Klasse voor Leraren 72

Page 1

Nr.72 • Februari 1997

Maandblad voor Onderwijs in Vlaanderen

Drugs op school


(advertentie)


IN DIT NUMMER 4-11 Drugs op school Leerlingen beginnen steeds jonger met drugs te experimenteren. Ook in de lagere school. In het secundair onderwijs wordt tachtig procent van de leraars ermee geconfronteerd. Zestig procent merkt er (veel) meer van dan vijf jaar geleden. Iedereen zoekt zijn weg. Vluchten kan niet meer.

Maandblad voor Onderwijs in Vlaanderen Uitgegeven door het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap departement Onderwijs Nr.72 • Februari 1997

15-16 Hoe word ik een gnoe?

Hoofdredacteur Leo Bormans Productcoördinator Diana De Caluwé Eindredacteur Gaby De Moor Redactie Myriam Paquet, Jan T’Sas, Jan Van den Bossche, Michel Van Laere, m.m.v. Ria Goris Redactiesecretaris Patrick De Busscher Secretariaat Anny Lecocq

KLASSE sprak met een jonge dealer.Vizier p. 4-11

Foto’s Luc Daelemans Cartoons Camp Art director Marc Herman

28-29 Rechten en plichten

Verantw. uitgever Georges Monard, RAC Arcadengebouw, 1010 Brussel

«Wij zijn voorzichtiger geworden», zeggen directies en leerkrachten die plots in een rechtszaak verwikkeld geraakten. Ouders en leerlingen eisen steeds meer via de rechtbank hun rechten op. Maar wat zijn hun plichten? En moet het wel altijd zover komen?

Er is ook een Klasse voor Ouders (t.e.m. tweede jaar secundair onderwijs) en een Klasse voor Jongeren (van het derde tot het zevende jaar secundair onderwijs) voor scholen die dat wensen. KLASSE, Koningsstraat 138, 1000 Brussel Tel. redactie 02-211 46 60 Tel. coördinatie 02-211 46 58 Tel. abonnementen 02-211 46 62 Tel. publiciteit 02-211 46 58 Tel. KLASSE voor Ouders 02-211 45 64 Tel. KLASSE voor Jongeren 02-211 45 82 Telefax 02-211 46 61 E-mail klasse@artefact.be URL www.artefact.be/klasse

PHOTO DISC

Abonnement (10x per jaar): 900 fr. Gunsttarief (studenten, enz.): 450 fr. Alle Vlaamse leerkrachten, PMSmedewerkers enz. (van elk net en van elk niveau) krijgen KLASSE gratis. Adreswijzigingen uitsluitend regelen via de eigen schooladministratie.

Leraars hebben een olifantenhuid nodig. Maar nu krijgt u ook de kans om uw garderobe uit te breiden. U kruipt letterlijk in de huid van een zebra of een gnoe. U ontdekt de magische kracht van maskers, maakt een regendans en trekt zelf op historische ontdekkingstocht. Meer dan duizend leerkrachten komen dichter bij Afrika.

30-31 Niets te zeggen? Het is bij decreet vastgelegd: de studenten hebben medezeggen- Ouders en leerlingen stappen naar de rechter. p. 28-29 schap in het bestuur van hun hogeschool. In één school is er nu een academische raad, een departementale raad, een studentenraad en een vzw sociale voorzieningen. Wat zijn hun bevoegdheden en zijn er ook genoeg kandidaten voor? Neem nu Bart. Hij zit in de vier raden tegelijk.

32-33 De leraar leert je lezen Boeken lezen draagt bij tot betere schoolresultaten. Toch leest het ene kind graag en krijg je het andere met geen stokken naar de bib. Ouders en leerkrachten spelen een sleutelrol in de leesbevordering bij jongeren. Waar loopt het fout?

DE SLUISMEESTER Het is elke dag wat: formulieren, folders, rekeningen... elke leraar moet voortdurend wat uitdelen aan zijn leerlingen. En sinds kort komt daar ook nog elke maand een Klasse voor Ouders of een Klasse voor Jongeren bij. Vervelend werkje. Toch is het juist het enthousiasme van de leraar dat mee bepaalt of de leerlingen het blad willen meenemen en willen lezen. Daarom bedanken we hier en nu die tienduizenden leraars en administratieve medewerkers die Klasse met de glimlach (en méér) uitdelen in hun klas. U bent de belangrijkste schakel in de communicatie met ouders of leerlingen. Wij kunnen dat proces alleen maar ondersteunen en de verschillende publicaties met de grootste zorg maken. Maar u bent de sluismeester. Als u het blad zomaar op een tafel neerploft, is de kans klein dat leerlingen of hun ouders er méér mee doen.Voor alle aandacht en sympathie waarmee u telkens opnieuw die nieuwe Klasses uitdeelt en ondersteunt: van harte dank.

36-37 Geen briefgeheim Met geen stokken naar de bib. p. 32-33

U surft bij ons via alle gaten en gleuven naar binnen: de fax, de brievenbus, de bodes, bierkaartjes, Internet en e-mail. Er is geen ontkomen aan: u hebt een mening en de anderen zullen het geweten hebben. We zouden er telkens een hele KLASSE mee kunnen vullen. Voorlopig moet u echter tevreden zijn met een selectie: dialoog. • Journaal p. 12-14 • Idee p. 15-26 • Signaal p. 34-35 •

Deze maand in Klasse voor Ouders: • De truc voor betere schoolresultaten • Als Kevin thuiskomt met drugs • Hoe ouders hun verantwoordelijkheid nemen •

Deze maand in Klasse voor Jongeren: • Ook leerlingen maken de school • Plots vraagt Maarten of je drugs wil • De wereld van onderwijs •

KLASSE NR .72 3


VIZIER

Vluchten

4 KLASSE NR.72


Ongeveer één op vijf jongeren gebruikt al eens - of meermaals - een illegaal genotmiddel, zoals cannabis of XTC. Dat trekt veel aandacht. Misschien ten onrechte. Alcohol is nog altijd meer verbreid dan cannabis. Meer bij volwassenen dan bij jongeren. Het gebruik van andere cultureel aanvaarde drugs, zoals pijnstillers, vermagerings-, slaapen kalmeringspillen, is zeker niet minder onschuldig dan de verguisde joint. Daarom kaderen steeds meer scholen hun inspanningen om aan drugpreventie te doen in de bredere context van een gezondheidsbeleid. Hierin komen alle facetten van verslaving aan bod. Heel wat secundaire scholen voeren een beleid dat jongeren kritisch en weerbaar moet maken tegenover legale en illegale drugs. Kleuter- en lagere scholen blijven hierbij niet achter. Zij versterken de weerbaarheid tegenover snoep, tv-programma’s, videospelletjes enz. Sommige actieprogramma’s proberen de aantrekking van drugs te ondermijnen door het positief zelfgevoel van jongeren aan te boren en te versterken. «De beste lessen over drugs zeggen bijna niets over drugs», zegt een trainer.

kan niet meer Pillen

Klasse Grafiek

Eén op drie rookt. Twee op vijf hebben al kans gehad drugs te kopen. Ruim één op vijf heeft al illegale drugs ge bruikt, hoofdzakelijk cannabis. Ruim één op vijf drinkt meer dan drie glazen alcohol per week. Vier op tien zijn al dronken geweest. Het overgrote deel gebruikte al geneesmiddelen. Bijna de helft van de meisjes nam de voorbije Hoeveel leerkrachten hebben de jongste vijf jaar maand lichte pijnstillers. Dit is bijna dubbel (meer) drugs gemerkt op school? zoveel als de jongens. Negen meisjes en drie (Exclusieve enquête van KLASSE bij 2000 leerkrachten) jongens gebruikten al zware pijnstillers (coVeel meer Meer Hetzelfde Minder Niet deïne of morfine), en bijna één op tien van de ondervraagde jongeren nam al eens kalme92 Kleuter 14 3 0 ringsmiddelen (valium, temesta) of slaapmidLager 1 8 7 1 83 delen. Dit is het resultaat van een enquête Lager secundair 2 17 21 42 18 onder 190 vierdejaars algemeen secundair Hoger secundair 11 20 6 19 44 onderwijs in een landelijke school met een Hoger 4 33 5 32 26 uitstekende reputatie en geen uitgesproken 0 20 40 60 80 100 % drugprobleem. Vluchten kan niet meer. ■ Drugs zijn overal. Zelfs in de lagere school merkt 17 procent van de leerkrachten ze op. In het secundair onderwijs wordt al meer dan tachtig procent van de leerkrachten ermee geconfronteerd. De stijging is het sterkst in de drie eerste jaren: 60 procent ziet er (veel) meer drugs dan vijf jaar geleden. Maar ook in het hoger secundair merkt 55 procent van de leerkrachten (veel) meer drugs op. In het hoger onderwijs stelt één derde van de docenten niets van drugs te merken, terwijl een ander derde een stijging signaleert.

KLASSE NR .72 5


Annelies is sportlerares. Als ze de zaal klaarzet en opruimt, slaat ze graag een babbel met haar leerlingen. Vandaag vraagt ze Els wat zij vond van de tv-uitzending over jongeren en drugs. «Ja, wat die gast vertelde klopt wel », zegt Els. «Je komt ermee in een ander soort realiteit. Dat helpt om de maatschappij en haar stress te relativeren. Je kunt er ook een boost van krijgen. Ik ken er die niet meer kunnen uitgaan als ze geen XTC genomen hebben. Ze dansen zich de ziel uit het lijf met een pilletje in hun maag, maar na anderhalf uur vallen ze stil.» Annelies staat versteld van de gewone manier waarop Els over drugs praat. «Bedoel je dat jullie allemaal weten waar je aan dat spul kunt geraken?» Els lacht om de naïviteit van Annelies. Ze zwijgt verder. Je weet maar nooit wat een leerkracht met specifieke informatie doet.

Lerares Annelies associeert drugs nog altijd met het beeld van een teruggetrokken, asociale jongere of een herrieschopper. Maar haar leerling Els beantwoordt helemaal niet aan dat beeld. Moet Annelies zich zorgen maken als Els af en toe een joint opsteekt? Op haar sportactiviteiten en haar schoolresultaten valt niets aan te merken. Op competities helpt ze de school steevast in de prijzen. ‘t Is ook een sociale meid. Zijn soft drugs dan werkelijk een gezonde vorm van escapisme, zoals de jongen in de tv-uitzending beweerde? Het verwart haar. Ze weet er zelf ook zo weinig van. Leerling Els zelf ziet geen enkel probleem in het occasioneel opsteken van een joint. Ze deed haar eerste ervaring op tijdens een klasweekend enkele jaren geleden. Ze was toen veertien. In haar klas waren er een vijftal die regelmatig hash rookten. Een J en blowen heet dat. Bij haar eerste joint heeft Els niets gevoeld. Geen wonder. Ze rookte niet eens en beheerste de kunst van het inhaleren niet. Tijdens een weekend bij de jeugdbeweging heeft ze die kunst wel geleerd en de ervaring beviel haar. Daarna gebruikte ze af en toe met vrienden, op privé-fuifjes of bij iemand thuis. Maar nadat een joint op een nuchtere maag haar ellendige uren opleverde, raakte ze het spul een jaar lang niet aan. Door een vriend

dens de middagpauze gaat een aantal van zijn leerlingen pinten pakken, weet hij. En voor en na school staan ze vlakbij de schoolpoort sigaretten te roken. Van enkele leerkrachten weet hij dat de jongeren ook handige alternatieven hebben voor het verbod op roken. Ze eten op het toilet of open en bloot in de schoolkantine een boterham met boter waarin cannabis verwerkt is. Wie zal het verschil zien? De PMSmedewerker kaartte laatst het gebruik van geneesmiddelen onder leerlingen aan. Volgens hem gaat het om antidepressiva, kalmeringsmiddelen en slaappillen. Eén van de leerkrachten zegt dat hij zich zorgen maakt over jongeren die veel té rustig, té braaf in de les zitten en op niets meer reageren. Een andere leerkracht die een goed contact heeft met de leerlingen meent dat minstens één derde - als het niet meer is - van de leerlingen regelmatig stoned is. «Wij kunnen onze ogen niet sluiten en doen of er niets is; wij moeten daarop inspelen», pleit de leerkracht. Als vrijwillige vertrouwensleerkracht klopt hij meer dan het verplichte aantal uren en staat hij bloot aan burnout, vreest directeur Michel. Hij loopt rond met plannen om begeleiding van leerlingen structureel op te nemen in de werking van de school, maar dat houdt andere, pijnlijke beslissingen in. Waar gaat hij snoeien in het lessenpakket om dit mogelijk te

«Vertrouw nooit

6 KLASSE NR.72

raakte ze sinds een jaar opgenomen in een gezellige groep waar vaak een joint rondgaat. Ze doet nu weer regelmatig mee. «Niet altijd. Ik ga daar in de eerste plaats omdat het een plezante groep is. Soms rook ik mee, soms ook niet. In de examenperiode ga ik er veel minder naar toe en zal ik ook niet blowen. Na een joint kun je eventueel nog wel notities nemen, maar echt studeren, vergeet dat maar.»

Stoned Michel is directeur van een stedelijke school waar regelmatig gebruikt wordt. Niet alleen joints. Tij-

maken? Wie van zijn personeelsleden laten afvloeien om anderen vrij te maken voor leerlingenbegeleiding? Hoe kan hij van een preventieprogramma als Leefsleutels een permanent onderdeel van het lesaanbod maken? Op korte termijn ziet hij zich geconfronteerd met twee problemen: hoe ervoor zorgen dat er zo min mogelijk gelegenheid is tot druggebruik op school? En wat te doen als leerlingen betrapt worden: sanctioneren of ze proberen via gesprek en begeleiding te overreden geen drugs meer te gebruiken?

Verdoken In de school waar Annie directeur is, zijn drugs geen om aandacht schreeuwend probleem. In de omgeving van de school zijn geen cafeetjes, enkel weiden met koeien. Dat betekent echter geenszins dat het fenomeen hier ook niet de kop opsteekt. Net zoals een aantal van de leerlingen al eens graag een pint pakt, gebruiken anderen een joint, weet Annie uit gegevens van anonieme leerlingenenquêtes. Toen vier jaar geleden voor het eerst enkele gealarmeerde ouders meldden dat dit ook binnen de schoolpoorten gebeurde en dat er verhandeld werd, zat Annie even met de handen in het haar. Boekentassen werden gekeerd, leerlingen ondervraagd en de leverancier van het spul werd van school verwijderd. Om zo min mogelijk paniekvoetbal te spelen en een doordachte visie op lange termijn te ontwikkelen, besloten Annie en haar collega’s van andere afdelingen een pedagogische studiedag aan het thema te wijden. Als gevolg daarvan werden in de verschillende grote geledingen van de school werkgroepen verslavingspreventie opgericht. Het beleid dat hier uitgedokterd werd, vond zijn neerslag in het schoolreglement. Rode draad van het beleid: aan gebruikers wordt in de eerste plaats een hulpverleningsaanbod gedaan; dealers staan echter ernstige sanc-


ties te wachten, inclusief van school gestuurd worden. Verder besloten leerkrachten en directie een preventieprogramma in te bouwen in het leeraanbod. Ze opteerden voor Leefsleutels omdat dit de weerbaarheid en relatievaardigheid van jongeren stimuleert op een breed terrein. Dit kon volgens hen ook een positief effect hebben op de klassfeer, en wellicht andere verdoken problemen, zoals pesten of seksueel misbruik aan de oppervlakte brengen.

Groepsband Wat is er aantrekkelijk aan een joint? Wat doet het je? En houden jullie het buiten de school? vroegen wij aan de leerlingen Els en Paul. Ze maken deel uit van hetzelfde vriendengroepje. ELS: «Als je een joint rookt is het net of je een duidelijker zicht krijgt op hoe de maatschappij functioneert. Alsof je volwassener wordt en meer levenservaring krijgt. Je wordt er zelfstandiger van.» PAUL: «Als mijn moeder mij vraagt waarom ik het doe, antwoord ik dat het om in een andere wereld te stappen is. Na een joint kun je de meest diepzinnige gesprekken hebben over mystieke, geflipte, filosofische onderwerpen. Het onverklaarbare en onbewuste worden opeens duidelijker, ook hoe de maatschappij in elkaar steekt. Het is ideaal als

Pint Paul Jansen van het Antwerpse JAC (Jongerenadviescentrum) heeft al veel uitspraken van jongeren over hun druggebruik gehoord. Het wijdverbreide gebruik van cannabis op zich verontrust hem minder dan de cultuur en filosofie waarin dat gebeurt. JANSEN: «Steeds meer jongeren trekken «We kunnen niet zich terug in een veilige, eigen wereld die niets meer met de wereld van de volwassenen te maken heeft. Ze hebben doen of er niets lak aan de hypocrisie van de volwassenen. Ze contesteren zelfs niet meer maar aan de hand is» bouwen een bolster rond zichzelf en creëren hun eigen netwerkje. Daar kunnen ze na wat joints hun gevoelens kwijt, die ze anders zo moeilijk kunnen uiten. Ze doen dat op zo’n manier dat ze er tegelijkertijd toeschouwer van zijn. Ze zitten daar wel samen te ontspannen, maar blijven toch elk individueel bezig met hun eigen gevoel. Een veilige manier om met hun eigen onzekerheid om te gaan.» Bij wijze van boutade geeft Jansen het beeld van de vader die met een pint in de hand tegen zijn zoon zegt: «Jongen, een joint is een drug. Blijf ervan af.» Voor die zoon is het de vader die een hard drug in

een leerkracht» uitlaatklep voor onze opgefokte prestatiemaatschappij. Het ontspant en het creëert ook een onzichtbare groepsband.»

Hobby ELS: «Hoeveel plekken zijn er nog waar je echt kunt thuiskomen? Bij de meeste volwassenen kun je het vergeten. Ze scheppen ons op met een wereld die barst en dan hebben ze nog de pretentie om ons de les te willen lezen. Ons groepje is een beetje zoals een familie. Je weet dat je er bij iedereen terecht kunt. Wij zijn heel direct tegenover elkaar, maar we kunnen ons ook laten gaan. En van bepaalde dingen ga je gewoon op een veel diepere manier genieten als je stoned bent. Muziek krijgt een heel andere dimensie. ‘t Is of die door je heen gaat trillen en je behalve klank ook beeld krijgt. De jonge blower op een recente tvuitzending heeft het over een beeldende, mysterieuze realiteit, waar het aangenaam vertoeven is. Maar hij waarschuwt voor overdrijving. Blowen beïnvloedt je kijk op de dingen. Als je constant stoned bent, wordt je zintuiglijkheid aangetast. Je weet op de duur niet meer wat werkelijkheid is en wat niet.» Els neemt enkel een joint als ze ervoor in de stemming is. «Sommige weken rook ik vier of vijf joints, soms ook een hele week niet. Nee, op school doe ik het niet. En ik zorg altijd dat mijn schoolwerk klaar is voor ik er een opsteek. Of het een dure hobby is? ‘t Is goedkoper dan alcohol. Voor honderd frank heb je een joint. Als je er een paar doorgeeft in een groepje, ben je voor de rest van de avond vertrokken.» Paul blowt veel vaker. «Ik geef toe dat gewenning bij mij sterk speelt en dat ik wel eens stoned in de klas zit. Ach wat, ik vind het soms ook zo saai daar. Met een joint is het allemaal veel aangenamer. Maar als ik studeer voor examens zorg ik wel dat ik een frisse kop heb. Ik wil er wel door zijn.»

zijn hand heeft. Even ongeloofwaardig komt de leerkracht over die een leerling probeert te overtuigen te stoppen met cannabis met uitspraken als: zoiets maakt je fysiek kapot. De jongere in kwestie gebruikt misschien al jaren cannabis zonder dat hij er negatieve, fysieke gevolgen van ondervindt. Hij leeft in de sterke overtuiging dat cannabis niet verslavend is. Het vermoeden dat jongeren er veel meer van weten dan zijzelf maakt veel leerkrachten onzeker om het thema aan te kaarten. HILDE DE MAN, Vereniging voor Alcohol- en andere Drugproblemen: «In Nederland is gebruik meer bespreekbaar. ‘t Zit daar ook niet in een illegaal sfeertje. Hier is een open gesprek moeilijker. In België vrezen leerkrachten soms niet geloofwaardig te zijn als ze het over drugs hebben. Ze beseffen dat ze er niet zo veel van weten en vertrouwen er vaak niet op dat ze de signalen herkennen. Veel signalen, zoals verminderde aandacht of een suffe kop, zijn ook niet eenduidig. Omgekeerd durven leerlingen het gesprek met een leerkracht niet goed aan, omdat ze vrezen dat hun leerkrachten het niet gaan begrijpen. Ze zijn ook bezorgd dat er verkeerde dingen met die informatie zouden kunnen gebeuren.» Leerling Paul is wantrouwend: «Vertrouw nooit een leerkracht. Dat is een overtuiging die ik in verschillende scholen opdeed. Je weet gewoon niet wat er met de informatie gaat gebeuren.» Els heeft minder schrik dat leerkrachten haar zullen veroordelen. Ze weet dat ze graag gezien is op school. Toch vertelt ze geen dingen die vrienden in moeilijkheden kunnen brengen. Haar zielenleven zal ze niet vlug blootleggen aan een leerkracht. «Als ik echt een probleem zou hebben, zou ik misschien een gesprek zoeken met die van biologie of Nederlands, want die durven ook iets over zichzelf te vertellen. Ze behandelen ons als mensen die misschien ook iets te vertellen hebben.» ■ KLASSE NR .72 7


het opstarten van een drugbeleid in ruime zin. Specifieke programma’s zoals Tralies in Wonderland en de Rode Mappen voor de kleuter- en lagere school en Leefsleutels en De Uitdaging voor het secundair onderwijs ondersteunen leerkrachten heel concreet in het vertalen van een preventief programma in een praktisch lessenpakket. De impact van dergelijke lessen staat of valt vaak met de steun (of het gebrek hieraan) van een brede groep van leerkrachten en natuurlijk de directie.

«De hele school weet het» Verklikken

«In mijn school hebben we geen preventieprogramma, maar als ze mij zouden vertellen dat drugs slecht zijn - ook weed dan geloof ik dat niet. Het is minder erg dan alcohol», zegt een leerling. Kun je als school jongeren op een geloofwaardige manier weerbaar maken tegen genotmiddelen? Wat is een zinvol drugbeleid op school? En hoe vroeg begin je ermee: in het secundair onderwijs, in de lagere school of al in de kleuterklas?

8 KLASSE NR.72

Alle geledingen van de school dragen een effectief drugbeleid. Enkele manieren om dit te realiseren: • Een werkgroep of begeleidingscel voor leerkrachten oprichten waar zij terecht kunnen voor feed-back of concrete tips voor leerlingenbegeleiding. • Structurele maatregelen nemen zoals lesuren en geschikte lokalen vrijmaken om overbelasting van bepaalde leerkrachten te voorkomen en de beste setting bieden aan socio-emotionele vaardigheidsprogramma’s. • De leerlingen zeggen hoe vertrouwelijk precies wordt omgegaan met hun informatie. • Aan leerlingen en hun ouders duidelijk maken wat het beleid van de school is rond drugs en dit in het schoolreglement opnemen. • Kanalen creëren, zoals een anonieme brievenbus, waarlangs leerlingen suggesties kunnen doen over alles wat met school te maken heeft, maar niet met de bedoeling hen uit te nodigen medeleerlingen te verklikken…

Basisscholen

Leerkrachten en directies zien soms tussen de bomen het bos niet meer bij het grote aanbod aan preventieprogramma’s en vormingsdagen. Naast vakoverschrijdend werken en nagaan of je leerinhoud wel beantwoordt aan de eindtermen, zou je als leerkracht liefst ook nog op de hoogte moeten zijn van de laatste ontwikkelingen rond drugs, pesten en noem maar op. Wie is daarvoor opgeleid? Maar preventiewerkers beweren dat een geïsoleerde projectdag niet veel om het lijf heeft als hij niet gedragen wordt door langere-termijninspanningen en een beleid van de hele school. Hoe kan een school dat waarmaken zonder de leerkrachten nog meer te belasten? Niemand kan van leerkrachten of directie verwachten dat ze zich gaan ontpoppen tot experts in legale of illegale drugs. Dat is ook voor niets nodig. Een positief schoolklimaat creëren, versterken of onderhouden gaat veel verder dan gelijk welk specifiek programmaonderdeel. Maar dat is natuurlijk makkelijker gezegd dan gedaan. Gespecialiseerde medewerkers van Centra voor Geestelijke Gezondheid en organisaties als de Vereniging voor Alcohol- en andere Drugproblemen (VAD) en het Centrum voor Alcohol- en andere Drugproblemen (CAD) ondersteunen scholen bij

Preventiewerkers Hilde De Man van de Vereniging voor Alcohol- en andere Drugproblemen (VAD) en Carlo Baeten van het Centrum voor Alcohol en andere Drugproblemen (CAD) beschrijven de evolutie die ze de voorbije jaren vaststelden in scholen. HILDE DE MAN: «Een aantal jaren geleden kregen wij regelmatig vragen van scholen in een crisissituatie. Die incidenten waren gelukkig triggers om de zaken preventiever aan te pakken. Dit leidde in veel scholen tot een breed gezondheidsplan, waarin naast de illegale drugs ook de legale middelen aan bod komen. Waarbij ik wel de kanttekening wil plaatsen dat voor jongeren zelf het gezondheidsaspect niet aanspreekt als het om illegale drugs gaat Het sociale conflict met de ouders of op school en de juridische problemen die cannabisgebruik door de illegaliteit ervan kan genereren, liggen veel gevoeliger. Ik merk voorts een nieuwe tendens. De laatste jaren krijgen de preventiewerkers meer vragen van basisscholen. Zij willen niet zozeer het thema drugs voor de klas brengen, wel weten hoe ze kinderen tijdig weerbaar kunnen maken tegen allerlei invloeden en beelden die op hen af komen. Als derde tendens stel ik vast dat scholen nu ook bij elkaar te rade gaan. Op veel plaatsen is er immers een scholenoverleg, vaak geïnitieerd door de Centra voor Geestelijke Gezondheidszorg of door gemeentelijke preventiewerkers. Directies en leerkrachten zien bij elkaar wat werkt.» CARLO BAETEN: «Enkele jaren geleden stond mijn agenda boordevol afspraken om tijdens projectdagen aan preventieve vorming te doen in


scholen. Dat is ondertussen veranderd. Ik geef nog wel vorming rond drugs, maar enkel als het kadert in inspanningen van scholen om aan een reglementering en een consistent beleid te werken. Het heeft geen zin om iets te organiseren als het niet gedragen wordt door een heel schoolklimaat, met liefst nog de ouderwerking erbij. Veel scholen ervoeren dat ouders een actief drugbeleid waarderen en dat dit zelfs een positieve factor is bij het inschrijven van hun kind.»

Waanbeelden «In het vierde jaar secundair kwam er een dokter praten over drugs.», vertelt leerling Paul over hoe preventie bij hem op school gebeurde. «Hij had kaarten over verschillende soorten drugs mee, met uitleg over de voor- en nadelen en effecten. In kleine groepjes moesten we die kaarten bekijken en sorteren. Daarna volgde een soort quiz. Maar die man zei op geen enkel moment dat drugs slecht zijn. Dan klopt er iets niet, vind ik. Je moet evengoed over de negatieve kanten durven te praten. In de school van een kameraad was er laatst ook een drugpreventiedag. Daar werden drugs getoond en doorgegeven. Had mijn vriend even spijt dat hij die dag spijbelde, zeg! Wie gebruikt, kan van zoiets allicht nog iets opsteken en wie geen ervaring heeft met drugs weet nu hoe het spul eruit ziet.» Els had nog nooit een drugpreventieprogramma op school en ze heeft er ook maar weinig vertrouwen in. Ze vraagt zich af of het goed gegeven kan worden. «Je geeft beter geen programma dan hypocriet te doen. Als je eerlijk bent en zegt wat drugs nemen werkelijk is, dan kun je het niet blijven verbieden volgens mij. Er zijn al zo lang waanbeelden de wereld ingestuurd over cannabis. Maar een school kan het toch ook moeilijk gaan promoten? Het hoort eigenlijk niet thuis op school, maar in een onspanningscultuur. Ik vind dat de scholen maar gewoon moeten stellen: jongens, de school is geen plaats voor sigaretten, joints en ander spul. Doe dat maar in je vrije tijd. Hier moet worden geleerd. Ik vind dat er op mijn school een te grote tolerantie is voor soft drugs. Tegen hard drugs kanten de leerkrachten zich wel, maar soft drugs zien ze stilzwijgend door de vingers, zolang je niet meteen voor hun neus een joint rolt. Ze maken er zelfs verholen grapjes over.»

Doorflippen Ofschoon Els en Paul ervan overtuigd zijn dat ze niemand kwaad doen door occasioneel te blowen, tonen ze zich bezorgd over de verjongingstendens in het cannabisgebruik. Ze vinden dat scholen er goed aan doen kinderen te wapenen tegen vroegtijdig uitproberen van genotmiddelen. ELS: «Ik vind het heel erg dat twaalfjarigen daar al mee beginnen te experimenteren. Op twaalf of veertien jaar weet je niet waarmee je bezig bent en je kunt de gevolgen voor later niet inschatten. Drinken en roken zijn wat dat betreft even erg: je kunt er allebei in overdrijven.» PAUL : «Als je veertien bent, verander je nog sterk. Doordat drugs je perspectief op de werkelijkheid veranderen, kan dat serieuze storingen veroorzaken. Ik kan het weten, want ik ben er veel te vroeg mee begonnen. Toen ik veertien was, ging het slecht met mij. Ik gebruikte niet alleen weed maar

ook straffer spul zoals XTC, cocaïne, LSD en speed. Ik ben er zonder hulp mee kunnen stoppen, gelukkig. Ik moet nu niets meer weten van hard drugs. Ze zijn ten eerste duur, ten tweede fysiek ongezond, ten derde verandert je karakter erdoor en ten vierde kom je in een heel onregelmatig, chaotisch leven terecht. Ik vind dat scholen gerust mogen wijzen op die gevaren zonder dat ze daarom in bijzonderheden over de verschillende soorten moeten treden. Aan cannabis zitten op zich geen gevaren, maar je moet het niet nemen als je je niet goed voelt of in een labiele periode zit. Dan kun je doorflippen.»

Escapisme

Ouders vragen een

Preventieprogramma’s die enkele jaren geleden nog opgeld maakten, beleid komen nu onder vuur te liggen. • Met louter informatie geven, kan men wel wijzen op schadelijke of geschool vaarlijke neveneffecten van verschillende drugs, maar men geeft tegelijkertijd een fijn overzicht van de winkelwaar. En zien kan honger of zin doen krijgen. Dat weten reclamejongens al jaren. • Proberen te overtuigen of af te schrikken aan de hand van getuigenissen van ex-verslaafden houdt het risico in dat de zaak twee kanten kan opgaan: het gewenste effect of stille bewondering voor een gast die toch één en ander heeft meegemaakt, er goed mee verdiend heeft en er nog goed vanaf is geraakt waarom ik dan ook niet? • Als men leerlingen in klassikaal verband rond druggebruik stellingen laat innemen en beargumenteren, gaat men ervan uit dat jongeren zich het meest laten beïnvloeden door hun groepsgenoten. Maar ook dat kan twee kanten uitgaan, afhankelijk van de samenstelling van de groep. Zitten in zo’n klas een aantal populaire leerlingen die zich duidelijk uitspreken tegen druggebruik, dan kan dat de klas in positieve zin meetrekken. Maar voor hetzelfde geld krijg je het omgekeerde effect. Een school haalde het maximum uit het laatste model van preventieprogramma’s door jongeren vooraf kans te geven anoniem vragen over drugs te formuleren. Tijdens de projectdag werden de jongeren van alle klassen van hetzelfde jaar ingedeeld in kleine groepjes die elkaar niet goed kenden. Hierdoor werd kliekjesvorming en te sterke beïnvloeding van haantjes-de-voorste ingedijkt. • Socio-emotionele vaardigheden aanleren gaat ervan uit dat het zinvoller is het positieve zelfgevoel en gedrag van leerlingen te versterken dan de aandacht te richten op ongezonde fenomenen. Het woord drugs moet niet eens ter sprake komen. Door een klas- en schoolklimaat te creëren en een communicatievorm aan te wenden die leerlingen uitnodigt met hun gevoel naar buiten te komen en zich weerbaar en kritisch op te stellen (ook naar de eigen school), proberen sommige programma’s een alternatief te bieden voor ongezond gevoelsescapisme.

van de

Hét basisingrediënt tegen ontsporing van druggebruik is dialogeren. Een klimaat waarin volwassenen jongeren op een open, eerlijke en niet betuttelende manier aanspreken - zij het thuis, op school of in het vrijetijdscircuit - biedt de beste preventie tegen het ontsporen van druggebruik. ■ KLASSE NR .72 9


Help, Veel leerkrachten zijn Wouter liever kwijt dan rijk. Hij domineert de groep op een storende manier, gedraagt zich brutaal tegenover leerkrachten en is regelmatig afwezig in de les, waarbij hij altijd een geslepen smoes heeft. Toch mag de vijftienjarige kerel zich verheugen in nogal wat populariteit onder zijn leeftijdgenoten. Spreekt zijn bravouregedrag aan? Wouters klastitularis meent dat hij de verklaring gevonden heeft voor Wouters populariteit. Hij heeft sterke vermoedens dat Wouter een vertrouwde leverancier is van zakjes weed. Op de volgende klassenraad staat bovenaan de agenda: hoe pakken we Wouter aan?

10 KLASSE NR.72

«Kunnen we hem niet een poosje observeren en op het goede moment vragen zijn boekentas of zakken uit te keren», oppert een leerkracht. «Dan krijgen we misschien zekerheid. Nu opereren we op basis van vermoedens.» De directeur wijst erop dat boekentassen en jassen privé-eigendom zijn van leerlingen en dat de school daar juridisch gezien vanaf moet blijven. Zij kan wel de rijkswacht inschakelen, zoals ze enkele jaren geleden al eens gedaan heeft in dergelijke omstandigheden. Maar dat vindt de directeur een zware stap. «Wouter komt dan in een gerechtelijke sfeer terecht. Gaat dat een oplossing brengen? En als we het overdragen aan de rijkswacht, dan weten we zelf niets meer. De rijkswacht verschuilt zich achter het onderzoeksgeheim, en wij staan er dan buiten. Hij zou gecolloqueerd kunnen worden zonder dat wij daar iets tegen kunnen doen. Sommigen van jullie vinden dit wellicht niet erg, maar kunnen we niets anders doen? Halen gesprekken met hem niets uit? Zijn ouders erbij betrekken?» Wouters klastitularis zucht. «Ik heb al op allerlei manieren geprobeerd Wouter duidelijk te maken dat hij over de grens gaat. Ik heb hem uitgenodigd met Ilse van het PMS te praten als hem dingen op zijn lever liggen. Hij beweegt niet, zit daar maar schaapachtig te grinniken tegenover mij. Zijn ouders? Ik vrees dat we van die kant weinig hulp moeten verwachten. Ik ken de frustratie van zijn moeder. Zij staat er haast helemaal alleen voor met een man die meer in het buitenland dan thuis zit. De vader lijkt zich weinig gelegen te laten aan de opvoeding. Ik heb uit de enkele keer dat hij bij het oudercontact aanwezig was de indruk overgehouden dat hij teleurgesteld is in zijn zoon en de verantwoordelijkheid impliciet bij zijn vrouw legt.» De klastitularis vindt dat de gespreksmogelijkheden uitgeput zijn. Hij stelt voor Wouter van school te sturen met verwijzing naar het tuchtreglement. Drugs hoeven niet ter sprake te komen. Ongewettigde afwezigheden en ander storend gedrag zijn voldoende. De directeur aarzelt.

een

dealer

Rotte appel De klassenraad komt tot de consensus dat Wouter bij de directeur op het matje zal worden geroepen en te horen zal krijgen dat hij de lessen niet meer mag bijwonen. Hij zal ook tijdens de pauze geen contact meer mogen hebben met de andere leerlingen. De resterende drie maanden van het schooljaar zal hij doorbrengen in de studiezaal of op het secretariaat. Maar hij mag wel aan de examens deelnemen in een apart lokaal. Volgend jaar zal hij een andere school moeten zoeken, tenzij het probleem vooralsnog opgelost raakt. De directeur zal de ouders uitnodigen voor een gesprek om met hen eventuele alternatieven af te tasten. Het is één mogelijke oplossing. Eén waar niet iedereen achter staat. «Een jongere isoleren is de slechtste manier om met drugs om te gaan», meent JAC-werker Paul Jansen. De directeur weet dat hij Wouter nog een mooie kans geeft door hem te laten deelnemen aan de examens. Maar hij beseft ook dat deze strategie slechts een zeer tijdelijk soelaas biedt. Als Wouter volgend jaar een andere school moet zoeken, zit een collega van hem met het probleem. Op zijn beurt krijgt hij vroeger of later weer een zogenaamde rotte appel die van elders komt. De directies kennen dat soort verloop. Het tuchtrapport


van leerlingen moet op school blijven, maar ze verwachten wel een telefoontje van elkaar met de vraag wat hun ervaring is met een bepaalde leerling. Met een halve zin weten ze al wat voor vlees ze in de kuip krijgen. Zouden gesprekken met Wouter of met zijn ouders de zaak niet vooralsnog in betere banen kunnen leiden? De directeur zucht. Wat kan die knaap overtuigen dat hij zijn kansen hopeloos om zeep helpt?

de volgende. Weet je wat ik kan accepteren? Dat als de school mij na een fatsoenlijk gesprek vraagt met mijn activiteiten te stoppen op school, en ik doe het niet, de directeur dan zou zeggen: kijk, makker, we hebben van mens tot mens gepraat en blijkbaar zijn we niet dezelfde mening toegedaan. Misschien vind je wel een school waar ze wel dezelfde mening als jou zijn toegedaan. Dat vind ik fair.» ■

DRUGS OP TV EN INTERNET

Aanbod voor het lager onderwijs • Tralies in Wonderland (videofilm en werkboek) bevat een aanbod voor Fair een vormingsavond voor ouders, waarKLASSE zocht Wouter op en vroeg • Voor drugs moet iedereen in samen met hen kan worden overlozijn eigen verantwoordelijkhem hoe hij zou willen dat de school pen wat zij kunnen doen om in te spelen heid opnemen. De school en hem behandelt. op de thema’s die in de klas aan bod de leerkrachten kunnen dit WOUTER: «Dat ze mij vlakaf zoukomen. - Centrum voor Alcohol- en den confronteren, maar niet van probleem niet alleen oplos- andere Drugproblemen (CAD) - Luisen. Daarom hebben we het kersteenweg 134 - 3500 Hasselt twee meter boven mij. Dat leerlindit keer ook over drugs in gen die iets mispeuteren soms be- KLASSE voor Ouders en in tel 011-27 42 98/99. keken worden als achterlijke, mon- KLASSE voor Jongeren. Een • Contactsleutels: voor onderwijzers goolse pubers die niets snappen, aanzet voor een gezamenlijke van de derde graad die werken aan socio-emotionele vaardigheid om hun kijk, daar krijg ik het van. Daar ga aanpak? ik pas goed van dwars liggen. Wat • In samenspraak met KLASSE leerlingen weerbaarder te maken - De ik echt zou willen? Dat de directeur heeft de BRTN-Schooltelevi- Sleutel & Preventie - Hundelgemsemet mij zou praten van mens tot sie een korte introductiefilm steenweg 1 - 9820 Merelbeke - tel 09251 47 16 - fax 09-259 09 09. mens, niet van directeur tot leer- gemaakt over drugs op school. • Rode Mappen: lessenpakketten voor ling. Als hij aan mij zou uitleggen Die duurt zo’n acht minuten elk leerjaar (vanaf de derde kleuterin welke positie hij staat als direc- en is bedoeld voor leerlingen klas) en achtergrondinformatie over teur en waarom hij drugs niet kan in het secundair onderwijs. U o.a. voeding en gezondheidsrisico’s, retoelaten op school, daar zou ik voor kunt daar vooraf naar kijken lationele opvoeding en veiligheid - Veropenstaan. Dan zou ik het gevoel en de video inschakelen. Bij- eniging voor Promotie van Gezondhebben dat ik een keuze had, dat ik zonder bruikbaar om het the- heid op School (Proges) - Schildook begrip kon opbrengen voor ma in de klas aan te kaarten. knechtstraat 9 - 1020 Brussel - tel 02zijn standpunt. Als ik erover na- DRUGS OP SCHOOL (Alfa en 422 49 39 - fax 02-422 49 89. Volgend denk, kan ik er natuurlijk wel inko- Omega Plus): woensdag 19 fe- schooljaar verschijnt een hernieuwde men dat drugs op school niet kun- bruari om 15.22 u. (TV2); en versie, aangepast aan de eindtermen. nen. Maar die pretentie van vol- dinsdag 25 februari om 10.52 Aanbod voor het secundair onderwijs u.(TV2) • De Vereniging voor Alcohol- en wassenen dat ze jongeren kunnen • Een primeur van multimeverbieden, daar krijg ik pas zin van diale aanpak! Vanaf 6 februari andere Drugproblemen (VAD) onderom kat en muis te gaan spelen. vindt u het BRTN-filmpje ook steunt scholen bij het invoeren van een Verbieden lukt niet, noch van thuis in de KLASSE-site op Internet. drugbeleid, motivationele gespreksvoeuit, noch van het gerecht, noch van Gewoon surfen naar www. ring met leerlingen, de aanmaak van materiaal en het vorming geven - G. school. Een mens stopt niet met artefact.be/Klasse/Archieven/ Schildknechtstraat 9 - 1020 Brussel iets omdat het moet. Toch zeker Archieven.qry?function=form tel 02-422 49 69 - fax 02-422 49 79. een jongere niet. Geef een mens (en zoeken naar “drugs op tv • Primavera ondersteunt ook leerkrachten een reden en als hij het begrijpt zal en internet”). en geeft daarbovenop vorming voor ouders hij stoppen. En het imago dat opgeover drugs - De Smet de Naeyerlaan fokt wordt rond een drugdealer… Nog zo iets. Ze 470 - 1090 Brussel - tel 02-478 90 90. proberen een beest van je te maken. Natuurlijk heb • Vereniging voor Promotie van Gezondheid op School ik mijn ergerlijke kantjes. Maar zij begrijpen het (Proges) biedt vijf aparte lessenpakketten aan over de respect en de dankbaarheid niet die ik krijg voor wat thema’s tabakspreventie (eerste graad), alcoholpreventie ik doe. Je moet eens om je heen kijken. De vraag naar (tweede graad), verslavingspreventie (derde graad, met spul is veel groter dan het aanbod. Ik lever een nascholingsmogelijkheid voor leerkrachten) en veiligbetrouwbaar product en heb nog nooit een kameheid en gezonde voeding. (zie Rode Mappen - lager onderwijs) raad in de zak gezet. Daarom word ik geapprecieerd. • Leefsleutels heeft praktische lessenpakketten en geeft Als ik mijn nek uitsteek door naar Nederland te vorming voor leerkrachten over drugpreventie via het gaan, dan zien mijn kameraden dat als een gunst stimuleren van socio-emotionele vaardigheden - Hunwaarmee ik hen help. Ik doe dat niet om winst te delgemsesteenweg 1 - 9820 Merelbeke - tel 09-210 86 maken. Maar wie daar niets van snapt, denkt bij 20 - fax 09-231 67 15. dealer direct aan krapuul.» Kan Wouter begrijpen dat hij voor zoiets waar- • In Petto (coördinatie jongerenadviescentra - JAC’s) biedt vorming aan voor leerlingen - Diksmuidelaan 50 schijnlijk van school vliegt? Hij haalt zijn schou2600 Berchem - tel 03-366 15 20 - fax 03-366 11 58. ders op. • Uit je bol: over XTC, paddestoelen, wiet en andere WOUTER: «Ik besef ook wel dat het niet kan. Als ze middelen (1996) - Gerben Hellinga & Hans Plomp mij dat op een fatsoenlijke manier duidelijk maken, uitgeverij Ooievaar in Amsterdam is een pocket (140 p, wil ik daar best rekening mee houden. Er zijn genoeg 200 fr.) die populair is bij jongeren die gebruiken. De andere plaatsen voor wie iets met drugs wil doen. pocket geeft een overzicht van de verschillende drugs en Iedereen kan er aan geraken. Als ik van school vlieg, hun impact, plus concrete gebruikstips. Geen aanbevolen kan ik zo raden wie mijn zaakjes gaat overnemen klasliteratuur, maar als de leraar absoluut een welingedaar. Dan kunnen ze die ook van school zwieren. En lichte bron wil raadplegen…

RIJKSWACHT OP SCHOOL Bijna 300 scholen hebben het laatste half jaar de rijkswacht in huis gehaald om leerkrachten en ouders te informeren over drugs. «We hebben daarvoor een heel netwerk uitgebouwd met 200 speciaal opgeleide rijkswachters», vertelt majoor De Winter van de generale staf. «Onze informatie- en sensibiliseringsmodules situeren het drugprobleem, geven productinformatie en vertellen ook wat ouders en leerkrachten eraan kunnen doen. De rode draad van ons betoog is preventie. We richten ons daarbij niet rechtstreeks naar de jongeren, maar wel via intermediairen: leerkrachten, ouders, maar ook apothekers, geneesheren en dancinguitbaters. Zij hebben een belangrijke invloed op het mogelijke druggebruik van jongeren. Wij willen in de eerste plaats drugs uit de taboesfeer halen. Erover praten is de eerste stap naar preventie. We kiezen dus voor een minder repressieve aanpak. Maar dat betekent niet dat we toleranter worden. Joints blijven illegaal.» Meer informatie kunt u schriftelijk aanvragen bij de Generale Staf van de Rijkswacht, t.a.v. majoor De Winter - Fritz Toussaintstraat47-1050Brussel.

KLASSE NR .72 11


EINDTERMEN

FRANSTALIG BELGIË

Het Arbitragehof vernietigde het decreet dat in het kleuteren lager onderwijs eindtermen en ontwikkelingsdoelen invoert. De v.z.w. Federatie van Rudolf Steinerscholen had klacht ingediend tegen het decreet. Volgens de Steinerscholen bevatten de eindtermen zaken die indruisen tegen hun mensbeeld. Bepaalde doelstelof J O U R N A A L lingen eindtermen zouden deze scholen overigens liever op latere leeftijd bereiken. Zo zouden de scho- Worden de eindtermen uitgelieren op veel te jonge leeftijd steld? kritisch gemaakt worden. In de Steinerscholen staat veeleer het kind centraal dan de leerstof. Ten gronde hebben deze methodescholen geen bezwaar tegen de invoering van eindtermen, op voorwaarde dat het werkelijk minimumdoelstellingen zijn. Het Arbitragehof meent dat de overheid de minimumvereisten voor kennis en kunde aan de scholen mag stellen om de kwaliteit te kunnen bewaken. Maar het Hof zegt dat de huidige eindtermen helemaal niet minimaal zijn, maar veel te gedetailleerd. Daardoor zouden ze de vrijheid van het onderwijs beperken. Voorts doet het rechtscollege geen afbreuk aan het principe zelf van de ontwikkelingsdoelen en eindtermen. Het Hof vindt het een gepast middel om de gelijkwaardigheid van de studiebewijzen en de diploma’s veilig te stellen en om de onderlinge gelijkwaardigheid te vrijwaren van het onderwijs in de verschillende instellingen die ouders en leerlingen vrij kunnen kiezen. Het ziet er niet naar uit dat de onderwijsminister de invoering van de eindtermen uitstelt. Hij zal wel een nieuw decreet indienen dat in de mogelijkheid van een afHoeveel uren les wijking voorziet. krijgen 12-jarige

scholieren per jaar? Oostenrijk

1.105

Nederland

1.067

Italië

1.020

België

987

Nieuw-Zeeland

979

Portugal

949

Ierland

935

Duitsland

930

Griekenland

918

gemiddelde

908

Spanje

900

Denemarken

840

Zweden

828

Noorwegen

805

Finland

730

Turkije

720

Klasse Grafiek

0

400

800

1200

Volgens het jongste rapport Education at a glance (Onderwijsindicatoren in de Oeso-landen) brengt een 12-jarige scholier in ons land gemiddeld 987 uren per jaar door op school. Dat is 79 uren meer dan het gemiddeld van de Oeso. In totaal is dat 11 % van het aantal uren dat een jaar telt. De scholier zit 89 % van de tijd niet op de schoolbank. (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling).

12 KLASSE NR.72

Hoeveel uren van 60 minuten geven leerkrachten in het lager onderwijs les per jaar?

Nederlands leren

NEDERLAND

Angst voor studieschulden Hoger collegegeld en strengere normen bij de studiefinanciering weerhouden kinderen met laag opgeleide ouders van direct voort studeren in het hoger onderwijs. Uit angst voor hoge studieschulden stelt een toenemend aandeel middelbare scholieren met laag opgeleide ouders de keuze voor een studie in het hoger onderwijs uit, en mogelijk af. Dit is opmerkelijk omdat de wet op de studiefinanciering juist de toegankelijkheid van het hoger onderwijs wil waarborgen. Bij een vorig onderzoek in 1991 bleken het collegegeld en de studiefinanciering nog geen grote financiële drempel te zijn.

De kans bestaat dat Waalse leerlingen niet meer vanaf de vijfde klas lager onderwijs Nederlands moeten leren. In Vlaanderen blijft het onderwijs van de tweede taal, het Frans, verplicht vanaf die leeftijd. In de Franstalige gemeenschap is een discussie bezig over de beste leeftijd om met het aanleren van het Nederlands te beginnen. Aan de taalregeling voor Brussel wordt niet geraakt. Daar begint (althans op papier) het onderricht van de tweede taal in de derde klas. De Franse gemeenschapsregering legt de laatste hand aan een decreet over de opdracht van het onderwijs. En daarin is voorlopig niet opgenomen dat kinderen vanaf het vijfde leerjaar Nederlands moeten leren. KLEUTERS

Zwitserland

1.085

Nederland

1.000

Verenigde Staten

958

Verenigd Koninkrijk

950

Frankrijk

923

Ierland

915

Spanje

900

Finland

874

België

832

Turkije

830

Portugal

828

gemiddelde

818

Nieuw-Zeeland

788

Duitsland

760

Denemarken

750

Italië

748

Luxemburg

730

Oostenrijk

709

Griekenland

696

Noorwegen

686

Zweden

624 0

Klasse Grafiek

«Veel te gedetailleerd»

400

800

1200

Op de basisschool geeft een voltijds werkende Belgische leerkracht omgerekend 832 uren van 60 minuten les, in het lager secundair 720. (Education at a glance - 1996 - Oeso)

Vanaf drie jaar naar school Vlaamse ouders zullen hun kind pas vanaf drie jaar naar de kleuterschool kunnen sturen. De Commissie Onderwijs van het Vlaams parlement stelt voor om de instapleeftijd met een half jaar te verhogen. Deze nieuwe regeling zal zeker niet voor het jaar 2000 ingevoerd worden. Onderwijsminister Luc Van den Bossche en Luc Martens, minister van cultuur, gezin en welzijn zijn beiden gewonnen voor de invoering van deze instapleeftijd om louter pedagogische redenen. Volgens hen zeggen de meeste pedagogen dat het merendeel van de kinderen op 2,5 jaar niet genoeg maturiteit heeft om de stap naar het onderwijs te zetten. In de Europese omgeving is België veeleer een uitzondering waar kinderen al vanaf 2,5 jaar kleuteronderwijs kunnen krijgen. Meestal worden de kinderen vanaf drie jaar opgevangen. In Nederland is dat vier jaar. Maar in Frankrijk kunnen de kleuters al vanaf hun tweede jaar naar de école maternelle en in Zweden worden de ukken van nul tot zes jaar opgevangen in de Förskola. Daar hebben ze dan ook veel kinderverzorgers. De nieuwe beleidsoptie wordt ingevoerd als er een gepaste oplossing is, zowel voor de kleuters en hun ouders als voor het personeel. De werkgelegenheid in het onderwijs zou er niet Protest en vragen bij nieuw onder lijden, zegt de onderwijsvoorstel. minister. De omkaderingsnormen zullen worden verbeterd met het oog op kleinere klassen. Dit is een oude eis van de kleuterleidsters. Onderwijskringen hebben echter vragen bij de beleidsoptie. Het voorstel is een bijkomende slag in het gezicht van het basisonderwijs, oordeelt een directeur. Tal van ouders vinden dat kinderen al vanaf 2,5 jaar naar de kleuterschool moeten kunnen, als ze er rijp voor zijn. Vooral de goedkope opvang is zeker meegenomen, zeggen ouders.


INSPECTIE

BRUSSEL

Niet om te kopen

Over de grens

De onderwijsinspecteurs van de Vlaamse gemeenschap kunnen hun taak nu beter in een geest van openheid en objectiviteit uitvoeren. Ze ondertekenden een charter. De inspecteurs verklaren onder meer plechtig dat ze alle scholen op dezelfde manier zullen behandelen, zich niets zullen laten opleggen door een onderwijskoepel en zich niet zullen laten omkopen. Ze zullen voorts respect opbrengen voor de bevoegdheid van een school om een leerkracht zelf te evalueren en om zelf uit te maken waaraan ze in haar beleid voorrang geeft. De inspectie bewaakt de kwaliteit van een school, maar ze mag zich niet bemoeien met de opvoedkundige methoden. Ook mag ze zich niet inlaten met het privé-leven van de leerkrachten. Klachten hierover kunnen worden gemeld aan de inspecteurs-generaal of aan de onderwijsminister. Dit charter slaat niet op de pedagogisch begeleiders van de verschillende onderwijskoepels.

Vlaamse kleuterklassen en lagere scholen in het Brusselse winnen leerlingen bij. Daarentegen gaat het Franstalig net van voorschools- en lager onderwijs licht achteruit. In Brussel is de helft van de minder dan 15-jarigen van allochtone oorsprong. Daarvan gaan er steeds meer naar Vlaamse scholen. Het kleuter- en lager onderwijs van de 19 gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest telde in het schooljaar 1995-1996 115.868 kinderen. In de Franstalige klassen zaten er 97.484 (84 %) en in de Nederlandstalige 18.384 (16 %). Uit de tellingen van het jongste schooljaar blijkt dat de Vlaamse lagere scholen intussen de grens van 10.000 leerlingen haalden. En in het kleuteronderwijs bedraagt het Vlaamse marktaandeel meer dan 20 procent. In de secundaire scholen volgen 67.445 leerlingen (85 %) les in een instelling van de Franse Gemeenschap en 12.152 (15 %) in een Het Brussels basisonderwijs Vlaamse school. Het Fransta- krijgt steeds meer kinderen lig secundair onderwijs in Brus- uit taalgemengde, anderstasel levert fors in. lige of allochtone gezinnen.

Leerkrachten kunnen over de onderwijsinspectie klacht indienen. NEDERLAND

Gesponsord Bij onze noorderburen wordt vrijwel elke school op één of andere manier gesponsord. Het gaat dan om computers in de klas, een verzorgde rondleiding door een bedrijf of reclame in en rond de school. Scholen staan welwillend tegenover sponsoring, zolang dit geen harde reclame is. De Nederlandse staatssecretaris van Onderwijs Netelenbos wil vermijden dat sponsoring de inhoud van het onderwijs beïnvloedt.

HOBU

Doorgelicht De mediatheek voldoet nergens qua aanbod van boeken, tijdschriften en moderne media zoals cd-rom, cd-i, computerraadpleging e.a. Dat blijkt uit een doorlichting van de inspectie van de opleiding hotelbeheer uit het hoger onderwijs van één cyclus. De opleiding wordt in drie hogescholen van Vlaanderen aangeboden. Er is ook nog geen sprake van een systematische interne en externe kwaliteitszorg. Dit betekent niet dat de hogescholen geen inspanning doen om de kwaliteit van de opleiding te verbeteren. Zo houden ze een enquête bij de afgestudeerden over de opleiding en hun tewerkstelling. Elf hogescholen bieden de basisopleiding chemie aan. In de meeste ervan voldoet de mediatheek, maar de studenten gebruiken ze te weinig. Dit tekort aan wetenschappelijke leescultuur moet dringend geremedieerd worden. Ook hier is slechts uitzonderlijk sprake van de systematische toepassing van principes en methodes voor interne kwaliteitszorg. Toch bestaan er veel losstaande en waardevolle initiatieven, zoals de studiebelasting en de studeerbaarheid van het cursusmateriaal onderzoeken. De verslagen van de doorlichtingen bevatten ook een aantal aandachtspunten voor opvolging. Uit de o p v o l gingsgesprekken blijkt dat de departementen ernstig werken om de gesignaleerde tekortkomingen weg te Sommige hogescholen hebben te weinig wetenwerken. schappelijke leescultuur.

Niets gemist? • In de onderwijsdistricten van Nord-Pas-du-Calais (NoordFrankrijk) die aan Vlaanderen grenzen wordt sinds 1 november 1996 Nederlands onderwezen in ten minste 30 klassen. Dit gebeurt in het kader van Initiation aux Langues Vivantes. Doelgroep zijn 7-jarigen. Het blijft bij initiatie, wat betekent dat de kinderen d.m.v. audiovisueel materiaal met de klanken en de meest eenvoudige zinnen van de nieuwe taal kennismaken. • Met Onderwijsdecreet VII werd het mogelijk om de controle op de inschrijvingen en de controle op het geregeld schoolbezoek te vernieuwen. De Vlaamse regering keurde principieel een besluit goed dat een reglementaire basis biedt voor de controle van de inschrijvingen via het Rijksregister. Scholen die in gebreke blijven krijgen een sanctie. Volgend schooljaar zou het besluit van kracht worden. • De Vlaamse Gemeenschap geeft ruim 14 miljard aan het Vlaams onderwijs in het Brusselse. Dat is zes procent van de totale Vlaamse onderwijsbegroting voor dit jaar. In 1989 kreeg het Brusselse Vlaams onderwijs 9,2 miljard, wat 5,3 procent was van het globale onderwijsbudget. • Een aantal gemeentelijke en stedelijke scholen is bereid pluralistisch te worden. Maar de voorwaarden zijn niet gunstig. Zij willen geen subsidieregeling die minder interessant is, zegt Martin Heijlen, voorzitter van de Raad van het Pluralistisch Onderwijs. • De toelatingsproef geneeskunde / tandheelkunde heeft twee onderdelen: kennis en inzicht in wetenschappen (KIW) en informatie verwerken en verwerven (IVV). Het onderdeel KIW gaat over natuurkunde, scheikunde, wiskunde en biologie. Het onderdeel IVV heeft te maken met cognitief functioneren, het geheugen en de informatieverwerking. • Als de instapleeftijd van 2,5 op 3 jaar wordt gebracht, krijgen de Vlaamse kleuterscholen in het Brusselse het moeilijk. De Franstalige gemeenschapsregering denkt er immers niet aan om ook de instapleeftijd op 3 jaar te brengen. KLASSE NR .72 13


De

basis is

Wat er in het basisonderwijs verandert, wordt vastgelegd in een decreet. De Commissie Onderwijs van het Vlaams parlement keurde het ontwerp al goed. De voltallige vergadering BELEID van het parlement heeft er intussen ook al over gestemd. Wat staat er ons te wachten?

gelegd Het ontwerp van decreet herschrijft, herschikt en stroomlijnt de onderwijswetgeving van het gewoon en het buitengewoon basisonderwijs. Het brengt alle wetten en besluiten over het kleuteren lager onderwijs samen in een begrijpelijke en overzichtelijke tekst. Het nieuwe decreet zou op 1 september 1997 moeten ingaan, tegelijk trouwens met de eindtermen. De tekst van het ontwerp bevat een aantal nieuwigheden. Een belangrijke vernieuwing voor de leerkrachten zijn de functiebeschrijvingen en de evaluatie. Vanaf september zou deze vernieuwing vrijwillig en geleidelijk aan ingevoerd worden in een aantal scholen. Maar de algemene invoering gebeurt niet vóór 2002.

len ongeveer de helft ervan. Het vrij onderwijs kan slechts beperkt leerlingen weigeren als de redenen daarvoor niet onbetamelijk zijn of indruisen tegen de menselijke waardigheid.

Zieke kinderen Ouders krijgen meer verantwoordelijkheid voor hun kinderen. Het voorontwerp benadrukt de vrijheid van de ouders om tijdens de schoolloopbaan van hun kind bepaalde beslissingen te nemen. Ouders moeten zich wel laten adviseren door de klassenraad en het PMS. Maar ze beslissen zelf of hun kind langer dan gepland in het kleuteronderwijs blijft, vroeger aan het lager onderwijs begint of er een zevende jaar blijft. Ook na een verwijzing naar het buitengewoon onderwijs blijven de ouders van het betrokken kind vrij om het gewoon of buitengewoon onderwijs te laten volgen. Ze kunnen hun kind te allen tijde van school veranderen. Ten slotte versterkt het ontwerp-decreet de basis voor de school die haar zorg verbreedt voor álle kinderen. Zo verzekert de gewone lagere school het onderwijs aan zieke kinderen thuis. Ook de projecten onderwijsvoorrangsbeleid en zorgverbreding worden decretaal verankerd.

Ongrondwettelijk De Commissie Onderwijs debatteerde intussen over het ontwerp-decreet. De oppositiepartijen VLD, Agalev en de VU vinden het ontwerp ongrondwettelijk en leggen begin december een aantal amendementen voor aan de Raad van State. Een eerste wrevelpunt gaat over de financiering. De nieuwe grondwet zegt dat de overheid alle scholieren financieel gelijk moet behandelen, tenzij er een objectief verschil over de maatschappelijke opdracht van een school bestaat. Tot 1994 zegde de grondwet enkel dat onderwijs vrij is. Ze liet het aan de politieke partijen over om dat in financiële termen om te zetten. Die deden dat op basis van het Schoolpact van 1958. De oppositiepartijen vinden dat de nieuwe grondwet de onderwijsminister verplicht de prijs van de objectieve verschillen tussen het gemeenschaps- en het gesubsidieerd onderwijs te berekenen. De minister zegt dat het een illusie is te denken dat men dat ooit op een wetenschappelijke manier kan doen. Hij aanvaardt een verschil van 25 procent tussen de twee groepen.

Pluralisme Kan een school leerlingen weigeren?

14 KLASSE NR.72

Vrije keuze Dat naast het gemeenschapsonderwijs ook nieuw opgerichte gemeentelijke of provinciale scholen (na 1 september 1997) de vrije schoolkeuze kunnen waarborgen, is een andere vernieuwing. Deze scholen moeten echter voldoen aan een aantal welomschreven voorwaarden op het vlak van leerplan, schoolwerkplan, begeleiding, onderwijs in levensbeschouwelijke vakken en oudervereniging. Het ontwerp-decreet bevat ook een nieuwe regeling voor de werkingstoelagen in het basisonderwijs. Het gesubsidieerd onderwijs (vrij, gemeentelijk en provinciaal) krijgt, naast de volledige subsidiëring van het salaris, op termijn drie kwart van de werkingstoelagen van het gemeenschapsonderwijs. Tot nu toe krijgen de vrije scho-

Voorts vindt de oppositie dat het concept vrijekeuzeschool, waarbij objectieve criteria het pluralisme waarborgen, niet mag afhangen van wie het onderwijs organiseert. Volgens Agalev moet het concept van vrijekeuzeschool refereren aan het pedagogisch project dat een school voorstaat, ongeacht tot welk net ze behoort. Ten slotte hekelt de opposite ook dat vrije scholen het recht krijgen leerlingen te weigeren op basis van heel vage argumenten. De Raad van State besloot in een spoedadvies over de amendementen onder meer dat een vrije school enkel een leerling kan weigeren op basis van het onderwijsconcept en het religieus karakter. De Raad sprak zich niet uit over het ontwerp-decreet zelf. Als u dit leest, keurde het Vlaams parlement het ontwerp-decreet al of niet goed. ■


IDEE

FOTO’ S: MUSEUM VOOR MIDDEN -AFRIKA

AFRIKAANS MET KLASSE Afrika. Wat zit er méér achter dan de media u tonen? Hoe tilt u uw leerlingen over clichés en vooroordelen? Tijdens twee weekends in maart kunt u op beide vragen antwoord krijgen. Al wat u hoeft te doen, is uw vrijetijdsplunje aantrekken, de handen uit de mouwen steken en actief deelnemen aan de jongerenactiviteiten van het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika in Tervuren. In drie ateliers en één actieve rondleiding - dieren, verborgen schatten, muziek en aardrijkskunde - kunnen 1200 leerkrachten op het niveau van hun leerlingen de Afrikaanse cultuur smaken. Maak meteen kennis met de permanente tentoonstelling over Afrika. Beleef een stuk van het koloniale verleden van België. Of maak een wandeling in het mooie en uitgestrekte natuurdomein waar het museum op uitkijkt. Zet onbezorgd uw voet in het Zoniënwoud, want de termietenheuvels staan in het museum, niet erbuiten.


AFRIKAANS MET KLASSE

a

In Tervuren, pal tegen het Zoniënwoud, staat het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika. Bijna honderd jaar al wil dit museum de bezoeker een inzicht geven in de mens en de natuur van Afrika en van de Belgische inbreng bij de exploratie en de kennis van dit continent. In de rijzige museumgebouwen vindt u niet enkel de permanente tentoonstelling (olifant en zebra, prauw en termietenheuvel, wooncultuur en kunst), maar worden er geregeld bijzondere tentoonstellingen georganiseerd. Onlangs nog stonden alle schijnwerpers op Ethiopië. Sinds enkele jaren organiseert het museum speciale jongerenateliers en actieve rondleidingen, zowel voor het lager als voor het secundair onderwijs. In zo’n atelier, dat 2.30 uur duurt, draait alles rond een thema: muziekinstrumenten, maskers, rituelen... Er worden zoveel mogelijk elementen in verwerkt van een cultuur, land of volk. De leerlingen krijgen actief een algemeen zicht op de behandelde cultuur. Elk atelier begint met een bezoek µ JA, ik wil een bezoek brengen aan het aan de collectie of tentoonstelling. Museum voor Midden-Afrika. Daarna wordt verder gewerkt in Ik kom met …… personen. een atelierruimte. Die ademt de sfeer uit van het behandelde theVoorkeurdatum: 1 - 2 - 15 - 16 maart ma, zodat kinderen en jongeren Tijdstip: 10.00 uur - 13.00 uur - 15.30 uur zich goed kunnen inleven. Ze moeten dan ook al hun zintuigen ge□ Ik wil ook zelf actief deelnemen aan een bruiken. Tijdens het geleid bezoek activiteit (alleen geldig voor de leerkrachblijft het vooral bij kijken, luisteren ten). Mijn voorkeur gaat naar (aanduiden en praten. Soms dragen de leerlinmet 1, 2, 3, 4): gen voorwerpen mee waarover ze gaandeweg meer te weten komen, j Dieren (lager onderwijs) een masker bijvoorbeeld. Een video j Verborgen schatten (lager + secundair) helpt de leerlingen de voorwerpen in hun juiste context te plaatsen. j Muziek (lager + secundair) Dan wordt het echt actief. Kinderen j Aardrijkskunde (secundair) van 7 tot 12 jaar leven zich echt in een bepaald volk in. Ze kleden zich NAAM: ........................................................ als een Toeareg, zetten een tent op, lopen mee in een processie, worden ADRES: ........................................................ geïnitieerd, kronen een chef, ma................................................................... ken eten, jagen op schildpadden, dragen een masker tijdens een beSCHOOL: .................................................... grafenis enz. Meestal wordt er een voorwerp geknutseld dat ze ter herIk sta in het lager - secundair onderwijs innering mogen meenemen naar Stuur deze bon voor 20 februari naar Museum huis. voor Midden-Afrika - Educatieve Dienst - LeuvenOok de ateliers voor jongeren van sesteenweg 13 - 3080 Tervuren - tel 02-769 52 11 13 tot 18 jaar bevatten tal van - fax 02-769 56 38 opdrachten. De leerlingen ontcijferen een tekst in Ethiopisch schrift, plaatsen gebruiksvoorwerpen en kledingstukken bij de juiste bevolkingsgroep, schrijven een typische ontstaansmythe, selecteren foto’s van beelden die met gezag te maken hebben of spelen een scène uit een initiatieritus. Ten slotte hoort bij de meeste ateliers een gesprek met iemand van de behandelde cultuur, rechtstreeks contact dus, met alle voordelen van dien. Tijdens de weekends van 1-2 en 15-16 maart kunnen 1200 leerkrachten actief kennismaken met drie ateliers en één actieve rondleiding. Voor de gelegenheid bent u de leerling en doet u alles wat gewoonlijk van de leerlingen wordt gevraagd. Handen uit de mouwen dus, anders kunt u niet deelnemen. U komt

MET KLASSE NAAR AFRIKA

16 KLASSE NR.72

alleen, met collega of met partner. Zelfs het hele gezin is welkom, maar vanaf het vijfde gezinslid betaalt u wel de gewone toegangsprijs. Atelier en actieve rondleiding zijn voorbehouden aan de leerkracht, kwestie van de groepen niet te groot te maken. De andere gezinsleden mogen ondertussen kennismaken met de Afrikaanse olifanten en zebra’s, prauwen en termietenheuvels, kunst en cultuur in het museum. Of zij maken een mooie wandeling in het prachtige, 107 ha grote domein waarin dit statige museum prijkt. De drie ateliers en actieve rondleiding waaruit u kunt kiezen (en waarvoor u voordien of achteraf ook met uw klas kunt inschrijven), zijn: 1. Dieren in de Afrikaanse savanne (lager onderwijs): De kinderen gaan ter plaatse op zoek naar dieren, waarvan zij een detailfoto hebben. Op een video zien zij hoe de dieren leven in hun natuurlijk milieu. Vervolgens kruipen zij letterlijk in het vel van een gnoe, leeuw, zebra, nijlpaard enz. In twee groepen nemen ze deel aan een groot ganzenspel waarin zij leren hoe dieren zich voeden, samenleven en overleven. Enz. 2. Verborgen schatten (lager + secundair): Tijdens een bezoek aan de permanente tentoonstelling ligt het accent op de beeldenwereld van de Afrikaan. De deelnemers nemen zelf motieven over, vullen een reuzekruiswoordraadsel in enz. In een inleefatelier worden vier scènes gespeeld: begrafenis, zwangerschap, troonsbestijging van een chef, initiatie in de wereld van de volwassenen. Topics: het gebruik van maskers, de invloed van bovennatuurlijke krachten, de wereld van de voorouders, het waarom van bepaalde rituelen. 3. Muziek (lager + secundair): Met behulp van echte instrumenten, audiovisueel materiaal, oude en recente opnamen leren de deelnemers de rijke wereld kennen van de Afrikaanse muziek. Het atelier geeft antwoord op vragen als: Hoe wordt een muziekinstrument gemaakt? Welke rol speelt het in de regionale cultuur? Welke boodschap wil men ermee kwijt? Enz. Vervolgens maken de leerlingen zelf muziek. Zij leren een aantal basisritmen op de djembé, onder begeleiding van een Senegalees percussionist. 4. Aardrijkskunde (secundair): De deelnemers openen de mysterieuze doos en ontdekken stap voor stap, via vragen, opdrachten, kaarten en foto-cd de inhoud: mogelijkheden en problemen van de Afrikaanse economie, landbouw op een helling, herkomst en verwerking van katoen, allerlei specerijen, reliëf en ertsen enz. Een ludieke kennismaking. Maak uw keuze een stuur voor 20 februari de bon in. U krijgt zeker antwoord. Museum voor Midden-Afrika - Educatieve Dienst Leuvensesteenweg 13 - 3080 Tervuren - tel 02-769 52 11 - fax 02-769 56 38

a = algemeen, b = basisonderwijs, s = secundair en hoger onderwijs


(advertentie)

(advertentie)


BUITENSPORTDAG VOOR LEERKRACHTEN

a

Op zaterdag 22 maart om 14 u. klinkt het startschot van een unieke sportdag voor leerkrachten in het recreatie- en buitensportcentrum de Mosten (Hoogstraten). De wedstrijd wordt een combinatie van mountainbike, boogschieten, kanovaren, oriëntatielopen, laag touwenparcours en speleobox. Deelnemen is gratis en moge de beste winnen. U moet wel inschrijven vóór 1 maart. Supporters zijn uiteraard ook welkom. Organisator Hoppa vzw wil op deze ludieke manier promotie maken voor haar omnisportkampen in internaat- en externaatsverband. De Mosten zelf biedt u heel wat mogelijkheden voor een schoolsportdag: bijvoorbeeld een door Hoppa vzw volledig uitgewerkt dagarrangement (al dan niet met wedstrijdelement), waarin bovengenoemde combinatie ook zit vervat. Hoppa vzw - Luc Segers - Oude Kerkweg 68 - 2381 Weelde - tel 014-65 96 87 - fax 014-65 21 29

BRTN-SCHOOLTELEVISIE

a

Woensdag (previews) én dinsdag (herhalingen) op TV2: de Schooltelevisie van de BRTN met Klinkklaar (woensdag: 15.30 u. - 16 u.; dinsdag: 11 u. - 11.30 u.) voor basisonderwijs en Alfa en Omega (woensdag: 15 u. - 15.30 u.; dinsdag: 10.30 u. 11 u.) voor secundair. • Koekeloere (kleuters; vanaf 5/3, 10 afleveringen) speelt in op angst, vreugde, teleurstelling, nieuwsgierigheid enz. én spoort aan tot meedenken, raden, imiteren, doen en... koekeloeren. • Roodkapje (eerste graad basisonderwijs, vanaf 19/3; 8 afleveringen) vertelt over emoties, attitudes, sociale vaardigheden, waarden, zingeving...: relationele vorming. • Jeugdcultuur (derde graad secundair onderwijs; vanaf 26/2; 2 afleveringen) bekijkt jongeren als een aparte maatschappelijke groep met andere waarden en normen, muziekgenres, mode...: subculteren. De BRTN Schooltelevisie brengt korte reportages n.a.v. thema’s uit KLASSE. De eerste reportage ziet u op 19/2 (15.22 u.), met herhaling op 25/2 (10.52 u.). Onderwerp: de houding van jongeren t.o.v. drugs. Inl.: BRTN - departement Vorming - School-TV - Reyerslaan 52 - Kamer 3N13 - 1043 Brussel - tel 02-741 32 01 - didactisch materiaal: BRTN - Educatieve Uitgaven - Reyerslaan 52 - Kamer 3N7 - 1043 Brussel - fax 02-734 72 46

VLAANDEREN EN NEDERLAND IN BRUSSEL

a

Van 15 tot 30 april kunt u in Brussel tientallen manifestaties bijwonen waar onze Noorderburen centraal staan. Deze VlaamsNederlandse Veertiendaagse richt zich vooral op cultuur (artistiek en sociaal-cultureel), onderwijs en media. Op cultureel vlak zijn er bijvoorbeeld samenwerkingsprojecten en coproducties rond amateurkunsten (Asfaltfestival van het Centrum voor Amateurkunsten), theater (coproducties in Gemeenschapscentra Ten Weyngaert, Vaartkapoen...), literatuur (literair circuit in Paleis voor Schone Kunsten), educatief werk (tekenworkshops Anton Pieck in Gemeenschapscentrum De Rinck) enz. Leuke uitschieter: op 15 april zal de Nederlandse kunstenaar Hans Schaap de grootste panoramische foto ooit (15 m x 2 m) van de Brusselse Grote Markt maken met een container-camera. Klassen uit het lager onderwijs kunnen dit gebeuren bijwonen (schriftelijk inschrijven vóór 30/3). Het resultaat zal ‘s avonds al te bewonderen zijn. Geïnteresseerde leerkrachten basisonderwijs kunnen een speciaal lespakket (250 fr.) over de werking van een camera bestellen (Media Opleidingscentrum vzw - Didier Schretter - M. Fochlaan 54 - 1030 Brussel - tel en fax 02-241 20 03). Op onderwijsvlak zijn er uitwisselingen gepland tussen Brusselse en Nederlandse scholen. Op mediavlak denken de organisatoren aan uitwisselingsprogramma’s tussen TV Brussel en regionale zenders in Nederland en tussen de Vlaams-Brusselse stadskrant Deze Week in Brussel en de Amsterdamse Uitkrant. De Veertiendaagse is een initiatief van Vlaams minister voor Brusselse Aangelegenheden Anne Van Asbroeck. Voor meer inlichtingen: Centrum voor Amateurkunsten - Lize Haagdorens - Veeweydestraat 24-26 - 1070 Brussel - tel 02-520 75 03 - fax 02-520 78 62. 18 KLASSE NR.72

EUROPA MET KLASSE SPELENDERWIJS

s

Op 26 februari kunt u deelnemen aan een studiedag rond informatieve spelen bij (de voorbereiding op) een internationale klasuitwisseling (voor leerkrachten secundair onderwijs). Stichting Ryckevelde - Ryckevelde 10 - 8340 Damme - tel 050-35 27 20 - fax 050-37 11 01

EUROPOLIS

s

Op 20 en 21 februari en 7 en 8 maart kunnen leerlingen derde graad secundair onderwijs een simulatie bijwonen van een plenaire zitting van het Europees Parlement. Per sessie vaardigen tien Vlaamse, Waalse en Brusselse scholen tien leerlingen af om te debatteren over actuele onderwerpen. De zittingen hebben plaats in de gebouwen van het Europees Parlement in Brussel. De voertalen zijn Nederlands en Frans (met simultaanvertaling). Het project Europolis loopt in samenwerking met het Bureau voor België van het Europees Parlement, de Stichting Ryckevelde en het Europacollege. Info: Agnes Claeys, voorzitster EUfrasie - tel 016-20 62 44 - fax 016-23 91 27

ERVARINGSDAG

a

Op 5 maart vertellen leerkrachten basis- en secundair onderwijs onder het motto Vraag het ze zelf... over hun ervaringen met grensoverschrijdende schoolprojecten. Elke deelnemer kan kiezen uit een aantal workshops die hem/haar qua gebruikte werkvorm, thema, land(en) van samenwerking, subsidievorm e.d. het meest aanspreken. Stichting Ryckevelde - Ryckevelde 10 - 8340 Damme - tel 050-35 27 20 - fax 050-37 11 01

INTERNATIONALE ONTMOETINGEN

b

Van 19 tot 21 maart kunt u met collega’s uit Frankrijk, Nederland, Verenigd Koninkrijk en Vlaanderen (o.a. via allerlei workshops) informatie en ervaringen uitwisselen over grensoverschrijdende schoolprojecten en subsidiemogelijkheden. Stichting Ryckevelde - Ryckevelde 10 - 8340 Damme - tel 050-35 27 20 - fax 050-37 11 01

INFODAGEN

a

De infodag internationalisering middenscholen is verplaatst naar 18 februari (i.p.v. 13 februari). De infodag is een organisatie van Landcommanderij Alden Biesen ism het COMENIUSagentschap. De infodag internationalisering basisonderwijs vindt zoals gepland plaats op 11 februari. Landcommanderij Alden Biesen - tel 089-51 93 52

GROS

b

Er zijn nog enkele plaatsen beschikbaar voor de dag rond Grensoverschrijdende Samenwerkingsprojecten (GROS) in Eindhoven. Basisscholen kunnen op deze dag misschien een Nederlandse partnerschool vinden. Info: departement Onderwijs - Jef Van Thielen - tel 02-211 44 96

WERKGELEGENHEID EN ADAPT

s

Geïnteresseerden kunnen Europese subsidies aanvragen voor transnationale, vernieuwende en overdraagbare projecten bij de communautaire initiatieven Werkgelegenheid en Adapt. Werkgelegenheid steunt projecten voor jongeren (tot 20 jaar) die zonder arbeidsmarktgerichte beroepskwalificatie het voltijds onderwijs (dreigen te) verlaten (YOUTHSTART); projecten rond gelijke kansen voor vrouwen op de arbeidsmarkt (NOW); projecten rond bijzonder kwetsbare groepen zoals vluchtelingen, migranten, HIV-positieven en alleenstaande ouders (INTEGRA) en ten slotte projecten rond personen met een handicap (HORIZON). Adapt steunt projecten die werknemers helpen bij hun aanpassing aan de gewijzigde omstandigheden in het bedrijfsleven (interne en externe flexibiliteit; grotere beroepsmobiliteit enz.) of de arbeidsmarkt beter laten functioneren (groei, werkgelegenheid, concurrentievermogen...). Meer informatie en aanvraagformulieren: Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap - Afdeling Europa Werkgelegenheid - Markiesstraat 1 1000 Brussel - tel 02-507 44 24 of 28 - fax 02-507 44 25


GRATIS NAAR DE DUINEN

a

Weldra weet u alles over waterwinning in onze duinen. De Intercommunale Waterleidingsmaatschappij van Veurne-Ambacht (IWVA) gooit op 7 en 10 april (in de paasvakantie) de deuren open voor zo’n 1300 leerkrachten. Het bezoekerscentrum Doornpanne (Koksijde) heeft o.a. een permanente tentoonstelling over de historiek van IWVA, het ontstaan van de duinen, de (hydro)geologie, de drinkwaterproductie en -distributie en de flora en fauna van het natuurgebied de Doornpanne. Er is zelfs een klaslokaal beschikbaar voor lessen over (drink)water. Schoolgroepen kunnen het hele centrum gratis én geleid bezoeken. I.s.m. KLASSE organiseert IWVA opendeurdagen voor leerkrachten lager onderwijs (maandag 7 april) en secundair onderwijs (donderdag 10 april). Op het programma: • geleid bezoek aan bezoekerscentrum en waterwinningsbedrijf: elke dag 6 groepen van telkens 25 leerkrachten, start om 8.30 u., 10 u., 12 u., 13.30 u., 15 u. en 16.30 u. In totaal kunnen elke dag 150 leerkrachten deelnemen. • geleide natuurwandeling in de Doornpanne: elke dag 20 groepen van telkens 25 leerkrachten, start (telkens vijf groepen) om 9 u., 11 u., 13 u. en 15 u. In totaal kunnen elke dag 500 leerkrachten deelnemen. De watertoren Groenendijk is open van 10 u. tot 16 u. Bij helder weer hebt u een prachtig zicht op duinen, polders, bebouwde kuststrook, Diksmuide, Kemmelberg enz. U kunt schriftelijk of per fax inschrijven met twee personen (collega of partner) tot en met 14 maart. Wie zin heeft kan inschrijven voor beide bezoeken. U vermeldt bij uw inschrijving naast uw naam, adres, telefoonnummer, school en functie ook duidelijk datum, bezoek(en) en uur (uren) van uw keuze. U krijgt per kerende post een bevestiging. Indien de groep van uw keuze volzet is, neemt IWVA telefonisch contact op voor een nieuwe afspraak. IWVA - Doornpanne 1 - 8670 Koksijde - tel 058-52 15 55 - fax 058-52 16 04 - iwva@flanderscoast.be

SURVIVAL IN TERVUREN

a

Leerlingen vanaf 8 jaar kunnen in Tervuren deelnemen aan dags- en meerdaagse survivalprogramma’s. Elke leerling krijgt zijn eigen pakket met overlevingsmateriaal. Op het programma: vuur maken met een vuurschraper, koken op kleine opplooibare esbit-vuurtjes, trekken met stafkaart en kompas door het Zoniënwoud, bivak in trekkerstentjes (met weliswaar chemische toiletten, een EHBO-ruimte enz. vlakbij). U kunt het hele jaar door inschrijven voor dit programma. Geïnteresseerde leerkrachten kunnen nu vrijblijvend een gratis videocassette met alle informatie aanvragen. Tervuren... meer dan een museum - Roland Derongé - Kapellestraat 97 - 3080 Tervuren - tel 02-767 45 57 - fax 02767 69 76

a

OP DE PAARDENTRAM

Antwerpen verkennen op het tempo van een dubbeldeks trekpaardentram. Elk uur vertrekt de tram op de Grote Markt voor een tocht van 3 km en 40 minuten. Er is plaats voor 28 volwassenen (14 in de gesloten ruimte en 14 bovenop; halfweg wordt van plaats gewisseld) of 42 kinderen tot 12 jaar. Schoolgroepen betalen 1500 fr. (een kleurenfoto van de tram voor elke deelnemer inbegrepen). vzw Jut en Aer (rechts en links in trekpaardentaal) heeft samen met KLASSE een uniek aanbod uitgewerkt voor leerkrachten op verkenningstocht. Elke dag van de paasvakantie, d.w.z. zestien dagen lang, GRATIS MET DE ANTWERPSE van 29 maart tot en met 13 april rijdt de trekpaardentram driemaal TREKPAARDENTRAM enkel en alleen voor lezers van KLASSE µ JA, ik wil graag met mijn gezin (max. 4 en hun familie (max. vier personen per gezin!). U kunt bijgaande bon oppersonen) een gratis verkenningsrit maken sturen of faxen tot en met 28 februari. met de Antwerpse Trekpaardentram. Als er nog plaats is krijgt u een bevesNAAM: ................................................ tiging van uw inschrijving per kerende post. ADRES: ................................................ Jut en Aer vzw - Het Werkend Trekpaard ........................................................... Berkendreef 33 - 2990 Wuustwezel - tel en fax 03- 669 85 20 TEL: .....................................................

GRATIS NAAR DOUDOU NDIAYE ROSE

b

SCHOOL EN FUNCTIE: .........................

........................................................... Op zaterdagen 1 en 8 maart kunnen in totaal tweehonderd leerkrachten ba□ Ik schrijf in met 1 / 2 / 3 / 4 personen sisonderwijs gratis een concert bijwo(het juiste aantal omcirkelen a.u.b.) op nen van Doudou Ndiaye Rose. U ziet en j 29/3 j 30/3 j 31/3 j 1/4 hoort er niet alleen deze Senegalese j 2/4 j 3/4 j 4/4 j 5/4 meesterpercussionist en zijn ensemble j 6/4 j 7/4 j 8/4 j 9/4 aan het werk, maar u bent er ook j 10/4 j 11/4 j 12/4 j 13/4 getuige van de resultaten van een spemet vertrek op de Grote Markt om ciale workshop in twee basisscholen. Van 24 februari tot 1 maart werkt j 10 u. j 11 u. j 12 u. Rose (samen met een vijftiental Sene(duid bij voorkeur méér dan één dag/uur galese kinderen, het merendeel zijn aan; maak uw voorkeur duidelijk met 1, 2, 3) eigen kinderen) met 25 leerlingen (8 tot 12 jaar) van de Stedelijke Basis□ Ik kan niet deelnemen aan de leerschool De Harp uit Gent. Van 3 tot 8 krachtenrit, maar krijg wel graag uw maart is een klas van de Stedelijke uitgebreide informatie. Basisschool Musica uit Antwerpen aan Stuur of fax deze bon meteen naar Jut en Aer de beurt. Gedurende vijf voormiddavzw - Berkendreef 33 - 2990 Wuustwezel gen werken de kinderen uit beide landen samen aan een concert. De kindefax 03-669 85 20 ren eten Afrikaans (een Senegalese kokkin vergezelt de groep), maken samen GEZOCHT uitstapjes enz. • Vastbenoemde personeelsOp beide lokaties zijn er telkens vier concerleden uit gemeenschaps- en ten, waaronder een familieconcert op zaterofficieel onderwijs (minstens dagnamiddag (15 u.). Na het concert krijgt tien jaar dienstanciënniteit) kunhet publiek een toelichting door Doudou Ndiaye nen zich tot 10 februari met Rose én door de bij het project betrokken een aangetekend schrijven kanleerkrachten. In samenwerking met de orgadidaat stellen voor de vacatunisatoren kunnen wij de lezers van KLASSE re van inspecteur secundair tweemaal honderd vrijkaartjes aanbieden voor onderwijs, groep Wiskundedeze concerten. Dit aanbod is bedoeld voor Wetenschappen, subgroep leerkrachten basisonderwijs en hun partner Aardrijkskunde. De vollediof collega. U kunt twee gratis kaartjes reserge tekst van de vacature is veren bij Kunstencentrum Vooruit - tel 09verschenen in het staatsblad 267 28 28 (concert van zaterdag 1/3 om 15 én ligt ook uw school. u.) of CC Luchtbal - tel 03-543 90 30 (concert Departement Onderwijs - Afdevan zaterdag 8/3 om 15 u.). De eerste honling PMS-Navorming-Leerlingenderd bellers vinden aan de kassa van hun vervoer - Koningsstraat 138 - lokeuze twee vrijkaartjes. kaal 604 - 1000 Brussel - inlichInl.: Kunstencentrum Vooruit - Wim Wabbes - St. tingen: Carine Garrez - tel 02Pietersnieuwstraat 23 - 9000 Gent - tel 09- 267 28 210 53 31 (kantooruren) 20 - fax 09-267 28 30

a

KLASSE NR .72 19


(advertentie)


(advertentie)


MUZISCHE WERK- EN VERWENDAGEN

b

Wie in het basisonderwijs ogen en oren heeft, ervaart elke dag hoe kinderen muzisch bezig zijn. Ze balanceren op de rand van de stoep; de straat wordt in hun verbeelding een kolkende rivier waarin ze door één verkeerde beweging kunnen terechtkomen. Al spelend worden ze boef of politieagent, bootsen dieren- (of schiet!)geluiden na, vallen vol overgave dood of springen op de maat van een zelf gemaakt rijmpje. Ze vertellen verhalen (waar of onwaar), en roepen spontaan «Ooo!» of «Bah!» als ze iets mooi of lelijk vinden. Beeld, muziek, drama, beweging, media: de vijf vingers van de muzische hand worden ons door kinderen elke dag aangereikt. Wat doe ik hiermee? In welke omgeving wordt dit creatief proces al dan niet gesteund? Hoe raak ik vanuit die dagelijkse realiteit tot aan het realiseren van muzisch gedrag? Wat kan ik voor mijn kleuters, leerlingen of studenten op dat vlak betekenen? Wat zal hen bijblijven? Hoe blijf ik een enthousiaste leraar die in de dwingelandij van «dit-is-een-typische-opdracht-voor-het-onderwijs» het noorden niet verliest? Allemaal boeiende vragen waarop u binnenkort een antwoord aan den lijve kunt ondervinden. Ook de studenten in de lerarenopleiding (de onderwijzers en kleuterleiders van morgen), én hun docenten worden speciaal verwelkomd. CANON, Cultuurcel richt in haar voorjaarsactiviteiten immers de spots op de muzische vorming in het basisonderwijs. Zij nodigt u uit op de Muzische Werk- en Verwendagen.

DE WERKDAGEN

DE VERWENDAGEN

De tien tweedaagse inleefdagen (van 9 u. tot 16 u.; slapen doet u thuis), twee per provincie, zijn een initiatief van CANON, Cultuurcel in samenwerking met het Onderzoekscentrum Kind en Samenleving. Het accent ligt op doén. Na een beknopte theoretische inleiding wordt er gewerkt in keuze-ateliers (zie verder). U kunt zelf kiezen welke drie verschillende terreinen u al doende wilt verkennen. Het aantal deelnemers is beperkt tot 80 per tweedaagse (vanwege het werk in de ateliers, dat in groepjes van ± 10 gebeurt), dus aarzel niet en schrijf meteen in met de bon op deze bladzijde, ten laatste op 1 maart. Deelnemen is gratis! Het programma vertrekt van de vaststelling dat u op de speelplaats, tussen twee lessen, zelfs tijdens de lessen heel wat spontane of georganiseerde muzische activiteiten kunt ervaren. Muzische vorming wil dit gebeuren bevestigen én versterken. De tweedaagse besteedt aandacht aan: Wat is muzische vorming? Bedoelen we hetzelfde als we hierover spreken? Wat betekent muzische vorming binnen de globale context van opvoeding? Hoe zijn kinderen tijdens hun dagelijkse schoolpraktijk muzisch bezig? Bij dit alles staan ideeën rond veerkracht van kinderen centraal. Na dit meer theoretisch gedeelte wordt er anderhalve dag gewerkt in ateliers. U kunt drie ateliers kiezen uit het aanbod. Atelier 1 bespreekt de houding van de leerkracht t.o.v. het kind. Vertrekpunt is de begeleidershouding bij filosoferen met kinderen. Atelier 2 t.e.m. 6 behandelen elk een aspect van de muzische vorming: beeld (2), media (3), drama (4), muziek (5) en beweging (6). Atelier 7 werkt rond het fysisch milieu van de school: Hoe maak ik de school (gebouwen, speelplaats, spelmateriaal) zo toegankelijk dat kinderen spontaan gebruik kunnen maken van de infrastructuur om zich op een prettige manier te ontwikkelen?

CANON, Cultuurcel en CC De Velinx (Tongeren) slaan de handen in elkaar. Dit jaar zijn er drie verwendagen voor leerkrachten van om het even welke onderwijsvorm. Uitgangspunt is de bewondering van een leerling voor een leraar. Leraars van nu en/of toekomstige leraars zitten rond een feestelijk gedekte tafel en luisteren naar de getuigenissen van kunstenaars of grote namen uit de wereld van de kunsten of de media over de leraar die bij hén vonken deed overslaan. Op drie verschillende plaatsen worden telkens 70 mensen verwelkomd (plus tien verrassingsgenodigden!). Om beurten staan de kracht van taal, beeldende kunst en muziek centraal. De deelname is gratis, maar snel inschrijven is de boodschap! De Velinx verwacht uw inschrijving ten laatste op 15 maart. Veertien dagen vóór de gekozen verwendag krijgen alle genodigden een verwenmap in de bus. Daarin vinden ze naast praktische afspraken een summier dagprogramma en vele blanco verwenbladen. De bedoeling is duidelijk: dat worden straks notitiebladen om een persoonlijk dagboek van uw verwendag te maken. Deze keer gaan leerkrachten namelijk niet naar huis met lesmappen, leersuggesties of pedagogische instructies.

GRATIS WERKDAGEN µ JA, ik wil graag twee dagen, telkens van 9 u. tot 16 u., muzisch werken in: □ Oost-Vlaanderen: DESTELBERGEN j wo en do 5 en 6 maart j di en wo 6 en 7 mei □ West-Vlaanderen: ROESELARE j wo en do 23 en 24 april j vr en za 25 en 26 april □ Antwerpen: OOSTMALLE j di en wo 25 en 26 maart j di en wo 29 en 30 april □ Vlaams-Brabant: WEMMEL j di en wo 11 en 12 maart j vr en za 21 en 22 maart □ Limburg: SINT-TRUIDEN j di en wo 18 en 19 maart j di en wo 15 en 16 april Ik kies drie ateliers uit volgend lijstje: j houding t.a.v. het kind j beeld j media j drama j muziek j beweging j fysisch milieu van de school (duid a.u.b. duidelijk plaats, data en ateliers van uw keuze aan!) NAAM: ........................................................................ ADRES: ........................................................................ TEL: ............................................................................. SCHOOL: ..................................................................... Vóór 1 maart terugsturen of faxen naar: Onderzoekscentrum Kind en Samenleving - Muzische werkdagen - Nieuwelaan 63 - 1860 Meise - tel 02-269 71 80 - fax 02-269 78 72

22 KLASSE NR.72

GRATIS VERWENDAGEN µ JA, ik wil er graag bij zijn op één van de Muzische Verwendagen voor leerkrachten basisonderwijs van 9.30 u. tot 16 u. in: □ TONGEREN,DEVELINX-dinsdag 13 mei - TAAL □ ANTWERPEN, MUHKA donderdag 22 mei - BEELDENDE KUNST □ GENT, OPERA - maandag 26 mei - MUZIEK NAAM: .................................. ADRES: .................................. ............................................. TEL: ...................................... SCHOOL: .............................. ............................................. Vóór 15 maart terugsturen of faxen naar CC De Velinx - Muzische Verwendagen - Dijk 111 - 3700 Tongeren - tel 012-39 38 00 - fax 01239 37 85


KLASSE-SERVICE

a

• Wie heeft ervaring met het opstarten, opvolgen en runnen van een atelier, waar matig mentaal gehandicapte leerlingen (13-21 jaar) een opleiding krijgen in voorbereiding tot het werken in een beschutte werkplaats? Zijn er collega’s die net als wij tevergeefs op zoek gaan naar hulpmiddelen en uiteindelijk zelf leermateriaal in elkaar knutselen? Wij willen graag ervaringen uitwisselen over inhoud, technieken, praktische hulpmiddelen, attitudevorming, evaluatiesystemen enz. BuSO De Lange Munte (type 2, opleidingsvorm 2, meisjes) & VIBBO Watermolen (idem, jongens) contactpersoon: Chris Wattiez-Sobrie - Wolvenstraat 14 - 8500 Kortrijk - tel en fax 056-22 78 42 • We zijn met enkele collega’s op zoek naar de videocassette van Lennart Nilsson over ongeboren leven in de moederschoot. Kan iemand ons een kopie bezorgen? Land- en Tuinbouwinstituut Oedelem - Ingrid Cool tel 050-35 09 84 • Onderwijzers, PMS-medewerkers, directies, schoolopbouwwerkers... die op één of andere wijze met het non-discriminatiebeleid in het onderwijs te maken hebben, kunnen meewerken aan een thesis hierover door een laatstejaarsstudente Sociaal Agogisch Werk. Joyce Refuge - Oude Mechelsestraat 76 - 1853 Strombeek-Bever • Ik wil me dringend bijscholen om met leerlingen op het net te kunnen gaan. Maar... het zou (bijna) niets mogen kosten omdat de leerlingen het zelf zullen moeten betalen. Ik geef les in de derde graad TSO. Kan iemand mij zeggen welke bruikbare cursussen/technical manuals beschikbaar zijn? U kunt mij mailen, faxen of bellen. Herman Alaers - tel en fax 015-20 06 41 herman.alaers@club.innet.be • Interimleerkrachten Bouw kunnen zich melden bij BUSO-Levenslust (adolescenten tussen 13 en 18 jaar met leer- en gedragsmoeilijkheden) uit St. Martens-Lennik - tel 02-569 23 01.

SCHOOLSPORTINFRASTRUCTUUR

a

Is er op school sportinfrastructuur aanwezig? Sportzalen, openluchtterreinen, sporthallen, speelplaatsen enz.? Is die infrastructuur ook buiten de schooluren, in schoolvakanties enz. toegankelijk? Voor uw eigen leerlingen of voor andere verenigingen uit uw gemeente? Een aantal scholen en gemeenten bewijzen alleszins dat het naschools openstellen van schoolsportinfrastructuur best mogelijk is. Op woensdag 26 februari (13.30 u. tot 17.15 u.) krijgt u hierover meer informatie in Provinciaal Administratief Centrum Gent (W. Wilsonplein). Een aantal sprekers vertellen op de studiedag Openstellen van de schoolsportinfrastructuur over hun praktijkervaringen, vanuit de gemeentelijke sportdienst, vanuit het oogpunt van de school, vanuit het belang van de lokale sportclubs. Uiteraard is er ook ruimte voor uw vragen, opmerkingen enz. De Koning Boudewijnstichting coördineert het hele gebeuren. Er is ook een boek verkrijgbaar (300 fr.) dat onder dezelfde titel uitgangspunten en praktijkvoorbeelden groepeert. Koning Boudewijnstichting - Brederodestraat 21 - 1000 Brussel - tel 02-549 02 14 - fax 02- 511 52 21

DE LERAAR

s

Een leraar Frans haalt een machinegeweer uit zijn boekentas en richt een bloedbad aan onder zijn leerlingen. De man komt in de gevangenis terecht. Hij gedraagt zich zo voorbeeldig -eindelijk vakantie!- dat men niet goed weet wat men met hem moet. Uiteindelijk krijgt zijn straf een andere vorm. Van nu af zal hij elke avond opnieuw zijn misdaad en wat hem daartoe gebracht heeft opnieuw beleven, met name in het theater. Daar is hij het «monster» dat iedereen wil zien en tegelijk de acteur van zijn eigen levensverhaal. De leraar is een boeiend en herkenbaar verhaal van idealisme dat langzaam wordt aangevreten door apathie, geweld, demotivatie en burn-out. Het heeft al tot heel wat discussie geleid in de foyers en na schoolvoorstellingen. De monoloog is geschreven door oudleraar Jean-Pierre Dopagne. De rol van de leraar wordt vertolkt door Roger Van Kerpel. U kunt een schoolvoorstelling van De leraar aanvragen. Van 5 maart tot 26 april kunt u het stuk bekijken in het Raamteater in Antwerpen. Met wat geluk zelfs gratis, want op 6 maart (20 u.) speelt het Nieuw Ensemble Raamteater een exclusieve voorstelling voor 100 leerkrachten. Schrijf een briefkaart naar Nieuw Ensemble Raamteater - De leraar - Lange Gasthuisstraat 26 - 2000 Antwerpen - tel 03-233 91 48 - fax 03-231 35 09. Vermeld de school waar u lesgeeft. Als u bij de gelukkigen bent, krijgt u een vrijkaart in uw bus.

KLEURPOTLODEN

a

Leerkrachten plastische opvoeding krijgen informatie over nieuwe technieken en ideeën voor klassikaal gebruik van Caran d’Ache producten. Enkele video’s tonen nieuwe teken- en schildertechnieken. Er is een cadeau voor elke deelnemer. Deelnemen is gratis. Stuur een briefkaart naar onderstaand adres met (liefst drie) data van uw keuze. De eerste twintig aanvragers krijgen een bevestiging. De informatiedagen vinden plaats op woensdag (14 u. tot 17 u.): 19/2 in Gent (Schleiper), 12/3 in Schoten (Inno), 19/3 in Antwerpen (Schleiper), 26/3 in Herent (Cockx), 16/4 in Gent (Schleiper), 23/4 in Antwerpen (Dinet), 30/4 in St. Niklaas (Inno), 21/5 in Leuven (Inno), 28/5 in Antwerpen (Academia) en 11/6 in Antwerpen (Inno). Caran d’Ache - Postbus 21 - Anderlecht 3 - 1070 Brussel - inl.: tel 02-332 07 60 - fax 02- 332 27 16

FABULEUS

s

Jongens en meisjes tussen 15 en 25 jaar die willen werken aan een theatervoorstelling die tekst, beweging, ritme, muziek én gezond verstand combineert, kunnen misschien begin maart aan de slag bij fABULEUS. Dit gezelschap zoekt namelijk twaalf acteurs en vier muzikanten voor haar nieuwe productie. De première vindt plaats op het fABULEUS- festival tijdens de herfstvakantie (november). Artforum/fABULEUS - Diestsevest 19 - 3000 Leuven - tel 016-22 78 55 - fax 016-22 27 85 - artforum@ping.be

DRUGBELEID OP SCHOOL

s

De Vereniging voor Alcohol- en andere Drugproblemen (VAD) organiseert in een samenwerkingsverband met Leefsleutels, Proges en de koepels van de PMS- en MST-centra een tweede platform over drugbeleid op school: Drugbeleid op school: van experimenteren naar participeren. Op zaterdag 22 maart kunnen de scholen die al een hele tijd actief zijn in het uitwerken van een drugbeleid op uitnodiging deelnemen aan deze platformbijeenkomst aan de VUB in Brussel. Het doel is antwoorden op eerder geformuleerde knelpunten over drugbeleid uit te wisselen met leerkrachten, directie, hulpopvoedend personeel, PMS- en MST-medewerkers, ouders en leerlingen. De betrokkenheid van PMS en MST, personeel, ouders en leerlingen wordt uitgediept in verscheidene workshops. De scholen die deelnamen aan het eerste platform ontvangen een uitnodiging. Vraag meer inlichtingen bij uw directie. Vereniging voor Alcohol- en andere Drugproblemen - G. Schildknechtstraat 9 - 1020 Brussel - tel 02-422 49 69 - fax 02-422 49 79 (Hilde De Man) KLASSE NR .72 23


ALGEMEEN WEGWIJS AAN DE HEMEL

Vier eeuwen na Mercator is er een nieuwe, draaibare Vlaamse sterrenkaart: de bolvormige sterrenhemel op een plat vlak. Onder de nachtelijke hemel vindt u niet enkel sterrenbeelden, u bepaalt ook de helderheid van sterren en lokaliseert gasnevels, andere melkwegstelsels, bolvormige ster-

renhopen enz. Stort 410 fr. op rek.nr. 000-1600462-59 van de Vereniging voor Sterrenkunde - publicaties - Brieversweg 147 - 8310 Brugge

VAKTIJDSCHRIFTEN (17) Leerkrachten Nederlands die mee hun belangen willen verdedigen kunnen nu lid worden van de Vereniging Leerkrachten Nederlands. Voor het lidgeld, 300 fr. per jaar, ontvangt u ook de VLNNieuwsbrief, die thema’s behandelt als taakbelasting, vakinhoud, eindtermen, lerarenambt en -opleiding, nascholing en communicatie enz. VLN - Scheihagenstraat 15 - 2550 Kontich - tel 03-458 54 85 - fax 03457 72 56 - de wey.rug.ac.be/VLN/home.html

MILIEUBEWUST ONDERNEMEN Wat zijn de gevolgen van het milieubewustzijn voor de economie en het zelfstandig ondernemen? Hoe komt men tot een milieuvriendelijk bedrijfsbeleid? Met historische terugblik en een lijst van publicaties. Milieubewust ondernemen, 120 fr. - NCMV - Jonge Ondernemers Spastraat 8 - 1000 Brussel - tel 02-238 07 35 - fax 02-238 07 34

b

BASISONDERWIJS TROJE EN ODYSSEUS

De Trojaanse oorlog en de reizen van Odysseus zijn er nu ook als geïllustreerde en sterk vereenvoudigde verhalen voor kinderen vanaf acht jaar. Kleurrijk en met veel fantasie en knipogen getekend door Marcia Williams. De Trojaanse oorlog & de reizen van Odysseus, 449 fr., verkrijgbaar in de handel - Uitg. Gottmer - Schuttershofstraat 9 - 2000 Antwerpen - tel 03205 94 00 - fax 03-233 95 69

FOCUS OP DE BIJBEL Recent verscheen heel wat bijbelliteratuur voor het basisonderwijs in de handel. Droeg Jezus een spijkerbroek? en Hoe groot was Goliath? geven antwoord op tal van (eerste) kindervragen over de bijbel. Eenvoudige teksten in vraag-en-antwoordstijl en speelse illustraties in kleur. Speciaal voor beginnende lezers geschreven zijn David en Goliat, Daniël in de leeuwenkuil, Het leven van Jezus en Verhalen die Jezus vertelt. De illustraties zijn eveneens in kleur maar ernstiger opgevat. Dan is er de Bijbel voor kinderen waarin Anne de Graaf tweede- en derdegraadsleerlingen meeneemt in de wereld van het Oude en Nieuwe Testament. 300 bijbelverhalen, getrouw naverteld, en ook hier heel wat mooie illustraties. Een (voor)leesboek. Bijbel in zicht is een beknopte, geïllustreerde bijbelatlas van 64 blz. met veel historische informatie: kronieken, techniek, religie, kunst en cultuur van die tijd. In het fraaie Testament - De getekende bijbel is gebruik gemaakt van de laatste ontwikkelingen in computer- en poppentechniek en de verbeelding van beroemde makers van teken- en animatiefilms. Hier negen herschreven bijbelverhalen: de schep24 KLASSE NR.72

ping, de zondvloed, Abraham, Mozes, Jona in de walvis, het liefdesverhaal van Ruth enz. Voor kinderen vanaf tien jaar. Hoe groot was Goliat? en Droeg Jezus een spijkerbroek? (175 fr.), David en Goliat e.a. (275 fr.), Bijbel voor kinderen (790 fr.), Bijbel in zicht (398 fr.), Testament getekende bijbel (790 fr.) - uitg. Westland - Th. Van Cauwenberglei 101 - 2900 Schoten - tel 03-658 80 60 - fax 658 80 80 VERENIGING VOOR S TERRENKUNDE

ZEKER LEZEN

a

SECUNDAIR EN HOGER ONDERWIJS JONGEREN DOEN MEE

Een aanzet tot jongerenparticipatie vindt u bij JEMP, Jeugddienst Maatschappelijke Participatie. JEMP organiseert regionale ontmoetingen, informatieavonden en vorming, langdurige begeleiding en (telefonische) informatie en publiceert ook praktische brochures. Zo is Win 30 procent! een echt draaiboek voor een inspraakproject, 68 gram goeie «jeugd»raad geeft tekst en uitleg over de theorie en praktijk van jeugdraden (van start tot finish) enz. Helpt u jongeren mee denken en doen in onze samenleving? JEMP - Liedtsstraat 27-29 - 1210 Brussel - tel 02-240 95 26 - fax 02242 26 10

LEVEN OP DE RAND Centraal in deze jeugdroman (+ 14 jaar) staat het leven in een dagcentrum waar kinderen en jongeren worden opgevangen, die thuis problemen hebben. Jasper is zo’n jongen met problemen: zijn vader is werkloos, zijn broertje heeft het syndroom van Down, zijn moeder kan het alleen niet meer aan. In het opvangcentrum botst Jasper op de besloten rusteloosheid van punkster Margreet. De confrontatie doet hem balanceren op de rand van zijn hart. Een verhaal van schrijver en psychotherapeut Gerda Van Erkel. Prijs: 595 fr. Davidsfonds/Infodok - Brabançonnestraat 95 A - 3000 Leuven - tel 01622 87 44 - fax 016-22 70 47

ECONOMIE Kleine geschiedenis van het economisch denken (790 fr.) behandelt in kort bestek en via een historische lijn de grote gezichtspunten binnen de economie. Van mercantilisme en Adam Smith over Marx, Marshall en Robbins tot de golftheorieën, John Maynard Keynes en de keynesiaanse erfenis. Met kritische geluiden en aanbevolen lectuur als toemaatje. Uitg. Westland - Th. Van Cauwenberglei 101 - 2900 Schoten - tel 03-658 80 60 - fax 658 80 80

BLIJ, BOOS, BANG, VERDRIETIG

b

behandelt sociale vaardigheden en stottertherapie voor kinderen van 4 tot 8 jaar (650 fr.). Het is een oefenpakket met veel tekeningen, spel- en knutselmateriaal rond de vier basisgevoelens, waarbij negatieve gevoelens en stotteren in onderling verband worden bekeken. Het boek wil kinderen meer vaardige en probleemoplossende houding bijbrengen. Zo worden (stotterende) kinderen vlotter en handiger in het verwerken, verwoorden van en leren omgaan met gevoelens en gedachten. Acco - Tiensestraat 134-138 - 3000 Leuven tel 016-29 11 00 - fax 016-20 73 89

HANDICAP

s

b

Boekje open over lichamelijke handicaps (61 blz.) heeft het over kinderboeken voor en over kinderen in een rolstoel, dove en slechthorende kinderen, blinden en slechtzienden. Ook voor kinderen met andere handicaps, zoals spraak- en taalmoeilijkheden, is er een aanbod van titels, voorbeelden en besprekingen, inclusief adressen van instanties die zich met gehandicapten-en-lezen bezighouden. Stort 275 fr. op rek.nr. 220-0033084-43 van uitgeverij De Inktvis met vermelding van de titel

VAKTIJDSCHRIFTEN (18) H-ogelijn, driemaandelijks tijdschrift van het VVKHO en de katholieke hogescholen, biedt informatie over het Vlaams hogeschoolonderwijs in al zijn facetten. Naast algemene informatie komen thema’s aan bod als personeelsbeleid, studentenbegeleiding, nascholing, hoger onderwijs over de grenzen enz. Het oktobernummer van 1996 gaat integraal over medezeggenschap. Eén jaargang van H-ogelijn (vier nummers) kost 250 fr. Info: Steven Wellens - VVKHO - tel 02-529 04 29 - fax 02-529 04 93

MEDISCHE ENCYCLOPEDIE 14.000 trefwoorden, 775 geneesmiddelen, 100 EHBO-technieken, 40 videofilms, 1500 beelden, illustraties en scans, teksten met hyperlinks, tabellen, grafieken, vragen en antwoorden. Dat is de Philips Media Medische Encyclopedie op cd-rom en cd-i. Verkrijgbaar in de handel voor 2995 fr.


OPEN ATELIERDAG: 26/2

a

Stedelijk Migrantencentrum - Rebecca Vangestel en Agnes Van Camp Kaprijkestraat 12 - 9000 Gent - tel 09-265 76 76 - fax 09-265 76 70 Op woensdag 26 februari zetten drie Antwerpse kunstenaars de deuren van hun ateliers open voor tweemaal 45 leerkrachten. Tijdens VREEMD IS ANDERS HEEL GEWOON: 14/2 TOT 17/3 een geleid bezoek maakt u kennis met hun Discriminatie, vreemdelingenhaat, racisme... staan centraal artistiek en creatief werk en krijgt u eventueel ook in deze reizende tentoonstelling voor kinderen van 10 tot 13 jaar. een demonstratie van diverse technieken. Zo De kinderen ontdekken hoe we vreedzaam kunnen samenwoleidt Ivo Bakelants u rond in zijn atelier voor nen, hoe onze meningen gevormd worden enz. Het geheel is glasramen en glas-in-lood, geeft Marcel Bastiaenopgevat als een spelencircuit met wegwijzer. U vindt de tentoonsen toelichting over ijzersmeedwerk en staat bij stelling in CC Warande Turnhout. Toon Haenen beeldhouwwerk in steen en marOp 14 februari om 14 u. kunt u gratis kennismaken met deze mer centraal. Rendez-vous in de Manebruggetentoonstelling. Wie aan deze introductiedag deelneemt kan straat 247 in 2100 Deurne (Antwerpen), naargelang van uw voortrouwens op een andere datum zijn klas zelf rondleiden. keur om 10 of 14 uur (de ManebruggeEen bezoek met uw klas kost 50 fr. per leerling PLANCKENDAEL VOOR straat is bereikbaar met tram 24 vanuit (met begeleider Alfa) of 30 fr. (als u zelf begeAntwerpen; er is voldoende parkeerplaats leidt). Er is een begeleidingsmap (gratis als u KLEUTERS: 8 EN 9/3 voor wie met de wagen komt). Van daar een bezoek reserveert) om tijdens en na de Kinderen aan de hand van vader, moegaat het te voet en in kleinere groepen naar tentoonstelling met uw leerlingen te werken. der, de grootouders... en waarom niet de de verschillende ateliers, die u alle drie Alfa - Regionaal Centrum voor Wereld- en Vreleraar? De Antwerpse Zoo en het Dierenbezoekt. Elk atelierbezoek duurt 50 minudesopvoeding - Begijnenstraat 23 - 2300 Turnpark Planckendael hebben in elk geval ten. De timing wordt strikt gerespecteerd, hout - tel 014-41 53 96 - fax 014-43 68 96 een specifiek aanbod voor het kleuterook de vertrekuren. Deelnemen is gratis. onderwijs. Kleuterleiders die daar meer Geïnteresseerden reserveren telefonisch bij Ivo over willen weten, zijn op zaterdag 8 ZOO VOOR BEGINNERS: 7 EN 8/3 Bakelants - Manebruggestraat 247 - 2100 Deurne maart (13.30 u. tot 15.30 u.) en zondag 9 Wist u dat de Antwerpse Zoo en het Die- tel 03-321 09 81 - Het codewoord is: KLASSE maart (10 u. tot 12 u. en 13.30 u. tot renpark Planckendael een ruim educatief 15.30 u.) meer dan welkom. De zooklaspakket aanbieden voor het onderwijs? sen in Planckendael staan dan wagenZIMMERTORENCOMPLEX: Vooral voor beginnende leerkrachten is wijd open. Gidsen maken u wegwijs in het vaak lang geleden dat zij de Zoo nog PERMANENT eens hebben bezocht. DaarIn de Zimmertoren (uit de 13de eeuw, het ruime (educatieve) aanbod voor kleuters en de mogelijkheden die het dierenpark om biedt Zoo Antwerpen vroeger Corneliustoren genaamd) vindt u biedt. Bovendien krijgt u een documende laatstejaars van de hode Jubelklok en de astronomische studio tatiemap mee. gescholen (pedagogische (met planetarium en draaiend plafond). Bij afgifte van onderstaande bon (oriopleiding) een speciale inDit planetarium draait nog steeds volgens gineel, geen fotokopie!), krijgen kleuformatiedag aan, waarberekeningen van Zimmer zelf (uit de jaterleiders toegang tot het Dierenpark op zij kunnen kennismaken met de educaren 1925- 1930) en wijkt nauwelijks af van Planckendael op zaterdag 8 of zondag tieve mogelijkheden van de dierentuin. huidige wetenschappelijke gegevens. In 9 maart. Vergezellende gezinsleden Op vrijdag 7 maart (9.30 u. tot 12 u. of 13 het aangrenzende Toeristisch Paviljoen bebetalen op vertoon van deze bon aan u. tot 15.30 u.) en zaterdag 8 maart (9.30 u. vindt zich de zogenaamde Wonderklok (met de kassa het groepstarief. U ontvangt tot 12 u.) staan op het programma: ont93 wijzerplaten en 14 automaten). Het ook een drankbon (koffie/thee/pils/ vangst en informatie - beatelier van Zimmer is na zijn overlijden frisdrank) voor een gratis consumptie. zoek aan het educatief cennaar dit paviljoen overgebracht. Voor meer informatie draait u 03-202 45 trum (zooklassen, planeDe toegangsprijs bedraagt 50 fr. Groepen (min. 73. Wie niet in het kleuteronderwijs staat, tarium...) - dolfijnenshow 20 personen) betalen 40 fr. per persoon (één hoeft niet te wanhopen, want in april - aansluitend vrij bezoek. begeleider heeft gratis toegang). Kinderen van volgt een grote actie voor àlle leerkrachGeïnteresseerden (docenten 6 tot 12 jaar betalen 30 fr. en de toegang is ten. Lees er alles over in ons volgend en/of laatstejaarsstudenten) geven telefonisch gratis voor kinderen tot 6 jaar. In de toren nummer. of per fax hun naam, adres, school, de gewenskrijgen groepen uitleg via een band; in het te periode en het aantal deelnemers door. Zij paviljoen via de toezichter-gids. Voor schoolontvangen dan een persoonlijke uitnodiging. groepen (vanaf derde graad lager onderwijs) PLANCKENDAEL VOOR ZOO Antwerpen - Gie Robeyns - tel 03-202 45 zijn er gratis kopieerbare vragenlijsten (met 73 - fax 03-202 45 86 KLEUTER(LEIDER)S antwoordbladen voor de leerkracht). Zimmertorencomité - VVV Lier - Zimmerplein 18 - 2500 Lier - tel 03-489 11 11 toestel 277 µ JA, ik wil kennismaken met de mogelijkheden die het dierenpark Planckendael biedt BINNENSTEBUITENLAND: voor het kleuteronderwijs.

a

ZEKER ZIEN

b

s

a

7/2 TOT 15/6

a

Alle klassen vanaf de derde graad lager onderwijs kunnen zich in het Vredeshuis (St. Margrietstraat 9 - 9000 Gent) inleven in andere culturen. Na deze «ervaring» van hoe het is om in een andere cultuur te gaan leven, gaan de leerlingen aan de slag in de bijhorende tentoonstelling. Gerichte opdrachten toetsen het beeld dat jongeren hebben van migratie aan juist feitenmateriaal. Inleefatelier + tentoonstellingsbezoek nemen een halve dag in beslag. Meedoen is gratis (mits inschrijving vooraf). Nadien kunt u in de klas de behandelde thema’s verder uitdiepen met een uitgebreid didactisch pakket (1000 fr.). Het pakket bevat kant en klare (en leeftijdsgerichte) lesmethodieken.

NAAM: .................................................. ADRES: ................................................... ............................................................. TEL.: ...................................................... SCHOOL: ............................................... FUNCTIE: ............................................... Deze bon is enkel geldig in Dierenpark Planckendael op 8 of 9 maart 1997. Op vertoon van de bon betalen vergezellende gezinsleden het groepstarief. Niet verenigbaar met andere voordelen. Dierenpark Planckendael - Leuvensesteenweg 582 - 2821 Muizen (Mechelen) KLASSE NR .72 25


CURSUSSEN EN STUDIEDAGEN ALGEMEEN

• Economie: Internet (22/2); Bedrijfsbezoek nv Konings Zonhoven (26/2). LUC - Faculteit Toegepaste Economische Wetenschappen - Didactische • Interactieve gespreksavonden: Conflicten Werkgroep Lerarenopleiding - Universitaire Campus - 3590 Diepenbeek op school, hoe hanteren we die? (18/2); Speel- tel 011-26 87 33 - fax 011-26 87 00 plaatsinrichting (20/2); Treiteren op school, • Fysica: De computer als meet- en verwerkingssysteem: het we doen er wat aan! (25/2) en Geweld in de systeem IP-COACH (19/2); Modelomgeving bij IP-COACH (5/3). media (27/2). Hogeschool West-Vlaanderen - departement Vereniging Vlaamse LeerkrachHPI - S. De Craemer - St. Jorisstraat 71 - 8000 ten - VVL-Huis - Zwijgerstraat VLOED ‘97 Brugge - tel 050-33 32 68 - fax 050-34 62 54 37 - 2000 Antwerpen - tel Hoe kan ik natuur- en milieu-educatieon• Recht/Economie: Arbeidsrecht (26/2); 03- 237 65 59 of 03-238 derricht (NME) diepgravend maken maar Internet-sites (12/3). 90 20 - fax 03-248 47 99 toch ook aantrekkelijk? Misschien vindt u Frans: Evaluatie van de spreek- en ge• Studienamiddagen Onderwijsrecht: Ge- het antwoord op Vloed ‘97. N.a.v. de Week spreksvaardigheid (17 en 24/2). dwongen inschrijving van meisjes/jongens van de Zee kunnen leerkrachten basisonderEngels: Action Research (19/2); Drie handin exclusieve jongens-/meisjesscholen (19/ wijs op 26 februari of 1 maart (telkens van boeken (5/3). 2); Juridische vraagstelling van en voor 13.30 u. tot 17 u.) in Openluchtcentrum Duin Nederlands: Naar een leerlijn schrijven zorgverbreding (5/3); De hervorming van en Zee in Oostende inschepen voor een (5/3); Pedagogische Dag Jeugdboekenweek PMS-MST (19/3). verkenning van de mogelijkheden van NME ‘97 (12/3; ook voor laatstejaarsstudenten Interuniversitair Centrum voor Onderwijsrecht - én een beurs waarop diverse instanties hun middelbare normaalscholen en aggregaA. Goemaerelei 52 - 2018 Antwerpen - tel 03- educatief aanbod presenteren. U maakt er tiestudenten). kennis met een ruime waaier van excursies, 238 44 23 - fax 03-238 58 56 Geschiedenis: Israëlisch-Palestijnse kwestie lesmaterialen, atelierwerking, tentoonstel• Leren leren. (22/2); China (8/3). Over stimulerende omgangsstijl (voor leer- lingen enz. Deelnemen is gratis (documenCentrum voor Didactiek - UFSIA - Prinsstraat 8 krachten), denkvaardigheden en goede tatiemap inbegrepen). Vooraf inschrijven is - 2000 Antwerpen - tel 03-220 46 80 - fax 03leerhoudingen. Vier sessies: 21/2, 28/3, 18 wél noodzakelijk. Bellen of faxen vóór 20/2 220 46 79 naar Horizon Educatief vzw - Fortstraat 128 en 25/4 of 16/5, 13, 20 en 27/6. Vormingsleergang voor sociaal en pedagogisch 8400 Oostende - tel en fax 059-32 36 28. CONGRESSEN EN COLLOQUIA werk - Antwerpsesteenweg 573 - 9040 Gent ALGEMEEN KLASSE-MENT tel en fax 09-385 84 44 • Didacta 97: 17 tot 21/2 in Düsseldorf, • School en informatica: een strategische Ludis me obscura canendo (Ge drijft de spot Duitsland. met mij, door duister, in orakels te spreaanpak: 18/2. Informatiebeurs met nieuwe opleidingsCentrum voor Beroepsvervolmaking Leraren - ken), schreef Horatius zo’n tweeduizend methoden, leermiddelen, educatieve uitUIA - Universiteitsplein 1 - 2610 Wilrijk - tel 03- jaar geleden. «Nietgeverijen, tips voor inrichting van klaswaar», zeggen wij: 820 29 60 - fax 03-820 22 49 sen en scholen, kinderspeeltoestellen enz. • Hoe maak ik zelf een goede strip?: 10 de Ludi magister(ofte Met o.a. ook de tentoonstelling Grenzeschoolmeester, tot 14/2 in Sun Parcs Groendijk-Oostduinloos leren - de wereld op Internet. what’s in a name?) kerke. Inlichtingen, bezoekersfolder, beursprogramvraagt niet liever. De Standaard BoekVijf voor- of namiddagen voor kinderen ma: Speybrouck bvba - Ottergemse Steenhandel steunt ons hierbij met vijf boekenvan 9 tot 14 jaar. Deelnemen kost 1950 fr. weg 5 - 9000 Gent - tel 09-245 01 68 - fax bonnen van 2000 fr. Wij verwachten uw Strip Koksijde - Capucijnenlaan 34 - 8670 09-245 01 69 - www.tradefair.de Koksijde - tel 058-51 88 10 - fax 058-52 27 41 antwoord vóór 28 februari op onderstaand adres. BASISONDERWIJS Winnaars opgave 34: Rita Ravyts (Hofsta• 9de Ooitsymposium Kinderen en LiefSECUNDAIR EN HOGER ONDERWIJS de-Aalst), B. Hermans (Kasterlee), Eric Bijde: 26/2 in Land van Ooit, Drunen, Ne• Spoken English and Communication: nens (Lanaken), Anny Dauw (Brugge-St. Kruis) derland. Approaches to Teaching: 26/2. en Ghislain Sablon (Pepingen). Prof. P. Adriaenssen, (KULeuven), F. DieProf. Ron Carter geeft een seminarie in Oplossing opgave 35: De tekst bevatte 11 rickx (Centrum Kind in Nood Gent), E. KULeuven (14 u. tot 16 u.) en in British spellingsfouten. van Rijn-van Alkemade (Nederlandse ConCouncil (18 u. tot 20 u.). Opgave 36: De match duurde acht jaar en sumentenbond) en R. Ekkers (kinderboeTeacher Training Centre - EFL - M. Goethals - eindigde onbeslist. 1988: Mesopotamië-Perzië kenschrijver) spreken over kindermisMgr. Sencie-Instituut - Erasmusplein 2 - 3000 0- 0. Mesopotamië was het nog niet beu en handeling en hoe daarmee om te gaan, Leuven - tel 016-32 47 64 - fax 016-32 47 67 koos in 1990 een tegenstander uit negende rol van de leerkracht, kinderreclame- michael.goethals@arts.kuleuven.ac.be / Bri- tiende provinciale. Na twee weken volgde codes enz. Leerkrachten kunnen gratis tish Council - Liefdadigheidsstraat 15 - 1210 een forfaitoverwinning. De scheidsrechter deelnemen, maar vooraf inschrijven is Brussel - tel 02-227 08 40 - fax 02-227 08 49 greep echter in en zette Mesopotamië met wel noodzakelijk. - pascale.laurent@bc-brussels.sprint.com stormachtig geweld van het plein. Eén team Land van Ooit - Kabinet van Voorlichting - Kas• Natuurwetenschappen en wiskunde: uit een buurland (neen, Johnny of Amsterteelpark Drunen-Vlijmen BV - Parklaan 40 Chemie onder microscoop (19/2); Zonne- dam hebben er niks mee te maken) koos Postbus 117 - 5150 AC Drunen - Nederland - tel fysica en sterrenkunde (13/3); Metabolis- partij voor Mesopotamië. Misschien om00-31-416-37 77 75 - fax 00-31-416-37 77 73 mestoornissen (19/2). dat beide trainers dezelfde beroemde naam Talen: Fertigkeitstraining im kommuni- dragen? Of omdat ook dit land een lange, kativen Deutschunterricht (19/2 en 5/3); bloedige geschiedenis heeft? De Nabateeërs SECUNDAIR EN HOGER ONDERWIJS Remediëring moderne vreemde talen (21 hebben er alleszins een prachtige ruïnen• Jongeren prikkelen tot leren: creatieen 27/2, 14/3, 17 en 25/4); Screening leer- stad achtergelaten. Die stad draagt dezelfve leerbegeleidingsstrategieën in het problemen Nederlands (26/2); Adolescen- de naam als een Europees actieprogramberoepsse cundair onderwijs: 8/3 in Gent. tenromans in het SO (26/2). Stichting-Lodewijk de Raet - Stuurgroep Onma voor beroepsopleiding (nu warm onVakoverschrijdend: Stemtechniek voor der de vleugels van de vader van La Gioderwijs - Liedtsstraat 27-29 - 1030 Brussel leerkrachten (18 en 25/2 en 4/3); Omgaan conda). De naam staat niet langer voor tel 02-240 95 00 - fax 02-242 26 10 met pesten (26/2 en 6/3); Leerlingbetrok- legioenen soldaten, wél voor legioenen leerkenheid als criterium voor effectief onder- lingen uit beroeps- en technisch onderwijs Het aanbod is gróót. Uiteraard kan deze wijs (27/2). die in het buitenland stage lopen. Welke pagina enkel een selectie bieden. Vraag Centrum voor Beroepsvervolmaking Leraren - naam zoeken we? meer informatie bij de pedagogische beUIA - Universiteitsplein 1 - 2610 Wilrijk - tel 03- KLASSE-MENT - Koningsstraat 138 - 1000 geleiding van uw school. 820 29 60 - fax 03-820 22 49 Brussel

ZEKER DOEN

a

b

a

s

a

b

s

26 KLASSE NR.72


(advertentie)


«De ouders eisten een herexamen, terwijl die leerling volgens onze reglementen daarvoor niet in aanmerking kwam», vertelt Bruno Stes, directeur van het Koninklijk Atheneum in Menen. «Wij respecteerden alle voorgeschreven procedures, maar de ouders meenden de beslissing van de klassenTwee Britse jongeren raad te kunnen aanvechten en stapten naar de Raad behaalden hun middel- van State. Die kwam in spoedzitting bijeen en baar diploma niet. Ze zegde ons dat we de mogelijkheid moesten overwegen om aan die gezakte leerling toch een kans op spanden daarom een een herexamen te geven. We hebben de leerling rechtsgeding aan tegen dan gedelibereerd, zodat hij uiteindelijk naar een hoger jaar mocht overgaan. Door die zaak zijn de hun voormalige middel- leerkrachten voorzichtiger geworden. Vooraleer ze bare school. Die zou er beslissen een leerling te laten zakken voor een bepaald vak, moeten ze nu eerst RECHTEN EN PLICHTEN al het mogelijke doen voor remeniet in geslaagd zijn de diëring en leerlingenbegeleiding. Het schoolregletwee jongeren een goe- ment is in die zin aangepast. De regels zijn explicieter geformuleerd. Een slecht rapport kan niet meer de opleiding te geven. zomaar uit de lucht vallen, omdat we de leerling en

Ze baseren hun aanklacht op een negatieve beoordeling van de overheidsinspecteurs. Hieruit zou blijken dat het onderwijs op de betrokken scholen tekortschiet. Nu eisen de twee Britse jongeren schadevergoeding voor de kosten van nieuwe examens en een compensatie voor het verlies aan inkomsten wegens hun verlate toetreding tot de arbeidsmarkt. Ook bij ons stappen ouders vlugger naar de rechter om een beslissing van de klassenraad aan te vechten. De leerkrachten zijn alvast voorzichtiger geworden.

«We zijn voorzichtiger

28 KLASSE NR.72

zijn ouders in de loop van het jaar systematischer wijzen op bepaalde tekortkomingen. Er kwam een meer open communicatie met de ouders.»

Duistere beslissing De ouders stappen sneller naar de rechtbank om hun rechten af te dwingen. Hoe komt dat? PROF. DR. LUDO VENY, onderwijsjurist RUG VUB: «Men zou het eerst sociologisch moeten onderzoeken, maar blijkbaar maken de politieke en ook de gerechtelijke instellingen een gezagscrisis door. Ook het gezag van de school wordt meer in twijfel getrokken. Ouders pikken geen willekeurige beslissingen meer. Dat zijn nu eenmaal de gevolgen van de inspraak. Vroeger beschouwden de scholen de ouders zelden als echte gesprekspartners, als betrokkenen met een stem. Vandaag zijn steeds meer mensen zich bewust van hun rechten. Ik denk dat sommige ouders terecht naar de rechtbank stappen, omdat de school een aantal rechten van de leerlingen miskent en ze haar eigen reglementering niet naleeft.» Zoals? LUDO VENY: «Als de tuchtprocedure voorschrijft dat de leerling moet worden gehoord en als de school dat verzuimt, moet die instelling achteraf niet klagen dat de rechter de school een mes in de rug steekt.» Moet men dan bij het kleinste conflict meteen een advocaat en een rechter erbij halen? LUDO VENY: «Als ouders bij de eerste stap al een advocaat inschakelen, komt de school in een bedreigde situatie. Eigenlijk kan in het begin nog veel in der minne worden geregeld. Ik ken een geval waarbij ouders eisten het schriftelijk examen te mogen inkijken om te zien waar het bij hun zoon fout was gelopen. De school weigerde en de ouders stapten naar de rechter en naar de Raad van State. Die kan eisen dat de school het dossier voorlegt. Toch kan de school dergelijke

moeilijkheden vermijden. Er bestaat inderdaad, voor zover ik me herinner, geen artikel dat die zaak regelt. Maar als de leerkrachten gefundeerd evalueren en de leerling eerlijk behandelen, moeten ze toch geen schrik hebben om de ouders inzage te geven in examendocumenten. Dit is een kwestie van open communicatie. Ouders kunnen dan meteen zien waar en hoe hun kind blunderde en ze zullen de beslissing van de klassenraad beter begrijpen. Vooral het wantrouwen tegenover een duistere beslissing zal wegvallen.»

Tuchtprocedure Verwachten de ouders dan een soort resultaatsverbintenis van de school? LUDO VENY: «Er bestaan een aantal misvattingen bij ouders. Soms verwachten ze van de school een opleiding die kinderen gegarandeerd laat slagen. Dat kun je als onderwijsinstelling natuurlijk nooit bereiken. De school moet wel voldoende middelen ter beschikking stellen om de kwaliteit van haar onderwijs te verzekeren. De onderwijsinspectie ziet daarop toe. De ouders mogen ook niet verwachten dat de opvoeding van de morele waarden hun zaak is en de school zich enkel moet bezighouden met het cognitieve aspect. Tegenwoordig wordt aangenomen dat ouders én school samen instaan voor de opvoeding van het kind. Kiezen tussen de aansprakelijkheid van de leerkracht en die van de ouders is vaak rampzalig en niet correct. Daarom paste het hof van cassatie eind jaren tachtig zijn rechtspraak aan. Uitspraken die leiden tot een gedeelde aansprakelijkheid zijn een nieuwe tendens. Als een leerling een klasgenoot met een mes verwondt, dan heeft dat niet enkel te maken met een gebrek aan toezicht van de leerkracht, maar ook met een gebrek aan opvoeding door de ouders. Zij brachten hun kind niet de noodzakelijke morele, maatschappelijke waarden bij, zoals respect hebben voor anderen.»


Als een leerling zakt, moet de school veel beter uitleggen hoe dat komt.

deze tijd echter verliezen de beslissingen van leerkrachten en hun directies hun onaantastbaarheid. De school kan de regelgeving niet meer willekeurig en ongestraft met voeten treden. Om rechtsgeschillen te vermijden moet men reglementen uitwerken, zodat er tussen de beide partijen duidelijke afspraken bestaan. Veel schoolreglementen zijn represHet gezag van de sief opgesteld. De school dekt zich in om een mogelijke aanval van een ouder te pareren. Is dit de beste maschool in twijfel nier om de participatie van leerlingen en ouders te bevorderen? getrokken LUDO VENY: «De meeste reglementen zijn opgesteld met het oog op het beheersen van een conflict. Ze gaan ervan uit dat er een procedure moet zijn voor mogelijke conflicten, zoals betwistingen van de klassenraad. Te weinig reglementen geven plaats aan de omschrijving van de verplichtingen én de rechten van de leerlingen. Ik vind de tijd rijp om aan een leerlingenstatuut te denken. Hierbij moet het reglement niet enkel de nadruk leggen op conflictbeheersing, maar ook op de relatie tussen ouders en leerlingen enerzijds en de organen van de instelling anderzijds. Ouders en leerlingen zouden meer inspraak kunnen krijgen, zodat de school veel klassieke conflictjes kan voorkomen.» Spreken kan dus belangrijker zijn dan reglementen toepassen? LUDO VENY: «Als een leerling zakt, moet de school veel beter uitleggen hoe dat komt. Ik heb een geval meegemaakt waarbij een leerling in het begin van het jaar voor een bepaald vak een slecht cijfer kreeg. Nadien levert hij de nodige inspanningen. De ouders zien dat de volgende maanden aan het betere cijfer op het rapport. Vanuit de school komen geen andere signalen. Toch moet hij het jaar overdoen wegens één enkel slecht examen. De ouders begrijpen die beslissing niet en vechten ze aan. Tal van juridische problemen kunnen worden voorkomen als de scholen meer oog hebben voor effectieve communicatie. Maar ook de ouders zouden meer initiatief moeten nemen en de leerkrachten opzoeken als ze denken dat er moeilijkheden zijn met hun kind.»

geworden» Kunnen ouders een tekort aan kwaliteit van het onderwijs aanklagen? LUDO VENY: «Ik kan er geen antwoord op geven. Maar in de regelgeving wordt kwaliteit naar voren geschoven als een norm, als een middel om hoogstaand onderwijs te geven. Als blijkt dat het onderwijs in een bepaalde school ondermaats is, zouden ouders naar de rechter kunnen stappen om schadevergoeding te eisen. Vooral als bovendien de onderwijsinspectie een negatief verslag opstelde, lijkt me dat een belangrijk juridisch element. Toch denk ik dat de bewijslast moeilijk zal zijn. Laat ouders maar eens bewijzen dat de school niet voldoende middelen inzette om behoorlijk onderwijs te kunnen geven en bijvoorbeeld niet genoeg leerkrachten ter beschikking stelde. Dat is allemaal relatief.» Vermijdt een contract tussen school en scholier conflicten? LUDO VENY: «Het ligt eraan hoe dat contract eruit ziet. Als dat zegt dat de leerling stipt om kwart over acht op school wordt verwacht, netjes gekleed is enz. is dat een opsomming van de verplichtingen van de leerlingen. Maar wat de school daartegenover stelt, wat haar engagement is tegenover de leerling, ontbreekt. Sommige contracten stipuleren dat wie een bepaling niet naleeft van school wordt gestuurd. Zo’n contract mag echter geen afbreuk doen aan de decretaal opgelegde tuchtprocedure.»

Leerlingenstatuut Het besluit van de Vlaamse regering van 13 maart 1991 over de organisatie van het voltijds secundair onderwijs regelt ook de rechtspositie van de scholier. Elke inrichtende macht maakte voor elk van haar scholen een schoolreglement. Dit omvat ten minste een orde-, tucht- en studiereglement. Het schoolreglement bestaat dus nu bijna zes jaar. Vroeger werden de rechten en plichten van de scholier zelden vastgelegd. In

Gedekt potje Is het schoolreglement achterhaald? LUDO VENY: «Nu wordt het tijd dat de scholen of hun koepels het bestaande reglement evalueren en misschien aanpassen op bepaalde punten. Het zou interessant zijn mochten de wetenschappers een inventaris krijgen van alles wat in die zes jaar fout is gelopen. Hoeveel interne klachten ontving een school? Hoeveel van die klachten leidden tot de beroepsprocedure? Kregen de ouders gelijk? Kwam er een nieuwe deliberatie? Hoeveel van de ouders die geen gelijk kregen, legden zich bij de beslissing neer? Hoeveel stapten er naar de rechter? Niet alle conflicten halen de media. Scholen houden dat potje liever gedekt. De ene weet niets van de andere. Toch zou het nuttig zijn om uit de fouten te leren, zodat we kunnen achterhalen waarom en in welke gevallen de ouders er de rechtbank bij betrekken. We hebben er nu geen zicht op.» ■ KLASSE NR .72 29


Vorig academiejaar richtte Bart, student verpleegkunde, mee de studentenraad op van zijn departement. Hij werd verkozen tot voorzitter van de algemene studentenraad van de hogeschool en zat zowel in de academische raad, de departementale raad als de vzw studentenvoorzieningen. Er waren weinig of geen andere kandidaten voor al die raden. Nochtans zijn ze, naast andere participatieorganen, bij decreet vastgelegd om ook de student medezeg-

Medezeggenschap. Daar hebben de Vlaamse hogescholen het afgelopen jaar hard aan gewerkt. Voortgaand op het hogescholendecreet van 1994 richtten zij participatieorganen op waarin plaats is voor de studenten, onderwijzend en niet-onderwijzend personeel, directie en kaderpersoneel, oud-studenten, vertegenwoordigers van het werkveld en het hogeschoolbestuur. Sinds het decreet van kracht werd, spreekt men in de vrije gesubsidieerde hogescholen van academische raad, departementale raden, de vzw sociale voorzieningen en de studentenraad. In de autonome hogescholen heeft men het onder meer over de raad van bestuur, het bestuurscollege, de departementsraad en de studentenraad. Een hele participatiestructuur dus, maar dat volstaat niet om echt van medezeggenschap te kunnen spreken. Dat zegt ook Steven Wellens, Vlaams Verbond van het Katholiek Hoger Onder-

«Wij mogen niet vervallen in een conflictmodel», voegt William Cools, docent aan de Katholieke Hogeschool Zuid-West-Vlaanderen, toe. «Zijn mening duidelijk maken, luisteren, consensus zoeken, conflicten oplossen, elkaars belangen respecteren... allemaal essentieel. Personeel en studenten moeten zich vrij kunnen voelen om hun mening uit te drukken. Vandaar dat de in het decreet ingebouwde bescherming zo belangrijk is.»

Angst De hogeschoolstudent van de jaren ‘90 krijgt medezeggenschap aangeboden. De vraag is of hij dat wel wil. BART PRYS, oud-student: «Enerzijds vinden veel studenten het allemaal wat saai, maar anderzijds willen zij toch dat er medezeggenschap is. Tegelijk is er echter angst om mee te doen. Je kan wel in de clinch gaan met een docent of mentor, maar je moet er achteraf ook nog mee samenwerken. Daarnaast is er nog een drempel: de studenten willen zich eigenlijk wel engageren, maar vragen zich

(N)ietste

zeggen?

HOGER ONDERWIJS genschap te geven in het bestuur van zijn hogeschool. Maar studentenvertegenwoordigers zoeken en vinden blijkt geen sinecure. Heeft de student niets meer te zeggen?

30 KLASSE NR.72

Als iemand zegt «artikel 35 bis zegt dat...» haken wij gewoon af.

wijs (VVKHO) in het tijdschrift H-ogelijn: «Naast een participatiestructuur moet er ook een medezeggenschapscultuur zijn. Echte medezeggenschap kan maar als er sprake is van wederzijds respect. Elke participant eerbiedigt de ander als mens, laat hem in zijn waarde, bedeelt hem met gelijke rechten. Elk heeft zijn aandeel in de oordeels- en besluitvorming. Concreet moet iedereen precies weten wie welke beslissingen neemt, hoe de bevoegdheden liggen, hoe elke raad of comité werkt. Dan zijn er nog heel wat voorwaarden waaraan men moet voldoen: een open houding, enthousiasme en inzet, positieve instelling, verdraagzaamheid, deskundigheid, de vereiste communicatieve vaardigheden enz., tot bescherming van de deelnemers toe.»

tegelijk af wat zij in die raden kunnen gaan doen.» FREDERIKFAVEERE, oud-student: «Studenten krijgen nu zeggingskracht en zelfs beslissingsmacht. Het is niet zo evident daar op de juiste manier op te reageren. Sommigen komen met een idee op de proppen, maar laten zich op de vergadering overdonderen door een niet-student die het beter kan zeggen. Een gebrek aan zelfvertrouwen eigenlijk. Anderen hebben daar geen problemen en menen dat het bon ton is resoluut in te gaan tegen alle voorstellen die op tafel komen. Nu kan een kritische houding geen kwaad, maar men moet er wel voor zorgen dat men niet het vertrouwen binnen de raad ondermijnt. Het is dus een kwestie te zoeken naar goede en gemotiveerde vertegenwoordigers, die feed-back krijgen van de achter-


ban, de studenten die zij vertegenwoordigen. Maar voor veel studenten is studentenparticipatie niet evident.»

Ver van mijn bed Niet alle participatieorganen spreken de studenten direct aan. In het algemene beleid van de hogeschool hebben zij niet altijd genoeg inzicht, hun dossierkennis is vaak te beperkt. Met mandaten van één jaar is er ook een groot verloop in de studentenvertegenwoordiging, wat niet bepaald voor continuïteit zorgt. Sommige raden baden bovendien in een vergaderstijl waarin studenten zich even goed voelen als een vis op het droge. BART PRYS: «Uiteindelijk vind ik de departementale raad het meest dienstbaar voor de studenten. Het is de gemakkelijkste, meest werkbare raad. Dat heeft voor een groot stuk te maken met de aanwezigheid van mensen uit het werkveld, uiteindelijk ook leken inzake onderwijs. Wij voelen ons daar vaak bij op ons gemak, de samenwerking is goed. In de academische raad daarentegen hebben wij de indruk dat we niet kunnen volgen. Bovendien voel je je er als student minder betrokken. Een ver-van-mijn-bed-show als het ware. Toch worden daar onderwerpen besproken die ons direct aanbelangen. Zo was er vorig jaar de bespreking van het clustersysteem van examens. Voor dat debat kregen we echter onvoldoende voorbereidingstijd; voorts werd er zo’n jargon gebruikt dat we niet konden volgen. Als iemand zegt «artikel 35 bis zegt dat...» haken wij gewoon af. Bij de vzw sociale voorzieningen stelt dit probleem zich minder. Daar zijn de studenten meer bereid om mee te doen. De problematiek is dan ook veel duidelijker op hen gericht. Maar uiteindelijk hebben de studenten iemand nodig die hen ondersteunt. Een persoon die zich specifiek bezighoudt met alles rond studenten- en andere raden, met het opstellen van de agenda, de verzending van de uitnodiging e.d. Ook voor inhoudelijke vragen rond bepaalde dossiers zouden studenten bij zo’n ombudsman of -vrouw terecht moeten kunnen. Gelukkig konden wij tot nu toe informeel bij een aantal mensen terecht.»

