Issuu on Google+

Stenen worden leefbaar als je de verhalen kent Door Irene de Pous Verslag debat 23 januari: De Verborgen Stad. Levensverhalen uit Hoograven In de Serie De Verborgen Stad gaat Tumultdebat op onderzoek uit in Utrechtse wijken. Deze keer is de beurt aan Hoograven. In de bibliotheek aan het Smaragdplein, met de wekelijkse markt en klein winkelcentrum een centraal punt in de wijk, kwamen een groot aantal bewoners en geïnteresseerden bij elkaar op woensdag 23 januari. Het thema was levensverhalen. Is het verhaal van de wijk een optelsom van de levensverhalen van de inwoners, of heeft de wijk een eigen verhaal? – was een van de vragen waarmee de avond werd aangekondigd. Een eenduidig antwoord bleek daar niet op te geven. Maar het is belangrijk in de wijk elkaars verhalen te kennen, en de wijk speelt op haar beurt een belangrijke rol in het levensverhaal van velen. Aan de hand van persoonlijke relazen kreeg op deze avond het verhaal van de wijk steeds meer vorm. Een keur van mensen kwam aan het woord: dichteres Shirin ali Mohammad en bewoner Mohammed al Dahri over hun persoonlijke levensverhaal, bewoner Vanetta Smit met een collumn over de identiteit van de wijk, Petra van Buchem en Marjolein van de Kemp van het project Door kinderen bekeken, secretaris van de Historische Kring Tolsteeg Peter Sprangers en tot slot een panel van Jan Bloemkolk, ouderencentrum de Barkel, Anita Afshar van het moedercentrum Hoograven en toneelschrijver van STUT, Jos Bours. Debatleiders zijn standupcomedian Soula Notos en programmamaker Friso Wiersum. Shirin ali Mohammad, dichteres en betrokken bij het moedercentrum de Stabij opent de avond met een zelfgeschreven gedicht. Dan leest ze haar levensverhaal voor, af en toe struikelend over het Nederlands, soms overmand door emoties. Al bijna acht jaar woont zij in Hoograven. Haar leven is getekend door oorlog en vlucht. De Koerdische vertelt over een herinnering aan een bombardement bij haar huis in Koerdistan. Hoe ze in de schuilkelder zat en het lawaai hoorde, de vreselijke taferelen toen ze weer buiten kwam, de lijken en ledematen van de slachtoffers die overal verspreid lagen. Ze vlucht, keert na een tijd weer terug, maar vlucht weer wegens aanhoudend gevaar. Uiteindelijk komt ze in Nederland terecht. “Mijn droom is dat mensen met mij samenwerken voor de vrijheid van Koerdistan.” vertelt ze. In Hoograven is de pen haar reddingsmiddel, in haar gedichten schrijft ze over vrede en vrijheid. Nadat ze een periode vooral alleen thuis zat, kwam ze vier jaar geleden in contact met het moedercentrum. Nu vertelt ze haar verhaal op allerlei plekken, voor vluchtelingenwerk, Turkse, Griekse, Nederlandse vrouwen. Op straat is ze onderhand een bekend gezicht. “Dat is ook de bedoeling van deze avond” zegt debatleider Wiersum. “Dat de verhalen op straat en in de wijk worden verteld op straat en in de wijk. Hopelijk is het hierna makkelijker om een praatje te maken, en niet langs elkaar heen te lopen.” Om de daad bij het woord te voegen vertelt een tweede wijkbewoner, Mohammed al Dahri, zijn verhaal, over hemzelf en de wijk. Hij woont al dertig jaar in Nederland en werkte lang bij het AZU (het huidige UMC) in verschillende functies, van brandweerman tot verantwoordelijke voor de bedden. Met anekdotes die voor vrolijkheid in het publiek zorgen komt zijn loopbaan in vogelvlucht voorbij: een verbrand varken in de dierenkliniek dat hij moet blussen, een varken op z’n bord bij een bedrijf van sterilisatie-instrumenten dat hij als moslim niet mag eten, een gesprek met de koningin over het AZU. Door problemen met zijn rug kan al Dahri steeds minder doen en wordt hij uiteindelijk arbeidsongeschikt verklaard. Behalve zijn werk verliest hij daardoor ook zijn woning in


