Issuu on Google+

Kwintessens

2015

2

jaargang 24 / 2de trimester 2015 — abonnement €25 — los nummer €7

(VAN)(D E)(GEBO ORTE)( TOT)(DE )(DOOD) Tijdschrift over design en mode


KORT

3

KORT


Design Derby

OVAM Ecodesign Awards

Print in Z33

De vormgevingsiconen van Nederland en België van de afgelopen 200 jaar gaan in een design derby een spannende confrontatie met elkaar aan. Van koninklijke opdrachten van Willem I en Leopold I, de sierlijke Belgische art nouveau en de strakkere Nederlandse variant, en van de eigentijdse ambachtelijke hoogstandjes uit België tot het nuchtere Dutch Design van nu. Wie komt als winnaar uit de strijd, of eindigt deze match in een gelijkspel? De tentoonstelling is eerst te bezoeken in Rotterdam, nadien reist ze door naar Gent.

Ontwerpers spelen een grote rol in de toekomst van ecodesign. Om de milieu-inspanningen van Vlaamse ontwerpers en bedrijven te belonen, reikt de OVAM in samenwerking met Design Vlaanderen jaarlijks de Ecodesign Award PRO uit aan professionele ontwerpers. De winnaar in de categorie ‘product op de markt’ ontvangt een geldprijs van 4 000 euro, in de categorie ‘product in ontwikkeling’ bedraagt de beloning 2 000 euro. De OVAM Ecodesign Award PRO is een onderdeel van de Henry van de Velde Awards & Labels. Deadline voor deelname is 18 september 2015. Daarnaast zijn er ook de OVAM Ecodesign Awards voor studenten. Voor de editie van 2015 daagt de OVAM studenten uit om een product te ontwerpen dat de wereld verandert. Studenten kunnen 1 000 euro winnen. Deadline voor deelname is 11 september 2015.

De discussie over de toekomst van het analoge boek is actueel. Is de huidige vorm (geving) van het papieren boek nog relevant? Met de tentoonstelling Ways of Folding. Reconstructing the printed book brengt Z33 de eerste publieke presentatie van het artistieke doctoraatsonderzoek van grafisch ontwerper Geoffrey Brusatto. Hij reconstrueert het papieren boek om nieuwe visuele en inhoudelijke structuren te ontwikkelen waarin de vouw een grote rol speelt. Brusatto ontwikkelde vouwschema’s die zijn opgevat als open source-tool, zodat ook andere ontwerpers er actief gebruik van kunnen maken. In het kader van de tentoonstelling werden enkele kunstenaars en grafisch ontwerpers uitgenodigd om de vouwschema’s als handleiding te gebruiken voor eigen creaties.

De tentoonstelling Design Derby België en Nederland 1815–2015 loopt van 20 juni tot 13 september 2015 in het Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam en van 23 oktober 2015 tot 14 februari 2016 in het Design museum Gent.

Meer info en inschrijven via ( www.ecodesignlink.be )

Daarnaast loopt gelijktijdig de tentoonstelling Can you feel it? Tactility and/in print van curator Freek Lomme van uitgeverij Onomatopee, met een gelijkaardige benadering van het proces van dematerialisatie in een digitale en gestandaardiseerde maatschappij. Traditionele analoge media staan steeds meer in relatie met nieuwe digitale media, en passen zich aan de veranderende omgang met informatie en materie aan. Nieuwe vormen van het geprinte boek en de herpositionering van tactiliteit in grafische en beeldende kunsten getuigen hiervan. Nadat we in de digitale maatschappij beroofd werden van onze tactiliteit, breekt er nu een overgangsfase aan met een heropleving van tactiele ervaringen. Voor dit project werkte Z33 samen met het Frans Masereel Centrum. De tentoonstellingen Ways of Folding en Can you feel it? lopen van 20 juni tot 11 oktober 2015 in Z33 in Hasselt.

Gaston Eysselinck, bruikleen Design museum Gent

Geoffrey Brusatto. Foto © Kristof Vrancken

Mart Stam, Museum Boijmans Van Beuningen. Foto: Tom Haartsen


A Touch of Steel

Summer School of Making

Berchem Folded Sans

Gent Xtra Bold

De tentoonstelling A Touch of Steel is het resultaat van de wedstrijd Steel Prize 2014. Het Duitse Kolloquium Nordrhein-Westfalen werkte voor deze editie samen met de afdeling Juweelontwerp van de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen, met als afdelingshoofd Nedda El-Asmar. De bedoeling van deze wedstrijd is om jonge ontwerpers te stimuleren en te ondersteunen om met staal aan de slag te gaan, meer specifiek voor juwelen, objecten en gebruiksvoorwerpen waarin staal een belangrijke rol speelt. Voor deze tentoonstelling werden er ook Duitse en Belgische ontwerpers en kunstenaars uitgenodigd die staal consequent hanteren als medium. A Touch of Steel laat zien hoe jonge ontwerpers op een bijzonder verfrissende en grensverleggende manier met het materiaal staal omgaan. De gevestigde waarden tasten niet alleen de grenzen van het materiaal af, maar brengen ook pure staaltjes van vakmanschap.

Professionaliseer deze zomer je maker skills tijdens de Summer School of Making, georganiseerd door BUDA::lab, een initiatief van Designregio Kortrijk en de Hogeschool West-Vlaanderen. Professionals en studenten of afgestudeerden uit verschillende creatief-technische disciplines kunnen zich via hands-on workshops en open labs een week onderdompelen in de topics van design, prototyping, digital development en the internet of things. Deadline voor inschrijving is 30 juni 2015.

De NMBS schreef een wedstrijd uit voor het ontwerp van een architecturale ingreep voor een nieuwe fietsenstalling in Antwerpen. Hugo Puttaert van visionandfactory won de wedstrijd en creëerde in samenwerking met Jelle Maréchal een typografisch concept waarbij alleen de fietsers de boodschap kunnen ontcijferen. Het gebruikte monospace-lettertype, de ‘Berchem Folded Sans’, werd in tweeën verdeeld, waarbij de ene helft gezeefdrukt werd op het glas en het andere deel met verf werd aangebracht op de vloer van het gebouw. Aan de buitenkant kan je niets opmaken uit de letters, maar binnenin kan je de woorden lezen. De woorden vormen een soort van oneindig gedicht. Daarnaast kunnen ze ook helpen je fiets gemakkelijk terug te vinden.

Illustratrice Sanny Winters ontving voor het boek Belgium Xtra Bold een Henry van de Velde Label 2014. Met het zopas verschenen boek Gent Xtra Bold brengt ze de Arteveldestad in beeld via honderd kleurrijke, typografisch uitgepuurde tekeningen, waarvan een selectie is tentoongesteld in het Design museum Gent. In haar kenmerkende stijl en op basis van het alfabet ontleedt ze de stad en haar inwoners en komt ze tot de essentie. Gentse iconen, boeiende plekken, markante feiten en actuele en historische gebeurtenissen krijgen een plekje. De tentoonstelling naar aanleiding van Gent Xtra Bold loopt tot 13 september 2015 in het Design museum Gent.

Reincarnated, Josefine Mass. Foto: Studio Blommaert

Foto: Roger Laute

De tentoonstelling A Touch of Steel loopt tot 14 augustus 2015 in de Design Vlaanderen Galerie in Brussel.

Meer info op ( www.summer schoolofmaking.be )

5

KORT


Valerie Objects Miami, dat is de plek waar het gloednieuwe designlabel Valerie Objects voor het eerst aan de wereld werd getoond. Dat label is een samenwerking tussen twee belangrijke Vlaamse spelers uit de designwereld: Veerle Wenes van designgalerie Valerie Traan uit Antwerpen en internationaal meubel- en decoratiemerk Serax uit Kontich. Concreet komt het erop neer dat de art direction van het label in handen is van Veerle Wenes. De productie en distributie gebeurt dan weer door Axel Van Den Bossche en Frank Lambert, CEO’s van Serax. De bedrijfsleiders maken met deze lancering waar wat ze in januari op het podium van

BOZAR beloofden toen ze de Henry van de Velde Award voor Bedrijf ontvingen: ook in de toekomst resoluut de kaart van goede (Belgische) vormgeving trekken. Voorlopig bestaat de collectie van Valerie Objects uit een selectie uit de meubel- en verlichtingscollectie van het designduo Muller Van Severen dat eerder via Wenes’ galerie werd gelanceerd. Valerie Objects toonde zich voorlopig alleen in het buitenland. En meteen aan de andere kant van de oceaan: in mei ging in Miami de allereerste Maison&Objet Americas door, waar Valerie Objects aanwezig was. (Leen Creve) Meer info op ( www.valerie-objects.com ) Muller Van Severen. Foto: Fien Muller

Onderzoek in de kunsten

Thingness

Recent verscheen bij Acco het boek Onderzoek in de kunsten. Introductie in het hoe en waarom van een artistiek onderzoeksproces van Bert Willems en Karen Wuytens. Het boek is een inspiratiebron voor ontwerpers en kunstenaars die een onderzoek in de kunsten willen starten. Het geeft inzicht in het onderzoekproces en in de redenen waarom en voor wie zo’n onderzoek zinvol kan zijn. Daarnaast wordt dieper ingegaan op de specifieke plaats die deze vorm van onderzoek binnen de academische wereld inneemt. Het eigen werk en een grondige reflectie erop vormen de basis voor een vorm van ervaringsleren, die toelaat om tot nieuwe kennis te komen die kan worden gedeeld. Als ontwerpers en kunstenaars deze onderzoekende houding in een vroeg stadium van het leerproces al bewust zouden aanleren, kunnen ze uitgroeien tot onderzoeker in de kunsten.

Momenteel loopt in CID Le Grand-Hornu een overzichtstentoonstelling rond het werk van Jasper Morrison. De retrospectieve brengt zijn 35-jarige carrière samen aan de hand van meubels, gebruiksvoorwerpen en huishoudtoestellen. Deze stukken worden vergezeld van archiefdocumenten in een speciaal voor de tentoonstelling ontworpen installatie die trouw blijft aan Morrisons principe van verleidelijke eenvoud. Hij gelooft dat goed design minder verband houdt met het maken van opvallende producten, dan wel met ervoor te zorgen dat ze nuttig zijn. Fabrikanten waarmee Morrison samenwerkte zijn Cappellini, Alessi, Flos, Magis, Vitra en MUJI. Hij werkte ook voor bedrijven als Samsung en Sony. De tentoonstelling Thingness loopt tot 13 september 2015 in CID Le Grand-Hornu.

Low Pad Front, Jasper Morrison voor Cappellini


Port

FOLIO

DAGEN.

BEN jij een professioneel ontwerptalent dat steeds wil bijleren, zeker als het gaat over je eigen portfolio?

HEB jij oren naar opbouwende feedback van designexperten en ben je geïnteresseerd in carrièretips?

KOM dan naar de Portfoliodagen van Design Vlaanderen!

De komende Portfoliodagen vinden plaats op 18 september en 12 december 2015. Meer info vind je op www.designvlaanderen.be/portfoliodagen, waar je je ook vooraf dient in te schrijven zodat de experts voldoende tijd voor jou kunnen uittrekken.

TOON JOUW PORTFOLIO

AAN DESIGN VLAANDEREN


PREVIEW

9

PREVIEW


Kwintessens vroeg vijf illustratoren om aan de slag te gaan met één van de artikels die aan bod komen in dit nummer met als thema ‘Van de geboorte tot de dood’. Een visuele preview alvorens u aan het lezen gaat.

( Het prille begin van design ) Jenny Stieglitz p. 20 ( De balans tussen functie, vorm en veiligheid ) Tom Schamp p. 28 ( Falen is zoeken naar honderd manieren om het beter te doen ) Jan Van Der Veken p. 38 ( Ceci n’est pas contemporain ) Pieter Van Eenoge p. 50 ( Kunsturnen en grafsteenpoëzie ) Ward Zwart p. 54


Het prille begin van design, Jenny Stieglitz


De balans tussen functie, vorm en veiligheid, Tom Schamp


Falen is zoeken naar honderd manieren om het beter te doen, Jan Van Der Veken


Ceci n’est pas contemporain, Pieter Van Eenoge


Kunsturnen en grafsteenpoĂŤzie, Ward Zwart


THEMA

17

THEMA


In dit nummer focussen we vanuit verschillende invalshoeken op het thema ‘Van de geboorte tot de dood’. Hoe groeit een idee naar een afgewerkt ontwerp? Met welke groeipijnen krijgen bedrijven te kampen? Verder gaan we ook dieper in op design voor kinderen, op het taboe van ‘falen’, en op ontwerpers die een omslag in hun carrière gemaakt hebben. Daarnaast komen ook heruitgaves van ontwerpen, design in de uitvaartwereld en het begrip ‘skeuomorf’ design aan bod.


(VAN)(D E)(GEBO ORTE)( TOT)(DE )(DOOD)


Annelies Thoelen

o

an v e rt

rp e w t on

Va

orte o b e g n

van idee

naa rg eb o

l i l e r p b t eg e i H

n

a v

s e i g d n n

Een idee. Een eerste idee! Aan het prille begin is er alleen dat: een verhelderend lightbulb moment dat verlicht wat voorheen duisternis leek. Het eerste idee is vaak een aha-erlebnis of eurekamoment waarvan je hart sneller gaat slaan. Gek of geniaal, je moet er iets mee! Maar hoe zet je dat idee om naar een concreet ontwerp of businessplan? Want alleen dan wordt het goede idee ook een nuttig idee.


Creativiteit en innovatie zijn hierbij vaak genoemde buzzwords. Alleen: waar haal je dat vandaan, en meer nog, hoe zet je het zo goed mogelijk om in het beoogde resultaat? In dit artikel vind je vijf tips om in het achterhoofd te houden voor wanneer je het perfecte idee in gedachten hebt en de sprong wilt wagen.

1.

Zoek een vruchtbare inspiratiebron

Reculer pour mieux sauter. Alles begint bij je inspiratiebron. Of het nu gaat over een idee voor een product of dienst, of voor een businessplan in zijn geheel, de inspiratiebron is voor iedereen het startpunt. Inspiratiebronnen zijn er in alle soorten en maten, en vaak zijn ze heel voor de hand liggend. In haar artikel ‘Sources of inspiration: a language of design’ beschrijft Claudia Eckert in het tijdschrift Design Studies hoe verschillend inspiratiebronnen kunnen zijn van elkaar, maar vooral hoe onmisbaar ze zijn voor creatief werk en ondernemerschap. Als een bijzonder vruchtbaar startpunt vermeldt ze ander creatief werk, dat vaak als inspiratiebron dient voor nieuw design. Voorgaande producten of diensten inspireren creatievelingen al eeuwen, en zijn een onuitputtelijke bron van nieuwe ideeën. Interieur- en meubelontwerper Karim Osmani vertelt: “Ik haal inspiratie uit veel zaken. Een deel van mijn werk is bijvoorbeeld gebaseerd op technieken van vijfhonderd jaar terug die ik heb uitgepuurd en herzien. Ik zeg altijd: ‘Achteruitgaan is vooruitgaan.’ Ik liet me bijvoorbeeld inspireren door Marokkaanse traditionele huisjes gebouwd met pisé of stampleem. Door daarop verder te werken, heb ik een baksteenmachine ontworpen die met hetzelfde materiaal een soort snelbouwstenen perst. Daar komen ze van ver naar kijken.” Andere bekende en minder bekende inspiratiebronnen gaan van biografische elementen, ervaringen, kennis, culturele elementen, maatschappelijke thema’s, identiteit, tot en met het alledaagse leven in zijn geheel.

2.

Oogst zoveel mogelijk ideeën, maar polijst alleen de meest veelbelovende

Je hebt een inspiratiebron gevonden? Of misschien verschillende? Prima. Tijd om ze aan te boren, en er zoveel mogelijk concrete ideeën uit te halen. Als “trigger voor ideecreatie”, aldus Eckert, is uw inspiratiebron namelijk zoals een koe. Het enige wat u hoeft te doen, is ze melken, en dit wel geregeld. Verder moet u weten dat een goed idee, voor de onoplettende toeschouwer, soms lijkt op een deus ex machina (“Waarom heeft daar nog nooit iemand eerder aan gedacht?”). Maar de waarheid is dat een goed idee haast nooit wordt ‘ontdekt’. Het wordt gecreëerd. In zijn boek over ondernemerschap laat John Burch zijn licht schijnen over de criteria waaraan een goed idee zoal kan voldoen. Volgens hem creëert een goed idee vooral een voordeel ten opzichte van producten of diensten die al bestaan. Die voordelen moeten bovendien eenvoudig te communiceren zijn aan de gebruikers. Karim Osmani vertelt hierover het volgende: “Mijn baksteenmachine is eenvoudig in gebruik. Ze maakten vroeger muren met grote blokken, ik kon dat herleiden tot baksteenformaat. Bovendien is wat we ermee bouwen ook nog eens steviger, met de mogelijkheid tot veel grotere overbruggingen, en een betere waterdichting. Maar het materiaal is wel nog steeds hetzelfde.” Een goed idee is dus niet te complex. De gebruiker moet kunnen begrijpen hoe hij het kan benutten, en moet er de voordelen van inzien. Hij moet bovendien door de aankoop voelen dat het aan zijn noden voldoet, op welk vlak dan ook (technologisch, esthetisch, functioneel, enz.). Het idee moet daarom ook overeenstemmen met de heersende waarden of smaakpatronen, om niet verkeerd begrepen of verworpen te worden. Maar aan de andere kant moet er uiteraard voldoende vernieuwing zijn om de aandacht van de gebruiker te trekken en niet te verdwijnen in de massa. Succesvolle ideeën bewandelen dan ook vaak die lijn tussen nieuwheid (standing out) en vertrouwdheid (fitting in), zoals een hybride wagen. Osmani vertelt: “Als ik een vorm teken, spring ik altijd tussen de Arabische en westerse wereld. Ik ben altijd op zoek naar vermenging. Wat ik maak, is dus vormelijk helemaal anders dan wat anderen maken. Maar aan de andere kant werk ik altijd met een constant uitpuren van die vorm, en zorg ik dat ik terug bij de essentie raak. Want het zijn toch vooral Europeanen (met een eerder modern smaakpatroon, red.) die mijn werk beoordelen.” Maar zoals gezegd, een goed idee wordt zelden zomaar gevonden. Het wordt gecreëerd. Of het nu gaat om een nieuwe ring, een auto of een mondgeblazen vaas. Het idee moet worden bijgeschaafd en aangepast, en liefst voordat alles in productie gaat. Een idee voor een ontwerp verfijnen kan met allerlei methoden zoals materiaalonderzoek, productonderzoek, marktonderzoek,

21

THEMA


trendwatchen, consumentengedragsonderzoek, scenarioontwikkeling en benchmarking. Vanaf dit punt zijn er dan ook twee opties. Ofwel begin je er onmiddellijk aan. Je neemt pen en papier, computer, klei, Post-its, hout, glas of wat je ook gebruikt en zoekt, ontwerpt, maakt een prototype, herhaalt en maakt je handen vuil. Tot je hebt wat je wilde bereiken. Ofwel ... zoek je hulp om je eerst zakelijk en financieel verder te ondersteunen. 3.

Laat je goed ondersteunen

Je hebt het perfecte idee in gedachten, en wilt de sprong wagen? Bij nogal wat designers is een zekere vorm van ondersteuning in deze prille fase een goed idee. Moet er een businessplan worden geschreven? Hoe raak je aan de nodige investeringsmiddelen? Hoe pitch je je verhaal? Waar zoek je producenten of goede leveranciers? Op welke manier kun je je idee het beste beschermen? In Vlaanderen wordt er tegenwoordig veel ingezet op het ondersteunen van net deze kanten van het prille begin van design. Diverse organisaties bieden hun diensten en advies aan startende creatievelingen. Denk maar aan Flanders DC, dat met zijn initiatief Generation Creatives een antwoord zoekt op de vragen van creatieve ondernemers, meestal door de inschakeling van gespecialiseerde coaches. Ook bij Kunstenloket en Upwards kun je terecht voor zakelijke ondersteuning in de eerste fase, en zeker met vragen rond auteurs- en contractrecht. Bij CultuurInvest (PMV) en StroomInvest (provincie Limburg) kun je dan weer aankloppen met een businessplan voor een achtergestelde lening of kapitaalparticipaties om je opstart of groei te financieren. Antwerp Management School biedt met Creative Jumpers een oplossing in de vorm van een tailor-made opleiding voor iedereen met een indrukwekkende expertise in creative skills, maar een tot op heden minder ontplooide business- en management-mojo. En ook bij Voka, Unizo, Agentschap Ondernemen en de verschillende ondernemerscentra kun je terecht voor advies en/of steun. Kortom, het omzetten van je initiële idee in een concreet gerealiseerd ontwerp kan tegenwoordig bij veel organisaties op aandacht rekenen. Al deze organisaties leggen natuurlijk wel hun eigen accenten in de ondersteuning die ze aanbieden. Het kiezen van de juiste organisatie is dan ook geen sinecure. Wie door het bos de bomen nog wil zien, zal goed moeten inschatten wat er nog precies ontbreekt in de toolbox van eigen kennis en kunde. Zo spraken we met Katrien Dewijngaert van Start it @KBC: “De noden van de mensen die wij begeleiden, zijn echt heel divers. Sommigen willen leren hoe je bevattelijk je idee voorstelt aan klanten en partners, en bij anderen ontbreekt de kennis over het opstellen van een businessplan. We zien dan ook geregeld ontwerpende mensen die hun idee moeilijk kunnen verkopen, ofwel eerder sales profielen die het idee niet goed zelf kunnen vormgeven. En er zijn dan weer anderen die misschien perfect weten waar ze naartoe willen, maar ondersteuning nodig hebben bij het uitbouwen van een netwerk. We bieden naast een werkplek voor 1 jaar dus eigenlijk vooral een mentor aan die ons grote netwerk door en door kent. Die verwijst dan gemakkelijk door naar bedrijven of organisaties die hen verder kunnen helpen. Soms is dat een accountant, soms ook iemand die heel

sterk staat in productontwikkeling of die kan meehelpen om producten te produceren. Die mentor is een topprofiel en staat steeds ter beschikking, maar het is wel de ondernemer zelf die in de leidende positie zit om zijn noden te bepalen.” 4.

Het perfecte team

Een feit dat je op dit punt het best onder ogen ziet: ontwerpen doe je bij voorkeur niet alleen. Je kunt als ontwerper namelijk niet alles – of niet alles tegelijk. Dat is gelukkig ook niet nodig. Zelfs al heb je alle tools in huis, dan nog is de weg van idee naar ontwerp leuker af te leggen met een team. Hoogtepunten en dieptepunten delen, daar gaat het dan om. Of je nu besluit om in zee te gaan met een of meerdere creatieve partners, of wilt werken in een losser team met wat afstand tot de ontwerppraktijk (accountant, allround zakelijk wonder, advocaat gespecialiseerd in intellectuele eigendom, communicatiespecialist, ICT’er, enz.), het is belangrijk om te onthouden dat je in je eentje de klus waarschijnlijk niet kunt klaren. Iedere goede ontwerper heeft al eens een goede inhoudelijke babbel nodig of wat extra technisch inzicht, en iedere creatieve ondernemer kan van tijd tot tijd wat frisse zakelijke inzichten en advies gebruiken. Zo wist Lode Uytterschaut van Start it @KBC te vertellen: “Meer nog dan opstartkapitaal is een goed team eigenlijk het belangrijkste. Daarbij is het bijvoorbeeld belangrijk dat je op dezelfde golflengte zit, en een gelijk ambitieniveau hebt. Als je niet op dezelfde lijn zit, zal dat zich op een gegeven moment waarschijnlijk wreken. Hetzelfde met de aanwezige competenties binnen een bepaald team. We adviseren dan vaak om eerst aan het team te werken, voordat je verdergaat met de uitwerking van het idee. Dat is niet gemakkelijk want dat gaat over persoonlijkheden. Maar een goed team is de basis van succes. Zodra het team goed zit, is de kans op slagen veel groter.” Ook complementariteit van competenties wordt vaak aangegeven als de sleutel tot het succesvol omzetten van je idee naar een concrete realisatie. Marie Delbeke van CultuurInvest: “Veel creatieve ondernemers worden in ondernemerschap gedwongen omdat ze een drang voelen om zelf iets te maken en hun creativiteit te tonen. Het is dan geen slecht idee om te partneren met iemand die affiniteit voelt met het zakelijke aspect en dat voor zijn of haar rekening neemt. CultuurInvest zal daarom zelden investeren in een creatieve enkeling, maar eerder in een team van mensen, met verschillende en aanvullende skills en competenties.” 5.

Werk met passie en wees bereid om te falen

Je hebt een idee, een plan, ondersteuning en een team. Samen kun je nu beginnen werken aan het omzetten van je idee naar een concrete realisatie. De passie die je als ontwerper en creatieve ondernemer aan de dag kunt leggen, is hier cruciaal. Zo vertelt Sara Rachdi van THINK with people: “Eigenlijk begint alles met passie. En of iemand dat heeft, merken we direct. Daarom willen we


zeker altijd de mensen achter het idee zien. Want het idee zelf kan nog veranderen, maar de instelling van de mensen zelf meestal niet. Je idee succesvol gerealiseerd zien, betekent namelijk ook vaak dat je heel hard moet werken. Passie en drive kunnen zorgen dat je door tegenslagen heen gaat, en jezelf non-stop inzet voor wat jij graag wilt bereiken.” Ook in talloze management-handboeken en wetenschappelijke studies wordt het belang van persoonlijke motivatie onderstreept. Voor de duidelijkheid: we hebben het hier over de drive om iets te bereiken, niet noodzakelijk om geld te verdienen. Het meest verregaande bewijs van gemotiveerd en gepassioneerd werk is de onbezorgde instelling dat je mogelijk in sneltreinvaart tegen een muur knalt. Rome is ook niet in één dag gebouwd. Het is niet meer dan normaal dat je tussen al het harde werk door geregeld het idee nog eens van op een afstand moet bekijken. Niet goed genoeg? Passeer dan nog eens langs de tekentafel. Bespaar jezelf de rompslomp van het verdergaan met een plan dat in realiteit minder goed uitvoerbaar is dan eerst gepland. Weet hierbij ook dat stoppen of falen in een ondernemende en artistieke context absoluut geen schande is. Dewijngaert vertelt hierover: “Als iemand bij Start it @KBC stopt, dan zien we dat niet als een mislukking, maar proberen we daar waardevolle lessen uit te leren. We willen net graag dat die ondernemer zijn ervaring deelt met de rest van onze community zodat we die inzichten kunnen meegeven en zodat falen bespreekbaar wordt.”

Op het discussieplatform van Antwerp.Powered by Creatives kun je 24/7 terecht met al je vragen rond creatief ondernemerschap. Dit is bovendien ook de plek voor inspirerende verhalen met een belangrijke boodschap of goede tips voor ondernemers! ( www.antwerppowered bycreatives.be ) Kijk zeker ook eens naar de ST_ARTgids van Cultuurplatform Design en C-mine. Deze praktische gids maakt je wegwijs als ontwerper die wil starten met een eigen zaak. Informatie voor startende ondernemers is er in overvloed, maar je moet alles zelf uitzoeken. Deze gids vertelt je welke informatie je nodig hebt, en waar je die vindt. ( http://design.cultuurplatform.be/ activiteiten/startgids ) Voor extra promotie van je werk als jonge ontwerper kun je terecht bij De Invasie. Zij organiseren geregeld events en tentoonstellingen waarop jouw werk een stevige zichtbaarheidsboost krijgt. ( www.deinvasie.be ) Bij CultuurInvest klop je in een verdere ontwikkelingsfase aan met je uitgewerkte businessplan. Zij helpen je aan de nodige financiële ademruimte om je onderneming te laten groeien, via achtergestelde leningen of kapitaalparticipaties. ( www.cultuurinvest.be ) In een early stage, maar met een schaalbaar idee? Start it @KBC helpt je met een werkplek, netwerk en advies! Via een uitgebreid en intensief mentorsysteem weet je zeker dat je het onderste uit je ideeën-kan haalt. ( www.startit.be )

23

THEMA


Koen Van der Schaeghe

Het belang van Nero, DIALECT

de eerste indruk

Op zoek naar een markt, van unica tot massaproductie

Designminnaars worden overstelpt met must visits, must sees en must buys. Magazines staan vol met ‘niet te missen designexposities’ of ‘opmerkelijke nieuwigheden’. You can only make a first impression once,

dat is zo onder mensen maar gaat net zo goed op voor producten. Kwintessens belicht hierbij het verhaal van ontwerpbureau DIALECT, beeldhouwer Jørgen Missotten en productontwikkelaar Vic Cautereels.


Zelden is een volk zo in de ban geweest van een nieuw product als de Amerikanen in 2007 bij de komst van de iPhone. In de dagen voor de introductie stonden er al lange rijen. En eigenlijk startte de gekte nog vroeger. Bij het iconische zinnetje waarmee Steve Jobs meermaals de Apple-mania aanwakkerde, haast terloops aan het eind van een speech: “And there is one more thing”. Waarna hij haast onachtzaam een nieuwigheid uit zijn mouw schudde. Apple-productpresentaties zijn legendarisch.

sterke grid heeft en door haar detaillering interessant wordt.” DIALECT is vandaag op meerdere vlakken actief, met zowel beperkte oplages, als maatwerk, als prille massaproductie. “Voor ons maatwerk rekenen we op mond-tot-mond reclame. Onze limited editions evolueren richting kunst. Dat is misschien een groot woord, maar dat is mijn gevoel, dat het meer de grens opzoekt. Er is geen masterplan, we hebben geen strategie, maar af en toe komt er iets uit de bus en neemt een label contact met ons op.”

Productlanceringen vormen een onderbelicht thema binnen design. Dat vindt ook Vic Cautereels. Als designer voor onder meer Tupperware en deSter heeft hij heel wat launches op zijn conto – hij mag dan ook als expert omschreven worden. “Men heeft het in ons vak altijd over het creëren of het ontwikkelen van concepten. We krijgen weleens een kijkje in de keuken van het intensieve werkproces, maar dan wordt het stil. Over de grootste uitdaging wordt zo weinig gezegd: het verkoopproces, waarin de lancering een belangrijke rol speelt. Ontwerpers zijn er nauwelijks mee bezig”, weet hij als docent aan de Design Academy Eindhoven.

“We zoeken de aandacht niet op, maar we verstoppen ons ook niet. Zo tekenden we recent een contract bij Serax, dat nu prototypes ontwerpt van twee van onze tafels en zes varianten ervan. Als we door onze projecten op de website scrollen, zien we een rode draad. We blijven dicht bij onszelf, bij onze vormentaal, ons dialect.” Gesprekspartner Pierric is architect van opleiding, en beoefende die job ook, tot de liefde voor de kleine schaal toe nam. “Het gevoel duwde mij richting meubels en maatwerk. Ooit kunnen we misschien focussen op ons vrije werk. Wat we nu mogen doen bij Serax bevalt ons. We liepen dagelijks voorbij die twee tafels, en soms dachten we: we moeten er iets mee doen. Maar dat kwam er niet van.”

DIALECT

Vrije vogels

Het gevoel wijst de weg

De geur van vers geschaafd hout komt me tegemoet. Hier wordt met handen gewerkt. De soberheid en eerlijkheid vallen op. “Soms denkt men dat wij handwerk gebruiken uit nostalgie, maar niets is minder waar. Als je met de hand wilt werken, moet je iets creëren dat een machine niet kan maken.” Noem Pierric De Coster en Jonas Blondeel eerder ‘meubelarchitecten’ dan ‘designers’. De bescheidenheid van de heren weerspiegelt zich in hun werk. En zo treden ze ook naar buiten, stilletjes hopend dat hun dialect, hun vormentaal, binnen vijftig jaar nog relevant is. Vele fronten “Onder de noemer DIALECT werken we als twee zelfstandigen. Elk ontwerp is een resultaat van onze gezamenlijke vormentaal. We laten vaak het naakte hout spreken. We zetten in op verhouding en verkiezen een kast die een

“Wie te hard streeft, slaagt er misschien niet in. Er was slechts één plan: zelf dingen ontwerpen en uitwerken. Momenteel gebeurt het vrije werk tussen de bedrijven door. Het is een andere manier van werken. Je kunt op één dag een prachtige bibliotheek uittekenen. Maar aan een tafeltje of een stoel die je voor jezelf maakt, schaaf je gemakkelijk een jaar bij. Het is persoonlijker. Je sluit geen compromissen. We zijn au fond niet bezig met het vermarkten van onze producten. We willen niet forceren, maar af en toe grijpen we toch onze kans en blijkt dat te lukken. Misschien moeten we dat meer doen. En er minder bang voor zijn. De dingen die zich aanbieden, daar springen we vol enthousiasme op. We zijn en blijven vooral makers van dingen. Dat is goed, maar het houdt ons ook wel tegen om andere sprongen te wagen.”

Schraag, DIALECT

“We zijn vrije vogels en hopen dat we van het ene in het andere blijven rollen. De balans mag stilaan verschuiven, richting vrij werk. Als we kunnen leven van de meubels die bij diverse labels zitten, dan kunnen we meer tijd steken in pièces uniques. Massaproductie én unieke stukken, we vinden beide interessant. Het ene project voedt het andere. We geven onszelf voldoende vrijheid en gaan af op ons buikgevoel omdat we voelen dat het zo moet.” ( www.atelierdialect.be )

25

THEMA


Lagune Liaigre, Jørgen Missotten

Jørgen Missotten

Het marmer laten spreken

Een poëet met steen: zo is Jørgen Missotten te omschrijven. Of beter nog: een estheet van de achtergelaten indruk. De aanblik van, en het voelen aan de steen zorgen voor een emotionele en zintuiglijke ervaring. Hij heeft een gevoel voor de lijn, voor het volume. Als kunst en design naar elkaar toegroeien, bevindt Jørgen Missotten zich er middenin. Zijn oeuvre is een dialogisch proces, waarbij temperament en techniek op elkaar inwerken. Hij werkt met kostbaar materiaal, zoals zwart marmer of blauwe steen. Eén foute hamerklop kan fataal zijn voor het werk. “Op het juiste moment stop zeggen, is het belangrijkste. Je mag de sculptuur niet overwerken. Ik zoek naar de verwantschap tussen materie en voorwerp. Ik heb met veel materialen gewerkt, maar kies al langer voor steen. Ik wil inwerken op het DNA van de materie.” Archetypische vorm “Ik zoek het contrast tussen het brute originele materiaal en mijn gepolijste textuur. Het resultaat wordt steeds serener. Wellicht was ik in het begin té actief op zoek naar het contrast. Mijn eerste beweegreden om met steen te werken, was de fascinatie voor de natuurlijke vorm.” Jørgen gaat in dialoog met het brute object. Hij maakt de gestolde materie schijnbaar vloeibaar. “Momenteel werk ik met zwart marmer. Het Belgische marmer staat bekend als de zwartste ter wereld. Dat maakt het bijzonder duur, maar het ziet er, helemaal gepolijst, fantastisch uit. Helaas breekt het

als glas, dus het is een secuur werk. Ik begin er vaak aan met een dubbel gevoel, omdat je de natuur toch niet kunt evenaren.” “Het is altijd zoeken naar de meest evidente vorm die niet overbodig lijkt. Het resultaat moet interessanter en sterker zijn dan de oorsprong. Ik zoek contouren waarmee iedereen affiniteit heeft. En zo kom je automatisch bij vormen die terug te vinden zijn in de natuur. De meest archetypische gedaante is een schaal, eeuwenoud en ontworpen om iets op te presenteren. Het is een vorm die je kunt verkopen. Een beeldhouwwerk gaat niemand op zijn tafel zetten, niet alleen omdat het geen functie heeft, maar omdat het intuïtief zo niet aanvoelt. Op die balans werk ik, zoekend naar een evidente vorm, die tijdloos is.”

Verkoop via beurzen

“Ook het commerciële potentieel moet aanwezig zijn. Ik stel mezelf niet de vraag of het kunst is. Ik wil dingen maken die kloppen, niet zomaar mooie vormen. Daarvoor hou ik te veel van de materie. De dingen die ik maak, passen in een interieur. Het zijn geen vormen die zich opdringen, geen schilderij dat de aandacht naar zich toe trekt. Ik word niet vertegenwoordigd door een galerie, maar investeer in beursdeelnames. Liever één grote beurs als Maison et Objet, waar ik professionals ontmoet, dan meerdere kleine. Het is geen kunstbeurs, maar een interieurbeurs. De bezoekers zijn vooral ontwerpers en architecten, zij verwachten geen kunst.” Jørgen polijstte al een mooi oeuvre bij elkaar. Doordat zijn sculpturale ontwerpen kostbaar zijn, komt hij in het hogere klantensegment terecht. “Ze zijn vaak niet-Europees, maar afkomstig uit de Verenigde Staten, China en het Midden-Oosten.


Er is geen directe band tussen de eindklant en mezelf, omdat zij met interieurinrichters werken. Ik zie mijn werk dus ook niet bij de mensen thuis. Ik heb het graag zo, ook al voelt het als afscheid nemen van mijn kindjes. Het maakt mijn hoofd vrij en geeft ruimte aan nieuw werk. Foto’s maak ik wel, omdat ik de binding wil houden en ze ook gebruik voor herbronning.” ( www.jorgenmissotten.be )

ProClean Squeegee & T-bar, Vic Cautereels voor Moerman

Vic Cautereels

Vervlechting van product en lancering

“Design is een jong vak en het verandert snel. En toch blijft de aandacht vaak beperkt tot enkele facetten. Zoals de verheerlijking van de designer. Ik zeg niet dat die idolatrie slecht is, maar het moet ook gaan om de fantastische creaties, zowel ambachtelijk als industrieel.”

Het vraagt om het juiste theaterstukje, de perfecte woorden, visualisatie, … Je moet vertrouwen creëren. Je moet als ontwerper zorgen dat wie als eerste in contact komt met het product, het ook vertrouwt. Die aha-erlebnis moet je nastreven.” Gewoon het feit dat een ontwerper iets komt vertellen, trekt de aandacht en geeft autoriteit aan de spreker. Zo wist Steve Jobs in de ogen van heel Californië meer dan het publiek. “Recent verzorgde ik zelf nog een succesvolle lancering van een ruitenwasser. Ontworpen voor de professionele markt, waar men onvoorstelbaar secuur bezig is met het vak. Hiervoor werkten we samen met een professional. Dagenlang heeft hij ramen gelapt en wel vijftig prototypes hebben we gemaakt. Uiteindelijk hebben we een product dat perfect wast en wist. Dat proces deden we uit de doeken tijdens de lancering. Het verhaal van de ontwikkeling verkoopt, het geeft sérieux aan wat je doet.” Merkversteviging “In de direct selling is die beleving nog veel belangrijker. Zoals bij de Tupperware-producten, die mensen bij mensen thuis verkopen. Dat is heel bijzonder in vergelijking met een klassiek warenhuis, waar het eigenlijk de schapruimte of de verpakking is die een product verkoopt. Wat wel gelijkloopt, is dat elk nieuw ontworpen product bijdraagt tot de versteviging van het merk. Een productlancering gebeurt bijzonder professioneel, heeft een invloed op hoe een ontwerper werkt tijdens zijn proces. Het moet meer dan gewoon goed zijn. En de tijd dat je iets verkocht kreeg met features is voorbij. Succes krijg je door in te zetten op beleving.” “We moeten zo innovatief mogelijk zijn, binnen het aanvaardbare. Ook dat evenwicht vinden, is een kunst. Het is een dooddoener, maar het is waar: je moet durven te innoveren om te presteren. Alle bedrijven gaan failliet als ze alleen werken in functie van efficiëntie. Je prestatieverbeteringen moet je koppelen aan mensen. Het aanscherpen van een portfolio is een groot gevecht, want je moet je publiek geboeid houden. De beperkte aandacht die massaproductie krijgt, moeten we durven te herstellen. Het wordt vaak onderbelicht en heeft een pejoratieve connotatie. Ik vind het belangrijk dat de waarden van het massaproduct belicht blijven. Ik hoop ooit te kunnen meewerken aan een triënnale rond dit thema.”

“Vooral massaproductie blijft in de ogen van velen vrij abstract. Het staat ver van het ambacht, van het zelf creëren, waarvoor mensen meer open staan. Dat is wel even anders bij industriële productietechnieken, waar de ontwerper zijn product bijzonder snel uit handen moet geven. Voor sommigen maakt dat het minder sexy. Ontwerpers zijn geïnteresseerd in het leuke beeld, veel minder in het miljoen stuks dat je moet verkopen.” Aha-erlebnis Hij heeft iets magisch, de designer die werkt aan een product dat de klant nog niet kent. Hij boetseert aan de toekomst. Het is spannend om het product te onthullen voor een publiek van honderden mensen. Vic Cautereels kan ervan meespreken, want hij stond meermaals op dat podium. “De lancering is intrinsiek belangrijk in het succesverhaal van een product. Het is het daadwerkelijke startpunt van de toekomstige business. You can only make a first impression once.

27

THEMA


t c n

, e i

e D

nv rm e eiligh e vo i

t s u n s a s l e a n b

fu

Stephanie Duval

d

Design voor kinderen

Het aanbod producten specifiek gericht op kinderen is de laatste decennia uit zijn voegen gebarsten. Je kunt het zo gek niet bedenken, of er bestaat een versie van voor je mini-me: van levensechte speelgoedwagens tot uitgeruste keukentjes. Ook bij de meer functionele benodigdheden is het keuzeaanbod groot. Kwintessens zocht uit hoe belangrijk ‘design’ is in het domein van de kleinsten. Bij het aankondigen van een zwangerschap worden aanstaande ouders onmiddellijk bedolven onder goede raad van vrienden en familie, wildvreemden en vage kennissen. Er zijn weinig andere onderwerpen waarover zo passioneel meningen en adviezen worden gedeeld. Daar zijn twee redenen voor. Eerst en vooral ligt ons kroost ons natuurlijk bijzonder nauw aan het hart: wie kinderen heeft, beschouwt hen als het belangrijkste in het leven. Het spreekt voor zich dat er daarom stevig wordt nagedacht over de manier waarop en de omgeving waarin we hen willen grootbrengen. Vervolgens lijkt het soms wel alsof ‘kinderen krijgen’ de grote gemene deler is die iedereen samenbrengt. In principe is het parcours voor iedereen vergelijkbaar: de zwangerschap, de bevalling, de eerste kinderziektes en de mijlpalen waarlangs iedere baby evolueert tot peuter, kleuter en tiener. Maar het idee dat iedereen alles op dezelfde manier zou beleven en benaderen, houdt geen rekening met persoonlijke smaken en voorkeuren. Net op dat gebied is design voor kinderen zich de laatste jaren sterk beginnen ontwikkelen en onderscheiden. Waar vroeger iedereen zonder vragen stellen, koos voor dezelfde kinderstoel en dezelfde kinderwagen die ook de buren of familieleden gebruikten, kijken aanstaande ouders vandaag veel meer naar hun persoonlijke voorkeuren. Er zijn dan ook zoveel meer opties, dat het soms door het bos de bomen zoeken is. De consument beslist waarop hij de nadruk wil leggen, maar in de huidige generatie kidsdesign vindt elk merk succesvol een balans tussen functie, vorm en veiligheid: de drie belangrijkste pijlers in hun gebied. Kwintessens laat enkele spelers aan het woord over hun ervaringen: Belgische en internationale bedrijven, gevestigde waarden en een nieuwkomer. Allemaal bevestigen ze het belang


Evolu, Childhome

van de voorgemelde ‘Heilige Drievuldigheid’, maar slagen er toch in om hun eigen klemtonen te leggen, en zo ook allemaal een andere groep ouders aan te spreken. Beginnen bij innovatie en functionaliteit

Familiebedrijf Childhome viert dit jaar zijn 30ste verjaardag en ontwikkelde zich in die 3 decennia vanuit Kontich tot een vaste waarde in de baby- en kinderindustrie in meer dan 45 landen. Jonge ouders Nathalie en Stefan Aerts beriepen zich in het begin vooral op hun eigen ervaring en behoeften met drie kinderen, maar leiden nu een designteam dat een volledige collectie ontwerpt op het gebied van interieur, onder de naam Childwood, en mobiliteit, onder de vlag Childwheels. De ontwerpfase, de distributie en de marketing gebeurt nog steeds allemaal vanuit Kontich, waardoor het bedrijf het Belgian Design Logo kreeg. Met enkele producten verdiende Childhome ook internationale awards. Zo won de hoge stoel Evolu van Childwood in 2013 de Kind & Jugend Innovation Award in Keulen, dankzij de gemakkelijke manier waarop je de stoel kunt aanpassen aan drie verschillende tafelhoogtes: die van een keukeneiland, een normale eettafel en een kindertafeltje. Het jaar daarop won Childwheels dezelfde Innovation Award met zijn Six Seater: een kinderwagen die tot zes kinderen tegelijk kan vervoeren. Innovatie staat dus voorop voor deze Belgen, maar ook het begrip duurzaamheid is belangrijk, vertelt oprichtster Nathalie Aerts. “We merken bij onze baby- en kinderkamers dat veel consumenten gaan voor een bedje dat meegroeit, en voor grotere kasten. In ons assortiment bieden wij dan ook steeds een juniorbed, -bureau en -nachttafel aan.”

Cameleon, bugaboo

Voor het Noorse bedrijf Stokke, dat in 1932 werd opgericht als meubelbedrijf en zich sinds 1972 – met de lancering van de iconische Tripp Trapp-kinderstoel – richt op kindermeubilair, is ‘samen groeien’ zelfs een van de kernwaarden. “Veel van onze producten kunnen gebruikt worden vanaf de geboorte tot het kind 5 of zelfs 10 jaar oud is”, verklaart Katja Nefzer, marketingmanager bij het bedrijf. “We creëren onze producten dan ook in een tijdloze stijl: de Tripp Trapp-stoel belandde zo zelfs in het Museum of Modern Art in New York.” Meubels die kunnen meegroeien met de kinderen, dat zit in het DNA van Stokke. Ook voor Camilla Budtz en Charlotte Bendix, die samen het redelijk jonge Deense bedrijf BudtzBendix vormen, is dit soort duurzaamheid de hoeksteen van hun filosofie. “We zijn enorm gefascineerd door de ontwikkelingen die kinderen doormaken in de eerste jaren van hun leven. Dat is dan ook vaak de inspiratiebron voor onze designs”, vertelt Charlotte Bendix. “Tegelijkertijd willen we het kind ook uitdagen: zo stimuleert onze TowerChair het kind om zelf de stoel te beklimmen en krijgt het zo het gevoel dat het iets zelfstandig kan.” Bij het Nederlandse bedrijf bugaboo wordt er op het gebied van functionaliteit vooral gekeken naar wat de ouders willen. “Uiteindelijk is het de ouder die de kinderwagen aanschaft en er het meeste mee doet.

29

THEMA


Sleepi, Stokke


De functionaliteiten voor de ouder zijn daarom vaak eerder het uitgangspunt”, vertelt Aernout Dijkstra-Hellinga, senior product developer en sustainability specialist bij bugaboo. “De wensen van een kind, en zeker van een baby, zijn vaak niet zo heel divers. We gaan hierbij uit van wat veilig en prettig voor het kind is, middels kennis van ergonomie. De wetenschap zou op dit gebied echter nog heel wat kunnen bijdragen. Eigenlijk is er nog weinig onderzoek gedaan naar wat baby’s en kinderen nu echt bezighoudt in de eerste jaren.” “Soms moet je keuzes maken die wellicht iets beter zijn voor de ouder dan voor de baby. Zo zou je bijvoorbeeld voor de baby een wiegje willen maken dat veel breder en langer is dan de huidige wiegen op de markt. Maar je krijgt dan een kinderwagen die niet meer door de deur past: dan gaat het zijn doel voorbij. Ook levert bugaboo bijvoorbeeld adapters om autoveiligheidszitjes te kunnen vervoeren op onze onderstellen. Het is echter voor de baby gezonder om horizontaal in een wieg met meer bewegingsruimte vervoerd te worden dan in zo’n autoveiligheidszitje dat ontworpen is om de bewegingsvrijheid te beperken. Toch willen ouders deze functionaliteit.”

Het oog wil ook wat

Bugaboo is een voortrekker op het gebied van esthetiek in de kinderdesignwereld. Het bedrijf is ontstaan uit het afstudeerproject van oprichter Max Barenbrug, die in 1994 afstudeerde aan de Design Academy in Eindhoven met het ontwerp voor een kinderwagen en een stadsfiets. “Hij zag potentieel in de kinderwagen als product, omdat daar al heel lang niets in geïnnoveerd was, en omdat hij de idee had dat de producten alleen voor vrouwen werden ontworpen. Je zag alleen maar truttige beertjesstofferingen”, verklaart Aernout Dijkstra-Hellinga.

TowerChair, BudtzBendix

Pas in 1999 werd de eerste kleine serie geproduceerd en verkocht in de Benelux, maar vandaag is bugaboo niet meer weg te denken uit het kinderdesignlandschap, waarop het merk sterk zijn stempel drukte: “De afgelopen 15 jaar is er door veel producenten veel meer aandacht gekomen voor extra functionaliteiten en betere vormgeving. Dit is voor een groot deel te danken aan het succes van bugaboo. Door bugaboo werden ouders zich ervan bewust dat ze ook met een hele functionele en mooie kinderwagen konden lopen. Het verkoopsucces gaf de andere fabrikanten het inzicht dat het noodzakelijk is om na te denken over goede functionaliteit in een mooi uiterlijk. Dit komt allemaal ten goede van de eindgebruiker, en is dus een heel goede ontwikkeling. De industrie is een stuk volwassener geworden. Het is daarom nu moeilijker om iets heel nieuws, innovatiefs te bedenken wat de kinderwagenbranche weer een grote stap vooruit zal kunnen brengen. Maar we zijn ermee bezig”, lacht Aernout Dijkstra-Hellinga. Ook voor BudtzBendix is vormgeving bijzonder belangrijk. Het merk is bekend van producten als de TowerChair en ChangingTower: een kinderstoel en verzorgingstafel die vooral de harten van designliefhebbers weten te veroveren dankzij hun nietalledaagse en strakke look. De twee vrouwen achter het label hebben beiden eerst architectuur gestudeerd en deden daarna ook ervaring op in productdesign. In 2007 ontwierpen ze hun eerste project samen, en toen Charlotte voor het eerst zwanger werd, besloten ze samen meubels voor kinderen te gaan creëren. Op de vraag hoe zij de drie pijlers functionaliteit, esthetiek en veiligheid met elkaar combineren, antwoorden de dames: “We vertrekken meestal vanuit de functionaliteit en de esthetiek samen. Wanneer we voelen dat een design bijna juist zit, passen we het aan aan de veiligheidsnormen en zorgen we ervoor dat het aan alle standaardnormen voldoet. Het is interessant om te zien hoe die laatste stap er juist voor zorgt dat de laatste puzzelstukjes op hun plek vallen en het ontwerp de finishing touch krijgt!”

31

THEMA


Tripp Trapp, Stokke

Safety first

Voor BudtzBendix voegen de strenge normen waaraan kidsdesign moet voldoen dus net een extra dimensie toe aan hun werk: “Zelfs al maakt het ons ontwerpproces van schets tot realiteit een stuk langer, toch zijn we overtuigd van de noodzaak aan regels en standaardnormen. We geloven dat het goed is om een soort raamwerk te hebben en limieten waarbinnen je je moet bewegen: het maakt een design vaak nog sterker. Het is inderdaad een grote uitdaging, en we nemen die heel serieus.” Die veiligheidsnormen worden overigens door alle bedrijven in de kindersector bijzonder serieus genomen. “Normen zijn absoluut noodzakelijk om onveilige producten van de markt te houden”, stelt Nathalie Aerts. “Het is wel belangrijk dat iedereen dezelfde normen hanteert. Sommige landen houden er eigen normen op na naast de Europese normen. Europa moet er toe streven om eenvoudige, eenduidige normen te maken die alle veiligheidsrisico’s dekken. Dat kan alleen als de producenten en ervaringsdeskundigen meewerken aan het constant up-to-date houden van de normen. Daarom zijn we ook actief lid van de veiligheidscommissie E252 waarin nieuwe normen goedgekeurd en of bijgeschaafd kunnen worden.” Ook bij Stokke worden kosten noch moeite gespaard om de veiligheid van nieuwe designs – naast de functionaliteit – te garanderen. Daar komt heel wat research bij kijken, volgens Katja Nefzer: “Productontwikkeling neemt verschillende jaren in beslag. Het is heel belangrijk voor ons om ook rekening te houden met de feedback van ouders. In alle fasen van het ontwerpproces werken we samen met focusgroepen uit verschillende landen, en we laten onze producten ook altijd eerst testen door onze designers die zelf kinderen hebben. Daarnaast werken we vaak samen met gezondheidsspecialisten, en laten we onze producten testen in speciale instituten voor we ze op de markt brengen.” Steps, Stokke


Aernout is ervan overtuigd dat het nodig is om als bedrijf verder te denken dan de bestaande normen: “De standaarden lopen altijd achter op de werkelijkheid. Vaak worden de regels pas aangepast na een aantal incidenten. Verder zijn er veel partijen die inspraak willen hebben. In Europa zitten er talloze partijen aan tafel die het allemaal met elkaar eens moeten worden over wijzigingen. Er worden allemaal werkgroepen

ChangingTower, BudtzBendix

TowerTent, BudtzBendix

Voor bugaboo is het niet voldoende om alleen aan Europese normen te voldoen, volgens Aernout Dijkstra-Hellinga: “We voldoen aan alle veiligheidsnormen van de landen waarin we verkopen. Dat zijn er meer dan 50, en per land kunnen de normen nog weleens verschillen. In totaal voldoen al onze producten samen aan zo’n 350 verschillende standaarden. Verder maken we zelf per kinderwagen een inschatting van het gebruik en destilleren we daaruit onze eigen eisen. Hiervoor ontwikkelen we zelf testen, die in veel gevallen strenger zijn dan de testen die door de standaarden worden opgelegd. We vinden dat we als producent de verantwoordelijkheid hebben om hier zelf goed over na te denken om een zo veilig mogelijk product op de markt willen zetten.”

opgericht die bepaalde wijzigingen onderzoeken. Hierover moet weer in een paar rondes gestemd worden, iedereen moet de kans krijgen iets in te brengen. Dan lijkt het soms net politiek, waarbij compromissen gesloten worden. Het is vaak ook moeilijk om een test te ontwikkelen die iets zegt over de levensduur van een product, of die het werkelijke gebruik nabootst. Ik heb wel de indruk dat de standaarden zich over het algemeen in de juiste richting bewegen waardoor de producten veiliger worden en langer meegaan.” ( www.childhome.com ) ( www.stokke.com ) ( www.towerchair.com ) ( www.bugaboo.com )

33

THEMA


Ondernemen gaat stap voor stap

De groeifases van BergHOFF Belgium en Bellerose

Hoe maak je van een ontwerpidee een succesvol bedrijf? Van de prille start tot een rijpe onderneming loopt een levenslijn van groeien, bloeien maar evenzeer van vallen en weer opstaan. Claude Ampe van modehuis Bellerose en Hilde Rutten van distributeur van keukenen tafelproducten BergHOFF Belgium, getuigen openhartig over de groeifases in hun bestaan en over het belang van het juiste design op het juiste moment.

Zomercollectie 2015, Bellerose

Roel Jacobus


BergHOFF Belgium distribueert keukenen tafelproducten van BergHOFF Wordwide

Ontwerpers hebben een grote vinger in de pap

“Het is een gemak wanneer een intern ontwerp team dag in, dag uit meedenkt over de belangrijkste eigenschappen van de producten. Dit is een proces van jaren dat grote investeringen vergt”, vertelt Hilde Rutten van BergHOFF Belgium.

Hilde Rutten was van 2004 tot 2008 adjunct directeur bij BergHOFF Worldwide in HeusdenZolder dat betaalbare designkeuken- en tafelproducten op de markt brengt. Zeven jaar geleden nam ze de uitdaging aan om de verlieslatende afdeling BergHOFF Belgium, die drie winkels voor eindklanten omvatte, helemaal op haar eentje te verzelfstandigen en een nieuwe richting te geven. “We sloten de drie eigen winkels en ik maakte van BergHOFF Belgium een loutere groothandel voor detailhandels, horecagroothandels en business-to-business klanten. Intussen werk ik met elf mensen. Vorig jaar verhuisden we naar een nieuwbouw in Beringen met kantoren, magazijnen en een ‘experience center’ met een showroom en een demonstratiekeuken. Vandaag zijn we rendabel en mikken we op een omzetverhoging van 3 naar 5 miljoen euro binnen vijf jaar.” Hilde Rutten zag vanaf de eerste rij het wereldwijde BergHOFFverhaal groeien tot meer dan 12 000 betrokken mensen, in de eigen vestigingen in Heusden-Zolder en Shanghai en in 60 magazijnen en meer dan 3 000 verkooppunten op 6 continenten. 9 productgroepen omvatten meer dan 2 000 referenties. Daarbij draait alles rond kwaliteit, design en budget in keuken- en tafelproducten voor professionals, kookfanaten en gezinnen. Toch startte BergHOFF bescheiden. “Eigenaar Raf Vanthoor kreeg de kookpotten met de paplepel van zijn vader ingegeven. Die was productiedirecteur van een kookpottenfabrikant uit Reppel en ging later fabrieken in Korea opstarten. Toen het gezin naar België terugkeerde, startte de vader met de import van kookpotten onder private label uit China. Raf stapte mee in de zaak maar ging vanaf 1994 zijn eigen weg en speelde met het idee voor een eigen merk. Twee jaar later lanceerde hij BergHOFF: internationaal goed uitspreekbaar en verwijzend naar Duitse degelijkheid. Aanvankelijk ging het louter om import van bestaande kookpotten maar gaandeweg evolueerde hij naar eigen productontwikkeling van een breed assortiment keukengerei.” Het businessmodel van BergHOFF is gebaseerd op schaalgrootte voor de internationale markt. Dit betekent dat de ontwikkelaars continu zoeken naar producten met een ‘grootste gemene deler’ die overal ter wereld kan aanslaan. Raf Vanthoor combineerde in het begin zijn inzichten met die van externe designers maar bouwde stilaan een intern ontwerpteam uit. Sinds 2000 vormt de design- en ontwikkelingsafdeling het hart van het bedrijf. Dat klopt vandaag op het ritme van designerduo Pieter

NEO, Frederik Aerts voor BergHOFF

Roex en Frederik Aerts. Zij werken voor specifieke materialen en expertises regelmatig met externe designers zoals Leen Lisens, Ralph Kramer, Piet Stockmans, Ilse Raymaekers en Jonathan Smith. “Het is echt een gemak wanneer interne mensen dag in, dag uit helemaal meegaan in de bedrijfscultuur en mee nadenken over welke producteigenschappen de belangrijkste zijn. Het is wel mooi dat de ontwerpers naar buiten mogen komen, want voor distributeurs is het interessant om met hun gezichten te kunnen uitpakken. Zij wonnen met hun creaties voor BergHOFF onder meer een Henry van de Velde Label (2008), Good Design Awards (2008 en 2014), Red Dot Design Awards (2010 en 2011) en IF Awards (2009 en 2012). We laten ook kunstenaars werken op bestaande collecties, voor limited editions die slechts twee jaar in het gamma blijven. Al deze bijdragen geven het merk een echte meerwaarde, zeker in de business-to-business markt van relatiegeschenken en incentives.” Levensloop product Een goede follow-up van de levenscyclus van de producten is cruciaal op de wereldwijde, trendgevoelige markt waar je heel snel uit het veld kunt worden gespeeld. “Zeker met een ‘banaal’ product op een verzadigde markt moet je voortdurend creatief zijn en alternatieven zoeken. Er zijn immers al voldoende spelers.” Om rendabel te kunnen werken, evalueert BergHOFF permanent de verkoop van elk product. “Wanneer iets over een heel jaar gemiddeld minder dan honderd stuks per maand verkoopt, wordt overwogen om het uit het gamma te halen. Wanneer blijkt dat het product niet meer noodzakelijk is om bijvoorbeeld een lijn te

35

THEMA


vervolledigen of om de verkoop van een ander product mogelijk te maken, dan komt het in ‘end life’. Een typisch kanaal om van zulke ‘end life’-producten af te raken, zijn pop-upstores.” Ook in de marketing is onderscheidende creativiteit vereist. BergHOFF Belgium zet optimaal de sociale media aan het werk: Facebook voor de particulieren en LinkedIn voor de professionele markt. Ten slotte houdt een bedrijf gedurende zijn hele levensloop het best goed rekening met (internationale) zakelijke evoluties. In het begin produceerde BergHOFF voornamelijk in China, maar daar namen de kosten flink toe door loonstijgingen en de hoge dollarkoers. Daardoor werden bepaalde Europese landen weer interessanter, bovendien dankzij de kortere aanvoerlijnen en nabijheid voor kwaliteitscontrole. BergHOFF doet nog zaken met China maar laat nu bijvoorbeeld steengoed en kurkproducten in Portugal maken, glas in Tsjechië en textiel in Turkije. Een extra boost kreeg haar bedrijf toen Hilde Rutten begin dit jaar de finale haalde van de WOMED Award voor beste vrouwelijke ondernemer. “Na het doorstaan van de bijhorende bedrijfs doorlichting neemt de markt ons nog meer au sérieux.” ( www.berghoff.be )

Bellerose evolueerde van vintage casual naar premium luxury brand

Het voordeel van in-house styling en development

“Medewerkers zijn het meest waardevolle wat een bedrijf heeft. Je moet steeds de beste talenten aantrekken en houden.” Claude Ampe van Bellerose legt de vinger op een van de essentiële pijlers van het ondernemerschap. Bellerose, gestart in 1989, kende een tendens om steeds meer zaken zelf te ontwikkelen: natuurlijk de snits maar gaandeweg ook stoffen zoals unieke prints, stofdesigns en jacquards in weefsels en breisels.

Cubo, Leen Lisens voor BergHOFF

Claude Ampe is 25 jaar actief in de modesector, telkens voor medium tot premium merken. Sinds 5 jaar is hij operationeel directeur bij Bellerose uit Groot-Bijgaarden, dat in 1989 opgericht werd door Patrick Van Heurck. De voormalige invoerder van Ralph Lauren lanceerde toen een reeks Amerikaans geïnspireerde hemden vernoemd naar een wijk in New York. “Het eerste hoofdstuk in de ontwikkeling van Bellerose was het ontstaan van de verschillende collecties voor heren en vervolgens voor dames en kinderen in de jaren 1990. In België verschenen toen heel wat merken met een casual inslag. Een tweede stap was het investeren in retailzaken om de collecties in hun geheel en in een eigen kader te kunnen tonen. Ook dit was een verschijnsel typisch voor de Belgische modemerken in die tijd. Wij hebben vandaag vier winkels in Brussel, twee in Antwerpen en een in Knokke, Brugge en Gent. De derde stap was de internationalisering met artikelen die wereldwijd consumenten inspireren. In dat kader openden we ook eigen winkels in ‘metropolen’ zoals Parijs, Madrid, San Sebastian en Amsterdam. Vandaag tellen we zestien eigen winkels en distribueren we naar zeshonderd multimerkenklanten in zeventien landen in Europa, Azië en Amerika.” Bellerose verhuisde dertien jaar geleden van de Brusselse binnenstad naar een complex van kantoren en logistieke ruimtes langs de ring in Groot-Bijgaarden. De helft van de honderd Belgische collega’s werkt in de winkels, de andere helft in de hoofdzetel. “Bellerose is een echt kop-staartbedrijf. In België creëren we de ontwerpen en maken we de technische beschrijvingen. De productie gebeurt dan door gespecialiseerde, buitenlandse onderaannemers. We blijven voor 80 % in Europa produceren en bezoeken consequent al onze leveranciers persoonlijk, wat een absolute noodzaak is wanneer je kwaliteit en duurzaamheid wilt garanderen. Truien worden nog dikwijls in China gemaakt maar we zien toch een terugkeer van de textielproductie uit China wegens de hoge prijs van de dollar en de steeds sneller stijgende lonen.” Bellerose is nog steeds een familiebedrijf waarvan de oprichter het DNA goed koestert en bewaakt. De combinatie van casual en elegante subtiliteit blijft de kern van het verhaal.


Zomercollectie 2015, Bellerose

Slow fashion Sinds 1989 bleef Bellerose trouw aan zijn basisprincipes. De accenten van de styling werden slechts voorzichtig aan de tijdsgeest aangepast, zonder bruuske bewegingen. “De herencollecties evolueerden zachtjes van een zuiver vintage casual merk naar – zeker in het buitenland – een premium luxury merk dat toegankelijk en betaalbaar blijft. In alle collecties houden we vast aan een zekere bohemien chique stijl.” De grootste verandering was het ritme van de nieuwe collecties: van twee naar vier per jaar. “Bellerose is absoluut geen fast fashion-verhaal, wij behoren meer tot de steeds toenemende groep van liefhebbers van slow fashion. Toch moet het aanbod in de winkels continu bewegen om de klanten te prikkelen. Wij gaan niet zover als anderen om maandelijks van collectie te wisselen. Je kunt in de economie immers moeilijk tegelijk ‘fast, cheap and good’ zijn. Wij trekken de kaart van sterk design en echte kwaliteit die betaalbaar blijft. Met vier collecties per jaar bieden we voldoende vernieuwing om op een authentieke manier de klanten te blijven inspireren.”

Het ontwikkelingsteam telt achttien mensen. Vijf stylisten vormen de kern: Laetitia Van Gindertael en Alexandra Verschueren voor de vrouwencollectie, Stéphanie Ley en Ellen Robinson voor de kindercollectie en ten slotte de zoon van de stichter Derek Van Heurck voor de mannencollectie. Met de groei werd gaandeweg de styling uitgebreid en werd ze internationaler. “Dat is ook belangrijk wanneer je in de hele wereld actief bent. We proberen zoveel mogelijk intern te ontwerpen. Het is een voordeel als mensen regelmatig samen in huis zijn en ideeën uitwisselen. Zo maak je van één plus één drie. In de loop van de jaren ging Bellerose steeds meer zaken zelf ontwikkelen. We kopen minder stoffen off the shelf maar ontwerpen zelf prints en jacquards. Hiervoor doen we een beroep op soms heel kleine printers en weverijen in binnen- en buitenland. Research voor de collecties vormt de basis van onze producten. Hiermee bekomen we authenticiteit en producttechnische voorsprong, waarvoor we trouwens beroep doen op medewerkers met een textieltechnische achtergrond.”

De cijfers groeiden fasegewijs mee met de oorspronkelijke mannencollectie, vervolgens met de intrede van de collecties voor vrouwen en kinderen en daarna met de stappen in eerst het nationale en dan het internationale retailverhaal. “De crisis van 2008 voelden we aanvankelijk niet omdat toen net onze internationale expansie begon. We voelden wat later een lichte stabilisatie maar zijn ondertussen weer volop aan het groeien. Vandaag draaien we 25 miljoen euro omzet, waarin vooral het aandeel van het vrouwensegment toeneemt. In de markt voor kindercollecties vielen recent een paar spelers weg en dat schept ruimte voor de overblijvende bedrijven zoals wij. Sinds enige tijd heeft Bellerose ook een eigen webwinkel, ongetwijfeld een nieuwe belangrijke fase.” ( www.bellerose.be )

37

THEMA


Kurt Vanbelleghem

The Rocker, David Dos Santos voor Paradiso

Falen is zoeken naar honderd manieren om het anders te doen

Een gesprek met Tim Knapen en David Dos Santos

Het blijft een taboe, spreken over falen en mislukken. Iedereen komt liever op de proppen met zijn successen. Dat de weg daarnaartoe niet altijd zonder blutsen of botsen werd afgelegd, dat hoeft de rest niet te weten. Bijzonder jammer. Op die manier wordt het hele ontstaans- en ontwikkelingsproces weggemoffeld. En als er nu iets is waaruit we met zijn allen kunnen leren, dan is het dat wel. Waarom staan wij nog zo wantrouwig tegenover het delen van de ups en downs? Waarom laten we anderen niet van die kennis gebruikmaken?


Onderzoeksarchief, indianen

Er is één ding dat alle grote namen uit de geschiedenis gemeen hebben. Ongeacht in welke discipline ze actief zijn geweest: sport, politiek, kunsten, literatuur of wetenschappen. Allemaal hebben ze ingezien dat mislukken een absolute noodzaak is om tot succes te komen. De Braziliaanse schrijver Paulo Coelho zag dat er veel talent verloren ging en wel daarom: “There is only one thing that makes a dream impossible to achieve: the fear of failure.”  De uitspraak van Robert F. Kennedy sluit daar perfect bij aan: “Only those who dare to fail greatly can ever achieve greatly.” Winston S. Churchill verwoordde het op deze manier: “Success is stumbling from failure to failure with no loss of enthusiasm.” Mislukken doen we allemaal, en zelfs meerdere keren. Het is onvermijdelijk, maar juist door dat falen, streef je nog meer om te bereiken wat je in het leven wilt verkrijgen. Al die grote namen getuigen dat mislukken een inherent onderdeel is van het leven. En toch bestaat er nog steeds zo’n taboe rond het begrip ‘falen’. Maar druppelsgewijs krijgt het in onze maatschappij iets meer aandacht. De populariteit van de FuckUp Nights die sinds 2012 wereldwijd georganiseerd worden, bewijst dat. Tijdens een FuckUp Night komen een aantal ondernemers in een pecha kucha-achtige presentatiestijl vertellen over de manier waarop hun projecten of ondernemingen gestrand zijn. De Beursschouwburg in Brussel is op die trein gesprongen en promoot dit maandelijkse event met de slogan: “Say what? Ondernemers getuigen over grootste professionele blunders”. Honderden citaten van alle groten der aarde helpen ons op zich niet veel verder. Tegenover elk citaat (telkens van iemand die het in onze ogen wél gemaakt heeft) staan tal van persoonlijke ervaringen met mensen uit onze onmiddellijke omgeving die hun tegenspoed niet overwonnen hebben. Zij zijn er niet in geslaagd om met groeiend enthousiasme te blijven struikelen voordat ze succes bereikten. Happenings zoals de FuckUp Nights zijn een stap in de goede richting, maar daarmee bereiken we ook geen grote massa’s. Psychologisch onderzoek toont duidelijk aan dat de angst om te falen met stip op de eerste plaats staat als we evalueren waarom we onze doelstellingen en ambities niet verwezenlijken. Het is niet dat we over onvoldoende kennis, kunde of middelen zouden beschikken om onze doelen te bereiken. Integendeel, we zijn door de geschiedenis heen nog nooit zo goed opgeleid en we hebben nog nooit zoveel kansen gekregen. Het heeft op zich ook niets met zelfvertrouwen te maken. Het probleem ligt bij het feit dat angst om te falen als aanvaardbaar gedrag wordt aanzien, terwijl falen zelf maatschappelijk afgestraft wordt.

Waarom zijn we dan zo bang? Om te falen in iets dat we voor het eerst doen. In de vele gesprekken die ik de laatste jaren met jonge designprofessionals heb gehad, keerde dit steeds opnieuw terug. “Ik durf het niet omdat ik het nog nooit heb gedaan.” We zijn geconditioneerd om bang te zijn van iets wat niet onmiddellijk als geslaagd zal worden aanzien. Dat wordt ons door ons prestatiegerichte onderwijssysteem opgelegd. In de meeste scholen worden we alleen beloond als we onmiddellijk het ‘juiste’ antwoord geven. Het verkeerde antwoord wordt afgestraft met lage cijfers en een meewarige blik van leraren en leeftijdsgenoten. Wie werd er beloond in zijn lagere of middelbare school om te durven falen? De meeste schoolkinderen leren al vroeg dat als ze falen, ze blootgesteld worden aan een reeks van onaangename ervaringen. Als je dan de leeftijd van 18 jaar hebt bereikt, ben je getraind om mislukkingen te vrezen. Het is niet de ambitie van dit artikel om nieuwe pedagogische beleidslijnen te ontwikkelen. Binnen een aantal opleidingen in de VS ben ik toch praktijken tegengekomen die wij ook op een eenvoudige manier kunnen toepassen. Studenten kregen opdrachten die onmogelijk te vervullen waren en waarbij het eindresultaat van totaal ondergeschikt belang was. Ze konden dus bijna alleen maar falen. De analyse van hun opdracht werd dan in groep besproken, met een focus op de momenten waarop het verkeerd liep. Die Amerikaanse scholen en universiteiten streven net zoals wij excellentie na, maar niet door hun studenten er steeds op te wijzen dat ze alles van de eerste keer juist moeten hebben. Ze leren hen om ervaringsdeskundigen te worden door hen te leren omgaan met hun eigen tekortkomingen en missers. Die kennis integreren ze in hun volgende opdrachten en dragen ze met zich mee door hun verdere professionele carrière. De angst om te falen, overwinnen: hoe doe je dat? Hoe geef je jezelf de ruimte om fouten te maken in een hypercompetentiegerichte maatschappij? Niet vanzelfsprekend, zeker als je alles nog te bewijzen hebt. Het blijft een enorme uitdaging voor iedere jongere die zijn eigen traject wil uitstippelen. Er zijn gelukkig voorbeelden voorhanden van hoe je daarmee kunt omgaan. Je moet het risico op falen volledig in je werkwijze integreren. Daarmee staat of valt alles. Net zoals succes hebben, is mislukken een proces en beide zijn inherent met elkaar verbonden. Beter nog, het is één proces. In de gesprekken die ik had met Tim Knapen van de creatieve studio indianen en met productdesigner David Dos Santos, komt dit proces uitvoerig aan bod. Zij vertellen hoe je falen kunt integreren in het volledige ontwikkelingsproces van een project en welke methodes zij daarvoor toepassen.

39

THEMA


Onderzoeksarchief, indianen

Tim Knapen is een van de drie oprichters van indianen. Het leuke aan hen is dat ze er na acht jaar nog altijd niet in slagen om in één zin hun activiteiten te omschrijven. Indianen is een collectief van ontwerpers en kunstenaars die niet op één paard willen wedden. Ze ontwikkelen een hybride praktijk, bewust wat chaotisch en vaag gehouden. Een klant kan met de meest diverse vragen naar hen toe komen en hun grootste vrees is dat dat zou veranderen als ze zichzelf in één zin kunnen omschrijven. Vanuit die zeer gediversifieerde aanpak is de kans meer dan bestaande dat er weleens iets fout loopt. Bereiden jullie je voor op de kans tot falen of zijn jullie daar niet bewust mee bezig?

TK: We zijn niet zo stom dat we denken dat wij met ons drieën alles kunnen. Laat dat een eerste basisregel zijn. We zoeken voortdurend samenwerking met anderen, die hun eigen expertise inbrengen. Zo zijn we nu voor een project aan het samenwerken met Thomas Lommée. Die brengt zoveel zaken aan waaraan wij binnen indianen niet zouden hebben gedacht. Hij heeft een manier van denken en ervaring die voor ons verbredend zijn en een belangrijke meerwaarde bieden in dit project rond een levend archief. Door die energie samen te brengen, kunnen we meer aan dan dat wij met ons drie zouden kunnen. Werken in netwerken is dus een eerste belangrijke factor, waarbij externe expertise bijdraagt om debacles te vermijden. Hebben jullie een bredere visie op die maatschappelijke druk die ons aanstuurt om te allen tijde succesvol te zijn? TK: Wat mij opvalt, is dat we ons steeds moeten presenteren als winnaars. Dat zie je in alle triomfantelijke presentaties die mensen over hun werk maken. Ze schreeuwen hun perfectie en puurheid uit, elk project is het meest interessante ooit. Maar daarachter ligt een totaal andere werkelijkheid. Een realiteit die bestaat uit proberen, proberen en nog eens proberen. Van prototype naar prototype. In feite is dat een proces van gestructureerd falen. Maar die twee zaken worden nooit samen gepresenteerd. Ik denk dat dit komt doordat we steeds dienen samen te werken met opdrachtgevers, zakenmensen die een eigen pr-cultuur van succes nastreven. Als je jezelf als ontwerper aan die mensen presenteert, dan ga je mee in die specifieke beeldvorming. Daarnaast is de designwereld veel sterker beïnvloed door het verwachtingspatroon bij de gebruiker, die steeds een beter en nieuwer product verwacht, dat altijd en overal moet functioneren. Alles moet steeds meer tot in de puntjes af zijn. Deze attitude overheerst dan ook de manier waarop je als ontwerper je verhaal gaat vertellen. Falen heeft daar geen plaats, perfectie is de enige norm. Het gevoel van ergens in te mislukken is vaak subjectief, gestuurd door de commentaar van derden op je resultaten. Hoe ga je daar zelf mee om? TK: Ik heb het er altijd moeilijk mee als je niet de optie hebt om te falen. Ik ben daar actief mee bezig, juist om die perfectiedruk te vermijden, want die kan zeer verlammend en contraproductief werken. Je maakt dan te

veilige keuzes en vermijdt risico’s. Als ik merk dat we proberen om op veilig te spelen, voel ik me niet goed bezig.

Hoe komt deze visie over bij potentiële opdrachtgevers, of spreek je daar met hen liever niet over?

TK: Nu lukt dat al wat beter om daar op die manier met de klant over te praten, maar in het begin namen we wel projecten aan waarbij we niet onmiddellijk wisten hoe we dat gingen realiseren. Dat zeiden we uiteraard niet aan onze klant. We zouden het wel uitzoeken. Als we dan die risico’s niet hadden genomen, was dat bijzonder spijtig geweest. De interessantste projecten zijn daaruit voortgekomen, ook de projecten waaruit we zelf het meeste hebben geleerd. Nu praten we die dingen wel wat meer met klanten door, om hen duidelijk te maken dat een goede afloop niet altijd één rechte lijn is. Meer communiceren en overleggen is daarbij zeker een stelregel geworden. Je vermindert de mogelijkheid tot falen door op een heel open manier met je klanten samen te werken. Speelt je persoonlijkheid hier ook een belangrijke rol in? TK: Ik bekijk de wereld graag door net een bepaalde bril af te leggen. Zo zoek je de begrenzing op en breek je die af – daar ben ik al altijd actief mee bezig geweest. Ik zoek de dingen op die ik lastig of ongemakkelijk vind, juist omdat die beangstigend zijn. Door te beseffen dat je de wereld altijd vanuit een bepaald oogpunt bekijkt, merk je dingen op die je anders niet zou zien. Dan pas ben je in staat om echte keuzes te maken. ( www.indianen.be )


Onderzoeksarchief, indianen

THEMA

41


The Rocker, David Dos Santos voor Paradiso

Prototypemateriaal productverpakking, David Dos Santos voor Chiquita en Unilever


David Dos Santos is een allround zelfstandig productontwikkelaar die al jaren zijn eigen designprojecten ontwikkelt. Van concept tot en met begeleiding van de productie, afwerking en distributie. Het is vanzelfsprekend dat er in dergelijke cycli weleens het een en ander verkeerd loopt.

Hoe verhoud je je zich in het algemeen tot onze angst voor falen?

DDS: Het onderwerp staat lijnrecht tegenover onze Facebook-cultuur, waarbij alles over onze successen gaat. Je stelt je profiel zo op dat alleen het beste van het beste gepresenteerd wordt. Ik voel me daar wat onwezenlijk bij. Ik mis het gebrek aan openheid om het ook eens te hebben over wat er niet zo goed ging. Tegenover al die succesverhalen moeten er toch ook minder succesvolle trajecten afgelegd zijn? Ik vind dat we op de sociale media een heel eenzijdig beeld brengen van wie we als mens zijn. Ben je zelf bereid om over een project te spreken dat geen rechtlijnig pad naar succes is geweest? DDS: Absoluut, want daaruit heb ik juist het meest geleerd. En dat maakt dat ik daarna mijn projecten nog beter heb kunnen begeleiden. Zo heb ik een aantal jaren geleden voor een internationale voedingsproducent een verpakking ontworpen die de marketingafdeling als gadget op de markt zou brengen. Het was een groots opgezet project, met een lange voorbereiding en heel veel betrokken partijen. We ontwikkelden verschillende prototypes, testten het product op alle vlakken en gingen dan over tot het maken van de matrijs en de daadwerkelijke productie van het object. Elk land waarin dit bedrijf actief was, mocht zelf beslissen wanneer het zijn eigen marketingactie ging uitwerken. Dat was op voorhand wel aangehaald, maar de timing werd nooit in detail uitgewerkt. Het werd een complex verhaal, waarbij iedereen op heel verschillende manieren zijn bestellingen plaatste. In normale omstandigheden kun je werken met een voorraad, maar dat was in dit geval onmogelijk omdat het budget verspreid was over de verschillende landen en er geen gezamenlijk stockbeleid was.

de klanten is cruciaal. Ook nadat het is misgelopen, moet je blijven communiceren, zelfs – en eigenlijk vooral – wanneer het moeilijk wordt. De managers hebben ook ingezien dat door hun manier van werken het proces heel complex werd. Het is belangrijk dat je samen op zoek gaat naar waar het juist fout is gelopen, zonder onmiddellijk schuldigen aan te wijzen. Hoe onderzoek en verwerk je het potentiële falen in het hele proces van concept tot distributie? DDS: Door zo snel mogelijk het ontwerpen op de computer achter je te laten en te gaan testen. Met software kun je heel veel simuleren, maar dat biedt op zich niet genoeg garanties. Je moet prototypes testen en opnieuw testen. Daarnaast test je ook alle bijkomende trajecten uit en bedenk je ‘wat als’-scenario’s. En dat altijd in directe communicatie met de klant, want zo doe je hen inzien dat deze fase noodzakelijk is om latere fouten of conflicten te vermijden. Ik heb geen theoretische modellen klaar om alles in plannen te vatten, maar ik geloof heel sterk in het op voorhand proefondervindelijk onderzoeken door te blijven testen en te blijven communiceren. Waarom blijft het zo problematisch om over zaken te praten die minder goed verlopen zijn? DDS: Er is natuurlijk de commerciële druk, want geen enkele klant pakt graag uit met mislukkingen. In een kleinere groep conculega’s merk je wel dat iedereen zo’n verhaal heeft en dat ook weleens kwijt wil. Daarom is een professioneel klankbord heel belangrijk, om die dingen te kunnen ventileren en een plaats te geven. Je leert daar dan ook veel van elkaar. Het kan natuurlijk altijd ergens misgaan. Je kunt dit ook niet in een opleiding inschrijven, je studies zitten al goed vol. Je leert er bepaalde manieren van werken maar heel veel zaken zul je pas leren wanneer je werkveld zich verbreedt. ( www.dossantos.be )

Op een gegeven moment kwamen er uit verschillende landen te veel bestellingen binnen die allemaal onmiddellijk geleverd moesten worden. Zo ontstond een grote druk en die vertaalde zich naar de productieafdeling. Op dat moment vertrok er een bestelling naar Polen die niet volledig aan de normen beantwoordde. Natuurlijk krijg je dan klachten. We hebben die volledige bestelling opnieuw moeten produceren, met extra transport en werk als gevolg. Bij de productie waren de objecten veel te snel verpakt en daardoor was de kwaliteit niet wat het moest zijn. We wilden ons zo flexibel en snel mogelijk opstellen, met als resultaat dat niemand tevreden was en dat er veel geld verloren gegaan is. Op welke manier heeft dit voorval jouw werkwijze veranderd? DDS: Het heeft me in de eerste plaats aangezet om op een meer geïntegreerde manier na te denken over het projectmanagement zelf. Door met alle partijen aan tafel duidelijkere spelregels af te spreken. Communicatie met

43

THEMA


Met vastberaden Jointed Desk, Filip Janssens

Hoe brillenontwerper Philip Hoet en meubelontwerper Filip Janssens hun carrière een andere wending gaven

Elien Haentjens

Dat wie het creativiteitsvirus te pakken heeft, er niet zomaar meer vanaf raakt, blijkt uit het verhaal van deze twee ontwerpers. Want zowel Philip Hoet als Filip Janssens droomden er als kind al van om creatief aan de slag te gaan, maar konden die droom pas op latere leeftijd realiseren. Gebeten door het virus zetten deze autodidacten dan ook alles op alles om die omslag in hun carrière waar te maken.

Philip Hoet: “Wij hebben het Mallorca-gevoel naar Antwerpen gebracht” Enkele weken geleden vernieuwden brillen ontwerper Philip Hoet en zijn vrouw Fanny Crispyn hun winkel op de Antwerpse Leopold de Waelplaats, recht tegenover het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten. Hoewel de brillen ook in de nieuwe zaak de corebusiness blijven, maken ze in de voorste ruimte plaats voor accessoires, sjaals en kunstfoto’s. “Creativiteit is onze uitlaatklep”, vertelt Fanny Crispyn. “Voor ons, en voor onze vier kinderen. Philip ontwerpt brillen, ik sjaals en accessoires en onze kinderen maken foto’s en meubels.” Terwijl de kinderen al van jongs af aan hun creativiteit de vrije loop konden laten, lag dat voor Philip Hoet anders. “Mijn vader had een optiek in Gent, en zo ben ik in het beroep gerold. Want eigenlijk had ik nooit de wens om opticien te zijn. In avondschool volgde ik toen tekenles aan Sint-Lucas. Langzaamaan gaf ook de optiek me meer voldoening, en dan vooral de meer creatieve aspecten zoals het opzetten van een modeshow of het ontwerp van een beursstand. Bovendien voelde ik dat het creatieve aspect bij brillen een steeds grotere rol ging spelen, dat het design van de bril zelf aan belang won”, vertelt Philip Hoet. Toen er een voor de opticiens minder rooskleurige periode aanbrak met de opkomst van de grote ketens, en de familie


passie Ph&F

Hoet tijdens een vakantie het authentieke Mallorca leerde kennen, beslisten ze om de zaak te verkopen en met de vier kinderen naar Puerto de Soller te verkassen. “In dat afgelegen stadje verbouwden we een driehonderd jaar oude hoeve met stallingen tot een huis voor ons, en enkele gastenkamers. We beleefden er een fantastische tijd. Maar toen ik gevraagd werd voor een bijzonder prestigieus optiekproject in Marbella, kreeg ik opnieuw zin in de brillenwereld. Ik ben toen niet op dat aanbod ingegaan, maar ik ben wel begonnen met een onderzoek naar de mogelijkheden om in de hoofdstad Palma een zaak op te starten. Want die stad geniet niet alleen faam om haar grote brillenketens, maar ook om haar onafhankelijke opticiens. En wat meer was: het draaide er niet zozeer om het merk, maar wel om de schoonheid van het object. En dat idee boeide me bijzonder.”

Van nummer zoveel tot trendsetter

Intussen verhuisden Philip en Fanny Hoet naar een groter pand op de Leopold de Waelplaats, en zijn ze van de zoveelste optiek in Antwerpen uitgegroeid tot een van de trendsetters. “Toen Fanny op een ochtend dit pand te huur zag staan, belde ze me meteen op en zei ze: ‘Philip, loop daar zo snel mogelijk naartoe.’ En zo was ik de eerste, en liet ik een hele bende geïnteresseerden achter mij. (lacht) Ook onze nieuwe aanpak om brillen te verkopen heeft zeker bijgedragen aan het succes van onze zaak. Want in Mallorca merkten we hoe fijn het was om ‘s avonds samen met de gasten te tafelen, en dus hebben we in onze winkel ook één grote tafel geplaatst. Vaak helpen mensen elkaar kiezen, en beginnen ze spontaan met elkaar te praten. Wij hebben het Mallorca-gevoel naar Antwerpen gebracht.” Ph&F

Uiteindelijk besliste het koppel toch om terug naar België te komen. “Aangezien we een stap verder wilden zetten, hebben we voor modestad Antwerpen gekozen. We zijn intuïtief gezwicht voor de charmes van een pand op de Vlaamse Kaai. Boven startten we een brillenwinkel op, beneden vestigden we een kunstgalerij. Bovendien kozen we er zeer bewust voor om alleen brillen uit kleine ateliers, en dus zonder logo, te verkopen. In die tijd wilde niemand daarvan weten, maar wij hielden van het experimentele, innovatieve karakter en het idealisme van die kleine ateliers. Bovendien was het directe contact met die ontwerpers erg boeiend, waardoor we de brillen ook op een andere manier konden verkopen. Voor ons waren het producten met een ziel. Iets wat je bijvoorbeeld bij grote

merken als Dior en Yves Saint Laurent steeds minder terugvond, omdat de brillen niet meer in huis werden getekend maar werden uitbesteed aan hetzelfde bedrijf.”

45

THEMA


Ph&F

Eigen ontwerpen

Momenteel verkoopt Philip Hoet de brillen van IDH in zijn winkel, en ontwerpt hij zelf samen met zijn gezin voor zijn eigen label Ph&F. “Voor onze eigen collectie maken we alles zelf: we ontwerpen de platen, die door een klein atelier in Italië worden geproduceerd. Voor de realisatie van de brillen werken we dan weer met een atelier van vijf mensen in de Franse Jura-streek, dat wereldfaam geniet om zijn ambachtelijke kennis. Zo zijn onze brillen bijvoorbeeld nooit vlak, maar gebeeldhouwd. Daardoor is er veel meer materiaal nodig om ze te maken. Bovendien is elke halve millimeter voor ons van belang, omdat die bijvoorbeeld de pasvorm en de zwaarteverdeling bepalen. Alles samen omvat de productie van een bril zo’n vijftig manuele bewerkingen. De grootste uitdaging bestaat er voor ons dus in om onze identiteit te realiseren binnen die ambachtelijke processen. Dat deze collectie niet meteen winst oplevert, is voor ons minder van belang. We redeneren niet louter als echte zakenmensen. Al vind ik het tegelijk soms vreemd dat mensen voor de aankoop van een bril, die per slot van rekening

“Intussen vormt Ph&F onze creatieve tool waarmee we kunnen vertalen wat in ons leeft, en wordt de collectie in een dertigtal winkels verkocht. En ook onze klanten voelen dat onze winkel met dank aan die eigen collectie een minder grijs gebeuren is, dat de wisselwerking een meerwaarde biedt. Zo willen we de foto’s van onze kinderen niet alleen gebruiken voor de brillen, maar bijvoorbeeld ook voor de bedrukking van sjaals. Onze baseline luidt niet toevallig ‘eyes meet art’.” ( www.phfantwerp.com )

Philip Hoet en Fanny Crispyn

Toen diamantbedrijf IDH Antwerp aan Philip Hoet vroeg om zijn nieuwe optieklijn op te volgen, opperde Philip voorzichtig dat hij eventueel ook zelf een collectie kon tekenen. En zo ging de bal aan het rollen. “Ter voorbereiding van de collectie in titanium ontwikkelde ik een reeks brillen in kunststof, een materiaal waarmee ik meer vertrouwd was. Hoewel er op zich niets revolutionair aan was, kreeg ik er erg veel fijne reacties op. Wellicht voelden de mensen dat de verhoudingen, de accenten en het verhaal van de collectie klopten. Dat de brillen een authentieke identiteit bezaten”, vertelt Hoet. “Terwijl die identiteit voor de producent op dat moment niet belangrijk was, en na verloop van tijd bleek dat ze ook weinig in de broodnodige omkadering van het verhaal wilden investeren. En dus zijn onze wegen uiteengegaan. Zij hebben het titanium verder ontwikkeld, en wij zijn verder blijven experimenteren met de kunststof. Want intussen wist ik dat het ontwerp en de realisatie van een collectie me echt lag.”

toch dag in dag uit als een ambassadeur van je persoonlijkheid midden op je gezicht staat, veel meer gaan tellen dan bijvoorbeeld voor de aankoop van een paar schoenen.”

( 1980 ) Start met werken in zaak vader in Gent ( 1997 ) Verkoop zaak Gent en vertrek naar Mallorca ( 2000 ) Terugkeer van Mallorca en opening zaak op de Vlaamse Kaai in Antwerpen ( 2006 ) Verhuizing winkel naar Leopold de Waelplaats in Antwerpen ( 2009/2010 ) Ontwerp eerste brillen voor IDH Antwerp ( 2012 ) Oprichting eigen label Ph&F ( 2014 ) In zijn zoektocht naar een kwaliteitsvolle imagebril kwam muzikant Buscemi bij Ph&F terecht. Samen ontwikkelden ze de Seaside zonnebril, en ook een reeks optische brillen. Die maken intussen integraal deel uit van het imago van de zanger. ( 2015 ) Opening vernieuwde winkel Museumplein waar de brillen voortaan het gezelschap krijgen van bijpassende accessoires, sjaals, juwelen en kunstfoto’s.


Filip Janssens: “Soms kan ik echt een freak zijn” “Tijdens mijn tienerjaren schilderde en tekende ik dat het een lieve lust was. Zo kon ik niet alleen mijn creatieve ei kwijt, maar kon ik ook de schoolstress kanaliseren. Want ik ging naar het Jezuïetencollege in Aalst, een harde leerschool waar geen plaats was voor creativiteit”, vertelt Filip Janssens. “Hoewel ik op mijn achttiende al voor een kunstopleiding wilde kiezen, was dat vanuit die context dan ook geen optie.” Uiteindelijk studeerde Filip Janssens Latijn, en werd hij leraar. “25 jaar heb ik met hart en ziel lesgegeven. Eerst in het middelbaar onderwijs en het beroepsonderwijs, de laatste 20 jaar als onderwijzer op een school in hartje Brussel. De werkomgeving was bijzonder fijn, en ik had goede collega’s. Maar het lesgeven zelf werd steeds zwaarder. Meer en meer moest ik de kinderen vooral opvoeden. Bovendien zou het onderwijs de plek moeten zijn om zich te integreren, maar aangezien de schoolpopulatie voor de volle honderd procent uit migrantenkinderen bestond, was integratie onmogelijk.”

Eerder toevallig kwam de ontwerppraktijk van Filip Janssens in die periode in een stroomversnelling. “Voor onze nieuwe woning in Aalst bouwde ik stap voor stap een modulaire wandkast van zes meter hoog. Voor ik het goed en wel besefte, werd die kast overal ter wereld gepubliceerd en kwam er zelfs een cameraploeg langs. Daardoor begonnen de mails van mensen die ook zo’n kast wilden, binnen te lopen, en heb ik de sprong gewaagd.” Wisselwerking Intussen is Janssens zeven jaar voltijds actief als zelfstandig ontwerper. “Rond mijn 25ste werkte ik al in bijberoep als ontwerper. Ik maakte toen vooral kleine eerder artistieke lampjes en kastjes. Maar daar kon ik niet van leven. Met deze grote modulaire kasten is dat anders. Want mensen hebben nu eenmaal een keuken of een bibliotheek nodig.” “Het eerste jaar maakte ik de meubels allemaal zelf, en ging ik ze ook plaatsen bij de klanten. Jointed Coffee Table, Filip Janssens

47

THEMA


Crossing, Filip Janssens

Branched, Filip Janssens


Intussen werk ik samen met vijf schrijnwerkerijen, en zitten ook mijn vrouw en oudste dochter in de zaak. Mijn vrouw Heidi zorgt voor de administratie en communicatie, terwijl mijn dochter mijn voorontwerpen omzet in 3D-schetsen. Dankzij hun ondersteuning kunnen we het bedrijf binnen de familie houden, en kan ik me ten volle concentreren op het ontwerpen. Zo kan ik garanderen dat de filosofie consequent wordt doorgetrokken, want dat is in deze beginfase cruciaal. Tijdens de voorgesprekken met de klanten zijn er natuurlijk af en toe discussiepunten, maar meestal kan ik hen wel overtuigen. Zo wil ik bijvoorbeeld de toestellen in de keuken steeds wegwerken, zodat de keuken naast de puur functionele rol ook een decoratieve waarde krijgt. Ik hou ook van sobere, tijdloze ontwerpen op maat, waarin zwart, wit, hout en staal de hoofdrol spelen.”

Of er dan geen nadelen zijn? “Het werk stopt nooit, en soms is het moeilijk om het aan de kant te schuiven. Zo wil ik voor de volle honderd procent achter een schets staan, waardoor ik er soms uren aan blijf puzzelen. Misschien zou ik dat niet moeten doen, maar dat is nu eenmaal mijn karakter. Soms kan ik echt een freak zijn. (lacht) Tegelijk was ik de eerste jaren bang dat ik plots toch geen werk meer zou hebben. Want ik ben begonnen in de week van de bankencrisis, en hoorde dus niets dan onheil. Al heb ik er zelf gelukkig weinig van gemerkt. Nu maak ik me daar dus ook minder zorgen over. Maar mocht het toch ooit echt stoppen, dan word ik gek, denk ik.” ( www.filipjanssens.be )

Filip Janssens

Naast de realisatie van een vijftigtal grote projecten op maat maakte Filip Janssens in 2013 voor het eerst opnieuw de omgekeerde beweging, en presenteerde hij met Branched een klein meubel. “Aangezien ik daar in Milaan veel positieve reacties op kreeg, heb ik voor Interieur Kortrijk een hele collectie ontworpen. Telkens opnieuw vormt modulariteit daarbij de rode draad. Zo werkte ik voor de Jointed-collectie rond composities met stalen modules. Dat heeft me omgekeerd weer beïnvloed om ook in mijn grote wandkasten met staal te werken”, vertelt Janssens. Perfectionisme Dat de keuze om ook kleine meubels te ontwerpen de juiste was, bleek tijdens Interieur Kortrijk. “Met mijn presentatie in de Budafabriek wilde ik vooral testen of de meubels zouden aanslaan, en wilde ik een producent vinden. Want anders dan bij het maatwerk is het nooit de bedoeling geweest om die kleine meubels in eigen beheer uit te brengen. Uiteindelijk toonden tot mijn eigen verbazing verschillende labels interesse. Omdat Serax alle vier de ontwerpen in zijn collectie wilde opnemen, omdat dat bedrijf wereldwijd sterk groeit en ik mij erg goed voel bij de aanpak, heb ik voor Serax gekozen. Deze zomer moeten de eerste meubels beschikbaar zijn.” “Daarnaast ben ik al bezig met nieuwe ontwerpen, en ben ik steeds vaker betrokken bij het volledige ontwerp van huizen. Daardoor kan ik weer nieuwe wegen verkennen, en de impact van mijn ontwerpen nog vergroten. Zo kan een kastelement bijvoorbeeld perfect een doorkijk naar buiten omvatten. Ik vind het fijn om daarover te brainstormen met de klanten, en naar een resultaat te kunnen toe werken. Bovendien hou ik er ook van om thuis te werken, en niet dagelijks meer in de file te moeten staan. Ik kan dus niet meer wensen.”

( tot 2008 ) Naast zijn werk in het onderwijs creëert Filip Janssens modulaire kasten. Eerst voor eigen gebruik, maar later ook steeds meer in opdracht. ( 2008 ) Officiële start van de voltijdse activiteit als zelfstandig ontwerper ( 2009 ) Naast grote projecten op maat – van een modulair opgebouwde wandkast over een bureau of keuken tot een zes meter hoge bibliotheek – start Filip Janssens met het ontwerp van kleinere meubels. ( 2013 ) Presentatie Branched tijdens Salone del Mobile ( 2014 ) Presentatie Jointed-lijn tijdens Interieur Kortrijk. Die collectie modulaire opbergmeubelen bestaat uit Jointed Wall Shelves, Jointed Coffee Table, Jointed Desk en Jointed Cube. ( 2015 ) Presentatie Crossing-kast bij De Invasie en de Jointed Cube-installatie – een multifunctionele geometrisch vormgegeven buitenruimte in staal en hout – in A Belgian Village tijdens Salone del Mobile. Presentatie Jointed Wall Shelves tijdens De Invasie in het Gentse Design museum. Distributie Jointed-collectie door Serax.

49

THEMA


The Siblings, Frederik Delbart voor PER/USE

Wij zijn gewoontedieren. En dat is zo slecht nog niet, want vaste waarden en gebruiken geven ons houvast. In de designwereld gaat het er anders aan toe: daar volgen de veranderingen elkaar in ijltempo op. Want wie stilstaat, gaat eigenlijk achteruit. Om te zorgen dat we kunnen volgen, verwijzen designers graag naar oudere of andere objecten. Of ze nu werken voor computerreuzen of hun eigen ding doen in België. Een geleerd woord voor zulke verwijzingen is ‘skeuomorfisme’. Enkele voorbeelden.

rain po

c o s nte a p t m s e

Cec in ’

Aleydis Nissen

Over skeuomorf design


Digitale copycat

Pictolight, Gauthier Poulain. Foto © Sébastien Mauroy

De iPhone-camera zegt nog ‘klik’, de iPad laat u toe om door uw digitale krant te bladeren en op uw MacBook gooit u oude bestanden in de prullenmand. Neen, koudwatervrees hoefde u nooit te hebben bij het verkennen van de 21ste-eeuwse Apple-apparatuur. De interfacedesigner neemt u bij het handje. Met designelementen die verwijzen naar het fysieke object waarvan uw device de functie overneemt, maakt hij u duidelijk wat de technologie allemaal kan. Context en culturele begrippen worden zo ingezet om complexe zaken eenduidig te communiceren.

Kitsch of kunst

Wat opsmuk maakt deze ontwerpen vaak nog realistischer. Het gaat dan om belichting, schaduw of een houtkleurig patroon. Vooral die realistische elementen komen vandaag de dag kitscherig over. Maar wat was de verwondering groot toen al die mooie kleurtjes en levensechte snufjes nog niet zo heel lang geleden van uw telefoonscherm spatten. U hoefde niet meer eindeloos zwarte blokjes te happen in Snake om de tijd te doden. Een nieuwe wereld ging open. Grenzeloos Met de invoering van iOS 7 in de zomer van 2013 liet Apple heel wat skeuomorfe verwijzingen achterwege. Het was niet meer zo duidelijk waarom die achterhaalde ornamenten nog nodig zouden zijn. De educatieve rol van skeuomorfe interfaces leek uitgespeeld. Met dit minimalistische design met weinig referenties kon Apple meteen ook een aantal fysieke beperkingen van zich af schudden. Apples eigen rekenmachine-app kon bijvoorbeeld lang slechts een beperkt aantal tekens aan.

Lungo, Davy Grosemans voor Xala

Watch and learn

Het nieuwste speeltje van de Californische technologiegigant komt dit jaar nog op de markt. De Apple Watch is een smartphone (die zo mogelijk nog slimmer is dan de huidige iPhone) met het uiterlijk van een polshorloge. Opnieuw wil Apple voeling krijgen met ons collectieve geheugen. Zo heeft de Apple Watch zelfs een draaiwieltje aan de zijkant, zoals analoge polshorloges. Dat dient natuurlijk niet om de tijd juist te zetten (die staat altijd juist, tot op 50 milliseconden), maar wel om te scrollen en in en uit te zoomen. Vertrouwd maar anders. Apple vertaalt deze keer dus geen fysiek object naar de virtuele wereld, maar brengt wel een oud en een nieuw fysiek object in contact met elkaar. 

Back to reality

De geschiedenis staat bol van zulke nostalgische objecten. Sinds mensenheugenis lijken veel innovaties op hun voorgangers. En dat gebeurt niet altijd met opzet. De designer ontwerpt soms zo omdat hij ‘niet beter weet’. Op de redactie brak er al snel discussie uit over welke fysieke objecten nu wel en welke niet skeuomorf zijn.

51

THEMA


Soft Seat, Roel Vandebeek voor Urba Style

Breedst Een derde opvatting is nog breder. Het skeuomorfe object vindt zichzelf niet opnieuw uit, maar roept wel herinneringen op aan andere objecten. De Triangle Ladder van Frits Kuitenbrouwer is net zo goed een kledingrek als een oldskool bibliotheekladdertje. Designers met gevoel voor humor horen hier ook vaak thuis. Zo is de Lasso-lamp van Quentin de Coster een verstelbare pendule die veel weg heeft van een zaklamp en lijkt de Lungo-gieter van Davy Grosemans op een koffiepot. De naam van het design verklapt ook al vaak aan welk ander object het een ode brengt. De Soft Seat van Roel Vandebeek lijkt op het eerste gezicht een comfortabele zetel, maar is in feite betonnen buitenmeubilair. En Patrick Séha ging net niet zover om de toetsen van zijn Piano-kapstok zwart en wit te verven.

Piano, Patrick Séha voor PER/USE

Moeten er overbodige tierlantijntjes aan zitten? Moet het object naar zichzelf verwijzen? Archeologe en antropologe Cate Frieman, die al jaren onderzoek doet naar skeuomorf design aan de Australian National University, zegt: “Veel objecten bouwen verder op de taal die andere technologieën of materialen gebruiken. Zo worden ideeën als nostalgie, verandering en speelsheid gecommuniceerd. Maar er bestaat geen eensgezinde definitie voor skeuomorfisme.” Strikt

De Dictionary of Artifacts van gerespecteerd lexicograaf Barbara Ann Kipfer leert ons dat ook objecten die met een andere techniek of in een ander materiaal vervaardigd zijn skeuomorfismen kunnen zijn. Pictolight van de Brusselse interieurdesigner Gauthier Poulain past in deze categorie. Het troebele plexiglas beeldt de universele vorm van een tafellamp met lampenkap uit, terwijl in werkelijkheid de lampenkap en de armatuur niet van elkaar te onderscheiden zijn.

Triangle Ladder, Frits Kuitenbrouwer

Breder

Lasso, Quentin De Coster voor QdC-DS. Foto © Julien Renault

Laten we dan maar beginnen met de striktst mogelijke interpretatie van dergelijke designobjecten. Het gaat dan om een ornament dat vroeger een functie diende, maar dat nu louter dient als opsmuk of als herkenningspunt. Met de stalen La Perla-espressomachine van het Antwerpse Vascobelo moet u bijvoorbeeld aan een grote hendel trekken. Zo voelt u zich een echte barista, terwijl de machine eigenlijk gewoon – net als de Nespresso-machine – met capsules werkt. The Siblings, het afstudeerproject van Frederik Delbart aan de Brusselse hogeschool La Cambre past ook binnen deze nauwe definitie. De lampenkap werd ooit uitgevonden om het licht te verzachten en om de fitting en gloeilamp te verbergen. Maar de doorschijnende glazen kap en onopvallende led-lamp van The Siblings overstijgen dit praktische nut.


Hij stelt me eerst voor aan Oscar, een skeuomorf ontwerp pur sang. “Deze lamp lijkt op een oude kandelaar. Het schaaltje diende om kaarsvet in op te vangen, maar nu kun je er bijvoorbeeld rosse centjes of sleutels inleggen.”

Plug, Jean-François d'Or voor Schreder. Foto: loudordesign

D’Or steekt van wal: “In mijn werkplek staan mijn eigen prototypes, maar in onze woning staan bijna uitsluitend oude spullen. Een kok die hele dagen in de potten roert, proeft zelf liefst ook niet zijn eigen gerechten. Van kleins af aan neem ik alle leuke dingen die ik vind mee. Ik ben altijd al gepassioneerd geweest door oude objecten. Ik hou van de petites histoires die deze spullen meedragen.” Het geheel oogt opvallend fris en grappig. Zachte witte tonen en pastelkleuren overheersen. Een badmintonpluimpje ligt op het rieten zitvlak van een draagbaar stoeltje dat tegelijk een wandelstok is. Trots wijst D’Or naar een schoendoos vol stenen en takjes. “Mijn zoontje helpt mij om inspiratie te verzamelen.” Om tot een ontwerp te komen, ordent D’Or zijn vondsten in een 3D-moodboard. “Vanuit die associaties maak ik nieuwe dingen en vind ik de geschiedenis opnieuw uit.”

Hook, Jean-François d'Or voor Vika. Foto: Peter Verplancke

Eén Belgische designer heeft zich meester gemaakt in skeuomorfismen in alle betekenissen van het woord en verkoopt zichzelf ook zo: Jean-François D’Or. Dat vraagt om een bezoekje aan zijn loudordesign studio. In de hal staan een hoge kruk (“van mijn schoonouders gekregen”), het gekromde handvat van een paraplu en de witte rugleuning van een stoel (“op straat gevonden”), een houten object dat op een tafeltennispalet met een porseleinen ei lijkt (“van de rommelmarkt, ik ben zelf ook zo benieuwd wat het is”) en een plastic olifantje dat doorboord is met een gebroken glas (“mijn eerste productontwerp”). Ik probeer voorzichtig te bewegen, uit schrik D’Ors verzameling droomontwerpen en poëtische en gekleurde bricolages te verstoren.

Elisabeth, Jean-François d'Or voor Reflect +. Foto © Peter Verplancke

Jean-François D’Or

Oscar, Jean-François d'Or voor Ligne Roset. Foto © Ligne Roset

Naast de schouw staat Elisabeth, een lange spiegel die D’Or in 2012 ontwierp voor de West-Vlaamse spiegelfabrikant Deknudt. Het moodboard dat als inspiratie voor Elisabeth diende geeft niet veel geheimen prijs: een ronde borstel, een hoedenstand en een gekleurde spiegel liggen netjes gerangschikt. Jean-François D'Or voegt daaraan toe: “Op een schilderij van de Belgische schilder Alfred Stevens zag ik de psyché-spiegel. Hij is dubbelzijdig en bourgeoisievrouwen gebruikten die in de negentiende eeuw om zichzelf van kop tot teen te keuren of om hun spiegelbeeld eindeloos melancholisch aan te staren.” Door het kader weg te nemen en een afgeknotte beukenhouten kegel toe te voegen geeft D’Or een nieuwe uitdrukking aan een oud object. Ook Hook doet dat. Deze houten juwelenhouder past in de filosofie van Deneufbourgs Sticks, waarbij een tak wordt nagebootst. Arlequin, met de hand gepolijste stapelbare potten, en Plug, een buitenlamp met noppen, passen ten slotte in de brede categorie ontwerpen die niet naar zichzelf, maar wel naar een ander object verwijzen. Ze imiteren respectievelijk ouderwetse hoedendozen en een cactus.

53

THEMA


Kunsturnen en grafsteenpoĂŤzie

Levendig design in de uitvaartwereld

Cloud, Tim Celis en Wim Bamelis

Natasja Admiraal

Design en sterven, het is niet de meest voor de hand liggende combinatie. De uitvaartbranche is bij uitstek een wereld van tradities en rituelen. Is daar wel plaats voor vernieuwing? Van alternatieven voor de geijkte urn of doodskist tot oplossingen voor hoe een uitvaart mooier, persoonlijker, goedkoper of duurzamer kan. Met hun vindingrijkheid bewijzen hedendaagse ontwerpers dat de uitvaartwereld juist dynamisch is.


De doodskist herbekeken

Industrieel ontwerper Wim Segers tekende zijn uitvaartkisten begin jaren negentig, naar aanleiding van de dood van zijn zus. Hij stelde vast dat de vormgeving van kisten decennialang nauwelijks wijzigde. “Mensen veranderen, architectuur verandert, mode en design veranderen, alleen de doodskist ziet er nog precies hetzelfde uit als honderd jaar geleden.” Waar klassieke kisten vaak iets bombastisch hebben, zijn de kisten van Wim Segers strak, kaal en kleurig. Geen enkel model heeft grepen, ornamenten of opvallende versieringen. Wel veel symboliek: er is een gelaagde kist als symbool voor de kringloop van het leven, een kist in de vorm van een tunnel die ‘oneindige rust’ verbeeldt en een licht hellende kist die verwijst naar afscheid nemen en loslaten. Omdat de markt nog niet klaar was voor deze ‘nieuwe generatie uitvaartkisten’ kwamen ze pas in 2003 op de markt, toen Wim Segers samen met zakenpartner Wim Alenus het bedrijf W.Kwadraat oprichtte. Het leidde direct tot positieve reacties en nominaties voor een International Funeral Award en een Henry van de Velde Award voor Beste Product. Toch weigert Segers de termen design en kunst in de mond te nemen. “Ik beschouw de kisten als voorwerpen, net als een stoel of muur, en elk voorwerp heeft een bepaald karakter. Een doodskist vind ik vooral een erg poëtisch object.”

Dom van der Laan Meubeldesign

Begrafenisrituelen zijn sterk gebonden aan tijd, plaats, cultuur en religie en dus over de hele wereld verschillend. Elk land heeft zijn eigen wetten en regels voor de gang van zaken. Mede daarom wordt de uitvaartsector gezien als een conservatief wereldje waarin alles bij het oude wordt gelaten. Toch probeert de branche daar waar mogelijk innovatief te zijn. Onze rouwcultuur wordt steeds gevarieerder. Niet alleen door ontkerkelijking en immigratie, maar ook doordat rouwrituelen steeds persoonlijker worden. Het taboe rond sterven is minder groot, er kan nu meer. Duurzaamheid is de grootste trend. Vlaamse uitvaartondernemers staan open voor vernieuwing en kijken veel naar de Nederlandse markt. Uitvaartmaatschappij Dela sloeg al eens de handen ineen met Design Academy Eindhoven. De jaarlijkse vakbeurs Funeral@Work in Leuven exposeert nieuwigheden en eens in de twee jaar worden de International Funeral Awards – de ‘Oscars van de uitvaartbranche’ – uitgereikt aan de meest vernieuwende ondernemingen. Ontwerpers storten zich vol overgave op het thema en vaak vormt een persoonlijke gebeurtenis de aanleiding.

Tegenwoordig is er naast de standaardkist veel meer mogelijk. Dom van der Laan Meubeldesign levert op bestelling een sobere, robuuste kist die is ontworpen door de bekende benedictijn en architect Dom Hans van der Laan. Het materiaal bestaat uit een binnen- en buitenzijde van multiplexmateriaal en wordt aan de buitenkant voorzien van een verflaag in het kleurengamma van de meubelcollectie. Aan de hoofdzijde kan een kruisteken in het hout gefreesd worden. Daarnaast kunnen er zes aluminium handgrepen worden bevestigd. De kist maakt deel uit van de collectie kloostermeubels, gebaseerd op oorspronkelijke tekeningen van de in 1991 overleden Hans van der Laan.

W. Kwadraat

De doodskist van meubelbedrijf Maat is toevallig tot stand gekomen. “Toen mijn moeder onverwacht overleed, wilden mijn broer (meubelmaker) en ik (ontwerper) als laatste eerbetoon zelf de kist ontwerpen en maken”, vertelt Carlo Seminck. “Vanuit het gedachtengoed van de Maat-meubelcollectie is de vormgeving sober, zonder ornamenten – eigenlijk herleid tot de basisvorm van een kist. Met op menselijke maat gestoelde verhoudingen en een natuurlijk materiaalgebruik.” Bij de begrafenis waren verschillende mensen gecharmeerd door die soberheid. Achteraf kregen ze meermaals de vraag om nog zo’n kist te maken. In 2009 nam Seminck met zijn toenmalige vennoot bij Maat, Stefaan Platteau, deel aan de International Funeral Awards, waar ze de eerste prijs behaalden in de categorie lijkkisten. Dit deed hen besluiten om de kist te commercialiseren en ook een urn te ontwerpen. “We gaan uit van ‘oervormen’ die we terugbrengen naar de essentie en op die manier transformeren naar deze tijd.” Voor de kist wordt massieve eik en notelaar gebruikt, linnen voor de binnenkant. Voor de urn aluminium, afgewerkt met nextelverf. Duurzame kisten winnen aan populariteit. 80 % van de huidige ‘houten’ grafkisten is niet van massief hout gemaakt, maar van spaanplaat met een dun laagje houtfineer. Ze zijn milieuvervuilend, wegen gemiddeld 45 kilo én zien er ook nog eens somber

55

THEMA


Maat. Foto: Verne

Ook de lijkwade is een ecologisch en esthetisch alternatief voor de anonieme, hoekige doodskist. Een grote doek waarin de overledene wordt gewikkeld, gemaakt van een biologisch afbreekbare stof zoals katoen, linnen of zijde. In tegenstelling tot het deksel van een kist kan de wade stapsgewijs worden gesloten, bijvoorbeeld elke dag een stukje verder. In deze zachte omhulling blijven de contouren van het lichaam zichtbaar; het houdt de overledene op liefdevolle wijze dichtbij. Zo zijn nabestaanden nauw betrokken bij het afscheid en verloopt dit proces gelijkmatiger.

Urn als kunstwerk

Het aantal mensen dat voor crematie kiest, blijft groeien. Omdat we in grote mate zelf kunnen beslissen wat er met de as gebeurt, is de vraag naar bijzondere urnen enorm toegenomen. Interieurontwerpers Wim Celis en Tim Bamelis wilden de klassieke urn – een cilindervormige pot met deksel – tot kunstobject verheffen en creëerden zes strakke, moderne asurnen. Zo is er onder andere Cloud (een witte wolk), Cross (een dubbele urn in de vorm van een tweekleurig kruis), Cube (een kubusvormig model) en Woody (een sobere houten kubus). Ze worden per bestelling en op maat gefabriceerd. “Onze urnen zijn vooral ontworpen als stijlvol en sereen aandenken aan een dierbare. Met hun elegantie, verhouding en formaat zijn ze gemaakt om gedeeltelijk de as te herbergen. Als het ware een klein kunstwerk, dat je indien gewenst een persoonlijke touch kunt geven door een inscriptie of een bepaald materiaalgebruik.”

en saai uit, stelt Marieke Havermans. Vanuit haar achtergrond als verpakkingstechnoloog ontwikkelde ze een milieuvriendelijk en stijlvol alternatief: een kist uit bioplastic, gemaakt van organisch restafval zoals aardappelschillen. Modern vormgeven met vloeiende lijnen, afgeronde hoeken en leverbaar in meerdere kleuren. Aan de onderzijde bevindt zich een draagrand, de traditionele handgreep is daardoor overbodig. Met haar bedrijf Onora won Havermans de Marie Claire Starters Awards 2014 en dit jaar de MKB Export Award. Na 2 jaar productontwikkeling is ze klaar om de internationale markt te betreden. Ze heeft momenteel een distributeur in Nederland en België. Een charmant idee is de ecologische uitvaartcocon van Hedwig Hulshof, gemaakt van afbreekbaar karton en papierpulp. Deze doet denken aan Gravioli, een uitvaartcocon van biodegradeerbaar composiet, ontworpen door Hans Weyers en Klaas Borms in 2002. In plaats van de gebruikelijke schroeven koos Hulshof voor knopen van keramiek om de kist op een zachte, respectvolle manier te sluiten. Bij de rouwkaart zit een bericht dat, voorzien van een persoonlijke herinnering of handgeschreven boodschap, wordt gevouwen tot bloem. Steek het tijdens de ceremonie in een van de open kruisjes bovenop de kist en de overledene wordt bedekt met een bloemenveld. Bloemberichten verminderen de afstand en creëren betrokkenheid. Je sluit er je eigen gedachten en de kist letterlijk mee af. De ontwerper won de publieksprijs tijdens de Dutch Design Week 2012 en heeft een fabrikant gevonden die de kist in productie wil nemen.

Graficus Philippe Rombouts had zoveel respect voor de liefdevolle relatie van zijn ouders dat hij een filosofische urn ontwierp. Illum brengt een ode aan het leven en aan de relatie met de geliefde voor, tijdens en na het overlijden. Hoewel het ontwerp alleenstaand ook zeer symbolisch is, wint het aan kracht zodra twee urnen met de zogenaamde ‘soullink’ worden verbonden. Dan wordt het de twee-eenheid waarnaar Aristoteles al verwees. “Met een klare lijn benadrukt de samenstelling de bijna vanzelfsprekende relatie tussen twee gelijkgestemde zielen.” In het atelier worden ultralicht aluminium, zacht rubber, roestvrij staal, subtiele taft en diverse soorten edelhout op ambachtelijke wijze geassembleerd. Op de website worden deze houtsoorten nader toegelicht: “Dat kokospalm bijvoorbeeld geen jaarringen heeft, vinden we symbolisch onweerstaanbaar. Ons palmhout komt bovendien van plantages waar oude gekweekte kokospalmen – na zeventig jaar – niet meer vruchtdragend zijn en gekapt worden om plaats te maken voor toekomstige gewassen. Dit palmhout komt uit een ecologisch verantwoorde bron en is een zeer duurzaam alternatief voor bedreigd hardhout.” Veel nabestaanden vinden het moeilijk dat bij verstrooiing van de as het afscheid zo abrupt is. De waterurn van Wout Laurens biedt een waardig alternatief en maakt een natuurlijk afscheid mogelijk. Dit is een bronzen bol die het regenwater langzaam laat doorsijpelen. Via een ingenieus doseersysteem wordt de as geleidelijk met het water afgevoerd en opgenomen in het grondwater. Het duurt gemiddeld tien jaar voor de as volledig


The Flowery Funeral, Hedwig Hulshof. Foto: Lisa Klappe © Design Academy Eindhoven

is afgegeven. Een geleidelijk proces, net als rouwen. Het kunstige object kan op een speciale plek in de eigen tuin worden geplaatst of bijgezet op een kerkhof. Verdriet in letters

Voor grafzerken leiden alle wegen naar Brugge. De stad staat op de wereldkaart als het gaat om letterontwerp en kalligrafie. Kristoffel Boudens begon in 1989 als letterkapper omdat hij zich na zijn opleiding als kunstschilder te jong voelde om zijn schilder- en tekenwerk te promoten. Aangezien zijn vader kalligraaf en zijn oudste broer letterkapper was, leek dit beroep hem een geschikt en haalbaar alternatief. “De term ‘letterkapper’ benadrukt eenzijdig de technische kant. ‘Tekstvormgever voor steen’ is een minder elegante maar meer nauwkeurige term,” stelt hij. Zijn broer Pieter was dertig jaar geleden de eerste die in België een nieuwe stijl designgrafstenen maakte. “Daarna kwam hier niet alleen de uit Texas afkomstige kalligraaf Brody Neuenschwander, maar ook letterkapster Maud Bekaert, kalligraaf Yves Leterme en Lieve Cornil met haar school The European Lettering Institute en haar ontwerpbureau Studio XII. Verder zijn er vijf winkels die serieus op kalligrafie inzetten en onlangs is vanuit de Brugse Erfgoedcel en Musea Brugge – als tweede poot naast Handmade in Brugge – Brugge Letterstad opgericht, dat dit potentieel verder wil in kaart brengen en uitbouwen. Zo heeft de stad een sterke reputatie ontwikkeld.” Sinds de twintigste eeuw ontwikkelt zich om de tien jaar een herkenbare nieuwe typografiestijl. In de eerste helft van de vorige eeuw zag je op grafstenen vooral blokletters. In de jaren zestig werden mechanisch gefreesde en bronzen opgezette letters populair. Rond de jaren tachtig introduceerde Pieter Boudens de met de hand ontworpen en gekapte klassieke Romeinse kapitaal: een letter met dik-duncontrast en elegante ‘voetjes’. Vandaag is letterkappen een rage geworden. Er heeft zich een sneeuwbaleffect voorgedaan. “Mijn broer heeft meerdere mensen opgeleid en cursussen gegeven. Zelf heb ik iemand opgeleid via een leercontract en begeleidde ik

jarenlang een cursus tekstontwerp voor steen. De door ons opgeleide mensen hebben op hun beurt weer cursussen gegeven.” Kleinere columbariumstenen bieden Kristoffel Boudens weinig mogelijkheden. Hij kan die niet als object ontwerpen. Ze worden dicht op elkaar in een muur ingebouwd en daardoor uiteindelijk een detail in een geheel dat hem esthetisch geen voldoening schenkt. Een columbariumsteen, doorgaans 50 bij 50 centimeter, biedt bovendien slechts plaats voor namen en data. “Een grafsteen heeft volume en een regel poëzie erop is tamelijk gangbaar, wat zowel inhoudelijk als qua compositie en ritme meer mogelijkheden biedt.” Volgens Boudens is de Vlaamse uitvaartcultuur sterk gecommercialiseerd en zorgen multinationals voor schaalvergroting. Kleine ondernemers bieden tegenwicht met een persoonlijke, soms artistieke inslag.

Onora

Enkele jaren geleden publiceerde het weekblad Humo een artikel over de toename van het aantal goedkope begrafenissen, tot 250 per jaar. Lowbudgetuitvaarten voor armen of mensen die alleen sterven werden beschouwd als dé groeiniche binnen de Belgische uitvaartbranche. Ontwerper Mark Berkers stuitte na de dood van zijn vader op het probleem dat de uitvaartdienst weinig transparantie toont. De prijzen zijn zeer hoog, zonder dat nabestaanden weten waarvoor ze precies betalen. “Afspraken worden gemaakt in tijden van emotionele nood en niemand wil beknibbelen op het laatste afscheid van een geliefde.”

57

THEMA


Kan een uitvaart behalve goedkoper ook groener? Minister van Leefmilieu Joke Schauvliege (CD&V) werkt momenteel aan een aanpassing in de wetgeving om de eerste natuurbegraafplaatsen in België mogelijk te maken. Dat idee valt bij veel mensen in goede aarde en het doel is om eind dit jaar een concreet voorstel op tafel te hebben. In Nederland bestaan dergelijke plekken al langer. Anders dan bij een klassieke begraafplaats waar grafzerken, columbaria en urnenvelden bij elkaar liggen, gaat het hier om een bosrijke omgeving waar weinig tot geen grafmarkeringen worden aangebracht. Ook de manier van begraven gebeurt veelal met groene uitvaartproducten. Zo worden op veel begraafplaatsen in Vlaanderen biologisch afbreekbare urnen begraven in een ‘urnenbos’. De Italiaanse ontwerpers Anna Citelli en Raoul Bretzel gaan nog een stapje verder. Zij verrasten dit jaar met hun vernieuwende concept Capsula Mundi, een cocon waarin iemand begraven kan worden en waaruit vervolgens een boom groeit. Op deze manier proberen zij de kringloop van het leven echt rond te maken. Het idee is dat de persoon in kwestie zelf een ‘Capsula Mundi’ uitkiest en dat nabestaanden deze boom na hun dood verzorgen. Begraafplaatsen veranderen op deze manier in een soort ‘heilige bossen’ die de herinnering aan de overledene letterlijk in leven houden.

Waterurn, Wout Laurens

Om een vraagteken te zetten bij het monopolie van uitvaartondernemers, introduceerde hij een begrafenis geïnspireerd door een bekende prijsvechter in de luchtvaartindustrie. Met easyFuneral wil hij de begrafenisbranche goedkoper en toegankelijker maken. Uit recent onderzoek blijkt dat een uitvaart in Vlaanderen gemiddeld 4 500 euro kost. Berkers biedt met zijn taboedoorbrekende concept een complete begrafenis voor 1 000 euro, inclusief een eenvoudige kist van karton.

Online rouwen met een QR-code

Illum, Philippe Rombouts

Internet speelt ook in de uitvaartsector een steeds grotere rol. Facebook – dat de mogelijkheid biedt om van de pagina van een overleden gebruiker een ‘herdenkingsplek’ te maken – en online-‘begraafplaatsen’ als i-tomb en i-memorial zijn slechts enkele voorbeelden. De Belgische branche maakt qua online ontwikkelingen een enorme inhaalslag: veel uitvaartondernemingen hebben naast een website een mobiele app. In oktober vorig jaar werd door een Vlaamse firma een nieuw internetplatform voor rouwenden opgericht. Elysway is een gratis sociaal platform in vijf talen waarop mensen een profielpagina kunnen aanmaken voor hun dierbare overledene. Gebruikers kunnen steun- en rouwbetuigingen posten, foto’s en herinneringen delen of meeschrijven aan diens levensverhaal. Iedere overledene krijgt bovendien een QR-code, die geplaatst kan worden op de rouwbrief, in de krant, maar ook op de grafsteen. Bezoekers kunnen het levensverhaal zo eenvoudig via een smartphone of tablet raadplegen. Capsula Mundi, Anna Citelli en Raoul Bretzel


Kristoffel Boudens

R.I.P. 200 jaar begrafeniscultuur in Vlaanderen Is de traditionele Vlaamse begrafeniscultuur in de loop van de twintigste eeuw zelf een stille dood gestorven? De toediening van de laatste sacramenten, het opbaren in een rouwkapel thuis, de dodenwake, het kisten door de dorpstimmerman. Het worden steeds meer vage herinneringen. In de confrontatie tussen ‘paapsen’ en ‘geuzen en ketters’ kreeg de dood zelfs een strijdlustig karakter. De tentoonstelling R.I.P. 200 jaar begrafeniscultuur in Vlaanderen in het Gentse Caermersklooster wil deze traditionele gebruiken en herinneringen vastleggen voor de toekomst. Dit rijke materiële en immateriële erfgoed wordt geïllustreerd aan de hand van onder meer oude rouwkleding, een lijkkoets, doodsprentjes, rouwbrieven, foto’s en schilderijen. Toch is het meer dan een nostalgische terugblik. Tradities zijn er om te worden doorbroken: in onze moderne, multiculturele samenleving is de Vlaamse begrafeniscultuur ingrijpend veranderd. Oude gewoonten vervagen, nieuwe vormen van herdenken en afscheid nemen vinden hun ingang vanuit vrijzinnige milieus. Universele thema’s als de dood inspireren ook hedendaagse kunstenaars: er is werk te zien van Jeroen Boussier, Alexandra Leyre Mein en Renato Nicolodi. De tentoonstelling en het bijbehorende boek (uitgeverij Academia Press) zijn de resultaten van een onderzoeksproject van het Liberaal Archief. In de publicatie belichten zeven auteurs diverse thema’s rond het funerair verleden en heden van Vlaanderen. De tentoonstelling R.I.P. 200 jaar begrafeniscultuur in Vlaanderen loopt nog tot 14 juni 2015 in het Caemersklooster in Gent.

59

THEMA


Vergeten designklassiekers krijgen een tweede leven

Thibault Van Renne, LostNFound

weggeweest

van

Terug Adrienne Peters


Met een vader als antiquair had Rozier al vroeg het besef van de maker en het verhaal achter een product. Design en de trends die daarmee gepaard gingen, kreeg hij met de paplepel ingegoten. In de jaren zeventig kende de art nouveau een opleving. In de jaren tachtig volgde de art deco. Vanaf die periode ging het snel. De markt was goed, er werd onderhandeld en de prijzen van design stegen. Sinds een designstuk wordt gezien als een goede investering, is vintage gemeengoed geworden. Ook de consument is in de tussentijd geëmancipeerd geraakt, met niet alleen meer interesse voor, maar ook meer kennis van design. Boomerang, Willy Van Der Meeren, LostNFound

Galerie Rozier aan de Nieuwpoort in Gent ademt vintage design. Duizend vierkante meter lampen, stoelen, tafels en dressoirs uit de jaren dertig tot zeventig. Een collectie die gaat van Aalto tot Zuccheri. De boekenkast langs de wand bezwijkt bijna onder het gewicht van de designboeken en -catalogi. Aan zijn drukke bestaan als vintageantiquair heeft Frederic sinds november 2013 een nieuw initiatief toegevoegd. Met LostNFound brengt hij ontwerpen van een groot aantal Belgische architecten en ontwerpers uit de jaren vijftig opnieuw in productie. Natuurlijk is het handel, maar bij de bedeesde Gentenaar spreken vooral de passie voor de producten en liefde voor het design. “Producten met een verhaal voegen iets toe aan je persoonlijkheid”, legt hij uit. “De spanning in de zoektocht naar een mooi meubelstuk en de euforie wanneer je het vindt, is toch wat anders dan een bank uitzoeken in de catalogus van Ikea, die dan vijf jaar later weer aan vervanging toe is.”

Potence Lamp, Willy Van Der Meeren, LostNFound

De vlinderstoel van Jacobsen kent de doorsneedesignliefhebber wel, maar de Boomerang-tafel van Van Der Meeren staat minder scherp op het netvlies gebrand. Twee Vlaamse kenners veegden het stof van vergeten gewaande klassiekers en stapten met de tekeningen onder de arm opnieuw naar het atelier. De een is Frederic Rozier, bedenker en oprichter van DesignMarkt en Architectenwoning. De ander is Steve Symons, geestelijk vader van BuzziSpace. De een richt zich op Belgische architecten en ontwerpers die in de vergetelheid zijn geraakt, de ander eert een Brits designicoon.

Moderne klassiekers Rozier en Symons hebben de tijd dus mee. Maar in de overdaad aan shops en horecagelegenheden die denken van vintage hun handelsmerk te maken, blijft de vraag naar een bijzonder product. En die vonden beiden in klassiekers uit de jaren vijftig, de hoogtijdagen van het modernisme. In die jaren deden de nasleep van de oorlog en de

61

THEMA


tekorten die daarmee ontstonden een beroep op de creativiteit en het improvisatietalent van ondernemers, kunstenaars en ontwerpers. In nauwelijks twee decennia evolueerde Europa van een verzameling kapot geschoten landen tot een op een Amerikaanse leest geschoeide consumptiemaatschappij. In Duitsland en Italië floreerde de economie dusdanig dat ze de geschiedenisboeken inging als het Wirtschaftswunder en Il miracolo economico. Het economische wonder dat de tot de verbeelding sprekende Italiaanse mode en design tot grote hoogten stuwde en de basis legde voor wat we kennen als het officieuze keurmerk ‘Made in Italy’.

BA3, Ernest Race, BuzziSpace Legends

Ook de Belgische modernen als Willy Van Der Meeren, Renaat Braem, Lucien Engels, Jos De Mey en Juliaan Lampens ontwikkelden een duidelijke signatuur met dat verschil dat ze de geschiedenisboeken nauwelijks haalden. De nationale economie kende, na een korte heropleving vlak na de oorlog, opnieuw een dipje, door gebrek aan dynamiek, een verouderde industrie en een door taal en politiek gespleten land. Aan de architecten en ontwerpers uit die tijd lag het in ieder geval niet. Hen kan hoogstens bescheidenheid worden verweten waardoor namen als Willy Van Der Meeren en Lucien Engels beperkt bleven tot het adresboekje van designkenners en -fanatici. “We zijn niet fier genoeg op onze nalatenschap”, verklaart Rozier dit fenomeen. “De architecten zijn zeer ingetogen en sereen maar bescheidenheid zit ook in onze Belgische mentaliteit. We krijgen pas ergens oog voor als het in het buitenland wordt opgemerkt.”

privacydesign voor de werkvloer: kantoormeubels van akoestisch materiaal. Rustig telefoneren op een flexplek doe je in de BuzziMe, een stoel in een ontwerp van Axel Enthoven met grote oogkleppen aan de zijkant. Vergaderen in een kantoortuin doe je onder de BuzziShade, een lamp en geluidskap ineen. Allemaal eigen ontwerpen waar nu klassiekers aan toegevoegd worden van de Britse ontwerper Ernest Race. Ook Race is een modernistische ontwerper uit de jaren vijftig, ook hij gold als vernieuwend en experimenteel, ook zijn naam was buiten de Angelsaksische landen weinig bekend. En dat is eeuwig zonde, vindt Steve Symons, CEO van BuzziSpace. “Door het werk van Race te reproduceren en in onze BuzziSpace Legends op te nemen, houden we zijn werk levend”, legt hij uit. En dus kunnen we opnieuw kennismaken met de BA3, een klassieke eettafelstoel zonder leuningen, de Antelope-stoel met zijn sculpturale vormen van staal en de herkenbare balpoten en de Rocker, een schommelstoel met stalen frame die een waar collector’s item is geworden. De producten van Race vallen op door het materiaal uit de oorlog dat hij gebruikte. Stoelen maakte hij van aluminium van Britse gevechtsvliegtuigen met parachutestof als bekleding.

Democratisch design Het concept van Rozier maakt niet alleen dat Belgische ontwerpers van weleer eindelijk de lof en aandacht krijgen die hun vakgenoten in Italië of Scandinavië al decennialang ten deel valt, zijn idee is ook nog eens democratisch. Dat is simpelweg: mensen in contact brengen met de ontwerpen. De repro’s worden in België gemaakt, in speciale ateliers waar het pure ambacht wordt bedreven en materiaal als hout en metaal nog met de hand wordt bewerkt. Om zoveel mogelijk te beantwoorden aan het idee zoals de ontwerpers het bedoeld hadden en met recht te kunnen spreken van Belgisch design. Niet altijd zijn de originele tekeningen bewaard gebleven maar dat vormt volgens Rozier geen enkele belemmering. “Voor de eerste heruitgave van de Boomerangtafel hebben we een origineel uit elkaar geschroefd. Dat is het meest waarheidsgetrouw, want de ontwerpen werden in het productieproces vaak bijgesteld.” Van de tafeltjes van Van Der Meeren heeft Rozier er inmiddels zo’n 700 verkocht. Met hun 770 euro zijn de reproducties misschien niet echt goedkoop maar liggen ze toch heel wat meer binnen handbereik dan de originelen waar je inmiddels zo’n 3 000 euro voor betaalt. Het origineel dat zijn waarde ziet stijgen door de komst van de reproducties. Mocht een heruitgave toch buiten je budget zijn, dan kun je altijd nog frieten eten of fitnessen in stijl want Frituur Zorro en sportcentrum Venice Beach in Gent hebben allebei hun zaak ingericht met meubels van Van Der Meeren en Engels. Ook BuzziSpace geeft een breed publiek toegang tot designklassiekers. Het bedrijf maakte naam met het zogenaamde

Collectie opbouwen Symons zocht contact met het bedrijf van Race. Rozier ging in een mini-odyssee door België bij alle huizen van de architecten langs. Beide troffen ze ontwerpers of nabestaanden die verheugd waren dat de producten weer onder de aandacht komen. Rozier: “We zijn alle woningen van Van Der Meeren langsgegaan, de meubels waren vaak nog aanwezig. De bewoners kochten zo’n huis niet voor niets, ze zijn zelf fan van de ontwerper. En als je eenmaal een start gemaakt hebt, dan gaan de andere architecten daar gemakkelijk in mee. Ik kreeg meestal te horen: ‘Als ge zo zot zijt dit te willen doen, dan doet ge het maar’”, lacht Rozier. “Maar ze waren vooral aangenaam verrast.”


Rocker, Ernest Race, BuzziSpace Legends

Zowel voor LostNFound als voor BuzziSpace blijft het hier niet bij. Symons heeft plannen om de ontwerpen van Robert Heritage en Roger Webb in de Legends-collectie op te nemen. Zij ontwierpen respectievelijk in de jaren zestig en tachtig designklassiekers die volgens Symons een heruitgave verdienen. LostNFound wil per jaar een aantal items van een ontwerper uitbrengen en zo gestaag een collectie opbouwen. Niet alleen van meubels maar ook van accessoires. Laatste wapenfeit is een samenwerking met de Gentse Thibault Van Renne, de rising star in luxetapijt op maat. Met hem worden de tapijten van het Brusselse designduo Baucher-Féron opnieuw tot leven gewekt. Van België maakt Rozier vervolgens de stap naar Frankrijk, Duitsland en Nederland en dan verder de wereld in. Internationale designbeurzen staan voor volgend jaar op de agenda, wanneer de collectie is uitgebreid. Jules Wabbes

Anna David-Marber, Jules Wabbes, Bulo. Foto: Luc Vincent

Niet alles wat uit de handen van de Belgische ontwerpers kwam, werd gespaard. Bij de toenmalige fabrikant van Van Der Meeren, het Vilvoordse metaalbedrijf Tubax, gingen duizenden ontwerpen over de toonbank. Veel meubels kwamen terecht bij scholen of bedrijven die inmiddels niet meer bestaan of hun interieur grondig vervangen hebben. Het was in de tijd dat de fabrikant belangrijker was dan de ontwerper. Een schoolbank van Van Der Meeren in de container baarde dan ook niet veel opzien. Dat het nu omgedraaid is, beseffen de fabrikanten maar al te goed. Zo hebben de meubelfabrikanten Bulo en OneToBe hun kans gezien in de heruitgaven van Jules Wabbes, een van de belangrijkste naoorlogse ontwerpers in design en interieur. Bulo tekende een licentiecontract voor de wereldwijde uitgave van alle ontwerpen van Wabbes die inmiddels voor gigantische bedragen verkocht worden. De stoel Louise, de taboeret Anna David-Marber en de tafels Gérard Philipe en Pan Coupé waren als eerste verkrijgbaar in de Bulo-shop. OneToBe brengt vijftig jaar na het oorspronkelijke ontwerp een keuken van Jules Wabbes opnieuw in productie. De Brusselaar, die in 1974 overleed, bracht verfijnd meubilair zonder overbodige franjes. Een halve eeuw later behoort de keuken tot een voorbeeld van hedendaagse architectuur. Door de eigentijdse vormen passen ook de meubels van Race en Van Der Meeren prima in een hedendaags interieur. Ook de huidige generatie ontwerpers is goed bezig, vindt Rozier. “Zowel met de nalatenschap van ontwerpers van weleer als met de jonge hedendaagse designers moeten we ervoor zorgen dat we designgeschiedenis schrijven. Zodat België eindelijk een keer gezien wordt als een land dat sterk is in meubeldesign.” ( www.lostnfound.be ) ( www.buzzispace.com )

63

THEMA


SHOW-OFF

65

SHOW-OFF


In juni ontdek je de modeontwerpers van morgen tijdens de jaarlijkse eindejaarsdefilés. Kwintessens belicht alvast een selectie uit de portfolio’s van de masterstudenten van de Modeafdeling van de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten – AP Hogeschool Antwerpen.

6 juni SASK Sint-Niklaas ( www.academiesintniklaas.be ) 12 en 13 juni AP Hogeschool Antwerpen ( www.antwerp-fashion.be ) 17 juni Academie Lier ( www.academielier.be ) 18 en 19 juni KASK Gent ( www.movement.be )


Edoardo Rossi


Miriam Laubscher


Sofie Gaudaen


Joeri Van Campenhout


Laure Severac


Marie-Sophie Beinke


CASES

75

CASES


BenoĂŽt van Innis ontwerpt en realiseert unieke motieven voor zorgcentrum

Roel Jacobus


Op zijn knieën voorovergebogen, als een monnik, beschilderde Benoît van Innis in een Portugees atelier meer dan 40 000 unieke keramiektegels vooraleer ze in de oven gingen. De individuele glazuurtegels vormen 300 unieke ‘tegelgordijnen’ naast de ramen van het nieuwe zorgcentrum in Wingene. De kunstenaar werkte hiervoor samen met het Britse architectenbureau Sergison Bates. In Wingene wordt een nieuw openbaar zorgcentrum gebouwd met 135 ouderenverblijven, verspreid over 4 vleugels. De architectuurwedstrijd die de Vlaamse Bouwmeester hiervoor uitschreef, werd gewonnen door het gerenommeerde bureau Sergison Bates uit Londen. Een van de grootste uitdagingen was om ondanks de omvang van het bejaardentehuis toch een persoonlijk, niet eentonig uitzicht te krijgen. Architect Stephen Bates kwam op het idee om naast alle ramen een kleurige, afwisselende tegelpartij te plaatsen. In totaal gaat het om 300 tile curtains of tegelgordijnen aan de buitengevel. Op zoek naar geschikte tegels kwam Bates in contact met Pieter Ballegeer van David & Goliath uit Brussel, gespecialiseerd in authentieke bouwmaterialen voor interieurs. Ballegeer legde de link naar kunstenaar Benoît van Innis, met wie hij de voorbije jaren tegels en behangpapier op de markt bracht. Benoît van Innis: “Ik stelde voor om individuele motieven te creëren, die op hun beurt unieke patronen zouden vormen. In februari 2014 ging Bates akkoord om samen te werken en in juni gaf ook de bouwheer groen licht. Tussen juni en december tekende ik op papier de voorstudies voor alle 300 ramen. Voor elk van de 4 paviljoenen koos ik hoofdkleuren: blauw, wit en zwart voor zuiden; rood en oranje voor het westen; groen en geel voor het oosten; oranje en geel voor het noorden. Binnen elk van die kleuren varieerde ik met tinten en combinaties van kleur op wit of wit op kleur.” Benoît van Innis is bij het grote publiek vooral bekend als tekenaar in magazines. In de jaren 1990 publiceerde hij in onder meer The New Yorker en tot op vandaag heeft hij een tweewekelijkse pagina in Paris Match. Niettemin heeft hij iets met tegels en daar doet hij steeds meer mee. “Tussen 1996 en 2000 was ik betrokken bij de kunstintegratie binnen de renovatie van het Brusselse metrostation Maalbeek, in samenwerking met De Smet Vermeulen architecten. Op zoek naar een wandbekleding die bestand was tegen vandalisme en graffiti, vonden we inspiratie in de tegelbekleding van de Parijse metrostations. Ik koos toen voor zwart en wit als rustgevende kleuren. De productie gebeurde in Portugal, waar je nog ateliers vindt die ambachtelijke kennis hebben en toch groot genoeg zijn om op industriële schaal kwaliteit te produceren. In 2002 realiseerde ik een muurtekening op tegels in het Jan Breydelstadion in Brugge, ter gelegenheid van Brugge Europese Culturele Hoofdstad.” Van Innis bracht gaandeweg meer kleur in zijn tegelwerken, onder meer in het Wezemberg-zwembad in Antwerpen, de universiteit van Louvain-la-Neuve en restaurant De Refter in

Brugge (met noAarchitecten). Een meesterwerk leverde hij af op de Grote Markt in Deinze, waar hij op 160 m² het thema van de seizoenen betegelde. Dit werk behoort tot de stadsrenovatie waarmee architecten Robbrecht & Daem in 2013 Laureaat werden van de Prijs van de Vlaamse Bouwmeester. Het zorgcentrum in Wingene krijgt een 300-tal tegeltapijten bestaande uit tegels van 11 x 11 cm, door Benoît van Innis individueel beschilderd en dan in de oven geglazuurd. Elk tegeltapijt meet ongeveer 2 m2 en heeft een uniek motief dat op elke tegel van het tapijt herhaald wordt maar nooit identiek is. “Hierdoor ontstaat een enorme vibratie, vol diepgang en leven. Het manueel beschilderen en glazuren van de meer dan 40 000 tegels nam maanden in beslag. Dat deed ik helemaal zelf in de tegelfabriek Viúva Lamego in Portugal, een bedrijf dat al sinds 1849 bestaat en vaak kunstenaars te gast heeft. Gedurende de periodes dat ik er werkte, leefde ik er als een monnik: werken, eten, slapen.” De tegels werden individueel genummerd. Want het is uiteraard de bedoeling dat de motieven perfect geplaatst worden zoals ze getekend zijn. Op die manier krijgt elk raam zijn eigen unieke tegelgordijn en daarmee elke kamer een eigen identiteit en een eigen kunstwerk. Pieter Ballegeer: “Het interessante aan dit project is dat de kunstintegratie – verplicht voor degelijke opdrachten die door de Vlaamse overheid gesubsidieerd worden – niet achteraf toegevoegd wordt als decoratie maar een wezenlijk deel van de architectuur uitmaakt. De bouwheer, architect en kunstenaar werkten van bij het begin in synergie. De eerste tegels werden in mei geplaatst en het zorgcentrum gaat midden 2016 open.” ( www.benoit-artist.com ) ( www.davidgoliath.be )

77

CASES


HookedOnWalls zet in op innovatie

An Michiels

Boracay

Favourite Twist

Belgian Graffiti


HookedOnWalls verscherpt zijn identiteit en sluit weer dichter aan bij het gedurfde karakter van haar begindagen. Met de ondersteuning van moederbedrijf Arte zet het wandbekledingsmerk in op technologisch innovatieve lijnen met een uitgesproken look, gericht op designgevoelige consumenten. Op de meubelbeurs in Keulen bij het begin van dit jaar lieten we ons oog vallen op de presentatie van HookedOnWalls op de stand van moederbedrijf Arte, het merk uit het Limburgse Zonhoven dat zich de afgelopen dertig jaar wist te positioneren als een van de wereldtoppers wat betreft luxueuze wandbekleding. Waar Arte zich voornamelijk focust op de contractwereld van architecten en decorateurs, werd HookedOnWalls een kleine tien jaar geleden in het leven geroepen als een betaalbaarder product, direct gericht op winkeliers en consumenten. Arte’s jarenlange investering in de ontwikkeling van nieuwe technologie en een intern ontwerpteam, werpt ook zijn vruchten af voor HookedOnWalls. Guido Neven, commercial manager Belgium, plaatst het succes binnen de context van het grotere Arte-verhaal: “Het ontstaan van het dochtermerk HookedOnWalls hangt nauw samen met de evoluties binnen Arte. Een kleine tien jaar geleden werd er besloten om resoluut voor het topsegment van de markt te gaan. We gingen de concurrentie met de grote wereldspelers niet aan op het vlak van volume, maar in onze strategie spitsten we ons toe op betere, mooiere en exclusievere collecties. Deze verschuiving sloeg aan en bracht ons bij de top van de piramide. Die aanpak maakte tegelijkertijd plaats voor een nieuw project dat zich kon richten op het middensegment. HookedOnWalls werd op dat punt in het leven geroepen, niet alleen met een aparte naam en met een uitgesproken look, maar bovenal met kennisoverdracht van innovaties ontwikkeld binnen Arte, om een betaalbaar én kwalitatief product te kunnen aanbieden.”

en thermische vervorming en het aanbrengen van zowel glasparels, mica’s, metallics en folies als natuurlijke weefsels worden aangewend om de aaibaarheidsfactor te verhogen. Als we bij een bezoek aan Arte de stalenkamer met boeken vol collecties bezoeken, wordt de schaal van de onderneming duidelijk. HookedOnWalls maakt met haar huidige 9 lijnen deel uit van een totaalaanbod van 140 verschillende collecties die door de Arte groep gedistribueerd worden. Ongeveer 40 % van dit aanbod wordt door Arte zelf in productie gebracht. De overige namen zijn aankopen die aansluiting vinden bij de eigen producten. Opvallende samenwerkingen zijn een collectie ontwikkeld met La Fondation Le Corbusier en Les Couleurs Suisse, gebaseerd op de originele kleurenschema’s van Le Corbusier. Nog twee producten die tot de verbeelding spreken, zijn de natuurproducten Bark Cloth en Boracay. Bark Cloth maakt deel uit van een door Unesco beschermd project in Uganda waarbij de schors van de ficusboom verwerkt wordt tot muurbekleding. Boracay is een weefsel vervaardigd uit stengels van Braziliaanse waterhyacinten. Arte’s sterke distributienetwerk in de Benelux, Frankrijk, Duitsland en sinds 2014 ook Groot-Brittannië trekt merken aan die gedistribueerd willen worden binnen deze regio. Bij de toppers kan het de wandbekleding van Armani Casa en de collecties van Piet Hein Eek, Piet Boon en Studio Job voor het Nederlandse merk NLXL rekenen. Het gaat om distributieafspraken met producten die niet concurreren en een duidelijke meerwaarde bieden voor het totaalaanbod. HookedOnWalls past binnen dit grotere Arte-verhaal met een honderd procent Belgisch product, ontwikkeld, geproduceerd en gedistribueerd vanuit Zonhoven. Met een distributie in vijftig landen wereldwijd zal het niet onopgemerkt voorbijgaan aan wie op zoek is naar een statement. ( www.hookedonwalls.com ) ( www.arte-international.com )

De ontwerpen van de recentste HookedOnWalls-collecties genaamd Favourite Twist, Splendid Living en Pure Impulse werden gecreëerd onder leiding van designmanager Frederik Decoopman. Na een aantal jaren van soul searching en het verkennen van de markt gaat HookedOnWalls terug naar de roots met collecties die niet alleen grafisch maar ook op het vlak van materialiteit ver boven het gemiddelde scoren. Guido Neven legt uit: “Na een paar bravere collecties willen we de identiteit van HookedOnWalls weer scherpstellen. De verleiding om voor voorzichtigere collecties in grotere volumes te gaan, speelde in ons achterhoofd, maar het is toch belangrijk om een gebalanceerd verhaal te brengen en een sterke lijn aan te houden. Dit begint zijn vruchten af te werpen, ook de betere winkeliers willen zich onderscheiden van de aanbieders van de grote volumes met eerder klassieke looks.” Het tactiele staat centraal bij de ontwikkeling van het brede gamma van muurbekleding dat Arte op de markt brengt. De kern ligt in het brengen van diepte en textuur. Die diepte komt niet alleen tot stand door hoogstaande druktechnieken en effecten met de gebruikelijke watergedragen inkten. Technieken gaande van vouwen tot inlegwerk, lasergravering

79

CASES


Jolien Vanhoof

Modelabel LĂŠo brengt eerste collectie uit Herfstwintercollectie 2014 voor Step by Step

Lentezomercollectie 2015

Lentezomercollectie 2015


Waarom alleen als het ook met twee kan? Wat ooit begon als een voorzichtige samenwerking als koppel, is in vier jaar tijd uitgegroeid tot een internationaal succesverhaal. Onder de noemer ‘Léo’ steken Leonneke Derksen en Matthias Medaer de hoofden bij elkaar, met hun eerste lentezomercollectie ‘The Rrog and the Nolo’ als resultaat. “Eigenlijk is het voluit ‘The Interrogation and the Monologue’, een verwijzing naar het schilderij van Thomas Dielman. Maar als je het sweatshirt met opdruk aanhebt, lees je enkel ‘the rrog and the nolo’”, lacht Matthias Medaer. Hij is de ‘zakelijke’ helft van het ontwerpersduo, en leerde de Nederlandse Leonneke zes jaar geleden kennen toen ze nog studeerde aan de Antwerpse Modeacademie. A match made in heaven, zo blijkt. Kwintessens strikte Matthias voor een babbel en kan niet anders dan toegeven: echte liefde werkt als een magneet op creativiteit. Het gaat Léo voor de wind. Jullie label ligt al te koop in vijf Belgische winkels, en niet van de minste. Ooit gedacht dat het zo vlot zou gaan? MM: Natuurlijk hoop je als starter op succes, en liever vroeg dan laat. Maar dat we onze droom zo snel konden waarmaken, dat hadden we niet verwacht. We hebben ook nooit iets geforceerd. Integendeel, de voorbije jaren is het merk organisch gegroeid. Wat ons wel een duw in de rug gaf, is de samenwerking met de Antwerpse winkel Step by Step, waarvoor we enkele exclusieve capsulecollecties mochten ontwerpen. Ook Debora Litzroth, onze agente bij Suit-Case, heeft fantastisch werk geleverd. Dankzij haar wordt Léo nu verkocht bij Twiggy, LOL (shop), Graphie Sud, Icon en Step by Step. En voor de nieuwe herfstwintercollectie komen er zelfs nog enkele winkels bij hier in België en in Nederland.

Wat was het moeilijkste bij de opstart van jullie eigen label?

MM: Weten wanneer je er klaar voor bent. Je kunt maar één keer naar buiten treden met je eigen merk. Het is een grote stap waarbij je veel keuzes moet maken. Keuzes die niet evident zijn zonder iets van zekerheid op een toekomst. Vandaar ook ons idee om eerst enkele capsulecollecties te ontwerpen. Zo kon Leonneke haar werk als styliste voor merken als Balenciaga en Carven nog even combineren met Léo. Intussen heeft ze die job opgezegd.

Hoeveel steun hebben jullie aan organisaties als Wallonie-Bruxelles Design/Mode en Flanders Fashion Institute?

MM: Wij vinden het belangrijk om ons als jong merk goed te laten omringen. Voor kennis, advies en zoals nu ook bij WBDM voor het financiële aspect. Dankzij hen hebben we een showroom in Parijs en ook een persagent in Parijs en Londen. Wij kiezen altijd voor mensen die in ons geloven en ons een goed gevoel geven. Klikt het niet, dan liever niet voor ons. Vanuit die visie willen we ons bedrijf ook managen. Wij zijn er niet op uit om snel rijk te worden, maar halen voldoening uit het feit dat mensen ons merk mooi vinden en het graag willen dragen.

Jij komt uit Antwerpen, Leonneke uit Nederland. Waarom dan precies Parijs als uitvalsbasis? MM: We trokken naar Parijs om er ervaring op te doen. Veel van onze leermeesters en vrienden zitten daar. Zij werken voor grote modehuizen als Chloé en Givenchy en helpen ons vaak met onze eigen collectie door contacten te leggen of originele prints te maken. Ik weet ook dat Leonneke veel heeft gehad aan haar samenwerking met Guillaume Henry, destijds creatief directeur bij Carven. Als iemand zoals Henry naar je lookbook kijkt en zegt dat het een kanon is … Jij en Leonneke werken en leven samen. Hoe vinden jullie een balans tussen die twee werelden? MM: Een echte balans is er voorlopig niet. Dat kan volgens mij ook moeilijk, althans in deze fase. We gaan elke avond slapen met Léo en staan er ook weer mee op. Het doel is wel om op termijn een mooi evenwicht te vinden. Hoe we het nu volhouden? Veel liefde en veel kunnen incasseren en relativeren (lacht). Wat ook helpt: we zijn zeer complementair, zowel qua karakter als in wat we doen.

En ook belangrijk: jullie zijn lang niet aan jullie proefstuk toe. In 2013 was er die eerste capsulecollectie voor Step by Step.

MM: Klopt, een waardevolle leerschool. En vandaag is Léo nog steeds hun op twee na best verkochte merk. Daar zijn we best trots op. Zeker als je bedenkt dat we de productie destijds hebben opgestart zonder maten en met amper 1 000 euro op zak.

Een heel verschil met wat er vandaag aan de kapstok hangt. Kun je iets meer vertellen over ‘The Rrog and the Nolo’?

MM: We botsten eigenlijk per toeval op het werk van Thomas Dielman via een huwelijksuitnodiging. We waren er op slag weg van. Een afspraak later was de deal al beklonken: Thomas zou een print creëren voor de collectie en het lookbook zou ook gefotografeerd worden in zijn atelier in Brussel. Dat verklaart meteen de arty insteek. We lieten ons inspireren door de unieke interactie tussen een kunstenaar en zijn muze. En tegelijk ook door het spanningsveld tussen een creatief, slordig atelier en het steriele, cleane gegeven van een galerij. Dat contrast vind je ook terug in de collectie, met enerzijds minimalistische tailored stuks, zoals de zwarte mouwloze trenchcoat, en anderzijds sterke grafische ontwerpen zoals het sweatshirt met de befaamde Dielman-print. ( www.leo-paris.com )

81

CASES


SPIDER-project wil dienstverlening door lokale besturen verbeteren

Annelies Thoelen

Service Design Toolkit


Efficiënt ontworpen diensten en lokale besturen, het wil nogal eens vloeken. Nochtans hebben de meeste steden en gemeenten een soortgelijke dienstverlening, die op een soortgelijke manier efficiënter zou kunnen worden ontworpen. Service design kan hen helpen om dat waar het om draait – de klant – niet uit het oog te verliezen. Beeld u in: u nam 20 minuten geleden een nummertje voor de wachtrij van het stadhuis. U hebt vanmiddag verlof moeten nemen voor het afhalen van uw nieuwe paspoort. Naast u aan de ene kant zit een moeder met een huilende kleuter, en aan de andere kant een koppel waarvan u – door de inhoud van het gesprek dat ze overdreven luid voeren – vermoedt dat ze op een andere dienst moeten zijn dan de burgerlijke stand. 20 minuten worden er al snel 25, en uw nummer verschijnt maar niet op het scherm. U weet nochtans dat wanneer dit wel gebeurt, u in 5 seconden mee hebt waarvoor u komt. Uw nieuwe paspoort ligt namelijk klaar, ergens achter een balie. In zo’n situatie wilt u vast uitschreeuwen hoe u denkt dat het beter kan. Dit is precies waarom Design Vlaanderen enkele jaren geleden begon met het promoten van service design voor lokale besturen. Deze manier van design thinking voor openbare dienstverlening helpt namelijk om diensten vooral vanuit het perspectief van de toekomstige gebruikers te (her)ontwerpen. Niet door in te schatten wat deze gebruikers misschien zouden willen, maar door werkelijk met hen samen aan tafel relevante, effectieve en efficiënte diensten te co-creëren. Maar hoe breng je service design aan als goede methodiek bij een lokaal bestuur? Zien zij het wel zitten om rechtstreekse inspraak van burgers toe te laten in de organisatie van de taken van een stad of gemeente? Om die vraag te beantwoorden, stapte Design Vlaanderen in 2012 mee in SPIDER. Dit Europese project, gefinancierd onder het Interreg IVB NWE-programma, wil lokale besturen aanzetten om hun dienstverlening te verbeteren of zelfs radicaal te herontwerpen. SPIDER financiert binnen de Europese samenwerking met partners uit Vlaanderen, Frankrijk, Ierland en Wales negen proefprojecten om openbare besturen te overtuigen van de meerwaarde van service design voor het lokale niveau. Voor de partners binnen dit project betekent SPIDER vooral een proeftuin om de voordelen van service design voor openbare besturen uit te testen en aan te tonen. In Maasmechelen ontwerpt sociale huisvestingsmaatschappij Maaslands Huis samen met gebruikers en stakeholders een toekomstgericht woonzorgcentrum. De sociale huisvesting die Maaslands Huis op dit moment biedt voor 65-plussers is namelijk niet toereikend, en moet worden aangepast aan de context van toenemende vergrijzing, de immer groeiende groep ouderen met een buitenlandse origine, de vereenzaming van 65-plussers, en de toenemende kosten binnen de gezondheidszorg. Samen met ontwerpbureau Studio Dott ontwerpen ze daarom een inclusieve leefomgeving voor ouderen waarbij er medische zorg kan worden verstrekt, en waar tegelijk zal worden samengewerkt met andere partners voor diensten rond bijvoorbeeld mobiliteit, recreatie en voeding. Op die manier ontstaat er zowel een ecosysteem waarbij ouderen langer zelfstandig kunnen blijven wonen, als de plannen voor een centrum met de meest intensieve vormen van zorg voor wanneer ‘alleen wonen’ toch geen optie meer is.

Bij Stadsbestuur Geel werd service design toegepast om het OCMW en de sociale diensten van de stad te laten fuseren. Het stadsbestuur wil hiermee de twee verschillende culturen binnen deze stadsdiensten op elkaar afstemmen, en laten zien dat service design de ideale methode is om dergelijke veranderingsprocessen in te zetten. Doordat de werknemers zelf aan de ontwerptafel zitten, wordt hun kennis onmiddellijk geïntegreerd in de nieuwe dienstverlening en zijn ze rechtstreeks betrokken bij de veranderingen, wat het draagvlak vergroot. Door samen te werken met een groep geëngageerde burgers wordt er bovendien geprobeerd de nieuwe dienstverlening zo user-centered mogelijk te maken. Geel klopte voor dit project aan bij de service designers van ontwerpbureau Namahn. Zij begeleidden het proces en ontwierpen specifiek op het profiel van Geel een eigen service design tool: The Loop. Met deze tool kan het stadbestuur van Geel in de toekomst voor ieder project een service design aanpak toepassen, voordat de diensten worden geïmplementeerd. VVSG en Design Vlaanderen tot slot werken samen aan een bevattelijke trainingsmodule voor lokale bestuurders en ambtenaren. Kennis van service design zorgt namelijk voor een betere en snellere toepassing ervan. In het kader van SPIDER herwerkte Namahn de Service Design Toolkit tot een nieuwe bevattelijke handleiding die iedere lokale ambtenaar in staat stelt om met service design zijn dienstverlening te ontwerpen of verbeteren. De bijbehorende didactische methode die binnen SPIDER wordt getest en ontwikkeld, dient als voorbeeld om later over heel Europa uitgerold te worden. Terug naar de wachtrij aan de burgerlijke dienst van het stadhuis. De 25 minuten wachttijd zijn ondertussen uitgelopen tot een dik halfuur. U zucht. Want ja, efficiënt ontworpen diensten en lokale besturen, het wil inderdaad nogal eens vloeken. Wat als u zelf had kunnen beslissen hoe u uw paspoort in handen zou kunnen krijgen? Wat als uw schreeuw tot verbetering die middag zou worden gehoord? Kwam er dan ondertussen een snel-balie? Een automaat? Werd uw paspoort misschien naar u thuisgestuurd? Als u mee aan tafel kon zitten, wat zou u veranderen? ( www.thespiderproject.eu )

83

CASES


GESPOT

85

GESPOT


“Aangezien we in onze vriendenkring merkten dat heel wat jonge ontwerpers op zoek waren naar een klankbord, en naar een plaats om hun werk te tonen en te verkopen, besloten we om een markt te organiseren. Want markten bestonden op dat moment nog niet. En als er toch een was, dan konden onze vrienden zich meestal niet vinden in de kwaliteit van het aanbod. En dus zijn we, samen met onder andere An Oost en Astrid-Fia De Craecker, in actie gekomen”, vertelt Yves Drieghe.

Hoewel het oorspronkelijk de bedoeling was om eenmalig een evenement te organiseren, sloeg De Invasie enkele maanden later haar tenten op in Leuven. “Onze eerste editie werd op alle vlakken goed ontvangen: door de ontwerpers, door de bezoekers

Bubble, Ann Cox

Tumble, Studiovosk

Wat begon als een eenmalig evenement, is vijf jaar later uitgegroeid tot een familie met 350 leden die hun werk samen regelmatig tonen en verkopen. Een gesprek met Yves Drieghe, samen met Bert Pieters de drijvende kracht achter De Invasie.

Begin 2010 zette De Invasie haar eerste evenement op poten, meer bepaald in de Brugse Magdalenazaal. “Dat we naar Brugge trokken, was een zeer bewuste keuze. Want het was een stad waar niemand zo’n evenement verwachtte. Maar het recept werkte: we trokken 3 keer meer bezoekers aan dan we op voorhand hadden gehoopt, zo’n 4 500 in totaal. Ze konden het werk ontdekken van een 40-tal ontwerpers, onder wie intussen gevestigde waarden als Ilse Acke, Black Balloon, Gewoon Lies en Maarten Vande Wiele. Van bij het begin stelden we een externe jury samen om de ontwerpers te selecteren, en kozen we ervoor om diverse disciplines met elkaar te combineren.”

en door de pers. Zo gaf Trui Moerkerke ons als hoofdredactrice van Knack Weekend een duwtje in de rug door ons initiatief uitgebreid aan bod te laten komen in het blad. Voor de derde editie in Kortrijk organiseerden we samen een wedstrijd, en eind 2011 verkoos de Knack Weekend-redactie ons zelfs tot Mensen van het Jaar. Voor de ontwerpers vormde De Invasie dan weer een welkome aanvulling op hun opleiding: hoewel we van hen verwachten dat ze hun doelgroep en prijs kennen, vormen de evenementen een veilige omgeving om die ideeën bij te stellen en eventueel op hun bek te gaan.” Eigen karakter behouden Aangezien verkopen van in het begin deel uitmaakte van de kernmissie van De Invasie, stampte het team ook een webshop uit de grond. “Al onze ontwerpers konden er permanent hun spullen verkopen, en al het geld ging ook naar hen. Daardoor was die webshop voor De Invasie

De Invasie blaast vijf kaarsjes uit

zelf een vrij zware last: niet alleen boekhoudkundig, maar ook qua follow-up van de bestellingen. Om een efficiënter systeem te ontwikkelen, zetten we een crowdfundingactie op. Maar we haalden slechts 18 000 euro op, en niet de verhoopte 65 000, en zijn er dus mee gestopt. Daarnaast organiseerden we ook minder succesvolle evenementen, of gaf een jonge ontwerper er noodgedwongen toch al eens de brui aan. Maar algemeen gezien hebben we ervoor gezorgd dat jonge ontwerpers nu op aandacht van pers, publiek en politiek kunnen rekenen, iets wat 5 jaar geleden absoluut niet het geval was. Daarnaast organiseert Flanders DC intussen sessies over hoe je als jonge ontwerper je product in de markt moet zetten, en hebben we de band met de opleidingen aangehaald. Zo merken we bijvoorbeeld dat de ontwerpers van De Invasie steeds jonger worden. Ze wachten niet meer tot hun dertigste om hun label te lanceren, maar doen dat meteen na hun


Om de vijfde verjaardag te vieren stelt De Invasie momenteel in het Gentse Design museum tentoon. “In het kader van De Invasie toont

selecteerden we via een open oproep een 45-tal ontwerpers, die het gezicht vormen van De Invasie. Op basis van het portfolio dat ze instuurden en de link met hun Belgische inspiratiebron selecteerden we zowel nieuwe gezichten zoals juwelenontwerpster Ann Cox of meubelmerk Labt als oude bekenden zoals Elisabeth Leenknegt, die er al van in het begin bij is. Zelf verzorgden we met DIFT de grafische vormgeving, de scenografie en de catalogus.” Toekomstplannen Of de twee stuwende krachten er soms niet aan denken om het roer over te laten aan iemand anders? “Soms vraagt de organisatie inderdaad veel energie, en hebben we het lastig. Maar dan komen we op een vernissage, en staan daar tien of vijftien mensen van De Invasie. Voor ons voelt dat als familie, die ons steunt en waardeert. En dan zegt de juiste persoon op het juiste moment iets, waardoor we opnieuw

Knot Block System, Fragmenture

Het team kan dus terugblikken op een bijzonder mooie en gevulde vijf jaar. Zo organiseerden ze niet alleen in het binnenland, maar ook bijvoorbeeld in Milaan tijdens Salone del Mobile al meermaals boeiende presentaties met jonge en meer gevestigde namen. “Dat De Invasie puur op vrijwilligerswerk steunt, zonder structurele hulp van de overheid, maakt het platform wellicht zo krachtig. Daarom willen we ook niet toegeven op ons verhaal, en ons nomadische karakter behouden. In het verleden hebben mensen zoals Hans De Neef dat goed begrepen. Door ons een goedkoop kantoor aan te bieden, heeft hij ons enorm vooruitgeholpen.”

Hilde, Ilse Acke

Ping, Ilona Van den Bergh

studie. Al blijft de nood aan een platform als De Invasie duidelijk bestaan, want wekelijks krijgen we aanvragen om te worden geselecteerd.”

getriggerd zijn om door te gaan.” Daarom stampten de twee zopas een vriendenwerking uit de grond en zijn er plannen voor een nieuw evenement in eigen land. “Het is de bedoeling om voor onze vrienden regelmatig acties zoals een atelierbezoek, een kortingsactie of een workshop op poten te zetten. De ontwerpers zullen daarbij zelf het gezicht zijn en de ontvangst verzorgen. Daarnaast hebben we enkele weken geleden beslist om in 2016 opnieuw een evenement in Antwerpen te organiseren. Want de mensen met wie we daar samenwerken, geloven echt in het concept, en hebben ons bij de vorige editie erg goed geholpen. Tot 2016 gaan we dus zeker door, daarna zien we wel weer.”

( www.deinvasie.be ) De tentoonstelling De Invasie toont loopt nog tot 13 september 2015 in het Design museum Gent.

Elien Haentjens

87

GESPOT


Vervaeren luistert de expo niet voor niets naar de titel ‘The Belgians’, een soort van roepnaam die onze nationale ontwerpers opgespeld krijgen tijdens de internationale modeweken. In Parijs zijn het évidemment ‘Les Belges’. “Beschouw ze gerust als één stamboom met verschillende takken”, zegt Vervaeren. “De twee beste scholen van het land liggen dan wel verspreid, maar in de praktijk bestaat er een speciale connectie tussen de studenten, professionals en ook tussen instituten als MAD Brussels en Flanders Fashion Institute in Antwerpen. Onze Belgische ontwerpers delen eenzelfde visie, eenzelfde drive, maar toch blijven ze altijd en overal zichzelf. Dat is ongetwijfeld hun grootste kracht.”

Bij een totaal van 100 designers zit talent uit de 2 grootste modesteden van het land vertegenwoordigd. Ronkende namen zijn onder andere Raf Simons, A.F. Vandevorst, Tim Van Steenbergen, Jean-Paul Lespagnard, Cédric Charlier en Christian Wijnants. Maar als je op zoek bent naar een iconische clash tussen kamp A(ntwerpen) en kamp B(russel), dan ben je aan het verkeerde adres. Daarvoor is het saamhorigheidsgevoel te groot. Volgens Didier

Lentezomercollectie 2000, Jurgi Persoons. Foto © Ronald Stoops

Herfstwintercollectie 2015, Minju Kim. Foto © Kris De Smedt

Zet eens koers naar de Brusselse binnenstad en ga kijken naar The Belgians. An Unexpected Fashion Story. Deze kersverse coproductie van BOZAR en MAD Brussels zoomt nog tot september in op het DNA van onze nationale mode en belicht het werk van zo’n 100 ontwerpers en andere creatievelingen uit de sector. Opmerkelijk en helemaal uniek in zijn soort. Dat zegt Didier Vervaeren, art director bij MAD Brussels en tegelijk curator van de expo: “The Belgians gaat dieper in op de Belgische mode vóór en na de zes van Antwerpen

Herfstwintercollectie 2015, KRJST. Foto © Sebastien Delahaye

Lentezomercollectie 2007, Bernhard Willhelm. Foto © Freudenthal&Verhagen

Over de Antwerpse Zes en hun internationale succes zijn reeds tientallen boeken en biografieën geschreven. Leerrijk en wel, maar wist je dat één tentoonstelling veel meer vertelt dan een dubbeldik boek ooit samenvatten kan?

die in de jaren 80 furore maakten. Dat is ongezien in de modetentoonstellingen van de jongste decennia. We spreken hier over maar liefst 45 jaar van contemporary fashion, 5 generaties ontwerpers die steeds met veel heisa – en terecht – wereldkundig werden gemaakt. Het Brusselse couturehuis Norine uit de jaren 20 komt aan bod, en ook Ann Salens en onze 6 Antwerpse pioniers. De allernieuwste lichting, die duikt dan weer op aan het einde van de tentoonstelling onder de noemer ‘Nouvelle Vague’.”

school La Cambre ontdek je tal van verrassende installaties van onze nationale garde. Ook nog specifiek bij BOZAR op het programma: een lezing door Diane von Furstenberg, de foto’s van Vivienne Westwood door Jürgen Teller, een cinemaweekend rond modedocumentaires, de installatie Bellissima met Italiaanse mode van 1945 tot 1968 en een tentoonstelling over het architectenbureau V+ dat de nieuwe kantoren van MAD Brussels uittekende. ( www.bozar.be ) De tentoonstelling The Belgians. An Unexpected Fashion Story loopt van 5 juni tot 13 september 2015 in BOZAR in Brussel.

The Summer of Fashion Wie maar niet uitgekeken raakt op de Belgische mode, kan deze zomer terecht op verschillende locaties in Brussel. Via een uitgestippelde fashion walk van de Dansaertstraat tot de mode-

The Belgians. An Unexpected Fashion Story

Jolien Vanhoof


Breekpunt, Wannes Verhees. Foto © Richard Duyck

Een van de ONBETAALBAARprojecten is de ‘Veiling der Dingen’. Oude objecten worden volledig getransformeerd en dan geveild. Alles is mogelijk: van ontmanteling tot assemblage. Het feit dat elk object al dienst bewezen

Symbiose bureaustoel type 2, Emile Duyck, Leon Duyck en Aaron De Keyzer. Foto © Richard Duyck

Memphis blues again, Jan Fack en Miek Hooghe. Foto © Richard Duyck

Voorwerpen en hun verhalen naar waarde schatten, dat is de ambitie van het collectief ONBETAALBAAR. Bezieler Sophie De Somere voelde zich altijd al aangetrokken tot de geschiedenis die afgetakelde voorwerpen met zich meedragen. Uit die fascinatie groeide ONBETAALBAAR, een bonte verzameling meubelmakers, stoffeerders, schrijvers, filosofen en productdesigners. Samen reflecteren ze over de huidige wegwerpmaatschappij en hoe zij er als collectief op een creatieve en duurzame manier mee aan de slag kunnen.

heeft, inspireert om er een ecologisch en zeker ook esthetisch verantwoord vervolg aan te breien. Elk nieuw geconstrueerd voorwerp krijgt een ‘paspoort’, een officiële legitimatie voor de start van een nieuw leven. Kopers vinden er informatie in terug over de geschiedenis van de materie en welke ontwerpers er mee aan de slag gingen. In april was ONBETAALBAAR nog betrokken bij ‘Armwoede/ Pauvérité/Powerty’, een initiatief van de KVS in Brussel in het teken van ‘werk’. Onder de naam Fair Faire gaven ze Brusselse afgedankte voorwerpen een nieuw leven en werden ze verkocht via een veiling. ONBETAALBAAR gaat elke keer op zoek naar lokale medewerkers, gebonden aan de stad waar het project doorgaat. Zo ontstaat een grensoverschrijdende samenwerking tussen verschillende makers en media. In mei kon u ONBETAALBAAR aan het werk zien tijdens de ‘Veiling der Dingen’ in Campo Victoria te Gent samen met

ONBETAALBAAR

partnerorganisatie MUS-E. Daarbij lag de focus op de samenwerking met kinderen. Zo betrekt ONBETAALBAAR ook de allerkleinsten in de hoop samen te bouwen aan een creatieve en duurzame toekomst. De samenwerking met De Kringwinkel in Merksem geldt voor Sophie De Somere als een hoogtepunt van dit jaar. ONBETAALBAAR analyseerde welke spullen systematisch in de containers belanden en speelde daar gericht op in. ‘Het gat in de markt’ met als ondertitel ‘A working office’ kwam tot stand in samenwerking met De Kringwinkel, Stad Antwerpen, designbureau Going East en sociale werkplaatsen, en resulteerde in nieuwe kantoormeubelen. Momenteel worden de eerste stappen genomen om een aantal van deze prototypes te commercialiseren. ONBETAALBAAR houdt zich niet alleen bezig met afgedankte objecten, maar stelt ook de selectieve voedselteelt van vandaag in vraag.

Via het ‘Green Bastards’project breekt het een lans voor de minder bekende zaden en gewassen. Het balkon van Kunstencentrum Vooruit veranderde twee jaar geleden in een ‘Green Bastards Garden’. Olifantenlook en onsterfelijkheidskruid tierden er welig. Sophie De Somere ziet ONBETAALBAAR graag evolueren naar een project met een vast atelier. Op die manier kunnen toeschouwers ook eigen ideeën voorstellen en die samen met medewerkers uitwerken. ( www.onbetaalbaar.com ) De volgende editie van de 'Veiling der Dingen' vindt plaats van 21 september tot 17 oktober 2015 in CC Ter Dilft in Bornem.

Heleen De Koster

89

GESPOT


Architecte Zaha Hadid gaat met haar on-demand 3D

One_Shot.MGX, Patrick Jouin. Foto © Thomas Duval

Hoewel de spin-off van de KU Leuven het initiatief nam, gaat de expo over de algemene geschiedenis en de onbeperkte mogelijkheden van 3D-printen. “De trend van 3D-printen dreigt een beetje over te waaien, terwijl veel mensen de mogelijkheden nog niet ten volle vatten. Bovendien zijn sommige privégebruikers teleurgesteld door hun 3D-printers voor thuisgebruik, terwijl die teleurstelling niet eigen is aan de techniek maar aan de printers. Want met professionele printers is zo goed als alles mogelijk”, stelt curator Marta Malé-Alemany.

FIX3D, James Novak voor Griffith University. Foto © James Novak

Escapism, Iris van Herpen in samenwerking met Daniel Widrig. Foto © Michel Zoeter

Hoewel 3D-printen regelmatig als de derde industriële revolutie werd bestempeld, blijven de onbeperkte mogelijkheden ervan relatief onbekend. Met een expo naar aanleiding van zijn 25ste verjaardag wil Materialise daar verandering in brengen.

Zoals de titel aangeeft, is de expo opgedeeld in twee grote delen. Zo komt in ‘A difference in making’ het experimentele werk van ontwerpers aan bod, en wordt aangetoond hoe 3Dprinten onze manier van maken letterlijk heeft veranderd. Een mooi voorbeeld hiervan is de stoel One_Shot.MGX (2006) van Patrick Jouin. Dat deze stoel als eerste in zijn genre in één stuk, inclusief scharnieren, werd geproduceerd, maakt hem tot een icoon. “Heel wat revolutionaire stukken maken deel uit van de MGX-collectie van Materialise, dat als eerste bedrijf een designcollectie uitbracht. Daarmee zette het België als pionier voor 3D-printen op de kaart”, stelt Malé-Alemany. Ook de Escapism-jurk (2011) van de Nederlandse ontwerpster Iris van Herpen is een belangrijk stuk uit deze collectie. Terwijl een stof normaal vanzelf over een bepaalde structuur beschikt, heeft van Herpen de stof zelf hier via 3D-printen vormgegeven.

printed chair (2014) nog een stapje verder: om de structuur en het materiaalgebruik te optimaliseren zijn de gedeelten die het meeste gewicht dragen, vervaardigd in een harder, blauw materiaal. Of er zijn de programmeerbare materialen van Skylar Tibbits die, als ze bijvoorbeeld in contact komen met water, zelf hun vorm en eigenschappen veranderen. Nog recenter zijn de experimenten waarin kunstenaars aan cocreatie met de natuur doen.

het brandstofverbruik doet dalen. De stoel TI-Join (2012) van de Belg Peter Donders, die bestaat uit een combinatie van buisjes uit carbon en schakelstukken uit titanium, toont dan weer de mogelijkheden van 3D-printen om op een totaal nieuwe, meer ecologisch verantwoorde manier te bouwen. Of er zijn de op maat gemaakte borstprotheses van Bradley Rothenberg, en de initiatieven zoals Project RE_ van Samuel Bernier en Screw it dog van Dov Ganchrow om alledaagse voorwerpen een nieuw leven te geven. Kortom, na dertig jaar 3D-printen hebben we slechts het topje van de ijsberg gezien.

De laatste jaren zijn die experimenten van ontwerpers gretig opgepikt door de industrie, en maken ze – zoals de titel ‘Making a difference’ aangeeft – steeds vaker een verschil. Zo bestaat het frame van de fiets Fix3D (2014) van James Novak uit een 3D-geprinte holle structuur, die net als onze botten zeer licht maar tegelijk erg sterk is. Hetzelfde principe is toegepast in de nieuwste autozetel van Toyota en bij de vliegtuigonderdelen van Altair/Materialise. Een extra voordeel bij deze laatste twee is dat de lichte structuur

Making a difference / A difference in making

( www.a-difference-inmaking.com ) De tentoonstelling Making a difference / A difference in making loopt nog tot 7 juni 2015 in BOZAR.

Elien Haentjens


Les Inséparables, Florence Doléac

Jean Glibert voor Keramis. Foto © Olivier Cornil voor FWB

Op de site van de voormalige keramiekfabriek van Royal Boch in La Louvière is op 9 mei 2015 Keramis – Centrum voor keramiek van de Federatie Wallonië-Brussel opengegaan. De naam en locatie van het kunstencentrum verwijzen expliciet naar het bedrijf dat in 1841 werd opgericht onder leiding van Victor Boch en dat later de aardewerkproductie van de firma commercialiseerde onder de naam Keramis. In 2011 heeft Royal Boch echter de deuren gesloten. Om het erfgoed te bewaren, werden in 2003 bepaalde delen van de historische site geklasseerd en werd de vzw Keramis in het leven geroepen. Keramis combineert museale taken met die van een centrum dat hedendaagse artistieke creatie stimuleert. Aan de ene kant zet het dus

Keramis

in op het verwerven, bewaren, tentoonstellen en bestuderen van historische collecties die verbonden zijn met de industriële geschiedenis van Boch of met de geschiedenis van keramiek in de Belgische kunst van de twintigste eeuw. Aan de andere kant breidt het uit met meer museumruimte op de vernoemde site en met tentoonstellingen, studiedagen, conferenties, ontmoetingen, samenwerkingen en edities. En keramiek wordt breed opgevat. Dat is reeds duidelijk geworden in de activiteiten die de vzw Keramis de voorbije jaren heeft georganiseerd. De conferentie ‘Editer la Céramique II’ in 2012 bood bijvoorbeeld een podium aan onder meer de Belgische ontwerper Alain Berteau en de Franse kunstenaar-ontwerpster Florence Doléac, niet meteen typische keramisten. Zij zijn eerder bij toeval en op uitnodiging met keramiek beginnen werken. Naar aanleiding van de tentoonstelling Claude Aïello et les designers in Grand-Hornu in 2012 heeft Keramis Les Inséparables uitgegeven, een

zout- en pepervat ontworpen door Florence Doléac. In het kader van ‘Mons 2015 Culturele hoofdstad van Europa’ werkt Keramis nu samen met Alain Berteau voor een editie van een functioneel object dat zal worden uitgegeven onder het label MONS 2015. Het wordt gerealiseerd in de ateliers van Keramis in samenwerking met Luigi Restaino, de laatste modelleur van de keramiekfabriek van Boch. Het Keramis Centrum is opgetrokken rond een historisch gebouw van Boch met drie geklasseerde en gerestaureerde flesvormige steenkoolovens in baksteen uit 1865-1880 – de laatste in België. De levendige architectuur van de betonnen nieuwbouw evoceert de plasticiteit van klei, het basismateriaal waarmee keramiek wordt gemaakt. De ingreep van beeldend kunstenaar Jean Glibert is dan weer een beeld voor het barsten van de klei. De openingstentoonstelling On Fire. Kunsten en symbolen

van het vuur plaatst vuur in een brede context. Vuur is natuurlijk essentieel voor keramiek maar is ook “een alomtegenwoordig element in ons dagelijks leven en in onze collectieve verbeelding”. Daarom toont de tentoonstelling ook voorbeelden uit film, fotografie, literatuur en hedendaagse kunst. Bovendien zal het vuur ook echt branden voor de realisatie van de monumentale ovensculptuur van de Doornikse beeldhouwer Emile Desmedt. Het werk ontstaat tijdens een workshop die plaatsvindt over verschillende maanden en is een coproductie van de Stichting Mons 2015 en het Keramis Centrum. ( www.keramis.be ) De tentoonstelling On Fire. Kunsten en symbolen van het vuur loopt nog tot 12 september 2015 in het Keramis Centrum in La Louvière.

Lut Pil

91

GESPOT


SPECIAL

93

SPECIAL


Christian Oosterlinck en Mies Van Roy

De Milan Design Week was al deels een aankondiging voor de wereldexpo met als thema ‘Feeding the Planet, Energy for Life’. Vooral het Italiaanse designtijdschrift Interni speelde op dat thema in. De wereldexpo zorgde er ook voor dat Belgium is Design op zoek moest naar een nieuwe locatie. De Triennale di Milano was niet beschikbaar, dus trokken we naar de Accademia di Brera. In de Sala Napoleonica dialogeerde Confronting the Masters, in een scenografie van Danny Venlet, met oude gipsen sculpturen van Italiaanse meesters. De tien Ontwerpers van het Jaar presenteerden elk een nieuw product. Traditioneel is er ook de Belgische aanwezigheid op de Salone Satellite, maar die was dit jaar tot zes ontwerpers beperkt. Er was wel A Belgian Village, georganiseerd door DIFT, en dat project was heel wat groter dan hun aanwezigheid op de vorige editie. Ze lokten nu veel meer volk door hun toplocatie op Ventura Lambrate.

de Supertextile-Superdesign Show en Kids Design waren ronduit flops: te weinig deelnemers of weggestopt in een kelder waar niemand passeerde. Moooi kiest nog steeds voor deze buurt en bracht er een indrukwekkende presentatie. Maar vooral de installaties van merken zoals Lexus, Hyundai, Peugeot en Asus maken een bezoek nog de moeite waard. Ze focussen niet op hun producten, maar op een beleving van de filosofie achter het merk. In Brera waren er dit jaar heel wat meer presentaties dan in vorige edities. Kwam dat doordat Interni er voor het tweede jaar op rij kampeerde in de Orto Botanico? Er blijven ook de vele flagshipstores in deze buurt. Andere buurten zoals de Porta Venezia of San Babila, die dit jaar gelanceerd werd, slagen er niet echt in om door te breken. En dan is er natuurlijk Salone del Mobile met de tweejaarlijkse events Euroluce voor verlichting en Workplace voor kantoorinrichting. Met 310 840 bezoekers, van wie 69 % buitenlandse, en 2 106 bedrijven op 201 700 m² is en blijft dit het grootste designevent. En niet te vergeten dat er nog heel wat merken op de wachtlijst staan om deel te nemen. Jammer genoeg niet echt veel spectaculaire standen gezien, op het spiegelpaleis van Edra na. Wat waren de trends op Milaan 2015? Nog meer dan vorig jaar: crafts. Zowel grote bedrijven als de vele jonge ontwerpers tonen hun respect voor het ambachtelijke, en onderscheiden zich van de concurrentie met topics als lokale productie. Heel wat verlichtingsfabrikanten presenteerden collecties in geblazen glas. Op Ventura Lambrate, maar ook elders in de stad, waren keramiek, glas en textiel alomtegenwoordig. Er wordt tegelijk verder geëxperimenteerd met nieuwe ambachten zoals 3D-printen. Diezelfde makers doen ook vormelijk onderzoek. Hoe kan men met één plaat van één materiaal meubels of objecten maken? Dit geometrische computergestuurde snij- en plooiwerk levert aardige resultaten op. We besteden natuurlijk ook aandacht aan de food-projecten. We brengen onze nationale en internationale toppers. Een overzicht van een dergelijk groots event kan nooit volledig zijn. Maar zelfs als je een week in Milaan rondloopt, heb je nog niet alles gezien.

Lambrate is en blijft de plaats voor jong talent, vooral van Nederlandse ontwerpers en designscholen. Maar het moet gezegd: het is niet steeds kwaliteit. Dit jaar was het zelfs zoeken naar uitschieters. Ook kunnen we ons de vraag stellen waarom bijna elke designschool dit jaar zijn materiaalonderzoek toont en er heel weinig producten te zien zijn. Akkoord dat designers een goede materiaalkennis moeten hebben, maar wanneer men zich echt wil specialiseren in materialenkennis zijn er wel betere basisopleidingen denkbaar. Ook de Zona Tortona viel tegen. De bekende merken zijn al lang uit de Superstudio verdwenen. Nieuwe initiatieven zoals

Milan Design Week


1

3

2

4

1 Singapore Design organiseerde de tentoonstelling The Alchemists, waar onder andere de stoel Ming 647 van Colin Seah van Ministry of Design te zien was. De stoel is gemaakt uit staaldraad, met een silhouet dat refereert aan de traditionele houten Ming-stoel. 2 Malìparmi, een Italiaans merk dat zich inspireert op folkloristische motieven, toonde een onderzoeksproject van Perla Valtierra, waarbij de evolutie van de Japanse keramiektechnologie in dialoog treedt met het traditionele Mexicaanse vakmanschap. Perla Valtierra is een Mexicaanse ontwerpster en keramiste. Ze studeerde aan de Nationale Universiteit van Mexico, maar woont nu in België en Mexico. Haar werken werden verkocht in de MOMA-shop.

5

3 Wallpapering van het Canadese Dear Human (Jasna Sokolovic en Noel O’Connell) zijn tegels gemaakt uit gerecycleerd papier. De tegels zijn stevig, licht en kunnen worden bedrukt of beschilderd. Bovendien zijn ze geluidswerend en gemakkelijk te installeren. Gespot bij Crowdy House, een Nederlands onlineplatform waarbij consumenten rechtstreeks bij de designers een bestelling kunnen plaatsen. 4 Ungyon Iwamura onder zoekt nieuwe mogelijkheden voor beton. Haar doel is om nieuwe onbekende kenmerken van een banaal materiaal te gebruiken en te tonen. Zo zal door toevoeging van gekleurd water beton sneller harden, waardoor gespeeld kan worden met vorm en kleur. Gespot op de presentatie van de Tokyo Design Week. 5 BESTIARIUM is het resultaat van een samenwerking tussen kunstenaar Maria Volokhova en ontwerpstudio SHAPES iN PLAY. Zij creëerden een reeks van porseleinen objecten met hybride vormen, die de relatie tussen natuur en technologie in deze steeds toenemende virtuele wereld in vraag willen stellen.

Crafts

95

SPECIAL


1

2

Foto Š Delphine Matty

3

4

5

Belgium is Design


6

Salone Satellite 1 Het universum van Kaju Design kenmerkt zich door een smeltkroes van culturen en contrasten, tussen geometrische strengheid en organische vormen. Deze dialoog doet objecten ontstaan die een zekere poëzie ademen. De creaties worden sterk beïnvloed door de Japanse cultuur, door een gevoel van balans, harmonie en sereniteit. Leen D’Hondt, de ontwerpster en bezieler van Kaju Design, hecht veel belang aan de emotionele band tussen de gebruiker en het object. 2 Pierre-Emmanuel Vandeputte onderscheidt zich door een van realisme doordrongen benadering en een onmiddellijk waarneembare zingeving. Belvedere is een ladder om alles van een afstand te bekijken, om zich los te maken van de dagelijkse sleur, om een nieuwe kijk op de dingen te krijgen.

7

Confronting the Masters 3 Nedda El-Asmar presen teerde in Milaan twee ontwerpen: een glazen servies voor Serax en de collectie Torna voor Vervloet. Deze deurklinken zien er vrij klassiek uit, maar zijn uiterst ergonomisch en verkrijgbaar in een uitgebreid gamma van afwerkingen. 4 Sylvain Willenz ontwierp voor Wildspirit de Arch: een dynamische, elegante en comfortabele stoel in een massief houten structuur. De vorm is eenvoudig en met een pure lijn. Hij is stapelbaar, en verkrijgbaar met of zonder armleuning en in diverse afwerkingen.

6 Legnosystem, ontworpen voor Fiam Italia, is een glazen kast waarmee Stefan Schöning heeft getracht de mooie maar moeilijke combinatie van twee basismaterialen te verenigen: glas en hout. Het moeilijke in dit ontwerp was om het juiste evenwicht te vinden tussen twee materialen zonder de functionaliteit van het product uit het oog te verliezen. 7 The Pure van Alain Gilles is de moderne uitvoering van het tafelvoetbalspel. Het is een object dat zijn plaats verdient in de woonkamer of de lobby van een eigentijds hotel. Met het uitgesproken gebruik van houten elementen – een vormgeving die Noors aandoet – streeft het een tijdloze moderniteit na. De vorm verwijst naar moderne voetbalstadions. Debuchy by Toulet is een samenwerking tussen een voetballer en een bedrijf. Mathieu Debuchy speelt voor het Engelse Arsenal en maakte in 2011 zijn debuut voor het Franse nationale elftal. Toulet is een Franse producent van biljarttafels. 8 June is een collectie tafels met elementaire, rechte grafische lijnen. Ze zijn gemaakt van hoogwaardige materialen en hebben een dito afwerking. Jean-François D’Or ontwierp ze voor Cruso. De tafel is zo gemonteerd dat er een langwerpige opbergruimte ontstaat onder het bovenblad. In dat opbergvak past een reeks stapelbare houten bladen, July genaamd.

5 Nathalie Dewez liet zich op een glasworkshop in Zweden inspireren door autokoplampen, die dienden als basis voor experimenteel werk met glasblazers. Door het glas te blazen in een cilindervormige mal bekleed met een rooster, verkreeg ze bolronde vormen waarop het gewenste motief in reliëf werd aangebracht. Elke glazen lamp is een uniek stuk dat een halo van licht projecteert op het oppervlak waarop het is bevestigd en op de omringende muren. Car Light werd ontworpen voor Ligne Roset.

8

Foto: Lenzer

97

SPECIAL


3

Foto: Bo Baccarne

1

2

4

5

7 6

Belgische toppers


8

1 DIFT organiseerde in Ventura Lambrate A Belgian Village, met projecten van heel wat jonge Vlaamse ontwerpers en ook een selectie uit De Invasie. Het Belgische dorp was een knipoog naar onze typische koterijen. Je kon er de openluchttentoonstelling bezoeken of blijven plakken voor plant-based festival food en fine dining. Daarnaast organiseerde Design Vlaanderen er twee ontbijten met presentaties van tien Vlaamse ontwerpers. 2 Bundle, een combinatie van een zit- en schommelbank, werd ontworpen door Lionel Doyen voor Extremis. De structuur doet denken aan takken die je sprokkelt in het bos. De banden zijn samengebonden met padvinderstechnieken. Diezelfde banden houden het geheel ook omhoog en dienen zo als rugleuning. Bundle heeft een frame met poedercoating dat beschikbaar is in diverse kleuren, zowel in de zitbankals in de schommelversie. 3 Xavier Lust ontwierp voor MDF Italia de Lust Chair, een stoel die de vorm van het menselijke lichaam volgt, waarbij het centrale element de wervelkolom is. Met zijn wijde rug geeft de stoel voldoende steun. De stoel werd vervaardigd in Dulver, een uiterst licht composietmateriaal.

9

10

4 De CASTOR SOFA, een compacte tweezit en een armzetel, vervolledigt de CASTORfamilie die al bestond uit stoelen, krukjes en een bank. De zetels zijn ontworpen door BIG-GAME voor Karimoku New Standard en refereren aan Le Corbusiers Grand Confort: elegantie en functionaliteit in combinatie met zitcomfort. Alle onderdelen zijn ambachtelijk tot in het detail uitgewerkt, volledig in de traditie van Karimoku. 5 De naam Woof and Warp – de vertaling van ‘schering en inslag’ – refereert aan de weeftechniek. Dit kamerscherm, ontworpen door Maarten De Ceulaer voor Moroso, is gemaakt uit lichte massieve houtplaten, gevuld met schuim en bekleed met textiel. Zijn inspiratie haalde hij bij de jakobsladder.

6 De tafel Oskar van Vincent Van Duysen voor B&B Italia is een spel van verhoudingen van volumes en materialen. Het blad, in glas, marmer of hout, lijkt te zweven boven het onderstel. De poten zijn naturel of gelakt, bijeengehouden door een stalen frame. De tafel is verkrijgbaar in drie maten. 7 Inlay omvat modulaire rug-, arm- en zitmodules in diverse afmetingen waarmee je oneindig kunt variëren. Benjamin Hubert hanteert voor deze sofa een modernistische, architecturale vormgeving die perfect tot zijn recht komt in de innovatieve naaddetails, met geïntegreerde aluminium poten. Verkrijgbaar bij Indera in een strakke projectversie en in een meer nonchalante, chique versie met losse kussens. 8 Kinetura werd een aantal jaren geleden als een speciale lijn bij TAL uitgebracht. Op Euroluce werd Kinetura gelanceerd als zelfstandig merk, nog steeds met ontwerper Xaveer Claerhout als drijvende kracht. Kinetura kenmerkt zich door transformerende verlichting. Neem nu de lamp Cordoba, die opengaat als je ze aansteekt. De intensiteit van de lichtbron en de mate van transformatie bepaal je zelf. 9 Gerd Couckhuyt ontwierp voor Modular Lighting Instruments Vaeder. De naam van de lamp is afgeleid van het Engelse ‘evade’. De lamp heeft een honingraatstructuur en een dunne diffuser die zorgt voor minder verblindend licht. De gebruikte ledlamp is uiterst energiezuinig. Vaeder is geschikt voor zowel grote kantoren als het bureau thuis. 10 MANIERA geeft meubel edities van architecten en kunstenaars uit. Richard Venlet inspireert zich voor MANIERA 03 op Hôtel Wolfers in Brussel. Het dagbed heeft de plattegrond van het gebouw op menselijke schaal. Het meubel zweeft als een platform boven de vloer. Met het schapenvel ontstaat een intimiteit, een comfortzone om te rusten of na te denken.

99

SPECIAL


1

2

3

4

1 De 3D-geprinte Cloud Series Lamp van het Chinese Xuberance won de Salone Satellite Award. De jury koos voor dit project door de mix van technologieĂŤn en zijn relatie tot de Chinese cultuur en esthetiek. 2 Het Re-Inventing Shoes Project verkent de grenzen van 3D-printing. Ben van Berkel, Zaha Hadid, Ross Lovegrove, Fernando Romero en Michael Young werden gevraagd om sculpturale schoenen te ontwerpen, die in een gelimiteerde oplage van 50 stuks geproduceerd werden. De combinatie van hard nylon en zacht rubber, uniek binnen 3Dprinting, zorgt voor de functionaliteit. 3 Venice >> Future is een samenwerking van Breaking the Mould en Materiaterza. Het project combineert analoge met digitale technieken: 3D-geprinte keramieken objecten werden gebruikt als mal bij het blazen van glazen objecten. Bij sommige objecten wordt de keramiek opzettelijk weggehaald, maar blijft de afdruk ervan zichtbaar in het glas.

3D-printing

4 Project EGG van Michiel van der Kley is een architecturaal volume dat bestaat uit 4 760 unieke vormen van herbruikbaar en biologisch afbreekbaar PLA. De vormen werden 3D-geprint door honderden cocreators van over de hele wereld. Het creĂŤren van een community rond dit project was dan ook het basisidee.


1

2

3

4

1 De Japanner Satsuki Ohata was aanwezig met zijn Fondue Stool, een ludiek zitje dat ontstaat door een sponsen vorm onder te dompelen in pvc en te laten drogen door middel van hete lucht. 2 Trans-Lamp van Kairi Eguchi Design is een reeks van glazen recipiÍnten, ontstaan vanuit een mathematische berekening die werd toegepast op standaardproducten. Wanneer de objecten samen geplaatst worden, ontstaat een natuurlijke connectie. 3 De uit Dublin afkomstige Orla Reynolds presenteerde op Salone Satellite As if from nowhere‌, een handige boekenkast voor mensen met een kleine leefruimte. In de gleuven tussen de verplaatsbare schappen zitten vier stoelen en twee tafels verborgen. 4 Studio Dennis Parren ontwierp de CMYK up-lamp voor Crowdy House. De 3D-geprinte lamp projecteert op de vloer of de tafel lijnen in cyaan, magenta of geel.

Jong talent

101

SPECIAL


1

2

3

4

1 De Y Chair van Tom Dixon verenigt drie belangrijke eigenschappen van een stoel: duurzaamheid, ergonomie en een expressieve vorm. De stoel is vervaardigd uit met glasvezel versterkt nylon, wat het ook recycleerbaar maakt. Het is een sterk materiaal dat schokken opvangt en flexibel is. Het meubel bestaat ook als draaistoel of met houten poten. 2 Moooi pakte groots uit in de Zona Tortona met tal van nieuwe producten. Bijzonder in het gamma zijn de tapijten, waaronder Hexagon Carpet van Studio Job. Het is de start van een nieuw ontwerpplatform met aandacht voor de wensen van de klant en voor het ontwikkelen van oplossingen voor vloerbekleding. 3 Cones van Jule Waibel is een reeks van geplooide zitjes uit vilt met een geometrisch patroon, driedimensionaal gevormd door ze te stomen. Dankzij de flexibele structuur kun je er op verschillende manieren op zitten. Beschikbaar in verschillende volumes, vormen en kleuren.

5

4 Meubelen ontwerpen was nog nooit zo gemakkelijk. Door het gebruik van Wood-Skin® worden volumes en complexe vormen herdacht. Elke vorm kan gerealiseerd worden vertrekkend van een vlakke plaat die na behandeling in enkele seconden en zonder gereedschap als origami kan geplooid worden tot het gewenste resultaat.

6

Foto: Carlo Lavatori

Geometrie

5 De Geometric Marble Vase van het Oostenrijkse Frauklarer is gemaakt uit beton. Frauklarer transformeerde het materiaal tot zuivere, geometrische vazen, accessoires en juwelen. 6 De lage kast Arcana is ontworpen door Emmanuel Babled. Ze was te zien op A Matter of Perception, de tentoonstelling van DAMN° en Mosca Partners in Palazzo Litta. De kast is gemaakt uit Amerikaanse notelaar en geïnspireerd op het rariteitenkabinet. Ze heeft een hoekig, diagonaal reliëf. De binnenkant van de kast is gemaakt uit esdoorn.


1

3

2

1 In Eat Shit onderzochten de studenten van de Design Academy Eindhoven hoe, waar en waarom we eten. De 16 studenten van de nieuwe opleiding Food Non Food werkten samen met hun docenten tijdens de Design Week rond de meest fundamentele problemen. Voedsel is leven, maar doet ons ook afval en uitwerpselen produceren. En die zeggen veel over onze gezondheid en cultuur. Pim van Baarsens Holy Crap doet ons nadenken over het afval in Kathmandu, dat voor sommigen nog eetbaar is. 2 ‘Pan is Artos’ was een pop-upbakkerijconcept op designjunction, waar de Londense ontwerpstudio Studiolav de Designer Baking presenteerde. Het is een set van twee keukenstempels, waarbij de iconische patronen pied-de-poule en tweed herringbone brood of gebak transformeren in haute-couturelekkernijen.

4

3 Op Lambrate zagen we het Kroatische project ‘Hungry Designers’, dat gestart is in 2013. Mlinci is een traditioneel dun broodje. Bloem en zout worden gemengd in een glazen container die in de deegrol past. (De)materialized Memento Mlinci is een project van Vlatka Leskovar. Foto © Interware

5

4 Voor Valcucine werden 22 gasten uit alle creatieve sectoren uitgenodigd om een visueel stimulerende schotel te ontwerpen, die ons ook nog doet nadenken over wat we eten. Wat gebeurt er als je eten uit de keuken haalt en in handen geeft van designers? Gaetano Pesce geeft alvast een voorbeeld met Beef Sandwich, een gerecht ontworpen voor het Mudam in Luxemburg. 5 Lexus stond er niet alleen met een concept car en de resultaten van hun ontwerpwedstrijd, maar het liet de bezoekers ook zintuiglijke ervaringen opdoen in A Journey of the Senses, een concept van de Japanse meester-kok Hajime. In Earth werd een soep geserveerd die door de projectie in de hand schijnt en het lichaam opwarmt. Rain simuleerde een tropische regen. Na het innemen van een flesje ‘raindrop candy’ werd de regenervaring compleet.

Food

103

SPECIAL


1

2

1 Michael Anastassiades kennen we in België al van zijn installaties op Interieur (Budatoren) en op de tentoonstelling Lightopia (Design museum Gent). Al zijn ontwerpen worden uitgevoerd in kleine ambachtelijke ateliers over de hele wereld, bekend om hun vakmanschap en de traditionele materialen. De collectie 2015, met onder andere Happy Together, combineert de perfectie van de bol met geometrische elementen in een balancerend evenwicht. Flos presenteerde een industriële lamp van hem.

Foto: Studio Pointer

3

4

5

2 Glas biedt bescherming en laat toch natuurlijk licht door. Het materiaal speelde dan ook een fundamentele rol in de evolutie van de mens én in de geschiedenis van het licht. Artemide greep voor Invero terug naar de ambachtelijke technieken van de Venetiaanse glasblazers (filigraan, zanfirico, incalmo en rigadin) en blies ze nieuw leven in, door ze te combineren met innovatieve optoelektronica en een hedendaagse visie. Invero is ontworpen door Carlotta de Bevilacqua. 3 ‘Caiigo’ is het woord in het Venetiaanse dialect voor de mist die ‘s ochtends over het water hangt. Om het concept achter dit design tot leven te brengen was de materiaalkeuze van groot belang. Door het Muranoglas wordt elke lamp uniek, want de overgang tussen wit en doorschijnend glas varieert lichtjes bij elk exemplaar. Een product van ambachtelijke kwaliteit van Marco Zito voor Foscarini. 4 De Candy-collectie is gebaseerd op het kleurrijke universum van de Campana-broers. Glas is een materiaal dat hen al fascineert sinds hun kindertijd. Kleurrijk snoepgoed uit Brazilië vormde hun inspiratiebron. De collectie omvat de Sphere-kandelaar, de Ring-kandelaar en de Lollipop-tafellamp, allemaal vervaardigd uit handgeblazen glas en metaal en verkrijgbaar bij Lasvit. 5 Architect en designer Christian Biecher ontwierp in 2000 de futuristische Koro-lamp voor het Parijse Korova-restaurant. Inspiratiebron was Stanley Kubricks A Clockwork Orange. Voor Veronese werkte hij het concept uit tot een volledige collectie: wandlamp, staande lamp, tafellamp, hanglamp en voor het eerst een bijzettafeltje, allemaal vervaardigd uit Muranoglas.

Glasgeblazen verlichting


1

2

3

1 De Italiaanse architect Michele De Lucchi bracht op Salone del Mobile The Walk, een labyrint van werkplekken. De installatie was opgedeeld in vier onderdelen: het sociale aspect en de interactie, het evenwicht tussen het individu en de groep, vergaderingen en events, en het laboratorium waar het creatieve proces zich afspeelt.

4

2 Snarkitecture creëerde voor kledingketen COS een installatie in het Brera-district. Je werd er ondergedompeld in een transparante ‘grot’, die bestond uit duizenden stukjes witte stof, geïnspireerd op de ‘lichtheid’ van de lentezomercollectie 2015. 3 Mindcraft, een Deens design en ambachtelijk project, onderzoekt het spanningsveld tussen experiment, innovatief en conceptueel design en artistieke en technische kennis. Maar onze aandacht ging vooral naar de spiegelende scenografie van curatoren GamFratesi. Het gekozen thema ‘In Between’ reflecteert letterlijk en figuurlijk. Foto: Adriano Brusaferri

Installaties

4 In de botanische tuin van Brera kregen acht ontwerpers de opdracht om verdwenen parfums een nieuw leven te geven in The Houses of Wonders. Het Zweedse Front maakte een herinterpretatie van het Franse parfummerk Guyla en creëerde de lichtinstallatie Fragrance Particles, in samenwerking met Loligo.

105

SPECIAL


1

2

3

4

5

Internationale toppers


6

1 Eero Aarnio is sinds hij in het Hoge Noorden midden in de natuur ging wonen gefascineerd door vogels. Dertig verschillende soorten herkent hij rond zijn woning aan het water. Hij houdt van de vogels en voelt dat de vogels ook van hem houden. Happy Bird vat deze gevoelens samen, en is uitgebracht bij Magis. 2 In de flagshipstore van Kartell draaide alles om Memphis. In 2004 maakte Ettore Sottsass een aantal ontwerpen voor Kartell die nu pas werden geproduceerd: zes vazen, twee krukjes en een lamp. Dit alles in de typische postmodernistische stijl en in blitse kleuren zoals rood, gifgroen en roze, maar ook in blinkend wit en zwart.

7

3 VIA pakte groots uit in het Ex-Ansaldo-gebouw in de Zona Tortona. In Talents & Economy brachten ze zestig nieuwe producten van Franse merken en ontwerpers. En al was marmer vooral de trend in 2014, toch willen we u deze Bistrotafel van Jean-Louis Iratzoki voor Retegui niet onthouden.

6 Louis Vuitton lanceerde in 2012 zijn Objets Nomades met plooibare meubelen en reisaccessoires. Dit jaar ontwierp Raw Edges (Yael Mer en Shay Alkalay) hiervoor de Concertina-collectie: een lamp, armstoel en koffietafel. 7 Twig is een stoel met aluminium poten die in hout overgaan, in een organische connectie met de armleuningen. Twig is een ontwerp van Nendo voor Alias. De collectie telt vijf verschillende versies: telkens worden de materialen op een verschillende manier gecombineerd, zowel voor de poten en de zit als voor de rugleuning. 8 De sofa Absolu is afgestemd op een klassieke leefkamer, maar bijzonder dankzij het kussen dat kan worden gebruikt als arm- of ruggensteun. Het modulaire, de mooie materialen en verfijnde details geven deze sofa een waaier aan mogelijkheden. Ontworpen door Francesco Binfaré voor Edra.

4 Patricia Urquiola ontwierp voor Glas Italia Shimmer, een reeks van tafeltjes en rekken in gelamineerd, regenboogkleurig glas, waarbij de kleurnuance afhankelijk is van de hoek van de lichtbron. Beschikbaar in mat of transparant glas. 5 Een rieten klassieker: Cane Divan van Simo Heikkilä. Heikkilä gaf samen met zijn vriend Maarten Van Severen workshops aan de University of Industrial Arts in Helsinki. In het atelier van Van Severen zag Hans Lensvelt de Cane Divan voor het eerst. Het was liefde op het eerste gezicht, door de combinatie van materialen, het rotan met het industriële groene roestvrijstalen frame, en de totale unieke elegante compositie.

8

107

SPECIAL


Werkten mee Natasja Admiraal aan dit nummer Leen Creve Heleen De Koster Stephanie Duval Elien Haentjens Roel Jacobus An Michiels Aleydis Nissen Adrienne Peters Annelies Thoelen Kurt Vanbelleghem Koen Van der Schaeghe Jolien Vanhoof Inge Vranken Tekstcorrectie

Schrijf.be

Ontwerp

Ines Cox

Druk

Stevens Print

com

Redactie Steven Cleeren Christian Oosterlinck Mies Van Roy

.

Kwintessens nummer 2 jaargang 24

info@designvlaanderen.be www.designvlaanderen.be www.designvlaanderen.be/kwintessens www.facebook.com/kwintessens www.kwintessenstijdschrift.be ISSN

07791534

inescox

Redactieadres Design Vlaanderen Kwintessens KoloniĂŤnstraat 56 (7de verdieping) 1000 Brussel T +32 (0)2 227 60 60 F +32 (0)2 227 60 69

Adreswijzigingen worden gemeld op het redactieadres.

Niets uit deze uitgave mag worden gebruikt zonder toestemming van de uitgever. Š Design Vlaanderen

Alle adressen van designers, kunstenaars, galeries e.a. kunnen bij Design Vlaanderen verkregen worden.

Verantwoordelijke uitgever: Bernard De Potter, Koning Albert II-laan 35 bus 12, 1030 Brussel

www

.

Abonnementen kunnen besteld worden op www.kwintessenstijdschrift.be Losse nummers kunnen besteld worden op www.kwintessenstijdschrift.be/los



Kwintessens 2015-2