Page 1

25

maandag januari

Vertrouwen Van kwaad tot erger Achterlaten Zelfstandig 2015-2016 / 3

middenbouw


00Angst of vertrouwen? 004 t/m 6

Angst en vertrouwen 4


A

ngst en vertrouwen, twee oer-emoties die ieder mens uit eigen ervaring kent. Ze zijn zo basaal dat je je kunt afvragen in hoeverre mensen hun kijk op het leven (hun levensbeschouwing) erdoor laten bepalen. Leef je in een wereld die je onzeker en angstig maakt of in een wereld die je vertrouwen geeft?

In een van de Bijbelverhalen in dit thema steekt Jezus samen met zijn leerlingen het meer van Galilea over. Ze verlaten het vertrouwde gebied. Midden op het water steekt een storm op en terwijl Jezus ligt te slapen, raken de leerlingen in paniek. Laat Jezus, in wie ze hun vertrouwen stelde, hen in de steek? Het verhaal is, in de vorm zoals het uiteindelijk in de Bijbel is opgenomen, opgetekend na Jezus’ dood. De spannende overtocht weerspiegelt de situatie van de eerste christenen in de eerste eeuw. Ze worden vervolgd omwille van hun geloof en vragen zich af: met wie zijn wij eigenlijk in zee gegaan? Wat staat ons in godsnaam allemaal te wachten? Jezus zelf lijkt afwezig en de weg die ze als jonge christelijke gemeente afleggen is stormachtig en gevaarlijk. De toekomst is een bedreiging, net als de overkant in het Bijbelverhaal. Daar, aan de andere kant van het meer, wacht de leerlingen het land der Gerasenen en de eerste die ze daar ontmoeten is dan ook een bezetene‌ De eerste christenen werden Aanhangers van de Weg genoemd en die weg was niet gemakkelijk. Het woord geloof heeft hier de betekenis van vertrouwen. Een tegenkracht tegen alle angsten in. De Bijbelverhalen in dit thema laten overigens nog enkele mooie aspecten zien van dit gelovige vertrouwen. Wat echt geloven en vertrouwen bijvoorbeeld kan betekenen, moet notabene een Romeinse officier het joodse publiek van Jezus voordoen! Hij, die gewend is om bevelen te geven, vertrouwt op een enkel woord van de joodse rabbi Jezus. En zijn knecht geneest. In dit thema worden de kinderen zich ervan bewust dat vertrouwen vooral te maken heeft met eerdere ervaringen en met mensen die je steunen. En dat angst soms een signaalfunctie kan hebben en je kan waarschuwen voor iets dat niet goed is. Ze ontdekken dat vertrouwen, in jezelf en in anderen, moet groeien. En dat je daar zelf iets aan kunt doen. Bij dit alles verkennen de kinderen de beide woorden angst en vertrouwen telkens in hun onderlinge samenhang en wisselwerking. Het besef dat angst verschijnt als het vertrouwen verdwijnt, maar ook dat vertrouwen een tegenkracht biedt tegen angst geeft diepgang aan het thema. Zo krijgen de kinderen de mogelijkheid om vertrouwen te zien als een kracht die je verder helpt en ervoor zorgt dat angst niet het laatste woord hoeft te krijgen in het leven.

5!


Vertrouwen

00week 4 00

25 maandag januari

Wat is ‘vertrouwen’?

Kalenderplaat: Blindemannetje

Muziek: A good start (pagina 138)

Poster: Angst of vertrouwen?

Beweging: Bewegen in de ruimte

Muziek: Je hebt vertrouwen nodig

(pagina 139)

26 dinsdag januari

Op wie vertrouw je?

Kalenderplaat: Trapeze Bijbel: Julius vertrouwt op Jezus

Expressie: Op wie vertrouw jij? Tip: Vertrouwen-tip (1)

27 woensdag januari

NB. In verband met de krokusvakantie heeft de regio Zuid deze week geen les. De scholen uit deze regio gaan daardoor maar twee weken aan de slag met het thema ‘Angst en vertrouwen’. Laat vrijdag 5 februari vervallen en sluit af met vrijdag 12 februari. Niet alle ‘Vertrouwen-tips’ zijn dan aan de orde geweest, gebruik alleen de eerste acht die in het rijtje genoemd staan op deze dag.

