Page 1


TAALSTERK NEDERLANDS VOOR ANDERSTALIGEN TAALNIVEAU B1 NAAR B2

1e druk 2014 ISBN: 978-94-90807-00-9 Copyright: KleurRijker B.V., info@kleurrijker.nl Hoofdredactie: Karine Bloks-Jekel, Hanne Boendermaker Redactie: Marieta Plattèl Auteurs: Karine Bloks-Jekel, Joanneke Halbertsma, Ina Panman, Marieta Plattèl, Rosanne Vermaat Illustraties: Joris van den Ende ‘Baracudah’, Eva Koppen Ontwerp kaft: Letty Verhoeve ‘FlyingBeeDesign’

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of op enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. www.taalsterk.nl


TAALSTERK B2

INLEIDING VOOR DE CURSIST Voor je ligt TaalSterk B2 - Nederlands voor anderstaligen. Bij dit boek hoort ook nog het materiaal op de website. Deze methode verhoogt je taalniveau van B1 naar B2. Ook kun je je hiermee voorbereiden op Programma II van het Staatsexamen NT2. Met TaalSterk B2 versterk je je taal op het gebied van woordenschat, grammatica, spelling, lezen, luisteren, schrijven en spreken. Ook verbeter je je studievaardigheden. Alle stof is verdeeld over tien interessante thema’s. Je kunt de lesmethode in een groep gebruiken, maar je kunt er ook zelf thuis mee werken. In het boek staan verschillende soorten opdrachten. Sommige opdrachten kun je alleen maken. Andere opdrachten maak je samen. Bijvoorbeeld met een andere cursist of met je taalmaatje. Icoontjes Hieronder zie je de betekenis van de icoontjes die je in het boek tegenkomt. leesopdracht

opdracht op de computer

tip

schrijfopdracht

opdracht voor buiten of thuis

let op!

spreekopdracht

opdracht met het woordenboek

Sterren In het boek staat bij alle opdrachten en teksten een aantal sterren (nul, één* of twee**). De hoeveelheid sterren geeft aan hoe moeilijk en/of belangrijk de opdracht is. geen ster * **  ?

niet zo moeilijk en/of niet zo belangrijk een beetje moeilijk en/of een beetje belangrijk moeilijk en heel belangrijk om niveau B2 te halen

Als je weinig tijd hebt, maak dan alleen de opdrachten met **. Als je een tekst of een onderwerp moeilijk vindt, maak dan alle opdrachten die erbij horen.

Woordenlijsten Op www.taalsterk.nl staat aan het begin van elk thema een woordenlijst. Op deze lijsten staan de blauwe woorden uit de teksten. Achter de woorden kun je de betekenis schrijven. Ook is er extra ruimte waar je andere woorden uit de tekst kunt schrijven. Zo kun je de woordenlijst uitbreiden met woorden die jij moeilijk en/of belangrijk vindt. Wat kun je al? Alle thema’s beginnen met een online toets: ‘Wat kun je al?’ Als je de toets maakt, geeft de computer advies welke opdrachten van het thema je moet maken (opdrachten met nul, één of twee sterren). Online Online vind je heel veel opdrachten om te oefenen met de stof. Je vindt hier ook het antwoordenboek en andere informatie, zoals lijsten met onregelmatige werkwoorden. Ga naar www.taalsterk.nl en log daar in met je inloggegevens.

2


INLEIDING VOOR DE DOCENT Voor je ligt TaalSterk B2 - Nederlands voor anderstaligen. Bij dit boek hoort ook nog het materiaal op de website. Met deze lesmethode nemen cursisten de stap van niveau B1 naar niveau B2. Ook worden ze voorbereid op het Staatsexamen NT2 Programma II. Er is veel aandacht voor de vier taalvaardigheden: lezen, luisteren, schrijven en spreken. Maar ook grammatica, spelling en studievaardigheden komen aan bod. Zo is deze methode compleet om de midden- en hoogopgeleide cursist tot niveau B2 en het Staatsexamen Programma II te leiden. De methode begint op niveau B1 en bouwt op tot B2. De teksten, opdrachten en onderwerpen worden steeds moeilijker en gaan steeds meer lijken op wat er op het Staatsexamen gevraagd wordt. Aan de opbouw van de methode liggen de actuele didactische inzichten ten grondslag: 

 

Er worden heel veel woorden aangeboden, waarvan er bijna 1.000 ook productief worden geoefend. Die komen elk ongeveer zeven keer terug in teksten en opdrachten. Bij de selectie van de woorden is rekening gehouden met frequentie, nut en het doel: niveau B2 bereiken. Verder is in de woordenlijsten ruimte waar de cursist zelf woorden uit de teksten kan noteren die hij moeilijk en/of belangrijk vindt. Op deze manier bepaalt de cursist zelf welke woorden voor hem relevant zijn om te leren. Alle opdrachten zijn opgebouwd volgens het ABCD-model van Neuner. Grammatica heeft een ondersteunende rol en is geïntegreerd in de thema’s. Hierdoor is de context steeds betekenisvol en zijn de opdrachten functioneel en communicatief van aard. De onderwerpen komen cyclisch aan bod, met een geleidelijke opbouw en veel herhaling. De uitleg volgt het principe van Focus on Form. De teksten zijn levensecht, afwisselend en aansprekend. Nieuwe woorden en structuren komen er gedoseerd in voor en worden vervolgens behandeld en geoefend. Er is zo veel mogelijk gebruik gemaakt van authentieke lees- en luisterteksten en authentiek beeldmateriaal.

De methode is gericht op de midden- en hoogopgeleide leerder. Ook is TaalSterk B2 geschikt voor een leerder die baat heeft bij leerstrategieën, die een duidelijk en concreet doel voor ogen heeft, en die door afwisseling en frisse onderwerpen gemotiveerd blijft. De lesmethode is geschikt voor leren in lesverband, in kleine groepjes of individueel. De grote hoeveelheid online opdrachten kunnen cursisten zelfstandig en thuis doen. In het boek staan deels opdrachten die geschikt zijn voor zelfstandig werken, deels opdrachten die juist gemaakt zijn voor werkvormen in tweetallen of groepjes. Door de sterren in het boek is het mogelijk om cursisten trajecten van verschillend tempo aan te bieden. Elke opdracht heeft twee, één of geen sterren. Als een cursist de online diagnostische toets doet, adviseert de computer welke opdrachten hij moet maken. Zo kun je eenvoudig en doeltreffend differentiëren. Online zijn alle opdrachten te vinden die bij het boek horen. Ook vind je hier de woordenlijsten, het antwoordenboek en andere informatie, zoals lijsten met onregelmatige werkwoorden. Als docent kun je je cursisten gemakkelijk volgen en de resultaten inzien. Tot slot vind je op de website een uitgebreide docentenhandleiding, met meer informatie over opbouw, verantwoording en gebruik. Ga naar www.taalsterk.nl en log daar in met je inloggegevens.

3


TAALSTERK B2 Inhoudsopgave

Thema 1 Veiligheid § 1.1 Fietsen

9

§ 1.2 Ik heb gedaan. Ik ben gegaan.

13

§ 1.3 Werkplek

15

§ 1.4 Beveiliging

18

§ 1.5 Hij heeft herhaald. Hij is opgestaan.

21

§ 1.6 Deurwaarder

24

§ 1.7 Wijkbericht

27

§ 1.8 Woorden leren

29

§ 1.9 Buurtvaders

33

Thema 2 Economie § 2.1 Wielen

39

§ 2.2 … zodra het geld binnen is.

43

§ 2.3 Schulden

45

§ 2.4 Geld in het nieuws

48

§ 2.5 Als je rijk bent, heb je veel geld.

51

§ 2.6 Voedselbank

54

§ 2.7 Leesvaardigheden

56

§ 2.8 Geschiedenis

59

§ 2.9 Studie bedrijfseconomie

63

Thema 3 Bedrijven

4

§ 3.1 Lunchwandelen

69

§ 3.2 Er is er een jarig!

72

§ 3.3 Starter

75

§ 3.4 Vakman

78

§ 3.5 Ik ga ernaartoe.

