Monte - Klim-en Bergsportfederatie - 2020/5

Page 1

KLIM- EN BERGSPORTMAGAZINE

MONTE

2020 / 5

een blik op: heilige bergen

Start to via ferrata: 10 nieuwe begeleiders staan voor je klaar! Highlinen, het vinden van balans in de leegte In het spoor van de pelgrim: El Camino de Santiago de Compostella

VERSCHIJNT VIJF KEER PER JAAR - JANUARI (SPECIAL EDITION - OPLEIDINGSBROCHURE), MAART, JUNI, OKTOBER, DECEMBER AFGIFTEKANTOOR 2300 TURNHOUT - AFZENDERADRES STATIESTRAAT 64 - ZWIJNDRECHT - ERKENNINGSNR. P309808

1


© Arnaud Childeric / Sam Bié

JULIA CHANOURDIE // We’re always focused on our climbing performance, whether it’s indoor training, competitions, or outdoor climbing, but revisiting the fundamentals of belaying is equally important. // #belaybetter

GRIGRI® +

Belay device with assisted braking and anti-panic handle, for a broad range of single rope diameters (8.5 to 11 mm). www.petzl.com 2


JAARGANG 13

2020 / 5

EEN BLIK OP...

Heilige bergen 16

Inhoud

34

Actueel 5 Voorwoord 7 Up2Date 12 Four more years 56 Afval op gletsjers: gekomen om te blijven... Veiligheid & techniek 8 Materiaal & techniek: nieuwe producten 13 Advertorial RAB: Microlight sportklimmen 14 Klimzaal: Rhino Boulder Gym via ferrata 16 Start to via ferrata: 10 nieuwe begeleiders staan voor je klaar

48

canyoning 20 From hero to canyon(h)ero een blik op... heilige bergen 6 Boekbespreking - Heilige bergen 23 Heilige bergen 30 Mount Kailash 34 In het spoor van de pelgrim: El Camino de Santiago de Compostella

52

disciplines 40 Highlinen, het vinden van balans in de leegte 44 Bikepacking op de 'Tour du Haute Dauphiné' rotsklimmen 48 Mount Coach: Triple Vercors 64 Onbekend is onbemind en onbeklommen: Jean Claude Vittoz bergbeklimmen 52 Venediger Höhenweg 2.0: "Immer wieder Ost-Tirol" winter 60 Lawines: wat drijft ze?

64 Foto kaft: © Eva Van de Velde - El Camino de Santiago de Compostella 3


OVER de KLIM- EN BERGSPORTFEDERATIE De Klim- en Bergsportfederatie vzw is een unisportfederatie met meer dan 13 000 leden, erkend en gesubsidieerd door Sport Vlaanderen. De KBF telt 31 aangesloten clubs. Vind een club in jouw regio op www.kbfvzw.be > clubs

BEREIKBAARHEID Statiestraat 64, 2070 Zwijndrecht Bereikbaar van maandag tot vrijdag, tussen 9:00 en 17:00 uur T: 03 830 75 00*

De mooiste berg ter wereld, de Alpamayo, ligt in Peru. Het mooiste klimcentrum met dezelfde naam vind je op de be-MINE, in de voormalige elektriciteitscentrale. Individuelen, groepen en scholen zijn er welkom.

*Tijdens het weekend: uitsluitend voor de melding van ernstige ongevallen. Andere ongevallen meld je op maandag. E: info@kbfvzw.be W: www.kbfvzw.be Klachten: ombudspersoon@kbfvzw.be

Op de hoogte blijven? Klimcentrum ALPAMAYO be-Mine 21, 3582 Beringen

Volg ons op

info@alpamayo.be facebook/alpamayo.klimcentrum 011/96.66.66

W W W. ALPAMAYO.BE

SHOP In de KBF-webshop kun je topo’s, allerlei boeken en cursusteksten aankopen aan democratische prijzen. Meer op www.kbfvzw.be > webshop KBF-HUTTEN Chaveehut Rue de la Chavée 7, 5330 Maillen Van 1 maart tot 30 oktober: ieder weekend open van vrijdag tot zondag. Vennhütte Am Bahnhof 13, 4790 Burg-Reuland Vanaf 30 maart: ieder weekend open van vrijdag tot zondag. Reserveer je slaapplaats via www.kbfvzw.be of info@kbfvzw.be. Voor KBF-leden geldt een kortingstarief.

KLIMGREPEN

KLIM VOLUMES S P O RT

ENZE MET GR

N

ro n d t v ra g e n ra g ? Z it je m e end ged jd o v e rs c h ri s n re g l) (s e k s u e e lp li jn 17 12 e v a l: h u 5 02 • Noodg 3 830 7 w.b e o f 0 z fv b k i@ : ap • A d v ie s

HARDWAREN

KLIM MATERIALEN

DE BESTE PRIJZEN VIND JE OP

WWW.KLIMWANDSHOP.BE

4

T SPOR MET N ZE GREN


VOORWOORD

Souplesse Van een sporter wordt enige lenigheid verwacht. Met stramme spieren en houterige bewegingen kom je niet ver. En dat geldt niet alleen voor de beoefenaars van acrogym. Maar eigenlijk moeten we allemaal soepel zijn dezer dagen. Zo niet van lijf en leden, dan toch zeker van geest. Alles wat we plannen, is onder voorbehoud. We controleren zorgvuldig alle annulatievoorwaarden en voorzien van bij de aanvang een alternatieve locatie en een reservedatum. Alles stil leggen en afwachten tot het over is, is geen optie. Een mens moet vooruit kijken. We kennen toch allemaal dat gevoel van verwachting dat toeneemt naarmate de magische datum nadert?

KBF werkt samen met: MOUNT COACH-Academy

Flexibiliteit. Het is meer dan ooit een sleutel voor succes. Dat was ook de boodschap van Marc Lammers, voormalig hockey coach onder meer van de Belgische Red Lions, op de inspiratiedag van de Vlaamse Sportfederatie. Dat een coach zijn trainingen moet aanpassen aan de omstandigheden, was zijn minst opmerkelijke boodschap. Verrassend was zijn pleidooi om te trainen op sterktes. Dat is niet alleen veel leuker voor de atleet, het levert gewoon betere resultaten. De sporter als superheld met zijn eigen magische eigenschap. Het zal niet de klimmer zijn die uitstekend is in boulder, lead én speed die de Olympische Spelen wint. Het zal de topatleet zijn die buitengewoon presteert in één van die disciplines. En uiteraard heeft die ook getraind op zijn zwakke punten. Voor wie lenig wil blijven, had Lammers nog een andere boodschap: vergeet die warme douches. Na een grote inspanning tien minuten in een badje met ijswater zorgt voor een snellere recuperatie en voorkomt blessures. Klimzalen die tijdens de lockdown willen innoveren, weten waarin te investeren. Bruno Vermeeren

SPORTKADERKLEDIJ

Teamlead

colofon Het federatietijdschrift Monte verschijnt vijf maal per jaar en is een uitgave van de Klim- en Bergsportfederatie VERSCHIJNINGSDATA 2021 januari (Special Edition - Opleidingen en workshops), maart, juni, oktober, december deadlines 2021 Maart 25.12.2020 / juni 05.04.2020 / october 30.07.2020 / december 06.10.2020 REDACTIEVERANTWOORDELIJKE Reginald Roels / reginald.roels@kbfvzw.be REDACTIEMEDEWERKERS Reginald Roels, Isabeau Vogeleer, Lisa Viane, Hilde De Dobbeleer, Lus Van den Bossche, Arne Monstrey, Jan Cools, Ben Van Poucke, Bart Haenraets, Ignace Bral VORMGEVING, PREPRESS EN DRUK Lay-out / Opmaak en beeldvorming Reginald Roels Druk: Drukkerij Albe de Cocker - Hoboken VERANTWOORDELIJKE UITGEVer Frank Stevens - p/a Statiestraat 64 - Zwijndrecht

5


BOEKBESPREKING

Tekst Ignace Bral

Franciscus Sacro Monte en het Ortameer – reizen om bij stil te staan. Dit boekje is een handige topo over een klein gebied. De Sacro Monte di San Francisco is een niet te missen bezienswaardigheid bij het stadje Orta San Guilio aan het Ortameer (ten westen van Lago Maggiore). Een ‘heilige’ berg met op 400 meter hoogte een plateau met niet minder dan twintig kapellen, met driehonderdzesenzeventig levensgrote beelden en fresco’s gewijd aan het leven van Franciscus van Assisi. Alle kapellen zijn uniek van ontwerp en vormen samen een waaier van architectonische stijlen. Ze werden dan ook gebouwd over een periode van 200 jaar (1590-1790). Sacro Monte werd in 1980 aangewezen als Nationaal Park. De kapellen zijn gebouwd als een dorp, te midden van kronkelende straatjes en bossen. Je voelt je in een overweldigende natuur ver verwijderd van de bewoonde wereld. Vogels zingen en bijen zoemen, voor de rest heerst er stilte. Een boekje dat zowel de toerist die op zoek is naar natuur en cultuur als zij die op zoek zijn naar spiritualiteit kan dienen.

‘Kailash – de weg van de berg’ Samengesteld door vier auteurs. Frans Boenders, journalist, schrijver en filosoof schreef 28 gedichten bij evenveel foto’s van de veelzijdige kunstenaar Hubert Minnebo. De gedichten van Boenders sluiten nauw aan bij de foto’s … of is het omgekeerd? Beter gezegd: woord en beeld brengen beiden inzicht in het spirituele van de Kailash. Winand Callewaert schreef het essay ‘De weg naar Kailash’ waarin hij zowel ingaat op het religieuze denken als op het avontuur en de reis. De groep van zes mannen en vijf vrouwen reisde via Kathmandu en de grensstad Zhangmu langs de noordelijke route naar de Kailash. Na de kora (de rondgang rond de Kailash) keerden ze terug via de zuidelijke weg. Een citaat uit het boek vat deze reis het beste samen: ‘Je mag deze reis niet te vroeg in je leven meemaken. Als je dit gezien hebt, heb je alles op deze planeet gezien (behalve misschien New York en de Zuidpool)’. Frans Goetghebeur tenslotte geeft in ‘Boeddhisme: muziek zonder dirigent’ (een vrije vertaling van een tekst van Francisco Valera) een korte schets van het ontstaan en het belang van het Boeddhisme in de wereld. Een boek dat door zijn veelzijdige invulling makkelijk te verteren valt.

De Heilige berg* - ‘Een spirituele reis door de Himalaya’ Twee auteurs komen om de beurt aan het woord. Tad Wise , auteur, acteur, zanger, leraar Engels, journalist en beeldhouwer beschrijft het avontuurlijke van de tocht én de impact die de lessen van zijn leermeester in het boeddhisme Robert Thurman op hem hebben. Aanvankelijk staat Tad wat sceptisch tegenover het spirituele waarvan Robert doordrongen is. Naarmate het boek vordert, zie je de ommekeer in het denken van Tad. Robert Thurman is een van de belangrijkste leermeesters in het Tibetaans boeddhisme in het westen. Robert onderricht zijn mede-pelgrims in de waarheden en wijsheden van het Tibetaans boeddhisme, dat hij jarenlang samen met de Dalai Lama en andere leermeesters, heeft bestudeerd. De heilige berg is zowel een intrigerende reisbeschrijving door een woest en vijandig landschap als het verslag van een zoektocht naar waarden en wijsheden die tot verlichting kunnen leiden. De teksten van Tad Wise lezen meestal vlot weg. Wanneer Robert Thurman aan het woord is over ‘Het zwaardwiel van de innerlijke transformatie, de zeven vrijheden, spirituele vrienden en vergankelijkheid, onderzoek van het lijden, de liefhebbende geest van de verlichting, transcendente wijsheid … enz.’ kost het duidelijk meer moeite om deze spirituele teksten te verteren. Toch een boek dat ik iedereen, die naar de Kailash wil trekken, wil aanraden. *beide boeken zijn niet meer in de boekhandel te verkrijgen maar wel via internet. De Kailash is wellicht een van de meest heilige, zo niet de heiligste berg ter wereld. Dit neemt niet weg dat er op ontelbare plaatsen op de wereld heilige bergen zijn. Ook minder ver van huis zijn er bergen waar pelgrims naartoe trekken.

6


UP2DATE Roche aux Corneilles te Bomal tijdelijk gesloten

Elk jaar wordt de 'Roche aux Corneilles' te Bomal gedurende een half jaar gesloten (van 1 feb tot 30 juni) wegens de broedperiode van bepaalde vogels. Help mee het klimmen in deze mooie klimgebieden te vrijwaren, respecteer dus dit klimverbod!"

nieuwe Stageleiders bergbeklimmen

Zowel Thomas Wuyts, BAC Antwerpen, als Filip Snauwaert (Bleau Climbing Team) volbrachten afgelopen zomer met een stage de laatste etappe van hun opleiding tot UIAA-erkend instructor alpine climbing (IAC). Matty Roumans (Limburgse Bergsportvereniging) en Andreas Speelmans (Kajoe) namen een jaartje voorsprong door in 2019 al te ronden. Proficiat en welkom !

kbf-collega bart smets

Het KBF-team verwelkomt Bart Smets opnieuw als collega. In 2019 verving hij Brenda De Fré al eens, en dat is nu opnieuw het geval want met Sem, het zoontje van Brenda, verwelkomen we een van onze jongste leden. Bart is een allround bergsporter en actief als sportkader voor meerdere KBF-clubs. Voor vragen over bergbeklimmen, canyoning en via ferrata kan je hem contacteren op bart@kbfvzw.be.

Overweeg je zelf om ook stageleider bergbeklimmen te worden? Dat kan, als je reeds een flinke portie eigen ervaring hebt opgebouwd in beklimmingen van niveau AD in rots, sneeuw en ijs. In september 2021 is er een toelatingsproef, waarvoor je eerst moet slagen om dan in oktober de opleiding aan te vatten die je in enkele weekends en een zomerstages klaarstoomt om zelf les te geven! Vrijblijvend kan je instappen in een traject vooraf, dat start in maart. Dit om je klaar te stomen, te ervaren of begeleiden iets voor jou is én ook kansen biedt gericht je palmares met enkele geëngageerde beklimmingen uit te breiden. Je krijgt een mentor/coach toegewezen en kan deelnemen aan een verfijningsstage, specifiek bedoeld voor wie ambities heeft om sportkader bergbeklimmen te worden. Get ready for IAC !

redactieraad monte

Als hoofdredacteur (én opmaker) van het KBF-magazine MONTE probeer ik, samen met een aantal enthousiaste medewerkers binnen de Redactieraad, het ledenmagazine op een hoog niveau te houden. Dit kan dus door de inbreng van de medewerkers, maar ook door de spontane inbreng van onze leden. Omdat we, ook in het kader van het nieuwe beleidsplan, het niveau nog hoger willen tillen, hebben we opnieuw jullie hulp nodig! Misschien heb je wel interesse in het aanleveren van een eenmalige bijdrage, een verslag van je reis of beklimming, wat mijmeringen... you name it... of, misschien heb je wel zin om eens te proeven van de sfeer binnen de Redactieraad? Geef ons dan een seintje, en samen bekijken we waar je eventueel kunt inpassen! Contacteer me op reginald.roels@klimenbergsportfederatie.be

KLIM- EN BERGSPORTMAGAZINE

MONTE

2020 / 4

KLIM

MON - EN

BER GSP O

RTM AGA ZIN

TE

ee n heil blik o ige p be r : ge

E AGAZIN 3 SPORTM 2020 / N BERG

MONTE

KLIM- E

ik op: een blalk an b op: een deblik noord-amerika

E

202

0/5

n

Luc Fontyn heeft herinneringen uit zijn jeugd Bert Leo vind kiten 'de max' Arne Monstrey ging op zoek naar de mindere goden

VERSCHIJNT VIJF KEER PER JAAR - JANUARI (SPECIAL EDITION - OPLEIDINGSBROCHURE), MAART, JUNI, OKTOBER, DECEMBER AFGIFTEKANTOOR 2300 TURNHOUT - AFZENDERADRES STATIESTRAAT 64 - ZWIJNDRECHT - ERKENNINGSNR. P309808

84

'

e vrouw n 'sterk

en is ee An Laen

g tland Wuyts gin Thomas immen in Scho winterkl anden sde 2 made Balkan... rei y nstre door Arne Momet zijn gezin samen aas... Een rel

S ta 10 nrt to v ie u w ia fe e b e rr a ta H ig h g e le : id e rs b a la li n e n n s in , h e t s ta a n vo d e le v in d e o r je 84 e g te n v a In h n k la a El C et sp r! am in o o r v o de an d e S a n p e lg ti a g ri m o de : Com pos te ll a

VER SCH AFG IJNT IFTE KAN VIJF KEE TOO R 230 R PER 0 TUR JAAR NHOU - JANUAR T - AFZ I (SP END ECIAL ERA DRE EDITION S STA TIESTROPLEID AAT INGSBR 64 OCH ZWIJN URE DRE ), MAART CHT - ERK , JUNI, OKT ENN INGSNR OBER, . P30 DECEM 980 BER 8 BER

ER, DECEM OKTOB 08 , JUNI, P3098 RE), MAART NINGSNR. T - ERKEN INGSBROCHU N - OPLEID - ZWIJNDRECH AL EDITIO STRAAT 64 RI (SPECI RES STATIE - JANUA PER JAAR - AFZENDERAD VIJF KEER TURNHOUT HIJNT VERSC OOR 2300 EKANT AFGIFT

1

1

En, zoals altijd : MONTE staat er dankzij jullie!

7


MATERIAAL EN TECHNIEK

Tekst Arne Monstrey (verkoper bij K2)

HAGLÖFS – V series Mimic Hood ‘genomineerd voor een platinum medaille’ Mimic platinum is de naam van deze hoogwaardige synthetische vezel. Speciaal is dat hier grafeen aan toegevoegd is, een vezel die de lichaamswarmte veel efficiënter doorheen de jas begeleidt. De binnenkant van de jas is gemaakt uit een heel fijn Gore Tex Infinium membraan met een zeer hoog ademend vermogen. De buitenkant is wind- en waterresistent en behandeld met een milieuvriendelijke fluorocarbon vrije DWR-finish. Deze combinatie verbetert het draagcomfort aanzienlijk en geeft een fantastische warmte versus gewichtsverhouding. Het is een ideale jas voor koude temperaturen in de bergen. Adviesverkoopprijs: 299,95 € Gewicht: 405 gram (dames M), 380 gram (heren L)

RAB - Microlight Alpine Jacket 'je dagdagelijkse donsjas' De populairste donsjas bij RAB heeft een update gekregen. En wat voor één! Stijl en functionaliteit zijn uiteraard behouden gebleven en zelfs verbeterd. Het verschil zit hem in het feit dat bijna alles aan deze jas gemaakt is uit gerecycleerd materiaal! Zowel de buitenkant (30D Pertex Quantum), als de binnenkant (20D nylon) als het dons zelf! RAB is er in geslaagd een constructie op te zetten waarbij dons uit oude dekens of jassen zodanig gekuist, herwerkt en opgewaardeerd kan worden, dat je terug dons van zo'n hoogwaardige kwaliteit krijgt om er topjassen mee te maken. In dit geval gaat het om een fill-power van 700 cuin en is het dons reeds met Nikwax behandeld waardoor het veel beter tegen vocht kan. De jas zelf is licht en compact en draagt daardoor zeer aangenaam. Het is een jas die je, zonder het zelf door te hebben, bijna elke dag zou aantrekken van de herfst over de winter tot ver in de lente. Daarmee wordt het één van de slimste investeringen in jouw kledingkast. Bovendien wordt ze geleverd met een handig zakje zodat je ze snel en gemakkelijk kunt opbergen. Adviesverkoopprijs: 229,95 € Gewicht: 413 gram (dames) en 466 gram (heren)

MOUNTAIN HARDWEAR – Keele Ascent Hoody ‘een stoer uiterlijk met een zachte binnenkant’ Met deze winterse softshell kan je alles aan, of toch veel. Waterdicht is ze inderdaad niet volledig, maar een kleine regenbui kan ze zeker aan, net zoals een stevige sneeuwvlaag. Doordat ze niet 100% waterdicht is, ligt het ademend vermogen uiteraard veel hoger, wat ze ideaal maakt voor winterse uitstappen in wisselvallige omstandigheden. Er zit een duurzame DWR-coating op voor extra bescherming. De hardface buitenkant maakt ze slijtvast, winddicht en zorgt ervoor dat ze gemakkelijk onder een ander kledingstuk schuift. De Macro Grid binnenkant zorgt voor een hele goede isolatie terwijl ze tegelijkertijd een heel hoog ademend vermogen behoudt. Of je nu van wandelen houdt op de winterse Hoge Venen, sneeuwschoen stappen in de Vercors of toerskiën in Oostenrijk, dit is een schitterend kledingstuk voor in je collectie. Adviesverkoopprijs: 174,95 € Gewicht: 390 gram (dames M), 480 gram (heren M)

8


VAUDE – Croz Fleece Jacket II ‘wood you wear it?’ Deze modieuze fleece is voor het merendeel uit Lyocell gemaakt. Dit is een cellulosevezel, gemaakt uit gecertifieerd en duurzaam geteeld FSC-hout. Lyocell vezels zijn biodegradeerbaar en dus sowieso beter voor het milieu, niet alleen op het einde van hun levenscyclus, maar ook bij elke wasbeurt doordat er zo minder microplastics ontstaan. Zoals je verder van een fleece mag verwachten, zijn Lyocell vezels zacht en zorgen ze voor een zeer goede vochtregulatie. Verder is er elastaan aan toegevoegd voor extra bewegingsvrijheid en houdt de kap je lekker warm. Het is ongelooflijk hoe ze bij Vaude elk jaar opnieuw op zoek gaan naar andere natuurlijke grondstoffen. Daar is deze mooie en functionele trui opnieuw het bewijs van. Adviesverkoopprijs: 140 € Gewicht: 370 gram (dames), 348 gram (heren)

LA SPORTIVA – Roots Pant ‘omdat klimmen vrijheid is’ Nu de winter ons terug naar binnen jaagt, is er gelukkig de nieuwe La Sportiva kledingcollectie. T-shirts, truien, jasjes, maar ook klimbroeken. De Roots Pant bestaat hoofdzakelijk uit organisch katoen, maar er is elastaan aan toegevoegd voor een grotere bewegingsvrijheid. Uiteraard kun je er ook mee buiten klimmen, of het nu boulderen is of sportklimmen. Kernwoorden voor La Sportiva bij dit item zijn duurzaamheid, stretch en een hoog ademend vermogen. De broek zit comfortabel genoeg om ook dagdagelijks te dragen. Het organisch katoen is gegarandeerd pesticidenvrij gekweekt en in het hele verwerkingsproces werd veel minder water verbruikt dan bij standaard katoen. Een logische aanvulling voor iedereen die reeds met La Sportiva schoenen klimt, een aanrader voor de rest. Adviesverkoopprijs: 79,95 € Gewicht: 390 gram (maat M)

MARMOT – EVODry Clouds Rest Jacket ‘de beste DWR-finish op de markt’ Met een waterkolom van 20.000 mmH2O en getapete naden is deze jas sowieso al 100% waterdicht. Net zoals alle drielaagse membraan jassen is ze dit echter door het membraan middenin. Om zo’n jas een extra eerste bescherming te geven, wordt er meestal op de buitenste laag een DWR-finish aangebracht ('Durable Water Repellent). Bij de meeste merken moet die er na verloop van tijd terug opgezet worden door middel van een wasmiddel of een spray. Marmot echter, heeft een DWR ontwikkeld die zó duurzaam is, dat ze de hele levensduur van het product moet meegaan. Hierdoor is de jas ineens veel milieuvriendelijker, zeker als je weet dat deze finish ook nog eens PFC vrij is. Verder vind je een stevige waterdichte hoofdrits, twee waterdichte ritsen op de jaszakken en pitzips onder de armen voor een groter ademend vermogen. Iets wat mooi meegenomen is, maar eigenlijk enkel nodig bij zware inspanningen. Met een ademend vermogen van 15.000 gram op de MVTR schaal, gooit ze ook hier hoge ogen. Een zeer interessante jas voor ecologische én prijsbewuste mensen. Adviesverkooprijs: 284,95 € Gewicht: 391 gram (dames), 414 gram (heren)

9


alle sokken 3 + 1 gratis

Nieuw Autumn Red Nieuw Forest Green

Eindejaarsperiode extra openingsuren mounteqshop.be/woolpower

Solden vanaf 2 januari

klim- en wandeluitrusting voor alle seizoenen

Plezantstraat 11 9220 Hamme tel. 052/47.85.22 info@berghut.be https://berghut.be


advertorial RAB

Advertorial Lowe Alpine

Rab’s nieuwe Microlight Down-collectie – duurzame warmte voor elk bergavontuur Het is bijna 40 jaar geleden dat de eerste

dat is gerecycled uit na eerder gebruik,

schotten, wordt het 700FP-dons

slaapzak van de Britse outdoorfabrikant

vooral uit donzen dekbedden en kussens.

nu intelligent verdeeld over de

Rab met de hand werd gesneden, genaaid

Het gerecyclede dons wordt gewassen,

jas, waardoor de kern van je

en gevuld.

met stoom gedroogd, gesteriliseerd en

lichaam meer warmte krijgt, daar

gesorteerd en vormt een hoogwaardig

waar dit het meest nodig is. Zeer

Het zal daarom niet verbazen dat dons een

alternatief voor het inkopen van nieuwe

technische Pertex®Quantum

integraal onderdeel is van Rab’s Masters

materialen en vermijdt het storten van

ripstop nylon stoffen bieden

of Insulation-erfgoed en dat het wordt

afvalproducten.

uitstekende bescherming en zijn

gebruikt in veel van Rab’s hoogwaardige

zacht en klein opvouwbaar.

producten die maximale bescherming en

Wat is P.U.R.E. gerecycled dons?

comfort bieden voor elk soort bergavontuur.

P.U.R.E. is het eerste gerecyclede dons dat is gecertificeerd volgens de Global

Rab is er trots op dat al het gebruikte dons

Recycled Standard (G.R.S). P.U.R.E.-

ethisch verantwoord is. Vanaf de herfst

producten zijn verkrijgbaar in verschillende

van 2020 is de iconische en succesvolle

kwaliteiten en bieden dezelfde thermische

Microlight-donscollectie van Rab

isolatie als nieuw dons. Dons gecertificeerd

duurzamer dan ooit tevoren, met gebruik

volgens P.U.R.E. wordt op dezelfde manier

van P.U.R.E. Recycled Down en 100%

behandeld als nieuw dons.

gerecyclede buitenmaterialen. De nieuwe Microlight-stijlen - gemaakt Waarom gerecycled dons gebruiken?

voor duurzaamheid

Het gebruik van gerecycled dons betekent:

In de herfst van 2020 komen Rab’s

- minder afval naar de stortplaats brengen;

topverkopende Microlight-donsjacks op de

- behoud van de integriteit van waardevolle

markt met vernieuwde ontwerpen, slimme

grondstoffen;

zonering en gemaakt van gerecyclede

- terugwinning van afval na consumptie, in

materialen; we verbeterden ons definitieve

dit geval beddengoed en kussens;

microbaffle donsjack, voor veeleisende

- minder water en minder energie gebruiken

alpiene avonturen of beklimmingen dichter

resulteert in een lagere CO2-voetafdruk.

bij huis.

Hoe wordt gerecycled dons geproduceerd?