Vertrouwen op je intuïtie

Het thema ‘Angst en vertrouwen’ start met een verkenning van het begrip ‘Vertrouwen’. Wat is vertrouwen? Wie vertrouw je? En waarop vertrouw je? Je intuïtie? Jezelf? God?

Kalenderplaat: Waar zit je intuïtie?

Gedicht: Intuïtie

Verhaal: Buurman

Kringactiviteit: Waar vertrouw je op? Tip: Vertrouwen-tip (2)

28 donderdag januari

Op jezelf vertrouwen

Kalenderplaat: Koorddansen

Verhaal: Je eerste en je laatste vriend

Kringactiviteit: Zitten of opstaan

Digibord: Gevaar opzoeken

29 vrijdag januari

Vertrouwen op God

Kalenderplaat: Gebedshoudingen

Elke dag biedt een ‘Vertrouwentip’ om het vertrouwen van de kinderen te laten groeien. Aan het eind van het thema (12 februari) komen we er op terug.

Tip: Vertrouwen-tip (3)

Jezus ontmoet een Romeinse officier die hem zijn volledige vertrouwen geeft. Zo’n geloof, en dan nog wel van een nietjood, is Jezus nog niet vaak tegengekomen.

Digibord: Gebedshoudingen

Gebed: De Heer is mijn herder

Start- en slotviering Zoekt u bouwstenen voor een gezamenlijke start of afsluiting van dit thema? Maak dan gebruik van de suggesties voor de start- en slotviering op www.trefwoord.nl

Tip: Vertrouwen-tip (4)

Liedboek – Zingen en bidden in huis en kerk Lied 982 (‘In de bloembol is de krokus’) couplet 1 en 2 sluit goed aan bij ‘Vertrouwen’. 6 Angst en vertrouwen


maandag 25 januari

Wat is ‘vertrouwen’?

Blindemannetje We starten het thema met een kalenderplaat waarop het aankomt op ‘vertrouwen’. Verklap de titel niet, maar vraag de kinderen welk spelletje de kinderen op de kalenderplaat doen. Wat is er spannend aan dit spel? Wat heeft het woord ‘vertrouwen’ met deze tekening te maken? Tip: Laat de kinderen op een verloren moment ‘blindemannetje’ spelen en zelf ervaren hoe het is om op een ander te vertrouwen.

HH

A good start Een lied als ritueel bij het oproepen van iedere nieuwe kalenderplaat. Lied: cd-2 (track 1 en 2). Bladmuziek: pagina 138. Liedteksten: www.trefwoord.nl.

Ev’ry morning, make a good start! What’s in your mind? And what’s in your heart? A picture, a story, a question, a song. Talk and listen and sing along!

(Vertaling: Begin elke morgen op een goede manier! Waar denk je aan? En waar ben je in je hart mee bezig? Een plaatje, een verhaal, een vraag, een lied. Praat en luister en zing maar mee!)

KK

Angst of vertrouwen? Op de poster zien we een parachutespringer die net uit het vliegtuig is gesprongen met een nog dichte parachute. We verkennen met de kinderen de woorden ‘angst’ en ‘vertrouwen’. Vragen ■■ Zou de parachutist bang zijn geweest toen hij in het vliegtuig stapte? Waarom? ■■ ‘Als je erop vertrouwt dat je parachute opengaat, hoef je niet bang te zijn.’ Wat vinden de kinderen van deze uitspraak? ■■ Wat kan er nog meer voor zorgen dat je met vertrouwen de sprong waagt? ■■ Probeer ter afsluiting tot een voorlopige omschrijving te komen van het begrip ‘vertrouwen’. Bijvoorbeeld: ‘Als je ergens vertrouwen in hebt, geloof je dat het goed zal gaan.’ Tip: Maak een woordweb van dingen die met ‘vertrouwen’ te maken hebben.

JJ

Bewegen in de ruimte Met onderstaande oefening kunnen kinderen zelf ervaren wat vertrouwen is. Vraag na afloop hoe ze het vonden. Voelden ze vertrouwen? Of angst? Of allebei? 1. De kinderen staan verspreid op het schoolplein of in de gymzaal. Ze doen hun ogen dicht, luisteren naar hun ademhaling en concentreren zich op de omgeving. Dan lopen ze voorzichtig door de ruimte, met hun ogen dicht, zonder te botsen. Laat de kinderen kort ervaren hoe het is om dit te doen. 2. De kinderen maken tweetallen. Een van de twee doet een blinddoek voor. Degene die niet geblinddoekt is, begeleidt de geblinddoekte door de ruimte en zorgt ervoor dat de ander nergens tegenaan botst. Wissel na een paar minuten.

7!


3. Doe bovenstaande nog een keer maar dan zonder elkaar vast te houden. De kinderen coachen elkaar nu door de ruimte.

HH

Je hebt vertrouwen nodig Lied: cd-2, track 3 en 4. Bladmuziek: pagina 139. Liedteksten: www.trefwoord.nl Dit lied laat de tegenstelling zien tussen ‘vertrouwen’ (refrein) en ‘niet vertrouwen’ (coupletten). Vertel dit vooraf niet aan de kinderen. Praat na het zingen/luisteren over het lied. Welke aspecten van (niet) vertrouwen worden erin genoemd? 1. Liegen, bedriegen. Verdraaien en paaien. Niks meer laten horen. De boel laten ontsporen. Daar kun je niet op bouwen. Niet te vertrouwen, vertrouwen.

2. Kiezen voor ’t kwade. Geheimen verraden. Vrienden laten stikken en foute kunstjes flikken. Daar kun je niet op bouwen. Niet te vertrouwen, vertrouwen.

Je hebt vertrouwen nodig. Het geloof dat ’t goed zal gaan. Dat na een bui met regen, de zon begint te schijnen. Al zit het soms ook tegen: vertrouwen geeft je kracht om toch weer op te staan.

dinsdag 26 januari

Je hebt vertrouwen nodig. Het geloof dat ’t goed zal gaan. Dat na een bui met regen, de zon begint te schijnen. Al zit het soms ook tegen: vertrouwen geeft je kracht om toch weer op te staan.

Op wie vertrouw je?

Trapeze Wat heeft de kalenderplaat met ‘vertrouwen’ te maken? Als trapeze-artiest moet je je collega blind kunnen vertrouwen. Je leven hangt ervan af. Als je net samen onenigheid hebt gehad zou je dan toch de nok van de circustent in klimmen om je act te gaan doen? En als je iemand niet zo aardig vindt? Zou je dan toch op deze manier met elkaar kunnen samenwerken? Op wie vertrouwen de kinderen? Hoe komt het dat ze deze persoon vertrouwen?

AA

Julius vertrouwt op Jezus Een van de slaven van Julius, een stoere Romeinse hoofdman, is ziek. Julius vindt het verschrikkelijk. Hij houdt van zijn slaaf. Dan hoort hij dat Jezus in Kafarnäum is. Hij vertrouwt op Jezus; hij kan de slaaf beter maken. Een Bijbelverhaal naar Lucas 7, 1-10. ‘We moeten iets doen! Nu meteen. Want zo gaat het mis. Helemaal mis!’ Julius liep onrustig heen en weer. Af en toe wiste hij het zweet van zijn voorhoofd. In zijn ogen zag je paniek. ‘Zo ken ik je helemaal niet,’ zei zijn vrouw bezorgd. ‘Jij, Julius, hoofdman van 100 Romeinse soldaten. Jij bent toch nooit bang? Je hebt gevochten in oorlogen. Geslapen tussen de wilde dieren. Je bent over ijskoude bergen getrokken. En nu? Nu je slaaf ziek is, ben je een bang vogeltje. Wat is er toch met jou?’ ‘Je begrijpt het niet,’ mompelde Julius. ‘Ik hou van deze slaaf. Hij is me alles waard. Als we niks doen, gaat hij dood. Wil je dat dan?’

8 Angst en vertrouwen


Zijn vrouw begreep er inderdaad niks van. Ze hadden nog veel meer slaven. En als er eentje dood ging, kocht je gewoon een nieuwe op de markt. Slaven zat. Ze haalde haar schouders op en liep weg. Julius, die stoere Romeinse hoofdman, nam een besluit. Een paar dagen eerder had hij gehoord dat er in zijn stad, Kafarnaüm, een nieuwe leraar voor de synagoge was komen wonen. Ene Jezus. Er gingen de wonderlijkste verhalen over hem. Hij kon zelfs mensen beter maken. Zou hij die Jezus kunnen vertrouwen? Zou Jezus misschien ook zijn slaaf kunnen genezen? Julius twijfelde niet langer en liet een paar Joodse leiders bij hem komen. ‘Mannen, luister,’ zei hij. ‘Ik wil dat jullie naar Jezus toegaan. Vraag hem of hij meteen naar me toe kan komen om mijn slaaf beter te maken.’ De Joodse leiders wilden dat graag doen. Eigenlijk zouden ze een hekel aan Julius moeten hebben. Hij was tenslotte hun vijand. De Romeinen hadden hun land bezet. Maar Julius was goed. Hij had zelfs een synagoge voor hen in Kafarnaüm laten bouwen. Hem konden ze dus vertrouwen. ‘Ga,’ zei Julius, ‘en doe wat ik gezegd heb.’ En ze gingen. Ook Jezus twijfelde niet. Hij hoorde over de doodzieke slaaf van Julius en ging meteen naar hem toe. Toen hij er bijna was, kwamen er een paar mannen aanrennen. Vrienden van Julius. Uit de verte riepen ze al: ‘Heer, u hoeft niet helemaal naar het huis van Julius te komen. Dat is hij niet waard, zegt hij. Daarom was hij ook bang om naar u toe te komen. Zeg maar gewoon: “Julius, je slaaf wordt weer beter.” Hij weet zeker dat het dan ook zal gebeuren. Hij vertrouwt u door en door!’ ‘Wat bijzonder!’ reageerde Jezus. En tegen de mensen om hem heen zei hij: ‘Horen jullie dat? Die Julius, een Romein, uit een ander land, hij gelooft in wat ik doe. Dat geloof heb ik nog nergens in mijn eigen land, in heel Israël niet, gezien. Wat een vertrouwen!’ De vrienden van Julius gingen terug naar Julius. Die ontving hen lachend en met open armen en riep: ‘Mijn slaaf is weer gezond!’ Gesprek ■■ Op wie vertrouwt Julius? ■■ Waaruit blijkt dat de mensen op Julius kunnen vertrouwen? ■■ Wat is er zo bijzonder aan het vertrouwen van Julius? ■■ Hoe weet je wie je kunt vertrouwen?

LL

Op wie vertrouw jij? Geef de kinderen de volgende opdracht: Schrijf bovenaan een vel papier op wie je vertrouwt. Zet daaronder de letters van het woord ‘VERTROUWEN’ onder elkaar, op elke regel één letter. Die letter is de eerste letter van een woord of zin die je schrijft over degene op wie je vertrouwt. Als je het leuk vindt, kun je het papier versieren en het aan jouw vertrouwenspersoon geven.

FF

Vertrouwen-tip (1) Durf op anderen te vertrouwen. Vanaf vandaag eindigt elke dag met een ‘Vertrouwen-tip’. Misschien helpt deze tip om vertrouwen te laten groeien. Geef de kinderen de ruimte om hun eigen ‘Vertrouwen-tips’ te bedenken. Verzamel de tips op een vel papier, bijvoorbeeld door ze op een briefje te schrijven en ze eraan te bevestigen. Aan het eind van de lessenserie hangt er een hele verzameling. We komen er vrijdag 12 februari nog een keer op terug.

9!


woensdag 27 januari

Vertrouwen op je intuïtie

Waar zit je intuïtie? Weten de kinderen wat ‘Intuïtie’ is? Leg het uit en leer het woord aan. Gebruik daarbij eventueel onderstaande beschrijving uit het van Dale Junior Woordenboek. Intuïtie = een gevoel dat je over iets of iemand hebt zonder dat je weet waarom. Mijn intuïtie zegt me dat het plan zal lukken. Lees het gedicht ‘Intuïtie’ voor dat bij de kalenderplaat hoort.

EE

Intuïtie Ik wist dat ik zou winnen, bij die wedstrijd in Den Haag. 't Was meer dan zomaar wensen, ook al wilde ik het graag. 't Was net alsof ik wíst dat het zou lukken deze keer. Het was een soort gevoel, en ja, dat heb ik weleens meer. Intuïtie... Ik wist dat er iets mis was. Iets was echt ontzettend fout. Het ging om onze hond

die was al ziek en heel erg oud. Dus rende ik naar huis toe. Blij dat ik dat heb gedaan! M'n moeder stond al klaar om naar de dierenarts te gaan. Intuïtie... Je weet het en je voelt het. Ergens rinkelt een soort bel. Je kunt het niet verklaren, maar vertrouwen kun je 't wel... – Marian van Gog –

Gesprek ■■ Herkennen de kinderen de situaties die in het gedicht worden genoemd? Kennen ze zelf ook zulke situaties waarin ‘intuïtie’ een rol speelt? ■■ ‘Intuïtie’ heeft te maken met een bepaald gevoel. Vaak voel je dat ook in je lijf. Bekijk nu de kalenderplaat. Waar voelen de kinderen het in hun lijf als iets niet klopt of als het juist wel goed is?

EE

Buurman De eerste kennismaking met de nieuwe buurman is niet prettig. Hij ziet er keurig netjes uit en is aardig tegen hem. Maar toch… Wilco heeft geen goed gevoel over hem: hij vertrouwt hem niet.

Het gebeurde al meteen bij die eerste ontmoeting. Wilco zat ingespannen te turen naar een spin die haar web weefde, toen er opeens een stem achter hem klonk. ‘Jij bent zeker mijn nieuwe buurjongen?’ Wilco schrok. Achter hem stond een man. Hij had een lichtblauw pak aan, en keurig geknipt en gekamd haar. De man hurkte naast hem. ‘Mooi hè, hoe zo’n spin een web maakt.’ Wilco zei niets, maar schoof een klein beetje weg. Het voelde niet goed. De manier waarop de man zo stilletjes achter hem was komen staan. De manier waarop hij zo dichtbij hurkte – véél te dichtbij. Zelfs de manier waarop hij er zo netjes, zo onberispelijk uitzag. Hij begon allerlei dingen te vragen. Of Wilco het fijn vond om hier te wonen. Of hij veel vrienden had, en of hij vaak buiten speelde. ‘Trouwens, ik ben Fons,’ zei hij, en hij stak zijn hand uit. ‘Je nieuwe buurman dus.’

10 Angst en vertrouwen


Wilco had helemaal geen zin om de hand aan te raken. Maar hij wilde niet onbeleefd zijn, dus schudde hij hem toch maar. ‘Ik ben Wilco.’ ‘Dag Wilco. Houd je van dieren?’ ‘Ja.’ ‘Ik heb thuis een klein konijntje. Wil je dat zien?’ Wilco schudde zijn hoofd. ‘Ik moet naar huis,’ zei hij en stond op. Thuis bleef hij over de nieuwe buurman nadenken. ‘Heb jij hem al gezien?’ vroeg hij aan zijn moeder. ‘Ik heb vanochtend even kennisgemaakt,’ zei moeder. ‘Hij lijkt heel aardig.’ Maar toch is er iets raars met hem, dacht Wilco. Die avond lag Wilco in bed te luisteren. Van buiten klonken nieuwe, onbekende geluiden. Er scharrelde iemand rond. Hij draaide zich een paar keer om, maar de geluiden bleven komen en hielden hem wakker. Zelfs toen zijn vader en moeder al naar bed waren gegaan, bleef hij woelen. Uiteindelijk stond hij op om door de gordijnen te gluren. Uit het huis van de buurman kwam een zacht licht. Net genoeg om te zien hoe de buurman kriskras door zijn tuin liep terwijl hij overal aan het frummelen was en spulletjes neerlegde. Terwijl iedereen slaapt, dacht Wilco. Zodat niemand kan zien wat hij doet. Voorzichtig opende hij het raam. Het kraakte. De buurman keek op. ‘Hallo? Is daar iemand?’ Wilco hield zijn adem in. Hij kon de buurman niet goed zien, maar gelukkig kon de buurman hem ook niet zien. ‘Hallo..?’ Even bleef het stil. Toen liep de buurman zijn huis binnen. Wilco hoorde een slot klikken, waarna het licht uitfloepte. De volgende ochtend zat Wilco slaperig aan het ontbijt. ‘Is er iets?’ vroeg moeder. Ze had hem wel drie keer moeten roepen voordat hij wakker was geworden. ‘Ik heb slecht geslapen vannacht,’ antwoordde Wilco, zonder te zeggen waarom. Moeder keek hem bezorgd aan. ‘Ach jongen, je gaat toch niet ziek worden? Doe maar lekker rustig aan vandaag. En ga vanavond maar vroeg naar bed.’ Wilco knikte. Vroeg naar bed, ja. Maar misschien blijf ik wel weer wakker, dacht hij. Want hij zou die nieuwe buurman in de gaten houden. Er was iets raars met hem, en hij was vastbesloten om er achter te komen wát. – Henk E. Groenewoud – Gesprek ■■ Hoe komt het dat Wilco zijn nieuwe buurman niet helemaal vertrouwt? ■■ Wat merkt Wilco aan zijn lijf? (Het voelt niet goed, hij wil hem niet aanraken, hij woelt in bed.) ■■ Wilco’s moeder denkt dat de nieuwe buurman best aardig is, Wilco vertrouwt hem niet. Moet hij naar zijn moeder luisteren of kan hij beter naar zijn eigen gevoel luisteren? ■■ Is het goed om op je intuïtie te vertrouwen? ■■ Wilco kan het helemaal mis hebben. Heb je dat ook weleens gehad? Bijvoorbeeld: je had een vervelend gevoel over iemand, maar toen je hem beter leerde kennen, bleek hij ontzettend aardig te zijn. Heb je ook weleens gehad dat het wel klopte?

11!


Advertentie

Gratis proefabonnement www.kwinkopschool.nl/ proefabonnement

Een sociaal veilige leeromgeving

Kwink is een online methode voor sociaal-emotioneel

op preventie van bijvoorbeeld pesten zodat ‘reparaties’

leren (SEL). Voor groep 1 t/m 8. Kwink en SEL gaan uit van

achteraf worden voorkomen. Kwink zorgt zo voor betere

de kracht van de groep, om een omgeving te creëren

prestaties door een sociaal veilige leeromgeving.

waarin ieder kind zich veilig voelt. De aanpak is gericht

Meer weten? Kwinkopschool.nl

T: 033 460 60 11 E: info@kwintessens.nl

Kwink 15-3 DEF.indd 20

Kwink is een methode van

28-09-15 12:01

Handleiding Trefwoord Middenbouw  

Inkijkexemplaar van een handleiding van Trefwoord voor de middenbouw.

Handleiding Trefwoord Middenbouw  

Inkijkexemplaar van een handleiding van Trefwoord voor de middenbouw.