__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1

Magazine

# 28 - December 2019 Kwartaalmagazine van de Landelijke vereniging van Artsen in Dienstverband (LAD)

Vizier op startende basisarts In dit nummer:

Als militair arts mee op missies

Arts M&G verdient meer inspraak

Nieuwe Cao Gehandicaptenzorg


Voorwoord

­­­

Zin moet terug in de Zorg

Die twijfel wordt helaas niet veroorzaakt doordat het vak niet interessant genoeg is, nee; de oorzaak is de hoge werkdruk, een verstoorde werk-privébalans en een werkcultuur die niet uitnodigt om burn-out­ klachten of twijfels bespreekbaar te maken. Als LAD maken wij ons al een tijdje zorgen om die ontwik­ keling. Niet alleen vanwege het dalende werk­plezier van jonge dokters, maar óók omdat een vermin­derd wel­zijn van artsen een negatieve impact heeft op de kwa­liteit van zorg. Het is dus hoog tijd om het tij te keren. Goede arbeidsvoorwaarden zijn daarbij een randvoor­ waarde, maar dat alleen is niet genoeg. Daarom zijn we eind november samen met De Jonge Specialist, VvAA, LOVAH (de vereniging van huisartsen in opleiding) en met steun van de Inspectie Gezond­heids­zorg en Jeugd een ‘beweging’ gestart onder de noemer ‘Zin in Zorg’. Het doel? Mentaal fitte jonge dokters die met plezier naar hun werk gaan en die voldoende tijd hebben voor de patiënt. Met andere woorden: we willen jonge dokters die weer zin hebben in de zorg. Op 20 november vond de kick-off plaats en hebben we met ruim 80 artsen in opleiding vanuit alle disciplines LAD magazine | 2

gebrainstormd over de vraag waar de schoen precies wringt. De cultuur stond met stip op één, en eerlijk is eerlijk: die verander je niet zomaar. Het is belangrijk dat je als jonge dokter tijdig aan de bel trekt als je iets niet af krijgt. Omgekeerd moeten opleiders duidelijk maken dat sommige dingen na zes uur écht niet meer hoeven en dat een overdracht ook echt een overdracht is, zodat je het daarna kan loslaten en ’s avonds niet meer met je werk bezig bent. Om die cultuurverandering te bewerkstelligen, is het goed dat we in dit traject samen nadenken over oplos­ sin­gen, die we breed gaan agenderen. We willen snel meters maken, dus houd onze nieuwsbrief en website in de gaten. Natuurlijk lopen niet alleen jónge artsen en zorgprofes­ sionals tegen de werkdruk aan. Daarom hebben we bij de LAD een projectleider ‘Gezond & veilig werken’ aan­ getrokken, die de komende tijd gaat inventariseren in welke zorgsectoren welke probleempunten spelen en wat er moet gebeuren om de omstandigheden waar­ onder artsen hun werk doen te verbeteren. Het is mijn persoonlijke ambitie om het percentage twijfelaars tijdens mijn voorzitterschap met minstens de helft terug te brengen en ik roep iedereen nu alvast op zijn steentje bij te dragen aan een cultuur­veran­ dering. De zin moet terug in de zorg. Dat gun ik niet alleen de dokters, maar vooral ook de patiënt. Suzanne Booij Voorzitter LAD

Colofon: Kwartaalblad van de Landelijke vereniging van Artsen in Dienstverband (LAD) met nieuws, opinie en achtergrondinformatie. (oplage 34.600) Redactieadres Mercatorlaan 1200, Postbus 20058, 3502 LB Utrecht, Telefoon 088 13 44 100, E-mail: redactie@lad.nl Redactie Caroline van den Brekel, Marjolein Dekker, Julia Hamel en Corrie Kooijman Redactiecommissie Joeri Arkink (apotheker), Edwin Duijzer (aios huisartsgeneeskunde) en Fardou Heida (aios gynaecologie) Columnist Doa Shaikhani (coassistent) Illustraties Ronald Slabbers Fotografie Ivar Pel Ontwerp Member Since Druk Centrum Drukwerk - ISSN-nummer 2213-9923

Ruim 95 procent van de jonge artsen is trots op zijn vak. Toch denkt zo’n 15 procent van de artsen in opleiding er wel eens over om te stoppen. Als je bedenkt dat er in Nederland zo’n 10.000 artsen in opleiding zijn, dan betekent dit dat zo’n 1.500 jonge dokters overweegt om iets anders te gaan doen. Ik vind dat nogal wat.


Inhoud

4 Meer inspraak voor artsen M&G Artsen Maatschappij & Gezondheid willen graag meepraten over de strategie en het beleid van hun instelling, maar dat gebeurt nog lang niet overal. Hoog tijd dat dat verandert, vinden de Koepel Artsen Maatschappij & Gezondheid (KAMG) en de LAD. “Meer inspraak leidt tot betere zorg.”

7 LAD-lid in beeld

LAD-lid in beeld

Freek Rovers is aios revali­da­ tiegeneeskunde. “We staan niet bekend als het meest ‘sexy’ specialisme, terwijl het een mooi vak is. We mogen veel zichtbaarder maken wat we doen.”

10 Als arts mee met militaire missies

Bertil Mommers werkt als arts in de hyperbare genees­kun­de, maar heeft daar­naast een ‘leven’ bij Defensie als militair arts. “Het impro­vi­se­ren en het team­gevoel spre­ken me enorm aan.” Werk/privé

12

14

Op de bres voor de basisarts

Column Doa Shaikhani

Vanaf 2020 gaan de LAD en De Jonge Specialist zich in hun dienstverlening expliciet richten op startende basisartsen, die vaak voor tal van keuzemomenten staan. Ga je in opleiding, word je eerst anios of wil je promoveren?

Volgens Columnist Doa Shaikhani is het niet makkelijk om als coassistent te zeggen dat iets niet veilig is. Ze besloot het wél te doen.

Actievoeren

Sneller ontslag?

Vanaf 2020 worden de ont­slagregels versoepeld. Betekent dit dat je sneller kan worden ontslagen als je een slechte beoordeling krijgt?

Er is een nieuwe Cao Gehandicaptenzorg. Suzanne Duffels, arts voor verstandelijk gehandicapten, mocht bij de start mee naar de onderhandelingen.

Gehandicaptenzorg

In ’t kort

8

15

16

18

Op 20 november deden duizenden ­werk­nemers in algemene ziekenhuizen mee aan de lande­lijke zondagsdienst. Waar maken ze zich zorgen over?

Lees de column van Caroline van den Brekel, het laatste nieuws over evenementen, nieuwe boeken, LAD-activi­ teiten en andere opval­lende zaken.

December 2019 | 3


“Meer inspraak maakt de zorg leuker en beter� Hoewel nagenoeg alle artsen Maatschappij & Gezondheid (M&G) het belangrijk vinden om betrokken te zijn bij het beleid en belangrijke beslissingen van hun instelling, krijgt meer dan de helft hier geen kans voor. Dat blijkt uit de voorlopige uitkomsten van een onderzoek dat de LAD en de Koepel Artsen Maatschappij en Gezondheid (KAMG) in 2020 publiceren. De twee verenigingen willen dat hierin verandering komt, omdat artsen M&G bij uitstek met een brede blik naar de maatschappij kijken en een waardevolle bijdrage kunnen leveren aan het instellingsbeleid.

LAD magazine | 4


Tekst Julia Hamel

Interessante feiten uit het onderzoek

92% Als artsen meepraten, gaat het vooral om medischinhoudelijke thema’s.

92% van de artsen M&G vindt het belangrijk om mee te praten over de koers en strategie van zijn instelling. Slechts 38% geeft aan dat zijn instelling hier mogelijk­heden toe biedt.

97% Artsen geven aan vooral meer op strategisch niveau te willen meepraten over kwaliteit van zorg, innovatie en onderzoek.

Nagenoeg alle artsen – 97% – vinden het belangrijk om be­ trokken te worden bij beleid of belangrijke beslissingen over hun eigen werk(terrein). Toch lukt het slechts 42% om dit te realiseren.

­­

L­ ilian van der Ven, jeugdarts bij JGZ Almere, herkent deze wens en praat en beslist ook mee. Door een aantal veranderingen in haar instelling is er nu een beleidsteam waar zij onderdeel van is. “In dat team pra­ten we over de koers en strategie van de or­ga­ni­sa­ tie. Sinds kort heb ik dus wél het gevoel dat ik daar invloed op heb. We praten bij­voor­beeld over hoe we het be­­roep in de prak­tijk beter kunnen laten aan­­­sluiten op het profiel van de artsen die nu en straks uit de opleiding stromen”, zegt ze. Bij haar in­stelling wordt nu over­wogen om meer ver­­pleeg­kundig specia­listen in te zetten. “Een jeugdarts op een consultatiebureau ziet nu vrij veel ge­zonde kinderen. We kijken of we via taak­ herschikking meer tijd bij deze artsen kun­­ nen vrijmaken. Dan kan de jeugdarts zich meer richten op risicogezinnen en col­lec­­tief beleid.”

Werkdruk

Van der Ven krijgt van JGZ Almere acht uur per week voor werkzaamheden in het be­­leids­­­team. “Mijn collega’s buiten het beleids­ team hebben op dit moment naast hun regu­liere taken onvoldoende tijd om zich op meer strategische of maat­­schappelijke thema’s te richten. Jammer, want iedereen heeft wel een aandachtsgebied én de be­ hoefte om zich hierin meer te ver­diepen.” Binnen JGZ Almere is er al wel een artsen­ overleg. “Op dit moment gaat ons overleg voornamelijk over zaken als productie en roosters. Af en toe bespreken we trends en

casuïstiek,” zegt Van der Ven. “Ik denk dat mijn collega’s graag net als ik meer invloed willen hebben op strategie, beleid én hun eigen werk. We willen op een positieve en constructieve manier bijdragen. Dat maakt het werk leuker en uitdagender.” Toch is het moeilijk voor de artsen om die invloed te krijgen. “De werkdruk bij collega’s is erg hoog en dit veroorzaakt veel onvrede. Daar wordt tijdens deze overleggen óók over gepraat, maar collega’s ervaren weinig invloed hierop”, signaleert Van der Ven. Volgens Carla Derijck, directeur van de Koepel Artsen Maatschappij en Gezond­heid (KAMG), komt die hoge werkdruk ook voort uit een tekort aan artsen M&G: “Eerder onderzoek in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport wijst uit dat de instroom in de opleiding(en) tot arts M&G (en haar des­kundig­heids­ge­bieden) structureel achter­blijft bij de benodigde capaciteit. Dit levert natuur­lijk op korte en langere termijn problemen op voor de con­ tinuïteit en kwali­teit bij de uitvoering van de publieke gezond­­heid. Ook daarom is het belangrijk dat artsen M&G meer in­spraak krijgen om mee te denken over op­los­sin­gen.”

Strategisch adviseur

In de tweede fase van de opleiding M&G krijgen artsen te maken met strategie, in­­­­novatie, projectmanagement en beleids­ ad­visering. Erik de Jonge, arts M&G profiel infectie­ziektebestrijding, wist meteen dat zijn ambitie hier lag: “Tijdens mijn op­leiding

heb ik door keuzeonderwijs en op­drachten een strategisch profiel ont­wik­keld. Inmiddels werk ik twee dagen als arts in­fectie­ ziektebestrijding en twee dagen als stra­te­­­­gisch adviseur bij de Gemeente Rot­ter­­dam. Ik denk dat artsen M&G bij uit­stek men­­sen zijn die op het vlak van maat­schap­­­pij en ge­zondheid mee kunnen én moeten praten op strategisch en beleids­ni­veau.” Toch weet De Jonge dat dit niet van­­­zelf gaat. “Je moet zelf de boer op om in positie te komen. Ik ervaar wel dat ik veel kansen heb gekregen bij de GGD Rotter­dam-Rijnmond.”

Uitdagend werken

Ook de KAMG ziet dat er nog werk aan de winkel is. “We wisten door signalen van onze achterban al dat meer inspraak en invloed gewenst is, maar met deze onder­ zoeksresultaten onder de arm kunnen we beter onderbouwd in gesprek met werk­ gevers­­organisaties zoals GGD Nederland en ActiZ om te werken aan verbetering”, zegt KAMG-voorzitter en arts M&G Elise Buiting. “Dat is ook in het belang van werk­gevers, want meer inspraak leidt er niet alleen toe dat artsen een waardevolle bij­drage kun­­­ nen leveren, maar zorgt er ook voor dat het vak uitdagender en dus aan­trekkelijker wordt. Ook voor jonge dok­­ters.” Volgens Buiting is de inspraak in de loop der jaren niet verbeterd: “Begin jaren ’90 namen er nog dikwijls artsen zit­ting in directies van instellingen in de pu­blieke gezond­heid.

December 2019 | 5


“Inspraak is ook in het belang van werkgevers” Elise Buiting, voorzitter KAMG en arts M&G

Zo’n medisch direc­teur zie je nu nog maar zelden. Het is meer uitzondering dan regel dat er een arts in een manage­mentteam zit.”

Kansen

Het onderzoek van de LAD en KAMG laat zien dat artsen M&G het gevoel hebben dat ze geen sterkte positie hebben binnen hun organisaties. “Dat beeld zien we bij GGD-en, maar ook bij gemeenten”, zegt Buiting. Toch liggen de kansen volgens haar voor het oprapen. “In veel gemeenten zijn artsen niet betrokken bij sociale wijk­ teams terwijl juist daar een kans ligt. Als medisch adviseur kunnen deze artsen daar een schakel zijn die nu ontbreekt, en zorgen voor verbinding tussen deze teams en de gezondheidszorg.” Derijck vult aan: “Artsen M&G worden steeds meer gezien als verbinder van preventie, zorg, welzijn en het sociaal domein. Daar waar de focus nog altijd uitgaat naar het behandelen van ziekten en (super)specialisatie, is het van belang om de waarde en potentie van pu­­blieke gezondheidszorg te erkennen en te benut­­ten. Die integrale aanpak wordt steeds nood­zakelijker.”

Win-winsituatie

De LAD weet uit ervaring dat meer in­spraak tot een win-winsituatie leidt. “We hebben

LAD magazine | 6

“Artsen M&G zijn bij uitstek mensen die op het snijvlak van maatschappij en gezondheid kunnen meepraten”

“Als je op een constructieve manier kunt bijdragen, maakt dat je werk leuker en uitdagender”

Erik de Jonge, arts infectieziektebestrijding

Lilian van der Ven, jeugdarts

daar al in veel sectoren ervaring mee op­ gedaan, zoals in algemene zieken­huizen maar bijvoorbeeld ook in gezond­heids­ cen­­tra. Daar is sinds een paar jaar een Lokaal Overleg Huisartsen opgezet, waarin huis­­artsen met hun werkgever praten over de kwaliteit, continuïteit en doelmatigheid van de geleverde zorg. Het is niet alleen voor artsen nuttig om daarover mee te praten, maar ook voor de werkgever. Die heeft er baat bij als er vanuit een medische ex­pertise wordt meegedacht over het in­ stel­lingsbeleid en als oplossingen of maat­ regelen breed gedragen worden”, vertelt LAD-directeur Caroline van den Brekel.

Beter in beeld

De LAD is voor de zomer bij een aantal GGD-en langs geweest om met artsen te praten over het onderwerp positionering. Van den Brekel zegt dat de bevindingen van die gesprekken overeenkomen met de onderzoeksresultaten. “De artsen gaven aan behoefte te hebben aan meer kennis en vaardigheden om hun posi­tie te ver­ beteren. Ook daar kan de LAD bij helpen. We bieden namelijk twee trainingen aan die artsen leren wat hun kern­kwaliteiten zijn en hoe zij die kun­nen in­zetten om hun invloedssfeer te vergroten.” De training ‘Beter in beeld’ wordt al sinds

2013 door de LAD en VvAA aan­geboden. “De cursus is razend popu­lair, soms heb­ ben we zelfs een wachtlijst. Cursisten zijn na af­loop ook erg tevreden en waar­deren de training gemiddeld met een 8,5”, zegt Van den Brekel. De training ‘Beter in on­ derhandelen’ is een logisch vervolg op de training ‘Beter in beeld’. “Van leden die de afgelopen jaren Beter in beeld heb­­ben ge­volgd, kregen we regelmatig te horen dat ze behoefte hadden aan een ver­diepings­ slag: hoe maak je je punt met behoud van de relatie en hoe onderhandel je nou ef­ fec­­tief? Daarover gaat de training ‘Beter in onder­­­handelen”, zegt Van den Brekel tot slot. Op www.lad.nl staat meer in­for­matie over de trainingen.

Goed voorbeeld?

Is inspraak binnen uw GGD al goed geregeld? De LAD komt graag met u in contact. Uw ‘best prac­tice’ kan als voorbeeld dienen voor an­deren. Stuur een e-mail naar redactie@lad.nl met als onderwerp ‘Inspraak artsen M&G’ en wij nemen contact met u op.


Tekst Marjolein Dekker Fotografie Ivar Pel

“We mogen best wat minder bescheiden zijn” Wat zorgt ervoor dat jij met plezier naar je werk gaat? “Ons werk begint vaak pas ná de diagnose, en draait sterk om de ‘mens achter de aandoening’: hoe kun je iemand helpen om zo optimaal en zelfstandig mogelijk te functioneren? Ik vind het heel waardevol om daar een bijdrage aan te mogen leveren. Je hebt bij revalidatie­ geneeskunde echt tijd voor de patiënt en de holistische benadering past bij mij. Daarnaast is de diversiteit in ziekte­beelden interessant. Ik kan op één dag te maken hebben met niet-aangeboren hersenletsel tot amputa­ties en diabetische voetwonden; een mooie uit­daging.”

Wat is de toegevoegde waarde van de LAD voor jou?

“Ik vind het fijn dat er een organisatie is die artsenbelangen in de breedste zin van het woord vertegenwoordigt en die voor je klaarstaat als dat nodig is. Gelukkig is me nog nooit iets vervelends overkomen tijdens mijn opleiding of op het werk, maar het is een prettig idee dat áls dat aan de orde komt, je ruggespraak kan hebben met mensen die er verstand van hebben. Ik zie de LAD als een preventief vangnet.”

Wat is het grootste vooroordeel over revalidatieartsen? “Revalidatiegeneeskunde staat niet bekend als het meest ‘sexy’ specialisme. We staan wat dat betreft onderaan de keten. Als andere specialisten er niet uitkomen, wordt soms gezegd ‘dan maar naar de revalidatie’. Dat revali­ datie­­artsen vaak bescheiden zijn, helpt daar niet echt aan mee en dat is jammer: we mogen wat mij betreft veel zichtbaarder maken wat we doen. Er wordt vaak gedacht dat wij alleen na een operatie of amputatie van nut zijn, maar we doen ook veel in pre­­ventieve zin. Zo kunnen we advies geven over het am­pu­ta­tie­­niveau of meedenken over het voorkomen van darm­pro­blemen als iemand met een dwars­laesie op de intensive care belandt.”

Hoe is je samenwerking met andere LAD-leden?

“Ik werk met veel verschillende artsen samen; nog een leuk aspect van mijn vak! Zo hebben wij een intercol­legiaal spreekuur diabetesvoeten, waarbij een revalidatiearts, vaat­chi­rurg en internist gezamenlijk een (behandel)plan op­stellen. Heel zinvol, omdat je elkaar direct kan aan­vul­ len. Daar­naast werk ik binnen het ziekenhuis veel samen met neuro­logen, chirur­gen en intensivisten. En buiten het zieken­huis met huisartsen en specialisten ouderen­ geneeskunde.”

December 2019 | 7


Ziekenhuispersoneel in actie

Op 20 november deden duizen­den werk­nemers in algemene zieken­­huizen mee aan een lande­­lijke zondagsdienst. Veel af­delingen gingen dicht en er werd alleen spoed­eisende zorg geleverd. Waar­om voerden zoveel werk­nemers actie en wat vinden ze be­langrijk in een nieuwe cao? We vroegen het een operatie­ assistent, ver­pleegkundige en aios.

LAD magazine | 8


Tekst Marjolein Dekker

Foto: Bianca May

Illustratie Ronald Slabbers

Miran van Arendonk

Anique Landzaad

Steffi Rombouts

operatieassistent:

verpleegkundige afdeling oncologie:

aios oogheelkunde:

Ik heb vol overtuiging voor dit vak gekozen, maar als ik de keus nu zou moeten maken, weet ik eerlijk gezegd niet wat ik zou doen. Werken in de zorg is op dit moment niet zo leuk. Vandaag nog sprak ik een collega op de Eerste Hulp die aangaf dit niet nog vijf à tien jaar vol te houden. Ik snap dat heel goed. De werk­ druk is ontzettend hoog. Begin dit jaar heb ik in 2,5 maand zo’n 70 overuren gedraaid en na een 12- of 24-uursdienst heb ik nauwe­lijks hersteltijd. Het is dus niet zo gek dat we ziekenhuisbreed te maken hebben met een hoog ziekteverzuim en per­soneels­te­ korten. Ik vind het schrijnend dat er dan wordt gezegd dat er geen geld is voor een betere cao, terwijl er via de achter­deur zzp’ers worden ingehuurd die veel meer betaald krijgen en geen diensten hoeven te draaien. Ik hoor vaak, vooral in de politiek, dat de zorg al zoveel geld kost, maar dat vind ik zo’n rare insteek. Wij zorgen er juist voor dat mensen beter worden en langer kun­ nen doorwerken. Reken eens uit wat dat de samenleving oplevert. Natuurlijk snap ik dat er van alles wordt geprobeerd om de zorgkosten te beteugelen, maar bezuinig alsjeblieft niet op je eigen personeel. Ik hoop dat de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen eindelijk inziet dat het zo niet langer kan en dat mensen na een paar jaar volledig opgebrand zijn als het zo door­gaat. Er moeten écht betere afspraken komen om ervoor te zorgen dat werken in de zorg weer leuk wordt.”

Er wordt van verpleegkundigen ge­­zegd dat wij de ‘oren en ogen’ van de arts zijn, maar ik vraag me wel eens af hoe lang wij die rol nog goed kunnen ver­vul­len. De werkdruk is zo hoog, dat ik soms bang ben om dingen te missen. Veel mensen ver­laten op dit moment het zieken­huis of over­­­wegen dat te doen. Daar­door wordt de druk op de mensen die achter­blijven nog groter, zeker omdat de aanwas van nieuw per­so­neel laag is. Kortom: we zitten in een vicieuze cirkel en die moet écht worden door­broken. Ik vind het ongelooflijk dat de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen wil snijden in de loondoorbetaling tijdens ziekteverlof, juist nu de werkdruk zo hoog is. Je bent toch niet voor je lol ziek? In de nieuwe cao moeten goede afspraken worden gemaakt over roosters en een ruimere herstel­­tijd. Ook vind ik het belangrijk dat co­as­sistenten een fatsoenlijke tegemoet­koming krijgen. Daarnaast is een hoger salaris een vereiste als je nieuwe mensen wilt aantrekken. Ik heb jarenlang in een verpleeghuis gewerkt, waar ik veel meer verdiende dan in het zieken­ huis. Natuurlijk is de lichamelijke verzorging in een verpleeghuis zwaarder, maar als ik dat afzet tegen de werkdruk in het zieken­ huis en de complexiteit van het werk, staat dat écht niet in verhouding tot elkaar. Ik vind het doodzonde dat mensen het zie­ken­­huis verlaten vanwege de werkdruk en personeelstekorten. We hebben een fan­­tas­tisch vak, en ik oefen dat met veel ple­zier uit bij een fijne werkgever, maar onze be­­­vlogen­­heid wordt nu heel zwaar op de proef ge­steld.”

Ik zie drie problemen die elkaar ver­sterken: er is een personeels­te­ kort, een toenemend aantal ‘zorgverlaters’ en tot slot lukt het niet om nieuwe mensen aan te trekken. Het gevolg is dat de werk­ nemers die nog in een ziekenhuis werken, overbelast raken. Ik merk dat als dokter dagelijks. Het gebeurt geregeld dat ik een dienst draai en de verpleegkundige zie bin­nenkomen die ik de vorige dienst ook heb gezien, omdat een collega ziek is. Of er moet een patiënt worden afgebeld omdat er niet genoeg operatieassistenten zijn. Mijn vader heeft me altijd meegegeven dat drie dingen belangrijk zijn in je werk: ver­ bondenheid, voldoening en vrijheid. Die verbondenheid is er, want we doen het in het ziekenhuis samen. Voldoening halen we ook dagelijks uit ons vak, omdat we mensen helpen. Maar de vrijheid, daar loopt het op stuk. De werkdruk en de administratie­las­ ten houden mensen in de tang, waardoor er onvoldoende tijd is om na een dienst te herstellen, een opleiding te kunnen volgen of gewoon: om een goed gesprek te hebben met een patiënt. Er moet dus echt iets ge­ beuren. Als dokter kan ik niet zonder een verpleegkundige, een operatieassistent of een medewerker die het beddentransport regelt. Voor al die mensen moet er een goede cao komen. Specifiek voor aios pleit de LAD voor coaching gericht op het voorkomen van burn-outklachten. Het zou fijn zijn als dat in de cao wordt opgenomen, maar het allerbelangrijkst is dat ziekenhuizen ervoor zorgen dat alle werknemers hun bevlogen­ heid behouden.”

December 2019 | 9


Werk/privé

Tekst Marjolein Dekker Fotografie Ivar Pel

“Je moet Zijn artsenloopbaan is allesbehalve een ‘gebaand pad’, al is er één rode draad: Bertil Mommers heeft altijd een baan gezocht die hij kon combineren met zijn werk als militair arts. “Het improviseren en het teamgevoel spreken me enorm aan.”

LAD magazine | 10


Bertil Mommers (59) is basisarts bij het Instituut voor Hyperbare Geneeskunde/DaVinci in Waalwijk. Daarnaast is hij als arts in dienst van het Ministerie van Defensie. Mommers woont in Rosmalen met zijn partner. Samen hebben ze vijf kinderen en zijn ze de trotse opa en oma van een kleinkind.

een teamspeler zijn” In 2020 is hij dertig jaar arts. In die dertig jaar heeft hij in uiteenlopende functies en voor diverse werkgevers gewerkt: van het ziekenhuis tot de medische industrie en het UWV. Mommers haalt zijn schouders op. “Ik ben nou eenmaal leergierig en houd van uit­dagingen.” Misschien is dat laatste wel de reden waar­om hij ooit voor een loopbaan bij Defensie koos. “In mijn tijd ging je nog in militaire dienst en ik vond dat fantas­tisch. Het gevoel dat je samen er­gens voor staat, trok me. Enkele jaren na mijn arts­examen was er een artsentekort bij Defensie en be­­sloot ik mij aan te melden voor de op­ leiding tot Alge­meen Militair Arts (AMA).”

“Het belangrijkste is dat je een team­speler bent, want het team gaat boven al­les. Daarnaast moet je natuurlijk in een goede conditie zijn.” Hij wijst naar de rugzak die hij tijdens missies droeg, met daarin al het ‘geneeskundige gereedschap’. “Die is zwaar en daar komen dan meerdere in­fuus­zakken bij en uiteraard je mili­taire uitrusting. Als je daarmee kilo­meterslang moet lopen, ren­­nen, zwemmen of uit een vliegtuig moet sprin­gen, moet je goed ge­traind zijn.”

Militaire geneeskunde De opleiding tot AMA duurt twee jaar. “Je doet onder andere ervaring op in een huis­ arts­en­praktijk, op de Spoedeisende Hulp en maakt kennis met tropengeneeskunde. Daarnaast leer je natuurlijk alles over mili­ taire geneeskunde, waaronder Battlefield Advanced Trauma Life Support (BATLS): een militaire variant van ATLS die specifiek gaat om het verlenen van spoedeisende traumahulp in stressvolle omstandigheden met vaak beperkte middelen.” Militaire geneeskunde vraagt soms om een andere benadering dan ‘gewone’ genees­ kunde, weet Mommers inmiddels. “Je werkt vol­gens de c-ABCDE-methode: treat first what kills first. Je richt je dus eerst op wat het meest levensbedreigend is, ook al is dat niet de directe oorzaak van het letsel.”

Zuurstofbehandeling onder druk Sinds 2009 gaat hij niet meer mee tijdens missies, maar leidt hij als reservist mensen op tijdens oefeningen en trainingen. “Ik vind het ontzettend leuk om mijn kennis en er­ varing over te brengen op anderen.” Naast zijn werk bij Defensie is hij sinds vorig jaar basis­arts bij het Instituut voor Hyper­ bare Geneeskunde. “Om mijn werk bij De­ fensie te kunnen doen, heb ik altijd banen gezocht die ik daarmee kon com­bi­neren en waarin ik iets nieuws kon leren. Vorig jaar zag ik een vacature bij het Instituut voor Hyperbare Geneeskunde. Hyperbare zuur­ stof­therapie (HBO) is een behandeling die bestaat uit het inademen van 100% zuur­ stof (in plaats van de ‘normale’ 20%) onder een verhoogde omgevingsdruk. Het wordt onder andere toegepast bij patiënten met slecht genezende (geïnfecteerde) wonden, diabetische voetwonden, maar ook bij kool­ monoxidevergiftiging en brandwonden. Daarnaast bij late radiatieschade.”

Teamspeler Tussen 1998 en 2009 ging hij met de ‘spe­ cial forces’ mee als arts. Hij mag, vanuit nationaal veiligheidsoogpunt, niet ver­tel­ len waar hij is geweest, maar kan wel kwijt dat hij in de frontlinie werkte. “Je weet van tevoren nooit hoe je reageert in risico­volle omstandigheden, maar het helpt enorm dat je het eindeloos hebt getraind en dat er strik­te protocollen zijn. Dat geeft houvast.” Mensen vragen hem vaak of je als AMA over bijzondere vaardigheden moet be­schik­ken.

“Het gevoel dat je samen ergens voor staat, trekt me”

Band met de patiënt De techniek met onder druk werken leek Mommers meteen interessant, omdat hij zelf sportduiker is. Hij kreeg een interne training van twee à drie maanden en bege­­leidt nu patiënten die een hyperbare zuur­stofbehandeling ondergaan. “Zij nemen twee uur lang plaats in een druk­cabine.

In de eerste minuten wordt de druk opge­ bouwd naar 2,5 atmosfeer; ver­gelijk­baar met een duik van 15 meter. Tijdens deze fase moeten patiënten regelmatig ‘klaren’ om de druk op hun oren te verminderen. Vervolgens begint de behandeling en krijgen patiënten een op maat gemaakt mond-neuskapje op. In de laatste fase wordt de druk weer afge­bouwd tot normale omgevingsdruk.” Patiënten krijgen gemiddeld 30 behandel­ sessies, vertelt Mommers. “Ze komen vijf dagen per week bij ons, dus we zien ze zes weken lang. Daardoor bouwen wij echt een band met ze op en dat maakt dit werk zo leuk.” Mommers is zelf niet aanwezig in de cabine, tenzij er een complicatie optreedt – wat gelukkig zelden gebeurt. “Een zuur­ stof­­vergiftiging is het ergste wat er kan ge­­beuren, maar die kans is 1 op 3.000.” Meer bekendheid Een hyperbare zuurstofbehandeling voor een erkende indicatie wordt vergoed vanuit de basisverzekering. Toch kennen weinig mensen én weinig artsen het. “Dat moet veranderen”, vindt Mommers. “HBO zit in het curriculum van een paar opleidingen, zoals urologie, KNO, MKA-chirurgie, plas­ tische chirurgie en radiologie, maar daar blijft het bij. Jammer, want HBO kan bij veel weefselbeschadigingen uitkomst bieden. Zo behandelen we steeds vaker vrouwen met borstkanker die een borstreconstructie moeten ondergaan. Zij krijgen 20 behande­ lingen vóór en 10 behandelingen na de re­con­structie, waardoor de huid sneller ge­neest. Het is belangrijk dat plastisch chi­rurgen daaraan denken.” Jaarlijks worden zo’n 2.000 patiënten be­ han­deld in negen behandelcentra door heel Nederland. “We zitten met een artsen­te­ kort”, vertelt Mommers, “en ook daar­om is het belangrijk dat hyperbare genees­kun­de meer aandacht krijgt. Het is zowel op me­ disch als technisch vlak een interes­sant vak, dus we kunnen nog wel wat enthou­ sias­te­lingen gebruiken.” December 2019 | 11


Tekst Marjolein Dekker Illustratie: IJzersterk

Op de bres voor startende basisartsen Vanaf 2020 gaan de LAD en De Jonge Specialist zich in hun dienstverlening expliciet richten op startende basis­ artsen, die vaak voor tal van keuzemomenten staan. Ga je in opleiding, word je eerst anios, wil je promoveren? En waar moet je op letten bij het aangaan van je eerste baan? “Het zijn allemaal vragen waar we basisartsen bij kunnen helpen.”

De LAD begeleidt artsen gedurende hun hele loopbaan: zowel tijdens de co­schap­pen, de vervolgopleiding als daarna. “We merken echter dat startende basisartsen voor ons een beetje een ‘grijs gebied’ zijn”, vertelt Caroline van den Brekel, directeur bij de LAD. “Als je lid bent van De Genees­kunde­student, kun je vanaf het moment dat je co­schappen gaat lopen ook gratis lid worden van de LAD. Nagenoeg alle studenten doen dat, maar na hun af­stu­deren raken we ze vaak even kwijt om­dat ze niet altijd meteen gaan werken of niet weten wat de LAD voor hen kan doen. Basisartsen die in opleiding gaan, komen gelukkig vanzelf bij ons terug. Dat komt doordat we een ‘dubbel­lid­­­maat­­ schap’ heb­ben met De Jonge Spe­cia­list voor aios en met de SBOH voor artsen in op­leiding tot huisarts, spe­cialist ouderen­ ge­neeskunde, arts voor ver­stande­lijk ge­handi­capten en arts Maat­schappij en Gezond­heid. Maar in die tussen­liggen­de LAD magazine | 12

periode zijn basisartsen voor ons vaak buiten beeld, terwijl ze juist dán goed onder­­steuning kunnen gebruiken. Bijvoor­ beeld als ze behoefte hebben aan advies over hun loopbaan of als ze hun allereerste arbeidscontract willen laten toetsen.”

Loopbaanondersteuning

De Jonge Specialist (DJS), die zich van ouds­her op aios en anios in ziekenhuizen richt, signaleert op haar beurt dat veel van de diensten die ze aanbiedt, ook voor starten­ de basisartsen relevant zijn: of ze nou van plan zijn om medisch specialist te worden of niet. “We bieden onder andere loopbaan­­ondersteuning aan en daar heeft vrij­wel iedere startende basisarts behoefte aan”, aldus Kèren Zaccai, aios urologie en voor­ zitter van DJS. “Veel coassistenten die bijna afstuderen weten wel welke richting ze op willen, maar vaak niet wat dan de vervolg­stappen zijn om bijvoorbeeld een op­lei­

dings­­plek te krijgen of ergens te kun­nen pro­moveren. Daar kunnen wij bij helpen.”

Starterslidmaatschap

Omdat de LAD en DJS elkaar qua dienst­ver­­ lening goed aanvullen, besloten de twee organisaties daarom om de krachten te bundelen. DJS stelt het lidmaatschap vanaf 2020 ook expliciet open voor star­ten­­de basis­artsen. “We werken goed samen met de juniorverenigingen van alle spe­cia­­lis­ men. Dus ook als je geen medisch specia­ list wilt worden, kunnen we de star­ten­de basisarts verder helpen”, aldus Zac­cai. Samen bieden de belangenverenigingen een aantrekkelijk ‘starterslidmaatschap’ aan: geneeskundestudenten die lid zijn van De Geneeskundestudent, kunnen na het behalen van hun artsexamen kiezen voor een tweejarig gecombineerd LAD-/DJS-lidmaatschap. In het jaar van hun af­studeren en het kalenderjaar daarna zijn


Van Co tot Pro! Op zaterdag 7 maart organiseren de LAD en DJS het basisartsencongres ‘Van Co tot Pro!’. Deelnemers kunnen tijdens de dag drie workshops naar keuze volgen uit een aanbod van in totaal zo’n 12 workshops. Daarnaast is er een informatiemarkt waar organisaties staan die deelnemers kunnen helpen bij de start van hun artsenloopbaan. Het congres vindt plaats van 09.00 tot 17.00 uur bij Hotel Van der Valk in Breukelen. Deelname kost slechts 35 euro (inclusief catering) voor LAD- en DJS-leden en 65 euro voor niet-leden (deelnemers kunnen ter plekke lid worden en betalen dan 35 euro). Interesse? Lees meer op www.lad.nl/basisartsencongres en meld je aan als je interesse hebt!

ze gratis lid; in het tweede kalenderjaar krijgen ze een korting van 30 procent op de reguliere LAD-contributie.

Dienstverlening

“Geneeskundestudenten die bijna af­stu­ deren, krijgen via De Geneeskunde­student en de LAD vanzelf een mailing over het twee­­­jarige lidmaatschap”, vertelt Van den Brekel. Ze hoopt dat veel basisartsen er ge­­bruik van maken. “Samen met De Jonge Specialist bieden we een mooi pak­­ket dienstverlening aan. Zo kun je bij ons terecht als je je eerste arbeids­con­tract aangaat en dat wilt laten toetsen. Daarnaast behartigen we aan alle re­levante cao-tafels de belangen van basis­­ artsen en bieden we juridische onder­­steu­ ning als je tijdens je opleiding of op je werk in een vervelende situatie be­landt. Denk aan een opleidingsconflict of een arbeids­ geschil. Via de LAD ben je boven­dien aan­ ge­sloten bij de KNMG.”

Zaccai: “Wij kunnen de startende basisarts ook helpen bij het maken van de juiste loop­­baan­keuzes en bieden via de DJS Acade­mie relevante trainingen en cur­sus­sen aan. Daar­ naast kun je bij DJS en de LAD terecht voor alle problemen waar je tegenaan kan lopen. Bijvoorbeeld als je je zorgen maakt over je herregistratie als je nog geen baan hebt, of als je te maken hebt met struc­tu­rele werk­ druk of onder­betaling.”

Basisartsencongres op 7 maart

Om de samenwerking te markeren, organi­ seren de LAD en DJS op zaterdag 7 maart samen het basisartsencongres ‘Van Co tot Pro!’. Zaccai: “Tijdens dit congres bie­den we naast een plenair programma work­shops aan die niet-medische compe­tenties en loopbaankeuze-gere­lateerde onder­werpen raken. Hoe bemachtig je bijvoor­beeld die felbegeerde opleidingsplek? Wat is de zin en onzin van promoveren? Waarover kun

je onderhandelen bij het aangaan van je eerste artsenbaan? En wat zijn loop­baan­ tips waar je wat aan hebt?”

Verdieping

Van den Brekel vult aan dat de deelnemers daarnaast de mogelijkheid krijgen om ook ‘buiten de gebaande paden’ te kijken. “Veel startende basisartsen zijn ge­focust op een ziekenhuisspecialisme, maar er zijn ook zoveel andere moge­lijk­heden, bij­­voor­ beeld in de sociale ge­neeskunde, bij een ministerie of in een consultant­achtige rol. We willen basisartsen tijdens het con­gres alle mogelijkheden laten zien en ze echt een stukje verdieping bieden, zodat ze wel­overwogen aan hun artsen­loopbaan kun­nen beginnen.”

December 2019 | 13


To astrup or not to astrup Doa Shaikhani is geboren in Irak. Op zevenjarige leeftijd is ze met haar twee broertjes en ouders naar Nederland ge­­ vlucht. Geneeskunde en schrij­ ven zijn haar grote passies. Doa startte daarom tijdens haar coschappen met de website ‘Dokter Do’, waar ze inmiddels 34.000 lezers heeft die haar avonturen in het zieken­huis mee­beleven. De blogs heeft ze, in eigen beheer, in twee delen ge­bun­deld. Naast geneeskunde studeert Doa filosofie en journalistiek. Ze wil later graag huisarts worden.

Met twee spuiten in mijn hand sta ik in de kamer van een patiënt die delirant is en gefixeerd in bed ligt. De kamer is donker, om hem rustiger te houden. Ik haal een spuit uit de verpakking en stop de andere in mijn jaszak. Ik neem er altijd twee mee, voor het geval de eerste mislukt. Dit keer krijg ik geen ruimte om het te laten mis­luk­ ken. Ik hoef enkel zijn pols aan te raken om hem te laten weten dat ik er ben, als hij hevig met zijn handen en armen begint te bewegen. Dat fixeren heeft voor het veilig prikken geen enkele zin. Ik kan meneer niet kalmeren noch uitleggen wat ik wil doen. Met de spuit in mijn hand en een naald die mij dreigend aankijkt, twijfel ik of het wel veilig genoeg is om hem te prikken. Ik besluit van niet. Dan maar negatieve feedback, omdat ik iets niet ‘durfde’. Dit is niet veilig voor hem omdat hij zich lelijk kan bezeren, maar ook niet voor mij. “Rustig maar meneer, ik ga u niets doen”, fluister ik. Hij blijft onrustig wroeten met zijn polsen, ter­ wijl ik teleurgesteld zijn kamer verlaat. Ik gooi de spuit, die ik niet eens heb gebruikt, weg in de naaldcontainer en bedenk me dat het best zonde is. De tweede leg ik, nog geheel in zijn ver­pakking, neer op tafel naast de voeten van de verpleegkundige, die achterovergeleund in haar stoel zit. “Het gaat mij niet lukken helaas”, zeg ik. Ze kijkt me aan en zegt: “Dan moet je het je collega vragen.” Ze bedoelt de arts-assistent cardiologie. “Waar is hij?”, vraag ik. Ze haalt haar schouders op. “Geen idee, hij is nog niet terug.” “Kan jij hem niet prikken?”, vraag ik.

LAD magazine | 14

Ze kijkt me aan alsof ik de vraag niet serieus stel en zegt dan: “Wij mogen dat niet echt. Ik ben daar niet voor ge­schoold.”

“Kan jij hem niet prikken?” Ik snap er even niks van. “Waarom niet? Op de spoedeisende hulp heb ik een aantal verpleeg­ kundigen het wel zien doen, beter dan dat ik het ooit zou kunnen.” Daar was niets van gelogen. Ik ben net zes weken coassistent en loop, net als elke co die zijn interne coschap in dit ziekenhuis loopt, twee weken verplicht coschappen op de Eerste Hart Hulp. Ze knikt en antwoordt dat dit nou eenmaal de regels zijn. Ik geloof haar uiteraard, maar vind het frap­pant dat ik met enkel zes weken praktijk­ ervaring wel een astrup mag prikken bij een on­­­rus­tige en delirante patiënt, maar een ge­di­plo­ meerd en ervaren verpleegkundige op de Eerste Hart Hulp niet. Als co durf je lang niet altijd iets te weigeren of aan te geven dat je iets niet veilig vindt. Daar is de cultuur niet naar. Vandaag besluit ik dat echter wél te doen. Ik bel de arts-assistent en leg hem uit waarom het mij niet gelukt is om me­neer te prikken. Opgelucht adem ik uit als hij ant­woordt dat het niet erg is en hij er zo aankomt om het samen te proberen. “Dank je”, zeg ik gemeend, trots op mijn zelf­overwinning.


Viola Achterveld* is radioloog en heeft een slecht functioneringsgesprek gehad. Ze heeft iets gelezen over soepelere ontslagregels en maakt zich zorgen. Daarom belt ze met het Kennis- en dienstverleningscentrum van de Federatie Medisch Specialisten en de LAD.

Soepelere regels, sneller ontslag? Achterveld komt in gesprek met arbeids­ jurist Fatima Madani, die vertelt dat de berichten in de media gaan over de Wet arbeidsmarkt in balans (Wab), die op 1 januari 2020 van kracht wordt. De wet heeft tot doel om de regels voor werk­ne­ mers met een vast en een flexibel con­tract beter met elkaar in balans te brengen. “Het kabinet wil dat bereiken door vaste contracten ‘minder vast’ en tijdelijke con­ tracten minder aantrekkelijk te maken voor werkgevers”, aldus Madani.

Cumulatiegrond

Achterveld wil weten of haar slechte fun­c­tio­­­neringsgesprek straks sneller kan lei­den tot ontslag. Madani vertelt dat een werk­ gever nu een geldige ontslaggrond moet aan­voeren en deze ‘volledig’ moet kunnen onder­bouwen als hij een werk­nemer via een ontbindingsprocedure bij de rechter of het scheidsgerecht gezond­heids­zorg wil ont­ slaan. “Nu moet een werk­­gever dus vol­ledig aan één van de ontslag­gronden voldoen, maar vanaf 1 januari 2020 wordt ontslag ook mogelijk als meer­dere ontslag­gronden samen voldoende aanleiding geven tot ont­slag. In de Wab wordt dat de cum­ulatie­grond ge­ noemd.” Madani maakt met een voor­beeld duidelijk wat dit betekent. “Als een werk­gever nu iemand wil ontslaan vanwege disfunc­tio­ne­ ren maar dit niet kan aantonen om­dat hij geen compleet dossier heeft opgebouwd, is ontslag niet rechtsgeldig. Straks kan hij echter ook andere gronden aanvoeren, zoals een verstoorde arbeids­verhouding. In combi-­ natie kun­nen die gronden alsnog aan­leiding zijn voor ont­slag.”

Andere wijzigingen

Los van de soepelere ontslagregels veran­dert er nog een aantal zaken door de Wab, zoals

de berekening van de transitie­ver­goeding (de vergoeding die werknemers krijgen bij ontslag): nu hebben werknemers daar pas na twee jaar dienstverband recht op; straks hebben ze dat al vanaf de eerste werk­dag. Madani: “Dat is op zich een pluspunt, maar de keerzijde van de medaille is dat de tran­sitie­vergoeding bij een dienstverband lan­­­ger dan tien jaar wordt verlaagd. Nu be­ draagt de vergoeding gedurende de eerste tien jaar dienstverband per contract­jaar een derde van het bruto maandsalaris en na tien jaar de helft van het bruto maand­salaris; straks blijft het ook na tien jaar een derde.” Een andere wijziging is het aantal tijdelijke contracten dat een werkgever mag aan­bie­ den. Nu zijn dat er maximaal drie over een periode van maximaal twee jaar. In 2020 wordt dat verruimd naar drie aan­sluitende contracten in drie jaar. Bij ver­lenging na drie contracten of na drie jaar ontstaat auto­ma­ tisch een vast dienst­verband. Bij een onder­ breking van zes maanden of langer geldt deze ‘keten­regeling’ opnieuw. Tot slot gaan werkgevers vanaf 2020 een lagere WW-premie betalen voor werknemers met een vast contract dan voor werknemers met een tijdelijk contract. “Werknemers merken hier verder niets van. De WW-uit­ kering blijft dus hetzelfde”, aldus Madani.

Tips van Fatima Madani • Als uw functioneren (opnieuw) ter discussie komt te staan, neem dan zo snel mogelijk contact met ons op. Wij weten alles over de huidige en nieuwe wettelijke regels en kunnen u adviseren wat u wel en niet kunt doen. Zo nodig kunnen wij ook voor u procederen. Als LAD-lid heeft u kosteloos recht op 20 uur rechtshulp per jaar. • Naast de Wab kunnen we u ook adviseren over de gevolgen van andere nieuwe wetten, zoals de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) en de Wet invoering extra geboorteverlof (WIEG).

Ontslag niet aan de orde

Terug naar de vraag van radioloog Achterveld: in haar functioneringsgesprek heeft ze voor het eerst een slechte beoor­deling gekregen en haar werkgever heeft haar alle ruimte geboden voor verbetering. Madani stelt haar gerust: ontslag is nog lang niet aan de orde. “Een ontslag wordt vanaf volgend jaar relatief makkelijker, maar ook straks geldt dat een ontslag vooraf altijd door de rechter moet worden getoetst.”

* Namen van cliënten in deze rubriek zijn fictief in verband met de privacy van de cliënt.

> LAD.NL Vragen over uw contract of over een arbeids­geschil? Neem contact op met de juristen van het Kennis- en dienstverleningscentrum. U kunt ons bereiken via 088 13 44 112 of kijk voor meer informatie op de website van de LAD: www.lad.nl.

December 2019 | 15


Tekst Marjolein Dekker

Dit najaar werd een akkoord voor een nieuwe Cao Gehandicaptenzorg gesloten. Suzanne Duffels, arts voor verstandelijk gehandicapten (AVG), ging bij de start van de onderhandelingen mee om vanuit haar eigen ervaring toe te lichten wat voor AVG’s belangrijk is. “Ik vond het heel interessant om te zien hoe zo’n onderhandelingsproces verloopt.”

Nieuwe Cao Gehandicaptenzorg De Cao Gehandicaptenzorg is van toepas­ sing op zo’n 170.000 werknemers die in de gehandicaptenzorg werken, waaronder ook AVG’s. Het akkoord voor deze nieuwe cao kwam niet zomaar tot stand: er werd maan­den­lang onderhandeld tussen de vier werk­­ nemersorganisaties (FNV, CNV, NU’91 en FBZ, die LAD-leden en andere zorg­­profes­sionals vertegenwoordigt) en werk­gevers­organisatie

LAD magazine | 16

VGN. In de zomer zaten de onder­hande­lin­gen zelfs muur­vast, omdat VGN in de ogen van de werk­nemers­organisaties met een te lage salaris­­verhoging over de brug kwam. “Onze belangrijkste ambitie is om de sector aan­trekkelijk te houden om in te werken. Het ziekte­verzuim en de werk­druk in de ge­handicapten­zorg zijn namelijk hoog. Zeker in com­binatie met een vergrijzende

sector gaven we aan dat het belangrijk is dat er écht wordt geïnvesteerd in werk­ne­ mers”, aldus Maaike Langerak, onder­han­ delaar voor de LAD/FBZ.

Opsteker

“Na een aantal moeizame overleggen lukte het in de nacht van 17 op 18 september uit­eindelijk om in een constructieve modus tot


een akkoord te komen”, vervolgt Langerak. “De salaris­verhoging (gemiddeld 3,1 procent per jaar) is in lijn met andere zorgcao’s die recent zijn gesloten en we hebben goede af­spraken kunnen maken over de vergoe­ding van scholingskosten, het terugdringen van de werkdruk en het verhogen van de pro­fes­­­ sionele autonomie van werknemers. In onze ogen is dit akkoord een mooie op­­steker voor de gehandicaptenzorg.” Een meer­derheid van de LAD-leden stemde dan ook in met de nieuwe cao, waar­onder ook Suzanne Duffels, die als AVG werk­zaam is bij Dichterbij en lid is van de FBZ-klank­bordgroep van de Cao Gehandi­captenzorg. Bij de start van de on­ der­handelingen ging zij mee met Lange­rak om uit eigen er­varing aan de onderhande­ lingsdelegatie van VGN te vertellen waar ze tegenaan loopt. Langerak: “Wij kunnen als werk­nemers­or­ganisatie natuurlijk vertellen wat er leeft bij onze achterban, maar als iemand dat van­uit zijn eigen ervaring doet, gaat het pas echt ‘leven’. We zijn dus blij dat we voor die aanpak hebben gekozen.”

Scholingskosten en professioneel statuut

Duffels lichtte onder meer toe waarom het belangrijk is dat scholingskosten die voort­ vloeien uit (her)registratie worden ver­goed. “Als AVG moet ik me scholen om mijn vak te mogen blijven uitoefenen. Als je als werk­ gever geschoolde werknemers wilt die kwa­ litatief goede zorg leveren, vind ik het niet gek dat je de kosten daarvoor ook draagt.” Een ander punt dat Duffels toelichtte, is het vastleggen van de professionele au­to­nomie van werknemers. “In de instel­ling waar ik werk hebben we een profes­sioneel statuut, maar dat geldt nog niet voor alle instel­lin­gen. Ik ben er een groot voorstander van, omdat het je plek binnen de organisatie duidelijk maakt: wat is je rol als zorgprofessional en wat is de verantwoordelijkheid van het ma­na­gement? Het maakt het makkelijker om dingen aan te kaarten, bijvoorbeeld bij discussies over de vraag wie aan zet is bij een personeelstekort en wat het beleid is bij een tekort aan medicijnen.”

Bereikbaarheidsdienst

Zowel over het professioneel statuut als de vergoeding van scholingskosten zijn in het ak­koord afspraken gemaakt (zie kader­­tekst). Duffels is daar blij mee. Een andere nadruk­ke­­­lijke wens van haar is uit­einde­lijk niet in het akkoord gekomen. “Ik had graag een

betere ver­goeding voor bereikbaarheids­ diensten gewild. Nu krijg je bij een door­de­ weekse bereik­baarheidsdienst 1/18 per uur gecom­pen­­seerd in de vorm van vrije tijd. Als je daad­­werkelijk wordt opgeroepen is die vergoeding uiteraard hoger, maar als dat niet het geval is, blijft het bij die 1/18. Als je bedenkt dat je ieder moment beschikbaar moet zijn, vind ik dat weinig. Ik moet op zo’n dag bijvoorbeeld wel oppas voor mijn kinderen regelen. Ik ben dus niet op mijn werk, maar ben er wel continu mee bezig.”

“Dit akkoord is een mooie opsteker” Geven en nemen

De LAD/FBZ heeft een hogere vergoeding meegenomen in haar inzet, maar uiteinde­ lijk is er geen overeenstemming over be­reikt. Duffels vindt dat jammer, maar be­grijpt, nu ze met eigen ogen heeft gezien hoe on­ derhandelingen verlopen, wel beter waarom. “De LAD zit niet als enige aan de cao-tafel; de andere werk­nemers­organisa­ties hebben namens hun achterban ook een lang ver­ lang­lijstje met wensen en dat geldt ook voor werkgevers. Je kunt dus niet al je punten binnenhalen.”

Langerak beaamt dat. “Het is geven en nemen en dat betekent dat je soms ge­noe­ gen moet nemen met dingen die je liever anders had gezien. Zo zijn we ook niet blij dat de werkgeversbijdrage voor de aan­vul­ lende ziektekostenverzekering bij IZZ gaat vervallen. Maar als we alle afspraken bij el­kaar optellen, is dit een pakket dat veel verbeteringen bevat. Daarom hebben we er ja op gezegd.”

Recht op onbereikbaarheid

In de cao is verder vastgelegd dat werk­­ne­mers het recht hebben om onbereikbaar te zijn op vrije dagen. Langerak: “Omdat de werkdruk zo hoog is, hebben werknemers het gevoel dat ze altijd ‘aan’ moeten staan voor het geval dat. Dat zorgt voor stress en daar­om vonden we deze afspraak zo be­lan­g­rijk.” Duffels vertelt dat de afspraak voor AVG’s minder relevant is, omdat veel instellingen met een dienstenstructuur werken waarin de bereikbaarheid al structureel is vast­ge­ legd. Ze juicht het echter wel toe dat deze afspraak in de cao is gemaakt. “Voor veel para­medici en voor AVG’s die in een instel­ ling zonder dienstenstructuur werken, is dit echt een winstpunt.”

Wat staat er in het akkoord? • De nieuwe cao loopt van 1 april 2019 tot 1 oktober 2021. • Het salaris wordt op 1 juni 2020 verhoogd met 3,4% en op 1 juni 2021 met 3,15%. Daarnaast wordt de eindejaarsuitkering vanaf decem­ber dit jaar structureel ver­ hoogd naar een volledige der­tien­de maand (8,33%) en krijgen werk­ nemers gedurende de looptijd drie keer een eenmalige uitkering. • Werknemers krijgen het recht om op een vrije dag onbereikbaar te zijn voor werk. • Werknemers zijn vanaf hun 57ste niet meer verplicht slaapdiensten te draaien.

• Er wordt een handleiding ontwik­ keld waarmee werknemers werk­ druk bespreekbaar en beheersbaar kunnen maken. • Via de cao-app komt een model beschikbaar om de inspraak van zorgprofessionals formeel vast te leggen via een professioneel statuut. • Werkgevers moeten in het scholings­plan ruimte reserveren voor de vergoeding van scholingskosten die voortvloeien uit (her)registraties. • De werkgeversbijdrage voor de aanvullende ziektekosten­ver­zeke­ ring bij IZZ vervalt per 2020 voor alle nieuwe werknemers en vanaf 2022 voor iedereen.

December 2019 | 17


Column

Waar een wil is … Minister Bruins (Medische Zorg) kreeg onlangs Kamervragen naar aan­ leiding van een bericht in Skipr dat driekwart van het zieken­huis­per­so­ neel overweegt te vertrekken, onder andere door de hoge werkdruk. In antwoord op de vraag of hij extra geld gaat uittrekken om de zorgsector aantrekkelijker te maken, was hij duidelijk: dat extra geld komt er niet, omdat er jaarlijks al geld wordt gereserveerd voor stijgende loonkosten en prijzen. In 2019 gaat het om 1,7 miljard euro voor de hele zorg. Nu denkt u misschien dat wij teleurgesteld zijn over dit antwoord, maar eerlijk gezegd begrijpen we de minister maar al te goed: niet voor niets wees hij erop dat het in andere sectoren ook lukt om problemen als werk­ druk en onzekerheid aan te pakken, zoals in het recente akkoord voor een nieuwe Cao VVT. Met andere woorden: het geld is er, maar dan moeten werk­gevers wél bereid zijn het ook in hun personeel te investeren. Precies daar is het misgegaan bij de algemene ziekenhuizen. De afgelopen tijd hebben we tijdens de acties schrijnende verhalen gehoord van ver­pleegkundigen of operatieassistenten die met veel te weinig mensen na een drukke week vol overwerk óók in het weekend komen opdraven. In de VVT is het wél gelukt om goede afspraken te maken. En ook voor de Gehandicaptenzorg hebben we onlangs een mooi akkoord gesloten. Het kan dus wel; als je maar wilt.

Cao-inzet voor 2020 Minimaal 3 procent salarisverhoging, een lagere werkdruk en geen gedwongen ontslagen bij reorganisaties: het zijn een paar punten uit het Arbeidsvoorwaardenbeleid voor 2020, dat de LAD onlangs heeft uitgebracht.

Het Arbeidsvoorwaardenbeleid is de basis voor alle cao-onderhandelingen en raakt de drie speerpunten van de LAD: goede ar­beidsvoorwaarden, veilige en gezonde arbeidsomstandigheden en een arbeids­ markt met perspectief. Voor 2020 zet de LAD naast een minimale looneis van 3 procent in op een redelijke tegemoetkoming voor álle coassistenten; on­geacht waar ze coschappen lopen. Daarnaast wil de LAD aan alle cao-tafels de hoge werkdruk agenderen, die ze onder meer te lijf wil gaan door het terugdringen van ad­ ministratieve lasten en het invoeren van een integraal levensfasebeleid. Ook moet er in roosters voldoende hersteltijd zijn. Boven­ dien moeten artsen meer inspraak krijgen bij het beleid van hun instelling, bijvoorbeeld via medische staven. Verder moet de toename van het aantal zzp’ers in de zorg niet tot een taakverzwaring bij ‘dienstverbanders’ leiden. “Zoek flexibiliteit niet in tijdelijke contracten en het aannemen van zzp’ers, maar in het vergroten van de mobiliteit van werknemers”, luidt het LAD-advies. Meer weten? U vindt alle punten uit ons Arbeidsvoorwaardenbeleid op www.lad.nl/ arbeidsvoorwaardenbeleid.

Caroline van den Brekel, directeur

Intussen op Twitter … Michael van Balken, uroloog en opleider @MRvanBalken Je zou in al die media-aandacht voor de boeren bijna vergeten dat #verpleegkundigen ook al een tijdje actievoeren. Maar ja, die rijden met hun medicijnkarretje geen provinciehuisdeuren eruit hè. En blokkeren met ziekenhuisbedden ook geen snelwegen …

82% van de zorgprofessionals heeft last van regeldruk op het werk (bron: VvAA)

LAD magazine | 18


In het kort

Cao-teksten beschikbaar Dit jaar sloot de LAD samen met andere werknemers- en werkgeversorganisaties een aantal nieuwe cao’s af. Van een aantal nieuwe cao’s zijn de teksten intussen be­ schikbaar, zoals de Cao GGZ, de Cao Hidha en de Cao Zorg van de Zaak. In de cao’s zijn alle afgesproken salarisverhogingen in salaristabellen verwerkt en vindt u alle afspraken over bijvoorbeeld werktijden, diensten en uw pensioen terug.

Op www.lad.nl vindt u via de pagina’s LAD voor u/Cao’s en sociaal plannen alle cao’s op een rij. Wist u dat voor de meeste cao’s ook apps zijn ontwikkeld? Hierin zijn de afspraken makkelijk terug te vinden. Bovendien bevatten de apps vaak een aantal ‘extra’s’, zoals rekentools om uw on­regelmatigheidstoeslag of het aantal te werken uren uit te rekenen. Er zijn apps voor de Cao Gehandicaptenzorg, GGZ, UMC, VVT en Ziekenhuizen.

Win een exemplaar van ‘Hoe werkt de geneesmiddelenzorg’ Wist u dat het vaak minimaal 13 jaar duurt om een innovatief geneesmiddel te ontwikkelen? En dat we gemiddeld 6,7 miljard euro aan geneesmiddelenzorg uitgeven? Hoe komt de prijs van een geneesmiddel eigenlijk tot stand en wie zijn betrokken bij de veiligheid ervan? Deze en andere vragen worden beant­ woord in Zó werkt de genees­middelen­ zorg, de nieuwste special van het Platform Zó werkt de zorg. De LAD participeert sinds de start in dit platform, dat tot doel heeft consumenten, beleidsmakers en werknemers in de zorg te voorzien van heldere, overzichtelijke en neutrale feiten over de zorg. In 2015 verscheen Zó werkt de zorg in Neder­land, dat de organisatie en wer­king van de ge­zondheidszorg in Nederland van A tot Z beschrijft en waarvan al meer dan

10.000 exem­plaren zijn verkocht. Sindsdien ver­schenen diverse specials, zoals over de huisartsen-, ouderen- en publieke gezondheidszorg. De nieuwe special over de genees­mid­­delenzorg ligt nu in de boekwinkel en we mogen 20 exemplaren verloten onder onze leden. Wilt u daarvoor in aan­­merking komen? Stuur dan een mail naar redactie@lad.nl, met als onder­­werp ‘Verloting Hoe werkt de ge­neesmiddelen­­ zorg’. Vergeet niet uw lid­­maat­schaps­num­ mer en adres te ver­melden.

Teruggave LAD-contributie Wist u dat u (een deel van) de LAD-con­tri­ butie vaak kunt declareren bij uw werk­­gever? Onze insteek is namelijk om in cao’s afspraken te maken over de ver­ goeding van de contributie van beroepsen belangenorganisaties. De afspraken verschillen per cao en per werknemer, maar vaak kunt u mini­maal 40 procent terug krijgen. Zo is in de Cao GGZ afgesproken dat vakbondscontributies in de vrije

ruimte van de werkkostenregeling worden opgenomen en dus onbelast worden vergoed. In de Cao Ziekenhuizen staat dat de contributie uit het bruto loon wordt betaald. En werknemers in umc’s kunnen hun persoonlijk budget aanwenden voor vakbondscontributies. Wilt u weten wat er precies voor u geldt? Ga dan naar onze website: www.lad.nl/ lidmaatschap/contributie.

45

60%

70%

Werknemers die 45 jaar hebben gewerkt in de VVT, mogen stoppen met werken

van de ziekenhuizen heeft de afgelopen tien jaar zijn naam veranderd

Sinds 2013 is het aantal zzp’ers in de zorg met 70% gestegen

(bron: Cao VVT 2019-2021)

(bron: Hendrik Beerda Brand Consultancy)

(bron: KvK)

December 2019 | 19


Meer mogelijk voor jouw hypotheek via VvAA Speciaal voor VvAA zijn de acceptatiecriteria voor startende zorgverleners door een aantal hypotheekverstrekkers aangepast. Daardoor biedt VvAA meer mogelijkheden. Dit geldt ook als je werkzaam bent als arts-assistent (al dan niet in opleiding) met een tijdelijke arbeidsovereenkomst.

Hypotheekadvies op maat via VvAA We weten hoe hoog je werkdruk is. Daarom: Hoef je ons minder uit te leggen. Onze adviseurs zijn geschoold om zorgverleners te adviseren. Heb je contact waar en wanneer het jĂłu uitkomt: online, telefonisch, thuis of op je werk. Kunnen we de (financiĂŤle) gegevens die VvAA al van je heeft op jouw verzoek hergebruiken.

Plan een afspraak in via: vvaa.nl/advies/hypotheekadvies Of bel naar 030-247 40 25. Mailen kan ook naar hypotheken@vvaa.nl.

De stem en steun van zorgverleners

Profile for LAD-magazine

LAD-magazine, december 2019  

Hoe zit het met de positionering van artsen Maatschappij & Gezondheid? Wat gaan de LAD en De Jonge Specialist in 2020 doen om startende basi...

LAD-magazine, december 2019  

Hoe zit het met de positionering van artsen Maatschappij & Gezondheid? Wat gaan de LAD en De Jonge Specialist in 2020 doen om startende basi...

Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded