Page 1

12 vragen over Design Thinking. Jan Henk Annema, Judith van de Goor, Marjolein Jacobs, Koen van Turnhout Vooraf. Nu Design Thinking een hele hype is, wordt het onderzoek naar hoe ontwerpers denken, werken en problemen oplossen steeds belangrijker. Als ontwerpopleiding moeten we voorbij de ‘hype’ kijken en voor wat betreft Design Thinking ‘boven de stof’ staan. Dankzij een FT-Onderzoekt beurs hebben we als docenten de kans gehad om mee te doen aan het Design Thinking Research Symposium: het belangrijkste forum voor onderzoekers aan Design Thinking wereldwijd. In deze 12 vragen over Design Thinking vatten we onze themalunch over dit onderwerp nog eens samen en geven we antwoord een aantal vragen die tijdens de themalunch aan de orde zijn gekomen. 1 Wat is Design Thinking (eigenlijk)? Uit onderzoek blijkt dat ontwerpers (denk daarbij bijvoorbeeld aan grafisch ontwerp, industrieel productontwerp, architectuur) problemen op een andere manier benaderen dan professionals met een meer analytische opleiding (sociale wetenschappen of natuurwetenschappen, business studies). Ontwerpers denken bijvoorbeeld meer oplossingsgericht dan probleemgericht, bekijken vraagstukken met een bredere blik – en het zijn meer systeemdenkers. Er is dus inmiddels aardig zicht op wat er typerend is aan ontwerpers, wat de waarde is van hun benadering van de problemen en ook op wat deze kennis kan betekenen voor ontwerpopleidingen. 2 Waarom is Design Thinking zo hot? De hype rondom design thinking is ontstaan doordat het besef steeds meer doordringt dat de manier waarop ontwerpers problemen oplossen ook buiten de traditionele ontwerpdisciplines waardevol kan zijn. Allerlei problemen zoals stadsinrichting, onderwijs, zorg, milieuproblematiek, dienstontwerp, en bedrijfsprocessen zijn mogelijk gebaat bij een ‘ontwerpbenadering’. Met name het boekje “Change by Design” van Tim Brown heeft geholpen van design thinking een breed herkend begrip te maken. Hij maakt daarbij dankbaar gebruik van het onderzoek dat we onder vraag 1 bespraken. 3 Is Design Thinking een methode? Met name de mensen van buiten de traditionele ontwerpdisciplines zien Design Thinking als een methode die je kan toepassen waardoor je tot betere resultaten komt. Dit is niet zo vreemd omdat in de populaire design thinking boekjes ook een gegeneraliseerd ontwerpproces te vinden is. Wij denken dat het beter is Design Thinking als een competentie te zien dan als een methode. Het toepassen van de stappen van het ontwerpproces kan helpen om de juiste vragen te stellen en de juiste dingen te doen, maar dat vereist wel ontwerptraining.


4 Geven we niet allang les in Design Thinking? Ja. Zeker in de CMD en de IPO opleidingen leiden we ontwerpers als sinds jaar en dag op tot ‘Design Thinkers’. Steeds als we in een meester-gezel situatie met studenten over hun ontwerpen en hun ontwerpproces praten brengen we onze eigen benaderingen van ontwerp en dus ons eigen ontwerpdenken ook over bij studenten. In de literatuur over ontwerponderwijs wordt dit wel het studiomodel genoemd en wordt het gezien als de beste manier om ontwerpers op te leiden. Her en der in onze opleiding wordt design thinking ook als methode onderwezen. De diepere expliciete kennis over wat ontwerpdenken zo bijzonder maakt en hoe het werkt onderwijzen we op dit moment niet echt. 5 Moeten we Design Thinking meer in het curriculum opnemen? Dit is niet een vraag die je één-twee-drie kan beantwoorden. Maar hier toch drie argumenten om er aandacht aan te besteden. Je kan je richten op empowerment van de student. Onze studenten moeten zich manifesteren in een buitenwereld waar Design Thinking een hype is. Onze studenten moeten dus weten wat het is en ze zouden dus het kaf van het koren moeten kunnen scheiden. Daarvoor is het nodig dat we Design Thinking onderwijzen in samenspraak met en vergelijking tot andere visies op ontwerp. Een tweede gezichtspunt is om het als een didactisch model te zien. Het materiaal over design thinking helpt mensen die geen ontwerpachtergrond hebben ontwerp beter te begrijpen, het leert ze wat de waarde van ontwerp is en het helpt ze de eerste stappen te zetten op het ontwerp-pad. Als dit materiaal managers mee kan nemen in de wereld van ontwerp moet het zeker ook geschikt zijn om onze studenten erin mee te nemen. Tot slot kan het materiaal mogelijk reflectie op het eigen beroep ondersteunen. Onze studenten leren al als ontwerpers te denken, we hebben het dus niet meer ‘nodig’. Maar, expliciete aandacht voor kennis achter design thinking kan studenten wel helpen om beter te reflecteren op wat ze doen. Vergelijk het met grammatica. Dit pik je impliciet op door een taal te gebruiken, maar soms helpt het om expliciet aandacht te besteden aan de ‘regels van het spel’. In die zin kan onderwijs in Design Thinking theorie helpen, mits we het goed doceren en doseren - en mits we de studenten ook ondersteunen bij het gebruiken van die theorie in hun eigen reflectie op hun ontwerppraktijken. Wij moeten daarvoor wel echt boven de stof staan: het is niet genoeg het boekje van Tim Brown ‘na te praten’ of het er een beetje ‘bij’ te doen. Deze verschillende visies vragen om een verschillende didactische aanpak en een andere selectie uit het design thinking materiaal en het is dus belangrijk je bewust te zijn van de reden waarom je eigenlijk aandacht besteed aan design thinking voor je het gaat doen.


6 Wat kan ik lezen over Design Thinking? Als Design Thinking helemaal nieuw voor je is het boek ‘Change By Design’ van Tim Brown een goed startpunt. Ook het recent verschenen ‘Images of Design Thinking’ van Rianne Valkenburg geeft een goede introductie op het onderwerp en de verschillende perspectieven die er in het beroepenveld leven over Design Thinking. Een aardig bladerboek is ‘Understanding Design’ van Kees Dorst, met 150 columns over ontwerp, die studenten (en onszelf) kunnen ondersteunen met reflecteren over het ontwerpen. Wie zich verder wil verdiepen kan bijvoorbeeld Brian Lawsons ‘How Designers Think’ oppakken, Lawson & Dorsts ‘Design Expertise’ over ontwerponderwijs, of het recente Frame Innovation van Kees Dorst. In dat laatste boek vind je ook het ‘Designing Out Crime’ voorbeeld dat we in de themalunch gebruikten. Tot slot is er nog echter ontwerptheorie/filosofie zoals ‘The Design Way’ van Nelson & Stolterman of ‘The Semantic Turn’ van Krippendorff. Geen materiaal om onze studenten te voeren, misschien wel om onze eigen gedachten verder te brengen. 7 Wat is het Design Thinking Research Symposium? Het symposium waar we aan meegedaan hebben, is een van de belangrijkste platformen waar design thinking onderzoekers elkaar ontmoeten. Het is 25 jaar geleden geïnitieerd door Nigel Cross en Kees Dorst. Bijzonder aan het symposium is dat onderzoekers met een gemeenschappelijke dataset werken en daar vanuit hun eigen theoretische kaders naar kijken. Daardoor kan op het symposium meer discussie ontstaan over de diverse bevindingen en ontstaat er een completer beeld van wat de data eigenlijk laat zien. De aard van de dataset verschilt van aflevering tot aflevering. Eerder is er bijvoorbeeld gewerkt met hardop-denk-protocollen, waar ontwerpers moesten zeggen wat ze dachten terwijl ze aan een taak werkten. In deze aflevering zijn ‘in vivo’ opnames gemaakt bij een ontwerpteam dat een co-creatie sessie voorbereidde en uitvoerde binnen een groot bedrijf. 8 Waar ging jullie onderzoek over? Wij hebben gekeken naar hoe het ontwerpteam uit de dataset omging met de spanning tussen planning (of focus) en spontaniteit in co-creatie. Als je in een ontwerptraject onderzoek doet door deelnemers creatieve opdrachten te geven, hoop je natuurlijk dat ze met creatieve, spontane invallen komen. Tegelijkertijd probeer je te voorkomen dat het alle kanten opgaat en je dus geen antwoord krijgt op je vragen. We hebben nauwkeurig gekeken hoe het ontwerpteam de sessie inregelde en hoe ze steeds ruimte probeerden te maken voor meer spontaniteit of meer focus. Mocht je heel precies willen weten hoe we dit aangepakt hebben, en wat eruit kwam, vraag dan even om het paper dat we hierover geschreven hebben bij één van ons.


9 Kwam daar ook iets uit wat we in het onderwijs kunnen gebruiken? Op de plekken waar we co-creatie onderwijzen kunnen we natuurlijk direct iets met de uitkomsten van het onderzoek, maar dit vormt altijd maar een heel klein onderdeeltje van wat we daar doen. Het theoretisch kader wat we gebruikt hebben is wel breder toepasbaar. Het dwingt je op een andere, realistischere, manier naar ontwerp en onderzoeksmethodieken te kijken. Vaak onderwijzen we methodieken als recepten (‘zo hoort het nu eenmaal’) en besteden we relatief weinig aandacht aan de ‘tuning’ die in de praktijk nodig is om een methode ‘aan de praat’ te krijgen (‘zo pas je een methode in binnen de context waarin je werkt’). Deze tuning wordt methodenconfiguratie genoemd. Ons onderzoek nodigt uit om na te denken over hoe we juist die methodenconfiguratie een betere plek kunnen geven in onze didactiek. We hopen daar nog een vervolgonderzoek naar te kunnen doen. 10 Maar je moet toch eerst een methode leren voor je ermee kunt spelen? Deze vraag loopt eigenlijk vooruit op het didactische onderzoek dat we graag in een vervolg zouden willen doen. Maar, het klopt: je moet eerst grip krijgen op een methode voor je er mee kan spelen (zoals in die methodenconfiguratie gebeurt). Drie stappen kunnen zijn: 1. grip krijgen op de methoden en de stappen ervan, 2. de methoden leren aanpassen aan een specifieke situatie (configuratie dus), en 3. het misschien helemaal intuïtief doen, zonder houvast aan een methode. Beginnen met stap 1 kan vast geen kwaad. Tegelijkertijd kunnen we die stap naar 2 misschien wel sneller en vaker maker. Bot gezegd is hoofdfase onderwijs in onderzoekmethoden vaak receptenonderwijs (1) en verwachten we bij het afstuderen configuratie (2) van de studenten, zonder dat we ze erg goed begeleid hebben om die stap te zetten. Voor intuïtie (3), hebben we vanuit onze eigen drang tot verantwoording vaak helemaal te weinig oog en, misschien, respect. 11 Uit jullie onderzoek blijkt ook dat de ontwerpers eigenlijk geen besluiten nemen, wat betekent die bevinding voor het onderwijs? De bevinding dat ontwerpers uit de dataset nooit echt een traceerbaar besluit nemen - over hoe spontaan of gepland ze het nu uiteindelijk wilden hebben in de co-creatie - is misschien verrassend, maar het is ook al vaak gevonden in onderzoeken rondom design thinking. Er wordt wel gezegd dat ontwerpers helemaal geen beslissingen nemen: het ontwerp is datgene wat ‘overblijft’ uit het proces. Een wat genuanceerdere visie is dat ontwerpers door schetsen te maken steeds een web van (tijdelijke, samenhangende) beslissingen nemen en dat daardoor de meeste besluiten die uiteindelijk genomen zijn, onderweg, niet expliciet aan de orde komen. In het onderwijs hoeven we daar niet zoveel mee, maar het is wel iets om bij de beoordeling mee te nemen. Als we studenten uitsluitend beoordelen op de mate waarin ze hun ontwerpbeslissingen onderbouwen, toetsen we eigenlijk iets dat niet persé intrinsiek is aan het ontwerpproces dat we ze proberen te leren.


12 Wat moeten we nu verder met dit onderwerp? In de themalunch zijn verschillende ideeën geopperd om design thinking meer handen en voeten te geven: zoals een online platform waar we ervaringen kunnen delen, of een leerkring waarin we hetzelfde doen. We denken dat iets dergelijks zinnig kan zijn. Zeker als we de verbinding met IPO/Engineering, die we door dit gezamenlijke onderzoek uit te voeren gemaakt hebben, kunnen uitbouwen. Ook verder weg binnen de HAN (HAN Sociaal, Educatie) zijn er docenten met design thinking bezig. We kunnen dus veel van elkaar leren. Een goede start kan misschien een themalunch zijn waar we geen programma voor hebben maar wel deze vraag als ‘agendapunt’.

12 vragen over design thinking  

Verslag van de HAN ICA/Engineering themalunch over Design Thinking.

Advertisement