Page 1

Gotong Royong, het alledaagse leven in een kijkkast Een Indonesisch diorama gereconstrueerd Esther Captain Naast gapura (zie mijn artikel elders in deze bundel) zijn diorama’s een typische vorm van (museaal) presenteren die onder meer kenmerkend zijn voor Indonesië. Vrijwel alle musea in Indonesië maken gebruik van diorama’s om een bepaalde (historische) situatie zo realistisch mogelijk in beeld te brengen.1 Diorama’s zijn driedimensionale kijkkasten, waarin op miniatuurformaat personen en scènes in een natuurgetrouwe omgeving zijn nagebootst. De bouwer van een diorama maakt hierbij onder andere gebruik van materialen als hout, klei, papier-maché en textiel. In een diorama is de dieptewerking erg belangrijk. Door gebruik te maken van verschillende maten voor de miniatuurvoorstellingen van mensen, flora en fauna geeft de enscenering door de perspectivische werking de illusie van weidse vergezichten. Indonesische diorama’s lijken verwant aan de kijkkasten die kunstenaar Gerrit Schouten (1779-1839) in de negentiende eeuw in Suriname vervaardigde.2 In een tijdperk waarin fotografie nog niet bestond of wijdverbreid was, waren kijkkasten een ingenieuze en arbeidsintensieve manier om gedenkwaardige taferelen, stads- of dorpsgezichten te vereeuwigen. Schouten, van (creools) Surinaams-Nederlandse afkomst, staat bekend als de eerste ‘kleurling’ die in Suriname naam maakte als beeldend kunstenaar. In het ‘Schoutenkabinet’ in het Surinaams Museum in Paramaribo is zijn werk op permanente basis tentoongesteld. Daarmee geeft het genre van diorama’s er blijk van gedeeld (post-)koloniaal erfgoed te zijn. Terwijl kijkkasten in Nederland vrijwel onbekend zijn en als presentatievorm dan ook afwezig in musea en galeries, zijn ze in de voormalige overzeese gebiedsdelen van Nederland wèl prominent aanwezig.3 In Suriname behoren diorama’s tot het domein van de historische verbeelding. In Indonesië daarentegen is het een actuele en populaire kunstvorm. Juist omdat diorama’s als eigenstandige en volwaardige presentatievorm in Nederland onbekend zijn, was het een bijzonder aangename verrassing om een diorama te zien als onderdeel van de tentoonstelling ‘Beyond the Dutch. Indonesië, Nederland en de beeldende kunsten van 1900 tot nu’ in het Centraal Museum in Utrecht.4 ‘Diorama 3, Gotong Royong’ is een werk van de ontwerper Krijn Christiaansen (geboren 1978, opgeleid aan de Design Academy in Eindhoven) en beeldend kunstenaar Ingrid Mol (geboren 1970, opgeleid aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag). De kijker die vertrouwd is met Indonesische diorama’s kan zien dat dit kunstwerk niet alleen een reconstructie, maar ook een commentaar is op de Indonesische wijze van presenteren. Daarbij belichtten Christiaansen en Mol zowel de museale praktijk van representatie in Indonesië, als het dagelijks leven van Indonesiërs en de rol van sculpturen in hun bestaan. ‘Diorama 3, Gotong Royong’ geeft een modern en alledaags beeld weer van een dag in het leven van Indonesiërs anno nu. Dat is een breuk met de Indonesische wijze van representatie, waarin traditiegetrouw historische en uitzonderlijke ensceneringen in diorama’s worden gememoreerd. 1

Zie: Esther Captain en Guno Jones, Oorlogserfgoed overzee. De erfenis van de Tweede Wereldoorlog in Aruba, Curaçao, Indonesië en Suriname. Amsterdam: Bert Bakker, 2010. 2 Hilde Neus en Laddy van Putten, Met meesterhand vervaardigd: Gerrit Schouten. Tekeningen en diorama’s in het Surinaams Museum. Paramaribo: Stichting Surinaams Museum, 2008. 3 Een uitzondering hierop is Museum Bronbeek in Arnhem. Het museum heeft vier diorama’s van Gerrit Schouten in zijn collectie. Deze waren tot eind jaren negentig van de vorige eeuw onderdeel van de vaste opstelling. Momenteel zijn deze diorama’s alleen op verzoek te zien. Ten slotte was van december 2000-maart 2001 in het Teylers Museum te Haarlem een tijdelijke expositie te zien over de diorama’s van Gerrit Schouten. 4 Deze tentoonstelling was geopend van oktober 2009 tot en met januari 2010. Er verscheen een gelijknamig boek bij onder redactie van Meta Knol, Remco Raben en Kitty Zijlmans (Amsterdam: KIT Publishers, 2009). Het in dit artikel genoemde werk ‘Diorama 3’ van Krijn Christiaansen en Ingrid Mol is echter niet in het boek opgenomen. Het diorama hadden ze eerder gemaakt in opdracht van Stroom in Den Haag.


Onopvallend Uit vroeger werk van zowel Christiaansen als Mol blijkt dat zij geïntrigeerd zijn door de manier waarop een beeld van de realiteit - hetzij in het heden, hetzij in het verleden - wordt geconstrueerd. Door bewoners ter plekke gemaakte objecten, die als onopvallend en/of onbeduidend doorgaan, spelen een hoofdrol in het visuele onderzoek van Christiaansen en Mol. Beiden hebben daarbij eerder ervaringen in de Indonesische - en specifiek Yogyakartaanse -kunstcontext opgedaan. Mol was begin 2007 als artist in residence verbonden aan het Cemeti Art House in Yogyakarta.5 In haar werkwijze als beeldend kunstenaar staan vier elementen cruciaal: het verhaal, de tekening, het object en de omgeving. Deze elementen verwerkt Mol in het twintigste-eeuwse genre van het stripverhaal, een vorm van populaire cultuur die in Indonesië zeer geliefd is. Het tweedimensionale stripverhaal op papier, dat bij Mol vaak een geheimzinnige en avontuurlijke ondertoon heeft, zet zij vervolgens om in driedimensionale sculpturen. “The end result is something that can be described as a blend of diorama, mixed media installation and character or environment design,” aldus Farah Wardani.6 Christiaansen verbleef eind 2007-begin 2008 in het Cemeti Art House in Yogyakarta.7 De methode van Christiaansen laat zich omschrijven als urban scanning. Lopend door de publieke ruimte neemt hij de omgeving door de ogen van een buitenstaander in zich op. In de woorden van Eko Prawoto: “His investigation of public spaces in Yogyakarta brought a new awareness that a city does not only consists of its physical aspects as seen by the naked eye. Culture shock and his admiration of the vitality of social life led him to a deeper search for intangible aspects, such as mythology and emotional values. Explorations of the residential neighbourhoods also introduced an understanding of the existence of public or community initiatives that are very strong and form complex visual culture. The informality of urban life is also viewed optimistically positive as richness of culture.”8 Voor beiden geldt dat zij in hun werkmethode het oog laten vallen op in elkaar geknutselde objecten in de straten van Yogyakarta, die voor de lokale bewoners zo vertrouwd zijn geworden dat ze geruisloos opgaan in de stedelijke omgeving. Deze objecten fascineren Christiaansen en Mol omdat ze verhalen vertellen over de maker, politiek beleid, geschiedenis en sociale verhoudingen in de verschillende kampongs van Yogyakarta. Christiaansen en Mol vinden in deze fascinatie aansluiting bij de antropoloog Claude Lévi-Strauss: “Het poëtische van het knutselen is eerst en vooral hierin gelegen dat het zich niet beperkt tot voltooien of uitvoeren; het ‘spreekt’ niet alleen met de dingen (…) maar ook door middel van de dingen: door de keuze die het maakt uit beperkte mogelijkheden zegt het iets over het karakter en het leven van de maker ervan. Zonder zijn plan ooit geheel te verwerkelijken, legt de knutselaar er altijd iets van zichzelf in.”9 Tijdens hun verblijf in Yogyakarta kwamen Christiaansen en Mol in aanraking met een rijkdom aan sculpturen die Indonesiërs in hun dagelijkse bestaan omringen. Denk bijvoorbeeld aan sergeant Wibawa, de iconische fop-politieagent die op grote kruispunten in Javaanse steden is geplaatst: een standbeeld dat mensen eraan moet herinneren 5

Ingrid Mol, Landing Soon # 2: The Great Unknown (Yogyakarta/Den Haag: Cemeti Art House, Artotheek Den Haag, 2007). 6 Farah Wardani, ‘The Great Unknown: Ingrid Mol’s Tribute to Sculpture in Indonesia’ in: Mol 2007, p. 3. 7 Krijn Christiaansen, Landing Soon # 5: Myths and Habits in the Improvised City. (Yogyakarta/Den Haag: Cemeti Art House, Artotheek Den Haag, 2008). 8 Eko Prawoto, ‘Nurturing Togetherness, Guarding Life’ in: Christiaansen 2008, p. 1. 9 Claude Lévi-Strauss, Het wilde denken (Amsterdam: Meulenhoff, 2009). Eerste druk: La Pensée Sauvage, 1962.


veiligheid in het verkeer na te leven. Of het standbeeld van een moeder gekleed in sarong en kebaya met twee kinderen, die haar jongste de borst geeft: een aansporing om borstvoeding te geven en de gezondheid van kinderen voorop te stellen. Bekend zijn de standbeelden waarin de regering haar programma voor geboortebeperking propageert: vader en moeder met niet meer dan twee kinderen, onder het motto dua anak cukup (twee kinderen zijn voldoende). Deze monumenten in de publieke ruimte worden ieder jaar opnieuw beschilderd. Vaak gebeurt dit met een kleur verf die op dat moment gratis voor handen of heel goedkoop is. Hierdoor kan de kleding van een echtpaar het ene jaar lichtbruin zijn en het andere jaar lichtblauw, terwijl de kinderen hun zwart-witte schooluniform hebben ingewisseld voor een rood-witte combinatie. Straatmeubilair Ook de gapura, toegangspoorten tot een wijk, kwamen in het blikveld van Christiaansen en Mol. In hun visuele onderzoek naar de rol van monumentale objecten in de dagelijkse leefomgeving van Indonesiërs kozen zij een aantal kenmerkende elementen en verwerkten deze in een eigentijds diorama. Door bepaalde onderdelen in een kijkkast uit te lichten, stelden de beeldend kunstenaars vast hoe een complex verhaal kan worden gesimplificeerd en in haar boodschap zeer educatief, maar ook manipulatief kan zijn. Christiaansen en Mol stelden in hun moderne diorama de gapura en de onafhankelijkheidsviering centraal. Het ambachtelijke werk van het bouwen van de kijkkast en miniatuurfiguren lieten ze uitvoeren door de Yogyakartaanse kunstenaar Kasman. De titel ‘Diorama 3, Gotong Royong’ verwijst naar het feit dat diorama’s gewoonlijk in een serie worden vervaardigd. Verschillende kijkkasten op een rij vertellen het publiek een verhaal, net zoals in een stripboek. Het idee is dat deze diorama het derde in een reeks is (al zijn er geen andere gemaakt). Christiaansen en Mol hebben in de kijkkast het kampongleven in de week voorafgaand aan de viering van de onafhankelijkheid op 17 augustus (tujuhbelasan) verbeeld. Een kampong is een omheind erf, een verzameling woningen in een dorp of stad die zichtbaar door een omheining en toegangspoort bij elkaar horen. Het kampongsysteem is wezenlijk in het leven van Indonesiërs. Kampongs worden aangeduid met de letters RT, gevolgd door een nummer. RT staat voor Rukun Tetangga: in harmonie met de buren. Iedere RT bestaat uit een paar dozijn huishoudens. Dit administratieve systeem werd tijdens de Japanse bezetting (1942-1945) ingevoerd en is gebaseerd op het wijkenstelsel (tunarigumi-systeem) dat in Japan gangbaar is. Het onderhoud van de RT is gebaseerd op het gotong royong-principe, waarin onderlinge samenwerking en het collectief dragen van lasten centraal staat. In de week voor 17 augustus plegen bewoners van de kampong onderhoud aan de publieke ruimte. Monumenten, sculpturen en gapura’s zijn vaak gemaakt van cement. Mannen in de kampong maken het cement aan in een kuiltje in de grond. Straatmeubilair, openbare gebouwen en monumenten worden schoongemaakt en van een nieuwe lik verf voorzien. Afkortingen In ‘Diorama 3, Gotong Royong’ is de gapura de spil in het verhaal. Alle bedrijvigheid van de kampongbewoners speelt zich af rond de gapura. Naast het mengen van cement zijn twee mannen bezig met het schilderen van de linkerzijde van de toegangspoort. We zien hier prins Diponegoro afgebeeld, die op 11 november 1785 te Yogyakarta ter wereld kwam als de onwettige zoon van sultan Hamengku Buwono III. Hij was de leider van de opstand tegen de Nederlandse overheersers tijdens de Java-oorlog (1825-1830). Diponogoro is een vroege held in de strijd voor onafhankelijkheid. Aan de rechterzijde is de Laskar Rakyat (Volksmilitie) te zien, strijders uit de volksmilities tijdens de onafhankelijkheidsstrijd na 17 augustus 1945. Aan de beide binnenkanten van de toegangspoort staan verwijzingen naar de staatsleer Pancasila (Vijf principes), waarin de grondbeginselen van de Indonesische Republiek zijn uiteengezet: 1. God, 2. Menslievendheid, 3. Eenheid van het land, 4. Saamhorigheid, 5. Rechtvaardigheid. Tenslotte beschrijft het bord links van de gapura in kernwoorden de kwaliteiten van de regio. De woorden Berhati Nyaman zijn samengesteld uit afkortingen. Ber- komt van bersih (schoon), hat- komt van sehat (gezond) en ikomt van indah (mooi). Nyaman is een samentrekking met als stamwoord aman (veilig, vredig).


Indonesiërs hebben plezier in het maken van mooie afkortingen. De complete slogan luidt dus als volgt: “[Yogyakarta –EC] schoon, gezond, mooi en veilig.” Elders in deze bundel heb ik beschreven wat een historische blik op visuele cultuur in Indonesië oplevert. In deze bijdrage is naar voren gekomen hoe Christiaansen en Mol sculpturen, die bijna achteloos in het straatbeeld staan, hebben proberen te duiden. Zij verwerkten de symboliek en activiteit rond deze monumenten in de typisch Indonesische presentatievorm van een diorama. Een historische analyse van gapura onthult met name de politieke doeleinden van de tweede president en maakt afgedwongen patriottisme zichtbaar. Het eigentijdse diorama van Christiaansen en Mol met gapura werpt weer een ander perspectief op de toegangspoort als object van onderzoek. Het werk van Christiaansen en Mol in Yogyakarta laat de betrokkenheid en trots van kampongbewoners op hun eigen wijk en hun intieme verbondenheid met hun zelf gecreëerde leefomgeving zien - een bijna jaloersmakende vorm van community art. dr. Esther Captain is historica en werkt als onderzoeker bij het Nationaal Comité 4 en 5 mei in Amsterdam. Ze was eerder verbonden aan het NIOD, de Universiteit Utrecht en de Universiteit van Amsterdam. Haar specialisme is het erfgoed van de Tweede Wereldoorlog in Aruba, Curaçao, Indonesië en Suriname en de bijbehorende herdenkings- en herinneringsgeschiedenissen. www.krijnchristiaansen.nl www.kosmopolisutrecht.nl

Illustraties Uit de PowerPointpresentatie van Krijn Christiaansen en Ingrid Mol:

Dia 21: Foto rechtsonder: sculptuur van een fop-politieagent, Yogyakarta. Bron: Krijn Christiaansen en Ingrid Mol, 2007-2008. Foto rechtsboven: sculptuur van een moeder met twee kinderen, Yogyakarta. Bron: Krijn Christiaansen en Ingrid Mol, 2007-2008.

Dia 14: twee foto’s: sculptuur voor de kennisoverdracht tussen de oudere en jongere generatie, Yogyakarta. Links vóór de opknapbeurt, rechts hetzelfde beeld dat fris in de verf is gezet. Bron: Krijn Christiaansen en Ingrid Mol, 2007-2008.


Dia 7: Voorstudie voor Diorama 3 gebaseerd op een fotocollage, Yogyakarta.

Dia 8: Diorama 3, Gotong Royong.

Dia 10: Diorama 3, Gotong Royong.


Dia 15: detail Diorama 3, Gotong Royong. Het aanmaken van cement in een kuiltje in de grond.

Dia 11: detail Diorama 3, Gotong Royong. Toegangspoort.

Dia 13: detail Diorama 3, Gotong Royong. Het schilderen van de toegangspoort met afbeelding van prins Diponegoro. Aan de binnenkant van de pilaar de symbolen van de Pancasila.


Dia 12: detail Diorama 3, Gotong Royong. Bord met regio-slogan.


'Gotong Royong in een kijkkast' door Esther Captain - symposium Gedeeld Erfgoed  

Tijdens hun verblijf in Yogyakarta kwamen Christiaansen en Mol in aanraking met een rijkdom aan sculpturen die Indonesiërs in hun dagelijkse...

Advertisement
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you