__MAIN_TEXT__

Page 1

De Lunette

Buiten Binnen

het leven in De Lunette van Sutfene

<>


De Lunette

Buiten Binnen

het leven in De Lunette van Sutfene

<>

interviews & tekst Rolf de Boer >1


2>


>3


4>

introductie


< Sutfene heeft een nieuwe dimensie gegeven aan ouderenzorg: wonen in een complex waar de klassieke grenzen tussen binnen en buiten vervagen. In het voorjaar van 2011 is het fundament voor deze dimensie, de nieuwbouw van De Lunette in Zutphen, feestelijk geopend door Hare Koninklijke Hoogheid prinses Máxima. Dit boek over de cliënten en medewerkers van De Lunette is niet alleen bedoeld als mijn nalatenschap aan Sutfene, maar ook aan de Nederlandse gezondheidszorg. Het moet een oproep zijn aan de politiekmakers om voldoende financiële middelen ter beschikking te stellen, opdat ouderen, die uiteindelijk onze maatschappij hebben gemaakt, in een menswaardige omgeving de laatste fase van hun leven met plezier kunnen doorbrengen. Het is ook een oproep aan bestuurders om creatief invulling te geven aan de financiële mogelijkheden die ter beschikking staan en minder te doen wat in het traditionele denken past. Ook is het een oproep

De buitenwereld binnenhalen om het werken in de zorg alle kans te geven zichzelf te ontwikkelen, waardoor het niveau van de zorg- en dienstverlening wordt verbeterd. Het boek is verder voor iedereen die geïnteresseerd is in wat De Lunette te bieden heeft. De kernwaarden van Sutfene zijn toegankelijk, betrouwbaar en kristalhelder. Deze kernwaarden vertalen zich in kleinschalig en genormaliseerd wonen. Dementerende cliënten wonen in groepen van zes personen in een huiskamer en hebben ook allemaal een eigen kamer. Zij wonen zoals zij het thuis gewend waren en maken gebruik van in te stellen individuele leefcirkels waarbinnen zij, hun families en andere bezoekers, zich vrij kunnen bewegen en deel uitmaken van de open samenleving die De Lunette ‘binnen zijn nieuwe muren’ heeft gecreëerd. Het gaat om een samenleving waarin mensen met een grote diversiteit aan hulpvragen zich thuisvoelen. Bonnes Venema bestuurder Sutfene 2000-2012

>5

>


6>


>7


8>

inhoud


< introductie inhoud de professor

12

de behandelmanager de zorgmanager

20

22

de activiteitenbegeleidster de woonzorgregisseur de ergotherapeut de architect

28

30

34

de singelmanager

40

de medewerkster brasserie de vrijwilligster

44

de kunstenares

48

de reiziger

42

50

de boerin

54

de dochter

58

de scootmobilist de teler

26

62

66

de kantoormachinemonteur en de verzorgende de gangmaker de expositie

72

>9

82

de kunstenaars

86

de organisatie

90

het colofon

68

96

>


10 >

“De bewoners zijn na een bezoekje aan ons altijd weer stralend en blij”


> 11


12 >

de professor


<

Geen jaren toevoegen aan leven, maar leven aan jaren

“Eigenlijk is het systeem dat we gebouwd hebben ronduit gevaarlijk voor ouderen. Er is een enorme versnippering, te weinig communicatie tussen zorgverleners, veel mensen die zich met dezelfde patiënt bemoeien en van elkaar niet weten wat ze doen. Ik heb het niet over gezonde ouderen, maar wel over mensen met meerdere aandoeningen die complexe zorgvragen hebben. Als je daar niet goed naar kijkt, kan dit leiden tot onnodige sterfte of onnodige ziekenhuisopnames.” Raymond Koopmans is specialist ouderengeneeskunde en als wetenschapper verbonden aan UMC Sint Radboud in Nijmegen. “Die sense of urgency, dat we het anders moeten organiseren, begint te komen.We bijten ons eigenlijk in de eigen staart door de intussenhooggespecialiseerdegezondheidszorg die we hebben opgebouwd. Wij hebben heel veel specialisten op de vierkante millimeter, maar daardoor verliezen we het geheel uit het oog. Bij ouderen is dat geen goed systeem, daar is echt behoefte aan generalisten die weer integraal naar mensen kijken, dat zijn we bijna verleerd in de gezondheidszorg. Voldoende betrokken, iemand die het geheel kan overzien en niet zegt: ok, op mijn terrein geen afwijkingen, ga maar naar een ander. Dat gebeurt. We zijn op zoek om integrale zorg weer terug te krijgen, dat is moeilijk, want alles is zo gespecialiseerd en gefragmenteerd.” “Waar dat begint, ouderen? Dat is gelijk het probleem, want we hebben in de verpleeg- en verzorgingshuissector niet alleen maar ouderen. Het is een relatief begrip. Daar kan ik een hele boom over opzetten. Er zijn ook mensen van vijftig die vroegtijdig verouderen. Het leeftijdscriterium helpt ons niet meer. Als je kijkt naar de verpleeghuiszorg is 10 tot 15% jonger dan 65 jaar. Het gemeenschappelijke is het ziektebeeld. We bewegen ons op het gebied van ouderen en chronisch zieken. Of je bent oud of je hebt een chronische ziekte. Door welke aandoening dan ook. Een

chronische ziekte kan op jonge leeftijd zodanig invaliderend zijn dat je intensieve zorg nodig hebt. Het gemeenschappelijke bij deze mensen is dat ze complexe gezondheidsproblemen hebben. Zowel medisch als op gebied van zorg. Uiteindelijk redden ze het niet meer thuis. Om allerlei redenen.” “In Nijmegen doen we een groot aantal promotieonderzoeken die te maken hebben met dementie. In het bijzonder onderzoek naar probleemgedrag en neuropsychiatrie. Dat doen we bij oude mensen met dementie maar ook bij jonge mensen. We kijken ook naar mensen die geen dementie hebben en die combinaties van lichamelijke en psychiatrische problemen hebben. Dat zijn ook heel specifieke doelgroepen die in een verpleeghuis wonen. Verder doen we onderzoek naar depressie, revalidatie van mensen met een beroerte of amputatie en naar zorg in de laatste levensfase.” “We zijn nog heel erg op zoek. Er is nog een heel groot gebrek aan wetenschappelijk onderzoek naar mensen met dementie in de gevorderde fasen. Wij zijn in ons onderzoeksprogramma eerst maar eens begonnen met het in kaart brengen van de kenmerken van die mensen: wie zijn het en wat hebben ze aan zorgvragen? Wat is hun gedrag? Daar hebben we intussen een aardig beeld van. We maken nu de stap naar interventiestudies, > 13 kijken hoe we op een goede en effectieve manier deze problemen kunnen behandelen en zo de kwaliteit van leven kunnen verbeteren. In Nederland zitten we voor onderzoek nog in een goede situatie omdat wij een behoorlijk stevige academische verbinding hebben tussen de zorg in verpleeghuizen en universiteiten. Dat is op heel veel plaatsen in de wereld niet het geval. In veel landen wordt de intramurale ouderenzorg bovendien overgelaten aan huisartsen en een psychiater die af en toe komt kijken. Nederland is het enige land waar ouderengeneeskunde een specialisme is met een driejarige opleiding. Zo


bezien doen we het helemaal niet zo slecht, al hebben wij nog een hele weg te gaan. Laat dat duidelijk zijn.” “Wij krijgen steeds meer werk doordat de geneeskunde vooruit gaat. Het is een open deur. Mensen leven langer waardoor het aantal mensen met chronische ziektes en combinaties daarvan toeneemt. Dat betekent dat ook de druk op onze samenleving toeneemt om daar goede zorg voor in te richten en te zoeken naar manieren om deze mensen goed te begeleiden. De opdracht is dat de kwaliteit van leven behouden blijft, of in ieder geval niet al te snel achteruit gaat. Deze uitdaging heeft te maken met de vooruitgang van de medische wetenschap. Vroeger werden mensen niet zo oud. We krijgen er nieuwe problemen bij. Het is niet voor niets dat de ouderenzorg nu zo in beeld is gekomen in Nederland. Niet alleen de intramurale zorg maar misschien nog meer de thuiswonende ouderen, daar maakt Nederland zich terecht druk over omdat uiteindelijk het grootste deel van de kwetsbare ouderen thuiswoont en dat worden er alleen maar meer. Enkele jaren geleden heeft de Gezondheidsraad in het rapport ‘Ouderdom komt met gebreken’ ook al gezegd dat de Nederlandse zorg niet is ingericht voor ouderen met meerdere chronische ziekten die elkaar onderling beïnvloeden. Daarom loopt er al een aantal jaren het Nationaal Programma Ouderenzorg: heel 14 > Nederland is op dit moment bezig met experimenten, wij ook hier, om te kijken hoe die ouderenzorg beter te organiseren is en beter kan inspelen op deze toenemende zorgvraag.” “Mensen die in de toekomst duizend jaar oud worden? Dat is een lachertje. Mijn collega geriater Marcel Olde Rikkert, die daar meer over kan zeggen dan ik, zegt dat die bewering van die Britse De Grey alleen maar bedoeld is om aandacht te trekken.Verouderingsprocessen zijn op de een of andere manier een beetje te beïnvloeden. Ziekten kunnen we beter genezen

en daarom worden we ook ouder. Maar duizend jaar, waar haal je dat in godsnaam vandaan? De man die dit beweert heeft lang haar en een lange baard en weinig empirische data waarmee hij zijn beweringen kan staven. We worden wel steeds ouder. In 100 jaar tijd zijn we 23 jaar ouder geworden.” “Het gaat niet om het ouder worden, om het verlengen van leven, maar om de kwaliteit van leven. Ik ben blij dat het thema van eindigheid van leven en onafwendbaar sterven niet los gezien wordt van kwaliteit van leven. Voor een specialist ouderengeneeskunde is deze kijk op gezondheidszorg gemeengoed, we doen nooit anders. Wat we niet willen is jaren toevoegen aan leven, maar wel leven aan jaren. Uiteindelijk is dat wat mensen willen. Mensen zijn bang voor het enorme verlies aan kwaliteit van leven. Dat geeft voeding aan wensen tot euthanasie. Ook jongere mensen met dementie vragen om euthanasie om het ontluisterende beeld dat ze van dementie hebben. Ze zijn bang voor de enorm negatieve impact op de kwaliteit van leven en geven dan de voorkeur aan euthanasie.” “De sleutel voor het grote probleem dat op ons afkomt, de vergrijzing en de toename van het aantal mensen met chronische ziekten, ligt in preventie. Dat is het moeilijkste wat er is. Om tegen mensen te zeggen: rook eens minder, eet gezonder, beweeg meer, dan zul je die suikerziekte niet krijgen en misschien ook dat hartinfarct niet, laat staan dat je dan die hersenbloeding krijgt, misschien is dan de kans op dementie ook wel minder. Zeggen is niet zo moeilijk, maar dat mensen het dan ook doen. We zijn mensen. We blijven toch heel onverstandig en dan worden we gewoon niet oud, sommigen wel. Het lastige is ook dat het met sociaal economische factoren te maken heeft, in een lagere sociale klasse leven mensen eerder ongezonder, dat is nog steeds zo.”


Mensen die in de toekomst duizend jaar oud worden...

> 15


...dat is een lachertje “Sutfene is een opleidingscentrum voor het Universitair Medisch Centrum Sint Radboud. In Sutfene worden specialisten ouderengeneeskundeenco-assistentenopgeleid. Het zit daarmee in ons academisch netwerk als opleidingsinstituut. Mijn beeld van De Lunette is dat wonen, zorg en welzijn een heel belangrijke plek heeft gekregen. Het is een dorp. Er is in Nederland een heel breed pallet aan zorginstellingen met verschillende sferen en zorgconcepten. Van oude waar het verschrikkelijk is tot nieuwe waar het er prachtig uit ziet, waar De Lunette ook een plek heeft. Wat je in de sector ziet is de enorme zoektocht naar bouw- en zorgconcepten, kleinschaligheid, genormaliseerd wonen. Dit soort instellingen met winkeltjes en andere voorzieningen is natuurlijk prima. Ik geloof ook zeker dat dat bijdraagt aan het welzijn van mensen, maar uiteindelijk ben ik er ook wel van overtuigd dat het gaat om de mensen die de zorg moeten leveren. Dan gaat het over mensen en welke competenties en deskundigheid ze hebben. Daarin is nog wel een zoektocht aan de gang. Wij denken dat voor mensen met dementie een kleinschalig woonzorgconcept goed is, maar er is in Nederland geen onderzoek, ook niet vergelijkend met andere concepten, dat kan aantonen dat in termen van kwaliteit van leven, gedrag en pillen kleinschalig beter is dan de traditionele, grootschalige concepten. Intuïtief zeggen we 16 > allemaal: dat is toch veel prettiger, maar in onderzoeken kunnen we dat niet aantonen.Voor sommige mensen is kleinschaligheid prettig, maar bij andere mensen kan het juist hun vrijheidsgevoel aantasten.” “De wetenschapper in mij zegt dat we, kort door de bocht, het antwoord nog niet gevonden hebben op de vraag hoe je het beste met mensen met dementie omgaat, hoe ze zich het beste voelen, hoe we ze het beste kunnen benaderen. We hebben geen concept waarin mensen het aantoonbaar beter doen, rustiger zijn etc. Het is

een illusie te denken dat we dat zomaar kunnen bedenken. We zijn er wel mee bezig.” “Veel hangt af van de competenties van de mensen die met deze ouderen omgaan. Daar heb ik tegelijkertijd ook wel een zorg over. In de sector zijn we in de afgelopen 20 jaar gemiddeld met lagere opleidingsniveaus gaan werken. Langzaam begint er wel een kentering te komen. Het inzicht groeit dat het opleidingsniveau hoger moet liggen bij dit soort complexe ziektebeelden, of dat nou dementie is of iemand met veel lichamelijke aandoeningen die kwetsbaar is. Gaat het om het aantal handen aan het bed of moet het gaan over de deskundigheid van die handen? Ik zou op zijn minst willen zeggen dat beide aspecten belangrijk zijn.” “Een paar jaar geleden zag je dat het aantal verpleegkundigen - niveau 4 en 5 - aan het afnemen was. Die verpleegkundigen waren voor een deel ook in kantoren verdwenen, want dan waren ze zorgmanager geworden. Wat je nu ziet terugkomen zijn de verpleegkundig specialisten die het gat gaan opvullen. Daar is ook behoefte aan in relatie tot de dokters. Die zijn handelingen gaan doen die eigenlijk door verpleegkundigen gedaan moeten worden en die dat misschien ook veel beter kunnen. Het besef dat we dat moeten gaan omkeren, en dat het goed is dat er een meewerkende voorman of voorvrouw op zo’n team komt, een rolmodel voor de lager opgeleide verzorgenden, begint steeds meer door te dringen. Daar ben ik dan weer optimistisch over. Maar kijk je naar hogescholen die deze opleidingen aanbieden, staan verpleegkundigen daar nou niet echt te trappelen om in de ouderenzorg te gaan werken. Wij moeten er ook voor zorgen dat wij een aantrekkelijk werkveld maken.” “Niemand wil in de ouderenzorg werken, we hebben een imagoprobleem. Wat je daaraan kunt doen? Dat is een van de moeilijkste


dingen. Dat is een maatschappelijk probleem. Net zo goed als iemand die ouder is dan vijftig jaar geen baan meer krijgt. Maar het zal wel moeten, simpelweg door de noodzaak om oudere mensen langer door te laten werken en de ervaring en wijsheid van die mensen te gaan waarderen in plaats van ze af te schrijven. Ik ben daar ook optimistisch over omdat ouderen straks in de meerderheid zullen zijn. De herontdekking van de oudere. Als je jong bent, denk je dat alles maakbaar is en alles kan en daarop baseren wij ons mensbeeld. Jong, beautiful, eeuwige jeugd, noem maar op. Dat is diep cultureel en maatschappelijk geworteld, het liefst willen we niet zien dat we ouder worden, de gebreken die daarmee gepaard gaan. Dat willen we niet onder ogen zien, behalve als je zelf ouder wordt, dan zul je wel moeten. Dan zie je dat de meeste mensen het ouder worden langzaam accepteren en daar dan ook een andere kwaliteit van leven aan weten te ontlenen. Want heus niet iedereen staat te roepen; doe mij maar een pil als ik 65 ben. De ambitie om in het Nederlands elftal

te voetballen heb je dan wel laten varen en dat geeft een heerlijke rust. Ik praat veel met familie van ouderen met dementie. Die zeggen: dat wil ik later niet. Dan zeg ik: dit huis zit vol met mensen die dit niet wilden, maar je ziet een enorme flexibiliteit in mensen en een wil om te overleven of een enorm vermogen om een nieuwe invulling te geven aan hun leven. Er zijn mensen bij wie het grote ellende is, die zwaar depressief worden, dat is waar, maar de andere kant is er ook.â&#x20AC;? â&#x20AC;&#x153;We willen het beeld niet zien, dat is de moeilijkheid voor zorginstellingen. We willen de ogen sluiten voor die werkelijkheid, wij willen niet zien dat mensen urineverlies hebben, we willen het ook niet ruiken. Ik snap het wel, daar zit achter: dat mag niet gebeuren. Dat zou toch niet moeten mogen. Het is een illusie te denken dat we die kijk van vandaag op morgen kunnen veranderen. Het is heel Nederlands, in andere culturen ligt dat anders, daar zorgen ze beter voor hun ouderen.â&#x20AC;?

> 17

>


18 >


â&#x20AC;&#x153;Ik vergeet na 5 minuten dat je deze foto hebt gemaakt, maar dat het hier zo fijn is vergeet ik nietâ&#x20AC;?

> 19


20 >

de behandelmanager


<

Waardevolste bezit zijn de mensen die het doen

“Wij hebben zeven specialisten ouderengeneeskunde, vijftien fysiotherapeuten, zeven ergotherapeuten, drie logopedisten, twee diëtisten, drie psychologen, een verpleegkundig team van negen mensen en het medisch secretariaat”, zegt manager van het Behandelcentrum Danny Huizer. “De zorg is heel divers. Psychogeriatrie, dementie, revalidatie, landurige somatiek, verzorgingshuisbedden, fysiotherapie en ergotherapie. Die is niet alleen gericht op ouderen, ook op jongeren. Bij de één om een zo comfortabel mogelijk leven te bieden, bij de ander om beter te worden. We zijn geen ziekenhuis maar krijgen steeds meer ziekenhuiszorg omdat mensen sneller bij ons komen. Vooral voor het herstel na behandeling in het ziekenhuis. Bij dementie zie je juist dat mensen zo lang mogelijk thuis blijven en zo laat mogelijk worden opgenomen. Ik ben overtuigd van onze kwaliteit. We doen het goed met de middelen die we daarvoor hebben.”

“Een ontwikkeling is dat we goed en gezond bewegen therapeutisch inrichten. Dus niet dat je één keer per dag een half uur loopt en de rest van de dag in je rolstoel zit, maar dat je, met hulp van de verzorgende, bijvoorbeeld ook lopend naar de wc gaat. Dan ben je actief bezig met je eigen herstel. Je kunt een ontbijt maken voor iemand die dat misschien niet kan. Een boterham met een plak kaas. Maar je kunt hem ook een stuk kaas geven en een kaasschaaf zodat hij kan oefenen en eerder weer zelf zijn ontbijt kan maken. Uiteindelijk zorgt dat voor een hogere kwaliteit van leven.” “We hebben een mooi, nieuw gebouw maar ons waardevolste bezit zijn voor mij toch de mensen die het doen. Het gebouw heeft een enorme aantrekkingskracht maar de mensen die het hier doen hebben dat ook in de oude situatie naar eer en geweten gedaan. Met het gebouw konden we het toen niet winnen, maar met onze mensen wel.”

> 21

>


22 >

de zorgmanager


<

Aansluiten op persoonlijke beleving

“De weg naar het verpleeghuis is voor iedereen het moeilijkst. Het proces van dementeren duurt gemiddeld zes tot acht jaar waarvan mensen ongeveer driekwart van de tijd nog thuis verblijven. Pas in het laatste kwart komen mensen hier. Familieleden hebben daar op een gegeven moment veel moeite mee, ze hebben het gevoel dat ze tekortschieten. Dat gevoel overheerst. Het algemene beeld dat Nederlanders hebben van verpleeghuiszorg, is toch ook dat het niet al te best is. Het idee is dat wanneer je in een verpleeghuis terechtkomt het leven wel voorbij is. Achter de geraniums en verder niets, terwijl we nu toch in een tijdperk zijn aangekomen waarin we juist wel willen zorgen dat het ook in een verpleeghuis goed wonen is, dat het bestaan menswaardig is en dat juist gekeken wordt naar de individuele behoeften van mensen.” Joris Schuurmans is zorgmanager en verantwoordelijk voor de zorg aan de bewoners en mensen in de dagbehandeling. “Mensen moeten eraan toe zijn om hier te komen. Het gaat om je gevoel. Bij de een ligt die grens veel verder dan bij de ander. Voor elk familielid, kind of partner, is de context waarin zo’n beslissing genomen wordt anders. Op een echtpaar dat zestig jaar bij elkaar geleefd heeft, waarvan de ene partner dementerend is en de ander de keuze moet maken om de partner te laten opnemen, heeft dit een heel andere impact dan op kinderen die vol in het leven staan en druk zijn met hun eigen dingen. Die nemen daarin anders een beslissing.” “De overgang van de grootschalige omgeving waarin mensen tot een jaar geleden woonden naar de situatie nu, is een enorme verbetering. Maar er is niet alleen maar een nieuw gebouw neergezet. We hebben ook onze manier van

zorgverlenen aangepakt en aangesloten op nieuwe inzichten in hoe om te gaan met dementie. De rode draad is dat wij bewoners een zo normaal mogelijke woonomgeving willen bieden. Zoals ze het thuis gewend waren. We willen aansluiten op die persoonlijke beleving. Hoe? Voorheen wisten wij als professionals het beste hoe we met cliënten om moesten gaan maar nu vragen we cliënten wat zij willen. Mensen met dementie zijn veel kwijt, als ze hier komen hun huis en nog veel meer. Dat uit zich bijvoorbeeld in het steeds op zoek zijn naar de krant. Ze zeggen tegen de verzorger: ik ben mijn krant kwijt. Dan pakt de verzorger de krant voor hen. Maar het gaat niet om de krant. Ze waren misschien niet eens van plan om hem te gaan lezen. Het gaat erom dat ze iets anders kwijt zijn. Heel vaak zichzelf. Ze weten niet meer wie ze zijn. Dan gaat het wel om persoonlijke aandacht, een arm eromheen, en proberen te ontdekken wat iemand echt bezighoudt, in welke beleving hij zit. Daar zul je niet direct antwoord op krijgen, maar er zijn methodes om daar achter te komen. Het resultaat is dat iemand die om een krant vraagt het gevoel krijgt dat er aandacht voor hem is.” “Ook voor medewerkers is deze manier van werken een grote verandering. We zijn er nog niet, we hebben nog tijd nodig om belevingsgericht in optima forma te werken, maar door scholing weten medewerkers wat belevingsgericht werken inhoudt. We maken nu de stap om die kennis in de praktijk toe te passen. Iedereen moet afstappen van een jarenoud patroon, dat is even wennen. Ook voor sommige bewoners en hun familie. De cliënt staat centraal, het is persoonlijker en individueler.”

> 23

>


â&#x20AC;&#x153;...als ik geen eigen slaapkamer had gekregen, was ik hier nooit gekomen. Ik ben heel blij met mijn eigen kamer.â&#x20AC;?

24 >


> 25


26 >

de activiteitenbegeleidster


<

Onrust wegnemen

“Sociaalcultureel werkers organiseren activiteiten voor de doelgroepen die hier in huis zijn: psychogeriatrie, somatische mensen maar ook mensen die nog zelfstandig wonen. Of die aan het revalideren zijn. Daar maken we een programma voor dat toegankelijk is voor iedereen. Daarnaast proberen we groepen binnen te halen die meedoen met onze activiteiten. Schoolkinderen die meedoen aan schilderen, linedansen, zingen, tekenen en dansen”, zegt sociaalcultureel werker Esther Davina. “Geheugenfitness, twee schildergroepen - beeldende therapie en een antroposofische schildergroep - we doen aan zingen, de creatieve middag, eieren schilderen, bioscoop, café-avonden. Het is afleiding. Mensen die hier opgenomen worden, zijn in één keer alles kwijt, het enige wat ze hebben is zichzelf. Daar moet wat mee gedaan worden, anders worden mensen depressief.” “Als activiteitenbegeleidster wil ik onrust wegnemen bij cliënten. Nu zijn activiteiten vrijwillig, maar in de toekomst willen we ze toch minder vrijblijvend maken. Al in de drie maanden dat mensen ter observatie worden opgenomen gaan we dan proberen programma’s te maken van activiteiten die mensen graag

doen waardoor ik beter in staat zal zijn om onrustpatronen bij cliënten te doorbeken.” “Ik werk met life review, het herschikken van herinneringen. Ik help mensen bij het beeldend maken van bepaalde fasen in hun leven. Je hoeft geen Picasso te maken of een Van Gogh, maar je doorloopt je leven en geeft dat leven opnieuw vorm. Mensen met traumatische ervaringen halen slechte herinneringen terug, maken die zichtbaar om daar vervolgens iets in te veranderen. Het is bewezen dat mensen die verandering anders in hun hersenen opslaan, dat geeft dan meer rust. Ik kan niet zien wat het probleem van mensen is, maar ik kan door een tekening wel zien wat dat probleem met iemand doet, hoe iemand zichzelf ziet.” “Bewoners in het nieuwe gebouw zijn rustiger, dat merk ik. Zeker in vergelijking met de gesloten Leeuwerikweide. Dat was een wereld op zich. Hier zijn veel meer invloeden van buiten, kinderen, familie, van alles komt voorbij, het voelt levendig aan. Zelf zou ik nog wel willen dat bewoners ook buiten kunnen komen. Hoe opener de uitstraling, hoe meer beweging er voor de bewoners ontstaat.”

> 27

>


28 >

de woonzorgregisseur


<

Eigenlijk werken we bij mensen ‘thuis’

Monique Jurriën is woonzorgregisseur. Ze coördineert het werk van verzorgenden van mensen met dementie. “Je komt hier als je je thuis niet meer kunt redden.” De komende twee jaar is ze bezig met de opbouw van zelfwerkende teams. Teams zo aansturen dat ze zelf dingen gaan oppakken. “Belangrijk is het welzijn van mensen. Het gevoel dat ze een thuis hebben. Iedere cliënt die binnenkomt benaderen we anders, op zijn manier. Daar moet je achter komen, dat weet je niet altijd. Iedereen is weer anders, mensen die met elkaar in één appartement wonen moeten ook onderling met elkaar overweg kunnen. Liefst verhuis je niet te veel. Het is de kunst om het voor iedereen voor elkaar te krijgen. Maar in de praktijk betekent dit dat op de ene dag de een iets meer zijn zin krijgt en op de andere dag de ander. Vrijheid is belangrijk. Zo natuurlijk mogelijk. We leven bij de dag. Dat is het leuke van dit werk. Elke dag is anders. Ja, de bewoners weten wie ik ben, wat ik kom doen, ze herkennen me, dat is ook vertrouwen.”

“Je moet flexibel zijn en open staan voor wat er hier gebeurt. Je moet je kunnen inleven, zorgzaam zijn. Soms zegt iemand: ik moet er niet aan denken, iemand naakt wassen. Maar dat is het niet alleen. Je moet je ook in iemand kunnen inleven. Snappen waarom hij is zoals hij is.” “De bewoners mogen hun eigen kamer aankleden. Met eigen spulletjes. Dat is leuk om te zien. Omdat ze spullen herkennen, gaan ze even op hun kamer zitten. Dat geeft je een goed gevoel. Het is ook voor ons fijn als we merken dat cliënten zich thuisvoelen, tevreden zijn en zich gelukkig voelen. Daar doe je het voor, je probeert er voor mensen iedere dag het beste van te maken. In de oude omgeving hoorde je toch vaak: is dit de ziekenzaal of de woonkamer? Hoe meer drukte in een woonkamer, hoe onrustiger mensen worden. Ik zie het verschil. Er is nu veel minder onrust. Het wonen is nu zo individueel geworden dat we nu eigenlijk bij mensen ‘thuis’ werken.”

> 29

>


30 >

de ergotherapeut


<

Recht doen aan eigenheid “Wij helpen mensen hun dagelijkse dingen zoveel mogelijk zelf te doen”, zegt ergotherapeut Boukje Droogers van het Behandelcentrum. “Alles wat we doen, hoe we bewegen en functioneren, kan door een ziekte, een ongeluk of een aandoening verstoord raken. Soms kun je daarvan herstellen, soms niet en moet je ermee leren leven. Wij zijn als ergotherapeuten gewend praktisch te kijken en inhoudelijk te vragen: wat vind je belangrijk om te kunnen doen in jouw leven? Wat wil iemand? En vervolgens denken we mee, adviseren we en formuleren we eigen doelen van cliënten: dit wil iemand zelf kunnen doen. Hier in het Behandelcentrum hebben we bijvoorbeeld een oefenkeuken waarin we de situatie van de keuken thuis kunnen nabootsen en kunnen uitproberen wat wel en niet lukt. Het gaat altijd om bewegingen, handelen, doen en functioneren.” “De soort van beperking kan van alles zijn, slecht ter been, artrose, balansproblemen, halfzijdige verlamming. Om bij het koken te blijven: Als je maar één hand kunt gebruiken, hoe lukt het je dan toch om te koken? Dat kan met hulpmiddelen en door te oefenen. Ik vind het enorm belangrijk dat mensen moeite doen om hun eigen leven in te delen, zodat ze, zoals hier in Sutfene, geprikkeld worden om die moeite te doen. Dat doet recht aan de eigenheid van mensen.” > 31

>


32 >


> 33


34 >

de architect


<

Tegenovergestelde van de burcht

“Het was hier een instituut, een verpleeghuis afgesloten van de buitenwereld. Je bracht je moeder weg en het hek ging dicht”, zegt architect van het eerste uur Gerrit Wijnia van IAA Architecten die intussen is opgevolgd door Marieke Blanken van hetzelfde bureau. Het begon voor Sutfene twintig jaar geleden met een experiment in Eefde. De opdracht aan de architect was: ga van instituut naar eigenheid richting wonen met zorg en diversiteit. Zo ontstond de eerste bungalowbewoning in de zorg. “Basisidee was dat we het tegenovergestelde van de burcht wilden bouwen: een openbaar gebouw dat vrij toegankelijk is voor de buitenwereld. Kleinschaligheid en zelfstandig wonen met zorg is nu de trend in de zorgwereld. Maar we lopen nog steeds voor de troepen uit. Dat moet ook. Vroeger maakte de overheid voor de financiering van gebouwen geld over naar zorginstellingen, nu moeten zorginstellingen naar de bank met een goed businessplan. Ze moeten vooral aantrekkelijk zijn voor bewoners want die bepalen nu zelf waar ze willen wonen. Het gebouw moet een hunkering zijn voor de bewoners, de buurt, de familie en de kinderen. Want dat zorgt voor bezoek. Het moet iets losmaken. Ik ken een directeur van een verpleeghuis die heel bewust stampij maakt. Zijn motto is: dan praten ze eens over wat anders dan over hun zere knie. Hij heeft een keer een schilderij van Herman Brood gekocht enopgehangenwaaropechtschaamhaargeplakt zat. Dat vonden de ouderen wel zo raar. Die belden allemaal hun kinderen met de opdracht de directeur te bellen om te zeggen dat dat niet kon. Hij had nog nooit zoveel telefoontjes gehad. En toen kwamen die kinderen ook allemaal, want dat schilderij wilden ze toch wel even zien. Daarmee had hij zijn doel bereikt.”

“Het gebouw moet geschikt zijn voor bewoning, maar ook plezier en vermaak. Daar is De Lunette voor gemaakt. Met kerst kun je in De Singel een kerstboom neerzetten en met carnaval kun je een clown ophangen, maar het gaat ook om de periodes ertussen. Dan moet er ook iets zijn. Want ook dan moet er voor de kinderen en kleinkinderen iets te beleven zijn. Alle partijen die elkaar in De Singel tegenkomen, Sutfene en de huurders, moeten hetzelfde doel hebben en je moet synergie weten te vinden, dat mensen iets voor elkaar betekenen, anders heeft multifunctioneel zijn geen zin.” “Hoe je voor demente mensen ontwerpt? Het is een zorgvisie van Sutfene en vervolgens een gebouwde visie. We gaan met de bewoners in de keuken koken. Hoe gaat dat dan? Je moet je verplaatsen in die mensen. Je moet je voorstellen dat je eigen moeder hier zit. Ik ben weleens naar een verpleeghuis in Roemenië geweest, daar hebben ze nu oude bedden van hier, daar lagen zes mensen op één kamer en die moesten de hele dag op bed blijven liggen. Mensen moeten natuurlijk kunnen bewegen, niet eindeloos in een gebouw zwerven, wel terug komen op hun honk, maar ze moeten ruimte krijgen.” “De hal is de lijmlaag tussen nieuw en oud. Daar kom je steeds weer in terecht. Met de gebogen vorm hebben we het groene uitzicht > 35 optimaal kunnen benutten. In Zutphen denkt iedereen nog recht te hebben op een stukje aarde. Hoe meer naar het oosten, hoe meer mensen naar buiten willen. Met dat groene uitzicht komen we een eind in die richting.” “De ronde vorm werkt ook aanstekelijk voor mensen die denken: wat zou er om de hoek zijn? Kijk maar naar straten. Een rechte straat


in de polder, daar is geen beleving, je ziet alles al. Een kromme weg is veel spannender en het komt minder massaal over. Het is intiemer. Het gebouw is 115 meter lang, 15 meter hoog en 12 meter breed. Daar past de helft van het nieuwe ondergrondse Centraal Station van Amsterdam in!” “Het gebouw voor de toekomst? Ontwikkelingen gaan snel, ze zijn niet te voorspellen. Bij de eerste tekeningen voor dit gebouw hadden we loopleuningen langs de wanden getekend. Mensen hadden toen alleen nog maar een stok en die loopleuning. Maar in de tussentijd kwam de rollator, toen de rolstoel, toen de scootmobiel, allemaal binnen een tijdsbestek van tien jaar. Die scootmobiel heeft heel wat teweeggebracht, toen moesten er opeens ruimtes komen om het ding te parkeren. Kijk naar badkamers, dat zijn nu hallen, want daar je moet met je scootmobiel naar binnen kunnen.”

36 >


â&#x20AC;&#x153;De hal is de lijmlaag tussen nieuw en oud. Daar kom je steeds weer in terecht. Met de gebogen vorm hebben we het groene uitzicht optimaal kunnen benutten.â&#x20AC;?

> 37

>


38 >


> 39


40 >

de singelmanager


< “Ik wil van De Singel een dynamisch geheel maken waar iedereen zich thuisvoelt, een levendig centrum. Je moet het zien als de dorpsstraat.” Anita Kunst is manager van De Singel, de begane grond van het entreegebouw, waar de receptie, het restaurant en het café, de kapsalon en het activiteitencentrum en ook de apotheek, een huisartsenpraktijk, het kinderdagverblijf, het winkeltje en het Behandelcentrum te vinden zijn. “Juist hier zijn we heel bewust bezig de buitenwereld naar binnen te halen. Ik heb net gesproken met de manager van Willeke Alberti. Zij komt hier optreden en dan is iedereen in Zutphen welkom, niet alleen bewoners van Sutfene. Nee, dit heeft niets meer van een gesloten inrichting, we hebben een open relatie met de omgeving. Het is ook een ontmoeting tussen jong en oud. Scholieren komen hier zwemmen, buurtkinderen hebben intussen de snoeppot van het winkeltje ontdekt. Er is een betere beleving van wonen mogelijk waardoor bewoners zich prettiger voelen. Het is geen loze kreet. Er wordt veel energie in gestopt om die buitenwereld binnen te krijgen. En het lukt. Er treden koren op, er zijn kunstexposities, steeds meer mensen, ook van buiten, komen naar het bruine café om hun verjaardag te vieren. Vooral in de weekeinden begint het hier soms echt te bruisen. We hebben er even over gedacht om de deuren van het zwembad open te zetten als er schoolzwemmen is, dan zie je ook nog eens kinderen in hun zwembroek voorbijrennen. Dat

Prikkelen van de bewoners kon niet, er zijn dan wettelijke beperkingen. Het ziet er leuk uit, maar de vloer wordt glad. Maar het geeft wel aan hoe we bezig zijn om van De Singel steeds meer een ‘normale’ leefomgeving te maken, zoals die buiten Sutfene bestaat.” “Wat we willen bereiken is dat mensen zeggen: hier gebeurt wat. Onze uitdaging is uit te vinden hoe we onze cliënten daar nog meer bij kunnen betrekken. Muziek bijvoorbeeld werkt geweldig voor onze cliënten. Muziek werkt in op beleving en welzijn van mensen. Ook als je dement bent, kan je vrolijk worden van muziek.” “Wij durven keuzes te maken, voor een zwembad of voor een singel waarvan anderen zeiden dat het niet te doen was. Maar met een open blik en een andere manier van denken is het toch gelukt. Met elkaar hebben we dat goed gedaan. Cliënten die op de psychogeriatrische afdeling hierboven kleinschalig wonen met hun medebewoners, belanden, zodra ze de deur uit gaan, in een levendige omgeving. Dat heeft een goede invloed op mensen die dementeren. Beweging, geluid, geuren, dat zijn prikkels die ze nodig hebben en die krijgen ze zodra ze hun voordeur opendoen. We zijn nu ook bezig om in de vide belevingsgerichte kunst neer te zetten. Kunst om te voelen, horen en ruiken. Er komt een wandkleed met natuurtaferelen dat via sensoren geluiden produceert en een glaswand met beweging en lichttaferelen.” > 41

>


42 >

de medewerkster brasserie


<

Gebak gaat als een trein “Ik heb de prijs gewonnen van beste werkneemster van Sutfene. Dat was in 2008. Ik was genomineerd tussen dokters, had nooit gedacht dat ik het zou worden”, zegt brasseriemedewerkster Trudy Hofman. Ze serveert in de Brasserie, het restaurant, en café de Buren dat onder bewoners steeds meer in trek komt om verjaardagen en andere feesten met vrienden en familie te vieren. “Gebak gaat hier als een trein. Heel Zutphen mag hier komen eten en het café is ook voor iedereen toegankelijk, maar daar is nog weinig bekendheid aan gegeven. Nee, de sfeer is niet dat je in een verzorgingshuis zit. Er komt van alles voorbij. Dat is het leuke. Het is net een overdekte winkelstraat in de binnenstad. Minder zorgachtig. Het lijkt op een dorp. Buurtkinderen van de overkant komen voor € 0,50 een ijsje halen. Ik zou wel iets meer kleur willen hebben op de muren, ook vrolijk gekleurde parasols en bloembakken vol bloemen. Ik ben etaleuse geweest, ik weet wel wat van kleuren.”

> 43

>


44 >

de vrijwilligster


<

Luisteren en een arm om iemand heen slaan “Er haken ook vrijwilligers af, die kunnen het niet aan, het aftakelen van de mens. Waarom kun je dat niet aan? Onderliggend is het angst. Zijn ze er bang voor. Waar ben je bang voor? Is het je eigen angst om zo oud te worden, wil je dat niet zien? Ik doe het omdat ik het leuk vind en niet om mezelf weg te geven. Ik ben heel sterk voor zelfredzaamheid. Wat iemand zelf kan doen, moet hij vooral zelf doen. Als je het doet vanuit je hart, werkt het. Dan krijg je ook iets terug.” Gerrie van Geel is een van de ruim dertig vrijwilligers op De Lunette. Al 15 jaar verzorgt ze koffiediensten, nu in de appartementen Olypoort en Saltpoort. “We doen het altijd met z’n tweeën. Gaan we de kamers langs, bezoeken we de mensen voor een kopje koffie of thee, maken een praatje. Ik wil luisteren en mijn arm om iemand heen slaan. De zorg is prima, maar er is vaak onvoldoende tijd om te luisteren naar een verhaal. Niet dat ik overal een kwartier blijf hangen, maar dat is ook niet nodig. Maar wel op het moment dat iemand een verhaal kwijt wil. Ik maak ook mee dat iemand voor een vogelkooitje zit en slaap kindje slaap zingt. Dan doe ik een stap terug, laat ik het gebeuren. Opvallend vind ik dat er veel mannen wonen, vroeger waren er meer vrouwen.” “Het is mooi werk, dankbaar, maar het zijn ook allemaal mensen met karakters hoor, je bent allemaal mens. Ik ook. Je moet bij mij > 45 niet aankomen met ‘ik moet dit’ of ‘ik wil dat’. Iemand die zegt ‘mag ik’ heeft bij mij meer kans. Ik blijf dit doen zolang mijn gezondheid het toelaat en ik het leuk vind en ik vind het hartstikke leuk. Ik heb weleens een dipdag, maar dan kom ik hier en knap ik helemaal op.”

>


46 >


â&#x20AC;&#x153;Wonen in een complex waar de klassieke grenzen tussen binnen> en buiten vervagenâ&#x20AC;?

47


48 >

de kunstenares


<

Als mijn rug goed is, is het leven goed

“Er mankeerde mij van alles. Maar het ergste was dat ik altijd heel erg pijn in de rug had. Ik zat soms weken in de stoel en kon er niet uit komen, ik kon helemaal niets beginnen. Ik kookte niet meer, ik at niet meer, geen drinken, niks. Nadat mijn man was overleden heb ik me eerst een jaar kunnen redden. Maar toen kon ik het niet meer”, zegt Janny de Wolde. Geboren in de kop van Overijssel kwam ze vijftien jaar geleden in Zutphen wonen. Als moeder van vijf dochters en een zoon vond ze het, toen ze een jaar of veertig was, tijd om te schilderen en te exposeren. Toen ze vorig jaar in Sutfene zelfstandig maar met zorg kwam wonen, hadden haar kinderen de kwasten, ezel en het palet al lang opgeborgen omdat door haar rug van schilderen niets meer terecht kwam. Maar in de hoek van de woonkamer staat nu het schilderij waarmee ze in de schilderclub van Sutfene aan de slag is gegaan. “Ik woon hier nu acht maanden en ik ben helemaal opgeknapt. Ik heb hier volledige vrijheid. Als ik pijn voel in de rug, wordt de verzorging direct overgenomen. Als ik geen pijn heb, kan ik zelf een beetje scharrelen. Ik zit iedere week een ochtend in het therapeutisch zwembad, daardoor is de pijn heel rustig geworden. Ik moet natuurlijk een beetje kalm aan doen, maar ik voel me goed. Ik heb zelfs een scootmobiel waarmee ik tot in huis kan rijden. Daardoor heb ik zoveel vrijheid. Als m’n rug goed is, is het leven goed. Als ik thuis was blijven wonen, was ik er aan onderdoor gegaan.” “Mensen vragen aan mijn kinderen: hebben jullie er erg voor moeten vechten om je moeder in dat verzorgingshuis te krijgen? Vechten? Ze heeft het zelf geregeld! Ze zijn er blij mee, ze werken allemaal en kunnen me met een gerust hart achterlaten omdat ze weten dat het goed is. Als het nodig is, druk ik op het alarm en word ik geholpen. Maar verder ben ik helemaal op mezelf. Dat is goed.”

“Ik zit hier in twee schilderclubs, doe mee met de geheugentrainingen en zit om de tafel om het nieuws te bespreken, ik vermaak me wel. Iedere vrijdagochtend komt er iemand uit de regio vertellen. De laatste keer een steenbakker. Ik weet nu hoe je stenen moet bakken. Ik hoef me geen dag te vervelen.” “Het idee voor dit schilderij heb ik uit een boek, maar daarna gaat het zijn eigen gang. Ik heb in Drenthe wel honderd exposities gehad, toen de kinderen groter werden en zelfstandig, ben ik op schilderles gegaan.Toen Sutfene werd geopend, heb ik heel gezellig zitten praten met prinses Máxima. Ze had onze tekenklas uitgekozen om van dichtbij te bekijken. Het is zo’n gewone vrouw, ze ging er gewoon bij zitten. We hebben het over haar kinderen gehad en het schilderij waar ik mee bezig was. Ze zei: ‘Mevrouw, mag ik het verhaal achter dat schilderij horen?’ Ik zeg: ‘Jazeker wel.’ Mijn man was net twee jaar geleden overleden. Een week later zouden we 60 jaar getrouwd zijn. Dat was moeilijk en dat heb ik in het schilderstuk verwerkt. Het is een vlinder die vanuit de donkerte naar het licht vliegt. Dat verhaal mocht ik aan haar vertellen. Dat is toch een belevenis, dat maakt toch niemand mee!” “Er zijn hier zo veel fijne mensen om me heen. Ik eet daar ook altijd aan de overkant in de brasserie. Elke dag eet ik daar met twintig, dertig mensen. Je kan het eten ook thuis krijgen, > 49 je bent daar helemaal vrij in. Eten interesseert me eigenlijk helemaal niet. Soms is het lekker, soms niet. Ik ben twaalf kilo afgevallen. Daardoor zijn de suiker en de bloeddruk beter en voel ik me ook veel beter. Ik heb het 100% naar de zin, het is fijn. Ik voel me bevoorrecht. Gevallen? Nee, ik heb mijn hoofd gestoten tegen een glazen deur. Nu zit er een sticker op, maar helaas moest ik eerst het slachtoffer zijn.”

>


50 >

de reiziger


<

En dan komt er iemand praten... “Koffie, hebben de mensen al koffie gehad? Al gehad, oh. En wat heb je hier nou? Oh, dat is een kussentje om op te gaan zitten. Heb je een kussentje bij je? Maar hij heeft wel een mooie haardos, lekker gestreuveld zo. Krijg ik koffie in de woonkamer of moet ik de mijne meenemen? Gaan we in mijn kamer zitten? Of liever: beneden in de kroeg. Als je maar niet vraagt hoe arm of ik ben. Dan krijgt iedereen medelijden en beginnen ze allemaal te doneren. En dan komen ze net op een tijd dat ik koffie aan het drinken ben. Nou, vertel het maar. Er zit een vogeltje in”, zegt bewoner van de psychogeriatrische afdeling Huub Heijnen (83) als een mobiel gaat. Commerciële man in de confectie is hij geweest, vader van twee dochters. Hij kwam nadat zijn vrouw (‘een mooie Zeeuwse’) overleden was op aandringen van een bevriende huisarts in Sutfene terecht. Hij kamt eerst zijn haren en zingt: “Ik heb eerbied voor jouw grij-hij-ze ha-ha-ren.” “Mag ik weten wat de heren komen doen? Ik heb ook veel gefotografeerd, totdat ze m’n camera leenden en niet terugbrachten.”, zegt Huub wijzend op de fotocamera. “Dat is al een hele tijd geleden. Toen hebben ze m’n filmcamera ook meegenomen.” “Ik kom uit Brabant. Daar mankeert toch niks aan? Ik heb een Belgische vriendin gehad, vandaar de Vlaamse tongval, en ik ben gehuwd geweest met een Zeeuws-Vlaamse. Waarom > 51 brandt dat rode lampje? Vertel het eens, wat wil je weten? Hoe oud ik ben? 83. Hoelang ik hier zit? Is dat hetzelfde als in de gevangenis zitten? Nee, het is hier veel beter. De cake, daar kunde ge goed van keutelen, hoor. Nou, kom op. Ja, wat heb ik gedaan? Mag ik het heel ruim zeggen? Ik heb in de textiel en in de confectie gewerkt. Stoffen kopen en kostuums verkopen. Dat deed ik niet alleen, dat deed ik met een paar honderd andere mensen. Ik was commercieel geprivilegieerd. Je weet toch wel wat commercieel is. En geprivilegieerd


is dat je dingen mag doen die een ander niet mag doen. Een fabriek en kantoren in Zutphen, en in Lichtenvoorde en Gorredijk hadden we nevenbedrijfjes. Bedrijfjes? Honderd mooie meiden op een hoop.” “Ik woonde in Warnsveld.” Er valt een stilte. “Nee, ik wou even naar uw hand kijken.” Er valt weer een stilte.. “Is dat bij jullie verboden?” Ik leg uit dat ik wel getrouwd ben maar dat ik het vervelend vind om een ring te dragen. “Ik ben niet getrouwd”, zegt de fotograaf. “Ik ben gehuwd, zegt meneer Heijnen. Met een mooie Zeeuwse. Wou je nog meer weten? Mijn echtgenote is overleden en mijn ene dochter woont in Amsterdam met een gezin en de andere in Duitsland met een gezin. Volgens mij hadden ze een afspraak om om de beurt langs te komen, maar ik heb dat een beetje afgeremd. Waarom? Ze hebben ook nog een man en een gezin. Het leek weleens alsof ik het gezin was. Ik ben hier een jaar geleden gekomen. Hoe dat kwam? Dat is medisch geheim! Waarom? Omdat ik niet meer voor mezelf kon zorgen volgens mensen die er verstand van hebben. Het had te maken met nonchalance en niet meer willen. Nu zou ik hier niet meer weg willen, met al die lieverdjes hier.” “Ik ben hier gekomen omdat de dochters en vrienden vonden dat ik vergeetachtig en nonchalant was geworden. Een goede vriend, 52 > mijn huisarts, zei: ‘het wordt tijd dat er eens voor je gezorgd wordt, in plaats van dat je het zelf doet’. Als je een druk leven gewend bent geweest, daarna gepensioneerd bent en rust krijgt, ga je na verloop van tijd activiteiten zoeken, want je kunt niet de hele dag stil zitten. Heb je die gevonden, komt je huisarts vertellen dat het zo niet verder kan. Er komt dan iemand praten die vraagt of je witte onderbroeken hebt of lichtblauwe. En dan zeggen ze: ‘we zullen kijken wanneer er een kamer vrij is’. Nee, natuurlijk niet, ik was het er niet mee eens. Nee, nog steeds niet. Ik gedraag me dusdanig

dat de dokter geen klagen heeft, dat ie vandaag of morgen zegt: ‘doe die lummel maar terug naar huis’. Nee, ik heb het niet naar de zin. Ze zeggen dat het hier nieuw is en niet versleten, maar als ik geen eigen slaapkamer had gekregen, was ik hier nooit gekomen. Ik ben heel blij met mijn eigen kamer.” “Hobby’s? Bedoel je vrijetijdsbesteding meer dan zoveel keer per week? Hier niet. Hier word je zeer goed verzorgd in materieel opzicht maar voor de rest is hier 0,0 te doen. Mijn grote vriend Jan Meijer, ik weet niet of je hem kent, die woont in Warnsveld, althans daar woonde ie. Dat is de bezigheidstherapeut hier en hij is wel bezig een paar bezigheidsgroepen te vormen. Hij heeft nu een biljartgroep en een bridgegroep, en hij is bezig met twee andere groepen. Biljarten ga ik alleen als het laken verzekerd is. Bridgen kan ik ook, de 7 is hoger dan de 5. Je moet het met enthousiasme doen of het niet doen. Een van de twee. Ik weet het nog niet.” “Thuis had ik wel hobby’s. Ik vermaakte me met kaarten en imaginaire reizen. Ik heb veel gereisd in mijn leven. Ik had een paar camera’s en was de beste klant van de fotograaf voor zijn albums. Totdat ik geen korting meer kreeg, dat was toen zijn zoon erin kwam, en toen heb ik de foto’s maar in sigarenkistjes gedaan. Ik bladerde in die fotoalbums, in gedachten was ik dan weer waar ik toen was. De leren albums zijn tegelijk met de camera gestolen, de plastic albums heeft hij laten liggen. Het was hem niet om de foto’s te doen. Als iemand geen geld heeft kan hij toch bij me komen, dan geef ik hem tegoedbonnen voor de bakker en de slager. Niet voor de kroeg.” “Ik rook nog. Mijn sigaretten liggen in de kast en die moet ik vragen. Dan mag ik ze de rest van de dag houden. En als ze op zijn, gaat een van de dames of het manneke, mee om nieuwe te halen, want die mevrouw beneden mag aan


...en die vraagt of je witte onderbroeken hebt of lichtblauwe mij als patiënt geen sigaretten verkopen. Als ik vijf kilo bonbons vraag zegt ze: ‘hoe wil je ze hebben?’” “Nou even serieus. Vanuit welke invalshoek zitten jullie hier? Een boek over Sutfene en de bewoners? Dus als ik het goed begrijp zou er in dat boek kunnen komen te staan: wij hadden een gesprek met een malloot en die vond dit of dat? Oh, dan eis ik eerst inzage voor de publicatie. Of: kassa! Weet je dat het inbreuk is op mijn privacy als je foto’s maakt terwijl ik dat niet in de gaten heb.” “Voor ik hier kwam, had ik een aantal gerechten waarvan mijn echtgenote wist dat ik ze liever niet at. Ik hapte alleen mee als ik het lekker vond. Daar beginnen ze hier nu ook achter te komen. Ik hou niet van vis en voor de rest kan het zo gek niet zijn. Hoe dat komt, weet ik niet.

Alle soorten vis hebben een bepaalde smaak. En ik vind die niet lekker.” “Follow me! Dit is mijn kledingkast met rechts hangertjes en links liggertjes. Tekeningen van de kleinkinderen aan de muur. Bed. Dit is een bureau, dit is een plant, dit is mijn echtgenote, dit zijn mijn nazaten. Meneer, moet je eens luisteren, je kunt hier de hele dag of gaan zitten janken voor het raam in je kamer of aan de andere kant tussen de anderen en dan word je een malloot. Ik blijf een beetje in het midden. Ik heb een paar jaar geleden in het ziekenhuis gelegen, daar heb ik zo lopen dollen dat ik samen met mijn buurman ernstig door de doktoren werd toegesproken. We moesten ons rustig houden, want de zusters konden hun werk niet meer normaal doen. Of we ons konden gedragen en serieus zijn. Nee, dat konden we niet.”

> 53

>


54 >

de boerin


< “Ja nou, hoe is dat zo gekomen. Van lieverlede. Ja. Ik zit hier een jaar of drie. Dat denk ik, tenminste. Ik ben alleen thuis. In Ruurlo. Ik kom zelf uit Markelo”, zegt Johanna Dekkers (68). Ze zit in de dagbehandeling, op dinsdag en op donderdag. “Ik was boerin. Veeteelt en varkens, ja. Voor de melk en het vlees. Fokken en mesten, deden we. Ik heb een dochter en die zit nu op de boerderij. Ik woon er nog steeds. Eerst met opa en oma, mijn schoonouders dan. In 1999 is oma overleden en veertien dagen geleden is opa overleden. Hij was 96. Mijn man is in 1992 overleden. Hij had longkanker”, zegt ze zacht. “De dokter vond het beter dat ik foto’s liet maken van boven want ik had het zo benauwd. Ik ben hier in Sutfene terechtgekomen omdat ik eenzaam was, maar ook om iets aan die benauwdheid te doen. Ze zeiden dat ik de ziekte van Parkinson had. Parkinson betekent medicijnen nemen. Veel medicijnen, twintig per dag.” Ze verontschuldigt zich omdat ze plat praat en eigenlijk geen prater is. “Ik vind het niet zo makkelijk om ermee om te gaan, toe maar.” Twee dagen Sutfene betekent vijf dagen op de boerderij. “Dan ben ik thuis. Als het nodig is help ik mee. Nee, niet om 4 uur uit bed, om 6 uur zo’n beetje. Ik help nog wel mee met melken, kalfjes voeren, maar dat gaat ook een beetje over. Ze hebben me in een huisje ernaast gezet. Ik woon nog zelfstandig. Of dat lukt dat met Parkinson? Jawel hoor. Twee halve dagen heb ik ook thuiszorg. Op het ogenblik gaat het wel, maar soms is het erger. Het gaat ook samen met vergeetachtigheid.” “Ik kom hier met het busje. Ik word om 9 uur ‘s morgens opgehaald en dan moeten we hier om 10 uur wezen. Ja, ik vind het wel goed. Ik

Vrienden maken, dat kan hier kwam hier al voor fysiotherapie. Het zit hier mooi bij mekaar. Ik vind de sfeer hier wel goed. Ik leer de mensen kennen. Vrienden maken, ja dat kan hier. Voor de middag krijg ik fysiotherapie, na de middag ga ik een uur, anderhalf uur rusten. Dan is het weer koffiedrinken. Maar ik ben onder de mensen, dat is fijn. Thuis zijn de kinderen aan het werk en die hebben ook hun eigen huis. Ja, ik doe ook mee aan spelletjes. Om 4 uur ga ik weer naar huis. We vinden het allemaal leuk om te komen, maar ook om weer naar huis te gaan.” “Koken? Nee, doe ik niet. Dat gaat via Tafeltje Dekje. Die komen het eten brengen. En dat moet dan nog in de magnetron. Jawel, ik heb het hier wel naar de zin. Ik moet wel wennen aan het nieuwe gebouw. Ik loop ook wel rond.” “Parkinson gaat niet over. Nee. Als het maar niet erger wordt. Ik weet niet wat ik zou veranderen hier, ik ben niet zo technisch of bouwkundig. Na drie jaar mogen ze ook wel een keer verder kijken. Ik wilde wel naar Nijmegen toe, maar daar kwam ik niet voor in aanmerking. Dus. Ik zou wel weer eens in een andere omgeving willen zitten. Maar waar? In Ruurlo zit niks. Nee, dat ligt niet aan de sfeer, gewoon iets anders. Als ik geen fysiotherapie had, kwam ik hier niet. Jawel het is hier heel gezellig, maar het is ook wel altijd hetzelfde. Ik weet het ook niet. Het zal wel moeilijk zijn, anders had ik wel wat anders gedaan.”

> 55

“Hobby’s? Handwerken. Zelf kleding maken en sokken breien. Ik borduur letterdoeken voor trouwerijen. Het gaat nu iets langzamer maar het lukt nog wel. Ik ben ook lid van de plattelandsvrouwen.”

>


56 >


> 57

â&#x20AC;&#x153;Het gemoedelijke van toen zie ik hier terug. Hier ben je geen nummer, maar mens.â&#x20AC;?


58 >

de dochter


<

Mijn vader en ik zijn twee handen op één buik

Het is een koude, regenachtige dag in april. Ricky Couburg komt, zoals alle dagen, op haar brommer even langs om te zien of het goed gaat met haar vader. “Iedereen kent hem als Appie of Ab”, zegt Ricky. Zijn gezicht is gehavend, zijn wang dik en paars. “Het is telkens wat”, zegt Ricky. “De vorige keer had hij een heel dik blauw oog. Hij heeft de ziekte van Ménière, een evenwichtsstoornis. Hij wordt duizelig en hij valt. Hij mag zijn bed ook niet alleen uit, maar dat heeft hij nu toch weer gedaan. Ze hebben hem snel gevonden.” Albert Jonkers (86), geboren en getogen Zutphenees, vader van zes dochters. Woonde 80 jaar op De Mars aan de IJssel. Wilde bij de politie maar liet de examens schieten toen hij verliefd werd op de moeder van zijn kinderen. Hij werkte in de papierfabriek, was een verdienstelijk bokser en werd de steun en toeverlaat voor allochtone mensen die in de wijk kwamen wonen. “Mijn vader kreeg een flinke klap toen mijn moeder overleed. Dat was in 1999”, zegt Ricky. “Ze was toen al twintig jaar ziek. Hij had met liefde voor haar gezorgd. Maar het was ook een hele opgave geweest. Hij kon nooit lang de deur uit. Bij het boodschappen doen moest hij zich haasten omdat hij mijn moeder niet lang alleen kon laten. Toen mijn moeder was overleden, ging het nog een paar jaar goed met hem. Het was een sterke kerel, tot zijn tachtigste reed hij dagelijks op de brommer. Maar toen begonnen we te merken dat hij af en toe in de war was. Dat zat in kleine dingetjes. Hij liet zijn eten soms aanbranden, als ik tussen de middag langskwam kreeg ik heel oude koffie van ‘s ochtends 8 uur of een beker koffiemelk in plaats van gewone melk. Het gaat heel langzaam. Kleine dingen worden steeds groter, net als met de koffie en de melk en dan zie je dat er iets niet goed zit. Hij kreeg uiteindelijk ook epileptische aanvallen, ik denk dat hij wel tien keer voor de dood is weggehaald, maar hij heeft een sterk hart.”

Zelfstandig thuis wonen kon niet meer. Eerst verbleef hij drie maanden in een noodopvang van Sutfene op de Leeuwerikweide. Na die drie maanden mocht hij in het weekeinde naar huis om het te proberen. “Dat ging niet. Hij had heel nare gedachten, riep steeds dat hij er een eind aan ging maken, hij kon niet alleen zijn. Ik heb toen de huisarts gebeld en die heeft met spoed de opname geregeld. Gelukkig kon hij terug naar zijn oude kamer op de Leeuwerikweide. Daar hebben we geprobeerd hem in een bejaardenhuis te krijgen. Dat lukte, maar dat werd een ramp. Hij werd ‘s ochtends in een stoel gezet, kreeg dan een boterham, maar als die per ongeluk van zijn bord viel, lag die boterham er ‘s avonds of de volgende dag nog. Hij werd broodmager. Sinds hij terug op Sutfene is, bloeit hij helemaal op. Zijn gezicht wordt voller, er zit meer vlees aan. Hij heeft weer iedere dag roddels. Vooral over mijn oudste zus en mij. Hij ziet ons het vaakst. Mijn vader en ik zijn twee handen op één buik. Als mijn vader wegvalt, is voor mij echt alles weg. Het is wel een heel andere man geworden. Van vroeger weet hij een heleboel. Hij is oostelijk kampioen boksen geweest. Als je daar over gaat beginnen, ben je hier nog niet weg. Maar wat ik nu vertel, is hij over een paar minuten kwijt. Ik heb nog wel overwogen om mijn vader zelf in huis te halen. Maar dat is een moeilijke keuze. Dat zou geen probleem zijn, maar wel een hele opgave, voor mij en voor mijn gezin. Want je gooit je leven op z’n kop. Als ik het doe, moet > 59 ik ook echt 24 uur per dag voor hem klaar kunnen staan. Dan ben ik blij met Sutfene waar hij het zo naar zijn zin heeft.” “Door die Ménière heeft hij zijn leven lang al hoofdpijn, hij kan eigenlijk niet tegen drukte. Na vijf minuten vindt hij het genoeg. Het liefst zit hij alleen op een stoel. Dan mag er wel drukte om hem heen zijn, maar daar moet hij dan niet aan mee hoeven doen. Laat hem in zijn eigen wereldje zitten, dan is het goed. Niet te veel gedoe. Hij is ook met kleine dingen


tevreden. Het hoeft voor hem niet allemaal met de groep, behalve dan bij het zingen. Hij kan hele dagen zingen en trekt iedereen mee. Liedjes als ‘Oh give me your home’, ‘Kleine Jantje’, allemaal liedjes van vroeger. Hij is een gangmaker, hij kan heel ziek zijn, maar hij blijft altijd vrolijk. Die man heeft zo’n goed karakter, ik ben echt trots op hem.” “In het begin doet het zeer als je je vader naar een verzorgingshuis brengt. Maar het is ook gewenning. Ik ben al lang blij dat hij verder geestelijk nog goed is, nog uit zijn bed kan, voor mijn gevoel gaat het super met hem. Als ze hem in dat bejaardenhuis hadden gelaten, was hij er misschien al niet meer geweest. Ik kom hier heel graag. Het doet me denken aan hoe De Mars vroeger was. Een echte arbeiderswijk waar iedereen voor elkaar klaarstond. Was er wat, had je altijd een buurvrouw om bij aan te kloppen. Het gemoedelijke van toen zie ik hier terug. Hier ben je geen nummer, maar mens.”

60 >

>


> 61


62 >

de scootmobilist


<

Uiteindelijk besefte ik dat het ook voor mijn vrouw goed is

“Ik heb al een keer een interview gegeven. Dat was ook hier. Toen zaten we nog op de Leeuwerikweide. Het ging over mijn werk als bakker. In dat blad hebben ze een foto van mij staan met eieren en een garde. Klaar om gevulde koeken te maken. Tot mijn 24ste heb ik bij mijn ouders in de bakkerij gestaan. Toen had ik er genoeg van. In militaire dienst was ik kok en heb toen geprobeerd werk als kok te vinden. Dat lukte niet. Toen kwam ik bij Van Gend en Loos uit. Dat was een administratieve baan, dat heb ik volgehouden totdat de computer zijn intrede deed. Ik heb er geen spijt van dat ik er uit ben gegaan. Ik kon niet meekomen met de computer. De dames daar waren vele malen rapper op dat ding. Doordat ik niet mee kon komen heb ik een tijd in de ziektewet gezeten en kwam ik automatisch in de WAO. Dat ging in die tijd heel makkelijk. Ik moest naar de controlerend arts hier in Zutphen, ik ben hoogstens drie, vier minuten binnen geweest, toen stond ik weer buiten. Ik was 56 en hoefde nooit meer te werken.” Joop Hamer (75) zit twee dagen in de dagbehandeling. Op maandag en woensdag. Om half tien wordt hij met het busje opgehaald. “Vandaag niet. Ik ben met mijn scootmobiel en kan gaan wanneer ik wil.” Hij is getrouwd en heeft twee kinderen. “De jongen geeft in Amerika op de universiteit les, hij woont ook daar, en de dochter woont in Den Bosch, die is pedagogisch puntje puntje. Ze hebben allebei de universiteit gedaan. Zelf had ik dat nooit gekund. Maar daar heb ik vrede mee. We hebben sinds oktober onze eerste kleinzoon erbij.” “De dagbehandeling ga je naar toe als je thuis voor de voeten van de vrouw loopt. Ik heb veel gesukkeld met mijn rug en veel hoofdpijn. Toen ik al een aantal jaren in de WAO liep, is het balletje gaan rollen. Ik kwam bij een neuroloog terecht, die heeft me een paar keer onderzocht, en toen werd bij mij Parkinson vastgesteld. Ik moest met tabletten leven. Ik heb een vrouw die tien jaar jonger is dan ik.

Die kan er niet tegen dat ik altijd maar thuis loop. Ik heb wel iets van hobby’s, maar niet veel. Mijn vrouw is er achteraan gegaan om mij in de dagbehandeling te krijgen. Niet voor de hele week, maar voor twee dagen in de week. Zo kwam ik hier. Vreselijk vond ik het. Maar hier zit niet alleen Parkinson. Hier zitten ook hersenbloedingen en tumoren. Je maakt hier van alles mee. Daar moet je doorheen bijten. Dat gaat nu wel beter, omdat ik hier al langer zit. Wat ze hier ook doen is controleren van je medicijnen, ik heb looptherapie, ze kijken hoe lang ik dat kan volhouden. Met een stok en met een rollator. Om tien uur beginnen met koffie en om elf begint de therapie in groepen. Ik heb voor elkaar gekregen dat ik in de ochtendploeg zit, want later op de dag lig ik meestal te rusten en vind ik het vervelend om voor die therapie uit bed te moeten.” “Nee, ik had er helemaal geen begrip voor dat mijn vrouw me uit huis wilde hebben. Helemaal niet. Je zou er ruzie om krijgen. We zijn veertig jaar getrouwd en dan sturen ze je nu nog het huis uit. Maar de man die ons veertig jaar terug trouwde, die zit hier ook. We maken allemaal hetzelfde mee. Nou begrijp ik wel een beetje waar het mijn vrouw om begonnen was. Het is een ontlasting voor mijn vrouw. Maar dat weet je in het begin niet. Ik kan me niet helemaal alleen wassen. Waar ik niet bij kan, doet zij het en dan is het klaar. Maar toen ik een week helemaal niets kon, een poosje > 63 geleden, dan raakt ze niet in paniek, ze is vroeger verpleegster geweest, maar dat valt haar dan zwaar. Het is toch anders. Je eigen man verzorgen is anders dan een vreemde. Nu begin ik in te zien: het is voor mij goed en het is voor haar goed.” “Ze zijn nu een spel aan het doen. Soms doe ik mee, soms niet. Dan ga ik er even tussenuit. Maar dan zeg ik wel waar ik heen ga. Ik kan overal gaan en staan waar ik wil. Ik heb weinig hobby’s. Nou ja goed, ik deed vroeger


aan sjoelen en een paar huisspelletjes. Als vrijwilliger bracht ik op Sutfene koffie rond, maar dat kon door het bibberen een gegeven moment niet meer. Ook was ik hier koster bij kerkdiensten. Ik mis het autorijden. Dat is afgelopen. Van mezelf vind ik dat ik best kan autorijden, naar Den Bosch naar mijn dochter, maar mijn vrouw durft er dan niet naast te zitten.” “Ik heb geen eigen ruimte. Er staat wel een bed waar je even kunt gaan liggen. Maar mijn vrouw gaat deze zomer met zeven dames tien dagen naar Zwitserland. Dan kan ik niet mee, dat wil ik ook niet, dat is te zwaar, maar nu kan ik hier een week blijven. Alleen de warme maaltijd moet nog geregeld worden. Ik eet hier altijd brood omdat ik ‘s avonds thuis warm eet. Ik wil nog wel een keer hier mee-eten als ze stamppot andijvie hebben. Maar dan zeg ik het tegen mijn vrouw. Ik ben hier nog een uur, met de scootmobiel wil ik zo nog even een eindje gaan rijden. Zorg ik dat ik op tijd terug ben voor het fruithapje. Als ik goed ben en het kan, vind ik het heerlijk om dat te doen. Ik zou in de therapie ook weleens het zwembad in willen. Ik weet niet of ik daar met Parkinson recht op heb.”

64 >

>


> 65


66 >

de teler


<

Ik ben een waaghals

“Ik heb hier gevraagd of ze Roel willen zeggen. Ik ben niet sterk in datums, maar ik geloof dat ik hier sinds 2005 zit. Of 2006, ik weet het niet. Ik zat in het onderwijs. Eerst aan de basisschool hier in Warnsveld, daarna aan de Landbouwschool in Twello. De avovakken deed ik, algemeen vormend onderwijs, Nederlands, geschiedenis en aardrijkskunde. Ik heb altijd belangstelling gehad voor de tuin, voor groente telen. Ze zeggen dat ik groene vingers heb. Mijn vader werkte bij een boer, hij was geen boer, maar misschien heb ik dat van hem. In ons vorige huis, in Voorst, had ik een heel grote tuin. Daar verbouwde ik groenten en aardappels, voor eigen consumptie en voor familie en vrienden”, zegt Roelof Doornebosch (78), getrouwd, twee kinderen en drie dagen in de week op de dagbehandeling van Sutfene. “Ik heb een tumor gehad aan de hersenstam. Die is in Nijmegen geopereerd, ik denk in 2005. Ik was al met pensioen. Die operatie zorgde er meteen voor dat ik vrijwel niets meer kon. Ik was wel goed genoeg om thuis te blijven wonen. Maar ik zit hier nu drie dagen in de week. Waarom? Ik ben makkelijk en ik ben een waaghals. Ik blijf proberen om zelf te lopen, met een rollator, en dan val ik vaak. Soms blijf ik ergens achter haken en dan gebeuren er ongelukken. Tot nu toe was de schade niet groot, maar het hoeft maar een keer echt fout te gaan. Mijn vrouw is steeds bang dat ik val. Dat is voor haar een hele belasting, ze wil de hele tijd in de buurt blijven.”

“Elke morgen word ik met de bus opgehaald en naar huis gebracht. Ik vind het hier gezellig, al praat ik niet veel. Ik heb door mijn ziekte, de geneesmiddelen, al mijn tanden verloren, en nu heb ik een paar maanden geleden een kunstgebit gekregen. Dat praat wat moeilijk. Ik moet er nog aan wennen. Missen? Je moet je aanpassen aan de meerderheid. Nee, ik heb geen wensen, ik ben best tevreden. Ik kom hier met andere mensen in contact. Nu zijn ze aan het spelletjes doen, daar hou ik niet van. Dan ga ik lezen. Vroeger heb ik wel gekaart. Mijn vrouw en ik hebben bridgen geleerd en toen zeiden we: als we 88 zijn kunnen we altijd nog bridgen. Maar dat lukt echt niet meer.” “Vanmorgen heb ik zitten schilderen, aquarelleren. Dat deed ik voor ik ziek werd ook. Nu gaat het minder. Mijn ziektebeeld is vrijwel constant. Maar je wordt ook ouder, hè. Ik lees veel. Thuis ook. Kranten en alle soorten boeken. Ik heb pas nog drie boeken gelezen over het ontstaan van een aardewerkfabriek. Nee, ik krijg hier geen bezoek. Wie zou hier komen? De kinderen zijn veel te druk. In het begin kwam mijn vrouw hier elke dag, zeker in de eerste zes maanden na de operatie. In die tijd kon ik alleen nog maar praten. Nu hoeft ze niet te komen. Als ik weg ben, komt mijn vrouw tot rust, krijgt ze weer energie voor de andere dagen. Ik zou het liefst alle dagen thuis zijn natuurlijk, maar ja, dat gaat niet. Daar heb ik me bij neer te leggen.” > 67

>


68 >

de kantoormachinemonteur en de verzorgende


<

Wat nu gebeurt, daar weet ik over vijf minuten niets meer van

“Dit is de woonkamer. Met z’n zessen zitten we hier. Vier dames en twee heren. Nu krijgen we een boterham, om vijf uur gaan we lekker eten. Ha, ha, ja lekker is dat. Het eten is hier goed. Ja hoor, dat is echt goed. Vaak zit ik de hele dag op de avondmaaltijd te vlassen. Ik doe de hele dag niks, een beetje gymmen, fietsen doe ik ook. Ik heb het prima naar mijn zin hier.” Bewoner van de psychogeriatrische afdeling Steven Rozenboom (82), geboren Wageninger, kwam naar Zutphen om te trouwen en werkte bijna veertig jaar als kantoormachinemonteur. “Ik weet niet wanneer ik bij Sutfene terechtgekomen ben. Dat was bij de Wiersse. Ik kan het wel nakijken hier, want het staat vast ergens opgeschreven. Ik ben niet goed in mijn kop. Ik ben wel helder en aardig goed te pas. Maar door een ziekte in de hersens, zijn de kleine en grote hersens van mekaar losgekomen. Wat nu gebeurt, daar weet ik over vijf minuten niks meer van.” Laura Brouwer is verzorgende individuele gezondheidszorg. “Ik ben een vliegende keep. Ik sta niet zo heel vaak op een bungalow, meestal op de gang. Ik doe overal de medicijnen, bloeddruk meten, dat soort dingen. Ik help ook als er zware mensen getild moeten worden. Ik doe dit vanaf 2005. Toen als onderdeel van de opleiding en als bijbaantje in het weekend en ‘s avonds en intussen ben ik drie jaar gediplomeerd. Ik vind het hier in de nieuwe kleinschalige opzet heel leuk. In het begin was het wennen, het was heel anders dan we gewend waren. Eerst werkte je in een team en had je 24 bewoners die je met z’n allen verzorgde. Nu sta je alleen op zes mensen en daar heb je de hele dag de verantwoordelijkheid

voor. Voor de bewoners is het een hele vooruitgang. Ze hebben ook een eigen kamer en daardoor meer privacy. Dat was er eerst niet.” Steven: “Toen lagen we met z‘n vieren op één slaapkamer. Dat was waardeloos. Nu heb ik een mooie eigen kamer, je mag zo wel even kijken. Ik heb in mijn eigen kamer ook een televisie. Als ik me verveel kijk ik televisie of ik lees wat. Ik kan nu ook uitslapen. Ja, een heel enkele keer lig ik tot half tien op bed. Maar er is altijd iets te doen ‘s morgens. Dus van uitslapen komt niet zoveel.” Laura: “Voor de bewoners is het een hele vooruitgang, zij krijgen meer aandacht. Maar voor mezelf is het teamwerk wel minder leuk geworden. Vroeger deden we alles met elkaar, werkten we samen op, en nu sta ik de hele dag eigenlijk alleen. Ik heb geen collega’s om me heen.” “Ik doe aan figuurzagen en schilderen. Ik teken en schilder olifanten, ik hou van Corneille, ik heb ook zoiets gemaakt. Paddestoelen op water, hoe heten die dingen? Nee, het waren geen konijnen. Maar wel beesten. Gymnastiek doe ik één keer in de week. Een paar bewegingen, zo, zo en zo.” Hij doet een paar oefeningen voor. “Niet wat je op televisie ziet, dat gaat te hard. Het moet wel leuk blijven. Vanochtend ben ik niet geweest. Heb ik de hele ochtend de krant zitten lezen en koffie zitten drinken. Ik zei: ‘bekijk het maar.’ Ik ben heel vrij. Kan doen en laten wat ik wil. Morgenochtend ga ik weer fietsen met een duofiets, door Zutphen. > 69 Ik zou zo de stad in kunnen lopen, maar dat mag niet. We hebben een chip in de schoen zitten, hierzo, en als je buiten de deur gaat, gaat ie piepen en dan komt er iemand. We hadden eerst leefcirkels, van die bandjes waarmee je


deuren kon openen en waarmee je de lift kon gebruiken. Ik was de enige die tot de voordeur kon lopen, maar ze hebben ze ingenomen, ze deden het niet. De mijne werkte heel goed, maar ik moest hem ook inleveren. Nu moet ik altijd aan de meisjes vragen of ze me in de lift willen zetten.” “Elke woensdagmiddag krijg ik bezoek en in het weekend ga ik altijd naar huis. Gisteren heb ik thuis een halve kip gegeten en appelmoes, dat was lekker! Mijn vrouw vindt het hier ook hartstikke goed. Die vindt het mooi hier. Ja, die is er weg van. Het is ook een reusachtige instelling. Zoals het hier is, vind je het nergens. Ik zou hier niks willen veranderen. Met Bonnes zit ik vaak samen te dampen. Hij een sigaar, ik een sigaret. Het is hier goed. Ik ben een heel tevreden mens. Ik kan het ook goed vinden met de dames hier, mijn medebewoonsters. Dat gaat allemaal prima. Die ene dame die daar zit, die help ik als ik zelf zit te eten. Meestal vindt ze dat goed maar soms zegt ze: hier met die lepel!”

70 >


â&#x20AC;&#x153;Met Bonnes zit ik vaak samen te dampen. Hij een sigaar, ik een sigaret. Het is hier goed.â&#x20AC;?

> 71

>


72 >

de gangmaker


<

Er zit zoveel kracht in mensen...

“In 2000 ben ik hier komen werken. Sutfene heette Zuytvenne en was een organisatie met twee verpleeghuizen en een voorziening in Eefde. Ik had drie opdrachten: zorg dat het financieel weer gezond wordt, zorg dat er een nieuw gebouw komt, en zorg dat er weer vertrouwen komt, niet alleen onderling maar ook van de buitenwereld naar Zuytvenne”, zegt vertrekkend bestuurder Bonnes Venema. “Er zat toen in deze organisatie een hele laag van adviseurs en die waren in het eerst half jaar allemaal vertrokken. We hebben extra gelden weten te genereren door nieuwe projecten te beginnen:meerproductie,mindermanagement. Ik heb ook veel aandacht besteed aan mensen. Er zit zoveel kracht in mensen, als je maar zorgt dat die kracht gekanaliseerd wordt, heb je altijd succes. Voor het gebouw dat er moest komen lag er een bouwplan voor een van de verpleeghuizen. Dat plan afkeuren was een van mijn eerste daden hier. Het was een ontwerp voor één gebouw, terwijl hier meer oude gebouwen stonden. Ook waren er plannen voor een fusie die in 2003 zijn beslag kreeg. Ik wilde al die gebouwen in hun samenhang bekijken. We hadden drie recepties, drie onderhoudsteams, drie logistieke systemen die als in een mierenhoop elkaar op het terrein kruisten. Er moest één gebouw komen en het resultaat staat er nu tien jaar later. Een complex met fantastische voorzieningen voor zowel demente als somatische cliënten. We staan er financieel heel goed voor, een solvabiliteitspositie van 20%. Dat is niet ten koste gegaan van de kwaliteit van zorg, want die is ook verbeterd, ondanks dat er in Nederland altijd een tekort aan personeel is.“ “Als je nadenkt over een gebouw of over zorg, wat zijn dan belangrijke uitgangspunten? Een gebouw moet ruim van opzet zijn, het moet aantrekkelijk zijn om erin te wonen dus het moet ook mooi zijn, esthetisch verantwoord. Zelf vind ik de arbeidsomstandigheden van medewerkers belangrijk. Als medewerkers met

plezier werken, doen ze de zorg vanuit een heel andere loyaliteit dan wanneer ze het met tegenzin doen. Ook medewerkers moeten zich hier thuis voelen. De medewerkertevredenheid dit jaar is, ondanks alle veranderingen waar iedereen aan moet wennen, uitgekomen op een dikke 7. De cliënttevredenheid op een dikke 8. We zijn nog niet helemaal klaar, de domotica (huisautomatisering) werkt nog niet fantastisch, maar als de leefcirkels aan het eind van 2011 werken kan de tevredenheid alleen maar omhoog gaan.” “Je moet medewerkers de tijd geven om ze te laten wennen aan de nieuwe situatie. Werken in kleine teams, voor dementerende cliënten, alsof ze thuis zijn, koken in de huiskamer, de was doen op de afdeling, geeft zoveel veranderingen. Ik denk dat we dat niet helemaal goed begeleid hebben. We hebben er onvoldoende rekening mee gehouden dat het voor medewerkers tijd kost om aan de nieuwe situatie te wennen. Daar zijn we nu opnieuw mee bezig. We gaan opnieuw een training en cursus geven hoe we met domotica om moeten gaan. Vertrouwen op apparatuur is onwennig. Je hoeft geen ronde meer te lopen, als meneer Jansen uit bed stapt, krijg je een signaal. Maar toch wil een medewerker even gaan kijken of meneer Jansen goed in bed ligt. In de toekomst willen we gebruik gaan maken van een gpssysteem zodat we exact zien wie waar in het gebouw is. Dan kun je meneer Jansen helemaal niet meer kwijtraken. Met ICT zijn we nu > 73 zover dat we in 2012 gaan werken met het elektronisch cliëntendossier. Dat gaat heel veel administratieve rompslomp schelen.” “Als er geen objecten in dit gebouw zijn, is dit een kil en koud gebouw. Kunst is niet alleen ter compensatie van het kille gebouw. Kunst wordt in mijn ogen in de gezondheidszorg veel te weinig uitgebuit. Kunst is een beleving. Als je kunt praten over iets dat je mooi of niet mooi vindt, of omdat je ergens door geraakt wordt, dan heb je een heel ander innerlijk, iets in je lijf,


waardoor je de dag anders beleeft dan zonder kunst. Dat wordt erg onderschat en ik geloof dat kunst zeker bij dementerende mensen van grote invloed kan zijn op hun gevoel van welzijn. Ook voor de familie. Er wordt veel gesproken over de hangende objecten van Ivon Drummen, de kleurrijke mensfiguren. Sommigen bewoners vinden ze heel erg lelijk, anderen heel erg mooi. Er wordt in ieder geval over gesproken. Dementerende mensen vergeten snel, ze weten vandaag niet meer wat ze gisteren gezien hebben, dus kinderen kunnen met hun vader of moeder de kunstwerken steeds weer gaan bekijken. Het is heel erg functioneel. Esthetisch is het nog mooi ook. Ook voor vrijwilligers en medewerkers is het ontzettend prettig om in een aangekleed gebouw te werken.” “Kunst is een element dat je kunt wisselen. Meubilair wissel je niet zo snel. We hebben ook gekozen voor wisselende exposities en ik heb mezelf voorgenomen om van elke expositie een topper te behouden voor Sutfene. Ook als een hommage aan de kunstenaar. Ik vind dat kunstenaars veel te weinig gewaardeerd worden. Het heeft het stempel van luxe, overbodig, als niet-noodzakelijk kwaad. Ik heb contacten met het theater, de muziekschool en het museum om daar interactie mee te hebben. Leerlingen die naar de muziekschool gaan en werken aan een uitvoering zouden bij ons heel goed de generale repetitie kunnen doen. Of een 74 > tweede uitvoering. Of een eerste uitvoering. Dit gebouw is daar uitstekend geschikt voor. Met de theaterdirecteur zijn plannen gemaakt om hier in de middag verkorte uitvoeringen te geven van stukken die daar in de avond worden uitgevoerd. Het is entertainment voor de bewoners, zodat je als activiteit niet altijd hoeft te schilderen, er zijn er genoeg die schilderen niet leuk vinden.” “Voor dementerende bewoners is dit de last resort, de laatste fase van het leven. Wij moeten niet de illusie hebben dat deze mensen op een

dag weer gezond naar huis kunnen. Het doel is zorgen dat ze het hier zo prettig mogelijk hebben. Wij zijn niet degenen die de kwaliteit bepalen, maar dat zijn de bewoners en hun familieleden zelf. Als die het hier prettig vinden, en dat is meer dan een keer per dag gewassen worden of een keer per dag onder de douche staan, de hele beleving, dan doen we het goed. Het is geen nieuw inzicht dat mensen het fijn vinden om hun eigen spullen van thuis te gebruiken om hun kamers mee in te richten zoals het thuis was, maar het is wel een revival van dat inzicht. In de jaren tachtig en negentig is dit vergeten, er waren toen strakke, landelijke normen die niet al te royaal waren. Al die huizen die toen zijn gebouwd, zijn nu alweer verouderd. We moeten veel meer toekomstgericht bouwen. Je moet nu denken: hoe zou ik willen wonen als ik zo oud ben? Dat wordt te weinig gedaan. Want dan wil ik in een ruimer appartement, dan wil ik mijn eigen muziek kunnen draaien, en dan wil ik vrijheid hebben. Ik wil niet gebonden zijn aan vijftien vierkante meters, en niet aan de verplichting dat er iemand naast me ligt die ik van mijn leven nog nooit gezien heb. Als ik dat wel wil, is dat een keuze.” ‘Er zijn 320 verpleeghuizen in Nederland en de bottleneck is heel vaak de huisvesting. We hebben de nieuwbouw heel nadrukkelijk gebruikt om ook de organisatie opnieuw op te bouwen. Daar zitten we midden in, in dat proces. Dat moet ook. Mensen werkten vroeger in vrij grote teams op grote afdelingen, waarbij vijftien tot twintig mensen op een huiskamer zaten, nu nog maar zes. Dat betekent automatisch, dat hoef je niet te meten, dat mensen beter slapen en beter eten. Wij hoeven het eten er niet meer in te werken, maar ze gaan zelf eten omdat ze zich thuis voelen. Ze moeten soms wel geholpen worden omdat er lichamelijke ongemakken zijn, maar er is een gezonde eetlust.” “Ik heb steeds gezegd: laten we de maatschappij


Ik heb steeds gezegd: laten we de maatschappij naar binnen halen

> 75


76 >


> 77


naar binnen halen. In het verleden werden, zeker in de psychiatrie en geriatrie, mensen afgesloten van de maatschappij. Nu hebben we hier een apotheek, een huisartsenpraktijk met eigen patiënten uit Zutphen, een mondhygiëniste, een tandarts, een tandtechniker, een psychologenpraktijk, fysiotherapeuten, ergotherapeuten, kapper, supermarktje, bar, restaurant, een locatie voor internetbankieren en een therapeutisch bad dat ook voor scholen openstaat. De reumavereniging en astmavereniging zwemmen er, in de winter zit de duikclub er in. Het geluk van Sutfene was dat het toe was aan nieuwe huisvesting en daar hebben we slim gebruik van gemaakt. Maar het gaat niet om de nieuwe stenen. Het gaat om wat je erin doet en vervolgens bepalen de bewoners, familie, vrijwilligers en medewerkers de kwaliteit. Wat de buitenwereld van je vindt, bepaalt je imago. Dat wordt bepaald door de mensen die hier binnenkomen.” “Het is opvallend hoe medewerkers in dit gebouw zich verantwoordelijk voelen dat ruimtes schoon blijven. Dat het niet ruikt naar urine. Vroeger niet, liepen medewerkers erdoorheen en dachten: dat is niet mijn probleem. Hier voelen ze het als hun probleem. Bewoners gaan ook zelf sfeer creëren in het gebouw. Op balkons zie je bloembakken en tuinkabouters verschijnen. Het is een zelfversterkend organisme. Verlanglijstje? 78 > Kunst moet meer structureel ingebed worden in de mindset van het management. Daar de grote waarde van inzien. We zijn nadrukkelijk bezig met maatschappelijk verantwoord ondernemen. People, planet, profit. Daar zijn we niet ver genoeg mee.” “De overheid heeft duidelijk een trend ingezet naar versobering. Minder geld, met één grote uitzondering en dat is de ouderenzorg. Voor de ouderenzorg wordt in 2012 ruim € 600 miljoen extra uitgetrokken. Tegen alle bezuinigingen in krijgen wij er geld bij. We krijgen ook te maken

