__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1

Magazine

# 31 - September 2020 Kwartaalmagazine van de Landelijke vereniging van Artsen in Dienstverband (LAD)

Wat ‘doet’ COVID-19 met artsen?

In dit nummer: COVID-hulp verlenen in Suriname Ouderengeneeskunde heeft de toekomst Medische staf: hoe zet je die op?


Voorwoord

­­­­

Impact COVID-19

De hamvraag is natuurlijk wat COVID-19 op de langere termijn met artsen (en andere werknemers in de zorg) ‘doet’. Niemand weet dat. Ook wij niet. Wel zien we in het onderzoek belangrijke aanknopingspunten om goed door een eventuele tweede golf te komen. Zo blijkt het onderlinge contact met collega’s een be­lang­ rijke factor om het vol te kunnen blijven houden. Daar­ naast zijn werkdruk, waardering, angst voor be­sme­tting en leiderschap van invloed op de mentale weer­baarheid van artsen. Wie weinig waardering ervaart vanuit het management of vanuit de samen­leving, voelt zich snel­ler emotioneel uitgeput. Datzelfde geldt voor artsen die angst hebben om zichzelf of hun privé omgeving te besmetten. In mijn ogen kunnen zowel artsen als werkgevers daar lessen uit trekken. Neem de angst voor besmetting. Het gevaar van een tekort aan beschermingsmiddelen is intussen geweken, maar er ontstaan ook nieuwe uitdagingen. De basisregels weet iedereen natuurlijk uit zijn hoofd, maar bij sommige handelingen is nog

LAD magazine | 2

steeds onduidelijk wat wel en niet mag. Zo zijn in ons ziekenhuis sinds 1 september weer coassistenten aan­­wezig. Dat betekent dat er in de spreekkamer nu weer een extra persoon aanwezig is, naast mijzelf en de patiënt. Hoe waarborg ik dan de anderhalvemeter-regel goed? Want de co wil natuurlijk ook iets leren, en zeker bij lichamelijk onderzoek moet ik regel­matig iets voor­ doen en dan dichtbij de co­assistent komen. En hoe ga je om met de collega (met een peuter thuis) met een neusverkoudheid, die al negatief is getest? Ik merk dat er nog veel onduidelijkheid is over ‘het woud aan protocollen’ en het waarom achter een deel van de regels. Het zou goed zijn als daar meer eenduidigheid in komt en dat niet iedere week wéér een nieuwe richt­lijn of protocol verschijnt. Geloof me: artsen raken daar ‘protocolmurw’ van. Verder merk ik dat veel artsen meer zorg op afstand zouden willen verlenen, maar daarin worden belemmerd omdat de faciliteiten nog beperkt zijn. Hoe snel het beeld­bellen zijn intrede heeft gemaakt in het bedrijfs­ leven, hoe zichtbaar is geworden hoe ver de zorg daar nog in achterloopt ... Ik denk dat veel zorginstellingen een belangrijke taak hebben daar een slag te maken. Op pagina 4 en 5 vindt u alvast een voorproefje van de onderzoeksuitkomsten. Via de nieuwsbrief ontvangt u binnenkort de volledige resultaten, met daaraan gekoppeld natuurlijk een plan van aanpak van de LAD. Suzanne Booij Voorzitter LAD

Colofon: Kwartaalblad van de Landelijke vereniging van Artsen in Dienstverband (LAD) met nieuws, opinie en achtergrondinformatie. (oplage 34.850) Redactieadres Mercatorlaan 1200, Postbus 20058, 3502 LB Utrecht, Telefoon 088 13 44 100, E-mail: redactie@lad.nl Redactie Caroline van den Brekel, Marjolein Dekker, Julia Hamel en Corrie Kooijman Redactiecommissie Joeri Arkink (apotheker) en Fardou Heida (aios gynaecologie) Columnist Doa Shaikhani (coassistent) Illustraties Ronald Slabbers Fotografie Hans Tak , Ivar Pel Ontwerp Member Since Druk Centrum Drukwerk - ISSN-nummer 2213-9923

Binnenkort publiceren we de uitkomsten van een onder­ zoek onder LAD-leden over de gevolgen van COVID-19 voor hun mentale en fysieke gezondheid. Toen dit maga­zine naar de drukker ging, waren nog niet alle resul­ taten geanalyseerd, maar een aantal hoofdlijnen wel. Ik ben persoonlijk vooral blij met de uitkomst dat in de meeste instel­lingen psychosociale ondersteuning is (en nog steeds wordt) aangeboden. Lang niet iedere arts heeft daar (nu) behoefte aan, maar het feit dat het door werk­ gevers wordt gefaciliteerd, juichen wij als LAD enorm toe.


4

LAD-lid in beeld

Wat ‘doet’ COVID-19 met artsen? Drie op de tien artsen hebben nu geen behoefte aan psycho­ sociale ondersteuning, maar geven aan dat in de toekomst misschien wel te hebben. Dat blijkt uit een onderzoek van de LAD naar de gevolgen van COVID-19 op het fysieke en mentale welzijn van artsen. “Het duidt erop dat artsen nog niet weten wat de impact op langere termijn is; zeker gezien de onzekerheid over een tweede golf”, zegt Romy Steenbeek van de LAD.

12

10

Ouderengeneeskunde heeft de toekomst

Naar Suriname

Zonder ingrijpen ontstaat in de toekomst een tekort aan specialisten ouderengeneeskunde. Diverse organisaties zetten daarom alle zeilen bij om geneeskundestudenten en basisartsen te interesseren voor dit specialisme.

Toen de COVID-19 piek in mei in Nederland achter ons lag, kwam er een hulpvraag vanuit Suriname. Internist-intensivist Jeroen Schouten aarzelde geen moment en stelde een plan voor noodhulp op. “Na het eerste telefoontje werd me duidelijk dat we er zo snel mogelijk heen moesten.”

Werk/privé

15

Meer aandacht voor preventie

16 Medische staf

Marthein Gaasbeek Janzen (arts Maatschappij + Gezondheid) is blij dat preventie steeds meer erkenning krijgt. “De vraag ‘hoe komt het dat iemand deze ziekte heeft gekregen?’ overstijgt voor mij de vraag ‘hoe kan ik iemand beter maken?’.”

Sinds vorig jaar moet iedere ggz-instelling een medische staf hebben. Hoe zet je zo’n medische staf op en hoe maak je het tot een succes? “Zorg dat het geen ‘klaaguurtje’ wordt, maar wees constructief.”

6

8

9

18

Raamplan

Ontslag rechtsgeldig?

Golfoorloog in de wachtkamer

In ’t kort

In juni werd het nieuwe raamplan Artsopleiding gepresenteerd. Worden studenten hiermee klaargestoomd tot arts van de toekomst?

Een arts belt naar de LAD als zijn werkgever hem, na ongeregeldheden in de instelling waar hij werkt, wil ontslaan. Mag dat zomaar?

Coassistent Doa raakt in gesprek met een Iraakse en Iraanse patiënt. “Wij gaan dit gesprek in het Arabisch voeren.”

Lees de column van Caroline van den Brekel, het laatste nieuws over evenementen, LAD-activiteiten en andere opvallende zaken.

September 2020 | 3


Tekst Marjolein Dekker

Psychosociale ondersteuning blijft een must

Bijna drie op de tien artsen geven aan nu nog geen behoefte te hebben aan psychosociale ondersteuning als gevolg van COVID-19, maar in de toekomst misschien wel. Dat blijkt uit een onderzoek van de LAD dat binnenkort wordt gepubliceerd. Volgens de LAD onderstreept de uitkomst dat het aanbieden van ondersteuning de komende tijd ongelooflijk belangrijk blijft.

Dat COVID-19 impact heeft, weten we intus­ sen. Verhalen over de toestroom op IC’s en het werken in beschermende kleding zijn er in overvloed. Artsen zullen echter niet snel aangeven dat ze het zwaar vonden en dat ze hulp nodig hadden of hebben. Trauma­ psycholoog Kaz de Jong van Artsen zonder Grenzen zei in ons vorige magazine niet voor niets dat artsen vaak hard zijn voor zichzelf. “If you can’t stand the heat, get out of the kitchen. Artsen vinden dat ze hierte­ gen moeten kunnen – anders had je niet voor dit vak moeten kiezen.”

