Page 1

Magazine Dwing specialist niet in loondienst

Lijden we aan protocollitis?

Ziekenhuisapotheker: belangrijke speler

Medisch leiderschap: mĂŠĂŠr dan leidinggeven

Nummer 17 - April 2017 Kwartaalmagazine van de Landelijke vereniging van Artsen in Dienstverband (LAD)


Voorwoord

Magische grens Vlak voor het eind van 2016 passeerde het aantal LAD-leden een magische grens: we gingen de 30.000 over. Hoewel ik er normaal gesproken niet van houd om met resultaten te pronken, ben ik in dit geval toch wel een beetje trots dat we de belangen van zoveel (aankomende) artsen en andere zorgprofessionals mogen behartigen. Toen ik als voorzitter aantrad – en ik kan dat nu met een gerust hart zeggen – was ons doel om meer dan 20.000 leden te hebben. Ik had eerlijk gezegd niet gedacht dat we dat aantal zóver zouden passeren. Er wordt me regelmatig gevraagd waaraan we die ledengroei te danken hebben, want het is algemeen bekend dat veel werknemersorganisaties in de huidige tijdgeest juist leden verliezen. Welnu, denk niet dat we bij de LAD ieder weekend staan te flyeren om met aantrekkelijke contributiekortingen leden te werven … Nee, de groei is voor een groot deel te danken aan de samenwerkingsovereenkomsten die we hebben gesloten. Zo hebben we een ‘dubbellidmaatschap’ met De Geneeskundestudent (voor coassistenten), maar ook met de Federatie Medisch Specialisten (voor de medisch specialisten die in dienstverband werken) en met De Jonge Specialist (voor aios). Een zelfde soort constructie geldt voor een paar beroepsgroepen die nauw aan artsen zijn verbonden, zoals de klinisch chemici in dienstverband (via de NVKC), klinisch fysici (via de NVKF) en technisch geneeskundigen (via de NVvTG). Eind 2016 mochten we daar een nieuwe partner aan toe­voegen: de NVZA, waar­door ook ziekenhuis­ apothekers vanaf dit jaar van de dienstverlening van de LAD ge­bruik kunnen maken (zie ook het artikel op pagina 14/15). lad magazine | 2

Ik geloof er persoonlijk niet in dat je elkaar als belangenorganisaties in de weg moet zitten; de kracht zit nou juist in samenwerking. Als LAD zitten we ook in niemands vaarwater, omdat wij als vak­ bond een totaal ander soort dienstverlening aan­ bieden dan bijvoorbeeld de Federatie Medisch Specialisten of de NVZA. Het grote voordeel van al deze samenwerkingsverbanden is dat we aan caotafels sterker staan, simpelweg doordat we een grotere groep artsen en zorgprofessionals vertegenwoordigen. Daardoor wordt het voor ons makkelijker om met alle werkgeversorganisaties goede afspraken te maken over werktijden, dienstroosters, maar bijvoorbeeld ook over leeftijdsfasebewust personeelsbeleid en mobiliteit. Belangrijk is natuurlijk wel dat ieder lid zich in de LAD blijft herkennen. We gaan daarom dit jaar een ledenpanel in het leven roepen, waarbij we leden periodiek zullen bevragen over onze speerpunten: doen we de goede dingen? Zijn er zaken waar we ons nu niet voor inzetten maar waar wel behoefte aan is? Hoe tevreden bent u eigenlijk over uw lidmaatschap? Via de nieuwsbrief hoort u daar later dit jaar meer over en ik hoop dat veel enthousiaste artsen en zorg­ professionals zich hiervoor willen aanmelden. Immers: hoe meer leden zich aanmelden, hoe beter we als LAD een eensgezind en krachtig geluid kunnen laten horen. Christiaan Keijzer voorzitter LAD


Inhoud

7

Verplicht het dienstverband niet!

Achter het nieuws

Vijf politieke partijen willen medisch specia­­ listen verplicht in dienstverband laten werken. Geen goed idee, vinden de LAD en VvAA.

8 Lijden we aan protocollitis?

4

Podium

Slaat de protocoldrift in de zorg door? We vroegen het drie artsen/deskundigen.

10 Humor als rode draad

Werk en privé

Hij is arts, schrijver, ‘grappenmaker’ en praat moeiteloos een congres aan elkaar. “Ik doe me voor als kritische buitenstaander, maar weet wat er speelt”, aldus ‘medisch cabaretier’ Michiel Peereboom.

Medisch leiderschap voor iedere arts Er is veel te doen over medisch leiderschap, maar wat is het nou eigenlijk, waarom is het belangrijk en hoe geef je het handen en voeten? “Leiderschap gaat niet over wie de baas is, maar over hoe jij als arts effectief bent en kunt bijdragen aan een betere zorg.”

Ziekenhuisapothekers

Met de komst van ziekenhuisapothekers zijn de geledingen van de LAD dit jaar verder versterkt. Een logische stap, vindt Tjalling van der Schors van de NVZA. “Ziekenhuisapothekers en poliklinisch apothekers zijn een belangrijke speler in het ziekenhuis.”

12 Wat brengt 2017?

Agenda 2017

Positionering, gezond & veilig werken en een arbeidsmarkt met perspectief: het zijn belangrijke LAD-speerpunten, maar wat staat er in 2017 precies te gebeuren?

16 Reiskostenregeling eenzijdig gewijzigd: mag dat?

17 Medisch leiderschap: eten of gegeten worden 18 Oog in oog; maar hoe?

Reconstructie

Column

14

Bureau in beeld

April 2017 | 3


Tekst Marjolein Dekker Fotografie Ivar Pel

Angelique van Dam

Persoonlijk leiderschap, medisch leiderschap, positionering … er wordt veel over gezegd en geschreven, maar wat is het nu eigenlijk, waarom is het belangrijk en hoe geef je het handen en voeten? “Medisch leiderschap wordt vaak alleen met besturen en managen geassocieerd, maar dat is echt een misvatting”, aldus trainer, coach en ex-huisarts Angelique van Dam.

Medisch leiderschap is trending: je hoeft maar een medisch vakblad open te slaan, of een zorgcongres te bezoeken of het gaat over het belang om je ook buiten je vakgebied te ontwikkelen of profileren. Maar wat medisch leiderschap nu precies is en hoe het zich verhoudt tot persoonlijk leiderschap – een ander fenomeen dat volop in de belangstelling staat – is niet eenduidig. Volgens Angelique van Dam, die na een aantal jaren als huisarts te hebben gewerkt nu als coach is verbonden aan AVD Coaching en Lemniscaap, heeft dat alles te maken met het feit dat medisch leiderschap een kokerbegrip is. “Het wordt lad magazine | 4

te pas en te onpas gebruikt. Door het woord ‘leiderschap’ verwarren veel artsen en zorg­ professionals het met managen, waardoor ze denken: dat is niets voor mij. Ontzettend jammer.” Richard Schol, kinderarts in het Albert Schweitzer ziekenhuis en bestuurslid van het Platform Medisch Leiderschap, beaamt dat. “Niet iedere arts wil leidinggeven of een bestuursfunctie bekleden en dat hoeft ook helemaal niet. Leiderschap gaat niet over wie de baas is, maar over hoe jij als arts effectief bent en kunt bijdragen aan een betere zorg.”

Buiten de muren van de spreekkamer

Dat medisch leiderschap zoveel aandacht krijgt, heeft volgens Schol alles te maken met het veranderende zorglandschap waarin artsen zich begeven. “De tijd dat je als arts alleen in je spreekkamer zat en je nooit buiten die muren hoefde te begeven, is voorbij. De zorg is transparanter geworden en de maatschappij vraagt dat ook van artsen. We hebben te maken met mondige patiënten, met second opinions, met zorg­ verzekeraars, met een raad van bestuur die een bepaalde koers heeft ingezet, met beeldvorming in de media.


“ Artsen zijn zich vaak onvoldoende bewust van hun eigen sterkten”

Dat alles vereist dat je als arts niet alleen goed in de medische inhoud bent maar ook in andere competenties, zodat je zelf aan het roer blijft staan.” Van Dam vindt dat precies die ontwikkeling het belang van medisch leiderschap onder­ streept. “Er is de afgelopen jaren sterk gestuurd op efficiency en kosten­beheer­sing. Dat is zeker belangrijk, maar financiële drijf­ veren voeren nu soms de boventoon. Ik vind het belangrijk dat artsen, maar ook andere zorg­profes­sionals, daartegen opstaan en waken voor een kwalitatief goede zorg. Je moet zorgen dat er niet over je wordt beslist, maar dat dat in samen­spraak met jou gebeurt. Medisch leiderschap komt er in mijn ogen op neer dat je als zorg­profes­ sional met jouw specifieke expertise je ver­ antwoordelijkheid neemt voor jouw wereld.”

Drie domeinen

Het Platform Medisch Leiderschap heeft wetenschappelijk onderzoek gedaan naar medisch leiderschap en vat het samen in drie domeinen. Schol: “Medisch leider­ schap begint met persoonlijk leider­schap: hoe functioneer je, hoe zie je jezelf als dokter, hoe ga je om met feedback en doe je aan zelfreflectie? Persoonlijk leider­schap is dus een onderdeel van medisch leider­schap en wordt op dit moment vooral gehyped omdat het zo tastbaar is: inzicht hebben in je kern­kwali­teiten en in je verbeter­­punten is namelijk voor iedereen nuttig. Als je spreek­uur voor je gevoel altijd uitloopt of ongeorganiseerd verloopt, kan je wijzen naar een ander. Je kunt echter ook denken: het is míjn spreekuur, dus wat ga ík doen om dat te veranderen?” In het tweede domein draait het om de arts in relatie tot een ander: hoe functioneer

je in een team en hoe zorg je ervoor dat met een goed idee ook werkelijk iets wordt gedaan? “Dit tweede domein wordt vaak geassocieerd met leidinggeven en besturen, maar dat hoeft niet: ook als je geen afdeling leidt, is het nuttig om te weten hoe je invloed kunt uitoefenen of effectief samen­ werkt”, meent Schol. Het derde domein beslaat de maatschap­ pelijke rol van de dokter. “Hoe kan je met je medische bagage bijdragen aan een betere samenleving? Denk bijvoorbeeld aan de vuurwerkcampagne van oogartsen of aan huisartsen die naar een school gaan om iets te vertellen over het belang van gezonde voeding.” Schol benadrukt dat artsen niet in alle drie domeinen hoeven uit te blinken. “De een heeft een bestuurlijke ambitie en wil graag leidinggeven, terwijl een ander zich beter voelt bij een maatschappelijke rol.”

Vanuit je kracht

Van Dam is samen met Moniek de Boer trainer van de Leergang Medisch Leiderschap van de LHV Academie, die niet alleen is bedoeld voor huis­artsen, maar voor alle artsen – juist om onderling begrip te verster­ken. Ook in deze leergang gaat het om te beginnen om persoonlijk leider­ schap, vervolgens om de vraag hoe je je met anderen kunt verbin­den en daarna over hoe jij in je orga­ni­satie wilt werken en wat je concreet wilt aanpakken. “Mijn ervaring is dat artsen behoefte hebben aan heldere handvatten. Veel artsen hebben voor dit vak gekozen vanuit een roeping en zijn sterk gericht op het welzijn van de patiënt. Ze zijn vaak niet gewend om naar zichzelf te kijken. Als ze zich voor de leer­ gang aanmelden, is dat omdat ze verschil

Richard Schol

willen maken of gehoord willen worden en/ of omdat ze hun werk met meer plezier en voldoening willen blijven doen.” De leergang beslaat zes dagen (in novem­ ber start een nieuwe leergang, zie ook www.lhv.nl/lhv-academie voor meer informatie), uitge­smeerd over een periode van drie maanden, waarin ook individuele coaching plaatsvindt. “Veel artsen lopen tegen dingen aan en klagen daarover, maar weten niet hoe ze het kunnen veranderen. Ze zijn zich vaak onvol­doende bewust van hun eigen sterkten, omdat er weinig ruimte lijkt om aan zelfreflectie te doen. Het is indruk­wek­kend om het verschil te zien, wanneer iemand wel vanuit zijn of haar kracht leert handelen. Zo hadden we een keer een deelnemer die zich niet serieus genomen voelde door zijn raad van bestuur en met hen het gesprek aanging vanuit het idee ‘ze moeten altijd ons hebben’. Daardoor werd ieder gesprek een teleurstelling. Ik ben eerst met hem gaan kijken wat zijn kern­kwali­teiten zijn en met welke hand­­vatten hij het gesprek op een gelijk­waardige manier kon aangaan, om met de raad van bestuur een gezamenlijk belang te creëren. Dat was voor hem een eyeopener, want ineens kreeg hij wél dingen voor elkaar.” April 2017 | 5


“De behoefte aan zeggenschap was groot” Leiderschap heeft volgens Mireille van Bree, programmaleider ‘Gezondheidscentrum van de toekomst’ in Almere, alles te maken met zeggenschap en breder denken dan je eigen spreekkamer. Maar hoe zorg je dat je invloed hebt op wat er gebeurt bij de organisatie waar je werkt? Van Bree gaf dat een aantal jaren geleden samen met haar collega’s op een slimme manier handen en voeten. “Ik werkte destijds nog als huisarts bij de Zorggroep Almere, een zorgaanbieder met twintig gezondheidscentra, acht woonzorgcentra en een centrum voor geriatrische revalidatie. Omdat er in totaal meer dan 100 huisartsen werken, startten we een aantal jaren geleden een tweejaarlijkse borrel, om ervaringen te delen: loop jij hier ook tegenaan, hoe ga jij hiermee om? We merkten dat het gebrek aan zeggenschap een gemeenschappelijke ergernis was. Zonder ruggespraak werden er besluiten genomen die veel impact hadden op ons dagelijkse werk. We wilden niet alleen ‘dwarsliggen’, dus besloten op een constructieve

manier te kijken hoe we beter konden worden betrokken.” Van Bree inventariseerde bij de LAD welke mogelijkheden zij en haar collega’s hadden en richtte een vereniging op: de Huisartsengroep Almere. “Op die manier wilden we formeel met de raad van bestuur om de tafel.” Het inrichten van de vereniging viel haar alleszins mee. “We inventariseerden wie er lid wilde worden, maakten statuten, wonnen advies in bij de notaris, berekenden welk bedrag we aan contributie nodig hadden en brainstormden wat nou onze gezamenlijke deler was. Dat leidde tot een duidelijke missie: wij willen meer dialoog, transparantie en zeggenschap.” De vereniging had binnen een maand 86 leden. “Dat geeft wel aan hoe groot de behoefte was om gehoord te worden. De eerste keer dat we met de raad van bestuur spraken, vond ik best spannend: we deden dit toch deels uit onvrede, en hen overviel deze stap natuurlijk ook. Maar na een keer of twee merkten we al dat het

Faciliteren

“ Leiderschap gaat niet over wie de baas is”

lad magazine | 6

Medisch leiderschap is geen exacte weten­ schap: wat het beste werkt, is iets wat je zelf moet uitvinden, benadrukt Schol. “Bij het Platform Medisch Leiderschap zeggen we niet: zo moet het je doen. Onze rol is om te faciliteren, om mensen bewust te maken, zodat ze er zelf mee aan de slag kunnen. Dat is ook het doel van de masterclasses die we organiseren (zie ook platformmedischleiderschap.nl). Het leuke van die masterclasses is dat artsen uit alle disciplines eraan meedoen, zodat je ook van elkaar leert. Niet onbelangrijk, want we hebben nog wel wat te ‘ontschotten’ in de geneeskunde. Een medisch specialist zal niet zo snel te rade gaan bij een sociaal geneeskundige. Als je eenmaal voor een bloedgroep hebt gekozen, blijf je daarin, terwijl het echt loont om over je eigen muur heen te kijken.”

Mireille van Bree

gesprek steeds soepeler ging. Ik vond het ontzettend leerzaam om me in hun positie te verplaatsen en goed na te denken hoe we elkaar konden vinden. Ik denk dat we er beiden vruchten van hebben geplukt.” Nu Van Bree in een andere functie zit, is ze geen voorzitter meer, maar de vereniging bestaat nog steeds. “We worden als huisartsen nu gehoord, betrokken en serieus genomen. Ik ben ervan overtuigd dat de patiëntenzorg die we leveren daarbij gebaat is. Een win-winsituatie dus.”

Zowel Van Dam als Schol juicht het toe dat de soft skills steeds meer aandacht krijgen tijdens de opleiding. “Ik ga nu even generaliseren, maar veel artsen hebben niet geleerd om voor zichzelf te zorgen en dat is eigenlijk gek”, vindt Van Dam. “In ons dagelijkse werk als dokter zorgen we heel goed voor onze patiënten en vinden we preventie belangrijk, maar we weten niet hoe we dat voor onszelf moeten doen. Ik vind het goed dat hier in de opleiding steeds meer aandacht voor komt. Je werk en je leven worden een stuk leuker als je weet wie je bent en wat jou drijft, zodat je daar in je werk ook voor kunt gaan staan. Op die manier draag je bij aan een gezondheidszorg die beter is voor patiënt én dokter.” Lees op pagina 17 ook de column van Anna Verhulst over medisch leiderschap.


Achter het nieuws

“ Dienstverband of vrijgevestigd moet een keuze blijven” Maar liefst vijf politieke partijen lieten in aanloop naar de verkiezingen weten alle medisch specialisten in dienstverband te willen laten werken. Het zou de prikkel tot het aanbieden van overbodige zorg wegnemen en dus goedkoper zijn. Caroline van den Brekel (directeur LAD) en Edwin Brugman (directeur Kennismanagement & Netwerken bij VvAA) geloven er niets van en roepen een nieuw kabinet op te stoppen met deze discussie. “Laten we ons alsjeblieft weer richten op de zorg zelf.” Het onderwerp werd de afgelopen maanden regel­matig opgerakeld: zou het niet beter zijn voor de bedrijfs­voe­ ring binnen ziekenhuizen en voor de kwaliteit van de zorg om medisch specialisten verplicht in loon­dienst te laten werken? Óf het daad­werkelijk kosten scheelt, is volgens Van den Brekel echter niet bewezen. “Een echte onderbouwing ontbreekt nog altijd. Op termijn scheelt het misschien kosten, maar het Centraal Planbureau heeft becijferd dat de maatregel de eerste tien jaar vooral geld kost; in totaal zo’n 2 miljard euro. Een overgang kan bovendien alleen via ont­eigening van maatschappen, bv’s en andere rechts­personen die specialisten hebben gevormd. In 2012 heeft een commissie onder leiding van Pauline Meurs geconcludeerd dat een verplicht dienstverband juridisch onuitvoerbaar is. De vraag is dus wat je je op hals haalt én of je het moet willen.”

“Gun de sector een beetje rust” De kracht van het huidige ‘systeem’ is volgens Van den Brekel dat medisch specialisten de keuze hebben: de een voelt zich prettiger bij een vast dienstverband, terwijl een ander liever vrijgevestigd is. “Ik geloof er heilig in dat als je kiest voor de werkvorm waar jij je het beste bij voelt, je je werk beter kunt doen. Het klinkt misschien gek uit de mond van iemand die de belangen van ‘dienstverbanders’ vertegenwoordigt, maar die keus is écht heel wat waard.”

worden nagedacht over ‘slimme’ financieringsmodellen in de zorg. “Het idee om iedereen in een dienstverband te duwen, is ingegeven vanuit de gedachte dat bestuur­ ders dan meer controle hebben. Maar de kunst van besturen is in mijn ogen nou juist dat je durft los te laten. Laat ik eens een steen in de vijver gooien: waar­om kunnen zorgverzekeraars niet rechtstreeks medisch specialisten contracteren? Ik zeg niet dat dat de panacee is, maar ik vind het het onderzoeken waard, zeker omdat het in zelfstandige behandelcentra ook goed werkt. Ik mis dat soort verfrissende en creatieve invalshoeken en merk dat we nu vast zitten in de dienstverband-discussie, die uitgaat van de grootschaligheidsgedachte. Daar is de zorg niet bij gebaat.”

In huisartsenzorg géén issue

Van den Brekel stoort het vooral dat de dienstverbanddiscussie de politiek afleidt van waar het werkelijk om draait: het leveren van goede zorg. “Wat ik frappant vind, is dat het in de huisartsenzorg nooit gaat over de betrek­king waarin iemand werkt, sterker nog: de gemiddelde patiënt heeft geen flauw idee of zijn huisarts praktijk­houder is, waarneemt of in dienst­ verband werkt. En zo hóórt het ook. Iemand die in loon­ dienst werkt, levert geen slechtere of betere zorg dan iemand die zelfstandig ondernemer is.”

Bezieling Keurslijf

Brugman is het daar roerend mee eens. “Op het mo­ ment dat je een keurslijf creëert door iedereen tot een dienst­verband te verplichten, tast je iemands autono­ mie aan. Dat past niet bij zorgprofessionals. Ik begrijp ook niet dat er wordt beweerd dat het goedkoper is om iedereen in dienstverband te laten werken; dan doe je net alsof vrijgevestigde medisch specialisten alleen maar werken om het geld. Dat vind ik een belediging.” Wat Brugman betreft zou er veel creatiever mogen

“Als je kijkt welke uitdagingen er liggen in de zorg, dan weten we intussen toch wel dat je die alleen kunt aangaan als je draagvlak hebt onder de mensen die die zorg leveren?”, vervolgt Brugman. “De artsen die ik ken, zijn bevlogen, en uit onderzoek van VvAA blijkt dat de bezieling voor het vak groot is. Tegen een nieuw kabinet zou ik daarom willen zeggen: richt die bezieling alsjeblieft niet ten gronde.” Van den Brekel sluit zich daarbij aan. “Het wordt tijd dat politiek Den Haag de sector een beetje rust gunt.”

April 2017 | 7


Podium

Lijden we aan protocollitis? Eind vorig jaar verscheen in de Volkskrant een artikel waarin werd gesuggereerd dat de protocoldrift in de zorg doorslaat: het voldoen aan een protocol of richtlijn zou leidend zijn, in plaats van dat de arts zijn gezonde verstand gebruikt. Lijden we in de zorg inderdaad aan protocollitis? We vroegen het drie artsen/deskundigen.

90%

Poll 90% Ja 8% Nee 2% Geen mening

De LAD wil graag weten wat haar leden vinden. Voor elke stelling die we in de rubriek ‘Podium’ poneren, zetten we vooraf een poll op de homepage van de LADwebsite.

lad magazine | 8


Tekst Marjolein Dekker Illustratie Ronald Slabbers

JA NEE

JA NEE

JA NEE

Peter Meijer

Niek de Wit

Saskia van de Merwe

anesthesioloog en adjunct medisch directeur AMC:

hoogleraar Huisartsgeneeskunde, UMC Utrecht/Julius Centrum:

voorzitter Vereniging van Indicerende en adviserende Artsen (VIA):

Laat ik vooropstellen dat het goed is om protocollen en richtlijnen te hebben. Ze geven in één oogopslag aan wat de best bewezen manier is om zorg te verlenen en zorgen dus voor een kwaliteits­ waarborg. De crux zit ’m alleen in de vraag wat goede protocollen of goede richtlijnen zijn. In de Nederlandse ziekenhuiszorg zijn ze vaak veel te lang en genuanceerd. Onlangs kwam ik een nieuw protocol over trombolyse tegen, dat meer dan 400 pagina’s besloeg. Waar moet je als arts de tijd vandaan halen om zoiets te lezen? Probleem is dat wordt geprobeerd iedere nuance op te nemen en dat er werke­lijk over álles een richtlijn is te vinden. Niet iedere patiënt of aandoening is echter in een protocol te vangen, dus laten we dat ook niet proberen. Als we voor 80 procent van de patiënten protocollen of richtlijnen hebben van één A4’tje, dan zijn we al een heel eind. Het gevaar van protocollitis is dat een proto­ col een afvinklijst wordt, die bovendien nauwelijks is aan te passen als hij er een­ maal is. Als ik nu wil afwijken, moet ik een flinke administratieve molen door om aan te tonen waarom ik dat heb gedaan. Dat brengt het gevaar met zich mee dat artsen denken: laat maar. Dat is jammer en het komt de zorg ook niet ten goede. Ik vind dat je protocollen als een standaard moet zien. Ervan afwijken mag en als je dat vaak moet doen en goed kunt onder­ bouwen, moet het daarna simpel zijn om de standaard aan te scherpen. Alleen op die manier hebben protocollen en richtlijnen meer­waarde en kun je de zorg aan onze patiënten optimaal organiseren.

Als je protocollitis ziet als een fenomeen dat er steeds meer pro­to­collen zijn en dat die protocollen steeds leidender worden, dan zeg ik: ja, dat klopt. Maar dat betekent niet dat pro­to­col­len niet goed zijn. Vroeger werd alles wat een arts zei voor waar aan­ge­no­ men; tegen­woor­dig gaan we uit van de evidence based-benadering en vraagt de maat­­schap­­pij om transparantie. Ik denk dat de zorg daardoor beter is geworden. Proto­collen en richtlijnen geven inzicht in de best bewezen behandeling en zijn niet alleen een prachtige ondersteuning voor artsen, maar maken ook de samenleving duidelijk wat dokters doen. Het probleem is dat niet-professionals pro­ to­col­len als een bijbel zien die tot op de letter nauw­keurig moeten worden gevolgd. Dat zijn ze niet! Iedereen die in de medi­ sche wereld werkt, weet dat, maar zorg­ verze­keraars en de inspectie zeggen: bij deze aandoening en bij die patiënt hoor je geen antibiotica voor te schrijven of niet te opereren. Zo werkt het niet. Richtlijnen zijn bedoeld voor de gemid­delde patiënt, maar een aanzienlijk deel (misschien wel 40 procent) past niet in zo’n richtlijn. Het probleem zit.’m dus niet in de hoe­ veel­­­heid protocollen of de kwaliteit daar­ van, maar in het verkeerde gebruik. Proto­ collen en richtlijnen zijn primair bedoeld als onder­steuning voor medische pro­fes­ sionals. Je moet voorzichtig zijn als je ze voor andere doeleinden wilt gebrui­ken, zoals voor de indicatoren van zorg­verze­ keraars. Daarom zou ik zorg­­ver­ze­­­ke­raars en de IGZ willen advise­ren pro­to­collen door de bril van een professional te lezen én te interpreteren.

De VIA is de vereniging voor artsen die werkzaam zijn op het gebied van de sociaal medische advisering en in­dicatie­stelling. In dit sociale domein bestaan nauwelijks protocollen, terwijl daar, gezien de transitie die zich heeft voltrokken, grote behoefte aan is. Het accent is ver­ schoven van ‘aanspraak op zorg’ naar zelf­­red­zaam­heid. Prachtig, maar wanneer is iemand zelfredzaam en wanneer heeft hij zorg nodig? Dat soort cruciale aspecten is al niet gedefinieerd, waardoor ons werk een grijs gebied is. U wilt niet weten hoe vaak ik te horen krijg ‘waarom een arts nodig is, als ook een maatschappelijk werker het kan doen’, maar dat is echt een misvatting. We hebben te maken met mensen die meerdere aandoeningen en beperkingen hebben, waardoor het niet lukt om zelfredzaam te zijn. Er is dan de juiste kennis voor nodig om de zorgvraag te beantwoorden. Ons vak wordt in die zin echt onderkend. Protocollen zouden ons enorm kunnen helpen. Waar we nu vaak tegenaan lopen, is dat opdrachtgevers focussen op hoe iemand het met mantelzorg kan redden in plaats van hoe je zijn eigen functioneren verbetert. Het zou helpen als daar goede criteria voor zijn. Ik vind het opval­lend dat het ministerie van VWS wel eisen stelt aan behandelaars, maar niet aan be­oorde­laars. Een fietsenmaker moet aan meer kwaliteits­ eisen voldoen dan ik! Ook de patiënt heeft daar last van. Die krijgt de ene keer wel zorg en een volgende keer niet, en weet niet op grond waarvan. Het is daarnaast een mis­ vatting dat protocollen in andere sectoren afvinklijstjes zijn. Dan gebruik je ze incor­rect. Realiseer je dus wat voor rijkdom er is!

April 2017 | 9


Werk/privé

Tekst Marjolein Dekker Fotografie Ivar Pel

Wie zijn cv ziet, kan hem moeilijk in een ‘hokje’ plaatsen. Michiel Peereboom kan én doet namelijk veel. Heel veel. Hij is arts, heeft gepresenteerd, maakt films, schrijft, geeft workshops en is cabaretier. Op de vraag hoe hij zichzelf ziet, is hij duidelijk: “Tegen mijn kinderen zeg ik altijd dat ik grappenmaker ben. Humor is de rode draad in mijn loopbaan.”

lad magazine | 10

“Met humor kan je zóveel bereiken”


Michiel Peereboom (41) heeft zich na zijn artsenopleiding gespecialiseerd als cabaretier, filmmaker en tekstschrijver. Hij staat regelmatig als ‘medisch cabaretier’ op congressen, waarbij hij de zorg op de hak neemt. Michiel is getrouwd, heeft drie jonge kinderen en woont in Amersfoort.

“ Ik doe me voor als kritische buitenstaander maar weet wat er speelt” Toen hij achttien was, had hij bijna geko­ zen voor de filmacademie. “Als kind was ik altijd al bezig met schrijven en verhalen bedenken. Toen ik zag wat je allemaal moest kunnen om te worden toegelaten, begon ik echter te twijfelen, zeker omdat ik biologie en psychologie ook interessant vond.” Na lang wikken en wegen werd het genees­ kunde. “Ik was de eerste in de familie die überhaupt ging studeren en dit leek me een verstandige keuze. Mijn beeld van de medische wereld was toen nog lekker naïef; dat van ‘alwetende mensen’ die de wereld helpen.”

m’n zin, maar vond schrijven en zingen tegelijkertijd ook zo leuk. Dus zorgde ik dat ik beide kon combineren. Ik werkte na mijn studie een tijdje als schoolarts. Toen ik voldoende werk als cabaretier had, stopte ik met die baan; een beslissing die me aan het hart ging. En het gekke is dat ik het nog steeds niet helemaal heb losgelaten. Vorige maand kreeg ik een brief van het BIG-register: ik mag nog tot eind 2017 officieel arts zijn. Ik heb overwogen om me bij te scholen om die registratie te behouden, maar dacht: voor wie dan? Misschien heb ik over tien jaar hartstikke spijt, maar ik heb het gevoel dat ik er nu definitief een streep onder moet zetten.”

Cabaret Festival

Dat beeld werd bijgesteld toen hij merkte dat arts-zijn gewoon een beroep is, dat dokters ook maar mensen zijn en dat zieken­huizen uiteindelijk wel geld moeten verdienen. “Ik had een te romantisch beeld van het vak, al was dat niet de reden waarom ik een carrière­switch maakte. Tijdens mijn coschappen deed ik mee aan het Groningen Studenten Cabaret Festival. Ik wilde liedjes zingen en had er een paar grappen omheen bedacht. Tot m’n verrassing won ik de publieks- en persoonlijkheidsprijs. Achteraf is dat het kantel­moment geweest. Ik kreeg uitnodi­ gingen van studenten­verenigingen uit heel Nederland om te komen optreden. Toch wilde ik niet stoppen met mijn studie. Ik maak graag af waar ik aan begin en vond het leuk.”

Twee rollen

Vanaf dat moment leidde hij een tijdlang twee levens. “Als keuzecoschap had ik voor bedrijfsgeneeskunde gekozen. Overdag liep ik in pak als bedrijfsarts rond en om 17.00 uur ging ik naar huis, kleedde me om en stond ’s avonds op de planken.” Hij wilde zijn artsen­loopbaan echter niet zomaar vaarwel zeggen. “Ik had het tijdens mijn coschappen geweldig naar

Niet op de voorgrond

Sinds de prijzen in Groningen is het hard gegaan met zijn loopbaan. Hij heeft een tijd een theaterprogramma gehad en was presentator van het tv-programma Keuringsdienst van Waarde. Peereboom merkte echter al snel dat hij liever op de achtergrond opereert. “Dat klinkt gek uit mijn mond, want ik voel me als een vis in het water als ik voor een zaal van een paar honderd man sta. Het verschil zit ’m erin dat ik het fijn vind als het niet om mij gaat, maar om de inhoud of om de presentatie die ik geef. Ik hoef niet zo nodig zelf op de voorgrond. Ik zeg, misschien wel om die reden, ook lang niet op alle verzoeken ‘ja’. Ik heb drie jonge kinderen, in de leeftijd van vier tot negen. Het is fijn dat het met mijn carrière goed gaat, maar dat mag niet ten koste gaan van alles.” Hij treedt op als dagvoorzitter, vaak op zorgcongressen, of sluit evenementen af met een flitsende presentatie, waarbij hij onder andere Facebook- en Twitterprofielen zodanig wijzigt dat bezoekers soms in totale verwarring in de zaal zitten. “Het geluk is natuurlijk dat ik de medische wereld ken, waardoor ik dingen makkelijk op de hak kan nemen. Ik doe me voor als kritische buitenstaander, maar weet

wat er speelt.” De foto bij dit artikel is in die zin veelzeggend: Peereboom zet zijn stethoscoop op zijn telefoon en luistert naar het hart van een patiënt aan de andere kant van de lijn – een van zijn grappen om de zorg efficiënter te organiseren.

Zelfspot

Een efficiëntere en goedkopere zorg is een thema dat hij sowieso vaak in zijn programma’s opneemt om mensen aan het denken te zetten, want dat is uiteindelijk zijn doel. Maar wat maakt hem grappig? Die vraag vindt hij – bescheiden als hij is – lastig. “Familie en vrienden zeggen dat ik altijd al een clown ben geweest. Ik denk zelf dat ik risico durf te nemen en goed aanvoel wat wel en niet kan. En ik ben niet vies van zelfspot. Als je grappig durft te zijn, kun je heel makkelijk contact maken met mensen. Humor verbindt en relativeert, dat probeer ik ook altijd mee te geven in de workshops humor die ik geef. Je kan er zóveel mee bereiken.”

Pieken

Als hij een congres moet afsluiten, zoals vorige maand bij het Grote Zorgdebat, neemt hij daar een week de tijd voor. “Ik ben een perfectionist. Ik lees me in op de sprekers en schrijf achter de schermen al een programma. Op de dag zelf pas ik dat ter plekke aan, zodat het helemaal op maat is. Dat vind ik het meest geweldige aan mijn vak: een week inlezen, creatief ‘broeden’ en dan in die 20 minuten pieken.” Het gaat hem steeds beter af. “Toen ik net begon als cabaretier sloeg ik nog wel eens de plank mis. Dan kwam ik binnen met een iets te harde opmerking. Zie dan maar eens het beeld van ‘arrogante eikel’ recht te trekken naar ‘sympathieke gozer’. Gelukkig gebeurt me dat steeds minder.” Hij lacht. “Misschien heeft het er wel mee te maken dat ik mezelf niet al te serieus neem.”

April 2017 | 11


De LAD-agenda van 2017 1

2

Gezond en veilig werken: werkplezier voorop Gezonde werkdruk

Positionering: arts aan het roer Positionering is een van onze speerpunten. We vinden het belangrijk dat u als volwaardig gesprekspartner betrokken bent bij de koers en strategie van uw instelling. We geven positionering op verschillende manieren handen en voeten:

Training ‘Beter in beeld’ en ‘Beter in onderhandelen’ Vanwege het succes in voorgaande jaren biedt de LAD dit jaar samen met VvAA drie keer de training ‘Beter in beeld’ aan. U kunt de training volgen op 5 april, 18 oktober of 10 november voor slechts € 275. Rode draad in de training is hoe u uw invloedssfeer vergroot op basis van uw kern­kwaliteiten. Een vervolg hierop is de verdiepingstraining ‘Beter in onder­ handelen’, waarin u leert wat de spelregels van onderhandelen zijn. Deze training wordt op 11 mei, 9 november en 23 novem­ ber aangeboden. Interesse? Kijk op onze site op welke dagen er nog plaatsen zijn en hoe u zich aanmeldt.

lad magazine | 12

Concrete handvatten We gaan dit jaar samen met GGD GHOR Nederland kijken hoe we artsen binnen GGD’en beter kunnen positioneren. Datzelfde doen we voor specialisten oude­ ren­geneeskunde, samen met Verenso, en dan in het licht van de veranderende ouderenzorg. Ook psychiaters willen we concrete handvatten geven om een serieuze gespreks­partner te zijn binnen hun instelling. Tot slot ontwikkelen we voor VMSD’s en organisatorische eenheden in algemene ziekenhuizen een aantal producten en diensten die hen kunnen ondersteunen om goede afspraken te maken met hun raad van bestuur over thema’s als gezond en veilig werken en zorgvernieuwing.

De LAD maakt concrete afspraken in cao’s over gezond en veilig werken, door normen te stellen voor werk­ tijden, dienst­roosters en rusttijden (kijk op de cao-pagina op onze site wat er in uw cao is afgesproken). Daarnaast werken we mee aan diverse initiatieven op dit terrein. Zo zijn we vertegenwoordigd in veel arbeids­markt­fondsen, maar ook in de adviesraad van het project van zeventien ziekenhuizen om de psychosociale arbeidsbelasting bij SEH-artsen/-verpleegkundigen te verminderen.

Time- en stressmanagement Om u handvatten te geven om zelf te zorgen voor een goede balans tussen werk en privé, kunt u tegen een voordelig tarief de training ‘Time- en stress­management’ volgen bij VvAA, die dit jaar nog vijf keer wordt gegeven. Geef bij aanmelding (zie: www.vvaa.nl/opleidingen) de kortingscode ‘Time is on your side 2017’ door en u krijgt als LAD-lid € 50 korting.


Wat staat er dit jaar op de agenda van de LAD en hoe plukt u daar als lid de vruchten van? We zetten de belangrijkste activiteiten voor 2017 op een rij.

3

En verder … Financiële voordelen Via het LAD-lidmaatschap bent u gratis verzekerd voor aanvullende beroeps­ aan­sprake­lijkheid en rechts­bijstand, maar kunt u ook van tal van andere verzeke­rings­voor­delen profiteren en gebruik­maken van onze Financiële Ledenservice. Lees er meer over op onze site onder ‘Word lid’.

Arbeidsmarkt: kansen en perspectief Een stabiele arbeidsmarkt voor artsen waar vraag en aanbod in evenwicht zijn: dat is wat we nastreven. Op dit moment is er een overschot aan basisartsen die geen plek in de vervolgopleiding kunnen krijgen. Om werkloosheid onder jonge artsen te voorkomen, pleiten we er in het Capaciteitsorgaan voor de instroom in de studie geneeskunde te verlagen van 3.050 naar 2.400. Daarnaast kijken we samen met De Geneeskundestudent

KDC: individuele dienstverlening

naar mogelijkheden om jonge artsen te interesseren voor een opleidingsplaats bij specialismen die minder snel worden gekozen, zoals ouderengeneeskunde en arts verstandelijk gehandicapten. Samen met De Jonge Specialist zoeken we naar het verbeteren van de positie van jonge klaren: medisch specialisten die net (< 3 jaar) klaar zijn met hun opleiding en starten op de arbeidsmarkt.

4

Dreigt u in een opleidingsgeschil te raken, wilt u weten of uw werkrooster wel ‘klopt’ of heeft u advies nodig in een arbeids­ conflict? Bel dan met het Kennis- en Dienst­verleningsCentrum (KDC). De eerste 20 uur dienstverlening (voor coassistenten: 10 uur) zijn gratis. Het KDC behandelde vorig jaar 2.700 individuele vragen en (juridische) dossiers. Meer weten? Bel naar 030-670 27 02 of mail naar bureau@lad.nl.

Nieuwe website Dit voorjaar gaat de LAD-website volledig op de schop, zodat u sneller, gerichter en makkelijker de informatie kunt vinden die u nodig heeft.

5

Cao’s & sociaal plannen: goede arbeidsvoorwaarden

Dit jaar wordt er weer onderhandeld over een aantal nieuwe cao’s, waaronder de Cao Arbo Unie, GGZ, Gehandicaptenzorg, Hidha, Jeugdzorg en Ziekenhuizen. Via onze tweewekelijkse nieuwsbrief houden we u op de hoogte van de ontwikkelingen. Daarnaast onderhandelen we jaarlijks in honderden instellingen over sociaal plannen, om bijvoorbeeld gedwongen ontslagen te voorkomen en afspraken te maken over salarisgarantie.

April 2017 | 13


De ziekenhuisapotheker:

Partner bij het bieden van veilige zorg Met de komst van de ziekenhuisapothekers zijn de geledingen van de LAD verder versterkt. Sinds januari 2017 is de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers (NVZA) een samenwerkingsverband aangegaan met de LAD. Een logische stap, want ziekenhuisapothekers en poliklinisch apothekers zijn als medezorgverlener een belangrijke speler in het ziekenhuis, waar ze nauw samenwerken met andere medisch specialisten.

Tjalling van der Schors

Verlengde

klinisch chemici en klinisch fysici) net als medisch specialisten met de gevolgen van de pensioen­aftopping te maken. Dat is een onderwerp waarover de LAD met tal van werk­gevers in verscheidene zorg­branches afspraken heeft gemaakt. Die centrale belangen­behartiging is van belang voor onze achterban. Relevant is dat in het najaar 2016 voor de medisch specialisten in algemene ziekenhuizen een zwaarbevochten principeakkoord tot stand kwam tussen de LAD, FMS en de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen in de Arbeidsvoorwaardenregeling Medisch Specialisten (AMS). Vervolgstap is dat de LAD zich ervoor inzet dat die regeling in de nieuwe Cao Ziekenhuizen een passende vertaling krijgt voor andere beroepsgroepen, waaronder een groot deel van de ziekenhuisapothekers.”

De beroepsgroep is eigenlijk al een goede bekende voor de LAD. Via het lidmaatschap van de Federatie Medisch Specialisten (FMS) konden zieken­huis­apothekers met arbeids­ gerelateerde vragen of arbeids­conflicten al terecht bij het Kennis- en Dienst­­verle­nings­Centrum van beide partijen. Naast aan­ sluiting met de Federatie voor de be­­roeps­­ belangen is er nu dus ook een di­recte ver­binding met de LAD voor de ar­beids­­voor­ waar­­delijke zaken. Tjalling van der Schors, voorzitter NVZA: “De LAD zet zich al in voor onder­steunende beroeps­­groepen die zich ook bezighouden met medisch specialistische zorg, zoals klinisch chemici en klinisch fysici. Hoewel er verschil­len zijn, waaronder de positie van de zieken­huisapotheker als geregistreerde be­handelaar, ligt onze aan­ sluiting bij de LAD in het verlengde. We zijn blij met deze stap, want we zien dat bij de verschillende beroepsgroepen soortgelijke zaken spelen. Dat biedt kansen om zaken door de LAD centraal te laten oppakken.”

“ Het is belangrijk onze positie in het ziekenhuis te versterken”

Onderwerpen

Versterking positie

Van der Schors geeft een voorbeeld: “De LAD kan bijvoorbeeld actuele issues ver­ talen naar onze beroepsgroep. Zo hebben sommige zieken­huis­apothekers (en ook lad magazine | 14

De belangenbehartiging gaat breder dan inhoudelijke thema’s. “Het gaat ook om het versterken van onze positie in het ziekenhuis”, zo vervolgt Van der Schors.

“Soms moeten we als ziekenhuisapotheker apart onderhandelen met de raad van bestuur over zaken die in het overleg met medisch specialisten al geregeld blijken te zijn. Denk aan de inkoop van genees­ middelen. Het is veel efficiënter daarin samen op te trekken en de rand­voor­waar­ den hiervoor vast te leggen in een profes­ sioneel statuut. Binnen de FMS ervaren we die eens­gezindheid al. Samen willen we eraan bijdragen om de zorg zo efficiënt mogelijk te maken. Op dat vlak worden tal van initiatieven genomen. Zo bundelen we onze krachten al voor wat betreft de dure geneesmiddelen.”

Veilige zorg

Het gezamenlijk bieden van veilige zorg staat voorop. Medicatieveiligheid is in de praktijk vaak een complex en tijdrovend onderwerp als je kijkt naar het voorschrijven door verschillende behandelaars en hoe de patiënt met medicijnen omgaat, licht Van der Schors toe. “Het gaat erom een goed totaalbeeld te krijgen van de werkelijkheid. Het elektronische Landelijk Schakel Punt (LSP), waarin een groot deel van de medi­ cijn­­gegevens tussen zorgverleners wordt uit­gewisseld als patiënten daar toe­stem­ ming voor geven, geeft bijvoorbeeld geen


Tekst Corrie Kooijman Fotografie Serge Ligtenberg/NVZA

sluitend medicatiebeeld. Laat staan in acute situaties.” De feitelijke situatie op het vlak van medicatie ligt meestal een stuk ingewikkelder. Daarom is het volgens Van der Schors noodzakelijk dat de zieken­ huis­apotheker zorgt dat hij alle relevante informatie boven tafel krijgt. “Zo is therapie­ trouw een aandachtspunt: gebruikt de patiënt het middel eigenlijk wel of is hij bang voor bij­werkingen? Soms vinden mensen het lastig adviezen van de dokter op te volgen. Daarom geeft de zieken­huis­ apotheker voorlichting over de medicijnen en de eventuele bijwerkingen. Ook komt de vraag aan de orde of de patiënt thuis soms nog andere middelen gebruikt. Je zou het niet verwachten, maar soms blijkt de patiënt medicijnen van huisgenoten te gebruiken. Alle verkregen informatie leggen we vast in het elektronisch voorschrijfsysteem.”

Toegevoegde waarde

De uitvoering van de farmaceutische zorg vraagt om de nodige onderlinge afstemming met de betrokken behandelaars. “Wat je ziet, is dat patiënten vaak op verschillende afdelingen in het ziekenhuis worden behan­ deld en dat ze door meerdere behande­laars

medi­ catie voor­ge­ schreven krijgen. Dan is het de vraag of de combinatie van medicij­nen geen proble­men oplevert. We werken daar­ om nauw samen met medisch specialisten en zijn ook be­trok­­ken bij de patiën­ten­­ zorg, bijvoor­beeld door deel te nemen aan patiënten­be­spre­­kingen. Medisch spe­cialis­ ten vertrou­wen erop dat de zieken­huis­­apo­ theker het over­zicht bewaakt en er waar nodig voor zorgt dat de me­dicatie bijgesteld wordt. We bieden toe­gevoegde waarde door samen te zorgen voor veilige patiënten­ zorg.” Die patiëntenzorg houdt niet op als de patiënt uit het ziekenhuis ontslagen is, zo vervolgt Van der Schors. “Als NVZA vinden we de continuïteit van de specia­listische farma­ceutische zorg van belang. In het algemeen geldt dat na ontslag uit het zieken­huis de behandeling thuis verder­ gaat. De oncologische zorg is een duidelijk voorbeeld van continue farmaceutische zorg. Binnen de NVZA zijn zowel klinisch als poliklinisch apothekers verenigd.

We vinden het een goede zaak dat beide groepen apothekers nauw samenwerken bij het bieden van deze farmaceutische patiëntenzorg; zowel in het ziekenhuis als in de thuissituatie. Afgestemde zorg is immers in het belang van de patiënt.”

“ De patiëntenzorg houdt niet op als de patiënt naar huis gaat” Gespreksstof

Hoe kijkt de NVZA naar arbeidsvoor­waar­ delijke zaken? Van der Schors: “Volgens onze informatie is op grofweg de helft van onze leden de AMS lokaal van toepassing verklaard en valt de andere helft onder de Cao Ziekenhuizen. Het is een goede zaak dat de LAD zowel partij is in de onder­hande­ lingen rondom de AMS als bij de zieken­ huizen. De onderhandelingen voor de Cao Ziekenhuizen zijn onlangs gestart. Het nieuwe samen­werkings­verband met de LAD is nog maar net begonnen. De lijnen met de onderhandelaars zijn kort. Komende tijd is er genoeg gespreksstof voor thema’s die we gezamenlijk kunnen oppakken.”

April 2017 | 15


Reconstructie

Tekst Marjolein Dekker

Reiskostenregeling eenzijdig gewijzigd: mag dat? Brigitte de Haan* is jeugdarts en maakt voor haar werk dagelijks heel wat kilometers. Ze is verbaasd als ze van haar werkgever een nadere uitleg krijgt over de reiskostenregeling, die in haar ogen geen uitleg maar een wijziging is, waardoor ze nog maar de helft van haar reis­kosten terugbetaald krijgt. Ze schakelt de hulp in van het Kennis- en Diens­t­ver­ leningsCentrum (KDC) van de Federatie Medisch Specialisten en de LAD. Bij de instelling waar De Haan werkt, krijgt iedereen een brochure waarin wordt uitge­legd hoe de reis­kosten­regeling werkt. “Handig”, dacht ik in eerste instantie, “maar toen ik het wat beter las, dacht ik: ik declareer mijn reiskosten helemaal niet op deze manier.” Toen De Haan in dienst kwam, was het gebruikelijk de reis­kosten te declareren volgens de regel dat je de daadwerkelijk gereden kilo­ me­ters voor woon-werkverkeer of een dienst­reis declareert, ongeacht of je langs je stand­plaats komt. Die regel is ineens gewijzigd: wie rechtstreeks naar de dienst­ bestemming reist, mag dat doen, maar dan wel volgens het uitgangspunt ‘altijd via je standplaats naar de dienst­bestem­ming’. “Dat is natuurlijk gek, want het betekent dat je dienstreis ineens voor een deel onder woon-werkverkeer valt, waarvoor een veel lagere vergoeding geldt.”

Georganiseerd Overleg

De werkgever beweert dat er geen sprake is van een wijziging, maar van een nadere uitleg. De Haan heeft daar haar twijfels bij en komt in contact met KDC-jurist Anne Marie Hopmans, die tot dezelfde conclusie komt. “Een werkgever kan niet zomaar dit soort besluiten nemen, zonder daarvoor instemming te hebben van de OR of, in dit > LAD.NL Vragen over uw contract of over een arbeids­ geschil? Neem contact op met de juristen van het Kennis- en DienstverleningsCentrum. U kunt ons bereiken via 030 670 27 02 of kijk voor meer informatie op de website van de LAD: www.lad.nl.

lad magazine | 16

geval, overeenstemming te hebben bereikt in het Georganiseerd Overleg (GO). Dat laatste was niet gebeurd. In het GO zijn werknemersorganisaties (waaronder de LAD) en werkgevers vertegenwoordigd die op regionaal niveau afspraken maken over de arbeidsvoorwaarden.”

Tips van arbeidsjurist Anne Marie Hopmans “Veel werknemers gaan ervan uit dat een werkgever zomaar iets kan wijzigen in de arbeidsvoorwaarden of dat het ‘te veel gedoe oplevert’ om ertegenin te gaan. Dat is niet zo. Als er iets in uw arbeidsvoorwaarden wordt gewijzigd, bel ons dan gerust. Zo nodig kunnen wij u bijstaan. Brigitte is samen met haar collega’s slechts één keer bij de LAD geweest om alles op een rij te zetten; daarna doen wij de rest. Handig is in dit soort situaties wel om alle relevante documenten op te zoeken (en te bewaren). Dat scheelt achteraf vaak veel gedoe.”

Bezwaar

Namens De Haan en haar collega’s tekent Hopmans bezwaar aan bij de werk­gever, waarna een hoorzitting volgt voor de bezwaren­­commissie. Hopmans benadrukt nogmaals dat de reiskostenregeling wel degelijk is gewijzigd, zonder overeen­stem­ ming in het GO. Daarnaast betoogt ze dat de ‘uitleg’ in strijd is met de oude en nog steeds bestaande reiskostenregeling. “Deze reiskostenregeling stamt uit 2004 en was onvindbaar, maar gelukkig kwam Brigitte deze tijdens een opruimactie tegen, waardoor we het bewijs zwart op wit hadden.” Het bezwaar wordt gegrond verklaard en de werkgever neemt het advies van de bezwarencommissie over: de medewerkers krijgen met terugwerkende kracht en ook in de toekomst hun werkelijke reiskosten uitbetaald. “Het geeft veel voldoening dat onze inspanningen zijn beloond”, zegt De Haan. “Als werknemer denk je al snel dat je werkgever ‘het wel zal weten’, maar je kan als werknemer écht iets gedaan krijgen. Het heeft me overigens verbaasd hoe weinig collega’s lid zijn van een vakbond of een rechtsbijstandverzekering hebben. Zonder de juridische bijstand van het KDC waren we nooit zover gekomen, dus ik ben daar blij mee.”

* Namen van cliënten in deze rubriek zijn fictief i.v.m. de privacy van de cliënt.


Column

Medisch leiderschap: eten of gegeten worden Ik vermoed dat ik vaker - en enthousiaster - dan de gemiddelde jonge dokter ‘medisch leiderschap’ ter sprake breng. Dat brengt vaak wederzijds enthousiasme of in ieder geval nieuwsgierigheid teweeg bij mijn gesprekspartner. Maar zo nu en dan rolt er iemand met zijn ogen, want “medisch leiderschap is toch zo’n hype, dat waait wel weer over”.

Anna Verhulst rondde onlangs haar studie geneeskunde af en is nu anios interne geneeskunde. In haar studenten­tijd was Verhulst onder andere actief als bestuurslid bij De Genees­kun­de­­student, als voorzitter van de werk­groep Studenten van het Platform Medisch Leiderschap en als lid van de redactieraad van Arts in Spe. Daarnaast schreef ze wekelijks columns voor Observant, de universiteitskrant van Maastricht, waarvan een selectie verscheen in de bundel Het is wit en staat in de weg.

De definitie van het Van Dale woordenboek aanhoudend, is een hype “iets nieuws dat tijdelijk sterk de aandacht trekt, maar weinig voorstelt”. En inderdaad: medisch leiderschap heeft de afgelopen jaren veel aandacht gekregen binnen onze beroepsgroep. Met als gevolg dat we inmiddels een Platform Medisch Leiderschap en een bijzonder hoogleraar Medisch management en Leiderschap rijker zijn. Daarbij lijkt geen enkel symposium tegenwoordig nog compleet te zijn zonder een deelsessie over persoonlijk leiderschap. Toch gaat het hier niet per definitie om een hype. Medisch leiderschap is namelijk helemaal niet nieuw, is zeker niet tijdelijk en stelt absoluut wél iets voor.

juist energie? Hoe kan dat beter: voor uzelf, voor uw patiënten, voor uw zorginstelling en voor de maatschappij? Dát is waar leiderschap over gaat, en dat we daar over nadenken en mee bezig zijn is van alle tijden. Maar er is wél meer bewuste aandacht voor die vaardigheden nodig, want lang niet alle artsen zijn gewend een volwaardige gesprekspartner te zijn in niet-medischinhoudelijke discussies. In plaats daarvan klagen we graag over beleid dat van ‘bovenaf’ wordt opgelegd, zijn we gefrustreerd omdat onze stem niet gehoord wordt en krijgen we een burnout omdat we zoveel moeten op een dag. Mijn voorstel: laten we de oplossing daarvoor eerst eens bij onszelf zoeken.

Communiceren met patiënten doen artsen al sinds het begin der tijden. Toch is het pas de laatste decennia dat com­municatie­vaardigheden bewust aandacht krijgen in de opleiding. Hetzelfde geldt voor leiderschap: stiekem doen we het allemaal al een beetje, maar we hebben het niet altijd door en modderen daardoor vaak maar wat aan. Leiderschap is namelijk veel meer dan management, kostenefficiëntie of zorgprocessen. Leiderschapsvaardigheden helpen bij het begrijpen en agenderen van problemen, en bij het verzinnen en aandragen van oplossingen. Dat kan op macroniveau gaan over bescherming van privacy bij invoering van een EPD, maar ook op microniveau over hoe u als arts uw werkdag indeelt. Waar liggen uw talenten, wat zijn uw valkuilen, wat levert tijd op en wat slurpt

Als we willen meepraten over de manier waarop we met patiënten en privacy omgaan, over onze eigen arbeidsvoorwaarden en uren, over de betaalbaarheid van de zorg en de vele andere actuele discussies, moeten we volhardend aandacht aan leiderschap blijven besteden. Leiderschapsvaardigheden zijn onontbeerlijk geworden in een steeds complexer zorgsysteem, waar maatschappelijke en politieke druk niet zelden leiden tot frustraties en onmacht bij dokters. Medisch leiderschap is dus geen hype, maar simpelweg bittere noodzaak. Zetten we daar onze schouders niet onder, dan moeten we ook niet klagen dat andere partijen aan de haal gaan met onze belangen – en die van onze patiënten! Immers: if you’re not at the table, you’re on the menu.

April 2017 | 17


Bureau in beeld

Oog in oog; maar hoe? Als dit magazine verschijnt, hebben we net de verkiezingen achter de rug en zitten we middenin de formatieperiode. Misschien – maar nu ben ik misschien optimistisch – is er zelfs al een nieuw kabinet. Persoonlijk wacht ik met span­ ning af wat dat betekent voor de zorg, maar één ding is zeker: welke partijen ook in de regering deelnemen, we weten nu al dat ook de komende vier jaar kritisch zal worden gekeken naar het beteugelen van de zorgkosten en hoe de zorg beter kan worden georganiseerd. Juist daarom vinden wij het ontzettend belangrijk dat artsen aan het roer blijven staan, zodat efficiency niet voor kwali­ teit gaat en dat degenen die de zorg ver­lenen, u dus, de regie houden. Om u daar­bij te helpen, organiseren we dit jaar weer drie­maal de training ‘Beter in beeld’ (zie ook pagina 12/13), die al vier jaar lang met een 8,5 wordt gewaardeerd door onze leden. Van leden die deze training al een keer hebben gevolgd, krijgen we regelmatig te horen dat ze behoefte hebben aan een verdiepings­slag: hoe overtuig je je vakgroep van een bepaald idee? Hoe onder­handel je met je raad van bestuur over het maken van goede dienstroosters en kwaliteits­afspraken? Als je de argu­ men­ten voor jezelf op een rij zet, sta je voor je gevoel sterk, maar eenmaal oog in oog met een bestuur is het vaak een ander verhaal – dat weten wij als vakbond als geen ander! We gaan er daarom dit jaar een schepje bovenop doen en bieden naast ‘Beter in beeld’ ook drie keer de verdiepings­ training ‘Beter in onderhandelen’ aan. Een nieuwe training die samen met VvAA is opgezet, specifiek toegespitst op zaken waar LAD-leden in de praktijk tegenaan lopen.

lad magazine | 18

Wie dit jaar ‘Beter in beeld’ volgt, kan deze training later dit jaar aansluitend volgen, maar dat is uiteraard geen verplichting. En uiteraard staat de training ook open voor alle andere geïnteresseerden. De training is bijvoor­ beeld interes­sant voor medisch specia­ listen in zieken­huizen, die dit jaar in het kader van de pensioen­aftopping lokaal afspraken gaan maken met hun raad van bestuur over zorgefficiency en innovatie. Maar ook voor jeugdartsen, die hun aanbod soms nog moeten ‘verkopen’ bij gemeenten. Ik ga hier niet al onze leden noemen, want eerlijk gezegd denk ik dat ieder LAD-lid iets aan deze training heeft. Op onze website vindt u meer informatie over hoe u zich kunt aanmelden. We hopen op veel animo, maar nog belangrijker is dat u wat aan de training heeft. Zodat u aan het roer blijft staan. Caroline van den Brekel directeur

In memoriam: LAD-erelid Zytse Stadt Op 14 februari overleed LAD-erelid Zytse Sieuwert Stadt op 89-jarige leeftijd. Stadt was tijdens zijn loopbaan onder meer kolonel-arts en was van augustus 1976 tot april 1987 directeur-geneesheer in zieken­ huis Nij Smellinghe. Sinds 1971 maakte hij deel uit van het Centraal Bestuur van de LAD en van 1975 tot 1979 was hij voorzitter. In die jaren maakte de zorg roerige tijden door, met onder meer acties van arts-assistenten tegen de lange werk­tijden. Stadt zag in dat het belang­ rijk was om een vereniging te hebben die zich sterk maakt voor de arbeids­voor­ waar­den en -omstandigheden van alle (aankomende) artsen in dienstverband. Tijdens zijn voor­­zitter­schap zette hij zich in voor een sterke positie van de LAD aan onder­­­­handelings­tafels. De eerste Cao voor het ziekenhuiswezen, die in 1976 tot stand kwam, was in dat kader een mijlpaal, even­ als het verwerven van een eigen rechts­ persoonlijkheid van de vereniging in 1979. Wij zijn de heer Stadt zeer erkentelijk voor zijn verdiensten. Het LAD-bestuur en de medewerkers wensen zijn kinderen en kleinkinderen veel sterkte bij dit verlies.

LAD @LADactueel Mooie column van @ClaudiavWoerkom van @DeGnskStudent met duidelijke oproep: verlaag instroom om jonge artsen straks een baan te gunnen! LAD @LADactueel Tip in workshop van #LAD-jurist @amlhopmans: Ga je later als huisarts werken? Laat je arbeids­over­ eenkomst dan altijd door ons checken! #aios-dag Anna Verhulst @ALJVerhulst Hoera! In samenwerking met @LADactueel komt er een tweede druk van mijn belevenissen als #coassistent! Begin 2017 weer in de (web)winkel: Het is wit en staat in de weg

Colofon Kwartaalblad van de Landelijke vereniging van Artsen in Dienstverband (LAD) met nieuws, opinie en achtergrondinformatie. (oplage 30.000) Redactieadres Janssoniuslaan 34-36, Postbus 20058, 3502 LB Utrecht, Telefoon (030) 670 27 27, E-mail: redactie@lad.nl Redactie Caroline van den Brekel, Therèse van ’t Westende, Marjolein Dekker en Corrie Kooijman Redactiecommissie Wouter Blox (aios longziekten), Edwin Duijzer (geneeskundestudent), Suzanne Duffels (arts verstandelijk gehandicapten), Vera Vennemann (basisarts) en Anne Lisa Wolf (klinisch fysicus in opleiding) Columnist Anna Verhulst (anios interne geneeskunde) Fotografie Hollandse Hoogte, Ivar Pel Illustraties Ronald Slabbers Vormgeving Member Since Druk Centrum Drukwerk ISSN-nummer 2213-9923


Vernietiging rechtshulpdossiers

Onderzoek naar arbeidsbelasting spoedeisende hulp Drie umc’s en veertien alge­me­ne ziekenhuizen hebben de han­den ineen gesla­gen om de psycho­sociale arbeids­ belas­ting op de spoed­eisende hulp te verminderen. Onder leiding van Stichting IZZ is een onder­zoek gestart naar de werkdruk, agressie en het geweld waarmee SEH-artsen en SEH-verpleeg­kun­digen te maken hebben. Het onder­zoek wordt op alle 17 locaties uitgevoerd. LAD-directeur Caroline van den Brekel is vertegenwoordigd in de adviesraad van dit project. “Een te hoge arbeidsbelasting is niet alleen ongezond voor de arts, maar kan ook leiden tot onwenselijke situaties voor de patiënt. Juist daarom is gezond en veilig werken een van onze speerpunten

voor de komende jaren. We zijn heel blij dat zoveel ziekenhuizen aan dit onderzoek meewerken.” Meer weten? Kijk dan op www.stichtingizz.nl/seh.

Deed u in 2011 een beroep op een van onze juristen? Dan kunt u tot uiterlijk 1 mei kenbaar maken of u uw persoonlijke dossier toegestuurd wilt krijgen. Na die datum worden alle nietopgevraagde dossiers uit 2011 vernietigd (de LAD bewaart individuele gegevens vijf jaar in het rechtshulparchief). U kunt uw verzoek richten aan de infodesk van het KDC, telefoon 030-670 2702 of per e-mail: bureau@lad.nl.

In getal

1.000

De ggz is een vrouwenberoep, slechts

28%

Het aantal medisch specialisten dat na zijn 65ste doorwerkt, is in vijf jaar tijd verdubbeld naar ruim 1.000

is man, maar er zijn wel evenveel vrouwelijke als mannelijke psychiaters

(bron: NVZ)

(bron: GGZTotaal)

10

Nederlandse ziekenhuizen zijn aangemerkt als Top Employer, omdat ze zich sterk maken voor een goed salaris, arbeidsvoorwaarden, ontwikkeling en training (bron: Top Employers Instituut)

Apothekers in dienstverband krijgen door de nieuwe cao een budget functiegebonden kosten van

x 3.255

Donorgeneeskunde wordt een erkend profiel binnen het specialisme maatschappij en gezondheid. In Nederland werken

190

78%

van de medewerkers in de gehandicaptenzorg vindt de werkdruk te hoog (bron: FNV)

14.000

Het UWV verwacht in de sector zorg en welzijn een groei van 14 duizend banen in 2017 (bron: UWV)

donorartsen

(bron: College Geneeskundige Specialismen)

April 2017 | 19


Ontwikkel jezelf, je team of je organisatie met de opleidingen van VvAA Kies uit een breed aanbod van niet-medische opleidingen die je helpen het vak als zorgprofessional goed uit te oefenen.

Jouw voordeel  Lesstof is direct toepasbaar in de praktijk  Zorgvuldig geselecteerde docenten en trainers  Je klasgenoten zijn je vakgenoten Zin om aan de slag te gaan? Wij helpen u graag bij het maken van de juiste keuze. Mail daarvoor naar opleidingen@vvaa.nl of bel direct 030 247 43 28.

vvaa.nl/opleidingen

Profile for LAD-magazine

LAD-magazine, nr. 17 (april 2017)  

Het LAD-magazine verschijnt vier keer per jaar. In dit nummer onder andere aandacht voor medisch leiderschap, 'protocollitus' en de 'verplic...

LAD-magazine, nr. 17 (april 2017)  

Het LAD-magazine verschijnt vier keer per jaar. In dit nummer onder andere aandacht voor medisch leiderschap, 'protocollitus' en de 'verplic...

Advertisement