Page 1

KONINKLIJKE NEDERLANDSE MUZIEK ORGANISATIE

Beleidsplan KNMO 2015 2020


Voorwoord Amateurkunst in het algemeen en amateurmuziek in het bijzonder, is een belangrijk element van onze maatschappij. Muziekverenigingen vormen jonge mensen, bieden een thuis aan hun leden en ze leveren een bijdrage bij feestelijke gelegenheden in hun gemeenschap. Aan muziek beleven veel mensen veel plezier. Amateurmuziek levert een belangrijke bijdrage aan onze samenleving. De KNMO heeft zich ten doel gesteld om de amateurmuziek in Nederland te bundelen en te bevorderen. Muziek wordt gemaakt door mensen met behulp van blaasinstrumenten en slagwerk, maar ook via beweging; denk aan showorkesten, majorettes, twirlers en color guards. Via muziekverenigingen en muziekonderwijs worden kinderen cultureel gevormd en dat zorgt ervoor dat ze zowel cognitief als sociaal groeien. Door deel te nemen aan amateurkunst werken mensen samen en wordt samenleven manifest. Cultuurparticipatie krijgt vorm door het amateurmuziekleven. Het amateurmuziekleven in Nederland staat onder druk. De maatschappij verandert en de (muziek)verenigingen veranderen mee. Maar duidelijk is dat er ook in de toekomst heel veel tijd zal worden besteed aan amateurkunst. We zitten midden in een complex veranderproces, waarvan niet bij voorbaat duidelijk is hoe het zal eindigen, als het ooit eindigt. Verenigingen moeten daarbij gefaciliteerd worden. Ook dat is een taak voor de KNMO. Voor u ligt het eerste beleidsplan van de nog jonge KNMO. Het is een ambitieus document geworden. Wij gaan er als KNMO voor om dit waar te maken. Bart van Meijl Voorzitter KNMO

Beleidsplan KNMO 2015 - 2020 /

ii


iv


Samenvatting

Inhoudsopgave

De Koninklijke Nederlandse Muziek Organisatie (KNMO) is de koepel voor de Nederlandse amateurmuziekverenigingen. De KNMO, 1 januari 2014 ontstaan uit een fusie, vertegenwoordigt via tien regionale bonden 2.348 muziekverenigingen in Nederland met hun ruim 130.000 leden. De verenigingen bieden onderdak aan een grote verscheidenheid aan muziekuitingen zoals: harmonie, fanfare, brassband, jeugdorkest of -ensemble, big band, blaaskapel, drumfanfare, showkorps, drumband, klaroenkorps, pijperkorps, piccolokorps, drum & bugle corps, majorettegroep, twirlgroep en color guardgroep. De KNMO wil uiteindelijk de bundeling zijn van alle instrumentale amateurmuziek in Nederland. Dat zal in de naaste toekomst leiden tot een verdere concentratie.

Voorwoord ii Samenvatting en inhoudsopgave

1

1 Inleiding

2

2

Maatschappelijke ontwikkelingen

4

3

Missie & Visie

8

4 Strategische doelstelling 1 Versterken

10

5 Strategische doelstelling 2 Bevorderen

12

6 Strategische doelstelling 3 Innoveren

14

Optimaliseren en benutten van de synergie binnen en buiten de amateursector; Ondersteunen, faciliteren en profileren van verenigingen en muzikanten.

7

Strategische doelstelling 4 Optimaliseren en benutten

16

Een belangrijk uitgangspunt bij de oprichting van de KNMO is de autonomie van de regionale bonden: landelijk wordt georganiseerd en geregeld wat landelijk moet, regionaal/lokaal, wat regionaal/lokaal kan (conform het subsidiariteitsprincipe). De KNMO is bij uitstek een vrijwilligersorganisatie: bestuurders van zowel de landelijke koepel, de regionale bonden als de lokale verenigingen zijn (niet-betaalde) vrijwilligers. De KNMO-organisatie wordt ondersteund door een professioneel bureau.

8

Strategische doelstelling 5 Ondersteunen, faciliteren en profileren

18

9

Communicatie

20

10 Organisatie KNMO

24

11

26

Op basis van het voorliggende beleidsplan bouwt de KNMO aan de ontwikkeling van de amateurmuziekwereld in Nederland. Daarbij zijn de geformuleerde vijf strategische doelstellingen richtinggevend: Versterken van de maatschappelijke positie van de amateurkunst; Bevorderen van cultuurparticipatie en cultuureducatie; Innoveren binnen de (instrumentale) amateursector;

Dit beleidsplan is de basis voor de toekomstontwikkeling die de KNMO beoogt. Het beleidsplan wordt jaarlijks vertaald in een jaarwerkplan, dat de leidraad vormt voor de jaarlijkse activiteiten.

FinanciĂŤn

12 Bijlagen

28

Beleidsplan KNMO 2015 - 2020 /

1


Inleiding De Koninklijke Nederlandse Muziek Organisatie (KNMO) is de koepel voor de Nederlandse amateurmuziekverenigingen. Het is een jonge organisatie, die op 1 januari 2014 is ontstaan door de fusie van de Koninklijke Nederlandse Federatie van Muziekverenigingen (KNFM) en de Verenigde Nederlandse Muziekbonden (VNM). De KNMO heeft zich voorgenomen om het fusieproces in drie jaar tijd te completeren. De KNMO bestaat uit tien regionale muziekbonden die samen 2.348 muziekverenigingen omvatten met ruim 130.000 leden. De muziekverenigingen bestaan uit een of meer secties, zoals een harmonie, fanfare, brassband, jeugdorkest of -ensemble, big band, blaaskapel, drumfanfare, showkorps, drumband, klaroenkorps, pijperkorps, piccolokorps, drum & bugle corps, majorettegroep, twirlgroep en color guardgroep. De verschillende secties zijn ingedeeld in vier doelgroepen: Blaasmuziek, Show/Mars/Percussie, Majorette/Twirl en Color Guard. 1]

1]

2

Bijlage 1 bevat een kwantitatieve beschrijving van bonden en doelgroepen.

De organisatie Een belangrijk uitgangspunt bij de oprichting van de KNMO is de autonomie van de regionale bonden: landelijk wordt georganiseerd en geregeld wat landelijk moet, regionaal/lokaal, wat regionaal/lokaal kan, conform het subsidiariteitsprincipe. In de bestuurshiĂŤrarchie is de Algemene Ledenvergadering (ALV) het hoogste orgaan van de KNMO. De ALV benoemt en controleert het bestuur en de begroting en bekrachtigt het beleid. De ALV bestaat uit vertegenwoordigers van de regionale bonden. Het bestuur bestaat uit een Dagelijks Bestuur (DB) en een Algemeen Bestuur (AB), waarbij het AB de samenstelling is van het DB en de regionale en/of inhoudelijke vertegenwoordigers (voorzitters van doelgroep- of inhoudelijke commissies). Bestuurders van zowel de landelijke koepel, de regionale bonden als de lokale verenigingen zijn, in tegenstelling tot de bureaumedewerkers, (niet-betaalde) vrijwilligers. Het DB bestaat uit vijf onafhankelijke leden, dat wil zeggen niet gebonden aan een regionale bond. Het is de motor van het bestuur en zorgt voor de organisatie van de besluitvorming. In het AB wordt het voorbereide beleid per doelgroep- of generieke commissie of voor de KNMO als geheel besproken. De voor de KNMO en bonden bindende beleidsbeslissingen worden er genomen. De doelgroepcommissies en de generieke commissie educatie & jeugd zorgen voor beleidsontwikkeling op hun gebied. Het bureau ondersteunt de bestuurs- en commissieprocessen binnen de KNMO. 2]

2]

In bijlage 2 staat de samenstelling van het bestuur van de KNMO.


Leeswijzer Dit KNMO beleidsplan begint met een verkenning van de voor onze sector relevante maatschappelijke ontwikkelingen en de maatschappelijke positie van amateurkunst. Daarna worden de missie en de visie van de KNMO gepresenteerd, waarna deze worden uitgewerkt in strategische en operationele doelstellingen. Hierna volgt er een uitwerking in communicatie. Ten slotte wordt de KNMO als organisatie geschetst en is er een financiële beschouwing opgenomen. Dit beleidsplan zal jaarlijks door het DB worden uitgewerkt in een jaarwerkplan KNMO dat door het AB wordt vastgesteld en na afloop van het jaar wordt geëvalueerd. Het jaarwerkplan bevat een jaarbegroting en een uitgewerkt communicatieplan voor het betreffend jaar. Na twee jaar zal het beleidsplan worden geëvalueerd en zo nodig bijgesteld. N.B. Waar in dit beleidsplan sprake is van muzikanten en amateurmuziek wordt gedoeld op de actieve leden van de verenigingen die zijn aangesloten bij de regionale bonden, te weten muzikanten van harmonie, fanfare, brassband, jeugdorkest of -ensemble, big band, blaaskapel, drumfanfare, showkorps, drumband, klaroenkorps, pijperkorps, piccolokorps, drum & bugle corps en majorettes, twirlers of color guards en hun activiteiten.

Beleidsplan KNMO 2015 - 2020 /

3


Maatschappelijke ontwikkelingen De ontwikkelingen binnen de maatschappij zijn relevant bij het bepalen van het beleid van de KNMO. De amateurkunst staat per slot van rekening midden in deze maatschappij. 2.1. Context voor de KNMO In 2010 heeft het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) een voor onze sector zeer belangwekkend onderzoek naar de toekomst van de amateurcultuursector gedaan. Om een beeld te krijgen van de kunstbeoefening in 2030 is uitgegaan van vijf actuele maatschappelijke ontwikkelingen. De 5 i’s Individualisering; meer keuzevrijheid voor het individu, minder afhankelijkheid. Informalisering; losser worden van de maatschappelijke verbanden, opkomst netwerkorganisaties, vermindering gezag autoriteiten. Informatisering; verandering van communicatie en interactie door opkomst ICT, automatisering. Internationalisering; migratiebewegingen, mondiale economie, Europese integratie, internationale cultuur. Intensivering; hoge waardering beleving en gevoel, behoefte aan variatie en verandering.

Uit de analyse van het SCP blijkt bovendien ook dat: Het volume aan kunstbeoefening in de vrije tijd zal blijven wat het is: ook in 2030 doet de helft van de bevolking in de vrije tijd aan kunstbeoefening. De vormgeving van die kunstbeoefening zal veranderen. Individualisering en informatisering hebben een verdere emancipatie of ‘empowerment’ van de kunstbeoefening in de vrije tijd tot gevolg en versterken elkaar hierin. Eigenzinnig en goed geïnformeerd beoefenen mensen hun kunstzinnige hobby’s.

4

Dualiteiten Door het inzetten van dualiteiten kunnen de dominante trends (de 5 i’s) hanteerbaar worden gemaakt. Voor de duiding van de 5 i’s voor de amateurmuzieksector geldt: Individualisering < > De betekenis van de ander. Zonder samen is er geen individu. Informalisering < > Een zeker gevoel van achting, van waarde en respect. Informatisering < > De behoefte aan direct contact. Internationalisering < > Het lokale, de waarde van een zekere gehechtheid, gevoel van thuis. Intensivering < > De behoefte van de mens aan vertraging.

Digitale informatie, digitale uitwisseling en digitale communities vervullen deels dezelfde functies als instellingen en verenigingen. Voor de individuele kunstbeoefenaar betekent dat een nog breder palet aan mogelijkheden om aan kunstbeoefening te doen. Instellingen en verenigingen staan voor de uitdaging te formuleren wat hun rol is te midden van deze nieuwe mogelijkheden. We kunnen de hoofdtrend, het individuele, beantwoorden met een zeker zo waardevolle trend, het collectieve. Muziek is een universele taal, verbindt en is een bijzondere manier om het collectieve tot uitdrukking te brengen. We leven in een tijd die individualiseert en intensiveert. De mensen hebben het druk en dat is een beeld dat we ook in verenigingen zien. De individualisering was een gegeven in de decennia die naar 2008 leidden. Na de enorme klap van de crisis die toen uitbrak zijn echter veel van de zekerheden van die tijd in de lucht komen te hangen. In toenemende mate stellen we vast dat mensen weer op zoek zijn naar een groepsidentiteit. Dit uit zich op verschillende manieren, zoals de enorme drang om bij massale bijeenkomsten aanwezig te zijn. Nationale identiteiten worden opeens weer belangrijker geacht dan internationale samenwerking en verbroedering. Amateurmuziek heeft hier veel te bieden: nieuwe sociale vitaliteit. Daarin wordt de persoonlijke ontwikkeling van het individu (weer) in dienst gesteld van de vereniging. Voor de muziekvereniging liggen er nieuwe kansen. Ook het verlies aan sociale samenhang is onmiskenbaar een voedingsbodem voor verenigingen. Deze tegentrend krijgt in de samenleving steeds meer energie, getuige bijvoorbeeld ook de uitspraak van de in september 2014 aangetreden nieuwe voorzitter van de SER: ”…de samenleving krijgt meer behoefte aan gemeenschapszin…” (Mariëtte Hamer in de Volkskrant; 27 september 2014). Sociaal vitale verenigingen zijn daarbij van cruciaal belang! Van kosten- naar waardenbenadering We moeten op weg van een kosten- naar een waardenbenadering. Beleid moet worden bepaald op grond van de waarden die we nastreven. Dit wordt


vervolgens vertaald naar de kosten die dat met zich meebrengt en daar worden middelen bij gezocht. De waarden die we als KNMO (landelijke koepel, regionale bonden, lokale verenigingen) nastreven zijn:

Het collectieve, de sociale samenhang Waarde (in tegenstelling tot kosten) en respect Aandacht voor de behoeften van de mens Samenwerking van alle leeftijdsgroepen in de muziek Direct contact Clustervorming en samenwerking in een brede coalitie Er moeten coalities en netwerken worden ontwikkeld met de relevante partijen binnen de sector van de amateur- en professionele kunsten. Willen we de ontwikkelingen om ons heen omzetten in kansen voor onze sector, dan is er méér nodig dan “zelf je best doen”. Wij hebben ook andere partijen binnen de sector van de amateurkunst en hun kennis nodig. Wanneer we over de landsgrenzen heen kijken, zien we dat de situatie van de amateurmuziek in de ons omringende landen, zeker in Vlaanderen, vergelijkbaar is. In eerste instantie zal de KNMO samen met de Belgische partner Vlamo zoeken naar oplossingen voor gemeenschappelijke uitdagingen. Van daaruit kan worden gekeken naar interessante partners in andere landen. Een belangrijk onderdeel van dit netwerk zijn de contacten met de overige stakeholders in de amateurkunstensector, waaronder het Landelijk Kennisinstituut voor Kunsteducatie en Amateurkunst (LKCA), Cultuurconnectie, de Federatie Amateur Symfonie Orkesten (FASO), de Verenigde Nederlandse Korenorganisaties (VNK), de Bond voor Orkestdirigenten en Instructeurs (BvO), de Nederlandse Organisatie voor Accordeon en Mondharmonica (NOVAM) en het Landelijk Platform Ambassadeurs Muziekonderwijs. Ook de juryteams, de componisten, de organisaties van kampioenschappen (WMC, NBK, ONFK, ONSK, NJF, ODSC), het Repertoire Informatie Centrum (RIC), de onderwijsinstellingen (basisonderwijs, muziekscholen en conser-

De corebusiness van de amateurkunstensector is het vormgeven van de samenleving

vatoria), de overheden op de drie niveaus (gemeente, provincie, Rijk), de professionele orkesten en de overige muziekorganisaties zoals ze in vele vormen bestaan, zijn van toegevoegde waarde. Bovendien mogen we de commerciële partijen als muziekuitgevers en de muziekhandel niet vergeten als (potentiële) clusterpartners. 2.2. Maatschappelijke positie amateurkunst Amateurkunst draagt bij aan sociale cohesie. Dat is een veel gehoorde en vooral in de politieke context gebruikte veronderstelling. Er is in Nederland zorg om de sociale cohesie als gevolg van de afbraak van de verzuiling en de verzwakking van het daarop gebaseerde middenveld. Tevens heeft de toegenomen multiculturaliteit van de samenleving een sterk effect op de sociale cohesie in Nederland. Die processen hebben een grote invloed op de aard en de mate van sociale cohesie. In overheidsbeleid is reeds meerdere malen amateurkunst ingezet als middel om sociale samenhang te bevorderen. Dit geldt niet alleen voor Nederland maar ook voor Vlaanderen en het Verenigd Koninkrijk en verder weg in onder andere Zuid-Afrika, Venezuela, Colombia en Brazilië. Kunstparticipatie en sociaal kapitaal Deelname aan amateurkunst leidt zowel tot het versterken van de sociale banden binnen de eigen groep als het aanhalen van sociale banden met vreemden of onbekenden: cultuurparticipatie genereert de toename van sociaal kapitaal. Verder zet dit aan tot emotionele betrokkenheid en zelfreflectie. De onderstaande zes domeinen worden beïnvloed door kunstprojecten: Persoonlijke ontwikkeling Sociale cohesie Empowerment van de gemeenschap en zelf-determinatie Lokaal imago en identiteit Verbeelding en visie Gezondheid en welzijn

Beleidsplan KNMO 2015 - 2020 /

5


Verbetert het functioneren van het geheugen

Verhoogt het IQ van kinderen met 8 - 9 punten

Verbetert het ruimtelijk inzicht en sociale vaardigheden; weten wanneer je op de voorgrond staat en wanneer je 'tweede stem' bent Leert aandacht te richten op relevante informatie

Stabiliseert de emoties van kinderen; de linker- (spraak & denken) en rechterhersenhelft (emoties) werken beter met elkaar samen

Positieve effecten van muziekonderwijs

Leert te multitasken; koppeling beweging (motorisch) & geluid (sensorisch)

Bevordert emotionele stabiliteit en empathie; sneller emotie herkennen in stemgeluid en muziekstukken, goed voor het zelfvertrouwen, discipline, groepsgevoel, trots en omgaan met conflicten

Overbrugging Een deel van de positieve effecten van kunst ligt in het verlengde van de intrinsieke waarden van kunstbeoefening: de mogelijkheid om via kunsten de wereld op een andere manier te beschouwen. Een deel is echter ook duidelijk extrinsiek: toegenomen organisatorische en sociale vaardigheden. Sociale relaties kunnen verschillende vormen aannemen, van bindend tot overbruggend. Er is sprake van een overbruggend cohesief effect als de kloof tussen twee groepsidentiteiten wordt overbrugd. Voorbeelden hiervan zijn samenwerking tussen verschillende kunstdisciplines en samenwerking tussen verschillende lokale verenigingen. Op individueel niveau kan het betekenen dat personen relaties aangaan met onbekenden of het onbekende. Kunst en zeker ook amateurkunst is gericht op overbrugging. Kunstparticipatie en zingeving Door middel van participatie in kunst en amateurkunst kunnen mensen zin geven aan hun leven en aan hun plaats in de samenleving. Hun mentale en fysieke gezondheid wordt in positieve zin beïnvloed: dat is de belangrijkste waarde van beoefening van amateurkunst.

6

Bevordert de taalontwikkeling, uitdrukkingsvaardigheden en spraakontwikkeling

Uit onderzoek blijkt dat beoefenaars van amateurkunst minder gevoelens van sociale desoriëntatie (de mate waarin de maatschappij als complex wordt ervaren) en sociale isolatie (wantrouwen ten opzichte van anderen en het gevoel niet meer ondersteund te worden door sociale netwerken) ervaren dan niet-amateurkunstenaars. Ook kan worden aangetoond dat het grootste deel van de amateurkunstenaars uit overwegend sociale motieven deelneemt en actiever is binnen de receptieve cultuurparticipatie (bezoek musea, concerten etc.). Culturele activiteiten en economische groei Op verschillende vlakken leveren culturele activiteiten van muziekverenigingen een bijdrage tot groei van de economie. Uit empirisch onderzoek komt naar voren dat een investering in “cultural capital activities” in de jonge jaren zich op termijn uitbetaalt in meer economisch, sociaal en cultureel kapitaal: participatie in culturele activiteiten op de leeftijd van 16 jaar kan gerelateerd worden aan een toename in economisch kapitaal op bijvoorbeeld 29-jarige leeftijd.

Muziekonderwijs is van grote waarde voor de ontwikkeling van kinderen

Cultuur is de onderscheidende factor Cultuur is de onderscheidende factor, de identiteit van een samenleving. Economische en politieke activiteiten steunen op cultuur. Ze zijn in feite onderdeel van de cultuur. Zowel economische als politieke crises hebben deels te maken met een gebrek aan aandacht voor en erkenning van cultuur. 2.3. Positieve effecten van muziekonderwijs In 2014 werd door UniPartners Maastricht, in opdracht van de LBM, een literatuuronderzoek uitgevoerd naar de positieve effecten van muziekonderwijs voor de samenleving en bedrijven. Er is empirisch bewijs dat kunsteducatie in het algemeen en muziekonderwijs in het bijzonder bijdraagt aan de ontwikkeling van het brein, de sociale en persoonlijke ontwikkeling en de motorische ontwikkeling van kinderen. Muziekonderwijs levert daardoor een positieve bijdrage aan de samenleving en aan het bedrijfsleven (zie ook de afbeelding linksboven).


2.4. De externe (omgevings)analyse

Ontmoeting van generaties Bij uitstek in een sector als de amateurkunst ontmoeten alle generaties elkaar voortdurend. Mensen worden steeds ouder en ouderen vormen een steeds grotere groep in de maatschappij (vergrijzing). Amateurkunst, in het bijzonder instrumentale amateurmuziek, is een sector waar alle generaties elkaar voortdurend ontmoeten.

Verbanden worden losser Steeds meer mensen, vooral jongeren, lijken zich minder te willen binden aan een bepaalde vereniging, maar willen shoppen bij de verschillende mogelijkheden die de vrijetijdsbesteding biedt. De lossere vormen, zoals projectorkesten en -ensembles, zijn nog steeds een minderheid in de totale sector maar absoluut noodzakelijk om te kunnen overleven op termijn.

Interculturele integratie De wereld van de amateurmuziek wordt gekenmerkt door een verenging van de participatie over alle maatschappelijke niveaus heen en van mensen uit allochtone culturen. Het belang van culturele participatie en de vele voordelen van het verenigingsleven, elementen die heel duidelijk worden verenigd in de amateurmuzieksector, zijn voldoende bewezen. Een amateurmuziekvereniging is een plaats waar jong en oud samenkomen en waar mensen zichzelf kunnen ontplooien. Een plek waar men niet alleen werkt aan artistieke kwaliteit en vooruitgang, maar ook samenwerkt met anderen, zodat sociale en expressieve vaardigheden volop kunnen worden ontwikkeld. Deelname aan een (muziek)vereniging is een vorm van bottom-up culturele participatie en integratie en biedt veel meer kans van slagen dan het top-down opleggen van maatregelen tot integratie. Ook de uitbreiding van het sociale netwerk is een absolute troef van het verenigingsleven. De wereld van de instrumentale amateurmuziek heeft traditioneel een breed doelpubliek, van jong tot oud en over alle maatschappelijke klassen heen. Wanneer we deze doelgroep vandaag de dag bekijken, merken we op dat hier een zekere verenging optreedt. Bepaalde bevolkingsgroepen zien we in onze sector zeer weinig voorkomen. Onder andere mensen van allochtone afkomst en kansarmen zijn zeer weinig aanwezig. Redenen hiervan zijn de materiĂŤle eisen van deelname (kosten van instrumenten, veelal door verenigingen ter beschikking gesteld) en de minimaal benodigde muziekopleiding (die als gevolg van lokale en regionale bezuinigingen bij muziekscholen onder druk staat).

Aantrekkelijkheid voor jongeren Het is van cruciaal belang dat de amateurmuzieksector aantrekkelijk is voor jongeren. Daarom moet er blijvend worden geĂŻnvesteerd in informatisering en digitalisering. Internet en social media zijn ingeburgerde instrumenten geworden. Diversificatie in communicatiemiddelen is nodig om groepen te bereiken die minder vertrouwd zijn met digitale media. De ICT-ontwikkelingen zijn er niet meer alleen om te informeren of aan publiekswerving te doen, maar evolueren naar een vorm van kunst beleven en zelf kunst creĂŤren.

Relatie met overheden De relatie van de KNMO met het ministerie van OCW en het Fonds Cultuurparticipatie is van groot belang. De KNMO en haar doelgroepen hebben te maken met verschillende bestuursniveaus. De meest rechtstreekse link naar het landelijke niveau is die met het ministerie van OCW en het Fonds Cultuurparticipatie, waaronder de amateurkunsten vallen. Het ministerie van OCW heeft in zijn beleid verschillende strategische doelstellingen opgenomen, die ook voor de amateurkunstensector van belang zijn. Vooral de doelstellingen rond cultuureducatie en cultuurparticipatie zullen een rol spelen in de werking van de KNMO voor de komende jaren.

Beleidsplan KNMO 2015 - 2020 /

7


Missie en visie

Het fusieplan van KNFM en VNM had als motto “verbinden door ontmoeting en ontwikkeling”. Met deze drie elementen werd aangegeven dat de meerwaarde van de fusie te vinden is in het leggen van verbindingen. Nieuwe onderlinge verbindingen tussen de twee fusiepartners, maar ook verbindingen met de buitenwereld. De fusiepartners zijn samen een verbond aangegaan om strategische samenwerking met externe partijen te exploreren. Verbindingen worden gelegd door elkaar te ontmoeten. Persoonlijk (en digitaal) contact is een voorwaarde voor het onderhouden en uitbouwen van een landelijk netwerk, waarin de menselijke maat wordt gehanteerd. Ontmoeten kent daarnaast de speelse uitleg van “ont-moeten”, een cultuur waarin ruimte is voor ontwikkeling. Creatieve, toekomstgerichte ontwikkelkracht is nodig om blijvend te werken aan de kwaliteit van onze amateurmuziekbeoefening.

Visie KNMO De KNMO wil de instrumentale amateurmuziekbeoefening in Nederland verder stimuleren en presenteren als een volwaardige discipline binnen de amateurkunstensector en binnen het brede veld van kunst en cultuur. (N.B. Met instrumentale amateurmuziekbeoefening wordt ook gedoeld op majorette-, twirl- en color guard groepen.)

Missie KNMO De KNMO organiseert, structureert, begeleidt en ondersteunt alle actoren (regionale bonden, lokale verenigingen en individuele muzikanten) die actief zijn in het werkveld van de instrumentale amateurmuziekbeoefening, teneinde hen een zo groot mogelijke muzikale, culturele en sociale zelfontplooiing en voldoening te bezorgen, zowel individueel als in groepsverband. De KNMO bundelt alle krachten voor de promotie van de instrumentale amateurmuziekbeoefening in het algemeen.

8


Door gezamenlijke vertegenwoordiging, belangenbehartiging en benutting van schaalgrootte biedt clustervorming op landelijk niveau een toekomstbestendig platform voor verdere ontwikkeling en profilering van de amateurmuziekkunst in verenigingsverband. Strategische doelstellingen Op basis van de voorgaande analyses en de missie van de KNMO, zijn vijf strategische doelstellingen geformuleerd. Deze doelstellingen zijn de leidraad van het strategisch beleid. 1. Versterken van de maatschappelijke positie van de amateurkunst; 2. Bevorderen van de cultuurparticipatie en cultuureducatie; 3. Innoveren binnen de (instrumentale) amateursector; 4. Optimaliseren en benutten van de synergie binnen en buiten de amateursector; 5. Ondersteunen, faciliteren en profileren van verenigingen en muzikanten. De strategische doelstellingen worden in de volgende hoofdstukken toegelicht. Vanuit de strategische doelstellingen formuleren we de operationele doelstellingen van de KNMO. Deze operationele doelstellingen zullen jaarlijks worden uitgewerkt in een jaarwerkplan KNMO. De realisatie hiervan zal jaarlijks worden geĂŤvalueerd.

Beleidsplan KNMO 2015 - 2020 /

9


Strategische doelstelling 1

Versterken

Strategische doelstelling 1

Amateurkunst in het algemeen en amateurmuziek in het bijzonder, hebben een belangrijke toegevoegde waarde voor onze samenleving. Muziekverenigingen zorgen voor maatschappelijke binding en samenhang, door de variĂŤteit aan activiteiten die ze verzorgen. Het is van belang dat verenigingen zich ook bewust zijn van hun specifieke rol in en bijdrage aan hun gemeenschap en de behoeften die er leven. Omgekeerd is het van belang om te weten welke waardering de samenleving heeft voor de amateurkunst en waar die toe leidt. De KNMO activeert en stimuleert verdere bewustwording van haar leden en externe partijen over de waarde en de maatschappelijke positie van de (instrumentale) amateurkunst. Daarbij wordt ook het belang van vrijwilligerswerk in besturen onder de aandacht gebracht. Dit zal consequenties hebben voor de opleiding en scholing van deze vrijwilligers.

10

Operationele doelstellingen In de komende periode zal er stevig ingezet moeten worden om de maatschappelijke positie van (instrumentale) amateurkunst op de politieke agenda te krijgen. Met de aankomende aanpassingen en taken voor gemeenten op het gebied van het sociaal domein zal ook de amateurkunst op dat vlak een rol moeten gaan spelen. De KNMO zal in contact treden met alle relevante stakeholders om de positie van de (instrumentale) amateurkunst verder te versterken. Hierbij zal actief gebruik gemaakt worden van de kennis van NOC*NSF. De KNMO initieert en stimuleert in samenwerking met partners (wetenschappelijk) onderzoek naar de maatschappelijke waarde van de (instrumentale) amateurkunst. De KNMO ontwikkelt programmaâ&#x20AC;&#x2122;s voor regionale bonden en lokale verenigingen om bestuurlijke tools te ontwikkelen om in de regio waar zij opereren de maatschappelijke positie te bewerkstelligen. Het verder professioneel scholen en ontwikkelen van het vrijwillige bestuurspotentieel is een belangrijke doelstelling.


Beleidsplan KNMO 2015 - 2020 /

11


Strategische doelstelling 2

Bevorderen

Strategische doelstelling 2 Een van de maatschappelijke bijdragen die muziekverenigingen leveren is het bevorderen van cultuurparticipatie door jong en oud (artistieke vorming van jongeren, opvang van jongeren, volwassenen en ouderen, muziekbeleving, integratie). Bij cultuureducatie stelt de KNMO dat elk kind recht heeft op een brede vorming in het primaire onderwijs. Niet alleen lezen, schrijven en rekenen maar ook kunst, bewegen en muziek, zodat iedereen zelfstandig keuzes kan maken met betrekking tot hobby en beroep. De KNMO stelt dus dat muziekonderwijs een integraal onderdeel moet zijn van het lesprogramma op de basisschool. Verder is het van belang om meer participatie van andere culturen en sociale niveaus binnen de sector te bewerkstelligen. Operationele doelstellingen Cultuurparticipatie en cultuureducatie zijn onderwerpen die constant aandacht vragen van de KNMO. De ontwikkelingen volgen elkaar snel op en de (instrumentale) amateurkunst moet hier een rol in (blijven) spelen.

12


De KNMO zal actief blijven lobbyen bij de diverse overheden om de positie van de (instrumentale) amateursector te blijven verbinden met cultuurparticipatie en cultuureducatie. De KNMO ontwikkelt de komende jaren een beleid waarmee regionale bonden en lokale verenigingen actief (en pragmatisch) aan de slag kunnen om hun taak binnen cultuureducatie en cultuurparticipatie verder uit te bouwen. De KNMO organiseert jaarlijks een netwerkevenement waarbij alle stakeholders kunnen kennismaken met de waarde van de (instrumentale) amateurkunst en haar bijdrage aan educatie en participatie. De KNMO werkt actief aan het verhogen van de betrokkenheid van mensen uit andere culturen en van alle sociale niveaus binnen de sector.

Beleidsplan KNMO 2015 - 2020 /

13


Strategische doelstelling 3

Innoveren

14


Met innovatie wordt niet alleen gedoeld op artistieke en muziekinhoudelijke innovatie maar ook op organisatorische en bestuurlijke vernieuwing.

Strategische doelstelling 3

Denk daarbij dus niet alleen aan vernieuwende composities of uitvoeringsvormen maar ook aan nieuwe bestuurlijke vormen, aan nieuwe vormen van samenwerking en â&#x20AC;&#x153;networkingâ&#x20AC;? binnen de sector en van verenigingen met de samenleving. Voor de artistieke innovatie zal er nauw worden samengewerkt met de professionele partners in de sector. De organisatorische innovatie is een taak in het bestuurlijke veld, voor de landelijke koepel KNMO, de regionale bonden en de lokale verenigingen. Operationele doelstellingen Innovatie op alle onderdelen zal de komende jaren een speerpunt zijn van de KNMO. De KNMO ontwikkelt in samenwerking met relevante partners bijeenkomsten voor bonds- en verenigingsbestuurders om enerzijds ervaringen uit te wisselen en anderzijds kennis te maken met diverse bestuursmogelijkheden. De KNMO zorgt in samenwerking met onder andere het RIC (Repertoire Informatie Centrum) voor de realisatie van nieuwe composities door middel van compositiewedstrijden c.q. -opdrachten. Waardevolle, innovatieve projecten van regionale bonden ontvangen advies en (financiĂŤle/promotionele) ondersteuning. De beoordeling van deze projecten gebeurt op basis van een duidelijk reglement en beoordelingsproces. Voor elke discipline (doelgroep) wordt minstens om de twee jaar een evenement georganiseerd waarbij kwaliteitsmeting, kwaliteitsverbetering en innovatie centraal staan.

Beleidsplan KNMO 2015 - 2020 /

15


Strategische doelstelling 4

Optimaliseren en benutten

Strategische doelstelling 4 De KNMO is de bundeling van de belangen van de amateurmuzieksector in Nederland: samen staan we sterk. De KNMO is de stem van de amateurmuziek, zowel in de richting van overheden als in de richting van partnerorganisaties in Nederland en waar nodig daarbuiten. De KNMO stimuleert actief de samenwerking binnen de amateurmuzieksector, zorgt dat deze sector ĂŠĂŠn stem krijgt en zich daardoor duidelijker en sterker profileert. Samenwerking wordt nagestreefd met alle kunstdisciplines die relevant zijn voor de amateursector. Operationele doelstellingen De samenwerking binnen en buiten de sector zal de komende jaren centraal staan in het beleid van de KNMO. Juist door samenwerking staan we samen sterker en kunnen we de belangen van onze leden nog beter behartigen. Ook zal samenwerking met minder gebruikelijke partners niet uit de weg moeten worden gegaan.

16

De aangesloten (regionale) bonden organiseren minstens om de twee jaar een moment waarop verenigingen elkaar kunnen ontmoeten rond een thema. De KNMO zal middelen aanreiken om dit te kunnen realiseren. De KNMO zal actief werk gaan maken van de online mogelijkheden om een platform te creĂŤren waar regionale bonden en lokale verenigingen met elkaar in contact kunnen komen om ervaringen uit te wisselen. De KNMO zal namens haar leden mogelijkheden onderzoeken voor verdere samenwerking met andere partijen, te beginnen op landelijk niveau en hiervoor tools ontwikkelen voor regionale bonden en lokale verenigingen.


Beleidsplan KNMO 2015 - 2020 /

17


Strategische doelstelling 5

Ondersteunen, faciliteren en profileren

Strategische doelstelling 5 De KNMO geeft door middel van het aanbieden van advies, informatie en documentatie, inclusief werkbare tools, een brede ondersteuning aan de verenigingen en muzikanten in Nederland. Zij werkt door middel van een professioneel communicatiebeleid aan de (her)profilering van de instrumentale amateurmuzieksector. Operationele doelstellingen De KNMO zal als netwerkorganisatie haar leden blijven faciliteren en ondersteunen maar dient ook te werken aan de profilering van de sector als geheel door middel van een doordacht communicatieplan. Alle vragen die worden gesteld door aangesloten bonden en verenigingen krijgen een snel en correct antwoord of een passende doorverwijzing. Daarnaast wordt proactief opgetreden door het verzamelen van relevante kennis en de opbouw van een online kenniscentrum. De KNMO biedt een ruime hoeveelheid documentatie aan, in eerste instantie gericht op muzikale ondersteuning. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om naslagwerken en partituren. Daarbij wordt het gebruik van digitale media gestimuleerd.

18

De KNMO faciliteert namens haar regionale bonden en lokale verenigingen het raamcontract met BUMA/Stemra om te komen tot een correcte afdracht van de auteursrechten tegen een scherp tarief. De KNMO zorgt voor een uitgewerkt communicatieplan waarbij de sector als ĂŠĂŠn geheel actief wordt geprofileerd. De KNMO is actief op alle gebieden van social media (Facebook/Twitter) en zorgt voor het actueel houden van de websites en verbindingen tussen de diverse aanwezige websites. De KNMO zorgt binnen de beleidsperiode 2015-2020 voor minimaal twee grootschalige evenementen die landelijke media-aandacht genereren. De KNMO neemt actief deel aan relevante internationale netwerken (CISM, EBBA, ECWO, WMC, EGMA). Daarnaast zal de KNMO ook contact zoeken met relevante (nieuwe) partners en mogelijk initiatieven ontplooien. De KNMO biedt de aangesloten bonden en verenigingen diverse pakketten aan op het gebied van verzekeringen en juridische ondersteuning, waarbij collectieve, scherpe afspraken worden gemaakt met leveranciers. De KNMO is verantwoordelijk voor de organisatie van de landelijke kampioenschappen binnen de (instrumentale) amateursector.


Opvolging en evaluatie Dit beleidsplan moet de leidraad zijn voor alle doelgroepen, commissies en werkgroepen van de KNMO, op welk niveau ze ook actief zijn. Het biedt een kader voor het sturen en beheersen van de organisatie. De KNMO zal zich alleen dan in de goede richting ontwikkelen wanneer het beleidsplan wordt opgevolgd en er tijdig wordt gecheckt of de beoogde doelstellingen tegen het einde van de beleidsperiode worden gehaald. Tussentijdse metingen en evaluaties zijn dus nodig: bestuurders bepalen in overleg met het DB hun resultaatindicatoren voor het beleidsplan en de jaarplannen. Er worden halfjaarlijks formele vergaderingen belegd voor de opvolging, evaluatie en bijsturing van de actiepunten uit de jaarplannen. De resultaten en metingen worden gebundeld, als basis voor het jaarverslag. Het beleidsplan wordt jaarlijks opgevolgd en geĂŤvalueerd door het bestuur en de ALV.

Beleidsplan KNMO 2015 - 2020 /

19


Communicatie

Bij de oprichting van de KNMO is er gekozen voor het uitwerken van een eigen huisstijl (logo, brief- en notahoofding en afgeleide producten). Tot dusver richtte de communicatie vanuit de KNMO zich vrijwel uitsluitend op de eigen leden/achterban (magazine Klankwijzer en de digitale nieuwsbrief). Publieksgerichte en externe communicatie gebeurt op een weinig gesystematiseerde manier. Er werd vooralsnog in beperkte mate een doelgroepenbeleid ontwikkeld op het vlak van communicatie. Er is geen strategische benadering van pers en media binnen en buiten de organisatie, noch op redactioneel vlak noch op het vlak van mediapartnerships. De KNMO wordt wel meer en meer gecontacteerd door de pers als deskundige op het gebied van amateurkunsten. Het systematisch blijven toesturen van tijdschriften en persberichten werpt op dat vlak zijn vruchten af. Dit hoofdstuk vormt de leidraad voor het uit te werken communicatieplan.

van communicatie is afhankelijk van zowel externe factoren als van de eigen communicatie-inzet. Naast de kwaliteit van de organisatie en het aanbod, zijn andere bepalende externe factoren: de behoeften en interesse van het publiek, bekendheid en imago, vertrouwen, mentale drempels (vooroordelen), intellectuele en materiële drempels, de “concullega’s”, de verzadigingsgraad (te veel van hetzelfde), maatschappelijke trends en… onvoorziene omstandigheden. De eigen communicatie-inzet wordt bepaald door de professionaliteit van het communicatiemateriaal, de timing van de communicatiemomenten, de media-mix, de agenda van de massamedia en het budget. Tenslotte speelt ook de behoefte van het publiek een belangrijke rol. Hoe kleiner deze is, hoe kleiner de kans dat de promotie slaagt, hoe goed het promotiewerk ook mag zijn.

9.1. Succesvolle communicatie Communicatie wordt als succesvol beschouwd indien: Er voldoende deelnemers zijn aan de activiteiten; Er voldoende publiek aanwezig is; Het ledenaantal groeit; De naamsbekendheid stijgt; De beoogde imago-opbouw lukt.

9.2. Versterking van de communicatie Een overkoepelende communicatiestrategie met duidelijk omlijnde doelstellingen voor de publieksgerichte, externe en interne communicatie is noodzakelijk. Hierbij zijn vormelijke elementen van belang. De naam moet worden aangevuld met een verduidelijkende en wervende baseline (bijvoorbeeld “Gebeten door muziek” - Vlamo) en een vormgeving die geschikt is voor een breed publiek. Wervende, aantrekkelijke campagnes moeten het publiek zin doen krijgen om meer, of voor het eerst, in contact te komen met de instrumentale amateurmuziek en haar organisatie.

Dit is niet alleen een zaak van communicatie, maar ook van een goede marketingaanpak (de 5 P’s: product, prijs, plaats, promotie, publiek). Het succes

20


Beleidsplan KNMO 2015 - 2020 /

21


22


Verbetering van het imago Om de instrumentale amateurmuziek en de KNMO meer zichtbaar te maken en het imago van de sector te verbeteren, dient de communicatiestrategie uit verschillende lagen te bestaan. Bij de keuze van de acties en de communicatie-instrumenten mogen deze lagen niet uit het oog worden verloren. Het gaat om de volgende lagen: 1. De basis van de communicatie moet gevormd worden door een aantal sterke generieke / overkoepelende informatie-instrumenten, zoals een goede website en goede tijdschriften (Klankwijzer). 2. Een tweede laag rond de communicatie-instrumenten kan gevormd worden door een doorgedreven aanwezigheid in pers en media en initiatieven van derden. Dit kan enerzijds via strategische partnerships met de (regionale) media (radio, televisie, dag- en weekbladen). Daarnaast is het ook belangrijk om de aanwezigheid van de KNMO te versterken in de communicatie van de kunstsector in het algemeen en vice versa. In al deze externe kanalen is eenzelfde, consequente visuele aanpak van zeer groot belang voor de herkenbaarheid. 3. Een derde laag kan gevormd worden door wervende acties en evenementen die leiden naar een grotere participatie en waarbij zowel de sector als de organisatie een grote zichtbaarheid krijgt. Hierbij worden ook gerekend nationale evenementen met een regionale verankering. 4. Om de sector en de KNMO op de kaart te zetten, dient de sector sterker aanwezig te zijn in de nationale pers, zowel op basis van â&#x20AC;&#x153;free publicityâ&#x20AC;?, als eventueel met advertenties.

9.3. Publieksgerichte communicatie De belangrijkste doelstelling van de publieksgerichte communicatie is het stimuleren van participatie: zelf actief aan amateurmuziek doen (bijvoorbeeld in een orkest spelen) of passief deelnemen aan activiteiten (bijvoorbeeld concertbezoek). Pas in tweede instantie is ook het stimuleren van individuele muziekbeoefening van belang (bijvoorbeeld thuis musiceren). Verhoging van publieksparticipatie (dat wil zeggen vanuit het standpunt van het publiek) of publieksvergroting (dat wil zeggen vanuit het standpunt van de organisatie) kan op diverse manieren gerealiseerd worden. â&#x20AC;&#x192; 9.4. Externe communicatie In een eerste fase dient de externe communicatie vooral op imago en PR in te spelen: de KNMO en de instrumentale amateurmuziek op de kaart zetten als een bloeiende organisatie en dito sector. Hierbij zijn twee elementen van belang: 1. Een grotere bekendheid 2. Een sterker sociaal-cultureel imago De externe communicatie kan worden onderscheiden in algemene informatieverstrekking en PR-werking, overtuigende en educatieve voorlichting en wervende communicatie. De KNMO kan beter bekend worden in Nederland en internationaal door een actieve aanwezigheidspolitiek binnen/via (inter)nationale communicatieinitiatieven. Dit komt zowel de publieksgerichte als de externe communicatie ten goede.

Beleidsplan KNMO 2015 - 2020 /

23


Organisatie KNMO De KNMO is het kenniscentrum voor wat betreft amateurmuziek in Nederland en vervult die positie in samenwerking met betrokken partners in de sector. Op basis van die kennis en als vertegenwoordiger van de muziekverenigingen opereert de KNMO als brancheorganisatie en belangenbehartiger van de sector. Zo zal de KNMO op momenten dat het aan de orde is, reageren op relevante maatschappelijke en politieke ontwikkelingen. Externe partners en netwerken De KNMO kan alleen effectief opereren in nauwe samenwerking en in netwerkverband met partners binnen en buiten de sector. Samenwerking wordt bepaald op basis van criteria zoals de bijdrage aan de amateurmuziek, de waarde voor de KNMO en het belang voor toekomstige ontwikkeling van de sector. Daarbij kan de samenwerking op drie niveaus worden gedefinieerd: Actieve samenwerking en ontwikkeling; nauw samenwerken, ontwikkelingen gezamenlijk aanpakken en zo nodig financieel ondersteunen; Projectmatige samenwerking; gezamenlijk optrekken bij voorkomende ontwikkelingen; Passieve samenwerking; op de hoogte blijven van de ontwikkelingen binnen de organisaties (of sector). De belangrijkste partners van de KNMO zijn: Nationaal Zusterorganisaties: VNK en FASO Brancheorganisaties: BvO, BUMA, Kunstconnectie Professionele ondersteuningscentra: LKCA, RIC, Kunstkeur Regionale ondersteuningscentra: Musidesk (Arnhem), Kunstbalie (Tilburg), Huis voor de Kunsten Limburg (Roermond) en andere

24

De KNMO als kenniscentrum en brancheorganisatie


Conservatoria Professionele orkesten: Koninklijke Militaire Kapel Johan Willem Friso, Marinierskapel der Koninklijke Marine, Kapel Koninklijke Luchtmacht, Metropole Orkest/Artes7 Jeugdorkesten: Nationaal Jeugd Fanfare Orkest Festivals/concoursen: NBK, ONFK, TEMA Tielen, Eurobrass, NJF, ONSK Overheden: Ministerie van OC&W, Gemeente Utrecht, VNG Internationaal Zusterorganisaties: Vlamo Internationale samenwerkingsorganisaties: CISM, EBBA, IGEB, WASBE, ECWO, MBE Festivals/concoursen: WMC Dienstverlening landelijk bureau Het landelijk bureau van de KNMO verzorgt de ondersteuning van het bestuur (AB/DB) en van de doelgroepen- en generieke commissies. Door de aanwezige expertise en capaciteit is het bureau in staat om op verzoek en tegen een vergoeding additionele diensten te verlenen aan de lidorganisaties; de regionale bonden. Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan het bijhouden van de ledenadministratie, ondersteuning op administratief/ secretarieel terrein, ondersteuning bij de organisatie van concoursen en het onderhoud van websites. Taakstelling bureau Het bureau van de KNMO is gevestigd in Arnhem en Roggel. De volgende taken worden op dit moment door het bureau en zijn medewerkers uitgevoerd:

Financiële administratie Concoursregistratie Abonnementen- en ledenadministratie t.b.v. de aangesloten bonden Examenbureau Bestelling en levering insignes en overige materialen Bestuurlijke ondersteuning Ondersteuning landelijke commissieactiviteiten (doelgroepen- en generieke commissie) Ondersteuning landelijke activiteiten Secretariële ondersteuning van de landelijke commissies Advies/aanspreekfunctie aangesloten bonden Website – communicatie – PR Afhandeling beoordeling composities Wedstrijdsecretariaat kampioenschappen Redactionele ondersteuning Klankwijzer In 2015 moet er, mede op basis van het voorliggende beleidsplan, een duidelijk beeld ontstaan van de in de toekomst gewenste taken van het bureau. Op dit moment is het bureau voornamelijk een uitvoerende, operationeel ondersteunende organisatie met weinig tot geen beleidstaken. Naar voorbeeld van onze zusterorganisaties en naar aanleiding van mogelijke behoeften zal dit in 2015 vorm krijgen. Tevens zal er in kaart worden gebracht welke taken zich lenen voor verdere automatisering en digitalisering. Denk dan aan registratie van concoursgegevens, leden en examens en aan een webshop voor onder andere insignes. In de toekomst is eveneens inhoudelijke beleidsontwikkeling voor de amateursector aan de orde. Personele bezetting bureau De personele bezetting van het bureau omvat in totaal 4 fte (N.B. los hiervan hebben ook diverse bonden medewerkers in dienst via provinciale steunpunten). Voor de huidige taakstelling van het KNMO bureau wordt verwezen naar bijlage 3.

Beleidsplan KNMO 2015 - 2020 /

25


Financiën De financiële structuur van de KNMO is vanwege de aard van de organisatie gebaseerd op inkomsten uit contributies van leden. Verenigingen betalen als lid een bijdrage aan hun regionale bond waarbij tevens een bijdrage voor de landelijke organisatie van de KNMO is opgenomen. Deze situatie vraagt om scherpe keuzes in de activiteiten van de landelijke organisatie, een groot deel van de financiering blijft bij de (regionale) bonden. Zodoende hebben deze de beschikking over de financiële middelen om activiteiten te ontplooien in hun werkgebied. De landelijke organisatie zal binnen de periode van dit beleidsplan haar kerntaken opnieuw differentiëren en in lijn brengen met de behoeften en de beschikbare financiële middelen.

De landelijke organisatie zal in de toekomst meer nog dan nu als serviceorganisatie opereren voor de (regionale) bonden en doelgroepen. Er zullen nadere werk- en financiële afspraken moeten worden gemaakt met de (regionale) bonden om te komen tot een kostenverdeling voor de werkzaamheden die worden uitgevoerd vanuit de landelijke organisatie. Daarbij zal een deel van de werkzaamheden (kerntaken) binnen de landelijke contributieregeling vallen en een deel op basis van opdrachtverstrekking worden doorbelast. In de komende periode zullen de door de landelijke organisatie georganiseerde activiteiten nader onderzocht worden en daar waar mogelijk zal er gekeken worden naar een meer projectmatige aanpak waarbij projectfinanciering door middel van sponsoring en projectsubsidie tot de mogelijkheden behoort. Tevens zullen de banden met diverse goede doelen organisaties (waaronder de nationale loterijen) worden aangehaald.

26


Beleidsplan KNMO 2015 - 2020 /

27


Bijlagen 1 Omvang en samenstelling KNMO, doelgroepen en bonden 2 Personele samenstelling bestuur KNMO 3 Huidige taakstelling bureau KNMO â&#x20AC;&#x192;

Bijlage 1 Omvang en samenstelling KNMO, doelgroepen en bonden In enkele grafische overzichten wordt een beeld geschetst van de omvang en samenstelling van de KNMO, doelgroepen en regionale bonden. Het uitgangspunt wordt gevormd door de door het KNMO bureau opgegeven cijfers van KNMO aan BUMA, begin 2014. Omvang KNMO In totaal heeft de KNMO begin 2014: 2.348 verenigingen; 131.152 leden, waarvan 125.215 actieve leden. Omvang bonden Tien regionale bonden zijn verenigd in de KNMO: MGD Groningen/Drenthe OMF Friesland OBM Overijssel MBGF Gelderland/Flevoland MNHU Noord Holland/Utrecht ZHBM Zuid Holland ZMB Zeeland BBM Noord Brabant LBM en LBT Limburg

28


De omvang van deze bonden is als volgt, waarbij er onderscheid wordt gemaakt in omvang qua aantal leden (mensen) en qua aantal verenigingen:

Totaal aantal leden per bond

Samenstelling bo nden In onderstaande tabel is de relatieve samenstelling weergegeven van de bonden naar het aantal leden respectievelijk aantal verenigingen per doelgroep Blaasmuziek (Bm), Show/Mars/Percussie (SMP), Majorette/Twirl (M/T) en Color Guard (CG).

Bm SMP M/T CG 25.000 20.000 15.000 10.000 5.000 0

MGD 73

19

6

OMF 81

13

4

2 2

OBM 74

19

6

0

MBGF

74

22

4

0

MNHU

76

18

5

1

ZHBM

66

25

8

1

ZMB 80

17

2

1

BBM 81

15

4

0

LBM 91

9

0

0

LBT 15

76

7

1

Totaal aantal leden per doelgroep [%]

MGD OMF OBM MBGF MNHU ZHBM ZMB BBM LBM LBT

Aantal verenigingen per bond

Bm SMP M/T CG

400

MGD 66

29

2

2

OMF 84

10

3

3

OBM 61

36

1

1

250

MBGF

61

37

1

1

200

MNHU

68

29

2

2

ZHBM

59

350 300

36

3

3

ZMB 65

31

2

2

100

BBM 76

23

0

0

50

LBM 81

18

0

0

LBT 33

63

1

1

150

0

Aantal verenigingen per doelgroep [%]

MGD OMF OBM MBGF MNHU ZHBM ZMB BBM LBM LBT

Beleidsplan KNMO 2015 - 2020 /

29


Bijlage 2 Personele samenstelling bestuur KNMO Sinds begin 2014 is het bestuur van de KNMO als volgt samengesteld: Dagelijks Bestuur

Bart van Meijl voorzitter

Toon Peerboom vice-voorzitter

Anita Winter secretaris

Henk de Bruin penningmeester

Erik Kobes

dagelijks bestuurslid

Taak Financiën Inning contributie KNMO Inning en afdracht contributie bonden Inning, afdracht en contacten Buma Inning abonnement Klankwijzer Landelijke financiële administratie/boekhouding Verwerking gegevens m.b.t. bovenstaande zaken Concoursregistratie Jurylijst Voorbereiding organisatie NK’s Abonnementen en ledenadministratie

Algemeen Bestuur

Sikke Dijkstra MGD, tevens voorzitter Generieke Commissie Educatie & Jeugd

Wop Schat

OMF

Johan Oegema

OBM

Examenbureau Lijst gecommitteerden/examinatoren Overzicht examens Versturen diploma’s en certificaten

Chris Timmer

MBGF

Insignes en overige materialen

Arnold van Workum

MNHU

Bestuurlijke ondersteuning DB, AB, ALV en doelgroep- en generieke commissies Ondersteuning bij landelijke activiteiten Aanspreekpunt voor bonden en verenigingen

 Michiel Dijkman ZHBM, tevens voorzitter Doelgroepcommissie Blaasmuziek

Carlo de Vries

ZMB

 Cees Beerens BBM, tevens voorzitter Doelgroepcommissie Show/Mars/Percussie

30

Bijlage 3 Huidige taakstelling bureau KNMO

Website en ondersteuning PR

Raymond Knops

LBM

Manon Pelzer

LBT

Afhandeling incidentele beoordelingen slagwerk Overzicht goedgekeurde werken

Paul Doop

voorzitter Doelgroepcommissie Color Guard

Wedstrijdsecretariaat NK’s

De DB-leden

zie bovenstaand

Klankwijzer Ondersteuning redactieraad Klankwijzer (correctie drukproef)


Colofon Uitgave Koninklijke Nederlandse Muziek Organisatie, juni 2015 Productie Koninklijke Nederlandse Muziek Organisatie, Utrecht Viduro Marketing & Communicatie, Horst RozzRood Vormgeving, Beringe Fotografie Frank Vergoossen Media Producties, Melick LNRD Photography - by Leonard Walpot (blz. ii), Utrecht Contact Koninklijke Nederlandse Muziek Organisatie T. 085 78 22 810 E. info@knmo.nl www.knmo.nl Locatie Arnhem Sweerts de Landasstraat 83, 6814 DC Arnhem Medewerkers: Karin van Elk, Ineke van Loenen, Annette Vosse en Ingrid de Vries Locatie Roggel Postadres: Postbus 3708, 6088 ZG Roggel Bezoekadres: Markt 6, 6088 BP Roggel Medewerkers: Petra van der Aart en Annie van de Goor

Beleidsplan KNMO 2015 - 2020 /

31


Profile for KNMO

KNMO Beleidsplan 2015 - 2020  

Het beleidsplan van de Koninklijke Nederlandse Muziek Organisatie voor de jaren 2015 - 2020.

KNMO Beleidsplan 2015 - 2020  

Het beleidsplan van de Koninklijke Nederlandse Muziek Organisatie voor de jaren 2015 - 2020.

Profile for knmo
Advertisement