Impact ongewis

Die houding strookt met de uitkomsten van het LAD-onderzoek: bijna twee derde geeft aan geen behoefte te hebben aan psychosociale ondersteuning, zoals peer support, een gesprek met een psycholoog of een bijzonder ondersteuningsteam (BOT). Opvallend is echter dat bijna 29 procent aangeeft dit nu niet nodig te hebben, maar in de toekomst wellicht wel. “Dat duidt erop dat artsen niet weten wat er nog op hen afkomt de komende tijd en wat de impact op langere termijn is; zeker gezien de onze­ kerheid over een tweede golf”, zegt Romy Steenbeek, projectleider Gezond en veilig werken bij de LAD. “Juist daarom vinden we LAD magazine | 4

het ontzettend belangrijk dat werkgevers ondersteuning blijven aanbieden – in welke vorm dan ook.”

Ondersteuningsmogelijk­heden

De meeste artsen hebben tijdens de COVIDpiek voldoende ondersteuningsmogelijk­ heden aangeboden gekregen. Zo kon 60 pro­cent van de ondervraagden gebruik­ maken van peer support en ruim 46 procent van indi­viduele psychologische hulp. Daar­ naast had bijna 30 procent toegang tot BOT, gevolgd door teamcoaching (12 procent) en eHealth (9 procent). Steenbeek benadrukt dat het belangrijk is dat artsen niet alleen binnen de eigen instelling onder­steuning kunnen krijgen, maar ook daarbuiten. “Tijdens de COVIDpiek hebben diverse coachingsbureaus het initiatief ge­nomen kosteloos hulp aan te bieden. Op de LAD-site hebben we een over­ zicht van die initia­tieven opgenomen.”

Tevreden over geboden hulp

Van de respondenten die aangaven de afgelopen maanden wél behoefte te hebben gehad aan psychosociale ondersteuning, heeft 72 procent die ondersteuning ook gezocht: volgens Steenbeek een positief teken. 77 procent was bovendien tevreden

over de geboden hulp. Qua ondersteuning voelden artsen het meest voor gesprekken met collega’s en peer support, gevolgd door een gesprek met een coach of psycholoog. De artsen die behoefte hadden aan psycho­sociale ondersteuning, deden dat niet voor niets. Ze hadden de meeste last van slaap­ klachten, emotionele en lichamelijke uitput­ ting.

Angst en waardering bepalend

Het onderzoek laat verder zien dat onder­ ling contact met collega’s een belangrijke factor is voor de mate waarin een arts zich emotioneel uitgeput voelt: hoe meer con­ tact, hoe weerbaarder een arts blijft. “Zeker voor artsen die tijdens een dienst minder direct contact hebben met collega’s, is het heel belangrijk om dat contact op andere manieren te organiseren, bijvoorbeeld telefonisch of via intervisie.” Daarnaast bleken de angst voor besmetting en waardering belangrijke factoren te zijn. Zo lopen artsen die bang zijn voor besmet­ ting met COVID-19 (vooral de angst om familie/vrienden te besmetten) en die een lage waardering ervaren, een hogere kans om emotioneel uitgeput te raken. Volgens Steenbeek liggen daar belangrijke aan­ knopingspunten voor de toekomst.


Onderzoek in een notendop Aan het onderzoek werkten bijna 1.600 artsen in dienstverband mee. Het onderzoek is uitgevoerd door de Universiteit Utrecht. Stichting IZZ heeft een soortgelijk onderzoek onder andere zorg­ professio­nals gehouden. Beide onderzoeken worden binnenkort gepubliceerd.

28%

28 procent van de artsen draaide tijdens de COVID-19 piek meer diensten dan voorheen. Daarnaast werkte 29 procent meer uren dan het aantal uren in zijn arbeidscontract. Bij 36 procent wordt het overwerk niet gecompenseerd; bij 38 procent wel (in tijd of geld) en bij 26 procent is dit nog niet besproken.

76%

76 procent van de artsen vindt dat zijn werkgever voldoende maatregelen neemt om hem te beschermen; 92 procent weet waar hij informatie over deze maatregelen kan vinden. “Op het moment dat er voldoende ver­ trouwen is in de preventieve maatregelen die de werkgever neemt om besmetting te voorkomen, neemt de angst af. Datzelfde geldt voor de waardering die werkgevers en leidinggevenden geven: daar gaat een belangrijke stimulans van uit.” Overigens voelen de meeste artsen zich gewaardeerd door familie/vrienden en collega’s. De waardering door de regering, de directie van hun eigen organisatie en de samenleving wordt wat lager ervaren.

Pilots

De LAD gebruikt de onderzoeksuitkomsten om het programma Gezond en veilig werken beter in te richten op de behoeften van artsen. “Uit het onderzoek blijkt dat wanneer artsen zelf meer regie nemen, bijvoorbeeld door dingen aan te kaarten die beter kunnen (‘leiderschap’), sneller worden betrokken bij beslissingen. Daardoor worden ze gestimu­ leerd om te vertrouwen op hun eigen kunnen en raken ze minder snel emotioneel uitgeput. We zijn bezig met diverse pilots om te kijken hoe we artsen daar gerichter in kunnen ondersteunen.”

80%

Van de LAD-respondenten werkte bijna driekwart 80 procent of meer en 93 procent heeft een vast contract. 77 procent draait diensten.

88%

88 procent geeft aan vaak of altijd trots te zijn op zijn werk. Meer weten? Het volledige onderzoeksrapport is binnenkort te vinden op de website van de LAD. Op www.lad.nl/zorgvoorjezelfenelkaar staan diverse initia­tieven voor mentale ondersteuning.

“We weten nog niet wat de impact op langere termijn is” September 2020 | 5


Zorgt nieuw raamplan voor toekomstbestendige arts? In juni werd het nieuwe raamplan Artsopleiding gepresen­teerd, waar­in staat aan welke ‘eindtermen’ geneeskunde­­studenten moeten voldoen als ze aan hun artsen­loop­­baan beginnen. In hoeverre worden studenten met het nieuwe raamplan klaargestoomd tot arts van de toekomst? We vroegen het aan Marjolein van de Pol, René Héman en Femke van de Zuidwind.

LAD magazine | 6


Tekst Julia Hamel en Corrie Kooijman Illustratie Ronald Slabbers

Marjolein van de Pol

René Héman

Femke van de Zuidwind

opleidingsdirecteur Radboudumc:

voorzitter KNMG:

coassistent en voorzitter De Geneeskundestudent:

We staan op een keerpunt. Het raam­plan is een stok achter de deur om de stap te maken naar dokters die toe­komstbestendig zijn opgeleid, dezelfde gemeenschappelijke basis hebben en de­­zelfde taal spreken. Natuurlijk heb­ben ge­nees­kunde­opleidingen niet stil­ge­staan sinds het vorige raamplan uit 2009. Maar het nieuwe raamplan is wel een weer­slag van de tijdgeest, want er is veel wezenlijk ver­anderd. Denk aan de toe­name van chro­nische aandoeningen, de enorm uitge­breide therapeutische moge­­lijk­ heden, de trend om samen met de patiënt te besluiten, of de mogelijk­heden van arti­ficial intelligence. Deze ver­anderingen zijn deels al terug te zien in de genees­kun­ de­­opleidingen, maar op het gebied van bij­voor­beeld preventie, interprofessioneel samenwerken en omgaan met nieuwe ont­wikkelingen zijn nog slagen te maken. Geen revolutie, maar een voortdurende evolutie. Een pas op de plaats maken voor het artsenvak is dus geen optie; dan is de zorg op den duur simpelweg niet houdbaar. Met het vernieuwde raamplan plaatsen we de leerstof in perspectief: weten wat je op hoofdlijnen moet weten en de synergie zoeken in combinatie van kennis en competenties. Geen ‘minispecia­listen’ dus, maar artsen met brede basis­com­peten­ties. Zodat elke arts zich aan­ge­sproken voelt als er in het vliegtuig wordt geroepen: ‘is er een dokter aan boord?’ Tijdens het laatste deel van de opleiding is er ruimte om voor te sorteren op waar je hart het meeste ligt. Maar waar je ook voor kiest, de eindtermen van de basisopleiding moeten aansluiten op welke vervolgopleiding dan ook.”

Ik ben blij met het raamplan als nieuwe stip op de horizon. Het speelt in op belangrijke ontwikkelingen die nu al gaande zijn. Zo is samen met de patiënt beslissen over wat in zijn situa­­tie de best passende behandeling is, de nieuwe norm. De arts krijgt hier­door naast zijn rol als be­ handelaar en medisch expert, de rol van coach. In het nieuwe raamplan is hier aan­­dacht voor. Ook wordt van de arts van de toekomst ver­wacht dat hij ervoor zorgt dat pa­tiënten kunnen functioneren in hun om­ge­ving en kunnen participeren in de samen­leving. Dit zorgt voor een ver­an­ dering van focus. Ziekte moet worden bekeken in de context van gezondheid en gedrag. De aandacht verbreedt zich van curatief naar preventief. En ten slotte wordt een popu­latie­gerichte aanpak ook steeds be­langrijker. Sociale genees­kunde draagt wezen­lijk bij aan een gezonde populatie en wordt daarom ook onder­deel van de opleiding. Parallel aan deze maatschappelijke ontwik­ kelingen, die het artsenvak veranderen, groeien de mogelijkheden van digitale in­no­vatie. Ook hiervoor komt aandacht tijdens de opleiding. Zodat toekomstige dok­ters zich een beeld kunnen vormen hoe hun werk er zal uitzien. De dokter van de toe­komst zal een andere soort dokter zijn. En de eerste stap op die weg is, dat de opleidingen de vernieuwende accenten uit het raamplan vertalen naar de lespraktijk. Natuurlijk gaan veranderingen door en het raamplan zal moeten meegroeien met de tijd, maar er ligt nu een doordacht plan dat ruimte biedt voor die aanpassing.”

Waar het oude raamplan uit 2009 nog bijna geheel was gericht op medisch-specialistische zorg, is er in dit nieuwe plan aandacht voor de volledige breedte van het artsenvak. Dokters van nu zijn geen wandelende encyclo­pe­­die­ën meer, de focus van het arts-zijn is ver­schoven naar het bege­leiden van de patiënt in een proces van diag­nose en behandeling. Daarvoor zijn communicatie­­vaardigheden als shared decision making en een persoons­gerichte benadering van groot belang. Ik ben blij dat er straks meer ruimte in de opleiding is om deze vaardigheden te leren en je eigen te maken. Wat wij bij De Geneeskundestudent ook een zeer posi­ tie­ve ontwikkeling vinden, is dat genees­­ kundestudenten zelf ook meer hun eigen studie kunnen vormgeven door bij­voor­ beeld coschappen te lopen in een specia­ lisatie of richting die niet in het reguliere programma staat. Dit kan je als coassistent helpen in je beroepsoriëntatie. Wat ik in mijn opleiding al wel merk, is dat veel pun­ ten uit het raamplan in de praktijk al veel langer zijn geïmplementeerd. Niet gek ook als je bedenkt dat het vorige raam­plan al ruim 10 jaar dienstdoet. De ontwikkelingen in geneeskunde gaan razend­snel. Daarom is het goed dat het raamplan een dyna­misch document is. Zo kunnen zaken die wij graag in de opleiding zien maar die nog geen of onvoldoende plek hebben in het raam­plan, alsnog in het curri­cu­lum worden toege­ voegd. Denk aan thema’s als duurzaam­ heid, eHealth en innovaties. Al met al is De Geneeskundestudent erg tevreden over het raam­plan. Wij denken dat er grote stappen zijn gemaakt om ons op te leiden tot een toekomstbestendige arts.”

September 2020 | 7


Herman Achterveld* heeft als arts een leidinggevende positie. Bij zijn aantreden hoort hij dat er diverse kwaliteitsslagen moeten worden gemaakt in de instelling waar hij werkt. Hij pakt die rol voortvarend op. Als ongeregeldheden aan het licht komen, dreigt Achterveld hiervan de dupe te worden: zijn werkgever wil hem ontslaan. Hij neemt contact op met het Kennisen dienstverleningscentrum van de Federatie Medisch Specialisten en de LAD.

Ontslag na ongeregeldheden rechtsgeldig? Achterveld ziet de verbeterpunten in zijn instelling als uitdaging en zet acties in gang om diverse interne processen te ver­beteren. Natuurlijk stuit hij daarbij wel eens op weerstand, maar hij wint het ver­trouwen van zijn collega’s. Zijn jaar­contract wordt verlengd en in 2019 ziet het ernaar uit dat hij een contract voor onbe­paalde tijd krijgt.

Tip van Karlijn Derksen Komt uw functioneren ter discussie te staan? Neem dan con­tact met ons op. U kunt niet zomaar worden ontslagen, en wij weten alles over uw rechten en plichten. Zo nodig kunnen wij voor u proce­deren. Als LAD-lid heeft u kosteloos recht op 20 uur rechtshulp per jaar.

> LAD.NL Vragen over uw contract of over een arbeids­geschil? Neem contact op met de juristen van het Kennis- en dienstverleningscentrum via 088 13 44 112 of kijk voor meer informatie op www.lad.nl.

Ongeregeldheden

Door diverse ongeregeldheden komt alles echter in een totaal ander daglicht te staan. Er is gesjoemeld met facturen en medicatie­voorraden. Een intern onderzoek brengt aan het licht welke medewerker hier­voor verantwoordelijk is; die wordt ontslagen. De interim bestuurder die intussen is aan­ gesteld, besluit daarop ook een onderzoek door een externe partij te laten uitvoeren, om alle processen door te lichten. Kort daar­op krijgt Achterveld te horen dat hij wel een contract voor onbepaalde tijd krijgt aangeboden, maar met een voorbehoud in afwachting van het externe onderzoek. Uit dat onderzoek blijkt een aantal weken later dat diverse processen verbetering be­hoeven. Volgens de werkgever is dat Achterveld aan te rekenen, die ver­volgens een voorstel krijgt voor een vaststellings­ over­eenkomst om het contract te beëindigen.

Uit het veld geslagen

Achterveld komt in contact met arbeids­ jurist Karlijn Derksen, die de gang van zaken opmerkelijk vindt. Ze leest in ver­­slagen van functionerings­ge­sprek­ken dat de in­span­­ ningen van Achterveld juist worden ge­pre­ zen. “De instelling was er nog niet, maar uit alles bleek dat mijn cliënt op de goede weg was”, aldus Derksen, die het voor­stel van de werkgever onacceptabel vindt. Achterveld stemt er dan ook niet mee in, waarna de werkgever een ontbindings­ver­ zoek indient bij de kantonrechter. Derksen voert namens Achterveld verweer bij de kan­tonrechter. “Sinds 1 januari 2020 gel­ den nieuwe ontslagregels. Vroeger moest

een werkgever een ontslaggrond vol­­le­dig kunnen onderbouwen, maar sinds dit jaar kunnen meerdere ontslaggronden samen ook voldoende aanleiding geven tot ont­ slag. Dat wordt de cumulatiegrond ge­noemd. Stel dat een werkgever iemand wil ontslaan vanwege disfunctioneren maar geen com­ pleet dossier heeft opgebouwd, dan kan het ontslag toch worden gerecht­vaardigd in combinatie met een andere ontslag­grond, zoals een verstoorde ar­beids­­verhouding.”

Uitspraak rechter

Precies dat is wat de werkgever doet: hij beroept zich op disfunctioneren én een verstoorde arbeidsrelatie, maar gebruikt hier dezelfde argumenten voor. Ver­volgens beroept hij zich ook nog op de cumulatie­grond. De rechter gaat daar niet in mee: het dis­fun­ct­ ioneren is nooit besproken en er zijn ook geen verbeter­acties inge­zet. Sterker nog: uit de functio­nerings­gesprekken bleek dat Achterveld goed functioneerde. Als van een verstoorde arbeidsrelatie al sprake zou zijn, had de werkgever pogingen moeten doen die te herstellen. De rechter vindt een beroep op de cumulatie­grond niet aan de orde. Conclusie: de arbeids­over­ eenkomst kan niet worden ont­bonden en Achterveld kan weer aan het werk. “Er is me vaak gevraagd of ik daar nog wel zin in had, maar ik heb geen moment getwijfeld”, zegt hij. “Dit voelde zo on­rechtvaardig. Ik wilde heel graag de verbeterprocessen die ik in gang had gezet, afmaken. Er is een nieuwe bestuurder aan­gesteld, met wie ik een nieuwe start kan maken. En van mijn collega’s krijg ik alle steun.” * Namen van cliënten in deze rubriek zijn fictief in verband met de privacy van de cliënt.

LAD magazine | 8


Doa Shaikhani is geboren in Irak. Op zevenjarige leeftijd is ze met haar twee broertjes en ouders naar Nederland ge­­ vlucht. Geneeskunde en schrij­ ven zijn haar grote passies. Doa startte daarom tijdens haar coschappen met de website ‘Dokter Do’, waar ze inmiddels 34.000 lezers heeft die haar avonturen in het zieken­huis mee­beleven. De blogs heeft ze, in eigen beheer, in twee delen ge­bun­deld. Naast geneeskunde studeert Doa filosofie en journalistiek. Ze wil later graag huisarts worden.

Een Golfoorlog in de wachtkamer Als ik de neuroloog opnieuw bel om te vragen of hij tijd heeft voor overleg, hoor ik op de achter­ grond de drukte van de spoedeisende hulp. “Sorry Do, het is echt heel druk. Misschien is het een idee als je de volgende patiënt alvast ziet?” “Die heb ik ook al gezien”, antwoord ik vlug. “Oké, heel goed. Ik kom er echt zo snel mogelijk aan.” Dan hangt hij op. Ik staar naar mijn com­puter-­ scherm, bekijk de statussen nogmaals, ver­ander hier en daar wat gram­maticale foutjes en besluit dan weer naar de wachtkamer te lopen.

“We gaan dit gesprek in het Arabisch voeren” In de wachtkamer van de TIA-poli zit een echt­ paar van Iraakse komaf. Dat weet ik, omdat de man die hier is in verband met verdenking op een TIA mij had gevraagd waar ik vandaan kwam toen hij zich hier meldde. “Uit Irak”, ant­woordde ik. “Mooi, ik ook. Dan spreek je dus Arabisch. We gaan dit gesprek in het Arabisch voeren.” Ik keek zijn vrouw hulpeloos aan die vriendelijk glimlachte. Met mijn beste Arabisch probeerde ik de anamnese te voeren. “Je praat als een Koerd”, zei hij pesterig. Dat bedoelde hij als belediging, een beetje te vergelijken met de grapjes die Nederlanders en Belgen over elkaar maken. “Doe normaal Hassan. Als ik jou was, zou ik maar gewoon Nederlands tegen hem praten”, kwam zijn vrouw voor mij op. Mompelend bood hij zijn excuses aan.

De andere man in de wachtkamer heeft Iraanse roots en is wat vriendelijker en rustiger. In het verleden heeft hij ook een TIA gehad en werd voor de zekerheid door zijn huisarts door­ge­ stuurd. Als ik de wachtkamer binnenloop, kijken ze mij alle drie hoopvol aan. “Ik moet jullie helaas teleur­stellen. Ik heb nog steeds niet met mijn super­visor kunnen overleggen. Het is ontzettend druk op de spoedeisende hulp en ik hoop dat jullie mijn excuses willen aannemen voor het lange wachten.” De vrouw glimlacht vriendelijk en zegt: “O mijn dochter, dat geeft toch helemaal niet.” Haar man kijkt minder ge­amuseerd. De Iraanse man vindt het echter niet erg: “We hebben hier toch een gezellig gesprek over vroeger.” “O kennen jullie elkaar van vroeger?” vraag ik. De Iraakse man schudt resoluut zijn hoofd: “Nee, hij is een Iraniër. We zijn vijanden.” De Iraanse man schiet in de lach: “We zijn allemaal van oorlogen en regimes gevlucht, die tijd heb ik achter mij gelaten. Ik ben niet jouw vijand mijn beste man.” “Mijn vader zegt altijd dat Iraniërs en Irakezen neven en nichten van elkaar zijn”, zeg ik. “Jouw vader is gek”, antwoordt de Iraakse man. Zijn vrouw geeft hem een por in zijn zij. “Gedraag je! Vergeef hem. Hij heeft gewoon honger.” Als hij terug mompelt hoe lang het nog gaat duren, hoor ik het getik van de schoenen van de neuroloog op de achtergrond. “Volgens mij is hij daar”, antwoord ik vrolijk. “Jij mag eerst”, zegt de Iraniër tegen de Iraakse man. “Ik wil niet de oorzaak zijn van een vierde Golfoorlog.” Hij knipoogt naar mij en we schieten allemaal in de lach.

September 2020 | 9


Werk/privĂŠ

Van de ene coronacrisis naar de andere

Na de COVID-19 piek in Nederland kwam er een hulpvraag vanuit Suriname. Het virus had ook daar zijn intrede gedaan, maar ze hadden daar noch de ervaring noch de mankracht om deze dreigende crisis te beteugelen. Dankzij internist en intensivist Jeroen Schouten kwam de noodhulp razendsnel op gang.

LAD magazine | 10


Tekst Julia Hamel Fotografie Ivar Pel

Jeroen Schouten (47) is internist en intensivist in het Radboudumc, waar hij tevens voorzitter is van het A-team (het team waakt over veilig antibioticagebruik). Ook is hij voorzitter van ESGAP: de European Study Group for Antimicrobial Stewardship. Hij studeerde geneeskunde in België, deed zijn opleiding tot internist in Nederland en specialiseerde zich tot intensivist in Londen.

In mei kwam er bij de Nederlandse Verenig­ing voor Intensive Care (NVIC) een e-mail binnen van artsen in Suriname. Ze zaten met de handen in het haar. Het aantal be­ smettingen in het land steeg en ze hadden hulp nodig. Schouten kreeg dit verzoek als lid van de Taskforce Acute Infectiologische Bedreigingen van de NVIC en kwam direct in actie. “In Suriname, een land met zes­ honderdduizend inwoners, werken in totaal drie intensivisten en ongeveer dertig ICverpleegkundigen. Normaal gesproken red­ den ze het daarmee, maar in een crisis als deze is de rek er snel uit. Ik twijfelde dan ook geen moment en ben meteen plannen gaan maken voor noodhulp.” De kennis en ervaring uit Nederland kwamen Schouten goed van pas. “Tijdens het begin van de pan­demie heb ik me in het Radboudumc met name gericht op het opschalen van de zorg in het ziekenhuis. Hoe zorgen we voor extra bedden? Hoe richt je een unit in? En nog belangrijker, hoe bereid je het per­so­ neel voor op wat komen gaat? Alle­maal pro­blemen waarmee ze in Suriname ook te maken zouden krijgen.”

aanmeldingen van collega’s binnen het Radboudumc, maar later uit het hele land. Op een oproep op social media kwamen veel reacties binnen van artsen en andere zorgprofessionals die een binding hadden met het land. Zowel van mensen die uit Suriname komen en nu in Nederland werken als van artsen die ooit coschappen in Suriname hebben gelopen.”

Aanmeldingen uit heel Nederland

Ebola

De eerste prioriteit was om de situatie goed in kaart te brengen. “Ik heb gebeld met de Surinaamse intensivisten en microbioloog. Eind mei liepen de besmettingen in Suri­na­ me op en de bron kon niet worden achter­­ haald. Ze stonden dus aan de voor­avond van een piek in ziekenhuisopnames. Ik wilde er zo snel mogelijk heen met een team van vijf of zes dokters.” De weken die volgden, bestonden voor hem naast zijn reguliere werk vooral uit plannen maken en dingen regelen. “Ik kreeg van mijn afdelingshoofd steun voor mijn plan, mits ik de bezetting in ons eigen ziekenhuis kon regelen met mijn collega’s. Ondanks dat de school­ vakanties eraan zaten te komen en collega’s nog aan het herstellen waren van alle extra diensten, werd mijn plan binnen de organi­ satie breed gedragen.” Steeds meer artsen klopten bij Schouten aan met de vraag of ze konden helpen. “In het begin kreeg ik

“In Suriname hebben ze drie intensivisten voor het hele land” Begin juli was het zover. Schouten vertrok met een team intensivisten, infectio­logen, microbiologen en infectie­pre­ventie­des­ kun­digen naar Suriname. Naast het leveren van noodhulp was het doel vooral ook om kennis over te dragen. “Zo hebben we als intensivisten in Nederland veel ervaring op­gedaan met ge­proto­colleerde zorg aan COVID-19 patiën­ten. Door deze kennis over te dragen aan onze collega’s in Suriname, konden zij de zorg zo efficiënt mogelijk inrichten.” Iets wat Schouten meteen opviel, was het overmatige gebruik van persoonlijke be­ schermingsmiddelen (PBM). “We kwamen erachter dat ze al die tijd werkten volgens het ‘Ebola-protocol’. Artsen en ver­pleeg­ kun­digen liepen in te veel persoonlijke be­schermingsmiddelen en ontsmetten zich­zelf bovendien na patiëntcontact met chloor. Dat maakt het werken onnodig zwaar en brengt gezondheidsrisico’s met zich mee. Het afschalen van deze PBM was een uit­da­ging, medewerkers voelden zich kwetsbaar en onbeschermd. We hebben daar­­om overlegd met de besturen van de zieken­huizen en vervolgens met een aantal artsen en hoofdverpleegkundigen. Deze sleutel­figuren zijn zelf als eersten in minder PBM gaan werken, waarna ook de rest van het zorgpersoneel voldoende vertrouwen had in de nieuwe werkwijze.”

