Page 1

Rudico 50 jaar partner in flexodruk Evert van de Weg


Rudico 50 jaar partner in flexodruk

M

K

Evert van de Weg

uitgevers

mei 2012 1


2


3


4


Voorwoord

Vijftig jaar Rudico, vijfentwintig jaar Felco en eigenlijk ook tien jaar Korn Klischee. Een heugelijk moment waar ik stil bij wil staan. Rudico is een bijzonder bedrijf en dat komt niet alleen door het product, een drukstempel of beelddrager, maar bovenal door de mensen die er werken en hebben gewerkt. Dat is de reden dat we nu ons vijftigjarig jubileum kunnen vieren. Het boek dat voor u ligt heeft tot doel om een zo natuurgetrouw mogelijk beeld te geven over de ontwikkelingen binnen en buiten ons bedrijf. Vanuit verschillende invalshoeken komen klanten, leveranciers, oud-medewerkers, medewerkers en commissarissen aan het woord en zo wordt het verhaal van Rudico verteld. In onze branche bestaan veel indianenverhalen, zowel leuke als minder leuke. Hier is geprobeerd het verhaal zo objectief mogelijk te vertellen zonder daarbij aan kleur in te boeten. Want kleurrijk was het! Ook is getracht een beeld te schetsen van de kartonindustrie, waar Rudico uit is voortgekomen. Ik hoop dat uit het boek ook duidelijk wordt welke bescheiden bijdrage Rudico in de afgelopen vijftig jaar heeft geprobeerd te leveren aan de flexodruk-technologie. Dit vanuit de opdracht die het bedrijf kreeg van haar oprichters en latere aandeelhouders. De betere presentatiemogelijkheden die zo ontstonden voor de industrie van kartonverpakkingen waren een poging bij te dragen aan een nog betere marktpositie van die industrie.

5

Dat ik leiding mag geven aan dit bedrijf is voor mij een groot voorrecht en een even zo grote uitdaging. Waar ik in 1998 startte met een focus op de machines is gaandeweg het accent steeds meer op de mensen komen te liggen. Dat ik onze vorige directeur Jaap der Nederlanden heb mogen meemaken was een groot geluk. Hij was zó creatief en onconventioneel dat ik mij wel eens afvroeg: ‘Gaat dit wel goed?’ Zijn flair en onverstoorbaarheid hebben indruk op mij gemaakt. Zijn uitspraak: ‘Je kunt beter achteraf om vergiffenis vragen dan vooraf om toestemming’ heeft onder zijn leiding zijn vruchten afgeworpen. We hebben niet tot doel gehad volledig zijn te maar wèl de sfeer weer te geven waarin toen werd gewerkt. We constateren dat er veel veranderd is in de afgelopen vijftig jaar. Het is hier op zijn plaats iedereen die heeft meegewerkt aan deze productie te bedanken. Zonder hun input was het niet gelukt. Evert van de Weg heeft de interviews gehouden en het verhaal geschreven. Arjen Woudenberg heeft het daarna vorm gegeven. Graag wil ik dit jubileumboek opdragen aan al onze medewerkers en oud-medewerkers en in het bijzonder aan Arie de Zeeuw, Lex de Zeeuw, Jaap der Nederlanden, Leopold der Nederlanden, Rutger van Straten, Kees van den Bos, Dirk Jan Slijkhuis, Wim te Kamp, Marijke Visser, Daniël en Esther Wüstenhoff. Jan Wüstenhoff april 2012


6


7


8


Inhoud Voorwoord Inhoud Het ontstaan van Rudico in 1962

11

Rudico voorziet in een marktbehoefte en groeit fors Rudico krijgt meer eigenaren in 1974 Weg uit Apeldoorn naar Eerbeek

25

29

41

Het moet nรณg mooier; de start van pre-printed liner en Felco

49

Rudico blijft investeren en groeien en krijgt weer andere eigenaren Aandeelhouders en eigenaren steeds zakelijker

73

Een nieuw millennium breekt aan met veel veranderingen 2002: Rudico bestaat veertig jaar en gaat stug door

85

91

De markt voor Rudico en Felco blijft voortdurend veranderen

97

Van productconcept tot kartonnen omverpakking anno 2012

105

Rudico, 50 years partner in flexography Rudico, 50 Jahre Partner in Flexodruck Colofon

9

113 117

65


1974, Kayersdijk 175 te Apeldoorn

10


Het ontstaan van Rudico in 1962 ‘Rudico is geboren in een hotelkamer in Londen, onder het genot van een fles whisky.....’ Het allereerste begin in 1962 ‘Rudico is geboren op een hotelkamer in Londen, onder het gebruik van een fles whisky door de heren Arie de Zeeuw en Jan Bleeker’. Zo herinnert Rutger van Straten zich die episode eind 1961, begin 1962. Hij hielp indertijd Jan Bleeker bij de boekhouding van diens reclamebureau in Apeldoorn en werd later financieel directeur van Rudico. Rutger van Straten, inmiddels 83 jaar oud, zat indertijd met zijn neus bovenop de oprichting van Rudico. Rutger van Straten: ‘Arie de Zeeuw, directeur en grootaandeelhouder van Golfkartonfabriek De Zeeuw in Eerbeek en Deventer, en Jan Bleeker waren goede vrienden en deden samen ook wel zaken. Beiden waren ze op hun terrein getalenteerd. Daarnaast waren ze allebei anglofiel en gingen ze samen vaak op reis. Op een verpakkingsbeurs in Londen zagen ze een demonstratie van een graveur die uit een rubberen plaat stempels maakte waarmee je bijvoorbeeld golfkartonnen dozen kon bestempelen. Ze maakten kennis met de eigenaar van dat Engelse bedrijf, een zekere mister Brenchley en het idee dit toe te passen in zijn bedrijf in Eerbeek sprak Arie de Zeeuw erg aan. Brenchley bood aan wel iemand van De Zeeuw als graveur op te willen leiden in zijn bedrijf. Jan Bleeker kreeg een vel rubber mee en de dag na terugkomst is hij al met een mesje gaan zitten snijden. Een paar dagen later liet hij mij met trots zien dat het hem goed gelukt was een mooie Gotische letter te graveren. Kort daarna stuurde Arie de Zeeuw één van zijn werknemers, een zekere Hennekes, naar Brenchley in Engeland om de opleiding tot graveur te volgen. Arie de Zeeuw en Jan Bleeker besloten vervolgens 11

samen een bedrijf op te richten dat zich met deze activiteit zou bezig houden. Als een soort hommage aan Brenchley en diens bedrijf zou de nieuwe onderneming eerst RUDENKO gaan heten maar die naam werd geweigerd omdat ze al bestond. Daarna is bewust voor de naam Rudico, Rubber Die Company, gekozen. Interessant rond de oprichting is nog wel dat Arie de Zeeuw niet wilde dat zijn naam in de oprichtingsakte zou staan, want dat zou later het zaken doen met zijn concurrerende golfkartonfabrikanten van toen, de firma’s Lona en Bos, die hij al in gedachten had als klant voor Rudico, bemoeilijken. Daarom zaten Jan Bleeker en ik bij de notaris als oprichters van Rudico met elk 5.000 gulden kapitaal. Vijf minuten later heb ik dat aandeel verkocht voor diezelfde prijs aan Arie de Zeeuw. Maar in de oprichtingsakte geen spoor van de naam Arie de Zeeuw. Om dezelfde reden wilde Arie de Zeeuw ook geen commissaris worden van de nieuwe BV. Dat werd een andere vriend van Jan Bleeker, meneer Kooyer, directeur van de toenmalige Apeldoornse zuivelfabriek Mariëndaal’. Iemand die vele tientallen jaren ervaring heeft opgedaan in kartonverpakkingen binnen eerst het De Zeeuw concern en later Smurfit Kappa is Peter Klein Sprokkelhorst. Hij is vele jaren directeur van Smurfitt Kappa Zedek in Deventer geweest. Hij heeft de ontwikkeling van flexodruk in de golfkartonindustrie binnen het De Zeeuw concern meegemaakt.


Zelfbediening maakt verpakkingen belangrijk Na de Tweede Wereldoorlog ontwikkelen zich in Nederland, in navolging van wat er gebeurde in de Verenigde Staten, de grootwinkelbedrijven zoals Albert Heijn, De Gruijter, Van Woerkom en anderen. Daarmee worden verpakkingen belangrijk om het product te tonen. In 1956 zegt Albert Heijn: ‘Goede zelfbedieningswinkels zijn ondenkbaar zonder goede verpakkingen. De verpakking moet een artikel verkopen door het product òf in natura te tonen òf door een goede afbeelding’. Daarmee wordt het belangrijk omverpakkingen te kunnen bedrukken. Dick Kool, oud-voorlichtingsman bij De Zeeuw in Eerbeek: ‘De man aan de inpaklijn moest eerst met krijt op de doos schrijven wat er in zat maar dat ging vaak fout. En toen kwamen Bleeker en De Zeeuw met dozen waar al iets op stond, een nummer, of een code bij voorbeeld. Halleluja, nou hebben we echt wat!’ In het begin was de golfkartonnen doos bruin en bedrukt met een of hooguit twee kleuren. Maar met de toenemende eisen vanuit de markt naar meer mogelijkheden om zich als merk ook al in de omverpakking te onderscheiden èn met de sterk groeiende technische mogelijkheden van flexodruk, werden de bedrukkingen steeds kleurrijker en ingenieuzer.

1975, vlnr Rutger van Straten, Anton Blij en Jaap der Nederlanden 12


Peter Klein Sprokkelhorst: ‘In het begin van mijn loopbaan heb ik als jong broekie Arie de Zeeuw verschillende keren ontmoet in zijn bedrijf in Deventer. Ik leerde later ook zijn tweede vrouw en kinderen kennen. Hij was een visionaire en erudiete man, tegelijk ook innemend en charismatisch. Hij is de bron geworden voor een aantal bedrijven, hoewel zijn vader Zegert daar al mee was begonnen. Je kunt wel zeggen dat Arie het familieconcern heeft opgebouwd. Al eigenaar van De Zeeuw Golfkarton in Eerbeek, heeft hij vanuit het bedrijf Vromen Papierfabriek in Doetinchem het erg succesvolle Pillo Pak in Eerbeek opgebouwd, hij werd eigenaar van Golfkartonbedrijf Brabantia in Oudenbosch en hij stond aan de wieg van ons bedrijf Zedek in Deventer, samen met zijn zwager Jan Franken. Hij wist altijd de juiste partners te vinden, zoals hij dat ook bij Rudico met Jan Bleeker heeft gedaan. Bedrukken was eigenlijk binnen de golfkartonindustrie een stiefkindje gebleven. Er werd door goed opgeleide grafici een beetje neergekeken op wat men wel smalend ‘aardappeldruk’ noemde en daar ging je dus niet werken. En eigenlijk had de golfkartonindustrie in eerste instantie ook geen zin in die duurbetaalde grafici. Dus ging men zijn eigen mensen opleiden en voor de toen nog redelijk simpele transportdozen was dat niet zo’n probleem. Dat werd anders toen merken als Riedel veel meer eisen aan de bedrukking van golfkartonnen omdozen gingen stellen’.

Rudico ontwikkelt zich snel Terug in Apeldoorn, na zijn opleiding bij mister Brenchley in Engeland, begon Joop Hennekes zijn nieuwe graveerkennis door te geven aan enkele nieuwe collega’s. Dat gebeurde nog in het pand van Jan Bleeker aan de Bilitonlaan. Zo begon Rudico in Apeldoorn steeds meer met de hand gegraveerde stempels te maken. Het begon met woorden als ‘breekbaar’, ’fragile’ of pijlen die op de golfkartondozen moesten komen. Maar Rudico ontdekte al vrij snel dat met de hand graveren veel te arbeidsintensief en voor de heel fijne motieven ook te onnauwkeurig was. Dus ging Rudico mee in de vaart der volkeren en schafte al in 1964 een klein formaat vulkaniseerpers aan. Om ruimte voor machines te hebben en ook om een werkplek te kunnen geven aan een 13


14


De opkomst van flexodruk 1 Flexodruk (of flexografie) is een vorm van hoogdruk. Bij hoogdruk bevindt de drukinkt zich voor het afdrukken op de verhoogde gedeelten van de drukvorm. Al rond 1850 werd flexodruk in tamelijk primitieve vorm gebruikt bij het bedrukken van tapijten. In 1853 al werd in Noord-Amerika een patent verleend op bepaalde rubbersamenstellingen waarmee cliché’s gemaakt konden worden. Rond 1920 construeerde het Duitse bedrijf Windmöller & Hölscher drukpersen die met zogenaamde aniline-inkten onder andere papieren zakken konden bedrukken. Flexodruk met aniline-inkten, toen nog aniline-druk geheten, begon daarna aan een grote opmars bij het bedrukken van papieren verpakkingen, vooral papieren zakken in allerlei formaten. De drukkwaliteit was echter nogal pover, wat het proces de wat neerbuigende benaming ‘stempeldruk’ opleverde. De oorzaken waren de simpele constructie van de drukmachines, de matige kwaliteit van de drukinkten en de gebreken aan de gebruikte cliché’s. Na de Tweede Wereldoorlog groeide het belang van flexodruk snel omdat met dit procédé ook de in opkomst zijnde kunststoffen goed bedrukt konden worden. Vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw begon men ook golfkarton en massief karton op bredebaan flexodruklijnen te bedrukken. Met name ontwikkelingen in de gebruikte inkten maakten dat toen mogelijk. Voor de leveranciers van kartonnen verpakkingen boden deze technische stappen vooruit mogelijkheden in te spelen op de wensen van hun klanten om zich met bedrukkingen ook op hun omverpakkingen te onderscheiden. Voorlopig bleven de mogelijkheden echter nog beperkt door de beperkingen van de gebruikte rubberen stempels, die bijvoorbeeld meerkleurendruk bemoeilijkten.

15


aantal nieuwe werknemers, zowel graveurs als monteurs, is Rudico in 1964 verhuisd naar een nieuwgebouwd pand aan de Kayersdijk, ook in Apeldoorn. In dat pand zat in het begin ook het ontwerpbureau van Bleeker. Bureau Bleeker maakte ook wel ontwerpen aan de hand waarvan Rudico stempels moest maken. Al in 1965 is Rudico overgegaan op het monteren van de stempels via het zogenaamde ‘rapid-die’ systeem1. Daarbij worden de stempels gemonteerd op een kunststof ondergrond. De komst van verbeterde flexodrukmachines met stalen cilinders vereiste deze forse stap vooruit. Al snel werden de bedrukkingen gecompliceerder want de golfkartonfabrikanten moesten op verzoek van hun klanten steeds meer in steeds meer kleuren op hun dozen zetten. Overigens bleef De Zeeuw in Eerbeek de enige klant van 1962 tot 1969. Het merendeel van de andere golfkartonbedrijven had in die tijd wel een eigen, kleine afdeling om stempels te maken die ze nodig hadden voor het zelf simpel kunnen stempelen van dozen. Iemand die Rudico vanaf het eerste begin meemaakte, zij het van een heel andere kant, namelijk als klant, is Dick Kool sr, nu 84 jaar. Hij herinnert zich die periode levendig en vertelt er met smaak over. Dick Kool sr: ‘Ik deed in het begin van de jaren zestig van de vorige eeuw interne en externe voorlichting bij De Zeeuw in Eerbeek. In die tijd hadden we de slogan: ‘’Je kunt elke bedrukking krijgen als het maar zwart is’’. Ik weet nog goed hoe Jan Bleeker en Arie de Zeeuw samen begonnen. Die hebben wat samen zitten te frunniken en te prutsen. Ik zie Bleeker nog zo zitten in een klein kamertje in dat huis in Apeldoorn. Het mannetje dat hem hielp zat op de badkamer. Ik kende Bleeker met z’n reclamebureau goed, het was een heel creatieve vent. Met hun werk konden wij wat later wel mooi onze klanten van dienst zijn die eerst om simpele bedrukkingen vroegen, bij voorbeeld om hun producten in dozen goed uit elkaar te kunnen houden. Veel later konden ze bij Rudico echt mooie dingen maken. Wij bij De Zeeuw vonden mooi bedrukken als onderdeel van onze producten heel belangrijk, eerst direct op de doos, veel later via een voorbedrukte liner. We waren daardoor niet de goedkoopste maar wèl de chicste. Vooral de dozen 16


voor kerstpakketten waren producten waarop we ons samen met Rudico konden uitleven. Het waren echte visitekaartjes voor ons. Ze hadden daar een ontwerper, een zekere Koos van der Berg, die maakte de prachtigste ontwerpen. In het begin hadden we wel wat problemen met het rechtstreeks op golfkarton drukken want je drukte dan het golfkarton wat in elkaar, het zogenaamde ‘washboarding’ effect, daardoor werd het golfkarton minder sterk. Sommige grote merken waren extreem kritisch, zoals onze klanten Heineken en Van den Bergh & Jurgens. Bij zulke grote klanten stond je met je hoed in de hand. Ze kochten enorm veel dozen en ze wilden daar nooit verschillen in kunnen zien. Wij waren altijd goed te spreken over de kwaliteit van Rudico. Het was een perfecte club en geen zee ging ze te hoog. Ze waren gewoon meesters in hun vak’. Een andere ooggetuige van het reilen en zeilen van Rudico in de allereerste beginjaren was Hans van der Horst in zijn hoedanigheid als leverancier. Hij heeft de doorbraak van flexodruk als serieuze druktechniek in Europa van dichtbij meegemaakt en er op zijn manier, als leverancier van steeds betere materialen, een rol in gespeeld om flexodruk op een hoger peil te brengen. Al vanaf het eerste begin had hij met Rudico te maken. Hans van der Horst vertelt met veel humor over zijn boeiende belevenissen. Hans van der Horst: ’Ik werkte bij Kleefstoffenfabriek Houtstra in Naaldwijk en verkocht kleine Fischer & Krecke machines, bestemd om zakken met lijm aan elkaar te plakken, en later ook hun machientjes om een simpele bedrukking op die zakken te kunnen drukken. Daarnaast verkocht ik prima kwaliteit natuurrubber van de firma Schmitz uit Stade in Duitsland. Zij hadden een rubbersoort ontwikkeld die niet meer ingesloten hoefde te worden in stalen ramen zoals daarvóór nodig was bij de andere rubbersoorten. Wij waren hun agent daarvoor in Nederland. Ik had daarmee een ijzersterk verkoopargument en in mijn Volkswagen Kever kwam ik naar de klanten en voerde daar in witte jas en met mooi meetgereedschap een showtje op. Binnen twee jaar heb ik zo de vulkaniseerpersjes van Blitz die overal stonden mèt hun rubber van de Nederlandse markt geveegd. Toen Rudico begon in 1962 had ik ze al heel 1972, Leo van de Meer graveert eindloze dessinwals 17


1970, Jaap Dijkslag met de eerste Harley Opti-check voor Europa

18


19


1974, Alfred Nijhof

20


snel als klant. Ik had hun concurrent Scheulderman, ook in Apeldoorn, ook altijd al als klant gehad, maar dat was altijd moeizaam zaken doen. Ik leerde de typische reclameman Bleeker kennen. Hij was de man die onder andere het merk Appelsientje had bedacht. Eerst graveerden ze bij Rudico eigenlijk alleen stempels met de hand maar na een paar jaar gingen ze met een akelig klein Goliath vulkaniseerpersje grote rubber platen maken. Blij, die toen bedrijfsleider was, kende ik al van zijn tijd bij Scheulderman. Ik kon Blij, Van Straten en Kees van den Bos er in 1970 van overtuigen dat ze met het soort werk dat Rudico toen al deed veel beter af waren met een 500-tons vulkaniseerpers die ik kende en die in Engeland te koop was. Toen die pers, die meer dan 20 ton woog, aan de Kayersdijk kwam moest hij over het dak heen getild worden. Ik stond er zachtjes bij te bidden dat het maar goed mocht gaan. Ik heb daarna Blij nogal eens aan de telefoon gehad als dat ding het weer niet deed, maar vaak was het zo verholpen. Blij was dan wel een kundige, maar ook een wat moeilijke en brutale man, die er altijd op uit was om wat te ritselen. Zo lang als ik in de business zat, tot in 1989, heb ik altijd veel zaken met Rudico gedaan. Ik kende er ook veel mensen, maar ik heb vooral met Jaap der Nederlanden heel intensief en prettig samengewerkt, omdat hij altijd in was voor iets nieuws. Ik heb ook veel met hem gelachen. Toen we later een keer samen naar Engeland moesten vliegen en op Schiphol langs een metaaldetector liepen, sloeg daar alles op tilt. Jaap had natuurlijk in zijn lichaam kilo’s aan metaal vanwege zijn operaties. We hebben er vreselijk plezier om gehad’.

waar ik al meteen Blij en later Kröttje, Kees van der Bos en anderen leerde kennen. Ik moest nogal eens op m’n strepen staan om de stempels op tijd te krijgen voor De Zeeuw. Ik moest ook wel stempels voor De Zeeuw in Deventer regelen, waar de heel markante meneer Jan Franken de baas was. Ik weet nog goed, ik was eigenlijk nog maar een broekie, toen op een dag meneer Franken (dat was toen nog echt ‘meneer’, hoor, Jan liet je wel uit je hoofd) mij vroeg: ’George, ben je nog wel achter dat stempel aangegaan dat we vandaag moeten hebben?’. Ik zei: ‘Ja, ik zou bericht krijgen’. Meneer Franken zei: ‘Luuster es, mien jong, een bedrief is net’n kruuwaag’n, aj d’r niet an ’t touw trekt blif et staon’. Wij bij De Zeeuw wilden gewoon beter kunnen drukken dan de anderen, dat kan ik nu wel zeggen. Maar wij hadden ook een klantenbestand door onze food-klanten dat een zeer hoog niveau drukwerk eiste. Wij leverden precies maatwerk, binnen nauwe toleranties en dat kon niet iedereen zeggen. We hadden toen bijvoorbeeld als klant de sigarettenfabriek Turmac, die een vliegtuig in hun bedrukking hadden zitten dat precies op de goede plaats moest zitten. En je moest het bij Heineken niet wagen de ster op een iets andere plek te zetten of de kleuren iets anders te hebben, want dan accepteerde men de partij niet. Ze redeneerden dat een consument zo’n doos soms wel een paar dagen kon zien en dan moest het gewoon steeds hetzelfde beeld zijn. Maar Rudico werd later een echte voorloper en daarbinnen was Jaap der Nederlanden een echte vakman. Hij was ook altijd bezig met dat vak. We zeiden wel eens gekscherend dat hij meer met die dingen bezig was dan met de commercie’.

Iemand die ook al veel in de beginjaren van Rudico met de nieuwe onderneming van doen had, was George Gerritsen. Hij zat vanaf 1965 tot 1998 bij De Zeeuw in Eerbeek in het golfkarton. George Gerritsen: ‘Kort nadat ik in 1965 bij De Zeeuw begon werd ik assistent van de directeur Verkoop. Al gauw kreeg ik te maken met de snel in omvang en complexiteit toenemende wensen van de grote klanten naar drukwerk op de dozen van de grote klanten die ik bediende zoals Unilever, Heineken, Nutricia, Knorr enzovoort. Om hun wensen te realiseren werkte ik toen al samen met Rudico, 21

‘Luuster es, mien jong, een bedrief is net’n kruuwaag’n, aj d’r niet an ’t touw trekt blif et staon’


22


De golfkartonindustrie in Nederland Het principe via een riffelwals een laag gegolfd papier te verlijmen tussen twee andere lagen papier, waardoor een relatief sterke constructie ontstaat, dateert al uit het midden van de negentiende eeuw. Het waren twee Engelsen die in 1856 een patent kregen op deze uitvinding. In de decennia daarna vond de verdere uitwerking van dit principe vooral plaats in de Verenigde Staten. In het begin van de twintigste eeuw kwamen in Europa de eerste golfkartonmachines op de markt, die in een continu proces golfkarton konden produceren. In Nederland begon vlak voor de Tweede Wereldoorlog de eerste golfkartonproductie op wat grotere schaal op gang te komen. Pas na de Tweede Wereldoorlog veroverde golfkarton snel haar plaats als ideale transportverpakking. Om deze technologie een snelle duw in de rug te geven, kwam er zelfs in het kader van de Marshall-hulp begin vijftiger jaren een nieuwe golfkartonmachine naar De Hoop in Eerbeek. Vanaf 1950 ging het snel; sindsdien is de afzet vertwaalfvoudigd. De Nederlandse producenten exporteren jaarlijks 15% van hun afzet. Van alle golfkarton dat Nederlandse verpakkers gebruiken komt zo’n 35% uit het buitenland, vooral uit Duitsland, Denemarken, Frankrijk en BelgiÍ. De sterke concentratie

23

van de afnemers van de golfkartonindustrie, met name die in de voedingsmiddelenindustrie, leidde in de laatste decennia tot een eveneens sterke concentratie aan de kant van de golfkartonindustrie. Grote afnemers opereren op Europese schaal en verlangen van hun leveranciers ook een pan-Europese benadering. Dit leidde tot een ware consolidatiegolf. Er zijn daardoor in Nederland maar enkele internationale golfkartonproducenten overgebleven, die elk wel meerdere productielocaties hebben. Golfkarton handhaaft haar marktpositie uitstekend door haar hoge mate van duurzaamheid. Meer dan 80% van het gebruikte golfkarton wordt ingezameld en gerecycled en het ingezamelde materiaal is dan weer voor 100% herbruikbaar. De eisen voor wat betreft bedrukking zijn in de laatste tientallen jaren sterk opgeschroefd omdat ook bedrukkingen van transportverpakkingen een belangrijke rol spelen bij de merkbekendheid van merkartikelen. Verreweg de belangrijkste techniek om golfkarton te bedrukken is de flexodruktechniek. De marges van de golfkartonindustrie hangen sterk samen met het verloop van de papierprijzen aangezien papier circa 60% van de kosten van de golfkartonindustrie uitmaakt.


1980, Adri den Hartog bezig met Letraset afwrijfletters

24


Rudico voorziet in een marktbehoefte en groeit fors ‘De afbeeldingen werden steeds mooier en soms moest er in zes kleuren bedrukt worden.’

In het allereerste begin van Rudico graveerde men met de hand de stempels uit rubberplaat en niette men de op die manier gemaakte stempelmatten vast op de houten cilinders. De komst van een klein persje, in 1964, om rubberen stempels te kunnen vulkaniseren en het toepassen van het zogenaamde ‘rapid-die’ systeem, vanaf 1965, vergrootte de capaciteit al heel behoorlijk, al bleef er veel handwerk over. De eerste werknemers van Rudico zoals Blij en Draaijer waren vooral afkomstig geweest van het bedrijf Scheulderman in Apeldoorn dat stempels maakte voor particulier gebruik en een winkel had in Apeldoorn. Toen Scheulderman na een paar jaar zag, aan de hand van het voorbeeld van Rudico, dat er in de markt van stempels voor bedrijven meer muziek zat, heeft Scheulderman zich ook daarop toegelegd en werd het een serieuze concurrent van Rudico, zelfs tot op de dag van vandaag (het bedrijf heet nu Miller Graphics). Rutger van Straten herinnert zich nog veel uit de beginperiode van Rudico. Rutger van Straten: ‘Ik ben niet helemaal vanaf het allereerste begin bij Rudico in dienst geweest, maar kwam er vanaf het begin met Jan Bleeker wel regelmatig. Al na een paar jaar ben ik bij Rudico in dienst getreden. Ik heb die eerste beginperiode altijd heel leuk gevonden. Hennekes was de eerste werknemer en hij ging direct andere mensen opleiden als graveur. Dat werden heel goede vaklui. We werkten hard met beperkte middelen en hadden behoorlijk succes. Blij was als bedrijfsleider heel serieus en hij heeft veel betekend voor het bedrijf. Maar het was wèl een aparte man. Later had hij er moeite mee dat zijn opvolger 25

hem al snel voorbijstreefde in kennis en leidinggeven aan het bedrijf. Als ik aan de heer Blij denk herinner ik me nog een merkwaardig incident. Een andere werknemer van ons in die tijd, een zekere Fluit, maakte vaak thee, koffie of chocola voor ons allemaal. Een keer maakte hij zo voor Blij chocola en toen Blij die wilde doorroeren kreeg hij net telefoon en gedachteloos pakte hij het lepeltje vast. Hij bleek echter de staart van een muis te pakken te hebben… We hadden in die tijd veel last van muizen die ook de pakken chocoladepoeder aanvraten. Als Blij na zijn pensionering op het bedrijf kwam had hij vaak wat nodig, zoals papier of lijm of dat soort kleine dingen. Hij kreeg daar een bepaalde negatieve reputatie door, die van een ritselaar. Het is één van de redenen geweest dat ik hoogstens één keer per jaar bij Rudico bleef komen, nadat ik weg ben gegaan. Bovendien vind ik dat je je opvolger niet voor de voeten moet lopen’. Hoewel Rudico tot 1970 alleen werkte voor de klant De Zeeuw in Eerbeek, moesten er na enkele jaren al snel mensen bijkomen om de orders op tijd af te kunnen leveren. De productiviteit lag met al dat handwerk natuurlijk ook niet bepaald hoog. Enkele van de werknemers die er toen bijkwamen en die tientallen jaren in dienst bleven waren Jaap Dijkslag en Kees van den Bos. Jaap Dijkslag werd eerst monteur en Kees van den Bos eerst graveur. Beiden zijn zij begonnen in 1967 en ze hebben belangrijke veranderingen bij Rudico sindsdien meegemaakt.


