__MAIN_TEXT__

Page 1

1 FEBRUARI 2017

KULEUVEN.BE/CK

05

JG 28

Verschijnt maandelijks, uitgez. juli en aug.

Tijdschrift - toelating gesloten verpakking

Afgiftekantoor 2099 Antwerpen X

2099 Antwerpen X n° BC 6379

erkenning: p303221

PB-nr. B-4883

“EUROPA, DAT ZIJN WIJ, DAT ZIJN JULLIE ALLEMAAL”

DUIZEND BANANEN IN DE DIEPVRIEZER

Bondskanselier Angela Merkel neemt eredoctoraat in ontvangst

Unieke collectie bananenvariëteiten viert dertigste verjaardag

8

16

“IN HET ECHT IS PREMIER MICHEL BEST IMPOSANT”

“IK WORD MEESTAL GECAST ALS HET LOUCHE TYPE”

BIJ ONS THUIS HAD HET IETS VAN EEN STUDENTENKOT

Selfies scoren met Snapchat-reporter Matthias

Eén studie, twee wegen: de acteur en de diplomate

Koen Van Gerven, CEO van bpost

9

17

14

EREDOCTORES AAN HET WOORD GEEN DAG ZONDER π VOOR DEZE PROF 13

Landbouw- en voedselexperte Louise O. Fresco, P.02-03

Waarom de verschillen benadrukken? Protestantisme en katholicisme zijn net heel nauw met elkaar verwant: driekwart van onze geschiedenis is dezelfde. Luther-kenner en oecumenicus Theodor Dieter, P.06-07

Wij zijn decennialang beschouwd als wat we in de VS snake oil salesmen noemen, maar nu zijn zelfs de grootste sceptici bijgedraaid. Immunologen Carl H. June en James P. Allison, P.10-11

BEELDVORMING IN MEDIA WEEGT OP MAROKKAANSE BELGEN EN NEDERLANDERS

“Op ‘IS-dagen’ voel je het racisme harder” “De berichtgeving over Syriëstrijders is ongenuanceerd en te veel op de islam toegespitst”, zegt Anna Berbers, die voor haar doctoraat aan het Instituut voor Mediastudies nieuwsartikels over het thema analyseerde. Daarnaast sprak ze ook met Marokkaanse Belgen en Nederlanders over het beeld dat de media van hen schetsen. De frustratie is groot: “De succesverhalen zijn niet interessant, maar de criminaliteit wordt altijd breed in beeld gebracht.” Peter Van Dyck

A

Superhelden in labojas “Je kan jarenlang fantastische wetenschap bedrijven, maar pas als je meespeelt in een strip, beginnen je kinderen en kleinkinderen je werk écht te waarderen.” Virologen Marc Van Ranst en Johan Neyts en immunoloog Ghislain Opdenakker werden vereeuwigd in een stripverhaal waarin ze het als superhelden opnemen tegen kwaadaardige virussen. Lees meer op P.12

© KU Leuven | Rob Stevens

Algemene morele uitspraken zoals ‘suiker is slecht’: daar moet een wetenschapper zich ver vandaan houden.

nna Berbers onderzocht de link tussen de beeldvorming in de media over Marokkaanse minderheden in België en Nederland en de identiteit die deze groepen ontwikkelen. “In een eerste luik van mijn onderzoek heb ik de berichtgeving over Syriëstrijders als casus genomen. De teneur en invalshoek daarvan kunnen mee beïnvloeden in hoeverre mensen met een migratieachtergrond zich hier thuis voelen en in hoeverre ze hechten aan hun etnische en religieuze identiteit.” Tussen maart 2012 en oktober 2013 nam Berbers de nieuwsartikelen onder de loep die in Nederlandse en Vlaamse kranten verschenen over Syriëstrijders. Ze kon daarbij vijf labels onderscheiden die op deze jongeren werden gekleefd. Het meest prominent waren de frames ‘islamitische

terrorist’ – niet loyaal aan de westerse waarden en een bedreiging voor de samenleving – en ‘slachtoffer van de radicale islam’: op zoek naar houvast en in de handen van ronselaars gevallen. Daarnaast had je nog drie etiketten. ‘Martelaars’ geloven in een heilige oorlog. ‘Don Quichotes’ zijn vrijheidsstrijders die het Syrische volk van dictator Bashar al-Assad willen bevrijden. En ‘avonturiers’ zijn vooral op zoek naar kicks. Terrorist of Don Quichote?

De frames ‘terrorist’ en ‘slachtoffer’ bleken in de artikels het vaakst voor te komen. De labels die niets met de islam te maken hebben – Don Quichote en avonturier – werden het minst gebruikt. “Als een geïnterviewde in een artikel al eens een ‘positiever’ label liet vallen, zoals vrijheidsstrijder, dan plaatste de journalist dat vaak

tussen aanhalingstekens of schakelde hij in de volgende paragraaf over op het terroristenframe. Zo krijgt de lezer de boodschap dat de interpretatie van de geïnterviewde niet correct of legitiem is.” “Als je louter naar de artikels kijkt, krijg je soms de indruk dat alleen de radicale islam jongeren naar Syrië lokt. Maar eerder onderzoek naar radicalisering schetst juist een plaatje van complexe processen, met verschillende ‘triggerfactoren’ die op het jonge brein inwerken. Syriëstrijders hebben allemaal hun eigen redenen om naar de oorlog in Syrië te vertrekken – een beslissing die ik overigens zeker niet wil vergoelijken. Sommigen hebben het gevoel hier te weinig toekomstperspectieven te hebben, anderen kampen met persoonlijke problemen.” Lees verder op P.04


02

NIEUWS

CAMPUSKRANT | 1 FEBRUARI 2017

 COLUMN  © KU Leuven | Rob Stevens

Drie pittige pennen geven om de beurt hun hoogst persoonlijke en ongezouten kijk op actualiteit en universiteit.

Kristien Hemmerechts is schrijver en docente creatief schrijven.

2017 2016

Over cava en Cara

H

et was een zeldzaam koude dag, een dag waarop nieuwslezers het over een winterprik hebben en opsommen wat we allemaal kunnen doen om ons ertegen te wapenen. Ik was naar Brussel gespoord, waar een vriendin haar verjaardag met een feestje vierde. De auto had ik thuis gelaten. Waar immers parkeer je dat ding? Tegelijkertijd keek ik op tegen de trein. Er zijn riantere plekken dan het Noordstation, ook plekken waar een mens zich in de late uurtjes veiliger voelt.

Mensen schuwden hem, spuwden zelfs op hem of schopten hem. Ik arriveerde rond halfnegen en koos de zijuitgang, richting centrum. Net buiten het station, een beetje beschut voor het vriesweer, lag een man in een slaapzak op een stuk karton. Naast hem zat een andere man overeind, ook al in een slaapzak. Hij was kleding aan het keuren waarmee een derde man leurde. Het is niet omdat je dakloos bent dat je geen spullen nodig hebt. Kort na elf uur passeerde ik er opnieuw op weg naar huis. Ze lagen er allebei nog. Hoelang kan iemand zo liggen zonder dood te vriezen? De dag erop was een andere vriendin jarig. Opnieuw nam ik de trein en stapte uit in Gent-Dampoort, waar goddank niemand op de stoep lag te slapen, maar in mijn hoofd spook-

ten de beelden van de avond voordien, en ik begon erover te vertellen. Ik zei tegen een man: “Ze lagen er in een slaapzak.” – “Ja, ja”, zei hij, “een slaapzak zul je nu wel nodig hebben.” Hij en zijn vrouw waren de avond voordien naar het buurfeest in hun wijk gelopen, en ja, het was inderdaad bitter koud. Daar stonden we met het obligate glas cava in de hand, in een goedverwarmd huis, omringd door mensen met een baan, een gezin, een woning. Wij hoefden ons daar niet schuldig over te voelen, maar het vergt toch een redelijk dikke huid om je niet pijnlijk bewust te zijn van de vele daklozen in onze hoofdstad en vooral om te denken dat het met een slaapzak allemaal is opgelost. Ik vraag me weleens af hoeveel mensen in dit land ’s avonds door Brussel lopen en de daklozen zíen. Hoeveel mensen weten dat ze er zijn? Hoeveel mensen laten het tot zich doordringen? Hoeveel mensen vragen zich af wat het betekent? Een student geneeskunde aan de universiteit van Aberdeen heeft in de kersttijd een maand in Londen op straat geleefd. Hij deed dat om geld in te zamelen voor daklozen – in Engeland kun je je voor alle mogelijke goede doelen op alle mogelijke manieren laten sponsoren – maar ook om het aan den lijve te ondervinden. Dat viel niet mee. Mensen schuwden hem, spuwden zelfs op hem of schopten hem. En altijd was er de angst om overvallen te worden. De meeste solidariteit ondervond hij van andere daklozen. Ik beken dat ik zelden geld geef aan bedelaars. Ik denk dan: ze moeten aankloppen bij opvangcentra of hulporganisaties. Maar misschien moet ik maar eens iets in die bekertjes beginnen te gooien, ook al wordt er vervolgens een blik Cara Pils mee gekocht.

KANTTEKENING

Kleinschalige landbouw: klinkt sympathiek, maar daarmee ga je de wereld niet voeden. De Nederlandse hoogleraar en schrijfster Louise O. Fresco heeft geen angst om contra-intuïtieve waarheden te benoemen. Voedsel gaat over emotie, beseft ze maar al te goed, maar de feiten hebben hun rechten. “Algemene morele uitspraken zoals ‘suiker is slecht’: daar moet een wetenschapper zich ver vandaan houden.” TEKST: Wouter Verbeylen | FOTO: Hollandse Hoogte

Nostalgie naar een onbestaand verleden

D

e perfecte kennismaking met Louise O. Fresco is haar TED Talk uit 2009 – inmiddels bijna 900.000 keer online bekeken. Daarin doet ze in krap een kwartier uit de doeken hoezeer we inmiddels vervreemd zijn van de productie van ons dagelijks brood. Met een wit fabrieksbrood in de hand tackelt ze onze voorgekauwde waarheden. Fabrieksbrood slecht? Onzin, het helpt veel mensen aan basisvoedsel. Als het over voedsel gaat, is niets eenvoudig, besluit Fresco. “Alles hangt samen. Eten is net zo belangrijk als energie, als veiligheid, als het leefmilieu.” Fresco is in Nederland al jaren een household name in het publieke debat over duurzame voedselproductie. Gepromoveerd als bio-ingenieur deed ze onderzoek op tropische plantenteelt in Afrika en reisde vervolgens de wereld rond voor de Wereldvoedselorganisatie FAO. Ze schrijft net zo bevlogen over duurzaam boeren als over eetcultuur. In 2012 bundelt Fresco haar brede expertise in het magistrale boek Hamburgers in het paradijs. Voedsel in tijden van schaarste en overvloed. We spreken haar aan de universiteit van Wageningen, Fresco’s alma mater, waar ze sinds 2014 bestuursvoorzitter is. Vloeken in de kerk

© Joris Snaet Onverklaarbare agressie bij dieren: hoe realistisch is Hitchcocks The Birds?

Lees het artikel op P.20

LANDBOUW- EN VOEDSELEXPERTE 2016 LOUISE O. FRESCO

Noem Louise Fresco gerust een onverbeterlijke optimist: de landbouw van de voorbije honderd jaar omschrijft ze als een onwaarschijnlijk succesverhaal. “Een eeuw geleden was zestig procent van de wereldbevolking ondervoed, nu elf procent. En die elf procent leven in gebieden waar de staat niet functioneert.” Binnen afzienbare tijd zullen we de hele wereldbevolking gezond en duurzaam kunnen voeden, gelooft Fresco.

Nochtans wordt er vaak gesomberd over landbouw, met verhalen over overschotten, milieuvervuiling, subsidieslurpende veeteelt. “En toch is de grote trend positief. Die somberheid heeft een andere oorzaak. De afstand tussen de consument en de boer op het veld is te groot geworden. De tijd dat iedereen die op het platteland woonde zelf boerde, is definitief voorbij. We hebben geen idee meer hoe ons voedsel vandaag echt geproduceerd wordt. We krijgen nostalgie naar een onbestaand verleden omdat we zijn vergeten hoe het werkelijk was. De arbeidsomstandigheden in de landbouw waren bar slecht. Voedsel was schaars: op het platteland had je in de winter nauwelijks enige keuze voor het eten.” Fresco ziet dan ook weinig heil in een terugkeer naar de kleinschaligheid van toen: dat is het verleden, niet de toekomst. “Het verzet tegen grootschaligheid steunt voor een groot stuk op emotie. Natuurlijk, je eigen tomaten kweken, zelf je brood bakken, dat is sympathiek en leuk. Maar we willen toch ook voedsel produceren voor wie minder mogelijkheden heeft? We kunnen België of Nederland echt niet voeden door alleen maar kleinschalig te produceren. De opbrengst van je eigen tuin valt nogal eens tegen, terwijl je vandaag met de juiste methodes tot veertig kilo tomaten per vierkante meter kan halen.” “Het klopt ook niet dat ‘grootschalig’ automatisch betekent: slecht voor het milieu. De verwerking van groenten kan vaak stukken milieuvriendelijker op grote schaal – om bijvoorbeeld sla te wassen heb je minder water nodig – en er zijn minder verliezen. Ook onze voedselveiligheid is gebaat bij professionele verwerking, en niet bij kleine, lastig te controleren bedrijfjes op het boerenerf.”


NIEUWS 03

CAMPUSKRANT | 1 FEBRUARI 2017-

Wie is Louise O. Fresco? ° 1952 in Meppel, Nederland _ Promoveert in 1986 cum laude op tropische plantenteelt aan Wageningen University _ Is hoogleraar plantaardige productiesystemen en duurzaam landgebruik in Wageningen, Leiden en Amsterdam, en gasthoogleraar aan o.a. Stanford en Uppsala _ Wordt in 2014 bestuursvoorzitter van Wageningen University & Research _ Is van 1997 tot 2006 hoofd van landbouw en voedsel bij de Wereldvoedselorganisatie FAO

_ Is ook auteur van drie romans; De utopisten (2008) werd genomineerd voor de Libris Literatuurprijs

“De tegenstelling grootschalig versus kleinschalig is retorisch. Wat groot en klein is, hangt van de context af. Grote internationale bedrijven kunnen de consument wel degelijk bedienen met kleinschalig aanvoelende gespecialiseerde merken.” Vraagtekens zetten bij kleinschaligheid, of bij biologische landbouw, dat klinkt als vloeken in de groene kerk. “Ik bots nooit om te botsen”, pareert Fresco. “Als onderzoeker moet je de zaken zeggen zoals ze zijn, ook al zijn ze niet populair. Natuurlijk zijn er terechte zorgen over onze overvloed – we gooien 30 procent van ons voedsel weg – en natuurlijk moeten we productie zien te combineren met diervriendelijkheid. Maar feiten hebben ook hun rechten: boeren willen echt niet terug naar vroeger, ze zijn gelukkig met de melkrobot voor hun koeien.” Koeien in het landschap

Het is een stokpaardje van Louise Fresco: bekijk het ruimere plaatje, en je oordeelt minder zwart-wit. “Toegegeven, vaak voelt het contra-intuïtief aan. Ik zie zelf ook graag koeien in het landschap staan. Ze op stal houden lijkt maar zielig. Maar een koe in de wei verbruikt meer energie dan op stal, en de uitstoot van broeikasgassen valt nauwelijks te controleren. Slecht voor het milieu dus. Als ik 30.000 kippen samen zie, dan word ik ook niet gelukkig. Maar kippen die buiten scharrelen, lopen bijvoorbeeld een reëel risico op vogelgriep. Kippen in legbatterijen blijken ook minder stresshormoon te hebben. Je moet al die zaken benoemen als je het over milieu en dierenwelzijn wil

Louise O. Fresco:

Boeren willen echt niet terug naar vroeger, ze zijn gelukkig met de melkrobot voor hun koeien.