81

§ 3.6 Sollicitatiebrief

85

§ 3.7 Productiviteit op kantoor

88


§ 3.8 Luistervaardigheden

91

§ 3.9 Eigen baas

94

Thema 4 Cultuur § 4.1 Bruiloft

99

§ 4.2 De film die mijn zus wil zien

103

§ 4.3 Verzorgingstehuis

106

§ 4.4 De krant waarvoor ik schrijf

109

§ 4.5 Lichaamstaal

111

§ 4.6 Ballet

116

§ 4.7 Schrijfvaardigheden

119

§ 4.8 Buurtfeest

124

Thema 5 Vervoer § 5.1 Overlast

131

§ 5.2 Betaald parkeren

135

§ 5.3 Mijn auto wordt gerepareerd.

137

§ 5.4 Alcohol in het verkeer

140

§ 5.5 Er worden bussen ingezet.

144

§ 5.6 Levensgevaarlijk

147

§ 5.7 Spreekvaardigheden

150

§ 5.8 Drukte in het verkeer

154

Thema 6 Natuur § 6.1 Slaapexpert

161

§ 6.2 Soja

166

§ 6.3 Signaalwoorden herkennen

170

§ 6.4 Landbouwgif

172

§ 6.5 Ten tweede adviseer ik…

178

§ 6.6 Zoutwaterplantjes

180

§ 6.7 Afvalverwerking

183

Thema 7 Ontwikkeling § 7.1 Zelfrijdende auto’s

191

§ 7.2 We werken samen. We haasten ons.

195

§ 7.3 De jeugd van tegenwoordig

199

§ 7.4 Ontwikkelingshulp

201

§ 7.5 Ik geef me op voor de cursus.

206

5


TAALSTERK B2

§ 7.6 Skimmen

209

§ 7.7 Signaalwoorden gebruiken

212

§ 7.8 Internetland

215

Thema 8 Gezondheidszorg § 8.1 Lachen

225

§ 8.2 Gezondheid, zuurstofrijk

229

§ 8.3 Vegetarisch eten

233

§ 8.4 Ontevreden, verbouwen

238

§ 8.5 Gezond sporten

241

§ 8.6 Figuren beschrijven

245

§ 8.7 Orgaandonatie

250

Thema 9 Bestuur § 9.1 Vergadercultuur

259

§ 9.2 Herhaling grammatica 3.2 - 3.5 - 5.5

264

§ 9.3 Vrouwen aan de top

266

§ 9.4 Herhaling grammatica 2.2 - 2.5 - 4.2 - 4.4 - 6.5

271

§ 9.5 Zaken doen

273

§ 9.6 Thuiswerken

278

Thema 10 Wetenschap

6

§ 10.1 Optische illusie

285

§ 10.2 Herhaling grammatica 1.2 - 1.5 - 5.3

290

§ 10.3 Leven op Mars

293

§ 10.4 Herhaling grammatica 7.2 - 7.5

297

§ 10.5 Vooruitgang?

300

§ 10.6 Mannetjes en vrouwtjes

305

Index grammaticale termen

309


THEMA 8 GEZONDHEIDSZORG “Zo gezond als een vis.”


THEMA 8 GEZONDHEIDSZORG Inhoudsopgave

§§ 8.1 §§ 8.2

224

Lachen

225

Gezondheid, zuurstofrijk

229

§§ 8.3 Vegetarisch eten §§ 8.4 Ontevreden, verbouwen

233

§§ 8.5 Gezond sporten §§ 8.6 Figuren beschrijven

241

§§ 8.7 Orgaandonatie

250

238 245


§

§ 8.1 LACHEN

1

BESPREEK MET ELKAAR.

1. Ben jij weleens gestrest? Waar word je gestrest van? 2. Wat doe je dan om je minder gestrest te voelen?

2**

LEES DE TEKST.

8.1

Je leest een artikel op een website over gezondheid.

Lachen is gezond Lachtherapie Lachen is gezond. Iedereen heeft af en toe een flinke lachbui nodig. Maar door alle verantwoordelijkheden 'vergeten' we soms om ongeremd te lachen. Dan is lachtherapie dé oplossing. Lachtherapie is een vorm van meditatie uit India. Het is een manier om je mentaal te ontspannen en te genieten van het moment. Tijdens de therapie lach je zomaar uit het niets, zonder reden. Als je ongeremd lacht, stoppen de gedachtes en het piekeren, waardoor je je helemaal kunt ontspannen. Beter immuunsysteem Humor is één van de wonderlijke vaardigheden die mensen wel hebben, maar dieren waarschijnlijk niet. Met humor creëer je een beetje afstand om naar jezelf te kijken. Door lachen lijken 'grote' problemen opeens een stuk kleiner. Door een positieve blik lijken moeilijkheden ineens te overwinnen. Je ziet sneller een oplossing, doordat je minder nadruk legt op de grootte van het probleem. Hevige stress wordt hierdoor voorkomen. Onderzoekers hebben ontdekt, dat vrolijke mensen gezonder zijn dan piekeraars. Mensen die veel lachen hebben een beter immuunsysteem en zijn daardoor minder vatbaar voor infecties. Dit komt doordat je hersenen tijdens het lachen het 'gelukshormoon' endorfine produceren. Endorfine heeft een kalmerend en pijnstillend effect. Lachsessies Lachtherapie is heel simpel. Om de gehele dag het effect te voelen, kun je het beste in de ochtend een lachsessie doen. Het past gemakkelijk in je ochtendritueel, omdat het altijd en overal kan: tijdens het douchen, bij het aankleden of als je het ontbijt klaarmaakt. Een sessie bestaat uit drie stappen:   

Maak je lichaam los door rek- en strekoefeningen. Begin met lachen. Dit kan even moeilijk zijn. Krul als eerste je mondhoeken op en laat na de eerste glimlach vanzelf de schaterlach komen. Voel de stilte na het lachen en merk hoe ontspannen je bent. Zo geniet je nog meer van het moment.

Lachen is een vorm van meditatie die voor iedereen weer anders werkt. De één krijgt energie en voelt zich zelfverzekerd. De ander is ontspannen en tevreden. Je kunt er ook heel vrolijk van worden en nog uren door willen lachen. Soms gaat lachen zelfs over in huilen.

225


THEMA

Dat is helemaal niet erg. Lachen en huilen liggen dicht bij elkaar, dus laat de tranen maar stromen.

Bron: http://www.gezondheidsnet.nl/pak-je-depressie-aan/artikelen/280/lachen-is-gezond, 1 januari 2007.

GA NAAR WWW.TAALSTERK.NL EN MAAK DE OPDRACHT(EN). 3*

8 GEZONDHEIDSZORG

4 1. 2. 3. 4. 5.

LEES DE TEKST NOG EEN KEER EN BESPREEK DE VRAGEN. Wat is lachtherapie? Wat wordt er in de tekst gezegd over humor? Wat is uit onderzoek gebleken? Waaruit bestaat een lachsessie? Welke effecten kan een lachsessie hebben?

5

KIJK NAAR DE BLAUWE WOORDEN IN DE TEKST.

Wat betekenen de woorden? Schrijf de betekenis op in de woordenlijst. Kies zelf nog meer woorden uit de tekst die je wilt leren. Schrijf ze op in je woordenlijst. Schrijf ook de betekenis erachter.

GA NAAR WWW.TAALSTERK.NL EN MAAK DE OPDRACHT(EN). 6 7 8 9* 10* 11* 12** 13** 14**

MAAK ZINNEN MET DE WOORDEN.

1. sollicitatiegesprek – zelfverzekerd ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… 2. piekeren – werkloos ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… 3. mentaal – fysiek ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… 4. opstaan – aankleden ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… 5. bui – huilen ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… 6. vatbaar – kou ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… 7. nadruk – positief ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… 8. grootte – probleem ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… 9. sporten – douchen …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………

15*

BESPREEK MET ELKAAR.

Een kennis heeft het heel druk op zijn werk. Hij moet vaak overwerken. Hij klaagt dat hij altijd moe is. Hij vraagt je om advies. Vertel de kennis wat hij kan doen. Gebruik daarbij de plaatjes. Vertel ook waarom je kennis dat kan doen.

226


16**

SCHRIJF EEN TEKST.

Op een forum voor depressieve mensen staat een bericht over kalmerende medicijnen. Lees het bericht. Schrijf een reactie op dit bericht. Wat vind jij? Leg ook uit waarom. Geef twee redenen. Wat kan Miranda nog meer doen om zich beter te voelen? Geef drie adviezen. Schrijf bij elk advies ook een toelichting. kalmerende medicijnen Mira898

Hallo allemaal. Al een tijd heb ik niet van me laten ‘horen’ op dit forum. Het ging best goed, maar deze week ben ik weer naar de psychiater geweest. Ik had de laatste tijd namelijk weer meer last van huilbuien en paniekaanvallen. Het lijkt hem toch beter dat ik kalmerende medicijnen ga slikken of antidepressiva. In medicijnen heb ik eigenlijk geen zin. Je weet maar nooit wat voor bijwerkingen je krijgt. Dus ik ben nog niet naar de apotheek geweest. Maar vandaag voelde ik me weer zo rot. Geen zin om te douchen of om me aan te kleden. Ik zit de hele dag in mijn pyjama opgekruld op de bank. Ik blijf maar piekeren. Moet ik die medicijnen nou gaan slikken of niet? Alvast bedankt voor jullie reacties.

Yuri

227


THEMA

Ben je klaar? Kijk dan je tekst na. Controleer de volgende punten en geef in het schema aan of je hierin fouten hebt gemaakt: geen fouten

weinig fouten

veel fouten

De inhoud van de tekst past bij de opdracht. Het is duidelijk wat de hoofdzaken zijn. De tekst heeft een duidelijke opbouw (begin, midden, eind). Er staan lidwoorden waar dat nodig is. Er zijn signaalwoorden gebruikt. De grammatica is goed toegepast. De woorden zijn goed gespeld. Er zijn goede woorden gebruikt en er is genoeg variatie in de woorden. De tekst is netjes verzorgd (spaties, hoofdletters etc.) en de leestekens zijn correct gebruikt.

8 GEZONDHEIDSZORG

Wat voor soort fouten heb je het meest gemaakt? Verbeter de fouten.

17**

BESPREEK MET ELKAAR.

Werk in groepjes van drie. Kies drie van de vijf stellingen. Lees de eerste stelling en voer de discussie. Je hebt vijf minuten de tijd om je standpunt voor te bereiden. Cursist A: je bent vóór de stelling. Cursist B: je bent tegen de stelling. Geef allebei je mening en leg ook uit waarom je dat vindt. Gebruik bijvoorbeeld deze zinnen:

Cursist C: je luistert naar de discussie. Bespreek na de discussie hoe het ging. Let op de volgende punten en maak aantekeningen:  Hoe ging de discussie? Wie kon het beste de ander overtuigen?  Welke argumenten zijn gebruikt?  Welke zinnen gebruikten cursist A en cursist B om hun mening te vertellen?  Hoe ging het Nederlands? Denk aan: de werkwoorden en de volgorde in de zin. Als jullie klaar zijn, ga dan door met de volgende stelling. Wissel steeds van rol. Stellingen 1. In de psychiatrie moeten minder medicijnen worden voorgeschreven. 2. Rokers moeten meer verzekeringspremie voor hun ziektekosten betalen. 3. Als je zelf niet als orgaandonor geregistreerd staat, mag je ook niet in aanmerking komen voor een donororgaan.

228


4. Gezonde voedingsmiddelen moeten goedkoper worden. 5. Werknemers moeten voorrang krijgen op een ziekenhuisbehandeling.

18

KIJK OP INTERNET.

Ga naar http://tests.psychologiemagazine.nl/Gezondheid/Stresstest en doe de test. Beantwoord daarna de vragen. 1. Wat is de uitslag van de test? Hoe gestrest ben jij? ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… 2. Bij de vragen kwamen veel symptomen aan bod, zoals vergeetachtigheid, koude handen en voeten en maagklachten. Welke symptomen heb jij weleens? ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… 3. Wat is het advies van de stresstest? ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… 4. Hoe ga je dat advies opvolgen? ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… 5. Ben je de laatste tijd meer of minder gestrest geweest dan normaal? Waardoor kwam dat, denk je? …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………

§ 8.2 GRAMMATICA

§§ 8.2* GEZONDHEID, ZUURSTOFRIJK In deze paragraaf leer je hoe je nieuwe woorden kunt herkennen en maken.

19

BESPREEK MET ELKAAR.

Kijk naar de woorden. Wat betekenen de woorden? Uit welke delen bestaan deze woorden?

In de vorige opdracht staan dus woorden die gemaakt zijn van een basiswoord en een stukje dat je erachter plakt, het suffix. Dit achtervoegsel geeft een nieuwe betekenis aan het basiswoord en bepaalt wat voor soort woord het wordt. Met een aantal suffixen kun je een zelfstandig naamwoord maken. Andere suffixen gebruik je om een bijvoeglijk naamwoord te maken.

229


THEMA

Kijk naar het volgende schema voor het maken van een zelfstandig naamwoord: basiswoord

8

suffix

GEZONDHEIDSZORG

bijzonder

+ -heid / -heden

verzorgen opvoeden

+ -ing + -kunde

nieuw woord: zelfstandig naamwoord  bijzonderheid bijzonderheden  verzorging  opvoedkunde

kop bakken

+ -je + -erij

 kopje  bakkerij

kunst intern

+ -aar /-ares + -ist / -iste

 kunstenaar / kunstenares  internist / interniste

verplegen

+ -er / - ster

 verpleger / verpleegster

betekenis = iets wat bijzonder is dingen die bijzonder zijn = het verzorgen = wetenschap van opvoeden = een kleine kop = plaats waar gebakken wordt = iemand die kunst maakt = iemand die bij interne geneeskunde werkt = iemand die verpleegt

Je ziet in de laatste drie regels steeds twee vormen van het suffix. Dat zijn beschrijvingen van een persoon. De eerste vorm is voor een man (winnaar), de tweede voor een vrouw (winnares).

Het suffix van het verkleinwoord hangt af van het basiswoord. Kijk naar de volgende voorbeelden: briefje, tafeltje, spelletje, armpje, fotootje. Kijk naar het volgende schema voor het maken van een bijvoeglijk naamwoord: basiswoord metaal besmetten eten honger probleem succes calorie

suffix + + + + + + +

-achtig -lijk -baar -ig -loos -vol -rijk / -arm

      

nieuw woord: bijvoeglijk naamwoord metaalachtig besmettelijk eetbaar hongerig probleemloos succesvol calorierijk / calorie-arm

betekenis = = = = = = =

lijkt op metaal kan besmetten je kunt het eten heeft honger zonder probleem met veel succes met veel / weinig calorieën

Met je kennis van deze suffixen kun je de betekenis van onbekende woorden afleiden.

. 20

ZOEK DE GRAMMATICA.

Kijk naar de tekst hieronder. Zet een streep onder de woorden met een suffix. Bespreek daarna: ken je nog meer woorden die eindigen op dit suffix? OVERDRACHT Datum: 17 oktober Tijd: 16:00 Verpleegkundig medewerker: TH Afdeling: Interne Zaal: nr. 17 Patiëntnr. 7043723 Vandaag een bespreking gehad met de diëtist over de patiënten van onze afdeling. Na de buikoperatie

230


heeft mevrouw Bernhard drie kilo verloren. Dit is niet wenselijk. Voor het herstel is het daarom noodzakelijk dat mevrouw Bernhard calorierijke voeding krijgt. Een mogelijkheid is om bij het avondeten een glaasje vloeibare voeding te geven. Met behulp van dit geelachtige drankje zal mevrouw Bernhard moeiteloos weer op haar oude gewicht komen. Het is nodig om haar gewicht regelmatig controleren, het liefst dagelijks. Alvast bedankt voor jullie medewerking. Groeten van Tiny

GA NAAR WWW.TAALSTERK.NL EN MAAK DE OPDRACHT(EN). 21 22* 23* 24*

MAAK DE BRIEF AF.

Je bent verpleegkundige in een kinderziekenhuis. Om 8.00 uur is je nachtdienst afgelopen. Je legt een briefje neer voor je collega die dagdienst heeft. Maak het briefje af. Gebruik in elke zin minimaal één woord met een suffix.

Beste Adam,

Woensdag 23 maart, 7.45u

Vannacht heb ik voor Guusje gezorgd. Ze heeft goed geslapen. Haar wond is nog wel gevoelig, maar niet meer zo pijnlijk. Haar medicijnen ………………………............................................. ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… . Ze mag vandaag uit bed mits ………………………………………………………………………………………………............... ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… . Het lijkt me ook zinvol ……………………………………………………………………………………………............................. ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… . ………………………………………………………………………………………………………............................................................... …………………………………………………………………………………………………………………... naar de wasserij brengen?

Werk ze! Groeten van ……………………………… 25**

BESPREEK MET ELKAAR.

Je werkt als diëtist in een ziekenhuis. Je spreekt een patiënt die net een operatie heeft gehad. Geef hem advies over het dieet dat hij moet volgen. Gebruik alle plaatjes en gebruik bij elk plaatje minimaal één woord met een suffix. Vertel ook hoelang de patiënt dit dieet moet volgen en wat er daarna moet gebeuren. Noem minimaal twee dingen.

231


THEMA

26**

BESPREEK MET ELKAAR.

Werk in groepjes van drie. Jullie werken op de afdeling Interne Geneeskunde van het ziekenhuis. De laatste tijd is de werkdruk erg hoog. Collega Bert is ziek en collega Madelon gaat bijna met zwangerschapsverlof. Zij is vandaag afwezig. Tijdens het dagelijkse werkoverleg krijgen jullie het werkrooster voor die dag. Je ziet kruisjes staan bij de taken die vandaag moeten gebeuren. Bespreek samen wie welke taken gaat doen. Bespreek verder hoe jullie de werkdruk kunnen verminderen. Bedenk minimaal drie oplossingen.

8 GEZONDHEIDSZORG

8.30 - 12.00 uur

Mw. Ahmadi

x

Mw. Tuinstra

x

x x x

Dhr. Kamminga

x

x

x

Mw. Ahmadi

x

x

Mw. Tuinstra

x

Dhr. Kamminga

x

Mw. El Bahri

12.00 - 16.00 uur

Mw. El Bahri

x x

x

Eén cursist maakt aantekeningen van het overleg. Jullie schrijven na afloop van het werkoverleg samen het verslag op een apart blaadje. Gebruik hierbij de aantekeningen. Noem in het verslag minimaal:  de datum;  de naam van de afdeling;  de namen van de aanwezige en afwezige collega’s;  de afspraken over de werkplanning;  de adviezen over de werkdruk.

232


§

§ 8.3 VEGETARISCH ETEN

27

BESPREEK MET ELKAAR.

1. Ben jij vegetariër, of heb je er weleens aan gedacht om vegetariër te worden? Waarom wel/niet? 2. Wat zijn de voordelen van vegetarisch eten? En wat zijn de nadelen?

28**

LUISTER NAAR DE TEKST EN BEANTWOORD DE VRAGEN.

8.3

Ga naar www.taalsterk.nl en luister naar tekst 8.3. Ga je Staatsexamen doen? Deze tekst is te vergelijken met wat je op het examen kunt verwachten. Je hoort een fragment van een radioprogramma. Hierin wordt Vincent geïnterviewd. Hij is beleidsmedewerker bij de Vegetariërsbond. Dit is de organisatie die in Nederland vegetarisch eten promoot. Bron: Radio Signaal, 16 juni 2011. 1. Wat zegt het Voedingscentrum over vegetarisch eten? a. vegetarisch eten is gezond b. vegetarisch eten is gezonder dan vlees eten c. vlees eten is gezond vanwege het ijzer en de vitamine B 2. Wat is het verband tussen suikerziekte en vlees eten? a. Als je veel vlees eet, is de kans op suikerziekte kleiner. b. Er is geen verband tussen suikerziekte en vlees eten. c. Suikerziekte komt minder voor bij mensen die geen vlees eten. 3. Wat wordt er nog meer gezegd over de gezondheid van vegetariërs? a. Obesitas komt veel voor bij vegetariërs. b. Vegetariërs hebben een grote kans om hart- en vaatziekten te krijgen. c. Vegetariërs hebben minder last van overgewicht. 4. Welk percentage van de bevolking eet dagelijks vlees? a. dertien procent b. vijftien procent c. dertig procent 5. Waarom is het goed voor het regenwoud om geen vlees te eten? a. Dan hoeft er geen vee meer te leven op plaatsen waar eerst regenwouden waren. b. Dan hoeven de dieren die in het regenwoud leven niet geslacht te worden. c. Dan hoeven er minder regenwouden gekapt te worden om ruimte te maken voor sojaplantages.

GA NAAR WWW.TAALSTERK.NL EN MAAK DE OPDRACHT(EN). 29* 30

GA NAAR WWW.TAALSTERK.NL EN PRINT DE TEKST UIT.

233


THEMA

31

KIJK NAAR DE BLAUWE WOORDEN IN DE TEKST.

Wat betekenen de woorden? Schrijf de betekenis op in de woordenlijst. Kies zelf nog meer woorden uit de tekst die je wilt leren. Schrijf ze op in je woordenlijst. Schrijf ook de betekenis erachter.

8 GEZONDHEIDSZORG

GA NAAR WWW.TAALSTERK.NL EN MAAK DE OPDRACHT(EN). 32 33 34* 35* 36** 37** 38*

BESPREEK MET ELKAAR.

Cursist A: je nodigt je collega uit om te komen eten. Cursist B: je bent de collega van cursist A. Geef antwoord en gebruik daarbij de gegeven woorden of instructie. Wissel na het gesprek van rol.

Cursist A: Heb je zin om een keer te komen eten? Cursist B: (Reageer positief.) A: Kun je morgen? B: (Reageer negatief en doe een ander voorstel.) A: Ja, dat is goed. Zijn er trouwens dingen die je niet eet? B: (vegetariër) A: Ik wist niet dat je vegetariër bent. Hoelang al? B: (halfjaar – minderen) A: Aha, toen was je een flexitariër. En wanneer ben je helemaal gestopt met vlees eten? B: (geleden) A: Waarom ben je eigenlijk vegetariër geworden? B: (hart- en vaatziekten) A: Je bent dus vooral voor je gezondheid vegetarisch gaan eten. B: (milieu – regenwouden) A: Ja, dat is waar, maar ik vind het best lastig een gerecht zonder vlees te bedenken. B: (Noem een alternatief voor vlees.) A: Bedankt voor de tip. Ik zal er rekening mee houden. B: (neem afscheid)

39**

WERK SAMEN.

Werk in groepjes van twee. Jullie buurman komt morgen eten. Hij eet geen vlees en hij houdt niet van rijst. Bespreek samen wat jullie gaan koken. Gebruik hierbij de plaatjes. Maak een keuze. Vertel elkaar waarom

234


je iets op het menu wilt zetten of juist niet. Denk hierbij ook aan wat je zelf niet lekker vindt of niet mag eten. Als jullie het menu hebben samengesteld, maak dan een boodschappenlijst met de ingrediĂŤnten die jullie nodig hebben. Voorgerecht

Hoofdgerecht: Vleesvervanger

Graanproduct of aardappel

Groenten

Toetje

Boodschappenlijstje

235


THEMA

40**

SCHRIJF EEN VERSLAG.

Je werkt in een bedrijfskantine. Je regelt de inkoop van de producten die in de kantine worden verkocht. De laatste tijd merk je dat er meer vraag is naar gezondere producten. Je houdt een enquête onder de werknemers die in de kantine lunchen. De vraag is waarom ze gezonder zijn gaan eten. Ook kijk je naar de verkoop.

8 GEZONDHEIDSZORG

Je schrijft een verslag voor het hoofd van de kantine. In het verslag schrijf je:  wat je hebt gedaan;  wat de resultaten zijn. Verder geef je advies aan het hoofd van de kantine:  Hoe kun je een gezondere kantine krijgen? Noem minimaal twee manieren.  Hoe kun je nog meer werknemers overhalen om gezond te eten? Noem minimaal twee manieren.

Figuur 1: redenen om gezonder te eten

Figuur 2: verkochte producten vorig jaar

236

Figuur 3: verkochte producten dit jaar


41**

MAAK NIEUWE WOORDEN.

Bespreek met elkaar. Je ziet een rijtje woorden. Maak van elk woord een nieuw woord door er een suffix achter te zetten. Maak daarna een zin met dit woord. Cursist A: je maakt een nieuw woord met het eerste woord. Je maakt ook een zin met dit nieuwe woord. De betekenis moet uit de zin blijken. Cursist B: je kijkt of dit een goede zin is. Wissel na elk woord van rol. Bijvoorbeeld: Woord behandelen Woord telefoneren vitamine

Nieuw woord (met suffix) de behandeling

Zin met het nieuwe woord Ik moet voor een behandeling naar de huisarts.

Nieuw woord (met suffix)

Zin met het nieuwe woord

237


THEMA

moeilijk belonen natuur bord bakken leren tennissen blauw pijn eten geweld hand

8 GEZONDHEIDSZORG

§ 8.4 GRAMMATICA

§§ 8.4* ONTEVREDEN, VERBOUWEN In paragraaf 8.2 heb je de betekenis van suffixen geleerd. In deze paragraaf leer je nog een andere manier waarop je een woord kunt afleiden en maken.

42

BESPREEK MET ELKAAR.

Kijk naar de zinnen. Je ziet onderstreepte woorden. Wat betekenen deze woorden? Uit welke twee delen bestaan deze woorden? 1. 2. 3. 4.

De patiënt is ontevreden over zijn behandeling in het ziekenhuis. Gelukkig krijg ik een herkansing voor het anatomietentamen. Deze maand kunnen we niet sporten, want de sportschool wordt verbouwd. Als je in de pauze een wandeling maakt, kun je weer ontspannen aan het werk.

In de vorige opdracht staan dus samenstellingen die gemaakt zijn van een basiswoord en een stukje dat je ervoor plakt, het prefix. Dit voorvoegsel geeft een nieuwe betekenis aan een woord. Kijk naar de volgende voorbeelden. hervormen, hergebruiken De chirurgen vormen samen een maatschap. In een ziekenhuis gebruiken ze veel plastic. Het prefix her- geeft de betekenis nog een keer.

De ziektewet is een aantal jaren geleden hervormd. Een deel daarvan kan worden hergebruikt.

verbouwen De tandarts liet een nieuwe praktijk bouwen.

Na een jaar moest deze alweer worden verbouwd. Het prefix ver- laat zien dat het om een verandering gaat. Dit geldt ook voor werkwoorden als vergroten (groter maken), verduidelijken (duidelijker maken). ongezond, onafhankelijk Leef jij eigenlijk wel gezond? De gehandicapte is erg afhankelijk van haar familie. Het prefix on- betekent niet.

238

Nederlanders gaan steeds ongezonder leven. Ik wil graag advies vragen aan een onafhankelijke arts.


ontspannen, onthaasten Na een week hard werken kon Yvonne zich eindelijk ontspannen. In deze stressmaatschappij moet meer aandacht zijn voor onthaasten. Met het prefix ont- verandert de betekenis van het basiswoord. In deze voorbeelden geeft ont- de betekenis van het tegenovergestelde: gespannen  ontspannen haasten  onthaasten. gespannen

ontspannen

. 43

ZOEK DE GRAMMATICA.

Kijk naar de e-mail hieronder. Zet eerst een streep onder de woorden met een prefix. Bespreek daarna: ken je nog meer woorden die met dit prefix beginnen? medicijn Aan:

moh3712@tele764.com

Onderwerp:

medicijn

Hallo lieverd, Je had mij gevraagd om vandaag de apotheek te bellen, omdat je zelf de hele dag onderweg bent. Ik heb herhaaldelijk geprobeerd hen aan de lijn te krijgen, maar ze waren onbereikbaar. Toen heb ik geprobeerd om online antwoorden op je vragen te krijgen. In eerste instantie leek de informatie onvindbaar. Ik was al behoorlijk ontmoedigd, toen ik toch nog de bijsluiter van je medicijn op internet vond. Hierin stond van alles over de bijwerkingen. Dat heeft voor mij een hoop verduidelijkt. Vanavond zal ik je alles erover vertellen. Tot straks! xxx jes Malika

GA NAAR WWW.TAALSTERK.NL EN MAAK DE OPDRACHT(EN). 44 45 46* 47* 48*

SCHRIJF EEN PASSENDE ZIN.

In deze opdracht staan steeds twee zinnen. De zinnen passen niet goed bij elkaar. Er moet namelijk nog een zin tussen geschreven worden. Gebruik in elke zin minimaal één woord met een prefix. 1. Vroeger was één op de zes kinderen te dik. ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… Het aantal kinderen met overgewicht is in tien jaar dus verdubbeld. 2. Dat vind ik zo onaardig van Patrick! ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… Wij helpen hem toch ook als hij in de moeilijkheden zit?

239


THEMA

3. Vorige week kwam ik Liselot op straat tegen. ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… Daarom had ik haar eerst niet herkend. 4. Volgende week gaan we met onze afdeling twee dagen weg. ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… Maar er moet ook tijd zijn voor ontspanning.

8 GEZONDHEIDSZORG

49**

BESPREEK MET ELKAAR.

Cursist A: je bent fysiotherapeut. Cursist B: je bent onder behandeling van de fysiotherapeut. Je moet herstellen van een blessure. Voer een gesprek met elkaar. Gebruik daarbij de gegeven woorden. Luister naar elkaar en reageer. Wissel na het gesprek van rol. ontevreden – herstel – herhalen – ontspannen – verergeren – verloop

50**

SCHRIJF EEN BETOOG.

Er belandden steeds meer jongeren in het ziekenhuis omdat ze te veel alcohol hadden gedronken. Ook gebeurde dit op steeds jongere leeftijd. Daarom is per 1 januari 2014 de wet veranderd. Sinds die datum mogen jongeren onder de achttien jaar geen alcohol meer kopen. Ook het bezit van alcohol in openbare ruimtes is strafbaar voor hen. Vóór de wetswijziging was de minimumleeftijd om alcohol te mogen kopen 16 jaar. Wat zijn de voordelen van de nieuwe minimumleeftijd van 18 jaar? Noem er minimaal twee. Wat zijn de nadelen van de nieuwe wet? Noem er minimaal twee. Schrijf vervolgens je mening over de nieuwe wet. Schrijf in je betoog ook waarom je dat vindt.

240


§

§ 8.5 GEZOND SPORTEN

51

BESPREEK MET ELKAAR.

1. Sport je? Zo ja, welke sporten doe je? Heb je daarbij weleens last (gehad) van blessures? Zo ja, welke? 2. Wat heb je gedaan bij die blessures? Hoe kun je blessures voorkomen?

52**

BEKIJK HET FILMPJE.

8.5

Ga naar www.taalsterk.nl en bekijk filmpje 8.5. Je ziet een fragment van een televisieprogramma. Hierin legt Kenneth Meijer aan Joep van Deudekom uit hoe je het beste kunt hardlopen, zodat je zo min mogelijk risico hebt op blessures. Bron: Pavlov, NTR, 14 februari 1013.

GA NAAR WWW.TAALSTERK.NL EN MAAK DE OPDRACHT(EN). 53* 54

BEKIJK HET FILMPJE NOG EEN KEER EN BEANTWOORD DE VRAGEN.

1. Hoe landen de meeste mensen als ze hardlopen? ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… 2. Hoe vindt Joep zelf dat hij loopt? En wat vindt Kenneth ervan? ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… 3. Hoe komt het dat je blessures krijgt bij het hardlopen? ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………

241


THEMA

4. Hoe kun je hardloopblessures voorkomen? …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………

8 GEZONDHEIDSZORG

55

GA NAAR WWW.TAALSTERK.NL EN PRINT DE TEKST UIT.

56

KIJK NAAR DE BLAUWE WOORDEN IN DE TEKST.

Wat betekenen de woorden? Schrijf de betekenis op in de woordenlijst. Kies zelf nog meer woorden uit de tekst die je wilt leren. Schrijf ze op in je woordenlijst. Schrijf ook de betekenis erachter.

GA NAAR WWW.TAALSTERK.NL EN MAAK DE OPDRACHT(EN). 57 58 59 60* 61* 62* 63** 65*

64**

BESPREEK MET ELKAAR.

Je bent hardlooptrainer. Je geeft instructies aan een cursist. Zeg wat je cursist moet doen en wat hij niet moet doen. Gebruik daarbij de plaatjes. Vertel ook waarom.

66**

SCHRIJF EEN BRIEF.

Je wilt de hbo-opleiding Fysiotherapie doen. Je hebt een informatiefolder aangevraagd over deze opleiding. Lees de folder. Heb je een havo- of vwo-diploma met de profielen Natuur en Gezondheid of Natuur en Techniek mét biologie? En wil je fysiotherapeut worden? Meld je dan aan voor de voltijdopleiding aan de Hogeschool Arnhem en Nijmegen. De toelatingsprocedure is als volgt:   

Stap 1: schrijf een motivatiebrief. Op basis hiervan selecteren wij 100 kandidaten voor de selectiedag. Stap 2: selectiedag. Tijdens de selectiedag word je beoordeeld op verschillende vaardigheden zoals analyseren, samenwerken, omgaan met mensen en je motorische en fysieke vaardigheden. Stap 3: de uiteindelijk selectie en plaatsing. Naar aanleiding van de beoordelingen tijdens de selectiedag maken we de definitieve selectie. Je hoort vóór eind april of je geplaatst bent.

Stuur uiterlijk 15 maart je motivatiebrief.

242


Schrijf nu een motivatiebrief voor deze opleiding. Geef daarin informatie over jezelf, je vooropleiding en je diploma. Motiveer je aanmelding. Geef minimaal twee redenen. Kijk hiervoor goed naar wat er in de folder gevraagd wordt van nieuwe studenten. Vraag verder om extra informatie over de toelatingsprocedure. Hogeschool Arnhem en Nijmegen Bureau Studentenzaken Postbus 7000 6500 TS Arnhem Betreft: …………………………………………………………

…………………………………, ………………………………………………..

Geachte heer/mevrouw, …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… Met vriendelijke groet, ………………………………………

67**

BESPREEK MET ELKAAR.

Je bent derdejaars student van de hbo-opleiding Sport en Bewegen. Je loopt nu stage bij de afdeling Sport van je gemeente. De gemeente wil sporten bevorderen. Daarom moet jij onderzoek doen naar de haalbaarheid van een hardloopschool in jouw woonplaats. Je hebt een enquête gehouden onder de

243


THEMA

bewoners. Zij moesten aangeven of ze sporten. Verder konden ze aangeven in welk sport ze interesse zouden hebben: fitness, hardlopen of een zaalsport. De resultaten staan in de grafiek en in het staafdiagram. Ook heb je onderzocht in welke wijk je het beste een hardloopschool kunt vestigen. Deze resultaten staan in de tabel. Voor de medewerkers van de afdeling Sport moet je een presentatie houden.

8 GEZONDHEIDSZORG

In je presentatie moeten de volgende punten aan de orde komen:  Waarom denk je dat het haalbaar is om een hardloopschool te openen? Noem twee redenen. Gebruik hierbij de grafiek en het staafdiagram.  In welke wijk zou de hardloopschool het beste gevestigd kunnen worden? Noem minimaal drie argumenten. Gebruik hierbij de tabel.

Figuur 1: aantal sporters in de gemeente

Figuur 2: type sporten die in de gemeente beoefend worden

244


aantal inwoners interesse voor hardlopen bereikbaarheid locatie huur per maand

Centrum 3.500 veel goed winkelpand € 2.500

Componistenbuurt 2.250 voldoende redelijk sportzaal naast atletiekbaan € 2.100 (inclusief gebruik atletiekbaan)

Veersche Vaart 2.750 zeer veel redelijk voormalige sportschool € 1.900

Figuur 3: vestigingsplaats hardloopschool

68

KIJK OP INTERNET.

Ga naar www.youtube.com en luister naar het lied ‘Opzij, opzij, opzij’ van Herman van Veen. Beantwoord daarna de vragen. 1. Waarom zingt de zanger: ‘Opzij, opzij, opzij’? ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… 2. Wat moet de zanger allemaal doen volgens dit lied? ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… 3. Wat doet de zanger een andere keer misschien? ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… 4. De zanger zingt: ‘over koetjes praten’. Van welk spreekwoord komt dat? Wat betekent dat? ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… 5. Wat vind je van het lied? …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………

§ 8.6 STUDIEVAARDIGHEDEN

§§ 8.6* FIGUREN BESCHRIJVEN 69

BEKIJK DE TEKST EN BESPREEK DE VRAGEN.

Op een middelbare school in Rotterdam is onderzoek gedaan naar het gedrag van de leerlingen. Uit het onderzoek blijkt dat veel van de leerlingen een ongezonde leefstijl hebben. Sommige roken, drinken of gebruiken zelfs cannabis. Maar het grootste probleem is de beweging: bijna de helft van de leerlingen beweegt te weinig.

1. Waar kijk jij het eerst naar als je deze tekst ziet? a. de figuur b. de tekst c. iets anders 2. Bespreek samen wat de figuur betekent. 3. Vind je het makkelijk of moeilijk om deze figuur te begrijpen?

245


THEMA

De figuur bij de tekst is belangrijk, omdat er veel gegevens in staan. In deze paragraaf leer je zulke figuren begrijpen, beschrijven en verklaren. Figuren met gegevens begrijpen In sommige teksten staan veel gegevens. Of de tekst gaat over een onderzoek waar veel gegevens bij horen. De schrijver kan dit niet altijd allemaal in de tekst beschrijven. Daarom verwerkt hij de gegevens in een figuur, waar je ze in één oogopslag kunt zien.

8 GEZONDHEIDSZORG

Bijvoorbeeld: Hieronder zie je een tekst over vegetariërs. Er staan veel cijfers in. Uit een studie uit 1992 onder Nederlandse vegetariërs bleek dat het hoogste aantal vegetariërs, 46 procent, een vegetarische voeding koos om gezondheidsredenen, 15 procent koos ervoor vegetariër te worden om redenen die met dierenrechten te maken hebben, 12 procent werd beïnvloed door familie en/of vrienden, 5 procent om ethische redenen, 4 procent uit duurzaamheidsoverwegingen en 18 procent gaf andere redenen op.

Bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Vegetarisme. In het staafdiagram hieronder staan dezelfde gegevens als in de tekst.

70

BESPREEK DE VRAGEN.

Gebruik het staafdiagram hierboven. 1. Wat is voor de meeste mensen de belangrijkste reden om vegetariër te zijn? 2. Waaraan kun je dat zien? Je kunt gegevens op verschillende manieren weergeven:

Soorten fruit die Nederlanders eten

246

Werkloosheid naar geslacht, 15- tot 65-jarigen (x 1000)


Land Goud Zilver Brons 1 Rusland 13 11 9 2 Noorwegen 11 5 10 3 Canada 10 10 5 4 Verenigde Staten 9 7 12 5 Nederland 8 7 9 6 Duitsland 8 6 5 7 Zwitserland 6 3 2 8 Wit-Rusland 5 0 1 9 Oostenrijk 4 8 5 10 Frankrijk 4 4 7 Aantal medailles behaald op de Olympische Spelen

71

Totaal 33 26 25 28 24 19 11 6 17 15

BESPREEK DE VRAGEN.

1. Bekijk het cirkeldiagram op de vorige pagina. Welke soort fruit wordt in Nederland het meest gegeten? Waaraan kun je dat zien? 2. Bekijk de grafiek op de vorige pagina. Over welke twee bevolkingsgroepen gaat deze grafiek? 3. Bekijk de tabel hierboven. Hoeveel gouden medailles heeft Zwitserland gehaald?

GA NAAR WWW.TAALSTERK.NL EN MAAK DE OPDRACHT(EN). 72 73 74 75 Gegevens uit figuren vergelijken Je kunt de gegevens in de figuren ook met elkaar vergelijken. Hieronder zie je woorden die je daarvoor kunt gebruiken: Woorden om te vergelijken groter dan, meer dan

kleiner dan, minder dan even groot als, evenveel als, gelijk aan hoogst, meest meest, gevolgd door, daarna, vervolgens

Voorbeeld Het aantal mensen dat om gezondheidsredenen vegetariër wordt, is groter dan het aantal mensen dat om ethische redenen vegetariër wordt. In 2007 waren meer vrouwen werkloos dan mannen. Het aantal werkloze mannen was in 2008 kleiner dan in 2006. Er zijn minder toetjes verkocht dan sandwiches. Het aantal werkloze mannen was eind 2008 even groot als halverwege 2007. Begin 2009 waren er evenveel werkloze mannen als werkloze vrouwen. Voor Canada was het aantal zilveren medailles gelijk aan het aantal gouden medailles. De meeste mensen worden vegetariër om gezondheidsredenen. Het hoogste aantal bronzen medailles is behaald door de Verenigde Staten. Het land dat de meeste medailles heeft gehaald is Rusland, gevolgd door Noorwegen, daarna volgt Canada en vervolgens komen de Verenigde Staten.

GA NAAR WWW.TAALSTERK.NL EN MAAK DE OPDRACHT(EN). 76 77 78 79 80

BESPREEK MET ELKAAR.

Kijk naar het staafdiagram. Je ziet hoeveel fietsritten per dag mensen tussen de 0 en 25 jaar maken.

247


THEMA

8 GEZONDHEIDSZORG

1. Bespreek samen wat je ziet. Maak de zinnen af. ‘In de leeftijd van 20 tot 25 jaar …’ ‘Vrouwen tussen de 12 en 16 jaar …’ ‘De meeste fietsritten per dag …’

‘De minste fietsritten per dag …’ ‘Mannen …’ ‘Vrouwen …’

2. Schrijf een goede zin.  Beschrijf het verschil tussen het aantal fietsritten per dag van mannen tussen de 12 en 16 en mannen tussen de 20 en 25. ……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………  Beschrijf het verschil tussen het aantal fietsritten per dag van mannen tussen de 18 en 20 en vrouwen tussen de 18 en 20. ……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………  Wat kun je zeggen over het aantal fietsritten per dag van mannen en vrouwen tussen de 20 en 25? ……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………  Wat kun je zeggen over het aantal fietsritten naarmate mensen ouder worden? …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… Figuren met gegevens verklaren Als je de gegevens uit de figuur hebt vergeleken, kun je beschrijven wat je opvalt en een conclusie trekken. Je kunt dan ook een verklaring proberen te geven voor de dingen die opvallen. Kijk nog eens naar de figuur in opdracht 80. Hier valt op dat mensen vanaf hun zestiende steeds minder fietsritten per dag maken. De verklaring hiervoor kan zijn dat je vanaf je zestiende op een brommer of scooter mag rijden en vanaf je 16,5e mag leren autorijden.

Zinnen die je kunt gebruiken bij het beschrijven en verklaren: Het valt op dat … Het verbaast me dat … Je kunt concluderen dat … Al met al kun je zeggen dat …

248

Het is duidelijk dat … Een verklaring kan zijn … Het lijkt erop dat … Dat komt waarschijnlijk door …


81

BESPREEK MET ELKAAR.

1. Wat valt je op aan het staaf diagram? 2. Bedenk hiervoor minimaal één verklaring.

82

BESPREEK MET ELKAAR.

1. Wat valt je op aan de tabel? 2. Wat valt je op aan de grafiek? 3. Hoe kun je de grafiek verklaren? Gegevens van Scholengemeenschap De Dam Kosten in de kantine

1990

1995

2000

2005

2010

stuk fruit patat snack zakje snoep

€ 0,25 € 2,75 € 1,50 € 1,00

€ 0,25 € 2,75 € 1,25 € 1,25

€ 0,50 € 2,50 € 1,25 € 1,25

€ 1,50 € 1,00 € 0,75 € 0,75

€ 1,75 € 1,00 € 0,75 € 0,75

Kortom: Grafieken, diagrammen en tabellen zijn figuren die worden gebruikt om gegevens in één oogopslag weer te geven.  Met gegevens uit figuren kun je iets beschrijven.  Gegevens uit figuren kun je met elkaar vergelijken.  Gegevens uit figuren kun je soms verklaren. 

249


THEMA

§

§ 8.7 ORGAANDONATIE

8 GEZONDHEIDSZORG

83

BESPREEK MET ELKAAR.

1. Heb je jezelf als orgaandonor geregistreerd of zou je dat willen doen? Waarom wel/niet? 2. Heb je weleens gehoord van iemand die een donororgaan heeft ontvangen? Kun je daar iets over vertellen?

84**

LEES DE TEKST EN BEANTWOORD DE VRAGEN.

8.7

Ga je Staatsexamen doen? Deze tekst is te vergelijken met wat je op het examen kunt verwachten. Je leest een artikel op de website van de overheid.

Regels orgaandonatie Bij orgaandonatie moeten donoren, familie, nabestaanden en artsen zich aan wettelijke regels houden. Registratiesysteem voor orgaandonatie In Nederland mogen mensen zelf beslissen of ze wel of niet orgaandonor willen zijn. Dit wordt het volledig toestemmingssysteem genoemd. Het kabinet Rutte-Asscher laat het oordeel over een ander registratiesysteem, het Actief donorregistratiesysteem (ADR), aan de Tweede en Eerste Kamer over. Donorregister De Wet op de orgaandonatie regelt dat donoren zich centraal kunnen registeren in een Donorregister. In het register staat bijvoorbeeld wie wel of niet donor wil zijn. Ook kan men hier aangeven welke organen of welk weefsel men wil afstaan. Regels voor orgaandonoren, familie en nabestaanden Artsen mogen alleen de organen en weefsels gebruiken van mensen als zij daarvoor toestemming hebben gekregen. Die toestemming kan de donor geven door zich te registreren in het Donorregister. Of de nabestaanden geven na overlijden toestemming als er geen registratie in het Donorregister is. Leeftijd en donorregistratie Kinderen jonger dan 12 jaar mogen hun keuze niet in het Donorregister registreren. Anderen mogen dit ook niet voor hen doen. Als een kind onder de 12 komt te overlijden, vraagt de arts toestemming aan de ouders of voogd. Van 12 tot 16 jaar Jongeren tussen de 12 en 15 jaar kunnen zich wel registreren als orgaandonor. Maar als zij overlijden, mogen ouders of voogd bezwaar maken tegen donatie. Ook als de jongere als donor geregistreerd staat. Vanaf 16 jaar vervalt deze mogelijkheid van de ouders of voogd om bezwaar te maken. 18e verjaardag Staat iemand onder de 18 jaar nog niet geregistreerd, dan krijgt hij na zijn 18e verjaardag automatisch een donorformulier. De overheid wil hiermee zo veel mogelijk mensen een donorcodicil laten invullen. Regels voor artsen Donorregister Als iemand overlijdt die geschikt kan zijn als donor, controleert de arts het Donorregister. Als de overledene geregistreerd staat als donor of als de familie toestemming geeft, kan de arts de procedure voor donatie in gang zetten. Onderzoeken eerder toegestaan Per 1 juli 2013 is de Wet op de orgaandonatie aangepast. Voordat een orgaan kan worden getransplanteerd, moeten artsen eerst de nodige onderzoeken doen (voorbereidende handelingen). Deze onderzoeken waren al mogelijk bij patiënten die gaan overlijden en die zich als donor hebben geregistreerd. Ze zijn nu ook

250


toegestaan als de patiënt gaat overlijden en niet is geregistreerd als donor. Of als de patiënt de keuze voor orgaandonatie overlaat aan zijn nabestaanden. Terwijl de onderzoeken vast kunnen beginnen, wordt intussen contact gezocht met de nabestaanden. Zo blijft de mogelijkheid voor donatie open totdat met de nabestaanden is gesproken. Hiermee worden donatie en transplantatie van organen vaker mogelijk. Toewijzen van organen en weefsel Het Orgaancentrum van de Nederlandse Transplantatie Stichting wijst aan wie voor een donororgaan of donorweefsel in aanmerking komt. Dit gebeurt heel zorgvuldig. Toewijzen van organen gebeurt op basis van medische gegevens, zoals:  bloedgroep  weefseltype  lengte of gewicht van de patiënt. Ook medische urgentie en wachttijd spelen een rol. Orgaanhandel De handel in organen is strafbaar. Op orgaanhandel geldt een gevangenisstraf van maximaal een jaar of een geldboete. Transplantatie mag alleen in ziekenhuizen die daarvoor een vergunning hebben. In Nederland zijn dat op dit moment alleen academische ziekenhuizen. Maar omdat de wachttijd voor organen vaak lang is, proberen sommige mensen een donororgaan in het buitenland te krijgen. De Nederlandse overheid ontmoedigt deze vorm van ‘orgaantoerisme’. Zowel voor de patiënt als voor de donor zijn de risico’s groot.

Bron: http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/orgaandonatie/regels-orgaandonatie, geraadpleegd: 14 januari 2014. 1. Waar kun je je registeren als orgaandonor? a. bij het Orgaancentrum van de Nederlandse Transplantatie Stichting b. in het Actief donorregistratiesysteem (ADR) c. in het Donorregister 2. Als een kind van bijna 16 jaar is overleden, mogen zijn organen dan gebruikt worden voor transplantatie? a. Ja, maar alleen als het kind is geregistreerd in het donorregister. b. Ja, maar alleen als het kind is geregistreerd in het donorregister en als de ouders toestemming geven. c. Nee, nooit, want kinderen kunnen geen orgaandonor zijn. 3. Wat is het gevolg van een aanpassing in de Wet op de orgaandonatie in 2013? a. De artsen overleggen meer met de nabestaanden. b. Iedereen wordt uitgenodigd een donorcodicil in te vullen. c. Patiënten die niet als donor geregistreerd zijn kunnen nu ook worden onderzocht. 4. Wat was het doel van de aanpassing van de wet op de orgaandonatie? a. Dat de arts de procedure voor orgaandonatie sneller in gang kon zetten. b. Dat de kwaliteit kan worden gecontroleerd van de organen van patiënten die binnen korte tijd komen te overlijden. c. Dat de procedure voor orgaandonatie zorgvuldiger zou verlopen. 5. Hoe wordt onder andere bepaald of je donormateriaal kunt ontvangen? a. Als je dringend een donororgaan nodig hebt, kom je sneller in aanmerking. b. Als je zelf donor bent, kom je sneller in aanmerking. c. Dat wordt bepaald door overleg met de arts. 6. Waar moeten patiënten volgens de politiek een orgaan krijgen? a. bij het Orgaancentrum van de Nederlandse Transplantatie Stichting b. in een aangewezen ziekenhuis c. in het buitenland

251


THEMA

GA NAAR WWW.TAALSTERK.NL EN MAAK DE OPDRACHT(EN). 85* 86

8

KIJK NAAR DE BLAUWE WOORDEN IN DE TEKST.

GEZONDHEIDSZORG

Wat betekenen de woorden? Schrijf de betekenis op in de woordenlijst. Kies zelf nog meer woorden uit de tekst die je wilt leren. Schrijf ze op in je woordenlijst. Schrijf ook de betekenis erachter.

GA NAAR WWW.TAALSTERK.NL EN MAAK DE OPDRACHT(EN). 87 88 89 90* 91* 92* 93** 95**

94**

MAAK DE ZINNEN AF.

Gebruik de woorden die tussen haakjes staan. 1. Veel jongeren zitten op Facebook, want …………………………………………………………………………………………………. ………………………………………………………………………………………………………………………………………. (een rol spelen) 2. Binnen de bebouwde kom moet je …………………………………………………………………………………………………………. …………………………………………………………………………………………………………………………………… (zich houden aan) 3. Het gebruik van ……………………………………………………………………………………………………………… (ontmoedigen) 4. Zou jij ………………………………………………………………………………………………………………………………………. (afstaan) 5. De gevangene …………………………………………………………………………………………………… (bezwaar maken tegen) 6. Het programmeren van de computers ……………………………………………………………………………………………………. ……………………………………………………………………………………………………………………………………….. (overlaten aan)

96*

VUL HET FORMULIER IN.

Je wilt vrijwilligerswerk doen in een kinderziekenhuis. Je wilt gaan werken op de afdeling waar kinderen verpleegd worden voor en na een transplantatie. Vul het formulier in.

Ziekenhuis Zonnemare Aanmeldingsformulier Vrijwilligerswerk

Naam:

…………………………………………………………………………………………………………

Adres: E-mailadres:

………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………

man/vrouw Geboortedatum: …………………

Telefoonnummer: ………………………………………………………………………………………………………… Welke taken zou u op de afdeling Transplantatie willen doen? (kruis aan)  spelletjes doen/knutselen met de kinderen  kinderen naar de operatiekamer begeleiden  kinderen voorlezen  gastheer/-vrouw zijn voor bezoekers  kinderen helpen met schoolwerk Leg kort uit waarom u deze taak/taken zou willen doen. ……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………

252


Hoeveel uur per week bent u beschikbaar? (kruis aan)  4 uur  8 uur  12 uur Waarom wilt u op de afdeling Transplantatie werken?

16 uur

…… uur

……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………

97**

BESPREEK MET ELKAAR.

Je bent communicatiemedewerker bij het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Je hebt een plan gemaakt voor een grote campagne om meer orgaandonoren te werven. Als er meer donoren zijn, overlijden er minder mensen terwijl ze op de wachtlijst staan voor een nieuw orgaan. In een presentatie aan je collega’s vertel je hoe de campagne eruit zal zien. Gebruik daarbij de plaatjes.

98**

SCHRIJF EEN TEKST.

Nederland kent een vrijwillig donorregistratiesysteem. Ongeveer veertig procent van de bevolking heeft geregistreerd of hij orgaandonor wil zijn of niet, of dat hij zijn nabestaanden laat beslissen. Ondanks verschillende campagnes heeft bijna twee derde van de Nederlanders zich niet laten registreren. Jaarlijks staan ongeveer 1200 mensen op de wachtlijst voor een orgaan. Van deze groep sterven 150 patiënten voortijdig. De club 2MH (2 miljoen handtekeningen) pleit ervoor om het huidige vrijwillige registratiesysteem te vervangen door het Actief donorregistratiesysteem (ADR). In landen als België en Frankrijk worden door dit systeem meer organen gedoneerd. In het ADR is iedereen geregistreerd als donor, tenzij je bezwaar maakt. Geef je mening. Welk systeem vind jij het beste? Waarom vind je dat? Schrijf ook op hoe de regering binnen het huidige donorregistratiesysteem het aantal Nederlanders dat zich registreert, kan vergroten. Geef twee oplossingen en licht je antwoord toe.

253


THEMA

8 GEZONDHEIDSZORG Ben je klaar? Kijk dan je tekst na. Controleer de volgende punten en geef in het schema aan of je hierin fouten hebt gemaakt: geen fouten De inhoud van de tekst past bij de opdracht. Het is duidelijk wat de hoofdzaken zijn. De tekst heeft een duidelijke opbouw (begin, midden, eind). Er staan lidwoorden waar dat nodig is. Er zijn signaalwoorden gebruikt. De grammatica is goed toegepast. De woorden zijn goed gespeld. Er zijn goede woorden gebruikt en er is genoeg variatie in de woorden. De tekst is netjes verzorgd (spaties, hoofdletters etc.) en de leestekens zijn correct gebruikt. Wat voor soort fouten heb je het meest gemaakt? Verbeter de fouten.

254

weinig fouten

veel fouten


99

KIJK OP INTERNET.

Ga naar www.novatv.nl en zoek op ‘donorshow’. Ga naar de uitzending van 16 juli 2007. Bekijk het fragment waarin hoofdrolspelers terugblikken op BNN’s Grote Donorshow’ (10:16-15:39). Beantwoord daarna de vragen. 1. Wat was de Grote Donorshow van BNN? ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… 2. Wat was het doel van de show? ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… 3. Is het doel behaald? Leg je antwoord uit. ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… 4. Wat vinden de kandidaten van het resultaat van de show? ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… 5. Wat kregen twee van de drie kandidaten na de show aangeboden? ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… 6. Wat vind jij van de Grote Donorshow? Leg je antwoord uit. ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………

255

TaalSterk B2  

Met TaalSterk B2 maak je de stap van niveau B1 naar B2. Bovendien kun je je hiermee voorbereiden op het Staatsexamen NT2 Programma II. Met d...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you