Page 1

1914

Leen De Laere – In Vlaamse Velden.indd 5

27/01/14 15:38


Leen De Laere – In Vlaamse Velden.indd 6

27/01/14 15:38


Proloog _ juli 1914

‘Ge moet naar de kazerne van Tienen! Morgen al!’ Opgewonden reikt Marie Boesman haar broer Vincent het oproepingsbevel aan. De gendarme die het heeft gebracht, staat er wat bedremmeld bij, aangestaard door tientallen elegant geklede mensen. De meid had hem naar binnen gestuurd zonder te zeggen dat er een feest aan de gang was bij dokter Boesman. ‘Mijn excuses voor het storen’, mompelt de man. Hij richt zich tot Philippe Boesman. ‘Het leger wordt op versterkte vredesvoet geplaatst, dokter.’ ‘Hebt u de onze ook meegebracht?’ Een knappe, donkerharige jongen probeert de aandacht van de gendarme te trekken. ‘Ik ben Hubert Vos.’ De man knikt en haalt nog een brief tevoorschijn. ‘Hier. Tekenen voor ontvangst, alstublieft.’ ‘En voor Ludovic Snyders’, voegt Hubert eraan toe, terwijl hij op zijn vriend wijst. ‘En Guillaume? Gaat gij niet mee?’ vraagt Marie op uitdagende toon aan haar jongste broer. Die strijkt over zijn iele snorretje en schudt het hoofd. ‘Komaan, man! De vier musketiers!’ Hubert grijnst enthousiast naar Guillaume. ‘Die waren maar met drie!’ antwoordt die. ‘Guillaume is te jong, Marie.’ 7

Leen De Laere – In Vlaamse Velden.indd 7

27/01/14 15:38


Haar moeder is erbij komen staan en neemt de brief uit Vincents handen. Haar ringen fonkelen in het kaarslicht. Marie ziet dat haar hand een beetje beeft, maar haar stem klinkt kalm als altijd. ‘Hij is niet te jong om als vrijwilliger te gaan’, klinkt opeens de stem van Vincent. Guillaume haalt zijn schouders op. ‘Wie doet zoiets vrijwillig?’ ‘Iemand die het vaderland wil dienen!’ snibt Marie. Haar donkere ogen kijken verontwaardigd. Hubert glimlacht om haar felheid. Het valt hem ineens op dat Vincents zusje geen kind meer is, maar een aantrekkelijke jonge vrouw. Hoe oud zou ze zijn? Een jaar of zestien? Marie ziet zijn glimlach en lacht verlegen terug. ‘Niemand is ermee gediend dat ik ga vechten’, zegt Guillaume op de cynische, lijzige toon waarmee hij zijn broer altijd op stang jaagt. ‘Behalve de vijand misschien.’ Virginie Boesman werpt een argwanende blik op Godelieve, de meid. Dat kind is veel te slordig en te brutaal. De manier waarop ze nu weer naar Guillaume lonkt! En haar jongste zoon moedigt het geflirt dan nog aan ook. Virginie zucht en wenkt Godelieve. ‘Breng dit blad naar buiten, naar meneer. En vraag juffrouw Marie om de lampions aan te steken.’ Ze loopt terug naar het groepje dames dat rond pastoor Verbeke staat. ‘Alstublieft, meneer.’ Godelieve bedient aan tafel, waar de heren een ernstige conversatie in het Frans voeren. Ze begrijpt niet wat ze zeggen, maar het zal wel over politiek gaan. Of over geldzaken. Die deftige meneer naast dokter Boesman is toch bankdirecteur? Philippe Boesman neemt het aangeboden glas wijn aan zonder het gesprek te onderbreken. ‘Ja, ik heb natuurlijk 8

Leen De Laere – In Vlaamse Velden.indd 8

27/01/14 15:38


ook gelezen dat Oostenrijk de oorlog verklaard heeft aan Servië, maar dat gaat ons niet aan.’ ‘Toch wel’, werpt de bankdirecteur tegen. ‘Als de Duitsers meedoen en Frankrijk aanvallen, moeten ze door ons land.’ ‘België is neutraal. Ons grondgebied is onschendbaar’, antwoordt Philippe. ‘Maar de grenzen zijn wel versterkt! En ik hoor dat het leger de bruggen over de Maas heeft ondermijnd. Wij worden meegesleurd in die oorlog, let op mijn woorden!’ De spreker, een magere heer met een grijze baard, kijkt zelfverzekerd de kring rond. ‘Wel, heren, mijn vriend de professor weet het natuurlijk beter dan een simpele gynaecoloog’, zegt Philippe joviaal. De andere mannen glimlachen beleefd. Marie steekt nog een lampion aan. De grote tuin ziet er feestelijk uit met die twinkelende lichtjes. Hier en daar staan tuintafels en -stoelen voor de gasten. De meeste mensen staan in kleine groepjes te praten of wandelen wat rond en bewonderen de rozenstruiken. Marie loopt langs Guillaume, die een glas wijn van Godelieves dienblad neemt, naar Vincent, Ludovic en Hubert. Die zijn al een beetje aangeschoten en tikken lachend elkaars glazen aan, roepend: ‘Vive la compagnie universitaire! Vive la faculté de droit!’ Vincent kijkt uitdagend naar zijn broer. ‘Wij hebben geen vrijwilligers nodig. Die schijten in hun broek als ze een Duitser zien! Hè, Guillaume?’ Hubert en Ludovic lachen. Guillaume reageert niet. ‘Hé, ik heb het tegen u!’ Vincent loopt wat wankel naar zijn broer toe en geeft hem een duw. ‘Broekschijter!’ Opeens doet Guillaume of hij Vincent een kopstoot wil 9

Leen De Laere – In Vlaamse Velden.indd 9

27/01/14 15:38


geven. Er is niets meer over van zijn nonchalante pose, hij lijkt wel een kwade bok die in de aanval gaat. Vincent deinst achteruit, struikelt en valt op zijn achterste. ‘Als het oorlog was en dit zou een Duitse kogel zijn, dan was je nu dood!’ treitert Guillaume. ‘Het wordt geen oorlog! En zeker niet in mijn huis!’ klinkt de autoritaire stem van dokter Boesman. Hij trekt Vincent overeind en geeft hem een duwtje. ‘Vooruit, naar uw kamer!’ Daarna wendt hij zich tot een paar gasten die nieuwsgierig dichterbij zijn gekomen. ‘Mijn excuses. De jongen is geen wijn gewend.’ Geërgerd kijkt hij Vincent na. Dat gedoe van die twee altijd!

10

Leen De Laere – In Vlaamse Velden.indd 10

27/01/14 15:38


Virginie _ juli 1914

‘Al die verschillende uniformen!’ zegt Virginie verbaasd. Ze kijkt het overvolle kerkplein rond, groetend en knikkend. Er zijn veel bekenden die de soldaten komen uitzwaaien. Vincent, in het uniform van de universitaire compagnie, heeft haar niet gehoord. Hij gooit zijn knapzak neer en klopt Hubert enthousiast op de schouder. Ludovic komt aangehold en begroet zijn beide vrienden. Philippe knikt en wuift naar zijn vriend, professor De Vreese, die een paar meter verder staat. Virginie heeft gelijk, die uniformen zijn maar een slordig allegaartje, sommige soldaten dragen zelfs burgerkleding. ‘Goed dat het geen oorlog wordt. Anders wisten ze niet op wie schieten.’ Hij grijnst om zijn eigen geestigheid, maar Virginie kan er niet om lachen. Ze kijkt met gefronste wenkbrauwen naar een mollige blondine die een soldaat staat te zoenen. Schandalig, zo in het openbaar! Dat zou haar dochter niet moeten riskeren. Zoiets zou Marie ook niet doen. Het kind is meer geïnteresseerd in zieke mensen dan in jongemannen. Van kleins af aan wilde ze haar vader ‘helpen’, en de laatste tijd beweert ze zelfs dat ze dokter wil worden. Niet erg passend, natuurlijk, maar het bewijst wel dat ze het hart op de juiste plaats heeft. Het blonde meisje hangt nog altijd rond de nek van de 11

Leen De Laere – In Vlaamse Velden.indd 11

27/01/14 15:38


soldaat. Virginie draait zich om naar Marie, die ook naar het paar kijkt. ‘Stondt gij daarnet niet met dat meisje te praten? Kent ge haar?’ ‘Dat is Hildegard. Van Den Rossen Uil, ze is de dochter van de baas.’ ‘Toch geen vriendin?’ ‘Ik ken haar van school. Ze is…’ Virginie luistert al niet meer. Pastoor Verbeke is net naar buiten gekomen en spreekt de menigte toe. Ze vouwt haar handen en bidt vurig dat het geen oorlog wordt. Dan is het tijd om afscheid te nemen van haar zoon. Virginie zwaait de trein na tot hij uit het zicht verdwijnt. Haar vriendin Jacoba Vos, Huberts moeder, legt een hand op haar arm. ‘Ge gaat Vincent toch binnenkort bezoeken? Ik wil Hubert zo vlug mogelijk zien. Gaan we samen?’ Virginie knikt enthousiast, getroost door het vooruitzicht. Misschien krijgt Philippe trouwens gelijk en kan Vincent weer naar huis komen. Na het vertrek van Vincent voelt het huis vreemd leeg aan. Virginie drentelt onrustig van de ene kamer naar de andere. Ze loopt naar de zitkamer en haalt een klein scapuliermedaillon aan een gouden ketting tevoorschijn. Het is nog van haar vader geweest. Er zit een vergeeld prentje van Christus in, de andere kant is leeg. Ze neemt een prentje van de Maagd Maria om erbij te steken en knipt het zorgvuldig op maat. Het medaillon is voor Vincent. In alle opwinding heeft ze vergeten het hem te geven. Virginie werpt een blik op haar dochter. Marie is verdiept in de krant en leest een artikel over de tentoonstelling De hedendaagsche vrouw. Er staat een portret bij van de voorzitster, een oudere dame. ‘Kijk, papa!’ Marie springt op en duwt de krant onder de 12

Leen De Laere – In Vlaamse Velden.indd 12

27/01/14 15:38


neus van Philippe. ‘Dat is Isala Van Diest, de eerste vrouw die dokter is geworden!’ ‘Op de foor staat een vrouw met een baard. Gaat gij die van u daarom ook laten groeien?’ antwoordt Philippe knorrig. Virginie wil sussend tussenbeide komen. Marie zou beter moeten weten dan nu over dat doktersgedoe door te drammen. Buiten klinkt tromgeroffel en het geklingel van een bel. ‘Wat is dat?’ Marie loopt naar de gang en rukt de deur open, Virginie en Philippe volgen haar. ‘Hoort hier, hoort hier!’ buldert de bellenman. ‘Zijne Majesteit koning Albert heeft een algemene mobilisatie afgekondigd. Alle soldaten moeten onmiddellijk naar hun kazerne!’ Virginie slaat een kruisteken. Terwijl de trommelaars en de bellenman verderop in de straat hun ritueel herhalen, probeert Philippe haar gerust te stellen: ‘Soms houdt een algemene mobilisatie een oorlog juist tegen. De soldaten moeten gewoon de grenzen bewaken.’ ‘Waarom hebt ge dan gisteren al ons geld omgewisseld?’ Philippe haalt zijn schouders op. ‘Voor alle zekerheid.’ Virginie beseft dat hij niet alleen haar, maar ook zichzelf wil overtuigen dat er geen oorlog komt. Maar zij weet wel beter.

13

Leen De Laere – In Vlaamse Velden.indd 13

27/01/14 15:38


Marie

_ augustus 1914

‘Leve België! Leve de koning! Vive le roi!’ Er is een ongewone drukte op straat. Juichende mensen, wapperende vlaggen, hoeden die de lucht in worden gegooid. Het is een prachtige, zonnige dag. Marie komt de winkel van Tierenteyn uit met een potje mosterd en kijkt verbaasd naar de hossende menigte op de Groentemarkt. ‘Wat is er aan de hand?’ vraagt ze een dikke dame met een hond die haar net passeert. ‘De oorlog is begonnen, kind. De Duitse troepen zijn vanmorgen de grens overgestoken. Ga maar snel naar huis.’ Marie wordt aangestoken door de opgewonden stemming. Ze loopt sneller dan anders, zwaaiend met haar boodschappentas, en praat in de tram opgewonden met onbekenden. ’s Avonds schrijft ze met grote letters in haar dagboek: ‘Dinsdag 4 augustus. België is in oorlog!’ Ze legt haar pen neer en kruipt in bed. Nog lang ligt ze te staren in het donker. Als Vincent maar niets overkomt. En Hubert! Toen ze gisteren met maman en Huberts moeder op bezoek was in de kazerne, heeft hij een klaproos voor haar geplukt. Het was de eerste keer dat ze een bloem van een jongen kreeg. Ze is de klaproos aan het drogen en zal ze in haar dagboek plakken. Hubert… Marie sluit haar ogen en glimlacht. 14

Leen De Laere – In Vlaamse Velden.indd 14

27/01/14 15:38


De vreemde, opgewonden sfeer blijft in de lucht hangen. Op straat en in de winkels vertellen onbekenden elkaar verhalen over spionnen, over de opmars van het Duitse Heer, over dappere jongens die als vrijwilliger vertrokken zijn. ‘Zijt ge klaar?’ Maman, tot in de puntjes gekleed, onderbreekt haar gesprek met Godelieve als Marie de keuken binnenkomt. ‘Fietst gij mee met Godelieve naar boer Lievens? Dan kunnen jullie wat extra groenten meebrengen. Hier is het geld.’ Ze geeft haar dochter een snelle kus op haar wang. ‘Vergeet de sleutel niet, want papa en ik gaan ook direct weg.’ ‘Waar gaan jullie naartoe, maman?’ ‘Afspraak met de burgemeester. Papa brengt me.’ Wanneer Marie en Godelieve op hun fietsen stappen, zien ze dat de auto alweer niet start. Philippe, rood aangelopen, draait heftig aan de zwengel. Net als hij de wagen aan de praat heeft gekregen, komen twee militairen te paard aangereden. De sergeant haalt een papier uit zijn brieventas en geeft het aan haar vader. ‘Ik ben dokter. Ik heb mijn voertuig nodig om levens te redden!’ zegt Philippe verontwaardigd na een blik op het document. ‘Uw voertuig zal meer levens redden bij ons,’ antwoordt de sergeant kortaf. ‘Korporaal!’ Hij gebaart dat de man moet afstijgen. De korporaal kijkt Philippe verontschuldigend aan en gaat achter het stuur zitten. Maries vader sputtert tegen en doet teken naar haar moeder dat ze moet uitstappen. Die blijft echter kalmpjes zitten. Marie komt dichterbij en hoort maman zeggen: ‘Ik ben voorzitster van de vrouwengilde. Ik heb een afspraak met 15

Leen De Laere – In Vlaamse Velden.indd 15

27/01/14 15:38


burgemeester Van Cleemputte. Een lift naar het gemeentehuis zal nog wel lukken, zeker?’ De sergeant knikt en rijdt weg. Op de terugweg van boer Lievens fietsen Marie en Godelieve voorbij Den Rossen Uil. ‘Wat gebeurt daar?’ schrikt Godelieve. ‘Is dat onze kolenboer niet?’ Een opgewonden groepje bewerkt de gevel van het café met stenen en stoelen onder het roepen van scheldwoorden als ‘smerige mof’ en ‘spion!’ Een van de ruiten is gebroken, het terras is een puinhoop. Marie stopt bruusk. Godelieve moet remmen en botst bijna tegen haar aan. Kamiel, de kolenboer, neemt een stoel en gooit nog een ruit in. ‘Daar, de Duitserhoer!’ schreeuwt iemand. Twee vrouwen storten zich op de cafébazin. Ze slaan en trappen haar tot ze op de grond valt. ‘Weg hier, Marie! Kom!’ Godelieve geeft haar een duwtje. Op het moment dat Marie wil wegfietsen, ziet ze hoe een schreeuwende en huilende Hildegard bij de haren naar buiten wordt gesleurd. ‘Laat haar los!’ Marie gooit haar fiets neer en loopt naar haar vriendin. Een potige jongen houdt haar tegen. Gérard heet hij, herinnert ze zich, hij is de zoon van de kolenboer. ‘’t Zijn Duitsers!’ ‘Laat haar los, zeg ik u!’ Marie geeft hem een duw en loopt naar Hildegard toe. Gérard wankelt en struikelt over een fles. Een vrouw komt tussenbeide en geeft Marie een mep. Die valt met haar linkerarm in de scherven van de kapotte ruit. 16

Leen De Laere – In Vlaamse Velden.indd 16

27/01/14 15:38


Het doet ontzettend pijn, het bloed begint direct te wellen. ‘De gendarmes! De gendarmes komen!’ wordt er geroepen. De herrieschoppers vluchten weg. In de gauwte nemen ze bierbakken mee. Met de hulp van Godelieve krabbelt Marie overeind. Met haar rechterhand zoekt ze steun op de grond en klauwt daarbij in een uitgerukte pluk haar van Hildegard. ‘Au, mijn arm!’ ‘Meekomen! Nu!’ roept Godelieve. De meisjes fietsen weg als de gendarmes arriveren. Die avond plakt Marie de pluk haar van Hildegard in haar dagboek. Ze wil net het licht uitdoen en in bed kruipen als ze een steentje tegen het raam hoort. ‘Hildegard! Wacht, ik kom naar buiten.’ Het is een warme avond. Een lichte bries doet de bladeren ritselen. De meisjes gaan in een donker hoekje van de tuin op een bank onder een boom zitten. ‘Ik kom u bedanken’, fluistert Hildegard. ‘Zonder u was het misschien nog erger geweest.’ ‘Is uw vader een spion?’ vraagt Marie. ‘Maar nee! Hij woont al twintig jaar in Gent.’ Na een korte stilte vraagt Marie: ‘En nu?’ ‘Onderduiken tot het veilig is.’ Marie knikt. ‘Dus we gaan mekaar niet meer zien?’ ‘Misschien kunt ge mij komen bezoeken. Kleermakerij Daenens. Dat is de broer van mijn moeder. Aan niemand zeggen, hé.’ Marie belooft het. Hildegard doet haar armband uit en bevestigt hem om de pols van haar vriendin. ‘Zo zult ge mij niet vergeten.’

17

Leen De Laere – In Vlaamse Velden.indd 17

27/01/14 15:38


Philippe

_ augustus 1914

Het is een warme augustusdag. Philippe is al uren bezig in het ziekenhuis: ’s ochtends een keizersnede en nu nog een bevalling. Het gaat niet vlot en hij probeert de aanstaande moeder op haar gemak te stellen met een grapje: ‘Komaan, madammeke, het is geen Duitser, u moet hem niet tegenhouden!’ Op dat moment steekt zijn vriend, professor De Vreese, zijn hoofd om de hoek van de deur. ‘Mijn excuses, Philippe, kan ik u even spreken?’ Philippe knikt enthousiast. Zijn benoeming zal rond zijn! Hij droomt ervan om een hoogleraarschap aan de Gentse universiteit in de wacht te slepen. ‘Hoeveel colleges kan ik geven?’ vraagt hij gretig. De Vreese schudt spijtig zijn hoofd. ‘Uw kandidatuur is geweigerd.’ ‘Omdat ik Nederlandstalig ben, zeker?’ is zijn boze reactie. ‘Het spijt me, ik heb mijn best gedaan. Ik denk...’ Op dat moment kermt de aanstaande moeder luid. Philippe maakt een machteloos gebaar en verdwijnt achter het scherm. Hij kan die vrouw moeilijk vragen om even te wachten met bevallen tot hij uitgepraat is.

18

Leen De Laere – In Vlaamse Velden.indd 18

27/01/14 15:38


Philippe wrijft in zijn branderige ogen. Het is een zware werkdag geweest en hij is in een slechte bui door het nieuws van De Vreese. En dan nu nog een huilebalk op het spreekuur! ‘Mijn man is vertrokken. Als vrijwilliger.’ De vrouw kijkt Philippe hulpeloos aan. Ze is hoogzwanger en compleet over haar toeren. ‘Wat moet ik nu doen?’ jammert ze. ‘Wat als die Duitsers hier in Gent komen?’ ‘Zo’n vaart zal het niet lopen’, sust Philippe haar zonder op te kijken. Hij schrijft een recept en geeft het haar. ‘Alstublieft.’ De vrouw wijst op een slordig opgevouwen exemplaar van de avondkrant van de vorige dag, die op een zijtafel ligt. De kop op de voorpagina schreeuwt triomfantelijk: ‘Groote Belgische overwinning!’ ‘Zou die oorlog rap gedaan zijn?’ ‘Natuurlijk. De Duitsers zullen binnenkort al weg zijn, madame. De forten van Luik zijn onneembaar. Dat weet toch iedereen.’ Zijn rustige autoriteit kalmeert de vrouw. Ze bedankt ‘meneer doktoor’ hartelijk en verlaat de praktijk. ‘Dag juffrouw Blommaert, ik ben er morgen weer!’ roept Philippe naar de vroedvrouw. Buiten haalt hij diep adem. Er lopen tientallen soldaten rond, sommigen met een geweer over de schouder. Het zijn allemaal vrijwilligers. De terrassen van de cafés zitten vol, hij ziet een zee van over dagbladen gebogen hoofden. Iedereen draagt een lintje of strikje met de Belgische driekleur. Hier en daar zie je ook het blauw-wit-rood van de Franse vlag. Een lege bierwagen dendert voorbij. De voerman, hoog op de bok, laat zijn zweep knallen. Bij een bocht in de weg springen twee gendarmes tevoorschijn. De paarden steige19

Leen De Laere – In Vlaamse Velden.indd 19

27/01/14 15:38


ren en de voerman roept kwaad dat de gendarmes uit de weg moeten gaan. Ze gebaren dat hij moet afstappen en maken de paarden los. Die krijgen een wit lint om de nek – het teken van wettelijke opvordering – en worden weggeleid. De voerman staat hoofdschuddend bij zijn wagen, verslagen. ‘Ja man, ze hebben mijn auto ook afgepakt!’ zegt Philippe tegen hem. Hij groet een patiënte, een knappe jonge vrouw met een baby in de kinderwagen. In het voorbijgaan ziet hij dat er een tricolore lintje op de muts van het kind is gespeld.

20

Leen De Laere – In Vlaamse Velden.indd 20

27/01/14 15:38


Vincent _

augustus 1914

‘Dat is nu al dagen dat we niets anders doen dan rijden en stoppen. We beleven niks!’ moppert Hubert. Hij fietst, samen met Vincent, op kop van het peloton. ‘Peloton, halt!’ roept de sergeant luid. Hij beveelt hen in het Frans af te stappen en hun kamp op te slaan. Een paar mannen, onder wie Vincent, worden aangeduid om te voet op verkenning te gaan. Na een tijdje ziet Vincent, die voorop loopt, in de verte twee ruiters in Duits uniform. Hun lansen en pinhelmen weerkaatsen het zonlicht. ‘Ulanen, sergeant’, fluistert hij. De mannen laten zich op de grond vallen en trachten zich te verbergen in het struikgewas van het bos. Vincent wurmt zich door dichte struiken in een greppel. Hij kan niets zien, maar hoort een paard snuiven. De ulanen moeten vlakbij zijn. Gespannen wacht hij af, met zijn vinger om de trekker. Pas wanneer hij langzaam wegstervend hoefgetrappel hoort, durft hij opnieuw op te kijken. De ruiters verdwijnen in de verte. Vincent staat op en wuift naar de anderen, die overeind komen in het bos. Plots horen ze achter zich gekraak van takken. In paniek wordt een schot gelost, dat direct wordt beantwoord door schoten van de andere kant. Vincent ziet een soldaat lopen, legt aan en schiet. 21

Leen De Laere – In Vlaamse Velden.indd 21

27/01/14 15:38


De sergeant beveelt zijn soldaten om aan te vallen met de bajonet. Wanneer Vincent klaarstaat om de gevallen soldaat de genadestoot te geven, hoort hij hem kermen: ‘Pitié! S’il vous plaît…’ Vincent bevriest en kijkt de stervende man verschrikt aan. Hij beseft vol afgrijzen dat hij een Waal, een landgenoot, heeft gedood. Vincents peloton cyclisten trekt verder door Limburg. De sfeer is gespannen. Vincent worstelt met schuldgevoelens, zijn makkers zijn onder de indruk van het gebeuren. Er wordt gefluisterd en gewezen als hij voorbijkomt. Pas nadat hij met de aalmoezenier, eerwaarde Poullet, heeft gesproken, voelt hij zijn last wat lichter worden. Hij blijft de woorden van de aalmoezenier bij zichzelf herhalen: ‘Vecht voor twee. Zorg dat die Waal niet voor niets is gestorven.’ Op 12 augustus bevindt het peloton zich in Halen, vlak bij een brug over het riviertje de Gete. De soldaten liggen achter een verschansing van opgehoopte aarde. De sfeer is tot het uiterste gespannen: vlakbij ligt een grote eenheid van de Duitse cavalerie. Vincent kijkt met één oog over de korrel van zijn geweer: ‘Niemand te zien, alles is rustig.’ Dan klinkt een klaroenstoot, gevolgd door mitrailleurvuur van de overkant van de Gete. ‘Tirez à vue!’ brult de sergeant. Vincent, Ludovic en de andere soldaten beginnen meteen te vuren. Hubert bedient een Hotchkiss-mitrailleur die razendsnel en oorverdovend kogels uitbraakt. Opeens houdt het geluid van de mitrailleur op. Vincent kijkt opzij. Hubert zit scheefgezakt achter de Hotchkiss. Zijn ogen zijn leeg, in zijn voorhoofd zit een gapende kogelwond. 22

Leen De Laere – In Vlaamse Velden.indd 22

27/01/14 15:38


Virginie _

augustus 1914

‘Duizenden landgenoten uit Wallonië vluchten in onze richting. En in onze gemeente kunnen veel gezinnen de eindjes niet meer aan elkaar knopen, nu de mannen weg zijn.’ De burgemeester van Sint-Amandsberg schraapt zijn keel. Virginie vermoedt dat hij zich ongemakkelijk voelt onder de blikken van al die vrouwen. Ze kijkt om zich heen in de parochiezaal en knikt naar Mathilde, die net naar binnen zeilt. Ze mag het mens niet, maar ze verkeren nu eenmaal in dezelfde kringen en lopen elkaar constant tegen het lijf. Bij concerten, bij feesten en natuurlijk bij de vrouwengilde. Mathilde kan het niet goed verdragen dat Virginie voorzitster is en probeert haar vaak subtiel te dwarsbomen. ‘De gemeenteraad wil alle goede werken en initiatieven samenbrengen in één gemeentelijk steunkomiteit’, vervolgt de burgemeester. Na het beleefde applausje wendt hij zich tot Virginie: ‘Mevrouw Boesman, wat zijn de plannen van de vrouwengilde?’ ‘Wij stellen voor om dagelijks gratis soep te maken…’ begint ze. ‘Soep met brood!’ komt Mathilde ertussen. Virginie vervolgt: ‘…en die te verdelen, hier in de parochiezaal.’ 23

Leen De Laere – In Vlaamse Velden.indd 23

27/01/14 15:38


‘De kerkfabriek stelt die gratis ter beschikking zolang het nodig is’, vult pastoor Verbeke aan met een glimlach naar Virginie. ‘Een vrijgevig aanbod, eerwaarde.’ De burgemeester friemelt aan zijn horlogeketting. ‘Maar om discussies te vermijden, wil de gemeenteraad dat alle activiteiten op neutraal terrein plaatsvinden. En met vertegenwoordigers van de drie politieke families.’ ‘Mijn man is liberaal’, zegt Mathilde snel. De burgemeester knikt en voegt eraan toe: ‘Ik zorg voor een socialistische dame. Mevrouw Boesman vertegenwoordigt de katholieken?’ Na Virginies bevestiging benoemt de burgemeester haar tot verantwoordelijke voor de soepbedeling. Ze kan het niet laten om Mathilde triomfantelijk aan te kijken. Mathilde vraagt op zure toon wie de soep zal betalen. De burgemeester verzekert haar dat de gemeente daar een noodfonds voor heeft opgericht en een geldinzameling zal houden. ‘Ik doe mee!’ roept Marie enthousiast. Onmiddellijk melden zich nog meer meisjes aan. De burgemeester lijkt het niet te horen. Hij is afgeleid door de binnenkomst van de gemeentesecretaris, die hem terzijde neemt. De secretaris ziet er niet goed uit, vindt Virginie. De man dept zijn bezwete voorhoofd met een witte zakdoek terwijl hij de burgemeester iets in het oor fluistert. Die luistert met een ernstig gezicht. ‘Dames…’ Het geroezemoes in de zaal verstomt. ‘Dames, ik heb slecht nieuws. De forten van Luik zijn gevallen.’

24

Leen De Laere – In Vlaamse Velden.indd 24

27/01/14 15:38


Marie

_ augustus 1914

‘Laat ons bidden voor al onze zonen, echtgenoten en beminden die vechten voor God en vaderland.’ Pastoor Verbeke kijkt de gelovigen ernstig aan. ‘In het bijzonder voor Hubert Vos. De eerste en hopelijk ook laatste gesneuvelde van onze parochie’, voegt hij eraan toe. Marie voelt de tranen alweer prikken. Toen ze het bericht van Huberts dood hoorde, kon ze het niet geloven. Ze ziet dat Jacoba Vos zachtjes zit te huilen en dat ook haar moeder het moeilijk heeft. Na de dienst praten de kerkgangers buiten nog wat na. Guillaume, een van de weinige jongemannen in de zee van vrouwen en ouderen, luistert met een verveeld gezicht naar pastoor Verbeke. Maman probeert een nog steeds snikkende Jacoba te troosten. In de verte hoort Marie hoefslagen en het geratel van wielen. Het geluid komt dichterbij. Even later komt uit een zijstraat een boerenkar vol vluchtelingen, de voorhoede van een trieste stoet. Achter de kar lopen nog meer vluchtelingen: mannen en vrouwen met grauwe, hopeloze gezichten. Ze sjouwen huilende baby’s, dieren en huisraad mee. Sommigen zijn gewond of lopen mank. Allemaal zijn ze vuil en vermoeid. De kerkgangers staren hen zwijgend aan. Marie balt haar vuisten en hapt naar adem. Ze heeft het gevoel dat er iets 25

Leen De Laere – In Vlaamse Velden.indd 25

27/01/14 15:38


zwaars op haar borst drukt. Dit is het ware gezicht van de oorlog. Dit is de schuld van de Duitsers! De volgende dag is Marie als eerste op. Ze haalt de post uit de brievenbus. Er is een brief van Vincent bij. Gisteren was er ook al een voor haar ouders. Daarin stond geen woord over Hubert, alleen geruststellende zinnetjes: maman hoefde zich geen zorgen te maken. Het leger had zich teruggetrokken in de vesting Antwerpen, daar waren ze veilig. En hij sliep en at goed. Deze brief is geadresseerd aan Guillaume. Raar. Ze scheurt hem open en leest met stijgende woede over de gruwelen die Vincent meemaakt. Guillaume mag er niets over aan hun moeder vertellen, Vincent wil haar niet onnodig ongerust maken. ‘Wat mij op de been houdt, is mijn haat tegen de Duitsers. Alleen al de gedachte dat ze tot in Gent geraken en ook daar mensen vermoorden en alles kapotmaken...’ eindigt de brief. Marie rent naar buiten en springt op haar fiets. Ze heeft geen doel, maar heeft het gevoel dat ze buiten moet zijn, of dat ze anders stikt. In razende vaart rijdt ze door het ontwakende dorp. Ze ziet dat ze de straat van kleermaker Daenens is ingereden, remt en staart naar de gevel. Beneden is de kleermakerij, met een paspop in de etalage. Boven woont het gezin Daenens. En nu ook Hildegards familie. Die Duitsers! Zonder nadenken grijpt ze een steen en gooit die door de winkelruit. Ze schrikt er zelf van. Als ze weer op haar fiets wil stappen, spreekt een vrouw haar aan: ‘Zitten daar Duitsers?’ Zonder haar antwoord af te wachten zoekt ze een steen, terwijl ze naar de voorbijgangers roept: ‘Moffen! Hier!’ Achter een raam op de eerste verdieping verschijn het 26

Leen De Laere – In Vlaamse Velden.indd 26

27/01/14 15:38


verschrikte gezicht van Hildegard. Op dat moment gooit de vrouw haar steen. Een paar kwajongens komen aangerend en beginnen mee te doen. Fietsers stoppen, andere voorbijgangers voegen zich bij de tierende vrouw. Het raam spat aan stukken. Hildegard wordt geraakt door glasscherven. Marie ziet de stomverbaasde blik in haar ogen als Hildegard haar herkent tussen de relletjesmakers. Marie slaat de handen voor haar gezicht. Wat heeft ze gedaan? Ze neemt haar fiets en rijdt zo snel mogelijk weg.

27

Leen De Laere – In Vlaamse Velden.indd 27

27/01/14 15:38

530b49bd7c8086 90512445  

http://db.meta4books.be/mediafile/530b49bd7c8086.90512445.pdf

Advertisement