Hoograven. Met een urgentieverklaring komt hij in Overvecht terecht. “Ik moest mijn plekje terug hebben.” vertelt al Dahri over zijn pogingen weer in Hoograven te komen wonen. Na jarenlang proberen is het gelukt, en hij wil er de rest van zijn leven wonen. Het contact is goud, de buurtbewoners zijn oude bekenden, het is ‘een fijne veilige sfeervolle wijk’. Neerlandia Bij binnenkomst in de bibliotheek heeft de oplettende bezoeker al een blik kunnen werpen op de levens van wijkbewoners. Er hangen grote posters met foto’s van moeders, die door hun kinderen zijn gemaakt. Petra van Buchem, initiatiefnemer van het project Door kinderen bekeken vertelt hoe dit project tot stand kwam. “In het nieuws komen gemengde scholen altijd zo negatief in het licht. Maar de school waar mijn kinderen op zitten is echt een pareltje.” Toen ze bij een projectencursus iets moest doen over wat je inspireert, kreeg ze de kans dit aan de buitenwereld te laten zien. Met een hele groep enthousiaste ouders werkten ze uiteindelijk aan dit project, waar naast de foto’s ook een boekje het resultaat van is, met daarin verhalen over de moeders. Marjolein van de Kemp, die ook meedeed aan het project vertelt hoe dit de relatie tussen de ouders veranderde. “Het leverde veel nieuwe gespreksstof en je leert mensen veel beter kennen.” Een vrouw uit het publiek reageert enthousiast: “Ik vind het heel inspirerend dat met een kwartiertje rondbellen uiteindelijk zo’n fantastisch particulier initiatief tot stand komt.” De volgende spreekster, wijkbewoonster Vanetta Smit wordt door Soula Notos aangekondigd als iemand die zich niet verbonden voelt met de wijk. Uit haar column blijkt deze benaming niet waar te zijn. Toen ze in Hoograven – of is het nou Tolsteeg? - kwam wonen ging ze op zoek naar de identiteit van de wijk. Resultaten: er is niet zoveel te beleven, de wijk heeft zelfs geen website. Maar mensen maken wel een praatje in het winkelcentrum, de wijk heeft een geweldige historische kring en het is er rustig. “Hier eindigt de zoektocht op papier en is het tijd voor de verhalen.” eindigt ze. Want dat mist ze in de wijk: een plek waar nieuwe verhalen worden gemaakt en oude verteld. De secretaris van de Historische Kring, Peter Sprangers vertelt de geschiedenis van de wijk in vogelvlucht. Het kanaal ligt er al 850 jaar, en daarlangs is 700 jaar geleden de ontwikkeling begonnen. Je kreeg de dorpen Tolsteeg en Jutfase en langs het kanaal vestigde zich rond de twintigste eeuwwisseling de industrie, zoals de ijzerdraadfabriek Neerlandia. Rond de fabrieken werden arbeiderswoningen gebouwd en in de loop van de twintigste eeuw krijgt de plek uit de hele wereld immigranten: om te beginnen Polen en joden..Na de oorlog de Grieken, Italianen en Spanjaarden die grotendeels ook weer vertrokken. Weer later nog de Turken en Marokkanen. Na de Tweede Wereldoorlog annexeerde Utrecht al gauw de dorpen en bouwde het tot aan de A12 helemaal vol. Het publiek knikt af en toe vol herkenning tijdens het relaas van Sprangers. Het V-woord Het woord is aan het panel van Jan Bloemkolk van het ouderencentrum, Anita Afshar van het moedercentrum en Jos Bours, toneelschrijver van STUT theater. Bloemkolk legt uit dat verhalen voor ouderen van groot belang zijn om herinneringen te behouden en zich prettig te voelen in de wijk. Bloemkolk: “In de wijk heb je nu soms een nieuw soort verzuiling van autochtonen en allochtonen, maar wit en zwart wordt samen grijs.” Oftewel, het ouder worden en de verschillende oplossingen die iedereen daarbij vindt om het leven in te richten, zijn ervaringen die alle culturen kunnen delen. Bloemkolk hoort dagelijks waardevolle verhalen,


maar vertelt ook dat het soms lastig is er de ruimte voor te vinden in de drukte. Een man uit het publiek vindt het jammer dat er niks met die verhalen wordt gedaan. Iemand die zijn beroep heeft gemaakt van de verhalen van anderen is toneelschrijver Jos Bours. Hij vertelt kort hoe wijktheater STUT te werk gaat. “Als STUT een toneelstuk gaat maken in een wijk, proberen we juist mensen te bereiken die normaal geen toegang hebben tot instellingen. Via wijkcentra en via via leggen we contact met bewoners en houden zo’n veertig interviews, waarin iemand zijn levensverhaal vertelt.” Van al die verhalen schrijft Bours dan een stuk. Over het waarom van het wijktheater zegt Bours: “We proberen voorbij standpunten te kijken, want die verharden alleen maar. Het gaat over ervaringen, en ervaringen communiceren. Daarin kunnen mensen elkaar herkennen.” De bewoners spelen uiteindelijk zelf het stuk. Bours: “Dat doet wat mensen. Het geeft je vertrouwen als jouw levensverhaal aandacht en respect krijgt. Het zijn mensen waar nooit iemand aan vraagt: hoe gaat het nou met je leven.” Afshar van het moedercentrum herkent dit. Zij maken ook wel eens theater waarin vrouwen hun eigen levensverhaal vertellen. Afshar vertelt hoe het centrum tien jaar geleden is ontstaan, toen vluchtelingenvrouwen bij elkaar kwamen om ervaringen te delen. Van een keer in de week een zondagsbijeenkomst is het centrum nu dagelijks open en komen er ook Nederlandse vrouwen. “Is het soms niet zwaar al die verhalen te horen?” vraagt Friso Wiersum aan de drie panelleden. “Ja,” beaamt Bours volmondig. Hij vertelt over zijn eerste verhalenproject in Limburg, waar hij vandaan komt. In het project praatte hij veel met mijnwerkers en was geschokt over hun vaak moeilijke omstandigheden. Terwijl hij toch al zijn hele leven in de buurt woonde, wist hij daar niks van. “Je kunt makkelijk je ogen sluiten voor wat er om de hoek gebeurd.” zegt hij. Een man uit het publiek vertelt dat hij een theaterstuk van STUT over vrouwenmishandeling heeft bezocht. “Dat heeft heel veel indruk gemaakt. Ik vond het heel dapper van die vrouwen die het speelden.” Ook Afshar krijgt met heftige verhalen te maken. Ze noemt het verhaal van een vrouw die zelfmoord wilde plegen. Via het moedercentrum kreeg ze ondersteuning en groeide haar gevoel van eigenwaarde. “De rol van een organisatie is heel belangrijk. En het is goed om op een creatieve manier die verhalen naar buiten te brengen.” Wiersum wil het V-woord eigenlijk niet noemen, maar doet het dan toch. “Hoograven is ook een van de veertig Vogelaarwijken die flink opgeknapt moet worden. Wat moet er hier gebeuren, opknappen of verhalen vertellen?” Volgens Jan Bloemkolk is het een kwestie van beide. Het opknappen is hard nodig, maar je hebt ook ‘cement’ nodig. Het uitwisselen van levensverhalen zorgt voor samenhang in de wijk. Jos Bours zegt dat het om mensen gaat, niet om stenen. In Overvecht maakte STUT een keer een stuk door mensen in de lift van een flat op te wachten en daarna te interviewen. “Zo’n stuk haalt mensen bij elkaar. Het maakt stenen leefbaar als je elkaars verhalen kent.” Een vrouw uit de gemeenteraad vraagt zich nog af waar de jongeren zijn, die volgens de verhalen problemen veroorzaken bij de voetbalclub en rondhangen. Helaas zijn die niet aanwezig op de avond. Wel weet een man uit het publiek die een tijd als jongerenwerker in Hoograven gewerkt heeft een mooi verhaal te vertellen. “Op zeker moment had je de Hoogravense Uitgeverij, die verhalen uit de wijk moest gaan verzamelen. Er is maar een uitgave gekomen, maar die heeft een enorme impact gehad.” ‘De helden van Hoograven’ heette het boekje, en de zogenaamde ‘probleemjongeren’ vertellen er over wat ze bezig houdt, hun vragen over de toekomst. Het vertellen van verhalen kan dus voor begrip zorgen, cohesie in de wijk. “Maar waar kunnen de verhalen verteld worden” vraagt een vrouw uit de zaal zich af. De cultuurmakelaar


van de gemeentebibliotheek houdt zich aanbevolen. Ook werd er in de pauze hier en daar al wat gebrainstormd over een website.


De Verborgen Stad HoogravenIdePous verslag 23 jan 2008