven wielen door de goot rijdt. Aan weerszijden van de machine bevinden zich twee met kunststof beklede geleiders die afsteunen op de kasroeden. Moet er gepoetst worden, bevestig je de borstelset aan beide kanten van de kar. De borstelset bestaat uit onderling verbonden schijfborstels die worden aangedreven door een elektromotor. De borstelset wordt op de kapmaat aangepast door een schijfborstel toe te voegen of juist weg te halen. Een slang kan worden meegetrokken om de borstels van water te voorzien. Ook handig: de Safety-Car is met een afstandsbediening te besturen, dus er hoeft geen mannetje mee.

Meer info: www.vdwaay.nl


14 | GTT

Goot

onder een goot

Nattigheid op de grond is een doorn in het oog van een tuinder. Niet alleen ziet het er slordig uit, maar de plassen vormen ook een bron van ziekteverwekkers. Weg ermee dus. Maar hoe? Met de verdiepte goot van Formflex bijvoorbeeld.

Misschien is het slim om je eerst eens af te vragen waar die plassen op de grond eigenlijk vandaan komen. De oorzaak is, in tegenstelling tot wat veel mensen denken, doorgaans géén lekkende goot, of overactief druppelsysteem. Als een goot overloopt, ligt er naast de goot een plasje water en niet direct onder de goot. Waar komt het water dan wel vandaan? ‘Uit de CO2 darmen’, weet Arjan Kouwenhoven van Formflex. ‘Daar zit het volgende verhaal achter: Toen in het verleden de WKK steeds belangrijker begon te worden als techniek om energie terug te leveren en daar geld mee te verdienen, zag je dat de WKK’s steeds groter werden en de condensors niet echt meegroeiden. En dat heeft gevolgen voor de rookgassen uit de WKK die in de kas gebruikt wordt. Of beter gezegd, voor de temperatuur van deze rookgassen. Die is namelijk fors hoger, naarmate je

een kleinere condensor hebt, en zeker vergeleken met een conventionele ketel. Warmere CO2 zorgt voor condensvorming in de rookgasdarmen en die liggen precies onder de goot. Het gevolg is vochtplekken op de vloer.’

Extra gootje Dat de verklaring hout snijdt blijkt ook wel uit het feit dat de vochtplekken kleiner worden naarmate je verder van het ketelhuis vandaan bent. Arjan: ‘Die condens wordt steeds minder naarmate de rookgassen dezelfde temperatuur aannemen. Je ziet de vochtplekken dus richting het afschot steeds kleiner worden.’ Een nieuwe condensor plaatsen die meer warmte terugwint uit de rookgassen is een uitermate dure grap. Daar zul je dus geen enkele tuinder enthousiast voor krijgen. Aan de andere kant zijn de


vochtplekken potentiële bronnen van ellende. Vocht is bij tomaten bijvoorbeeld hét recept voor Botrytis. Gelukkig is er een goedkoper alternatief. Arjan: ‘Wij hebben een systeem ontwikkeld waarbij de rookgasdarmen van de grond worden gehaald en in een gootje onder de teeltgoot worden gelegd. Dat extra gootje is zeven centimeter breed en vijf centimeter hoog. Hij ligt onder de teeltgoot en neemt dus geen licht weg. Hij wordt bevestigd aan de teeltgoot met een simpel ophangmechanisme en loopt mee met het afschot van de kas. Aan het einde van elke goot zit een opvangbakje die kan worden aangesloten op de drain. Het condenswater is zo schoon, dat het gemakkelijk mee kan in de waterrecirculatie.’

tomatenteler Looije. Arjan: ‘Looije is heel kritisch op zijn teelt en wilde absoluut van die vochtplekken af. Die plekken komen, zoals ik al uitlegde, meer voor dichtbij het ketelhuis en we hebben in hun tomatenkas ongeveer de helft van het aantal meters teeltgoot van een CO2 condensgoot voorzien. En het werkt prima: de grond is nu schoon en droog.’ Interessant is om te bepalen hoeveel condens er nu precies wordt opgevangen. Sebastiaan Vermeulen is productiemanager bij Looije en vertelt: ‘Op dit moment draait de CO2 installatie te weinig om veel vocht te produceren. We hebben gemeten, maar dit waren echt kleine hoeveelheden. Vanaf februari gaan we weer echt doseren. Dan meten we opnieuw.’

Schoon en droog De CO2 condensgoot - want zo heet het systeem officieel - werd in eerste instantie ontwikkeld voor

Meer info: www.formflex.nl


Nanotechn 16 | GTT

verbetert lichttransmissie

Van Looveren in het Belgische Oelegem levert al 70 jaar uitsluitend aan de glastuinbouw de meest uiteenlopende glassoorten. Hortifuse AR is de jongste telg in het assortiment diffuus kasdekglas dat door middel van nanotechnologie een spectaculaire anti reflectiewerking heeft. Diffuus glas staat in de belangstelling. Nu is de lichtdoorlaatbaarheid van een diffuus kasdek weliswaar aanzienlijk minder dan zijn glasheldere broertje, maar het voordeel zit hem in de verstrooiing van dit voor de plant zo noodzakelijke PAR-licht waarvan de lichtgolflengte tussen de 400 en 700 nanometer zit. Diffuus PAR-licht verspreidt zich veel beter door de kas, komt ook tussen de kweek waardoor de kweek een evenwichtige groei doormaakt zonder plantenstress.

Etalageruit Yves Milonas: ‘Diffuus glas kent een zogenaamde HAZE-factor. Als het invallende licht 2.5 graden of meer afwijkt van het rechtdoor invallende licht,

spreken we van een HAZE-factor. Stel bijvoorbeeld dat 30% van het invallende licht niet afwijkt tot aan 2.5 graden en 70 procent wel. Dan spreken we van 70 % HAZE, of die lichtverstrooiing nu 2.5 graden afwijkt of zeg 40 graden van het invallende licht. Dat maakt niet uit. Nu is nog niet echt wetenschappelijk onderbouwd welke HAZE-factor het meest geschikte diffuse licht genereert voor de kweek. Van oorsprong meende men dat de HAZE-factor 30 moest zijn. Dus van het invallende licht wijkt 30 procent gradueel af met meer dan 2.5 graden van het invallende licht. Silke Hemming van de WUR liet mij weten dat dit ook HAZE-factor 50 kon zijn. Om maar even aan te geven dat ook de wetenschap hier geen eenduidig antwoord op kan geven. Wat wel duidelijk is, is dat het PARlichttransmissie door het diffuserende kasdek spectaculair afneemt. Als je een helder stuk glas met een oorspronkelijke PAR-lichtransmissie van bijvoorbeeld 90.5 procent met diffuus gaat behandelen, loopt de lichttransmissie terug tot zo’n 81-82% bij 50% HAZE. Dat lijkt niet veel, maar over een groot kasdek is dat echt wel wat. En dus vroegen wij ons af of we niets aan de lichtreflectie van dat diffuse glas konden doen om de lichtdoorlaatbaarheid te verhogen. Want reflectie verlaagt de lichtopbrengst in de kas. Nu zijn anti reflectiebehandelingen van glas niks nieuws. Een etalageruit van een winkel is meestal standaard anti reflecterend, omdat je de spullen in die etalage goed moet kunnen zien. Alleen is anti reflex-verhaal een dure zaak, zeker als je over oppervlakten spreekt zoals die in de grootschalige glastuinbouw spelen. Een beetje goede dompelcoating, waarbij het glas in een anti reflexterende coating gedompeld wordt, heeft een meerprijs van 10 euro per m2. Bovendien moet je het glas daarna gaan harden anders gaat die dompelcoating na een paar jaar door agressieve omgevingsfactoren zijn werking verliezen. De maximale lichtdoorlatendheid met een anti reflectie dompelcoating is 95 procent. Dus de hogere kostprijs van diffuus glas plus die anti reflex-coating moet je zien te tackelen door de lichttransmissie van het PAR-licht verder op te voeren boven die 95 procent, waardoor je ook met diffuus licht je opbrengst vermeerdert. Dat was ons uitgangspunt bij het ontwikkelen van een nieuwe anti reflextechnologie.’


nologie Gemiddelde golflengte Samen met een Europese glasleverancier zocht Van Looveren dus naar een andere manier van anti reflectie. In die zoektocht verlieten ze het pad van het coaten, het aanbrengen dus van een anti reflexlaag op het glasoppervlak. De gedachten gingen meer en meer uit naar het behandelen van het glas zelf. En men hield in het achterhoofd dat die nieuwe manier niet duurder mocht worden dan de aloude dompelmethode. De manier om het glas te behandelen in plaats van te coaten bleek mogelijk met nanotechnologie. Yves: ‘Het meest gebruikte glas is float glas. Bij de productie vloeit men het glas in vloeibare vorm uit op een tinbad. Tin heeft net als kwik een hoge densiteit, je kan het niet indrukken. Het vloeibare hete glas drijft, float dus, op het tin. Daardoor krijgt het zijn strak gladde oppervlak. Daarna gaan wij het glas met nanotechnologie nabehandelen en wel zodanig dat de oppervlaktestructuur verandert. Want een voor het oog onzichtbaar maar toch iets ruwer oppervlak reflecteert minder dan een glad oppervlak. Na behandeling komt het PAR-licht dus op een zodanige manier op het glas terecht dat het

GTT | 17

niet weerkaatst wordt. PAR-licht bevindt zich tussen golflengtes van 400 tot 700 nanometer. Daar nemen wij het gemiddelde van. Dan komen we uit op 550 nanometer. Een nabehandeling met deze lichtgolflengte geeft het beste anti reflectie-resultaat.’ En die resultaten mogen er wezen volgens Yves. Blank tuinbouwglas heeft bijvoorbeeld een lichtdoorlatendheid van 90.5. De door nanotechnologie aangebrachte anti reflectiewerking schroeft deze lichttransmissie op tot 97-98 procent. Gaat men van blank naar diffuus glas dan zakt de lichttransmissie naar 81-82 procent. Met de nanobehandeling (en dus het onderscheppen van reflectie) kan men rekenen op eenzelfde procentuele stijging van de lichttransmissie bij diffuus glas en wel met een percentage van 8 %. Dat brengt de lichtdoorlaatbaarheid van diffuus glas op een ongekende 89-90 procent. Prettige bijkomstigheid is dat het met nanotechnologie behandelde glas eenzelfde prijskaartje heeft als glas met een dompelcoating, terwijl dat laatste glas bovendien gehard moet worden om die coating vast te houden.

Maar er is meer Yves: ‘Een tuinder wil variabelen in handen hebben. Wij als glasleverancier kunnen op onze beurt weer met die lichtfrequenties spelen. Stel nou dat de wetenschap ontdekt dat een bepaalde kweek beter gedijt met iets meer licht van een bepaalde frequentie. Dan kunnen wij dat glas met nanotechnologie zo nabehandelen dat die specifieke lichtfrequentie meer doorgelaten wordt dan een andere lichtfrequentie. Hetzelfde gebeurt nu al met UV licht. UV licht heeft een golflengte dat onder de 400 nanometer zit. Het glas dat wij leveren aan bijvoorbeeld lolarossa-sla kwekers heeft een hoge UV doorlaatbaarheid. Daardoor wordt die sla rood en krijgt een andere smaak dan de gewone krop sla. Het zou best kunnen dat iets soortgelijks op gaat in het PAR licht voor bepaalde gewassen die gevoelig zijn voor een bepaalde lichtfrequentie tussen de 400 en 700 nanometer. Maar zover zijn we nog niet. Waar we wel al zijn is dat het diffuus licht in combinatie met de nieuwe nano anti reflectiebehandeling een diffuus kasdek een ongekende lichttransmissie geeft.’ Voor meer info www.vanlooveren.be


ECO CLIMATE CONVERTER Energie terugwinning uit vocht in gesloten kas!

Built-in security NIE

UW

!

Voordelen van de Eco Climate Converter: • Vermindert de luchtvochtigheid • Bespaart 50% energiekosten • Reinigt en filtert de lucht

RS Repair dagen Relatie w u o Tuinb orinchem G er 430 numm d n a t S

• Verlaagd Botrytis druk • Geen verlies van CO2 door open ramen • Vergemakkelijkt biologische tuinbouw • Voor groente en sierteelt

Wij heten u welkom in onze stand nr. 386 tijdens de Tuinbouw Relatiedagen. ArcaZen voor duurzaam en toekomstgericht kasklimaat ArcaZen voor duurzaam en toekomstgericht kasklimaat.

Werken op hoogte • Veilig en efficient • Voorkom claims door ongevallen • Zelfredzaam bij stormschade

Klimrek Tralie biedt vele mogelijkheden zie

WWW.KLIMREK.COM De Vette C.V. De Star 24 | 1601 MH Enkhuizen | +31(0) 228 - 56 11 11 info@arcazen.com | www.arcazen.com

Europalaan 44 2641 RX Pijnacker Tel +31(0)15-3612733

Gaagweg 11a 2636 AK Schipluiden Tel +31(0)15-3808784


GTT | 19

Meekijken bij Demokwekerij Westland is een plek die iedereen, die iets met tuinbouw te maken heeft, goed in de gaten zou moeten houden. In de verschillende ruimtes van de Demokwekerij worden namelijk de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van glastuinbouwtechniek gepresenteerd. Bovendien wordt er door verschillende partijen geëxperimenteerd, gepionierd en geïnnoveerd. In deze rubriek lopen we een rondje door de kas, samen met Peet van Adrichem, directeur van de Demokwekerij.

Het eerste wat opvalt in de Demokwekerij is een afdeling met aarbeiengoten. Aardbeien? Wat heeft dat met glastuinbouw te maken? ‘Steeds meer’, weet Peet te vertellen. ‘De aardbei wordt een steeds technischer product. Per vierkante meter worden er meer kilo’s geplukt door de introductie van nieuwe teeltsystemen. Bij dit gootsysteem van Formflex loopt de plukker onder de dakgoot tussen de teeltgoten en kunnen er dus meer goten per vierkante meter worden geplaatst.’ Een project dat al langer loopt en in mei 2012 zal worden afgerond is een vergelijking van verschillende biologische bestrijders. ‘Dit is voor het eerst dat leveranciers van dergelijke bestrijders meedoen aan een proef waarbij de resultaten onderling vergeleken zullen worden. Fyto onderzoekt in zeven verschillende proefkassen de effecten van de diverse beestjes. Men is ontzettend nieuwsgierig naar de uitkomst, maar ik kan er nog niks over zeggen, behalve dat het onderzoek wordt gefinancierd door het Productschap Tuinbouw.’

‘Interessant is dat één kas verder de synthetische equivalenten van de biologische bestrijders onderzocht worden. In deze kas is Bayer bezig met onderzoek en die kas ernaast wordt op dit moment gebruikt door Syngenta.’ Aan de andere kant van de Demokwekerij wordt er druk geëxperimenteerd met het lichtspectrum en de tomaatteelt. In een aantal testopstellingen worden de effecten van diverse LED-kleuren en plasmalicht, eventueel gecombineerd met SON-T, op tomaten onderzocht. De kas met alleen LED-licht en met een piek aan de rechterkant van het lichtspectrum - verrood - laat een gewas zien dat bijna een halve meter hoger staat dan een gewas zonder verrood LED. ‘En het levert ook smaakverschillen op’, zegt Peet. Op de terugweg laat Peet een nieuwigheidje zien: ‘Een composteerbare druppelslang. Dit ding is gemaakt van zetmeel en kan dus bij je teeltbeëindiging met het gewas de composthoop op. Je gebruikt hem om inlijn te druppelen en bij elk druppelgaatje is een labyrinth verwerkt om de ouput over de hele lengte zo constant mogelijk te houden. Als je je teelt echt wilt verduurzamen, is dit een manier om weer een stapje verder te komen.’


20 | GTT

Kunstmatig zonlicht in de kas

Begint de plasmal aan zegetocht?

Proeven met licht in de kas zijn zo oud als de glastuinbouw zelf. Naast alle denkbare varianten zoals onder andere LED, Son T, inductie, metal halide en fluorescentie kweeklampen lijken er ook stijgende kansen voor de plasmalamp te zijn. Maar wat is die plasmalamp precies? Wat doet het met de kweek? En wat heb je als kweker eraan? De plasmalamp is niet nieuw. Het basisprincipe werd in 1890 gelegd door de briljante uitvinder Nicolai Tesla. Dit basisprincipe werd gedurende de Koude Oorlog verder ontwikkeld door de Amerikanen. Reden: de Tesla lamp gaf het lichtspectrum van het zonlicht weer en dat zou na een atoomoorlog mooi van pas komen in de schuilkelders ten bate van zowel mens als gewas in diezelfde schuilbunker. Na de Koude Oorlog vervolgde de Plasmalamp zijn weg als o.a. straat- en fabriekshalverlichting. Rond 2008 kwam de plasmalamp wederom in beeld als mogelijke kweeklamp. Medio 2009 begonnen TNO en WUR Wageningen met proeven.

Magnetron Wim van Ieperen (WUR): ‘De plasmalamp is in feite een magnetronlamp. Die magnetron wekt een heel sterk elektromagnetisch veld op en dat wordt op zijn beurt door een mengsel van chemicaliën heen gestuurd. Door dat elektro-magnetisch veld krijgen die chemicaliën een net even hogere energiestatus, dat ze weer verliezen onder de uitzending van licht. Afhankelijk van de chemicaliën krijg je een bepaalde kleur licht eruit. Gebruik je chemicaliën die dat zonlicht na kunnen doen, dan gaat dat energieverlies van die chemicaliënmoleculen gepaard met het lichtspectrum van zonlicht. Bij onze proeven in afgesloten ruimten, dus ruimten waar geen daglicht is, hebben wij de plasmalampen gebruikt om zonlicht te imiteren voor LED-onderzoek. Mijn standpunt op dit moment is dat het kunstlicht dat momenteel in de glastuinbouw gebruikt wordt, hetzij Son T, hetzij LED’s en alle denkbare verlichting dat daar tussen zit, nog niet goed het spectrum van de zon kan benaderen. De zon doet het altijd beter. Dus als je naast het zonlicht op bewolkte dagen nog een beetje zonlicht bij schijnt met plasmalampen, ben je altijd beter uit qua effect op de kweek dan met LED of Son T alleen. Maar daar komt nog wel iets bij. Wij

als onderzoekers hoeven geen rekening te houden met de energie-input versus lichtopbrengst. En juist dat energieplaatje is van groot belang voor de commerciële kweker en zal het succes bepalen van de plasmalamp in de glastuinbouw.’ Afgezien van het energievraagstuk ziet het door de plasmalamp opgewekte zonnespectrum op de kweek er veelbelovend uit. Zo blijkt dat jonge komkommerplanten, maar ook de petunia- pot- en snijchrysant onder de zonlichtlamp zo’n 10 tot 40 procent meer groei hebben dan onder Son T of LED. Dit positieve effect komt niet zozeer door de bladfotosynthese, maar door morfologie (de vormontwikkeling van de plant). Een plant heeft namelijk de neiging om direct naar een lichtpunt te groeien. Door de zonlichtlamp is er voldoende licht in de voor de plant nodige frequenties waardoor een betere strekkingsgroei van het blad van de (jonge) plant ontstaat. Met als gevolg een betere lichtonderschepping waardoor de plant sterker wordt en minder gevoelig is voor schimmels en ziekten.

Spectra-onderzoek Op dit moment loopt er in de Demokwekerij Westland een groot lichtspectrum onderzoek. In zes kascompartimenten worden evenzovele proeven genomen, waarbij in twee compartimenten de zwavel plasmalamp wordt ingezet: • Son T plus daglichtondersteuning plus plasma en • LED rood plus daglichtondersteuning en plasma Voor de rest bestaat de proef uit: • LED rood-blauw plus daglichtondersteuning • LED blauw rood verrood plus daglichtondersteuning • LED PAR (400-700 nanometer) plus daglichtondersteuning • LED PAR plus verrood plus daglichtondersteuning Peet van Adrichem: ‘Voor alle duidelijkheid: je ziet aan de zes proeven dat het hier om een spectrum-onderzoek gaat en niet om een specifiek onderzoek naar de werking van de plasmalamp. Wat de resultaten betreft: die verwachten we medio mei. Maar nog even over die plasmalampen: je moet het zo zien. Als je ’s nachts gaat belichten in je kas met Son T en LED’s dan ontbreekt er in die kas bepaalde lichtspectra. Met de inzet van plasmalampen haal je die negatieve effecten van datgene wat ontbreekt in het totale lichtspectrum in die kas weg. Ga je overdag belichten met Son T en LED, dan haalt de zon zelf die negatieve effecten weg en zijn plasmalam-


lamp

GTT | 21

Proef Demokwekerij: plasma in combinatie met daglicht en Son T

pen veel minder effectief. Dus het verhaal is volgens mij niet zo van: je hangt je kas vol met plasmalampen en het is klaar. Volgens mij is het èn èn. Ik verwacht in mei dat uit de proef komt dat de rol van plasma per teelt verschillend is. Op basis van datgene wat we nu zien denk ik dat de rol van de plasmalamp in de glasgedekte teelt niet groot zal zijn. Wel in de afgesloten teelt bij de opkweek en zaden.’

Uitontwikkeld Voormalig WUR-onderzoeker Sander Hogewoning is betrokken bij bovengenoemd onderzoek en werkte in 2009 met Wim van Ieperen aan experimenten in afgesloten teelt met de plasma-lamp. Nu heeft hij zijn eigen onderzoeks- en adviesbureau Plant-Lighting en adviseert hij kwekers over diverse belichtingstechnieken. Sander: ‘Inzet van de plasmalamp hangt sterk af wat een kweker wil. Als het puur gaat om de assimilatie in bijvoorbeeld de tomatenkweek, dan denk ik dat de Son T lamp op dit moment nog de beste keuze is, eventueel aangevuld met LED’s als tussenbelichting. Maar als je het gaat hebben over potplanten, dan is er een heel scala aan mogelijkheden. Wat de plasmalamp betreft: ik denk dat het een hele interessante lamp voor de toekomst kan worden, mits de techniek en efficiëntie wat verder ontwikkeld zijn. Je kan ook met LED’s dat zonlicht proberen te benaderen, maar qua energie efficiëntie wordt dat gewoon te duur voor de glastuinbouw. En de vraag is ook: heb je eigenlijk wel dat hele zonlichtspectrum nodig? Dus wat ik nou verder zou willen onderzoeken is: welke lichtfrequenties van het zonlicht hebben welke invloed op de plant en kunnen wij bijvoorbeeld met een plasmalamp of LED’s juist die frequenties oproepen waarmee je iets kan voor je kweek. Waardoor je een interessante energie-efficiëntie genereert die een toegevoegde waarde heeft ten opzichte van de Son T lamp.’ Bijna haaks op die menig staat de visie van Aad Baars, onderzoeker en eigenaar van Renatechnik en filiaalhouder van Plasma International dat ook opereert in landen als Engeland, Duitsland, China, België, Canada, VS, Denemarken en Zweden. Kennelijk is de plasmalamp in het buitenland aan een heuse zegetocht bezig.

Plasmaproef in combinatie met LED Rood

hand van die praktijkresultaten hebben wij genoeg ervaring opgedaan met de plasmalamp om te kunnen stellen dat in plasmalampen momenteel meer muziek zit dan in LED. Kijk, Son T, eigenlijk een veredelde straatlantaarn die ze die kas in gesleept hebben, is uitontwikkeld. Bij LED klopt de duurzaamheid en energie-efficiëntie niet. Dus LED is hooguit geschikt als stuurlicht, maar niet als groeilicht. De kracht van de zwavelplasmalamp, in tegenstelling tot Son T, is dat hij de plant niet overbelast, omdat het een natuurlijk spectrum is. En dat zie je duidelijk in de plantontwikkeling terug. Met plasma kan je dus een gezondere plant neerzetten waardoor je minder uitval hebt en een hogere productie haalt. Simpel omdat door de plasmabelichting die plant van binnenuit sterker wordt en dus weerbaarder is tegen schimmels en ongedierte. De flavonoïden, zeg maar de oerkracht van een plant, komt met plasmabelichting veel meer tot zijn recht.’

Natuurlijke vijanden Straatlantaarn Aad: ‘Ik baseer me niet zozeer op allerlei onderzoeken, maar op de resultaten in de praktijk. Aan de

Eén van de natuurlijke vijanden van de plasmalamp is de gewasbeschermingsindustrie, zo meent Aad, die wijst op een NOS bericht van 26 oktober 2011.


22 | GTT

Markering proefkassen demo-kwekerij

Zo blijken steeds meer patiënten besmet te zijn met resistente schimmels. Longinfecties veroorzaakt door de Aspergillus fumigatus-schimmel worden behandeld met medicijnen met azolen. Het UMC St. Radbout heeft vastgesteld dat ongeveer 5 procent van die Aspergillus fumigatus-schimmel resistent is geworden voor medicijnen met azoren. Gevolg: per week sterft één patiënt aan de gevolgen van die resistentie. Een resistentie die niet zozeer wordt veroorzaakt door azoren in geneesmiddelen zelf (400 kilo azolen op jaarbasis) maar met name door het grootschalig gebruik in land- en tuinbouw (130.000 kilo azolen op jaarbasis). Aad: ‘Als je nou begint om o.a. met plasmabelichting die plant zijn natuurlijke licht te geven en dus sterker te maken tegen schimmels en ziekten heb je veel minder bestrijdingsmiddelen nodig en draag je bij aan een duurzame oplossing voor dit soort resistentie-gevaren voor de volksgezondheid. Met name in Zweden beginnen ze dat door te krijgen. Mijn vrees is dan ook dat als Nederland maar blijft inzetten op LED, Son T en zich allerlei tijdrovende en in mijn ogen niet echt noodzakelijke onderzoeken blijft permitteren, de innovatieve Nederlandse glastuinbouw achter de feiten aan gaat lopen. Terwijl het in de praktijk allemaal al zo duidelijk is. Met een plasma zwavellamp kan je 30 tot 40 % energie besparen. En je maakt de kweek zo sterk dat ie 65 % minder kunstlicht nodig heeft. Bovendien kan je toe met een minimum aan pesticiden.’

Goede start Gavita is een bedrijf dat reeds een jaar met succes de plasmalamp aan de man brengt. Martin van Ginkel: ‘We staan weliswaar nog aan het begin van een nieuwe ontwikkeling, maar we kunnen nu al veel over de plasmalamp zeggen. Plasma heeft een Color Rendement Index (CRI)-waarde van 95 procent zonlichtspectrum en Son T 30 procent. Plasma gaat moeiteloos 30.000 branduren mee en een Son T lamp haakt af na 10.000 branduren. Wij verkopen plasmalampen met name voor gebruik in daglichtloze teelten. Daar vult de plasmalamp het spectrum aan dat Son T of andere typen lampen niet in zich hebben. Als je praat over de glastuinbouw, daar hebben we momenteel

wat proefjes lopen. Ik kan me voorstellen dat je het kan gebruiken als aanvulling op het daglicht. Vroeger begon men met belichten bij 3000 lux. Daarnaast had je een hoeveelheid invallend licht van het buitenlicht. Dat was 8 procent bijvoorbeeld. Nu zit men met dusdanig hoge lichtniveaus in die kas, dat de invloed van het buitenlicht eigenlijk nihil is, waardoor je een te eenzijdig spectrum in de kas krijgt. Dat stukje buitenlicht mis je. En dat kan je, met name op bewolkte dagen, weer opvangen met de plasmalamp waardoor zowel plant als beworteling zwaarder en sterker worden. Zo’n kweek die vanaf het begin door plasma beschenen wordt, krijgt een goede start en is later weerbaarder tegen plantziekten.’

Natuurgetrouw product HortiLight eigenaar Ben de Jong ziet een opkomende stijging van de plasmalampen. Ben: ‘Tot voor kort waren ze nog heel duur en nu de prijs een stuk lager is, vinden steeds meer kwekers het interessant worden. Wat cijfers: van de 900 watt die effectief voor plasma wordt gebruikt is circa 75% lichtoutput en 25% warmte. Het totale stroomverbruik is 1100 watt dus de additionele 200 watt wordt gebruikt voor het aansturen van de magnetron, voeding en koeling.’ Dit is te vergelijken met de ballast (voeding) van een Son T lamp. De ballast van een 600 watt Son T lamp verbruikt circa 100 watt. Daarnaast zie je dat onder Son T de kweek altijd wat minder mineralen en vezels heeft plus een afname van vitaminen. Omdat plasma een natuurlijk zonlicht spectrum geeft, krijg je een veel natuurgetrouwer product waar alles dat in een tomaat of komkommer hoort te zitten aan voeding er ook daadwerkelijk inzit. We hebben inmiddels aan 20-30 kwekers verspreid over de verschillende teelten de lampen geleverd. En we leveren ook aan varkens- en kippenboeren om het welzijn van het dier te verhogen. Die tendens zien we ook steeds meer. Dus in uiteenlopende branches neemt de interesse voor de lamp neemt steeds meer toe. Een van die branches zijn de kwekers die het om juridische redenen altijd al van een wel heel erg afgesloten teelt moesten hebben: de wiet-telers. Op de website www.jointjedraaien.nl is een levendige informatieuitwisseling en experimenteren een paar niet geheel reguliere kwekers met de plasmalamp. Dus ook in die branche is de interesse voor de plasmalamp gewekt.


HET NIEUWE METEN

energie besParing

De nieuwste applicatie voor het meten van • UV, PAR, IR • Lichtspectrum • Energiebalans

Doel: • Vormgeving van de plant • Aansturing klimaat • Gericht sturen en/of afschermen externe en natuurlijke lichtbronnen

ENERGIE METING Meting tussen 200 nm - 100 µm (Watt/m2) Doel: • Energiebalans voor verdamping • Aansturing klimaat • Gericht sturen en/of afschermen externe en natuurlijke energiebronnen

“De enige enige meter meter “De die ook ook de de die uitstraling van van uitstraling de plant plant meet” meet” de

lagere stookkosten

snelle terugverdientijd

schone verbranding

© decrealisten.nl

LICHT SPECTRUM METING Meting tussen 200 nm - 1100 nm (UV-PAR in µMol/s.m2)

tubro is leverancier en producent van afzuig-, verbrandingsinstallaties, briketpersen, houtschredders, silo’s, schuurtafels en spuitwanden voor de verwerking van restmateriaal. voor milieutechnische installaties bent u bij tubro aan het juiste adres.

S BEZOEK ON UW BO IN TU E OP D EN G RELATIEDA STAND 331

FILTERLUCHTVERBRANDING

www.hortispec.nl T +31 (0)72 571 12 82 Heerhugowaard Holland

053 - 461 28 88 • info@tubro.nl • www.tubro.nl

Adv. Tubro 90x132 GT.indd 1

Q & A met CropEye

06-01-10 11:33

Anti-Brain-Drain Vakmensen lijken in de glastuinbouw steeds schaarser te worden. Om de Brain-Drain enigszins te compenseren moet er iets gebeuren in het onderwijs. CropEye komt daarom het Horticultural Experience Centre. GTT: Vertel wat is dit nu weer, het past in het rijtje van vele initiatieven met ronkende namen... CropEye: Ja en nee; ja het is een initiatief om de glastuinbouw dichter bij de scholen te krijgen en ja de naam ronkt. Nee, want het idee is wel al gerealiseerd. GTT: wat is er gerealiseerd dan? CropEye: Een viertal scholen, EduDelta, Melanchthon, InHolland en Lentiz werken samen met GreenQ Improvement Centre en CropEye. Er zijn kleine praktijkkassen gerealiseerd waar leerlingen eigen teelten uit voeren. GTT: en dat draait al? CropEye: ja, de praktijkkassen kunnen apart worden aangestuurd en de leerlingen kunnen ter plekke werken. In januari zijn de eerste leerlingen begonnen. GTT: wat gaat dat de sector nu opleveren? CropEye: leerlingen doen echte praktijkerva-

ring op. Niet alleen hoe planten groeien, maar ook hoe je de teelt organiseert. Ze dragen een grote verantwoordelijkheid, maar er mag wat fout gaan. Het is tenslotte om van te leren. GTT: krijgen we daarmee meer en beter personeel? CropEye: leerlingen die echt kennis maken met de praktijk -en die we ook laten kennis maken met tuinders en daar op bezoek gaanja die kunnen we gemakkelijker warm krijgen voor een baan in de tuinbouw. GTT: wat moet er nog gebeuren voordat het echt draait? CropEye: een goede organisatie neerzetten, die ambitieus, maar ook gedisciplineerd de proeven en de leerlingen begeleidt. Wij leggen ook de contacten met ondernemers…eigenlijk willen we dat ondernemers proeven/leerlingen adopteren. GTT: en,hoe lang gaat dit duren? CropEye: we gaan een paar jaar proefdraaien, ervaringen opdoen…..en als we het goed doen..loopt het vanzelf door. Mond op mond reclame.


24 | GTT

Meer vernevelen met Halofog

Low Volume Misting (LVM) is een bekende techniek in de glastuinbouw die voornamelijk wordt gebruikt om gewasbeschermingsmiddelen in de kas te brengen. Helaas is de capaciteit van LVM’s doorgaans te laag om hem te kunnen gebruiken om te desinfecteren aan het einde van de teelt. De Halofog heeft een hogere capaciteit dan op dit moment beschikbare LVM-units en kan wél gebruikt worden voor dat laatste doeleinde. Low Volume Misting (LVM) is, zoals u weet, niets nieuws in de glastuinbouw. Al meer dan twintig jaar geleden werden de eerste LVM-units in kassen geplaatst om gewasbeschermingsmiddelen op een effectieve manier te kunnen toedienen. En aan het einde van de teelt werden thermische vernevelaars ingezet om de complete kas vrij te krijgen van ziekteverwekkers. Met de toename van biologische bestrijders in de glastuinbouw wordt er veelal nog slechts corrigerend gebruik gemaakt van gewasbeschermingsmiddelen. Toch is juist het desinfectieproces belangrijk, want een schone start van een nieuwe teelt verkleint problemen gedurende de teelt aanzienlijk. Met de nieuwe Halofog van Frans Veugen kan er met één apparaat worden gedesinfecteerd en gewasbescherming worden toegepast.

Blazen Het succes van een LVM-behandeling is afhankelijk van de gebruikte LVM-unit en de aanwezige steunventilatie. Vrijwel iedere kas heeft nog steeds horizontale ventilatoren die tijdens de teelt vaak niet meer gebruikt worden, maar tijdens LVM de mist snel kunnen verspreiden. De kwaliteit van de gebruikte desinfectie- of gewasbeschermingsmiddelen speelt tenslotte ook een rol. Er zijn grofweg twee soorten vernevel-technieken: thermische verneveling, vaak op benzine en verneveling met gebruik van perslucht (LVM). De laatste techniek wordt het meest gebruikt bij gewasbescherming, de eerste techniek bij desinfectie. Je kunt je LVM het beste voorstellen door een kraan open te zetten en vervolgens zo hard mogelijk door de straal te blazen. Er ontstaan dan spetters en dus mist.

Sproeikop Misten lijkt simpel, maar het tegengestelde is waar. Jos Veugen werkt voor de firma Frans Veugen Be-

drijfshygiëne B.V.: ‘Wij begonnen eind jaren tachtig al met vernevelaars in de veehouderij. Daar werd deze techniek gebruikt om de stallen schoon te maken. We werkten toen vooral met thermische vernevelaars van Pulsfog, maar na verloop van tijd gingen we zelf apparatuur maken, vooral met een grotere capaciteit dan die van Pulsfog. Enkele jaren daarna kregen we vanuit de glastuinbouw aanvragen en gingen we specifiek voor die markt LVM-apparatuur ontwikkelen. Kijk, LVM werkt het beste als je in een zo kort mogelijke tijd een grote hoeveelheid vloeistof met een zo klein mogelijke druppelgrootte in je kas kunt krijgen.’ Vooral het type sproeikop is van groot belang voor het functioneren van een LVM-unit. Jos: ‘We maken daarbij doorgaans gebruik van een Venturi sproeikop, maar bij onze nieuwste LVM-unit, de Halofog zijn we daar wat van afgeweken. De sproeikop die in de Halofog zit is nog steeds een Venturi kop, maar is van binnen anders opgebouwd. De kop heeft een zeer grote capaciteit en produceert een zeer kleine druppel. Om dat voor elkaar te krijgen, moet er meer energie in het proces worden gestoken, dat is helaas onvermijdelijk.’ Toch hoeft dat hogere energieverbruik geen nadeel te zijn als je bedenkt dat desinfectie veel effectiever plaatsvindt. Jos: ‘Met een kleine druppel heb je meer contact met de te reinigen oppervlaktes en met een grote capaciteit weet je zeker dat je de kas snel in de mist kunt zetten, dus dat het middel de nodige tijd krijgt om zijn werking uit te oefenen. Een uniform beeld is wat een tuinder graag ziet. Geen rare hoeken met net wat te weinig middel.’ Ter vergelijk: een gemiddelde LVM-unit produceert een druppel van 8 micron bij een capaciteit van 2 liter per uur. Naarmate je druppelgrootte toeneemt, neemt de capaciteit ook weer toe. De Halofog weet bij een druppelgrootte van 16 micron een capaciteit van 40 liter te halen. ‘We hebben ruim twee jaar aan die sproeikop zitten


GTT | 25

schaven voor we tevreden waren’, licht Jos toe. ‘De verhouding tussen lucht en de vloeistof is daarbij cruciaal, in combinatie met de vormen van de sproeikop.’

Vast of mobiel Waar men vroeger in de tuinbouw zo’n 20 liter per hectare vernevelde, is 40 liter tegenwoordig geen uitzondering meer. ‘Tuinders die veel vernevelen hebben vaak een vaste LVM-unit in de kas hangen, maar we verkopen ook mobiele units. Dat geldt ook voor de Halofog. Een vaste unit is bij glasgroente interessant vanaf een hectare of 10. Daaronder kun je met een mobiele unit goed uit de voeten.’

UV-lamp Een andere interessante eigenschap van de Halofog, behalve zijn grote capaciteit en kleine druppel, is de spoelfunctie. Jos: ‘Om de paar minuten wordt het systeem gespoeld met water om verstoppingen te voorkomen. Daar hebben LVM-units namelijk nog weleens last van. Ook interessant is de mogelijkheid om UV-poeder na het spuitmiddel in de kas te kunnen vernevelen. Na het misten haal je een paar monsters uit de kas en die bekijk je in het donker met een UV-lamp om te controleren of het middel overal is gekomen. Dat geldt zowel voor gewasbeschermingsmiddelen als desinfectie na een teelt.’ Meer info: www.fransveugen.nl


26 | GTT

Tuinbouwproject Grensoverschrijdende tuinbouwprojecten verdienen om diverse redenen speciale aandacht, te beginnen bij de communicatie tussen de contracterende partijen. Wat opdrachtgever en opdrachtnemer met elkaar afspreken over het uit te voeren project en allerlei administratieve en juridische aangelegenheden, wordt in het algemeen vastgelegd in een contract met bijbehorende werkomschrijvingen. Daarbij hanteren veel Nederlandse bedrijven algemene leveringsvoorwaarden, waarin zaken met betrekking tot bijvoorbeeld betaling, opleveringstermijnen en verzekeringen, maar ook aansprakelijkheid, zijn geregeld. Tot zover niets nieuws zult u zeggen. Maar soms lijken in het buitenland andere, veelal ongeschreven regels te gelden, die pas boven water komen als er iets mis gaat. Bijvoorbeeld, de door de Nederlandse aannemer opgestelde werkomschrijving blijkt niet compleet te zijn en meerwerk kan niet worden gedeclareerd. De Nederlandse aannemer is eraan gewend dat niet vooraf omschreven, maar wel noodzakelijk meerwerk gewoon mag worden afgerekend. Ook als sprake is van een aangenomen klus. Ander voorbeeld: de door de Nederlandse aannemer ingebrachte leveringsvoorwaarden blijken achteraf niet op een voor de buitenlandse opdrachtgever acceptabele wijze te zijn ingebracht. Vaak is verwijzing naar de voorwaarden onderaan het briefpapier niet voldoende. Inbreng van voorwaarden in de Nederlandse taal is sowieso uit den boze. Nog een punt van aandacht: de communicatie met uw werknemers ter plaatse. Velen zullen de taal van het land waar zij tijdelijk aan het werk zijn niet (voldoende) beheersen. Dankzij een goede werkomschrijving en periodieke aanwezigheid van de uitvoerder is directe communicatie met de buitenlandse opdrachtgever in principe niet noodzakelijk. Maar als zich om de een of andere reden onvoorziene omstandigheden voordoen, die van invloed zijn op de uitvoering, dan dient de kassenbouwer op afstand beslissingen te nemen.

Eigenlijk zou er niet veel verschil moeten zitten tussen het aannemen en uitvoeren van werk in Nederland en werk in het buitenland. Er wordt in beide gevallen een contract gesloten, het werk wordt uitgevoerd en afgerekend. Het verschil zit hem nu juist in de plaatselijke gewoonten en de taal. Gaat u aan de slag in een land waar u nog geen ervaring heeft, dan kunnen de volgende tips u daarbij helpen. Op het oog niet zo opzienbarend, maar toch... • doe ter plaatse goed vooronderzoek en vraag naar reeds uitgevoerd onderzoek van bijv. de bodem waarop u moet gaan bouwen; • maak een uitgebreide werkomschrijving, zowel voor de opdrachtgever als voor de uitvoerende werknemers ter plaatse; • maak met de opdrachtnemer duidelijke afspraken over meerwerk; • zorg dat de leveringsvoorwaarden correct vertaald zijn en breng deze expliciet in; • bestudeer de eventueel ingebrachte inkoopvoorwaarden van de opdrachtgever, en let onder meer op eventuele strijdigheden met uw leveringsvoorwaarden; • stel uzelf goed op de hoogte van het werk van andere op de bouwplaats actieve onderaannemers; • maak duidelijke afspraken met uw werknemers ter plaatse hoe om te gaan met onvoorziene omstandigheden en aanvullende wensen van de opdrachtgever of een andere aannemer; • als er iets mis gaat in de uitvoering, als er schade wordt veroorzaakt, laat uw medewerkers dit goed documenteren door bijv. foto’s te maken. Ter illustratie hieronder een casus die zich ergens in 2008 afspeelt. De kwestie is nog steeds niet tot tevredenheid van alle partijen afgewikkeld. Daaraan kun je al zien hoe ingewikkeld zaken soms kunnen worden, als vooraf onvoldoende afspraken over de uitvoering van de opdracht zijn gemaakt. Wat is het geval? Een Franse tuinbouwer ergens in het zuiden van Frankrijk heeft een kas, een min of meer traditionele Venlokas, en wil graag uitbreiden. Het terrein dat hij daarvoor op het oog heeft, bevindt zich pal naast zijn bestaande kas. Het circa


GTT | 27

ten over de grenzen heen 200 meter lange te bebouwen terrein loopt af. Het hoogteverschil tussen begin en einde bedraagt circa 8 meter. Daarom laat de tuinbouwer het door een plaatselijk grondverzetbedrijf horizontaal maken en egaliseren. Aan één zijde van het terrein ontstaat daardoor een talud met een hoogte van 8 meter. Door een andere aannemer, een funderingsbedrijf, laat de Franse tuinbouwer vervolgens funderingspalen heien, benodigd om de kas op te kunnen bouwen. Aan een derde aannemer, in dit geval een Nederlandse kassenbouwer, draagt de tuinbouwer het bouwen van de kas op. De kassenbouwer gaat er van uit dat het terrein bouwrijp aan hem wordt opgeleverd, dat wil zeggen dat de bodem en/of de inmiddels aangebrachte fundering draagkrachtig genoeg is om op te bouwen en de bodem geschikt is voor graafwerk ten behoeve van de aanleg van hemelwaterafvoerbuizen. De Nederlandse werknemers starten met het werk en merken al gauw dat de bodem erg grof van structuur is, met veel keien en weinig verdicht. Dit bemoeilijkt het noodzakelijke graafwerk en kan bovendien problemen geven bij de aanleg van de pvc grondleidingen ten behoeve van het hemelwater afvoersysteem. Eén en ander wordt telefonisch bij de uitvoerder gemeld. Na overleg wordt zwaarder graafmaterieel vanuit Nederland aangevoerd en het werk wordt voortgezet. De kas wordt op tijd aan de tuinder opgeleverd. Vrij snel daarna meldt de tuinder zich bij de kassenbouwer met de mededeling dat een lekkend hemelwaterafvoersysteem debet is aan verzakking van één van de hoeken van de kas en versnelde erosie van het talud. Ter plekke stelt de uitvoerder van de kassenbouwer vast dat op een aantal plaatsen de koppeling van de hemelwaterafvoerbuis op de grondleiding is losgeschoten. Dit leidde volgens de tuinder tijdens de eerste forse regenbui sinds de oplevering tot wateroverlast op het pad tussen de nieuwe kas en de bestaande kas. Van daar af begon het overtollige regenwater over een deel van het talud aan de achterzijde van het complex te stromen. Gevolg: wegspoelende grond met instabiliteit van het talud en verzakking van een hoek van de kas. Althans, dat stelt de tuinder.

De tuinder stelt de kassenbouwer aansprakelijk voor de gevolgen. Naar later blijkt, worden ook het grondverzetbedrijf en de heier bij de kwestie betrokken. Maar er blijkt meer aan de hand te zijn. De kassenbouwer gaat direct ter plekke, repareert de losgeschoten koppelingen en controleert voor de zekerheid alle andere aansluitingen. Hij stelt tijdens de reparaties toevallig vast dat het pad tussen oude en nieuwe kas bij een forse regenbui snel onder water komt te staan, ondanks de inmiddels uitgevoerde reparaties aan de hemelwater afvoeren. Het overtollige water blijkt afkomstig te zijn van een overstromende goot van de bestaande kas. Verder kan het verzakken van de hoek van de kas het gevolg zijn van een enkele meters diep gat dat de tuinder zelf kort daarvoor had gegraven voor het plaatsen van een installatie. Daarbij rijst de vraag wat het draagvermogen van de funderingspaal op die hoek is. Ook valt het de uitvoerder op dat aan het uiteinde van de horizontaal gemonteerde regenwater verzamelbuis, die in een uitgegraven reservoir uitkomt, een bocht met verticaal uiteinde is aangebracht. Deze constructie blijkt door de medewerkers van de kassenbouwer op mondeling verzoek van de tuinder zo te zijn uitgevoerd, in verband met de vergroting van de capaciteit van het reservoir. Een dergelijke constructie kan bij overvloedige neerslag leiden tot een tijdelijke verhoging van het regenwater in het gehele systeem, met ongewenste verhoging van de druk op de buisverbindingen. Al deze vraagstukken en nog meer moeten worden opgelost voordat de verantwoordelijkheid voor de ontstane schade kan worden bepaald. Omdat de kassenbouwer geen aansprakelijkheid erkende, stapte de tuinder naar zijn advocaat. De advocaat dagvaardde de kassenbouwer en dat leidde tot een rechtszaak. Omdat de betrokken rechter geen verstand heeft van kassenbouw, stelde hij een deskundige aan. Inmiddels hebben al meerdere expertises en bijeenkomsten plaatsgevonden met alle betrokken partijen, hun schade-experts en advocaten. En omdat de bureaucratische raderen van het Franse rechtssysteem langzaam draaien, blijft deze zaak ook nog wel even voortduren.


28 | GTT

Voorlopige analyse van een aantal problemen die tot deze ongewenste situatie hebben geleid: • het grondverzetbedrijf leverde slecht werk af en de kassenbouwer overtuigde zich onvoldoende van de kwaliteit van de bouwrijp gemaakte grond; • de tuinder stelde niet één bedrijf aan dat als hoofdaannemer verantwoordelijk moest zijn voor de gehele bouw. Hij dacht zelf de diverse werkzaamheden van de drie verschillende aannemers te kunnen managen. Maar communicatie tussen de drie bedrijven vond niet plaats; • de tuinbouwer verzocht de uitvoerende medewerkers van de kassenbouwer even de uitloop van de hemelwaterverzamelleiding te verhogen. De monteurs van de kassenbouwer verzuimden dit met het thuisfront te overleggen zonder de consequenties te overzien; • het is gebruikelijk om bij een constructie als hierboven een pomp te plaatsen om verhoging van het water in het totale afvoersysteem te voorkomen. Deze pomp was niet in de begroting van de kassenbouwer opgenomen omdat de tuinder zelf het opvangreservoir met aanverwante zaken zou realiseren; • de kassenbouwer, zo bleek achteraf, had zijn leveringsvoorwaarden niet correct ingebracht. In deze voorwaarden waren artikelen opgenomen mbt de mededelingsplicht over en weer tussen partijen, beperking van aansprakelijkheid onder bepaalde omstandigheden, de verwachting dat de opdracht-

• paprikateelt

• (tros)tomatenteelt

gever een Construction All Risk verzekering zou afsluiten, de toepasselijkheid van het Nederlands Recht etc.

Hoe gaat deze zaak aflopen? De kassenbouwer heeft de kas ter plaatse van de verzakte hoek standzeker gemaakt. Het hemelwaterafvoersysteem werkt naar behoren. De tuinder heeft het talud hersteld en versterkt. Alles is nu in orde en de tuinbouwer kan eindelijk produceren. Maar er zijn nog wel schermutselingen van juridische aard over de tot dusver gemaakte kosten. De kosten voor de verschillende experts en juristen zijn inmiddels opgelopen tot een kleine 50.000 euro! Er bestaat geen algemene handleiding voor het aannemen van werk in het buitenland. Elk land kent zijn eigen gewoonten en regels, die in sommige opzichten nogal afwijken van wat in Nederland gebruikelijk is. Centraal staan dan ook kennis van de lokale situatie en goede vooraf vastgelegde afspraken. Als je weet wat je aan elkaar hebt, dan kan er weinig misgaan. En als er dan toch iets mis gaat en partijen wensen het gerezen geschil voor de rechter te brengen, dan vinden er ter voorbereiding van een eventuele rechtszaak zogenaamde gerechtsexpertises plaats. En dat gaat in elk land weer anders. ing. Kees Akse, schade-expert

• komkommerteelt

Van oogst tot pallet Palletizers Interne transportsystemen Sorteermachines

totaaltechniek voor oogstverwerking Voor informatie: 076 522 26 77 of www.taks.nl

• overige groententeelt


Column

GTT | 29

Water: sámen dijken bouwen voor de toekomst Precies een jaar geleden ging deze column ook over water en ging

daar heeft de glastuinbouw sector heel wat te bieden. Een jaar

het over het feit dat áls water in het nieuws is, er meestal sprake

geleden schreef ik het al: technieken en producten uit de glastuin-

van een crisis is. De geschiedenis herhaalt zich ook nu weer: 2012

bouw zijn prima bruikbaar in buitenteelten: door toepassing van

start met regen, heel veel regen, storm en hoge waterstanden.

nu al beschikbare sensoren kan 15 tot 75% water bespaard worden

Noord Nederland op de TV: dijken lopen (bijna) over of er is risico

in de grondteelt.

op doorbraak. Mensen en dieren worden geëvacueerd en op de radio ontspint zich een discussie: ‘Is Nederland goed voorbe-

Ook voor de tuinbouw in Nederland zijn er legio uitdagingen waar

reid op hoog water?’. Dat lijkt me wel: als er één land is dat dit

we ons bovenuit moeten zien te worstelen. In de uitvoeringsagen-

goed voor elkaar heeft is het Nederland. Als halve Zeeuw en dus

da zijn de hoofdlijnen aangegeven: Water open teelten, Masterplan

grootgebracht met de verhalen van ‘De ramp’ en de spreuk op het

mineralen, Bodem en ecosysteemdiensten, Duurzame Bodem én

provinciewapen: ‘luctor et emergo’ (ik worstel en kom boven) heb

Glastuinbouw Waterproof. Waterbestendige glastuinbouw dus:

ik de deltawerken zien groeien. Op weg naar, en tijdens onze zo-

bestand tegen welke ‘watercrisis’ dan ook. Toekomstgericht, voor-

mervakanties op Schouwen Duiveland zag ik ze gebouwd worden,

uitkijkend met als doel het voorkomen van een echte crisis, net

van de Grevelingendam, de Brouwersdam en de stormvloedkering

zoals de waterschappen dit doen met het beheer van de dijken.

tot en met de Philipsdam. Wereldberoemd zijn we er om. En wat

En ook deze toekomstgerichte aanpak mag wat kosten: alleen voor

belangrijk is, we kijken vooruit, want voorkomen is beter dan

2012 is een totaal budget gevraagd van ruim 22 miljoen, waarvan

genezen. De waterschappen dragen daar gezamenlijk zorg voor en

12 miljoen van de overheid. Het lijkt veel geld maar ook dit bedrag

dat mag wat kosten: een miljard of twee per jaar. Veel geld, maar

is een kleine verzekeringspremie om te zorgen dat de tuinbouw op

in wezen een kleine verzekeringspremie om te zorgen dat Neder-

termijn niet ‘verdrinkt’.

land niet letterlijk en daarmee onze economie ‘kopje onder gaan’.

Het totaal door Tuinbouw en Uitgangsmaterialen gevraagde

We doen het sámen: je moet er niet aan denken dat iedereen zijn

budget aan de overheid is 152 miljoen met als tegenprestatie 132

eigen stukje dijk beheert: dan kun je zelf de zaak wel voor elkaar

miljoen euro vanuit het bedrijfsleven. En dat is ook een voor-

hebben maar bij een hoge waterstand loopt het via de lage dijk van

waarde: zonder die bedrijfsleven bijdrage maakt de vraag aan de

de buren alsnog je huis in.

overheid niet veel kans. Van die 132 miljoen komt bijna de helft van het Productschap Tuinbouw waardoor er sámen bij de overheid

Water en economie zijn in Nederland letterlijk én figuurlijk aan

kan worden aangeklopt. Dat is namelijk de kracht, net zoals bij de

elkaar verbonden en ‘Water’ is terecht één van de topsectoren

waterschappen geldt: Wil je niet kopje onder gaan dan moet je wel

van onze economie. Maar ook binnen de Topsector Tuinbouw en

sámen de innovatieve ‘dijken’ blijven ontwikkelen.

Uitgangsmaterialen spelen innovaties rondom water een belangrijke rol.

Sjaak Bakker

In de nieuwe uitvoeringsagenda wordt dat belang kort samen-

Wageningen UR Glastuinbouw

gevat: De wereld vraagt om oplossingen om met minder ruimte, water, energie en mineralen 7,7 miljard mensen aan kwalitatief hoogwaardig voedsel te helpen. De kern: ‘Meer met minder’ en wat betreft water: ‘More crop per drop’. Men staat te springen om efficiënter gebruik van water en

Foto: Leo Duijvestijn Photography

SJAAK BAKKER Wageningen UR Glastuinbouw


30 | GTT

Greenport Campus: Arena Schoon water in en uit de kas. In de Arenaruimte van Demokwekerij Westland worden door de

Het landelijke Platform

Greenport Campus Innovatie Support diverse tuinbouwonderwer-

Duurzame Glastuin-

pen opeenvolgend onder de aandacht gebracht. De bezoeker krijgt

bouw, waarin overheid

geen kant en klaar verhaal voorgeschoteld, maar wordt uitgedaagd

en bedrijfsleven met

om zelf op zoek te gaan naar oplossingen voor problemen. Tot 10

elkaar samenwerken op

februari is het onderwerp ‘water’.

het gebied van glastuinbouw en duurzaam-

Water is ‘hot’, al een behoorlijke tijd en ook dit nummer van

heid, is gestart met het

GTT staat voor een groot deel in het teken van water. Een van de

project ‘Glastuinbouw

redenen dat water een bijzonder actueel thema is, wordt veroor-

Waterproof’. Met dit

zaakt door het feit dat er een aantal specifieke problematieken is

platform wordt ge-

verbonden aan water.

streefd naar het beschikbaar krijgen en houden van duurzame gietwaterbronnen en het verminderen van emissie naar water en

De eerste poster laat het

bodem van gewasbeschermingsmiddelen en mineralen.

aantal overschrijdingen van de concentratie ge-

Ondergrondse water-

wasbeschermingsmid-

opslag is een manier

delen in het oppervlak-

om duurzame gietwa-

tewater zien. Niet geheel

terbronnen te benut-

toevallig ligt dat aantal

ten. Rondom Bleiswijk

overschrijdingen in het

wordt deze methode al

Westland/Oostland een

veelvuldig toegepast.

stuk hoger dan in de

Vier buizen van verschil-

rest van Nederland. De

lende lengtes worden

overheid streeft er naar om dat aantal overschrijdingen terug te

in de grond gebracht en

dringen. Een efficiënter gebruik van gewasbeschermingsmiddelen

zonder al te veel druk

vermindert de concentraties in het oppervlaktewater. De praktijk

wordt het beschikbare gietwater de bodem ingebracht. Er ontstaat

laat zien dat de concentraties in vergelijking met tien jaar geleden

een bel met water die gebruikt kan worden als er een tekort aan

al fors zijn afgenomen, maar de norm is nog niet bereikt.

water is. Men begint dan met winnen via de langste buis, tot er (zout) grondwater omhoog komt. Dan wordt de iets kortere buis

Een ander probleem is

gebruikt, net zo lang tot ook die buis zout water omhoog brengt.

het natriumprobleem.

De methode is bijzonder effectief en is onder bepaalde condities

Een ophoping van zouten

ook in het Westland mogelijk.

met het doseren van meststoffen maakt het

Delft Blue Water is een projectgroep waarin bedrijfsleven en

noodzakelijk om eens

overheid zijn vertegenwoordigd en waarmee in Harnaschpolder in

in de zoveel tijd de klep

Den Hoorn van stedelijk

even open te zetten en

afvalwater uitermate zui-

met schoon water aan de

ver water wordt gemaakt

gang te gaan. De discus-

voor gebruik in de regio.

sie in de arena van de

Het zogenaamde ‘Super-

afgelopen tijd is of de veel gerapporteerde ‘frissere’ plant het gevolg

water’ heeft een extreem

is van water met een lagere EC, of misschien wel een heel andere

laag natriumgehalte,

factor. Het zou best kunnen zijn dat een afname van wortelexudaten

te weten 0,05 mmol/

na het spuien tot die beter uitziende plant leidt. Meer onderzoek is

liter. Ter vergelijking:

nodig.

Osmosewater heeft een


Arena natriumgehalte van 0,1mmol/liter. Binnenkort begint in Demo-

De HD/UV- oxidator van

kwekerij Westland een proef waarbij tomaten op dit ‘Superwater’

Priva is ook geen onbe-

worden geteeld.

kende en maakt korte

GTT | 31

metten met diverse De lysimeter werd

soorten ziekteverwek-

niet heel lang geleden

kers in het gietwater.

door de WUR geïn-

Het systeem werkt op

troduceerd in de teelt

basis van hogedruk UV-

van Chrysanten om in

ontsmetting + dosering

vollegrondsteelt meer

van waterstofperoxide

te kunnen zeggen over

en kan voor zowel kleine

de waterhuishouding

als grote hoeveelheden

van de plant. Met meer

te reinigen water wor-

informatie kan mest

den ingezet.

nauwkeuriger gedoseerd worden en uitspoeling daarmee worden verminderd.

De Memstill van TNO zorgt voor schoon

Ook niet onbekend:

drinkwater. Ook in de

sla op water. Onlangs

kas dan dit apparaat

schreven we in GTT

zijn nut bewijzen,

over een slateler in

bijvoorbeeld door in

Noord-Holland die

het recirculatiesysteem

inmiddels op aanzien-

het water continu met

lijke oppervlaktes sla

1 EC te verminderen. Zo

op water heeft staan.

verbruikt de Memstill

De ontwikkelingen om

relatief weinig energie

deze teeltprocessen te

en loopt het natriumge-

optimaliseren zijn in

halte minder snel op.

volle gang. Een ding is zeker: door sla op water te telen behoort uitspoeling tot de verleden tijd. Twee jaar geleden startte bij Demokwekerij Westland een proef met het telen van Asters uit de grond. Door op goten en in potten te telen, kan er jaarrond worden geproduceerd en dat leidt tot ± 30 procent meer productie. Volgens Peet van Adrichem is dat voldoende om de extra investeringen mee te kunnen dekken. Ook hiervoor geldt: uit de grond telen minimaliseert de uitspoeling.

Vanaf half februari gaat de volgende Innovatie Arena van start met het thema: Mens – en – Werkzaamheden. Deze arena gaat over de behoefte/beschikbaarheid van arbeid, wet en regelgeving en ontwikkelingen in robotisering en automatisering in de glastuinbouw. Ga voor meer informatie en inschrijven naar www.greenportcampus.nl/arena


32 | GTT

Dossier WATER

Hoogendoorn Aquabalance

Met de wereldbevolking groeit gestaag de toenemende behoefte aan vers en gezond voedsel, terwijl lozing van afvalstoffen en CO2 emissie een steeds grotere bedreiging voor het leefmilieu vormen. Tegelijkertijd worden water dat geschikt is voor irrigatie van gewassen, maar ook meststoffen steeds schaarser. Jan Voogt van Hoogendoorn legt uit wat zijn firma op het gebied van water kan betekenen voor glastuinders.

Hoogendoorn is zich bewust van bovenstaande problematiek en besteedt daarom veel aandacht aan de ontwikkeling van innovatieve en duurzame tuinbouwoplossingen. Een optimale watergift voor een hoge gewasproductie en effectief hergebruik van gietwater speelt hierbij, naast een zuinig gebruik van fossiele energie, een belangrijke rol. Hoogendoorn gelooft in duurzame oplossingen die tegelijkertijd een hoger teeltrendement nastreven door een uitstekend groeiklimaat. Procescomputers zoals de Hoogendoorn iSii kunnen dankzij sensoren en geavanceerde software deze gecombineerde doelstelling zeer efficiĂŤnt realiseren.

Beknopte geschiedenis van het watergeven Het watergeven in de glastuinbouw kent een lange geschiedenis. In oude fotoboeken zien we tuinders met in elke hand een gieter vanaf de sloot het water naar de planten brengen. Dit was zwaar en tijdrovend werk. Een volgende stap was daarom een watertank op een hoge stelling van waaruit het water via leidingen over de tuin en door de kassen werd gedistribueerd. Nog weer later deed de regenleiding met sproeidoppen zijn intrede, samen met motor pompen om de benodigde druk op de leidingen te brengen. Hoewel dit het leven van de tuinders aanzienlijk veraangenaamde was er nog weinig sprake van nauwkeurige dosering. De tijdmeting ging eerder in kwartieren dan in minuten en te veel was altijd beter dan te weinig. Dat veranderde pas met de opkomst van de elektronische regenautomaten die niet alleen de pomp, maar ook de kranen op een ingestelde

tijdsduur konden omschakelen. Maar zelfs toen kwam water geven toch vaak neer op het â&#x20AC;&#x2DC;blank zettenâ&#x20AC;&#x2122; van de grond oftewel zoveel water geven dat de gehele bodem bedekt was met een laag water. De met de hand uitgestrooide kunstmest moest immers goed kunnen oplossen en in de grond doordringen om bij de wortels te komen. Dit veranderde toen men ontdekte dat kunstmest kon worden opgelost in het gietwater, zodat water en mest tegelijk beter gedoseerd konden worden naar de behoefte van het gewas. Met de opkomst van de substraatteelt op steenwol onderging ook het water geven een revolutie. Elke plant kreeg een eigen druppelaar om water en mest nauwkeurig op de plaats te brengen waar de wortels het kunnen opnemen. Door de voortgaande innovatie lukt het tegenwoordig steeds beter om elke plant een even grote portie water en mest toe te dienen.

Automatisering en sensoren Door de jaren heen ontstonden nieuwe vormen van automatisering om de toevoer van water en mest in de vorm van druppelbeurten af te stemmen op de behoefte van de plant op elk moment van de dag. In aanvang ging dat op tijdsduur, waarbij de druppelbeurten in minuten en seconden gevarieerd konden worden. Een volgende stap was om lengte en tussentijd van druppelbeurten afhankelijk te maken van de instraling van de zon. Het zogenaamde stralingsafhankelijk watergeven. Omdat de plantverdamping in hoge mate bepaald wordt door de instraling is dit nog altijd een goede basis. De


GTT | 33

De Aquabalance in een komkommerteelt. De zeer platte en compacte uitvoering is overal inpasbaar en vergt geen ingrepen aan de teeltgoot.

uniformiteit van de watergift werd verbeterd door de introductie van de flow-meters waarmee het mogelijk werd om elke plant een zelfde hoeveelheid CC’s per druppelbeurt te geven. Zo werden ook andere sensoren in de regeling betrokken. Zoals het ‘Nieuwkooppotje’ dat een indicatie gaf voor de droogheid van de substraatmat, en waarmee een startsignaal voor de volgende druppelbeurt kon worden gegeven.

de vochtinhoud weer op peil gebracht is. Een belangrijk bezwaar tegen meting van matvochtigheid met ‘insteek’ sensoren is het plaatselijk karakter ervan. Het vochtgehalte van de mat is meestal niet erg homogeen, en één sensor geeft daarom geen betrouwbaar beeld van de gemiddelde toestand van de mat. Daarvoor zou een flink aantal sensoren op verschillende plaatsen nodig zijn, maar dat is qua onderhoud en kosten (nog) niet aantrekkelijk.

Het rechtstreeks meten van het vochtgehalte van de mat met speciale sensoren vormde een volgende fase in het optimalisatie proces. Door tegelijk ook de temperatuur, het EC gehalte en de PH van de mat te bepalen opende dit de mogelijkheid om het watergeefpatroon over de dag aan te passen aan de behoefte van de plant en tegelijk rekening te houden met de eigenschappen van de substraatmat. De mate waarin de mat vocht kan vasthouden is namelijk niet constant; als de mat sterk is uitgedroogd loopt nieuw toegevoerd water er direct weer uit. De mat moet als het ware een poosje inweken alvorens

De eerste ‘sprekende plant’ In 1987 introduceerde Hoogendoorn Automatisering een geheel nieuw instrument: de zogenaamde Niveaubak waarmee continu de wateropname van de plant gemeten kon worden. Op die manier werd de watergift daadwerkelijk afgestemd op de behoefte van de plant. Het watergeef programma Agronaut van Hoogendoorn, dat tevens een rekenmodel voor gewasverdamping bevatte, was feitelijk het eerste voorbeeld van ‘the speaking plant’ benadering, waarbij de plant zelf van minuut tot minuut het watergeef programma bestuurt.  >>


MAG HET IETS MEER ZIJN? MAG HET IETS MAG HET IETS MEER ZIJN? Het mag meer zijn en dan MEER ZIJN? ook nog voor minder!

Het mag meer zijn en dan Het mag meer en dan ook nog voorzijn minder! het nieuwste RO-waterzuiveringssyteem, zorgt voor water ook nog voor minder!

wij staan op de Tuinbouw Relatiedagen stand nr. 199

Zeer zuiver water zorgt voor meer resultaat. System Nexus,

Deze spuitset wordt aangestuurd door een frequentieregelaar en zorgt ervoor dat de druk op de doppen altijd gelijk blijft.

Zeerzuiverste zuiver water zorgt Het voorbiedt meer resultaat. Systemgroei Nexus,voor van het soort. een maximale

Grote voordelen hiervan: De pomp draait alleen als er vloeistof gevraagd wordt Het toerental van de pomp wordt automatisch aangepast aan de hoeveelheid vloeistof die nodig is De ingestelde druk of ingestelde liters per minuut blijven altijd exact gelijk Geen onnodige opwarming meer van het spuitmiddel Pomp kan niet drooglopen door automatische beveiliging Altijd de zelfde werkdruk op de nozzles dus een veel beter spuitbeeld Energie besparend Door het gemiddeld veel lagere toerental is er veel minder pompslijtage

Zeernieuwste zuiver water zorgt voor meer resultaat. System het RO-waterzuiveringssyteem, zorgt voor Nexus, water minder geld. het RO-waterzuiveringssyteem, zorgt voor water van nieuwste het zuiverste soort. Het biedt een maximale groei voor

U bent welkom op de Tuinbouw Relatiedagen op 14-15-16 van het geld. zuiverste soort. Het biedt een maximale groei voor minder

februari 2012, standnummer 444. Overtuig uzelf van de minder geld. U bent welkom op de Tuinbouw Relatiedagen op 14-15-16

werking enwelkom de ongekende mogelijkheden van Mercedes U bent op de Tuinbouw Relatiedagen op de 14-15-16 februari 2012, standnummer 444. Overtuig uzelf van de

onder de waterzuiveringssystemen. februari 2012, standnummer 444. Overtuig uzelf van de werking en de ongekende mogelijkheden van de Mercedes werking de ongekende mogelijkheden van de Mercedes onder deen waterzuiveringssystemen. onder de waterzuiveringssystemen.

• • • • • • • •

Voor nog meer informatie kunt u kijken op onze website!

www.EMPAS.NL www.artemis-systems.com www.artemis-systems.com

sales@artemis-systems.com sales@artemis-systems.com www.artemis-systems.com T 0413 0413380699 380699 sales@artemis-systems.com T 0413 380699

EMPAS Hogedrukspuiten BV Kruisboog 43 www.empas.nl NL-3905 TE Veenendaal info@empas.nl

Tel. +31 (0)318-525888 Fax.+31 (0)318-527488


GTT | 35

Door middel van twee VIP instelgrafieken in de iSii software kan de gebruiker het gewenste drainpercentage en het gewenste verschil van het matgewicht ten opzichte van het verzadigingsgewicht, dus het interingspercentage instellen. Het verzadigingsgewicht wordt bij elke druppelbeurt waarbij drain optreedt opnieuw bepaald. Met verschillende invloeden op de streefwaarden kan het water- en mat management worden geoptimaliseerd. robuust zijn en representatief voor een groter oppervlak van de kas. Een puntmeting aan ĂŠĂŠn enkele plant, zoals bijvoorbeeld een sapstroom sensor of een vruchtdikte meting kan uit onderzoeksoogpunt heel interessant zijn, maar biedt onvoldoende basis om de watergift voor een heel kraanvak of zelfs de hele kas te bepalen. Bovendien vereist de markt een zeer goede prijs/prestatieverhouding. Deze overwegingen hebben bij Hoogendoorn Growth Management geleid tot de ontwikkeling van de Aquabalance.

De Aquabalance

Bovenstaande grafiek toont het werkelijke verloop van het matgewicht (blauwe lijn) het startgewicht (rood) en het verzadigingsgewicht (paars)

Deze ontwikkeling heeft zich sindsdien doorgezet met een verdere verbetering van de sensoren en steeds meer intelligente software om de signalen van de sensoren te filteren en te interpreteren. Hiermee zijn apparaten ontwikkeld die niet alleen de mat, maar ook de planten wegen waarmee het hele groeiproces gemonitord kan worden. In de harde dagelijkse praktijk worden er echter zware eisen gesteld aan de kwaliteit en betrouwbaarheid van een sensorsysteem. Een systeem dat weliswaar nauwkeurig meet, maar relatief veel onderhoud en bijstelling vergt is voor de praktijk helaas ongeschikt. Bovendien moet een meting

Watergeven volgens de nieuwste inzichten houdt in dat de plant overdag, afhankelijk van de instraling en de gewasverdamping, water en meststoffen naar behoefte krijgt toegevoerd. Hierbij dient tevens een bepaald gemiddeld drainpercentage gerealiseerd te worden. Dit om de eventuele verschillen in eigenschappen van druppelaars, matten en planten te vereffenen, en om een zekere doorspoeling en verversing van de mat te bereiken. In de avond en nacht wordt een bepaalde mate van intering of indroging van de substraatmat nagestreefd ten behoeve van generatieve sturing van de plant, en het op peil houden van de matcondities. En deze complexe combinatie van functies is precies wat Aquabalance, in combinatie met de intelligente software van de Hoogendoorn iSii procescomputer realiseert. En wel zodanig dat de gebruiker hier volledige controle over heeft en het proces bovendien van minuut tot minuut kan volgen. De Aquabalance is geschikt voor uiteenlopende teelten op substraat. Door Jan Voogt


36 | GTT

Dossier WATER

DWC Matweger

Uitbreiding op bestaand

Brinkman was een van de eerste die voor de glastuinbouw een systeem ontwikkelde waarmee de watergift geautomatiseerd kon worden. Inmiddels is het DWC-systeem - Drainwatercontrolesysteem - geëvolueerd tot het meest geavanceerde Aqua Control Systeem®. Al in 1985 werd het DWC-systeem bedacht en bij de eerste tuinders geïnstalleerd. Het vernieuwende aan het DWC-systeem was dat het een modelmatig startsysteem was. ‘Je had voor die tijd al wel mechanische systemen met niveaubakken. Als eerste was er al in 1976 een systeem met drie steenwolmatten in een stuk kasgoot op een wipbalans. Als door de wateropname de matten lichter werden, ging de wip omhoog en werd de pompschakelaar aangezet. De schakelaar ging weer uit als de wip weer voldoende naar beneden was gezakt’, vertelt Frits Veenman van Brinkman. ‘Bij het DWC-systeem maken we gebruik van een aantal belangrijke parameters om te bepalen wanneer de volgende watergift moet zijn. Door onder andere de instraling en buistemperatuur te meten kun je, rekening houdend met de LAI (Leaf Area Index ofwel de bladoppervlakte per m2), de verdamping door de plant berekenen. Rekening houdend met het gewenste drainpercentage weet de computer wanneer er water moet worden gegeven. Van de drain wordt zowel het volume als de EC-waarde bepaald en dat wordt weer teruggekoppeld naar de computer.’

Drain EC Met de introductie van het systeem wordt ook de EC van de drain na elke druppelbeurt gemeten en dat veroorzaakte destijds in de tuinbouw een omwenteling in het denken over de watergift en met name het EC verloop gedurende de dag . Frits: ‘Men dacht altijd dat de eerste drain in de ochtend de EC op

z’n laagst zou zitten en hoger zou worden, naarmate de dag verder verstreek. Toen we dat gingen meten, bleek meteen het tegenovergestelde het geval te zijn. ’s Ochtends was de drain EC op z’n hoogst en de waarde zakte gedurende de dag. Niemand verwachtte dit, maar wij konden uitleggen waarom dat was. Kijk, ’s nachts wordt er geen water gegeven, maar de verschillen in EC die gedurende de dag in de mat zijn ontstaan worden ’s nachts weer kleiner door het diffunderen van meststoffen vanuit de plekken met weinig stroming gedurende de dag. Daardoor stijgt ’s nachts de EC in het stromingsgebied onder de druppelaars. Bij de eerste en tweede druppelbeurt krijg je meestal nog geen drain, want het water dat je geeft wordt eerst door de ’s nachts wat ingeteerde mat opgezogen. Bij de derde druppelbeurt komt meestal de eerste drain, maar dat is niet het water dat je er een paar minuten van te voren in gedruppeld hebt. Bij die eerste drain krijg je een deel van de meststoffen erbij die ’s nachts via diffusie terecht zijn gekomen in het stromingsgebied onder de druppelaar en richting het draingat stromen. Die verhoogde EC in de drain houdt een aantal keren aan, maar bij frequenter druppelen zakt de EC van de drain steeds sneller en komt steeds dichter in de buurt van de EC in de watergift. Als in de namiddag de frequentie van de watergift weer zakt dan stijgt de drain EC weer geleidelijk en komt uiteindelijk weer op het hoogste punt de volgende dag bij de eerste drain. Gedurende de drainperiode komt een variatie van 1,5 in drain EC regelmatig voor en die variatie is zelfs nog wel groter in periodes met een hoge mat EC, of bij een te laag drainpercentage. Voor de tuinder is het belangrijk om dit te weten en naar te handelen in de EC regeling en het drainpatroon. Ook is belangrijk voor de timing van het nemen van watermonsters die uit de mat worden verzameld om te analyseren, zodat voorkomen wordt dat er appelen met peren worden vergeleken.’


GTT | 37

systeem Mattenweger

Plantalarm

Het onderliggende principe van het DWC-systeem veranderde niet, maar wel de techniek achter het systeem. ‘Vooral met de introductie van de slangenpomp maakten we een grote slag in betrouwbaarheid en nauwkeurigheid van het drainmeten’, weet Frits. Minstens zo belangrijk voor de nauwkeurigheid is de locatie in de kas. Frits: ‘Het DWC-systeem wordt op een representatieve locatie geïnstalleerd om ervoor te zorgen voor gemiddeld een correcte watergift en drainpercentage. Uit ervaring blijkt inmiddels dat één zo’n systeem met gemak de watergift voor een forse kas kan verzorgen.’ Een recentere uitbreiding op het systeem is de mattenweger. Frits: ‘Er wordt ’s nachts doorgaans niet gedruppeld en dus ook geen drain gemeten. We wisten daardoor eigenlijk niet goed wat er precies in de nacht gebeurde met de wateropname. De mattenweger daarentegen meet continu het gewicht van de mat en daarmee ook de indroging van de mat. Als het gewicht van de mat te laag blijkt te zijn en daarmee de indroging te groot is, kan er zo nodig in de nacht een druppelbeurt worden gegeven. En dat is een waardevolle aanvulling op het DWC-systeem.’

Alle gegevens uit het DWC-systeem en uit de eventueel aanwezige mattenweger, komen in de tuinbouwcomputer terecht. Een van de prettige eigenschappen van het DWC-systeem is het zogenaamde plantalarm. Zodra een van de waarden in een bepaalde hoeveelheid wateropname afwijkt van het gemiddelde, wordt er een plantalarm afgegeven. Frits: ‘Dat geeft je er als het ware een extra neus bij. Het kan bijvoorbeeld zijn dat je bij je tomaten flink blad hebt lopen plukken. Je moet je dan wel realiseren dat de verdampingscapaciteit van de planten dan ook flink is afgenomen. Als de draincorrectie daardoor een bepaalde waarde overschrijdt, zul je zien dat het alarm afgaat. Dat gebeurt ook als er een wortelziekte zich aandient en er nog geen zichtbare veranderingen aan de plant zijn. Ook dan laat de computer weten dat er iets niet in orde is. Ik hoor met enige regelmaat van tuinders dat ze door dat plantalarm al dagen voordat een en ander aan de plant zichtbaar is, weten wat er aan de hand is.’


RS Cleaner

CHLOROFYLFLUORESCENTIE SYSTEEM

Tuinbouw

Relatieda gen Gorinche m Standnum mer 430

HANSATECH POCKET PEA DRAAGBARE CHLOROFYL FLUORIMETER Nieuw bij Wittich & Visser: Pocket Pea handmeter voor fluorescentiemetingen van Hansatech. De chlorofylfluorescentie geeft een beeld van de gezond-

Anti-condens behandeling • Tot 20% lichtwinst • 11% energiebesparing

heidstoestand van planten. Dit instrument is ontworpen om eenvoudig fluorescentiegegevens te meten, op te slaan en snel te verwerken. •

Snelle meting met 1 druk op de knop

Opslag tot 200 datasets

Automatische berekening van diverse parameters

Robuuste behuizing

100kHz sampling frequentie met 16bit resolutie

Klimrek Tralie biedt vele mogelijkheden zie

Bluetooth draadloze data-overdracht

WWW.KLIMREK.COM

Krachtige Windows analysesoftware inbegrepen

Schoonspuiten van glas • Tijdens de teelt • Volledig automatisch

Kijk op www.wittich.nl voor meer informatie!

De Vette C.V. Europalaan 44 2641 RX Pijnacker Tel +31(0)15-3612733

Gaagweg 11a 2636 AK Schipluiden Tel +31(0)15-3808784

ingenieursbureau

wittich & visser

wetenschappelijke en meteorologische instr umenten tel 070 3070706

|

fax 070 3070938

| info@wittich.nl

|

www.wittich.nl

Uw water, onze zorg! Al ruim 30 jaar is Lubron dé specialist in waterbehandeling. Met hedendaagse technieken ontwikkelen wij voor iedere specifieke toepassing een optimale oplossing. Onze werkwijze is een goed samenspel tussen advies, apparatuur en service. Daarmee zijn wij uniek, want wij: bieden u een deskundig advies voor een optimaal rendement; ontwikkelen en maken zelf apparatuur op maat voor uw toepassing; hebben zelf ons eigen serviceteam dat uw (Lubron-) installatie 365 dagen per jaar in optima forma kan houden. Dat geeft zekerheid. Lubron heeft de kennis en de ervaring om voor u vrijblijvend advies uit te brengen voor bestaande of nieuw te realiseren projecten. Uw eerste stap voor onderhoud en controle van uw water: www.lubron.eu.

Lubron Waterbehandeling B.V. Mechelaarstraat 38 4903 RE Oosterhout Tel 0162 426931 Fax 0162 459192 www.lubron.eu


GTT | 39

Hoogendoorn

ontwikkelt innovatieve Drain App Hoogendoorn Growth Management is voortdurend op zoek naar mogelijkheden voor het creëren van een optimaal klimaat, hogere teeltrendementen en het managen van kosten en risico’s in de glastuinbouw. Hiermee geeft Hoogendoorn haar missie innovatie, integratie en verbetering gestalte. Een van de nieuwste oplossingen is Smartphone Apps als aanvulling op de iSii procescomputer om alle details van de klimaatregeling overal en altijd nog beter in de vingers te krijgen. Verbetering van het teeltresultaat en het tegengaan van verspilling van water, energie en grondstoffen gaan hierbij hand in hand. Het idee van zogenaamde Apps is dat een klein computerprogramma (Applicatie) op een Smartphone, iPad of soortgelijk mobiel apparaat wordt geïnstalleerd voor één specifieke functie binnen de klimaatregeling, die dan met één druk op de knop kan worden uitgevoerd. Dat kan zijn het ophalen van bepaalde informatie of het verrichten van een bepaalde aansturing. Hiermee vormen Apps een nuttige toevoeging op de diverse gebruikersvriendelijke bedieningsmogelijkheden van de Hoogendoorn iSii systemen. Verder kunnen Apps eigen intelligentie bevatten. Opgehaalde informatie kan bijvoorbeeld bewerkt worden of vergeleken worden met minimum en maximum waarden. Bovendien maakt de toepassing van geavanceerde technologie het mogelijk om deze Apps als maatwerk aan te bieden tegen een interessant tarief. Elke iSii gebruiker kan dus zelf Apps laten ontwikkelen voor eigen specifieke wensen. Eén van de voorbeelden is de ‘Drain Notificatie App’ die is ontwikkeld in nauw overleg met iSii gebruikers. Met deze App kan het gerealiseerde drainpercentage nauwkeurig worden gevolgd waardoor de watergift kan worden geoptimaliseerd. Als het

drainpatroon over de dag afwijkt van het gewenste verloop wordt de tuinder hierop per SMS geattendeerd en kan hij direct maatregelen nemen. Dankzij deze App is het instellen van een ( te) hoog drainpercentage om aan de veilige kant te blijven niet meer nodig. Dit draagt bij aan besparing van water , energie en grondstoffen. De Drain Notificatie App is zoals gezegd slechts een voorbeeld, want soortgelijke Apps kunnen ontwikkeld worden op het gebied van energiemanagement, klimaatregeling, teeltmanagement enzovoort. De vele mogelijkheden van Apps vormen een uitdaging voor tuinders, teeltadviseurs en zelfs toeleveranciers om slimme toepassingen te bedenken.

Hoe werkt de Drain App? De functie van de Drain App is om te signaleren als het werkelijke verloop van de gemeten drain afwijkt van het gewenste patroon. Als na een aantal druppelbeurten het gewenste drainpercentage nog niet bereikt is, dan is er kennelijk iets aan de hand. Ofwel de druppelbeurten zijn te kort of er is sprake van een hapering in het systeem. Als op een bepaald moment het drainpercentage echter te hoog wordt kunnen de druppelbeurten worden ingekort of minder vaak worden gegeven. Voor deze signalering kan de gebruiker in de App voor de betreffende drainmeting een aantal gegevens invoeren zoals tijdstippen, minimum en maximum grenswaarden en wijze van signalering , namelijk per SMS of per Email. Door de uitgekiende opbouw van de schermen en bedieningsknoppen , aangepast aan het schermformaat van de Smart Phone functioneert dit uitermate gebruikersvriendelijk en snel. De Hoogendoorn SmartPhone Apps worden gedemonstreerd op de Tuinbouw Relatie dagen in Gorinchem en zullen vanaf medio 2012 beschikbaar zijn voor de praktijk.


40 | GTT

Dossier WATER

Hoogste nauwkeu voor precisiewatergift

Joh. Vos Capelle BV heeft bij PlantResearch in Made de eerste U-3000A clamp-on flowmeter van Georg Fischer Piping Systems in de Nederlandse tuinbouw geplaatst. De flowmeter is uniek omdat de stroomsnelheid niet alleen in metalen buizen, maar ook in kunststof leidingen gemeten kan worden.

De flowmeter bepaalt de stroomsnelheid van het voedingswater van buitenaf door middel van ultrasone geluidsgolven. Dat betekent dat er geen bewegende delen binnen in de leiding gemonteerd hoeven te worden en er geen drukverlies in de leiding optreedt door obstakels in de vloeistof. PlantResearch BV is een onafhankelijk onderzoekbedrijf gespecialiseerd in teeltsubstraten, meststoffen en productie verhogende middelen voor de tuinbouw. In Made, op de rand van het tuinbouwgebied Plukmadese Polder, heeft het bedrijf begin 2010 een eigen proefkas weggezet van 1.200 m2 waar substraat- en bemestingsproeven worden gedaan. Dat gebeurt in multifunctionele afdelingen van verschillende oppervlakten, die geschikt zijn voor verschillende teelten. Zo heeft PlantResearch onder andere ervaring met tomaten, paprika’s, komkommers, chrysanten, lelies, verschillende kruiden en eenjarige zomerbloeiers. Er zijn drie afdelingen van 60 m2, één van 180 m2, één van 200 m2 en één van 240 m2. De ruimtes zijn deels voorzien van assimilatiebelichting, zodat er jaarrond proeven gedaan kunnen worden, en allemaal hebben ze een uitgebreid watergeefsysteem.

18 tot 360 druppelaars Bij het inrichten van een kasproef met tomaten waarbij specifiek naar het water- en meststoffenverbruik bij verschillende substraten is gekeken, bleek een standaard literteller niet te voldoen. ‘Het watergeefsysteem op ons bedrijf bestaat uit één systeempomp en diverse kranen’, zegt Martien Boers, kas supervisor bij PlantResearch. ‘Voor de huidige grootte van de onderzoeksafdelingen is dat voldoende. De kranen voorzien een aantal teeltvakken van hun voedingsgift, waarbij per kraan achttien tot 360 druppelaars zijn aangesloten, en daar loopt het meten spaak. Het verschil tussen het grootste


GTT | 41

urigheid

dankzij ultrasone techniek

Problemen bij te hoge en te lage stroomsnelheid

maximum aan de stroomsnelheid van de vloeistof die een mechanische literteller kan verwerken. Dat is eventueel te omzeilen door een bypass te gebruiken met een aparte flowmeter op een buis met een grotere en een kleinere diameter. Maar als steeds de kraan omgezet moet worden, dan is dat ook geen manier van werken.’

‘Bij een mechanische literteller zit er een klein schoepenrad in de buis met een magneetje aan de buitenkant,’ legt Ronnie Vos van installatiebedrijf Joh. Vos Capelle BV uit. ‘Bij elke omwenteling geeft die een elektrische puls. Een probleem is dat bij lage stroomsnelheden de vloeistof om het schoepenrad heen loopt, zonder dit in beweging te zetten, waardoor er niets gemeten wordt. Ook zit er een

Vanwege het grote belang dat PlantReseach hechtte en hecht aan een precieze meting van de watergift is het bedrijf samen met Vos Capelle bij verschillende toeleveranciers gaan kijken wat de eventuele mogelijkheden zouden zijn. De keuze is uiteindelijk gevallen op de ultrasone techniek van Georg Fischer Piping Systems. ‘We zijn met waterspecialist Marc

en het kleinste volume was simpelweg te groot om nauwkeurig het waterverbruik te kunnen bepalen.’ Boers gaat verder: ‘We hebben verschillende opties met elkaar vergeleken, maar de nauwkeurigheid die we vroegen kregen we niet met een ‘standaard’ mechanische literteller. Die werken namelijk alleen goed bij kleine volumes of bij grote volumes, maar nooit voor beide.’

Meten is weten De U3000 en U4000 ultrasone flowmeters van Georg Fischer zijn te gebruiken voor buisdiameters van 13 tot 2000 mm. De opstelling is zo aan te passen dat bij elke buisdiameter het beste meetresultaat verkregen wordt:

Reflex mode (‘single bounce’) Dit is de meest gebruikte opstelling voor de ultrasone flowmeter: twee omvormers (U en D) zijn in lijn aan een buis bevestigd. Het signaal dat ze uitzenden wordt via de tegenoverliggende wand gereflecteerd en opgevangen door de andere omvormers. De afstand tussen U en D wordt speciaal berekend op basis van de buiseigenschappen en de karakteristieken van de te verpompen vloeistof.

Reflex mode (‘double bounce’) In deze opstelling is de afstand tussen de omvormers zo uitgerekend dat er een dubbele reflectie (‘double bounce’) ontstaat. Deze methode is vooral geschikt voor buizen met een kleinere diameter waar de ‘single bounce’ niet goed werkt of niet praktisch toe te passen is.

Reflex mode (‘triple bounce’) De ‘triple bounce’ gaat nog een stap verder. Dit wordt normaal gesproken alleen gebruikt bij buizen met een hele kleine diameter in vergelijking met de gebruikte omvormers.

Diagonal mode De ‘diagonal mode’ kan worden gebruikt voor buizen met een hele grote diameter, waarbij de afstand tussen de twee omvormers toch niet te groot mag zijn voor een goede ontvangst. De omvormers zitten bij deze opstelling diagonaal ten opzichte van elkaar en de geluidsignalen worden direct ontvangen zonder eerst door de buiswand gereflecteerd te zijn.


42 | GTT

Dossier WATER

Thielsch van Georg Fischer bij PlantResearch gaan kijken,’ gaat Ronnie Vos verder. ‘Hij stelde voor om de nieuwe U-3000A clamp-on flowmeter te proberen. Omdat deze meter nog nieuw is in het pakket van GF is er eerst een proefopstelling gemaakt om te kijken of de meting voldeed aan de verwachting. Na de eerste test was het al snel duidelijk dat deze meter precies aan de eisen van PlantResearch voldeed. De meter is nu geïnstalleerd en is daarmee de eerste in Nederland.’

Ultrasone voordelen De voordelen van ultrasone flowmeter zijn legio. Het systeem kan een enorm groot debiet aan (van 0,1 m/s tot 20 m/s) bij een grote nauwkeurigheid (0,5 tot 3% afwijking). De montage kan zonder problemen gebeuren op bestaande buizen, zonder dat daar in gesneden of gezaagd hoeft te worden. Het materiaal waar de buizen van gemaakt zijn maakt niet uit. De meter is geschikt voor zowel metalen (staal, koper) als kunststofleidingen (PVDF-SYGEF, PP-PROGEF, PE-ELGEF, PB-INSTAFLEX, ABS en PVCU/PVC-C). De ultrasone flowmeter heeft geen mechanische onderdelen en heeft dus ook geen last van slijtage. Omdat de meting van buitenaf plaats vindt, heeft de vloeistof ongehinderde doorgang, zonder kans op blokkades of ongewenste wervelingen in de vloeistof. Daardoor is de flowmeter ook geschikt voor vuil water, of het verpompen van corrosieve stoffen als zuren of andere chemische producten. Verder maakt het voor de ultrasone flowmeter niet uit in welke richting de vloeistof stroomt, heen of terug, of onder welke hoek, of hoe stroperig de vloeistof is. Er wordt immers altijd naar het verschil tussen de twee meetpunten gekeken.


GTT | 43

Nadelen zijn er natuurlijk ook. In vergelijking met een ‘gewone’ mechanische flowmeter is de ultrasone flowmeter aan de prijzige kant.

De werking van een ultrasone flowsensor Bij een ultrasone meting wordt de doorstroomsnelheid berekend door het looptijdverschil te meten tussen twee punten. Dat gebeurt bij de clamp-on flowmeter van GF door twee omvormers aan de buitenkant van de leiding te plaatsen. Deze omvormers kunnen zowel een signaal uitzenden als ontvangen. Eén omvormer wordt stroomopwaarts geplaatst, de andere stroomafwaarts. Nadat de omvormer stroomopwaarts een ultrasoon geluidsignaal heeft afgegeven, ontvangt de omvormer stroomafwaarts dit. Deze genereert vervolgens zelf een signaal dat weer door de omvormer stroomopwaarts wordt opgevangen.

Een geluidsignaal is eigenlijk niets anders dan een trilling, in de lucht of in een vloeistof. Een dergelijke trilling wordt iets versneld als deze met de vloeistofstroom meegaat en iets vertraagd tegen de stroom in. Het signaal dat met de stroming mee gaat komt dus eerder bij de ontvangende omvormer aan dan het signaal dat tegen de stroming in gaat. Het verschil in tijd (ongeveer 30 nanoseconde bij een snelheid van 1 m/s) is proportioneel met de stroomsnelheid. Omdat de opening van de buis berekend kan worden vanuit de diameter (wiskunde van vroeger: oppervlakte cirkel = π r2, waarbij r de helft van de diameter is), is zo met behulp van de stroomsnelheid (m/s) het volume per tijdseenheid te bepalen.

Over Georg Fischer Het Georg Fischer concern ontwikkelt, produceert, verkoopt en vermarkt technologisch en kwalitatief hoogwaardige producten en systemen voor diverse marktsegmenten. Georg Fischer is wereldwijd met 135 bedrijven vertegenwoordigd. De helft daarvan is gevestigd in Europa, de andere helft is verdeeld over Amerika, Australië en Azië. GF Piping Systems, onderdeel van het Georg Fischer concern, richt zich specifiek op de ontwikkeling, productie en verkoop van leidingsystemen. Georg Fischer N.V., de Nederlandse vestiging van GF Piping Systems, is verantwoordelijk voor alle verkoop- en marketingactiviteiten voor de Nederlandse markt. Voor meer informatie: www.georgfischer.nl

Over PlantResearch PlantResearch BV is een onafhankelijk onderzoek- en adviesbureau gespecialiseerd in teeltsubstraten, meststoffen en productie verhogende middelen voor de tuinbouwsector. Behalve het uitvoeren van kasproeven kan PlantResearch helpen bij productontwikkeling en -registratie op maat, en kan bogen op een uitgebreide ervaring bij het oplossen van teeltproblemen en productieverliezen. Door de combinatie van fundamentele kennis en de praktische ervaring van de goed opgeleide medewerkers is PlantResearch een van de snelst groeiende onderzoeksbedrijven uit de tuinbouwsector van het moment. Zie voor meer informatie: www.plantresearch.nl


44 | GTT

Dossier WATER

Zuiverdoorwater osmose Wateronderzoeksinstituut KWR heeft een technologie ontwikkeld om rioolwater te zuiveren met osmose. De methode is energieneutraal, kan een oplossing zijn voor het brijnprobleem en het levert water op dat erg zuiver is. De glastuinbouw werkt natuurlijk al langer met omgekeerde osmose. KWR Watercycle Research Instituut heeft hier een stap aan toegevoegd, namelijk forward osmose. Het vervuilde water, zoals afvalwater, stroomt aan de ene kant van het membraan. Aan de andere kant bevindt zich een zoutoplossing. De natuur probeert de zoutconcentraties aan beide kanten gelijk te krijgen, maar het membraan laat nauwelijks zout door. En dus stroomt het water door het membraan heen naar de zoutoplossing zonder dat dit energie kost. De vervuilde massa blijft achter. Het ingedikte water kan worden gebruikt voor het terugwinnen van nutriënten, zoals stikstof en fosfor. Bovendien is het geschikt voor vergisting. ‘Als je het verdunde Nederlandse afvalwater zou willen vergisten, dan moet je het zeker een factor 10 opconcentreren’, vertelt KWR-onderzoeker Kees Roest. ‘Forward osmose geeft 75 tot 95 procent water recovery. Het restant is dus energierijk en daardoor geschikt voor de productie van biogas.’ Dit verklaart ook de naam van het project, namelijk Sewer Mining: oogsten uit rioolwater. De tweede stap is om het water te ontzouten, bijvoorbeeld met omgekeerde osmose. Dit kost wel energie, maar Roest verwacht dat de totale energiebalans positief uitvalt.

Micro-organismen KWR heeft voor dit project proeven gedaan met de zuivering van rioolwater. Roest ziet zeker ook toepassingen voor de glastuinbouw. ‘Het voordeel van deze methode is dat het heel zuiver water oplevert’, vertelt hij. ‘De dubbele barrière haalt waarschijnlijk ook micro-organismen, medicijnresten en pesticiden uit het water. We hebben echter meer onderzoek nodig om dit te bevestigen.’ Ook kan de technologie een oplossing bieden voor het brijnprobleem. Voor het zuiveren van het rioolwater is namelijk een zoutoplossing nodig. In het project is hiervoor een oplossing gebruikt van 0.5 M NaCl. In het systeem wordt het zout telkens hergebruikt, maar door het eerste membraan (de osmose) lekt ook wat zout weg. De grootte van het lek hangt af van verschillende aspecten, zoals het gebruikte membraan en de gebruikte zoutconcentratie. Naar schatting gaat het ongeveer om een halve gram zout per liter water. Daarom is het nodig om regelmatig zout (water) toe te voegen. ‘Ik kan me voorstellen dat je een combinatie maakt’, vertelt Roest. ‘Met de omgekeerde osmose van zee- en brakwater produceer je brijn. Dit is prima te gebruiken bij de osmose van rioolwater.’ Huub Pistora, commercieel manager bij Lubron Waterbehandeling, ziet het project als een ‘innovatieve gedachte’. ‘In de tuinbouw spreken we toch over een grote hoeveelheid brijnwater en er zijn meerdere technische oplossingen om dit verder te behandelen. Maar daar zit een behoorlijke kostenpost aan vast’, zegt hij. ‘Met deze technologie is dit probleem mogelijk te verlichten.’


GTT | 45

Zoutlek Het project is een initiatief van KWR, in samenwerking met de TU Delft, het Amsterdamse Waternet en watertechnologiebedrijven Hydration Technology Innovations en Triqua. Pistora vindt dat een positief punt van het project. ‘Dit zijn meerdere goede partijen met kennis van zaken die een behoorlijke toegevoegde waarde kunnen geven.’ Op dit moment gebruiken zij voor dit project vooral een simpele proefopstelling met een U-vormige buis. De partijen willen een pilot bouwen met een grotere praktijkopstelling die eind 2011 of begin 2012 klaar moet zijn. In die pilot moeten nog een aantal stappen geoptimaliseerd worden. Zo heeft het membraan nu per vierkante meter een waterflux van 5 tot 10 liter per uur (l/m2/h). Het zou mooi zijn als dit omhoog kan zodat je minder membraan nodig hebt en minder duur uit bent. Dit bereik je door de zoutconcentratie te verhogen. Een concentratie van 0.5 M NaCl geeft een waterflux van ongeveer 4 l/m2/h. Met een concentratie van 4.5 M NaCl bereik je een waterflux van zo’n 11 l/m2/h’. Maar hier kleven ook nadelen aan. ‘Als het water sneller stroomt dan neemt de vervuiling op het membraan en de zoutlekkage misschien toe’, vertelt Roest. ‘Bovendien, al het zout dat je erin stopt, dat moet je er vervolgens ook weer uithalen. Dit ontzoutingsproces is duur, inefficiënt en het kost veel energie. Om een voorbeeld te noemen, ontzouting van zee- en brakwater met omgekeerde osmose kost _ 0,21 tot wel _ 1,56 per m3, slechts de helft van het water wordt omgezet in zoetwater en het kost 1,8 tot 4,0 kWh/m3 aan energie. Dus je moet daar de juiste balans in vinden.’ Ook het zoutlek is een punt van aandacht. Dit kan

namelijk een nadelig effect hebben op het vergistingproces en dus de productie van biogas. ‘Als de zoutconcentratie niet te veel varieert, dan raken micro-organismen eraan gewend. Dus dan levert het geen problemen op’, vertelt Roest. ‘We willen onderzoeken hoe groot die marges mogen zijn.’ Als laatste is het van belang om er een continu-proces van te maken. De U-vormige buis werkt nu alleen batch-gewijs. ‘We denken aan een spiraalvormige membraanbuis waardoor het zoute water via een groot membraanoppervlak water uit het afvalwater kan trekken.’

Drinkwater Het gezuiverde water heeft een hoge kwaliteit en zou daardoor zelfs geschikt zijn voor de drinkwatervoorziening. Toch richt het onderzoek zich daar niet op. ‘Het idee dat je rioolwater direct zuivert tot drinkwater is moeilijk te verkopen’, vertelt Roest. ‘Eigenlijk is dat vreemd, want nu gebruiken we het water uit de grote rivieren voor onze drinkwatervoorziening. Daar is ook allerlei water op geloosd. Maar er zit nog een natuurlijke zuiveringsbuffer tussen en dat geeft mensen toch een veiliger gevoel.’ Roest verwacht dat de technologie vooral zijn weg vindt in de industrie en bijvoorbeeld de glastuinbouw. ‘Het systeem is geschikt voor decentrale toepassingen”, zegt hij. ‘Het is daarbij een voordeel dat de forward osmose membranen niet echt gevoelig zijn voor vervuiling.’


Wageningen UR Glastuinbouw

Recent verschenen Onderzoeks Rapporten (2010-2011) Energie, kasklimaat, licht

Dueck, T.A.; Baas, R.; Kromwijk, J.A.M.; Campen, J.B.; Noort, F.R. van (2011). Energiezuinig teeltconcept Phalaenopsis. Wageningen: Wageningen UR Glastuinbouw, (Rapporten GTB 1068). Dijk, C.J. van; Meinen, E.; Dueck, T.A. (2011). Grenzen voor luchtkwaliteit: Effecten van discontinue blootstelling aan etheen en stikstofoxiden op paprika. Wageningen, Wageningen UR Glastuinbouw, (Rapporten GTB 1107). Gelder, A. de; Warmenhoven, M.G.; Grootscholten, M.; Zwinkels, J. (2011). “Het Nieuwe Telen” Paprika Bleiswijk: Wageningen UR Glastuinbouw, (Rapporten GTB 1103). Helm, F.P.M. van der; Labrie, C.W.; Zwart, H.F. de; Vermeulen, T.; Boer-Tersteeg, P.M. de; Raaphorst, M.G.M. (2011). ‘Het Nieuwe Telen’ Lisianthus: Verkennende studie. Bleiswijk, Wageningen UR Glastuinbouw, (Rapporten GTB 1100). Kromwijk, J.A.M.; Campen, J.B.; Mourik, N.M. van; Schrama, P.M.M.; Raaphorst, M.G.M. (2011). Energiebesparing door lagere temperatuur in winter bij Cymbidium: Onderzoeksproject in het kader van het energieprogramma Kas als Energiebron. Bleiswijk, Wageningen UR Glastuinbouw, (Rapporten GTB 1118). Noort, F.R. van; Kempkes, F.L.K.; Zwart, H.F. de (2011). Het Nieuwe Telen Potplanten: Meer licht toelaten bij wijdere temperatuurgrenzen bij een hogere luchtvochtigheid. Bleiswijk, Wageningen UR Glastuinbouw, (Rapporten GTB 1093). Raaphorst, M.G.M. (2011). Het Nieuwe Telen bij Vereijken. Bleiswijk, Wageningen UR Glastuinbouw, (Rapporten GTB 1097). Raaphorst, M.G.M.; Janse, J.; Kempkes, F.L.K. (2011). Het Nieuwe Telen Courgette: Effecten van een nieuw teeltconcept op kasklimaat en energiegebruik. Bleiswijk, Wageningen UR Glastuinbouw, (Rapporten GTB 1121). Vermeulen, P.C.M.; Lans, C.J.M. van der (2011). CO2 dosering in de biologische glastuinbouw: Onderzoek naar alternatieve bronnen - Toepassingen in gangbare tuinbouw. Bleiswijk, Wageningen UR Glastuinbouw, (Rapporten GTB 1085). Visser, P.H.B. de; Buck-Sorlin, G.H. (2011). Modellering ruimtelijke lichtverdeling in gewassen: Opbouw en toepassing van een 3D model voor kas en gewas. Wageningen, Wageningen UR Glastuinbouw, (Rapporten GTB 1104). Weel, P.A. van; Labrie, C.W.; Helm, F.P.M. van der (2011). Het Nieuwe Telen Freesia: Ontwerp van een energiezuinig teeltconcept. Bleiswijk, Wageningen UR Glastuinbouw, (Rapporten GTB 1099). Werf, A.K. van der; Dueck, T.A.; Snel, J.F.H. (2011). De invloed van ozon op de alternatieve ademhaling en carbon use efficiency: evaluatie van de bevindingen van crops advance Wageningen: Plant Research International, (Rapport / Plant Research International 391). Wildschut, J.; Janssen, H.J.J.; Sapounas, A.; Gieling, T.H. (2011). Computergestuurde circulatieregelingen: optimaal bewaarklimaat met minimaal energieverbruik Lisse: PPO Bloembollen en Bomen, Zwart, H.F. de; Janssen, H.J.J. (2011). PV-cellen op de ZonWindkas. Wageningen UR Glastuinbouw, (Rapporten GTB 1065).

Water, substraat, emissies

Bakker, G.; Heinen, M.; Assinck, F.B.T.; Voogt, W. (2010). Lysimeter als meetinstrument voor emissies in grondgebonden glastuinbouw: modelmatige inventarisatie van randvoorwaarden en knelpunten voor een robuuste en betrouwbare lysimeter voor emissiemeting Wageningen: Alterra, (Alterra-rapport 2105). Balendonck, J.; Haan, J.J. de; Wijk, C.A.P. van; Wilms, J.A.M. (2011). More yield, more quality and less emission of nitrate; Soil grown Iceberg lettuce under rain-fed conditions. Applied Plant Research, Rapportage FLOW AID project. Blok, C.; Elings, A.; Sonnenberg, A.S.M.; Amsing, J.; Nederhoff, E.M.; Khodabaks, M.R. (2011). Balansen voor substraat in de champignonteelt. Metingen per laag en in de tijd. Bleiswijk, Wageningen UR Glastuinbouw, (Rapporten GTB 1112).

Duurzame gewasbescherming

Hofland-Zijlstra, J.D.; Grosman, A.H.; Hamelink, R.; Groot, E.B. de; Reinders, J. (2011). Toepasssing van Aquanox in de glastuinbouw. Bleiswijk, Wageningen UR Glastuinbouw, (Rapporten GTB 1092). Janse, J.; Slooten, M.A. van; Wurff, A.W.G. van der (2011). Geschikte onderstammen voor biologisch geteelde komkommers, tomaten en paprika’s in relatie tot wortelknobbelaaltjes (Meloidogyne spp.) - Resultaten onderzoek 2006-2010 Bleiswijk: Wageningen UR Glastuinbouw, (Rapporten GTB 1120). Ludeking, D.J.W.; Hamelink, R.; Kromwijk, J.A.M.; Schenk, M.F.; Vermunt, A.; Woets, F. (2011). Detectie en beheersing van bacterierot veroorzaakt door Pseudomonas cattleyae in Phalaenopsis. Bleiswijk, Wageningen UR Glastuinbouw, (Rapporten GTB 1096). Ludeking, D.J.W.; Paternotte, S.J.; Hamelink, R.; Slooten, M.A. van (2011). Bestrijding en beheersing van overmatige groei van de schimmel Leucocoprinus birnbaumii bij de teelt van Phalaenopsis. Bleiswijk, Wageningen UR Glastuinbouw, (Rapporten GTB 1109). Meijer, R.J.M.; Tol, R. van; Linden, A. van der; Klapwijk, J.; Hoogerbrugge, H. (2011). Ontwikkeling signalering / vangsysteem voor schadelijke wantsen met lokstoffen en lokplanten”: Onderzoek aan geurstoffen en lokplanten in laboratorium, veld en kassen. Bleiswijk, Wageningen UR Glastuinbouw, (Rapporten GTB 1083). Pijnakker, J.; Leman, A. (2011). Bestrijding van weekhuidmijten in gerbera. Bleiswijk, Wageningen UR Glastuinbouw, (Rapporten GTB 1105). Pijnakker, J.; Leman, A.; Linden, A. van der (2011). Geïntegreerde bestrijding van wittevlieg in de sierteelt en de bruikbaarheid van sluipwespen. Bleiswijk: Wageningen UR Glastuinbouw, (Rapporten GTB 1110) Pijnakker, J.; Leman, A.; Staaij, M. van der (2011). Geïntegreerde bestrijding van citruswolluis Planococcus citri in roos. Bleiswijk: Wageningen UR Glastuinbouw, (Rapporten GTB 1117). Slootweg, G.; Marcelis, L.F.M. (2011). Ontwikkeling van een toetsmethode voor Botrytis in Gerberabloemen. Bleiswijk: Wageningen UR Glastuinbouw, (Rapporten GTB 1102). Wurff, A.W.G. van der; Blok, C.; Streminska, M.A.; Vermeulen, P.C.M.; Ludeking, D.J.W.; Grosman, A.H.; Vermeulen, T. (2011). Effectieve gewasbescherming in substraatbedden: Systeemontsmetting en weerbaarheid. Bleiswijk, Wageningen UR Glastuinbouw, (Rapporten GTB 1125). Wurff, A.W.G. van der; Blok, C.; Janse, J.; Messelink, G.J.; Hofland-Zijlstra, J.D.; Driever, S.M.; Staaij, M. van der; ea., (2011). Weerbaar substraat: Opstellen matrix: Bouwstenen voor weerbaar telen. Bleiswijk, Wageningen UR Glastuinbouw, (Rapporten GTB 1119).

Kwaliteit van product en gewas

Dieleman, J.A.; Nederhoff, E.M.; Maaswinkel, R.H.M. (2011). Uniformiteit in het uitgangsmateriaal van aardbei: Resultaten van een literatuurstudie. Bleiswijk, Wageningen UR Glastuinbouw, (Rapporten GTB 1101). Dueck, T.A.; Boer-Tersteeg, P.M. de; Noort, F.R. van (2011). Teeltversnelling Phalaenopsis door klimaat optimalisatie tijdens op- en afkweek. Wageningen, Wageningen UR Glastuinbouw, (Rapporten GTB 1016A). Elings, A.; Meinen, E.; Dieleman, J.A.; Kempkes, F.L.K. (2011). Gewasmanagement in semi-gesloten kassen: Simulaties van gewasgroei en –ontwikkeling. Wageningen, Wageningen UR Glastuinbouw, (Rapporten GTB 1124). IJdo, M.L.; Janse, J.; Hofland-Zijlstra, J.D.; Voogt, W. (2011). Bladrandjes en Ca bij tomaat: Fysiologische achtergronden van cel- en weefselstevigheid in relatie tot het ontstaan van bladrandjes en infectie met Botrytis cinerea L. Bleiswijk, Wageningen UR Glastuinbouw, (Rapporten GTB 1116). Janse, J.; Steenbergen, P. (2011). Invloed van luchtvochtigheid op het scheuren van radijs. Bleiswijk, Wageningen UR Glastuinbouw, (Rapporten GTB 1094). Kromwijk, J.A.M. (2011). Verbetering trekresultaten van vroege trek bij Viburnum opulus “Roseum” (sneeuwbal): Onderzoek naar bloemknopontwikkeling en koubehoefte voor rustdoorbreking. Bleiswijk, Wageningen UR Glastuinbouw, (Rapporten GTB 1084). Kromwijk, J.A.M.; Campen, J.B. (2011). Invloed lagere nachttemperatuur tijdens opkweek Phalaenopsis. Bleiswijk, Wageningen UR Glastuinbouw, (Rapporten GTB 1115). Ludeking, D.J.W.; Janse, J. (2011). Internationale kennisoriëntatie op “overmatige wortelgroei” in komkommer, tomaat en aubergine. Bleiswijk, Wageningen UR Glastuinbouw, (rapporten GTB 1069) Werf, A.K. van der; Dueck, T.A.; Snel, J.F.H. (2011). De invloed van ozon op de alternatieve ademhaling en carbon use efficiency: evaluatie van de bevindingen van crops advance. Wageningen, Plant Research International, (Rapport / Plant Research International 391).

Geavanceerde productiesystemen

Baltissen, A.H.M.C.; Sluis, B.J. van der; Tuijl, B.A.J. van (2011). Ontwikkeling van een modulair systeem voor kwaliteitsmeting van laanbomen: automatisering van de diktemeting. Lisse, Rapport PPO Bloembollen en Bomen. IJdo, M.L.; Berg, C.C. van den; Blok, C.; Snel, J.F.H. (2011). Planten maken stroom: Ontwerp en evaluatie van een bovengrondse plant microbiële brandstofcel gebaseerd op komkommer. Bleiswijk, Wageningen UR Glastuinbouw, (Rapporten GTB). Koopmans, C.; Knijff, A. van der; Marlet, G.; Ruijs, M.N.A.; Smit, P.X.; Stokkers, R.; Willebrands, D.; Woerkens, C. van (2011). Verkassen? Maatschappelijke kosten en baten van het verplaatsen van tuinbouw ten behoeve van woningbouw. Amsterdam: SEO, LEI Wageningen UR en Atlas voor gemeenten, (SEO-rapport 2011-22).

Internationaal

Elings, A.; Blomne Sopov, M. (2011). A demonstration greenhouse for Malaysian horticulture: Trip report February 2011. Wageningen, Wageningen UR Glastuinbouw, (rapporten GTB 1067). Lans, C.J.M. van der; Hengsdijk, H.; Elings, A.; Schans, J.W. van der; Aarnink, A.J.A.; Yao, M. (2011) Metropolitan agriculture: Wuhan and Addis Ababa, two developing metropoles. Bleiswijk, Wageningen UR Greenhouse Horticulture, (Report GTB 1072). Lans, C.J.M. van der; Elings, A.; Campen, J.B. (2011). Transities naar duurzame bedekte tuinbouw in ontwikkelingslanden: Beschrijvingen van de sierteeltclusters in Zuid-Afrika, Kenia, Ethiopië en Oeganda. Bleiswijk, Wageningen UR Glastuinbouw, (Rapporten GTB 1046). De onderzoeksrapporten kunt u opvragen bij Wageningen UR Glastuinbouw, telefoon: 0317-483878. Meer publicaties van Wageningen UR Glastuinbouw kunt u vinden op www.glastuinbouw.wur.nl/NL/artikelen/


Anode is aanwezi g op de vo lgende be urzen:

- Tuinbo uw -Westlan Relatiedagen Go d Relati r edagen R inchem ijswijk

Moeten w

e daar n

iet naar

Anode Energie faciliteert voor elektriciteit van flexibel vermogen Postbus 9034 3007 AA Rotterdam Te l e f o o n : 0 1 8 0 6 4 4 4 0 0 - F a x : 0 1 8 0 6 4 4 4 0 1 email: info@anode.nl - www.anode.nl

toe?


Vooruitstrevend in energieopwekking ...met een kleine voetafdruk ten gunste van het milieu.

Met een groot vermogen voor de operator en kleine voetafdruk voor het milieu, produceert dankzij de lean-burn technologie de Rolls-Royce B – gasmotor de laagste emissies in zijn klasse. Beschikbaar in een 9-, 12-, 16- en 20-cilinder uitvoering, levert deze B–Gas tot 9 MW aan schoon vermogen, met een ongeëvenaard rendement en

www.rolls-royce.com

economische bedrijfsvoering. De gerenommeerde klantenservice van Rolls-Royce verzekert u van een maximale beschikbaarheid en hogere winstgevendheid als aanvulling op uw gezondere omgeving. Stap met vertrouwen de toekomst in met de grote, milde B-Gas Trusted to deliver excellence energie van Rolls-Royce.

Profile for Uitgeverij Lakerveld bv

GTT - Glastuinbouwtechniek Magazine, februari 2012  

GTT Magazine is het enige technische tuinbouwblad in Nederland. Een vakblad waarin de nieuwste technische ontwikkelingen in de glastuinbouw...

GTT - Glastuinbouwtechniek Magazine, februari 2012  

GTT Magazine is het enige technische tuinbouwblad in Nederland. Een vakblad waarin de nieuwste technische ontwikkelingen in de glastuinbouw...

Advertisement