__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1

Magazine

# 30 - Juli 2020 Kwartaalmagazine van de Landelijke vereniging van Artsen in Dienstverband (LAD)

Arts aan het roer van een crisis

In dit nummer:

Mentale gevolgen COVID-19

Gepensioneerd en weer in witte jas

Is beeldbellen voor artsen blijvend?


Voorwoord

­­­­

Toen dit magazine in productie ging, lag de eerste COVID-19 piek net achter ons en werd lang­zaamaan de reguliere zorg weer opgestart. Hoe de situatie is als dit magazine bij u in de bus valt, is moeilijk te voorspellen, maar dat COVID-19 onze agenda ook dan bepaalt, staat vast. In welk tempo? Geen idee, maar één ding weet ik wel: de impact van deze crisis is hoe dan ook groot en ‘daalt’ de komende weken misschien zelfs pas echt in. Wat de langetermijngevolgen zijn op onze mentale gesteldheid, weet niemand. Artsen – en u herkent dat misschien zelf wel – zijn er tot nu toe redelijk nuchter over. Ook ik. “Dit hoort ook bij ons werk”, hoor ik regel­­matig in de wandelgangen, of “Hier heb je als arts toch voor geleerd?” We doen alsof het allemaal heel normaal is dat IC’s in hoog tempo volliepen en dat er meerdere mensen zomaar onder de handen van artsen weggleden. Maar het is natuurlijk niet normaal als een intensivist tijdens één dienst zes of misschien wel zeven of acht patiënten moet voorbereiden op een moge­lijke dood. De afgelopen tijd zijn er gelukkig veel initiatieven genomen om artsen en andere zorgprofessionals mentaal te ondersteunen. In mijn eigen ziekenhuis

LAD magazine | 2

sloot bij iedere debriefing bijvoorbeeld een psycho­ loog aan; in andere ziekenhuizen is veel gebruikge­ maakt van peer support. Ik juich dit soort initiatieven van harte toe. Het is belangrijk om in deze ongewone tijd ervaringen te delen en alert te zijn op een goede werk-privébalans. Niet alleen in uren, maar ook in het vinden van steun en afleiding als je niet aan het werk bent. Natuurlijk hoef je niet per se bij een professional te­recht als je behoefte hebt om stoom af te blazen; iets van je af praten tegen je partner of een goede collega kan net zo goed. Als je het maar doet en je eigen gevoelens of angsten niet voorbij rent. Ik denk dat we ons daar met zijn allen de komende tijd be­wust van moeten zijn en elkaar er ook op moeten wijzen. Dat geldt zowel voor artsen die een heel inten­sieve periode achter de rug hebben als voor de­genen voor wie het nu pas begint omdat de reguliere zorg weer opstart. “Artsen zijn geen robots”, zegt anesthesio­ loog-intensivist Aart Koopmans in dit magazine heel tref­fend. Zorg dus goed voor jezelf en elkaar. Uit­ein­ delijk ben je als arts ook maar een mens. Suzanne Booij Voorzitter LAD

Colofon: Kwartaalblad van de Landelijke vereniging van Artsen in Dienstverband (LAD) met nieuws, opinie en achtergrondinformatie. (oplage 34.850) Redactieadres Mercatorlaan 1200, Postbus 20058, 3502 LB Utrecht, Telefoon 088 13 44 100, E-mail: redactie@lad.nl Redactie Caroline van den Brekel, Marjolein Dekker, Julia Hamel en Corrie Kooijman Redactiecommissie Joeri Arkink (apotheker) en Fardou Heida (aios gynaecologie) Columnist Doa Shaikhani (coassistent) Illustraties Ronald Slabbers Fotografie Ivar Pel Ontwerp Member Since Druk Centrum Drukwerk - ISSN-nummer 2213-9923

Artsen zijn geen robots


4

LAD-lid in beeld

Medisch leiderschap in crisistijd Artsen stonden de afgelopen tijd aan het roer van de COVID-19 crisis: ze namen de rol van crisismanager op zich, adviseerden het kabinet en duidden de ontwikkelingen in de media. We kijken terug en vooruit met vier hoofdrolspelers: Anja Schreijer (arts Maatschappij + Gezondheid), Nienke Nieuwenhuizen (specialist ouderengeneeskunde), Simone van der Sar (longarts) en Jan Kluytmans (arts-microbioloog).

Podium

Beeldbellen

Beeldbellen nam de afge­lopen tijd een vlucht, ook in de artsen­­wereld. Blijft dit zo na de COVID-19 crisis? Een huisarts, arts voor ver­standelijk ge­han­di­ capten en een psychiater geven hun visie.

Co in actie Toen de coschappen in maart stopten, besloot Remy Petersen in een verpleeghuis aan de slag te gaan. “Ik heb geleerd dat de gezondheidszorg grenzen heeft.”

12

Werk/privé

“Ook een arts moet soms stoom afblazen”

Terug in witte jas

Een ziekte die vanuit het niets toe­ slaat, waar je amper iets over weet en waar­­­voor geen medicijn is: de wereld van veel artsen ziet er door de COVID-19 pandemie in één klap anders uit. Wat ‘doet’ zo’n crisis met je en hoe houd je het vol, nu de werk­ druk de komen­de tijd hoog blijft? Des­kundigen geven advies en artsen vertel­len over hun ervaringen.

Kees Rovers is al zeven jaar gepensioneerd huisarts. Toen hij door het verpleeghuis in zijn woonplaats Dordrecht werd gevraagd bij te springen, aarzelde hij geen moment. “Arts blijf je altijd.”

16

10

11

18

Minder werk

Veranderd

In ’t kort

Een aios heeft minder werk omdat de reguliere zorg is uitgesteld. Is ze verplicht op een andere afdeling te werken of vakantie op te nemen?

Columnist Doa Shaikhani heeft er moeite mee dat de wereld door COVID-19 is veranderd. “Ik heb me ingelezen tot ik er gek van werd.”

Lees de column van Caroline van den Brekel, het laatste nieuws over evenementen, LAD-activiteiten en andere opvallende zaken.

Juli 2020 | 3


Tekst Marjolein Dekker

Artsen aan het roer van een crisis Foto: Carlo ter Ellen/TCTubantia

Dokters die het kabinet adviseren, die de rol van crisismanager op zich nemen en die een hoofdrol spelen in de media: artsen hadden de afgelopen maanden een sleutelpositie in de aanpak van de COVID-19 crisis. Hoe is het om als arts zo’n prominente rol te hebben? “Medisch leiderschap is door deze crisis in één klap tastbaar geworden.”

Anja Schreijer, arts Maatschappij + Gezondheid en epidemioloog:

“Je moet elkaar scherp houden in een crisis als deze”

LAD magazine | 4

“­ Hectisch”, zo vat Anja Schreijer, arts Maat­schappij + Gezondheid (gespecia­li­ seerd in infectieziekten), epidemio­loog en teamhoofd van de GGD in Amsterdam, de afgelopen maanden samen. Toen ze na de kerstvakantie weer aan het werk ging en de eerste berichten uit Wuhan kwamen, dacht ze: dit zou Nederland wel eens kunnen raken. Dat het zo’n vlucht zou nemen en zo’n grote impact zou hebben, had ze echter nooit kun­nen denken. “Ik weet nog dat ik op een woens­dag bij Op1 zat toen er in Nederland nog geen COVID-19 gevallen bekend waren. Twee dagen later zat ik bij Jinek toen de storm was losgebarsten. Sindsdien ben ik in een rollercoaster beland.” Door COVID-19 staat haar vak ineens volop in de belangstelling. “Als ik iemand vertel dat ik arts Maatschappij + Gezondheid ben en dat wij met een 360 graden-blik naar gezondheidsvraag­­stukken kijken, is nu in één klap helder wat ik bedoel. Onze rol is om de ver­sprei­ding van het virus te beper­ ken, en daar­voor moeten we artsen in de cure, care en public health met elkaar ver­­binden, én de link leggen naar beleids­­

makers en de samenleving. In de eerste weken over­leg­den we met ons team dage­ lijks met huis­artsen over het test­beleid, met artsen in ziekenhuizen en ver­pleeghuizen over het melden van patiënten, met burge­ meesters over preventie­­maatregelen en met de politie over de vraag hoe zij met arrestan­ ten moesten omgaan. Intussen waren we binnen onze GGD bezig onze medewerkers voor te bereiden op wat komen ging. Als arts Maat­schappij + Gezondheid sta je midden­ in de maat­schappij, maar dat is nog nooit zo zicht­baar geweest als nu.”

Medisch geluid

In april werd Schreijer gevraagd voor het voorzitterschap van het Landelijk Overleg Infectieziektebestrijding (LOI). Vanuit die rol is ze automatisch vast lid van het Outbreak Management Team (OMT). “Ik vind het ontzettend belangrijk het public health-geluid in een crisis als deze te laten horen. De public health heeft namelijk een essentiële rol.” Voor haar was dat de doorslaggevende reden om ‘ja’ te zeggen tegen het voorzitterschap van het LOI. Ze vindt het daarnaast van belang om in


Nienke Nieuwenhuizen, specialist ouderengeneeskunde:

“De cure en care moeten meer één wereld worden”

het OMT op macroniveau met artsen uit verschillende disciplines na te denken over het beteugelen van deze crisis. “Ik ben, in de verschillende crisisoverleggen waarin ik participeer, niet bang om onge­ makkelijke dingen te zeggen, anders moet je deze rol niet op je nemen. Je kunt elkaar niet naar de mond praten en moet elkaar scherp houden. We hebben soms pittige discussies, maar dat is nodig om tot een zo goed mogelijke afweging te komen.”

Ouderenzorg op de agenda

Nienke Nieuwenhuizen, specialist oude­ ren­geneeskunde en voorzitter van be­roeps­ vereniging Verenso, onderkent het belang om het medische geluid te laten horen – ook als dat geen leuke bood­schap is. Op advies van Verenso nam het kabinet in maart het besluit alle verpleeghuizen en kleinschalige woon­vormen in de ouderen­ zorg preventief te sluiten voor bezoekers en voor alle anderen die niet nood­zake­lijk zijn voor de basiszorg. In april riep Nieuwen­huizen minister Hugo de Jonge op voorzichtig te zijn met het openstellen van verpleeghuizen en pleitte ze voor een

landelijk protocol. “Het was niet leuk om te vertellen dat bezoekers niet welkom zijn, maar het moest wél gebeuren. Ik heb men­ sen om me heen verzameld om een goede risico-inschatting te maken en kon op basis daarvan maar één conclusie trek­ken: open­stellen was nog niet ver­ant­woord. We hadden meer tijd nodig.” Van Nieuwenhuizen zette de ouderen­ ge­­nees­kunde al op een eerder moment tijdens de COVID-19 crisis op de agenda. “Alle aan­­dacht ging aanvankelijk uit naar de zieken­huizen. Dat is geen verwijt en voor mij ook niet nieuw; ik ben het gewend steeds te moeten uitleggen dat ouderen­zorg een belangrijk onderdeel van de ge­zond­ heidszorg is. Omdat ouderenzorg zo in de luwte stond, signaleerde ik echter wel dat beschermingsmiddelen in de verpleeghuizen nauwelijks beschikbaar waren. Ik dacht: als we zichtbaar willen maken dat het ver­ pleeghuis een plek is met kwetsbare mensen waar medewerkers goed beschermd moeten worden, dan heb ik cijfers nodig. Die maken alles in één klap zichtbaar.” Mede dankzij haar inspanningen werd, in samenwerking met een aantal grote EPD’s van verschillende leveranciers, in­zichte­lijk gemaakt hoeveel bewoners in ver­pleeg­ huizen besmet waren met COVID-19 of een verdenking daarop hadden. Ook het aan­tal overleden en herstelde patiënten werd ge­ registreerd. Nieuwenhuizen lichtte de cijfers zowel in de Tweede Kamer als in de media toe. “Toen hadden we ineens de aandacht.”

Kluytmans. “Twintig jaar geleden zat ik voor het eerst in een OMT en daarna nog een aantal keren, onder meer bij de Mexi­ caanse griep. Nooit eerder werd er echter zo’n groot belang aan onze adviezen ge­­­hecht als nu. Daar schrok ik soms van, omdat het een heel ander verant­woorde­ lijkheidsgevoel geeft. Voor mij was het fijn dat in het OMT een brede groep artsen zit. De expertise van microbiologen is be­­lang­ rijk, maar je hebt ook ex­pertise vanuit andere hoeken nodig.” Volgens Kluytmans is het erg vroeg om nu te evalueren, maar het OMT heeft volgens hem in de be­strijding van de uitbraak goed ge­functio­­neerd. “We hebben met een heel deskundig team in de volle breedte goede afwegingen ge­maakt die effect hebben ge­had in de eerste fase. In de toekomst moeten we denk ik wel kritisch kijken waar onze rol eindigt, maar dat is iets voor later.”

Rol OMT

Ook Jan Kluytmans, arts-microbioloog in het Amphia-ziekenhuis en ElisabethTweeSteden Ziekenhuis, hoogleraar epi­de­ miologie van zorggerelateerde infecties, en daarnaast lid van het OMT, schoof be­­­wust diverse keren aan in talkshows. “In het be­ gin was het beeld dat COVID-19 een simpel griepje zou zijn dat alleen ouderen treft. Dat beeld wilde ik als arts-micro­bio­loog bijstellen. Ik vind dat we als arts ook een maatschappelijke rol hebben om dingen te duiden. Ik heb steeds heel bewust een afweging gemaakt wanneer ik wel en niet zou gaan. Voordat je het weet ben je een ‘tv-dokter’ en krijg je ook vragen over zaken die niet jouw expertise zijn. Daar wilde ik voor waken.” De publieke aandacht die hij door zijn media-optredens kreeg, was nieuw voor

Jan Kluytmans, arts-microbioloog:

“De bureaucratie was even weg. Een verademing”

Juli 2020 | 5


Simone van der Sar, longarts:

“Artsen waren ineens leading”

“Dingen die normaal gesproken maanden duren, konden nu in een paar dagen worden gerealiseerd. Dat gaf energie”

Niet alleen in het OMT werd veel belang ge­ hecht aan de expertise van artsen. Ook bin­ nen ziekenhuizen en zorginstellingen had­ den ze een belangrijke rol. Simone van der Sar, longarts en medisch manager long­ geneeskunde (met als aandachtsgebied in­fectieziekten) in het Amphia-ziekenhuis, zat vanaf de eerste dag in het operationele team. “Op een gegeven moment had ik de hele co­hortafdeling onder mijn hoede. Als artsen waren wij leading; de lijnen werden vanuit de medische expertise uitgezet. Medisch leiderschap werd daardoor in één klap heel tastbaar.”

Veel regelwerk

De eerste weken stonden voor Van der Sar in het teken van ‘regelwerk’ om een cohort­ af­­deling op te zetten. “Hoe testen we, wat is het behandelbeleid, welke proto­col­len han­teren we en hoe regelen we de aan­ slui­ting met huisartsen en ver­pleeg­huizen goed? Daarnaast moest er een plan komen om artsen uit alle specialismen in te zetten en om hen mentaal goed te begeleiden. Niet alle artsen hebben geregeld met over­­lijdensgevallen te maken, dus het heeft nog­al impact als je op een afdeling komt te werken waar dat aan de orde van de dag is. Daar wilde ik hen goed op voorbereiden.” Van der Sar vond het hectisch, maar ook heel bij­zonder wat er binnen de dynamiek van het zieken­huis in korte tijd kon worden gedaan. “Dingen die normaal gesproken maanden duren, konden nu in een paar dagen worden ge­realiseerd. Dat gaf me energie en dat merk­te ik ook bij collega’s.” Kluytmans herkent dat. “Deze crisis heeft voor veel zorgverleners en patiënten een enorme impact, maar laten we pro­beren de positieve dingen ook mee te nemen. Ik vond het zelf een verademing dat de bureau­cratie even weg was. Iedereen was primair met patiëntenzorg van COVID-patiënten bezig; of je nu longarts, cardioloog of dermatoloog was. Ik hoop dat deze crisis in die zin een kantelpunt is als het gaat om het terug­bren­ gen van de regeldruk in de zorg. Geef het ver­ trouwen aan professionals; ze hebben laten zien dat ze tot goede dingen in staat zijn.” Kijkend naar de toekomst hoopt Nieuwen­ huizen vooral dat er meer ‘zorgbreed’ wordt nagedacht, dwars over alle heggen heen. “De

LAD magazine | 6

afgelopen weken is er veel gesproken over de vraag wat de toekomstige IC-capaciteit moet worden. Begrijp me niet verkeerd: die discussie moet gevoerd worden, maar dan wel in de volle breedte. De IC is het laatste station, dus je moet ook aan de voorkant dingen goed regelen om te voorkomen dat IC’s minder snel overbelast raken. De cure en care moeten meer één wereld worden.”

Tegenspraak

Nieuwenhuizen telt tegelijkertijd haar zegeningen. Sinds april zit ze aan tafel bij het OMT zodat ook de ouderenzorg een ‘stem’ heeft. “Het gaat niet om mij als persoon, maar om het feit dat ouderenzorg wordt meegenomen in het beleid om deze crisis te beteugelen. Als het OMT de plek is om dat te bereiken, dan wil ik daar graag aanschuiven. Ik heb meteen ook aangegeven dat ik niet de enige wil zijn. Ik heb niet alle wijsheid in pacht en het is goed om voor jezelf tegen­ spraak te organiseren. Daar is positief op gereageerd. Daar ben ik blij om.” Schreijer hoopt dat de medische expertise in de toekomst een structurelere rol krijgt in politiek Den Haag. “Groot-Brittannië en diverse andere landen hebben een Chief Medical Officer (CMO), die een advies­rol heeft richting het kabinet als het gaat om de gevolgen van beleid voor de volks­ge­zond­­ heid. In zekere zin heeft Jaap van Dissel van het RIVM die rol de afgelopen maan­ den op zich genomen, maar die rol is niet struc­tureel verankerd. Ik zou daar een groot voor­stander van zijn.”

Tweede golf

Evalueren is volgens hen alle vier nog te vroeg. “We zijn nog lang niet uit deze crisis en wachten met smart op een vaccin”, zegt Schreijer. “In het najaar wacht ons misschien een tweede golf. GGD’en zijn volop aan het opschalen in voorbereiding hierop. Het blijven spannende maanden.” Van der Sar beaamt dat. “Het is heel fijn dat we even kunnen ademhalen, maar we moeten tegelijkertijd wel door. De groots­te uitdaging is misschien wel dat bij een even­ tuele tweede golf de impact op de reguliere zorg minder groot is. We kunnen dus niet achter­overleunen, maar moeten deze adem­­­ pauze gebruiken om ons goed voor te be­ reiden. Regeren is vooruitzien.”


Tekst Julia Hamel Fotografie Ivar Pel

Huisartsen, aios, bedrijfsartsen, medisch specialisten en jeugdartsen: de LAD heeft leden in alle disciplines. Wie zijn ze en wat drijft hen? In deze rubriek brengen we LAD-leden letterlijk in beeld. Dit keer:

Remy Petersen, coassistent Wat ben jij gaan doen toen de coschappen in maart stopten?

“Ik heb me meteen aangemeld op allerlei vacaturewebsites. Begin april kon ik aan de slag bij een verpleeghuis. Ik werk nu gemiddeld drie dagen in de week als ‘helpende’. Ondanks dat ik geen medische taken uitvoer, is dit werk erg leerzaam voor mij als toekomstig arts. Ik zie bijvoorbeeld dat wat wij medici beschouwen als een simpel geneesmiddel dat je iedere dag voorschrijft, voor een patiënt iets heel ingrijpends kan zijn.”

Wat is de toegevoegde waarde van de LAD voor jou?

“Ik ken de LAD vooral van de acties voor de tegemoetkoming voor coassistenten. Ik ben onwijs blij dat we die nu ook in perifere ziekenhuizen krijgen. Ook weet ik dat de LAD rechtshulp aan artsen aanbiedt, maar ik wist tot dit interview niet dat ik daar als co ook voor tien uur per jaar gebruik van kan maken. Dat zouden meer geneeskundestudenten moeten weten!”

Wat is het grootste vooroordeel over coassistenten?

“Dat ze zich geen zorgen moeten maken over geld, omdat ze dat later toch wel terugverdienen. Toch maak ik me echt wel zorgen, want mijn studieschuld loopt flink op. Kan ik na mijn studie wel een hypotheek afsluiten? Een bijbaan tijdens je coschappen is niet wenselijk. De kleine hoeveelheid tijd die ik naast coschappen heb, besteed ik veelal aan mijn studie, dus een bijbaan zou een negatief effect op mijn studie hebben.”

In hoeverre beïnvloedt de COVID-19 crisis jouw kijk op geneeskunde?

“Ik zie dat onze gezondheidszorg grenzen kent. Tijdens mijn coschappen zag ik dat we bij patiënten soms alles uit de kast trekken. Nu zie ik dat er keuzes gemaakt worden en dat we ons bij situaties neerleggen. Niet alle patiënten gaan naar het ziekenhuis, niet iedereen gaat naar de IC. In deze heftige periode heb ik in twee weken tijd meer patiënten zien overlijden dan in anderhalf jaar coschappen. Ook ben ik mij bewust geworden van de kwetsbaarheid van zorgverleners door het tekort aan beschermingsmiddelen. Ondanks deze risicovolle situatie stonden medewerkers iedere dag weer klaar voor de bewoners; heel bijzonder.”

“Onze gezondheidszorg kent grenzen”

Juli 2020 | 7


Beeldbellen heeft mijn werk voorgoed veranderd Om toch patiënten of cliënten te kunnen zien die niet naar de praktijk mogen of kunnen komen, heeft het beeldbellen een vlucht genomen. Of dit zo blijft na de COVID-19 crisis? 65 procent van de artsen die op onze poll reageerden, denkt van wel, maar ziet beeldbellen vooral als aanvulling. We vroegen een huisarts, een arts voor verstandelijk gehandicapten en een psychiater om een toelichting.

65%

Poll 65% eens 30% oneens 5% geen mening

De LAD wil graag weten wat haar leden vinden. Voor elke stelling die we in de rubriek ‘Podium’ poneren, zetten we vooraf een poll op de homepage van de LAD-website.

LAD magazine | 8


Tekst Corrie Kooijman en Julia Hamel Illustratie Ronald Slabbers

Arjen Greijdanus

Jolien Tuijl

Rogier Kersseboom

Hidha en lid ledenraad LAD:

Psychiater en lid Taskforce COVID-19 & Psychiatrie:

Arts voor verstandelijk gehandicapten en klinisch geneticus:

Beeldbellen heeft zeker een per­ ma­nente toegevoegde waarde. Ik merk dat het soms een bezoek aan onze huisartsenpraktijk vervangt of mij kan helpen situa­ties beter in te schatten. Het is tijdens de corona-crisis extra belangrijk om op basis van het ver­haal van de beller een in­schatting te maken of een fysieke beoor­deling nood­­zakelijk is. Door beeld­ bellen kan ik bepaal­de situaties beter beoordelen, bijvoor­beeld bij een ver­ den­king op uit­droging. Het komt vooral aan­­­vullend van pas als de telefonische anam­­nese niet toereikend is. Voor het be­­oor­­delen van een huidaandoening is het daar­entegen vaak genoeg om in eerste in­stantie een scherpe foto (beveiligd) te mailen. Zeker de jongere generatie maakt hier veel gebruik van. Bij psychische klach­ ten kan beeldbellen ook aanvullend werken. Ik merk echter dat het soms wel lastig is niet met je eigen beeld bezig te zijn. De gesprekken over de wensen rond het levenseinde (zoals IC-opname) zijn erg lastig via beeldbellen. Daarbij speelt mee dat de kwetsbare en oudere populatie in onze (deels) laag-sociale wijk meestal niet de skills heeft om met beeldbellen om te gaan. Het gemis van naasten in het gesprek, zoals een zoon of dochter, speelt dan een rol. Ik denk dat de huis­arts­en­praktijk bij uitstek de plek is in de buurt waar patiënten laagdrempelig terecht kun­nen voor al hun vragen, klachten en een persoon­lijk gesprek. In mijn optiek zal beeld­bellen dat niet ver­ vangen, maar fun­geert het in bijzondere situaties als een wel­kome aanvulling.”

Als toegevoegde mogelijkheid is het echt fantastisch, maar het is geen vervanger voor alles. Ik heb me letterlijk in de mogelijkheden onder­ge­dompeld sinds de maatregelen. Ik volgde webinars Online behandelen om eventuele struikelblokken te tackelen. Nadat door de maatregelen face-to-face contact niet meer goed mogelijk leek, heb ik al mijn patiënten een bericht gestuurd met de keuzevraag of zij naar de praktijk wilden komen als ze fit en gezond waren, hun afspraak wilden uitstellen of van beeldbellen gebruik wilden maken. In het begin was het sowieso voor iedereen onwennig. Je moet weten waar je op moet letten. Zo kan je iemand beter beoordelen als hij verder van de camera af staat. Kan de patiënt zelf zijn bloeddruk meten? In gebarentaal uitleggen hoe iemand het geluid van zijn computer aan krijgt, is echt zo eenvoudig nog niet. Maar het went alle­ maal snel. Met een aantal patiënten had ik het intakegesprek via beeld­bellen. Maar voor het eerste echte behandelgesprek zie ik ze liever in het echt. Voor de praktijkvoering vind ik beeld­bellen ideaal. Online vergaderen verloopt heel efficiënt en levert een enorme tijds­bespa­ ring op. Indirect blijft er dus meer tijd over voor patiëntenzorg. Ik heb afgelopen tijd veel consulten ge­daan via beeldbellen. Voor een enkeling voldoet het dusdanig, dat we daarmee doorgaan. Inmiddels is face-to-face weer de norm en maak ik ge­bruik van beeldbellen als een gewoon con­sult niet kan. Het is dus niet altijd de eerste optie, maar wel een blijvend aspect van mijn werk geworden.”

Consulten met patiënten beslaan slechts dertig procent van mijn tijd, dat was voor de coronacrisis ook al zo. Het gros van mijn werktijd besteed ik aan overleggen met andere zorgprofessionals en verzorgers. Nu we dat allemaal via beeldbellen doen, scheelt mij dat veel tijd. Ik werk namelijk op locaties verspreid over heel Zeeland en zat veel in de auto; nu kan ik die tijd veel nuttiger besteden. Ook ben ik veel flexibeler bereikbaar voor zorg­ ver­leners en patiënten. Voor de COVID-19 uitbraak was ik op vaste dagen op locaties aanwezig. Nu ben ik iedere dag bereikbaar voor vragen van zorgverleners en patiënten van alle locaties. Gesprekken met patiën­ ten lijken ook efficiënter te verlopen, het lijkt alsof patiënten en hun begeleiders de gesprekken nu beter voorbereiden. De keerzijde is dat je via beeldbellen een stuk non-verbale communicatie mist, je ziet niet of iemand buiten beeld met zijn handen friemelt of met een voet wie­belt. Een be­ geleider of andere zorg­professional die bij de patiënt zit, is dan van onschatbare waarde. Ook merk ik dat patiënten het soms moeilijk vinden om met hun aan­dacht bij het gesprek te blijven. Als het echt niet werkt, dan volgt er toch een fysiek consult op locatie. Dat is tot nu toe pas twee keer nodig geweest. Ik hoop dat we na deze crisis beeldbellen slim blijven inzetten, met name als het gaat om overleggen tus­sen zorgverleners. Soms kwamen collega’s speciaal voor één overleg naar een locatie. Al die reistijd kunnen we veel beter besteden aan directe patiëntzorg.”

Juli 2020 | 9


Susan Doornbos* is anios. Ze heeft in april tijdelijk minder werk doordat de reguliere zorg op haar afdeling is uitgesteld vanwege COVID-19. Haar leidinggevende nodigt haar uit voor een gesprek om te kijken of ze op een andere afdeling kan worden ingezet of vakantie-uren kan opnemen. Doornbos weet niet zo goed wat haar werkgever van haar mag ‘vragen’ en neemt contact op met het Kennis- en dienst­verleningscentrum van de Federatie Medisch Specialisten en de LAD.

Tijdelijk minder werk door COVID-19 ... en dan?

Tips van Fatima Madani • Als uw werkgever wil dat u in een bepaalde periode verlof opneemt, bent u dat niet verplicht. Krijgt u zo’n verzoek, neem dan contact met ons op. • Heeft u verlof aangevraagd, maar weigert uw werkgever uw verzoek te honoreren? Weet dan dat hij dat alleen op grond van ‘ge­wichtige redenen’ kan doen. Daar­van is bijvoorbeeld sprake als u on­mis­ baar bent in de periode waarvoor u verlof heeft aangevraagd. En dan zodanig dat de bedrijfsvoering ernstig ontwricht zou raken door uw afwezigheid. Mocht uw werk­ gever het verlof weigeren, vraag ons dan om advies.

LAD magazine | 10

Doornbos wil haar vakantie het liefst pas dit najaar opnemen. “Voor ander werk was ik zeker in, want ik wilde me graag nuttig maken tijdens deze crisis. Wel vroeg ik me af of ik ‘zomaar’ op iedere afdeling kon worden ingezet in mijn ziekenhuis.” Ze komt in contact met arbeidsjurist Fatima Madani, die haar vertelt dat het niet gek is dat haar leidinggevende samen met haar wil inventariseren wat ze kan doen nu het rustiger is. “Als een leidinggevende vraagt om tijdelijk op een andere afdeling of in een andere functie te werken, kan je zo’n verzoek niet zonder meer weigeren. Wel is het van belang dat artsen bevoegd zijn het andere werk te doen én dat ze zichzelf daarvoor bekwaam achten.” Madani drukt Doornbos op het hart dat als haar leidinggevende ander werk voorstelt waarvoor ze zichzelf niet bekwaam voelt, ze dat moet aangeven. “Ik heb mijn cliënt geadviseerd eventuele twijfels bespreek­ baar te maken, zodat ze samen met haar leidinggevende kan kijken naar mogelijk­ heden om het andere werk wel te kunnen doen, bijvoorbeeld onder adequate bege­ leiding of met supervisie.”

Verlof is geen verplichting

Mocht de leidinggevende Doornbos vragen om vakantiedagen op te nemen, dan is ze niet verplicht hieraan mee te werken. “Ook niet als er in een bepaalde periode minder werk beschikbaar is”, benadrukt Madani. “Dat geldt overigens niet alleen voor vakantiedagen, maar ook voor PLBuren (persoonlijk levensfase budget) en overuren. Als je er geen bezwaar tegen hebt, kun je natuurlijk gewoon verlof opnemen, maar uit de wet en rechtspraak volgt dat te

weinig werk voor risico van de werkgever komt, en niet van de werknemer. Wel kan een werkgever een werknemer op elk moment oproepen werkzaamheden te verrichten als er weer werk is.”

Min-uren

Veel cao’s kennen een jaaruren­systema­ tiek, op grond waarvan werkgevers vooraf afspraken met werknemers maken over het aantal te werken uren en de verdeling daarvan over het jaar. Dit resulteert in een individueel werktijdenrooster. Madani: “Een werkgever kan dit rooster niet een­zijdig wijzigen, ook niet wanneer een werk­­nemer tijdelijk voor minder uren kan worden inge­ roosterd wegens ‘te weinig werk’. Ook hier geldt dat dit voor risico van de werk­gever is. Als de reguliere zorg in je instelling is afgebouwd, mag dit dus niet leiden tot het verplaatsen van de uren of het opbouwen van ‘min-uren’.” Doornbos gaat met Madani’s uitleg en tips het gesprek met haar leidinggevende aan. Ze spreken af dat ze tijdelijk met supervisie op een andere afdeling gaat werken. “Ik ben blij dat ik vooraf advies heb inge­won­ nen. Het was voor mij nu minder moeilijk om mijn eigen grenzen aan te geven”, aldus Doornbos. * Namen van cliënten in deze rubriek zijn fictief in verband met de privacy van de cliënt.

> LAD.NL Vragen over uw contract of over een arbeids­geschil? Neem contact op met de juristen van het Kennis- en dienstverleningscentrum. U kunt ons bereiken via 088 13 44 112 of kijk voor meer informatie op de website van de LAD: www.lad.nl.


Doa Shaikhani is geboren in Irak. Op zevenjarige leeftijd is ze met haar twee broertjes en ouders naar Nederland ge­­ vlucht. Geneeskunde en schrij­ ven zijn haar grote passies. Doa startte daarom tijdens haar coschappen met de website ‘Dokter Do’, waar ze inmiddels 34.000 lezers heeft die haar avonturen in het zieken­huis mee­beleven. De blogs heeft ze, in eigen beheer, in twee delen ge­bun­deld. Naast geneeskunde studeert Doa filosofie en journalistiek. Ze wil later graag huisarts worden.

“Deze school heeft ”

corona

“Heb je weer zin om naar school te gaan?” vraag ik aan mijn nichtje. Ze trekt een vies gezicht, alsof ze een zuur snoepje aan het eten is en ant­woordt: “Nee, ik haat groep vijf. Ik haat school.” Ik grinnik. “Maar mis je je vrienden niet?” “Jawel, alleen wil ik niet meer naar deze school. Deze school heeft corona.” Ik gier het uit van het lachen. Haar zus die vijf jaar ouder is en in de brugklas zit, kijkt op van haar telefoon. Ze luistert aandachtig naar haar zusje, wanneer ik haar vraag of ze weet wat corona is. “Het is een ziekte die …” “Het is een virus”, verbetert haar zus haar. Mijn jongste nicht knikt en gaat verder: “Een virus dat mensen ziek maakt. Je komt dan in het ziekenhuis te liggen en dan kun je helemaal niet meer eten.” “Je kan wel eten, sukkel”, verbetert haar zus haar opnieuw. Mijn blik gaat van de ene zus naar de andere en ik geniet van het gesprek dat ze samen aan het voeren zijn. Ik heb ze ontzettend gemist.

“Je kunt je armen en benen niet meer bewegen” “Ok. Je kan wel eten, maar je kunt je armen en benen niet meer bewegen. En dat is heel erg”, vertelt mijn jongste nichtje verder. Ze bedoelt dat sommige mensen die COVID-19 krijgen op de IC komen te liggen, aan de beademing moeten en soms zelfs in coma gebracht worden. Ik ben verbaasd hoeveel ze erover weet. Ze is negen en lijkt zich goed te realiseren dat de wereld om haar heen erg aan het veranderen is. Daar heeft ze moeite mee.

Ik ook. Vooral de Ramadan, waar we normaliter elke dag familie over de vloer hebben en in de weekenden samenkomen, vond ik lastig. Het was dit keer maar een eenzame bedoeling. Maar de meeste moeite heb ik misschien wel met de maat­ schappelijke belangstelling die zorg­ver­leners nu krijgen. Die is ook positief, maar voor mij per­soon­­ lijk voelt het dubbel. Los van het feit dat ik nog hele­maal niet echt iets kon bij­dragen of be­­tekenen, merkte ik vooral dat ik op veel vragen geen ant­ woord wist. Ik heb mij in de eerste weken van de lock­down ingelezen over corona tot ik er gek van werd en mezelf moest dwingen afstand te nemen. De angstige berichten en mailtjes die ik van lezers ontving via mijn website hielden mij weken wak­ ker. Ik wist niet zo goed wat ik ermee moest, maar ik probeerde hun angst te sussen voor zover ik kon. Soms weet ik niet of dat terecht was. Mijn familie bestaat uit artsen, tandartsen en verpleegkundigen. Corona komt voor ons extra dichtbij, niet alleen omdat we patiënten met corona zien, maar ook omdat een aantal van ons uit voorzorg de praktijk tijdelijk sloot in maart. Alleen spoedgevallen gingen door. Ik vraag me­zelf af of hoe het straks gaat zijn. Dat het niet meer hetzelfde zal worden, daar heeft mijn nichtje gelijk in. Ik hoop dat we het virus kunnen be­teugelen en dat er geen tweede golf komt. Als iedereen zo goed ingelezen is en zich zo goed aan de regels houdt als mijn nichtjes, heb ik er vertrouwen in.

Juli 2020 | 11


Tekst Marjolein Dekker Foto: Hollandse Hoogte, Marcel Jurian de Jong

Zorg goed voor jezelf en elkaar: maar hoe? Een ziekte die vanuit het niets toeslaat, waar je amper iets over weet en waarvoor geen medicijn is: de wereld van veel artsen zag er door de COVID-19 pandemie in één klap anders uit. Hoe ga je met zo’n crisis om en hoe houd je het vol? Deskundigen hebben één belangrijk devies: “Zorg dat je twijfels en angsten deelt en leer ‘aan’ en ‘uit’ te schakelen.”

Aart Koopmans, anesthesioloog-intensivist in Bernhoven, komt de woensdag voordat Nederland de intelligente lockdown ingaat, terug van drie maanden sabbatical NieuwZeeland met zijn gezin. Een paar dagen later staat hij in een beschermend pak op een overvolle IC. “De overgang was ontzettend groot. Ik ging van een soort ‘zen’-houding naar de misschien wel meest impactvolle periode van mijn werkzame leven. Dat was even schakelen, vooral omdat we in het begin nog weinig wisten over COVID-19. De hele dag kwamen er nieuwe mailtjes met infor­ matie binnen. Ik zat ineens in tig extra appgroepjes. En intussen stroomden de patiën­ ten binnen. Als ik thuiskwam en het nieuws aanzette, ging het vervolgens ook alleen maar over corona. Na vijf dagen be­sloot ik uit bepaalde app-groepjes te gaan, niet meer alles te lezen en me puur op de pa­tiën­tenzorg te richten. Dat was voor mij echt een noodzaak om me te kunnen focus­sen.”

Parallellen met ebola

Kaz de Jong, traumapsycholoog bij Artsen zonder Grenzen, vindt het verhaal van Koopmans herkenbaar. De Jong heeft jaren­ lang zorgprofessionals begeleid tijdens de LAD magazine | 12

ebola-epidemie in Afrika en ziet veel paral­ lellen met de COVID-19 crisis. “Ook in Afrika moesten we in beschermende kleding werken en hadden we te maken met een ziekte­beeld waarvan we weinig wisten zonder dat er een medicijn voorhanden was. De werkdruk was hoog, je moest met z’n allen improviseren. Dat zag je de afgelopen maanden ook hier gebeuren. Artsen kwamen terecht in een wereld waarvan ze zich een paar weken daar­ voor niet konden voorstellen dat die bestond.”

“Je moet je hoofd soms leeg laten lopen” Aart Koopmans, intensivist-anesthesioloog

Volgens de Jong is het niet gek dat je je als zorgprofessional machteloos voelt. “Je doet van alles, maar tegen de ziekte zelf kún je niets doen. Dat kan tot onzekerheid en angst leiden. Slapeloze nachten of moeite hebben om ‘af te schakelen’ zijn heel normale ver­ schijnselen in dit soort omstandigheden. Doordat je in bescher­mende kleding werkt

en niet weet wat je kunt verwachten, vertelt je brein je continu: dit is onveilig. Op je werk zit je er steeds middenin en de thuissituatie is ook anders dan anders. Je stresssysteem staat daardoor voortdurend aan en dat is vermoeiend. Je werkt eigenlijk niet voor 100, maar voor 120 procent.”

Intensieve relatie met patiënten

Koopmans vond de eerste weken emotio­ neel zwaar. “Iedere dienst moest ik wel vijf beoordelingen maken: wie gaat wel naar de IC, wie niet? Ik voelde me net een Romeinse keizer met horizontale duim: gaat die om­ hoog of omlaag? Natuurlijk moet ik dit soort beslissingen normaal gesproken ook nemen, maar dan niet zo vaak en niet zo veel. We hebben in anderhalve maand meer dan 80 mensen geïntubeerd. Dat is ongekend.” Wat de emotionele belasting volgens Koop­mans extra groot maakte, was de intensieve relatie die hij opbouwde met patiënten. “Normaal gesproken is een patiënt al behoorlijk ziek als hij op de IC terechtkomt. Nu kwamen patiënten soms redelijk fit binnen en had ik, juist door alle onzekerheid, me­ teen intensieve gesprekken over wat er zou kunnen gebeuren. Daardoor stonden ze


De wereld van artsen zag er tijdens de COVID-19 piek in april in één klap anders uit

voor mij dichterbij dan normaal gesproken. Ik heb patiënten heel ziek zien worden – en een aantal helaas zien overlijden – die niet veel jonger of ouder waren dan ikzelf. Dat maakt indruk.”

Vertrouwenspersoon

Na een paar dagen lag Koopmans ’s nachts wakker. “Het mogelijke scenario van een code zwart hing als een donkere wolk boven me. Ik dacht: wat als ik bij de ene patiënt de stekker eruit moet trekken omdat een ander meer kans op overleven heeft? Wat als ik het zelf krijg?” Op het moment dat een dertiger overleed, besloot hij met een vertrouwenspersoon binnen het ziekenhuis te praten. “Het was een gesprek van een uur, maar het heeft me ongelooflijk goed ge­daan. Als intensivist maak je heftige dingen mee en dus moet je het hoofd soms leeg laten lopen. Dat is precies wat ik heb ge­daan en het luchtte op. Daarna kon ik weer verder.”

Delen is belangrijk

De Jong van Artsen zonder Grenzen beaamt dat het belangrijk is dat artsen angsten en onzekerheden delen. “Ik merk nog altijd dat artsen vaak hard zijn voor zichzelf:

If you can’t stand the heat, get out of the kitchen. Ze vinden dat ze hiertegen moeten kunnen – anders had je niet voor dit vak moeten kiezen. Daarbij komt, en dat geldt niet alleen voor artsen, maar voor iedereen, dat in onze samenleving nog altijd het gevoel overheerst dat je niet zomaar hulp inschakelt. Je gaat naar een psycholoog als je ziek bent en dat ben je nu toch niet? Jammer, want als je dingen deelt, weet je dat je niet de enige bent met angsten of twijfels. Het is een soort erkenning voor je eigen gevoel.”

“Moeite hebben met afschakelen is heel normaal” Kaz de Jong, traumapsycholoog

Met wie je dingen deelt, maakt volgens hem eigenlijk niet eens zoveel uit. “Of het nou een psycholoog of een coach is, een vriend of vriendin of een pastor; het gaat erom dat je je angsten of onzekerheden deelt met iemand bij wie je je veilig voelt.”

Ondersteuning buiten eigen instelling

Anne de Pagter, kinderarts-kinderhema­ to­loog in het Erasmus MC/Sophia Kinder­ ziekenhuis en initiatiefnemer van de beweging Challenge & Support, vindt het om die reden goed dat ziekenhuizen en zorginstellingen in deze crisis proactief ondersteuning aanbieden. “In sommige ziekenhuizen is peer support ingebed in de organisatie, andere ziekenhuizen of zorginstellingen laten bij iedere overdracht een psycholoog aanschuiven. Ik denk dat het daarbovenop goed is als mensen ook buiten hun instelling ergens terecht kunnen. Niet iedereen vindt het prettig om ‘in huis’ op tafel te leggen waar je mee worstelt.” Na de uitbraak van COVID-19 werden al snel allerlei hulp­programma’s opgezet. Het ini­tia­tief van Challenge & Support, waarbij de coaches van de Academie voor Medisch Specialisten zijn betrokken, is er een van. “We hebben een team van goed gekwali­ ficeerde coaches, dus ik dacht: het zou fantastisch zijn als die in deze crisis een bijdrage kunnen leveren. Ik heb ze gebeld en binnen 48 uur waren we online met een hulpprogramma. Dat geeft wel aan hoe groot de betrokkenheid is.” Juli 2020 | 13


Tekst Marjolein Dekker Illustratie Ronald Slabbers

Drempel

De 25 coaches staan belangeloos klaar voor artsen en andere zorgprofessionals die steun zoeken. Zij kunnen zich aanmelden via de site en worden dezelfde dag nog terug­gebeld om een gesprek op afstand in te plannen. Diverse artsen hebben er ge­ bruik van gemaakt, maar de telefoon staat sinds eind maart niet roodgloeiend. De Pagter had eerlijk gezegd ook niet anders verwacht. “Niet iedere arts stond natuurlijk in de frontlinie en het is moeilijk inschatten waar artsen en andere zorgprofessionals behoefte aan hebben. Daarbij speelt in mijn optiek ook mee dat de drempel om onder­ steuning te zoeken, vaak nog groot is. Wij zien dat ook bij ons reguliere Challenge & Support programma. In het bedrijfsleven of in de topsport is het heel normaal dat je een coach krijgt voor je persoonlijke ont­wik­ke­ ling. Binnen de artsenwereld is dat echt nog geen vanzelfsprekendheid.” Ze ziet daar gelukkig wel verandering in komen. Challenge & Support werd in 2017 gestart in het Erasmus MC en LUMC als een pilotprogramma dat coaching biedt voor me­disch specialisten (in opleiding). Meer­ de­re vakgroepen van het Erasmus MC, LUMC en UMCU maken intussen gebruik van dit programma en de ervaringen zijn positief. “Ik heb zelf als aios ook een coach gehad en daar heb ik enorm veel aan gehad. Je leert wie je bent en wat je mogelijkheden zijn, inclusief je sterke en zwakke punten. Ik denk dat ik daar de rest van mijn loopbaan baat bij heb. Het maakt je weerbaarder.”

Fijn om dingen te delen

De Pagter benadrukt dat de ‘hulplijn’ van Challenge & Support in deze coronacrisis iets anders is dan het reguliere coachings­ programma. “Deze hulplijn is vooral be­doeld voor artsen en zorgverleners die be­ hoefte hebben om even stoom af te blazen of die een steun in de rug zoeken. Onze coaches zijn van 08.00 tot 20.00 uur be­ schik­­­baar; bewust ook vroeg en laat op de dag, zodat mensen bijvoorbeeld vóór een overdracht kunnen bellen als ze twijfels heb­ben en na een overdracht kunnen praten over wat ze hebben meegemaakt. De kracht is dat de coaches onafhankelijk zijn en de medisch wereld goed kennen.” Er bestaan soortgelijke initiatieven. Zo stelt Verenso, de beroepsvereniging van specia­

LAD magazine | 14

listen ouderengeneeskunde, sinds eind april een supporthelpdesk beschikbaar die 24/7 bereikbaar is voor artsen in verpleeg­ huizen. De helpdesk is bedoeld om de spe­­cialist ouderengeneeskunde die achter­ wacht heeft, te ontlasten. De voorwacht kan in plaats daarvan de helpdesk bellen, ook voor men­tale support en supervisie.

“Coaching maakt je weerbaarder” Anne de Pagter, kinderarts-kinderhematoloog

Lyan de Roos, specialist ouderen­genees­ kunde bij BrabantZorg, zit in het centrale beleidsteam Corona bij haar werkgever en meldde haar organisatie aan om mee te doen aan de pilot voor de supporthelpdesk. “De werkdruk was tijdens de piek in maart/ april enorm hoog en het aantal specialisten ouderengeneeskunde schaars. Onze raad van bestuur maakte zich daar zorgen over. Het leek ons een heel goed idee dat de spe­

cialist ouderengeneeskunde niet als eerste maar als tweede achterwacht zou fungeren tijdens nacht­diensten (dus alleen in geval van nood) en dat aios en basis­artsen in eerste instantie naar de helpdesk zouden bellen. Daarmee ontlast je de specia­list ouderen­geneeskunde, terwijl je collega’s wel ergens terecht kunnen.” BrabantZorg deed in een weekend mee aan de pilot. “Het was voor basisartsen en aios in mijn verpleeghuis even span­nend om iemand te moeten bellen die ze niet kenden, maar de ervaringen waren zeer positief. Er zaten heel ervaren specia­listen ouderen­ geneeskunde bij de support­help­desk, die, juist doordat zij zelf niet in de hectiek van de crisis zitten, vanuit alle rust de achter­ wachtfunctie konden vervullen en waar nodig mentale ondersteuning konden bieden.” In regio’s met schaarste aan specialisten ouderengeneeskunde is na de pilot nog diverse keren gebruikgemaakt van de support­helpdesk. Volgens De Roos naar ieders tevredenheid. “Stel dat er weer een piek komt, dan is het fijn om te weten dat ik kan zeggen: bel maar even naar de helpdesk. Dokters doen dat niet zo


Tips op LAD-site Op de website van de LAD (www.lad.nl/ zorgvoorjezelfenelkaar) staan diverse initiatieven buiten de eigen instelling voor mentale ondersteuning en support, die vaak belangeloos worden aangeboden.

“Nu de eerste piek achter ons ligt, is de vraag hoe artsen het de komende tijd vol­­houden”

snel, maar het is heel belangrijk. Ik ben momenteel het boek Hart voor de dokter aan het lezen, waarin het onder andere gaat over de cultuur dat dokters ‘nooit ziek zijn’. Dat is zo’n onzin. Wij zijn ook maar mensen en ik vind het sterk als een arts zegt: nu even niet.”

In aanloop naar de COVID-19 piek heeft de LAD daarnaast flyers gemaakt voor zorgprofessionals in ziekenhuizen (samen met de Federatie Medisch Specialisten en De Jonge Specialist), VVT en gehandi­ captenzorg (samen met werk­nemers­ organisatie FBZ). Hierin staan tips om het mentaal en fysiek vol te houden. De flyers zijn tot stand gekomen in samen­ werking met de Militaire Geestelijke Gezondheidszorg van het ministerie van Defensie.

over? Maar ook: wat ging goed? Geef elkaar complimenten, dat is heel belangrijk. Bij Artsen zonder Grenzen hebben we dat ‘delen’ echt in de cultuur verankerd en er wordt vanuit het management op gestuurd. Dat werkt heel goed.”

Onrustige fase Let op elkaar

Anesthesioloog-intensivist Koopmans be­ aamt dat en herkent het beeld dat De Roos schetst dat artsen niet zo snel een stapje terugdoen. “Ook ik moest even over een drempel heen om naar de ver­trouwens­per­ soon te gaan. Ik had een collega nodig die zei: Aart, moet je hier niet met iemand over praten? Dat zetje was ontzettend fijn. Artsen zijn nou eenmaal geen robots.” Psycholoog De Jong vindt het belangrijk dat artsen de komende tijd goed op zichzelf én elkaar letten. Hij juicht het toe dat veel ziekenhuizen het initiatief hebben genomen om diensten samen op te starten en af te sluiten en dat daar bijvoorbeeld ook een psycholoog bij aanwezig is. “Je kunt die mo­menten gebruiken om dingen met elkaar te delen: wat vind je lastig, waar twijfel je

Nu de eerste piek achter ons ligt, is de vraag hoe de artsen het de komende tijd vol­­houden. Sommigen hebben nu een adem­­­­pauze; anderen kunnen hun werk juist weer opstarten en hebben daardoor heel drukke maanden voor de boeg. “Toen de piek voorbij was, zei ik aanvankelijk dat we een sta­bi­lisatie­­fase zouden ingaan. Daar ben ik op terug­gekomen, want dat is het natuurlijk helemaal niet”, zegt De Jong. “Het is juist een gigantisch on­rustige fase. Komen we, nu de maat­regelen worden versoepeld, niet te dicht bij elkaar? Wat als de besmetting weer toeneemt? Hoe moet je de reguliere zorg opstarten en achterstanden inhalen? En hoe bereid je je voor op een eventuele tweede golf? Het blijft een onzekere tijd.” Volgens De Jong is het belangrijk om jezelf

De belangrijkste tips: • Start en eindig een dienst samen, met aandacht voor elkaars ervaringen en emoties. Benoem wat je als zwaar hebt ervaren, maar benoem ook dingen die goed gingen. • Zorg voor een buddy tijdens je dienst en spreek af dat jullie op elkaar letten. Spreek je buddy bijvoorbeeld aan als hij of zij geen pauze houdt. • Houd een structuur aan in je dag en probeer ’s avonds echt af te schakelen, zonder nog met je werk of deze crisis bezig te zijn. • Zoek afleiding en neem voldoende rust na een dienst. De flyers zijn eveneens te vinden op www.lad.nl/zorgvoorjezelfenelkaar.

te leren ‘aan’ en ‘uit’ te zetten. “Ik vraag altijd waar iemand echt van ontspant. Als dat lopen of fietsen is, doe dat dan heel be­wust een paar keer in de week. Zorg ook dat je een be­­paal­­de structuur en routine aan­houdt, want dat geeft hou­vast. En zet na 20.00 uur het nieuws niet meer aan, maar doe iets wat niets met corona te maken heeft.”

“Ik vind het sterk als een arts zegt: nu even niet” Lyan de Roos, specialist ouderengeneeskunde

Wat de mentale effecten op de lange termijn zullen zijn, is volgens De Pagter moeilijk in te schatten. “We weten het simpelweg niet. Maar juist daarom is het goed dat er zoveel aandacht is voor mentale ondersteuning. Dokters zijn de hele dag problemen aan het oplossen. Het is moeilijk om dan vanuit de actie­modus stil te staan bij jezelf. Maar ik hoop écht dat we het met z’n allen de komen­de tijd zullen doen.”

Juli 2020 | 15


Werk/privé

Tekst Julia Hamel Fotografie Ivar Pel

“Als dokter zeg je geen nee in crisistijd” LAD magazine | 16


Gepensioneerd huisarts Kees Rovers (70) droeg in 2013 zijn huisartspraktijk over aan een opvolger. Tot zijn registratie als huisarts eind 2018 verliep, werkte hij als invaller op de huisartsenpost. Nu werkt hij als basisarts in een verpleeghuis.

Middenin de verhuizing van zijn oude praktijkwoning naar een nieuw huis werd Kees Rovers gebeld door de directeur van een verpleeghuis in zijn woonplaats Dordrecht: ze hadden zijn hulp nodig vanwege COVID-19. De gepensioneerde huisarts twijfelde geen moment en ging met zijn doktersjas en -tas weer op pad.

Rovers vond zijn eerste dag tijdens de COVID-19 crisis een vreemde gewaar­wor­ ding: “Ik moest allerlei documentatie in­­leveren zoals een verklaring omtrent ge­ drag en mijn BIG-registratie. Maar nie­mand controleerde mij op het grootste gevaar, COVID-19.” De gepensioneerd huisarts werkt nu voor het eerst in zijn leven in dienst­­­verband. “Ik heb veertig jaar een praktijk aan huis gehad in Dordrecht. In 2013 heb ik deze praktijk overgedragen.” Hij verbleef jarenlang nog wel in de praktijkwoning. “Toen ik werd benaderd voor het bij­springen in het verpleeghuis zat ik mid­­denin een verhuizing. Dus terwijl ik eigen­lijk dozen zou moeten uitpakken, was ik in­eens weer patiënten aan het onder­zoeken.”

Rovers werkt in een artsenteam met drie specialis­ten ouderengeneeskunde en een aantal basisartsen. “Ik begon op mijn eerste dag tegelijk met een andere basis­arts; zij kers­vers uit de opleiding en ik met veertig jaar huisartservaring. Een mooi con­trast.” Het inwerken was vooral gericht op de com­­ pu­tersystemen, maar dat kreeg hij snel onder de knie. “Waar ik wel aan moest wen­­­ nen, is het feit dat ik geen eigen baas meer ben. Als ik voorheen iets nodig had voor mijn werk, dan kocht ik dat. Nu moet ik dat aan­­vragen en afstemmen.”

“Zou je dit wel doen?”

Werken op afstand

Los van de timing waren zijn naasten minder enthousiast over de nieuwe baan. “Mijn vrouw en kinderen maakten zich zorgen over mijn veiligheid. Ik kreeg te horen: ‘Pa, je behoort tot de risicogroep, zou je dit nou wel doen?’ Maar ik ben fit en gezond, dus zelf maak ik me geen zorgen. Ook waren ze van mening dat ik al genoeg heb bijge­ dragen in mijn leven. Maar ik vind dat je altijd de samenleving moet blijven helpen.” Dat motto draagt hij letterlijk iedere dag uit. “Op mijn visitekaartje staat ‘Tum tua res agitur, paries cum proximus ardet’, ofte­wel: als het huis van de buren in brand staat, staat ook jouw zaak op het spel. Erg toe­ passelijk in deze crisis”, aldus Rovers.

Eerste dag

“Ik moet zeggen, de nacht voor mijn eerste werkdag in het verpleeghuis sliep ik wat on­rustig. Iets waar ik normaal geen proble­­ men mee heb. Maar ik merkte op mijn eerste dag meteen dat je het artsen­­vak nooit echt verleert, het zit in je ruggen­graat.”

“Het artsenvak verleer je nooit, het zit in je ruggengraat” Rovers komt in het verpleeghuis vooralsnog niet in aanraking met patiënten die posi­tief getest zijn op COVID-19. “De specia­listen ouderengeneeskunde werken met de COVIDpatiënten en ik blijf een ‘schone’ arts. Mijn taken komen voor het grootste deel overeen met mijn werk als huis­arts. Ik be­ handel bijvoorbeeld blaasontstekingen en verzorg wonden, maar doe ook op­na­mes en ontslagen. Om het aantal contact­mo­ men­ten met patiënten te verminderen, ge­ beurt veel werk ook op afstand. Verpleeg­ kundigen rapporteren en dan fiatteer ik bij­voorbeeld medicatie.”

Weemoed

Op de vraag wat hem het zwaarst valt aan het werken in deze crisis heeft hij direct antwoord. “Patiënten lijden enorm onder de sociale deprivatie. Ze takelen nu nog sneller af. Voor sommigen is er be­zoek voor het raam, maar bedlegerige patiënten zien hun geliefden helemaal niet meer.” In zijn veertig jaar als huisarts heeft hij veel

Dordrechtenaren in zijn prak­tijk gezien. “Een aantal bewoners was vroeger mijn patiënt. Het doet ze goed om af en toe een bekend gezicht te zien.” Ook familie­leden van bewoners weten hem nu als ver­pleeg­ huisdokter goed te vinden. “Ik krijg veel mailtjes met vragen van familieleden die niet gerust zijn over de situatie van hun ouder of partner. Dan willen ze dat ik even langsga om de situatie te beoordelen.” De snelheid waarin men­­sen kunnen aftakelen is ook con­fron­terend voor Rovers. “Er over­­komt mij nu een gevoel van weemoed. Mensen die ik jarenlang niet heb gezien, kom ik hier nu tegen. Waar ze eerst nog kern­gezond tegenover me zaten in mijn praktijk, kam­pen ze nu in dit verpleeghuis met ernstige gezondheidsproblemen.”

Ga ervoor

Wanneer hij zijn doktersjas definitief aan de wilgen hangt, weet hij nog niet. “Mijn dienstbetrekking hier in het verpleeghuis loopt tot eind september. Ik hoop dat mijn hulp tegen die tijd niet meer nodig is hier.” Toch sluit Rovers niet uit dat hij blijft door­ gaan. “Als dokter zeg je geen nee in crisis­tijd. Als er dit najaar een opleving in het aantal besmettingen komt en ze hebben mijn hulp nodig, ga ik door.” Of Rovers andere dokters aanraadt om na het pensioen actief te blijven? “Iedereen moet zijn eigen afweging maken, maar ben je fit en wil je je des­kun­­ digheid inzet­ten? Ga er dan voor!” Naast het werk in het ver­pleeghuis is hij ook nog actief als SCEN-arts: “Dat werk blijf ik so­­ wie­so doen tot mijn artsregistratie in 2022 ver­loopt. Ik verwacht daarna niet meer in actie te komen, maar je weet maar nooit. Als zich ooit weer een dergelijke crisis voor­ doet denk ik dat veel dokters, waar­onder ik, zonder enige aarzeling de doktersjas weer aan­doen. Arts blijf je altijd.” Juli 2020 | 17


­­­­­

Column

Applaus alleen is niet genoeg De afgelopen weken hebben we heel wat vragen gekregen van artsen en andere zorgprofessionals die ‘coronagerelateerd’ waren. In de eerste weken ging het hoofdzakelijk over persoonlijke beschermingsmiddelen en de emotionele impact; daarna kwamen de eerste ‘arbeidsrechtelijke’ vragen: hoe zit het met het toekennen of juist weigeren van verlof? Hoe moet het verder als je in opleiding bent en vertraging oploopt? Maar ook: wat als je je registratiepunten niet kunt halen? Nu het eerste ‘stof’ is neergedaald, zijn we aan het kijken hoe we artsen op de wat langere termijn kunnen ondersteunen: wat moeten we, met name als het gaat om de arbeidsomstandigheden, regelen? Omdat we aan de belangrijkste cao-tafels in de zorg zitten, zijn we hier uiteraard ook over in gesprek met werkgevers. Dat de onderhandelingen die eraan komen voor nieuwe cao’s niet makkelijk worden, is nu al duide­lijk. Er is grote onzekerheid over de financiële ruimte voor zorg­instellingen. Budget­ ten slinken. Pensioenen staan onder druk. Er is, kortom, op heel veel punten onzekerheid. Dit najaar gaan we in gesprek over een nieuwe Arbeidsvoor­waarden­ regeling Medisch Specialisten en eind dit jaar start het traject voor een nieuwe Cao UMC. Het mag duidelijk zijn dat wij ons keihard gaan in­zetten voor goede afspraken. De afgelopen tijd zijn zorgverleners regel­matig als ‘helden’ in de kijker gezet. Prachtig, maar alleen applaus is niet genoeg. Als de afgelopen periode iets heeft duidelijk gemaakt, dan is het wel dat artsen en zorgverleners een essentiële functie ver­ vullen in de maatschappij. En bereid zijn daar voor 200 procent voor te gaan. Nu de ‘coronasprint’ is overgegaan in een marathon, zullen we met elkaar heel goed en ‘out of the box’ moeten nadenken hoe artsen en andere zorgprofessionals op de langere termijn gezond en veilig hun werk kun­nen blijven doen. Caroline van den Brekel, directeur

LAD magazine | 18

Nieuwe Cao SBOH De LAD en SBOH hebben in mei een akkoord bereikt over een nieuwe Cao SBOH. Deze geldt voor vier groepen aios: artsen in opleiding tot huisarts, specialist ouderengeneeskunde, arts voor verstandelijk gehandicapten en arts Maatschappij + Gezondheid (voor vijf profielen). Vanwege de COVID-19 crisis hebben de LAD en SBOH gekozen voor een cao met een looptijd van een jaar en een beperkt aantal afspraken, waaronder een salarisverhoging van 2,7 procent en een structurele verhoging van de eindejaarsuitkering met 0,4 procent. De vier aios-verenigingen (LOVAH, VASON, VAAVG en LOSGIO) zijn bij de afspraken betrokken. Een ruime meerderheid van de aios heeft ingestemd met de nieuwe cao, die geldt voor 2020. In september gaan de LAD en SBOH verder praten over een aantal be­ langrijke thema’s die nu buiten schot zijn gebleven tijdens de onder­hande­lingen, zodat deze in 2021 wel onder­deel kunnen uitmaken van een nieuw akkoord. Het gaat bijvoorbeeld om de ‘arbeids­duur en diensten tijdens stages’ en onkosten­vergoedingen. Het akkoord staat op www.lad.nl (via LAD voor u/Cao’s en sociaal plannen).

128 Wereldwijd zijn 128 vaccins tegen COVID-19 in ontwikkeling (bron: WHO)


In het kort

Campagne #deanderedokter gestart Ze dragen geen witte jas, maar zorgen wĂŠl voor een gezond en vitaal werkend Nederland: de bedrijfs- en ver­ze­ke­rings­­arts. Om te laten zien hoe inte­ res­sant het domein arbeid en gezond­ heid is, is een groot aantal partijen eind mei de campagne #deandere­ dokter gestart. Op deanderedokter.nl zijn podcasts en verhalen uit de prak­tijk te beluisteren en bekijken. Verzekerings- en bedrijfsartsen (in opleiding) vertellen over hun vak en hun drijfveren. “Deze dokters zullen nooit de hoofdrol spelen in een zieken­­huis­serie. Maar ze zorgen er wĂŠl voor dat onze maatschappij blijft werken.

Letter­lijk en figuurlijk. Dat levert een heel interessant werkveld op waarin je veel kunt betekenen voor het individu, organisaties en de maatschappij�, aldus Gertjan Beens, voorzitter NVAB. De campagne #deanderedokter is een initiatief van de NVVG, NVAB, OVAL, KoM, UWV, De Geneeskundestudent, NSPOH en SGBO, en wordt mede moge­­lijk gemaakt door het ministerie van SZW. Naast de eerste podcasts is op de site praktische informatie te vinden over de opleiding tot bedrijfsen verzekeringsarts, en het werk­ domein.

Collegegeldvergoeding voor co’s Coassistenten in algemene ziekenhuizen kunnen voortaan maandelijks 100 euro van hun collegegeld declareren. De Neder­landse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) heeft een handreiking ontwikkeld voor zieken­ huizen waarin de voorwaarden staan vermeld. In december werd in de nieuwe Cao Zieken­huizen afgesproken dat co’s in algemene ziekenhuizen vanaf 2020 een tegemoet­koming krijgen. Hoe die er precies uit zou zien, moest nog worden uitgewerkt. Met de handreiking van de NVZ is er nu duidelijk­heid. Coassistenten kunnen vanaf januari 2020 maximaal 100 euro studiekosten ver­goed krijgen, mits ze kunnen bewijzen die kosten te hebben gemaakt. De factuur voor het collegegeld geldt als bewijs. Ziekenhuizen mogen zelf kiezen of ze de hand­reiking volgen of met een eigen regeling komen.

Intussen op Twitter ‌ Anna Verhulst @ALJVerhulst, aios interne geneeskunde Na ruim een maand alleen maar 12-uursdiensten voelt om 17:50 naar huis na een ‘gewone’ dienst opeens als ... spijbelen

đ&#x;˜ł

13.884

6,7%

19%

medewerkers in de zorg kregen tussen begin maart en eind april COVID-19

Het ziekteverzuim in de zorg was in het eerste kwartaal met 6,7% het hoogst in vijf jaar tijd

1 op de 5 zorgprofessionals heeft moeite om in slaap te komen en 31% slaapt onrustig

(bron: CBS)

(bron: Stichting IZZ)

(bron: RIVM)

Juli 2020 | 19


Meer mogelijk voor jouw hypotheek via VvAA Speciaal voor VvAA zijn de acceptatiecriteria voor startende zorgverleners door een aantal hypotheekverstrekkers aangepast. Daardoor biedt VvAA meer mogelijkheden. Dit geldt ook als je werkzaam bent als arts-assistent (al dan niet in opleiding) met een tijdelijke arbeidsovereenkomst.

Hypotheekadvies op maat via VvAA We weten hoe hoog je werkdruk is. Daarom: Hoef je ons minder uit te leggen. Onze adviseurs zijn geschoold om zorgverleners te adviseren. Heb je contact waar en wanneer het jĂłu uitkomt: online, telefonisch, thuis of op je werk. Kunnen we de (financiĂŤle) gegevens die VvAA al van je heeft op jouw verzoek hergebruiken.

Plan een afspraak in via: vvaa.nl/advies/hypotheekadvies Of bel naar 030-247 40 25. Mailen kan ook naar hypotheken@vvaa.nl.

De stem en steun van zorgverleners

Profile for LAD-magazine

LAD-magazine, juni 2020  

Het nieuwe LAD-magazine staat in het teken van COVID-19. Zo kijken artsen die een hoofdrol hadden tijdens deze crisis terug en vooruit, word...

LAD-magazine, juni 2020  

Het nieuwe LAD-magazine staat in het teken van COVID-19. Zo kijken artsen die een hoofdrol hadden tijdens deze crisis terug en vooruit, word...

Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded