__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1

Magazine

Jonge artsen in de bres voor meer werkplezier Minder nachtdiensten vanaf je 60ste Bewegen als medicijn ‘Medische afzakker’ ... en dan?

# 34 - Juli 2021 Kwartaalmagazine van de Landelijke vereniging van Artsen in Dienstverband (LAD)


Voorwoord

­­­­

Post-COVID

Ik deel die blijdschap. Het is fijn om weer met meer mensen te kunnen afspreken en meer te kunnen doen dan alleen wandelen of fietsen. Maar ik maak me ook zorgen. De werkdruk in de zorg is nog steeds heel hoog. En dat blijft de komende tijd ook zo. Minister Van Ark kondigde eind mei aan dat ze wil dat we dit jaar nog alle zorg inhalen. Dat betekent dat we moeten schakelen van een ‘crisisstand’ naar een hoogste versnelling in het ‘gewone’ werkleven: een leven dat nog steeds heel hectisch is, terwijl Nederland intussen richting een ont­ spannen vakantiemodus gaat ... Dat contrast is groot. Onze collega’s zijn ook toe aan vakantie en vrije tijd, en juist nu wordt er een beroep op hen gedaan om dat stapje extra te zetten. Ik denk dan ook dat we deze overgangsfase niet moeten onder­schatten. Tijdens de eerste coronagolf gaven we artsen en andere zorgprofessionals tips om de crisis­ tijd goed door te komen: hoe zorg je goed voor jezelf en

LAD magazine | 2

voor elkaar? Hoe zwaar de crisis ook was, we hebben van diverse artsen signalen gekregen dat bepaalde dingen in die crisistijd ook fijn waren. Zoals het samen starten van een dienst en naar elkaar uitspreken waar je je zorgen over maakt. De mogelijkheid om te allen tijde terecht te kunnen bij een psycholoog of andere vorm van ondersteuning als je daar behoefte aan hebt. Het multidisciplinaire werken: samen, over alle spe­ cialismen heen, voor één doel gaan! Maar ook: het gevoel hebben dat je als arts weer de regierol hebt en op strategisch niveau serieus wordt genomen. Het is in mijn ogen ontzettend belangrijk dat soort din­gen de komende tijd vast te houden. Als LAD onder­ zoeken we op dit moment welke ‘lessons learned’ we wil­len meenemen en hoe we die kunnen borgen (bij­ voor­beeld in ons overleg met werkgevers). En na­tuur­ lijk delen we ‘best practices’ ook graag met u. Als deze crisis iets heeft duidelijk gemaakt, is het immers wel dat we elkaar hard nodig hebben. Mocht u goede sugges­ties hebben: aarzel niet om die met ons te delen. Ik hoop dat alle artsen en andere zorgprofessionals deze zomer richting een ontspannen vakantiemodus kunnen gaan! Suzanne Booij Voorzitter LAD

Colofon: Kwartaalblad van de Landelijke vereniging van Artsen in Dienstverband (LAD) met nieuws, opinie en achtergrondinformatie. (oplage 33.000) Redactieadres Mercatorlaan 1200, Postbus 20058, 3502 LB Utrecht, Telefoon 088 13 44 100, E-mail: redactie@lad.nl Redactie Caroline van den Brekel, Marjolein Dekker, Julia Hamel en Corrie Kooijman Columnist Doa Shaikhani (coassistent) Illustraties Ronald Slabbers Fotografie Ivar Pel Ontwerp Member Since Druk Centrum Drukwerk - ISSN-nummer 2213-9923

Eindelijk kwam het kantelpunt in zicht waar we alle­ maal zo lang op hebben gewacht. Toen dit maga­zine naar de drukker ging, daalde het aantal nieuwe coro­na­­ besmettingen en ziekenhuisopnames behoor­lijk. Als ik een collega-intensivist spreek, hoor ik dat het aantal patiënten nu echt afneemt. Ook hoor ik van steeds meer opa’s en oma’s dat ze weer bij hun kleinkinderen op bezoek durven nu ze gevaccineerd zijn.


“Verbinding eerste en tweede lijn kan beter” Hij werkte in Afrika, Albanië, werd huisarts op z’n 41ste en is intussen locatieverantwoordelijk huisarts in Osdorp. Paul Prinsen Geerligs, sinds april bestuurslid bij de LAD, heeft een duidelijke visie op het verbinden van de eerste en tweede lijn en het vergroten van de inspraak van artsen. “Ik denk graag in oplossingen.”

4

Werk/privé

10

Hoe houd je zin in zorg? Vier teams met elk tien jonge artsen werken het komende halfjaar aan een toekomstagenda voor meer werkplezier en mentaal fitte dokters. Het initiatief komt van Zin in Zorg, een beweging die de LAD, De Jonge Specialist, VvAA en LOVAH anderhalf jaar geleden lanceerden. De jonge artsen willen graag een cultuurverandering aanjagen. “Het is schokkend dat een kwart van de a(n)ios overweegt te stoppen.”

8 Bewegen als medicijn Nederlanders zitten te veel, terwijl bewegen het risico op allerlei kwalen kan verminderen. Welke rol hebben artsen om Nederland meer aan het bewegen te krijgen?

12

16

Minder nachtdiensten

Verslavingsarts in beeld

Medisch specialisten in algemene ziekenhuizen kunnen sinds kort het aantal diensten in de nacht afbouwen vanaf hun zestigste. Dat is afgesproken in de nieuwe Arbeidsvoorwaardenregeling Medisch Specialisten. “Gezond en veilig werken moet nu echt gestalte krijgen”, aldus LAD-onderhandelaar Jan Willem Le Febre.

Machteld Tissing is verslavingsarts en houdt haar hart vast voor de hoeveelheid verslavingen die boven tafel kan komen als Nederland straks verder opengaat. “Veel mensen hebben het psychisch zwaar.”

7

15

17

18

De andere dokter

Kwetsbaar

Medische afzakker

In ’t kort

De campagne ‘De andere dokter’ moet laten zien wat het specialisme Arbeid en gezondheid te bieden heeft. “Het is een prachtig vak.”

Doa Shaikhani komt in aan­ raking met een groep kwets­ bare jongeren. “Ik realiseer me dat dit de doelgroep is die ik wil helpen.”

Een kinderarts vraagt de LAD om advies bij het aanvragen van een WIA-uitkering. Dan hoort ze dat sprake is van een ‘medische afzakker’.

Lees de column van Caroline van den Brekel, het laatste nieuws over trainingen, LAD-activiteiten en andere zaken. Juli 2021 | 3


Tekst Marjolein Dekker en Julia Hamel Foto Stephan Tellier

“Verandering begint bij onszelf” 40 jonge artsen werken het komende halfjaar aan een toekomst­agenda om het werkplezier in de zorg te behouden en meer tijd voor de patiënt te creëren. Het initiatief komt van Zin in Zorg, een beweging die de LAD, De Jonge Specialist, VvAA en LOVAH initieerden. De 40 artsen zijn verdeeld over vier teams, die elk hun eigen ‘teamcaptain’ hebben: vier ambitieuze jonge dokters die de cultuur in de zorg willen veranderen. “We willen dit vak gezond, duurzaam en vooral met plezier blijven uitoefenen.”

Jonge artsen zijn trots op hun vak, maar een kwart van de a(n)ios in ziekenhuizen zou niet opnieuw voor geneeskunde kiezen vanwege de hoge werkdruk, de werkcultuur en een verstoorde werk-privébalans. Zonde, vinden de LAD, De Jonge Specialist, VvAA en de Landelijke Organisatie van As­ pirant Huisartsen (LOVAH). Eind 2019 start­ ten zij de beweging Zin in Zorg, die gaat en staat voor meer werkplezier, mentaal fitte jonge dokters en meer tijd voor de patiënt. Tal van jonge artsen hebben zich intussen bij de beweging aangesloten. Samen met hen is afgelopen jaar bekeken wat voor jonge artsen knelpunten zijn: waar lopen ze tegenaan? Wat moet er in hun ogen veranderen? Aan de hand van een aantal bijeenkomsten is een Zin in Zorg Toekomst­ agenda opgesteld. Op basis van die agenda zijn vier challenges geformuleerd (zie ook het kader op pagina 6), waar 40 jonge arts­en mee aan de slag gaan. Hoe kunnen jonge artsen bijvoorbeeld meer ruimte krijgen voor persoonlijke ontwikkeling? Hoe kunnen ze beter worden betrokken bij de organisatie van hun werk? Hoe creëer je een cultuur

LAD magazine | 4

waarin overwerken niet langer de norm is? En wat moet er gebeuren om meer oog te hebben voor de mens áchter de dokter?

