Issuu on Google+

>TIJD GEVEN>>> Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij


Thema

>TIJD GEVEN>>> Het is etenstijd, de piepers staan net af te koken als een andere pieper af gaat. Een snel “tot straks….bewaar maar een prakkie”, en weg is ze. Buiten waaien ‘de stukken uit de dijk’ en de regen striemt in het gezicht. In het boothuis hijsen drie anderen zich al in hun overlevingspak. “Al iets meer bekend? Ja, schip zinkende, 15 mijl noordwest”, en weg zijn ze. Binnen drie kwartier zijn ze ter plaatse bij het zinkende schip. De zes opvarenden worden in twee runs van boord gehaald. Het schip lijkt verloren. Pompen heeft geen zin meer. Wég is het. Met alle hebben en houen. Een uur later zijn ze terug aan de reddingbootsteiger. De geredden krijgen droge kleren en warme soep. Er wordt vervoer en onder­ dak geregeld. Een handdruk, een dankbare blik, en weg zijn ze. De redders praten nog even na. Een belletje naar huis. “We zijn er weer. Ik kom zo thuis”. Thuis staat een warme hap klaar. Een beetje laat, een beetje lauw, maar het smaakt tien keer zo lekker… Vrijwilligerswerk is onbetaalbaar. Bijna 1.000 mannen en vrouwen zetten zich in voor de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij. Niet elke dag, maar wel heel veel dagen per jaar. Voor échte reddingen en dankbare hulpverle­ ningen. Maar ook voor onderhoud aan het materieel en voor oplei­ dingen en oefeningen om voorbereid te zijn. De vergoeding die zij ontvangen bedraagt € 1,25 per uur en, als het meezit, een warme dankbare hand van iemand die geholpen werd. En juist om dat laatste is het de meesten te doen. Die ene succesvolle redding of die hulpverlening, die veel ellende had voorkomen, doet veel meer dan een paar euro’s in de bemanningpot. Die belangrijke drijfveer om vrijwilligerswerk te doen is van onschatbare waarde.

Hoe onschatbaar is dat eigenlijk? Tot op zekere hoogte kun je de uren omzetten in een loonwaarde. Maar welke waarde neem je dan? En wat doe je er vervolgens mee?

CBF keurmerk De Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij is houder van het keurmerk voor verantwoorde werving en besteding van gedoneerde gelden, toegekend door het Centraal Bureau Fondsenwerving. Rangschikking algemeen nut De KNRM is aangemerkt als een algemeen nut beogende instelling en als zodanig vrijgesteld van schenkings- en successierecht.

In 2006 heeft de KNRM deelgenomen aan een onderzoek naar de waarde van vrijwilligerswerk in Nederland. De uitkomst daar­ van is in tekst en cijfers verweven in dit jaarverslag. Het geeft een aan­vullend beeld op de kosten en inkomsten van de KNRM. Een verrassend beeld. Want de door de vrijwilligers gedoneerde tijd voor hun aandeel in het werk van de KNRM vertegenwoordigt een waarde, die alle overige donaties evenaart. Vrijwilligerswerk is professioneel. Wat een vrijwilliger bijdraagt aan de organisatie is ook een bijdrage aan de samenleving. Zijn en haar bijdrage valt uit te drukken in tijd, die vervolgens kan worden omgezet in een bedrag. Tijd is immers geld. En geld uitgeven wordt al snel bekeken uit het oogpunt van ‘efficiency’. Want in de ogen van sommigen kan vrijwilligerswerk efficiënter, dus goedkoper, gedaan worden als het met betaalde krachten wordt aangepakt.

Bij de KNRM wordt ‘professioneel’ vertaald in vakmanschap. Vak­ manschap heeft niets te maken met betaald of onbetaald werk. Dat heeft te maken met ervaring, levenswijsheid, kennis en passie. Hart voor de zaak. Professionaliteit komt met de jaren. Je wordt niet als redder geboren, maar het helpt wel als je er van jongs af aan mee wordt grootgebracht. Het is een grote uitdaging om voor de toekomst van de KNRM de kennis en ervaring van professionele vrijwilligers door te geven aan nieuwe, jonge en enthousiaste vrij­ willigers. Een deel van die kennis kun je onderwijzen, maar een groter deel alleen ervaren. De KNRM investeert tijd en geld om “van goed naar beter” te gaan met een intensief oefenproject. Die investering zal uiteindelijk geretourneerd worden in de vorm van waardevolle tijd die de professionele vrijwilliger steekt in het reddingwerk.

Certificering ISO 9001 De KNRM is houder van het certificaat ISO 9001 voor fondsen­ werving en ondersteuning aan de stations op het gebied van: werving, kwaliteit en zorg van en voor medewerkers, operationele gereedheid en materieelbeheer. Deze certificering betreft de bedrijfs­ processen van het hoofdkantoor en de werkplaats in IJmuiden. ABS-klasse reddingboten Alle reddingboten van 10 meter lengte en groter zijn gebouwd van aluminium, onder toezicht van het American Bureau of Shipping, dat na kwaliteitskeuring een klasse certificaat verstrekt.

naarinhoudsopgave>>>


naarinhoudsopgave>>> Jaarverslag 2005 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 


Inhoudsopgave 03 Voorwoord

37 Materieelverslag

04 Doelstelling

39 Fondsenwerving en communicatie

05 Missie en visie

42 Reddingstations en materieel

06 Gered uit de heksenketel

44 Financieel verslag

08 Samenvatting 2006

48 Geconsolideerde balans

09 Toegevoegde waarde vrijwilligerswerk

49 Geconsolideerde exploitatierekening

12 Profiel van de KNRM

50 Uitvoeringskosten en kasstroomoverzicht

14 Organogram en gedragscodes

51 Toelichting algemeen

16 Reddingen en hulpverleningen in 2006

52 Toelichting geconsolideerde balans

21 Realisatie van doelstelling en strategie

56 Toelichting baten uit eigen fondsenwerving

22 Bestuursverslag

57 Toelichting bestedingen

27 Bestuurssamenstelling

58 Overzicht fondsen op naam

29 Managementverslag

61 Accountantsverklaring

30 Prestatie indicatoren ISO 9001

64 Zo helpt u de KNRM

33 Operationeel resultaat

65 Colofon en fotoverantwoording

35 Radio Medische Dienst

Duikers vermist Noordland, 27/28 augustus 2006 Wind: NO 5 Uit het verslag van schipper Johannes Post: Om 14.50 opgepiept voor twee duikers in moeilijkheden bij Gorishoek. Ze waren vanaf 12.30 uur beneden en er werd gezocht door vrienden. Bij het zoeken met de reddingboot Harder kregen we hulp van de brandweer en politie. Ook een helikopter was ter plekke. Om 15.35 uur signaleerde de helikopter duikers beoosten Gorishoek. Bij een opkomend tij en westenwind zou dat kun足 nen. Het bleken andere duikers te zijn. Hier was alles in orde. We

Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 

足 regen opdracht om oostelijker bij de oesterdam te zoeken. Toen k we hier niets vonden kregen we de taak om in de zuidelijker gaten te zoeken. In het Lodijksche Gat, langs de rode boeienlijn, ont足 dekten we de duikers. Het is een pracht om dat moment mee te maken. Vooral voor de duikers. De twee aan boord genomen en gelijk gemeld dat de duikers gevonden waren en alles in orde was. De reddingboot Koopmansdank werd opgedragen om naar ons toe te komen met ambulance personeel. Hierna de duikers op de Koopmansdank gezet en samen naar Gorishoek gevaren. Alles werd verder geregeld door politie en ambulance. Om 17.20 uur terug op station, gebunkerd, alles schoongespoten, klaar voor de volgende actie.


Voorwoord Het leek een doorsnee jaar te worden, 2006. ‘Business as usual’. Zo kijk je er als direct betrokken bestuurslid of directeur tegen­ aan. Natuurlijk is elke redding onderwerp van gesprek en is iedere nieuwe reddingboot of nieuw boothuis een hoogtepunt. Maar de bedrijfsvoering kende de activiteiten en de gedrevenheid als altijd. Totdat het herfst werd. Op 21 september werden twee zeilers na 26 uur in zee te hebben gedreven, gered door de reddingboot van Petten. Op 1 november kapseisde de reddingboot van Ameland drie keer in windkracht 11. En op 21 november stortte een reddinghelikopter in zee met 17 opvarenden. Iedereen werd gered. Die laatste maanden van 2006 hebben een enorme impact gehad op de hele organisatie. Het was een mengeling van verbijstering, opwinding, blijdschap, motivatie en bewondering. Die drie gebeur­ tenissen waren een bewijs dat de enorme inzet, die - dag in dag uit - wordt getoond om de hulpverlening op zee op een hoog niveau te brengen en te houden uiteindelijk ook vruchten afwerpt. De indringende gebeurtenissen met gelukkige afloop waren voor een belangrijk deel het resultaat van kennis van het werkgebied en de heersende weersomstandigheden, betrouwbaar materieel en deskundig optreden door professionele vrijwilligers.

Deze professionele vrijwilligers staan in dit jaarverslag centraal. Hun inzet is van grote waarde. Onschatbare waarde, werd altijd gezegd. Voor een deel is die waarde nu uitgedrukt in cijfers en dat geeft een bijzondere toevoeging aan de jaarcijfers van de KNRM. Voor het eerst wordt zichtbaar dat de inzet van vrijwilligers elke gedoneerde euro meer dan verdubbelt in waarde. Niet alleen door­ dat er arbeidskosten worden uitgespaard, maar ook doordat hun inzet schade aan bezittingen en mensenlevens heeft voorkomen. Redders aan de wal, die hun donaties aan de KNRM toevertrou­ wen, kunnen er van verzekerd zijn dat de gift van vandaag mor­ gen is omgezet in een redding. Met het Jaarverslag ‘Tijd geven’ ­verwachten we in heldere taal en cijfers aangegeven te hebben dat iedere donatie de investering dubbel en dwars is waard geweest.

IJmuiden, 11 april 2007 C. van Duyvendijk, voorzitter

R.A. Boogaard, directeur

<<<terugnaarinhoudsopgave Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 


Doelstelling Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij “De stichting heeft ten doel het kosteloos (doen) verlenen van hulp en bijstand aan hen die voor de Nederlandse kust – daaronder mede begrepen het IJsselmeer, de Waddenzee en al zulke overige gebieden als door het algemeen bestuur te bepalen – in gevaar verkeren of in gevaar dreigen te geraken, zomede al hetgeen met het vorenstaande verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn”. Het beleid op het gebied van de operationele inzetbaarheid van materieel, personeel en financiën is gestoeld op drie uitgangs­ punten: 1. Redden is kosteloos voor de hulpvrager. 2. Redders zijn professionele vrijwilligers. 3. Redders aan de wal dragen financieel vrijwillig bij.

Reddinghelikopter maakt noodlanding in zee Diverse reddingstations - 21 november 2006 Wind: ZW 5-6

De reddingbootbemanningen rond Den Helder werden om 23.15 uur opgeschrikt door een onwerkelijke melding: de reddinghe­ likopter, waarmee de KNRM veelvuldig samenwerkt, was in zee gestort met 17 personen aan boord. De helikopter had het olie­ platform K15 geëvacueerd en was onderweg naar Den Helder, toen de vlieger door motorstoring genoodzaakt werd op volle zee een noodlanding te maken.

De praktische uitwerking van de doelstelling – mensen redden is de kerntaak van de KNRM, maar binnen de organisatie van de Redding Maatschappij gebeurt meer dan alleen het beantwoorden van noodsignalen. Om hulp te kunnen garanderen moeten mensen en middelen beschikbaar zijn. De hele organisatie is gericht op de kwalitatieve en kwantitatieve invulling van die beschikbaarheid. Dit jaarverslag beoogt uitleg te geven en verantwoording af te leggen over het gevoerde beleid om dat te bereiken.

Beschermvrouwe: Hare Majesteit de Koningin

Op het eerste alarm voeren drie reddingboten, alsmede twee kustwachtvaartuigen. Vanaf het marinevliegkamp De Kooy stegen twee helikopters op. Schepen in de omgeving werden gevraagd om scherpe uitkijk te houden. Een straffe zuidwestenwind en een golfhoogte van drie meter maakten het de toesnellende schepen niet gemakkelijk. Het was even na middernacht toen het Kustwachtvaartuig Arca een handstakellicht waarnam. Kort hierna haalde het schip tien personen uit het water. De reddingboot Dorus Rijkers kwam ter plaatse en vond vrijwel direct twee drenkelingen. De volgende

<<<terugnaarinhoudsopgave Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 


Missie en Visie Missie: Mensen redden. Snel, professioneel en kosteloos. Visie: De KNRM is de erkende hulpverlener op zee en in het werkgebied van de Nederlandse kustwacht. Redden en helpen op het water kent een professionele voorbereiding. De uitvoering sluit aan op de hulpverleningsketen op het land. Kwaliteit van mensen en mate­ rieel is van hoog niveau.

Kernpunten: - Het vrijwilligerskarakter van de KNRM vereist erkenning van de belangeloze en moedige inzet van vrijwillige reddingbootbeman­ ningen. - De onafhankelijkheid van de KNRM waarborgt snelle besluit­ vorming, die past bij de directe beschikbaarheid van redding­boten en mensen, onder alle weersomstandigheden, op elk moment van de dag. - Het vertrouwen en de waardering van het publiek en de dona­ teurs zijn essentieel voor een stevig en noodzakelijk maatschap­ pelijk draagvlak. - Redden op het water vraagt om de hoogste staat van paraatheid, kwaliteit van mensen en materieel. - Reddingboten en –materieel zijn innovatief en van hoogwaardige kwaliteit. - Fondsenwerving is noodzakelijk, heeft een ingetogen karakter en is gericht op persoonlijke aandacht en contact. - Continuïteit in gegarandeerd reddingwerk vraagt om een dege­ lijke financiering.

drie werden door twee marinehelikopters uit zee gehaald. De laatste twee hadden zich vastgeklampt aan de brokstukken van de gecrashte heli en werden op de Dorus Rijkers aan boord genomen. Als door een wonder hadden alle inzittenden de crash overleefd. Er waren enkele (licht)gewonden en één onderkoelingslachtoffer. Deze man werd door een marinehelikopter overgebracht naar een zieken­ huis. De Dorus Rijkers en de Arca stoomden op naar Den Helder om de overige drenkelingen op marineterrein aan land te zetten. Alle slacht­ offers werden naar de Centrale Ziekenboeg gebracht voor medisch onderzoek. De redders volstonden met een welverdiende kop soep.

<<<terugnaarinhoudsopgave Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 


Gered uit de heksenketel 1 november 2006 Wind: NW 10-11

In de nacht van 31 oktober op 1 november 2006 wakkerde de stormachtige wind boven de waddeneilanden in korte tijd aan tot orkaankracht. Op Schiermonnikoog werd een gemiddelde windsnelheid van windkracht 10 Beaufort gemeten. De zware storm stuwde het zeewater tot ongekende hoogte op, waar­ door beschutte plaatsen veranderden in een kolkende zee. De jachthaven van Schiermonnikoog verdween vrijwel geheel in de Waddenzee. Schepen sloegen los en het havenkantoor dreef naar de Groninger kust. Op de Waddenzee zochten verschillende plat­ bodems een veilige schuilplaats voor de storm. De schepen deden mee aan de traditionele zeilrace “Slag in de Rondte”. De klippers en tjalken vonden onvoldoende opper en de ankers hielden het niet meer. Aan boord waren in totaal 50 opvarenden. Om 01.00 uur ’s nachts werd de reddingbootbemanning van de Koning Willem 1 op Schiermonnikoog uit bed gepiept. Op de Waddenzee, nabij Noordpolderzijl, lag de klipper Risico met een krabbend anker. Het schip verdaagde in snel tempo naar de Groninger dijk en had snel hulp nodig. Er waren zeventien perso­ nen aan boord. Schipper Gert Jan Klontje en zijn bemanning waren tien minuten na het alarm onderweg. Kort daarop werd ook de bemanning van de reddingboot van Lauwersoog gealarmeerd voor de tjalk Najade. De omstandigheden waren bar en boos. Nog niet eerder hadden de redders de Waddenzee zó woest gezien. Er was geen ton te zien en alles was wit van het schuim! Om de west- en de oostpunt van Schiermonnikoog liepen metershoge golven het wad op, om op het wantij tegen elkaar op te lopen in fonteinen van weg­ stuivend water. Eenmaal bij de klipper werd direct verbinding gemaakt. De beman­ ning van de Risico probeerde het anker te lichten, maar toen dit niet lukte, lieten ze het slippen. Tijdens de sleep naar Lauwersoog brak de achtermast. De vallende mast raakte niemand, maar maak­ te wél het roer onklaar. Met de 2000 pk van de Koning Willem 1 maakte de sleep goede voortgang. De reddingbootbemanning hoopte in de opper van Schiermonnikoog wat rustiger vaarwater te vinden, maar dit bleek ijdele hoop.

Schipper Bert de Boer had met zijn bemanning van de reddingboot Annie Jacoba Visser inmiddels de handen vol aan de tjalk Najade. Deze had 23 gasten aan boord. Ook dit schip lag voor krabbende ankers. Omdat de kleinere Annie Jacoba Visser niet het vermogen had om de tjalk daar weg te krijgen, werd de assistentie inge­ roepen van de reddingboot Jan en Titia Visser vanuit Eemshaven. Schipper Wim Bosscher en zijn vier opstappers vertrokken om 03.25 uur uit de Eemshaven. Tegen vier tot vijf meter hoge zeeën op stak Bosscher alle ondiepten van het Uithuizer Wad over en arriveerde even na 05.00 uur bij de Najade, die nog altijd door de Annie Jacoba Visser gaande werd gehouden. De Jan en Titia Visser nam de verbinding over. Inmiddels was ook een noodbericht binnengekomen van de coas­ ter Cementina, die met stuurproblemen op de Noordzee naar de Waddenkust verlijerde. De Koning Willem I werd gevraagd of zij ter plaatse kon gaan, maar Klontje antwoordde negatief, aangezien de Risico geen anker meer had en het vanwege de zeegang ook niet vertrouwd was om de sleep over te geven aan de Annie Jacoba Visser, terwijl die weer te klein was om onder deze omstandig­ heden buitengaats te gaan. Hierop besloot het Kustwachtcentrum om de reddingboot Anna Margaretha van Ameland naar zee te sturen. Bij de scheidingston Eilanderbalg lag nóg een klipper, die om ­assistentie vroeg. De Annie Jacoba Visser maakte verbinding en begon daarmee aan een sleepreis naar Lauwersoog. Eenmaal voor de haven van Lauwersoog diende zich een nieuw probleem aan. De stuurloze Risico kon onmogelijk worden afgemeerd, zonder hulp van een extra reddingboot. Toen deze boot niet voorhanden bleek, besloot Klontje met zijn sleep naar Schiermonnikoog te koersen om het daar met hulp van de reddingboot Edzard Jacob af te meren. Met nog ongeveer twintig minuten voor de boeg, kwam op de Koning Willem 1 het bericht binnen dat de reddingboot Anna Margaretha op de Noordzee was gekapseisd en werd vermist. Schipper Klontje zette direct meer kracht op de sleep en infor­ meerde de bemanning van de Edzard Jacob dat zij moest assisteren bij het afmeren van de Risico, zodat de Koning Willem I snel door kon naar zee.

<<<terugnaarinhoudsopgave Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 


De bemanning van de reddingboot Edzard Jacob was toen al enige uren in touw rond de haven van Schiermonnikoog. De eerste mel­ ding kwam van de Overwinning die in de haven was losgeslagen. De Edzard Jacob ging langszij en assisteerde bij het opnieuw afme­ ren. In de haven was de chaos compleet. Het havenkantoortje, diverse kleine bootjes, een kotterjacht en enkele bouwcontainers waren verdwenen. Ook lag er nog een kleine praam met opbouw, waarop een man zat die graag van boord wilde. De Edzard Jacob pikte de man en zijn kat op en zette ze af op een ander schip. Toen de Koning Willem 1 bij Schiermonnikoog arriveerde was ook de Annie Jacoba Visser weer beschikbaar. De Koning Willem I gaf de Risico over aan de redders uit Lauwersoog en spoedde zich naar de Noordzee ter hoogte van Rottumerplaat om op zoek te gaan naar de Amelander collega’s. De Jan en Titia Visser was toen met de tjalk Najade onderweg naar Lauwersoog. Ter hoogte van de boei SP 14 brak de sleeptros. De tjalkschipper wenste daarna zeilend naar Schiermonnikoog te varen. De Jan en Titia Visser meldde zich daarop vrij en bood haar diensten aan voor assistentie. Zover kwam het niet: binnen tien

minuten vroeg de Najade opnieuw om hulp vanwege motorproble­ men en een gescheurd zeil. De Jan en Titia Visser maakte opnieuw vast en ging rechtsomkeert naar Lauwersoog. Daar werd het schip rond 10.00 uur afgemeerd. De Koning Willem I zocht met de Duitse reddingboot Alfried Krupp van Borkum tussen de ondiepten en de zware grondzeeën naar tekenen van de Amelander reddingboot, totdat de Kustwacht het verlossende woord kon spreken: de Anna Margaretha was terecht, de bemanning was ongedeerd. Het was een nacht om nooit te vergeten. Met vier reddingboten de handen vol hebben op een moment dat collega’s gekapseisd en vermist zijn, geeft een machteloos gevoel. Gelukkig liep alles ­wonderwel goed af. Op zee waren 29 redders bezig geweest voor 57 opvarenden van schepen in nood. Aan de wal waren twee keer zoveel vrijwilligers en beroeps bezig met ondersteunende activiteiten. Hun belangrijk­ ste vergoeding daarvoor: opluchting, dankbaarheid, voldoening en trots om aan de actie deelgenomen te hebben.

<<<terugnaarinhoudsopgave Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 


Samenvatting 2006 De KNRM heeft een landelijk netwerk van reddingstations langs de kust. Het werkgebied omvat de Noordzee (Continentaal Plat), Waddenzee, IJsselmeer (inclusief randmeren), Zuid-Hollandse en Zeeuwse wateren. Op alle wereldzeëen kunnen zeevarenden een beroep doen op de Radio Medische Dienst van de KNRM. In totaal kent de KNRM 40 reddingstations. De vloot van de KNRM telt 64 reddingboten, 19 kusthulpverleningsvoertuigen en 11 waterdichte tractoren/ lanceervoertuigen. 28 (drijvende) boothuizen huisvesten het materieel. 15 bemanningverblijven zijn beschikbaar waar reddingboten te water klaar liggen. De reddingstations tellen samen 989 vrijwilligers, die tal van functies bekleden in de reddingorganisatie. Er zijn 10 schippers (10 fte's) in vaste dienst. De ondersteunende organisatie heeft 43 medewerkers (41,0 fte’s) in vast dienstverband (21 technische en operationele medewerkers en 22 kantoormedewerkers). 79.000 Redders aan de wal voelen zich verbonden met de KNRM en steunen de organisatie met een jaarlijkse bijdrage. In 2006 werden 1.663 reddingen en hulpverleningen uitge­ voerd. Daarbij werden 3.109 mensen in veiligheid gebracht. Statistisch is 1% - 31 personen - daadwerkelijk het leven gered en is 10% uit levensgevaar bevrijd. De Radio Medische Dienst gaf in totaal 657 radio medische adviezen.

Zichtbaar financieel resultaat 2006 (Bedragen x € 1.000) Baten eigen fondsenwerving 7.342 Kosten eigen fondsenwerving 992 Resultaat verkoop artikelen 7 Aandeel in acties van derden (Sponsorloterij) -69 Beschikbaar uit fondsenwerving 6.288 Incidentele subsidies overheden en anderen 195 Overige baten en lasten 423 Resultaat beleggingen (rendement 6,6%) 6.151 Totaal beschikbaar voor doelstelling 13.057 Bestedingen nieuwbouw en modificatie boten 2.309 Exploitatie reddingboten en –stations 7.386 Beroepsredders en vrijwilligers 1.603 Radio Medische Dienst 176 Preventie en voorlichting 169 Totaal besteed aan doelstelling 11.643 Netto resultaat 1.414 Fundraising ratio (percentage kosten fondsenwerving) 13,5% Spending ratio (directe last t.b.v. doelstelling : totale last) 90% Toegevoegde waarde vrijwilligerswerk (zie toelichting op pag. 9) Impact uitgedrukt in schadebeperking door reddingwerk (zie toelichting op pag. 10)

€ 5.386

€ 6.156

Niet zichtbare financiële resultaten De KNRM heeft een filantropisch karakter: er wordt geen factuur gestuurd voor de uitgevoerde hulpverlening, redders staan niet op de loonlijst en er vindt geen nacalculatie plaats van de opbrengsten van een hulpverlening in termen van euro’s. In de jaarrekening wordt het huishoudboekje van de KNRM verantwoord, maar er is veel meer te verantwoorden. Deze ­verantwoording staat in tekst beschreven in dit jaarverslag. In deze samenvatting is een poging gedaan om de niet-zichtbare financiële resultaten in een waarde uit te drukken. Deze poging is een aanzet om, op basis van een aantal aannames, te illustreren dat de KNRM aan iedere door de Redders aan de wal gedoneerde Euro een waarde van e 1,63 genereert door het werken met ­vrijwilligers.

Kleine moeite, groot plezier IJmuiden -

De reddingboot Koos van Messel werd verzocht uit te varen voor een te water geraakt hondje bij de noordpier. Aan boord van de reddingboot werd het hevig bibberende hondje in aluminiumfolie gewikkeld. De eigenaar werd telefonisch verzocht om naar het KNRM-bemanningsverblijf te komen. Totdat het ­baasje arriveerde deed de eenjarige Pollie zich tegoed aan een, door de redders geserveerde, warme worst.

<<<terugnaarinhoudsopgave Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 


KNRM formule

C 1,00 gedoneerd = C 2,63 KNRM-waarde De (toegevoegde) waarde van de vrijwilligers Zonder vrijwilligers kan de KNRM haar reddingswerk op de Nederlandse wateren niet uitvoeren. De waarde van de vrijwilligers­ inzet komt tot op heden nergens tot uiting in een financiële waarde in de jaarrekening van vrijwilligersorganisaties. In 2006 is een eerste begin gemaakt met het in kaart brengen van de waarde van de ­bijdrage die vrijwilligers leveren aan een organisatie als de KNRM.

Tot nu toe werd in de jaarrekening verantwoording afgelegd over de besteding van gedoneerde gelden van donateurs. Die besteding zit met name in materieel, onderhoud, brandstof, onder­steuning vanuit de hoofdorganisatie en opleidingen van vrijwilligers. Die besteding maakt het mogelijk dat vrijwilligers op

professionele wijze kunnen redden en hulpverlenen. De redders voegen aan de bestedingen hun vrijwillige bijdrage in tijd aan toe. De samen­voeging van de donaties van Redders aan de wal en de bijdrage in tijd van de vrijwilligers maakt dat elke gedoneerde euro ­uiteindelijk meer waard is. In 2006 is hiervoor in een stageopdracht een waardemodel ontwik­ keld door mevrouw L. van der Meer in samenwerking met KPMG, op basis van het EVAS-waardemodel (Expanded Value Added Statement oftewel een uitgebreid- toegevoegde-waarde-overzicht). Dit model is getoetst bij verschillende vrijwilligersorganisaties om te komen tot een algemeen bruikbaar format. In het overzicht voor 2006 is de KNRM uitgegaan van de financiële vervangingswaarde van het vrijwilligerswerk. Dat wil zeggen de waarde van een uur vrijwilligerswerk op basis van het uurloon dat betaald zou moeten worden aan een betaalde werknemer conform de KNRM salaris­ schalen om hetzelfde werk te doen.

Overzicht toegevoegde waarde vrijwilligerswerk 2006 Vrijwilligersfunctie Geschat Aantal Gemiddeld Totaal uurloon vrijwilligers* gegeven tijd (uren) uren Bestuurlijk Bestuursleden € 75,00 9 125 1.125 € 50,00 9 125 1.125 Adviseurs/specialisten

Totaal waarde gegeven tijd

€ 84.375 € 56.250

Operationeel Plaatselijke commissies (Plaatsvervangend) schippers Motordrijvers Opstappers

€ 50,00 € 25,00 € 25,00 € 20,00

157 120 55 550

180 250 250 200

28.260 30.000 13.750 110.000

€ 1.413.000 € 750.000 € 343.750 € 2.200.000

Ondersteuning PR-medewerkers Reddingwinkelbeheerders Kantoor/werkplaats vrijwilligers

€ 20,00 € 20,00 € 15,00

40 71 18

150 200 500

6.000 14.200 9.000

€ 120.000 € 284.000 € 135.000

TOTAAL (Gemiddeld uurloon € 25,23)

213.460

€ 5.386.375

* Het totaal aantal vrijwilligers hoeft niet overeen te komen met het totaal aantal vrijwilligers bij de KNRM, omdat sommige ­vrij­willigers in verschillende functies actief kunnen zijn.

Reddingboot nét op tijd bij zinkende sportvisboot Breskens - 8 januari 2006 Wind: O 3

De reddingboot Zeemanshoop werd om 11.00 uur gealarmeerd voor een zinkende sportvisboot. Bij aankomst stond het scheepje, de Ludien, bijna vol water. De twee opvarenden waren zonder succes aan het hozen. Vanaf de Zeemanshoop sprongen twee opstappers met een bergingspomp over. Bergingsmaatschappij Multraship was met zwaarder materieel onderweg. Juist toen de mannen aan boord waren zonk het scheepje onder hun voeten weg. Eén sportvisser en een opstapper konden nog worden vast­ gegrepen en werden aan boord getrokken. De andere opvarende

raakte met één van de opstappers te water. Omdat de man in paniek raakte, sprong een tweede opstapper overboord om te assisteren. Binnen enkele minuten stond het drietal op het ach­ terdek van de Zeemanshoop. De natte drenkelingen werden in onderkoelingdekens gewikkeld en naar Vlissingen gebracht, waar een ambulance gereed stond om de mannen over te nemen. Het ambulancepersoneel constateerde een lichaamstemperatuur van 34 graden. De Zeemanshoop keerde terug naar het bergingsvaar­ tuig, om te assisteren bij het boven water krijgen van het gezonken scheepje. Na wat hand- en spandiensten te hebben verricht, haalde de Zeemanshoop de twee onderzochte drenkelingen weer op in Vlissingen om ze in Breskens te herenigen met de familie. De firma Multraship slaagde erin het scheepje te bergen.

<<<terugnaarinhoudsopgave Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 


De impact op de samenleving van het uitgevoerde reddingwerk Er is nog geen gedetailleerd onderzoek gedaan naar de waarde van het uiteindelijke reddingwerk, dat de vrijwilligers hebben verricht. Door mensen te helpen of te redden op zee wordt over het algemeen veel vervolgschade en persoonlijk leed voorkomen. Omdat de KNRM haar hulpverleningen kosteloos aanbiedt, is ­achteraf nooit berekend wat de hulpverlening zou moeten kosten. Er is daardoor ook niet gekeken naar de waarde van have en goed die werd gered.

Van het totaal aantal mensen dat de KNRM jaarlijks veilig aan wal brengt, is statistisch 1% het leven gered. Dat zijn in 2006 - de ­levensreddende radio medische adviezen meegerekend 38 ­mensenlevens geweest. De waarde van een mens valt echter niet

in geld uit te drukken en is daarom niet opgenomen in de tabel. Dat geldt eveneens voor de letselschade die is voorkomen. Uitgangspunt voor de schatting van de schadebeperking door han­ delend optreden van de KNRM is dat als de KNRM geen reddingactie had verricht er een schade van tenminste 10% van het verzekerde bedrag zou zijn ontstaan. Omdat de verzekerde waarde van de beroepsvaart enorm uiteen­ loopt is hier geen bedrag voor opgenomen. Geen claims Hulpverlening door de KNRM is kosteloos. Dat wil zeggen, er wordt geen rekening gestuurd na afloop van een redding of dienstverlening. Niet naar de geredden en niet naar de verzekeraar. Het staat elke geredde vrij om een donatie te doen of Redder aan de wal te worden.

Overzicht schadebeperking door KNRM in 2006 Mensen

2006

Immateriële waarde

Geredde mensenlevens

3.109 657 3.766

1% (= 31 mensenlevens) het leven gered 1% (= 7 mensenlevens) het leven gered Aantal levens gered

31 7 38

Materiaal

Geschatte gemiddelde materiële waarde

Beperking materiële schade

Beroepsvaart PM € 85.000 Zeiljachten 586 € 45.000 Motorjachten 145 € 12.000 Sportvisboten en open motorboten 118 € 10.000 Open catamarans en zeilboten 117 € 1.200 Surfplanken 142 € 1.000 Kano's 9 € 15.000 Overig 164 Totaal gemiddelde materiële waarde

PM € 49.810.000 € 6.525.000 € 1.416.000 € 1.170.000 € 170.400 € 9.000 € 2.460.000 € 61.560.400

Geredden Radio medische adviezen Aantal mensen

Totaal schadebeperking materieel 10% van totale waarde

€ 6.156.040

Richard van der Hammen Eigenaar wasserette Reeds 6 jaar opstapper reddingboot Koos van Messel - IJmuiden

Hardop denkend komt Van der Hammen op een structurele tijds­ investering van zo’n acht uur per week. “En dan tel ik de acties met de Koos van Messel niet mee, want die zijn onvoorspelbaar”, zegt de zelfstandig ondernemer, die sinds 2001 deel uitmaakt van de bemanning van de reddingboot van IJmuiden. “Ik was in die tijd altijd aan het werk en dat voelde niet goed. Ik wilde

<<<terugnaarinhoudsopgave Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 10


Uitgebreid toegevoegde-waarde-overzicht 2006 Expanded Value Added Statement (EVAS, by Laurie Mook, Canadian Co-operative Association) Toegevoegde waarde Output Primair Secundair Totaal

(alle bedragen x € 1.000)

Financieel 11.245 (1) 398 (4) 11.643 (7)

Sociaal 6.156 (2) 5.386 (5) 11.542 (8)

Gecombineerd 17.401 (3) 5.784 (6) 23.185 (9)

Aankoop van externe goederen en diensten Totaal toegevoegde waarde

6.769 (a) 4.874 (b)

5.386 6.156 (c)

12.155 11.030 (d)

Ratio toegevoegde waarde : inkopen

0,72 (e)

0.91 (f)

1.63 (g)

Verdeling toegevoegde waarde Werknemers Salarissen, sociale lasten Pensioenlasten Training en ontwikkeling

Financieel Sociaal 2.352 500 12 2.864

Gecombineerd 2.352 500 12 2.864

Vrijwilligers Training en ontwikkeling Vrijwilligersvergoeding

386 282 668

386 282 668

Maatschappij

6.156

6.156

Organisatie Afschrijving 1.342 Bestuur & commissie (vrijwilligers) PR & kantoor (vrijwilligers) Fin. bijdrage van vrijwilligers (ongedeclareerde kosten) 1.342 Totaal toegevoegde waarde 4.874 (b) 6.156

1.342

(1)

Redding en hulpverlening

De waarde van de directe diensten van de organisatie. Totale kosten, exclusief de opleidingskosten.

(2)

(9)

= (3) plus (6). De totale output van de organisatie, zowel financieel als sociaal.

(a)

De financiële waarde van de extern gekochte goederen en services. Alle kosten,

(b)

De financiële bijdrage aan de toegevoegde waarde, gebaseerd op data uit

(c)

Sociale (vrijwilligers-) bijdrage aan de toegevoegde waarde.

(d)

Het totaal van (b) en (c), resulterend in de totale toegevoegde waarde,

excl. salaris, belasting, interne trainingen, afschrijvings- en kapitaal(interest)kosten.

De economische waarde van reddingsacties, uitgevoerd door vrijwilligers ­(schadebeperking).

(3)

= (1) plus (2). De totale primaire output van de organisatie.

(4)

Opleidingskosten (externe opleidingen, handboeken en salarissen van werk­

(5)

De waarde van de vrijwilligers (uren inzet). De geschatte waarde van de totale

nemers), die leiden tot een secundaire output van de organisatie. persoonlijke groei van vrijwilligers ­(opleiding en ontwikkeling) is nog niet ­onderzocht. (6)

= (4) plus (5). De totale secundaire output van de organisatie.

(7)

= (1) plus (4). De totale (financiële) output van de organisatie die afgeleid kan

(8)

= (2) plus (5). De sociale output van de organisatie, waar geen financiële

­worden uit de huidige jaarrekening. ­transacties bij betrokken zijn geweest.

11.030

­financiële overzichten.

zowel financieel als sociaal. (e) (b)

gedeeld door (a). Voor elke euro geïnvesteerd in goederen en diensten,

­genereerde de organisatie € 0,72 financiële toegevoegde waarde. (f) (c)

gedeeld door (a). Voor elke euro geïnvesteerd in goederen en services,

­genereerden vrijwilligers € 0,91 sociale toegevoegde waarde. (g) (d)

gedeeld door (a).

Voor elke euro geïnvesteerd in goederen en diensten, genereerde de ­organisatie (dankzij de inzet van professionele vrijwilligers) in totaal € 1,63 toegevoegde waarde.

ook iets ‘echt zinnigs’ doen. Mijn buurman was opstapper op de reddingboot en mijn partner was enthousiast Redder aan de wal. Alles bij elkaar maakte dat ik de stoute schoenen aantrok en mij aanmeldde”. Van die beslissing heeft Van der Hammen nooit spijt gehad, ondanks de bij vlagen intensieve hobby. “Het is een verrijking van mijn leven. Het werken met een kleine, hechte ploeg en het helpen van mensen zijn prachtige dingen. Daarnaast is het uitdagend en veelzijdig werk”. De opstapper betitelt zichzelf als een ‘tevreden mens’ en wil absoluut geen

geld zien voor zijn verrichte arbeid. “Ik kan goed rondkomen van mijn salaris. Ik heb geen geld nodig. Ik vind het veel belangrijker dat de KNRM ­investeert in onze veiligheid. En dat doet de maatschappij ook. Als we operationele wensen hebben, dan wordt daarin voorzien. Dat moet zo blijven, zoals ook het onbetaalde moet blijven. Dat heeft juist z’n charme. De beloning zoeken we als bemanning bij elkaar. Niet met tastbare dingen, zelfs niet met woorden. Vaak is één enkele blik al genoeg. Die wederzijdse waardering is de motor waar wij op draaien”.

<<<terugnaarinhoudsopgave Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 11


Profiel van de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij In 2006 bestond de KNRM 182 jaar. Bij het uitvoeren van haar taak heeft de Redding Maatschappij er vanaf de oprichting in 1824 voor gekozen dit als (financieel) zelfstandig opererende instelling te doen. Voor de uitvoering trekt de KNRM mensen aan die kennis van zaken hebben, en deze professionaliteit weten te combineren met een ‘hart voor de zaak’. Dat moet ook wel, want de Redding Maatschappij garandeert de inzet van ­reddingboten en bemanningsleden op ieder moment van de dag, ongeacht de weersomstandigheden. Om die garantie te kunnen geven moet het netwerk van 40 reddingstations altijd operationeel zijn. De reddingboten moeten betrouwbaar en vaarklaar zijn, de bemanningsleden goed opgeleid en geoefend. Maar om de doel­ stellingen te bereiken is er meer nodig. Het bestaansrecht staat buiten kijf. Om daarin financieel sterk te staan is maatschappelijk draagvlak nodig, dat gevonden wordt in donateurs en schenkers. Zij maken het mogelijk dat er een sterke organisatie blijft bestaan.

Professionele vrijwilligers Sinds de oprichting werkt de Redding Maatschappij met vrijwil­ lige bemanningsleden. Dit is een bewuste keuze. Gezien het incidentele karakter van het reddingwerk heeft het stationeren van permanent aanwezige beroepsbemanningen niet de voorkeur. Het beperkte aantal uren daadwerkelijke inzet zou een vorm van demotivatie in de hand kunnen werken. De praktijk wijst uit dat een bemanning die bestaat uit zeer gemotiveerde vrijwilligers het tegendeel laat zien: de noodzakelijke kennis en kunde worden gecombineerd met enorme loyaliteit en enthousiasme. Tegenover een financiële vergoeding van € 1,25 per uur voor het vrijwilligerswerk staat een uitgebreid pakket aan andersoortige beloningen. Deze beloningen worden met name aangeboden in de vorm van persoonlijke waardering en de mogelijkheid tot zelf­ ontplooiing. De KNRM biedt een scala aan opleidingen.

Verplichte rol Het onderhouden van een goed georganiseerd reddingwezen is een internationale verplichting voor kuststaten. In Nederland is het ministerie van Verkeer en Waterstaat beleidsverantwoordelijk voor “Search and Rescue” op zee en de ruime binnenwateren, het werkgebied van de Nederlandse Kustwacht. De operationele leiding is gedelegeerd aan het Kustwachtcentrum in Den Helder. De KNRM voert Search and Rescue-taken uit onder de operationele leiding van het Kustwachtcentrum, met behoud van haar eigen verantwoordelijkheid en beslissingsbevoegdheid betreffende de inzet van reddingboten en waarborg van voldoende geredden­ capaciteit langs de kust. Deze rolverdeling is vastgelegd in een ­convenant tussen de Kustwacht en de KNRM.

Plaatselijke commissies Op ieder reddingstation is een plaatselijke commissie benoemd, die verantwoordelijk is voor de operationele inzetbaarheid. De samenstelling van een plaatselijke commissie is per reddingstation zodanig dat alle onder haar verantwoording vallende taken naar behoren kunnen worden uitgevoerd. De KNRM geeft er de voor­ keur aan dat de burgemeester de voorzittersfunctie vervult binnen een plaatselijke commissie, maar dit is geen eis. Voor de secretaris en de penningmeester geldt dat zij capabel moeten zijn op het voor hen relevante vakgebied. De algemene leden van de commissie krijgen specifieke taken toebedeeld, zoals opleidin­ gen, onderhoud en public relations. Alle plaatselijke commissie­ leden zijn vrijwillig betrokken bij de KNRM.

Reddingstations De reddingstations opereren zoveel mogelijk zelfstandig binnen de kaders van de Voorschriften en Richtlijnen van de KNRM. Binnen het reddingstation is toezicht en uitvoering gescheiden in een ­duidelijke gezagsstructuur. De plaatselijke commissie draagt daarbij de verantwoordelijkheid voor de operationele gereedheid van het aan haar toevertrouwde reddingstation en is derhalve belast met het op peil houden van het aantal beschikbare bemanningsleden, het op peil houden van de opleidingsgraad en de geoefendheid van de bemanning en de onderhoudstaat van het materieel. In de praktijk gaat dit in overleg tussen plaatselijke commissie en schipper van het desbetreffende station.

Zelfwerkzaamheid De KNRM staat op het standpunt dat de reddingstations ver­ antwoordelijk zijn voor het materieel dat hen door de Redding Maatschappij wordt aangereikt. Het dagelijks onderhoud van varend en rijdend materieel, maar ook van de behuizing, is ­derhalve een taak van de vrijwilligers. Zelfstandig Het bestuur, de directie en de vaste medewerkers van de KNRM geven de operationele taken de hoogste prioriteit. De grote loyali­ teit aan deze doelstelling van de vrijwilligers en de beroepsmede­ werkers, maakt de KNRM tot een hechte en goed functionerende

Hans Schonenberg - oud-huisarts Reeds 40 jaar vrijwilliger - vice-voorzitter plaatselijke commissie KNRM - Katwijk aan Zee

Het feit dat Hans Schonenberg nog als roeier actief is geweest ­binnen de Redding Maatschappij, verraadt dat we hier met een bijzonder trouwe vrijwilliger te maken hebben. En inderdaad: de huisarts-in-ruste heeft er al meer dan 40 vrijwillige dienstjaren op zitten, de laatste jaren als vice-voorzitter van de plaatselijke ­commissie van het reddingstation Katwijk aan Zee. “Dankzij mijn voormalige functie heb ik een groot netwerk binnen de lokale gemeenschap. En voor veel mensen blijf je altijd ‘de dokter’.

<<<terugnaarinhoudsopgave Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 12


organisatie. De uitstraling die dat met zich meebrengt, zorgt voor een zodanige inkomstenstructuur en vermogensopbouw, dat de KNRM zich financieel onafhankelijk kan opstellen en ook op dat terrein de enig juiste prioriteitsstelling kan hanteren: te allen tijde voorrang geven aan de uitvoering van het reddingwerk en de ­daarbij behorende veiligheidsmaatregelen voor de redders. Ondersteuning vanuit hoofdvestiging IJmuiden Om 24 uur per dag mensen en materieel beschikbaar te houden is een organisatie nodig, die op ieder moment kan inspringen om technische en operationele problemen het hoofd te bieden, maar die bovenal zorgt voor continuïteit in toezicht en uitvoering. De reddingstations hebben een financiële en materiële afhankelijkheid van de hoofdorganisatie, gevestigd in IJmuiden. De hoofdvestiging in IJmuiden is zowel kwantitatief als kwalitatief in staat om de sta­ tions te bedienen, zodat die zich kunnen richten op hun kerntaak: het redden van mensen. De ondersteuning vanuit KNRM-IJmuiden is tweeledig:

1. Ondersteunend Reddingstations worden vanuit de hoofdorganisatie geadviseerd en begeleid op velerlei gebied: Search and Rescue (SAR), opleidingen en trainingen, financiën, materieel, pr en voorlichting, personeelszaken, etc. De Operationele Dienst (OD) is de schakel tussen de redding­ stations en de ondersteunende organisatie. Deze praat en overlegt

Die invloed probeer ik op een goede manier aan te ­wenden in het voordeel van de KNRM”. Schonenberg is fervent tegenstander van het invoe­ ren van een betalingssysteem. “Niet doen! Nooit doen! Het is een eer om een bijdrage te mogen leve­ ren aan het werk van deze organisatie. Dat gevoel moet je niet gaan ontkrachten door mensen te gaan betalen voor hun diensten. Ik weet dat er organisaties zijn die daar anders over denken, maar daar ben ik dan ook bewust geen lid van. De vrijwilligheid is een hoog goed”. Tegelijkertijd onderstreept Schonenberg het belang van een goede kaderorganisatie met een beperkt aantal beroepskrachten. “Voor

met de bemanningen en de plaatselijke commissies en inventariseert behoeften, vragen en opmerkingen. Maar tegelijkertijd zijn operatio­ nele inspecteurs gezaghebbend om de stations aan te spreken op de kwaliteit van de operationele gereedheid. De afdeling Opleidingen verzorgt of coördineert alle interne en externe opleidingen voor de KNRM-bemanningen. Een groot aantal opleidingen besteedt de KNRM uit aan professionele opleidingsinstituten. 2. Controlerend Inspecteurs van de Technische Dienst (TD) en de Operationele Dienst (OD) controleren de stations op de staat van het materieel, respectievelijk de opleidingsgraad en geoefendheid van de beman­ ning. Het oordeel dat de inspecteurs namens de hoofdorganisatie geven, is gezaghebbend. Aanwijzingen en instructies hebben ­derhalve geen vrijblijvend karakter, maar dienen door de redding­ stations te worden uitgevoerd. Beroepspersoneel Van beroepsmedewerkers wordt een combinatie van professie en passie verwacht. Een maritieme achtergrond is voor bepaalde functies een pré. Bewezen vakkennis en vakkundigheid, zowel in de vorm van relevante diploma’s als in de praktijk, worden steeds belangrijker. Beroepsmedewerkers zijn zich bewust van het feit dat zij intern een voorbeeldfunctie vervullen. Dienstbaarheid aan de vrijwilligers op de reddingstations is een vereiste.

de dagelijkse gang van zaken heb je een basis nodig. Volgens mij gaat dat prima bij de KNRM. Wij ervaren de contacten met het hoofdkantoor in IJmuiden als bijzonder plezierig. Er wordt meegedacht en meege­ werkt. Maar de vrijwilligers staan wat mij betreft aan de basis van alles”. Het commissielid betitelt zichzelf dan ook als een ­‘tevreden mens’. “Ik wil geen geld voor dit werk en zit ook niet op nog meer schouderklopjes te wachten. Het werk op zich geeft mij voldoening. Dat is mijn beloning”.

<<<terugnaarinhoudsopgave Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 13


Reddingstations

Radio Medische Dienst

Uitvoering

Schipper/bemanning

Artsen

Toezicht

Plaatselijke commissie

Medische commissie

Taakorganisatie KNRM Beleid

Bestuur

Reddingstations

Vrijwilligers Radio Medische Dienst

Uitvoering

Schipper/bemanning

Beroeps Artsen

Toezicht

Directie Plaatselijke commissie

Medische commissie

Management

Bedrijfsbureau

Secretariaat Beleid

Bestuur Automatisering

Ondersteuning

Vrijwilligers

Ondersteuning

Beroeps Directie

Management

Operationele dienst

• • • •

Operatiën/SAR Opleidingen Oefenen Onderzoek en Ondersteuning Ontwikkeling

Bestuurlijke lijn Functionele lijn

Administratie Secretariaat

• Organisatie • Financiën Ondersteuning

Publiciteit

Technische dienst

• Communicatie • Fondsenwerving

• Reparatie • Automatisering Onderhoud • Logistiek • Nieuwbouw

Bedrijfsbureau

Operationele dienst

Administratie

Publiciteit

Technische dienst

• • • •

• Organisatie • Financiën

• Communicatie • Fondsenwerving

• • • •

Operatiën/SAR Opleidingen Oefenen Onderzoek en Ontwikkeling

Reparatie Onderhoud Logistiek Nieuwbouw

In het organogram van de KNRM staan vrijwilligers bovenaan. De beroepsorganisatie is ondersteunend aan bestuur en reddingstations/Radio Medische Dienst Bestuurlijke lijn

Beroepsschippers Functionele lijn Op de reddingstations met de grootste reddingboten is de schip­ per in vaste dienst om de continuïteit in onderhoud, oefening en paraatheid te waarborgen. Deze reddingboten varen onder alle weersomstandigheden uit en vormen daarmee de ruggengraat van de vloot. Een beroepsschipper neemt evenals de ondersteunende organisatie taken op zich om de vrijwillige bemanningsleden in staat te stellen zich zo veel mogelijk met de kerntaak bezig te ­kunnen houden. Deze omvat onderhoud, opleiding, instructie en aansturing van de vrijwillige bemanningsleden.

Alarmering en reddingoperaties Zonder alarmering vaart een reddingboot niet uit. Alle vrijwilligers dragen een alarmontvanger (pieper) en zijn binnen tien minuten beschikbaar. Zij hebben daarvoor toestemming van hun werk­ gever. Alarmering wordt gedaan vanuit het Kustwachtcentrum en de regionale alarmcentrales (van brandweer, politie en ambu­ lancediensten) via het P2000 alarmeringsnetwerk. Na alarmering gaat de bemanning aan boord en neemt contact op met het Kustwachtcentrum voor details omtrent de noodmelding. Het Kustwachtcentrum coördineert de reddingsactie, maar de redding­

Man overboord Lemmer / Hindeloopen - 4 / 27 maart 2006 Wind: ZW 6-7

Op 4 maart wordt de bemanning om 12.31 uur uit het werk ‘gepiept’, met de melding “man overboord”. Met een water­ temperatuur van 4 graden en de wetenschap dat de desbetref­ fende persoon geen beschermende kleiding droeg, was de kans op redding gering. Aangekomen in de Friese Hoek trof men een binnenvaartschip aan, met aan boord een vrouw en twee jonge kinderen. De schippersvrouw vertelde dat haar man vlak na het verlaten van de Margrietsluis overboord was geraakt. Een tege­

moet komend schip snelde te hulp, maar slaagde er niet in de man aan boord te krijgen. De reddingboten startten een zoekactie, daarbij geholpen door de reddingboot Alida van Hindeloopen, twee politievaartuigen, twee politiehelikopters, een SAR-helikoper en een schip van de Provinciale Waterstaat. De zoekactie mocht niet baten. Met hulp van de vrijwilligers van Stichting Opsporingsapparatuur Drenkelingen (SOAD) uit Urk werd de man uiteindelijk opgedregd. Het stoffelijk overschot werd vervoerd naar het KNRM-boothuis in Lemmer, waar de politie het over nam. De KNRM-bemanningen keerden verslagen huiswaarts.

<<<terugnaarinhoudsopgave Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 14


bootschipper heeft een belangrijke inbreng en beslissingsbevoegd­ heid. Behalve op aanwijzing van de alarmerende instanties, kan de KNRM ook zelf besluiten reddingboten te laten uitvaren, wanneer hiertoe aanleiding bestaat. Opvang geredden Jaarlijks brengen de reddingbootbemanningen zo’n 3.000 men­ sen weer veilig aan wal. Soms letterlijk uit levensgevaar bevrijd. In veel gevallen worden de geredden met schip en al in de haven gebracht, maar soms zijn de geredden alle bezittingen kwijt of zijn die niet meer bruikbaar. In de boothuizen en bemanningverblijven van de KNRM kunnen geredden op verhaal komen. Helpers aan de wal van de KNRM zorgen voor opvang, droge kleren, onderdak en eten. Altijd belangeloos en zonder rekening achteraf. Het heeft er sinds 1824 voor gezorgd dat de KNRM talloze “vrienden voor het leven” heeft gemaakt. Draagvlak en Redders aan de wal Bij het redden van mensen past in de missie van de KNRM dan ook geen financiële vergoeding. Helpen en redden doe je zonder winstoogmerk. Dat houdt de motivatie zuiver en voorkomt een omslag in de “bedrijfscultuur”. Omdat het redden en hulpverlenen niet wordt gefactureerd vraagt dit om andere financieringsbron­ nen, dan wellicht bij menigeen voor de hand ligt. Het redden op zee wordt mogelijk gemaakt door de bijdragen van donateurs en schenkers. Voor een groot deel zuiver filantropisch, voor een deel uit eigen belang, want veel watersporters en beroeps zeevaren­ den maken hun donatie over uit het oogpunt van “je weet maar nooit”. Het donateurbestand van de KNRM telt 79.000 Redders aan de wal, waarvan 75% een jaarlijkse donatie overboekt en 25% op een onregelmatige basis doneert. Opvallend is dat de laatste jaren meer bij leven wordt geschonken. Het Fonds op naam, ten behoeve van een specifiek doel binnen de KNRM, wordt daarbij vaker gebruikt als blijvende vorm van naamsverbintenis tussen schenker en KNRM.

Nalatenschappen Van oudsher is de KNRM in grote mate afhankelijk van schenkin­ gen en nalatenschappen, die de bouw van nieuwe reddingboten en boothuizen mogelijk maken. De KNRM ontvangt gemiddeld 55 nalatenschappen per jaar. Elk met een bijzondere achtergrond en soms met een bijzondere bepaling ten aanzien van de besteding. De KNRM zal bij haar achterban aandacht blijven vragen voor dit onderwerp, waarbij als sterk argument geldt dat nalatenschappen aan de KNRM altijd op een zichtbare wijze worden besteed, vaak met naamgeving naar de wens van de erflater. Gedragscodes Redden op zee is gebonden aan verplichtingen die internationaal zijn vastgelegd in maritieme regelgeving. Voor een reddingorganisatie als de KNRM komen daar afspraken bij die gemaakt zijn met de nationa­ le overheid. In Nederland zijn afspraken vastgelegd in een convenant tussen de KNRM en de Nederlandse Kustwacht. In werkgebieden waar de KNRM samenwerkt met particuliere hulp- en bergingsdien­ sten, zijn convenanten gesloten met bergingsmaatschappijen ter voorkoming van meningsverschillen over de inzet van reddingboten of sleepboten in situaties waarin geen levensgevaar dreigt. Op het gebied van fondsenwerving is de KNRM traditioneel voor­ stander van persoonlijke benadering op een correcte en gepaste toon. De KNRM zal geen agressieve wervingsmethoden toepassen en conformeert zich aan de gedragscodes die zijn afgesproken bij de Vereniging Fondsenwervende Instellingen en het Nederlands Genootschap van Fondsenwervers. Code goed bestuur voor goede doelen De KNRM onderschrijft de Code Goed Bestuur voor Goede Doelen (kortweg Code Wijffels), die in 2005 werd vastgesteld. In het bestuursjaarverslag wordt uiteengezet hoe aan het “besturen, toezicht houden en verantwoorden” op vijf inhoudelijke gebieden – doelstelling, besteding van middelen, fondsenwerving, omgaan met vrijwilligers en het functioneren van de organisatie – vorm is gegeven.

<<<terugnaarinhoudsopgave Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 15


Reddingen en hulpverleningen (en de niet-financiële resultaten) 2006 Totaal acties 1.663 Totaal geredden 3.109 Totaal dieren 63 Aard actie Hulpverlening/redding 1.398 Zoekactie 196 Medische evacuatie 43 Loos alarm (geen zoekactie) 22 Stoffelijk overschot bergen 4 Totaal 1.663 Actie ten behoeve van: Watersport 1.205 Beroepsvaart 167 Diversen (Zoekacties, loos alarm, etc.) 291 Totaal 1.663 Vaargebied Noordzee 502 Waddenzee 253 IJsselmeer 383 Zuid-Hollandse en Zeeuwse wateren 340 Randmeren 120 Overig 65 Totaal 1.663

2005 1.589 3.209 66

1.340 155 47 39 8 1.589

1.142 184 263 1.589

529 258 370 311 55 66 1.589

Aantal hulpverleningen t.o.v. voorgaande jaren 2006 1.663 2005 1.589 2004 1.611 2003 1.517 2002 1.481 2001 1.529 2000 1.516 1999 1.521 1998 1.456 1997 1.321 1996 1.331 1995 1.566

Anja Veenstra Reddersvrouw en vrijwilligster - IJmuiden

Als levenspartner van opstapper Richard van der Hammen zat Anja Veenstra al ‘tot over haar oren’ in het vrijwilligerswerk van de KNRM, toen zij werd gevraagd voor de redactionele invulling van de stationswebsite van het reddingstation IJmuiden. “Ik vind het prachtig om er zó dicht op te zitten. Bij een alarm gaat de scanner aan, zodat ik de gesprekken aan boord van de reddingboot kan volgen. Ik maak dan aantekeningen, die ik samenvoeg met het officiële reddingrapport van de schipper. Foto’s erbij en het verslag is klaar voor de website”. Anja komt oorspronkelijk van Terschelling. “De redders waren mijn helden. En eigenlijk is dat niet veranderd. Ik vind het geweldig leuk Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 16

Patiëntenvervoer waddeneilanden 2006 Ameland Ballumerbocht 111 Schiermonnikoog 44 Terschelling-West 44 Vlieland 20 Den Helder (van Texel) 1 Totaal 220 Radio medische consulten 2006 Aantal eerste consulten 527 Aantal vervolgconsulten 130 Aantal consulten totaal 657

2005 109 37 44 16 5 211

Actie ten behoeve van: Kajuitzeiljacht Motorkruiser Windsurfer/kitesurfer Zoekactie Open motorboot Open zeilboot Visserij Open catamaran Sportvisboot Zwemmer Zoekactie n.a.v. noodsignaal Charterschepen Zoekactie n.a.v. vermist persoon Binnenvaart Koopvaardij Dieren Gewondenvervoer Loos alarm Kano Kajuitcatamaran Sleepvaart/berging Baggerschepen Duiker Bergen stoffelijk overschot Wadloper (s) Veerboot Marinevaartuig Overig Totaal

2005 592 110 110 55 62 58 62 49 67 36 33 35 15 10 27 17 14 17 11 8 10 6 6 8 5 1 1 164 1.589

2006 586 145 142 85 74 67 59 50 44 44 36 34 22 22 16 16 11 9 9 9 5 4 4 3 2 1 0 164 1.663

2005 502 202 704

en spannend om nu ook zelf een bijdrage te mogen leveren”. Naast het redactiewerk is Anja present op (haven)activiteiten om het werk van de KNRM te pro­ moten. En ze is stand-in bij het bedrijf van Richard als hij voor een alarm plotseling weg moet uit de zaak. “Al met al is het een heel geregel, ja. Maar dat hindert niks. Wij krijgen er ook veel voor terug. Ik persoonlijk kan teren op het familiegevoel dat er heerst onder bemanningsleden en hun partners. Af en toe gaan we samen uit eten, of organiseren we een barbecue. Dat is onze beloning en dat werkt veel beter dan betaling. De KNRM kan haar geld wel beter gebruiken. Door met z’n allen geen geld te vragen voor onze inzet houden we deze unieke organisatie op de been. Dat motiveert meer dan een kleine bijver­ dienste. Toch?” <<<terugnaarinhoudsopgave


Oorzaken (voor zover bekend) Motorstoring Navigatiefout Roer- of schroefproblemen Averij aan romp en tuigage Onvoldoende kennis en ervaring Slechte weersomstandigheden Ongeval aan boord Brand/explosie Conditie bemanning Paniek/angst Ziekte aan boord Onzeewaardig schip Ongeval aan de wal Aanvaring EPIRB alarm Onvoldoende veiligheidsmiddelen Ziekte aan de wal

2006 325 203 87 81 79 67 20 18 11 11 10 5 5 4 3 2 1

2005 334 175 108 59 107 53 26 11 11 7 18 7 1 11 1 0 6

Gevolgen 2006 Stranding of vastgelopen 401 Afgedreven 179 Stuurloos 151 Ten anker 80 Omgeslagen 53 Vermissing 45 Zinkende 38 Desoriëntatie 27 Man overboord 13 Ongeval aan boord 11 Brand aan boord 6

2005 385 187 127 81 45 26 25 26 15 12 6

Binnenvaartschepen vragen reddingboothulp Urk / Lemmer / Enkhuizen - 30 maart / 6 april 2006 Wind: ZW 6 / ZW 4-5

Het Duitse binnenvaartschip Andreas maakte ter hoogte van het Val van Urk plotseling slagzij door een schuivende lading stalen profielen. De Kustwacht alarmeerde de reddingboten van Urk. Met behulp van enkele toegesnelde binnenvaartschepen werd voor de Andreas de golfslag gebroken en kon het schip, ­ingeklemd ­tussen de Smal Agt 3 en de Cascade, naar Lelystad worden gesleept. Daar kon de lading worden geïnspecteerd terwijl de harde ­zuidwestenwind langzaam afzwakte. Een week later maakte de binnenvaarder Rheingold water.

Opnieuw een klus voor de Urkers, ditmaal in samenwerking met de reddingbootbemanning van Lemmer. De eerste opstappers die oversprongen op het binnenvaartschip constateerden al snel dat het schip geen water maakte, maar dat de hoofdmotor was ­uitgevallen. Omdat dit aan lagerwal gebeurde was haast en slag­ vaardigheid geboden. De reddingboten maakten snel verbinding, teneinde het schip met de kop op zee op haar plaats te houden. Zo werd de tevens gewaarschuwde sleepboot afgewacht. Toen die arriveerde, werd de verbinding overgegeven. De sleepboot sleepte het schip tegen de zee op naar Lelystad. De Urker reddingboten bleven tijdens de sleep stand-by. De reddingboten uit Lemmer ­werden voor een andere actie weggeroepen.

<<<terugnaarinhoudsopgave Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 17


Radio medisch advies t.b.v. Zeescheepvaart Zeevisserij Overig

2006 345 111 71

2005 337 109 56

Aard van het radio medisch advies: Alleen Radio medisch advies Medische evacuatie Medische hulp in eerstvolgende haven Onbekend

389 85 28 25

397 62 20 23

Positie aanvrager Nederlands continentaal plat Europa Rest van de wereld Binnenwateren Onbekend

88 130 232 19 58

111 100 218 8 65

Windkracht 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 en meer

38 82 260 325 331 268 231 88 32 2 6

59 100 289 292 294 252 199 77 16 4 7

Windrichting Noord Noord-Oost Oost Zuid-Oost Zuid Zuid-West West Noord-West Variabel Totaal

2006 107 205 120 143 83 471 204 263 67 1.663

Drukste dagen in 2006 Zondag 9 juli 2006 Zaterdag 29 juli 2006 Dinsdag 1 augustus 2006 Zondag 4 juni 2006 Zondag 3 september 2006 Vrijdag 14 juli 2006 Zondag 16 juli 2006 Zondag 30 juli 2006 Donderdag 21 september 2006 Donderdag 13 juli 2006 Donderdag 3 augustus 2006 Zondag 30 augustus 2006

acties 32 26 22 21 21 20 20 19 19 18 18 18

Acties per maand januari februari maart april mei juni juli augustus september oktober november december

acties 35 17 52 110 182 231 356 248 184 136 77 35

2005 146 215 99 120 65 331 181 309 123 1.589

Kotter naar buiten gebracht Scheveningen - 16 april 2006 Wind: W 3

De reddingboten Fint en Jan van Engelenburg waren de late zondagavond varend bij het noorderhavenhoofd, op zoek naar een zieke zeehond. Het beest werd gevonden op de stenen. Een opstapper van de Fint ging overboord en inspecteerde het dier. Na een wederzijdse blik van goedkeuring verdween de zeehond onder water. Het bleek een loze melding.

Een uur later was er opnieuw alarm. Ditmaal ging het om de Noordzeekotter HD 36, die bij het verlaten van de haven was 足vastgelopen bij het oude havenhoofd. Pogingen om zelfstandig los te komen, mislukten. De Jan van Engelenburg had het schip met tien minuten vlot, de reddingbootbemanning inspecteerde de kotter op schade en begeleidde de HD 36 naar buiten. Een bijzondere actie, aangezien de problemen zich meestal 足voordoen bij het aanlopen van een haven.

<<<terugnaarinhoudsopgave Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 18


Acties per reddingstation Cadzand Breskens Westkapelle Veere Noordland-Burghsluis Ouddorp Stellendam Hoek van Holland Ter Heijde Scheveningen Katwijk aan Zee Noordwijk aan Zee Zandvoort IJmuiden Wijk aan Zee Egmond aan Zee Petten Callantsoog Den Helder Texel-De Koog Texel-De Cocksdorp Vlieland West-Terschelling Terschelling Paal 8 Ameland-Ballumerbocht Ameland-Nes Schiermonnikoog Eemshaven Lauwersoog Harlingen Hindeloopen Lemmer Urk Elburg Huizen Marken Enkhuizen Den Oever Totaal

2006 10 73 18 49 103 102 108 18 20 100 23 29 15 32 19 22 14 17 40 34 12 20 40 14 18 8 53 14 81 43 59 36 65 47 77 113 91 26 1.663

2005 23 75 24 50 88 68 91 42 29 120 18 15 10 43 18 15 8 26 43 30 13 39 38 13 19 7 48 15 68 55 56 52 62 44 n.v.t. 86 112 26 1.589

Hulpverlening in 2006 Al jaren blijft het aantal hulpverleningen relatief stabiel. De uit­ breiding met een nieuw reddingstation in Huizen heeft in 2006 gezorgd voor een toename met 77 hulpverleningen. Deze uitbrei­ ding buiten beschouwing gelaten was het aantal acties nagenoeg gelijk aan 2005. Verschillen ontstaan wel binnen de categorieën van hulpverleningen. Het ene jaar zijn er meer zoekacties dan het andere. Het ene jaar spelen weersomstandigheden de zeevaarders meer parten dan in het andere. In 2006 valt voornamelijk de toename aan acties in het Zeeuwse en Zuid-Hollandse deltagebied op. De toename is vooral veroor­ zaakt door incidenten op de Grevelingen en de Oosterschelde. De drie reddingstations Stellendam, Ouddorp en Noordland kwamen samen 313 keer in actie. Dat gaat al richting de 20% van het landelijk aantal acties. Voor de toekomst zijn inmiddels plannen gemaakt om Ouddorp te voorzien van een aparte reddingboot voor de Grevelingen. Naar extra capaciteit op het oostelijk deel van de Oosterschelde wordt een onderzoek ingesteld. Motorstoring is ook in 2006 de voornaamste oorzaak van proble­ men. Niet alleen bij de motorboten, maar ook bij een deel van de gemotoriseerde zeiljachten. Hoewel veel watersporters inmiddels een uitstekende inventaris aan boord hebben, blijkt de kennis van navigatie nog vaak onvoldoende. Alle digitale apparatuur ten spijt blijft navigeren een kwestie van combineren en interpreteren van informatie om te komen tot de juiste koers. De weerberichten uitluisteren blijkt niet altijd te gebeuren. Zo zijn de drukste dagen uit 2006 vooral die dagen waarop de weers­ omstandigheden in de loop van de middag verslechterden. Veel wind, onweer en windstoten zorgen op dit soort dagen steevast voor een storm aan hulpvragen. Het aantal radio medische adviezen nam af. Met 657 adviezen in één jaar blijft het echter een belangrijke aanvullende dienst, die vooral veel gebruikt wordt door de internationale beroepsvaart. Menig ernstig zieke of gewonde zeeman op één van de wereld­ zeëen heeft zijn leven inmiddels te danken aan de artsen van de RMD, die in 2006 75 jaar bestond.

Gezin gered van omgeslagen bootje Ouddorp - 6 april 2006 Wind: ZW 5

Op de Grevelingen, nabij de GB11, sloeg een zeilbootje om met daarin een Belgisch gezin. De man en vrouw hadden een kind van vijf jaar mee aan boord. De drie slaagden erin op de kiel van het bootje te klimmen, waarna de man met zijn mobiel (verpakt in een waterdichte zak) alarm sloeg. De reddingboot Griend was binnen een half uur ter plaatse en plukte de drie van boord. Het gezin werd ingepakt en naar de wal vervoerd. Na onderzoek door een arts bleek dat geen van allen nadelige gevolgen had overgehouden aan het koude en angstige avontuur.

<<<terugnaarinhoudsopgave Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 19


Hoe verloopt een KNRM-redding of hulpverlening? Elke keer wanneer een reddingboot uitvaart is het verloop anders. Toch zit er een vast patroon in de hulpverleningen en reddingen. Elk alarm wordt beantwoord. Ongeacht de boodschap in de alar­ mering reageert de bemanning door te verzamelen aan boord, uit te varen en informatie in te winnen. Liever tien keer te veel dan één keer te weinig. De melder in nood wordt gerustgesteld. Zodra er contact met de mensen in nood op zee kan worden opgeno­ men, zorgt de reddingbootbemanning voor een geruststellend woord. Informatie wordt uitgewisseld, een verwachte aankomsttijd wordt doorgegeven en er worden aanwijzingen gegeven om de komst van de reddingboot voor te bereiden. Een redder wordt overgezet. Wanneer de mensen in nood op een schip verblijven wordt een redder overgezet, zo lang de omstandigheden dit mogelijk maken, om aan boord de situatie te kunnen inschatten. Een redder ­toevoegen aan de scheepsbemanning in nood brengt vaak rust. Het geeft betere mogelijkheden tot communicatie dan uitsluitend via de marifoon. Er wordt een oplossing geboden. Aan boord of langszij het schip in nood wordt overlegd wat de oplossing van de problemen kan zijn. Dat kan het van boord halen van bemanning of gewonde zijn. Dat kan het verhelpen van een technische storing zijn. Dat kan het aan boord brengen van ­pompen zijn. Voor elk probleem weten de KNRM-bemanningen een oplossing te vinden.

­ eredden gewaarschuwd voor verder vervoer. Terug in het boot­ g huis is er voor geredden ruimte om op verhaal te komen. Er wordt voor droge kleding gezorgd en eventueel onderdak voor de eerste nacht. Er wordt geen rekening opgemaakt. Hulpverleningen en reddingen door de KNRM zijn kosteloos. Na afloop wordt weliswaar een rapport opgemaakt, maar dat is niet voor een rekening. Het staat de geredden vrij een gift te geven, zelfs een handdruk is voldoende. Het past in de filosofie van het reddingwerk, dat je iemand helpt zonder tegenprestaties. Uit de reddingrapporten worden leermomenten gehaald voor het preven­ tieprogramma ‘Zeevast’ dat de KNRM aanbiedt aan watersporters en beroepsvaarders. Zeevast - Preventie en voorlichtingsprogramma Het doel van dit programma is het verminderen van het aantal slachtoffers van waterongevallen bij ongevallen met een vermijd­ bare oorzaak. De KNRM doet watersporters tips aan de hand over het voorkomen van ongevallen. De tips komen voort uit meest voorkomende oorzaken van ongevallen en de aanbevelingen die geredden hebben gedaan in de jaarlijkse gereddenenquête, die de KNRM verspreidt.

Er is aandacht voor mensen, dieren en tenslotte materiaal. De opvarenden van een schip in nood worden als eerste veilig­ gesteld. Hetzij aan boord van hun eigen schip, hetzij op de ­reddingboot. Dat geldt ook voor alle andere levende have aan boord. Wanneer het schip, of andere materialen veilig geborgen of ­weggesleept kunnen worden, zal de KNRM hier ook voor ­zorgen. Dit laatste kan vanzelfsprekend ook door een berger, als die beschikbaar is, worden gedaan. Er wordt opvang en nazorg geregeld. Op zee wordt voor de terugreis al contact opgenomen met de walploegen, om te zorgen voor opvang van geredden. Eventueel wordt een ambulance, soms een taxi of soms familie van de

Zoekactie naar overboord geslagen zeeman Diverse reddingstations - 4 juni 2006 Wind: NW 2

Een coaster die zich in de hoofdvaarroute bevond meldde aan de Kustwacht een man overboord. Het Kustwachtcentrum vroeg de reddingboten Graaf van Bylandt, Beursplein 5 en Francine Kroesen om ter plaatse te gaan voor een uitgebreide zoekactie. Aan de hand van wind en stromingen werd door de Kustwacht een zoekgebied bepaald. De Graaf van Bylandt werd benoemd tot On Scene Coördinator. Vanuit de lucht kregen de reddingboten

ondersteuning van twee helikopters. Na verloop van tijd sloot het politievaartuig RP 48 zich ook aan bij de zoekende eenheden. Toen er na een tijdje nog niemand was gevonden, besloot het Kustwachtcentrum het zoekgebied te vergroten. De eenheden werden in twee groepen verdeeld. Hierna werd het levensloze lichaam van de zeeman snel gevonden. De bemanning van de Graaf van Bylandt haalde de man uit zee en droeg het stoffelijk overschot over aan de RP 48, die het naar Den Helder bracht voor verder onderzoek. Aan boord van de coaster is later een afscheidsbrief van de man gevonden.

<<<terugnaarinhoudsopgave Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 20


Realisatie van doelstelling en strategie in 2006 Naar de doelstelling van de KNRM gemeten zouden de hulpver­ leningscijfers het resultaat aanduiden. Feitelijk is het resultaat van de doelstelling zichtbaar te maken met de statistiek van de hulp­ verleningen en reddingen in 2006: 1.663 hulpverleningen en reddingen en 3.109 geredden. Maar om die cijfers te behalen is meer nodig dan alleen mensen in nood op het water. Het zijn tevens alle inspanningen die de KNRM pleegt om operatio­ nele gereed te zijn voor klein- en grootschalige incidenten. Operationele gereedheid wordt bereikt door: - Personele beschikbaarheid op elk moment van de dag, binnen tien minuten na alarmering. - Geoefendheid in alle aspecten van hulpverlening op het water en varen met snelle reddingboten. - Materiële beschikbaarheid van reddingboten en materieel. In de doelstelling is opgenomen dat de uitvoering van het ­reddingwerk voor degene die hulp behoeft geheel kosteloos is. Financiering van het reddingwerk gebeurt met vrijwillige bijdragen. De uitvoering van het reddingwerk geschiedt door vrijwilligers. Doelstellingen in 2006 voor bijna 100% bereikt Alle hulpvragen werden beantwoord. De gestelde responstijd werd ruimschoots behaald. De personele beschikbaarheid schoot bij één van de 1.663 acties tekort, maar door snel handelen van het betreffende reddingstation is aan de hulpvraag tijdig voldaan door een buurstation. Het materieel is altijd beschikbaar geweest voor hulpverleningen. In alle gevallen van uitval door onderhoud of storingen kon een vervangende boot worden geplaatst.

opleidings­niveau (aantal gediplomeerde redders) steeg naar 52,6% (zie pag. 33). Het nieuwe alarmeringssysteem P2000 werd operationeel. Het communicatienetwerk C2000 werd op alle reddingstations ­geïmplementeerd. Op alle reddingboten groter dan 10 meter werd het Automatisch Identificatie Systeem (AIS) ingebouwd. Er werd een Reddersfonds opgericht waaruit kosten voor vrijwilligers ­kunnen worden betaald. De beoogde doelstellingen op het gebied van fondsenwerving zijn behaald. Niet gere(e)d in 2006 De nieuwe reddingboot van Den Helder was net niet gereed in 2006. Oplevering en indienststelling vond plaats in januari 2007. Vertraging is ontstaan door een technisch defect bij de installatie van één van de motoren. De bouw van een nieuw bemanning­ verblijf in Enkhuizen kon door inspraakprocedures ook in 2006 nog niet van start gaan. Twee reddingboten van het type Atlantic 21, gepland voor vervanging van reddingboten op het IJsselmeer, waren bij de Britse zusterorganisatie niet meer leverbaar. Een nieuwe kennisbank met informatie voor vrijwilligers ter voor­ bereiding op de nieuwe oefenschema’s is nog niet gerealiseerd. De aansluiting op het bestaande Centrale Informatie Systeem vergt meer studie en aanpassingen dan verwacht. Het “Samen redden”, naar het thema van het vorige jaarverslag over 2005, is nog niet volledig gerealiseerd. De coördinatie en communicatie tussen land- en waterhulpdiensten is nog niet goed geregeld. Deelname door de KNRM aan verschillende projecten en gesprekken met veiligheidsregio’s moet het komende jaar nog verbeteren.

Er werden nieuwe reddingboten gestationeerd in Ouddorp (Atlantic 75), Hoek van Holland (Arie Visser-klasse, reeds opge­ leverd in 2005), IJmuiden (Atlantic 75, reserve) en Lauwersoog (Atlantic 75). Er werd een nieuw bemanningverblijf geopend in Urk. Er werd een nieuw reddingstation opgericht in Huizen, in samenwerking met de plaatselijke reddingsbrigade. De nieuwe oefenmethodiek ging van start. Er werden nieuwe oefencoördinatoren per reddingstation opgeleid om deze methodiek te begeleiden. Er werden 120 nieuwe vrijwilligers ingeschreven, waaronder 31 vrijwilligers op het nieuwe reddingstation Huizen. Het

Nieuwe reddingboot voor Hoek van Holland Hoek van Holland - 7 januari 2006

Door een nalatenschap van mevrouw Jeanine Parqui is de KNRM in staat geweest de gelijknamige reddingboot te laten bouwen. Jeanine Parqui overleed op 12 januari 2000 op 49‑jarige leeftijd. Al in 1973 besloot de naamgeefster de Redding Maatschappij in haar testament te gedenken. De reddingboot Jeanine Parqui (type Arie Visser) werd door mevrouw Mr. H.M.A. Opstelten-Dutilh gedoopt in de Berghaven van Hoek van Holland.

De Jeanine Parqui verving de reddingboot Kapiteins Hazewinkel, die met de komst van de Jeanine Parqui werd toegevoegd aan de reservevloot van de KNRM. Als reserveboot wordt de Kapiteins Hazewinkel ingezet wanneer een operationele reddingboot - om wat voor reden dan ook - tijdelijk uit de vaart is.

<<<terugnaarinhoudsopgave Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 21


Bestuursverslag 2006 Besturen, toezicht houden en verantwoorden Redden op zee speelt zich doorgaans af buiten het blikveld van toeschouwers. Het enige zichtbare van het werk is vaak de terug­ komst in de haven of aan het strand. Mét of zonder geredden. Bij extreme weersomstandigheden is aan die terugkomst heel wat voorafgegaan. Met durf en professioneel handelen. Het besturen van een organisatie als de KNRM vergt niet zoveel moed als bij de bemanningsleden, maar enige durf en zeker professionaliteit is wel op z’n plaats. De techniek ontwikkelt zich, de vraag naar profes­ sionele hulp is groter en de exploitatiekosten zijn de afgelopen 10 jaar evenredig met de toenemende complexiteit in materieel en mensen gestegen. Het bestuur neemt beslissingen over het toe­ komstig beleid, voorbereid door de directie, over nieuwe schepen, uitbreiding van reddingstations, financieel beheer, continuïteit, ­vrijwilligersbeleid en fondsenwerving. Hoe het bestuur van de KNRM bestuurt, toezicht houdt en zich verantwoordt, is in dit gehele jaarverslag verweven. Op hoofdlijnen is het verwoord in het bestuursverslag, in detail verder toegelicht in de overige hoofdstuk­ ken en de jaarrekening 2006. Bestuur en directie Het bestuur is statutair verantwoordelijk voor “het besturen van de stichting en het beheer van het vermogen van de stichting […]”. Beleidsbeslissingen op het gebied van materiële vernieuwing en uitbreiding, en financiën vormen de basis van het besturen. Bestuursleden dienen in hoofdzaak over algemene bestuurskwa­ liteiten te beschikken. Daarnaast is individuele, specifieke kennis vereist. Als beleid geldt dat de bestuursfuncties gekoppeld zijn aan de volgende disciplines: bankwezen, algemeen/ watersport, scheepvaart, advocatuur, notariaat en Koninklijke marine.

Het bestuur van de KNRM bestaat uit negen personen. Allen zijn vrijwillig verbonden aan de Redding Maatschappij en ontvangen geen bezoldiging en/of vergoeding. Het algemeen bestuur verga­ derde in 2006 zes maal, evenals het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur onderhoudt een geregeld contact met de directie, fungeert als klankbord voor de directie, heeft een mandaat voor bestuurs­ beslissingen en bereidt de vergaderingen van het algemeen bestuur voor. Het bestuur heeft taken gedelegeerd aan de directie. De taken van de directie zijn van tweeërlei aard: beleidsvoorberei­ dend en beleidsuitvoerend. De beleidsvoorbereidende taak van de directie bestaat uit het

Mr. Peter van den Brandhof Voorzitter Raad van Bestuur van ziekenhuis ReedszevenjaaralsvrijwilligerlidvanhetKNRMbestuur

Toen hij in 2000 werd gevraagd om toe te treden tot het bestuur van de KNRM, zat Peter van den Brandhof nog ‘tot over zijn oren’ in de maritieme sector. Als algemeen directeur van North Sea Ferries bracht hij een schat aan kennis, kunde en contacten mee. “Ik vond het op mijn beurt een geweldige eer dat ik voor de bestuursfunctie werd gevraagd. Ik beschouw(de) de KNRM als een buitengewoon nuttige organisatie, waar ik graag mijn steentje aan bijdraag”. Naast het eergevoel heeft Van den Brandhof sindsdien met name

zich bij voortduring op de hoogte houden van feiten, omstandig­ heden en ontwikkelingen welke van belang kunnen zijn voor het ­reddingwezen en de Radio Medische Dienst (RMD) en voor de wijze waarop, en de middelen waarmee, de KNRM haar statutaire doel nastreeft. Zij stelt het bestuur van deze feiten, omstandigheden en ontwikkelingen in kennis en doet aan het bestuur de aanbevelingen waartoe die feiten, omstandigheden en ontwikkelingen hen aanleiding geven. De directie bereidt de vergaderingen van het bestuur voor en woont de vergaderingen bij. In de vergaderingen brengt zij verslag uit van de ervaringen en werkzaamheden sedert de vorige vergadering. Op financieel gebied handelt de directie in nauw overleg met de penningmeester van het bestuur. De directie draagt er zorg voor dat het kantoor van de KNRM bij voortduring de beschikking heeft over de kasmiddelen die voor de bestrijding van de dage­ lijkse uitgaven nodig zijn en ziet toe op de juiste besteding van de ­kasmiddelen. Zij voert daarbij een zuinig en efficiënt beleid, binnen de grenzen van de begroting. Afwijkingen en overschrijdingen van de begroting worden vooraf aan het bestuur (of in dringende gevallen aan de penningmeester of de voorzitter) ter goedkeuring voorgelegd. Controle op functioneren van de organisatie Om de kwaliteit van de hoofdprocessen binnen de hoofdorgani­ satie in IJmuiden te kunnen borgen is de KNRM ISO 9001 gecer­ tificeerd. Veel van de hoofdprocessen hebben een direct verband met de kwaliteit van de uitvoering van het reddingwerk. Binnen de hoofdprocessen zijn jaarplannen, rapportages, risico-analyses en evaluaties vastgelegd. Bewaking van hoofdprocessen binnen ISO 9001 wordt uitgevoerd door het management team.

Extern toezicht wordt uitgevoerd door KPMG Accountants N.V. (financieel beheer), de Nederlandse Kustwacht (operationeel verantwoordelijk voor Search and Rescue) en BSI Management Systems (voor de ISO 9001 certificering). Het CBF houdt toezicht op verantwoorde fondsenwerving. Het bestuur heeft oog voor maatschappelijke ontwikkelingen en het effect ervan op het functioneren van de KNRM. Voor de wijze waarop verantwoording wordt afgelegd over het gevoerde beleid kiest het bestuur voor gerichte communicatie met donateurs en

ook plezier beleefd aan zijn vrijwillige bestuursfunctie. “Binnen het bestuur werken we in een bijzonder prettige sfeer aan wezenlijke zaken. Het vrijwilligerskarakter speelt daarbij een essentiële rol. Een financiële vergoeding speelt voor mij absoluut niet. Sterker nog: Ik had mijn tijd ook kunnen besteden aan één of ander commissariaat, maar de financiele vergoeding dáárvoor staat niet in verhouding tot de vol­ doening die dit werk bij de KNRM met zich meebrengt. De importantie van het werk, de contacten met al die vrijwilligers (‘Pracht volk!’) en de voelbare trots binnen de organisatie maken dat dit verreweg de mooi­ ste nevenfunctie is die ik in mijn leven heb bekleed”. Van den Brandhof heeft in de afgelopen zeven jaar kennis gemaakt met honderden vrijwilligers. Tijdens bestuurstochten, openingen

<<<terugnaarinhoudsopgave Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 22


schenkers, vrijwilligers, geredden, beroepsvaart, watersporters en overheden. Risicobeheersing Reddingen zijn over het algemeen onzichtbaar voor het grote publiek. Op het moment echter, dat genomen risico’s leiden tot verlies van mensenlevens, materiële schade of financieel verlies, zal de KNRM opeens wel zichtbaar zijn. Want, je werk goed doen, je organisatie goed besturen is geen nieuws. Afwijkingen daarop zijn echter wel nieuwswaardig. De grote risico’s voor de KNRM zijn: - Niet-behouden terugkeer van de (voltallige) bemanning na een actie. - Tekort schieten bij reddingsacties. - Financieel verlies met continuïteitsproblemen als gevolg.

Bij het afdekken van deze risico’s gaat het primair om bescherming en zorg voor bemanningsleden en medewerkers, door het goed en veilig uitvoeren van alle taken. Het verzekeren van de continuïteit in het reddingwerk wordt geborgd op basis van vertrouwen in de organisatie en het imago van de KNRM. Er is voortdurend aandacht voor de kwaliteit. De instrumenten die het bestuur hiervoor hanteert zijn: 1. De opleidingsstandaard volgens IMRF-common standards on training (zie operationeel verslag). 2. De bouw van reddingboten onder ABS-klassificatie (toezicht en certificering door het American Bureau of Shipping). 3. Efficiënte en kwalitatief goede bedrijfsvoering door de onder­ steunende organisatie, met ISO 9001 certificering. 4. Verantwoorde fondsenwerving en besteding van gedoneerde gelden onder CBF-keurmerk. 5. Borging van het beleggingsproces door het onderbrengen van het belegd vermogen bij drie professionele vermogensbeheer­ ders met een mandaat voor het spreiden van risico’s over ver­ schillende asset-classes en het gebruik maken van deskundigen, die in de financiële commissie toezicht en controle uitoefenen op het door de verschillende vermogensbeheerders gevoerde beleggingsbeleid. 6. Gedegen financiële en administratieve organisatie met accountantscontrole en managementrapportage door KPMG Accountants N.V. .

Professionele vrijwilligers- en personeelsbeleid Vrijwilligers op de reddingstations vormen het belangrijkste “kapitaal” van de KNRM. De lokale bestuurders (ook vrijwilligers) houden hierover het toezicht. Dat is geen dagtaak, maar vergt wel tijd. Met een toenemende druk op beschikbaarheid van vrijwilligers streeft het bestuur naar goede begeleiding en ondersteuning van het huidige vrijwilligersbestand. Ondersteuning op operationeel en technisch gebied wordt verleend door beroepskrachten vanuit de hoofdvestiging in IJmuiden. Op die manier worden aandacht, ­manuren en kosten verdeeld over de reddingstations.

Op personeelgebied wordt gestreefd naar een goede balans ­tussen beroeps- en vrijwillige medewerkers. Naast een vaste kern aan ondersteunend personeel is er een groeiende groep vrijwilligers, die hand- en spandiensten verlenen in kantoor- en onderhouds­ werkzaamheden. De KNRM biedt voor veel vrijwilligers een zinvolle invulling van beschikbare tijd. De taken die vrijwilligers op zich ­hebben genomen (archivering, digitalisering) gaven tijd en ruimte aan het beroepspersoneel om de hoofdprocessen te verbeteren. Beloningsbeleid directie Het bestuur stelt de directiebeloning vast. Bij externe toetsing is gebleken dat de beloning van de directie bij de KNRM in vergelij­ king met andere fondsenwervende instellingen gemiddeld is. De beloning blijft ruimschoots binnen de door de code Wijffels opge­ stelde richtlijn voor beloning van directies van fondsenwervende instellingen. Bestuursvisie en beleid 2006 In 2006 zijn drie belangrijke onderwerpen benoemd, die in het beleid tot en met 2008 veel aandacht zullen krijgen: - Inbedding van de KNRM in de hulpverleningsketen in Nederland. - Intensivering van fondsenwerving. - Aanpassing van het bestuursmodel naar een Raad van Toezicht model, uiterlijk 31 december 2007. Inbedding in hulpverleningsketen Het redden van mensen op zee is een specialiteit die vraagt om goed reddingmaterieel en professioneel opgeleide vrijwilligers. Naar de visie van het bestuur is de KNRM de aangewezen organi­ satie in Nederland die Search and Rescue op het water uitvoert in opdracht van de Nederlandse Kustwacht. Om die rol overal in het

of andere bemanningsgelegenheden ziet hij het als zijn taak om namens het bestuur de waardering over te brengen op de man­ nen en vrouwen die het ‘echte werk’ doen. “Bij de KNRM staat de organisatorische pyramide echt op z’n kop. De bemanningen zijn de ziel van de organisatie. Zij staan bovenaan; het hoofdkantoor en het bestuur zijn ondersteunend. Dus als iemand het plan heeft een voetstuk te bouwen, dan moeten zíj erop en niet wij”. Dat gezegd hebbende, realiseert de bestuurder zich direct dat dat ook geen oplossing is. “Ik ken geen redder die op een voetstuk wil. Mooi is dat hè?”

De heer Van den Brandhof (uiterst rechts), tijdens een bestuurstocht naar Katwijk. <<<terugnaarinhoudsopgave Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 23


Kustwachtgebied in de toekomst te versterken heeft het bestuur in 2006 met name de positie van de KNRM in de hulpverleningsketen verder onderzocht en belicht. De KNRM nam in 2005 en 2006 deel aan de projectgroep Landzee regelingen van de Hogeschool Zeeland, die onderzoek deed naar de verschillende regelingen die bestaan voor de aanpak van grootschalige incidenten op het water en het land. Het onderzoek resulteerde in een aanbeveling om incidenten op het water en het land uniformer aan te pakken. Verschillen in terminologie, alarme­ ring en opschaling maken samenwerking tot nu toe lastig. Als ver­ volg op deze projectgroep is door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het project Waterrand gestart. Dit ­project wordt geleid door de directeur van de Veiligheidsregio Noord-Holland-Noord en heeft tot doel een aanbeveling te doen voor een uniforme structuur voor incidentbestrijding op het land en het water. De KNRM is nauw betrokken bij dit project, waarin ook de Reddingsbrigades een belangrijke rol vervullen. Het bestuur ontwikkelde in 2004 een toekomstvisie ten aanzien van het werkgebied van de KNRM, waarin de positionering van de KNRM als erkende hulpverlener, met specialisatie reddingwerk op het water, een belangrijke rol speelt. Uit onderzoek in 2005 naar het werkterrein van de KNRM zijn conclusies getrokken die op lange termijn leiden tot een bredere dekking met geredden­ capaciteit (reddingboten) in het werkgebied van de KNRM en de Nederlandse Kustwacht. In 2006 is een inventarisatie gemaakt van mogelijke locaties van nieuwe reddingstations in het oos­ telijk deel van de Zeeuwse en Zuid-Hollandse delta. Uitbreiding met nieuwe reddingstations behoort tot de mogelijkheden vanaf 2008. Tevens wordt in 2007 onderzocht of intensiever kan worden samengewerkt met bestaande zelfstandige reddingsbrigades in het werk­gebied van de KNRM, waar uitbreiding met reddingstations gewenst is.

beleid opnieuw beoordelen met de vragen: 1. Welke taken moet de KNRM uitvoeren? 2. Kan de KNRM haar taken met professionele vrijwilligers blijven uitvoeren? En zo ja, op welke wijze? 3. Welke financiële bronnen moet de KNRM aanboren om de ­stijgende exploitatielast te kunnen blijven financieren? 4. Welke samenwerkingsvormen zijn er mogelijk met partners, die ook op het water hulpverleningstaken uitvoeren? Als partner van de Kustwacht is de KNRM beter bekend, dan als partner van landhulpdiensten. Op regionaal of gemeentelijk niveau is de rol van de KNRM onvoldoende bekend. In 2007 zal de KNRM zich nadrukkelijk presenteren bij de Veiligheidsregio’s om de samenwerking vast te leggen in standaard procedures en de kennis over de KNRM bij de regio’s te verbeteren. Vlootplan 2010 Het “Vlootplan 2010” vormt nog steeds de basis waarop bestuurs­ beslissingen omtrent nieuwbouw van reddingboten, boothuizen, bemanningverblijven en voertuigen zijn gefundeerd. Realisering van het vlootplan 2010 is noodzakelijk om de gewenste geredden­ capaciteit langs de Nederlandse kust te garanderen. De capaciteits- en tijdsnorm voor de Noordzee is gesteld op: - Binnen 10 zeemijl uit de kust, binnen 1 uur na alarmering ­aanwezig zijn met een gereddencapaciteit van 300 personen. - Binnen 30 mijl uit de kust binnen twee uur na alarmering ­aanwezig zijn met een gereddencapaciteit van 600 personen. De capaciteits- en tijdsnorm voor de ruime binnenwateren is gesteld op: - Binnen 30 minuten na alarmering overal op het ruime binnen­ water aanwezig zijn. - Binnen 1 uur en 3 kwartier na alarmering overal op de ruime ­binnenwateren minimaal gereddencapaciteit kunnen leveren van 25, 50, 100 of 200 personen, in relatie tot het risicoprofiel van het gebied.

In 2006 is door het COT Instituut voor veiligheids- en crisismanage­ ment in opdracht van het KNRM-bestuur de rol en functie van de KNRM in de hulpverleningsketen onderzocht. Dit is vooral gedaan om beter te kunnen anticiperen op de huidige ontwikkeling van de hulpverlening in Nederland op het niveau van Veiligheidsregio’s. In 2007 zal het bestuur van de KNRM, mede op basis van dit rapport, haar strategische koers op de essentiële pijlers van het huidige

KNRM-reddingstation Huizen Huizen - 12 mei 2006

Met de officiële indienstelling was het 40e reddingstation van de KNRM een feit en gaat de Reddingsbrigade Huizen voor een deel verder als reddingstation onder de paraplu van de Redding Maatschappij. Onderdeel van de indienststelling was de bouwstart van een nieuw boothuis aan de Energieweg. De overgang van het reddingstation naar de KNRM gebeurt op ­verzoek van de Nederlandse Kustwacht. Om te komen tot een uniforme alarmering en hulpverlening op de Randmeren, kreeg de KNRM in 2001 van het Kustwachtcentrum het verzoek haar

­ erkgebied uit te breiden met de Randmeren. Dit resulteerde in w KNRM-­station Elburg (2002) en nu in een tweede station in Huizen. Bij het oprichten van nieuwe redding­stations heeft de KNRM bewust de ­combinatie met reddingsbrigades onderzocht. De kennis en ­ervaring van deze bestaande hulpverleners op de Randmeren wordt daarmee ten volle benut.

<<<terugnaarinhoudsopgave Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 24


De financiële consequenties daarvan komen tot uiting in de meer­ jarenbegroting (zie financieel jaarverslag). In het vlootplan voor de Noordzee wordt jaarlijks de norm voor gereddencapaciteit getoetst aan de hand van geplande en gerealiseerde investeringen in ­reddingmaterieel. Het vlootplan wordt periodiek geëvalueerd, onder andere op basis van de risico analyse die TNO maakt op basis van scheeps- en vliegbewegingen langs de Nederlandse kust. Het vlootplan heeft rechtstreeks gevolgen voor de eisen die aan materieel en personeel worden gesteld. Daarom heeft de KNRM niet alleen kwantiteits­ eisen vastgelegd (gereddencapaciteit), maar ook een scala aan kwaliteitseisen, waarbij de betrouwbaarheid en inzetbaarheid van het materieel en de geoefendheid van het personeel de uitgangs­ punten vormen. Voor wat betreft de operationele gereedheid geldt dat reddingboten 24 uur per dag, 365 dagen per jaar binnen tien minuten na een alarmering bemand zijn. Intensivering fondsenwerving Er is ruim voldoende draagvlak voor een particuliere reddingorga­ nisatie zoals de KNRM. Meer Redders aan de wal (donateurs) kun­ nen dit draagvlak vergroten en zorgen bovenal voor een grotere maatschappelijke betrokkenheid, die essentieel is voor het in stand houden van een vrijwilligersorganisatie.

De KNRM heeft een gezonde financiële basis. Maar om de ­activiteiten van de KNRM op peil te houden en waar mogelijk uit te breiden, is vergroting van de zekere inkomsten onontbeerlijk. Nalatenschappen en opbrengsten uit het vermogen zijn essentiële inkomstenbronnen - maar tegelijkertijd een onzekere factor - om op lange termijn uitbreidingen te realiseren. In 2006 is de eerste fase van het fondsenwervingsplan tot 2010 afgerond. Het meerjarenplan streeft naar een donateursbestand van 100.000 personen in 2010 en een structurele toename van donaties tot 70% van de exploitatiekosten, om daarmee minder afhankelijk te zijn van de opbrengst van het eigen vermogen. In alle uitingen van de KNRM afficheert zij zich graag als een ­reddingorganisatie, die hulp op zee garandeert, uitgevoerd door vrijwilligers en in stand gehouden door vrijwillige bijdragen. Het resultaat van deze strategie uit zich in een jaarlijkse groei in aan­ meldingen en bijdragen van donateurs (Redders aan de wal),

Bedrijfsleven en relaties schenken bijna drie ton voor Reddersfonds Noordwijk aan Zee - 17 november 2006

Op initiatief van het Palace Hotel in Noordwijk aan Zee in 2006 het tweede KNRM Benefietgala plaats. De sfeervolle avond leverde de KNRM € 291.550,- op. Dat bedrag werd in zijn geheel gestort in het speciaal opgerichte Reddersfonds. De opbrengsten van dat fonds worden jaarlijks aangewend om een deel van de beman­ ningskosten te betalen: opleidingen, trainingen, verzekeringen en overlevingspakken.

giften, schenkingen en nalatenschappen. Grotendeels zijn deze inkomsten groeiende. De bijdragen uit nalatenschappen vertonen een grillig verloop door de jaren heen. Het aantal nalatenschappen is jaarlijks bij de KNRM vrij stabiel. De omvang over 2006 is echter kleiner dan in 2005. Daarentegen wordt er meer bij leven geschon­ ken. In 2006 zijn bijvoorbeeld vijf Fondsen op naam opgericht voor een totaalbedrag van € 1.517.000,-. Bestuursmodel wijzigen In 2006 is besloten de bestuursvorm in twee jaar tijd te verande­ ren naar een Raad van Toezicht. Een voorstel daartoe zal in 2007 worden besproken. Daarin worden niet alleen de statutaire con­ sequenties, maar ook de personele veranderingen besproken, die nodig zijn voor een gewijzigde werkvorm van het management team. De nieuwe bestuursvorm moet uiterlijk 1 januari 2008 zijn gerealiseerd. Dit wijkt af van de Richtlijn Code Goed Bestuur, die adviseerde de wijzigingen een jaar eerder te realiseren. Investeringsbeslissingen en evaluatie 2006 Besluiten tot investeringen worden door het bestuur genomen op voordracht van de directie. Realisatie van de investering wordt getoetst op basis van een nacalculatie. Investeringen zijn altijd gerelateerd aan meerjarenplannen op het gebied van materieel, operationele vaardigheden en fondsenwerving. Het resultaat van de investering komt tot uiting in ondermeer de prestatie-indica­ toren of in de opbrengst van fondsenwervende acties.

Nieuwe ontwikkelingen of veranderende omstandigheden hebben enkele investeringsbeslissingen uit het verleden doen wijzigen. Het besluit om bij de Britse Reddingmaatschappij (RNLI) twee ­reddingboten van het type Atlantic 21 te kopen moest herzien worden, omdat deze niet meer leverbaar zijn. Door herverdeling van bestaande en nieuwe reddingboten van deze klasse kan tot 2008 voorzien worden in alle stationeringswensen binnen het ­resterende investeringsplan. In 2006 is besloten een nieuwe reddingboot van het type Valentijn te laten bouwen. Stationering vindt plaats in 2007 op het red­ dingstation Noordwijk aan Zee. De huidige reddingboot van Noordwijk wordt reserve reddingboot. Deze beslissing kwam mede tot stand door de wens een extra reserve-reddingboot van deze klasse beschikbaar te hebben, vanwege de voorziene onderhouds­

Dankzij genereuze schenkers is de KNRM telkens in staat om investeringen te doen in de nieuwbouw van boten en boot­huizen. Tegelijkertijd heeft de Redding Maatschappij moeite om haar exploitatiebegroting rond te krijgen. Dit noopt de KNRM tot een iets andere aanpak van haar fondsenwerving, waarbij het dek­ ken van de zogenaamde exploitatiekosten het voornaamste doel is. Door de opbrengst van het gala niet te besteden aan een een­malige investering, maar het totaalbedrag in een fonds te storten, kunnen de stortingen van de tientallen bedrijven worden beschouwd als een bijdrage voor de lange termijn.

<<<terugnaarinhoudsopgave Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 25


cyclus van dit type reddingboot, waarvan er 17 in de vaart zijn. Momenteel kan tijdens onderhoud niet altijd een gelijkwaardige vervangende reddingboot worden gestationeerd, waardoor de gereddencapaciteit in enkele regio’s niet gewaarborgd blijft.

opbouwen van reserve waardeverschillen beleggingen door het verhogen van het gewenst vrij besteedbaar vermogen. - Er wordt beoordeeld welke uitbreiding van activiteiten voor de doelstelling, investeringen of exploitatie wenselijk en haalbaar zijn.

Financieel beleid van de KNRM Het bestuur heeft afhankelijk van de financiële voor- en tegen­ spoed een aantal beleidsuitgangspunten vastgesteld:

Als de KNRM in financieel zwaar weer verkeert. - Er wordt beoordeeld in hoeverre op langere termijn de huidige activiteiten voor de doelstelling, investeringen en exploitatie ­haalbaar en wenselijk zijn. - Er wordt beoordeld welke vervangingsinvesteringen kunnen ­worden uitgesteld. - Er wordt beoordeeld welke bezuinigingen in de exploitatie ­kunnen worden gerealiseerd. - Er worden plannen opgesteld voor het beperken van het ­dienstenaanbod. Deze plannen moeten op langere termijn de jaarlijkse exploitatielasten kunnen beperken.

Algemeen beleid: - Er wordt rekening gehouden met de hoge mate van onzekerheid over de jaarlijkse inkomsten. - De uitgaven, investeringen en exploitatie worden goed begroot en gebudgetteerd. - Het financieel beleid van de KNRM aangaande de exploitatie mag niet teveel afhankelijk van de beleggingsopbrengsten in enig jaar. - De omvang van het vrij besteedbaar vermogen is dusdanig dat de gemiddelde opbrengst van dit vermogen voldoende is om ten minste één derde van de exploitatiekosten te kunnen dekken. Beleid voor een vaste koers en vaart: - Voor 5 jaar is vastgesteld wat de maximale exploitatie omvang mag zijn, op basis van het vlootplan, het meerjaren investerings­ plan en de meerjaren begroting. - Voor 5 jaar is als inspanningsverplichting voor de organisatie ­vastgesteld wat de minimale inkomsten uit fondsenwerving ­moeten zijn. Het maximale kostenpercentage voor fondsen­ werving is 15%. - Het vermogen is belegd voor de lange termijn. De rendements­ verwachting is ongeveer 6% per jaar. Noodzakelijke wijzigingen in de koers en vaart worden ten minste iedere 2 jaar beoordeeld op basis van: - incidentele grote baten, die boven de inspanningsverplichting uit fondsenwerving zijn ontvangen. - resultaten die uit beleggingen zijn behaald. - externe factoren die koerswijzigingen noodzakelijk maken. Als het financieel voor de wind gaat. - De extra financiële ruimte kan worden aangewend voor investe­ ringen, het afdekken van toekomstige exploitatiekosten of het

Bestuurstochten 2006 Twee maal per jaar bezoekt het bestuur een aantal reddingstations. De bestuursleden gaan daarbij, geheel volgens de voorschriften en richtlijnen voor de reddingstations, gekleed in overlevingspak aan boord van de reddingboten, om deel te nemen aan gezamen­ lijke oefentochten met naburige reddingstations. Het bestuur stelt zich tijdens de oefentochten en de bezoeken aan de boothuizen persoonlijk op de hoogte van de operationele vaardigheden van schipper en bemanning. Het laat zich informeren door de plaatse­ lijke commissie en spreekt tijdens ­informele bijeenkomsten met de vrijwilligers van het redding­station. Deze tochten brengen bestuur en redders dichter bij elkaar, dragen bij tot een goede verstand­ houding tussen beleidsbepalers en ­uitvoerders en zijn informatief essentieel voor een goede besluitvorming in het bestuur. In 2006 bezocht het bestuur de reddingstations Zandvoort, IJmuiden, Wijk aan Zee, Vlieland en Harlingen. Evaluatie bestuur 2006 Naast de reguliere bestuursvergaderingen belegt het bestuur ten minste eenmaal per jaar een bijeenkomst buiten aanwezigheid van de directie waarin het functioneren van het bestuur en de ­directie wordt geëvalueerd en tevens wordt getoetst hoe het bestuur ­functioneert ten opzichte van de directie. Daarbij wordt een ­standpunt bepaald over de wijze van besturen in de toekomst.

Nieuwe reddingboot Griend voor Ouddorp Ouddorp - 13 mei 2006

Door de nieuwe reddingboot voor Ouddorp ook ‘Griend’ te dopen, bleef de voor Ouddorp zo vertrouwde naam in ere. De ‘oude’ Griend deed sinds 1974 dienst. Eerst onder de naam Dolfijn in Burghsluis, later als Griend in Ouddorp. De boot heeft al die jaren méér dan voldaan als reddingboot, maar was na 22 jaar echt aan vervanging toe. Het Helden der zee fonds “Dorus Rijkers” onder­ kende dat belang en deed een genereuze schenking, met als doel een ‘nieuwe Griend’ te laten bouwen. De doopplechtigheid werd verricht door mevrouw C.A. Barones van Till-Purdon Coote, de echtgenote van KNRM-voorzitter L.F.C. Baron van Till.

<<<terugnaarinhoudsopgave Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 26


Bestuurssamenstelling L.F.C. Baron van Till, voorzitter (tot 22 september 2006) Directeur Mees Pierson (gepensioneerd) Nevenfuncties: Commissaris Stichting Helden der Zee-Fonds “Dorus Rijkers” Directeur Directie der Oostersche Handel en Reederijen C. van Duyvendijk VADM bd, voorzitter (vanaf 22 september 2006) Lid Raad van Bestuur TNO Nevenfuncties: Lid bestuur stichting Helden der Zee-Fonds “Dorus Rijkers” Lid bestuur Willem Vos Fonds Lid Raad van Advies Stichting Leerstoel Zeegeschiedenis (Universiteit Leiden) Voorzitter Raad van Advies Maritieme Techniek TU Delft Lid van het bestuur Nederland Maritiem Land (NML) Mr. P.A. van den Brandhof, vice-voorzitter Voorzitter Raad van Bestuur van Ziekenhuis Gelderse Vallei, Ede Nevenfunctie: Lid Raad van Toezicht Veerstichting, Leiden Drs. R.J. Meuter Nevenfuncties: Voorzitter Bestuur ABN AMRO Pensioenfonds Voorzitter curatorium Postdoctorale controllersopleiding Erasmus Universiteit Rotterdam Penningmeester Bestuur Nederlandse Centrum voor Directeuren en Commissarissen - NCD

Mr. J.P. Peterson Directeur PPF Participatie Maatschappij BV Nevenfuncties: Consul-Generaal Honorair van de Bondsrepubliek Duitsland te Rotterdam President-Commissaris Hes Beheer NV Commissaris OVET Holding BV te Terneuzen R.P.M. van Slobbe Nevenfuncties Lid Raad van Commissarissen Havenbedrijf Rotterdam NV Lid Board MPC Steamship GMBH Hamburg Lid Raad van Commissarissen Scheepvaartmaatschappij Eendracht BV Voorzitter Stichtingsbestuur Zeilcentrum De Wijde AA Ir. J.D. Smit Algemeen Voorzitter HISWA Vereniging Lid Algemeen Bestuur VNO-NCW Lid Strategy Board European Union Recreational Marine Industry Group Adviseur Nationaal Register Commissarissen en toezichthouders Nevenfuncties: Algemeen Penningmeester Hoofdbestuur VVD Bestuurslid Stichting Nationaal Instituut voor Scheepvaart en Scheepsbouw Mr. J. Willeumier Advocaat, partner Stibbe N.V.

Drs. J.W.J. Doeksen Algemeen Directeur Doeksen Transport Group Nevenfuncties: Lid Bestuur Stichting Mercy Ships Nederland Lid Raad van Toezicht Stichting Zeesleepboot Holland

Dagelijks bestuur

Prof. Mr. M. van Olffen Notaris De Brauw Blackstone Westbroek Nevenfuncties: Hoogleraar ondernemingsrecht Radboud Universiteit Bestuurder Stichting Lijf en Leven

Financiële Commissie

C. van Duyvendijk, VADM bd, voorzitter* Mr. P.A. van den Brandhof, vice-voorzitter* Drs. R.J. Meuter, penningmeester*

Drs. R.J. Meuter, voorzitter Ir. J.D. Smit S.E. Wiebenga R.A. Boogaard Extern lid: J.W. Siekman

Voorzitterswisseling IJmuiden - 22 september 2006

Na 22 jaar zitting gehad te hebben in het bestuur, gaf de heer L.F.C. Baron van Till (links) de voorzittershamer door aan de heer C. van Duyvendijk (rechts). De heer Van Till begon als lid van het bestuur van de Koninklijke Noord- en Zuid-Hollandsche ReddingMaatschappij in 1984. Vervolgens werd hij penningmeester, vicevoorzitter en ­uiteindelijk, sinds 1999, voorzitter van de KNRM. De heer Van Duyvendijk is sinds 2004 lid van het bestuur. Zijn ­kennis van de nautische wereld staat buiten kijf na 39 jaar Koninklijke Marine en vele jaren in maritieme bestuursfuncties.

<<<terugnaarinhoudsopgave Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 27


Directie S.E. Wiebenga, directeur (tot 1 april 2007)* Nevenfuncties: Lid van de Raad van Toezicht van het Nationaal Reddingmuseum Dorus Rijkers (qualitate qua) Lid van bestuur van het Carnegie Heldenfonds Lid van het bestuur van De Nederlandse Anchorites Council member van de International Maritime Rescue Federation (vh. International Lifeboat Federation) Advising member van de Association for Rescue at Sea Lid van de Raad van Toezicht van de Citizens Rescue Organisation Secretaris Stichting Vrienden van het Museum van Egmond

R.A. Boogaard, adjunct-directeur (per 1 april 2007 directeur)* Nevenfuncties: Lid financiĂŤle commissie Nederlandse Provincie van de congregatie van de Montfortanen Lid van het College van Deskundigen Centraal Bureau Fondsenwerving. *Deze personen vervullen tevens deze functie bij de Exploitatiestichting t.b.v.de KNRM. De stichting heeft ten doel het exploiteren van onroerende goederen (boothuizen) en rijdend materieel (bootwagens, tractoren en trucks) en de verkoop van goederen ten bate van de KNRM (Reddingwinkel).

Rooster van aftreden Naam

Functie

C. van Duyvendijk, VADM bd voorzitter Mr. P.A. van den Brandhof vice-voorzitter Drs. R.J. Meuter penningmeester Drs. J.W.J. Doeksen Prof. Mr. M. van Olffen Mr. J.P. Peterson R.P.M. van Slobbe Ir. J.D. Smit Mr. J. Willeumier

Benoemd

Herbenoeming

2004 2008 2000 2008 2005 2009 2005 2009 2003 2007 1989 - 2006 2010 1987 - 1998 -

Jaar van aftreden

2016 2012 2017 2017 2015 2007 2018 2007 2010

<<<terugnaarinhoudsopgave Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 28


Managementverslag Voor de continuïteit en kwaliteit van het reddingwerk worden de reddingstations ondersteund vanuit de hoofdvestiging in IJmuiden. Hier werken 43 medewerkers in vaste dienst. De helft verricht technische en operationele taken voor materieel en mensen van de vloot, de andere helft verricht administratief werk, zorgt voor de interne en externe communicatie, fondsenwerving en automatise­ ring, ter ondersteuning van de reddingstations en het hoofdkantoor. Managementteam De directie vormt met de afdelingshoofden van de technische en operationele dienst, administratie en publiciteit het management­ team. Het managementteam komt maandelijks bijeen en bespreekt alle zaken die binnen de KNRM spelen. De directeur is eindverant­ woordelijk, rapporteert aan het bestuur en brengt standpunten en beleidsvoorstellen over naar het bestuur van de KNRM. Medewerkers De beroepsorganisatie in IJmuiden bestaat uit 21 technisch en operationeel geschoolde personeelsleden en 22 administratief en leidinggevend geschoold personeel. Er werken 12 vrouwen en 31 mannen in IJmuiden. 15 van de medewerkers zijn ambulant langs de reddingstations. Op de reddingstations zijn 10 beroepsschippers (mannen) in full-time vaste dienst. Personeelsbeleid Er wordt gestreefd naar een verdergaande kwaliteitsverbetering in het personeelsbestand, met efficiency en kostenverlaging als leidraad. Door natuurlijk verloop in de personeelssamenstelling zal in de loop der jaren bespaard kunnen worden op personeelskosten. Door auto­ matisering van bedrijfsprocessen is vervanging van de werknemer niet altijd noodzakelijk. Het percentage ziekteverzuim was in 2006 3,3%. Dat is twee keer hoger dan in 2005. De oorzaak ligt in een drietal langdurig zieke werknemers, die inmiddels gelukkig zijn hersteld. Salarisstructuur In 2006 is opdracht gegeven aan bureau Watson Wyatt om voor de KNRM-beroepsmedewerkers een salarisstructuur te ontwikke­ len, die aansluit bij de huidige formatie en functies. Er is gekozen voor een schaalindeling, die aansluit bij die van overheidsorgani­ saties. Per 2007 zijn alle functies volgens de vastgestelde schalen ingedeeld en is een toekomstperspectief gegeven die het functieen salarisplafond weergeeft.

Bromfietser uit zee gered IJmuiden, 29 augustus 2006 Wind: NW 7

Maandagavond is de vaste oefenavond voor de bemanning van ­reddingstation IJmuiden, maar van oefenen zal dit keer geen sprake zijn. Even na zeven uur wordt de reddingboot Koos van Messel gealar­ meerd op verzoek van de IJmuider Reddingsbrigade. Ooggetuigen hebben een man op een bromfiets van de zuidpier zien spoelen. Een passerende loodstender helpt mee met het lokaliseren van het slachtoffer en heeft de man snel in het vizier. Hij ligt tussen de grote betonblokken van de pier. Onbereikbare plek voor de

Certificering ISO 9001 Sinds april 2005 is de KNRM gecertificeerd voor ISO 9001 ”voor fondsenwerving en ondersteuning aan de stations op het gebied van: werving, kwaliteit en zorg van en voor medewerkers, opera­ tionele gereedheid en materieelbeheer”. Deze certificering betreft de bedrijfsprocessen van het hoofdkantoor en de werkplaats in IJmuiden. Naar de aard van de organisatie zijn de kritische ­succes factoren en de prestatie-indicatoren gericht op operationele aspecten, zoals beschikbaarheid van materieel, geoefendheid van bemanning en registratie en afhandeling van incidenten. Uit oog­ punt van fondsenwerving wordt ook gemeten op naamsbekend­ heid, waardering en groei in donateurs. Deze zijn weer van invloed op de financiële resultaten. Al deze processen worden ondersteund en/of uitgevoerd in en vanuit IJmuiden. Uiteindelijk heeft de ­borging van de kwaliteit van het uitgevoerde werk zijn weerslag op het functioneren van de reddingstations en hun bemanningen. Alle werkzaamheden die verricht moeten worden voor het bewaken van de certificering, zoals het uitvoeren van audits en het verwer­ ken van rapportages, worden uitgevoerd door het eigen personeel, zonder uitbreiding van arbeidsplaatsen. Milieu en arbeidsomstandigheden De KNRM voert geregeld risico-inventarisaties uit om te komen tot een goede en veilige werksfeer aan de wal. Deze inventarisaties vinden zowel plaats op reddingstations als in de hoofdvestiging met werkplaats in IJmuiden. Voor een organisatie die werkt aan veiligheid en hulpverlening op het water staat zorg voor arbeids­ omstandigheden en milieu hoog in het vaandel. Waar veel beman­ ningsleden soms moeten werken onder extreme omstandigheden is het noodzakelijk strikte veiligheidsrichtlijnen te hanteren. De KNRM geeft voorschriften en richtlijnen over taakinhoud en –uitvoering. De beslissing of er wel of niet wordt gevaren, wordt uiteindelijk genomen door de schipper onder verantwoordelijkheid van de plaatselijke commissie. Waar de reddingboten en trucks soms moeten opereren in ­kwetsbare gebieden, zoals de Waddenzee respectievelijk de duingebieden, wordt gezorgd voor naleving van wet- en regel­ geving, tenzij levensreddend optreden anders noodzakelijk maakt. Bij vaststelling van nieuwe milieunormen, die het reddingwerk ­kunnen bemoeilijken, wordt altijd contact opgenomen met de beleids­makers, om te onderzoeken of en waar ontheffingen voor ­hulpverleners mogelijk zijn.

r­ eddingboot of vanaf de pier. Daarom besluit plaatsvervangend schipper Ton Haasnoot een opstapper met een lijn naar de pier te laten zwemmen. Door de noordwesten wind kan de opstapper relatief veilig in de luwte op de pier klauteren, maar de brekers over de pier blijven riskant. Bij het slachtoffer aangekomen lijken de verwondingen mee te vallen. De opstapper besluit de man via het water in veiligheid te brengen na hem te voorzien van een reddingvest. De bemanning van de Koos van Messel haalt de twee via de lijn aan boord van de reddingboot. Terug bij het reddingstation wordt het slachtoffer overgedragen aan de ambulance.

<<<terugnaarinhoudsopgave Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 29


Kritische Succes Factoren Operationeel Opkomsttijd Geoefendheid Gereddencapaciteit Dekking ruim binnenwater Gereddencapaciteit ruim binnenwater Incidenten Technisch Beschikbaarheid Betrouwbaarheid Levertijd logistiek Incidenten Vrijwilligers Verloop Opleidingen Leeftijd Ongevallen Beroeps Ziekteverzuim Ongevallen Financieel Vermogensgroei Spending ratio Imago Waardering Bekendheid Fondsenwerving Donateurs Donaties Fundraising ratio* Externe klachten

Prestatie Indicatoren

norm

2006

2005

Aantal minuten tussen alarmeren en varen Percentage oefeningen uitgevoerd van oefeningenlijst Na 1 uur / binnen 10 mijl / 300 geredden Na 2 uur / binnen 30 mijl / 600 geredden 30 minuten na alarm elke positie bereikbaar Na 1¾ uur/elke positie/25,50, 100 of 200 personen Aantal operationele incidenten

10 80% 300 600 100% 100% 0

8,25 82% 316 630 85,5% 95% 14

9,5 85% 310 619 85% 95% 26

Percentage beschikbaarheid materiaal Uitvalpercentage als gevolg van storingen Percentage aflevering bestellingen < 3 weken Aantal technische incidenten

90% <5% 95% 0

95% 1,0% 96,7% 4

94,1% 1,4% 96,6% 14

Percentage niet gepland verloop Percentage gediplomeerde bemanningsleden (varend) Gemiddelde leeftijd vrijwilligers (varend) Aantal gevallen letselschade

3% 50% >35 <45 0

1,4% 52,6% 38,3 4

2,8% 50,4% 38 9

Percentage ziekteverzuim Aantal gevallen letselschade

<5% 0

3,3% 0

1,5% 1

Toevoeging aan beleggingen (inflatiecorrectie) = directe last t.b.v. doelstelling : totale last

2% 0,85

1,45% 0,89

8,21% 0,87

Cijfer gegeven door geïnterviewde bij charibarometer Cijfer gegeven door geïnterviewde bij charibarometer

7 5

7,7 4,3

7,7 4,7

Percentage groei aantal donateurs, per jaar Percentage groei gemiddelde donatie, per jaar Percentage kosten fondsenwerving Aantal ingediende klachten

1% 1% 25% 100

2,8% 3,3% 0,8% -0,6% 13,5% 16,9% 130 153

* Fundraising ratio = directe en indirecte kosten fondsenwerving : totale opbrengst fondsenwerving Externe norm CBF Keur = 25%, interne norm KNRM = 15%. ** Afwijkingspercentage in de registratie van inkomsten van donateurs tussen subadministratie (database) en werkelijke inkomsten in financiële administratie.

Jaap Wijker .. Gepensioneerd team coordinator inpakkerij en transport Hoogovens Reeds vier jaar vrijwillig werkplaatsmedewerker KNRM - IJmuiden

De Redding Maatschappij zit Jaap Wijker volgens eigen zeggen ‘in de genen’. Als kind was hij gefasci­ neerd door die mannen die bij stormweer naar zee gingen. “Voor brandmeermensen neem ik mijn petje af, maar dit werk gaat mijns inziens nóg verder. Eenmaal aan boord is er voor een vrijwilliger

geen weg meer terug, wat hij of zij onderweg ook mee­ maakt. Dat maakt het werken aan boord van een red­ dingboot fysiek én emotioneel zwaar”. Bij zijn vervroegd pensioen, nu drie jaar geleden, besloot Wijker één dag in de week apart te zetten voor vrijwilli­ gerswerk. Het stond op voorhand vast welke organisatie hij daarmee wilde helpen. “Ik werd enthousiast ontvan­ gen en verricht sindsdien hand- en spandiensten in de werkplaats. Ik doe de kruimelklusjes en doe transporten door het land, zodat de monteurs hun tijd zo veel mogelijk aan hun eigen­ lijke werk kunnen besteden”.

<<<terugnaarinhoudsopgave Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 30


Toelichting op afwijkingen in prestatie-indicatoren: Ongevallen/incidenten: Sinds de invoering in 2004 van een standaard registratie, beoor­ deling en afhandeling van incidenten (nautisch, technisch en letselschade) heeft een bewustwordingsproces plaatsgevonden bij alle betrokkenen op reddingstations en bij de hoofdvestiging, dat incidenten gemeld moeten worden, ook wanneer dit ogen­ schijnlijk niet de moeite waard is. Uit ongevallen kan lering worden getrokken ter voorkoming van soortgelijke incidenten op andere plaatsen. De nautische ongevallen hebben voornamelijk te maken met verkeerde navigatie- en situatiebeoordelingen, waardoor gevaar­lijke situaties, bijna-ongelukken en ongelukken ontstonden. Gevolg: schade aan romp of scheepsconstructie.

Belangrijkste operationele schade in 2006: het driemaal kap­ seizen van de Amelander reddingboot Anna Margaretha in een zware noordwesterstorm op 1 november 2006. Dankzij beheerst optreden van de bemanning konden persoonlijke ongelukken, op een snijwond na, worden voorkomen. De schade aan het schip bedroeg € 120.000,-, voornamelijk door waterschade aan ­apparatuur, gebroken antennes, radarscanners en zoeklichten. Het incident is uitvoerig onderzocht. Uit de gebeurtenissen zijn belangrijke operationele conclusies te trekken, die van groot belang zijn voor het veiliger maken van de uitvoering van het ­reddingwerk. In 2007 zullen alle medewerkers een rapportage over het incident ontvangen om zich de conclusies en aanbevelingen ter harte te nemen. De technische ongevallen hebben te maken met storingen in tech­ nische systemen, waardoor gevaarlijke situaties, bijna-­ongelukken en ongelukken ontstonden. Gevolg: technische schade aan ­motoren, materieel en apparatuur. Belangrijkste technische schade in 2006: de motorschade aan één van de dieselmotoren van de reddingboot Prinses Margriet. Vermoedelijk ontstaan door verzwakking van de motorfundatie in de loop der jaren. De ongevallen met letselschade vragen de meeste aandacht, omdat het hier om persoonlijke ongelukken gaat, die ernstige gevolgen kunnen hebben. Bij alle ongevallen wordt beoordeeld in hoeverre de arbeidsomstandigheden (ARBO) een rol spelen. Daarbij in ogen­

schouw nemend dat het zich verplaatsen op een bewegend schip altijd een risico is. In 2006 deed zich één ernstige letselschade voor. Bij het afsteken van een oefenparachutefakkel ontbrandde het vuurwerk in de hand van de opstapper. Ondanks de beschermende handschoen liep hij tweedegraads brandwonden op. Het herstel gaat gelukkig voorspoedig. Om herhaling te voorkomen is de ­leverancier verzocht onderzoek te doen naar de fakkels en ­zullen er voor oefeningen sterkere handschoenen worden gebruikt. Logistiek 2006 Aflevering van bestellingen van reddingstations door het centrale magazijn van de KNRM in IJmuiden verloopt goed. Door een bestel- en volgsysteem wordt de logistiek gevolgd. Vrijwel alle bestellingen kunnen binnen drie weken worden geleverd. In enkele gevallen hebben bestellingen door vertraging bij toeleveranciers langere levertijden. Kosten fondsenwerving 2006 Het percentage aan kosten fondsenwerving is gerelateerd aan alle inkomsten uit fondsenwerving. Ter verkrijging van het CBF keur­ merk is 25% kosten fondsenwerving toegestaan. Het bestuur van de KNRM houdt vast aan maximaal 15%. Het percentage kwam in 2006 op 13,5% uit. Het totaalbedrag aan kosten voor fond­ senwerving ligt hoger dan voorheen, voornamelijk door de extra ­kosten die gemaakt werden voor het KNRM-Reddersgala 2006. Vrijwilligers en personeel 2006 Waar veel vrijwilligersorganisaties moeite hebben om voldoende mensen te vinden voor alle te verrichten werkzaamheden, ziet de KNRM het aantal vrijwilligers nog jaarlijks stijgen. Dit heeft voor een deel te maken met nieuwe reddingstations, maar ook met bewustwording op reddingstations van de noodzaak om altijd te beschikken over voldoende bemanningsleden. Veel vrijwilligers zijn buiten werktijd binnen tien minuten beschikbaar, maar zijn onder werktijd elders, te ver van het reddingstation. Dus wordt er ook gezocht naar vrijwilligers waar die situatie precies omgekeerd is. De belangstelling voor het reddingwerk is groot en blijft ook bij de actieve vrijwilligers jarenlang bestaan. Daardoor worden jaarlijks veel jubilarissen gedecoreerd. Met elkaar vormen de vrijwilligers de basis voor het reddingwerk. De ondersteuning vanuit de hoofd­ vestiging in IJmuiden zorgt voor verlichting in werkzaamheden op technisch en administratief vlak.

Wijker is enthousiast over de mensen die hij bij de KNRM ­ontmoette. “Het neigt naar een familie. Ik ben blij dat ik daar deel vanuit mag maken. Ik weet nog goed dat ik eens aan een monteur vroeg of ik ook een keer aan boord mocht kijken. Hij antwoordde verbaasd met te zeggen dat ‘ik niet zo bescheiden hoefde te zijn en dat die boot ook van mij was’. Die sfeer is tekenend voor de KNRM. Het is iets dat ik in mijn werkzame leven nooit eerder heb geproefd”. Het clubgevoel is één van de redenen waarom Wijker zich nog jaren wil blijven inzetten. “Geld interesseert me niet. Tegenprestaties sowieso niet. Ik voel dat mijn werk wordt ­gewaardeerd. Dat telt voor mij veel zwaarder”.

<<<terugnaarinhoudsopgave Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 31


Op 31 december 2006 stonden de volgende aantallen medewerkers ingeschreven:

725 bemanningsleden (vrijwillig) 10 schippers (beroeps) 157 plaatselijke commissieleden (vrijwillig) 9 hoofdbestuursleden (vrijwillig) 21 technische en operationeel personeel (beroeps) 22 kantoorpersoneel (beroeps) 9 medische en technische adviseurs (vrijwillig) 11 vrijwilligers kantoor 7 vrijwilligers werkplaats 5 artsen Radio Medische Dienst (bezoldigd) 71 Reddingwinkelhouders (vrijwillig)

De vrijwilligersmedaille wordt niet uitgereikt aan plaatselijke commissieleden. De KNRM reikt bij een jubileum van een beman­ ningslid of een commissielid ook eigen medailles uit bij 25- en 40-jarig dienstverband. In 2006 werden negen jubilarissen gedeco­ reerd bij hun 25-jarig jubileum en vijf bij hun 40-jarig jubileum. In 2006 werden acht vrijwilligers Koninklijk onderscheiden met een eremedaille in goud of een ridderorde. Leeftijdsopbouw van bemanningen en helpers a/d wal De leeftijdsopbouw binnen de bemanningen en helpers aan de wal kent bij voorkeur een zodanige samenstelling dat er een evenwicht bestaat tussen jonge en oudere vrijwilligers. Daarbij zijn de oude­ ren over het algemeen de leidinggevenden. De gemiddelde leeftijd ligt bij voorkeur rond de 38 jaar.

Onder de vrijwillige bemanningsleden zijn 25 vrouwen. Onder plaatselijke commissieleden zijn 11 vrouwen. Mutaties 2005 Aantal mutaties in het hele actieve personeelsbestand (vrijwilligers en beroeps) in 2006: 120 In dienst (waaronder 31 van nieuw reddingstation Huizen) 72 Uit dienst 1 Overleden Aantal jubilarissen in 2006: Bemanningsleden van reddingboten komen na tien jaar dienst­ verband in aanmerking voor een Vrijwilligersmedaille, die namens Hare Majesteit de Koningin wordt uitgereikt. De medaille wordt toegekend aan iedereen, die tien jaar of veelvouden van vijf daar­ boven, in actieve dienst bij een hulpverleningsorganisatie is. In de laatste jaren werden de volgende onderscheidingen uitgereikt: In dienst 10 jaar 15 jaar  20 jaar 25 jaar 30 jaar 35 jaar 40 jaar

2006 10 13 14 7 4 2 3

224

231

112

107

43 8

< 20

20 - 29

30 - 39

40 - 49

50 - 59

> 60

Jaar

  Communicatie met vrijwilligers In eerste aanleg wordt het contact met de vrijwilligers op de ­reddingstations onderhouden door de plaatselijke commissie. De contacten met het hoofdkantoor verlopen via de plaatselijke commissie en de operationeel inspecteur. Vanuit het hoofdkan­ toor worden vrijwilligers wekelijks voorzien van operationele en publicitaire informatie via het zogenaamde weeknieuws (e-mail verspreiding). Vier keer per jaar verschijnt het personeelsblad “De Stopzak” met operationele en technische informatie alsmede lief en leed berichtgeving. Tweejaarlijks worden bijeenkomsten gehouden voor specifieke vrijwilligersgroepen, zoals de schippers, secretarissen en voorzitters van de plaatselijke commissie, alsmede de PR-coördinatoren van de reddingstations. De bijeen­ komsten zijn bedoeld voor informatieuitwisseling, discussie en tevredenheidsonderzoek. Er is een open communicatiestructuur voor informatie, vragen en klachten. Klachten vallen onder dezelf­ de klachtenregistratieregeling als bij de donateursadministratie.

Urker redders eindelijk onder dak Urk - 30 september 2006

De bemanning van de Urker reddingboten Koningin Beatrix en Nagel verhuisden in 2006 van een provisorisch onderkomen naar een modern bemanningverblijf. Het verblijf kon worden gerealiseerd dank zij de welwillende medewerking van de provincie Flevoland, die de oude schotbalkenloods naast de Urker sluis beschikbaar stelde. Door tal van lokale fondsenwervingsacties, ondersteuning van het lokale bedrijfsleven en een verzoek om giften in De Reddingboot werd ruim € 30.000,- bijeengebracht voor de verbouwing.

Van alle spontane schenkers deed mevrouw A.J. Scheltema uit Lelystad de grootste duit in het zakje. Zij kreeg daarom het verzoek een naam voor het verblijf te bedenken en tevens de openingshandeling te verrichten. Mevrouw Scheltema koos voor de naam Cornelis Hoefnagel, een ‘vergeten held’ uit de Urker geschiedenisboekjes. “Het was het verhaal van de stranding van het Duitse stoomschip Urania bij het eiland Nordeney in 1873”, vertelde de 74-jarige schenkster. “De bemanning van dat schip

<<<terugnaarinhoudsopgave Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 32


Operationeel resultaat in 2006 De KNRM is belast met redding en hulpverlening in het zoge­ naamde Maritieme Search and Rescue verantwoordelijkheidsgebied van de Nederlandse Kustwacht. Dit gebied omvat het Nederlandse Continentaal Plat (Noordzee), Waddenzee, Zeeuwse en ZuidHollandse wateren, IJsselmeer en Randmeren. Het Ministerie van Verkeer en Waterstaat is beleids­ verantwoordelijk voor het hebben van een SAR-organisatie voor dit eerder genoemde gebied (verdrag Hamburg, 1954). Voor de uitvoerende taak heeft de overheid daarvoor de beschikking over de Kustwacht, zijnde een overheidsinstelling en opererend onder de vlag van de Koninklijke Marine. Het Ministerie van Verkeer en Waterstaat heeft een convenant gesloten met de Kustwacht en de KNRM. Daarin staat onder andere omschreven: ….De SAR-dienst kan 24 uur per dag gebruik maken van de ­diensten en van het beschikbare materieel van de KNRM. De kwa­ liteit, kwantiteit, locatie en de bediening van het reddingmaterieel blijft een zaak uitsluitend van de KNRM. Alarmering vindt plaats door het Kustwachtcentrum (KWC) in de functie van Reddingscoördinatiecentrum (RCC); waar dat is overeengeko­ men geschiedt dit door tussenkomst van de betrokken Regionale Alarmcentrale (RAC). De SAR-dienst kan ervan uitgaan dat de KNRM naar beste vermogen zal reageren, en de gevraagde ­middelen, voor zover beschikbaar en verantwoord, zo snel mogelijk in zal zetten… De Search and Rescue (SAR) operaties worden gecoördineerd vanuit het Kustwachtcentrum (KWC) in Den Helder en voor het grootste gedeelte (80%) uitgevoerd door de reddingstations van de KNRM. De verantwoordelijkheid mag dan feitelijk bij de overheid liggen; door het convenant te sluiten heeft de KNRM een eigen verant­ woordelijkheid om te voldoen aan kwaliteitseisen op het gebied van ondermeer operationele inzetbaarheid, getraindheid, veiligheid en gereddencapaciteit. Operationele gereedheid Het meest zichtbare resultaat werd behaald met de hulpverlenin­ gen en reddingen door de reddingstations. Maar belangrijker nog was de operationele gereedheid, 24 uur per dag, 365 dagen per jaar. Om dit mogelijk te maken hebben de beman­ ningsleden tientallen uren opleidingen en oefeningen achter de

rug, werden de reddingboten goed onderhouden en droegen de ­vrijwilligers dag en nacht hun alarmontvanger om direct gealar­ meerd te kunnen worden. Verloop vrijwilligers 2006 Het ongeplande verloop van vrijwilligers lag in 2006 onder de norm. De KNRM besteedt veel zorg aan persoonlijke contacten met vrijwilligers. Aandacht voor lief en leed is even belangrijk als aan­ dacht voor opleiding en training. “Binden en boeien” is belangrijk om vrijwilligers vast te houden. Belangrijke voorwaarden vanuit de KNRM identiteit, die de vrijwilligers motiveren om langdurig de KNRM te dienen zijn saamhorigheid, teamgeest, zingeving, modern materieel en dankbare geredden. Evenzo onmisbaar is de zorg voor vrijwilligers in de vorm van verzekeringen, aanvullende opleidingen, modern materieel en vrijwilligersvergoedingen. Opleidingen 2006 De KNRM biedt haar vrijwilligers een mix van opleidingen. Zo zijn voor alle varende vrijwilligers de opleiding ‘Search and Rescue (SAR) Craft operations’ en EHBO uiterlijk na 2 jaar actief te zijn bij de KNRM verplicht. De overige opleidingen voor navigatie, com­ municatie en operationele vaardigheden zijn aanvullend. Voor een zorgvuldige normering worden behaalde diploma’s gewogen naar het belang van de opleiding. In 2006 is het totale opleidingsniveau licht gestegen ten opzichte van vorig jaar: 52,6 % van de beman­ ningsleden is gediplomeerd. De norm van 50% is bepaald door een combinatie van gediplomeerde bemanningsleden per redding­ station, gerelateerd aan de functie op de reddingboot. De extra inspanningen, die duidelijk geleverd zijn, hebben vruchten afge­ worpen, maar er is nog veel werk te verzetten om voor specifieke ­gediplomeerde vaardigheden het percentage hoger te krijgen. Gediplomeerde redders 2006 Opleiding aantal 2006 SAR craft operations 422 73% Maritieme communicatie 338 58% Vaarbewijs 290 50% Theoretische Kustnavigatie 97 17% Radarwaarnemer 185 32% EHBO 348 60% Totaal volgens weegfactor 52,6%

t.o.v. 2005 Streef ▲ 80% ▲ 50% ▼ 70% ▼ 25% ▲ 80% ▲ 80% ▲ 50%

werd gered door de Urkers Evert Bakker en Cornelis Hoefnagel. Bijna anderhalve eeuw later vinden we de naam van Evert Bakker terug in de Evert Bakkerkade. De naam van de Cornelis Hoefnagel vinden we nergens terug en dat moest naar mijn mening ­worden rechtgezet”. Bijzonder detail is dat het KNRM-terrein op Urk grenst aan de Evert Bakkerkade, zodat de beide redders van weleer na 133 jaar op wonderlijke wijze opnieuw aan elkaar zijn verbonden.

<<<terugnaarinhoudsopgave Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 33


Medische hulpverlening Naar aanleiding van de discussie in 2005 over het niveau van medische handelingen, waarin de bemanning van reddingboten getraind moet zijn, is voorlopig geconcludeerd dat het wenselijk is de EHBO-kennis te verruimen met een paar handelingen, die voor waterongevallen nodig kunnen zijn. Het betreft onder andere zuurstoftoediening en het aanleggen van een nekkraag. Tevens is vastgesteld dat het wenselijk is dat ambulancepersoneel, dat mee vaart op een reddingboot in geval van nood, een aanvullende opleiding zou moeten krijgen voor het varen en hulpverlenen op een reddingboot. Er is een plan opgesteld om binnen enkele jaren ook de aanvul­ lende handelingen voor levensreddend handelen, zoals zuurstof toedienen, aan boord van reddingboten bij alle bemanningsleden aangeleerd te hebben. Het Oranje Kruis (Vereniging voor Eerste Hulp) heeft hiertoe een speciale watermodule ontwikkeld voor hulpverleners op en om het water. Geoefendheid “Van goed naar beter” De geoefendheid van bemanningen wordt gestaafd aan de oefen­ rapportages. In de prestatie-indicatoren wordt een norm gesteld van 80% geoefendheid. Het gemiddelde in 2006 ligt op 82%, drie procent lager dan in 2005. Oefenen is de basis voor een succes­ volle redding. Veel reddingstations hanteren vaste oefenavonden, om te voldoen aan alle gewenste oefeningen. Om aan de wijze van oefenen en het evalueren daarvan meer inhoud te geven, heeft de KNRM in 2006 een nieuwe oefenmethodiek geïntroduceerd onder de titel “Van goed naar beter”. De methodiek gaat uit van een Oefenbox, waarin de regie van alle noodzakelijke oefenin­ gen is verzameld. Oefeningen worden voorbereid, uitgevoerd en geëvalueerd. Elke oefening wordt beoordeeld op de aspecten “Veiligheid-Nautisch-Technisch-Communicatie” (VNTC). Elke deel­ nemer probeert hiermee de driehoek “Omgeving-VaardighedenMiddelen”, waarbinnen gewerkt wordt, gesloten te houden. Deze Oefenbox is dynamisch en kan worden gevuld en gebruikt door alle reddingstations. Per reddingstation waakt een oefencoördina­ tor over de oefengereedheid van het reddingstation, door perio­ diek uit de oefenbox de noodzakelijke oefeningen uit te voeren. Via dit systeem is de oefengereedheid per reddingstation goed te volgen en bij te sturen.

Alarmering via P2000 en opkomsttijd Voor een snelle inzet is de KNRM afhankelijk van een nauwkeurige alarmering. Na de invoering van het communicatiesysteem C2000 voor eerstelijns hulpverleners (politie, brandweer, ambulance) is de KNRM gelieerd gebruiker van dit systeem geworden. Daaraan ­volgend zijn alle reddingstations uitgerust met C2000 appara­ tuur en P2000 alarmontvangers. Met ingang van 6 februari 2006 konden de KNRM-reddingstations rechtstreeks worden gealar­ meerd door het Kustwachtcentrum of een regionale alarmcen­ trale. Dit heeft een tijdwinst van minuten opgeleverd tussen de nood­melding en het moment van uitvaren van een reddingboot. Over het gebruik van C2000 voor communicatie met andere hulp­ verleners zijn nog geen éénduidige afspraken gemaakt. Nieuwbouw In 2006 werden drie nieuwe Atlantic 75 reddingboten opgele­ verd voor Ouddorp, Lauwersoog en de reservevloot. Eén nieuwe ­reddingboot van het Arie Visser-type (19 meter) werd in 2005 opgeleverd, maar in 2006 in dienst gesteld in Hoek van Holland. In Urk werd een nieuw bemanningsverblijf geopend. Het verblijf werd gevestigd in de bestaande “Schotbalkenloods” naast de Urker sluis. Het gebouw werd daarvoor beschikbaar gesteld door de Provincie Flevoland. Toename gereddencapaciteit Door vernieuwing van de vloot is in de laatste jaren de totale gereddencapaciteit voor de Noordzee toegenomen tot 2086 per 31 december 2006. Bij voltooiing van het vlootplan 2010 moet de capaciteit 2185 geredden bedragen.

Lauwersoog verwelkomt ‘galaboot’ Lauwersoog - 4 november 2006

Het KNRM Gala 2005 leverde de KNRM een nieuwe reddingboot op voor het reddingstation Lauwersoog. Ruim een jaar na de bewuste gala-avond kon schipper Bert de Boer en zijn bemanning de beloofde reddingboot in Lauwersoog verwelkomen. De nieuwe reddingboot (type Atlantic 75) werd die dag gedoopt door Esther Mak, de ­partner van Palace Hotel-directeur Stefan Dubbeling. De boot kreeg de opvallende naam Palace Noordwijk. In Lauwersoog verving de Palace Noordwijk de veel kleinere redding­

boot Steur. Hierdoor zijn de mogelijkheden van het reddingstation, dat jaarlijks bijna honderd keer in actie komt, aanmerkelijk toegeno­ men, met name voor wat betreft de acties op het Lauwersmeer. Voor op de Waddenzee heeft het reddingstation de beschikking over de reddingboot Annie Jacoba Visser (type Valentijn).

<<<terugnaarinhoudsopgave Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 34


KNRM Radio Medische Dienst voor de scheepvaart De Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij (KNRM) heeft per 1 januari 1999 de organisatie, coördinatie en zorg voor de praktische uitvoering van de RMD op zich genomen. Deze taak werd overgenomen van het Nederlandse Rode Kruis. Officieel vond de overdracht plaats op 6 januari 1999. De basis wordt gevormd door een tripartiete samenwerkingsovereenkomst tussen de Staat der Nederlanden, de Koninklijke Marine en de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij. Deze overeen­ komst werd eveneens ondertekend op 6 januari 1999 en gold voor een periode van vijf jaren met daarna een stilzwijgende verlenging van jaar tot jaar. Tot op heden is hiervan steeds sprake geweest. Eind 2006 werd het 75-jarig bestaan van de RMD gevierd met een druk bezocht en zeer geslaagd symposium.

In 2006 werd een begin gemaakt met communicatie via e-mail waarbij vooral dankbaar gebruik werd gemaakt van het over­ zenden van fotomateriaal. Technische problemen in de communicatie hebben zich incidenteel voorgedaan veroorzaakt door noodzakelijke aanpassingen van het telexverkeer. Noodzaak hiertoe ontstond omdat het reguliere telex­ verkeer eind 2006 werd opgeheven en dientengevolge moesten er aanpassingen gezocht worden voor de voortzetting van het telex-/ satellietverkeer zoals dat tussen schip en kustwachtcentrum plaats­ vindt. Begin 2007 zal een nieuw communicatiesysteem, waarin deze problemen definitief zullen zijn opgelost, operationeel zijn. Het elektronisch patiëntendossier functioneert goed, waarbij de privacy naar behoren is gegarandeerd.

Doelstelling RMD Het geven van medische adviezen aan schepen op zee. Hiermee wordt voldaan aan een overheidsverplichting zoals deze is vastgelegd in een VN resolutie 1958 en de Europese Richtlijn 92/99 welke van kracht werd op 31 maart 1992. Op grond hiervan is de Nederlandse Staat verplicht “met het oog op de medische hulpverlening aan boord van schepen, een voor zeevarenden kostenloze radio medische adviesverlening te garanderen gedurende 24 uur per dag”. Praktisch voordeel van de RMD binnen de KNRM organisatie is de gemakkelijke inschakeling van de RMD arts door de beman­ ning van reddingboten bij contact met gewonden of zieken. Bij het aan boord nemen van patiënten is volgens bedrijfsvoorschrift de schipper van de KNRM verplicht vooraf de arts van de RMD te consulteren.

Visie op kwaliteit De kwaliteit van de medische advisering moet voldoen aan de maatstaven van de medische beroepsuitoefening zoals deze geldt in Nederland. Ervan uitgaande dat het een verlengstuk is van de eerstelijns geneeskunde, worden de protocollen gehanteerd zoals deze zijn vastgesteld door het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG), voor zover deze toepasbaar zijn in de situatie op zee. Voor medische problematiek, die in de maritieme setting regelmatig voorkomt en waarin de NHG standaarden niet voorzien, zijn een aantal interne protocollen ontwikkeld die, wanneer nodig, worden geactualiseerd. Zo nodig vindt consultering van externe deskundigen plaats ­bijvoorbeeld specialisten in het Havenziekenhuis te Rotterdam. Beperking van de mogelijkheden c.q. ad hoc improvisatie kan ­worden opgelegd door specifieke omstandigheden (de locatie van het schip, de mogelijkheden aan boord, taalbarrière etc.).

Uitvoering RMD De praktische uitvoering is in handen van vijf BIG geregistreerde artsen, die allen beschikken over een maritieme achtergrond. In 2006 hebben geen personele wisselingen plaatsgevonden bij de uitvoerende artsen van de RMD. Deze artsen hebben een samen­ werkingsovereenkomst met de KNRM, waarin voorwaarden en verantwoordelijkheden zijn vastgelegd. Het dagelijks functioneren van de RMD is vastgelegd in een Huishoudelijk Reglement. In de KNRM organisatie is de RMD ingebed volgens het “stati­ onsmodel”. De artsen van de RMD worden daarin gezien als de bemanning van een reddingstation, als plaatselijke commissie (het dagelijks bestuur van een reddingsstation) is er een Medische Commissie bestaande uit drie artsen.

Radio Medische Dienst-rapportage (uit het verslag van de artsen) In bad! Opvarende was kortgeleden thuis, alwaar dochtertje de waterpokken had. Nu kreeg de man zelf ook blaasjes en jeuk. Vroeg advies. Heb medicatie voorgeschreven voor de jeuk. De man verder geadviseerd om wat vaker (tweemaal daags) in bad te gaan. Niets meer vernomen. Pijn op de borst Op een sportvisboot (16 mijl NW van IJmuiden) had een man pijn op de borst. Adviseer evacuatie met reddingboot, in het bijzijn van ambu­ lancepersoneel. De Koos van Messel zette opstappers en verpleeg­ kundigen over op de logger. Patiënt werd overgenomen. Na diverse

Kwaliteitsbeleid Intercollegiale toetsing wordt gerealiseerd door het maken van een verslag van ieder contact/advies, hetgeen wordt verzonden naar de artsen van de RMD en naar de Medisch Adviseur van de KNRM. Deze laatste is verantwoordelijk voor de voorlichting van het Bestuur van de KNRM inzake de kwaliteit van de uitvoering van de RMD. Onduidelijkheden of knelpunten worden onderling bespro­ ken en worden zo nodig onderwerp gemaakt van vergaderingen tussen de Medische Commissie en de artsen, welke in principe drie maal per jaar plaatsvinden. Probleem bij de kwaliteitsbewaking is het feit dat door de aard van

stops, om het ambulancepersoneel handelingen te kunnen laten ­verrichten, arriveerde de Koos van Messel anderhalf uur na de melding in de haven van IJmuiden. Daar stond een tweede ambulance klaar. Ernstige brandwonden Een opvarende van een 280 meter lange bulkcarrier liep ernstige brandwonden op als gevolg van stoom uit een defecte ketel. Verbrandingen bevonden zich op bovenlichaam en in gezicht. Heb om 04.15 uur reddingboot laten alarmeren voor snelle evacuatie. De man had erg veel pijn. De Jeanine Parqui slaagde er ondanks twee meter hoge zeeën in om de patiënt aan boord te krijgen. Aan boord van de reddingboot werd de man verzorgd en gerustgesteld. In de haven werd de zeeman overgegeven aan de gereedstaande ambulance.

<<<terugnaarinhoudsopgave Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 35


de situatie er zeer frequent sprake is van een zogenaamde open eind constructie. Terugkoppeling van de verdere gang van zaken rond de patiënt is in de praktijk vaak moeilijk te realiseren. Voor het kwaliteitsbeleid op langere termijn is dit een belangrijk item, waarbij voor de oplossing hiervan gedacht moet worden aan ver­ dergaande internationale samenwerking. Hiertoe is er ook contact met de International Maritime Health Association (IMHA), waarbij tot nauwe samenwerking is besloten. In 2006 is gestart met een complicatieregistratie waarbij de gege­ vens in eerste instantie onderling worden besproken. Terzake doende informatie hierover wordt in een geanonimiseerde vorm beschikbaar gesteld aan de Geneeskundige Inspectie van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat. Betrokkenheid patiënten en consumenten bij de organisatie RMD Hiertoe bestaat er een Adviescommissie RMD waarin zitting hebben: de Kustwacht, Marine, het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, de KNRM, vertegenwoordigers van de scheepvaart als de Redersvereniging, Federatie van Visserijverenigingen etc. Deze Commissie is in 2006 eenmaal bijeengeweest.

Plotselinge doofheid Visserman had last van plotselinge doofheid. Vroeg of dit kan komen van het langdurig dragen van oordopjes. En wat eraan te doen? Zeereis zou nog een week duren. Heb bevestigend geant­ woord op het causale verband tussen de oordopjes en de doofheid. Geadviseerd met olie (bv. slaolie) te druppelen. Bij onvoldoende resultaat in eerstvolgende haven oren uit laten spuiten. Blindedarmontsteking De kapitein van een zogenaamde ankerligger (10 mijl uit de kust voor IJmuiden) meldde een ernstig zieke bij hem aan boord. De man vertrouwde het niet en wilde graag dat zijn bemanningslid van boord werd gehaald. De reddingboot Donateur (Wijk aan Zee) was op dat moment voor oefening op zee. Heb de Donateur laten alarmeren, die de patiënt afhaalde en hem overbracht naar IJmuiden. In het zieken­ huis werd een blindedarmontsteking geconstateerd.

Klachtenbehandeling Er bestaat een Klachtenregeling met een onafhankelijke Klachtencommissie. Over het jaar 2006 werden geen klachten ingediend. Activiteiten RMD 2006 Aantal eerste consulten: 527 Aantal vervolgconsulten: 130 Totaal 657 (Een volledig overzicht staat op pagina 18).

2005 502 202 704

Samenstelling Commissie Radio Medische Dienst: Dr. W.F. van Marion, voorzitter Hoofdfunctie: Coördinator College voor Accreditering Huisartsen, KNMG Dr. P.K.H. Hut, secretaris, tevens medisch adviseur van bestuur en directie van de KNRM Hoofdfunctie: Chirurg Martini Ziekenhuis te Groningen Prof. dr. J.J.L.M. Bierens MCDM, lid Hoofdfunctie : Hoogleraar urgentiegeneeskunde, Afdeling Anesthesiologie VU medisch centrum

Stormachtige evacuatie De kapitein van een chemietanker zocht contact met de RMD, omdat zijn machinist hydraulische olie in zijn ogen had gekregen. Het ongeval vond plaats in ankergebied 5, tien mijl buiten de pieren van Hoek van Holland. De man moest binnen een aantal uren worden behandeld in een ziekenhuis. Daarvoor werd om 18.50 uur de reddingboot van Hoek van Holland gealarmeerd. Reddingbootschipper Jan van der Sar overlegde met de RMD of het vertrouwd was om met de heersende weersomstandigheden (ZW 8) en zeegang (3-4 meter) een patiënt over te nemen. Besloten werd een poging te wagen. De tanker ging ankerop en gaf lij bij het langszij gaan van de reddingboot. De Filippijnse machinist daalde geborgd de loodsladder af en belandde veilig aan dek van de reddingboot Jeanine Parqui. In samenspraak met de RMD-arts werd de man om 20.45 uur per taxi voor behandeling naar het Havenziekenhuis gebracht.

<<<terugnaarinhoudsopgave Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 36


Materieelverslag Beschikbaarheid en betrouwbaarheid De betrouwbaarheid van de vloot is verder toegenomen in het afgelopen jaar. Een actief technisch beheer, door bemanningen op reddingstations en regiomonteurs van de technische dienst, om storingen te vermijden werpt haar vruchten af. Een consequent systeem van controles en onderhoudswerkzaamheden zorgt voor meer bedrijfszekerheid van het materieel.

De relatief lange doorlooptijden van groot onderhoud zijn een aan­ slag op de beschikbaarheid van de vloot. Tijdens groot onderhoud worden ook materieel modificaties uitgevoerd welke de functio­ naliteit verrijken of de kwaliteit van de technische installaties ­verbeteren. Hierbij is alles gericht op het veiliger kunnen opereren door de bemanning. Het modificatie programma werd in 1998 gestart, vanuit de gedachte dat standaardisatie de technische en functionele ­kwaliteit beter beheersbaar maakt. Dat heeft een aanloopperi­ ode gekend waarbij over de gehele vloot veel aanpassingen zijn doorgevoerd. In totaal zijn er sinds de invoering ruim 210 grote en kleine aanpassingen in het onderhoudsprogramma opgenomen en uitgevoerd over reddingboten en voertuigen. Het aantal modifica­ ties loopt naar verwachting in de komende jaren terug. In 2006 is besloten tot een 15-tal aanpassingen. Teruggang van het aantal modificaties heeft een gunstige invloed op de doorlooptijden van het groot onderhoud en, mede daardoor, ook op de exploitatie­ kosten. Automatisch Identificatie Systeem (AIS) Volgens plan zijn alle reddingboten, vanaf de Valentijnklasse (10 meter lengte) en groter, het afgelopen jaar voorzien van het AIS systeem zoals dat internationaal in gebruik is. Via het AIS ontvangt een reddingboot op een beeldscherm informatie over de positie en de aard van de haar omringende scheepvaart. Andersom heeft ook de scheepvaart deze informatie van een naderende reddingboot. Het Kustwachtcentrum in Den Helder ziet continu op een groot­ beeld AIS scherm alle schepen en de positie van alle reddingboten in haar verantwoordelijkheidsgebied. De inbouw van het AIS is bekostigd uit een projectsubsidie van het ministerie van Verkeer & Waterstaat in 2005 en 2006.

Waarde brandblusinstallatie snel bewezen Schiermonnikoog / Lauwersoog - 3 maart 2006 Wind: NW 3

De reddingboot Koning Willem I heeft bij een onderhoudsbeurt­ beurt in 2006 ondermeer een nieuwe brandblusinstallatie inge­ bouwd gekregen. De reddingboot was nog geen twee weken terug op station, toen schipper Klontje en zijn bemanning alarm kregen voor brand aan boord van een Zoutkamper viskotter. In de Zoutkamperlaag was in de machinekamer van de Goede Verwachting brand uitgebroken. De Koning Willem I nam voor de zekerheid brandweerlieden en ambulancepersoneel mee vanaf Schiermonnikoog. Vanuit Lauwersoog vertrok de reddingboot Annie Jacoba Visser.

Datalogging In 2006 is ervaring opgedaan met een datalogsysteem, dat aan boord van reddingboten het gedrag van de motoren voortdu­ rend registreert. Daarmee komen gegevens beschikbaar, die de bemanning en de technische dienst in staat stellen om vroegtijdig ­storingen te onderkennen. Tegelijkertijd worden de versnellingen vastgelegd, waaraan de reddingboot en bemanning, vooral onder slechte weersomstandigheden, onderhevig zijn. Daarmee ontstaat meer inzicht in de fysieke belasting van de bemanning en die van de technische installaties en kunnen storingen aan motoren eventu­ eel herleid worden aan externe omstandigheden. Nieuwe redding­ boten zullen standaard worden uitgerust met een dergelijk systeem, al dan niet in combinatie met het motormanagement systeem. Schuimblusinstallatie. De reddingboten vanaf 10 meter lengte zijn uitgerust met een prewettinginstallatie (bescherming tegen hitte) en een brandblussy­ steem van beperkte capaciteit. Hieraan is een schuimblusinstallatie toegevoegd, waarmee een schuimlaag rondom de reddingboot op het water kan worden aangebracht of waarmee een beperkte brand op een kleiner vaartuig kan worden bestreden. Deze instal­ laties worden als modificatie aangebracht op alle reddingboten die dat van oorsprong nog niet hadden. Voorkomen van motorschades. Grote motorschades hebben zich in 2006 gelukkig niet voor­ gedaan. Het hermotoriseringsprogramma wordt voortgezet in 2007. Er zal in 2007 worden bepaald welke reddingboten van de JF-klasse nieuwe motoren krijgen om nog vele jaren dienst te kun­ nen doen. Na veel onderzoek is teruggekomen op het voornemen de motoren flexibel op te stellen in de reddingboten van de Arie Visserklasse. Doorslaggevend was het ontbreken van representa­ tieve gegevens over versnellingen welke optreden onder de meest slechte weersomstandigheden. De gedane metingen aan de ­stijfheid van de versterkte motorfundaties geven voldoende ­vertrouwen in de constructie ervan. Kapseisschade Anna Margaretha De drievoudige kapseis van de reddingboot van Ameland op 1 november 2006 is wonderwel goed afgelopen. De constructie van de reddingboot is niet beschadigd of vervormd geraakt. Dat de

Bij de kotter aangekomen werden twee brandweermensen en een opstapper van de reddingboot overgezet. De brand was flink opgelaaid, maar bleek goed te bestrijden met de nieuwe brand­ blusinstallatie van de Koning Willem I. Het was de eerste keer dat de brandweer gebruik maakte van de installatie. Dit tot volle ­tevredenheid van beide partijen. Toen duidelijk werd dat de situatie onder controle was en enige opvarende van de kotter niet in gevaar was, bracht de Annie Jacoba Visser de verpleegkundigen terug naar Schiermonnikoog. Vervolgens begeleidde de reddingboot de kotter naar Lauwersoog. De Koning Willem I ging met de brandweer retour station. De eigenaar van de kotter betoonde zich bijzonder lovend over het materieel van de Redding Maatschappij en over de werkwijze van de diverse hulpverleningsinstanties.

<<<terugnaarinhoudsopgave Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 37


reddingboot ondanks de openstaande stuurhuisdeur zich oprichtte pleit voor de betrouwbaarheid van het ontwerp van Bureau voor Scheepsbouw W. de Vries Lentsch. Het zelfrichtend concept is gebaseerd op een groot luchtvolume in stuurhuis/machinekamer en een laag zwaartepunt door motoren en brandstoftanks. Tevens geeft het incident opnieuw aan welke dynamische krachten er vrijkomen bij een dergelijke gebeurtenis. Bij een kapseis wordt elk los object in de boot een projectiel. De boot gedraagt zich­ zelf als een vliegwiel waarbij de massa van de motoren onder de verkregen versnelling het oprichtend vermogen leveren. Dat oprichtend vermogen is veel hoger dan bij een kantelproef in een haven. Deze kantelproef wordt gedaan voor de oplevering van elke ­reddingboot, ironisch genoeg stond er een gepland op de dag van de kapseis voor een zusterschip. De opgedane ervaringen bij deze kapseis doen elke beproeving verbleken. De kapseis heeft wel voor veel waterschade gezorgd aan apparatuur en installaties en voor beperkte schade aan ­antennes en radarinstallatie op het dak van het stuurhuis. Bijna kapseizen Adriaan Hendrik Tijdens een oefentocht op 11 november 2006 werd de redding­ boot Adriaan Hendrik op de tweede bank voor de Egmonder kust verrast door een hoge breker. De reddingboot werd platgegooid, maar sloeg niet om. De boot richtte zich weer en kon de oefe­ ning afronden. Onderzoek na afloop leerde dat er enige schade was ontstaan in de schakelkasten in het stuurhuis. De schipper heeft verklaard dat de bediening van de waterjets op het kritieke moment niet voldeed. Daardoor kon de koers van de reddingboot niet op tijd worden gecorrigeerd. Na aanpassingen voldoet de besturing nu geheel conform de verwachtingen. Reddingboot Johannes Frederik verkocht Met de komst van de reddingboot Anna Margaretha op Ameland, raakte de rol van de reddingboot Johannes Frederik uitgespeeld. De 14,5 meter lange Johannes Frederik was in 1987 de eerste boot van het grote Rigid Inflatable type bij de KNRM. Met deze boot is een schat aan ervaring opgedaan, die is verwerkt in de bouw van volgende schepen en in het nieuwere en grotere type Arie Visser (19 meter). Aangezien de Johannes Frederik ten opzichte van alle later gebouwde schepen een afwijkende besturing had, was de boot minder geschikt als reserveboot en is daarom in 2006 verkocht.

De opbrengst van € 265.000,- is aan de algemene middelen toegevoegd. Reddingboten naar buitenland Met de vervanging van kleine rubberboten door reddingboten van het type Atlantic 75, konden een aantal kleinere boten ­worden afgestoten. Bij buitenlandse zusterorganisaties bestond nog belangstelling voor deze gebruikte reddingboten. Zo werden de Richel en De Kuil geschonken aan Sri Lanka en de Griend, de Stut en de Makreel aan de Nederlandse Antillen. De oude Tuimelaar en Bruinvis zijn verkocht. Reddingboten Johanna Louisa en Gebroeders Luden retour De voormalige IJmuider reddingboot Johanna Louisa werd in 2001 in bruikleen afgestaan aan de Sint Maarten Rescue Foundation. Aangezien de reddingboot niet meer werd gebruikt en niet werd onderhouden, is de reddingboot teruggebracht naar Nederland. In IJmuiden zal de ex-reddingboot worden ingezet voor publiciteits­ doeleinden, onder de hoede van een enthousiaste groep ­ oud-bemanningsleden. In 2006 heeft de IJslandse redding maatschappij de voormalige Nederlandse reddingboot Gebroeders Luden terugverkocht aan de KNRM. Conform de afspraak die enkele jaren geleden werd gemaakt was de KNRM de eerste gegadigde om de oude boten weer terug te nemen voor dezelfde prijs. Vervolgens is de red­ dingboot verkocht aan de stichting Gebroeders Luden, die de ­reddingboot als museumschip zal exploiteren vanuit de voormalige thuishaven van de boot, Lauwersoog. Javazee uit dienst In september 2006 ging de laatste conventionele reddingboot (waterverplaatsend model) uit actieve dienst bij de KNRM. Daarmee kwam een einde aan een tijdperk van bijna 100 jaar ­stalen motorreddingboten. De Javazee werd in bruikleen afgestaan aan het Reddingmuseum Dorus Rijkers in Den Helder.

Volvo Ocean Race en donatie ABN Amro De zeilrace om de wereld, waaraan twee teams deelnamen die gesponsord werden door ABN AMRO, leverde de KNRM een ­verrassende donatie op van € 100.000,-. De gift kreeg extra ­betekenis door het noodlottig ongeval van zeiler Hans Horrevoets aan boord van de ABN AMRO 2 en de reddingsactie die zij daarna nog verrichten voor de bemanning van de gezonken oceaanracer en zeilconcurrent Moviestar.

<<<terugnaarinhoudsopgave Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 38


Fondsenwerving en communicatie De Redding Maatschappij vervult een hulpverleningstaak op zee, vergelijkbaar met de brandweer en de ambulancedienst aan de wal. Die laatste twee kunnen voor wat betreft de continuïteit en het optimaliseren van de kwaliteit terugvallen op de financiële steun van de overheid. De KNRM kiest bewust voor een financie­ ring zonder overheidssteun. In plaats van door de belastingbetaler wordt de KNRM ‘onderhouden’ door personen en instanties die de Redding Maatschappij een warm hart toedragen. Ook burgers die betalen, maar dan vrijwillig.

in. Via de website wordt dagelijks actueel nieuws toegevoegd, dank zij de inspanningen van vrijwilligers op de reddingstations. Via de website, per telefoon en per post kunnen donateurs reage­ ren op gebeurtenissen. Het aantal positieve reacties op mailings, bedankbrieven en activiteiten voor donateurs is een goed bewijs van de betrokkenheid van de Redders aan de wal. Eénmaal per jaar ­ontvangt iedere Redder aan de wal een verzoek voor een jaarlijkse bijdrage. Een half jaar later volgt een tweede verzoek aan ­donateurs die op het eerste verzoek niet hebben gereageerd.

Werving van nieuwe Redders aan de wal In 2006 werden 4.082 nieuwe Redders aan de wal geworven en werden er 1.909 uitgeschreven. Een netto groei van 2.173 Redders aan de wal. Voor de komende jaren, tot 2010 is een plan opge­ steld om gefaseerd te komen tot een totaal donateursbestand van 100.000 Redders aan de wal. Ambitieus, maar noodzakelijk. In de eerste fase (2006) is de database voor donateursadressen gemo­ derniseerd, zodat het beter aansluit bij de gewenste fondsenwer­ vingsmethodes en de nieuwe communicatie keuzemogelijkheden voor donateurs (per post of per e-mail). Elektronisch doneren, of online doneren zal in 2007 worden geïntroduceerd. Deze faciliteit kon in 2006 nog niet worden gerealiseerd. Alle extra inspannin­ gen tot 2010 zijn gericht op het vergroten van de inkomsten uit ­fondsenwerving naar 70% van de totale exploitatie.

Betrokkenheid donateurs De jaarlijkse Reddingbootdag, waar donateurs zijn uitgenodigd kennis te maken met de KNRM, levert niet alleen veel waardevolle reacties op van donateurs. Het is een uitgelezen manier om infor­ matie te geven en te ontvangen. In 2006 zijn alle trouwe dona­ teurs, die de KNRM inmiddels 50 jaar steunen, uitgenodigd voor een speciale ontvangst. Het was de tweede keer dat jubilerende Redders aan de wal op deze wijze in het zonnetje werden gezet. De persoonlijke blijk van waardering voor deze trouwe aanhang werd bijzonder gewaardeerd, getuige de vele schriftelijke reacties. Redders aan de wal die 25 jaar of 40 jaar de KNRM steunden, ­ontvingen een schriftelijke dankbetuiging.

Donateurswerving ten opzichte van voorgaande jaren: Aanwas Verlies Saldo

2002 2.210 2.538 -328

2003 3.666 1.950 1.716

2004 4.700 2.625 2.075

2005 5.029 2.539 2.490

2006 4.082 1.909 2.173

Het verlies aan donateurs is voornamelijk een gevolg van overlijden en verhuizen (zonder verhuisbericht). Het achterhalen van verhuis­ de donateurs is niet eenvoudig. Zo’n 75% van de zoekgeraakte adressen van donateurs kan niet meer worden achterhaald. Donateurscontacten De KNRM stuurt vier keer per jaar een verslag van de activiteiten aan de Redders aan de wal. Dit blad “De Reddingboot” wordt zeer gewaardeerd en is het belangrijkste contactorgaan met de achterban. Internet neemt echter een steeds belangrijker plaats

Trieste vrijdagavond voor de Hoek Hoek van Holland - 12 mei 2006 Wind: var. 3

Het reddingstation Hoek van Holland wordt zeer geregeld ­gealarmeerd voor patiënten op zeeschepen. De Hoekse redding­ bootbemanning is derhalve het nodige gewend. Maar twee slacht­ offers op één vrijdagavond is zelfs voor Hoek van Holland een uitzondering. De eerste oproep, om 19.10 uur, betrof de stuurman van de uitgaande tanker Jose Bright. De man werd na een ongeval aan boord gereanimeerd door de eigen bemanning. De reddingboot

Donaties In 2006 nam het aantal donateurs toe met 2,8%. De gemiddelde bijdrage steeg met 0,8%. De totale opbrengst aan bijdragen van donateurs viel hoger uit dan in 2005. Naamsbekendheid De KNRM meet haar naamsbekendheid via de jaarlijkse Charibarometer, die bekendheid en waardering van goede doe­ len ten opzichte van elkaar meet. Daarin is de KNRM in 2006 in naamsbekendheid achteruitgaan van 4.7 naar 4.3. Geen directe aanleiding om het beleid te wijzigen, maar wel om er in de komen­ de jaren veel meer aandacht aan te geven om in 2010 terecht te komen op een 5.8 in de Charibarometer, zoals vastgesteld in de doelstellingen van het meerjarenplan voor fondsenwerving. De waardering voor de KNRM bleef in 2006 gelijk staan op 7.7. Media In 2006 is de pers actief benaderd met persberichten over hulp­ verleningen, ontwikkelingen binnen de KNRM en evenementen op

voer volle kracht naar de opgegeven positie. Twee opstappers, waaronder een arts, werden op de tanker gezet. De arts kon niets anders doen dan de dood constateren. De redders keerden bedrukt terug naar de Berghaven. Veel tijd om over de actie na te denken, was er niet, want om 21.15 uur ging de pieper opnieuw. Aan boord van de visboot Maria was iemand onwel geworden. Opnieuw voer de reddingboot Jeanine Parqui met de grootste spoed naar zee. Het medische personeel werd overgezet op de viskotter. De reanimatie werd nog korte tijd doorgezet, maar ook nu constateerde de arts de dood van de patiënt. Er restte de ­reddingbootbemanning niets anders dan het geven van steun aan de overige opvarenden van de Maria.

<<<terugnaarinhoudsopgave Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 39


reddingstations. Voor veel berichten wordt gezorgd door de plaat­ selijke vrijwillige PR-coördinatoren op de reddingstations. Via hun netwerk komen veel berichten op de juiste plek en zijn ­verhalen over de resultaten van de reddingstations terug te lezen op de website. Nieuwe fondsenwerving Structureel inkomsten verwerven uit nieuwe fondsenwervings­ methodes is niet eenvoudig. Uit een initiatief van het Palace Hotel in Noordwijk is een jaarlijks te herhalen KNRM-gala ontstaan. In 2005 werd dit Gala voor het eerst georganiseerd en dat leverde € 196.000,- op. In 2006 bracht het tweede Gala een bedrag op van € 291.550,-. Dit bedrag is in 2006 gestort in het nieuw opge­ richte Fonds op naam “Reddersfonds”. De rendementen van dit Fonds op naam zullen worden besteed aan de exploitatiekosten die verbonden zijn met de vrijwilligers. Internet Dank zij het regelmatige nieuws dat er te lezen valt op de web­ site www.knrm.nl komen veel bezoekers geregeld terug. 27.000 bezoekers per maand, 6.000 meer dan een jaar er voor, surften over de webpagina’s van de KNRM. Veelal op zoek naar actueel nieuws en achtergrondinformatie. De nieuwe vormgeving geeft meer aandacht voor fondsenwerving, maar laat het resultaat in reddingen de boventoon voeren. Veel nieuwe donateurs gebruik­ ten de website om zich aan te melden als Redder aan de wal. Steeds meer donateurs gebruiken de website om artikelen uit de Reddingwinkel te bestellen. Nalatenschappen en schenkingen Voor de bouw van reddingboten en boothuizen en de aanschaf van reddingmiddelen, zijn nalatenschappen voor de KNRM van oudsher onmisbaar. De Redding Maatschappij vraagt dan ook geregeld aandacht voor dit onderwerp. Jaarlijks ontvangt de KNRM 40 tot 50 nalatenschappen, variërend in omvang. Een belangrijk aspect hierbij zijn de fiscale voordelen bij het schenken aan een goed doel en het bestemmen van de schenking voor de bouw van een reddingboot in het bijzonder. Vooral bij het schenken “met de warme hand” spreekt het aan persoonlijk getuige te kunnen zijn van de verwezenlijking van de wens van de schenker zelf. De KNRM communiceert hierover met haar achterban, met het notariaat en financiële planners. De persoonlijke aandacht voor de schenkers bij leven, draagt bij aan de voldoening die de schenker

Harry Berkouwer Bedrijfsvoerder hoogheemraadschap Schieland en Krimpenenerwaard Reeds 28 jaar vrijwillig reddingwinkelbeheerder KNRM Gouderak

Al 28 jaar verkoopt Harry Berkouwer uit Gouderak promotieartikelen van de KNRM. De hobby begon kleinschalig, maar tegenwoordig ‘kost’ de hobby ongeveer 150 uur per jaar. Maar het levert ook op. “Ik heb niet bijgehouden welke omzet ik over al die jaren totaal heb behaald voor de Reddingwinkel, maar ik hanteer een streven van ongeveer 50 euro per week”. Daarnaast brengt Berkouwer elk jaar

beleeft bij het vaststellen van zijn/haar keuze. Nalatenschappen en schenkingen zijn vaak uit emotionele overwegingen gedaan. Samenwerking in Erfenis.nl In Erfenis.nl staat nalatenschapsplanning en vermogensovergang door erven en schenken centraal. De KNRM is stichter van dit project, waarin ook het notariaat en de financiële planners een belangrijke rol spelen. De KNRM heeft in dit project een objectieve adviserende rol voor vragen omtrent schenken aan goede doelen. Daarnaast is als doel gesteld kennis te vergaren over de wijze van vermogensplanning bij particulieren teneinde ontwikkelingen op dit gebied te kunnen volgen. De KNRM is in belangrijke mate afhankelijk van grote schenkingen en nalatenschappen. Vrijwel de gehele reddingvloot wordt uit particuliere schenkingen, legaten en erfstellingen gebouwd. De naamgeving van de reddingboten en boothuizen is verbonden aan de schenker. Klachten Het aantal klachten bedroeg in 2006 130 (in 2005 waren het er 153). De klachten die binnenkwamen zijn te verdelen in: 46 klachten op logistiek gebied (was 66 in 2005), wegens niet ont­ vangen winkelbestelling, verkeerde levering etc. Een foutpercentage van minder dan 0,6% over het totaal aantal bestellingen in één jaar. 79 klachten zijn ontvangen naar aanleiding van een printfout in het bestelformulier van de kerstkaartenactie. 4 klachten op beleidsgebied, inzake de gratis hulpverlening die de KNRM levert en het feit dat de KNRM geen structurele subsidie van de overheid wenst te ontvangen (was 4 in 2005). 1 klacht op operationeel gebied (was 6 in 2005), wegens schade door een hekgolf. Alle klachtenbrieven zijn beantwoord en geregistreerd. Dialoog met belanghebbenden Redden op zee is een specialiteit van de KNRM. Om die te kunnen verbeteren is overleg met belanghebbenden essentieel. Het overleg is constructief en streeft naar verbeteringen in hulpverlening, veiligheid op het water, alarmering, communicatie en coördinatie. Jaarlijks, of zo vaak als nodig, hebben vertegenwoordigers van de Redding Maatschappij contact met: - Ministerie van Verkeer en Waterstaat - Nederlandse Kustwacht - Koninklijke Marine

tientallen nieuwe donateurs aan. “De doelstelling van de Redding Maatschappij spreekt mij gewoon aan. Zolang de club zichzelf blijft en er persoonlijke aandacht blijft bestaan voor de vrijwilligers en de donateurs houd ik het met gemak nog 25 jaar vol”. Berkouwer vind die aandacht van levensbelang. “Toen ik 25 jaar actief was voor de maatschappij, kreeg ik een legpenning. Wel beschouwd is het maar een stuk staal, maar zo’n onderscheiding zegt mij veel meer dan geld. Ik wil geen geld. Het onbetaalde karakter van het werk geeft juist een sfeer van ­saamhorigheid. We doen het allemaal voor niets. Of beter gezegd: voor onze KNRM! Zodra er andere belangen, zoals geld, gaan meespelen, zullen we díe kracht langzaam maar zeker verliezen”.

<<<terugnaarinhoudsopgave Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 40


- Regionale Alarmcentrales - Brandweer, Politie en Ambulancediensten - Reddingsbrigades Nederland - Rijkswaterstaat - Bergingsmaatschappijen - Ministerie van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties - Koninklijk Nederlandse Watersport Verbond - Hiswa - Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders - Medisch Adviseur Scheepvaart - Federatie van Visserijverenigingen - Federatie van Werknemers in de Zeevaart - Vereniging van Waterbouwers in Bagger-, Kust- en Oeverwerken - Vereniging voor Beroepschartervaart - Redersvereniging voor de Zeevisserij Bedrijfsleven De KNRM onderhoudt goede contacten met bedrijven. In de eer­ ste plaats omdat veel werkgevers hun werknemer als vrijwilligers

De reddingwinkelhouder denkt dat het zo’n vaart niet zal lopen. Toch vind hij dat alertheid geboden is. “De KNRM wordt groter. Dat vraagt om een andere aanpak. Ik hoop dat het bestuur en de directie erin zullen slagen om het beleid sober te houden en dat zij het beleid ook kunnen blijven uitleggen aan de donateurs. De KNRM staat bekend om haar openheid. Als het bestuur dát weet vast te houden, kunnen we het nog lang uitzingen met z’n allen. Ik kijk ernaar uit!”

bij de KNRM beschikbaar te stellen. Zonder deze gewaardeerde medewerking vaart een reddingboot niet uit. Veel reddingstations bieden werkgevers de mogelijkheid om kennis te maken met het ­vrijwilligerswerk van hun medewerker. In de tweede plaats om ­vanuit leveranciers, die de KNRM voorzien van goederen, ook giften in natura of kortingen te ontvangen. Sommige leveranciers bieden hun expertise aan zonder kosten. Echte sponsoring kent de KNRM niet. Maar voor alle giften van bedrijven wordt zorgvuldig bedankt en melding van gemaakt in het verslag De Reddingboot of op de website. Door nieuwe activiteiten, die ontstaan naar aanleiding van het KNRM benefiet Gala, verwacht de KNRM in de toekomst meer bedrijfsrelaties aan zich te kunnen binden. CBF keurmerk Bij de beoordeling ter verkrijging van de CBF keurmerk voor goede doelen wordt de kwaliteitsborging meegewogen in de bepalingen hoe efficiënt de gedoneerde gelden worden aangewend voor het reddingwerk. Herkeuring van het CBF keurmerk voor de KNRM heeft in 2003 plaatsgevonden en leverde een verlenging op tot 1 juli 2008.

25 jaar Reddingmuseum Het Nationaal Reddingmuseum Dorus Rijkers in Den Helder vierde in 2006 het 25-jarig bestaan. Het museum vervult een belangrijke rol in het levend houden van de rijke reddinghistorie in Nederland. De KNRM geeft traditiegetrouw het reddingmuseum de gelegenheid om oude reddingmaterieel in bruikleen te verkrijgen. Zo werd in 2006 de reddingboot Javazee overgebracht naar het museum, toen de boot na bijna dertig jaar trouwe dienst de reddingvloot verliet.

<<<terugnaarinhoudsopgave Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 41


Reddingvloot

April 2007

1 5 8

Schiermonnikoog

3 7 8

Ballum

Paal 8

Nes

1

2 5 7 8

5 8

Lauwersoog 3 5

Terschelling

Vlieland

2

Eemshaven

1

Harlingen 3 5

De Cocksdorp De Koog

3

5 7 8

Den Helder

1

Den Oever

Hindeloopen 3 5

4

Petten

7 8

3 8 1 3 8

3 6

Callantsoog

5 8

3 8

Lemmer

2 6

Enkhuizen

Urk

3 5

Egmond aan Zee Wijk aan Zee

Elburg

Marken

5

3 5

IJmuiden Zandvoort

5 Huizen 3 8 3 8

2 7 8 3 8 1

Noordwijk aan Zee Katwijk aan Zee

Scheveningen

1

5

Type Arie Visser

Ter Heijde Hoek van Holland

Type Atlantic

Stellendam 2 5

Ouddorp 5 8

2

6

Type Johannes Frederik

Type Avon

Noordland 1 4 KNRM

Westkapelle 3 8

Veere

3

5

7

Type Valentijn

Type Float 500

Breskens 1 7

Cadzand 3 8 4

8

Type Harder

Type Unimog

Type Ginaf

<<<terugnaarinhoudsopgave Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 42


Reddingstations en -materieel ARIE VISSER KLASSE

Arie Visser * Koning Willem I * Zeemanshoop * Koopmansdank * Koos van Messel * Anna Margaretha * Jeanine Parqui * Joke Dijkstra

1999 1999 2000 2001 2003 2004 2006 2007

West-Terschelling Schiermonnikoog Breskens Noordland-Burghsluis IJmuiden Ballumerbocht Hoek van Holland Den Helder

1 18,8 x 6,1 x 1,05 m, 2 x 1.000 pk, 32 knopen 120 geredden, 6 bemanning

JOHANNES FREDERIK KLASSE

Koningin Beatrix * Prinses Margriet * Jan van Engelenburg * Graaf van Bylandt * Jan en Titia Visser * Kapiteins Hazewinkel * Christien * Dorus Rijkers *

1984 1990 1990 1996 1996 1997 1993 1997

Urk Stellendam Scheveningen Vlieland Eemshaven reserve reserve reserve

2 14,4 x 5,4 x 0,75 m, 2 x 680 pk, 34 knopen 75 geredden, 4 bemanning

ATLANTIC KLASSE

Griend * Narwal Willemtje * John Stegers * Maria Hofker * Edzard Jacob * Hendrik Jacob * Huibert Dijkstra * Koen Oberman * Francine Kroesen * Palace Noordwijk * Maria Paula * Veronica * Rien Verloop *

5

2006 2000 2003 1994 2004 2004 2004 2004 2005 2005 2006 2006 2007 1996

Ouddorp Hindeloopen Stellendam Veere Ameland-Nes Schiermonnikoog Marken Vlieland Callantsoog De Koog Lauwersoog reserve Harlingen Enkhuizen

6,5 x 2,2 x 0,7 m, 2 x 70 pk, 30 knopen 12 geredden, 3 bemanning

AVON KLASSE Wouter Vaartjes 1985 Lemmer 1986 Urk Nagel * Abt 1989 Harlingen 6 5,4 x 2,05 x 0,4 m, 90 pk, 40 knopen 8 geredden, 2 bemanning

VALENTIJN KLASSE

Valentijn * 1990 Beursplein 5 * 1992 1992 Adriaan Hendrik * Annie Jacoba Visser * 1993 Donateur * 1993 Anna Dorothea * 1994 Annie Poulisse * 1995 Alida * 1995 Wiecher en Jap Visser- Politiek* 1996 1997 Watersport-KNWV * Frans Verkade * 1997 De Redder * 2001 Winifred Lucy Verkade-Clark * 2002 2003 Frans Hogewind * Uly * 2003 George Dijkstra * 2005

Noordwijk aan Zee De Cocksdorp Egmond aan Zee Lauwersoog Wijk aan Zee Lemmer Zandvoort Hindeloopen Harlingen Enkhuizen Marken Katwijk aan Zee Cadzand Terschelling-Paal 8 Westkapelle Ter Heijde

3 10,6 x 4,1 x 0,75 m, 2 x 430 pk, 34 knopen 50 geredden, 4 bemanning

Harder * Johanna Margaretha * Martijn Koenraad Hof *

1987 2003 1995

Noordland-Burghsluis Den Oever reserve

4 9,0 x 2,9 x 0,5 m, 2 x 250 pk, 34 knopen 20 geredden, 3 bemanning

FLOAT KLASSE

Tonijn Dolfijn Meerval Zalm * Forel Fint Meun Leng Steur Heek

7

1991 1991 1996 1992 1994 1992 1992 1992 1993 1993

Terschelling-Paal 8 Petten Vlieland De Koog Breskens Scheveningen reserve reserve reserve reserve

5,1 x 2,0 x 0,3 m, 50 pk, 25 knopen 5 geredden, 3 bemanning

Kusthulpverleningsvoertuig Unimog en Ginaf Waterdichte rupsvoertuigen voor lanceren van Valentijn klasse Waterdichte tractoren en bootwagen voor lanceren Valentijn klasse Boothuizen en bergplaatsen met bemanningsverblijf Hijskranen en takels tbv reddingboten Hefsteigers voor het uit het water lichten van reddingboten Pontons en loopbruggen Pontons met tankinstallaties en loopbruggen Waltanks met pompinstallatie Trailers tbv reddingboten en aanhangers

19 stuks 3 stuks 8 stuks 43 stuks 13 stuks 6 stuks 6 stuks 3 stuks 22 stuks 16 stuks

* werden de KNRM geschonken

<<<terugnaarinhoudsopgave Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 43


Financieel verslag 2006 Algemeen De KNRM heeft sinds 1824 de keuze gemaakt particulieren te vragen het reddingwerk financieel te ondersteunen. Ook in 2006 is weer gebleken dat een beroep op de Redders aan de wal niet tevergeefs is geweest. Met hun bijdrage werd bijna 60% van de noodzakelijke financiële middelen bijeengebracht. De overige 40% is vanuit de opbrengst beleggingen gefinancierd. De totale opbrengst uit fondsenwerving is fors toegenomen ten opzichte van 2004 en 2005 en ook meer dan voor 2006 stond begroot. Het is nu nog te vroeg om te concluderen dat het ingezette beleid van het intensiveren van de fondsenwerving vruchten af begint te wer­ pen, omdat de totale omvang vooral wordt bepaald door een paar zeer grote schenkingen. Toch is het onmiskenbaar dat investeren in de naamsbekendheid van de KNRM en het durven vragen om een financiële bijdrage aan onze Redders aan de wal er voor zorgt dat de KNRM jaarlijks meer financiële armslag krijgt. Bijdragen Redders aan de Wal Over 2006 hebben de Redders aan de wal met hun jaarlijkse bijdra­ ge een bedrag van € 1,572 miljoen bijeen gebracht. Een stijging ten opzichte van vorige jaren, dankzij een stijging van het aantal redders aan de wal van 76.997 naar 79.170.

Naast de jaarlijkse bijdrage gaan steeds meer Redders aan de wal over op het periodiek schenken aan de KNRM. In 2006 groeide het aantal periodieke schenkers naar 195. met een totale omvang aan giften van € 462.000,-. De scheepsbijdragen namen in 2006 iets toe. Deze bijdragen worden gedoneerd bij de afrekening van de havengelden door koopvaardijschepen, die de havens van Rotterdam, Amsterdam en Delfzijl aan doen. De inkomsten uit giften is een verzamelpost van vele particulieren initiatieven en schenkingen. Het is ook vaak een creatieve bijdrage van Redders aan de wal om de KNRM te helpen met het werven van fondsen. De voorbeelden daarvan zijn hartverwarmend. Fonds op naam Een nieuwe trend voor de KNRM, die in 2006 zeer succesvol is gebleken, is het oprichten van een Fonds op naam. In 2006 zijn totaal vijf Fondsen op naam opgericht voor een totaal bedrag van € 1.517.000,-. De doelstellingen van deze Fondsen lopen uiteen. Er zijn onder andere Fondsen voor de financiering van de opleiding van onze bemanningen, ter dekking van de kosten van het red­ dingstation Terschelling-West en voor de toekomstige financiering van een nieuw boothuis in Noordwijk aan Zee.

De inkomsten uit nalatenschappen en legaten bleven achter bij de begroting. Deels is de verklaring dat het aantal goede doelen dat in een testament is opgenomen toeneemt en daarmee de gemiddelde opbrengst uit nalatenschappen en legaten terugloopt. Daarnaast is een trend waar te nemen dat grote schenkingen vaker bij leven worden gedaan. Kosten fondsenwerving De kosten fondswerving zijn in absolute zin fors gestegen, maar

met 13,5% binnen de door het bestuur van de KNRM aangeven grens van 15% gebleven. Het CBF geeft een maximum percentage van 25% aan. De kostenstijging in 2006 is mede veroorzaakt door de investering in een nieuw softwareprogramma om de gegevens van de Redders aan de wal te kunnen administreren. Het vorige systeem dateerde uit 1993. Daarnaast is een aantal onderzoeken uitgevoerd om na te gaan op welke wijze de KNRM in 2010 ervoor kan zorgen dat 100.000 Redders aan de Wal de KNRM zullen steu­ nen en zijn er meer wervende acties ondernomen, waaronder het Reddersgala. Opbrengsten uit beleggingen Een rendement van 6,6% over 2006 met een absolute opbrengst van € 6,151 miljoen is, gegeven de economisch ontwikkeling over 2006 en het risicoprofiel van de beleggingsportefeuille, een redelijk rendement. Het rendement blijft dit jaar licht achter bij de rende­ menten van de grote institutionele beleggers. Voor een deel is dat te verklaren uit een iets gematigder risicoprofiel, een beperking in het aantal asset-classes waar de KNRM in belegt en voor een deel door de verwachting van een hogere kapitaalmarktrente over 2006 die niet geheel is uitgekomen, waardoor het rendement op vast­ rentende waarden is achtergebleven. Bestedingen aan het reddingwerk De totale omvang van de bestedingen is in lijn met de begroting, daarnaast is ook een stabilisatie van de bestedingen ten opzichte van vorige boekjaren waar te nemen. De KNRM heeft haar beste­ dingen goed onder controle en ziet jaarlijks kans ondanks het uit­ breiden van activiteiten de totale uitgaven niet te laten oplopen. Nieuwbouw De vloot van 64 reddingboten, met een gemiddelde begrote levensduur tussen de 15 en 20 jaar, zorgt er voor dat jaarlijks 4 nieuwe reddingboten moeten worden aangeschaft. Hiermee is een bedrag gemoeid van ruim € 2,0 miljoen per jaar. Reddingboten worden niet geactiveerd, maar in het jaar van aanschaf volledig als kosten verantwoord.

Reddingboten moeten echter ook nog worden gehuisvest, of heb­ ben een natte infrastructuur nodig voor het afmeren en aanlanden. Voor de bemanning is een adequaat bemanningsverblijf nodig voor de samenkomst en instructie. In 2006 is voor een bedrag van € 869.000,- in deze zaken geïnvesteerd, met inbegrip van de oprichting van het nieuwe reddingstation Huizen. Investeringen in onroerend goed worden geactiveerd en afgeschreven (zie de waar­ deringsgrondslagen in de jaarrekening). Voor de lancering van reddingboten en voor de zogenaamde kusthulpverlening is ook de aanschaf van rollend materiaal noodza­ kelijk. In 2006 zijn twee waterdichte trekkers en twee kusthulpver­ leningsvoertuigen aangeschaft. Het betreft hier vervangingsinveste­ ringen voor een totaal bedrag van € 394.000,-. Exploitatie kosten van de reddingboten, -materieel en -stations De exploitatiekosten reddingboten, materieel en stations hebben de begroting overschreden met € 416.000. Desondanks bleven

<<<terugnaarinhoudsopgave Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 44


de totale bestedingen ten opzichte van 2005 nagenoeg gelijk. De oorzaak van de overschrijding ligt in sterk toegenomen brand­ stofkosten en een niet voorziene reparatielast van de reddingboot Anna Margaretha (€ 120.000,-), vanwege de onfortuinlijke kapseis tijdens zware storm op 1 november 2006. De kosten voor de vrijwilligers en beroepsschippers lopen wel­ iswaar op, vanwege het groeiende aantal vrijwilligers dat hun diensten aanbiedt, deze financiële last wordt door de KNRM graag gedragen. Elk uur dat vrijwilligers besteden aan de KNRM is een bijdrage aan de veiligheid op het water. Dit vertegenwoordigt een grotere financiële waarde dan de kosten die daar voor de KNRM tegenover staan. De KNRM-Radio medische dienst Met 657 radio medische consulten op afstand en een totale finan­ ciële last van € 176.000,- kan eenvoudig berekend worden dat de consultprijs per radio medisch advies € 268,- bedraagt. Hiermee zijn zowel de technische infrastructuur, die de verbindingen met schepen over de hele wereld mogelijk maakt, als de artsen, die 24 uur per dag 7 dagen per week beschikbaar zijn, volledig betaald.

Zeevast Het preventie- en voorlichtingsprogramma Zeevast beoogt het voorkomen van ongevallen op het water. Dit preventief redden door de KNRM is relatief goedkoop en blijft binnen de begroting, maar het is moeilijk om de opbrengsten van deze inspanning in geld uit te drukken. De verwachting is dat het effect toeneemt naarmate de aandacht voor de preventie onderwerpen groter wordt. Die aandacht valt af te meten aan de mediawaarde, de ruimte die in tijdschriften gebruikt wordt voor deze onderwerpen. Uitvoeringskosten De KNRM heeft ter ondersteuning van de operationele redding­ stations langs de kust een organisatie met betaalde krachten die vanuit IJmuiden opereert. Deze kostenpost is binnen de begroting gebleven en is ook in vergelijking met de afgelopen jaren lager geworden. Het bestuur heeft aangeven een ‘spendingratio’ van 85% te hanteren, dat wil zeggen dat 85% van de uitgaven direct ten goede moeten komen aan het reddingwerk en dat slechts 15% aan kosten voor organisatie en administratie mogen worden uitgegeven. Over 2006 was de spendingratio’ voor de KNRM 90%.

<<<terugnaarinhoudsopgave Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 45


Toelichting kasstroomoverzicht Het saldo van de liquide middelen en beleggingen muteerde in 2006 met € 1,828 miljoen. Deze mutatie komt grotendeels voort uit de kasstroom uit de operationele activiteiten. De toename van de kortlopende schulden is ontstaan doordat in december onder meer facturen zijn ontvangen voor de bouw van de nieuwe red­ dingboot van het type Arie Visser, de Kitty Roosmalen Nepveu, die eind 2007 zal worden opgeleverd ten behoeve van het reddingsta­ tion Scheveningen.

De afschrijvingen van de materiele vaste activa waren in 2006 nagenoeg gelijk aan de afschrijvingen in 2005, namelijk respectie­ velijk € 1,342 en € 1,345 miljoen. De kasstroom uit investerings­ activiteiten, negatief € 1,277 miljoen is grotendeels veroorzaakt door investeringen in materiële vaste activa. De investeringen in materiële vaste activa in 2006 liggen derhalve nagenoeg op het niveau van de afschrijvingen in dat jaar. In 2006 zijn renteloze leningen ontvangen van de Gemeente Huizen en de Gemeente Ameland in verband met de bouwactiviteiten van de reddingstations aldaar. Deze leningen hebben een positieve bij­ drage geleverd aan de kasstroom uit financieringsactiviteiten.

Vermogensbeleid Iedere gedoneerde Euro wordt direct aan het reddingwerk uit­ gegeven. Alles wat het reddingwerk, de uitvoeringskosten en de fondsenwerving meer kost, wordt gefinancierd met de opbrengs­ ten uit het vermogen als bron van inkomsten. De opbrengsten uit deze reserve zijn nodig om het jaarlijkse tekort op de exploitatie te ­kunnen financieren. De omvang van deze Reserve als bron van inkomsten moet in de komende jaren groeien. Enerzijds om de inflatie te corrigeren, anderzijds om ook de stijgende exploitatie blijvend te kunnen financieren. De rekenkundige onderbouwing van de noodzakelijke omvang van de Reserve als bron van inkom­ sten is afhankelijk van veel onzekerheden. Inflatie, kapitaalmarkt­ rente, inkomsten uit fondsenwerving en exploitatielast zijn de belangrijkste variabelen die bepalend zijn. Alleen de ontwikkeling van de exploitatielast heeft de KNRM zelf in de hand. Globaal kan worden gesteld dat bij een jaarlijks exploitatietekort van € 5,6 ­miljoen en een gewenst meerjaarlijks rendement van 6% de Reserve als bron van inkomsten ruim € 93 miljoen moet bedragen. Ultimo 2006 bedraagt de Reserve als bron van inkomsten ruim € 71 miljoen. Hiermee is de wens om het vermogen te laten ­groeien in de toekomst gerechtvaardigd.

Meerjaren investeringsplan

(alle bedragen x € 1.000)

2007 2008 2009 2010 Inkomsten donaties en giften 4.330 3.668 4.000 4.100 nalatenschappen 2.500 2.000 2.000 2.000 subtotaal 6.830 5.668 6.000 6.100 Opbrengst uit beleggingen 5.400 5.600 5.600 5.600 Totaal inkomsten 12.230 11.268 11.600 11.700 Kosten fondsenwerving 650 600 625 650 Uitgaven Investeringen reddingboten 2.262 1.889 2.200 2.200 Exploitatie reddingstations 5.293 4.548 4.800 5.000 Uitvoeringskosten 4.600 4.100 4.200 4.300 Totaal 12.055 10.537 11.200 11.500 Tekort / overschot -575 131 -225 -450

2011

4.200 2.000 6.200 5.600 11.800 625

2.200 5.200 4.400 11.800 -625

Meerjaren investeringsplan 2007 - 1x reddingboot Scheveningen (19 meter) - 1x reddingboot Noordwijk aan Zee (11 meter) - 2x reddingboot type Atlantic 75 (7,5 meter) - 3x boothuis of bemanningverblijf (nieuwbouw en aanpassingen) - 2x kusthulpverleningsvoertuig - 1x waterdichte tractor

2008 - 1x reddingboot Stellendam (19 meter) - 2x reddingboot type Atlantic 75 (7,5 meter) - 2x boothuis of bemanningverblijf (nieuwbouw en aanpassingen) - 2x bootwagen Atlantic

2009-2011 Nog geen investeringen gepland. Er is ruimte voor uitvoering van plannen voor uitbreiding van reddingcapaciteit op de ruime binnenwateren. Tevens zal een begin worden gemaakt met een structureel ver­ vangingsplan voor de oudste reddingboten in enig jaar, zodra het vlootplan 2010 geheel is gerealiseerd.

<<<terugnaarinhoudsopgave Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 46


Meerjarenbegroting 2007-2010 De opbrengsten uit nalatenschappen zijn behoudend begroot en de opbrengsten uit beleggingen zijn gebaseerd op het meerjarig streefrendement van 6%. De bestedingen zullen als gevolg van de inflatie stijgen maar dienen de komende jaren te worden gestabili­ seerd. De investeringen in nieuwe reddingboten zullen tot en met 2008, ook vanwege uitbreidingsinvesteringen, jaarlijks meer dan twee miljoen euro bedragen. Rapportage Financiële commissie De financiële commissie is door het algemeen bestuur van de KNRM belast met het toezicht op het beheer van het vermogen van de KNRM. In 2006 is een professionele vermogensbeheerder van een aansprekende Nederlandse vermogensbeheerder op ­persoonlijke titel tot lid van de financiële commissie benoemd. Hij adviseert vanuit zijn professionele achtergrond onafhan­ kelijk over de wijze waarop het beleggingsbeleid bij de KNRM moet worden gevoerd. In 2006 is de financiële commissie vijf maal bijeengeweest. Daarnaast onderhoudt de voorzitter van de ­financiële ­commissie wekelijks contact met de directie. Ondermeer beoordeelt de financiële commissie de periodieke rapportages van de externe vermogensbeheerders en houdt ieder kwartaal in aanwezigheid van de vermogensbeheerders een review over de wijze waarop het vermogensbeheer is gevoerd. Getoetst wordt of men binnen de grenzen van het gegeven ­mandaat heeft geopereerd en er is vooral aandacht voor het beperken van de risico’s.

Beleggingsbeleid De doelstelling is het behalen van een gemiddeld jaarlijks ­rendement van 6% met een beleggingshorizon van 20 jaar. Dit streefrendement is gebaseerd op de financieringsbehoefte die de KNRM heeft voor de exploitatie van haar doelstelling in relatie tot de omvang van het belegde vermogen. Het gespreid beleggen in vastrentende waarden, wereldwijde aandelen en alternatieve beleggingen maakt dat de portefeuille op de middellange termijn minder conjunctuurgevoelig is. In 2006 heeft de financiële commis­ sie van de KNRM het beleggingsbeleid herzien, gelet op de gewij­ zigde economische verwachtingen en de rente ontwikkelingen. De rendementsverwachting is naar beneden bijgesteld. Voorlopig is de rendementsverwachting voor 2006 en verder 6% per jaar.

De KNRM beoogt om haar vermogen daar waar mogelijk duurzaam en maatschappelijk verantwoord te beleggen. De richtlijn ‘Reserves goede doelen’ van de Vereniging Fondsenwervende Instellingen (VFI) geeft aan dat het in stand houden van de belegde hoofdsom een belangrijk uitgangspunt is. In de beleggingsmix en het risico­ profiel van de beleggingen, zoals door de KNRM opgedragen aan haar vermogensbeheerders, is dit uitgangspunt onderschreven. Ook is aansluiting gezocht bij de wetgeving, zoals het Ministerie van Financiën heeft voorgeschreven bij het beleggingsbeleid van de nazorgfondsen van de overheid. Ook hier geldt dat het in stand houden van de hoofdsom voorop staat. Het risicoprofiel is gema­ tigd. Neerwaartse risico’s worden zoveel als mogelijk afgedekt door het inzetten van niet gecorreleerde ­beleggingsproducten.

<<<terugnaarinhoudsopgave Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 47


Geconsolideerde jaarrekening 2006 GECONSOLIDEERDE BALANS per 31 december (NA RESULTAAT BESTEMMING) (alle bedragen x 竄ャ 1.000)

ACTIVA

2006

2005

PASSIVA

2006

VRIJ BESTEEDBAAR VERMOGEN

MATERIテ記E VASTE ACTIVA

Activa t.b.v. de doelstelling

5.634

5.630

Continuテッteitsreserve

7.577

7.412

Activa t.b.v. de bedrijfsvoering

2.925

2.974

Reserve als bron van inkomsten 71.154

69.302

8.559

8.604

VASTGELEGD VERMOGEN

FINANCIテ記E VASTE ACTIVA

Investeringsfonds reddingboten

Leningen

0

20

BELEGGINGEN

98.628

97.262

3.348

3.754 12.097

Fonds activa doelstelling

5.634

5.630

Fonds activa bedrijfsvoering

2.925

2.974

P.M.

P.M.

Kapitalen bezwaard met

WINKELVOORRAAD

vruchtgebruik en nog niet

291

278

afgewerkte nalatenschappen

VORDERINGEN

Voorschotten stations

VOORZIENINGEN

Overige vorderingen

325 1.049

305

Voorziening ingegane pensioenen

953

Voorziening toekomstige

1.374

1.258

Kas-, bank- en girorekeningen

pensioenverplichtingen

1.130

668

25.752

636

696

2.600

4.500

LIQUIDE MIDDELEN

78.731

13.845

Fondsen op naam

en personeel

2005

76.714

24.455

3.236

5.196

658

360

1.605

1.365

LANGLOPENDE SCHULDEN

Langlopende schulden KORTLOPENDE SCHULDEN

Kortlopende schulden TOTAAL 109.982

108.090

TOTAAL 109.982 108.090

<<<terugnaarinhoudsopgave Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 48


GECONSOLIDEERDE EXPLOITATIEREKENING

(alle bedragen x â&#x201A;Ź 1.000)

Begroting

Werkelijk

Begroot

Werkelijk

2007

2006

2006

2005

BATEN EIGEN FONDSENWERVING

Jaarlijkse bijdragen

1.730

1.572

1.550

Scheepsbijdragen

250

223

250

220

1.500

3.255

1.850

1.098

450

462

450

450

50

33

50

47

Nalatenschappen

2.500

1.797

2.000

1.982

6.480

7.342

6.150

5.313

Giften Periodieke schenkingen Bunkerbootjes

1.516

KOSTEN UIT EIGEN FONDSENWERVING

(In-)directe verwervingskosten

838

868

750

777

Doorbelaste uitvoeringskosten

134

124

130

121

972

992

880

898

KOSTEN ALS PERCENTAGE VAN BATEN UIT EIGEN FONDSENWERVING

15,00%

13,51%

14,31%

16,90%

RESULTAAT VERKOOP ARTIKELEN

150

129

150

161

Verkoopkosten

Brutowinst

97

91

90

95

Doorbelaste uitvoeringskosten

34

31

30

30

19

7

30

36

5.527

6.357

5.300

4.451

5

-69

25

-61

5.532

6.288

5.325

4.390

25

195

65

258

5.400

6.151

5.400

12.559

TOTAAL EIGEN FONDSENWERVING AANDEEL IN ACTIES VAN DERDEN BESCHIKBAAR UIT FONDSENWERVING INCIDENTELE SUBSIDIES OVERHEDEN EN ANDEREN RESULTAAT BELEGGINGEN OVERIGE BATEN EN LASTEN TOTAAL BESCHIKBAAR DOELSTELLING

200

423

250

172

11.157

13.057

11.040

17.379

BESTEDINGEN

Nieuwbouw en modificatie boten

2.262

2.309

2.300

2.312

Exploitatie reddingboten,

6.629

6.646

6.200

6.673

771

740

770

726

1.369

1.293

1.355

1.298

Doorbelaste uitvoeringskosten beroepsredders

335

310

320

302

Radio Medische Dienst

152

144

155

154

34

32

30

30

113

107

115

92

67

62

60

60

11.732

11.643

11.305

11.647

materieel en stations

Doorbelaste uitvoeringskosten exploitatie Kosten beroepsredders en vrijwilligers

Doorbelaste uitvoeringskosten RMD Preventie en voorlichting Doorbelaste uitvoeringskosten preventie & voorlichting TOTAAL BESTEED AAN DOELSTELLING

NETTO RESULTAAT

-575

1.414

-265

5.732

RESULTAATBESTEMMING

Ten gunste van Reserve als bron van inkomsten

72

5.898

Ten laste van Investeringsfonds reddingboten -406 -760 Ten gunste van Fondsen op naam

1.748

594

1.414

5.732

<<<terugnaarinhoudsopgave Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 49


UITVOERINGSKOSTEN REDDING & HULPVERLENING (MODEL C)

Exploitatie

Redders

( alle bedragen x € 1.000)

RMD Preventie &

Fondsen-

Verkoop

Totaal Begroting

stations voorlichting

werving

goederen

2006

2006

2005

2.375

2.220

750

708

300

396

275

234

70

100

330

363

450

310

Salarissen/Sociale lasten

1.392

567

57

98

180

58

2.352

Directe kosten

1.903

1.136

460

46

77

137

47

Doorbelaste uitvoeringskosten

256

107

11

21

43

11

449

Pensioenlasten

279

159

9

14

23

16

500

Directe kosten

248

146

7

11

18

15

445

31

13

2

3

5

1

55

Opleidingen

Doorbelaste uitvoeringskosten

8

386

0

1

3

0

398

Directe kosten

6

385

0

1

2

0

394

2

1

0

0

1

0

4

Reis- en verblijfkosten

Doorbelaste uitvoeringskosten

196

8

2

11

21

3

241

Directe kosten

188

4

2

10

20

3

227

8

4

0

1

1

0

14

Overige personeelskosten

Doorbelaste uitvoeringskosten

85

21

2

3

7

2

120

Directe kosten

72

16

1

2

5

1

97

13

5

1

1

2

1

23

Exploitatiekosten kantoor

Doorbelaste uitvoeringskosten

239

100

10

20

40

10

419

Doorbelaste uitvoeringskosten

239

100

10

20

40

10

419

Overige algemene kosten

191

80

8

16

32

8

335

Doorbelaste uitvoeringskosten

191

80

8

16

32

8

335

1.650

1.011

56

101

182

66

3.066

3.210

740

310

32

62

124

31

1.299

1.340

2.390

1.321

88

163

306

97

4.365

4.550

TOTAAL DIRECTE KOSTEN TOTAAL DOORBEL.UITV.KOSTEN TOTAAL GENERAAL

Totaal

4.331

Gemiddeld Fte's

51,0

50,3

Bezoldiging bestuurders

geen

geen

Leningen aan Bestuur

geen

geen

KASSTROOMOVERZICHT

Het kasstroomoverzicht geeft inzicht in de geldmiddelen die gedurende het boekjaar beschikbaar zijn gekomen en in het benutten van die geld­ middelen in hetzelfde boekjaar. Feitelijk wordt de exploitatierekening ontdaan van de invloeden die de waarderingsgrondslagen met zich meebrengen. Kasstroom uit operationele activiteiten

2006

Bedrijfsresultaat

1.414

5.732

Afschrijvingen

1.342

1.345

Mutaties voorzieningen -1.960

2005

4.445

Mutaties voorzieningen via Reserve als bron van inkomsten

1.900 -4.500

-60 -55 Mutaties werkkapitaal: - toename / afname voorraad -13

66

- toename vorderingen -116 -277 - toename kortlopende schulden

240

372

111

Kasstroom uit operationele activiteiten

161

2.807

7.183

Kasstroom uit investeringsactiviteiten

Investeringen in materiele vaste activa -1.297 -325 (Des-)Investeringen in financiële vaste activa

20

Kasstroom uit investeringsactiviteiten

-1.277

0

-325

Kasstroom uit financieringsactiviteiten

Aflossing van langlopende schulden -120 Ontvangsten uit langlopende schulden

418

0 360

Kasstroom uit financieringsactiviteiten

298

360

NETTO KASSTROOM

1.828

7.218

Saldo beleggingen en liquide middelen per 1-1

97.930

90.712

Saldo beleggingen en liquide middelen per. 31-12

99.758

97.930

1.828

7.218

<<<terugnaarinhoudsopgave Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 50


TOELIChting ALGEMEEN RICHTLIJN VERSLAGGEVING FONDSENWERVENDE INSTELLINGEN

VOORZIENING INGEGANE PENSIOENEN

Het verslag is ingericht volgens "Richtlijn voor de jaarverslaggeving Fondsenwervende Instellingen (RJ650)". Doel van deze richtlijn is inzicht te geven in de kosten van de organisatie en besteding van de gelden in relatie tot het doel waarvoor die fondsen bijeengebracht zijn. Deze inrich­ ting is tevens één van de voorwaarden voor het verkrijgen van de CBFKeur. Dit is een keurmerk dat door het Centraal Bureau Fondsenwerving wordt verleend aan fondsenwervende instellingen die voldoen aan de gestelde eisen, vastgelegd in het Reglement CBF-Keur. In 1998 heeft de Stichting Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij dit keurmerk ­verworven en na hertoetsing in 2003 is gebleken dat de KNRM nog immer voldoet aan de gestelde keurmerkcriteria. CONSOLIDATIE In de consolidatie zijn opgenomen: Stichting Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij (inclusief haar Fondsen op Naam en de Stichting Zuid-Hollandsche Maatschappij tot Redding van Schipbreukelingen) en de Exploitatiestichting ten behoeve van de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij, beide gevestigd te IJmuiden.

Voor toekomstige aanspraken op toegezegde indexaties van reeds ­ingegane pensioenen is een voorziening gevormd, uitgaande van een levensverwachting van 15 jaar na de pensioendatum en een rekenrente van 4%.

WAARDERINGSGRONDSLAGEN

Voor zover niet anders is vermeld, worden activa en passiva opgenomen tegen de nominale waarden.

VOORZIENING TOEKOMSTIGE PENSIOENVERPLICHTINGEN

De KNRM kent voor haar werknemers een toegezegde pensioenregeling (defined benefit plan), die is ondergebracht bij een verzekeraar, niet zijnde een bedrijfstakpensioenfonds. Volgens de verslaggevingsrichtlijnen (IFRS/ RJ271) moet een gedetailleerde verantwoording worden opgenomen van de hiermee samenhangende pensioenvoorziening. In 2006 is opdracht gegeven aan een actuarisbureau tot het maken van een gedetailleerde berekening. Bij de berekening is een disconteringsvoet van 4,7% gehanteerd. De disconteringsvoet van 4,7% is gelijk aan de gewogen gemiddelde (nagenoeg) risicovrije marktrente voor de eurozone ad 4,10% (bron: Bundesbank) vermeerderd met de geschatte AA credit spread voor de eurozone ad 0,60% (bron: JP Morgan). GRONDSLAGEN VOOR DE RESULTAATBEPALING Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben. NALATENSCHAPPEN

MATERIËLE VASTE ACTIVA

De materiële vaste activa worden gewaardeerd op verkrijgingsprijs onder aftrek van op de economische levensduur gebaseerde afschrijvingen. De afschrijvingspercentages bedragen: Rijdend materieel, havenfaciliteiten en auto's 20,0 % Boothuizen en bergplaatsen, werkplaatsen kantoorinventaris 10,0 % Kantoorgebouw 2,5 % EFFECTEN

De effecten worden gewaardeerd tegen beurswaarden per 31 december. ONROEREND GOED

Het onroerend goed in verhuurde staat verkregen uit nalatenschappen wordt gewaardeerd tegen de getaxeerde verkoopwaarde in verhuurde staat. VOORRADEN

De voorraden worden gewaardeerd tegen vaste verrekenprijzen.

De nalatenschappen worden opgenomen in het boekjaar waarin de omvang van de nalatenschap betrouwbaar kan worden vastgesteld, ­derhalve indien de betaling is aangekondigd. Voorschotten worden verantwoord in het boekjaar waarin zij worden ontvangen. KOSTEN BEDRIJFSVOERING De samenstellende kostencomponenten van de uitvoeringskosten worden per kostendrager geregistreerd. Elk personeelslid behoort tot één van de zes kostendragers, zoals deze ook de onderverdeling vormen van de bestedingen t.b.v. de doelstelling. Indien kosten niet direct aan een persoon toe te rekenen zijn (exploitatie­ kosten kantoor en overige algemene kosten), dan is het aantal personen in de kostendrager, als percentage van het totaal aantal werknemers minus het aantal personen in deze kostendrager, toegepast als deelfactor op het totaal van deze kostensoort. Volgens dezelfde verdeelsleutel zijn de kosten van de bedrijfsvoering ­conform Richtlijn 650 artikel 422, in de uitvoeringkosten naar bestem­ ming ten laste gebracht van de doelstellingen redding & hulpverlening en fondsenwerving (inclusief verkoop goederen).

<<<terugnaarinhoudsopgave Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 51


TOELIChting GECONSOLIDEERDE BALANS

(alle bedragen x € 1.000)

MATERIËLE VASTE ACTIVA

Aanschaf-

Desin-

Aanschaf-

waarde Activering Investering vestering

waarde

afschrijv.

Cum. Desinv. Afschr. afschr.

Cum.

Boek-

Boek-

afschrijv.

waarde

waarde

01-01-06

2006

2006

2006

31-12-06

01-01-06

2006

2006

31-12-06

01-01-06

31-12-06

1

0

0

0

1

0

0

0

0

1

1

5.965

154

0

0

6.119

2.537

560

3.097

3.428

3.022

973

87

0

0

1.060

847

80

0

927

126

133

3.121

378

0

0

3.499

1.782

579

0

2.361

1.339

1.138

736 -619

1.263

40

1.340

0

0

0

0

736

1.340

1.263

40

12.018

5.166

1.219

0

6.385

5.630

5.634

Reddingboten Boothuizen & bergplaatsen Havenfaciliteiten Rijdend materieel Activa in aanbouw Subtot. activa tbv doelstelling

10.796

0

Hoofdkantoor

3.301

0

0

0

3.301

725

83

0

808

2.576

2.493

Grond

314

0

0

0

314

0

0

0

0

314

314

Kantoorinventaris

250

0

0

0

250

250

0

0

250

0

0

Werkplaatsinventaris

148

0

0

0

148

148

0

0

148

0

0

Auto's

417

0

74

40

451

333

40

40

333

84

118

4.430

0

74

40

4.464

1.456

123

40

1.539

2.974

2.925

Subtot. activa tbv bedr.voering

TOTALEN

15.226

0

1.337

80

16.482

6.622

1.342

40

7.924

8.604

8.559

De boekwaarde van reddingboten, alle eigendom van de KNRM, bedraagt onveranderd € 1.000,-, aangezien de investeringen in het jaar van aanschaf direct als kosten worden geboekt. De gezamenlijke activa t.b.v. de doelstelling zijn per 31 december 2006 verzekerd voor € 50 miljoen. FINANCIËLE VASTE ACTIVA Leningen

Hypothecaire geldleningen uit nalatenschappen verkregen

2006

2005

0

20

<<<terugnaarinhoudsopgave Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 52


BELEGGINGEN

(alle bedragen x € 1.000)

De beurswaarde van de portefeuille bedraagt ultimo 2006 € 98,63 miljoen.

2006

2006

2005

%

%

Aandelen

44.897

45,52

44.604

45,86

Obligaties

39.462

40,01

38.961

40,06

Overige beleggingen

11.917

12,08

10.282

10,57

2.179

2,21

3.227

3,32

173

0,18

188

0,19

98.628

100,00

97.262

100,00

Saldi beleggingsrekeningen Onroerend goed (uit nalatenschappen)

2005

Het verloop van de afzonderlijke posten kan als volgt worden toegelicht:

2006

2005

44.604

41.965

Aandelen Saldo per 1 januari Verschuiving naar overige beleggingen Aankopen

0 -2.824 34.988

46.843

Verkopen -38.967 -51.974 Koersresultaat

4.272

10.594

Saldo per 31 december

44.897

44.604

37.182

Obligaties Saldo per 1 januari

38.961

Verschuiving naar overige beleggingen

0

929

Aankopen

44.642

64.650

Verkopen -43.743 -65.117 Koersresultaat -398

1.317

39.462

38.961

Saldo per 31 december

Overige beleggingen Saldo per 1 januari

10.282

7.566

Verschuiving van aandelen, obligaties en liquide middelen

0

1.704

Aankopen

1.061

5.053

Verkopen -646 -5.882 Koersresultaat

1.220

1.841

Saldo per 31 december

11.917

10.282

Onroerend goed (uit nalatenschappen) Saldo per 1 januari

188

188

Verkopen -15

0

173

188

Saldo per 31 december

Het rendement op de beleggingsportefeuille over 2006 bedraagt 6,6% en bestaat uit de volgende componenten:

Dividend/

coupons/

Valuta-

interest

verschillen

resultaten

Totaal

Aandelen

527

0

4.272

4.799

Obligaties

882

0 -398

484

Overige beleggingen (incl. liquide middelen) -27 -325

1.382

-325

Koers-

1.220

868

5.094

6.151

<<<terugnaarinhoudsopgave Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 53


VOORRADEN VRIJ BESTEEDBAAR VERMOGEN

De voorraden betreffen de voor de reddingwinkel bestemde

(alle bedragen x € 1.000)

Continuïteitsreserve

verkoopartikelen. De continuïteitsreserve is opgenomen om de risico's op korte termijn af

2006

291

2005 te dekken. Volgens de VFI-richtlijn "Reserves Goede Doelen" kan hiervoor 278

een reserve worden aangehouden van maximaal 1,5 maal de jaarlijkse

kosten van de werkorganisatie. Ultimo 2006 bedraagt de continuïteits­-

VORDERINGEN

­reserve 150% van het totaal van uitvoeringskosten volgens Model C en de uitgaven ten behoeve van de fondsenwerving.

Voorschotten op stations en personeel

Voorschotten en kassen stations

322

299

3

6

325

305

Voorschotten personeel inzake reiskosten, computerproject etc.

2006

2005

Saldo per 1 januari

7.412

7.315

165

97

Overige vorderingen

Dividendbelasting Omzetbelasting

3

1

146

14

Dotatie t.l.v. Reserve als bron

van inkomsten

Sociale lasten

0

5

Couponrente

403

312

Saldo per 31 december

opbrengst Sponsorloterij

231

250

RESERVE ALS BRON VAN INKOMSTEN

Overige vorderingen

266

371

1.049

953

10

5

1.117

660

3

3

1.130

668

7.577

7.412

2006

2005

69.302

72.557

Garantiestelling Veronica inzake

Saldo per 1 januari

LIQUIDE MIDDELEN

Kas Banken Vreemde valuta

Vrijval t.g.v. Continuïteitsreserve -165 -97 Vorming Fonds Elzinga

0 -5.576

Vrijval t.g.v. / dotatie t.l.v. Fonds -4

844

activa doelstelling Dotatie t.l.v. Fonds activa bedrijfsvoering

Vrijval t.l.v. / dotatie t.g.v. Voorziening

49

176

1.900 -4.500

toekomstige pensioenverplichtingen Resultaatbestemming Saldo per 31 december

72

5.898

71.154

69.302

VASTGELEGD VERMOGEN Investeringsfonds reddingboten

In het investeringsfonds reddingboten zijn de opbrengsten uit nalaten­­schappen en schenkingen ondergebracht die een, de Redding­ maatschappij door derden opgelegde, verplichting tot bouw van een boot of boothuis bevatten.

2006

2005

Saldo per 1 januari

3.754

4.514

Onttrekking -1.063 -1.285 Toevoeging Saldo per 31 december

657

525

3.348

3.754

<<<terugnaarinhoudsopgave Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 54


Fondsen op naam Onder de fondsen op naam zijn ultimo 2006 opgenomen: Stichting Helden der Zee-fonds Prins der Nederlanden, Stichting I.M. de Raath,

VOORZIENINGEN

(alle bedragen x € 1.000)

Voorziening ingegane pensioenen Voor toekomstige aanspraken op toegezegde indexaties van reeds inge­ gane pensioenen is een voorziening gevormd. De voorziening is geba­ seerd op een levensverwachting van 15 jaar na de pensioendatum en een rekenrente van 4%. 2006 2005

Fonds W.H. Vermeulen, Fonds De Zeemanspot, Fonds mej. S.P.N. Wolff, Willems-Hendrix Fonds, Niemans-Schootemeijer Fonds, Thomas Browne Rocquette-fonds, Johannes W.F. en Maria Jansen-Rosier Fonds, Marinus Cornelis Fonds, Coenraad Bot Fonds, Kitty Roosmale Nepveu Fonds, Fonds Elzinga, alsmede de in 2006 nieuw opgerichte fondsen Robert Jan

696

751

van Holthe Fonds, Gerrit Krul Fonds, Fred Plesman Fonds, Paul Johannes

Saldo per 1 januari

Fonds en Reddersfonds. De afzonderlijke fondsen op naam worden nader

Onttrekking -60 -55

toegelicht op pagina 58 en verder.

Saldo per 31 december

2006

Saldo per 1 januari Toevoeging rendement

12.097 5.927 538

2.151

56

Besteed aan doelstellingen fondsen -544

0

Giften en periodieke schenkingen

Resultaat Fondsen op naam Vorming Fonds Elzinga Saldo per 31 december

1.748

0 5.576

Fonds activa doelstelling Het vermogen dat is vastgelegd in het kader van de doelstelling betreft de activa ten behoeve van de doelstelling, bestaand uit de reddingboten, de voer- en vaartuigen, pontons, kranen en tankwagens, alsmede de boot­ huizen en bergplaatsen.

Saldo per 1 januari Dotatie t.l.v. / vrijval t.g.v.

5.630

2005 6.474

4 -844

Reserve als bron van inkomsten Saldo per 31 december

5.634

5.630

4.500

Vrijval t.g.v. Reserve als bron van inkomsten -1.900

0

2.600

4.500

320

0

Saldo per 31 december

13.845 12.097

2006

4.500

Saldo per 1 januari

594

696

Voorziening toekomstige pensioenverplichtingen Voor de toegezegde pensioenregeling voor het huidige personeel is een voorziening gevormd. In 2006 heeft een actuaris een gedetailleerde bere­ kening gemaakt. 2006 2005

2005

141

636

Langlopende schulden Lening Gemeente Huizen Lening Gemeente Ameland Vooruitontvangen periodieke schenkingen

Kortlopende schulden Vooruitontvangen bijdragen Vooruitontvangen periodieke schenkingen Vooruitontvangen overige bedragen Aflossing lening Gemeente Huizen Te betalen belastingen en sociale lasten Crediteuren Veronica, productie "Redders" Overige te betalen posten

98

0

240

360

658

360

16

9

122

123

0

131

40

0

90

62

1.032

687

0

250

305

103

1.605

1.365

Fonds activa bedrijfsvoering Het fonds activa bedrijfsvoering betreft dat deel van het vermogen dat is vastgelegd in de activa ten behoeve van de bedrijfsvoering, bestaande uit het hoofdkantoor en de werkplaats, inclusief grond, inventaris en de auto's.

Niet uit de balans blijkende verplichtingen Voor de komende jaren zijn de volgende contractuele verplichtingen ­aangegaan: Bouw twee reddingboten type Arie Visser Bouw één reddingboot type Valentijn Bouw twee reddingboten type Atlantic 75

2006

2005

Saldo per 1 januari

2.974

3.150

Daar de reddingboten op het moment van investeren rechtstreeks ten

2006 2.600 700 360 3.660

Vrijval t.g.v. Reserve als bron -49 -176

laste van het resultaat worden gebracht, worden bovengenoemde posten

van inkomsten

niet opgenomen als een uit de balans blijkende verplichting.

Saldo per 31 december

2.925

De KNRM is erkend als landelijk gelieerde gebruiker van het P2000/

2.974

C2000-systeem, het alarmerings- en communicatiesysteem voor hulp­ diensten. Bij de verwerving van dit systeem heeft de KNRM zich op het

Kapitalen bezwaard met vruchtgebruik en nog niet afgewerkte nalatenschappen Een berekening van de waarde van legaten en erfenissen bezwaard met vruchtgebruik is in november 2006 samengesteld. De contante waarde

standpunt gesteld dat de kosten voor het redden voor de KNRM zijn en

bedraagt € 3,9 miljoen per die datum en is in de balans als een P.M. post

ratuur. Het Ministerie van Verkeer en Waterstaat heeft aangegeven, al

opgenomen.

dan niet in samenwerking met het Ministerie van Binnenlandse Zaken,

de kosten voor het alarmeren en communiceren met landhulpdiensten voor rekening van de overheid komen. Het Ministerie van Defensie draagt zorg voor de verwerving en instandhouding van de noodzakelijke appa­

bovengenoemde kosten voor haar rekening te willen nemen. Op basis van bovenstaande is de van het Ministerie van Defensie ontvangen nota met een verschuldigd bedrag van € 213.500 niet in de balans verantwoord.

<<<terugnaarinhoudsopgave Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 55


BATEN UIT EIGEN FONDSENWERVING

(alle bedragen x â&#x201A;Ź 1.000)

2006

2005

Jaarlijkse bijdragen Donateurs

Bedrag Donateurs

Bedrag

Redders aan

2.111

32

1.988

30

de Wal buitenland Redders aan

77.059

1.540

75.009

1.486

79.170

1.572

76.997

1.516

de Wal binnenland

Giften, schenkingen en nalatenschappen

2006

2005

Opbrengst winkelverkopen

257

343

Kostprijs winkelverkopen

138

208

119

135

Opbrengst kerstkaartenactie

88

102

Kostprijs kerstkaartenactie

78

76

10

26

Brutowinst

RESULTAAT VERKOOP ARTIKELEN

129

161

Directe kosten

66

62

Doorbelaste uitvoeringskosten

31

30

25

33

7

36

2006

2005

Giften met bouwverplichting

2.135

165

Verkoopkosten

Giften zonder bouwverplichting

1.120

933

Nettowinst

3.255

1.098

Periodieke schenking met bouwverplichting

362

362

Periodieke schenking zonder bouwverplichting

100

88

462

450

Voor het behalen van de netto-omzet wordt de Exploitatiestichting ten

Nalatenschappen met bouwverplichting

0

0

Nalatenschappen zonder bouwverplichting

1.797

1.982

1.797

1.982

Giften met bouwverplichting

2.135

165

362

362

0

0

Totaal schenkingen met bouwverplichting

2.497

527

Hiervan opgenomen in Fondsen op Naam

1.840

2

657

525

Periodieke schenking met bouwverplichting Nalatenschappen met bouwverplichting

Dotatie aan investeringsfonds reddingboten

behoeve van de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij aange­ merkt als een onderneming in de zin van de Handelsregisterwet. Conform art. 299A wordt de netto-omzet van de onderneming vermeld. AANDEEL IN ACTIES VAN DERDEN

2006

2005

Ontvangsten uit Sponsorloterij -19

0

Afname garantie-opbrengst Veronica

19

0

Kosten programma "Redders" -65

0

Inbouw camera's -4 -61

-69

-61

INCIDENTELE SUBSIDIES OVERHEDEN EN ANDEREN

27

46

KOSTEN EIGEN FONDSENWERVING

Subsidie t.b.v. Radio Medische Dienst Subsidie t.b.v. AIS-apparatuur

168

212

(In-) directe verwervingskosten

195

258

Publiciteitskosten, mediakosten

313

260

Donateursadministratie, De Reddingboot

281

289

92

61

Directe kosten

182

167

Gerealiseerd koersresultaat

3.442 6.545

Doorbelaste uitvoeringskosten

124

121

Ongerealiseerd koersresultaat

1.652 7.206

992

898

Valutaverschillen -325 -2.294

Gala

RESULTAAT BELEGGINGEN

Ontvangen coupons

882

816

Ontvangen dividend

527

424

Interest

88

6.266

13 12.710

Beheer- en bewaarloon -115 -151

6.151

12.559

OVERIGE BATEN EN LASTEN

Verkoop oud reddingmaterieel

367

142

Bonussen crediteuren

45

12

Verhuur aan derden

11

18

423

172

<<<terugnaarinhoudsopgave Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 56


Bestedingen

(alle bedragen x € 1.000)

NIEUWBOUW REDDINGBOTEN

In 2006 zijn drie reddingboten van het type Atlantic 75 in dienst gesteld, te weten op de stations Ouddorp, Lauwersoog en ten behoeve van de reservevloot, met de respectievelijke namen Griend, Palace Noordwijk en Maria Paula. Per 31 december 2006 zijn twee reddingboten van het type Arie Visser in aanbouw, te weten de Joke Dijkstra ten behoeve van het station Den Helder (bekostigd uit de nalatenschap van de heer H. Dijkstra) en de Kitty Roosmale Nepveu ten behoeve van het station Scheveningen (bekostigd uit het Roosmale Nepveu Fonds), één reddingboot van het type Valentijn, te weten de Paul Johannes ten behoeve van het station Noordwijk, alsmede één reddingboot van het type Atlantic75, te weten de Veronica ten behoeve van het station Harlingen.

2006

2005

R&D reddingboten

12

13

Modificaties boten

176

274

Nieuwbouw boten

2.121

2.025

2.309

2.312

EXPLOITATIE REDDINGBOTEN, MATERIEEL EN STATIONS

A. Exploitatie reddingboten

2006

2005

1.451

1.491

968

905

C. Exploitatie boothuizen en bergplaatsen

1.113

1.136

D. Exploitatie reddingstations

3.287

3.207

567

660

7.386

7.399

B. Exploitatie rijdend materieel

E. Groot onderhoud reddingboten A. Exploitatie reddingboten

Reparatie en onderhoud Aanschaffingen t.b.v. reddingboten Brandstof en smeermiddelen

945

863

72

244

434

384

1.451

1.491

B. Exploitatie rijdend materieel

Aanschaffingen en modificaties

101

68

Reparaties

163

211

Onderhoud

71

50

Brandstof en smeermiddelen

13

13

Belasting en heffingen

1

2

40

39

Afschrijvingen

579

522

968

905

Assurantiekosten

C. Exploitatie boothuizen/bergplaatsen Aanschaffingen

2006

2005

66

86

Reparatie en onderhoud

137

120

Energiekosten

199

162

Belastingen en heffingen

34

25

Vervoer en stalling derden

14

8

560

565

Afschrijving havenfaciliteiten

80

137

Assurantiekosten

16

17

Afschrijving boothuis

Overige kosten

7

16

1.113

1.136

1.650

1.650

740

726

15

23

8

13

D. Exploitatie reddingstations

Directe kosten Doorbelaste uitvoeringskosten Alarmeringskosten C-2000 alarmeringskosten Vergaderingen en bijeenkomsten

80

81

Verzekeringen

140

148

Pers.veiligheidsmiddelen

145

107

Aanschaffingen

243

222

Reis- en verblijfkosten vrijwilligers

35

29

Telefoonkosten

41

32

PR-kosten

8

4

CIS-project

57

37

Overige kosten

125

135

3.287

3.207

KOSTEN BEROEPSREDDERS EN VRIJWILLIGERS

Directe kosten

1.011

1.032

Doorbelaste uitvoeringskosten

310

302

Vrijwilligersvergoedingen

282

266

1.603

1.600

Directe kosten

56

60

Doorbelaste uitvoeringskosten

32

30

Vergoedingen artsen

64

65

RADIO MEDISCHE DIENST

Vergoeding telefoonkosten Computer- en communicatiekosten Overige kosten

3

3

14

21

7

5

176

184

101

91

62

60

PREVENTIE EN VOORLICHTING

Directe kosten Doorbelaste uitvoeringskosten Overige algemene kosten

6

1

169

152

<<<terugnaarinhoudsopgave Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 57


PERSONEELSKOSTEN

OVERZICHT FONDSEN OP NAAM

Conform algemene richtlijnen van de Raad voor de Jaarverslaggeving

(alle bedragen x € 1.000)

dient de bezoldiging van bestuurders en directie te worden verantwoord.

1. STICHTING HELDEN DER ZEE-FONDS PRINS DER NEDERLANDEN

De gemiddelden zijn de resultanten van de som van de bedragen per kos­

De doelstelling, vastgelegd in de statuten van deze stichting bij haar

tensoort volgens Model C Uitvoeringskosten, gedeeld door het aantal fte

oprichting in 1929, luidt als volgt:

(fulltime eenheden). Voorts zijn de gebruikelijke onkostenvergoedingen­

DOEL A: Het geven van een toeslag boven het hun krachtens de

vermeld, te weten: telefoonkosten, representatiekosten, autowasvergoe­

Zeeongevallenwet 1919 toekomend pensioen aan de weduwen en

ding, spaarloonheffing van 25% en kleine onkostenvergoeding.

wezen van de leden der bemanning van de reddingboot "Prins der Nederlanden".

fte. 2006

fte. 2005

Directie

2,0

2,0

Personeel

49,0

48,3

DOEL B: Het aanmoedigen van de redding van schipbreukelingen door het geven van beloning, tegemoetkoming of bewijzen van erkentelijkheid aan redders enz.

2006

2005

1.707

1.641

17

66

Gemiddelden * € 1.000

Vermogen per 1 januari

Beloningssoort

Directie

Toevoeging rendement

Bestuur

Overige

medewerkers

Besteed aan doelstelling -17

0

Salaris

0

Vermogen per 31 december

1.707

1.707

Prepensioenpremies Pensioenpremies

83

38

0

6

1

0

20

7

2. STICHTING I.M. DE RAATH

Onkostenvergoedingen

0

2

1

De doelstelling, vastgelegd in de statuten van deze stichting, luidt als volgt:

0

111

47

De ondersteuning van behoeftige oud-redders en nagebleven weduwen en kinderen van personen, woonachtig in Nederland, die het beroep van zee­ varenden uitoefenden zomede al hetgeen met het vorenstaande verband

EXPLOITATIE KANTOOR

houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn. Deze doelstelling komt voort uit het

2006

2005

Onderhoud hoofdkantoor

15

8

Gas/water/electra hoofdkantoor

52

31

Beveiligingskosten hoofdkantoor

3

3

Vermogen per 1 januari

Belasting en heffingen hoofdkantoor

7

8

Toevoeging rendement

Verzekering kantoor

5

6

Besteed aan doelstelling -17

0

83

82

1.700

1.700

Afschrijving hoofdkantoor Overige kosten huisvesting

testament van mejuffrouw I.M. de Raath, overleden op 4 oktober 1836.

Vermogen per 31 december

1.700

1.635

17

65

50

47

132

87

3. FONDS W.H. VERMEULEN

Onderhoud/reparatie kantoorinventaris

16

34

De doelstelling, voortkomend uit het testament van de heer W.H.

Kantoorbehoeften

11

12

Vermeulen, overleden op 13 december 1965, luidt als volgt: Geërfd kapi­

6

11

taal als afzonderlijk fonds boeken en beheren, het kapitaal niet door ont­

Abonnementen en contributies

14

12

trekkingen verminderen, eventuele kapitaalsverliezen uit de vruchten weer

Overige kosten kantoor

25

22

zoveel mogelijk aanzuiveren en de vruchten van het kapitaal besteden in

419

363

Portikosten

30

29

Toevoeging rendement

Telefoonkosten

72

80

Besteed aan doelstelling -1

0

Internetkosten

19

22

Vermogen per 31 december

111

111

Aanschaffing kantoor- en werkplaatsinventaris

Drukwerk

Vermogen per 1 januari

OVERIGE ALGEMENE KOSTEN

Accountantskosten

het belang van de redders en/of oud-redders en/of hun nabestaanden. 111

107

1

4

38

37

110

73

Bestuurskosten

9

9

In 1966 gesticht door overdracht van de helft van de bezittingen van de

Conferentiekosten

3

3

voormalige Stichting "De Zeemanspot" aan de KNRM, t.b.v. een afzon­

Assurantiekosten bedrijfsvoering

5

6

derlijk te administreren fonds op de volgende voorwaarden:

Schoonmaakkosten

30

30

a. het fonds zal worden genoemd "De Zeemanspot";

Kantinekosten

13

15

b. de opbrengsten moeten worden aangewend voor bestrijding van

Overige kosten

6

6

335

310

Advieskosten

4. FONDS DE ZEEMANSPOT

kosten, in de meest algemene zin, van het personeel van de KNRM, met inbegrip van ouderdomspensioenen, sociale voorzieningen en gratificaties voor oefen- en reddingtochten. Vermogen per 1 januari Toevoeging rendement

469

451

5

18

Besteed aan doelstelling -5

0

469

469

Vermogen per 31 december

<<<terugnaarinhoudsopgave Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 58


5. FONDS MEJ. S.P.N. WOLFF

9. JOHANNES W.F. EN MARIA JANSEN-ROSIER FONDS (alle bedragen x € 1.000)

Mej. Wolff overleed in 1966. Blijkens haar testament van 21 mei 1955

De doelstelling, vastgelegd door de oprichtster mevrouw W. Jansen, bij

werd destijds de K.N.Z.H.R.M. behoudens legaten, benoemd tot univer­

de aanvang van het fonds in 2003, luidt als volgt: Gelden aanwenden ten

seel erfgename. Testamentsbepaling: "onder den last uitsluitend de rente

behoeve van station Scheveningen in de ruimste zin van het woord, met

aan te wenden voor het uitkeren van verhoogde salarissen en pensioenen

dien verstande dat indien de noodzaak van het voorzien in de financiële

aan de bemanningen harer reddingboten".

middelen ten behoeve van station Scheveningen niet meer noodzakelijk is, de dan nog in het fonds aanwezig gelden aangewend mogen worden

2006

2005

voor de exploitatie van het reddingwerk.

Vermogen per 1 januari

1.092

1.050

11

42

Toevoeging rendement

Besteed aan doelstelling -11

0

1.092

1.092

Vermogen per 31 december

Vermogen per 1 januari Periodieke schenking Vermogen per 31 december

2006

2005

11

7

4

4

15

11

6. WILLEMS-HENDRIX FONDS

10. MARINUS CORNELIS FONDS

De doelstelling, vastgelegd door de oprichter de heer C. Willems, bij de

De doelstelling, vastgelegd door de oprichtster mevrouw W.B. van Zantvliet-

aanvang van het fonds in 1998, luidt als volgt:

Waterdrinker, bij de aanvang van het fonds in 2003, luidt als volgt:

Opbrengsten uit het fonds aanwenden ten behoeve van opleidingen van

Gelden aanwenden ten behoeve van de (meebetaling aan) de aanschaf

de redders van de KNRM, met dien verstande dat indien de noodzaak

van een reddingboot type Atlantic 75, met dien verstande dat indien dit

van opleidingen of het voorzien in de financiële middelen ten behoeve

type reddingboot niet meer aangeschaft wordt danwel kan worden, de

van opleidingen niet meer noodzakelijk is, zulks ter beoordeling van het

dan in het fonds aanwezige gelden mogen worden aangewend voor

bestuur van de KNRM, de dan nog in het fonds aanwezige gelden aan te

(meebetaling) aan de aanschaf van een andere reddingboot.

wenden voor het bouwen van een reddingboot, die een in overleg met de schenker, danwel met zijn nakomelingen, vast te stellen naam zal dragen. Vermogen per 1 januari

857

751

Toevoeging rendement

26

106

Besteed aan doelstelling -26

0

857

857

Vermogen per 31 december

Vermogen per 1 januari

5

Periodieke schenking

2

3 2

Vermogen per 31 december

7

5

11. COENRAAD BOT FONDS

De doelstelling, vastgelegd door de oprichter de heer C. Bot, bij de aan­ vang van het fonds in 2005, luidt als volgt: Opbrengst aan te wenden ten behoeve van station Den Helder in de

7. NIEMANS-SCHOOTEMEIJER FONDS

ruimste zin van het woord, met dien verstande dat indien de noodzaak

De doelstelling, vastgelegd door de oprichter de heer J.A.M.J. Niemans,

van het voorzien in de financiële middelen ten behoeve van station Den

bij de aanvang van het fonds in 1997, luidt als volgt:

Helder niet meer noodzakelijk is, zulks ter beoordeling van het bestuur

Het verlenen van financiële bijdragen ten behoeve van gepensioneerde of

van de KNRM, de dan nog aanwezige gelden aan te wenden voor de

invalide bemanningsleden van haar reddingboten of hun nabestaanden.

exploitatie van het reddingwerk. Het fonds wordt bij leven van de heer Bot gevoed door een periodieke schenking ad € 100 per jaar. Ultimo

Vermogen per 1 januari Toevoeging rendement

248

238

3

10

Besteed aan doelstelling -2

0

249

248

Vermogen per 31 december

2006 zijn twee jaarbijdragen ten behoeve van het fonds ontvangen. 12. KITTY ROOSMALE NEPVEU FONDS

De doelstelling, vastgelegd door de oprichter de heer L.J.R. Roosmale Nepveu, bij de aanvang van het fonds in 2005, luidt als volgt:

8. FONDS THOMAS BROWNE ROCQUETTE

Indien en zodra de middelen van het fonds dat toelaten en de behoefte

De doelstelling, voortkomend uit het testament van de heer Th. Browne

van de Redding Maatschappij daartoe aanleiding geeft, dienen de mid­

Rocquette, overleden in 1857, luidt als volgt:

delen te worden aangewend voor de bouw van vijf grote reddingboten,

Opbrengst dient te worden aangewend tot een gedeeltelijke voorziening

type "Arie Visser" of gelijkwaardig type, die achtereenvolgens zijn te

in de behoefte van 'verarmde natuurgenoten' te Rotterdam, speciaal in

noemen naar: Kitty Roosmale Nepveu, Louis Roosmale Nepveu, Jack

die der weduwen van ambachtslieden, van zeevarenden en van andere

Roosmale Nepveu, Generaal d'Hamecourt, Monique Roosmale Nepveu.

personen der behoeftige klasse, aan welke weduwen voorzover de

Indien in het fonds met inbegrip van de daarin gekweekte revenuen,

opbrengst van het fonds zulks toelaat een wekelijkse toelage van € 0,91

na de bouw van bedoelde vijf boten, nog middelen aanwezig zijn, is de

moet worden uitgereikt.

Redding Maatschappij vrij de resterende middelen aan te wenden voor de exploitatie van het reddingwerk.

Vermogen per 1 januari Toevoeging rendement Vermogen per 31 december

46

44

1

2

47

46

Vermogen per 1 januari Schenking Toevoeging rendement

52

0

628

50

2

2

Besteed aan doelstelling -407

0

275

52

Vermogen per 31 december

<<<terugnaarinhoudsopgave Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 59


13. FONDS ELZINGA

15. GERRIT KRUL FONDS

Ter nagedachtenis van de in 2000 overleden heer R. Elzinga is in 2005 dit

De doelstelling, vastgelegd door de oprichter de heer J. Krul, bij de

fonds op naam ingesteld, waarin het door de KNRM geërfde ­vermogen is

­aanvang van het fonds in 2006, luidt als volgt:

ondergebracht. Het fonds heeft als doel:

De exploitatie van het reddingwerk van de KNRM op West-Terschelling

De exploitatie van "Arie Visser" klasse reddingboten, de (mede-) aanschaf

en de bouw van een reddingboot met de naam Gerrit Krul voor het

van een boot van de Arie Visser klasse, waaraan de naam "Elzinga" zal

­reddingstation West-Terschelling. Het fonds blijft ­minimaal 20 jaar

worden verbonden en de (mede-)aanschaf van een nieuw te bouwen

bestaan, derhalve minstens tot 1 januari 2027, ­tenzij alsdan nog geen

werkplaats ten behoeve van de KNRM te IJmuiden, waaraan eveneens

reddingboot is gebouwd met de naam "Gerrit Krul". Dat zal dan alsnog

de naam "Elzinga" zal worden verbonden.

geschieden.

2006

2005

Vermogen per 1 januari

5.799

0

Inbreng geërfd kapitaal Toevoeging rendement

0

5.576

58

223

Besteed aan doelstelling -58

0

5.799

5.799

Vermogen per 31 december

2006

2005

0

0

Vermogen per 1 januari Schenking

450

0

Vermogen per 31 december

450

0

16. FRED PLESMAN FONDS

De doelstelling, opgelegd door de initiatiefnemer tot het fonds zijnde de 14. ROBERT JAN VAN HOLTHE FONDS

geliquideerde Pronto Stichting, bij de aanvang van het fonds in 2006,

Het Robert Jan van Holthe Fonds is in 2006 ingesteld naar aanleiding

luidt als volgt:

van de ontvangst van een legaat uit de nalatenschap van de heer

De bouw van een reddingboot van het type Valentijn, genaamd "Fred

R.J. van Holthe. Het fonds heeft als doel:

Plesman", zo mogelijk vóór het jaar 2010 doch anders spoedig daarna.

De exploitatie van de reddingboot "Edzard Jacob"en de exploitatie

Vermogen per 1 januari

0

Vermogen per 1 januari

van het reddingstation te Schiermonnikoog. 0

0

Inbreng legaat

15

0

Vermogen per 31 december

15

0

0

Schenking

360

0

Vermogen per 31 december

360

0

17. PAUL JOHANNES FONDS

De doelstelling, vastgelegd door de oprichter (die anoniem wil ­blijven), bij de aanvang van het fonds in 2006, luidt als volgt: De bouw van het boothuis te Noordwijk, genaamd "Boothuis Paul Johannes". 0

Vermogen per 1 januari

0

Schenking

400

0

Vermogen per 31 december

400

0

18. REDDERSFONDS

De doelstelling, vastgelegd door de initiatiefnemer tot het fonds, ­zijnde het Palace Hotel te Noordwijk, luidt als volgt: Het mogelijk maken en ondersteunen van projecten die rechtstreeks ­verband houden met het werk van de bij de KNRM werkzame ­vrijwilligers. Hierbij kan worden gedacht aan de bemanningskosten zoals opleiding, uitrusting, uurvergoeding, verzekeringen, aanhoudpremies en dergelijke. De KNRM zal al hetgeen zij uit het evenement KNRM Gala zal verkrijgen, nu of in de toekomst, onder de naam "Reddersfonds" registreren. 0

Vermogen per 1 januari

0

Opbrengst KNRM Gala

292

0

Vermogen per 31 december

292

0

Algemene toelichting rendement en onttrekkingen op fondsen Het toegevoegde rendement op het vermogen in diverse fondsen wordt bepaald door het gerealiseerde rendement op vastrentende waarden in de gehele beleggingsportefeuille van de KNRM. Het onttrokken bedrag is doorgaans gelijk aan dit toegevoegde rendement, omdat dit bij de oprich­ ting van het fonds zo is bepaald. De vermogens in die fondsen vertonen derhalve geen autonome groei.

<<<terugnaarinhoudsopgave Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 60


accountantsverklaring Wij hebben de in dit verslag op de pagina's 48 tot en met 60 opgenomen

Een controle omvat het uitvoeren van werkzaamheden ter verkrijging van

geconsolideerde jaarrekening 2006 van Stichting Koninklijke Nederlandse

controle-informatie over de bedragen en de toelichtingen in de gecon­

Redding Maatschappij te IJmuiden bestaande uit de geconsolideerde

solideerde jaarrekening. De keuze van de uit te voeren werkzaamheden

balans per 31 december 2006 en de geconsolideerde winst- en verlies­

is afhankelijk van de professionele oordeelsvorming van de accountant,

rekening over 2006 met de toelichting gecontroleerd.

waaronder begrepen zijn beoordeling van de risico's van afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten. In die beoorde­

Verantwoordelijkheid van het bestuur Het bestuur van de stichting is verantwoordelijk voor het opmaken van de geconsolideerde jaarrekening die het vermogen en het resultaat getrouw dient weer te geven, alsmede voor het opstellen van het jaarverslag, beide in overeenstemming met de Richtlijn voor de jaarverslaggeving Fondsenwervende Instellingen (RJ 650). Deze verantwoordelijkheid omvat onder meer: het ontwerpen, invoeren en in stand houden van een intern beheersingssysteem relevant voor het opmaken van en getrouw weer­ geven in de geconsolideerde jaarrekening van vermogen en resultaat, zodanig dat deze geen afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten bevat, het kiezen en toepassen van aanvaardbare grond­ slagen voor financiële verslaggeving en het maken van schattingen die onder de gegeven omstandigheden redelijk zijn.

ling neemt de accountant in aanmerking het voor het opmaken van en

Verantwoordelijkheid van de accountant Onze verantwoordelijkheid is het geven van een oordeel over de geconsolideerde jaarrekening op basis van onze controle. Wij heb­ ben onze controle verricht in overeenstemming met Nederlands recht. Dienovereenkomstig zijn wij verplicht te voldoen aan de voor ons ­geldende gedragsnormen en zijn wij gehouden onze controle zodanig

Oordeel Naar ons oordeel geeft de geconsolideerde jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van Stichting Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij per 31 december 2006 en van het resultaat over 2006 in overeenstemming met de Richtlijn voor de jaarverslaggeving Fondsenwervende Instellingen (RJ 650).

getrouw weergeven in de geconsolideerde jaarrekening van vermogen en resultaat relevante interne beheersingssysteem, teneinde een verantwoor­ de keuze te kunnen maken van de controlewerkzaamheden die onder de gegeven omstandigheden adequaat zijn maar die niet tot doel hebben een oordeel te geen over de effectiviteit van het interne beheersings­ systeem van de stichting. Tevens omvat een controle onder meer een evaluatie van de aanvaardbaarheid van de toegepaste grondslagen voor financiële verslaggeving en van de redelijkheid van schattingen die het bestuur van de stichting heeft gemaakt, alsmede een evaluatie van het algehele beeld van de geconsolideerde jaarrekening. Wij zijn van mening dat de door ons verkregen controle-informatie ­voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

te plannen en uit te voeren dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de geconsolideerde jaarrekening geen afwijkingen van

Wij melden dat het jaarverslag, voor zover wij dat kunnen beoordelen,

materieel belang bevat.

verenigbaar is met de geconsolideerde jaarrekening. Amstelveen, 11 april 2007 KPMG ACCOUNTANTS N.V. S. Haringa RA

<<<terugnaarinhoudsopgave Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 61


<<<terugnaarinhoudsopgave Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 62


“Die reddingboot was het mooiste moment van mijn leven!” De Noord-Hollandse nuchterheid heeft zeker bijgedragen aan de goede afloop van hun hachelijke avontuur. Daar zijn David Bijl en Daan Kollmer vast van overtuigd. Tegelijkertijd is David overduide­ lijk over de rol van zijn redders. “Onze mogelijkheden waren uit­ geput. We waren de wanhoop nabij, toen ik Daan hoorde roepen: ‘De KNRM! De KNRM!’ De aankomst van de reddingboot is met afstand het mooiste moment van mijn leven”. David schat dat het al na een half uurtje zeilen misging. “We voeren ‘op het randje’, zoals dat hoort met een catamaran. Een windvlaag gooide ons om. Geen probleem, dat overkomt ons wel vaker. Maar anders dan anders kregen we onze catamaran niet meer overeind. Al na een paar minuten besloten we hulp in te roepen. We wachtten totdat er scheepvaart in de buurt was en hebben toen een fakkel afgeschoten. Die is door niemand gezien. Vervolgens hebben we tot twee keer toe een handstakel proberen af te steken, maar beide weigerden dienst. Toen aan het einde van de middag duidelijk werd dat we naar zee dreven en dat de scheepvaart begon af te nemen, realiseerden wij ons dat we ons moesten voorbereiden op een nacht op zee. Dat was voor ons niet beangstigend. Wel riep het vragen bij ons op: Hoe koud zou het worden? Wat te doen als één van ons bijvoorbeeld kramp zou krijgen? We hebben geprobeerd ons zo goed mogelijk voor te bereiden op de nacht”. De overnachting viel de jongens uiteindelijk zwaar. Liggend op een ligger van de catamaran probeerden ze zo veel mogelijk uit de wind te blijven, maar de kou sloeg hard toe. Rillend probeerden de jongens warmte bij elkaar te vinden. Ook hielden ze elkaar scherp door op een positieve manier op elkaar in te praten. Dat was ook nodig, want de catamaran begon af te zinken en zou volgens de berekening van de zeilers vóór het krieken van de ochtend zijn afgezonken. De praktijk bleek gunstiger: de twee konden zich lange tijd vastklampen aan het laatste boven water uitstekende

puntje van de catamaran. “En met het opkomen van de zon, her­ vonden we nieuwe moed om ervoor te gaan”. Deze situatie zou nog een halve dag voortduren. “Er heeft een helikopter boven ons gehangen, een vliegtuig van de Kustwacht is tweemaal laag overgevlogen en toch heeft niemand ons gezien. Die wetenschap maakte ons langzamerhand wanhopig. Blijkbaar waren we gewoon te klein om te worden waargenomen”. Een tweede nacht op zee - “dat zou niet goed zijn gekomen!” - kwam ras dichterbij, toen Daan een reddingboot zag varen. Ruim een uur eerder hadden de twee hun boot moeten laten gaan; ze zwommen al die tijd in zee, wachtend op hulp. “Ik hoorde hem roepen: ‘De KNRM! De KNRM!’ Er werd dus naar ons gezocht… Met onze laatste krachten hebben we om hulp geroepen en geprobeerd de aandacht te trekken. En met succes: de redding­ boot draaide bij en koerste recht op ons af. Er sprongen direct opstappers in zee en voor we het wisten lagen in warm ingepakt aan boord van verschillende schepen. We hebben elkaar pas in het ziekenhuis weer gesproken”. Daar, herenigd met vrienden en familie, drong het pas goed tot de jongens door wat hen was overkomen en wat er had kúnnen gebeuren. “Ik realiseer mij dat ik van geluk mag spreken dat ik hier nog zit. Maar wat moet ik daar concreet mee? Het leven gaat door, ook in al zijn risico’s. Wel zoek ik nog naar een gepaste blijk van waardering voor de redders. Ik voel mij onmachtig om hen duide­ lijk te maken hoe dankbaar wij zijn”. De twee zeilers brachten een bezoek aan station Egmond en schre­ ven een bedankbrief. “Verder zijn we niet gekomen”, zegt hij met enige schroom. Het bezoek aan station Egmond leverde hen in dat opzicht een belangrijk inzicht op. “Volgens mij halen die kerels hun voldoening uit het werk dat ze doen en hebben ze hun ‘beloning’ dus al binnen”. En zo is het. “Het was geweldig om te zien met welke passie die mannen hun werk doen en voor de toekomst kunnen ze rekenen op onze steun!”

<<<terugnaarinhoudsopgave Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 63


Help de redders… De Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij wordt uitslui­ tend door vrijwillige bijdragen in stand gehouden. De KNRM ont­ vangt geen exploitatiesubsidies van de overheid. Zonder de steun van Redders aan de wal (donateurs), schenkers en erflater kunnen de redders hun werk niet doen. Wilt u ze daarbij helpen? Er zijn verschillende manieren om de Redding Maatschappij te steunen. Redder aan de wal De donateurs van de Redding Maatschappij krijgen de benaming ‘Redder aan de wal’ mee, door jaarlijks tenminste € 15,- te done­ ren aan de KNRM. De Redders aan de wal zorgen voor een vaste inkomstenbron van ruim anderhalf miljoen euro. Bovendien kun­ nen de Redders aan de wal helpen de naamsbekendheid van de KNRM te vergroten. Schenkingen en nalatenschappen Op uiteenlopende manieren kan de Redding Maatschappij gesteund worden met een eenmalige schenking. Dat kan een schenking in geld zijn, maar ook in natura. Veel schenkingen aan de KNRM worden bij testament geregeld. Hoe u de Redding Maatschappij bij testament kunt gedenken kunt u informeren bij uw notaris of bij de Redding Maatschappij zelf. Schenkingen vormen voor de Redding Maatchappij een belangrijke bron van inkomsten. Uit deze vorm van ondersteuning heeft de KNRM in de afgelopen jaren tal van nieuwe reddingboten kunnen financie­ ren. De naamgeving van de boten is altijd verbonden aan de bron waaruit het geld voor de bouw afkomstig is. Periodieke schenkingen U kunt bij notariële akte laten vastleggen dat u gedurende ten­ minste vijf jaren een periodieke uitkering doet aan de KNRM. Het jaarlijkse bedrag van zo’n schenking is als persoonlijke verplichting in ieder geval aftrekbaar van het belastbaar inkomen. Uw notaris en de KNRM kunnen u hierover informeren. Fondsen op naam U kunt laten vastleggen dat uw schenking aan de KNRM in een speciaal fonds wordt gestort, waaraan u uw naam of die van een ander kunt verbinden. Het rendement van dit zogenaamde ‘fonds

op naam’ kan een speciaal doel binnen de Redding Maatschappij dienen. Dat kan bijvoorbeeld de aanschaf van overlevingspakken of het onderhouden van een compleet reddingstation zijn. Het fonds wordt beheerd door de KNRM. Op deze manier kan het fonds, met de naam die u dierbaar is, lange tijd blijven bestaan binnen de Redding Maatschappij. Loffelijke initiatieven Veel donateurs van de Redding Maatschappij, maar ook buiten­ staanders, grijpen gelegenheden als jubilea en bedrijfsvernieuwin­ gen aan om iets voor de Redding Maatschappij te doen. In de vorm van een collecte of andere inzamelingsacties. Over deze initiatieven wordt geschreven in De Reddingboot, het blad dat iedere donateur vier maal per jaar thuis krijgt toegestuurd. Bunkerbootjes De KNRM heeft 1.500 bunkerbootjes uitgezet in Nederland. Deze bunkerbootjes kunnen als fooienpot voor de KNRM op tal van plaatsen worden neergezet. Aan een plaatsing van een bunker­ bootje zijn voorwaarden verbonden die u kunt opvragen bij de KNRM. De bootjes blijven eigendom van de Redding Maatschappij. Het KNRM-Reddersgala Speciaal voor bedrijven die in een bijzondere ambiance hun net­ werk willen verruimen en tegelijkertijd de KNRM willen steunen. Bel voor meer informatie de KNRM 0255 548454 of kijk op de website www.knrm.nl. Reddingwinkel Door artikelen te kopen uit de Reddingwinkel steunt u direct de KNRM; financieel, maar ook promotioneel. Reddingwinkelartikelen kunt u kopen via www.reddingwinkel.nl, bij tientallen verkooppunten in Nederland of bestellen via de red­ dingwinkelcatalogus. Mondelinge reclame Door over de KNRM te vertellen kunt u anderen enthousiast maken, zodat zij wellicht ook Redder aan de wal willen worden. U kunt voor dit doel ook de Reddingbootdag gebruiken. Neem eens familie of vrienden mee naar zo’n open dag van de Redding Maatschappij.

<<<terugnaarinhoudsopgave Jaarverslag 2006 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij 64


Dit jaarverslag is tevens te vinden op www.knrm.nl. Colofon

Tekst KNRM Lay-out Spider Media, Voorhout Huisstijl en basisontwerp www.koningharder.nl, Utrecht Drukwerk Drukkerij Jacob van Campen, Ouderkerk aan de Amstel Postadres KNRM Postbus 434 1970 AK IJmuiden Internet www.knrm.nl e-mail: info@knrm.nl Kantoor en werkplaats Haringkade 2 1976 CP IJmuiden telefoon: 0255 - 548454 telefax: 0255 - 522572 Bankrelaties Nederland Postbank rek.nr. 26363 Rabobank rek.nr. 37.35.46.181 Bank Duitsland ABN-AMRO Bank Frankfurt Bankleitzahl Nr. 50230400 Konto Nr. 1430629.002 Bank BelgiĂŤ Fortis, rek.nr. 035-1685849.30 Inschrijvingsnummer Kamer van Koophandel 411 99789

De Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij is houder van het keurmerk voor verantwoorde werving en besteding van gedoneerde gelden, toegekend door het Centraal Bureau Fondsenwerving. Fotoverantwoording Rob Buist: 6, Arie van Dijk: 1, 3, 4, 5, 13b, 20, 21, 23, 27, 38, 52, 62, Flakkee Nieuws: 31, Flying Focus: 7, Richard van der Hammen: omslag 4, 1, Heert Jan van Keulen: 1, Jan de Koning: 1, 45, 60, 62, KNRM: 11, 13a, 16, 24, 30, 34, 62, KNRM-Wessel Agterhof: omslag 1, 28, KNRM-Callantsoog: 63, KNRM-Den Helder: 1, 47, 48, KNRM-Enkhuizen: 15, 17, 54, KNRM-Katwijk: 1, KNRM-Ter Heijde: 8, KNRM-Urk: 41, 64, KNRM-Veere: 19, KNRM-IJmuiden: 10, Peter van der Laan: 1, 12, 26, 33, 36, 62, Dick Teske: 18.

Uw gift vandaag is morgen een redding Word Redder aan de wal www.knrm.nl

<<<terugnaarinhoudsopgave


Stichting Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij

Opgericht op 11 november 1824. De KNRM wordt sindsdien uitsluitend door vrijwillige bijdragen in stand gehouden.


KNRM Jaarverslag 2006