Jaap Dijkslag: ‘Ik begon in juni 1967 bij Rudico en had helemaal geen grafische opleiding. Al gauw kreeg ik een velletje papier met een afbeelding erop en dat was de order. Er was ruwweg op gekalkt hoe het moest worden. Ik kon mezelf er snel mee redden en na twee weken liep ik al met de sleutel van de voordeur in de zak om over te werken. Na een jaar of wat gingen we er voorzichtig ook stempels bij maken die moesten dienen om meerdere kleuren te kunnen drukken. Ik weet het nog goed, de allereerste kleurenorder was voor Frico, een vierkantje in drie kleuren met een kruiwagentje in het midden. Heel belangrijk was het om de drie matten voor de drie kleuren zó te maken dat de drukker bij De Zeeuw kon zien of de matten precies op de goede plaats zaten om een mooi geheel te drukken. Samen met Chris Draaijer lukte me het heel goed. Je zag wel dat er steeds meer bedrukking op de dozen moest, niet alleen aan de lange of de korte kant maar aan alle kanten en ook nog boven en onder. De afbeeldingen werden steeds mooier en soms moest er in zes kleuren bedrukt worden. Dan moesten de golfkartonnen dozen twee keer door de productielijn bij de golfkartonfabriek. Je was vaak genoeg meer dan één dag met één order bezig. Toen we een Optie-check2 kregen konden we ook afdrukken maken die we de klant eerst konden laten zien. Ik denk dat ik wel meer dan tien jaar de proefdrukken heb gemaakt.’ Rutger van Straten nam in 1967 Kees van den Bos aan als graveur. Kees van den Bos heeft, met een korte onderbreking, tot december 2010 voor Rudico gewerkt en is daar geëindigd als commercieel adjunct-directeur. Kees van den Bos: ‘Ik kwam binnen als de tiende werknemer van Rudico. Ik heb echt de ontwikkeling van wat toen nog aniline-druk heette naar de uitontwikkelde vormen van flexodruk tot en met de high-tech flexodruk van nu heel bewust meegemaakt. Ik heb als lettergraveur van 1963 tot 1967 bij De Hoop in Eerbeek gewerkt, nadat ik eerst in Engeland les in graveren had gehad van mister Cracknell, een relatie van De Hoop. Het merendeel van de golfkartonproducenten had een eigen afdeling waar stempels voor eigen gebruik werden gemaakt. Bij Rudico ca. 1980, eerste wasmachine van Anderson & Vreeland voor polymeerplaten 26


ging ik in 1967 verder als rubbergraveur. Na 1970 kregen we er ook diverse klanten uit de golfkartonindustrie bij zoals Van Meurs, Lona en De Hoop. In 1974 kregen we er een grote vulkaniseerpers bij. Later gingen we ook graveerwalsen maken voor de behangselindustrie, maar ook voor Burgers Verpakkingen in Apeldoorn, Vaassen Aluminium in Vaassen en nog anderen. In heel wat Nederlandse huiskamers kwam je behang tegen dat gedrukt was met cliché’s die bij ons vandaan kwamen. Vanaf 1971 kwam ik al wat in de organisatie van het bedrijf terecht en ben ik tot 1975 zo’n beetje manusje van alles geweest tot Jaap der Nederlanden kwam’.

‘Heel belangrijk was het om de drie matten voor de drie kleuren zó te maken dat de drukker bij De Zeeuw kon zien of de matten precies op de goede plaats zaten om een mooi geheel te drukken.’

27


1978, Dick Nieuwenhuis bezig met de nieuwe APR installatie als alternatief voor de zink- en magnesiumclichĂŠs 28


Rudico krijgt meer eigenaren in 1974 ‘Zij konden, mede door onze prima polymeerdrukplaten, tegemoet komen aan de steeds hogere eisen van kritische klanten als bijvoorbeeld Riedel, Heineken en anderen.’ De organisatie wordt professioneler In het midden van de jaren zeventig was Rudico, ook al door de groeiende stroom van orders en de toename van het personeel, toe aan een verdere professionalisering van de organisatie. Het kwam goed uit dat op dat moment Jaap der Nederlanden, die bedrijfsleider bij golfkartonfabriek De Hoop was, beschikbaar kwam. Rutger van Straten: ‘Jaap der Nederlanden had bij De Hoop veel met het bedrukken van golfkarton te maken gehad en hij had bij De Hoop ook een kleine snij-afdeling onder zijn hoede waar ze hun eigen graveurs voor hun behoefte aan stempels hadden. Jaap kwam ook regelmatig bij Rudico om orders uit te besteden. Hij werd bij ons directeur en ik bleef financieel directeur. Later werd hij algemeen directeur. Er werd een soort deal gemaakt waarbij Jan Bleeker werd uitgekocht en golfkartonfabriek De Hoop en golfkartonfabriek Lona nu naast De Zeeuw elk voor een derde deel aandeelhouder van Rudico werden. Zo was Rudico eigendom geworden van de drie grootste golfkartonfabrieken in Nederland. Zij waren ook de grootste klanten van Rudico, al was het voor mijn gevoel wel vreemd dat De Hoop zijn eigen stempelgraveerafdeling nog heel wat jaren bleef aanhouden. Ze probeerden ons zelfs goede graveurs af te troggelen. Jan Bleeker heeft leuk verdiend aan zijn toenmalige aandeel van 5.000 gulden. Hij heeft er misschien wel 100.000 gulden voor terug gekregen en dat was veel geld in die tijd. Aan de andere kant was dat ook een faire beloning voor zijn idee. Hij kwam daarna nooit meer bij Rudico al hield hij wel contact met Arie de Zeeuw zolang die leefde’. 29

Het is Arie de Zeeuw geweest die op deze andere opzet voor Rudico aanstuurde. Het leek hem uit strategische overwegingen en overwegingen van de continuïteit van Rudico geen goed idee dat De Zeeuw Golfkarton voor 100% eigenaar zou blijven van Rudico. Hij benaderde de eigenaren van De Hoop en Lona met het verzoek in Rudico te participeren en zij stemden daarmee in. Zo werd Rudico N.V. in juni 1974 de B.V. Rudico, waarin de golfkartonfabrieken De Zeeuw en De Hoop in Eerbeek en Lona in Loenen gelijkelijk een aandeel hadden. Elk van de aandeelhouders zou één commissaris leveren. Het toetreden van Lona en De Hoop als mede-eigenaar heeft Rudico geen windeieren gelegd. Het betekende dat ook deze bedrijven zich moreel verplicht voelden steeds meer van hun behoefte aan stempels bij Rudico onder te brengen, al was er niet direct spraken van ‘gedwongen winkelnering’. Het was echter voornamelijk het vakmanschap, de goede machineuitrusting en de goede service qua levertijd die Rudico nu vele extra orders bezorgden. Over 1974 maakte de B.V. Rudico een omzet van 960.000 gulden met 24 medewerkers. Toen Jaap der Nederlanden binnenkwam pakte hij de zaken voortvarend aan. Jaap Dijkslag: ‘Toen Der Nederlanden binnenkwam ging hij meteen verbouwen. Eerst ging hij bijbouwen op het middenterrein en na een paar jaar ging er een verdieping bovenop. Omdat we weer uit ons jasje groeiden kregen we er een paar jaar later nog een vestiging bij aan de Gladsaxe in Apeldoorn. Toen het toch allemaal weer te klein werd


zijn we naar Eerbeek gegaan. Zoals een financieel directeur behoort te doen trapte Van Straten regelmatig op de rem bij die uitbreidingen.’ Kees van den Bos herinnert zich ook nog goed wat het betekende dat de eigendomsverhoudingen zich toen wijzigden en dat Jaap der Nederlanden erbij kwam. Kees van den Bos: ‘Toen Jaap der Nederlanden kwam ging hij zelf de verkoop doen. Hij pionierde veel in de verkoop en hij heeft dan ook nieuwe markten binnengehaald, zoals de behangselindustrie. Hij begon ook al gauw gesprekken over onze plannen met mij en Chris Draaijer. Chris was ook zo’n oudgediende die het vak goed beheerste. Jaap vroeg ons wat wij vonden dat er binnen Rudico moest gebeuren en wat wij dan zelf zouden willen doen. Want dat kon Jaap altijd wel, in de toekomst kijken. Chris koos toen voor de technische kant als bedrijfsleider. Nadat ik erover had nagedacht heb ik duidelijk gemaakt dat ik verwachtte dat het voor ons niet genoeg was de orders zo ongeveer van onze aandeelhouders te krijgen maar dat we ook op eigen benen zouden moeten kunnen staan. En dan komen de orders echt niet zo maar over de toonbank binnen rollen, maar dan zul je echt de boer op moeten gaan. Jaap zag toen ook al de veel grotere technische mogelijkheden voor flexodruk dan die er op dat moment gebruikt werden. Om dat te helpen realiseren spraken we af dat ik voor een jaar of vijf binnen de zaak op poten zou helpen zetten. Ik kreeg de opdracht een reproductie-afdeling op te zetten. In die tijd maakten wij namelijk onze stempels nog voor 90% door eerst met een folie de letters of motieven over te trekken, dan dat beeld op rubber over te zetten en dan graveerden we dat. Jaap was er van overtuigd dat we fotografie nodig hadden waarmee we beelden zouden kunnen vergroten of verkleinen of op allerlei andere manieren zouden kunnen bewerken. Ik ben binnen Rudico met wat andere jongens een DOKA3 gaan bouwen bestaande uit onderdelen van DOKA’s van failliete bedrijven die ik met een aanhangwagen, soms samen met Rutger van Straten, ging ophalen. Er was geen geld om zo’n DOKA helemaal nieuw aan te schaffen. Later hebben we wel nieuwe camera’s erbij gekocht. Met die DOKA konden we ook een probleem 1978, Paul Schietekatte met AGFA camera type 2024 30


dat we steeds tegenkwamen oplossen. In de cliché’s die we maakten moesten we rekening kunnen houden met de vertekening die optreedt als je het platte vlak van de gemaakte cliché’s spant om de cilinders op de drukpers. Jaap had zelf in onze DOKA een apparaatje ontwikkeld waarmee we perfect rekening konden houden met die vertekening. Deze zogenaamde ‘krimpkast’ was uniek in zijn soort en heeft ons heel veel geholpen. Ik geloof niet dat we er octrooi op hebben aangevraagd maar bij mijn weten waren we de enige die zoiets hadden. In die tijd ben ik een paar jaar elke zaterdag bij het Instituut Grafische Techniek cursus gaan volgen om ons verder voor te bereiden op alles wat er in ons grafische vak te gebeuren stond. En dat was niet weinig…’

Fotopolymeerplaten doen hun intrede, maar het oude ambacht blijft nog Inmiddels werd er in de Verenigde Staten en Europa intensief research gepleegd naar nieuwe werkmethoden en materialen voor de grafische industrie. Die industrie werd ook steeds belangrijker. In de flexografie bleek het met de hand graveren van stempels en het werken met vulkaniseerpersen grote beperkingen in kwaliteit, productiviteit en zeker ook bedrukkingsmogelijkheden op te blijven leveren. De zich snel ontwikkelende kunststoftechnologie bood ook op dit terrein onvermoede mogelijkheden. Het was een grote doorbraak toen de firma Uniroyal, die grote belangen had in de rubberindustrie, in het begin van de jaren zeventig kwam met de eerste zogenaamde ‘fotopolymeer’ drukplaat. In 1973 kwam de firma DuPont met haar Cyrel® fotopolymeerdrukplaat op de markt en later introduceerde ook BASF een eigen versie. Rudico en met name Jaap der Nederlanden volgde al deze ontwikkelingen op de voet en was niet zelden mede-initiator van stappen voorwaarts in deze technologie in de Europese markt. Hans van den Horst, toen vertegenwoordiger van de firma Anderson & Vreeland B.V., herinnert zich de opkomst van de fotopolymeerplaat heel goed.

31


1980, Kees Lindeman werkt met de vulkaniseerpers

32


Hans van den Horst: ‘Ik was de eerste die een fotopolymeerplaat naar Holland bracht. Ik had het nieuwe procédé bij Anderson & Vreeland in de Verenigde Staten gezien. Die fotopolymeerplaten werden door Uniroyal onder de naam Flex-Light op de markt gebracht. Zoiets was in Nederland nog helemaal niet bekend en ik heb een stuk plaat meegenomen en onder andere aan Rudico laten zien. Jaap der Nederlanden was meteen enthousiast en schafte als allereerste in heel Europa een fotopolymeerinstallatie bij mij aan en ik ging Flex-Light platen leveren. Maar die stomme Amerikanen gingen ons in Europa hun B-kwaliteit leveren en daar hebben we onze naam toen mee verpest. Ik ben toen met BASF en DuPont samen gaan werken om toch die platen te kunnen blijven leveren.’ Dupont investeerde fors in de ontwikkeling van fotopolymeerplaten in haar Europese vestiging in NeuIsenburg, vlak bij Frankfurt. De heer Wilfried Schumacher, nu fabrieksdirecteur van DuPont in Neu-Isenburg, was vanaf het begin sterk betrokken bij deze ontwikkeling. Wilfried Schumacher: ‘Mijn eerste zakelijke contact met Jaap der Nederlanden was in 1980 toen ik Holland als mijn werkterrein erbij kreeg. Ik weet nog goed dat ze toen nog aan de Kayersdijk in Apeldoorn zaten. Rudico had al wel wat kleine machines van DuPont in huis en had in 1982 geïnvesteerd in een installatie van Asahi om uit vloeibare polymeer zelf platen te gieten. Al snel kwam Jaap tot de conclusie dat het werken met kant-en-klare door ons geleverde platen verreweg de voorkeur verdiende boven het zelf gieten van platen uit vloeibare polymeer. In onze fabriek konden wij met onze industriële productiemethode natuurlijk veel preciezer, maatvaster en ook efficiënter zijn dan wanneer men z’n eigen platen in elkaar knutselde. In heel Europa kwamen toen polymeerplaten sterk opzetten maar de echte doorbraak was er pas in 1985. In dat jaar kwamen de eerste geautomatiseerde installaties om polymeerplaten te maken op de markt. Vanaf 1973 waren er al de eerste polymeerplaten op kleine schaal voor het bedrukken van etiketten en flexibele plastic verpakkingen gekomen, maar de dikkere fotopolymeerplaten voor golfkarton kwamen pas in 1982. Jaap der Nederlanden 33

was de eerste in Holland die in deze technologie stapte en ook binnen Europa was hij een pionier op dit gebied. In Duitsland waren er enkele andere bedrijven die snel daarna de nieuwe technologie accepteerden zoals de firma’s Stichnote, Kind Junior en Grief die ook allemaal voor de golfkartonindustrie werkten. Mijn contacten met Jaap der Nederlanden werden al snel vriendschappelijk en hij trad regelmatig op als spreker op seminars die wij als DuPont organiseerden. Hij was een echte expert geworden in de mogelijkheden van fotopolymeerplaten. In de jaren 1983 en 1984 zijn we veel samen op pad geweest om deze technologie toe te lichten en te promoten. Het grote probleem bij de overgang van rubberen drukplaten naar fotopolymeerplaten was, dat er misschien wel 500 verschillende soorten rubberen drukplaten waren ontstaan, een werkelijk compleet onoverzichtelijke hoeveelheid. En dat moest allemaal teruggebracht worden tot een heel beperkt aantal specificaties aan fotopolymeerplaten. Maar op zich had die grote standaardisatie ook veel voordelen en de kwaliteitsvoordelen van polymeerplaten waren doorslaggevend. Wij zijn steeds een grote leverancier van Rudico gebleven, ook nu nog. Ik heb tot de pensionering van Jaap der Nederlanden een prima persoonlijke verhouding gehad en zijn zoon Leopold heeft een half jaar stage bij ons in Neu-Isenburg gelopen. Zonder overdrijving durf ik te zeggen dat Rudico beslist een voorbeeldfunctie had in de flexografie en het vak met gedurfd ondernemen een heel stuk verder heeft gebracht.’ In de loop van de jaren zeventig begon het inzicht te rijpen, óók bij Rudico, dat de bij flexografie gebruikte technieken efficiënter moesten worden. De behoefte aan steeds meer en steeds mooier bedrukte golfkartonnen dozen werd snel groter en de werkmethoden hielden daarmee geen gelijke tred. Voorlopig had Rudico echter geen andere keus dan door het aannemen van meer graveurs de capaciteit op te voeren. Cees de Jonge is daar een levend voorbeeld van. Begonnen als graveur is hij nu al weer geruime tijd als DTP’er werkzaam en in die functie houdt hij zich bezig met het bewerken en opmaken van documenten die voor het drukken gereed gemaakt moeten worden.


Cees de Jonge: ‘Heel toevallig, of misschien ook weer niet, woonde ik als kleine jongen vlak bij het eerste pand van Rudico, in de Billitonlaan. Wij zagen in de tuin van de villa waarin ze zaten wel eens geheimzinnige mannen met witte jassen lopen. Wij dachten dat het doktoren waren want ze hadden op hun hoofd een soort loep. Later kwam ik erachter dat ze die loep waarschijnlijk nodig hadden om scherper bij hun werk te kunnen zien. Toen ik in 1975 van de MAVO kwam zag ik een advertentie voor een ‘stempelgraveur’ bij Rudico en dat sprak me erg aan. Ik werd aangenomen en door enkele oude rotten in het vak ingewijd. Ik leerde hoe je via het overtrekken van een afbeelding op een bestaande kartonnen doos, met behulp van krasfolie, die afbeelding over kon brengen op een rubberen plaat. Hierna kan je die afbeelding in de rubberen plaat graveren. Om dat strak te kunnen had je veel oefening nodig en samen met een paar andere nieuwe collega’s werd het vak mij bijgebracht door die paar oude rotten. Dat gebeurde eigenlijk nog net zo als bij het ontstaan van Rudico in 1962. Overigens waren sommige van mijn collega’s toen bij Rudico wel ongelofelijk knap geworden in het graveren van minuscule motieven met heel kleine lettertjes, een kunst op zich zelf. Maar zoiets mocht toen nog veel tijd kosten. Een paar jaar nadat ik gekomen was kregen we de mogelijkheid een afbeelding fotografisch over te zetten. Het rubber werd ingesmeerd met lichtgevoelig materiaal, dan ging daar een positief of negatief filmpje overheen en vervolgens werd dat belicht met UV licht. We hadden inmiddels een DOKA gekregen. Die twee technieken werden overigens lange tijd naast elkaar gebruikt. Nadat ik in 1975 ben gekomen heb ik nog heel wat jaren meegemaakt dat we met een aantal mensen aan het graveren waren en daarnaast met een aantal mensen aan het vulkaniseren waren. En met name bij het graveren pasten we dus verschillende technieken toe. In een ruimte die we ‘de studio’ noemden zaten wat mensen werktekeningen te maken. We kregen die maar zelden van een klant, maar we moesten die vrijwel altijd zelf maken op aanwijzingen van de klant. Klanten kwamen vaak met een bestaande doos aan en die moesten wij dan namaken. Het kwam niet zo vaak voor dat er iets heel nieuws bedacht werd. In de jaren 1978/1979 werd het maken van werktekeningen belangrijker en hebben we

ca. 1976, eerste advertentie in vakbladen

34


de DOKA steeds verder uitgebreid. In het begin stond er één cameraatje met één ontwikkelbakje. Nog wat later gebruikten we vaak ‘copyproof’, een soort kant-enklaar fotografie à la Polaroid, heel makkelijk om mee te werken. We hebben toen ook wel stempels gemaakt voor het bedrukken van plastic tasjes, voor kunstdarmen van Kréhalon in Deventer en zelfs wat proeven gedaan voor de blikindustrie maar dat werd niks. Ik heb verder meegedaan aan vele experimenten die er in die tijd gedaan moesten worden. Zo moesten we proberen uit te vinden welke soort fotopolymeerplaten voor ons het meest geschikt was, of wij het meeste baat hadden bij het kopen van kant-en-klare polymeerplaten of dat we toch het beste af waren met het zelf maken van onze platen uit vloeibare polymeer met een eigen fotopolymeerinstallatie etc. Er gebeurde technisch zo veel op ons vakgebied dat we eindeloos moesten stoeien voor we de goede keus konden maken’. De man die bij Rudico een beslissende rol speelde bij de keuze voor de fotopolymeertechnologie was Jaap der Nederlanden. Hij kreeg daarmee al kort na zijn aantreden in 1974 mee te maken. Hem staat nog heel goed voor de geest hoe hij tot die keuze kwam. Jaap der Nederlanden: ‘Ik ben ongeveer geboren in het golfkarton. Direct na mijn studie werktuigbouwkunde ben ik bij De Hoop in Eerbeek gaan werken en ik werd daar na enige tijd bedrijfsleider. Ik had bij De Hoop al veel te maken met het direct op golfkarton bedrukken en die ervaring kon ik goed gebruiken toen ik bij Rudico kwam. Met steeds betere stempels hebben wij er bij Rudico sterk aan bijgedragen dat je bij flexografie ook rasters kon gaan toepassen. Nadat ik enkele jaren bij Rudico zat informeerde Hans van der Horst, vertegenwoordiger van onze toeleverancier voor rubber, ons over een nieuwe ontwikkeling. De Amerikaanse firma Anderson & Vreeland, waarvan zij ook de vertegenwoordiging hadden, had een soort etsmachine ontwikkeld waarmee je kon etsen in fotopolymeerplaten. Gezien de grote voordelen heb ik direct besloten met die ontwikkeling mee te doen en als eerste in Europa een fotopolymeerinstallatie te kopen. Met 35


1976 t/m 1984, diverse bedrukkingsvoorbeelden

36


de eerste Amerikaanse leverancier van fotopolymeerplaten liep het opstarten van het fotopolymeerproces bij ons de eerste jaren moeizaam. Pas toen DuPont in het begin van de jaren tachtig met zijn Cyrel® ontwikkeling kwam verliep de overgang naar deze nieuwe manier van werken in flexografie veel beter. Onze keuze voor de fotopolymeertechnologie bleek al snel cruciaal. Onze concurrent Scheulderman hield zich er helemaal niet mee bezig, zij bleven zich toeleggen op het graveren met de laser van rubberen platen en walsen. Ik heb daar heel bewust niet voor gekozen omdat ik de potentie zag van de fotopolymeerdrukplaten. Dat leverde behoorlijk wat discussie op met onze financiële directeur Rutger van Straten, die onze route risicovoller vond. Mijn argument was dat de risico’s heel beperkt waren want de werkmethodes met polymeerplaten zijn eigenlijk simpel en de investering in de goede apparatuur was laag, namelijk zo’n 50.000 gulden. En het allerbelangrijkste argument bleek al gauw de veel grotere bedrukkingsmogelijkheden te zijn. Met fotopolymeerplaten kon je uiteindelijk veel fijnere rasters toepassen waardoor flexodruk een enorme sprong kon maken in de weergave van steeds mooiere afbeeldingen met meer en meer kleuren. Onze afnemers gingen dat namens hun klanten, de merkartikelenfabrikanten, eisen. De klant Riedel van De Zeeuw pakte de mogelijkheden van deze kwaliteitsverbetering als eerste op. Uiteindelijk werden we met onze aanpak samen met de firma De Zeeuw de voortrekkers in de golfkartonindustrie in heel Europa en eigenlijk ook in de Verenigde Staten als het op de kwaliteit van het direct drukken op golfkarton aankwam. En ere wie ere toekomt, de firma De Zeeuw was daarbij de grote entrepreneur. Zij konden, mede door onze prima polymeerdrukplaten, tegemoet komen aan de steeds hogere eisen van kritische klanten als b.v. Riedel, Heineken en anderen’. Iemand die als klant meeprofiteerde van de overgang naar fotopolymeerdrukplaten was Peter van Roon, die toen bij de toenmalige producent van massief kartonnen dozen Sparreboom in Oude Pekela zat.

37

Peter van Roon: ‘Ik ben in 1978 als hoofd van de afdeling Productontwikkeling bij Sparreboom terecht gekomen. Wij hadden daar een eigen kleine vulkaniseerafdeling om stempels voor onze eigen behoefte te maken maar we werkten al veel met Rudico en ook Scheulderman. Al in 1978/1979 had ik veel contact met Kees van den Bos en Jaap der Nederlanden. Begin jaren tachtig keken we met veel belangstelling naar de experimenten met de fotopolymeerdrukplaten. Tot dan toe was het credo van de kartonverpakkingsindustrie vooral geweest: ‘ Eén kleurtje en dan rammen met grote hoeveelheden’. Inmiddels hadden onze klanten en een aantal mensen in de kartonverpakkingsindustrie via rapporten uit binnen- en buitenland gezien hoe lang kartonnen transportverpakkingen door de hele distributieketen heen voor velen zichtbaar zijn en wat het belang daarvan is. Dat was genoeg reden voor zowel de afvullende industrie als ook voor de kartonindustrie op zoek te gaan naar middelen om die extra publicitaire mogelijkheden van de dozen te gaan uitbuiten. Ik volgde daarom de ontwikkeling van de rubberen stempels naar de fotopolymere drukplaten van heel nabij. Grote klanten van ons, met name de bloemenveilingen Aalsmeer en Naaldwijk, wilden voor hun producten attractievere plaatjes en zo is de eerste doos die in Nederland gedrukt is met een fotopolymeercliché van Rudico een kartonnen doos van ons voor gerbera’s geweest. We drukten met deze fotopolymeerplaten op een oude omgebouwde boekdrukmachine. Het drukbeeld was meteen veel beter, in plaats van met een raster van 16 à 18 lijnen per centimeter draaiden we nu met een raster van 32 tot 48 lijnen per centimeter. Het kwaliteitsimago werd er een stuk beter van. Toen de eerste resultaten zo veelbelovend waren hebben we nauw met vooral Rudico samengewerkt om flexo naar een nog hoger niveau te tillen. Daarbij was offsetdruk ons voorbeeld, ook wat betreft de ver doorgevoerde standaardisatie. Met de komst van de EFTA8 probeerden we een technisch platform te maken om flexografie samen naar een hoger niveau te tillen. Dat is zeker gelukt’.


Waarom zit er zo veel papier- en kartonindustrie in Eerbeek en Loenen? Bepaald door geologische gebeurtenissen uit één van de laatste ijstijden zit er een enorme grondwatervoorraad onder de Veluwe. Op bepaalde plekken op de Veluwe komt dat grondwater dicht bij de oppervlakte. Onze voorvaderen uit de elfde eeuw kregen dat in de gaten en begonnen sprengen te graven, beken die gegraven werden om continu water te leveren. Dat water moest er vooral voor dienen om watermolens aan te drijven. Al in de elfde eeuw groef men de eerste sprengen om olie- of graanmolens aan te drijven. In de zestiende en zeventiende eeuw begon de papierindustrie op de Veluwe snel belangrijker te worden en werden er vele nieuwe sprengen gegraven om aan voldoende water te komen voor de levering van waterkracht maar ook om schoon water te hebben voor de belangrijke papierproductie die ontstond. Rond 1740 waren er maar liefst 168 papiermolens op de Veluwe! De meeste daarvan waren gegroepeerd aan de oostkant, met name rondom Hattem/Wapenveld en Eerbeek/Loenen. Ook aan de zuidrand van de Veluwe, bij Renkum en Wageningen, was er een concentratie van papiermolens. De dorpen Eerbeek en Loenen werden echte ‘papierdorpen’. Het papier dat in Eerbeek en Loenen in de zeventiende eeuw geproduceerd werd was vooral bestemd voor de kloosters in Arnhem die behoefte aan papier hadden voor hun leerlingen. Aan het begin van de twintigste eeuw kwamen er andere energiebronnen op en werden de papiermolens vaak omgebouwd naar wasserijen waarvoor het schone water ook heel aantrekkelijk was. Maar de dorpen Eerbeek en Loenen bleven echte ‘papierdorpen’. Veel papier-producerende ondernemingen zijn er niet meer overgebleven. Tegenwoordig dient als grondstof

voor de productie van nieuw papier vooral oud-papier dat hergebruikt wordt, aangevuld met zogenaamd ‘kraftliner’ papier4, gemaakt uit houtvezels. Dat kraftliner papier komt nu grotendeels rechtstreeks uit Scandinavië. Wel zijn er nog steeds vele ondernemingen werkzaam die papier verwerken tot allerlei producten of verwant zijn aan de papierindustrie. Sommigen maken producten voor grafisch gebruik, diverse bedrijven maken papieren of kartonnen verpakkingen en anderen leveren machines voor de papierindustrie etc. In totaal werken er in de beide dorpen zo rond de 2500 mensen in de papierindustrie. De lange geschiedenis van de papierindustrie blijkt wel uit het feit dat in 2011 de producent van papier en karton Coldenhove Papier haar 350-ste verjaardag vierde, de producent van kartonnen vouwdozen Mayr-Melnhof Eerbeek eveneens haar 350-ste verjaardag vierde en de producent van golfkartonnen verpakkingen SCA De Hoop haar 375-ste verjaardag.

38


Wat betreft de arbeidsverhoudingen in die tijd bij Rudico doet Cees de Jonge spontaan een boekje open. Cees de Jonge: ‘Ik had eerst wel moeite om te wennen bij Rudico, met name aan meneer Blij. Dat was nog echt iemand van de oude stempel, die de arbeidsverhoudingen in de jaren veertig misschien nog wel gewend was. Hij was vergroeid met zijn autoriteit en we konden soms z’n bloed wel drinken, zo kon hij je kleineren. Maar ik realiseer me nu dat het paste bij die tijd. Overigens was Van Straten veel meer met z’n tijd meegegaan. Van Straten was ook wel iemand van de wat oudere stempel, maar volkomen anders dan Blij. Het was een bijzondere man, prachtig, hij stond z’n garage te schilderen met z’n beste pak aan. Mevrouw Van Straten werkte hier ook. Dat was een ontzettend lieve vrouw. Der Nederlanden was weer heel anders. Hij was met name erg gedreven, creatief, wilde mensen graag een kans geven. Wat hebben we veel meegemaakt in dit bedrijf. Ik vind het hier na al die jaren nog steeds heerlijk’. Begin jaren tachtig groeide Rudico helemaal uit haar jasje doordat er steeds meer nieuwe mensen en apparatuur bij moesten komen. In 1982 heeft Rudico 45 medewerkers in dienst. Om tijdelijk in dat ruimtegebrek te voorzien huurde Rudico er een pand bij in Apeldoorn, een paar kilometer verderop, op het adres Gladsaxe. De complete montageafdeling werd daarheen verplaatst. Ideaal was dat, ook uit efficiencyoverwegingen, zeker niet. Ondertussen bleef de afzetmarkt voor golfkartonnen dozen voortdurend aan veranderingen onderhevig. In het begin van de jaren tachtig investeerde de golfkartonindustrie in vierkleurenpersen. Het full colour drukwerk deed zijn intrede in de golfkartonindustrie. Ook begon toen een andere ontwikkeling haar schaduwen vooruit te werpen, namelijk de mogelijke komst van een drukpers om pre-printed liner op te kunnen drukken. Zo’n drukpers zou veel ruimte vergen, zo veel was wel duidelijk. Om al deze redenen keek de leiding nadrukkelijk uit naar een pand waar Rudico als totaal in kon en waar ook nog verdere groei mogelijk was. Als een soort geschenk uit de hemel werd in 1984 ineens bekend dat het bekende bouwbedrijf Reusken, dat net een prachtig nieuw 39

pand in Eerbeek had gebouwd, failliet ging. De grond en het splinternieuwe chique gebouw daarop kwamen te koop en zouden geveild worden. Ook al omdat verschillende Rudicomensen, inclusief hijzelf, in Eerbeek woonden kreeg Jaap der Nederlanden snel lucht van de aanstaande veiling en bliksemsnel kon hij, gesteund door de toenmalige Raad van Commissarissen, nog vóór de veiling het pand met een fors stuk grond eromheen kopen. Adri den Hartog, DTP’er, vertelt over wat persoonlijke ervaringen met het nieuwe pand. Adri den Hartog: ‘Ik ben in 1979 aangenomen in Apeldoorn als werktekenaar, ik heb nooit gegraveerd. Rudico was toen nog tamelijk klein. Er werkten zo’n goeie twintig man, er stonden drie vulkaniseerpersen en we hadden een simpele DOKA. Toen het pand van Reusken ineens te koop kwam, ben ik met Jaap der Nederlanden meegegaan om samen het pand te bekijken. Ik woonde toen in Eerbeek en kende de situatie. Het pand was toen eigenlijk veel te groot voor ons, vond ik. Achteraf gezien was het een heel goede zet, maar toen vond ik het maar een gok’. In een terugblik in 1993 wijdde ex-commissaris Lex de Zeeuw ook nog wat woorden aan de koop van het nieuwe pand. Lex de Zeeuw: ‘Snelle, maar wel taaie onderhandelingen met banken, makelaars en notarissen kan ik me nog goed herinneren. Samen met de heer Der Nederlanden hebben we bijna ‘overnacht’ de gebouwen en terreinen gekocht. Het leek of het voor Rudico gebouwd was, zo goed paste het bedrijf erin.’ Deze koop is later steeds een goede beslissing gebleken, niet alleen door de prima faciliteiten die het bood ook voor verdere uitbreiding, maar ook omdat Rudico nu nóg dichter bij zijn klanten zat én doordat Rudico soms in erg magere jaren een stuk grond voor een mooie prijs aan een buurman kon verkopen…. Enige afgunst wekte het mooie en moderne pand, zeker in het begin, wel bij sommige van de klanten die er vaak heel wat sjofeler bij zaten.


1984, het nieuwe pand in Eerbeek

40


Weg uit Apeldoorn naar Eerbeek ‘Na een hevige regenbui stond beneden alles blank en kwamen de drollen ons letterlijk tegemoet drijven, heel smerig.’ Eerbeek en het nieuwe pand, ruimte voor verdere ontwikkeling In oktober 1984 vestigde Rudico zich op het nieuwe adres Coldenhovenseweg 85 in Eerbeek, vrijwel letterlijk midden tussen haar grote klanten en een aantal toeleveranciers. Eerbeek (op afstand gevolgd door Loenen, waarmee het in een soort symbiose leeft) is namelijk het echte epicentrum van de Nederlandse papier- en kartonindustrie. Eerbeek is met ruim 10.000 inwoners de grootste kern van de gemeente Brummen. Vanouds her al bekend als centrum voor de papierindustrie is daarnaast in Eerbeek het toerisme van groot economisch belang. Vanwege de bosrijke omgeving en de ligging tegen de Veluwezoom aan trekt het dorp veel toeristen. De vestiging van Rudico in het nieuwe pand verliep vlotjes, zonder dat er veel verbouwing nodig was. Het pand was eigenlijk veel te groot voor de 45 mensen die toen bij Rudico werkten. Maar een deel van het pand kon goed verhuurd worden, wat financieel erg welkom was.. Wat later bleken er toch wat bouwkundige gebreken aan het pand te zitten. Cees de Jonge, DTP’er, herinnert zich dat nog goed. Cees de Jonge: ‘In het begin hebben we beneden in het souterrain een aantal keren een overstroming gehad. Later bleek dat het te maken had met het riool buiten het gebouw. Na een hevige regenbui stond beneden alles blank en kwamen de drollen ons letterlijk tegemoet drijven, heel smerig. Gelukkig stonden de elektronische spullen die we toen al hadden wat hoger dus dat ging net goed. We hebben met z’n allen elke keer de rommel opgeruimd en vrij snel daarna is de oorzaak verholpen. Al in 1985 of 1986 is er een 41

stukje aan het gebouw bijgebouwd, daar waar nu de DTP afdeling is’. Rudico integreerde snel in Eerbeek. Het gevestigd zijn in Eerbeek bleek vele voordelen te hebben, met name de heel korte fysieke lijnen met de belangrijkste klanten. Jan Wüstenhoff heeft verschillende keren meegemaakt dat er ook andere voordelen zijn. Jan Wüstenhoff: ‘Veel mensen uit ons bedrijf hebben familie in andere dienstverlenende bedrijven in Eerbeek. Zo is verschillende keren door iemand van ons bedrijf, soms bij nacht en ontij en op heel korte termijn, iets geritseld via een familielid of bekende bij een bouwbedrijf of een bedrijf dat een hoogwerker of een takelwagen of vrachtwagens heeft waar we anders dagen op hadden moeten wachten’. Dat elk voordeel ook wel een nadeel heeft, is ons sinds geruime tijd bekend via een bekende ex-voetballer. In het geval van Eerbeek slaat dat op de dominantie van de papier- en kartonindustrie in de Eerbeekse (en min of meer ook de Loenense) samenleving. Rijnko Havinga, die diverse managementposities in de golfkartonindustrie, ook in Eerbeek, heeft gehad en nu nog steeds als adviseur in die industrie zit, wijst op een nadeel zoals hij dat heeft ervaren. Rijnko Havinga: ‘Ik zit er nu natuurlijk niet meer zo in en sta er wat verder vanaf om goed te kunnen oordelen. Het is wel zo dat de Veluwe nou niet direct bekend staat om zijn vooruitstrevende managementstijl in de golfkartonindustrie.


Opmerkelijke afvalwaterzuivering in Eerbeek Met zo veel verbruik van water door de papierindustrie in Eerbeek en Loenen komt er natuurlijk ook veel afvalwater beschikbaar. Tamelijk uniek is de Eerbeekse oplossing die al begin van de jaren zestig gevonden werd en steeds verder uitgewerkt werd. De papierproducerende bedrijven Coldenhove Papier, SCA Packaging de Hoop en MayrMelnhof Eerbeek richtten gezamenlijk de onderneming IndustrieWater Eerbeek B.V. op en bleven tot op de dag van vandaag aandeelhouder. De drie fabrieken gebruiken als grondstof voor hun productie jaarlijks gezamenlijk meer dan 500.000 ton oud papier en dat is op zich al een enorme recyclingsinspanning. Het reinigingsrendement op het vervuilde water dat zij produceren is 99.8%! Het gereinigde water gaat vervolgens naar de nabijgelegen IJssel.

Het begin van de full colour afbeeldingen in Postprint 42


Toen ik verkoopleider was in Eerbeek noemde men ons als verkoopleiders van Lona, De Hoop en De Zeeuw ‘de Veluwse maffia’. In Eerbeek kende men elkaar, van de voetbalvereniging, van de verschillende clubs etc. Het is een kleine gemeenschap. Als je iemand moet ontslaan is de kans groot dat hij of zij niet zo ver van je af woont. Onaangename maar noodzakelijke dingen doen is daardoor niet makkelijk. Iedereen kent elkaar of is familie van elkaar. Het is één van de redenen waarom ik hier in Groessen ben gaan wonen, toen ik naar Lona ging. Ik wilde niet dat mijn kinderen op school werden nagewezen als ‘het zoontje van de baas van Lona’. Het kan allemaal wat benauwends krijgen’.

Direct drukken op karton moet steeds mooier De klanten van Rudico, vooral golfkartonfabrikanten, merkten in de jaren tachtig dat hun klanten, vooral de merkartikelenfabrikanten, zich op de schappen van de supermarkten steeds meer wilden onderscheiden van hun concurrenten. Met name grote internationale voedingsconcerns pasten dit marketingmiddel al vaak fanatiek toe in andere landen, met name in de Verenigde Staten. Daarbij waren golfkartonnen omdozen een belangrijk instrument en daarom moest de bedrukking daarvan steeds mooier worden. Er was grote druk om steeds hoogwaardiger verpakkingen te leveren met perfecte afbeeldingen van producten en deze druk gaven de klanten door aan Rudico. Dat vereiste technisch perfecte meerkleurendruk en de mogelijkheid steeds fijnere rasters5 te kunnen toepassen. Om die wensen te kunnen realiseren en wel op een efficiënte manier moest Rudico voortdurend blijven investeren in nieuwe apparatuur en computersystemen die gelukkig juist in die jaren mondjesmaat op de markt begonnen te komen. Voor de uiteindelijke productie van clichés had Rudico met het binnenhalen van de fotopolymeertechnologie van DuPont de modernste en meest efficiënte technieken in huis gehaald. In het arbeidsintensieve voortraject, het maken van werktekeningen en de verdere beeldbewerking, was er nog een wereld te winnen. Juist in de jaren tachtig begon het zogenaamde Desk Top Publishing6 (DTP) aan haar opmars. Het houdt het bewerken en opmaken van documenten 43


1984, Paul Schietekatte stelt vertekenbelichter in

44


voor drukwerk met behulp van een computer in. De computertechnologie was natuurlijk op dat moment volop in opkomst. Jaap der Nederlanden en zijn mannen waren er altijd als de kippen bij de laatste technologie, als die maar enigszins goed toepasbaar leek voor Rudico, in huis te halen. Omdat er niet altijd veel ervaring was met de nieuwe systemen, zat daar soms ook wel een tegenvaller bij. Cees de Jonge heeft op die manier in de jaren tachtig heel wat systemen zien komen (en soms snel weer zien gaan). Cees de Jonge: ‘In het begin in Eerbeek maakten we nog steeds alle werktekeningen met de hand maar toen kwamen de eerste computers. Er werd eerst een bakbeest van een PURUP werkstation neergezet. Het was wel een wat lastige eend in de bijt, maar dat ding kon wel verschrikkelijk goed vectoriseren (= omzetten van rasterafbeeldingen naar lijnafbeeldingen) en opstrakken. Het had een beroerd besturingsprogramma, heel omslachtig. Er gingen nog van die hele grote floppies in. Toch was het al een heel grote vooruitgang. Vóór die tijd moesten we hele lappen tekst maken met behulp van wrijfteksten. Na de PURUP kwam er nog even een ander werkstation, BARCO geheten, maar daarvan was de software zo enorm duur dat we dat al gauw vervingen door de eerste Apple’tjes. Die betekenden ook weer een sprongetje vooruit. Voor die tijd waren ze razendsnel maar nu stelt het niks meer voor. Wat je nu bij wijze van spreken met een mobiele telefoon kunt kon je toen nog niet met een Apple. Ze hadden overigens wel een prima besturingssysteem dus je kon er prettig mee werken’. Rudico investeerde parallel ook fors in het stempelmaken zelf. In 1986 kwam er een nieuwe Anderson & Vreeland Masterflexinstallatie voor het belichten, uitwassen, drogen en finishen van fotopolymeerdrukplaten. In 1987 kwam er nog een grote APR installatie bij, voor het maken van grote drukplaten met afmetingen tot maximaal 0,70 x 1,20 meter. Het betekende weer een behoorlijke efficiencywinst, meer mogelijkheden om grote afmetingen drukplaten te maken en een betere kwaliteit drukplaten. Binnen Rudico zei men op dat moment dat het tijdperk van het stempelen verleden tijd 45

was geworden en dat het tijd was nu over ‘beelddragers’ te praten’. Ongeveer in die tijd werd dan ook het personeelsblad ‘De Beelddrager’ opgestart Rudico was met al deze investeringen en met haar ervaren medewerkers voortdurend voortrekker in haar markt. Dirk-Jan Slijkhuis, vanaf 1984 boekhouder bij Rudico en later controller en lid van het managementteam, nu directeur bij een dierenvoedingsproducent in Harderwijk, haalt herinneringen op uit die jaren tachtig. Dirk-Jan Slijkhuis: ‘Ik woonde en woon in Eerbeek en ik ben via Jaap der Nederlanden bij Rudico terecht gekomen. Ik heb nog een half jaar in Apeldoorn aan de Kayersdijk gezeten en ben toen met het bedrijf meegegaan naar de Coldenhovenseweg. Onze afdeling Boekhouding bestond uit meneer Van Straten, een vrouwelijke administratieve kracht, mevrouw Van Straten die de calculaties maakte en ik. Voor de calculaties was er de befaamde orderzak. Daar zaten alle formulieren in, wat drukwerkvoorbeeldjes etc. Als de orderzak het hele bedrijf met een order was rond geweest en alle uren en materialen waren ingevuld kwam de zak terug naar de administratie. Alles werd bij ons in de boeken ingeschreven, nog eens doorgerekend en dan maakten we de factuur. Wij waren trouwens bij Rudico administratief verder bepaald niet achterlijk. We haalden onze eerste PC voor de administratie al in 1984 binnen en toen ging de laatste ponsmachine eruit. Ik hoorde vaak dat tijdens de commissarissenvergaderingen, waar onze klanten dus aan tafel zaten, we nogal eens moesten horen: ‘Jullie zijn te duur!’ Altijd werd dan de discussie dat we voor die prijs ook wel erg goed waren. Ik moet eerlijk zeggen dat wij wel héél erg goed waren, soms beter dan nodig was. Jaap der Nederlanden was natuurlijk een echte grafische vakman, bijzonder creatief, hij verzon van alles en dat werd niet altijd op waarde geschat. Nogal eens kwam er 120% kwaliteit uit onze fabriek en dat was niet altijd nodig. Maar ja, grafische mensen pakken een loep en gaan de rasterpuntjes bestuderen van het drukwerk terwijl leken op vier meter afstand lopend het drukwerk prima vinden. We besteedden aan het simpele stampwerk met twee kleurtjes dezelfde aandacht als aan de meerkleurendoos van de merkartikelenfabrikant en dat werd op een gegeven


De productie van papier en (golf)karton In de Veluwse papiermolens werd papier gemaakt van vezels. Die kwamen vooral uit lompen. Daartoe moesten oude kleren worden gescheurd en versneden in kleine stukken. Vooral vrouwen, kinderen en bejaarden deden dit stoffige en ongezonde werk, met recht een ‘luizenbaantje’. De door waterkracht aangedreven hamers stampten de vezels van lompen samen met het water tot een dikke brij. Deze brij werd op een zeef geschept (vandaar de term ‘geschept papier’) en geschud tot de vezels een dun laagje vormden en het meeste water eruit was. Na het eruit persen van het resterende water en het drogen in een droogschuur was het papier droog genoeg om gebruikt te worden. Tegenwoordig zijn de papiermolens vervangen door papiermachines die wel meer dan 100 meter lang kunnen zijn. De grondstoffen voor de papierproductie zijn tegenwoordig voor zo’n 70% hergebruikt en ingezameld afvalpapier en voor de rest vezels afkomstig van fijngemalen en chemisch bewerkt hout. De papiermachines produceren vanaf enkele meters tot wel 2000 meter papier per minuut. Daarvoor worden de met veel water verdunde vezels in een continu proces over een eindeloze band van een geweven kunststof zeefdoek gegoten. Op het zeefdoek verliest de natte papierbaan al veel water; daarna wordt de papierbaan uitgeperst en verliest verder water, totdat de papierbaan bestaat uit ca 50% vezels en 50% water. Om het laatste vocht uit het papier te halen leidt men het papier over grote met stoom verhitte cilinders. Met walsen kan men het papier aan het eind van de papiermachine verschillende gradaties van gladheid meegeven. Daarna wordt het gerede papier op een grote jumbo-rol opgerold. Karton is in wezen niets anders dan dik papier; vanaf 180 gram per m² heet papier karton. Het productieproces van massief karton en vouwkarton lijkt veel op dat van papier maar er zijn ook verschillen. Dat geldt vooral voor golfkarton.

Golfkarton Golfkarton wordt gemaakt uit speciaal geconditioneerde lagen papier, namelijk een gegolfde binnenlaag en gladde dekbanen (liners). Rollen van beide worden de golfkartonmachine (de corrugator) ingevoerd. Het papier voor de gegolfde binnenlaag wordt met warmte en stoom geconditioneerd, dan wordt aan één zijde lijm aangebracht op de golfjes en wordt de binnenste dekbaan erop geplakt. Dit éénzijdig beplakte golfkarton wordt verder getransporteerd in de richting van een volgende lijmmachine waar de buitenste dekbaan erop wordt geplakt en dan is het golfkarton compleet. Golfkartonverpakkingen zijn verreweg de meest gebruikte transportverpakkingen.

46


moment gewoon niet meer betaald. Maar als je dan toch de 50 jaar haalt als club doe je kennelijk toch iets goed. Het is natuurlijk wel duidelijk dat die min of meer gedwongen winkelnering van onze aandeelhouders/klanten niet altijd tot grote financiële scherpte heeft bijgedragen. Maar we hebben altijd onze eigen broek kunnen ophouden. Alleen hebben we heel af en toe met de verkoop van een stuk grond aan bij voorbeeld NUON en Schotpoort ons exploitatieresultaat wel eens kunnen oppoetsen. Natuurlijk gaf discussie over de financiële koers wel eens aanleiding tot spanningen tussen van Straten en Der Nederlanden. Der Nederlanden was een cratieve geest en Van Straten, met alle respect, een boekhouder. Van Straten is uniek in zijn soort, een aristocraat, maar ik heb een fantastische tijd met hem gehad. Maar als je als financiële man iets moet doorrekenen en achteraf blijkt dat de machine al lang gekocht is, dan krijg je de pest in. Der Nederlanden had nu eenmaal zijn befaamde stelregel: ‘Beter achteraf om vergiffenis vragen dan vooraf om toestemming’. Der Nederlanden vond nogal eens dat hij geremd werd in zijn creativiteit en dan moet je wel eens ondeugend zijn, anders komt het er nooit van’.

In Nederland konden de golfkartonfabrieken met hun drieen vierkleurendrukpersen en de uitstekende kwaliteit van de met name door Rudico aangeleverde fotopolymere clichés in het algemeen de door klanten geëiste kwaliteit voor het drukwerk wel halen door rechtstreeks op het golfkarton te drukken. In het buitenland lukte dat vaak niet voldoende en dus werd er daardoor een volgende stap gezet in de verdere ontwikkeling van de flexodruk die een grote verandering in de hele internationale markt voor kartonnen verpakkingen zou betekenen, namelijk de stap naar de pre-printed liner.

‘Beter achteraf om vergiffenis vragen dan vooraf om toestemming’.

47


Drukvoorbeeld pre-printed liner van de Fischer & Krecke pers

48


Het moet nóg mooier; de start van pre-printed liner en Felco ‘Terugkijkend denk ik dat je kunt stellen dat we er in Nederland heel verstandig aan gedaan hebben dit project gemeenschappelijk aan te gaan.’ Het voorspel voor pre-printed liners In de jaren zeventig en tachtig van de twintigste eeuw is er in de internationale papier- en kartonwereld veel aan het veranderen door een golf van overnames en fusies. In 1993 schrijft toenmalig president-commissaris van Rudico, Lex de Zeeuw, in het personeelsblad De Beelddrager over de situatie van Rudico in 1984 het volgende: ‘Inmiddels waren de aandelen van zowel De Zeeuw, De Hoop en ook Lona in handen van multi-nationale ondernemingen overgegaan. Als commissaris van Rudico was de consequentie voor mij dat ik voor het overgrote aandeel als president moest fungeren omdat de andere commissarissen uitsluitend Engels spraken. We hebben zelfs meegemaakt dat de commissarissenvergaderingen in het Engels werden gehouden. Terugkijkend van begin jaren zeventig tot midden jaren tachtig kan gezegd worden dat Rudico een stormachtige groei én bloei heeft doorgemaakt.’ Aan het begin van de jaren tachtig kon de golfkartonindustrie in verschillende Europese landen niet voldoen aan het kwaliteitsniveau voor de bedrukking van golfkartonnen dozen waaraan haar klanten behoefte hadden. In Engeland hadden met name de grote whiskymerken voor hun whiskydozen behoefte aan een betere bedrukkingskwaliteit. De industrie ging dus op zoek naar betere alternatieven. In Engeland werkte de leverancier van flexografiedrukpersen voor de kartonindustrie Cobden Chadwick vanaf 1979 samen met haar grote klant Reed in Edinburgh aan de ontwikkeling van een meerkleurendrukpers voor brede papierbanen. Dat bedrukte papier kon dan op de buitenzijde van het golfkarton gelijmd worden. In 1982 leverde Cobden Chadwick de eerste drukpers 49

voor pre-printed liner, vaak afgekort tot PPL, aan Reed en snel volgden verschillende andere golfkartonindustrieën dit voorbeeld. De voordelen van pre-printed liner zijn dan ook groot: de gebruikte rotatiepersen kunnen met hoge snelheden brede banen papier tot 2,5 meter breed met maximaal acht kleuren bedrukken (met daarnaast één coatinglaag), voor de pre-printed liner kunnen heel goede papiersoorten gebruikt worden, de fabrikant van golfkartonnen dozen of massief kartonnen dozen krijgt toegang tot drukwerk van hoge kwaliteit en hoeft niet meer in zijn planning rekening te houden met de betrekkelijk lage snelheid van het postprintproces, het bedrukken van de dozen nadat ze gemaakt zijn. Doordat het karton bij het gebruik van pre-printed liner niet meer in elkaar gedrukt wordt zoals bij het bedrukken van de gerede dozen, is een reductie tot wel 15% van het gramsgewicht van het karton mogelijk. Alle Nederlandse golfkartonfabrikanten en zeker het Rudicomanagement volgden vanaf het begin van de jaren tachtig de ontwikkeling van pre-printed liners in het buitenland met argusogen. Werden ze er niet door hun klanten op geattendeerd, dan hoorden ze het wel via andere kanalen. De Hoop in Eerbeek was bij voorbeeld onderdeel van het Reed-concern geworden en was deel van de Divisie Reed Corrugated waarbinnen al drukpersen stonden die preprinted liners maakten. In Duitsland had de golfkartonfabriek Zewawell ook al een machine in huis om pre-printed liners te maken. Ook in Frankrijk draaiden er al pre-printed liner machines. Het werd de hoogste tijd voor de Nederlandse golfkartonindustrie de nieuwe ontwikkeling grondig te


1987, opbouw preprint pers Fischer & Krecke door Albert van de Scheur, middenachter Johan van de Scheur 50


bekijken. Na intern overleg ging er begin 1984 een forse delegatie van de drie Nederlandse golfkartonfabrikanten die aandeelhouder van Rudico waren, samen met Jaap der Nederlanden, naar Engeland. Jaap der Nederlanden: ‘We hebben daar in totaal vier fabrieken bezocht waar ze al pre-printed liners bedrukten om verschillende mogelijkheden te onderzoeken. Onze conclusie was dat het nodig was snel in Nederland te investeren. We kregen nog eens bevestigd dat je voor zo’n pre-printed liner machine een grote markt nodig hebt gezien zijn capaciteit. Onze conclusie was dan ook dat we de twee andere golfkartonconcerns in Nederland, die nog geen aandeelhouder van ons waren, er ook financieel bij moesten betrekken. Zo gezegd, zo gedaan en na het nodige overleg gingen ook de golfkartonfabrieken Kappa in Hoogeveen en Empee in Etten-Leur meedoen. Toen hadden we dus 95% van de Nederlandse golfkartonindustrie achter ons. Ironisch genoeg, toen we enkele jaren verder de machine bij ons in Eerbeek hadden staan, hebben deze vijf concerns samen nooit meer dan 10% van de capaciteit van die machine afgenomen. Dat kwam natuurlijk vooral omdat wij zo hard doorgegaan waren met het verbeteren van de kwaliteit van hun stempels, voor het zèlf met direct-druk bedrukken van dozen, dat dat vaak goed genoeg was voor hun klanten. En ze gingen daarvoor ook steeds beter papier gebruiken. Het werd dan vaak een afweging of de hoeveelheid dozen van een order nog bij hun eigen direct-druk paste of toch beter met onze pre-printed liner gemaakt kon worden. Zo beet de ene ontwikkeling de andere in de staart. Je ziet dan toch dat de Nederlandse markt eigenlijk klein is. Je hebt een paar grote stromen. Dat is allereerst de bier-, frisdranken- en sappenindustrie, dan de groente-, fruit- en bloemenveilingen, de voedings- en genotmiddelenindustrie en voor onszelf werd ook de kerstdozenafzet heel belangrijk. We kregen daar een grote reputatie in en zo hebben we later wel eens in één jaar voor zes miljoen dozen kerstpapier bedrukt als pre-printed liner’.

51

Ondertussen stond de markt niet stil. De firma Riedel in Ede, een grote klant van De Zeeuw Golfkarton, drong aan op een hoge bedrukkingskwaliteit voor haar nieuwe type omdozen, een soort golfkartonnen kratje met deksel. De Zeeuw kon in Eerbeek met direct-druk7 op de dozen niet de kwaliteit leveren die Riedel wilde. Toen kwam het idee om de opdracht aan het Duitse Zewawell in Minden uit te besteden onder begeleiding van De Zeeuw en Rudico. Kees van de Bos heeft het van dichtbij allemaal meegemaakt. Kees van den Bos: ‘Jaap der Nederlanden en ik hebben samen met De Zeeuw, in nauwe samenwerking met de klant Riedel, pre-printed liners in Nederland geïntroduceerd. De Zeeuw was de grote initiator van pre-printed liners, op uitdrukkelijk verzoek van vooral Riedel. We hadden een uitstekende relatie met meneer Balster, hoofd Inkoop en meneer Davids van de afdeling Marketing. We zijn heel wat keren op zondagmiddag naar Duitsland vertrokken om op maandagochtend bij Zewawell de drukafname voor verschillende orders te doen. In Duitsland draaiden er toen al een paar machines die pre-printed liners maakten. De Nederlandse golfkartonindustrie móest ook wel met pre-printed liners beginnen want er kwamen steeds meer Duitse vrachtwagens golfkartonnen dozen met pre-printed liners voor verschillende merken afleveren. We wilden in Nederland dus ook volgen, ook al om onze markt te beschermen. Je komt nu eenmaal met direct-druk nooit zo ver als met pre-printed liner. Direct-druk is eigenlijk gewoon op een wasbord drukken. Men was ook toen best in staat een mooi stukje golfkarton te maken maar op zo’n dun wasbordje een mooie bedrukking maken, lukt nooit zo goed als op mooi glad papier. De inkt vloeit bijvoorbeeld nooit zo mooi weg.’ Oud-directeur van Smurfit Kappa Zedek in Deventer, Peter Klein Sprokkelhorst, heeft de komst van pre-printed liner naar Nederland uit een net weer andere hoek en met iets meer afstand meegemaakt.


1987, de Fischer & Krecke pers moest in delen opgebouwd worden waardoor de kraan door een tijdelijk gemaakt gat in het dak steekt 52


Peter Klein Sprokkelhorst: ‘Riedel was in die tijd een grote klant van ons in Deventer. Toen Riedel haar schapdozen bedrukt wilde hebben konden we dat op onze offset drukpers maar ze vonden ons te duur. Ons zusterbedrijf De Zeeuw in Eerbeek kon ze ook bedrukt in flexo directdruk leveren maar die kwaliteit vonden ze niet goed genoeg. Het alternatief werd toen Zewawell in Minden. Kees Christa, offset-expert en één van mijn mensen in Deventer, werd door De Zeeuw in Eerbeek gevraagd om de uitbesteding te begeleiden. Ik was net directeur bij Zedek geworden en ik wilde deze ontwikkeling dan ook in de gaten houden. Onze algemeen directeur Lex de Zeeuw zat als president-commissaris in de Raad van Commissarissen van Rudico. Het idee ontstond daar: we hebben samen de stempelfabriek Rudico, dat is de beste en meest neutrale plaats om zo’n machine neer te zetten. Na een paar keer kijken bij Zewawell had ik mijn conclusie wel getrokken. Zo’n machine moesten we zeker niet in Deventer hebben. De flexodruk van toen was nog lang niet goed genoeg voor de bijzonder hoge drukkwaliteit die voor onze displays nodig is. Daarnaast wilde ik niet in de maalstroom van golfkarton verzeild raken en wij wilden ons op hogere marktsegmenten blijven toeleggen. Ik vond de grootschaligheid van de machine absoluut niet passen bij de vraag die er vanuit de markt was. Dat bleek later ook wel want ze hebben het er de eerste jaren erg moeilijk mee gehad. Daarnaast is zo’n grote moderne drukpers natuurlijk in feite wezensvreemd aan zo’n stempelfabriek. Maar ze hebben volgehouden en dat is zeker te bewonderen.’ Met nog meer distantie kijkt toenmalig presidentcommissaris Lex de Zeeuw bij het 40-jarig jubileum van Rudico in 2002 terug op het besluitvormingsproces rond de lijn voor pre-printed liner. Alles bij elkaar had het nogal wat voeten in de aarde voordat besloten werd de lijn aan te schaffen. Lex de Zeeuw: ‘Bekend was dat Kappa in die tijd sterk met de gedachte speelde in een eigen pre-print machine te investeren. Ook bij De Hoop, Lona en de Zeeuw leefde deze gedachte sterk, maar dan in Rudico-verband. Veel, lang, vaak en ook zeer emotioneel is er in die tijd vergaderd 53

over de vraag of het niet zinvol zou zijn een dergelijke investering gemeenschappelijk te doen. Het voorstel van De Hoop, Lona en de Zeeuw aan Empee en Kappa was in feite eenvoudig: ‘Koop jullie in Rudico in zodat we in Rudico vijf aandeelhouders met elk 20% hebben. Alle aandeelhouders storten daarna een relatief gering bedrag bij voor de investering in de pre-printed liner machine. We ontvangen 20% subsidie van Economische Zaken voor innovatie en de pre-press afdeling van Rudico kan ook nog de clichés voor de pre-printed liner leveren’. Dit voorstel wordt met de nodige scepsis ontvangen maar niet verworpen. Besloten wordt een onafhankelijke deskundige in de persoon van Prof. Dr. Buningh naar deze materie te laten kijken en tevens de waarde van Rudico te laten vaststellen. Ik meen me te herinneren dat dit onderzoek eind 1984 werd afgerond, waarna Empee en Kappa als aandeelhouders toetraden. Rudico kreeg er derhalve weer twee potentiële afnemers bij, terwijl het pre-printed liner project vanaf dat moment door de gezamenlijke Nederlandse golfkartonindustrie werd gedragen. Terugkijkend denk ik dat je kunt stellen dat we er in Nederland heel verstandig aan gedaan hebben dit project gemeenschappelijk aan te gaan. Het drama was niet te overzien geweest als er twee of erger nog drie machines in Nederland hadden gestaan’.

Rudico kiest de nieuwe lijn en gaat opstarten in het jubileumjaar 1987 Toen de knoop eenmaal was doorgehakt dat Rudico de eerste pre-printed liner machine voor de Nederlandse golfkartonindustrie zou gaan opstellen en runnen kon Rudico aan de slag. Jaap der Nederlanden besloot om een kernploeg, bestaande uit Andy Schotpoort, Jaap Dijkslag en Leopold der Nederlanden te formeren. Zij zouden zo veel mogelijk in de praktijk de nieuw te kiezen lijn moeten kunnen uitproberen om de beste keuze te kunnen maken. Er waren in principe een viertal mogelijke leveranciers. Belangrijke selectiecriteria waren als eerste kwaliteit en onmiddellijk daarna een concurrerend drukproces. Er volgde een jaar van oriëntatie en vergelijkende testen. Na dat jaar studie is er een duidelijke voorkeur voor het machineconcept van Fischer & Krecke. Doordat juist in die tijd een dergelijke machine


2012, preprint pers Fischer & Krecke type 93/94 DF-CNC bouwjaar 1986 met John Bierhof en Roland Hänni 54


55


De Eerbeekse Sociëteit, ook een stukje Eerbeekse identiteit Jaap der Nederlanden: ‘Er was al voor de oorlog een soort kring van papier- en kartonfabrikanten opgericht om op neutraal terrein over bepaalde gemeenschappelijke zaken te kunnen overleggen. Daaruit is in 1942 de Eerbeekse Sociëteit ontstaan. Ik ben daar van 1995 tot 2005 voorzitter van geweest.’

bij de Oostenrijkse firma Bauernfeind opgebouwd moest worden, krijgt de kernploeg daar veel gelegenheid zich nog verder in detail te informeren en zelfs een proeforder voor Rudico op die machine te drukken. Rudico legt vervolgens in het koopcontract de vereiste opties en precieze specificaties vast. Het totaal van de investering beloopt een bedrag van maar liefst 12 miljoen gulden, waarop het ministerie van Economische Zaken een subsidie van 1.750.000 gulden verstrekt. Leopold der Nederlanden is vrijwel vanaf het begin betrokken geweest bij het proces om de pre-printed liner machine naar Rudico te krijgen. Leopold der Nederlanden: ‘Toen ik in 1985 bij Rudico kwam was de principebeslissing om met pre-printed liner te beginnen al genomen, maar verder moest eigenlijk al het werk nog beginnen. Het was niet voldoende bekend wat de markt precies wilde en welke machine daar het best bij zou passen. Om ons intensief te oriënteren ben ik om te beginnen twee maanden in Engeland in de fabriek van een zusterbedrijf van De Hoop geweest. De Hoop was toen al deel van Reed geworden en dit Engelse bedrijf had al een paar jaar een pre-printed liner machine van Cobden Chadwick staan waarop ze produceerden. Toen we ons echter verder oriënteerden kregen we een duidelijke voorkeur voor de Fischer & Krecke machine. Zowel de inktwerken als ook vooral de electronica maakten een meer geavanceerde en gedegen indruk. Toen we later met een klein clubje bij de Oostenrijkse firma Bauernfeind in de keuken mochten kijken naar hun Fischer & Krecke machine bleek dat ook wel. Op grond van ons uitgebreide onderzoek hebben we toen een precieze specificatie kunnen maken van de machine zoals wij die nodig hadden. Zo hebben we dus een Fischer & Krecke machine besteld met een centrale tegendrukcilinder, negen inktwerken, CNC besturing, gemaakt voor een maximale productiesnelheid van 250 meter per minuut met gebruikmaking van inkten op waterbasis. Ik ben heel nauw betrokken gebleven bij de ontwikkeling van onze pre-printed liner machine binnen de nieuwe unit Felco nadat die er kwam in 1987. In 1990 ben ik toen wat anders binnen Rudico gaan doen’. 56


In januari 1987 is het dan zover: met hijskranen gaat de machine in onderdelen door het dak van de nieuw aangebouwde hal naar binnen. In februari draait de eerste commerciële order, met het decor Spa Rood, op de nieuwe machine. Er zijn nog wel wat kinderziektes, maar gaandeweg worden ook die opgelost. John Dorland kwam een paar maanden na het opstarten van de lijn bij Rudico in dienst, speciaal als drukker voor de nieuwe machine. John Dorland: ‘Ik heb in Loenen op de LTS de Papieropleiding gedaan en heb daarna bij Schut Papier en Plastic gewerkt als drukker. Ik kon in die tijd de Grafische MTS in Amsterdam afmaken en een paar jaar later kreeg ik de kans bij Rudico of eigenlijk Felco de splinternieuwe machine te helpen opstarten. Eigenlijk was alles nieuw voor ons, vooral het grote en massale waar niemand echt ervaring mee had. Ik heb er veel van geleerd, heb er veel leuke dingen meegemaakt en vaak ontzettend lange dagen gemaakt. We hadden maar één ploeg en als je met een order begon maakte je hem ook af, ook al werd het twaalf uur ’s avonds. En dan kwam Jaap der Nederlanden heel vaak een taartje brengen of iets anders. De eerste jaren hebben we echt gepionierd en moesten we alle zeilen bijzetten. Voordat je de machine aan het lopen had met alle cilinders op de goede plaats en je de juiste kleuren drukte, dat was een hele toer. De toleranties in het materiaal waren veel te groot, Tegenwoordig kan niemand zich dat meer voorstellen, het lijkt nu bijna allemaal vanzelf te gaan. Er zit nog een fors gat in de vloer van de Felco hal van die ene keer dat ik per ongeluk een grote rol papier van 2,5 ton met de heftruck van een aantal meters hoogte liet vallen. Tsja, heftruckchauffeur spelen, dat deed je er ook even bij en dat ging bijna altijd goed’. Een paar maanden na John Dorland, per 1 februari 1988, kwam Peter Sluiters werken bij Felco. En hij werkt er tot op de dag van vandaag nog steeds!

57

Peter Sluiters: ‘Ik kende Rudico al omdat wij bij Papier Metaal in Zutphen, waar ik eerst werkte, de stempels kochten van Rudico. Daarnaast maakten we op kleine schaal bij Papier Metaal ook onze eigen rubberen stempels. Ik heb mijn hele leven al in de flexodruk gezeten. Op de Grafische School die ik bezocht leerde ik nog het oude ambacht zoals letterzetten met de hand, proefdrukken, werken met een montagemachientje etc. Ik heb dus met eigen ogen de enorme ontwikkeling van de flexodruk gezien in de afgelopen 30 à 40 jaar. Doordat ik vaak de stempels bij Rudico ophaalde kende ik al veel mensen bij Rudico. Toen ik bij Felco kwam waren er acht mensen, nu zijn het er dertig. Ik werd bij Felco monteur (en ‘monteren’ betekent het heel precies op een cilinder vastmaken van de stempels) en later ben ik ook nog proefdrukker geweest. Het was in het begin bepaald nog niet efficiënt, het gebeurde wel eens dat we meer dan een halve dag op een antwoord van een klant zaten te wachten voordat we verder konden. De vorige directeur Der Nederlanden was er gek op nieuwe dingen uit te proberen en dan kocht hij soms prototypes die nog niet uitontwikkeld waren. Echte praktijkervaring was er dan niet. De montagemachine Mountomatic die we kochten leverde eerst ook forse problemen op, eigenlijk moesten we zelf de ontwikkeling afmaken. Ik wist alleen wel dat het in principe een heel goed systeem was. Het heeft alleen wel jaren geduurd voordat hij echt goed werkte. Zo hebben we veel aan ontwikkeling gedaan bij Felco en dat vond ik wel leuk. Ik hou van een beetje uitvinden en daarom vind ik het ook leuk dat er straks een helemaal nieuwe machine komt met heel veel nieuwigheden. Ik denk dat ik mijn hart wel weer kan ophalen.’ Vroegere klant van Rudico, Rijnko Havinga, lang werkzaam in de golfkartonbranche, had al lang veel met voorbedrukt karton (zoals pre-printed liner vaak in de praktijk wordt genoemd) te maken gehad.


2012, drukafstelling van de Fischer & Krecke drukpers door operator Roland Hänni

58


Rijnko Havinga: ‘Mijn toenmalige baas bij De Hoop vertelde mij, toen ik in de jaren tachtig de buitendienst in ging: ‘Rijnko, jij gaat als eerste in Nederland dozen met pre-printed liner verkopen. Dat blijf je doen tot je drie klanten gemaakt hebt en dan ga je weer wat anders doen’. Dat spul werd toen gemaakt in het bedrijf van Reed Corrugated Cases in Schotland. Met name voor de whiskydozen werd daar al een paar jaar pre-printed liner gebruikt. Ik heb mijn opdracht vervuld en kort daarna werd ik overgeplaatst. In 1988 kwam ik terug bij De Hoop in Eerbeek als verkoopleider en toen kreeg ik veel te maken met de pre-printed liner bij Felco die toen goed en wel in productie was. In dat jaar hadden we als golfkartonindustrie net de doorbraak bereikt dat wij met golfkartonnen kratjes de bestaande houten kratten in de groente- en fruitindustrie zouden gaan vervangen. De Hoop was daarin de eerste en daar hebben we in het begin goed van geprofiteerd door het leeuwendeel van die orders te pakken. Uit die tijd kan ik me nog maar al te goed herinneren dat we voor die kratjes een eerste order van maar liefst vijftig rollen kraftliner lieten bedrukken bij Felco. Het waren kistjes voor tomaten en die moesten allemaal in één decor met het beeld van Frau Antje bedrukt worden. Jaap der Nederlanden was zeer vereerd dat de opdracht niet naar Edinburgh ging en dat hij maar liefst vijftig rollen in één keer mocht drukken. Toen we de eerste bedrukte rollen gingen controleren bleek dat Frau Antje haar gele mutsje op de verkeerde plek had zitten. Nou, toen hebben we een paar moeilijke gesprekken gehad met Jaap der Nederlanden en zijn mensen. Alle vijftig rollen waren al gedrukt, dus alle uren, inkt en andere kosten waren al uitgegeven en dan heb je het over heel veel geld. Uiteindelijk is het met een sisser afgelopen doordat we het papier binnenstebuiten, dus met de bedrukking aan de binnenkant, alsnog hebben verwerkt. Het was een belangrijk leermoment voor Felco: kwaliteitscontrole is heel belangrijk en niet pas aan het eind van de rit! Die praktijkles kwam denk ik op het goede moment.’ In februari 1987 treden de twee nieuwe aandeelhouders, Kappa uit Hoogeveen en Empee uit Etten-Leur, officieel toe als aandeelhouder. Rudico heeft nu vijf aandeelhouders uit de golfkartonindustrie, elk voor 20% van de aandelen. 59


Kees de Jonge over de sfeer bij Rudico in de jaren tachtig: ‘Ik kan me alleen maar een prettige sfeer herinneren al die jaren lang. Wij hadden altijd wel kleurrijke personen bij ons bedrijf. Meneer Kröttje, die meneer Blij opvolgde als bedrijfsleider, was zeker ook kleurrijk te noemen. Buiten diensttijd was hij gek op een pilsje, dat was bekend. Mede op zijn initiatief en zeker met zijn toestemming sloot een deel van het personeel vaak de werkweek op vrijdagmiddag wat feestelijk af. Hoewel de vulcaniseerpersen steeds minder gebruikt werden stonden ze er nog steeds en je kon er uitstekend karbonades en ander vlees mee bakken. Dat deden we dan ook vrijdagsmiddags en met de nodige frisdrank en bier werd het vaak beregezellig aan de achterkant van het bedrijf. Ik was er zelf ook niet vies van, moet ik bekennen, al drink ik nu al 20 jaar geen druppel sterke drank meer. Maar uiteindelijk liep het toch wel wat uit de hand. Je snapt nog niet dat ze het allemaal hebben overleefd met die auto’s van Eerbeek naar Apeldoorn. Jaap der Nederlanden zag het nooit zo zitten en heeft er later ook een stokje voor gestoken.’

Het drukken op de Fischer & Krecke 60


De aandeelhouders zijn nu dus vanaf 1986 de volgende bedrijven: • • • • •

SCA Packaging Benelux Zweeds Smurfit Lona Verpakking Iers Golfkarton De Zeeuw Nederlands Kappa Hoogeveen Nederlands Empee Golfkarton Etten Leur Nederlands, + 40% Zweeds

De Raad van Commissarissen wordt navenant uitgebreid en door verschillende directiewisselingen blijft Lex de Zeeuw ‘de klos’ zoals hij zelf zei, maar wel met plezier. Op 7 mei 1987 is er dan de grote dag van de officiële ingebruikname van de nieuwe machine. Minister De Korte van Economische Zaken, de Commissaris van de Koningin in Gelderland, de burgemeester van Brummen en vele anderen zijn getuige van het in gebruik stellen van de splinternieuwe lijn. In zijn presentatie tijdens de officiële ingebruikname van de lijn schetst Jaap der Nederlanden wat er in de afgelopen decennia is gebeurd in de flexografie. Hij vergeet niet te vermelden wat de bijdrage van Rudico daarin is geweest. Hij maakt daarnaast vooral duidelijk hoe belangrijk de stap naar pre-printed liners is zoals Felco die gaat leveren. Vóór alles wijst hij op de veel hogere communicatiewaarde die merkartikelen krijgen door de toepassing van dergelijke grafische technieken. Daarna is het tijd voor de harde praktijk, de lijn goed aan het lopen krijgen en zo veel mogelijk gaan leveren! Rudico vergeet ondertussen niet te investeren in haar ‘core business’, het maken van stempels. In 1987 komt er een grote APR installatie, gekocht bij Asahi, van maar liefst 70 x 120 cm voor het grote werk. Jaap der Nederlanden herinnert zich nog heel goed hoe hij deze machine voor een aantrekkelijke prijs kon kopen van de Japanners. 1987 is voor Rudico sowieso een jaar van grote gebeurtenissen geworden, want het is ook het jaar van het 25-jarig jubileum. Een paar maanden na de ingebruikname 61


Jaap der Nederlanden: ‘Ik wilde de machine graag hebben maar die moest 270.000 gulden kosten en dat had ik niet. Ik zei tegen de Japanners: ’Als ik hem nou in drie keer betaal, dan lukt het me wel’. De Japanners gingen daarmee akkoord, dachten nog wat verder na en ik zei: ‘Okay, dan weet ik het goed gemaakt, dan betaal ik elk jaar 80.000 gulden’. Onze boekhouder die er bij zat zei dat hij eigenlijk het liefst dan elke maand een bedrag zou betalen en toen zei ik: ‘Okay, dan betaal ik elke maand 6.000 gulden’. Dat vonden ze prima en ik merkte zo dat Japanners echt niet kunnen hoofdrekenen, in elk geval niet in guldens. Toen ik kort daarna in de Raad van Commissarissen om toestemming vroeg voor deze investering, en die na wat discussie kreeg, zei ik tenslotte: ‘Als jullie morgen terugkomen, kun je zien dat de machine wordt geplaatst’. Ze konden er wel om lachen.’

62


van de lijn voor de pre-printed liners wordt op gepaste wijze aan dit jubileum aandacht besteed. Voor de vele relaties houdt Rudico tussen de rollen papier in de Felco hal een seminar over (waarover anders….) flexografie en de bijdrage van Rudico daarin.

De organisatie wordt volwassener; een eigen personeelsvereniging, een personeelsblad en een OR In de organisatiestructuur treedt een duidelijke wijziging op. Om aan te geven dat de unit waarbinnen de nieuwe preprinted liner lijn staat in principe onafhankelijk is en aan alle marktpartijen in binnen-en buitenland kan leveren, wordt er een eigen naam aan de nieuwe unit gegeven. De naam Felco (bedacht met een knipoog naar flexo) moet die identiteit gestalte helpen geven. Er worden zowel voor de producten van Rudico als ook van Felco heel professionele folders gemaakt. In de tweede helft van de jaren tachtig groeit de organisatie snel verder uit door uitbreiding van de prepresswerkzaamheden van Rudico. Maar vooral het optuigen van de nieuwe Felco-organisatie voor de productie van preprinted liners betekent dat er flink wat nieuwe werknemers bijkomen. De behoefte aan een eigen personeelsvereniging groeit en begin 1987 richt een klein clubje mensen de personeelsvereniging daadwerkelijk op. De eerste voorzitter wordt Ben Hezeman. In de jaren daarna zal deze personeelsvereniging een bindende factor blijken, die vele personeelsavonden, Sinterklaasfeesten, smokkeltochten, paaseierenzoektochten, ATB-fietstochten, voetbaltoernooitjes etc. organiseert of op z’n minst faciliteert. Bij een personeelsvereniging hoort een personeelsblad en ook dat

kwam er dus in 1987. De eerste naam, die een aantal jaren stand heeft gehouden, was ‘Perspress’. Later werd de naam veranderd in ‘De Beelddrager’. Overigens vervullen Perspress en later De Beelddrager een veel grotere rol dan alleen maar die van een personeelsblad. De directie maakt er gebruik van voor mededelingen over het reilen en zeilen van de onderneming, veranderingen in de CAO, deelname aan vakbeurzen, prijzen die Rudico of Felco wint op grafische manifestaties etc. Zo nu en dan publiceert een staflid er informatie in over de veranderende markt van Rudico en Felco en de laatste stand op de flexografiemarkt. Maar ook introduceren nieuwe personeelsleden zich in het blad en worden jubilea of andere heugelijke tijdingen er in aangekondigd. Als een personeelslid bij een jubileum de speciale Rudico-onderscheiding ‘De Rubberen Knoop’ krijgt opgespeld, maakt Perspress of De Beelddrager ook daar uitgebreid gewag van. Het is dan inmiddels ook de hoogste tijd geworden voor een officiële Ondernemingsraad (OR). Allang was er overleg tussen directie en medewerkers in de Overleg Commissie maar de wet stelt een Ondernemingsraad verplicht voor bedrijven vanaf 35 personeelsleden. Het aantal personeelsleden van Rudico bedraagt in 1988 al 88 man/ vrouw. Op 25 november 1988 is het dan zo ver en wordt de vijfkoppige OR geïnstalleerd. In de nieuwe OR nemen de heren Kees van den Bos, Johan Brouwer, Cem Dunar, Machiel van den Beld en Jan Willem Malie zitting.

‘...en ik merkte zo dat Japanners echt niet kunnen hoofdrekenen, in elk geval niet in guldens.’

63


1984, studiochef Eikelekamp met werktekenaar

64


Rudico blijft investeren en groeien en krijgt weer andere eigenaren ‘Als er zo veel druk is vanuit de consumentenmarkt naar steeds verdergaande verbeteringen in druktechniek, blijft de industrie wel op zoek naar innovaties.’ Rudico luistert naar de markt Verpakkingen worden steeds belangrijker. Dat is een adagium dat in elk geval geldt sinds de komst van de zelfbediening in de jaren vijftig van de vorige eeuw, maar het geldt nog steeds. En het gold ook al toen Rudico startte in 1962. Kartonnen verpakkingen, zowel van golfkarton als van massief karton, pasten perfect in de enorm toegenomen behoefte aan stevige en toch lichte transportverpakkingen. Kartonnen verpakkingen waren daarbij zeer redelijk in prijs. In het begin, in de jaren zestig, waren de fabrikanten van voedingsmiddelen, dranken en ‘non-food’ producten nog tevreden met een simpele naamsvermelding of een aanwijzing hoe te stapelen, op de doos gedrukt in één kleur. Overigens had de kartonfabrikant ook niet veel meer aan mogelijkheden in huis want veel meer kon er niet in flexodruk. En flexodruk was de enige reëele bedrukkingsoptie voor zo’n moeilijk te bedrukken ondergrond als karton, vol ‘bergen en dalen’. Toen de fotopolymeerdrukplaat vanuit de Verenigde Staten overstak naar Europa, grepen de merkartikelenfabrikanten al gauw hun kans. Nu kon ook op karton een mooi plaatje in meerdere kleuren gemaakt worden, zij het dat je het plaatje nog steeds rechtstreeks op dat rimpelige en niet erg vormvaste karton moest drukken. Toen in de jaren tachtig, door de komst van de pre-printed liner technologie, ook nog de mogelijkheid kwam het mooie plaatje eerst onder goede omstandigheden op papier te drukken en dan dat papier op de golfkartonnen doos te plakken, leek het hek van de dam. Deze grote kwaliteitsverbetering werd door de totale productieketen van consumentenartikelen omarmd. De doorbraak in de flexodruk bracht deze techniek op het kwaliteitsniveau van de offset drukkwaliteit. 65

Als er zo veel druk is vanuit de consumentenmarkt naar steeds verdergaande verbeteringen in druktechniek, blijft de industrie wel op zoek naar innovaties. Wie daarin niet meedoet, wordt gepasseerd. Rudico blijft, ook na de invoering van de pre-printed liner technologie, samen met afnemers en leveranciers van machines en materialen, voortdurend zoeken naar innovaties. Die innovaties liggen niet alleen in kwaliteitsverbeteringen van het drukbeeld, maar zeker ook in efficiëntere werkmethodes. De komst van de computer en de digitalisering in allerlei vormen is daarbij van doorslaggevende betekenis voor vrijwel alle werkprocessen bij Rudico geworden. Het blijkt van levensbelang voor Rudico daarbij in de voorste gelederen mee te lopen. Rudico liep helemaal voorop toen Jaap der Nederlanden in 1989 een voor die tijd supermodern apparaat aanschafte om typografische bewerkingen mee te verrichten. Het was een PURUP systeem, gekocht in Denemarken voor de toen fenomenale prijs van 1,3 miljoen gulden. PURUP was, naar verluidt, in de verte nog verwant aan het LEGO-concern! Het enorme gevaarte moest naar binnen getakeld worden, nadat er eerst al een stuk aan het gebouw was aangebouwd ter hoogte van ‘de studio’, zoals die plek heette en nog heet. Bepaald gebruikersvriendelijk was het apparaat zeker nog niet, met name de besturing was erg omslachtig, maar toch leverde het forse tijdwinst op bij het opmaken van drukbeelden. Daar zaten soms ook grote lappen tekst bij, zoals bij de vermelding van ingrediënten en dan duurde letterzetten met de hand ‘een eeuwigheid’ terwijl de machine


De opkomst van flexodruk en de rol van Rudico 2 Vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw begon een gestage verbetering van de flexodruk kwaliteit. De gebruikte rubbersoorten om stempels van te maken, de betere methodes om fijnere motieven in stempels te maken en de geschiktere inkten maakten flexodruk steeds beter. De grote sprong voorwaarts voor flexodruk kwam echter in de jaren tachtig met de introductie van fotopolymeerdrukplaten. Daarin heeft met name Rudico, met hulp van vooral DuPont, een pioniersrol in Europa vervuld. Hiermee werd full colour druk mogelijk van hoge kwaliteit die kon concurreren met offset druk kwaliteit. Fotopolymeerplaten bestaan tegenwoordig uit drie lagen: een melinex onderplaat (van ongeveer 0,25 mm dik), de fotopolymeerlaag (varierend van 0,7 - 6 mm dik) en een transparante beschermlaag. Toen men in de jaren zeventig fotopolymeerplaten begon te gebruiken, paste men nog fotografische technieken toe om het drukbeeld gereed te maken. Als eerste stap wordt met behulp van UV-licht het drukbeeld in de kunststofplaat belicht. Waar het UV-licht op de plaat valt begint een proces van polymerisatie; de polymeren harden uit. Het onbelichte materiaal blijft uit monomeren bestaan die in een tweede stap gemakkelijk met een oplosmiddel kunnen worden uitgewassen. Vervolgens moet de drukplaat gedroogd worden om alle opgenomen oplosmiddel weer kwijt te raken. In het algemeen moet de drukvorm vervolgens nog nabelicht worden om zeker te zijn dat het polymerisatieproces volledig heeft plaatsgevonden. Hoewel de fotopolymeertechnologie in de Verenigde Staten was ontwikkeld, werd deze allereerst in Europa toegepast en kwamen de toepassingen in de Verenigde Staten pas veel later op gang. Vanaf circa 1990 was het digitaal kunnen bewerken

van drukbeelden die op golfkartonnen dozen gedrukt moesten worden, opnieuw een grote stap vooruit. Een echte doorbraak voor de flexografie was het daarna toen in 1995 de eerste digitaal vervaardigde fotopolymeerplaten op de markt kwamen. DuPont lanceerde bij voorbeeld zijn Digital CyrelÂŽ fotopolymeerdrukplaat die op een zogenaamde Digital Imager gemaakt werd. Daarnaast hebben er de laatste decennia continu verbeteringen in de fotopolymeerplaten plaats gevonden in het kunnen aanbrengen van steeds fijnere rasters, in het uitwassen of etsen van drukplaten, in het monteren op de persen etc. Nog later werd ook het hele traject van ontwerpbureau via merkartikelenfabrikant en verpakkingsproducent nĂłg efficienter door de invoering van Computer-To-Plate technologie waarmee digitale data heel gemakkelijk tussen alle deelnemers in het hele proces gedeeld kunnen worden. Computers en de daaraan gekoppelde digitale revolutie hebben ook in de flexodruk voor een grote efficiencyverbetering en nog meer mogelijkheden voor hoogwaardig drukwerk gezorgd. Flexodruk kan nu met elke andere druktechniek volwaardig concurreren.

66


het ook nog altijd op precies dezelfde manier doet. Adri den Hartog vertelt wat over zijn ervaringen met de komst van de computer in de typografie. Adri den Hartog: ‘Ik heb het geluk gehad dat ik heel vroeg te maken kreeg met de computer in mijn werk. Samen met Henk Karmiggelt ben ik naar Zaandam geweest om de cursus te volgen voor de PURUP. Toen we terug kwamen van de cursus was alles netjes geïnstalleerd en konden we aan de slag. Het was toentertijd een absoluut hightech systeem. Later vertelde meneer Der Nederlanden dat het systeem zichzelf ondanks de hoge prijs helemaal terug heeft verdiend. Je kon veel sneller en ook nog eens veel preciezer werken, je bespaarde overal op. Je hoefde de DOKA natuurlijk helemaal niet meer te gebruiken. We hadden bij die PURUP een filmbelichter van 60 x 60 cm staan. We konden nu teksten heel gemakkelijk bewerken, er zat een scanner bij en we hadden zelfs kleurenschermen. We wisten niet wat ons overkwam. We hebben zes jaar veel plezier gehad van de PURUP. Uiteraard zijn de computersystemen van nu honderd keer geavanceerder maar het was een grote stap voorwaarts in ons vak. Ik vond het toen al leuk om de overgang naar nieuwe technieken helemaal mee te maken. Dat is veel leuker dan dat je altijd op dezelfde plek hetzelfde werk moet doen. Ik vind het leuke van Rudico nog steeds dat je steeds de gelegenheid krijgt mee te groeien.’ Twee jaar na de komst van het PURUP systeem wordt de studio verder geautomatiseerd. Het doel is de beeldproductie voor de productie van de stempels daarna volledig per computer te laten plaatsvinden. Twee Apple Macintosh Workstations doen hun intrede. Desk Top Publishing (DTP), beeld- en tekstbewerking vanachter de computer op je bureau, dringt meer en meer door. De Mac’s vergroten de DTP-capaciteit en zijn vooral voor de kleinere orders lekker flexibel. Toenmalig IT-expert bij Rudico Anton Futselaar merkt in De Beelddrager bij alle nieuwe apparatuur op: ‘Iedereen heeft het over ‘toverdozen’ maar helaas bestaan die niet. Je moet het nog altijd grotendeels zelf doen’.

67

Eén van de sterke kanten van Rudico is het regelmatig op gepaste wijze naar buiten treden. Dat gebeurde op verschillende manieren: dan eens een seminar of een miniseminar, dan een opvallende beursdeelname, dan weer deelname aan een verpakkingscompetitie, deelname aan EFTA-activiteiten etc. etc. In 1990 organiseert Rudico een mini-seminar over ‘Verpakken en Flexodruk’, samen met DuPont en Wifac. Wifac vertegenwoordigt DuPont voor de Cyrel fotopolymeerplaten en de andere DuPont producten. Wifac directeur Van Rookhuizen geeft een overzicht van de stand van zaken in de grafische industrie. Hij wijst op de grote vorderingen van Rudico in de kwaliteit van flexodruk. Een spreker van DuPont zegt: ‘De pre-print flexo maakt een kwaliteit mogelijk die een vergelijk met offset pre-print gemakkelijk kan doorstaan.’ Jaap der Nederlanden neemt ook een presentatie over flexodruk en de actuele positie van Rudico daarin voor zijn rekening. Jaap Dijkslag vertelde over een wel heel speciale voorstelling die Jaap der Nederlanden tijdens een mini-seminar gaf. ‘Bij een mini-seminar dat Jaap der Nederlanden had georganiseerd hielp ik hem met het voorbereiden van zijn presentatie. Er zaten veel technische en commerciële mensen van onze grote klanten De Hoop, De Zeeuw en Lona, in totaal zo’n veertig man, in de zaal. Tijdens zijn verhaal liet Jaap allerlei voorbeelden zien. Wat had ik nou gedaan? Ik had uit de Playboy in precies hetzelfde formaat een afbeelding gehaald van een vrouw met flink grote borsten. Die had ik er zo tussen gedouwd dat hijzelf niks zag maar de zaal wel. Hij is bezig om over rasterpuntjes te vertellen, laat een illustratie zien, heeft het nog eens over puntjes, maar de zaal ziet een paar grote tieten en barst in lachen uit. Jaap heeft nog niks in de gaten, denkt zelfs veel succes te hebben en pas als iedereen over de tafeltjes hangt van het lachen krijgt hij het zelf in de gaten. Achteraf komt Jaap naar me toe en zegt :’Dat heb jij geflikt’ en dat gaf ik meteen toe. Maar hij nam het me absoluut niet kwalijk.’ In 1991 breekt Rudico met een belangrijk stukje historie. Rudico verkoop al zijn vulkaniseerpersen en slijpmachines. Het is een gedenkwaardig moment want daarmee verdwijnt


68

Eind jaren tachtig, ad


het rubber (waarmee Rudico groot geworden was) volledig binnen de onderneming. Rudico gaat vanaf nu met alleen fotopolymere beelddragers verder. Al met al is het Rudico dan gelukt om een marktaandeel in beelddragers van zo’n 50% op te bouwen. Waarlijk geen gek resultaat! Ondertussen gaat het nog niet goed genoeg met Felco. De levering van pre-printed liners aan Nederlandse afnemers dekt bij lange na niet de capaciteit van de nieuwe lijn. Daarom exporteert Rudico ook pre-printed liner aan klanten in België, Frankrijk, Duitsland, Zwitserland en Italië. Voor Italië is zelfs een eigen agent aangesteld, de heer Pozzi. In 1990 wordt op die manier 30% van de totale Felco-productie geëxporteerd. In Europa is dan in elk geval de reputatie van Rudico als een niet-gebonden pre-printed liner drukker gevestigd. Een nare affaire was het tafelkleden-project. Er waren heel goede vooruitzichten voor het leveren van bedrukt folie bestemd voor het maken van tafelkleden, onder andere naar Turkije, en er waren al enkele orders succesvol uitgeleverd. Ineens ging het goed fout. Omdat er grote financiële belangen mee gemoeid waren herinnert Dirk Jan Slijkhuis het zich nog goed. Dirk Jan Slijkhuis: ‘Het was potentieel een heel groot project. Het betrof een folie die we moesten bedrukken maar de kleuren gingen overzetten. Daardoor plakte alles aan elkaar en werd het één grote klont. Kennelijk kon de inkt niet genoeg drogen tussen de folies. Maar de inktleverancier bleek zeker niet vrijuit te gaan en dus liep het nog een beetje met een sisser af. Overigens, het was wel weer een blijk van creativiteit van Jaap der Nederlanden om dit toch aan te pakken’.

Het rommelt bij de aandeelhouders Het idee van Arie de Zeeuw in 1962 om Rudico als een aparte onderneming op te richten, losstaand van moederbedrijf De Zeeuw Golfkarton, was een heel wijze gedachte. Rudico kon zich op die manier specialiseren op een voor De Zeeuw Golfkarton wel heel belangrijk terrein, namelijk de verbetering van de flexodruk techniek. Dat was absoluut nodig om tegemoet te kunnen komen aan de eisen vanuit de markt

dvertentie in vakbladen

69

om meer bedrukkingsmogelijkheden te hebben en als eigenaar had De Zeeuw Golfkarton als eerste toegang tot die verbeterde mogelijkheden die het ontwikkelingswerk van Rudico alras opleverde. De stap in 1974 om de basis van Rudico te verbreden en ook De Hoop en Lona mede-aandeelhouder te maken was, alles in retroperspectief, ook een heel logische. De nieuwe aandeelhouders hadden eigenlijk hetzelfde belang als De Zeeuw, namelijk leveringen van zo goed mogelijke stempels door een bedrijf waarop ze grip hadden en dat verder ging met de ontwikkelingen in stempels maken. Daarmee bleven ook zij bij in de ontwikkeling van de ook voor hen belangrijke flexodruktechniek. Als in de jaren tachtig de eisen vanuit de markt aan de bedrukking van verpakkingen nog veel hoger worden dient de pre-printed liner technologie zich aan. De voor Rudico vereiste hoge investeringen maken het wenselijk een breed front in de kartonindustrie te hebben en dus treden ook Empee en Kappa-Hoogeveen in 1987 als aandeelhouder van Rudico toe. Tòch ontwikkelden zich wel spanningen tussen de aandeelhouders van Rudico en Rudico zelf. Als het Rudico erg naar den vleze ging vonden de aandeelhouders al gauw dat de prijzen van Rudico wel aan de hoge kant waren en dat Rudico ook wel erg dure machines kocht. Als Rudico eens weinig werk had verweet de directie van Rudico haar aandeelhouders wel eens dat ze hun eigen dochter toch wel wat meer van werk zouden mogen voorzien en niet voor de eerste de beste lage prijs naar de concurrent moesten uitwijken. Daarnaast deed zich een in de hele industrie steeds belangrijker wordende beweging zich nadrukkelijk ook in de kartonverpakkingswereld gelden, namelijk de internationalisering. Door strategische acquisities probeerden internationale concerns dominante marktposities te verwerven. Daarmee bereikten ze tevens een aanzienlijke consolidatie van aanbieders in vele marktsegmenten. In de verpakkingsmarkt en zeker ook in de papier- en kartonverpakkingsmarkt deed deze tendens zich relatief snel en krachtig voelen. De Nederlandse papier- en kartonproducenten BührmannTetterode en KNP (Koninklijke Nederlandse Papierfabrieken),


Marketingrevolutie Met de komst van supermarkten en sterk toegenomen welvaart kwam er een overdaad van consumptiegoederen op de markt. Consumenten konden vaak uit vele merken kiezen om in een bepaalde behoefte te voorzien. Dat leidde tot de behoefte bij merkartikelenfabrikanten zich te onderscheiden van concurrerende merken. De marketingtheorieën van onder andere Philip Kotler maakten furore vanaf de jaren vijftig. Uit tientallen publicaties en consumentenonderzoeken bleek steeds weer opnieuw dat het totale design inclusief met name opvallend kleurgebruik heel bepalend zijn voor het onderscheidend vermogen van een merk en een product en dat verpakkingen daarbij een heel belangrijke rol spelen. Uiteraard dient het merk wel eerst bekend te zijn en te blijven bij de consument door de aan consumenten geleverde kwaliteit en voortdurende reclame, maar daarna moet vooral de verpakking mede het verschil maken. Kleuren spelen daarbij de belangrijkste rol. Marketingmanagers van merkartikelen houden zich daarom intensief met de verpakkingen van hun product bezig. Vaak krijgt een verpakkingsdesignbureau de opdracht voor een nieuwe presentatie van een merk, worden de concepten besproken met leveranciers, worden er proefmodellen gemaakt die vervolgens uitgetest worden in consumentenonderzoek. Als dan uiteindelijk gekozen wordt voor een bepaald design wil de merkartikelenfabrikant, die deze verpakking in meerdere landen gebruikt, dat de weergave van het merk steeds dezelfde is qua kleur etc. Dat vereist een grote consistentie in kleurvastheid bij de leveranciers van verpakkingen. Derhalve komt de lat voor de diverse bedrukkingstechnieken van verpakkingsmaterialen steeds hoger te liggen. Uiteraard geldt dat zeker ook voor kartonnen verpakkingen.

de Zweedse SCA-groep, de eveneens Zweedse AssiDomän groep en de Ierse Jefferson Smurfit groep waren allemaal op het oorlogspad. In de jaren negentig hadden ze dan ook de taart van de papier- en kartonfabrikanten in Nederland al aardig verdeeld. Voor die grote concerns is deelname met aandelen in kleine ondernemingen als Rudico niet erg relevant meer en de topmanagers, die aan het hoofd van de verschillende divisies staan, hebben nauwelijks persoonlijke relaties en dus weinig binding met een in hun ogen klein bedrijf als Rudico. Dus valt er in december 1992, als een klein bommetje, een brief van SCA-Packaging in de bus waarin zij hun aandeel in Rudico te koop aanbieden. De directie en de Raad van Commissarissen moeten nu conform de statuten snel handelen. In goed overleg tussen de directie en de Raad van Commissarissen passeren een aantal scenario’s. De andere vier aandeelhouders zouden het 20% aandeel van SCA kunnen overnemen of een concurrent van Rudico, die al eerder belangstelling voor de overname van Rudico had getoond, zou het aandeel (of meer?) kunnen overnemen. Al snel blijkt dat de andere aandeelhouders geen belangstelling hebben voor overname van dit aandeel en eigenlijk nu ook wel willen aansturen op verkoop van hun eigen aandeel. Als bij SCA De Hoop in Eerbeek op het publicatiebord wordt gemeld dat SCA het belang in Rudico wil verkopen zijn de rapen gaar en moet Jaap der Nederlanden voorzover mogelijk opheldering geven in de gebruikelijke vrijdagmiddagsessie van de OR van Rudico. Hij krijgt snel het vertrouwen van de OR. Het zoekproces naar een nieuwe structuur gaat verder.

Rudico krijgt door een Management Buy Out (MBO) andere eigenaren Gaandeweg komt een andere optie in zicht nu de huidige vijf eigenaren zich eigenlijk liever willen terugtrekken. Bovendien willen ze eigenlijk wel ‘het opgespaarde rendement incasseren’, ook al omdat juist dan de rendementen bij de aandeelhouders niet geweldig zijn. Na vele vergaderingen met accountants en potentiële participanten in de MBO wordt in

70


de Raad van Commissarissen een akkoord bereikt. Besloten wordt dat de eigendomsverhouding zal worden: • • •

de vijf bestaande aandeelhouders/ golfkartonfabrikanten 25% de Gelderse Ontwikkelings Maatschappij 30% J.C. der Nederlanden Beheer B.V. 45%

Het uitonderhandelen van de aandelenverhoudingen, het vinden van de juiste participant en het vinden van financiering kost de nodige tijd en dus worden pas in november 1993 de definitieve stukken getekend. De Raad van Commissarissen verandert nu ook van samenstelling. De heer Wim te Kamp, algemeen directeur van adviesbureau TAUW in Deventer, wordt president-commissaris en zal dat tot op de dag van vandaag blijven. Ondertussen gaat de pre-press business van Rudico zo goed door dat er verder geïnvesteerd moet blijven worden. DuPont komt een nieuw type Cyrel machine plaatsen en ter gelegenheid daarvan organiseert Rudico een Open Huis voor haar relaties met het thema ‘Innovatie’. Chriet Titulaer houdt een prima verhaal over de door hem voorspelde toenemende digitalisering. De nieuwe president-commissaris Wim te Kamp herinnert zich zijn aantreden bij Rudico nog heel goed. Wim te Kamp: ‘De accountant van Rudico kende ik goed en die vroeg me op een bepaald moment of ik daar commissaris wilde worden. Ik heb ja gezegd en omdat Jaap der Nederlanden het grootste aandelenpakket bezat mocht ik meteen voorzitter worden.

Anton Verhoef was namens de Gelderse Ontwikkelings Maatschappij commissaris en Pep Christa was commissaris namens de industrie. Pep Christa was een man die in de golfkartonindustrie een grote autoriteit bezat en daarnaast bijzonder innemend was. Het was even wennen in de nieuwe samenstelling. Wat was nou kenmerkend in die periode, heb ik me afgevraagd. Al in de eerste vergaderingen kwam het gevoel van de industrie naar voren. Dat was grofweg: ’Rudico is van ons geweest en daardoor hebben we waarschijnlijk altijd te veel betaald. We moeten er nu voor zorgen dat Jaap der Nederlanden met zijn hoge tarieven niet nog rijker van ons wordt. We hebben nu de kans om concurrenten binnen te halen en Rudico onder druk te zetten’. Dat was de houding die ik proefde. Dus was mijn streven, samen met de andere commissarissen: ‘Jaap, probeer efficiënter te werken dan je nu doet. Er komt concurrentie aan en bereid je daarop voor door zo veel mogelijk kosten te reduceren. Blijf daarnaast zeker innovatief. Dat laatste hoefden we helemaal niet te zeggen, maar tot dusverre was de drive om kostenefficiënt te produceren er niet genoeg geweest. Ik heb die lijn een aantal jaren volgehouden maar eigenlijk wilde Jaap daar niet aan. Ik moet wel zeggen dat diezelfde industrie het hem ook niet altijd makkelijk maakte want als zij hun afdeling stempelmakerij wilden opheffen, kwamen ze naar Jaap toe en dan was Rudico goed genoeg die mensen over te nemen. Dat waren dan nogal eens niet de beste mensen dus hij kon er ook niet altijd alles aan doen.’

‘Al met al is het Rudico dan gelukt om een marktaandeel in beelddragers van zo’n 50% op te bouwen. Waarlijk geen gek resultaat!’

71


1992, Macropak

72


Aandeelhouders en eigenaren steeds zakelijker ‘Het aandeelhouderschap werkt niet meer en Rudico wordt eerder gezien als een blok aan het been’. Magere jaren in aantocht, maar ook pluspuntjes zoals FlexoClean In de jaren vanaf 1994 treedt een duidelijke verzakelijking op van de kant van de industriële aandeelhouders, die door de kleine participatie van elk nog 5% verder van Rudico af zijn komen te staan. De Hoop wil prijsverlaging en wil daarnaast twee mensen kwijt aan Rudico. Smurfit Lona wil naar minder stempelleveranciers en lagere prijzen. Iets later gooit SCA helemaal de beuk erin en wil eigenlijk helemaal weg bij Rudico. Pas na een prijsconcessie van 15% houdt Rudico nog een deel van de SCA business over. Jaap der Nederlanden verzucht in die tijd: ‘Het aandeelhouderschap werkt niet meer en Rudico wordt eerder gezien als een blok aan het been’. De jaren 1994 en 1995 worden dan ook financieel moeilijk, zeker als ook Felco ineens minder verkoopt aan pre-printed liners voor de golfkartonnen dozen. Er is een kopersstaking in Duitsland opgetreden van Hollandse tomaten omdat ‘de tomaten naar niks meer smaken’. Maar gelukkig helpt de verkoop van een stuk grond naast het Rudico gebouw om uit de al te rode cijfers te blijven… In april 1994 dient zich een andere onverwachte ontwikkeling aan. Bij Rudico komt een jonge man binnenlopen en vraagt een gesprek met Jaap der Nederlanden, omdat hij iets bijzonders heeft. Jaap der Nederlanden: ‘Hij was nog maar een jaar of 25 en stelde zich voor als Ton Hensen. Hij vertelde iets te hebben uitgevonden om allerlei materialen en machines waarbij drukinkten gebruikt worden, beter schoon te kunnen maken. Zijn huidige baas gaf hem niet de ruimte om echt iets met zijn idee te doen. Hij had echt werk gemaakt van zijn vinding en zei dat hij van een chemisch bedrijf een 73

uitwasmiddel kon kopen voor f 0,50 per liter en dat hij dat in de drukkerijwereld kon verkopen voor f 5,50 per liter, dat had hij al uitgetest. Het idee interesseerde ons wel, vooral omdat het qua markt bij ons paste en ons weer beter toegang gaf tot de mensen op de werkvloer bij onze klanten. Ons leveringspakket van dat moment bracht ons vaak niet verder dan de kantoren van onze klanten. We hebben Ton Hensen de ruimte gegeven een eigen afdelinkje te creëeren en het begon al snel goed te lopen. In het eerste jaar had Hensen al een omzet van 1,2 miljoen gulden gerealiseerd met een prachtige winstmarge. Per 1 januari 1995 hebben we toen een nieuwe spruit aan onze stam opgericht, de B.V. FlexoClean Engineering. Een paar jaar later hebben we het bedrijf naar een pand in Raamsdonksveer verhuisd, waar het beter kon gedijen. Ton Hensen was succesvol met het bedrijf en wat later kon hij zelf een aandeel van 40% in de B.V. nemen. FlexoClean blijft het goed doen, maar het blijkt voor Ton Hensen moeilijk de kosten in de hand te houden. En Ton Hensen is nou ook niet iemand die je gemakkelijk stuurt en al zeker op een afstand niet. Ik heb een aantal harde gesprekken met hem gehad maar we hebben toch maar besloten in 1998 uit elkaar te gaan. Ton Hensen kocht toen de andere 60%. FlexoClean is dus even gouden business geweest voor Rudico.’ John Dorland heeft de snelle opkomst van FlexoClean ook van dichtbij meegemaakt in een wat andere positie en die periode staat hem nog in zijn geheugen gegrift.


Ervaringen van een in-house manager Grafisch expert of DTP’er Jeroen Kofman: ‘Ik heb vaak als back-up voor collega’s gefungeerd, in geval van ziekte, vakantie of zoiets bij verschillende bedrijven. Ik heb dat onder andere gedaan bij Empee in Etten Leur en Oudenbosch, bij Kappa Twincorr in Hoogeveen en op andere plekken. We werken nog steeds her en der met detacheringen. Soms zitten we zelfs met twee man of vrouw bij een bedrijf. Als je gedetacheerd bent ben je echt de vooruitgeschoven post van Rudico in zo’n bedrijf. Het is voor beide partijen een prima constructie want als leverancier hoor en zie je veel en kun je optimale service geven en als afnemer word je heel snel vakkundig op je wenken bediend. Je krijgt een orderaanvraag, je doet de intake in het Rudicosysteem en je brengt de offerte uit. Simpele DTP-klussen doe je ter plekke, de grote klussen gaan naar Eerbeek waar we veel grotere mogelijkheden hebben. Ik kan me nog goed mijn eerste reis naar Oudenbosch herinneren, jaren geleden. Ik had een oude Lelijke Eend en een memoblok-velletje met de route vastgeplakt op het dashboard want een TomTom was er nog niet. Ik stond ook een keer langs de weg met een helemaal rokende 2 CV die er dreigend uit zag. Later bleek dat de oliedop er niet helemaal goed op had gezeten. Nogal eens ging je op maandagmorgen weg en kwam je ’s avonds op vrijdag terug. Je sliep en at dan in een hotelletje. Als ik thuis kwam wilde ik dan niets liever dan een simpel aardappeltje en een balletje gehakt’.

John Dorland: ‘Jaap der Nederlanden had Ton Hensen binnengehaald. Ton had altijd duizend ideëen, waar beslist goeie bij zaten. Rudico stopte er wat geld in en het bedrijf Graaff &Baas, het huidige Kluthe Benelux, heeft toen de eerste producten voor ons gemaakt. In die tijd hadden we een enorme tank bij ons achter in de hal staan en daar moesten we water met bepaalde concentraten mixen. Ton maakte zich enorm druk en vloog alle kanten op. Jaap der Nederlanden had er een hard hoofd in en vroeg mij de spullen van Ton uit te testen. Bij Felco kon ik goed testen maar eerst kreeg ik er geen wals, waarop ingedroogde inkt zat, mee schoon. Er gebeurde gewoon helemaal niks. Ton en ik zijn toen samen de reinigingsmiddelen gaan verbeteren en na veel vijven en zessen hadden we iets wat werkte. Toen ik kort daarna een keer voor een technisch probleem bij Kappa in Hoogeveen was, hadden ze daar walsen waarop inkt helemaal ingedroogd was. De vraag van de klant was: Hoe krijgen we dat schoon? Ik zei: Ik heb wel wat dat werkt en we lieten er een vat van dat spul komen. Ik liet de werking zien en ze wilden daar meteen een grote container hebben terwijl ik ze niet eens een prijs kon noemen. Jaap der Nederlanden was erg verguld. Vanaf toen werden de reinigingsmiddelen een groot verkoopsucces en ze brachten mooie marges op. Toen FlexoClean naar Raamsdonksveer zou gaan, vroeg Ton Hensen me mee te gaan. Ik vond het erg interessant, we gingen heel Europa door en zelfs buiten Europa verkochten we. Het was in die tijd een tamelijk uniek product. Toen Ton Hensen voor 100% de aandelen over zou nemen kwam er even een forse kink in de kabel. De overdracht duurde even iets langer maar Ton Hensen liet nota bene meteen beslag op Rudico leggen. Dat was snel opgelost en daarna zijn er een aantal florissante jaren gevolgd voor FlexoClean. Ik ben naar het zuiden verhuisd en ben daar met mijn gezin helemaal geworteld. Op een gegeven moment hadden we 32 mensen in dienst. Ik was technisch directeur geworden en ik regelde van alles. Na enkele jaren kreeg ik een arbeidsconflict met Ton en ben ik weggegaan. Ondertussen had Rudico in 2004 de tak Rudico Trading opgericht en die deed dezelfde soort dingen als FlexoClean. Daar ben ik een half jaar na mijn ontslag bij FlexoClean in 2008 terecht gekomen en daar vermaak ik me nog steeds uitstekend.’ 74


Een tegenvaller in de bedrijfsvoering in 1994 is dat de met veel tamtam geplaatste Cyrelmachine voor het maken van cliché’s niet blijkt te werken en vooral afval maakt. Terug dus; Rudico had nog niks betaald…! Ondertussen doet Rudico haar stinkende best om in het kader van Total Quality Management de ISO 9002 kwalificatie te halen. Met een aanzienlijke krachtsinspanning van alle afdelingen lukt dat. Forse investeringen in technologische verbeteringen die ook nog sterk arbeidsbesparend zijn, maken een aantal mensen overbodig. Ondanks de slechte markt blijft Rudico bijna anticyclisch investeren in de laatste technologie. Het gaat om de aanschaf van nieuwe Apple Mac’s, een heel moderne BARCO laser-filmbelichter en bij Felco nieuwe stempelmontage-machines. Het ontslag van een achttal mensen leidt tot een botsing met de vakbonden, maar men komt er uit. De markt voor zowel Rudico als Felco blijft slecht in 1995. Op verzoek van concurrent Scheulderman in Apeldoorn (onderdeel van Miller Graphics uit Zweden) heeft Jaap der Nederlanden gesprekken met de directie van Scheulderman over samenwerking of overname, die echter acuut gestaakt worden als er onwelgevallige voorstellen op tafel komen. In het najaar van 1995 schrijft Jaap der Nederlanden in De Beelddrager een stuk om uit te leggen dat het weliswaar Rudico en Felco nu niet naar den vleze gaat maar dat er goede hoop voor de toekomst is gezien met name de technologische voorsprong.

Het blijft zwaar weer voor Rudico en Felco in 1995, 1996 en 1997 In 1996 trekt de pre-press omzet voor Rudico weer stevig aan maar de prijzen staan wel onder druk. Felco presteert nog dik onder de maat. In de kartonindustrie gaat ondertussen de samenklontering versneld door. KNP BT neemt meer golfkartonbedrijven over en centraliseert de inkoop, zoals alle bedrijven doen die andere bedrijven overnemen. Ook centrale inkoop moet meehelpen om de vaak voorspelde synergie te bewijzen. Vrij snel komt dan ook ‘single sourcing’ aan de orde; de grote bedrijven willen maar met één leverancier te maken hebben, maar dan wel tegen fors lagere prijzen. Een eerste voorbeeld was SCA Eerbeek, dat wel 100% van haar behoefte 75

aan stempels bij Rudico Pre-Press wilde onderbrengen, maar dan wel tegen 20% lagere prijzen en garanties wat levertijd en kwaliteit betreft. Bij Kappa en Empee gaat al snel hetzelfde spelen. Steeds blijkt wel dat de klanten Rudico zeker als een kwalitatief heel goede leverancier zien. Dat blijkt ook uit het feit dat Rudico bij vele competities op beurzen, seminars georganiseerd door DuPont etc steeds prijzen behaalt voor haar werk. De klanten willen en moeten nu eenmaal wel, nadat ze zo sterk samengeklonterd zijn, van hun inkoopmacht door hun grote volume gebruik maken om betere prijzen te krijgen. Dat doen de nieuwe conglomeraties over de hele inkooplinie, niet alleen naar Rudico toe. Rudico neemt de handschoen wel steeds op! President-commissaris Wim te Kamp: ‘In deze periode en eigenlijk gedurende mijn hele commissariaat is de kwestie steeds: hoe kan ik bezuinigen, hoe moet ik omgaan met mensen die niet meer produceren naar wat ze kosten? Het is permanent een sterk concurrerende markt, omdat je maar een paar grote opdrachtgevers hebt. Zij zullen altijd proberen de laagste prijs te bemachtigen door concurrentie aan te wakkeren en concurrenten te helpen door hen ook een plukje business te geven. Ze kunnen nooit accepteren dat er maar één toeleverancier voor stempels zou zijn. Maar wat Jaap der Nederlanden had en ook Jan Wüstenhoff later had is dat er een zekere zachtheid in zat en een zodanige verbondenheid met het product dat je de neiging hebt enige inefficiency te accepteren. Een heel scherpe aandeelhouder zou die houding niet accepteren. In het veld dat ik nu schets moeten wij als commissarissen opereren. Maar doordat je de onderneming goed kent en weet hoe de directeur in elkaar zit, kun je nuttig zijn’. Jaap der Nederlanden beseft dat de organisatie professioneler zal moeten worden en krijgt de gelegenheid de organisatie op te schudden als de heer Kröttje na veertig jaar trouwe dienst in de grafische industrie in 1996 vertrekt. Daarnaast heeft Jaap der Nederlanden ex-Rudico man Kees van den Bos kunnen strikken, nu in de functie Verkoopleider Pre-Press.


Kees van den Bos over zijn terugkomst bij Rudico ‘Ik ben in 1989 bij Rudico weggegaan omdat ik na 22 jaar bij Rudico, waar ik alles gedaan had van graveur tot vertegenwoordiger, wel eens toe was aan iets nieuws. Mijn toenmalige werkgever NEROC beviel me niet slecht maar het bedrijf kreeg problemen en ik had altijd wel een beetje contact met Rudico mensen gehouden. In maart 1996 had ik een serieus gesprek met Jaap der Nederlanden nadat hij had gehoord dat ik voor mezelf zou beginnen. Het klikte zo goed dat we ter plekke samen getekend hebben onder een soort contract dat hij op een blaadje papier maakte onder de titel ‘Agreement voor Aanstelling’. Over dat soort dingen liet hij geen gras groeien. Hij bood me een mooi salaris met alle toeters en bellen die daarbij horen en ik had er best weer zin in bij Rudico. Eén van de eerste dingen die ik deed bij terugkomst was het maken van een echt gestandaardiseerd calculatiesysteem want ik wist dat het daar aan schortte en dat dat niet goed was naar de markt toe maar vooral voor Rudico zelf niet. Dat werd steeds belangrijker nu de markt steeds moeilijker werd. Ik liet alle mensen die een prijs mochten afgeven een calculatie maken van het werk voor een nieuwe doos. Daar ben ik echt van geschrokken. Jaap was altijd de goedkoopste. Ik heb toen in overleg met onze ICTautomatiseerder een prijscalculatiesysteem geschreven, gewoon op millimeterpapier. Ik heb in het systeem met alle facetten rekening kunnen houden, gewoon doordat ik zelf alle finesses door en door kende omdat ik alles wel eens ooit gedaan had bij Rudico. Onze ICT-automatiseerder kon nu het systeem in een rekenmodel zetten dat goed werkte en waar altijd dezelfde uitkomst uit kwam. De creativiteit die je er in kon stoppen, dat wisten maar een paar mensen. Later hebben we het systeem zelfs aan klanten ter beschikking gesteld. Zo konden ze zelf onze prijs voor een bepaalde klus uitrekenen. Dat werkte uitstekend.

1996, aanstellingsovereenkomst van Kees van den Bos 76


Jaap der Nederlanden zet een nieuw managementteam neer. Naast Kees van den Bos zitten daar de zoon van Jaap der Nederlanden, Leopold, Dick Volkers, Dirk Jan Slijkhuis en Hans Clasener in, terwijl Ton Hensen FlexoClean vertegenwoordigt. Het ondernemingsplan dat de nieuwe club vervolgens maakt voor de jaren 1998 tot 2000 is ambitieus genoeg. De omzet zal moeten groeien van 25 naar 40 miljoen gulden in die jaren. Kees van den Bos, die net is aangetreden, introduceert een nieuw model om met grote klanten die veel, zeer diverse opdrachten hebben heel intensief contact te kunnen onderhouden, de zogenaamde ‘in-house manager’. Kees kent dit concept uit zijn tijd bij NEROC, die dit model praktiseerde bij grote klanten als Philips. Als Fedde Spoelstra namens SCA De Hoop in Eerbeek in december 1996 vraagt om een forse prijskorting op pre-press leveringen door Rudico in ruil voor het onderbrengen van 100% van alle pre-press business komen SCA De Hoop en Rudico uiteindelijk tot een deal. Maar Spoelstra heeft zijn twijfels of Rudico het wel aankan. Kees van den Bos: ‘Ik heb hem gezegd: ‘Fedde, als ik ja zeg, dan is dat ja. Maar dan krijg je wel een in-house manager’. Dat was nieuw bij Rudico, maar ik had er goede ervaringen mee bij NEROC. Wij hebben daar toen Arend Schotpoort voor binnengehaald, een echte Eerbeeker die veel mensen kende binnen De Hoop. Er moet wel de goede man of vrouw op zo’n vooruitgeschoven post van je zitten, want de mensen binnen dat bedrijf moeten het werk graag naar zo iemand toebrengen. Fedde droeg Rudico een warm hart toe en we begonnen mooie omzetten met SCA De Hoop te draaien. De in-house manager was toen nieuw, maar nu is het heel normaal iemand bij een bedrijf te detacheren. Als je zoals in dit geval het hele pakket krijgt krijg je de moeilijke maar ook makkelijke klussen door elkaar en ben je aan het eind beter uit.’ Als Kees van den Bos goed en wel binnen is bij Rudico schrijft hij in 1997 onder de titel ‘Rudico Verkoop, van begin tot heden’ in De Beelddrager een analyse over de marktpositie van Rudico en somt de uitdagingen op. Daarbij noemt hij dat er meer concurrenten bij zijn gekomen, dat er minder drukkerijen als potentiële klant zijn en dat er grotere prijsdruk 77

is. Hij eindigt echter dan al met de overtuiging: ‘dat het Rudico-team in staat is niet alleen het grootste, maar ook het beste bedrijf in onze branche neer te zetten’. Felco blijft een zorgenkind. Om er een juridische eenheid van te maken die eventueel separaat verkocht zou kunnen worden, wordt van Felco een B.V. gemaakt, met Rudico Holding als eigenaar. De aandeelhouders dringen aan op verkoop van Felco omdat het al jaren geen winst maakt. Er lijkt een geïnteresseerde koper op te duiken in de vorm van France Flexo, een bedrijf dat ook een productielijn voor preprinted liners heeft. Rudico heeft daarmee sinds enkele jaren contact doordat men elkaar over en weer zo nu en dan uit de brand helpt. De algemeen directeur, de heer Brument, komt praten en doet uiteindelijk een bod van 1,8 miljoen gulden en er wordt een Letter of Intent gemaakt. Als het later op de definitieve verkoop aankomt blijkt dat France Flexo het geld helemaal niet heeft en de koopsom wil betalen ‘uit de winsten van Felco in de komende jaren’. De koffie voor de heer Brument was ingeschonken op het kantoor van Jaap der Nederlanden, maar bij het horen van dit antwoord schijnt Jaap der Nederlanden toen letterlijk gezegd te hebben: ‘Als je niks beters te melden hebt is daar het gat van de deur en hoef je de koffie ook niet meer op te drinken’. Einde van de verkoop van Felco. Kees van den Bos heeft een duidelijke mening over het gebrek aan succes van Rudico in die tijd. Kees van den Bos: ‘Onze toko Felco had natuurlijk een groot probleem. Felco stond al heel snel, ook in het buitenland, bekend als deel van de Nederlandse golfkartonindustrie die immers 100% eigenaar was. Ze hadden natuurlijk gelijk; Felco wàs deel van de Nederlandse golfkartonindustrie, ook al stond de lijn onder dak bij een juridisch andere onderneming. De houding van de concurrerende golfkartonfabrieken in het buitenland waar Felco veel business vandaan had kunnen halen, was dan ook: ‘ Al zijn jullie nog zo goed, bij mij komen jullie als concurrent voor mijn golfkarton ook voor pre-printed liner niet binnen’. Dat was voor ons in de verkoop een groot probleem. We hebben de deuren plat moeten lopen. Dat deed met name Bennie Hezeman, onze vertegenwoordiger, op een voortreffelijke


Jan Wüstenhoff: ‘Rudico en Felco zijn door Jaap der Nederlanden op de Europese kaart gezet. Hij was zó enorm gedreven om de voordelen van het flexodrukproces te promoten. Hij kon dat als geen ander omdat hij een enorm creatieve geest was. Ik heb altijd groot respect voor hem gehad.’ Wilfried Schumacher: ‘Het is aan Jaap der Nederlanden te danken dat Rudico één van de eersten was die een automatisch apparaat voor de vervaardiging van fotopolymeerdrukplaten kreeg. Jaap was een echte wegbereider. Hij was één van de eersten die polymeerplaten in de wereld van de golfkarton heeft geïntroduceerd. Wij hebben altijd als DuPont een goede verhouding met Jaap gehad en privé had ik een vriendschappelijke verhouding met hem en zijn zoon Leopold. Jaap is vaak als spreker op onze seminars opgetreden door heel Europa heen om belangstellenden over fotopolymeerplaten in het algemeen en Cyrel-ontwikkelingen in het bijzonder te informeren.’

manier. Toen Jaap der Nederlanden alle aandelen in 1998 in handen kreeg gingen de deuren in België, Duitsland, Frankrijk, Polen en zelfs Tsjechië open. Door de relaties die Bennie Hezeman had opgebouwd, ging het toen heel snel’. De prijserosie voor de pre-press activiteiten van Rudico gaat door in 1997. De concurrenten Mariën en Scheulderman vallen Rudico’s posities aan bij Vandra in Oosterhout, bij Empee in Etten Leur en Oudenbosch. Rudico kan elders weer marktaandeel terugwinnen, maar wel soms tegen een prijsreductie van 20%. Op de Macropak-verpakkingsbeurs van voorjaar 1997 geeft Rudico een visitekaartje af met de vertaling van een mooi groot kunstwerk op golfkarton. De resultaten van Felco blijven slecht en dat leidt tot ontslag van de verantwoordelijke bedrijfsleider. Een nieuwe manager wordt gezocht. FlexoClean floreert inmiddels en draagt in 1997 enkele miljoenen aan omzet bij voor de holding, met maar vier man personeel. De winstbijdrage van FlexoClean zorgt ervoor dat het resultaat van de holding over 1997 nog net positief blijft.

Spannend 1998: turn-around voor Felco, gevecht om pre-press business en afscheid van FlexoClean Op 15 september 1998 betreedt Jan Wüstenhoff het pand van Rudico, na via een zoekopdracht aan Bureau Boelen geworven te zijn. Jan Wüstenhoff had al verpakkingservaring opgedaan bij het blikverpakkingsconcern Thomassen & Drijver-Verblifa (toen al Continental Can Europe geheten), bij Papier Metaal en bij Aviko. Het werden al meteen roerige maanden voor Jan Wüstenhoff. De omzet van Felco ontwikkelt zich in 1998 door initiatieven van Jan Wüstenhoff boven verwachting goed. Men moet alle zeilen bijzetten, gaat in vier ploegen werken en toch moet er nog veel volume worden uitbesteed. De oude bekende collega in het pre-printed liner métier, de firma Bauernfeind uit Oostenrijk, helpt voorzover ze kunnen Felco uit de brand.

78


Jan Wüstenhoff: ‘Toen ik binnen kwam keek ik aan tegen een verlies dat jaar al van 500.000 gulden bij Felco. Binnen drie maanden was dat omgeslagen naar een positief resultaat van 9.000 gulden over 1998. In 1999 werd dat een plus van 500.000 gulden en in 2000 al 900.000 gulden. Het geheim was dat wij een deal konden maken met Thimm met wie we een goede relatie hadden en voor wie we ook niet bedreigend waren. De deal was dat wij voor hen de komende jaren grote hoeveelheden pre-printed liner zouden gaan leveren. Het verlies dat er jarenlang op de Felco pre-printed liner lijn gemaakt werd, zat hem in een combinatie van factoren. Men draaide met drie ploegen op een machine die vijf ploegen moet draaien. Daarnaast was men sowieso al 50% van de capaciteit kwijt aan steltijd. Door dat alles werden de tarieven veel te hoog. We wisten dat er eigenlijk genoeg vraag naar de capaciteit van Felco was, maar Felco was steeds te duur geweest. Toen we dat eenmaal gecorrigeerd hadden ging het lopen als een speer. De markt zat op dat moment ook wel erg mee, dus daar hadden we geluk mee maar je moet wel de focus er op houden. Een bijzondere spin-off van onze leveringen van pre-printed liners aan Thimm werd overigens de levering van clichés op grote schaal door Rudico aan Thimm voor hun eigen postprint bedrukkingen. Zo werkt het namelijk: als Felco klanten zien dat Felco uitstekende Pre-Print Liners levert, gedrukt met clichés van Rudico, dan moeten dat wel verrekt goeie clichés zijn.’ Door de ingrepen van Jan Wüstenhoff bij Felco treedt er een echte ‘turn-around’ op. De indrukwekkende drukpers met zijn grote capaciteit had eigenlijk nog nooit het productievolume gedraaid waarvoor de lijn bedoeld was. Een heel belangrijk omslagpunt in de historie van Felco en totaal Rudico. In de pre-press business van Rudico gaat de prijzenslag als gevolg van de hergroepering van de grote internationale concerns door. De Kappa-groep, zoals die gevormd is in 1998 is goed voor meer dan 50% van de Rudico omzet. Zij eist van Rudico ook een prijsreductie van 20%, maar wel met de toezegging dat Rudico dan ‘preferred supplier’ wordt. Men wordt het eens maar het betekent wel weer een aderlating. Gelukkig voert Rudico heel wat efficiencyverbeteringen door ter compensatie. In de studio worden kleine gespecialiseerde 79

groepen gevormd, de orderplanning wordt verbeterd, door de aanschaf van een nieuw DTP-systeem hoeft veel minder te worden uitbesteed en de nieuwe Cyrel 3200-machine van DuPont voor het vervaardigen van fotopolymeerplaten maakt veel lagere loonkosten mogelijk. De in-house managers die er inmiddels bij meerdere grote klanten zijn bewijzen hun waarde doordat de input voor Rudico veel beter wordt. De invoering van het REOS-systeem, waarmee klanten kunnen inloggen op het netwerk van Rudico, verbetert de communicatie ook nog eens aanzienlijk. Hoe één van de grote klanten van Rudico aankeek tegen Rudico in die tijd blijkt uit het relaas van Fedde Spoelstra. Hij heeft vanaf 1974 tot enkele maanden geleden diverse managementfuncties gehad binnen de golfkartonindustrie, diverse fusies en naamsveranderingen meegemaakt, steeds wel wat met Rudico te maken gehad maar vanaf 1992 nogal intensief. Er zijn diverse projecten waarvoor Rudico wordt benaderd of zelf het initiatief in neemt. Even is er een project om in Tsjechië een pre-press vestiging te starten maar dat wordt al snel weer afgeblazen door gebrek aan commitment van Tsjechische kant. Een nevenvestiging van Rudico in Bornem, België is ook al weer snel van de baan, omdat dit te weinig opbrengt. FlexoClean ontwikkelt zich aanvankelijk positief in Raamsdonksveer. De jaaromzet stijgt naar 2,5 miljoen gulden. De kosten nemen echter disproportioneel toe door gebrek aan kostendiscipline. Toch is er de nodige coulance naar FlexoClean toe omdat het bedrijf wel scoort met haar aanpak en ‘een broedende kip moet je niet te veel storen.’ Het komt uiteindelijk tot een confrontatie tussen Ton Hensen en Jaap der Nederlanden. In redelijk overleg wordt in 1998 beslist dat Ton Hensen de resterende 60% aan aandelen kan kopen, al is er wel de bijgedachte van ‘de kip met de gouden eieren slachten’. In eerste instantie verzet de Raad van Commissarissen zich dan ook tegen verkoop maar de verkoop brengt wel lekker één miljoen gulden op, die goed gebruikt kan worden voor andere plannetjes. Bij de afwikkeling van de verkoop zorgt een sommatie van een advocatenkantoor namens FlexoClean aan Rudico om onmiddellijk de aandelen te leveren voor een duidelijke rimpeling in de relaties.


1998 Felco-team, vlnr Eric Elijzen, Jan Wüstenhoff, Ria, Pieter Bas Kofman, Mirella Bouhof, Gert Daaleman, Peter Sluyters, Jan Blom, Leopold der Nederland 80


den, Marcel Wechgelaar, Ben Hezeman

81


Fedde Spoelstra: ‘Ik kwam in 1992 in Eerbeek. SCA had de Reedpack-groep gekocht, waarin de De Hoop ondernemingen waren ondergebracht. Jaap der Nederlanden had zijn roots bij De Hoop, daar kwam ik al snel achter. In Eerbeek deden we veel zaken met Rudico, het ligt om de hoek. Ik heb tot april 2011, toen ik met pensioen ging, heel intensief contact gehad met Rudico. Rudico was niet de enige maar wel de grootste leverancier van stempels. Ik heb nagedacht waarin Rudico zich nou onderscheidde. Ik denk dat het de innovatoren van hun business waren. Dat vind ik echt. Jaap der Nederlanden die altijd zocht naar nieuwigheden maar eigenlijk doet Jan Wüstenhoff dat ook. Ze proberen steeds de navolgende horizon te vinden in plaats van alleen naar de volgende horizon te kijken. Dat heeft ook wel een nadeel. Het kan betekenen dat de kijk op de komende horizon ook wel eens wil vervagen. We hebben heel lang en heel intensief zaken gedaan, maar we moesten ze wel bij de les houden. Dat gold op het gebied van het op tijd leveren, foutloos leveren en zeker ook prijsstelling. Waarom hebben we toch nooit afscheid genomen? Het zijn karakters, leuke mensen om zaken mee te doen. Jaap der Nederlanden is een buitengewoon karakter en eigenlijk Jan Wüstenhoff ook. Je neemt niet graag afscheid van dat type persoonlijkheden. Dat de opvolging van Jaap der Nederlanden op deze manier gelopen is, daar waren wij content mee. Die opvolgingsperiode was wel even een moeilijke periode maar wij waren blij dat het zo afliep. Zakendoen staat of valt natuurlijk toch met vertrouwen.

Ik heb het wel regelmatig met hun mensen gehad over de noodzaak sterk gefocused te blijven op hun werkprocessen. Dat was erg nodig omdat ze toch wel moeite hadden afspraken over kwaliteit en levertijd na te komen. Ook het bereiken van de goede kostprijzen kostte hen moeite, kennelijk omdat ze te veel overhead nodig hadden. Ik denk dat de processen in het bedrijf effectiever konden en er is ook al veel gebeurd in die richting. Misschien was ik er zo op gespitst omdat wijzelf ook zo op efficiency gefocused zijn. Iedereen heeft bij ons in het golfkarton dezelfde machines dus je moet het halen uit een betere benutting en minimale kosten. Kort gezegd, in mijn contacten met Rudico sprongen er dus twee dingen uit: het zijn leuke, bijzondere mensen en ze zijn innovatief.’

82


De golfkartonindustrie wil helemaal af van Rudico en Felco In 1998 wordt tijdens de aandeelhoudersvergadering in het voorjaar de aanzet gegeven tot het definitief losmaken van Rudico/Felco van de bestaande aandeelhouders. Er waren er in 1993 nog vijf die elk 20% hadden, maar inmiddels is door fusies en hergroeperingen het aantal geslonken tot twee. Meer en meer gaat het wringen: de aandeelhouders die tegelijkertijd grote klanten van Rudico zijn willen elk voor zich scherpe nieuwe prijsafspraken maken, de directeuren van het eerste uur die zich realiseerden hoe belangrijk Rudico en Felco konden zijn voor de totale golfkartonindustrie waren verdwenen. De nieuwe managers hadden geen speciale gevoelens voor Rudico en Felco. Besloten wordt dat Rudico de resterende 25% van de aandelen moet kopen. Daar is echter financiering voor nodig. Dat blijkt nog moeilijk te zijn. Echter, de verkoop van FlexoClean aan Ton Hensen biedt een oplossing. Met die opbrengst van één miljoen gulden kan een groot deel van de 25% van de aandelen betaald worden. Tegelijkertijd heeft Jaap der Nederlanden al sinds 1997 in zijn achterhoofd dat hij eigenlijk wel in 1999, uiterlijk 2000, al zijn Rudico aandelen zou willen verkopen en terugtreden als algemeen directeur. Al in een vroeg stadium vindt er een gesprek met mensen van PriceWaterhouse plaats. Zij gaan een ‘selling memorandum’ opstellen met het doel daarmee op zoek te gaan naar geschikte overnamekandidaten. Die

zouden duidelijke affiniteit met het marktgebied van Rudico en Felco moeten hebben en in principe ook een nieuwe algemeen directeur moeten meeleveren. Het zoekproces zou moeten leiden tot verkoop van Rudico en Felco in het jaar 2000, het jaar waarin Jaap der Nederlanden 63 jaar wordt en echt terug wil treden. Maar eerst viert Jaap der Nederlanden in juni 1999 zijn 25-jarig jubileum bij Rudico met een groot feest. Als bewijs van het technisch kunnen van Rudico vertaalt Rudico een groot schilderij van kunstenares Patty Harpenau via haar DTP techniek, fotopolymeerplaat en Felco drukpers naar prachtige posters. Het originele schilderij komt bij Jaap der Nederlanden als cadeau van het personeel thuis te hangen. Hij wordt tijdens het feest uitgebreid geprezen voor zijn grote bijdrage als een pionier op diverse terreinen aan de flexodruktechniek en het grote belang daarvan voor de golfkartonindustrie. Dit is zelfs de Koningin niet ontgaan en als dank wordt hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Het jaar 1999 eindigt met een goed financieel resultaat. De totale omzet van 30,5 miljoen gulden is twee miljoen hoger dan die van 1998 en de nettowinst van 1,1 miljoen gulden is zeker niet slecht want dit keer is er niet zoiets als de meevaller van de FlexoClean verkoop zoals in 1998.

‘Zo werkt het namelijk: als Felco klanten zien dat Felco uitstekende Pre-Print Liners levert, gedrukt met clichés van Rudico, dan moeten dat wel verrekt goeie clichés zijn.’

83


Jan Wüstenhoff neemt het over

84


Een nieuw millennium breekt aan met veel veranderingen ‘Wij hebben als MT Jan Wüstenhoff echt naar voren geschoven en toen is hij aangesteld om de hele tent te leiden.’ Er wordt een goede nieuwe eigenaar gevonden en de directie wisselt Achter de schermen gaat de zoektocht naar een overnamepartner door. Huisaccountant PriceWaterhouse benadert namens Rudico Holding vier mogelijke strategische partners uit Duitsland, Engeland en de Verenigde Staten. Al snel blijkt dat de meeste interesse uitgaat naar het Rudico pre-press deel. Men acht Felco niet erg interessant. Dat komt waarschijnlijk vooral door de financiële resultaten van Felco die jaren achtereen niet florissant geweest zijn. Achter één van de door PriceWaterhouse gepresenteerde kandidaten blijkt een heel interessante mogelijke financier te zitten, namelijk de Moravian Church Foundation gevestigd in Suriname. Zij zijn een tamelijk professionele belegger die hun gelden in vele internationale middelgrote ondernemingen geïnvesteerd hebben waarbij in totaal zo’n 1.500 mensen werken. Hun belangrijkste doel is daarbij, naast een fatsoenlijk rendement, continuïteit op de lange termijn. Zij kopen geen bedrijven om die zo snel mogelijk met winst door te verkopen. Gaande de besprekingen blijkt dat er eigenlijk helemaal geen externe nieuwe directeur nodig is en dat de constructie van een nieuwe algemeen directeur uit de eigen gelederen met de Moravian Church Foundation als financier op de achtergrond de best werkende zou zijn. De gebruikelijke controle van de boeken verloopt daarna voorspoedig en levert geen enkel beletsel op voor een vlotte overdracht van de aandelen. De ondernemingsraad van Rudico/Felco kan ook instemmen met de nieuwe eigenaar. Met ingang van 1 januari 2000, een echt symbolische datum, is de Moravian Church Foundation de facto eigenaar van Rudico Holding, al worden de officiële stukken pas op 25 85

februari 2000 getekend. Jan Wüstenhoff wordt algemeen directeur van de Rudico Holding en Leopold der Nederlanden wordt technisch directeur. De overige leden van het managementteam, Dirk Jan Slijkhuis, Dick Volkers en Kees van den Bos, houden hun functies. 20% van de aandelen komt in het bezit van met name de beide directeuren en voor een klein deel in handen van de drie overige managementteamleden. In de Raad van Commissarissen treden natuurlijk ook de nodige veranderingen op nu Rudico/ Felco van eigenaar veranderd is. President-commissaris blijft de heer Wim te Kamp en namens de nieuwe grootste aandeelhouder MCF worden de heren Mike Kensenhuis en Leen Hollander commissaris. Het totale gebeuren rond de verandering van eigenaar en directeur staat Dirk Jan Slijkhuis nog heel goed voor de geest. Dirk Jan Slijkhuis: ‘Toen MCF er in kwam zou eerst een nieuwe externe directeur meekomen. We zeiden al snel als managementteam: ‘Willen we dat eigenlijk wel, zo’n vreemde snuiter? Jan, kun jij dat niet doen?’. Wij hebben als MT Jan Wüstenhoff echt naar voren geschoven en toen is hij aangesteld om de hele tent te leiden. Leopold was al aangesteld als technisch directeur, maar dat heeft maar een jaar of zo goed gewerkt. Leopold was door zijn opleiding en zijn ervaring best wel sterk in grafische technieken, maar toch was dat niet genoeg. Na een jaar of zo heeft Leopold zijn eigen weg gekozen en is weggegaan naar een ander grafisch bedrijf. Zo is de naam Der Nederlanden, die een tijd lang bijna synoniem was in Eerbeek met Rudico, nog vrij snel verdwenen. Maar zo gaan die dingen vaker.


Een opinie over Rudico van een afnemer en ex-commissaris De heer Hessel Wijngaard is in verschillende managementfuncties vanaf 1985 tot 2007 in de kartonindustrie werkzaam geweest. Hij heeft Rudico een kleine twintig jaar meegemaakt als leverancier en is ook een aantal jaren commissaris bij Rudico geweest uit hoofde van zijn functie. Hij heeft duidelijke meningen over Rudico. Hessel Wijngaard: ‘Ik werd in 1993 voorzitter van de Nederlandse Vereniging Golfkarton en het was gebruik dat die figuur ook commissaris bij Rudico werd omdat wij als vijf golfkartonfabrikanten eigenaren waren van Rudico met elk 20% van de aandelen. Mijn bedrijf kocht bij Rudico zowel stempels als later ook Pre-Printed Liner. Eigenlijk heeft die constructie steeds goed gewerkt, vooral om een enorme overcapaciteit in stempels en Pre-Printed Liners maken te voorkomen. In de jaren negentig, toen de totale markt zo veel internationaler ging worden, begonnen die banden als mede-eigenaar toch wat te knellen. We wilden er toen eigenlijk allemaal gewoon van af. Maar Rudico was voor ons allemaal dé stempelleverancier en het werd later voor ons allemaal ook dé leverancier van Pre-Printed Liners. Wat ik altijd van Rudico vond was dat het een heel innovatief bedrijf was. Dat zat hem met name in de directeur Jaap der Nederlanden zèlf, dat was een creatieve, innovatieve man. Dat vond hij ook verreweg het leukst, althans die indruk maakte hij. Daardoor was hij ook wel eens aan de dure kant. Maar voor ons was het toch een betrouwbare partner. Later kwam het wel wat in moeilijker vaarwater door de hardere concurrentie maar het bleef creatief en innovatief. In wezen had Rudico de tijd mee in die zin dat hun vak, alles wat met bedrukken van karton te doen had, steeds belangrijker werd. De kwaliteitseisen werden steeds hoger. Pre-Printed Liner is natuurlijk makkelijker dan direct drukken op golfkarton maar als je het direct drukken op golfkarton van 1980 en 2010 vergelijkt, dan zie je een

enorme vooruitgang. Rudico was zeer sterk klantgericht en om het de klant naar de zin te maken maakten ze soms wel erg gekke bokkesprongen. Je kunt wel alles voor een klant willen doen maar het moet uiteindelijk wèl betaald worden. Maar het is een technisch product en als iedereen daar enthousiast over is, wordt wel eens vergeten dat het betaald moet worden. Ik vond het altijd een leuk bedrijf met in het algemeen ook heel aardige mensen. Maar als je een zo klantgericht bedrijf bent, hebben de mensen dat ook een beetje in zich’. President Commissaris Wim te Kamp over de directiewisseling Wim te Kamp: ‘Ik heb, weliswaar wat achter de schermen, een eigen rol moeten spelen bij de keuze van de nieuwe algemeen directeur voor Rudico. Samen met de commissarissen die de nieuwe eigenaar MCF vertegenwoordigden hadden wij onze eigen verantwoordelijkheid naar de toekomst van Rudico toe. Ik denk dat de gemaakte keuzes achteraf voor iedereen toch de best denkbare zijn geweest, ook al waren ze voor sommigen pijnlijk’.

86


Jaap der Nederlanden herinner ik mij als iemand die gevoel had voor stijl en verhoudingen. Met de Kerst was alles altijd netjes aangekleed, er was een leuk diner met onze vrouwen erbij. Ik heb me al die jaren prima vermaakt bij het bedrijf en er veel geleerd.’ Dan wordt het tijd voor Jaap der Nederlanden om afscheid te nemen en dat gebeurt in maart 2000 samen met het personeel in De Korenmolen in Eerbeek. De personeelsvereniging had zelfs de broeders Poly en Meer ingehuurd om Jaap der Nederlanden eer toe te zwaaien voor zijn jarenlange leiding van Rudico. Jaap der Nederlanden wordt daarbij geridderd in de Orde van de Polymeren Knoop (natuurlijk niet meer in de Orde van de Rubberen Knoop…). In april 2000 neemt Jaap der Nederlanden afscheid van zijn zakelijke relaties, waar hij veel waardering genoot. Onder andere goede relatie Wilfried Schumacher, fabrieksdirecteur van DuPont in Neu-Isenburg (Duitsland) denkt met warme gevoelens terug aan zijn samenwerking met Jaap der Nederlanden. Het is het einde van een tijdperk voor Rudico, Felco en Jaap der Nederlanden zelf. In zijn afscheidswoord spreekt hij over ‘mijn geliefd Rudico, mijn geliefde medewerkers, klanten en toeleveranciers’. Hij kan met een gerust hart het bedrijf aan een jongere generatie overlaten.

De nieuwe directeur Jan Wüstenhoff moet al direct fors ingrijpen Jan Wüstenhoff begint zijn job als algemeen directeur onder een niet al te gunstig gesternte. De feestelijkheden rond het afscheid van Jaap der Nederlanden zijn nog niet eens voorbij of er dient zich zwaar weer aan voor Rudico. De omzet in 2000 valt zwaar tegen en het wordt dringend noodzakelijk een forse reorganisatie in gang te zetten. In een Beelddrager van 2000 doet Jan Wüstenhoff wat mededelingen over de reorganisatie. ‘Hoewel we lang gewacht hebben op ‘betere tijden’ moesten er uiteindelijk toch maatregelen genomen worden. Voor velen zeer onprettige maatregelen, van tien Voorbeeld pre-printed liner Sinterklaasverpakking 87


ca. 2005, belichtingskasten voor het belichten van de monomere platen

88


mensen hebben we noodgedwongen afscheid moeten nemen. Het totaal kwam daarmee op vijftien. Vutters en tijdelijke contractanten meegerekend. Voor de ‘blijvers’ kwam de onprettige mededeling dat ploegentoeslagen moesten worden aangepast om zo tot een meer marktconforme beloningsstructuur te komen.’ Deze onvermijdelijke maatregelen komen hard aan. Jaap der Nederlanden maakt, nu van enige afstand, mee welke onvermijdelijke maatregelen er moeten worden genomen. Jaap der Nederlanden: ‘In 2000 was er een flinke dip in de economie en toen hebben ze het hier slecht gehad, hoor. Jan Wüstenhoff heeft het op zijn eigen manier gedaan en die moest wel streng en hard zijn. Hij kon zich daarbij niet altijd even populair maken. Het was een forse vuurproef voor hem en hij heeft het goed weten te overleven. In zekere zin bewonder ik hem daarom want ik vraag me af of ik het zelf had kunnen doen, of ik wel hard genoeg geweest zou zijn om goed door te pakken. Nou stond hij natuurlijk iets afstandelijker ten opzichte van Rudico. Het was natuurlijk wel mijn speeltje geweest. Het was absoluut noodzakelijk voor het belang van het bedrijf, daar ben ik van overtuigd’. Fedde Spoelstra, welbekend met het reilen en zeilen van Rudico, geeft als commentaar: ‘De directiewisseling kwam goed op tijd. Het was een goede beslissing daarna van Jan Wüstenhoff dat hij meteen in het begin van zijn directeurschap de bakens heeft verzet. Anders was het met Rudico niet goed gekomen. Hij heeft toen ingegrepen in de kostenstructuur en dat was hard nodig. Het was pijnlijk voor de mensen die moesten vertrekken maar soms sta je voor die moeilijke keuzes. Een wisseling van de wacht op het juiste moment. Verder uitstel van hard ingrijpen zou voor Rudico gevaarlijk zijn geworden.’

Jan Wüstenhoff was ook gedwongen sommige veelbelovende ontwikkelingsprojecten, die al te lang onderweg waren en veel geld hadden opgeslokt, te stoppen. Een duidelijk voorbeeld hiervan was het procédé dat ontwikkeld werd om op golfkartonnen dozen digitaal te kunnen drukken. Hoe veelbelovend ook, er waren op dat moment andere prioriteiten nodig. Ondertussen wordt er hard doorgewerkt en worden er ook veel positieve zaken in gang gezet. Jaap Otten, de toenmalige bedrijfsleider ad interim, organiseert op een breed front verbeterprocessen. Er worden forse investeringen in snelle datatransmissie gepleegd, nieuwe opleidingen gestart voor een aantal medewerkers etc. Felco realiseert in datzelfde 2000 een belangrijke kwaliteitsverbetering. In de voortdurende race naar de mooiste kwaliteit golfkartonnen doos zijn alle verbeterstappen belangrijk. Na eerdere testen plaatst Felco daarom een grote UV-installatie in haar druklijn die het mogelijk maakt de rollen bedrukt papier af te lakken met een briljante aflak. Grote lampen met ultraviolette straling harden de foto-initiatoren in de aangebrachte UV-aflak uit. Dat levert een mooi glanzend drukbeeld op. Het is allemaal van belang om de consument nog meer te behagen. Rudico had steeds al oog voor goede kwaliteit. In de aanloop naar een grote audit in het voorjaar van 2000 voor de ISO 9001-certificering gaat alles nog eens extra uit de kast. Uiteindelijk reikt de heer Mike Kensenhuis, toenmalig commissaris namens de Moravian Church Foundation, in juni 2000 het ISO 9001:2000-certificaat uit. In De Beelddrager gaat Gert Daaleman in op de omslag in het kwaliteitsdenken die de inspanningen zouden moeten opleveren. Ook een nieuwe ARBO-wet en een aangescherpte milieuvergunning nopen Rudico en Felco ertoe op deze gebieden de touwtjes aan te halen.

‘Het is allemaal van belang om de consument nog meer te behagen.’ 89


2000, Rudico- en Felco-team voor het kantoor in Eerbeek 90


2002: Rudico bestaat veertig jaar en gaat stug door ‘Moet ik een bedrijfje optuigen in de buurt of zoiets?’ Kanttekeningen rond een veertigjarig jubileum De Rudico/Felco organisatie staat in 2002 uitvoerig stil bij het veertigjarig jubileum van Rudico. In een speciale uitgave van De Beelddrager halen verschillende mensen herinneringen op aan veertig jaar Rudico (en vijftien jaar Felco). Jan Wüstenhoff gaat in op het feit dat door onverwachte slapte in de markt Rudico tòch nog weer wat moest inkrimpen in 2002. Hij benadrukt hoe belangrijk voor klanten, naast een technisch perfect product, betrouwbaarheid, een snelle levertijd en een goede verhouding tussen prijs en prestatie is. Hij kondigt tegelijkertijd een strategische samenwerking met het grote Duitse grafische Saueressig-concern aan. Al zijn de feestelijkheden door de inkrimping aangepast, er vindt wèl een groot evenement voor relaties plaats, waar bergbeklimmer Ronald Naar optreedt met zijn verhaal over de beklimming van de K2. Commissaris Lex de Zeeuw haalt wat persoonlijke herinneringen op aan zijn tijd als commissaris bij Rudico, Kees van den Bos die al vanaf 1967 intensief met Rudico te maken had, bijna steeds als werknemer, noteert nauwgezet de mijlpalen in het leven van de veertigjarige. Jaap der Nederlanden gaat op sommige wapenfeiten, met name de opstart van de pre-printed liner productie bij Felco en wat er aan vooraf ging, diep in. Een aantal oudgedienden zoals Kees de Jonge, Ben Hezeman, Hans van der Sluis en Jacob Schotanus vertellen over meer of minder opvallende gebeurtenissen, soms nog uit de echte pionierstijd in Apeldoorn.

Rudico krijgt Korn-Klischee als Duitse dochter in 2002 De grote Duitse papier- en kartongroep Thimm was al vele jaren een goede relatie van Rudico als afnemer van stempels en pre-printed liner van Felco. Jan Wüstenhoff: ‘Ik ben naar de firma Thimm gestapt en heb hen gezegd: ‘Wij draaien lekker met jullie, hoe kunnen wij misschien nog meer voor elkaar betekenen? Moet ik een bedrijfje optuigen in de buurt of zoiets?’ De ontvangst van dit idee was al welwillend en na zo’n drie maanden nadenken kwam men terug met de mededeling: ‘Ja, dat vinden wij een goed idee, maar dan op een iets andere manier. We hebben hier een kleinere leverancier van stempels om de hoek zitten die voor ons van belang is. Van oudsher bestaat er ook nog een familierelatie. Als jullie dat bedrijf overnemen gaan wij echt zaken met elkaar doen’. We hebben toen dat bedrijf, de firma Korn-Klischee GmbH in Bovenden/Northeim, overgenomen in goede harmonie met de eigenaren. Zij waren daar graag toe bereid, omdat ze inzagen dat ze het alleen niet zouden redden. Wij hebben dat bedrijf geprofessionaliseerd, verhuisd naar een grotere hal en we hebben er veel machines naar binnen gereden. We streven ernaar zo veel mogelijk synergie tussen de twee bedrijven tot stand te brengen. Door de afstand van zo’n 360 kilometer is het bij elkaar onderbrengen van werk eerder een zeldzaamheid. De transportkosten en de levertijd worden dan toch snel een te grote barrière.’ Mevrouw Beatrice Kundrus is directeur van Korn Klischee GmbH in Northeim. Haar vader Hans Korn was kunstenaar, meer in het bijzonder schilder en beeldhouwer. Als schilder

91


Jan Wüstenhoff: ‘Wat verkopen wij nou eigenlijk en wat is onze USP?’ Jan Wüstenhoff: ‘Bij een stempel gaat het om de know-how die je er in verpakt. Een stempel is een eindproduct, maar onze Unique Selling Proposition zit vooral aan de voorkant. De kernvraag is: ‘Hoe vertaal je het beeld dat je van de klant hebt gekregen naar een esthetisch en economisch verantwoorde bedrukking?’ Wij dienen steeds de data die we krijgen te interpreteren en te vertalen naar een zo mooi en zo efficiënt mogelijk drukproces op de drukpers van de klant. Dát is onze toegevoegde waarde. Dat stempel ziet er steeds hetzelfde uit, alleen zit de kwaliteit van het stempel in de know-how die we er in verpakt hebben. Wij verkopen know-how. Een stempel maken kan iedereen, de knowhow zit daarvóór. Onze mannen hebben alles al eens gezien. Als zij een drukbeeld zien waarmee iets niet goed is, kunnen ze precies zien wat er exact fout is gegaan. En wij hebben een aantal van dat soort keien van kerels rondlopen. Wat ons daarnaast als Rudico en Felco samen uniek maakt en heel scherp houdt, is dat de Felco mannen voortdurend de Rudico mannen er onmiddellijk mee confronteren àls er iets niet goed is gegaan bij het maken van een stempel voor Felco. We voeden elkaar zogezegd op en dat is een unieke combinatie. Ik ben er daarnaast van overtuigd dat er nog steeds een beetje een familiegevoel in dit bedrijf hangt. Dat bevordert een open communicatie en zo is er gemakkelijk even overleg over een lastig probleem na een specifieke vraag van een klant. Gekscherend heb ik wel eens gezegd dat de mannen die hier rondlopen eigenlijk 55+ moeten zijn, dan snappen ze het proces. Zij hebben alles al eens een keer meegemaakt en maken, doordat ze ervaren hebben dat er som legio mogelijkheden zijn, minder fouten. Maar de jonge mensen die binnen gekomen zijn in de laatste jaren brengen weer heel andere belangrijke kwaliteiten mee. Eén daarvan is de grote vertrouwdheid met de nieuwste computertechnieken, zowel wat betreft hardware als ook software. Het is juist de mix van de oudere erg ervaren mannen en de ‘jonge honden’, als ik het zo mag zeggen, die ons betrekkelijk uniek maakt’. Wolfgang aan het werk bij Korn Klischee in Duitsland 92


had hij verstand van kleuren en kleurenleer. Hans Korn kende de heer Walter Thimm goed, die in 1949 de Thimm papier- en kartongroep had opgericht. Walter Thimm haalde Hans Korn naar zijn onderneming in Northeim, waar Hans Korn grafisch werk ging doen voor de snel groeiende onderneming. Hans Korn introduceerde de eerste inkten op waterbasis voor de flexodruk terwijl tot dusverre inkten op oliebasis gebruikelijk waren. Dit was een belangrijke doorbraak voor de firma Thimm. Beatrice Kundrus, toen nog een meisje van 13 jaar, maakte mee hoe haar vader in 1976 zijn eigen bedrijf begon. Beatrice Kundrus: ‘Op een gegeven moment begon de firma Thimm het maken van cliché’s uit te besteden. Mijn vader besloot een eigen bedrijf voor de vervaardiging van cliché’s te beginnen. Hij kon daarover een contract met Thimm sluiten, kon de machines daarvoor van Thimm overnemen maar mocht dan eerst ook alleen maar aan Thimm cliché’s leveren. In de jaren zeventig werden de golfkartondozen meestal nog slechts in één kleur bedrukt, dus het ging om betrekkelijk eenvoudige stempels. Ook al door een gebrek aan ondernemerservaring groeide het bedrijf minder snel dan wel mogelijk zou zijn geweest. Mijn ouders voelden zich gebonden aan het contract en pas rond 1990 zijn we mondjesmaat andere klanten gaan beleveren. Aan de andere kant voelde de firma Thimm zich niet gebonden aan het contract en is ook van anderen cliché’s gaan betrekken. Daarnaast werden wij andere klanten die we benaderden gezien als hofleverancier van Thimm en dus als potentieel spion. Dat alles heeft ons in onze ontwikkeling geremd maar we zijn toch langzaam gegroeid. Door investeringen in nieuwe apparatuur hebben we ook het juiste kwaliteitsniveau voor de markt kunnen leveren, zij het later dan Rudico. In 1986 zijn we uit de familiewoning naar een ander gebouw verhuisd. Nog vóór 1990 zijn ook wij grotendeels op fotopolymere drukplaten overgestapt, eerst van DuPont, later van Flint. Vanaf 1990 zijn we ook overgegaan op DTP en verdween de klassieke reprografie meer en meer. Onze laatste grote camera is jaren geleden afgevoerd toen de laatste technicus die daarmee werken kon met pensioen ging. Toen Rudico in 2002 verder in Duitsland haar markt wilde uitbreiden en meer business met Thimm probeerde te krijgen kwam er snel een voorstel tot 93

overname en daar waren we het gauw over eens. De chemie en de cultuur tussen onze firma’s pasten heel goed. Wij leveren niet alleen meer aan de golfkartonindustrie maar ook aan de plastic verpakkingsindustrie die plastic zakjes produceert voor allerlei doeleinden. De samenwerking met Rudico is goed, al profiteren wij natuurlijk meer van Rudico dan Rudico van ons. Aan de andere kant is het, denk ik, waardevol voor Rudico deze internationale dimensie te hebben. Wellicht kan Rudico daarvan in de toekomst nog meer profiteren. In elk geval beleven wij er plezier aan met de Hollanders samen te werken. Vroeger al, bij de bijeenkomsten bijvoorbeeld die DuPont organiseerde, was ik altijd jaloers op de Nederlandse delegaties. Die hadden altijd veel meer plezier. En ik zit nu eenmaal graag aan een vrolijke tafel. In mijn ogen is de Nederlander van nature opener dan wij. Ik heb van de Nederlanders wat dat betreft veel geleerd.’

Investeringen in 2002 over een breed front In 2002 werd er niet alleen in het verkrijgen van het Duitse dochterbedrijf Korn geïnvesteerd, maar ook in essentiële nieuwe apparatuur voor Rudico zelf. Rudico is in 2002 al een bedrijf waar computers en razendsnelle verwerking van digitale data essentieel voor de productie van cliché’s zijn geworden. Patrick Goossens legt dit in een Beelddrager haarfijn uit. Rudico had met het toen al jaren geleden door Dick Volkers ontwikkelde REOS (=Rudico Elektronisch Order Systeem) een geïntegreerd computersysteem dat enigszins op maat gemaakt was en volgens ingewijden ‘een groot concurrentievoordeel opleverde’. Nu is het tijd voor een grondige upgrade en uitbreiding van de capaciteit. In de toekomst is een in het systeem ingevoerde order meteen te volgen op alle relevante afdelingen zoals de DTP-studio, de fotopolymeerplatenproductieafdeling, de montageafdeling en zelfs de expeditie. Er komen nieuwe, krachtige servers omdat elke dag ruim dertig mensen bij Rudico en Felco met steeds grotere computerbestanden aan het stoeien zijn. Om het werken met allerlei soorten hardware op één groot mainframe mogelijk te maken wordt het zogenaamde Citrix Metaframe ingevoerd. Maar wèl in dubbele uitvoering,


De Duitse markt voor cliché’s voor flexodruk Jan Wüstenhoff: ‘Wij leverden in Duitsland als Rudico al stempels, zelfs tot in de plaats Coburg. Er zijn vele aanbieders van stempels die erg lokaal opereren. Ook in Duitsland hadden golfkartonproducenten vaak hun eigen kleine afdelinkje om stempels voor de eigen behoefte te maken. Als ze daarvan af wilden nam nogal eens een familielid die afdeling over en ging daarna zelfstandig verder. Daar kwam je als buitenstaander niet gemakkelijk tussen. Inmiddels is dat overigens wel anders geworden. De Duitse markt voor stempels is eigenlijk opener dan de Nederlandse markt. Wat opvalt is dat de consolidatiegolf onder de golfkartonfabrikanten al jarenlang aan de gang is maar dat men toch het reprohuis graag om de hoek wil hebben. Want ja, je machine staat stil als er iets met het cliché is. Als het drukbeeld dat van de drukpers komt niet goed is, belt men nièt de inktleverancier, nièt de lijmleverancier, nièt de machineleverancier maar áltijd de cliché-leverancier. Als het even kan, wil je die dus wel graag om de hoek hebben.’

Drukproef bij Korn Klischee in Duitsland 94


omdat zonder een goed functionerend computersysteem Rudico en Felco eigenlijk volledig plat komen te liggen. Het REOS systeem heeft nog vele jaren tot tevredenheid gefunctioneerd, tot het rond 2010 door het nieuwe ARAMISsysteem werd vervangen. Een paar maanden later werd een grote installatie om zèlf fotopolymeerdrukplaten te maken vanuit vloeibaar polymeer door Asahi Photoproducts geïnstalleerd. Met het formaat platen van 1,20 x 1,60 meter was de benaming JUMBO APR installatie niet overdreven. De verwachtingen voor een forse kostenreductie, kortere levertijden etc. waren hoog gespannen. ‘Boze’ tongen beweren echter dat deze investering in een deceptie is geëindigd omdat de gewekte verwachtingen, zeker wat de kwaliteit van de geproduceerde platen betreft, niet konden worden waargemaakt. Eigenlijk geen schande als je steeds, zoals Rudico wilde, voorop loopt in ontwikkelingen.

‘Wij leveren niet alleen meer aan de golfkartonindustrie maar ook aan de plastic verpakkingsindustrie die plastic zakjes produceert voor allerlei doeleinden.’

95


EĂŠn van de vele ontwerpen van de tomatendozen

96


De markt voor Rudico en Felco blijft voortdurend veranderen

Inspelen op behoeftes in de markt; de komst van Rudico Trading Al gedurende vele tientallen jaren was gebleken in de markt van Rudico dat niet alleen het fysieke product, het stempel, maar ook het hele gebied daaromheen qua advies en service voor de klant van groot belang was. Dat varieerde van advies over het gebruik van de stempels tot welke reinigingsmiddelen voor de rasterwalsen het beste waren en ongeveer alles daartussen. Deze behoeftes in de markt waren mede een belangrijke aanleiding geweest om in 1995 FlexoClean B.V. op te richten. Toen Rudico echter in 1998 FlexoClean B.V. verkocht aan Ton Hensen bleven er telefoontjes komen naar Rudico met allerlei vragen, vooral naar goede reinigingsmiddelen. Jan Wüstenhoff: ‘Die vragen kwamen steeds frequenter. Daar kwam vaak de opmerking bij dat de service van FlexoClean minder werd en dus hebben we in 2004 aan Rudico de afzonderlijke unit Rudico Trading & Service toegevoegd. Dat deden we ook omdat de bekende fabrikant van drukpersen Heidelberg een kleine afdeling afstootte die spullen voor de drukkerijwereld zoals reinigingsmiddelen verkocht. Wij hebben die min of meer overgenomen. We bieden als Rudico Trading desgevraagd advies en begeleiding in het totale drukwerktraject aan, maar ook producten als rasterwalsen, keramische rakelmessen en reinigingsmiddelen. We merken vaak dat er een prima synergie is tussen Rudico Trading & Service en Rudico zelf. We zien nogal eens dat we bij, voor ons, aantrekkelijke klanten voor de levering van stempels niet gemakkelijk binnenkomen. Men heeft z’n eigen leverancier, is blij als het werkt, dus dan zeggen drukkers al gauw: ‘Even nergens 97

‘Met onze pre-press activiteiten bij Rudico zijn we ook helemaal bij de tijd. We denken dan ook een prima uitgangspositie voor de volgende vijftig jaar te hebben.’ aankomen’. Zo’n drukpers is zó gecompliceerd dat men bijvoorbeeld proeven met stempels van ons al gauw te veel heisa vindt en er niet aan wil beginnen. Pas als de problemen met hun eigen leverancier niet worden opgelost en ze blijven zich herhalen, dan gaat de deur op een kiertje voor ons open. Op een heel natuurlijke manier komen we met een omweggetje via Rudico Trading & Service wèl binnen, ook voor stempels’. John Dorland is één van de mensen die de kar trekken bij Rudico Trading & Service. Hij heeft bij Felco als drukker vele jaren het wel, maar ook het wee meegemaakt. Nadat in 1994 Ton Hensen met zijn gouden idee voor het zelf maken en vermarkten van reinigingsmiddelen bij Rudico binnen kwam lopen, hetgeen al vrij snel leidde tot de oprichting van FlexoClean Engineering, ging John Dorland gaandeweg die kant op. Hij verhuisde zelfs met zijn gezin in 1998 naar de omgeving van Raamsdonksveer, waar FlexoClean naartoe was verplaatst. Na een breuk met FlexoClean kwam John Dorland in 2008 bij Rudico Trading in dienst. John Dorland: ‘Ik ben enthousiast over de combinatie Rudico, Felco en Rudico Trading, die is perfect. Alle spullen die we bij Trading verkopen, daar kunnen we helemaal achter staan omdat we ze zelf bij Rudico en Felco vaak nog eens uitgetest hebben en ze zelf gebruiken. We worden gezien als een drukker, prospects weten vaak al dat wij veel verstand hebben van beelddragers en zelf drukken op grote schaal. Wij hebben het grote voordeel dat wij bijvoorbeeld nieuwe polymeermaterialen of nieuwe types rasterwalsen


De Moravian Church Foundation Deze stichting is ontstaan in Paramaribo, Suriname, in de eerste helft van de achttiende eeuw. Dan arriveren daar groepen van zogenaamde Herrnhutters die oorspronkelijk afkomstig zijn uit Moravië, nu het oostelijk deel van Tsjechië. Daar is al sinds de vijftiende eeuw de Moravische Broederschap actief. Dit is een zendingsorganisatie die het bedrijven van zending tot doel heeft maar door middel van het drijven van handel zelfvoorzienend wil zijn. Ook in Zeist ontstond zo in 1745 een Herrnhutters-gemeenschap. Het bekende warenhuis C.Kersten & Co in Paramaribo speelt al zo’n 240 jaar een belangrijke rol binnen de Moravische kerkgemeenschap. Later is men de religieuze en commerciële zaken apart gaan organiseren. De daartoe opgerichte Moravian Church Foundation is in Suriname een belangrijk religieus en sociaal instituut geworden. Met name in het Caraïbisch gebied heeft de Moravian Church Foundation enkele tientallen ondernemingen in bezit. Hoewel religie en business duidelijk gescheiden zijn, dienen de opbrengsten uit de beleggingen ter ondersteuning van de ideëele doeleinden van de Moravian Church Foundation.

2012, de nieuwe computergestuurde snijtafel bediend door Edwin Godwaldt 98


zèlf eerst kunnen uittesten. Dat kunnen concurrenten niet. Alle drukkers hebben de spullen nodig die wij als Trading verkopen dus ik kom overal binnen en wij spreken dezelfde taal. Inmiddels hebben we een zodanige organisatie dat we een groot deel van Europa bestrijken. Ten dele doen we dat via agenten. We volgen de markt op de voet en die is ook op technisch gebied steeds in beweging. Inkten veranderen voortdurend door bij voorbeeld andere polymerenbinders, droogeigenschappen veranderen, oplosmiddelen en weekmakers verdwijnen ten dele, de VOC-uitstoot moet verder omlaag, reinigingsmiddelen moeten biologisch afbreekbaar zijn etc. Rasterwalstechnologie is voortdurend in ontwikkeling, rakelsystemen worden verbeterd, enfin we houden alles bij, ook al via onze leveranciers. Het door onszelf ontwikkelde Rudifoam, een verend kunststof materiaal dat verschillen in diepte bij stempels kan compenseren is een groot succes. Een betrekkelijk nieuwe en heel succesvolle service die we aanbieden is periodieke reiniging van walsen met een mobiele unit die met lasers werkt. Drukkers willen walsen liever niet uitbouwen dus hebben we groot succes met deze activiteit. Alles bij elkaar bieden we een redelijk compleet totaalpakket aan voor de drukkerijwereld waarmee we succes hebben.’

Marktontwikkelingen dwingen tot voortdurende organisatieaanpassing Eind 2003 maakt Jan Wüstenhoff de balans op na weer een roerig jaar. Ondanks hard werken is het financiële resultaat maar matig. Een heel opvallende oorzaak van minder omzet voor Felco is dat kerstpakketten zodanig fiscaal belast worden dat Felco 40% minder aan orders voor kerstpakketdozen krijgt dan normaal. Het devies voor 2004 wordt dan ook: efficiencyverbetering en productiviteitsverbetering met behoud van kwaliteit. In een Beelddrager van 2004 gaat Jaap Otten in een scherpe analyse nog eens uitvoerig in op de steeds in de Rudico geschiedenis terugkerende problemen van te veel improductiviteit, te veel stilstand en te veel wachturen. Diverse oplossingen door nieuwe softwarepakketten, de verdere invoering van computer-to-plate en diverse andere investeringen zullen een groot deel van deze problematiek 99

moeten gaan oplossen. Maar hij benadrukt vooral hoe belangrijk met name een flexibele en constructieve opstelling van de betrokken mensen zal zijn en legt zelfs in niet mis te verstane bewoordingen de vinger op wat rotte plekken.

De MCF neemt afscheid In 2004 en 2005 heeft ook de MCF moeilijke tijden. Mike Kensenhuis wordt opgevolgd door David Voûte. Er moest binnen de MCF een herstructurering plaatsvinden. Jan Wüstenhoff: ‘David kwam bij Fortis vandaan en had een strikt zakelijke aansturing. Alle deelnemingen van de MCF werden doorgelicht en doorgerekend. Vergaderingen van de holding op Aruba, Curaçao en Suriname waren aangenaam en functioneel. Al snel werd duidelijk dat Rudico niet aan de rendementsnorm van de MCF voldeed. Onder de leiding van David Voûte is spoedig een aantal bedrijven verkocht. Rudico verkopen was niet eenvoudig. Ons bedrijf was wel een vreemde eend in de bijt. Men kende onze markt onvoldoende maar zag wel de kwetsbaarheid ervan in. Toen David duidelijk maakte, en dat kon hij goed, dat de MCF Rudico wilde verkopen hebben we een paar gesprekken gehad. Met 20% van de aandelen had ik weinig te beïnvloeden maar ons open contact heeft me hier geholpen. We hebben stevig met elkaar onderhandeld en aan het eind van de dag waren we eruit. Er moest nog wel goedkeuring uit Suriname komen maar dan zou het rond zijn. De Executive Board in Suriname vond het bod toch te laag. Die hobbel is vrij vlot genomen. Het drong nog niet helemaal tot me door maar ik was op dat moment 100% eigenaar geworden. Begeleid door Ton Mantel van BDO is met onze huisbank, onder keurige condities, de financiering geregeld. Ik wil de MCF nogmaals bedanken voor hun vertrouwen in ons en voor hun grootse gebaar dit mooie bedrijf aan mij te gunnen. Zo voelde het. Rudico was altijd al één grote familie, nu was het een echt familiebedrijf geworden. De jaren die volgden waren gericht op nog betere procesbeheersing wat haar vruchten afwierp. De resultaten waren niet slecht en door de nieuwe structuur konden we gelukkig weer investeren. Aan de samenwerking met de MCF heb ik ‘warme’


De rol van de Raad van Commissarissen bij Rudico en wat persoonlijke notities daarbij Bij Rudico bestaat de Raad van Commissarissen de laatste jaren uit de heren Wim te Kamp (President Commissaris), Paul de Vreede (ex-topmanager in de kartonindustrie) en Wim Gerritsen (ex-algemeen directeur van AVIKO). Wim te Kamp heeft een lange carrière gemaakt in het bedrijfsleven en is onder andere algemeen directeur van FUGRO in Leidschendam en van Ingenieursbureau TAUW in Deventer geweest. Hij werd in 1993 President Commissaris bij Rudico en heeft er sinds zijn pensionering in 2006 een tiental andere commissariaten bij. Wim te Kamp: ‘Rudico is voor mij een heel langdurig commissariaat en ik heb bij het bedrijf in al die jaren al heel wat meegemaakt. Het gaat ons als commissarissen niet alleen maar om de financiële uitkomsten, maar om wie het bedrijf leidt en of hij/zij dat goed doet, de opvolging, de organisatie van het bedrijf enzovoorts. We krijgen maandelijks de cijfers, hebben vijf reguliere vergaderingen per jaar en zo nodig bijzondere vergaderingen tussendoor. Daarnaast heeft ieder van ons ook wel eens een persoonlijk gesprek met Jan over zijn eigen expertise. Paul de Vreede over bedrijfsprocessen, investeringen enzovoorts, Wim Gerritsen over marketingaspecten en ik over mijn vakgebied, met name de financiën, de organisatie en bankzaken. Ik maak Jan Wüstenhoff nu al een tijd mee, ook in soms wat moeilijker situaties als reorganisaties. Je krijgt dan inzicht in iemands drijfveren. Jan is net als ik niet gek op geld. Hij wil wèl wat verdienen, dat is z’n eer te na. Je moet uiteraard vooral geld verdienen voor de continuïteit van het bedrijf. Wij zijn er om hem scherp

te houden. Het gaat in het zaken doen niet alleen om geld, die houding heb ik ook wel. Mensen met een mentaliteit zoals Jan en ik functioneren het beste alléén aan de top, niet in collegiaal bestuur. Dan zit er vaak een element in van elkaar opdrijven voor het maximale financiële resultaat. Dat is alleen maar leuk als je echt gek op geld bent. Ik schets dit om aan te geven dat wij als commissaris niet de drive hebben om het bedrijf maximaal geld te laten verdienen. Je hebt wèl de verantwoordelijkheid om er toezicht op te houden dat er zo efficiënt mogelijk geproduceerd wordt en dat er geld verdiend wordt. Want dat geld moet weer geïnvesteerd worden en dan is de cirkel rond. Dus terwijl ik zelf dat karakter niet echt heb, weet ik wel de houding aan te nemen en de adviezen te geven die passen bij geld verdienen. Je moet weten wanneer er ingegrepen moet worden en ook wanneer iemand die niet functioneert weggestuurd moet worden. Natuurlijk ligt het bij een grootaandeelhouder zoals Jan is anders, maar als die dan tòch, zoals hij, gevoelig is voor je adviezen geeft dat voldoening’.

100


herinneringen. Die vergaderingen had ik voor geen goud willen missen. De financiële stukken werden meestal grondig door Dirk Jan voorbereid. Aan hem heb ik veel te danken en met hem heb ik veel gelachen. Bij het afscheidsdiner hebben we een polymeer herinneringsplaquette gemaakt. Dat was een beetje het gebruik binnen Rudico. Bij het diner werden alle commissarissen bedankt. Er was nog een grapje ingebouwd. Een Latijnse tekst/gezegde was vertaald in: “aan alles komt een einde” maar dat was de vertaling niet. In werkelijkheid stond er: ”veel is neergestort om hoger te herrijzen”. Vond ik wel passen bij de Herrnhutters. We hadden toen geen betere aandeelhouder kunnen hebben. In februari 2006 werd de overeenkomst getekend.’

‘Eigenlijk is de sfeer altijd goed geweest’ Het werk bij Rudico is eigenlijk vanaf het begin in 1962 altijd ‘people’s business’ geweest. Het precies zo graveren van een afbeelding of een tekst in een plaat rubber, zoals het was besteld door de opdrachtgever, of het nog net wat mooier of strakker maken dan gevraagd, daar moet je veel vakmanschap, veel geduld en gedrevenheid voor hebben. Dat er in de afgelopen vijftig jaar heel veel hulpmiddelen bij zijn gekomen, van de camera, via geavanceerde computerprogramma’s voor beeldbewerking, automatische belichters, automatische uitwasstraten etc. maakt in wezen niet zo heel veel uit. Het eindresultaat blijft in hoge mate afhangen van het vakmanschap en de inzet van de mensen die de klus doen. Belangrijk is dan het klimaat in de onderneming om er samen iets moois van te maken. Openhartig en oprecht vertellen een aantal van de geïnterviewden over hun beleving van die sfeer.’ DTP’er Kees de Jonge, al sinds 1979 werkzaam bij Rudico: ‘Weet je wat het mooie hier is? Hoe het komt weet ik niet maar het is echt waar: we hebben een geweldig team! Ik zal zeker niet de enige zijn die dat zegt. Er is bijna nooit ruzie tussen de mensen. Op de één of andere manier hangt hier een soort positiviteitsvirus. Eigenlijk gaan mensen hier vooral weg vanwege pensionering. Achteraf gezien waren de reorganisaties die er zijn geweest hard nodig. Op 101

het moment zèlf ben je fel tegen, maar we hadden te veel aanhangsels die niet nodig waren. Dat was het nadeel van het feit dat Der Nederlanden iedereen een kans wilde geven. Ze kregen dan één of ander gemaakt baantje en werden bij voorbeeld in de expeditie gestopt maar dat kon dan echt niet uit.’ DTP’er Adri den Hartog, ook al sinds 1979 bij Rudico: ‘Toen ik bij Rudico kwam waren we nog met z’n twintigen. Ik vond het een prachtige tijd, er was een echte familiesfeer. Van twintig toen naar honderdentwintig nu vind ik eigenlijk minder leuk, maar dat zal ook wel een beetje met mijn leeftijd te maken hebben. Het persoonlijke gaat er dan een beetje af en dat vind ik jammer. Overigens is de sfeer nog altijd goed, maar als de club zo groot wordt is de communicatie gauw minder. Ik moet wel zeggen dat Jan Wüstenhoff ook wel ziet dat je zuinig moet zijn op mensen die er al lang zitten. Je kent dan natuurlijk alle mogelijkheden van een bedrijf, ook al heb je zelf niet alle technische kennis. Je leert ook weer van de jongeren die binnen komen. We hebben de laatste jaren een aantal jongeren binnen gekregen die echt heel goed zijn in hun werk. Zij zijn helemaal opgegroeid in de digitale revolutie en weten alles daarvan.’ Jaap Dijkslag was ook een oudgediende, bij Rudico begonnen in 1967 en nu al weer een aantal jaren gepensioneerd. Hij denkt nog altijd met plezier terug aan zijn tijd bij Rudico. Jaap Dijkslag: ‘Ik heb altijd met plezier bij Rudico gewerkt. Ik heb er eigenlijk nooit narigheid, jalouzie of zoiets meegemaakt, al waren het natuurlijk ook geen heiligen. Ik klikte eigenlijk met iedereen, maar ja, iedereen heeft wel z’n ditje en z’n datje. Ik kreeg altijd alle ruimte als Sinterklaas om de boel eens lekker weer wat op te schudden. Ik heb het geloof ik wel 26 of 27 keer gedaan. De gekste dingen hebben we bedacht. Ik ben wel eens aangekomen op een heftruck, een keer in het speedbootje van Jaap der Nederlanden dat op een trailer achter een auto zat, ook een keer in het zijspan van een oude BMW motor enzovoorts. We hebben er schitterende dingen gedaan’


Ook niet-golfkartonbedrijven gebruiken stempels voor flexodruk Bijna sinds het bestaan van Rudico was men alert op andere verpakkingssoorten waarbij ook flexodruk gebruikt werd omdat dat potentiële afzetgebieden waren. In het verleden zijn stempels gemaakt voor plastic draagtassen, aluminium bakjes, kunstdarmen en nog veel meer. Ongeveer vanaf 2005 heeft de Rudico-organisatie veel inspanningen geleverd om vaste voet te krijgen bij andere gebruikers van stempels. Studiomedewerker Jeroen Kofman levert nog elke dag zijn bijdrage daaraan. Jeroen Kofman: ‘Ik heb enkele jaren geleden samen met wat collega’s een positie voor Rudico op de markt voor flexibele plastic verpakkingen helpen opbouwen. Je hebt het dan over allerlei bedrukte plastic zakjes, broodzakjes enzovoorts. Met name de klant Oerlemans is zo een grote klant van Rudico geworden. Het devies was en is daarbij: snel leveren, vaak binnen een paar dagen. Voor wat betreft het maken van de stempels zijn er natuurlijk veel overeenkomsten met golfkarton, al zit er wel verschil bijvoorbeeld in de hardheid van het gebruikte polymeer. Zo’n Oerlemans heeft honderden verschillende decors voor een heel breed scala van eindproducten. Heel interessant werk vind ik dat overigens. We krijgen trouwens veel mooie klussen op onze afdeling. Zelf werk ik nogal wat aan stempels die bestemd zijn voor de druklijn voor Pre-Printed Liners die de grote Duitse golfkartonfabrikant Schumacher bij ons bestelt. Zo heb ik niet zo lang geleden een hele set bedrukkingen voorbereid voor grote golfkartonnen dozen waarin allerlei badaccessoires, zoals douchekoppen en zo, in verpakt moeten gaan worden. Ik heb gehoord dat ze er erg tevreden over waren.

2012, Tolis Kelepouris haalt de polymeerplaat uit de droger 102


Oud-directeur Jaap der Nederlanden: ‘Wij hebben van 1975 tot 2000 een prachtige tijd gehad. We groeiden helemaal mee met de enorme groei van de markt in die tijd. De sfeer is altijd goed geweest en ik denk dat ze daar bij Rudico nog steeds op teren’.

Rudico doet de grootste investering uit haar geschiedenis in jubileumjaar 2012 Felco had sinds het opstarten van de Fischer & Krecke lijn voor pre-printed liner in 1987 jarenlang verlies geleden. In 1999 zag Jan Wüstenhoff kans deze situatie om te buigen door te zorgen voor een veel hogere bezettingsgraad en daarmee al meteen een plus van 500.000 gulden te scoren. Al in 2000 wordt er dan gesproken over ‘de mogelijke diepte-investering in een nieuwe Felco pre-printed liner drukmachine’. Het investeringsbedrag wordt op dat moment op minimaal 6 miljoen gulden begroot. Het komt er op dat moment om allerlei valabele redenen niet van. In de daarop volgende jaren wordt de bestaande Fischer & Krecke lijn van verschillende upgrades voorzien, zoals bij voorbeeld een UVlakinstallatie die in 2001 in de lijn wordt geplaatst. In de afgelopen jaren zijn er intern bij Rudico en Felco vele beraadslagingen geweest over een nieuwe pre-printed liner drukpers. Daarbij spelen de marktsituatie en natuurlijk het winstpotentieel van de nieuwe drukpers een belangrijke rol. In de markt voor bedrukte golfkartondozen is de aanzienlijke kwaliteitsverbetering van het direct drukken op dozen, het zogenaamde post-print proces, een factor van betekenis. Die kwaliteit benadert volgens experts het niveau dat haalbaar is op de bestaande Fischer & Krecke lin van Felco. Maar deze lijn is dan ook inmiddels 25 jaar oud…! Expert op dit gebied John Dorland, accountmanager bij Rudico Trading en vrijwel dagelijks te vinden in binnen- en buitenlandse drukkerijen voor golfkartondozen volgt de ontwikkelingen op de voet. John Dorland: ‘Als je ziet wat er nu aan direct druk op golfkarton mogelijk is dan is dat bijna beter dan wij nu op onze Felco machine aan pre-print kunnen maken. Ik neem regelmatig dozen mee naar Rudico die verrassend mooi bedrukt zijn via post-print. Er worden momenteel bij het 103

drukken veel betere walsen met een fijner raster gebruikt. Daarnaast is de kwaliteit van de polymeerplaten veel beter geworden en last but not least, het golfkarton zèlf is in de laatste decennia enorm in stabiliteit verbeterd door beter papier en een betere golfstructuur. Het is dus nu voor ons echt hoog tijd voor een nieuwe pre-printed liner lijn met de allernieuwste technologie erin, dan kunnen we de rest weer een heel eind voor blijven.’ Jan Wüstenhoff en andere managers van Rudico hadden ook al vergelijkbare signalen uit de markt gekregen. Jan Wüstenhoff startte een project op dat tot investering zou moeten leiden in een dergelijke nieuwe lijn. In het eerste halfjaar van 2011 viel de beslissing. Jan Wüstenhoff: ‘We hebben besloten tot de aanschaf van een nieuwe en ultramoderne drukpers. Na veel onderzoek wordt het weer een Fischer & Krecke drukpers, geschikt voor extra brede rollen papier. De 8-kleuren drukpers is in staat relatief dun maar kwalitatief hoogwaardig papier van zelfs minder dan 50 gram per m² met hoge snelheid te bedrukken. Dat lage gramsgewicht is belangrijk voor het papierverbruik en dus voor de prijs maar ook voor de milieuvriendelijkheid. Heel belangrijk is ook dat de ombouwtijd naar andere decors, door gebruik te maken van de laatste technieken, heel veel korter is. Daardoor wordt het bedrukken van kleinere oplages veel efficïenter. Het gaat om de grootste investering in de geschiedenis van Rudico en Felco voor een bedrag van maar liefst 13 miljoen euro. We gaan voor de nieuwe lijn er een nieuwe hal bijbouwen. We zijn al ver met de voorbereidingen voor de installatie van de nieuwe lijn want hij moet in het laatste kwartaal van 2012 gaan draaien. We halen met deze allernieuwste drukpers op het gebied van flexodruk de meest moderne stand van de flexografie naar binnen en dat is toch eigenlijk een mooie afronding van onze eerste vijftig jaar actief zijn in deze druktechniek. Met onze pre-press activiteiten bij Rudico zijn we ook helemaal bij de tijd. We denken dan ook een prima uitgangspositie voor de volgende vijftig jaar te hebben.’


104


Van productconcept tot kartonnen omverpakking anno 2012

2

3

1 1 Joyce Martello bespreekt in de Rudico-studio de decorwijzigingen aan de Grolsch golfkartondoos; 2 Henk Karmiggelt in de studio bezig met de Grolsch 105 van de gewijzigde golfkartondoos voor Grolsch digitaal weer een stapje verder; 4 de polymeerdrukplaat met het golfkartondoos; 3 Marcel Strelitski helpt het bestand nieuwe decor wordt belicht op de belichtingsmachine door Tolis Kelepouris.

4


7

5

6

5 Tolis Kelepouris en Edwin Godwaldt tonen de belichte, uitgewassen en gedroogde polymeerplaat; 6 zรณ ziet een kant-en-klare polymeerdrukplaat er van dichtbij uit; 106 7 Edwin snijdt een drukplaat met de Kongsberg laser; 8 de polymeerdrukplaat wordt geproefd door Hugo Doornebal

8


12

9

10

9 De drukplaat wordt nog beter gefixeerd door Peter Bronkhorst; 10 de drukplaat op weg naar de klant, golfkartonfabriek Smurfit Kappa in Loenen; 11 drukplaat voor Grolschdoos die op de107 drukpers van Smurfit Kappa wordt geplaatst; 12 drukplaat voor de Grolschdoos bevestigd op de Smurfit Kappa druklijn

11


15

13

14

13 Alles staat klaar om de Grolschdozen te bedrukken; 14 daar gaat ie dan: drukken maar!; 15 Gert ten Cate van Grolsch (links) controleert de bedrukking samen met 108 Henk Hulsebos

15


109

Afvullen van de dozen bij Grolsch in EnschedĂŠ; op weg naar de consument!


110


111


Bij de controle worden de dozen gecontroleerd op kleurverschillen tussen ‘links en rechts’ (zichtbaar als de doos in elkaar gevouwen is) 112


Rudico, 50 years partner in flexography The beginning in Apeldoorn in 1962 ‘Rudico was born in a hotel room in London, when the founders Arie de Zeeuw and Jan Bleeker were drinking a bottle of whisky.’ That is how Rutger van Straten, later on Financial Director of Rudico, remembers the foundation of Rudico. The two friends decided on that hotel room to found the new company Rudico Ltd (= Rubber Die Company) as a new producer of rubber printing plates after they saw in the United Kingdom new possibilities of flexography. Arie de Zeeuw was managing director and major shareholder of the Dutch corrugated board producer De Zeeuw. In the market he observed already since quite some time a clear need for better printing possibilities than available so far. The breakthrough of the selfservice system in supermarkets led to the desire of many brand owners to start using their corrugated boxes better as an information and promotion tool. With the help of a friendly company in the United Kingdom Arie de Zeeuw arranged that some of his employees were trained as engraver and then these employees started to engrave rubber stamps in a temporary housing. It all started with words like ‘fragile’ or arrows on the corrugated boxes but quickly after that the pictures became more complicated. Already in 1964 a vulcanising press was bought and therefore Rudico had to move to a newly built hall. The decorations became more complex and more colours had to be used. Not long after that more vulcanising presses were added. In 1974 the two other main producers of corrugated board De Hoop and Lona became co-owners of Rudico. With their share in Rudico, Rudico came into the possession of the corrugated carton board industry. This relationship turned out to be profitable for both the corrugated carton board industry and Rudico. Rudico grew at a steady pace and already had 24 employees in 1974. In 1974 Jaap der Nederlanden was appointed Managing Director of Rudico and in the next 25 years he proved himself as the big innovator and driving force behind the further development of Rudico. Move to Eerbeek and the investment in pre-printed liner production After several alterations of the Rudico-building in Apeldoorn, a unique opportunity to move into a quite suitable and much bigger building presents itself in Eerbeek. Many of the customers of Rudico, the corrugated board producers, are located in Eerbeek. Eerbeek is, together with its neighbouring village Loenen, since centuries the heart of the Dutch paper- and carton board industry 113

as a consequence of the presence of huge stocks of clear water. A move to other premises had become necessary anyway as Rudico was preparing in the meantime to start a new huge project, namely the installation of a big printing line for the production of so-called pre-printed liner. Several brand owners were no longer satisfied with the printing quality that could be achieved with direct printing onto corrugated boxes in the plants of the corrugated box producers. They had seen the beautiful printing results that could be achieved with pre-printed liners in the United Kingdom, the United States and Germany. In this process a coil of paper with a width up to 2.80 meter is printed in up to eight colours. Then that printed paper is glued onto the ready-made corrugated boxes. After many deliberations the Rudico-management took the decision to invest into such a printing line. The Dutch government subsidised the investment because of the innovative character of the printing process. The two other Dutch producers of corrugated board who were not yet shareholder of Rudico also came on board now as shareholders, both for twenty percent. In May 1987, in the year Rudico existed twenty five years, the new Fischer & Krecke printing line was officially taken into use. The production of pre-printed liner was separately organised in the new business unit Felco Ltd. In the 1990’s: big improvement of the Rudico production process According to many managers from the corrugated carton board industry Rudico has always been a pioneer in the further development of flexography for corrugated boxes. This was also a result of the very close connections with the corrugated board industry, of which Rudico was in fact a part. At the same time this relationship led according to some managers now and then to a less efficient manufacturing process and higher prices than necessary, as the real price pressure was somewhat lacking. Nevertheless Rudico was a pre-press specialist that invested practically always as one of the first companies in new and quickly changing technologies, under the visionary leadership of Jaap der Nederlanden. In the 1980’s and the 1990’s there were a lot of new developments coming up in the image processing business. After earlier experiments the first Macintosh computers for graphic use from Apple appeared quickly in the Rudico offices. Rudico also invested heavily in the latest technology to automate the production of photopolymer printing plates and to make production cheaper this way.


Flexography Flexography is a printing process which utilizes flexible relief plates. These flexible printing plates are made of photopolymer plastic or rubber. Flexography is widely used for printing on substrates like plastic, metallic films and paper. Already in the middle of the eighteenth century a simple kind of flexographic process was used for the printing of carpets. Flexography remained for a long time on a rudimentary quality level. Nevertheless some machine constructors like Strachan & Henshaw and Windmöller & Hölscher built flexographic printing machines in the beginning of the 20 th century for the printing of paper bags. After the Second World War the flexographic printing process developed quickly as the process is quite suitable for the fast growing market of flexible plastic packaging materials. Since the 1960’s flexography breaks through on a large scale for corrugated boxes. In particular developments in printing inks, better rubber types and new methods to print complex decorations enable this breakthrough. These advances give the suppliers of corrugated boxes the possibility to offer their customers, the brand owners, instruments to diversify themselves also with their secondary packaging. However, the big step forward comes in the 1980’s with the introduction of photopolymer printing plates. They enable high quality full-colour print that is in no way inferior to offset printing. For the production of photopolymer printing plates light-sensitive polymer is used. A film negative is placed over the plate which is then exposed to ultra-violet light. The polymer hardens where light passes through the film. The remaining polymer can easily washed out with either water or solvent. At first photographic processes were used but since approximately 1990 computers started to take over more and more jobs in image processing and so-called ‘desktop publishing’ prepared all the data to make the printing plates in a much more efficient and accurate way. The digital revolution was a big step forward in the flexographic printing process. In the last few decades there were continually improvements in the flexographic printing process, for instance by making more and more detailed screens, in the washing out of the printing plates, in mounting the printing plates onto the presses and so on. Flexography has now become a printing technology that is second to no other printing technology and it has become a very effective instrument for brand owners to diversify themselves also with their corrugated boxes. 114


Rudico changes ownership and gets new management In the 1990’s it becomes clear that the five producers of corrugated board that are the owners of Rudico want to sell their Rudico shares. Most of them have become part of one of the multinationals like SCA or Smurfit. These multinationals have no interest in keeping a share in a relatively small producer of printing plates and moreover, they do not want to be limited in their purchase of printing plates and they want to practice as much as possible ‘single source buying’. Jaap der Nederlanden is able to realise in 1993 a partial Management Buy-Out and to complete this up to 100 percent in 1998. However, as Jaap der Nederlanden wants to sell his shares in 1999, a new owner appears in the form of the Moravian Church Foundation. This foundation is an old foundation from the eighteenth century that has evangelical mission as its goal but wants to pay these missionary activities from its own funds earned in business transactions. The foundation is involved in trading activities and it participates financially in many companies. MCF will turn out to be a good shareholder from 2000 till 2006. In the 1990’s however Rudico has now and then financially tough years. The results of the Felco business unit are not up to the mark because of a lack of orders. On the other hand, a new side activity of Rudico, namely the supply of cleansing agents and other articles destined for print shops and organised in the business unit FlexoClean is financially a big success. Nevertheless Flexo-Clean is sold in 1998. In the same year Jan Wüstenhoff starts working as the general manager for Felco with the assignment to improve the results. He fully changes course by acquiring aggressively with competitive prices new customers like the company Thimm in Germany. Within one year this new course leads to better results. These performances lead to the nomination of Jan Wüstenhoff in the year 2000 as the Managing Director and successor of Jaap der Nederlanden. Soon after taking office Jan Wüstenhoff is already forced to start a really necessary reorganisation. No less than fifteen employees lose their job. Rudico develops successfully in the new millennium Under the leadership of Jan Wüstenhoff Rudico and Felco each are rather successful in their markets. Rudico invests each time again in the newest equipment for the DTP-image processing capability, the UV-light exposure technique and the washing out and drying equipment for the photopolymer plates. The Fischer & Krecke printing machine of Felco is kept state-of-the-art amongst others by installing a big UV-installation onto the line. In 2002 Rudico takes a remarkable step by the acquisition of the 115

company Korn-Klischees in Northeim (Germany). This acquisition takes place after tuning well with Thimm, the big producer of corrugated board and main customer of Korn. The company KornKlischees was founded in 1976 by Hans Korn, a friend of the owner of Thimm at that time and supplier of printing plates as well. The company Korn went through a somewhat similar development in the last few decades as Rudico did. Beatrice Kundrus, daughter of Hans Korn and now director of KornKlischees is satisfied about the cooperation with Rudico. Beatrice Kundrus: ‘The chemistry and the culture of both our companies go well together. We have pleasure in cooperating with the Dutchmen and may be Rudico is able to take even more advantage in future from this take-over across the border’. Some years later Rudico founded a separate business unit, Rudico Trading. This business unit acts as a consultant to printing shops and a supplier of a range of products focused on print shops, in particular cleansing agents. The foundation of Rudico Trading is a response to the manifold questions from the market the Rudico representatives got since many years. Main shareholder MCF goes through difficult years in 2004 and 2005 and wants to sell its share. After constructive negotiations Jan Wüstenhoff acquires in 2006 the rest of the shares and becomes the sole owner of Rudico. In fact the company is a family company since. The fifty years old Rudico is fit for the future and has big plans During a big round through the company and in many talks with employees the working atmosphere at Rudico and Felco turns out to be quite positive. According to employees that worked already since decades at Rudico it was almost always like that. In a company where professional abilities and motivation of the employees are very important, a pleasant working atmosphere is nevertheless still a key factor. In its jubilee year 2012 Rudico will make the biggest investment in its history. After long considerations the Rudico management decided to invest an amount of more than 13 million Euros in a fully new and ultramodern Fischer & Krecke printing machine for preprinted liners. The printing press has to start up before the end of the jubilee year 2012. There is hardly any better proof of vitality…

‘With our pre-press activities at Rudico we are up to date. We therefore think we do have an excellent starting position for the next fifty years’


116


Rudico, 50 Jahre Partner in Flexodruck Der Anfang in Apeldoorn 1962 “Die Idee Rudico wurde in einem Hotelzimmer in London geboren, während die Gründer Arie de Zeeuw und Jan Bleeker einen gemütlichen Whiskyabend genossen.“ So erinnert sich Rutger van Straten, späterer Finanzdirector von Rudico, an die Gründung von Rudico im Jahr 1962. Die zwei Freunde beschlossen auf diesem Hotelzimmer die neue Firma Rudico GmbH (= Rubber Die Company) als neuer Hersteller von Gummiklischees zu gründen, weil sie in England neue Möglichkeiten für den Flexodruck sahen. Arie de Zeeuw war Geschäftsführer und Grossaktionär vom holländischen Wellpappenhersteller De Zeeuw. Er stellte schon seit längerem einen deutlich gestiegenen Bedarf an hochwertigen Druckbildern für Kartonage auf dem Markt fest. Der Durchbruch der Selbstbedienung in den Supermärkten führte bei vielen Markenherstellern zu dem Wunsch auch die Wellpappenverpackungen als Informations- und Werbefläche besser zu nutzen. Mit Hilfe eines befreundeten Betriebs in England ließ Arie de Zeeuw einige von seinen Leuten als Graveure ausbilden und fing an in einem zeitweiligen Gebäude Stempel aus Gummi herzustellen. Es fing mit Wörtern wie ‚zerbrechlich‘, ‚fragile‘ oder ‚Hier oben – Pfeilen’ auf den Kartons an, aber schon schnell wurden die Motive komplizierter. Schon in 1964 kam eine Vulkanisationspresse hinzu und Rudico musste in eine neu gebaute Halle umziehen. Die Druckbilder wurden komplexer, größer und mehrfarbiger. Später kamen noch mehrere größere Vulkanisstionspressen hinzu. In 1974 wurden die zwei anderen großen Wellpappenwerke De Hoop und Lona Miteigner von Rudico. Damit wurde Rudico der gemeinschaftliche Besitz der Wellpappenindustrie. Sowohl für die Wellpappenindustrie als auch für Rudico erwies sich diese Struktur als vorteilhaft. Rudico wuchs ständig und hatte in 1974 schon 24 Mitarbeiter. In 1974 wurde Herr Jaap der Nederlanden als Direktor von Rudico ernannt und hat sich in den nachfolgenden 25 Jahren als großer Innovator und treibende Kraft für die Weiterentwicklung von Rudico bewiesen. Umzug nach Eerbeek und die Investition in Pre-Printed Liner Produktion Nach mehreren Umbauen bei Rudico in Apeldoorn bietet sich in Eerbeek, wo auch mehrere Wellpappenhersteller ihre Werke haben, eine einmalige Gelegenheit ein sehr gut geeignetes und viel größeres Gebäude zu beziehen. Eerbeek ist, zusammen mit der Nachbargemeinde Loenen, aufgrund des Vorhandenseins 117

großer Mengen klarem Wassers, seit Jahrhunderten das Herz der holländischen Papier- und Kartonindustrie. Ein Umzug war für Rudico auch deshalb notwendig geworden, weil Rudico sich inzwischen vorbereitet hatte in ein neues riesiges Projekt einzusteigen, nämlich die Installation einer großen Druckmaschine, um so genannte PrePrint Liner zu produzieren. Mehrere Markenhersteller waren mit der Druckqualität, die mittels Flexodirektdrucks im Wellpappenwerk auf den fertigen Kartons zu erreichen war, nicht mehr zufrieden. Sie hatten Kenntnis von den schönen Ergebnissen mit Pre-Printed Liners in England genommen, den Vereinigten Staaten und auch in Deutschland. Bei diesem Prozess wird Papier mit einer Breite bis zu 2.80 Meter mehrfarbig bedruckt und dann später beim Wellpappenhersteller das bedruckte Papier auf die fertigen Wellpappenkartons kaschiert. Nach vielen Diskussionen fiel die Entscheidung diese Investition in Höhe von 13 Million Gulden zu machen. Die holländische Regierung unterstützte das Projekt wegen des innovativen Charakters und die zwei übrigen holländischen Wellpappenhersteller, die sich noch nicht als Aktionäre an Rudico beteiligt hatten, kamen jetzt auch als Aktionäre hinzu, jeder mit 20 Prozent. In Mai 1987, als Rudico 25 Jahre bestand, fand die offizielle, feierliche Inbetriebnahme der neuen Fischer & Krecke Druckmaschine statt. Man gründete extra die eigenständige Felco GmbH für diese neue Aktivität. Neunziger Jahre: große Verbesserungen bei Rudico Laut Aussage vieler befragten Managern aus der Wellpappenindustrie ist Rudico immer ein Wegbereiter in der weiteren Entwicklung des Flexodrucks für Wellpappenkartons auch wegen der sehr engen Verbindungen mit der Wellpappenindustrie gewesen, da Rudico ja eigentlich ein Teil dieser war. Gleichzeitig führte dieses Verhältnis jedoch laut einiger der befragten Manager auch mal zu einer verminderten Effizienz in der Betriebsführung und zu höheren Preisen, weil der Druck fehlte, kostengünstig arbeiten zu müssen. Trotzdem war Rudico unter der visionären Führung von Direktor Jaap der Nederlanden einer der Pre-Press Betriebe die praktisch immer als erste in die sich rasch ändernden Technologien investierte. Grosse Änderungen bahnten sich in den achtziger und neunziger Jahren in der Bildbearbeitung und Reinzeichnung von Druckmotiven an. Nach einigen Experimenten erschienen bei Rudico schon schnell die völlig grafikorientierten Apple Macintosh Computer. Rudico investierte auch immer in die letzte Technologie, um die Herstellung


Flexodruck Flexodruck ist ein direktes Hochdruckverfahren. Daneben ist es ein Rollenrotationsverfahren bei dem flexible Druckplatten verwendet werden, die aus Fotopolymer oder Gummi bestehen. Schon Mitte des 18. Jahrhunderts wurde ein einfaches Flexodruckverfahren mit Anilinfarben für die Bedruckung von Tapeten verwendet. Während längerer Zeit ist der Flexodruck, öfters schmunzelnd auch ‚Kartoffeldruck“ genannt, auf einem relativ niedrigen Niveau geblieben, wiewohl unter anderem der deutsche Druckmaschinenhersteller Windmöller & Hölscher schon ca. 1920 Flexodrucklinien für die Bedruckung von Säcken aus Papier konstruierte. Nach dem Zweiten Weltkrieg entwickelte sich der Flexodruck rasch weiter weil der Hochdruckungsprozess sich gut für den schnell wachsenden Markt von flexiblen Kunststoffverpackungen eignete. Seit den sechziger Jahren des vorigen Jahrhunderts steigt der Flexodruck in großem Stil in den Markt für Wellpappenverpackungen ein. Insbesondere die Entwicklung der Druckfarben, bessere Gummi-Sorten und neue Methoden um feinere Druckmotive zu erwirken, führen zu diesem Durchbruch. Für die Lieferanten von Wellpappenverpackungen bieten diese Fortschritte die Möglichkeit Markenherstellern neue Instrumente anzubieten, um sich auch in den Umverpackungen zu unterscheiden. Der große Schritt nach vorn kommt aber in den achtziger Jahren mit der Einführung der fotopolymeren Druckplatten. Hiermit wurde Full-Colour Druck von hoher Qualität ermöglicht, der dem Offsetdruck kaum unterlegen war. Bei fotopolymeren Druckplatten wird das Druckbild mittels UVLicht in der Kunststoffplatte gebildet. Nur wo das UV-Licht in die Platte gelangt, fängt ein Polymerisationsprozess an und das polymerisierte Material wird stabil; das unbelichtete Material aus Monomeren kann einfach mit einem Lösemittel ausgewaschen werden. Zuerst verwendete man noch ausschließlich Film in diesem Prozess aber seit circa 1990 kann man die Druckplatten auch digital bebildern und das war widerum ein großer Schritt vorwärts. In den letzten Jahrzehnten hat es ständig Verbesserungen im ganzen Flexodruckprozess gegeben, zum Beispiel bei der Herstellung von immer feineren Rastern, beim Auswaschen der Druckplatten, bei der Montage für die Druckzylinder und so fort. Der Flexodruck ist jetzt eine Drucktechnik geworden, die den anderen Verfahren, dem Bedruckstoff entsprechend, ebenbürtig ist und ein sehr effektives Instrument um sich als Markenhersteller auch mit Wellpappenkartons zu differenzieren.

von fotopolymeren Druckplatten zu automatisieren und damit billiger zu machen. Rudico kommt in andere Hände und erhält damit eine neue Führung In den neunziger Jahren wird immer klarer, dass die fünf Wellpappenhersteller, die Eigner von Rudico sind, sich von Rudico trennen wollen. Die Wellpappenhersteller sind inzwischen selber Teil eines der Multinationals wie SCA, Kappa oder Smurfit geworden. Diese Multinationals haben kein Interesse an der Teilhaberschaft an einem relativ kleinen Klischeehersteller und wollen überhaupt beim Einkauf der Klischees nicht gebunden sein, trotzdem aber international und so viel wie möglich ‚single source’ einkaufen. Jaap der Nederlanden schafft es erst in 1993 einen teilweisen Management Buy Out durchzuführen und dann in 1998 diesen MBO vollständig abzuschließen. Er möchte aber 1999 aus Altersgründen ausscheiden und findet 1999 für Rudico einen neuen Eigner in der Moravian Church Foundation. Diese Foundation ist eine sehr alte Stiftung aus dem achtzehnten Jahrhundert, die als Hauptaufgabe ihre christliche Mission aus eigenen Mitteln finanziert. Diese Mittel werden unter anderem durch Handelsaktivitäten und Teilnahme in Firmen aufgebracht. Die MCF zeigt sich von 2000 bis 2006 als guter Hauptaktionär. In den neunziger Jahren hat Rudico ab und zu finanziell schwierige Zeiten. Die Ergebnisse der Felco-Sparte bleiben aufgrund Auftragsmangels hinter den Erwartungen zurück. Andererseits ergibt sich eine neue Nebenaktivität von Rudico die der Lieferung von Reinigungsmitteln und anderen Artikeln für den täglichen Druckereibedarf und organisiert dies in der Business Unit Flexo-Clean, die finanziell ein großer Erfolg wird. Trotzdem wird Flexo-Clean 1998 verkauft. Gleichzeitig tritt Jan Wüstenhoff 1998 als neuer Betriebsleiter für Felco mit der Aufgabe an, die Ergebnisse zu verbessern. Er wirft das Ruder völlig dadurch herum, dass er mit viel Engagement und wettbewerbsfähigen Preisen neue Kunden wie die Thimm Verpackung in Deutschland bewirbt. Dies führt innerhalb eines Jahres zu besseren Ergebnissen. Dieser Erfolg führt dazu, dass Jan Wüstenhoff in Jahr 2000 als Nachfolger von Jaap der Nederlanden als Geschäftsführer antritt. Kurz nach seinem Antritt muss er noch im gleichen Jahr eine notwendige Reorganisation in Gang setzen, wobei insgesamt 15 Arbeitsnehmer Rudico verlassen müssen.

118


Rudico entwickelt sich erfolgreich weiter im neuen Millennium Unter der Leitung von Jan Wüstenhoff bleibt Rudico mit Felco zusammen am Ball um den Pre-Pressmarkt für den Flexodruck und Pre-Print auszubauen. Immer wieder investiert Rudico in die neuesten Geräte für die DTP-Bildbearbeitung, die Belichtung, das Auswaschen und Trocknen von fotopolymeren Druckplatten. Bei Felco wird die Fischer & Krecke Druckmaschine u.a. mit einer grossen UV-Lackinstallation auf den neuesten Stand der Technik gebracht. In 2002 macht Rudico mit der Übernahme der Korn-Klischee GmbH in Northeim (Deutschland) einen bemerkenswerten Schritt. In enger Abstimmung mit Thimm, dem großen Wellpappenhersteller und Hauptkunden von Korn, wird diese Übernahme durchgeführt. Die Firma Korn-Klischee ist 1976 von Herrn Hans-Hasso Korn gegründet worden, der mit dem damaligen Inhaber von Thimm befreundet war und im Anfang noch Gummiklischees an Thimm lieferte. Die Firma Korn hat eine ziemlich vergleichbare Entwicklung wie Rudico in den letzten Jahrzehnten durchlaufen. Frau Beatrice Kundrus, Tochter von Hans-Hasso Korn und jetzt Direktor von Korn-Klischee, ist zufrieden über die Zusammenarbeit mit Rudico. Beatrice Kundrus: ‚Die Chemie und die Kultur zwischen unseren Firmen passen gut zueinander. Wir haben Spass daran mit den Holländern zusammen zu arbeiten und vielleicht können Rudico und Korn in Zukunft von dieser Übernahme über die Grenze profitieren‘. Einige Jahre später gründet Rudico eine separate Business Unit namens Rudico Trading. Diese Business Unit beschäftigt sich mit der Beratung von Druckereien und der Lieferung von vielerlei Produkten die in Druckereien benötigt sind, insbesondere auch Reinigungsmittel. Die Gründung von Rudico Trading ist eine Reaktion auf die vielen Fragen, die der Markt die vergangenen Jahre an die Rudico-Vertreter stellt. Hauptaktionär MCF erlebt in 2004 und 2005 schwierige Jahre und will seine Rudico-Aktien verkaufen. Nach konstruktiven Verhandlungen übernimmt Jan Wüstenhoff in 2006 den Rest der Rudico-Aktien und ist damit alleiniger Eigentümer von Rudico geworden. Rudico ist jetzt eigentlich ein echtes Familienunternehmen geworden.

119

Das fünfzigjährige Rudico ist topfit und hat große Pläne Bei einem großen Rundgang durch den Betrieb und in vielen Gesprächen mit Arbeitnehmern stellt sich heraus, dass die Arbeitsatmosphäre bei Rudico und Felco sehr gut ist. Laut vielen Arbeitsnehmern, die schon seit Jahrzehnten bei Rudico arbeiten, war das im Großen und Ganzen schon immer so. In einem Unternehmen in dem es trotz der modernsten Maschinen noch immer auf fachmännisches Können und Motivation der Arbeitnehmer ankommt, ist so eine Atmosphäre eine gute Grundlage für Erfolg. Gerade im Jubiläumsjahr 2012 wird Rudico die größte Investition seiner Geschichte tätigen. Nach langen Überlegungen hat Rudico sich entschlossen einen Betrag von insgesamt gut 13 Million Euro bei Felco in eine völlig neue und ultra-moderne Fischer & Krecke Druckmaschine für Pre-Printed Liner zu investieren. Die Maschine muss noch im Jubiläumsjahr zum Laufen kommen. Ein besseres Zeichen von Vitalität nach fünfzig Jahren gibt es kaum…..

‘Mit unseren Pre-Press Aktivitäten bei Rudico sind wir immer zeitgemäß. Wir denken dann auch eine vorzügliche Ausgangsposition für die nächsten fünfzig Jahre zu haben.’


Colofon Titel Rudico. 50 jaar partner in flexodruk Tekst en redactie Evert van de Weg Tekstredactie Coppes & Communicatie Fotografie Erik Besaris, Hans Westerink & archief Tekstonderschrift foto’s Kees van den Bos Vormgeving, productie en uitgever Uitgeverij KunstMag

‘Zonder overdrijving durf ik te zeggen dat Rudico beslist een voorbeeldfunctie had in de flexografie en het vak met gedurfd ondernemen een heel stuk verder heeft gebracht.’

Isbn 978 90 75979 74 9 Mei 2012 © Niets uit de uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een

geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieeën, opnamen of op enige andere manier zonder voorafgaande toestemming van de uitgever.

Woordverklaring 1 Rapid-die systeem snel bevestigingssysteem voor rubberen stempels 2 Optie-check registermachine die een check van de stempels mogelijk maakte voordat deze de druklijn op gingen; dit maakte proefdrukken mogelijk 3 DOKA Donkere Kamer, ten behoeve van het bewerken van foto’s 4 Kraftliner papier papier gemaakt uit nieuwe houtvezels 5 Raster systeem om bij het drukken van volle tinten toch halftonen te simuleren. Dat kan b.v. door rasterpunten in grootte te variëren 6 Desk Top Publishing (Dtp) is het bewerken en opmaken van documenten voor drukwerk, met gebruik van een Mac of personal computer 7 Direct-druk of postprint direct drukken op golfkarton in het bedrijf van de golfkartonfabriek aansluitend op het aanbrengen van de golfkartonstructuur op de kartonneermachine 8 EFTA European Flexographic Technical Association

Lijst van geïnterviewde personen De heer C.J. van den Bos De heer G.J. Dorland De heer J. Dijkslag De heer G. Gerritsen De heer A. den Hartogh De heer R. Havinga De heer H. van der Horst De heer C.A.P. de Jonge De heer W.G.B. te Kamp De heer P. Klein Sprokkelhorst De heer J. Kofman De heer D. Kool Mevrouw B. Kundrus De heer J.C. der Nederlanden De heer L. der Nederlanden De heer P. van Roon De heer W. Schumacher De heer D.J.H. Slijkhuis De heer P.R. Sluyters De heer F.M. Spoelstra De heer R. van Straten De heer H. Wijngaard De heer C.J. Wüstenhoff

120


‘Rudico, 50 jaar partner in flexodruk’ brengt het ontstaan en de groei van het bedrijf Rudico binnen de Nederlandse verpakkingsindustrie in beeld. Het boek geeft aan de hand van gesprekken met diverse bij Rudico betrokken mensen, een overzicht van de ontwikkelingen van de grafische technieken voor de golfkartonindustrie in de laatste vijftig jaar. Het betreft voornamelijk de ontwikkeling van de flexodruk-techniek, waaraan Rudico veel heeft bijgedragen. Het boek schetst hoe Rudico een antwoord gaf en geeft op de wensen van haar klanten, met name de producenten van golfkartonnen verpakkingen. Achter de wensen van die golfkartonindustrie zit de behoefte van merkartikelen zich door middel van een attractieve bedrukking op de verpakkingen te onderscheiden.

M

K

De 50 jaar van Rudico van 1962 tot 2012 omspant de grote doorbraak van flexodruk als de druktechniek voor verpakkingen. En Rudico droeg daar een belangrijk steentje aan bij!

uitgevers

Profile for KMuitgevers | KMpublishers

Rudico. 50 jaar partner in flexodruk  

Vijftig jaar Rudico, vijfentwintig jaar Felco en eigenlijk ook tien jaar Korn Klischee. Een heugelijk moment waar ik stil bij wil staan. Rud...

Rudico. 50 jaar partner in flexodruk  

Vijftig jaar Rudico, vijfentwintig jaar Felco en eigenlijk ook tien jaar Korn Klischee. Een heugelijk moment waar ik stil bij wil staan. Rud...

Advertisement