Met behulp van body mapping-principes

Gerecycled dons is ganzen- of eendendons

en een combinatie van micro- en nano-

WWW.RAB.EQUIPMENT

11


Tekst Bruno Vermeeren

FOUR MORE YEARS

KBF beleidsplan in een notendop De KBF is dé expert in Vlaanderen in de klim- en bergsport. We optimaliseren onze dienstverlening voor de clubs en de sporters. We versterken ons zakelijk beheer en streven naar een veilige duurzame sportbeleving. De ontwikkeling van opleidingen en bijscholingen voor de zelfstandige sporters en voor de sportkaders is onze kerntaak. Door de uitbouw van een wedstrijdcircuit stimuleren we talentontwikkeling in onze sport. We streven naar de uitbouw van kwalitatieve kliminfrastructuur, zowel in klimzalen als op de rotsen. We zetten in het bijzonder in op topsport en op sportbeleving bij de jeugd. Een goed beleidsplan hoeft niet lang te zijn. Het moet vooral helder en begrijpelijk zijn en logisch voortvloeien uit de missie en de visie van de organisatie. Beknopt samengevat moet het meteen duidelijk maken waar een organisatie voor staat. De eerste alinea van dit artikel is een gebalde versie van ons eigen beleidsplan. Twaalf strategische doelstellingen (SD’s) samengevat in één paragraaf. Laat ons ze toch even wat nader bekijken.

Duurzaamheid (SD 3) We informeerden in onze bevraging ook naar de thema’s die onze leden belangrijk vinden. Duurzaamheid stond met stip op één. Het is dan ook een aparte doelstelling in ons beleidsplan, maar geen gemakkelijke om in te vullen. Dat het een aandachtspunt wordt in onze eigen werking, spreekt voor zich. Maar werk maken van een duurzame beleving van de bergsport, dat kunnen we niet alleen. We willen dan ook graag samenwerken met partners in binnen- en buitenland om het punt hoog op de agenda te krijgen en te houden. Zakelijk beheer (SD 4) De KBF zit in een luxepositie. De klim- en bergsport boomt. Er sluiten steeds nieuwe clubs aan, het aantal leden stijgt jaar na jaar. Helaas maken onze subsidies een tegengestelde beweging. Op vier jaar tijd daalden ze met ruim honderd duizend euro. We krijgen alsmaar minder geld van de overheid. Het is dan ook belangrijk om in te zetten op een degelijk zakelijk beheer: meer samenwerken, partnerschappen ontwikkelen, kosten onder controle houden en zoeken naar alternatieve inkomsten.

Dé expert (SD 1) In het voorjaar organiseerde de KBF een uitgebreide ledenbevraging. De resultaten waren overwegend positief. Zowat 75% van de respondenten vond de prijs-kwaliteitverhouding van onze dienstverlening goed tot zeer goed. Onze communicatiekanalen zijn gekend en worden gewaardeerd, al kent maar 60% van de respondenten onze nieuwsbrief en nog iets minder (55%) onze sociale media. Dat kan dus zeker nog beter. Het is ook belangrijk dat iedereen ons kent als dé expert in de klimen bergsport. We weten immers dat elk jaar ongeveer een vijfde van onze leden afhaakt. Dat betekent dat we elk jaar minstens evenveel nieuwe leden moeten werven. Momenteel zijn dat er ongeveer 2600, elk jaar opnieuw. Communicatie krijgt niet voor niets een belangrijke plaats in ons nieuwe beleidsplan. Dienstverlening (SD 2) Onze leden worden liefst via e-mail gecontacteerd. Toch versturen we jaarlijks nog vele duizenden brieven. Daar willen we nu verandering in brengen. Dit jaar al loopt de ledenhernieuwing zo veel mogelijk via e-mail. Tijdens de coronacrisis hebben we gemerkt dat onze reservatiesystemen niet performant zijn. Ook op andere domeinen zijn onze digitale systemen niet mee met de tijd. We hopen dat onze leden daar niet al te veel van merken, maar het werk kan veel efficiënter. Inzetten op digitalisering dus, en daar wachten we niet mee tot volgend jaar.

12

Figuur 1 Evolutie van ledencijfers en subsidies

Veiligheid (SD 5) We beoefenen met zijn allen een risicosport. Daar zijn we ons bij de KBF sterk van bewust. Een veilige sportbeoefening is dan ook van oudsher een prioriteit. We zorgen ervoor dat ons eigen noodplan actueel blijft, zodat we leden die een ongeval hadden, snel en correct kunnen helpen. We zullen onze opleidingen screenen op het aspect veiligheid en we zetten www.klimenbergsportongevallen.eu in de kijker, de website waar klimmers (bijna-)ongevallen kunnen melden, zodat wij geïnformeerd worden en we onze procedures en opleidingen eventueel kunnen bijsturen.


Opleidingen en bijscholingen (SD 6-8) Onze opleidingen en bijscholingen voor alle disciplines, zowel voor de zelfstandige sporter als voor trainers en sportkaders, vormen misschien wel het meest vertrouwde aspect van onze werking. Dat wil niet zeggen dat we van plan zijn om ons werk zonder wijzigingen voort te zetten. Zo zijn we bijvoorbeeld van plan om de hogere niveaus van de klimvaardigheidsbewijzen (KVB’s) te herwerken. We zullen bekijken of we de KVB3 kunnen opdelen in een opleiding singlepitch en multipitch en we overwegen een tussenniveau tussen KVB3 en KVB4. Ook via ferrata verdient blijvende aandacht.

Figuur 2 Meer dan de helft van de Vlamingen kan niet binnen 25 minuten bij een grote klimzaal geraken.

Mount Coach Academy blijft de meest doorgedreven opleiding in Vlaanderen voor klim- en bergsporters. In samenwerking met de Bergsportschool bieden we de internationaal erkende opleidingen Instructor Alpine Climbing, Instructor Mountain Walking and Trekking en Instructor Winter Mountain Walking and Snowshoeing aan. Met de Vlaamse Trainerschool (VTS) blijven we inzetten op de opleidingen voor sport- en rotsklimmen en canyoning. We onderzoeken of we de Initiator Sportklimmen en de Initiator Rotsklimmen gescheiden kunnen aanbieden en samen met VTS ontwikkelen we de cursus Trainer A Sportklimmen.

We blijven ook investeren in rotsmassieven. De acht bestaande massieven met samen meer dan 750 routes vragen jaarlijks meer dan 600 mandagen aan onderhoud. Daarnaast zijn er nog eens vier massieven met samen 180 routes in ontwikkeling en we zouden graag willen dat er nog meer volgen. Er is zeker nood aan bijkomende scholingsmassieven. Toegang verkrijgen, vergunningen regelen, routes uitwerken … het vraagt tijd en de inzet van velen om tot resultaat te komen.

Uiteraard blijven we meewerken aan de Dag van de Trainer die VTS om de twee jaar organiseert. In de tussenliggende jaren organiseren we onze eigen KBF-kaderdag. We onderzoeken ook de mogelijkheid om naast de Dag van de Trainer een KBF outdoor-kaderdag te organiseren.

Minder dan een vijfde van onze leden is jonger dan 18 en een twintigtal clubs organiseren jeugdactiviteiten. Jongeren zijn vooral actief in het sportklimmen, wat ook de enige discipline is die ze dicht bij huis kunnen beoefenen. De jeugd is de toekomst van onze sport. We willen onze clubs dan ook graag ondersteunen om kwalitatieve activiteiten voor hen te ontwikkelen en hen zo aan zich te binden. Daartoe zullen we in de komende beleidsperiode intekenen op de beleidsfocus Jeugd van Sport Vlaanderen, in het hoop hiervoor bijkomende middelen te verwerven.

Wedstrijden (SD 9 & 12)

Jeugd (SD 11)

Dit jaar hadden de eerste Olympische medailles in het klimmen uitgereikt moeten worden. Corona heeft er anders over beslist. Maar klimmen is momenteel dus wel een Olympische discipline. Van de atleten wordt verwacht dat ze uitblinken in boulderen, speedklimmen en voorklimmen. Of het huidige format op langere termijn behouden blijft, is nog niet zeker. Als we willen meespelen op Olympisch niveau, zullen we de komende jaren moeten investeren in een wedstrijdcircuit. Een netwerk van recreatieve wedstrijden stimuleert de sportbeleving, maar helpt ook om nieuw talent te detecteren. De KBF diende bij de Sport Vlaanderen een ambitieus topsportplan in. Als het goedgekeurd wordt, kunnen we onze topsporters zo goed mogelijk ondersteunen, zodat ze op de Spelen kunnen meedingen naar een medaille. Dat vraagt een aanpak op lange termijn, met een goede coaching, multidisciplinaire ondersteuning en aangepaste infrastructuur.

Figuur 3 KBF-leden volgens leeftijd Corona of geen corona

Infrastructuur (SD 10) Er is een duidelijk tekort aan kliminfrastructuur in Vlaanderen. Er zijn maar twee officiële speedwanden en er zijn hooguit vier lengtezalen waar atleten kunnen trainen voor internationale wedstrijden. Als er momenteel al nieuwe klimzalen de deuren openen, dan zijn het meestal boulderzalen. We willen dan ook onderzoeken of we eigen competitie- of trainingsinfrastructuur kunnen opzetten. In elk geval streven we naar een goede samenwerking met de klimzalen en ontwikkelen we voor hen een ondersteuningspakket.

Het hele beleidsplan van de KBF is uitgewerkt alsof het coronavirus niet bestaat. Nochtans zijn we ons sterk bewust van de impact van de huidige crisis op onze sport. Opleidingen zijn opgeschort, stages en wedstrijden geannuleerd, klimzalen gesloten. Niemand weet hoe lang het nog zal duren, al zijn de eerste berichten over de nieuwe vaccins hoopgevend. Maar je kunt de werking van een club of een federatie niet zomaar stil leggen en pas weer beginnen plannen als het allemaal voorbij is. Onze beleidsplan is af. Onze ambities zijn duidelijk onze doelstellingen geconcretiseerd in 180 actiepunten. De timing die we vooropstelden, zullen we misschien niet kunnen aanhouden, maar dit is wel waar we voor gaan, de komende vier jaar.

13


Tekst en foto's Lisa Viane

Rhino Boulder Gym

Lang geleden, in de Gouden Eeuw van het alpinisme, scherpten de leden van de Parijse high society hun vaardigheden aan door te oefenen op de rotsblokken die verspreid liggen in de bossen van Fontainebleau, net ten zuiden van de Franse hoofdstad. De stoere mannen demonstreerden er hun klauterkunsten aan de dames, die veilig op de grond bleven, ze waren er zich waarschijnlijk niet van bewust dat ze daardoor de grondslag hebben gelegd voor een heel nieuwe tak binnen de klimsport: het boulderen. Het duurde tot de jaren '60 vooraleer boulderen echt als een aparte sport werd gezien. In de Verenigde Staten gingen jongemannen op zoek naar steeds moeilijkere en meer uitdagende boulders, niet alleen als training voor grotere wanden, maar ook louter als doel op zich. Het echte boulderen was geboren.

14


Sedertdien kende de sport een sterke groei. Klimschoenen werden geperfectioneerd, crashpads verschenen op de markt, en rond de eeuwwisseling verschenen de eerste indoor boulderzalen, ook in België. Initieel vervaardigde men artificiële boulderwanden en plastic grepen die de rotsen moesten imiteren, en hoewel het boulderen daarmee toegankelijker werd, bleef het toch een niche-sport. Daar is de laatste jaren verandering in gekomen. De kunststofgrepen werden verder ontwikkeld, de routesetting werd creatiever, waardoor de sport een breder aanbod kon bieden. Aan de ene kant van het spectrum nemen topatleten deel aan spectaculaire wedstrijden, aan de andere kant klauteren kinderen omhoog op de veelkleurige grepen. Dat en alles daartussenin, is sedert september van dit jaar mogelijk in België's nieuwste boulderzaal: Rhino Boulder Gym te Gent.

Genesteld aan de rand van de volkse wijk van de Brugse Poort, geeft de plek niet veel prijs wanneer je als nietsvermoedende bezoeker de poort binnen stapt. Je wordt begroet door een groen terras en een schijnbaar onschuldige gevel. Pas wanneer je de toegangsdeur open duwt, krijg je een eerste indruk van wat er zich achter de gevels schuil houdt. Aan het onthaal zie je reeds de eerste klimwanden, even aanmelden en daarna verkennen. In meer dan 1000m² oppervlakte valt er inderdaad heel wat te ontdekken. Spectaculaire overhangen, tricky slabs, technische verticale wanden, hoekversnijdingen, een groot horizontaal dak, het is er allemaal en voor elk wat wils. Daar tussenin staan er bankjes en sofa's waar je even op adem kan komen en de andere klimmers kan aanmoedigen. Achteraf kan je alles bespreken in de gezellige bar en op het zonnige terras. Met Rhino Boulder Gym willen de oprichters en eigenaars Koen Baekelandt, Jan Van Hecke en Lieven De Vlaminck een plek creëren waar zowel de absolute beginner als de doorwinterde klimmer zich naar hartelust kunnen uitleven. Er wordt veel aandacht besteed aan kwalitatieve routes, met een goede spreiding van niveaus, en er worden ook klimlessen georganiseerd van absolute beginner over gevorderden tot individuele trainingsbegeleiding. Naast de klimwanden zijn er ook specifieke trainingsfaciliteiten zoals een uitgebreid campusbord en een spray wall. Dat allemaal zorgt ervoor dat je om te boulderen voortaan in de Gentse Brugse Poort moet zijn, bij Rhino Boulder Gym natuurlijk! Rhino Boulder Gym is in 2020 toegetreden als lid van de KBF Klim-en Bergsportfederatie !

15


Tekst Wendy Saerens / foto's Bart Smets

Start to via ferrata: Tien nieuwe begeleiders staan voor je klaar!

Een diploma als begeleider in ÊÊn van onze sportdisciplines halen is lang geen eindpunt. Bijscholen en je kennis en kunde steeds verder uitdiepen en verbreden is een must. En soms kan interesse je in steiler, hoger en technisch moeilijker terrein brengen. Via ferrata is populair. Veel leden beoefenen deze sportdiscipline reeds, maar door de complexiteit en risico’s, liefst onder deskundige begeleiding.

16


Ingangsproef Sinds dit jaar staat de opleiding tot begeleider via ferrata niet enkel open voor Initiators Rotsklimmen, maar ook voor Instructors Mountain Walking & Trekking (IMWT), mits ze slagen voor de ingangsproef. We verzamelen voor de ingangsproef op een regenachtige avond aan de buitenmuur Breeven in Bornem. Alsof de stressfactor voor een examen nog niet genoeg is, is ook het vooruitzicht op een paar uur koud en nat zijn niet echt aanlokkelijk.

“Elke ervaring neem ik mee, en kan mij in de toekomst van pas komen.” Op vijf posten moeten we onze kennis tonen. Theoretische vragen over materiaal en technieken worden gecombineerd met vier praktische proeven. We krijgen klassiekers voorgeschoteld: rapellen, beveiligen, touwsteun geven, takelen, zelfredding met prusiken. Maar om te slagen mogen we geen fouten maken, elk detail moet kloppen, want uiteraard willen we allemaal graag aan de opleiding deelnemen. Vijf van de zeven deelnemers slagen, een zucht van opluchting voor sommigen, maar voor anderen een ontgoocheling. Ik beleef als lesgever in de IMWT-opleiding de laatste jaren altijd zo’n examen vanuit het standpunt van de examinator, maar voelde deze keer ook weer eens de zware druk die op een deelnemer rust. Goed, elke ervaring neem ik mee, en kan mij in de toekomst van pas komen.

17


Het opleidingsweekend De jeugdherberg van Namen is half oktober onze uitvalsbasis. Met 11 cursisten (wij vijven, de IMWT-ers, en zes rotsklimmers) vormen we een heel diverse groep, maar met de liefde voor de bergsport als grote gemene deler. Voeg daar nog eens drie lesgevers aan toe en het plaatje is compleet.

“De leerlijn, mondmaskers en sappige dialecten kleuren de avond...” Vrijdagavond krijgen we meteen theorie: wat houdt de leerlijn VF in, zijn er nieuwe materialen, veiligheid, noodprocedures, enz… Maar we begrijpen elkaar niet altijd goed. Soms moet een vraag een paar keer herhaald worden. Bergwandelaars ten opzichte van rotsklimmers? Nee hoor, de mondmaskers én de sappige dialecten van de aanwezige West-Vlamingen en Antwerpenaren zetten de toon. Jammer dat er maar twee clubs vertegenwoordigd zijn, BPA en WBV, maar de sfeer is gezet. ’s Avonds laat duiken we nog even de bar in -net voor de horeca dicht moest- om ons hoofd vrij te maken . Ook dit weekend wordt door de COVID-maatregelen beïnvloed. Tenzij het niet anders kan blijft het mondmasker aan en we werken de komende twee dagen ook in 3 bubbels. Contacten worden op die manier zoveel mogelijk beperkt. Zaterdag maken we Grand Malades (on)veilig. We klimmen de via ferrata terwijl we begeleidershandelingen uitvoeren: een stand maken en iemand zekeren die niet meer boven geraakt, een bange deelnemer aan kort touw begeleiden, een remtouw op een tyroliënne installeren en iedereen veilig laten oversteken. Het houdt niet op, de ene situatie volgt de ander op. “ Oei, de kabel is weg, los jij dat even op?”, “Laat je die deelnemer naar beneden rappellen, hier kunnen we echt niet verder.”, “Die pendule brengt ons naar de overkant, help jij even iedereen over?”, “Je VF-set is uitgescheurd bij een val, prusik daarop terug naar boven.”, “Komaan, takelen, die deelnemer moet daaruit!”... Om half zes is het welletjes, we hebben veel geleerd vandaag, tijd om terug te keren naar de jeugdherberg. Maar veel ontspanning is er niet bij, want morgen worden we een hele dag geëvalueerd en verder voorbereiden is dus nodig.

“Een deelnemer die plots terug wil, eentje die vast komt te zitten in een rotsspleet, iemand die angstig wordt… Eén voor één lastige momenten voor een stageleider.” Zondag gaan we naar Landelies, een pittige via ferrata wacht ons hier, een examenklim waardig. Ieder geeft een korte les en we worden beoordeeld hoe we didactisch te werk gaan. Als ‘begeleider’ nemen we een groepje zogezegde deelnemers mee langs de uitdagende en soms licht overhangende passages, waar we allerlei cases voorgeschoteld krijgen. Gepast reageren is de boodschap! Snel een juiste beslissing nemen, correct uitvoeren en dan weer verder met je groep. Deelnemers die plots terug willen, vast komen te zitten in een rotsspleet, te klein zijn om aan een steunpunt te geraken en nergens anders handen of voeten gepositioneerd krijgen. Ja, één voor één lastige momenten voor een stageleider. Na je case krijg je direct feedback en dat van heel je groepje, er mag dus ook bij deze evaluatie nog volop bijgeleerd worden!

18


Proficiat Ondertussen zitten ongetwijfeld twee clubbesturen reikhalzend uit te kijken naar de via ferrata-activiteiten die ze voortaan kunnen aanbieden aan de leden. Want zowel BPA als WBV heeft er vijf gemotiveerde Via ferrata-begeleiders bij! Afhankelijk van hun basisdiploma zullen ze dit in een rotsklimcontext of in een alpiene omgeving organiseren. Bedankt aan Bart Smets, Nick Van Keer en Lieven De Meyere voor het leerrijke weekend. En proficiat aan Dieter, Jasper, Peter L, Wannes, Steven, Dave, Koen, Peter V, Jort en Wendy.

“Er volgden nog twee extreem brokkelige laatste lengtes en nét voor het donker werd stonden we alsnog boven!...”

Start to via ferrata? Verschillende clubs bieden activiteiten aan, van initiatie tot een opleiding tot zelfstandig ferratista of ervaringsstage in de Alpen. Check de clubkalenders of via www.kbfvzw.be Ook via ferrata-begeleider worden? Dat kan opnieuw in het najaar van 2021! Je moet wel reeds een diploma in één van de -outdoor- bergsportdisciplines hebben (of GTE rotsklimmen). Voor houders van een IMWT-diploma geldt een bijkomende ingangsproef voor touwtechnieken, waarbij er tevens voorbereidingsmomenten georganiseerd worden. Data onder ‘sportkaders’ op www.kbfvzw.be

Het boek 'start to via ferrata' is te bekomen via de webshop! www.kbfvzw.be 21 €


Tekst Liessa Walschot / foto's Sven Van Cleemput

From zero to canyon(h)ero Als je bij het horen van de term ‘canyoning’, het beeld voor ogen had van raften met een kano in de bergen, dan ben je zeker niet de enige. Voor de ongetwijfeld natste discipline van de bergsport heb je géén boot nodig. We begeven ons in diep door het water uitgesleten kloven en dalen deze af met verschillende technieken.

I n de canyon komen we natuurlijke obstakels tegen die we op een veilige manier overwinnen. Er kan gesprongen of gegleden worden en er worden touwen gebruikt om van variërende hoogte naar beneden te rappelen. Tussen de obstakels door wordt er gewandeld of gezwommen, maar er wordt vooral genoten van de prachtige natuur waarin we ons bevinden! Een week canyoning voelt als een mini-expeditie waarbij je een verborgen wereld gaat verkennen… buiten in de natuur zijn op plaatsen waar maar weinig mensen ooit komen, samen met andere enthousiastelingen op ontdekking gaan en je grenzen verleggen.

Hoe begin je eraan? De canyonsport is bezig aan een stevige opmars. Ergens in de tweede helft van de vorige eeuw begonnen avonturiers technieken te ontwikkelen om bergrivieren te kunnen afdalen. Nu begint canyoning meer bekendheid te krijgen en toegankelijker te worden. Elk land met een bergketen zal wel een of meerdere canyons verstopt hebben zitten in het landschap. Om kennis te maken met de canyonvibe kan je op vakantie een vaak dagvullende activiteit boeken bij een lokaal canyongidsenbureau. Populaire regio’s zijn het Spaanse Ordesa, de Franse Alpes Maritimes of Zwitsers Ticino. Maar eigenlijk kan het zowat in elke regio waar voldoende reliëf, watervallen en diepe rivierkloven zijn. Je hoeft je dan zelf geen zorgen te maken over de touwtechnieken, en kan toch die adrenalinekick bij een spectaculaire sprong of een coole ‘rappel naast de waterval’ beleven en zorgeloos van de prachtige omgeving genieten! Zelfstandig canyoneer worden Als je er maar niet genoeg van kan krijgen en denkt dat het naar meer smaakt, heb je geluk. Net zoals bij de andere bergsportdisciplines, kan je opleiding volgen tot zelfstandig sporter, in dit geval dus canyoneer. Momenteel bieden drie KBF-clubs stages en opleidingen aan: Canyonteam Vlaanderen was er als eerste, daarna volgde X-Academy met een gevarieerd aanbod en sinds een tweetal jaren kan je ook met Bleau Climbing Team de Franse canyons verkennen. Alles wat je moet weten om een canyon veilig af te dalen wordt je tijdens de stages stap voor stap aangeleerd. Uitgangspunt is dat je na het doorlopen van de opleiding er op zelfstandige basis op uit kan. Om je de tijd te geven om alle ‘touwtechnieken onder de knie te krijgen - om bijvoorbeeld tientallen meters hoge rappels te kunnen doen’ - wordt er vooraf geoefend zonder water. In een loods of een klimzaal, ergens waar touwen makkelijk kunnen opgehangen worden, leer je bijvoorbeeld installaties maken op ankerpunten om te kunnen afdalen en kom je de specifieke toepassingen van de materialen te weten in niveau 1. Aan deze technieksessies wordt dan een stage ‘on the scene’ gekoppeld (niveau 2): ongeveer een week oefenen in een echte canyon onder begeleiding van getrainde instructeurs in een overweldigend natuurlijk kader.

20


Met een club op stage?

Je verder bekwamen… in moeilijkere canyons

Voorzien van het juiste technische materiaal, trek je met een enthousiaste groep actievelingen richting de bergen. Ongeacht of de stage nu in het Spaanse Ordesa of in Oostenrijk doorgaat, meestal wordt er als basiskamp voor een centraal gelegen camping gekozen. Van hieruit worden canyons uitgezocht, voorbereid en gelocaliseerd. Er is ruimte en tijd om technieken in te oefenen en te evalueren zodat er op een week tijd al heel wat progressie wordt gemaakt.

Als je de basisopleiding hebt afgewerkt, weet en kan je voldoende om zelfstandig een canyon te kunnen afdalen tot niveau 3.3.III. Deze quotatie geeft een beeld van de verticaliteit van de canyon, hoeveel water er stroomt en het totaalengagement.

Elke dag wordt een nieuw aspect van canyoning toegevoegd aan de lijst van de te vergaren kennis, zoals rekening houden met het weer, tijd- en touwmanagement of de vele veiligheidsaspecten die je zeker niet over het hoofd mag zien. Ook leer je steeds meer verantwoordelijkheid dragen over tochtvoorbereiding en het vlot verloop van de dag.

Vince Dobbelaere (Bleau Climbing Team): "een week canyoning voelt als een mini-expeditie waarbij je een verborgen wereld gaat verkennen...” Onder het motto ‘al doende leert men’, maak je zelf installaties om op af te dalen en schat je sprongen of glijbanen juist in, de begeleiders staan je hierin bij en corrigeren waar nodig. Het in groep kamperen, verhalen uitwisselen tussen pot en pint… het voegt een extra charme toe aan zo’n opleidingsweek. Niet dat het geheel vrijblijvend is. Per niveau wordt er getoetst of de technieken voldoende gekend zijn, deels via permanante evaluatie, om nadien door te mogen naar het volgende niveau. Dit om je geen fout beeld over je eigen kunnen mee te geven. Aan het einde van een stage bespreken de lesgevers met jou of je al dan niet nog oefening nodig hebt of al klaar bent om zelfstandig (eenvoudige) canyons in te duiken.

Nathalie Zwijsen, volbracht haar Rope 2 via X-Academy: "Je leert op zo’n canyonstage enorm veel bij op korte tijd. Al snel had ik 8 canyons op mijn palmares, die ervaring is belangrijk. Bovendien leer je gelijkgezinde mensen kennen...”

Ervaring opdoen kan - en is allicht het leukst - op een ‘canyontreffen’. Zowel CTV als X-Academy organiseren jaarlijks verschillende bijeenkomsten in o.a. Alpes-Maritimes, Jura of de Spaanse Pyreneeën. Natuurlijk kan je ook onder vrienden afspreken om samen te gaan, maar op een treffen kom je sowieso like-minded sportievelingen tegen. Zo kan je meteen al wat canyons toevoegen aan je palmares. Van zo’n week wordt ook altijd een gezellige boel gemaakt en het is de gelegenheid bij uitstek om massa’s ervaring op te doen en van elkaar te leren. Waarom zou je kiezen voor canyoning? Met enige klimervaring, andere ervaring in de bergsport of zelfs een simpele voorliefde voor de bergen, zal canyoning je zeker niet teleurstellen. Omringd door prachtige landschappen kom je op plaatsen waar maar weinig andere mensen je voor gingen en waar je waarschijnlijk ook alleen bent met je eigen vriendengroep op het moment dat je een canyon afdaalt. Het is lonend om als een hecht team te werk te gaan en vlot op elkaar in te spelen. Teamwork maakt de afdaling nog zo leuk! Bovenop het avontuurlijke karakter van bergwandelingen en touwtechnieken, komt ook nog de speelsheid van het water. De natuur biedt magnifieke mogelijkheden om de stroom mee te volgen. Door jarenlange erosie ontstaan glijbanen, poeltjes en rotsformaties die soms doen denken aan een echt waterpretpark. Het enige hulpmiddel van menselijke oorsprong zijn de ankerpunten om je touw op te installeren. Verder is alles puur natuur. Canyoning zou je ook wel kunnen plaatsen onder outdoor ‘omnisport’. Een stevige wandeling omhoog, een ganse dag je eigen materiaal meezeulen, je evenwicht houden op gladde rotsen en af en toe nog wat zwemmen… aan variatie geen gebrek. De verkoeling van het frisse water is zeker welkom tijdens dit avontuur. Kortom, zoek je iets nieuw en uitdagend binnen de bergsport, dan is canyoning zeker het proberen waard!

