Issuu on Google+

MAXIMAL MINIMAL

4 november t/m 2 december 2012

KUNSTRUIMTE 09

NIELS BEKKEMA; WIM BIEWENGA; JAN VAN DUIJNHOVEN; PEGGY GEWAY; HANS GOUDSBLOM; FERDI SPEELMAN; VEERLE THOBEN

Jan van Duijnhoven

Veerle Thoben

Onder de titel Maximaal Minimaal wordt werk getoond van zeven kunstenaars uit verschillende generaties en verschillende delen van het land. Het betreft werk van kunstenaars waarin het minimalisme, de reductie van vorm en kleur, de uitwerking van een enkelvoudig gegeven centraal staat. De titel ‘Maximal Minimal’ is gebrukt omdat dit een fraaie titel oplevert, die fijn allitereert. Hoewel ook in deze expositie hier en daar werk is te zien dat neigt naar het maximaal haalbare in het minimale. Het meest maximaal minimale werk dat we kennen uit de kunsthistorie is ‘Le Vide’ van Yves Klein. In de ‘Iris Clert Gallery’ werd door Klein in 1958 de galerieruimte ontruimd en volledig wit geschilderd. Er was verder niets te zien. Deze ‘expositie’ werd op de openingsdag bezocht door maar liefst drieduizend mensen – men stond er voor in de rij. Onvoorstelbaar heden ten dage. Yves Klein was enige tijd lid van de internationale Zero-beweging, die gerelateerd was aan de Nul-beweging in Nederland. Een belangrijke ‘motor’ van deze beweging was Henk Peeters (inmiddels ver in de tachtig), die een paar jaar geleden deelnam aan een presentatie in K09, samen met WJM Kok en Guido Muench. De Zero-beweging en ook de Nul-kunstenaars als Peeters, Schoonhoven, Jan Henderikse en Armando toentertijd, blijken meer dan vijftig jaar na dato nog altijd of eigenlijk weer opnieuw actueel. Een recente expositie van het werk van Zero-kunstenaars in het Stedelijk Museum te Schiedam liet zien dat dat ‘oude’ werk verassend fris en hedendaags oogde. Het no-nonsence karakter, de gebruikte materialen (in het geval van Peeters bijvoorbeeld veertjes, watten en vuur), de niet nadrukkelijk aanwezige humor zijn allemaal elementen die men in het werk van veel jonge kunstenaars tegenwoordig ook aantreft. Ook in deze expositie is werk te zien van twee jonge kunstenaars uit Groningen, waarvan we overigens niet weten of ze op de hoogte zijn van de Zero-beweging of van het bestaan van Henk Peeters. Ferdi Speelman is begin twintig en studeert nog aan de Academie Minerva. Van hem is onder andere een ‘vlaggetjescompositie’ te zien, die zo mee had kunnen doen in een Zero-expositie indertijd. Van Niels Bekkema, die vorig jaar afstudeerde aan de Academie Minerva, is een serie ‘tuinmeubilair’ te zien. C-prints van patronen tuinstoelen die wonderlijke effecten teweegbrengen als je er langer naar kijkt. Ilusionistische en op-art achtige verschijnselen op de vierkante centimeter.


KUNSTRUIMTE 09

K09 laat het werk van beiden graag zien, al was het alleen maar om te tonen dat ook dit soort werk deel uitmaakt van wat jonge kunstenaars bezig houdt. En in deze gevallen is dat toch geheel iets anders dan wat van overheidswege als ‘gewenst’ wordt gepropageerd.

Niels Bekkema

Ferdi Speelman

De Zero-beweging verenigde uiteindelijk twee werelden in zich. De wereld van de ‘materialisten’ – en dat bedoelen we ook in filosofische zin – en de wereld van de ‘idealisten’. De ‘materialisten’ waren zo links als maar kon, bij wijze van spreken. Het materiaal (autobanden, bouwmaterialen etc.) werd gegroepeerd tot ‘een beeld’, maar was ook niet anders te herkennen dan als bijvoorbeeld ‘een gegroepeerd stel autobanden’. De materie stimuleert de geest. Aan de andere kant werd het materiaal getransformeerd tot iets waarin het materiaal zelf nauwelijks nog een rol speelt. De geest stimuleert het materiaal. En Yves Klein was meer een representant van de laatste opvatting. De ‘vergeestelijking’, het ‘immateriele’ was dat wat hij uiteindelijk wilde verbeelden. In feite is dit wellicht ook het verschil tussen concreet en abstract werk. De ‘vergeestelijking’ of het overstijgen van de materie zien we ook in het werk van Veerle Thoben uit Haarlem. Ze studeerde vorig jaar af aan de Academie in Den Haag. Licht is het voornaamste gegeven in het werk, het licht van de hemel of lichtvlek op een muur. Het werk balanceert tussen ‘iets’ en ‘niets’. In een vrijwel monochroom wit schilderij van een vierkante meter raakt dit aan het maximaal minimale en het immateriele van Yves Klein. Ook het vertrekpunt in het werk van een oudere kunstenaar als Jan van Duijnhoven uit Brabant is licht, licht door kleur. Primaire kleuren, strakke vormen in werk dat vooral schilderij wil zijn, maar daarnaast de ruimtelijke aspecten benadrukt door drie-dimensionale assemblages te zijn. Het werk oogt Mondrianesk, maar waar het bij Mondriaan gaat om ruimte op een plat vlak, gaat het bij van Duijnhoven om kleur en licht. Het is een zoeken naar de juiste verhoudingen om te komen tot beelden die de werkelijkheid ontstijgen, een metafysische en onwerkelijke, dat wil zeggen een op zichzelf staande, entiteiten zijn. De beschouwer hoeft zich niet af te vragen ‘waar dit vandaan komt’, want die vraag kan moeilijk worden beantwoord. Zoals Mondriaan zich in zijn latere werk niet meer baseerde op een abstractie van de bestaande werkelijkheid, maar louter een persoonlijke weergave van ‘ruimte’, als reflectief element voor ‘het menselijk bestaan’, zo is ook de werkwijze van van Duijnhoven. De enige connectie met het werk van Mondriaan zit hem eigenlijk alleen in het gebruik van primaire kleuren.


KUNSTRUIMTE 09

Op een heel andere wijze doet Wim Biewenga – een oudere kunstenaar uit Havelte – in wezen hetzelfde. Echter zonder tevoren vastgestelde parameters als kleur en vorm. Op associatieve wijze zoekt ook hij naar een vorm van essentie. Overbodige kleuren, overbodige vormen worden weer weggeschilderd of uitgepoetst; een meer expressionistische of informele benadering. Elk vogeltje zingt uiteindelijk zoals hij is gebekt..

Peggy Geway

Wim Biewenga

Hans Goudsblom

Twee kunstenaars die zich enigszins baseren op de oorsprong van Mondrianeske opvattingen, dat wil zeggen de abstractie van de werkelijkheid, het terugbrengen in een beeld van de essentie van het waarneembare, zijn twee mid-career kunstenaars uit Groningen. Hans Gousblom laat in en reeks tekeningen zijn interpretatie zien van de essentie van landschappen in Noorwegen, teruggebracht tot elementaire vormen en kleuren. En Peggy Geway toont hier een aantal subtiele en kleine pastellen, met associaties aan natuur en horizonnen. Maar voor beide geldt dat elk werk een autonome waarde heeft, buiten de mogelijke aanleiding voor het werk. K09 toont werk dat niet is in te passen is in cultureel- of sociaal-maatschappelijk werk. Geen directe bijdrage levert aan ‘wijkverbetering’ of sociale cohesie. Maar werk dat een bijdrage kan leveren aan ideeen over de mogelijkheden van individuele uitingen en een bijdrage die dit kan leveren aan reflectie over het menselijk bestaan in het algemeen.

Joke Vos/ Jacob van der Veen november 2012

MAXIMAL MINIMAL 4

NOVEMBER T / M 2 DECEMBER 2012 050 8795291 06 12360405 info@kunstruimte09.nl www.kunstruimte09.nl wo. t/m za. van 13.00 - 17.00 uur en zo. van 14.00 - 17.00 uur tevens op afspraak


verhaal%20MAXMIN_kl