Het is ook een lastige boodschap, dat niets écht slecht of écht goed is. Mensen willen het liefst horen: eet altijd ananas en alles komt goed.

hebben. Pas dan kan de samenleving keuzes maken.” Is dé oplossing dan niet om vlees volledig van het menu te schrappen? “De magische oplossing bestaat niet. Vlees kan in beperkte hoeveelheden in ons dieet blijven. Herkauwers, kippen, vis, varkens: ze kunnen een rol blijven spelen. We hebben hier in Wageningen allerlei simulaties gemaakt, en daaruit blijkt dat dieren zeker nog een plaats hebben in de landbouw van de toekomst. Grazende dieren halen bijvoorbeeld eiwitten uit land dat verder niet geschikt is voor akkerbouw. We moeten niet voor nul dieren gaan, maar voor het optimale aantal dieren.” “Ik zeg niet dat er niets anders moet. Het massaal verschepen van soja en maïs, louter voor dierlijke productie, zal in de toekomst afnemen. We zullen hier in het Westen minder vlees moeten eten. We moeten ook naar technologische vernieuwing kijken: kunnen we bijvoorbeeld synthetische melk maken? Is zoiets acceptabel voor de consument?” We zullen ook aan ‘verwachtingsmanagement’ moeten doen, denkt Fresco. “We zijn er hier aan gewend geraakt dat we, generatie na generatie, rijker worden. Dat zal niet blijven duren, de groei zal niet meer zo zijn als vroeger. Jongeren zullen hun verwachtingen moeten bijschaven.” “Maar het is niet aan ons om pakweg de Chinezen of de Afrikanen te zeggen dat zij geen vlees mogen eten. De wereld ziet er anders uit dan vroeger, het Westen is niet meer de norm. We leiden in Wageningen veel landbouwkundig ingenieurs uit Afrika op. Zij

zullen daar de nieuwe leiders moeten worden, ze moeten er de landbouw efficiënter maken, want die staat onder grote druk door de massale vlucht naar de stad.” Geen dogma’s

Wat is goed, wat is gezond? Eten is vandaag een bron van intense verwarring, schrijft Louise Fresco in Hamburgers in het paradijs. Getuige onze irrationele afkeer voor het witte fabrieksbrood van haar TED-lezing. “Voedsel heeft altijd onze identiteit bepaald”, legt ze uit. “Zeg me wat je eet, en ik zeg je wie je bent. En dat is vandaag, in dit tijdperk van overvloed en keuzes, meer dan ooit het geval. Dat is geen probleem, zolang je er maar niet te dogmatisch mee omgaat.” “Van sigaretten kun je onomwonden zeggen: blijf eraf, roken is slecht. Maar je kan nooit zeggen dat één specifiek levensmiddel slecht is, als je voldoende afwisselt.” Waarom de kranten dan volstaan met artikels van die strekking? “Wat een wetenschapper zegt en wat de kranten ervan maken, dat zijn twee verschillende dingen. En het is ook een lastige boodschap, dat niets écht slecht of écht goed is. Mensen willen het liefst horen: eet altijd ananas en alles komt goed.” Geen dogma’s dus voor Fresco. Zelf is ze sinds haar studententijd grotendeels vegetariër, maar fastfood in de ban doen – de hamburger uit haar boek – vindt ze onzin. Zo’n hamburger is trouwens gemaakt van restvlees, dat anders weleens verspild zou kunnen worden. “In mijn eigen keuken komt nog steeds geen vlees binnen. Maar je

zal me nooit horen zeggen: iedereen moet vegetariër worden. Flexitariër lijkt me al een mooie stap.” En toch: in het debat over voedsel en gezondheid haalt de onderbuik het niet zelden van de wetenschap. “De wetenschap heeft niet meer die onaantastbare positie van een aantal decennia geleden, dat is nu eenmaal zo. Er is het internet, een supermarkt van meningen, waar werkelijk alles geldt als een feit. ‘Van brood ga je dood’, ‘iedereen glutenvrij’, ‘suiker is slecht’: dat zijn morele uitspraken. Wetenschappers moeten zich daar vooral zelf niet toe laten verleiden. Zij moeten juist deproblematiseren, alles in perspectief blijven plaatsen.” “Maar je mag nooit vergeten: er hangen ook veel positieve emoties vast aan eten. Onze voedselcultuur is zo rijk, en samen eten verbroedert. We moeten dat dringend weer meer doen, en weer zelf gaan koken. Het is hoog tijd: onze millennials groeien op met het idee dat koken gelijk staat aan iets opwarmen in de magnetron (lacht).” Promotoren van het eredoctoraat zijn de professoren Wannes Keulemans en Annemie Geeraerd.

Op 16 februari geeft Louise Fresco een lezing tijdens de studiedag ‘De onvolmaakte waarheid over voedselproductie en voedselzekerheid’ ees.kuleuven.be/watmetonsvoedsel

© Hollandse Hoogte | Phil Nijhuis

_ Schrijft voor een breed publiek over voedselzekerheid en eetcultuur, onder meer in NRC Handelsblad en in het boek Hamburgers in het Paradijs (2012), dat resulteert in de zesdelige tv-reeks Fresco’s Paradijs


04

NIEUWS

CAMPUSKRANT | 1 FEBRUARI 2017

PRECISIE-INJECTIE BIJ PATIËNT MET VERSTOPTE NETVLIESADER

Je hebt van die dagen dat het al IS is wat je hoort en leest. Je voelt dan veel harder de verzuring en het racisme. Dat noem ik de IS-dagen.

Wereldprimeur voor oogrobot In UZ Leuven is voor het eerst een patiënt met een verstopte netvlies­ ader geopereerd met behulp van een chirurgische robot. Met een naald van amper dertig duizend­ ste millimeter prikte de robot, bediend door een oogchirurg, in de netvliesader van de patiënt om een klonteroplossend middel in te spuiten. Onderzoekers van de KU Leuven ontwikkelden de robot en de naald specifiek voor deze in­ greep. Ann Lemaître Bij patiënten met retinal vein occlusion (RVO) of een verstopte netvlies­ ader is er sprake van een bloedklonter in een bloedvat van het netvlies. Dat leidt tot slechter zicht of zelfs blindheid in het getroffen oog. Wereldwijd zijn er 16,4 miljoen patiënten, in België ongeveer 25.000. Momenteel bestaat de behandeling uit maandelijkse inspuitingen in het oog die enkel de neveneffecten van de trombose verminderen. De klonter zelf wegnemen was tot voor kort niet mogelijk. Huzarenstukje

Onderzoekers van UZ Leuven en de KU Leuven bestuderen een totaal nieuwe manier om de oorzaak van de verstopte netvliesader aan te pakken en de klonter in het oogbloedvat te verwijderen: retinal vein cannulation (RVC). Dat is een beloftevolle methode waarbij de oogchirurg een ultradunne naald in het bloedvat inbrengt en een geneesmiddel inspuit dat de klonter kan oplossen. Een huzarenstukje, want een oogbloedvat is amper een tiende van een millimeter dik, ongeveer de dikte van een mensenhaar. Geen enkele chirurg is in staat om met de hand veilig in zo’n bloedvat te prikken en de naald gedurende tien minuten in het bloedvat te houden zonder te bewegen.

ook een manier om een ultradunne injectienaald te maken: de naaldpunt heeft een dikte van amper dertig duizendste van een millimeter, drie keer dunner dan een mensenhaar. Blinden doen zien

Met een ultradunne naald – drie keer dunner dan een mensenhaar – wordt de netvliesader aangeprikt om een klonteroplossend middel in te spuiten.

Het gevaar om daarbij de ader of het netvlies te beschadigen is erg groot. Onderzoekers van het Departement Werktuigkunde ontwikkelden daarom een robot waarmee de chirurg op een heel precieze en stabiele manier de naald in het bloedvat kan brengen, waarna de robot de naald kan stilhouden. In tegenstelling tot bij de meeste chirurgische robots, is er geen joystick nodig om het apparaat te bedienen. De oogchirurg en de robot houden het instrument samen vast. De chirurg begeleidt de naald tot in het bloedvat, terwijl de robot elke trilling van het instrument tegengaat en zo de precisie meer dan tien maal verhoogt. Na het vergrendelen van de robot worden de naald en het oog automatisch gestabiliseerd. De chirurg kan dan gecontroleerd het product in het bloedvat injecteren. De onderzoekers vonden

KORT NIEUWS

© KU Leuven | Rob Stevens

Belgisch-Marokkaanse vrouw van 36

Herman Vanden Berghe overleden Op 23 januari overleed professor Herman baron Vanden Berghe, boegbeeld van het Centrum Menselijke Erfelijkheid en één van de drijvende krachten achter het onderzoek aan onze universiteit. Herman Vanden Berghe (°1933) promoveer-

De robot is het resultaat van zeven jaar onderzoek en een samenwerking tussen ingenieurs van de KU Leuven en oogartsen van UZ Leuven. De huidige fase 1-studie moet aantonen dat het technisch haalbaar is om met een robot een netvliesader aan te prikken en het product ocriplasmine in te spuiten om de klonter op te lossen. Op 12 januari werd de ingreep voor de eerste keer bij een patiënt van UZ Leuven gedaan. Hij stelt het goed en de revalidatie van het oog kan nu beginnen. In een fase 2-studie zullen artsen de klinische effecten van de ingreep onderzoeken. “De huidige behandelingen bij een verstopte netvliesader kosten de maatschappij 32.000 euro per oog: een hoog prijskaartje als je weet dat je enkel de neveneffecten aanpakt en niet meer kunt doen dan vermijden dat het zicht slechter wordt”, zegt professor Peter Stalmans. “Met de robot kunnen we voor het eerst de oorzaak van de trombose in het netvlies aanpakken. Ik kijk dus uit naar het vervolg: als we in ons opzet slagen, kunnen we letterlijk de blinden weer doen zien.” “We zijn ontzettend trots dat onze robot een oogoperatie mogelijk maakt die voordien onmogelijk veilig uitgevoerd kon worden”, zegt professor Dominiek Reynaerts van het Departement Werktuigkunde. “We kijken ernaar uit om met de robot ook andere revolutionaire ingrepen mogelijk te maken en de kwaliteit van bestaande chirurgische behandelingen te verbeteren.”

de in 1958 aan de KU Leuven tot doctor in de genees-, heel- en verloskunde, waarna hij nog licenties behaalde in de medische wetenschappen en de radiobiologie. Opleidingen in de genetica volgde hij in Parijs, Londen en Seattle. In 1966 startte professor Vanden Berghe het Centrum Menselijke Erfelijkheid (CME), waarvan hij jarenlang directeur was. Onder zijn impuls kreeg de Leuvense genetica een wereldwijde uitstraling. Van 1985 tot 1995 was Vanden Berghe vicerector en bouwde hij de Dienst Onderzoekscoördinatie uit. Na zijn emeritaat in 1999 was hij onder meer nog actief als Voorzitter van de Koning Boudewijnstichting. Herman Vanden Berghe was eredoctor van een aantal Europese universiteiten en werd door koning Boudewijn in de adelstand verheven. Begin 2011 werd een fonds met zijn naam opgericht,

(Bron: UZ Leuven)

De succesverhalen worden meestal als niet interessant beschouwd, maar de criminaliteit wordt altijd breed in beeld gebracht. Dan is het altijd de Marokkaan, terwijl: als kickbokser Badr Hari wint, dan is hij direct de Nederlander, onze jongen. Nederlands-Marokkaanse vrouw van 19

In eerste instantie ben ik wereldburger. In tweede instantie Nederlander. Waar je geboren bent, je ogen hebt geopend, dat is je land. In derde instantie: Marokkaan. En het één hoeft het ander niet te bijten. Nederlands-Marokkaanse man van 26

Beeldvorming in media weegt op Marokkaanse Belgen en Nederlanders vervolg van P.01 Heeft Anna Berbers enig idee hoe de framing na 2013 geëvolueerd is? “Echt onderzocht heb ik dat niet, maar na de aanslagen in Frankrijk en België lijkt het me zeer waarschijnlijk dat het gebruik van het terroristenlabel nog is toegenomen. Ik vermoed dat het Don Quichote-frame, dat van de vrijheidsstrijder, nu nog maar zelden voorkomt.” Discriminatie

Voor het tweede luik van haar onderzoek sprak

ter bevordering van het onderzoek in de menselijke genetica. Herman Vanden Berghe was een gedreven muziekliefhebber, speelde hoorn, en was koorlid van Schola Cantorum in de Leuvense Sint-Kwintenskerk. Hij steunde ook het koor Cappella Concinite, was voorzitter van het Festival van Vlaanderen – Vlaams-Brabant, en zette zich in voor een aantal culturele en cultureel-wetenschappelijke initiatieven, zoals de Alamire Foundation – internationaal centrum voor de studie van de muziek in de Lage Landen – waarvan hij medeoprichter en voorzitter was. In het liber amicorum voor Herman Vanden Berghe schreef ererector Roger Dillemans, in wiens ploeg hij vicerector was: “Herman Vanden Berghe verandert de wereld rondom zich. Ten goede. Steeds ten goede.”

Effecten extreem laag geboortegewicht in kaart Kinderen die bij hun geboorte minder dan één kilo wogen, hebben op 11-jarige leeftijd meer lichaamsvet en minder spierkracht. Ze vertonen ook vaker een verhoogde bloeddruk en één op vier heeft een verminderde nierfunctie. Dat blijkt uit het doctoraatsonderzoek van Anke Raaijmakers (Departement Ontwikkeling en Regeneratie). Raaijmakers onderzocht 93 gewezen prematuren met een extreem laag geboortegewicht op 11-jarige leeftijd. 87 kinderen die niet te vroeg geboren werden, dienden als controlegroep.


NIEUWS 05

© Gudrun Makelberge

CAMPUSKRANT | 1 FEBRUARI 2017

Berbers uitgebreid met Marokkaanse Belgen en Nederlanders. Ze wou nagaan hoe zij de beeldvorming in de media in het algemeen ervaren en hoe dat hun identiteit beïnvloedt: “Mijn respondenten bleken zich helemaal niet te herkennen in het beeld dat de media ophangen. Ze hebben het gevoel dat artikels over terroristische daden of criminele feiten vaak de afkomst van de dader benadrukken. Dat lezen ze als een suggestie dat die roots een oorzaak zijn voor de misdaad. Ik nam ook samen met hen artikels over Syriëstrijders door. Het stoorde hen dat de islam vaak werd genoemd als de belangrijkste factor om naar Syrië te vertrekken.” Maar er is meer: terroristische aanslagen en de berichtgeving daarover wegen ook op de omgang van mensen van Marokkaanse afkomst met andere Belgen en Nederlanders: “Neem de vrouw die over IS-dagen sprak (zie ci-

taat links): als moslims negatief in het nieuws komen, wordt er van haar verwacht dat ze daar verantwoording over aflegt. ‘Waarom doen jullie moslims nu zoiets?’, krijgt ze dan te horen. Een andere vrouw kreeg een blikje bier over haar hoofd uitgegoten. De dader was kwaad vanwege een aanslag en riep: ‘Als jullie je niet aanpassen, rot dan maar op naar je eigen land’. Als Syriëstrijders of IS in het nieuws zijn gekomen, dan komen zulke incidenten vaker voor.” Om de resultaten van de interviewstudie op grotere schaal te toetsen, voerde Anna Berbers een survey uit bij 363 Belgen en Nederlanders van Marokkaanse origine. Ze vroeg hen onder meer: ‘In hoeverre vindt u dat discriminatie van minderheden plaatsheeft in Nederland en België?’, op een schaal van 1 (helemaal oneens) tot 7 (helemaal eens). De gemiddelde score was 5,42. “Het ging hier niet om persoonlij-

Uit het onderzoek blijkt dat kinderen met een extreem laag geboortegewicht slecht blijven groeien tot de leeftijd van 2 jaar en dat ze op 11-jarige leeftijd nog altijd kleiner en fijner zijn. Ze hebben ook minder spierkracht en meer lichaamsvet. Dat staat in verband met de eerste bevinding, want goede groei in de eerste twee levensjaren beschermt tegen de vorming van lichaamsvet. Verder blijkt dat de nieren van de gewezen prematuren relatief klein zijn en dat één op vier een verminderde nierfunctie vertoont. Een kwart van de kinderen met extreem laag geboortegewicht heeft op 11-jarige leeftijd al een verhoogde bloeddruk. Deze kinderen vertonen ook afwijkingen in de kleine bloedvaten van het netvlies. Die zijn waarschijnlijk veroorzaakt door de vroeggeboorte en verder in de hand gewerkt

ke ervaringen met discriminatie, maar om perceptie, waarvan ik denk dat ze vooral gebaseerd is op de beeldvorming door de media.” “Hoe meer de respondenten discriminatie percipiëren, hoe harder ze zich aan hun etnische en religieuze identiteit gaan hechten. Maar dat weerhoudt hen er niet van om zich ook Belg of Nederlander te voelen. Marokkaanse Belgen en Nederlanders zijn, meer dan bijvoorbeeld mensen met een Turkse afkomst, doorgaans heel erg gefocust op het land waarin ze wonen. Dat maak hen gevoeliger voor discriminatie, maar de waarde die ze hechten aan hun identiteit als Belg of Nederlander geeft tegelijk goede hoop. Vele gesprekspartners vertelden me dat ze het hier prettig vinden, dat ze de rechten en voorzieningen die ze hier krijgen enorm appreciëren. De meeste mensen die ik interviewde, stonden positief in het leven.”

door hoge bloeddruk. “Er is nog vervolgonderzoek nodig om de oorzaken te vinden, bijvoorbeeld het gebruik van bepaalde medicatie na vroeggeboorte, en om de behandelingen te verbeteren”, zegt Anke Raaijmakers. “We raden hoe dan ook sterk aan om in de opvolging van deze kinderen niet alleen aandacht te besteden aan groei en hersenontwikkeling, maar ook aan de nierfunctie en aan hart en bloedvaten.”

Overdosis vitamine D door zonnebank Een tekort aan vitamine D verhoogt het risico op osteoporose, maar ook te veel vitamine D kan

Stereotypen

Anna Berbers:

Een vrouw kreeg een blikje bier over haar hoofd uitgegoten. Als IS in het nieuws is gekomen, dan komen zulke incidenten vaker voor.

schadelijk zijn voor het bot. De meest frequente oorzaak van een overdosis is buitensporig gebruik van vitamine D-supplementen. Maar in zeldzame gevallen kan ook overdadig zonnebankgebruik leiden tot een vitamine D-intoxicatie, zo melden artsen van UZ Leuven in het tijdschrift Annals of Internal Medicine. Te veel vitamine D – spiegels boven 60 microgram per liter – is in recente studies gelinkt aan een verhoogd risico op valincidenten. Bij nog hogere waarden bestaat het gevaar op botafbraak en op te hoge calciumwaarden in het bloed. Door het toenemend gebruik van vitamine D-supplementen komen overdosissen van vitamine D steeds meer voor. Bij een patiënte met breuken stelden artsen van UZ Leuven zeer hoge vitamine D-waarden vast. Nochtans kreeg de patiënte geen vitami-

Anna Berbers kan begrip opbrengen voor journalisten en mediamensen. Zij moeten een logisch en toegankelijk verhaal brengen, onder hoge tijdsdruk. Daardoor kunnen ze niet altijd alle nuances van iets complex als radicalisering aan bod brengen. Ze zijn er zich ook niet van bewust dat ze zich laten leiden door hun culturele vooroordelen. “Maar misschien zouden journalisten wat meer stil kunnen staan bij de impact van hun berichtgeving op bepaalde bevolkingsgroepen”, oppert ze. “Het zou al een stap vooruit zijn als we allemaal beseffen dat we stereotypen hanteren, dat niet iedereen daaraan beantwoordt en dat we er dus beter niet naar handelen. De verantwoordelijkheid ligt dus niet alleen bij de media, maar bij ons allemaal.”

ne D-supplementen. Hoewel tot nu toe werd aangenomen dat regelmatig zonnebankgebruik zo’n overdosis onmogelijk kon veroorzaken, bleek dat bij deze patiënte toch het geval. Grondig onderzoek kon immers andere oorzaken uitsluiten. De vitamine D-spiegels zakten toen de patiënte haar zonnebankgebruik verminderde. Deze bevindingen bevestigen een eerder vergelijkbaar geval in de Amerikaanse Mayo Clinic. In handboeken geneeskunde staat dat uv-licht normaal niet tot een overdosis vitamine D kan leiden. Op basis van deze nieuwe bevindingen zal overmatig zonnebankgebruik toch aan de lijst met mogelijke oorzaken moeten worden toegevoegd. Bron: UZ Leuven


06

MAATSCHAPPIJ

CAMPUSKRANT | 1 FEBRUARI 2017

Naar jaarlijkse gewoonte reikt de KU Leuven een aantal eredoctoraten uit tijdens de viering van haar Patroonsfeest, dit jaar op  woensdag 15 februari. In dit nummer van Campuskrant maakt u kennis met de eredoctores.

2017 2016

2016

Margrethe Vestager, Europees Commissaris voor Mededinging, kan niet aanwezig zijn op 15 februari en ontvangt haar eredoctoraat op een later te bepalen datum. Bij die gelegenheid zal Campuskrant ook een interview met haar brengen.

2016

Meer info over het Patroonsfeest vindt u op www.kuleuven.be/patroonsfeest

2016

LUTHER-KENNER EN OECUMENICUS THEODOR DIETER

Vijfhonderd jaar na Luther:

Is de kloof gedicht? Vijfhonderd jaar geleden rommelde het in religieus Europa – wat toen grotendeels gelijk was aan politiek Europa. De lont belandde in het kruitvat door het werk van Maarten Luther, een augustijnerbroeder en jonge prof aan een niet eens zo toonaangevende universiteit, ergens in wat nu het oosten van Duitsland is. In katholiek Europa werd hij binnen de kortste keren de baarlijke duivel, maar voor wat uiteindelijk honderden miljoenen gelovigen zouden worden, ‘reformeerde’ hij godsdienst tot wat die moest zijn. Eredoctor Theodor – Theo – Dieter maakt van Luther zijn levenswerk. TEKST: Ludo Meyvis | CARTOON: Joris Snaet

L

euven zou zijn eerste eredoctoraat worden, maar Erfurt stak daar een stokje voor. Eind januari mag professor Dieter daarnaartoe voor een epitoga. Erfurt wordt beschouwd als de intellectuele thuisbasis van Luther. Hij studeerde er, en het was op weg van Mansfeld naar Erfurt dat Luther in 1502 overvallen werd door een fel onweer, wat een ommezwaai in zijn spirituele leven betekende. In dat Erfurt ontvangt Theo Dieter dus zijn eerste eredoctoraat. Dat maakt hem niet minder opgetogen over zijn Leuvense onderscheiding. We krijgen een hartelijke ontvangst in een statige woning aan de buitenrand van Straatsburg, waar het Institut für Ökumenische Forschung huist. We nemen plaats in de goed gevulde bibliotheek, Luther en religie van muur tot muur. “Bij die haardplaat daar – uit de vroegere woning van de burgemeester, geen idee hoe ze hier terechtgekomen is – bedacht Rouget de Lisle in 1792 de melodie van wat later de Marseillaise zou worden”, zegt Theo Dieter. Buiten dat historisch terzijde wijkt hij maar zelden af van de twee lijnen die zijn leven bepalen: Luther, en de mogelijkheden om lutherse gelovigen in oecumenisch contact te brengen met andere christelijke kerken. Voor eeuwig gescheiden?

Theo Dieter werd op 5 juli 1951 geboren in Zuid-Duitsland. Hij studeerde filosofie en theologie, vooral in Heidelberg en Tübingen. Aan die laatste universiteit promoveerde hij, in 1991. Hij is sinds 1981 ook dominee. “Misschien had ik wel wat meer werk voor de gemeenschap van gelovigen willen doen, of lesgeven, dat heb ik ook

altijd graag gedaan. Maar het is anders gelopen. Ik ben onderzoeker geworden, en ik heb me toegelegd op oecumene (de toenadering tussen verschillende religies of tussen groepen binnen een religie – red.).” “Het gevoel voor nuance dat een onderzoeker moet hebben, is ook erg nuttig in oecumenische gesprekken. Ik heb me voor mijn wetenschappelijk werk bijvoorbeeld afgevraagd hoe Luther omging met het gedachtegoed van de scholastieke filosofie, maar ook wat een scholasticus zou vinden van de lutherse interpretatie van dat middeleeuwse denken. Wie oecumenisch actief is, moét bereid zijn om gemeenschappelijke zaken te vinden, anders heeft het geen zin. En dat gaat het beste als je kunt denken vanuit de standpunten van beide partijen. Dat probeer ik te doen, of beter: we, iedereen in dit instituut.” Het Institut für Ökumenische Forschung is een halve eeuw oud. In 1963 nam de Lutherischen Weltbund, de in Genève gevestigde wereldwijde koepel van 145 nationale en regionale lutherse kerken, het initiatief tot de oprichting. Die was op 1 februari 1965 een feit. Het is een luthers instituut, maar met een grote openheid naar andere christelijke kerken. Het heeft een onafhankelijk statuut, behoort niet tot een universiteit – al liggen de banden met bijvoorbeeld de Straatsburgse theologische faculteiten wel voor de hand, zowel de protestantse als de katholieke. Dat Theo Dieter een Luther-kenner is, is duidelijk. Het gesprek gonst al gauw van de concordaten en confessies, het onderscheid tussen evangelical en evangelisch, de verschillende houdingen ten aanzien van de zonde, de andere omgang met God. Professor Dieter glimlacht minzaam als ik vaststel dat ik waar-

schijnlijk meer weet over hindoeïsme en boeddhisme dan over het protestantisme, terwijl dat nochtans juist om de hoek te vinden is. Zijn we dan echt vreemden voor elkaar? “Soms lijkt dat misschien zo, ja, maar je moet het niet zo donker uitdrukken. Protestantisme en katholicisme zijn juist heel nauw met elkaar verwant: vergeet niet dat het alle twee christelijke kerken zijn. Er zijn verschillen, maar de gemeenschappelijke basis is heel erg breed – en oud: driekwart van onze geschiedenis is dezelfde. Jezus, de apostelen, de bijbel, de kerkvaders, Augustinus, grote delen van de liturgie. En ook sommige negatieve onderdelen, denk aan de kruistochten … Dat is allemaal gemeenschappelijk. En de verschillen proberen we een plaats te geven in de oecumene, onder andere in dit instituut.” Misverstanden

Het instituut legt zich toe op de fundamenteel-wetenschappelijke studie van oecumene. Naast de mooie bibliotheek is er ook werk- en verblijfsruimte voor enkele externe onderzoekers. Het instituut stelt, naast een eigen administratieve staf, ook enkele onderzoeksprofessoren te werk – onder wie Theo Dieter.

Theodor Dieter:

Protestantisme en katholicisme zijn juist heel nauw met elkaar verwant: driekwart van onze geschiedenis is dezelfde. Jezus, de apostelen, de bijbel, grote delen van de liturgie. Maar ook de kruistochten …

“Een ander belangrijk doel van het instituut is deelnemen aan de oecumenische dialogen die de Weltbund voert met andere christelijke kerken. We maken daarbij gebruik van onze onderzoeksresultaten. Waar liggen de conflicten?

Berusten die op echte kerkscheidende verschillen, of gaat het om misverstanden? Vinden we gemeenschappelijke elementen? Op die manier hebben we bijvoorbeeld veel bijgedragen tot de eensgezindheid tussen verschillende gereformeerde kerken. Erg belangrijk was ook de Gemeinsame Erklärung zur Rechtfertigungslehre, een document uit 1999, ondertekend door de Weltbund en de katholieke Kerk.” Met die rechtvaardiging bedoelen theologen het heel fundamentele probleem van hóe de zondige mens zijn relatie met God kan grondvesten. Kan dat alleen door geloof en Gods genade, zoals de protestanten zeggen? Of kan de mens daar zelf meer aan doen, zoals de katholieken stellen, bijvoorbeeld via goede werken? Bijna 500 jaar lang was dat één van de belangrijkste strijdpunten tussen beide kerkgemeenschappen, maar in 1999 werd de strijd grotendeels opgegeven door een beter en dieper wederzijds begrip, na een jarenlange dialoog. Herdenking of viering?

Zo’n dialoog is trouwens bepaald geen sinecure. “Om een gespreksronde op te starten, kost het vaak heel wat moeite om uit de vele kerken die in de Weltbund vertegenwoordigd zijn, de beste deelnemers te selecteren – en ze door iedereen goedgekeurd te krijgen. Aan de katholieke kant ligt dat meestal eenvoudiger: de Pauselijke Raad voor de Bevordering van de Eenheid der Christenen overkoepelt de hele Kerk, en wie door de Raad naar een dialoog gestuurd wordt, spreekt dus voor de hele Kerk.” “Gewoonlijk organiseren wij onze dialogen met zowat twaalf tot veertien mensen, die meestal één keer per jaar samenkomen gedurende ongeveer een week, in verschillende landen. Tussentijds worden er natuurlijk drafts opgesteld, meestal hier in Straatsburg. Het gaat om langdurige gespreksrondes. Zo duurde de dialoog over de Apostolicity of the Church meer dan tien jaar. Of neem From Conflict to Communion: een dialoog die in 2013 afgerond werd na ongeveer vijf jaar werken. Die laatste gesprekken en de bijbehorende documenten zijn trouwens erg interessant voor dit jaar, 2017. Het gaat immers over de 500ste verjaardag van de Reformatie. Moet dat een herdenking zijn, redelijk neutraal, omdat lutheranen en katholieken elkaar nog zouden beschouwen als ‘fout’? Of zijn er voldoende elementen


MAATSCHAPPIJ

CAMPUSKRANT | 1 FEBRUARI 2017

Wie is Theodor Dieter? °1951 in Neubulach, Zuid-Duitsland _ Studeerde evangelische theologie en filosofie in Heidelberg en Tübingen. Promoveerde in Tübingen in de evangelische theologie. _ In 1994 werd hij onderzoeksprofessor aan het Institut für Ökumenische Forschung, en in 1997 werd hij daar directeur van.

die zorgen voor eenheid, en die dus een viering zouden rechtvaardigen? Het document is een oproep aan beide kerken om de herdenking aan te grijpen als een vertrekpunt voor verdere samenwerking.” Ontkerkelijking

“We leven niet langer in de wereld van vijftig jaar geleden en dat voelen we”, zegt Theo Dieter. “Toen was de scheiding tussen katholieken en protestanten heel diep, maar ook heel helder. Intussen is ook in pro-

testantse kringen de ontkerkelijking heel sterk toegenomen. Nu zijn er nieuwe uitdagingen. De samenleving is multireligieus geworden, of vaak ook a-religieus, ook bij protestanten. Je kunt natuurlijk altijd wel samenwerken, in principe met iedereen, maar oecumene is meer dan dat. In het ideale geval mondt oecumene uit in gemeenschappelijke religieuze activiteiten, zoals de gebedsviering met de paus en vertegenwoordigers van de lutherse kerken in Zweden, vorig jaar.” Professor Dieter voegt er wat

zachter aan toe dat hij een belangrijk deel van de toen gebruikte liturgie en teksten geschreven heeft. Tot slot: in zekere zin is het opmerkelijk dat Theo Dieter net in Leuven een eredoctoraat krijgt. De Leuvense universiteit was destijds bij de eerste om Luther te kapittelen. “In 1519 werden een aantal van de stellingen van Luther veroordeeld, onder andere door de theologen van de Leuvense universiteit. Als het ging om kwesties die het hart van het katholicisme aanbelangden, de kern van de doctri-

ne, waren universiteiten het voor de hand liggende aanspreekpunt.” Mede daarom is het zo mooi dat, 500 jaar na de breuk, de Leuvense universiteit een eredoctoraat kan geven aan iemand die zich zo heeft ingezet voor het dichten van de kloof.

_ Doet onderzoek naar de theologische groei van Luther en zijn huidig belang; werkt aan de lutheraans-katholieke dialoog en aan de betrekkingen tussen lutheranen en mennonieten. _ Pastor in de Württembergische Landeskirche. Gehuwd, drie kinderen.

Promotoren van het eredoctoraat zijn de professoren Peter De Mey, Andrea Robiglio en Violet Soen.

8225_ADV_VERDERSTUDEERBEURS_250x60.qxp_8225_ADV_VERDERSTUDEERBEURS_256x60 17/01/17 11:07 Pagina 1

Ontdek de opleidingen na je bachelor of master Zaterdag 25 februari 2017 I 10-16 u. Universiteitshal, Leuven Deelnemers, info en inschrijven:

www.verderstudeerbeurs.be

07


MAATSCHAPPIJ

CAMPUSKRANT | 1 FEBRUARI 2017

© UGent | Hilde Christiaens

08

BONDSKANSELIER ANGELA MERKEL NEEMT EREDOCTORAAT IN ONTVANGST

“Europa, dat zijn wij, dat zijn jullie allemaal” “Aan de universiteit kunnen jullie Europa niet alleen leren kennen, maar ook vormgeven: door jullie nieuwsgierigheid, inzet en dadendrang, en door de uitwisseling van ideeën.” Met een warme oproep aan de huidige generatie studenten nam Duits bondskanselier Angela Merkel op donderdag 12 januari een gezamenlijk eredoctoraat van de KU Leuven en de UGent in ontvangst. Ine Van Houdenhove & Ludo Meyvis

E

en opMERKELijke dag”, zo had tv-zender Eén aangekondigd op Twitter. Terecht, zo bleek uit de grote belangstelling, in de media en ter plaatse. Ruim duizend gasten verzamelden in The Egg in Brussel, waar de KU Leuven en de UGent voor de eerste keer samen een eredoctoraat uitreikten.

In 1990 werkte u volop mee aan de toekomst van het herenigde Duitsland”, zei rector Anne De Paepe. Ze schetste vervolgens Merkels politieke parcours en prees haar onvermoeibaar opkomen

Wonderlijke wending

Na een verwelkoming door premier Charles Michel en Vlaams minister-president Geert Bourgeois nam UGent-rector Anne De Paepe het woord voor de laudatio. Ze stelde dat steeds meer mensen Angela Merkel zien als democratische rots in de branding. Een rol die ze ongetwijfeld nog niet voor zichzelf weggelegd zag toen ze in 1986 in Oost-Duitsland haar doctoraat in de kwantumchemie behaalde, voegde Leuvens rector Rik Torfs eraan toe. Dat was drie jaar voor de val van de muur, “een wonderlijke wending van de geschiedenis”. Ook voor Angela Merkel veranderde er enorm veel op korte tijd: “In november 1989 was u nog moeilijke integralen aan het berekenen in de Academie.

© KU Leuven | Rob Stevens

voor een verenigd Europa. De recente vluchtelingencrisis maakte pijnlijk duidelijk hoe weinig nog dat solide Europees denken en handelen ingeburgerd is: “Ons continent bleek niet in staat om

De twee rectoren kijken toe terwijl eredoctor Angela Merkel haar handtekening plaatst in het Gulden Boek.

adequaat te reageren op een crisis die aan ons allen appelleert.” Mens tot mens

Angela Merkel reageerde wel. Haar Wir schaffen das leidde tot één van de luidste maatschappelijke debatten die ons continent ooit gekend heeft. Het was nochtans een reactie die de eenvoud en de evidentie zelve was, aldus rector De Paepe: “Natuurlijk moet er gediscussieerd worden over hoe we dit het best aanpakken, hoeveel we kunnen dragen, maar zonder ooit de kern uit het oog te verliezen: er zijn mensen in nood, en die nood dwingt tot actie.” De drie spontaan uitgesproken woorden getuigen van eenvoudige, ongekunstelde gerichtheid op het goede, aldus rector Torfs, die tegelijkertijd de slagzin in herinnering bracht van de universiteit van Leipzig, waar Angela Merkel studeerde: Aus Tradition Grenzen überschreiten. “Niet uit politieke berekening, niet door speciale moed, niet onder dwang of dadendrang of uit wat dan ook – maar gewoon uit traditie, omdat je het altijd al gedaan hebt, omdat het nu eenmaal zo is, omdat we nooit iets anders


STUDENTEN 09

CAMPUSKRANT | 1 FEBRUARI 2017

TOPDAG VOOR SNAPCHAT-REPORTER MATTHIAS VANNIEUWENHUYZE

“Overal waar ik keek, zag ik bekende koppen” Foto links: Kersvers eredoctor Angela Merkel, geflankeerd door rector Anne De Paepe van UGent en KU Leuvenrector Rik Torfs.

gedaan hebben dan mensen helpen. Dat is immers wat de mens tot mens maakt.” En dat is wat Angela Merkel tot rolmodel maakt, aldus de rector. Geen onverschilligheid

“Het is een ontroerend moment voor mij”, begon bondskanselier Merkel haar speech. “Het is de eerste keer dat ik een eredoctoraat krijg van twee universiteiten, bovendien universiteiten met een rijke traditie en een grote reputatie. Zeker als voormalig wetenschapper vind ik het een hele eer.” Europa is voor veel jongeren selbstverständlich, aldus de eredoctor. Zij hebben nooit iets anders gekend. Toch moet elke generatie Europa weer vorm en inhoud geven. Dat is meer dan louter bewaren wat er is. In een voortdurend veranderende wereld kan Europa niet stilstaan. We moeten meer verantwoordelijkheid durven opnemen in de wereld, sneller beslissingen nemen en die ook naleven, zei Merkel. Ze somde ook een aantal prangende dossiers op waarvoor een Europese aanpak zich het meest opdringt, zoals migratie en vluchtelingen en de strijd tegen internationaal terrorisme. “Alleen als Europa met één stem spreekt, zal het gehoord worden in de wereld.” Merkel sloot haar speech af met een boodschap voor de studenten. “Europa, dat is niet de Commissie, dat is niet het Parlement, dat is niet de Raad. Europa, dat zijn wij, dat zijn jullie allemaal. Aan de universiteit kunnen jullie Europa niet alleen leren kennen, maar ook vormgeven. Door jullie nieuwsgierigheid, inzet en dadendrang, en door de uitwisseling van ideeën met medestudenten en wetenschappers over de hele wereld. In de niet zo verre toekomst zal het aan jullie zijn om Europa gestalte te geven. Ik moedig jullie aan om die rol ter harte te nemen. Onverschilligheid kan Europa zich niet veroorloven.” Een uitgebreid verslag, met foto’s en video van de ceremonie, vindt u op nieuws.kuleuven.be/merkel

Bij de uitreiking van het eredoctoraat aan Angela Merkel zagen we meutes persmensen zeulen met camera’s, geluidsapparatuur en verlengkabels. Dat het ook bescheidener kan, bewees student Matthias Vannieuwenhuyze (22), die aan zijn smartphone genoeg had om verslag uit te brengen als Snapchat-reporter. “Als ik af en toe een glimlach kan opwekken, zijn mijn snaps geslaagd.” Pieter-Jan Borgelioen

U

bent nog niet vertrouwd met het medium Snapchat? Voor u is ‘snappen’ niet meer dan een synoniem voor ‘begrijpen’? Geen nood, even een stoomcursus: met de smartphone-app Snapchat kan je filmpjes of foto’s delen die slechts enkele seconden beschikbaar blijven. Maar het is ook een handig middel om aan live-verslaggeving te doen, door foto’s en filmpjes te bundelen tot een Snapchat-verhaal dat 24 uur bekeken kan worden. Voor de uitreiking van het eredoctoraat aan Angela Merkel stuurde de KU Leuven haar Snapchat-reporter Matthias Vannieuwenhuyze op pad en liet hem de meest memorabele momenten vereeuwigen-voor-één-dag. “Een heel leuke belevenis”, zegt Matthias. “Al was het op sommige momenten best hectisch. Ik moest me letterlijk tussen de cameramensen en journalisten wringen om sleutelmomenten te kunnen snappen, zoals de aankomst van Merkel of de ondertekening van het Gulden Boek. Ik was niet zenuwachtig, maar wel erg onder de indruk van het hele gebeuren: overal waar ik keek, zag ik bekende koppen!” Selfie met de premier

Matthias wist heel wat van die koppen voor de lens van zijn smartphone te krijgen. “Daar schrok ik wel van: iedereen was heel vriendelijk en bereid om te poseren voor een selfie. Zelfs premier Charles Michel wilde even tijd maken voor een foto. Van hem was ik erg onder de indruk. Op tv komt hij wat onzeker over, maar in werkelijkheid is hij best imposant en charismatisch.” Tegelijk stelde hij vast dat politici ook maar mensen zijn: “Bij de ondertekening van het Gulden Boek wilde minister Hilde Crevits koste wat kost het podium op om een foto met Mer-

kel te bemachtigen, terwijl dat niet de bedoeling was. Achteraf heeft ze wel tijd gemaakt om een bemoedigende videoboodschap in te spreken voor de blokkende studenten, en is ze weer wat in mijn achting gestegen (lacht).” “Ik vind het nog steeds jammer dat ik geen selfie met Angela Merkel heb

Snapchat-reporter Matthias:

Ik ben zelfs al een keer herkend op café. De student in kwestie heeft mij toen een pint getrakteerd. Ze was helaas al lauw, maar kom, het is het gebaar dat telt.

kunnen maken”, zegt Matthias. “Ze werd omringd door bodyguards en was absoluut niet te benaderen. Maar zelfs zonder die selfie zal ik de ervaring niet snel vergeten.” Algemeen West-Vlaams

Matthias is sinds het begin van het academiejaar Snapchat-reporter en versloeg eerder al de 24-urenloop en de 591ste verjaardag van de KU Leuven. “Ik vind het interessant om te experimenteren met zo’n nieuw medium”, zegt hij. “En het spreekt me ook aan: op korte tijd kan je mensen een compact, luchtig nieuwsoverzicht

geven. Door live te snappen, creëer je bovendien betrokkenheid. Je geeft studenten het gevoel dat ze er ook zelf een beetje bij zijn. Als ik hen af en toe een glimlach kan bezorgen, beschouw ik mijn snaps als geslaagd.” “Het blijft wel vreemd om in een menigte te staan terwijl je een smart­ phone op jezelf gericht houdt”, zegt Matthias. “Ook het acteren bij het maken van de filmpjes valt me soms zwaar. Ik ben West-Vlaming en als ik AN spreek, durft er weleens wat dialect in te sluipen. Dat was ook het eerste wat mijn vrienden opmerkten. Ze vonden het, op zijn zachtst gezegd, tenenkrommend (lacht). Maar voorts waren de reacties erg positief. Ik ben zelfs al een keer herkend op café. De student in kwestie heeft mij toen een pint getrakteerd. Ze was helaas al lauw, maar kom, het is het gebaar dat telt.” Momenteel rondt Matthias zijn master literatuurwetenschappen af en volgend jaar begeeft hij zich op de arbeidsmarkt. “Als ik in de journalistiek aan de slag zou willen, staat die ervaring als Snapchat-reporter wel mooi op mijn cv. Maar mijn grote droom is eigenlijk schrijver worden. In mijn vrije tijd werk ik zelfs al aan een roman. Maar naast het schrijven van verhalen, is het ook wel tof om af en toe een Snapchat-verhaal te maken.”

Volg KU Leuven op Snapchat via 'snapsinleuven'

“Iedereen was meteen bereid om te poseren voor een selfie”, zegt Snapchat-reporter Matthias Vannieuwenhuyze. Van boven naar onder: rector Rik Torfs, premier Charles Michel, muzikant Jef Neve en Vlaams minister-president Geert Bourgeois.


10

ONDERZOEK

2017 2016

CAMPUSKRANT | 1 FEBRUARI 2017

2016

2016

2016

KANKERIMMUNOLOGEN CARL H. JUNE EN JAMES P. ALLISON

“Binnenkort zullen we veel kankers

weten te verslaan” Meer dan dertig jaar moesten de Amerikaanse immunologen Carl June (63) en James Allison (68) vechten tegen ongeloof en zelfs hoongelach. Maar de afgelopen jaren genazen ze kankerpatiënten op zo’n miraculeuze manier dat iedereen moet toegeven dat ze een revolutie ontketenden in de strijd tegen de ziekte. “Onderschat nooit de kracht van ons immuunsysteem.” TEKST: Katrien Steyaert | CARTOON: Joris Snaet

E

ven terugspoelen naar 2012. Emily Whitehead is zeven jaar en ten dode opgeschreven wegens hardnekkige leukemie. Hopend op een mirakel stemmen haar ouders in met een experimentele T-cel-therapie van Carl June. Eerst reageert Emily bar slecht. Ze laat zelfs bijna het leven. “Maar na 17 dagen werd ze wakker en vertoonde ze geen spoor meer van leukemie – een wonderlijk moment”, zegt June met een hoorbare krop in de keel. “Vier jaar later is Emily nog altijd in topvorm. Ik kan me moeilijk veel andere jobs voorstellen waarin je zulke beloningen krijgt.” Zijn collega James Allison vertelt even ontroerende verhalen. “Onlangs kwam ik een vrouw tegen bij wie ik vijftien jaar geleden een uitgezaaide huidkanker deed verdwijnen. Ze was toen 24 en pasgetrouwd. We hebben vandaag weer samen gehuild van opluchting.” Uw werk moet u veel voldoening geven.

Allison: “Absoluut. Onlangs bleek dat van de 5.000 huidkankerpatiënten die we tien jaar geleden onze experimentele CTLA-4-behandeling gaven, er 22 procent definitief genezen is. Voor we met onze trials begonnen stond dit type uitgezaaide kanker gelijk aan een doodvonnis. De helft van de patiënten stierf binnen de elf maanden na diagnose. Ook een combinatie van anti-CTLA-4 en anti-PD-1 – de antilichamen tegen de molecules CTLA-4 en PD-1 – heeft het potentieel om meer dan de helft van deze huidkankerpatiënten te genezen.”

Grote stappen voorwaarts zetten, iets te weten komen dat daarvoor niet geweten was, dat kan maar dankzij fundamenteel onderzoek. Daarom vind ik het ook zo bevredigend.” Was de vonk bij u ook puur wetenschappelijk, professor June?

June: “Zeker. Toen ik begin jaren tachtig de eerste beenmergtransplantaties meemaakte, viel me de belangrijke rol op van zogenaamde T-cellen. Die zijn cruciaal voor ons immuunsysteem omdat ze indringers herkennen en aanvallen. Via basisonderzoek wilde ik er alles over te weten komen.”

Het grote publiek besefte pas hoe cruciaal T-cellen zijn toen hiv om zich heen greep. Dat virus schakelt T-cellen uit, waardoor het hele immuunsysteem instort en patiënten bezwijken aan infecties. Maar June wist T-cellen genetisch resistent te maken aan hiv, zodat het virus ze niet meer uitschakelt. Bovendien kon hij de T-cellen herprogrammeren waardoor ze kankercellen herkennen en doden. “Concreet tappen we miljoenen T-cellen van de patiënt af, in het lab bouwen we er het aangepaste virus in en injecteren ze daarna opnieuw in de bloedstroom.” Met resultaat?

James P. Allison:

Immunologen zijn decennialang beschouwd als wat we in de VS snake oil salesmen noemen, mensen die beweren een magisch medicijn te hebben dat in werkelijkheid niets voorstelt.

Zelf meegemaakt Allison weet waarover hij spreekt. “Mijn moeder stierf aan lymfoom toen ik elf was, ik verloor twee ooms, en later mijn broer en verschillende vrienden. Onlangs overwon ik zelf prostaat- en huidkanker. Mijn motivatie om kanker te genezen was dus altijd al groot, maar ik voelde dat ik eerst en vooral de basismechanismes moest begrijpen. Ik geloof dat ik mijn ontdekkingen nooit had gedaan als ik meteen de queeste naar een geneesmiddel was begonnen. Dat vertel ik ook aan mijn studenten: begin met basiswetenschap. Translationeel, vertalend onderzoek is natuurlijk belangrijk, maar als iedereen dat zou doen, dan is er op den duur niets meer om te vertalen.

Seriemoordenaars

“Ik ging me pas 100 procent toeleggen op behandelingen met T-cellen toen ik van nabij met kanker te maken kreeg. Het was 1996 en mijn vrouw Cindy, de moeder van mijn oudste drie kinderen, kreeg eierstokkanker. Ze was 41. Ik probeerde therapieën uit die toen veelbelovend leken bij muizen, maar helaas. Ze stierf vijf jaar later. Dat was bikkelhard, maar de inzichten waartoe ik toen kwam, hebben nadien veel patiënten geholpen. Vandaag werk ik nog altijd een dag per week op eierstokkanker, en zo zet ik iets vreselijk negatiefs om in iets positiefs. Ondertussen heb ik met mijn nieuwe vrouw nog twee kinderen, en ik heb vier kleinkinderen.”

June: “Deze geherprogrammeerde CAR-T-cellen gedragen zich als seriemoordenaars – ze kunnen elk tot 100.000 kankercellen vernietigen – en zijn krachtiger dan chemotherapie en bestraling. Bovendien vinden we deze serial killers nog altijd terug bij de eerste patiënten, die we in 1997 behandelden. Het intrigerende is dat ons immuunsysteem een geheugen heeft. In tegenstelling tot andere behandelingen raakt de onze dan ook niet uitgewerkt, maar blijft ze in het lichaam als een soort vaccin. Keert de kanker terug, dan vallen de CAR-T-cellen die opnieuw aan. Het is een levend medicijn.”

Wie is James P. Allison? °1948 in Alice, Texas

_ behaalt in 1973 zijn PhD in de biologische wetenschappen aan de universiteit van Texas en gaat aan de slag aan Berkeley en in New York _ is sinds 2012 professor in de immunologie in het MD Anderson Cancer Center van de universiteit van Texas _ ontdekt als eerste de immune checkpoint blockade als baanbrekende kankertherapie

Is het al op de markt?

June: “We verwachten dat onze leukemiebehandeling nog dit jaar wordt goedgekeurd door de FDA (Food and Drug Administration – red.) en kort daarna door EMA (het Europees Geneesmiddelenbureau – red.). Dat zullen mijlpalen zijn. Samen met dit eredoctoraat – mijn eerste – maakt het van 2017 a very big year.” Verwacht u gelijkaardige doorbraken, professor Allison?

Allison “In 2011 gaf de FDA groen licht voor mijn anti-CTLA-4-behandeling bij uitgezaaide huidkanker. Sindsdien volgden goedkeuringen voor anti-CTLA-4 of anti-PD-1 of een combinatie van de twee voor de behandeling van Hodgkin-lymfoom, long-, nier-, blaas-, nek- en hoofdkanker. En daar zal het niet bij blijven.”

Champagne

Een welverdiend eredoctoraat dus, dat beide heren zonder morren delen. “Carl en ik zijn geen concurrenten”, zegt Allison. “We werken zeer

_ deelt in 2015 met Carl June de Paul Ehrlich and Ludwig Darmstaedter Prize, een hoog aangeschreven onderscheiding voor fysiologie of geneeskunde


ONDERZOEK

CAMPUSKRANT | 1 FEBRUARI 2017

complementair. Carl focust vooral op leukemie en ik op solide tumoren. Hij neemt T-cellen uit het lichaam, ik niet. Ik bedacht de immune checkpoint therapy, een manier om de signalen te manipuleren die T-cellen aansturen.” Kunt u dat uitleggen aan een leek?

Allison: “Het komt erop neer dat mijn team in de jaren tachtig als eerste de T-cel-receptor identificeerde, het contactslot van de T-cel zeg maar. Later ontdekten we het gaspedaal: CD28, een molecule die het immuunsysteem kan activeren. De T-cellen gaan zich daardoor honderdduizenden keren delen en als soldaten de vijandelijke cellen aanvallen. Maar het immuunsysteem heeft ook een rem nodig, wil je vermijden dat het in overdrive gaat en je uiteindelijk de dood in jaagt. Die rem vonden we in 1995: de CTLA-4-molecule. Later volgde nog PD-1. Vandaag gebruiken we antilichamen die de afremacties van CTLA-4 en PD-1 tijdelijk blokkeren zodat de soldaten de kanker te lijf blijven gaan.” Wat onderscheidt uw aanpak?

Allison: “T-cellen kunnen bijna oneindig veel verschillende molecules herkennen en hebben daardoor altijd wel een goed wapen tegen zowat elke vorm van kanker. Andere therapieën zijn vaak gericht op één specifieke mutatie, en als de tumor die net niet heeft, ontsnapt hij. In de nabije toekomst zullen we evolueren naar een combinatie van behandelingen, maar immunotherapie zal er altijd een van zijn.”

Rechtkrabbelen Het klinkt dokter June al te bekend in de oren. “Het is pas de laatste zeven jaar dat we niet meer hoeven op te boksen tegen ongeloof en scepsis. Tot dan toe was ik net een bedelaar. Het heeft geen haar gescheeld of ik had mijn werk moeten staken bij gebrek aan fondsen. Wat een verschil met vandaag. Na de genezing van Emily kreeg ik telefoon van het National Cancer Institute. Dat had me nooit willen steunen, maar nu draaiden ze prompt de geldkraan open. Ik hoef nu minder tijd te steken in applicaties voor beurzen en ben meer in het lab. Dat geeft veel voldoening. Er zijn nu ook meer wetenschappers actief in ons veld, waardoor we sneller vooruitgaan.”

Kent u Leuven ook goed, professor Allison?

Allison: “Ik was er al een paar keer, ook als toerist. Ik had deze keer wat langer willen blijven, maar het werk laat het niet toe. Er is ook alsmaar minder tijd voor mijn grote passie: muziek. Ik zing en speel mondharmonica in The Checkpoints, een bluesband van immunologen en oncologen. Dit jaar mocht ik zelfs meespelen met countrylegende Willie Nelson, voor 70.000 man. Ik kan je zeggen dat ik behoorlijk zenuwachtig was. Maar ik beleefde mijn grote droom, want Nelson is al sinds mijn studententijd een idool.”

Wie is Carl H. June? °1953 in Denver, Colorado _ studeert in 1975 af als bioloog aan de United States Naval Academy en behaalt in 1979 zijn graad van M.D. aan het Baylor College of Medicine in Houston

Hebt u nog professionele dromen?

Carl H. June:

Ons immuunsysteem heeft een geheugen. In tegenstelling tot andere behandelingen raakt de onze dan ook niet uitgewerkt. Het is een levend medicijn.

U moet fier zijn.

Allison: “Het is gek, want immunologen zijn decennialang beschouwd als wat we in de VS snake oil salesmen noemen, mensen die beweren een magisch medicijn te hebben dat in werkelijkheid niets voorstelt. Een tekenende anekdote: in 2006 stond ik op de toonaangevende Cold Spring Harbor Meeting voor een publiek van traditionele oncologen, die niets moesten weten van immunotherapie. Maar na mijn lezing kreeg ik wellicht het grootste compliment uit mijn carrière: Nobelprijswinnaar James Watson zei dat ik hem bijna had doen geloven dat immunotherapie potentieel had. Bijna. Intussen is Watson bijgedraaid. Toen ik in 2011 op dezelfde meeting was en een mail kreeg met een goedkeuring van de FDA, ontkurkte hij de champagne.”

hematologie in UZ Leuven – red.) was een van de eersten. Ik ben blij dat ik hem en zijn vrouw binnenkort terugzie.”

Wat hield u al die tijd gaande?

June: “De klinische resultaten vielen tegen, maar ik vond immunotherapie altijd al beloftevol. Mijn overtuiging had vaak meer weg van geloof dan van wetenschap. Ik ben sowieso een doorzetter. In mijn vrije tijd heb ik al verschillende ultramarathons gelopen (loopwedstrijden langer dan de traditionele 42,195 km – red.). Als wetenschapper moet je veel geduld oefenen, rechtkrabbelen na tegenslagen – die zijn er genoeg – en natuurlijk geluk hebben. Ik ben dankbaar dat die ingrediënten er allemaal waren in mijn carrière. Wetenschap is ook heerlijk internationaal. In mijn lab werkten doctorandi uit heel de wereld. Peter Vandenberghe (diensthoofd

Allison: “Een goede behandeling voor prostaatkanker vinden. Er loopt nu een grote studie, geleid door mijn vrouw (Padmanee Sharma, oncoloog aan dezelfde universiteit – red.) en ik ben hoopvol dat we met een combinatie van anti-CTLA-4 en anti-PD-1 resultaten zullen boeken.” Raakt kanker ooit de wereld uit?

Allison: “Toch minstens gedeeltelijk. Prostaatkanker en pancreaskanker zijn moeilijker te verslaan omdat ze weinig gemuteerde molecules aanbieden aan het immuunsysteem, waardoor onze behandelingen er voorlopig weinig vat op hebben. Maar veel andere types -met meer mutaties, zoals huid-, blaas-, nier- en longkanker, zullen de komende jaren verdwijnen.” June: “Ik heb er alle vertrouwen in, maar ik moet ook waarschuwen. We weten niet precies hoe lang de ontwikkeling van bruikbare medicijnen zal duren. Bovendien is mijn CAR-T-celtherapie tot op vandaag patiëntspecifiek, wat ze lastig en duur maakt. We werken nu hard om, zoals bij bloedtransfusies, een soort universele donor te vinden. De farma volgt gelukkig. Dit is een nieuwe, bloeiende industrie.” Allison: “Ik wil er absoluut blijven aan bijdragen. Ons werk is te opwindend om zelfs maar te denken aan pensioen.”

Promotoren van het eredoctoraat zijn de professoren Peter Vandenberghe en Peter Carmeliet.

_ is sinds 1996 Richard W. Vague Professor in Immunotherapy aan de universiteit van Pennsylvania _ wordt wereldberoemd wan­neer hij er als eerste in slaagt om genetisch gemodificeerde T-cellen succesvol in te zetten tegen kanker _ Science roept zijn inzichten, samen met die van James P. Allison, uit tot de belangrijkste wetenschappelijke doorbraak van 2013

11


12

MAATSCHAPPIJ

CAMPUSKRANT | 1 FEBRUARI 2017

WETENSCHAPSTER MAAKT STRIPVERHAAL OVER VIRUSSEN EN VACCINS

“Ook in het echte leven zijn virologen superhelden”

“Eindelijk echte waardering van de kleinkinderen” In The Adventures of the Regatjes nemen Rega-professoren Marc Van Ranst, Ghislain Opdenakker en Johan Neyts het als superhelden op tegen kwaadaardige virussen. Dat doen ze ook in het echte leven: door toponderzoek te voeren en nieuwe vaccins te ontwikkelen. “Weer iets dat ik van mijn bucket list kan schrappen”, lacht professor Van Ranst wanneer we hem vragen hoe het voelt om vereeuwigd te zijn als stripfiguur. ”En bovenal leuk voor onze kinderen en kleinkinderen”, vullen Neyts en Opdenakker aan. “Je kan jarenlang fantastische wetenschap bedrijven, maar pas als je meespeelt in een strip, beginnen ze je werk echt te waarderen (lacht).” In het stripverhaal zijn jullie superhelden die virussen te

den schrik dat ik er de kost niet mee zou verdienen. ‘Van Gogh was één van de beste kunstenaars ooit’, zeiden ze. ‘Maar hij heeft nooit iets verkocht.’ (lacht)” Toch is haar drang om te tekenen nooit weggegaan. “Tijdens mijn studie virologie kreeg ik het idee om wat ik leerde in een stripverhaal te gieten. Ik merkte dat het niet altijd even makkelijk was de vi-

russen, met hun verschillende vormen en genetisch materiaal, uit elkaar te houden. Dat wilde ik makkelijker maken voor jongeren en toekomstige studenten. In de strip heb ik van elk virus een herkenbaar personage gemaakt, gebaseerd op microscopische beelden. Op die manier kunnen lezers de ‘leerstof ’ sneller verwerken.”

lijf gaan. Hoe bestrijd je die in het echt?

verschillende hoeken en bestaat eigenlijk al vanaf het moment dat men met vaccinatie is begonnen. Vaak speelt religie een rol: voor heel wat gelovigen is vaccineren tegen de wil van God. Daarom leeft die anti-vaccinatiebeweging zo erg in de VS, een heel religieus land. Maar ook dichter bij huis, in de Nederlandse ‘Biblebelt’ is men om die reden erg tegen vaccineren.” Neyts: “Ze beroepen zich vaak op totaal foute, onwetenschappelijke beweringen. Zo publiceerde de Britse arts Andrew Wakefield in 1998 een artikel waarin hij beweerde dat een vaccinatie tegen mazelen, bof en rode hond de oorzaak zou zijn van autisme bij kinderen. Achteraf bleek dat Wakefield de resultaten van zijn studie had verzonnen en dat er totaal geen verband bestaat tussen autisme en vaccinatie. Toch blijft de anti-vaccinatiebeweging die studie als argument gebruiken.” Van Ranst: “Ook het winstbejag van farmaceutische bedrijven wordt weleens als argument opgevoerd. Natuurlijk zorgen die bedrijven ervoor dat ze winst maken en moet je ze voldoende controleren, maar ze drijven hun handel doorgaans wel op een menselijke manier. Als wij in

Opdenakker: “We doen onderzoek naar antivirale middelen of antibiotica die virussen tegenhouden en de groei van bacteriën stoppen. Maar het is nog belangrijker om ervoor te zorgen dat ze de kans niet krijgen om de mens te infecteren en ziekten te veroorzaken. Daarom werken we preventief en trachten we vaccins te ontwikkelen.” Neyts: “Dankzij vaccins is het pokkenvirus uitgeroeid en zijn heel wat andere gevaarlijke virusziekten zoals polio, bof of de mazelen sterk teruggedrongen. Tegen hiv, het virus dat sedert zijn ontdekking in 1983 al meer dan 35 miljoen mensenlevens eiste, bestaat helaas nog geen vaccin. Maar we hebben hier in het Rega-instituut wel een belangrijk antiviraal middel ontwikkeld tegen hiv, dat wereldwijd met succes gebruikt wordt.” Ondanks het belang van vaccinatie zijn er ook tegenstanders …

Van Ranst: “En die opereren veelal uit onwetendheid. Het protest komt vanuit

Susan Nasif: “Al op mijn achtste maakte ik mijn eerste stripverhaaltjes, gebaseerd op de sciencefictionverhalen van Jules Verne.”

De pokken gepest

In The Adventures of the Regatjes nemen drie virologen het op tegen een groep kwaadaardige virussen die het plan hebben opgevat om vaccins uit de wereld te helpen. Wie goed kijkt, herkent in deze drie helden ongetwijfeld enkele bekende gezichten van het Rega-Instituut.

het Westen tien euro betalen voor een vaccin, kunnen de bedrijven hier hun winst maken en ervoor zorgen dat men vaccins in de derde wereld tegen productieprijzen kan verkrijgen. Onrechtstreeks doen ze dus aan ontwikkelingssamenwerking.” Opdenakker: “Bovendien blijkt dat elke euro die we investeren in vaccins ons twintig euro aan behandelingen van ziektes uitspaart. Ook hier in het Westen.” Kan de comic van Susan Nasif helpen bij bewustmaking over vaccins?

Marc Van Ranst, Johan Neyts en Ghislain Opdenakker: drie virologen vereeuwigd door striptekenaar Susan Nasif en – met een knipoog naar de strip – door onze fotograaf. “Weer iets dat we van onze bucket list kunnen schrappen.”

Opdenakker: “Dat denk ik wel. Heel wat jonge ouders hebben geen mazelen of rode hond meer gehad dankzij vaccinatie. Ze beseffen soms niet wat hen bespaard is gebleven, maar moeten wel beslissen of hun kinderen worden gevaccineerd of niet. Met een stripverhaal kan Susan alvast de kinderen aanspreken.” Van Ranst: “Ze kan bovendien rekenen op veel geloofwaardigheid binnen de wetenschappelijke wereld, omdat ze haar tekentalent heeft gecombineerd met een achtergrond in de virologie. Dat is een unieke combinatie en een grote troef.”

© KU Leuven | Rob Stevens

“D

e combinatie van kunst en wetenschap heeft me altijd geboeid”, zegt viroloog Susan Nasif. “Al op mijn achtste maakte ik mijn eerste stripverhaaltjes, gebaseerd op de sciencefictionverhalen van Jules Verne. Na de middelbare school wilde ik graag een kunstopleiding volgen, maar dat zagen mijn ouders niet zitten. Ze had-

© KU Leuven | Rob Stevens

Nadat ze een doctoraat in de virologie behaalde, ging Susan Nasif aan de slag als striptekenaar. “Een opvallende carrièreswitch, maar wel één die het beste van twee werelden combineert”, zegt ze. Haar eerste worp, The Adventures of the Regatjes, is een educatief stripverhaal over virussen en het belang van vaccins. “Ik wil bewijzen dat wetenschap niet saai hoeft te zijn.” Pieter-Jan Borgelioen


MAATSCHAPPIJ

CAMPUSKRANT | 1 FEBRUARI 2017

Hoe sijpelt wetenschap door in het leven van de onderzoeker?

Het leven met Als iemand de titel van ‘Professor Pi’ moet krijgen, is het wel wiskundige Dirk Huylebrouck. Overal zoekt en vindt hij het getal pi oftewel 3,14… “Pi spreekt al duizenden jaren en in alle culturen tot de verbeelding.” Bij Huylebrouck is het een obsessie, maar wel eentje met een kwinkslag.

“Voor mijn doctoraat werkte ik samen met professoren Johan Neyts, Marc Van Ranst en Ghislain Opdenakker (zie kader). Toen het idee ontstond om virologen op te voeren als superhelden, hoefde ik niet ver te zoeken (lacht). Ook in het echte leven beschouw ik virologen als helden. Elke dag redden ze levens met het onderzoek dat ze voeren.” De voornaamste vijand van de ‘Regatjes’ is Hivi, het hiv-virus dat een dictatoriaal bewind voert over de andere virussen. Het kneusje van de groep is Pox, het pokkenvirus dat met behulp van vaccins volledig werd uitgeroeid en daarom voortdurend wordt gepest. “Ik heb geprobeerd om humor in de verhaallijn te verwerken, maar zorg er tegelijk voor dat alles wetenschappelijk correct is. Ik geef heel wat informatie mee over de werking van het lichaam en de geschiedenis van de virologie. Bovendien hamer ik op het belang van vaccins en tracht ik de onwetendheid erover de wereld uit te helpen. Nog te veel mensen denken dat vaccins gevaarlijk zijn, of meer nadelen dan voordelen hebben. Terwijl ze juist het belangrijkste wapen zijn tegen virussen.”

“Het is allemaal begonnen toen ik jaren geleden een poster liet maken met het getal pi, tot op 100.000 decimalen. Elk cijfer had zijn eigen kleur. Zo wou ik visueel illustreren dat de decimalen van pi in een schijnbaar willekeurige volgorde staan, alsof het gaat om de uitslag van een loterij. Dat is een nog niet bewezen hypothese, al is al langer geweten dat pi geen breuk is en zijn decimale uitdrukking dus niet een wederkerend patroon vertoont zoals behangpapier”, legt Huylebrouck uit, die zijn mails ondertekent met ‘pi-euze groeten’. De pi-professor geeft wiskundeles aan de studenten van de Faculteit Architectuur, Campus Sint-Lucas Gent en Brussel. “Ze moeten later de taal begrijpen van de ingenieurs met wie ze samenwerken. Ik krijg er ook wat van als kunstenaars hun afkeer voor wiskunde en wetenschappen uiten. Daar bewijzen ze de maatschappij echt geen dienst mee. Wiskunde is nuttig en het kan ook een inspiratiebron zijn.”

KU Leuven-sticker

Meer informatie over de comics en animatiefilms van Susan Nasif vindt u op www.cimazacomics.com

Maar Huylebrouck zal je niet betrappen op een droge preek over het nut van de wiskunde. Hij overtuigt zijn studenten en de rest van de wereld op zijn geheel eigen, prettig gestoorde ma-

© KU Leuven | Rob Stevens

The Adventures of the Regatjes is het eerste luik van wat een twaalfdelige strip­ reeks over virussen moet worden, zegt Nasif. “Maar ik werk ook nog aan andere projecten, waaronder een maandelijkse comic over nieuw verschenen onderzoek. Dat is erg intensief werk: elke week lees ik artikels in wetenschappelijke tijdschriften, verzin een verhaallijn en teken het geheel uit. Omdat ik dat alles niet alleen kan bolwerken, kan ik rekenen op de hulp van twee illustratoren en een redacteur. ” Daarnaast werkt Nasif ook aan animatieversies van haar stripverhalen. “Zo hoop ik een nog groter publiek te bereiken. Momenteel onderhandel ik met verschillende tv-stations, in de hoop dat zij er iets in zien en voor de financiering kunnen zorgen. Mijn grote droom is dat de comics en animatiefilms een KU Leuven-sticker meekrijgen en door de studenten gebruikt worden. Vanuit de universiteit kan je er zelfs onderzoek aan verbinden en bekijken of comics echt nut hebben als lesmateriaal.” Of ze ooit zelf nog aan de slag wil als onderzoeker? “Nee, mijn grote liefde blijft striptekenen met een wetenschappelijke achtergrond en ik ben vastbesloten mijn droom na te streven. Wat ik wil aantonen met mijn comics? Dat wetenschap niet saai hoeft te zijn.”

π

nier. “Vroeger reed ik met een Toyota Pi-cnic, nu met een Kia Pi-canto; de ‘canto’ heb ik bij aankoop aan de andere kant laten plaatsen. Mijn gepersonaliseerde nummerplaat is PI-314. Als ik een locker moet gebruiken, dan liefst nummer 314, en ja, in een hotel heb ik graag kamer 314, net zoals Amy in The

Dirk Huylebrouck:

Als ik een locker moet gebruiken, dan liefst nummer 314, en ja, in een hotel heb ik graag kamer 314.

Big Bang Theory. Ik ben nog op zoek naar een gsm-nummer met het getal pi, helaas zijn ze momenteel allemaal in gebruik.” Als pi niet spontaan opduikt, dan helpt Huylebrouck het lot wel een handje. Geen verkoper die niet voor de bijl gaat voor de innemende uitleg over zijn pi-verslaving. “Mijn autoverzekering kost mij 314 euro. Het was oorspronkelijk 329 euro, maar de verzekeraar deed een geste. Ook mijn nieuwe autoradio kreeg ik

voor de prijs van 314 euro: de garage kwam me tegemoet met een korting.” En zo is pi zelfs goed voor de bankrekening van Huylebrouck, die uiteraard een rekeningnummer heeft met de cijfers van zijn geliefde getal. De internationale pi-dag op 14 maart – 3/14, volgens de Amerikaanse schrijfwijze – is een hoogdag voor Huylebrouck. “In de VS wordt dat met pie – taart – gevierd, hier doen we dat met pi-zza. Ik probeer er telkens een ludieke actie aan te koppelen. Ik heb al pi-zza’s verkocht in de Pizzahut voor 3,14 euro per stuk. Een brouwer maakte voor mij een pi-ls met 3,14 procent alcohol en een chocolatier creëerde pi-ralines, in de vorm van cijfers. En ik heb Red Bull ook al eens zover gekregen om gratis 314 blikjes te komen uitdelen aan de studenten.” “Soms vraag ik me af of het niet te belachelijk is, maar ik doe het om de banaliteit van het leven te doorbreken. Het is een veilige vorm van extremisme. Wiskunde heeft ook een te serieus aura. Het is belangrijk om dat strakke van ‘opgepast voor fouten’ te relativeren. En ik krijg heel veel positieve reacties op mijn beroepsmisvorming. Als er een student de les binnenstapt met een t-shirt met pi erop – een pi-shirt – dan is mijn dag goed. Dan heb ik het gevoel dat ik het plezier in cijfers aan mijn studenten kan doorgeven en dat ze graag naar de les komen.”

TEKST: Ilse Frederickx | FOTO: Rob Stevens

13


14

ALUMNI

CAMPUSKRANT | 1 FEBRUARI 2017

LEVEN na LEUVEN 

KOEN VAN GERVEN, HANDELSINGENIEUR EN CEO VAN BPOST

“Ik wil dat mijn mensen

fier kunnen zijn” Koen Van Gerven staat aan het hoofd van bpost, een bedrijf met ruim 26.000 werknemers dat onlangs verwikkeld raakte in een tumultueuze overnamedans met PostNL. De baas blijft er opmerkelijk rustig onder. “Gewoon voortdoen. Het leven is niet zo ingewikkeld als veel mensen het maken, hoor.” TEKST: Katrien Steyaert | FOTO: Rob Stevens

V

aderlijk. Zo zou je Van Gervens stijl kunnen omschrijven. Hij zal ons gesprek afsluiten met de woorden All the best en een knipoog, en deelt, ontspannen achteroverleunend, zijn overtuigingen. Bepaalde begrippen – verwondering, prioriteiten – herhaalt hij alsof die als mantra’s ons bewustzijn moeten binnendringen. Hij maakt wel duidelijk dat hij in zijn jonge jaren nog niet zo wijs en ervaren was. “Ik had zelfs geen plan. Er stond maar één iets vast: ik zou naar de KU Leuven gaan. Mijn moeder was er doctor in de rechten geworden en mijn vader was er prof fysica. Voor mij was handelsingenieur een aangename keuze. It kept my options open.” Van Gerven is een actieve student – hij is preses van de Kring Internationale Betrekkingen – maar zit niet op kot. “Bij ons thuis in Heverlee had het soms wel iets van een kot – op een bepaald moment studeerden vijf van de zes kinderen samen aan de KU Leuven – maar er werd toch meer orde en methode verwacht. Ik hield er geen trauma’s aan over, maar dat ik na mijn afstuderen voor een MBA naar Cornell (Amerikaanse elite-universiteit – red.) ging, was een vorm van compensatie, denk ik. Ik had bovendien nog geen goesting om te gaan werken.” “Het werd een schitterend jaar. The cherry on the cake. Zeer complementair

ook met mijn vorming in Leuven, waar ik les had gekregen over alles van hoogovenkunde tot moraalfilosofie. In de VS ging het over case studies en presenta­ tion skills, zaken waar ze toen in België nog nooit van gehoord hadden.”

beeld burgemeesters en tegelijk mijn medewerkers motiveren om de volgende dag opnieuw ergens een postkantoor te gaan sluiten.” “Hoe je zoiets doet? Door heel dicht bij je mensen te staan. Bij grote hervormingen moet je op de werkvloer het

Vreemde moves

Weer thuis doet Generale Bank hem financieel het beste voorstel. “Als jonge mens ben je daarmee bezig, uiteraard. Gelukkig bleek de bank ook een spectaculaire omgeving, met inspirerende mensen zoals Fred Chaffart (tot 1998 de CEO – red.). Na negentien jaar had ik een prachtig kantoor en een auto met chauffeur, maar ik stapte uit die gouden kooi om Acerta te gaan leiden, een kleiner en minder comfortabel bedrijf. Een vreemde move dus voor veel mensen, maar de Generale Bank was aan het stilvallen door de fusie met ASLK. Ik dreigde in slaap te vallen, en wie weet, nooit meer wakker te schieten.” “Bij Acerta leerde ik dat je als eindverantwoordelijke beslissingen moet nemen, hoe moeilijk die ook zijn. Zo moesten we afscheid nemen van werknemers die tot dan toe geen enkele reorganisatie hadden meegemaakt. Maar het zette Acerta wel weer op de rails. Ook bij bpost waren de uitdagingen groot. Toen ik vanaf 2006 het verkoopnet moest omvormen, verdwenen er 700 postkantoren. Ik moest omgaan met de heftige reacties van bijvoor-

Bij ons thuis in Heverlee had het soms wel iets van een kot – op een bepaald moment studeerden vijf van de zes kinderen samen aan de KU Leuven – maar er werd toch meer orde en methode verwacht. debat aangaan, op een correcte manier. Op een bepaald moment moet je ook durven zeggen: als we deze weg niet inslaan, loopt alles binnen tien jaar dood. Hadden we bij Acerta niet ingegrepen, het bestond nu niet meer.”

OPENLESDAGEN Volg tijdens de krokusvakantie les tussen KU Leuven-studenten op verschillende locaties in Vlaanderen. www.kuleuven.be/openles

“Toen de routine daar opnieuw dreigde toe te slaan, merkte ik dat ik openstond voor iets nieuws, een grotere diversiteit aan activiteiten. Mijn keuze voor bpost deed opnieuw wenkbrauwen fronsen in mijn omgeving. De Post …” Hij zegt het met dedain. “Toen ik hier in 2006 begon, stond het bedrijf niet bepaald bekend om zijn efficiëntie en dachten velen dat wij het volgende Sabena zouden zijn.”   In de bossen

De papieren post blijft inderdaad achteruitgaan. In 2016 draagt bpost ruim vier procent minder brieven rond dan het jaar ervoor. “Ik ben niet naïef, die dalende trend valt niet meer te keren. Het is wel jammer. Ik heb dit jaar weer nieuwjaarskaarten geschreven, en niet omdat ik me daartoe verplicht voel als postbaas. Brieven en kaarten bevatten emoties, en zonder emoties is het leven een pak schraler. Dus wat doen we? We brengen de emoties van een echte postkaart naar het digitale tijdperk. Met onze Mobile Postcard-app maak je van een foto op je smartphone een postkaart die wij drukken en bezorgen. Alles met een klik. De digitalisering is misschien de grootste bedreiging voor ons bedrijf, maar tegelijk biedt ze de grootste opportuniteit.” E-commerce is Van Gervens speerpunt. In mei opent in Neder-Over-Heembeek een nieuw sorteercentrum, waar hoogtechnologische machines geen 100.000 maar 300.000 pakjes per dag zullen verwerken. Het maakt de vakbonden weleens nerveus. Ze vrezen dat de technologie hen overbodig zal maken, en dat de overblijvers zullen moeten meehollen in een alsmaar verschroeiender werktempo. Van Gerven schudt zijn hoofd. “We willen zeker niet zo snel mogelijk zoveel moge-


ALUMNI

CAMPUSKRANT | 1 FEBRUARI 2017

15

Wie is Koen Van Gerven?

lijk mensen weg hebben. We moeten alleen intelligent omgaan met innovatie, de verwachtingen van onze klanten en de realiteit van de hoge arbeidskosten. Ik predik geen revolutie, wel evolutie. En ik wil trouw blijven aan ons motto: elke dag de lat hoger.” Klinkt als een recept voor burn-out. “Natuurlijk moeten we dat in de gaten houden, maar het is maar één van de vele risico’s in ons leven. Het komt allemaal neer op prioriteiten stellen, iets wat onze maatschappij naar mijn gevoel te weinig doet. Mede daardoor komen mensen in de problemen. We willen alles: professioneel actief zijn, kinderen opvoeden, een vriendenkring onderhouden, geregeld op vakantie gaan, aanwezig zijn op sociale media én op Pokémons jagen.” “Is het niet hoog tijd dat we onszelf wat meer discipline opleggen en duidelijkere keuzes maken? Dat betekent ook dat je sommige activiteiten moet schrappen. Een voorbeeld: normaal zie je me geregeld lopen in de bossen van Heverlee, maar de afgelopen maanden liet de job dat niet toe. Jammer, maar het kon even niet anders.”  

°1958, Leuven Gestudeerd 1976-1981 Handels- en bedrijfseconomisch ingenieur in de beleidsinformatica (KU Leuven) 1981-1982 MBA (Cornell University)   Loopbaan 1982-2001 werknemer bij Generale Bank, klimt op tot general manager 2001-2006 CEO Acerta 2006-2014 lid van het directiecomité van bpost 2014-nu CEO bpost   Privé Getrouwd, drie dochters, twee kleinzonen Woont in Heverlee

Groeien of verdwijnen

In 2016 slokt vooral de poging om PostNL over te nemen veel tijd op. Maar vroegtijdige lekken naar de pers en bemoeienissen van onder meer de Nederlandse minister-presi­ dent Mark Rutte doen in december de deal afspringen. Van Gerven verbergt zijn ontgoocheling niet, ook niet in de nationale kranten, waar hij anders maar mondjesmaat in verschijnt. “Ik vind het nog altijd een gemiste kans. Het had de pakjespositie van bpost serieus kunnen versterken. Maar bon, it is what it is. We blijven voortdoen. Het positieve is dat het nu voor iedereen duidelijk is dat bpost het stof heeft afgeworpen. We zijn een van de meest performante postbedrijven in Europa, een bedrijf dat ambitie kan, mag en zal hebben. We zijn aanwezig in de VS, Canada en Australië en bereiden ons voor op de digitale toekomst.” “In heel het PostNL-verhaal overheerste bij onze werknemers een gevoel van fierheid over bposts ambitie. Zelfs de socialistische vakbondsleider zei op televisie dat zijn achterban gewonnen was voor het overnameproject. Dat is voor mij het belangrijkste: mijn mensen hoop en fierheid geven. In het verleden durfden mensen nauwelijks te bekennen dat ze voor De

Had ik vooraf geweten wat ik allemaal zou moeten doorstaan, ik weet niet of ik de stap naar bpost had gezet.

Post werkten, terwijl we nu jonge, goede profielen aantrekken.” Het is nochtans niet al koek en ei. Drie weken geleden reageren de vakbonden verbolgen op het nieuws dat bpost de jobs van een tweehonderdtal informatici verkast naar India – wat overigens pas na dit interview bekend raakte. “Er is altijd de vrees: wat zijn de gevolgen voor mij? Daar zal ik ook altijd rekening mee houden. Tegelijk moeten we ambitie hebben. Een bedrijf dat niet groeit, is gedoemd om te verdwijnen. De kunst is om die groei op een duurzame manier te realiseren.”   Geluk

Dit soort hete hangijzers is net wat Van Gerven boeit. “Bpost blijft me aantrekken vanwege zijn veelheid aan dimensies en uitdagingen. Pas op, had ik geweten wat ik allemaal zou moeten doorstaan, ik weet niet of ik de stap had gezet. Maar je hoeft niet alle details op voorhand te kennen. Dat is toch wat het leven aangenaam maakt? Je moet de dingen op je laten afkomen

en geen schrik hebben van het toeval. Ik zal waarschijnlijk weleens een verkeerde keuze gemaakt hebben, maar die probeer je dan recht te zetten. Het leven is echt niet zo ingewikkeld als veel mensen het maken, hoor.” Ook de evenwichtsoefening tussen werk en privé gaat hem goed af, zegt hij. “Mijn echtgenote gaat mee naar heel wat activiteiten van bpost, en anders ga ik alleen. Waarschijnlijk was ik er niet altijd voor mijn drie dochters, maar als het echt belangrijk is, gaan zij voor alles. Midden in de onderhandelingen met PostNL studeerde mijn dochter af aan Columbia University. Dat kwam slecht uit, maar ik ben heen en weer gevlogen. Met mijn kinderen heb ik hetzelfde geprobeerd als met mijn werknemers: ze kansen geven en stimuleren om nieuwe paden te verkennen. Ik verwacht dat ze zich ontwikkelen en dat ze presteren, maar ik bied een vangnet als het nodig is.” “Dat zou ik tegen de studenten van vandaag zeggen: stay curious, behoud je verwondering. En geniet. De studententijd is uniek in zijn onbezorgd-

heid en vaak een echte levensschool. Ik leerde er mijn vrouw kennen – ze studeerde geschiedenis – en ontwikkelde er mijn persoonlijkheid en waardenpatroon.” “Omdat de KU Leuven mij en mijn familie zoveel heeft gegeven, vind ik het normaal dat ik iets teruggeef. Sinds een jaar zit ik in het bestuur van UZ Leuven, waar ik hoop te kunnen bijdragen met de skills en inzichten die ik verworven heb. De hamvraag in gelijk welk bedrijf is: hoe kan ik morgen nog relevant zijn voor mijn klant?” Het gesprek meandert naar zijn einde.  Voor ons zit een tevreden man. “Ik ben dankbaar voor de kansen die ik gekregen heb, maar ik heb ze zelf ook gegrepen. Tot op zekere hoogte creëer je je eigen geluk.”


ONDERZOEK

CAMPUSKRANT | 1 FEBRUARI 2017

© KU Leuven | Rob Stevens

© Bioversity International | N. Capozio

16

Foto links: de stekjes beheren is een arbeidsintensief proces

UNIEKE COLLECTIE VIERT JUBILEUM

Foto rechts: in cryotanks kunnen stukjes weefsel voor honderden jaren bewaard worden

Een bananentaart met dertig kaarsjes De KU Leuven huisvest al dertig jaar een fraaie collectie bananen, die ondertussen al meer dan 1.500 stekjes telt. “Ons werk wordt nog belangrijker nu er door de klimaatverandering meer nood zal zijn aan bananen die resistent zijn tegen droogte of ziektes.” Ilse Frederickx

“O

nze teller staat momenteel op 1.536 bananenstekjes. Daarmee is hier in Leuven het merendeel van de naar schatting duizend bestaande variëteiten vertegenwoordigd”, vertelt professor Rony Swennen van het Laboratorium voor Tropische Plantenteelt, die beheerder is van de bananencollectie. Voor ons is het misschien verrassend dat er zoveel bananen bestaan, omdat wij in het Westen de vrucht doorgaans enkel rauw eten. Maar in Afrika, Latijns-Amerika en Azië worden bananen ook gegrild, gebakken, gekookt of gebruikt om bier van te brouwen. Wereldwijd bekeken is het dan ook een belangrijk voedselgewas, te vergelijken met rijst, tarwe en maïs. De Leuvense collectie is ondertussen onder de paraplu van de Verenigde Naties terechtgekomen als Bioversity International Musa Germplasm Transit Centre en is erkend als werelderfgoed. “Wij bewaren de biodiversiteit en documenteren de eigenschappen van al die bananenvariëteiten. En dat wordt meer en meer van belang nu er door de klimaatverandering meer vraag zal zijn naar bananen die resistent zijn tegen droogte of ziektes.” Om de vele variëteiten te bewaren, gebruiken de bio-ingenieurs een koude kamer. Die staat

vol rekken met proefbuisjes, met daarin kleine bananenplantjes van 3 à 4 centimeter. “We verzenden onze stekjes ook. In die dertig jaar hebben we al 17.000 stalen naar 109 landen gestuurd: naar ngo’s, universiteiten, firma’s of ministeries van landbouw die op zoek zijn naar een banaan met specifieke eigenschappen”, vervolgt Swennen. “Bananen kunnen bijvoorbeeld een belangrijke rol spelen in de strijd tegen vitamine A-tekort, dat elk jaar een half miljoen kinderen blind maakt en aan de helft van hen het leven kost, ten gevolge van infecties. Veel van die kinderen wonen in Afrika, waar bananen het vierde belangrijkste voedingsgewas zijn. Daarom hebben we al vitamine A-rijke bananenvariëteiten naar Burundi en Congo gestuurd en we hebben plannen om uit te breiden naar Kenia, Tanzania en Oeganda.” Van maniok tot narcis

De proefbuisjes beheren is een arbeidsintensief proces: “De plantjes moeten opgekweekt worden, ze moeten ziektevrij blijven, en na een jaar moeten ze alweer overgezet worden naar nieuwe proefbuisjes, en dat telkens voor alle 1.500 stekjes.” Het labo ontwikkelde daar-

om jaren geleden al een alternatieve techniek om de bananen te bewaren: cryopreservatie. “We bewaren stukjes weefsel van één tot twee millimeter – eigenlijk plantaardige stamcellen – van elke bananenvariëteit in vloeibare stikstof bij een temperatuur van -196 graden Celsius. Met die methode kunnen we de stukjes weefsel voor honderden jaren bewaren en regenereren tot een normaal plantje. Bijna duizend exemplaren van onze collectie worden momenteel bewaard in de cryotanks.” Cryopreservatie is trouwens ook toepasbaar op vele andere planten: “We hebben onze techniek uitgebreid getest op verschillende families van voedselgewassen. Het lukt ook met aardappelen en maniok, en zelfs met dennenbomen en narcissen. Je kan de techniek gebruiken voor alle planten die zelf geen zaden maken, zoals de meeste bananen, of planten waarvan de zaden moeilijk te stockeren zijn, zoals kokosnoten of olijven. Op die manier zou je een tegenhanger kunnen bouwen voor de Svalbard Global Seed Vault, de wereldzadenbank op het Noorse eiland Spitsbergen – maar dan voor planten waarvan je geen zaad kan bewaren.” www.bioversityinternational.org

COLOFON Campuskrant, maandelijks tijdschrift van de KU Leuven Een realisatie van de Nieuwsdienst Hoofdredactie Sigrid Somers, Reiner Van Hove | Redactie Pieter-Jan Borgelioen, Ilse Frederickx, Ludo Meyvis, Rob Stevens, Ine Van Houdenhove, Wouter Verbeylen | Medewerkers Katrien Bollen, Tine Danschutter, Julia Nienaber, Sarah Somers, Anke Vander Elst, Bregt Van Hoeyveld, Inge Verbruggen | Freelancers Katrien Steyaert, Peter Van Dyck | Redactieadres Naamsestraat 22, bus 5002, 3000 Leuven, T  016  32 40  13, nieuws@kuleuven.be  | Adreswijzigingen Alumni Lovanienses, Naamsestraat 22, bus 5601, 3000  Leuven, info@alum.kuleuven.be  | Grafisch ontwerp Jansen & Janssen, Gent | Layout en zetwerk Wouter Verbeylen | Fotografie Rob Stevens | Cartoons Joris Snaet | Illustraties Gudrun Makelberge | Reclameregie  Inge Verbruggen, T  016  32  40  15, inge.verbruggen@kuleuven.be  | Oplage 29.000 ex. | Drukwerk Eco Print Center, Lokeren. Campuskrant wordt gedrukt met milieuvriendelijke waterloze druktechnologie.  | Verantwoordelijke uitgever Jos  Vaesen, Naamsestraat 22, bus 5000, 3000 Leuven Copyright artikels Artikels kunnen overgenomen worden mits toestemming. Het volgende nummer van Campuskrant verschijnt op 1 maart 2017.

KU LEUVEN IS HOSTING A FALLING WALLS LAB.

GREAT MINDS 3 MINUTES 1 DAY

Y APPL ! NOW

BE PART OF THE FALLING WALLS LAB LEUVEN ON 15 MARCH 2017

Does your research project, business plan, or entrepreneurial / social initiative have great relevance for today’s society? And can you present it in 3 minutes? Then you may be the candidate we’re looking for, no matter what field you’re in. Falling Walls Lab is open to all bachelor’s and master’s students, PhD students, postdocs, and junior professors from KU Leuven Association. APPLY NOW!

kuleuven.be/fallingwallslab Deadline 1 March 2017 In cooperation with Founding Partner

Global Partner


ALUMNI

CAMPUSKRANT | 1 FEBRUARI 2017

17

SPRONG Eén studie, twee wegen

Naam Lucas Tavernier (45)

Naam Karen Van Vlierberge (47)

Gestudeerd Romaanse filologie (KU Leuven) Theaterwetenschappen (Paris III) École régionale d’acteurs de Cannes

Gestudeerd Romaanse filologie (Ufsia en KU Leuven) Media- en informatie­ kunde (KU Leuven) Internationale betrekkingen (KU Leuven)

Job Acteur, regisseur, producer en trainer

Job Diplomatiek adviseur van vicepremier Kris Peeters

Privé Woont in Gent Getrouwd, drie kinderen en een pleegzoon

Privé Woont in Berchem Getrouwd, één zoon

“Als het bloed niet gaan kan, dan kruipt het”, zegt Lucas Tavernier (45). Voor hij zijn droom om acteur te worden kon waarmaken, studeerde hij Romaanse filologie, net als diplomate Karen Van Vlierberge (47): “Ook als klein land kan je meespelen op het internationale toneel.” TEKST: Ine Van Houdenhove | FOTO’s: Rob Stevens

“Meestal word ik gecast als het louche type”

“Je moet een beetje idealist blijven”

E

I

igenlijk wou ik theater studeren, maar mijn ouders eisten dat ik eerst een degelijk diploma zou halen. Met mijn eerste voorstel – airhost – gingen ze niet akkoord (lacht). Als ik naar de universiteit zou gaan, beloofden ze me nadien te ondersteunen zodat ik mijn droom kon najagen. Omdat ik na Romaanse nog iets wou doen met mijn Frans, ging ik een theateropleiding doen in Cannes. Ik koos ook voor Frankrijk omdat je op theaterscholen in ons land op ieder ogenblik naar huis gestuurd kunt worden. Toegelaten worden in Cannes was lastig – we waren met meer dan duizend kandidaten voor dertig plaatsen – maar eenmaal binnen kreeg je wel de tijd om jezelf te bewijzen.” “Aan de andere kant: als ik naar een Vlaamse theaterschool was geweest, had ik daar een netwerk aan overgehouden. Nu is mijn carrière via een omweg gegaan: ik ben via het callcenter van Volvo in het bedrijfstheater terechtgekomen, en heb zo mijn weg moeten zoeken als acteur.”

Op dit moment ben ik bezig met Interdans, een productie waarin ik ook zelf een rol speel. Acht jaar geleden ben ik een eigen productiehuis begonnen, met intussen een aantal freelance medewerkers. Bedrijfstheater blijft een belangrijke activiteit: een sketch over veiligheid op de werkvloer of een toneelstukje over seksisme bijvoorbeeld, om mensen aan het denken te zetten. Of animatie tijdens events: zo zorgden we tijdens een familiedag van een multinational voor verschillende stukjes straattheater, over thema’s van het bedrijf, met kostuums op maat en muziek die speciaal voor de gelegenheid was gecomponeerd.”

“Intussen heb ik al veel mooie theaterrollen mogen spelen, mijn grote liefde. Zo vertolkte ik in Parijs meer dan honderd keer de hoofdrol in L’Aiglon, de langste rol in verzen in het Franse repertoire.” “Daarnaast doe ik ook tv-werk, van Witse en Aspe tot Mega Mindy en de Duitse Nickelodeon. In Familie duikt mijn personage Frank Verdonck af en toe nog eens op tijdens een familiefeest. In Thuis zit ik als maffiabaas Youri Lavrov intussen achter de tralies, dus normaal gezien is mijn rol daar uitgespeeld. Meestal word ik gecast als schurk, pooier of mensenhandelaar (lacht). Al had ik in The Monuments Men, geregisseerd door George Clooney, dan weer een kleine rol als predikant.”

“Zoiets is comfortabel werken omdat je vooraf weet wat het zal opleveren. Bij andere producties is het succes vooraf nooit te voorspellen. Vaak werk je ook jaren naar iets toe, zo komt binnenkort onze kortfilm Les choses en face uit, in een regie van de bekroonde regisseur Douglas Boswell.”

“Ik wissel acteren af met regisseren, schrijven en produceren.

Als ik kan leven van mijn stiel, is dat omdat ik me flexibel opstel.

“Dankzij mijn productiehuis hoef ik minder te wachten wat er op me afkomt, maar in dit vak moet je toch om kunnen gaan met een zaagtandparcours. Als ik kan leven van mijn stiel, is dat omdat ik me flexibel opstel. Ik geef bijvoorbeeld ook trainingen mondelinge communicatie en onderhandelen. En als ze me bij een casting vragen of ik kan paardrijden, zeg ik ja en zorg dat ik het geleerd heb als de opnames beginnen (lacht).”

k ben Romaanse gaan studeren vanuit mijn liefde voor taal. Ook het internationale sprak me aan. Niet lang na mijn afstuderen kon ik aan de slag bij Buitenlandse Zaken, maar vanwege een aanwervingsstop en het gebrek aan perspectieven voor contractuelen heb ik eerst nog een jaartje geneeskunde gestudeerd, en dan een omweg gemaakt langs de persdienst van de KU Leuven.” “In 2002 deed ik mee aan het diplomatiek examen. Dat neemt een klein jaar in beslag en van mijn lichting waren er slechts zeventien van de 1.600 kandidaten geslaagd. Onder hen drie vrouwen, en ik ben als enige nog aan de slag in de diplomatie. Een buitenpost is nu eenmaal moeilijk te verzoenen met een familieleven: je partner en eventuele gezin moeten maar bereid zijn om de vier jaar ergens anders heen te gaan … Mijn man is piloot en dat lijkt een makkelijke combinatie, maar is het net niét.” “Er zijn trouwens opvallend veel filologen onder de diplomaten. Niet alleen de talenkennis is een pluspunt, je leert tijdens de opleiding ook snel de essentie uit een tekst halen, en redeneren op een niet-rechtlijnige manier, die helpt om tot compromissen te komen.” “Mijn eerste post, na twee jaar stage, was die van ambassadesecretaris bij de VN in New York. België was toen lid van de Veiligheidsraad en ik volgde de dossiers op over Oost-Afrika. Dan ben je letterlijk degene die de pen vasthoudt bij het schrijven van resoluties.” “Mijn man en ik hadden op dat moment een latrelatie, maar toen ons zoontje werd geboren, was dat niet langer houdbaar. Daarom ben ik de afgelopen jaren in België gebleven, als diplomatiek beleidsmedewerker bij de

voorzitter van het directiecomité van Buitenlandse Zaken, en vervolgens als ‘ambassaderaad’ bij de permanente vertegenwoordiging van België bij de EU. Daar was ik onder meer verantwoordelijk voor de relaties met het Europees parlement. En sinds twee jaar ben ik diplomatiek adviseur van Kris Peeters.” “Deze zomer wil ik opnieuw in de beweging gaan, zoals dat heet. Je mag een aantal voorkeursbestemmingen doorgeven. Er zijn de hardships, zoals Islamabad of Kinshasa – sommige collega’s kiezen daar heel bewust voor. Ik ga naar New York als adjunct-permanent-

Ik ben er fier op mee tot besluiten te komen die de wereld hopelijk verbeteren. vertegenwoordiger van België bij de VN. Daar zal ik er allereerst campagne voor moeten voeren dat België in 2019 en 2020 weer deel kan uitmaken van de Veiligheidsraad. Maar op dit moment is mijn grootste zorg om een school te vinden voor mijn zoontje.” “Ondanks die praktische bekommernissen is dit een heel mooie job, met enorm veel variatie. Ik ben er fier op om mijn land te mogen vertegenwoordigen en mee tot besluiten te komen waarvan je hoopt dat ze de wereld verbeteren. Ook een klein land kan wegen op het wereldtoneel. Je moet down-to-earth zijn als diplomaat, en het politieke spel slim kunnen meespelen, maar je mag toch ook je idealisme niet verliezen.”


18

STUDENTEN

CAMPUSKRANT | 1 FEBRUARI 2017

DE STAGIAIR Onze huisfotograaf gaat op stagebezoek

“Die gedrevenheid van sporters herken ik” Naam

Joppe Vermeulen (23) Richting

Master revalidatiewetenschappen en kinesitherapie, richting musculo­skeletale aandoeningen Stageplaats

Voetbalclub Oud-­Heverlee Leuven (OHL) Duur van de stage

Vier weken

in Memoriam De universitaire gemeenschap neemt afscheid van: Professor Tatjana Soldatjenkova Hoofddocent aan de Faculteit Letteren (28/05/1960 – 30/12/2016) Professor Herman baron Vanden Berghe Emeritus gewoon hoogleraar aan de Faculteit Geneeskunde Erebestuurder KU Leuven Gewezen vicerector KU Leuven (12/06/1933 – 23/01/2017) Professor Herman Van de Voorde Emeritus gewoon hoogleraar aan de Faculteit Geneeskunde (16/10/1928 – 23/01/2017)

Ik mag, als bewoner van een lijf waarop de tijd weinig barmhartig slijtage losliet, graag vertoeven op locaties waar de bevolking die neergang nog niet heeft ingezet. De terreinen van het jeugdopleidingscentrum van voetbalclub OHL zijn zo’n plaats, zo blijkt. Souplesse en beweeglijkheid vullen de trainingsvelden hier, in de vorm van ambitieuze jonge voetballers van diverse kleur, taal en haartooi. In die fraaie mengeling valt een stevig Antwerps accent dan ook niet echt op, merk ik bij mijn ontmoeting met Joppe Vermeulen, masterstudent revalidatiewetenschappen en kinesitherapie, richting musculoskeletale aandoeningen. “Ik vond deze stageplaats via de faculteit. OHL zocht stagiairs die geïnteresseerd waren in voetbal. Ik heb zelf altijd gespeeld tot aan mijn studie, dus dat zag ik wel zitten. Ik stuurde mijn cv en zo kwam ik hier terecht.” “Het tweede semester staat bij ons geheel in het

teken van stage en thesis. Er zijn zes blokken van vier weken, in drie daarvan moet je stage lopen. Dit is mijn eerste. Ik werk zowel met de A-kern als met de beloftes, de B-kern. De bedoeling is mee te lopen met de vaste kinesisten en veel bij te leren, maar ook om zelf te behandelen. Ik merk dat die opsplitsing voorlopig loopt via die van de kernen: bij de A-ploeg is het deze eerste dagen vooral nog kijken en simpele taken uitvoeren als intapen en masseren, bij de B-ploeg mag ik al meteen echt blessures behandelen. Dat tekent het verschil tussen beide groepen wel een beetje: de eerste ploeg zijn de mannen die er al geraakt zijn, en dat merk je, ik zal me eerst toch even moeten bewijzen. De beloftes gaan nog op pure ambitie, en ik mag daarin meegaan. Mooi om mee te maken, dat werken in twee verschillende sferen.” “Kinesisten hier werken met spelers die een blessure hebben en niet gewoon kunnen meetrainen. Naast een behandeling geven we ze ook preventieve oefeningen, en versterken we andere

