Page 1

Door de ogen van kunst Verslag Curatorenreis Israël – 7 t/m 13 november 2015 door Lucette ter Borg Deelnemers: • Ronit Eden – reisleider en freelance curator • Mirjam Westen – conservator moderne kunst Museum voor Moderne Kunst, Arnhem • Maartje de Haan – directeur museum Meermanno Westreenianum • Marc Kleijnen – directeur stripmuseum, Rotterdam • Rob Knijn – artistiek directeur The Naked en kunstenaar, Den Haag • Erik Luermans – curator en voorzitter Kunstfort Asperen. • Lucette ter Borg – curator Gimme Shelter, directeur platform Cinema Zuid en kunstcriticus NRC Handelsblad • Ken Gould – directeur fonds KUNSTENISRAËL Bezochte culturele instellingen: • Galerie Chelouche • Herzliya Museum voor Hedendaagse Kunst • kunstenaarsinitiatief Alfred • Tel Aviv Museum voor hedendaagse kunst • Galerie Hamidrasha (galerie van Beit Berl college) in Tel Aviv • Israel Museum, Jerusalem • centrum voor hedendaagse kunst Art Cube • kunstacademie Musrara in Jeruzalem • Arabisch-Joods centrum voor hedendaagse kunst Beit-HaGefen in Haifa. Aantal bezochte kunstenaars (studio visits): 26 Bezochte dorpen: • Kfar Shmu’el (Michal Rovner) – tussen Tel Aviv en Jeruzalem • Umm El Fahem (Fouad Ajbaria) – noorden • Eshhar (Ruth Kestenbaum Ben-Dov) – noorden • Sha’ab (Samah Shihadi) – noorden Van de bezochte kunstenaars selecteerde ik er negen, vanwege de kwaliteit van hun werk en vanwege de diversiteit van hun afkomst.



1. Gaston Zvi Ickowicz – videokunstenaar en fotograaf 41 jaar oud, kwam op zijn vijfde vanuit Argentinië naar Israël met zijn ouders. Heeft nog steeds ook de Argentijnse nationaliteit. Opgegroeid in Ashdood, vlak bij de Ghaza. Woont en werkt in Tel Aviv.

Houdt zich in zijn werk nadrukkelijk bezig met de staat waar zijn land zich in bevindt, namelijk oorlog en conflict, maar doet dit op een niet drammerige, subtiele manier. Werkt in potentieel conflictueuze gebieden zoals nieuwe nederzettingen, waar hij, zoals hij het zelf noemt ‘tekenen of bewijzen in het landschap’ zoekt. Die ‘tekenen’ kunnen de restanten zijn van wat het leger achterlaat als ze een gebied verlaten (resten van kampvuur, munitie, de muur met grafity van Hamas in Jeruzalem), maar ook bijzondere plekken met een Bijbelse achtergrond. Hij probeert aan de hand van zijn werk te laten zien hoe ingewikkeld het Palestijns-Joodse conflict is: ‘Een gebied kan officieel Palestijns zijn, maar de lucht erboven wordt opgeëist door Israel. Hetzelfde geldt voor het water dat door Palestijns gebied stroomt: ook dit staat onder controle van het Israëlische leger.’ Zijn beste en meest indrukwekkende werk is de film Everyday Ceremony (2014), waarin hij in 80 minuten comprimeert wat hij een jaar lang zag met zijn camera op een statief langs het stenige, bergachtige onverharde pad dat een Palestijnse wijk in OostJeruzalem scheidt van het Israëlische Ministerie van Binnenlandse Zaken. Iedere dag lopen Palestijnen over dit ene toegangspad om een werkvergunning bij het ministerie op te halen. Je ziet ze sjokken, jong en stokoud, mank en gezond, vogels fluiten.


2. Tal Shoshan – 46 jaar. Geboren in Israël, werkt en woont in Ramat Gan Maakt sculpturen die gaan over vrouwelijkheid, kleurrijk, insectachtige plantenstructuren. Alles woekert. Veel textiel, kippengaas en plastic dat met gasbranders wordt bewerkt om het vloeibaar en vormbaar te maken. ‘Deze beelden,’ zegt ze, ‘zijn heel giftig.’ Voor haar drukt die giftigheid (‘Ik maak mezelf ziek door ze te maken’) uit hoe het leven als kunstenaar in Israël is: dat is arm en ‘bijna onmogelijk’. Het Ministerie van Cultuur heeft volgens haar in 2015 alle beurzen voor kunstenaars stopgezet. De prijzen voor levensmiddelen en huur rijzen de pan uit. Zij kan haar werk blijven doen, door – zoals zoveel kunstenaars die we ontmoeten – bijna full time les te geven. Shoshan vertelt hoe ze in een shelter in Ramat Gan, een stad aan de kust net ten oosten van Tel Aviv, haar atelier heeft. En hoe dit haar leven en werk beïnvloedt. De kleur zwart bijvoorbeeld die de laatste tijd veel in haar werk opduikt: ‘Ik werk onder de grond, alles is er donker en benauwd. Somber ja, met een enkel kleurcontrast.’ Op gezette tijden krijgt ze het bevel om haar atelier te ontruimen, in verband met politieke dreigingen. ‘Dan moet ik al mijn werk uit mijn atelier halen, al mijn spullen meenemen. Niets mag achterblijven. Ik moet de deur open laten staan achter me.’



3. Neta Harari – 45 jaar. Geboren in Israel. Woont en werkt in Tel Aviv, in een zuidelijk stadsdeel waar veel emigranten en illegalen wonen.

Schildert gigantische, realistische doeken waarin het krioelt van de mensen die boven en onderop elkaar liggen, duwen, trekken, klemmen, loslaten. De doeken hebben een gewelddadige ondertoon, hoewel geweld niet altijd direct in beeld wordt gebracht. Soms alleen: als oproerpolitie op paarden in beeld komt. Ze schildert in een droge stijl, geen pasteus verfgebruik, een beetje als Luc Tuymans (als hij verf gebruikt), met veel stukken van de compositie wit gelaten. Is vanuit theatervormgeving de schilderkunst ingerold. Nu studeert ze naast haar praktijk als kunstenaar ook psychologie. Ze is afgelopen jaar met haar werk te zien geweest op Banksy’s Dismaland – een macabere persiflage op Disneyland met werk van tientallen kunstenaars, afgelopen jaar in een kustplaats in West-Engeland - maar veel fortuin heeft dat haar vooralsnog niet gebracht. Ze werkt in een armoedig atelier, waar het dak lekt. Ze zegt dat ze in haar schilderijen probeert uit de ‘cocon van eenzaamheid te komen die het werken als kunstenaar met zich meebrengt.’ Haar werk omschrijft ze als ‘een zoektocht naar menselijke verbintenis’, een ‘uitweg uit de eenzaamheid’. Haar moeder is van Poolse afkomst, haar vader komt uit Yemen. Ze zou zich niet kunnen voorstellen dat ze Israël zou verlaten, ook al is het ingewikkeld om een bestaan als kunstenaar hier op te bouwen. Ze houdt van het land. Maar niet van het feit dat haar twee kinderen straks het leger in moeten. ‘De schoonheid van Israël is dat er altijd hoop is, dat er iets verandert.’


4. Raya Bruckenthal, 45 jaar. Geboren in Tel Aviv, woont en werkt in Jeruzalem Bruckenthal is een videokunstenaar, opgeleid aan de Bezalel Academie voor Kunst en Vormgeving in Jeruzalem en de Ecole des Beaux Arts in Parijs. Ze benadrukt dat ze orthodox joods is. Voor haar is kunst, en werken op haar atelier, een manier om in een compleet andere rol te stappen. ‘Kunst is het gebied waar ik alles mag vragen, alles te discussie mag stellen.’ In haar werk combineert ze popart met joodse symbolen. In haar tekeningen en videowerk neemt ze taboes onder de loep die in de joodse religie en het joodse culturele leven een prominente rol spelen. De beste is het werk OU (2003), waarin miss Piggy (haar moeder vermomd als varken) jeremieert hoe moeilijk het is om in Israël een beetje een bestaan op te bouwen. Miss Piggy is in OU een soort schoonheidsspecialiste die bij je thuis komt. Aan de oude buurvrouw in de stoel zegt ze hoe ze haar haar moet doen om er leuk uit te zien. En het toppunt van schoonheid is toch wel een tattoo. Die plaatst Miss Piggy en Bruckenthal gebruikte daar een varkenshuid voor die ze kocht in een slachthuis in Jeruzalem. Dat lag bij haar in de ijskast. Gespletenheid: ‘Help er ligt een stuk varken in mijn ijskast’ versus ‘Oh ja, maar het is voor de kunst.’



5. Firas Abu Sirriyeh, 27 jaar, geboren en getogen in Jeruzalem, Palestijns multimediakunstenaar. Abu Sirriyehs werk is doordesemd van het feit dat hij van Palestijnse afkomst is. Abu Sirriyeh is opgegroeid tussen twee culturen, opgegroeid met racisme, discriminatie en het apartheidsregime dat Israel hanteert ten opzichte van Arabieren. Hij is opgeleid aan Musrara in Jeruzalem, een contemporain centrum voor kunst in Jeruzalem, met veel wortels in Europa en Amerika. Abu Sirriyeh noemt zichzelf geen Palestijn, geen Israëliet, maar ‘een global citizen.’ Zijn werk is een ironisch commentaar op de wereld van de apartheid zoals hij die ervaart in Israel en het Westers consumentisme. Zijn meest recente project Walmart Holy Land is daar een manifestatie van. Walmart Holy Land is een ‘concept store’ waar de ideologische verschillen en politieke conflicten binnen Israël worden gebrand in consumentenproducten, games, judaica en souvenirs. Het project bestaat uit tientallen, met een 3d-printer geproduceerde onderdelen van de Muur, van wachttorens, roadblocks, sleutelhangers, ‘build your own Arabic village’-construction kit, en nog veel meer. Zijn werk is te plaatsen binnen een nog redelijk jonge traditie van kunstenaars die het ‘kwaad’ in al haar veelkoppigheid proberen te tonen door de kijker mee te nemen in een rollenspel en hem of haar op een akelige manier medeplichtig te maken aan datgene van wat er om ons heen gebeurt. ( zie de tentoonstelling Mirroring Evil – over hedendaagse verbeeldingen van de Holocaust - in 2002 in het Jewish Museum in New York).



6. Fatma Shanan, 29 jaar, geboren in Julis, een Druzendorp – schilder, met belangrijke prijzen onderscheiden in 2014 en 2015. Leeft in Tel Aviv. Figuratieve schilder. Redelijk grote olieverfdoeken, waarin zij de pittoreske scenes uit het Druzendorp waar ze is opgegroeid, combineert met een terugkerend motief: dat van het tapijt. Het tapijt, waar je niet met je schoenen op mag lopen, het tapijt dat slijtageplekken heeft van het geknield bidden, het tapijt dat altijd door vrouwen moet worden schoongemaakt, het tapijt dat een ongelooflijke rijkdom aan ornamentele motieven bezit, het tapijt dat – eenmaal buitengelegd – ‘thuis’ naar buiten brengt en buiten ‘binnen’. In het werk van Shanan is het onmogelijk om niet over een tapijt te struikelen. Shanan maakt nog steeds deel uit van de Druzische minderheid in Israel. Druzen vormen een kleine religieuze gemeenschap, die weliswaar de Arabische taal gebruiken, maar geen Arabieren zijn. Omdat Shanan getrouwd is, mocht ze haar dorp verlaten en met haar man mee naar Tel Aviv. Druzenmeisjes die ongetrouwd zijn, blijven bij hun ouders wonen, ongeacht hoe oud ze zijn.


7. Michal Rovner, 58 jaar. Geboren in Israel, woont en werkt in Kfar Shmu’el. Wereldvermaarde video- en installatiekunstenaar Leefde in New York, werkte samen met Philip Glass, werkt nu in een dorp tussen Jeruzalem en Tel Aviv in, waar ze een groot ateliercomplex heeft plus een boerderij waar ze woont. Stort zich op grote anonieme mensenmassa’s die ze filmt, bijvoorbeeld in de rij voor een museum, en vervolgens op stenen projecteert en anonimiseert. Er ontstaan videolandschappen met stromen ‘vluchtelingen’. In 2011 maakte ze de installatie Histories voor het Louvre, representeerde haar land voor de 50ste Biennale van Venetië, maakte prestigieuze werk voor Yad Vashem in Jeruzalem, wordt vertegenwoordigd door Pace Gallery in New York, nam deel aan de Ruhr Triennale in Essen dit jaar. In Parijs bouwde ze naast de piramide een kubusvormige constructie op, met hulp van zowel joodse Israëliers als Palestijnen. Wat begon als conflict (de joods-Israëlische steenhouwers wilden niet met hun Palestijnse collega´s samenwerken) eindigde uiteindelijk in een harmonieuze samenwerking. De 60 duizend stenen die nodig waren om Histories te bouwen, waren allemaal afkomstig van ruïnes van verschillende plekken in Israel en Palestijnse gebieden: Bethlehem, Oost-Jeruzalem, Ramallah, Hebron, Nablus etcetera. Ik zei tegen de steenhouwers: ‘We hebben geen bouwplan, geen machines, geen ramen. Het enige wat ik jullie geef is de richtlijn dat het gebouw vierkant moet zijn. Ze gingen mokkend aan de slag en deden er een jaar over. Toen het klaar was, zei ik: “En nu breken we het weer af”. Het bouwwerk is tentoongesteld bij Pace in New York, en naar Parijs getransporteerd en daar weer opgebouwd. Rovner: ‘Ik begin met de realiteit: die neem ik op, verzamel ik. Ik doe nooit animaties. Ik film, maar laat alle identificerende kenmerken weg. Ik ben op zoek naar de non-specific persoon, die jij, ik zou kunnen zijn.’


8. Asia Lukin, 40 jaar, geboren in Rusland (Petersburg), woont in Tel Aviv, animatiefilmer, en schilder. Op haar vijftiende naar Israel verhuisd met haar ouders. In Petersburg een traditionele kunstopleiding gevolgd. In Israel kreeg ze op de Belzalel kunstacademie in Jeruzalem voor het eerst kennis aan conceptuele kunst. Tijdens haar academietijd deed ze mee aan een uitwisselingsprogramma met Parijs. Daar kreeg ze les van beeldhouwer Richard Deacon (abstracte werken), die haar sommeerde om in het Louvre schilderijen van de 18de-eeuwse Franse kunstenaar Jean-Baptiste Chardin te kopiëren. Daarna ging ze naar het Royal College of Art in Londen, waar ze animatiefilms leerde maken. Thuis in Israel, gooide ze de conceptuele kunst aan de kant en richtte met vier andere Russische kunstenaars (allemaal vrouwen) de kunstenaarsgroep New Barbizon op, die zich richt op het op straat schilderen en naar de natuur werken. Ook maakt ze animatiefilms: ze heeft op haar atelier, dat van onder tot boven staat volgepropt met schilderijen, decorstukken en allerhande schildermateriaal, maquettes staan. De animatiefilms hebben een sprookjesachtige, surrealistische signatuur. Voor haar werk voor New Barbizon schildert ze veel in het Centrale Busstation van Tel Aviv, waar veel illegale immigranten wonen. Hen schildert ze, aan de koffie, onderhandelend over een aankoop, met elkaar in gesprek. ‘Voor mij is kunst een middel om het leven te ervaren en er een onmiddellijk antwoord op te hebben.’ Want, zegt ze: ‘In Israel gaat iedereen altijd met je in discussie.’



9. Samah Shihadi, 23 a 24 jaar, afgestudeerd aan de kunstacademie van Haifa in 2015. Woont nu in Haifa. Vele werken zijn opgeslagen bij haar ouders in Sha’ab. Tekenaar en schilder. Ze is Palestijns en vrouw. Twee keer onderdrukt, bij wijze van spreken. Dit gevecht uit Shihadi in zeer persoonlijke tekeningen en schilderijen waarin zij zelf en haar vriendinnen centraal staan. Terugkerende thema’s zijn: verstoppen, ontluiken, geofferd worden (als vrouw), vrouwen zonder gezicht, vrouwen die gedomineerd worden door mannen. Zie bijvoorbeeld de achtdelige serie ‘Wanted’, met vrouwen uit haar familie. Vrouwen zijn ‘wanted’, omdat ze in haar cultuur altijd onderdrukt worden door mannen. Haar vader en moeder zijn traditionele Palestijnse Arabieren, die alles over hebben voor hun twee dochters. Ook de andere dochter, steunt vader, zit nu op de kunstacademie. Dat kost hem 3300 euro collegegeld per jaar, dat hij met zijn salaris van bouwvakker moet zien bijeen te sprokkelen. Voor de komst van het gezelschap curatoren is een kamer van het huis helemaal opnieuw opgeknapt en geschilderd, zodat Samah een ‘professionele’ tentoontellingsruimte heeft waar ze haar kunst kan laten zien.

Profile for KUNSTENISRAËL

Verslag KUNSTENISRAËL curatorenreis Israel november 2015  

door Lucette ter Borg

Verslag KUNSTENISRAËL curatorenreis Israel november 2015  

door Lucette ter Borg

Advertisement