Luchtbrug

Na twee weken ging Schouten terug naar Nederland, maar daarmee hield de hulp niet op. Sterker nog: de hulp kwam na terugkomst pas op volle gang. “Ik heb een pool van meer dan vijftig artsen, IC-ver­ pleeg­kundigen, laboranten en des­kun­digen infectiepreventie klaarstaan om voor een periode van ongeveer twee weken naar Suriname te vertrekken. Elke week vertrekt er weer een nieuwe groep zorg­ver­leners in een samenstelling die op dat moment nodig is. Daardoor zijn er altijd tussen de tien en vijftien Neder­lan­dse zorg­profes­ sio­nals aanwezig. Het mini­sterie van VWS steunt ons en heeft een ‘luchtbrug’ opgezet; zij betalen voor onze vluchten. Ons verblijf en het vervoer zijn geregeld door SU4SU, een nood­fonds vanuit parti­c­ulieren en het bedrijfsleven in de strijd tegen COVID-19.”

Uitrusten

Veel artsen hadden er na de COVID-19 piek juist behoefte aan om bij te komen en uit te rusten. Toch koos Schouten er op dat moment voor zich vol in de frontlinie in te zetten. “Je moet mij niet op een cam­ping in Zeeland zetten. Ik krijg hier, net zoals een heleboel andere artsen die zich heb­ben aan­gemeld, juist energie van. Je voelt je onwijs nut­­tig en ziet direct al de impact van je aan­­wezigheid. Ook de menta­liteit van de mensen heeft me enorm geïnspi­reerd. Ze heb­ben daar bij­voorbeeld niet altijd de beste materialen voorhanden, maar ik heb nie­mand daarover horen klagen.”

Uitwisseling

“Als we uiteindelijk deze crisis hebben be­ teugeld, hoop ik dat er een nauwe samen­ werking komt tussen artsen in Nederland en Suriname. Ik denk dat regel­matige uitwisseling de zorg daar echt ten goede komt.” Zelf wil Schouten in de toe­komst zeker nog een keer terug naar Suriname, bijvoorbeeld via een structureel ver­beterprogramma. “Ik heb mijn hart in die twee weken echt wel verloren aan het land.”

September 2020 | 11


Gezocht: enthousiaste aios ouderengeneeskunde “Het is echt een vak van de toekomst” Raymond van de Walle, voorzitter SOON

In 2040 zijn er in Nederland 165.000 ouderen die 24-uurszorg nodig hebben en 330.000 mensen met dementie. Zonder ingrijpen ontstaat in de toekomst een nijpend tekort aan specialisten ouderengeneeskunde. Diverse organisaties in de ouderengeneeskunde zetten daarom alle zeilen bij om geneeskundestudenten en basisartsen te interesseren voor dit specialisme. “We hebben in de ouderengeneeskunde te maken met een dubbele vergrijzing”, zegt Raymond van de Walle, specialist ouderen­geneeskunde en opleider. Daar­naast is hij voorzitter van SOON, het samen­werkings­ verband van inmiddels vijf opleidings­in­ stituten ouderengeneeskunde in Nederland. “Aan de ene kant is er de vergrijzing van de Nederlandse bevolking. Aan de andere kant

LAD magazine | 12

gaat een groot aantal specialisten ouderen­ geneeskunde de komende jaren met pen­sioen.” Wie vóór september 2020 in oplei­ding wilde gaan tot specialist ouderengenees­ kunde, kon terecht in Amsterdam, Leiden of Nijmegen. “Om te voorzien in de groeiende opleidings­behoefte hebben we sinds kort ook op­lei­­dingsinstituten in Groningen en Maas­tricht”, vertelt Van de Walle. “Dit jaar


Tekst Julia Hamel

start bij de vijf opleidingsinstituten samen een record­­aan­tal van 141 (basis)artsen met de opleiding.” Dat lost het probleem echter niet op. Het aantal startende aios groeit wel­ is­waar al jaren gestaag, maar het is nog lang niet voldoende. “Met de huidige in­­stroom houden we het­zelfde aantal specia­listen dat we nu hebben. Willen we in de toe­komst voldoende spe­cia­listen ouderengeneeskunde hebben, dan moeten we nu grote stappen zetten. Daarom hebben we in 2021 plek voor 260 startende aios.” Hij bena­drukt dat de grote uitdaging zit in het aantrekken van basisartsen. “Daar­om zijn we vanuit SOON een grote promotie­campagne gestart met bijvoorbeeld (online) informatieavonden en meeloopdagen. Meer informatie daarover is te vinden op ouderengeneeskunde.nu. Verder zijn we, samen met verschillende veldpartijen, in gesprek met de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU). Umc’s verzorgen de basisopleiding tot arts en we willen kijken hoe we meer onderwijs en coschappen in de ouderen­ genees­kunde kunnen realiseren.”

Aantrekkelijk vak

Hoewel basisartsen met open armen wor­ den ontvangen en de banen in de toe­komst voor het oprapen liggen, lijken basis­artsen nog niet massaal warm te lopen voor een toekomst in de ouderengeneeskunde. Volgens Van de Walle heeft dat met name te maken met het feit dat onbekend onbemind maakt. “De aios die ik begeleid, staan in het begin versteld van de breedte van het vak: het is generalistisch én specialistisch. Naast de complexe zorg binnen de muren van het ver­pleeg­huis kun je ook werken in de eerste lijn, geriatrische revalidatie en eerste­lijns­­verblijf. Samenwerking met andere (me­ dis­che) disciplines zit in de kern van ons vak. Ouderen­geneeskunde speelt daar­­naast een steeds grotere rol in het leveren van de juiste zorg op de juiste plek voor kwets­bare ouderen en in com­plexe situa­ties. Dia­gnos­tiek van dementie hoeft niet altijd meer in het zie­ken­huis plaats te vinden; de exper­tise van de spe­cialist ou­de­ren­­ge­nees­kunde kan hier­bij goed worden ge­bruikt. Daar­door is het specia­lisme echt een vak van de toekomst.”

gek; de provincie Limburg vergrijst het snelst van heel Nederland. De missie van dit nieuwe opleidingsinstituut is daarom ‘voor de regio, door de regio’. Mariëlle van der Velden-Daamen is specialist ouderen­ geneeskunde en hoofd van de opleiding in Maastricht. De afgelopen maanden is ze druk geweest met het opzetten van de gloed­­nieuwe opleiding. “Het was natuurlijk span­­nend om te zien hoeveel nieuwe aios zich zouden aanmelden, maar ik ben blij dat we in september starten met een groep van negen aios.” Ze merkt zelf in haar werk in een verpleeghuis dat de interesse in het vak enorm aantrekt. “Waar ik een paar jaar geleden gemiddeld ongeveer twee keer per jaar een geïnteresseerde basisarts een dag op sleeptouw nam, begeleid ik er nu soms twee per maand.”

“Het viel me al snel op hoe autonoom je als aios ouderengeneeskunde werkt” Paul Heuvelmans, aios ouderengeneeskunde

Volgens Van der Velden-Daamen liggen er vooral kansen bij het enthousiasmeren van ge­nees­­kundestudenten. “Op faculteiten waar ouderen­geneeskunde een verplicht co­schap is, is de doorstroom naar de op­lei­ ding ou­deren­geneeskunde groter. Daar­­om doen wij ons best om het hier in Maas­tricht ook in het basiscurriculum te krijgen.” Het opleidings­instituut volgt medischinhoudelijk het lan­de­lijke cur­ricu­lum, maar geeft de opleiding ook een eigen karakter. “Onze regionale missie zie je bij­voorbeeld terug in het feit dat we in hetzelfde gebouw zitten als de op­leiding huisartsgeneeskunde. We werken nauw samen en voegen terug­ komdagen over bij­voorbeeld wondzorg of familiegesprekken van de twee specialis­ men samen. Op die manier hopen we dat deze dokters elkaar in de toekomst beter vinden.”

