Issuu on Google+

TROTS Nummer 1, november 2016

VOOR PROFESSIONALS IN HET BASISONDERWIJS

KIJKEN NAAR KANSEN IN PLAATS VAN BEPERKINGEN INTERVIEWS

LEERKRACHTEN BASISONDERWIJS AAN HET WOORD

EEN PASSIE VOOR TOETSEN MAKEN EEN INTERVIEW MET ROSERI KROPFELD, PSYCHOLOGE BIJ AMN

MICHEL ROG (CDA):

‘DE EINDTOETS WAS TEVEEL EEN INSTRUMENT GEWORDEN OM SCHOLEN TE VERGELIJKEN.’

TROTS

voor professionals in het basisonderwijs

1


De AMN Eindtoets Waarom het 5de alternatief toch uw eerste zou kunnen worden…

De AMN Eindtoets is toegelaten als alternatieve eindtoets. Maar wie zit er te wachten op nóg een eindtoets? De vijfde maar liefst! Niemand toch? Maar wat als dat vijfde alternatief nu eens echte toegevoegde waarde heeft? AMN kijkt naar het hele kind én betrekt het oordeel van leerkracht en ouders

Wilt u ook een gratis onderbouwd schooladvies?

AMN heeft Aansluiting PO-VO ontwikkeld. Een extra instrument, naast de Eindtoets, waarmee u uw schooladvies onderbouwt en objectiveert. Aansluiting PO-VO kijkt naar het hele kind: • capaciteiten • houding, motivatie en gedrag • interesses • taal en rekenen Dit kunt u gebruiken voor het onderbouwen en objectiveren van uw schooladvies en bij de oudergesprekken.

Kies dan dit schooljaar voor de AMN Eindtoets en u kunt direct gebruik maken van Aansluiting. Maak vandaag nog van het vijfde alternatief uw eerste! Bel ons op 026 3557332, of mail naar info@amn.nl en vraag naar de mogelijkheden!


VO O RWO ORD Na een lange en intensieve periode van voorbereiden is het dan zover. Onze Eindtoets is officieel toegelaten. Tijdens dit proces hebben we samengewerkt met veel scholen. Wat mij daarin is opgevallen is de passie waarmee leerkrachten, directie, ib-ers en andere professionals zich elke dag weer inzetten voor hun kinderen, onze kinderen. In ons kleine landje zijn we goed in het benadrukken van wat niet goed gaat. Er is altijd wel iets om over te klagen. Ook het onderwijs komt er vaak slecht van af. Ik bestrijd dat. Kijk maar naar de positie die Nederland heeft op

Colofon

de Pisa ranglijst. Op de 10de plek wereldwijd en 3de in Europa.

Trots is een eenmalige uitgave van AMN ter gelegenheid

zie met hoeveel passie onze onderwijsprofessionals hun taken

van de toelating van de AMN Eindtoets Adres

De Wetstraat 1

6814 AN Arnhem 026 – 355 73 33 info@amn.nl www.amn.nl Redactie

Koen Scholte Lubberink, hoofdredacteur John Mulder, Sigrid Starremans

Maar kijk vooral rond. Ga eens op bezoek bij een school en uitvoeren. Ik ben trots dat wij hier aan mogen bijdragen. Ook al is onze rol bescheiden, het is een eer om samen te mogen werken met deze groep van bevlogen mensen. Mensen die het belang van het kind vooropstellen, die zich inspannen om er uit te halen wat er in zit. En ongelofelijk trots zijn als dat lukt. Die stralende ogen wanneer een van hun pupillen na een jaar of 3 nog eens terugkomt om te vertellen hoe goed het gaat op de middelbare school. Trots. Dat woord gonsde door mijn hoofd toen wij het verlossende woord kregen van de staatssecretaris. Natuurlijk

Aan dit nummer werkten mee

trots op alle medewerkers van AMN, maar vooral trots deel

Roseri Kropfeld, Pieter van der Neut

heet! Zie dit magazine dan ook als een ode aan de passie, aan

Tim Hoogendoorn, Menno Hovens, Marijn Knevel, Michel Rog,

Vormgeving

FOTON visuele communicatie / Tjerk de Vries www.foton.nl

te mogen uitmaken van de begeestering die Basisonderwijs de bevlogenheid en de professionaliteit van jullie allemaal. En mag ik jullie tot slot oproepen; Laat dat nooit los. Blijf er voor gaan! Bedankt!

Contact

Reacties naar: info@amn.nl

John Mulder, Algemeen directeur AMN

TROTS

voor professionals in het basisonderwijs

3


TROTS

voor professionals in het basisonderwijs

4


DITNU MMER FASCINATIE VOOR VAK ALS LEERKRACHT

6

KIJKEN NAAR KANSEN IN PLAATS VAN NAAR BEPERKINGEN

8

INTERVIEW MET MICHEL ROG, TWEEDE KAMERLID, CDA

10

EEN PASSIE VOOR TOETSEN MAKEN

14

IN DE STEEK GELATEN

19

DE EINDTOETS: EEN KORTE GESCHIEDENIS

22

VERFIJND ONDERWIJS OP MAAT

24

‘LEERKRACHTEN ZOUDEN MEER LEIDERSCHAP MOETEN TONEN’

26

TROTS

voor professionals in het basisonderwijs

5


TROTS

voor professionals in het basisonderwijs

6


In zijn familie werden even de wenkbrauwen gefronst toen Menno Hovens (23) vertelde dat hij de Pabo ging doen. Ze vroegen zich af of je daar wel je brood mee kunt verdienen. Menno heeft echter geen spijt van zijn keuze. ‘Dat je een kind echt iets kunt leren, vind ik heel magisch.’

INTER V I E W.

EEN FASCINATIE VOOR HET VAK VAN LEERKRACHT

Het basisonderwijs kwam onverwachts op zijn pad tijdens

ook wel weten wat een kind kan? ‘Een eindtoets is een

Menno Hovens dacht altijd dat hij journalist wilde worden.

kan onderbouwen,’ vindt Menno. ‘Op sommige scholen

een maatschappelijke stage op de middelbare school. Toen hij echter op de basisschool aan de slag ging, sloeg de

vonk al snel over. ‘Ik voelde: oh maar dit is wat ik wil! Ik had een fascinatie voor het vak van leerkracht. School is zo belangrijk.

Een kind zit er meer dan thuis. Dat je iets kunt bijdragen aan de toekomst van een kind, is heel bijzonder. Dat je iets uitlegt over rekenen en ziet dat het de volgende keer beter gaat, vind ik heel magisch.’

onafhankelijk meetinstrument waarmee je de beslissing

zijn er ouders die het niet eens zijn met het advies van de school’ vervolgt hij. ’Ik neem ouders al heel vroeg mee. In

groep 6 gaan we in gesprek over vervolgonderwijs en in

groep 7 geef ik, in overleg met de intern begeleider, al een

voorlopig advies. Het advies dat we in groep 8 geven, is dan geen verrassing meer.’

Om zeker van zijn keuze te zijn, liep Menno ook nog een

Kritiekpunten

Nederlands. Maar dat viel tegen. ‘Ik vond het niet sprankelend

eindtoets, dan heeft Menno nog wel wat puntjes van

paar dagen mee op een middelbare school met een docent genoeg’ licht hij toe. ‘Het basisonderwijs is altijd anders. Op de middelbare school draai je als docent iedere keer dezelfde lessen af en krijg je iedere keer dezelfde feedback.’

Ouders al vroeg meenemen

Menno geeft les in de combinatiegroep 6,7,8 van

basisschool Antonius in Buggenum. Het afgelopen jaar was de school betrokken bij de pilot Aansluiting PO-VO van AMN. Menno is enthousiast over Aansluiting. ‘Je krijgt een

completer beeld van het kind dan met de Citotoets. Gelukkig kwam het beeld dat wij zelf al hadden van het kind, in de

meeste gevallen overeen met de resultaten van de toets.’ Waarom is er nog een eindtoets nodig als leerkrachten zelf

Gaat het over de veranderingen met betrekking tot de kritiek. Nu het advies van de school leidend is en al in maart wordt gegeven, zijn sommige kinderen niet meer zo

gemotiveerd om de toets, die later in het jaar plaatsvindt, te maken. Dat effect wordt nog versterkt door het feit dat

er wel een gesprek moet worden aangegaan als het kind boven het advies presteert maar niet als de resultaten van de toets eronder liggen. Menno: ‘Ik vind het jammer dat

deze regels zijn doorgevoerd. Veel scholen hebben daar

last van. Ook omdat de scores van de eindtoets meetellen

voor het landelijk gemiddelde. Ik vind dat er net zo goed een gesprek moet worden aangegaan als de resultaten van de toets onder het advies liggen. Dat is uiteindelijk ook in het belang van het kind.’  TROTS

voor professionals in het basisonderwijs

7


ACHT ERGR O N D .

KIJKEN NAAR KANSEN IN PLAATS VAN NAAR BEPERKINGEN TROTS

voor professionals in het basisonderwijs

8


Selecteren of ontwikkelen?

Een assessment betekent in feite beoordeling of inschatting. Je kunt twee typen assessments onderscheiden. Het selectieassessment of het ontwikkelingsgerichte assessment. In een

selectieassessment ga je op zoek naar de vraag; is iemand geschikt? Daarbij worden mensen beoordeeld op feitelijk

vertoond gedrag en op vaardigheden. Zo kom je tot een

inschatting van wat iemand al kan. Eigenlijk precies wat de Cito toets al die jaren deed.

Ontwikkelingsgericht assessment is een term die veel in het

bedrijfsleven wordt gebruikt. Toetsen in dit kader worden vooral ingezet voor de loopbaanontwikkeling van medewerkers. Wat kunnen ze? Zijn ze nog tevreden met hun huidige baan? Zo niet, wat zouden ze dan willen? En als je niet geschikt bent voor de ene

functie, voor welke dan wel? Het is dus geen afrekeninstrument.

Het is niet de bedoeling om medewerkers te testen op de resultaten die ze boeken. Er wordt vooral gekeken naar kansen in plaats van naar beperkingen.

Kenmerkend voor ontwikkelingsgericht assessment is verder

dat niet alleen gekeken wordt naar de capaciteiten maar ook naar beroepsspecifieke competenties en de persoonskenmerken van een medewerker. Voor het vak van boekhouder heb je andere competenties nodig dan voor de functie van salesmanager. Voor

de laatste functie is een vlotte babbel handig, voor de eerste functie hoef je minder extravert te zijn. Een ontwikkelingsgericht assessment komt tot een inschatting van waar iemand zich goed in zou kunnen ontwikkelen.

Sport en cultuur

AMN maakt dit soort assessments voor bedrijven maar ook voor

het onderwijs. De test Aansluiting voor het basisonderwijs naar

WAAR STA JE? WAT KUN JE? WAT VIND JE LEUK?

ONTWIKKELINGSGERICHT

ASSESSMENT IS BEDOELD OM

TE METEN WAAR MEDEWERKERS

STAAN EN WAT VOOR

POTENTIEEL ER IN HET BEDRIJF

AANWEZIG IS. DE TOETSEN

DIE AMN VOOR HET ONDERWIJS

MAAKT, ZIJN OOK OP DIT PRINCIPE GEBASEERD.

het voortgezet onderwijs is ook op deze principes gebaseerd.

Kenmerkend voor Aansluiting PO-VO is dat deze een compleet

beeld geeft van het kind. Het is niet alleen een intelligentietest. Er wordt ook gekeken naar persoonlijkheidskenmerken en de houding van het kind: hoe gemotiveerd is het bijvoorbeeld? En

naar de interesses: houdt het kind van sport of meer van cultuur?

Scholen in het voortgezet onderwijs leggen immers vaak hun eigen accenten wat dat betreft. Het kind verdient niet alleen een school die het aankan maar ook een waar het zich thuis voelt.

Bovendien vult niet alleen de leerling, maar ook de ouders en de leerkracht de test in. Zijn er verschillen in de uitslag, dan kan een gesprek tussen alle partijen verhelderend zijn. De advisering voor een schoolkeuze kan veel beter onderbouwd worden. Dat is niet alleen prettig voor het kind maar ook voor de scholen. Uit

onderzoek blijkt dat schooluitval afneemt als er veel aandacht is besteed aan de schoolkeuze van kinderen. Aansluiting is

daarmee een goed voorbeeld van een ontwikkelingsgericht assessment. 

TROTS

voor professionals in het basisonderwijs

9


INTER V I E W.

‘DE EINDTOETS WAS TEVEEL EEN INSTRUMENT GEWORDEN OM SCHOLEN TE VERGELIJKEN.’

Hij maakt zich zorgen over de doorgeslagen toetscultuur in het onderwijs. Maar de eindtoets vindt hij juist buitengewoon belangrijk. Michel Rog, woordvoerder Onderwijs voor het CDA in de Tweede Kamer, over toetsen en andere ontwikkelingen in het onderwijs.

Op zijn website staat dat hij zich zorgen maakt over de

doorgeslagen toetscultuur. ‘Toetsen zijn goed aan het eindpunt van een onderwijsvorm zodat het vervolgonderwijs of de arbeidsmarkt weet waar ze aan toe zijn’ licht hij toe. ‘Formatieve

toetsen tijdens de onderwijsperiode vind ik ook van belang

zodat de leraar weet wat de zwakke en sterke punten van de leerling zijn.’

Waar hij echter vanaf wil, is de cultuur waarin met leerlingen

van de ene naar de andere toets wordt gewerkt. Rog: ‘Waar ik me bijvoorbeeld tegen verweerd heb, is de kleutertoets. Die

past niet bij de ontwikkelingsfase van de kinderen. Ik ben blij dat deze toets niet meer verplicht is. Hetzelfde geldt voor de

diagnostische tussentijdse toets waar wij ons als CDA nu tegen verzetten.’ >>>

TROTS

voor professionals in het basisonderwijs

10


Michel Rog. beeld ANP, Martijn Beekman

TROTS

voor professionals in het basisonderwijs

11


‘HET IS OOK HEEL GOED

OM EEN TWEEDE OBJECTIEF INSTRUMENT

TE HEBBEN DAT HET

GEGEVEN ADVIES KAN ONDERSTEUNEN’

TROTS

voor professionals in het basisonderwijs

12


Wat vindt u van de eindtoets?

Wat wilt u bereiken in het onderwijs?

belangrijk is. Na het afronden van een onderwijssoort is

sectoren verbeteren. Onder andere die van het basisonderwijs

De eindtoets vind ik nou net een toets die buitengewoon een toetsmoment goed om na te gaan waar de leerling staat.

Op de eindtoets is ook veel kritiek geweest. Het zou onder andere een momentopname zijn. En een afrekeninstrument…

Dat klopt. Ik vind het ook goed dat het oordeel van de leraar nu doorslaggevend is. Die kan dat heel goed. Zijn rol behoort groot te zijn. Maar het is ook heel goed om een

tweede objectief instrument te hebben dat het gegeven advies kan ondersteunen. Of dat kan leiden tot een

heroverweging. Voorheen kon het gebeuren dat het kind een onderadvies kreeg. Als dat nu gebeurt, gaat men het

gesprek daarover aan. Ik ben daarom blij dat het afnemen

van de eindtoets nu verplicht is. Het is ook goed dat de eindtoets later in het jaar gegeven wordt. Voorheen stopte

sommige scholen al zo ongeveer met lesgeven nadat de eindtoets achter de rug was. Omdat toch al was beslist waar het kind naar toe zou gaan.

Wat vindt u van de rol van de ouders en de leerling zelf als het om de eindtoets gaat? Moeten die ook kunnen meebeslissen?

De ouders kennen de leerling natuurlijk ook goed. En ik

denk dat het prima is om hun opvatting mee te wegen. Het zijn allemaal bouwstenen om tot een afgewogen advies te komen. Maar de uiteindelijke beslissing ligt bij de

leerkracht, dat is de gezaghebbende professional die tot een oordeel komt.

Wat vindt u ervan dat scholen nu keuzevrijheid hebben voor wat betreft de keuze voor de eindtoets?

Ik ben daar zeer content mee. Sterker nog, ik heb daar

zelf voor gepleit. Het CDA heeft ervoor gezorgd dat ook alternatieve aanbieders van eindtoetsen de markt kunnen betreden. Wij vinden het belangrijk dat scholen keuzevrijheid hebben.

Als scholen allemaal voor dezelfde toets kiezen, leidt dat tot uniformering van het onderwijs. Het leidt tot verenging

van alleen datgene dat wordt getoetst door CITO. De

eindtoets is nu ook een instrument geworden om scholen te vergelijken. En daar is die toets niet voor bedoeld.

Scholen moeten juist minder vergelijkbaar worden. Dan wordt de toets weer waar hij voor bedoeld is: namelijk om te kijken waar de leerling staat.

Ik wil onder andere de overgangen tussen de verschillende naar het voortgezet onderwijs. Ik vind dat de knip nu heel hard

is. Die overgang zou soepeler kunnen verlopen. Bijvoorbeeld door brede of verlengde brugklassen meer te stimuleren. Op sommige scholen zijn er brugklassen van twee of drie jaar.

Je hebt natuurlijk typische gymnasiasten en typische

vmbo’ers. En die moeten ook lekker op hun eigen niveau leskrijgen. Maar er zijn ook veel leerlingen van twaalf, dertien

jaar waarbij nog niet duidelijk is wat de juiste school voor ze is. Die hebben belang bij een langere brugperiode. Hetzelfde geldt

voor de overgang van vmbo naar mbo. Na het eindexamen hebben de leerlingen vier maanden vakantie. Ze gaan werken,

op vakantie en raken uit het ritme. Het gevolg is nu vaak dat ze niet meer aan een vervolgopleiding beginnen. Het zomerlek

noemen we dat. Als je daar wat schakelmomenten in zou lassen, kun je de uitval wellicht verkleinen.

Wat heeft u al bereikt als het om resultaten in het onderwijs gaat? Waar bent u trots op?

Ik ben er trots op dat de kleutertoets niet meer verplicht is. En dat ik samen met collega’s van D’66 en de SGP, voor elkaar heb gekregen dat het inspectiebezoek anders wordt

ingevuld. Vroeger was de inspectie vooral op de administratie gericht, de beroemde afvinklijstjes. Scholen keken tegen

zo’n bezoek op. De scholen waren gericht op wat men dacht dat de inspectie graag wilde zien. Nu wordt het gesprek aangegaan op basis van de ambities van de school. De

inspectie geeft feedback op de ambities die in het schoolplan worden beschreven en kijkt of die ook waargemaakt worden. De wijze waarop de inspectie de scholen tegemoet treedt, is veranderd. Daar ben ik trots op.

Wat is er mis met afvinklijstjes? Waarom moest het toezicht veranderen?

Vanwege de kaders die er bestonden, ontstond een eigen

werkelijkheid. De inspectie ging scholen bijvoorbeeld aanspreken op het feit dat er te klassikaal lesgegeven werd.

De inspectie gaat echter niet over hoe het onderwijs gegeven wordt. De inspectie gaat over vragen als: zijn de opbrengsten

voldoende? Zijn er goede leraren? Worden de kerndoelen gehaald?

Door nu de eigen ambities van de school als uitgangspunt te

nemen, kan de inspectie de school een spiegel voorhouden. Geeft een school bijvoorbeeld aan graag met i-Pads te werken en er zijn geen i-Pads in de school te vinden, dan kan

daar een vraag over gesteld worden. Het oordeel is minder veroordelend. De scholen zelf zijn daar ook blij mee. 

TROTS

voor professionals in het basisonderwijs

13


INTER V I E W.

TROTS

voor professionals in het basisonderwijs

14


EEN PASSIE VOOR TOETSEN MAKEN

Een goede toets maken vereist vakmanschap. Bij AMN zijn we er soms jaren mee bezig. Onder andere psychologen, onderwijsadviseurs en ICT’ers zijn bij het proces betrokken. Een interview met psychologe Roseri Kropfeld. >>>

TROTS

voor professionals in het basisonderwijs

15


SOMS LIGGEN DE ASPECTEN DIE JE WILT METEN DICHT BIJ ELKAAR Voor de eindtoets lag er al een kader voor rekenen

en taal van de overheid klaar. ‘Het is onmogelijk om

met een slechte eindtoets op de markt toegelaten te

We stellen ons dan de vraag: hoe meten en rapporteren we dat? En wat voor soort vragen gaan we stellen?’

worden,’ vertelt psychologe Roseri Kropfeld ‘De eisen

Na het samenstellen van de vragenlijst en het ontwikkelen

door het ministerie van OC&W, keurt de aangeboden

proefafnames plaatsvinden. Fouten en onvolkomenheden

zijn heel erg streng. Een commissie, die ingesteld is

toetsen. Deze commissie adviseert de staatssecretaris over welke toetsen wel en niet toegelaten zouden moeten worden.’

van de toets, is het heel belangrijk dat er voldoende kunnen er dan uitgefilterd of aangepast worden. Bij de

proefafnames van de AMN Eindtoets waren duizend leerlingen betrokken. Voor Aansluiting PO-VO werden meerdere pilots gedaan.

Mooie instrumenten

Roseri werkt sinds 2010 bij AMN. Ze maakt deel uit van

Daarna vindt het proces van analyseren plaats. De

van de testen en toetsen. Dat ze een doorbijtertje is, blijkt

van het ontwikkelen van een nieuwe toets of test. Door

het team van psychologen dat is betrokken bij het maken wel uit het feit dat ze eerst mavo en havo deed, voordat ze op het vwo terechtkwam. Daarna

studeerde ze

psychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Ze koos, onder andere, voor deze opleiding omdat het onderwerp

test- en vragenlijstconstructie haar erg boeide. Tijdens

de studie volgde ze verschillende vakken op het gebied van testconstructie en statistiek (psychometrie). In het kader van haar afstudeeronderzoek ontwierp ze zelf een vragenlijst, waardoor ze kennis maakte met het

psychometrische analyse is een zeer belangrijk onderdeel middel van psychometrische analyses onderzoeken

we de betrouwbaarheid en validiteit en garanderen we de kwaliteit van de instrumenten. Daarnaast wordt de

cesuur (de score bij een toets waarboven men geslaagd is) bepaald of een normering vastgesteld. We maken voor elk instrument een heldere, maar ook gedetailleerde,

rapportage die objectief is en zo min mogelijk interpretatie overlaat aan de lezer.

proces van het ontwikkelen van een test. Ze is er nog

Valkuilen

een boeiend proces. Het werk is afwisselend vanwege

vertelt dat de aspecten die je wilt meten soms dicht bij

steeds enthousiast over. ‘Het maken van een toets is de verschillende stappen in het proces. Ik ben er trots

op dat ik bij mag dragen aan het maken van zulke mooie instrumenten.’

Een toets maken, is een langdurig proces. Voor de meeste testen en toetsen zijn geen vooraf gestelde kaders

beschikbaar. Meestal moeten toetsenmakers zelf op zoek naar kaders, richtlijnen en theorieën over het onderwerp. Goed onderzoek doen is dan een vereiste. Met het

maken van de test Aansluiting zijn we bijvoorbeeld ruim

twee jaar bezig geweest. ‘Je moet er goed op letten dat in de test gemeten wordt wat je wilt meten’ vertelt Roseri.

‘Bijvoorbeeld intelligentie of persoonlijkheidskenmerken. voor professionals in het basisonderwijs

elkaar liggen. Denk aan vriendelijkheid en extraversie. Het is belangrijk om een goed onderscheid te maken. En ook

te kijken waar de resultaten elkaar overlappen. Verder

moet het geven van sociaal wenselijke antwoorden,

Hoe meten en analyseren?

TROTS

Wat zijn de valkuilen bij het maken van een toets? Roseri

16

bij testen over bijvoorbeeld gedrag en houding, ondervangen worden. Roseri: ‘Daarom stellen we dezelfde

vragen soms op een andere manier. Bijvoorbeeld: “Ik stap makkelijk op andere mensen af” en “Ik vind het lastig om op andere mensen af te stappen.” Bovendien verbergen

we in sommige testen vragen die in de score laten zien dat de student mogelijk sociaal wenselijke antwoorden

heeft gegeven’ vervolgt ze. ‘Overigens speelt dat in het basisonderwijs minder omdat jonge kinderen zich daar minder bewust van zijn.’ 


TROTS

voor professionals in het basisonderwijs

17


Toetsen Nederlands, Engels en rekenen Iedereen over de eindstreep

Online volgen, vergelijken en begeleiden op de kernvakken Vorderingen van alle leerlingen snel in beeld met heldere rapportages en groepsoverzichten. De scores worden vergeleken met anderen en afgezet tegen ERK en referentieniveaus. Adaptief en diagnostisch; dus snel helder waar bijsturing nodig is.

Meer weten? 026 3557333

www.amn.nl

Toetsen Nederlands, Engels en rekenen:  Adaptief  Genormeerd  Methode-onafhankelijk  Eenvoudige koppeling met Parnassys en Esis

info@amn.nl


Het begrip weeshuis is iets waar de meeste mensen in Nederland geen beeld bij hebben. En gelukkig maar. Natuurlijk kent ons land ook heus schrijnende gevallen. Gevallen waarin het ouders niet lukt om zelf voor hun kinderen te zorgen. Maar over het algemeen mogen we ons in Nederland prijzen met een samenleving die welvarend is en zijn zaakjes goed voor elkaar heeft. Dat is niet overal zo. >>>

IN DE STEEK GELATEN TROTS

voor professionals in het basisonderwijs

19


ACHT E RG R O N D .

Het Roemeense avontuur

ze, onder een toeziend oog, zelfstandig de wereld in. De

werk wordt gedaan door de collega’s aldaar. Hoe is dat zo

de rationele kant en Pieter werd met AMN al snel een

AMN is al 16 jaar actief in Roemenië. Veel van het ictgekomen, vragen veel mensen die AMN voor het eerst leren

kennen zich af? Het antwoord zit in de altruïstische aard van

de oprichter van AMN, Pieter van der Neut. Al voordat hij 18 jaar geleden AMN oprichtte was hij actief met het organiseren van transporten hulpgoederen naar het Roemenië van wijlen

Ceaușescu, de wrede dictator die van 1967 tot 1989 met harde hand het land regeerde.

Pieter vertelt: “Ik heb me altijd wel voor andere mensen

ingezet. Als ik zie dat iemand in nood is, kan ik niet stil blijven zitten. Ik organiseerde al transporten naar Roemenië

zorgende kant van de zakenman won het opnieuw van van de belangrijke sponsors van het weeshuis. En het bleef niet bij een bijdrage in geld. Tegenwoordig is Pieter

al weer enkele jaren voorzitter van de stichting die het weeshuis beheert. Pieter vervolgt: “Als ik zie hoeveel we

met relatief eenvoudige middelen kunnen betekenen voor deze kinderen dan zal ik me er voor blijven inzetten tot ik

zelf niet meer kan. Het gaat me te zeer aan het hart om

niets te doen. Gelukkig heb ik in mijn netwerk in Nederland nieuwe sponsors kunnen vinden die samen met ons die verantwoordelijkheid willen delen. Daar ben ik trots op.”

nog voordat ik met AMN was begonnen. Toen het bedrijf

Niet mee te koop lopen

slimme ict-ers, kwam ik er in Roemenië achter dat er hier

best bewaarde geheim. We willen er absoluut niet mee te

eenmaal was gestart, en we al snel uitbreiding zochten met veel ontzettend intelligente mensen beschikbaar waren.”

Inmiddels is de vestiging in Roemenië uitgegroeid tot een club van zo’n 10 mensen die inmiddels naast het ontwikkelen en testen van de software, ook de lokale markt bedient met moderne assessments.

Het bloed kruipt waar het niet gaan kan

Toen de vestiging in Roemenië eenmaal was opgezet kwam

Pieter niet lang daarna in contact met een organisatie die de zorg voor weeskinderen op zich nam. Het weeshuis dat vlakbij de provinciestad Sibiu ligt, heeft plek voor 20 kinderen

die tot hun 18de jaar kunnen blijven wonen. Daarna gaan TROTS

voor professionals in het basisonderwijs

20

Dat AMN dit weeshuis sponsort is misschien wel ons koop lopen vertelt John Mulder, directeur van AMN. “We

doen het niet om onze onderneming in een beter daglicht

te plaatsen. Het zit gewoon in onze genen zou je kunnen zeggen.” Toch leek het Mulder een mooie gelegenheid er

nu wel iets over te zeggen. Mulder: “ik ben er trots op dat we dit kunnen doen voor deze kinderen. Dat ook zij op die

manier aan een betere toekomst kunnen werken. En, nu we

dit blad op meer dan 7.000 basisscholen bezorgen, een mooie gelegenheid een oproep te doen voor toekomstige

sponsors. Ik zou het meer dan geweldig vinden wanneer we langs deze weg de toekomst voor deze kinderen nog beter veilig kunnen stellen.”




Gepersonaliseerd LOB traject Hoe werkt dat? Wij geloven dat iedereen met talent is geboren. Op zijn of haar niveau. Dat is zoals het is. Wij geloven dat talent gekoesterd moet worden om het te laten groeien. Om talent te koesteren, te kunnen laten groeien moet je talent kennen. Om daarna te erkennen en te herkennen.

Entree

onderbouwt persoonlijke keuzes Daarom biedt AMN een complete en coherente online methode voor LOB. Van de brugklas tot en met de examenklas. Voor een onderzochte en bewuste keuze voor een vervolg-opleiding. De grote hoeveelheid verschillende testen en opdrachten geven de leerlingen zicht op wat ze belangrijk vinden en waar ze goed in zijn. Entree geeft de mogelijkheid ervaringen op te doen, daarop te reflecteren en er over in dialoog te gaan. Elke leerling werkt vanuit een eigen digitaal portfolio, het paspoort. Voor de begeleiding zijn er zowel individuele als groepsrapportages om de ontwikkeling van elke leerling te monitoren. Terwijl het portfolio groeit, ontwikkelen leerlingen hun loopbaancompetenties. Zo maken ze een onderbouwde keuze voor hun vervolgopleiding of baan.

Wij geloven in talent. In talent in goede handen. Niet in magie. Daarom geloven wij in meten en begeleiden van start tot finish.

Meer weten: info@amn.nl of 026 3557333


ACHT ERGR O N D .

TROTS

voor professionals in het basisonderwijs

22


Aanvankelijk bevorderde de Citotoets de gelijkwaardigheid van kinderen. Later werd het vooral een afrekeninstrument. Een korte geschiedenis.

DE EINDTOETS E E N KORTE GESC HIEDENIS

Hoe slim zijn onze leerlingen? En welke schoolkeuze is

een afrekeninstrument. Was de uitslag van de Citotoets

een methode om de intelligentie van basisschoolleerlingen

advies van de leerkracht, gaandeweg werd steeds vaker

verantwoord? Sinds de jaren zestig bestaat de vraag naar te testen. Adriaan de Groot, hoogleraar toegepaste

psychologie aan de Universiteit van Amsterdam, kwam tijdens een reis in de Verenigde Staten in contact met een

bedrijf dat intelligentietesten ontwikkelde voor leerlingen op de basisschool en de middelbare school. Na zijn

aanvankelijk nog een soort van second opinion naast het

alleen naar deze uitslag gekeken. Was de score onder een bepaald niveau, dan ‘hoefden’ de scholen het kind

niet meer. Kinderen werden op die manier min of meer gebrandmerkt door de uitslag.

terugkeer zette hij zich, samen met een aantal andere

Andere aspecten

in Nederland. Aanvankelijk kreeg het initiatief echter veel

rekenen, lezen en schrijven getoetst. Maar om een

hoogleraren, in voor de invoering van een soortgelijke test kritiek vanuit de samenleving. Zo zou het ongepast zijn om een kind op een dergelijke manier te meten en paste de toets niet in de Nederlandse onderwijscultuur.

Toch mocht De Groot in 1966 in opdracht van de gemeente Amsterdam de Amsterdamse Schooltest ontwikkelen. Twee jaar later werd het nationaal toetsingsinstituut,

het Centraal Instituut voor Toetsontwikkeling (CITO),

In de Citotoets worden bovendien alleen de vaardigheden opleiding tot een goed einde te (kunnen) brengen, is meer nodig. Bekend is dat motivatie, zelfstandig kunnen werken

en sociale vaardigheden ook een grote rol spelen. Omdat in de Citotoets niet alle factoren werden meegewogen, was de advisering voor een vervolgopleiding in het verleden niet altijd correct.

opgericht. De Citotoets was toen wettelijk niet verplicht.

Veranderingen

basisscholen er gebruik van.

In tegenstelling tot voorheen, kunnen de scholen nu

Maar al snel maakte ruim 85 procent van de Nederlandse

Afrekeninstrument

Aanvankelijk was de Citotoets ook een instrument om de gelijkwaardigheid onder kinderen te bevorderen. De standen- en klassenmaatschappij was destijds immers

nog veel meer intact dan nu. Met een dergelijke toets kon men alle kinderen op een objectieve manier toetsen. Maar

Sinds 2015 is het maken van een eindtoets verplicht.

kiezen uit verschillende toetsen. Bovendien wordt het oordeel van de leerkracht doorslaggevend en niet de

resultaten van de toets. De eindtoets wordt ook later in

het jaar afgenomen dan de Citotoets. Wellicht dat deze veranderingen de negatieve effecten van de Citotoets doen afnemen. 

er was ook kritiek. Eén van de belangrijkste bezwaren is

dat de toets slechts een momentopname is en dus geen volledig beeld geeft van de capaciteiten van het kind. Bovendien werd de toets in de loop der jaren steeds meer

TROTS

voor professionals in het basisonderwijs

23


VERFIJND ONDERWIJS OP MAAT

Hoe kun je kinderen bieden wat ze nodig hebben? Tim Hoogendoorn (35) werd gegrepen door de verwezenlijking van dat ideaal. Onderwijs op maat voor iedere leerling is inmiddels zijn doel geworden. ‘Zonder digitalisering is dat niet te doen voor leerkrachten.’

Bovendien maken we ook nog onderscheid tussen de vaardigheden in de verschillende vakken zelf. Misschien

kan de leerling dan wel aardig op- en aftrekken maar heeft Dat hij leerkracht zou worden, lag niet voor de hand. Hij probeerde eerst een studie management, economie en

rechten. Daarna werd het personeel en arbeid. Pas toen hij op de Pabo belandde, werd hij echt geraakt en wist hij dat hij de juiste keuze had gemaakt. ‘Het basisonderwijs is een grote eenheidsworst. Alle kinderen hebben verschillende niveaus. Dat doet iets met kinderen. Of het is te moeilijk. Of het is te makkelijk. De zes voor de ene leerling is een

tien voor de andere leerling. Door beide scenario’s kunnen kinderen negatieve ervaringen opdoen.‘

Tim werkt inmiddels elf jaar in het basisonderwijs. Momenteel is hij leerkracht van groep 8 op de Borchstee

in Elburg. Kinderen bieden wat ze nodig hebben, het onderwijs afstemmen op de leerling, dat is waar hij de afgelopen tijd hard mee bezig is geweest. ‘Het gaat om

het hele kind, ook om zijn persoonlijkheid en leerstijl. Ik

ben er trots op dat ik iets heb kunnen betekenen in de ontwikkeling van gepersonaliseerd leren hier op school.’

Onderwijs op maat, gaat veel verder dan een kind in groep 8 dat niet goed is in rekenen de leerstof van groep 7

aanbieden. Op de Borchstee is de differentiatie in inhoud

veel groter en verfijnder. Tim: ‘We kijken in termen van beheersing. Een leerling kan bijvoorbeeld 90% beheersing hebben over schrijven en 60% over optellen en aftrekken.

voor professionals in het basisonderwijs

Wil je kinderen zo gedifferentieerd mogelijke lesstof

aanbieden, dan ontkom je niet aan digitalisering volgens Tim. Op de Borchstee werken de kinderen dan ook met iPads en tablets. ‘Anders is het niet te doen voor

de leerkracht. Die moet dan alles bij elkaar kopiëren. Bovendien kun je de leerling digitaal beter volgen en zien waar hij of zij vastloopt.’

Risico’s

En wat vindt hij van de eindtoets? ‘Wij weten wel wat het niveau van een kind is. Daar hebben we de eindtoets niet

Termen van beheersing

TROTS

hij maar 20% beheersing in breuken maken.’

24

voor nodig’ zegt Tim. ‘De eindtoets legt een grote druk op kinderen. Ik vind het ook goed dat het advies van de

school bindend is.’ Toch is hij van mening dat de inspectie de eindtoets niet voor niets inzet. ‘Ik begrijp dat ze een

valide meetlat willen hebben om het advies dat de school geeft te kunnen staven.’

Bovendien kunnen ook leerkrachten er wel eens naast

zitten. Zelfs onderwijs op maat kent risico’s. ‘Je moet heel goed onderzoeken waarom een leerling bepaalde fouten

maakt. Of een niveau niet lijkt aan te kunnen’ verklaart Tim. ‘Is het onvermogen? Of speelt er iets anders? Misschien

heeft de leerling er geen zin in en presteert hij onder zijn niveau. Of heeft hij één enkele tip nodig om het wel te

kunnen. Zoek je het niet goed uit, dan maak je misschien ten onrechte te snel een stap naar boven of beneden.’




INTER V I E W.

TROTS

voor professionals in het basisonderwijs

25


‘LEERKRACHTEN ZOUDEN MEER LEIDERSCHAP MOETEN TONEN’

TROTS

voor professionals in het basisonderwijs

26


INTER V I E W.

Van top-down beleid in het onderwijs houdt ze niet. Marijn Knevel (34) geeft de leerkrachten zelf liever meer invloed. ‘Daar zit de kennis en de

deskundigheid. De leerkrachten zouden de inhoud en de richting van het onderwijs moeten bepalen.’

Zelf is ze erg enthousiast over het Daltononderwijs, dat

kennis en deskundigheid. Zij zouden de inhoud van het

werkte. Marijn Knevel: ‘Ik ben er trots op dat ik daar met

toe gaat. Leerkrachten zouden op hun beurt weer naar de

ze hielp nieuw leven in te blazen op de school waar ze

het team de kwaliteit van het onderwijs heb kunnen verbeteren.’ De pijlers van Daltononderwijs zijn, onder andere, verantwoordelijkheid, zelfstandigheid en vrijheid in verbondenheid. ‘Het gaat erom dat leerlingen zelf

verantwoordelijk worden voor hun leerproces’ licht Marijn

onderwijs moeten bepalen en de richting waar het naar kinderen moeten kijken om te achterhalen wat er nodig is en waar de behoefte ligt.’ Ze vervolgt: ‘Zoek je kinderen die passen bij het onderwijs op de school? Of pas je het onderwijs aan aan de behoefte van de kinderen?’

toe. ‘Dat ze zelf bepalen hoe en wat ze op welk moment

Gedragsspecialist

vinden? Volgens Marijn valt dat reuze mee. ‘Kinderen

naar de praktijk? Ze geeft een voorbeeld. ‘Ik sprak laatst

willen leren.’ Doen kinderen dan niet alleen wat ze leuk

vinden het erg leuk om dingen te leren. En als ze iets niet willen, dan ga je daarover in gesprek met het kind. Waarom

houdt een kind niet van rekenen? Het kan zijn dat het kind

het vak moeilijk vindt en dat er meer uitleg nodig is. Of dat er is juist behoefte is aan meer verdieping.’

Eigenaarschap Marijn

is

van

oorsprong

basisschoolleerkracht.

De afgelopen jaren maakte ze ook deel uit van het schoolmanagement. Momenteel werkt ze bij AMN om scholen te informeren over Aansluiting PO-VO. Ze heeft specifieke ideeën over hoe goed onderwijs eruit zou moeten zien. ‘Goed onderwijs gaat en staat met de

professionaliteit van de leerkrachten’ meent ze. ‘De school zou een nog professionelere organisatie moeten zijn.’ Ook hierbij speelt eigenaarschap een grote rol. Leraren laten

zich nu soms meer leiden dan dat ze leiderschap tonen,

vindt ze. Natuurlijk ligt dat ook aan de leiderschapsstijl van de directie van de school. Marijn: ‘Ik houd niet van

top-down beleid, dus een visie opleggen waaraan de

leerkrachten moeten voldoen. Bij de leerkrachten zit veel

De theorie van Marijn is helder. Maar hoe vertaalt deze zich

een directeur die de visieontwikkeling van de school had

gelinkt aan de ontwikkelingsplannen van de leerkrachten.

De leerkrachten bespraken in een werkgroep hoe het onderwijs zich verder zou ontwikkelen. Ze concludeerden

dat het gedrag van de kinderen in de loop der jaren was veranderd en dat er behoefte was aan gedragsspecialisten.

Enkele leerkrachten lieten zich vervolgens omscholen tot gedragsspecialist. In het ontwikkelingsplan van de school

is ook een profiel van een gedragsspecialist opgenomen.

Dit is een voorbeeld waarbij school en team zich als een eenheid ontwikkelen.’

Gaat het over de eindtoets, dan vindt ze dat de Citotoets

een status heeft gekregen die niet meer juist is. ‘Er is nu zoveel druk op komen te liggen dat het niet leuk meer is. Veel middelbare scholen zijn leerlingen alleen op de deze toets gaan beoordelen.’ Of dat de komende jaren

gaat veranderen, betwijfelt ze. ‘Basisscholen zijn heel blij

dat ze nu de keuze hebben tussen verschillende toetsen. Maar er zullen altijd middelbare scholen blijven die te veel waarde hechten aan een degelijke toets. Het is vooral aan de basisschool om daar een sterke positie in te nemen.’

TROTS



voor professionals in het basisonderwijs

27


O.B.S. het Palet

St. Gerardus Majella

Bs. Bleijerheide

Violenschool

CB de Rank

Kind en onderwijs Rotterdam

PCBS ’t Anker

O.B.S De Bruinvis

De Lispeltuut

De Parel

SWBS Pork

PCBS De Berkenschool - Amersfoort

De Borchstee

Dr. Landmanschool

Bernadette Mariaschool

AMN gefeliciteerd! met de toelating van de AMN Eindtoets

Kardinaal Alfrinkschool Maassluis

De Kleine planeet SWS de Sprang

Katholieke Daltonschool Sint Walfridus St. Gregoriusschool Blauwhuis

Jenaplanschool in de Manne

Kopklas Amsterdam

OBS de Schakel – Nunspeet

R.K. Basisschool St. Vitus Aloysius – Maasland

Basisschool Al Ikhlaas

Basisschool St. Jozef – Schipluiden OBS Plataanschool

De Bonkelaar

De Toermalijn

Basisschool Antonius Koningin Wilhelminaschool – Lekkerkerk

KBS Sterre der Zee


AMN magazine TROTS