Page 1

KOW Magazine

Magazine

Nummer 2, jaargang 1 - najaaar 2009

Nummer 2, jaargang 1 - najaar 2009

KOW duurzaam, veelzijdig en gedreven Amsterdam / Den Haag / Eindhoven / Rotterdam / Shanghai - www.kow.nl

Maatschappelijk Vastgoed Recent opgeleverde projecten Interview staatssecretaris Jet Bussemaker Building Brains BIM Diner Pensant Verduurzaming woningvoorraad Engineering Opinie Duurzaamheidsbalans Chinese Poorten


Colofon 8

27

42

52

18

32

48

64

24

38

50

8 Interview Jet Bussemaker 18 Interview René van Dijk 24 Interview Wim Kos 27 Opinie 32 Maatschappelijk Vastgoed 38 Verduurzaming particuliere woningvoorraad 42 Diner Pensant 48 Duurzaamheidsbalans 50 Building Brains 52 Chinese Poorten 64 Engineering BIM 70 Drieluik

KOW Den Haag Esperantoplein 19 2501 CE Den Haag T 070 346 66 00 F 070 356 12 60 E info@kow.nl

KOW DDC Shanghai Rm 402, 4/F Building A, 1147 Kang Ding Road 200042 Shanghai, PR China T +86 21 312 65 518 F +86 21 613 20 922 E info@kow.nl

KOW Amsterdam KNSM-laan 163 1019 LC Amsterdam T 020 509 11 20 F 020 509 11 21 E info@kow.nl

Op de cover MFC Skoatterwâld, Herenveen

Aan dit nummer werkten mee: Aad Wubben, Brigitte Boel, Dirk Bekkering, Edward van Dongen, Frans Dirks, Guido Bekink, Hans Kaashoek, Jacques van Paassen, Jeroen Grosfeld, John Chan, Jorgen Haring, Judith de Vlaming, Kasper Hansen, Michael Urlings, Pieter Sitsen, Remko Veenstra, Renate van der Zee, René Buur, René Marey, Rob Vreeswijk, Robert Noordegraaf, Roel Jansen, Stef van der Gaag, Stefan Witteman, Tjerk Reijenga Grafisch ontwerp: Enos Kruijtbosch

KOW Eindhoven Klokgebouw 111 5617 AB Eindhoven T 040 250 32 32 F 040 250 32 33 E info@kow.nl Bouwbureau KOW Rotterdam Nieuwe Binnenweg 316a 3021 GV Rotterdam T 010 276 33 72 E bouwbureau@kow.nl I bouwbureaukow.nl

www.kow.nl

70

Eindredactie: Anjelica Cicilia, Arend Hilhorst

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt worden, in enige vorm of op enige wijze, hetzij electronisch, mechanisch, door fotocopieën, opnamen of enige andere vormen, zonder voorafgaande toestemming van de KOW Groep. Aan deze uitgave kunnen geen rechten worden ontleend. © 2009 KOW All rights reserved. No part of this book may be reproduced in any form, without written permission from the KOW Group. © 2009 KOW

Fotografie: KOW, Ronald Schlundt Bodien Redactie: redactie@kow.nl Uitgever: KOW Groep Druk: Anker Media Oplage: 2000 stuks


KOW Magazine najaar 2009

Introductie In het vorige nummer hebben we u een indruk gegeven van de visie, de structuur en de koers van KOW. De kredietcrisis heeft ons gedwongen om nog eens kritisch te kijken naar onze activiteiten en onze focus. KOW merkt een nadrukkelijke verschuiving in de opgave: steeds vaker wordt er van de architect verwacht een volwaardige coalitiepartner te zijn wiens inzicht en bekwaamheid verder reikt dan alleen een gebouw. Die vraag uit de markt biedt voor ons veel kansen. Er wordt nog steeds hard gewerkt aan een groot aantal mooie projecten, aan productontwikkeling, kennisverdieping en de verdere professionalisering van onze organisatie. De kansen en uitdagingen liggen er, en we grijpen ze met beide handen. De drie marktsectoren waarin KOW opereert zijn woningbouw, commercieel vastgoed en maatschappelijk vastgoed. In dit nummer besteden we uitgebreid aandacht aan maatschappelijk vastgoed. De totstandkoming van zorggebouwen en de wijze waarop ze worden gefinancierd is onderhevig aan steeds veranderende condities. Dat schept ruimte voor vernieuwing. In veel opzichten loopt de bouwopgave in deze sector voor op de commerciële sectoren. Ketenintegratie, procesinnovatie en ‘life

cycle cost’ analyses maken nu al deel uit van de bouwpraktijk. De toon daarvoor wordt in dit magazine gezet door een drietal interviews met Jet Bussemaker staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, René van Dijk lid van de raad van toezicht Stichting Pieter van Foreest zorginstellingen en Wim Kos voorzitter van de Raad van Bestuur ASVZ. Middels een aantal zorg- en schoolprojecten tonen wij onze ervaring met maatschappelijk vastgoed. Verder laten we u de resultaten zien van ons onderzoek naar de verduurzaming van de particuliere woningvoorraad in Den Haag. We vertellen u iets over het project Building Brains, we tonen de conclusies van een Diner Pensant in Eindhoven met woningbouwcorporaties en berichten over het Bouwbureau in Rotterdam dat KOW onlangs heeft geopend. De reacties op onze eerste uitgave waren positief en bemoedigend. Daarom informeren wij u ook nu weer met plezier via deze weg. U staat bij ons centraal: laat daarom vooral uw mening aan ons weten. redactie@kow.nl

3


4

KOW Magazine najaar 2009

MFC Skoatterwâld - Heerenveen

MFC ‘De Spil’

Heerenveen Ruimtecoach Met deze mindsetting hebben wij MFC ‘De Spil’ in de nieuwe wijk Skoatterwald in Heerenveen ontworpen. Deze wijk zal rond 2020 zo’n 6000 inwoners tellen, qua grootte vergelijkbaar met een gemiddeld dorp. In een dorp zijn er fijnmazige dwarsverbanden tussen functies, kennen mensen elkaar, is er zorg voor elkaar, kortom de zorgzame samenleving is daar aanwezig. Na het winnen van de Europese aanbesteding met conceptuele gedachten over de Friese context en kleinschaligheid, werd vrij snel duidelijk dat we alleen samen met de gebruikers een werkelijk concept van waarde konden ontwikkelen. Een lege schetsrol, twee luisterende oren en een mooi gelegen schegvormig eiland tussen twee wijkdelen van Skoatterwâld, met dwars door deze wijkdelen heen in de Noord-Zuid richting, een door Ashok Bhalotra ontworpen stedenbouwkundige as op de stedenbouwkundige kaart, vormden de basis. Een aantal interactieve workshops verder werd duidelijk dat het architectonisch concept moest voldoen aan:

MFC Skoatterwâld, Heerenveen Differentiatie: Gecombineerd project, 88 (levensloop-)appartementen, 12 grondgebonden woningen, 24 psychogeriatrische zorgeenheden, kinderopvang, school, gymzaal, sociaal cultureel centrum en commerciële ruimte Ontwerp: KOW, 2004 Status: Opgeleverd Architect: ir. Hans Kaashoek Opdrachtgever: Corporatieholding Friesland

“Een zekere mate van eigen identiteit per gebruiker, een mogelijkheid tot samenwerking en het delen van ruimtes, een hoge mate van flexibiliteit qua ruimtegebruik, uitbreidbaarheid zonder het architectonische beeld te hoeven aantasten, en het Friese imago en de context van het eiland waarbij het landschap, de historie en de stedenbouwkundige setting een belangrijke rol spelen”.

Concept ontwikkeling Met ruimte- relatieschema’s, schetsmaquettes, veel schetsen en associatief denken tijdens de workshops ontstond het beeldende idee dat: • “Een uitgeholde boomstam met takken en bladeren” het conceptuele antwoord op de vraagstelling zou kunnen zijn. • “Skoatterwâld” betekent: “Eerste scheut van een nieuw woud”. • Samenwerken tussen onderdelen kan alleen als alle onderdelen functioneren. • Sociale cohesie tussen de participanten en hun achterliggende doelgroepen kan alleen als er dialoog tussen partijen ontstaat. Het concept, weliswaar organisch van aard, maar ook in hoge mate rationeel rekening houdend met een repeterende draagstructuur, versus een flexibele invulling kreeg vervolgens vorm. Het grote voordeel van de inzet van organische vormentaal was ook de grote mate van flexibiliteit. “De boom met haar takken en bladeren groeide net even anders”. WMO betekent in MFC ‘De Spil’ niet: “Weg Met Oma”, maar dat ouderen en mensen met een beperking zo lang mogelijk recht hebben op een plaats in de samenleving. “Door deze “vermaatschappelijking” en de daaraan gekoppelde deconcentratie van intramurale voorzieningen wordt zorg en ondersteuning steeds meer aangeboden

5


4

KOW Magazine najaar 2009

MFC Skoatterwâld - Heerenveen

MFC ‘De Spil’

Heerenveen Ruimtecoach Met deze mindsetting hebben wij MFC ‘De Spil’ in de nieuwe wijk Skoatterwald in Heerenveen ontworpen. Deze wijk zal rond 2020 zo’n 6000 inwoners tellen, qua grootte vergelijkbaar met een gemiddeld dorp. In een dorp zijn er fijnmazige dwarsverbanden tussen functies, kennen mensen elkaar, is er zorg voor elkaar, kortom de zorgzame samenleving is daar aanwezig. Na het winnen van de Europese aanbesteding met conceptuele gedachten over de Friese context en kleinschaligheid, werd vrij snel duidelijk dat we alleen samen met de gebruikers een werkelijk concept van waarde konden ontwikkelen. Een lege schetsrol, twee luisterende oren en een mooi gelegen schegvormig eiland tussen twee wijkdelen van Skoatterwâld, met dwars door deze wijkdelen heen in de Noord-Zuid richting, een door Ashok Bhalotra ontworpen stedenbouwkundige as op de stedenbouwkundige kaart, vormden de basis. Een aantal interactieve workshops verder werd duidelijk dat het architectonisch concept moest voldoen aan:

MFC Skoatterwâld, Heerenveen Differentiatie: Gecombineerd project, 88 (levensloop-)appartementen, 12 grondgebonden woningen, 24 psychogeriatrische zorgeenheden, kinderopvang, school, gymzaal, sociaal cultureel centrum en commerciële ruimte Ontwerp: KOW, 2004 Status: Opgeleverd Architect: ir. Hans Kaashoek Opdrachtgever: Corporatieholding Friesland

“Een zekere mate van eigen identiteit per gebruiker, een mogelijkheid tot samenwerking en het delen van ruimtes, een hoge mate van flexibiliteit qua ruimtegebruik, uitbreidbaarheid zonder het architectonische beeld te hoeven aantasten, en het Friese imago en de context van het eiland waarbij het landschap, de historie en de stedenbouwkundige setting een belangrijke rol spelen”.

Concept ontwikkeling Met ruimte- relatieschema’s, schetsmaquettes, veel schetsen en associatief denken tijdens de workshops ontstond het beeldende idee dat: • “Een uitgeholde boomstam met takken en bladeren” het conceptuele antwoord op de vraagstelling zou kunnen zijn. • “Skoatterwâld” betekent: “Eerste scheut van een nieuw woud”. • Samenwerken tussen onderdelen kan alleen als alle onderdelen functioneren. • Sociale cohesie tussen de participanten en hun achterliggende doelgroepen kan alleen als er dialoog tussen partijen ontstaat. Het concept, weliswaar organisch van aard, maar ook in hoge mate rationeel rekening houdend met een repeterende draagstructuur, versus een flexibele invulling kreeg vervolgens vorm. Het grote voordeel van de inzet van organische vormentaal was ook de grote mate van flexibiliteit. “De boom met haar takken en bladeren groeide net even anders”. WMO betekent in MFC ‘De Spil’ niet: “Weg Met Oma”, maar dat ouderen en mensen met een beperking zo lang mogelijk recht hebben op een plaats in de samenleving. “Door deze “vermaatschappelijking” en de daaraan gekoppelde deconcentratie van intramurale voorzieningen wordt zorg en ondersteuning steeds meer aangeboden

5


6

KOW Magazine najaar 2009

MFC Skoatterwâld - Heerenveen

‘Een zorgzame samenleving in het klein’

in de eigen vertrouwde omgeving van mensen thuis. Ook is er minder sprake van verkokering in de zorg. Ouderen, mensen met een handicap of met psychische stoornissen worden steeds minder als aparte doelgroepen benaderd. Daarbij ligt het accent steeds minder op zorg maar meer op welzijn. Naarmate mensen zich meer welbevinden en de regie op hun eigen leven kunnen behouden kan zorg uitgesteld worden.” De drie zorgpartijen Moerborgh, De Friese Wouden, en Talant hebben samen met de scholen, het kinderdagverblijf, de buurtsuper en het buurtrestaurant een prachtige zorg samenwerking opgezet. Zo is er een participatie vanuit de dagbesteding van cliënten van Talant in activiteiten zoals meehelpen op scholen, in de kinderopvang, in de buurtsuper etc. De buitenomgeving van kinderen en ouderen wordt samen gedeeld en ouderen kunnen deelnemen aan activiteiten van de scholen, zoals voorlezen, en coachen. Uiteindelijk kun je van 0 tot 99 deel uitmaken van “De Spil” in Skoatterwâld. Inbreng duurzaamheid Bij zo’n organisch, mensvriendelijk concept hebben we de drie P’s ten aanzien van duurzaamheid optimaal in evenwicht gebracht. De P’s van People en Profit worden gediend met het ontwerp van de draagconstructie. Die is ontworpen op uitbreiding en veranderbaarheid. De wat grotere overspanningen en de kolommen structuur, laten meerdere variabele functies toe, die als inbouw middels metal stud wanden telkens weer anders kunnen worden ingevuld.

STAGG excursies naar Amerika, o.a. Chicago en in Zwitserland o.a. Luzern, laten zien dat dit voor zorggerelateerde multifunctionele gebouwen de meest rationele oplossing biedt. De basisgedachte moet zijn: ontwerp minimaal twee verschillende doelgroepplattegronden binnen de gegeven draagstructuur,“ de omkeerbaar bouwen gedachte”, dan is het gebouw duurzaam. De P van Planet wordt gediend met, naast optimale energiezuinigheid en gezondheid, het huisvesten van vogels, zoals zwaluwen en uilen in nestkasten in “De bast van de Boom”. Een webcam erbij zorgt voor duurzame educatie aan de nieuwe generatie die echt aan de gang moet met duurzaamheid, wil deze blijven overleven. Kortom het “Rentmeesterlijk” hart voor moeder aarde heeft bij dit project hard geklopt. Het resultaat Het is een echt Fries gebouw geworden. De zwarte planken, en de robuuste houten kolommen van “de Bast van de Boom” representeren de sfeer van de Friese boerenschuur. Deels schuin geplaatste houten geveldelen ter plaatse van de entree van de scholen representeren klokkentorens in het weidse Friese landschap. De grote overstekken, de bladeren representerend, weren de zon, de boomstammen zorgen voor een organisch ritme. De puien van de diverse ruimtes zijn jazz, Boogy Woogy, kleurrijk als een tijdmachine, licht en lucht, de Friese wolkenluchten, zonneharpen gelijk. De kinderen spelen hun spel, de ouderen kijken, of doen mee. We horen Sielesalt van Nynke Laverman. Wij zijn blij. ir. Hans Kaashoek

7


6

KOW Magazine najaar 2009

MFC Skoatterwâld - Heerenveen

‘Een zorgzame samenleving in het klein’

in de eigen vertrouwde omgeving van mensen thuis. Ook is er minder sprake van verkokering in de zorg. Ouderen, mensen met een handicap of met psychische stoornissen worden steeds minder als aparte doelgroepen benaderd. Daarbij ligt het accent steeds minder op zorg maar meer op welzijn. Naarmate mensen zich meer welbevinden en de regie op hun eigen leven kunnen behouden kan zorg uitgesteld worden.” De drie zorgpartijen Moerborgh, De Friese Wouden, en Talant hebben samen met de scholen, het kinderdagverblijf, de buurtsuper en het buurtrestaurant een prachtige zorg samenwerking opgezet. Zo is er een participatie vanuit de dagbesteding van cliënten van Talant in activiteiten zoals meehelpen op scholen, in de kinderopvang, in de buurtsuper etc. De buitenomgeving van kinderen en ouderen wordt samen gedeeld en ouderen kunnen deelnemen aan activiteiten van de scholen, zoals voorlezen, en coachen. Uiteindelijk kun je van 0 tot 99 deel uitmaken van “De Spil” in Skoatterwâld. Inbreng duurzaamheid Bij zo’n organisch, mensvriendelijk concept hebben we de drie P’s ten aanzien van duurzaamheid optimaal in evenwicht gebracht. De P’s van People en Profit worden gediend met het ontwerp van de draagconstructie. Die is ontworpen op uitbreiding en veranderbaarheid. De wat grotere overspanningen en de kolommen structuur, laten meerdere variabele functies toe, die als inbouw middels metal stud wanden telkens weer anders kunnen worden ingevuld.

STAGG excursies naar Amerika, o.a. Chicago en in Zwitserland o.a. Luzern, laten zien dat dit voor zorggerelateerde multifunctionele gebouwen de meest rationele oplossing biedt. De basisgedachte moet zijn: ontwerp minimaal twee verschillende doelgroepplattegronden binnen de gegeven draagstructuur,“ de omkeerbaar bouwen gedachte”, dan is het gebouw duurzaam. De P van Planet wordt gediend met, naast optimale energiezuinigheid en gezondheid, het huisvesten van vogels, zoals zwaluwen en uilen in nestkasten in “De bast van de Boom”. Een webcam erbij zorgt voor duurzame educatie aan de nieuwe generatie die echt aan de gang moet met duurzaamheid, wil deze blijven overleven. Kortom het “Rentmeesterlijk” hart voor moeder aarde heeft bij dit project hard geklopt. Het resultaat Het is een echt Fries gebouw geworden. De zwarte planken, en de robuuste houten kolommen van “de Bast van de Boom” representeren de sfeer van de Friese boerenschuur. Deels schuin geplaatste houten geveldelen ter plaatse van de entree van de scholen representeren klokkentorens in het weidse Friese landschap. De grote overstekken, de bladeren representerend, weren de zon, de boomstammen zorgen voor een organisch ritme. De puien van de diverse ruimtes zijn jazz, Boogy Woogy, kleurrijk als een tijdmachine, licht en lucht, de Friese wolkenluchten, zonneharpen gelijk. De kinderen spelen hun spel, de ouderen kijken, of doen mee. We horen Sielesalt van Nynke Laverman. Wij zijn blij. ir. Hans Kaashoek

7


8

KOW Magazine najaar 2009

Interview KOW Magazine najaar 2009

P

Interview met Jet Bussemaker, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

zelf

Je hele leven mag je waar en hoe je woont, maar als je nodig hebt ² je ineens

bepalen zorg krijg

24 m !’

Jet Bussemaker is sinds 2007 staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Zij was daarvoor Kamerlid voor de PvdA en docent en onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam, waar zij in 1993 promoveerde. Wij spreken haar op haar werkkamer op het ministerie op een donker wordende donderdagmiddag. De ‘tas’ zien wij klaar staan bij de secretaresse. Na ons gesprek moet zij naar een toneelpremière in Leiden waar zij de koningin zal vergezellen. Op uw weblog lazen wij over uw bezoek aan een mantelzorgwoning in Oostzaan. Kunt u iets meer vertellen over dit voorbeeld van aangepaste bouw? Ja: het gaat om een prefab woning in de tuin bij zijn familie. Van een jonge man die ondanks zijn handicap in zijn eigen omgeving wilde blijven wonen. Met enige moeite kreeg hij toestemming van de gemeente. In die omgeving kon zijn familie mantelzorg verrichten. Zo kon hij zelfstandig blijven wonen terwijl hij veel zorg nodig heeft. Gelukkig was daar in Oostzaan de ruimte beschikbaar voor de prefab woning met veel domotica. En hij kon gebruik maken van zijn persoonsgebonden budget. Het bestemmingsplan was natuurlijk wel een obstakel. Dus je hebt de medewerking van de gemeente nodig. Daarom heb ik aan gemeentes een brief gestuurd om in dit soort gevallen tot hanteerbare regels te komen. Eind dit jaar wil ik

de reacties bekijken. Met de bedoeling om tot afspraken te komen. Er zijn veel meer varianten nodig en mogelijk. Bijvoorbeeld een grootmoeder die voor de kleinkinderen zorgt; en de kinderen die voor oma zorgen; mantelzorg over en weer. Trefwoorden zijn diversiteit en tijdelijkheid. We verwijzen naar het gesprek met René van Dijk over het scheiden van wonen en zorg. De staatssecretaris reageert. Je hele leven mag je zelf bepalen, afhankelijk van je financiële mogelijkheden waar en hoe je woont. Maar als je zorg nodig hebt krijg je ineens vierentwintig vierkante meter! We moeten toe naar veel meer keuzemogelijkheden. Zie het voorbeeld Strijp-Waterhof in Den Haag. Je kunt een appartement huren of kopen met thuiszorg als je die nodig hebt. En er is een restaurant waar ook de buurt of bezoekers gebruik van kunnen maken. Dus

9


8

KOW Magazine najaar 2009

Interview KOW Magazine najaar 2009

P

Interview met Jet Bussemaker, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

zelf

Je hele leven mag je waar en hoe je woont, maar als je nodig hebt ² je ineens

bepalen zorg krijg

24 m !’

Jet Bussemaker is sinds 2007 staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Zij was daarvoor Kamerlid voor de PvdA en docent en onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam, waar zij in 1993 promoveerde. Wij spreken haar op haar werkkamer op het ministerie op een donker wordende donderdagmiddag. De ‘tas’ zien wij klaar staan bij de secretaresse. Na ons gesprek moet zij naar een toneelpremière in Leiden waar zij de koningin zal vergezellen. Op uw weblog lazen wij over uw bezoek aan een mantelzorgwoning in Oostzaan. Kunt u iets meer vertellen over dit voorbeeld van aangepaste bouw? Ja: het gaat om een prefab woning in de tuin bij zijn familie. Van een jonge man die ondanks zijn handicap in zijn eigen omgeving wilde blijven wonen. Met enige moeite kreeg hij toestemming van de gemeente. In die omgeving kon zijn familie mantelzorg verrichten. Zo kon hij zelfstandig blijven wonen terwijl hij veel zorg nodig heeft. Gelukkig was daar in Oostzaan de ruimte beschikbaar voor de prefab woning met veel domotica. En hij kon gebruik maken van zijn persoonsgebonden budget. Het bestemmingsplan was natuurlijk wel een obstakel. Dus je hebt de medewerking van de gemeente nodig. Daarom heb ik aan gemeentes een brief gestuurd om in dit soort gevallen tot hanteerbare regels te komen. Eind dit jaar wil ik

de reacties bekijken. Met de bedoeling om tot afspraken te komen. Er zijn veel meer varianten nodig en mogelijk. Bijvoorbeeld een grootmoeder die voor de kleinkinderen zorgt; en de kinderen die voor oma zorgen; mantelzorg over en weer. Trefwoorden zijn diversiteit en tijdelijkheid. We verwijzen naar het gesprek met René van Dijk over het scheiden van wonen en zorg. De staatssecretaris reageert. Je hele leven mag je zelf bepalen, afhankelijk van je financiële mogelijkheden waar en hoe je woont. Maar als je zorg nodig hebt krijg je ineens vierentwintig vierkante meter! We moeten toe naar veel meer keuzemogelijkheden. Zie het voorbeeld Strijp-Waterhof in Den Haag. Je kunt een appartement huren of kopen met thuiszorg als je die nodig hebt. En er is een restaurant waar ook de buurt of bezoekers gebruik van kunnen maken. Dus

9


10

interview - Jet Bussemaker

KOW Magazine najaar 2009

11

‘Naast het bekendheid geven aan voorbeeldige architectuur in de zorgsector gaat het om de professionalisering van het opdrachtgeverschap.’ wél gegarandeerde zorg maar geen lange gangen. Je hebt elders ook meer en meer woongroepen: een Indische groep, een Gooische woongroep of een boerse woongroep. Die zelf koken en geen gebruik hoeven maken van de ‘gaarkeuken’. In die zin moeten we weg van het grote, de onpersoonlijke zorginstelling. Die kleinschaligheid kan best binnen een groter verband. Zodat je je backoffice deelt en schaalvoordelen hebt. Maar uitgangspunt is de individuele behoefte.

Het betekent ook dat personeel anders moet gaan werken. De opleiding moet veranderen. De Hedy d’Anconaprijs voor excellente zorgarchitectuur is bedoeld als stimulans. Volgend jaar wordt zij voor het eerst uitgereikt en ik verwacht daar veel van. Het gaat om een tweejaarlijks toe te kennen prijs. Naast het bekendheid geven aan voorbeeldige architectuur in de zorgsector gaat het om de professionalisering van het opdrachtgeverschap.

Wat de stedenbouw betreft denk ik aan woonzorgzones. Waarbij de hele buurt betrokken is. Want in de toekomst is geld niet zozeer het probleem, maar het beschikbare personeel. Daarom moeten we een beroep doen op de omgeving, mantelzorgers en anderen. Door bij de inrichting van de buurt mogelijkheden te scheppen. Van nabijheid. Weet je dat sommige instellingen familie en de buurt juist op afstand houden? Omdat ze die verstorend vinden voor hun werkzaamheden. Terwijl we die bijdragen juist zo nodig hebben. Naast meer betrokken mensen kunnen we meer gebruik maken van domotica en naar een grotere efficiency streven. Met natuurlijk buurtzorg en de wijkverpleegkundige. Om mensen beter in staat te stellen voor zichzelf te zorgen. Daar buigt het ingestelde zorginnovatieplatform zich ook over. Die moet de creativiteit vrij spel geven. Daarom is het goed dat het bouwregime is veranderd. We leggen geen regels op maar bieden ruimte voor een zo groot mogelijke verscheidenheid aan woningen en appartementen. Hier zijn de financiën wel een probleem. Maar meer vrijheid betekent tegelijkertijd meer verantwoordelijkheid, ook in financiële zin. We willen naar een woonkamersfeer; geen ziekenhuis.

Door de verandering in de gebouwexploitatie is het noodzakelijk nieuwe zorgconcepten te combineren met ondernemerschap. Sinds de afschaffing van het bouwregime is er een grote omslag gaande in het denken over vastgoed. Is het wel toekomstbestendig, trek ik hier wel cliënten mee, is dit wat cliënten willen? Ik vind dat je bij de bouw vooral moet luisteren naar de wensen van bewoners en moet nadenken over de vraag hoe het er over twintig jaar uit zou kunnen zien. Zorg en logistiek zijn op zich makkelijk te combineren, maar als daarbij het wonen wordt betrokken, is dat veel lastiger. Vanuit die wens van de cliënten moeten architecten een voor de zorgaanbieder functioneel gebouw ontwerpen. Je moet proberen van een zorgconcept naar een zorg-, woon-, en welzijnsconcept te komen. We nemen samen met Jet Bussemaker de speciale bewindspersonen lift naar de uitgang. Zij vraagt naar een gemeenschappelijke kennis. Haar dag zit er nog niet op. En haar werk al helemaal niet. Arend Hilhorst


10

interview - Jet Bussemaker

KOW Magazine najaar 2009

11

‘Naast het bekendheid geven aan voorbeeldige architectuur in de zorgsector gaat het om de professionalisering van het opdrachtgeverschap.’ wél gegarandeerde zorg maar geen lange gangen. Je hebt elders ook meer en meer woongroepen: een Indische groep, een Gooische woongroep of een boerse woongroep. Die zelf koken en geen gebruik hoeven maken van de ‘gaarkeuken’. In die zin moeten we weg van het grote, de onpersoonlijke zorginstelling. Die kleinschaligheid kan best binnen een groter verband. Zodat je je backoffice deelt en schaalvoordelen hebt. Maar uitgangspunt is de individuele behoefte.

Het betekent ook dat personeel anders moet gaan werken. De opleiding moet veranderen. De Hedy d’Anconaprijs voor excellente zorgarchitectuur is bedoeld als stimulans. Volgend jaar wordt zij voor het eerst uitgereikt en ik verwacht daar veel van. Het gaat om een tweejaarlijks toe te kennen prijs. Naast het bekendheid geven aan voorbeeldige architectuur in de zorgsector gaat het om de professionalisering van het opdrachtgeverschap.

Wat de stedenbouw betreft denk ik aan woonzorgzones. Waarbij de hele buurt betrokken is. Want in de toekomst is geld niet zozeer het probleem, maar het beschikbare personeel. Daarom moeten we een beroep doen op de omgeving, mantelzorgers en anderen. Door bij de inrichting van de buurt mogelijkheden te scheppen. Van nabijheid. Weet je dat sommige instellingen familie en de buurt juist op afstand houden? Omdat ze die verstorend vinden voor hun werkzaamheden. Terwijl we die bijdragen juist zo nodig hebben. Naast meer betrokken mensen kunnen we meer gebruik maken van domotica en naar een grotere efficiency streven. Met natuurlijk buurtzorg en de wijkverpleegkundige. Om mensen beter in staat te stellen voor zichzelf te zorgen. Daar buigt het ingestelde zorginnovatieplatform zich ook over. Die moet de creativiteit vrij spel geven. Daarom is het goed dat het bouwregime is veranderd. We leggen geen regels op maar bieden ruimte voor een zo groot mogelijke verscheidenheid aan woningen en appartementen. Hier zijn de financiën wel een probleem. Maar meer vrijheid betekent tegelijkertijd meer verantwoordelijkheid, ook in financiële zin. We willen naar een woonkamersfeer; geen ziekenhuis.

Door de verandering in de gebouwexploitatie is het noodzakelijk nieuwe zorgconcepten te combineren met ondernemerschap. Sinds de afschaffing van het bouwregime is er een grote omslag gaande in het denken over vastgoed. Is het wel toekomstbestendig, trek ik hier wel cliënten mee, is dit wat cliënten willen? Ik vind dat je bij de bouw vooral moet luisteren naar de wensen van bewoners en moet nadenken over de vraag hoe het er over twintig jaar uit zou kunnen zien. Zorg en logistiek zijn op zich makkelijk te combineren, maar als daarbij het wonen wordt betrokken, is dat veel lastiger. Vanuit die wens van de cliënten moeten architecten een voor de zorgaanbieder functioneel gebouw ontwerpen. Je moet proberen van een zorgconcept naar een zorg-, woon-, en welzijnsconcept te komen. We nemen samen met Jet Bussemaker de speciale bewindspersonen lift naar de uitgang. Zij vraagt naar een gemeenschappelijke kennis. Haar dag zit er nog niet op. En haar werk al helemaal niet. Arend Hilhorst


12

Nieuws

KOW Magazine najaar 2009

13

Bouwbureau KOW Rotterdam

KOW heeft het Bouwbureau aan de Nieuwe Binnenweg in Rotterdam geopend. Het bouwbureau zal zich specifiek richten op de planvorming, de bouwbegeleiding en het aanvragen van subsidies voor groot onderhoud van particuliere eigenaren. Voor meer informatie zie: www.bouwbureauKOW.nl

Het Zonnedek - Sliedrecht Centrale rol voor de natuur

Hoogste punt MFA Vliedberg

Op 17 juli jl. werd het hoogste punt van de MultiFunctionele Accommodatie (MFA) in de wijk Vliedberg in Vlijmen bereikt. De bouw ligt op schema. Het hoogste punt van de MFA vormt de staalconstructie van de gymzaal, op de tweede verdieping, op zo’n 13,5 meter. Ter gelegenheid van het hoogste punt werden onder andere rondleidingen op het bouwterrein verzorgd. De toekomstige bewoners konden voor het eerst een kijkje nemen in hun toekomstige woning en kennismaken met hun aanstaande buren. Inmiddels is een begin gemaakt met de afbouw. Naar verwachting wordt de MFA in het eerste kwartaal van 2010 opgeleverd. In de MFA Vliedberg vestigen zich straks verschillende organisaties, van kinderopvang, buitenschoolse opvang, peuterspeelzaal tot basisschool. Het wordt ook een ontmoetingsplek voor jong en oud met een wijkwinkel, buurthuis en maatschappelijk werk. Daarnaast komen er huurwoningen, waarvan een gedeelte bestemd is voor begeleid wonen voor mensen met een beperking.

La vida verde is een door KOW ontwikkeld woonconcept waarbij de natuur een centrale rol speelt. De natuur wordt letterlijk de woning ingebracht en de directe omgeving wordt bewoonbaar gemaakt voor mensen met een meervoudige handicap. Het groen werkt als natuurlijke snoezelaar die alle zintuigen prikkelt. Groene elementen zorgen ook voor rust en filteren het teveel aan prikkels. Zo sluit het ontwerp optimaal aan bij de doelgroep. Op verzoek van ASVZ Zuid West hebben we dit concept voor de locatie Merwebolder te Sliedrecht vertaald in het ontwerp voor Het Zonnedek.

Anjelica Cicilia in top 5

Building Passion Award 2009

De Building Passion Vrouw van het Jaar Award wil vrouwen die in de bouw werkzaam zijn meer zichtbaar maken. Tot de genomineerden behoren Maartje Lammers van 24H Architecture (Rotterdam) en Anjelica Cicilia van KOW (Den Haag). Verder zijn Sabine van den Boom (Heddes Bouw, Hoorn), Michelle Prins (DEC, Volker Wessels, Amersfoort) en Elphi Nelissen (Nelissen Ingenieursbureau, Eindhoven) genomineerd. De jury stond onder voorzitterschap van Harm Tilman en bestond verder uit Heleen Mees, Myrthe Hylkens, Ellen Sander en Hans Lensvelt. De winnaar wordt bekend gemaakt op 8 december 2009 tijdens een feestelijke bijeenkomst in de Lijm- & Cultuurfabriek te Delft. Meer info: www.buildingpassion.nl (bron: de Architect)

KOW en ERA Contour winnen Babberspolder, Vlaardingen 308 eengezinswoningen en 57 appartementen in een herstructureringswijk Op de ontmoetingspunten van de stempels ontstaat een centrale plek die per woonveld op een andere manier wordt vormgegeven. De toekomstige bewoners van elk deelgebied worden betrokken bij het ontwerpproces voor de indeling van de middengebieden. Door middel van deze bewoners participatie ontstaat er een gewilde woonomgeving. De eindgebruiker met zijn woonwensen staat hierbij centraal.

Winning design KOW & 4D Architects for ‘the National University of Tainan’ in Taiwan KOW Shanghai collaborated as a green consultant with 4D Architects (Taiwan) on a design competition for four buildings on the new campus of the National University of Tainan in Taiwan. The four buildings are the administration building, a general teaching building with classroom facilities for all faculties, a research/lab building and a dormitory. The new university campus is part of a protected wetlands system. As a result, all new university buildings are required to be elevated above ground level on stilts. Several other sustainable design principles are part of the winning scheme: natural-shunt ventilation for the student dormitories, (passive) solar energy, green roofs, wind-power generators and photo-voltaics. The V-shaped roofs make use of the Venturi-effect to create pleasant outdoor spaces in Taiwans tropical weather and to increase natural ventilation. Although the design process has been driven by 4D Architects, KOW will remain involved during the upcoming design development stage.

KOW aanwezig op de ‘Shanghai International Creative Industry Week Design Week’ Tijdens de jaarlijkse SICIW was KOW nadrukkelijk aanwezig als grootste Nederlandse architectenbureau in China. Verschillende landen hadden ieder een eigen ruimte tot hun beschikking waarin zij hun creatieve export-industrie en kennis konden tentoonstellen. Dit jaar was de opkomst groter dan ooit, in de aanloop naar de Wereld Expo 2010 die vanaf mei in Shanghai plaatsvindt. Van alle landen was Nederland het meest opvallend aanwezig. Dutch Design is nog altijd wereldwijd beroemd en populair en ook het werk van KOW viel bij het Chinese publiek opnieuw in zeer goede aarde.

KOW en William McDounough + Partners

ontwerpen nieuwe huisvesting voor BSH in Park 20|20, Hoofddorp


12

Nieuws

KOW Magazine najaar 2009

13

Bouwbureau KOW Rotterdam

KOW heeft het Bouwbureau aan de Nieuwe Binnenweg in Rotterdam geopend. Het bouwbureau zal zich specifiek richten op de planvorming, de bouwbegeleiding en het aanvragen van subsidies voor groot onderhoud van particuliere eigenaren. Voor meer informatie zie: www.bouwbureauKOW.nl

Het Zonnedek - Sliedrecht Centrale rol voor de natuur

Hoogste punt MFA Vliedberg

Op 17 juli jl. werd het hoogste punt van de MultiFunctionele Accommodatie (MFA) in de wijk Vliedberg in Vlijmen bereikt. De bouw ligt op schema. Het hoogste punt van de MFA vormt de staalconstructie van de gymzaal, op de tweede verdieping, op zo’n 13,5 meter. Ter gelegenheid van het hoogste punt werden onder andere rondleidingen op het bouwterrein verzorgd. De toekomstige bewoners konden voor het eerst een kijkje nemen in hun toekomstige woning en kennismaken met hun aanstaande buren. Inmiddels is een begin gemaakt met de afbouw. Naar verwachting wordt de MFA in het eerste kwartaal van 2010 opgeleverd. In de MFA Vliedberg vestigen zich straks verschillende organisaties, van kinderopvang, buitenschoolse opvang, peuterspeelzaal tot basisschool. Het wordt ook een ontmoetingsplek voor jong en oud met een wijkwinkel, buurthuis en maatschappelijk werk. Daarnaast komen er huurwoningen, waarvan een gedeelte bestemd is voor begeleid wonen voor mensen met een beperking.

La vida verde is een door KOW ontwikkeld woonconcept waarbij de natuur een centrale rol speelt. De natuur wordt letterlijk de woning ingebracht en de directe omgeving wordt bewoonbaar gemaakt voor mensen met een meervoudige handicap. Het groen werkt als natuurlijke snoezelaar die alle zintuigen prikkelt. Groene elementen zorgen ook voor rust en filteren het teveel aan prikkels. Zo sluit het ontwerp optimaal aan bij de doelgroep. Op verzoek van ASVZ Zuid West hebben we dit concept voor de locatie Merwebolder te Sliedrecht vertaald in het ontwerp voor Het Zonnedek.

Anjelica Cicilia in top 5

Building Passion Award 2009

De Building Passion Vrouw van het Jaar Award wil vrouwen die in de bouw werkzaam zijn meer zichtbaar maken. Tot de genomineerden behoren Maartje Lammers van 24H Architecture (Rotterdam) en Anjelica Cicilia van KOW (Den Haag). Verder zijn Sabine van den Boom (Heddes Bouw, Hoorn), Michelle Prins (DEC, Volker Wessels, Amersfoort) en Elphi Nelissen (Nelissen Ingenieursbureau, Eindhoven) genomineerd. De jury stond onder voorzitterschap van Harm Tilman en bestond verder uit Heleen Mees, Myrthe Hylkens, Ellen Sander en Hans Lensvelt. De winnaar wordt bekend gemaakt op 8 december 2009 tijdens een feestelijke bijeenkomst in de Lijm- & Cultuurfabriek te Delft. Meer info: www.buildingpassion.nl (bron: de Architect)

KOW en ERA Contour winnen Babberspolder, Vlaardingen 308 eengezinswoningen en 57 appartementen in een herstructureringswijk Op de ontmoetingspunten van de stempels ontstaat een centrale plek die per woonveld op een andere manier wordt vormgegeven. De toekomstige bewoners van elk deelgebied worden betrokken bij het ontwerpproces voor de indeling van de middengebieden. Door middel van deze bewoners participatie ontstaat er een gewilde woonomgeving. De eindgebruiker met zijn woonwensen staat hierbij centraal.

Winning design KOW & 4D Architects for ‘the National University of Tainan’ in Taiwan KOW Shanghai collaborated as a green consultant with 4D Architects (Taiwan) on a design competition for four buildings on the new campus of the National University of Tainan in Taiwan. The four buildings are the administration building, a general teaching building with classroom facilities for all faculties, a research/lab building and a dormitory. The new university campus is part of a protected wetlands system. As a result, all new university buildings are required to be elevated above ground level on stilts. Several other sustainable design principles are part of the winning scheme: natural-shunt ventilation for the student dormitories, (passive) solar energy, green roofs, wind-power generators and photo-voltaics. The V-shaped roofs make use of the Venturi-effect to create pleasant outdoor spaces in Taiwans tropical weather and to increase natural ventilation. Although the design process has been driven by 4D Architects, KOW will remain involved during the upcoming design development stage.

KOW aanwezig op de ‘Shanghai International Creative Industry Week Design Week’ Tijdens de jaarlijkse SICIW was KOW nadrukkelijk aanwezig als grootste Nederlandse architectenbureau in China. Verschillende landen hadden ieder een eigen ruimte tot hun beschikking waarin zij hun creatieve export-industrie en kennis konden tentoonstellen. Dit jaar was de opkomst groter dan ooit, in de aanloop naar de Wereld Expo 2010 die vanaf mei in Shanghai plaatsvindt. Van alle landen was Nederland het meest opvallend aanwezig. Dutch Design is nog altijd wereldwijd beroemd en populair en ook het werk van KOW viel bij het Chinese publiek opnieuw in zeer goede aarde.

KOW en William McDounough + Partners

ontwerpen nieuwe huisvesting voor BSH in Park 20|20, Hoofddorp


14

De Masemude - Monster

KOW Magazine najaar 2009

‘Flexibele aanpasbaar heid op alle zorgvragen’ Het combinatieproject Opmaat Masemude is ontworpen voor enerzijds een stichting met 54 levensloopbestendige woningen en anderzijds een zorginstelling die een compleet pakket aan zorg in de vorm van 62 intramurale zorgeenheden en 32 PG verpleegeenheden aanbiedt. Dit laatste in de vorm van vier groepen van acht beschermde wooneenheden. Verder wordt het complex gecompleteerd met een reeks aan de zorg gerelateerde functies, zoals onder andere een artsenpraktijk, maatzorg, winkels en een recreatieve ruimte. Het duurzaam energiegebruik in dit project komt tot uiting in het gebruik van een warmte terugwinningsysteem en het gebruik van een warmtepompsysteem, waarmee door middel van warmteopslag in de diepere aardlagen van de locatie, warmte opgeslagen, dan wel teruggewonnen wordt. Dit levert een energiebesparing op van tussen de 30 en 60%. De constructie van het project is op innovatieve wijze vormgegeven. Flexibiliteit en terugbouwbaarheid vormden de belangrijktse crtieria bij het concept.

Monster De Masemude, Monster Differentiatie: 54 appartementen voor ouderenzorg en recreatiepaviljoen Parkeren: Parkeergarage met 78 pp Ontwerp: KOW, 2002 Status: Gerealiseerd, 2006 Architect: ir. Hans Kaashoek, Dennis van den Bosch Projectleider: Quinten Mes Opdrachtgever: Stichting R.K. Bejaardenpaviljoen De Masemude, Arcade (voorheen St. West Ambacht) Aannemer: Van Wijnen Alphen a/d Rijn BV

15


14

De Masemude - Monster

KOW Magazine najaar 2009

‘Flexibele aanpasbaar heid op alle zorgvragen’ Het combinatieproject Opmaat Masemude is ontworpen voor enerzijds een stichting met 54 levensloopbestendige woningen en anderzijds een zorginstelling die een compleet pakket aan zorg in de vorm van 62 intramurale zorgeenheden en 32 PG verpleegeenheden aanbiedt. Dit laatste in de vorm van vier groepen van acht beschermde wooneenheden. Verder wordt het complex gecompleteerd met een reeks aan de zorg gerelateerde functies, zoals onder andere een artsenpraktijk, maatzorg, winkels en een recreatieve ruimte. Het duurzaam energiegebruik in dit project komt tot uiting in het gebruik van een warmte terugwinningsysteem en het gebruik van een warmtepompsysteem, waarmee door middel van warmteopslag in de diepere aardlagen van de locatie, warmte opgeslagen, dan wel teruggewonnen wordt. Dit levert een energiebesparing op van tussen de 30 en 60%. De constructie van het project is op innovatieve wijze vormgegeven. Flexibiliteit en terugbouwbaarheid vormden de belangrijktse crtieria bij het concept.

Monster De Masemude, Monster Differentiatie: 54 appartementen voor ouderenzorg en recreatiepaviljoen Parkeren: Parkeergarage met 78 pp Ontwerp: KOW, 2002 Status: Gerealiseerd, 2006 Architect: ir. Hans Kaashoek, Dennis van den Bosch Projectleider: Quinten Mes Opdrachtgever: Stichting R.K. Bejaardenpaviljoen De Masemude, Arcade (voorheen St. West Ambacht) Aannemer: Van Wijnen Alphen a/d Rijn BV

15


16

Helen Dowling Instituut - Bilthoven

KOW Magazine najaar 2009

Bilthoven

Het Helen Dowling Instituut houdt zich bezig met patiëntenzorg, wetenschappelijk onderzoek en deskundigheidsbevordering op het gebied van de psycho-oncologie. Alle activiteiten zijn direct en indirect gericht op het bevorderen van de kwaliteit van het leven van kankerpatienten en hun naasten. De visie van het ontwerp van KOW neemt zijn uitgangspunt in de betekenis van de plek. Zo sluit het ontwerp met zijn afgeronde vorm en een groen dak aan bij het landschap en het bos. Het gebouw wordt als het ware omarmd door het groen. Het ontwerp heeft een hoge ambitie op het gebied van duurzaamheid. Er wordt o.a. gebruik gemaakt van betonkernactivering in combinatie met een WKO installatie. Ook wordt er veel glas in de gevel toegepast om zowel een goede daglichttoetreding te creëren als een directe relatie aan te gaan met de groene omgeving. De bijzonderheid van het ontwerp ligt hem juist in de wisselwerking tussen het creëren van een beschutte omgeving voor de cliënten terwijl er tegelijkertijd een open een transparante relatie met de natuur ontstaat. Het gebouw heeft een bruto vloeroppervlak van ca. 1.700 m2, verdeeld over twee verdiepingen gelegen rond een atrium met een centrale grote boom. Het atrium fungeert zowel als ontvangstruimte als bibliotheek voor de cliënten. Naast werk-,therapie- en groepskamers bevat het een moderne fitnessruimte. Er komen 40 parkeerplaatsen onder het gebouw en een buitenterras. Naar verwachting kan begin 2011 de eerste paal de grond in.

Helen Dowling Instituut, Bilthoven Differentiatie: 1.700 m2 bedrijfsverzamelgebouw voor kleinschalige medische instellingen Ontwerp: KOW, 2009 Status: Schets ontwerp Concept: ir. Hans Kuiper Architect: ir. Kasper Hauschultz Hansen Opdrachtgever: Helen Dowling Instituut Concept schets

17


16

Helen Dowling Instituut - Bilthoven

KOW Magazine najaar 2009

Bilthoven

Het Helen Dowling Instituut houdt zich bezig met patiëntenzorg, wetenschappelijk onderzoek en deskundigheidsbevordering op het gebied van de psycho-oncologie. Alle activiteiten zijn direct en indirect gericht op het bevorderen van de kwaliteit van het leven van kankerpatienten en hun naasten. De visie van het ontwerp van KOW neemt zijn uitgangspunt in de betekenis van de plek. Zo sluit het ontwerp met zijn afgeronde vorm en een groen dak aan bij het landschap en het bos. Het gebouw wordt als het ware omarmd door het groen. Het ontwerp heeft een hoge ambitie op het gebied van duurzaamheid. Er wordt o.a. gebruik gemaakt van betonkernactivering in combinatie met een WKO installatie. Ook wordt er veel glas in de gevel toegepast om zowel een goede daglichttoetreding te creëren als een directe relatie aan te gaan met de groene omgeving. De bijzonderheid van het ontwerp ligt hem juist in de wisselwerking tussen het creëren van een beschutte omgeving voor de cliënten terwijl er tegelijkertijd een open een transparante relatie met de natuur ontstaat. Het gebouw heeft een bruto vloeroppervlak van ca. 1.700 m2, verdeeld over twee verdiepingen gelegen rond een atrium met een centrale grote boom. Het atrium fungeert zowel als ontvangstruimte als bibliotheek voor de cliënten. Naast werk-,therapie- en groepskamers bevat het een moderne fitnessruimte. Er komen 40 parkeerplaatsen onder het gebouw en een buitenterras. Naar verwachting kan begin 2011 de eerste paal de grond in.

Helen Dowling Instituut, Bilthoven Differentiatie: 1.700 m2 bedrijfsverzamelgebouw voor kleinschalige medische instellingen Ontwerp: KOW, 2009 Status: Schets ontwerp Concept: ir. Hans Kuiper Architect: ir. Kasper Hauschultz Hansen Opdrachtgever: Helen Dowling Instituut Concept schets

17


18

Interview

P

KOW Magazine najaar 2009

Interview met René van Dijk, lid van de raad van toezicht Stichting Pieter van Foreest zorginstellingen

‘Weg met het oude denken’ René van Dijk (55 jaar) steekt zijn enthousiasme niet onder stoelen of banken. Noch zijn betrokkenheid of kennis van zaken. Van oorsprong accountant is hij nu enige jaren actief bij verschillende zorginstellingen en een ziekenhuis. Wij spreken hem vanwege zijn lidmaatschap van de Raad van Toezicht van “Pieter van Foreest”. De Stichting Pieter van Foreest, vernoemd naar een zestiende eeuwse Delftse geneesheer, verleent ouderenzorg in de regio’s Delft, Delfland, Pijnakker-Nootdorp en het Westland. Zij kent 23 locaties, zo’n 3300 medewerkers en 1800 vrijwilligers. Een van die locaties is woonzorgcentrum ‘De Opmaat’ in Monster. Aangrenzend aan dit centrum ligt het door KOW ontworpen complex voor levensloopbestendige woningen Masemude. René van Dijk heeft zijn betrokkenheid bij de zorg mede te danken aan de jaren mantelzorg waaraan hij zich wijdde toen zijn ouders hulpbehoevend werden. “Het moet beter kunnen en het is niet in de eerste plaats een kwestie van geld’; zo kan je de conclusies die hij toen trok samenvatten.

René vertelt over zijn ervaringen; mensen willen langer zelfstandig zijn. De maatschappij is individualistischer. “Als man en vrouw beiden rond de 70 zijn krijgt één een hulpvraag, niet allebei tegelijkertijd. Dat was ook bij mijn ouders zo. Maar ze hadden slechts één behoorlijke slaapkamer. Omdat pa ’s nachts begon te spoken kon ma niet meer slapen. Pa kwam vervolgens in een rolstoel terecht. Maar hun woning was daar niet op berekend. Zo was de natte cel voor hem niet goed toegankelijk. Een volgende fase brak aan toen pa ging dementeren. Pa moest naar een zorginstelling verhuizen (overigens geen onderdeel van Pieter van Foreest). Idealiter zou je dan wat opschuiven in het wooncomplex, want oude bomen moet je niet meer verplanten. Pa lag uiteindelijk maandenlang veelal in diepe bewusteloosheid op bed. Ma inmiddels ook last van haar geheugen, liep iedere dag de afstand tussen haar woning en het zorgcomplex. Wie zorgde voor moeder, waar kreeg zij warm eten? Niet zoals door mij gedacht in het zorgcomplex bij pa. Een jaar lang heb ik zonder resultaat gesoebat. Terwijl de Pizzahut of snackbar maaltijden komen bezorgen waar je maar wilt. Nee, ma moest eind van de middag teruglopen naar huis om via ‘tafeltje dekje’ van dezelfde zorginstelling thuis te eten. Zodoende kon zij haar man niet meer helpen bij het eten. Bij een verhuizing op relatief korte afstand en zoals gezegd enige extra maaltijdvoorzieningen krijg je gelijk de partner als vrijwilliger erbij. Want deze kan en wil in het algemeen nog wel wat hulp bieden. Bedenk hierbij dat als alle ondersteuning aan professionals wordt overgelaten de zorgverlening uiteindelijk zal stagneren. De vraag naar zorg neemt alsmaar toe, de benodigde personeelscapaciteit gaat op relatief korte termijn een probleem vormen. Waarbij de zorg onbetaalbaar wordt als je geen gebruik van vrijwilligers kunt maken. Dan heb je nog het financieringsvraagstuk van de bakstenen. De overheid denkt door het financieel scheiden van wonen en zorg het totaal betaalbaar te houden. Dus zorg vanuit AWBZ of WMO te financieren. En het huis wordt betaald vanuit de huur! Maar dat kan in de huidige opzet van het vastgoed bedrijfseconomisch niet.

Scheiden van wonen en zorg moet je dan ook niet willen. Een paar bewoners maken op basis van een ‘sociale huur’ een intensief zorgcomplex niet betaalbaar. Er dient voldoende schaal te zijn. Terwijl gelijktijdig geroepen wordt om kleinschalige zorgomgevingen. Vraag maar aan de staatssecretaris hoe zij dat ziet, het scheiden van wonen en zorg.” Roel Jansen (KOW Eindhoven) denkt aan de combinatie bij De Opmaat en de Masemude. René; “Wonen en zorg moeten vlak bij elkaar. Maar nogmaals wie betaalt dat? De woningbouwcorporatie? Maar zoals gezegd moet er dan geld bij, omdat de huuropbrengst ontoereikend zal zijn. Je zou vlak bij elkaar moeten bouwen. Liefst één gebouw, integreren van verschillende woonvormen en zorgfuncties. Daarmee haal je dus gelijk de partner als vrijwilliger in huis. Mensen zullen meer voor elkaar moeten gaan zorgen om in de toekomst niet voor grote organisatorische problemen te komen staan. Een goed voorbeeld is de Singelhof in Maasland, waarbinnen die combinatie van seniorenwoningen en zorgwoningen is gemaakt. En waarbij Pieter van Foreest de zorg voor haar rekening neemt en de corporatie de seniorenwoningen. Maar wel geïntegreerd.”

“De overstap naar integrale tarieven in de zorg is een verbetering. Tot voor kort kregen instellingen de gebouwgebonden kosten afzonderlijk vergoed. Dus los van het daadwerkelijk gebruik. Nu moet een zorginstelling de vraag beantwoorden of dit gebouw vanuit de

19


18

Interview

P

KOW Magazine najaar 2009

Interview met René van Dijk, lid van de raad van toezicht Stichting Pieter van Foreest zorginstellingen

‘Weg met het oude denken’ René van Dijk (55 jaar) steekt zijn enthousiasme niet onder stoelen of banken. Noch zijn betrokkenheid of kennis van zaken. Van oorsprong accountant is hij nu enige jaren actief bij verschillende zorginstellingen en een ziekenhuis. Wij spreken hem vanwege zijn lidmaatschap van de Raad van Toezicht van “Pieter van Foreest”. De Stichting Pieter van Foreest, vernoemd naar een zestiende eeuwse Delftse geneesheer, verleent ouderenzorg in de regio’s Delft, Delfland, Pijnakker-Nootdorp en het Westland. Zij kent 23 locaties, zo’n 3300 medewerkers en 1800 vrijwilligers. Een van die locaties is woonzorgcentrum ‘De Opmaat’ in Monster. Aangrenzend aan dit centrum ligt het door KOW ontworpen complex voor levensloopbestendige woningen Masemude. René van Dijk heeft zijn betrokkenheid bij de zorg mede te danken aan de jaren mantelzorg waaraan hij zich wijdde toen zijn ouders hulpbehoevend werden. “Het moet beter kunnen en het is niet in de eerste plaats een kwestie van geld’; zo kan je de conclusies die hij toen trok samenvatten.

René vertelt over zijn ervaringen; mensen willen langer zelfstandig zijn. De maatschappij is individualistischer. “Als man en vrouw beiden rond de 70 zijn krijgt één een hulpvraag, niet allebei tegelijkertijd. Dat was ook bij mijn ouders zo. Maar ze hadden slechts één behoorlijke slaapkamer. Omdat pa ’s nachts begon te spoken kon ma niet meer slapen. Pa kwam vervolgens in een rolstoel terecht. Maar hun woning was daar niet op berekend. Zo was de natte cel voor hem niet goed toegankelijk. Een volgende fase brak aan toen pa ging dementeren. Pa moest naar een zorginstelling verhuizen (overigens geen onderdeel van Pieter van Foreest). Idealiter zou je dan wat opschuiven in het wooncomplex, want oude bomen moet je niet meer verplanten. Pa lag uiteindelijk maandenlang veelal in diepe bewusteloosheid op bed. Ma inmiddels ook last van haar geheugen, liep iedere dag de afstand tussen haar woning en het zorgcomplex. Wie zorgde voor moeder, waar kreeg zij warm eten? Niet zoals door mij gedacht in het zorgcomplex bij pa. Een jaar lang heb ik zonder resultaat gesoebat. Terwijl de Pizzahut of snackbar maaltijden komen bezorgen waar je maar wilt. Nee, ma moest eind van de middag teruglopen naar huis om via ‘tafeltje dekje’ van dezelfde zorginstelling thuis te eten. Zodoende kon zij haar man niet meer helpen bij het eten. Bij een verhuizing op relatief korte afstand en zoals gezegd enige extra maaltijdvoorzieningen krijg je gelijk de partner als vrijwilliger erbij. Want deze kan en wil in het algemeen nog wel wat hulp bieden. Bedenk hierbij dat als alle ondersteuning aan professionals wordt overgelaten de zorgverlening uiteindelijk zal stagneren. De vraag naar zorg neemt alsmaar toe, de benodigde personeelscapaciteit gaat op relatief korte termijn een probleem vormen. Waarbij de zorg onbetaalbaar wordt als je geen gebruik van vrijwilligers kunt maken. Dan heb je nog het financieringsvraagstuk van de bakstenen. De overheid denkt door het financieel scheiden van wonen en zorg het totaal betaalbaar te houden. Dus zorg vanuit AWBZ of WMO te financieren. En het huis wordt betaald vanuit de huur! Maar dat kan in de huidige opzet van het vastgoed bedrijfseconomisch niet.

Scheiden van wonen en zorg moet je dan ook niet willen. Een paar bewoners maken op basis van een ‘sociale huur’ een intensief zorgcomplex niet betaalbaar. Er dient voldoende schaal te zijn. Terwijl gelijktijdig geroepen wordt om kleinschalige zorgomgevingen. Vraag maar aan de staatssecretaris hoe zij dat ziet, het scheiden van wonen en zorg.” Roel Jansen (KOW Eindhoven) denkt aan de combinatie bij De Opmaat en de Masemude. René; “Wonen en zorg moeten vlak bij elkaar. Maar nogmaals wie betaalt dat? De woningbouwcorporatie? Maar zoals gezegd moet er dan geld bij, omdat de huuropbrengst ontoereikend zal zijn. Je zou vlak bij elkaar moeten bouwen. Liefst één gebouw, integreren van verschillende woonvormen en zorgfuncties. Daarmee haal je dus gelijk de partner als vrijwilliger in huis. Mensen zullen meer voor elkaar moeten gaan zorgen om in de toekomst niet voor grote organisatorische problemen te komen staan. Een goed voorbeeld is de Singelhof in Maasland, waarbinnen die combinatie van seniorenwoningen en zorgwoningen is gemaakt. En waarbij Pieter van Foreest de zorg voor haar rekening neemt en de corporatie de seniorenwoningen. Maar wel geïntegreerd.”

“De overstap naar integrale tarieven in de zorg is een verbetering. Tot voor kort kregen instellingen de gebouwgebonden kosten afzonderlijk vergoed. Dus los van het daadwerkelijk gebruik. Nu moet een zorginstelling de vraag beantwoorden of dit gebouw vanuit de

19


20

Interview - René van Dijk

zorgopbrengsten toekomstvast te exploiteren valt? Want hogere kosten gemaakt voor het gebouw gaan door de integraliteit uiteindelijk ten koste van de handen aan het bed. Dus moet een instellingsbestuur bij investeringsbeslissingen goed afwegen. In het oude denken werd het gebouw in 40 of zelfs 50 jaar afgeschreven, terwijl de zorgvraag in die tijd ingrijpend verandert. Wat mij betreft ontwerp je eerst een ‘blokkendoos’ gebaseerd op de vereiste functies en logistiek. Dan mag de architect de buitenkant ‘mooi’ maken. Waarbij het gebouw vanwege de veranderende zorgvraag ook op de middellange termijn haar functie dient te behouden. Dus bouw liever flexibel, prefab, ja zelfs tijdelijk. Eigenlijk kan je beter bouwen voor 15-20 jaar en het gebouw daarna afbreken. En dat verrekenen in je stichtingskosten. Zo heb je bijvoorbeeld in een ziekenhuis zeer dure gebruiksruimtes zoals de operatiekamers. Daar gaan veel bouwtechnische en andere investeringskosten in zitten. Terwijl je een ding zeker weet. Over 15 jaar is de techniek in ieder geval anders dan nu. Vermoedelijk zal er in de toekomst bij behandelingen minder worden gesneden, er zullen andere methoden zijn. Door technologische vooruitgang kan het gebouw al achterhaald zijn tegen de tijd dat het feestelijk wordt geopend.” “In de ‘care’ neemt de zorgvraag hand over hand toe. Mensen worden ouder, het aantal mensen met een zorgvraag neemt explosief toe. We kennen in plaats van vier generatie, vijf generatie families. Op wie doen oudere hulpbehoevenden een beroep? Veelal niet op familie maar op de thuiszorg en zorginstellingen. Met alle gevolgen voor de kosten van zorg op macro niveau en forse druk op de begroting van de overheid. Kan het niet anders? Helaas laat de discussie over de toekomst van de zorg zich leiden door emotie; de zorg is een emotiemarkt. Ieder incident wordt groot opgeblazen en hierover worden direct Kamervragen gesteld. Zo vinden wij vanuit ons perspectief dat dementerenden in een zorgcomplex een eigen slaapkamer dienen te hebben. Maar is het ook beter? De zorg wordt in ieder geval ingewikkelder en duurder. En de patient merkt er niets van. En door de integrale tarieven gaan de meerkosten van een éénpersoonskamer ten koste van andere voorzieningen.

KOW Magazine najaar 2009

Maar zorg is natuurlijk ook gewoon een dienstverlenend product! Er moet meer concurrentie komen. In de praktijk zie je echter dat veel mensen zijn aangewezen op de dienstverlener die het dichtst bij zit (want zoals gezegd heeft in de regel slechts een partner een zorgvraag). Naast een goed maar sober basispakket voor iedereen, zou er in mijn ogen apart betaald moeten gaan worden voor extra diensten. Door dit goed te organiseren kan de instelling extra geld genereren die uiteindelijk weer ten goede van de zorg kan komen. Kortom, de woonvormen voor ouderen moeten zo worden ontworpen dat mensen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven. Maar er komt een stadium waar dat niet meer gaat. Ze hebben de regie niet meer in handen. En de kinderen komen dikwijls alleen op zondag langs. Dus hulp is nodig, liefst onder een dak beschikbaar. Om dit te realiseren heb je dus schaal nodig. Efficiëntie is belangrijker dan kleinschaligheid.”

‘De Identiteit van KOW’ De ‘Identiteit van KOW’. Wie zijn wij? Waar staan we voor? Wat kunnen we allemaal? Dit is een van de vele fora die wij als bureau met enige regelmaat organiseren om het bewustzijn van alle medewerkers over het gedachtegoed van ons bureau te versterken, te vernieuwen en vorm te geven. Alle KOW’ers waren uitgenodigd om over dit onderwerp te discussieren. Een panel van zes vertegenwoordigers van diverse dochters poneerden een aantal stellingen en mission statements.

“Professionalisering bij de planvorming voor nieuwbouw is nodig. De gemiddelde bestuurder in de zorg bouwt een tot twee keer in een werkzaam leven. Hij heeft dus partners nodig. Waarbij mijns inziens de architect de enige echte partner zou moeten zijn. Een partner met ervaring. Met een helder perspectief op wonen. Die functioneel weet te bouwen. Die een BIM gebruikt om waar mogelijk de faalkosten tijdens de bouw te verminderen. Die een uitspraak weet te doen over de toekomstige exploitatiekosten en daarvoor verantwoordelijkheid neemt. Hij moet het geweten zijn van het proces. Vertrouwen over en weer. Alleen op deze manier kun je haalbare en betaalbare zorgvoorzieningen creëren” Wij brengen René van Dijk naar de deur. Maar hij laat niet af ons in te prenten: rationele afwegingen zijn in de zorg meer nodig dan ooit. Weg met het oude denken in maximalisatie van meters en beschikbare budgetten. René zijn passie is duidelijk; gebruik je verstand, ook als het om beladen thema’s in de zorg gaat. Uiteindelijk zal dit ten goede komen aan de zorgvragers! Arend Hilhorst en ir. Roel Jansen

Wat vertel jij aan onze opdrachtgevers bij een introductie? Hoe stel jij je voor als vertegenwoordiger van KOW? Waarom denk je dat onze opdrachtgevers ons steeds kiezen?

Ik vind dat duurzaamheid een achterhaald begrip is. We moeten aan zoveel eisen voldoen om een gebouw te kunnen realiseren dat dit automatisch is ingesloten in de kwaliteit. Duurzaamheid is geen issue meer. Het is een gegeven!

Richard Meier of Libeskind? Maakt het misschien wat makkelijker omdat de klant weet wat ie krijgt en bij KOW kan het nog alle kanten op.

We zijn nog altijd adviseur en mogen daarom best eens STOP roepen! Dit bereik je door zaken inzichtelijk te maken...

Wat ik doe, doe ik goed. Maakt niet uit wat voor stijl of ontwerp.

De betekenis van de plek, onderzoek en resultaat, plaatjes in een context plaatsen in plaats van alleen het eindresultaat te tonen.

21


20

Interview - René van Dijk

zorgopbrengsten toekomstvast te exploiteren valt? Want hogere kosten gemaakt voor het gebouw gaan door de integraliteit uiteindelijk ten koste van de handen aan het bed. Dus moet een instellingsbestuur bij investeringsbeslissingen goed afwegen. In het oude denken werd het gebouw in 40 of zelfs 50 jaar afgeschreven, terwijl de zorgvraag in die tijd ingrijpend verandert. Wat mij betreft ontwerp je eerst een ‘blokkendoos’ gebaseerd op de vereiste functies en logistiek. Dan mag de architect de buitenkant ‘mooi’ maken. Waarbij het gebouw vanwege de veranderende zorgvraag ook op de middellange termijn haar functie dient te behouden. Dus bouw liever flexibel, prefab, ja zelfs tijdelijk. Eigenlijk kan je beter bouwen voor 15-20 jaar en het gebouw daarna afbreken. En dat verrekenen in je stichtingskosten. Zo heb je bijvoorbeeld in een ziekenhuis zeer dure gebruiksruimtes zoals de operatiekamers. Daar gaan veel bouwtechnische en andere investeringskosten in zitten. Terwijl je een ding zeker weet. Over 15 jaar is de techniek in ieder geval anders dan nu. Vermoedelijk zal er in de toekomst bij behandelingen minder worden gesneden, er zullen andere methoden zijn. Door technologische vooruitgang kan het gebouw al achterhaald zijn tegen de tijd dat het feestelijk wordt geopend.” “In de ‘care’ neemt de zorgvraag hand over hand toe. Mensen worden ouder, het aantal mensen met een zorgvraag neemt explosief toe. We kennen in plaats van vier generatie, vijf generatie families. Op wie doen oudere hulpbehoevenden een beroep? Veelal niet op familie maar op de thuiszorg en zorginstellingen. Met alle gevolgen voor de kosten van zorg op macro niveau en forse druk op de begroting van de overheid. Kan het niet anders? Helaas laat de discussie over de toekomst van de zorg zich leiden door emotie; de zorg is een emotiemarkt. Ieder incident wordt groot opgeblazen en hierover worden direct Kamervragen gesteld. Zo vinden wij vanuit ons perspectief dat dementerenden in een zorgcomplex een eigen slaapkamer dienen te hebben. Maar is het ook beter? De zorg wordt in ieder geval ingewikkelder en duurder. En de patient merkt er niets van. En door de integrale tarieven gaan de meerkosten van een éénpersoonskamer ten koste van andere voorzieningen.

KOW Magazine najaar 2009

Maar zorg is natuurlijk ook gewoon een dienstverlenend product! Er moet meer concurrentie komen. In de praktijk zie je echter dat veel mensen zijn aangewezen op de dienstverlener die het dichtst bij zit (want zoals gezegd heeft in de regel slechts een partner een zorgvraag). Naast een goed maar sober basispakket voor iedereen, zou er in mijn ogen apart betaald moeten gaan worden voor extra diensten. Door dit goed te organiseren kan de instelling extra geld genereren die uiteindelijk weer ten goede van de zorg kan komen. Kortom, de woonvormen voor ouderen moeten zo worden ontworpen dat mensen zo lang mogelijk thuis kunnen blijven. Maar er komt een stadium waar dat niet meer gaat. Ze hebben de regie niet meer in handen. En de kinderen komen dikwijls alleen op zondag langs. Dus hulp is nodig, liefst onder een dak beschikbaar. Om dit te realiseren heb je dus schaal nodig. Efficiëntie is belangrijker dan kleinschaligheid.”

‘De Identiteit van KOW’ De ‘Identiteit van KOW’. Wie zijn wij? Waar staan we voor? Wat kunnen we allemaal? Dit is een van de vele fora die wij als bureau met enige regelmaat organiseren om het bewustzijn van alle medewerkers over het gedachtegoed van ons bureau te versterken, te vernieuwen en vorm te geven. Alle KOW’ers waren uitgenodigd om over dit onderwerp te discussieren. Een panel van zes vertegenwoordigers van diverse dochters poneerden een aantal stellingen en mission statements.