Kijk op www.kbfvzw.be voor het actuele aanbod aan canyoningopleidingen of in de opleidingsbrochure (verschijnt midden januari 2021)

21


Avventura gaat met pensioen! Uitverkoop vanaf 3 dec 2020

GESPECIALISEERD MATERIAAL VOOR WANDELAARS, TREKKERS EN KLIMMERS

OUDE GENTBAAN 255 – 9300 AALST

053/ 705 222

Einde april 2021 sluiten wij na 35 jaar een hoofdstuk in ons leven af. Avventura gaat met pensioen. Tijd voor een nieuw hoofdstuk.

open op 13, 20 dec en 3 jan

22

INFO@TREK-KING.BE

WWW.TREK-KING.BE


Tekst Arne Monstrey

Heilige bergen Voor de hedendaagse mens voelen bergen bijna heilig omdat ze een toevluchtsoord geworden zijn. Voor sport, natuur, ontspanning, bezinning of zelfs onthaasting. Bijna als een remedie tegen de hectiek van onze drukke dagdagelijkse levens. Maar voor vele mensen vroeger, in minder seculiere tijden of samenlevingen, werden (of worden) bergen écht als heilig beschouwd. Daar zijn verschillende redenen voor... In de meeste religies of levensbeschouwingen ligt het slechte (de hel) of het einde (de dood) onder ons. Terwijl het goede, het hiernamaals, het leven na de dood, de hemel... zich boven ons bevindt. De mens op de grond, de duivel eronder, de god(en) erboven. Bergen staan dus als van nature dichter bij de goden. Als de goden al mysterieus zijn, dan waren de bergen dat zeker. Zo kreeg je er bijvoorbeeld hoofdpijn. Ondertussen weten we dat dit een symptoom van hoogteziekte is, maar vroeger was het vast een teken van de goden dat je er niets te zoeken had. Anderen die wel doorgingen of er overnachtten, kwamen nooit meer terug. Verdwaald, uitgegleden, doodgevroren, gestorven van honger of dorst... En zij die wel terugkwamen, deden dit soms met zwarte ledematen. Ook hier weten we vandaag dat dit vrieswonden zijn, maar vroeger moet het er heel beangstigend uitgezien hebben. Velen trokken zo hoog als de hoogste grasvelden in de zomer het toelieten om hun vee te laten grazen. Maar daar huisden ook wilde dieren en braken vaak stormen los. En dan was er nog grootschalige steenslag en onverklaarbaar gerommel. Seracs die afbraken, lawines die naar beneden stormden. In zijn zoektocht naar voedsel en veiligheid hadden de hoogste bergen de mens niets te bieden. En alles wat onbekend bleef, boezemde hem angst in en werd aldus een voedingsbodem voor verhalen, mythologieën en religies. Sommigen zochten er echter hun heil en vonden het ook. Voor kluizenaars was het vaak hun laatste toevluchtsoord. Mensen met een eigen, nieuwe religie die op de vlucht moesten slaan voor de heersende godsdienst, vonden vaak een onderkomen in de bergen. Een mooi voorbeeld hiervan zijn de kloosters in Meteora die verderop besproken worden. En dan zijn er natuurlijk nog bergen die puur door hun vorm of locatie tot de verbeelding spreken. Zoals bijvoorbeeld de Uluru in Australië of de Devil's Tower in de V.S. Of wat te denken van vulkanen? Toornige, driftige bergen die de aarde deden beven en leven. Ze brachten terzelfdertijd vernieling onder de vorm van giftige gassen, gloeiende lava, explosies en vuur dat rechtstreeks uit het binnenste van de aarde kwam. Maar net zo, zorgden ze vaak voor de vruchtbaarste landbouwgronden.

Geen wonder dat de omwonenden hun bergen/goden dus graag te vriend wilden houden. Als daar dan af en toe een offer voor nodig was, was dat maar een kleine moeite. Zo moeilijk het is deze inleiding te beperken tot slechts één bladzijde. Net zo zwaar was de opdracht om voor deze editie van Monte een 'selectie' van slechts twee bergen per continent te bespreken. Antarctica viel als vanzelfsprekend af. Aan bergen geen gebrek, maar er hebben nooit mensen gewoond voor wie deze als heilig beschouwd konden worden. Europa was iets gemakkelijker. De eerste grote beschaving die ons continent kende, is die van de oude Grieken. De Olympos was dus bijna een vanzelfsprekende keuze. Meteora ligt om de hoek en hup, één bladzijde gevuld. Maar wat met Montserrat in Spanje, de Etna in Italië, of de onbekende Áhkká in Zweeds Lapland? Zuid-Amerika ligt vol. Er liggen tientallen, zoniet honderden bergen verspreid overheen de Andes die als heilig beschouwd werden door vroegere beschavingen. Maar ook het land ten oosten van deze bergketen heeft heel wat mysteries te bieden. Getuige onder andere de Tepui's van Venezuela. Deze bergen die uittorenen boven de wolken en de jungle voelen met momenten bijna buitenaards aan. Ook in Noord-Amerika hebben de 'Native Americans' ons heel wat prachtige verhalen over heilige bergen nagelaten. En dan zijn er nog Afrika en Azië, de twee minst seculiere continenten. Je hebt er de rotskerken van Ethiopië en de honderden pyramide's van Egypte en Sudan, menselijke bergen als het ware. Er is de Mount Kenya in Kenya en de Kilimanjaro en de Mount Meru in Tanzania. De Bandiagara Falaise en de Hand van Fatima in Mali en ga zo maar door... In Azië is er uiteraard de Fuji in Japan en verder zowat élke bergtop in de Himalaya. Zo is de Kailash bijvoorbeeld heilig voor niet minder dan vier verschillende religies. Wat hierna volgt is dus vooral een persoonlijke selectie. Stuk voor stuk prachtige bergen en verhalen die onze wereld nog mooier maken.

23


EUROPA 'Zijn er in het Europa van vandaag nog echte Heilige Bergen te vinden? Er zijn zeker plaatsen die op een of andere manier nog vereerd worden. Zo is er de Croagh Patrick in Ierland waar zelfs vandaag nog pelgrimstochten vanover het hele land naartoe worden ondernomen. Of de Sacri Monti in het noorden van Italië, een Unesco werelderfgoedsite die vandaag meer volk trekt dan vroeger. De Sami hebben nog steeds de Áhkká in Zweeds Lapland, een afgelegen berg in het hoge noorden van ons continent. Maar voor deze rubriek keren we terug naar de bron, naar de Oude Grieken, de eerste grote beschaving die Europa echt heeft gekend.' Griekenland en zijn Olymposberg Met zijn 2.917 meter is de Olympos de hoogste Berg van Griekenland. Hij staat al sinds de oudheid bekend als het 'Huis van de (Griekse) Goden' en meer bepaald als de woonplaats van Zeus. De dichtstbijzijnde grote stad is Thessaloniki op zowat 140 km, maar ook Athene ligt met 263 kilometer niet ver weg. Het hele gebied rond deze top is sinds 1938 beschermd als nationaal park en het is tevens een Unesco biosfeerreservaat, een Natura-2000 gebied én een belangrijk vogelgebied. De berg is vooral bekend omwille van zijn geschiedenis. In de Griekse mythologie is hij het huis van de twaalf goden, zes mannelijke en zes vrouwelijke. De oude Grieken durfden deze plaats nooit te betreden. Daarmee ook dat het tot het jaar 1913 (!) duurde vooraleer iemand het aandurfde de top te bereiken. Deze eer viel te beurt aan Christos Kakalos, een lokale inwoner uit Litochoro en twee Zwitserse klimmers, Frédéris Boissonnas en Daniel Baud-Bovy. Zij openden de deur voor vele berg- en natuurliefhebbers die hier ondertussen elk jaar hun heil komen zoeken. In het park liggen zo'n 6 bemande berghutten en 5 bivakhutten, verspreid langs de 160 kilometers aan gemarkeerde wandelpaden die dit gebied rijk is. Ook het Europese lange afstandswandelpad E4 en het nationale lange afstandswandelpad O2 passeren over de top. Uiteraard worden deze paden ook gebruikt door trailrunners en mountainbikers. Maar vrees niet, echt druk wordt het hier nooit. In de winter worden diezelfde paden trouwens gebruikt door sneeuwschoenwandelaars en zelfs door toerskiërs.

24

De westelijke flank van deze berg heeft een zachte glooiing en is ideaal voor beginners, terwijl de oost- en noordflanken een pak steiler zijn en doorsneden door nauwe couloirs. Afhankelijk van de sneeuwval zijn er afdalingen van 1.000 tot zelfs 2.000 hoogtemeters te doen! Het toerskiseizoen begint hier meestal eind december en loopt sommige jaren zelfs door tot begin juni. Niet alleen voor skiërs, maar ook voor avontuurlijke rotsklimmers liggen hier schitterende routes te rapen. Niemand minder dan Emilio Comici opende hier in 1934 de eerste klimroutes. De effectieve wanden zijn nooit hoger dan 200 meter, maar zijn vaak nog afgezekerd op oude mephaken. Voor multipitch sportklimmen in de zon, hoef je dus niet naar hier te komen. Voor wie aangename klimavonturen wil beleven op één van de meest mythische bergen van Europa daarentegen...

Meteora als extra En als je dan toch in het Olympos Nationaal Park bent, is het maar een boogscheut naar Meteora, die andere topbestemming voor avontuurlijke klimmers én avontuurlijke cultuurliefhebbers. Deze natuurlijke conglomeraten torens worden reeds eeuwenlang blootgesteld aan erosie door wind en water en hebben daardoor hun speciale vorm gekregen. Al sinds de 9de eeuw werden sommige onder hen beklommen door kluizenaars die er religieuze rust gingen zoeken in de vele grotten en holtes. Vanaf de 14de eeuw verschenen de eerste kloosters op deze schijnbaar onbereikbare bergtoppen. Het mag als een mirakel op zich beschouwd worden dat deze klimmende monniken ooit de toppen hebben bereikt waar nu deze prachtige kloosters op staan. Van de ooit 24 kloosters, zijn er momenteel nog een zestal in goede staat én bewoond. Ze zijn beslist een bezoekje waard tijdens een rustdag op je klimtrip. Meer dan 800 verschillende single- en multipitch routes liggen hier op je te wachten. En ook al zijn de meeste onder hen behaakt, ze zullen vaak zeer avontuurlijk aanvoelen. Dit ligt niet alleen aan de hakenafstand, maar ook aan de aparte klimstijl die klimmen op conglomeraat vereist.


OCEANIË Papoea-Nieuw-Guinea en de eilandstaten

Nieuw Zeeland: de legende van Tongariro

Ten oosten van Australië liggen duizenden kleine eilandjes en atollen verzameld in de zogenaamde eilandstaten. Heilige bergen zijn er niet te vinden, hier is het de Oceaan die met alle eer gaat lopen. Landen als Kiribati en Tuvalu liggen nauwelijks enkele meters boven zeeniveau en dreigen als eerste te verdwijnen als de globale opwarming zich doorzet. Het enige land dat naast Nieuw-Zeeland over échte bergen beschikt, inclusief gletsjers, is Papoea-NieuwGuinea. Helaas is dit land zelfs in de eenentwintigste eeuw een nog veelal onbekende plek op de wereldkaart en is er nauwelijks info over beschikbaar. Heilige berg of niet, de Puncak Jaya of Carstenz Pyramide wordt met zijn 4.884 meter wel als de hoogste van het continent beschouwd.

Volgens de Maori, de oorspronkelijke bevolking van Nieuw-Zeeland, waren de bergen vroeger krijgers. Zeven bergen stonden ooit omheen Lake Taupo, Nieuw-Zeelands grootste meer en tevens bron van de Waikato rivier.

Australië: de Uluru als verhalenverteller Uluru of Ayers Rock, is respectievelijk de Aboriginal naam en de benaming die de Britse kolonisatoren er ooit aan hebben gegeven. Het is een van de meest speciale bergen die er op onze aardkorst te vinden zijn. Eén blik erop is genoeg om te snappen dat deze rots door de oorspronkelijke bevolking als heilig werd beschouwd. Voor de lokale stam, de Anangu, is de Uluru zeer nauw verbonden met de 'Tjukurpa', de droomtijd, zeg maar hun eigen mythologie. Ze kenden geen schrift om hun verhalen op te schrijven en gebruikten het uiterlijk van de berg als het ware als een soort boek. Elk reliëf, elke vorm, elke structuur heeft voor hen een betekenis en vertelt een verhaal. In 1985 heeft de Australische regering het grondgebied van Uluru teruggegeven aan de Aboriginals, wat mee resulteerde in het feit dat deze berg vanaf 2019 niet langer beklommen mag worden. En misschien maar goed ook. Want moet iets wat als zo heilig beschouwd wordt door de ene, per se door de andere met voeten getreden worden? Bovendien kun je er nog steeds omheen wandelen. De Uluru Base Walk is ongeveer 10 kilometer lang. Bedenk wel dat het hier waanzinnig warm kan worden. Neem dus veel water mee en start vroeg. In de zomer kan het zijn dat er restricties worden opgelegd. En verder is het een zeer geliefde plek om de zon te zien opkomen en/of ondergaan. Op 25 kilometer afstand ligt Kata Tjuta, een minder grote maar gelijkaardige rotsformatie waar het dikwijls veel rustiger is.

In deze legende waren alle bergen mannelijk, behalve Pihanga, die van een onbeschrijfelijke schoonheid was. Alle andere bergen waren verliefd op haar en op een nacht begon het gevecht voor haar hart. De krijger-bergen vochten hevig, wat gepaard ging met gewelddadige erupties, rook, vuur en hete stenen die de hemel dagenlang schroeiden. Het land beefde onder de kracht van hun woede. Toen het vechten stopte was Tongariro de winnaar. Hij had de liefde van Pihanga gewonnen alsook het recht om naast haar te staan en leider van het land te worden. Alle andere overwonnen bergen kregen één nacht de tijd om weg te wezen en zich ergens anders te settelen. Ngaurahoe en Ruapehu plaatsten zich niet veel verder, net ten zuiden van Tongariro. Putauaki en Tauhara gingen oostwaarts. Taranaki tenslotte, verteerd door verdriet, sleet een reusachtig spoor uit in de aardkorst op weg naar het uiterste westen, waar hij nu staat, aan de rand van de oceaan. Het spoor dat hij hierbij achterliet raakte gevuld met zijn tranen en werd de grote Whanganui rivier. Dit mooie verhaal indachtig is het noordereiland van NieuwZeeland beslist een bezoek waard. De meeste mensen willen naar het zuidereiland omdat daar de Nieuw-Zeelandse Alpen liggen, maar het noorden is zoveel diverser. Twee van 'New Zealands Great Walks' lopen hier ook. Eentje is het Tongariro Northern Circuit. Een lusvormige wandeling van zo'n 41 kilometer die op 2 tot 4 dagen gestapt wordt en die langs verschillende hutten passeert. In het hoofdseizoen ben je verplicht deze te reserveren. De andere Great Walk is, in tegenstelling tot wat zijn naam doet vermoeden, geen wandeltocht, maar een meerdaagse kanotrip over de Whanganui rivier. Tochten duren hier gemiddeld drie tot vijf dagen waarbij je zo'n 87 tot 145 kilometer aflegt. Ook hier geldt in het hoofdseizoen weer de verplichting om hutten en kampeerplekken te reserveren. Het is beslist één van de mooiste manieren om het hart van het noordereiland te verkennen.

25


AZIE Ongetwijfeld ligt het aan de aard van de religies die hier ontstaan zijn, maar dit machtige continent ligt vol bergen die zelfs vandaag nog als heilig beschouwd worden. Vele van deze bergen mogen niet beklommen worden om de rust van de goden niet te verstoren. En ook al geloven vele westerlingen niet in een god, of toch zeker niet in de lokale goden, misschien kunnen we hier wel iets van leren. In een tijd waar alles slechts één muisklik verwijderd is, is het goed om nederig te aanvaarden dat niet alles binnen handbereik ligt. De hoogste bergen ter wereld kunnen iedereen lessen leren, goedschiks of kwaadschiks, net zoals de goden dat doen.

Bhutan - waar bergen boven 6.000 meter niet door mensen betreden mogen worden

India en de prachtige Nanda Devi

Bhutan is één van de meest geïsoleerde en onbekende landen ter wereld. Je geraakt er als toerist dan ook niet zomaar binnen. Om westers massatoerisme, dat al zoveel plaatsen op de wereld heeft verziekt, tegen te gaan, moet iedere bezoeker een som van 200 tot 250 dollar per bezoekdag (!) betalen. Bovendien geraak je het land als zelfstandige reiziger sowieso niet binnen: je moet met een officieel reisbureau op pad gaan. De hierboven vermelde prijs bevat wel accomodatie, maaltijden, een gids, lokale belastingen, kampeermateriaal en bagagetransport. Bovendien gaat 65 dollar van dit bedrag naar onderwijs, gezondheidszorg en armoedereductie. Het laatste koninkrijk uit de Himalaya heeft duidelijk lessen geleerd uit wat er in het verleden allemaal fout is gelopen in de omringende buurlanden.

De Nanda Devi is een 7816 meter hoge bergtop in de westelijke Himalaya. Het is de hoogste berg in dit deel van de Himalaya en de hoogste berg die volledig op Indiaas grondgebied ligt. Eén van de bronrivieren van de Indus ontspringt op zijn zuidflank. De berg wordt beschouwd als de beschermgodin van de Indiase provincie Uttarakhand. In de Indiase mythologie is Nanda Devi de Godin van de Vreugde. Het verhaal over de berg gaat als volgt: Nanda, een prachtige prinses, rende voor haar leven om te ontsnappen aan Rohilla, een prins die razend verliefd op haar was. Rohilla wou oorspronkelijk trouwen met Nanda, maar dat werd geweigerd door haar vader, waarna Rohilla deze doodde. Om zichzelf te redden beklom Nanda de verijsde bergtoppen en werd één met de berg die later haar naam is gaan dragen: Nanda Devi, de godin Nanda.

Bhutan is een land dat de traditionele Boedhistische cultuur weet te combineren met globale evoluties. Niet voor niets staat dit land op de eerste plaats als men het bruto nationaal geluksgevoel van de mensen wil meten. Bovendien hecht het land meer belang aan ecologie dan aan financieel gewin. Voor elke boom die gekapt wordt, moet er een nieuwe geplant worden. Elk bedrijf moet rekening houden met de impact van zijn ontwikkeling op mens en milieu. Misschien wordt dit onbekende land wel een lichtend voorbeeld voor de rest van de wereld in de 21ste eeuw. Laat het ons hopen. Elke berg in dit land wordt als heilig beschouwd. Zo heilig zelfs dat het sinds 1994 voor iedereen verboden is om bergen hoger dan 6.000 meter te beklimmen. Zodoende zou de Gangkhar Puensum met zijn 7.570 meter de hoogste nog onbeklommen bergtop ter wereld zijn...

26

Hij werd voor het eerst beklommen door Tilman en Odell in 1936 via de zuidgraat. Tot de beklimming van de Annapurna in 1950 bleef het de hoogste beklommen bergtop ooit. Een andere klimmer, Willi Unsoeld, heeft zijn dochter bij haar geboorte de naam Nanda Devi Unsoeld gegeven. En misschien was het voorbestemd, maar bij haar poging om deze berg te beklimmen in het jaar 1976, liet zij er het leven. In de jaren zestig heeft de Amerikaanse CIA op deze top een toestel neergezet dat radioactiviteit in het naburige Tibet/China kon meten. Nadien is dat toestel verdwenen in een lawine en sindsdien doen er geruchten de ronde dat het zelf radioactiviteit zou lekken. Of het gerelateerd is of niet, sinds 1983 is de Nanda Devi gesloten voor klimmers omwille van ecologische redenen en dat is hij tot op de dag van vandaag nog steeds. Het is alsof vele van deze heilige bergen tot op de dag van vandaag een groot deel van hun mysteries nog steeds niet prijsgegeven hebben.


AFRIKA Het wildste en misschien wel mooiste continent van onze planeet. Het oudste, het puurste, het meest emotionele en het moeilijkst te bezoeken. Natuurlijk zijn er toeristische trekpleisters. Marokko en Egypte in het noorden, de safariparken van Kenia en de Kilimanjaro in Tanzania in het oosten en de toegankelijke natuur van Namibië en Zuid-Afrika in het zuiden. Maar verder ligt nog een heel toeristisch onontgonnen continent te wachten op de avontuurlijke reiziger. Als je ergens nog het gevoel wilt hebben dat mythes terug tot Leven kunnen komen, of dit altijd gebleven zijn, is het hier wel.

TANZANIA - Ol Doinyo Lengai, de heilige berg van het Masaï volk Net zoals vele andere bergen, betekent ook deze naam 'de berg van God' of 'de woonplaats van God'. Maar hier komt er nog iets bij. Eigenlijk wil het zeggen: 'de Berg van de God die sneeuw ademt'... De Ol Doinyo Lengai is nog steeds een actieve vulkaan. De laatste grote uitbarsting dateert van 2008. Wat deze berg echter geologisch gezien uniek maakt is de samenstelling van de lava die nergens anders ter wereld voorkomt. Deze bestaat uit natro-carbonitiet en is minder dens en veel fluïder dan andere lava. Waar lava meestal een felrode kleur heeft is deze lava zwart. En wat hem nog specialer maakt is dat deze zwarte kleur verandert in wit, wanneer ze in contact komt met vocht. Daarmee lijkt het alsof deze berg het hele jaar door bedekt is met sneeuw. Het is momenteel de enige nog steeds actieve vulkaan in het oosten van Afrika. En je kunt ze zelfs beklimmen. Een blik vanaf de kraterrand in de krater zelf levert meestal een blik op lava, rook, kleine erupties en trillingen onder je voeten. De meeste mensen combineren een beklimming van de top met een bezoek aan de nabijgelegen watervallen en een trip naar het Natronmeer. Uiteraard liggen ook de bekende safariparken van Serengeti, Ngorongoro en Tarangire vlakbij. Niet ver van de berg ligt ook een archeologische vindplaats waar honderden vroegmenselijke voetafdrukken (van zo'n 19.000 jaar geleden) bewaard zijn gebleven. Nog wat verder liggen ook de Olduvaikloof en het dorpje Laetoli, waar respectievelijk een schedel van een Australopithecus Boisei gevonden werd (één van onze voorouders) van zo'n 2 miljoen jaar oud en menselijke voetstappen van bijna 4 miljoen jaar oud! Het zijn plekken van een onbeschrijflijke natuurlijke schoonheid, in het hart van Afrika, vlakbij de oorsprong van de mensheid die tot op de dag van vandaag nog steeds blijft inspireren. Een onvoorstelbare symbiose tussen (zeer) oud en nieuw, avontuur en natuur.

Egypte: de Sinaïberg - Mozes en de 10 geboden De naam die wij gebruiken voor deze berg, Sinaï, is de Hebreeuwse naam. In het Arabisch heet deze berg 'Jabal Musa' of de Mozesberg. Jawel, deze man komt voor in zowel de Islam, het Jodendom als het Christendom. De Sinaïberg is 2.285 meter hoog en bevindt zich op het Sinaï schiereiland van Egypte, dat grenst aan Israël en Saoedi-Arabië. Je vindt er tot vandaag de dag nog steeds het katholieke klooster van Sint-Catharina, een Grieks Orthodoxe kapel en een moskee. Alsook de grot waarvan de Bijbel zegt dat Mozes daar van God de 10 geboden heeft gekregen. Het Sint-Catharinaklooster zou reeds in de 4de eeuw gebouwd zijn, maar dan wel op een nabijgelegen berg. In de 6de eeuw zou het dan naar zijn huidige locatie verhuisd zijn. Het is een van de oudste, nog steeds functionele kloosters ter wereld. Je kunt de top gemakkelijk te voet bereiken (en zelfs per kameel, indien je wenst). Er vertrekken twee wandelpaden naar boven: de Siket El Bashait is niet zo moeilijk en duurt zowat 2,5 uur. De Siket Sayidna Musa is steiler en directer waarbij je over de 3.750 'treden van boetedoening' omhoog stapt. Velen komen voor het klooster of voor de spectaculaire zonsopgangen in dit deel van de rotswoestijn. Maar wat weinigen weten is dat je hier ook uitstekend aan traditioneel rotsklimmen kunt doen! Barsten van meerdere honderden meters hoog doorsnijden het rode graniet. En die gaan van vingerbarsten tot echte offwidths. Daarnaast liggen er onderaan de rotswanden vele boulders verspreid. In het dorpje Sint-Catherina zelf zijn er meerdere campings en andere overnachtingsmogelijkheden, alsook enkele winkeltjes, restaurants en zelfs een klein hospitaal. Het dorp ligt in een nationaal park, waarvoor je eenmalig inkom betaalt. De bergen in de directe omgeving zijn hierna gratis beklimbaar. Wil je je echter verder in het park begeven dan is een gids verplicht. En misschien maar goed ook, want verdwalen is hier zeer gemakkelijk en je hebt bijna nergens bereik met een GSM. Het Sinaï schiereiland blijft echter een politiek gevoelige zone. Net zoals vele andere woestijnstreken lijkt de invloed van het centrale gezag hier soms ver weg. De onlusten van enkele jaren terug zijn ondertussen geluwd en reizen en klimmen zou voorzichtig terug mogelijk zijn (COVID-19 even niet meegerekend). Het beste is en blijft uiteraard de situatie op de voet op te volgen. Maar iedereen die zijn weg naar deze prachtige en helemaal niet toeristische streek vindt, zal voor eeuwig bekoord zijn.

27


NOORD-AMERIKA Weinig Europeanen hebben door hoe uitgestrekt en weinig bevolkt dit continent zelfs in de 21ste eeuw nog steeds is. De 'Native Americans' zijn één van de weinige volkeren die er ooit in geslaagd zijn om een duurzame band met de natuur op te bouwen. Vele plekken die zij zagen in de Amerikaanse Wildernis kregen al vlug mythologische connotaties. Hoe kan het ook anders als je ziet wat voor fantastische vormen en kleuren je terugvindt in vele van de natuurlijke monumenten die dit continent rijk is. De legende die bijvoorbeeld verbonden is aan de Devil's Tower, klinkt helemaal niet zo vergezocht eens je oog in oog staat met deze machtige kolos.

Mexico en de moeilijk uitspreekbare Popocatépetl Volgens de Azteekse mythologie was Popocatépetl een krijger die verliefd was op Iztaccíhuatl. Haar vader beloofde haar dat Popocatépetl met haar mocht trouwen nadat hij zou terugkeren van een oorlog in Oaxaca. Maar omdat Iztaccíhuatls vader ervan uitging dat zijn dochter haar verloofde toch nooit levend zou terugzien, vertelde hij haar dat Popocatépetl was overleden,waarop zij stierf aan een gebroken hart. Nadat Popocatépetl was teruggekeerd en zag dat zijn geliefde was gestorven, ging ook hij ten onder aan verdriet. De goden veranderden hen daarna in de berg Iztaccíhuatl (slapende vrouw) en de vulkaan Popocatépetl (rokende berg). Deze moeilijk uitspreekbare berg ligt vlakbij de Mexicaanse hoofdstad. Helaas is hij door smog vaak nauwelijks te zien. Een beklimming ervan is op zich niet moeilijk maar wel zeer vermoeiend. Het merendeel van de tijd ben je immers onderweg op stoffige vulkaanas. Twee stappen omhoog en één terug naar beneden. Zodra je aan de eeuwige sneeuw komt, wordt het eenvoudiger. Tot de top is het niet zo moeilijk, maar afdalen in de krater wordt afgeraden omwille van de giftige zwaveldampen die er kunnen hangen. Zolang als het stijgen duurt (gemiddeld zes uur), zo snel kan het afdalen gaan. Doorheen het losse zand loop je in een uurtje naar beneden. Interessant weetje is dat deze vulkaan nog in 2019 is uitgebarsten.

28

Verenigde Staten van Amerika: Devils Tower en het verhaal van de beer en de berg Verschillende legendes doen de ronde over deze berg, maar bijna allemaal dragen ze de sporen van een beer in zich mee. De meest bekende versie wordt verteld door de Kiowa en de Lakota, beide zijn stammen van de 'Native Americans'. Ze gaat als volgt: Een groep meisjes was buiten aan het spelen toen er plots verschillende grote beren opdoken. In een poging om van deze dieren weg te vluchten, klommen ze op een groot rotsblok en baden ze op hun knieën tot de Grote Geest. Die aanhoorde hun gebeden en deed de rots waarop zij zaten hemelshoog oprijzen. Toen de meisjes de hemel bereikten vormden ze uiteindelijk de sterrengroep van de Pleiaden. De beren probeerden nog tot bij hen te klimmen, maar de rots was te steil en het enige wat ze nog konden doen was hun klauwsporen erop achterlaten. Waarmee deze unieke berg zijn vorm kreeg. De wetenschap echter vertelt een ander verhaal, hoewel er ook hier verschillende ontstaansversies bestaan. Wat wel vaststaat is dat de rots bestaat uit 'porfiritisch fonoliet', een gesteente dat, toen het afkoelde en van vloeibare naar vaste fase overging, een zeshoekige vorm kreeg, net zoals basalt. Nadien bleek dit gesteente veel beter bestand tegen verwering en erosie dan de omliggende omgeving, waardoor het nu nog steeds fier omhoogsteekt boven het omringende landschap uit. Uiteraard trok deze berg al redelijk vlug de aandacht van rotsklimmers. Er lopen momenteel zo'n 137 bekende routes op. 75% van hen is trad en dus zelf af te zekeren. De resterende 25% wordt netjes verdeeld in sportklimroutes en artificiële klimroutes. De gemakkelijkste route staat 5.6 gequoteerd, wat bij ons overeenkomt met een nauwelijks te geloven gemakkelijke 4. Routes onder het niveau 5.8 (Europese 5a) zijn meestal offwidths, vanaf 5.9 (Europese 5b) zijn het meestal handbarsten en vanaf 5.10 (Europese 5c+) vingerbarsten. De wand zelf is overal ongeveer 265 meter hoog en het routeverloop is telkens meer dan logisch: één lange barst recht omhoog. Welke klimmer wil daar niet naartoe? Welke avonturier wil niet weten hoe de wereld er vanaf deze top uitziet? Welke dromer zou hier geen nacht willen doorbrengen?


ZUID AMERIKA De Andes vormt een bijna onoverbrugbare barrière tussen het immense Amazonewoud en de smalle strook land aan de Pacifische Oceaan. Met Bergen die tot net geen 7.000 meter reiken, maken ze tot vandaag nog zeer veel indruk op mensen die er hun oog op werpen. Bovendien zijn vele van deze toppen dan nog eens van vulkanische origine. Geen wonder dat de oorspronkelijke bewoners van deze streken deze bergen als woonplaatsen van de goden zagen. Net zo voor de tafelbergen in het noordoosten van het continent. Ze zien er zo anders en buitenwerelds uit dat ook deze bergen zelfs vandaag nog steeds een zeer grote indruk nalaten op de weinige bezoekers die hun weg tot hier vinden. De Andes en de bevroren kinderen van Llullaillaco Niet Egypte, maar een berg op de grens van Chili en Argentinië gaat met de eer lopen van de best bewaarde mummies ter wereld. In 1999 werden hier vlakbij de top op 6.739 meter drie gemummificeerde kinderlichamen gevonden. Vermoedelijk werden ze geofferd in een religieus incaritueel ergens rond het jaar 1500. Hierbij werden ze gedrogeerd en daarna in een kleine uitgeholde kamer gelegd die zich anderhalve meter onder de grond bevond. Tijdens de heerschappij van de Inca's werden wel vaker kinderen geofferd. Het was hun manier om de goden tevreden te houden. De uitverkoren kinderen kwamen van over heel het rijk en ondergingen in de hoofdstad Cuzco eerst rituele reinigingen alvorens naar de hoogste bergtoppen gestuurd te worden. Volgens het Incageloof, stierven deze kinderen niet echt, maar bleven ze leven om over het land te waken, met de voorvaders aan hun zijde. Desalniettemin blijft het een indrukwekkende prestatie dat mensen meer dan vijf eeuwen geleden zo hoog konden en durfden klimmen. Het is een van de hoogste toppen ter wereld die bereikt kan worden zonder per se door sneeuw en ijs te hoeven stappen. Hij ligt immers in de Atacama woestijn, één van de droogste plekken ter wereld. Deze extreem droge lucht, gekoppeld aan de koude, zijn de redenen waarom deze mummies na al die jaren zo goed bewaard zijn gebleven. De mummies liggen momenteel tentoongesteld in een museum in Salta in Argentinië. De berg zelf is uiteraard beklimbaar, maar vereist de nodige acclimatisatie en heel wat doorzettingsvermogen. Het archeologische team dat deze vondst deed, kreeg af te rekenen met wind tot 100 kilometer per uur, temperaturen tot -40°C en een storm die hen op 6.600 meter hoogte vier volle dagen in hun tent hield. Alsof de berg niet wou dat de rust van 'la doncella', 'la niña del rayo' en 'el niño' verstoord werd. Zo'n bivak lijkt mij niet de ideale plek om last te krijgen van hoogteziekte en hallucinaties...

Venezuala en de magische Tepui's Zelfs de meest ascetische persoon wordt met verstomming geslagen als hij of zij oog in oog staat met deze machtige tafelbergen. Ze vormden een bron van inspiratie voor sir Arthur Conan Doyle toen hij 'The Lost World' schreef, een boek dat later inspiratiebron werd voor de Jurassic Parc films. Het zou zomaar eens kunnen dat er ergens daarboven, afgesloten van de rest van de wereld, nog dinosaurussen leven. Ondertussen weten we uiteraard dat dat niet waar is, maar magisch blijven deze bergen nog steeds. Om er te geraken moet je er enkele dagen trekken door de jungle voor over hebben. Én dan moet je nog deze loodrechte wanden beklimmen ook. Een andere manier is natuurlijk om je per helikopter op één van de toppen te laten afzetten, maar tenzij je deel uitmaakt van een wetenschappelijke expeditie is het maar weinig waarschijnlijk dat dit je zal lukken. Of je moet over zéér veel geld beschikken. Ook hier worden sommige bergen als zo heilig beschouwd dat ze verboden zijn om te beklimmen. Zo is de Kukenán bijvoorbeeld sinds 1997 verboden terrein. Tepui betekent in het Pémon, de taal van de oorspronkelijke bevolking, zoveel als “berg”, hoewel er hier en daar ook de meer toepasselijke benaming 'woonplaats van de Goden' aan wordt toegekend. Geen wonder als je naar deze tafelbergen kijkt. Van de Auyan stroomt, of zeg maar liever valt, de hoogste waterval ter wereld: Angel's Falls, 979 meter. De Autana steekt maar liefst 1.300 meter boven het oerwoud uit. Op de top bevinden zich enorme gaten van wel 400 meter diep. Het zijn waarschijnlijk ingeklapte plafonds van onderliggende grotten. Samen met de grotten van de Auyan zijn het van de oudste die er op onze planeet te vinden zijn. Het plateau van de Roraima is bijna altijd gehuld in mist, waardoor het er ook heel vaak regent. De inheemse bevolking, die rond de Roraima leeft, noemt de berg dan ook wel 'moeder van alle wateren', en gelooft dat wolken en mist zich samenpakken rond de top wanneer blanken de Roraima naderen. De rotswanden van de Ptarí zijn langs alle kanten zo steil dat men er nog steeds van uitgaat dat men er op de top volledig afgezonderde planten- en dierensoorten zal kunnen ontdekken. En dan is er nog de Sarisariñama, een berg met bijna perfecte ronde grotten, die tot op de dag van vandaag nog steeds een mysterie zijn voor moderne geologen. Het is alsof deze bergen in de loop der eeuwen hun mystiek hebben kunnen behouden.

29


Tekst Lus Van den Bossche/ foto's Greet De Wolf

Mount Kailash, een pelgrimstocht

De Mount Kailash, in het zuidwesten van Tibet, is een van de meest heilige bergen ter wereld. Hij is niet gekend om zijn hoogte (6714m), maar om zijn wonderlijke vorm en ligging: een besneeuwde ronde kegel, net een pyramide, geïsoleerd van de rest van de Himalayaketen. De berg mag niet beklommen worden en volgens de traditie was Milarepa (de beroemde yogi) de enige die de top heeft gezien door erover te vliegen. Elk jaar maken duizenden pelgrims van vele religieuze stromingen de bedevaart, net zoals de moslims om de Kaäba lopen in Mekka. Heinrich Harrer Het Tibetaans boeddhisme gelooft dat de Kailash het huis is van boeddha Demchok. Voor hen betekent Kailash de ultieme gelukzaligheid. De heilige berg wordt als het centrum van de wereldmandala gezien. De hindoes geloven dat Kailash de woning is van Shiva; de god Shiva zou zich op de top bevinden. De Aryan denken dat de berg het pad is naar de paradijselijke stad Indra en de sterren, waar dode zielen wachten op hun wedergeboorte. Iedereen is overtuigd dat de rondgang of Kora (klokwijs om de berg lopen) hen veel geluk en voorspoed brengt. Alleen de Jaïns en Bon lopen tegen de klok in.

30

Heinrich Harrer, de beroemde Oostenrijkse alpinist, nam in 1939 deel aan een expeditie naar de Nanga Parbat. Bij het uitbreken van Wereldoorlog II werd hij door de Engelsen gevangen genomen. Harrer kon ontsnappen en samen met Peter Aufschneiter ging hij te voet naar Tibet. Zijn beschrijving van het gebied rond de Mount Kailash en Tibet, in het boek Zeven jaar in Tibet, is fascinerend. Voor hem de mooiste plaats op aarde en voor de boeddhisten en hindoes het heiligste gebied van de Himalaya. Eind jaren negentig heb ik de verfilming van het boek gezien, de beelden zijn een uitnodiging om Tibet te bezoeken.


Een spannend begin

Bezoek aan de kloosters

In juli 2002 heb ik een trekking georganiseerd voor de toenmalige VBSF (Vlaamse Bergsport- en Speleologiefederatie) naar Tibet met als doel de bedevaart rond de Mount Kailash en naar het Tibetaans basiskamp van de Everest. Via Londen vliegen we naar Doha en van daaruit naar Kathmandu.

We verblijven drie dagen in Lhasa om aan de hoogte te wennen en bezoeken de verschillende kloosters in de omgeving. 2002 is een heilig jaar voor boeddhisten, aan alle tempels heerst een gezellige drukte door de vele pelgrims. Er wordt ook hard gewerkt aan de herstelling en heropbouw van kloosters en tempels. Op het dak van het Seraklooster staan mannen en vrouwen naast elkaar, zingend stampen ze met een stok de aarde op het dak aan. We volgen de stoet pelgrims naar boven, op de berg bevindt zich het gebouw waar de tanka wordt bewaard. Men offert sjaaltjes, gebedsvlaggen, eten en laat kaarsen branden van yakboter. Een ritueel dat we in alle kloosters en tempels tegenkomen. Met de bus gaan we naar Drepung, het mooiste klooster wat omgeving en sfeer betreft. We nemen deel aan een ceremonie: oudere monniken bidden, de jongeren schenken thee en verdelen gestoomde broodjes. Op de binnenkoer is de debathal, een jonge monnik gaat naar voor, spreekt en op een gegeven moment beamen de andere monniken door handgeklap.

Bij het instappen in Brussel moeten twee deelnemers hun rugzak (handbagage met fototoestel in) afgeven, de kastjes in het vliegtuig zijn volzet. We moeten de rugzakken in Londen aan de “carrousel” ophalen. Geen rugzakken op de band en de hostess heeft op het bewijs een verkeerd vluchtnummer genoteerd. Door deze administratieve rompslomp moeten we lopen om onze vlucht naar Doha te halen. We blijven één nacht in Kathmandu omdat we tijd nodig hebben om alles (zoals visum en permits) in orde te brengen. De vlucht naar Lhasa de volgende ochtend is schitterend: eerst boven de groene Nepalese bergen, daarna de witte Himalayareuzen Everest, Lhotse en Kanchenjunga. Er zijn nog twee Europeanen op deze vlucht, twee Oostenrijkse fietsers. Op weg naar het Everest basiskamp zien we ze op de fiets. Een idee voor een volgende tocht: Lhasa-Kathmandu op de fiets. Van de luchthaven naar het centrum van Lhasa rijden we een tijdje langs de Brahmaputra, een van de vier grootste rivieren (naast de Indus, Karnali en Sutlej) die aan de Kailash ontspringt en eindigt in de Indische oceaan. De Brahmaputra zullen we vaak kruisen gedurende de hele trekking. We logeren in een guesthouse aan het plein van de Jokang tempel, gerund door een Zwitsers koppel met twee jonge kinderen die zij zelf onderwijzen. Het Tibetaans personeel is zeer vriendelijk, ze zijn blij dat ze voor westerlingen kunnen werken, ze worden correct behandeld.

Een bezoek aan de Potala mag niet ontbreken. We wandelen langs de achterkant naar boven. Het is een indrukwekkend gebouw met vele tempels, boeddha’s en kamers. Heel wat werd vernietigd en wordt nu gerestaureerd, pelgrims leggen geld en bloemen. Een monnik komt met een grote vuilniszak het geld ophalen. Op weg naar Darchan De reis van Lhasa naar Darchan, het dorp aan de voet van de Kailash, duurt vijf tot zeven dagen, een afstand van 1880 km. De weg is slecht, daarom heb ik twee goede jeeps gevraagd en een vrachtwagen voor de bagage. De jeeps vallen regelmatig in panne en in de cabine van de vrachtwagen zie je de grond onder de voeten. Wij zullen zeven lange dagen nodig hebben om Darchan te bereiken. Gelukkig is het landschap prachtig: koolzaadvelden, blauwe meren en nomaden met schapen, geiten en jakken wisselen elkaar af. Op de passen stoppen we. Dat is noodzakelijk voor de jeeps die warm lopen en voor ons: even de benen strekken en een frisse neus halen. De eerste stopplaats is Gyantse met bezoek aan de stuppa en tempel. Een troosteloze stad met vervallen Tibetaanse huizen en Chinese nieuwbouw die al is vervallen voor hij is afgewerkt. In het restaurant spuwen en gooien de mensen hun afval op de grond. De openbare toiletten zijn wennen: iedereen op een rijtje boven een goot, meestal erg vuil. ’s Nachts heeft het hard geregend waardoor de weg een slijkmassa wordt. We passeren de eerste vrachtwagens met pelgrims, we zullen er nog honderden tegenkomen. Kort na de middag zijn we in Shigatse, ook hier bezoeken we het klooster en doen de Kora, een heilig ritueel dat veel geluk brengt.

31


Kamperen zonder permit

De heilige berg en de Kora

We hebben de steden achter ons gelaten en zullen vanaf nu kamperen. In Lhatse, de eerste kampplaats, staat Lalit, de Nepalese gids, ons samen met het kookteam op te wachten. En een verrassing: na negen dagen krijgen we de rugzakken (mét fototoestel) terug, de vrachtwagen met materiaal heeft de rugzakken mee. Er is enige discussie: wij zouden geen permit hebben om te kamperen en naar een hotel moeten. Dus rijden we een eind door, voorbij Lhatse en zetten de tenten op in een weide, even voorbij een berg. Bij de tweede kampplaats heeft de kok hoogteziekte.

Het beklimmen van de berg is binnen de Tibetaanse, boeddhistische traditie verboden en het pad mag aan de binnenkant van de berg niet worden verlaten. Tussen 1950 en 1979 was de omgeving voor iedereen gesloten, vanaf 1979 worden bedevaarten weer toegestaan. De tocht kan in één dag worden afgelegd maar duurt meestal twee à drie dagen, de afstand is 52km. De trekking of Kora begint even buiten Darchan met een breed stenen pad, met in het zuiden de top van de Gurla Mandatha. Vrouwen, mannen en kinderen van de Bon-religie passeren ons in tegenovergestelde richting, getooid in hun plaatselijke klederdracht met prachtige azuurblauwe juwelen en rijk versierde gebedsmolens. Eens we de morenekam oversteken, verschijnt de majestueuze Kailash op de achtergrond. Langs de route zien we vele mani-muren met prachtig uitgehouwen stenen en reliëfs. Aan een rij grote rotsblokken ligt de eerste voetafdruk van Boeddha. Een eind verder, op 5000 meter, vinden we onze eerste kampplaats aan het water. Er zitten veel vogels en marmotten. Het landschap is overweldigend, een samengaan van de Trangotowers, Zanskar en Yosemite. De 1700 meter hoge noordwand van de Kailash is indrukwekkend. Drie vrouwen zetten zich naast onze tent, een baby huilt, de moeder haalt haar borst boven en geeft hem eten. Het is een jongetje van twee maand oud, met alleen een t-shirtje aan. Hij heeft al rood verweerde wangen zoals de meeste Tibetanen.

We zijn verschillende passen van 5000m overgestoken en hij wordt met een jeep naar het ziekenhuis gebracht. Wij gaan verder met één jeep en de vrachtwagen, we hebben nog altijd meer comfort dan de lokale pelgrims. Het landschap verandert, er zijn geen dorpen meer en het wordt droger. We zien dorre bergen met af en toe een besneeuwde top. Op de laatste pas voor het Manasarowarmeer, ontmoeten we drie Nepalezen uit Dolpo. Zij zijn ook op weg naar de Kailash, te voet. Op turnpantoffels met een overjaarse rugzak hebben ze de Himalaya getraverseerd. Op elke pas staat een steenman met gebedsvlaggen, alle mensen leggen er een steen bij en lopen al biddend rond de steenmassa.

Manasarowar, het heilige meer Het Manasarowarmeer, praktisch aan de voet van de Kalaish, wordt beschouwd als een heilig meer. Rond het meer staan vele kleine kloosters waarin pelgrims onderdak vinden. Zij baden in het meer en nemen een flesje water mee naar huis, als heilbrengend relikwie. De majestueuze Gurla Mandatha, 7730m hoog, weerspiegelt in het diepblauwe meer. Op de kampplaats staat een reisgroep van negentig goed gezette Indiërs, de meesten hebben net Europa bezocht. Zij doen de Kora nu omdat het een heilige maand is. De trekking start in Darchan, een vuil dorp op 4630m. Er is één hotel zonder toilet, iedereen zet zich ergens buiten. Het lijkt alsof we in een vluchtelingenkamp zitten. Voor ons is de trekking nochtans luxueus, we hebben negen jakken en twee jakmen die alle materiaal om twee dagen te kamperen dragen. De Tibetanen hebben enkel de kledij die ze aan hebben, een thermos thee en brood met jakboter. Ze slapen dicht tegen elkaar aan om zich warm te houden.

32

De tweede dag ontmoeten we de eerste pelgrims die de rondgang al liggend doen, in prosternatie: buigen, knielen, languit gaan liggen, terug opstaan en bidden. Verder gaan waar de handen de grond hebben geraakt. Op deze manier verdient men dubbel zo veel geluk. De meesten beschermen hun handen en knieën met planken of lederen lappen. Vaak is de weg moeilijk: er is geen gewoon wandelpad en toch blijven ze volhouden. De weg stijgt langzaam, duizenden families gaan naar boven in traditionele klederdracht: vrouwen getooid met een rijk versierde geldbeugel, mannen met dolk. Wij hebben stevige bergschoenen, zij pantoffels. De Indische reisgroep heeft het lastig, wellicht door het overgewicht en de hoogte. Na het oversteken van een tweede rivier komen we op de begraafplaats bezaaid met kledij, haar en botten. Mensen brengen hun doden naar boven, scalperen en ontkleden ze en de gieren doen de rest. Alleen kinderen worden begraven. Aan een rechtopstaande roodgeverfde rots houden we even halt: de steen wordt vereerd als de voetafdruk van Milarepa. Pelgrims leunen er even met hun hoofd tegen of wrijven er over.


Drolma La 5636m Nog een lastige klim en dan verraden de vele gekleurde gebedsvlaggen de pas Drolma La op 5636 meter. Een heel emotioneel moment samen met de talrijke pelgrims. Iedereen is vriendelijk, mensen bidden, zingen en gooien gekleurde papiertjes. Twee personen van onze groep hebben last van hoogteziekte, verschillende vrouwelijke monniken willen hen naar beneden helpen. We moeten onder de gebedsvlaggen door voor de afdaling, een paard loopt zich vast in de wirwar van touwen. Een beetje lager, uit de wind, eten we ons lunchpakket. Enkele Tibetanen vragen of we een foto van de Dalai Lama hebben. Net na de pas ligt het Gauri Kund meer of meer van Compassie op 5603 meter. Het eerste deel van de afdaling is steil, daarna volgt een lange weg door de vlakte met zicht op de Oostwand van de Kailash. We kamperen terug aan water en worden ’s morgens om vijf uur gewekt door de eerste pelgrims. Bij het vertrek is het nog heel koud, het duurt een paar uur voor het warmer wordt. We volgen de rivier en wanneer deze door een kloof loopt, moeten we af en toe stijgen. We komen opnieuw aan in Darchan, het begin- en eindpunt van onze bedevaart. We gaan rond de gebedsmuur en stuppa om af te sluiten. Aan het Manasarowarmeer zetten we de tenten op dezelfde plaats met links de imposante Gurla Mandatha. De drie toppen en vier graten vormen een swastika, symbool van het universele oneindige. We wassen ons in het meer en genieten van de stilte en de omgeving. De trekking of Kora rond de Kailash is geen alledaagse wandeling, het is echt een intense beleving. Het gaat niet om het stappen maar om een geestelijke uitdaging. Het bezoek aan de vele kloosters is een goede voorbereiding om de Kora sereen en bewust te starten. We hebben tijd om alles te laten bezinken en ten volle op te nemen. Nog tien dagen voor de trekking naar het basiskamp van de Everest en dan over land naar Kathmandu, wat een heel avontuur zal blijken.

PRaKTISCH Reisduur 30 dagen Heen en terugvlucht met Gulf Air via Londen en Doha naar Kathmandu Vlucht met Air China naar Lhasa – over land terug naar Kathmandu Trekking organisatie in Nepal Green Hill Tour & Treks Expeditions LTD. Zij hebben meer dan hun best gedaan om deze reis optimaal te laten verlopen en alle problemen, veroorzaakt door het Chinees reisbureau, recht te zetten. In Tibet is het verplicht met een Chinees reisbureau te werken. Noot in 2002 konden we nog vrij rondlopen en vrij alle kloosters en tempels bezoeken. Chinezen waren wel volop aan het bouwen. In 2016 is de luchthaven volledig gemoderniseerd: via een autostrade en tunnels bereik je de stad. De binnenstad staat vol hoogbouw en kantoren, de Tibetanen worden gedwongen aan de rand van de stad te wonen. De kloosters zijn niet meer vrij toegankelijk en er mogen maar een beperkt aantal monniken meer leven. Overal word je gecontroleerd en alles staat ten dienste van vooral het Chinese toerisme. De weg naar Kailash en het Everest basiskamp zijn geasfalteerd en er is ook een treinverbinding tot Shigatse.

33


Tekst Isabeau Vogeleer / Foto's: Pjotr Hubin en Eva van de Velde

In het spoor van de pelgrim

El camino de Santiago de Compostella Het aantal pelgrims dat de tocht naar Santiago de Compostella in het noorden van Spanje maakt, zit al jaren in de lift. Met meer dan 340.000 pelgrims was 2019 een echt recordjaar. Kortom, ‘el camino’ of Sint-Jacobsroute is hot! En je hoeft helemaal geen devote gelovige te zijn om te genieten van deze tocht. Monte sprak met twee enthousiaste pelgrims: Pjotr Hubin (26) en Eva van de Velde (25).

Over de Sint-Jacobsroute

Sint-Jacobsroute in cijfers

De Sint-Jacobsroute is niet één pad, maar een netwerk van paden dat wandelaars uit heel Europa naar de kathedraal van Santiago de Compostella leidt. Volgens de overlevering liggen in deze basiliek de beenderen van de apostel Jakobus de Meerdere begraven. De weg is dan ook gemarkeerd met een sint-jakobsschelp, het teken van de heilige.

• In 2019 reikte het pelgrimsbureau welgeteld 347.578 certificaten uit. • De camino Francés (775 km) in het noorden van Spanje is veruit de populairste route met 55% van de pelgrims, gevolgd door de camino Portugues (252 km) langs de Portugese kust met 21% van de pelgrims. • 93% van de pelgrims legt de tocht te voet af. Anderen komen met de fiets, te paard of een rolstoel. • Veruit de grootste groep pelgrims is afkomstig uit Spanje. Maar steeds meer wandelaars uit de V.S., Zuid-Korea, Brazilië, Australië en Canada vinden de weg naar Compostella. De film “The Way” uit 2010 met onder andere Martin Sheen zou hier voor iets tussen zitten. • De grootste groep pelgrims (54%) is tussen de 30 en 60 jaar oud, 27% van de pelgrims is jonger dan 30 jaar, 19% is ouder dan 60. • Wist je dat steeds meer vrouwen de tocht afleggen? In 2019 zelfs iets meer dan mannen (54-46%).

Pelgrimeren: een eeuwenoude traditie Van oorsprong is pelgrimeren een traditie met een duidelijke religieuze betekenis. Pelgrims gaan op tocht naar een heilige plaats om te bidden, een heilige te vereren of om vergiffenis te vragen. Een traditie die niet alleen in het Christendom, maar in alle wereldreligies voorkomt. Vandaag ondernemen steeds meer niet-gelovigen de mythische tocht naar Santiago de Compostella. Sommige voor de sportieve uitdaging, anderen om van de natuur te genieten of om even afstand te nemen van de drukte van alledag. Kortom, iedere pelgrim vult de tocht op zijn/haar eigen manier in.

34

Cijfers afkomstig uit het jaarverslag 2019 van het Oficina del Peregrino. Meer info op www.oficinadelperegrino.com.


Kers op de taart: de Compostela Heb je minstens 100 kilometer gewandeld of 200 kilometer gefietst? Dan heb je recht op de Compostela, een bevestiging van je pelgrimstocht. Dit certificaat wordt uitgereikt door het Oficina del Peregrino in Santiago de Compostella. Om de Compostela te ontvangen, moet je jouw pelgrimspaspoort voorleggen met de nodige stempels als bewijs. Met dit paspoort kun je ook overnachten in eenvoudige refugios of albergues langsheen de route.

35


Pelgrim aan het woord: Pjotr

Alleen en toch samen onderweg

De 26-jarige Pjotr Hubin legde de pelgrimsroute naar Santiago de Compostella niet één, maar drie keer af. Eén keer met de fiets en twee keer te voet. “En ik zou het zo nog een keer doen!”, vertelt hij enthousiast.

Geïnspireerd door zijn grootouders vertrok Pjotr in 2013 met de fiets voor zijn eerste camino: 1300 kilometer dwars door het noorden van Spanje. “Het was vooral de sportieve uitdaging die me aansprak: zo’n grote afstand afleggen op eigen kracht. De voorzieningen onderweg gaven mijn ouders ook wat gemoedsrust.” Al snel besloot Pjotr om de zomer nadien terug te keren, maar dan te voet. In 2014 was hij dertig dagen onderweg via de camino Francés vanuit Saint-JeanPied-de-Port.

“Als gezin maakten we geregeld wandelvakanties. Toen ik 18 werd, mocht het iets uitdagender zijn. We hebben toen de GR20 in Corsica gestapt.” Sindsdien is Pjotr verliefd op meerdaagse trekkings en stapte hij onder andere de Cape Wrath Trail in Schotland en de Via Alpina in Zwitserland. “Hoewel deze trekkings prachtig zijn, is de tocht naar Santiago de Compostella iets helemaal anders.”

Hij koos er telkens voor om de tocht alleen te doen. “Als je alleen reist, ben je op jezelf aangewezen en leg je makkelijker contact met andere wandelaars. Iedereen heeft wel een reden om de camino te stappen. Er ontstaat een spontane samenhorigheid met de andere pelgrims, een soort familie. Je wandelt alleen, maar eigenlijk ook niet. Die ontmoetingen zijn wat de camino zo bijzonder maakt.” Zijn mooiste herinnering aan de camino is de aankomst in Finisterre aan de Atlantische oceaan. “In de albergue ontmoette ik een Amerikaanse fotograaf. We hebben samen gegeten aan de vuurtoren en de mooiste zonsondergang ooit gezien. Hoewel we elkaar amper 24 uur hebben gezien, hebben we zeven jaar later nog steeds contact.”

36


Karma In 2017 keerde Pjotr nog een derde keer terug. Hij stapte 252 kilometer via de camino Portugues. “Eerlijk gezegd vond ik deze camino een beetje teleurstellend. De tocht is een stuk korter, waardoor je een deel van de ervaring mist. Het was er ook vrij druk en de wandelaars leken meer op zichzelf gefocust. Op sommige plekken moest je voor de middag de albergue bereiken om zeker te zijn van een slaapplaats. Maar het blijft een mooie ervaring, ik zou het zo opnieuw doen.” De pelgrimstocht naar Santiago heeft duidelijk een onuitwisbare indruk nagelaten op Pjotr. “Ik sta meer open voor nieuwe ervaringen en probeer mensen te helpen waar ik kan. Ik geloof dat je dat op één of andere manier terugkrijgt. Wanneer ik iemand aan de kant zie staan met fietspech, dan zal ik stoppen. Wanneer ik op een dag zelf hulp nodig heb, geloof ik dat iemand hetzelfde voor mij doet.”

37


Pelgrim aan het woord: Eva

#kaarsjesliefde

In de zomer van 2019 wandelde Eva van de Velde (25) van Retie naar Santiago de Compostella. Op haar eentje stapte ze maar liefst 2600 kilometer in 104 dagen. “Voor de kathedraal in Santiago moet je het niet doen, maar de tocht zelf is echt een wonder ”, vertelt Eva.

Enkele weken na Eva’s vertrek overleed haar kotgenote Eline. “Ik twijfelde of ik niet beter naar huis kon gaan… Maar ik besloot om door te zetten en in iedere kerk een kaarsje te branden voor Eline.” Op haar Instagramaccount @withlovebyeva postte Eva een dagelijkse update van haar tocht. Zo ontstond de hashtag kaarsjesliefde. “Voor ik het wist, namen volgers contact met me op om ook voor hen een kaarsje te branden. Dat voelde als een belangrijke verantwoordelijkheid. Zo werd mijn persoonlijke reis een tocht met veel betekenis voor anderen.”

Eva besloot na haar studies om de tocht naar Compostella te stappen. “Ik ben lang ziek geweest. Toen ik tegen mijn verwachtingen in afstudeerde aan de KU Leuven, had ik behoefte aan een time-out. Ik wilde lang onderweg zijn en 100% voelen dat ik leef. Ik had eerder al begeleide trekkings gestapt, maar deze route was toch iets helemaal anders.”

Franse gastvrijheid Eva's tocht ging van start in Retie nabij de Nederlandse grens. Ze doorkruiste België via Averbode, Zoutleeuw, Geldenaken, Namen en Givet. In Frankrijk ging ze verder via Reims, Troyes, Vézelay, Limoges en door de Pyreneeën. “Vooral in Frankrijk heb ik erg genoten van de gastvrijheid. Onderweg kreeg ik geregeld een tas koffie, een duik in het zwembad of een slaapplaats aangeboden. Je bent wekenlang onderweg met bijna niets, geen auto, weinig budget,... Toch heb ik me nooit eenzaam gevoeld. Onderweg heb ik talloze mensen ontmoet die allemaal op één of andere manier zoekende zijn. Voor je het weet, deel je jouw levensverhaal met iemand die je niet langer dan 24 uur kent! Een heel bijzondere ervaring.”

38


Pelgrim deluxe “De aankomst in Saint-Jean-Pied-de-Port aan de voet van de Pyreneeën was een euforisch moment. Ik kon niet geloven dat mijn lichaam me tot hier had gebracht! Ik voelde een enorme dankbaarheid.” Saint-Jean-Pied-de-Port is ook de startplaats van de populairste route naar Santiago, de camino Francés. “Een andere wandelaar wees me erop dat mijn rugzak toch ‘écht geen goede keuze was.’ Op dat moment had ik al bijna 2000 kilometer gestapt, de rest zou me ook wel lukken… In vergelijking met Frankrijk was de tocht door Spanje meer ‘pelgrim deluxe’. Ik voelde me vaak meer toerist dan pelgrim. De ontmoetingen onderweg werden oppervlakkiger. Ik twijfelde om mijn route aan te passen, maar vond dan toch aansluiting bij een groepje leeftijdsgenoten waarmee ik de laatste weken samen stapte.” Leven na Compostella Eva blikt met veel dankbaarheid terug op haar pelgrimstocht. “Deze ervaring heeft me meer vertrouwen gegeven. Ik denk geregeld: je bent naar Compostella gestapt, je zal dit ook wel kunnen.” Ook het project #kaarsjesliefde kreeg een vervolg in België met verschillende wandel- en verteltochten. “Ik ben nog steeds verbaasd over hoeveel kracht mensen kunnen halen uit zoiets eenvoudig als een vlammetje.”

Tips voor toekomstige pelgrims 1/ Met stip de nummer één tip van zowel Pjotr als Eva: plan geen einddatum. Wie een strikt wandelschema voorziet, moet zich iedere dag weer concentreren op het bereiken van dat doel. Het zijn precies de onverwachte ontmoetingen en de traagheid van het wandelen die ‘el camino’ zo charmant maken. 2/ “De eerste week is afzien”, zegt Eva,”de tweede week groeien je vleugels, vanaf de derde week kun je vliegen.” Kortom, geef je lichaam de kans om te wennen aan de vele dagelijkse kilometers. De etappes in de Pyreneeën zijn zwaar als je nog niet veel gestapt hebt. 3/ Neem zo weinig mogelijk bagage mee. Een rugzak van 30 liter volstaat als je in een herberg overnacht. Je kunt iedere avond je kleren wassen. Onderweg kom je geregeld een bakker, apotheek of supermarkt tegen. Aan ieder kerkhof kun je drinkwater tanken. Dat geldt zeker voor Belgie en Frankrijk, maar in Spanje waren die vaak afgesloten, maar daarentegen heb je veel kraantjes speciaal voor de pelgrims. Zin om je eigen pelgrimstocht te maken? Het Vlaams Compostelagenootschap helpt je op weg. Meer info op www.compostelagenootschap.be.

39


Tekst en foto's Wouter Op de Beeck

Highlinen, het vinden van balans in leegte... Hoog in de lucht, met opgeheven armen, is er niets anders dan lucht en lijn. De diepte likt aan de voetzolen, maar enkel mentale rust houdt je in balans. Stap voor stap bewegen de voeten zich door de lucht en even lijkt dat het enige wat telt. Gedachten razen door je hoofd, maar enkel dankzij een lege focus kan er nieuwe wereld voor je openen‌

40


Wat is highlinen nu precies? Het ziet er behoorlijk spectaculair uit: iemand die op een strak gespannen koord loopt op grote hoogte tussen twee bergen. Men zou verwachten dat enkel waaghalzen op zoek naar een adrenalinestoot zich hieraan wagen, maar niets is minder waar. De sport neemt snel toe in populariteit en de behoefte aan nieuwe legale highline-locaties groeit snel. Highliners vragen heel weinig van hun omgeving, vaak is het enige wat zij nodig hebben toestemming van de landeigenaar om een steengroeve of massief te gebruiken, maar door het onbekende karakter van de sport blijkt dit vaak een moeilijke opgave. Sinds kort neemt KBF deze sport onder haar vleugels. Highlinen valt nu ook onder de verzekering en het lidmaatschap van KBF en daarom is het tijd om deze sport eens onder de loep te nemen.

Highlinen is de grote broer van het meer bekende slacklinen. Hierbij wordt een 1 of 2 inch (2,5 of 5 cm resp.) stuk lijn of webbing tussen 2 ankerpunten aangespannen om er daarna over te lopen en te balanceren. Dit wordt vaak in een park gedaan tussen 2 bomen, typisch tussen de 15 en 30 meter afstand van elkaar. Voor langere lijnen wordt er doorgaans enkel 2,5 centimer gebruikt, zowel op spanning (longline) als heel los (rodeo-line), aangezien deze dynamischer, speelser en meer controleerbaar zijn. Bij highlinen worden de lijnen gespannen boven een kloof of afgrond, meestal tussen de 50 tot 200 meter lang en hoe hoger, hoe beter. Er is echter geen limiet op de lengte en ook 300 of 400 meter lijnen zijn geen uitzondering. Het wereldrecord staat momenteel op 2,8 kilometer! De weg naar highlinen kan kort zijn, maar zal sowieso veel energie en doorzettingsvermogen vergen. Alles begint met een korte lijn van 20 tot 30 meter in een park. Na enkele pogingen en kleine valpartijen leert je lichaam de lijn onder controle te houden en vind je de balans. Vanaf dan kan het snel gaan en voor je het weet vergezel je de Belgische highliners in de lucht.

41


42

Safety first!

Slacklife

Voor de meeste mensen zal de sport er enigszins gevaarlijk uitzien, maar voor highliners zelf is veiligheid de hoogste prioriteit. “Het is veel gevaarlijker om met de auto naar een berg te rijden, dan te highlinen op die berg. Veiligheid is voor ons het allerbelangrijkste.” Uiteraard is het riggen (bewandelen) van highlines niet zonder gevaar en dit doen op een correcte en veilige manier is een kunst op zich. Er is altijd een systeem van dubbele veiligheid. Elk moment loop je op minstens 2 stukken lijn: een hoofd- en back-uplijn, die beiden verbonden zijn aan aparte ankerpunten. Dankzij een klimgordel en leash die via een (dubbele) ring over beide lijnen schuift, is een highliner altijd redundant beveiligd. Vallen wordt op deze manier zelfs veiliger dan in het park, waar je nog steeds je arm kan breken, en voelt na een tijd relatief aangenaam en natuurlijk aan. Toch speelt er altijd een zekere vorm van angst mee. Je lichaam reageert anders op die vreemde plek in de lucht. Maar het is uiteindelijk een kwestie van die angst om te zetten in positieve motivatie en de rust van het highlinen te ontdekken.

Highlinen dateert van in de jaren ’80, toen Scott Balcom en Chris Carpenter in Californië hun voet zetten op de eerste highline van 9 meter lang. Oorspronkelijk werd de variant op de begane grond toegepast door klimmers om hun balans en core-strength te trainen. Later evolueerde de sport in verschillende richtingen. Zo zijn er tricklines, strak gespannen lijnen waarbij men een trampoline-effect verkrijgt. Daarnaast ontstonden er rodeo-lines en longlines, de ene kort en extreem los, de andere strak en lang (tot wel 800 meter). Tot slot is er het highline gedeelte waarbij men kan focussen op dynamische tricks of het lopen van lange afstanden. Wat begon als een hobby bij de meesten, kan al snel groeien tot een echte passie. De community die zich rond deze sport opbouwt, kent zoveel verschillende achtergronden en motivaties en ontvangt iedereen steeds met open armen. Dit in combinatie met de verslaving aan het meditatieve gevoel van een highline, zorgt er al snel voor dat je over de hele wereld reist om nieuwe locaties en de bijhorende communities te ontdekken.


Samen zetten we highline in België op de wereldkaart Naarmate de sport blijft groeien, komen er steeds meer mensen in contact met highlinen. Het is dan ook belangrijk om er voor te zorgen dat dit in veilige en verzekerde omstandigheden kan gebeuren. En dat begint allemaal met een legale highline-site. Zo zijn er momenteel twee in België: de rots-massieven in Freyr en in Maizeret. Die tweede werd recent geopend door enkele highliners in samenwerking met KBF. Het is een goede stap in de juiste richting om deze sport een plekje te bieden in België. Er is ondertussen ook een Internationale Slackline associatie (International Slackline Association, ISA) opgericht die zich bezighoudt met veiligheidslabels voor specifiek materiaal, onderzoek van ongevallen en de eerste stappen richting competitief slacklinen. Ten derde kunnen lokale slackline-communities (zie www. slacklinegroups.com) een belangrijke bron van informatie zijn. Daarom moedigen we iedereen aan om eens contact op te nemen met de slackliners in je buurt of organisaties zoals HighSteps vzw of BeSlack die al je vragen kunnen beantwoorden.

België bezit ontelbare verborgen parels in de vorm van steengroeves en rotsmassieven. Daarnaast zijn ook onze steden een heuse potentiële speeltuin voor highliners. Jammer genoeg is de regelgeving omtrent deze sport nog vrij onduidelijk waardoor we als highliners weinig legale opties vinden en steeds naar de buurlanden trekken. Daarom richtten enkele highliners de vzw BeSlack North op. Na een geslaagde Belgische recordpoging met een highline van 200m lang en het ontdekken van verschillende nieuwe locaties in het buitenland, besloten zij om highlinen te promoten in Vlaanderen en op zoek te gaan naar een volgend niveau op Belgische bodem.

© Pixabay

Steeds zoekend naar de meest geschikte highline-locaties in zowel de natuurlijke als de stedelijke omgeving nodigen ze iedereen die geïnteresseerd is in deze sport uit voor samenwerkingen en/of initiaties.

43


Tekst en foto's Siegried Robben

Bikepacking op de ‘Tour du Haute DauphinÊ’ Na een gestage opbouw van bikepacking trips was het eindelijk tijd voor het echte werk. Het maken van meerdaagse trektochten en het maken van dagritjes met de mountainbike in het hooggebergte waren me bekend. De combinatie van deze twee tot voor kort nog niet‌

Na wat research viel mijn oog op de GR 50. Een grote routepad dat gans het massief ‘Les Ecrins’ in de Franse Alpen omspant. Ook wel de ‘Ronde van de Haute DauphinÊ’ genoemd, een balkonpad van meer dan 400 km dat garant staat voor een overdosis aan prachtige landschappen. Grote routepaden zijn fantastische paden die ontworpen zijn voor de avontuurlijke wandelaar. Mits wat goodwill kan je ze evenzeer ombuigen tot een mountainbikeroute. De goodwill bestaat eruit bereid te zijn dagelijks het bepakt ros op 2 wielen voort te duwen, te sleuren of te dragen. Met een startgewicht van 25 kg (inclusief 1,5 l drank en een halve liter geestrijke drank đ&#x;˜Š) en een rugzak van om en bij de 5 kg is het geen evidentie. Jawel, enkel de grootste zotten beginnen aan zulk avontuur, genaamd Bert en Illya. Het is vooral belangrijk om te weten hoe het knopje in de bovenkamer om te draaien en bovendien kort van geheugen te zijn. Zo gezegd zo gedaan. Op 14 juli, de Franse nationale feestdag, stonden we in het kleine bergdorpje Valbonnais klaar voor een 7-daags avontuur.

44


Dag 1: onwetend Onder een typische Franse zon bolden we aanvankelijk nog over rustige paden met een aantal gezapige klimmetjes. Het venijn zou hem in de staart zitten wisten we. Vanaf de Col de la Mort moesten we nog een 1000-tal hoogtemeters overwinnen. Al na 100 m maakte de track op het scherm van mijn GPS een verdachte buiging dwars op de hoogtelijnen. De aanblik van het pad en de gedachte dat het al gauw een uurtje poussage (fiets verder duwen) zou zijn, liet ons snel kiezen voor de gemakkelijke weg: een asfaltbaantje dat ons relatief makkelijk 400 m hoger bracht. Aldaar aangekomen was er weinig keuze, we moesten verder naar boven. Simpel. Stilletjes hoopten we dat het pad toch min of meer fietsbaar zou zijn. Het tegendeel bleek duidelijk. Poussage ging over in portage (fiets dragen). De interne knop werd een eerste maal omgedraaid. De dagjestoeristen, die in volle getalen terugkwamen van de bovenliggende meertjes, betuigden ons hun medeleven en wensten ons moed, veel moed. Bon courage! Er vroeg zelfs iemand of we van de nationale TV waren. Vermoedelijk voor één of ander komische programma of een verborgen camera. Het zag er niet goed uit, dat was duidelijk. Na wat wikken en wegen daalden we terug wat af en besloten een ander pad te nemen. De brede steenslagweg was bij momenten zo steil dat Illya uit het niets besloot om instant te gaan liggen, met de fiets tussen de benen. Het laatste uurtje bestond voornamelijk uit poussage. Aangekomen op 2100 m werden we helemaal ondergedompeld in een lieflijke bergwereld. Het rustige inloopdagje zette ons direct met beide voeten op de grond. 'Hoe lang gaan we dit alweer doen?’, vroeg ik die avond nog een aantal keren hardop. Zeven dagen? De eerste dag bracht ons 54 km en 2400 hoogtemeters. Gemiddelde snelheden zijn in deze wereld niet van tel. Eens boven aangekomen liet het kortetermijngeheugen ons niet in de steek en was het harde labeur alweer snel vergeten.

Dag 2: boulangerie Van de wolken en de mogelijke buien die Météo France voorspelde, was er die ochtend niets te merken. 7.30 u: op het ontbijt stond een zonovergoten singletrack afdaling die zeer goed te fietsen bleek. We putten energie uit deze meevaller. Na 2,5 u werden we uitgespuwd in Le Bourg-d’Oisans. Een stadje in de vallei van de Romanche waar we aan een goede gewoonte begonnen. De plaatselijke boulangerie plunderen en ons te goed doen aan pizza en Coca Cola en dit liefst om 10.00 u ‘s morgens. Energie kan je nooit genoeg opdoen bij uitjes als dit. Verder werd alle beschikbare plaats in de rugzak opgevuld met koffiekoeken en pains au chocolat. Het vervolg van de dag was simpel: 2 klimmen van telkens een dikke 1000 hoogtemeters. Na de 7de bocht van de typische beklimming naar Alpe d’Huez kozen we voor een ongekende en rustige variant. Laat dat molentje maar draaien jongens. Een snelle powernap naast de bevoorrading gaf me wonderwel wat sprankeltjes energie voor de 2de klim. De geplande bivak aan de meertjes op het plateau d’ Emparis (2440 m) werd gecanceld omwille van het bewolkte en eerder gure weer. De huttenwaard (gardien) van een nabijgelegen hutje trakteerde ons die avond op een stevige tartiflette en een Genepy’tje als slaapmutsje. Eind goed, al goed. Op de teller van vandaag staan 57 km en 2500 hoogtemeters.

45


Dag 3: Goddamn, it’s beautiful

Dag 4: Saved by the bell

De briefing kondigde op dag 3 een soort van rustdag aan. 46 km en een luttele 1700 hoogtemeters leken ons niet echt dagvullend. De ochtend bracht ons lekker cruisen door de hoogvlakten op het Plateau d’Emparis met de prachtigste zichten op de Meije (net geen 4000 m), en een zeer mooie singletrack afdaling naar La Grave met uiteraard de verplichte stop aan de bakkerij. Vervolgens klommen we offroad naar de Col du Lauteret. Deze beklimming die op het hoogteprofiel eerder als vals plat leek, nam ons een eerste keer te grazen. Maar wat een uitmuntende bloemenweelde en pracht van een natuur (ondanks dat de zeer druk bereden weg naar de Alpencol nooit veraf was). Goddamn, it’s beautiful here!

Wat je als bergsporter steeds doet, is onderweg zoveel mogelijk info winnen over de geplande route. De gardien van de refuge de Buffère, zelf ook een mountainbiker, raadde ons de geplande start van de dag af. Een paar hoge cols werden ingeruild voor vlot bollende kilometers rondom het massief langsheen de idyllische Clarée. 30 km in een eerder dalende lijn, best leuk! De eerste 35 km van de dag hadden we even gemakkelijk verorberd als onze zoete broodjes. Na de pizzastop in Briançon was de speeltijd gedaan. De vlam stak terug in de pan. Drie klimmen kregen we voor de kiezen geschoven, wat ons telkens prachtige beelden opleverde. Een verplicht stapstuk werd wijselijk omzeild door een vlot bollende beklimming over een steenslagweg. Peddelen en krachten sparen is intussen het devies geworden. Noot: 800 meter stijgen bij 30 graden Celcius met een fietsje van 25 kg, zal je echter nooit vlot bollend kunnen noemen.

Op de Col du Lauteret heb je niets te zoeken, daar wil je liefst zo snel mogelijk weg. De beloning was zoet. Een gemakkelijke afdaling bracht ons naar de voet van het volgende klimmetje. We moesten hoogte winnen naar de ‘sentier de Rey’, een pad op hoogte waarvan ik vurig hoopte dat het de ultieme singletrack zou zijn. De korte steile klimmen naar de start van het pad deden ons diep tasten. Alle hens aan dek! En ja hoor, de schietgebedjes werden verhoord. De volgende kilometers waren om duimen en vingers af te likken. Wat een topdag! We konden onderweg zelfs een badje pakken in het mondaine kuuroord ‘Les Vaches’. De dag zonder poussage eindigen zou straf zijn en dat gebeurde dus ook niet. Kort na 16.00u bereikten we ons eindpunt, de refuge de Buffère, gelegen boven in de vallei van de Clarée. De afstand van vandaag was 47 km en 1960 hoogtemeters.

46

“Wat hebben we geleerd? Mountainbiken – bikepacking – hooggebergte : een dunne koord om te berijden…. ...”

Omdat de dag steeds eindigt met het zoeken van een geschikte bivakplaats, wat wil zeggen voldoende water en een vlak stukje gras (en als het kan met een frisse pint of een fles wijn, een mooi uitzicht en het Zweedse zonnebankteam), is het niet altijd duidelijk waar de meet ligt. Dat bleek vandaag zo te zijn. De zoektocht naar water stuurde ons tot de bodem van de vallei, 10 km verder in de etappe van de dag 5. Hier gaat ons bivakmoment op de col. We fietsten vandaag 90 km en 2600 hoogtemeters.


Dag 5: La douce France De poep begint al wat schade op te lopen, de benen voelen gespannen, de weerstand zakt. De motor heeft veel tijd nodig om op te warmen. Het gevoel van het echte hooggebergte ligt intussen achter ons. We rijden zuidelijk en dat is te merken aan de flora. De uitbundige en sappige bloemenweelde maakt plaats voor een meer mediterrane begroeiing. Deze planten gedijden prima op de warme en droge zuidflanken waar de hagedissen naar alle kanten schieten als ze ons zien passeren. Het gevoel van ‘La vie en France’ komt spontaan naar boven. Het meer van Serre-Ponçon vormt de blikvanger voor de komende twee etappes.

Onze laatste slaapplaats viel als een geschenkje uit de hemel. Een oude Alpen alm vormde het decor voor onze laatste nacht, waar we omstreeks de klok van 16.00u arriveerden. Met her en der oude relicten straalde deze plaats geschiedenis uit, prachtige uitzichten, heerlijk stil, een bronnetje, wat gebubbel van everzwijnen in de verte. Een plaats die één en al zen uitstraalde. Ja, daar liggend in het gras deed me mijmeren over hoe het leven er op deze plaats zou uitzien. Om de laatste nacht in stijl te volbrengen sliepen we op z’n cowboys. Onder de blote hemel, rijkelijk gevuld met 1001 sterren…. Heerlijk! En met 2 geweren in de aanslag. We legden vandaag 57 km en 2300 hoogtemeters af.

Aan de nodige uitdagende paden wederom geen gebrek. Met de hitte werd het lichaam extra op de proef gesteld. Filosoferend over wie wat wil, moesten we ter plekke het loodje leggen (wat aanvoelde alsof het elk moment kon gebeuren) en vulden we de ene na de andere klim. Resultaat: 66,5 km en 2650 hoogtemeters.

Dag 7: Amen

Dag 6: Shortcut festival De voorlaatste dag werd daags voordien al stevig ingekort. De afgelopen dagen leerden ons dat we de cijfertjes van de planning steeds naar boven moeten afronden. Een helletocht van 78 km en wie weet 3500 hoogtemeters, neen, daar hadden we geen zin in. Het moet plezant blijven! We laveerden van de ene shortcut naar de andere. Aan een gemiddelde snelheid van ergens tussen de 8 en de 10 km/u heb je aan een ritje van 60 km nog meer dan uw handen vol. Ondertussen was het vertrekuur ‘s morgens al opgeschoven naar 7.00 u. Vroeg begonnen is half gewonnen!

Save the best for last? Wederom werd de rit wat ingekort. De eerste col, 800 m klimmen waar vermoedelijk 300 hoogtemeters aan portage zou inzitten, werd geschrapt. Naar gewoonte begonnen we de dag met wat daalwerk. De smiles werden dus direct bovengehaald, zeker nu bleek dat het direct een zeer mooie en uitdagende singletrack bleek. De eerste 2,5 u verteerden we al fluitend. Nog één klim diende overwonnen te worden. Deze was nagenoeg helemaal over de tarmac te doen. Een zachte helling van 15 km bracht ons naar het Sanctuaire de la Salette. We vulden onze flessen met heilig water, deden een schietgebedje en kropen via een single track naar de Col d’Hurtières. We roken inmiddels onze stal. Onze gebeden van weleer werden onmiddellijk verhoord. De laatste afdaling was een pareltje. Niet voor gevoelige zielen, opperste concentratie was vereist! Het was er eentje In de trend van ‘niet naar beneden kijken!’ en ‘Fuck, waar zijn we nu weer verzeild geraakt!’

"Yiepieyahee! De cirkel is rond! GR 50: check! Merci amigo Illya voor het gezelschap!"

47


Tekst Arne Monstrey / foto's Š Mount Coach

MOUNT COACH:

Triple Vercors

2020. Een jaartal dat we allemaal voor de rest van ons Leven zullen onthouden. En niet met de volle goesting. Zoveel reizen die niet zijn doorgegaan, ervaringen die niet zijn beleefd, vergezichten die niet gezien zijn. Tot vlak voor ons vertrek hield ik mijn hart vast of de Mount Coach Dolomietenstage wel zou kunnen doorgaan. Uiteindelijk was het niet covid-19, maar het weerbericht dat roet (of zeg maar regen en sneeuw) in het eten gooide. En dus moest de planning alsnog last minute omgegooid worden. Waar in Europa mochten wij als Belgen nog heen zonder reisrestricties, waar waren de groene, oranje en rode coronazones, waar was het goed weer en waar waren er lange avontuurlijke kalkwanden te vinden die een waardig plan B zouden vormen? Anderhalf uur bladeren door topo's en aftoetsen op het internet bracht mij uiteindelijk bij de Vercors. Een prachtige streek waar we op een week tijd drie mooie en even diverse klimgebieden aandeden.

