__MAIN_TEXT__

Page 1

Hans Brongers Simon Ophof

ove r

foto’s G E S P R O K E N

een inleiding


Hans Brongers Simon Ophof

Over foto’s gesproken een inleiding


Auteursrechten:

Š De auteursrechten blijven aan de individuele fotografen en de tekstschrijvers. Niets uit deze uitgave mag worden gepubliceerd of openbaar worden gemaakt zonder schriftelijke toestemming van de desbetreffende fotograaf of van de tekstschrijvers.

ISBN: 978 90 7597 957 2 NUR: 652 Auteurs: Hans Brongers & Simon Ophof Omslagfoto: Chantal Korthout Ontwerp-vormgeving: Martin van der Zwaag Derde druk: Wilco/Amersfoort Uitgever: Bond van Nederlandse Amateur Fotografen Verenigingen


Voor w oor d Als je fotografeert, praat je vaak over fotografie; ook als je amateur bent. Heel veel serieuze amateurfotografen hebben zich daarom verenigd in fotoclubs, fotocollectieven en fotogroepen waar het spreken over fotografie een belangrijke plaats inneemt. De afgelopen jaren is in het onderwerp van gesprek een koerswijziging opgetreden. Zo’n jaar of tien geleden sprak men nog overwegend over films en dokatechnieken, daarna verschoof de belangstelling naar de nieuwe mogelijkheden en valkuilen van de digitale fotografie en momenteel wordt steeds meer over de kwaliteit van het beeld gesproken. Dat laatste blijkt vaak lastig te zijn, want wat kun je meer over foto’s zeggen dan ‘’wel leuk’’, ‘’ontzettend boeiend’’ of ‘’hier heb ik niet zo veel mee’’? De Fotobond heeft dit probleem onderkend en daarom een aantal initiatieven ontplooid om de inhoudelijke kwaliteit van de fotografie te verbeteren door onder meer de cursus Fotoreflectie te helpen ontwikkelen en in alle afdelingen cursussen fotobespreken te verzorgen. In dit beleid past ook de uitgave van Over foto’s gesproken, dat met steun van de Fotobond is geschreven en gepubliceerd. Het boek is bestemd voor wie zich in clubverband wil bezig houden met het bespreken van foto’s en biedt daartoe in deel 1 het nodige gereedschap: een begrippenapparaat en een methodiek en in deel 2 een verzameling werkvormen met praktische tips. Bespreken leer je echter niet alleen uit een boek; je moet ook praktijkervaring opdoen en van anderen horen en zien wat er bij een fotobespreking komt kijken. Daarom zien wij Over foto’s gesproken als complementair aan de verschillende opleidingen die inmiddels op dat gebied voor amateurfotografen in Nederland ontwikkeld en aangeboden worden. De bedoeling van fotobesprekingen is uiteindelijk om de kwaliteit van de fotografie te verbeteren. We hopen daarom dat je door lezing van ons boek niet alleen tot een scherper inzicht komt in het fotografische beeld, maar ook zelf beter en extra geïnspireerd gaat fotograferen. In Over foto’s gesproken zijn uitsluitend foto’s opgenomen van amateurfotografen. We danken hen voor de mogelijkheid die zij ons boden om met hun werk de theorie te illustreren en de lezer te inspireren. Tot slot past hier nog een woord van dank aan Peter van Tuijl, die niet alleen in woord en geschrift de basis heeft gelegd voor de fotobespreking binnen de Fotobond, maar ook een eerste versie van dit boek van commentaar voorzag. Hans Brongers Simon Ophof


Voorwoord

Deel 1: Het bespreken van foto’s

10

Introductie Inleiding Verschillende ambities Wat wil je als spreker bereiken De pijlers onder een fotobespreking

16 Vier pijlers van fotobespreking Inleiding Voorbeeld van een evenwichtige fotobespreking De vier pijlers naar aanleiding van het voorbeeld Een basisrecept voor fotobespreking Improviseren met het basisrecept Voorbeeld van een geĂŻmproviseerde fotobespreking

26 Pijler 1: Beschrijven Inleiding Definitie beschrijven Uitgebreide definitie beschrijven Onderwerp Het nut van beschrijven Opdracht

34 Pijler 2: Analyseren Inleiding Definitie analyseren Beeldelementen als gereedschap voor de bespreker Co m p os it ie , lijn w e r k in g , k a dre r in g , h e r h a lin g e n r it mie k , r u imt e

L i c ht, v e r de lin g lic h t e n do n k e r, t o o n K l eur g e b ru ik Mater i a a l, p r e s e n t a t ie Tech ni e k , ma n ip u la t ie Bespreking van beeldelementen

e n p ersp ectief, tijd

Een tweetal voorbeelden van bespreking van beeldelementen Beeldelementen in dienst van de inhoud Persoonlijke stijl Opdrachten 64 Pijler 3: Interpreteren Inleiding Definitie interpreteren Kenmerken van een goede interpretatie Interpreteren en de maker Invalshoeken voor interpretatie Eer s te in v a ls h o e k : o n de r w e r p , g e n r e , t h e ma

Tw eede in v a ls h o e k : b o o ds c h a p , b e do e lin g D er d e in v a ls h o e k : b e t e k e n is

Functie van beeldelementen voor interpretatie Voorbeelden van interpretatie Tot slot Opdrachten


114 De praktijk van het fotobespreken Inleiding Bespreken: een krachtenveld De clubcultuur De planning De introductie De bespreking Het publiek De maker De afronding Bespreken met een brede blik

Deel 2: Werkvormen 128

Werkvormen Inleiding Liever geen afzonderlijke foto’s Doelen en keuzes Indeling in werkvormen

130

Werkvormen 1 Leren van gemaakte foto’s Spreker van buiten Eigen bespreking Vanuit gerichte vraagstelling(en)

141

Werkvormen 2 Oefenen met het leren bespreken Inleiding Cursus Gerichte opdrachten, rollenspel Oefenen in de praktijk

146

Literatuur

152

Uitwerkingen

INHOUD

Pijler 4: Waarderen 94 Inleiding Definitie waarderen De relatie met de voorgaande pijlers Doelen van waarderen Invalshoeken voor waardeoordelen Opdrachten Vaak gebruikte criteria Waardeoordelen en de fotograaf Kenmerken van een goede waardering Opdrachten


Int rod uct i e De v i e r p i j l e rs v a n fo to bespr ekin g Pi j l e r 1 : B e schri j v en Pi j l e r 2 : Ana l yse re n Pi j l e r 3 : Int e rp re te r en Pi j l e r 4 : Wa a rd e re n De p ra kt i j k v a n he t fo to bespr eken


DEEL 1

het b esp reken v a n foto’s


INTRODUCTIE 9


10

INTRODUCTIE

Inleiding Nederland telt talloze fotografen; deels beroeps en voor het overgrote deel amateur. Dit boek is geschreven voor deze laatste groep. Is er geen betere term te vinden dan amateurfotograaf? Amateur wordt immers al snel gekoppeld aan amateuristisch, terwijl veel amateurs juist heel professioneel werken. Er worden wel alternatieven gebruikt zoals fotohobbyist, of vrijetijdsfotograaf. In de volledige naam van de Fotobond, de B.N.A.F.V. - Bond van Nederlandse Amateur Fotografen Verenigingen - wordt het woord amateurfotografen gebruikt. We houden in dit boek ook die term aan, maar maken hier duidelijk wat we onder een amateurfotograaf willen verstaan. Als wij spreken over amateurfotografen gebruiken we deze term louter om aan te geven dat het niet om beroepsfotografen gaat. De fotoamateur verdient zijn brood niet met fotograferen. Het belangrijkste kenmerk van de fotoamateur is derhalve dat hij* vrij is: Hij kan doen en laten wat hij wil. Zijn keuze voor onderwerpen is volledig vrij, hij hoeft niet mee te doen met trends, want er hangt voor hem geen carrière van af. Hij hoeft zich niet te conformeren aan de wens van een klant, want hij heeft geen klanten en hoeft van de opbrengsten van zijn fotowerk niet te leven. Hij hoeft zich niet in de kijker te spelen van musea, galeries, curatoren; hij hoeft niet te bestaan van naamsbekendheid. Deze ongekende vrijheid wordt door de fotoamateur soms zelf ingeperkt. Dan wil hij voldoen aan verwachtingen van anderen, of hij wil scoren in een wedstrijd, dan wel door een ballotagecommissie worden toegelaten. Hij laat zich beïnvloeden door verhalen over wat daarom zou moeten worden nagestreefd, over onderwerpen die toch echt niet meer kunnen. Laten we dit duidelijk vooropstellen: De vrijheden van de fotoamateur zijn kostbaar. Het belangrijkste voor hem is zijn eigen plezier en voldoening. Wat je ook kunt zoeken in de fotografie, laat dàt niet verloren gaan. Natuurlijk kun je leren en ook inspiratie zoeken en vinden bij andere fotografen. Helaas zijn er echter fotoamateurs die zich eenzijdig richten op scoringssuccessen en daarmee op zoek gaan naar onderwerpen en beeldstijlen die gewild zijn, of waarvan men dat denkt. Wanneer dan het succes uitblijft, is het plezier in de fotografie ook verdwenen. Koester daarom dat kostbare punt van ons fotoamateurs: fotografeer voor je plezier en fotografeer datgene wat je wilt fotograferen omdat het je bevalt en interesseert. Maak je niet in eerste instantie druk om waardering, prijzen en succes bij derden. Je komt daarin zelf op de eerste plaats: ben jij tevreden, wat zoek jij in je onderwerpen, wil jij met jouw manier van fotograferen verder komen? Door vanuit jezelf bezig te zijn ontstaan beelden die meer van jou als persoon bevatten en daardoor kunnen opvallen. * voetnoot:

Wanneer in dit boek “hij” wordt gebruikt, wordt uiteraard steeds “hij/zij” bedoeld.


11 11 11-1 Foto: Guy Ackermans

Dat brengt wellicht datzelfde succes en de waardering van anderen en dat is dan in tweede instantie leuk meegenomen, maar fotografeer niet enkel en alleen daarvoor! Dit gezegd hebbende, is meteen ook duidelijk dat we van sprekers in elk geval verwachten dat zij het plezier en de vrijheden van de fotoamateurs bewaken en niet verknoeien, of in gevaar brengen. Toch is het zo dat de fotoamateur niet helemaal alleen voor zichzelf en eigen genoegen bezig is. Hij sluit zich immers aan bij een groep medeamateurs en laat daar zijn foto’s zien en vraagt om commentaar. Op dat moment komen de besprekers in beeld. En voor die besprekers is dit boek geschreven. Wat heb je die fotoamateurs te bieden die hun foto’s voor jou ter bespreking neerzetten? Hoe pak je het aan? Wat kun je over foto’s zeggen? Mag je kritisch zijn, geef je adviezen? Is dat niet strijdig met die volledige vrijheid van de fotoamateur? De fotoamateur vraagt om commentaar wanneer hij zijn foto’s laat bespreken. Hij blijft vrij om met dat commentaar iets te doen, om het volledig naast zich neer te leggen, om erover te discussiëren, of om het er grondig mee oneens te zijn. Maar hij vraagt om commentaar en daarmee is het bespreken gelegitimeerd. Doel van het bespreken is het vergroten van fotografisch inzicht, de maker door de ogen van een ander naar zijn foto te laten kijken en aanwijzingen te geven hoe zaken beter hadden kunnen werken. Maar steeds geldt dat je als bespreker stimulerend moet blijven en het zo aanpakt dat de maker bemoedigd en geïnspireerd verder kan gaan met zijn fotografie. Bespreken doe je niet alleen voor de maker, maar ook voor de andere leden van de groep, de toehoorders. Door het bespreken op een bepaalde manier vorm te geven en daarvoor verschillende werkvormen te gebruiken help je mee om fotografisch inzicht op te bouwen binnen de groep waarin de bespreking plaatsvindt. Dat gezamenlijke fotografische inzicht is goed voor zinnige besprekingen intern door de leden van die groep en bevordert een bewuster fotograferen.


12

INTRODUCTIE

Verschillende ambities Fotoamateurs kunnen heel verschillend bezig zijn met hun liefhebberij/ hobby/passie. Een verschil in besteding van tijd en inspanning: De ene fotograaf probeert zoveel mogelijk tijd te spenderen en is steeds bezig met zijn fotografie. De andere fotograaf heeft meerdere interesses, waarbij fotografie niet op de eerste plaats komt. Een verschil in de aanpak: De ene fotograaf weet precies waar hij naar op zoek is en wat zijn foto’s moeten oproepen. De andere fotograaf gaat vrijblijvend op stap en ziet wel wat hij tegenkomt. Een verschil in ambitie: De ene fotograaf wil verder komen en zijn niveau technisch en inhoudelijk verhogen. De andere fotograaf beleeft voldoende genoegen aan het fotograferen van wat hij leuk vindt. Een verschil in nagestreefde diepgang: De ene fotograaf kiest voor een onderwerp of thema en is daar een tijd mee bezig. De andere fotograaf is eerder uitgekeken op een onderwerp. Een verschil in bedoelingen: De ene fotograaf wil een boodschap of verhaal overbrengen d.m.v. zijn foto’s. De andere fotograaf wil vooral mooie foto’s maken. Een verschil in strevingen: De ene fotograaf wil grensverleggend bezig zijn, op zoek naar nieuwe vormen van verbeelden. De andere fotograaf heeft genoeg aan klassiekere inhouden en beeldtaal. Als bespreker heb je te maken met de foto’s die neergezet worden en besproken moeten worden. Uit deze foto’s valt meestal wel iets af te leiden over de ambities van de fotograaf, maar bij de bespreking staan de foto’s voorop.


13 13

Wat wil je als bespreker bereiken? Zoals gezegd zijn fotografen vanuit heel verschillende doelstellingen met fotografie bezig. Als bespreker kun je dus foto’s verwachten die vanuit verschillende ambities zijn gemaakt. Wat die ambities ook zijn, voorop staat dat een amateurfotograaf zijn camera gebruikt omdat hij dat leuk vindt en soms omdat hij ermee verder wil komen. Dat heeft voor jou als bespreker twee consequenties: De grondtoon van je bespreking is positief. Je probeert je als bespreker voor te stellen wat deze fotograaf wilde bereiken en in hoeverre hij daarin geslaagd is. Daarbij is het veel belangrijker om de geslaagde elementen te benoemen dan de min of meer mislukte aspecten. Je bespreking is stimulerend. Een fotograaf zou zich na een bespreking geprikkeld moeten voelen om in een bepaalde richting verder te werken. Dat kan eigenlijk alleen als de bespreking aansluit bij kwaliteiten in het werk zelf. Het gaat er immers om, dat fotografen hun eigen vorm vinden en niet werk gaan maken dat past binnen een vigerende trend of dat een flinke scoringskans heeft tijdens wedstrijden.

De pijlers onder een fotobespreking De bovenstaande twee uitgangspunten zou je in feite in de grondhouding van iedere bespreker moeten kunnen herkennen: fotografen worden op een - overwegend - positieve manier gestimuleerd. Maar daarmee ben je er nog niet. Als bespreker heb je de beschikking over een goedgevulde kist met gereedschap, waarop we in de rest van dit boek verder zullen ingaan: De vier pijlers onder de fotobespreking: beschrijven, analyseren, interpreteren en waarderen Het leiden van een bespreking Het bespreken zelf Verschillende werkvormen voor een bespreking De verbreding van je blik als bespreker. We hopen dat je na lezing wat gemakkelijker uit de voeten kunt bij het bespreken in - bijvoorbeeld - clubverband. En vooral hopen we dat je daarbij een positieve bijdrage kunt leveren aan de fotografie in de amateurwereld. * voetnoot:

De meeste foto’s in dit boek hebben een direct verband met het tekstgedeelte of de opdracht waarbij ze geplaatst zijn. Foto’s echter met een staan in een lossere relatie tot de lopende tekst. Deze foto’s zijn voorzien van een compacte fotobespreking in de vorm van een bijschrift.


Inl e i d i ng Voorb e e l d v a n e e n even wich tige fo to bespr ekin g De v i e r p i j l e rs na a r aan leidin g van h et vo o r beeld Ee n b a si sre ce p t v o o r fo to bespr ekin g Im p rov i se re n m e t het basisr ecept Voorb e e l d v a n e e n geĂŻmpr o viseer de fo to bespr ekin g


VIER PIJLERS ..

v a n fotob esp reking


16

VIER PIJLERS van fotobespreking

Inleiding Je wilt als spreker recht doen aan de foto’s die je worden voorgezet. Dat vraagt om een zorgvuldige bespreking. Een zorgvuldige fotobespreking steunt wat ons betreft op vier pijlers: * Beschrijven: Goed kijken en onder woorden brengen van datgene wat er op de foto staat afgebeeld. Het gaat om objectief registreren. Door dit onder woorden te brengen zorg je ervoor dat alle toehoorders ook hetzelfde gezien hebben in de foto. Analyseren: Hoe is het beeld opgebouwd, qua compositie, lichtdonkerverdeling, techniek, contrast, kleurgebruik, etc. Met andere woorden: welke beeldelementen zijn bepalend voor de foto? Interpreteren: Wat brengt de foto over? Wat roept het beeld op? Waar gaat de foto over: inhoud, thema, boodschap, of bedoeling? Welke betekenis kun je eraan toekennen? Is er een relatie met andere fotografen, c.q. fotografische stromingen, genres? Elementen uit de beschrijving en de analyse helpen bij het interpreteren van de beeldinhoud en de bedoeling. Waarderen: Het geven van een oordeel over de foto: de zeggings-, of verbeeldingskracht, de kwaliteit, etc. Het benoemen van de sterkere en zwakkere aspecten van de foto. In hoeverre ondersteunt de beeldopbouw de bedoeling van de maker? In welke mate is de fotograaf erin geslaagd een beoogd thema te verbeelden. Had het beter/sterker/adequater gekund? Een fotobespreking die gebouwd is op deze vier pijlers is niet alleen zorgvuldig, maar ook evenwichtig. Je vermijdt het te eenzijdige commentaar, zoals het alleen maar bespreken van de techniek, of het slechts uitspreken van een waardering. Je bereikt ook dat de toehoorders, waaronder de maker, je uitspraken goed kunnen volgen, inclusief de onderbouwing waarop je de subjectievere uitspraken baseert (je interpretatie en waardering). Het is noodzakelijk dat je als bespreker deze vier pijlers goed beheerst; daardoor kun je er ook speels mee om gaan en improviseren. Dat levert zorgvuldige besprekingen op die toch niet star en schools, d.w.z. altijd in dezelfde volgorde en altijd volledig, de vier pijlers aan bod laten komen.

* voetnoot: Voor een theoretische verdieping betreffende deze pijlers verwijzen we naar het boek: Criticizing Photographs, An Introduction to Understanding Images, van Terry Barrett.


17

Voorbeeld van een evenwichtige fotobespreking

17-1 Foto: John Schenk

We bespreken een foto aan de hand van deze vier pijlers.

Op de foto kijkt een man ons recht aan. Zijn linker gezichtshelft verdwijnt vrijwel in het donker. Hij steunt op zijn onderarmen. We zien zijn handen duidelijk en heel vaag zijn armen en schouders. Hij zit achter een schaakbord met slechts ĂŠĂŠn stuk: een witte loper op een zwart veld. De foto heeft opvallend witte delen (tot uitgevreten wit) en 5. diepzwarte delen (tot dichtgelopen zwart). Het licht komt van links. De loper laat een schaduw vallen over een wit veld. Het beeld laat een centrale compositie met een driehoekvorm zien binnen het vierkante formaat van de foto. Het hoofd vormt van die driehoek de top. Grappig effect van het geblokte schaakbord is, dat 10. zich daar verschillende driehoeken laten ontdekken door steeds een zwart veldje als top te beschouwen (eronder lopen dan de zwarte


18

VIER PIJLERS van fotobespreking

15.

20.

25.

30.

35.

40.

45.

velden van links- en rechtsonder als de zijden van die driehoek), of door een wit veldje als top te nemen (witte driehoek). Dat levert een hele serie driehoeken op die allemaal asymmetrisch staan t.o.v. het midden van de foto. Het schaakbord is prominent op de voorgrond gezet, groot en met een verloop van onscherp naar scherp. Dat verloop leidt de blik naar achteren en je komt uiteindelijk uit bij het oog van de schaker. Als je langer kijkt, werken de diagonale banen van het bord ook als kijklijnen. Dat wordt nog versterkt door het verloop daarin van lichtgrijs naar helder wit, waardoor je vanzelf de foto verder verkent en de handen en het schaakstuk meer aandacht krijgen. Het schaakbord is net even scheef t.o.v. het beeldkader. Het voorkomt dat het beeld te statisch zou worden. De foto is in zwart-wit afgedrukt met een groot contrast. Alles in de foto staat in het teken van het schaakspel. En de keuze voor zwart-wit is dan ook logisch. In de foto wordt het patroon van afwisselende lichte en donkere partijen voortgezet naar boven. Zo doet de persoon a.h.w. mee met het schaakpatroon. Het licht legt de nadruk op één gezichtshelft, de handen en de loper. De blik is ondoorgrondelijk. Het gaat bij schaken om aanvallen en verdedigen. De aanvalsstrategie dient afgeschermd te worden, opdat de tegenpartij die aanval niet ziet aankomen. We zien dat ook terug in de handen: de ene hand heeft de grijphouding, klaar voor de aanval; de andere hand schermt af. De bedoeling van de fotograaf is een portret dat iets vertelt over de geportretteerde. De foto doet sterk denken aan de foto’s van Arnold Newman, die omgevingsportretten heeft gemaakt, waarbij de omgeving iets zegt over het karakter of het werk van de geportretteerde en deel uitmaakt van de compositie. Deze foto heeft dezelfde werking. Er is tenslotte nog een merkwaardig gegeven: er staat maar één loper op het bord. Het is geen situatie die ergens in het verloop van een schaakspel kan voorkomen. Er is gearrangeerd; de fotograaf heeft zorgvuldig nagedacht over het beeld. Die ene loper op het bord blijft intrigeren en hoe langer je kijkt, hoe meer je het gevoel krijgt dat de man achter het bord - en de fotograaf - je uitdaagt om er een verklaring voor te vinden. Je kijkt heen en weer tussen de loper op het bord en het ondoorgrondelijke gezicht van de schaker. Daarmee wordt het bekijken van de foto, de poging om te doorgronden wat de bedoeling is, zelf een soort schaakspel. De kijker is daarbij duidelijk aan zet. Het is een krachtige foto, waarbij de techniek en de beeldopbouw bijdragen aan de betekenis van het beeld. De foto pakt je, houdt je bezig en laat sommige vragen onbeantwoord. Het mysterie van de eenzame loper zet je als kijker aan het denken en genieten. N.B.:

De maker geeft desgevraagd de uitleg: deze persoon is een verwoed schaker, maar ook een lange afstandsloper. De vraag is of je dat laatste eigenlijk wel wilt weten.


Deze fotobespreking is gebaseerd op de vier pijlers. Het is ook uitgebreid gedaan. Je krijgt daarmee een beeld van datgene wat zich binnen zo’n pijler laat zeggen over een foto. Het is een bespreking volgens een basisrecept voor het bespreken van foto’s, nl. door de vier pijlers stap voor stap te gebruiken. Opdracht: Geef in bovenstaande bespreking aan op welk punt het objectieve beschrijven overgaat in analyseren en vervolgens waar de stap gezet wordt naar resp. interpreteren en waarderen. We gaan er hieronder nader op in. Beschrijven (regel 1 t/m 6): Er wordt beschreven wat er te zien is op de foto. Dat wordt objectief gedaan. Je tast eigenlijk de foto af om een volledig beeld te krijgen van datgene wat erop staat. Door dat te doen kijkt iedereen met dezelfde ogen naar het beeld. Om in de taal van een recept te blijven: hier worden de ingrediënten opgesomd. Analyse (regel 7 t/m 20): De opbouw van het beeld wordt benoemd. Het gaat nu om de ordening van de beeldelementen. Het gaat om de fotografische beeldelementen. Hoe heeft de fotograaf het onderwerp in beeld gebracht: het kader, de techniek, de compositie, de rol van lijnen die de blik richten, enz. In de literatuur worden deze beeldelementen uitvoerig beschreven en gedefinieerd. Om in de beeldspraak te blijven: We analyseren hier eigenlijk het recept dat is losgelaten op de ingrediënten. Interpretatie (regel 21 t/m 42): Er vindt nu een duiding plaats op basis van het voorgaande. Het wordt daarmee dus subjectief. Tegelijkertijd kun je de uitspraken wel plaatsen, dankzij de genomen aanloop via beschrijven en analyseren. De fotograaf heeft een aantal ingrediënten op de foto op een bepaalde manier in beeld gebracht. Op basis daarvan geef je betekenis aan de ordening vanuit jouw idee. Je denkt na en filosofeert over de bedoeling van de fotograaf. Je legt een relatie naar andere fotografen die je kent. Je interpreteert vanuit jouw eigen kennis van het onderwerp (in dit geval schaken). Waardering (regel 43 t/m 46): Het gaat ook hier om subjectieve uitspraken. Er worden uitspraken gedaan over de relatie tussen techniek en beeldopbouw aan de ene kant en beeldinhoud en bedoeling aan de andere kant, zoals jij het ziet. Dat bepaalt de zeggingskracht die een foto heeft voor jou. Je geeft aan wat je bevalt, maar ook wat wellicht beter had gekund en waarom.

19

De vier pijlers naar aanleiding van het voorbeeld


Een basisrecept voor fotobespreking De vier pijlers vormen, stap voor stap gebruikt, een basisrecept voor een fotobespreking. Door dit basisrecept als uitgangspunt te nemen ben je zeker van een evenwichtige fotobespreking. Je leert beelden goed bekijken en analyseren. De interpretatie door jou als spreker laat vervolgens zien welke betekenissen een foto kan hebben en wat een foto kan oproepen bij iemand. De interpretatie en waardering zijn subjectief, maar kunnen door de toehoorders gevolgd worden op grond van de aandacht die besteed is aan het beschrijven en analyseren van de foto. Als je volgens dit basisrecept foto’s bespreekt, doe je recht aan de rijkdom van de fotografie.

20-1 Foto: Nico Roodhart

20

VIER PIJLERS van fotobespreking

Deze foto komt uit de serie Oekraïne. Het is een rijke foto, waarin veel valt te ontdekken. Door de vier pijlers langs te gaan volgens het basisrecept ontvouwt zich de inhoud van de foto. Bij deze foto is het noodzakelijk om met de eerste pijler - het beschrijven van wat erop staat - te beginnen. Je mist anders heel gemakkelijk het een en ander. De foto geeft een subtiele kijk op het leven van de Oekraïners. Maar de foto heeft ook een aantal visuele verrassingen in zich (let bijvoorbeeld op de geschilderde brilletjes, die zich voortzetten in de metalen boogjes van de betonblokken).


21

Improviseren met het basisrecept We hebben het tot nu toe steeds gehad over een basisrecept. Dat is niet toevallig; vanuit het basisrecept kun je en moet je verder improviseren: Je hebt niet altijd voldoende tijd om aan elke pijler uitputtend aandacht te besteden. De bespreking wordt op den duur wel erg voorspelbaar, saai en schools, als je altijd de 4 stappen in een vaste volgorde langs loopt Nog belangrijker is dat de aspecten met elkaar verweven zijn en soms meermalen de revue passeren. Dat gebeurt vooral bij complexe beelden, waar je geleidelijk aan steeds meer in ziet. Je denken volgt lang niet altijd de volgorde van het basisrecept. Soms roept een foto meteen bij het zien ervan een spontane reactie op van bewondering, of een associatie met eerder gezien werk. Die spontaniteit maakt een bespreking heel levendig en getuigt van grote betrokkenheid. De andere aspecten komen gewoon daarna aan bod. Om te kunnen improviseren moet je de pijlers goed beheersen. In dit boek besteden we daar dan ook veel aandacht aan. Op deze plaats geven we eerst nog een voorbeeld van een fotobespreking via een improvisatie met het basisrecept.

21-1 Foto: Noortje de Vries

Voorbeeld van een geĂŻmproviseerde fotobespreking


22

VIER PIJLERS van fotobespreking

Wat een opvallende foto! De fotograaf lijkt te spotten met alle mogelijke fotografische regeltjes betreffende de techniek van belichting en scherpte. De ene helft van de foto is overbelicht, de andere helft erg donker. Nergens is sprake van gestoken scherpte. Er zijn rommelige elementen in beeld (gelaten). En toch doet de foto me wel wat. Er straalt zo’n herkenbare stemming/sfeer uit de foto: een echt siëstagevoel wordt opgeroepen. Laten we eens wat beter kijken. Er ligt een meisje te slapen op een stoel. Ze gebruikt de stoel niet op de manier waarop de stoel bedoeld is. Ze ligt er dwars over. Dat schots en scheve is op de foto overal terug te vinden. De fotograaf heeft niets eerst rechtgezet, of opgeruimd (of achteraf weggekloond). Wat mij betreft: gelukkig niet! Het tafereel heeft iets heel natuurlijks en herkenbaars daardoor. We kennen die situatie: er slingert altijd wel ergens iets rond. Lelijke apparaten staan her en der in onze leefruimte om ons heen (hier is ook een apparaat half in beeld te zien). Rechtsonder op de grond ligt iets wittigs: een papiertje? Vaag zien we rechtsachter de contouren van een andere stoel. Wat is het licht daar mooi. De deur staat ook al scheef in beeld en is aangesneden. Een stukje muur achter de deur is goed belicht vanwege de schaduw van de deur. Dan volgt een strook die bijna volledig wit is. Dat overstraalde wit maakt dat we dat gevoel van hitte en warmte krijgen bij dit beeld. De kleuren op de foto zijn geel, rood en blauw met daaromheen warme bruine tinten. Bijna allemaal warme kleuren, die passen bij de stemming van de foto (alleen het blauw van het bloesje is een koele kleur, die natuurlijk goed past tegenover het geel van de stoel). De compositie is opvallend. Ogenschijnlijk gaat het om een snapshot, maar bij beter kijken is er sprake van raffinement: het meisje vormt met haar lichaam een prachtige diagonale kijklijn binnen de foto. De stoel (rugleuning en voorkant) en het tapijt versterken die lijn. De scheve deur bevat onderin een spiegeling die dezelfde lijn bevat. De foto is zodanig dat de binnensituatie toch ook informatie geeft over de buitensituatie. De aangesneden deur wordt door de beschouwer vanzelf aangevuld en leidt in gedachten naar buiten en - al zien we het niet - het is duidelijk hoe het daar is: licht, zonnig en warm. De binnensituatie gaat over in duisternis. De lijnen in het beeld vormen een V: de ene kant wijst naar de buitenkant (de armleuningen van de stoel, de onderkant van de deur en muur) de andere naar de binnenkant. De onscherpte stoort niet, want dat past wel bij de loomheid en wazigheid van het slapen. De zonnige warmte die je voelt in de foto wordt er door versterkt. De hele foto roept een ontspannen stemming op. De fotograaf heeft deze foto gemaakt binnen een serie, waarin ze haar dochter over een langere periode en in allerlei dagelijkse situaties fotografeerde. De foto is dus onderdeel van een documentaire, een fotoverhaal. Wanneer de foto gezien kan worden binnen de context van die serie, wordt de betekenis van de foto sterker. In plaats van een aardig “tafereeltje” dat we met een glimlach allemaal kunnen plaatsen, krijgt het een uitgebreidere betekenis. Het laat in zijn totaliteit zien hoe een meisje in een bepaalde periode van haar jeugd leeft: omstandigheden, dagelijkse rituelen, kleding en gedrag. De onorthodoxe beeldtaal van deze foto, die zo mooi past bij de inhoud ervan is een plus van deze foto.


Opdracht: Lees de fotobespreking van deze foto door en let in eerste instantie vooral op de beide eerste pijlers. Maak eventueel notities van die zinnen die volgens jou thuishoren bij de pijler beschrijven en de pijler analyse. a. Mis je in de beschrijving essentiële ingrediënten van de foto? b. Mis je in de analyse essentiële ingrediënten van de foto? Deze twee onderdelen zijn het belangrijkste, aangezien zij het fundament en de legitimatie vormen van de interpretatie en waardering, zoals de bespreker deze onder woorden brengt. Interpretatie en waardering: c. In welke opzichten wijkt jouw interpretatie en waardering af van bovenstaande bespreking? d. Heeft dat te maken met ontbrekende elementen bij beschrijving en analyse?