Voor en door de regio

Dat ze in Maastricht staan te trappelen om van start te gaan met het opleiden van spe­cia­listen ouderengeneeskunde, is niet

Focus op kwaliteit van leven

Een van de basisartsen die in Maastricht begint aan de opleiding ouderen­genees­kun­de

is Charlotte Coopmans. “Na een aantal jaar promotieonderzoek, is ouderen­geneeskun­de via een coach op mijn pad gekomen. Ik ben op gesprek geweest en daarna begon­nen als anios ouderengeneeskunde. Bij de evaluatie boden ze me meteen een opleidings­ plek aan.” Ouderengeneeskunde heeft haar in de praktijk enorm verrast. “Behalve dat het medisch-inhoudelijk een heel breed specialisme is, kom je ook heel zeldzame ziektes tegen. Wat mij erg aanspreekt, is dat je voor deze patiënten tijd hebt om diep in de materie te duiken en kijkt wat je zelf kan betekenen voordat je de patiënt door­ver­ wijst naar een medisch specialist. Je leert ook creatief om te gaan met de apparatuur en diag­nostiek die in het verpleeghuis voor­­handen is. Mijn ervaring tot nu toe is dat je daar al heel ver mee komt. Je maakt in de ouderen­geneeskunde sowieso veel meer de afweging wat en hoe je behandelt. De focus ligt echt op kwaliteit van leven.” Coopmans kijkt enorm uit naar de start van haar opleiding. “Dat we met een klein clubje starten, zie ik als pluspunt. Boven­ dien is Maastricht de stad waar ik genees­ kunde heb gestudeerd en is het niet ver van waar ik woon.”

“Je hebt echt tijd voor diepgang” Charlotte Coopmans, basisarts

Gewoon bijzonder

VASON, de vereniging voor aios ouderen­ geneeskunde, probeert ook een steentje bij te dragen aan het werven van basis­arts­en. Paul Heuvelmans, aios ouderen­ge­nees­ kun­de en bestuurslid bij VASON: “Onze kern­­taak is het behartigen van de belangen van onze leden. En voor ons als aios is het belang­rijk om straks met genoeg collega’s te zijn om de zorg te kunnen leveren die we willen. Daarom kijken we bij VASON naar wat wij kunnen betekenen. Zo werken we samen met SOON, De Jonge Specialist en andere aios-verenigingen samen om te kijken hoe we basisartsen nauwer kunnen laten ken­nis­­maken met de specialismen buiten het zieken­­huis.”

September 2020 | 13


Volgens hem gaat het kennismaken verder dan weten wat je medisch-inhoudelijke rol is. “In de opleiding viel me al snel op hoe autonoom je als aios ouderengeneeskunde mag werken. Dat contrast is vooral groot als je bijvoorbeeld net als anios uit het zieken­ huis komt. Als aios deel ik mijn tijd zelf in. Dat geldt zowel voor het plannen van de spreek­uren, het lopen van visites als voor de fre­quentie van de contactmomenten met een patiënt.”

“De interesse in het vak trekt enorm aan” Mariëlle van der Velden-Daamen, hoofd opleiding Maastricht

Naast zelfstandig moet je als specialist ouderen­geneeskunde toch ook juist een team­speler zijn, benadrukt hij. “Je werkt in een ver­pleeghuis met een team van ver­­ schillen­de zorgprofessionals samen. Ook hier is in de opleiding veel aandacht voor. Zo heb je de keuze om zaken als com­mu­ni­ca­tie en persoonlijk leiderschap als leer­­doel te stellen.” Heuvelmans vindt het spe­cia­­lisme zowel generalistisch als specia­listisch. “Natuurlijk ben je er als specialist ouderen­ genees­kunde voor de diabeteszorg, wond­­verzorging en het voorschrijven van zalfjes. Maar als het gaat om eindstadia van be­paal­ de ziektes, dan zijn wij echt een specia­­list. Daar komt veel palliatieve zorg bij kijken, en gelukkig is daar in het vak vol­doen­de ruimte voor.” Om meer basisartsen voor het vak te en­thou­­sias­meren, is het volgens Heuvel­mans be­langrijk dat aios en specialisten ouderen­ geneeskunde meer van zichzelf laten zien. “Als startende genees­kunde­stu­dent droom je ervan om iedere dag levens te redden. De realiteit is dat bijna geen enkele arts dat doet. Wat we vooral moeten laten zien, is dat wat wij doen ook heel bij­zonder en veel­ zijdig is.”

Cijfers

16%*

44%*

Tussen 2005 en 2018 bleef 16% van alle op­­leidings­ plekken tot spe­cialist ouderenge­­­nees­­­­kunde onvervuld.

Zonder ingrijpen loopt het tekort aan specialisten ouderengeneeskunde in 2034 op tot 1.230. Er zijn dan 2.766 specialisten nodig om aan de vraag te voldoen. Dat betekent dat 44% van de vacatures niet is in te vullen.

260** In 2020 gaan 141 aios van start. In 2021 is er bij de vijf opleidingsinstituten voor het specialisme ouderen­ geneeskunde gezamenlijk plaats voor 260 startende aios.

1-11 Voor de groep aios die in maart 2021 met de opleiding start, loopt de inschrijving nog tot 1 novem­ber. Zie voor meer info: www.soon.nl.

* Bron: Verenso ** Bron: Ministerie van VWS

“Je moet zelfstandig, maar ook een teamspeler zijn”

LAD magazine | 14


Tekst Corrie Kooijman Fotografie Hans Tak

Huisartsen, aios, artsen Maatschappij + Gezondheid (M+G), medisch specialisten en jeugdartsen: de LAD heeft leden in alle disciplines. Wie zijn ze en wat drijft hen? In deze rubriek brengen we LAD-leden letterlijk in beeld. Dit keer:

Marthein Gaasbeek Janzen, arts M+G bij Zorginstituut Nederland Wat zorgt ervoor dat jij met plezier naar je werk gaat?

“De wetenschap dat mijn werk als sociaal geneeskundige wezenlijk bijdraagt om de burgers in Nederland zo gezond mogelijk te houden. De vraag ‘hoe komt het dat iemand deze ziekte heeft gekregen?’ overstijgt voor mij de vraag ‘hoe kan ik iemand beter maken?’. Ik ben blij dat preventie steeds meer de erkenning krijgt die het verdient. Toen ik 30 jaar geleden begon, was de aandacht hiervoor nog beperkt.”

Wat is voor jou de toegevoegde waarde van de LAD?

“De LAD zorgt voor mij en al mijn collega’s, zodat wij gezond en veilig ons werk kunnen blijven doen. Ik ben onder de indruk van het LAD-projectplan voor gezond en veilig werken en onder­steun dat dit een speerpunt is. Ook de individuele arbeidsrechtelijke ondersteuning biedt duidelijke meer­waar­ de. De wetenschap dat ik bij een geschil of andere kwes­tie terecht kan bij de experts van de LAD, geeft een veilig gevoel.”

­­

Wat is het grootste vooroordeel over artsen M+G?

“Het grootste misverstand is dat wij geen patiënten zouden zien. Ook voor ons zijn individuele gevallen het uitgangs­ punt, maar we kijken ook naar het zorgsysteem waar ze onderdeel van zijn. Denk aan sociaal-medische advisering of aan een verschil van mening tussen de patiënt en zorg­ verzekeraar over wat er vergoed wordt vanuit het basis­ pakket. Ik werk als arts M+G met medische advisering als des­kundigheidsgebied. Mijn advies gaat uit van de patiënt, maar is gestoeld op het leveren van kwaliteit van zorg en daar zit een maatschappelijk belang achter.”

Hoe is de samenwerking met andere LAD-leden?

“Als lid van de ledenraad van de LAD zie en hoor ik veel van andere artsendisciplines vanuit veel invalshoeken. Dat is goed voor wederzijds begrip en het leidt tot respect voor de ver­scheidenheid van ieders werk. Iedereen draagt vanuit zijn eigen vak bij aan de gezondheid van het totaal. Het is leuk en leer­zaam met zoveel collega’s aan zoveel facetten samen te werken.”

