Issuu on Google+


Inhoudsopgave Hoofdstuk 1

Ken je pc

3

1.1 1.1.1

De computer Inleiding Opgave 1 Opgave 2 Wat je nog moet weten

5 5 5 6 6

1.2

Weet je het nog? Opgave 3 Opgave 4

7 7 7

1.3

Te onthouden Opgave 5 Opgave 6 Opgave 7

8 8 8 9

1.4 1.4.1 1.4.2 1.4.3

Het toetsenbord van nabij Inleiding Starten Enkele toetsen Opgave 8

1.1.2

Ken je pc - 4

10 10 10 11 12


Hooffd dstuk 1 Ken je pc 1.1 De computer 1.1.1. Inleiding Je werkte zeker al eens met een computer of pc. Hoe werkt het? Valt er iets mee te beleven? Hier leer je teksten maken, rekenen, tekenen en nog veel meer. Succes! • Je moet altijd eerst de juiste gegevens invoeren. Dit doe je met het toetsenbord of met de muis. • Je kunt alles zien op het beeldscherm en horen via de luidsprekers. • Teksten of tekeningen op papier zetten, dat doe je met de printer. • Het hart van de configuratie is de systeemeenheid.

5

Opgave 1

Kleur het toetsenbord groen, de muis geel, de printer rood en het beeldscherm blauw. de systeemeenheid kleur je oranje, de luidsprekers maak je grijs.

Je kunt deze tekening ook kleuren met de computer. Vraag aan je leraar hoe je de tekening op je scherm krijgt.

Ken je pc - 5


5

Opgave 2

í˘ł

í˘ą

í˘´

í˘ľ í˘˛

Zet het juiste cijfer bij de zinnen: De systeemeenheid is het hart van de computerconfiguratie. Via het toetsenbord kun je letters en cijfers invoeren of bevelen doorgeven aan de computer. Op het beeldscherm kun je zien wat je hebt getypt. Je kunt ook volgen hoe de computer opdrachten uitvoert. Door de luidsprekers kun je geluiden horen en muziek beluisteren. Met de muis kun je kiezen uit een menu of tekeningen maken, ...

1.1.2 Wat je nog moet weten ‌ Een computer heeft altijd een programma nodig. Dat staat op een CD, een DVD of op de harde schijf. Je kunt het programma vanaf de schijf in het werkgeheugen van de computer inladen. Het schijfstation brengt het programma of de gegevens in de computer.

Ken je pc - 6


1.2 Weet je het nog? 5

Opgave 3

Hieronder zie je een computerconfiguratie. Zet de juiste naam bij het juiste deel. Zet hiervoor de cijfers in het juiste vakje. Je kunt kiezen uit: 1 toetsenbord 4 printer

5

2 scherm 5 muis

3 systeemeenheid 6 schijfstation

Opgave 4

Zoek documentatie over computers in tijdschriften, weekbladen of folders. Stel hiermee een computerconfiguratie samen. Plak ze in het kader, schrijf de naam bij elk deel.

Ken je pc - 7


1.3 Te onthouden Een computerconfiguratie: 1 de systeemeenheid 2 het toetsenbord 3 het beeldscherm 4 de luidsprekers 5 de muis 6 de printer Een CD of DVD bevat computerprogramma’s en/of gegevens. Via het schijfstation kun je programma’s en/of gegevens • vanaf de schijf inladen in de computer; • vanaf de computer wegschrijven op de schijf.

5

Opgave 5

Plaats elke letter uit de tweede kolom op de juiste plaats in de ”grijze” kolom.

toetsenbord

A

monitor

beeldscherm

B

diskettestation

pc

C

software

schijfstation

D

klavier

computerprogramma’s

E

systeemeenheid

5

Opgave 6

Vul het juiste woord in. • Het geheel van alle delen bij de computer is de ...................................................................................... . • De gegevens uit de computer kun je vastleggen op papier met een ..................................................... . • Computerprogramma's staan op een ...................................................................................... . • Gegevens worden van een diskette ingeladen via het ...................................................................................... . • Het hart van de computerconfiguratie is de ...................................................................................... . • Gegevens kun je zelf invoeren in de computer via het ...................................................................................... .

Ken je pc - 8


5

Opgave 7

De knipsels die samenhoren geef je dezelfde kleur!

..................................................................................................................................................................................................................................

..................................................................................................................................................................................................................................

..................................................................................................................................................................................................................................

..................................................................................................................................................................................................................................

..................................................................................................................................................................................................................................

..................................................................................................................................................................................................................................

Ken je pc - 9


1.4 Het toetsenbord van nabij 1.4.1 Inleiding Je gegevens invoeren in de computer doe je via het toetsenbord. Als je vlot met een pc wilt werken, moet je ook het toetsenbord kunnen gebruiken. Het programma Toetsenbord-muis helpt je hierbij.

1.4.2 Starten Het programma is reeds ge誰nstalleerd op je pc. Je leraar vertelt hoe je kunt starten. Noteer dit: ............................................................................................................................................................................................................ Na enkele ogenblikken krijg je het startscherm:

De letters van het alfabet en de cijfers vind je binnen het schrijfmachineklavier. De uitleg vind je terug in het programma. Hiervoor moet je klikken op een onderdeel. Klikken stellen we zo voor:

Ken je pc - 10


1.4.3 Enkele toetsen De speciale toetsen moet je zeker kennen:

. De toets krijgt een gele kleur. Dit is de Wis-toets.

op

5

Voer de opdracht uit op je scherm!

op

5

. Hoeveel van deze toetsen zijn er? ............................................... . of

Als je deze toets indrukt samen met een letter, krijg je ......................................................................... .

op

5

. Hiermee spring je naar de ......................................................................... .

Wat gebeurt er als je tegelijk Shift + Tab indrukt? ......................................................................... . Duid de actieve knoppen aan met een kruisje.

Hoe kun je van Knop 3 naar Knop 1 zonder de muis te gebruiken? ..........................................................................................................................................................................................................................

5

Dit is de spatiebalk: Die druk je in om een spatie ( = lege ruimte tussen twee woorden) te krijgen.

5

. Dit is de Enter-toets, ook wel Return-toets genoemd. Zo heb je er

op ook twee! of

Hiermee neem je een nieuwe .........................................................................

.

Ken je pc - 11


5

Opgave 8

Op de volgende pagina zie je een toetsenbord. Kleur de speciale toetsen! • De Wis-toets: blauw • De Shift-toets: rood • De Tab-toets: groen • De Spatiebalk: geel • De Enter-toets: oranje Je kunt deze oefening ook doen aan de computer. Vraag aan je leraar hoe je de tekening op je scherm krijgt.

Ken je pc - 12


Ken je pc - 13


Beoordelingsblad

Cijfer

1

Opgave 1

2

Opgave 2

3

Opgave 3

4

Opgave 4

5

Opgave 5

6

Opgave 6

7

Opgave 7

8

Oefeningen programma Muis

9

Oefeningen programma Toetsenbord

10

Speciale toetsen

11

Opgave 8

12

Orde en netheid

Je score is Dit is

....................

....................

op .................... .

%.

Ken je pc - 14


Eenvoudig computergebruik