{' '} {' '}
Limited time offer
SAVE % on your upgrade.

Page 1

#21

TOON TEEKEN Hector Ceferino RaphaĂŤla Rotterdam Susan Zwambag Maastricht Tosca van den Braak Zwolle Nici Metselaar Utrecht

ARJAN JANSSEN Eva Hoonhout Breda Ferdi Speelman Groningen Sanne Vaassen Maastricht Matea Bakula Utrecht


INHOUD Pag. 4

Voorwoord Door Rob Leijdekkers AKV| St.Joost

Pag. 6 t/m 29

Pag 30

Groepsfoto Zomertentoonstelling De Pont

Pag. 32 t/m 57

Leerling/Meester #13 - De Zaak

Leerling/Meester #14 - Formal Atire

TOON TEEKEN Hector Ceferino RaphaĂŤla Groningen Susan Zwambag Maastricht Tosca van den Braak Zwolle Nici Metselaar Utrecht

ARJAN JANSSEN Eva Hoonhout Breda Ferdi Speelman Groningen Sanne Vaassen Maastricht Matea Bankula Utrecht

Pag. 10

DE ZAAK NL Door Cornelie Samsom

Pag. 24

DE ZAAK ENG Vertaling Lenne Priem

Pag 34

NO SHIRTS NO SERVICE NL Door Marjolein van der Loo

Pag 50

NO SHIRTS NO SERVICE ENG Vertaling Lenne Priem

Pag 58

Colofon


Leerling/Meester #13 Vnlr Tosca van den Braak, Susan Zwambag, Toon Teeken, Nici Metselaar en Hector Ceferino RaphaĂŤla.

Leerling/Meester #14 Vlnr. Arjan Janssen, Matea Bakula, Ferdi Speelman, Sanne Vaassen en Eva Hoonhout.

3


VOORWOORD “Zal ik het geluid ook even aanzetten?” Één van de deelnemers van de tentoonstellingsreeks Leerling/Meester toont het werk van een andere deelnemer. Ze vertelt over de motieven van de ander, de anekdotes van de ander en haar interpretatie van het andere. Ze doet dit op een moment dat er geen andere deelnemers en bezoekers zijn. Ze hecht waarde aan het geheel waarbinnen zij een rol speelt, niet enkel aan haar eigen bijdrage. “Ik herken bij mijn mede-exposanten nog meer aansluiting dan bij mijn eigen studiegenoten, dat is een openbaring voor mij. De gesprekken zijn hier open van karakter en aangezien er een overeenkomst binnen de groep is, lijkt er meer begrip te zijn voor de verscheidenheid binnen het beeld.” De cultuurverschillen binnen de diverse academies lijken groot, en deze worden dan ook regelmatig naar voren geschoven als daar aanleiding toe is. Deze verschillen zijn relevant en dragen bij aan een groter bereik van het kunstonderwijs in Nederland. Als de eigen cultuur echter zelfbevestigend wordt en aanleiding geeft om het andere bij voorbaat af te wijzen, dan zouden we die cultuur juist moeten doorbreken. Maatschappelijk gezien is dit één van de rollen van de kunsten. Deze verantwoordelijkheid moeten we aan elke nieuwe generatie kunstenaars meegeven.

4


De opzet van het Leerling/Meester project is mede gebaseerd op de wens om binnen de verscheidenheid aan academies, en de daarbij behorende visies, op zoek te gaan naar mogelijke overeenkomsten binnen het werk van studenten. De meester heerst niet maar vertegenwoordigt de mentaliteit van de tentoonstelling en markeert daarmee de inhoudelijke context. Deze vorm is binnen de Nederlandse Kunstacademies ongebruikelijk, het individu staat centraal, waarmee we streven naar uniciteit. Het levert ontegenzeggelijk veel goede kunstenaars op die het waard zijn om gezien te worden. Die individualiteit heeft echter ook een keerzijde. Als de toeschouwer al even individueel is, blijft de reikwijdte van het werk beperkt. De confrontatie tussen de kunstenaar, via zijn werk, ĂŠn de toeschouwer blijft incidenteel terwijl deze meer betekenis krijgt wanneer de confrontatie fundamenteler wordt en het individuele karakter ontstijgt. Het Leerling/Meester project van Kunstpodium T speelt hierbinnen een interessante rol. De leerlingen ontmoeten de meester pas als ze hun studie bijna afgerond hebben en al min of meer een positie hebben ingenomen. Op basis van overeenkomsten ontmoeten ze elkaar en moeten ze een open houding aannemen. Dat dit niet zo eenvoudig is mag duidelijk zijn, daar zijn in de afgelopen 5 jaar Leerling/Meester voldoende voorbeelden van geweest. De goede meester heeft geen thema nodig, geen bevestiging. Zij/hij geeft zijn leerlingen de ruimte om niet te voldoen aan de verwachting maar hieraan voorbij te gaan. Rob Leijdekkers Docent Beeldende Kunst AKV/St.Joost Breda 5


L/M#13 Toon Teeken - De Zaak

Tosca van den Braak (1987) ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten , Zwolle

‘Fralilité’ gips (2013) 6


7


Nici Metselaar (1985) HKU

‘Panty waaier’ (2013) ‘Zonder titel’ Kartonnen koeker en spanband (2012)

8


Toon Teeken (1944) ‘Sur Artaud’

olie linnen, 170 x 120 (2013)

9

Tosca van den Braak ‘Clear-Up’ (2013)


DE ZAAK ‘Ga iets doen’, dacht ik als ik mijn moeder vroeger bij de garage oude kranten zag lezen. Altijd als ze een stapel oud papier wilde wegbrengen, ontdekte zij nog interessante stukjes. Soms kwam ze terug naar de keuken om een schaar te pakken en iets uit te knippen. In onze wc ontstond zo een collage van de dingen die haar opvielen, en van de tijd waarin ik opgroeide. Ook nu bekijk ik mijn moeder met een mengeling van gêne en vertedering terwijl ze op mijn bank in haar notitieboekje zit te schrijven. Op mijn atelier zie ik mijn schetsboeken liggen, en verbaas ik me over de wrevel die een herkenbare eigenschap kan oproepen.

Welja, doe maar alsof het genetisch belast en leip is. Toevallig is het wel je werkkapitaal dat daar op tafel ligt. Waar ontstaat kunst? Iemand zei ooit in een interview dat ze hield van door de stad zwerven: ‘’uit chaotische gedachten ontstaan vaak heldere ideeën.’’ Een andere collega, worstelend met een hyperassociatieve waarneming, vertelde me dat hij geen kranten las: ‘’na één artikel heb ik al weer veel te veel om over na te denken.’’ Kunstenaars verzamelen, vooral indrukken, soms tegen wil en dank. 10


Het werk van kunstenaar Toon Teeken handelt in grote lijnen over de sprokkelende blik van de kunstenaar. Teeken verzamelt eigen foto’s in boeken, waarbij hij tussen de beelden schrijft, tekent en schildert. Op die manier ontstaat een alomvattend verband tussen korte momentopnamen. De boeken vormen een voedingsbodem voor schilderijen waarin verschillende werkelijkheden naast elkaar bestaan. Werken van Teeken bevatten zowel een strenge grid van diagonalen en patronen, als een volgepakt universum van taal, symbolen en sjabloonachtige, plastische mensfiguren.

Dat maakt dat ze doen denken aan de heldere bot-structuren van Piet Mondriaan, maar ook aan de chaotische mythische wereld van oude middeleeuwse kunst.