“Alles is gezondheid” September 2020 | 15


Tekst Marjolein Dekker

“Medische staf begint bij draagvlak” Sinds vorig jaar moet iedere ggz-instelling een medische staf hebben. Hoe ver zijn ggz-instellingen daarmee en wat is eigenlijk de toegevoegde waarde voor artsen en ggz-instellingen? “We hebben uiteindelijk een gezamenlijk belang, dus zoek dat ook op.”

Het was een langgekoesterde wens van de LAD en de Federatie Medisch Specia­lis­ten om inspraak van medisch specia­listen in de ggz in de Cao GGZ op te nemen. “In zieken­huizen zijn medische staven al jaren ge­meengoed, maar in de ggz was dat nog lang niet zo”, vertelt José Klerks, onder­han­ delaar bij FBZ, de werk­nemers­organisatie die LAD-leden ver­tegenwoordigt aan de tafel voor de Cao GGZ. “Juist vanwege de ervaring in zieken­huizen weten we hoe zinvol het is als medisch specialisten op reguliere basis overleg hebben met hun raad van be­stuur. Hoe garandeer je de beste zorg? Hoe houd je je crisisdienst operationeel bij onder­be­ zetting? Hoe zorg je dat je als instelling een aantrekkelijke werkgever blijft? Het maakt het werk van dokters niet alleen leuker om over dat soort zaken mee te denken, maar leidt in onze ogen ook tot betere zorg als medisch specialist en raad van bestuur er samen over nadenken – ieder vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid natuurlijk.”

Moeizaam

De LAD en Federatie Medisch Specialisten kregen echter regelmatig signalen dat me­­dis­che staven maar niet van de grond kwamen in de ggz. Soms doordat een raad LAD magazine | 16

van be­stuur vond dat de stem van medisch specialisten via ‘de hiërarchische lijn’ al goed werd vertegenwoordigd. In andere instellingen gaven medisch specialisten aan dat dat er te weinig animo was bij col­ lega’s om tijd en energie te steken in een medische staf. “Dat was voor ons reden om het aan de cao-tafel te agenderen”, vertelt Klerks. Ze noemt het een ‘mijlpaal’ dat nu zwart op wit staat dat inspraak van medisch specialisten moet worden gere­geld. “De cao-afspraak betekent dat zowel dokters als werkgevers het belang van in­spraak erkennen.”

“Het heeft geen zin om alleen maar ‘tegen’ te zijn”

ac­tivi­teiten opgestart, vertelt projectleider Katrien Hendriks, senior adviseur bij de Fe­ deratie Medisch Specialisten. “We hebben geïnventariseerd wat de stand van zaken is per ggz-instelling. In tien ggz-instel­lin­gen bestaat al een medische staf; in twee in­stel­ lingen is een medische staf in oprich­ting. Daarnaast hebben onze juristen in ruim twin­tig instellingen onder­steuning ge­boden, variërend van het inven­tariseren van knel­ punten tot concrete onder­steu­ning.” Uit de rondgang langs ggz-instellingen zijn do’s en don’ts opgehaald, die zijn verwerkt in een geactualiseerde Toolkit medische staf. Hendriks: “Daarnaast zijn we samen met de Academie voor Medisch Specialisten bezig een training te ontwikkelen, die onder meer ingaat op de organisatie en finan­cie­ring van de ggz en op bestuurlijke vaar­digheden.”

Ondersteuning

Het vastleggen in de cao was stap één, maar daarmee is een medische staf nog niet automatisch geregeld. De Federatie Medisch Specialisten, LAD en Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP) startten daarom dit jaar een project om medisch specialisten hierbij te ondersteunen. Vanwege COVID-19 kwam dat dit voorjaar stil te liggen, maar intussen zijn diverse

Verenigen

Een van de ggz-instellingen die al sinds 2009 een medische staf heeft – ver vóór de cao-afspraak – is Reinier van Arkel. De beginjaren waren niet makkelijk, weet psychiater Paul Höppener, sinds 2015 voor­ zitter van de medische staf. “De medische staf werd destijds opgericht, omdat medisch specialisten het gevoel hadden dat er van


Medische staf in 8 stappen Om psychiaters te helpen bij het oprichten van een medische staf, hebben de LAD en Federatie Medisch Specialisten de ‘Toolkit oprichten medische staf’ gepubliceerd, waarin stap voor stap wordt beschreven hoe je een medische staf kunt opzetten en hoe je de toegevoegde waarde hiervan zichtbaar maakt bij de raad van bestuur. De volledige toolkit is te vinden op www.lad.nl via Cao’s/Cao GGZ.

alles werd besloten, zonder dat ze daarbij werden betrokken. Omdat Reinier van Arkel veel locaties heeft, bleek het echter lastig iedereen te verenigen, ook omdat het alle­­maal in eigen tijd moest gebeuren. Daar­ door was er op papier weliswaar een me­dische staf, maar de opkomst bij onze leden­vergaderingen was heel beperkt.”

Eyeopener

Drie jaar geleden veranderde dat. Höppener: “Een van de belangrijkste ‘triggers’ was de pensioen­aftoppings­kwes­tie. Die kwam er kort gezegd op neer dat werkgevers in de ggz niet volledig wilden bijdragen aan de pensioenpremie van medisch spe­cia­lis­ten. Vanuit de LAD, Federatie Medisch Specia­ lis­ten en FBZ werd toen een actie­traject geï­ni­tieerd. Er is twee keer een zon­dags­ dienst gehouden, waaraan wij hebben mee­ gedaan. Met effect. Compensatie van de pen­sioen­aftop­ping werd in de cao geregeld en daar boven­op kregen wij van de raad van bestuur een potje om te investeren in onze onderwijs­doelen. Voor veel collega’s was dat een eye­opener: als we onszelf goed verenigen, krijgen we dit soort dingen voor elkaar! De pen­sioen­aftopping heeft voor een enorme verbinding gezorgd.”

Betrokken

Het psychiaterstekort en de komst van een nieuwe raad van bestuur hebben een con­ struc­tief overleg volgens Höppener ver­sneld. Eén keer in de zes weken vindt nu overleg plaats tussen de medische staf en raad van bestuur, vaak samen met de staf van psy­­cho­logen en verpleegkundigen. Vanaf dit najaar haken ook de opleiders bij dat over­­leg aan. “We praten over zaken die ertoe doen. Zo hebben we onlangs over­leg gevoerd over het traject voor een elektro­ nisch pa­tiënten­dossier. We hoorden ineens dat er twee kandidaten waren geselecteerd voor het EPD, maar waren niet betrok­ken bij de selectie en criteria. Dat hebben we aangekaart. Onze raad van bestuur heeft dat heel serieus genomen, waardoor we nu goed worden betrokken.” Een van de andere onderwerpen die Höppe­ n­er en zijn collega’s agendeerden, was de in­richting van de 24-uursdiensten en het aantrekkelijker maken van de instel­ling voor psychiaters om bij Reinier van Arkel te komen werken. “We hebben daar samen over nagedacht en onder meer een fellow­ ship ontwikkeld, waar­bij jonge psy­chia­ters een uitgebreid inwerk­pro­gramma krijgen.”

Geen klaaguurtje

Een van de belangrijkste dingen die Höppener zelf heeft geleerd, is dat een medische staf geen ‘klaaguurtje’ is. “Je kunt aangeven waar je allemaal tegenaan loopt, maar moet jezelf ook constructief opstellen. Een raad van bestuur moet met andere zaken rekening houden dan wij, dus probeer je daarin te verplaatsen. Uiteindelijk moet je het samen doen en is het belangrijk dat je het ge­deel­ de belang ziet. Het heeft geen zin om alleen maar ‘tegen’ te zijn.” Uit eigen ervaring weet hij dat het inves­ te­ren in de onderlinge verbinding heel be­langrijk is. “Je bent geneigd meteen naar de raad van bestuur te stappen, maar veel belangrijker is dat je eerst zorgt dat er bij je collega’s draagvlak is voor een medische staf en dat je samen scherp krijgt waar je voor staat. Bij ons zijn dat drie aspecten: verbinden, ontwikkelen en positioneren. Onze medische staf telt circa 40 psychiaters en we hebben er bewust voor gezorgd dat de vier bestuursleden alle verschillende eenheden vertegenwoordigen. Dat is be­ langrijk om te zorgen dat iedereen zich goed vertegenwoordigd voelt.”

