Page 1


Ten geleide

Atelier Pascal van der Graaf

Jaarlijks wordt door Hare Majesteit de Koningin de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst uitgereikt. Deze aanmoedigingsprijs, die in 1871 door Koning Willem III werd ingesteld is bedoeld om jong talent op het gebied van de schilderkunst te stimuleren. Koningin Emma, Koningin Wilhelmina, Koningin Juliana en Koningin Beatrix hebben deze traditie van de Prijs tot op de dag van vandaag voortgezet. Traditioneel wordt de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst uitgereikt in het Koninklijk Paleis te Amsterdam. Dit jaar biedt het Gemeentemuseum in Den Haag gastvrij onderdak omdat het Paleis vanwege renovatiewerkzaamheden niet beschikbaar is. De prijsuitreiking en de tentoonstelling vinden plaats onder auspiciën van de Stichting Koninklijk Paleis te Amsterdam. Iedere Nederlandse beeldend kunstenaar die de beeldende kunst beroepsmatig en zelfstandig beoefent en op 1 januari 2007 de leeftijd van 35 jaar nog niet had bereikt, kon meedingen naar een Koninklijke Prijs. Kunstenaars die de Prijs reeds eerder ontvingen, mochten, indien zij op de genoemde datum jonger waren dan 30 jaar, nogmaals meedingen. Prijswinnaars zijn wanneer zij reeds drie maal de Prijs wonnen van verdere deelname uitgesloten. Een jury draagt vier kunstenaars voor die voor een Koninklijke Prijs in aanmerking kunnen komen, groot € 6.000 per kunstenaar. Over dit bedrag hoeft geen belasting of premie te worden afgedragen. In 2007 zonden, in reactie op advertenties in diverse media, 238 kunstenaars dia’s en documentatie in. Ruim 1100 dia’s passeerden de revue. Aan 96 kunstenaars werd gevraagd twee schilderijen in te zenden voor de tweede ronde. In het kader van de tentoonstelling wordt jaarlijks een publieksprijs toegekend. In 2006 kreeg Anneke Wilbrink de meeste stemmen.


Juryrapport 2007

Voor een heuse Grand tour moest het kunstminnende publiek deze zomer in Europa zijn. Met de Biennale in Venetië, de documenta in Kassel en Skulptur Projekte in Münster kon men zich een beeld vormen van de stand van zaken in de kunst. Het spektakel van de meest prestigieuze kunstbeurs ter wereld, Art Basel, completeerde dat overzicht. De reacties waren overwegend lauw. In de pers werden ‘Venetië’ en ‘Kassel’ besproken als events waar niet zozeer de stand van zaken in de kunst centraal stond, maar waar de kwestie van de invloed van een wereld vol oorlog en conflict op de levens van (individuele) mensen breed werd uitgemeten. Het leverde vooral de vraag op of kunst wel het meest geslaagde vehikel is om dit soort onderwerpen voor het voetlicht te brengen. Veel presentaties bleven, enkele sterke uitzonderingen daargelaten, steken in een vorm van onderzoek dat bijna journalistiek was en visueel nagenoeg oninteressant. ‘Münster’ profileerde zich door het volledig ontbreken van de elders juist opvallend aanwezige pogingen het Westen te verbinden met de rest van de aardbol. En hier was al helemaal geen sprake van politiek of maatschappelijk engagement, maar van kunst die zich - anders dan de oorspronkelijke doelstelling van deze manifestatie in 1977 om de kunst en het leven, kunstenaars en publiek, dichter bij elkaar te brengen overwegend in zichzelf terugtrok. In Münster waren een aantal prachtige beelden te zien, met af en toe een kritische noot, maar vooral met een koele distantie ten opzichte van een getroebleerde wereld. En dan was er natuurlijk ook nog het circus van Basel, de beurs onder de beurzen, met een waaier aan side shows en kleine beurzen eromheen, waar in alle toonaarden gesproken werd over vraag en aanbod, over prijsontwikkelingen en natuurlijk ook over de vele jachten die voor anker lagen bij de Giardini in Venetië en hoe de bezitters van die jachten al op de Biennale hun slag hadden geslagen, voor de opening wel te verstaan. Kunst doet het goed als handelswaar en dat was te merken. Wat zie je terug van dit soort internationale tendensen als je kijkt naar de inzendingen voor de Koninklijke Prijs? Is de verhouding tussen kunst en leven ook hier een thema? Is er sprake van een duidelijk politiek engagement? Is de invloed van de markt al merkbaar? Hoe verhouden jonge kunstenaars zich tot het begrip schoonheid? Het werk van de 238 kunstenaars die dit jaar instuurden en waarvan er 96 doorgingen naar de tweede ronde, reflecteert zeker aspecten van wat er in een groot verband speelt in de kunst. Anderzijds is het duidelijk dat de meeste inzendingen nog zo pril zijn en vooral opvallen door een pas ontluikende potentie, dat het lastig is om algemene conclusies te trekken. Het gat tussen de gearriveerde kunst en het jonge talent dat zich niet laat intimideren door het gewicht van de kunstgeschiedenis of door heersende concepten, is groot.

Atelier Simon Hemmer

Het affiche van dit jaar is ontworpen door jurylid Marien Schouten in samenwerking met vormgever Esther Krop. Laatstgenoemde is tevens verantwoordelijk voor het concept van de catalogus. Beide ontwerpen


lijken te focussen op het idee van het ontwikkelen van een eigen wereld, een eigen artistiek gebied. Het affiche dat uitnodigt om mee te dingen naar de Koninklijke Prijs toont takken van een struik die zich over en om een raster heen kronkelen, de oudere stam naast de jonge loten. En de vormgeving van de catalogus biedt een blik in het atelier van de exposanten, dat zo synoniem wordt voor de eigen mentale ruimte van de individuele kunstenaar. Over tendensen gesproken: de jury was verheugd om in de eerste ronde zo veel nieuwe namen aan zich voorbij te zien trekken, net als over de kwaliteit van de inzendingen en de open houding die uit veel werken sprak. Onder de inzendingen waren opvallend veel nevenschikkende, verhalende beelden met een bijna klassiek te noemen, postmodernistisch tintje. De collage is duidelijk hot, niet alleen qua werkwijze, maar ook in het denken. Composities die ronduit barok genoemd kunnen worden, met veel klassieke motieven zoals architecturale ruimtes, planten, dieren en schedels. De thema’s mogen dan niet zozeer nieuw zijn, dat is wel het vertrouwen in de vorm. Fotografie fungeert niet meer louter als hulpmiddel bij het schilderen van realistische motieven, maar wordt als zelfstandig materiaal ingezet. Ook typografie en een tekenachtig handschrift zijn nadrukkelijk aanwezig. De persoonlijke fantasiewereld in de meeste werken biedt weinig ruimte voor politiek-maatschappelijke referenties, hooguit is er sprake van indirecte reflectie op de beeldenwereld van de moderne media en de reclame. Er is veel sferisch werk waarin elementen uit de popcultuur een rol spelen. Geen (would-be) engagement, maar eerder het tegenovergestelde, wat je kritisch zou kunnen omschrijven als een neiging tot naïviteit. Die ogenschijnlijke naïviteit wordt echter weer helemaal goed gemaakt door een bruisende energie en een speelse vaart in de omgang met de formele eigenschappen van het schilderen zelf. Abstractie heeft bij de inzendingen voor de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst 2007 zoveel terrein gewonnen dat een van de juryleden sprak van ‘geloofwaardige abstracte schilderkunst’. Het gaat daarbij niet meer om een obligaat oplepelen van oude concepten, maar om spannende, eigentijdse toevoegingen en vrijheden. Categorieën als figuratie en abstractie die vroeger streng gescheiden werden, lijken niet langer vanzelfsprekend tegenstellingen, maar kunnen naast elkaar bestaan in een en hetzelfde werk. Volgens een ander jurylid was er sprake van ‘feestelijke combinaties’ van verschillende categorieën en media die niet meer ‘letterlijk’ genomen worden, maar onderling elkanders materiaal uitmaken.

Atelier Malin Persson

De jurering resulteerde in de selectie van het werk van 28 exposanten en het unanieme besluit van de jury om uit die groep vier kunstenaars voor te dragen aan Hare Majesteit als kandidaten voor de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst 2007.


De vier geselecteerde kunstenaars zijn in alfabetische volgorde: Pascal van der Graaf Simon Hemmer Malin Persson Marjolijn de Wit De Prijs zelf was – juist vanwege de keuze voor de focus op één specifiek medium – weer onderwerp van discussie. In haar artikel voor de catalogus, presenteert Maxine Kopsa de beperkingen van de Prijs enerzijds als een systeem van achterhaalde gedachten, anderzijds als een uitdaging om de eigen relevantie te bewijzen in een veranderende context. Ook tijdens de gesprekken van de jury werd gediscussieerd over de aard van de Prijs en haar betekenis in deze tijd. Tot nu toe heeft de Koninklijke Prijs zichzelf echter keer op keer bewezen als een prijs met een stimulerende werking voor jong talent, een feit waar de jury trots op is en dat als uitgangspunt dient bij de poging om de omgang met de Prijs, niet alleen bij het jureren zelf, maar ook in de bij de Prijs horende activiteiten, op scherp te stellen. Dit jaar heeft de tentoonstelling van de Koninklijke Prijs opnieuw gastvrij onderdak gekregen in het Gemeentemuseum Den Haag. De jury hoopt met de tentoonstelling met werk van de winnaars en de andere geselecteerde exposanten, én met de bijbehorende catalogus bij te dragen aan de publieke discussie over de betekenis van de schilderkunst. De jury bestond in 2007 uit: Suzan Drummen, Lisette Pelsers, Gé-Karel van der Sterren, Marien Schouten, Wilma Sütö, Barbara Visser en Pietje Tegenbosch (voorzitter) Namens de jury, Pietje Tegenbosch

Atelier Marjolijn de Wit


Beste redacteur,

Martin Kippenberger

Zonder titel Acryl op doek 300 x 200 cm, 1981 ‘I am not an easel-kisser... I actually have nothing to do with painted pictures. That’s why one of my solutions for this problem has been to let others paint for me, but only in the way I need it, the way I see it.’

De Stichting Koninklijk Paleis te Amsterdam nodigt jaarlijks, op voordracht van de jury, één of meer Nederlandse critici uit een beschouwing te geven over de actuele schilderkunst in Nederland of bepaalde aspecten daarvan. Dit jaar werd hiervoor uitgenodigd Maxine Kopsa, kunsthistorica en publiciste.

Er is een verhaal over Martin Kippenberger dat als volgt gaat: hij is voor een dag uitgenodigd als gastdocent aan Yale en hij neemt zijn studenten ‘s ochtends mee naar het favoriete plaatselijke café waar hij het meteen op een zuipen zet. ’s Middags keert de vrolijke bende terug naar Yale waar hij in plaats van de gebruikelijke lezing plus studiobezoeken, een tekenwedstrijd houdt. Wie het beste portret van Frank Sinatra tekent, wint een door Kippenberger getekend portret van hem- of haarzelf. Als iedereen klaar is, kan Kippenberger geen besluit nemen over een winnaar: “Jullie hebben allemaal veel te veel talent” roept hij uit. Hij gaat zitten en tekent van iedere student een portret.1 Hieraan moest ik denken toen je me vanochtend belde en een vriendelijk bericht op mijn antwoordapparaat achterliet, benieuwd waar (in hemelsnaam) die 1500 of 2000 woorden over de status quo van de schilderkunst bleven en of ik nu eindelijk (in godsnaam) hersteld was van mijn angst om het schone medium te berispen of dat ik was bezweken aan de (nogal clichématige) paniek om een officieel epistel over dit ene medium te schrijven. Het is me inderdaad gelukt mijn angst te overwinnen om (koppig, vol eigendunk) waardeoordelen te spuien, maar ik heb besloten dat toch niet te doen. Integendeel zelfs: je zult opgelucht zijn te horen dat ik een resoluut tegenstander ben van zulke (goedkope) tactieken. Ik heb erover nagedacht en nu ben ik er overheen. Je hebt me vanochtend niet echt gebeld, toch? Ik was klaarwakker en de telefoon ging niet over en je liet geen bericht achter. Het was een dagdroom waarin je telefoontje plaatsvond tegen een achtergrond van schilderijen van Kippenberger en Luc Tuymans, maar vooral die van Kippenberger, en in mijn hoofd cirkelden vreemde gedachten over goede schilderkunst en foute schilderkunst, als er al zoiets bestaat... Ik wil me verontschuldigen voor deze op mijzelf gerichte gedachten, maar ze blijken tamelijk cruciaal met betrekking tot je 2000 woorden. Mijn aarzeling om over schilderkunst te schrijven reflecteert mogelijk de aarzeling van sommige kunstenaars om documentatie voor de Koninklijke Prijs aan te

leveren. Mogelijk, want het is eerder zo dat er een persoonlijke overtuiging in doorklinkt die ik ben gaan beschouwen als een algemene levenshouding, een voorwaarde voor het maken van dingen, van eigenlijk alles, ook van schilderijen. In de weken die voorafgingen aan het schrijven van dit epistel, vroeg ik wat rond en peilde de wateren. Ik had een heel interessant gesprek met een persoon die we ‘V’ zullen noemen en die, aanvraag op het bureau, dia’s in handen en 24 uur voor de deadline, vertelde over zijn afnemend verlangen om het formulier volledig in te vullen. Het waren niet eens de beperkingen ten aanzien van de afmetingen van de doeken (gebaseerd op de grootte van de deuren van de tentoonstellingsruimte in het Paleis) die, als een even middeleeuwse als dichterlijke richtlijn, hem deden aarzelen. Het was de beperking tot één specifiek medium. Hij schildert, zeker, maar hij schildert niet uitsluitend. En als hij zich zou aanmelden, zo zei hij, en als hij door toeval, geluk of talent geselecteerd zou worden, dan zou hij zich zorgen maken dat juist dat ene medium ineens zijn context zou worden: hij zou worden beschouwd als ‘Schilder’. We zaten in zijn atelier en overwogen zijn opties: alleen een tweede tentoonstelling vlak na de Koninklijke Prijs, met zijn andere werk (en misschien één schilderij) én, van doorslaggevend belang, voor een gelijksoortig publiek, zou hem kunnen redden van die titel en de implicaties ervan. “Waarom dan al die moeite?”, vroeg ik hem. Of, preciezer, waar komt in de eerste plaats het verlangen vandaan om je aan te melden? V. glimlachte. Hij wist het niet precies, zei hij. Instinct of iets dergelijks? Maar eigenlijk, in werkelijkheid V., gaat het om iets heel anders, toch? Iets anders, iets anachronistisch zelfs. Kom op, geef toe V., het heeft te maken met eer en nog meer met ‘erfenis’, niet? Het heeft te maken met een vreemd en intens respect voor traditie, niet alleen de traditie van de Koninklijke Prijs maar ook van het Medium. V. moest daar nog eens over denken. Ik sprak ook met M., een andere kunstenaar, een schilder die alleen schildert. We praatten over haar nieuwe werk en ze legde uit waarom de achtergrond in het ene werk geel was en in het andere meer blauw, waarom het stilleven naast het groepsportret moest hangen. Ze noemde ook het


Martin Kippenberger

De moeder van Beuys Olieverf op doek 160 x 133 cm, 1984

belang van ‘genre’ en ‘geschiedenis’ en vertelde hoe ze onderzoek deed naar ‘echte’ historiestukken om uit te vinden wat daarvan nu de betekenis zou kunnen zijn. Net als V. is M. zich bewust van de lange schilderkunstige traditie, maar anders dan V. doet zij een bewuste poging om haar werk daarbinnen te positioneren. Toch vertelde ze herhaaldelijk dat ze haar schilderijen liever niet ziet in de context van tentoonstellingen over schilderkunst; ze gaan wel over schilderkunstige kwesties, maar dan in algemene zin, vanuit een bijna dogmatisch bewustzijn van het vermogen tot zelfreflectie van het medium. Met andere woorden, wanneer zij de term ‘schilder’ gebruikt, doet ze dat opzettelijk conceptueel, vanuit een besef van de complexiteit ervan, speelt ze met de beperkende implicaties van de schilderkunst. Welnu. In ruil voor het gladstrijken van deze kwesties en het schrijven over de dingen waarover ik zou moeten schrijven, heb ik besloten je een brief te sturen, vandaar de aanhef boven deze notitie. Ik ga niet vertellen dat de schilderkunst al tijden dood is, maar dat ze toch – en misschien is de schilderkunst hierin wel een tikkeltje verwant aan de aandelenmarkt - keer op keer op bijna religieuze wijze wordt herboren. Noch zal ik commentaar geven op de markt waar schilderijen snel en voor hoge prijzen

worden verkocht; genoeg achtenswaardige critici en schrijvers hebben dat al gedaan.2 Wat ik toe te voegen heb, is dat ik denk dat we eindelijk het punt gaan bereiken waar deze conversatie er niet meer toe doet. Tijdschriften schrijven over mensen die schilderen en de schilderijen die ze maken, curatoren organiseren tentoonstellingen met schilderijen en musea gaan door met het aanschaffen van schilderijen. Wat we volgens mij in plaats daarvan in overweging moeten nemen, is de relevantie van een prijs die is gebaseerd op mediumspecificiteit nu we er minder toe neigen om het over kunst te hebben in termen van het medium, maar eerder in termen van wat er wordt gezegd, en hoe dat gebeurt. Met andere woorden, waar we het over moeten hebben is de relevantie van onszelf en hoe wij met zijn allen, hier, met de Prijs omgaan.3 Ik laat die gedachte even in de lucht hangen om een ander klassiek Kippenberger-moment te memoreren dat mijns inziens een cruciaal aspect van het maken van dingen nader illustreert. Het betreft een video-opname van een interview tussen Martin Kippenberger (‘de schilder’) en Robert Ohrt (‘de criticus’). Zoals je weet was Martin Kippenberger schilder en nog veel meer, of nog veel meer en schilder. Nachtclubeigenaar, museumdirec-

teur, installatiemaker, gretig tekenaar. Door al zijn uitbundige manoeuvres, slaagde hij, de ongelukkige levensgenieter, erin zichzelf en zijn werk serieus te nemen en er tegelijkertijd de draak mee te steken. Het is een simpele, fundamentele positie die bijna onmogelijk valt vast te houden. Er is een foto van hem op de achterkant van een catalogus 4 die dit mooi samenvat. Naast een heel serieuze Jürgen Klauke in zijn atelier en een close-up van Anselm Kiefer die een bescheiden formaat sigaar opsteekt, zien we Kippenberger in een bank bij de geldbalie zelfvoldaan lachen terwijl hij een stapel bankbiljetten wegstopt. Daaronder staat, wat een briljant toeval, de titel van een van zijn in het boek opgenomen werken: ‘Niet weten waarom, maar weten waartoe’.5 Om terug te komen op de video: Martin Kippenberger zit in een beige regenjas, met zonnebril naast Roberto Ohrt die ook een zonnebril draagt. Beiden roken. De studio is een eenvoudige, kale ruimte, met microfoons en elektriciteitskabels die vanachter de camera tegen de blauwe achtergrond langs de stoelpoten in beeld verschijnen. Er staat, zo herinner ik me, een klein tafeltje, en de stoelen, hoewel niet direct barkrukken, zijn wat hoger dan normaal waardoor beiden wat ongemakkelijk voorover moeten buigen naar de asbak. En ze grijnzen, soms giechelen ze zelfs, als je tenminste van veertigjarige mannen kunt zeggen dat ze giechelen. Het is een onbeholpen aangelegenheid: de hoge stoelen, het kleine koffietafeltje, de zonnebrillen, de regenjas, Ohrt’s eind jaren tachtig jasje, zeker zijn veel te grote Vuarnet-zonnebril, zelfs het blauw van het goedkope achterdoek. Zes-en-een-halve minuut lang zien we Roberto Ohrt vragen stellen aan Kippenberger, die hij voorleest uit een Immendorf-catalogus; vragen die een andere interviewer bij een andere gelegenheid aan Immendorf stelde. En we zien Kippenberger reageren door zijn eigen antwoorden voor te lezen uit een elders gepubliceerd interview met een andere interviewer. En dat alles in het Frans. Ohrt spreekt Frans – het lijkt er tenminste op dat hij begrijpt wat hij zegt (de uitspraak is over het algemeen correct) – maar Kippenberger begrijpt er duidelijk niets van. We zien hem zijn eigen woorden lezen, zijn eigen antwoorden en uitleg, maar hij heeft geen idee over de inhoud ervan. Er zijn ondertitels in het Frans, een

letterlijke vertaling van de onlogische en onsamenhangende conversatie van de twee sprekers, die voornamelijk over schilderkunst gaat. En wij als toeschouwers worden deze vrolijke chaos ingezogen. Mocht een interview, een discussie of een dialoog bedoeld zijn om ergens over te gaan, dan verandert dit interview in iets anders, namelijk in een model van de volkomen pure, primaire, autonome, onafhankelijke zinloosheid van het maken zelf. Logisch, onlogisch en heel bewust van het eigen medium en alles wat daarbij hoort. Net als de aarzeling van V. en het hyperbewustzijn van M. En ja - zoals je terecht repliceerde in mijn droom toen ik klaar was met mijn verhaal over dit interview - is het misschien interessanter om, wanneer ik het heb over Kippenberger als een kunstenaar (als een bij-tijd-en-wijle schilder), zijn visuele vocabulaire te noemen, zijn steeds terugkerende raadselachtige eierman, de gangbare psychogeografie, zijn zelfportretten vol zelfhaat, zijn bijzondere verhouding tot Picasso, de ontelbare tekeningen van hotel- en barrekeningen. Maar, mijn beste redacteur, ik denk dat het er allemaal in zit. Tenminste, alles wat volgens mij een sleutel biedt tot het werk van Kippenberger – en dat in feite van toepassing is op elke kunstenaar die toevallig ook schilderijen maakt: de ironie, het vrolijke cynisme, het falen, het overschrijden van de grens tussen maken en niet-maken, het ontwijken, de afleidingen, de onomwonden weigering om gestigmatiseerd te worden, teruggebracht tot één ding, één ding en niet meer. Serieus en ook weer niet. Oprecht en ook niet. Volkomen zinloos en totaal vanzelfsprekend. Waarschijnlijk, niet meer dan waarschijnlijk, net als deze brief aan jou. Wat probeer ik hier te zeggen? Ik vermoed dat ik probeer een weg te vinden tussen enerzijds de redenen waarom we kunnen besluiten om de heilige grenzen van een bepaald medium te verdedigen (de allure van het vasthouden aan de traditie), en anderzijds, het domweg beter weten. Kortom: hoe vaak ik het ook in mijn hoofd omdraai, ik blijf terugkomen bij het simpele feit dat elke schilder die ik ken, elke kunstenaar die ik ken die toevallig schildert, liever een prijs voor goede kunst toegekend wil krijgen, dan een prijs voor goed schilderen. Misschien is het een kwestie van herdefinitie, en niet zoals ik hierboven zei, van het aan de orde stellen van ‘de relevantie van onszelf’, tenminste niet helemaal.


Martin Kippenberger

1. Preis Olieverf, acryl op doek 180 x 150 cm, 1987

De kwestie is vooral hoe de Koninklijke Prijs zich kan ontwikkelen om zich te verzekeren van een relevantie in deze tijd. Het antwoord ligt, denk ik, in de allereerste plaats bij de positie van zowel de kunstenaars als van hen die betrokken zijn bij de Koninklijke Prijs. In hun houding en bewustzijn. Want de intrinsieke noodzaak van het werk – en natuurlijk van deze Prijs – kan alleen worden gevoeld wanneer kunstwerk en Prijs erin slagen een positie in te nemen tussen bevestiging en ontkenning – een positie waar ieder goed kunstwerk (al het goede) naar streeft. Maxine Kopsa 1.  Zoals verteld door Ronald Jones in zijn artikel “Swizzle Shtick” in Artforum, oktober 1997, (http://www.thing.net/%7Ekippi/o_jones.htm). 2.  En – omdat het niet past – zal ik het niet hebben over dat we allemaal (‘we allemaal’ staat dan in theorie voor alle geïnteresseerden, maar in praktijk voor iedereen in de kunstwereld) op moeten passen voor het (heel Nederlandse) syndroom te beweren dat het gras aan de overkant altijd groener is – vooral dan in Duitsland of de Verenigde Staten, en zo weggooien waar we ons op kunnen beroemen, namelijk een uitstekend systeem van beurzen en subsidies, en dat alles in naam van een (misplaatst) minderwaardigheidscomplex dat te snel de markt als een soort machtige realisator beschouwt. 3.  Of op z’n minst om fijnere onderscheidingen te overwegen. 4.  Klaus Honnef, Kunst der Gegenwart, Taschen, Keulen, 1988. 5.  “Nicht wissen, warum, aber wissen, wozu” (1994).

Winnaars Pascal van der Graaf Simon Hemmer Malin Persson Marjolijn de Wit


Pascal van der Graaf Pascal van der Graaf maakt schilderijen in zwart-wit. Maar hoe bont kan zwart wit zijn! In alle soorten zwart, in gradaties van wit, in uiteenlopende grijstonen tovert de schilder zijn publiek een wondere wereld voor. Nu eens vet in de verf gezet, dan weer dun opgebracht komen beelden tot leven met motieven die ge誰nspireerd lijken op stripverhalen, cartoons, typografie en de popcultuur. Op een van zijn schilderijen is een (bijna naturalistisch geschilderde) boomstam te zien die kronkelend in het beeld omhoog rijst. De stam blijkt bij nader inzien opgebouwd uit letters die samen een tekst vormen. Zo in elkaar gekruld en gestapeld zijn de letters moeilijk te ontcijferen, maar het effect is wel dat onmiddellijk de associatie opkomt met de boom als zendmast in een leeg landschap waar donkere gedachtewolken langs de hemel scheren. Alles stroomt en ademt in de schilderijen van Pascal van der Graaf die een eigentijdse variant op het klassieke coulissenschilderij zouden kunnen zijn.


For the birds Olieverf en alkyd op doek 190 x 170 cm, 2007 Chasing butterflies Olieverf en alkyd op doek 110 x 95 cm, 2007


Simon Hemmer Het eerste wat opvalt bij het zien van het werk van Simon Hemmer is de tomeloze energie die eruit spreekt. Termen als ‘power’, ‘monumentaal’, ‘levendig’ of ‘gedurfd’ werden door de jury herhaaldelijk in de mond genomen bij de bespreking van zijn werk, maar pas toen het woord ‘jongleren’ viel had iedereen het gevoel dat het klopte. Jongleren is het in de lucht gooien en weer opvangen van voorwerpen (bijvoorbeeld ballen, kegels of borden), in feite dus het manipuleren van objecten. Belangrijk bij jongleren is ook de poging om met die objecten een patroon te vormen, alleen omhoog gooien en weer opvangen is niet jongleren. Het jongleren van Hemmer slaat op de speelse wijze waarop hij omgaat met verf en vormen, met 2-dimensionaliteit en ruimtelijkheid, met werkelijkheid en illusie, maar ook met de traditie. Zijn doeken verwijzen naar klassieke schilders als Fernand Leger of Philip Guston, helden van het modernisme, maar Hemmer duikt onder in de zee van de geschiedenis en gooit vervolgens, als een volleerd jongleur, elementen uit de traditie de lucht in om ze ritmisch en muzikaal te laten draaien en zwieren in de actualiteit van nu.


Fear of the dark Olieverf op doek 200 x 150 cm, 2007 Zonder titel Olieverf op doek, 200 x 280 cm, 2006


Malin Persson Toen de Zweedse Malin Persson naar Nederland kwam om te studeren, maakte ze schilderijen en aquarellen van de landschappen van haar jeugd. “The forest is not a place where you have names on the paths like you have on the streets in the city. You create your own paths and names. Sometimes you have a map from different areas and you can choose to use this map. But what I love, is to get lost from the system that we feel belongs to us”, zo zei ze ooit. Hoewel het landschap in haar meer recente semi-abstracte schilderijen een andere rol speelt, voel je nog steeds het verlangen om te zoeken naar eigen wegen om zich te verhouden tot een vertrouwd systeem, in dit geval de traditie van de abstracte schilderkunst. In haar schilderijen van gedempt gekleurde rasterpatronen worden binnen en buiten met elkaar verbonden, alsof je door een glas in lood raam naar een landschap in de verte kijkt. Malin Persson experimenteert op subtiele wijze met lagen verf en ritmes om begrippen als ruimtelijkheid, open en gesloten te onderzoeken. Het resultaat is van een tegelijk poëtische en stoere schoonheid.


Sound, silence, echo Inkt en olieverf op doek 200 x 300 cm, 2007 Reflection Inkt en olieverf op doek 200 x 300 cm, 2007


Marjolijn de Wit De schilderijen van Marj0lijn de Wit roepen herinneringen op aan de magie van de zelfgemaakte kijkdoos. Het theatrale, de Alice-in-Wonderland-achtige perspectiefwisselingen, de close-ups naast het vergezicht, de onmogelijke gelijktijdigheid, de stapelingen, de veelheid en de dynamiek. Daar is de palmboom naast de besneeuwde bergtop, een Zwitsers chalet op een met een roze kleedje bedekt tafeltje, de televisie tussen de bomen: in de geschilderde werkelijkheid van Marjolijn de Wit vloeien realiteiten in elkaar over en kan alles naast elkaar bestaan. Zo nestelt de politieke actualiteit, in de vorm van volautomatische geweren, zich in de intimiteit van de huiskamer en staat een hunkerende Elvis-achtige kop tussen andere snuisterijen uitgestald in een kaal rotslandschap. De vraag naar de wijze waarop het maatschappelijke op het persoonlijke ingrijpt, hoe de wereld van de media de natuur beheerst, hoe het absurde en het vanzelfsprekende hand in hand gaan: het zijn allemaal thema’s die volgens de jury in het werk van Marjolijn de Wit intelligent en gloedvol geschilderd voor het voetlicht worden gebracht.


Zonder titel Olieverf op doek 160 x 145 cm, 2007 Zonder titel Olieverf op doek 165 x 160 cm, 2007


Winnaars

Pascal van der Graaf (1979) Van Slingelandtstraat 5 9716 GJ Groningen graafpascal@hotmail.com For the birds 2007 Olieverf en alkyd op doek, 190 x 170 cm

Exposanten

Michael Agacki (1981) Prins Bernhardpark 14 7524 RB Enschede metropole1@gmx.de Zonder titel 2007 Acrylverf, olieverf en lak op doek, 200 x 310 cm

Chasing butterflies 2007 Olieverf en alkyd op doek, 110 x 95 cm

Simon Hemmer (1978) Reinwardtstraat 79 B 1093 HB Amsterdam thailas@gmx.li Fear of the dark 2007 Olieverf op doek, 200 x 150 cm Zonder titel 2006 Olieverf op doek, 200 x 280 cm

Malin Persson (1978) Fannius Scholtenstraat 73 III 1051 EV Amsterdam malin_a_persson@yahoo.com Sound, silence, echo 2007 Inkt en olieverf op doek, 200 x 300 cm Reflection 2007 Inkt en olieverf op doek, 200 x 300 cm

Geert Bartelink (1981) Peperstraat 22/27 9711 PE Groningen gabartelink@home.nl Een wonderbare visvangst 2007 Acrylverf, olieverf en inkt op doek, 175 x 200 cm

Morgan Betz (1974) 1e Jacob van Campenstraat 14 1072 BE Amsterdam m.t.betz@gmail.com Data 2007 Olieverf op doek, 200 x 180 cm

Tamme de Boer (1974) Bachlaan 219 8031 HG Zwolle tammedeboer@gmail.com Zonder titel 2006 Olieverf en spuitbus op doek, 160 x 200 cm

Marjolijn de Wit (1979) Generaal Maczekstraat 2 4818 BW Breda info@marjolijndewit.nl Zonder titel 2006 Olieverf op doek, 165 x 160 cm Zonder titel 2007 Olieverf op doek, 160 x 145 cm

Tim Braden (1975) Lauriergracht 152 1016 RV Amsterdam tim.braden@eidosnet.co.uk Captains courageous 2007 Olieverf, acrylverf en kalk op hout, 133 x 244 cm


Danielle van Broekhoven (1975) Heust 4 5325 XC Well webmaster@daniellevanbroekhoven.com

Jack Holden (1979) Langkatstraat 63 1094 HT Amsterdam jackholden@hotmail.com

Michael Markwick (1974) Johannes Spaanstraat 90 3313 XE Dordrecht mail@michaelmarkwick.com

Sebastiaan Verhees (1982) Stadhouderskade 86 1073 AT Amsterdam verhees1982@hotmail.com

Zonder titel 2006 Olieverf en acrylverf op doek, 180 x 90 cm

The oracle 2007 Mixed media op linoleum en hout, 102 x 95 + 104 x 84 cm (tweeluik)

Heavy Jacket 2007 Olieverf op doek, 160 x 170 cm

Sign 2006 Olieverf op doek, 200 x 170 cm

Isabel Cordeiro (1973) Oudezijds Voorburgwal 2E 1012 GD Amsterdam isabelcordeiro@yahoo.com

Jorn Janssen (1979) Elektronstraat 12–14 1014 AP Amsterdam jorn.janssen@gmail.com

Oskar Nilsson (1976) Florijn 40 1102 BA Amsterdam Oskar.niels@gmail.com

Eefje Versteegen (1976) Herengracht 71 1015 BD Amsterdam eefjeversteegen@hetnet.nl

Incorporeal wallpaper 2007 Acrylverf op MDF, 120 x 200 cm

MotorAgent 2006 Gegoten lakverf op honingraatkarton, 230 x 176 x 4 cm

Blitzerjunge (The Kiss) 2006 Olieverf op doek, 200 x 300 cm

Seascape 2006 Acrylverf op doek, 130 x 190 cm

Maarten Overdijk (1977) Zoeterwoudsesingel 86 2313 EM Leiden m.overdijk@uu.nl

Coen Vunderink (1979) Van Panhuysstraat 25 9721 GB Groningen coenvunderink@hotmail.com

Forest 2006/7 Olieverf en acrylverf op doek, 155 x 180 cm

Schrootjeswand 2007 Acrylverf, houtskoolpoeder en schellak op doek, 250 x 200 cm

Bonnie Severien (1978) Lien Gisolfland 40 1705 LJ Heerhugowaard mail@bonnieseverien.nl

Michiel van der Zanden (1979) Acaciastraat 41 4814 HE Breda info@michielvanderzanden.nl

Landschap 2007 Acrylverf op paneel, 60 x 120 cm

Silencer 2007 Olieverf en acrylverf op doek, 120 x 165 cm

Aquil Copier (1973) Ranonkelkade 16–1 1031 XS Amsterdam aquilcopier@hotmail.com Zonder titel 2007 Olieverf op doek, 140 x 300 cm (tweeluik)

Joyce van Dongen (1979) Minstreelstraat 2 3051 PK Rotterdam cereleum@hotmail.com Zonder titel 2007 Inkt, lak, olieverf en borduursel op doek, 200 x 286 cm (tweeluik)

Paul Haworth (1982) Langkatstraat 57 1094 HT Amsterdam homelovinpaul@hotmail.com My Space 2007 Olieverf op doek, 60 x 200 x 150 x 180 cm

Wouter van de Koot (1978) Korte Leemstraat 11 2018 Antwerpen wvdkoot@gmail.com Marked 2007 Olieverf op doek, 140 x 110 cm

Lilian Kreutzberger (1984) Noordeinde 40 2514 GJ Den Haag liliankreutzberger@yahoo.com Zonder titel 2007 Acrylverf, houtskool, krijt en olieverf op doek, 180 x 260 cm

Jaring Lokhorst (1972) Tolstraat 41 b 1073 RV Amsterdam jaringlok@yahoo.com Schil 2007 Olieverf op aluminium, 140 x 100 cm

Pär Strömberg (1972) Spaarndammerstraat 29–5 1013 SR Amsterdam info@parstromberg.com Island of the dead 2007 Olieverf op doek, 200 x 250 cm


Winnaars sinds 1947 1947 Pieter Defesche

1954 Geery de Bakker

1961 Peter Jansen

1970 Mareike Geys

1977 Gerard Hendriks

1984 Bettie van Haaster

1991 Tiong Ang

1999 Robbert-Jan Gijzen

Jef Diederen

Hans Engelman

Willem Kloppers

Cécile Hessels

John van ‘t Slot

Frank Hutchison

Ton Boelhouwer

Frederika Hasselaar

Chris van Geel

Kees Franse

Han Mes

Kees Spermon

Peter Thijs

Guus Koenraads

Jacqueline Böse

Joris van der Horst

Jan Groenestein

Jaap Ploos van Amstel

Jacques Slegers

Jacob Zekveld

Frans van Veen

Erik Pott

Noëll von Eugen

Gé-Karel van der Sterren

Frans Wiegers

Wim Strijbosch

Jan Willem Smeets

Pieter Zwaanswijk

Albert Verkade

Conrad van de Ven

Kiki Lamers

Nicolaas Wijnberg

Marijke Stultiens-

Siet Zuyderland

Hans van Wingerden

Willem van Weelden

Robert Suermondt

Thunnissen 1948 Herman Berserik

1962 Han Mes Wim Moerenhout

Jef Diederen

1955 Ko Oosterkerk

Theo Kroeze

2000 Henk Jonker Fahrettin Örenli

1971 Pat Andrea

1978 Nic Blans jr.

1985 Ellen van Eldik

1992 Wim Bosch

Bas Zoontjens

Ton Orth

Peter Blokhuis

Cees Bouw

Manuel Esparbé Gasca

Sarianne Breuker

Lei Molin

Jan Roeland

Gèr Boosten

Roland Sohier

Reggy Gunn

Hans Broek

Ger Lataster

Hans Truyen

Lukas Smits

Mareike Geys

Toon Teeken

Berend Hoekstra

Allard Budding

Frans Wiegers

Aat Velthoen

R.W. van de Wint

Elizabeth de Vaal

Lex van Lith

Janpeter Muilwijk

Sara van der Heide

Pieter Zwaanswijk

Willem van Veldhuizen

Kees Versloot

Rinke Nijburg

Rezi van Lankveld

Louis Visser 1949 Herman Berserik

Toon Wegener

Elisabeth de Boer Jef Diederen

1956 Jacques Frenken Hens de Jong

Frans Nols

Lei Molin Jan Sierhuis

Nora van der Flier

Gustave Asselbergs Hans Hamers

Ger Lataster

1950 Elisabeth de Boer

1963 Pat Andrea

Marcelino Stuhmer 1972 Arie van Geest

1979 Alumet

1986 Steven Aalders

1993 Richard Brouwer

Dick Gorter

Inge van Haastert

Jan van den Dobbelsteen

Pierre Cops

Joop van Meel

Mareike Geys

Sjef Henderickx

Bart Domburg

Rens Janssen

Raaf van der Sman

Gerard van Zon

Egidius Knops

Michiel Duvekot

Michael Raedecker

Esther Tielemans

Pieter Mol

Diederick van Kleef

Wouter van Riessen

Chantal Veerman

Marc Volger

Gerard Kodde

H.W. Werther

1964 Jan Dibbets

Marijke Stultiens-

Jaap van der Pol

Thunnissen

Jacques Slegers

1973 Jules Bekker Annemarie Fischer Dick Gorter

1957 Jaap Hillenius

1965 Peter Jansen

1987 Hans Ensink op Kemna

1994 Irina Balen

Eugène Jongerius

Hewald Jongenelis

Hannah van Bart

Sander van Deurzen Thomas Raat

Ton Klop

Nelleke Montfoort

Henk Metselaar

Jacqueline Peeters

Koen Ebeling Koning

Max Reneman

Ko Oosterkerk

Jaap van der Pol

Flip Rutten

Sonia Rijnhout

Lauran Schijvens

Gijs Frieling

Dirk Trap

Ton Orth

Henk Westein

Tiny van der Sar

Marianne Theunissen

Elsa Hartjesveld

Klaasje Vroon

Rob Verf

Aat Velthoen

Dirk Breed Mia Jongmans

1958 Gerard van den Eerenbeemt

Jacob Kuyper

Pieter Engels

Dirk Trap

Ton Frenken

Jan Jaap Vegter

Jaap Hillenius

1952 Rudi Bierman

Marjolein Rothman Peter Vos

Dick Gorter

Ansuya Blom

Theo Schuurman

Burgert Konijnendijk

Jan Commandeur

Nour-Eddine Jarram

Maarten Janssen

Henk Westein

Peter Leeuwen

Peter Kenniphaas

Karenina de Jonge

Carla Klein

Johan van Oord

Emo Verkerk

Ton Kraayeveld

Paul Nassenstein

Melissa Gordon

Henk van Woerden

Bob Negrijn

Danne van Schoonhoven

Aukje Koks

Maaike Vonk

Machiel van Soest

William Monk

1967 Mareike Geys

1988 Siert Dallinga

1995 Noud van Dun

Barbara Wijnveld 2005 Mariëlle Buitendijk

Henk Huig

Auke de Vries

Evert Maliangkay

Hedy Gubbels

Wim Moerenhout

Burgert Konijnendijk

Jos Boomkamp

R. W. van de Wint

J. F. B. Stuurman

Joris Geurts

Mirjam Hagoort

Norbert Grunschel

Wouter Kalis

Peter Thijs

Kees de Goede

Marja van der Heiden

Bas Meerman

Lucy Stein

Maarten Ploeg

Benoît Hermans

Rik Meijers

Anneke Wilbrink

Nies Vooijs

Hein Jacobs

Dino Ruissen

Wim Konings

Ellen Zwarteveen

1959 Gerard van den Eerenbeemt Arie van Houwelingen

Jacob Zekveld

Pierre van Soest

Steven Kwint

Siet Zuyderland

Co Westerik

Guillaume Lo-A-Njoe Annemiek Rutten Lukas Smits

Max Reneman Pierre van Soest

1981 Ernst Blok

Ton Klop

Frans Nols

1953 Jaap Ploos van Amstel

Arie van Geest

2004 Thomas Raat

Trees Suringh Arie Kater Harry op de Laak

1974 Hans Boer 1966 Frits Calon

Wafae Ahalouch el Keriasti

Burgert Konijnendijk

Han Mes

Willem den Ouden

2002 Lise Haller Baggesen

2003 Antoine Adamowicz 1980 Hedy Gubbels

Frans Nols

1951 Henk Bies

2001 Peter Brenner

Ton Klop

Cootje Horst  van Mourik Broekman

Ina van Zijl

1975 Hans Boer

1976 Hans Boer 1968 Mareike Geys

1982 Arja van den Berg

Hedy Gubbels

1989 Suzan Drummen

1996 Annemiek de Beer

Age Klink

Burgert Konijnendijk

Jacob Zekveld

J. F. B. Stuurman

F. F. Beckmans

1990 Britta Huttenlocher

Peter Thijs

Peter Klashorst

W. J. M. Kok

Paul Nassenstein

Hans de Wit

Jos van Merendonk

Jan van der Ploeg

Dieuwke Spaans Serge Verheugen

1960 Henk Dorré

1983 Helma Pantus

2007 Pascal van der Graaf Simon Hemmer

1997 Frank Lenferink

Marijke Stultiens-

Willem Kloppers

Thunnissen

Han Mes

Kees Spermon

Marien Schouten

F. G. Th. Ros

Gerrit Veenhuizen

Ton Orth

R. W. van de Wint

Han Schuil

Paul Vos de Wael

Co Westerik

Gerard Verdijk

Wladimir Zwaagstra

Aat Verhoog

Pieter Zwaanswijk

Mattijs van den Bosch

Siet Zuyderland

Natasja Kensmil

1969 Walter Nobbe

2006 Antoine Berghs

1998 Arthur den Boer

Dieuwke Spaans

Malin Persson Marjolijn de Wit


Colofon Catalogus Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst 2007 Redactie Marianna van der Zwaag Grafisch ontwerp Esther Krop, Amsterdam Vertaling  Arie Altena, Amsterdam Kleurenfotografie Studio Tom Haartsen, Ouderkerk aan de Amstel Zwart/wit fotografie Exposerende kunstenaars (foto’s ateliers) Christiaan Krop (foto opslag op achterpagina) Lithografie en druk Drukkerij Calff & Meischke, Amsterdam Foliedruk Romeyn Stansen & Foliedruk, Uithoorn Productie De Educatieve Dienst, Koninklijk Paleis Amsterdam ISBN 978-90-72080-36-3 © Stichting Koninklijk Paleis te Amsterdam Tentoonstelling Gemeentemuseum Den Haag 20 oktober 2007 tot en met 6 januari 2008

Bij het regelen van de auteursrechten van de illustraties is met grote zorgvuldigheid te werk gegaan. Mochten er onvolkomenheden geconstateerd worden dan zal de uitgever daarvan graag op de hoogte worden gesteld.

Schilderijen in de opslag


Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst 2007  

essay: Maxine Kopsa grafisch ontwerp: Esther Krop uitgever: Stichting Koninklijk Paleis Amsterdam

Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst 2007  

essay: Maxine Kopsa grafisch ontwerp: Esther Krop uitgever: Stichting Koninklijk Paleis Amsterdam

Advertisement