Benoemd of onderscheiden •  Verschillende onderzoekers ont- • Emeritus professor Eddy Decuypevingen een grant van de European re, voormalig diensthoofd van het Research Council (ERC). Profes- Laboratorium voor Fysiologie soren Stein Aerts (Departement der Huisdieren, werd als eerste Menselijke Erfelijkheid), Philippe Belg opgenomen in de InternaLemey (Laboratorium Klinische en tional Poultry Hall of Fame van de Epidemiologische Virologie - Rega World’s Poultry Science Association Instituut) en Tom Van Doorsselae- (WPSA). Het gaat om de hoogste re (Afdeling Plasma-astrofysica) onderscheiding in het domein van ontvingen een consolidator grant. het pluimveeonderzoek. Professoren Nele Moelans (Duurzaam Materialenbeheer), Marian • Professor Alain Wijffels (OnderVerhelst (Afdeling ESAT - MICAS, zoekseenheid Romeins Recht en Micro-elektronica en Sensoren), Rechtsgeschiedenis) werd verkoRob Ameloot (Centrum voor Op- zen tot titularis van de Europese pervlaktechemie en Katalyse) en leerstoel aan het Collège de France. Peter Dedecker (Afdeling Biochemie, Moleculaire en Structurele Bio- • Emeritus professor Dionys Van logie) ontvingen een starting grant. Gemert (Departement Burgerlijke

kwetsuregevoelige zones. Dat in combinatie met cardio en core stability zorgt ervoor dat ze in goede conditie blijven tot hun blessure genezen is.” “Vorig jaar hadden we ook stages, waarin we konden proeven van de verschillende deelrichtingen van de studie. Daar leer je welke kant je het liefst op zou gaan. Ik merkte dat de wat ‘tragere’ behandelingen – zoals bij oudere mensen met een nieuwe heup of patiënten met een neurologische aandoening – minder mijn ding zijn, hoewel alle stages zeker boeiend waren. Maar de dynamiek en gedrevenheid van sporters om zo snel mogelijk resultaat te boeken, staat me wel aan, dus ik zit hier op mijn plaats. Mijn ideale job zou bestaan uit een algemene privépraktijk gecombineerd met een opdracht als deze, daar wil ik wel voor gaan.” Met zo’n drive, die ik ook zie als ik mijmerend terugloop langs de oplichtende velden vol onbeschadigd musculoskeletaal geweld, komt dat wel in orde, denk ik. TEKST en FOTO’S: Rob Stevens

Bouwkunde) ontving de Signum • Verschillende studenten van de FaExcellentiae, de gouden eremedaille culteit Architectuur vielen recent van de Faculty of Civil Engineering in de prijzen. Iwo Borkowicz werd van Brno University of Technology winnaar in de wedstrijd European Architectural Medals for the Best (Tsjechië). Diploma Projects van de European • Hossein Tabari, doctorandus aan de Association for Architectural EduAfdeling Hydraulica, Departement cation (EAAE). Elise Willems was Burgerlijke Bouwkunde, ontving de winnaar ex aequo van de Student’s Prijs Ernest du Bois van de Koning Glass Award, uitgereikt door het Boudewijnstichting (20.000 euro) Verbond van de Glasindustrie. voor zijn doctoraatsstudie over kli- Kenneth Staessens ontving de maatvariaties en -verandering en de tweede prijs in de categorie archiimpact op de waterbeschikbaarheid tectuur van de Student Award Inin Europa en het Midden-Oosten fosteel. Ignacio Fernandez Galan won de Van Hove Prijs, Vytautas (promotor: Patrick Willems). Lelys en Ruth Poppe kregen een • Jonathan Bogaerts won de Encon eervolle vermelding. Nell Buidin, Energieprijs 2016 met zijn master- Aline Guecquet en Sam Pladet proef industriële wetenschappen werden geselecteerd om hun werk over een mechanische iris voor te presenteren tijdens de ‘Week van zonnereactoren. De prijs omvat het ontwerpen’ op de Biënnale Inte2.500 euro en een jobaanbieding rieur 2016 in Kortrijk. bij Encon.


PORTRET

CAMPUSKRANT | 1 FEBRUARI 2017

SPEED DATE

19

Manuel Sintubin: “Ik ben een flapuit, ik zeg het als iets me niet aanstaat. Dat botst soms in een cultuur waarin je naar evenwicht en compromis moet zoeken.”

In 24 vragen naar hoofd en hart van Manuel Sintubin

Manuel Sintubin (52) is hoogleraar aan de Afdeling Geologie. Ine Van Houdenhove

“Ik wil mijn

© KU Leuven | Rob Stevens

naïviteit behouden”

01/ Wat wilde u ‘later’ worden?

“Archeoloog, zoals Indiana Jones. Later is dat verschoven naar geologie. Als kind had ik al een mooie verzameling mineralen. Een fossielenjager ben ik nooit geweest, ik wist ze toch nooit te vinden (lacht). Nu werk ik vaak mee aan projecten rond aardbevingsarcheologie en zo is de cirkel rond.”

02/ Zou u vandaag dezelfde studieen beroepskeuze maken?

“Ja. Mijn vrouw is als geoloog in het bedrijfsleven terechtgekomen, maar daar zou ik me niet thuis voelen. Ik zou ook voor dezelfde specialisatie kiezen: tektoniek en de geodynamische werking van de aarde blijven me fascineren. En een groot voordeel aan mijn domein is dat je veel op het terrein komt, ik ben een buitenmens.”

03/ Wat weten uw studenten niet van u?

“Ik ben heel actief op sociale media en daardoor een beetje een open boek.”

04/ Wat als u rector was?

“Ik zou vooreerst minder twitteren (lacht). Verder denk ik dat ik vooral op de rem zou gaan staan, zodat alles vertraagt. De ‘trage’ universiteit, waarschijnlijk een utopie.”

05/ Welk boek ligt er op uw nachtkastje?

“Wij slapen op een tatami, dus ik heb geen nachtkastje (lacht). Maar momenteel lees ik Cosmic Evolution van Eric Chaisson, als inspiratie voor een universiteitsbrede cursus die ik aan het voorbereiden ben. Fictie is voor als ik vakantie heb en kan doorlezen, de laatste roman was De ontdekking van de hemel van Harry Mulisch.”

waarin je naar evenwicht en compromis moet zoeken.” 07/ Welke historische figuur bewondert u het meest?

“Wat Arthur Holmes, een geoloog uit het begin van de 20ste eeuw presteerde, daar kan ik haast niet bij. Hij wist als allereerste gesteenten te dateren met de uranium-lood-methode op een moment dat men nog geen idee had hoe oud de aarde was. En hij interpreteerde ook de mechanismen achter de continentendrift exact zoals wij het nu zien, met de gegevens van toen. Visionair.”

“Misschien mijn naïviteit, mijn goedgelovigheid. Die wil ik ook behouden. En ik ben een flapuit, ik zeg het als iets me niet aanstaat. Dat botst soms in een cultuur

“Toen ik voor mijn licentiaatsthesis in Burundi aan het karteren was in de brousse, gleed er plots een zwarte mamba door de greppel achter me. Daar moest ik toch even van bekomen – de beet is heel snel dodelijk.”

12/ Voor welk tv-programma blijft u thuis?

“Ik ben verslaafd aan nieuws en duiding, en zap van het ene kanaal naar het andere om zeker niets te missen. Als ik in de VS ben, haast ik me op tijd naar huis voor The Big Bang Theory.”

13/Wat is uw dierbaarste bezit?

Ik stoor me soms aan de zesjescultuur bij studenten. Je moet trachten je talenten maximaal te benutten. 08/ Wat zullen we over vijftig jaar onbegrijpelijk vinden?

“Misschien het bijna blinde en dogmatische geloof in windmolens en de industrialisering van het landschap die er het gevolg van is.”

09/ Leeft u gezond?

“We halen bijna al onze groenten en fruit uit eigen tuin, bakken zelf brood, eten graag bio en van lokale telers … En ik ga geregeld fietsen.”

“Ik ben niet zo materialistisch aangelegd. Maar een geoloog blijft een geoloog, ik raap geregeld een steen op of neem wat zand mee naar huis. Ik heb nooit iets bij me, meestal is het improviseren met een leeg flesje of zo.”

14/ Wat doet u het liefst?

“In mijn tuin werken. Dan kan ik mijn hoofd leegmaken. Een tuin wacht niet, je kan niet zeggen ‘ik zal wel wortels zaaien na de examens’. Wij leven dus op het ritme van het zaaischema.”

15/ Hebt u een motto?

“Try not to become a man of success, but rather try to become a man of value, een uitspraak van Einstein. In de academische wereld staat succes gelijk aan publicaties. Maar soms kan het even belangrijk zijn om tijdens een lezing mensen warm te maken voor wetenschap. Als academicus heb je ook de plicht een lichtend voorbeeld te zijn in de maatschappij, vind ik.”

16/ Hoe komt u tot rust? 10/ Wat zou u graag beter kunnen?

06/ Wat is uw meest opvallende karaktertrek?

11/ Wanneer was u het bangst?

“Het voelt als een gemis dat ik nooit notenleer heb gevolgd of een instrument heb leren bespelen. Ik kan niet zonder klassieke muziek, ook als ik aan het werk ben. Enkel als ik in de natuur ben, hou ik het bij de muziek van de natuur.”

“Behalve in mijn moestuin, in de opera. Ik heb al zowat mijn hele leven een abonnement.”

17/ Als u terug in de tijd kon reizen, waarheen zou u gaan?

“Naar het begin van de zestiende eeuw. Een

tijd waarin nog plaats was voor dromen en fantasie binnen de wetenschap, zoals ik ontdekt heb op de tentoonstelling ‘Op zoek naar Utopia’.” 18/ Waarop bent u trots?

“Als voorzitter van de Werkgroep Kwaliteitszorg heb ik het concept van de onderwijsportfolio uitgewerkt, waarbij jonge docenten onder meer feedback krijgen over hun onderwijs van hun ‘peers’. Dat wérkt, en het inspireert ook andere universiteiten.”

19/ Waar hebt u een hekel aan?

“Ik stoor me soms aan de zesjescultuur bij studenten, het genoegen nemen met middelmatigheid … Je moet trachten je talenten maximaal te benutten.”

20/ Wat was het meest memorabele moment in uw leven ?

“Ooit ben ik tijdens een beklimming van de Kilimanjaro mijn promotor uit Berkeley tegen het lijf gelopen. Een echt ‘Dr. Living­ stone I presume’-moment!”

21/ Wat is het dichtste dat u ooit bij de dood bent geweest?

“Misschien toen met de zwarte mamba? Maar het filosofisch juiste antwoord is natuurlijk ‘nu’.”

22/ Wat zou de kwaliteit van uw leven verbeteren?

“Minder verborgen agenda’s.”

23/ Wat had u beter anders gedaan?

“Ik ben in Antwerpen opgegroeid en pas twintig jaar geleden verhuisd naar het platteland. Wat je niet kent, mis je niet, maar ik zou niet meer kunnen aarden in de stad.”

24/ Wat is de belangrijkste les die het leven u heeft geleerd?

“Het klinkt wat contra-intuïtief voor een geoloog maar: het heeft weinig zin om in het verleden te blijven hangen. Yolo, elke dag kan je laatste zijn.”


20

CAMPUSKRANT | 1 FEBRUARI 2017

IN BEELD

Blokschade

© KU Leuven | Rob Stevens

Urenlang over leerstof gebogen zitten doet een lichaam geen deugd, dus laat deze studente haar stramme spieren maar al te graag onder handen nemen door een masseur. Het was één van de initiatieven waarmee LOKO de studenten op een zo aangenaam mogelijke manier door de examenperiode wou helpen. Onder de noemer SOS Blok deelde de studentenkoepel onder meer ook gratis soep en cursusblokken uit. En traditiegetrouw konden de blokkers bij LOKO terecht met hun verzoekjes, van afwas tot peptalk. Nieuw dit jaar was het SOS Bloklied, ingezongen door empathische professoren die zich inleefden in de wereld van hun studenten: “Ik heb die zin tien keer gelezen / En nog niks verstaan / En al die keuzevakken / Wat heb ik mezelf toch aangedaan …”

‘THE BIRDS’: UIT DE LUCHT GEGREPEN?

Pestvogels

NET ALS IN

DE FILM De wetenschap achter de filmhit

In Alfred Hitchcocks horrorfilm The Birds terroriseren moordzuchtige vogels de bevolking van een havenstadje. Ze maken tal van slachtoffers, maar een verklaring voor hun agressie blijft uit. Opvliegende dieren die ons zomaar belagen: waarheidsgetrouw of pure fictie? “Vogels die mensen op die manier en zonder enige aanleiding aanvallen, vind ik erg onwaarschijnlijk”, zegt biologisch psycholoog Rudi D’Hooge. “Het is natuurlijk een klassiek thema in horrorfilms: dieren die het op de mens gemunt hebben. Maar in werkelijkheid komt het zelden voor. Af en toe wordt iemand aangevallen door roofdieren of door planteneters zoals nijlpaarden en buffels, maar in dergelijke gevallen gaat het om zelfverdediging, zorg voor de jongen of territoriumdrift. Vogels zullen de mens ook nooit als prooi zien. Zelfs de grootste vogelsoorten, zoals gieren of arenden, leven van kleinere prooien, aas of visvangst.” In The Birds bundelen meeuwen, raven en merels de krachten en gaan ze de mens in grote zwermen te lijf. “Vogelsoorten zullen nooit op zo’n manier samenspannen”, zegt D’Hooge. “Wat wel

De film

The Birds (1963) Het verhaal

Melanie Daniels (Tippi Hedren) ontmoet advocaat Mitch Brenner (Rod Taylor) in een vogelwinkel. Ze raakt geïnteresseerd in de man en zoekt hem op in zijn vakantiehuisje in Bodega Bay, een havenplaatsje bij San Francisco. Tijdens een boottochtje wordt Melanie aangevallen door een meeuw. In de loop van haar verblijf beginnen de vogels zich steeds vreemder te gedragen en de bewoners van de baai te belagen, waarbij zelfs enkele doden vallen. Uit vrees voor hun leven slaan Melanie en Mitch op de vlucht.

voorkomt in de natuur is ‘mobbing’, een soort van pestgedrag waarbij een zwerm vogels gaat samenwerken om een grotere vijand te verjagen. Denk

aan een groepje zangvogels dat een roofvogel tracht weg te pesten. Die zangvogels doen dat uit zelfverdediging, omdat ze zich bedreigd voelen, of om hun jongen te beschermen.” “Ook mensen kunnen door een zwerm vogels aangevallen worden, bijvoorbeeld als je in de buurt van hun nesten komt. Wanneer documentairemakers de broedkolonies van meeuwen betreden, dragen ze steevast beschermende kledij. De meeuwen kunnen immers aanvallen en je in het gezicht pikken. Van reigers weten we dan weer dat ze mensen bestoken met uitwerpselen of op hen beginnen te braken. Niet dodelijk, maar ook niet aangenaam (lacht).”

“Over het algemeen moeten vogels meer schrik hebben voor de mens dan omgekeerd. Die angst zit ook ingebakken: net als heel wat andere dieren hebben ze een aangeboren vijandsbeeld dat werkt als beschermingsmechanisme. Als dat vijandsbeeld vervaagt, kunnen vogels bedreigend gedrag vertonen”, zegt D’Hooge. “Dat gebeurt als ze niet langer bang zijn voor de mens. Ze verliezen hun schuwheid en gaan ons dichter benaderen. Je ziet het bijvoorbeeld aan de kust, waar meeuwen zich op de ijsjes van kinderen storten. Het gaat die meeuwen om het voedsel, maar ze kunnen wel kinderen verwonden.”

“Je hoort ook weleens verhalen over aapjes die toeristen lastigvallen in natuurparken. Dat kan ver gaan: in sommige dorpen in Indië vind je langoeren, apen die de plaatselijke bevolking terroriseren. Ze stelen er eten op de markt en als ze hun zin niet krijgen, durven ze zelfs te bijten. De apen groeien op in gebieden waar geen vijanden voorkomen en waar hun populatie een abnormaal hoge dichtheid heeft aangenomen. Dat leidt tot meer competitie, frustratie en agressie.” “De dieren die de meeste verwondingen veroorzaken en dodelijke slachtoffers maken – als we ziekteverspreidende muggen buiten beschouwing laten – zijn huisdieren. Dat komt omdat ze volledig gehumaniseerd zijn: ze zijn tussen mensen opgegroeid, door hen opgevoed en beschouwen hen als soortgenoten. Daardoor kan er rivaliteit en territorialiteit ontstaan, bijvoorbeeld tussen een hond en zijn baas. De hond kan zich als leider van de groep opwerpen en zijn baasje bijten of zelfs doden. Maar ook

dat is eigenlijk een zeldzaamheid, omdat honden veelal onderdanig zijn aan de mens.” “Onverklaarbare agressie zie je dus eigenlijk zelden bij dieren”, zegt D’Hooge. “Er is natuurlijk wel hondsdolheid, een virusinfectie van de hersenen waardoor de braafste dieren plots enorm agressief worden. Bij vogels komt hondsdolheid niet voor, maar hun hersenen kunnen wel aangetast worden door een kiem of giftige stoffen die vreemd gedrag veroorzaken. Maar dan nog zullen die vogels niet samenspannen om je met een volledige zwerm achterna te zitten (lacht).”

TEKST: Pieter-Jan Borgelioen

Honderden kraaien verzamelen zich op de speelplaats van de plaatselijke lagere school. Wanneer de kinderen buiten komen, zetten ‘The Birds’ de aanval in. Ze achtervolgen de kinderen, en pikken en verwonden hen.

© Universal Pictures

De sleutelscène

COMPLETE FICTIE BIJ DE HAREN GETROKKEN NIET ZO VERGEZOCHT KLOPT HELEMAAL

Profile for KU Leuven

Campuskrant  

Januari 2017

Campuskrant  

Januari 2017

Profile for kuleuven
Advertisement