“Professionalisering bij de planvorming voor nieuwbouw is nodig. De gemiddelde bestuurder in de zorg bouwt een tot twee keer in een werkzaam leven. Hij heeft dus partners nodig. Waarbij mijns inziens de architect de enige echte partner zou moeten zijn. Een partner met ervaring. Met een helder perspectief op wonen. Die functioneel weet te bouwen. Die een BIM gebruikt om waar mogelijk de faalkosten tijdens de bouw te verminderen. Die een uitspraak weet te doen over de toekomstige exploitatiekosten en daarvoor verantwoordelijkheid neemt. Hij moet het geweten zijn van het proces. Vertrouwen over en weer. Alleen op deze manier kun je haalbare en betaalbare zorgvoorzieningen creëren” Wij brengen René van Dijk naar de deur. Maar hij laat niet af ons in te prenten: rationele afwegingen zijn in de zorg meer nodig dan ooit. Weg met het oude denken in maximalisatie van meters en beschikbare budgetten. René zijn passie is duidelijk; gebruik je verstand, ook als het om beladen thema’s in de zorg gaat. Uiteindelijk zal dit ten goede komen aan de zorgvragers! Arend Hilhorst en ir. Roel Jansen

Wat vertel jij aan onze opdrachtgevers bij een introductie? Hoe stel jij je voor als vertegenwoordiger van KOW? Waarom denk je dat onze opdrachtgevers ons steeds kiezen?

Ik vind dat duurzaamheid een achterhaald begrip is. We moeten aan zoveel eisen voldoen om een gebouw te kunnen realiseren dat dit automatisch is ingesloten in de kwaliteit. Duurzaamheid is geen issue meer. Het is een gegeven!

Richard Meier of Libeskind? Maakt het misschien wat makkelijker omdat de klant weet wat ie krijgt en bij KOW kan het nog alle kanten op.

We zijn nog altijd adviseur en mogen daarom best eens STOP roepen! Dit bereik je door zaken inzichtelijk te maken...

Wat ik doe, doe ik goed. Maakt niet uit wat voor stijl of ontwerp.

De betekenis van de plek, onderzoek en resultaat, plaatjes in een context plaatsen in plaats van alleen het eindresultaat te tonen.

21


22

KOW Magazine najaar 2009

Op den Toren - Nuth

Michael Urlings Architect

Nuth

Op den toren, Valkenbergerweg / Boschweg, Nuth Differentiatie: beheervoorzieningen: multifunctioneel centrum, restaurantcafe met keuken, behandelvoorzieningen, PG verblijf (3 groepswoningen), capaciteit licht + somatiek, + KDO Oppervlakte: 6.274 m² BVO Ontwerp: KOW, 2009 Status: Bouwkundig concept Architect: Michael Urlings Opdrachtgever: Cicero

Zorgorganisatie Cicero vroeg ons om een bouwkundig concept op grond van de eerste stedenbouwkundige verkenning. Nuth is in dit opzicht uniek; goed bereikbaar en gelegen in fraai landschap met oude Romeinse wegen die nog intact zijn. De krimp in Limburg vraagt om functieveranderingen binnen de inbreidingsmogelijkheden. Dat levert voor de ouderenhuisvesting unieke kansen op. Zorg kan worden geboden in een ‘Silver Valley’. Een veilige plek om zo lang mogelijk te blijven meedoen. In een vallei horen alzijdige gebouwen. ‘Hoog waar hoog mag’ wordt benut om op dit hoogste punt van Nuth een fraaie toren te plaatsen met geweldig uitzicht. Het programma wordt

verdeeld onder drie afzonderlijke gebouwen in plaats van 1 groot instituut. Het landschap en de hoogteverschillen worden maximaal benut door een verhoogd maaiveld / groendak rond de drie gebouwen te plooien. Op deze manier zijn de PG-groepen maximaal veilig geplaatst en hebben zij toch goed zicht op de reuring van de hoofdentree aan het park bij de Donatusstraat. Het bouwkundig concept beantwoordt hiermee de vraag om beter contact te maken met de wijk en om twee duidelijk onderscheidende entrees te maken en bij al de veranderingen in de zorg die komen gaan een flexibel gebouw te hebben. Silver Valley maakt daarmee de woonservicezone waarin zorgproducten tot stand kunnen komen mogelijk.

23


22

KOW Magazine najaar 2009

Op den Toren - Nuth

Michael Urlings Architect

Nuth

Op den toren, Valkenbergerweg / Boschweg, Nuth Differentiatie: beheervoorzieningen: multifunctioneel centrum, restaurantcafe met keuken, behandelvoorzieningen, PG verblijf (3 groepswoningen), capaciteit licht + somatiek, + KDO Oppervlakte: 6.274 m² BVO Ontwerp: KOW, 2009 Status: Bouwkundig concept Architect: Michael Urlings Opdrachtgever: Cicero

Zorgorganisatie Cicero vroeg ons om een bouwkundig concept op grond van de eerste stedenbouwkundige verkenning. Nuth is in dit opzicht uniek; goed bereikbaar en gelegen in fraai landschap met oude Romeinse wegen die nog intact zijn. De krimp in Limburg vraagt om functieveranderingen binnen de inbreidingsmogelijkheden. Dat levert voor de ouderenhuisvesting unieke kansen op. Zorg kan worden geboden in een ‘Silver Valley’. Een veilige plek om zo lang mogelijk te blijven meedoen. In een vallei horen alzijdige gebouwen. ‘Hoog waar hoog mag’ wordt benut om op dit hoogste punt van Nuth een fraaie toren te plaatsen met geweldig uitzicht. Het programma wordt

verdeeld onder drie afzonderlijke gebouwen in plaats van 1 groot instituut. Het landschap en de hoogteverschillen worden maximaal benut door een verhoogd maaiveld / groendak rond de drie gebouwen te plooien. Op deze manier zijn de PG-groepen maximaal veilig geplaatst en hebben zij toch goed zicht op de reuring van de hoofdentree aan het park bij de Donatusstraat. Het bouwkundig concept beantwoordt hiermee de vraag om beter contact te maken met de wijk en om twee duidelijk onderscheidende entrees te maken en bij al de veranderingen in de zorg die komen gaan een flexibel gebouw te hebben. Silver Valley maakt daarmee de woonservicezone waarin zorgproducten tot stand kunnen komen mogelijk.

23


24

Interview

KOW Magazine najaar 2009

P

Interview met Wim Kos, voorzitter van de Raad van Bestuur ASVZ

Wim Kos is ook voorzitter van het samenwerkingsverband tussen zelfstandige zorginstellingen, de Carante Groep. “We wisselen kennis uit en delen bepaalde dienstverlening. Waarvan de informatisering het meest uitgesproken voorbeeld is. Voor expertise op dit terrein en delen van de huisvesting en HRM heb je schaal nodig. Dus hebben we dit samenwerkingsverband met behoud van de eigen identiteit. Ook voor de ouderenzorg; professionalisering, pakketuitbreiding.

dat mijn ‘Vroeger dacht ikmijn grenzen beperkingen waren.’

Aan de muur bij de receptie in de locatie Merwebolder geeft Wim Kos bovenstaand visitekaartje af. Wim Kos is voorzitter van de Raad van Bestuur van de ASVZ. Een organisatie voor zorg- en dienstverlening aan mensen met een verstandelijke beperking. Meer dan 4000 medewerkers zetten zich samen met 900 vrijwilligers in voor ongeveer 4000 cliënten. Zij beschikt over tientallen locaties in Zuid-Holland en Brabant en over een diversiteit aan woonvormen. Van meer tot minder beschut. Wim Kos maakt een opgewekte en opgeruimde indruk. Hier worden geen knollen voor citroenen verkocht. Als Roel hem vraagt of de veelgeroemde efficiency van ASVZ uitsluitend aan de opdrachten van KOW is te danken moet hij lachen.

wensen te realiseren. Bovendien als huurder, dus geen eigenaar van de gebouwen en de grond. Je bouwt voor nu maar ook voor over vijf, tien of twintig jaar. We moeten meer modulair bouwen. Meer afstootbaar. Zodat bepaalde gebouwen later een andere functie krijgen, bijvoorbeeld appartementen voor de markt. Voor starters. Maar we hebben wel lange wachtlijsten bij de steden. Dus dat duurt nog even. Wie grond heeft heeft goud!”

In ‘Markant’ noemt staatssecretaris Bussemaker de Carante Groep als voorbeeld; zonder fusie toch schaalvergroting. Wat de huisvesting betreft hebben we bij de Groep ingetekend voor het vastgoedinformatiemanagementsysteem. We werken met normatieve huisvestingskosten. Maar ASVZ beheert haar eigen vastgoed. We hebben eigen projectleiders. De portefeuille wordt voor 117 miljoen euro uitgebreid de komende jaren. ASVZ is een financieel gezonde organisatie. We hebben een lage overhead van 12%. De benchmark is 17%. Het is een platte organisatie. De teamleiders doen hun management taken naast hun gewone werk. Maar het is een complex verhaal. De financieringssytematiek van de overheid stelt ons telkens voor problemen, neem de BTW.” Roel Jansen (KOW Eindhoven) vraagt naar de veranderde rol van het Bouwcollege. “Dat krijgt een adviserende rol, als kenniscentrum bij TNO. Wij moeten ons indringend beraden op onze huisvesting. Een scan maken van onze vastgoedposities. De vastgoedportefeuille meer professioneel managen. We hebben nu meer in eigen hand. We werken wel samen met corporaties. Het gevoel van onze cliënten, dat zij het ‘goed’ hebben, komt door de kwaliteit van de omgeving. Ook de gebouwde omgeving. Ik geloof sterk in een ‘healing environment’. De samenwerking met de corporaties is trouwens niet altijd bevredigend. Omdat wij ons voor lange tijd vastleggen, voor bijvoorbeeld 20 jaar huren en vervolgens minder ruimte krijgen van een corporatie om onze eigen

“Je moet wel een onderscheid maken tussen ouderenzorg – waaraan de behoefte blijft toenemen – en de gehandicaptenzorg, die stabiel is. De vastgoedinvestering is niet de voornaamste kostenpost. Zeker als je de levensduur in beschouwing neemt. De personeelskosten zijn veel substantiëler. Zelf waak ik over de details, de omgevingskwaliteit.” “KOW heeft de woningen ontworpen die nu worden gebouwd op de Merwebolder in Sliedrecht voor 60 meervoudig complex gehandicapten (het Zonnedek). Dit is naar aanleiding van een prijsvraaginzending van KOW waarvoor een eervolle vermelding is ontvangen en waarbij voor deze doelgroep de natuur wordt ingezet om de zintuigen te prikkelen.” Roel Jansen vult aan; “dit concept

25


24

Interview

KOW Magazine najaar 2009

P

Interview met Wim Kos, voorzitter van de Raad van Bestuur ASVZ

Wim Kos is ook voorzitter van het samenwerkingsverband tussen zelfstandige zorginstellingen, de Carante Groep. “We wisselen kennis uit en delen bepaalde dienstverlening. Waarvan de informatisering het meest uitgesproken voorbeeld is. Voor expertise op dit terrein en delen van de huisvesting en HRM heb je schaal nodig. Dus hebben we dit samenwerkingsverband met behoud van de eigen identiteit. Ook voor de ouderenzorg; professionalisering, pakketuitbreiding.

dat mijn ‘Vroeger dacht ikmijn grenzen beperkingen waren.’

Aan de muur bij de receptie in de locatie Merwebolder geeft Wim Kos bovenstaand visitekaartje af. Wim Kos is voorzitter van de Raad van Bestuur van de ASVZ. Een organisatie voor zorg- en dienstverlening aan mensen met een verstandelijke beperking. Meer dan 4000 medewerkers zetten zich samen met 900 vrijwilligers in voor ongeveer 4000 cliënten. Zij beschikt over tientallen locaties in Zuid-Holland en Brabant en over een diversiteit aan woonvormen. Van meer tot minder beschut. Wim Kos maakt een opgewekte en opgeruimde indruk. Hier worden geen knollen voor citroenen verkocht. Als Roel hem vraagt of de veelgeroemde efficiency van ASVZ uitsluitend aan de opdrachten van KOW is te danken moet hij lachen.

wensen te realiseren. Bovendien als huurder, dus geen eigenaar van de gebouwen en de grond. Je bouwt voor nu maar ook voor over vijf, tien of twintig jaar. We moeten meer modulair bouwen. Meer afstootbaar. Zodat bepaalde gebouwen later een andere functie krijgen, bijvoorbeeld appartementen voor de markt. Voor starters. Maar we hebben wel lange wachtlijsten bij de steden. Dus dat duurt nog even. Wie grond heeft heeft goud!”

In ‘Markant’ noemt staatssecretaris Bussemaker de Carante Groep als voorbeeld; zonder fusie toch schaalvergroting. Wat de huisvesting betreft hebben we bij de Groep ingetekend voor het vastgoedinformatiemanagementsysteem. We werken met normatieve huisvestingskosten. Maar ASVZ beheert haar eigen vastgoed. We hebben eigen projectleiders. De portefeuille wordt voor 117 miljoen euro uitgebreid de komende jaren. ASVZ is een financieel gezonde organisatie. We hebben een lage overhead van 12%. De benchmark is 17%. Het is een platte organisatie. De teamleiders doen hun management taken naast hun gewone werk. Maar het is een complex verhaal. De financieringssytematiek van de overheid stelt ons telkens voor problemen, neem de BTW.” Roel Jansen (KOW Eindhoven) vraagt naar de veranderde rol van het Bouwcollege. “Dat krijgt een adviserende rol, als kenniscentrum bij TNO. Wij moeten ons indringend beraden op onze huisvesting. Een scan maken van onze vastgoedposities. De vastgoedportefeuille meer professioneel managen. We hebben nu meer in eigen hand. We werken wel samen met corporaties. Het gevoel van onze cliënten, dat zij het ‘goed’ hebben, komt door de kwaliteit van de omgeving. Ook de gebouwde omgeving. Ik geloof sterk in een ‘healing environment’. De samenwerking met de corporaties is trouwens niet altijd bevredigend. Omdat wij ons voor lange tijd vastleggen, voor bijvoorbeeld 20 jaar huren en vervolgens minder ruimte krijgen van een corporatie om onze eigen

“Je moet wel een onderscheid maken tussen ouderenzorg – waaraan de behoefte blijft toenemen – en de gehandicaptenzorg, die stabiel is. De vastgoedinvestering is niet de voornaamste kostenpost. Zeker als je de levensduur in beschouwing neemt. De personeelskosten zijn veel substantiëler. Zelf waak ik over de details, de omgevingskwaliteit.” “KOW heeft de woningen ontworpen die nu worden gebouwd op de Merwebolder in Sliedrecht voor 60 meervoudig complex gehandicapten (het Zonnedek). Dit is naar aanleiding van een prijsvraaginzending van KOW waarvoor een eervolle vermelding is ontvangen en waarbij voor deze doelgroep de natuur wordt ingezet om de zintuigen te prikkelen.” Roel Jansen vult aan; “dit concept

25


26

Opinie column - Stefan Witteman

Interview - Wim Kos

Duurzaamheid in

‘Niet te sober wat mij . betreft; geen containers Dus niet verkeerde zuinigheid. Zou je daar zelf willen wonen, is de vraag.’

hebben we vertaald naar de locatie op de Merwebolder in Sliedrecht door de woningen zo dicht mogelijk te plaatsen bij de daar aanwezige natuur: water, riet, bomen. Voor de bewoners op de eerste verdieping is een daktuin gemaakt, zodat ook zij vanuit bed of rolstoel met minimale begeleiding van de natuur kunnen genieten.” Wim Kos; “leidraad was de vraag van de ouders.” “Achter de woningen voor meervoudig gehandicapten werken we samen met KOW aan een plan voor sterk gedragsgestoorde en licht verstandelijk gehandicapten en een woongebouw voor Very Intensive Care. Geen gesloten afdeling want daar geloven wij niet in. Maar intensieve begeleiding. En werk als medicijn; het ‘workhome’ concept.” “De rol van de architect als partner. Ervaring inbrengen en een healing environment scheppen. Zoals bij het Zonnedek. Ja: wij zijn leken. Dus zoek ik naar een structurele samenwerking. Naar de mogelijkheden voor repetitie. Kennis, expertise, specialisatie. En de voordelen van standaardisering. We hebben een aantal projecten op rij

met KOW en willen verder. Niet te sober wat mij betreft; geen containers. Dus niet verkeerde zuinigheid. Zou je daar zelf willen wonen, is de vraag.” “Als het om duurzaamheid gaat zie ik ons niet voorop lopen, in die zin dat wij kostenbewust moeten zijn. Je zult met een goed verhaal moeten komen en bijbehorende berekeningen. Maar geen experimenten wat mij betreft.” Roel Jansen vraagt naar een reactie op de stelling van René van Dijk (zie het interview op pagina’s 18-20) over kleinschaligheid. Wim Kos wil die niet overnemen. Het beschut wonen kent veel soorten en maten. Ook kleinschalige. Ten afscheid krijgen wij van Wim een aantal affiches met teksten. Teksten die aan Wim zelf duidelijk goed zijn besteed; ‘je hebt de dingen niet nodig om te kunnen zien; de dingen hebben jou nodig om gezien te kunnen worden’, zo luidt er een. Arend Hilhorst en ir. Roel Jansen

27

breed perspectief

Veel zaken waar wij in het dagelijks leven sterk van afhankelijk zijn zijn voor ons volstrekt onbegrijpelijk. En niet alleen voor ons. Zelfs de grootste deskundigen verliezen soms de controle als het gaat om bijvoorbeeld digitale netwerken, onze financiële producten en om de steden waarin wij leven. Het zijn niet alleen complexe processen in de natuur waaraan wij zijn overgeleverd maar ook menselijke constructies kunnen onbeheersbare krachten oproepen en rampen veroorzaken. Het onvermogen om met deze complexe realiteit om te gaan werkt vervreemding in de hand. Voor een modern en comfortabel leven zijn wij aangewezen op instituties. Ons voedsel ligt klaar in de supermarkt, stroom en water komen uit de muur. Ook de verantwoordelijkheden liggen bij deze instituties. Wij hoeven ons nooit zorgen te maken over de directe en indirecte gevolgen van onze leefwijze. De financiële crisis en de klimaatcrisis hebben ons uit deze comfort-zone gelokt en ons bewust gemaakt van onze levensstijl. Informatie over de problematiek van afval, extreme armoede, voedselproductie en sociale en culturele spanningen is zo alomtegenwoordig dat wij ons er niet meer aan kunnen onttrekken. Het gaat om mondiale problemen waarin wij zelf een rol spelen. Consumenten worden daardoor kritischer. Er lijkt zich een trend af te tekenen waarin betrokkenheid belangrijker wordt. Steeds meer mensen willen weten waar hun voedsel vandaan komt. Het (productie)landschap wordt minder de restfiguur van de stedenbouw en gaat een directere wederkerige relatie met de stad aan. Initiatieven als Marqt, de winkel met producten uit het ommeland, en recente fenomenen als urban farming getuigen van deze trend. Het afvalprobleem valt niet te ontkennen nu we weten dat er op onze oceanen een plasticeiland zo groot als de staat Texas ronddrijft. De aanstekelijke Cradle to cradle methode kan daar mogelijk een antwoord op geven. Instituties zullen zich op deze kleinschalige initiatieven moeten inrichten. In een aantal gevallen worden ze zelfs al voorbij gestreefd. Particulier opdrachtgeverschap en het in mede-opdrachtgeverschap ontwikkelen van de eigen buurt wordt populair en er zijn al kleine collectieven die zelfstandige energiemaatschappijen oprichten. De consument wordt zich steeds meer bewust van zijn verantwoordelijkheid en van de mogelijkheid controle uit te oefenen op zijn omgeving.

De architect en stedenbouwer hebben in dit proces een centrale rol. KOW manifesteerdt zich in dit veld door het aanbieden van integrale ontwerpprocessen waarin specialistische kennis wordt benut. Op deze manier kunnen duurzame ruimtelijke concepten worden ontwikkeld waarin de relatie van de mens met zijn omgeving centraal staat. De projecten in dit magazine geven blijk van dit streven. In het project Urban Valley wordt bijvoorbeeld het oorspronkelijke programma van 10 woningen uitgebreid naar 53. Verdichting en stapeling van parkeren, winkels en woningen intensiveert de activiteit in het wijkcentrum. Een collectieve binnentuin brengt licht en ruimte in dit compacte blok en biedt de bewoners een intieme woonsfeer. De buitengevels bieden maximaal uitzicht en betrekken het wonen op de omliggende landschap. Duurzame maatregelen zoals de houten draagconstructie, de groene wanden en de bewatering van de tuin zijn onderdeel van het wooncomfort. In Jinan, China, is door ons een voorstel gemaakt voor twee gebouwen op een stationsplein. De gebouwen refereren aan de locale cultuur en de natuurlijke omgeving van Jinan en stellen verbondenheid met de plek en historische continuïteit aan de orde zonder de moderniteit van deze vooruitstrevende stad te ontkennen. Daktuinen en watercircuits leveren een zichtbare bijdrage aan de kwaliteit van de openbare ruimte en zorgen voor schone lucht, het voorkomen van het heat island effect en het zorgvuldig omgaan met water. ir. Stefan Witteman

Urban Valley, Almere


26

Opinie column - Stefan Witteman

Interview - Wim Kos

Duurzaamheid in

‘Niet te sober wat mij . betreft; geen containers Dus niet verkeerde zuinigheid. Zou je daar zelf willen wonen, is de vraag.’

hebben we vertaald naar de locatie op de Merwebolder in Sliedrecht door de woningen zo dicht mogelijk te plaatsen bij de daar aanwezige natuur: water, riet, bomen. Voor de bewoners op de eerste verdieping is een daktuin gemaakt, zodat ook zij vanuit bed of rolstoel met minimale begeleiding van de natuur kunnen genieten.” Wim Kos; “leidraad was de vraag van de ouders.” “Achter de woningen voor meervoudig gehandicapten werken we samen met KOW aan een plan voor sterk gedragsgestoorde en licht verstandelijk gehandicapten en een woongebouw voor Very Intensive Care. Geen gesloten afdeling want daar geloven wij niet in. Maar intensieve begeleiding. En werk als medicijn; het ‘workhome’ concept.” “De rol van de architect als partner. Ervaring inbrengen en een healing environment scheppen. Zoals bij het Zonnedek. Ja: wij zijn leken. Dus zoek ik naar een structurele samenwerking. Naar de mogelijkheden voor repetitie. Kennis, expertise, specialisatie. En de voordelen van standaardisering. We hebben een aantal projecten op rij

met KOW en willen verder. Niet te sober wat mij betreft; geen containers. Dus niet verkeerde zuinigheid. Zou je daar zelf willen wonen, is de vraag.” “Als het om duurzaamheid gaat zie ik ons niet voorop lopen, in die zin dat wij kostenbewust moeten zijn. Je zult met een goed verhaal moeten komen en bijbehorende berekeningen. Maar geen experimenten wat mij betreft.” Roel Jansen vraagt naar een reactie op de stelling van René van Dijk (zie het interview op pagina’s 18-20) over kleinschaligheid. Wim Kos wil die niet overnemen. Het beschut wonen kent veel soorten en maten. Ook kleinschalige. Ten afscheid krijgen wij van Wim een aantal affiches met teksten. Teksten die aan Wim zelf duidelijk goed zijn besteed; ‘je hebt de dingen niet nodig om te kunnen zien; de dingen hebben jou nodig om gezien te kunnen worden’, zo luidt er een. Arend Hilhorst en ir. Roel Jansen

27

breed perspectief

Veel zaken waar wij in het dagelijks leven sterk van afhankelijk zijn zijn voor ons volstrekt onbegrijpelijk. En niet alleen voor ons. Zelfs de grootste deskundigen verliezen soms de controle als het gaat om bijvoorbeeld digitale netwerken, onze financiële producten en om de steden waarin wij leven. Het zijn niet alleen complexe processen in de natuur waaraan wij zijn overgeleverd maar ook menselijke constructies kunnen onbeheersbare krachten oproepen en rampen veroorzaken. Het onvermogen om met deze complexe realiteit om te gaan werkt vervreemding in de hand. Voor een modern en comfortabel leven zijn wij aangewezen op instituties. Ons voedsel ligt klaar in de supermarkt, stroom en water komen uit de muur. Ook de verantwoordelijkheden liggen bij deze instituties. Wij hoeven ons nooit zorgen te maken over de directe en indirecte gevolgen van onze leefwijze. De financiële crisis en de klimaatcrisis hebben ons uit deze comfort-zone gelokt en ons bewust gemaakt van onze levensstijl. Informatie over de problematiek van afval, extreme armoede, voedselproductie en sociale en culturele spanningen is zo alomtegenwoordig dat wij ons er niet meer aan kunnen onttrekken. Het gaat om mondiale problemen waarin wij zelf een rol spelen. Consumenten worden daardoor kritischer. Er lijkt zich een trend af te tekenen waarin betrokkenheid belangrijker wordt. Steeds meer mensen willen weten waar hun voedsel vandaan komt. Het (productie)landschap wordt minder de restfiguur van de stedenbouw en gaat een directere wederkerige relatie met de stad aan. Initiatieven als Marqt, de winkel met producten uit het ommeland, en recente fenomenen als urban farming getuigen van deze trend. Het afvalprobleem valt niet te ontkennen nu we weten dat er op onze oceanen een plasticeiland zo groot als de staat Texas ronddrijft. De aanstekelijke Cradle to cradle methode kan daar mogelijk een antwoord op geven. Instituties zullen zich op deze kleinschalige initiatieven moeten inrichten. In een aantal gevallen worden ze zelfs al voorbij gestreefd. Particulier opdrachtgeverschap en het in mede-opdrachtgeverschap ontwikkelen van de eigen buurt wordt populair en er zijn al kleine collectieven die zelfstandige energiemaatschappijen oprichten. De consument wordt zich steeds meer bewust van zijn verantwoordelijkheid en van de mogelijkheid controle uit te oefenen op zijn omgeving.

De architect en stedenbouwer hebben in dit proces een centrale rol. KOW manifesteerdt zich in dit veld door het aanbieden van integrale ontwerpprocessen waarin specialistische kennis wordt benut. Op deze manier kunnen duurzame ruimtelijke concepten worden ontwikkeld waarin de relatie van de mens met zijn omgeving centraal staat. De projecten in dit magazine geven blijk van dit streven. In het project Urban Valley wordt bijvoorbeeld het oorspronkelijke programma van 10 woningen uitgebreid naar 53. Verdichting en stapeling van parkeren, winkels en woningen intensiveert de activiteit in het wijkcentrum. Een collectieve binnentuin brengt licht en ruimte in dit compacte blok en biedt de bewoners een intieme woonsfeer. De buitengevels bieden maximaal uitzicht en betrekken het wonen op de omliggende landschap. Duurzame maatregelen zoals de houten draagconstructie, de groene wanden en de bewatering van de tuin zijn onderdeel van het wooncomfort. In Jinan, China, is door ons een voorstel gemaakt voor twee gebouwen op een stationsplein. De gebouwen refereren aan de locale cultuur en de natuurlijke omgeving van Jinan en stellen verbondenheid met de plek en historische continuïteit aan de orde zonder de moderniteit van deze vooruitstrevende stad te ontkennen. Daktuinen en watercircuits leveren een zichtbare bijdrage aan de kwaliteit van de openbare ruimte en zorgen voor schone lucht, het voorkomen van het heat island effect en het zorgvuldig omgaan met water. ir. Stefan Witteman

Urban Valley, Almere


28

KOW Magazine najaar 2009

Brede school - Liessel

29

Judith de Vlaming Architect De school bevindt zich aan de rand van het Processiepark behorende bij de kerk, waarvan de kinderen tijdens het speelkwartier gebruik kunnen maken. Om zoveel mogelijk open ruimte op het kavel te houden, is het gebouw gedeeltelijk onderkelderd. De kelder bevat oa het speellokaal dat daglicht krijgt via een patio. Op de locatie bevinden zich verschillende waardevolle bomen, waarvan een op het plein van de school, die behouden is gebleven.

Liessel

Doorsnedes

Brede school, Liessel WSZ Liessel (‘t Hofke) Differentiatie: Brede school (1.792 m2) met peuterspeelzaal (158 m2), buitenschoolse opvang (125 m2) en kinderdagverblijf (125 m2) Totale oppervlakte: 2.200 m2 BVO Ontwerp: KOW, 2006 Status: Gerealiseerd, 2009 Architect: ir. Judith de Vlaming Projectleider: ir. Fred Jager Opdrachtgever: Bergopwaarts@BOW Aannemer: Bots, Liessel

De school heeft er voor gekozen om niet alle kinderen door de zelfde entree binnen te laten komen. De brede school heeft een hoofdentree, maar de verschillende functies en groepen hebben hun eigen entree, waardoor het gebouw flexibel is in gebruik en leerlingenstromen gescheiden kunnen worden. Door de positie van het gebouw op het kavel wordt ook het plein opgedeeld in meerdere plekken, zodat de allerkleinsten gescheiden van de grotere kinderen veilig kunnen spelen. De dakvorm symboliseert de levenloop van een kind: de allerkleinsten bevinden zich op de begane grond dicht bij de entree, de oudsten bevinden zich op de verdieping onder het opgetilde dak. Alle functies maken gebruik van de aula, die het hart van het gebouw vormt en de gemeenschappelijkheid benadrukt. De gevels bestaan uit oranje metselwerk, waarin verschillende typen kozijnen worden toegepast: bloemkozijnen, kozijnen met een normale negge en diepliggende kozijnen. Er zijn verschillende vlakken met een afwijkend metselverband. Door dit alles ontstaat een afwisselend en speels gevelbeeld. Het dak is een bronskleurig pannendak en vormt door zijn vorm en oriëntatie de vijfde gevel. Hiermee sluit de school aan bij de kleinschalige omliggende bebouwing.

‘De dakvorm symboliseert de levensloop van een kind’


28

KOW Magazine najaar 2009

Brede school - Liessel

29

Judith de Vlaming Architect De school bevindt zich aan de rand van het Processiepark behorende bij de kerk, waarvan de kinderen tijdens het speelkwartier gebruik kunnen maken. Om zoveel mogelijk open ruimte op het kavel te houden, is het gebouw gedeeltelijk onderkelderd. De kelder bevat oa het speellokaal dat daglicht krijgt via een patio. Op de locatie bevinden zich verschillende waardevolle bomen, waarvan een op het plein van de school, die behouden is gebleven.

Liessel

Doorsnedes

Brede school, Liessel WSZ Liessel (‘t Hofke) Differentiatie: Brede school (1.792 m2) met peuterspeelzaal (158 m2), buitenschoolse opvang (125 m2) en kinderdagverblijf (125 m2) Totale oppervlakte: 2.200 m2 BVO Ontwerp: KOW, 2006 Status: Gerealiseerd, 2009 Architect: ir. Judith de Vlaming Projectleider: ir. Fred Jager Opdrachtgever: Bergopwaarts@BOW Aannemer: Bots, Liessel

De school heeft er voor gekozen om niet alle kinderen door de zelfde entree binnen te laten komen. De brede school heeft een hoofdentree, maar de verschillende functies en groepen hebben hun eigen entree, waardoor het gebouw flexibel is in gebruik en leerlingenstromen gescheiden kunnen worden. Door de positie van het gebouw op het kavel wordt ook het plein opgedeeld in meerdere plekken, zodat de allerkleinsten gescheiden van de grotere kinderen veilig kunnen spelen. De dakvorm symboliseert de levenloop van een kind: de allerkleinsten bevinden zich op de begane grond dicht bij de entree, de oudsten bevinden zich op de verdieping onder het opgetilde dak. Alle functies maken gebruik van de aula, die het hart van het gebouw vormt en de gemeenschappelijkheid benadrukt. De gevels bestaan uit oranje metselwerk, waarin verschillende typen kozijnen worden toegepast: bloemkozijnen, kozijnen met een normale negge en diepliggende kozijnen. Er zijn verschillende vlakken met een afwijkend metselverband. Door dit alles ontstaat een afwisselend en speels gevelbeeld. Het dak is een bronskleurig pannendak en vormt door zijn vorm en oriëntatie de vijfde gevel. Hiermee sluit de school aan bij de kleinschalige omliggende bebouwing.

‘De dakvorm symboliseert de levensloop van een kind’


30

De Wasserij - Den Haag

KOW Magazine najaar 2009

Remko Veenstra Architect - Stedenbouwkundige

Den Haag

Op de plaats van een voormalige wasserij in Den Haag, heeft KOW plannen gemaakt om het bestaande gebouw voor hergebruik geschikt te maken. Na diverse studies werd de uitkomst vervangende nieuwbouw. Op de locatie werd een ‘monoliet’ gesitueerd met daarin 80 appartementen voor jongeren. Op de begane grond is een bedrijfsruimte van ca. 750 m2 ontworpen, die plaats biedt aan een apotheek en een huisartsen praktijkruimte. Parkeren wordt binnen het gebouw opgelost door het Wöhr Parklift parkeersysteem. Door dubbel grondgebruik worden 16 interne parkeerplaatsen mogelijk gemaakt.

De Wasserij, Den Haag Differentiatie: 80 studenten-/jongerenwoningen, 750 m2 bedrijfsruimte, 16 interne parkeerplaatsen Ontwerp: KOW, 2005 Status: Gerealiseerd, 2008 Architect: ir. Remko Veenstra Projectleider: ir. Bert van Esveld Opdrachtgever: Ceres projecten, Den Haag Aannemer: Stebru Bouw BV, Nieuwerkerk ad IJssel

31


30

De Wasserij - Den Haag

KOW Magazine najaar 2009

Remko Veenstra Architect - Stedenbouwkundige

Den Haag

Op de plaats van een voormalige wasserij in Den Haag, heeft KOW plannen gemaakt om het bestaande gebouw voor hergebruik geschikt te maken. Na diverse studies werd de uitkomst vervangende nieuwbouw. Op de locatie werd een ‘monoliet’ gesitueerd met daarin 80 appartementen voor jongeren. Op de begane grond is een bedrijfsruimte van ca. 750 m2 ontworpen, die plaats biedt aan een apotheek en een huisartsen praktijkruimte. Parkeren wordt binnen het gebouw opgelost door het Wöhr Parklift parkeersysteem. Door dubbel grondgebruik worden 16 interne parkeerplaatsen mogelijk gemaakt.

De Wasserij, Den Haag Differentiatie: 80 studenten-/jongerenwoningen, 750 m2 bedrijfsruimte, 16 interne parkeerplaatsen Ontwerp: KOW, 2005 Status: Gerealiseerd, 2008 Architect: ir. Remko Veenstra Projectleider: ir. Bert van Esveld Opdrachtgever: Ceres projecten, Den Haag Aannemer: Stebru Bouw BV, Nieuwerkerk ad IJssel

31


32

Maatschappelijk Vastgoed

Maatschappelijk Vastgoed

De veranderende condities waaronder zorg wordt gefinancierd en gebouwen in de zorg tot stand komen schept ruimte voor vernieuwing. In veel opzichten loopt de opgave in deze sector voor op de commerciële sectoren. Ketenintegratie, procesinnovatie en life cycle cost analyses maken nu al deel uit van de bouwpraktijk. De innovaties zijn bittere noodzaak, ze bieden echter geweldige kansen. KOW heeft inmiddels ruim tien jaar ervaring in zowel zorg, zorgwonen als scholenbouw. Meer dan in andere sectoren staat het maatschappelijk belang van deze opgave voorop. KOW richt zich op het ontwerpen van een duurzame bijdrage aan de maatschappij. Gebouwen met een zo gunstig mogelijke effect op de leefomgeving van gebruiker en omwonende, energiehuishouding en materiaalgebruik. Hergebruik en indeelbaarheid spelen nu in elke opgave een grote rol. Onze ervaring in woningbouw en kantoren hebben we kunnen inzetten voor woon-zorgcomplexen waar de gewijzigde financieringscondities tot een andere blik hebben geleid. KOW staat niet in de traditie van structuren die sterk van binnenuit en dwingend modulair zijn opgebouwd. Elk decennium blijkt de ziekenhuistypologie die gebouwd wordt alweer achterhaald te zijn, enkele jaren na oplevering. Integendeel, wij staan een integrale visie voor waarin de omgeving en de betekenis van de plek een cruciale rol speelen. Elk ziekenhuis, zorgcentrum of brede school moet vooral een HUIS zijn. Een herkenbare tastbaar maatschappelijk construct dat duurzaam is in alle opzichten;

technisch, energetisch en sociaal. Flexibele veranderbare en tijdloze structuren die waarde toevoegen aan hun omgeving. De healing environment is een begrip dat dicht bij consumentgerichte innovaties uit de commerciële en sociale woningbouw staat. Een gebouw dat na jaren van trouwe dienst een nieuw leven krijgt als creatieve fabriek of verbouwd wordt tot aantrekkelijk appartementengebouw. Een gebouw dat midden in de samenleving staat. Keuzevrijheid, levensloopbestendigheid en flexibiliteit zijn begrippen die leidend zijn. Grijswaarde en diversiteit Een niet te onderschatten factor in de beleving van gebouwen wordt door de architect bepaald, en is niet in een programma van eisen te vangen. Kan je makkelijk je weg vinden in een gebouw, zijn er scherpe contrasten, of juist geleidelijke veranderingen, kun je de seizoenen beleven? Naar gelang de situatie zetten wij de middelen in om scherpe contrasten en overgangen te maken, of juist geleidelijke bijna ongemerkte verschillen te maken. Juist de

KOW Magazine najaar 2009

ervaringen uit de woningbouw komen ons hierbij van pas. KOW staat voor een open, creatieve cultuur waar ontdekkingen van nieuwe lijnen niet belangrijker zijn dan de herkenning van beproefde modellen. Het gaat ons niet om het nalaten van een eenduidig handschrift. KOW is herkenbaar door de specificiteit van de oplossing. De beste KOW ontwerpen zijn gelaagd, zowel vanzelfsprekend als verrassend, en open van natuur. KOW staat voor een cultuur die zaken mogelijk maakt, opening geeft voor nieuwe en oude verhalen. De cultuur van de stad is er een van veelzijdigheid en rijkheid, ontmoeting en uitwisseling. Cultuur gedijt weliswaar in isolement, maar wordt nog veel sterker en rijker door uitwisseling en openheid. Door de maatschappelijke opgave vanuit deze visie te benaderen hopen wij nieuwe impulsen aan de omgeving te geven. Elke opgave kent haar eigen specifieke mogelijkheden en wetmatigheden die wij willen ontdekken. Eenmaal geïdentificeerd leidt de analyse vrij snel tot een concept dat bestand is tegen wijzigende plancondities en de tand des tijds. Transitie naar lifespancosts Er zijn natuurlijk nog steeds zorgpartijen die een vervanging zoeken van de traditionele rol van College bouw zorginstellingen. Ten eerste is het moeilijk om bijvoorbeeld een corporatie te vinden die in die enge vorm de rol van medeontwikkelaar / financier wil vervullen. Nog belangrijker is dat met het niet benutten van de ruimere interpretatie de eigen organisatie te kort wordt gedaan in de zin van financieringsvormen en samenwerkingsvormen. Wij zien dat juist in dit soort transitiemodellen duurzaamheid een belangrijke katalysator kan zijn. Om duurzaamheid te financieren dient men zich volledig op de totale lifespan kosten te richten. Daar ontstaat naast de optimalisatie in energieverbruik ook een optimale huisvestingsvisie en een duurzame verbetering van de organisatie van het zorgaanbod. Juist een zorgaanbieder kan een goede alliantiegenoot zijn voor ontwikkelaars of corporaties. Juist zorgaanbieders kunnen worden geholpen aan een innovatieve constructie voor de financiering van de huisvesting en zijn zelf een erg trouwe huurder. Daarnaast zijn ook vergaande constructies mogelijk waarbij financierder, ontwikkelaar, huisvester en zorgaanbieder in elkaar overgaan. Een werkelijk Design, Construct, Maintain and Operate constructie: de corporatie die daadwerkelijk zelf thuiszorg gaat aanbieden. Dat is sowieso de trend die wij zien: cure en care zijn twee volledig aparte werelden. Cure wil genezen, care wil gewoon comfortabel wonen. De emancipatie van de ouderen zorgt er voor dat een zeer divers woongenot aangeboden moet worden. Ook in de gehandicaptenzorg dringt door dat de

beperking van de cliënt niet een beperking van zijn of haar woongenot hoeft te zijn. De diversiteit en juist de aansluiting op de samenleving staan voorop. Op de Wielewaal is het terrein voor de geestelijk gehandicapten niet langer ommuurd en werken zij in het ‘grand cafe’ dat openbaar toegankelijk is. De optimale zorg naar vraag wordt echt op de achtergrond aangeboden. Maatschappelijk vastgoed in kleine kernen Het buurtcentrum van weleer heet tegenwoordig MFA. Maar de multifunctionele accommodatie is veel meer dan dat. Het kan een hele centrale functie gaan spelen in het alledaagse leven. We hebben al combinaties gemaakt van brede scholen, huisartspraktijken, muziekzaaltjes, winkelcentra, zorgaanbod, bibliotheek, eerstelijnscentra enz. Zulke gebouwen krijgen een grote betekenis voor de gemeenschap waarin ze staan. Het sterkst merken we dat in de vele kleine kernen van Nederland. Het is vaak de redding van de leefbaarheid in een dorp, nu en in de toekomst. Het fragiele verenigingsleven, het ontmoeten en ontlopen gebeurt op één plek. Het gebouw krijgt daardoor een beheersbare bezettingsgraad. Duurzame toepassingen krijgen weer een kans. Wij kunnen partijen als corporaties er ook van overtuigen dat de investering in een gezonde MFA een investering is in de waarde van de omliggende woningportefeuille, zeker in kleine kernen. Stedenbouwkundig ligt daar vaak de sleutel tot succes. Gebouw als een stadje De nieuwe opgave van de laatste jaren bestaat uit de samenkomst van uiteenlopende programma’s onder één dak. Zowel in nieuwe uitleggebieden als bij ontwikkelingen in dorpscentra en wijkkernen vormt deze opgave vaak het sluitstuk van of de kroon op een ontwikkeling. Dit zijn de nieuwe maatschappelijke vormen waarin gemeenschappelijkheid en samenhang tot uiting komen. Elke opgave is uniek; wat de opgaven gemeen hebben is de uitdaging om de samenkomst van uiteenlopende onderdelen op overtuigende wijze vorm te geven, op een manier die een duurzame verbeelding van gemeenschapszin geeft. Onlosmakelijk speelt schaal en samenhang een grote rol. De combinatie van verschillende functies en woningtypen. Met het concept ‘Gebouw als een stadje’ hanteert KOW een ontwerpprincipe dat op een prettige en ongedwongen manier de samenkomst van uiteenlopende programma’s mogelijk maakt in een schaal die teruggebracht kan worden naar ontspannen proporties. ir. Roel Jansen

33


32

Maatschappelijk Vastgoed

Maatschappelijk Vastgoed

De veranderende condities waaronder zorg wordt gefinancierd en gebouwen in de zorg tot stand komen schept ruimte voor vernieuwing. In veel opzichten loopt de opgave in deze sector voor op de commerciële sectoren. Ketenintegratie, procesinnovatie en life cycle cost analyses maken nu al deel uit van de bouwpraktijk. De innovaties zijn bittere noodzaak, ze bieden echter geweldige kansen. KOW heeft inmiddels ruim tien jaar ervaring in zowel zorg, zorgwonen als scholenbouw. Meer dan in andere sectoren staat het maatschappelijk belang van deze opgave voorop. KOW richt zich op het ontwerpen van een duurzame bijdrage aan de maatschappij. Gebouwen met een zo gunstig mogelijke effect op de leefomgeving van gebruiker en omwonende, energiehuishouding en materiaalgebruik. Hergebruik en indeelbaarheid spelen nu in elke opgave een grote rol. Onze ervaring in woningbouw en kantoren hebben we kunnen inzetten voor woon-zorgcomplexen waar de gewijzigde financieringscondities tot een andere blik hebben geleid. KOW staat niet in de traditie van structuren die sterk van binnenuit en dwingend modulair zijn opgebouwd. Elk decennium blijkt de ziekenhuistypologie die gebouwd wordt alweer achterhaald te zijn, enkele jaren na oplevering. Integendeel, wij staan een integrale visie voor waarin de omgeving en de betekenis van de plek een cruciale rol speelen. Elk ziekenhuis, zorgcentrum of brede school moet vooral een HUIS zijn. Een herkenbare tastbaar maatschappelijk construct dat duurzaam is in alle opzichten;

technisch, energetisch en sociaal. Flexibele veranderbare en tijdloze structuren die waarde toevoegen aan hun omgeving. De healing environment is een begrip dat dicht bij consumentgerichte innovaties uit de commerciële en sociale woningbouw staat. Een gebouw dat na jaren van trouwe dienst een nieuw leven krijgt als creatieve fabriek of verbouwd wordt tot aantrekkelijk appartementengebouw. Een gebouw dat midden in de samenleving staat. Keuzevrijheid, levensloopbestendigheid en flexibiliteit zijn begrippen die leidend zijn. Grijswaarde en diversiteit Een niet te onderschatten factor in de beleving van gebouwen wordt door de architect bepaald, en is niet in een programma van eisen te vangen. Kan je makkelijk je weg vinden in een gebouw, zijn er scherpe contrasten, of juist geleidelijke veranderingen, kun je de seizoenen beleven? Naar gelang de situatie zetten wij de middelen in om scherpe contrasten en overgangen te maken, of juist geleidelijke bijna ongemerkte verschillen te maken. Juist de

KOW Magazine najaar 2009

ervaringen uit de woningbouw komen ons hierbij van pas. KOW staat voor een open, creatieve cultuur waar ontdekkingen van nieuwe lijnen niet belangrijker zijn dan de herkenning van beproefde modellen. Het gaat ons niet om het nalaten van een eenduidig handschrift. KOW is herkenbaar door de specificiteit van de oplossing. De beste KOW ontwerpen zijn gelaagd, zowel vanzelfsprekend als verrassend, en open van natuur. KOW staat voor een cultuur die zaken mogelijk maakt, opening geeft voor nieuwe en oude verhalen. De cultuur van de stad is er een van veelzijdigheid en rijkheid, ontmoeting en uitwisseling. Cultuur gedijt weliswaar in isolement, maar wordt nog veel sterker en rijker door uitwisseling en openheid. Door de maatschappelijke opgave vanuit deze visie te benaderen hopen wij nieuwe impulsen aan de omgeving te geven. Elke opgave kent haar eigen specifieke mogelijkheden en wetmatigheden die wij willen ontdekken. Eenmaal geïdentificeerd leidt de analyse vrij snel tot een concept dat bestand is tegen wijzigende plancondities en de tand des tijds. Transitie naar lifespancosts Er zijn natuurlijk nog steeds zorgpartijen die een vervanging zoeken van de traditionele rol van College bouw zorginstellingen. Ten eerste is het moeilijk om bijvoorbeeld een corporatie te vinden die in die enge vorm de rol van medeontwikkelaar / financier wil vervullen. Nog belangrijker is dat met het niet benutten van de ruimere interpretatie de eigen organisatie te kort wordt gedaan in de zin van financieringsvormen en samenwerkingsvormen. Wij zien dat juist in dit soort transitiemodellen duurzaamheid een belangrijke katalysator kan zijn. Om duurzaamheid te financieren dient men zich volledig op de totale lifespan kosten te richten. Daar ontstaat naast de optimalisatie in energieverbruik ook een optimale huisvestingsvisie en een duurzame verbetering van de organisatie van het zorgaanbod. Juist een zorgaanbieder kan een goede alliantiegenoot zijn voor ontwikkelaars of corporaties. Juist zorgaanbieders kunnen worden geholpen aan een innovatieve constructie voor de financiering van de huisvesting en zijn zelf een erg trouwe huurder. Daarnaast zijn ook vergaande constructies mogelijk waarbij financierder, ontwikkelaar, huisvester en zorgaanbieder in elkaar overgaan. Een werkelijk Design, Construct, Maintain and Operate constructie: de corporatie die daadwerkelijk zelf thuiszorg gaat aanbieden. Dat is sowieso de trend die wij zien: cure en care zijn twee volledig aparte werelden. Cure wil genezen, care wil gewoon comfortabel wonen. De emancipatie van de ouderen zorgt er voor dat een zeer divers woongenot aangeboden moet worden. Ook in de gehandicaptenzorg dringt door dat de

beperking van de cliënt niet een beperking van zijn of haar woongenot hoeft te zijn. De diversiteit en juist de aansluiting op de samenleving staan voorop. Op de Wielewaal is het terrein voor de geestelijk gehandicapten niet langer ommuurd en werken zij in het ‘grand cafe’ dat openbaar toegankelijk is. De optimale zorg naar vraag wordt echt op de achtergrond aangeboden. Maatschappelijk vastgoed in kleine kernen Het buurtcentrum van weleer heet tegenwoordig MFA. Maar de multifunctionele accommodatie is veel meer dan dat. Het kan een hele centrale functie gaan spelen in het alledaagse leven. We hebben al combinaties gemaakt van brede scholen, huisartspraktijken, muziekzaaltjes, winkelcentra, zorgaanbod, bibliotheek, eerstelijnscentra enz. Zulke gebouwen krijgen een grote betekenis voor de gemeenschap waarin ze staan. Het sterkst merken we dat in de vele kleine kernen van Nederland. Het is vaak de redding van de leefbaarheid in een dorp, nu en in de toekomst. Het fragiele verenigingsleven, het ontmoeten en ontlopen gebeurt op één plek. Het gebouw krijgt daardoor een beheersbare bezettingsgraad. Duurzame toepassingen krijgen weer een kans. Wij kunnen partijen als corporaties er ook van overtuigen dat de investering in een gezonde MFA een investering is in de waarde van de omliggende woningportefeuille, zeker in kleine kernen. Stedenbouwkundig ligt daar vaak de sleutel tot succes. Gebouw als een stadje De nieuwe opgave van de laatste jaren bestaat uit de samenkomst van uiteenlopende programma’s onder één dak. Zowel in nieuwe uitleggebieden als bij ontwikkelingen in dorpscentra en wijkkernen vormt deze opgave vaak het sluitstuk van of de kroon op een ontwikkeling. Dit zijn de nieuwe maatschappelijke vormen waarin gemeenschappelijkheid en samenhang tot uiting komen. Elke opgave is uniek; wat de opgaven gemeen hebben is de uitdaging om de samenkomst van uiteenlopende onderdelen op overtuigende wijze vorm te geven, op een manier die een duurzame verbeelding van gemeenschapszin geeft. Onlosmakelijk speelt schaal en samenhang een grote rol. De combinatie van verschillende functies en woningtypen. Met het concept ‘Gebouw als een stadje’ hanteert KOW een ontwerpprincipe dat op een prettige en ongedwongen manier de samenkomst van uiteenlopende programma’s mogelijk maakt in een schaal die teruggebracht kan worden naar ontspannen proporties. ir. Roel Jansen

33


34

KOW Magazine najaar 2009

Woonzorgcomplex De Singelhof - Maasland

35

‘Levensloopbestendige zorg op de schaal van Maasland’

Situatie begane grond

In 2003 hebben de gemeente Midden-Delfland en de Algemene Woningstichting Maasland het initiatief genomen tot een aanzienlijke impuls voor het wonen voor 60 plussers in Maasland. Met behulp van adviesbureau Oranjewoud is onderzocht welke mogelijkheden er waren, en aan welke randvoorwaarden een complex van zorgwoningen zou moeten voldoen. Als locatie is het gebied tussen de Hammersdreef, Hofsingel, Postlaan en Kluiskade geselecteerd. Daarbij werd duidelijk dat op de plek van 33 bestaande, gedateerde, seniorenwoningen ruimte was voor een nieuwe ontwikkeling, midden in Maasland. In totaal bestaat het nieuwe gebouw uit 78 seniorenwoningen, waarvan 63 huur en 15 koopwoningen. Daarnaast bevat het complex twee eigen units voor 2 x 6 psychogeriatrische patiënten. Het naastgelegen bestaande ouderencomplex maakt integraal onderdeel uit van de herontwikkeling. De ontmoetingsruimte van dit complex is uitgebreid met een grootkeuken, en functioneert als restaurant.

Maasland De Singelhof, Maasland Differentiatie: Multifunctioneel woonzorgcomplex met 78 seniorenwoningen, hoofdkantoor van Stichting Welzijn Midden-Delfland, kantoorruimte van Zorginstelling Pieter van Foreest, kleinschalig wonen voor 12 personen met zorg van Pieter van Foreest en recreatiezaal t.b.v. activiteiten voor alle Maaslandse ouderen Ontwerp: KOW, 2003 Status: Gerealiseerd, 2008 Architect: ir. Hans Kaashoek Projectleider: Quinten Mes Opdrachtgever: Algemene Woningstichting Maasland Aannemer: Waal Bouw


34

KOW Magazine najaar 2009

Woonzorgcomplex De Singelhof - Maasland

35

‘Levensloopbestendige zorg op de schaal van Maasland’

Situatie begane grond

In 2003 hebben de gemeente Midden-Delfland en de Algemene Woningstichting Maasland het initiatief genomen tot een aanzienlijke impuls voor het wonen voor 60 plussers in Maasland. Met behulp van adviesbureau Oranjewoud is onderzocht welke mogelijkheden er waren, en aan welke randvoorwaarden een complex van zorgwoningen zou moeten voldoen. Als locatie is het gebied tussen de Hammersdreef, Hofsingel, Postlaan en Kluiskade geselecteerd. Daarbij werd duidelijk dat op de plek van 33 bestaande, gedateerde, seniorenwoningen ruimte was voor een nieuwe ontwikkeling, midden in Maasland. In totaal bestaat het nieuwe gebouw uit 78 seniorenwoningen, waarvan 63 huur en 15 koopwoningen. Daarnaast bevat het complex twee eigen units voor 2 x 6 psychogeriatrische patiënten. Het naastgelegen bestaande ouderencomplex maakt integraal onderdeel uit van de herontwikkeling. De ontmoetingsruimte van dit complex is uitgebreid met een grootkeuken, en functioneert als restaurant.

Maasland De Singelhof, Maasland Differentiatie: Multifunctioneel woonzorgcomplex met 78 seniorenwoningen, hoofdkantoor van Stichting Welzijn Midden-Delfland, kantoorruimte van Zorginstelling Pieter van Foreest, kleinschalig wonen voor 12 personen met zorg van Pieter van Foreest en recreatiezaal t.b.v. activiteiten voor alle Maaslandse ouderen Ontwerp: KOW, 2003 Status: Gerealiseerd, 2008 Architect: ir. Hans Kaashoek Projectleider: Quinten Mes Opdrachtgever: Algemene Woningstichting Maasland Aannemer: Waal Bouw


36

KOW Magazine najaar 2009

Kroonenburg - Zaandam

Hans Kaashoek Architect Het verpleeghuis Kroonenburg in de wijk ‘t Twiske, Zaandam Zuidoost, voldeed niet meer aan de eisen van de huidige tijd. Herontwikkeling en revitalisering van dit deel van de wijk door de combinatie ZVH, de Zaanse woningcorporatie, Kristal als ontwikkelaar en Evean als zorgleverancier geven haar een nieuwe impuls. Het concept Een omvangrijk woningbouw- en zorgprogramma met uiteindelijk 350 wooneenheden in diverse groottes en doelgroepen werd in 3 intensieve “Pressure Cooking” dagen gestructureerd tot een zo kleinschalig mogelijke bebouwingsstructuur rondom twee grote groene binnentuinen. Door de randen van het plangebied op te zoeken werd dat mogelijk. Het hart ervan wordt gevormd door het H vormige zorggebouw met extramurale- en intramurale zorgwoningen en PG groepswoningen samen

met een omvangrijk programma aan zorggerelateerde commerciële ruimtes met uitlopers de tuinen in. Onder de tuinen zijn de ca. 450 parkeerplaatsen gerealiseerd. Voor iedere woonruimte zo veel mogelijk licht en uitzicht was het uitgangspunt. Architect Sharoun met zijn expressieve humane kristallijne architectuur was daarbij ons lichtend voorbeeld. De gevels zijn allen uitgevoerd in karamel kleurig metselwerk, “het suède jasje”. Naarmate je dichter bij het hart van het complex komt wordt de complexiteit van de vormentaal ook groter en expressiever. Dynamisch kleurgebruik, gekleurde vlakken en gekleurd glas bieden een opvrolijkend kader. Het interieur biedt “gecondenseerd” de kleurrijke Zaanse houtengevel dorpssfeer. Je kringetje waar je je in bevindt als hulp behoevende wordt steeds kleiner naarmate je ouder wordt. Referentie aan je vertrouwde “roots” biedt dan de juiste zorgomgeving. Een bijkomend voordeel is dat zorgpersoneel ook graag in een vrolijke stimulerende omgeving wil werken, efficiënt georganiseerd, zodat er tijd vrijgespeeld kan worden voor de werkelijke zorgvraag: intermenselijk contact.

Zaandam

Conceptschets

Kroonenburg, Twiskeweg, Zaandam Zuid-Oost Differentiatie: 87 extramurale zorgwoningen (7.800 m2), 102 intramurale zorgwoon-eenheden (4.000 m2), 211 koopwoningen, (45 appartementen, 58 drive-in woningen, 80 woningen in 22-laagse toren), 3.900 m2 commerciële ruimtes, 600 m2 zorggerelateerd Parkeren: 450 parkeerplaatsen Ontwerp: KOW, 2004 Status: Gerealiseerd, 2009 Architect: ir. Hans Kaashoek Projectleider: ing. Hans Rolvink Opdrachtgever: Kristal Projectontwikkeling Aannemer: BAM Woningbouw BV, Alkmaar

37


36

KOW Magazine najaar 2009

Kroonenburg - Zaandam

Hans Kaashoek Architect Het verpleeghuis Kroonenburg in de wijk ‘t Twiske, Zaandam Zuidoost, voldeed niet meer aan de eisen van de huidige tijd. Herontwikkeling en revitalisering van dit deel van de wijk door de combinatie ZVH, de Zaanse woningcorporatie, Kristal als ontwikkelaar en Evean als zorgleverancier geven haar een nieuwe impuls. Het concept Een omvangrijk woningbouw- en zorgprogramma met uiteindelijk 350 wooneenheden in diverse groottes en doelgroepen werd in 3 intensieve “Pressure Cooking” dagen gestructureerd tot een zo kleinschalig mogelijke bebouwingsstructuur rondom twee grote groene binnentuinen. Door de randen van het plangebied op te zoeken werd dat mogelijk. Het hart ervan wordt gevormd door het H vormige zorggebouw met extramurale- en intramurale zorgwoningen en PG groepswoningen samen

met een omvangrijk programma aan zorggerelateerde commerciële ruimtes met uitlopers de tuinen in. Onder de tuinen zijn de ca. 450 parkeerplaatsen gerealiseerd. Voor iedere woonruimte zo veel mogelijk licht en uitzicht was het uitgangspunt. Architect Sharoun met zijn expressieve humane kristallijne architectuur was daarbij ons lichtend voorbeeld. De gevels zijn allen uitgevoerd in karamel kleurig metselwerk, “het suède jasje”. Naarmate je dichter bij het hart van het complex komt wordt de complexiteit van de vormentaal ook groter en expressiever. Dynamisch kleurgebruik, gekleurde vlakken en gekleurd glas bieden een opvrolijkend kader. Het interieur biedt “gecondenseerd” de kleurrijke Zaanse houtengevel dorpssfeer. Je kringetje waar je je in bevindt als hulp behoevende wordt steeds kleiner naarmate je ouder wordt. Referentie aan je vertrouwde “roots” biedt dan de juiste zorgomgeving. Een bijkomend voordeel is dat zorgpersoneel ook graag in een vrolijke stimulerende omgeving wil werken, efficiënt georganiseerd, zodat er tijd vrijgespeeld kan worden voor de werkelijke zorgvraag: intermenselijk contact.

Zaandam

Conceptschets

Kroonenburg, Twiskeweg, Zaandam Zuid-Oost Differentiatie: 87 extramurale zorgwoningen (7.800 m2), 102 intramurale zorgwoon-eenheden (4.000 m2), 211 koopwoningen, (45 appartementen, 58 drive-in woningen, 80 woningen in 22-laagse toren), 3.900 m2 commerciële ruimtes, 600 m2 zorggerelateerd Parkeren: 450 parkeerplaatsen Ontwerp: KOW, 2004 Status: Gerealiseerd, 2009 Architect: ir. Hans Kaashoek Projectleider: ing. Hans Rolvink Opdrachtgever: Kristal Projectontwikkeling Aannemer: BAM Woningbouw BV, Alkmaar

37


38

KOW Magazine najaar 2009

Verduurzaming particuliere woningvoorraad

De meerderheid van de deskundigen is het er over eens dat het klimaat door broeikasgassen aan het veranderen is. Als we de uitstoot van broeikasgassen niet verminderen kan het deze eeuw gemiddeld vier graden warmer worden, met drastische gevolgen voor het klimaat. Het zal vaker en harder gaan stormen en regenen, er komen meer en langere periodes van droogte en smeltende gletsjers en poolkappen zorgen voor een stijgende zeespiegel. Verhoudingen CO2 reductie - woningen - kosten per ingreep woningen voor 1985

particuliere woningvoorraad Nederland heeft afgesproken de uitstoot van broeikasgassen, in het bijzonder CO2, in 2020 met 30% te verminderen in vergelijking met 1990. De gemeente Den Haag heeft deze doelstelling onderschreven en voert een meersporenbeleid om hieraan te voldoen. In dat kader heeft de gemeente KOW gevraagd onderzoek te doen naar de duurzaamheid en de onderhoudskwaliteit van de particuliere woningen. Onderzoek duurzaamheid particuliere woningen In samenwerking met de gemeente Den Haag en onderzoeksinstituut OTB TU Delft heeft KOW onderzoek gedaan naar de duurzaamheid van Haagse particuliere woningen van voor 1985. Het onderzoek heeft betrekking op 104.000 woningen, verdeeld over de acht meest voorkomende woningtypes. Onderzocht zijn de GPR (Gemeentelijke Praktijk Richtlijnen) scores Energie, Milieu, Gezondheid, Gebruikskwaliteit, Toekomstwaarde en de huidige CO2 uitstoot door energieverbruik. Tevens zijn gezondheidsaspecten als de aanwezigheid van asbest, geisers, gashaarden, koudebruggen en optrekkend vocht onderzocht. In het onderzoek zijn aanbevelingen gedaan om de CO2 emissie te reduceren en de binnenkwaliteit van de woningen te verbeteren. De voorstellen

zijn doorgerekend en voorzien van een globale kostenraming. Conditiemeting kwaliteit particuliere woningen Gelijktijdig met het duurzaamheidsonderzoek heeft KOW samen met OTB onderzoek gedaan naar de conditie van deze particuliere woningvoorraad op wijkniveau. In 18 wijken zijn de onderhoudstoestand en de herstelkosten per bouwdeel onderzocht. Met hierbij aandacht voor de ‘pionierswijken’ waar in de afgelopen decennia stimuleringsmaatregelen voor onderhoud van kracht zijn geweest. Tevens zijn in het onderzoek de verschillende eigendomscategorieën binnen Verenigingen van Eigenaren (VvE’s) met elkaar vergeleken. Werkwijze In een representatieve steekproef zijn door ons opnameteam 210 woningen onderzocht op duurzaamheid en is bij 724 woningen een conditiemeting gedaan. Ons callcenter, heeft hiertoe de geselecteerde bewoners benaderd voor het maken van een afspraak. De duurzaamheid van de woningen is onderzocht op de specifieke karakteristieken van GPR Gebouw 4.0, waarbij de onderdelen Energie en Milieu betrekking hebben op

de binnen- en buitenzijde van de woning. Bij Gezondheid, Gebruikskwaliteit en Toekomstwaarde zijn ook het gebouw en de omgeving opgenomen. De conditiemeting is uitgevoerd volgens een gestandaardiseerde opnamemethodiek, de NEN 2767, welke de kwaliteit van bouwelementen uitdrukt in een conditiescore. Naast de (makkelijk bereikbare) voorgevel is van alle woningen de achtergevel opgenomen. In ca. 60% van de opnames is ook het dak opgenomen. Niet eerder is er in Den Haag op een dergelijke uitgebreide schaal onderzoek gedaan naar de kwaliteit van de achtergevel en het dak. KOW heeft in samenwerking met OTB zorg gedragen voor een statistisch verantwoord onderzoek. Zowel bij de steekproeftrekking als bij de verwerking en interpretatie van de gegevens heeft OTB de statistische geldigheid van het onderzoek kritisch bewaakt. Uitkomsten duurzaamheidsonderzoek Het duurzaamheidsonderzoek geeft aan dat de Haagse particuliere woningen van voor 1985 goed scoren op de GPR modules Milieu, Gebruikskwaliteit en Toekomst-

waarde. De score voor de module Gezondheid zit rond het GPR niveau van bestaande bouw. De GPR score voor Energie is voor alle woningtypes onder het niveau van de bestaande bouw. De 104.000 woningen zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor bijna een half miljoen ton aan CO2 uitstoot door energieverbruik per jaar (463.000 ton). Dit is gelijk aan de jaarlijkse CO2 opname van 9,6 miljoen bomen en een bos van 96.000 hectare. Met het door KOW voorgestelde ‘Pakket van Ingrepen’ gericht op isolatie, hoog rendement verwarming en de productie van duurzame energie is het mogelijk om 30% CO2 per 2020 te reduceren. Tevens kan hiermee voor de woningen een GPR Energie score tot boven het niveau van de bestaande bouw worden gehaald. Om de beoogde reductie van 30% (is 139.000 ton) CO2 uitstoot per jaar te realiseren dient 63% van de maatregelen in het Pakket van Ingrepen te worden uitgevoerd. De kosten voor de ingrepen bij deze 63% zijn gemiddeld € 8.000,- incl. BTW per woning. Energiebesparing levert over een periode van 15 jaar gemiddeld € 4.300,- op, resteert een ‘onrendabele top’ van € 3.700,- incl. BTW.

39


38

KOW Magazine najaar 2009

Verduurzaming particuliere woningvoorraad

De meerderheid van de deskundigen is het er over eens dat het klimaat door broeikasgassen aan het veranderen is. Als we de uitstoot van broeikasgassen niet verminderen kan het deze eeuw gemiddeld vier graden warmer worden, met drastische gevolgen voor het klimaat. Het zal vaker en harder gaan stormen en regenen, er komen meer en langere periodes van droogte en smeltende gletsjers en poolkappen zorgen voor een stijgende zeespiegel. Verhoudingen CO2 reductie - woningen - kosten per ingreep woningen voor 1985

particuliere woningvoorraad Nederland heeft afgesproken de uitstoot van broeikasgassen, in het bijzonder CO2, in 2020 met 30% te verminderen in vergelijking met 1990. De gemeente Den Haag heeft deze doelstelling onderschreven en voert een meersporenbeleid om hieraan te voldoen. In dat kader heeft de gemeente KOW gevraagd onderzoek te doen naar de duurzaamheid en de onderhoudskwaliteit van de particuliere woningen. Onderzoek duurzaamheid particuliere woningen In samenwerking met de gemeente Den Haag en onderzoeksinstituut OTB TU Delft heeft KOW onderzoek gedaan naar de duurzaamheid van Haagse particuliere woningen van voor 1985. Het onderzoek heeft betrekking op 104.000 woningen, verdeeld over de acht meest voorkomende woningtypes. Onderzocht zijn de GPR (Gemeentelijke Praktijk Richtlijnen) scores Energie, Milieu, Gezondheid, Gebruikskwaliteit, Toekomstwaarde en de huidige CO2 uitstoot door energieverbruik. Tevens zijn gezondheidsaspecten als de aanwezigheid van asbest, geisers, gashaarden, koudebruggen en optrekkend vocht onderzocht. In het onderzoek zijn aanbevelingen gedaan om de CO2 emissie te reduceren en de binnenkwaliteit van de woningen te verbeteren. De voorstellen

zijn doorgerekend en voorzien van een globale kostenraming. Conditiemeting kwaliteit particuliere woningen Gelijktijdig met het duurzaamheidsonderzoek heeft KOW samen met OTB onderzoek gedaan naar de conditie van deze particuliere woningvoorraad op wijkniveau. In 18 wijken zijn de onderhoudstoestand en de herstelkosten per bouwdeel onderzocht. Met hierbij aandacht voor de ‘pionierswijken’ waar in de afgelopen decennia stimuleringsmaatregelen voor onderhoud van kracht zijn geweest. Tevens zijn in het onderzoek de verschillende eigendomscategorieën binnen Verenigingen van Eigenaren (VvE’s) met elkaar vergeleken. Werkwijze In een representatieve steekproef zijn door ons opnameteam 210 woningen onderzocht op duurzaamheid en is bij 724 woningen een conditiemeting gedaan. Ons callcenter, heeft hiertoe de geselecteerde bewoners benaderd voor het maken van een afspraak. De duurzaamheid van de woningen is onderzocht op de specifieke karakteristieken van GPR Gebouw 4.0, waarbij de onderdelen Energie en Milieu betrekking hebben op

de binnen- en buitenzijde van de woning. Bij Gezondheid, Gebruikskwaliteit en Toekomstwaarde zijn ook het gebouw en de omgeving opgenomen. De conditiemeting is uitgevoerd volgens een gestandaardiseerde opnamemethodiek, de NEN 2767, welke de kwaliteit van bouwelementen uitdrukt in een conditiescore. Naast de (makkelijk bereikbare) voorgevel is van alle woningen de achtergevel opgenomen. In ca. 60% van de opnames is ook het dak opgenomen. Niet eerder is er in Den Haag op een dergelijke uitgebreide schaal onderzoek gedaan naar de kwaliteit van de achtergevel en het dak. KOW heeft in samenwerking met OTB zorg gedragen voor een statistisch verantwoord onderzoek. Zowel bij de steekproeftrekking als bij de verwerking en interpretatie van de gegevens heeft OTB de statistische geldigheid van het onderzoek kritisch bewaakt. Uitkomsten duurzaamheidsonderzoek Het duurzaamheidsonderzoek geeft aan dat de Haagse particuliere woningen van voor 1985 goed scoren op de GPR modules Milieu, Gebruikskwaliteit en Toekomst-

waarde. De score voor de module Gezondheid zit rond het GPR niveau van bestaande bouw. De GPR score voor Energie is voor alle woningtypes onder het niveau van de bestaande bouw. De 104.000 woningen zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor bijna een half miljoen ton aan CO2 uitstoot door energieverbruik per jaar (463.000 ton). Dit is gelijk aan de jaarlijkse CO2 opname van 9,6 miljoen bomen en een bos van 96.000 hectare. Met het door KOW voorgestelde ‘Pakket van Ingrepen’ gericht op isolatie, hoog rendement verwarming en de productie van duurzame energie is het mogelijk om 30% CO2 per 2020 te reduceren. Tevens kan hiermee voor de woningen een GPR Energie score tot boven het niveau van de bestaande bouw worden gehaald. Om de beoogde reductie van 30% (is 139.000 ton) CO2 uitstoot per jaar te realiseren dient 63% van de maatregelen in het Pakket van Ingrepen te worden uitgevoerd. De kosten voor de ingrepen bij deze 63% zijn gemiddeld € 8.000,- incl. BTW per woning. Energiebesparing levert over een periode van 15 jaar gemiddeld € 4.300,- op, resteert een ‘onrendabele top’ van € 3.700,- incl. BTW.

39


40

KOW Magazine najaar 2009

Verduurzaming particuliere woningvoorraad

Pilot verduurzaming particuliere woningvoorraad

Pieter Sitsen Conceptontwikkeling Herstructurering

Kostenpakket van ingrepen reductie CO2 emissie woningen voor 1985

Uitkomsten conditiemeting kwaliteit De gemiddelde kwaliteit van het particuliere woningbestand in Den Haag is goed te noemen. De gemiddelde score voor de belangrijkste bouwelementen bedraagt om en nabij de 2 op een schaal van 1 tot 6 gemeten volgens de NEN 2767, waarbij score 1 voor uitstekend staat. Uit de opnamen blijkt dat bij de vooroorlogse woningvoorraad in het afgelopen decennium op grote schaal onderhoud is gepleegd. Uit de kwaliteit van de scores blijkt dat op dit moment de onderhoudsgevoeligheid samen met de positie in de onderhoudscyclus van de bouwelementen bepalend zijn voor de uitkomst van de conditie van een woning. Zo is de korte onderhoudscyclus van het schilderwerk verantwoordelijk voor een relatief lage score voor dit onderdeel. De gemiddelde kosten voor het opheffen van achterstalling onderhoud bedraagt € 2.600,- per woning voor de onderzoekspopulatie. De vooroorlogse wijk Duindorp is het beste onderhouden met onderhoudskosten van gemiddeld € 670,- per woning. De wijk met de hoogste kosten voor achterstallig onderhoud is de Vruchtenbuurt

met gemiddeld € 5.100,- per woning. De pionierswijken scoren beter dan wijken met vergelijkbare bebouwing waarin het onderhoud in de afgelopen decennia niet financieel gestimuleerd is. Enigszins verrassend is de uitkomst dat VvE’s met gemengd eigendom (eigenaar-bewoners en eigenaar verhuurders) beter scoren dan VvE’s met alleen eigenaarbewoners of met één eigenaar verhuurder. Overigens is de typologie van de woning meer bepalend voor de staat van onderhoud dan de eigendomsverhouding. Vervolg Op zich zijn de uitkomsten van de beide onderzoeken positief, maar daarmee zijn de maatregelen om de woningen duurzamer te maken en het achterstallig onderhoud op te heffen nog niet uitgevoerd. KOW heeft de gemeente Den Haag geadviseerd om de uitkomsten van het onderzoek te combineren met het huidige gemeentelijke initiatief van een gesubsidieerd Meerjaren onderhoudsplan voor VvE’s. Guido Bekink en Pieter Sitsen

KOW ontwikkelt op dit moment vanuit Building Brains, het samenwerkingsverband met TNO een ‘tool’ waarmee op wijkniveau, per VvE en per bewoner de benodigde maatregelen, de kosten en de besparingen kunnen worden bepaald. Niet alleen interessant voor de particuliere woningvoorraad maar ook voor woningbouwcorpraties. KOW wil zich inspannen om samen met de gemeente Den Haag draagvlak bij de particuliere eigenaar of bewoner te creëren. Hierbij zijn aspecten als bewustwording, financiële prikkel, eenvoud, verplichting en speciale aandacht voor Verenigingen van Eigenaren en allochtone eigenaren/bewoners van belang. Tevens dient er aandacht te zijn voor een bouwfysische goede uitvoering en voorlichting over gebruik en onderhoud van de geïsoleerde woning en de installaties.

In het Regentessekwartier in Den Haag wordt in samenwerking met de gemeente Den Haag een pilot voorbereid voor het aanbrengen van duurzame maatregelen bij particuliere eigenaren. In totaal zijn circa 40 woningen, gebouwd rond 1900, bij het project betrokken. De duurzaamheidmaatregelen spitsen zich toe op het goed isoleren van de woningen in combinatie met het aanbrengen van installaties met een laag energieverbruik. De werkzaamheden worden tegelijkertijd uitgevoerd met funderings- en cascoherstel. Het beoogde resultaat van de duurzaamheidmaatregelen is een gemiddelde vermindering, gemeten over alle woningen, van 30% van de huidige CO2 productie. De uitdaging bij de verduurzaming van de particuliere woningvoorraad is gelegen in het creëren van bewustzijn op dit gebied bij particuliere eigenaren. De in de nabije toekomst verwachte stijging van de woonlasten door aanzienlijke hogere kosten voor gas en elektriciteit wordt door eigenaren als een goed argument ervaren indien een voorgestelde maatregel zich snel terugverdient. Lagere kosten van voorgestelde maatregelen door een integrale aanpak samen met casco- en funderingsherstel, mits aantoonbaar, kunnen eveneens leiden tot een hogere investeringsbereidheid. De integrale aanpak zorgt er eveneens voor dat maatregelen in onderlinge samenhang kunnen worden aangebracht. Zo gaat isolatie en kierdichting hand in hand met het verbeteren van ventilatie en het opheffen van koudebruggen. Inmiddels heeft 90% van de eigenaren zich bereid verklaard om in samenwerking met de gemeente Den Haag en KOW mee te willen doen aan de ‘pilot’. KOW verzorgt bij deze opdracht van de Dienst Stedelijke Ontwikkeling van de Gemeente Den Haag het bouwplan en de draagvlakontwikkeling bij de particuliere eigenaren. De verwachting is dat de werkzaamheden in het 3e kwartaal 2010 worden gestart.

41


40

KOW Magazine najaar 2009

Verduurzaming particuliere woningvoorraad

Pilot verduurzaming particuliere woningvoorraad

Pieter Sitsen Conceptontwikkeling Herstructurering

Kostenpakket van ingrepen reductie CO2 emissie woningen voor 1985

Uitkomsten conditiemeting kwaliteit De gemiddelde kwaliteit van het particuliere woningbestand in Den Haag is goed te noemen. De gemiddelde score voor de belangrijkste bouwelementen bedraagt om en nabij de 2 op een schaal van 1 tot 6 gemeten volgens de NEN 2767, waarbij score 1 voor uitstekend staat. Uit de opnamen blijkt dat bij de vooroorlogse woningvoorraad in het afgelopen decennium op grote schaal onderhoud is gepleegd. Uit de kwaliteit van de scores blijkt dat op dit moment de onderhoudsgevoeligheid samen met de positie in de onderhoudscyclus van de bouwelementen bepalend zijn voor de uitkomst van de conditie van een woning. Zo is de korte onderhoudscyclus van het schilderwerk verantwoordelijk voor een relatief lage score voor dit onderdeel. De gemiddelde kosten voor het opheffen van achterstalling onderhoud bedraagt € 2.600,- per woning voor de onderzoekspopulatie. De vooroorlogse wijk Duindorp is het beste onderhouden met onderhoudskosten van gemiddeld € 670,- per woning. De wijk met de hoogste kosten voor achterstallig onderhoud is de Vruchtenbuurt

met gemiddeld € 5.100,- per woning. De pionierswijken scoren beter dan wijken met vergelijkbare bebouwing waarin het onderhoud in de afgelopen decennia niet financieel gestimuleerd is. Enigszins verrassend is de uitkomst dat VvE’s met gemengd eigendom (eigenaar-bewoners en eigenaar verhuurders) beter scoren dan VvE’s met alleen eigenaarbewoners of met één eigenaar verhuurder. Overigens is de typologie van de woning meer bepalend voor de staat van onderhoud dan de eigendomsverhouding. Vervolg Op zich zijn de uitkomsten van de beide onderzoeken positief, maar daarmee zijn de maatregelen om de woningen duurzamer te maken en het achterstallig onderhoud op te heffen nog niet uitgevoerd. KOW heeft de gemeente Den Haag geadviseerd om de uitkomsten van het onderzoek te combineren met het huidige gemeentelijke initiatief van een gesubsidieerd Meerjaren onderhoudsplan voor VvE’s. Guido Bekink en Pieter Sitsen

KOW ontwikkelt op dit moment vanuit Building Brains, het samenwerkingsverband met TNO een ‘tool’ waarmee op wijkniveau, per VvE en per bewoner de benodigde maatregelen, de kosten en de besparingen kunnen worden bepaald. Niet alleen interessant voor de particuliere woningvoorraad maar ook voor woningbouwcorpraties. KOW wil zich inspannen om samen met de gemeente Den Haag draagvlak bij de particuliere eigenaar of bewoner te creëren. Hierbij zijn aspecten als bewustwording, financiële prikkel, eenvoud, verplichting en speciale aandacht voor Verenigingen van Eigenaren en allochtone eigenaren/bewoners van belang. Tevens dient er aandacht te zijn voor een bouwfysische goede uitvoering en voorlichting over gebruik en onderhoud van de geïsoleerde woning en de installaties.

In het Regentessekwartier in Den Haag wordt in samenwerking met de gemeente Den Haag een pilot voorbereid voor het aanbrengen van duurzame maatregelen bij particuliere eigenaren. In totaal zijn circa 40 woningen, gebouwd rond 1900, bij het project betrokken. De duurzaamheidmaatregelen spitsen zich toe op het goed isoleren van de woningen in combinatie met het aanbrengen van installaties met een laag energieverbruik. De werkzaamheden worden tegelijkertijd uitgevoerd met funderings- en cascoherstel. Het beoogde resultaat van de duurzaamheidmaatregelen is een gemiddelde vermindering, gemeten over alle woningen, van 30% van de huidige CO2 productie. De uitdaging bij de verduurzaming van de particuliere woningvoorraad is gelegen in het creëren van bewustzijn op dit gebied bij particuliere eigenaren. De in de nabije toekomst verwachte stijging van de woonlasten door aanzienlijke hogere kosten voor gas en elektriciteit wordt door eigenaren als een goed argument ervaren indien een voorgestelde maatregel zich snel terugverdient. Lagere kosten van voorgestelde maatregelen door een integrale aanpak samen met casco- en funderingsherstel, mits aantoonbaar, kunnen eveneens leiden tot een hogere investeringsbereidheid. De integrale aanpak zorgt er eveneens voor dat maatregelen in onderlinge samenhang kunnen worden aangebracht. Zo gaat isolatie en kierdichting hand in hand met het verbeteren van ventilatie en het opheffen van koudebruggen. Inmiddels heeft 90% van de eigenaren zich bereid verklaard om in samenwerking met de gemeente Den Haag en KOW mee te willen doen aan de ‘pilot’. KOW verzorgt bij deze opdracht van de Dienst Stedelijke Ontwikkeling van de Gemeente Den Haag het bouwplan en de draagvlakontwikkeling bij de particuliere eigenaren. De verwachting is dat de werkzaamheden in het 3e kwartaal 2010 worden gestart.

41


42

KOW Magazine najaar 2009

Diner Pensant - Eindhoven

Diner pensant

MODERATOR: Steven Adriaansen wethouder Roosendaal

Maandag 9 november 2009 KOW Eindhoven

Financiële haalbaarheid... De ‘schaduwzijde’ van duurzaamheid! De huidige financieringsvormen zijn niet meer toereikend voor de noodzakelijke investeringen van energiebesparende maatregelen in de sociale woningbouw. Er zijn hoge ambities geformuleerd met betrekking tot duurzaamheid. Een aantal steden heeft zelfs het voortouw genomen en zich ten doel gesteld over vijf jaar alle nieuwe projecten klimaatneutraal te realiseren. Hoe maken we dat financieel haalbaar? Wie moet dit financieren?

Corporaties lijken elkaar te weinig te spreken en onvoldoende van elkaar te leren. De belemmeringen voor verduurzaming liggen niet in de techniek maar in de organisatie en communicatie. De ene corporatie is al heel ver met de eigen energie exploitatie-maatschappij (EEM) terwijl de ander er nog over moet nadenken. Daar waar die vroege innovator het gevecht al beu is met zijn huurders heeft een ander daar juist goede oplossingen en ervaringen. Ronald Rovers gaf terecht aan dat juist daar de crux zit voor verduurzaming: organisatie. Je ziet dat corporaties al heel wat moeten regelen om de eigen energie maatschappij op te richten. Daaraan gekoppeld is de interne organisatie zeker zo belangrijk. Gaan projectleiders van de nieuwbouw en renovatie dat werkelijk gebruiken en weet de organisatie daar juridisch ook alle slimmigheden uit te halen? Ook is duidelijk te zien dat de organisatorische zorgen een organisatie in sommige gevallen laat kiezen voor veel minder duurzame oplossingen. Juist bij organisaties die eigenlijk in hun denken al overtuigd zijn. Een van de corporaties kiest voor individuele warmtepompen, zelfs bij gestapelde bouw, om maar van het gedoe af te zijn rondom de variabele kosten. Zij rekenen alleen vastrecht en hebben daarmee geen belang meer bij een perfect werkend systeem. Een deelnemer wierp terecht tegen: wat ga je doen als al die

kleine installaties weer vervangen moeten worden over 25 jaar. Dit verhaal is energetisch ook een gemiste kans; collectief had veel zuiniger geweest. Een andere corporatie kiest voor risicospreiding en daarom waarschijnlijk voor een marktpartij die in de warmtepomp investeert en deze beheert. De transparantie valt dan weg en daarmee de optimalisatie en het leertraject. Nog een voorbeeld van een initiatief wat goed wordt gestart maar wat technisch maar half zal slagen omdat dit organisatorisch toch een paar stappen te ver is. Duidelijk is dat de verdienmodellen van initieel naar levensduurkosten gaan. Naast organisatie van de bouwkolom komt er een andere rol van de huurder/koper. Dat wordt iemand die er ook in leeft en wiens leefgedrag belangrijk wordt. Dat vergt andere communicatie van corporaties. Zij moeten huurders goed uitleggen hoe in een duurzamere woning te leven en communiceren dat het bij betaalbaar wonen meer gaat dan alleen om de kale huur: de energiekosten worden belangrijker en juist daarin kan de corporatie een slimmere woning aanbieden en een slimmere betaling. Een deelnemer vraagt zich af of wij met “financierbaarheid” eigenlijk niet “verkoopbaarheid” bedoelen. Dat is een doordenker maar komt weer neer op organisatie. KOW leverde al verkoopbaarheid toen we werden

Ronald Rovers Hogeschool Zuyd

Jeroen Harbers WonenBreburg

Michael Urlings KOW Eindhoven

gevraagd voor woningen in een sfeer die goed wordt verkocht en/of verhuurd. Dat heeft inderdaad te maken met hoe mensen de woning waarderen. Wij zien nu de bouwkolom veranderen zodat wij nu op een hele andere manier worden gevraagd om woningen verkoopbaar te maken. Woningen worden onderscheidend als zij duurzaam zijn. Daarop willen de ontwikkelaars in ieder geval al scoren. Om dat betaalbaar te krijgen moeten de innovaties in het voortraject worden gemaakt. Je wint met anders bouwen zo’n 25% van de bouwkosten op met name faalkosten. Dat zet je in voor een verduurzamingslag. Die slag haal je door het ook op een andere manier te financieren. Jeroen Harbers heeft gelijk als hij zegt dat financiering ook boven het project uitstijgt en dus door de opdrachtgever moet worden beslist, maar daarin moet wel worden veranderd (naar levensduurkosten). We bedoelen dan inderdaad niet financiering door de opdrachtgever maar betaalbaar maken voor de bewoner. Want die bewoner wordt belangrijk. Er werd terecht vast gesteld dat corporaties wel eens andere diensten kunnen gaan aanbieden aan huurders. Geef hen adviezen op grond van geregistreerd gebruik (zeker als je ook de gezinssamenstelling kent). De input die je toch verzamelt om af te rekenen of om te monitoren om eigen initiële investeringen terug te verdienen kun je ook inzetten

bij communicatie. Daarin moet goed worden georganiseerd welk belang je als (gedeelde) organisatie hebt bij duurzaam gebruik van de woning en de duidelijke communicatie / marketing naar bewoners. Men moet nog steeds een strak regime kunnen hebben op betaling van de energierekening en een sociaal regime op betaling kale huur. Daar borduurt woonlastenborging op voort. De ene corporatie wil dat in een convenant gaan regelen, andere werpen tegen dat gebruikersgedrag dat onmogelijk maakt. Maar het systeem is slimmer: het borgt op een selectie van gelijkwaardige woningen. Zij geven niet de waarborg dat een individuele huurder in woonlasten niet boven een bepaald bedrag uitkomt. 50% van de energielasten zijn beïnvloed door eigen gedrag. Maar dat gaat juist erg goed werken als je hierin bovenstaande communicatie betrekt. Als je als bewoner een borging bent overeengekomen met de corporatie die een aardig vastrecht in rekening brengt, en die corporatie gaat op grond van de cijfers die daarvoor nodig zijn vertellen dat de bewoner significant boven het gemiddelde van de flat/het complex verbruikt, dan wil de bewoner wel weten waar dat aan ligt. Op die manier krijg je veranderingen in bewonersgedrag op gang. ir. Michael Urlings

43 43


42

KOW Magazine najaar 2009

Diner Pensant - Eindhoven

Diner pensant

MODERATOR: Steven Adriaansen wethouder Roosendaal

Maandag 9 november 2009 KOW Eindhoven

Financiële haalbaarheid... De ‘schaduwzijde’ van duurzaamheid! De huidige financieringsvormen zijn niet meer toereikend voor de noodzakelijke investeringen van energiebesparende maatregelen in de sociale woningbouw. Er zijn hoge ambities geformuleerd met betrekking tot duurzaamheid. Een aantal steden heeft zelfs het voortouw genomen en zich ten doel gesteld over vijf jaar alle nieuwe projecten klimaatneutraal te realiseren. Hoe maken we dat financieel haalbaar? Wie moet dit financieren?

Corporaties lijken elkaar te weinig te spreken en onvoldoende van elkaar te leren. De belemmeringen voor verduurzaming liggen niet in de techniek maar in de organisatie en communicatie. De ene corporatie is al heel ver met de eigen energie exploitatie-maatschappij (EEM) terwijl de ander er nog over moet nadenken. Daar waar die vroege innovator het gevecht al beu is met zijn huurders heeft een ander daar juist goede oplossingen en ervaringen. Ronald Rovers gaf terecht aan dat juist daar de crux zit voor verduurzaming: organisatie. Je ziet dat corporaties al heel wat moeten regelen om de eigen energie maatschappij op te richten. Daaraan gekoppeld is de interne organisatie zeker zo belangrijk. Gaan projectleiders van de nieuwbouw en renovatie dat werkelijk gebruiken en weet de organisatie daar juridisch ook alle slimmigheden uit te halen? Ook is duidelijk te zien dat de organisatorische zorgen een organisatie in sommige gevallen laat kiezen voor veel minder duurzame oplossingen. Juist bij organisaties die eigenlijk in hun denken al overtuigd zijn. Een van de corporaties kiest voor individuele warmtepompen, zelfs bij gestapelde bouw, om maar van het gedoe af te zijn rondom de variabele kosten. Zij rekenen alleen vastrecht en hebben daarmee geen belang meer bij een perfect werkend systeem. Een deelnemer wierp terecht tegen: wat ga je doen als al die

kleine installaties weer vervangen moeten worden over 25 jaar. Dit verhaal is energetisch ook een gemiste kans; collectief had veel zuiniger geweest. Een andere corporatie kiest voor risicospreiding en daarom waarschijnlijk voor een marktpartij die in de warmtepomp investeert en deze beheert. De transparantie valt dan weg en daarmee de optimalisatie en het leertraject. Nog een voorbeeld van een initiatief wat goed wordt gestart maar wat technisch maar half zal slagen omdat dit organisatorisch toch een paar stappen te ver is. Duidelijk is dat de verdienmodellen van initieel naar levensduurkosten gaan. Naast organisatie van de bouwkolom komt er een andere rol van de huurder/koper. Dat wordt iemand die er ook in leeft en wiens leefgedrag belangrijk wordt. Dat vergt andere communicatie van corporaties. Zij moeten huurders goed uitleggen hoe in een duurzamere woning te leven en communiceren dat het bij betaalbaar wonen meer gaat dan alleen om de kale huur: de energiekosten worden belangrijker en juist daarin kan de corporatie een slimmere woning aanbieden en een slimmere betaling. Een deelnemer vraagt zich af of wij met “financierbaarheid” eigenlijk niet “verkoopbaarheid” bedoelen. Dat is een doordenker maar komt weer neer op organisatie. KOW leverde al verkoopbaarheid toen we werden

Ronald Rovers Hogeschool Zuyd

Jeroen Harbers WonenBreburg

Michael Urlings KOW Eindhoven

gevraagd voor woningen in een sfeer die goed wordt verkocht en/of verhuurd. Dat heeft inderdaad te maken met hoe mensen de woning waarderen. Wij zien nu de bouwkolom veranderen zodat wij nu op een hele andere manier worden gevraagd om woningen verkoopbaar te maken. Woningen worden onderscheidend als zij duurzaam zijn. Daarop willen de ontwikkelaars in ieder geval al scoren. Om dat betaalbaar te krijgen moeten de innovaties in het voortraject worden gemaakt. Je wint met anders bouwen zo’n 25% van de bouwkosten op met name faalkosten. Dat zet je in voor een verduurzamingslag. Die slag haal je door het ook op een andere manier te financieren. Jeroen Harbers heeft gelijk als hij zegt dat financiering ook boven het project uitstijgt en dus door de opdrachtgever moet worden beslist, maar daarin moet wel worden veranderd (naar levensduurkosten). We bedoelen dan inderdaad niet financiering door de opdrachtgever maar betaalbaar maken voor de bewoner. Want die bewoner wordt belangrijk. Er werd terecht vast gesteld dat corporaties wel eens andere diensten kunnen gaan aanbieden aan huurders. Geef hen adviezen op grond van geregistreerd gebruik (zeker als je ook de gezinssamenstelling kent). De input die je toch verzamelt om af te rekenen of om te monitoren om eigen initiële investeringen terug te verdienen kun je ook inzetten

bij communicatie. Daarin moet goed worden georganiseerd welk belang je als (gedeelde) organisatie hebt bij duurzaam gebruik van de woning en de duidelijke communicatie / marketing naar bewoners. Men moet nog steeds een strak regime kunnen hebben op betaling van de energierekening en een sociaal regime op betaling kale huur. Daar borduurt woonlastenborging op voort. De ene corporatie wil dat in een convenant gaan regelen, andere werpen tegen dat gebruikersgedrag dat onmogelijk maakt. Maar het systeem is slimmer: het borgt op een selectie van gelijkwaardige woningen. Zij geven niet de waarborg dat een individuele huurder in woonlasten niet boven een bepaald bedrag uitkomt. 50% van de energielasten zijn beïnvloed door eigen gedrag. Maar dat gaat juist erg goed werken als je hierin bovenstaande communicatie betrekt. Als je als bewoner een borging bent overeengekomen met de corporatie die een aardig vastrecht in rekening brengt, en die corporatie gaat op grond van de cijfers die daarvoor nodig zijn vertellen dat de bewoner significant boven het gemiddelde van de flat/het complex verbruikt, dan wil de bewoner wel weten waar dat aan ligt. Op die manier krijg je veranderingen in bewonersgedrag op gang. ir. Michael Urlings

43 43


44

KOW Magazine najaar 2009

KOW-ers aan het woord

kennis Edward van Dongen Architect, operationeel directeur

aan het woord over duurzaamheid De redactie heeft drie KOW-ers geinterviewd over wat duurzaamheid voor hen betekent. Bij de ene is de grootste uitdaging het integreren van functies binnen één bouwproduct terwijl het bij de andere veel meer gaat over nieuwe vormen van samenwerking. Ook zijn er bij KOW een aantal die erg druk bezig zijn met hun ecologische voetafdruk. Wereldwijd zie je bij toenemende welvaart, zoals bijvoorbeeld in China, een toename van milieubedreigend handelen; meer consumptie van vlees, toename van auto- en vliegverkeer, toename van energie- en waterverbruik. Blijkbaar is welvaart gerelateerd aan ‘meer’. Als dit een gegeven is biedt misschien de ‘Cradle to Cradle’ filosofie een goede mogelijkheid om duurzaam te blijven consumeren. Maar hoe pakken we dat aan? En hoe komen we tot vernieuwende ideeën en producten die dat mogelijk maken?

concept Jeroen Grosfeld Architect, conceptontwikkeling duurzaamheid

Duurzaamheid betekent voor mij met name nieuwe kansen. Kansen op het gebied van integratie in het ontwerpproces en vergaande innovatie. Het beter nadenken in breder perspectief dan alleen je eigen vakgebied leidt tot vernieuwing, en juist de huidige economische omstandigheden geven ruimte om deze vernieuwingen ook eindelijk eens door te voeren. Dat is in de afgelopen jaren wel anders geweest, toen iedereen toch voornamelijk in zijn eigen vakgebied bezig was met het afkrijgen van zijn gedeelte van het bouwproces. We worden nu door externe factoren als het ware gedwongen om ook over onze grenzen te kijken. Deze “helikopterview” leidt tot nieuwe inzichten en verkenningen van terreinen waar we eerder in het algemeen geen of weinig aandacht voor hadden. Mijn grootste uitdaging ligt in het integreren van functies binnen een bouwproduct, in plaats van het stapelen van bestaande producten zoals nu vaak gebeurt. Het is natuurlijk raar dat we dit in de autoindustrie bijvoorbeeld al jaren doen, maar dat het in de bouw nog

in de kinderschoenen staat. Het vereist echter wel een vergaande kennis van alle disciplines buiten je normale vakgebied. Zonder deze kennis kun je nooit tot een daadwerkelijke innovatie komen. Ik pleit dan ook voor meer en bredere kennisontwikkeling, wees naast een specialist op je eigen vakgebied ook een generalist op alle andere gebieden. Als je durft te blijven dromen, dan vind je vanzelf gelijkgestemde mensen die niet bij voorbaat een ontwikkeling in de kiem smoren omdat het nooit eerder gedaan is, te nieuw is of te risicovol lijkt. Met name opdrachtgevers kunnen hierin een cruciale rol spelen, omdat deze uiteindelijk degene zijn die eindbeslissingen nemen. Ik daag dan ook met name deze groep uit om verder te gaan in hun visieontwikkeling, en mee te ontwikkelen aan een nieuwe manier van denken. Alleen dan komen we tot vernieuwende ideeën en producten, en dat is precies wat we nodig hebben om beter uit deze crisis te komen.

Duurzame architectuur voegt waarde toe aan de plek, laat ruimte voor toekomstige ontwikkelingen en zorgt daarmee voor kwaliteit op lange termijn. Dat je daarbij zorgvuldig nadenkt over de energiehuishouding spreekt voor zich. Het betekent integraal ontwerpen, partijen al vroeg in een project met elkaar samen laten werken, dát is essentieel. Het is van belang om daarbij op voorhand een ambitie voor een project te definiëren waar alle partijen zich aan conformeren. Daarna is het gezamenlijk onderhouden van die ambitie van belang. Intern en extern altijd de samenwerking zoeken en energie steken in het vasthouden van ambities, daar steek ik mijn duurzame energie in. Mijn inmiddels bij KOW zeer bekende uitspraak daarover is delen zonder dogma’s. Onze sector zit vol met veel kennis en ervaring. Een vervelende bijwerking

van al die kennis en ervaring kan nog wel eens zijn dat iedereen opereert vanuit vaste patronen en rollen. Het doorbreken van die rollen begint bij jezelf, geen grotere ijdeltuit denkbaar dan de architect die z’n ding heeft bedacht en dat nooit meer wil laten gaan. Je openstellen voor ideeën van anderen leidt tot echt vernieuwende oplossingen. De kansen liggen met name op het gebied van nieuwe vormen van samenwerking. Welke rol wij als architect daarin krijgen hebben we voor een belangrijk gedeelte zelf in de hand. Ons vermogen om creativiteit en techniek met elkaar te combineren geeft ons de mogelijkheid om tot uitvindingen te komen die echt iets toevoegen. Daarmee moeten we onszelf en anderen in het proces inspireren om tot duurzame producten te komen.

Guido Bekink Bouwkundige, projectleider duurzaamheidsmeting

aanpak

Less is is more, dit esthetische uitgangspunt van Minimalisme krijgt in de vertaling van ‘meer met minder’ nieuwe betekenis voor de duurzaamheid. Voor mij persoonlijk leidt minder autogebruik, minder (geen) vlees, minder energieverbruik en minder consumptie tot meer gezondheid, meer natuur en meer eerlijk delen. Daarmee heb ik mijn ecologische voetafdruk verlaagd tot 3 hectare tegenover een landelijk gemiddelde van 4,7 hectare (check je eigen afdruk via www. voetenbank.nl/UwVoetafdruk.htm). Maar het kan nog beter. Mijn woning uit 1930 bevat, zoals dat in makelaarsjargon heet, veel ‘oorspronkelijke details’ als enkel glas, tochtende ramen, een ongeïsoleerd dak en steens muren. Onze Vereniging van eigenaren oriënteert zich op dit moment op duurzame ingrepen als isolatie, kozijnen met HR++ beglazing en zonneboilers. Een financiële stimulans vanuit de

overheid zal dit proces zeker versnellen! Wereldwijd zie je bij toenemende welvaart, zoals bijvoorbeeld in China, een toename van milieubedreigend handelen; meer consumptie van vlees, toename van auto- en vliegverkeer, toename van energie en waterverbruik. Blijkbaar is welvaart gerelateerd aan ‘meer’. Als dit een gegeven is biedt de ‘cradle to cradle’ filosofie een goede mogelijkheid om duurzaam te consumeren. In deze kringloop worden alle gebruikte materialen uit het ene product, gebruikt in een ander product. Ten opzichte van conventioneel hergebruik is er geen kwaliteitsverlies en worden er geen restproducten gestort.

Reduce, re-use en recycle!

45


44

KOW Magazine najaar 2009

KOW-ers aan het woord

kennis Edward van Dongen Architect, operationeel directeur

aan het woord over duurzaamheid De redactie heeft drie KOW-ers geinterviewd over wat duurzaamheid voor hen betekent. Bij de ene is de grootste uitdaging het integreren van functies binnen één bouwproduct terwijl het bij de andere veel meer gaat over nieuwe vormen van samenwerking. Ook zijn er bij KOW een aantal die erg druk bezig zijn met hun ecologische voetafdruk. Wereldwijd zie je bij toenemende welvaart, zoals bijvoorbeeld in China, een toename van milieubedreigend handelen; meer consumptie van vlees, toename van auto- en vliegverkeer, toename van energie- en waterverbruik. Blijkbaar is welvaart gerelateerd aan ‘meer’. Als dit een gegeven is biedt misschien de ‘Cradle to Cradle’ filosofie een goede mogelijkheid om duurzaam te blijven consumeren. Maar hoe pakken we dat aan? En hoe komen we tot vernieuwende ideeën en producten die dat mogelijk maken?

concept Jeroen Grosfeld Architect, conceptontwikkeling duurzaamheid

Duurzaamheid betekent voor mij met name nieuwe kansen. Kansen op het gebied van integratie in het ontwerpproces en vergaande innovatie. Het beter nadenken in breder perspectief dan alleen je eigen vakgebied leidt tot vernieuwing, en juist de huidige economische omstandigheden geven ruimte om deze vernieuwingen ook eindelijk eens door te voeren. Dat is in de afgelopen jaren wel anders geweest, toen iedereen toch voornamelijk in zijn eigen vakgebied bezig was met het afkrijgen van zijn gedeelte van het bouwproces. We worden nu door externe factoren als het ware gedwongen om ook over onze grenzen te kijken. Deze “helikopterview” leidt tot nieuwe inzichten en verkenningen van terreinen waar we eerder in het algemeen geen of weinig aandacht voor hadden. Mijn grootste uitdaging ligt in het integreren van functies binnen een bouwproduct, in plaats van het stapelen van bestaande producten zoals nu vaak gebeurt. Het is natuurlijk raar dat we dit in de autoindustrie bijvoorbeeld al jaren doen, maar dat het in de bouw nog

in de kinderschoenen staat. Het vereist echter wel een vergaande kennis van alle disciplines buiten je normale vakgebied. Zonder deze kennis kun je nooit tot een daadwerkelijke innovatie komen. Ik pleit dan ook voor meer en bredere kennisontwikkeling, wees naast een specialist op je eigen vakgebied ook een generalist op alle andere gebieden. Als je durft te blijven dromen, dan vind je vanzelf gelijkgestemde mensen die niet bij voorbaat een ontwikkeling in de kiem smoren omdat het nooit eerder gedaan is, te nieuw is of te risicovol lijkt. Met name opdrachtgevers kunnen hierin een cruciale rol spelen, omdat deze uiteindelijk degene zijn die eindbeslissingen nemen. Ik daag dan ook met name deze groep uit om verder te gaan in hun visieontwikkeling, en mee te ontwikkelen aan een nieuwe manier van denken. Alleen dan komen we tot vernieuwende ideeën en producten, en dat is precies wat we nodig hebben om beter uit deze crisis te komen.

Duurzame architectuur voegt waarde toe aan de plek, laat ruimte voor toekomstige ontwikkelingen en zorgt daarmee voor kwaliteit op lange termijn. Dat je daarbij zorgvuldig nadenkt over de energiehuishouding spreekt voor zich. Het betekent integraal ontwerpen, partijen al vroeg in een project met elkaar samen laten werken, dát is essentieel. Het is van belang om daarbij op voorhand een ambitie voor een project te definiëren waar alle partijen zich aan conformeren. Daarna is het gezamenlijk onderhouden van die ambitie van belang. Intern en extern altijd de samenwerking zoeken en energie steken in het vasthouden van ambities, daar steek ik mijn duurzame energie in. Mijn inmiddels bij KOW zeer bekende uitspraak daarover is delen zonder dogma’s. Onze sector zit vol met veel kennis en ervaring. Een vervelende bijwerking

van al die kennis en ervaring kan nog wel eens zijn dat iedereen opereert vanuit vaste patronen en rollen. Het doorbreken van die rollen begint bij jezelf, geen grotere ijdeltuit denkbaar dan de architect die z’n ding heeft bedacht en dat nooit meer wil laten gaan. Je openstellen voor ideeën van anderen leidt tot echt vernieuwende oplossingen. De kansen liggen met name op het gebied van nieuwe vormen van samenwerking. Welke rol wij als architect daarin krijgen hebben we voor een belangrijk gedeelte zelf in de hand. Ons vermogen om creativiteit en techniek met elkaar te combineren geeft ons de mogelijkheid om tot uitvindingen te komen die echt iets toevoegen. Daarmee moeten we onszelf en anderen in het proces inspireren om tot duurzame producten te komen.

Guido Bekink Bouwkundige, projectleider duurzaamheidsmeting

aanpak

Less is is more, dit esthetische uitgangspunt van Minimalisme krijgt in de vertaling van ‘meer met minder’ nieuwe betekenis voor de duurzaamheid. Voor mij persoonlijk leidt minder autogebruik, minder (geen) vlees, minder energieverbruik en minder consumptie tot meer gezondheid, meer natuur en meer eerlijk delen. Daarmee heb ik mijn ecologische voetafdruk verlaagd tot 3 hectare tegenover een landelijk gemiddelde van 4,7 hectare (check je eigen afdruk via www. voetenbank.nl/UwVoetafdruk.htm). Maar het kan nog beter. Mijn woning uit 1930 bevat, zoals dat in makelaarsjargon heet, veel ‘oorspronkelijke details’ als enkel glas, tochtende ramen, een ongeïsoleerd dak en steens muren. Onze Vereniging van eigenaren oriënteert zich op dit moment op duurzame ingrepen als isolatie, kozijnen met HR++ beglazing en zonneboilers. Een financiële stimulans vanuit de

overheid zal dit proces zeker versnellen! Wereldwijd zie je bij toenemende welvaart, zoals bijvoorbeeld in China, een toename van milieubedreigend handelen; meer consumptie van vlees, toename van auto- en vliegverkeer, toename van energie en waterverbruik. Blijkbaar is welvaart gerelateerd aan ‘meer’. Als dit een gegeven is biedt de ‘cradle to cradle’ filosofie een goede mogelijkheid om duurzaam te consumeren. In deze kringloop worden alle gebruikte materialen uit het ene product, gebruikt in een ander product. Ten opzichte van conventioneel hergebruik is er geen kwaliteitsverlies en worden er geen restproducten gestort.

Reduce, re-use en recycle!

45


46

KOW Magazine najaar 2009

BiLinear - Afsluitdijk

KOW is één van de vijf prijswinnaars voor de internationale openbare ideeënprijsvraag voor het ‘World Sustainability Centre Afsluitdijk’ met haar project BiLinear. Wat zijn de kernpunten van het project BiLinear? 30 kilometer Afsluitdijk biedt ruimte aan: - 30 kilometer etalage voor duurzame technieken - 30 kilometer rail voor duurzaam transport - 30 kilometer mogelijke pilots voor de duurzame stad - 30 kilometer flexibele opstellingen voor evenementen en programma’s

Futuristisch ontwerp: World Sustainability Centre Afsluitdijk

Door de noodzakelijke verhoging van de Afsluitdijk te combineren met een lineaire infrastructuur stelt KOW een systeem voor in plaats van een gebouw. Het systeem biedt flexibiliteit en kan in de tijd diverse programma’s in zich opnemen. Zo kan het anticiperen op de actualiteit van de duurzame ontwikkelingen. Het duurzaamheidscentrum wordt een lineair centrum en combineert energie, afval, waterzuivering, voedselproductie en mobiliteit aan een tot een seriegeschakelde cyclus. Het centrum wordt zo een openluchtmuseum voor duurzaamheid en versterkt de identiteit van de plek. 

De Afsluitdijk als icoon van Duurzaamheid!

Ontwerpteam: Stefan Witteman, Jeroen Grosfeld, Kasper Hauschultz Hansen en Ana Castillo Adviseurs: Walther Lenting (Desda, sustainable energy), Paul van Bergen (directeur DGMR)

Algaefarm

Art Garden

Bio Gaz

Box

Windfarm

Tidal Energy

Blue Energy

Hydrogen

Sea Hotel

Wellness

Seawater Cooling

Salt Agriculture

Theatre

Sheep

Moving Crane

47


46

KOW Magazine najaar 2009

BiLinear - Afsluitdijk

KOW is één van de vijf prijswinnaars voor de internationale openbare ideeënprijsvraag voor het ‘World Sustainability Centre Afsluitdijk’ met haar project BiLinear. Wat zijn de kernpunten van het project BiLinear? 30 kilometer Afsluitdijk biedt ruimte aan: - 30 kilometer etalage voor duurzame technieken - 30 kilometer rail voor duurzaam transport - 30 kilometer mogelijke pilots voor de duurzame stad - 30 kilometer flexibele opstellingen voor evenementen en programma’s

Futuristisch ontwerp: World Sustainability Centre Afsluitdijk

Door de noodzakelijke verhoging van de Afsluitdijk te combineren met een lineaire infrastructuur stelt KOW een systeem voor in plaats van een gebouw. Het systeem biedt flexibiliteit en kan in de tijd diverse programma’s in zich opnemen. Zo kan het anticiperen op de actualiteit van de duurzame ontwikkelingen. Het duurzaamheidscentrum wordt een lineair centrum en combineert energie, afval, waterzuivering, voedselproductie en mobiliteit aan een tot een seriegeschakelde cyclus. Het centrum wordt zo een openluchtmuseum voor duurzaamheid en versterkt de identiteit van de plek. 

De Afsluitdijk als icoon van Duurzaamheid!

Ontwerpteam: Stefan Witteman, Jeroen Grosfeld, Kasper Hauschultz Hansen en Ana Castillo Adviseurs: Walther Lenting (Desda, sustainable energy), Paul van Bergen (directeur DGMR)

Algaefarm

Art Garden

Bio Gaz

Box

Windfarm

Tidal Energy

Blue Energy

Hydrogen

Sea Hotel

Wellness

Seawater Cooling

Salt Agriculture

Theatre

Sheep

Moving Crane

47


48

KOW Magazine najaar 2009

Duurzaamheidsbalans

‘KOW ontwikkelt methodiek om de toekomstbestendigheid van wijken en buurten in kaart te brengen’ Door het grote aantal publicaties over duurzaamheid vallen de bijzondere artikelen hierover nauwelijks meer op. Zo verscheen onlangs een alleraardigste casusanalyse van het RIGO vanuit het perspectief van energiegedrag*. In het onderliggende onderzoek wordt gezocht naar de relatie van duurzaamheid en stedenbouw. Een zestal archetypen van wijken, van jaren 30-wijk tot late VINEX-wijk, zijn hierbij onder de loep genomen en met elkaar vergeleken. Ik heb dan ook enige huiver om in de overdaad van publicaties de ‘balans in duurzaamheid’ te benadrukken. Het onderwerp is echter te belangrijk en het door ons uitgevoerde onderzoek te waardevol, om dat niet te doen. De op ons bureau geldende stelling “goede stedenbouw is toekomstbestendig”, werpt de vraag op of wij in staat zijn “goede stedenbouw” te meten of te wegen. Het waarderen van stedenbouw inclusief de vroegtijdige signalering van knelpunten is, onontkoombaar na de introductie van begrippen als achterstandswijken en krachtwijken, en uiterst actueel. Het gaat ons hierbij, meer dan het waarderen van de fysiek ruimtelijke kwaliteiten van wijken, om het functioneren van wijken, om de dynamiek en om de

vitaliteit veranderingen te adopteren. In deze zoektocht hebben we een methodiek ontwikkeld, welke uitgaat van de gebruiker. Deze methodiek hebben we getoetst op een zevental stadswijken in vier verschillende steden.

wijk willen identificeren. Versterken van de identiteit is dan ook van groot belang. De lessen uit de stadsvernieuwing en later de stedelijke vernieuwing hebben geleerd dat louter fysiekruimtelijke ingrepen hiervoor niet afdoende zijn.

Een leefomgeving, in de vorm van een buurt of een wijk, biedt de gebruiker ruimte om te leven, ruimte voor ontplooiing en ontwikkeling. De belangrijkste voorwaarden hierbij zijn het veilig voelen enerzijds en de meerwaarde voor de gebruiker anderzijds. Hierbij is de balans tussen de sociale, ecologische en economische, naast de creatieve en fysiekruimtelijke aspecten voorwaardelijk. Dit zal leiden tot een duurzaam ingerichte leefomgeving die zijn functie gedurende lange tijd zal vervullen. Deze leefomgeving zal zijn aantrekkelijkheid behouden en biedt de mogelijkheid zich op een positieve manier verder te ontwikkelen.

Het duurzame wijk profiel (DWP) kunnen we goed bepalen aan de hand van 25 deelaspecten. Deze deelaspecten zijn geordend naar sociale, ecologische, economische, creatieve en fysiekruimtelijke kwaliteiten.

Dit laat zich zien in populaire en minder populaire wijken. Wijken met een herkenbare identiteit doen het relatief gezien goed. De gebruiker wil zich hiermee graag identificeren. Het omgekeerde gebeurt bij wijken met een zwakke identiteit. De gebruiker van deze minder populaire wijken zal zich niet graag met zijn

Bijna tegelijkertijd met ons onderzoek naar de toekomstbestendigheid van stedenbouw, in de vorm van het duurzame wijk profiel is door TNO en IVAM het duurzaamheidprofiel van een locatie (DPL) ontwikkeld. Dit computermodel meet de duurzaamheidprestaties op wijkniveau. Vanzelfsprekend zijn er overlappen in beide benaderingen, al was het maar alleen omdat het triple P (people, planet, profit) bij beide methoden een belangrijk onderdeel is. De overeenkomst is de inspanning te komen tot een stedenbouwkundige waardering van wijken. Het verschil zit in twee zaken: ‘de gebruiker centraal’ en ‘balans naar deelkwaliteit’.

De onderzochte wijken, twee in Amsterdam, twee in Den Haag, twee in Rotterdam en één in Zoetermeer gaven goed inzicht in de relatie tussen identiteit en vitaliteit. Voor de vluchtige waarnemer ogenschijnlijk goede groene wijken blijken kwetsbaar te zijn op één of twee kernkwaliteiten. Zo draagt de zwakke economische dimensie samen met een te eenzijdige bevolkingsopbouw in veel van onze naoorlogse wijken bij aan de kwetsbaarheid van deze wijken. Door dit vroegtijdig te signaleren kunnen tijdig maatregelen genomen worden. De kosteninspanning van de maatregelen kan relatief gering zijn met een groot effect. Met deze methodiek, om de toekomstbestendigheid van wijken en buurten in kaart te brengen, heeft KOW een geweldige tool in huis. En de methodiek heeft zich bewezen in de onderzochte wijken. Wij willen graag deze actuele tool inzetten waar dit kan. Meer weten? Neem contact met ons op. ir. Remko Veenstra - duurzamestedenbouw@kow.nl

* Stedenbouw en Duurzaamheid – Sjoerd Zeelenburg en Kees Leidelmeijer – RIGO rapportnr P99740 – uitgave oktober ‘09

49


48

KOW Magazine najaar 2009

Duurzaamheidsbalans

‘KOW ontwikkelt methodiek om de toekomstbestendigheid van wijken en buurten in kaart te brengen’ Door het grote aantal publicaties over duurzaamheid vallen de bijzondere artikelen hierover nauwelijks meer op. Zo verscheen onlangs een alleraardigste casusanalyse van het RIGO vanuit het perspectief van energiegedrag*. In het onderliggende onderzoek wordt gezocht naar de relatie van duurzaamheid en stedenbouw. Een zestal archetypen van wijken, van jaren 30-wijk tot late VINEX-wijk, zijn hierbij onder de loep genomen en met elkaar vergeleken. Ik heb dan ook enige huiver om in de overdaad van publicaties de ‘balans in duurzaamheid’ te benadrukken. Het onderwerp is echter te belangrijk en het door ons uitgevoerde onderzoek te waardevol, om dat niet te doen. De op ons bureau geldende stelling “goede stedenbouw is toekomstbestendig”, werpt de vraag op of wij in staat zijn “goede stedenbouw” te meten of te wegen. Het waarderen van stedenbouw inclusief de vroegtijdige signalering van knelpunten is, onontkoombaar na de introductie van begrippen als achterstandswijken en krachtwijken, en uiterst actueel. Het gaat ons hierbij, meer dan het waarderen van de fysiek ruimtelijke kwaliteiten van wijken, om het functioneren van wijken, om de dynamiek en om de

vitaliteit veranderingen te adopteren. In deze zoektocht hebben we een methodiek ontwikkeld, welke uitgaat van de gebruiker. Deze methodiek hebben we getoetst op een zevental stadswijken in vier verschillende steden.

wijk willen identificeren. Versterken van de identiteit is dan ook van groot belang. De lessen uit de stadsvernieuwing en later de stedelijke vernieuwing hebben geleerd dat louter fysiekruimtelijke ingrepen hiervoor niet afdoende zijn.

Een leefomgeving, in de vorm van een buurt of een wijk, biedt de gebruiker ruimte om te leven, ruimte voor ontplooiing en ontwikkeling. De belangrijkste voorwaarden hierbij zijn het veilig voelen enerzijds en de meerwaarde voor de gebruiker anderzijds. Hierbij is de balans tussen de sociale, ecologische en economische, naast de creatieve en fysiekruimtelijke aspecten voorwaardelijk. Dit zal leiden tot een duurzaam ingerichte leefomgeving die zijn functie gedurende lange tijd zal vervullen. Deze leefomgeving zal zijn aantrekkelijkheid behouden en biedt de mogelijkheid zich op een positieve manier verder te ontwikkelen.

Het duurzame wijk profiel (DWP) kunnen we goed bepalen aan de hand van 25 deelaspecten. Deze deelaspecten zijn geordend naar sociale, ecologische, economische, creatieve en fysiekruimtelijke kwaliteiten.

Dit laat zich zien in populaire en minder populaire wijken. Wijken met een herkenbare identiteit doen het relatief gezien goed. De gebruiker wil zich hiermee graag identificeren. Het omgekeerde gebeurt bij wijken met een zwakke identiteit. De gebruiker van deze minder populaire wijken zal zich niet graag met zijn

Bijna tegelijkertijd met ons onderzoek naar de toekomstbestendigheid van stedenbouw, in de vorm van het duurzame wijk profiel is door TNO en IVAM het duurzaamheidprofiel van een locatie (DPL) ontwikkeld. Dit computermodel meet de duurzaamheidprestaties op wijkniveau. Vanzelfsprekend zijn er overlappen in beide benaderingen, al was het maar alleen omdat het triple P (people, planet, profit) bij beide methoden een belangrijk onderdeel is. De overeenkomst is de inspanning te komen tot een stedenbouwkundige waardering van wijken. Het verschil zit in twee zaken: ‘de gebruiker centraal’ en ‘balans naar deelkwaliteit’.

De onderzochte wijken, twee in Amsterdam, twee in Den Haag, twee in Rotterdam en één in Zoetermeer gaven goed inzicht in de relatie tussen identiteit en vitaliteit. Voor de vluchtige waarnemer ogenschijnlijk goede groene wijken blijken kwetsbaar te zijn op één of twee kernkwaliteiten. Zo draagt de zwakke economische dimensie samen met een te eenzijdige bevolkingsopbouw in veel van onze naoorlogse wijken bij aan de kwetsbaarheid van deze wijken. Door dit vroegtijdig te signaleren kunnen tijdig maatregelen genomen worden. De kosteninspanning van de maatregelen kan relatief gering zijn met een groot effect. Met deze methodiek, om de toekomstbestendigheid van wijken en buurten in kaart te brengen, heeft KOW een geweldige tool in huis. En de methodiek heeft zich bewezen in de onderzochte wijken. Wij willen graag deze actuele tool inzetten waar dit kan. Meer weten? Neem contact met ons op. ir. Remko Veenstra - duurzamestedenbouw@kow.nl

* Stedenbouw en Duurzaamheid – Sjoerd Zeelenburg en Kees Leidelmeijer – RIGO rapportnr P99740 – uitgave oktober ‘09

49


50

KOW Magazine najaar 2009

Building Brains

KOW en Building Brains

Op 21 september ging het project ‘Building Brains’ van start met een openingsbijeenkomst in de Julianakerk in Rotterdam. In aanwezigheid van onder andere de Directeur Generaal Ondernemen en Innovatie van het ministerie van Economische zaken, Mevrouw Renée Bergkamp werd stilgestaan bij het nut van ‘Building Brains’ voor de bouwsector. Building Brains is een op initiatief van TNO gevormd consortium waarbinnen door 28 bedrijven en kennisinstellingen wordt samengewerkt aan het thema ‘de duurzame gebouwde omgeving’. Het is een onderzoek in het kader van de kenniswerkersregeling, in het leven geroepen om specialistische kennis te behouden en te versterken. Belangrijk daarbij is dat we investeren in een onderzoek dat onze visie ondersteunt en dat we investeren in collega’s die kennis leveren en opdoen. Een korte opsomming van de redenen waarom KOW deelneemt aan het consortium. Het bij elkaar brengen van theorie en praktijk Daar waar beleid en ambities worden gedefinieerd,

innovaties worden ontwikkeld en theorieën worden aangescherpt is de afstand tot de praktijk vaak groot. Anderzijds wordt in de praktijk nog erg projectgericht naar oplossingen gezocht en daarbij worden vooral de gebaande paden bewandeld. Building Brains vormt een brug tussen theorie en kennis enerzijds en praktijk en ervaring anderzijds. Het delen van kennis Waar in project- en bouwteams de gezamenlijke doelstelling nogal eens te lijden kan hebben onder de afzonderlijke belangen schept Building Brains de mogelijkheid om die belangen weg te nemen en zonder vooringenomenheid kennis, ambitie en eer met elkaar te delen, oftewel delen zonder dogma’s. Die ervaring kunnen we inzetten in trajecten waarin die belangen er nou eenmaal wel zijn. Tijd voor toegevoegde waarde Er zijn doelen geformuleerd die meerwaarde gaan opleveren voor ons ontwerpproces: • Werken aan een universele meetmethode voor de duurzaamheid van de gebouwde omgeving. • Een proces definiëren waarin we duurzame ambities

vertalen in praktische toepassingen. • Zorgen dat ieders comfort- en energievraag steeds dichter op de persoon kan worden gedefinieerd en in stand gehouden. • Modellen maken voor klimaatneutrale gebieden en wijken, en daarin de bestaande gebouwvoorraad betrekken. • Kennis betrekken uit andere sectoren om geen enkele innovatie over het hoofd te zien. Het is een greep uit het onderzoeksvoorstel, 120 bouwende breinen gaan samen werken aan die toegevoegde waarde. De doelstellingen die we opgelegd krijgen vanuit beleid en regelgeving zijn ambitieus als het gaat om het realiseren van de duurzame samenleving. Energie- en klimaatneutraliteit in de gebouwde omgeving vraagt om nieuwe technieken en daarnaast om een nieuwe aanpak. Intensieve samenwerking met partijen in de kolom is nodig om de ambitie die we opgelegd krijgen of onszelf opleggen te realiseren. KOW zoekt die nieuwe vormen van samenwerken op en geeft vorm en inhoud aan duurzame ambities.

Andere sprekers bij de kick-off meeting waren Dick Schmidt, algemeen directeur TNO Bouw en Ondergrond, Roland van de Klauw, manager Building Brains, Tini Colijn, lid van de raad van bestuur TNO en tevens de

ir. Edward van Dongen

initiatiefnemer van Building Brains en Wouter Leibbrandt, senior director research NXP.

51


50

KOW Magazine najaar 2009

Building Brains

KOW en Building Brains

Op 21 september ging het project ‘Building Brains’ van start met een openingsbijeenkomst in de Julianakerk in Rotterdam. In aanwezigheid van onder andere de Directeur Generaal Ondernemen en Innovatie van het ministerie van Economische zaken, Mevrouw Renée Bergkamp werd stilgestaan bij het nut van ‘Building Brains’ voor de bouwsector. Building Brains is een op initiatief van TNO gevormd consortium waarbinnen door 28 bedrijven en kennisinstellingen wordt samengewerkt aan het thema ‘de duurzame gebouwde omgeving’. Het is een onderzoek in het kader van de kenniswerkersregeling, in het leven geroepen om specialistische kennis te behouden en te versterken. Belangrijk daarbij is dat we investeren in een onderzoek dat onze visie ondersteunt en dat we investeren in collega’s die kennis leveren en opdoen. Een korte opsomming van de redenen waarom KOW deelneemt aan het consortium. Het bij elkaar brengen van theorie en praktijk Daar waar beleid en ambities worden gedefinieerd,

innovaties worden ontwikkeld en theorieën worden aangescherpt is de afstand tot de praktijk vaak groot. Anderzijds wordt in de praktijk nog erg projectgericht naar oplossingen gezocht en daarbij worden vooral de gebaande paden bewandeld. Building Brains vormt een brug tussen theorie en kennis enerzijds en praktijk en ervaring anderzijds. Het delen van kennis Waar in project- en bouwteams de gezamenlijke doelstelling nogal eens te lijden kan hebben onder de afzonderlijke belangen schept Building Brains de mogelijkheid om die belangen weg te nemen en zonder vooringenomenheid kennis, ambitie en eer met elkaar te delen, oftewel delen zonder dogma’s. Die ervaring kunnen we inzetten in trajecten waarin die belangen er nou eenmaal wel zijn. Tijd voor toegevoegde waarde Er zijn doelen geformuleerd die meerwaarde gaan opleveren voor ons ontwerpproces: • Werken aan een universele meetmethode voor de duurzaamheid van de gebouwde omgeving. • Een proces definiëren waarin we duurzame ambities

vertalen in praktische toepassingen. • Zorgen dat ieders comfort- en energievraag steeds dichter op de persoon kan worden gedefinieerd en in stand gehouden. • Modellen maken voor klimaatneutrale gebieden en wijken, en daarin de bestaande gebouwvoorraad betrekken. • Kennis betrekken uit andere sectoren om geen enkele innovatie over het hoofd te zien. Het is een greep uit het onderzoeksvoorstel, 120 bouwende breinen gaan samen werken aan die toegevoegde waarde. De doelstellingen die we opgelegd krijgen vanuit beleid en regelgeving zijn ambitieus als het gaat om het realiseren van de duurzame samenleving. Energie- en klimaatneutraliteit in de gebouwde omgeving vraagt om nieuwe technieken en daarnaast om een nieuwe aanpak. Intensieve samenwerking met partijen in de kolom is nodig om de ambitie die we opgelegd krijgen of onszelf opleggen te realiseren. KOW zoekt die nieuwe vormen van samenwerken op en geeft vorm en inhoud aan duurzame ambities.

Andere sprekers bij de kick-off meeting waren Dick Schmidt, algemeen directeur TNO Bouw en Ondergrond, Roland van de Klauw, manager Building Brains, Tini Colijn, lid van de raad van bestuur TNO en tevens de

ir. Edward van Dongen

initiatiefnemer van Building Brains en Wouter Leibbrandt, senior director research NXP.

51


52

Chinese Poorten - Den Haag

Den Haag

KOW Magazine najaar 2009

De gemeente Den Haag heeft zich tot doel gesteld de concentratie van Chinese bedrijvigheid in het gebied rond de Wagenstraat sterker te profileren. De Haagse ‘Chinatown’ moet een uitdagend en gevarieerd winkelgebied worden met Chinese en Aziatische speciaalzaken. Om het gebied aantrekkelijk te maken voor bezoekers en ondernemers wil de gemeente de Chinese sfeer in Chinatown authentiek en tastbaar maken. Belangrijk hierbij zijn twee Chinese poorten die de entrees tot Chinatown symboliseren. Prijsvraag en ontwerp Belangrijkste uitgangspunt voor de Chinese poorten is de authenticiteit. Om dit te kunnen waarborgen moeten het ontwerp en de toe te passen materialen van Chinese origine zijn. De gemeente Den Haag heeft KOW en BAM gevraagd om samen met hun Chinese relaties een besloten prijsvraag te organiseren, waarbij de winnaar niet alleen tekent voor het ontwerp maar de poorten ook zal realiseren. Met behulp van het Chinese architectenbureau HSA worden door KOW vijf kandidaten geselecteerd. Tijdens een symposium in Het Magazijn wordt door een internationale jury het ontwerp van Momoko Cai voor Shanghai Taiyuan tot winnaar verkozen. De jury roemt de ontwerpprincipes van de Feng Shui; balans en een goede Chi (menselijke energiestroom) en het toepassen van bewerkt natuursteen.

Chinese Poorten, Chinatown, Den Haag Locatie: Wagenstraat nabij Veerkades en nabij Grote Marktstraat Ontwerp: Taiyuan / KOW 2006 Status: opgeleverd 2009 Werkzaamheden KOW: organiseren internationale prijsvraag, planvorming, bouwaanvraag, directie-voering en toezicht Projectleider KOW: Guido Bekink Opdrachtgever: Gemeente Den Haag, bureau Binnenstad Aannemers: Habo Heijdra Den Haag, Taiyuan Shanghai

Chinese poort, Nederlandse regelgeving Het ontwerp, de constructie en de toe te passen materialen dienen te voldoen aan Nederlandse wet- en regelgeving en worden getoetst in een reguliere bouwvergunning. Om hieraan te voldoen is, in samenwerking met de ontwerpster, door KOW het ontwerp aangepast en zijn de toe te passen materialen getest. Besloten wordt de fundering en het constructieve frame door een Nederlandse aannemer te laten uitvoeren. Met de Nederlandse en Chinese partijen wordt een bouwmethodiek ontwikkeld waarbij de Chinese delen op een betrekkelijk eenvoudige en snelle wijze kunnen worden gemonteerd op en aan de Nederlandse constructie. Er wordt uitgebreid gesproken over de voorwaarden en de kosten van de realisatie, welke op 20 augustus 2007 worden vastgelegd en bekrachtigd in een overeenkomst tussen de gemeente Den Haag en Taiyuan. Ondanks dat de 10.000 bewoners en ondernemers in Chinatown overwegend positief staan tegenover de komst van de Chinese poorten, wordt de bouwvergunning vertraagd door een bezwaarprocedure, waardoor het tot november 2008 duurt voordat de definitieve bouwvergunning kan worden verleend.

Uitvoering Uit de aanbesteding voor realisatie van het Nederlandse constructieve deel komt Habo Heijdra naar voren. Terwijl in Den Haag de beton- en staalconstructie verrijst, wordt in verschillende delen van China gewerkt aan de Chinese delen. In de natuursteen delen welke als schillen om de constructieve kolommen zullen worden aangebracht worden op ambachtelijke wijze Chinese draken uitgehakt. De 1200 onderdelen van de houten dakconstructie worden als een 3 dimensionale puzzel in elkaar gezet zonder dat daarbij lijm of spijkers worden gebruikt. Daarna wordt de constructie weer uit elkaar gehaald en verpakt om in Nederland op dezelfde wijze te kunnen worden opgebouwd. De productie van de Chinese delen wordt door onze KOW vestiging in Shanghai nauwlettend begeleid en gecontroleerd. Samen met de komst van de Chinese onderdelen zijn ook 12 ambachtslieden uit China in Nederland aangekomen, elk met hun specifieke kennis en kunde. Na inzegening door een Tao priester en onder toeziend oog van KOW hebben deze vaklieden in twee maanden tijd de Chinese poorten afgebouwd en decoratief afgewerkt.

Zhang (Chinese ambassade) en wethouder Huffnagel

In een internationaal samenwerkingsverband zijn daarmee de eerste Chinese toegangspoorten op het Europese vaste land gerealiseerd en is de band tussen China en Den Haag versterkt. Met een gepaste en ongetwijfeld uitbundige ceremonie zullen de poorten medio januari 2010 officieel worden geopend.

53


52

Chinese Poorten - Den Haag

Den Haag

KOW Magazine najaar 2009

De gemeente Den Haag heeft zich tot doel gesteld de concentratie van Chinese bedrijvigheid in het gebied rond de Wagenstraat sterker te profileren. De Haagse ‘Chinatown’ moet een uitdagend en gevarieerd winkelgebied worden met Chinese en Aziatische speciaalzaken. Om het gebied aantrekkelijk te maken voor bezoekers en ondernemers wil de gemeente de Chinese sfeer in Chinatown authentiek en tastbaar maken. Belangrijk hierbij zijn twee Chinese poorten die de entrees tot Chinatown symboliseren. Prijsvraag en ontwerp Belangrijkste uitgangspunt voor de Chinese poorten is de authenticiteit. Om dit te kunnen waarborgen moeten het ontwerp en de toe te passen materialen van Chinese origine zijn. De gemeente Den Haag heeft KOW en BAM gevraagd om samen met hun Chinese relaties een besloten prijsvraag te organiseren, waarbij de winnaar niet alleen tekent voor het ontwerp maar de poorten ook zal realiseren. Met behulp van het Chinese architectenbureau HSA worden door KOW vijf kandidaten geselecteerd. Tijdens een symposium in Het Magazijn wordt door een internationale jury het ontwerp van Momoko Cai voor Shanghai Taiyuan tot winnaar verkozen. De jury roemt de ontwerpprincipes van de Feng Shui; balans en een goede Chi (menselijke energiestroom) en het toepassen van bewerkt natuursteen.

Chinese Poorten, Chinatown, Den Haag Locatie: Wagenstraat nabij Veerkades en nabij Grote Marktstraat Ontwerp: Taiyuan / KOW 2006 Status: opgeleverd 2009 Werkzaamheden KOW: organiseren internationale prijsvraag, planvorming, bouwaanvraag, directie-voering en toezicht Projectleider KOW: Guido Bekink Opdrachtgever: Gemeente Den Haag, bureau Binnenstad Aannemers: Habo Heijdra Den Haag, Taiyuan Shanghai

Chinese poort, Nederlandse regelgeving Het ontwerp, de constructie en de toe te passen materialen dienen te voldoen aan Nederlandse wet- en regelgeving en worden getoetst in een reguliere bouwvergunning. Om hieraan te voldoen is, in samenwerking met de ontwerpster, door KOW het ontwerp aangepast en zijn de toe te passen materialen getest. Besloten wordt de fundering en het constructieve frame door een Nederlandse aannemer te laten uitvoeren. Met de Nederlandse en Chinese partijen wordt een bouwmethodiek ontwikkeld waarbij de Chinese delen op een betrekkelijk eenvoudige en snelle wijze kunnen worden gemonteerd op en aan de Nederlandse constructie. Er wordt uitgebreid gesproken over de voorwaarden en de kosten van de realisatie, welke op 20 augustus 2007 worden vastgelegd en bekrachtigd in een overeenkomst tussen de gemeente Den Haag en Taiyuan. Ondanks dat de 10.000 bewoners en ondernemers in Chinatown overwegend positief staan tegenover de komst van de Chinese poorten, wordt de bouwvergunning vertraagd door een bezwaarprocedure, waardoor het tot november 2008 duurt voordat de definitieve bouwvergunning kan worden verleend.

Uitvoering Uit de aanbesteding voor realisatie van het Nederlandse constructieve deel komt Habo Heijdra naar voren. Terwijl in Den Haag de beton- en staalconstructie verrijst, wordt in verschillende delen van China gewerkt aan de Chinese delen. In de natuursteen delen welke als schillen om de constructieve kolommen zullen worden aangebracht worden op ambachtelijke wijze Chinese draken uitgehakt. De 1200 onderdelen van de houten dakconstructie worden als een 3 dimensionale puzzel in elkaar gezet zonder dat daarbij lijm of spijkers worden gebruikt. Daarna wordt de constructie weer uit elkaar gehaald en verpakt om in Nederland op dezelfde wijze te kunnen worden opgebouwd. De productie van de Chinese delen wordt door onze KOW vestiging in Shanghai nauwlettend begeleid en gecontroleerd. Samen met de komst van de Chinese onderdelen zijn ook 12 ambachtslieden uit China in Nederland aangekomen, elk met hun specifieke kennis en kunde. Na inzegening door een Tao priester en onder toeziend oog van KOW hebben deze vaklieden in twee maanden tijd de Chinese poorten afgebouwd en decoratief afgewerkt.

Zhang (Chinese ambassade) en wethouder Huffnagel

In een internationaal samenwerkingsverband zijn daarmee de eerste Chinese toegangspoorten op het Europese vaste land gerealiseerd en is de band tussen China en Den Haag versterkt. Met een gepaste en ongetwijfeld uitbundige ceremonie zullen de poorten medio januari 2010 officieel worden geopend.

53


54

KOW Magazine najaar 2009

City Lobby - Jinan, China

Stefan Witteman Architect Door de komst van een nieuw station voor de hogesnelheidslijn tussen Beijing en Shanghai verbindt de stad Jinan zich met een groter netwerk van steden. De nieuwe treinverbinding zal per dag 220.000 reizigers bedienen in een gebied waar een kwart van de Chinese bevolking woont. De stad groeit naar het nieuwe station en krijgt daarmee de kans om een nieuw gezicht te tonen. We hebben daarom de kans gegrepen om Jinan’s imago van economisch vitale stad met een sterke (industriÍle) infrastructuur en een hoog gemiddeld opleidingsniveau te combineren met de landschappelijke kwaliteit van de omgeving en de rijke cultuurhistorie. Is het mogelijk om deze ogenschijnlijk tegengestelde kwaliteiten, de urbaan versus landschappelijk, te combineren in een synthese? Zouden ze elkaar kunnen versterken? Kan de reiziger worden ontvangen in een landschappelijke City-Lobby?

Jinan China

City Lobby, Jinan (CN) Differentiatie: New city center, with business-center, office building, five star hotel, conference center, restaurants, shops, bus station, shopping mall Business center: 105.000 m2 Winkelcentrum: 50.000 m2 Ontwerp: KOW, 2009 Status: Meervoudige opdracht Architect: ir. Stefan Witteman, ir. Dirk Bekkering, Momoko Cai Opdrachtgever: Jinan Government

In het ontwerp wordt aangesloten op de voorgestelde structuur in het stedenbouwkundig plan. De groene as die aansluit op het stationsplein wordt tot aan het station doorgetrokken tot een stationstuin. Om het landschappelijke panorama vanuit het station te versterken wordt deze tuin in de verste hoeken opgetild om ruimte te bieden aan het programma. Aan de noordzijde een hotel met congres- en kantoorfaciliteiten en een de zuidzijde een winkelcentrum en een busstation. Tezamen vormen deze volumes de poort naar de stad.

55


54

KOW Magazine najaar 2009

City Lobby - Jinan, China

Stefan Witteman Architect Door de komst van een nieuw station voor de hogesnelheidslijn tussen Beijing en Shanghai verbindt de stad Jinan zich met een groter netwerk van steden. De nieuwe treinverbinding zal per dag 220.000 reizigers bedienen in een gebied waar een kwart van de Chinese bevolking woont. De stad groeit naar het nieuwe station en krijgt daarmee de kans om een nieuw gezicht te tonen. We hebben daarom de kans gegrepen om Jinan’s imago van economisch vitale stad met een sterke (industriÍle) infrastructuur en een hoog gemiddeld opleidingsniveau te combineren met de landschappelijke kwaliteit van de omgeving en de rijke cultuurhistorie. Is het mogelijk om deze ogenschijnlijk tegengestelde kwaliteiten, de urbaan versus landschappelijk, te combineren in een synthese? Zouden ze elkaar kunnen versterken? Kan de reiziger worden ontvangen in een landschappelijke City-Lobby?

Jinan China

City Lobby, Jinan (CN) Differentiatie: New city center, with business-center, office building, five star hotel, conference center, restaurants, shops, bus station, shopping mall Business center: 105.000 m2 Winkelcentrum: 50.000 m2 Ontwerp: KOW, 2009 Status: Meervoudige opdracht Architect: ir. Stefan Witteman, ir. Dirk Bekkering, Momoko Cai Opdrachtgever: Jinan Government

In het ontwerp wordt aangesloten op de voorgestelde structuur in het stedenbouwkundig plan. De groene as die aansluit op het stationsplein wordt tot aan het station doorgetrokken tot een stationstuin. Om het landschappelijke panorama vanuit het station te versterken wordt deze tuin in de verste hoeken opgetild om ruimte te bieden aan het programma. Aan de noordzijde een hotel met congres- en kantoorfaciliteiten en een de zuidzijde een winkelcentrum en een busstation. Tezamen vormen deze volumes de poort naar de stad.