September 2020 | 17


­­­­­

Column

Constructief de wedstrijd in In 2021 moet een aantal grote cao’s worden vernieuwd, zoals de cao’s UMC, Ziekenhuizen, GGZ, Gehandicaptenzorg en VVT. Samen goed voor bijna een miljoen werknemers. Voor een aantal cao’s starten de onder­ han­delingen dit najaar al. Gezien de huidige economische onzeker­heid en de uitdagingen waar we in de zorg voor staan, maken we ons zorgen over ‘een goede afloop’. Diverse werkgeversorganisaties hebben, voor­dat er überhaupt een eerste onderhandelingsdatum is geprikt, nu al aan­­­ ge­geven dat er eigenlijk geen financiële ruimte is voor een ver­betering van de arbeidsvoorwaarden. Natuurlijk hebben we begrip voor de finan­­ciële situatie van zorginstellingen, maar ik vind het tege­lijker­tijd te vroeg om nu al te roepen dat er niks kan. Juist nu, in tijden waarin een enorm beroep wordt gedaan op artsen en andere zorgprofessionals, is het misschien wel belangrijker dan ooit om te kijken wat we samen – dus als werknemers- én werk­gevers­ organisaties – kunnen doen om te zorgen dat we goed door het corona­ tijdperk heen komen. Dat betekent onder meer dat we met werkgevers in gesprek willen over de werk- en dienstendruk, de compensatie van de soms vele overuren die artsen maken, de inzet van anios en anios en over de vraag hoe artsen ook op langere termijn vitaal kunnen blijven. Daarmee zeg ik niet dat er automatisch overal geld bij moet. Maar laten we alsjeblieft niet al de deur dichtdoen voordat we goed en wel in ge­ sprek zijn. Dat zorgt voor onrust en het is ook niet fair gezien de inspan­ ningen die artsen en andere zorgprofessionals hebben moeten leveren. Als LAD willen we constructief de wedstrijd in. Uit diverse onderzoeken blijkt dat – met name jonge – artsen heel bevlogen en betrokken zijn bij hun werk, maar door de werkdruk- en regeldruk of het gebrek aan zeggen­schap heeft een aantal van hen wel eens overwogen de zorg te verlaten. Laten we zorgen dat het bij een overweging blijft en dat alle twijfe­laars ‘aan boord’ blijven. Maar daar zijn werknemers en werk­ gevers wel samen verantwoordelijk voor! Caroline van den Brekel, directeur

LAD magazine | 18

Nieuwe cao’s in aantocht Dit najaar gaan de onderhandelingen voor diverse nieuwe cao’s van start. Zo vindt op 30 september de aftrap plaats van het traject voor een nieuwe Arbeids­voorwaarden­re­ge­ ling Medisch Specialisten (AMS), die geldt voor medisch specialisten in algemene ziekenhuizen. Later dit najaar volgen de eerste overleggen voor een nieuwe Cao Zorg van de Zaak, UMC en Jeugdzorg. In alle cao-onderhandelingen wil de LAD concrete afspraken maken over (onder andere) het verbeteren van de positie van artsen en over een gezond en veilig werk­­­kli­maat (denk aan het terugdringen van werk­­­druk, een acceptabele diensten­druk, etc.). Via speciale nieuws­brieven houden we leden tijdens het onderhandelings­traject op de hoogte. Meer weten over de uitgangs­ punten voor onze cao-inzet? Ga dan naar www.lad.nl/arbeidsvoorwaardenbeleid.

Intussen op Twitter … LAD @LADactueel De helft van de jonge artsen denkt wel eens aan stoppen ... onderzoek van De Jonge Dokter bevestigt waarom we, samen met @jongespecialist, @VvAA en @LOVAH_pr, werken aan een lagere werkdruk en meer werkplezier via #zininzorg!

0,5 miljard GGD’en moeten door de COVID-19 crisis dit jaar bijna 0,5 miljard euro extra uitgeven, onder andere aan testen (bron: Andersson Elffers Felix)


In het kort

Mis onze trainingen niet!

Vanwege de COVID-19 crisis zijn de trainingen ‘Beter in beeld’ en ‘Beter in onderhandelen’ dit voorjaar niet door­ gegaan, maar dit najaar bieden we ze weer aan. De trainingen zijn spe­ciaal voor LAD-leden ontwikkeld, duren één dag en leveren beide 6 accreditatie­ punten op. Bij ‘Beter in beeld’ leert u wat uw kern­ kwaliteiten zijn en hoe u die kunt in­ zetten om uw invloedssfeer te vergroten in het contact met collega’s, patiënten en bestuurders. ‘Beter in onder­han­ de­len’ is een logisch vervolg op deze training en biedt een ver­diepings­slag: hoe maak je je punt met behoud van de relatie en hoe onderhandel je nou

effectief? U kunt de trainingen samen, maar ook afzonderlijk van elkaar volgen. Beter in beeld kunt u volgen op 16 oktober of 8 december; Beter in onder­­handelen op 10 december. Beide trainin­­gen zijn interactief van opzet, vinden plaats in Utrecht en worden speciaal voor u als LAD-lid voor slechts 325 euro aangeboden. Bij iedere training is plaats voor maximaal 12 personen, zodat we de trainingen ‘corona­proof’ kunnen organiseren in een ruimte die hiervoor geschikt is. Interesse of meer weten? Ga naar www.lad.nl/beterinbeeld of www.lad.nl/beterinonderhandelen.

Onbetaald overwerk voor anios De LAD en De Jonge Specialist hebben de afgelopen tijd diverse signalen ontvangen dat anios in algemene ziekenhuizen soms op dezelfde manier worden ingeroosterd als aios. Artsen in opleiding tot medisch specialist (aios) draaien in algemene zieken­huizen vaak 48 uur per week. Daarvan krijgen ze 38 uur betaald en wordt 10 uur als opleiding beschouwd. Artsen die niet in opleiding zijn (anios) worden soms ook via deze constructie ingezet, terwijl zij geen opleiding volgen. Ze werken dus 48 uur, maar krijgen maar voor 36 of 38 uur betaald. Ze maken in feite dus overuren die niet betaald worden en dat mag niet volgens de Cao Ziekenhuizen. De LAD en DJS hebben de kwestie daarom besproken met cao-partij FBZ, die de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen heeft opgeroepen er zorg voor te dragen dat haar leden de cao volgen. FBZ heeft benadrukt dat anios niet structureel als aios kunnen worden ingeroosterd voor overwerk. Bovendien moet overwerk volgens de overwerkvergoeding in de cao worden betaald.

22.000

30%

1 uur

22.000 mensen met een zorgachtergrond meldden zich tijdens de COVID-19 uitbraak aan bij de vacaturesite extrahandenvoordezorg.nl. Van hen werden er 5.500 ingezet

Het aantal vrouwelijke huisartsen nam in vijf jaar tijd met 30% toe. Van alle huisartsen is 60% nu vrouw

Artsen en verpleegkundigen besteden dagelijks bijna 1 uur aan kwaliteitsregistraties. Ze vinden slechts een derde daarvan nuttig

(bron: CBS)

(bron: Radboudumc, UMCG en Rijnstate)

(bron: Medisch Contact)

September 2020 | 19


5% korting voor u als LAD-lid op VvAA schadeverzekeringen Als lid van LAD én VvAA profiteert u van korting op de particuliere schade­ verzekeringen van VvAA. De verzekeringen aanvragen en beheren doet u eenvoudig online via MijnVvAA.nl. Nog geen lid van VvAA? Profiteer nu van een jaar gratis lidmaatschap (t.w.v. € 39,­).

Ga naar vvaa.nl/samenwerken/lad voor meer informatie en vraag direct online uw verzekeringen aan.

5% korting

De stem en steun van zorgverleners

Profile for LAD-magazine

LAD-magazine, september 2020  

In dit magazine wordt onder meer ingegaan op het dreigende tekort aan specialisten ouderengeneeskunde en de initiatieven die worden genomen...

LAD-magazine, september 2020  

In dit magazine wordt onder meer ingegaan op het dreigende tekort aan specialisten ouderengeneeskunde en de initiatieven die worden genomen...

Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded