Issuu on Google+

22

23

Schildersbedrog? het geval van beers

tentoonstelling

Door Nathalie Monteyne

Vanaf deze maand loopt in Bruegelland in het Stedelijk Museum van Lier een nieuwe focustentoonstelling. ‘Het geval van Beers. Meester of oplichter’ belicht niet alleen de Lierse schilder Jan Van Beers, maar vertelt ook over deze societyfiguur van de Parijse beau monde en het ophefmakende proces waarin deze Pallieter betrokken was.

De flamboyante Antwerpse kunstenaar Jan Van Beers (1852-1927) schrok niet terug voor schandalen en zag zijn naam graag in de pers verschijnen. Hij beoefende veel genres maar verwierf vooral bekendheid met luchtige genreschilderijen en mooie portretten. Ook stilistisch is zijn werk divers: de bijna hyperrealistische portretten verschillen sterk van de schetsmatig, los geschilderde landschappen. Zuid-Nederlandse anonieme meester, Legende van de heilige Christophorus, 3de kwart 16de eeuw, olieverf op paneel, 69 x 118 cm, KMSKA

dit schilderij. Het zijn niet alleen de grote meesters die in de 16de eeuw experimenteren, daarvoor is in die tijd de drang naar aemulatio – beter doen dan de anderen – te groot. Vernieuwing is overal, daarvan getuigt dit schilderij.’ ‘Wie de maker is, is nog niet achterhaald. Er zijn al diverse toeschrijvingen gesuggereerd aan onbekende meesters die naar een belangrijk werk van hen zijn genoemd, zoals de Meester van de Prediking van Rijsel, en laatst ook aan Jan van Amstel, maar gebrek aan informatie over deze laatste sluit een definitief oordeel uit. Wat er ook van zij: de waarneming van het landschap, het verhalende van het tafereel en de ingewikkelde beeldtaal getuigen van het vernuft van de kunstenaar om zijn ideeën en die van zijn tijdgenoten in beelden om te zetten. Dit was een geletterde kunstenaar met een uitgesproken persoonlijkheid!’ www.museedeflandre.lenord.fr

Lichtzinnig Zoals veel tijdgenoten trekt Van Beers na zijn opleiding aan de Antwerpse academie naar Parijs. Daar werkt hij aanvankelijk in het atelier van de bijna dertig jaar oudere Alfred Stevens en oogst succes met schilderijen geïnspireerd op de Vlaamse patriottische poëzie van zijn vader, Jan Van Beers sr. De meer conservatieve pers is enthousiast, looft Van Beers’ talent en bewondert naast zijn keuze voor vaderlandse thema’s vooral zijn virtuoze kleurgebruik en techniek. Men ziet in hem zelfs een waardige opvolger van Henri Leys, die in 1869 overleed. Later zal Van Beers toegeven dat de historieschilderkunst hem niet ligt: ‘Het harde werk en de studie, de tijd en het geld dat ik telkens moet investeren staan niet in verhouding tot wat het opbrengt.’ Omstreeks 1880 kiest hij resoluut voor een ander genre. Voortaan behoren modieus geklede dames en elegante demi-mondaines tot zijn geliefkoosde thema’s. De uiterst fijn geschilderde genreschilderijtjes worden Van Beers’ handelsmerk. Ze leveren hem de bijnaam ‘le Meissonier des dames’ op. De gegoede Parijse burgerij is verzot op dergelijke schilderijen, maar critici van de Salons verwijten Van Beers een gebrek aan ernst. Behalve zijn lichtzinnige onderwerpen wekt ook de fotografisch aandoende stijl van zijn schilderijen ergernis. Daar begint ook het verhaal van La Sirène, dat Van Beers zelf hier inleidt, in een interview met hem:


ZAAL Z jaargang 4 – nummer 16