De Zaak in Kunstpodium T is een tentoonstelling van verzamelaars die een inkijk biedt in het proces van zoeken, verbanden leggen en vormgeven. Daarbij hoeft niet alles perfect of in balans te zijn. Om ‘de pissebedden en de wormen en de spaghetti’ te redden, zo luidt de zaaltekst, mogen de makers de boel best in laten storten: er moet ook nog iets overblijven voor falen en onbegrip. Teeken zet met dit leitmotif de toon voor een ontspannen, helder vormgegeven tentoonstelling, waarin hij in samenwerking met jonge kunstenaars gezocht heeft naar onderlinge verbanden en verschillen. 11


Het is te zien dat tijdens de opbouw de nadruk gelegen heeft op het onderlinge gesprek in plaats van op de betekenis van de individuele werken. Dat maakt De Zaak een mooie, beschutte open plek waar de bezoeker ongestoord kan grazen en zijn eigen wereld op die van T kan projecteren. Susan Zwambag maakt of vindt objecten, voor wie ze vervolgens een toneelstuk schrijft. In een ruimte sta ik te kijken naar de Weenhoorn, een dromerig, visachtig beest met een indrukwekkende kartonnen ruggengraat. Op een andere plek ligt een vis met gebroken, gehaakte vleugels. Zwambag viert, of respecteert in mijn ogen het in onze tijd verwaarloosde idee van animisme: objecten hebben een ziel en een verhaal. Nici Metselaar maakt humoristische, kleurrijke installaties waarin ze de spot drijft met zichzelf en waarin ze alledaagse gebruiksvoorwerpen uit hun dagelijkse sleur/context haalt. Hector Ceferino RapahaĂŤla tekent met een kwast heldere straattafe-relen waarbij hij ruimte wit laat en beperkt kleur toepast. In de schilderijen wordt de ingetogen blik van oude Hollandse meesters vermengd met felle Caribische kleuren en zon, en krabbelt een helgroene leguaan over een lentefrisse dijk. Tosca van den Braak vertaalt haar verwondering, liefde en afschuw voor de wereld in collages van beelden en objecten, die

12


ze al zoekend en verzamelend aantreft of (ver)maakt. Daarbij lijkt ze gefascineerd door vorm en door aanraking en huid: een aantal objecten dragen de letterlijke afdruk van haar hand. Van den Braak heeft verder tegels gelegd van keramiek, die vervolgens door publiek aan barrels worden gelopen. Een wereld van scherven, aangebracht door toedoen van voortbewegende kilo’s lichaamsgewicht. Zo laat ook de toeschouwer zijn sporen na.

In Kunstpodium T voelen schijnbaar onafgemaakte, gefragmenteerde beelden heel natuurlijk aan. Waarschijnlijk omdat ze lijken op de wereld in mijn hoofd; daarin is immers ook heel veel, zo niet alles onafgemaakt. Onze waarneming kan maar een fractie van wat er binnenkomt registreren. Dit gegeven vindt een mooie vertaling in de Zaak, een beschutte open plek waar de harde (kunst)wereld weliswaar wel heel ver weg is, maar waar de toeschouwer in alle rust kan rondkijken en op de dingen kan reflecteren. En dat is ook wel eens heel erg fijn. Š Cornelie Samsom, mei 2013

13


Toon Teeken ‘Morton Feldman’ olie linnen, 60 x 50cm (2010)

14

Susan Zwambag (1991) >> ABK Maastricht

‘het zigeunerjongetje’ Acryl, lak en hout, (2013)


Lianne Rueb (1990) Willem de Kooning Academie, Rotterdam

‘Internalis’ (2013)


Tosca van den Braak ‘TBC’

Kralen, 32 x 20cm (2013)

16


Nici Metselaar

‘Stootboei’ (2012)

Tosca van den Braak ‘oncontroleerbaar’

Gips, 15 x 60cm (2013)


Toon Teeken ‘Artaud 2’

olie linnen, 40 x 50cm (2011)

Tosca van den Braak ‘Dood’

Klei en glitter, 30 x 17cm (2013)

18


Susan Zwambag ‘de Weenhoorn’

Hout, stof, metaal, plastic, acryl, lak en papier, (2013)

19


Hector Ceferino Raphaëla (1975) Academie Minerva, Groningen

21

Susan Zwambag ‘de Weenhoorn’


Nici Metselaar

Toon Teeken

Mixed media, video (2013)

olie linnen, 40 x 30cm (2013)

‘Tennis Me’

22

‘JAMES JOYCE’


23


DE ZAAK ENG ‘Go do something’, I used to think when I saw my mother reading old newspapers by the garage. Every time she wanted to throw out a pile of old paper, she’d come across some interesting articles. Sometimes, she’d retrieve the scissors from the kitchen so she could cut it out. A collage of the things she’d noticed grew on our toilet wall, chronicling the time I grew up in. Even now, seeing my mother sitting on my couch and writing in her notepad fills me with a mixture of embarrassment and endearment. I can see the sketchbooks in my studio, and I am surprised at the irritation that can be triggered by a recognisable trait. ‘Yeah, sure, go ahead and act like it’s all genetically loaded and weird.’ It just so happens to be your professional capital lying on the table before you. Where does art originate? Somebody that she loved wandering around town, once said in an interview: “clear ideas often spring from chaotic thoughts.” Another

24

colleague, struggling with a hyperassociative perception, said he did not read any papers: “just one article gives me far too much to ponder.” Artists collect, mostly impressions, not always voluntarily. Toon Teeken’s work is roughly about the artist’s gleaning outlook. Teeken collects his photographs in books, in which he draws, paints and writes between the pictures. This provides the brief snapshots with an all-encompassing coherence. The books form a basis for paintings in which several realities coexist. Teeken’s works contain a strict grid of diagonals and patterns, but also a stuffed universe of language, symbols and template-like plastic human figures. They are reminiscent of Piet Mondrian’s clear skeletal structures, but also of the chaotic, mythical world of medieval art. De Zaak (The Case) in Kunstpodium T is a collectors’ exhibition that shows the process of searching, making associations and designing. This doesn’t require everything to be


perfect or balanced. To save “the pillbugs and the worms and the spaghetti”, as the accompanying text puts it, there’s no problem in the creators letting it all collapse: something must be left for failure and misunderstanding. Teeken uses this leitmotif to set the stage for a relaxed, crisply designed exhibition, in which he and the young artists have searched for mutual relations and differences. You can tell the exhibition was built around the dialogue, rather than the meaning of individual works. As a result, De Zaak is a beautiful enclosure where visitors can graze undisturbed and project their own world on that of T. Susan Zwambag makes or finds objects, which she subsequently writes into a play. In one room, I am looking at the Weenhoorn, a dreamy, fish-like creature with an impressive spine of cardboard. Elsewhere, there is a fish with broken, crocheted wings. In my view, Zwambag celebrates, or respects, the idea of animism that has become neglected in our age: objects have a soul and story. Nici Metselaar makes comical, colourful installations in which she mocks herself and takes everyday implements out of their daily drag. Hector Ceferino Rapahaëla uses a brush to draw bright street scenes with white spaces and limited colours. In the paintings, the subdued perspec-

tive of the old Dutch Masters is mixed with bright Caribbean colours and sun, a piercing green iguana crawling on a spring-fresh dike. Tosca van den Braak translates her wonder, love and abhorrence for the world into collages of pictures and objects that she comes across, makes, or modifies while searching and collecting. She seems to be fascinated by form, touch and skin: some objects carry a literal impression of her hand. Van den Braak has also laid ceramic tiles, which are subsequently crushed by the feet of her audience. A world of shards, resulting from the movement of kilos of body weight. This way, the visitor also leaves his trail. In Kunstpodium T, seemingly incomplete, fragmented images feel entirely natural. Probably because they look like the world in my head; much, if not all, that resides there is not finished. Our perception can register no more than a fraction of what appears before us. This notion is translated well in De Zaak, an enclosure far removed from the harsh (art) world, but where visitors can peacefully look around and reflect. And that is something to cherish every once in a while. © Cornelie Samsom, mei 2013 vertaling Lenne Priem

25


26

26

Susan Zwambag ‘Visken Remora’

Hout, metaaldraad, acryl en stof (2013)


Tosca van den Braak

Hector Ceferino Raphaëla

‘firmament’

Hout en papier, 39 x 23cm (2013)

Susan Zwambag ‘de koorddansers’ Touw en papier, (2013)

27


Hector Ceferino RaphaĂŤl


Tosca van den Braak

‘Kan wel voor een keertje’ Klei en kralen (2013)


De zomertentoonstelling in Museum De Pont in Tilburg is dit jaar gewijd aan het Leerling/Meester Project. Van de jonge kunstenaars die in de afgelopen vijf jaar aan het project hebben deelgenomen, zijn er elf uitgenodigd om zich met een solopresentatie in een van de wolhokken van De Pont te presenteren.


met v.l.n.r: Sanne Vaassen, Kees BoevĂŠ, Lorenzo Quintanilla, Maaike Knibbe, Jonas Wijtenburg, Stijn Bles, Danny Foolen, Tim Hoefnagels en Jolien Collen. (Nathalie Duivenvoorden en Neza Agnes Momirski, ontbreken op de foto)


L/M#14 Arjan Janssen - Formal Attire


Arjan Janssen (1965) ‘zonder titel’ Olieverf op doek, 130 x 100cm (2013)

‘zonder titel’

Olieverf op doek, 130 x 100cm (2013)

Sanne Vaassen ‘Straggler’

Keramiek en pigment, 44 x 15cm (2013)


NO SHIRT NO SERVICE Zoals regels en conventies kunnen kledingvoorschriften zorgen voor duidelijkheid en structuur. De deelnemers van ‘Formal Attire’* delen de voorkeur voor een formele beeldtaal; zij werken met inzichtelijk beeldaspecten. De expositie bestaat uit overtuigende en op zichzelf staande werken die weinig geheimen kennen. Opvallend is dat de leerlingen hier een soort alledaagse luchtigheid aan toevoegen om de strengheid te nuanceren. Het werk van de leerlingen is daarmee iets meer casual, enkel de meester, Arjan Janssen, draagt met zijn kleurloze tekeningen en schilderijen van lijnen en vlakken een heus rokkostuum. De vloer van de eerste ruimte van de tentoonstelling lijkt verbrand, de ruimte is veranderd van een ‘white cube’ naar een met 34

houtskoolstof bedekt hok. In ‘bite the dust’ van Sanne Vaassen ploft een vierkante zak met houtskoolpoeder van het plafond met een bedachtzaam ritme op de vloer. Poeders spelen net als bij ‘bite the dust’ een belangrijke rol in haar werk. Het materiaal fascineert haar door het verschil in eigenschappen, dat het als geheel én als vele losse delen heeft. Vaassen zoekt met haar materialen naar metaforen voor de werking van de natuur. Ze doet dit in eerste instantie intuïtief maar test daarna haar vondsten op rationele wijze. Door middel van handelingen en bewegingen, passend bij het materiaal en hun eigen ritme komt ze tot vormen, installaties en performances. Eva Hoonhout speelt met alledaagse voorwerpen die door hun plek in een mu-


seale ruimte als minimalistische sculptuur worden bekeken. Zou je haar werk in een woonkamer, garage of bergruimte tegenkomen, dan waren het opbergdozen of een modern rek met toevallige schoonheid. Hoonhout gaat met de stapel transparante opbergdozen ‘zonder titel’ verder dan spelen met een wissel van context. Haar werk gaat een dialoog aan met het gelijknamige schilderij van Arjan Janssen in dezelfde ruimte. Het puur op vorm en materiaal gerichte werk van Janssen toont soortgelijke transparante rechthoeken die elkaar deels overlappen. Door de overeenkomsten tussen de werken krijgt het schilderij van Janssen een menselijke laag, die de kijker zelfs bij dit minimalistische werk tot een figuratieve associatie dwingt.

Matea Bakula laat ons stil staan bij de schoonheid van onze omgeving. In ‘sugar, spice and everything nice’ combineert ze eenvoudige middelen als piepschuim en suiker. De strakke, smetteloze kubus van piepschuim verandert in de ruimte van verpakkingsmateriaal in een klassiek minimalistische sculptuur. De bovenzijde van de vorm is gevuld met een plakkerige laag gekarameliseerde suiker waardoor er een organisch landschap ontstaat dat doet denken aan een reusachtige crème brulee. In tegenstelling met het traditionele formalisme speelt het materiaal bij Bakula de hoofdrol en werkt de vorm als ondersteuning hiervan. Naast de zichtbare werken hoor je in bijna elke ruimte van Kunstpodium T verschillende stemmen 35


‘Ferdi Speelman’ noemen, telkens met een andere intonatie en een ander accent. Speelman onderzoekt de samenhang tussen naamsbekendheid, de waardering en het succes van een kunstenaar. Hij destilleert wat zijn deelname aan dit project strikt genomen kan inhouden. Zijn naam, Ferdi Speelman, zegt vrij weinig over wie hij is als persoon, het is een officieel gegeven. De mensen die zijn naam uitspreken daarentegen geven hier een nieuwe dimensie aan. Wie zijn zij? Waarom roepen ze hem? Kennen ze elkaar? Speelman benaderd zijn kunstenaarschap op een formele manier en voegt hier net zoals de andere studenten een extra laag aan toe. ‘Formal Attire’ is een vrij gesloten en museale tentoonstelling die vraagt om een

36

formele benadering van het werk, het gaat nauwelijks om een persoonlijke beleving. Op een associatieve wijze kunnen linken tussen de werken worden gelegd die op een fijngevoelige manier tot uiting komen in elke ruimte. De meest formele werken in de expositie zijn van Janssen, maar zelfs deze strenge meester heeft voor deze expositie zijn stropdas losser gemaakt. Hij laat het houtskoolpoeder van Vaassen zijn eigen werk bestuiven en zo wordt ook hij bij de speelsheid van de leerlingen betrokken. *kleding geschikt voor formele, sociale aangelegenheden’ © Marjolein van der Loo, mei 2013


Eva Hoonhout (1990) AKV | St. Joost, Breda

‘zonder titel’

ven. Petra Kühnle toont een werk getiteld ‘Silent Piece’: een titel op een oud, verder stil tv scherm. De zaaltekst stuurt me nog verder het bos in: en dan heb ik het ineens gehad.

Plastic (2013)

Weinig verband, moeilijk leesbaar werk: aan de bak dus. Geen probleem, ik ben een nerd. Maar ik denk wel terwijl ik alles uitzoek: ik zit wel erg hard te werken om er een geheel van te maken. Hoe zit het dan met de gemiddelde bezoeker? Somewhere between your stage and mine heeft mooie momenten, maar mist een duidelijke samenhang. Het contact met de meester is wel onderzocht en weergegeven, maar een overkoepelend gesprek ontbreekt, hoe mooi de presentatie ook is. Dat is een gemiste kans voor een expositie waarin jonge kunstenaars de grote thema’s van nu – identiteit, (ont)hechting, massamedia, religie - aan de orde durven te stellen. Toch schuurt de tentoonstelling door als een zandkorrel in mijn hoofd. De ervaren verweesde twijfel maakt dat ik wil uitzoeken, en nog lang nadenk. © Cornelie Samsom

37


Fe r d i

Ferdi Speelman Academie Minerva. Groningen

38

S pe e

lma n

Ferdi Speelm


Matea Bakula & Arjan Janssen ‘Dodging the line’ Siberisch krijt, papier, karton, plexiglas, graffiti en metaal (2013)

man

rd Fe

Ferdi Spe

elman

di S Fer

pee

lm

an

Fe

i rd

Sp

l ee

ma

n

i


40


Detail

Arjan Janssen ‘zonder titel’ Siberisch krijt en graffiet op papier, 120 x 80cm (2011)

41


Sanne Vaassen (1991) Academie Beeldende Kunsten, Maastricht

42

‘Bite the dust’ Houtskool, stofzak en motor, 95 x 45cm, (2013)


Eva Hoonhout ‘Pieces of paper’ Hout, verf, print op papier, (2013)

44


Matea Bakula (1990) Hogeschool voor de Kunsten, Utrecht ‘Toxicity’ Plexiglas, graffiti, MEK (2013)

45


Sanne Vaassen ‘Pink in blue’ Video, 87 x 53cm, (2012)

46


Eva Hoonhout ‘Pieces of paper’ Hout, verf, print op papier, (2013)

47 47


Liaf Lijbers (1988) AKV St. Joost, Den Bosch ‘Pool’ (2013) Tekst: Georgia Haagsma


Detail

Eva Hoonhout ‘Zonder titel’ Karton en aluminium (2013)

49


NO SHIRT NO SERVICE Like other rules and conventions, dress codes give our world clarity and structure. The participants of Formal Attire have a common preference for a formal language of images; they work with transparent image aspects. The works are persuasive and autonomous, and hide few secrets. Interestingly, the students add a sort of everyday levity to counterbalance the strictness. As a result, their work is a little more casual, with only master Arjan Janssen’s colourless drawings and paintings of lines and fields putting him in full evening dress. The floor of the first exhibition space seems burnt; the room has changed from a “white cube” to a cabin covered with charcoal dust. In Sanne Vaassen’s bite the dust, a square bag of charcoal dust drops from the ceiling onto the floor in a contemplative rhythm. Like in bite the dust, powdered matter plays an important role in her work. Her fascination for the material is derived from the different properties it exhibits as a whole and as a

50

collection of parts. With these materials, Vaassen searches for metaphors for the workings of nature. She starts out intuitively, but then tests her findings rationally. Actions and movements that fit the material and their own rhythm lead her to shapes, installations and performances. Eva Hoonhout plays with everyday objects, viewed as minimalistic sculptures because of their placement in an art exhibition. Were you to encounter her work in a garage, living room or warehouse, it would be no more than a few storage boxes or a modern rack with some incidental beauty. With zonder titel (“no title”), her stack of transparent storage boxes, Hoonhout goes beyond playing, by changing the context. Her work enters into a dialogue with Arjan Janssen’s painting of the same name in the same room. Janssen’s painting is geared strictly toward form and material, showing similar transparent, partially overlapping rectangles. Because of the works’ similarities, the painting is given a human layer, commanding


a figurative association from the viewer in spite of its minimalism. Matea Bakula focuses our attention on the beauty of our surroundings. In sugar, spice and everything nice, she combines simple means like styrofoam and sugar. The exhibition room changes the stark polystyrene cube from a piece of packaging into a classic minimalist sculpture. Its top side is filled with a sticky layer of caramelised sugar, creating an organic landscape that reminds us of a giant crème brûlée. Unlike in traditional formalism, the material takes the centre stage in Bakula’s works, the form taking on a supportive role. Aside from the visible works, in almost every room of Kunstpodium T, you can hear a number of voices call out “Ferdi Speelman”, each with their own intonation and accent. Speelman investigates the connection between an artist’s name recognition, appreciation and success. He distills what his participation in this project could

amount to. His name, Ferdi Speelman, says little about who he is as a person; it is just an objective fact. The people calling him however, add a new dimension. Who are they? Why are they calling out to him? Do they know each other? Speelman takes a formal approach to his artistic calling, and, like the other students, adds an extra layer. Formal Attire is a somewhat hermetic and “museal” exhibition that demands a formal approach to the works; it is barely concerned with a personal experience. The works, which are expressed delicately in each room, can be linked to one another through association. The most formal pieces exhibited are Janssen’s, but even this strict master has loosened his necktie for the occasion. By allowing Vaassen’s charcoal dust to powder his own work, he becomes involved in the students’ playfulness. © Marjolein van der Loo, mei 2013 Vertaald door Lenne Priem

51


52


Lianne Rueb (1990) Willem de Kooning Academie, Rotterdam

‘Internalis’ (2013)

53


Matea Bakula ‘Sugar, spice and everything nice’ Polystyreen en suiker, (2013)

54


an lm ee Sp rdi Fe

an lm ee Sp di Fe r

rd Fe

iS

p

l ee

m

an

Ferdi Speelman

rd Fe Fe r d i

S pe e

lma n

Ferdi Speelman

iS F er d

peel

ma n

iS

pe

e


el m

Ferdi Sp e

Fe r d i

Speelm

r Fe

an

di

rdi Fe

an

Sp

man peel S i elma n d Ferdi Speelman Fer

e

m el

an

an elm e p S

F er

d

ee i Sp

l ma

n

r Fe

di

Sp

e

m el

an


COLOFON Hoofdredactie Zeus Hoenderop

Eindredactie Mariska van Zutven

Beeldredactie

Kunstpodium T Noordstraat 105 5038 EH Tilburg +31 (0)6 23284954 redactie@kunstpodium-t.com www.tempmagazine.com www.kunstpodium-t.com

Anna Bedaux

Vormgeving Rik Vogelaars

Fotografie Mariska van Zutven Zeus Hoenderop Rik Vogelaars Anna Bedaux Marleen Hartjes

Teksten Marjolein van der Loo Cornelie Samsom Rob Leijdekkers

Openingstijden Donderdag t/m zondag 13.00u - 18.00u

Oplage 1000 exemplaren

Coverfoto Nici Metselaar

Mede mogelijk gemaakt door

Vertaling

Lenne Priem

Temp komt voort uit de behoefte de tijdelijkheid van onze tentoonstellingen te overstijgen en deze te laten voortleven in de vorm van een tijdschrift. In onze uitgaven vind je korte kritische besprekingen van kunstwerken die geĂŤxposeerd worden in de presentatieruimtes van Kunstpodium T tijdens het Leerling/Meester project.


July 5th – 7th, 10.00 – 17.00

Herdenkingsplein 12 6211 pw Maastricht +31 43 346 66 70 www.abkmaastricht.nl

Tickets & meer informatie: www. kunstpodium-t.com ABKM_100x75_Kunstpodium-T.indd 1

CLAUSE-PIERRE LEINENBACH, Lizzy Geurts van Kessel, Ria Neleman, Jorick Jager, John Posthumus, Nadine van Veldhuizen, ALBERT VAN WESTING, Jiska Huizing, Mirjam Nelis, Judith Mulder, Christiana van Lammeren, Myrthe van Hezik.

04/04/13 10:51

59


Follow us on:

CLF

Temp is gratis te verkrijgen bij Kunstpodium T en bij de deelnemende academies. Alle bijdragen in Temp zijn ook terug te vinden op de website www.tempmagazine.com. Voor meer informatie mail naar: redactie@kunstpodium-t.com

is een uitgave van Kunstpodium T Jaargang 3 | 2012 - 2013

Profile for Kunstpodium T

Temp #21  

TEMP # 21 met daarin de Exposities van Toon Teeken en Arjan Janssen. Leerling / Meester-project 2013-2014 Kunstpodium T mede mogelijk gemaa...

Temp #21  

TEMP # 21 met daarin de Exposities van Toon Teeken en Arjan Janssen. Leerling / Meester-project 2013-2014 Kunstpodium T mede mogelijk gemaa...

Advertisement