Tot slot:

In deze fotobespreking worden op verschillende plaatsen uitspraken gedaan die je kunt typeren als een interpretatie of waardering. Die uitspraken zijn als het ware meer organisch ingebed en minder schools ingevlochten in het verhaal. Dit komt onder meer doordat al meteen in het begin een waardering en interpretatie van de foto wordt gegeven: ”En toch doet de foto me wel wat” en “Het gaat over het oproepen van een stemming/sfeer” en “Er straalt een siëstagevoel uit”. Daardoor worden de latere beschrijvingselementen en analyse directer gekoppeld aan deze waarderende en interpreterende uitspraken. Het is duidelijk dat een wat vrijere, improviserende manier van bespreken, natuurlijker overkomt. Bij fotobesprekingen voor een groep komt deze vorm tegemoet aan de behoefte aan afwisseling en zij speelt ook in op de spontane reacties die een foto kan oproepen. Tegelijkertijd is de kans groter dat de bespreking minder evenwichtig is, willekeuriger en minder transparant. Dat doet zich voor als er geen recht gedaan wordt aan de vier pijlers van de fotobespreking. Gezien het grote belang dat wij daaraan hechten, worden de pijlers in dit boek verderop uitgebreid besproken. Die uitgebreide bespreking laat zien wat er binnen de pijlers mogelijk is om te bespreken (de inhouden van het bespreken), welke accenten geplaatst kunnen worden en hoe dat gedaan kan worden (de techniek). Pas vanuit de beheersing van de vier pijlers is het mogelijk om de strakke regie los te laten en in een improvisatie een boeiende en toch evenwichtige bespreking neer te zetten. Daarom houden we ons eerst nog even aan het basisrecept.

23

Deze fotobespreking bevat dezelfde vier pijlers, maar er is geïmproviseerd. Je kunt je afvragen of deze bespreking dan wel evenwichtig is geweest. Dat kunnen we proberen na te gaan door de volgende vragen na te lopen:


Inl e i d i ng De fi ni ti e b e schri j v en Ui tg e b re i d e d e fi ni tie besch r ijven Ond e rw e rp H e t nut v a n b e schrijven Op d ra cht


PIJLER 1

b eschrijv en


PIJLER 1 beschrijven

Inleiding

26

Als fotograaf ben je gewend om goed te kijken; vooral als je de camera bij je hebt. Wanneer je foto’s bespreekt, kijk je ook, maar dan op een andere manier. In dit hoofdstuk gaan we na in hoeverre deze twee manieren van kijken van elkaar verschillen en we staan wat uitgebreider stil bij het beschrijven van wat er op een foto afgebeeld is. Want voordat je je mening geeft over een foto, moet je hem eerst wel heel goed onder de loep hebben genomen.


Definitie Beschrijven Beschrijven is het zo objectief mogelijk onder woorden brengen van wat er feitelijk op een foto is afgebeeld.

27-1 Foto: Hanneke de Vries

27

Wanneer je fotografeert, bevind je je ergens en probeer je iets vast te leggen van wat je om je heen ziet. Je kent de situatie waarin je je bevindt en probeert een keuze te maken uit alle mogelijkheden die zich bij het fotograferen voordoen. Wanneer je een foto bespreekt, kijk je naar een beeld dat door een ander is vastgelegd. Meestal weet je niet waarom iemand de foto heeft gemaakt en waar en onder welke omstandigheden er gefotografeerd is. Je zult dus uit de foto zelf moeten afleiden wat je ziet (we gaan er even van uit dat je geen toelichting van de fotograaf hebt gehoord of gelezen). Het is daarom belangrijk dat je de tijd neemt om goed na te gaan wat er op de foto te zien is. Soms ben je daar al heel snel mee klaar, maar vaak ook heb je wat meer tijd nodig voor een foto zijn geheimen prijs geeft. Laten we eens proberen de volgende foto te beschrijven.


28

PIJLER 1 beschrijven

Wat je ziet is een caravan op de achtergrond met een personenwagen daarachter; de nummerplaat vermeldt: jellybean. Op de voorgrond bevindt zich een stukje met wit hekwerk afgebakend terrein, waar een grote parasol op staat met twee strandstoelen eronder en een opklaptafeltje (met een glas plus rietje) even verderop. Twee dames staan in een minituintje: de een is gekleed in een zwart lederen of latex outfit, de ander draagt een rieten rokje, bloemenkrans en –slingers; zij houdt een longdrinkglas met rietje met beide handen vast. Ze kijken weg van de fotograaf. Verderop in het woestijnachtig landschap met bergen in de verte staan nog enkele auto’s en een paar grote, moderne tenten. Het tuintje bij de caravan is gedecoreerd met slingers, kunststof rozen en een plastic flamingo, kettingen, een kleine discobol en een gele gieter. Op de bodem bevindt zich gras; buiten het tuintje is de grond kaal. Hiermee is redelijk nauwkeurig beschreven wat op de foto te zien is. Daarmee doen we echter geen recht aan wat we uiteindelijk feitelijk waarnemen. Wat we zien zijn twee vrouwen die niet echt adequaat gekleed zijn voor de woestijnachtige omgeving. De attributen zijn niet functioneel, maar in hoge mate decoratief en roepen herinneringen op aan bijvoorbeeld de jaren-60 kitsch. Er is waarschijnlijk sprake van een camp-achtige enscenering met kunstgras en een - dus - overbodige gieter. Het hekwerk sluit het tuintje niet afdoende af. Wel functioneel zijn waarschijnlijk de caravan, de fiets tegen het hek op de achtergrond en de auto. Waarom er jellybean op de caravan staat is niet echt duidelijk: het kan verwijzen naar de zoete, druppelvormige vruchtensnoepjes, maar ook verwijzen naar het Amerikaanse pimp (pooier). Beide verwijzingen moeten vermoedelijk met een korreltje zout genomen worden. Vermoedelijk is hier sprake van een zorgvuldig en met ironie gearrangeerde situatie. Wellicht is er sprake van een evenement voor gelijkgezinden, getuige de niet modale tenten op de achtergrond. In het eerste deel van de beschrijving is zo feitelijk mogelijk weergegeven wat er op de foto te zien is. In het tweede deel is geprobeerd de gefotografeerde situatie zo feitelijk mogelijk te duiden: waar is dit, wat gebeurt er, is dit serieus? Ook dit laatste deel kun je nog rekenen tot de beschrijving. Duidelijk is wel, dat we ons op een hellend vlak begeven. Deze uitbreiding van het objectieve beschrijven kan snel de grens met het interpreteren overschrijden. Essentieel bij het beschrijven is dat je zo dicht mogelijk bij het beeld blijft. Als je op deze manier naar een foto kijkt en deze bespreekt, doe je in hoge mate recht aan wat de fotograaf heeft vastgelegd. Je probeert te zeggen wat je ziet op de foto en probeert ook de situatie te beschrijven die is afgebeeld.


29-1 Foto: Ali Huizinga

Een goede beschrijving van datgene wat op de foto staat, uitgebreid met de beschrijving van de situatie die is afgebeeld, is de basis voor de volgende pijlers. Met name wordt de interpretatie van de foto erdoor vergemakkelijkt.

Een subtiele foto die zijn verhaal vertelt wanneer je er wat langer naar kijkt. Een goede beschrijving laat de details de revue passeren: het ouderwetse kastje, het ouderwetse behang, de ingelijste medailles aan een verder lege muur. Het doet denken aan een interieur uit de jaren 50, of uit het Oostblok. In deze stille, bijna lege kamer spreken de ingelijste medailles over prestaties uit het verleden. De sfeer is die van vergane glorie en melancholie.

* voetnoot:

Hans Aarsman, Ik zie ik zie

29

De Nederlandse Sherlock Holmes van de beschrijving is Hans Aarsman.* Hij weet feilloos in foto’s details aan te wijzen die leiden tot een meer precieze weergave van de situatie.


PIJLER 1 beschrijven

Uitgebreide definitie Beschrijven

30

Het zal duidelijk zijn dat we de definitie van beschrijven nog wat moeten uitbreiden: Beschrijven is het zo objectief mogelijk onder woorden brengen van wat er feitelijk op een foto is afgebeeld. Daarna wordt - op basis van de verschillende onderdelen van het beeld - zo feitelijk mogelijk aangegeven welke situatie is vastgelegd. Dit deel van de beschrijving heeft het karakter van een reconstructie. Het beschrijven geeft dus eigenlijk antwoord op twee vragen: Wat zie ik op de foto? Wat is er vermoedelijk aan de hand? De tweede vraag zoekt in feite naar de situatie waarin de fotograaf zich bevond. Het zal duidelijk zijn dat daar zelden een bevredigend antwoord op gevonden wordt.

Onderwerp Datgene wat via de lens van de camera is vastgelegd was ook in werkelijkheid door de fotograaf gezien. Wanneer we dat onder woorden proberen te brengen, spreken we van beschrijving. Datgene wat beschreven wordt, noemen we het onderwerp van de foto. Het onderwerp van de foto is datgene waarnaar het beeld direct verwijst. We zoeken dan dus niet naar dubbele bodems of diepere betekenissen; we kijken uitsluitend naar de foto als een enkelvoudige representatie van de werkelijkheid.

Het nut van Beschrijven Het nauwkeurig bekijken van een foto brengt alle elementen van het beeld aan het licht en voorkomt dat je als bespreker de fout in gaat. Immers, als je een essentieel deel van de foto gemist hebt, komt je interpretatie al gauw op losse schroeven te staan. Is het bekijken door jou als bespreker niet voldoende? Val je de toehoorders niet onnodig lastig met je beschrijving? Er zitten een aantal nuttige aspecten aan het beschrijven: Het zorgt voor een soort synchronisatie van het kijken bij de toehoorders. Dat betekent dat je ermee bereikt dat iedereen hetzelfde heeft gezien in de foto. Dit kan nodig zijn, omdat niet iedereen in de positie is om de foto goed te kunnen overzien. Maar het is ook nodig, omdat we nu eenmaal selectief kijken. Wat de een in een foto ziet aan feitelijke elementen en details, kan een ander volledig ontgaan zijn. Het heeft te maken met de verschillende referentiekaders die mensen hebben. Het beschrijven geeft jou als bespreker de tijd en de mogelijkheid om tot een interpretatie en oordeel te komen. Het is je niet altijd meteen helder waar een foto over gaat, wat er voor bedoeling of thema wordt verbeeld en door dan eerst te beschrijven creĂŤer je ruimte voor jezelf om het te ontdekken.


Opdracht

31

Beschrijf deze foto van Frans Artz

31-1 Foto: Frans Artz


Inl e i d i ng De fi ni ti e a na l yse re n B e e l d e l e m e nt e n a ls ger eedsch ap vo o r de bespr eker B e sp re ki ng v a n b e eldelemen ten Ee n t w e e ta l v oorb eelden van bespr ekin g van beeldelement e n B e e l d e l e m e nt e n i n dien st van de in h o u d Pe rsoonl i j ke st i j l Op d ra chte n


PIJLER 2

a na l yseren


PIJLER 2 analyseren

Inleiding

34

Via Pijler 1 heb je een opsomming gegeven van wat op de foto staat afgebeeld. Je hebt de ingrediënten benoemd waaruit de foto bestaat. Pijler 2 - de analyse - gaat een stap verder. Je verkent en beschrijft hier de onderlinge samenhang en ordening van deze ingrediënten. Je analyseert op welke wijze de beeldelementen gebruikt zijn voor de beeldopbouw. Deze beeldelementen zijn uitvoerig beschreven in veel boeken en cursussen voor fotografie. De beeldelementen worden daar vooral behandeld als het gereedschap voor de fotograaf die met behulp van deze beeldelementen betere foto’s kan maken. Maar die beeldelementen zijn ook het gereedschap van de bespreker die hiermee de gemaakte foto’s kan analyseren. De analyse helpt bij de systematische ontleding van het beeld en geeft inzicht in de regiekeuzes van de fotograaf. Die regiekeuzes zijn overigens lang niet altijd zo bewust gemaakt als het woord “regie” suggereert. Een degelijke analyse is daarmee een noodzakelijke aanloop naar de volgende pijler: de interpretatie.


Definitie Analyse De analyse beschrijft de zichtbare kenmerken van een foto in termen van ordening, samenhang en beeldopbouw door gebruik te maken van de beeldelementen.

Je hebt beschreven wat er op de foto staat afgebeeld. Je hebt daarmee vastgesteld wat de fotograaf in zijn foto heeft opgenomen. Door het beeld te analyseren m.b.v. de beeldelementen maak je helder hoe de fotograaf zijn beeld heeft vormgegeven. De beeldelementen geven je het gereedschap om de foto vanuit verschillende invalshoeken te analyseren. Die analyse brengt in beeld welke keuzes de fotograaf heeft gemaakt ten aanzien van de compositie, de uitsnede, het arrangement van hoofdelementen t.o.v. ondergeschikte elementen, de gebruikte techniek, het materiaal, etc. Deze gegevens vormen de basis van de volgende pijlers. Daar maak je bijvoorbeeld de afweging of je de gekozen vormtaal vindt passen bij de foto die je bespreekt. In de literatuur tref je heel veel overzichten van beeldelementen aan. Wij hanteren de volgende indeling: Compositie, lijnwerking, kadrering, herhaling en ritmiek, ruimte en perspectief, tijd Verdeling van licht en donker, toon Kleurgebruik Materiaal, presentatie Techniek, manipulatie Wij gaan hier niet heel uitgebreid op in, omdat de aandacht voor beeldelementen slechts ÊÊn aspect is van het bespreken van foto’s. In de literatuurlijst tref je titels over dit onderwerp aan die je nog verder op weg kunnen helpen.

35

Beeldelementen als gereedschap voor de bespreker


PIJLER 2 analyseren

Compositie, Lijnwerking, Kadrering, Herhaling en Ritmiek, Ruimte en Perspectief, Tijd In een foto zijn de elementen die het beeld bepalen op een bepaalde manier geordend. Die ordening kan vanuit twee invalshoeken worden geanalyseerd: de compositie en de lijnwerking.

Compositie

36

Een foto bevat meestal één of meer hoofdmotieven met daarnaast minder belangrijke elementen en complementaire (aanvullende, of rest-) vormen. De ordening van deze hoofdmotieven, nevenelementen en complementaire vormen binnen het kader van de foto noemen we de compositie.

36-1 Foto: John Schenk

Deze ordening bepaalt hoe we de foto ervaren: evenwichtig, harmonieus of chaotisch; statisch of dynamisch; eenvoudig of complex, etc. Laten we even stilstaan bij de voornaamste compositievormen: Centrale compositie: Het hoofdmotief staat min of meer midden in het beeld. De vorm hiervan kan rond, vierkant, rechthoekig, ellipsvormig, of driehoekig zijn. Dit is een overzichtelijke compositie. Het hoofdmotief vangt meteen alle aandacht en krijgt gemakkelijk een monumentale uitstraling. De restvorm, rondom het hoofdmotief, krijgt automatisch minder aandacht van de kijker, maar dient wel interessant van vorm te zijn. De hoofdvorm kan enkelvoudig zijn (één persoon, één voorwerp, e.d.), maar ook samengesteld uit één of meer onderdelen.

De foto van de schaker van John Schenk is een voorbeeld van een centrale compositie. Het hoofdmotief heeft de vorm van een driehoek.


Decentrale compositie: Het hoofdmotief staat buiten het centrum of tegen de rand van het kader. Je zou kunnen zeggen dat de foto “aan één kant zwaarder is. Een decentrale compositie vraagt vaak om een tegenwicht in de ruimte t.o.v. het hoofdmotief. Een klein element is daarvoor vaak al voldoende. Een decentrale compositie levert een complexer beeld op; zeker wanneer er meer hoofdmotieven een rol spelen.

37

Zo’n ordening maakt het mogelijk om spanning op te bouwen in de foto en het kijken van de beschouwer geraffineerd te sturen. Bij een decentrale compositie wordt vaak gebruik gemaakt van de sterke punten binnen een foto (denk aan de gulden snede). Het zijn die punten in het kader die de blik vangen en een als harmonieus ervaren indeling geven. Dit is bv. goed te zien in de foto van Ton Wolswijk.

37-2 Foto: Ton Wolfswijk

Nog een voorbeeld van een decentrale compositie, waarbij het hoofdmotief (het kind) uit het centrum is geplaatst en een tweetal secundaire elementen voor een compositorisch evenwicht zorgen.

37-1 Foto: Paul Jaspers

Een voorbeeld van een decentrale compositie. Het hoofdmotief is uit het centrum geplaatst en wordt compositorisch in evenwicht gehouden door het kleine strookje donker aan de linkerkant van de foto.


PIJLER 2 analyseren

Voorbeeld van een overallcompositie. Er is geen hoofdmotief dat de meeste aandacht vraagt. Om de foto te kunnen interpreteren is het noodzakelijk om het hele beeld te beschouwen (zie de beschrijving op blz.152)

38-1 Foto: Heleen Bax

38

Overall compositie: Bij deze vorm van ordenen is er geen sprake van hoofdmotieven en nevenmotieven. Alle elementen in de foto zijn even belangrijk, nevengeschikt. Een dergelijke compositie vangt de blik niet op één aandachtspunt, maar laat haar dwalen over het hele kader. Wanneer in een dergelijke compositie geen diepte/perspectief voorkomt, wordt dit vaak als saai, als behang, als decoratie, ervaren. De overall compositie zorgt ervoor dat alle elementen in de foto met evenveel aandacht bekeken worden.

38-2 Foto: René Nieuwenhuis

Symmetrische compositie: Bij een dergelijke ordening is sprake van een, meestal verticale, as binnen de foto aan weerszijden waarvan het beeld gespiegeld wordt. Wanneer de spiegeling volledig is, dus zonder een enkele afwijking, wordt het beeld ook snel als saai ervaren.

Voorbeeld van een symmetrische compositie, met een verticale as. De contouren op de horizon, en de handen doorbreken een te strenge symmetrie. Merk op hoe prachtig de lichte en donkere partijen in deze foto verdeeld zijn.


Lijnwerking

39-1 Foto: Tim Mellaard

Het kan gaan om echte lijnen in de foto, maar evengoed om denkbeeldige lijnen. Echte lijnen kunnen bestaan uit de zijkant van een tafel, de richting van een arm, een paadje, enz. Denkbeeldige lijnen zijn lijnen die gesuggereerd worden en door onszelf worden “gezien” als voortzetting van een klein stukje echte lijn, of als verbinding tussen twee stukjes echte lijn. Een arrangement kan statisch of dynamisch zijn: Een beeld met voornamelijk verticale en horizontale lijnen wordt als rustig, statisch ervaren; een beeld met diagonalen en kronkelige lijnen als dynamisch. De diagonaal heeft een tweeledig effect: de opgaande diagonaal heeft een versnellend effect, terwijl de neergaande diagonaal een vertragend effect heeft. Het aardige is dat in de omschrijving onze conventie van kijken al verwerkt zit: “opgaand” zien we en begrijpen we automatisch als “van links naar rechts oplopend”. Als een diagonaal van rechts naar links oploopt benoemen we dat als “aflopend”.

Kadrering

In deze foto kun je een oplopende diagonale lijn zien, hoewel die lijn er niet echt in te vinden is. Belangrijke onderdelen zijn daarvoor de hoorn en de “lijn” van het gezicht. Door die combinatie zie je a.h.w. een diagonaal die linksonder begint en trek je die virtueel vanzelf door naar rechtsboven. De dynamiek van de diagonaal past perfect bij de energie van het schreeuwen die hier in beeld gebracht is. Let ook op de relatie tussen de mond en het mondstuk, waarbij de nummerschijf op de achtergrond het mondstuk van tanden heeft “voorzien”.

39

Een andere invalshoek bij het ordenen heeft te maken met de lijnwerking in een foto. Ter onderscheiding van de compositie, spreekt men ook wel van het arrangement van de foto. De lijnwerking in een foto bepaalt hoe de blik van de kijker door het beeld wordt gestuurd.


PIJLER 2 analyseren

Kadrering Het kader van een foto is het vakje dat uit de werkelijkheid werd “gesneden”. Het is de selectie die de fotograaf maakte uit de veelheid van wat er te zien was.

40-1 Foto: Gerrit Meerman

40

Open of gesloten kader: Bij een open kader loopt het beeld a.h.w. door over de randen. Op de plaats van de beeldgrenzen zie je vaak aansnijdingen en duidelijk doorlopende elementen. Daarmee is de foto geen volledig op zichzelf staand beeld, maar verwijst zij ook naar zaken die niet op de foto staan. Dit heeft vaak een dynamisch effect op de foto. Bij een gesloten kader houdt het beeld op bij de randen van de foto. De wereld die om het beeld heeft bestaan, speelt geen rol meer. De inhoud van de foto wordt vooral bepaald door datgene wat er op staat. Veelal worden in deze foto’s verticale (langs de staande zijden) en horizontale lijnen (langs onder- en bovenkant) gebruikt.

40-2 Foto: Hans Willemsen

Voorbeeld van een open kader. Door de aansnijdingen aan de randen van het kader wordt de suggestie gewekt dat de rij feestvierders zowel naar voren als naar achteren nog doorloopt.

Nog een voorbeeld van een open kader. De rennende mensen worden niet “tegengehouden” door het kader.


41

41-1 Foto: John Moest

Voorbeeld van een gesloten kader. Binnen het kader van de foto bevinden zich alle relevante elementen die de inhoud van het beeld bepalen.


PIJLER 2 analyseren

Herhaling en Ritmiek In het kader van compositie en arrangement valt ook de rol van herhalingen en ritmiek te noemen. Herhaalde elementen in een foto - men spreekt in dit verband wel van beeldrijm en beeldritme - richten de aandacht, leiden de blik en kunnen een beeld interessanter maken.

42-1 Foto: Hans Brongers

42

Er zijn verschillende vormen van beeldritme te onderscheiden. Het maakt veel uit of de ritmiek de ruimtelijkheid van een foto ondersteunt (denk bv. aan een rij bomen, de spijlen van een hek, of een rij grafkruisen die schuin naar “achteren” lopen in de foto), of zich uitsluitend tot het platte vlak beperkt. In het laatste geval is er snel sprake van een decoratief patroon en dat geldt te meer als er ook weinig variatie, of onderlinge afwijkingen in het beeldritme te zien zijn.

In deze foto is de ritmiek te vinden in de donkere lijnen van de takken. Het is geen strakke ritmiek met precieze herhalingen.

Ruimte en Perspectief Een foto is een tweedimensionale weergave van de werkelijke wereld. De ruimte, diepte, of het perspectief van de opgenomen werkelijkheid kan in de foto alleen maar gesuggereerd worden. We kennen allemaal de teleurstelling van die eerste foto van een ontzagwekkende afgrond, of een weids bergpanorama, waarop je niets van dat grootse uitzicht meer terug vindt. Door gebruik te maken van een voorgrond, invoerende lijnen, sferische omstandigheden, scherp - onscherp, of overlappingen in het beeld, wordt die suggestie van ruimte, diepte en perspectief wèl bereikt. Perspectief heeft ook te maken met convergerende lijnen. Denk aan hoge gebouwen en aan spoorrails die van je aflopen. Die lijnwerking wordt door ons kijken resp. gezien als “hoogte” en “diepte”. Het gebruik van groothoeklenzen versterkt het effect van convergerende lijnen.


43-2 Foto: Peter Tump

Het ingenomen standpunt tenslotte is ook van invloed op de ervaring van perspectief. Zo maakt het veel uit of een foto vanuit een heel laag standpunt (kikkerperspectief), of vanuit een heel hoog standpunt (vogelvlucht) is opgenomen.

Een foto vanuit kikkerperspectief opgenomen. Dit ongewone standpunt benadrukt de grootte van de paarden en geeft de foto een dynamisch karakter.

43

43-1 Foto: Dirk Nijland

In deze foto is te zien hoe het gebruik van de invoerende lijn van een sloot en de bloemen in de voorgrond de suggestie van ruimte vergroot.


PIJLER 2 analyseren

Tijd De tijd speelt op verschillende manieren een rol bij fotografie. De tijd kan slaan op de gebruikte sluitertijd, dus een technisch aspect met daaraan gekoppelde mogelijkheden die het beeld kunnen bepalen. Dit aspect van tijd komt verderop ter sprake als onderdeel van de techniek. Bij het fotograferen speelt de tijd nog een andere rol. Het maakt veel uit op welk moment je de sluiter laat klikken.

44-1 Foto: Frans Rentink

44

Cartier-Bresson sprak over het “beslissende moment”. Hij doelde daarmee op het gegeven dat er een moment is waarop alle elementen binnen je zoekerkader precies op de juiste plaats staan voor een goede foto. Hij was een meester in het maken van foto’s op dat juiste moment. Het juiste moment kiezen heeft ook te maken met de bewegingen, gebaren en gezichtsuitdrukkingen die zich op een bepaald moment voordoen. Soms is aan een foto te zien dat het juiste moment net gemist is, of er net zat aan te komen. Tenslotte is er een meer filosofisch aspect gekoppeld aan tijd bij fotografie: foto’s worden altijd genomen in het heden, op het moment “nu”. Meteen daarna zijn het beelden van iets wat in het verleden heeft plaatsgevonden. Naarmate de tijd verstrijkt, krijgen foto’s daardoor een andere betekenis of gevoelswaarde.

Het is direct duidelijk dat het juiste moment van afdrukken cruciaal was bij het maken van deze formidabele foto.


Licht, Verdeling Licht en Donker, Toon Licht Licht is ĂŠĂŠn van de belangrijkste beeldbepalende elementen. De kwaliteit van het licht in de foto bepaalt in hoge mate de sfeer die de foto oproept. De richting van het licht is van invloed op de detaillering, de weergave van textuur, e.d. Strijklicht langs een muur accentueert de textuur, terwijl tegenlicht weinig detailweergave geeft.

45

Er zijn veel soorten licht, elk met een eigen karakter en invloed op bv. de kleurintensiteit en de weergave van details: strijklicht, tegenlicht, plat licht, kaal/hard licht, koel, zacht, neutraal, warm licht, flitslicht, invullicht, gereflecteerd licht. Er is een groot verschil tussen het licht in de vroege ochtend, midden op de dag, in de avond, of de schemering. Hetzelfde geldt voor alle vormen van kunstlicht.

45-1 Foto: Jos Loeffen

In deze foto gaat het om allerlei fijne structuren en het lijnenspel in de zandgolfjes. Hier is strijklicht onontbeerlijk voor een goed resultaat.


PIJLER 2 analyseren

Verdeling licht en donker De verdeling van lichte en donkere plekken op een foto bepaalt waar de aandacht naar toe gaat. Deze verdeling speelt natuurlijk ook een rol in de compositie en beïnvloedt de kijklijn van de beschouwer. Wanneer je in een donkere foto kleine lichtplekken ziet, worden die lichtplekken tot accenten die de aandacht vragen. Het omgekeerde geldt ook.

46

46-1 Foto’s: Simon Ophof

Deze twee foto’s illustreren de werking van lichte en donkere plekken op een foto. Op de linkerfoto trekt de donkere figuur extra de aandacht binnen het helle, overstraalde vlak. Op de rechterfoto wordt de aandacht getrokken naar de lichte ramen binnen de verder donkere foto.

Toon De toon van de foto heeft betrekking op het contrast, de gradatie en de dekking van het beeld. Het contrast gaat over de verhouding tussen het diepste zwart en het helderste licht in de foto. Een hard contrast kent krachtige uitersten: diep zwart en helder wit. Een vlak of zacht contrast overbrugt minder extreme uitersten. De gradatie heeft te maken met het verloop van de waarden die liggen tussen het diepste zwart en het helderste wit. Een harde gradatie heeft weinig middentonen, terwijl een zachte gradatie een uitgebreide toonschaal met ook heel veel grijstinten laat zien. De dekking van een foto geeft de afdrukzwaarte aan: foto’s kunnen lichter of donkerder worden afgedrukt. High key en low key zijn twee uitersten op het gebied van contrast, gradatie en dekking. Een high key-foto heeft een geringe dekking, bestaat uit overwegend lichte tonen en heeft weinig of geen diep zwart.Een low key-foto heeft een zware dekking, bestaat uit overwegend donkere tonen en heeft weinig of geen echt wit. Op blz. 47 een voorbeeld van high key en low key.


47-2 Foto: Hilde Goossens

47

47-1 Foto: Joke van Vlijmen Een high key foto met heel veel nuances in de lichte tonen en heel weinig donkere delen. In deze foto versterkt dat het gevoel van ruimtelijkheid. De foto zit compositorisch heel knap in elkaar.

Een bijzonder portret vanwege de gezichtsuitdrukking en de lichaamstaal van het meisje. Dankzij de low key opname ligt de concentratie heel sterk op de lichte delen van de foto, terwijl de donkere delen als achtergrond mee blijven spelen in het beeld.

Kleurgebruik Kleuren, of kleurcombinaties kunnen sterk de aandacht trekken en daarmee beĂŻnvloeden ze de compositie en het arrangement van de foto.

47-3 Foto: Rob Agterdenbos

Sommige kleurcontrasten worden als harmonieus ervaren, andere als schril. De kleurenleer beschrijft de effecten van primaire, secundaire en tertiaire kleuren en kleurcontrastparen. Kleuren hebben een invloed op het gevoel. We spreken van warme en koele kleuren. Bij allerlei gevoelens laten zich passende en minder passende kleuren bedenken. Kleuren hebben een effect op de kijkervaring. Een paar voorbeelden: Bij tederheid passen bv. vooral pasteltinten, bij hartstocht komen fellere kleuren in aanmerking. Blauw is een koele kleur, rood een warme. Rood komt op je af, blauw wijkt meer naar de achtergrond. In de kleurpsychologie wordt op deze materie dieper ingegaan. Bij dit alles kunnen kleuren variÍren in helderheid en verzadiging. Door een veelheid aan - vooral verzadigde - kleuren wordt een foto snel als chaotisch, of bont ervaren. Foto’s die een zekere mate van monochromie hebben, maken eerder een harmonieuze indruk.

Op deze foto is de werking van de gele kleur opvallend: binnen een overwegend monochrome foto springen de gele elementen naar voren, krijgen een grotere accentwaarde en werken als blikpunten die het bekijken van de foto sturen. Het prettige kleurcontrast tussen geel en blauw is een tweede kleureffect in deze foto.


PIJLER 2 analyseren

48

De uiterste vorm van monochromie is zwart-witfotografie. Bij de keuze van de fotograaf voor zwart-wit spelen kleureffecten geen rol. Zwart-wit heeft een andere uitstraling. Kleurenfoto’s staan dichter bij de werkelijkheid die wij immers ook in kleur zien. Zwart-wit foto’s zijn alleen al door het ontbreken van kleur min of meer abstracties van de werkelijkheid. Ze worden daardoor ook eerder gezien als een vorm van kunstzinnige fotografie. Dat is de laatste jaren, waarin dankzij de digitale fotografie veel meer in kleur gefotografeerd wordt, nog sterker geworden. Als er zwart-wit foto’s worden gemaakt (geprint), is dit een bewuste keuze. Zwart-wit foto’s kunnen overigens door middel van toning een lichte kleuring krijgen. De meest bekende is de sepiatoon met vaak een zacht, nostalgisch effect.

Materiaal en presentatie Materiaal Een foto is een object met bepaalde afmetingen en een textuur. Er kan gekozen zijn voor de traditionele variaties van glanzend, halfmat, parelglans of mat papier, maar ook voor een papiersoort met een eigen karakter. In de analoge papieren neemt het barietpapier een aparte plaats in, als het ultieme afdrukmateriaal. Bij de digitale printsoorten treffen we inmiddels ook deze barietpapieren aan. Daarnaast is er een scala aan afdrukmateriaal voor de fine-artprint, zoals allerlei soorten aquarelpapier. Al deze papiersoorten en –oppervlakken hebben een eigen uitstraling. Zo geven hoogglanspapieren een grote mate van scherpte en brilliance, die in de regel geschikt is voor de weergave van techniek, metalen voorwerpen, architectuur, e.d. Voor portretten ligt een andere materiaalkeuze voor de hand. De inhoud van een foto bepaalt de materiaalkeuze.

Presentatie Foto’s worden voor jou als bespreker neergezet in een bepaalde vorm en combinatie. Er kan gekozen zijn voor een presentatie van de foto’s in een passe-partout, of randloos. Een passe-partout isoleert de foto van de omgeving en maakt het bekijken van de foto gemakkelijker. Het geeft de foto ook een zekere pretentie mee. Sommige documentaire of journalistieke foto’s vragen niet per se om de toevoeging van een passe-partout. De kleur van een passe-partout is vaak aanleiding tot oeverloze discussies binnen de fotoclub. Een wit passe-partout zou de foto ruimte geven en een donker passe-partout het beeld meer opsluiten. Een gekleurd passe-partout wordt vaak gekozen in harmonie met de kleuren binnen de foto. Soms wordt daardoor meer de aandacht gevestigd op het kleureffect van de foto en minder op de inhoud ervan. Een foto kan solo worden gepresenteerd, maar ook als onderdeel van een portfolio: een enigszins samenhangende verzameling foto’s. De


samenhang komt tot uitdrukking in de inhoud van de foto’s (onderwerp en/of thema), en meestal ook in een gelijkvormige bewerking (dekking, toon, kleur, of zwart-wit) en presentatie (formaat, staand/liggend, panorama). Een speciale vorm van een portfolio is het drieluik. In een portfolio worden de foto’s in hun onderlinge samenhang bekeken. Hierbij kunnen foto’s elkaar versterken, maar ook beconcurreren, of zelfs afbreken. Bij een portfolio van een documentaire serie kun je je afvragen of het verhaal dat verteld wordt, krachtig genoeg verbeeld wordt met juist deze foto’s: kunnen er foto’s gemist worden, of ontbreekt er een noodzakelijke schakel?

49

49-1 Foto: Mariet Wielders

Ook andere presentatievormen kunnen gekozen worden. De presentatievorm is de directe context voor een foto, of aantal foto’s en beïnvloedt daarmee de interpretatie van de foto’s (zie pijler 3). Bij deze presentatievorm is er bewust voor gekozen om de 9 foto’s in een losse ritmiek op te plakken en niet in een strak gelid.


PIJLER 2 analyseren

Techniek, manipulatie Techniek Het fotografische gereedschap tenslotte, geeft de fotograaf veel mogelijkheden om zijn beeld ook met behulp van techniek vorm te geven.

50

Het is ondoenlijk om hier alle aspecten te bespreken. We noemen een paar aspecten, gekoppeld aan de beeldende mogelijkheden. Detaillering: Hoe groter het negatiefformaat van de camera is, hoe meer detaillering in de foto’s mogelijk is. Dat geldt ook voor de digitale camera’s: een grotere sensor kan meer informatie vastleggen. Middenformaatcamera’s, hebben een grotere sensor dan (de fullframe- of APS-) reflexcamera’s die op hun beurt weer de compactcamera’s overtreffen. De mate van detailrijkdom is van invloed op de betekenis van een beeld. Scherptediepte/onscherpte: Het gericht toepassen van scherptediepte is een krachtig fotografisch middel om in een beeld accenten te leggen, diepte te suggereren, sfeer te creëren, enz. De grootte van het negatief, of de sensor, bepaalt hoe ver je de scherptediepte kunt beperken. Een grote sensor leidt tot minder scherptediepte. Scherptediepte is verder afhankelijk van:

50-1 Foto: Frans Buitendijk

het gebruikte diafragma: hoe groter het diafragma, hoe kleiner de scherptediepte de brandpuntsafstand van het objectief: hoe meer tele, hoe minder scherptediepte, de afstand tot het object dat gefotografeerd wordt: hoe dichterbij, hoe minder scherptediepte.

Ligt het belangrijkste punt van de foto altijd daar waarop scherp is gesteld? De gesloten ogen van de baby zijn goed gedetailleerd, maar de ogen van de moeder kijken je waakzaam aan. En dáárom gaat het in dit prachtige beeld: de beschutting bij de moeder, met de ogen dicht en tegen haar aan; de moeder let op de rest van de wereld. Zelfs het ingehouden kleurgebruik draagt hieraan bij.


Gebruik van bestaand licht: De ene camera kan, zonder gevaar voor storende ruis, op een hogere ISO-waarde worden ingesteld dan de andere. Op dit punt zijn de fullframe reflexen in het voordeel. Analoge camera’s zijn aangewezen op films met een hoge ISO-waarde. Deze hooggevoelige films leveren geen ruis, maar een grotere korrel. Via de combinatie van belichting en filmontwikkeling is die korrel vervolgens nog enigszins te beïnvloeden. De korrel kan heel functioneel zijn voor het bereiken van een specifieke sfeer.

51

Daarom gebruiken digitale fotografen vaak een plug-in voor Photoshop, waarmee een filmkorrel eenvoudig kan worden gesimuleerd.

51-1 Foto: Wouter Brandsma

Het aanwezige licht in deze foto zorgt voor een natuurlijke sfeer. De foto heeft een mooie en functionele korrelstructuur.


52

PIJLER 2 analyseren

Deze foto is gemaakt met een wel heel speciale camera met als objectief niets anders dan een minuscuul gaatje. Het is een pinhole-camera. Hoe groot zou je deze foto eigenlijk moeten printen? Het is een monumentaal landschapsbeeld van een huis-tuin-en-keuken-situatie. Wat vignettering aan de korte kanten, een panoramaformaat .....Dat alles doet iets groots verwachten, maar we zien een stofzuiger op een parketvlakte met een plint aan de horizon en mooi blauw licht op de gehavende slede en rechts in beeld. Ironie? De schoonheid van het alledaagse? De kunstenaar die je even op het verkeerde been zet? Zeg het maar ......

De brandpuntsafstand: Specifieke brandpuntsafstanden hebben fotografisch een verschillende uitwerking. Denk aan de mogelijkheden van fisheye-objectieven, (super)groothoekobjectieven, teleobjectieven, shift- en tiltobjectieven, macro-objectieven.

Het m v e achterl


53 53-1 Foto: Danny Kalkhoven 53-2 Foto: Chris van Diepstraten

Het gebruik van een groothoekobjectief maakt het mogelijk om details op de voorgrond groot in beeld te brengen en tegelijkertijd een flink deel van het achterliggende landschap. Hierdoor wordt een sterk diepte-effect bereikt.


PIJLER 2 analyseren

Beweging: Om in een foto een suggestie van beweging te kunnen geven, is er een aantal mogelijkheden:

Wat voegt een titel toe aan een foto? Soms heel veel. Bij sommige foto’s hoort zelfs een heel verhaal. Deze foto heeft genoeg aan een titel. We zien een unheimisch beeld: veel ruis, een bewogen gezicht dat je lijkt aan te kijken, een koel, nachtelijk, blauw gebouw buiten en een warm rood object rechts in beeld. Zien we links onder nog een menselijke schaduw? Erg gezellig is het niet. En nu de titel: Party… De bewegingssuggestie in deze foto is natuurlijk een belangrijk beeldend element als het om een party gaat. Maar de titel wringt een beetje; ironie?

De belichting: Door af te wijken van de automaat van de camera kun je het licht sturen via over- of onderbelichting. Dit is nodig bij lastige lichtomstandigheden (tegenlicht, grote heldere luchtpartij, avond- of nachtfotografie, mistomstandigheden, een groot donker vlak tegenover kleinere lichte partijen en omgekeerd, enz.), maar het geeft ook de mogelijkheden om een bepaalde sfeer te realiseren in foto’s (denk aan high key en low key, bijvoorbeeld).

54-1 Foto: Diana Bokje

54

De camera stilhouden en een langere sluitertijd gebruiken: het bewegend object wordt onscherp zichtbaar tegen een scherpe achtergrond. Dat contrast - onscherp tegenover scherp - vergroot de suggestie van beweging. De camera meebewegen met het bewegend object: nu is het omgekeerde te zien. Het bewegend object is scherp tegen een achtergrond met onscherpe “vegen”. Nu is het dit contrast, scherp t.o. onscherp, dat de suggestie van beweging vergroot. In- of uitzoomen tijdens de opname.


Manipulatie

De oneindige mogelijkheden van fotobewerkingsprogramma’s Het gebruik van filters (voor de lens of via een bewerkingsprogramma). De filmkeuze (infrarood, kunstlicht en daglichtfilms in andere situaties gebruikt, diafilm als negatieffilm ontwikkeld, etc.), De bewerkingen in de doka (solarisatie, dubbeldruk, soften, sandwich, etc.). Dankzij de technische ontwikkelingen worden de mogelijkheden om een foto te beïnvloeden steeds uitgebreider. Voor deze technische overvloed van mogelijkheden geldt hetzelfde als voor alle beeldelementen: zij zijn middelen om een verhaal/ boodschap of andere inhoud zo goed mogelijk over te brengen.

Bespreking van beeldelementen Het is niet doenlijk om bij elke te bespreken foto alle beeldelementen uitputtend langs te lopen. Dit is ook niet wenselijk, want die veelheid ontneemt het overzicht. Het is de kunst om de meest relevante beeldelementen te herkennen en die te bespreken. De vraag is natuurlijk wat dan als relevant gezien moet worden. Relevant zijn natuurlijk de beeldelementen die onmiddellijk in het oog springen. Daar kun je niet omheen en die beeldelementen hebben onherroepelijk invloed op de interpretatie en waardering. Daar kun je het beste mee beginnen. Daarna komen de beeldelementen aan bod die minder opvallen, maar ook bepalend zijn voor de interpretatie. Eigenlijk is hier sprake van een cyclisch proces. Zodra je nadenkt over de betekenis van de foto (dus gaat interpreteren) komen bepaalde beeldelementen als relevanter dan andere naar voren. Vanuit een eerste inschatting van de betekenis van de foto volgt al een keuze van te bespreken beeldelementen. In sommige gevallen kan het ook betekenen dat je tijdens het interpreteren alsnog een beeldelement naar voren haalt, waarvan je de relevantie eerst niet zag. Ook kun je dan tot de conclusie komen dat je een beeldelement hebt besproken, waar je eigenlijk ook aan voorbij had kunnen gaan. Relevant zijn ook de beeldelementen die opvallend afwezig zijn in een foto. Je mist bv. elke vorm van ruimtelijkheid in een beeld, terwijl volgens jou de inhoud van de foto daar wel om vraagt. Of het is opvallend dat de foto alle scherpte mist, terwijl dat volgens jou bij die foto ook goed gekozen is (vgl. de siësta-foto van Noortje de Vries, zie blz. 21). Tenslotte kun je die beeldelementen bespreken die volgens jou voor verbetering vatbaar zijn.

55

Er zijn ontzettend veel mogelijkheden om de weergave van de werkelijkheid te manipuleren:


PIJLER 2 analyseren

56

Een tweetal voorbeelden van bespreking van de beeldelementen

56-1 Foto: Dick Bastmeijer

Voorbeeld 1: De foto is afgedrukt in zwart-wit en laat een toonschaal zien van helder wit via grijstinten naar donker zwart. Het licht komt kennelijk van de kant van de fotograaf (zoals aan de schaduw van de stoel op de muur te zien is) en verlicht de zijkant van het gezicht en de hand van de linker man. Van de rechter man wordt de voorkant belicht (gezicht, trui, hand). Het licht strijkt over de bovenrand van de voorste stoel, het oppervlak van de tafel en valt op de achterwand. Dankzij de helderste lichtpartijen kijk je van linksonder naar rechtsboven. Je herkent daarbij het pakje sigaretten bij de elleboog van de gebarende man en volgt “het gesprek� via de hoofden, handen en lichaamshouding van de beide mannen. Je komt dan uit bij het tweede pakje sigaretten en gaat vervolgens weer schuin omhoog, verder naar rechts. Die kijklijn wordt heel sterk ondersteund door het gebaar van de linker man. Dankzij het licht wordt je blik geleid langs de belangrijkste componenten van het beeld. Behalve die diagonale kijklijn zijn er verticale lijnen in de achtergrond aanwezig. Die lijnen hebben een zekere ritmiek en vullen de verder lege muurvlakken in. De tafelgroep staat decentraal in beeld,


waarbij de linker figuur wordt aangesneden. De rechterkant van de foto wordt afgesloten door een eveneens aangesneden deur. Zonder die deur zou de compositie onevenwichtig zijn: het zwaartepunt ligt dan eenzijdig op het hoofdmotief linksonder. Dankzij de lijnwerking en de decentrale plaatsing van de groep in het vlak is er ruimtelijkheid en diepte in de foto te zien. Er is vermoedelijk een groothoeklens gebruikt, waardoor een deel van de omgeving mee kon worden opgenomen. Er is sprake van enige vertekening, vooral zichtbaar in de kromming van de deurstijl.

Nog een voorbeeld: Links is van dichtbij een deel van het gezicht van een oude vrouw opgenomen. Doordat het standpunt heel dicht bij het gezicht ligt, word je meteen betrokken bij de situatie. Je kijkt als het ware mee. Zo’n aangesneden, onscherpe vorm op de voorgrond werkt ook als een zogenaamd repoussoir, een coulisse waarlangs je het beeld inkijkt. Het effect daarvan is een suggestie van diepte. Die diepte wordt vervolgens in deze foto beperkt door een papier waarop kolommen te zien zijn. Het lijkt op een plaatsnamenregister van een kaartenatlas. De kaartenatlas en het gezicht zijn aangesneden. Er is sprake van een open kader. Als kijker vul je de ontbrekende delen zelf aan. De foto heeft een diagonale kijklijn, die letterlijk terug te vinden is in de helling van de verticale kolommen van de tekst en de zijkanten van het blad. Virtueel start die kijklijn helemaal linksonder met de kinlijn mee, tussen beide handen door (met de kolommen mee) naar het vergrootglas. Daarnaast is er een verticale kijklijn, die gevormd wordt door de hand en het vergrootglas. Doordat rechtsboven nog de begrenzing van het papier te zien is met een gekleurde band en een donkere restvorm, wordt de foto daar goed afgesloten. Als zo’n groot licht vlak door zou lopen over de rand, lijkt de foto daar als het ware lek. De term “restvorm” duidt op die gedeeltes van de foto die overblijven als je de hoofdvorm wegdenkt. De hoofdvorm in deze foto betreft het hoofd, de handen met het vergrootglas en het papier. De restvormen zijn dan de blauwe stukjes jurk links en rechts onder in het beeld en de donkere omsluiting van het papier boven in het beeld. Die restvormen ondersteunen de compositie op een prettige manier. Je ziet dat vaak beter door je ogen lichtjes dicht te knijpen. Er is weinig kleur in de foto: het papier vult het grootste deel van de foto en ook het haar heeft een grijze kleur. Daardoor vallen de wel gekleurde delen sterker op: dat geldt in elk geval voor de hand, die door haar positie in het midden van de foto ook al aandacht krijgt. Die kleur is de

57

Bovenstaande analyse maakt gebruik van een paar beeldelementen: compositie, kadrering, lijnwerking, ruimte, licht en toon en in mindere mate techniek. De keuze van de beeldelementen in de bespreking komt voort uit een snelle taxatie van de inhoud van de foto. Het gaat om de herkenbare menselijke houdingen en gebaren tijdens een gesprek in de context van een sober aangeklede ruimte (een café? een wachtlokaal?). Daarbij spelen allerlei kleine details mee, die dus ook aandacht verdienen (zoals bv. de sigarettendoosjes). Het licht vestigt de aandacht op deze elementen. De decentrale compositie is opvallend en verdient daarom aandacht.

zie pag. 58


58

PIJLER 2 analyseren

kleur van oude handen, er is wel wat extra magentapaars, wat te maken kan hebben met het elastiekje dat afknelt. De textuur van de huid in gezicht en handen is zichtbaar dankzij de zachte vlakke verlichting. Het licht produceert glimmers op het elastiekje en verder op delen van het vergrootglas en de bril. Op die manier wordt daar extra de aandacht op gevestigd (en terecht, omdat de foto daarover gaat). Er zijn witte stipjes te zien in het brillenglas. Die stipjes zijn - gelukkig - niet weggeretoucheerd. Ook bij deze analyse hebben we een keuze gemaakt uit de beeldelementen. Eerst is gesproken over de meest opvallende elementen en daardoor groeit het besef van de strekking van de foto. Dat besef leidt weer tot de keuze van verdere beeldelementen in de bespreking. Al kijkend (beschrijving) en analyserend “ontvouwt� de foto zich steeds verder en zo begin je al enigszins aan de interpretatie en waardering. Goed technisch lezen is een voorwaarde voor begrijpend lezen. Je leest een foto technisch via beschrijving en analyse - de pijlers 1 en 2 - en daardoor groeit tegelijkertijd het begrip. De foto gaat over een ouder iemand die een hulpmiddel gebruikt om kleine lettertjes te kunnen lezen en daarbij nog een hulpmiddel nodig heeft om de steel van het vergrootglas goed te kunnen vasthouden. In de foto zijn de beeldelementen zodanig gebruikt dat de kijker geattendeerd wordt op die tekenen van de ouderdom (gezicht, handen) en op het gebruik van die hulpmiddelen. Dankzij de standpuntkeuze en compositie is een heel directe betrokkenheid bereikt.

58-1 Foto: Ina Verschuur


Beeldelementen in dienst van de inhoud

59-1 Foto: Pascal van Heesch

59

We hebben het al vaker gezegd: de compositie, de toegepaste techniek, het lichtgebruik, de lijnwerking, de keuze voor zwartwit/kleur, etc., worden gekozen om de bedoeling van de fotograaf zo goed mogelijk uit te drukken. Een foto is niet per definitie beter, of mooier, omdat alle elementen zo fraai gerangschikt zijn via de gulden snede, of omdat er zo’n mooie diagonale lijn in zit. Wanneer de fotograaf het thema chaos, of vervuiling wil uitbeelden, wordt een zeer rustige en afgewogen compositie wellicht juist niet gekozen. Wie het thema “stilte” wil verbeelden, zal de dynamiek van een diagonale compositie misschien niet kunnen gebruiken. Kortom: de beeldelementen die gebruikt worden om een foto op te bouwen, staan in dienst van de bedoeling van de fotograaf en zijn geen hoofdmotief van de foto’s. Regelmatig wordt tijdens het bespreken meer aandacht geschonken aan de vormaspecten dan aan de betekenis. Er wordt nagedacht over de compositie, het lijnenspel, de lichtval en allerlei andere beeldelementen die een foto mooi, of boeiend zouden kunnen maken. De inhoud van de foto is dan ondergeschikt aan bijvoorbeeld compositie, ritmiek en structuren. Ook in allerlei boeken over fotografie wordt ruimschoots aandacht besteed aan de beeldelementen. Jammer genoeg wordt daarbij zelden aandacht besteed aan de relatie met de inhoud van de foto. Een recent initiatief dat hiervan afwijkt, is van Focus: “Handboek kadreren in fotografie en film”, auteur Theo Coolsma.

Deze foto gaat over de betreurenswaardige leefsituatie van de bewoners van deze huizen. De keuze voor een grauwe dag met vlak licht past perfect bij de inhoud van de foto.


PIJLER 2 analyseren

Persoonlijke stijl

60

Wanneer je een serie foto’s van één maker bespreekt, is vaak een persoonlijke stijl te herkennen, of juist het ontbreken daarvan. Fotografen kunnen een eigen handschrift ontwikkelen door authentiek te fotograferen. Door vanuit eigen interesses verdieping in een onderwerp of thema te zoeken, ontstaan foto’s die minder algemeen zijn en meer kenmerken van de persoon van de fotograaf vertonen. Originaliteit komt naar ons idee vooral voort uit authenticiteit en verdieping en laat de unieke kijk van deze ene fotograaf op de werkelijkheid zien. In een aantal gevallen is het eigen handschrift niet veel meer dan een maniertje, een manipulatie die steeds wordt toegepast en eigenlijk afbreuk doet aan de inhoud van die foto’s. Een fotograaf met een eigen handschrift herken je overigens niet alleen aan de beeldmiddelen die hij gebruikt, maar ook aan de keuze van zijn onderwerpen en zijn visie daarop.

Opdrachten Hieronder volgt een aantal opdrachten om foto’s te analyseren. Vergelijk jouw analyse met de analyses van deze foto’s die zijn opgenomen achterin dit boek (zie blz.152 en 153).

60-1 Foto: Gerard Hol

Opdracht 1 Geef een analyse van deze foto vanuit de beeldelementen: compositie, licht en toon


61

61-1 Foto: Ton Dirven

Opdracht 2 Geef een analyse van deze foto vanuit de beeldelementen: compositie, licht en kleur.

Opdracht 4 Geef een analyse van deze foto op basis van door jou relevant geachte beeldelementen.

61-3 Foto: Chantal Korthout

61-2 Foto: Raymond van Houten

Opdracht 3 Geef een analyse van deze foto vanuit de beeldelementen, die het meest opvallend zijn in deze foto.


Inl e i d i ng De fi ni ti e i nt e rp re ter en Ke nm e rke n v a n e e n go ede in ter pr etatie Int e rp re te re n e n d e maker Inv a l shoe ke n v oor in ter pr etatie Funct i e v a n b e e l d elemen ten vo o r in ter pr etatie Voorb e e l d e n v a n i n ter pr etaties Tot sl ot Op d ra chte n


PIJLER 3

interp reteren


PIJLER 3 interpreteren

Inleiding Je hebt het bij het beschrijven en het analyseren steeds over waarneembare kenmerken van foto’s gehad. Beide processen kun je min of meer objectief noemen en controleerbaar voor de toehoorders. Met het interpreteren echter verlaat je het objectieve, je zoekt onder de oppervlakte van het zichtbare naar bedoelingen en betekenissen. Niet alleen wat iedereen kan zien op de foto’s komt aan bod, maar ook het subjectieve, datgene wat de foto losmaakt, of oproept bij jou als bespreker:

64

Wat vertelt deze foto volgens jou, welke boodschap brengt zij over wat jou betreft, welke betekenis heeft de foto naar jouw idee? Dankzij de beschrijving en analyse die je gegeven hebt van de foto kan je publiek jouw interpretatie goed plaatsen. Men hoeft het echter daarom nog niet automatisch met je eens te zijn… Wanneer je interpreteert, doe je soms uitspraken over de bedoeling van de fotograaf en over de boodschap die hij volgens jou overbrengt met deze foto’s. Daar hoeft ook de fotograaf het niet automatisch mee eens te zijn… De interpretatie van een foto is de kern van je bespreking: beschrijving en analyse zijn de noodzakelijke aanloopstappen en de vierde pijler, de waardering, is de afsluitende kritische terugblik. In dit hoofdstuk karakteriseren we het proces van interpreteren en belichten mogelijke invalshoeken.


Definitie interpreteren Interpreteren is het aangeven van betekenisvolle relaties tussen aspecten van een foto, waarbij alle beschreven en geanalyseerde aspecten worden meegewogen. In deze definitie wordt interpreteren omschreven als het aangeven van betekenisvolle relaties tussen aspecten van een foto. Deze gaan over de inhoud, het onderwerp, het thema, de bedoeling en de betekenis van een foto. Verderop in dit hoofdstuk gaan we uitgebreider hierop in. We staan nu eerst even stil bij de vraag wat in algemenere zin kenmerken zijn van een goede interpretatie en wat daarbij de positie van de maker is.

Zoals in de inleiding al gezegd werd, is een interpretatie altijd subjectief. Toch kun je je niet simpelweg beroepen op een oneindige individuele vrijheid bij het interpreteren van een foto, waarmee elke interpretatie dus acceptabel zou zijn. Een interpretatie moet recht doen aan alle aspecten van de foto die je beschreven en geanalyseerd hebt. Je kunt dus niet andere delen van de foto negeren, omdat dit even niet goed uitkomt. Tegelijkertijd geldt ook dat je er niet van alles bijhaalt waarvan de relatie tot de foto dubieus is. Een eerste eis die gesteld kan worden aan een goede interpretatie is dan ook, kort samengevat: Blijf zo dicht mogelijk bij de foto en doe de hele foto recht als je interpreteert. Foto’s zijn nooit de werkelijkheid zelf, maar slechts een afbeelding ervan, waarin altijd iets terug te vinden is van de maker die een selectie uit de werkelijkheid maakte. Alle foto’s kunnen daarom begrepen worden als beelden die een communicatieve of expressieve bedoeling hebben; ze gaan ergens over. Jouw interpretatie tracht die bedoeling onder woorden te brengen. Jij bekijkt en weegt het beschrevene en geanalyseerde van de foto met jouw ogen, ervaringen en kennis. Hierin schuilt het subjectieve aspect: je interpreteert immers vanuit jouw referentiekader. Een foto kan raken aan wat je zelf hebt meegemaakt en emoties bij je oproepen. Een foto kan jou doen denken aan andere foto’s, andere fotografen uit heden en verleden. Een foto kan je ontroeren, kan je interesseren, aan het denken zetten, verontwaardiging oproepen, vertederen, of helemaal niets te zeggen hebben. In je interpretatie geef je betekenis aan het beeld vanuit deze persoonlijke achtergrond en bagage. Een interpretatie is subjectief van aard en moet daarom ook voldoen aan een tweede eis: Een goede interpretatie dient transparant te zijn: datgene wat gezegd wordt, moet voor de toehoorders goed te volgen zijn. Een interpretatie

65

Kenmerken van een goede interpretatie


PIJLER 3 interpreteren

is een soort hypothese die plausibel moet zijn, evidentie vertoont, logisch opgebouwd is, niet in zichzelf tegenstrijdig is en daardoor overtuigt. Kort samengevat:

66-1 Foto: Jan Ros

Je interpretatie dient logisch en consistent te zijn.

66

Een foto die je doet lachen om de vraag aan welke kant van de tralies de vrijheid je wacht. Een gekooide man en een paard met een brandmerk aan een fraai koord; wie is de gelukkige? Dan nog mooi strijklicht als contrast met de gekwelde uitdrukking van de man, een fraaie vlakverdeling en je hebt een plaat die esthetisch en ironisch tegelijk is.

Interpreteren en de maker Is het eigenlijk niet het handigst om de maker vooraf te vragen wat hij bedoeld heeft met de foto, welke betekenis de foto volgens hem heeft? Wordt daarmee het speculatieve element niet sterk verminderd? Om verschillende redenen werkt dit niet zo. Veel fotografen maken foto’s vanuit een intuïtie, zonder een bewuste bedoeling, vanuit een innerlijke drijfveer die ze vaak zelf niet onder woorden kunnen brengen. Andere fotografen hebben wel een bewust oogmerk, een boodschap met hun foto’s. In het eerste geval is het de bespreker die de foto’s vanuit zijn invalshoek probeert te duiden en daarmee de fotograaf inzicht verschaft in wat diens foto’s bij derden kunnen teweegbrengen/oproepen. In het laatste geval is het de fotograaf die wil weten of zijn bedoelingen ook werkelijk bij zijn publiek overkomen. Wanneer de fotograaf daar vooraf iets over zegt, wordt er niet meer onbevooroordeeld gekeken naar de foto’s.


Er is echter nog meer aan de hand. Je kunt je afvragen of de interpretatie van de fotograaf de beste is. Hij is zich immers niet bewust van zijn diepere drijfveren...…En dan kun je je nog afvragen of een foto maar één correcte interpretatiemogelijkheid heeft. Iedere kijker, iedere bespreker heeft immers zijn eigen referentiekader. Iedere periode en iedere cultuur heeft een eigen visie op de wereld. Die vind je terug in een interpretatie. En wie weet... misschien zijn foto’s die meerdere betekenissen toelaten wel extra boeiend...… Een uitspraak van de fotograaf is niet de waarheid omtrent de betekenis van de foto. Het is ook dan maar de vraag of die uitspraak overtuigt. Interpretaties kunnen uiteenlopen en juist daarom is het noodzakelijk om ze zo transparant mogelijk te verwoorden. Alleen op die manier is het voor de toehoorders mogelijk om het betoog te kunnen volgen en in te stemmen, of juist van mening te verschillen met de bespreker.

67-1 Foto: Peter van Tuijl

67

Wat een contrast tussen de afgetakelde gevel vol graffiti en de Jort Kelder-achtige passant, compleet met bretels. Waar gaat het in dit beeld om? De dynamische mens, die altijd weer nieuwe wegen vindt of de kunstmatigheid en afkalving van onze samenleving? Of om misschien de ruimte van het volledig leven tot uitdrukking te brengen? Wie de fotograaf kent, vermoedt het laatste.


PIJLER 3 interpreteren

Invalshoeken voor interpretatie Inleiding Foto’s kunnen begrepen worden als beelden die ergens over gaan: foto’s hebben een inhoud en een communicatieve of expressieve bedoeling. We benaderen deze materie vanuit drie invalshoeken. Die invalshoeken zijn aanvullend t.o.v. elkaar, maar ook deels overlappend: De eerste invalshoek kijkt naar de inhoud van een foto op basis van wat er op de foto staat (onderwerp), waar je de foto mee kunt vergelijken (genre) en waar de foto mogelijk over gaat (thema). Via de tweede invalshoek zoeken we naar de boodschap, of bedoeling van de fotograaf op basis van wat de foto laat zien. Tenslotte staan we stil bij de mogelijke betekenissen die je aan een foto zou kunnen verlenen.

68

Eerste invalshoek: Onderwerp, Genre en Thema Een foto gaat ergens over. Er is sprake van een inhoud. De inhoud is af te leiden uit het concrete onderwerp van de foto, uit het genre waarbinnen de foto te plaatsen is en uit een eventueel onderliggend thema. Onderwerp: Het onderwerp van een foto is datgene wat afgebeeld staat op de foto. Bij één enkele foto is het heel concreet: datgene waar de lens op gericht was (bv. een deur, een roestige spijker, een paar zerken, een bepaalde benzinepomp, het gezicht van een oude man, etc.). Bij een serie foto’s kan het onderwerp iets algemener zichtbaar worden (bv. deuren, roest, kerkhoven, benzinestations, portretten van oude mensen). Genre: Een genre is een grotere groep foto’s die min of meer over hetzelfde gaan. Genres zijn bv. landschap, natuur, portret, naakt, documentair, stilleven, architectuur, etc. Genres zijn grove, niet zo scherp afgebakende, indelingen. Ze zijn voor een deel overgenomen uit de beeldende kunst (zoals bv. landschap, stilleven, portret, naakt) en voor een deel ontstaan binnen de fotografie zelf (zoals bv. architectuur, modelfotografie, documentair). Soms worden subgenres onderscheiden, zoals bv. kinderfotografie binnen het genre portret. Er is geen eenduidigheid t.a.v. de indeling in genres en subgenres. Ten onrechte wordt voor genre ook wel de term thema gebruikt (zoals bv. bij het deel “De hoofdthema’s” uit de bekende Time/Life serie). Door het genre van een foto te benoemen, wordt deze binnen een traditie geplaatst. Dit maakt vergelijkingen mogelijk met foto’s van andere fotografen uit heden en verleden, die zich met hetzelfde genre - vaak weer op heel verschillende manieren - hebben bezig gehouden. Daarom is het heel verhelderend om bij een werkbespreking foto’s binnen hetzelfde genre vergelijkenderwijs te bespreken.


69-1 Foto: Hans Hoekzema

Onderwerp en genre laten zich gemakkelijker benoemen dan het thema. Beide liggen meer aan de oppervlakte. Het thema is niet rechtstreeks af te beelden, is geen onderwerp, maar een onderliggende laag. Het is datgene wat de fotograaf bewust of onbewust heeft uitgedrukt. In het thema wordt de inhoud van de foto in essentie aangeduid. Thema: Het thema geeft in heel weinig woorden aan waar de foto in wezen over gaat. Een bekend thema voor fotografen is vergankelijkheid. Dit thema kan uitgewerkt worden m.b.v. vele onderwerpen, zoals bv. vrouwenportret, planten, kerken, roestige voorwerpen. Dat geldt ook voor allerlei andere thema’s, zoals bv. vervuiling, mobiliteit, schoonheid, tegenstellingen, discriminatie, etc. Het onderwerp is concreet, maar tegelijkertijd verwijst het, door de wijze waarop het is afgebeeld, naar een dieper liggende thematiek. Een thema wordt vaak uitgewerkt binnen één genre, of één onderwerp, maar hoeft zich niet per se aan deze begrenzing te houden. De fotograaf kan een thema kiezen en gaan fotograferen. Dan is er sprake van een vooraf geformuleerde bedoeling en daar worden vervolgens beelden bij gezocht. Vaak echter wordt intuïtief gefotografeerd en pas later door de fotograaf het thema herkend van waaruit de inspiratie om te fotograferen is ontstaan. Je hebt als bespreker een beter begrip van foto’s als je een thema als verbindend element kan ontdekken. Dat lukt makkelijker als er een samenhangende serie foto’s besproken kan worden. Dit is vaak niet goed mogelijk met één op zichzelf staand beeld.

69

Het onderwerp op deze foto is “vrouw met rollator op merkwaardig zebrapad bij een tunneluitgang met camerabewaking”. De foto komt uit een serie en dankzij de serie is een thema te ontdekken: “de moderne stad als leefomgeving van de mens”.


PIJLER 3 interpreteren

Er is niet altijd een thema te ontdekken. Door echter te zoeken naar dat wat in een fotoserie het verbindende element is, kun je bij een thema uitkomen. Kort samengevat: Het onderwerp is datgene wat concreet op de foto is afgebeeld. Je kunt het onderbrengen in een genre en daarmee vergelijkingen trekken met andere fotografen die het genre beoefenden. Het onderwerp verwijst, door de manier waarop de fotograaf het heeft afgebeeld (en meestal pas in samenhang met meer foto’s), naar een thema. Het thema geeft aan waar het in de foto’s om gaat.

Tweede invalshoek: Boodschap, Bedoeling Een andere - aanvullende - invalshoek om de inhoud van foto’s te interpreteren heeft te maken met de intentionaliteit van foto’s (en fotograaf). Foto’s gaan niet alleen ergens over, ze hebben ook iets te vertellen, er is vaak sprake van een boodschap, een bedoeling.

70

Die boodschap of bedoeling is soms heel duidelijk. De meeste reclamefoto’s laten er bv. geen twijfel over bestaan wat de bedoeling of boodschap is. Zo is er ook een lange traditie van documentaire fotografie, die er op gericht is om sociale misstanden aan de kaak te stellen, om honger, armoede en onrecht onder de aandacht te brengen. Boodschap en bedoeling zijn ook hierbij meestal heel duidelijk. Veel foto’s echter zijn op dit punt veel lastiger te duiden. Dat kan liggen aan het feit dat de fotograaf wel een bedoeling had, maar deze onvoldoende duidelijk in de foto tot uitdrukking heeft weten te brengen. In andere gevallen echter heeft de fotograaf niet echt nagedacht over een bedoeling, of boodschap; hij heeft gewoon foto’s gemaakt die hem aanspreken.

70-2 Foto: Marjolein Hol

70-1 Foto: Marjolein Hol

Bij de interpretatie kun jij aangeven wat volgens jou de foto op dit punt communiceert. Laten we eens kijken naar de volgende voorbeelden:


71-2 Foto: Karel Maat

71

71-1 Foto: Karel Maat


PIJLER 3 interpreteren

Drie foto’s zijn gemaakt in een concentratiekamp en één foto in een pretpark. De foto’s van Marjolein Hol laten monumenten zien op kamp Westerbork die verwijzen naar de spoorweg die op deze plaats letterlijk en figuurlijk doodliep en de deportaties van verschillende etnische groeperingen. De andere foto’s komen uit een serie van Karel Maat. Hij combineert in deze serie foto’s die gemaakt zijn in concentratiekampen met beelden van pretparken. Op deze snapshot-achtige beelden zien we hoe bezoekers van een kamp tegenwoordig daar rondlopen en hoe weinig dat verschilt van mensen die een pretpark bezoeken.

72

In beide gevallen is het onderwerp een deel van een concentratiekamp, maar de bedoelingen zijn hemelsbreed verschillend. In de foto’s van Hol gaat het vooral om het lijnenspel, ritmiek en de compositie. Eigenlijk wordt er gespeeld met de beeldelementen om een esthetische foto te maken, aangenaam om naar te kijken. Bij de foto’s van Maat gaat het om de boodschap dat mensen die een herdenkingskamp bezoeken zich net zo gedragen als de bezoekers van een pretpark. Daar zit een kritische boodschap achter die niet mis te verstaan is. Deze foto’s hebben de bedoeling om aan het denken te zetten. Het is lang niet altijd duidelijk wat de boodschap of bedoeling is van een fotoserie, laat staan van een losse foto. Dat heeft te maken met de drijfveren van de fotograaf. Er wordt vanuit heel verschillende situaties gefotografeerd. We typeren een paar invalshoeken: De ene fotograaf fotografeert vanuit nadenken en plannen vooraf. Hij komt tot een meer of minder afgebakend idee van datgene wat hij wil gaan uitdrukken. Vervolgens worden beelden gezocht die binnen dit concept passen. Foto’s van dit type fotografen zetten je al snel aan tot nadenken over de achterliggende ideeën van de fotograaf en maken daardoor het bespreken vanuit een thema of bedoeling makkelijker. Andere fotografen fotograferen vooral vanuit datgene wat ze aantreffen op locaties en in situaties. Die locaties kunnen toevallig bezocht zijn, of ook gepland, maar niet met een expliciet omschreven doel. Zij worden getroffen door schoonheid, sfeer, verbazing, maar ook een heftige emotie van verontwaardiging of medelijden. Bij deze fotografen is het vooral de situatie die de foto’s uitlokt. De boodschap van deze foto’s is meestal minder uitgesproken en dus lastiger om te bespreken. Vanuit deze invalshoek - boodschap en bedoeling - kun je verschillende motivaties interpreteren bij fotografen. We geven hier nog een indeling (gebaseerd op de communicatietheorie van Roman Jakobson). Mogelijke motivaties om te fotograferen:

je wilt informeren je wilt je uiten je wilt een kwaliteitsfoto maken je wilt iets gedaan krijgen je wilt de aandacht trekken je wilt je verduidelijken


73

Informeren D.m.v. foto’s anderen kennis laten nemen van gebeurtenissen, plaatsen, voorwerpen, of evenementen, e.d. Voorbeelden: vakantiefoto’s van opmerkelijke situaties, gebouwen en mensen. Documentaire series van bv. een processie in Spanje, enz. Het gaat deze fotografen om het zo goed mogelijk weergeven van wat ze gezien, of meegemaakt hebben, zodat ze daarmee anderen zo helder mogelijk kunnen informeren. Uiten: Fotograferen omdat het zoveel plezier geeft. Er is sprake van een innerlijke drijfveer die aanzet tot expressie via het fotograferen. Niet het pure vastleggen van wat er gebeurt en te zien is, is de drijfveer; er wordt gestreefd naar een persoonlijke inbreng in de foto. Maken van een kwaliteitsfoto: Fotograferen om, door vakmanschap gedreven, meesterwerken te maken. Er is een sterke drijfveer om een technisch perfecte en esthetische foto te maken. Voldoening is er pas, wanneer er een oogstrelende plaat gemaakt is, waarop ook technisch niets valt aan te merken. Het gaat niet om de persoonlijke expressie en niet om anderen te informeren, maar om een zo mooi mogelijke weergave van wat er te zien is in de wereld. Iets gedaan willen krijgen: Hierbij kun je denken aan fotograferen om mensen te overtuigen, tot medelijden en giften te bewegen. De reclamefotografie wil ook duidelijk iets gedaan krijgen en dat geldt ook voor de fotograaf die foto’s maakt om te scoren bij een wedstrijd. Bij deze fotografie wordt vooral rekening gehouden met een doelgroep. De doelgroep die men wil bereiken bepaalt wat er gefotografeerd wordt en hoe het in beeld gebracht wordt. De doelgroepen kunnen heel verschillend zijn, afhankelijk van wat men wil bereiken. De aandacht trekken: Fotografen maken beelden om op te vallen. Dat kan functioneel zijn, zoals bij reclame- en modefotografie en foto’s die op een poster geplaatst worden. Het kan ook negatief zijn: de enige bedoeling van de fotograaf is te laten zien hoe geweldig hij kan fotograferen. Voorbeeld: een foto die gemaakt wordt voor een poster moet opvallen te midden van alle andere visuele aandachttrekkers. Een korte blik moet kunnen volstaan om de aandacht te trekken. De foto moet a.h.w. “knallen”. Subtiele beelden die pas na zorgvuldig kijken hun inhoud prijs geven worden niet nagestreefd; het gaat vooral om de signaalfunctie van de foto. Verduidelijken: Fotograferen om een zienswijze, een boodschap of bedoeling over te brengen. Voorbeelden: je hebt als fotograaf een opvatting over fotografie als kunst (of over het Nederlandse landschap, over de inrichting van stedelijke gebieden, over de verhoudingen tussen bevolkingsgroepen, etc.) en je wilt die opvatting duidelijk maken via een serie foto’s. De foto’s van Karel Maat passen hierbinnen. Het helpt bij het interpreteren van foto’s wanneer je de beweegredenen achter de foto’s kunt benoemen.


74

74-1 Foto: Chantal Korthout

PIJLER 3 interpreteren

Sommige foto’s moet je in een serie zien. Deze foto kan zich ook zelfstandig heel goed staande houden. De serie waarvan deze foto deel uitmaakt heet: “Le temps perdu”. Een titel die verwijst naar verloren tijd, zoals het wachten tijdens lange vliegtochten, jetlagmomenten, etc. Maar ook naar het verstreken verleden. De ingehouden kleuren en de onvolkomenheden in het beeld, maar vooral de expressie van het model brengen dat gevoel sterk over op de beschouwer. De serie gaat over de frictie tussen tijd en plaats enerzijds en jouw aanwezigheid anderzijds.


Derde invalshoek: Betekenis Foto’s zijn in staat om ons te ontroeren, om ons aan het denken te zetten, om ons te schokken, enz. Dat heeft te maken met de betekenis die een beeld voor ons kan hebben. Welke betekenis we aan een foto toekennen heeft aan de ene kant te maken met subjectieve aspecten, zoals individuele ervaringen en individuele kennis, maar ook liggen er algemenere, zij het niet zo eenduidige, factoren aan ten grondslag. We besteden aandacht aan de rol van tekens en symbolen, de associaties die foto’s bij ons kunnen oproepen (connotatie) en het feit dat er altijd sprake is van een zekere meerduidigheid.

Betekenis: Tekens en symbolen Een foto bevat elementen die verwijzen naar iets wat niet is afgebeeld. We spreken dan van tekens en symbolen. Tekens hebben een verwijzende functie.

75

Een paar voorbeelden: we zien op een foto een royaal en mooi gedekte tafel staan. Zo’n gedekte tafel is een teken dat bijvoorbeeld verwijst naar rijkdom en een goed leven. Een spiegel verwijst naar ijdelheid, maar ook naar (zelf)reflectie. Rook verwijst naar vuur; vuur verwijst naar vernietiging, maar ook naar warmte. Een sinaasappel verwijst naar vitamine C en gezond eten, enz. De afgebeelde elementen krijgen op die manier binnen de context van de foto een betekenis. Die betekenis is deels subjectief en deels cultureel bepaald. 75-1 Foto: Andries Edens

De tekens die je in deze foto ziet verwijzen binnen onze culturele context naar armoede en verwaarlozing. Iemand die woont in één van de armste gebieden van de wereld echter zal in deze foto tekenen van grote welstand zien.


PIJLER 3 interpreteren

76

Symbolen zijn algemeen bekende (en erkende) tekens, zoals bv. de vlag, een kruis, een doodshoofd of een duif. Symbolen zijn eenduidiger dan tekens; er zijn binnen een cultuur stilzwijgende afspraken over gemaakt. De tekenleer, of semiologie, is de wetenschap die zich hiermee bezig houdt. Binnen de taal hebben we het gesproken woord dat uit klanken bestaat, die dankzij afspraken expliciet gekoppeld zijn aan betekenissen. De relatie teken-betekenis is in foto’s echter niet eenduidig; er bestaan geen vaste afspraken voor. Hoe een teken geïnterpreteerd wordt, of een teken überhaupt als teken gezien wordt, is sterk afhankelijk van de culturele omgeving, van eigen ervaringen en belezenheid, kennis van kunstgeschiedenis, enz. De maker van foto’s kan de tekens in zijn foto gebruikt hebben om zijn bedoeling over te brengen. Het is echter niet vanzelfsprekend dat de bespreker die bedoeling er ook in leest. Voor jou kan de foto een heel andere boodschap communiceren. In het navolgende voorbeeld wordt getoond wat kennis van kunstgeschiedenis en van tekens kan betekenen voor de interpretatie van de foto. Op de foto van Frank Boots, blz. 77, zien we een naakte vrouw met afgewend hoofd, staande in spiegelend water voor een rots. Zij draagt een steen voor haar onderlichaam. Zonder kennis van de kunstgeschiedenis kun je de foto interpreteren als een uitdrukking van de schoonheid van mens en natuur. En een stap verder: De donkere huid doet denken aan brons, hetgeen weer verwijst naar een sculptuur. Inderdaad zou dit een prachtig bronzen beeld zijn. Dan de steen die het model vasthoudt: enerzijds bedekt zij, maar tegelijkertijd vestigt die steen juist de aandacht op dit deel van het lichaam. Vanuit kennis van de kunstgeschiedenis krijgt deze foto een extra dimensie, een tweede laag. Er zijn namelijk enkele verwijzingen naar een bekend beeld uit de oudheid: Venus, de godin van de liefde. Heel veel kunstenaars hebben in de loop der eeuwen Venus afgebeeld. De Venus de Medici is een beeld uit de oudheid dat o.a. Botticelli heeft geïnspireerd. Van hem is het beroemde schilderij: “Geboorte van Venus”. Als je deze twee Venus-verbeeldingen kent en dan de foto van Frank Boots bekijkt, zie je allerlei verwijzigingen: de staande steen op de foto achter het model kun je vergelijken met de schelp op het schilderij van Botticelli. De schelp was in die tijd een bekend symbool dat verwees naar het vrouwelijk geslachtsorgaan. Vergelijk verder ook de houding van de handen en het hoofd. Wanneer je deze kennis betrekt bij de interpretatie van de foto, kom je tot de conclusie dat deze ook gezien kan worden als een hedendaagse verbeelding van Venus, de godin van de liefde.

76-1 Venus van Medici 76-2 Geboorte van Venus, Botticelli


77 77-1 Foto: Frank Boots


PIJLER 3 interpreteren

Betekenis: Connotatie * De bespreker leest een foto, vanuit zijn eigen kennis, ervaring, gevoeligheden en fotografisch referentiekader. Er kunnen dingen gezien worden in foto’s die iedereen óók kan ontdekken. Het gaat dan om objectieve elementen. Maar er kunnen in foto’s ook elementen zitten die alleen jou raken, ontroeren of opwinden. Dat heeft te maken met de connotaties (associaties, verbindingen) die jij hebt op basis van je eigen ervaringen en belevenissen in het verleden.

78-1 Foto: Ronald Vonk

78

Opdracht 1. Bekijk deze foto eens van Ronald Vonk: Wat roept dit beeld bij jou op? Is het een aangenaam of ongemakkelijk beeld voor jou? Welke associatie zou iemand die een aantal operaties heeft moeten ondergaan hierbij kunnen hebben? En hoe zou een laborant er naar kunnen kijken?

Opdracht 2. Welke reacties worden bij de volgende drie foto’s als eerste bij jou opgeroepen?

Bewondering Interesse Afkeer Herkenning Irritatie Bevreemding Medelijden Vertedering Angst Onbegrip Iets anders Schrijf die eerste reacties per foto op en probeer daarna te analyseren waarom de foto’s die reacties bij jou oproepen. * voetnoot: Connotatie (“bijklank, ondertoon, bijbetekenis, gevoelswaarde”): connotatie van een woord of kleine woordgroep is de ermee verbonden voorstelling (vooronderstelling), vaak van emotionele aard, buiten de eigenlijke betekenis van het woord. De eigenlijke betekenis wordt detonatie genoemd.


79-2 Foto: Thijs Wortman

79

79-1 Foto: Dirk Ansink


80

PIJLER 3 interpreteren

80-1

Foto: Ab van Dalen

Aangezien de connotaties die men bij een foto kan hebben heel verschillend kunnen zijn, is het van belang bij je bespreking duidelijk te maken waarom jij tot jouw interpretatie komt. Roland Barthes maakt een onderscheid tussen het studium en het punctum van foto’s.* Het studium betreft het interpreteren van foto’s. Barthes doelt daarbij op een rationele benadering van de foto’s. De foto wordt bestudeerd vanuit bv. een culturele of politieke invalshoek. * voetnoot: Roland Barthes, Camera Lucida


Soms echter heeft een foto een detail dat de beschouwer van die foto emotioneel raakt. Hij wordt a.h.w. “getroffen”. Barthes noemt dat het punctum van de foto. Een punctum is afhankelijk van een connotatie (legt een verbinding, associatie met een eerdere ervaring van de persoon) en is daarmee subjectief. Het heeft te maken met datgene wat de persoon heeft meegemaakt en wat hem emotioneel kan raken. Niet iedereen zal daarom in een foto een punctum, of hetzelfde punctum ervaren. Een punctum is een aanwijsbaar detail in een foto dat de beschouwer emotioneel raakt.

81

In de foto van Ina Verschuur (zie ook pijler 2) kun je een punctum ervaren: het elastiekje, dat de hand de kracht moet geven om het vergrootglas te kunnen vasthouden en de witte spikkels op het brillenglas. Beide zijn herkenbare tekenen van ouderdom en wellicht vertederend, want herleidbaar naar ervaringen met een eigen oma, of deprimerend, want refererend aan de eigen ouderdom.

81-1 Foto: Ina Verschuur

81-2 Foto: Ton Dirven

In de foto van Ton Dirven (zie ook pijler 2) kun je een punctum zien in de staat van de sokken: een rafel hangt neer en de tenen komen er bijna door. We kennen situaties van anderen of van onszelf dat er schoenen uitgedaan moesten worden, terwijl daar niet op gerekend was…


PIJLER 3 interpreteren

Betekenis: Meerduidigheid Een foto is dus niet gemakkelijk eenduidig te interpreteren. De meerduidigheid hangt sterk samen met het referentiekader van jou als bespreker. Het referentiekader bepaalt immers welke connotaties je maakt en hoe je tekens interpreteert. De meerduidigheid heeft daarnaast ook te maken met de context waarin de foto bekeken wordt. Onder context verstaan we het kader waarbinnen de foto wordt gepresenteerd. De context kan te maken hebben met toegevoegde tekst, met de plaats waar de foto gepresenteerd wordt en de wijze waarop de foto wordt gepresenteerd. De betekenis van een foto kan door die context gemakkelijk totaal veranderen. Probeer maar eens onder een foto verschillende onderschriften te zetten en kijk wat dat doet met de betekenis die de foto krijgt. Een voorbeeld:

82

82-1

Foto: Rien de Jonge

“Strandhuisjes te huur: vlak bij zee. Prachtige omgeving, rust, ruimte en veel privacy”. “Op deze afgelegen plaats is S. op om het leven gebracht”. “De gemeente heeft een procedure aangespannen om de bouwsels in dit natuurgebied te kunnen slopen” Behalve toegevoegde taal, geeft elke contextverandering de foto een andere lading of betekenis. Zo maakt het veel uit of een foto groot aan de muur van een museum hangt, of gepresenteerd wordt als fotootje in een familiealbum. In een museum krijgt de foto een zekere status mee: belangrijk, kunst, waardevol, e.d. In een familiealbum wordt diezelfde foto gezien als één van de vele kiekjes die samen het verhaal van een familie vertellen. Foto’s die op een fotoclub vertoond worden, krijgen een andere betekenis wanneer ze bijvoorbeeld in groot formaat worden gepresenteerd en met een verzorgde presentatievorm (passe-partout, speciaal papier, opgeplakt, e.d.). Ook de serie waarbinnen een foto wordt gepresenteerd is een context die bijdraagt aan de betekenis die de foto krijgt. Een foto is eenduidiger te interpreteren binnen de context van een samenhangende serie en/of door toegevoegde taal.


Functie van beeldelementen voor interpretatie Analyse van de beeldelementen laat zien welke keuzes de fotograaf heeft gemaakt ten behoeve van de beeldopbouw. Wat was de intentie van de fotograaf: zocht hij sfeer, esthetiek, dramatiek, of een neutrale weergave? Waar is het accent gelegd als je let op compositie, lijnwerking, kadrering, lichtval, de kleuraccenten en de scherpteverdeling in de foto? Tegelijkertijd kun je tot de conclusie komen dat de gekozen beeldopbouw, dus de manier waarop de beeldelementen gebruikt zijn, niet optimaal is geweest in het licht van je interpretatie van de foto. Het belangrijkste is datgene wat de foto wil vertellen.

Een foto hoeft dus niet altijd scherp te zijn. Scherpte is soms minder functioneel, zoals bv. bij de foto van Noortje de Vries (zie blz. 21) Het is niet altijd de juiste keuze om de sterke punten in het beeldvlak te benutten (zoals de vaak aangehaalde gulden snede regel). Het is maar de vraag of je foto altijd makkelijk en conventioneel leesbaar moet zijn. Een diagonale lijnwerking is lang niet altijd de beste keuze. De compositie hoeft niet altijd evenwichtig en harmonieus te zijn. Wanneer je het thema disharmonie, of conflict in beeld wil brengen, kun je bv. andere keuzes maken. Je hoeft bij macrofotografie niet altijd een klein diafragma te gebruiken vanwege de anders zo geringe scherptediepte. Die heel minieme scherptediepte van de grootste opening kan ook heel functioneel zijn voor de gewenste verbeelding van het onderwerp. Etc. De vorm staat in dienst van de inhoud. Zo is er bv. kritiek geuit op de prachtige series die Eugene Smith maakte in bv. Spanje (Spaanse burgeroorlog) en in Japan (slachtoffers milieuramp). In die kritiek worden die foto’s te esthetisch genoemd en daarom niet in overeenstemming met de inhoud van de foto’s. De verpakking van de gruwelijke boodschap zou te mooi zijn en daardoor afleiden van die boodschap, zo luidt de kritiek. Er is echter ook een andere redenering mogelijk. Door het contrast tussen vorm en inhoud wordt de boodschap extra schrijnend. We gaven bij pijler 2 al aan dat er een wisselwerking is tussen de analyse van de beeldelementen en de interpretatie van de foto. Datgene wat als beeldelement heel opvallend aanwezig is (of juist gemist wordt), verleent de foto betekenis.

83

De beeldelementen zijn daaraan ondergeschikt; ze zijn slechts middelen om iets uit te drukken. En dat kan op allerlei manieren. Er zijn dan ook geen vaste regels voor het gebruik van beeldelementen. Zomaar een paar voorbeelden:


PIJLER 3 interpreteren

Voorbeelden van interpretaties

84

84-1

Foto: Carol Olerud

We bespreken een paar foto’s als voorbeelden van mogelijke interpretaties. Probeer, voor je gaat lezen, eerst zelf de foto te interpreteren: Waar gaat de foto over? Wat voor verhaal wordt er verteld? Welke emotie roept de foto bij je op? De foto’s worden hier als op zichzelf staande beelden gepresenteerd; ze vormen geen serie. Daardoor is het lastiger om bijvoorbeeld een thema te formuleren.

Voorbeeld 1

We zien de achterbank van een personenauto waarop drie kinderen zitten. Het is een boeiende, dynamische uitsnede en compositie, waarin de eerste en meeste aandacht uitgaat naar het middelste meisje. Dat komt o.a. door het licht. Zij heeft een spelletjescomputer in de hand. Een ander meisje luistert naar muziek. De jongen hangt achterover met zijn handen achter zijn hoofd, waardoor het middelste meisje geen ruimte meer lijkt te hebben om achterover te zitten. Het middelste meisje kijkt geïrriteerd, het rechter meisje is ook niet geamuseerd, de jongen lacht.


We zien een interieur. Prominent voor in het beeld een taart met, zo te zien, 5 kaarsjes. Er staan 4 schoteltjes klaar en een taartschep. De tafel steekt als een driehoekige punt het beeld in. De kamer is donker, lijkt enkel verlicht te worden door de kaarsjes op de taart die weerspiegeld worden in de rugleuning van de stoel. In de donkere kamer zijn een paar zaken te onderscheiden: de antieke staande klok, rechts een aanrecht met tegeltjeswand. Links van de deur bloemen voor een kast. Interpretatie: We kijken naar een tafereeltje dat de voorbode is van een feestje. Het is vroeg in de ochtend en nog niet licht. Of hebben de ouders de gordijnen dichtgeschoven om het effect van het kaarslicht te vergroten? De kaarsjes op de taart

Voorbeeld 2

85

85-1 Foto: Chris Waarlo en Bas Silderhuis

Een interpretatie: dit is een situatie die voor veel mensen heel herkenbaar is (connotatie). Een lange rit in de auto met het gezin. Drie kinderen op de achterbank. De jongste op de smalste plaats, dus in het midden. Naarmate de rit langer duurt wordt het onrustiger en geĂŻrriteerder achterin. Er wordt onderling een beetje geklierd. Het lachje van de jongen zou je als treiterig kunnen duiden. De foto gaat over het onderlinge gedrag van kinderen die zich vervelen. Deze foto vertelt een geloofwaardig verhaal en als ouder die deze situatie herkent kun je je gemakkelijk verplaatsen in de gevoelens van degenen die op de voorbank zitten.


PIJLER 3 interpreteren

zijn alvast aangestoken en, omdat deze foto gemaakt moest worden, ook al een stukje opgebrand. Zo meteen komt de jarige met broertje of zusje binnen, wordt er gezongen, de kaarsjes worden uitgeblazen en eten ze met z’n vieren van de taart. Ook deze foto laat een herkenbare situatie zien, vertelt een duidelijk verhaal en is dus gemakkelijk en plausibel te interpreteren. Toch laat de foto ook andere mogelijke interpretaties toe. Bij beter beschouwen lijkt de klok een tijdstip aan te geven dat moeilijk te verklaren is: twintig over 12. Om dat te kunnen inpassen in bovenstaande redenering moet je denken aan: De klok stond stil en aan dat tijdstip hoeft geen betekenis te worden gegeven. Of de ouders hebben voordat ze zelf naar bed gingen de kaarsjes aangestoken om deze foto te kunnen maken. Nog een andere, wat vergezochte verklaring misschien, valt te baseren op de vele vanitas-tekens in dit beeld: de klok, kaarsjes die bijna opgebrand zijn, (vergankelijke) bloemen en het feit dat het om een verjaardag gaat: “onze tijd verstrijkt�. 86

De vorige voorbeelden waren herkenbare menselijke tafereeltjes en de gegeven interpretaties zullen voor het merendeel dan ook gemakkelijk overtuigen. Nu een lastiger te interpreteren beeld.

86-1

Foto: Ab van Dalen

Voorbeeld 3


Zo bezien zit deze foto vol tegenstrijdigheden. Schapen worden in kuddeverband gehoed door een herder. Ze zijn volgzaam, lopen niet voorop, worden niet aan een ketting uitgelaten. Een herder maakt gebruik van een hond om de kudde bijeen te houden en niet van kettingen. Een herder draagt zeker geen net pak, maar kleding die tegen weer en wind bestand is. Deze herder heeft niet eens een overjas bij zich, terwijl er een dreigende regenlucht boven het tafereel hangt. Hoe kun je een groepje schapen leiden vanuit een zo onmogelijke positie? Waarom houdt de herder de drie kettingen in zijn rechterhand niet stevig vast? Mogen die drie schapen van deze herder weglopen? Waarom staat die herder boven op die boomstronk? Het is overbodig, want het zicht wordt niet belemmerd door enige begroeiing. De foto biedt niet voldoende houvast voor een plausibele interpretatie. We kunnen wel speculeren: bv. menig werknemer met een saaie kantoorbaan droomt achter zijn bureau van de vrijheid en het ongecompliceerde buitenleven zoals dat van een herder. Wat een prachtige tegenstelling met dat werk immers om van te dromen: Buiten kunnen zijn i.p.v. binnen te moeten zitten De blik niet meer beperkt tot de kleine en bekende werkruimte, maar weids en ver kunnen kijken Levende dieren mogen leiden i.p.v. werken met computer en papier Geen baas meer gehoorzamen, maar zelf baas zijn en leiding geven We zien a.h.w. de kantoorman overgeplaatst in die positie. De foto steekt tegelijkertijd de draak met die droom: het zou raar kunnen gaan als de droom zou uitkomen. Je weet niet goed hoe je als herder zou moeten functioneren. Het aardige van een dergelijke foto is dat ze intrigeert en uitdaagt om een bevredigende interpretatie te vinden.

87

Een man in een pak staat op een boomstronk. Het landschap is een grote lege vlakte met rechts heel in de verte enige bosschage. De man heeft in de linkerhand een ketting waaraan ÊÊn schaap vastzit dat de kijker aankijkt. In de rechterhand heeft hij drie kettingen waaraan steeds een schaap vast zit. De rechterhand is niet gesloten, die kettingen worden niet echt vastgehouden. Zouden de schapen gaan lopen, zouden de kettingen uit de hand glijden. Interpretatie: Is hier een touw aan vast te knopen? We doen een poging. De foto doet denken aan het werk van Teun Hocks die eveneens dergelijke surrealistische taferelen heeft geproduceerd. Hocks figureert zelf altijd in zijn foto’s en lokt bij de kijker gedachten over het leven uit, waarbij een ruime interpretatiemogelijkheid wordt gelaten. Laten we bij deze foto ook de ruimte nemen voor een mogelijke interpretatie. We weten overigens niet of de man op de foto ook in dit geval tevens de maker is. In deze foto zijn veel tekens te zien: Schapen: volgzame kuddedieren Kettingen: gevangen houden, vastleggen van gevaarlijke honden, of andere dieren Pak: nette kleding voor stad en kantoor Klimmen op een hoge positie: ver kunnen kijken


PIJLER 3 interpreteren

Tot slot

Opdracht 3 Interpreteer de volgende foto’s. Volg daartoe eerst de pijlers 1 en 2. Probeer bij de interpretatie aan te geven wat de inhoud van de foto zou kunnen zijn (onderwerp, genre, thema, bedoeling/boodschap) en welke betekenis jij eraan kunt geven. Vergelijk jouw interpretaties van de foto’s met de interpretaties die beschreven staan op de bladzijden 154, 155 en 156.

88-1 Foto: Heleen Bax

88

Als uitgangspunt hebben we gesteld: foto’s kunnen begrepen worden als beelden die ergens over gaan; foto’s hebben een inhoud en een communicatieve of expressieve bedoeling. Dit suggereert dat het altijd mogelijk moet zijn om die inhoud, of bedoeling te kunnen verwoorden. Dat is echter lang niet altijd het geval. Er zijn foto’s die intrigeren, maar waar je er niet goed achter kunt komen waarom dat het geval is. Er zijn foto’s die simpelweg overtuigen door een verrassende beeldopbouw, of krachtige uitstraling, bijzondere sfeer, zonder dat er verder iets te interpreteren valt. Ook die constateringen beschouwen we als een interpretatie. In het totaal van de bespreking van foto’s is het belang van de pijlers per foto heel verschillend. In het ene geval ligt de nadruk op aspecten van de beeldopbouw, bij andere foto’s is de interpretatie het belangrijkste onderdeel.


89-1

Foto: Marjo Waardijk

89


90-1

Foto: Reinier van der Lingen

90

PIJLER 3 interpreteren


91-2 Foto: Ronald Vonk

91-1 Foto: Thijs Wortman

91


Inl e i d i ng De fi ni ti e w a a rd e re n De re l a t i e m e t d e vo o r gaan de pijler s Doe l e n v a n w a a a rder en Inv a l shoe ke n v oor waar deo o r delen Op d ra chte n Va a k g e b rui kt e cri ter ia Wa a rd e oord e l e n e n de fo to gr aaf Ke nm e rke n v a n e e n go ede waar der in g Op d ra chte n


PIJLER 4

wa a rd eren


PIJLER 4 waarderen

Inleiding We hebben vastgesteld wat er op de foto staat, hoe het beeld is opgebouwd en we hebben de foto geïnterpreteerd. Maar wat vind jij als bespreker nu van deze foto? Je toehoorders, waaronder de maker, willen weten of het een goede foto is en als er wat aan mankeert, hoe het wellicht beter had gekund. Je kunt niet volstaan met een uitspraak als: “ik vind deze foto mooi”, “deze foto zegt mij helemaal niets”, of “ik heb nu eenmaal niets met dit soort fotografie”. Dergelijke uitspraken kunnen feitelijk juist zijn, maar heb je als maker van de foto, of toehoorder er ook iets aan?

94

Waarderen, het geven van een oordeel over foto’s, dient een nut te hebben: de fotograaf en de toehoorders kunnen er lering uit trekken, worden aan het denken gezet over fotografie en scherpen hun eigen mening aan die van de bespreker. Het geven van een waardeoordeel over foto’s is een lastig punt en al helemaal als je bespreker bent binnen je eigen fotogroep. Kun je je vrij voelen om te zeggen wat je denkt? Waarop is eigenlijk je oordeel gestoeld? Wie ben jij om de standaard voor goed en slecht te bepalen? Mogen je eigen voorkeuren in fotografie meespelen in je waardeoordeel? Moet je een mening geven? Over deze vragen gaat het in dit hoofdstuk.


95

95-1 Foto: Ton van Vroonhoven Alles klopt hier: de uitsnijding op de bol, het snoertje in de hoek linksboven, het kronkelkoord dat binnen het kader blijft en lijkt te communiceren met de bloem, de basislijn onderin, de korrelige achtergrond. Alles lijkt te wijzen op een vormstudie. Toch gaat de foto verder door de tegenstelling tussen industriĂŤle en florale vormen en de gevarieerde stofuitdrukking. Het belangrijkst echter is de raadselachtigheid van de configuratie die iets suggereert wat de kijker vermoedt, maar niet kan doorgronden. Een surrealistisch beeld. De toonzetting van het bovenstaand bijschrift is positief. Zo is het ook bedoeld. Toch blijft het oordeel arbitrair. Niet iedereen houdt van raadselachtige beelden; niet iedereen houdt van geĂŤnsceneerde, esthetische fotografie. Hoe ga je hier als bespreker mee om? Waar is je waardeoordeel eigenlijk op gebaseerd? Hoe belangrijk zijn de intenties van de fotograaf?...


PIJLER 4 waarderen

Definitie waarderen Wij gaan uit van de volgende definitie: Waarderen is het geven van een beargumenteerd oordeel over een foto, of portfolio, rekening houdend met de context van de bespreking. Een oordeel geeft de waarde aan die je toekent aan een foto. Je kunt die waarde op verschillende manieren invullen: Persoonlijk (wat doet de foto mij, wat vind ik er van), In relatie tot andere foto’s (deze is beter, dit is de beste), In relatie tot “alle” foto’s (deze foto is van belang voor de historie van de fotografie, nieuw en richtinggevend, baanbrekend, etc.), Op basis van een onderwerp/opdracht waarbinnen de foto wordt gepresenteerd (voldoet in meer of mindere mate aan het onderwerp of de opdracht). Op basis van je opvatting over fotografie (over inhoud, over esthetiek, over boodschap, over techniek, etc.). Enzovoort.

96

Daarover wordt in het vervolg van dit hoofdstuk meer gezegd. In de definitie staat aangegeven dat het oordeel niet los mag staan van een onderbouwing. Zoals de interpretatie door redenering en beargumentering plausibel en evident kan worden, zo geldt dat in gelijke mate voor het waardeoordeel. Alleen op die manier is een waardeoordeel zinnig voor fotograaf en toehoorders. Argumenten en redeneringen zijn te volgen, kunnen geaccepteerd worden, dan wel bediscussieerd of verworpen. Op deze manier verscherpt een gefundeerd waardeoordeel het fotografisch kijken en bewustzijn. In het laatste deel van de definitie staat aangegeven dat het geven van een waardeoordeel mede bepaald wordt door de context van de bespreking. In ons geval gaat het steeds om de context van een fotogroep van amateurs, zoals we die meestal aantreffen in clubverband, bij mentoraten en fotogespreksgroepen. Amateurs beoefenen de fotografie vanuit een ander oogpunt dan bv. fotojournalisten en andere beroepsbeoefenaren binnen de fotografie. Die context beïnvloedt de inhoud, de bedoeling en strekking van de waardeoordelen. Voor amateurs geldt een andere maatstaf dan voor de beroepsbeoefenaren.


De relatie met voorgaande pijlers Het kan zijn dat je meteen bij het zien van een foto al een oordeel hebt. Je vindt de foto fantastisch, knap gemaakt, sfeervol, vol zeggingskracht, of juist niet. Maar vervolgens is het je niet altijd direct duidelijk waarom je dat vindt. De andere pijlers helpen je dan om tot een fundering van je oordeel te komen. In veel gevallen ontvouwt de foto zich pas goed na grondiger bekijken, analyseren en interpreteren. Het is noodzakelijk dat je goed gezien hebt wat er feitelijk op de foto staat. Als je daarin essentiële zaken over het hoofd hebt gezien, kun je niet tot een goed oordeel komen over de foto. Dankzij de analyse heb je zicht op de opbouw van het beeld en de beeldbepalende accenten. Je hebt vervolgens de foto geïnterpreteerd: waarover gaat de foto, wat wordt verteld, welke bedoeling of boodschap is eventueel aan de orde?

97

97-1 Foto: Monique Abeln Is er iets met het kind? Wat opvalt is het intense oogcontact met de volwassene die haar het hoofd boven water houdt. De onderlinge concentratie wordt versterkt door de onscherpte en onrust in de omgeving. Daar komt het contrast tussen koele en warme kleuren nog eens overheen. In het middelpunt is veiligheid, aandacht en betrokkenheid. Zo’n foto maak je alleen maar als je vertrouwd bent met de omgeving en hart hebt voor mensen.


PIJLER 4 waarderen

Het is vooral de interpretatie, die sterk bepalend is voor het oordeel dat je over de foto zult geven. Vanuit de interpretatie van de foto kun je beoordelen of de vorm (analyse van de beeldelementen) wel bij de inhoud past. De interpretatie is, zo gaven we in het vorige hoofdstuk aan, subjectief van aard, maar wel transparant en zodanig beargumenteerd dat zij overtuigend en plausibel is. De waardering, die sterk gebaseerd is op de interpretatie, is ook subjectief en dus discutabel en vraagt ook om een heldere onderbouwing. Doordat de vier pijlers in samenhang met elkaar bij een bespreking aan bod komen, komt het waardeoordeel niet zomaar uit de lucht vallen. Het is logisch ingebed in de redenering vanaf het beschrijven tot en met de interpretatie. De volgorde van de vier pijlers, het zij hier nog eens gezegd, is niet dogmatisch chronologisch. Soms pakt een foto je meteen, zodra je hem ziet. In dat geval is een spontane reactie een prima start. Je pakt de toehoorders daar meteen mee. Als die reactie een waardeoordeel is (“wat een geweldige foto!”, bv.) zul je daarna via de overige pijlers dit oordeel moeten onderbouwen, nuanceren, toelichten, verfijnen, detailleren, etc. Soms zegt een foto je niet meteen iets. Door te beschrijven wat er op de foto staat, creëer je tijd en gelegenheid om de foto zelf goed in je op te nemen. Daardoor groeit meestal ook een notie van de betekenis en waardering van de foto. Interpretatie en waarderen beïnvloeden elkaar. Wanneer je bij de interpretatie een krachtige bedoeling, een duidelijk thema, een sterke betekenis onderkent, heeft dit meestal een positief effect op de waardebeoordeling. Wanneer bij de interpretatie weinig te vermelden valt, zal het waardeoordeel ook vlakker zijn.

98

98-1 Foto: René van Rijswijk

Wat een groothoeklens en een heel laag camerastandpunt al niet kunnen doen. Het lieve dier wordt een agressieve carnivoor, bevroren in een snelle sprint tegen een drukkende wolkenlucht; ingeflitst misschien? Hoe dan ook, het werkt.


Doelen van waarderen Kun je bij het bespreken van foto’s eigenlijk niet volstaan met de vorige drie pijlers en het uiten van een waardeoordeel weglaten? Wat zijn de specifieke doelen van het waarderen? In de voorgaande pijlers worden feiten en interpretaties aangegeven die betrekking hebben op de foto(serie) op zich: Wat staat erop? Hoe staat het erop? Waar gaat het over?

Het is onvermijdelijk dat er ook slechte foto’s besproken moeten worden. Bij het waarderen is het belangrijk om vooral te zoeken naar positief te waarderen elementen, maar je kunt de slechte elementen niet negeren, of goedpraten. Het is de kunst om een juist evenwicht te vinden tussen positief waarderen en kritische kanttekeningen, zodanig dat maker en toehoorders ermee verder kunnen. We komen in een later hoofdstuk hier nog uitgebreider op terug. Een goede waardering laat de fotograaf door de ogen van een ander kijken naar zijn eigen foto’s. De fotograaf krijgt daardoor feedback: over de onderwerp- en themakeuze en over de gebruikte beeldopbouw in relatie tot die inhoudelijke kant. Het zet hem aan tot nadenken over zijn werk en het geeft aangrijpingspunten om zich te verbeteren en te ontwikkelen. Dat geldt trouwens ook voor de overige toehoorders. Een belangrijk punt is, dat de foto’s worden gewaardeerd en niet de fotograaf. Hetzelfde geldt voor de intenties van de fotograaf. Het gaat in eerste instantie niet om de vraag of de fotograaf zijn intentie op een goede manier heeft weten te realiseren. De bespreker heeft de foto geïnterpreteerd en misschien wel heel anders dan de fotograaf bedoeld had. Vanuit zijn interpretatie en analyse wordt de foto beoordeeld en dat kan leiden tot een positief oordeel, ook al is de intentie van de fotograaf niet uit de verf gekomen. Binnen een leersituatie, een opdracht, of mentoraat, gaat het - naast de kwaliteit van de foto’s - ook over de intenties van de fotograaf en de mate waarin hij die heeft gerealiseerd.

99

Een belangrijk doel van bespreken is het stimuleren en motiveren en absoluut niet het ontmoedigen en demotiveren! Juist bij deze pijler, het waarderen, is dit punt kritisch. Bij waarderen denken we in het dagelijkse spraakgebruik altijd aan iets positiefs (“ik waardeer je opmerkingen zeer…”). Maar bij het bespreken van foto’s kan waarderen ook negatief zijn. Het is heel prettig als er aanleiding is om uitspraken te doen zoals: “Dit is de beste foto van de serie. Dit is de beste foto van de hele avond. Ik heb van dit onderwerp nooit betere foto’s gezien. Deze foto is vernieuwend en van betekenis voor het medium van de fotografie”. Uiteraard zullen dan ook uitspraken gedaan kunnen worden als: “Dit is voor mij een veel mindere foto. Misschien had je deze foto beter thuis kunnen laten”.


100

100-1 Foto: Diana Putters

PIJLER 4 waarderen

Sommige foto’s spotten met alle regels; deze foto lijkt dat heel erg te doen. In het midden is niets te zien; bovenin het interieur zien we een lamp die zijn beste tijd gehad lijkt te hebben en onderin staat een tafel met Spartaanse stoelen in fraai hard zijlicht. Het centrum van het in drieën gedeelde beeld is leeg en dat schijnt niet zo te horen in de fotografie. Of is het juist die leegte, die zinloosheid, waar deze foto over gaat?

Invalshoeken voor waardeoordelen Een buitengewoon lastig punt is: waarop baseer ik mijn waardeoordeel? Doe ik dat puur op mijn eigen voorkeuren? Zo van: “Ik vind dat gewoon. Hier houd ik nu eenmaal van”. Dat is voor toehoorders niet te volgen en niet te bediscussiëren. Daarom maken we gebruik van vier invalshoeken die Barrett criteria noemt. Deze criteria hebben te maken met verschillende fotografische invalshoeken: Fotografie als realisme Fotografie als expressionisme Fotografie als instrumentalisme Fotografie als formalisme


Jouw voorkeur voor de ene of de andere invalshoek bepaalt heel sterk jouw waardering voor de verschillende foto’s. Daarom is het van belang dat je alle invalshoeken accepteert en op prijs weet te stellen, ook al heb je nou eenmaal je eigen favorieten. Fotografie als realisme: De wereld, het leven om ons heen, wordt voorop gesteld. De werkelijkheid is het onderwerp en de fotografie is daaraan dienstbaar. Fotografie exploreert de wereld en het leven en maakt daar zo betrouwbaar mogelijk afbeeldingen van. De inbreng van de fotograaf als persoon is ondergeschikt aan de afbeelding van die werkelijkheid. Manipulatie van beelden die de werkelijkheid veranderen is uit den boze. Kort samengevat: een foto moet de ultieme weergave van het leven c.q. de wereld zijn. Fotografie als expressionisme: Niet de wereld, maar de fotograaf die zich wil uitdrukken staat voorop. De fotograaf geeft uitdrukking aan zijn persoonlijke gevoelens of aan de manier waarop hij de werkelijkheid ervaart. Het afbeelden van die werkelijkheid is dus niet het doel; in de foto’s moet de fotograaf zichtbaar zijn. Alle middelen om een beeld te manipuleren ten behoeve van een beoogde expressie zijn geoorloofd.

Fotografie als instrumentalisme: Fotografie dient ondergeschikt te zijn aan een bepaalde doelstelling. Het gaat om doelen van maatschappelijk belang, milieubelang, emancipatorisch belang, etc. Fotografie is het instrument om die doelen te kunnen bereiken. Het gaat niet om de foto als plaat, maar als middel en dat middel moet zo effectief mogelijk zijn. Kort samengevat: een foto moet het meest effectieve middel zijn om een doel te verwezenlijken. Fotografie als formalisme: Inhoud is niet belangrijk, maar de vorm. Het gaat in eerste instantie niet om de relatie tot een facet van de werkelijkheid (religie, politiek, landschap, etc.), maar om de kunst om de kunst. Compositie, toon, kleurgebruik, vlakverdeling, lijnwerking, etc. doen er alleen maar toe. Kort samengevat: een foto is de ultieme organisatie van beeldelementen in het platte vlak.

101

Kort samengevat: een foto moet de ultieme expressie van de fotograaf zijn.


PIJLER 4 waarderen

102-2 Foto: Hans Brongers

102

102-1 Foto: Jaap Karsten

Opdracht 1 Hier volgen een paar foto’s om de verschillende invalshoeken te illustreren. Het zijn vier landschapsfoto’s. Bij welke invalshoek zou je deze landschappen indelen en op basis van welke argumenten?


103-2 Foto: Jack Schopman

103

103-1 Foto: Karel Maat


PIJLER 4 waarderen

Foto 1: Dit is een landschap waarbij d.m.v. verschillende fotografische bewerkingen de exacte weergave van het landschap is beĂŻnvloed. Hiermee is een bijzondere sfeer gecreĂŤerd. De foto is er kunstzinniger door geworden. De maker heeft er zijn eigen, persoonlijke stempel op gedrukt. Wij delen het in bij de expressieve invalshoek.

104

Foto 2: Dit landschap doet oer-Hollands aan. Het is op Texel aan te treffen en is zo puur mogelijk vastgelegd, overeenkomstig de situatie op die dag en met de licht- en weersomstandigheden van dat moment. Wij delen dit landschap in bij de realistische invalshoek.

Foto 3: Dit is een landschap met heel veel lelijke elementen. Wat is dit stukje Nederland ontzettend verknoeid! De foto brengt dit onder de aandacht en werkt als een kritische aanklacht tegen landschapsverloedering. De foto is het instrument om deze aanklacht te uiten. Wij plaatsen dit beeld bij de instrumentele invalshoek.

Foto 4: Hier is een heuvelachtig landschap gefotografeerd. Het gaat de fotograaf echter niet in de eerste plaats om het landschap, maar om de beeldelementen die erin te zien zijn: de kleuren, de ritmiek en het lijnenspel in een goede compositie zijn het meest opvallend in deze foto. Deze kadrering werkt abstraherend van de werkelijkheid. We plaatsen deze foto bij de formalistische invalshoek.


Bovenstaande invalshoeken zijn extremen en daardoor handig om verschillende zienswijzen te verduidelijken. Je kunt deze invalshoeken herkennen tijdens het bespreken van foto’s. De ene fotograaf noemt als positief argument voor zijn foto: “Zo was het precies, ik heb er niets aan veranderd.” Hij gebruikt een realistisch criterium. De ander zegt juist: “Voor mij is het niet meer dan een registratie, een afbeelding en zeker geen verbeelding” (expressief of instrumentalistisch, dat moet daarna nog blijken). De ene bespreker zegt: : “Goede foto, met een heel duidelijk persoonlijk handschrift van de maker” (formalistisch of expressief). De andere bespreker: “Ik word toch zo moe van al die foto’s die zo duidelijk het handschrift van de maker tonen. Laat de zaak voor zich spreken en kom er zelf niet zo nadrukkelijk in voor” (realistisch). Er worden in veel clubs zogenoemde vormstudies gemaakt, die prachtige composities, kleurencombinaties, lijnenspel en vlakverdeling als doel hebben (formalisme). Veel fotoamateurs beleven hier een esthetisch genoegen aan. Voor de gedreven kritische fotograaf die via de fotografie maatschappelijke en sociale thema’s aan de orde wil stellen, zijn deze vormstudies juist een gruwel (instrumentalisme).

Je kunt als spreker kijken naar de foto’s die voorliggen en de daarbij passende invalshoek kiezen voor de waardering ervan. Dat betekent dat je foto’s die over vorm en kleur gaan waardeert vanuit die invalshoek en fotografie met een boodschap vanuit die andere invalshoek, etc. Het kan zijn dat je zelf niet houdt van bv. vormstudies. Toch waardeer je ze dan niet meteen al negatief vanuit die eigen voor- of afkeur. Je zet die eigen voorkeuren als het ware even tussen haakjes en probeert een waardering te geven die past binnen deze invalshoek. Je kunt ook kiezen voor één specifieke invalshoek (bijvoorbeeld de expressionistische) en van daaruit al het werk bespreken. In dit tweede geval is er het gevaar van een te grote rigiditeit en onderwaardering van andere invalshoeken. Het toepassen van verschillende invalshoeken is waardevol, omdat het de verschillende mogelijkheden om naar een foto te kijken illustreert. Dat verrijkt het kijken naar foto’s en het geeft inzicht in fotografische mogelijkheden. Wij kiezen in veel gevallen voor de eerste methode.

105

Hoe ga je nu als bespreker om met al die verschillende benaderingen? Als spreker kun je een keuze maken uit twee methodieken:


PIJLER 4 waarderen

Opdracht 2 Bekijk een serie foto’s van verschillende fotografen in een fotoboek, of een collectie foto’s van verschillende makers op een website (bv. foto’s die ingezonden werden voor een fotowedstrijd). Beantwoord daarna de volgende vraag voor een tiental foto’s: Bij welke invalshoek van fotografie, zoals door Barrett onderscheiden, valt de foto vooral in te delen: realisme, expressionisme, instrumentalisme of formalisme? En verder: Welk type foto’s bevalt je het meest? Kun je je eigen fotografie plaatsen in één van de genoemde invalshoeken? Ben je uitgesproken in je opvatting en fotografische voorkeuren, of heb je een bredere waarderingsblik? In de praktijk komen de extremen niet zo zuiver voor als hier omschreven. Meestal zijn er mengvormen, waarbij dan vaak wel een accent ligt op één van de vier invalshoeken. Ook maakt dezelfde fotograaf meestal meerdere foto’s vanuit verschillende fotografische invalshoeken.

106

Vaak gebruikte criteria Originaliteit en vakmanschap zijn criteria die vaak gehanteerd worden. Toch willen wij hier enkele kanttekeningen bij plaatsen. Originaliteit als criterium. Je moet als spreker al heel veel gezien hebben en de historie van de fotografie grondig kennen om een goed onderbouwde uitspraak te kunnen doen over originaliteit. Wat voor een beginnende fotograaf origineel en vernieuwend lijkt, is vermoedelijk al eerder en vaker gedaan dan hij weet. De waarde die aan originaliteit wordt toegekend, is per invalshoek ook heel verschillend. Het zal bijvoorbeeld de instrumentalist worst wezen of er sprake is van originaliteit of niet: als de boodschap maar effectief overkomt. Vakmanschap als criterium. Wat er onder goed vakmanschap verstaan wordt, verschilt ook heel sterk per invalshoek. Vakmanschap is voor de realist iets heel anders dan voor de expressionist. Denk bv. aan het zonesysteem van Ansel Adams, een realist pur sang. Beheersing en toepassing van het zonesysteem is voor hem hèt instrument dat je moet beheersen om alle nuances van toon en licht te kunnen vertalen naar het fotografische papier. De expressionist wil juist alle mogelijke manipulatieve procédés en technieken beheersen om de weergave van de werkelijkheid te kunnen beïnvloeden; hij wil immers zijn persoonlijke expressie kunnen meegeven aan de beelden. Dat is een andere opvatting over vakmanschap. Iedere bespreker dient zich bewust te zijn van eigen voorkeuren. Hij zal een keuze maken tussen een brede waardering van fotografische invalshoeken en een smallere, meer uitgesproken invalshoek. Het is verhelderend wanneer dit geëxpliciteerd wordt; de toehoorders kunnen hierdoor de argumentatie beter plaatsen. Bepaalde situaties kunnen leiden tot meer specifieke criteria:


107-1 Foto: Harry de Rooij

107

Een gegeven opdracht: een foto voldoet daaraan in meer of mindere mate. Een portfolio: past de foto binnen het portfolio, versterkt de foto de serie, of concurreren de foto’s onderling, is er een beste aan te wijzen? Wanneer sprake is van een leerproces: bij een cursus of mentoraat zal het waardeoordeel afhangen van de doelen die gesteld waren. En als die doelen per deelnemer verschillen, kunnen ook de criteria variÍren. Bespreking naar aanleiding van een wedstrijdjurering levert waardeoordelen op in het licht van de wedstrijdcriteria.

Hoe belangrijk is originaliteit in de fotografie? Deze foto is sterk verwant aan het werk van Teun Hocks of - in mindere mate - dat van Sarah Moon. En vooral de mannen met regenjassen en hoeden zijn niet helemaal onbekend. De foto is ondanks de genoemde raakvlakken sterk genoeg om op eigen benen te kunnen staan. Het geheel is een - haast schilderkunstig gedempt - surrealistisch beeld, waarin het licht een sterke rol speelt.


PIJLER 4 waarderen

Het geven van een waardeoordeel wordt door besprekers wel vermeden om gevoeligheden te ontlopen. Het is echter waardevoller om wèl uitspraken te doen, omdat de maker daaraan houvast heeft. Dat geldt zeker binnen de context van een mentoraat of cursus. Houvast kan betekenen dat de maker de opmerkingen ter harte neemt en er zijn voordeel mee doet. Houvast betekent ook dat zowel de maker als de andere toehoorders hun eigen mening toetsen aan die van de spreker en een eigen opvatting daardoor kunnen nuanceren en verrijken, ook al wijkt deze af van die van de spreker. Het doel van het spreken over foto’s is vooral dat het stimulerend werkt, dat het de fotograaf meer fotografisch inzicht geeft, op ideeën brengt, inspireert en richting geeft. Dat is echter niet altijd even gemakkelijk. Hoe kun je iets zeggen over foto’s die je absoluut niet aanspreken, of die je ronduit slecht vindt? We hebben al eerder aangegeven dat het bespreken van een serie foto’s te verkiezen valt boven het bespreken van solitaire, geïsoleerde foto’s. Het voordeel is meerledig. Er valt bij een serie meer te zeggen over de inhoud van de foto’s en het handschrift van de fotograaf. Een ander voordeel is dat je foto’s vergelijkenderwijs kunt bespreken. Dat is heel plezierig, omdat er altijd wel een foto tussen zit die als de betere in de serie eruit springt en waarbij je gemakkelijker een evenwicht vindt tussen lof en kritiek. Het gaat immers om stimulerend bespreken en dat betekent simpelweg dat juist de positieve elementen van de foto’s gezocht en geaccentueerd dienen te worden. Het is heel demotiverend wanneer er alleen kritische kanttekeningen worden geplaatst. Uiteraard wordt ook benoemd wat er verbeterd kan worden. Het niveau van de maker bepaalt hoe kritisch je kunt zijn; gelukkig valt uit de neergezette foto’s veel af te leiden over het niveau van de maker en natuurlijk kun je ook altijd nog even vragen naar de achtergrond van de fotograaf. In het volgende hoofdstuk komen we hier nog uitgebreider op terug.

108-1 Foto: Gijs van Gent

108

Waardeoordelen en de fotograaf

Een foto vol contrasten: licht-donker, scherp-onscherp en binnen-buiten. Maar ook de geïsoleerde lezer naast het drukke straatleven, en toch - via de krant - midden in de harde realiteit. Een prachtig tijdsbeeld met traditionele beeldmiddelen.


Kenmerken van een goede waardering Kort samengevat heeft een goede waardering de volgende kenmerken: Gericht op het positieve in foto’s. Beargumenteerd en onderbouwd en als zodanig logisch, consistent en in lijn met de analyse en interpretatie. Duidelijk voor wat betreft de criteria voor waardering. Stimulerend en gericht op verdere ontwikkeling Tot slot: Bedenk dat je waardering van foto’s steeds verandert. Foto’s die je vroeger prachtig vond, beoordeel je nu vaak anders. Je eigen ontwikkeling in het kijken beïnvloedt je oordeel en daarbij word je ook nog eens beïnvloed door een steeds veranderende tijdgeest en steeds wisselende trends. Ieder waardeoordeel is subjectief, relatief en beperkt…

109

109-1 Foto: Gerrit Meerman

Een raadselachtig beeld. De ruimte is schoon en verlaten; in verval, maar in gebruik. In de zachte geeltinten valt het blauw op van de gedateerde droogkap en het licht uit de betegelde ruimte achter de deur. Je weet waar de ruimtes voor dienen, maar kunt je nauwelijks iets voorstellen bij het dagelijks leven waarvan zij deel uitmaken. Gaat het over onze vervreemding van wat ooit was?


PIJLER 4 waarderen

110-1 Foto: Hans Brongers 110-2 Foto: Kees Romeijn

110

Opdracht 3 Hieronder staan vier foto’s. Bespreek elke foto compleet. Dat wil zeggen: gebaseerd op de vier pijlers: beschrijven, analyseren, interpreteren en waarderen. Gebruik bij de eerste foto het basisrecept - de vier pijlers op volgorde - en probeer bij de volgende foto’s te improviseren op dit basisrecept. Op blz. 157, 158 en 159 staan van de foto’s besprekingen ter vergelijking met de eigen verhalen.


111-2 Foto: Ab van den Bree

111

111-1 Foto: Ingrid van Beurden


Inl e i d i ng B e sp re ke n: e e n krach ten veld De cl ub cul tuur De p l a nni ng De i nt rod uct i e De b e sp re ki ng H e t p ub l i e k De m a ke r De a frond i ng B e sp re ke n m e t e e n br ede blik


DE PRAKTIJK ..

v a n het fotob esp reken


DE PRAKTIJK VAN HET FOTOBESPREKEN

Inleiding Het bespreken van foto’s is voor clubs en gespreksgroepen een krachtig middel om kwaliteit te winnen, om te stimuleren, om te leren en te ontdekken. Het werkt verfrissend als daarbij gebruik gemaakt wordt van verschillende werkvormen. Op allerlei verschillende werkvormen komen we in het volgende deel uitgebreid terug. Welke werkvorm echter ook gekozen wordt, je hebt bij het bespreken van foto’s als spreker van buitenaf of uit eigen gelederen altijd te maken met de toehoorders en vaak ook met de fotograaf zelf.

114

Op dit krachtenveld gaan we eerst wat uitgebreider in.


Bespreken: een krachtenveld In de voorgaande hoofdstukken hebben we gekeken naar de vier pijlers voor het bespreken van foto’s. De beide eerste pijlers - “beschrijven” en “analyseren” - zijn gemakkelijker voor het voetlicht te brengen dan de pijlers “interpreteren” en “waarderen”. De laatste twee zijn immers minder objectief, persoonlijker, meer discutabel en raken ook de maker meer. En dat geldt zeker voor het uitspreken van een waardeoordeel. Het geven van zo’n oordeel is lastig temidden van fotovrienden. Je wilt niemand voor het hoofd stoten en tegelijkertijd wel een duidelijk verhaal brengen. Hoe kun je dat het beste aanpakken? De situatie van het bespreken van foto’s kan erg verschillen. Zo kan het zijn dat je als bespreker foto’s van commentaar voorziet of als gespreksleider de fotobespreking leidt en structureert. Vaak is de maker aanwezig, maar soms ook niet; soms worden de foto’s in groepjes besproken, maar heel vaak gewoon plenair. Hoe dan ook, als bespreker bevind je je in een krachtenveld en dien je je ervan bewust te zijn hoe je de dingen onder woorden brengt. De bedoeling daarbij is dat je stimuleert, dat je de toehoorders meer fotografisch inzicht geeft, op ideeën brengt en richting geeft.

115

Hoe kun je dan iets zeggen over foto’s die je absoluut niet aanspreken, of die je ronduit slecht vindt? Dat is nog veel meer een probleem als de maker van die foto’s aanwezig is. Hoe reageer je wanneer de maker zich gaat verdedigen, of anderen het niet met je eens zijn? Daar heb je vooral mee te maken wanneer je als officiële bespreker voor een hele groep staat. Het bespreken van foto’s in kleinere groepjes heeft een informeler karakter en verloopt daardoor wat gemakkelijker. Hoe beweeg je je in dit krachtenveld? In de volgende bladzijden geven we daarvoor een aantal tips. De bruikbaarheid daarvan verschilt natuurlijk van situatie tot situatie.


116-1 Foto: Anja Groot Zwaaftink

DE PRAKTIJK VAN HET FOTOBESPREKEN

De vormelementen spelen hier een belangrijke rol: het licht-donkercontrast, de tegenstelling tussen het lichaam en de strakke deuropening en de spiegeling van het lichaam in de schaduw. Toch is het geen puur esthetisch beeld. Het geeft de sfeer weer van de vroege ochtend: net uit bed en even met de ogen dicht genieten van de zon… Zonder kleur en toch wordt de warmte voelbaar gemaakt van het zonlicht op het lijf. Zo’n foto is meer dan alleen een mooie plaat…

116

De clubcultuur De ene fotoclub is de andere niet. En dan hebben we het niet over het niveau van de fotografen, maar over de manier waarop over foto’s gesproken wordt. Die is van een aantal factoren afhankelijk. We noemen er enkele: Gaat het om de fotografie of meer om de sociale contacten? Besteedt men veel aandacht aan technische zaken? Zijn er veel verhalenvertellers, die uitgebreid en vaak ook boeiend aangeven waar en onder welke omstandigheden de foto’s tot stand kwamen? Is er een voorkeur voor een of twee fotografische genres? Wordt er met cijfers gewaardeerd of staat de beargumenteerde bespreking centraal? Wordt de discussie geregeerd door enkele gepokt en gemazelde fotografen of is er voor iedereen ruimte om zijn zegje te doen? Hoeveel tijd wordt er gebruikt voor het bespreken van organisatorische zaken? Zijn er clubleden met een bredere kijk op fotografie? Voelt men zich thuis bij meer traditionele fotografie of zoekt men vernieuwing?


Als bespreker of gespreksleider zijn dit factoren waarmee je rekening houdt. Belangrijk daarbij is, dat je, hoe de clubcultuur verder ook is, toe kunt komen aan een goede bespreking van het meegebrachte werk. Daarom is het vaak handig om met elkaar een aantal heel eenvoudige spelregels af te spreken. Die bieden duidelijkheid aan zowel de gespreksleider als aan de toehoorders. Hieronder volgen enkele aandachtpunten:

117-1 Foto: DaniĂŤl Kuipers

117

Hoe en wanneer stel je vast wie de avond leidt? Is er een rooster? Wat is de taak van de gespreksleider? (Bewaakt die ook de orde, of doet dat bijvoorbeeld de voorzitter?) Verdeel je de bespreektijd evenredig over de verschillende fotografen? Wie bewaakt de tijd? Hoeveel foto’s mogen er per fotograaf meegenomen worden? Stel je eisen aan de presentatie (formaat, passe-partout)? Wanneer zegt de fotograaf iets over het getoonde werk? Waarop richt de discussie zich in principe? Gaat het vooral om analyse en interpretatie? Hoeveel ruimte is er voor verhalenvertellers? Wanneer stel je technische onderwerpen aan de orde? Verwacht je van iedereen een beargumenteerd oordeel?

Sommige fotografen maken beelden van heel onbestemde situaties; Thomas Struth deed dat bijvoorbeeld, of Jeff Wall met zijn boslandschappen. Hier zien we ook een monumentaal, onbestemd beeld: een bankje op een dijk, hoger gras om het onderstel. Het speeltoestel, ook volstrekt symmetrisch geplaatst, onttrekt de situatie aan het niveau van het gewone. Het absurde doordringt het alledaagse.


DE PRAKTIJK VAN HET FOTOBESPREKEN

De planning Het is van belang dat tijdens de bespreking alle fotografen die werk hebben meegenomen in gelijke mate aan bod komen. Daarom een paar suggesties:

118

Stel in de club een aantal spelregels op voor de bespreking. Een daarvan is dat iedere fotograaf in principe even veel bespreektijd heeft. Anders wil het nog wel eens gebeuren dat de eerste fotografen alle tijd hebben en dat de laatsten niet of nauwelijks meer aan bod komen. Inventariseer aan het begin van de avond wie eigen werk heeft meegenomen. Kijk hoeveel tijd er is om werk te bespreken en reken daarna uit hoeveel tijd er per fotograaf beschikbaar is. Laat een van de clubleden (bijvoorbeeld met een kookwekker) de tijd per fotograaf bewaken; dat moet geen taak zijn van de bespreker of gespreksleider. Spreek af hoeveel foto’s (bijvoorbeeld maximaal vijf) er in principe per fotograaf aan de orde komen. Meer foto’s zijn toegestaan, maar leiden tot een andere, globalere manier van bespreken. Soms wil een fotograaf een project presenteren. Dan is er meer tijd nodig om recht te doen aan het werk. Projecten of grotere series moeten van tevoren aangemeld worden en krijgen dan voorrang; daarmee voorkom je teleurstellingen.

Je oog valt direct op twee elementen in de foto: de beeldengroep van de kruisiging en de blote voeten achter de campervoorruit. Het profane gecombineerd met het heilige. We kennen beide elementen, omdat je ze regelmatig ziet als je onderweg bent. In deze goed gecomponeerde foto worden ze samen gebracht. En is het ook niet zo dat het profane en heilige vaak heel dicht bij elkaar liggen?

118-1 Foto: Dirk Otten


De introductie

Een opvallende foto qua compositie: veel lege vlakken (met mooie pasteltinten) en helemaal tegen de rand een klein stukje vogel. Toch beheerst die vogel het hele beeld. Het lijkt een kraai te zijn die achter glas zit. Het oog kijkt ons aan en je ontkomt niet aan zijn indringende blik.

119

119-1 Foto: Joke van Maarleveld

Als je de centrale bespreker bent, is het heel verhelderend als je vooraf duidelijk aangeeft hoe je de bespreking wilt gaan aanpakken. Ontwikkel een introductie die duidelijk maakt hoe je als bespreker wilt functioneren en wilt worden opgevat. Een paar voorbeelden: “Ik geef mijn mening en zal die zoveel mogelijk onderbouwen. Het is mijn mening en die is dus niet zaligmakend. Jullie laten je foto’s tenslotte zien om commentaar te horen en te weten te komen hoe je foto’s worden gezien en gewaardeerd door anderen. Je hoeft het dus niet of niet helemaal met me eens te zijn. Ik geef wel mijn mening; ook als ik vind dat een foto iets beter had gekund.” Of: “Niemand heeft er iets aan als ik elke foto bejubel, of ontwijkend beschrijf. Ik probeer aan te geven wat ik ervan vind en ook waarom. Je mag dat ook naast je neer leggen. Ik hou van eigenzinnige fotografen. Doe met mijn uitspraken wat je wilt; het is maar mijn mening”. Een dergelijke introductie maakt het voor jezelf makkelijker om je duidelijk uit te spreken in plaats van je op de vlakte te houden. Geef van tevoren aan of je discussie wilt aangaan; of je de zaal/de maker bij je bespreking wilt betrekken; of je reacties vanuit de zaal op prijs stelt. Als er sprake is van een centraal thema, kun je aangeven hoe je daarmee wilt omgaan; wat jouw accenten en aandachtspunten daarbij zullen zijn. Door een goede introductie weten de toehoorders wat ze kunnen verwachten en in welk perspectief jouw bespreking gezien moet worden. Datzelfde geldt ook voor andere bespreekvormen dan die met een centrale spreker. Ook bij vrijere bespreekvormen, waaraan in principe elke aanwezige kan deelnemen, is een heldere introductie aan te bevelen.


DE PRAKTIJK VAN HET FOTOBESPREKEN

De bespreking Dankzij de introductie is er ruimte geschapen voor verschil in opvattingen. Dat voorkomt in veel gevallen verdedigende reacties. Door op een heldere manier de vier pijlers te gebruiken wordt je betoog transparant en kan een discussie ook zakelijker, substantiëler zijn. Het gaat om min of meer objectieve zaken die beschreven en geanalyseerd worden. De redenering die vanuit beschrijving en analyse tot interpretatie en waardering komt, is daarmee ook te volgen, transparant. Bedenk dat het niet om het beoordelen van de maker gaat, maar om zijn foto’s. In laatste instantie geldt, dat er sprake is van een mening en dat die mening niet hoeft te worden gedeeld of bestreden. Gaat een fotograaf in de verdediging, dan is het goed om nog eens aan te geven wat in de introductie is gezegd. Het is immers ieders goed recht om zijn eigen mening te behouden. Eigenzinnigheid over en weer zou gewaardeerd moeten worden en met humor bekeken en benoemd. Wat doe je als er ronduit slechte foto’s zijn neergezet? We hebben al eerder aangegeven dat het bespreken van een serie foto’s te verkiezen is boven het bespreken van solitaire foto’s. Het voordeel is meerledig: een serie biedt meer informatie over het handschrift van de fotograaf en de inhoud van de foto’s.

120

Bij een serie kun je foto’s vergelijkenderwijs bespreken. Het voordeel daarvan is dat er altijd wel een foto tussen zit die beter is dan de rest, waardoor je gemakkelijker het evenwicht vindt tussen prijzen en kritiek leveren. Je wilt stimuleren en dat betekent simpelweg dat je juist de positieve elementen van de foto’s zoekt en accentueert. Het is heel demotiverend als je alleen maar kritische kanttekeningen plaatst. Maar natuurlijk benoem je ook wat er verbeterd kan worden. Probeer de maker altijd een perspectief voor verdere ontwikkeling te bieden. Probeer verder rekening te houden met het niveau van de maker. Als je te maken hebt met een goede fotograaf, wordt van je verwacht dat je kritischer bent over zijn mindere foto’s.


121

121-1 Foto: Theo Bijker Dichtgelopen zwarten, nauwelijks detaillering, sporen van veroudering en bruintinten; met al die middelen wordt een beeld gecreĂŤerd dat verder gaat dan alleen een nostalgisch gevoel. Er is een lichte somberheid naast de euforie van het reuzenrad van vroeger; en het gekke is, dat dit beeld bij iedereen weer andere emoties zal oproepen. Hoe komt dat nu?


DE PRAKTIJK VAN HET FOTOBESPREKEN

Het publiek

122

Probeer je publiek te betrekken bij de bespreking. Als je eerst zelf je mening hebt gegeven en daarna vraagt of men het ermee eens is, komt er vaak niet zo veel uit. Daarom is het vruchtbaarder om tijdens de bespreking vragen te stellen. Dat kan op allerlei manieren: Vaak werkt het goed als je mensen direct aanspreekt. Dat gaat veruit het beste bij je eigen club, als je iedereen kent. Houd er rekening mee, dat bijna iedereen - ook wie niet spontaan het woord neemt - zinnige dingen over het werk kan zeggen. Wel hebben mensen daarbij vaak behoefte aan vragen die enigszins richting geven. Een vraag als “Wil jij wat zeggen over deze foto?” of - erger nog - “Wat vind je van deze foto?” is voor minder ervaren clubleden te algemeen en werkt verlammend of leidt tot vage waarderingen: “Ja, wel een goede foto. Ja…” Geef tijd om een mening te vormen zonder dat er lange stiltes vallen. Dat bereik je door vragen als: “Kun je beschrijven wat je op de foto ziet?”; “Wat valt je op aan de foto?”. Je bent dan vooral bezig vanuit pijler 1 en 2. Daar voelt iedereen zich ook veilig bij. Stimuleer - als de foto dat toelaat - het formuleren van een interpretatie. Dat bereik je met vragen als: “Waar gaat de foto volgens jou over”, of “Wat heeft de fotograaf volgens jou met deze foto willen uitdrukken/bereiken?”. Een tussenvorm tussen open en heel gestructureerde vragen kan heel goed een discussie op gang brengen. Je werkt dan met trefwoorden. Je vraagt dan om de foto met één of twee woorden te typeren en vraagt daarbij om een korte toelichting. Dezelfde vraag stel je aan andere mensen uit het publiek. Een iets meer gerichte variant is: Kun je met een paar woorden de sfeer beschrijven die de foto bij jou oproept? Waar komt dat door?” Probeer samen te vatten wat men gezegd heeft. Voor het publiek breng je structuur aan door de opmerkingen te herleiden tot de verschillende pijlers: “Het onderwerp van de foto is dus … en het valt je op dat de fotograaf van een paar opvallende beeldmiddelen gebruik heeft gemaakt, namelijk … Volgens jou gaat het in de foto vooral om … Je vindt de foto … en dat komt vooral door …”. Vergeet niet te vragen wie een andere opvatting heeft of nog iets wil aanvullen. Geef breedsprakige clubleden niet al te veel ruimte. Daar is iedereen je dankbaar voor. Je kunt daarbij afkappen door samen te vatten: “Dank je wel. Je geeft dus aan dat ...”, of een gerichte vraag te stellen: “Dank je wel. Wat ik vooral graag van je wil weten is …”. Schuw daarbij de humor niet. Stel vergelijkende vragen: “Welke van deze foto’s spreekt je het meeste aan?” of “Wat hebben deze foto’s voor jou met elkaar gemeen?”.


Moet je alles goed zien om een landschap te kunnen ervaren? Niet op deze foto. Het beeld is bijna monochroom en het beetje blauw draagt bij aan de onderkoelde sfeer. Details in de voorgrond zijn haarscherp en achter de duistere vlakte in het midden doemt een nieuw gebied op. Met minimale middelen wordt de ijzingwekkende, imposante leegte zichtbaar gemaakt. Die leegte, dat is de essentie van dit landschap.

123-1 Foto: Wim Bannink

Het is niet onze keuze om de maker van tevoren te vragen om zijn foto’s toe te lichten. Doe je dat wel, dan weet je meteen wat de fotograaf beoogde en waarom hij de foto’s zo gemaakt, zo geselecteerd en zo gepresenteerd heeft, maar het komt de verdere bespreking niet ten goede. De bespreking gaat dan immers vooral over de vraag of de maker erin geslaagd is zijn bedoelingen te realiseren. Eigenlijk staat dan meteen de beoordeling (van de fotograaf) centraal. Je loopt daarbij ook nog een paar andere risico’s: de bespreking richt zich vooral op het onderwerp, waarbij aan de fotograaf vragen worden gesteld (die hij graag en uitgebreid beantwoordt) als: “Waar heb je die foto gemaakt? Wat voor gebouw is dat op de achtergrond? Welke camera heb je gebruikt?”, etc. Dat is bovendien voor iedereen heel veilig. De fotograaf heeft immers al stelling genomen en daar ga je als clubgenoot niet zo gauw tegenin. De waardering zal dus eerder ontwijkend of bevestigend zijn dan kritisch. Wij willen graag via de eigen bespreking - in dialoog met het publiek - komen tot een onbevangen interpretatie van de foto’s. Achteraf kan dan met de maker besproken worden in hoeverre deze interpretatie overeenkomt met wat hij beoogde. Indien nodig kan je tijdens het bespreken de fotograaf een gerichte vraag stellen. Deze keuze doet meer recht aan de essentie van de bespreking: als maker wil je immers weten hoe jouw fotografische bedoelingen overkomen op de beschouwer. En de discussie die daarop volgt, gaat dan ook over de kern: hoe kun je wat je bedoelde zo vorm geven dat het voor anderen duidelijk naar voren komt in je fotografie?

123

De maker


DE PRAKTIJK VAN HET FOTOBESPREKEN

De afronding

124

124-1 Foto: Dirk van de Zande

Sluit iedere bespreking duidelijk af. Daarmee geef je in een tussenzinnetje meteen aan dat een volgende fotograaf zijn foto’s kan gaan neerzetten en voorkom je dat de overgang naar nieuwe foto’s onnodig traag en onduidelijk verloopt. Je zet de voornaamste suggesties nog een keer op een rijtje en bedankt de fotograaf voor zijn bijdrage.

Een beeld dat refereert aan de hyperrealistische schilderkunst uit de jaren zeventig. Toch zijn er verschillen. De fascinatie voor de schoonheid van het alledaagse lijkt hier overheerst te worden door de inhoud: het vliegfeest als publieksevenement met alle bijbehorende ingrediënten: de blauwe lucht, de camera’s, de collectieve concentratie.… Door het gekozen standpunt staan de meest beeldbepalende mensen op de juiste plaats. Zij worden in beslag genomen door het evenement; de fotograaf brengt hier dat gedrag in beeld. Wij - ook als kijkers - kunnen als voyeurs de details op de foto verkennen, zoals bv. die markante figuur daar aan de rechterkant.


Bespreken met een brede blik Hoe word je een bespreker met een brede blik? In dit boek hebben we een basisrecept gepresenteerd voor het bespreken van foto’s. Dat basisrecept volgt de vier pijlers: beschrijven, analyseren, interpreteren en waarderen. Met dit basisrecept kun je improviseren om een boeiender en gevarieerde bespreking te verkrijgen, maar altijd is er de basis van die vier pijlers. Feitelijk hebben we hiermee een methodiek aangereikt voor het evenwichtig bespreken van foto’s. Bij de behandeling van iedere pijler is ingegaan op de inhoud die je binnen het raamwerk van die pijler zou kunnen gebruiken. In de beschrijvingen in dit boek zijn aspecten van deze onderwerpen aangestipt. Zo is in vogelvlucht beschreven waar het over kan gaan als je de beeldelementen gebruikt voor analyse van de beeldopbouw. Dat vraagt om een uitgebreidere bestudering van die beeldelementen. Bij de pijler interpreteren is heel even stilgestaan bij genres en fotografische stromingen uit heden en verleden. Daar is in dit boek naar verhouding heel weinig inhoud aan gegeven. Samenvattend kunnen we stellen dat er bij de beschrijvingen van de vier pijlers aan allerlei relevante fotografische onderwerpen en kennisgebieden is geraakt, zonder dat deze uitputtend behandeld zijn. Verdergaande verdieping op deze onderdelen is van belang om je blik als bespreker te verbreden.

Als bespreker van foto’s zul je je steeds moeten blijven verdiepen in de ontwikkelingen binnen de hedendaagse fotografie. Bij de pijler waarderen hebben we aangegeven dat je als spreker een brede waarderende blik moet ontwikkelen die verder gaat dan je eigen persoonlijke voorkeuren. Door verdieping en het kennisnemen van allerlei verschillende fotografische invalshoeken kan zo’n brede waarderende blik ontstaan. Voor een verdere verdieping en verbreding van je blik als bespreker tref je in de literatuurlijst materiaal aan.

125

Een brede blik als bespreker krijg je door tentoonstellingen te bezoeken, boeken te bestuderen, de betere fototijdschriften te lezen, internetfora en websites te bezoeken, lezingen, discussies en relevante scholing te volgen, maar vooral door foto’s te bekijken, heel veel foto’s te bekijken…


WERKVORMEN

Inl e i d i ng L i e v e r g e e n a fz onder lijke fo to ’s Doe l e n e n ke uz e s Ind e l i ng i n w e rkv or men

WERKVORMEN 1

Leren van gemaakte foto’s

Sp re ke r v a n b ui te n Ei g e n b e sp re ki ng

Een spreker uit eigen kring Duopresentatie Centrale spreker met interactie Gespreksleider Bespreking in kleine groepjes De foto van ... Ontregelen Bespreken met trefwoorden Bespreking met beamerpresentatie

Va nui t g e ri cht e v raagstellin g( en ) De maker vraagt (het fotocafé) Kiezen uit varianten Functioneel kiezen: een serie samenstellen Functioneel kiezen: expositie, jaarboek Functioneel bespreken: portfolio Functioneel bespreken: jury en selectiecommissie Beschrijven van een foto Hoe is de foto opgebouwd? Wat wil de fotograaf?

WERKVORMEN 2

Oefenen met het leren bespreken

Inl e i d i ng Cursus Ge ri cht e op d ra chten , r o llen spel Oe fe ne n i n d e p ra k tijk


DEEL 2

werkv ormen


WERKVORMEN

Inleiding Afwisseling in werkvormen voor het bespreken van foto’s is prettig. Maar je kunt ook werkvormen kiezen vanuit bepaalde doelstellingen. Verschillende werkvormen hebben immers een verschillende uitwerking. De keuze voor een werkvorm hangt verder af van het aantal te bespreken foto’s en van het kennisniveau van de groep. Het ene uiterste is de werkvorm van één centrale bespreker. De participatie van de leden bestaat uit luisteren en is verder afhankelijk van de spreker die hen er in meerdere of mindere mate bij weet te betrekken. Aan het andere uiteinde van het spectrum staat de werkvorm van de gespreksleider die alleen de discussie op gang brengt en zoveel mogelijk leden bij het bespreken betrekt. Daar tussenin zijn allerlei andere bespreekvormen mogelijk, zoals het bespreken in kleine groepjes. Deze zaken komen in dit hoofdstuk aan de orde. Eerst een paar algemene punten.

Liever geen afzonderlijke foto’s We zeggen het nog maar een keer: het is zinniger om een serie foto’s van één maker te bespreken dan één enkel beeld. Je kunt vergelijkenderwijs bespreken, je kunt overeenkomsten (bv. in gebruikte beeldtaal) en verschillen benoemen. Je kunt ook altijd wel een betere foto in de serie vinden. Dit pleit ook voor het bespreken van afdrukken/ fotoprints en niet van beamerprojecties. Bij een beamerprojectie gaat het steeds om één foto: je ziet de beelden na elkaar in plaats van naast elkaar. Een tweede nadeel is dat bij gebruik van een beamer de kwaliteit van de foto vaak niet goed tot zijn recht komt. De verplichting om afdrukken te laten zien brengt verder met zich mee dat er thuis veel bewuster wordt geselecteerd en ook dat er meer aandacht besteed wordt aan de optimalisering van het beeld en de presentatievorm. Het komt de kwaliteit zeer ten goede. Bij werkvormen gaan we daarom uit van de bespreking van geprinte foto’s.

128

Doelen en keuzes Met het bespreken kun je verschillende doelen nastreven:

Beter leren kijken naar foto’s Bewuster leren fotograferen Eigen foto’s beter leren selecteren Beheersing van de beeldtaal Leren analyseren en interpreteren Participatie van de clubleden bij het bespreken


De ene werkvorm is daarvoor echter effectiever dan de andere. Als er een gespreksleider is die de deelnemers uitnodigt om een deel van de bespreking te doen, oefent men actiever de beeldtaal, dan wanneer alleen geluisterd wordt naar een centrale spreker. Bij het kiezen van een werkvorm voor het bespreken zijn er verschillende overwegingen: Het kennisniveau van de leden van de groep: wanneer de leden nog onervaren en onwetend zijn op dit terrein, is het niet verstandig om meteen met de werkvorm gespreksleiding te gaan werken. Daarvoor is een zeker basisniveau van kennis vereist. In het eerste gedeelte van dit boek, waar de vier pijlers voor het bespreken van foto’s uitgebreid behandeld worden, zijn voldoende aangrijpingspunten te vinden om deze basiskennis aan te reiken. Hierna vind je verschillende varianten van werkvormen die voor dit doel geschikt zijn. Een praktische overweging om voor bepaalde werkvormen te kiezen: als er veel foto’s besproken moeten worden, kies je efficiënte werkvormen. Als er weinig foto’s besproken hoeven te worden, zijn verdiepende werkvormen mogelijk. Een bewuste keuze vanuit een didactische bedoeling: het gaat dan niet in de eerste plaats om de foto’s zelf, maar om het leren bespreken ervan. De keuze voor een spreker van buiten de club/fotogroep: het levert meestal een verfrissende nieuwe kijk op fotografie op. Je kunt een ervaren spreker, een professional, of een specialist uitzoeken, die je mist binnen de eigen gelederen. De hierna volgende indeling van mogelijke werkvormen voor het bespreken van foto’s is zo opgesteld, dat je gemakkelijk een verantwoorde keuze kunt maken.

Indeling van werkvormen

Werkvormen 1 bevat de werkvormen die als doel hebben: het leren van gemaakte foto’s. Dit is bij elke bijeenkomst van een fotogroep aan de orde. In dit deel tref je dus mogelijke werkvormen aan voor de clubbijeenkomsten. Werkvormen 2 gaat over werkvormen die een explicieter doel hebben, nl. het leren bespreken.

129

We hebben de werkvormen ingedeeld naar bedoelingen en daarbij gekozen voor de volgende tweedeling:


WERKVORMEN

WERKVORMEN 1

L eren

van gemaakte foto ’ s :

S preker

van buiten

Het meest toegepaste en beproefde recept is een (liefst ervaren) spreker uit te nodigen om de collectie foto’s van de hele groep te bespreken. Dit is een waardevolle vorm. Immers, de ervaren spreker kent het klappen van de fotografische zweep en is in staat zijn publiek stapsgewijs mee te nemen bij het beschrijven, analyseren en interpreteren van foto’s. Hij weet hoe dat onder woorden te brengen en de deelnemers met een tevreden gevoel huiswaarts te doen gaan. Hij komt van buiten de groep en kan dus vrijer spreken. Als het gaat om foto’s die gemaakt zijn binnen een vastgesteld onderwerp of thema, kun je de spreker selecteren op zijn kennis en ervaring met dit onderwerp, zodat ook de inhoudelijke expertise gewaarborgd is. Een spreker van buiten brengt vaak een andere kijk op fotografie met zich mee en dat werkt verfrissend. Een variant hierop is de combi-bespreking. In het eerste deel van de avond toont de spreker eigen werk en vertelt over zijn ontwikkeling, zijn voorkeuren en zijn werkwijze. Daardoor krijgt het publiek een heel goed beeld van het referentiekader van de bespreker. Tijdens het tweede deel van de avond wordt het werk van de clubleden besproken. Het commentaar valt dan wat meer op zijn plaats. Met een spreker van buiten kies je voor de meest gestructureerde vorm van bespreken, zonder al te veel interrupties en zijwegen. Tegelijkertijd is het ook de meest passieve vorm voor de toehoorders, tenzij de spreker ze erbij weet te betrekken. Daarom kijken we nu naar uitdagender werkvormen die meer aanzetten tot actief (mee)denken. Tegelijkertijd kun je daarmee in het clubprogramma de nodige variatie brengen.

E igen

bespreking

Een spreker uit eigen kring

130

Natuurlijk kun je iemand uit eigen gelederen vragen om als spreker de hele avond te vullen. Dat valt echter niet altijd mee: hij moet boeiend en vlot kunnen spreken, moet in staat zijn om te gaan met een zaal met mensen, moet verstand van zaken hebben, enz. Als daar ook maar iets aan schort, wordt het een negatieve ervaring.

Duopresentatie De klus wordt een heel stuk gemakkelijker als je voor meer dan één spreker kiest. De sprekers vullen elkaar dan aan, zijn het misschien niet altijd met elkaar eens en hebben vaak hun eigen specialismen. Je kunt van tevoren afspreken hoe je als sprekersduo elkaar afwisselt: afhankelijk van de eigen affiniteit met de neergezette foto’s of tamelijk strikt in carrousselvorm. In het eerste geval profiteer je meer van elkaars specifieke deskundigheid; in het laatste geval hoef je elkaar niet lang aan te kijken als er een lastige foto op tafel komt. Een carrousel met drie personen blijkt ook uitstekend te werken.


Centrale spreker met interactie Er wordt nadrukkelijk geprobeerd de zaal bij het bespreken te betrekken. Dit kan door vragen te stellen, die iedereen aan het denken zetten. Of door op onderdelen iemand een vraag te stellen (bv. “Wat zie jij op deze foto? De compositie van deze foto vind ik opvallend. Waar zit hem dat in?”, etc.) Deze vorm van interactie lijkt op de werkvorm met een gespreksleider, maar gaat daarin minder ver.

Gespreksleider

Het grote voordeel van deze werkvorm is de betrokkenheid van de groep. Je moet als toehoorder goed meedoen, want je kunt een beurt verwachten. Actief meedenken en spreken worden optimaal uitgelokt. Het is wel belangrijk dat er een zeker basisniveau aanwezig is binnen de groep met betrekking tot het analyseren en bespreken van foto’s, omdat je daar sterk een beroep op doet. Levert dat problemen op, dan kun je ongemerkt zelf wat meer vertellen en de vragen wat simpeler houden. Dan ben je in feite overgestapt naar de vorige werkvorm: centrale spreker met interactie. Daarnaast kun je gebruik maken van de verschillende individuele kwaliteiten binnen de groep; je kent immers iedereen. Wordt er bijvoorbeeld een portret neergezet, dan zeg je: “…jij bent een mensenfotograaf. Wil jij als eerste iets over deze foto zeggen?”. Nadeel van de werkvorm is, dat ze vrij veel tijd vergt, waardoor meestal niet alle aangeboden foto’s binnen een portfolio aan bod kunnen komen. Maak dit daarom aan het begin van de bespreking aan de groep duidelijk en zorg ervoor dat de groepsleden to the point zijn. Stuur bij door te onderbreken, samen te vatten of de vraag iets scherper te formuleren. Aan de gespreksleider worden hoge eisen gesteld. Hij of zij moet naast de hierboven genoemde taken ook in staat zijn er een vlotte en aantrekkelijke bezigheid van te maken, die een hele avond blijft boeien.

131

Een gespreksleider leidt de bespreking door beurten te geven aan de leden van de groep en door hun uitspraken op elkaar te betrekken. Hij stimuleert een levendige bespreking, zorgt er voor dat alles prettig en vlot verloopt en bewaakt de diepgang. Hij houdt dus in de gaten of alle aspecten van een goede bespreking aan bod komen. Bij deze vorm van fotobespreking zijn de leden van de groep heel actief betrokken bij de bespreking, worden daardoor genoodzaakt om te analyseren en zich een mening te vormen en moeten deze desgevraagd onder woorden brengen. De gespreksleider doet dit door gerichte vragen te stellen en vervolgens anderen erbij te betrekken. Hij vat samen en zorgt voor een goede voortgang van het bespreekproces. De gespreksleider rondt de bespreking van een serie af, maar hoeft - zoals eerder is aangegeven - de tijd niet te bewaken. Dat is een taak die iemand anders krijgt toegewezen.


WERKVORMEN

Bespreking in kleine groepjes Voorbereiding: de leden nemen 2 à 3 foto’s mee. Organisatie: een aantal tafelgroepjes, waaraan 3 tot 5 deelnemers zitten. De helft van de meegebrachte foto’s wordt verdeeld over de tafelgroepjes, zodanig dat niemand zijn eigen foto’s hoeft te bespreken. De tafelgroepjes krijgen de opdracht om de foto’s te bespreken en daarvan na een afgesproken tijd plenair verslag te doen. Je kunt ook aandachtspunten aangeven, of vanuit een specifieke opdracht laten werken (zie bv. de gerichte vraagstellingen op pagina 138 en 139) Voordeel van het spreken in dit soort kleine groepjes is dat de participatie van de deelnemers aan het gesprek heel intensief en direct is. Een tweede voordeel is dat er gesproken kan worden zonder dat de maker erbij zit. Verder is de bespreking niet vrijblijvend, omdat er plenair verslag moet worden uitgebracht. Eventuele verschillen in mening tussen de groepsleden kunnen daarbij ook aangegeven worden. Na de pauze kun je een tweede ronde starten met andere woordvoerders en eventueel ook een andere groepssamenstelling per tafeltje. Als leider van de avond ga je langs de tafelgroepjes. Je houdt daarbij in de gaten of iedereen op schema ligt en met wat vragen kun je sommige groepjes wat verder op weg helpen. Het zal je soms verbazen hoe diepgaand de besprekingen zijn. Als je deze werkvorm voor het eerst toepast, kan het zinnig zijn om werk van buiten de groep te bespreken. Het best gaat dat door contact op te nemen met een fotogroep uit de omgeving: zij leveren een kist met bijvoorbeeld 50 bespreekfoto’s en het materiaal gaat weer terug samen met een korte schriftelijke neerslag van de bespreking.

132

De foto van… Aan het begin van een fotoavond bespreekt één van de leden een zelfgekozen foto (uit krant, tijdschrift, boek, e.d.) die door dit lid wordt bewonderd. In 5 à 10 minuten vertelt hij voor de groep over deze foto en geeft hij zijn mening daarover. Eventueel wordt ook nog iets over het overige werk van de fotograaf verteld. Het is een simpele vorm die vaak heel boeiend uitpakt. Als je een volgordelijst geeft waarin iedereen aan bod komt, zet het iedereen ook aan het zoeken en dus ook aan het denken over foto’s. Zo moet men zich realiseren wat het is dat deze foto zo bijzonder maakt. Tenslotte moet dat in een duidelijk opgebouwd verhaal zo gebracht worden dat het overkomt bij de leden. Iedereen oefent zo in het opbouwen en onder woorden brengen van een fotobespreking.

Ontregelen Vaak verloopt een fotobespreking langs een vast, vertrouwd stramien. Eigenlijk weet je van de meeste clubleden al van tevoren hoe ze ongeveer zullen reageren. Daardoor verloopt de bespreking over het algemeen redelijk rustig en gedisciplineerd, maar ook een


beetje voorspelbaar, om niet te zeggen gezapig. Door een beetje te ontregelen, krijg je iedereen weer op het puntje van de stoel. Dat moet je van tevoren organiseren. Drie of vier clubleden worden van tevoren in vertrouwen gevraagd om voor die avond een bepaalde rol op zich te nemen. Bijvoorbeeld: Dominant en breedsprakig Negatief (zonder al te kwetsend te zijn) Zeurend over details Overdreven positief Belangrijk is natuurlijk, dat de gespreksleider hiervan op de hoogte is. De meeste clubleden kunnen hun nieuwe, tijdelijke rol met verve invullen en anderen tot tegenspraak aanzetten. Het resultaat is een levendige avond. Vergeet niet om aan het eind van de bijeenkomst duidelijk te maken wat er aan de hand was. De ontknoping wordt ongetwijfeld op prijs gesteld.

Soms is het lastig om over een foto echt iets te zeggen. Dat hoeft niet per se te maken te hebben met de kwaliteit van het beeld; veel fotografen zijn bijvoorbeeld gecharmeerd van min of meer abstracte foto’s van structuren, landschappen in meer of minder bijzonder licht en andere vormen van natuurfotografie of macro-opnamen. Heel vaak blijf je bij de bespreking hangen in het onderwerp: “Wat is dit? Waar heb je deze foto gemaakt?” en een kort waardeoordeel: “Ja, mooie plaat, prachtig beeld”. Het kan helpen om aan de hand van trefwoorden te bespreken. Tom Meerman heeft in zijn publicatie 1000 Woorden* (ook te vinden op zijn website), 1000 verschillende bijvoeglijke naamwoorden verzameld, die kunnen helpen een mening over een foto te verwoorden (natuurlijk ook heel goed te gebruiken bij beelden die zich gemakkelijker laten bespreken). De werkwijze is verder heel simpel en kan ook incidenteel worden toegepast, bijvoorbeeld als je vermoedt dat de discussie snel zal verzanden. De gespreksleider vraagt iedereen kort na te denken over een typering van de neergezette foto(‘s) in een of twee trefwoorden. Hij geeft alvast een aantal algemene voorbeelden. Daarna geven een stuk of vijf toehoorders hun trefwoorden. Vaak zullen die betrekking hebben op de sfeer van de foto. Daarna kan de gespreksleider proberen te komen tot een gemeenschappelijke noemer in de trefwoorden of juist een tegenstelling benoemen. Gezien de aard van de foto’s zal de discussie daarna meer gaan over de gebruikte beeldmiddelen dan over de interpretatie.

Bespreking met beamerpresentatie De laatste jaren is bij een aantal clubs de bespreking van foto’s aan de hand van een beamerpresenatie gebruikelijk geworden. Dat is ten dele een begrijpelijke ontwikkeling, want het werken met de beamer biedt enkele duidelijke voordelen: * voetnoot: Tom Meerman-Triton, 1000 woorden; Fotografie als taal #1.

133

Bespreken met trefwoorden


WERKVORMEN

De foto’s worden groot gepresenteerd en zijn voor iedereen goed zichtbaar. De clubleden worden niet op kosten gejaagd, omdat ze geen afdrukken van enig formaat meer hoeven aan te leveren. De drempel om foto’s te tonen is minder hoog.

134

Daar staat echter een aantal grotere nadelen tegenover: De kleurweergave en het contrast van de meeste beamers laat meestal flink te wensen over. De keuze voor een bepaald formaat van de te tonen foto’s is vaak een heel bewuste keuze van de fotograaf en daarmee een van de belangrijke beeldmiddelen. Voor veel fotografen is een foto een materieel object, dat je kunt vasthouden, dat een bepaalde oppervlaktestructuur heeft en een zekere papierdikte heeft. De meeste foto’s zijn niet gemaakt om per beamer gepresenteerd te worden maar in passe-partout, in lijst, opgeplakt op aluminium, etc. De beamer doet hier geen recht aan. Omdat de drempel minder hoog is, zullen sommige fotografen geneigd zijn rijp en groen zonder zorgvuldige selectie te presenteren. De bespreking verzandt dan al snel in een brij van beelden en brengt sluimerende traumatische herinneringen aan dia-avondjes weer tot leven. De bespreking krijgt meer diepgang als foto’s vergelijkenderwijs besproken kunnen worden. Dat gaat heel goed wanneer de foto’s tegelijk, naast elkaar zichtbaar zijn. Bij een beamerpresentatie leidt dat tot het onnodig wisselen van beelden. Het zal duidelijk zijn dat we niet enthousiast zijn over het bespreken aan de hand van een beamerpresentatie. Als je als club toch daartoe besloten hebt, is het raadzaam met een aantal suggesties rekening te houden: Limiteer het aantal beelden per fotograaf; bij de meeste clubs zal een aantal van vijf het maximum zijn. Natuurlijk kun je daar uitzonderingen op maken; bijvoorbeeld als iemand een grotere serie over een onderwerp heeft samengesteld. Vraag van de fotograaf de foto’s ook in een goede geprinte versie mee te nemen. Sommige clubs laten alle te bespreken foto’s aan het begin van de avond neerleggen, zodat iedereen er alvast kennis van kan nemen. Nadeel is, dat dan de spanning bij het stuk voor stuk neerzetten van de foto’s verloren gaat. Een enkele club hanteert een mengvorm: de te bespreken foto’s worden van tevoren digitaal aangeleverd en op de avond zelf geprojecteerd naast de gewone meegebrachte foto. Om vergelijkend te kunnen bespreken is een overzichtsdia aan te bevelen waarop alle te tonen foto’s van één fotograaf bij elkaar staan. Zet eventueel achteraf de besproken foto’s op datum op (het besloten deel van) de website van de club; je hebt ze immers toch al in digitale vorm in je bezit.


V anuit

gerichte vraagstelling

De maker vraagt (het fotocafé) Wie fotografeert, heeft vaak veel vragen: over de resultaten, maar ook over hoe verder te gaan met een onderwerp of thema. Daarnaast doen zich ook meer specifieke problemen voor: ik wil op straat gaan fotograferen, maar hoe doe ik dat, hoe benader je mensen. Er klopt iets niet aan deze foto, maar ik weet niet wat dat is. Zulke vragen komen het beste aan bod tijdens een meer informele vorm van onderlinge fotobespreking. De leden nemen foto’s mee waarover zij vragen hebben. Daarna zijn er verschillende organisatievormen mogelijk. Je kunt werken met vrije groepjes, waarbij ieder zelf zijn vraagbaak of reflectant kan kiezen. Ook kan er in geformeerde groepjes worden gewerkt. Een andere vorm is het fotocafé, waarbij onder het genot van een hapje en een drankje heel informeel over de eigen fotografie gesproken kan worden en tegelijk de sociale contacten weer aangehaald worden. Wat goed werkt is een combi-avond. Het eerste deel wordt op de gebruikelijke wijze ingevuld. Er wordt dan bovendien geïnventariseerd wie wat te vragen of te overleggen heeft. Het tweede deel van de avond is gereserveerd voor het fotocafé. De leden die hiervoor foto’s meebrengen, mogen deze op een latere avond natuurlijk opnieuw inbrengen voor bespreking (al dan niet gewijzigd op basis van de informele raadgevingen).

Eén van de veranderingen die de digitale fotografie met zich meebracht, is dat er veel meer opnames gemaakt worden van dezelfde fotografische situatie. Dat gebeurt met gevarieerde technische instellingen, met verschillende opnamestandpunten en natuurlijk ook op verschillende momenten. En daarna moet je selecteren: wat is de beste opname? Op basis waarvan selecteer je eigenlijk en wat weegt daarbij het zwaarst? Voorbereiding: de leden nemen twee tot vier foto’s mee waartussen zij moeilijk kunnen kiezen. Organisatie: Vorm kleine tafelgroepjes. De maker legt zijn foto’s neer en schetst zijn dilemma. De maker kan ook eerst niets zeggen en de groep laten discussiëren. De groep dient tot een doordachte, beargumenteerde keuze te komen. Bespreek vervolgens plenair - met een gespreksleider - deze keuzes en probeer te achterhalen welke argumenten het zwaarst hebben gewogen: De meer technische, d.w.z. de gebruikte beeldelementen: compositie, licht, lijnwerking, kleuren, scherpte, etc. De meer inhoudelijke: waarover gaat de foto? De complexiteit/gelaagdheid Het gevoelsmatige, de sfeer De zeggingskracht: spreekt aan, confronteert, ontroert, etc. Het doel van de foto (bijvoorbeeld deel van een serie, documentair of vooral esthetisch, etc.)

135

Kiezen uit varianten


WERKVORMEN

Functioneel kiezen: een serie samenstellen In de vorige werkvorm werd uit varianten gekozen zonder dat daarvan het doel duidelijk was. Je kunt dezelfde werkvorm ook meer functioneel inzetten: Per groep laat één fotograaf een aantal foto’s zien waaruit een serie moet worden samengesteld. De omvang van de serie moet ongeveer bekend zijn en de fotograaf geeft aan welke kant hij ermee uit wil. Daarna moeten er twee dingen gebeuren: er moet een selectie worden gemaakt en er moet een volgorde worden vastgesteld. Beide activiteiten wisselen elkaar af. Tijdens het bepalen van de volgorde kan bijvoorbeeld duidelijk worden dat er foto’s gewisseld moeten worden. Al pratend en schuivend ontstaat zo langzamerhand een serie. Enkele aandachtspunten daarbij zijn: Worden de foto’s naast elkaar gepresenteerd (expositie) of (ook) na elkaar (boekvorm)? Is er voldoende afwisseling? Heeft de serie rustpunten? Zijn de eerste en laatste foto’s geschikt als opening c.q. afsluiting? Lijken sommige foto’s op elkaar, waardoor ze te veel met elkaar concurreren? Zit er een lijn in? Wat is het onderwerp? Krijgt de serie een titel? Vertelt een documentaire serie een verhaal? Durf je de beste foto’s weg te laten omdat ze niet in de serie passen (Kill your darlings)?

136

Functioneel kiezen: expositie, jaarboek Veel clubs organiseren met enige regelmaat groepsexposities. Het is voor veel fotografen moeilijk om daarvoor uit eigen werk een selectie te maken: daar is vaak enige afstand voor nodig. Ook nu kan worden teruggevallen op de werkvorm “kiezen uit varianten”. Iedere fotograaf neemt meer foto’s mee dan geplaatst kunnen worden en legt deze in zijn groepje ter bespreking voor. Maak vooraf goed duidelijk dat het uiteindelijk de fotograaf is die de definitieve selectie maakt; de bespreking is uitsluitend een advies. De fotograaf zal zich hierdoor niet onder druk gezet voelen. Daar komt nog bij dat de insteek heel positief is: het gaat erom de beste foto’s te zoeken. Vooraf moeten enkele zaken al wel duidelijk afgesproken zijn: de locatie, het aantal foto’s per fotograaf en eventueel het formaat, de lijst, de kleur van het passe-partout en het overkoepelend thema. Een andere mogelijkheid om in clubverband eigen werk te presenteren is het jaarboek. Steeds meer fotoclubs maken van deze presentatievorm gebruik. Ook hierbij geldt dat enkele zaken vooraf duidelijk moeten zijn: het aantal foto’s/pagina’s per fotograaf en de lay-out (o.a. achtergrondkleur, formaat van het boek, formaat van de foto’s). Belangrijk is, dat bij de bespreking goed gekeken wordt of de foto’s per fotograaf ook goed onderling combineren.


Functioneel bespreken: portfolio Veel fotografen ontwikkelen langzamerhand een eigen handschrift. Vaak hebben ze een eigen genre, een eigen onderwerp of thematiek, een eigen sfeer en een eigen gebruik van beeldmiddelen. In clubs wordt over zulk werk vaak gezegd: “Dat kan niet missen; dat is duidelijk een foto van ...” Voorbereiding: Een fotograaf maakt een presentatie van zijn eigen werk. Een stuk of twintig foto’s die hij over een langere periode heeft gemaakt en waar hij tevreden over is. Iets minder is ook goed; nog meer wordt al gauw te veel. Doel van de bespreking is om vast te stellen welke ontwikkeling de fotograaf heeft doorgemaakt en wat de verbindende, typerende elementen in zijn werk zijn. De bespreking vindt plenair plaats en wordt geleid door een gespreksleider. De fotograaf geeft een korte inleiding op zijn (chronologisch geordende) werk. Hij probeert aan te geven hoe zijn werk zich ontwikkeld heeft. Het accent ligt dus niet op de individuele foto’s. De gespreksleider vraagt waar nodig door, maar heeft verder geen eigen inbreng. Daarna wordt plenair geprobeerd het werk met een aantal trefwoorden te typeren; en aan de hand hiervan verder te beschrijven. Van belang is, dat niet alle trefwoorden op alle foto’s van toepassing moeten zijn. Het gaat meer om familiegelijkenissen: er is een verzameling kenmerken, waarvan er telkens een aantal op de individuele foto’s van toepassing zijn. Deze bespreking is niet alleen van direct nut voor de fotograaf, maar ook voor het publiek: het wordt gedwongen om op een meer abstraherende manier over foto’s na te denken en te spreken.

In sommige clubs worden foto’s geselecteerd door een jury of selectiecommissie. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij het samenstellen van een inzending voor de Bondsfotowedstrijd of van een expositie. Dat is een heel bewuste keuze van de club. Als een democratischer procedure wordt gekozen, wordt vaak met punten gewerkt of met lucifers die ieder bij zijn/haar favoriete foto’s kan neerleggen. We gaan hier van het jurymodel uit. Iedereen levert één of meer foto’s in; dat gebeurt een paar weken van tevoren. Daarna gaat de selectiecommissie aan de slag, achter gesloten deuren. In een daarop volgende clubavond bespreekt de jury alle ingeleverde foto’s. Natuurlijk wordt van tevoren aangeven op wat voor dingen gelet is; bovendien is het verstandig om nog aan te stippen dat iedere keuze toch subjectief is en dat een andere jury wellicht ook tot een andere selectie gekomen zou zijn. En misschien is het ook handig om aan te geven dat het hier om een definitieve selectie gaat, waar niet meer aan gesleuteld wordt. Als er binnen de jury soms verschillende meningen waren, wordt dit toegelicht: juist die discussie is verhelderend en werkt relativerend. Als laatste komen de definitief geselecteerde foto’s aan bod; dat houdt de spanning erin. Bij de bespreking kun je het beste de carrousselvorm hanteren: dat levert een levendige bijeenkomst op en de vaart blijft er goed in.

137

Functioneel bespreken: jury en selectiecommissie


WERKVORMEN

Beschrijven van een foto Voorbereiding: de leden nemen 2 à 3 foto’s mee. Voorbereiding voor de gespreksleider: hoofdstuk Pijler 1: Beschrijven. Organisatie: in kleine tafelgroepjes. Starten met een inleiding/inleidende opdracht. Al eerder is aangegeven dat het goed bekijken van wat er op een foto te zien is, een belangrijke eerste stap is voor het analyseren en interpreteren. Je kunt ervoor kiezen eerst als voorbeeld plenair een foto van Hans Aarsman* (Ik zie ik zie, of uit een Volkskrant) te laten zien. Je kunt ook kiezen voor een actievere vorm: iedereen (of in een groepje) krijgt bij dezelfde foto (van Aarsman) de opdracht zoveel mogelijk op te schrijven van wat men op de foto objectief kan waarnemen. Daarna kun je de beschrijving van Aarsman geven, zodat iedereen ziet wat mogelijk uit de foto te halen was geweest. In een kort groepsgesprek laat je horen hoeveel meer de foto nu te vertellen heeft gekregen en hoe gemakkelijker geanalyseerd en geïnterpreteerd kan worden. Daarna volgt dezelfde opdracht met door de leden hiervoor meegebrachte foto’s. Formeer daartoe groepjes waarbij de makers van de foto’s ook in de groep zitten. Bij het bespreken van hun foto zijn zij slechts luisteraar. Eerst wordt een zo volledig mogelijke beschrijving gegeven van wat er op de foto te zien valt. Vervolgens geeft de maker aan of men alles (goed) gezien heeft, of dat hij zelf nu pas goed ziet wat er op zijn foto indertijd terecht gekomen is, zonder dat hij dat opgemerkt had. Het maakt voor de makers van de besproken foto’s onder meer duidelijk dat zorgvuldig kadreren en selecteren wat er wel/ niet in beeld moet komen belangrijk is t.a.v. datgene wat het beeld te vertellen heeft. De volgende stap is een korte discussie over de betekenis van deze exercitie voor het begrip van de foto.

138

Hoe is de foto opgebouwd? Voorbereiding: de leden nemen 2 à 3 foto’s mee, of er worden foto’s gebruikt van andere fotografen (bijvoorbeeld via uitwisseling met een andere club). Voorbereiding voor de gespreksleider: hoofdstuk Pijler 2: Analyseren. Organisatie: kleine tafelgroepjes. Hier gaat het om het analyseren van de gebruikte beeldelementen. Dat vraagt om een inleiding en een puntsgewijs overzicht van beeldelementen dat de leden tijdens het bekijken van de foto’s kunnen raadplegen. In het hoofdstuk over pijler 2 is hiervoor voldoende informatie te vinden. Het is niet goed mogelijk om alle aspecten van alle beeldelementen uitputtend aan bod te laten komen. Handiger is het om bv. in tafelgroepjes de meegenomen foto’s te laten bespreken vanuit één aspect. Dat kun je van tevoren aangeven; de groepjes kiezen dan zelf een foto uit die zich het meest voor bespreking aan de hand van dit beeldelement leent. * voetnoot:

Hans Aarsman, Ik zie ik zie.


Een voorbeeld: Bekijk de foto’s expliciet vanuit de gebruikte compositie. Vervolgens kun je dezelfde foto vanuit een ander aspect van de beeldelementen laten bekijken. Kies per foto bv. drie verschillende aspecten en bespreek het daarna plenair. Het voordeel van deze opzet is, dat je plenair heel gericht kunt bespreken. In hoofdstuk Pijler 2: Analyseren staan enkele opdrachten die als voorbeeld kunnen dienen. Een andere insteek is dat je het aan het groepje overlaat om een aspect te kiezen vanuit de vraag: welk gebruikt beeldelement valt je in de foto het eerst op en beschrijf dat. Om in dit soort besprekingen duidelijk te maken dat de beeldopbouw ondergeschikt is aan de beeldinhoud/-bedoeling kun je daarbij een vervolgvraag stellen: wat betekent de gekozen compositie (of een ander beeldelement) voor deze foto?

Waar gaat deze foto over?

139

Voorbereiding: de leden nemen een (mini)serie foto’s mee die samen een thema/bedoeling verbeelden. Voorbereiding voor de gespreksleider: hoofdstuk Pijler 3: Interpreteren. Organisatie: kleine tafelgroepjes. Een belangrijke opdracht die aanzet tot nadenken over de inhoud van de foto, of een mogelijke bedoeling van de maker. Daarom kan ook niet worden volstaan met slechts één foto van een maker. Het gevaar van slechts één foto is dat deze op zich staande foto’s vaak multiinterpretabel zijn. Het is leuk om dat te demonstreren (eventueel start je met een foto van Doisneau (man en jonge vrouw in café) en vertel je daarbij alle mogelijke interpretaties die er in het verleden aan gegeven zijn (zie Barrett, blz. 109 -111)*. Ook nu is het zinvol de opdracht te laten uitvoeren in kleine tafelgroepjes. Omdat we in eerste instantie zo onbevangen mogelijk willen kijken en bespreken, zegt de maker van tevoren niets over zijn bedoelingen. Na de bespreking van de miniseries in de groepjes komt plenair de discussie met de maker aan de orde: Heeft men in de groep zijn bedoeling uit de serie weten te halen? Had de maker iets heel anders in gedachten? Waarom is dat dan niet herkend? Zijn er suggesties vanuit de groep om dat eventueel krachtiger, duidelijker, of juist subtieler te doen?

* voetnoot: Terry Barrett, Criticizing Photographs.


WERKVORMEN

Wat wil de fotograaf? Soms wil je wat meer aandacht schenken aan de bedoeling van de fotograaf. Dan kun je incidenteel de volgende werkvorm toepassen: D e fotograaf gaat met een foto of een kleine serie samen met drie andere clubleden naar de gang. Daar wordt hij gedetailleerd bevraagd over zijn bedoelingen: waarom heb je deze foto/serie gemaakt? Door door te vragen proberen de drie hiervan een zo goed mogelijk beeld te krijgen. Daarna wordt de foto/serie plenair getoond en de zaal probeert de bedoeling van de fotograaf te reconstrueren. In de praktijk zal blijken dat de uitkomst van de bespreking in de groep nauwelijks afwijkt van die van het groepje op de gang.

140

Voordeel van deze werkwijze is, dat ook de overige clubleden gestimuleerd worden dieper op de foto in te gaan dan men gewoon is.


O efenen I nleiding

met het leren bespreken :

WERKVORMEN 2

In het vorige deel ging het steeds om werkvormen die tot doel hadden de kwaliteit van de fotografie bij makers en toehoorders te verbeteren. Daarbij wordt - door de gerichte vraagstellingen met vaak een inleidende uiteenzetting - ook al veel geleerd omtrent aspecten van het bespreken. In dit gedeelte echter gaat het expliciet om het leren bespreken van foto’s.

C ursus In sommige clubs wordt een cursus georganiseerd voor leden die aangeven geschoold te willen worden in het bespreken van foto’s. Dit boek biedt daarvoor het basismateriaal, bevat opdrachten en helpt bij het bewustmaken van allerlei dilemma’s waarvoor een bespreker kan komen te staan. Een specifieke uitwerking op het niveau van cursusbijeenkomsten is natuurlijk noodzakelijk. Daarbij geldt dat je dat moet afstemmen op de deelnemers en op het aantal bijeenkomsten dat voor de cursus wordt uitgetrokken.

G erichte

opdrachten , rollenspel

Opdrachten voor de bespreker kunnen zijn: Wat zie je in deze foto(‘s)? Geef een beschrijving Waarover gaat/gaan deze foto(‘s)? Analyseer de opbouw in het licht van een mogelijke bedoeling Wat raakt je in deze foto(‘s)? Breng je waardering onder woorden Probeer negatieve punten positief te bespreken Hoe had het beter gekund? Probeer de maker, of toehoorders bij je verhaal te betrekken

141

Het verschil met de eerder beschreven groepsbesprekingen is dat het deze keer expliciet gaat om de bespreekvaardigheden. Dat betekent dat er geoefend wordt door de deelnemers en dat het niet zo zeer gaat om de uitkomst van de bespreking binnen de groep. Een groepje wordt samengesteld waarbij iemand bespreker is, iemand fotomaker is en de overige groepsleden deels observant, deels publiek zijn voor de bespreker. Van tevoren is een opdracht geformuleerd als uitgangspunt voor de bespreekoefening. Je kunt daarbij werken met foto’s van derden, maar het gaat ook prima met eigen foto’s, zodat de maker ook daadwerkelijk de maker is. Om erin te komen kun je het beste starten met foto’s van derden, zodat het eerst echt een rollenspel is. Niet alleen de bespreker heeft een opdracht, ook de maker en de observanten krijgen een gerichte taak. Omdat het om een rollenspel gaat, is het vaak beter om de verschillende rollen op papier uit te delen, zodat men niet van elkaars rol weet.


WERKVORMEN

Voor de maker kan de opdracht zijn: Ga discussie aan met de bespreker Voel je aangevallen Hou je alleen bezig met de technische aspecten Vertel omstandig waar en wanneer je de foto(‘s) gemaakt hebt Daarnaast let je op de effecten van de bespreking: Wat roept de bespreking in je op (weerstand, stemt tot nadenken, stimulerend, enzovoort). Helpt het je om je eigen foto beter te begrijpen, te kunnen beoordelen? Voor het publiek kan (per persoon verschillend) de opdracht zijn: Wees dominant en breedsprakig Argumenteer niet: “Zo voel ik dat nou eenmaal…” Reageer vaag en met heel weinig woorden: “Ja, wel leuk, ja…” Wees te negatief Vraag de maker naar irrelevante details Aan de observanten kunnen opdrachten gegeven worden als: Wat vind je sterk in de opbouw van het betoog, wat zou beter kunnen (gezien de theorie van het bespreken)? Hoe speelt de spreker in op maker en toehoorders? Andere opdrachten:

142

Leg een serie van steeds 5 foto’s neer. De ene keer samenhangende foto’s, de andere keer willekeurige foto’s. Iedere deelnemer kijkt hier gedurende 3 minuten naar en noteert vervolgens enkele steekwoorden aan de hand waarvan hij een bespreking zou kunnen houden. Geef vervolgens drie deelnemers het woord. De anderen observeren. -- Variant 1: geef iedere deelnemer een verschillende serie en laat die kort (bijvoorbeeld 1 minuut) voorbereiden. -- Variant 2: Laat op dezelfde manier steeds een korte serie foto’s zien met de vraag aan de deelnemers: noteer iets over het niveau van de maker van deze foto’s. Kies er een foto uit die je als eerste zou willen bespreken en leg uit waarom je dat zou doen. Geef een aantal bewust geselecteerde “slechte” foto’s en laat de deelnemers een bespreking voorbereiden die een positief, leerzaam en stimulerend effect moet hebben. Eventueel in een rollenspel met een fictieve maker. Rollenspelen kunnen in cursusverband ook nuttig zijn: hoe start je een bespreking (wat zeg je), hoe krijg je respons van maker en zaal, hoe ga je om met verdediging of weerwoord vanuit de zaal, etc.


O efenen

in de praktijk

Nu gaat het om daadwerkelijke bespreeksituaties binnen een fotogroep. Het geleerde wordt in de praktijk van het fotogroepsverband toegepast. De besprekers krijgen achteraf feedback.

Toerbeurtbespreking

Voorbereiding: leden nemen werk mee, of er is werk van derden. Voorwaarde: er moet niet te veel fotowerk te bespreken zijn. Organisatie: plenair. Er wordt een serie foto’s neergezet (van één van de leden, of uit de collectie van derden). Iedereen krijgt de opdracht de serie te bekijken vanuit de gedachte dat de serie daarna besproken moet worden. Daarna krijgt iemand in de zaal de beurt om zijn bespreking te geven van de serie. Vervolgens wordt de zaal gevraagd naar eventuele aanvullingen, of afwijkende invalshoeken. Het bekijken, het bespreken en de discussie daarna dient men in tijd te begrenzen: je moet echt de vaart erin houden. Het grote voordeel van deze manier van bespreken is dat ieder lid intensiever betrokken is bij het bekijken, analyseren en beoordelen van de foto’s. Dat geldt zowel voor het vooraf bekijken (je zou de beurt kunnen krijgen…), als de bespreking zelf (vergelijken met eigen ideeën) en de aanvullende discussie daarna.

Tweetalbesprekingen

Om het meegebrachte fotowerk te bespreken worden tweetallen aangewezen. De tweetallen bespreken elkaars foto’s. Ieder is dan dus op zijn beurt bespreker en toehoorder. Dit kan uiteraard in drietallen en viertallen georganiseerd worden. Deze kleine onderlinge bespreekvormen zijn pas zinvol als de leden zich hebben verdiept in aspecten van het fotobespreken. Leden van de groep die zich via voorgaande oefenvormen bekwaamd hebben in de aspecten van het fotobespreken kunnen als bespreker, of gespreksleider worden ingezet bij de bijeenkomsten van de groep. Het is zeker in het begin aan te raden dat met één of meer leden te doen en niet de hele avond door één persoon te laten bespreken. Zorg ervoor dat er ook een ervaren gespreksleider meedoet: die kan ingrijpen als de discussie wat strakker moet verlopen, wat meer vaart moet krijgen, of wat meer diepgang moet hebben.

143

Begeleid bespreken


LITERATUUR


LITERATUUR

Literatuur We hebben het al vaker gezegd: over het bespreken van foto’s valt nog heel wat meer te vertellen. Als je er op eigen gelegenheid wat dieper in wilt duiken, kun je gebruik maken van onderstaande literatuuropgave. Die is bepaald niet volledig, maar hopelijk vind je er wat titels bij die je verder op weg kunnen helpen. Ze zijn - voor zover mogelijk - op onderwerp gerangschikt; iedere titel is van een kort commentaar voorzien.

Pijler 1: Beschrijven Hans Aarsman, Ik zie ik zie Dit is geen theoretisch boek, maar een verzameling beschrijvingen (en interpretaties) van nieuwsfoto’s, die als column in De Volkskrant verschenen zijn. Als minder geoefende kijker leer je in de praktijk via het oog van de meester meer in foto’s te ontdekken.

146

Pijler 2: Analyseren Theo Coolsma, Handboek kadreren Coolsma gaat heel concreet in op de functie van kadreren en compositie onder het motto: over compositie valt alleen iets zinnigs te zeggen als dat gerelateerd is aan wat de makers willen uitdrukken. De vorm is voor hem een middel om de zeggingskracht van foto’s te vergroten en niet een doel op zich. Heel verfrissend en helder geschreven, te meer omdat er niet alleen over fotografie, maar ook over film en video gesproken wordt. Ad de Visser, Hardop kijken Talloze beeldelementen passeren de revue in een uitermate leesbaar boek dat zich overwegend op schilderkunst richt, maar ook voor het analyseren van fotografie prima bruikbaar is. René l’Ortye, Lichtsporen L’Ortye stelt naast de geschiedenis van de fotografie, fotografische disciplines en stromingen ook de analyse van de beeldvorm aan de orde, helemaal toegesneden op de fotografische beeldmiddelen. Qua inhoud en volledigheid zonder meer aan te bevelen; een minpuntje is de soms nogal weerbarstige schrijfstijl. Stephen Shore, The nature of photographs The nature of photographs is inmiddels een klassieker op het gebied van fotobespreking. Shore is één van de belangrijkste Amerikaanse fotografen en hij heeft in dit boek fraai beeldmateriaal bij elkaar gebracht. Hij onderscheidt een aantal niveaus waarop je foto’s kunt analyseren: fysiek, als afbeelding en op mentaal niveau. Het boek is door de beknopte en vaak abstracte benadering niet zo geschikt voor een eerste kennismaking met beeldelementen (en interpretatie). Toch


vermelden we het hier omdat het een uitstekend werkboek is: je moet de globale theorie zelf toepassen op het beeldmateriaal. John Szarkowski, The Photographer’s Eye The Photographer’s Eye is de voorloper uit 1966 van het werk van Stephen Shore en op een aantal punten vergelijkbaar: mooie fotografie, weinig tekst (maar wel een prima inleiding); een klassieker en een uitstekend werkboek. Tom Meerman-Triton, Beeldelementen; fotografie als taal #3 Dit boek behandelt de beeldelementen helder en met veel illustratieve foto’s. Het geeft de lesstof van een bijeenkomst van de opleiding Fotoreflectie weer. We hebben het geplaatst bij Pijler 2, maar er komen ook onderdelen in voor die te maken hebben met de interpretatie van foto’s, zoals: verhaal, symboliek en context.

Roland Barthes, Camera lucida Barthes was literatuurtheoreticus en filosoof. In Camera lucida (in 1988 in het Nederlands vertaald als De lichtende kamer) introduceert hij begrippen als punctum (de aspecten van een foto die je emotioneel en persoonlijk raken) en studium (de meer maatschappelijke en culturele aspecten). Hoewel Camera lucida een persoonlijk en betrokken boek is, is het - ondanks zijn beperkte omvang - pittige kost. Susan Sontag, Over fotografie Net als Barthes heeft Sontag een meer filosofische bijdrage geleverd aan het denken over fotografie. Zij gaat in op de rol die foto’s spelen in onze samenleving en op de vraag in hoeverre zij de realiteit representeren en zin (kunnen) geven aan ons bestaan. Leesbaarder dan Barthes, maar nog steeds geen lichte lectuur. Er worden veel foto’s beschreven, maar niet getoond. Gillian Rose, Visual methodologies; an introduction to visual materials Net als de vorige twee auteurs benadert Rose de fotografie vanuit een theoretische invalshoek. Dat doet zij door verschillende actuele benaderingen van fotografie te bespreken en tegen elkaar af te wegen. We noemen er een paar: compositie, semiologie, psychoanalyse, de communicatieve situatie, antropologie. Het is een boeiend boek, dat - mede door de samenvattingen - goed leesbaar en vooral heel boeiend is; zij het niet in een luie stoel… J. v.d. Broek e.a., Beeldtaal; Perspectieven voor makers en gebruikers Een goed leesbaar boek, waarin drie beeldtheorieën worden behandeld: de Gestalttheorie, de semiotiek en de visuele retorica. Vanuit deze drie theoretische invalshoeken worden de basiselementen van de beeldtaal verkend. De Gestalttheorie verklaart hoe visuele prikkels op ons inwerken en hoe wij die verwerken; de semiotiek verklaart hoe wij betekenis verlenen aan beelden en de visuele retorica gaat over de wijze waarop

147

Pijler 3 en 4: Interpreteren, waarderen (en theoretiseren)


LITERATUUR

148

beelden overtuigen, zeggingskracht verkrijgen. Alles is zeer rijk geïllustreerd met foto’s, schema,s en andere voorbeelden. Tenslotte komen allerlei toepassingen aan bod. Omdat het boek zich richt op verschillende doelgroepen, zowel makers als gebruikers, zijn niet alle onderdelen van het boek relevant vanuit het oogpunt van beeldanalyse en fotobespreking. Ashley La Grange, Basic Critical Theory for Photographers In dit studieboek worden belangrijke denkers over fotografie samenvattend besproken. O.a. komt het werk van hierboven genoemde schrijvers als Stephen Shore, John Szarkowsky, Susan Sontag en Ronald Barthes aan de orde. De teksten zijn wat toegankelijker dan de originele werken van de schrijvers. Foto’s zijn toegevoegd om redeneringen te illustreren. Omdat het een studieboek is, wordt elk hoofdstuk afgesloten met een aantal opdrachten. Terry Barrett, Criticizing photographs; an introduction to understanding images Voor ons is dit op dit moment hèt standaardwerk. Gelet op de ondertitel zouden we Barrett bij pijler 3 moeten onderbrengen, maar uniek aan het boek is, dat het ook uitgebreid stilstaat bij de techniek van het bespreken. Bij het schrijven van Over foto’s gesproken hebben we dan ook zwaar op Barrett geleund ; we hebben alleen wat hij beschrijven noemt gesplitst in beschrijven en analyseren. Het boek is goed leesbaar en stoelt onmiskenbaar op heel veel ervaring met het leren bespreken van foto’s. Ton Hendriks, Beeldspraak Zeer leesbaar, zeer verhelderend en een echte aanrader en slechts één bezwaar: het is uitverkocht en zelfs antiquarisch nagenoeg onvindbaar (en dus behoorlijk aan de prijs!). Met een beetje geluk en volharding vind je misschien een PDF-versie op internet. Peter van Tuijl, Fotografie goed bekeken Peter van Tuijl schreef in 1998 een baanbrekend boek over het bespreken van foto’s. Het ontstond vanuit de lezingen en workshops die hij bij fotoclubs verzorgde en bevat mede daardoor een aantal praktische opdrachten. Het belangrijkste is echter dat het zich niet richt op de techniek van het fotograferen, zoals toen gebruikelijk was, maar op de inhoud. Daarbij maakte hij gebruik van de meest recente literatuur. Een mijlpaal dus, die uitverkocht is, maar waarvan nog wel kopieën in omloop zijn. Houd er rekening mee, dat het compact geschreven is. Tom Meerman-Triton, 1000 Woorden; fotografie als taal #1 Dit boek bevat 1000 beschrijvende bijvoeglijke naamwoorden die je kunt gebruiken om een foto te typeren. Het boek is voorzien van veel foto’s van de hand van de schrijver. Gerry Badger, Door het oog van de lens; hoe fotografie ons leven heeft veranderd Badger beschrijft de ontwikkeling van de fotografie en plaatst deze in een maatschappelijke context. Daardoor biedt hij meer dan alleen een fotografiegeschiedenis. Daar komt nog bij dat hij aan de hand van een aantal foto’s dieper op onderliggende kwesties ingaat. Het boek biedt geen rechtlijnig verhaal,


149

maar maakt je wel vertrouwd met manieren van denken over fotografie. Het is vlot geschreven, prachtig uitgevoerd en bevat fraai fotomateriaal. Dutch eyes, Nieuwe geschiedenis van de fotografie in Nederland Natuurlijk mag een geschiedenis van de Nederlandse fotografie niet ontbreken. Daarbij heeft de redactie het aangedurfd om zich ook te richten op de meest recente fotografie in Nederland. Dat daardoor met name in de laatste decennia het overzicht soms ontbreekt, is alleszins begrijpelijk; iedere fotograaf vindt er echter genoeg naar zijn gading. En wat de vroegere jaren betreft: die worden helder en overzichtelijk beschreven en geplaatst in een internationaal perspectief. Een lijvig standaardwerk. W. van Sinderen (red), Fotografen in Nederland; een anthologie 1852-2002 Een boek dat op een andere manier de geschiedenis van de Nederlandse fotografie laat zien. Alfabetisch passeren 226 fotografen de revue die een stempel hebben gedrukt op de Nederlandse fotografie. Van elke fotograaf wordt een beschrijving gegeven en staan één of meer foto’s afgedrukt. Erg handig en informatief is de schematische aanduiding boven elke beschrijving, waarin de fotografische genres van de betreffende fotograaf worden genoemd en wordt aangegeven met welke andere fotografen een relatie gelegd kan worden. Hand-Michael Koetzle, Photo icons; the story behind the pictures In een kleine veertig hoofdstukken wordt telkens aan de hand van één beroemde foto of fotograaf een stroming, een stukje geschiedenis of genre besproken. Een prettig leesbaar boek, mede doordat de hoofdstukken los van elkaar gelezen kunnen worden; bovendien is het heel betaalbaar. T.J. Demos, Vitamin Ph; new perspectives in photography Dit is misschien wel het leukste (en kostbaarste) boek uit deze beknopte literatuuropgave. Talloze hedendaagse, vaak vernieuwende fotografen worden in alfabetische volgorde besproken en heel rijk geïllustreerd. Zowel de foto’s als de teksten dwingen je met andere ogen naar fotografie te kijken en verbreden je blik. Beaumont Newhall, The History of Photography Een helder overzicht van de geschiedenis van de fotografie vanaf het ontstaan tot ongeveer 1950. De achtereenvolgende stromingen en de fundamentele discussies die leidden tot nieuwe richtingen worden duidelijk behandeld en van zeer veel fotovoorbeelden voorzien. Veel raakt aan wat heden ten dage nog steeds speelt binnen de fotografie. Geen droog geschiedenisboek, maar leuk om te lezen, zelfs al dacht je niet geïnteresseerd te zijn in deze materie… Peter van Tuijl, Fotografische fragmenten; opstellen vanuit verschillende invalshoeken Een heel plezierig boek om te lezen. Je vindt er hoofdstukken in over het bespreken van foto’s, over de beeldelementen, over fotografische genres, etc. Het boek bevat heel veel goede foto’s die de teksten nog eens extra verduidelijken.


Op d ra chte n p i j l e r 2: an alyser en Op d ra chte n p i j l e r 3: in ter pr eter en Op d ra chte n p i j l e r 4: waar der en


UITWERKINGEN


UITWERKINGEN

Uitwerkingen Opdrachten bij Pijler 2: Analyseren Opdracht 1. Foto van Gerard Hol: compositie, licht en toon. In deze zwart-wit foto overheersen de lichte tonen. Het overgrote deel van de foto is wit en diep zwart komt er niet in voor. Het is een high-key opname vol lichte tinten. Het beeld is vierkant, waarbinnen het hoofdelement helemaal onder in beeld is geplaatst als een ongelijkbenige driehoek die oploopt naar rechts. Het witte kleed steekt daarbinnen af als een gelijkbenige driehoek. Daarboven is een royale ruimte leeg gelaten. De blik voert van linksonder naar rechtsboven en daalt via het hoofd langs de steunhand weer naar beneden. Het kijken gaat daarmee van heel licht, via het lichtgrijs van de rug naar het donkerste deel van de foto: het haar. Dat hoofd ligt op een “sterk� punt in het vlak. Het licht is gezeefd licht, dat zacht werkt. Opdracht 2. Foto van Ton Dirven: compositie, kleur en licht. De opvallend rode sokken vragen direct de aandacht. Dat komt mede doordat er verder in de foto geen opvallend verzadigde kleuren aanwezig zijn en natuurlijk door de kadrering. De compositie heeft een min of meer symmetrisch karakter, waarbij de tussenruimte tussen de benen als as van de symmetrie gezien kan worden. De symmetrie is niet 100%: rechts is meer van de constructie in beeld dan links. Ook werken details in de vloer en een lichtere plek in de plint als prettige variaties op de symmetrie. Verder bestaat de foto vooral uit horizontale lijnen (vloerdelen, plint en liggende raamroeden) en verticalen waarvan de raamlijnen licht naar de zijkant hellen. Het hoofdmotief in deze foto is het paar sokken met de tekenen van gebruik: de contouren van de voet en de tenen, de slijtage, de rafels en de opgerolde randen (ook net niet gelijk). Het licht werkt in deze foto mee om dit hoofdmotief goed te laten uitkomen. Het komt via de twee ramen van achteren naar voren. Dit tegenlicht strijkt over de vloer (goede weergave van de oppervlakte structuur), maar geeft ook aan de sokken een prima stofweergave mee. De benen worden door dit tegenlicht voorzien van een lijntje licht.

152

Opdracht 3. Foto van Raymond van Houten: meest opvallende beeldelementen. Direct in het ook springend zijn de zebra-achtige patronen van dit beeld. De ritmiek is overweldigend. De horizontale lijnen laten welvingen zien die corresponderen met de lichamelijke vormen eronder. Deze lichaamsvormen doorbreken de eventuele monotonie van al die lijnen. Vlak onder de nek lopen die welvingen parallel met de nekplooien. De compositie is zorgvuldig gekozen. Door het model de armen te laten spreiden, werken de streepjespatronen van de mouwen als onderbrekingen van een anders te regelmatig patroon van verticale lijnen links en rechts. De persoon als hoofdvorm is zo opgesteld, dat de


restvormen mooi en afwisselend van vorm zijn. Kleur speelt in deze foto ook een belangrijke rol. Doordat het geheel opvallend zwart-wit is, krijgt de enige kleur extra aandacht. Dat betreft het hoofd. Te midden van de streepjespatronen die nadrukkelijk de eerste aandacht opeisen, is dit het rustpunt waar je blik uiteindelijk terechtkomt. Dit hoofd bevindt zich op een sterk punt in de foto. Dit hoofd is op zich ook weer een verdere bestudering waard: een licht cirkeltje in het midden. De inhammen in de haarlijn laten twee delen voorhoofd zien. Die tweedeling vindt een herhaling in de twee oren links en rechts daaronder. Deze foto is een voorbeeld van een uiterst nauwkeurige compositie.

153

Opdracht 4. Foto van Chantal Korthout De compositie valt op, evenals de toon van de foto, de scherptediepte, het licht en de bewerking van met name de rand. Prominent in het midden staat een mast met een onduidelijke functie: waarschijnlijk een reclamezuil met een billboard bovenin en pijlen daaronder. Daarvoor staat nog een lantarenpaal. Die verticale lijn doorsnijdt het huis erachter precies in tweeÍn. De symmetrie van landschap met zuil wordt verstoord door de figuur in het beeld. De positie is zo gekozen, dat het hoofd vrij blijft van huis en bosjes in de achtergrond. De foto is voor het grootste deel onscherp en wollig. In de achtergrond is weinig detaillering en doortekening in de donkere partijen ontbreekt. Slechts het gezicht van de persoon is scherp; daarmee wordt dat gezicht het belangrijkste beeldelement. Zelfs de jas is onscherp. Het licht valt ook vooral op het gezicht, hetgeen nog eens benadrukt dat het met name hierom gaat, in deze foto. Het licht lijkt van schuin linksboven te komen, gezien de kinschaduw. Het beeld is in een lichte sepiatoon gezet en doet - in combinatie met de randafwerking - denken aan foto’s uit de 19de of het begin van de 20ste eeuw. De gebruikte beeldelementen zijn sterk bepalend voor de sfeer in deze intrigerende foto.


UITWERKINGEN

Opdrachten bij Pijler 3: Interpreteren Opdracht 3: Interpretaties van 5 foto’s: Foto 1 van Heleen Bax Vuilnisbelt, kerkhof, woonwijk. Pijler 1: Op de voorgrond zien we afval; het lijkt een deel van een vuilnisbelt. Direct daarachter, afgescheiden d.m.v. gaas is een kerkhof te zien waar grafstenen schots en scheef staan in het landschap van kuilen en bulten. Hier en daar is een pluk groen aanwezig. Helemaal achteraan zijn huizen te zien. Er hangt een lijntje wasgoed. Tegen de bewolkte lucht zijn allerlei palen te zien. Het lijkt gelegen in Zuid-Afrika. Bij deze foto is duidelijk dat zonder een goede beschrijving geen begrip voor de inhoud van de foto kan ontstaan. Pijler 2: Er is sprake van een overall compositie, zonder een speciaal aandachtspunt, zodat je blik in de foto blijft ronddwalen. Het licht is neutraal (geen strijklicht, of tegenlicht). De scherpte is eveneens “neutraal”, d.w.z. dat er geen accent gelegd is door een selectieve scherpstelling. Alles maakt, dat we steeds weer het geheel overzien. Pijler 3: Interpretatie: De foto is niet gemaakt vanuit een esthetische behoefte van de fotograaf. Je wordt dan ook gedwongen na te denken over de inhoud van de foto. Het is een desolaat gezicht: vuilnis, begraven doden en bewoning vlak tegen elkaar aan. Het zegt iets over het ontbreken van eerbied en zorg voor de mensen die hier leven en sterven of over onmacht. De vuilnisbelt laat afval zien, afgedankt en weggegooid. Op dezelfde ondergrond zijn in het tweede plan in plaats van het afval grafstenen min of meer lukraak neergezet en in het derde plan staan de huizen van de levenden. Als je op basis van deze interpretatie een titel aan de foto zou willen meegeven is dat het woord: “afgedankt” . Hier is met een kritische blik gekeken en gefotografeerd.

154

Foto 2 van Marjo Waardijk Pijler 1: Kijken we hier naar het interieur van een elektronisch toestel, een computer wellicht? Zijn dat printplaten en soldeerlijntjes? In de ondergrond zien we her en der gele en oranje rechthoekjes die doen denken aan weerstandjes, kleine condensatoren, of andere elektronische functionaliteiten. Of lijkt het maar zo? De verticale panelen met zwaluwstaartverbindingen passen niet zo goed bij een dergelijk apparaat. Pijler 2: De scherpte is niet overal gelijk. De voorgrond is onscherp en dat geldt ook voor de achtergrond. Het licht lijkt van boven te komen en geeft een aantal heel lichte plekjes links en vooral links bovenin. Van vooronder lopen lijnen in de ondergrond naar achteren. Links , rechts en in de achtergrond domineren vooral verticale lijnen. Die verticale lijnen worden overigens wel steeds doorbroken door patronen (een soort zwaluwstaartverbindingen, waarbij de kopse kanten van de panelen in elkaar grijpen). Ritmiek is te vinden in de “wanden”. Pijler 3: Interpretatie: We weten dat we in het interieur kijken van (vermoedelijk) een computer. Tegelijkertijd is er heel duidelijk de suggestie van een stadsruimte. Wat lijkt het veel op een straat met auto’s, zijstraat, middenbermen en groenstroken te midden van hoge


flatgebouwen. De foto laat de kijker nadenken over het gegeven dat het interieur van deze ingewikkelde apparaten onze geĂŻndustrialiseerde woonomgeving weerspiegelt. Deze dualiteit is de inhoud van deze foto. Foto 3 van Reinier van der Lingen Pijler 1: We zien een meisje met naar rechts genegen hoofd. Ze draagt een hemdje en kijkt in de lens. Ze lacht niet, de mond is iets geopend. Pijler 2: De foto is gemaakt in zwart-wit. Het licht komt van links, waardoor de rechterhelft van het gezicht donkerder is. Het oog in die rechterhelft is nog net goed te onderscheiden. Er zijn een paar glimlichtjes, verdeeld over het beeld, te zien (de haarlok links, het linkeroog, neuspuntje, hemd en hemdbandje). Diepzwart zit in de ogen en het haar. Verder is de toonschaal rijk aan alle tinten tussen wit en zwart. De compositie is een centrale compositie, in driehoekige vorm. Het hoofd (en dat geldt vooral voor de ogen) ligt net boven het midden van de foto. De restvorm is in middengrijstinten bovenin iets donkerder en omsluit de hoofdvorm. Doordat het hoofd naar rechts neigt, is er geen symmetrische omsluiting in de vorm van een sleutelgat ontstaan. Het licht is zacht, laat de huidoppervlakte spreken en geeft plasticiteit. Alle aandacht gaat uit naar het hoofdmotief en daarbinnen naar de ogen. Pijler 3: Interpretatie: Het genre waaronder deze foto valt, is het kinderportret. Dit genre wordt veelvuldig beoefend. Daarbij worden verschillende doelen nagestreefd: het oproepen van vertedering, het vastleggen van een deel van de ontwikkeling, het kind dat opgaat in een bezigheid of spel, de schoonheid van het kind, enz. Vermoedelijk was dit hier niet het geval. Het gaat hier meer om een karakterportret. De manier waarop dit meisje gefotografeerd is, brengt je als kijker in contact met de persoon. Dat wordt vooral veroorzaakt door de blik waarmee je aangekeken wordt - haast onderzoekend naar de beschouwer - en de houding van het hoofd, die dat versterkt.

155

Foto 4 van Thijs Wortman Pijler 1: Een straat met huizen uit de 19de eeuw, classicistisch qua bouwstijl. Twee putdeksels in asfalt, wat plasjes, elektriciteitskabels over de weg en in de lucht een helikopter, waarvan de wieken te onderscheiden zijn. Verder vallen op: verkeersborden, een batterij airco’s en het feit dat er geen mensen (misschien heel in de verte aan de rechterkant?) en geen verkeer te zien zijn. Pijler 2: Opvallende beeldelementen zijn de compositie, het licht, het opnamestandpunt en het formaat. De foto is vierkant en met een groothoekobjectief vanuit een laag standpunt opgenomen. Daardoor wordt de voorgrond geaccentueerd en een sterke suggestie van diepte bereikt. In de compositie neemt de min of meer lege ruimte in die voorgrond een heel groot deel van de foto in beslag. Het licht strijkt langs de gevels van de rechterkant van de straat en accentueert op die manier alle details en versterkt de ritmiek van de raampartijen en gevellijsten. In de voorgrond loopt een lichtbaan over het putdeksel en rechts over het kozijn en op de stoeprand is er een voortzetting van dat strijklicht over de gevels. Op die manier komt het licht als het ware op je af. Er is weinig kleur in de foto, waardoor de kleine accenten extra opvallen: de beide verkeersborden met rood en blauw. De lijnen in het


UITWERKINGEN

asfalt op de voorgrond en in vervolg daarop de trottoirbanden vormen de invoerende lijnen. Er is gekozen voor een donkere omkadering van de foto. Pijler 3: Interpretatie: Deze foto doet sterk denken aan de schilderijen van Willink, een vertegenwoordiger van het magisch realisme. In zijn schilderijen staan vaak classicistische gebouwen in hetzelfde opvallende licht. Door deze combinatie ontstaat een sfeer, die je “unheimisch” zou kunnen noemen. Er gaat vaak enige dreiging van uit, zonder dat die goed te benoemen valt. Datzelfde geldt ook voor deze foto. Het komt door het licht, de gebouwen, de rolluiken voor de onderste ramen, het grijze asfalt en dat vooral in combinatie met de leegte binnen het beeld en het ontbreken van mensen. Het heeft ook te maken met de tegenstelling tussen dat wat van vroeger is en toch hedendaagse kenmerken vertoont. De verkeersborden en airco’s detoneren eigenlijk op zo’n historisch gebouw. De helikopter past evenmin in zo’n straatbeeld van vroeger en krijgt daardoor de dreiging van een insect dat boven de stad hangt, op zoek naar een prooi.

156

Foto 5 van Ronald Vonk Pijler 1: Twaalf identieke mannen met zonnebril en in witte kleding kijken ons aan. Alle ogen bevinden zich op dezelfde hoogte. De ruimte heeft geen ramen, maar een aantal lichtbakken zorgt voor het licht. Op de vloer liggen tegels zwart-wit in een patroon. De wanden zijn wit, zonder versieringen en het plafond bestaat uit platen met een vezelstructuur. Pijler 2: De foto is in panoramaformaat uitgesneden. De menselijke figuren staan ritmisch verdeeld over de breedte van de foto. Links staan er meer dan rechts. Bijna alle hoofden staan los van elkaar. Er is één overlapping, helemaal links in beeld. De persoon rechts in beeld staat het meest naar voren en heeft zijn handen als enige gebogen. Hij valt op, is het minst anoniem en is het vertrekpunt van het bekijken van de foto en ook het punt waar je uiteindelijk weer bij terugkomt. De houding van zijn hoofd en armen stuurt de blik naar links en aan de linkerkant is het de rij figuren die de blik naar rechts stuurt. Dat maakt, dat je in het midden van de foto uitkomt bij het stuk lege muur. De foto is in kleur, maar er is weinig kleur in de foto. Naast zwart-wit is dat vooral het lichte bruin van hoofden en handen. Pijler 3: Interpretatie: Deze foto is kennelijk geënsceneerd. Dat maakt dat we zoeken naar betekenis en bedoeling. De ruimte, in combinatie met de witte kleding van de figuren verwijst naar een ziekenhuis of kliniek. De zonnebrillen maken oogcontact onmogelijk en vergroten daardoor de psychische afstand tot de kijker. De blik die op ons gericht wordt, is strak, uit de hoogte, niet vriendelijk, afstandelijk en onderzoekend. De figuur rechts voorin is het meest duidelijk in beeld. De houding van de armen waarbij de handen de revers strak lijken te trekken in combinatie met de blik en het scheve hoofd hebben de uitstraling van: “Je hebt hier niets te vertellen. Wij hebben het hier voor het zeggen!” Deze personen laten ons voelen dat zij dragers zijn van medische of psychologische kennis en daarom macht over ons hebben. Het grote aantal - en daarbij komt nog de suggestie dat er meer figuren te verwachten zijn uit de gang linksachter - versterkt het gevoel van dreiging en onmacht.


Opdrachten bij Pijler 4: Waarderen

157

Opdracht 3: Foto 1 van Hans Brongers Op deze foto zien we grafzerken. We kunnen tussen de twee voorste zerken door kijken en zien dan een boompje zonder bladeren en daarachter nog veel meer grafzerken. Ze zijn allemaal op dezelfde manier opgesteld: in rijen naast en achter elkaar, in het gelid. De vorm van de bovenkant verschilt: rond met schouders, of hoekig met punten. In de open ruimte met het kale boompje zien we delen van twee grafbedden, waarvoor bij de overige, dicht op elkaar staande zerken geen plaats lijkt te zijn. Op de voorste twee zerken zien we mossen, of schimmels. Op de wat lichtere zerk, linksboven, lezen we het nummer: 475. Analyse: De foto is in zwart-wit afgedrukt. De twee zerken op de voorgrond links en rechts werken als coulissen waarlangs je de foto binnenkijkt: ze geven diepte aan het beeld. Er is sprake van ritmiek in de foto, die versterkt wordt doordat het kader aan de bovenkant net boven de massa van de grafzerken is gekozen. Het licht speelt ook een ritmische rol: de bovenkanten van de zerken vangen het meeste licht en dat licht accentueert die wisselende vormen. Ook de zijkanten vangen licht, maar, met name naar onderen toe, minder. De zerken zelf zijn donker, op een kleine uitzondering na links bovenin. Door de beeldopbouw met een doorkijk en een achtergrond van min of meer gelijke elementen die een dieper zicht belemmeren, valt de nadruk op het kale boompje. Ook dit boompje vangt licht dat het stammetje en de takjes doet oplichten. Het kader snijdt de twee grote zerken op de voorgrond links en rechts aan, en dat geldt ook voor de zerkenrij daarachter. Het is een open kader, waardoor je de rijen zerken buiten het kader van de foto door “ziet” lopen. Interpretatie: Wat direct opvalt, is dat de fotograaf dit ene kale boompje zo heeft gefotografeerd dat het aandacht krijgt. Het is kaal, wat iets zegt over het jaargetijde, maar het is wel het enige teken van leven. Dat ene levensteken, hoe iel en mager ook, staat tegenover een massa tekens van de dood. Al die zerken. Te veel om alleen al op de foto te tellen. Maar door de aansnijdingen van zowel die voorste twee zerken, als ook de achterste rijen links en rechts, wordt de indruk van een oneindige hoeveelheid, dicht op elkaar geperste tekens van de dood nog versterkt. Het nummer 475 op die ene zerk wijst ook op een groot aantal. En daar staat dan dat ene boompje tegenover dat dapper naar het licht lijkt te streven en dat een belofte inhoudt van nieuw leven in de lente. De wijze waarop de zerken staan opgesteld en de vormen ervan wijzen op een Joods kerkhof. We weten dan ook dat de graven in de richting van Jeruzalem “kijken”. Het zwart-wit gebruik versterkt de grauwe indruk van de aanwezigheid van de dood. Het licht dat een speels element inbrengt en vooral daarbij het boompje benadert, past daarin als een soort tegenkracht tegen de duisternis van het doodse. Het is, samen met het boompje het symbool van leven. De gebruikte ritmiek is


UITWERKINGEN

functioneel, omdat het de indruk van het massale versterkt. Deze foto lijkt te gaan over het thema leven vs. dood. Deze ene, geĂŻsoleerde foto geeft te weinig houvast om een goed begrip te krijgen van de inhoud van dat thema. Een serie zou hierover meer duidelijkheid verschaffen. Waardering: In de foto werken de beeldelementen samen om de bedoeling/het thema van de fotograaf krachtig uit te drukken. Dat is goed geslaagd. Het is geen esthetische foto. Het esthetische element, in dit geval de ritmiek in vormen en lichtspel, is ondergeschikt gemaakt aan de bedoeling van de fotograaf. Ook dat is goed te waarderen, want de verleiding is groot om de mooie vormen in combinatie met het lichtspel meer uit te buiten. In dat geval zou dit afleiden van de inhoud van de foto. De uitsnede kent een paar rafelrandjes die enigszins afleiden: rechtsboven is een lichte afsluiting met aan de onderkant een boogvorm, die veel aandacht trekt. Foto 2 van Kees Romeijn. Wat een herkenbaar beeld is dit. Wie kent het niet van een treinrit: het duurt maar even of het merendeel van de reizigers om je heen is bezig met zijn of haar mobiele telefoon. Allerlei gesprekken zijn te volgen en je krijgt informatie over je heen over het eten dat straks zal worden opgediend, van welk station en hoe laat er afgehaald moet worden en over liefdes die al dan niet floreren. In deze foto is de merkwaardige wereld van de hedendaagse communicatie in beeld gebracht: men zit op contactafstand van elkaar, maar communiceert niet onderling. Iedereen is met een mobieltje in de weer en gaat in die bezigheid volledig op. Dat geeft de fotograaf de gelegenheid om ongemerkt de foto te maken. Als je goed kijkt wordt er door de twee dames niet gebeld, maar naar muziek geluisterd. Het valt af te leiden uit de draden die naar koptelefoontjes lopen. Van de persoon rechtsonder weten we het niet. Hij of zij heeft nog een mobieltje los op schoot liggen en we zien hier ook een kabeltje lopen. Mogelijk is hij van plan te gaan bellen met het exemplaar in zijn handen. De foto is mooi opgebouwd. De handen van de persoon rechtsonder met het mobieltje maken de compositie evenwichtig. Er lopen lijnen van rechts naar links door het beeld (de ramen, de naden in het plafond, de stoelleuningen) die de blik door de stiltecoupĂŠ van de trein sturen. De opbouw van de foto maakt dat je daarbij zigzaggend langs de personen kijkt, waarbij steeds meer dingen opvallen. Erg leuk is het typerende van de handen: het bekende duimenwerk rechtsonder, de fraaie manier waarop het meisje links haar mobieltje vastheeft, enzovoort. Deze foto heeft zowel rechts als links aangesneden personen, dus een open kader. Als beschouwer betrek je daardoor delen bij de foto die niet zijn afgebeeld. De beeldopbouw is adequaat voor de beeldinhoud. Een dergelijke foto kan het vertrekpunt zijn voor bv. een serie over het gedrag van mensen in het openbaar vervoer, of over het thema communicatie.

158

Foto 3 van Ingrid van Beurden. Wat gebeurt er eigenlijk op deze foto? We zien drie opvallende elementen: de vrouw op de voorgrond, bezig met een mobieltje, de man onder de paraplu en een sportauto met bloemstukje op de motorkap.


Je gaat onwillekeurig deze elementen met elkaar verbinden om een samenhangend verhaal te vinden. De bloemen op de motorkap doen denken aan een trouwauto en dan is de kleding van de jonge vrouw op de voorgrond ook verklaard (beide elementen zijn tekens die binnen onze cultuur verwijzen naar de rituelen van een trouwerij). De vrouw staat binnen, buiten regent het behoorlijk: we zien druppels aan het kozijn hangen en het is ook te zien aan de paraplu. Wat is het licht buiten mooi. Het doet aan als een scene in een film. Prachtig is in de achtergrond de contourenlijn zichtbaar van een park of bos. De vrouw op de voorgrond is onscherp en is het startpunt van het kijken. Ze tikt met haar middelvinger een nummer in op haar mobieltje. Via haar kom je uit bij de wachtende figuur. De sportauto links bevat eveneens een kijklijn naar deze wachtende figuur. De jonge man staat - naar zijn houding te oordelen - te kleumen in zijn pak zonder overjas. Alles wijst dus naar de wachtende figuur en daarin ligt kennelijk de sleutel voor het vinden van het verhaal van de foto. Als je het wachten combineert met het gebruik van het mobieltje kom je tot een mogelijke interpretatie: het gaat hier om een trouwerij en iemand die verwacht wordt, is nog niet komen opdagen. De tijd - altijd een belangrijke factor op zo’n dag - begint kennelijk te dringen, dus wordt er gebeld: “Waar blijf je nou?”. Het is donker buiten. De foto zal dus niet in de avond gemaakt zijn, maar in de vroege ochtend. De foto boeit door de opbouw, waarbij de onscherpe vrouw op de voorgrond een belangrijke factor is. De foto boeit ook door het prachtige filmische licht van de gefotografeerde scene. In de foto worden enkele elementen betekenisvol op elkaar betrokken. Het verhaal waar je op uit komt, heeft herkenbare menselijke trekjes. Valt er nog iets op aan te merken? Misschien was het net iets mooier geweest als de paraplu los was van het haar van de vrouw en het zwarte koordje onder het mobieltje (van een hoesje?) was weggekloond. Maar eigenlijk is dat bij een foto als deze - een verhalende en geen esthetische foto - onzin.

159

Foto 4 van Ab van den Bree Deze foto roept direct gevoelens op. Wat een aangrijpend beeld is dit! Dat komt vooral door de blik van de naakte vrouw met haar gebarsten huid, kaalgeschoren hoofd en haar ineengedoken houding (koud, lijkt te willen wegkruipen). Door haar heen staan cijfers, evenals naast haar. Het beeld refereert aan ons collectief bewustzijn van de deportatie van joden in de Tweede Wereldoorlog. De achtergrond associeer je dan met de wand van een goederenwagon. De getallen doen denken aan de cijfers zoals die op goederenwagons staan, maar tegelijkertijd ook aan de getatoeëerde cijfers waarmee de concentratiegevangenen als het ware gebrandmerkt waren. Het beeld is weergegeven als een herinnering waarin barsten zitten en de scherpte van details verloren is gegaan. Bij dit beeld is de zeggingskracht zo groot, dat er eigenlijk geen behoefte meer is om de beeldelementen te analyseren.


Wie fotografeert, praat ook over fotografie. Vaak gebeurt dat binnen groepsverband: de fotoclub, het fotocollectief, de huiskamergroep, enz. Natuurlijk heb je het dan over de talloze technische mogelijkheden van de digitale fotografie en - de laatste jaren steeds meer - over de kwaliteit van de beelden. Dat laatste is soms lastig. Want wat valt er meer over foto’s te zeggen dan: “wel leuk”, “ontzettend boeiend”, of hier heb ik niet zo veel mee”. Over foto’s gesproken biedt daartoe het nodige gereedschap en staat uitvoerig stil bij de vier pijlers van een fotobespreking: De beschrijving: wat valt er allemaal op de foto te zien? De analyse: welke beeldmiddelen heeft de fotograaf gebruikt? De interpretatie: waar gaat de foto eigenlijk over? De waardering: wat vind ik van de foto? Een en ander wordt geïllustreerd aan de hand van talloze foto’s van bekende en minder bekende Nederlandse amateurfotografen. Naast dit theoretische begrippenapparaat komt ook de praktijk van het bespreken uitgebreid aan de orde en wordt een aantal werkvormen beschreven die inmiddels hun nut hebben bewezen. De bedoeling van fotobesprekingen is uiteindelijk om de kwaliteit van de fotografie te verbeteren. We hopen daarom dat je door lezing van Over foto’s gesproken niet alleen tot een scherper inzicht komt in het fotografische beeld, maar ook zelf beter en extra geïnspireerd gaat fotograferen. Over foto’s gesproken is een uitgave van de Bond van Nederlandse Amateur Fotografen Verenigingen

Profile for KMuitgevers | KMpublishers

Over foto's gesproken  

Over foto's gesproken' gaat in op de verschillende stappen die bij een fotobespreking aan de orde zijn. Het boek is helder geschreven en rij...

Over foto's gesproken  

Over foto's gesproken' gaat in op de verschillende stappen die bij een fotobespreking aan de orde zijn. Het boek is helder geschreven en rij...

Advertisement