55


56

City Lobby - Jinan, China

Het Noord- en Zuidgebouw krijgen elk een eigen architectonische uitwerking. Het hotel bestaat uit een cluster van torens die zijn voorzien van daktuinen. Het winkelcentrum krijgt een vloeiend sawah-dak dat wordt ingericht als publiek park. De tuinen zijn een buffer voor het regenwater in deze versteende omgeving. Zij voorkomen het ‘heat-island effect’ en leveren een bijdrage aan de luchtkwaliteit. Door het samengaan van tegenstellingen in de natuurlijke stad waarin modernisme wordt verenigd met traditie willen wij een nieuw licht werpen op de toekomst van de stad Jinan.

KOW Magazine najaar 2009

57


56

City Lobby - Jinan, China

Het Noord- en Zuidgebouw krijgen elk een eigen architectonische uitwerking. Het hotel bestaat uit een cluster van torens die zijn voorzien van daktuinen. Het winkelcentrum krijgt een vloeiend sawah-dak dat wordt ingericht als publiek park. De tuinen zijn een buffer voor het regenwater in deze versteende omgeving. Zij voorkomen het ‘heat-island effect’ en leveren een bijdrage aan de luchtkwaliteit. Door het samengaan van tegenstellingen in de natuurlijke stad waarin modernisme wordt verenigd met traditie willen wij een nieuw licht werpen op de toekomst van de stad Jinan.

KOW Magazine najaar 2009

57


58

KOW Magazine najaar 2009

Uitvindersgeest - Puncak Kaca - Maleisië

59

U itvindersgeest René Marey Architect De binnenkant van het gebouw is gebaseerd op de dialoog tussen natuur en moderne samenleving. De terugtredende massa van de liftkern is getransformeerd tot een stenen berg - met alle noodzakelijke services – die de basis vormt voor alle activiteiten binnen het gebouw. Een orthogonale kantoorstructuur omgeeft de ‘’mountain core’’ en ontwikkelt zich in de lagere regionen van de toren tot een ‘’free-form’’ vloerplan. Het atrium, ofwel de reeks atria, wordt gevormd door een holle kern die in de berg ontstaat. Elk atrium is uniek, want zowel de berg als de torenmassa transformeert naarmate men zich hoger in de toren bevindt. Het gebouw heeft 3 liftzones en 6 gebouwsecties van 6-8 vloeren, die elk een duurzaam energiesysteem op zich vormen. Iedere subsectie van de toren is verdeeld in kantoren en atrium/algemene ruimtes met verschillende klimaat systemen. De kantoren maken gebruik van zonnekoeling (zonnecollectoren/zonwering) en het atrium wordt gekoeld door middel van “down draft cooling”. Onderaan elk atrium vinden we een reflecterend wateropvang bassin, om het water op te vangen dat langs de berg naar beneden valt en druppelt.

Maleisië

De koele lucht daalt neer in het atrium en verlaat deze aan de onderzijde via de noordelijke of de zuidelijke façade. We stellen een zeer duurzame toren voor die de Carthesische ambitie van de mens verbeeldt in harmonie met de rijkdommen van de natuur. De toren heeft een façade die fungeert als een huid of een blad. De glazen toren is gewikkeld in een prachtig geweven patroon van glazen buizen. Het rustig vloeiende patroon van zonnecollector buizen bekleedt de glazen kantoortoren en genereert tevens een substantiële hoeveelheid energie om het gebouw te koelen. Tegelijkertijd bieden de buizen bescherming tegen de zon.

Plattergonden transformatie structuur

Puncak Kaca, Kuala Lumpur, Maleisië Differentiatie: 50.000 m2 kantoorruimte Ontwerp: KOW, 2008 Architect: ir. René Marey, David Goehring AIA, ir. Jeroen Grosfeld, ir. Mirjam Schmull, Enos Kruijtbosch i.c.m. Neuformation Opdrachtgever: Olympia Land BHD, Maleisië

Excitement at the Bottom Impressie hoofdentree

Hollow Mountain Core

Transformatie van orthogonale structuur naar Free-form


58

KOW Magazine najaar 2009

Uitvindersgeest - Puncak Kaca - Maleisië

59

U itvindersgeest René Marey Architect De binnenkant van het gebouw is gebaseerd op de dialoog tussen natuur en moderne samenleving. De terugtredende massa van de liftkern is getransformeerd tot een stenen berg - met alle noodzakelijke services – die de basis vormt voor alle activiteiten binnen het gebouw. Een orthogonale kantoorstructuur omgeeft de ‘’mountain core’’ en ontwikkelt zich in de lagere regionen van de toren tot een ‘’free-form’’ vloerplan. Het atrium, ofwel de reeks atria, wordt gevormd door een holle kern die in de berg ontstaat. Elk atrium is uniek, want zowel de berg als de torenmassa transformeert naarmate men zich hoger in de toren bevindt. Het gebouw heeft 3 liftzones en 6 gebouwsecties van 6-8 vloeren, die elk een duurzaam energiesysteem op zich vormen. Iedere subsectie van de toren is verdeeld in kantoren en atrium/algemene ruimtes met verschillende klimaat systemen. De kantoren maken gebruik van zonnekoeling (zonnecollectoren/zonwering) en het atrium wordt gekoeld door middel van “down draft cooling”. Onderaan elk atrium vinden we een reflecterend wateropvang bassin, om het water op te vangen dat langs de berg naar beneden valt en druppelt.

Maleisië

De koele lucht daalt neer in het atrium en verlaat deze aan de onderzijde via de noordelijke of de zuidelijke façade. We stellen een zeer duurzame toren voor die de Carthesische ambitie van de mens verbeeldt in harmonie met de rijkdommen van de natuur. De toren heeft een façade die fungeert als een huid of een blad. De glazen toren is gewikkeld in een prachtig geweven patroon van glazen buizen. Het rustig vloeiende patroon van zonnecollector buizen bekleedt de glazen kantoortoren en genereert tevens een substantiële hoeveelheid energie om het gebouw te koelen. Tegelijkertijd bieden de buizen bescherming tegen de zon.

Plattergonden transformatie structuur

Puncak Kaca, Kuala Lumpur, Maleisië Differentiatie: 50.000 m2 kantoorruimte Ontwerp: KOW, 2008 Architect: ir. René Marey, David Goehring AIA, ir. Jeroen Grosfeld, ir. Mirjam Schmull, Enos Kruijtbosch i.c.m. Neuformation Opdrachtgever: Olympia Land BHD, Maleisië

Excitement at the Bottom Impressie hoofdentree

Hollow Mountain Core

Transformatie van orthogonale structuur naar Free-form


60

KOW Magazine najaar 2009

Uitvindersgeest - Puncak Kaca - MaleisiĂŤ

Vloeiend patroon gevel

Impressie gebouw in omgeving

Evacuated Solar Tubes

UI T HET LAB

Referentie Mountain Core

Gevelfragment en principe doorsnede Puncak Kaca

61

Schiphol Airport

Impressie Hollow Core met atrium

Silent Blue Schiphol Programma: Iconische geluidwering, met algenpoductie (Bio-Fuel en Food),waterzuivering en waterberging, ecologische voedselproductie (in flight meals), afvalverwerking, onderzoekslaboratoria Projectomvang: 222.000 m2 Ontwerp: KOW, 2009 In samenwerking met: Studio DD, Level Acoustics, Fabrique and Bouwhaven Status: Genomineerd, 2009 Architect: ir. Jeroen Grosfeld Project team: ir. Mirjam Schmull, ir. RenĂŠ Marey


60

KOW Magazine najaar 2009

Uitvindersgeest - Puncak Kaca - MaleisiĂŤ

Vloeiend patroon gevel

Impressie gebouw in omgeving

Evacuated Solar Tubes

UI T HET LAB

Referentie Mountain Core

Gevelfragment en principe doorsnede Puncak Kaca

61

Schiphol Airport

Impressie Hollow Core met atrium

Silent Blue Schiphol Programma: Iconische geluidwering, met algenpoductie (Bio-Fuel en Food),waterzuivering en waterberging, ecologische voedselproductie (in flight meals), afvalverwerking, onderzoekslaboratoria Projectomvang: 222.000 m2 Ontwerp: KOW, 2009 In samenwerking met: Studio DD, Level Acoustics, Fabrique and Bouwhaven Status: Genomineerd, 2009 Architect: ir. Jeroen Grosfeld Project team: ir. Mirjam Schmull, ir. RenĂŠ Marey


62

KOW Magazine najaar 2009

Uit het LAB - Silent Blue

Silent Blue is een vertaling van de wens om laagfrequent geluid te reduceren door een duurzaam icoon toe te voegen aan het Hollandse landschap. De beperkte mogelijkheid om traditionele dragers als kantoorvloeren te realiseren hebben wij opgevat als uitdaging. Hoe kun je kostenneutraal een object realiseren van deze omvang dat meer is dan een geluidswal? Silent Blue ambieert zoveel mogelijk ruimte te bieden aan het oplossen en ten voordele keren van de negatieve impact van de luchtvaart op de leefomgeving. Deze strategie is een overlevingsstrategie, maar probeert tegelijkertijd een cultuurslag te bereiken waarin een nieuw evenwicht ontstaat in de verhouding tussen globale cultuur en lokale ecologie; een voorbeeld voor het verenigen van luchtvaart met een stedelijk landschap. Dit project probeert de negatieve aspecten van de luchtvaart te neutraliseren en daarnaast voertuig te zijn voor het leveren van energie, water, voedsel en ideeën. Silent Blue is een geluidslandschap of Soundscape waarin meerdere functies zijn verenigd. Onder dit geluidslandschap wordt een nieuw landschap gecreëerd , waarin werken en ecologie elkaar aanvullen. Een dragerinbouw structuur maakt het vervolgens mogelijk dat de Barrier zich door de tijd heen kan blijven aanpassen en niet na 20 jaar een obsolete indruk achterlaat. Manta Sculptuur Vanuit de lucht neemt Silent Blue de vorm aan van een Manta, Stingray of Rog. Een stealth object van de eerste orde dat op haar vorm en fijnzinnige detaillering steunt terwijl het vrijwel onopgemerkt over de zeebodem zweeft. Dit principe is het uitgangspunt geweest voor de belichaming van de geluidsreductie in de andere richting; gestroomlijnde luchtstromen, zachtzinnige en tegelijkertijd volstrekt koelbloedige reductie van het bewuste geluidsspectrum. De Geluidwering wordt in een drietal stappen

Principe doorsnede Silent Blue

gerealiseerd: Ten eerste een flexibele geluidwering, ten tweede een 1800m lange barrière bestaande uit een reeks waterbergingstanks, en ten derde een geluidsreducerend daklandschap waaronder een mix van nieuwe activiteiten kan worden ontwikkeld. Dit geheel is verpakt in een aërodynamische Manta-achtige vorm die gericht is op het optimaliseren van wind- en radarcondities voor de luchtvaart. De Flexibele schermen over een lengte van 400 meter geven direct een reductie van -3,3dB. Dit scherm wordt geplaatst aan de westkant van baan 36L, waarbij het scherm altijd uit de ‘critical area’ aan de kop van de baan en onder het glijpad blijft. Over een lengte van 1.800 m is vervolgens een dijklichaam geplaatst met daarin een dubbele verschoven rij waterbergingstanks. Hiermee wordt een geluidsreductie van 7 dB bereikt. De waterberging is in staat 1/3 van de piekbehoefte van Rijnland te bergen, waardoor een van de grootste problemen van de Haarlemmermeerpolder kan worden bestreden. De tanks zijn in een vloeiende aërodynamische vorm ondergebracht om zomin mogelijk verstoring voor de luchtvaart te veroorzaken, en bovenop deze vleugelvorm wordt windenergie gewonnen. Tenslotte de 2d diffusor: een 3 dimensionaal transparant geluidslandschap waaronder activiteiten kunnen worden ontwikkeld. De geluidsdemping ter grootte van tenminste 3 dB vindt plaats door de reeks verschillende 2dimensionale amplitudevariaties in een veelvoud van 4m in het daklandschap. De inspiratie en invulling van de draagstructuur is gevoed vanuit de kassenbouw.. Een vloeibare omhullende en afrondende vorm omwikkelt alle ingesloten programma’s. In een tweede fase kan het achterliggende terrein geleidelijk worden omgezet in een aanvullend geluidsreducerend cultuurlandschap.

ETFE dak

Aerodynamische huid

2D diffusor

Waterbassins

Dijklichaam

Flexibel in te delen oppervlak onder hoofddraagstructuur Silent Blue

Lichtgewicht staalconstructie

Opbouw dragerstructuur Silent Blue

ir. Jeroen Grosfeld

Impressie Diffusor Silent Blue

Techniek flexibel scherm

63


62

KOW Magazine najaar 2009

Uit het LAB - Silent Blue

Silent Blue is een vertaling van de wens om laagfrequent geluid te reduceren door een duurzaam icoon toe te voegen aan het Hollandse landschap. De beperkte mogelijkheid om traditionele dragers als kantoorvloeren te realiseren hebben wij opgevat als uitdaging. Hoe kun je kostenneutraal een object realiseren van deze omvang dat meer is dan een geluidswal? Silent Blue ambieert zoveel mogelijk ruimte te bieden aan het oplossen en ten voordele keren van de negatieve impact van de luchtvaart op de leefomgeving. Deze strategie is een overlevingsstrategie, maar probeert tegelijkertijd een cultuurslag te bereiken waarin een nieuw evenwicht ontstaat in de verhouding tussen globale cultuur en lokale ecologie; een voorbeeld voor het verenigen van luchtvaart met een stedelijk landschap. Dit project probeert de negatieve aspecten van de luchtvaart te neutraliseren en daarnaast voertuig te zijn voor het leveren van energie, water, voedsel en ideeën. Silent Blue is een geluidslandschap of Soundscape waarin meerdere functies zijn verenigd. Onder dit geluidslandschap wordt een nieuw landschap gecreëerd , waarin werken en ecologie elkaar aanvullen. Een dragerinbouw structuur maakt het vervolgens mogelijk dat de Barrier zich door de tijd heen kan blijven aanpassen en niet na 20 jaar een obsolete indruk achterlaat. Manta Sculptuur Vanuit de lucht neemt Silent Blue de vorm aan van een Manta, Stingray of Rog. Een stealth object van de eerste orde dat op haar vorm en fijnzinnige detaillering steunt terwijl het vrijwel onopgemerkt over de zeebodem zweeft. Dit principe is het uitgangspunt geweest voor de belichaming van de geluidsreductie in de andere richting; gestroomlijnde luchtstromen, zachtzinnige en tegelijkertijd volstrekt koelbloedige reductie van het bewuste geluidsspectrum. De Geluidwering wordt in een drietal stappen

Principe doorsnede Silent Blue

gerealiseerd: Ten eerste een flexibele geluidwering, ten tweede een 1800m lange barrière bestaande uit een reeks waterbergingstanks, en ten derde een geluidsreducerend daklandschap waaronder een mix van nieuwe activiteiten kan worden ontwikkeld. Dit geheel is verpakt in een aërodynamische Manta-achtige vorm die gericht is op het optimaliseren van wind- en radarcondities voor de luchtvaart. De Flexibele schermen over een lengte van 400 meter geven direct een reductie van -3,3dB. Dit scherm wordt geplaatst aan de westkant van baan 36L, waarbij het scherm altijd uit de ‘critical area’ aan de kop van de baan en onder het glijpad blijft. Over een lengte van 1.800 m is vervolgens een dijklichaam geplaatst met daarin een dubbele verschoven rij waterbergingstanks. Hiermee wordt een geluidsreductie van 7 dB bereikt. De waterberging is in staat 1/3 van de piekbehoefte van Rijnland te bergen, waardoor een van de grootste problemen van de Haarlemmermeerpolder kan worden bestreden. De tanks zijn in een vloeiende aërodynamische vorm ondergebracht om zomin mogelijk verstoring voor de luchtvaart te veroorzaken, en bovenop deze vleugelvorm wordt windenergie gewonnen. Tenslotte de 2d diffusor: een 3 dimensionaal transparant geluidslandschap waaronder activiteiten kunnen worden ontwikkeld. De geluidsdemping ter grootte van tenminste 3 dB vindt plaats door de reeks verschillende 2dimensionale amplitudevariaties in een veelvoud van 4m in het daklandschap. De inspiratie en invulling van de draagstructuur is gevoed vanuit de kassenbouw.. Een vloeibare omhullende en afrondende vorm omwikkelt alle ingesloten programma’s. In een tweede fase kan het achterliggende terrein geleidelijk worden omgezet in een aanvullend geluidsreducerend cultuurlandschap.

ETFE dak

Aerodynamische huid

2D diffusor

Waterbassins

Dijklichaam

Flexibel in te delen oppervlak onder hoofddraagstructuur Silent Blue

Lichtgewicht staalconstructie

Opbouw dragerstructuur Silent Blue

ir. Jeroen Grosfeld

Impressie Diffusor Silent Blue

Techniek flexibel scherm

63


64

BIM - Geertruidentuin - Deventer

engineering

KOW Magazine najaar 2009

René Buur Architect De Geertruidentuin is een prachtig groene plek ten noorden van het centrum van Deventer, waar nu nog het Deventer Ziekenhuis staat. De locatie ligt in een populaire buurt tussen de Ceintuurbaan, Van Calcarstraat en Fesevurstraat, op een steenworp afstand van de binnenstad. Ontwikkelaar Synchroon werkt hier samen met KOW aan plannen om het huidige ziekenhuisterrein de komende jaren te transformeren tot een aantrekkelijk woongebied: de Geertruidentuin. Er worden verschillende wooncomplexen ontworpen waaronder een woontoren met een opvallende vorm.

Dwarsdoorsnede 3D uit Revit

Detail uitsnede 3D uit Revit

Geertruidentuin, Deventer

KOW heeft de woontoren ingezet als een van de pilot projecten in een BIM (Bouw Informatie Model), samen met de constructeur Pieters Bouwtechniek. In een BIM werken de betrokken partijen integraal samen aan een digitale 3D representatie van het uiteindelijke gebouw. De benodigde tekeningen worden allemaal uit hetzelfde model gegenereerd. Plattegronden, doorsneden en gevels corresponderen dus te allen tijden met elkaar. Alle disciplines werken in hetzelfde model. Daardoor kunnen knelpunten al in een vroeg stadium worden gesignaleerd en opgelost. Faalkosten worden daarmee sterk gereduceerd terwijl de kwaliteit van het gebouw wordt vergroot. Bovendien kan het model ook worden gebruikt om de beleving van het gebouw inzichtelijk te maken voor de opdrachtgever, eindgebruikers of de gemeente. Bij BIM wordt samengewerkt in hetzelfde gebouwmodel. Goede werkafspraken zijn van essentieel belang. Voor dit project werkten zowel KOW als de constructeur met hetzelfde software pakket, namelijk Revit. Op zich is dit niet noodzakelijk voor het welslagen van een BIM project. Voor de uitwisseling is een universele software taal afgesproken. Iedere partij kan daardoor zijn eigen softwarepakket blijven gebruiken. Programma’s gericht op kostencalculatie, energieberekeningen of onderhoudsplanning, zijn eenvoudig te koppelen aan het gebouwmodel.

Geertruidentuin, Deventer Programma: 39 appartementen Parkeren: 55 parkeerplaatsen Status: Bouwvoorbereiding Architect: ir. René Buur Team: Robert Noordergraaf, Wibo Hoendernis, ing. Yolanda van Dongen Opdrachtgever: Synchroon

65


64

BIM - Geertruidentuin - Deventer

engineering

KOW Magazine najaar 2009

René Buur Architect De Geertruidentuin is een prachtig groene plek ten noorden van het centrum van Deventer, waar nu nog het Deventer Ziekenhuis staat. De locatie ligt in een populaire buurt tussen de Ceintuurbaan, Van Calcarstraat en Fesevurstraat, op een steenworp afstand van de binnenstad. Ontwikkelaar Synchroon werkt hier samen met KOW aan plannen om het huidige ziekenhuisterrein de komende jaren te transformeren tot een aantrekkelijk woongebied: de Geertruidentuin. Er worden verschillende wooncomplexen ontworpen waaronder een woontoren met een opvallende vorm.

Dwarsdoorsnede 3D uit Revit

Detail uitsnede 3D uit Revit

Geertruidentuin, Deventer

KOW heeft de woontoren ingezet als een van de pilot projecten in een BIM (Bouw Informatie Model), samen met de constructeur Pieters Bouwtechniek. In een BIM werken de betrokken partijen integraal samen aan een digitale 3D representatie van het uiteindelijke gebouw. De benodigde tekeningen worden allemaal uit hetzelfde model gegenereerd. Plattegronden, doorsneden en gevels corresponderen dus te allen tijden met elkaar. Alle disciplines werken in hetzelfde model. Daardoor kunnen knelpunten al in een vroeg stadium worden gesignaleerd en opgelost. Faalkosten worden daarmee sterk gereduceerd terwijl de kwaliteit van het gebouw wordt vergroot. Bovendien kan het model ook worden gebruikt om de beleving van het gebouw inzichtelijk te maken voor de opdrachtgever, eindgebruikers of de gemeente. Bij BIM wordt samengewerkt in hetzelfde gebouwmodel. Goede werkafspraken zijn van essentieel belang. Voor dit project werkten zowel KOW als de constructeur met hetzelfde software pakket, namelijk Revit. Op zich is dit niet noodzakelijk voor het welslagen van een BIM project. Voor de uitwisseling is een universele software taal afgesproken. Iedere partij kan daardoor zijn eigen softwarepakket blijven gebruiken. Programma’s gericht op kostencalculatie, energieberekeningen of onderhoudsplanning, zijn eenvoudig te koppelen aan het gebouwmodel.

Geertruidentuin, Deventer Programma: 39 appartementen Parkeren: 55 parkeerplaatsen Status: Bouwvoorbereiding Architect: ir. René Buur Team: Robert Noordergraaf, Wibo Hoendernis, ing. Yolanda van Dongen Opdrachtgever: Synchroon

65


66

KOW Magazine najaar 2009

URBAN Valley - Almere

Almere

‘Een stedelijke vallei in de Polder?’ Urban Valley smeedt tegenstellingen in één ontwerp samen tot onvermoede kansen. Intiem wonen met een weids uitzicht. Winkels beter ontsluiten door de supermarkt op te tillen tot brugniveau. Ruime parkeerplaatsen aan een kleine haven en 45 flexibel in te richten woningen. Wonen in Urban Valley biedt zowel de rust van de natuur als de directe nabijheid van stadse gemakken. De binnenruimte van het woonblok, op het dak van de supermarkt, wordt overdekt en gebruikt als wintertuin waarvan de wanden zijn begroeid met klimop. Naar boven toe opent zich de ruimte als een groene vallei. Het tussenklimaat in de wintertuin wordt benut ten behoeve van ventilatie van de woningen. Door warmte-uitwisseling met de supermarkt wordt het energieverbruik verder teruggebracht. Duurzaamheid, dubbelgebruik en wooncomfort maken de stad van de toekomst vandaag de dag al mogelijk.

Urban Valley, Almere Programma: 2.000 m2 winkels, 45 woningen Parkeren: 145 pp maaiveld Ontwerp: 2009 Status: Voorlopig Ontwerp Architect: ir. Stefan Witteman, ir. Jorgen Haring Prijsvraagteam: ir. Harvey Otten, ir. Vincent Muller, ir. Frederique van Alphen Opdrachtgever: Hoorne BV, Alkmaar Aanemer: Wessels Zeist BV

67


66

KOW Magazine najaar 2009

URBAN Valley - Almere

Almere

‘Een stedelijke vallei in de Polder?’ Urban Valley smeedt tegenstellingen in één ontwerp samen tot onvermoede kansen. Intiem wonen met een weids uitzicht. Winkels beter ontsluiten door de supermarkt op te tillen tot brugniveau. Ruime parkeerplaatsen aan een kleine haven en 45 flexibel in te richten woningen. Wonen in Urban Valley biedt zowel de rust van de natuur als de directe nabijheid van stadse gemakken. De binnenruimte van het woonblok, op het dak van de supermarkt, wordt overdekt en gebruikt als wintertuin waarvan de wanden zijn begroeid met klimop. Naar boven toe opent zich de ruimte als een groene vallei. Het tussenklimaat in de wintertuin wordt benut ten behoeve van ventilatie van de woningen. Door warmte-uitwisseling met de supermarkt wordt het energieverbruik verder teruggebracht. Duurzaamheid, dubbelgebruik en wooncomfort maken de stad van de toekomst vandaag de dag al mogelijk.

Urban Valley, Almere Programma: 2.000 m2 winkels, 45 woningen Parkeren: 145 pp maaiveld Ontwerp: 2009 Status: Voorlopig Ontwerp Architect: ir. Stefan Witteman, ir. Jorgen Haring Prijsvraagteam: ir. Harvey Otten, ir. Vincent Muller, ir. Frederique van Alphen Opdrachtgever: Hoorne BV, Alkmaar Aanemer: Wessels Zeist BV

67


68

KOW Magazine najaar 2009

Nieuws

Arcelor Mittal Elementary school opens

Ontwerp je eigen droomhuis met een echte architect!

In June 2008 KOW was invited by DHV for the design of a new elementary school in Tianshui, located in the China Earthquake area. The design was done at KOW DDC Shanghai and was handed over to Arcelor Mittal, the client, in august 2008. One year later the building for 1.800 students is finished and officially opened by the Govenor of the Gansu Province, the CEO of Arcelor Mittal and the Luxembourg Ambassador.

Gebiedsvisie kern Oudheusden

Vele decennia was in de regio Groot Langstraat (Noord-Brabant) de kern Oudheusden een grote wat kleurloze buitenwijk van Heusden-Vesting. De afgelopen jaren nam het belang van de kern toe. De kern groeit in tegenstelling tot de omliggende kernen en er is ruimte voor voorzieningen die elders ontbreekt. Alle reden voor het gemeentebestuur om een integrale gebiedsvisie voor Oudheusden te laten maken. KOW heeft onlangs deze visie “Gebiedsvisie kern Oudheusden” gerealiseerd. Binnenkort volgt brede presentatie aan de bewoners.

Een picknick, een hockey-clinic en een tekenworkshop vormden het decor voor de bijeenkomst die door de cv Park Brederode werd georganiseerd voor toekomstige bewoners en potentiele kopers van de woningen die door KOW zijn ontworpen en waarvan de bouw inmiddels flink vordert. Vanzelfsprekend konden de woningen bekeken worden en was er veel verkoopmateriaal beschikbaar, ondanks het tegenvallende weer werd de picknick goed bezocht. KOW leverde in de personen René Buur en Yolanda van Dongen, respectievelijk architect en projectleider van het plan, de bemanning van het tekenatelier voor kinderen die onder hun leiding een eigen droomhuis mochten tekenen. Het atelier werd druk bezocht en leverde bijzondere ontwerpen en tekeningen op.

KOW, ERA Contour, Fakton en Oranje zijn geselecteerd voor Overtoomse Veld Middengebied Zuid in Amsterdam

In een bijzonder selectie-proces heeft Eigen Haard aan een aantal partijen gevraagd elkaar op te zoeken om een consortium te vormen voor de duurzame ontwikkeling van dit gebied. Na een aantal intensieve sessies is door KOW, ERA Contour, Oranje en Fakton een plan van aanpak gemaakt dat door Eigen Haard als beste inzending is beoordeeld. Inmiddels zijn er gesprekken gaande om tot een definitieve samenwerking te komen, daarbij staat gelijkwaardigheid van de partijen centraal en wordt collectief ingezet op een hoge duurzame ambitie.

Rondleidingen Alaska Building, Rijswijk

Het Alaska gebouw is ondertussen cascomatig opgeleverd aan Shell. Het gebouw omvat 30.000 m2 kantoorruimte en een parkeergarage van 10.000 m2. Het pand biedt plaats aan circa 1.500 Shellmedewerkers. Projectarchitecten John Chan en Kasper Hansen hebben bij een aantal rondleidingen een toelichting gegeven op het architectonische concept, de technische uitgangspunten en enkele anekdotes tijdens het proces. Het project heeft slechts 2,5 jaar in beslag genomen; een record tijd!

KOW levert bijdrage aan de Informatiekaart over C2C

De afgelopen maanden zijn er 5 denksessies georganiseerd door De Argumentenfabriek in opdracht van Senter Novem over de toepassing van Cradle to Cradle in de bouwsector. Per sessie zijn 10 deskundigen aanwezig geweest uit diverse sectoren in de bouw. KOW is in deze denksessies vertegenwoordigd door Jeroen Grosfeld. Op basis van de verkregen informatie maakt De Argumentenfabriek een Informatiekaart, die krachtig weergeeft hoe Cradle to Cradle in de bouwsector kan worden toegepast. De kaart is gepresenteerd tijdens het congres van de Regieraad Bouw in Utrecht. Eén van de discussiepunten was hoe te komen tot een “open source” – certificeringsstructuur (zoals bij Linux of Google) om een versnelling in het aanbod van geschikte producten te realiseren.

Ideeënprijsvraag uitbreiding Natuurhistorisch Museum Kopenhagen, Denemarken

69

Het plan omvat een programma van 40.000 m2, waarbij het zwaartepunt van de opgave ligt in de integratie van het gebouw in de context van historische gebouwen en een botanische tuin binnen het plangebied. KOW heeft een volume ontworpen die op gebouw niveau de drie bestaande monumentale gebouwen met elkaar verbindt. Op stedelijk niveau wordt met de introductie van dit nieuwe lineaire bouwdeel de dynamiek van de omgeving ruimtelijk verweven in het museumcomplex. De synergie, ten gevolge van deze stedenbouwkundige ingreep, geeft zowel het Natuurhistorisch Museum als de stad Kopenhagen een extra impuls.

Ontwikkelingsvisie Aviolanda Woensdrecht

In opdracht van de provincie Noord-Brabant werd in nauwe samenwerking met het bureau H+N+S landschapsarchitecten een ontwikkelingsvisie opgesteld voor “Aviolanda” nabij de gemeente Woensdrecht. Aviolanda staat voor een geheel aan projecten en landschappelijke ingrepen die tezamen een nieuw en aantrekkelijk woon- en werkgebied zullen vormen in een omgeving met zeer hoogwaardige landschappelijke en natuurlijke waarden. Op en nabij het vliegveld Woensdrecht is de herontwikkeling en herstructurering van het Stork Fokker terrein noodzakelijk geworden waarbij ook het terrein van Defensie nauw zal worden betrokken. De ruimtelijke voorstellen voor de herstructurering van het bestaande bedrijventerrein De Kooi voorzien in de aanleg van een stevige landschappelijke structuur als voorwaarde voor de nieuwe woon- en werkgebieden. Het geheel aan voorstellen en ruimtelijke ingrepen beogen de ‘people, planet en profit’ vereisten in een nieuw hoogwaardig evenwicht te brengen.


68

KOW Magazine najaar 2009

Nieuws

Arcelor Mittal Elementary school opens

Ontwerp je eigen droomhuis met een echte architect!

In June 2008 KOW was invited by DHV for the design of a new elementary school in Tianshui, located in the China Earthquake area. The design was done at KOW DDC Shanghai and was handed over to Arcelor Mittal, the client, in august 2008. One year later the building for 1.800 students is finished and officially opened by the Govenor of the Gansu Province, the CEO of Arcelor Mittal and the Luxembourg Ambassador.

Gebiedsvisie kern Oudheusden

Vele decennia was in de regio Groot Langstraat (Noord-Brabant) de kern Oudheusden een grote wat kleurloze buitenwijk van Heusden-Vesting. De afgelopen jaren nam het belang van de kern toe. De kern groeit in tegenstelling tot de omliggende kernen en er is ruimte voor voorzieningen die elders ontbreekt. Alle reden voor het gemeentebestuur om een integrale gebiedsvisie voor Oudheusden te laten maken. KOW heeft onlangs deze visie “Gebiedsvisie kern Oudheusden” gerealiseerd. Binnenkort volgt brede presentatie aan de bewoners.

Een picknick, een hockey-clinic en een tekenworkshop vormden het decor voor de bijeenkomst die door de cv Park Brederode werd georganiseerd voor toekomstige bewoners en potentiele kopers van de woningen die door KOW zijn ontworpen en waarvan de bouw inmiddels flink vordert. Vanzelfsprekend konden de woningen bekeken worden en was er veel verkoopmateriaal beschikbaar, ondanks het tegenvallende weer werd de picknick goed bezocht. KOW leverde in de personen René Buur en Yolanda van Dongen, respectievelijk architect en projectleider van het plan, de bemanning van het tekenatelier voor kinderen die onder hun leiding een eigen droomhuis mochten tekenen. Het atelier werd druk bezocht en leverde bijzondere ontwerpen en tekeningen op.

KOW, ERA Contour, Fakton en Oranje zijn geselecteerd voor Overtoomse Veld Middengebied Zuid in Amsterdam

In een bijzonder selectie-proces heeft Eigen Haard aan een aantal partijen gevraagd elkaar op te zoeken om een consortium te vormen voor de duurzame ontwikkeling van dit gebied. Na een aantal intensieve sessies is door KOW, ERA Contour, Oranje en Fakton een plan van aanpak gemaakt dat door Eigen Haard als beste inzending is beoordeeld. Inmiddels zijn er gesprekken gaande om tot een definitieve samenwerking te komen, daarbij staat gelijkwaardigheid van de partijen centraal en wordt collectief ingezet op een hoge duurzame ambitie.

Rondleidingen Alaska Building, Rijswijk

Het Alaska gebouw is ondertussen cascomatig opgeleverd aan Shell. Het gebouw omvat 30.000 m2 kantoorruimte en een parkeergarage van 10.000 m2. Het pand biedt plaats aan circa 1.500 Shellmedewerkers. Projectarchitecten John Chan en Kasper Hansen hebben bij een aantal rondleidingen een toelichting gegeven op het architectonische concept, de technische uitgangspunten en enkele anekdotes tijdens het proces. Het project heeft slechts 2,5 jaar in beslag genomen; een record tijd!

KOW levert bijdrage aan de Informatiekaart over C2C

De afgelopen maanden zijn er 5 denksessies georganiseerd door De Argumentenfabriek in opdracht van Senter Novem over de toepassing van Cradle to Cradle in de bouwsector. Per sessie zijn 10 deskundigen aanwezig geweest uit diverse sectoren in de bouw. KOW is in deze denksessies vertegenwoordigd door Jeroen Grosfeld. Op basis van de verkregen informatie maakt De Argumentenfabriek een Informatiekaart, die krachtig weergeeft hoe Cradle to Cradle in de bouwsector kan worden toegepast. De kaart is gepresenteerd tijdens het congres van de Regieraad Bouw in Utrecht. Eén van de discussiepunten was hoe te komen tot een “open source” – certificeringsstructuur (zoals bij Linux of Google) om een versnelling in het aanbod van geschikte producten te realiseren.

Ideeënprijsvraag uitbreiding Natuurhistorisch Museum Kopenhagen, Denemarken

69

Het plan omvat een programma van 40.000 m2, waarbij het zwaartepunt van de opgave ligt in de integratie van het gebouw in de context van historische gebouwen en een botanische tuin binnen het plangebied. KOW heeft een volume ontworpen die op gebouw niveau de drie bestaande monumentale gebouwen met elkaar verbindt. Op stedelijk niveau wordt met de introductie van dit nieuwe lineaire bouwdeel de dynamiek van de omgeving ruimtelijk verweven in het museumcomplex. De synergie, ten gevolge van deze stedenbouwkundige ingreep, geeft zowel het Natuurhistorisch Museum als de stad Kopenhagen een extra impuls.

Ontwikkelingsvisie Aviolanda Woensdrecht

In opdracht van de provincie Noord-Brabant werd in nauwe samenwerking met het bureau H+N+S landschapsarchitecten een ontwikkelingsvisie opgesteld voor “Aviolanda” nabij de gemeente Woensdrecht. Aviolanda staat voor een geheel aan projecten en landschappelijke ingrepen die tezamen een nieuw en aantrekkelijk woon- en werkgebied zullen vormen in een omgeving met zeer hoogwaardige landschappelijke en natuurlijke waarden. Op en nabij het vliegveld Woensdrecht is de herontwikkeling en herstructurering van het Stork Fokker terrein noodzakelijk geworden waarbij ook het terrein van Defensie nauw zal worden betrokken. De ruimtelijke voorstellen voor de herstructurering van het bestaande bedrijventerrein De Kooi voorzien in de aanleg van een stevige landschappelijke structuur als voorwaarde voor de nieuwe woon- en werkgebieden. Het geheel aan voorstellen en ruimtelijke ingrepen beogen de ‘people, planet en profit’ vereisten in een nieuw hoogwaardig evenwicht te brengen.


70

KOW Magazine najaar 2009

3 luik - Nuova Campagna, Zoetermeer

3 luik O pdrachtgever - A rchitect - K O P E R

Nuova Campagna, 132 appar tementen in Oosterheem, Zoetermeer

71


70

KOW Magazine najaar 2009

3 luik - Nuova Campagna, Zoetermeer

3 luik O pdrachtgever - A rchitect - K O P E R

Nuova Campagna, 132 appar tementen in Oosterheem, Zoetermeer

71


01 72

02 KOW Magazine najaar 2009

3 luik - Nuova Campagna, Zoetermeer

‘Ik zei: ik vind het niks’

Opdrachtgever Mieke van Kempen, senior ontwikkelingsmanager van Bouwfonds ,,Toen ik aan dit project begon, had ik zo mijn bedenkingen. Het ging om de bouw van 132 dure en middeldure appartementen in de Zoetermeerse wijk Oosterheem. Maar ik wist dat in Zoetermeer heel veel appartementen leegstonden. Eén op de tien appartementen staat daar te koop. Dat was geen hoopgevend aantal. Het enige dat je wel hebt, is uitzicht op een bos dat nog geplant moet worden. Dat was eigenlijk het enige: dat uitzicht op het toekomstige bos. Maar daar moet je als koper wel in geloven. Dus ik zat met mijn handen in het haar. Maar al snel had ik dit in de gaten: als je zo’n appartementencomplex gaat neerzetten moet je woonmilieus creëren waar mensen in geloven en voor extra kwaliteit zorgen. Ik wilde in ieder geval dat alle appartementen veel zon zouden hebben, ruim uitzicht op het bos en grote balkons. En veel oppervlakte. Het moesten luxueuze appartementen worden. Want je bouwt hier alleen voor de Zoetermeerse markt. En dan moet je mensen verleiden om hier te komen wonen. Je doelgroep zijn waarschijnlijk 55-plussers die het wel prettig vinden om hun grote huis te verruilen voor een appartement, maar dan alleen als dat appartement echt iets bijzonders is. Toen heb ik architect Jacques van Paassen er bij betrokken. Ik zei: ,,Kijk goed naar wat er nu staat in Oosterheem. Zo moet het dus niet. We moeten mensen verleiden’’. Gelukkig is Jacques daar heel goed in, in verleiden. Hij kwam aanzetten met een schets van een dakenlandschap dat deed denken aan een Toscaans dorp op een berg. En Toscane is ook de gedachte van waaruit we hebben

gewerkt. Pannendaken en baksteen. Het samenwerken met Jacques was wel een feest, hoor. Hij luistert en is tegelijkertijd vreselijk eigenwijs. Dat mag je verwachten van een architect, vind ik. Ik wil dat hij maakt wat mij voor ogen staat en ik denk natuurlijk dat ik er wat van af weet, maar hij moet er vanuit zijn vak wel een meerwaarde aan geven. Uiteindelijk is het project een geweldig succes geworden. Op een paar penthouses na, zijn alle appartementen verkocht. Achteraf heb ik spijt dat ik een deel van de appartementen aan een belegger heb verkocht, want ze waren zo in trek. Iedereen was er enthousiast over. Ik kan me zelfs herinneren dat wij met dit project op een tentoonstelling stonden en dat de toenmalige minister van VROM Sibylla Dekker langsliep en uitriep: ,,Dat is nog eens een leuk appartement!’’.

Architect Jacques van Paassen Ik dacht aan een dorpsensemble. Een dorpsensemble met een laan en een boomgaard. Ik dacht aan de sfeer van een boerenhoeve. De sfeer van een Toscaanse woning, zonder dat ik nou meteen een exacte kopie van een Toscaans huis neer wilde zetten. Waar het mij om ging was de warmte van de Italiaanse sfeer. Ondanks dat het een complex van 132 appartementen moest worden, wilde ik dat er toch een soort intimiteit zou zijn. Dat was meteen ook het lastigste aan dit project. Zodat de bewoners hun eigen woning zouden herkennen en het feestje van thuiskomen al bij de oprijlaan zou beginnen. Om de woningen een meerwaarde te geven, heb ik buitengewoon riante buitenruimtes ontworpen. Die buitenruimtes zijn vaak het ondergeschoven kind in dit soort appartementencomplexen. Maar de mensen die je voor deze appartementen wilt interesseren, zijn gewend dat met hun familie aan een ovale tafel in de tuin te zitten. Waarom zouden ze naar een appartement verhuizen als ze zich daar moeten behelpen met een klein balkonnetje? Die buitenruimtes zijn meteen het beeldmerk van het hele complex. Verder stond me een patchwork van verschillende soort baksteen voor ogen, om het complex ritme te geven. Het complex is een commercieel succes en het enthousiasme van de kopers is hartverwarmend. Ze vroegen mij naar mijn inspiratiebronnen en waar ik geweest was in Italië om ideeën op te doen. Kijk, dan weet je weer waarvoor je het doet. De samenwerking met Mieke was inspirerend en uitdagend. Ik had bijvoorbeeld schetsen gemaakt die voor mijn gevoel heel goed communiceerden wat ik wilde, maar Mieke vond het niks. Daar was ze heel helder in. Maar daar heb ik geen moeite mee, met opdrachtgevers die duidelijk zijn. Het daagde mij gewoon uit nog eens op een andere manier te communiceren wat mij nou precies voor ogen stond. Ik vind het leuk als mensen op mijn plannen reageren en desnoods op mijn stoel gaan zitten.

‘Als ik naar deze plek kijk, wat wil ik dan bouwen? ’ Juist vanwege Mieke’s open en kritische houding liep het hele proces heel goed. Je moet gewoon niet te beleefd tegen elkaar zijn. Ik vond het een feest om met haar te werken en dat zie je aan het project af. Het is nu bijna opgeleverd, maar het is pas echt af na een jaar of tien, als er appels groeien aan de bomen in de boomgaard. Ik droom van de appeltaart die daarmee gebakken gaat worden.

73


01 72

02 KOW Magazine najaar 2009

3 luik - Nuova Campagna, Zoetermeer

‘Ik zei: ik vind het niks’

Opdrachtgever Mieke van Kempen, senior ontwikkelingsmanager van Bouwfonds ,,Toen ik aan dit project begon, had ik zo mijn bedenkingen. Het ging om de bouw van 132 dure en middeldure appartementen in de Zoetermeerse wijk Oosterheem. Maar ik wist dat in Zoetermeer heel veel appartementen leegstonden. Eén op de tien appartementen staat daar te koop. Dat was geen hoopgevend aantal. Het enige dat je wel hebt, is uitzicht op een bos dat nog geplant moet worden. Dat was eigenlijk het enige: dat uitzicht op het toekomstige bos. Maar daar moet je als koper wel in geloven. Dus ik zat met mijn handen in het haar. Maar al snel had ik dit in de gaten: als je zo’n appartementencomplex gaat neerzetten moet je woonmilieus creëren waar mensen in geloven en voor extra kwaliteit zorgen. Ik wilde in ieder geval dat alle appartementen veel zon zouden hebben, ruim uitzicht op het bos en grote balkons. En veel oppervlakte. Het moesten luxueuze appartementen worden. Want je bouwt hier alleen voor de Zoetermeerse markt. En dan moet je mensen verleiden om hier te komen wonen. Je doelgroep zijn waarschijnlijk 55-plussers die het wel prettig vinden om hun grote huis te verruilen voor een appartement, maar dan alleen als dat appartement echt iets bijzonders is. Toen heb ik architect Jacques van Paassen er bij betrokken. Ik zei: ,,Kijk goed naar wat er nu staat in Oosterheem. Zo moet het dus niet. We moeten mensen verleiden’’. Gelukkig is Jacques daar heel goed in, in verleiden. Hij kwam aanzetten met een schets van een dakenlandschap dat deed denken aan een Toscaans dorp op een berg. En Toscane is ook de gedachte van waaruit we hebben

gewerkt. Pannendaken en baksteen. Het samenwerken met Jacques was wel een feest, hoor. Hij luistert en is tegelijkertijd vreselijk eigenwijs. Dat mag je verwachten van een architect, vind ik. Ik wil dat hij maakt wat mij voor ogen staat en ik denk natuurlijk dat ik er wat van af weet, maar hij moet er vanuit zijn vak wel een meerwaarde aan geven. Uiteindelijk is het project een geweldig succes geworden. Op een paar penthouses na, zijn alle appartementen verkocht. Achteraf heb ik spijt dat ik een deel van de appartementen aan een belegger heb verkocht, want ze waren zo in trek. Iedereen was er enthousiast over. Ik kan me zelfs herinneren dat wij met dit project op een tentoonstelling stonden en dat de toenmalige minister van VROM Sibylla Dekker langsliep en uitriep: ,,Dat is nog eens een leuk appartement!’’.

Architect Jacques van Paassen Ik dacht aan een dorpsensemble. Een dorpsensemble met een laan en een boomgaard. Ik dacht aan de sfeer van een boerenhoeve. De sfeer van een Toscaanse woning, zonder dat ik nou meteen een exacte kopie van een Toscaans huis neer wilde zetten. Waar het mij om ging was de warmte van de Italiaanse sfeer. Ondanks dat het een complex van 132 appartementen moest worden, wilde ik dat er toch een soort intimiteit zou zijn. Dat was meteen ook het lastigste aan dit project. Zodat de bewoners hun eigen woning zouden herkennen en het feestje van thuiskomen al bij de oprijlaan zou beginnen. Om de woningen een meerwaarde te geven, heb ik buitengewoon riante buitenruimtes ontworpen. Die buitenruimtes zijn vaak het ondergeschoven kind in dit soort appartementencomplexen. Maar de mensen die je voor deze appartementen wilt interesseren, zijn gewend dat met hun familie aan een ovale tafel in de tuin te zitten. Waarom zouden ze naar een appartement verhuizen als ze zich daar moeten behelpen met een klein balkonnetje? Die buitenruimtes zijn meteen het beeldmerk van het hele complex. Verder stond me een patchwork van verschillende soort baksteen voor ogen, om het complex ritme te geven. Het complex is een commercieel succes en het enthousiasme van de kopers is hartverwarmend. Ze vroegen mij naar mijn inspiratiebronnen en waar ik geweest was in Italië om ideeën op te doen. Kijk, dan weet je weer waarvoor je het doet. De samenwerking met Mieke was inspirerend en uitdagend. Ik had bijvoorbeeld schetsen gemaakt die voor mijn gevoel heel goed communiceerden wat ik wilde, maar Mieke vond het niks. Daar was ze heel helder in. Maar daar heb ik geen moeite mee, met opdrachtgevers die duidelijk zijn. Het daagde mij gewoon uit nog eens op een andere manier te communiceren wat mij nou precies voor ogen stond. Ik vind het leuk als mensen op mijn plannen reageren en desnoods op mijn stoel gaan zitten.

‘Als ik naar deze plek kijk, wat wil ik dan bouwen? ’ Juist vanwege Mieke’s open en kritische houding liep het hele proces heel goed. Je moet gewoon niet te beleefd tegen elkaar zijn. Ik vond het een feest om met haar te werken en dat zie je aan het project af. Het is nu bijna opgeleverd, maar het is pas echt af na een jaar of tien, als er appels groeien aan de bomen in de boomgaard. Ik droom van de appeltaart die daarmee gebakken gaat worden.

73


74

3 luik - Nuova Campagna, Zoetermeer

03

KOW Magazine najaar 2009

‘Ik was meteen gegrepen door het speelse en creatieve ontwerp’

Kopers Wout en Joke van der Bijl Joke: ,,Ik zag in een blad een klein plaatje van het project Nuova Campagna, ik keek er tien seconden naar en vervolgens zei ik tegen Wout: ‘Ik weet waar wij gaan wonen’. Wout antwoordde: ‘Ik wil het eerst zien’. Ik zei: ‘Dat is goed, maar we gaan daar wonen’. Ik was meteen gegrepen door het speelse en creatieve ontwerp en door de kleuren. De daken deden mij ogenblikkelijk denken aan onze vakanties in Italië.’’ Wout: ,,Appartementen zijn bijna altijd kubussen met gaten. Ze stralen geen creativiteit uit. Het is net of architecten zich nooit afvragen wat de woonwensen zijn van toekomstige kopers. Maar toen ik de tekeningen voor Nuova Campagna zag, was ik meteen verkocht. Het springt er uit qua mensvriendelijkheid’’ Joke: ,,Wij wonen al achttien jaar in Zoetermeer en op een gegeven moment schuif je op. De kinderen zijn de deur uit, het huis wordt te groot. We gingen op zoek naar een kleiner huis. Maar van de appartementen die we zagen, werden we niet blij. En toen zag ik dit. Eigenlijk vielen we nog het meest op die bakstenen en die lichte voegen. Want wij hebben oog voor detail. Ik ben jarenlang werkzaam geweest als binnenhuis architect en Wout heeft een opleiding tot industrieel ontwerper gevolgd. Vandaar dat we heel goed kijken naar het materiaalgebruik. En dat is in dit project zo warm. Daar voel ik mij heel wel bij. Het mooie van dit ontwerp zijn ook de buitenruimtes. Je kunt hier buiten leven. Wij komen uit een groot huis met een tuin. Ik wil mijn tuin niet opgeven om binnen te leven. En dat hoeft hier niet.’’ We vinden het nou eenmaal heel erg leuk om het bouwproces intensief te volgen. En wij zijn niet

Nuova Campagna, Zoetermeer Differentiatie: 132 woningen over 5 woongebouwen Ontwerp: KOW, 2005 Status: Gerealiseerd, 2009 Architect: Jacques van Paassen architect A.v.B. Projectleider: ir. Theo de Jong Opdrachtgever: Bouwfonds Ontwikkeling BV Aannemer: Ballast Nedam BV

de enigen. In het weekeinde loopt het hier storm. Dan komen alle toekomstige bewoners poolshoogte nemen. Wout’s foto’s worden ook door iedereen bekeken. Ik ben echt heel enthousiast. Wout: ,,Het echte gebouw wordt mooier dan de tekeningen, dat zie je nu al.’’ Joke: ,,Maar eigenlijk moet je het over vijf, zes jaar zien als de begroeiing er is. Dan denk ik dat het echt tot leven gaat komen. Vanuit die woning kijken we uit op de bouw en verheugen wij ons er op dat we daar gaan wonen. Mijn handen jeuken om het appartement in te richten. Ik ga de kleuren van de bakstenen helemaal terugbrengen in het interieur. De architect zei tegen mij: ik zal met dit ontwerp nooit een architectuurprijs winnen. Maar van ons zou hij er zeker wel een krijgen.’’ Renate van der Zee

75


74

3 luik - Nuova Campagna, Zoetermeer

03

KOW Magazine najaar 2009

‘Ik was meteen gegrepen door het speelse en creatieve ontwerp’

Kopers Wout en Joke van der Bijl Joke: ,,Ik zag in een blad een klein plaatje van het project Nuova Campagna, ik keek er tien seconden naar en vervolgens zei ik tegen Wout: ‘Ik weet waar wij gaan wonen’. Wout antwoordde: ‘Ik wil het eerst zien’. Ik zei: ‘Dat is goed, maar we gaan daar wonen’. Ik was meteen gegrepen door het speelse en creatieve ontwerp en door de kleuren. De daken deden mij ogenblikkelijk denken aan onze vakanties in Italië.’’ Wout: ,,Appartementen zijn bijna altijd kubussen met gaten. Ze stralen geen creativiteit uit. Het is net of architecten zich nooit afvragen wat de woonwensen zijn van toekomstige kopers. Maar toen ik de tekeningen voor Nuova Campagna zag, was ik meteen verkocht. Het springt er uit qua mensvriendelijkheid’’ Joke: ,,Wij wonen al achttien jaar in Zoetermeer en op een gegeven moment schuif je op. De kinderen zijn de deur uit, het huis wordt te groot. We gingen op zoek naar een kleiner huis. Maar van de appartementen die we zagen, werden we niet blij. En toen zag ik dit. Eigenlijk vielen we nog het meest op die bakstenen en die lichte voegen. Want wij hebben oog voor detail. Ik ben jarenlang werkzaam geweest als binnenhuis architect en Wout heeft een opleiding tot industrieel ontwerper gevolgd. Vandaar dat we heel goed kijken naar het materiaalgebruik. En dat is in dit project zo warm. Daar voel ik mij heel wel bij. Het mooie van dit ontwerp zijn ook de buitenruimtes. Je kunt hier buiten leven. Wij komen uit een groot huis met een tuin. Ik wil mijn tuin niet opgeven om binnen te leven. En dat hoeft hier niet.’’ We vinden het nou eenmaal heel erg leuk om het bouwproces intensief te volgen. En wij zijn niet

Nuova Campagna, Zoetermeer Differentiatie: 132 woningen over 5 woongebouwen Ontwerp: KOW, 2005 Status: Gerealiseerd, 2009 Architect: Jacques van Paassen architect A.v.B. Projectleider: ir. Theo de Jong Opdrachtgever: Bouwfonds Ontwikkeling BV Aannemer: Ballast Nedam BV

de enigen. In het weekeinde loopt het hier storm. Dan komen alle toekomstige bewoners poolshoogte nemen. Wout’s foto’s worden ook door iedereen bekeken. Ik ben echt heel enthousiast. Wout: ,,Het echte gebouw wordt mooier dan de tekeningen, dat zie je nu al.’’ Joke: ,,Maar eigenlijk moet je het over vijf, zes jaar zien als de begroeiing er is. Dan denk ik dat het echt tot leven gaat komen. Vanuit die woning kijken we uit op de bouw en verheugen wij ons er op dat we daar gaan wonen. Mijn handen jeuken om het appartement in te richten. Ik ga de kleuren van de bakstenen helemaal terugbrengen in het interieur. De architect zei tegen mij: ik zal met dit ontwerp nooit een architectuurprijs winnen. Maar van ons zou hij er zeker wel een krijgen.’’ Renate van der Zee

75


76

Een Bloem voor Rijnsburg - Rijnsburg

KOW Magazine najaar 2009

Het plangebied betreft het deelgebied Oude Flora terrein dat onderdeel uitmaakt van de Strategische Visie Bouwlocaties van de Gemeente Rijnsburg. Het terrein markeert de zuidelijke entree van Rijnsburg. De ontwikkelingsactiviteiten betreffen de realisatie van nieuwbouw na afbraak van de bestaande opstallen.

Rijnsburg

Het ontwerp neemt in de morfologie van Rijnsburg een autonome positie in, gelijk aan de gestelde uitgangspunten in de strategische visie van de gemeente. Ondanks deze autonome positie heeft het een sterke relatie met de omgeving. Middels zichtlijnen op het oude historische centrum (o.a. de kerk), wandelroutes van de omringende woningen naar het centrum door het plan en een wijkontsluitingsweg over de locatie wordt het ontwerp stevig ingebed in de direct omgevende stedenbouwkundige structuur. Om die reden is een deel van de begane grond van de ‘Remiseflat’ verwijderd en ontstaat een directe verbinding tussen Floraterrein en het oude dorpscentrum. Het meest opvallende aan het plan is het groene karakter. Groene, openbaar toegankelijke lobben, begeleiden aantrekkelijke wandelroutes door het plan en verbinden de onderdelen. Alle groene lobben komen samen in het verhoogde ronde plein, centraal gelegen in het ontwerp. Dit plein wordt omgeven door algemene voorzieningen zoals een kapsalon, nagelstudio, zwembad met fitness, tandarts en huisarts en een fysiotherapieruimte. Deze voorzieningen met de woningtoegangen verlevendigen het plein en maken het een sociaal ontmoetingspunt voor de Gemeente Rijnsburg.

Een Bloem voor Rijnsburg, Rijnsburg Differentiatie: Herontwikkeling Floraterrein tot 2.400 m2 zorgvoorzieningen, 1.000 m2 zwembad/fitness, 490 m2 bedrijfsruimte, 330 appartementen en 60 eengezinswoningen Parkeren: Parkeergarage, 360 parkeerplaatsen, 400 parkeerplaatsen op maaiveld Ontwerp: KOW, 2004 Status: Definitief Ontwerp Stedenbouwkundige: ir. Hans Kuiper Architect: Jacques van Paassen architect A.v.B. Projectleider: ing. Ronald Kappert Opdrachtgever: De Raad Vastgoed

77


76

Een Bloem voor Rijnsburg - Rijnsburg

KOW Magazine najaar 2009

Het plangebied betreft het deelgebied Oude Flora terrein dat onderdeel uitmaakt van de Strategische Visie Bouwlocaties van de Gemeente Rijnsburg. Het terrein markeert de zuidelijke entree van Rijnsburg. De ontwikkelingsactiviteiten betreffen de realisatie van nieuwbouw na afbraak van de bestaande opstallen.

Rijnsburg

Het ontwerp neemt in de morfologie van Rijnsburg een autonome positie in, gelijk aan de gestelde uitgangspunten in de strategische visie van de gemeente. Ondanks deze autonome positie heeft het een sterke relatie met de omgeving. Middels zichtlijnen op het oude historische centrum (o.a. de kerk), wandelroutes van de omringende woningen naar het centrum door het plan en een wijkontsluitingsweg over de locatie wordt het ontwerp stevig ingebed in de direct omgevende stedenbouwkundige structuur. Om die reden is een deel van de begane grond van de ‘Remiseflat’ verwijderd en ontstaat een directe verbinding tussen Floraterrein en het oude dorpscentrum. Het meest opvallende aan het plan is het groene karakter. Groene, openbaar toegankelijke lobben, begeleiden aantrekkelijke wandelroutes door het plan en verbinden de onderdelen. Alle groene lobben komen samen in het verhoogde ronde plein, centraal gelegen in het ontwerp. Dit plein wordt omgeven door algemene voorzieningen zoals een kapsalon, nagelstudio, zwembad met fitness, tandarts en huisarts en een fysiotherapieruimte. Deze voorzieningen met de woningtoegangen verlevendigen het plein en maken het een sociaal ontmoetingspunt voor de Gemeente Rijnsburg.

Een Bloem voor Rijnsburg, Rijnsburg Differentiatie: Herontwikkeling Floraterrein tot 2.400 m2 zorgvoorzieningen, 1.000 m2 zwembad/fitness, 490 m2 bedrijfsruimte, 330 appartementen en 60 eengezinswoningen Parkeren: Parkeergarage, 360 parkeerplaatsen, 400 parkeerplaatsen op maaiveld Ontwerp: KOW, 2004 Status: Definitief Ontwerp Stedenbouwkundige: ir. Hans Kuiper Architect: Jacques van Paassen architect A.v.B. Projectleider: ing. Ronald Kappert Opdrachtgever: De Raad Vastgoed

77


78

Saendelft - Zaandam

KOW Magazine najaar 2009

Frans Dirks Architect Saendelft, het winkelcentrum met zorgvoorzieningen en woningen, wordt het hart van de nieuwe uitbreidingswijk van Zaanstad. Door zijn duidelijke contour en massa werkt het complex als een icoon voor de omgeving. Voor de wijk is het complex ĂŠĂŠn van de elementen waaraan ze haar identiteit ontleent.

Doorsnede 1

Doorsnede 2

In de as van de Saendelverlaan, de belangrijkste route door de wijk, staat de toren. Vanaf de andere toegangswegen geven poorten toegang tot het winkelcentrum voor voetgangers en fietsers. Het centrum heeft aan de buitenzijde het stevige basement van een vesting. De hoge verdiepingen en de overige gevels van de winkels krijgen een lichter opgebouwde gevel. Het gros van de winkels heeft de entree aan het voetgangersgebied. Dit neemt niet weg dat alle gevels, dus ook die aan de kant van de parkeerterreinen, worden ontwikkeld tot waardevolle etalageruimten.

Doorsnede 3

2

4 Doorsnede 4

1 3

Zaandam Winkelcentrum Saendelft, Zaandam Differentiatie: 8.000 m2 winkels, 1.200 m2 gezondheidscentrum ca. 210 appartementen en zorgwoningen, ca. 450 parkeerplaatsen Ontwerp: KOW, 2005 Status: In uitvoering Architect: Frans Dirks architect A.v.B. Projectleider: ing. Hans Rolvink Opdrachtgever: OBAN Aannemer: BAM Woningbouw BV, Amsterdam

Aan het plein op de kruising van de twee winkelstraten komen horeca voorzieningen. Op dit zonnige plein langs de Kaaik komen terrassen. Rondom het centrum wordt geparkeerd op maaiveld. Via een helling naar het dek kan men parkeren op het dak van de supermarkt.

79


78

Saendelft - Zaandam

KOW Magazine najaar 2009

Frans Dirks Architect Saendelft, het winkelcentrum met zorgvoorzieningen en woningen, wordt het hart van de nieuwe uitbreidingswijk van Zaanstad. Door zijn duidelijke contour en massa werkt het complex als een icoon voor de omgeving. Voor de wijk is het complex ĂŠĂŠn van de elementen waaraan ze haar identiteit ontleent.

Doorsnede 1

Doorsnede 2

In de as van de Saendelverlaan, de belangrijkste route door de wijk, staat de toren. Vanaf de andere toegangswegen geven poorten toegang tot het winkelcentrum voor voetgangers en fietsers. Het centrum heeft aan de buitenzijde het stevige basement van een vesting. De hoge verdiepingen en de overige gevels van de winkels krijgen een lichter opgebouwde gevel. Het gros van de winkels heeft de entree aan het voetgangersgebied. Dit neemt niet weg dat alle gevels, dus ook die aan de kant van de parkeerterreinen, worden ontwikkeld tot waardevolle etalageruimten.

Doorsnede 3

2

4 Doorsnede 4

1 3

Zaandam Winkelcentrum Saendelft, Zaandam Differentiatie: 8.000 m2 winkels, 1.200 m2 gezondheidscentrum ca. 210 appartementen en zorgwoningen, ca. 450 parkeerplaatsen Ontwerp: KOW, 2005 Status: In uitvoering Architect: Frans Dirks architect A.v.B. Projectleider: ing. Hans Rolvink Opdrachtgever: OBAN Aannemer: BAM Woningbouw BV, Amsterdam

Aan het plein op de kruising van de twee winkelstraten komen horeca voorzieningen. Op dit zonnige plein langs de Kaaik komen terrassen. Rondom het centrum wordt geparkeerd op maaiveld. Via een helling naar het dek kan men parkeren op het dak van de supermarkt.

79


80

KOW Magazine najaar 2009

De Boulevard - Enschede

Rob Vreeswijk Architect Het appartementencomplex De Boulevard bestaat uit 5 gebouwen gegroepeerd rond een groen binnenhof. Er zijn in totaal 168 luxe appartementen, verdeeld over de woontoren en de overige bouwdelen, enkele winkelruimtes in de laagbouw en een markante observatieruimte van 170 m2 op de bovenste verdieping. Deze panoramaverdieping biedt een indrukwekkend uitzicht over de stad en het omringende Twentse landschap. De architectuur van de Boulevard is een aanvulling op de nieuwbouw rond het vernieuwde Van Heekplein. Om

81

het monumentale ontwerp goed tot zijn recht te laten komen, zijn de gebouwen uitgevoerd in baksteen met reliëf in de gevels. Het karakter wordt verder onderstreept door trappen die leiden naar de hoge woontoren en toegang geven tot het binnenhof. De hoeken en de top van de toren zijn zoveel mogelijk transparant gehouden, waardoor de toren als een lantaarn in de stad staat. In het binnenhof tussen de diverse bouwdelen bevindt zich een semi-openbare binnentuin, die aansluiting vindt bij het groene imago van de stad. De Boulevard won de 2e prijs bij de VKG architectuurprijs.

Enschede

Detailopname Alphatoren

De Boulevard, Enschede Differentiatie: 2 woontorens (waarvan 1 ca. 101 m hoog) en laagbouw rond een groen binnenhof. 165 luxe appartementen en 425 m² commerciële ruimte Parkeren: Parkeergarage 200 pp. Ontwerp: KOW, 2003 Status: Gerealiseerd, 2008 Concept: ir. Hans Kuiper Architect: Rob Vreeswijk architect A.v.B. Projectleider: ing. Huib Grootveld, ir. Theo de Jong Opdrachtgever: Ontwikkelingscombinatie Boulevard v.o.f., Trebbe Bouw Oost en Noord B.V. Aannemer: Trebbe Bouw Oost en Noord B.V. i.s.m. Dura Vermeer Bouw Hengelo BV


80

KOW Magazine najaar 2009

De Boulevard - Enschede

Rob Vreeswijk Architect Het appartementencomplex De Boulevard bestaat uit 5 gebouwen gegroepeerd rond een groen binnenhof. Er zijn in totaal 168 luxe appartementen, verdeeld over de woontoren en de overige bouwdelen, enkele winkelruimtes in de laagbouw en een markante observatieruimte van 170 m2 op de bovenste verdieping. Deze panoramaverdieping biedt een indrukwekkend uitzicht over de stad en het omringende Twentse landschap. De architectuur van de Boulevard is een aanvulling op de nieuwbouw rond het vernieuwde Van Heekplein. Om

81

het monumentale ontwerp goed tot zijn recht te laten komen, zijn de gebouwen uitgevoerd in baksteen met reliëf in de gevels. Het karakter wordt verder onderstreept door trappen die leiden naar de hoge woontoren en toegang geven tot het binnenhof. De hoeken en de top van de toren zijn zoveel mogelijk transparant gehouden, waardoor de toren als een lantaarn in de stad staat. In het binnenhof tussen de diverse bouwdelen bevindt zich een semi-openbare binnentuin, die aansluiting vindt bij het groene imago van de stad. De Boulevard won de 2e prijs bij de VKG architectuurprijs.

Enschede

Detailopname Alphatoren

De Boulevard, Enschede Differentiatie: 2 woontorens (waarvan 1 ca. 101 m hoog) en laagbouw rond een groen binnenhof. 165 luxe appartementen en 425 m² commerciële ruimte Parkeren: Parkeergarage 200 pp. Ontwerp: KOW, 2003 Status: Gerealiseerd, 2008 Concept: ir. Hans Kuiper Architect: Rob Vreeswijk architect A.v.B. Projectleider: ing. Huib Grootveld, ir. Theo de Jong Opdrachtgever: Ontwikkelingscombinatie Boulevard v.o.f., Trebbe Bouw Oost en Noord B.V. Aannemer: Trebbe Bouw Oost en Noord B.V. i.s.m. Dura Vermeer Bouw Hengelo BV


Colofon 8

27

42

52

18

32

48

64

24

38

50

8 Interview Jet Bussemaker 18 Interview René van Dijk 24 Interview Wim Kos 27 Opinie 32 Maatschappelijk Vastgoed 38 Verduurzaming particuliere woningvoorraad 42 Diner Pensant 48 Duurzaamheidsbalans 50 Building Brains 52 Chinese Poorten 64 Engineering BIM 70 Drieluik

KOW Den Haag Esperantoplein 19 2501 CE Den Haag T 070 346 66 00 F 070 356 12 60 E info@kow.nl

KOW DDC Shanghai Rm 402, 4/F Building A, 1147 Kang Ding Road 200042 Shanghai, PR China T +86 21 312 65 518 F +86 21 613 20 922 E info@kow.nl

KOW Amsterdam KNSM-laan 163 1019 LC Amsterdam T 020 509 11 20 F 020 509 11 21 E info@kow.nl

Op de cover MFC Skoatterwâld, Herenveen

Aan dit nummer werkten mee: Aad Wubben, Brigitte Boel, Dirk Bekkering, Edward van Dongen, Frans Dirks, Guido Bekink, Hans Kaashoek, Jacques van Paassen, Jeroen Grosfeld, John Chan, Jorgen Haring, Judith de Vlaming, Kasper Hansen, Michael Urlings, Pieter Sitsen, Remko Veenstra, Renate van der Zee, René Buur, René Marey, Rob Vreeswijk, Robert Noordegraaf, Roel Jansen, Stef van der Gaag, Stefan Witteman, Tjerk Reijenga Grafisch ontwerp: Enos Kruijtbosch

KOW Eindhoven Klokgebouw 111 5617 AB Eindhoven T 040 250 32 32 F 040 250 32 33 E info@kow.nl Bouwbureau KOW Rotterdam Nieuwe Binnenweg 316a 3021 GV Rotterdam T 010 276 33 72 E bouwbureau@kow.nl I bouwbureaukow.nl

www.kow.nl

70

Eindredactie: Anjelica Cicilia, Arend Hilhorst

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt worden, in enige vorm of op enige wijze, hetzij electronisch, mechanisch, door fotocopieën, opnamen of enige andere vormen, zonder voorafgaande toestemming van de KOW Groep. Aan deze uitgave kunnen geen rechten worden ontleend. © 2009 KOW All rights reserved. No part of this book may be reproduced in any form, without written permission from the KOW Group. © 2009 KOW

Fotografie: KOW, Ronald Schlundt Bodien Redactie: redactie@kow.nl Uitgever: KOW Groep Druk: Anker Media Oplage: 2000 stuks


KOW Magazine

Magazine

Nummer 2, jaargang 1 - najaaar 2009

Nummer 2, jaargang 1 - najaar 2009

KOW duurzaam, veelzijdig en gedreven Amsterdam / Den Haag / Eindhoven / Rotterdam / Shanghai - www.kow.nl

Maatschappelijk Vastgoed Recent opgeleverde projecten Interview staatssecretaris Jet Bussemaker Building Brains BIM Diner Pensant Verduurzaming woningvoorraad Engineering Opinie Duurzaamheidsbalans Chinese Poorten

KOW Magazine 2  

In het vorige nummer hebben we u een indruk gegeven van de visie, de structuur en de koers van KOW. KOW merkt een nadrukkelijke verschuiving...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you