met een naoorlogse groep, de babyboomers, die beschikt over meer financiële middelen. Wij zijn nu al bezig om abonnementen aan te bieden met extra’s bovenop het standaardpakket. Ik denk dat in de toekomst niet iedereen in een complex als dit wil wonen. Sommigen willen in een kleinere setting wonen. Ze zoeken bijvoorbeeld een groep mensen om samen te wonen, meer zelf in te richten, samen een kok in te huren, de verzorging en ook de medische hulp. Ik ben geen voorstander van een tweedeling in de maatschappij maar voor ons is dit een gegeven. Dan wil ik daar wel aan meedoen. In Voorst zijn we bezig met een gebouw voor mensen die meer geld hebben. Het voorlopige ontwerp is klaar en het moet in 2015 gebouwd zijn. Het worden grote appartementen tot 125 vierkante meter met minder bewoners in een parkachtige omgeving op vijf hectare grond. Een woningbouwcorporatie gaat het project ontwikkelen, wij doen er het zorgconcept. Als je kijkt naar de toekomst van mensen die minder bemiddeld zijn, ga ik ervan uit dat er nog zoveel sociaal besef zit in de samenleving dat er toch een basisvoorziening blijft.” “Kunst is voor mij heel belangrijk. Ik heb vroeger kunstgeschiedenis gestudeerd. Ik kan ontzettend genieten van verschillende bouwstijlen, van renaissance tot moderne bouwwerken. Ik kan heel erg genieten als ik kijk naar de Zuidas in Amsterdam of de moderne architectuur langs de Maas in Rotterdam. Maar ik kan evengoed genieten als ik in Barcelona de Sagrada Familia van Gaudí bezoek. Rembrandt zegt me niet zoveel, zeer knap wat hij gedaan heeft, maar dan houd ik meer van Van Gogh en Renoir. Ik kan ook genieten van schilderijen van Herman Brood. Ik denk dat het bij mij gaat om vormgeving en dat ik een abstracte vormgeving meer kan waarderen dan een figuurlijke, naturalistische nabootsing. Omdat bij abstractie veel creativiteit van mensen zelf blootgelegd wordt en niet alleen maar techniek. Het doet ook veel meer een beroep op jouw eigen


creativiteit en fantasie als toeschouwer.” “Ik wil iets betekenen voor anderen. In Satu Mare, een zusterstad van Zutphen in Roemenië, ben ik voorzitter van de stichting Casa Satmareana. We zijn daar een verpleeghuis begonnen, Carmin de Argint. Ik vind het een uitdaging om zonder veel geld daar toch iets voor ouderen te doen. Dat blijf ik doen als ik hier weg ben. Andere werelden vind ik ook interessant. Ik ben voorzitter van de raad van commissarissen van de Rabobank in deze omgeving. De bancaire wereld is een heel andere wereld dan ouderenzorg. Het houdt mij in balans. Golf is een volkssport geworden. Ik doe eraan mee. Ik vind het oh zo mooi om ooit het balletje daar te krijgen waar ik hem hebben wil. Dat is nog nooit gelukt. Maar ik vind het een uitdaging om te bereiken wat je van te voren niet voor mogelijk houdt. Dat zit in me.”

> 79

>


80 >


> 81


82 >

de expositie


<

...prikkelend werken op het enthousiasme en de creativiteit... De eerste kunstexpositie in De Singel, de centrale hal van De Lunette, is op 15 maart 2011 geopend door Hare Koninklijke Hoogheid prinses MĂĄxima der Nederlanden. De jaarlijkse exposities duren een half jaar en starten medio maart. De Singel is het bruisende centrum waar alles en iedereen samenkomt. Het is niet alleen een architectonisch bijzondere plek in Zutphen, maar ook een unieke publieke multifunctionele ruimte. De hoogte van 15 meter, de lengte van 115 meter en de glazen wanden maakt deze ruimte zeer geschikt voor het presenteren van beeldende kunst. Binnen de beeldende kunst kiest Sutfene voor wisselende exposities van driedimensionale kunst. Grote staande of hangende kunstobjecten van uiteenlopende materialen als brons, hout en steen. Ook buiten De Lunette in de (binnen) tuinen en patioâ&#x20AC;&#x2122;s is kunst tentoongesteld. Sutfene wil met het organiseren van beeldende kunsttentoonstellingen middenin de samenleving staan en prikkelend werken op het enthousiasme en de creativiteit van de medewerkers, bezoekers en bewoners van De Lunette. Voor meer informatie kunt u kijken op www.kunstindelunette.nl. De expositieruimte in De Lunette is vrij toegankelijk en dagelijks geopend van 9.00 21.00 uur. De Singel: gastvrij, betrouwbaar, samenwerkend en inspirerend. www.desingeldelunette.nl

> 83


84 >


> 85


86 >

de kunstenaars


<

De taal van de kunst is de taal van de waarheid

Ivon Drummen (Heerlen - 1958) volgde haar opleiding aan de Kunstacademie in Maastricht. Sinds 1982 is zij actief als zelfstandig kunstenares. Diverse opdrachten, projecten en exposities staan op haar naam. Ivon Drummen maakt vaak kunst voor de openbare ruimte, daarbij gebruikt zij de meest uiteenlopende materialen. Voor deze eerste expositie heeft zij diverse hangende kunstwerken gemaakt waarbij mensenbeelden uit PVC een interactie met elkaar en de ruimte vormen. De ontmoeting met mensen staat in al haar werk centraal. In de grote patio stonden diverse portretten van haar hand. Los van haar portretten in de patio en haar beeld in de buitentuin heeft de kunstenares een kunstwerk voor de centrale hal, De Singel, ontworpen. Diverse beelden van volwassenen en baby’s gemaakt van PVC zweven hoog door de gehele hal. In de kleuren rood, geel, blauw, oranje en groen. Acht volwassenen zijn te ontdekken met elk een baby bij zich in dezelfde houding. De mobile met 5 kindjes maakt het geheel, met als titel Oogappeltjes, tot een voorbeeld van kinetische (bewegende) kunst. Karol Gasienica-Szostak (Zakopane - Polen - 1963) volgde zijn opleiding aan de Academie voor Schone Kunsten in Warschau. Sinds 1988 is hij actief als zelfstandig beeldhouwer. Zijn werk is divers, van fragiele kleine tekeningen tot grote museale stalen constructies. Karol Gasienica-Szostak werkt veel in hout en metaal. Centraal op deze expositie staan de grote ‘tekeningen van ijzer’. Met een snijbrander tovert de kunstenaar platen ijzer om tot portretten.

De grote ijzeren kunstwerken hangen voor de wanden. De platte ijzeren platen waarin met een snijbrander als het ware getekend is, worden daarmee driedimensionaal. Bovendien ontstaat er op die manier een boeiend schouwspel van schaduwen op de muur. Veelal portretteert de kunstenaar zichzelf in verschillende, soms dramatische, gemoedstoestanden. Soms ook zijn de werken abstract en staan zij voor het levensritme van de mens en de melodie van het leven. Jozef Polewka (Myslenice - Polen - 1963) volgde zijn opleiding aan de Academie voor Schone Kunsten in Warschau. Sinds 1990 is hij actief als zelfstandig beeldhouwer. Wereldwijd stelt hij tentoon. Zijn werk is zeer geliefd bij kunstverzamelaars. Jozef Polewka werkt voornamelijk in brons volgens de verloren was methode. Zijn beelden zijn uniek. Een vijftiental humoristische beelden van mensen in allerlei situaties en stemmingen waren op deze eerste exposite te bewonderen. In een zestal vitrines was werk van de kunstenaar te zien. Zijn tentoongestelde beelden zijn allen unica en vervaardigd uit brons. De giettechniek van de kunstenaar is de zogenaamde ‘verloren was methode’ ook wel ‘cire perdue’ genoemd. Het origineel, het model in was, gaat hierbij verloren. Een vast grapje welke Jozef Polewka vooral bij zijn kleinste werken toepast, is dat deze ook als bel > 87 te gebruiken zijn. In het holle beeld hangt vaak een klepel en de luidtoon van de bel varieert maar is prachtig. (Bovenstaandekunstenaarshebbenmeegewerktaanenwerk ter beschikking gesteld ten behoeve van de eerste expositie in De Lunette in 2011. Van hen zijn een aantal werken aangekocht en deze zijn blijvend te zien in De Lunette.)


88 >


> 89


90 >

de organisatie


<

...afgestemd op de situatie en behoefte van de cliënt

De Lunette is de nieuwbouwlocatie van Sutfene en biedt verschillende faciliteiten. Naast behandeling, verpleging en wonen, vind je de volgende faciliteiten binnen De Lunette: • Therapeutisch zwembad • Oefenzaal • Kapper • Brasserie • Bruin café • Winkel • Stiltecentrum • Recreatieruimte Daarnaast krijgen onder meer de volgende organisaties een plaats in De Lunette: • Akwaak zwemscholen • Huisartsenpraktijk De Lunette • Psychologenpraktijk Bleijenberg-Derks • Siza • Stichting Kindernet • Trajectum Hanzeborg • Via Reva • Kringapotheek De Lunette Sutfene verleent de volgende diensten: • Thuiszorg Sutfene verleent diensten niet alleen binnen de Sutfene-locaties, maar ook bij mensen thuis, 24 uur per dag, afgestemd op de situatie en behoefte van de cliënt. • Zorg voor mensen die lijden aan dementie. • Behandeling (onder andere ergotherapie, logopedie, fysiotherapie, gerogym, chronische wonden en decubitus, diëten en voedingspatronen) • Dagbehandeling voor mensen met een chronische lichamelijke beperking of ouderen met oriëntatiestoornissen en verwardheid. Hierdoor wordt de mantelzorg voor één of meerdere dagen ontlast. Ook tijdelijke opname (bijvoorbeeld tijdens de vakantieperiode) is mogelijk. • Dagverzorging voor een zinvolle dagbesteding aan thuiswonende

ouderen. Bij eenzaamheid of wanneer de verzorging te belastend wordt voor de mantelzorger. Bij dagverzorging wordt ook lichte persoonlijke verzorging, hulp bij medicijngebruik of zo nodig verpleegkundige hulp geboden. Revalidatie en reactivering in het kortdurende Revalidatie- en reactiveringcentrum (RRC) voor cliënten die herstellende zijn van een ziekte of operatie en worden voorbereid op een (snelle) terugkeer naar hun oude leefsituatie. Consultatiebureau voor ouderen. Voor vragen of twijfels over de gezondheid kan men terecht bij het Consultatiebureau voor Ouderen (vanaf 50 jaar). Vast onderdeel van het gratis consult is een gezondheidscontrole, die zekerheid geeft over de conditie. Persoonlijke gesprekken en gespreksgroepen. Een ziekte of ingrijpende gebeurtenis kan ervoor zorgen dat iemand (tijdelijk) niet meer weet hoe hij of zij verder moet. Op zo’n moment kan een gespreksgroep met een cursusgerichte aanpak mentale ondersteuning bieden. Daarnaast kan de groep steun bieden door de mogelijkheid ervaringen met anderen te delen.

Sutfene heeft ruim 1.000 medewerkers, 500 vrijwilligers en heeft ongeveer 950 cliënten (ongeveer 300 thuiszorgcliënten, ongeveer 160 cliënten dagbehandeling, ongeveer 145 cliënten somatiek, ongeveer 200 cliënten psychogeriatrie, ongeveer 140 verzorgingshuiscliënten). Sutfene heeft locaties in Zutphen, Eefde, Gorssel en Vorden en heeft steunpunten in Almen, Epse en Harfsen. Sutfene krijgt een locatie in Baak en in Warnsveld.

> 91


92 >


> 93


94 >


â&#x20AC;&#x153;Juist hier zijn we heel bewust bezig de buitenwereld naar binnen te halen.â&#x20AC;?

> 95


Titel De Lunette Buiten Binnen Het leven in de Lunette van Sutfene Interviews & tekst Rolf de Boer, Omomo Eindredactie José Coppes, Coppes & Communicatie Fotografie Erik Besaris, Patrick van Gemert (met dank aan Eric Vruggink) Grafische vormgeving Uitgeverij KunstMag Uitgever Arjen Woudenberg, Uitgeverij KunstMag Isbn 978 90 75979 71 8 Nur 895 December 2011

96 >

© Niets uit de uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieeën, opnamen of op enige andere manier zonder voorafgaande toestemming van de uitgever.

het colofon


“Voor dementerende bewoners is De Lunette de plek waar zij de laatste fase van hun leven doorbrengen. Wij moeten niet de illusie hebben dat deze mensen op een dag weer gezond naar huis kunnen. Het doel is zorgen dat ze het hier zo prettig mogelijk hebben. Wij zijn niet degenen die een oordeel uitspreken over de kwaliteit van zorg, dat zijn de bewoners en hun familieleden zelf. Als die tevreden zijn, en dan gaat het om de hele beleving, dan doen we het goed”, zegt scheidend bestuurder Bonnes Venema over zijn Sutfene. In dit boek vertellen bewoners, gebruikers, vrijwilligers en medewerkers van De Lunette over hun beleving van de kwaliteit van zorg die door Sutfene wordt geleverd.

<>

“Het is zo gezellig op de gang. Ik zit soms wel een uur alleen maar te genieten van al die stemmen”

Profile for KMuitgevers | KMpublishers

De Lunette Buiten Binnen  

De Lunette is een unieke woonomgeving voor dementerende ouderen, waarin de klassieke grenzen tussen binnen en buiten vervagen. In De Lunette...

De Lunette Buiten Binnen  

De Lunette is een unieke woonomgeving voor dementerende ouderen, waarin de klassieke grenzen tussen binnen en buiten vervagen. In De Lunette...

Advertisement