Teamcaptains aan het woord

Vier projectteams met elk tien jonge artsen uit het hele land en van verschillende spe­ cialismen (zowel binnen het ziekenhuis als daarbuiten) zijn intussen gestart met de challenges. Ze worden ‘aangevoerd’ door vier teamcaptains: aios Ellen Mooren en anios Sharleen Roerdink, Bernice Wieland en Alise van Heerwaarde (zie pagina 6). We vroegen hen naar hun drijfveren en ambities aan de hand van vier stellingen.

Stelling: Ik doe mee aan Zin in Zorg, omdat ik vind dat er écht iets moet veranderen. Ellen: “Uit het onderzoek van De Jonge Specialist blijkt dat een kwart van de jonge artsen denkt aan stoppen. Dat vind ik best schokkend. Het is prachtig dat zoveel jonge

dokters voor dit vak kiezen omdat ze de inhoud zo leuk vinden, maar zo zonde als ze bijvoorbeeld vanwege de werkdruk of -cultuur zouden stoppen. Zin in Zorg wordt ondersteund door vier grote organisaties, ik hoop dat dat ons helpt om genoeg draag­vlak te creëren en echt een beweging op gang te brengen. Want dat is heel hard nodig.” Sharleen: “Jonge dokters werken in een competitieve omgeving. We hopen alle­ maal op een opleidingsplek en later een werkplek. We focussen daardoor veel op onze medisch-inhoudelijke ontwikkeling en te weinig op onze persoonlijke ontwik­ keling. Om diezelfde reden stellen we ons niet vaak kwetsbaar op richting collega’s. Jammer, want als je, bijvoorbeeld via inter­ visie, aan je collega’s vertelt waar je tegen­ aan loopt en waar je onzeker over bent, krijg je juist erkenning en nuttige feedback. Het moet vanzelfsprekender worden dat dokters twijfels of onzekerheden met elkaar delen.” Alise: “Ik heb als anios kindergeneeskunde twee jaar in Suriname gewerkt. De werkcul­ tuur is daar heel hiërarchisch en de manier van aansturen directiever dan in Neder­ land. Je hebt dus minder ruimte om iets te zeggen. Daardoor realiseerde ik me hoe groot de impact is van de werkcultuur op je werkplezier.” Bernice: “Als ik andere artsen vertel waar­ om ik meedoe aan Zin in Zorg en wat we aan het doen zijn, herkennen ze er veel van, zoals de onzekerheden van het vak, het harde werken, soms weinig contact met je collega’s en (te) weinig tijd voor je patiënten. Ik hoop dat we dat samen kun­ nen veranderen.”


Op 25 mei pitchten de vier Zin in Zorg-teams hun eerste verbeterideeën. Op de foto Bernice Wieland namens team 3

Stelling: Mijn eigen werkplezier heeft wel eens onder druk gestaan. Bernice: “Ik ben nog maar net begonnen en ontzettend enthousiast en bevlogen. Wel ervaar ik de werk- en prestatiedruk. Daardoor ben ik me heel bewust van de keuzes die ik maak en denk ik na over de vraag hoe ik dit vak gezond, duurzaam en met plezier kan blijven uitoefenen.” Ellen: “Ik heb onwijs veel plezier in mijn vak en heb gelukkig nooit overwogen te stoppen. Wel denk ik dat er het nodige moet veranderen om ons werkplezier te vergroten. Denk aan meer autonomie om ons werk zelf in te delen. Een collega van mij was een keer afwezig bij de overdracht, omdat ze toch de hele dag poli had en haar kind om goede redenen een keer zelf naar school wilde brengen. Daar werd zij ver­volgens op aangesproken en dat doet dan toch iets met je. We hebben als jonge dokters allemaal een groot verantwoordelijk­ heidsgevoel en kunnen dit soort afwegingen prima zelf maken.”

Sharleen: “Ik heb mijn grenzen tijdens het laatste jaar geneeskunde al behoorlijk op­ gezocht. De vele uren, het lange reizen en de prestatiedruk vielen me best zwaar. Nu ik weet waar die grens ligt, blijf ik er uit de buurt, en gelukkig ga ik nu iedere dag met plezier naar mijn werk.” Alise: “Ik heb tijdens mijn studie best lang getwijfeld of ik echt arts wilde zijn, maar sinds ik werk is die twijfel verdwenen; dit is wat ik wil! Wel merk ik dat mijn werkplezier per werkplek verschilt. Bij mijn huidige baan denken ze mee over mijn persoon­ lijke behoefte en ontwikkeling, en dat vergroot mijn werkplezier enorm.”

Stelling: Jonge artsen hebben veel ideeën. Daar moet meer gebruik van worden gemaakt. Bernice: “Ja, zeker weten! Het zou fijn zijn als onze mening ertoe doet. Daar moeten we ook zelf voor zorgen. We kunnen wel blijven klagen over dingen die we niet goed vinden

of anders willen, maar de verandering begint bij onszelf.” Ellen: “Jonge artsen wisselen nog veel van werkplek. Daardoor nemen ze veel kennis, ervaring en ideeën mee. Het is volgens mij voor een ziekenhuis of andere zorginstel­ ling heel waardevol om na een maand met een jonge arts in gesprek te gaan. Wat is je opgevallen? Wat doen wij anders? Wat doen anderen beter en wat kunnen wij daarvan leren?” Sharleen: “Helemaal mee eens. Ik denk dat jonge dokters dingen signaleren die een arts die er al lang werkt niet meer ziet. Daarom is het goed als vaker naar onze mening wordt gevraagd.” Alise: “In ons ziekenhuis hangt sinds kort een groot bord waar iedereen, met name nieuwe mensen, ideeën kan ophangen. De reacties zijn zeer positief; iedereen vindt het een geweldig initiatief, maar je merkt dat het daadwerkelijk posten van ideeën en die vervolgens ook uitvoeren een ander verhaal is. Iedereen is al zo druk, dat verbeteringen niet altijd prioriteit krijgen. Daar ligt dus nog wel een uitdaging.”

Juli 2021 | 5


De Zin in Zorg challenges Challenge 1: organisatie van zorg en werk Wij, jonge artsen, gaan voor meer inspraak en voor betere personele onder­steuning van ons werk.

Challenge 2: persoonlijke ontwikkeling en begeleiding Wij, jonge artsen, gaan voor meer ruimte voor persoonlijke ontwikkeling in ons werk.

Challenge 3: aandacht voor de mens achter de dokter Wij, jonge artsen, gaan ons hard maken voor aan­dach­tiger beleid met oog voor de levensfase en gezondheid van jonge artsen.

Challenge 4: organisatie- en beroepscultuur Wij, jonge artsen, gaan voor een positieve hervorming van onze werkcultuur. Meer lezen over de challenges? Kijk dan op zininzorg.nl. Draag je de beweging een warm hart toe en wil je aangesloten blijven op wat we doen? Meld je dan op deze website aan als ambassadeur.

Stelling: Een cultuurverandering kan alleen als jonge én ervaren artsen samen optrekken. Alise: “Volgens mij is het al winst als ervaren artsen zich bewuster zijn van wat er onder jonge dokters speelt. Ik wil als teamcaptain daarom ook ervaren artsen betrekken bij onze challenge. Zij hebben ongetwijfeld goede ideeën waarmee ze ons verder kunnen helpen.” Sharleen: “Ik denk dat ervaren artsen het ook heel leuk vinden om mee te denken over een cultuurverandering. Het is aan ons om ze met onze frisse blik te laten zien waar verbetering mogelijk is.” Ellen: “Ik merk overigens dat de verandering al plaatsvindt. Vanuit mijn rol als bestuurs-­

Even voorstellen ... Deze Zin in Zorg teamcaptains gaan de uitdaging aan

Ellen Mooren (31)

is aios obstetrie en gynaecologie in het Albert Schweitzer Ziekenhuis. Ze is team­ captain van challenge 1 (or­ganisatie van zorg en werk). Ze doet mee aan Zin in Zorg, omdat ze het zonde vindt als jonge dokters op het mooie artsen­vak af­knap­pen vanwege de cul­tuur, werkprivébalans of andere rand­voor­waarden.

LAD magazine | 6

lid van de arts-assistentenvereniging in het Erasmus MC heb ik bijvoorbeeld eens een jaargesprek gehad met opleiders van andere vakgroepen. Er was bij hen een aios uitgevallen en dat hadden ze niet zien aankomen. Ze vroegen onze hulp om signalen in de toekomst sneller te herken­ nen en uitval te voorkomen. Dat vond ik echt goed.” Bernice: “We moeten tijdens dit traject zeker de verbinding blijven leggen tussen jong en oud. Sommige van mijn supervisoren vragen waarom ik deelneem aan Zin in Zorg. Als ik ze erover vertel, reageren ze alle­ maal enthousiast. Dat is mooi, want een cultuurverandering kan alleen slagen als alle artsen eraan meewerken.”

Sharleen Roerdink

(27), team­captain van chal­len­ge 2 (persoonlijke ont­wik­ke­ling en bege­ lei­ding), is anios kinder­­­ge­neeskunde in het Wilhel­mina kinder­zieken­­huis. Toen ze nog anios in het St. Antonius Ziekenhuis was, heeft ze met een col­le­ga intervisie opgezet voor artsassisten­ten. Dat had een positief effect op zowel het individu als de groep. Ze wil deze kennis en er­varing inzetten.

Bernice Wieland

(28) is anios obstetrie en gynae­cologie in het Rijnstate Ziekenhuis, en aanvoerder van challenge 3 (aandacht voor de mens achter de dokter). Ze wil dat er meer gekeken wordt naar wat er bij een arts als indi­vidu past. Wie ben jij? Wat is jouw kracht? Waar liggen je uitdagingen? Ze hoopt dat artsen als beroeps­ groep een opener cultuur ontwikkelen.

Alise van Heerwaarde (28)

is anios kinder­ge­nees­ kunde in het Juliana Kinder­zieken­huis, en voert het team van challenge 4 (organisatieen beroepscultuur) aan. Zij wil dat er een veilige feed­­back­cultuur ont­ staat, waarbij het ook vanzelf­sprekend is om ‘van onder naar boven’ feed­back te geven.


Tekst Corrie Kooijman

Met de campagne ‘De andere dokter’ willen de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfs­geneeskunde (NVAB) en de Nederlandse Vereniging voor Verzekeringsgeneeskunde (NVVG) samen met enkele andere initiatiefnemers laten zien welke carrièremogelijkheden het specialisme ‘Arbeid en gezondheid’ te bieden heeft. De komende tijd krijgt de campagne een impuls. Voorzitter Gertjan Beens van de NVAB en vicevoorzitter Kevin De Decker van de NVVG vertellen wat hun vak zo mooi maakt.

Arbeid en gezondheid: startpunt voor een mooie dokterscarrière “We zijn deze campagne vorig jaar gestart, omdat we merken dat ons specialisme onbekend maar ook onbemind is”, vertelt bedrijfsarts Gertjan Beens. “Ontzettend jammer als je bedenkt dat gezondheid en werk altijd in de top 5 van wensenlijstjes van werknemers staan. Werken is onder de juiste voorwaarden goed voor je ge­ zondheid, en omgekeerd moet je gezond zijn om te kunnen werken. Als bedrijfsarts zit mijn deskundigheid precies op dit snij­vlak. Allereerst wil ik voorkomen dat mensen ziek worden door hun werk. Als iemand toch ziek wordt, is er gelukkig de curatieve sector voor ‘reparatie’, maar daarna komt de vraag of iemand ook weer kan functioneren. Functioneringsherstel zou één van de uitkomstmaten van goede gezondheidszorg moeten zijn. Daar kan en wil ik als bedrijfsarts aan bijdragen.”

Effect van je werk

Bedrijfsartsen kijken volgens Beens niet alleen naar de klachten waardoor iemand is uitgevallen, maar ook naar andere factoren. “Als het ergens wringt, kan het nodig zijn achterliggende problemen te bespreken. Het is mooi als nieuw inzicht soms leidt tot het zelf zetten van nieuwe stappen. Ik gun iedereen het opnieuw ervaren van kracht en waarde. Als je als dokter effect van je werk wilt zien, ben je

als bedrijfsarts op de juiste plek. Je komt in aanraking met alle facetten van iemands leven. Zelf kwam ik direct na mijn studie tijdens militaire dienst met dit boeiende vak in aanraking. Zo was ik al vroeg over­ tuigd van een carrière als bedrijfsarts. Voor artsen die een carrièremove overwegen, is in ons vakgebied volop ruimte.”

“Geen ziekenhuis kan op tegen zoveel gezondheidswinst”

#deanderedokter Het arbeidsmarktperspectief voor bedrijfs- en ver­zekerings­ geneeskunde is zeer goed. Op deanderedokter.nl staan alle mogelijkheden op een rij, met onder andere artikelen en podcasts.

Objectieve beoordeling

Verzekeringsarts Kevin De Decker: “Bij het UWV spreek ik mensen met de meest interessante en complexe levensverhalen. Mijn analyse en beoordeling is van door­ slaggevende betekenis voor iemands toe­­komst. Het is een generalistisch vak met zowel medische, sociale als juridische kanten, die allemaal van belang zijn voor een com­pleet beeld van het gezond­heids­ perspectief van mensen. Ik kijk hoe iemands belast­­baarheid zodanig kan worden in­ge­­­vuld dat hij weer kan functio­neren in de maat­­ schappij en dat tegelijk als zinvol ervaart.” De verzekeringsgeneeskunde is een beoor­ delend beroep, benadrukt De Decker. “Naast de cliënt in de spreekkamer hebben ook anderen een (financieel) belang bij de uitkomsten, denk aan werkgevers of

het ministerie. Moreel en ethiek spelen in mijn werk een grote rol, maar een objectieve beoordeling staat centraal. Voor cliënten betekent terugkeer naar werk en meedoen in de maatschappij een langere levensverwachting en een verminderde kans op chronische ziekten. Dat vertaalt zich dus in een enorme gezondheidswinst, daar kan geen ziekenhuis tegenop. De invloed van bedrijfs- en verzekeringsartsen op de algehele gezondheid is zelfs wet­te­ lijk verankerd. Zij stonden aan de wieg van de Wet tegen Kinderarbeid, de Arbeids­ tijdenwet en de sociale zekerheid. Daar mogen deze professies trots op zijn.” Juli 2021 | 7


Bewegen als medicijn? Nederlanders zitten te veel. Voor de lockdown zat een volwassene volgens het Kennis­centrum Sport al gemiddeld 9 uur per dag. Door het vele thuiszijn en thuiswerken zijn mensen naar schatting alleen maar minder gaan bewegen, terwijl bewegen het risico op hart- en vaatziekten en andere aandoeningen aanzienlijk vermindert. Hoe kunnen artsen en andere zorgprofessionals Nederland meer aan het bewegen krijgen?

LAD magazine | 8


Tekst Julia Hamel Illustratie Ronald Slabbers

Tamara Aipassa

Bas Tomassen

Matthijs van der Poel

interventiecardioloog in het Zuyderland Ziekenhuis:

directievoorzitter Zorg van de Zaak:

huisarts en mede-initiator Looprecept:

Als interventiecardioloog kan mijn behandeling in 10 minuten tijd het verschil tussen leven of dood betekenen. Het is een subspecialisme met veel actie, iets waar ik als ex-topsporter enorm van houd. Maar ik had vaak het gevoel dat ik met de kraan open aan het dweilen was. Ik wilde de oorzaak aanpakken, niet alleen de symp­to­ men wegpoetsen. Hoewel leef­stijl in een regulier behandel­ schema is opge­nomen, slaan dokters die stap dikwijls over, terwijl aan medicatie nooit voorbij wordt gegaan. In mijn op­ leiding was voor preven­­tie naar mijn mening onvoldoende aan­dacht. Ik merkte daardoor dat ik vragen van patiënten over gezonde voeding niet altijd kon be­ant­­­woor­den. Bij beweging is dat simpel: be­­wegen is goed, en meer bewegen is beter. Nu vraag ik aan mijn patiënten wat ze graag zouden willen kunnen en wat nu niet lukt vanwege hun conditie of gezond­heid. Daar­na vraag ik wat ze kunnen bedenken om meer te be­ wegen. Ideeën waar ze zelf mee komen, hebben een veel hogere slagings­kans dan wanneer ik suggesties geef of vertel wat ze kunnen doen. Maar dat is één patiënt per keer, en als ik zie hoe­­veel uur mensen per dag zitten, dan jeuken mijn handen om het grootser aan te pak­­ken. Daarom deel ik op social media filmpjes en tips met de hashtag #snaxercise. Korte simpele oefeningen die je tussendoor, als snack, kunt doen. Want meer bewegen be­tekent niet meteen sporten; meer bewegen kan ook op andere manieren. Probeer tijdens en tussen je werkzaam­heden door even te staan, doe wat squats, hef je armen. Het hoeft allemaal niet perfect, maar doe in elk geval iets!”

Wij zijn dagelijks in gesprek met werkgevers en werknemers over preventie, leefstijl en gezondheid. Vaak mis je – naast het neerzetten van gratis fruit bij de lunch – een praktische manier om hier invulling aan te geven. Vanuit onze expertise als bedrijfsgezondheidsdienst weten we dat mensen die regelmatig be­ wegen, vitaler zijn en minder vatbaar voor ziekte. Maar ook dat mensen sneller weer aan het werk kunnen als ze tijdens herstel van ziekte actief bewegen. In het kader van ‘practice what you preach’ zijn wij daarom zelf begonnen met het stimuleren van onze werknemers om van bewegen een ge­woon­te te maken. In de nieuwste Cao Zorg van de Zaak hebben we afgesproken dat werk­­­­nemers die per week gemiddeld een half uur per dag wandelen, van ons ieder half­ jaar een beloning van 250 euro krijgen. Dit meten we met een app op hun telef­oon. We denken dat we mensen met dit duwtje in de rug op weg helpen naar een gezon­der leven. Want mensen die een­maal meer be­wegen, maken ook vaker verstandige keuzes over zaken als voeding en alcohol. Ik ben ervan overtuigd dat onze investeringen zich terugbetalen, want werknemers die zich mentaal en fysiek fit voelen, functioneren zowel thuis als op het werk beter. Dat is een win-winsituatie en het verlaagt ook nog eens het ziekteverzuim. Onze werknemers reageren enthousiast, ze wandelen tijdens de lunchpauze of tijdens een telefonisch over­leg. De ervaring die we hiermee opdoen, kunnen we weer meenemen naar onze klanten. Hopelijk krijgen we zo nog veel meer mensen in beweging.”

Toen we zeven jaar geleden met Looprecept begonnen, keken collegaartsen en zorgverzekeraars ons nog een beetje gek aan. Gelukkig krijgen leefstijl en beweging nu veel meer aandacht, en wordt het belang door iedereen onderschreven. Ik vind dan ook dat artsen een belangrijke rol spelen in het stimuleren van onze pa­ tiën­ten om een gezonde leefstijl aan te houden. Ik doe dat zelf met name op het gebied van lopen. Het zou mooi zijn als wan­delen een gewoonte wordt voor alle Neder­landers. Via Looprecept proberen wij deze gewoonte bij patiënten te ont­wik­kelen. Dat doen we met banners, flyers en ge­ sprek­­ken in de spreekkamer, maar ook door met onze patiënten te wandelen. Twee keer in de week verzamelt zich een groep van zes tot zestien patiënten voor de praktijk en maken we een rondje van een half uur. Het geeft veel voldoening om te zien dat een patiënt die eerst alleen met een rollator mee kon lopen na een paar weken met een stok meewandelt. Ook kreeg ik brieven van diabetologen uit het Erasmus MC, die schreven dat het sinds het wan­ de­len bij de huisarts beter gaat met een aantal patiënten. Ik stimuleer as­sisten­ten, verpleegkundigen en coas­sistenten in mijn praktijk ook om mee te lopen. Dit kost mij geld, maar voor mij is bewegen topprioriteit. Inmiddels doen veel meer huis­artsen, fy­sio­­­ therapeuten en psychologen in de regio mee. Met Loop­recept hopen we na­tuur­lijk dat nog veel meer zorg­profes­sio­nals uit het hele land onze ambas­sa­deurs worden en zelf lokaal aan de slag gaan om mensen op de been te krijgen.”

Juli 2021 | 9


Werk/privé

Sinds april is hij bestuurslid bij de LAD. Huisarts Paul Prinsen Geerligs vindt het belangrijk dat artsen worden betrokken bij strategische beslissingen en wil zich hard maken voor de verbinding tussen de eerste en tweede lijn. “We moeten de zorg nog veel meer vanuit een netwerk organiseren.”

“ We moeten de invloed van artsen borgen” LAD magazine | 10


Tekst Marjolein Dekker Fotografie Ivar Pel

Paul Prinsen Geerligs (53) is locatieverantwoordelijk huisarts bij Gezondheidscentrum Osdorp, onderdeel van de Stichting Amsterdamse Gezondheidscentra (SAG). Hij zit ook in het kernteam van de SAG, een overlegplatform van de raad van bestuur dat meedenkt over strategische beslissingen. Sinds april is hij bestuurslid bij de LAD. Prinsen Geerligs woont met zijn vrouw en kinderen in Hoofddorp.

Wie zijn cv ziet, moet één ding concluderen: zijn loopbaan is niet bepaald volgens een uitgestippeld plan verlopen. Hij werkte in Afrika, Albanië, begon ooit aan de opleiding anesthesiologie en ‘eindigde’ uit­einde­lijk als huis­arts. Wat opvalt is dat hij, op alle plek­ken waar hij heeft gewerkt, al vrij snel in strate­gische functies terecht­kwam. Vaak geen bewuste keuze, zegt Prinsen Geerligs bescheiden. “Ik ben gewoon iemand die wil dat dingen goed geregeld zijn. En ik denk graag in oplos­singen.”

zwaar. En hoewel ik de coördinerende taken heel leuk vond, miste ik de patiënten­zorg.” Terug in Nederland besloot hij huisarts­ geneeskunde te gaan doen. “Dat bleek een schot in de roos. Ik was al 38, maar de grap was dat ik gezien mijn leeftijd vaak als vol­waardig huis­arts werd aangezien, ook al was ik ‘nog maar’ aios!”

Buitenland

Kritisch

Na het afronden van zijn huisartsenop­ leiding ging hij aan de slag bij het gezond­ heidscentrum in Osdorp, waar hij nu elf jaar werkt. “Ik heb te maken met mensen uit alle verschillende culturen. Ik vind dat leuk. Je kunt in deze wijk echt het verschil maken als je mensen respectvol benadert.” Hij laat even een pauze vallen. “Respectvol betekent echter niet dat ik niet kritisch ben. Ik ben geen huisarts die zomaar een door­ verwijzing regelt, maar ben richting mijn patiënten heel duidelijk in wat ik zinvol vind en wat niet.”

daarmee de lijnmanager van de huis­artsen en rapporteer aan de raad van bestuur. Ontzettend leuk. Ik denk graag mee over de vraag hoe we de zorg kunnen opti­ma­ liseren.” Om diezelfde reden werd hij ook lid van het kernteam, een adviesorgaan voor de raad van bestuur. “Als kernteam geven we input en denken we mee over strategische beslissingen, waardoor be­ sluiten veel beter afgewogen zijn en op meer draagvlak kunnen rekenen in onze gezondheidscentra.” Om die taak goed te kunnen uitoefenen, volgde hij cursussen over het strategische landschap in de eerste lijn: welke bestuurs­ vormen zijn er, hoe is de financiering ge­ regeld, welke wetten en regels gelden er? “Het heeft zoveel waarde je daarin te ver­diepen. Artsen klagen regelmatig over beslis­singen van bestuurders, maar als ik iets heb geleerd, is het wel dat be­sturen een vak is. Omgekeerd is de connectie met de werk­vloer voor bestuurders essentieel, omdat bestuurders vaak niet voldoende weten waar artsen tegenaan lopen. Daarom is het zo belangrijk artsen bij besluiten te betrekken. Je moet elkaar versterken.”

Toekomst huisartsenzorg

Eerste en tweede lijn

Prinsen Geerligs wist al op jonge leeftijd dat hij dokter wilde worden. “Toen ik zes was, las ik een stripboek over een Engelse dokter die de handchirurgie in India had opgezet. Het leek me fantastisch zoiets te mogen doen in het buitenland.” Na zijn op­leiding geneeskunde en een jaartje anios­sen als internist kwam die droom uit. Hij ging als basisarts aan de slag bij Medair, een Zwitserse noodhulporganisatie die kwets­bare mensen helpt bij de weder­opbouw na ram­ pen en in crisis- en conflict­situaties. Zijn eerste post was Zuid-Soedan, waar hij, naast de patiëntenzorg, hielp met het opzetten van een Primary Health Care Clinic. Toen hij na drie jaar terugkeerde in Neder­land, besloot hij dat het tijd was voor een medische vervolgopleiding. Dat werd anes­thesiologie, maar die opleiding brak hij af voor een nieuw avontuur bij Medair. Dit keer in Albanië. Weer een aan­tal jaren later ging hij naar Zimbabwe waar hij een schoolvoedingsprogramma leidde en aan­sluitend naar Noord-Soedan als me­ disch coördinator. Tussen de buiten­land­­ missies door deed hij een master tro­pen­­ geneeskunde in Liverpool en promo­veer­de hij op een onderzoek naar bloed­ar­moede in ontwikkelingslanden.

Terug naar Nederland

“Mijn vrouw, die jurist is, werkte destijds ook voor Medair, dus het was heel fijn dat we samen naar het buitenland konden. Toen we in Zimbabwe woonden, bekroop me echter steeds vaker het gevoel dat ik dit niet oneindig lang kon blijven doen. Noodhulp verlenen is prachtig, maar ook

“Ik ben geen huisarts die zomaar een doorverwijzing regelt”

In zijn gezondheidscentrum werken veel praktijkondersteuners Huisartsenzorg (POH’ers). “POH’ers hebben hier een aantal huisartstaken over­ge­nomen, zoals controleonderzoeken en begeleiding van patiënten. Dat is voor hen leuk, maar ook voor de huisartsen. Je werkt veel meer naast elkaar en zoekt elkaar op als dat nodig is. Die manier van werken heeft in mijn ogen de toekomst.” Digitalisering vindt hij minstens zo belang­ rijk. “Patiënten kunnen mij via een app (die in het Nederlands, Engels, Turks en Arabisch beschikbaar is) een bericht sturen, medi­ ca­tie bestellen, online een (bel)afspraak maken en ook zelf hun dossier inzien. Het voordeel is dat de dokters­assistenten min­ der tijd kwijt zijn aan al deze zaken en zich dus op andere dingen kunnen richten.”

Die connectie tussen bestuurders en artsen is de reden waarom de vacature van LADbestuurslid hem trok. “De LAD wil de in­ vloed van artsen in de organisatie borgen en dat onderschrijf ik van harte. In zieken­ huizen zijn we daarin al aardig op weg en ook in de ggz worden stappen gezet. Mijn ambitie is dat we het nog veel breder gaan stimuleren en faciliteren.” Verder wil hij een bijdrage leveren aan de samenwerking tussen de eerste en tweede lijn. “Het helpt als wij huisartsen weten hoe processen in bijvoorbeeld zieken­ huizen lopen en vice versa. Dat vergroot het onderlinge begrip en je ziet daardoor beter hoe je elkaar kunt versterken. Gezien de toenemende zorgvraag en vergrijzing moeten we de zorg op de juiste plek orga­ niseren. Dat kan alleen als we de zorg van­ uit een netwerk optimaal organiseren.”

Invloed artsen

Prinsen Geerligs is in zijn gezondheids­ centrum locatieverantwoordelijk. “Ik ben Juli 2021 | 11


Tekst Marjolein Dekker Foto ANP Remko de Waal

Minder nachtdiensten vanaf je 60ste In algemene ziekenhuizen kunnen medisch specialisten sinds kort het aantal diensten in de nacht vanaf hun zestigste afbouwen. Het is een van de resultaten in de nieuwe Arbeidsvoorwaardenregeling Medisch Specialisten (AMS), waarover dit voorjaar een akkoord werd bereikt. “Gezond en veilig werken moet nu écht gestalte krijgen.”

LAD magazine | 12

De AMS geldt voor medisch specialisten in algemene ziekenhuizen en revalidatieinstel­lingen, en is gelinkt aan de Cao Zieken­huizen. Zodra een nieuwe Cao Zieken­huizen tot stand komt, gaan de AMS-partijen (LAD, Federatie Medisch Specialisten en Neder­ landse Vereniging van Ziekenhuizen) met elkaar in overleg om te kijken hoe de af­ spra­ken uit de cao worden ‘doorvertaald’ naar de AMS. De gesprekken over die ‘doorvertaling’ zouden in het voorjaar van 2020 van start gaan, maar werden vanwege COVID-19 uit­ gesteld. “We konden niet fysiek bij elkaar komen, terwijl er over essentiële onder­ werpen afspraken moesten worden ge­ maakt. We vonden de AMS te belangrijk om het ‘digitaal’ af te doen en bovendien lagen de prioriteiten tijdens de eerste corona­golf elders. Daarom besloten we de onder­han­ de­lingen te parkeren”, aldus Jan Willem

Le Febre, onderhandelaar voor de LAD en Federatie. Jan Willem Le Febre:

“ De belangrijkste winst is dat gezond en veilig werken geen ‘uitgangspunt’, maar ‘de norm’ is” In het najaar werd besloten het onder­han­ delings­proces te hervatten. De ambities waren hoog, benadrukt Le Febre. “Een van de belangrijkste speerpunten in de AMS is gezond en veilig werken: hoe zorg je ervoor dat medisch specialisten gedurende hun hele loopbaan gezond en veilig inzetbaar blijven? Iedereen onderschrijft dat dat be­ lan­grijk is, maar we ontvangen regelmatig signalen dat de praktijk een ander verhaal is. Zo wordt de maximale arbeidsduur nog


De nieuwe AMS in een notendop • Gezond en veilig werken wordt de norm. De LAD, Federatie en NVZ starten een landelijk bewust­wordings­ programma, waarbij handreikingen worden ontwikkeld om bijvoorbeeld formatie, roostering en productie beter op elkaar af te stemmen. • In de AMS stond al dat de arbeidsduur inclusief diensten maximaal 52 uur per week mag bedragen en incidenteel gemiddeld mag uitlopen naar 55 uur. Die tekst is aangescherpt, zodat 55 uur geen gemiddelde meer kan zijn, maar louter een incidentele over­schrijding. • De afspraken over waarneming bij afwezigheid langer dan een maand zijn verduidelijkt. Als een medisch specialist langer dan een maand afwezig is, gaan vakgroep en raad van bestuur met elkaar in overleg. Als dit niet binnen twee weken leidt tot een maatregel én de vakgroep zet de waarneming voort, dan krijgen medisch specialisten een waarneemvergoeding.

wel eens overschreven en wordt niet altijd waarneming geregeld als een collega uit­ valt. Ook de dienstendruk is een issue, zeker voor oudere medisch specialisten.”

Concreter en beter

De LAD, Federatie en NVZ wilden daarom samen tot duidelijke en goede basis­af­spra­ken komen, zodat in ieder ziekenhuis con­ creet invulling kan worden gegeven aan gezond en veilig werken. In werkgroepen werden diverse oplossingsrichtingen ver­ kend. Het resultaat is een nieuwe AMS die volgens Le Febre concreter en beter is dan de vorige. “De belangrijkste winst is dat gezond en veilig werken niet langer een ‘uitgangspunt’, maar ‘de norm’ is. In de oude AMS stonden bijvoorbeeld tips om gezond en veilig te roosteren. Dat zijn nu niet langer vrijblijvende tips, maar kaders die écht moeten worden nageleefd. Daar­ naast is een aantal afspraken aangescherpt. Neem de maximale arbeidsduur. Die mocht inciden­teel al uitlopen naar 55 uur, maar die incidentele uitloop is soms aan de orde van de dag. Daarom hebben we nu afgesproken dat 55 uur geen gemiddelde uitloop kan zijn, maar alleen een incidentele over­ schrijding.” Een andere nadrukkelijke wens was om

• Medisch specialisten kunnen ervoor kiezen om vanaf hun zestigste het aantal diensten in de nacht af te bouwen. Vanaf 60 jaar kunnen ze een kwart minder diensten draaien; vanaf 63 jaar de helft minder en vanaf 65 jaar hoeft een medisch specialist helemaal geen diensten in de nacht meer te draaien. • Voorafgaand aan de contractering met zorgverzekeraars maken raad van bestuur en medisch specialisten samen afspraken over de productie. Als er meer productie wordt gecontracteerd dan de beschikbare formatie aan kan, moet meer of andere passende formatie worden aangetrokken.

Meer weten over de andere afspraken in de nieuwe AMS? Kijk op www.lad.nl/lad-voor-u/caos/ams. U vindt hier het akkoord en de tekst van de nieuwe AMS.

de dienstbelasting voor oudere medisch specialisten te verminderen. “Naarmate je ouder wordt, wordt het steeds zwaarder om diensten te draaien, met name ’s nachts”, aldus Le Febre. “We hebben er lang over moeten onderhandelen, maar zijn blij dat het is gelukt om tot een afbouwregeling te komen. Vanaf hun zestigste kunnen medisch specialisten ervoor kiezen het aantal diensten in de nacht af te bouwen, waar­na ze vanaf hun 65ste helemaal geen nacht­ diensten meer hoeven te draaien (zie ook de kadertekst).”

onderschrijft dat. “Dat gezond en veilig werken de norm is geworden, is echt een verdienste van het onderhandelingsteam van de LAD en Federatie. Hierin verschilt deze AMS ook duidelijk van de voorgaande versie.”

Wederzijds belang

Kritisch

Een meerderheid van de medisch specia­ listen stemde in maart in met de nieuwe AMS. Een van hen is Arnout van der Molen, klinisch geriater in St Jansdal en bestuurslid bij de Nederlandse Vereniging voor Klinische Geriatrie (NVKG). “Ik ben vooral blij dat gezond en veilig werken in de nieuwe AMS een wederzijds belang is geworden. Het is niet iets wat alleen medisch specialisten willen; ziekenhuizen zien ook steeds meer in dat je er beiden belang bij hebt om erin te investeren.” Károly Illy, kinderarts in Ziekenhuis Rivieren­ land en voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde (NVK),

Arnout van der Molen:

“Ik ben vooral blij dat gezond en veilig werken een wederzijds belang is geworden”

Tijdens de stemming over de AMS was een aantal medisch specialisten ook kritisch. Zo hadden met name kinderartsen gehoopt op een verdergaande afbouwregeling voor de diensten in de nacht. Illy begrijpt de te­leur­­ stelling. “Een kinderarts moet, net zoals een anesthe­sioloog of gynaecoloog, ’s nachts vaak zijn bed uit, terwijl je over­dag gewoon je spreek­uur moet draaien. Naar­mate je ouder wordt, is dat steeds zwaar­­der. Als kinderartsen hadden wij daar­­­om op een­ zelfde regeling gehoopt als in de aca­de­­mische ziekenhuizen, waar me­disch spe­ cialisten vanaf hun zestigste hele­­maal geen nachtdiensten meer hoeven te draaien. Juli 2021 | 13


We hadden dus hogere ver­wach­­tingen, maar ik snap tegelijkertijd ook dat onder­­ handelen een proces van geven en nemen is. Als je kijkt waar we vandaan komen, is dit vermoedelijk op dit moment de hoogst haal­bare stap; daarom hebben wij als NVK ook een positief ‘stemadvies’ aan onze leden gegeven. Maar we hopen wél dat er in een volgende AMS-ronde ruim­­te is om de afbouwregeling uit te brei­den. Onze leden wil­ len dat heel graag, en kin­derartsen vormen een grote groep medisch specialisten onder de AMS.”

zijn wens om minder diensten in de nacht te draaien, zes maanden van tevoren ken­ baar maken, zodat een ziekenhuis ge­noeg tijd heeft om te kijken hoe dit kan worden opgevangen. Daarnaast hebben we een staf­fel afgesproken waardoor de afbouw van diensten over een periode van vijf jaar ge­leidelijk plaatsvindt; dat geeft zieken­ huizen de tijd hierop in te spelen.” Ook over de betaal­baarheid is uitvoerig gesproken met de NVZ, meent Le Febre. “Onze verwachting is dat de kosten meevallen doordat onder andere de verzuimkosten lager zullen uit­ vallen.”

Betaalbaarheid

Los van de verwachtingen kregen de LAD en Federatie diverse vragen over de betaal­ baarheid van de afbouwregeling en de ge­ volgen daarvan voor de rest van de vakgroep. Le Febre benadrukt dat er in de nieuwe AMS waarborgen zijn ingebouwd om de conti­­nuï­teit van zorg te kunnen garanderen en de druk op de vakgroep binnen de perken te houden. “Zo moet een medisch specialist

In gesprek

Van der Molen is benieuwd hoe het straks uitpakt. “Ik denk dat ziekenhuizen en me­ disch specialisten goed in gesprek moeten blijven zodra iemand aangeeft van de af­bouw­regeling gebruik te willen maken. Ik hoor namelijk ook van jongere collega’s met kleine kinderen dat ze de dienstendruk zwaar vinden. De regeling moet er dus niet

Advertentie

Mag ik naast mijn dienstverband een eigen bedrijf oprichten? Audrey is parttime kinderarts in een umc, maar wil ook een eigen bedrijfje opstarten. Zij vraagt zich af of zij hier toestemming voor moet vragen aan haar werkgever. Onze jurist legt haar uit dat een eigen bedrijf als nevenwerkzaamheid kan worden gezien. In een arbeidsovereenkomst en/of de cao zijn hierover vaak regels opgenomen. Audrey wil zich specifiek richten op diabeteszorg voor kinderen en dat ligt in lijn met haar eigen werk. Ze wordt daarom geadviseerd schriftelijk toestemming te vragen, omdat de werkgever dit als concurrerend kan beschouwen.

Juridische vragen? Bel:

088 - 134 41 12 LAD magazine | 14

Het Kennis- en dienstverleningscentrum is een samenwerking tussen de Federatie Medisch Specialisten en de Landelijke vereniging van Artsen in Dienstverband. Wij geven juridisch advies bij onder andere arbeidsconflicten, opleidingsgeschillen en MSB-contracten.

toe leiden dat die dienstendruk voor hen nog zwaarder wordt.” Károly Illy:

“We hadden hogere ver­wach-­ tingen, maar onder­hande­len is een proces van geven en nemen” Naast de afbouwregeling is Van der Molen blij met de aangescherpte afspraken over waarneming. “Tijdens de eerste COVID-golf viel een collega in een ander ziekenhuis langdurig uit. Daar werd niets voor geregeld. Met de nieuwe AMS, waarin staat dat de raad van bestuur een verantwoordelijkheid heeft om binnen een bepaalde termijn tot maatregelen te komen, kunnen we dat voorkomen. En ook hier geldt: dat is niet alleen in ons belang, maar ook in dat van het ziekenhuis.”


#Kwetsbaar Doa Shaikhani is geboren in Irak. Op zevenjarige leeftijd is ze met haar twee broertjes en ouders naar Nederland ge­­ vlucht. Geneeskunde en schrij­ ven zijn haar grote passies. Doa startte daarom tijdens haar coschappen met de website ‘Dokter Do’, waar ze inmiddels 34.000 lezers heeft die haar avonturen in het zieken­huis mee­beleven. De blogs heeft ze, in eigen beheer, in twee delen ge­bun­deld. Naast geneeskunde studeert Doa filosofie en journalistiek. Ze wil later graag huisarts worden.

Het is maandag, half acht ’s avonds en eigenlijk is mijn dagdienst allang voorbij. Toch had ik deze patiënt niet willen missen. Samen met mijn super­­ visor staan we voor de woning waar de patiënt woont. Van buiten­af ziet het eruit als een normaal huis, maar dit huis is kwets­baar. Net zo kwetsbaar als de mensen die erin wonen. Ik staar naar de hoge muren, die het huis stevig beschermen voor de buiten­wereld. Zonder muren kan iedereen on­ ge­stoord binnenkomen en naar binnen kijken. Of nog erger, zonder muren stort alles in. In dit huis woont een groep jongeren van mijn leeftijd die extra begeleiding nodig heeft om in een maatschappij te functioneren die veel te snel gaat, te druk is en weinig begrip heeft voor een kwetsbare groep mensen met een licht verstandelijke beperking. Mijn supervisor heeft me op weg hiernaartoe ver­ teld over de jongeman die we komen be­zoeken. Hoe moeilijk zijn jeugd is geweest en hoe hij zich­zelf recent letterlijk in de fik heeft gestoken. Ik stel mij voor hoe hulpeloos hij zich heeft moeten voelen dat hij geen andere uitweg zag voor zijn stress en frustraties. Een van de inwoners opent de deur. Twee andere jongens staan nieuwsgierig achter hem te kijken wie er zo laat op de avond aanklopt. Een van hen loopt teleurgesteld weg, terwijl ik hem hoor mopperen: “Jammer, het is niet Sinterklaas.” We stappen naar binnen, groeten de jongeren en nemen de trap naar boven, waar de jongeman verblijft. Het eerste wat mij opvalt, is dat het een bende is in zijn kamer. Ik groet hem, maar hij blijft nonchalant onder zijn dekens in bed liggen.

Naast hem zit zijn vriendin. Hij begint gelijk te vertellen dat het goed gaat met hem en zijn vriendin knikt bevestigend. Aan de buitenkant lijkt hij een gewone jongeman, net zoals de buitenkant van dit huis eruitziet als een gewoon huis. Als hij verder praat en ik opmerk hoe hij plagerig met zijn vriendin omgaat terwijl we een serieus gesprek aan het voeren zijn, besef ik dat hij zich bewust is van zijn licht verstandelijke beperking. Het duurt niet lang voor onze aan­ wezigheid in zijn kamer hem confronteert en hij in tranen uitbarst. Zijn vriendin houdt hem troostend vast, terwijl hij snikkend zegt: “Ik wil gewoon zijn.”

“Ik wil gewoon zijn”, zegt hij snikkend Mijn supervisor stelt hem gerust dat hij gewoon is, maar dat hij alleen wat extra hulp nodig heeft. Dat de maatschappij ook moet leren omgaan met bijzondere gewone jongens als hij. Als ik mijn supervisor zo hoor praten, realiseer ik mij dat dit de doelgroep is die ik wil helpen. Mensen die net buiten de boot vallen. Een doelgroep die vaak vergeten wordt, omdat de maatschappij verwacht dat ze wel weten hoe ze om hulp kun­ nen vragen. Een doelgroep die ook vaak ver­ geten wordt, omdat we er nog te vaak in falen hun strubbelingen op tijd te signaleren. Precies daarom had ik deze patiënt niet willen missen; het heeft me doen beseffen dat meedoen in onze maatschappij geen vanzelfsprekendheid is en dat je altijd oog moet houden voor kwetsbare mensen. Deze ervaring neem ik mee in de rest van m’n artsenloopbaan!

Juli 2021 | 15


Tekst Julia Hamel Fotografie Ivar Pel

Huisartsen, artsen voor verstandelijk gehandicapten, medisch specialisten en jeugdartsen: de LAD heeft leden in alle disciplines. Wie zijn ze en wat drijft hen? In deze rubriek brengen we LAD-leden letterlijk in beeld.

Machteld Tissing Verslavingsarts KNMG bij Brijder Verslavingszorg Waarom heb je voor dit vak gekozen?

“Na het behalen van mijn artsenbul heb ik eerst tien jaar in de farmaceutische industrie gewerkt. Toen ik kinderen kreeg, werd die baan lastiger te combineren met mijn privé­leven. Ik heb toen de switch gemaakt naar jeugdarts, dat heb ik ook tien jaar gedaan. Door de bezuinigingen in de jeugd­gezondheidszorg had ik het steeds minder naar mijn zin. Ik ging op zoek naar alternatieven en ben uiteindelijk in de verslavingszorg terecht gekomen. Ik heb er geen dag spijt van gehad.”

Wat maakt het vak zo leuk?

“Ik werk nu acht jaar in de verslavingszorg en het bevalt me nog steeds heel goed. In mijn spreekkamer ontvang ik een heel divers publiek. Zo kan mijn dag beginnen met een ge­ pen­sio­neerde die steeds meer is gaan drinken, waarna ik een twintiger met een cannabisverslaving zie of een dertiger die dage­lijks kilo’s lachgas gebruikt. Vaak zijn er problemen op meerdere gebieden, zoals somatisch, financieel en maat­ schap­pelijk. We werken daarom in multidisciplinaire teams. Ik haal mijn motivatie uit het leveren van maatwerk en het aansluiten bij de behoefte van de cliënt.”

Hoe groot is de impact van COVID-19 op je werk?

“Op dit moment zien we een toename van mensen met een verstandelijke beperking die in een crisissituatie verkeren. Door het deels wegvallen van zorg en het terughoudend zijn met het zoeken van hulp, kan een verslaving al ernstige vormen aannemen voordat mensen bij ons komen. Ik houd met name mijn hart vast voor de hoeveelheid verslavingen die straks, als Nederland nog verder open is, boven tafel komen. Nu zitten mensen nog veel thuis, vervelen zich, hebben het psychisch zwaar en is er weinig sociale controle.”

Wat is voor jou de toegevoegde waarde van de LAD?

“Ik zit in de klankbordgroep voor de Cao GGZ, daar kan ik input leveren voor de cao-onderhandelingen en knel­punten benoemen die ik tijdens mijn werk ervaar. Ook heeft de LAD mij en een groep collega’s bijgestaan bij een functie­waar­derings­ traject, die ondersteuning was heel goed. Als bestuurslid bij VVGN, de beroepsvereniging voor ver­slavings­artsen, heb ik me daarom hard gemaakt voor een dubbel­lidmaatschap voor alle 180 VVGN-leden, dat achter de schermen wordt voorbereid. Dat gaat ons zeker helpen in onze ambitie om verslavingsartsen in Nederland beter op de kaart te zetten.”

LAD magazine | 16

“Ik leer elke dag weer van mijn collega’s”


Een ‘medische afzakker’ ... Jantine de Haan* is kinderarts en gaat, nadat ze is hersteld van kanker, parttime werken. Ze houdt echter weinig energie en meldt zich volledig ziek. Als ze weer aan het werk gaat, lukt het niet volledig te herstellen. Ze moet een WIA-uitkering aanvragen bij het UWV en vraagt het Kennis- en dienstverleningscentrum van de Federatie Medisch Specialisten en de LAD om advies. Een jurist vertelt haar dat sprake is van een ‘medische afzakker’ en dat ze geen genoegen moet nemen met een uitkering die uitgaat van het parttime salaris. In 2017 krijgt De Haan de diagnose darm­ kanker. Tijdens haar behandeling weet ze alle ballen in de lucht te houden en blijft ze haar werkzaamheden grotendeels voort­ zetten. Na haar behandeling merkt ze echter dat haar energie beperkt blijft. Ze wil zich niet ziekmelden en dus besluit ze minder te gaan werken. In overleg met haar werk­ gever wordt besloten de arbeidsduur aan te passen van 45 naar 32 uur per week.

WIA-uitkering

Een halfjaar later verslechtert de gezond­ heids­situatie van De Haan, waarna ze zich moet ziekmelden. Na een paar maanden begint ze met re-integreren, maar een vol­ledig herstel lukt niet. Tijdens ziekte heb­ben de werkgever en de werknemer twee jaar de tijd om met elkaar uit te zoeken wat mogelijk is qua re-integratie/ werk­zaam­heden. “Die zoektocht verliep heel prettig”, vertelt De Haan. “Mijn werk­ gever en ik con­­sta­teerden samen dat mijn einddoel is om mijn werk in aangepaste vorm te doen. Dat betekent dat ik als kinderarts kan blijven werken, maar niet voor 32 uur. Ook kan ik geen diensten meer draaien.” Door die aan­passing gaat De Haan minder ver­dienen dan voor haar ziekmelding. Ze vraagt daarom een WIA-uitkering aan bij het UWV, maar vindt dat ingewikkelde ma­terie. En dus belt ze met het Kennis- en dienstverleningscentrum.

Fulltime als uitgangspunt

De Haan komt in contact met arbeidsjurist Karlijn Derksen en vertelt dat ze een paar

jaar geleden minder is gaan werken en nu nog minder uren kan draaien. Derksen ver­ telt dat dit in juridisch jargon een ‘medische afzakker’ wordt genoemd. “Mevrouw De Haan is op eigen initiatief en om gezond­ heids­redenen minder gaan werken, waar­door ze in feite verzuim of verdere gezond­heids­ klachten heeft voor­komen. Dat heet een medische afzakker. De medische be­perkingen bestonden dus al vóór de offi­ciële eerste ziekte­dag. Om die reden vind ik dat het UWV bij de WIA-beoordeling niet het parttime, maar het full­­time salaris als uitgangspunt moet nemen.”

Bezwaar

Helaas gaat de verzekeringsarts niet mee in de argumentatie voor de medische af­­zak­ker, waardoor De Haan een lagere uit­­­kering krijgt. Derksen adviseert De Haan om bezwaar te maken. Namens haar cliënt dient ze het bezwaarschrift in, waar­na De Haan samen met Derksen wordt uit­ genodigd het bezwaar toe te lichten bij een andere verzekeringsarts. Die geeft aan dat hij de redenatie van een medische af­zakker wel kan volgen. Na een aantal weken ontvangt De Haan de beslissing van het UWV: het fulltime salaris wordt het uitgangs­punt voor de uitkering, waardoor het in­komensverlies beperkt blijft. De Haan. “Zonder juridisch advies had ik dit niet voor elkaar gekregen. Ik ben ook heel blij dat mijn werkgever zich zo flexibel heeft opgesteld, zodat ik met een aantal aan­passingen weer met plezier mijn werk kan uitoefenen.”

Tips van Karlijn Derksen • Ervaart u gezondheidsklachten en overweegt u minder te gaan werken? Denk daar goed over na en raadpleeg ons. Voorkomen is beter dan genezen in het geval van een medische afzakker. • De bezwaartermijn van besluiten van het UWV is zes weken. Daarna kan geen procedure meer worden gestart. Neem dus tijdig contact met ons op als u een besluit krijgt waar u niet achter staat. • Tijdens een re-integratietraject kan van een werkgever worden gevraagd een functie ‘passend’ te maken; dit vraagt wat van de werkgever én collega’s. Loopt u tegen problemen aan? Ook dan helpen we u graag!

* Namen van cliënten in deze rubriek zijn fictief in verband met de privacy van de cliënt.

> LAD.NL Vragen over uw contract of over een arbeids­ geschil? Neem contact op met de juristen van het Kennis- en dienstverleningscentrum via 088 13 44 112 of kijk voor meer informatie op www.lad.nl.

Juli 2021 | 17


Column

Investeer structureel in zorgprofessionals Een maand geleden maakte demissionair minister De Jonge bekend dat zorg­ medewerkers in 2021 een bonus krijgen van 200 tot 240 euro, als dank voor hun inspanningen tijdens de COVID-19 crisis. Dat die bonus dit keer, na alle kritiek op de bonus van 2020, aan álle zorgmedewerkers wordt toegekend, is een winstpunt: iedereen in de zorg heeft immers keihard gewerkt – of je nou in de frontlinie stond of niet. Maar als je me vraagt of wij er blij mee zijn, moet ik toch glashard ‘nee’ zeggen. Een bonus voelt als goedmakertje, terwijl de arbeidsmarkt­proble­ma­tiek in de zorg enorm is. Het ziekteverzuim is hoog. Het personeelstekort groeit. De werkdruk was het afgelopen jaar hoog – en zal dat vanwege alle zorg die moet worden ingehaald de komende tijd ook blijven. Wat de zorg in onze ogen nodig heeft, is een heldere visie op de vraag hoe we het werken in de zorg aantrekkelijk houden, zodat niet nóg meer mensen de zorg uit onvrede verlaten en we nieuwkomers aan de sector weten te binden. Ik realiseer me heel goed dat dat een complex vraagstuk is. Maar als ik één ding zeker weet, is het wel dat je ’m niet oplost met een eenmalige bonus ... Gelukkig was er op dezelfde dag dat de bonus werd aangekondigd een licht­ puntje: het langverwachte advies ‘Aan de slag voor de zorg’ van de SER kwam uit. Een commissie heeft zich gebogen over de arbeidsmarkt­proble­ma­tiek in de zorg en het advies biedt goede aanknopingspunten. Zo stelt de SER-com­ missie terecht dat het zorgsysteem moet zijn gebaseerd op ver­trouwen en profes­sionele autonomie: twee principes die leidend moeten zijn bij bij­voor­ beeld nieuwe regelgeving, zodat de regeldruk in de zorg ver­min­dert. Het klinkt ons als muziek in de oren. We pleiten zoals u weet al langer voor meer zeggen­ schap voor artsen en andere zorgprofessionals. Als de corona­crisis iets heeft laten zien, is het wel dat artsen en andere zorgprofessionals die regierol heel goed kunnen pakken. Daarnaast adviseert de SER structureel extra budget te genereren voor betere arbeidsvoorwaarden. Met andere woorden: geen eenmalige bonussen, maar een structureel betere beloning voor werknemers in de zorg en concrete op­los­ singen om de werkdruk te verminderen. Daar hangt een prijskaartje aan – zeker. Maar als we willen dat we ook over tien jaar de beste zorg kunnen leveren, is inves­teren bitterhard nodig. We verzoeken een nieuw kabinet dan ook met klem dit advies ter harte te nemen. Caroline van den Brekel, directeur

LAD magazine | 18

­­­­­

Loopbaanmonitor De LAD, Federatie Medisch Specialisten en De Jonge Specialist hebben de handen in­­eengeslagen voor het ontwikkelen van een loopbaanmonitor voor medisch specialis­­ ten en aios. De bedoeling is om via een onder­zoek, dat periodiek wordt herhaald, in kaart te brengen waar medisch specia­lis­ ten tijdens hun loop­baan tegenaan lopen. Hoe zit het bijvoor­beeld met het vinden van een vaste baan voor medisch specialisten die net starten? Hoe kijken medisch spe­cia­ listen die al iets langer aan de slag zijn, tegen hun doorgroeimogelijkheden en loop­­­ baan­­­ontwikkeling aan? De bedoeling is dat het onder­zoek dit najaar wordt uitgezet onder alle aios en medisch specialisten.

Intussen op Twitter … Wanda de Kanter @Wdekanter, longarts Als @PvdA in de coalitie komt, hebben we een topdokter én zware bestuurder in de zorg: @MarcelLevi als Minister van Volksgezondheid @Twan_Huys #collegetour @MinVWS

140.000 De komende tijd moeten ca. 140.000 uitgestelde operaties worden ingehaald (bron: 13 (beroeps)verenigingen in de operatieve zorg)


In het kort

Werkt u mee aan ons ledenonderzoek? De LAD heeft begin juni een groot onder­ zoek uitgezet onder haar leden, met als doel te inventariseren wat (aankomende) artsen van de LAD vinden en verwachten. Aanleiding voor het onderzoek is onder andere de enorme groei die de LAD in nog geen tien jaar tijd heeft doorgemaakt. In 2012 telde de LAD 12.000 leden. In 2021 zijn dat er ruim 33.000, onder andere te danken aan de ‘dubbellidmaatschappen’ die de LAD met beroepsverenigingen is aangegaan, zoals De Jonge Specialist, Federatie Medisch Specialisten en de NVAVG (de beroepsvereniging voor artsen voor verstandelijk gehandicapten). De achter­ban van de LAD is daardoor diverser geworden, terwijl de LAD in een sterk ver­ anderend landschap opereert. Voelen leden zich voldoende aangesloten en doet de LAD in hun ogen de juiste dingen? Kort gezegd is dat de insteek van het on­der­ zoek. Als LAD-lid heeft u een per­soon­lijke uitnodiging gekregen om eraan deel te nemen. Het zou ons enorm helpen als u een kwartier de tijd wilt nemen de vragen­lijst in te vullen, zodat we onze dienst­­verlening in de toekomst beter op uw behoeften kunnen afstemmen. Geen link ontvangen? Neem dan contact met ons op via bureau@lad.nl.

Trainingen in zomer en najaar Wilt u zich (verder) ontwikkelen in nietmedische competenties en bijvoorbeeld leren hoe u effectief invloed uitoefent? Denk dan eens aan de training ‘Beter in beeld’, die de LAD samen met VvAA speciaal voor LAD-leden heeft ontwikkeld. De training wordt dit jaar gegeven op 10 september en 2 december, in kleine groepen van maximaal 12 per­sonen. Er zijn nog enkele plekken vrij, dus meld u snel aan als u interesse heeft via www. lad.nl/beterinbeeld. De training duurt één dag, levert voor artsen met een afgeronde medische vervolgopleiding 6 accreditatiepunten op en kost u als LAD-lid slechts 390 euro. Er is ook een verdiepingstraining ‘Beter in onderhandelen’, die eveneens een dag duurt en dit jaar nog plaatsvindt op 10 november: www.lad.nl/ beterinonderhandelen.

en Time- en stressmanagement (ander­halve dag). Meer informatie over deze opleidingen is te vinden op www.vvaa.nl/opleidingen.

Speciaal voor ggz

Tot slot vindt dit jaar voor het eerst de training Stafbestuur ggz plaats, die de Academie voor Medisch Specia­ listen samen met de Federatie Medisch Spe­cia­listen en de LAD heeft ont­wik­ Korting op 5 andere trainingen keld voor medisch specialisten in de Naast deze LAD-trainingen krijgt u als ggz die (aankomend) bestuurslid zijn LAD-lid ook korting op enkele trainingen uit het opleidingsaanbod van VvAA, waar­- van een medische staf. Deze training onder de Leergang Management in de zorg duurt twee dagen en vindt plaats op 16/17 september en op 4/5 november. (9 dagen), Omgaan met agressie (1 dag), Inschrijven kan via www.acade­mieOvertuigend overkomen (3 dagen), Persoonlijke effectiviteit in de zorg (3 dagen) ­me­dischspecialisten.nl.

25%

26%

70.000

Een kwart van de bedrijfs­ artsen ervaart druk van de werkgever om mensen met langdurige COVID-klachten snel te laten re-integreren

26% van de zorgmedewerkers had het afgelopen jaar te maken met ongewenst gedrag van collega’s of leidinggevenden

Iedere dag zitten 70.000 zorgmedewerkers ziek thuis (bron: Vernet)

(bron: PGGM&Co en ministerie van VWS)

(bron: NVAB)

Juli 2021 | 19


Ontwikkel uzelf én uw team Kunt u wel wat meer tijd en energie gebruiken? Of wilt u overtuigender overkomen? Zou u uw (team)doelen effectiever willen bereiken? En als u dat wilt… hoe pakt u dat dan aan? Persoonlijke ontwikkeling verdient persoonlijke en professionele aandacht. Die aandacht, die krijgt u bij ons. Met opleidingen en trainingen die volledig zijn toegespitst op u als zorgverlener. Zo bereikt u de doelen die u wilt bereiken.

Meer weten? Bekijk ons volledige aanbod op vvaa.nl/trainingen

De stem en steun van zorgverleners

Profile for LAD-magazine

LAD-magazine, juli 2021  

Dit magazine bevat onder andere een interview met vier jonge dokters over 'Zin in Zorg', een artikel over 'bewegen als medicijn' en een arti...

LAD-magazine, juli 2021  

Dit magazine bevat onder andere een interview met vier jonge dokters over 'Zin in Zorg', een artikel over 'bewegen als medicijn' en een arti...

Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded