Page 1

Co van Liere:

De essentie gemist Nieuwe opdracht voor ingenieurs:

Duurzaamheid

Haalbaarheidsstudie Vivace:

Kringen

5

elektriciteitsproductie met langzaam stromend water www.europoortkringen.nl

Mei 2010, 49e jaargang

Industrieel Management Magazine


Flow-X速 series flow computers

De Imtech Flow Suite速 is een complete lijn van zowel hardware en software producten voor de olie- en gasindustrie. De Flow Computer kan worden beschouwd als de nieuwe generatie FC serie flow computer. De Flow-X serie computers zijn beschikbaar in veel verschillende hardware configuraties, van kostbesparende single stream flow modules, verscheidene multi-stream flow computer panelen tot complete distributie flow computersystemen. Productspecifieke supportsystemen zijn er voor onder andere gas, stoom, speciale gassen, ruwe olie, halffabrikaten / geraffineerde producten, NGL, LPG, etc. Imtech Analyser Systems, Marquesweg 4 (Bedrijventerrein de Poel II), 4462 HD Goes, Postbus 308, 4460 AS Goes Telefoon: +31 (0)113 241 100, Telefax: +31 (0)113 241 200, sales.goes.inl@imtech.nl

www.imtech.eu


Voorwoord Foto: Vincent Bergman

Ad van Gaalen

Cover foto: Danny Cornelissen

Kringen

ISSN: 1568 - 881X Uitgever Uitgeverij Lakerveld bv Harrie Jabroer Postbus 33050, 3005 EB Rotterdam Telefoon 0174 315 000 Telefax 0174 315 001 E­mail info@europoortproducties.nl Redactie Ad van Gaalen (hoofdredactie) Astrid Hardenbol (eindredactie) Constant Gras (redactie) Jiri Hartog (redactie) E­mail redactie@europoortkringen.nl Vaste medewerkers redactie Laurent Chevalier Jacques Kraaijeveld Co van Liere Kees Marges Abonnementen administratie E­mail abonnement@europoortkringen.nl Bladmanagement Barry Stok, telefoon 0174 315 000 Advertenties Remco Rooij, telefoon 0174 315 000 Vormgeving Vincent Bergman Abonnementsprijs ₏ 85,­ per jaar. Abonnementen kunnen op ieder gewenst moment ingaan en worden automatisch verlengd, tenzij er binnen twee maanden voor het einde van het kalenderjaar schriftelijk wordt opgezegd. Verschijning 12 x per jaar; Review en Company Guide 1 x per jaar Europoort Kringen biedt u een platform om gedachtenwisseling en meningsvorming te bevorderen. De verantwoordelijkheid voor de ingekomen mededelingen blijft bij de inzenders. Niets uit deze uitgave mag op enigerlei wijze worden overgenomen zonder uitdrukkelijke toestemming van de uitgever. Wellicht ten overvloede: de aankeilers op de cover staan niet in relatie met de coverfoto.

Geld dat niet stroomt Geld, alles draait om geld. Ook duurzaamheid draait om geld, maar geld voor investeringen in duurzaamheid is helaas moeilijker beschikbaar dan geld voor een snel succes van morgen of voor het prestige van vandaag. Meiny Prins is directeur-eigenaar van Priva, een bedrijf dat innovatief bezig is op het gebied van klimaatbeheersing in gebouwen en in kassen. Priva bedacht, samen met wetenschappers uit tuinbouw en viskweek iets aardigs, namelijk het gecombineerd produceren van tilapia en tomaat. U weet het waarschijnlijk: tilapia is een zoetwatervis die makkelijk te kweken is en lekker smaakt. Tilapia met tomaat is erg lekker te combineren in tal van gerechten, maar bovendien laat de productie van beide zich ook erg goed combineren. Want de vis stoot CO2 uit, en dat heeft de tomaat juist nodig. De minerale afvalstoffen van de vis kun je na wat behandelingen bewerken tot voedingsstoffen voor de tomaat. De gecombineerde productie lost aldus een paar milieuproblemen op die afzonderlijke productie met zich meebrengt. De afvalstoffen zijn nu wederzijdse productiebronnen geworden. Is dit bedrijfseconomisch verantwoord, zult u zich afvragen. Jazeker. Technisch is het onder controle. Er zijn productieunits -lees: kassen- ontworpen waarin tomaten op substraatmatten worden gekweekt met daaronder kweektanks met de vis. Het geheel is zelfs bedrijfseconomisch zo degelijk in elkaar gezet dat het via franchising over de gehele wereld kan worden uitgerold en rendabel kan worden geĂŤxploiteerd. Maar de marktintroductie vergt nog wel enige aanzienlijke investeringen. Daar zou de overheid moeten helpen. Dan praten we niet over honderden miljoenen. Helaas, het kan niet worden gefinancierd, zegt Meiny Prins, zakenvrouw van het Jaar 2009. Het is jammer dat Meiny Prins niet op het havencongres is geweest. Daar had ze kunnen horen hoe Rotterdam dergelijke hobbeltjes pleegt te nemen. En ze had slechts om zich heen hoeven te kijken op die prachtlocatie -SS Rotterdam langs de kade van het vernieuwde Katendrecht- wat voortvarende ruimhartige en niet op een cent kijkende financiering vermag. Voor het echte innovatiegeld moet je misschien niet met de overheid of de bank, maar met een woningbouwcorporatie gaan praten. In dit nummer vindt u een aantal voorbeelden van wĂŠl geslaagde duurzaamheidsprojecten. Ad van Gaalen Hoofdredacteur

 

    

      

ad.van.gaalen@lakerveld.nl

    !!"#      

Europoort Kringen • Mei 2010

1


INHOUD EUROPOORT KRINGEN

05 2010

06 Kort Nieuws Column Co van Liere 09 10 Nieuwe opdracht voor ingenieurs: de essentie gemist duurzaamheid

Rotterdam Climate Initiative 21 Tussenbalans Column Kees Marges 27 verdichtingstechniek reduceert beheer en onderhoud 28 Unieke

Organising. een nieuw actiemiddel van de vakbeweging?

2

Europoort Kringen • Mei 2010


34 Korte Berichten 40

60 Spraakmakers: roos Vonk

Haalbaarheidsstudie Vivace in Nederland

innovatief concept voor elektriciteitsproductie met langzaam stromend water

70 Van hype naar werkelijkheid

elektrisch rijden in nederland: een tussenstand

50 Honderd jaar in bedrijf

79 Column Rianne Roes Europoort CO + glastuinbouw = 81 energiebesparing 88 Agenda 91 Mensen in bedrijf 93 Boeken Uit 94 eindexamens

2

55

Haventopman Smits:

“Maatwerk bij vergunningsprocedures infrastructurele projecten bespaart miljoenen”

Tupperware/plastic fantastic

Europoort Kringen • Mei 2010

3


Industrieel Management Magazine

Kringen

Europoort Kringen is een managementblad voor bedrijfs­ leven, kennisinstituten en overheden. Het blad informeert over actuele ontwikkelingen op het kruispunt van nieuwe technologie, innovatieve projecten en regel­geving en vertaalt dat naar de praktijk. Ons motto ‘Ver­anderingen bij de één, hebben gevolgen voor de an­der’ staat hierbij symbool voor de integrale aanpak van on­der­ werpen op het gebied van (petro)chemie, transport en infrastructuur, milieu, arbo en maintenance.

Kamer van Koophandel Rotterdam

Havenschap Moerdijk

Educatief Informatie Centrum

Havenschap Vlissingen en Terneuzen

Zeehaven Dordrecht

Rijkswaterstaat

Havenbedrijf Rotterdam (HbR)

Kennisinfrastructuur Mainport Rotterdam

Rotterdam Port Promotion Council

Nederland Distributieland/ Holland International Distribution Council

Deltalinqs

Havenvereniging Rotterdam

Europoort Kringen wordt o.a. verzonden aan: ABN AMRO Bank nv Ahoy Rotterdam AIB Vinçotte Nederland bv Air Products Nederland B.V. - www.airproducts.com Ajax Fire Protection Systems B.V. Akzo Nobel Chemicals bv Algeco modulaire huisvesting – www.algeco.nl Almatis B.V. Aluminium & Chemie Rotterdam bv ARBO-Support - www.arbosupport.nl Ballast Nedam Industriebouw bv Ballast Nedam Infra B.V. BAM Techniek - www.bamtechniek.nl Binder Groenprojecten - www.binder.nl Bis Industrial Services Bos Nieuwerkerk b.v. Schoorsteentechniek BP Raffinaderij Rotterdam B.V. Brabant Groep - www.brabantgroep.nl Carbon Black Nederland bv Croon Elektrotechniek bv da Vinci College Techniek & Educatie - www.davinci.nl DDM Demontage BV Deloitte & Touche Delta Heat Services B.V. - www.delta-heat-services.nl Dow Benelux nv DSM Special Products Rotterdam bv E.I.C. Mainport Rotterdam ENCI b.v. vestiging Rotterdam Esso Nederland bv Raffinaderij European Bulk Services (EBS) bv Europe Container Terminals bv

Flash Services Nederland - www.flash-services.com Fortis Bank - Haven & Logistiek GE Capital Modular Space - www.modspace.nl GTI West Industrie HBD Total Security BV - www.portsecurity.nl Height Specialists - www.heightspecialists.nl Huntsman Holland BV H.W. Technics B.V. - www.hwtechnics.com Hydratight BV - www.hydratight.com ISO-Point - www.iso-point.nl Kemira Chemicals BV Keppel Verolme B.V. Kuwait Petroleum (Nederland) bv Linde Gas Benelux - www.lindegasbenelux.com Logisticon Water Treatment bv - www.logisticon.nl Lukagro B.V. - www.lukagro.nl Lyondell Chemie Nederland B.V. Maasvlakte Olie Terminal cv Maatschap Europoort Terminal Mammoet Holding B.V. MilieuTech bv, Milieu en Energie Mobil Oil bv Mourik Services - www.mourik.com Nederlandsche Benzol Maatschappij B.V. Nederlandse Aardolie Mij. (NAM) bv Nederlandse Gasunie nv Nederlandse Spoorwegen nv Peinemann - www.peinemann.nl Pietersen Elektriciteit b.v. – www.pietersen.nl R&AT bv Regel- en Analysetechniek Repro Voorne - www.reprovoorne.nl

Rotary Equipment Service b.v. www.rotaryequipmentservice.nl Rotterdam-Antwerpen Pijpleiding cv Rotterdam-Rijn Pijpleiding Mij. Sicon bv Schaeffler Nederland b.v. - www.schaefflergroup.com Schielab bv SGS Nederland B.V., Industrial Services - www.sgs.com Shell Nederland Chemie bv Shell Nederland Raffinaderij bv Smit - www.smit.com SmitSpido bv Sonovation B.V. - www.sonovation.com Stork Gears & Services Stork Industry Services B.V. Technicom - www.technicom.nl ThyssenKrupp Veerhaven Tower Services Europe - www.towerserviceseurope.nl Troost Pernis Groep bv Van Hattum & Blankevoort Vecom Group B.V. - www.vecom-group.com Vopak Chemicals Logistics Netherlands BV Vopak Management Chemicals Logistics Netherlands BV Vopak Oil Logistics Netherlands bv Westmark BV - www.westmark.nl Zuidgeest Uitzendbureau - www.zuidgeest.nl

Europoort Kringen • Mei 2010

5


Kort nieuws Veel MKB’ers exportgericht 
 Maar liefst een op de twee Nederlandse ondernemers doet zaken met het buitenland. Dit blijkt uit een representatief onderzoek van DHL en BusinessCompleet.nl onder 740 MKB’ers. Een derde van de ondernemers ziet de regelgeving binnen Europa als belemmering om internationaal te ondernemen. De MKB’er laat zich echter niet afschrikken en is, ondanks de economische crisis, het afgelopen jaar internationaal actiever geworden. Zij benadrukken dat de buitenlandse activiteiten erg belangrijk zijn voor hun bedrijf. West-Europa blijft het belangrijkste handelsgebied voor Nederlandse ondernemers met 37 procent. Het belang van Azië neemt toe. Ruim acht procent van de bedrijven handelt nu in die regio. Dat is ongeveer evenveel als het aantal bedrijven dat in Oost-Europa actief is. Noord-Amerika trekt met zeven procent net iets minder ondernemers dan Azië. 

 Het grootste deel van de ondervraagden houdt zijn productie in Nederland. Wel maken zij veel gebruik van buitenlandse toeleveranciers. Het verplaatsen van productie naar het buitenland lijkt hiermee vooral weggelegd voor multinationals. 
Bijna een op de drie respondenten exporteert zijn diensten of producten. Daarvan realiseert veertig procent zelfs de helft of meer van zijn omzet in het buitenland. Veel MKB’ers blijken dus exportgericht. 
 Ruim de helft van de MKB’ers geeft aan internationale ambities te hebben. Een op de vijf geeft aan dat hij met (financiële) steun van de overheid, de stap over de grens eerder durft te nemen. Als belangrijkste boodschap geven ondernemers uit het midden- en kleinbedrijf aan dat de regelgeving in andere landen het grootste probleem is bij hun buitenlandse activiteiten. Op de tweede plaats noemen zij de (logistieke) kosten voor de import en export als barrière. In dit kader wordt ook nadrukkelijk aangegeven dat douanezaken hen een doorn in het oog zijn.
Uit deze uitkomsten blijkt andermaal de noodzaak voor overheden om de regelgeving te verminderen en te vereenvoudigen en dat geldt ook nog steeds binnen de Europese Unie.


Recordaantal exportdocumenten De Rotterdamse Kamer van Koophandel Rotterdam heeft in het eerste kwartaal van 2010 een recordaantal exportdocumenten afgegeven. Het aantal afgegeven documenten is zelfs hoger dan voor de crisis, die in het eerste kwartaal van 2009 het diepste punt bereikte. Exportdocumenten worden afgegeven voor handelstransacties met landen buiten de Europese Unie en geven aan de buitenlandse kopers onder meer zekerheid over de oorsprong van de goederen. Het aantal afgegeven documenten geeft geen inzicht in het antwoord op de vraag of het volume of de waarde van de handel ook is toegenomen. De cijfers over het afgelopen kwartaal bevestigen wel het beeld dat de buitenlandse handel weer aantrekt. 
Het aantal afgegeven documenten ligt inmiddels zelfs op 6

Europoort Kringen • Mei 2010

een hoger niveau dan in het eerste kwartaal van 2007, het vorige record. Toen werden 18.345 documenten afgegeven. In het eerste kwartaal van 2010 gaat het om 20.286 documenten. In het eerste kwartaal van 2009 verstrekte de KvK Rotterdam slechts 16.396 documenten.

Overslag sterk toegenomen De overslag in de Rotterdamse haven is sterk toegenomen. In het eerste kwartaal van dit jaar werd 107 miljoen ton goederen behandeld, veertien procent meer dan in dezelfde periode in 2009. De meeste goederensoorten toonden een plus: ijzererts en schroot (+77 procent), overig droog massagoed (+32 procent), minerale olieproducten (+ dertig procent), containers (+21 procent), overig nat massagoed (+ zeven procent), roll on/roll off (+ acht procent). De overslag van agribulk (-32 procent) en kolen (- zeventien procent) liep terug en die van overig stukgoed en ruwe olie bleef vrijwel constant.

PPS voor Rotterdams vastgoed De gemeente Rotterdam is een openbare aanbesteding gestart om de komende jaren haar vastgoed te verduurzamen en de CO2-uitstoot sterk te verminderen. In het programma ‘Rotterdamse Groene Gebouwen’ wordt de gemeentelijke vastgoedportefeuille per gebouwgroep duurzamer gemaakt door energiebesparende maatregelen te treffen. Aangezien gemeentelijke zwembaden grootverbruikers zijn van energie en water is ervoor gekozen om met deze gebouwgroep als pilotproject te starten. Geïnteresseerde marktpartijen kunnen zich vanaf heden aanmelden (www.aanbestedingskalender.nl). De energiebesparing zal uiteindelijk worden gerealiseerd door een partij die hiervoor specifiek als opdrachtnemer verantwoordelijk is. Deze partij wordt een Energy Service Company (ESCo) genoemd. De ESCo sluit hiervoor een Energie Prestatie Contract (EPC) af met de gemeente Rotterdam en is tevens verantwoordelijk voor de benodigde investeringen. Rotterdam is hiermee de eerste gemeente in Nederland die gebruikmaakt van deze manier van publiek private samenwerking. Zij beoogt daarmee zoveel mogelijk gebruik te maken van de nieuwste technologische ontwikkelingen om energie- en CO2reductie te bewerkstelligen op een budgettair neutrale manier.

Slibverwerking De verbrandingsinstallatie van Slibverwerking Noord-Brabant N.V. (SNB) passeerde in maart de grens van vijf miljoen ton verwerkt slib. De mijlpaal volgt ruim 12,5 jaar na de ingebruikname van de installatie in 1997. SNB verwerkt het zuiveringsslib van de Brabantse waterschappen en die van waterschappen in diverse omliggende provincies. Sinds de oprichting heeft de verbrandingsinstallatie nooit stilgestaan. De zuivering van huishoudelijk afvalwater in Nederland levert op jaarbasis 1,5 miljoen ton slib op. Dat slib wordt via verschillende routes verwerkt. De verwerkingsmethode die SNB hanteert, is monoverbranding – een behandeling die door experts wordt gezien als de meest efficiënte en degene met de meeste toekomst. In 2009 verwerkte SNB 428.000 ton slib. Dat is bijna dertig procent van het totale aanbod in Nederland. De kosten van slibverwerking worden door de belastingbetaler betaald via de verontreinigingsheffing. SNB streeft ernaar om deze kosten zo laag mogelijk te houden. “Dat doen we door zoveel mogelijk slib te verbranden in zo min mogelijk tijd en door te bezuinigen op het verbruik van energie,” zegt SNB-directeur Marcel Lefferts. “Ook winnen we met succes kostbare grondstoffen terug uit de assen die na slibverbranding overblijven. Daarin onderscheidt monoverbranding zich van andere verwerkingsmethoden. Wij kunnen na verwerking nog geld verdienen aan onze restproducten. Ook kunnen we nu al 98 procent van de stoffen die na verbranding overblijven, hergebruiken. Maar het doel is honderd procent. We streven naar volledige recycling. En we hebben niet nog vijf miljoen ton slib nodig om dat te bereiken.”


Lichte groei in het goederenvervoer Voor de eerste twee kwartalen in 2010 voorspelt onderzoeksbureau NEA een lichte groei in het goederenvervoer die zich verder doorzet in het tweede halfjaar van 2010. Door de sterkere daling in 2009 en de herstellende markten eind 2010 stijgen de volumes met 2,6 procent in 2010 ten opzichte van 2009. Ten opzichte van de vorige prognoses van NEA, drie maanden geleden, is de groei voor 2010 naar boven bijgesteld van 2,1 procent naar 2,6 procent. Voor 2011 wordt een geringere stijging verwacht, het totaal vervoerde volume zal dan met 2,2 procent stijgen. Het eerste jaar na een crisis laat meestal een hogere groei zien dan het daaropvolgende jaar. In 2009 daalde het volume over de weg met 12,6 procent ten opzichte van 2008. In 2010 stijgt het wegvervoer met 2,4 procent ten opzichte van 2009, het totale volume komt dan uit op 687 mln ton. Het spoor daalde in 2009 16,9 procent en stijgt in 2010 met 5,8 procent naar veertig miljoen ton. Voor de binnenvaart komen we uit op een daling van 12,5 procent in 2009. In 2010 stijgt de binnenvaart met 2,5 procent naar 270 miljoen ton. 

 In de jaarlijkse logistieke top 40 van Transport en Logistiek Nederland, TNO, Nederland Distributieland en het vakblad Logistiek was 2009 een slecht jaar met een gemiddelde omzetdaling van tien tot twintig procent. Het volume van warehouseactiviteiten nam bij bijna de helft van de bedrijven met eigen warehouses af. Toch nam dat volume juist toe bij een kwart van de bedrijven die over eigen warehouses beschikken, vooral in de sector food. Verder werd in 2009 meer en meer samengewerkt om bijvoorbeeld leegrijden te verminderen. Een andere trend is duurzaamheid. Steeds meer klanten geven duurzaamheid een plaats bij hun tendering (aanbesteding van logistieke diensten).

Schreudersprijs 2009 Tijdens het jubileumcongres van het COB is voor de zesde maal de Schreudersprijs 2009 uitgereikt door stedenbouwkundig architect Winy Maas, van MVRDV. Deze tweejaarlijkse prijs wordt uitgereikt door de Stichting A.M. Schreuders en bestaat uit een geldbedrag van 25.000 euro en een oorkonde. De onafhankelijke jury onder voorzitterschap van prof. ir. Johan W. Bosch heeft unaniem gekozen als winnaar de Gemeente Den Haag voor het project ‘Hubertustunnel’ aan te wijzen. De juryvoorzitter stelde: ”Het boren van tunnels in stedelijk gebied is met de succesvolle aanleg van de Hubertustunnel op een hoger plan gebracht. Opdrachtgever, de afdeling Stadsbeheer van de Gemeente Den Haag, heeft onderkend dat de opgave meer dan alleen een kwestie is van techniek. De communicatie met de omgeving en de toepassing van grote en kleine innovaties zijn een mooi voorbeeld van een geslaagde aanpak die zeker als een stimulans voor het ondergronds bouwen in Nederland zijn.” De vaste oeververbinding Busan-Geoje Fixed Link door Strukton Civiel heeft een eervolle vermelding gekregen. De juryvoorzitter stelde: “Strukton Civiel heeft de afzinktechniek ten behoeve van dit project een grote stap verder gebracht en daarmee is dit innovatieve project een prachtig voorbeeld van export van Nederlandse kennis en een stimulans voor het ondergronds bouwen.”

Kantorenmarktonderzoek

Rotterdam en Capelle aan den IJssel bleef de leegstand nagenoeg gelijk. In Schiedam nam de leegstand toe en in Vlaardingen nam de leegstand licht af. Kantorenlocatie Brainpark en omgeving kent de grootste leegstand, ruim een kwart van de kantoren staat hier leeg. Ook de leegstand op de kantorenboulevards is iets toegenomen. Bij station Alexander en in Rotterdam-Zuid nam de leegstand daarentegen iets af. In Schiedam is onder meer door de grote verhuizing van DCMR naar de nieuwbouw op Schieveste de leegstand in de bestaande bouw toegenomen.

Biobased Economy

De Provincie Zeeland heeft onderzoek laten uitvoeren naar de kansen die een Biobased Economy, oftewel een economie op basis van groene grondstoffen, biedt voor Zeeland. Zeeland kan, samen met West-Brabant en Oost-Vlaanderen (België) de leidende regio worden in Europas als het gaat om biobased economie. De Provincie Zeeland timmert aan de weg om de omschakeling te maken naar een biobased economie waarin geleidelijk fossiele grondstoffen worden vervangen door groene brandstoffen. In dit kader is door Buck Consultants een rapport geschreven dat onlangs werd gepresenteerd aan de minister voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit mevrouw Verburg.

Verkeerscentrale Vanaf september zal de nieuwe Verkeerscentrale Oost van het Havenbedrijf Rotterdam aan de Geulhaven (havennummer 4030) het onderkomen worden van de Verkeersbegeleiders van het Havenbedrijf. Bij de ingebruikname komen de Verkeerscentrales Botlek en Stad bij elkaar in één nieuwe verkeerscentrale. Het Havenbedrijf sluit dan de huidige Verkeerscentrale Stad aan de Lekhaven (havennummer 280). Deze samenvoeging past in een geheel van maatregelen die uiteindelijk resulteert in een nieuwe vorm van operationele dienstverlening van het Havenbedrijf en het efficiënt inzetten van mensen en middelen. Volgend jaar zal de Verkeerscentrale in Hoek van Holland aangepakt worden.

In april startte Twynstra Gudde voor het tiende jaar een grootschalig kantorenmarktonderzoek. Begin 2009 voorspelde Twynstra Gudde al een crisis in de kantorenmarkt en volgens de onderzoekers blijft de crisis ook na 2010 aanhouden. Uit het kantorenmarktonderzoek in 2009 bleek dat de gebruiksoppervlakte in de Nederlandse kantorenmarkt voor het eerst in de geschiedenis was gekrompen. Het afstoten van kantoorruimte gaat onverminderd door. Op langere termijn wordt er gestreefd naar flexibilisering van kantoren in de vorm van nieuwe werkplek-concepten, die opnieuw leiden tot een krimpende gebruiksoppervlakte.

In 2010 wordt onderzocht welke maatregelen tegen de crisis resultaat hebben. Daarnaast wordt onderzocht wat de invloed is van Het Nieuwe Werken op de kantorenportefeuille van gebruikers. Op de vastgoedbeurs Provada (van 8 tot en met 10 juni) presenteert Twynstra Gudde de resultaten van het onderzoek. De leegstand op de kantorenmarkt van de regio Rotterdam bedroeg op 1 januari van dit jaar 10,1 procent. In 2009 was dat 9,7 procent. In de gemeenten Europoort Kringen • Mei 2010

7


Demiwater uit het deminet voor de Rijnmondindustrie Hoge waterkwaliteit, betrouwbare leveringszekerheid Voor de procesindustrie is water zowel een commodity als een product met hoge toegevoegde waarde. Evides Industriewater is dé waterpartner voor de (petro)chemische industrie: van levering van proceswater en zuivering van afvalwater tot hergebruik van water. Evides ontwikkelt procesinstallaties volgens het DBFO-principe (Design, Build, Finance, Operate). Ze worden in eigen beheer ontworpen en gebouwd, waarna eigen operators de bedrijfsvoering verzorgen. Vanaf januari 2010 levert de Demiwaterplant Botlek (DWP) demiwater via het Rijnmondse deminet aan de chemische industrie in Rotterdam. Evides verzorgt hierbij maatwerk, met twee bronnen, voldoende redundantie in ontwerp, een dubbele transportinfrastructuur, on- en off-site overwaking (Control Centre Evides) en met gespecialiseerd personeel. Dit alles resulteert in een hoge kwaliteit demiwater en betrouwbare leveringszekerheid. Evides Industriewater is de waterpartner voor de industrie in Nederland, België en Duitsland. Op eigen kracht en in samenwerking met ketenpartners, technologieleveranciers en kennisinstellingen nemen wij graag uw watervoorziening over.

Evides Industriewater Schaardijk 150 • 3063 NH Rotterdam • Postbus 4472 • 3006 AL Rotterdam tel. +31 (0)10 293 51 72 • e-mail sales@evides.nl www.evides.nl

Bron van kennis


Co van Liere

Foto: Eric Bakker

Column

Co van Liere promoveerde in 1976 aan de TU Delft en deed als CTO onderzoeken ontwikkeling bij KEMA. In 2002 ontving hij de DOW-energieprijs voor zijn werkzaamheden op het gebied van energie en duurzaamheid.

De essentie gemist We mogen op 9 juni weer naar de stembus. Na het onsmakelijke gekissebis in de afgelopen periode maken de partijen zich op voor de volgende ronde in het publieke circus. Ik heb de moeite genomen om de energieparagraaf in de verschillende verkiezingsprogramma’s er eens op na te slaan. Het woord ‘duurzame’ energie komt heel veel voor bij de diverse partijen en dat is winst. Althans, de denkwijze dat we onze maatschappij duurzamer moeten inkleden, is in mijn optiek een goede. Maar ik ben en blijf verbijsterd dat de essentie niet wordt herkend of verwoord. Duurzame energie bestaat niet en de consequenties daarvan voor een duurzamere samenleving worden genegeerd. De discussies over energie in regering en parlement doen me soms denken aan een discussie in de achttiende eeuw waarbij de gemeenteraad van Amsterdam zich boog over het referentiepunt voor de temperatuurmeting. De meeste thermometerschalen werden rond die tijd uitgevonden en sommige werden op onbetrouwbare parameters gebaseerd zoals de temperatuur van smeltend boter. De vraag was dus of het smeltpunt van zuiver water of dat van zuivere boter moest worden gekozen. Ik kan erom glimlachen, maar als ik bedenk hoe onze volksvertegenwoordigers discussiëren over energiezaken dan besterft de glimlach mij op de lippen. Vrijwel alle partijen willen zonder uitzondering de fossiele energiebronnen vervangen door duurzamere bronnen zoals zon, wind en waterkracht. Of alle afgeleiden daarvan zoals biomassa, aardwarmte of getijdenenergie. Er zijn uiteraard verschillen. De grotere partijen willen een verduurzaming voor een schone energievoorziening in Europese context. Partijen ter rechter zijde willen duidelijk weer kernenergie. Diverse partijen ter linker zijde willen vooral energiebesparing. De Partij voor de Dieren wil een dwingend klimaat- en milieubeleid om de opwarming van de aarde te beperken door het heffen van extra belasting op vlees. De PVV tenslotte staat ook de vleesroute voor en wil de kachel aanmaken met voorbibs-Berbers. Dit alles lijkt een voor de hand liggende greep na alle commotie die is opgeroepen door de CO2-discussie en op zich ben ik daar ook niet tegen. Maar het is maar een deel van het plaatje en dat komt omdat we de benutting van onze opgewekte energie zo belabberd hebben geregeld. Onze energiediensten zijn gebaseerd op enthalpieoverdaad en dat laten we vrijwel ongemoeid. We vervangen de overdaad goedkope fossiele energie simpelweg door overdaad duurzame energie en gaan

weer verder. Verbetering van de efficiency van de componenten of producten wordt daarbij wel genoemd, maar de essentie wordt gemist. Voor een duurzamere en schonere samenleving zijn gelijktijdig een aantal strategieën nodig. Uiteraard moeten duurzamere bronnen worden ingezet zoals ook vele partijen propageren. Dit betekent een verschuiving naar meer elektrificatie in de samenleving. Daardoor dient er op grote schaal gebruik te worden gemaakt van nieuwe efficiëntere elektro-technologieën zoals warmtepompen voor kantoren en huizen, elektrisch vervoer voor de transportsector en mechanische damprecompressie voor de industrie. Natuurlijk moet er ook als derde strategie gekeken worden naar energiebesparing, maar de meest wezenlijke strategie is de integratie van energieketens en het gecascadeerde gebruik van de energiekwaliteit. Het gaat dus niet zozeer om het vervangen of het besparen maar om door cascadering en integratie de entropietoename te beperken. En daarmee meer energiedienst uit dezelfde hoeveelheid energie te halen. Duurzame energie bestaat niet want alle energie wordt uiteindelijk omgezet in entropie. De energiekwaliteit gaat daarbij onherroepelijk verloren. Maar we kunnen de opgewekte energie wel beter benutten en daarvoor instrumenten ontwikkelen. Ik heb al eens eerder gepleit voor invoering van de BTE, de belasting naar toegevoegde entropie. Dat is het meest zuivere financiële instrument om het maximale uit de calorie te halen en tot een geïntegreerde strategie te komen. We zullen het wel zo lang mogelijk uitstellen, maar linksom of rechtsom .... je kunt uiteindelijk toch niet om de natuurwetten heen. Als de gehele energieketen van bron naar dienst wordt geoptimaliseerd, kan zowel de hoeveelheid primaire energie sterk worden verminderd als de emissies en de kosten flink worden verlaagd. Het energieweb komt daarbij duidelijk in beeld. Een dergelijke overgang naar een nieuwe infrastructuur kost uiteraard veel geld, maar staan we wel eens stil bij de miljarden die we jaarlijks aan olie inkopen en waarvan we maar circa tien procent nuttig gebruiken? Of het aardgas dat nu nog voor inkomsten zorgt maar dadelijk tot uitgaven wordt. We zetten negentig procent van duur ingekochte brandstoffen om in gebakken lucht en gooien daarmee jaarlijks miljarden over de balk. Tijd voor verandering waarvan ik hoop dat de politiek die nu ook eens onder ogen durft te zien. En als consequentie daarvan in haar politieke programma durft op te nemen. Europoort Kringen • Mei 2010

9


Duurzaamheid

duurzaamheid Nieuwe opdracht voor ingenieurs:

De techniek was brenger van welvaart, maar ontpopte zich, althans in de ogen der publieke opinie, tot uitvinder van vervuiling en verwerpelijk consumentisme. Maar een nieuwe bloeitijd breekt aan, want de techniek heeft een eigentijdse maatschappelijk opdracht waarin het zijn legitimering vindt: duurzaamheid. Prof. Dr. Ir. Harry Lintsen, hoogleraar geschiedenis van de techniek aan de TU Eindhoven wijdde er een zeer behartenswaardig afscheidscollege aan, waarvan hieronder integrale delen zijn weergegeven.

“O

p maandag 26 mei 2008 nam Nederland opnieuw massaal afscheid van André Hazes. Een propvolle Arena zong en applaudisseerde tijdens de herdenkingsplechtigheid. Miljoenen kijkers volgden de ceremonie op de TV. Vier jaar eerder was de dood van de volkszanger voorpaginanieuws. Het is kenmerkend voor een tijd, waarin entertainment de harten van mensen beroert en artiesten volkshelden zijn geworden. Zoiets kunnen wij ons niet voorstellen bij technologie en ingenieurs. Toch geldt dat niet voor alle tijden. Op 26 januari 1929 werd onder grote belangstelling ingenieur Cornelis Lely begraven. Er verschenen grote stukken in de krant. Hij was een man van de daad en van de eenvoud. Hij was een moedig mens, een man van grootse werken, een visionair. Lely was een held. Zelden werd in Nederland een stad naar een persoon genoemd.

Lely kreeg die eer. En met Lely werd eer bewezen aan het ingenieursberoep en de moderne techniek. Techniek en ingenieurs hebben die glans verloren. Zij zijn weliswaar nodig voor een moderne economie, maar brengen ons hart niet langer meer in vervoering. Technologische projecten zoals de Betuwelijn en de Noord-Zuidlijn zijn betwist en brengen onrust. Technologische instituten zoals de Rijkswaterstaat hebben niet langer meer het onwrikbare gezag van deskundigheid. Technische universiteiten hebben niet meer de wervende kracht onder het jeugdig talent in Nederland, die zij vroeger hadden. De belofte Lely stond symbool voor de ‘Grote Overgang’ die Nederland doormaakte. Beroemd werd hij als geestelijk vader van de afsluiting en de gedeeltelijke droogmaking

Prof.dr.ir. Harry Lintsen is erelid van ingenieursvereniging KIVI NIRIA. Lintsen staat nationaal bekend om z’n onderzoek naar de betekenis van techniek en ingenieurs in de geschiedenis. Zijn promotieonderzoek uit 1980 aan de TU Eindhoven ging over ingenieurs in Nederland in de negentiende eeuw. Vervolgens besteedde hij een groot deel van zijn leven aan twee grote series boekwerken: van 1988 tot 1994 was hij hoofdredacteur van Techniek in Nederland in de negentiende eeuw en van 1993 tot 2004 was hij voorzitter van de redactie van Techniek in Nederland in de twintigste eeuw. Deze studies zijn in 2005 samengevat in een aanbevelenswaardig publieksboek getiteld Made in Holland.

10

Europoort Kringen • Mei 2010

••


Bart van Overbeeke Fotografie

Europoort Kringen • Mei 2010

11


ALTENA INDUSTRIAL SERVICES Biedt de totale oplossing voor uw installatie Altena Industrial Services B.V. is gespecialiseerd in het chemisch technisch reinigen en decontamineren van industriële installaties. De aanpak van Altena Industrial Services B.V. is dat wij ter ondersteuning van het operationeel personeel de volledige zorg voor de te reinigen installatie voor onze rekening nemen. Dat wil zeggen, mechanische werkzaamheden voorafgaande aan de reiniging worden in eigen beheer uitgevoerd. Door middel van onze afdeling Altena Inspection zijn wij in staat om na de reiniging ook de technische staat van de installatie aan te tonen door middel van diverse niet destructieve onderzoeken. De voordelen van dit concept zijn duidelijk, alle disciplines bij één contractor. Decontamineren van plantequipement voorafgaande aan de Turn Around met als doel de installatie veilig en schoon aan de mechanische contractor te kunnen overdragen. ALTENA CLEANING B.V.

Reinigen, coaten en renoveren van koel en warmtetechnische installaties.

ALTENA INSPECTION

Uitvoeren en coördineren van niet-destructief onderzoek.

ALTENA SERVICES B.V.

Voor het reinigen, uitwisselen van filters en inspecteren van uw totale luchttechnische installatie.

GLOBAL AIR SYSTEMS B.V.

Nieuwbouw en renovatie van luchtbehandelingskasten en buitenlucht aanzuigplenums.

Bel voor informatie: +31(0)416-670700 www.altena.com adv. spartaan 6-2008:europoort 2008

09-06-2008

10:23

QUALITY ENVIRONMENT SAFETY AND HEALTH

ISO 9001 ISO 14001 SCC**

Pagina 1

HO O G V L I E T - A MS T E R DA M - R A A MS D O N KS V E E R - MO E R D I J K - V E N L O - A S S E N - V E E N DA M - R I J S W I J K - L O N D E R Z E E L ( B )

Hét adres voor verhuur en lease van kranen, heftrucks en hoogwerksystemen Peinemann is al ruim 50 jaar een toonaangevend bedrijf in de wereld van horizontaal- en verticaal intern transport. Vanuit het hoofdkantoor in Hoogvliet is Peinemann uitgegroeid tot een one-stop-shopping bedrijf met vestigingen verspreid over heel Nederland. Met een verhuurvloot van ca. 7000 units kunnen wij u altijd een op uw situatie afgestemd aanbod doen. Of het nu gaat om kranen, heftrucks, hoogwerkers, detachering of opleiding: Peinemann is uw zakenpartner!

12

Europoort Kringen • Mei 2010

Hoofdkantoor Peinemann Nieuwe Langeweg 40, 3194 DB Hoogvliet Tel.: 010 - 295 50 00 Fax: 010 - 295 50 49 E-mail: info@peinemann.nl www.peinemann.nl


Duurzaamheid van de Zuiderzee. Maar zijn bemoeienissen met het bouwen aan een nieuw Nederland strekten zich veel verder uit. Hij had de lijnen uitgezet voor een moderne waterstaat en infrastructuur. Hij was betrokken geweest bij de oprichting van de Staatsmijnen, de ontwikkeling van de sociale wetgeving en een nieuwe koers voor de landbouw. Sinds 1850 had Nederland ingezet op een proces van industrialiseren en moderniseren. Techniek speelde in dat proces een sleutelrol. Lely als ingenieur, manager en staatsman was de personificatie van die rol en van de belofte die sinds mensenheugenis met de moderne techniek verbonden was. Al in de zeventiende eeuw was door wetenschappers het perspectief geschetst van een nieuwe fase voor de mensheid. Er zou een einde komen aan schaarste en armoede, dat inherent leek te zijn aan het menselijk bestaan. Er zou een fase aanbreken van welvaart en welzijn niet alleen voor een elite, maar voor iedereen. Daarvoor zou een techniek zorg dragen, gebaseerd op de wetenschappelijke revolutie voortgebracht door Newton, Huygens en andere geleerden. Opeenvolgende generaties van wetenschappers en ingenieurs gebruikten deze belofte als de kern van hun bestaansrecht. Zij kwam centraal te staan in

Het is goed om te beseffen dat welbevinden, sociale relaties en zelfontplooiing een belangrijke, technische dimensie kennen de doelstellingen van wetenschappelijke genootschappen, technische verenigingen en kennisinstellingen zoals de technische universiteiten. Technologie was heilbrenger en moest tot de centrale waarden van de maatschappij gaan behoren. De Gouden Delta Het duurde even voordat die belofte langzaam maar zeker werd ingelost. In Nederland gebeurde dat vanaf 1850. Bij het overlijden van Lely zat ons land nog midden in dat proces. Dat proces verliep overigens met horten en stoten. De economische depressie leidde weer op grote schaal tot armoede. En de daaropvolgende Tweede Wereldoorlog met een cruciale rol voor technologie betekende een dieptepunt in de geschiedenis van de mensheid. De boodschap was te simpel geformuleerd. Technologische ontwikkeling leidde niet automatisch tot voorspoed. Tijdens de wederopbouw won het geloof in de technologische vooruitgang echter weer meer dan ooit aan kracht. Nederland kwam sterk verarmd uit de oorlog. Het productieapparaat was deels vernield en ontmanteld. Het transport over het water functioneerde nauwelijks. Havens, sluizen, stuwen, waterwegen, bruggen, etc. waren zwaar beschadigd. Een omvangrijk areaal aan cultuurgronden was onbruikbaar geworden onder andere door inundatie. Nederland was niet alleen verarmd, het bleek ook kwetsbaar. In 1953, acht jaar na de oorlog, zette een watersnood grote delen van zuidwest Nederland onder water. 1835 slachtoffers werden geteld. Vijftigduizend gebouwen werden verwoest of beschadigd. Duizenden stuks vee verdronken. De economische schade was enorm. De decennia na de oorlog stonden in het teken van de

••

Europoort Kringen • Mei 2010

13


09MOB04 europoort kringen B.indd 2

01-03-2010 10:44:07


Duurzaamheid fysieke wederopbouw, herinrichting en uitbouw van Nederland, en daarmee in het teken van de techniek. Industrialisatie werd de motor voor de economie. Het herstel van klassieke bedrijfstakken zoals textiel en leer vond plaats met moderne productietechnieken. De basis voor een expanderend petrochemisch complex werd gelegd met de bouw van olieraffinaderijen rond de grote zeehavens. De metaalindustrie behoorde tot de snelst groeiende bedrijfstakken. De Staatsmijnen in Limburg werden in hoog tempo omgebouwd tot een moderne chemische industrie. Daarnaast moderniseerden de landbouw en de dienstverlening, met name de nutsbedrijven. Er werd geïnvesteerd in grootschalige projecten zoals Rijnmond en Schiphol. Het meest prestigieuze project aller tijden kwam in uitvoering, de Deltawerken. Overigens ging het niet alleen om techniek. De wereldhandel nam in deze periode krachtig toe. Nederland speelde daarop succesvol in. Naast de modernisering van de industriële productiecapaciteit was ook de loon- en prijzenpolitiek een cruciale factor. Nederland was na de oorlog lange tijd een lage-lonen-land en had daarmee een sterke, internationale concurrentiepositie. En die positie was op haar beurt weer het resultaat van de geleide-loonpolitiek en de eendrachtige samenwerking tussen overheid en sociale partners.

voorradig en leken hen onbeperkte mogelijkheden en vrijheid te geven. De erkenning voor hun werk was groot. Techniek en geluk Nederland had zich tussen 1945 en 1970 ontwikkeld tot een welvarende maatschappij met een moderne kennisinfrastructuur. Toch was dat niet een doel op zichzelf. Het ultieme doel van economische en technologische ontwikkeling was en is bij te dragen aan het menselijk welzijn en geluk. In hoeverre is daar sprake van? Er blijkt een interessante relatie te zijn tussen enerzijds het welvaartsniveau en het technologisch peil van een land en anderzijds het welzijn van een bevolking. Welzijn wordt hier gedefinieerd als de mate waarin een burger zelf vindt dat hij een zinvol leven leidt, zichzelf heeft kunnen ontplooien en gelukkig is. Het gaat dus onder andere om zelfverwerkelijking en levensvoldoening. Wereldwijd onderzoek

Het resultaat van dit alles was boven verwachting: Een ongekende economische groei, zodat men sprak van een economisch wonder; een krachtig bolwerk, dat Nederland beschermde tegen de zee; een moderne staat, die voor iedere Nederlander een serie sociale grondrechten waarborgde, en een nog nimmer vertoonde welvaart, die de Nederlander in staat stelde om na jaren van schaarste te gaan ‘consumeren’. Kortom, Nederland was veranderd in een ‘Gouden Delta’.

Duurzaamheid zal van ongekende importantie worden en een grootse uitdaging voor wetenschappers en ingenieurs

De bloeiperiode van wetenschap en technologie Veel Nederlanders geloofden heilig in de cruciale rol van wetenschap en technologie. De investeringen in onderwijs, onderzoek en ontwikkeling stegen van circa drie procent van het Bruto Binnenlands product (BBP) in 1950 naar meer dan acht procent in 1975. De broekriem bleef tot in de jaren vijftig strak aangetrokken om deze investeringen mogelijk te maken in de hoop op een betere toekomst. De moderne kennisinfrastructuur kwam daardoor tot volle ontplooiing. Een nieuwe kennisorganisatie, de Nederlandse Organisatie voor Zuiver-Wetenschappelijk onderzoek (ZWO, tegenwoordig NWO) werd in 1950 opgericht. TNO, de organisatie voor toegepast natuurwetenschappelijk onderzoek (van 1932) mocht jaren groeien met percentages tot 35 procent. Bij een bedrijf als DSM kwam de ontwikkeling van het Centraal Laboratorium (uit 1940) in een stroomversnelling. In 1950 telde het laboratorium 421 medewerkers, in 1960 was dit aantal gegroeid tot circa 750, waarna de personeelsomvang in 1967 met bijna zestienhonderd mensen een voorlopig hoogtepunt bereikte. Ruime budgetten voor onderzoek en ontwikkeling kwamen ook beschikbaar bij de andere multinationals: Philips, Shell, Unilever en Akzo. [...] Wetenschappers en ingenieurs leefden in een wetenschappelijk en technisch paradijs. De middelen waren ruim

toont aan dat meer welvaart en een hoger technologisch peil meer welzijn voor een bevolking met zich mee brengt. Echter tot een bepaald niveau. Boven dat niveau verdwijnt het verband tussen welvaart/techniek én welzijn. De resultaten van het ‘geluksonderzoek’ lijken op een duidelijke conclusie te wijzen: Een verpauperd land blijkt baat te hebben bij economische groei en technische ontwikkeling, zowel voor het geluk van het individu als van de bevolking als geheel. Het gaat hier om de vervulling van basisbehoeften: eten en drinken, wonen en kleden, gezondheid en veiligheid. De vervulling van basisbehoeften leidt tot gelukkiger mensen en een hoger welzijn van de bevolking. Bij een zeker welvaartsniveau zijn de basisbehoeften echter vervuld en blijken welvaart en techniek niet meer bepalend te zijn voor de verschillen in welbevinden tussen landen. Andere factoren gaan dan een doorslaggevende rol spelen zoals cultuur en sociale cohesie. [...] Rond 1850 waren welzijn en geluk van de Nederlandse bevolking op het peil van hedendaagse, arme landen zoals Tanzania en India. Met de stijging van de welvaart ná 1850 neemt ook het welzijn toe. Tijdens

••

Europoort Kringen • Mei 2010

15


CONTINENTAL GATEWAY Zeeland Seaports Port Authority Schelpenpad 2 Haven 1151 Postbus132 4530 AC Terneuzen T 0115 647400 F 0115 647500 port@zeeland-seaports.com www.zeeland-seaports.com

Rotterdam Vlissingen Terneuzen Antwerpen

De zeehavens van Terneuzen en Vlissingen vormen dé verbinding met alle continenten. Zij garanderen een snelle goederenstroom dankzij hun goede toegankelijkheid, hun ligging aan diep zeewater en hun prima voorzieningen. De twee moderne havens zijn strategisch gelegen tussen Rotterdam en Antwerpen, aan de monding van de Westerschelde. Samen met een uitgebreid levrij netwerk van auto-, spoor- en de oplossingen op maat en de grote verscheidenheid aan mogelijkheden voor logistieke en industriële bedrijvigheid. Havenautoriteit Zeeland Seaports helpt al deze voordelen in stand te houden, zodat de havens hun positie van ‘continental gateway’ kunnen handhaven.

100339

waterwegen garandeert dit uitstekende verbindingen met het achterland. Kenmerkend is de klantvriendelijkheid,


Duurzaamheid de economische depressie en de Tweede Wereldoorlog stagneren welvaart en welzijn. Ná 1945 worden stevige stappen gezet en ergens in de jaren zestig is de schaarste definitief voorbij en nadert het welzijn van de Nederlandse bevolking een maximumniveau. Ná 1970 ontwikkelen welvaart en techniek zich verder, maar die hebben geen wezenlijke invloed meer op het welzijn van de bevolking. Indien deze reconstructie klopt (en hiervoor zijn vele aanwijzingen), dan roept dat een fundamentele vraag op: Doen economische groei en technologische ontwikkeling er nog toe ná 1970? Indien wij ons beperken tot de technologie, dan wordt duidelijk dat wetenschappers en ingenieurs met een fors legitimeringsvraagstuk zitten: Dragen wetenschap en technologie ná 1970 nog wel bij aan het menselijk welbevinden? Het legitimeringsvraagstuk Een belofte -eeuwenlang gedaan door wetenschappers en ingenieurs- is vervuld, althans voor Nederland en de welvarende naties in de wereld. Hier is waarlijk sprake van een breuk in de geschiedenis van de mensheid. De vraag is dan vervolgens: Wat nu? Is er een nieuwe uitdaging te formuleren, die weer lange tijd een drijfveer kan vormen voor de gemeenschappen van wetenschappers en ingenieurs? Een historische opgave van eenzelfde kaliber als de opheffing van de armoede? Er zijn tal van belangrijke maatschappelijke vraagstukken, zoals de multiculturele samenleving, de openbare veiligheid, individualisering en de ongelijke verdeling van de mondiale welvaart. De vraag is echter of de techniek daarin eenzelfde centrale rol vervult als eerder bij schaarste en armoede. Gaat het niet primair om sociale en politieke vraagstukken bijvoorbeeld in het geval van de multiculturele samenleving? Een andere invalshoek is de noodzaak om een zekere welvaart in stand te houden. [...] Dat vraagt natuurlijk om het nodige onderhoudswerk en een redelijke internationale concurrentiepositie. Investeren in technologie en een high tech economie blijft daartoe een múst. Dit vereist echter een zekere relativering. Is zo’n hoog welvaartsniveau en technologisch peil nog wel vereist? Zijn zoveel investeringen in onderzoek en ontwikkeling nog wel nodig? Ook is het goed om te beseffen dat wij in een technologische cultuur leven en dat welbevinden, sociale relaties en zelfontplooiing een belangrijke, technische dimensie kennen. Legitimering van technologie kan zich hierop richten. Dat gebeurt bijvoorbeeld met ‘ubiquitous computing’, alomtegenwoordige computernetwerken die ingezet worden in huiskamers, kantoren en andere omgevingen om het welzijn van de mens te verbeteren. Het experimenteren daarmee gebeurt in ‘smart labs’, ‘experience labs’ of ‘living labs’. Het is echter twijfelachtig of dit thema dezelfde glans zal krijgen als die van ‘Gouden Delta’. Gezondheid is een ander belangrijk thema, waardoor legitimering van ingenieurs en technologie mogelijk is. Gezondheid is voor mensen een levensthema. De levensverwachting zal blijven toenemen, maar dat is niet wat de mensen zozeer bezighoudt. Wel de kwaliteit van leven en dat aspect zal mede door de vergrijzing van de bevolking steeds actueler worden. Medische technologie is het antwoord van de wetenschappers en ingenieurs. Het is

Bart van Overbeeke Fotografie

ook een technologie die de gemoederen volop bezig houdt. Debatten over stijgende kosten van dure technologie, gebruik van ‘tissue engineering’ en ethische kwesties zoals euthanasie en genetische manipulatie, etc. zullen de komende decennia voortdurend gevoerd worden. Volgens mij is er echter een thema, dat eenzelfde historische opgave inhoudt als die van de armoede en de schaarste en dat is het thema van de duurzaamheid. Duurzaamheid zal in een wereld waarin een toenemend deel van de wereldbevolking een zeker welvaartspeil opeist, van ongekende importantie worden en een grootse uitdaging voor wetenschappers en ingenieurs. Ook specifiek voor Nederland zal het een opgave worden omdat de ‘Gouden Delta’ op dit moment nog steeds bestaat bij de gratie van de uitputting van energiebronnen en van ingrijpende, en mogelijk onomkeerbare veranderingen in ons ecosysteem. In de loop van de tijd is deze thematiek steeds actueler geworden en wel onder verschillende namen als natuurbescherming, milieuproblematiek, energiecrisis, grondstoffenschaarste, klimaatveranderingen en afnemende biodiversiteit. De nieuwe legitimering van technologie, zo luidt mijn stelling, zal allereerst moeten gaan over duurzaamheid en vervolgens -op afstand- over gezondheid, welzijn en welvaart (of high tech economie). Echter: duurzaamheid krijgt doorgaans een lage prioriteit en geniet in de loop van de jaren een wisselende belangstelling. Vasthoudendheid van deze boodschap is daarom vereist omdat in de publieke opinie en de politieke besluitvorming duurzaamheid het aflegt tegen de andere thema’s.”

Europoort Kringen • Mei 2010

17


vapro - college


MiLieu

Isolatie bij zonne-energie-installaties Zonnestralen kunnen worden gebruikt om stroom op te wekken (fotovoltaïsch) en voor het verwarmen van water en lucht (zonnethermie). Het rendement is bij warmtecollectoren ongeveer dubbel zoveel dan bij fotovoltaïsche systemen. Terwijl in warme streken voor het verwarmen van water voor industriële of agrarische doeleinden vaker het thermosifonsysteem gebruikt wordt, gebruikt men in Noord- en MiddenEuropa systemen met een pomp. Bij de optimalisering van thermische zonne-energie-installaties worden leidingisolatie en voorgeïsoleerde leidingsystemen steeds belangrijker. Helaas wordt hier vaak isolatiemateriaal gebruikt, dat niet voldoet aan de bijzondere eisen voor zonne-energie toepassingen. Dit kan leiden tot een verminderde houdbaarheid van de installatie en haar onderdelen, een lager rendement van de installatie en vervolgkosten voor de gebruiker. Er is maar weinig isolatiemateriaal dat geschikt is voor zonne-energie-installaties, aldus Armacell. Bij het buiten gebruiken van isolatiemateriaal met een open celstructuur bestaat de kans op vochtdoorslag. Dit probleem kan ook met een ommanteling niet geheel uitgesloten worden. Bij tien procent vochtdoorslag is het warmtegeleidingsvermogen van een isolatie met minerale wol al 2,5 keer zo groot geworden, de isolerende werking dus al aanzienlijk verminderd. Isolatiemateriaal op basis van synthetisch rubber (elastomeer) heeft een gesloten celstructuur en is niet hygroscopisch, d.w.z. het neemt zo goed als geen vocht uit de omgeving op. Bij dit isolatiemateriaal blijft het warmtegeleidingsvermogen en daarmee de isolerende werking op termijn constant. De bedrijfstemperaturen van zonne-energie-installaties liggen in piekuren duidelijk boven die van verwarmings- of warmwaterleidingen. Isolatiemateriaal van polyethyleen (PE) smelt bij temperaturen boven de honderd graden Celsius en is daarom ongeschikt voor zonne-energie-installaties. De grenstemperatuur van isolatiemateriaal van NBR-rubber (bv. SH/Armaflex) ligt bij circa +105 graden Celsius. Bij hogere temperaturen kan dit materiaal geheel verharden en zijn mechanische stabiliteit verliezen. Isolatiemateriaal op basis van een EPDM-kunststof- of acrylaatrubber kan echter ook bij aanzienlijk hogere temperaturen ingezet worden. Niet al deze rubbersoorten kunnen echter deze hoge temperaturen ook werkelijk aan. Dergelijke hoge temperatuurgrenzen kunnen pas bereikt worden door een nauwkeurige samenstelling van het materiaal. Met HT/Armaflex biedt de firma Armacell -fabrikant van technische schuimen en flexibel technisch isolatiemateriaal zoals thermoplastisch isolatiemateriaal, ommantelingssystemen, producten voor brandbeveiliging en geluidsisolatie- een isolatiemateriaal aan, dat voor temperaturen tot + 150 graden Celsius duurbelasting geschikt is en bestand tegen de zwaarste weersinvloeden. Korte

temperatuurbelastingen tot + 175 °C zijn toelaatbaar. De isolatie moet ook onder moeilijke omstandigheden op de bouwplaats zodanig aangebracht kunnen worden, dat er geen zwakke plekken in de constructie optreden. Elastomeer isolatiemateriaal is goed te verlijmen en is zo flexibel, dat het zelfs onder moeilijke omstandigheden gemakkelijk en op betrouwbare wijze kan worden aangebracht. Voor het aansluiten van de installatiedelen van thermische zonneenergie-installaties hebben de met HT/Armaflex voorgeïsoleerde leidingen hun betrouwbaarheid bewezen. Met Armaflex DuoSolar kunnen de installatiedelen van thermische zonne-energieinstallaties aanzienlijk eenvoudiger en sneller met elkaar verbonden worden. De leidingen lopen door twee gescheiden slangen. Dankzij de gepatenteerde ‘Join-Split’ verbindingstechniek kunnen de leidingen samen verlegd worden en voor aansluiting aan de collector en het warmtereservoir zonder problemen gescheiden en weer samengevoegd worden. Het product wordt aangeboden als ommantelde roestvrijstalen ribbelbuis (Armaflex DuoSolar VA) en ommantelde koperen buis (Armaflex DuoSolar CU). Armaflex DuoSolar is ommanteld met een UV-bestendige beschermende folie van robuust kunststof, die extra zekerheid biedt bij mechanische belasting. De scheurvaste folie voorkomt, dat de isolatie tijdens het aanbrengen (bv. door stenen kokers) beschadigd raakt. Ook de geïntegreerde voelerleiding met isolatie van siliconen is hittebestendig. Nieuwe snelkoppelingen garanderen een lekvrije afdichting van de roestvrijstalen ribbelbuizen. Zelfs na verschillende keren monteren en demonteren blijft de aansluiting dicht. Overal waar voorgeïsoleerde producten niet kunnen worden gebruikt of als uit esthetische overwegingen een wit oppervlak de voorkeur verdient, kan als alternatief HT/Armaflex S gebruikt worden. Dankzij de UV-bestendige en sterke coating is deze isolatie geschikt voor buitentoepassingen. De rondgeëxtrudeerde beschermfolie geeft het product bovendien extra weerstand tegen mechanische belasting. Het isolatiemateriaal is PVC en CFK vrij.

Europoort Kringen • Mei 2010

19


Industrie… Natuurlijk BAM Techniek BAM Techniek is dé multidisciplinaire dienstverlener voor het realiseren, onderhouden en beheren van technische installaties. Techniek is onze tweede natuur. Wij beschikken over alle kennis en ervaring voor elk industrieel project, hoe groot of complex ook.

Hoogwaardige expertise op het gebied van industriële onderhoudsen beheerconcepten en life cycle costing maakt BAM Techniek – Industrie tot totaaloplosser op het gebied van maintenance. Activiteiten en kosten worden nauwkeurig afgestemd op uw wensen en de eigenschappen van de installaties, met een bedrijfseconomisch optimaal resultaat. Wilt u meer weten over de dienstverlening van BAM Techniek – Industrie? Bel (010) 289 77 77 of kijk op www.bamtechniek.nl/industrie

Techniek, onze tweede natuur.

www.bamtechniek.nl


Milieu

“We zitten goed op koers”

Tussenbalans

Rotterdam Climate Initiative door Laurent Chevalier

Eind van dit jaar is voor het Rotterdam Climate Initiative (RCI) een belangrijk moment. Dan is namelijk het eerste tussentijdse meetmoment van het ambitieuze streven van het RCI om de uitstoot van CO2 in de regio in 2025 met vijftig procent, ofwel 34 megaton, te hebben verminderd. Naast de vermindering van CO2 werkt het RCI aan het klimaatbestendig maken van Rotterdam. Hoewel het jaar nog niet eens halverwege is, heeft Wiert-Jan de Raaf, directeur van het RCI, er geen moeite mee om alvast een tussenbalans te maken van de stand van zaken. “We verwachten dat we dit jaar uitkomen op een reductie van 0,7 megaton.”

H

et RCI is in 2007 van start gegaan op initiatief van de gemeente Rotterdam, het Havenbedrijf Rotterdam, DCMR Milieudienst Rijnmond en Deltalinqs, de koepelorganisatie van de Rotterdamse industrie. Gerekend over de periode 1990-2025 richt het RCI zich op een reductie van de uitstoot van broeikasgassen met vijftig procent. In Europees verband ligt de doelstelling op twintig procent. De initiatiefnemers van het RCI hebben bij de start uitgesproken dat het klimaat niet alleen een bedreiging

is, maar ook gezien moet worden als een kans. Unaniem klonk toen: “We moeten nu in actie komen om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. Daar zullen we later, ook in economisch opzicht, de vruchten van plukken. Een goed klimaatbeleid versterkt de Rotterdamse economie, creëert werkgelegenheid en het zorgt voor een betere leefomgeving.” Of zoals de directie van het Havenbedrijf eens zei: “Een goed milieu is een unique selling point. Klanten investeren graag in een schone en duurzame regio.”

Biodieselpomp

Wiert-Jan de Raaf, directeur van het RCI

foto Rick Keus

foto Hannah Anthonysz

Vorderingen geboekt Mooi gezegd natuurlijk: unique selling point, schone en duurzame regio, concurrentiepositie versterken. Maar is een reductie van 0,7 megaton in de periode 2007-2010 dan niet wat magertjes? RCIdirecteur De Raaf vindt van niet. “Dat lijkt misschien zo, maar het is vergelijkbaar met de uitstoot van vijfhonderdduizend huishoudens. Je mag ook niet vergeten dat we pas aan het begin van een lange reis staan. In deze beginfase ligt het accent vooral op de voorbereidingen om straks grote stappen te kunnen maken. CO2 halen de bedrijven niet even uit de lucht door een knop om te draaien. Daar moeten allerlei processen en installaties voor worden omgebouwd. Als dat achter de rug is, krijg je pas de versnelling. Kortom, met een verwachte CO2-reductie dit jaar

••

Europoort Kringen • Mei 2010

21


Milieu van 0,7 megaton, is de beweging goed op gang gekomen. Dit resultaat is met name gerealiseerd dankzij een sterk toegenomen energie-efficiency bij het bedrijfsleven en het steeds meer meestoken van biomassa bij energiecentrales. Bij Shell Pernis wordt nu al 0,4 miljoen ton CO2 afgevangen en afgezet in de glastuinbouw om plantengroei te stimuleren. Ik durf nu best te stellen dat het RCI sinds de start in 2007 goede vorderingen heeft geboekt, zowel op het gebied van de klimaataanpak als wat betreft de versterking van de Rotterdamse economie.”

Alles bij elkaar realiseren we vanaf 2015 een jaarlijkse CO2-reductie van acht megaton Biobrandstof en opslag CO2 Als voorbeeld van een voortvarende aanpak wijst De Raaf op het toegenomen gebruik van biobrandstof voor vrachtwagens. “Dat is nou typisch een voorbeeld van het kip-ei probleem. Pomphouders en transporteurs wilden best overstappen, maar zaten op elkaar te wachten. Niet zo gek natuurlijk. Als pomphouder wil je zeker weten dat er ook klanten komen als je overstapt op biobrandstof. Hetzelfde bij de transporteurs. Die zijn pas bereid op biobrandstof over te gaan als ze weten waar ze daarvoor terecht kunnen. Wij hebben uiteindelijk projecten helpen opstarten door als intermediair op te treden tussen vervoerders, leveranciers, autodealers en pomphouders. Het resultaat is dat duurzame biodiesel ruimschoots beschikbaar is in deze regio. Tientallen vrachtauto’s maken daar nu al gebruik van. En bij Rotterdam Airport kan de Rotterdamse Taxicentrale aardgas tanken. De regio telt onder andere bij de Roteb, het Havenbedrijf, de milieudienst DCMR en de gemeente Rotterdam zelf inmiddels zo’n drieduizend flexifuel auto’s. Deze auto’s kunnen rijden op het schone bio-ethanol.” De Raaf verwacht ook veel van de plannen

foto Rick Keus

22

Europoort Kringen • Mei 2010

voor afvang, hergebruik, transport en opslag van CO2. “Samen met negen grote industriële bedrijven doen wij onderzoek naar mogelijkheden om CO2 af te vangen en veilig op te slaan onder de Noordzee. De energiebedrijven E.ON Benelux en Electrabel hebben de intentie uitgesproken honderden miljoenen te willen investeren in opslag in lege olievelden onder zee. Daarmee kan een CO2 -uitstoot worden vermeden van circa één megaton per jaar.” Energie-efficiency Blij is De Raaf ook met de samenwerking met Deltalinqs in onder andere het Deltalinqs Energy Forum (DEF). “Dit forum richt zich op kennisbundeling en ondersteuning van bedrijven die energie-efficiënter willen werken. DEF organiseert voor ondernemers bijvoorbeeld workshops over nieuwe technologieën om efficiënter te produceren en de footprint van CO2 te verlagen.” Het DEF kijkt daarbij bijvoorbeeld naar mogelijkheden om restwarmte of gecombineerde energievoorzieningen in te zetten. Voorts wordt gekeken naar mogelijkheden om energie uit zon en wind te gebruiken. Daarnaast sluit het DEF overeenkomsten met bedrijven voor energiescans. De Raaf: “Kortom, energie-efficiency levert winst op voor zowel de economie als het milieu. Daarom staat dat punt hoog op de agenda.” Als voorbeelden daarvan wijst De Raaf op projecten bij Exxon Mobil waar het energieverbruik wordt verminderd door een nieuw soort proceskolom en bij Air Liquide waar met de PerGen-centrale een grote stap vooruit is gezet om de uitstoot van CO2 te reduceren en de luchtkwaliteit te verbeteren. “Kijk ook naar de plannen van Rotterdam om als eerste gemeente in Nederland gebouwen en woningen op grote schaal te verwarmen met industriële restwarmte. Dat gaat nu van start. In 2020 gebruiken vijftigduizend gebouwen en huizen in Rotterdam de warmte die vrijkomt bij het verbranden van afval bij de afvalverbrandingsinstallatie van AVR in de deelgemeente Rozenburg. Dit zorgt voor een jaarlijkse CO2 -reductie van ongeveer tachtig kiloton. Samen met diverse woningcorporaties is de gemeente Rotterdam een project begonnen om de energie-efficiency met drie procent per jaar te verbeteren. We kijken daarbij met name naar zaken als renovatie en isolatie. Door renovatie is bijvoorbeeld een aantal huizen op het Noordereiland aangepast, waardoor het energieverbruik door een uitgekiend isolatiesysteem tot vijf keer lager is dan in nieuwbouwwoningen.” Als voorbeeld van een grootschalig en opmerkelijk initiatief op energiegebied wijst De Raaf op vergevorderde plannen om het bestaande vermogen aan windenergie in het Rotterdamse havengebied in tien jaar tijd te verdubbelen van honderdvijftig megawatt naar driehonderd megawatt. “Daarmee kunnen tweehonderdvijftigduizend huishoudens van energie worden voorzien.” De Raaf benadrukt dat dit slechts een kleine greep is uit de vele initiatieven waarbij het RCI als aanjager fungeert. “Als je dit alles bij elkaar telt, realiseren we vanaf 2015 in deze regio een jaarlijkse CO2-reductie van acht megaton. Uit een eerste inventarisatie onder de industrie is voorts gebleken dat ongeveer tweehonderdveertigduizend vierkante meter van hun daken geschikt zijn voor plaatsing van zonnepanelen. In Rotterdam zelf is 4,5 miljoen vierkante meter geschikt voor zonne-energie. Maar het heeft allemaal z’n aanlooptijd nodig.” 


industrial events promotions

Uw partner bij werkzaamheden op hoogte. Height Specialists is één van de grootste IRATA bedrijven van Nederland en kan onderhoudswerkzaamheden professioneel en snel voor u uit voeren; zowel on- als offshore. Met veilige en duurzame Rope Access technieken komen wij op plaatsen waar geen steigers, hoogwerkers of platforms geplaatst kunnen worden.

Wij zijn gespecialiseerd in:  kitten  verven  lassen  algemene reiniging  glasbewassing  bekabeling  herstelwerkzaamheden  installatie en

reparatie van pijpen en constructies

Onze nieuwe website is in de lucht! www.heightspecialists.nl

 inspectie en controle  niet-destructief

onderzoek (NDO)  ultrasoon onderzoek

Height Specialists is IRATA, TÜV

Height Specialists

en VCA gecertificeerd. Wij zijn u ook

Dynamoweg 28

graag van dienst met montagewerk-

2627 CH Delft

zaamheden,

advisering,

trainingen en materiaal.

inspectie,

015 - 256 56 62 info@heightspecialists.nl


INSIGHT ONSITE™ Insight Onsite™ voor de Industrie Harsco Infrastructure Industrial Services is gespecialiseerd in industriële isolatie, steigerbouw, tracing, fireproofing, stralen en conserveren. Afhankelijk van uw opdracht bieden we deze diensten zelfstandig of multidisciplinair aan. Ons uitgangspunt is dat de opdrachtgever in goed overleg alles aan ons kan overlaten: analyse, advisering, planning, organisatie, materialen, afstemming met leveranciers, coördinatie van en met onderaannemers, uitvoering en kwaliteitscontrole. Vanuit onze regionale steunpunten of direct on site verzorgen we alle onderdelen van uw opdracht. We doen dat met een strakke planning, binnen de afgesproken begroting en volgens strenge normen als het gaat om veiligheid, milieu en kwaliteit. Harsco werkt al meer dan honderd jaar voor gerenommeerde bedrijven in onder andere de petrochemie, energievoorziening, voedingsindustrie en farmaceutische industrie. Zowel voor onderhoud als nieuwbouwprojecten.

19791

VOOR MEER INFORMATIE, KIJK OP HARSCO-I.NL


informatief

Girlsday Dat vrouwen en techniek goed samen kunnen, blijkt uit het enthousiasme van veertig jonge meiden uit de regio Rotterdam. Zij brachten in het kader van ‘Girlsday 2010’ -dit jaar in heel Nederland op 20 april- 15 april al een bezoek aan Shell Pernis. De leerlingen kwamen van het RGO Middelharnis en het Jacob van Liesveld uit Hellevoetsluis. ‘Girlsday’ is een Europees initiatief om jonge meiden van tien tot zeventien jaar enthousiast te maken voor techniek, bèta en ICT. De leerlingen spraken met vrouwen in technische beroepen op Shell Pernis tijdens het zogeheten ‘speed daten’ en ontwierpen een marketingposter om vrouwen en techniek te promoten. Daarnaast leidde tijdens de lunch één van de ‘meiden van Halal’, Esmaa Alariachi, een discussie over ‘vrouwen in de techniek’. Ook interviewde Esmaa een vrouwelijke senior manager. In de middag namen de meiden een kijkje in de keuken van het productielaboratorium. Zo bepaalden zij onder andere zelf het goudgehalte van hun sieraden. Na afloop van de dag was het de meiden duidelijk dat techniek echt niet alleen voor jongens is. Iets dat ook al bleek uit het grote aantal aanmeldingen. Of de leerlingen ook definitief zullen kiezen voor techniek, zal nog moeten blijken. Duidelijk is wel dat de dames ervan overtuigd zijn dat de techniek er wel bij zal varen met meer vrouwen in haar gelederen. Meer dan vierhonderd meiden uit heel Nederland nemen een kijkje

achter de schermen bij zes verschillende Shell-locaties. ‘Girlsday’ wordt in Nederland georganiseerd door VHTO, Landelijk expertisebureau meisjes/vrouwen en bèta/techniek. Als actief Jet-Net bedrijf doen Shell Pernis en Moerdijk al drie jaar mee aan ´Girlsday´. JetNet -Jongeren en Technologie Netwerk Nederland- is een samenwerkingsverband tussen bedrijven, overheid en middelbare scholen en wil scholieren stimuleren en enthousiasmeren tot het volgen van een bèta/technische vervolgopleiding.

Duurzaam schoonmaken Wim Ledder, voorzitter van Facility Management Nederland (FMN), uitte onlangs zijn zorgen over de verschraling van de schoonmaakkwaliteit en de invloed daarvan op de kwaliteit van de geïntegreerde facilitaire dienstverlening aan ondernemingen naar aanleiding van het cao-conflict in de schoonmaakbranche. Facility Management bestaat uit diverse disciplines zoals huisvesting, gebouwonderhoud, hospitality, catering, beveiliging en schoonmaak. Facility Management is vooral het integraal managen van deze disciplines zodat bedrijven zich kunnen richten op hun kerntaken. Schoonmaak is een van de primaire disciplines binnen Facility Management waar al jaren op wordt bezuinigd. Dit leidde tot het cao-conflict en kan leiden tot een negatief beeld van de totale facilitaire sector. Zodra schoonmaak aan kwaliteit inboet, komen de klachten hierover terecht bij de facilitaire dienst of haar externe dienstverlener. “Is men bereid weer eens te gaan betalen voor kwaliteit?”, vraagt Ledder zich af. Hij constateert dat bij bijvoorbeeld catering en beveiliging dit meer het geval is: “Die disciplines hebben meer het karakter van business to consumer. Gezonde voeding is een trend. Medewerkers zijn bereid ervoor te betalen. Ook op beveiliging, een actueel thema, zie ik opdrachtgevers niet of nauwelijks bezuinigen. En tegen maatschappelijk verantwoord ondernemen bestond eerst

weerstand, maar niemand kan er nog omheen. Schoonmaak is minder zichtbaar en is vooral nog een business-to-businessdienst, die op productniveau en materiaalgebruik al jaren voldoet aan de duurzaamheidsprincipes. Zonder kwalitatief goede schoonmaak komt de openbare orde en veiligheid, en de gezondheid van mensen in het gedrang.” Net als gezonde voeding en maatschappelijk verantwoord ondernemen, zou schoonmaak een thema moeten zijn voor opdrachtgevers en schoonmaakbedrijven, om verdergaand gezamenlijk duurzaam in te investeren.

Europoort Kringen • Mei 2010

25


Total Waste Management partner voor de industrie Indaver biedt de industrie totaaloplossingen op het vlak van afvalverwerking, logistiek en on site beheer. Wij garanderen voor elke afvalstroom – gevaarlijk en niet-gevaarlijk – de beste oplossing op het gebied van techniek en kostprijs. Daarvoor beschikken we over diverse eigen hoogtechnologische installaties en betrouwbare partners. Indaver beschikt over de juiste expertise om complexe afvalprojecten efficiënt te implementeren. Dankzij een transparante dienstverlening die voortdurend wordt geëvalueerd en verbeterd, garandeert Indaver de laagste Total Cost of Ownership. Ondertussen kan de klant zich concentreren op zijn eigen corebusiness. Veiligheid en wettelijke conformiteit zijn steeds van het grootste belang. Op dat vlak neemt Indaver geen enkel risico en worden liabilities vermeden. salesnederland@indaver.nl

Tel. +31 115 67 88 17

www.indaver.nl www.indaver.com

IND623AdvIWS_EPK_NL_APRIL10.indd_2.indd 1

Toonaangevend in duurzaam afvalbeheer

21-04-2010 09:44:51


Kees Marges

Foto: Eric Bakker

Column

Kees Marges is voormalig Secretaris Havens Vervoersbond FNV en hoofd Havensectie International Transport workers Federation (ITF), Adviseur arbeidsverhouding, Lid van het Dagelijks Bestuur Kamer van Koophandel Rotterdam en lid van enkele Raden van Commissarissen in Rotterdam.

Organising.

Een nieuw actiemiddel van de vakbeweging? De FNV doet aan organising en hitst daarmee de schoonmakers op. Althans als je sommige kranten en TV uitzendingen moet geloven. Sommige ondernemers en de hen steunende journalisten roepen al direct ach en wee en proberen de vakbeweging onmiddellijk verdacht te maken. Ze vrezen dat de schoonmakers succes kunnen hebben met hun acties. Maar vooral omdat de FNV ook in andere bedrijfstakken gebruik zou kunnen gaan maken van dit, voor sommigen nieuwe, strijdmodel. Dus moet dat de kop in worden gedrukt, vóór dat de vakbeweging er elders ook mee kan scoren. Maar de FNV en de tot nu toe slecht georganiseerde en dus machteloze schoonmakers hebben er inmiddels toch succes mee gehad. Dat smaakt naar meer. Maar is organising echt nieuw? Nee, zeker niet. In andere landen en met name de Verenigde Staten, bestaat de vakbeweging bij de gratie van het goed kunnen hanteren van het organisatie- en actiemiddel organising. Als werknemers in een bepaald bedrijf, waar geen cao bestaat, toch een cao wensen, zal hun vakbond er eerst voor moeten zorgen dat de meerderheid van de werknemers lid is van de bond die de cao wenst af te sluiten. Dat betekent, dat vóór dat cao onderhandelingen kunnen plaats vinden bij een bedrijf waar een minderheid van de werknemers lid is van een vakbond, die bond eerst de meerderheid van werknemers moet zien te organiseren. In feite is dat wat de Amerikanen onder ‘organising’ verstaan. Dat gebeurt op een systematische manier en kost dikwijls veel tijd en geld. Actievergaderingen en het uitdelen van pamfletten en demonstraties voor de poort van een bedrijf zijn het zichtbare gedeelte van organising, dat veel meer omvat. Dat het veel tijd en geld kost, komt omdat ondernemers er alles aan doen om zo’n ledenwerfcampagne te laten mislukken. Ik ken bedrijven in Amerikaanse havens, die al drie tot viermaal in staat zijn geweest om met allerlei trucs en vormen van intimidatie zo’n campagne te laten mislukken. En ook daar heeft men in de VS een bekende naam voor: ‘union-busting’. Er heeft zich in de VS een hele juridische dienstensector ontwikkeld van juristen en hun adviesbureaus, die zich hebben gespecialiseerd in allerlei vormen van union-busting. Veel van die juristen zijn daar

stinkend rijk van geworden. Union-busting gaat gepaard met het verdacht maken van de vakbond en de werknemers, die de bond hebben gevraagd om een cao voor hen af te sluiten, waarbij halve waarheden en hele leugens nog maar het begin zijn van allerlei vormen van intimidatie die kunnen volgen. Pogingen tot omkoping, bedreiging en daadwerkelijk plegen van geweld tegen werknemers en vakbondsbestuurders behoren daar ook toe. De union-busting juristen bewerken ook politici met als doel het recht van vakbonden om actie te voeren zoveel mogelijk te laten beperken door nieuwe wetgeving of amendementen op bestaande wetten. Dankzij journalisten die óf niet de moeite nemen om na te gaan wat er werkelijk aan de hand is óf bij voorbaat al de kant hebben gekozen van de ondernemers en juristen die zich met union-busting bezig houden -en van dat soort journalisten bestaan er in de VS heel veel- wordt een beeld gecreëerd alsof alleen de werknemers en de vakbonden zich van militante actievormen bedienen. Overigens gebruiken ondernemers union-busting ook om van een al bestaande cao en een actieve vakbond af te komen. Het is dus niet alleen een reactief actiemiddel van ondernemers, maar ook een actief middel. Binnen de internationale vakbeweging loopt al jarenlang een discussie over manieren waarop in andere landen meer gestructureerd gebruik gemaakt kan worden van het Amerikaanse organising. Binnen de ITF al ruim vijftien jaar en als hoofd van de sectie havens ben ik daar nadrukkelijk bij betrokken geweest. Met name in de havenindustrie, zowel in de VS als daarbuiten, bestaat veel belangstelling voor een wat actievere manier van belangenbehartiging en ledenwerving. De belangstelling van FNV-voorzitter Agnes Jongerius voor dit onderwerp (ze was kort voor ze naar de FNV ging een blauwe maandag lid van het toezichthoudend bestuur van de ITF), de permanente aandacht die onder andere de havensectie van FNV Bondgenoten hiervoor vraagt en het succes van de schoonmakers zorgen ervoor dat een aan onze arbeidsverhoudingen aangepaste vorm van organising een zinvolle aanvulling (en niet meer dan dat) kan worden op het arsenaal van actiemiddelen, dat de Nederlandse vakbeweging al heeft. Europoort Kringen • Mei 2010

27


Maintenance

Unieke

verdichtingstechniek reduceert beheer en onderhoud

Verdichten vanaf het maaiveld tot een diepte van zes tot acht meter, dat is wat met de Cofra Deep Compaction (CDC) techniek van Cofra haalbaar is. Met een hamer van negen of zestien ton is het mogelijk om zand te verdichten. De eerste meters worden tijdens de uitvoering maximaal verdicht, wat sondeerwaarden oplopend tot dertig MPa mogelijk maakt. De techniek heeft een hoge productie en reduceert de beheer- en onderhoudskosten van toekomstige objecten. Na een aantal pilotprojecten op de Maasvlakte en in Oman is een groot project in Abu Dhabi uitgevoerd. Het speciaal ontwikkelde materieel is daarnaast met succes ingezet voor het verdichten van het Vopakterrein (negentien hectare) in Amsterdam.

D

e verdichtingsgraad van het zandpakket bepaalt in belangrijke mate het beheer en onderhoud van het object dat er op gebouwd wordt. Een niet goed verdichte ondergrond zal in de loop van de tijd gaan zakken. Achteraf herstellen is kostbaar. Om dit soort risico’s tot een minimum te beperken, heeft Cofra te Amsterdam een verdichtingsmethode doorontwikkeld. Deze methode (die op dit moment voornamelijk voor het verdichten van de ondergrond van olietanks en haventerreinen wordt toegepast) is ontwikkeld door BSP uit de UK - de zogenaamde rapid impact compactor. Cofra heeft dit systeem aangepast tot een bedrijfszeker en betrouwbaar systeem. Het kan mogelijk ook ingezet worden voor andere werken waar het buiten bedrijf stellen hoge kosten of hinder veroorzaakt, zoals het verdichten van zandbanen of aanvullingen van waterpartijen waar beneden de grondwaterstand niet met trilwalsen verdicht kan worden.

Verdichten van zand Het verdichten van zand is van diverse factoren afhankelijk, zoals korrelverdeling, korrelvorm, de inzet van het type 28

Europoort Kringen • Mei 2010

verdichtingsapparaat en de aanwezigheid van een goede klankbodem. Het verdichten van zand wordt traditioneel vaak uitgevoerd met (tril)walsen in lagen van 0,3 m tot 0,5 m dikte. Dit is voor de aanleg van de onderbouw van lijninfrastructuur, waar het zand in lagen wordt aangebracht, vaak voldoende. Voor grote objecten zoals olietanks en chemische installaties, gefundeerd op reeds aangebrachte of natuurlijke zandlichamen, voldoet deze walstechniek niet omdat de invloedsdiepte te klein is. Hiervoor zijn andere technieken ontwikkeld zoals: diepverdichten met een trilnaald (toegepast bij de Oosterscheldekering en voor het verdichten van het zandlichaam onder de bolscharnieren van de Maeslandtkering) en verdichting met een dragline met een valgewicht, ontwikkeld in Frankrijk (Dynamisch verdichten). Deze methoden zijn echter minder effectief om juist de veel voorkomende lagen van twee tot zes meter dikte grootschalig te verdichten. Om die reden heeft Cofra zelf een bestaande verdichtingmethode opgeschaald en verder ontwikkeld. Vanuit de verschillende beschikbare meetmethoden is het sonderen de meest betrouwbare, omdat hiermee

••


Innovatie ontwikkeling Deep Compaction

Luchtfoto grondverzet en verdichting van zand op het Vopakterrein te Amsterdam snel en objectief het verdichtingprofiel van een laag van vele meters dikte kan worden bepaald. (De conusweerstand is gerelateerd aan de relatieve dichtheid van het zand). Er worden zowel voor het verdichten als na het verdichten sonderingen uitgevoerd zodat goed te zien is wat het effect van de verdichting is.

Project Vopak Amsterdam Vopak, een bedrijf dat opslagcapaciteit voor olie en gas ontwikkelt, realiseert in de Afrika-haven te Amsterdam in totaal 41 olieopslagtanks. Het beschikbare terrein is circa dertig jaar geleden in opdracht van toenmalig wethouder Joop den Uyl als toekomstig havengebied aangelegd. Op de ondergrond van klei en veen is een laag van circa drie meter zeezand aangebracht. Dit zandpakket is draagkrachtig genoeg om de olietanks op te kunnen bouwen; echter,

Cofra heeft samen met Hydronamic (het ingenieursbureau van Boskalis) een marktonderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden om een grondpakket van zes tot acht meter vanaf het maaiveld in één keer te verdichten. Hieruit bleek dat er met name bij de ontwikkeling van opgespoten landaanwinningen behoefte is aan een snelle professionele verdichtingtechniek van zand. Opgespoten zand heeft doorgaans een verdichtinggraad van tussen de dertig en zestig procent. Voor de fundatie van bijvoorbeeld opslagtanks voor olie en gas op deze landaanwinningen is dat onvoldoende. Traditionele technieken -zoals het verdichten in lagen met droogmaterieel en het verdichten met trilnaalden- zijn zeer arbeidsintensief en de producties liggen veelal lager. De kosten voor beheer en onderhoud en tijdelijke buitengebruikstelling van bijvoorbeeld olie- en gastanks zijn zodanig dat extra verdichten van de ondergrond bij de aanleg een flinke besparing oplevert. De eerste praktijkproef met de techniek is uitgevoerd op de Maasvlakte bij Rotterdam met een CDC heiblok van negen ton dat in een frame gemonteerd was aan een hydraulische kraan (CAT 385). Deze proef leidde tot het verdichten bij de aanleg van een LNG Gate terminal (vloeibaar aardgas) waar een gebied met een oppervlak van vijftienduizend vierkante meter zand tot op een diepte van zes meter extra is verdicht. In de bovenste meters van het zandpakket bedroeg de conusweerstand na verdichten hier circa dertig Mpa. Daarnaast is de CDC methode ingezet bij de verdichting van opgespoten terrein van koraalzand in Oman met een oppervlak van vierentwintigduizend vierkante meter. Ook hier werd de vereiste dichtheid ruimschoots behaald. Al deze projecten zijn uitgevoerd in de ontwikkelfase van het systeem en laten zien dat de vraag uit de markt aanwezig is. Voor een project nabij Abu Dhabi heeft Van Den Heuvel, Werkendam in opdracht van Cofra, drie zestien tons CDC verdichtingshamers gebouwd. Dit nieuwe materieel past op de bestaande machines van Cofra, die wereldwijd op projecten ingezet worden. Om de grote krachten tijdens het verdichten op te kunnen nemen, is een speciale zware ‘Boom’ ontworpen (stalen frame die de heistelling met de hydraulische kraan verbindt). Daarnaast zijn verschillende typen verdichtingsvoeten ontwikkeld. Om de wrijving/ slagkracht tussen het heiblok en de verdichtingsvoet op te kunnen nemen, wordt een kunststof heimuts toegepast. Deze reduceert tevens het geluid tijdens het verdichten. Voordat het verdichten begint, wordt er eerst verdicht in een proefvak. Hierin wordt het verdichtingsgrid en het stopcriterium bepaald dat nodig is om de vereiste dichtheid te halen. Controle vindt over het algemeen plaats met sonderingen. Als de juiste procedure van verdichten is vastgesteld, kan het verdichten van het werk bepaald volgens de methode in het proefvak beginnen.

Europoort Kringen • Mei 2010

29


Engineering services

Technip Group

Technip-EPG

With a workforce of 23,000 people worldwide, and annual revenues of almost 7 billion euros, Technip ranks among the 5 major players in full-service engineering and construction services in the field of hydrocarbons and petrochemicals. With nearly 50 years of experience in the design and construction of large industrial facilities, a wide range of state-of-the-art technologies and operational bases spread over 5 continents, Technip Group is able to manage all aspects of major projects at optimised costs, from front-end engineering design to turnkey delivery.

Technip-EPG is a specialized engineering company with strong positions in the markets oil & gas, (petro)chemical, building & construction, HVAC and energy & water. We have over 30 years of experience in engineering for the Dutch industrial market and cover the complete range in engineering services for mono- and multidisciplinary projects. With 130 experienced employees we contribute to the success of our clients business. As a member of the Group we have full access to all Technip resources and technologies.

Technip-Benelux In Zoetermeer, Technip Benelux with it’s 330 employees, is active in the design, engineering and worldwide implementation of process plants and units in the oil & gas and petrochemical industry with specialization in ethylene, hydrogen and synthesis gas.

Technip-EPG B.V. Barbizonlaan 50 2908 ME Capelle a/d IJssel Postbus 8568 3009 AN Rotterdam Tel.: +31 (0)10 220 70 70

Marc Bannink Sales Manager mbannink@technip.com www.technip-epg.com

Engineering without borders


Maintenance doordat de ondergrond van klei en veen verschillend van dikte is over het terrein, zullen de tanks zonder maatregelen scheefzakken. Door de slappe lagen weg te graven en te vervangen door zand wordt dit risico geminimaliseerd. Uit verschillende aanbieders werd Cofra geselecteerd om dit project uit te voeren. Reden voor deze keuze was de inzet van de CDC techniek en de garantie dat het project binnen de gestelde tijd opgeleverd wordt. Bij de verdichting van de LNG terminal op de Maasvlakte had Vopak al kennisgemaakt met de CDC techniek en was er grote interesse om deze techniek zelf toe te passen. Het bouwen van olietanks op een zeer goed verdichte ondergrond is namelijk veiliger. De kosten voor het verdichten van de ondergrond zijn wel wat hoger, maar dat wordt bij het beheer en onderhoud dubbel en dwars goedgemaakt. Het opvijzelen van een tank vanwege zettingen in de ondergrond bedragen meer dan honderdduizend euro per keer, exclusief de kosten van buitengebruikstelling. Omgevingsmanagement Cofra BV is al 85 jaar gevestigd in Amsterdam en is goed op de hoogte van de wensen van de omgeving. De bedrijfsfilosofie is dat investeren in de relatie met belanghebbenden belangrijk is om een project goed uit te kunnen voeren. Dit draagt ook bij aan de (langdurige) relatie van de eigenaar van een object met de omgeving. De medewerkers zijn vanaf het begin goed geïnstrueerd en houden zich aan de regels. Dit geldt niet alleen voor ARBO en veiligheid maar ook voor het omgevingsmanagement. Een goed voorbeeld hiervan is de inschakeling van de stadsecoloog van Amsterdam, Martin Melgers. Vooraf is contact gelegd met deze deskundige en er is een uitgebreide terreininventarisatie uitgevoerd. Hierbij is

de flora en fauna geïnventariseerd en is een beheersplan opgesteld. Aan de hand van dit plan is het gebied in sectoren ingedeeld, met een planning wanneer waar gewerkt mocht worden. Niet gemaaide sectoren zijn verboden om te betreden. Meestal broeden daar nog vogels of er zijn bijzondere amfibieën zoals de rugstreeppad waargenomen. Ook bijzondere planten zoals wilde orchideeën en andere rode lijstsoorten worden geïnventariseerd en zo mogelijk naar een ander gebied overgeplaatst. Projectleider Wiegert Dijkkamp: “Door het steeds weer uitstellen van de aanvang van de werkzaamheden werden we plotseling geconfronteerd met de aanwezigheid van nog broedende vogels in juli. Deze manier van werken is ons zeer goed bevallen en de omgeving is ook heel tevreden met deze aanpak. Ik hoop dat we in de toekomst meer gebruik gaan maken van Omgevingsmanagement. Het schept duidelijkheid en het maakt je werk nog interessanter. Als je afspraken maakt en die ook nakomt, is het risico dat een werk plotseling stil wordt gelegd nihil en we gaan op een verantwoorde wijze om met de natuur.” Ontgraven en opnieuw aanbrengen van het zand Om de stabiliteit van de tanks te garanderen, moesten de zettingsgevoelige lagen van klei en veen verwijderd worden. Hiervoor werd het drie tot vijf meter dikke zandpakket ontgraven waarna de klei- en veenlagen werden verwijderd. Daarna werd het zand opnieuw aangebracht en verdicht. Totaal is er circa een miljoen kubieke meter grond verzet. Dit gebeurde met een drietal graafmachines (CAT 385, CAT 365 en CAT 345) en veertien dumpers die de grond ontgroeven en transporteerden. Dit verliep als volgt: Gebied dat vrijgegeven is door de stadsecoloog maaien, zodat voor iedereen duidelijk is dat er gewerkt mag worden

••

Ontgraven, aanvullen en verdichting met CDC techniek van het Vopak terrein in Amsterdam

Europoort Kringen • Mei 2010

31


it’s air that moves us... Air Products is in haar ruim zestigjarig bestaan uitgegroeid tot een wereldwijd opererende multinational met een jaarlijkse omzet van rond de 10 miljard dollar. Air Products is operationeel in meer dan 30 landen. In Nederland staan diverse productielocaties, waaronder in het Rotterdamse havengebied en Terneuzen. De producten die Air Products produceert en levert zijn ondermeer zuurstof, stikstof, argon, waterstof, CO, helium en een breed scala aan specialiteitsgassen. De gassen worden geleverd in cilinders, bulk en direct via buisleidingen. Air Products weet dat alleen het leveren van de beste producten en technologie niet voldoende is. Er dient eveneens gezorgd te worden voor lokale technische support om haar klanten op hoogst haalbare niveau te laten opereren. Het is deze filosofie die Air Products heeft geholpen een leidende positie in te nemen als leverancier aan de internationale industrieën.

Air Products Nederland B.V. P.O. Box 59031 3008 PA Rotterdam phone +31 (0) 10 29 61 300 email hrapned@airproducts.com www.airproducts.com


Maintenance (niet gemaaide gebieden mogen niet betreden worden); Bovengrond verwijderen en in depot zetten; Plaatsen van een tijdelijk kwelscherm, bovenste zand ontgraven en elders in het werk brengen; Klei en veenlagen separaat ontgraven en in een depot opslaan. Als het proces op gang komt, wordt het vrijkomende zand direct weer in het werk gereden; Zand winnen uit toekomstige insteekhaven en aanvullen; Uitvoeren vóóronderzoek en verdichten van het zand; Controle sonderingen ten behoeve van de oplevering. Tijdelijk kwelscherm Om het onttrekken van grondwater te voorkomen en de grond toch droog te kunnen ontgraven, is het terrein in compartimenten verdeeld en zijn verticale kwelschermen aangebracht. Met behulp van de speciaal geconstrueerde bronbemalingsmachine (Larenco, Arnhem), uitgerust met een arm die is voorzien van een kettinggraver, werd een smalle diepe sleuf gegraven. De vrijkomende grond werd hierbij zijwaarts afgevoerd. De graafarm is uitgerust met een geleideconstructie, waarmee een speciaal geprepareerde rol polyetheenfolie als een scherm over een grote lengte verticaal in de grond wordt aangebracht. Om wegzakken van het scherm in de ontgraven sleuf te voorkomen, wordt de PE-folie direct na het plaatsen in de grond vastgeklemd. De aanbrengdiepte is, afhankelijk van de omstandigheden, maximaal vijf meter minus maaiveld. Voor deze verticale kwelschermen wordt een PE-folie met een dikte van een halve millimeter toegepast. Het scherm is niet geheel waterdicht, maar voldoende dicht om de

VOPAK terrein Amsterdam Omschrijving werk Verbeteren grondwerk en verdichten 19 HA middels CDC techniek VOPAK terrein in de Afrikahaven te Amsterdam Opdrachtgever:

VOPAK

Opdrachtnemer:

Cofra BV, Amsterdam

Soort contract: Design and Construct i.s.m. MOS Grondmechanica Onderaannemer grondwerk: Boskalis specialistisch grootgrondverzet Onderaannemer kwelscherm: Larenco Arnhem Aanneemsom (excl. Meerwerk)

€ 2.686.000 ex BTW

Looptijd Juni 2009December 2009

grond in de droge te ontgraven. Voor het onttrekken van het grondwater is een speciale vergunning bij de provincie Noord-Holland aangevraagd en is een waterbeheersplan opgesteld. De hoeveelheid onttrokken grondwater wordt dagelijks gemeten en aan de provincie beschikbaar gesteld. Toekomstige ontwikkelingen In de afgelopen drie jaar is kennis en praktijkervaring opgedaan met de verdichting van de ondergrond met de CDC techniek. Deze methode blijkt efficiënt en betrouwbaar voor het verdichten van zand vanaf het maaiveld tot op diepten van circa zes tot acht meter, zoals haventerreinen en de ondergrond van olieopslagtanks. Traditionele verdichtingmethoden vragen veel tijd door het aanvullen en verdichten in dunne lagen. Met de CDC methode kan zand in één werkgang aangebracht en tot een laagdikte van circa zes tot acht meter in ‘no time’ verdicht worden. Ook voor andere toepassingen waar diepverdichting plaats moet vinden, is deze techniek inzetbaar. Voorbeelden zijn: verbreding van wegen en spoorwegen, aanleg van start- en landingsbanen en dijken.  Verder lezen: http://oilamsterdam.vopak.com/media/Nieuwsbrief_Vopak_ Terminal_Westpoort_Oktober_2007.pdf www.cofra.nl Fotografie: http://stephan-r.nl/?m=200911 Dit artikel kwam tot stand met medewerking van ing. Koos Spelt, adjunct directeur Cofra BV, Amsterdam. Europoort Kringen • Mei 2010

33


Korte berichten

Strategisch partnerschap VINCI en Qatari Diar hebben op 14 april 2010 overeenstemming bereikt over de overname door VINCI van honderd procent van de aandelen van de Cegelec Groep. Sinds oktober 2009 zijn de aandelen van de Cegelec Groep ondergebracht bij Investeringsmaatschappij Qatari Diar. Met deze transactie wordt Qatari Diar, na de werknemers spaarfondsen, de grootste aandeelhouder van VINCI (5,8 procent van het kapitaal). De alliantie tussen VINCI en Cegelec zal de groep in staat stellen om haar expertise te versterken: in het beheer van grote complexe projecten, waarvan het aandeel in VINCI’s activiteiten zullen stijgen in Frankrijk en op internationaal niveau; in multidisciplinaire totaaloplossingen in het onderhoud; in Frankrijk, dankzij de zeer complementaire geografische posities; zowel in Europa als in opkomende landen (buiten Frankrijk) in energiebedrijven; in sectoren zoals energie, olie & gas, transport systemen

en kernenergie. Met Cegelec zal VINCI een grote aanbieder worden van energiediensten voor het bedrijfsleven en locale overheden. De bedrijfsnaam van Cegelec B.V. blijft voortbestaan. Ook zal de structuur van de onderneming voorlopig niet veranderen. Voor de relaties van Cegelec blijven de bekende aanspreekpunten ongewijzigd. Cegelec is een internationale, technische dienstverlener, die integrale en multidisciplinaire oplossingen biedt, die zowel innovatief, duurzaam alsmede marktconform zijn. De Cegelec Groep is actief in circa dertig landen en biedt werk aan bijna vijfentwintigduizend mensen, waarvan 44 procent buiten Frankrijk. De roots van de Cegelec groep gaan terug naar 1913, toen de Franse CGEE (Compagnie Générale d’Entreprises Electriques) opgericht werd. VINCI Energies, specialist in informatie- en energietechnologie, bundelt in Nederland bedrijven die locaal, nationaal en interna-

Bed en Breakfast op de Maasvlakte 1 april was de grote dag voor Jan van Marion en zijn team van ‘t Wapen van Marion. Op deze dag vierden zij de ‘geboorte’ van hun dochter, B&B van Marion aan de Zeeweg in Oostvoorne. Een kleine piaggio driewieler gaat het transport verzorgen tussen de twee locaties. Het voormalige hotel Duinoord is van onder tot boven volledig gestript en daarna verbouwd tot de huidige Bed en Breakfast. Waren er in het verleden nog kamers met gezamenlijke douche of toilet, zo zijn alle kamers nu voorzien van hun eigen bad/douche en toilet. De B&B beschikt over 34 kamers waarvan zeventien éénpersoons en zeventien tweepersoons kamers. Alle kamers en de openbare ruimtes zijn voorzien van gratis draadloos internet, verder hebben alle kamers een flatscreen-tv een koelkastje en een kluisje. Dagelijks wordt het ontbijt geserveerd door middel van een ontbijtbuffet. In de ontspanningsruimte kunnen de gas-

34

Europoort Kringen • Mei 2010

ten tv kijken of gebruik maken van diverse tafelspelen zoals pool biljart, airhockey en een voetbaltafel en er is ook een dartbord aanwezig. De reserveringen van de B&B lopen via ’t Wapen van Marion, zo ook het inchecken. Wanneer de gasten gebruik willen maken van het restaurant van ’t Wapen van Marion is dit geen enkel probleem. De overige faciliteiten van ’t Wapen van Marion zijn ook vrij toegankelijk voor de gasten van de B&B zoals het overdekte zwembad, de fitness en de tennisbaan. Op de vraag of dit nu ook een Polenhotel wordt, antwoordt Jan van Marion stellig ‘Nee’. Het hangt er een beetje vanaf wat de mensen hiermee bedoelen, maar als ze het gebouw eenmaal van binnen hebben gezien zullen ze begrijpen dat dit in ieder geval niet low-budget is ingericht. Het hotel op de Maasvlakte is er primair op ingericht om de vele arbeiders welke naar de Maasvlakte komen, te faciliteren.

tionaal actief zijn op het terrein van interdisciplinaire plant engineering, industriële automatisering, ICT-oplossingen, geluids- en trillingsbeheersing en gebouwgebonden elektrotechnische installaties. Flexibele interactie tussen deze specialisten staat garant voor een efficiënt en effectief one-stop-shopping concept. Bedrijven als Actemium, Axians, G+H Akoestiek, Van der Linden Groep maken deel uit van VINCI Energies Nederland. Cegelec zal in Nederland met haar expertise een waardevolle toevoeging zijn aan deze groep van bedrijven. In Nederland bestaat Cegelec ruim veertig jaar. Zij biedt met eigen specialistische teams vanuit haar drie Business Units Building Solutions, Industrie & Infra en Food & Pharma (Ensysta) dienstverlening aan van ontwerp tot installatie en onderhoud. Het bedrijf opereert vanuit het hoofdkantoor Dordrecht en zeven vestigingen met ruim zevenhonderd werknemers.

Loyaliteitsprogramma voor MvO-werknemers

Bewust omgaan met de mobiliteit vormt een belangrijke peiler onder het maatschappelijk verantwoord ondernemen. Steeds vaker vinden bedrijven de balans tussen economische resultaten, sociale belangen en het milieu. Maar hoe zorgt men voor draagvlak binnen de organisatie? Middels een loyaliteitsprogramma beloont C-Track haar medewerkers die bewust en duurzaam met mobiliteit omgaan. Het loyaliteitsprogramma werkt op basis van een puntensysteem waarbij punten worden toegekend en bijgeschreven wanneer goed rijgedrag, of een bewuste omgang met mobiliteit wordt geconstateerd. Zo worden de bijrijders in het wagenpark beloond voor goed rijgedrag zoals minder hard optrekken en remmen, minder hard rijden, minder schade, maar bijvoorbeeld ook voor het rijden van minder privé kilometers. C-Track streeft ernaaar om hierdoor een jaarlijkse besparing van acht tot twaalf procent te realiseren op haar wagenparkkosten. Tevens biedt het loyaliteitsprogramma inzicht in CO2 reductie en worden de MvO resultaten inzichtelijk gemaakt. Middels het belonen van ‘goed rijgedrag’ worden medewerkers gestimuleerd en gemotiveerd. Werknemers krijgen een eigen account waarmee ze toegang krijgen tot de C-Track webshop. De toegekende credits kunnen hier worden omgezet in bijvoorbeeld theaterkaarten, boekenbonnen, iPods, digitale camera’s en laptops. C-Track kan de diverse resultaten van haar wagenpark meten middels haar eigen GPS fleetmanagementsysteem. Inmiddels zijn er wereldwijd al vierhonderdduizend C-Track systemen bij circa twintigduizend ondernemingen geïnstalleerd. C-Track is onderdeel van DigiCore Europe, een onderdeel van de DigiCore Holding Group. Ze is actief in 35 landen op vijf continenten en onder andere ISO 9001 gecertificeerd.


OIL • GAS • POWER industry STAR Group renders project support services with highly skilled professionals for the OIL • GAS • POWER industry. With more than 700 professionals currently employed, we are the market leader in the Benelux for the process industry. With STAR you can depend on consultants who know your business. Therefore we can be of service finding the right project or specialist. Always. Project support for: We employ the best professionals in the following areas: • Engineering • Project management • Construction management • Safety management • Shutdown management

Our clients in the on- and offshore process industry: • Plant facility owners • Engineering companies • Contractors Interested? Just give us a call or send an email. STAR Group B.V. Middenweg 6 (Havennummer 397) 4782 PM Moerdijk, The Netherlands T +31(0) 168 38 50 38 E info@star-group.eu I www.star-group.eu STAR Engineering B.V. Groningen T +31 (0)50 501 44 01 STAR Engineering Belgium N.V. T +32 (0)32 26 25 95

Industries we work for: • Exploration and production • Oil & Gas storage and distribution • Refining • (Petro)chemical • Power generation

www.STAR-GROUP.eu


Korte berichten

Aanraakscherm Sahara Benelux -gespecialiseerd distributeur van presentatiemiddelen- introduceert de groot formaat interactieve overlay aanraakschermen van U-Touch. Hiermee transformeert een plasma- of LCD-scherm tot een interactief presentatiemiddel dat door aanraking wordt bediend en bestuurd. Met deze oplossing is intuïtieve en interactieve presentatietechnologie eenvoudig en kosteneffectief bereikbaar voor een groot aantal toepassingsgebieden. De U-Touch lichtgewicht technologie wordt over bestaande plasma- of LCDschermen aangebracht en heeft geen projector nodig. U-Touch is toe te passen over LCD-schermen van 30 tot 103 inch diagonaal en Plasma schermen van 42 tot 65 inch diagonaal van verschillende merken en modellen. Door het met de vinger aanraken van het scherm kan de gebruiker de achterliggende computer allerlei opdrachten laten uitvoeren die anders het gebruik van een muis zouden vereisen. Tot de mogelijkheden behoren ook het positioneren en verplaatsen van beelden en het vergroten ervan. Het LCD-scherm wordt met de C-tools software een full option interactief whiteboard. Eenmaal gekalibreerd is het niet meer nodig het systeem bij te stellen. Elk object kan als een stylus worden gebruikt, inclusief een gehandschoende vinger. U-Touch maakt gebruik van Optical Sensing; een techniek gebaseerd op de cameratechnologie. In de rand van de overlay bevinden zich rondom innovatieve camera’s die de bewegingen van de vinger of pen registeren bij aanraking van het glas. Ook is het mogelijk om de overlay te voorzien van Multi-Touch-software zodat met meerdere stylussen tegelijkertijd gewerkt kan worden. Deze techniek zorgt ervoor dat het gebruik uiterst accuraat en snel is. Infrarood is een techniek gebaseerd op een van te voren afgekaderd vlak met een geïntegreerde zender en ontvanger. Wanneer de infrarode ‘straal’ wordt onderbroken door een vinger of pen dan wordt dit direct gesignaleerd door de ontvanger. Deze techniek is ten opzichte van Optical Sensing iets trager en wat minder nauwkeurig in geval van toepassing op grote displays. Deze techniek wordt veel gebruikt in openbare ruimtes met eenvoudig te bedienen software. De combinatie van Windows 7 met de volledig Windows 7 compatible U-Touch LCD-versie biedt een  onmiddellijk te gebruiken touch-screen oplossing. Deze nieuwe U-Touch technologie is schaalbaar en beschikbaar van 32 tot 82 inch doorsnede. De optische nanotechnologie zorgt voor een hoge verwerkingssnelheid waardoor men zonder problemen aantekeningen op het scherm kan maken. Windows 7 heeft standaard enkele touch screen mogelijkheden zoals ‘flicks’ en verbeterde handschriftherkenningsoftware die perfect passen bij de functionaliteiten van de U-Touch. Eenvoudig aansluiten op een PC en het systeem is klaar voor gebruik. De toepassingsgebieden van aanraakschermen zijn legio: bestuurs- en directiekamer, vergaderzaal, winkel, receptieruimte, onderwijslokaal, crisiscentrum, museum, medische en industriële omgevingen, omroep, (openbare) informatiezuilen, e.d. Dit is hetzelfde apparaat dat ook door het NOS Journaal tijdens het weerbericht wordt gebruikt en onlangs tijdens de uitzending rond de gemeenteraadsverkiezingen op Nederland 1 is toegepast.

Nieuwe locatie voor boord-boord overslag De eerste paal voor de ambitieuze uitbreiding van de opslagcapaciteit van Botlek Tank Terminal (BTT) in Rotterdam moet nog worden geslagen, maar men kan nu al terecht voor de boord-boord overslag van diverse vloeibare producten. Tot voor kort was het BTT slechts toegestaan om eetbare oliën over te slaan, maar sinds 1 maart 2010 beschikt BTT over alle vergunningen om aan haar zeesteiger in de Rotterdamse Botlek vloeistoffen zoals benzine, diesel, ethanol, MTBE en chemicaliën over te slaan. Aan haar 420 meter lange zeesteiger kunnen twee zeeschepen tot honderdduizend ton DWT tegelijkertijd worden behandeld. Een gebied van

driehonderd meter lengte en zeventig meter breedte valt onder het petroleum regime. Vanwege de gunstige ligging, middenin het Botlekgebied met goede achterlandverbindingen en een diepgang van 13.65 meter, is BTT geschikt voor de boord-boord overslag van grotere schepen. Medio maart 2010 werden de contracten getekend met Polimex-Mosostal S.A. uit Warschau voor de bouw van de eerste fase van de forse uitbreiding van de tankopslag. In april is men met de bouwactiviteiten begonnen. De bouw zal in het vierde kwartaal van 2011 zijn afgerond.

Internet op de Tweede Maasvlakte De ontwikkelingsmaatschappij BAM is een van de bedrijven die zich inzet voor de aanleg van de Tweede Maasvlakte, midden op de Noordzee voor de Eerste Maasvlakte. Er ligt inmiddels een schiereiland waar de BAM een kantoor heeft om de werkzaamheden van nabij te kunnen aansturen. Glasvezel is daar nog niet mogelijk. Caiway Business heeft in het havengebied van Rotterdam -van Waalhaven tot de Tweede Maasvlakte- BAM via eigentijdse hoogwaardige straalverbindingen internet kunnen leveren. Op de EBS -de graansilo die goed te zien is vanuit Hoek van Holland aan de overkant van de Nieuwe Waterweg- is een Point of Presence voor internet van Caiway Business. Sinds eind maart 2010 kan van die locatie via een straalverbinding nu ook de Tweede Maasvlakte worden bereikt. Caiway Business richt zich op de zakelijke markt en biedt glasvezel-, straalverbindingen en DSL voor internet en koppeling van locale netwerken, telefonie, hosting van websites, gebruik van servers en verhuur van serverruimte.

36

Europoort Kringen • Mei 2010


Distributeur van dompelpompen Eekels Pompen is per direct voor de Nederlandse markt de exclusieve distributeur van slijtvaste dompelpompen met woelkop van het bekende fabrikaat Dragflow. Dit type pompen wordt vooral ingezet in zoet en zout water, maar is ook toepasbaar in elke andere situatie waar grote volumes water met een hoog gehalte aan vaste en schurende bestanddelen -zoals modder, slib, zand, kiezel en steenslag- moeten worden verpompt. Dragflow pompen bieden onder meer de volgende voordelen: Moeiteloos homogene mengsels verpompen dankzij de slijtvaste woelkop; lange levensduur; onderhoudsarm door robuuste constructie. Voor meer informatie: www.eekels.eu

Duurzaam auto’s reinigen Bclean2.com, specialist in duurzaam auto’s wassen, heeft de eerste wagens van de Milieudienst IJmond in Beverwijk onder handen genomen. Ook in Amsterdam zijn de mannen inmiddels aan het wassen gegaan. Daarmee geven deze overheidsinstanties, elk met een flink eigen wagenpark, als eerste het goede voorbeeld in de regio. Bclean2.com reinigt een wagenpark totaal water- en energievrij op iedere bedrijfslocatie. De basis is een wasmiddel op basis van citrus-extracten, dat is ontwikkeld in het kurkdroge Australië. Autowassen met water is daar al langere tijd verboden, vanwege het schaarse en kostbare drinkwater. Bclean2.com bespaart per wasbeurt honderdvijftig liter drinkwater, vijftig MJ energie en produceert circa drie procent minder CO2 in vergelijking met traditionele wasmethodes.

Nieuwe lijn milieuvriendelijke kunststoffen ERIKS Kunststoffen speelt in op de verwachte schaarste van ruwe olie, de basis van kunststoffen. Om ook toekomstige generaties voordeel te laten halen uit polymeren, is Eriks met kunststoffabrikanten op zoek gegaan naar alternatieve, duurzame grondstoffen voor met name industriële toepassingen. Het bedrijf heeft als belangrijke doelstelling om een groeiende range eindproducten uit biologische grondstoffen aan te bieden. Nu al kan men een veelheid aan RX® BioPlastics materialen leveren, met minimaal 45 procent tot maximaal honderd procent grondstoffen uit hernieuwbare bronnen. Als halffabricaat, als bewerkt eindproduct en uit een matrijs geproduceerd. De afbreekbare PLA en CL materialen zijn geschikt voor eenmalig gebruik. PLA materialen van één millimeter dikte worden in slechts één jaar gedegenereerd (afgebroken). Ter vergelijking: bij PE duurt dit dertig jaar. De materialen RX® BioBased PA en RX® BioPlastics WPC bevatten minimaal zestig procent plantaardige grondstoffen. De voordelen zijn: duurzaam, gebruik van plantaardige bronnen, biologisch

afbreekbaar, CO2 neutraal, vervanger voor PS, PE en ABS, bestendig tot zestig graden Celsius of zelfs tot honderd graden Celsius, nagenoeg dezelfde mechanische waarden als conventionele plastics. De RX® BioPlastics zijn per direct verkrijgbaar in plaat, staf, buis, profiel en bewerkte of uit matrijs vervaardigde eindproducten. Platen van PLA-L en CL zijn in dikte van 0,08 - 0,31“ geschikt voor thermovorming en matrijsvormproductie. Reeds bestaande toepassingen zijn wegwerpartikelen, standbouw, onderdelen voor de voedingsmiddelenindustrie, tandwielen, machineonderdelen, draadeinden, moeren, glijstrippen, borstels, knoppen, mondstukken, afdekkappen, bakken, enz. Voor meer informatie: tel. 072 5141822 of kunststoffen@eriks.nl

Opknapbeurt voor de Euromast Ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van de Euromast slaan Kärcher-medewerkers de handen in elkaar om het hoogste gebouw van Rotterdam een grondige opknapbeurt te geven. Begin mei zijn de reinigingswerken op de 185 meter hoge toren begonnen. Kärcher verwacht de klus in twee weken te kunnen klaren. Kärcher zal voor de grote schoonmaakoperatie hogedrukreinigingstechniek inzetten. Er wordt uitsluitend gewerkt met schoon water, zonder reinigingsmiddelen. Kärcher doet voor de uitvoering van het werk een beroep op specialisten die getraind zijn om te werken op grote hoogte. De Brandenburger Tor in Berlijn, het Christusbeeld in Rio de Janeiro, de zuilen op het Sint-Pietersplein in Rome, de Memnonkolos in Luxor, Mount-Rushmore in Zuid-Dakota en

Space Needle in Seattle zijn slechts enkele voorbeelden uit de reeks reusachtige projecten die Kärcher-teams de voorbije decennia aanpakten. Het bedrijf maakt van de reiniging van deze monumenten een erezaak, omwille van de omvang van de werken en omdat de bouwwerken één voor één deel uitmaken van het culturele werelderfgoed. Met zijn 185 meter is de Euromast een indrukwekkend onderdeel van de Rotterdamse skyline. Sedert 25 maart baadt de Euromast in een zee van geel LED-licht. Daarmee wil de gemeente Rotterdam niet alleen alle aandacht vragen voor de jarige, maar tegelijk ook voor dat sportevenement dat over enkele maanden van start gaat aan de voet van de Euromast: de Ronde van Frankrijk. Europoort Kringen • Mei 2010

37


Korte berichten

VCA-P-certificaat Harsco Infrastructure heeft als een van de eerste organisaties in haar branche het certificaat VCA Petrochemie 2008/05 behaald, kortweg VCA-P. Het VCA-P is gericht op directe beheersing van VGMaspecten in de petrochemie tijdens werkzaamheden op de werkvloer, op de VGM-structuur en op specifieke aanvullende eisen. Bij VCA-P moeten 43 mustvragen en twee van de vier aanvullende vragen een positief resultaat hebben. Voor de industrie is Harsco al decennia lang een gerenommeerde partner voor isolatie, steigerbouw, tracing en fireproofing. Omdat veilige werkomstandigheden voor de petrochemie in Nederland essentieel zijn, heeft deze industrie in 2008 een certificeerbare norm ontwikkeld voor praktische veiligheidsaspecten en -risico’s in werkuitvoering. De norm focust op de veiligheid op de

werkvloer en de veiligheidsstructuren binnen de organisatie. VCA Petrochemie is gericht op de directe beheersing van veiligheid, gezondheid en milieu (VGM) tijdens het werk, op VGM-beleid en –organisatie, verbetermanagement en op specifieke aanvullende eisen zoals ketenaansprakelijkheid, borgen van de VCA-eisen bij onderaanneming, gestructureerde selectie en beoordeling van onderaannemers, gedragsprogramma en risico-onderkenning door middel van Last Minute Risk Analysis (LMRA) en Start Werk Analyse. VCA-P is alleen bedoeld voor bedrijven of onderdelen daarvan die werk uitvoeren aan petrochemische installaties.

Tijdelijk tentdak waarborgt afbouw Bètafaculteit Utrecht Het Hollandse weer heeft geen vat op de afbouw van de Bètafaculteit van de Universiteit van Utrecht. Op de zesde verdieping van het gebouw is een HAKI-tentdak van Harsco Infrastructure opgebouwd ter grootte van bijna een half voetbalveld, met Arena-effect. De beweegbare constructie waarborgt de afbouw onder alle weersomstandigheden. Het tijdelijke dak is voor het eerst in deze omvang in Nederland toegepast en ontwikkeld in nauwe samenwerking met aannemer Hurks van der linden. De nieuwe Bètafaculteit is een ontwerp van Architectuurstudio Herman Hertzberger en krijgt een met glas overkapte centrale hal. Hierdoor ontstaat een atrium van zes verdiepingen dat aan het eind van de bouw wordt afgedekt met een glasoverkapping. Om eind 2010 ongeacht de weersomstandigheden tijdig op te leveren, heeft Harsco Infrastructure een beweegbare overkapping gebouwd. De overkapping bestaat uit zeilen en aluminium profielen in combinatie met een uniek spantontwerp. Het wordt opgebouwd vanaf een montageplatform aan één kant van het dak van het gebouw. Als een gedeelte van het tentdak is voltooid, wordt vanaf het platform het atrium ingerold. Dat is een veilige werkmethode, bovendien blijven de kraankosten beperkt. De opbouwtijd bij de Bètafaculteit bedroeg ongeveer twee weken. In de huidige opstelling blijft het dak circa tien weken staan.

Daarna verhuist het naar de zevende verdieping (dakvloer) en wordt de tent zeven meter breder met een totale oppervlakte van bijna 1.400 m2. Ook daar staat het dak ongeveer tien weken. Op www.youtube.com/harsconl is een filmpje te bekijken over het HAKI-tentdak, met toelichting van projectleider Ron van Ree van Hurks van der linden.

Port Community Award 2009 Tijdens een feestelijke bijeenkomst op 21 april in De Kuip is Vopak Agencies uitgeroepen tot winnaar van de Port Community Award 2009. Deze jaarlijkse havenprijs beloont het bedrijf dat zich het meest onderscheidt in zijn informatie-uitwisseling via Portbase, het gezamenlijke Port Community System van de havens van Rotterdam en Amsterdam. Vopak Agencies won in de eindstrijd van elf andere genomineerde bedrijven. De vakjury koos voor de internationaal opererende bulkagent omdat deze in 2009 als allereerste in drie verschillende Nederlandse havens (Rotterdam, Amsterdam, Zeeland) de services van het Port 38

Europoort Kringen • Mei 2010

Community System gebruikte. Vopak Agencies had bovendien een actieve rol bij de eenwording van de Port Community Systems van Rotterdam en Amsterdam in Portbase. Verder helpt het bedrijf momenteel nadrukkelijk mee de nieuwe exportdienstverlening van beide havens -de ECS-services- tot een succes te maken. Naast de Port Community Award 2009 won Vopak Agencies ook de categorieprijs voor rederijen/cargadoors/agenten. Andere categorieprijzen gingen naar wegvervoerder G. van der Heijden & Zn (categorie achterlandvervoerders), terminaloperator APM Terminals

(categorie zeeterminals/inlandterminals) en expediteur Kuehne + Nagel (categorie expediteurs/exporteurs/importeurs). De publieksprijs was met ruim veertig procent van de stemmen voor Uniport Multipurpose Terminals. Op de website van Portbase werd ruim honderdduizend keer gestemd. Via de Port Community Award stimuleert Portbase bedrijven zo goed en zo veel mogelijk informatie met elkaar uit te wisselen. Hierdoor verbetert zowel hun eigen concurrentiepositie als die van de Nederlandse havens.


Your supplier for Stainless Steel:

Tubes & Pipes

Fittings

Flanges

Valves

Noxon Stainless B.V. P.O. Box 6096 5700 ET Helmond The Netherlands

Bars & Profiles

Tel.: +31 (0)492-582111 Fax: +31 (0)492-538970

info@noxon.nl www.noxon.nl

HELMOND-DOETINCHEM ROTTERDAM-SOEST

Omdat er geen olie in uw recept staat WIS ® , de olievrije compressor die zuivere perslucht garandeert De schroefcompressoren van onze WIS ® -serie werken op basis van een gepatenteerde waterinjectietechnologie. Bel GrassAir wanneer 100% olievrije perslucht ook in uw proces een absoluut vereiste is: 0412 664114

www.grassair.nl

Europoort Kringen • Mei 2010

39


Energie

Haalbaarheidsstudie Vivace in Nederland Innovatief concept voor elektriciteitsproductie met langzaam stromend water door Constant Gras

Waterkracht kent in Nederland nauwelijks toepassingen als duurzame energiebron. Wel neemt de belangstelling voor innovaties op dit gebied de laatste jaren toe. Een nieuwe veelbelovende conversietechniek is VIVACE, waarmee in langzaam stromend water elektriciteit kan worden opgewekt met een relatief hoog vermogen. Milieuen civieltechnisch ingenieurs- en adviesbureau Tauw, Waterschap Velt en Vecht en de Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer zijn deze maand een onderzoek gestart naar de toepasbaarheid en haalbaarheid van dit in de Verenigde Staten ontwikkelde concept in de Nederlandse praktijk. Het onderzoek, medegefinancierd door de Provincie Overijssel, moet eind dit jaar resulteren in een op de Velt en Vecht streek toegesneden ontwerp voor een pilotinstallatie en een nationale kaart met toepassingsmogelijkheden.

V

IVACE staat voor Vortex Induced Vibration Aquatic Clean Energy, een door professor Michael Bernitsas aan de University of Michigan, US ontwikkelde techniek om hydrokinetische energie om te zetten in elektriciteit. Daarbij wordt gebruikgemaakt van wervelingen (vortices) die aan de benedenstroomse kant van een rond, in stromend water geplaatst object ontstaan en zich voortplanten. De drukverschillen die daarbij optreden, brengen het object in een trilling. Vivace (levendig) is ook de Italiaanse muziekterm waarmee een energiek tempo wordt aangegeven. Innovatief concept Bernitsas ontwierp hiervoor een apparaat, bestaande uit enkele cilinderbuizen die horizontaal -als de sporten 40

Europoort Kringen • Mei 2010

van een ladder- met veren zijn opgehangen tussen twee staanders. Magneten aan de uiteinden van de cilinders kunnen daarbij op en neer bewegen rond elektrische geleiders. In stromend water geplaatst, worden de cilinders door de ‘vortex induced vibrations’ (VIV) in combinatie met de tegenkracht van de veren in een op- en neergaande beweging gebracht. Door de zuigerbeweging van de magneten rond de spoelen wordt elektriciteit opgewekt. De cilinderkrat, zoals de module wordt genoemd, kan zowel in rivieren als zeeën worden toegepast. Een Vivace-waterkrachtcentrale is volgens Bernitsas eenvoudig op te schalen door meerdere modules te koppelen. “We hebben in Nederland heel veel water, maar maken nauwelijks gebruik van waterkracht”, zegt Rada Sukkar,

••


Europoort Kringen • Mei 2010

41


© 2010 Swagelok Company

Wij hebben geen afdeling die zich met kwaliteit bezighoudt. Wij hebben een heel bedrijf dat dat doet.

Gesimuleerde computermodellering, ontwerpcontrole, elektronenscans van grondstoffen – wat het ook is, bij Swagelok doen we er alles aan om te zorgen dat de kwaliteit perfect is. Want ‘kwaliteit’ is niet zomaar een van onze waarden, maar de basis van onze instelling. Kwaliteit is waar elke medewerker zich op richt en is van invloed op al onze diensten en producten. Onze constante focus op kwaliteit wordt gewaarborgd door uniforme methodes, handelwijzen en technologieën in al onze vestigingen, waar ook ter wereld. Voor ons betekent kwaliteit niet alleen een goed product, maar ook onze klanten meer bieden dan ze verwachten. Wilt u zien wat dit voor u kan betekenen, kijk dan op swagelok.com/quality.


Energie consultant Water bij Tauw. “Dat komt omdat onze rivieren te weinig verval hebben en te langzaam stromen om grote turbines aan te drijven. Daarnaast brengt het grootschalig benutten van waterkracht vaak schade toe aan ecosystemen; veel vissen zijn het slachtoffer van de turbines. Vivace kan daar verandering in brengen. De conversietechniek werkt al energetisch rendabel bij stroomsnelheden vanaf een halve meter per seconde. Driekwart van onze rivieren, meren en kustwateren is hiervoor geschikt. Het gaat om een eenvoudige constructie die makkelijk schaalbaar is, terwijl de bewegende cilinders geen schade lijken toe te brengen aan de visstand. De Vivace-modules veroorzaken ook geen verstoringen in het landschap, aangezien ze geheel onder water staan.” Waterkracht in Europa De elektriciteitsproductie in Europa komt voor zo’n vijftien procent tot stand met behulp van waterkracht. De duurzame energieconversie in Europa is zelfs voor meer dan zestig procent op waterkracht gebaseerd. Dat is doorgaans alleen economisch haalbaar met grote centrales waarin snelstromend of vallend rivierwater een turbine en een daaraan gekoppelde generator aandrijft. In landen als Noorwegen, Frankrijk en Zwitserland staan waterkrachtcentrales met vermogens van honderden en duizenden (in combinatie met stuwdammen) megawatts. Nederland telt slechts vier middelgrote waterkrachtcentrales (1,5 tot 11,5 megawatt) bij stuwen en sluizen in de Maas, Lek en Neder-Rijn, waar gebruikgemaakt wordt van de valsnelheid van opgestuwd water. Het gezamenlijk elektrisch vermogen

Driekwart van onze rivieren, meren en kustwateren is hiervoor geschikt. Het gaat om een eenvoudige constructie die geen schade lijkt toe te brengen aan de visstand hiervan bedraagt 37,3 megawatt. Samen met nog eens één megawatt elektrisch vermogen van tientallen kleine waterkrachtinstallaties samen, gaat het in Nederland om slechts 0,2 procent van de binnenlandse elektriciteitsproductie. Nieuwe belangstelling De laatste tien jaar mag waterkrachtenergie zich in Nederland weer in een grotere belangstelling verheugen. Dit is te danken aan de kennisontwikkeling en innovaties op watergebied in het algemeen en van

••

Europoort Kringen • Mei 2010

43


Kennis MOet je OOK OnderhOuden. OnderhOud

inspectie

• Master of Engineering in Maintenance

• Regelgeving voor Inspecteurs

& Asset Management 30 augustus 2010 • Onderhoudstechnologie 7 oktober 2010 • Onderhoud en Management 7 oktober 2010

Materialen • Introductie Metaalkunde najaar 2010 • Metaalkunde 7 september 2010 • Introductie Corrosiebeheersing 10 november 2010

27 september 2010 • Inspectie- en Keuringstechnieken Level 2 13 september 2010 • Inspectie- en Keuringstechnieken Level 3 16 september 2010 • Auditor van Opslagtanks 7 oktober 2010 • Inspectiemanagement van Drukapparatuur 13 oktober 2010 • Integraal Adviseur Vastgoed 1 november 2010 • Integraal Inspecteur Vastgoed maart 2011 • NDO Vakspecialist Level 3 november 2010

Wij bieden ook cursussen op het gebied van Projectmanagement, Verandermanagement en Quality Engineering. Deze kunnen, evenals het overige aanbod, ook in-company verzorgd worden. Meer weten? Bel (030) 238 88 88, mail naar info@cvnt.nl of kijk op www.cvnt.nl.

ER VALT NOG GENOEG TE LEREN


Energie

Vissen maken er op een gecontroleerde manier gebruik van om snelheid te genereren en in scholen te kunnen zwemmen waterkrachtenergie in het bijzonder. Vooral nieuwe technieken voor het benutten van golfkracht en getijdenverschillen zijn de afgelopen jaren ontwikkeld en beproefd. Zoals de Wave Rotor van het Nederlandse ingenieursbureau Ecofys en de Deense partner Eric Rossen, waarvan momenteel een prototype beproefd wordt in de Westerschelde bij Borssele. Maar ook ‘blauwe energie, het opwekken van elektriciteit door het mengen van zoet en zout water waardoor een osmotisch drukverschil ontstaat`*. Rijkswaterstaat, energiebedrijf ENECO, onderzoeksinstituut Wetsus en het bedrijf REDstack willen hiervoor binnenkort een pilotinstallatie bouwen in de Afsluitdijk. Verkenningen in het kader van het ‘Innovatieprogramma Wateruitdagingen’ (WINN) van Rijkswaterstaat melden dat op dit moment tien procent van de elektriciteitsvraag in Nederland op basis van waterkracht beantwoord kan worden. Vortexkrachten Vivace is een fundamenteel nieuw concept op het gebied van waterkrachtenergie. In plaats van het benutten van de stroom- of valsnelheid van water wordt hier voor de eerste keer gebruikgemaakt van vortexkrachten in het water. Vortextrillingen (vortex induced vibration) zijn een bekend fenomeen in de wetenschap, vooral omdat deze onder bepaalde

omstandigheden kunnen uitgroeien tot een vernietigende kracht. Het instorten van de Tacoma Narrows Bridge in de staat Washington, Verenigde Staten in 1940 is daarvan een bekend voorbeeld. Onderzoek op het gebied van vortexkrachten betreft dan ook het voorkomen of onderdrukken ervan. Ook op het Department of Naval Architecture and Marine Engineering van de University of Michigan wordt onderzoek gedaan naar het beperken van vortexkrachten op onder meer schepen en booreilanden. Professor Bernitsas besloot in 2005 om vortex induced vibration vanuit de tegenovergestelde invalshoek te bestuderen: Hoe kan deze kracht gemaximaliseerd en gecontroleerd worden voor nuttige toepassingen. Vissen bijvoorbeeld maken er op een gecontroleerde manier gebruik van om snelheid te genereren en in scholen te kunnen zwemmen. Pilot en studie “Wij zien toekomst voor Vivace in Nederland en daarom heeft Tauw in maart dit jaar een samenwerkingsovereenkomst getekend met de University of Michigan”, vertelt Sukkar. “Het is een heel nieuw concept voor elektriciteitsproductie met behulp van waterkracht, waarover we meer kennis willen verwerven. Deze maand brengen we een bezoek aan het laboratorium van professor Bernitsas op de universiteit van Michigan, waar een prototype van Vivace draait. En dit jaar nog gaat een proefproject van start in de Detroit River.” Zover is het in Nederland nog niet, maar de belangstelling voor het Vivace energieconcept is na de introductie hier zo’n twee jaar geleden wel toegenomen. De provincie Overijssel, het waterschap Velt en Vecht en de Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer zijn geïnteresseerd in dit nieuwe concept voor duurzame energieconversie dat totaal geen schade lijkt toe te brengen aan natuur en landschap. Samen met ingenieursbureau Tauw hebben ze daarom besloten tot een onderzoek naar de haalbaarheid van Vivace in Nederlandse rivieren en kustwateren. Het gaat om een studie naar de technische mogelijkheden van het systeem per provincie, die antwoord moet geven op de vraag hoeveel kilowattuur elektriciteit daar in potentie met Vivace opgewekt kan worden. Daarnaast spitst het onderzoek zich toe op het gebied Velt en Vecht waar de mogelijkheden voor toepassing van Vivace onderzocht worden op basis van de specifieke kenmerken van de waterstromen en de specifieke omgevingsfactoren daar. “Dan kijken we bijvoorbeeld naar de varianten voor het opstapelen en schakelen van cilinderkratten en de eventuele effecten van vortexkrachten op de waterstroming en vissen”, aldus Sukkar. Het haalbaarheidsonderzoek wordt in november 2010 afgerond.

* z ie ook het artikel over blauwe stroom in de apriluitgave van Europoort Kringen Europoort Kringen • Mei 2010

45


MiLieu

Grootste schip op zonneenergie ooit gebouwd

Tweede Kamer roept op te kiezen voor recycling

DuPont levert innovatieve zonnepaneelmodules en hoogwaardige, zeebestendige lakken voor de PlanetSolar, het grootste schip op zonne-energie dat ooit is gebouwd. De PlanetSolar is een catamaran van 31 meter lang en vijftien meter breed, bedekt met vijfhonderd vierkante meter fotovoltaïsche zonnepanelen die de elektrische motor van energie voorzien. In 2011 start de PlanetSolar, als eerste op zonne-energie aangedreven schip, haar wereldreis om te laten zien dat hernieuwbare energie en technologie toegepast kunnen worden om duurzaam transport mogelijk te maken. De zonnepanelen die het schip van energie voorzien, worden blootgesteld aan zware omstandigheden op zee. De materialen waaruit deze panelen zijn opgebouwd, moeten zeer duurzaam zijn. DuPont™ Tedlar® polyvinylfluoride (PVF) folie bijvoorbeeld, een onderdeel van de fotovoltaïsche backsheet, is een belangrijk materiaal dat de PlanetSolar modules beschermt en zorgt voor een betrouwbare energievoorziening tijdens de trip.

Op 13 april jl. heeft de Tweede Kamer de motie van GroenLinks aangenomen. De Kamer roept hiermee op te kiezen voor meer recycling. Met recyclen worden schaarse grondstoffen bespaard en miljoenen tonnen CO2 gereduceerd, hetgeen geheel in lijn ligt met een duurzame samenleving. Middels fundamenteel onderzoek neemt de recyclingbranche deze handschoen op. Als gevolg van een recent doorgevoerde wijziging in het Landelijk Afvalbeheerplan, wordt hergebruik van afvalstoffen en verbranden in afvalverbrandingsinstallaties (AVI) met een hoog energierendement (R1-status) beleidsmatig even hoog gewaardeerd. Voor de Kamer was dit reden om de consequenties van deze wijziging voor het Nederlandse afvalbeheer nog eens op een rij te zetten. Voorkomen moet worden dat onnodig grondstoffen worden verbrand en extra CO2 wordt geëmitteerd. BRBS Recycling is van mening dat de kansen die recycling biedt ten aanzien van extra werkgelegenheid niet onbenut mogen blijven en dat de vooraanstaande positie die Nederland heeft op het gebied van duurzaam afvalbeleid als interessant financieeleconomisch exportproduct niet verloren mag gaan. De Tweede Kamer wil nu dat de Minister maatregelen gaat treffen om recyclen aantrekkelijker te maken dan het verbranden in een AVI, met of zonder de R1-status. De Kamer vindt tevens maximale recycling gewenst.

Naar verwachting zal opwekking en opslag van duurzame energie in de komende twintig jaar de snelst groeiende sector zijn in de energiemarkt. DuPont verwacht dat de wereldwijde omzet in de fotovoltaïsche sector tegen 2012 meer dan een miljard dollar zal bedragen. Queen’s award for enterprise Voor de voortdurende ontwikkeling van DuPont™ Solamet® fotovoltaïsche metaliseringspasta, een belangrijke component om de energie-efficiëntie van zonnecellen te verhogen, heeft het bedrijf onlangs de Queen’s Award for Enterprise ontvangen; de meest prestigieuze prijs in het Verenigd Koninkrijk voor zakelijke prestaties. De ontwikkelingen van DuPont op het gebied van front- en backside metaliseringcontacten hebben aanzienlijke efficiëntievoordelen in zonnepaneeltechnologie opgeleverd. Lag het rendement van een siliciumkristal (c-Si) zonnecel op ongeveer tien procent, tegenwoordig ligt die voor multi-crystalline wafers op bijna zestien procent en meer dan achttien procent voor monocrystaline wafers. Deze verbetering is deels bereikt dankzij de prestaties van de metalisering die DuPont heeft ontwikkeld. Solamet® heeft kritische eigenschappen die serieweerstand en elektrisch verlies verminderen, wat een efficiëntere applicatie oplevert. DuPont verwacht dat de markt voor zonne-energie in 2010 met ongeveer dertig procent zal groeien en sterk zal toenemen in de komende drie jaar.

46

Europoort Kringen • Mei 2010

Voor de recyclingsector is dit een steun in de rug om door te gaan op de ingeslagen weg van verdere innovatie van hoogwaardige afvalverwerking en scheidingstechnologieën voor afvalstromen. De recyclingsector speelt een cruciale rol in het in de kringloop houden van schaarse grondstoffen. Voorbeelden vormen het opwerken van afvalhout ten behoeve van de spaanplaatindustrie, PVC-afval voor nieuwe buizen, dakafval als bitumenvervanger in asfalt, baksteenpuin in de baksteenindustrie en afgedankt ballastgrind en recyclinggranulaat toepassen in beton. Vergisting en compostering van organisch afval en de thermische reiniging van teerhoudend asfalt resulterend in grondstoffen voor de betonindustrie zijn voorbeelden van opwerking in nieuwe producten. Van al het bouw- en sloopafval wordt in Nederland meer dan 95 procent als hernieuwde grondstof toegepast. Momenteel verricht de Universiteit Utrecht onderzoek naar duurzaam afvalbeheer in Nederland. Een fundamenteel onderzoek, dat door een brede coalitie van recyclingbranches en de milieubeweging is geïnitieerd, waarin ook nieuwe beleidsinstrumenten worden aangereikt. BRBS Recycling hoopt dat de uitkomsten van dit onderzoek de basis zullen vormen voor een meer grondstoffengericht afvalbeleid.


De toonaangevende vakbeurs Industrial Maintenance wordt

Maintenance neXt Een vernieuwd beursconcept met meer technologie, meer inspiratie en meer interactie. DĂŠ plek voor alle onderhoudsprofessionals om hun passie voor techniek te delen.

Reserveer nu uw standruimte! info@maintenancenext.nl / 010 —293 3205

Passie voor techniek www.maintenancenext.nl Strategische partners


informatief

Investeren in groei is de pendant van bezuinigen “Er mag niet worden bezuinigd op het stimuleren van innovatie. Investeren in innovatie is geen kostenpost, maar draagt juist bij aan welvaart en welzijn. Daarom mag de politiek innovatie niet verwaarlozen en moet Nederland vasthouden aan de ambitie om tot de top 5 van de kenniseconomieën in de wereld te behoren. De analyse van het CPB bevestigt onze opvatting.” Het is de eerste reactie van FME-voorzitter Jan Kamminga op de onlangs verschenen rapportage van de heroverwegingswerkgroep ‘Innovatie en toegepast onderzoek’, waarin allerlei bezuinigingsopties op het innovatie-instrumentarium worden genoemd. Kamminga: “Bezuinigingen zijn onontkoombaar, maar dan op consumptieve uitgaven. Investeren in groei is de pendant van bezuinigen. Op innovatie mag niet worden bezuinigd, daar moet juist méér in worden geïnvesteerd. Voor de economie is het belang van onderzoek en innovatie zeer groot.” Uit FME-onderzoek is gebleken dat gemiddeld 5,3 procent van de door de technologische industrie behaalde omzet wordt besteed aan R&D. Ook blijkt daaruit dat bedrijven in de technologische

industrie de komende jaren nog meer gaan investeren in innovatie en ontwikkeling van nieuwe producten. Maar deze investeringen komen onder druk te staan door de nu geopperde bezuinigingsvoorstellen. “Indicatoren voor innovatief ondernemerschap laten zien dat wij nog lang niet op koers liggen. Nederland geeft zichzelf wel een goed cijfer als het gaat om het creëren van kennis in internationaal verband, maar als het gaat om het daadwerkelijk gebruiken van deze ontwikkelde kennis, scoren we ver onder de maat. Deze middelmatigheid komt ons duur te staan. Dat baart mij grote zorgen”, aldus Kamminga. FME pleit voor een consistent overheidsbeleid, met behoud van het evenwicht in generieke en specifieke stimuleringsregelingen. Kamminga: “De tijdelijke verruiming van de WBSO moet structureel worden gemaakt. Verder is het hoognodig dat de samenwerking tussen kennisinstellingen en het bedrijfsleven wordt verbeterd. Daarom moet de tijdelijke kenniswerkersregeling worden omgezet in een structurele variant.”

Job Cohen krijgt rondleiding in Rotterdamse haven         Ondernemersorganisatie Deltalinqs heeft PvdAlijsttrekker Job Cohen onlangs een stukje van de Rotterdamse haven laten zien. Bij zijn bezoek aan de Rotterdamse haven werd Job Cohen begeleid door Deltalinqs-voorzitter Wim van Sluis. Hij heeft Cohen geïnformeerd over de jongste ontwikkelingen in de haven, over het belang van de haven voor de Nederlandse economie en over actuele thema’s zoals bereikbaarheid, arbeidsmarkt en onderwijs. Job Cohen bekeek tijdens zijn bezoek aan overslagbedrijf EBS in het Rotterdamse Botlekgebied -gehuld in veiligheidskleding- het met kolen laden van een groot zeeschip en het beladen van duwbakken. Daarvoor

klom hij in een grote brugkraan, waar hij sprak met de machinist. Vanuit een bootje van de roeiers zag hij van dichtbij hoe drijvende kranen uit een zeeschip ‘op stroom’ minerale grondstoffen losten. Aan boord van de drijfkraan liet hij zich door de opvarenden informeren over hun werkzaamheden. EBS is één van de grootste bulkoverslagbedrijven in de Rotterdamse haven. Het bedrijf heeft twee terminals, in de St. Laurenshaven en in de Beneluxhaven. EBS houdt zich voornamelijk bezig met laden, lossen, op- en overslaan van kolen, mineralen, agriproducten en biomassa, zo werd Cohen uitgelegd door EBS-directeur Taco de Vries.

Maintenance trekt in bij Logistiek Instituut In het Nederlandse kenniscentrum voor transport en logistiek in Breda wordt plaats ingeruimd voor nog een tweede kennisinstituut. Het Dutch Institute World Class Maintenance, dat zich inzet voor de ontwikkeling van de onderhoudsindustrie in ZuidwestNederland, verhuist komende zomer naar zijn nieuwe stek. Beide centra willen op een aantal terreinen samen gaan optrekken. Het kenniscentrum maintenance werd enkele jaren geleden opgericht met de bedoeling het onderhoud aan vliegtuigen op de

vliegbasis Woensdrecht uit te gaan breiden. Op het Fokker-terrein daar kreeg recent nog een internationale opleiding voor vliegtuigonderhoud onderdak. Tegenwoordig stelt maintenance ook pogingen in het werk om van West-Brabant dé regio te maken als het gaat om het onderhoud aan schepen. Het kennisinstituut voor transport en logistiek richt zich op de ontwikkeling van nieuwe methoden om goederen en mensen te vervoeren.

Nationale Milieudag 2010 Het milieu verbeteren en geld verdienen. Gaan die twee zaken succesvol samen? Dat moet blijken tijdens de Nationale Milieudag 2010 op vrijdag 18 juni in Den Haag.
Doel van de twintigste editie van de Nationale Milieudag is helder te krijgen of er systematiek zit in het succes en het falen van milieuondernemers. Dagvoorzitter Peter van der Geer (debat.nl) interviewt hiertoe zes ondernemers over hun ervaringen. De ene is nog maar net failliet, de ander gaat als een speer. Ondernemers die hun verhaal komen vertellen zijn: Arnout van Diem (Biosol), Gilbert Curtessi (Happy Shrimp), Jos Hugense (Meatles), Rob van Rees (Greenchoice), Henk Lagerweij (Lagerwey Wind) en Geanne van Arkel (InterfaceFLOR). 
Marga Hoek (directeur van de Groene Zaak), Edgar Neo (duurzaam durfkapitalist) en Marko Hekkert (professor Copernicus Institute en auteur van ‘De innovatiemotor’) zullen reflecteren op de verhalen. De dag mondt uit in een tienpuntenplan om

te komen tot dubbele winst: een schoner milieu en een concurrerende BV Nederland. Dit plan wordt aangeboden aan Jan Kamminga, voorzitter van FME-CWM en aan Annet Jonk, directeur microfinanciering van het ministerie van Economische Zaken. Zij gaan vervolgens in debat met de zaal.
Naast dit plenaire gedeelte krijgen beginnende ondernemers de gelegenheid om hun duurzame idee te bespreken met durfinvesteerders. Ander opvallend onderdeel is de Milieumarkt, waar succesvolle milieuondernemers hun product, dienst of discipline zullen presenteren. Tot slot wordt de EEP-award uitgereikt, de Europese prijs voor innovaties op het gebied van milieutechnologie. Plus als klap op de vuurpijl de Rachel Carson Milieuscriptieprijs voor het beste afstudeerwerk van het jaar. De Nationale Milieudag 2010 is een initiatief van de Vereniging van Milieuprofessionals (VVM). Voor meer inlichtingen: www.nationalemilieudag.nl.
 Europoort Kringen • Mei 2010

49


Interview

50

Europoort Kringen • Mei 2010


“Je moet daar zijn, waar het gebeurt”

Honderd jaar in bedrijf door Jacques Kraaijeveld

“Ons bedrijf blaakt in financieel opzicht van gezondheid en dat zal ook nog het geval zijn na de overname van Smit International”, zo steekt Peter Berdowski, CEO van Koninklijke Boskalis Westminster in Papendrecht van wal. “Ik geef toe dat de hosannajaren voorbij zijn, maar ik zie weer zwaluwen aan de horizon. Ik verwacht dat we in 2011 weer op het peil zitten van wat we gewend zijn. Met een orderboek op een structureel normaal niveau van zo’n twee à tweeënhalf miljard euro, en dat is beter dan de tijd dat de vraag het aanbod oversteeg.”

“W

e zijn eigenlijk redelijk door de crisis heen gekomen. Dat komt vooral ook omdat we een brede basis van activiteiten hebben. We focussen niet op één project of op één land. We maken andere keuzes dan de andere bedrijven in deze sector. Dat wil niet zeggen dat wij een formule hebben voor succes. We zien vooral uitdagingen in complexe werken, en we zoeken het in verscheidenheid van activiteiten, zowel in de private als de publieke sector. Het wil ook niet zeggen dat Van Oord, Jan de Nul of DEME meer fouten maken. Wat ik wel kan zeggen, is dat de keuzes die wij hebben gemaakt, tot nu toe positief uitpakken. We hebben allemaal te maken met verschuivende panelen, en je moet daar zijn waar het gebeurt.” Berdowski baseert zijn optimisme op de eerste tekenen van herstel. Er dienen zich concrete projecten aan, plannen worden uit de ijskast gehaald, vooral in de olie- en gassector. Dat is een van de kurken waar Boskalis op drijft. De andere twee zijn de aanleg en het onderhoud van havens, en kust- en oeververdediging en landaanwinning. Concurrentie “Shell heeft eerder dit jaar bekend gemaakt dat ze fors gaan investeren in nieuwe velden. Daarnaast zijn er grootschalige upstream ontwikkelingen (zoeken naar olie en gas, red.) in onder meer Australië, Rusland, de Baltische en Kaspische Zee, West-Afrika en Brazilië. In dat laatste land

••

Europoort Kringen • Mei 2010

51


inteRView Raad van Bestuur De Raad van Bestuur van Koninklijke Boskalis Westminster bestaat sinds de fusie met Smit Internationale uit vier man. Voorzitter (CEO) is dr. P.A.M. (Peter) Berdowski. Hij is lid sinds 1997. Hij volgde in 2006 Rob van Gelder op. Als CFO is aangetreden in 2006: drs. J.H. (Hans) Kamps die er sinds 1986 in dienst is en in 2007 kwam ing. T.L. (Theo) Baartmans de bestuurlijke gelederen versterken. Hij is verantwoordelijk voor de buitenlandse markten van Boskalis. De vierde man is B. (Ben) Vree, die tot voor kort CEO was van Smit Internationale.

52

Europoort Kringen • Mei 2010

is er op dat gebied werk aan diepwater projecten voor minimaal tien jaar, tot naar schatting wel twintig jaar. In ons eigen land zijn we niet alleen betrokken bij de aanleg van de Tweede Maasvlakte samen met Van Oord, maar profiteren we ook mee met het besluit van de overheid om zwakke schakels in de kust aan te pakken. En vergeet ook niet wat we op het land doen, de aanleg van de A2 bijvoorbeeld. We staan er met elkaar nu regelmatig in de file, maar het is wel een stevig en lastig project om dat ongedaan te maken. Bij Vinkeveen bijvoorbeeld leggen we een nieuw tracé aan op een onderbodem die voor negentig procent uit water bestaat. Daar hebben we speciale technieken voor ontwikkeld. Wat landaanwinning betreft zijn er grote projecten in Singapore en in het Midden-Oosten heeft Abu Dhabi het estafettestokje van Dubai overgenomen; we zijn erg druk met het Port Khalifah project daar. Twee andere projecten zijn de nieuwe Doha

Port in Katar en Boubyan Fase 2 in Kuwait. We hebben daar wel te maken met veel concurrentie en ondanks dat blijft het een lastige omgeving met moeilijke klanten. Je moet er altijd oppassen dat je niet met de vingers tussen de deur komt.” Chinezen “Nu we het over concurrentie hebben, merken we dat we de Chinezen en de Koreanen steeds meer tegenkomen. De Chinezen zijn vooral ook scherp op de prijs. Ze beperken zich wel tot bepaalde landen. Landen waar ze belang bij hebben vanwege de mineralen of de energie. Ze doen dan meer dan alleen havens ontwikkelen maar trekken er ook een spoorlijn bij. Ze zitten vooral aan de onderkant van de markt, voor grote klussen zoals in Australië vormen ze geen bedreiging. In dat land hebben we dit jaar een prestigieuze prijs in de wacht gesleept: Australia’s National Infrastructure Award voor het beste infra-


structurele werk in de Port of Melbourne die we daar hebben aangelegd. Dat is een mooi visitekaartje.“ Schoon schip “Ook al viel vorig jaar de winst lager uit, de omzet en de orderportefeuille bleven op een goed niveau. We hebben de hoogste vlootbezetting gehad in de geschiedenis van ons bedrijf. In 2009 was dat 48 weken voor de hoppers en 36 weken voor de cutterzuigers op jaarbasis. Bij het laatste type schepen is dat altijd lager, omdat die meer te maken hebben met slijtage. Verder hebben we besloten om een aantal schepen uit de vaart te nemen. We hebben er een diepgaande studie naar gedaan. In 2009 konden we nog geen schip missen, maar het volume loopt nu terug. Bovendien krijgen we drie nieuwe schepen binnen onze vloot, die bij elkaar meer inhoud hebben dan de zestien die er uit gaan: zeven hoppers, vijf cutterzuigers en vier andere vaartuigen. Een aantal daarvan wordt opgelegd, andere gaan voor de sloop. Verkopen doen we ze niet, want dan kom je ze later tegen bij de concurrent. Ze zijn afgeschreven en het zijn eigenlijk schepen waar je geen geld meer mee verdient.“ Synergie “We willen de concurrentie voor blijven. Dat kunnen we bereiken door meer te bieden. In dat kader past ook de overname van Smit International. Het is een onderdeel van onze strategische visie voor de komende jaren. Nu we minder gaan investeren in nieuw materieel, kunnen we wellicht ook nog andere bedrijven toevoegen in dat streven om te groeien en te diversifiëren. Smit presteerde goed, ook zonder ons. We zouden er niet in geïnteresseerd zijn geweest als ze dat niet hadden gedaan. Maar samen zijn we sterker. Het is een win-win situatie voor beide partijen. We leveren meer samenhang in onze activiteiten, er is geen overlap waardoor mensen ontslagen moeten worden. Smit blijft gewoon onder eigen naam naar buiten treden. Ook al vragen mensen zich af wat het nut of de noodzaak ervan is geweest, we zien dat vooral jonge medewerkers meer kansen zien voor het bedrijf maar ook voor zichzelf. We hadden ook zonder elkaar verder kunnen gaan, maar ik ben ervan overtuigd dat er een duidelijke synergie mogelijk is. Het is nog steeds Hollands glorie, maar dan op een grotere schaal…”

De geschiedenis in vogelvlucht De geschiedenis van Boskalis is er eentje van ups en downs, met een nadruk op de eerste. In honderd jaar ontwikkelt Boskalis zich van een lokale Sliedrechtse baggeraar tot internationaal marktleider. De oorsprong van Koninklijke Boskalis Westminster NV gaat terug tot in de negentiende eeuw. Het eerste echte hoofdstuk uit de geschiedenis van het baggerbedrijf begint aan het begin van de twintigste eeuw in Sliedrecht, de bakermat van de Nederlandse baggerindustrie. Een aantal families (onder meer Van Noordenne en Kraaijeveld -de grootvader van de latere CEO Hans Kraaijeveld van Hemert aan wie hij het eerste deel van zijn naam heeft te danken- start daar in 1910 een nieuwe baggeronderneming. In honderd jaar is die tak van sport ingrijpend veranderd en veel complexer en geavanceerder geworden. In 1910 had Boskalis voor die tijd een grote vloot: drie emmerbaggermolens, een win- en profielzuiger, een jakobsladder, twee onderlossers, twee huisboten en tien bakken. Anno 2010 bestaat de vloot van Boskalis uit zo’n driehonderd schepen en werken er tienduizend mensen. Boskalis is actief in minstens vijftig landen, verspreid over vijf continenten. Mijlpaal De eerste belangrijke ontwikkeling doet zich voor na de eerste wereldoorlog: de Zuiderzeewerken. Een mijlpaal in de historische strijd tegen de zee. Boskalis is een van de baggerbedrijven die daarbij betrokken is. In de jaren dertig groeit het nog kleinschalige baggerbedrijf voorspoedig, ook in het buitenland. De oprichting van Westminster Dredging Company Ltd in het Verenigd Koninkrijk draagt hier sterk aan bij. Boskalis is hierdoor betrokken bij grote landaanwinningprojecten in West-Afrika. In de jaren vijftig deed de eerste sleephopperzuiger zijn intrede. Grote werken waren in Australië, Canada, het Midden-Oosten, maar ook elders in de wereld. Koninklijk De volgende decennia raakt Boskalis betrokken bij de Deltawerken. De omvang van dit grootschalige werk is buitengewoon, met name de bouw van een gigantische stormvloedkering in de Oosterschelde. Boskalis ontwikkelt bij dit werk zowel verfijnde als complexe technieken. De wereldwijde vraag hiernaar wordt groter en groter. Begin jaren zeventig wordt Boskalis een naamloze vennootschap en in 1978 ontvangt de onderneming het predicaat Koninklijk. Een nieuwe uitdaging in deze periode is het werken in de vrieskou voor de olie-industrie in het Canadese deel van de Noordpool. Conventionele olieplatforms kunnen de immense krachten van het poolijs niet weerstaan. Het eerste eiland in de Canadese Beaufortzee van waaraf oliewinning mogelijk is, betekent het begin van een tijdperk waarin Boskalis vele kunstmatige eilanden zal realiseren. Concentratie Halverwege de jaren tachtig balanceert Boskalis op het randje van een faillissement. Dit kwam doordat grote werkzaamheden in Argentinië waren verricht, waarvoor betaling uitbleef. De activiteiten aan dit Cogasco-project bleken niet van een exportkredietverzekering voorzien te zijn. Boskalis concentreert zich vervolgens afgeslankt op zijn kernactiviteiten: baggeren en aan baggeren gerelateerde activiteiten. Niettemin ontwikkelt het bedrijf zich tot een veelzijdig en alom erkende marktpartij op de wereldbaggermarkt. Deze sterke marktpositie is mede het resultaat van overnames van de baggerbedrijven Breejenbout (in 1985) en Zanen Verstoep (in 1988). In de jaren negentig volgen er meer acquisities: in Nederland Baggermaatschappij Holland, in Duitsland Heinrich Hirdes, in Finland Terramare, Juslenius in Zweden en de baggeractiviteiten van Skanska en in Portugal Dragapor. Ook neemt Boskalis het baggermaterieel over van PVW in het Verenigd Koninkrijk, de Mexicaanse staatsbaggervloot en verwerft het een belang van veertig procent in Archirodon Group nv. In deze zelfde periode gaat men aan de slag met de landaanwinningsprojecten in Hong Kong. Daar participeert men in de aanleg van het nieuwe vliegveld Chek Lap Kok. En in Singapore werkt Boskalis mee aan een meerjarig ontwikkelingsprogramma. Eind 2003 versterkt Boskalis de marktpositie op het gebied van grondverbeteringactiviteiten door hierbij samen te werken met de Cofra-groep, wereldleider in verticale drainage en funderingstechnieken. De laatste overname -die met enig horten en stoten gepaard ging- was dit jaar van Smit International. De omzet bedraagt in 2009 een record niveau van 2,2 miljard euro en de orderportefeuille zit op het hoogste niveau ooit in honderd jaar: 2,9 miljard euro.

Europoort Kringen • Mei 2010

53


3638 Europoort Machining

9/12/09

15:52

Page 1

LOGISTICON WATER TREATMENT DÉ SPECIALIST IN WATERBEHANDELING!

Proceswater

afvalwater

We are the world leader in maintaining plant productivity with over 1,000 employees operating from 35 global locations. In addition to designing, manufacturing, selling and renting the DL Ricci brand of portable machining products, Hydratight offers a range of site-based services including machining, bolting, heat-treating and leak sealing. You can trust our qualified technicians to offer fast, accurate and reliable solutions to all your critical assembly problems.

Demiwater

Hydratight sets international standards in joint integrity on a global scale. As an experienced provider of engineering-driven solutions and onsite machining services, we will help maintain the integrity of your process plant or pipework.

Een zuivere samenwerking Welke vorm van waterbehandeling u ook wenst, Logisticon levert u: Klant specifieke installaties Ontwerpen in 3D Procesontwerp en Werktuigbouw/Elektrotechniek in één hand Optie huur (pilot)installatie Aarzel niet en maak gebruik van onze expertise in water.

To find out more visit

www.hydratight.com or email integrity@hydratight.com ENGINEERING

54

MAINTENANCE

Europoort Kringen • Mei 2010

TRAINING

SERVICE

Logisticon Water Treatment b.v. Postbus 38, 2964 ZG Groot-Ammers, Nederland Telefoon: +31 (0) 184 - 60 82 60 Website: www.logisticon.com

Koelwater


Haven

Haventopman Smits: “Maatwerk bij vergunningsprocedures infrastructurele projecten bespaart miljoenen” door Laurent Chevalier

Volgens president-directeur Hans Smits van het Havenbedrijf Rotterdam kan Nederland honderden miljoenen euro’s en veel tijdverlies voorkomen als voor grote infrastructurele projecten aparte regels en procedures worden vastgesteld. “Het zou van moed getuigen als de overheid deze uitdaging oppakt.” Smits zei dit eind maart tijdens een door het Havenbedrijf georganiseerde conferentie over de stand van zaken rond de drie miljard euro kostende aanleg van Maasvlakte 2.

E

erst een korte terugblik. In september 2008 stak toenmalig burgemeester Ivo Opstelten de eerste spa de grond in voor de aanleg van Maasvlakte 2, waardoor het Rotterdamse haven- en industriegebied in 2030 uiteindelijk twintig procent (ofwel circa tweeduizend hectare) groter zal zijn geworden. Nog belangrijker: door deze uitbreiding kan Rotterdam zich als haven handhaven in de internationale havenkopgroep waar een harde strijd wordt gevoerd om de beste plaatsen. Lees: de meeste business en containers. Bovendien zorgt dit technische hoogstandje op termijn voor circa twintigduizend extra arbeidsplaatsen en draagt het zo’n 3,5 miljard per jaar bij aan het Bruto Nationaal Product, waarmee de investering in Maasvlakte 2 in één jaar tijd wordt ‘terugverdiend’. Een ‘return on investment’ om je lippen bij af te likken. Voordat Opstelten in 2008 met zijn schepje aan de gang kon, is er zestien jaar (!) geknokt door voor- en tegenstanders van de aanleg van Maasvlakte 2. Vooral milieu- en natuurorganisaties en buurgemeenten lagen al die jaren dwars. En toen de zaken vrijwel in kannen en kruiken leken, gooide de Raad van State alsnog roet in het eten door de vergunning af te wijzen. Dankzij niet aflatende ‘ijver’, extra concessies op natuur- en milieugebied en een open dialoog met Milieudefensie en andere milieuorganisaties

kon de vlag in 2008 uiteindelijk toch uit. Inmiddels wordt er hard gewerkt en zegt Smits trots: “We liggen op schema en we zitten ook binnen het budget. Dat is uniek voor zo’n groot project.” Waarmee Rotterdam maar gezegd wil hebben dat de plannenmakers van bijvoorbeeld de Betuwelijn en de Noord-Zuidlijn in Amsterdam of van toekomstige grote projecten maar eens op de koffie moeten komen. Gebiedsvergunning Met zijn oproep om voor grote infrastructurele projecten aparte regels en procedures op te stellen, doelt haventopman Smits op de introductie van een soort ‘gebiedsvergunning’, waardoor bedrijven die zich in de toekomst op Maasvlakte 2 willen vestigen, kunnen volstaan met een eenvoudige en snelle procedure, omdat voor het gehele gebied immers al ‘het meest complete bestemmingsplan ooit is gemaakt’. Daarom pleit de havenbaas er met klem voor dat toekomstige bedrijven niet meer de hele vergunningsprocedure hoeven te doorlopen. Het zou volgens hem veel tijd en geld besparen. In het licht van de voor de aanleg en ontwikkeling van de Maasvlakte 2 afgegeven uitgebreide vergunning zou dat alleen maar dubbel werk betekenen. Zo’n nieuwe aanpak scheelt volgens Smits honderden miljoenen euro’s:

••

Europoort Kringen • Mei 2010

55


Haven

“Dit is een wezenlijk punt, waar echt majeure winst mee is te behalen, want op dit moment zitten we met een rigide regelgeving. Bovendien leidt dat tot risicomijdend gedrag bij alle betrokkenen. Politiek en overheid moeten

De milieu-organisaties waren al bij het opstellen van de conceptrapporten bij het project betrokken nu de verantwoordelijkheid nemen om de regels voor omvangrijke infrastructurele projecten aan te passen. Dat vergroot de slagvaardigheid voor alle grote projecten die in dit land nog komen. De overheid moet de moed hebben om zo de kloof tussen politiek en bedrijfsleven te dichten.” Smits verklapte ook dat hij de afgelopen

56

Europoort Kringen • Mei 2010

jaren bij de diverse overheden wel eens het besef heeft gemist dat de ontwikkeling van Maasvlakte 2 door de grote schaal en het unieke karakter om uitgekiend maatwerk vroeg. “Aan dit soort projecten worden speciale eisen gesteld, die je met de bestaande regelgeving niet opvangt.” Volgens hem hoeft maatwerk, bijvoorbeeld in de vorm van een gebiedsvergunning, waardoor bedrijven die zich op Maasvlakte willen vestigen snel aan de slag kunnen, niet ten koste te gaan van duurzaamheid en veiligheid. Hij doelt daarmee op het onmiskenbaar harde feit dat juist het Havenbedrijf Rotterdam er alles aan is gelegen steeds een goede balans te vinden tussen veiligheid, milieu en economie. “Op dat gebied zitten wij voor Maasvlakte 2 op een zeer hoog niveau. Alle mogelijke milieu-effecten zijn doorgerekend. Ons hele havencomplex hoort trouwens tot de veiligste ter wereld.” Smits zei er dan ook alle vertrouwen in te hebben dat Maasvlakte 2, de economische crisis ten spijt, een succes zal worden en voldoende bedrijven zal aantrekken. Juist de grote aandacht van Rotterdam voor de combinatie van duurzaamheid en economie zal Maasvlakte 2 volgens hem stevig op de kaart zetten. “Er is wereldwijd veel bewondering voor onze aanpak op het gebied van duurzaamheid.” Of zoals Ruud Lubbers zei: “Maasvlakte 2 is een icoon van de aanpak en het succes van Rotterdam. Het versterkt de positie van onze


stad als vestigingsplaats.” Gevraagd naar een reactie op de oproep van Smits om een ‘gebiedsvergunning’ in te voeren zegt DCMR-directeur Jan van den Heuvel: “Ik ben sterk voorstander van de introductie van zo’n concept. Hiermee wordt het mogelijk gemaakt om meer te sturen op de milieu-effecten van de gezamenlijke bedrijven op Maasvlakte 2. Tegelijkertijd kunnen hiermee procedures worden versneld en de lasten voor bedrijven en overheden worden beperkt.” Belangrijke les Terugkijkend op het hele proces gaf Smits toe soms wel eens te hebben gedacht hoe ‘in hemelsnaam’ een oplossing moest worden gevonden voor alle vergunningsperikelen. Ronald Paul, voor het Havenbedrijf directeur Projectorganisatie Maasvlakte 2 en ingeleid als ‘de grootste drammer van Nederland’, gaf staande de conferentie het antwoord op deze vraag. ”Bij een dergelijk project moet je af en toe drammerig zijn. Maar je moet met alle partijen ook de dialoog aan willen gaan. Daarom hebben wij op een bepaald moment besloten de milieu-organisaties al bij het opstellen van conceptrapporten bij het project te betrekken. Meestal gebeurt dat pas als de stukken definitief zijn. Nu konden de organisaties al in het voortraject meelezen en meedenken. Dat heeft het onderlinge vertrouwen versterkt. Voor mij is dit een heel belangrijke les van dit project. Je kunt beter als een soort team gezamenlijk optrekken dan tegenover elkaar staan. De sfeer van wantrouwen die aanvankelijk heerste rond onze milieubedoelingen is daardoor in de loop van de jaren minder geworden. En de onderlinge relatie is volwassen geworden. Van onze kant hebben wij daar veel tijd in geïnvesteerd.” Ook in harde pecunia hebben de vergunningsprocedures het Havenbedrijf Rotterdam het nodige gekost. Projectdirecteur Paul: “Alleen al het opstellen van de Milieu Effectrapportage (MER) heeft ons zo’n twintig miljoen euro gekost. Vijfenveertig man hebben er alles bij elkaar dik anderhalf jaar aan gewerkt. De box waarin de vergunningsdocumenten zijn opgeborgen, is anderhalve meter breed! Dit is de meest uitgebreide MER die ooit in Nederland is gemaakt.” Paul gaf toe ook soms een dubbel gevoel te hebben gehad bij al het vereiste onderzoek en papierwerk. “Op een bepaald moment hebben we zelfs moeten onderzoeken of naast zeehonden en kabeljauw ook totaal onbekende vissen in de toekomst misschien geluidshinder zouden kunnen ondervinden van scheepvaartverkeer naar en van Maasvlakte 2.” Al met al heeft het Havenbedrijf Rotterdam nu een uitgebreid monitoringsprogramma ontwikkeld, zodat in de gaten kan worden gehouden of de effecten van de aanleg op het ecosysteem in de Noordzee binnen de vereiste marges blijven. Als onderdeel daarvan wordt het leven op en in de zeebodem periodiek op driehonderd locaties in kaart gebracht. Paul: “De mainport Rotterdam kan zich nu ontwikkelen tot een ‘greenfield’ en in 2013 staan de eerste containers op de kade in Maasvlakte 2.” Europoort Kringen • Mei 2010

57


Specialist in Heat Treatment Preheating and stress relief Induction and resistance Stationary furnaces

www.delta-heat-services.nll info@delta-heat-services.nl +31 (0) 187 - 49 69 40

58

Europoort Kringen • Mei 2010

Dry out and curing Rental and sales Mobile furnaces


milieu

Energy Star Award Voor het zesde jaar op rij heeft 3M de Energy Star Award ontvangen voor haar inspanningen om wereldwijd bij te dragen aan energiebesparing. Als resultaat van die inspanningen bespaarde 3M in 2009 ongeveer 1,4 miljoen gigajoule aan energie op de operationele bedrijfsvoering in 65 landen. Net als de afgelopen vijf jaar kreeg het bedrijf een Energy Star Award in de categorie ‘Sustained Excellence’. De onderscheidingen worden jaarlijks toegekend door het U.S. Environmental Protection Agency en het U.S. Department of Energy.
Een gezond energiemanagementbeleid is nauw verweven met de bedrijfscultuur van 3M. Niet alleen omdat energiebesparing goed is voor het milieu, maar ook omdat het bijdraagt aan de concurrentiekracht. De in 2009 gerealiseerde energiebesparing heeft geleid tot een 17,2 miljoen dollar lagere energierekening, een afname van maar liefst 13,5 procent ten opzichte van 2008.
 Het bedrijf heeft inmiddels een lange geschiedenis op het gebied van duurzaamheidsinitiatieven. In 1975, nog voordat het milieu hoog op de maatschappelijke agenda kwam te staan, lanceerde men het nog altijd lopende 3P-programma (Pollution Prevention Pays) met de doelstelling om bronnen van vervuiling aan te pakken voordat deze het milieu bereikt. Vanaf 2002 legt het 3P-programma

een sterke focus op efficiënt energiegebruik. Sindsdien heeft 3M 645 energiebesparingsprojecten afgerond, waarmee ongeveer 5,5 miljoen gigajoule bespaard is op energieverbruik. In 2009 werd een start gemaakt met 69 3P-projecten.

 Om de aandacht voor energiebesparing niet te laten verslappen, voert 3M sinds 2003 jaarlijks het interne Plant Energy Awards and Recognition Program uit. Hierin worden de resultaten van 3M-vestigingen wereldwijd gewaardeerd op basis van diverse criteria, waaronder besparing in kJ per hoeveelheid product. Energieteams van negen fabrieken bereikten het platina niveau, de hoogste onderscheiding in het programma. In totaal kregen teams van 39 vestigingen een onderscheiding. 3M introduceerde in 2009 een nieuwe onderscheiding op bedrijfsniveau - de Energy Excellence Award - als onderdeel van het 3M Engineering Awards-programma. Vorig jaar heeft het bedrijf ook duurzaamheidsprincipes ingevoerd die dienst doen als leidraad voor de strategieën van de businessunits.  Daarnaast werden diverse initiatieven op het gebied van energiebesparing en milieu gesponsord en was 3M lid van enkele organisaties die de ontwikkeling van duurzame energietechniek bevorderen.



VOM-leden tonen ‘groene’ ambities Een jaar geleden zetten leden van de VOM, de branchevereniging voor de oppervlaktebehandelende industrie, een belangrijke ‘groene’ stap door deel te nemen aan het DOE Mee project. Dit is bedoeld om het Nederlandse midden- en kleinbedrijf te stimuleren duurzame technische innovaties te ontwikkelen en deze toe te passen. In het door het ministerie van VROM ondersteunde project konden bedrijven samen met een Syntens-adviseur een ‘scan’ uitvoeren om te bepalen wat de ‘groene’ ambities en mogelijkheden van het bedrijf zijn en waar het bedrijf nu staat. De scan resulteert in een gestructureerd plan van aanpak om de ambities te kunnen realiseren. Bedrijven konden vervolgens nog een stap verder gaan door voor zichzelf een duurzame innovatie-agenda te formuleren. In totaal hebben 31 VOM-bedrijven aan het project deelgenomen en een scan laten uitvoeren. Van deze bedrijven hebben zes VOMleden tevens een duurzame innovatie-agenda opgesteld; een prima score en een duidelijke blijk van de betrokkenheid van de oppervlaktebehandelende branche bij dit belangrijke thema, aldus Sytens en VOM. Koen Knol, innovatieadviseur bij Syntens, onderscheidt vier ambitieniveaus in het duurzaam ondernemerschap: conformeren aan wet- en regelgeving, kosten besparen door milieumaatregelen te nemen, omzetgroei halen uit duurzame innovaties en integratie van duurzaamheid in de bedrijfsvoering en de keten. Bij deze laatste liggen verreweg de grootste kansen voor het verbeteren van de concurrentiepositie: serieus duurzaam verbeteren van producten en processen die niet alleen het bedrijf maar ook haar klanten (financiële) voordelen oplevert. De VOM omvat de brancheorganisaties Vereniging Industriële Spuit- En Moffelbedrijven (VISEM), Nederlandse Galvano Ondernemers - Stichting Bevordering Galvanotechniek (NGOSBG), Vereniging van Leveranciers van Galvanotechnieken (VLG), Vereniging voor Leveranciers van Verfspuitapparatuur (VLV), Stichting Doelmatig Verzinken (SDV) en Stichting Email. Bij de VOM zijn circa vierhonderd bedrijven aangesloten. Europoort Kringen • Mei 2010

59


Spraakmakers

“Ik wil een kloof overbruggen”

Zelfbepaling volgens

Roos Vonk door Jacques Kraaijeveld

“Ik ben ervan overtuigd dat mensen met gemak veel effectiever én aardiger kunnen zijn; dat hun ‘betere helft’ heel dicht aan de oppervlakte ligt. Dat is wat ik aan mijn cliënten, lezers en deelnemers bij lezingen wil overbrengen. Daarbij maak ik gebruik van enerzijds praktijkervaring, anderzijds actuele wetenschappelijke kennis over gedrag, sociale interactie en persoonlijke ontwikkeling.”

Aan het woord: Roos Vonk. Tot 2002 was zij fulltime verbonden aan de Radboud Universiteit. “Na een groot internetonderzoek dat ik toen deed, kreeg ik van veel deelnemers de vraag om workshops te gaan geven. Van het een kwam het ander. Deed ik eerst veel voor particulieren op het gebied van workshops en coaching, nu geef ik hoofdzakelijk lezingen voor bedrijven en organisaties. Voor de goede orde wel halftime. Ik ben nog steeds parttime in dienst van de universiteit.” Sindsdien is het hard gegaan. Inmiddels is ze ‘semi-BN’er’. Meer vrouwen dan mannen herkennen haar, zo merkte ze bij de verkoop van haar vorige huis. “Ik vind het wel prettig dat ik zonder make-up en in een gewone joggingbroek naar de supermarkt kan gaan. Ik stel prijs op mijn privacy, maar publiciteit en media-aandacht is wel nodig om naar buiten te treden nu ik ondernemer ben. En ik denk daarbij ook dat ik voor veel studentes een rolmodel ben. Dat is prima, want ik geef echt wel een goed voorbeeld. Ik vertel ze dat ze niet hoeven te slijmen of het iedereen naar de zin te maken, maar gewoon hun werk goed moeten doen en trouw zijn aan belangrijke waarden, daar wordt de wereld beter van en het is ook goed voor je eigen zelfvertrouwen.” Ontzenuwen Roos Vonk schrijft voor diverse bladen. Heeft een aantal websites. En je komt haar met enige regelmaat tegen in andere tijdschriften als er een thema is dat direct of zijdelings te maken heeft met sociale psychologie. Haar publiek 60

Europoort Kringen • Mei 2010

omschrijft haar als no-nonsense, helder, maar ze wil ook rechtdoen aan de complexiteit van haar vak, daarom gelooft ze ook in wat ze vertelt. “Gaandeweg ontdek je waar je talenten liggen en waar je je lekker bij voelt. Ik heb niet voor niets de term zelfbepaling gekozen, min of meer letterlijk vertaald van het Engelse of beter Amerikaanse ‘self-determination’. Dat is de theorie die ervan uit gaat dat als mensen autonoom zijn en zelf hun keuzes kunnen maken, dat ze dan tot persoonlijke ontwikkeling en zelfvertrouwen komen. Maar het is niet zo dat ik heel doelgericht mijn carrièrepad heb uitgestippeld, het is meer zo gelopen. Een collega zei een keer over mij: If you don’t know where you’re going, any road will take you there. Een spreuk uit Alice in Wonderland. In gewoon Nederlands: het gaat mij niet om de bestemming, maar om de reis.” Toegankelijk “Naast het verzamelen van kennis over mensen als wetenschapper, vind ik het van groot belang die kennis ook toegankelijk te maken zodat mensen er gebruik van kunnen maken. Wat ik verder wil, is misverstanden die mensen vaak hebben over zichzelf of over anderen ontzenuwen. Ook management-goeroes verspreiden die misverstanden. Het is lang niet allemaal waar wat ze zeggen. Niettemin vind ik het wel knap hoe ze dat soms doen. Met veel entertainment. Vaak ook met drie of vier bullet-points, •• tips die de deelnemer meteen kan toepassen.


wie is Roos Vonk? Roos Vonk (Leiden, 1960) is hoogleraar sociale psychologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Ze heeft jarenlang onderzoek gedaan naar vragen op het gebied van zelfbeeld, emoties, beïnvloeding, motivatie, eerste indrukken en sociale interactie. Ze heeft hierover veel gepubliceerd, zowel wetenschappelijk als populair-wetenschappelijk. Vonk-Zelfbepaling heeft ze opgericht om bij te dragen aan de ontwikkeling van training, coaching en advisering die gefundeerd is op goed onderbouwde wetenschappelijke inzichten. Behalve als coach en adviseur werkt ze aan nieuwe producten en werkwijzen op basis van ontwikkelingen in de wetenschap en in de samenleving. Haar specialismen zijn onder meer: de eerste indruk, zelfbeeld/zelfkennis, autonomie en authenticiteit, sociale beïnvloeding en macht, emoties en motivatie/inspiratie. Ze heeft meerdere boeken geschreven, daarvan voor een breder publiek: ‘Eerste indruk’ en ‘Ego’s en andere ongemakken’. Meer info onder meer op: www.roosvonk.nl en www.vonk-zelfbepaling.nl.

foto Najib Nafid

Europoort Kringen • Mei 2010

61


Naar een perfecte chemie tussen u en onze gassen-portfolio.

Van 1 literflesjes tot duizenden liters per minuut. Alle gassen voor chemie, farmacie en raffinage. Internationale knowhow van Linde Gas als gevolg van continue research en ruim een eeuw ervaring. Standaard gassen en gasmengsels tot hoogzuivere receptuurgassen. In welke leveringsvorm dan ook. U zegt ’t maar. Voor elk proces waarin gassen nodig zijn, biedt Linde Gas Benelux de betrouwbaarste oplossing.

Linde Gas – ideas become solutions.

Linde Gas Benelux B.V. Havenstraat 1, Postbus 78, 3100 AB Schiedam Tel. 010 246 14 70, Fax 010 246 15 06, chemie.lg.nl@linde.com, www.lindegasbenelux.com


Spraakmakers Dat vinden de toehoorders prettig, maar dat past niet zo bij mij. Ik ben niet zo van tools aanreiken, maar meer van inzicht verschaffen zodat ze zelf die tools kunnen ontwikkelen. Die goeroes hebben ook een hoge entertainmentwaarde. Ze houden hun publiek een hele dag bezig met een item, wat ik in een kwartier zou doen, maar je verveelt je er niet bij en doordat er zoveel anekdotes omheen worden verteld, blijft het beter hangen. Dat heb ik wel afgekeken van mijn collega’s in het lezingen-circuit. Ik maak ook wel grapjes, maar ik concentreer me vooral op de inhoud. Dat heeft ongetwijfeld met mijn achtergrond aan de universiteit te maken. Ik wilde zo veel mogelijk stof behandelen, alsof het een college is. Daar ben ik intussen wel van afgestapt. Je moet niet alles willen vertellen, maar bijvoorbeeld één belangrijk punt uitwerken. Ik ben altijd op zoek naar prikkelende ideeën, bijvoorbeeld een theorie die verklaart waarom mensen hun eigen gevoelens niet goed kunnen voorspellen, en die vind ik met name bij Amerikaanse collega’s in de wetenschap. Daar schrijf ik dan weer over in een column voor Intermediair of Psychologie Magazine, maar ik gebruik die kennis ook in mijn lezingen. Bestaande lezingen pas ik dikwijls aan, want ik vind het niet leuk om te vaak hetzelfde te vertellen. Zowel intellectueel en moreel word ik door mijn Amerikaanse vakgenoten geïnspireerd. Ze zijn betrokken, bevlogen om er achter te komen hoe de wereld echt in elkaar zit. Nederlandse wetenschappers zijn naar mijn idee vaker strategisch bezig, ze willen scoren met hun onderzoek in wetenschappelijke tijdschriften.” Kloof “Er is in de hedendaagse psychologie enorm veel bekend over hoe mensen in elkaar zitten; hoe ze voelen, denken, waarnemen, beslissingen nemen, beïnvloeden en beïnvloed worden. Inzichten uit psychologisch onderzoek worden steeds interessanter voor praktische toepassingen, zowel in organisaties als in het gewone leven, terwijl mensen in de praktijk behoefte hebben aan concrete handvatten en niet aan doorwrochte wetenschappelijke verhandelingen. Op die manier gaat veel kennis verloren. Kennis waar bedrijven, instellingen, politici, beslissers en ‘gewone mensen’ hun voordeel mee kunnen doen. Kennis waar mensen aardiger en effectiever van kunnen worden. Die kloof wil ik overbruggen. Enerzijds sta ik middenin de wetenschappelijke wereld en ben goed op de hoogte van de meest recente psychologische inzichten. Anderzijds ken ik de praktijk door mijn ervaring in diverse werkvelden.

Het vertalen van hoogwaardige wetenschappelijke kennis naar concrete praktische toepassing, dat is wat ik wil.” Waarheid “Mijn drijfveer is het blootleggen van de waarheid in menselijk gedrag, in mezelf, in de samenleving, in het leven. In contact staan met de wereld zoals die echt is. Er wordt veel aan zelfbedrog gedaan en dat kost energie. Maar de waarheid is niet altijd prettig. De wereld zit vol van toeval en ongerechtigheid, kijk bijvoorbeeld naar Haïti. Mensen hebben soms nogal optimistische illusies over zichzelf, waardoor ze niet openstaan voor feedback. Als iets niet strookt met wat iemand denkt, dan komt commentaar of correctie vaak niet over, dan staat hij of zij er niet voor open. Andere mensen denken juist weer onnodig negatief over zichzelf. Als wetenschapper weet je dat er vaak niet één waarheid is waarmee alles klaar is. Je moet altijd op een kritische manier na blijven denken. En lezen wat anderen ontdekken of vaststellen. Iedere ontdekking is voorlopig en wat in een bepaalde fase door iedereen als waar geaccepteerd wordt, kan later onderuit gehaald worden. Al eerder is vastgesteld dat antidepressiva niet altijd werken, nu is recent ontdekt dat psychotherapie in geval van een depressie ook maar in de helft van de gevallen positief uitpakt. Kortom, de werkelijkheid kan elke dag in een ander daglicht komen te staan. In mijn studietijd werd een Leidse hoogleraar verbannen omdat hij zei dat agressie een genetische component heeft; nu mag je dat gerust zeggen. Ik zit daar ook niet zo mee, met dat voortschrijdend inzicht. Ik ga mijn toehoorders niet allemaal een brief schrijven, als ik er na een jaar achterkom dat ik iets heb verteld wat door recenter onderzoek is achterhaald… Tijdens een volgende lezing kan ik ze weer helemaal bijpraten… 

Manifest Vanwege het dierenwelzijn, vanwege het milieu, en vanwege de volksgezondheid moet er een halt toe worden geroepen aan de intensieve veehouderij. Daarvoor pleiten meer dan honderd hoogleraren in een manifest aan de politiek, dat te lezen was in NRC Handelsblad. Eén van de initiatiefnemers van het manifest was professor Roos Vonk. Verandering In 2001 wordt de minister van landbouw door een commissie onder leiding van Herman Wijffels geadviseerd te intensieve veehouderij ingrijpend te veranderen. In 2010 -dit jaar dus- zou het afgelopen moeten zijn met de fabrieksmatige, mens- en dieronwaardige vleesproductie. Voor de dieren, voor het milieu en voor de volksgezondheid. Maar sindsdien is er onder meer Q-koorts, vee-gerelateerde MRSA, dreiging van een H5N1-pandemie, en de effecten van de veeindustrie op de uitstoot van broeikasgassen zijn nog duidelijker geworden. Anno 2010 blijkt dat er nauwelijks iets is gedaan met de aanbevelingen. Bezinning Tijd dus om ons te bezinnen, aldus de ondertekenaars, op de fundamentele uitgangspunten van onze veeindustrie, zodat politici en burgers tot morele keuzen kunnen komen. De hoogleraren pleiten ervoor de plannen, zoals geformuleerd door de commissie-Wijffels negen jaar geleden, te realiseren.


Europoort Kringen • Mei 2010

63


Besparen op onderhoudkosten?

kies voor touwtechniek! Voor aL uw w- EN E- TEcHNiScH oNDErHouD o.a. iSo & Vca-P GEcErTificEErD

Laat uw contact­ gegevens achter op de site, en win een rope access clinic. lsb sky-Access bv Hofdwarsweg 1 6161 DE Geleen The Netherlands T. +31 (0)46 - 474 24 10 info@lsb-sky-access.com www.lsb-sky-access.com LSB-groep, al meer dan 50 jaar uw partner voor een veilige werkplek op hoogte!

GROEP

64

Europoort Kringen • Mei 2010

Veilig Efficient Snel


foto Danny Cornelissen


Haven

Mogelijke fusie Rotterdamse en Amsterdamse havenbeheerders Het lijkt een niet makkelijk haalbaar plan, en het maakte daarom vele tongen reeds los. Het plan is simpel genoeg: het Rijk moet het voortouw nemen in het opstellen van een Nationale HavenStrategie voor de Nederlandse zeehavens met als kern één ‘Gateway Holland’ in plaats van een verzameling grote en kleine havens. ‘Gateway Holland’ zal bestaan uit een samenhangend netwerk van zeehavens met gezamenlijke achterlandverbindingen en achterlandterminals. Het hart van ‘Gateway Holland’ is een strategische alliantie, zo niet een fusie van de Rotterdamse en Amsterdamse havenbeheerders. De Nationale HavenStrategie zal tot scherpere keuzes leiden, aldus de Raad voor Verkeer en Waterstaat. De bijdrage aan de nationale welvaart, en niet de plaatselijke belangen, wordt leidend in besluiten over omvangrijke rijksinvesteringen in de toegang tot de zeehavens en de achterlandverbindingen. Dat is het advies dat de Raad aan minister Eurlings van Verkeer en Waterstaat heeft aangeboden. De Raad heeft dit advies opgesteld omdat men van mening is dat de zeehavens een van de groeimotoren kunnen zijn in het herstel en de modernisering van de Nederlandse economie, maar dat daarvoor nieuwe uitdagingen moeten worden aangegaan. De Nederlandse zeehavens hebben een vooraanstaande positie in de zogenoemde ‘Hamburg-Le Havre’ range. De factoren waarmee de zeehavens in de tweede helft van de vorige eeuw die positie hebben verworven, voldoen nu niet meer om het succes voort te zetten. De grootste uitdaging is de verandering in het karakter van de logistieke ketens. Zeehavens worden benaderd als schakels in logistieke ketens die worden beheerd door grote internationaal opererende bedrijven en logistieke dienstverleners. De keuze voor een bepaalde haven wordt bepaald door de keuze voor een optimaal logistiek netwerk. Voor havens betekent dit dat ze continu moeten bewaken dat ze onderdeel zijn van de effectiefste logistieke ketens voor specifieke goederenstromen. Naast aanpassing aan het veranderende karakter van de logistieke ketens, komen twee andere uitdagingen in beeld. De landzijdige bereikbaarheid zal onder druk komen te staan als de goederenstromen weer in volume zullen toenemen. Verder zal rekening moeten worden gehouden met het maatschappelijk draagvlak voor de havens. De samenleving verwacht economische meerwaarde, maar ook dat effecten op de leefomgeving acceptabel zijn. De bedrijfsvoering moet duurzaam zijn en plaatsvinden op basis van hoogwaardige kennis. Ook moeten de zeehavens aantrekkelijke werkgevers zijn. De Raad is van mening dat deze nieuwe uitdagingen het meest effectief kunnen worden aangegaan als de Nederlandse zeehavens worden benaderd in hun onderlinge samenhang, met het gezamenlijke netwerk van achterlandverbindingen en achterlandterminals, en binnen de internationale context van de ‘Hamburg-Le Havre’ range. Dit is het uitgangspunt van de Nationale HavenStrategie.

66

Europoort Kringen • Mei 2010

Met deze strategie worden op nationaal niveau afwegingen en keuzes gemaakt over inzet van publieke middelen. Daarbij zijn criteria zoals bijdrage aan vergroting van de welvaart van Nederland, efficiënt en marktgericht en een aanvaardbaar rendement leidend. Dat betekent dat overwegingen op regionaal niveau minder prominent en later in de besluitvorming worden betrokken. Het is in het belang van ‘Gateway Holland’ dat de inspanningen in internationaal verband om een gelijk speelveld te creëren, worden geïntensiveerd en uitgebreid met afspraken over een beheerste capaciteitsontwikkeling in de ‘Hamburg-Le Havre’ range. De Nationale HavenStrategie is een gezamenlijke strategie van Rijk, decentrale overheden, havenbeheerders en bedrijfsleven. Het ligt volgens de Raad in de rede dat het Rijk het initiatief neemt in het opstellen en uitwerken van de Nationale HavenStrategie. Het advies is voorbereid door een commissie onder leiding van de heer mr. N.J. Westdijk MBA. Een exemplaar van het advies ‘Gateway Holland’ is te bestellen of te downloaden via www.raadvenw.nl


Opmaak_90_275_FC.qxd

08-01-2009

14:59

Pagina 1

Permanente Visco-Elastische Coating & Sealant Systemen - Directe hechting op staal, PE, PP, epoxies, ook bij koude temperaturen - Snelle en eenvoudige applicatie (zonder primers) - Minimale ondergrond voorbehandeling St 2/3 (Shell GS) - Zelf-reparerende eigenschappen bij kleine beschadigingen - Eenvoudig te combineren met Outerwrap tapes, Sleeves, Polyester, Flamespray, PU infill etc.

Tebunus Wij vervaardigen in opdracht o.a. U-buizen (hairpins), leuning-, hek-, en leidingwerken, bochtstukken, in alle voorkomende metaalsoorten. Wij leveren naadloze en gelaste warmtewisselaar- en condensorbuizen uit voorraad en af fabriek met korte levertijden. Gasselterstraat 20 9503 JB Stadskanaal P.O. Box 285 9500 AG Stadskanaal

Productafname kan geschieden door opdrachtgever of onafhankelijke officieel erkende instanties zoals: Lloyd’s Register of Shipping, TüV, Stoomwezen, Germanischen Lloyd, Det Norske Veritas, Vinçotte e.a.

The Netherlands T +31 (0) 599 696170 F +31 (0) 599 696177 info@stopaq.com

-

Offshore & Onshore Renovatie & Nieuwbouw Veld & Fabrieksapplicaties Onderwater & Bovengronds

Onze opdrachtgevers zijn o.a.: apparaten- en ketelbouwers, chemische- en petrochemische industrie, scheepswerven, metaalconstructiebedrijven, handelsmaatschappijen.

Tebunus Tube Bending bv Tebunus Tube Nederland bv Postbus 2, 1645 ZG Ursem tel. 072 50 44 888 • fax 072 50 44 800 www.tebunus.nl/petro • tubes@tebunus.nl Europoort Kringen • Mei 2010

67


n i t o o r “G

” n e g n i t afdich

Techn. PTFE Producten

Compensatoren

Waterstraalsnijden

Metaalpakking

Stansartikelen

T +31 (0) 181 - 28 11 11 F +31 (0) 181 - 28 11 10 hertelsealings@hertel.com www.hertelsealings.com

Hertel Industrial Sealings bv Seggelant-West 10 3237 MJ Vierpolders (gem. Brielle) PO Box 37 3230 AA Brielle The Netherlands

Industrial equipment

kt, r e w je e e m r a a w Het gereedschap aar en veilig zijn. moet betrouwbn je maar De periodieke controle ku het beste aan een specialist overlaten.

CILINDERS

68

SCHAREN

Europoort Kringen • Mei 2010

HEFKUSSENS

Onderhoud & certificering Als producent van hogedruk hydraulische gereedschappen is Holmatro de keuringsspecialist bij uitstek. Wij inspecteren, onderhouden, repareren, testen en certificeren alle merken hydraulische gereedschappen. Deze service leveren wij ook bij u op locatie. Zo kunt u uw werkzaamheden weer snel en veilig hervatten.

www.holmatro.com


milieu

Subsidie voor duurzame ontwikkeling in Haven Amsterdam Bedrijven in het Noordzeekanaalgebied kunnen subsidie krijgen uit een speciaal fonds voor duurzame ontwikkeling: het Duurzaamheidén Innovatiefonds Haven Amsterdam. 1 April is de tweede tenderperiode van dit fonds gestart. Zeehavens Amsterdam nodigt daarom alle bedrijven in het Noordzeekanaalgebied uit tot het indienen van een project dat bijdraagt aan de duurzame ontwikkeling van het havengebied. In totaal is in 2010 een bedrag van een miljoen euro beschikbaar voor projecten en onderzoeken. In 2009 heeft het fonds in een eerste tender dertien aanvragen binnengekregen, waarvan er zes zijn gehonoreerd met een subsidie. Per 1 april is de tweede tenderperiode van het fonds gestart, deze is open tot 31 mei. Amsterdam wil in 2020 een van de meest duurzame havens van Europa zijn. Dat is het uitgangspunt van de havenvisie 2008-2020 Slimme Haven.

Daarom is in 2009 de subsidieregeling Duurzaamheid- en Innovatiefonds Haven Amsterdam geïntroduceerd. Subsidie is mogelijk voor nieuwe projecten die zijn gericht op betere producten, processen of diensten. De projecten mogen maximaal twee jaar lopen. Aanvragen kunnen worden gedaan door individuele bedrijven of samenwerkingsverbanden van bedrijven. Havendirecteur Dertje Meijer: “Het fonds daagt ondernemers in het Noordzeekanaalgebied uit om innovatieve concepten te ontwikkelen, bijvoorbeeld voor efficiënter ruimtegebruik, ‘minder hinder-technieken’ bij op- en overslag, hergebruik van afvalstoffen en logistieke systemen die het aantal vervoersbewegingen verminderen. Een sprekend voorbeeld van een project van dit fonds is de schone biomassaverbranding van Cargill dat begin dit jaar werd gehonoreerd. En natuurlijk de opslag van energie die vrijkomt bij het gebruik van overslagkranen bij Maja Beheer.’’

Walstroom voor binnenvaart in Zuid-Holland De provincie Zuid-Holland plaatst nog dit jaar honderd ‘walstroomkasten’ bij achttien openbare ligplaatsen en loswallen langs vaarwegen. Binnenvaartschepen kunnen via een mobiele telefoon de walstroom aanvragen en aan de kade via een verlengkabel stroom afnemen. Schepen kunnen deze stekkerkasten tegen betaling gebruiken en hoeven niet langer meer een vervuilende generator te laten draaien. De provincie Zuid-Holland wil een betere luchtkwaliteit in de regio. Ook in de haven van Rotterdam kan de binnenvaart gebruikmaken van walstroom. In de Maashaven was dat al mogelijk en vanaf 1 april kan dat ook op het Noordereiland. De binnenvaart die daar een ligplaats neemt, mag -conform de havenverordening- niet meer generatoren gebruiken om stroom op te wekken, maar moet die van de op de wal staande elektriciteitskasten afnemen. Het gaat om in totaal 55 aansluitingen. Dit jaar worden er nabij het centrum van Rotterdam nog negentig aansluitingen beschikbaar gesteld voor de binnenvaart in onder meer de Heijsehaven, Waalhaven en aan de Feijenoordkade en Maasboulevard. Dan zijn driehonderd van de ruim achthonderd Rotterdamse ligplaatsen voor de binnenvaart voorzien van walstroom. Alphen aan den Rijn spant zich al jaren in voor een beter klimaat. Daar komen op drie locaties walstroomkasten: De Heul, De Gnephoek en De Paltrokmolen. Vanaf 2011 is walstroom beschikbaar in de Drechtsteden. In de aanloopperiode tot en met juni 2010 is het gebruik van walstroom langs de provinciale vaarwegen in Zuid-Holland gratis. Daarna kunnen schepen tegen betaling gebruik maken van walstroom. Met het aanbieden van deze en andere voorzieningen voor de binnenvaart wil de pro-

vincie in Zuid-Holland het goederenvervoer over water stimuleren. Gebruik van walstroom door de binnenvaart zorgt voor schonere lucht. In de directe omgeving is minder uitstoot van stikstofoxide en fijnstof. Ook gaat de uitstoot van CO2 omlaag. Bovendien hebben omgeving en bemanning zelf geen last meer van het geluid van draaiende generatoren. Walstroom zorgt daarmee ook voor een prettiger leefomgeving en een positief imago van de binnenvaart.

Walstroom is eenvoudig en snel te gebruiken door één uniform systeem van gebruik en betaling. Bij de ontwikkeling hiervan is samengewerkt door het Havenbedrijf Rotterdam, de provincie Zuid-Holland, Haven Amsterdam en de Drechtsteden. Een speciaal verkeersbord geeft de plaats van de walstroomkasten aan. Dit bord is opgenomen in de geplande herziening van het BPR (Binnenvaart Politie Reglement). Europoort Kringen • Mei 2010

69


energie

Van hype naar werkelijkheid

Elektrisch rijden in Nederland: een tussenstand

door Jiri Hartog

Met de komst van twee massageproduceerde elektrische auto’s van respectievelijk Nissan en Renault, en de steeds onstuimiger groei van een infranetwerk voor oplaadpunten in Nederland, lijken de condities hier klaar voor een brede uitrol van elektrisch rijden. Hoewel de media het voorbije jaar graag en veel berichtten over elektrische auto’s, leken lange tijd praktische drempels als dure batterijen en een kleine actieradius een brede introductie in de weg te staan.

E

ind dit jaar brengt fabrikant Nissan de elektrische auto Leaf op de Nederlandse markt. Hoewel de producent nog geen prijzen voor de Europese markt bekend wil maken, is er wel een indicatie hoe deze ongeveer zullen uitvallen. Eerder introduceerde Nissan de Leaf al in Japan en de Verenigde Staten en in dit laatste land bedraagt de adviesverkoopprijs 24.500 euro. Wanneer allerlei fiscaal voordeel wordt meegerekend, komt de verkoopprijs rond de 18.700 euro te liggen. In Japan is de Leaf verkrijgbaar vanaf 30.200 euro. Ook in Japan stimuleert de overheid het gebruik van elektrische auto’s. Inclusief subsidies komt de prijs van de Leaf daar uit op 24.000 euro. Lokale overheden Ervan uitgaande dat de prijzen voor de Europese markt op ongeveer hetzelfde niveau zullen zijn, zijn deze een stuk lager dan van een andere elektrische auto die hier verkrijgbaar is. Vorig jaar maart kwam het Noorse merk Think in Nederland op de markt, dat door importeur Elmonet wordt gedistribueerd. Volgens Joost Westhof van Elmonet -wat staat voor ‘Electric Mobility Netherlands’- lopen de verkopen van het elektrisch aangedreven stadsautootje uitstekend. “Think is de eerste elektrische auto die af-fabriek in Nederland op de markt is gekomen. In ruim een jaar tijd hebben wij er zo’n honderdvijftig verkocht”, zegt hij. De verkoopprijs van de Think is veertigduizend euro. Westhof vertelt dat vooral lokale overheden en gemeenten afnemer zijn van de Think. “Tot onze klanten behoren Schiphol, ABN Amro en G4S. Alliander heeft twintig Thinks rondrijden en heeft er onlangs nog tien bijbesteld. Ook de gemeente Amsterdam heeft er tien gekocht. Deze gemeente geeft bovendien een subsidie van vijftienduizend euro aan bedrijven die een elektrische auto aanschaffen.” Voor particulieren is de Think te duur, denkt de account manager van de importeur. “Weliswaar hoeven zij geen BPM en wegenbelasting te betalen, maar zonder verdere fiscale stimulering is aanschaf van de Think veelal geen haalbare kaart voor particulieren.” ••

70

Europoort Kringen • Mei 2010


Europoort Kringen • Mei 2010

71


C2 provides inspection, repair and maintenance services at a higher level That’s why we call it IRM2 Services: - Industrial Rope Access - Crane Inspection - NDT - Conservation - Inspection - Repair - Maintenance - Certification of PPE Tel.: +31 (0)88 2009 290 info@2goaccess.com www.2goaccess.com

info@crane-inspections.com www.crane-inspections.com

Wij houden van staal en daarom zorgen wij er graag goed voor Brabant Groep is een hechte alliantie van vier elkaar aanvullende bedrijven: Staalstraal Brabant, Brabant Mobiel, Straco Waspik en Brabant Mobiel Europoort. Postbus 63, 4900 AB Oosterhout Tel. 0162 428160, Fax. 0162 426478 E-mail info@brabantgroep.nl www.brabantgroep.nl 0040671.pdf 1

 

Wij houden van staal en daar zorgen wij er graag goed vo

 





Hofhoek 3 Poortugaal Tel.: 010 - 5016111 Fax: 010 - 5013650 info@binder.nl www.binder.nl

BrabantGROEN Groep is een hechte alliantie van INDUSTRIEEL vier elkaar REALISATIE EN INTEGRAAL BEHEERaanvullende bedrijven: Staalstraal Brabant, Brabant Mobiel, Straco Waspik en Brabant Mobiel Europoo

Bestekservice- en Advies, Terreininventarisatie, Integraal Terreinonderhoud, Maaiwerk Dijken & Vlakland, Chemische Onkruidbestrijding, Grond- & Straatwerk

BIN6018 ADV EUROPOORT.indd 1

30-10-2006 13:46:38

Gizom levert een compleet programma producten en halffabrikaten in

aluminium, koper en brons.

Postbus 63, 4900 AB Oosterhout In vrijwel elke afmeting. Wij kunnen meestal uit Tel. 0162 428160, Fax. 0162 426478 voorraad leveren. E-mail info@brabantgroep.nl UIT ONZE www.brabantgroep.nl

CATALOGUS www.gizom.nl

72

Europoort Kringen • Mei 2010

Aan de leiding in aluminium, koper en brons. Tel. (0598) 61 57 38. Fax (0598) 61 23 52.


energie Quick chargers De actieradius van elektrische auto’s is kleiner dan die van voertuigen die op fossiele brandstoffen rijden. Op een volle accu rijdt de Leaf zo’n honderdvijftig kilometer. Hoewel deze actieradius door technologische ontwikkeling zal toenemen, is het nu van groot belang voor een goede infrastructuur van oplaadpunten te zorgen. In Japan heeft Nissan niet alleen alle tweeëntwintighonderd dealers uitgerust met opladers van tweehonderdtwintig volt, ook staan bij tweehonderd dealers ‘quick chargers’. Deze laden binnen een half uurtje de accu tot op tachtig procent op. In enkele media dook het bericht op dat Nissan in Nederland zelf een netwerk van deze ‘quick chargers’ bij benzinestations zou willen bouwen. Onzin, volgens een woordvoerder van de autofabrikant. “Nissan levert de wagens, het realiseren van de infrastructuur van oplaadpunten laten wij aan bijvoorbeeld netbeheerders over.”

van de havenstad. Eneco werkt hierbij samen met onder meer het Rotterdam Climate Initiative, TNT en KEMA. “Inmiddels hebben wij vier NRGSPOT’s geplaatst”, vertelt woordvoerder Cor de Ruijter van het energiebedrijf. “Op de Wilhelminakade en bij het TNT-kantoor op de Karel Doormanstraat staan twee oplaadpunten met groene stroom voor auto’s. Wanneer de accu van een auto leeg is, duurt het zo’n acht uur om deze op te laden. Verder zijn er twee oplaadpalen voor fietsen en scooters bij fietsenstallingen bij De Meent en De Capelse Brug.” TNT rijdt met een aantal elektrische voertuigen en Eneco zal voor het eind van volgende maand vijftig elektrische auto’s in gebruik nemen. Volgend jaar heeft Eneco het streven het aantal van vier oplaadpunten uit te breiden naar zevenhonderdvijftig. Een ander initiatief had eind maart plaats bij snelwegstation BP De Lucht langs de A2, waar BOVAGdirecteur Koos Burgman officieel het eerste Elektrisch

••

Op een volle accu rijdt de Leaf zo’n honderdvijftig kilometer Sterke toename Vorig jaar oktober opende oud-premier Ruud Lubbers, zelf berijder van een ‘custom made’ elektrische Volkswagen, de eerste oplaadpaal voor elektrische voertuigen van de stichting E-laad. Hierin zijn vrijwel alle netbeheerders verenigd: Rendo, Enexis, Cogas, Delta, Endinet, Liander, Westland en Tennet. “E-laad.nl heeft zich tot doel gesteld om binnen drie jaar tienduizend oplaadpunten te plaatsen”, vertelt woordvoerder Jaap Nieuwenhuis. “Inmiddels staat de teller op dertig oplaadpunten, maar dit aantal zal de komende maanden zeer sterk toenemen. We gaan zonder twijfel snel naar een landelijk dekkend netwerk van oplaadpunten toe. Wij zijn vooral in gesprek met gemeenten, maar ook met Rijkswaterstaat en Prorail. Het kost deze instanties niets wanneer wij een oplaadpunt plaatsen. Het punt blijft in eigendom en beheer van E-laad.” Nieuwenhuis schat dat er in Nederland nu ongeveer honderd oplaadpunten staan, zowel publiek toegankelijk als geplaatst voor privégebruik. In Amsterdam werken energiemaatschappij Nuon en netbeheerder Alliander samen, waar nu enkele tientallen oplaadpunten staan geplaatst. Ook daar is het doel op korte termijn flink uit te breiden: binnen twee jaar moeten er tweehonderd oplaadpunten staan. NRGSPOT Eind 2008 plaatste Eneco op de Wilhelminakade in Rotterdam de eerste ‘NRGSPOT’ (spreek uit: ‘energyspot’)

Oud-premier Ruud Lubbers opende in oktober 2009 officieel de eerste oplaadpaal van de stichting E-laad.

Europoort Kringen • Mei 2010

73


Maatwerk in perslucht en koeltechniek

www.airconet.nl

Bezoekadres: Coenecoop 745 2741 PW Waddinxveen

Telefoon Fax E-mail

+31 (0)182 633 009 +31 (0)182 640 089 info@airconet.nl

Specialist in: • Luchtkoeling, verwarming en filtering • Proceskoeling • Persluchtsystemen Wij zijn u van dienst bij: • Verhuur (opp. lease) • Verkoop • Engineering • Service en onderhoud

Elektrotechniek en data- en telecommunicatie. Inspectie en veiligheid, keuren van handgereedschap en installaties. Gecertificeerd op de volgende gebieden: ISO 9001:2000, VCA**2004/04, Criteria voor Toezicht: 1999 en we zijn een erkend installatiebedrijf, volgens Regeling Brandmeldinstallaties NCP.

Pietersen Elektriciteit B.V. Westhavenkade 98, 3133 AV Vlaardingen, Postbus 259, 3130 AG Vlaardingen Tel. (010) 434 32 66, Fax (010) 434 24 65, E-mail: pe@pietersen.nl, Internet: www.pietersen.nl

74

Europoort Kringen • Mei 2010

Technische Dienst

Kijk voor meer informatie op www.pietersen.nl

Adv Pietersen 190X130.indd 1

Safety

Professionals in installatiewerk

Installatie Techniek

More than a solution.

26-04-2010 09:53:50


energie Belastingvoordeel en demonstratieprojecten Het in Petten gevestigde Energiecentrum Nederland (ECN) doet enkele aanbevelingen om de toepassing van battery electric vehicles (BEV) en fuel cell electric vehicles (FCEV) te stimuleren. Het doet dit in het vorige maand gepubliceerde rapport ‘A zero-carbon European power system in 2050: proposals for a policy package’. Beide technologieën bevinden zich in de demonstratiefase van de technology development cycle. Er zijn drie grote barrières die de introductie van BEV’s in de weg staan. Zo zijn de batterijen erg duur, zijn er een netwerk van oplaadpunten en versterking van het elektriciteitsnet nodig en moeten consumenten kunnen kiezen uit voldoende automodellen. Om deze hobbels te kunnen nemen, zal geïnvesteerd moeten worden in de ontwikkeling van batterijen. Ook pleit het ECN voor het opzetten van demonstratieprojecten. Dit helpt autofabrikanten hun modellen beter af te stemmen op de behoefte van de consument. Belastingvoordeel of andere vormen van subsidiëring zouden volgens het ECN ook de aanschaf van BEV’s kunnen stimuleren, al dient dit voorzichtig te worden gedaan. De vierde aanbeveling van het onderzoekscentrum is infrastructuur te bouwen, waar automobilisten hun voertuig kunnen opladen. Brandstofcel Voor wat betreft op brandstofcel rijdende voertuigen (FCEV) zijn er ook een paar belangrijke obstakels die genomen moeten worden. Allereerst is er het kostenaspect. Vanwege de hoge kosten van brandstofcellen, zijn deze voertuigen veel duurder dan conventioneel aangedreven modellen. Naarmate meer FCEV’s in gebruik worden genomen en de ervaringen ermee groter worden, zullen deze kosten dalen. Het tweede punt is hoe een distributieinfrastructuur voor waterstof op te zetten. Het befaamde kip/eidilemma komt hierbij om de hoek kijken. Autofabrikanten zullen niet enthousiast zijn brandstofcelauto’s te introduceren, die nergens kunnen tanken. Andersom zullen brandstofaanbieders op hun beurt geen vulstations willen bouwen, voor een te verwaarlozen klein aantal brandstofcelauto’s. Volgens het ECN zal er moeten worden geïnvesteerd in het onderzoek in en ontwikkeling van waterstofopslag en het verlagen van de brandstofkosten. Ook voor FCEV’s kunnen belastingvoordelen of subsidies helpen een stabiele markt voor dit type voertuigen te creëren.

Oplaadpunt (EOP) langs de snelweg opende. Tijdens de opening tankten enkele auto’s van energieleverancier EON hun accu vol. Mennekes-stekker De Nederlandse overheid heeft een ‘Formule E-team’ geformeerd om de introductie van elektrisch vervoer hier ‘tot een succes’ te maken. Prins Maurits van Oranje is voorzitter van dit team, dat moet fungeren als een spin in het web van organisaties en bedrijven die bij deze technologie zijn betrokken. Het kabinet heeft 65 miljoen euro uitgetrokken voor het stimuleren van elektrisch rijden en heeft het doel uitgesproken Nederland tot dé proeftuin voor elektrisch rijden te maken. Vorige maand maakte het team bekend een mogelijk praktisch struikelblok te hebben opgelost. In samenspraak met de marktpartijen Eneco, Essent, Nuon, Enexis, stichting E-laad, Better Place, 365 Energy Group, MisterGreen en UNETO VNU is gekozen voor één uniforme laadstekker. De keuze is gevallen op een stekker van Duits fabrikaat, de ‘Mennekesstekker’, die ook in België en Denemarken wordt gebruikt.

We gaan zonder twijfel snel naar een landelijk dekkend netwerk van oplaadpunten toe Batterijwisselstations Naast het opladen van de accu’s, is er nog een andere methode om elektrische auto’s van een ‘volle tank’ te voorzien: het omwisselen van lege voor volle accu’s. Het uit de Verenigde Staten afkomstige concept Better Place wil autobestuurders ‘een totaaloplossing’ voor elektrisch rijden bieden. Hiertoe behoren managementsystemen en verschillende opties voor de chauffeur om zijn elektrische auto op te laden. Hiervoor komen netwerken van oplaadpunten en batterijwisselstations. Het vullen van de accu bij een oplaadpunt kan ’s nachts thuis gebeuren, terwijl het wisselen van de batterij bij een wisselstation volgens Better Place niet langer dan tachtig seconden hoeft te duren. De inzet van batterijwisselstations verkleint de kans dat de bestuurder zonder elektriciteit strandt, en vergroot zijn actieradius. Hans de Boer, bij Better Place verantwoordelijk voor global development in West-Europa, streeft ernaar in 2012 in Nederland operationeel te zijn. Hij zegt nu vooral doende te zijn een investeringssom van honderdvijftig miljoen euro voor de infrastructuur bij elkaar te krijgen. Better Place draait al in Israël, Australië en Denemarken. Een andere op grote schaal geproduceerde auto, de Renault Fluence Z.E. (Zero Emission, red.) is geschikt voor de batterijwisselstations van Better Place. Dit Renault-model wordt begin volgend jaar in Nederland op de markt gebracht.

Europoort Kringen • Mei 2010

75


Tijdelijk of semi permanent behoefte aan extra warmte en/of energie? Uw bron van informatie bij het kopen of huren van ketelinstallaties voor stoom, warm en heet water. Verhuur

• warmwaterketels tot 8 MW • heetwaterketels tot 12 MW • automatische expansie-inrichtingen • stoomketelunits tot 28 barg van 400 kg/hr tot 16.000 kg/st • ontgassers, voedingswatertanks, ontharders • olietanks 3, 5, 10 en 20m3 • in container, buitenopstelling of romneyloodsen

Services

• 24 uurs storingsdienst • leidingwerkmontage • onderhoud • engineering

Milieuzorg

• Low-NOx installaties • geluidsbesparende omhuizingen • CE normering

www.ecotilburg.com Postbus 899, 5000 AW Tilburg - Hectorstraat 23, 5047 RE Tilburg - Tel: 013 5839440 - Fax: 013 5358315 - E-mail: info@ecotilburg.com

PIRANACONCEPTS.COM

TAS TECHNICS B.V. Ambachtweg 29a 2841 MB MOORDRECHT THE NETHERLANDS T +31 (0)182 373 182 F +31 (0)182 370 895

tastech@euronet.nl www.tastechnics.com

HEAT EXCHANGERS SHELL & TUBE / PLATES SHELL & PLATE / FINNED TUBES

L. TAS & Co. BVBA Dorp 38 2242 PULDERBOS BELGIUM T +32 (0)3 466 05 40 F +32 (0)3 466 05 49

info@tas.be www.tas.be


DuuRzaaMheiD

www.biosmeermiddelen.nl voor een schoner milieu Kopers en gebruikers van smeermiddelen en hydraulische oliën hebben sinds kort de beschikking over een schat aan informatie over milieuvriendelijkere alternatieven. Met de lancering van de website www.biosmeermiddelen.nl hebben geïnteresseerden toegang tot objectieve informatie over smeermiddelen en hydraulische oliën die minder toxisch en beter biologisch afbreekbaar zijn dan producten op basis van minerale grondstoffen. De gangbare minerale smeermiddelen zijn bij verlies schadelijk voor het milieu en de gezondheid. Overstappen op biologische alternatieven is een belangrijke ontwikkeling die gestimuleerd wordt door de overheid. Biosmeermiddelen worden echter nog maar beperkt gebruikt vanwege onbekendheid met de producten of de vermeende hogere kosten. Het gebruik van minerale smeermiddelen en hydraulische oliën kan bij lekkage leiden tot verontreiniging van bodem en grondwater, vormt een bedreiging voor flora en fauna, en voor onze drinkwatervoorziening. Lekkage kan plaatsvinden bij het gebruik van grondverzetmachines, tractoren, bosbouw- en baggermachines, kettingzagen en andere machines die in gevoelige gebieden worden toegepast. Ook bij wegen, bruggen, sluizen gemalen en beweegbare waterkeringen is het risico op vervuiling aanwezig. Door biosmeermiddelen te gebruiken, kunnen bijvoorbeeld grondverzetbedrijven,

aannemers, kraanverhuurbedrijven, agrarische ondernemers, loonbedrijven, scheepsbouwers, rederijen, bosbouwers en hoveniers maatschappelijk verantwoord ondernemen in praktijk brengen. In het kader van duurzaam inkopen heeft de overheid criteria opgesteld waaraan producten en diensten moeten voldoen. Een aantal van die criteria heeft betrekking op het gebruik van smeermiddelen en hydraulische oliën die minder toxisch en beter biologisch afbreekbaar zijn dan producten op basis van minerale grondstoffen. De website www.biosmeermiddelen.nl geeft opdrachtgevers zoals gemeentewerken, waterschappen en landschapsbeheerders aanknopingspunten bij het formuleren van eisen aan de aannemers en leveranciers waarmee zij in zee gaan bij het bouwen en onderhouden van infrastructurele werken. De website www.biosmeermiddelen.nl is ontwikkeld door onderzoek en adviesbureau IVAM UvA BV van de Universiteit van Amsterdam en het productschap Margarine, Vetten en Oliën in samenwerking met Rijkswaterstaat. Bezoekers van www.biosmeermiddelen.nl die op de hoogte willen blijven van ontwikkelingen op het gebied van biosmeermiddelen kunnen zich abonneren op een digitale nieuwsbrief.

MKB meer bereid tot duurzame toepassingen Ondanks de matige economische omstandigheden is de bereidheid om duurzame toepassingen te introduceren bij het Nederlandse midden- en kleinbedrijf (mkb) in twaalf maanden tijd met dertien procentpunten toegenomen, van 42 naar 55 procent. Zelfs als deze duurzame toepassingen een negatief effect hebben op het bedrijfsresultaat. Dit komt naar voren uit het jaarlijkse International Business Report (IBR 2010) van accountancy- en adviesorganisatie Grant Thornton. Uit de Grant Thornton Business Monitor van december bleek al dat 61 procent van mkb-bedrijven die de afgelopen twee jaar geld heeft geleend of wil gaan lenen via een bank, het bankkrediet wil besteden aan duurzame en/of innovatieve projecten. Uit hetzelfde onderzoek kwam tevens naar voren dat 87 procent van de ondervraagden zich bewust is van het feit dat voor projecten op het gebied van innovatie en duurzaamheid overheidssubsidies beschikbaar zijn. Frank Ponsioen, business leader mkb bij Grant Thornton: “Aan een ‘groene agenda’ zitten in toenemende mate financiële voordelen verbonden. Inmiddels lijkt de keuze voor duurzaam bij veel bedrijven verder te gaan dan het bouwen aan een ‘groen imago’. Zo ontwikkelt Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen zich tot een echte overtuiging.”

Europoort Kringen • Mei 2010

77


Warmtebehandeling, uit of thuis? Smit Gloeidienst al meer dan 60 jaar uw specialist in het uitvoeren van warmtebehandelingen te Cuijk of op locatie • gloeien in stationaire ovens tot 1400 °C • gloeien in mobiele ovens tot 1200 °C • spanningsarm gloeien, normaliseren en andere warmtebehandelingen • monteren en demonteren van krimpverbindingen • gloeien en voorwarmen m.b.v. inductieverwarming • gloeien en voorwarmen m.b.v. weerstandverwarming • diverse droogprocessen • verhuur en verkoop van gloeiapparatuur en toebehoren

Havenlaan 16 5433 NL Cuijk-Katwijk - Postbus 117 5430 AC Cuijk Tel: +31(0)485-316566 - Fax: +31(0)485-318732 - E-mail: info@sgd-nl.eu

www.sgd-nl.eu


OnDeRwiJS

Minder animo voor baan door crisis Het animo onder universitaire studenten om direct na hun studie te gaan werken, is laag. Slechts 32 procent van de laatstejaars geeft aan na afronding van de opleiding een baan te ambiëren. Van deze groep wil maar liefst veertig procent aan de slag in een traineeship. Tevens maakt slechts 26 procent van de studenten zich zorgen over het vinden van een eerste betrekking. Dit blijkt uit onderzoek onder elfhonderd studenten bij elf universiteiten in opdracht van Talentive, een initiatief van organisatieadviesbureau Twynstra Gudde. Uit het onderzoek blijkt dat tweederde van de laatstejaars studenten na afronding van hun opleiding niet zal kiezen voor een dienstverband. Doorstuderen (24 procent), stage lopen of reizen in het buitenland (23 procent) en promoveren (zes procent) behoren tot de belangrijkste alternatieven. Een minderheid (37 procent) denkt dat de economie zich in de komende twee jaar niet herstelt. Van de studenten die een baan gaan zoeken, verwacht 83 procent binnen drie maanden na de studie een geschikte functie te hebben gevonden. In hun eerste baan willen de bijna afgestudeerden het liefst werken voor een organisatie die uitgebreide opleiding- en ontwikkelingsmogelijkheden heeft voor starters (26 procent). Dit wordt gevolgd door een organisatie die een ideologisch doel heeft en maatschappelijk verantwoord onderneemt (zestien procent), een organisatie met een goede reputatie in zijn branche (vijftien procent) en een organisatie waarbij een goede werksfeer belangrijker is dan het maken van winst (veertien procent). Voor eerstejaars studenten is de mogelijkheid om snel carrière te maken belangrijker dan voor laatstejaars (respectievelijk zestien procent en zes procent). Daarnaast blijkt de hoeveelheid vakantiedagen de belangrijkste secundaire arbeidsvoorwaarde. Opvallend is dat, ondanks de crisis, 69 procent verwacht dat hun startsalaris hoger zal zijn dan het Nederlandse gemiddelde. Vooral mannen en studenten die een bedrijfseconomische studie volgen zijn erg optimistisch op dit punt. Toch is maatschappelijk verantwoord ondernemen voor driekwart van de ondervraagde studenten belangrijker dan het uitkeren van hoge bonussen. Tweederde van de studenten (65 procent) geeft aan dat vier tot zes maanden stage lopen dé manier is om kennis te maken met een organisatie. De nieuwe generatie eerstejaars studenten heeft bewust gekozen voor een studie waarbij de kans op het vinden van een baan groot is. Dit verschilt significant met de laatstejaars studenten. Slechts éénvierde (26 procent) van de studenten, vooral vrouwen, maakt zich zorgen om het vinden van een eerste baan. Zestig procent van de studenten geeft aan dat de afschaffing van de studiefinanciering een reden zou zijn om nominaal af te studeren.

Column ssen rianne roes

Onder tuop school...

eindexamens Gelijktijdig met het verschijnen van de verse groene blaadjes aan de bomen wordt het startsein gegeven voor de eindexamens in het voortgezet onderwijs. Binnen mijn locatie zijn dat een kleine tweehonderd vmbo examenkandidaten. Voorafgaande aan het eindexamen zit een periode van twee jaar van intensieve scholing en training waarin één vraag constant centraal staat: ‘Hoe motiveer ik als docent mijn leerlingen zodanig dat zij hun diploma halen?’ Als docent constateer ik dat de meeste leerlingen alleen gemotiveerd worden als er een cijfer te verdienen is. Met als absurd gevolg dat een groot aantal collega’s overal een toets van maken waardoor er mijns inziens te weinig ruimte en tijd overblijft voor het ‘echte’ doceren. Ten tweede stimuleert dit leerlingen om alleen nog maar te werken voor een cijfer. Het is dan erg moeilijk om de leerling bij de les te houden. In Amerika pakken ze het anders aan. Als experiment worden leerlingen op een aantal middelbare scholen in Chicago, Washington DC en New York City op een bijzondere manier gemotiveerd. Zij krijgen tijdelijk voor elke acht of hoger die zij halen op hun gemiddelde, vijftig dollar per schoolvak per vijf weken. De onderzoekers hopen zo niet alleen de schoolresultaten te verbeteren, maar ook het aantal drop-outs te verminderen. Helaas wijzen de resultaten anders uit. Op de gestandaardiseerde eindtoets wordt nauwelijks hoger gescoord dan door nog altijd onbetaalde klasgenoten. Jongens zijn wel vatbaarder voor het salaris dan meisjes. Gelukkig sta je er anno 2010 als docent in Nederland niet alleen voor en heeft de participatie van de ouder in het onderwijs zijn intrede gemaakt. Of deze goedbedoelde ondersteunende hulp altijd tot zijn recht komt, kun je je soms afvragen. Saskia Bruyn en Monique Schaminée schreven ‘Onderpresteren’ waarin zij stellen: ‘Overijverige ouder kweekt onderpresterend kind’ met tips voor ouders van leerlingen van de middelbare school die onderpresteren. Het boek is gebaseerd op hun eigen ervaringen. Volgens Bruyn en Schaminée moeten ouders deze verstikkende en demotiverende ‘hulp’ loslaten. Het schoolwerk is de eigen verantwoordelijkheid van het kind. Heeft hij/zij echter hulp nodig, dan kan het erom vragen. (Bron Trouw de Verdieping, 7 december 2009).

Europoort Kringen • Mei 2010

79


adv 90 x 130

VIEW ON

DEMOLITION, DIsMaNTLINg aND asbEsTOs rEMOvaL

13-02-2007

13:20

Pagina 1

Een beter milieu met duurzame isolatie

● INDUSTRIËLE ISOLATIE ● CONSTRUCTIEWERK DDM offers services in four main area’s; view on

DDM Demontage BV

demolition, dismantling and asbestos removal.

P.O. Box 253,

View on transport and logistics, view on industrial

3454 ZM De Meern

services and view on oilfield equipment and

Veldzigt 62,

services. The activities vary from the (petro)chemical

3454 PW De Meern

and offshore industry to the automotive and

The Netherlands

food sector in and outside Europe. DDM is a fully

T : +31 (0)30 666 97 80

certified company that works according to an

F : +31 (0)30 245 91 27

innovative and flexible policy now and in the future.

E : info@ddm.eu W : www.ddm.eu

www.ddm.eu

80

Europoort Kringen • Mei 2010

● ASBESTVERWIJDERING

Van der Linden & Veldhuis b.v. Edisonstraat 5 Postbus232 - 3130 AE Vlaardingen Telefoon 010 - 445 66 00 Telefax 010 - 435 64 80 Vestigingen: Sas van Gent Wormerveer

www.lindveld.nl


Energie

Europoort CO2 + glastuinbouw =

energiebesparing Wat is de verbinding tussen een raffinaderij en de kweek van paprika’s? Een ingenieus idee plus een besef van maatschappelijke verantwoordelijkheid. Een verslag.

door Paul Waayers

Het idee is verrassend simpel. Een raffinaderij stoot CO2 uit, dat verantwoordelijk is voor het broeikaseffect. Maar een andere branche, de glastuinbouw, kan die ‘weggegooide’ CO2 eigenlijk heel goed gebruiken voor de teelt. Bemesting met CO2 bevordert namelijk de groei van de teelt in die glastuinbouw. En dat levert economisch voordeel op en versterkt de concurrentiepositie van de Nederlandse glastuinbouw op de internationale markt.

D

e glastuinbouwers wekken die CO2 op met hun zogeheten Warmte Kracht Koppelinstallaties (WKK’s). Die WKK’s zorgen zowel voor warmte, elektriciteit voor onder andere de assimilatielampen, terwijl de CO2 uitstoot die met dit verbrandingsproces vrijkomt, gebruikt wordt voor de CO2-bemesting, waardoor de planten sneller en beter gaan groeien. CO2 uit een eigen WKK installatie heeft echter een paar nadelen. Allereerst kan de CO2 van de WKK niet zomaar de kas in gejaagd worden vanwege de aanwezigheid van etheen en NOx in de WKK-uitstoot; stoffen die een kweker absoluut niet in zijn kas wil hebben. Een rookgasreiniger op zijn WKK moet dat voorkomen. Daarnaast heeft een kweker in de zomer minder licht en warmte nodig, maar (afhankelijk van

zijn product) wel CO2. En dus verstookt zijn WKK in de zomer kostbare aardgas, dat weliswaar CO2 levert maar ook elektriciteit en warmte, die hij in feite op dat moment niet echt nodig heeft. Nu kan hij de opgewekte elektriciteit weer terugleveren aan het net en ook de warmte kan soms deels opgeslagen worden, maar het blijft toch al met al een onrendabel gedoe. Goed beschouwd is het dan extra wrang dat ondertussen op de relatief nabijgelegen industrie in het Europoortgebied gigantische hoeveelheden CO2 als ‘afval’ in de atmosfeer geloosd wordt. Hoewel, ‘afval’? Is ‘afval’ niet eigenlijk een synoniem voor ‘denkfout’? In het spanningsveld van die ‘denkfout’ ontstond een lumineus idee. Gassenleverancier Linde Gas (voorheen Hoek

••

Europoort Kringen • Mei 2010

81


Turnkey stoomsystemen Afvoergassenketels tot 30 ton/uur en 200 barg

Opleiding Veiligheid en Duurzaamheid in de Procesindustrie De chemische en petrochemische industrie heeft veiligheid hoog op de agenda staan. Aandacht voor veiligheid betekent hier met name zorgen voor veilige installaties en processen, voor een goed veiligheidsmanagement (organisatie) en voor het juiste gedrag van werknemers. Kennis van en inzicht in veiligheid vormen de basis van deze drie aspecten. De cursus biedt de cursisten daarom de kans actuele kennis en vaardigheden te verwerven die zij in hun dagelijkse werk kunnen toepassen. Bovendien is deze kennis ook van belang voor het terugdringen van mogelijke belasting van het milieu en het voorkomen van overlast voor omwonenden. Doelgroep:

Inhoud:

Start/Duur: Locatie: Cursusprijs:

Technologen werkzaam in de chemische of aanverwante procesindustrie (stafmedewerkers, plantmanagers, process engineers, veiligheidskundigen), medewerkers ingenieursbureaus, vergunningverleners en handhavers inspectiediensten. In de opleiding wordt aandacht besteed aan het veilig ontwerpen, bedrijven, onderhouden en wijzigen van installaties. Aan bod komen o.a. regelgeving, onderkennen gevaren, kwalificeren en kwantificeren van risico’s, risicobeheersing, instrumentatie, ATEX, PED, externe veiligheid, gedrag en cultuur, incidentenanalyse, milieuaspecten en duurzaamheid, gezondheidsrisico’s. De opleiding start in november 2010, duurt 8 maanden en omvat 13 lesdagen van 9.00 tot 17.00 uur. Utrecht  6.000,- voor de gehele cursus (incl. syllabi, tentamens, catering etc.). De mogelijkheid bestaat om losse lessen of lesdagen te volgen, hiervoor gelden aangepaste prijzen.

Aanmelden of meer info? Kijk op www.phov.nl of bel naar 030 231 82 12 of e-mail naar info@phov.nl

82

Europoort Kringen • Mei 2010


Energie Loos) en bouwconcern Volker Wessel staken de koppen bij elkaar en kwamen in 2005 tot de joint venture OCAP CO2 VOF, waarbij de afkorting OCAP staat voor Organic Carbon dioxide for Assimilation of Plants. De blauwdruk van OCAP is als volgt. Shell Pernis produceert grote hoeveelheden CO2. Die CO2 wordt nu niet meer de lucht ingeblazen maar afgevangen, gezuiverd en via een leiding naar de kwekers getransporteerd. Op hun beurt krijgen die laatsten de beschikking over uitstekende CO2, zodat zij hun op gas gestookte WKK’s niet meer hoeven te laten draaien voor uitsluitend het CO2-verhaal. Gevolg: een meer dan aanzienlijke besparing op deze fossiele brandstof in de glastuinbouw. De hergebruik-filosofie van OCAP vindt men ook terug in de logistiek. Voor het CO2 transport naar de kwekersgebieden wordt een 83 kilometer lange in onbruik geraakte olieleiding van de Nederlandse Petroleum Maatschappij gebruikt die tussen Rotterdam en Amsterdam ligt. Deze leiding bleek geschikt om het CO2 onder druk (die schommelt tussen de 16 en 22 bar) te transporteren. Worst case-scenario’s Geen onderneming zonder risico’s. Vandaar dat zowel TNO als het RIVM op zoek ging naar het risicogehalte van dit specifieke hergebruik van de voormalige ‘gepensioneerde’ olieleiding. Want hoewel CO2 ook door het menselijk lichaam zelf aangemaakt wordt, zijn te hoge concentraties in de omgevingslucht wel degelijk gevaarlijk vanwege het gevaar van verstikking. CO2 onttrekt namelijk zuurstof in de directe omgevingslucht. Daarbij is CO2 geur- en kleurloos en wordt dus bij relatief kleine, maar daardoor niet minder gevaarlijke, lekkages in eerste instantie niet snel opgemerkt. CO2 mag dan kleur- en geurloos zijn bij relatief kleine lekkages: tijdens een grote calamiteit daarentegen is het goedje zeker niet geruisloos. Een drukgolf,

en het geluid van ontsnappende CO2 zullen, om het heel zacht uit te drukken, in de decibellensfeer zeker worden opgemerkt. TNO en het RIVM gingen bij hun risicoonderzoek uit van het meest heftige worst case-scenario: een complete breuk in de hoofdleiding. De drukgolf die dan ontstaat, kan over een afstand van 17.5 meter om zich heen slaan. Gewonden door bijvoorbeeld rondvliegend glas en puin zijn in dat geval niet ondenkbaar. Tot een straal van maximaal honderdtachtig meter rond deze breuk, zo is de schatting, bestaat de kans op verstikking. Buiten die straal is het CO2 al dermate verdund met de buitenlucht dat het geen verstikkingsgevaar kan opleveren. Eenden De transportrisico’s bleken na onderzoek aanvaardbaar en goed beheersbaar. De gebruikte technologie is bekend van ervaringen met het aardgasnet, waar bovendien met aanzienlijk hogere druk wordt gewerkt tot aan veertig bar toe. Ondanks die beheersbaarheid kan er soms een probleem optreden, zo bleek in september en december 2008. Vlak naast de OCAP-leiding ter hoogte van Berkel Rodenrijs werden een aantal dode eenden aangetroffen. Aanvankelijk reageerde het Hoogheemraadschap Delfland niet op de eerste melding in september. Bij de tweede melding in december dat jaar schakelde de afdeling Lansingerland de DCMR in. Na metingen bleek dat CO2 de boosdoener was. De ogen gingen direct naar de OCAP CO2 leiding waar de stoffelijk overschotten der eenden waren aangetroffen. En inderdaad, op die plek lekte de leiding een bescheiden hoeveelheid CO2. Amper was deze melding binnen bij de OCAP of laatstgenoemde heeft onmiddellijk deze lekkage adequaat hersteld. Winst De ‘core business’ van Shell Pernis is niet de CO2-levering aan de glastuinbouw, maar olie. Die CO2-levering via

••

Europoort Kringen • Mei 2010

83


2071907 briefpapier.QXD

XTP600

01-06-2007

09:50

Pagina 1

LIBBENGA BV KONSTRUKTIEBEDRIJF Kotterstraat 20, 3133 KW Vlaardingen Postbus 119, 3130 AC Vlaardingen Telefoon 010 - 434 39 91 010 - 435 90 35 Fax 010 - 434 61 23 http://www.libbenga.nl e-mail: libbenga@wxs.nl

Explosie veilige paramagnetische zuurstof transmitter www.michell.com/nl

Michell Instruments Benelux BV Burgemeester van Campenhoutstraat 61 4921 KR MADE The Netherlands [31] 162 680471 nl.info@michell.com

Dauw Punt - Vocht - Zuurstof

Haaksbergen Tolstraat 26, 7482 DB Postbus 97, 7480 AB Telefoon 053 5728785 Fax 053 5727375

Postbank nr.: 290432

.

ABN-Amro nr.: 47.68.05.392

.

Inschrijvingsnr. K.v.K. Rotterdam 24232022

TILbUrg Aresstraat 3a, 5048 CD Postbus 5107, 5004 EC Telefoon 013 5780070 Fax 013 5780071

veenenDaaL De Smalle Zijde 16, 3903 LP Postbus 958, 3900 AZ Telefoon 0318 550466 Fax 0318 551528

DracHTen De Kiel 29, 9206 BG Postbus 731, 9200 AS Telefoon 0512 546269 Fax 0512 546279

www.meesvandenbrink.nl 84

Europoort Kringen • Mei 2010

info@meesvandenbrink.nl


Energie OCAP aan de kwekers is mooi meegenomen voor wat betreft hergebruik en duurzaamheid, waar Shell serieus zijn steentje aan wil bijdragen. Maar toch, als de productie bij Shell om wat voor reden dan ook minder CO2 oplevert (onderhoud, storingen, etc.) is de CO2levering aan OCAP voor Shell Pernis niet de eerste zorg. Daardoor kwam de levering van CO2 soms in de rode zone. Niet in de laatste plaats omdat OCAP qua CO2levering aan de glastuinbouw in een stijgende lijn zit. In 2008 werd door OCAP 282 ton CO2 geleverd aan de glastuinbouw. In 2009, crisis of niet, was dat 356 ton. De CO2-afname van één bron is een kwetsbare aangelegenheid. Vandaar dat de OCAP-jongens druk doende zijn om een tweede CO2-bron aan te boren. Mogelijk dat deze bron medio 2011/2012 operationeel wordt voor OCAP. Overigens is de winst voor een bedrijf om als CO2-bron voor OCAP beschikbaar te zijn niet zozeer financieel maar veel meer maatschappelijk. Een bedrijf als bron voor OCAP kan zich serieus beroepen op het feit dat hij maatschappelijk verantwoord onderneemt. En dat is in deze tijd van duurzaamheid wel degelijk een ijzersterk verkoopargument. Succes Dankzij Shell Pernis en ondanks alle weerbarstige praktijk is OCAP tot nu toe een succesverhaal. Tot dit moment belevert OCAP aan zo’n 550 glastuinbouwbedrijven CO2. Gezamenlijk besparen deze kwekers daarmee een gasverbruik dat overeenkomt met het jaarlijkse gasverbruik van een stad als Zoetermeer. Daarmee mag OCAP zich het grootste energiebesparingsproject tot nu toe noemen. Buiten deze aardgasbesparing bedraagt de verminderde CO2 uitstoot door WKK-installaties maar liefs 230.000 ton. Een dergelijk energie- en CO2-uitstoot besparend succes smaakt naar meer. Er zijn nu plannen om CO2 te gaan leveren aan de tuinders in de Zuidplaspolder. Het overgrote deel van de tuinders aldaar heeft al aangegeven om CO2 van OCAP te willen afnemen. Bovendien hebben de kwekers in dit gebied aangegeven per hectare meer CO2 te willen afnemen dan verwacht. De verwachting is dat begin 2011 de eerste CO2 levering door OCAP aan de tuinders kan worden geleverd. Ook in het nieuwe tuinbouwgebied PrimAviera in de Haarlemmermeer zou, als alles naar wens verloopt, in de eerste helft van 2011 het OCAP CO2 over de gewassen kunnen wervelen. De zoektocht van OCAP om zoveel mogelijk industrieel opgewekte zuivere CO2 ter beschikking te stellen van de glastuinbouw om daarmee de uitstoot van CO2 te beperken en tegelijkertijd een aanzienlijk gasverbruik te realiseren, heeft onder andere geleid tot het aangaan van een partnerschap met het Rotterdam Climate Initiative (RCI). In dit ambitieuze programma werken de gemeente Rotterdam, Havenbedrijf Rotterdam NV, DCMR Milieudienst Rijnmond en Deltalinqs samen om de CO2-uitstoot op het Rotterdamse grondgebied in 2025 met vijftig procent te doen afnemen ten opzichte

van 1990. OCAP is binnen RCI een van de belangrijkste pijlers om deze doelstelling te halen. Maatschappelijk probleem Om de CO2 uitstoot verder te beperken, is OCAP eveneens betrokken bij de ondergrondse CO2-opslag in twee lege aardgasvelden onder Barendrecht. In eerste instantie zal het lege aardgasveld onder Carnisselande afgevuld worden met 0.8 megaton CO2. Mocht dit positief verlopen, dan kan er nog negen megaton CO2 opgeslagen worden in het veld onder Barendrecht-Ziedewei. Overigens is ondergrondse opslag van CO2 niet uniek in Europa. Er lopen op dit moment soortgelijke projecten in Polen, Frankrijk, Oostenrijk, Duitsland en Algerije. Ondergrondse opslag heeft echter vele haken en ogen. Allereerst is het vreemd om een niet giftig gas op te gaan slaan in de bodem. Maar omdat CO2, ondanks de stevige milieudiscussies van dit moment, vooralsnog gezien wordt als de oorzaak van het broeikaseffect, lijken hergebruik in de glastuinbouw en ondergrondse opslag de enige opties om dat broeikaseffect als gevolg van CO2-uitstoot af te remmen. De enige winst van ondergrondse opslag is dus geen economische, maar een milieuwinst. Want er gaan een hoop kostbare handelingen aan die ondergrondse opslag vooraf. Na het afvangen van CO2 moet het gedroogd worden, daarna gecomprimeerd en tot slot vervoerd naar de lege gasbel. Daar aangekomen, stuit het op een maatschappelijk probleem. De bewoners van Barendrecht vrezen voor ontsnappende CO2 uit die ondergrondse berging. Ze doelen daarbij op een voorval dat op 26 augustus 1986 in Kameroen plaatsvond. In de nabijheid van het Nyosmeer overleden meer dan zeventienhonderd mensen toen uit het meer zelf een grote hoeveelheid CO2 ontsnapte. Precies 22 jaar later, op 16 augustus 2008 ontsnapte in het Duitse Mönchengladbach een pittige hoeveelheid CO2 uit een brandblusinstallatie, waardoor er 107 mensen opgenomen moesten worden in het ziekenhuis. En in datzelfde jaar sneuvelden dichter bij huis die eerder genoemde eenden in Berkel Rodenrijs. Toch is er geen reden tot bezorgdheid, zo menen de deskundigen. Boven de voormalige aardgasbel zit een afsluitende kleisteenlaag die miljoenen jaren lang voorkwam dat het gas ontsnapte. Aardgas waar overigens ook CO2 in zat. Tijdwinst Terug naar OCAP. Ondanks de gigantische besparing op aardgas en het hergebruik van CO2 ten behoeve van de glastuinbouw, is misschien wel de grootste winst… tijdwinst. Tijdwinst omdat een acuut probleem, de CO2 uitstoot, aangepakt wordt, waardoor de opwarming van de aarde vertraagt. Tijdwinst omdat door de OCAPinspanningen aanzienlijk minder aardgas verbruikt wordt, waardoor de eindige gasvoorraden langer meegaan. Het is die door OCAP gegenereerde tijdwinst die ruimte geeft voor de ontwikkeling en het economisch rendabel maken van meer natuurlijke energiebronnen zoals windmolens, getijdenenergie, zonne-energie, etc. Tot die tijd is iedere CO2-bron bij OCAP meer dan welkom. En draagt ieder bedrijf dat als CO2-bron fungeert voor OCAP bij aan het realiseren van werkelijk duurzame energieoplossingen in de verre toekomst.  Europoort Kringen • Mei 2010

85


k:

tis

gra n e e oor v u in n f rij Sch

oe bez


v o r k h e f t r u c k s

b . v .

Albert Plesmanweg 73 • 3088 GB Rotterdam Tel. 010-4293000 • Fax 010-4295656 www.vitesse-forklifts.nl

edrijf b r u u h r e V ks c u r t f e h k van vor

een dynamische Leasepartner in een dynamisch werkgebied • operational lease • flexlease • shortlease • vanpooling • personeels-vervoerprojecten • ontwerp en uitvoering autoregeling • beheer van uw eigen wagenpark • autohuur • voorloopauto’s • autotransport • 24 uurs service • schadelastbeheersing

U weet wat u wilt. Maar ook wat u niet wilt. En dát willen wij graag weten. Want alleen dan kunnen we uw wensen en onze mogelijkheden samenbrengen. Dat doen we inmiddels voor een groot aantal bedrijven die dagelijks van onze ervaring en kwaliteit profiteren. En daar zijn we best trots op! Met bijna 20 jaar ervaring in dit bijzondere werkgebied heeft V&M Leasing een eigen kijk op mobiliteit ontwikkeld. Een bijzondere aanpak is ook wel nodig als je letterlijk 24 uur per dag op je rijdende gereedschap moet kunnen vertrouwen. Nieuwe of tijdelijke werknemer, proeftijd, onzeker economisch klimaat, aparte voertuigen… soms voldoet een standaard leasecontract. Maar meestal niet. En dat prikkelt onze creativiteit, maakt ons enthousiast en ja, soms zelfs wat eigenwijs. Maar dat is wél de manier om samen tot een gedegen invulling van uw mobiliteitsbehoefte te komen. “Outsourcing” tot het niveau dat u wenst. Snel, flexibel en vooral persoonlijk. Want we zitten in de buurt en dat werkt wel zo prettig. Zullen we eens een afspraak maken?

V&M LEASING BV | Christiaan Huygensweg 14 | 3225 LD Hellevoetsluis | Telefoon: +31(0)181-395520 | Fax: +31(0)181-324424 | E-mail: info@venmleasing.nl | Internet: www.venmleasing.nl

Europoort Kringen • Mei 2010

87


agenda 18-19 mei, Zoetermeer Onboard Noise and Vibration Inl.: HME, tel. 010 4444333 18-20 mei, Hardenberg Klein Transportbeurs Inl.: Evenementenhal Hardenberg, tel. 0523 289898, fax 289800 19-20 mei, Rotterdam Industrie & Milieu Inl.: www.easyfairs.com 19-20 mei, Doorn Onderhandelen zonder conflicten Inl.: PAO Techniek, tel. 015 2788350, fax 2784619, www.paotechniek.nl 19-20 mei, Breda Grafisch Design voor niet-grafici Inl.: www.euroforum.nl/grafisch 19-21 mei, Madrid GENERA 2010 Inl.: www.genera.ifema.es 20 mei, Gouda Vaart maken met kennis CUR B&I dag Inl.: www.curbouweninfra.nl 20 mei, Soestduinen Congres ‘Van later zorg naar NU’ Inl.: www.werkenmantelzorg.nl 26-27 mei, Veldhoven Vision & Robotics 2010 Inl.: Mikrocentrum, tel. 040 2969911, fax 2969920, www.vision-robotics.nl 26-27 mei, Utrecht Omgaan met macht en politiek in uw werk Inl.: PAO Techniek, tel. 015 2788350, fax 2784619, www.paotechniek.nl 28 mei, Utrecht Basiscursus Bodemrisicobeoordeling Inl.: tel. 0182 540850, www.bodembreedacademie.nl 31 mei, Utrecht Veiligheid & Milieu Inl.: PAO Techniek, tel. 015 2788350, fax 2784619, www.paotechniek.nl 1 juni, Rotterdam Rotterdam Energy Port 2010 Inl.: www.managementproducties.com

88

Europoort Kringen • Mei 2010

1 juni, Utrecht Analytical Techniques Inl.: PAO Techniek, tel. 015 2788350, fax 2784619, www.paotechniek.nl

16-17 juni, Zeist Leidinggeven aan uw (project)team Inl.: PAO Techniek, tel. 015 2788350, fax 2784619, www.paotechniek.nl

1 juni, Utrecht Statische Elektriciteit Inl.: PAO Techniek, tel. 015 2788350, fax 2784619, www.paotechniek.nl

24 juni, Rotterdam 9e Nationale Conferentie voor de Postmarkt Inl.: Studiecentrum voor Bedrijf en Overheid, www.sbo.nl/postconferentie

1-2 juni, Delft Diepwanden; actuele bevindingen Inl.: www.pao.tudelft.nl, tel. 015 2784618 2-4 juni, Shanghai Aquatech China Inl.: www.aquatech@rai.nl 3 juni, Rotterdam Rotterdam Offshore Industry ‘10 Inl.: Management Producties, tel. 010 4350477 3 juni, Almelo Nationale Distributiedag 2010 Connecting Eastern-Europe Inl.: www.ndd-congres.nl 4 juni, Gorinchem Seminar ‘Financiersmogelijkheden in de Scheepsbouw’ Inl.: Scheepsbouw Nederland, tel. 079 3531165 8-10 juni, Turijn INTERtunnel 2010 Expo Ferroviaria Inl.: MackBrooks, tel. +44 1284 788088, fax 787250 9-10 juni, Doorn Overtuigend argumenteren, adviseren en presenteren voor technische professionals Inl.: PAO Techniek, tel. 015 2788350, fax 2784619, www.paotechniek.nl 14-18 juni, Moskou Handelsmissie: Energie efficiency in de gebouwde omgeving - naar Moskou en Jekaterineburg Inl.: Marcel van Haren, branchemanager Cleantech Holland, tel 079 3531273, mobiel 06 55328742, mvh@fme.nl 15-16 juni, Driebergen Dispersies in de industrie Inl.: PAO Techniek, tel. 015 2788350, fax 2784619, www.paotechniek.nl

easyFairs® INDUSTRIE & MILIEU Twee dagen lang zal op 19 & 20 mei 2010, Ahoy in het teken staan van Milieutechniek. Deze jaarlijkse vakbeurs onderscheidt zich in de eerste plaats door haar industriële invalshoek. Dit event richt zich naar de industriële markt en biedt een uitgebreid scala aan innovatieve oplossingen en diensten in alle deelaspecten van de milieumarkt zoals afvalmanagement, (afval)water- & emissiebehandeling, bodemonderzoek en energietechnologie. easyFairs® INDUSTRIE & MILIEU heeft zich in korte tijd ontwikkeld tot een milieuplatform waarop milieuprofessionals uit het bedrijfsleven en uit de publieke sector, elkaar ontmoeten in hun zoektocht naar duurzame en innovatie milieuoplossingen van diverse oorsprong. Mede dankzij samenwerkingen met Agentschap NL, TIM (Total Industrial Maintenance) en Deltalinqs presenteert easyFairs parallel een exclusief Energiecongres op 19 mei en een zeer kwalitatief learnShopsprogramma verdeeld over de twee beursdagen. Onderwerpen zijn: energy efficiency, subsidie beleid, onderhoud en innovatie. In samenwerking met VLM (Vereniging van Leveranciers van Milieutechnologie) is een VLM-lounge opgezet, samengesteld uit een tiental VLM-leden. Zij zullen bezoekers begeleiden en adviseren in hun zoektocht naar milieutechnische oplossingen. Gemeenschappelijk kenmerk van VLM-leden is het bezit van milieuspecifieke kennis, die wordt toegepast in installaties ter vermindering of voorkoming van milieubelastende emissies. Deelnemers aan de VLM-lounge zijn o.a.: Afmitech Firesland, Bakker Magnetics, Bosman Watermanagement, International Bulk Handling Technology, Nijhuis Water Technology, Pieralisi Benelux, Rayvin Zytech Energysystems, Smulders Machine en Apparatenbouw, Uniqfill Air. In samenwerking met mediapartner MilieuMagazine presenteert easyFairs® INDUSTRIE & MILIEU tevens de EEP-Award. Dit is een Europese prijs van erkenning die milieutijdschriften geven aan


innovaties op het gebied van milieutechnologie. MilieuMagazine organiseert de Nederlandse voorronde voor de EEP-Award al een groot aantal jaren in samenwerking met VVM, ONRI, TNO, VLM en easyFairs® INDUSTRIE & MILIEU. Jaarlijks kan iedereen zich voor de EEPAward inschrijven: kleine en grote bedrijven, overheden, not-for-profitorganisaties, kennis- en onderwijsinstellingen, individueel of samen. De voorronde van de EEP-Award Nederland zijn altijd in het voorjaar. De grandefinale van de EEP-Award is altijd in het najaar tijdens de Pollutec in Parijs. Ruim vijftien jaar geleden is de EEP-Award in het leven geroepen door drie Europese milieu vaktijdschriften. MilieuMagazine van Kluwer is medeoprichter van de EEP en de EEP-Award.

Logistiek seminarie

Hoe speelt men slim in op toekomstige automatiseringsoplossingen voor logistieke centra? Hoe bereidt men het bedrijf voor op de nieuwe uitdagingen voor CEP-, EDCen DC-operaties? Het zijn de kernvragen tijdens het logistieke seminarie dat Egemin Automation op donderdag 20 mei aanstaande organiseert in samenwerking met partner SICK, specialist in factory, logistics en process automatisering. Een niet te missen aanrader voor warehouse, engineering en projectmanagers, verantwoordelijken voor logistiek en procesoptimalisatie, automation engineers en logistieke experts. Vier experts in logistieke oplossingen geven op het seminarie van 20 mei hun visie op het logistieke centrum anno 2015. Eerst komt Luc Vervoort, Engineering Manager EMEA Logistics Centre bij Nike, aan het woord. Hij belicht de toekomstige evolutie van logistieke centra en onderzoekt welke competenties nodig zijn om de vele uitdagingen het hoofd te kunnen bieden. Bernd von Rosenberger, Strategic Industry Manager Logistics van SICK, gaat verder op de ingeslagen weg met een uiteenzetting waarin ‘short lead times’, ‘just in time deliveries’, ‘legal for trade’ en ‘late order acceptance’ sleutelbegrippen zijn. Richard Hagen, Videocoding en OCR Specialist bij Prime Vision, spitst zich toe op een geoptimaliseerde efficiëntie van CEP-, EDC- en DC-operaties met behulp van Videocoding en Optical Character Recognition. Henk Deloof, Sales Manager Egemin Automation, sluit het rijtje met een kijk naar hoe actuele markttrends zullen bijdragen aan de logistieke automatiseringsoplossingen van de toekomst. Niet alleen is een demonstratie gepland waarbij de uitgebreide mogelijkheden van

de OCR-technologie in de praktijk worden getoond, ook een live demo van Egemins E’tl-oplossing voor automatische vrachtwagenbelading staat op het programma. Deelnemers brengen ten slotte nog een bezoek aan drukkerij DeckersSnoeck, waar een automatische hoogmagazijnkraan in real life aan het werk is. Ook dit is een realisatie van Egemin Automation. Het seminarie vindt plaats in Zwijndrecht, België, van 12.30-17.30, tel. +32 3 6411357, www.egemin.com

Cursus voor adviseurs/ installateurs Het ontwerpen, berekenen en de uitvoering van een elektrische installatie is duidelijk anders geworden en de installateur zal, net als in de utiliteitsbouw, vanaf het begin bij een project betrokken moeten worden. Dat vereist up-to-date kennis van de mogelijkheden. Speciaal voor installateurs en adviseurs organiseert de Stichting Elux 2 juni een cursusmiddag in Zoetermeer, waarbij alle zaken van het Elux-installatieconcept aan de orde komen. Tijdens deze cursus worden de volgende onderwerpen behandeld: Nieuwe begrippen EDN en IBN; het inhoudelijke van de algemene voorwaarden; behandeling van het Elux-installatieconcept; veelgestelde vragen (FAQ); aandacht voor bouwsystemen en bestekinformatie zoals STABU; aandacht voor het ontwerp en de tekenmethode; groepenindeling van zowel EDN als IBN. Voor meer inlichtingen: Stichting Elux, tel. 088 4008437, www.elux.nl

Rotterdam Offshore Industry 2010 Op 3 juni vindt in Sociëteit De Maas de businessmeeting Rotterdam Offshore Industry 2010 plaats. In de eerste ronde om 13.30 uur staat ‘Offshore On Sea’ centraal. Sprekers zijn: Michiel Wijsmuller, directeur Offshore Ship Designers, Bram van Mannekes, secretaris-generaal NOGEPA, Rob Luijnenburg, manager offshore servey Fugro, Johan Pennenkamp, voorzitter CEDA, George Bakker, managing director Eneco en Michael Kahn, CEO Jumbo Offshore. Om 15.30 begint dan de tweede ronde met als centraal thema ‘Offshore On Shore’ waarin Michiel Wijsmuller in gesprek gaat met Gerrit-Jan Schepman, manager marketing & business development Gusto MSC, Joop Roodenburg, CEO Huisman Equipment, Hein van Ameijden, algemeen directeur Damen Schelde Naval Shipbuilding, Twan Voogt, commercieel directeur IHC Merwede Offshore & Marine

en Harold Linssen, managing director Keppel Verolme. Voor meer inlichtingen: www.managementproducties.com

Conferentie ‘Effectiveness of EU Rail Policy’ Hoe effectief is regelgeving vanuit de Europese Unie voor de rail sector in Europa tot nu toe geweest? Hebben de EU richtlijnen de lidstaten daadwerkelijk eerlijke concurrentie opgeleverd in de afgelopen jaren? Deze en andere vragen worden gesteld en beantwoord tijdens de internationale conferentie ‘Effectiveness of EU Rail Policy’. De conferentie vindt in Brussel plaats op 22 juni a.s. De organisatoren van de bekende Europese vakbeurs in de branche, Rail-Tech Europe, zijn de initiatiefnemers van deze conferentie. Zij constateerden de aanwezige behoefte in de railmarkt aan een ontmoetingsmoment waar de doelmatigheid en de voortgang van deze grensoverschrijdende regelgeving kan worden besproken en bediscussieerd. De conferentie wordt georganiseerd in samenwerking met het Institute for Transport Studies verbonden aan de Universiteit van Leeds in Engeland. Dit instituut heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar dit belangrijke onderwerp voor de Europese rail sector.

 De conferentie heeft de volgende thema’s: Europees spoorbeleid, regelgeving, concurrentie in de reizigersmarkt en concurrentie in de markt voor vrachtvervoer. Elke sessie eindigt met een forumdiscussie. Hooggekwalificeerde sprekers delen hun vakkennis, ervaringen en standpunten met het publiek. In de sessie over het EU-beleid op railgebied zijn reeds bevestigde sprekers bijvoorbeeld Maurizio Castelletti, werkzaam bij DG TREN, Johannes Ludewig, executive director bij de Community of European Railway and Infrastructure Companies (CER) en Chris Nash van het Britse Institute for Transport Studies. Andere sprekers die zich op dit moment al hun medewerking toegezegd hebben zijn Karsten Otte, werkzaam voor de Duitse Bundesnetzagentur en Emile Quinet van het Franse Instituut PSE-ENPC (School of Economics ˆ École des Ponts ParisTech). Beiden delen hun deskundigheid met de toehoorders in de sessie over regelgeving. Concurrentie in de reizigersmarkt wordt als thema behandeld door Michel Quidort, voorzitter van de European Passenger Transport Operators (EPTO) en Jan-Eric Nilsson van het Zweedse National Road and Transport Research Institute (VTI). Voor meer inlichtingen: Europoint, tel. 030 6981800.

Europoort Kringen • Mei 2010

89


• Persluchtgedreven testpompen, 0 - 5000 bar • Persluchtgedreven testsystemen, 0 – 5000 bar • Persluchtgedreven gasboosters, 0 – 1250 bar • Persluchtgedreven persluchtdrukverhogers , 0-90 bar

Globe Test Equipment b.v. Eikenlaan 261e 2404 BP Alphen aan den Rijn

KAATMOSSEL.indd 1

90

Europoort Kringen • Mei 2010

T +31 (0) 172 426608 F +31 (0) 172 426607 E info@globe-benelux.nl W www.globe-benelux.nl

09-03-10 15:42


Mensen in bedrijf Prof.ir. B. Immers is benoemd tot wetenschappelijk directeur van onderzoekschool TRAIL en hoogleraar Transport, Infrastructuur en Logistiek aan de TU Delft. Hij studeerde in 1974 af als civiel ingenieur aan de TU Delft, met als specialisatie Verkeerskunde. In de periode 1974 tot 1976 was hij als wetenschappelijk medewerker in dienst van het Neder­ lands Vervoerswetenschappelijk Instituut (thans NEA). Van 1976 tot 1993 was hij ook al verbonden aan de TU Delft, aan de Faculteit der Civiele Techniek, Vakgroep Verkeer. Vanaf 1984 in de functie van Universitair Hoofddocent in de Verkeerskunde en vanaf 1992 tevens in de functie van secretaris-directeur van onderzoekschool TRAIL. Daarna volgde een overstap naar TNO. Vanaf augustus 1993 was Immers als senior adviseur, en vanaf 2002 tot en met 2009 als senior research fellow werkzaam bij de afdeling Verkeer en Vervoer van TNO Inro (nu TNO Mobiliteit & Logistiek). Van oktober 1996 is hij tevens deeltijd hoogleraarschap Verkeer en Infrastructuur aan de KU Leuven. Voorts is hij werkzaam als zelfstandig adviseur en lid van het ExpertiseCentrum VerkeersManagement.

(foto Lenny Suvaal)

De Rotterdamse havenwethouder L. Bolsius speldde op 8 april bij de Marine Club Rotterdam (MCR) scheidend penningmeester R. van der Graaf de versierselen op die horen bij de Wolfert van BorselenH. van Dijk-Hausmann penning. Eveneens en R. van der Graaf scheidend uitvoerend secretaris H. van Dijk-Hausmann kreeg de Erasmus-speld uitgereikt. Geruime tijd is Van der Graaf actief voor de Rotterdamse publieke zaak; veelal naast zijn dagelijkse werkzaamheden voor de Port of Rotterdam Authority ofwel het Havenbedrijf Rotterdam. Zijne Majesteit Koning Harald van Noorwegen erkende in 1996 al de grote rol die Van der Graaf in internationaal verband speelt. De Noorse koning verhief hem in de rang van Officier in de Koninklijke Noorse Orde van Verdienste. Van Dijk was en is nog steeds de spin in het web van de vereniging en daarmee de Rotterdamse samenleving. Ze kent de Rotterdamse gemeenschap zowel bedrijfsmatig als bestuurlijk. Ze beheerde aanvankelijk via het Rotterdamse

bureau Uyterwijck & Partners en later als zelfstandige twintig jaar lang het secretariaat van de MCR en daarnaast onder meer van de Rotterdamse afdeling van de Maatschappij voor Nijverheid en Handel en de Club Rotterdam. Saint-Gobain Weber heeft B. Huysmans (45) benoemd tot Algemeen Directeur van Saint-Gobain Weber Beamix. Hij volgt M. Kooij op, die per 1 februari in dienst is getreden als Managing Director van Saint-Gobain Weber GmbH in Duitsland. Huysmans is zijn carrière in 1987 begonnen bij Océ van der Grinten. Na ruim vier jaar maakte hij de overstap naar Beamix, waar hij diverse functies binnen de Benelux organisatie bekleedde. Als lid van het managementteam gaf hij mede vorm aan de integratie van Beamix in de Maxit groep. In 2006 maakte hij de overstap naar het hoofdkantoor van Maxit in Zweden, waar hij als Purchasing Manager verantwoordelijk was voor de inkoopactiviteiten van de groep. De afgelopen twee jaar is hij nauw betrokken geweest bij de integratie van Maxit in SaintGobain Weber, de wereldwijde industriële mortelactiviteit van Saint-Gobain. Atos Origin heeft P. Verkouden benoemd tot vice president Energy & Utilities. Hij was tot voor kort consultant bij Equa Terra. Eerder werkte hij elf jaar bij Atos Origin. Oranjewoud benoemt een nieuwe directie voor het Ingenieursbureau in Nederland: R. van Dongen en M. Smits, beiden reeds jaren werkzaam als managers bij Oranjewoud, zijn benoemd tot directeuren van het advies- en ingenieursbureau. De nieuwe directie zal de divisies Ruimte & Mobiliteit en Milieu & Veiligheid als één R. van Dongen en organisatie aanstuM. Smits ren. Daarnaast zal de focus op ondernemerschap, innovatie en talentmanagement worden versterkt. In België zal K. Van Malderen, voorheen directeur Milieu & Veiligheid in Nederland, leidinggeven aan de uitbouw van de activiteiten en de positie van het advies- en ingenieursbureau Soresma. Voormalig directeur Ruimte & Mobiliteit drs. J. Zegwaard is per 1 april benoemd als operationeel directeur voor MWH Noord-Europa.

M. Söding (48) is benoemd tot voorzitter van de Raad van Bestuur van Schaeffler Automotive Aftermarket GmbH & Co. oHG in Langen, Duitsland. Als lid van de directie was Söding bij Schaeffler Automotive Aftermarket laatstelijk verantwoordelijk voor marketing en verkoop. Hij begon zijn carrière in 1989 bij Pirelli Deutschland, M. Söding gevolgd door periodes dat hij werkzaam was voor Accumulatorenwerke Hoppecke, Knorr Bremse en Exide Automotive. Gedurende de laatste acht jaar bekleedde hij een leidende positie bij de aftermarket-specialist Schaeffler Automotive. De benoeming van Söding tot voorzitter viel samen met de reorganisatie van de Raad van Bestuur. Inspelend op de eisen en wensen van de aftermarketklant is de RvB nu georganiseerd naar de business units Producten, Supply Chain Management, Marketing, Strategische Planning en Logistiek. De directie is nu voltallig en bestaat uit: Dr. R. Felger (Producten), M. Junker (Supply Chain Management), M. Losleben (Marketing), J. Schüler (Strategische Planning), W. Schultz (Logistiek) en M. Söding (voorzitter van de Raad van Bestuur). Vanaf 1 april is G. Bravenboer (38) directeur van de divisie Industry Automation & Drive Technologies binnen Siemens Nederland N.V. Hij is sinds 2003 werkzaam bij Siemens en is de afgelopen drie jaar verantwoordelijk geweest voor de business unit Verkoop Industriële Producten. Daarvoor heeft hij in verschillende technische en commerciële funcG. Bravenboer ties, zowel binnen als buiten Siemens, ruime ervaring opgedaan in de industriële automatiserings- en aandrijftechniekbranche. M. van den Hoek (55) is benoemd tot divisiedirecteur van Spie-Asset Management. Hij werkte hiervoor bij Emerson.

Europoort Kringen • Mei 2010

91


HBVlocksystems

anti vibration bolt securing systems

Offshore Petrochemie Industrie Bouw Scheepvaart

Maatwerk voor elke tak van industrie Wij zijn gespecialiseerd in het leveren van maatwerk

Uitgevoerd in verscheidene metaalsoorten Titanium alloy, Duplex stainless, Carbon steel, etc

100% borging bij kritieke boutverbindingen Extreme microbewegingen, hitte expansie of corrosie.

Professionele service

Product ondersteuning d.m.v. product demonstratie op locatie.

HBV Locksystems Maasambacht 11 2676 AW Maasdijk

"When safety comes first"

T 0174 - 510 810 F 0174 - 518 157 E info@hogervorst-bv.nl

www.hogervorst-bv.nl


Boekbespreking Ondernemen voor de planeet

1. Nina - De Onweerstaanbare Opkomst van een Power Lady E. Smit Uitgeverij Prometheus E19,95 2. Vastgoedfraude - Miljoenenzwendel aan de top van het Nederlandse bedrijfsleven V. van der Boon & M. van der Marel Uitgeverij Nieuw-Amsterdam E22,50 3. 4. 5.

50 Succesmodellen M. Krogerus en R. Tschappeler Uitgeverij Podium E15,00 Prooi Blinde trots breekt ABN AMRO       Jeroen Smit Prometheus E19,95 Palm Invest D. Bartels Uitgeverij Carrera 

E16,90

6. De Geldpomp - Hoe Nederland de Miljoenen Verdeeld G. Herderschee Uitgeverij Balans E17,50 7. Veranderend Getij Marcel Metze Uitgeverij Balans

E19,50

8. Superfreakonomics S. Levitt & S. Dubner Uitgeverij De Bezige Bij

E19,90

9. Een Werkweek van 4 Uur T. Ferriss Uitgeverij de Boekerij

E19,95

10. Presenteren? Alles mag! D.J. de Grood & J. Iedema Uitgever Academic Service

E19,95

Evenwicht tussen economie en ecologie, Sylvain Darnil en Mathieu Le Roux laten zien dat het mogelijk is. Ze reisden de wereld over op zoek naar mensen die de handen uit de mouwen steken, met nieuwe vindingen komen en met hun oprechtheid en daadkracht inspirerende projecten van de grond tillen. 
De vrouwen en mannen die in dit boek aan het woord komen, zijn met hart en ziel ondernemer. Tegelijk hebben ze begrepen hoe groot de gevaren zijn die onze planeet bedreigen. En ze zijn vastbesloten de situatie niet te óndergaan, maar ervóór te gaan om oplossingen te vinden. Zij leveren ieder vanuit hun eigen cultuur, omgeving en overtuiging een positieve bijdrage aan de verduurzaming van de aarde.
Ondernemen voor de planeet is drager van een optimistische boodschap en toont aan dat het mogelijk is om oplossingen te vinden die anders zijn, maar even doeltreffend. Even aangenaam en winstgevend, maar veel duurzamer en met veel meer respect voor de mens en zijn omgeving. Sylvain Darnil (1980) en Mathieu Le Roux (1977) reisden rond de wereld, bezochten 38 landen en analyseerden 113 duurzame initiatieven. Tachtig daarvan selecteerden zij voor dit boek. Met een voorwoord van Anne-Marie Rakhorst, directeur-eigenaar van Search, een internationaal opererend ingenieurs- en adviesbureau met een opleidingsinstituut, laboratorium en dienstenaanbod op het gebied van duurzaamheid. Een uitgave van Scriptum, E24,95.

Jeukende handen? Stop ze in je zakken! Presteer meer door minder te managen. Ruim zestig procent van de managers schuift problemen voor zich uit, in plaats van ze aan te pakken. Ook zegt ruim tachtig procent van de managers zich wel eens machteloos te voelen. Nog een opvallende uitslag: bijna negentig procent van de managers ziet het bereiken van resultaten niet als de eerste taak. Bovendien blijkt hun zelfbeeld vaak niet te kloppen met de werkelijkheid of het beeld dat medewerkers van hen hebben. Alle managers hebben een eigen stijl, zeggen de auteurs, maar vaak wordt die stijl hun comfortzone. Dan zijn managers onvoldoende effectief, eigenlijk gewoon omdat ze er geen zin in hebben om dingen te doen búiten hun comfortzone. ‘Gemakzuchtig’ is het woord dat zij in hun boek gebruiken. In het managementboek ‘Jeukende handen? Stop ze in je zakken!’ brengen Remko

Iedema en Bram Wattel die comfortzones in kaart en laten ze zien hoe managers effectiever kunnen zijn door juist andere interventies aan te leren. Meestal, zeggen ze, moet je eerst leren om uit die comfortzone te komen. In het boek doen zij verslag van het onderzoek dat zij deden naar het zelfbeeld van managers. Dat blijkt vaak niet overeen te komen met de werkelijkheid of met het beeld dat medewerkers van hen hebben. De meeste managers zien zichzelf als ‘leider’. Maar volgens veel medewerkers is ‘twijfelaar’ een betere omschrijving. Managers zien zichzelf ook als sociaal. En laat dat nou precies zijn wat medewerkers aan hen missen! Ruim zeventig procent van de managers kan naar eigen zeggen uitstekend delegeren, maar eenzelfde percentage zegt juist vaak in te grijpen in de uitvoerende taken van hun medewerkers. Nog eens 84 procent van de managers heeft het ‘machteloze’ gevoel wel eens tekort te schieten. Deze leidinggevenden zouden vooral meer willen doen op het gebied van sturing en aandacht voor de eigen medewerkers. Soms bereik je meer effect door minder te doen, is de boodschap van Iedema en Wattel. Maar dat minder-doen (of nietsdoen) veronderstelt wel dat je je zaakjes op orde hebt en dat je goed inzicht hebt in je eigen stijl en de onderliggende drijfveren. Wie dat voor elkaar heeft, kan wat vaker doen waar iedere leidinggevende stiekem van droomt: die jeukende handen in je zakken stoppen en je energie richten op andere zaken. Het boek is uitgegeven bij UitgeverijPepijn en kost E23,95.

Michiel Muller Als (beginnend) ondernemer wil je weten welke strategieën werken en welke niet. Die kennis haal je niet uit theoretische managementboeken; dat hoor je het liefst van een echte ondernemer die het allemaal ervaren heeft. Michiel Muller bouwde op jonge leeftijd samen met oprichter Marc Schröder de benzineketen Tango uit tot een internationaal succes. Na de verkoop van Tango richtte hij met Schröder Route Mobiel en recentelijk Bieden en Wonen op. Hij is een veelgevraagd spreker en winnaar van vele marketingprijzen. In Michiel Muller, ervaringen van een serial entrepreneur, geeft Muller aan de hand van zijn eigen ervaringen en cases zijn visie op ondernemerschap en vele tips. Een uitgave van Amstel Uitgevers, E19,90.

Europoort Kringen • Mei 2010

93


UIT

Tupperware / plastic fantastic In het Gemeentemuseum Den Haag is tot en met 15 augustus 2010 een tentoonstelling gewijd aan het fenomeen Tupperware.

Earl Tupper Earl Silas Tupper (1907-1983) was een boomchirurg uit New England die ervan droomde uitvinder te zijn. In 1937 leerde hij bij DuPont Chemical Company hoe je van polyethyleen buigzaam onbreekbaar plastic kon maken. Hij kreeg vrije toegang tot materialen en machines en al snel begon hij naast zijn baan opnieuw aan eigen uitvindingen te werken. Net als zijn eerdere ontwerpen sloten ook zijn eerste probeersels met plastic rechtstreeks aan bij de behoeften van hemzelf en zijn naaste omgeving. In 1939 besloot hij zijn eigen plasticbedrijf te beginnen: The Tupper Plastic Company. Poly-T, zoals het materiaal ook wel werd genoemd, was een technologisch wonder: het was onbreekbaar, superlicht, bestand tegen hoge en lage temperaturen, geurloos, vormvast en dus ideaal om voedsel in te bewaren en te serveren. Van polyethyleen maakte hij via spuitgiettechnieken een klokvormige beker: Bell Tumbler (1942). Zijn volgende creatie was de nu nog steeds bekende en gebruikte ‘Wonder 94

Europoort Kringen • Mei 2010

Bowl’ –in 1956 te bezichtigen in het Museum of Modern Art te New York-, die hij driedelig in stapelvorm maakte. Deze plaatswinning is een van de successen achter Tupperware. Een andere is het patent dat hij in 1949 kocht op het hermetisch, licht elastische afsluitdeksel voor kommen en dozen, waarmee iedereen zijn kliekjes kan bewaren. De sluiting had-ie afgekeken van verfblikken, vertelde hij later. Door met een lipje het deksel een beetje omhoog te trekken en erop te duwen, kon je extra lucht laten ontsnappen, waardoor het deksel hermetisch sloot en bederf effectief kon worden tegengegaan. De eerste jaren werden zijn producten onder de naam Tupperware in warenhuizen, ijzerwinkels en andere detailhandelszaken verkocht. De uitzonderlijke kwaliteit van de bekende Tupperware-sluiting, waardoor producten volkomen lucht- en waterdicht kunnen worden afgesloten, kwam op deze manier echter niet tot haar recht.


De met water gevulde Wonderbowl werd tijdens een party door de lucht gegooid om zijn hermetische sluiting te demonstreren.

Tupperware werd pas een succesformule door de inbreng van Brownie Wise (1913-1992), handelaar in huishoudelijke producten. Zij was de bedenker van het vernieuwende concept ‘Home Party Plan’, waarmee de producten rechtstreeks bij de consument geïntroduceerd werden. Zo konden alle mogelijkheden van de producten persoonlijk gedemonstreerd worden. Vanaf 1951 was het ‘Home Party Plan’ zo’n overweldigend succes, dat de producten uit de winkels werden teruggenomen en alleen nog maar op Demonstraties werden verkocht. Het ‘Home Party Plan’ was een feestje waarbij een gastvrouw een aantal vriendinnen, buren en familieleden bij haar thuis uitnodigde om een productdemonstratie bij te wonen. Uit het aanwezige publiek werden nieuwe gastvrouwen gerekruteerd en actieve gastvrouwen werden gestimuleerd zelf dealer te worden en demonstraties te gaan geven. De vrouw kon overdag haar zorgtaak uitvoeren voor het gezin en in de avond werken op de party, in een onbedreigende, huiselijke setting, samen met andere vrouwen. Tupperware verkopen was

een onbedorven en onschuldige baan. Het maakte de positie van de vrouw in de Amerikaanse samenleving zelfstandiger en sterker. Tupperware staat voor herbruikbaar, hygiënisch, multifunctioneel, degelijk, modern design, ergonomisch, met een levenslange garantie. Tegenwoordig is men in staat Tupperware ontwerpen te maken van andere grondstoffen dan polyethyleen, zoals siliconen, polyamide, een complex van copolymeren, polycarbonaat, polypropyleen, polystyreen, polyoxymethyleen, zachte rubbers, porselein en roestvrij staal.

Het Gemeentemuseum Den Haag ligt aan de Stadhouderslaan 41, voor (afwijkende) openingstijden kan men terecht bij www.gemeentemuseum.nl. Europoort Kringen • Mei 2010

95


infO

VOLGenDe MaanD in euROPOORt KRinGen Juni 2010 staat in het teken van Rotterdam metropool. Heeft u persmateriaal in verband met dit thema? Stuur het dan vóór 27 mei naar redactie@europoortkringen.nl. Is uw bedrijf op een bijzondere manier actief op het gebied van industriële duurzaamheid? Kunnen anderen daar iets van opsteken? Aarzel niet, en neem contact op met redactie@europoortkringen.nl

Nummer 6 • 2010

Advertentiemateriaal

Uitkomstdatum

Rotterdam metropool Start Tour de France, Rotterdam, 1-4 juli

01 juni

22 juni

Thema 2010 Duurzaamheid Europoort Kringen 2010 staat in het teken van het centrale thema duurzaamheid. In twaalf specials wordt dit mondiale onderwerp van vele kanten belicht. Europoort Kringen 2010 is hét platform voor industriële bedrijven die zich aan een groot publiek willen presenteren. Naast de twaalf specials verschijnen dit jaar opnieuw een Engelstalige Review voor internationaal opererende bedrijven en de Company Guide 2011.

adverteerders index 2rent Aerzen Nederland AHOY’ Air Products Airconet Altena Industrial Services Andus Group BAM Techniek Binder Groenprojecten Biopark Terneuzen Brabant Groep Brasserie Kaat Mossel Carrecon Piguillet Clayton Nederland Coservices International Crane Inspection Service DDM Demontage Delta Heat Services Eco Ketelservice Verhuur Evides Industriewater FHI - Het Instrument 2010 Gizom

96

Europoort Kringen • Mei 2010

Cover 4 4 47 32 74 12 Cover 3 20 72 16 72 90 62 82 90 72 80 58 76 8 86 72

Globe Test Equipment 90 GrassAir Compressoren 39 Harsco Infrastructure 24 HBV Lock Systems 92 Height Specialists 23 Hertel Industrial Sealings 68 Hogeschool Utrecht - Centrum voor Natuur & Techniek 44 Holmatro Industrial Equipment 68 Hydratight SAS 54 Imtech Analyser Systems Cover 2 Indaver 26 J. de Jonge Flowsystems 64 James Walker Benelux 80 Konstruktiebedrijf Libbenga 84 Linde Gas Benelux 62 Logisticon Water Treatment 54 LSB Sky Access 64 Mees van den Brink 84 Michell Instruments Benelux 84 Montage Onderneming Benelux 14 Noxon Stainless 39

Peinemann Pietersen Elektriciteit Pronk Isolatie QA Consultants Repro Voorne Rotary Equipment Services Smit Gloeidienst Spraybest Europe Star Group Stichting PHOV Stopaq Swagelok Nederland TAS Technics Tebunus Tube Bending Technip-EPG Uitzendbureau Zuidgeest V&M Leasing Van der Linden & Veldhuis Isolatie Vapro Vitesse Vorkheftrucks

12 74 48 72 72 58 78 82 35 82 67 42 76 67 30 39 87 80 18 87


Andus Construction HSM Steel Structures Intersteel Nigeria Intersteel Slovakia Lengkeek IJmond Lengkeek Staalbouw Mebra Metaalbewerking P&K Rail RijnDijk Engineering RijnDijk Steel Contracting RijnDijk Technical Services WVL Staalbouwers

Andus Oil & Gas HSM Offshore

Andus Process Asselbergs Ventilatoren FIB IndustriĂŤle Bedrijven

Andus Refractories Gouda Refractories

Serving the industry

Gouda Projects Gouda Vuurvast Services Gouda Vuurvast Belgium Gouda Feuerfest GFD Services

ANDUS Group Beukenlaan 117 5616 VC Eindhoven Tel. +31 (0)40 - 211 58 00 info@andusgroup.com

Ons kernwoord: klanttevredenheid. Onze kerncompetenties: vuurvaste bekledingen, grootschalige industriĂŤle staalgerelateerde projecten, sluizen en bruggen, olie- en gasplatforms, drukvaten, warmtewisselaars, opslagtanks, kelderbierinstallaties, systemen voor filtratie en separatie, luchttechniek, bovenleidingsystemen voor het spoor, service en onderhoud. Nationaal en internationaal gecertificeerd, werkend volgens de hoogste veiligheidsnormen. Kennismaken? Graag. Belt u even of kijk op www.andusgroup.com.


2rent:

professional equipment

Full-Service verhuur

TOOLS & EQUIPMENT

STEIGERS, LIFTEN & HOOGwERkERS

LASSPEcIALIST, AdvIES, APPARATUUR & TRAINING

ENERGIE

vERLIcHTING

PERSLUcHT

cONSUMAbLES

HEFFEN EN HIjSEN

VERHUUR-INFOLIJN NL 0900-2020069 B 070/220.440 FR 0811 888 987

www.2rent.eu

EK05_2010  

elektriciteitsproductie met langzaam stromend water De essentie gemist Nieuwe opdracht voor ingenieurs: Haalbaarheidsstudie Vivace: Co van L...