48


Mont Aiguille: avontuur verzekerd Zaterdagavond 5 september werd er dus niet in Cortina d'Ampezzo afgesproken, maar wel op het grasveld van camping 'Ferme du Pas de l'Aiguille' in Chichilianne. Letterlijk aan de voet van de Mont Aiguille, geboorteplaats van het alpinisme en hoewel slechts 2.087 meter hoog, één van de meest iconische Bergen van Frankrijk. Het valt nauwelijks te geloven dat deze Berg voor het eerst in 1492 beklommen is geweest, meer dan 500 jaar geleden! Zelfs vandaag komt deze monoliet nog steeds zeer indrukwekkend over, om het even van welke kant je hem bekijkt of wilt beklimmen. Als moderne sportklimmer heb je hier weinig te zoeken. Als avontuurlijke rotsliefhebber daarentegen des te meer. Ook al zijn sommige routes redelijk goed behaakt, de meeste zijn dit niet en vereisen dat je zelf extra materiaal bijsteekt. En de rots is met momenten zéér brokkelig. Er zijn zelfs routes waarvan de topo specifiek zegt dat je ze beter niet meer klimt als er al een ander cordee boven je in de route zit. Iets wat Ellen en ik aan den lijve mochten ondervinden in 'les Étudiants'. Gelukkig zat het cordée Fransen onder en niet boven ons, want tot tweemaal toe zijn ze erin geslaagd om grote stukken rots los te trekken. Vreemd, want wij hadden toch ook net diezelfde lengtes geklommen zonder ook maar iets los te trekken. Het is niet omdat je in de Bergen woont, dat je daarom per se Bergwijs bent. Zoveel was duidelijk. De routes op de Mont Aiguille variëren van zo'n 150 tot 320 hoogtemeters. Ook al lijkt het potentieel hier enorm, de brokkeligheid van het gesteente laat maar een beperkt aantal routes toe en momenteel lopen er slechts 16 min of meer begaanbare routes op. De gemakkelijkste is de 'Voie Normale', die zelfs het niveau 4 niet overstijgt en daardoor heel het jaar door waanzinnig populair is. Getuige de files op de afdaalroute en de vele krassen van stijgijzers die je hier op de rotsen tegenkomt. Echte klassiekers zijn de zuidpijler (230 meter; 5c max.), les Diables (230 meter; 6b max.), la Voie du 29 mai (220 meter, 6c max./5c obl.) en de noordoostpijler (320 meter; 5b max.). Laat je echter niet misleiden. Klimmen op de Mont Aiguille is nooit eenvoudig. Getuige ook nog Denis en Tobias die in de route 'l'Associé du Diable' nauwelijks haken tegenkwamen en dit in een route die tot 6c ging; Brecht en Simon die in 'Coluche' (6b max.) door de rotswand de mephaken niet meer zagen en ergens bovenin hun route 'op hun buik' naar een relais mochten kruipen; En Pieter en Bavo bij wie de route 'Trilio' dan weer perfect behaakt bleek te zijn. Iets wat gezien het stevige niveau (7b max.) misschien geen overbodige luxe leek.

Cirque d'Archiane: mateloos respect voor de eerstbeklimmers Voor het tweede deel van onze klimweek settelden we ons op de camping municipal in Châtillon-en-Diois. Van hieruit zijn zowel het Cirque d'Archiane als de Paroi de Glandassse gemakkelijk bereikbaar per auto. Maar klimmen in de Vercors staat niet alleen voor avontuurlijke routes afgezekerd op mephaken, het staat ook garant voor lange aanlopen en nog langere afdalingen. En begin september zijn de dagen toch al wat korter. Ons hier zeer van bewust, vertrekken we met zijn allen op deze tweede dag toch net wat te laat naar het Cirque d'Archiane, een indrukwekkend rotsbastion van wel 400 meter hoog. Tobias en Simon krijgen vandaag de 'Voie du Levant' voorgeschoteld. Een route die het niveau 6b+ max. en 5c obl. draagt, maar die er veel fysieker uit ziet dan de topo doet geloven. Iets wat Tobias halverwege doet uitroepen dat hij helemaal niet snapt wat ik hier zo leuk aan vind. Ondertussen zijn Denis, Pieter en Bavo begonnen in Équitation, een stevige zevendegraads route. Ondanks hun snelle vorderingen moeten ze in drie vierde van de route alsnog terugkeren omdat alle boorhaken van hun volgende lengte (een gladde niet af te zekeren dalplaat) aan hun relais hangen te bengelen, vreemd... Ellen, Brecht en ik zitten ondertussen in de Pilier Livanos, dé klassieker in deze prachtige vallei. De route zigzagt zich met behulp van 16 touwlengtes doorheen deze wand, die zo indrukwekkend is dat je hier nauwelijks nog van een pijler kunt spreken. Onze 'leading lady' mag in de derde lengte alles uit de kast halen. De topo spreekt hier van een 5c variant langs links en een zwaardere 6b variant rechtdoor. Boven ons zijn in een overhangend dakje inderdaad oude haken en lintjes te zien, maar echt uitnodigend zien die er nu ook niet uit. Op de tekening stond de originele lijn naar links met stippellijn aangeduid, wat meestal betekent dat de route verborgen is vanuit het perspectief waarvan de schets gemaakt is. Zou dat hier dan betekenen dat we door die gleuf in de rotsen moeten klimmen? Zucht... Ellen durft het aan en gaat om de hoek kijken. Ze ziet zowaar boven haar terug mephaken verschijnen en komt zelfs terug om haar laatste zekeringspunt los te pikken. Kwestie van touwwrijving te vermijden in het verdere verloop van de lengte. Nog een touwlengte verder zit ze in de echte crux: een zéér luchtige 6c traversee waarin we alledrie onze peren zien. Ook al staat deze lengte gekwoteerd als 5c/A0, ze voelt veel zwaarder aan. Gelukkig volgde hierna nog een rustige derdegraads passage waarna Brecht overpakte voor de volgende vijf lengtes.

Na één dag was het voor iedereen duidelijk: de Mont Aiguille beklimmen, dat is kletsen krijgen. Het mag misschien de eerste beklommen Berg uit de geschiedenis van het alpinisme zijn, nu, meer dan 500 jaar later, geeft ze zich nog steeds niet gauw gewonnen.

49


De namiddag was echter al ver gevorderd en het tempo moest omhoog, wilden we nog voor het donker boven geraken. Ik had met mijn touwgenoten afgesproken dat ik de laatste zes lengtes op mij zou nemen en dat ik er ten laatste om 17 uur aan wou beginnen. Indien dat niet kon, zouden we langs de ringband wegstappen. Brecht had de boodschap begrepen en deed stevig door. Langsheen een onafgezekerde 5b dièdre, een goed afgezekerde 6a dülfer en enkele luchtige maar zeer mooie vierdegraads lengtes, leidde hij ons vlot tot het bovenste deel, waar we om 16 u 55 toekwamen... Mijn eerste twee lengtes gingen supersnel. De derde ook, maar dat moest ook wel, want in de topo stond er de tekst 'expo' bij. Deze barst was iets te breed om materiaal in te kunnen steken en dus moest er doorgeklommen worden. Wel was er een passage waarbij ik plots op een oude houten klemblok stond om tegelijkertijd een setje door een oud touwtje in een andere houten klemblok boven mij te hangen. Een val zou het nooit houden, maar 'iets is beter dan niets' en dus deed ik door, mezelf afvragend hoe die eerstbeklimmers dat hier in 1959 geflikt hebben: op grote schoenen, met een henneptouw rond hun middel en mephaken en houten klemblokken als zekeringsmiddelen, respect! En toen kwam de laatste moeilijke lengte, een 6a. Ik dacht dat die door een groot dak liep, maar gelukkig wees Brecht me op de mephaken links van onze relais en mij zo alsnog het juiste pad op stuurde. Er volgden nog twee extreem brokkelige laatste lengtes en nét voor het donker werd stonden we alsnog boven!

Helaas is de top slechts halverwege. Waar ik bij het klimmen nog redelijk zeker van mijn stuk was omdat ik de juiste weg omhoog wel zou vinden, besefte ik goed genoeg dat het moeilijkste stuk op vlak van oriëntatie nog moest komen. Zei de topo immers niet 'on se perd facilement sur le plateau sommital...'? Allez, de mijne toch, die van Brecht zei dat we eerst langs links moesten afdalen en zeker niet het duidelijke pad naar rechts moesten volgen. Dat leek mij zo onlogisch dat ik toch even wou nalezen wat hij bij zich had. Bleek dat hij de afdaalroute van de Mont Aiguille nog op zak had steken... Gelukkig kwam het gezonde verstand bovendrijven. In plaats van de korte weg door het bos te volgen, bleven we langs de rand van de klif lopen tot het punt waar we met relatieve zekerheid konden zeggen dat we in een steil couloir moesten afdalen. Op den duur kwamen we uit op een rappelstand en wisten we dat we zeker juist zaten. Wat een afdaling van twee uur moest zijn, werd er uiteindelijk één van drie. Om half twaalf kwamen we eindelijk toe aan de auto waar we nog vlug wat brood en kaas aten om dit door te spoelen met een fris pintje en een tas warme koffie. De dagen nadien klommen Tobias en Bavo nog hun mooiste route van de week doorheen de overhangende Paroi Rouge. Denis en Pieter gingen ook van de Livanos proeven en er werden ook wat andere zijvalleien verkend. De Aiguilles de Bénévise bleken met hun korte aanloop en kortere routes (tot 160 meter hoog) ideaal voor een relatieve rustdag. De Paroi de Glandasse bleek minstens even indrukwekkend als de rotsen in Archiane, maar toen Pieter en Ellen een poging wilden doen in de Leprince-Ringuet pijler, keerden ze na één touwlengte terug omdat er veel te veel stenen naar beneden vielen. Een wijze beslissing. Er werd ook nog één dag uitgeweken naar het massief van les Trois Becs dat weliswaar op een uur rijden lag, maar waar ook de aanlopen een pak korter waren. Helaas begon het hier te regenen waardoor we niet de hele dag en de hele wand konden benutten. Samen met Bavo en Tobias verloren we meer dan een uur in het zoeken naar het begin van onze route. Van een pad door het bos was nauwelijks sprake. Hier komt duidelijk nóg minder volk klimmen dan in de rest van de Vercors. Getuige ook het feit dat Tobias ineens ook alle relais zelf mocht installeren. Na alweer een dreigende bui, een donderslag en het vooruitzicht op rotte rotsen boven ons, werd ook hier beslist om halverwege de route de handdoek in de ring te gooien en weg te wandelen via een avontuurlijk pad.

50


PRESLES: 250 meter pure verticaliteit Het weerbericht voor de komende dagen voorspelde helaas niet veel goeds meer. Maar gelukkig zou de zon in Presles wél nog van de partij zijn! Dit gebied is normaalgezien de eerste grote test voor nieuwe Mount Coach lichtingen. Door omstandigheden was dat met deze groep niet doorgegaan, dus al bij al was het nog mooi meegenomen dat we naar deze prachtige rotswand konden uitwijken. Presles, dat is immers een volledig verticale wand van enkele kilometers breed en 250 meter hoog. Vaak kun je boven door je benen naar beneden kijken en nog zien waar je bent beginnen klimmen. Waar de Mont Aiguille gekenmerkt wordt door brokkelige rots, is ze hier juist ongelooflijk compact. Na vier dagen avontuurlijk klimmen in alpiene rots, voelde het plots heel raar om met je volle lichaamsgewicht aan de grepen te gaan hangen. En waar de routes in het Cirque d'Archiane nog hoofdzakelijk afgezekerd waren met mephaken, kom je hier toch vooral boorhaken tegen. Hoewel er ook voldoende routes bestaan die zelf af te zekeren zijn. Voor elk wat wils dus. De haken staan iets verder uiteen dan je zou verwachten. Je kunt hier dan ook beter van een soort avontuurlijk sportklimmen spreken, met haken die om de vier meter geboord zijn. Het merendeel van de routes bevindt zich gemiddeld gezien in de zesde graad. Omdat de haken dus relatief ver uiteen staan, is er hier van setje-trek niet altijd sprake. Je moet de passen tussen de haken echt wel vrij kunnen klimmen, tenzij er specifiek A0 in de topo bij geschreven staat. De teller staat hier ondertussen op meer dan 300 routes...

“Er volgden nog twee extreem brokkelige laatste lengtes en nét voor het donker werd stonden we alsnog boven!...” Het was dus voor ons een heel huzarenstukje om tussen deze weelde aan mogelijkheden de juiste parels te kiezen. Maar het is ons toch gelukt. Tobias en Pieter klommen met 'Voie Béatrix' (250m, 6c max.) één van hun mooiste, zij het perfect afgezekerde, routes van de week. Samen met Simon genoot ik superhard van 'Ecole Buissonnière' (250m, 6b max.) een route die quasi volledig zelf afgezekerd moest worden, met gelukkig hier en daar boorhaken op cruciale cruxpassen (en godzijdank ook in de 6b lengte).

'Zelf gaan klimmen in de Vercors?' Beste Periode In principe kan er in de Vercors het hele jaar door geklommen worden. Echter, in de zomer is het er vaak véél te warm en in de winter moet je geluk hebben met een zonnige dag zonder wind. Beste periodes zijn dus het voorjaar en het najaar. Afstand De meeste gebieden in de Vercors liggen op ongeveer 900 km van Brussel. Handige topo's • Alpiene Rotsklimmen van Koen Hauchecorne • Escalades en Vercors, Chartreuse en Dévoluy van D. Duhaut en P. Peyre (voor de Mont Aiguille) • Escalades dans le diois • Escalades en Presles van D. Duhaut (voor Presles) Verblijfsmogelijkheden ter plaatse • Voor de Mont Aiguille: camping 'Ferme du Pas de l'Aiguille in Chichilianne' of hotel-restaurant 'Au gai Soleil du Mont Aiguille' in Richardière. • Voor het Cirque d'Archiane: campings in Châtillon-en-Diois of de subliem gelegen refuge d'Archiane in het dorpje Archiane zelf. • Voor Presles: verschillende campings in Chorance aan de voet van de kliffen of gîtes in het dorpje Presles zelf.

Pag Pag Pag Pag Pag Pag Pag

48: Bavo in de Paroi Rouge in het Cirque d'Archiane 48: Presles - Tobias in Béatrix 49: Mont Aiguille - Tobias in l'Associé du Diable 50 : Pilier Livanos - Brecht in de zesde lengte 50 : Presles - Simon op de Vire Médiane 51: Arne op het topplateau van Mont Aiguille 51: Mont Aiguille in pracht en praal

20 jaar klimmen heeft mij al op veel speciale routes gebracht, maar wat de eerste lengtes na de tussenrichel in petto hadden, was voor mij toch ongezien. Je dient hier in een schoorsteen te klimmen die diep de wand ingaat. Bovendien moet je tot drie keer toe door een gat in het plafond klimmen. Je waande je hier eerder speleoloog dan klimmer. Simon omschreef het heel toepasselijk met de woorden 'driedimensionaal klimmen'. Bavo zag zijn peren door Denis twee dagen lang te volgen in 7a routes. Wat hem niet alleen een 'flapper' opleverde (een serieuze lap vel die van één van zijn vingertoppen geschaafd was tijdens een val), maar ook een bebloede elleboog, dit na een pittige voorklimmersval én een omgeslagen enkel in de afdaalroute. En toch blijven doorgaan die man. Wij mogen dan misschien uit een plat landje komen en deze rotsen niet in onze achtertuin hebben staan, het mag wel duidelijk zijn dat wij met veel alpiene gevoel onze weg omhoog weten te vinden. En dat is veel, zo niet alles waard. Een goede klimmer is een oude klimmer. En ik hoop dat er nog vele nieuwe Mount Coach lichtingen het Leven mogen zien. Mannen en vrouw, het was mij weer een waar genoegen om met jullie het touw te mogen delen, merci!

51


Tekst en foto's Ben Van Poucke

VENEDIGER HÖHENWEG 2.0

"Immer wieder Ost-Tirol..."

Jaarlijks maak ik met enkele vrienden een meerdaagse huttentocht in het Alpengebied. In september 2019 was het plan om rond te trekken in het Nationaal Park Hohe Tauern in Oostenrijk. Noodgedwongen (lees: sneeuwval) werd de huttentocht op dag 2 omgeleid en ingekort. De beklimming van de Großvenediger (3.666 m) konden we alsnog doen, al was het toen heel bewolkt; met als resultaat dat we de top bereikten maar met zicht … nul. Al bij al werd het een geslaagde trektocht; maar bij mij knaagde toch het gevoel: “Dit kan én moet beter!. In september 2020 was het dan zover". DAG 1: MATREIER TAUERNHAUS – SANKT PÖLTNERHÜTTE

DAG 2: SANKT PÖLTNERHÜTTE – NEUE PRAGER HÜTTE

Na een overnachting in de buurt van Kufstein, kwamen we ’s morgens via de Felbertauerntunnel (tol) in het Virgendal aan. We lieten onze wagen achter aan de betaalparking van het Matreier Tauernhaus en rond 10u30 werd de tocht aangevat aan de eerste wegwijzer. De hele Venediger Höhenweg is trouwens perfect bewegwijzerd. De inloopfase gaf ons prachtige vergezichten op het Tauerntal en daar bovenop een aangename temperatuur. Omdat we de Messelingkogl wilden meepikken kozen we voor de langere 3-meren route. Er waren wel onmiddellijk 700 hoogtemeters te overwinnen dus qua opwarming, kon dat wel tellen. Eénmaal voorbij de (onbemande) Grünseehut kom je aan het gelijknamige meer. Deze idyllische plek ontgoochelt niet en is ideaal om uit te rusten en te genieten van het uitzicht op het Venedigermassief. Omdat het weekend was, was er veel volk aanwezig. Enkele jongeren hadden zelfs een Sup meegezeuld om het meer over te steken (wat sommige evenwel niet altijd succesvol lukte … en het blijft gletsjerwater). Aangezien het weer stabiel bleef, namen we nog de Messelingtop (2.694 meter) mee. Je hebt hier een wondermooi uitzicht over het Tauerdal en het Innergschlöß (Afbeelding 1). Het pad verliep verder door een wisselend landschap en na een laatste klim volgde de afdaling (+/- 150 meter) naar de Sankt Pöltnerhut (2.481 m). Aangezien men voor de volgende dag slecht weer had voorspeld, hadden veel groepen op korte termijn geannuleerd. Op een groep Hollandse vrouwen na, waren we dan ook alleen in de hut.

De volgende morgen begon fris en redelijk bewolkt, gelukkig zonder regen. De weer-App gaf evenwel vanaf 11u00 zware regen en onweer. De pachter van de hut raadde ons dan ook aan om wat tempo te maken. We moesten tenslotte nog bijna 15 km afwerken. Het eerste stuk van de dag volgenden we de Westweg (Afbeelding 2). Deze is relatief lang en loopt langs de flanken van de Keesbolach en Sandebne (met toppen tot onder de 3.000 m grens). Echter, na het een tijdje begon het te regenen (de App werkte prima …). We liepen langs grote rotspaden, wat soms voor slipgevaar zorgde. Op het einde van de Westweg, kwamen we aan de splitsing naar de Neue Prager hut. Het zicht op de Viltragenkees is prachtig, tenminste wat er van over blijft. De afdaling naar de vallei is steil en de natte rotsblokken zetten ons aan tot voorzichtigheid. Na het oversteken van de rivier begon het harder te regenen, dit terwijl er nog 800 hoogtemeters moesten overwonnen worden. De klim was in het begin met staaldraad gezekerd, wat prima is. Als het echter begint te onweren en bliksemen, wordt het wel gevaarlijker. Bovendien liepen we langs de steile flank van Vorderer Kesselkopf (2.709 meter). Als er bovendien nog meermaals steenslag bij te pas komt, gaat het marstempo en de hartslag snel omhoog. Gezien de zeer beperkte mogelijkheden tot schuilen of alternatieve wegen (geen …), zat er niks anders op dan zo snel mogelijk omhoog te klimmen. Wanneer we aankwamen aan de (onbemande) Alte Pragerhut konden we wel even schuilen. De laatste 300 meter waren nog pittig; maar dat werd deels goedgemaakt met het zicht op de Schlatenkees, aan de oostkant van de Großvenediger 'Afbeelding 3).

1

52

Hoewel we de hele dag niemand waren tegengekomen, waren er toch enkele groepen aanwezig in de gezellige hut. Er vertrekken hier dan ook verschillende gletsjertochten naar de Großvenediger en andere drieduizenders. Pachter Wilfried kende ons nog van het jaar ervoor. Wilfried is een zeer gemoedelijk en humoristisch man. Zijn karakterkop doet me altijd denken aan Reinhold Messner. Hij was vroeger berggids en in 2010 was hij, samen met zijn vrouw en dochter, de eerste ter wereld die in familieverband samen de Mount Everest hebben beklommen. In de hut op 2.796 meter is water schaars maar het eten is er prima.


DAG 3: NEUE PRAGER HÜTTE – BADENER HÜTTE

DAG 4: BADENER HÜTTE – BONN-MATREIER HÜTTE

De volgende morgen had het licht gesneeuwd en de (intussen bekende) weer-App gaf geen denderende vooruitzichten. Om naar de Badenerhut te stappen, moet men eerst over dezelfde weg terug naar beneden als de dag ervoor (800 meter), tot aan de voet van de gletsjer. Het laatste stuk van de Innergschlöss Gletsjerweg loopt over prachtig gneisgesteente, al is er wel slipgevaar. Aan het ‘Auge Gottes’ begonnen we aan de klim naar de Löbbentörl. Via een bergkam gaat het gestaag naar boven, eerst over een pad; dan over rotsblokken en tenslotte over twee (kleinere) sneeuwvelden. Na een laatste klim over rotsen kwamen we aan het kruis op de top. Bedoeling was om de Innerer Knorrkogl (2.884 meter) te bestormen; maar gezien de zeer dichte mist leek ons dat verloren energie.

De volgende morgen kon niet mooier beginnen. De hut ligt op 2.608 meter en om 06 uur was het open hemel, 0°C en de barometer gaf 1.030 mBar aan. Het zicht op de vallei toonde een dik wolkendek en een opkomende zon… Another day in Paradise.

De afdaling naar de hut verliep zonder veel moeilijkheden maar wel in dichte mist. Zelfs toen we de hut tot op 50 meter waren genaderd, zagen we ze slechts met moeite staan.

De eerste kilometers van de etappe waren relatief eenvoudig, gezien er bijna geen hoogteverschillen waren. Door de stijgende temperatuur liepen we de eerste uren door de wolken die vanuit de vallei opstegen. Het blijft iets magisch en feeëriek. Verder werden we voortdurend begeleidt door het gefluit van de talrijk aanwezige marmotten. Na enige tijd stappen aan een flink tempo kwamen we aan het gele plakkaat dat ons de weg naar de Galtenscharte aanwees. Op het internet had ik al enige artikels en films hierover gezien; men maande steeds aan tot voorzichtigheid, dus we waren wel enigszins gespannen. De waarschuwing “Achtung: Hohe Steinschlaggefahr” hielp natuurlijk ook niet. Het pad vormde tot het eerste plateau geen moeilijkheden, maar éénmaal daar voorbij werd het pad wel steiler. Ook hier waren er voldoende staalkabels voorzien. De laatste 200 meter lopen recht onder de Galtenkogl (2.986 meter) over een smal, rotsig pad, met groot gevaar tot uitglijden. Sommige stukken ervan worden door aardverschuivingen bemoeilijkt. Ik kan me voorstellen dat dit pad bij slecht (regen)weer af te raden is. Toen we op de top probeerden uit te rusten, zagen we een puinmassa naar beneden rollen over het pad waar we nauwelijks 5 minuten geleden hadden gelopen. We hadden dan wel helm op; maar ik vrees dat dit niet veel zou geholpen hebben …

2

Wij hadden evenwel geluk en we konden genieten van een prachtig zicht op de Galtenscharte (2.791 meter). Aan de ene kant kijk je uit op het Virgendal, en aan de andere kant laat de Venedigergroep en Glocknergroep hun pracht zien. Het zicht op de Großglockner krijg je er gratis bij. Na de afdaling volgt onmiddellijk een kloof die men door moet, waarna men snel de Bonn-Matreierhut (2.750meter) bereikt. Ook hier een heerlijk bergpanorama over het Virgendal, Lienzer Alpen en de Dolomieten. Men kan zelfs de Triglav zien (wat we bij het ochtendgloren konden ervaren...). Na het avondmaal konden we nog genieten van een geweldig mooie zonsondergang (Afbeelding 4). Dit is beslist een plek waar ik nog eens wil terug keren.

3

4

53


DAG 5: BONN-MATREIER HÜTTE – JOHANNISHÜTTE

DAG 6: JOHANNISHÜTTE – GROßVENEDIGER – JOHANNISHÜTTE

De volgende dag beloofde stralend weer. Dit was welkom want het was een relatief lange etappe. Door het vergezicht op de achterliggende bergmassieven en gletsjers heeft het Timmeldal een groot postkaartgehalte.

Normaal ben ik een ochtendmens; maar een wekker om 04u00 … ’t is niet voor alle dagen. Wetende voor wat ons te wachten stond, kreeg ik algauw een adrenalinestoot, wat ons onmiddellijk wakker maakte.

Voorbij de hut kom je aan enkele beken die naar de Eissee stromen, waar de klim naar de Zopetscharte begint. Het gaat slechts over 400 hoogtemeters maar aangezien het vrij verticaal loopt en we in de zon liepen, waren we blij de top te bereiken. De laatste meters wordt je geholpen door staalkabels. Bij de beklimming ontmoetten we een Duitser die vorig jaar samen met ons in cordee de Großvenediger had beklommen. De wereld wordt echt kleiner en kleiner… Ook deze top biedt prachtige vergezichten (Afbeelding 5 en 6). De afdaling naar de Johannishut is lang maar loopt door eenvoudig terrein.

Eerst 840 meter naar het Defreggerhaus waar we afspraak hadden met de gids. Na het ontbijt (dat de gastvrouw mooi voor ons had klaargezet) vertrokken we rond 04u45 in de lichtstraal van onze Petzl. Klimmen in het donker blijft een belevenis, en een zonsopgang in berggebied blijft zijn magie behouden. We hielden een goed tempo aan en om 07u10 waren we stipt op de afspraak met de gids. Sepp bleek een rustige & sympathieke man. Onze groep werd vervolledigd met een Oostenrijkse-Pool en 2 Oostenrijkse bejaarde dames uit Lienz. Het weer bleef zonnig en stabiel. We vertrokken om 07u30 naar het vertrekpunt aan de gletsjer, zo’n 30 minuten verderop. Na het inhaken op de Mullwitzgletsjer, werd de tocht naar de top van de Großvenediger aangevat. Het zicht op de Venediger Krone (Hohes Aderl, Rainerhorn, Hoher Zaun, Schwarze Wand & de Großvenediger zelf) was onvergetelijk. Het was puur genieten van de bergpracht, dit in combinatie met de stralende zon en de wolken. Sepp loodste ons perfect voorbij de diverse kloven; bovendien was iedereen van de groep reeds goed geacclimatiseerd waardoor het tempo constant bleef. De 700 meter naar de top waren dan ook in een anderhalf uur afgehaspeld. Het laatste stuk naar het kruis over de kam vraagt enige concentratie maar voor wie ‘Trittsicher’ en ‘Schwindelfrei’ is, … no problemo. (Afbeelding 7) En dan de laatste meters … om uiteindelijk: Bergheil!

5

De Johannishut (2.121 m) is de bekendste hut in de regio, gezien hier de meeste tochten naar het gletsjergebied van de Großvenediger vertrekken. Bovendien rijdt er ook een bergtaxi naar toe. Verder heeft ook de Alpinpolizei er zijn helikopterlandplaats. Ook hier waren er redelijk wat groepen aanwezig, wat leidde tot een typische huttensfeer. Het was wel lang wachten aan die éne douche. Na het avondeten gingen we snel naar het lager, want we moesten er de volgende dag vroeg uit voor D-Day.

6

54

Het weer was prachtig: een volle zon en de wolken gaven prachtige beelden. Rondom enkel bergtoppen en sneeuw. Deze keer hadden we ook voldoende tijd om foto’s te nemen (en door te sturen want 4G werkt zelfs daar). Na een half uur werd de afdaling aangevat en een uur later waren we terug aan het vertrekpunt. Aan het Defreggerhaus namen we afscheid van onze gids en klimpartners. Normaal gingen we daar blijven slapen; maar gezien we redelijk vroeg terug waren, besloten we terug naar de Johannishut te stappen. We mochten zonder problemen de reservaties omboeken, de dienster regelde zelf de reservering voor ons. Rond 15u00 waren we terug aan de Johannishut. We hadden 3.090 hoogtemeters op 1 dag gedaan. Een mens krijgt daar honger en dorst van, en de Kaiserschmarn en Brettljause gingen dan ook vlot naar binnen. ’s Avonds halfpension. De waardin Margrit was wel verwonderd dat die Vlamingen een redelijk grote appetijt hadden …

7


DAG 7: JOHANNISHÜTTE – STRÖDEN De volgende ochtend was onze laatste stapdag. Het was een aangename temperatuur, alhoewel redelijk mistig. De klim naar de Türmljoch (2.790 meter) bleek nog redelijk pittig. Daar aangekomen, wachtte voor de vrijwilligers nog een klettersteig. Deze is goed voorzien van de nodige kabels en zekeringen. De moeilijkheidsgraad gaat nergens boven de C. Mits de nodige voorzichtigheid is dit ‘Genußklettern’ ; al was het zicht aan de top niet geweldig wegens de wolkenvorming. Na de via ferrata werd de afdaling naar het Maurerdal ingezet. Aan deze kant van de berg was het wel zonnig met een prachtig zicht op de oostelijke en westelijke Simonyspitz. Het is er heel waterrijk; heeft zelfs een beetje een Himalayagehalte (insert). Aan de Essener-Rostockerhut bereikt men ook terug de boomgrens. Vandaar gaat het in één rechte lijn naar Ströden. Het is een lange afdaling maar met een heerlijke geurenmix van alpenbloemen (Afbeelding 8), dennen- & loofbomen, vochtig gras & modder, en… koeiendrek. Mijn bottines waren nu net zo proper afgespoeld …

BESLUIT De Hohe Tauern is een wandelparadijs voor wie hoogtemeters wil vreten en/of toppen boven de 3.000 meter wil bestormen. De vergezichten en vergletsjerde gebieden zijn adembenemend, de talrijke kristalblauwe tot smaragdgroene bergmeren nodigen uit tot afkoeling en ontspanning. Bloemenliefhebbers komen eveneens aan hun trekken en het gefluit van marmotten is nooit ver weg. Verder zijn de Oostenrijkse berghutten perfect op wandelaars afgestemd, met een heerlijke lokale keuken en vriendelijke wirten. Het is aangeraden, vooral in het hoogseizoen, voldoende ruim op voorhand te reserveren. Om het met de woorden van de kranige, grijze dame op de top van de Großvenediger te zeggen: “Immer wieder Ost-Tirol”.

Aan de parking in Ströden aangekomen, was het nog even wachten op onze Venediger taxi die ons 40 km terug zou brengen naar het Matreier Tauernhaus. Na 7 volle stapdagen zat het erop.

8

Aan de Innergschlöss Gletsjerweg, op weg naar de Badenerhut

55


Vertaling door Ben Van Poucke - artikel ‘Müll am Gletscher – gekommen, um zu bleiben‘ door Birgit Sattler & Klemens Weisleitner/Berg und Steigen #108 Herfst 2019 Foto’s: Birgit Sattler, Ben Van Poucke

'AFVAL OP GLETSJERS: Gekomen… om te blijven' Felix Mitterer is een slimme man. Al heel vroeg heeft hij goed ingeschat wat op grote hoogte plaatsvindt: niet alles komt uit de natuur, en zelfs wat natuurlijk lijkt te zijn, is in werkelijkheid vaak uit plastic vervaardigd. Wat de ondernemende Oertiroler in Lederhosen in deel 4 van de Piefke-saga ("Die Erfüllung", 1993) met overtuiging diep onder het gazon deed verdwijnen, zal nog lange tijd blijven bestaan, zelfs in de tijd waarin men al geen dvd's meer zal kennen. Het zal ons allemaal overleven, omdat onze rotzooi in het hooggebergte...er gekomen is om er te blijven.

W at wij spontaan met de term "afval" associëren zijn de dingen die niet meer nuttig zijn en ergens langs de weg, in het bos of zelfs op de berg worden weggegooid. Snel links en rechts kijken, niemand te zien en alles wordt vlug onder een steen gestopt: uit het zicht, uit het hoofd, bij wijze van spreken blootgesteld aan een verrottingsproces, dat evenwel vaak niet kan plaatsvinden omwille van de aard van het materiaal. Een plastic fles (PET) ontbindt pas na 450 jaar. Hetzelfde geldt voor aluminium blikjes. Zelfs een bananenschil heeft 1-3 jaar nodig om in het nirwana te gaan. Daarenboven: hoe hoger de wegwerplocatie, hoe slechter de ontbindingsvoorwaarden en hoe langer het duurt ... Maar in principe weet vandaag de dag elk klein kind dat, nietwaar? Echter, tijden veranderen, ook in het hooggebergte, al gebeuren alle processen daar in een trager ritme. En zo verandert ook het concept van vuilnis: het gaat niet langer om verpakkingen van mueslirepen of conservenblikken. Wanneer we vandaag de dag een verpakking van Ibuprofen (pijnstillers) op het gletsjeroppervlak vinden, dan is dat een curiositeit, maar het laat de dimensie van de verandering in de waarde van afval zien.

Simon Rauch, Katharina Grasegger, Bernhard Bliemsrieder, Raimund Lechner & Peter Paal Illustraties/tekeningen: Reginald Roels 1

56

En vuilnis vertelt verhalen. Niet over zichzelf, maar over óns - het houdt ons praktisch de spiegel van onze samenleving voor. Vooral gletsjers vertellen heel veel en met het afsmelten ervan elke zomer worden meer en meer pagina's van hun geschiedenisboek opgeslagen. WAT HEEFT IJS MET ARCHEOLOGEN TE MAKEN? De geleidelijke terugtrekking van de gletsjers in de Alpen is van groot nut voor de archeologie. Documenten uit lang vervlogen tijden duiken langzaam weer op en getuigen van eerdere gebeurtenissen, zoals de lange jaren van oorlog of smokkelactiviteiten over bevroren bergpassen. Zo vond men in de zomer van 2018, in de buurt van het Rotmoosjoch in de Ötztaler Alpen op een hoogte van meer dan 3.000 m, een fiets. Tot op de dag van vandaag is het gebruik ervan nog steeds onduidelijk. Mogelijk heeft de fiets in de jaren vijftig een rol gespeeld in het smokkelen van goederen - wat evenwel nogal onpraktisch lijkt. Veel duidelijker zijn verschillende vondsten die verband houden met de Eerste of Tweede Wereldoorlog: munitie, snippers van oude shirts, een tank van een klein vliegtuig... Al deze zaken werden toevallig gevonden tijdens een wandeling op de Rotmoosferner (Afbeelding 1) . Sommige lijken wel rotzooi - weggegooid omdat ze niet meer nodig waren of niet getransporteerd konden worden. Maar andere dingen worden onderzocht door het Instituut voor Archeologie van de Universiteit van Innsbruck en vertellen een lang en interessant verhaal. De gletsjerarcheologie is grotendeels afhankelijk van de meldingen door de bevolking. Deze vondsten zijn uiterst interessante, eigentijdse getuigenissen van leefgewoonten, klimaat of zelfs oorlogen in de regio. Niet alleen archeologen, maar ook de politie is erbij betrokken als het ijs mensen of resten ervan (bijvoorbeeld door een val in een kloof) - blootgeeft. In 2017 berichtten de media over de ontdekking van twee gletsjerlijken bij de Tsanfleurongletsjer (Berner Alpen - kanton Wallis) door de exploitant van het Zwitserse skigebied Glacier 3000: het blijkt dat het hier ging om een echtpaar dat sinds augustus 1942 werd vermist. Behalve dat we voorzichtig moeten zijn met de vondst, is hier ook de grootste eerbied vereist.


EEN BED IN DE TOENDRA Er zijn ook regio's waar gletsjerafval als een algemeen cultureel goed wordt beschouwd. Op de Arctische archipel van Spitsbergen lijkt het op het eerste gezicht erg vreemd als je een roestige koffiepot of een ijzeren bed vindt in gletsjergebied. In de modder van de ontdooide Permafrost staat er een oven met daarbovenop een emaillen beker in het begin kijk je stiekem om je heen om te zien waar de eigenaars kunnen zijn: wil dan niemand die koffie opdrinken voor hij koud wordt? (Afbeelding 2) Op de grond daarnaast kun je een lederen schoen vinden. De grond, die hier langzaam weer begint aan te groeien door het terugtrekken van de gletsjer, verteert de schoen langzaam. Daarnaast een ampul - welk medicijn werd hier dan zo'n 100 jaar geleden toegediend? Er is ongetwijfeld veel afval in het noordpoolgebied, maar als je je gedachten even laat afdwalen, kun je je de diverse verhalen errond weer inbeelden: "Een Noorse mijnwerker kookt moeizaam zijn ochtenddrankje in een miezerige bui voor hij in de mijn afzakt om naar kolen te graven." Omdat mensen zich meestal storen aan en concentreren op het afval dat rondslingert zijn ze meestal niet meer in staat zich de oorzaak en de context van de rommel in te beelden. Maar deze objecten zijn, net als in de Alpen, hedendaagse getuigen van de lokale geschiedenis. Zo vond men in het gletsjergebied rond Spitsbergen overblijfselen van de Duitse Wehrmacht, die haar oorlogsgrens had verlegd tot aan de hoge Noordpool (Afbeelding 3) . De Noorse regering beschouwt deze artefacten als "onderdeel van het landschap", wat wil zeggen dat het er onafscheidelijk mee verbonden is. Het is dus bij wet verboden om deze "rommel" te verwijderen, om het landschap 'schoon' te maken of om wat dan ookals souvenir mee te nemen. Vrijwel het hele gletsjerlandschap is dus een museum dat blootgesteld is aan de invloed van het klimaat.

2

3

GLETSJERS HEBBEN EEN GEHEUGEN Terug van het Hoge Noorden naar het hooggebergte. Gletsjers hebben een geheugen. Al wat de mens op een gegeven moment op het ijs heeft achtergelaten, blijft er. Doorheen de jaren wordt alles wel door de meedogenloze beweging van het ijs vervormd: objecten zakken weg en komen uiteindelijk weer aan de oppervlakte. IJs staat nu bekend als een klimaatarchief. Over honderdduizenden jaren heen kan men het klimaat van het verleden uit de vele lagen compact ijs lezen. Belangrijke gebeurtenissen zoals vulkaanuitbarstingen zijn betrouwbare tijdsindicatoren, waarbij donkere asstroken hardnekkig in het diepe ijs blijven zitten en hun tijdstempel afdrukken. Maar helaas werd niet alleen as over de atmosfeer verspreid: in de vorige eeuw had men ook kunstmatige radionucliden (nvdr isotopen van elementen met een onstabiele atoomkern die door radioactief verval overgaan in andere elementen). De globalisering vindt niet alleen op het land plaats, maar ook (en voornamelijk) in de lucht. Als saharazand grote afstanden overheen de continenten kan overbruggen om zich dan in de Alpen in de sneeuw te vestigen, dan kan elk ander deeltje dat ook.

in de Alpen afgezet. Tot nu werden vooral bosgronden, weilanden of speelplaatsen onder observatie gehouden. Maar heel langzaam spuugt de gletsjer uit wat hij al vele jaren heeft opgeslagen: radioactief materiaal afkomstig van gletsjerafzettingen komt nu vrij via het smelten ervan. De dosis zou geen reden tot bezorgdheid moeten zijn, maar het feit alleen al zou ons aan het denken moeten zetten. Gletsjers hadden al altijd een zeer goed geheugen. Maar ze zouden dat geheugen langzaamaan kunnen verliezen, wat voor de mens niet noodzakelijk gunstig is.

Tsjernobyl, hĂŠt symbool van een kernongeval in de jaren tachtig, heeft vandaag de dag nog steeds een blijvend effect op ons. Een gewone sterveling staat er niet bij stil, maar ongeveer 12% van de radioactieve fall-out, waarvan de oorsprong aan Tsjernobyl kan worden toegeschreven, werd door ongunstige weersomstandigheden

57


DE DRUK VAN KLIMAATVERANDERING OP HET WINTERTOERISME: NIET ONDER HET TAPIJT WEGSTEKEN

In bijna alle skigebieden wordt, als gevolg van de enorme klimatologische druk (onder andere door het wintertoerisme), gezocht naar manieren om het sneeuwseizoen veilig te stellen of indien nodig het zelfs te verlengen: het is nu bijna onmogelijk een uitgebreid artificieel sneeuwsysteem te ontlopen. Maar dat gaat onvermijdelijk gepaard met enorme infrastructurele werken, grote investeringen en een hoog energieverbruik. Bovendien bemoeilijken de vaak ongewoon hoge temperaturen, vooral aan het begin van het seizoen, de sneeuwproductie. De toevoeging van een ijskernpreparaat (SnoMax) voor een betere sneeuwvorming in de sneeuwkanonnen wordt afgeraden vanwege omstreden praktijkervaringen en vanwege het Reinheitsgebot (de zuiverheidswet) voor kunstsneeuw in Oostenrijk. Daardoor wordt de uitbating van gletsjerliften erg beperkt: sommige pilaren van skiliften zijn enkel verankerd in het afnemende gletsjerijs. Het is dus dringend noodzakelijk actie te ondernemen, gezien het feit dat de hele zomer een aaneengesloten seizoen wordt.

DE OPLOSSING VOOR SKIGEBIEDEN IN GLETSJERGEBIEDEN Geotextiel is sinds enkele jaren is dé oplossing voor het behoud van sneeuw en ijs. Polypropyleenvlies, dat in de civiele bouwsector al langer wordt gebruikt, beslaat nu op de alpiene gletsjerhellingen in de zomermaanden een oppervlakte van meer dan 500 ha, wat overeenkomt met meer dan 700 voetbalvelden. In mei wordt de folie uitgerold en aan elkaar gelast, na de zomer moeten ze weer worden opgerold vóór de eerste grote sneeuwval. Wat in Zwitserland liefkozend "Pflästerli" wordt genoemd, is in gletsjerskigebieden wegens de grote economische impact nog nauwelijks weg te denken. Deze witte folie heeft het grote voordeel dat ze sneeuw en ijs grotendeels isoleren en de reflectie van de gletsjer verhogen: minder aantasting van sneeuw door de smeltende energie van de zon.

4

58

Het is bewezen dat het smelten onder de folie met 70% afneemt, wat een fantastisch voordeel oplevert: na een seizoen van mei tot begin september kunnen sneeuwblokken tot mangrootte bewaard worden (Afbeelding 4). Een prachtig en goed werkend argument voor de voortzetting van het skitoerisme op de gletsjers. Maar het zou waarschijnlijk te eenvoudig zijn als deze techniek enkel voordelen zou opleveren. Het bekledingsmateriaal wordt meestal op grote schaal gebruikt op ondergrondse bouwwerven in de civiele bouwsector, waar het niet wordt blootgesteld aan de weersomstandigheden. Bij de toepassing in het hooggebergte wordt de folie echter blootgesteld aan hoge windkrachten. Hoewel de UV-bestendigheid door de fabrikant gegarandeerd wordt, blaast de wind grote hoeveelheden polypropyleenvezels van de vliesbinding over het hoog alpine landschap. Toch zijn deze folies niet de enige oorzaak van aanwezigheid van kunststof. Bovendien geloofde men ten onrechte dat zij slechts een zeer lokaal effect zouden hebben. Maar ook hierin hebben we ons grondig vergist: geen enkel leefgebied op aarde kan als geïsoleerd worden beschouwd. Op lange termijn wordt iedereen en alles door alles en iedereen beïnvloed. Zelfs gebieden die we als onaangetaste referentie voor de beoordeling van een ecologische impact willen beschouwen, zijn er meestal door beïnvloed. Bijna niemand gaat ervan uit dat microplastics op de Jamtalferner te vinden zouden zijn. Toch blijkt de wind het beste transportmiddel voor kleine partikels van lagere hoogtes, en dus vinden we ook hier steeds meer kleine plasticdeeltjes in het ijs en de sneeuw van de gletsjer. Microplastics op de bergen, dat had niemand verwacht, toch?.


BESLUIT HEBBEN WE DE REKENING GEMAAKT ZONDER DE GASTHEER?

Deze zin doet ons nadenken over wie er op de gletsjers eigenlijk de gastheer is, en wie de gast. Als we proberen de hele gletsjerinfrastructuur even weg te denken, blijft in principe de natuur als gastheer over. Wij als gebruikers - in welke vorm dan ook - zijn dan de gast. De bovengenoemde dekkingsmaatregelen zijn ontegenzeggelijk noodzakelijk. De economische urgentie probeerde een duurzame oplossing te bieden voor de inkrimping van gletsjerpistes. Men had dan ook een materiaal gevonden dat compatibel leek met het milieu en dat tegelijkertijd een positief effect had. In die zin heeft men in eer en geweten gehandeld. Na verloop van tijd zijn we echter tot andere inzichten gekomen. Maar welke ondernemer in de toeristische sector zal de bron van de vervuiling via microplastics onder ogen willen zien? Het onderwerp is zeer actueel - een onlangs gepubliceerde studie toont aan dat de plasticvervuiling op de Forni Gletsjer (Ortler Alpen - Italië) dezelfde proporties aanneemt als de hoeveelheden in de oceanen (Ambrosi et al., 2019). De feiten zijn duidelijk: er zijn dringend maatregelen nodig om het reflectievermogen op de gletsjerpistes te verhogen. We mogen het probleem niet langer voor ons uit schuiven, maar we moeten de handen in elkaar slaan om tot een duurzame oplossing te komen. In de eerste plaats moeten hier de Stubaier Gletscherbahnen worden genoemd, die sinds het begin van deze onderzoeken de grootst mogelijke steun en openheid hebben getoond. De nieuwe kennis over en onze ervaring met het materiaal van de sneeuwfolies moeten ons ertoe aanzetten verder te zoeken optimalisatie. Dat vereist een evenwicht tussen de economische belangen van de toeristische industrie en de verenigbaarheid met het milieu.

Vuilnis kan worden beschouwd als een spiegel van onze samenleving. Vuilnis vertelt ons altijd een verhaal over onze beschaving: hetzij door historische voorwerpen die door het ijs worden vrijgegeven, hetzij door de aard van het afval, zoals kunstmatige radionucliden. Kunststof blijft zeer lang in het milieu. Hoe hoger de locatie, hoe langer het verteringsproces...het is gekomen om te blijven. Kunststofvervuiling is al lang geen lokaal probleem meer. Het transport over lange afstanden door de wind brengt de hardnekkige vracht ook naar regio's die niet door mensen worden beïnvloed. Alpiene hightech apparatuur wordt beschouwd als een serieuze bron van plastic deeltjes in sneeuw en ijs, die uiteindelijk het smeltwater bereiken en zo in de voedselketen terechtkomen: Gore-Tex vezels, fleece, ademende kleding - al deze ontwikkelingen dragen bij aan het gehalte van microplastic in het milieu. De uitgebreide gletsjerafdekking met polypropyleenvlies voor verhoging van de weerkaatsing leek compatibel te zijn met de natuur, maar nu blijkt het een massale bron te zijn van kunststofvervuiling. De roep om geoptimaliseerd materiaal wordt steeds luider.

In samenwerking met de fabrikanten, de gletsjerspoorwegen (die de grootste bereidheid tot samenwerking hebben getoond om dit probleem aan te pakken) en de wetenschappelijke gemeenschap, wordt gehoopt op meer respect voor de gastheer.

Afbeelding 1 Relieken uit de wereldoorlogen: De tank van een klein vliegtuig, toevallig gevonden tijdens een wandeling van de Rotmoosferner Afbeelding 2 & 3 Artefacten in het gletsjergebied bij Spitsbergen worden door de Noorse overheid beschouwd als een cultuurgoed. Het museum is het landschap en het maakt niet uit of de oude oven van mijnwerkers is (Afbeelding 2) of de verlatenheid van de Duitse Wehrmacht voorstelt (Afbeelding 3). Het is het verboden deze relikwieën te verwijderen. Afbeelding 4 Gletsjerskigebieden "isoleren" sneeuw en ijs door ze te bedekken met folie. Deze polypropyleenvliezen zijn afkomstig van de bouwsector en door het verhogen van de reflectie wordt de smelting in de zomermaanden tot 70 % gereduceerd. Het materiaal is UV-bestendig, maar het is nu aangetoond dat de vezels van dit vlies worden meegesleept door de wind.

59


Tekst Jan Cools

Lawines:wat drijft ze?

Een lawine meemaken kan dodelijk zijn. Maar hoe schat je het lawinerisico in? Wat zijn de drijvende krachten achter lawines? Hoe hou je rekening met het lawinerisico? Dit artikel geeft enkele eenvoudige antwoorden. Wil je meer weten, vooral dan hoe je die kennis in de praktijk brengt? Volg dan een KBFstage.

stop or go De Oostenrijkse ‘Stop or Go-methode’ is voor de KBF de standaardmethode waarmee je beslist wat je kan doen in de sneeuw. Het team achter Stop or Go maakt zich sterk dat 80% (1) van de lawineslachtoffers kunnen vermeden worden als de methode correct wordt toegepast . De meeste lawines worden immers door bergsporters zelf veroorzaakt. De Oostenrijkse Alpenclub (AÖ) vat Stop or Go samen in de Duitstalige ‘Cardfolder Skitouren’ (1). Je vindt er ook het Stop or Go-kaartje in. Samen hebben ze de grootte van een visitekaartje en zijn ze makkelijk mee te nemen op tocht. Ze beschrijven kort hoe je je moet voorbereiden op een wintertoer, wat je kan doen en waar je op moet letten als je in het sneeuwlandschap bent. De Stop or Go-methode is bruikbaar voor alle alpiene wintertochten met toerski’s, splitboard of sneeuwschoenen. De methode bestaat kort samengevat uit twee ‘checks’. Bij check 1 beslis je aan de hand van het lawinerisico welke tocht je kan maken, en welke opties er zijn om uit te wijken. Bij check 2 evalueer je de lawineproblemen in het terrein. Belangrijke vragen die je bij check 2 beantwoordt: Is er verse sneeuw gevallen? Zie ik door de wind verplaatste sneeuw (driftsneeuw)? Zie ik natte of doorweekte sneeuw? En vormt die sneeuw een gevaar voor mij? Of vormen de volgende twee erg moeilijk in te schatten ‘lawineproblemen’ het risico: glijdende sneeuw (‘Gleitschnee’) of oude sneeuwlagen (‘Altschnee’)?Om de inhoud van deze samenvattende info voldoende te begrijpen, biedt de KBF lawinecursussen aan in België en in het buitenland. Theoretische achtergrond is nodig, praktijkervaring essentieel. In dit artikel, ga ik kort in op de mogelijke lawinerisico’s en hoe je er mee omgaat.

60


Lawinegevarenschaal In Europa is afgesproken om het lawinerisico op een uniforme manier weer te geven. De Europese lawinegevarenschaal gaat van 1 tot 5. Lawinegevaar 1 betekent gering lawinerisico. Lawinegevaar 5 staat voor zeer groot lawinegevaar. De lawinegevarenschaal is een exponentiële schaal. Dat wil zeggen dat het risico bij lawinegevaar 2 (matig risico) bijvoorbeeld 2 keer zo groot is dan bij lawinegevaar 1 (gering risico). Bij lawingevaar 3 (verhoogd risico) is het risico vier keer zo groot als bij lawinegevaar 1. Activiteiten plannen is het eenvoudigst bij lawinegevaar 1, 4 of 5. Tijdens lawinegevaar 1 is bijna alles mogelijk. Bij lawinegevaar 4 is erg weinig mogelijk en bij 5 blijf je veilig thuis. De moeilijkheid zit in het plannen bij matig (2) en aanzienlijk (3) lawinegevaar. Dan zijn vele tochten mogelijk, maar slechts onder bepaalde voorwaarden. Ook zijn er extra voorzorgsmaatregelen nodig. Het is dan natuurlijk belangrijk om in te schatten waar je kan komen, waar niet en wat je dan best doet. Planning vooraf is hierbij even belangrijk als het inschatten van de sneeuwsituatie ter plaatse. Een lawinebericht, vergelijkbaar met een weerbericht, gebruikt de lawinegevarenschaal om aan te duiden wat het lawinerisico is in een bepaald gebied. In regel wordt immers van december tot april dagelijks en per regio een lawinebericht opgesteld. Voor winterbergsporters is het dagelijks uitpluizen van het lawinebericht essentieel. Lawineberichten vind je online. Je vertrekt hiervoor best op www.avalanches.org. Van daaruit klik je door naar regio waar jij gaat sneeuwsporten. Indien je niet over internet beschikt, dan kan je het lawinebericht voor enkele regio’s ook telefonisch of per sms verkrijgen.

Voetnoten (1) 'Stop or Go Cardfolder 2019: 'https://www.alpenverein.at/portal_ wAssets/docs/bergsport/sicheramberg/cardfolder/2019/SkitourenCF-2019-20.pdf' (2) https://avalanche.report/education/dangerscale (3) https://www.slf.ch/de/lawinen/lawinenkunde-und-praevention/ lawinenarten.html

betekenis Stabiel en goed gebonden sneeuwdek. Lawines kunnen lokaal voorkomen op extreem steile hellingen bij een grote belasting (door bergsporters). Spontaan komen enkel kleine en middelgrote lawines voor.

Wat is mogelijk? Meeste tochten mogelijk. Evt. afstand houden bij extreem steile afdalingen

betekenis Het sneeuwdek is goed gebonden, behalve op steile hellingen. Een grote belasting kan lawines uitlokken op hellingen >40°. Zeer grote spontane lawines onwaarschijnlijk. .

Wat is mogelijk? Plan nauwkeurig. Tochten mogelijk op hellingen <40°. Letten op helling in de omgeving van je spoor (20m langs beide zijden).

betekenis Het sneeuwdek is op vele hellingen matig tot zwak gebonden. Een geringe belasting kan lawines losmaken, zeker op hellingen >35°. Grote en zeer grote lawines kunnen spontaan voorkomen.

Wat is mogelijk? Tochten op hellingen <35°. Letten op de helling van de volledige wand waar men op sneeuwschoent of skiet. Voorzichtige routekeuze. Lokaal sneeuwcondities checken.

betekenis Het sneeuwdek is zwak gebonden. Een geringe belasting kan lawines losmaken. Spontane grote en zeer grote lawines waarschijnlijk op veel plaatsen.

Wat is mogelijk? Tochten niet aangeraden. Blijf op hellingen <30°. Passeer niet onder steile hellingen. Je kan bedolven geraken onder spontane, natuurlijk losgemaakte lawines.

Betekenis Het sneeuwdek is zwak gebonden en instabiel. Grote en extreem grote lawines komen spontaan voor, ook op matig steil terrein.

Wat is mogelijk? Tochten niet aangeraden.

61


meest dodelijke lawinerisico De meeste dodelijke slachtoffers (50%) vallen bij het ogenschijnlijk minder gevaarlijke lawinerisico 3, gevolgd door lawinegevaar 2 (30% van de slachtoffers). De site ‘avalanche.report’ geeft hiervoor de cijfers(2). Dat is enerzijds te verklaren door het vaak voorkomen van dit lawinerisico. Op gemiddeld 50% van de winterdagen komt lawinegevaar 2 voor. Lawinegevaar 3 komt gemiddeld 30% voor. Anderzijds schatten bergsporters het risico bij lawinegevaar 2 en 3 lager in. Ook belangrijk is het om te weten dat het risico bij lawinegevaar 1 weliswaar laag is, maar niet onbestaande. Ongeveer 5% van de dodelijke slachtoffers valt bij lawinegevaar 1. Plaatlawines zijn bovendien de oorzaak van 90% van de slachtoffers (3). Plaatlawines zijn lawines waarbij een vaak dikke sneeuwlaag afbreekt en als een plaat naar beneden komt. Een gladde onderliggende sneeuwlaag, de zogenoemde zwakke sneeuwlaag, werkt als een glijbaan zodra de bovenste sneeuwplaat afbreekt. Bij gevaarlijke sneeuwcondities kunnen bergsporters het labiele evenwicht verstoren en de sneeuwplaat losmaken. De bovenste sneeuwlaag breekt, en schuift over de zwakke sneeuwlaag naar beneden. De typische sneeuwplaatlawine heeft volgens het Zwitserse onderzoeksinstituut SLF(3) een dikte van gemiddeld 0,5 m, een breedte van 50 m en lengte van 150 m. Gezien sneeuw minder weegt dan water (2 tot 10 x minder), komt met de gemiddelde plaatlawine ongeveer 375-1875 ton sneeuw naar beneden. De meest plaatlawines komen los op hellingen van 35-40° op schaduwrijke hellingen, dat zijn noord en oost gerichte hellingen. Werner Munter beschrijft in zijn 3x3 methode dat de gladde of zwakke sneeuwlaag ontstaat door sterke vriestemperaturen. IJskristallen kunnen aan de oppervlakte of diep in het sneeuwprofiel gevormd worden. IJskristallen aan de oppervlakte worden rijm of rijp genoemd, een letterlijke vertaling van de Duitse term ‘Oberflächereif’ en soortgelijk aan het Franse ‘givre de surface’. Rijm wordt gevormd in ijskoude en wolkenloze nachten, meestal in open terrein. Sneeuw verdampt en condenseert dan terug tot ijs. Rijm vormt zich in de vorm van een scheermes. Hoe sterker en hoe langer de vriestemperatuur duurt, hoe groter de ijskristallen (in de vorm van een scheermes). Rijmkristallen kunnen tot enkele centimeters groot worden. Rijm is mooi om te zien, schitterend in de reflectie van de zon, en makkelijk te herkennen. Op zich is rijm niet gevaarlijk, maar eens bedekt door nieuwe sneeuw, vormt rijm een zwakke sneeuwlaag, een oorzaak voor plaatlawines. Worden ijskristallen in de diepte gevormd, dan worden ze ‘bekerkristallen’ genoemd, omdat ze microscopisch de vorm van een beker hebben. De Engelse term voor bekerkristallen is ‘sugar snow’ en geeft duidelijker weer waar het over gaat: losse ijskristallen die lijken op kristalsuiker. Het Franse ‘gobelets’ en Duitse ‘Becherkristalle’ verwijzen dan weer naar de bekervorm. Andere termen zijn diepterijm of diepterijp, analoog aan ‘givre de profondeur’ en ‘Tiefenreif’. Bekerkristallen vallen gewoon uit mekaar als je ze vastneemt. Bij bekerkristallen is het temperatuurverschil tussen bodem en lucht de drijvende kracht. De bodem onder een sneeuwlaag is typisch 0°C en dus warmer dan de vriestemperatuur in de lucht. Dat temperatuursverschil zet zich door in het sneeuwdek. Sneeuwkristallen in de diepte, aan het bodemoppervlak, worden waterdamp door een proces dat noemt sublimatie. Vervolgens stijgt de waterdamp op doorheen het sneeuwdek tot de temperatuur weer laag genoeg is, en de waterdamp weer bevriest in de vorm van bekerkristallen.

62

Waar de sneeuw sublimeerde ontstaan ook holtes, een tweede reden voor minder stabiliteit van het sneeuwdek. Ook bestaande ijslagen, bv. ingesneeuwde rijm, groeien aan met bekerkristallen in dit proces. In de loop van de winter kunnen op verschillende dieptes bekerkristallen gevormd zijn. check 1: Hellingsgraad In de Stop or Go-methode is de hellingsgraad een belangrijk instrument bij de routekeuze. Online hellingskaarten, waar de hellingen steiler dan 30° in kleur aangeduid zijn bovenop topokaarten, zijn daarom ook super nuttig. Websites waarop je zo’n hellingskaarten kan vinden zijn doorgaans betalend: ‘outdooractive. com’ (of het broertje ‘alpenvereinaktiv.com’) of de Zwitserse White Risk portal. Op geoportail.gouv.fr vind je de ‘cartes des pentes’ voor Frankrijk gratis. Het niveau van detail voor de hellingskaarten verschilt tussen de landen. In Duitsland, Oostenrijk en Noord-Italië is het kleinste detail 10 m, in Zwitserland is dat 2 m en in Frankrijk 5 m. Het verschil in detail in de hellingskaarten komt door het verschil in afstand tussen twee hoogtelijnen. Matig steil (<30°) wordt in het wit aangeduid, steil (30-34°) in het geel, heel steil (35-39°) in het oranje en extreem steil (>40°) in het rood. Als je je geplande tocht uitstippelt op de hellingskaart, heb je meteen een goed idee van wat mogelijk is. In de praktijk loop je natuurlijk niet op digitale sneeuw. In de realiteit moet je ook de hellingsgraad kunnen inschatten. Dat kan je meten ter plekke met je skistokken, maar bijvoorbeeld ook met de app ‘KBF-tochtplanner’. Deze hellingsgraden komen ook voor in het lawinebericht, en in de richtlijnen van de Stop or Go-methode. Stop or Go geeft volgende richtlijnen. Witte zones zijn mogelijke bij gevarengraden 1-4. Gele zones zijn mogelijk bij lawinegevaar 1 tot en met 3. Op oranje hellingen kom je best enkel bij lawinegevaar 1 en 2. Moet je toch door een kort oranje stuk, houdt dan minimum 10 meter afstand bij het stijgen en nog meer bij het dalen. Rode zones vermijd je best. Hou er ook rekening mee dat het risicogebied vergroot naarmate het lawinerisico stijgt. Bij lawinegevaar 2 is het voldoende te kijken naar de maximale helling op 20 meter links en 20 meter rechts van je route. Bij lawinegevaar 3 vormt de volledige helling een risico. Lawines kunnen ook boven of onder je loskomen.

•Wit: <29° (trekking mogelijk bij lawineschaal 1-4) • Geel: 30 - 34° (bij klasse 1-3 ok) • range: 35 - 39° (bij klasse 1-2 ok) • Rood: > 40° (vermijden)

Zuidwestelijk gerichte helling

Noordelijk gerichte helling

Oostelijk gerichte helling


Hellingsrichting of oriëntatie In het lawinebericht wordt ook aangeduid in welke hellingsrichting, of oriëntatie, en op welke hoogte het lawinerisico groter is. De hellingsrichtingen worden aangeduid met behulp van een windroos. In het voorbeeld hieronder, zijn op de dag van het lawinebericht de hellingsrichtingen van noordwestelijk tot en met oostelijk het meest risicovol. Schaduwgerichte hellingen (N-O) zijn bijvoorbeeld gevaarlijk bij ingewaaide sneeuw en een zwakke sneeuwlaag terwijl zongerichte hellingen (Z-W) eerder problematisch zijn bij natte sneeuw en glijdende sneeuw. Drijvende krachten (zie onderstaande overzicht)

CONCLUSIE

In Europa omschrijft men in het lawinebericht op een uniforme wijze typische ‘lawineproblemen’. Hierbij worden de onderstaande symbolen gebruikt. De mogelijke lawineproblemen zijn: verse (of nieuwe) sneeuw, driftsneeuw, een oude sneeuwlaag, natte sneeuw en glijdende sneeuw. Na de implementatie van deze ‘lawineproblemen’ in de lawineberichten pastte men in Stop or Go ‘Check 2’ hieraan aan. Men integreerde er de begrippen ‘oude sneeuw’ en ‘glijdende sneeuw’ in.

Het lawinerisico goed kunnen inschatten vraagt heel wat ervaring en inzicht in zowel de theorie als de praktijk. Essentieel hierbij zijn het correct begrijpen van het lawinebericht, het correct toepassen van een strategie zoals Stop or Go en continue evaluatie in het terrein. De KBF biedt cursussen in België en stages in de bergen aan om beter en veiliger te leren omgaan met lawinegevaar. Als je zelfstandig in de winter de bergen in wil gaan, is het absoluut noodzakelijk om voldoende inzicht in lawinekunde én ervaring op het terrein te hebben.

Lawine probleem

© Pixabay

Betekenins

Waar op letten?

Verse sneeuw: Verse sneeuw stabiliseert onder gunstige omstandigheden (rond de 0°C!) pas na 1 à 3 dagen. Gevaar: sneeuwplaatlawines en poedersneeuwlawines in heel het gebied. Vanaf 20-30cm nieuwe sneeuw op 1 dag of nacht.

• Het probleem ‘verse sneeuw’ (of ‘nieuwe sneeuw’) is doorgaans vrij eenvoudig te herkennen) / Recente lawines zijn vaak zichtbaar / Wacht tot de sneeuw zich zet (2 à 3 dagen) / Weinig uitwijkmogelijkheden / Vermijd grote belasting. Dus: ontlastingsafstanden en niet vallen. Vallen verhoogt de kans op het veroorzaken van een lawine.

Driftsneeuw: Bij sterke wind en vriestemperatuur <-8°C, kan 10cm nieuwe sneeuw al genoeg zijn voor een plaatlawine. Wind verplaatst sneeuw en zorgt voor driftsneeuw. Dit is ‘gebonden sneeuw’ en die vind je in kommen en geulen en op lijzijdes. Herkenningstekens: sneeuwoverhangen, windkolken, sneeuwduinen, whoem-geluiden, scheuren in het sneeuwdek, enz. Verstoring door bergsporters kan een plaatlawine uitlokken.

• Herken de locatie van driftsneeuw of ingewaaide sneeuw dankzij windtekens (sneeuwoverhang, sneeuwduinen, scheuren, …) en windrichting. • Ook dit probleem blijft in regel enkele dagen bestaan. Op schaduwhellingen (veel lager dan 0°C) zelfs veel langer dan enkele dagen. • Vermijd overgangen met weinig naar veel of harde naar zachte sneeuw!

Zwakke sneeuwlaag: Een onderliggende sneeuwlaag laat moeilijk verbinding met bovenliggende sneeuw toe. De zogenoemd zwakke sneeuwlaag (met ‘bekerkristallen’, ‘zwemsneeuw’ of ‘rijm’) werkt als een glijbaan voor de bovenliggende sneeuw. Het kan op grote en kleine schaal voorkomen. Treedt vaak in combinatie met andere lawineproblemen op.

• Meest gevaarlijke en dodelijke lawineprobleem. • Lawines zijn moeilijk te voorspellen. • Kan weken tot maanden blijven bestaan. • Kan in elke windrichting of op elke oriëntatie voorkomen, maar toch eerder op schaduwhellingen en op van windinvloed beschutte hellingen. • Vermijd steile hellingen en gedraag je erg defensief! • Let op met overgangen van weinig naar veel sneeuw.

Natte sneeuw: Regen of smeltwater sijpelt in het sneeuwdek waardoor het zijn binding verliest of waardoor een waterfilm ontstaat waarop een deel sneeuw aan het glijden gaat. Het makkelijkst te herkennen lawineprobleem. Zorgt vaak voor spontane natte-sneeuw(plaat)lawines.

Na een koude heldere nacht is het ’s ochtends doorgaans veiliger. Terwijl een bewolkte nacht en hogere temperaturen onmiddellijk voor problemen zorgen. Regen verzwakt bijna onmiddellijk een sneeuwlaag. Tijdsplanning is dus belangrijk.

Glijdende sneeuw: Volledige sneeuwdek komt naar beneden, doorgaans op gladde ondergrond (gras of rotsen). De bodem treedt hier op als de gladde, zwakke laag. Typisch bij een erg dik, massief sneeuwdek of bij een 0°-isotherm.

Moeilijk te voorspellen. Glijdbarsten zijn een teken van een mogelijke lawine. Bron: www.avalanches.org

63


Tekst en foto's Koen Hauchecorne en JC Vittoz

Onbekend is onbemin

Jean-Claude Vittoz Jean-Claude Vittoz: welke rotsklimmer die op het www zoekt naar minder bekende massiefjes is die naam nog niet tegengekomen? Zijn blog http://infos-escalade.blogspot.com bevat heel wat informatie voor wie onbekend terrein wil opzoeken. Hij heeft heel eigen, uitgesproken meningen over het rotsklimmen, en dat maakt hem tot een soms gecontesteerde, maar interessante figuur. KBF zocht de man op en werd door de enthousiaste spraakwaterval hartelijk ontvangen. Een interview.

KBF: wie is Jean-Claude Vittoz?

KBF: van waar die passie?

JCV: eigenlijk ben ik Zwitser van geboorte (jaargang 1947). Ik heb trouwens nog steeds de dubbele nationaliteit, maar al op jonge leeftijd ben ik naar België gekomen. Ik was altijd met sport bezig. Aanvankelijk als fervent (veld)loper, maar dat veranderde toen ik in 1967 de speleologie en het klimmen ontdekte.

JCV: sommigen zeggen dat route openers hun ding doen om er bekend door te worden, opdat hun naam zou vermeld worden in een topo of een tijdschrift. Misschien zijn er zo wel enkele, maar volgens mij zijn die zeldzaam. Wie zoiets zegt of denkt, heeft nooit een route geopend! Wie de vermoeidheid heeft gekend na een dag werken op de rotsen (een vermoeidheid die veel groter is dan na een dag rotsklimmen), wie heeft ondervonden hoeveel moeite het soms kost om alleen al maar bovenaan een rotswand te geraken, wie de stress heeft gekend die gepaard gaat met het openen van een route van onder uit, wie de loodzware zakken met materiaal heeft gedragen, wie blaren op de handen heeft gehad van het routineuze werk, wie thuiskwam met het gezicht, neus en oren vol stof en vuil na de eindeloze uren borstelen, poetsen, snoeien en hakken, die weet dat de motivatie van een route opener anders is. Het is een altruïstische passie. De passie om iets te creëren met het simpele doel om de klimmers nieuwe routes te kunnen aanbieden. De meeste route openers zijn vrijwilligers. Hoewel ze tegenwoordig vaak hun materiaal krijgen van de federaties, investeren ze dagen en sommigen weken van hun vrije tijd in dit werk, en zijn hun transportkosten ten eigen laste. Jean-Claude voegt er nog aan toe: ‘Mieux vaut ouvrir une voie, celles

Daarna ging het snel. Al in april 1973 opende ik mijn eerste klimroute, op de ‘Dalle d’Esneux’ (nvdr: ‘La Thérèse’, naar de vrouw die ruim 50 jaar zijn levensgezel was, maar na een slepende ziekte in 2019 overleed). Er zijn er meer dan 460 gevolgd, en ik blijf bezig. KBF: hoe deed je dat, de ultralichte boormachines op batterijen die we nu kennen, bestonden toen nog niet? JCV: oh, dat was ondenkbaar toen. Net zoals het ondenkbaar was om een route ‘van boven uit’, in toprope te openen. De term ‘toprope’ bestond zelfs nog niet. We begonnen aan de voet van de rots en wroetten ons door onbekend terrein omhoog. Ik ben wel snel overgeschakeld op een snoerloze boormachine. Een op benzine, die woog echter maar liefst zes kg. Ontelbare malen heb ik brandwonden opgelopen als ik per ongeluk de hete verbrandingskamer aanraakte.

64

existantes, on peut toujours y revenir plus tard… ‘


nd, is onbeklommen KBF: en je klimt nog steeds, ook in de klimzaal wellicht?

JCV: ik heb nog nooit de binnenkant van een klimzaal gezien, dat is voor mij tegennatuurlijk. Dat is een andere sport. KBF: alpinisme?

JCV: ik was, ben en zal dat wel altijd blijven, een groot liefhebber van de Dolomieten. Mijn eerste route daar was de Spigolo Dibona op de Cima Grande di Lavaredo, maar ik heb ook de Spigolo Giallo op de Cima Piccola beklommen, en ook de Comici op de Noordwand van de Cima Grande, en de Aste op de Noordwand van de Civetta, staan op mijn palmares. In Chamonix klom ik de Noordwand van de Tour Ronde, de Rébuffat op de Zuidwand van de Aiguille du Midi. En de Mont Blanc, natuurlijk (in die tijd was dat nog geen autostrade naar boven). En, niet te vergeten, op mijn 69ste: de Madier op de Dibona in het Ecrins Massief. KBF: noem ook eens wat van jouw realisaties op het vlak van behaken?

JCV: (ademt even diep in voor een lange opsomming te geven waarvan we de voornaamste hier vermelden): la Dalle d’Esneux, la Roche Grise à Comblain-au-Pont, la Grosse Roche à Trooz, la Dalle de Chanxhe (jammer genoeg terug in exploitatie genomen door een steengroeve-uitbater), la Rochette, Tabreux, Huccorgne, Rocher de Ham, Roc-a-l’Aisne, Juzaine, Grésiére, Dalle de Beaufort, Le Fond des Cris, le Rocher d’Heure, .. (nvdr: een volledige lijst is te vinden op Vittoz’ blog: echosrochassiers.blogspot.com/2018/07/normal-021-j-c-vittoz-mes-realisation.html). (n.v.d.r. Een groot deel van deze massieven werd in het verleden voorgesteld in de rubriek ‘Onbekend is onbeklommen’). KBF: nooit gedacht om een topo uit te geven? JCV: oh, maar die bestaan hoor. «Itinéraires d’escalades» (n° 1 uit 1989, en 2 uit 1999), jammer genoeg beiden uitverkocht (nvdr: maar nog te vinden in de bibliotheek van KBF).

KBF: sommigen beweren dat jouw routes niet aan de moderne behaking normen voldoen? JCV (ook deze repliek laten we onvertaald): ‘Quand on fait quelque chose, on provoque des critiques chez trois catégories de personnes, celles qui font la même chose, celles qui font le contraire et surtout celles qui ne font rien…‘ KBF: al 20 jaar is er in Wallonië een decreet dat klimmen op en behaken van een rotsmassief slechts mogelijk maakt mits het bekomen van een milieuvergunning. Dergelijke vergunningen zijn er niet voor ‘jouw’ massieven, het beklimmen ervan is daarom strikt genomen een onwettige activiteit. Baart jou dat geen zorgen? JCV: toch wel hoor, daar ben ik vaak ongerust over. Ik ben een groot natuurliefhebber en dierenvriend, maar soms gaat men te ver, soms stelt men onnodig veel eisen en meet men met twee maten en gewichten. Er is bijvoorbeeld de Roche Grise te Comblain-au-Pont (nvdr: met de prachtige maar veeleisende ‘Traversée Vittoz’). Daar heb ik echt veel tijd in gestoken, maar het klimmen is er nu verboden. Het gaat weliswaar om een Natura 2000-gebied, maar vele populaire klimgebieden zijn dat ook. Freyr en de Paradou, om er maar enkele te noemen. KBF: hoe zie jij de toekomst van het rotsklimmen in België? JCV: ik ben pessimistisch op dat vlak. Vandaag komen vele klimmers uit de zaal, maar ze verwachten dezelfde veiligheidsgaranties aan de rotsen. Dat is utopisch! Risicoloos klimmen op een rotsmassief is onmogelijk, zelfs met een tussenzekering om de twee of drie meter (waarbij de oorspronkelijke behaking niet gerespecteerd wordt). De meeste klimongevallen zijn te wijten aan menselijke fouten. Daarom ben ik een tegenstander van deze banalisering van onze sport, en een voorstander van het creëren of behouden van wat ik ‘des sites terrain semi-aventure’ zou willen noemen: klimmassieven met een meer ‘luchtige’ behaking, waar de klimmer zelf mobiele zekeringsmiddelen kan aanbrengen en moet leren omgaan met de stress en de mentale belasting die dat met zich mee brengt.

Daarnaast werk ik sedert 2002 aan een echt standaardwerk, «Blocs et Falaises de Wallonie», waarin bijna 700 beklommen, maar vooral nog onbeklommen rotsmassieven in het zuiden van België beschreven worden. Spijtig genoeg heb ik nog geen uitgever gevonden.

65


SHOP Uitgebreid aanbod in de webshop In de KBF-webshop vind je een uitgebreide keuze aan topo’s, boeken en cursussen. Bekijk het volledige aanbod op www.kbfvzw.be > webshop

De gezelligheid van een berghut in de Ardennen of de Hoge Venen Chaveehut - Rue de la Chavee 7, 5330 Maillen Ideaal gelegen tussen de verschillende rotsmassieven

Je kan in de hut maaltijden krijgen, je dient hiervoor wel telkens op voorhand alles te reserveren. Het is ook mogelijk om zelf te koken in de trekkerskeuken of te barbecuen. Er zijn vier douches en een aparte wasgelegenheid voor dames en heren. Er kan geslapen worden op het lager (41 bedden) of op de familiekamers (3 kamers voor 6p, 1 kamer voor 4p, 1 kamer voor 2p). Uiteraard zijn alle ruimtes verwarmd. Er is mogelijkheid tot kamperen op de weide aan de hut. oor Korting v de KBF, n a v n e d le andere NKBV of igingen! n Alpenvere

Vennhütte - Am Bahnhof 13, 4790 Burg Reuland Ideaal gelegen voor charmante wandelingen en fietstochten in de natuur

Er is plaats voor in totaal 32 gasten. Hiervan kunnen 20 gasten slapen op het lager (slaapzolder) in ruimtes van maximaal 8 personen. 12 gasten kunnen op kamers slapen van 2 tot maximaal 6 personen. Breng hiervoor zeker zelf je slaapzak, een 1 persoons hoeslaken en een kussensloop mee. Er is een modern sanitair, een goed uitgeruste keuken en een gezellige bar. In de hut kook je je avondmaal zelf. Ontbijt en lunchpakketten kunnen voorzien worden als je dit vooraf bestelt en betaalt. Info & reserveren: www.klimenbergsportfederatie.be/infochaveehut en www.klimenbergsportfederatie.be/Vennhütte


ruim aanbod in webwinkel BOEKEn

tOPO

1. BERGBEKLIMMEN - CURSUSBOEK BEGINNERS Hét naslagwerk over technieken voor beginnende alpinisten. Prijs: 21,00 €

1. topo MARCHE LES DAMES (uitgave 2011) Prijs: 18,00 €

2. Alpiene ervaring opdoen - Wallis Een selectie van 10 prachtige “eenvoudige” beklimmingen in detail beschreven, zodat je met vertrouwen deze tochten zelfstandig tot een goed einde kan brengen! Prijs: 19,00 € 3. Alpiene ervaring opdoen - Écrins Oost Auteur: Rogier van Rijn Beschrijft 10 prachtige routes in het oosten van de Écrins. Prijs: 19,00 € 4. ALPINE ROTSKLIMMEN - Auteur: Koen Hauchecorne Van klimschool tot hoogalpiene routes. Prijs: 20,00 € 5. De Rock Warrior’s Way - Mentale training voor sport-en rotsklimmers - Auteur: Arno Ilgner Een leidraad bij de beleving van het klimmen, maar ook bij elk avontuur in het leven! Prijs: 18,00 € 6. op de hoogte - Auteur: Koen Hauchecorne Beschrijft de geschiedenis van het alpinisme met de prestaties van tien topklimmers als leidraad. Prijs: 19,50 € 7. KILIMANJARO - John Reader Een verkenning/reisverslag/fotoboek van de hoogste berg in Afrika - Nederlandstalige uitgave. Prijs: 18,00 €

2. TOPO fREYR (uitgave 2014) Prijs: 29,00 € 3. TOPO MOZET (uitgave 2010) Prijs: 16,00 € 4. TOPO DURNAL (uitgave 2014) Prijs: 9,00 € 5. TOPO Les grands malades Prijs: 12,00 € 6. TOPO Hotton (uitgave 2015) Prijs: 9,00 € 7. TOPO CORPHALIE (HUY) Prijs: 8,00 € 8. TOPO YVOIR paradou (uitgave 2016) Prijs: 12,00 € 9. TOPO Pont-a-lesse (uitgave 2018) Prijs: 9,00 € 10. TOPO PLAIN DES FOSSES Prijs: € 8,00 € 11. TOPO Comblain la tour (uitgave 2014) Prijs: 9,00 € 12. TOPO beez (uitgave 1998) Prijs: 6,00 € 13. TOPO anhee (uitgave 2018) Prijs: 8,00 €

8. start to Via ferrata - Bart Smets Cursusboek voor beginners ® Prijs: 21,00

13. TOPO FLÔNE (uitgave 2019) Prijs: 9,00 €

susboekjes kvb

handising

®

1. KVB - cursusboekjes Deze cursusboekjes zijn bestemd voor de leerlingen, bevatten een handig overzicht van de aangeleerde technieken plus overzichtelijke illustraties. KVB KVB KVB KVB

1 (indoor Toprope - 36 pag - 12,5 cm x 9 cm) 2 (indoor voorklimmen - 48 pag - 12,5 cm x 9 cm) 3 (outdoor voorklimmen - 56 pag - 12,5 cm x 9 cm) 4 (adventure klimmen - 46 pag - 21 cm x 15 cm)

Prijs : 9,50 €/stuk (KVB 1-2-3) en 16,00 €/stuk (KVB 4) 2. Kvb ® - instructeurshandleidingen Dit is de handleiding voor docenten, inclusief de bijhorende leskaarten. KVB 1 - Indoor Toprope – 36 pag (24 cm x 17 cm) KVB 2 - Indoor voorklimmen (24 cm x 17 cm) KVB 3 - Outdoor voorklimmen (24 cm x 17 cm) Prijs : 16,00€/stuk (KVB ® is een geregistreed handelsmerk)

Buff Prijs: 15,00 € Een originele, multifunctionele nekbeschermer van het merk Buff. Ontworpen voor KBF met een subtiel, donkerblauw patroon .

DAV planzeiger Deze handige tool is onmisbaar bij de voorbereiding van je tochten. De planzeiger bevat: Schaalbalken (voor schalen 1:50.000 en 1:25.000) / Meetlat (in cm en in inch) / Gradenboog met draad (vergemakkelijkt de bepaling van de richting tussen twee punten) /Hoogtelijnenschaal (voor hellingen te bepalen in kaarten met schaal 1:25.000 en 1:50.000)


SUSTAINABLE PERFORMANCE

MICROLIGHT ALPINE In het nieuwe Microlight Alpine jacket komen onze passie voor prestatie, voor technologie en voor duurzaamheid bijeen, wat zich uit in een slimme verdeling van de isolatiebanen en het gebruik van gerecyclede grondstoffen, waardoor we onze ecologische voetafdruk verkleinen.

#WeAreRab

WWW.RAB.EQUIPMENT


Millions discover their favorite reads on issuu every month.

Give your content the digital home it deserves. Get it to any device in seconds.