Bemoeizucht «Inspraak wordt pas nodig geacht als de problemen vlak voor je neus opduiken», zegt de Mechelse student Michaël Custers tijdens de studiedag Bemoeizucht en bemoeizorg. «Vooral de inderdepartementale studentenraden of sociale raden hebben met gebrek aan interesse af te rekenen. Zij bieden immers geen direct resultaat, geen concrete oplossingen. Maar dergelijk non-engagement, dat men de student tegenwoordig wel vaker verwijt, is een verschijnsel dat evengoed op een breed-maatschappelijk vlak kan worden doorgetrokken. Denk aan de veelbesproken apolitieke houding van de burger.» Participatie, kwaliteitsbewaking, monitoraat enz. zijn initiatieven waarmee de hogescholen hun zorg richten op de student. Bemoeizorg. Maar de respons blijft vaak uit en dus verwijt men de student van de jaren ‘90 niet enkel non-engagement, maar ook individualisering en cocooning. Michaël Custers nuanceert dit: «De studenten zijn tevreden met de bestaande situatie, hebben weinig klachten en engageren zich dus niet in de participatieorganen van de hogeschool. Zeker niet

als de drempel hoog ligt. De enige bemoeizucht ervaart de student in het opnemen van aanwezigheden. Voorts bekijkt de student zijn opleiding economischer. Studeren is (zeker voor de ouders) een investering die moet renderen. Daar hangen een aantal meer praktische factoren mee samen. Er zitten minder en minder studenten op kot; de geografische afstand kan de psychologische kloof tussen student en hogeschool vergroten. Sommige studenten werken in hun vrije tijd, anderen houden zich bezig met sportclub, jeugdbeweging of culturele vereniging. Participatie in de hogeschool komt achteraan in het rijtje. Ten slotte maakt de schaalvergroting het er niet beter op. Schaalvergroting en fusies versterken de anonimiteit van de student, ondanks de persoonlijke aanpak waar veel hogescholen altijd aandacht voor hebben gehad. Maar de bemoeizorg wordt door veel studenten - zij het zwijgend - geapprecieerd. Daarover hebben velen in feite niets te zeggen.» ■

Meer informatie - Nieuwsbrief 13 - herstructurering Hoger Onderwijs Buiten de Universiteit (HOBU) omvat de nieuwste versie van het hogescholendecreet. Vraag uw exemplaar aan bij Martine Redant - Afdeling HOBU - departement Onderwijs - Koningsstraat 136 - 1000 Brussel - tel 02-211 42 66 fax 02-211 42 52 - Internetgebruikers vinden meer informatie over de bestuurs- en medezeggenschapsstructuur van de hogescholen op AHOI, de site van de Vlaamse hogescholen. http://www.hobu.be/public/ best_structuur.html - Bemoeizucht en bemoeizorg van studenten in het hoger onderwijs, studiedag van de KULeuven, het VVKHO en de Centrale voor Studie- en Beroepsoriëntering (CSBO). De teksten van de sprekers zijn verkrijgbaar voor 200 fr. Sociale Dienst - KUL - Naamsestraat 80 - 3000 Leuven - tel 016-32 44 28 fax 016-32 43 84

IEDER ZIJN ZEG Ook vóór het hogeschooldecreet tot stand kwam, bestonden er al participatieorganen. Met het hogeschooldecreet van 1994 worden de structuren echter vastgelegd. De student die inspraak wil, kan in verschillende organen zijn zeg doen. Om er zitting te mogen hebben, moet hij wel democratisch verkozen worden als studentenvertegenwoordiger.

1. Autonome hogescholen De raad van bestuur Taken: het management bepalen, bestuurs-, examen- en tuchtreglement opstellen, richtlijnen vastleggen voor de organisatie van het onderwijs, financieringsplan opstellen, personeel benoemen enz. De departementsraad Taken: onderwijs- en examenprogramma’s vaststellen, een onderzoeksprogramma opmaken, de organisatie binnen het departement regelen, jaarlijks voorstellen indienen rond budget en personeelsformatie, samenwerkingsakkoorden sluiten enz. De studentenraad Het overleg met de studenten gebeurt via de democratisch verkozen studentenraad.

2. Gesubsidieerde vrije hogescholen De academische raad Taken: advies geven over onderwijskundige aspecten i.v.m. met de doelstelling van de hogeschool, haar werkzaamheden, bouwprojecten, kwaliteits- en onderzoeksbeleid, de programmatie enz.; overleg plegen voor onderwijskundige aspecten i.v.m. het financieel beleid, de algemene organisatie van de hogeschool, het huishoudelijk reglement, onderwijs- en examenregelingen, het globale nascholingsbeleid enz. De departementale raden (voor hogescholen die meer dan één departement tellen) Taken: advies uitbrengen over de vaststelling van de pedagogische criteria voor de besteding van de middelen en de taakverdeling van het personeel, de algemene organisatie en werking, de programmatie van de opleiding, de vormgeving van interne kwaliteitsbewaking, de onderwijs- en examenregeling, de organisatie van de onderwijsactiviteiten, de evaluatie van het onderwijs enz. De studentenraad Het bestuur van de hogeschool raadpleegt vooraf de studentenraad over alle aangelegenheden die de studenten direct aanbelangen. De raad mag ook uit eigen beweging adviezen uitbrengen. De vzw sociale voorzieningen Elke hogeschool richt een vzw op om haar sociale voorzieningen te beheren. Met de sociale toelagen per student en eventueel het inschrijvingsgeld financieren de vzw’s sociale voorzieningen, zoals huisvesting en vervoer van de studenten, voeding, gezondheidszorg, psycho-sociale begeleiding, sociale dienst, medische hulp, plaatsingsdienst, culturele en sportieve activiteiten. KLASSE NR .72 31


De

leraar leert Heel wat leerlingen haken af in de loop van het secundair onderwijs.

je lezen

«Hoe meer ik lees, hoe meer vragen ik me begin te stellen, waardoor ik weer meer wil lezen», vindt Sofie. Jeroen trekt een ander gezicht. Hij begint aan het zoveelste opgelegde boek. Niet iedereen speelt graag piano. Niet iedereen leest graag.

OPVOEDING Maar we zijn er allemaal van overtuigd dat lezen levensnoodzakelijk is. Hoe beter je met woord en tekst om kunt gaan, hoe sterker je staat in de wereld. Lezen stimuleert de ontwikkeling van taal, kennis, waardenbesef, begrip en fantasie. En als je met plezier kunt lezen, is dat mooi meegenomen. Ouders en leraars spelen hierbij een sleutelrol.

32 KLASSE NR.72

«Leesplezier ontstaat niet tegelijk met het lezen», zegt Lieve van Hilst van het Centrum voor Lezen en Informatie. «Dat ontstaat bij de ouders, vóór de geboorte. Ouders moeten tonen dat ze zelf lezers zijn, dat ze genieten van het lezen, dat ze er baat bij hebben, en dan zullen hun kinderen dat automatisch van hen overnemen. Wie ooit als kind dat gelukzalige gevoel gehad heeft dat een goed boek opwekt, weet zelf dat het blijft. Eens een lezer, altijd een lezer. De positieve houding van de ouders tegenover lezen blijkt essentieel. Lezen mag niet lui of asociaal gevonden worden. Lezen nodigt immers uit tot gesprekken, tot activiteiten.» Taalgevoeligheid groeit mee met het kind, als het tenminste genoeg prikkels en impulsen krijgt vanuit het gezin. Als het in een rustige leesomgeving kennis kan maken met woorden, alle mogelijke soorten teksten en verhalen, dan komt de motivatie tot lezen vanzelf. Voorlezen is daarbij van groot belang. Niet alleen voor het kind dat nog niet zelf kan lezen, maar ook voor de beginnende lezertjes. De techniek van het decoderen van teksten is niet zo prettig. Kinderen kunnen complexere verhalen aan dan ze zelf kunnen lezen. Voorlezen wakkert in hen de zin aan tot meer lezen. Voorgelezen worden blijft trouwens op alle leeftijden aantrekkelijk. Het geeft een nieuwe dimensie aan een tekst. Als de beginmotivatie er is om te lezen, moeten de kinderen ook op school de beste stimulansen krijgen. Het recept: een degelijke schoolbiblio-

theek, of een goede samenwerking met de openbare bibliotheek, en gemotiveerde leerkrachten.

Fouten Ria Dorssemont is «leesjuf» in haar school. Zij werd vrijgesteld om in alle klassen, vanaf het laatste jaar kleuteronderwijs tot en met het zesde leerjaar van de lagere school, één uur per week aan leesbevordering te doen. «Ik kies elke week andere boeken, om toch niemand op zijn leeshonger te laten zitten. Je kunt heel veel bereiken via boeken. Goede gesprekken over allerlei onderwerpen, filosoferen zonder dat het opvalt, informatie opzoeken, teksten structureren, leren leren. De leerlingen durven zich ook meer uitdrukken omdat ik geen cijfer moet geven. Uiteindelijk lezen de kinderen beter dan hun aanvankelijk leesniveau aangeeft. En ze zijn enthousiast ook.» Volgens Aidan Chambers, vooral bekend van zijn jeugdboeken, maar ook theoretisch bezig met leesbevordering, ligt de taak van de leerkracht voornamelijk in het delen van enthousiasme, van moeilijkheden en van patronen. We lezen meestal wat onze vrienden ons aanraden. De leerkracht zou eigenlijk een beste vriend in het leesproces moeten zijn. Dus: iemand die je goed genoeg kent om je een bepaald boek aan te raden, en tegelijk iemand die anders genoeg is om je een nieuwe leeservaring te garanderen. Die persoon aan wie je vraagt «En waarover ging het dan?» of «Waarom vond je het zo goed?» De helpende volwassene, zoals Chambers hem


noemt, leert de jongere genuanceerder te denken en vertellen over teksten. Zo bereikt hij een hoger leesniveau. In de klas zou een sfeer moeten ontstaan waar fouten geen fouten zijn, maar interessante discussiepunten. Dat stimuleert de communicatie. En praten over boeken is even belangrijk als het lezen zelf.

Plezier Heel wat leerlingen haken af in de loop van het secundair onderwijs, voornamelijk omdat de kloof tussen de eigen leefwereld en de literatuurlijst op school te groot is. Ze worden gedwongen boeken te lezen waar ze zich niet in terug vinden. Lezen en leesplezier gaan dan niet meer samen. «Ik lees bijna niet, omdat ik daar na een schooldag niet veel zin meer in heb», zegt An (15) «In de vakantie komt het er ook niet van. Ik zie lezen als geestelijke inspanning en hou me dan liever met plezierige dingen bezig.» Hoe moeten we jongeren aan het lezen krijgen en houden? Wie graag leest en ervan uitgaat dat lezen plezierig is, zal zich gestimuleerd blijven voelen om te lezen. Wie verplicht wordt te lezen en er niet veel van verwacht, zal het bij voorbaat vervelend vinden. Adolescenten gebruiken boeken voornamelijk om hun identiteit te vormen, behalve om het plezier van het lezen zelf. Daarom is het belangrijk dat ze boeken kunnen lezen waarin ze zichzelf herkennen in de karakters, plot en thematiek. Waarom leest u tenslotte zelf?

Bed De meeste jongeren lezen om zich te ontspannen of om informatie op te doen, om meer te weten te komen over de wereld. Wie veel leest, doet het gewoon graag. «Vooral ‘s avonds in mijn bed kan ik uren aan een stuk lezen. Natuurlijk moet ik daar dan ‘s morgens de gevolgen van dragen.» Voor de keuze van boeken stimuleren vrienden hen, maar ook leerkrachten spelen een rol. Bovendien blijkt bibliotheekbezoek belangrijk, waarbij de meerderheid zich laat leiden door het thema en de tekst op de achterflap. De oudere groep laat zich ook inspireren door mediabelangstelling voor een bepaald boek. Lanoye en Brusselmans worden veel gelezen omdat zij de taal van de media spreken en schrijven. Over de periode waarin ze het meest hebben gelezen, zijn de meesten het eens: het einde van de lagere school en de eerste jaren van het secundair. Daarna wordt het minder. «Niet omdat ik minder interesse zou hebben. Ik zou dolgraag meer lezen, maar door het feit dat we zoveel schoolwerk hebben, vind ik er geen tijd voor. Trouwens, als ik er al tijd voor heb, dan moet ik de verplichte lectuur voor Nederlands, Frans en Duits afwerken. Daardoor kom ik er nooit toe boeken te lezen waar ik me echt voor interesseer.» Velen geven toe dat het niet alleen het schoolwerk is dat hen verhindert te lezen. Ze hebben gewoon veel meer hobby’s en activiteiten met vrienden dan vroeger.

Buis Over het verband tussen tv en lezen werd al heel wat geschreven en gefilosofeerd. Verliezen we jonge lezers aan de tv? Prof. Rita Ghesquière leidde aan de universiteit

van Leuven een onderzoek naar de leesgewoonten bij jongeren van 8 tot 14 jaar. Het toonde aan dat lezen een erg belangrijke plaats inneemt in de vrijetijdsbesteding van deze leeftijdscategorie. Na tv-kijken komt het op de tweede plaats bij meisjes, op de derde bij jongens (met sport als respectieve derde en tweede plaats). «Tv en lezen zijn vooral in de lagere school niet echt concurrentieel. Vanuit de tv worden zelfs motieven aangebracht die lezen stimuleVoorlezen is de ren», zegt prof. Ghesquière. «Het bleek trouwens dat de grootste tv-kijkers sleutel voor succes ook de actiefste lezers waren.» ■ K van boek De jeugdboekenweek 1997 komt er aan: ze loopt van 5 tot 19 maart en heeft als slogan Kunst met de K van boek. Daarmee gaat de jeugdboekenweek de artistieke toer op. Voor een overzicht van de vele activiteiten die worden georganiseerd naar aanleiding van de boekenweek, kunt u terecht bij het Nationaal Centrum voor Jeugdliteratuur. • Het NCJ (Nationaal Centrum voor Jeugdliteratuur) geeft een keuzelijst uit n.a.v. de jeugdboekenweek, een ideeënbrief voor werken met boeken in de klas en leesprojectboekjes. Zij kan u ook een overzicht geven van de vele activiteiten rond de jeugdboekenweek. NCJ - Minderbroedersstraat 22 - 2000 Antwerpen - tel 03-234 16 67. • Linc (Centrum voor Lezen en Informatie) biedt heel wat informatie i.v.m. leesbevordering en informatieverwerking. «De prehistorie van het lezen», «Boekgeno(o)t», lectuurlijsten, het programma voor scholen M&M (over misdaad en mysterie), enz. Voor het aanbod neemt u contact op met Linc - Maria-Theresiastraat 20 - 3000 Leuven - tel 016-22 89 33. • Het KCLB (Katholiek Centrum voor Lectuurinformatie en Bibliotheekwerk) heeft een heleboel initiatieven i.v.m. de jeugdboekenweek en leesbevordering in het algemeen (o.a. keuzelijsten en infomappen). Voor kandidaat-begeleiders van leesclubs is er de cursus «Leesclubs... Hoe begin je eraan». KCLB - Van Helmontstraat 29 - 2060 Antwerpen - tel 03-272 21 46. • U voelt zich niet zo sterk in het voorlezen? Geen nood. Op TV2 loopt elke dinsdag, om 18.05 u. een knap (en kort) voorleesprogramma: Draaimolen. Daarin vertelt Nolle Versijp één of twee prentenverhalen. Er is een folder ter beschikking met de data, titels, auteurs en uitgeverijen, waarmee u het boek ook gemakkelijk in de boekenwinkel of de bibliotheek kunt terugvinden. Draaimolen - BRTN 8 L 55 - 1043 Brussel. • Leesjuf Ria Dorssemont - Warandestraat 52 - 2300 Turnhout - tel 014-41 41 07 en Annie Beullens - Karel van Lotharingenstraat 14 - 3000 Leuven - tel 016-23 61 99. • Marita de Sterck geeft een seminarie over adolescenten en leesbevordering. «Een vaste stek. Adolescentenromans in het SO». Universiteit Antwerpen UIA - Universiteitsplein 1 - 2610 Wilrijk - tel 03-820 29 60. • Het centrum voor didactiek van UFSIA organiseert een «Pedagogische dag jeugdboekenweek 1997» voor leerkrachten van het secundair onderwijs, op woensdag 12 maart. Per graad wordt een workshop georganiseerd rond artistieke componenten van het (jeugd)boek en hoe ermee te werken in de klas. Centrum voor didactiek UFSIA - Sectie Nederlands - Prinsstraat 13 - 2000 Antwerpen - tel 03-220 46 82. • Aidan Chambers publiceerde zijn ideeën over en ervaringen met leesbevordering in «De leesomgeving» en «Vertel eens» (beide boeken uitgegeven bij Querido Amsterdam).

SAAI Waarom houden jongeren NIET van lezen? Omdat het te veel met school wordt geassocieerd. Te weinig actief is. Je moet ervoor zitten. De relatie ontspanning versus inspanning is ongelijk. Het heeft te veel met moeten te maken, met niet graag doen. De leesomgeving stimuleert niet. Lezen wordt gezien als een asociale bezigheid. De literatuurlijsten op school staan vol saaie boeken. Waarom houden ze WEL van lezen? Omdat ze in boeken zichzelf en de wereld leren begrijpen. Je leest over anderen en hun gevoelens, en hoe zij hun problemen analyseren. Je leert personages beter kennen dan echte mensen. In boeken vind je voorbeelden. Lezen is ontspannend. Lezen is een uitdaging.

KLASSE NR .72 33


WEINIG BEWEGING

Vastgeroest Nooit zijn kinderen zo inactief geweest als in de jaren ’90, schrijft de Times Educational Supplement. De TES beroept zich hiervoor op een Britse studie bij 5- tot 11-jarigen. Meer dan een derde van de meisjes en meer dan de helft van de jongens neemt nauwelijks beweging. Ze komen niet aan het equivalent van tien minuten wandelen per week. Meisjes worden wel vroeger minSIGNAAL der actief dan jongens. Al vanaf hun vijfde jaar zouden ze minder lopen, springen en spelen. TABAKSPREVENTIE

Iets opgestoken?

ONDERZOEK

De sch-ouders eronder Leerlingen kiezen te hoog of te laag. Dat kan onder meer worden toegeschreven aan het sociaal milieu en de verschillende onderwijsverwachtingen van de ouders. Reeds in het eerste jaar van het secundair moeten nogal wat kinderen zittenblijven. Voorts blijkt de brugfunctie van het overgangsjaar 1b naar 1a zelden gerealiseerd. Nog een vaststelling is dat het aantal zittenblijvers in het technisch secundair onderwijs (TSO) soms driemaal hoger ligt dan in het algemeen secundair onderwijs (ASO). Verkeerde oriëntering, verkeerde keuze of verkeerde aanpak? Onderzoekers zeggen: de sch-ouders eronder! Sommige lagere-schoolkinderen zijn niet klaar voor het secundair onderwijs. Ze krijgen wel de kans aan te pikken via een brugjaar in het zogenaamde eerste leerjaar b. De bedoeling is dat ze het volgend schooljaar de overstap kunnen maken naar het eerste leerjaar a. Maar uiteindelijk blijkt slechts vier procent dit werkelijk te (kunnen) doen. De meerderheid kiest voor de beroepsrichting. Ook in latere jaren komt het nauwelijks voor dat een leerling voor een hogere richting kiest. De studiekeuze in het tweede jaar, voor een algemene dan wel een technische optie, wijst daar bijvoorbeeld op. Amper vijf procent van de leerlingen in het tweede leerjaar met technische optie stapt over naar 3 ASO of 3 KSO. Van de leerlingen in het tweede leerjaar met algemene optie stapt daarentegen wel 17 procent over naar TSO, KSO of BSO. 34 KLASSE NR.72

NA VROUWEN NU OOK

Mannen Universitair Nederland is een primeur rijker: aan de Rijksuniversiteit van Leiden is een keuzevak mannenstudies ingevoerd. Het vak, een inwijding in een aantal theoretische werken over mannelijkheid, maakt deel uit van het onderwijsprogramma... vrouwenstudies. De rol van vrouwenstudies staat als vak op het programma van zowat alle Nederlandse universiteiten. Maar de laatste decennia is de aandacht niet langer uitsluitend gericht op de positie van de vrouw in de samenleving. Heel wat onderzoek richt zich veeleer op de rol van het geslacht in het algemeen. Nader onderzoek naar mannelijkheid past binnen die ontwikkeling. NIEUWE KLASGENOOT

Hond Niels Schleper, een 19-jarige student uit het Nederlandse Hardenberg, mag sinds kort zijn hond mee in de klas nemen. Dat is geen spitsvondigheid of overbodige luxe, want Niels is blind. Tot voor kort verplaatste Niels zich met een stok, maar binnen de school gaf dat soms problemen om snel ter plaatse te komen. Nu brengt Tender, zijn hond, hem van het ene naar het andere klaslokaal. Niels’ medeleerlingen reageren positief op hun nieuwe klasgenoot, die zich overigens erg rustig houdt tijdens de les.

Honkvast Het TSO telt méér zittenblijvers dan het ASO en BSO. Zo zitten in het tweede leerjaar met technische optie reeds driemaal meer zittenblijvers dan in de richting met algemene optie (9 % t.o.v. 3 %). In het derde leerjaar worden deze verschillen enkel nog maar groter (18 % t.o.v. 4 %). Naast het aantal zittenblijvers recruteert het TSO ook heel wat leerlingen uit het ASO. In 3 TSO is bijvoorbeeld één derde van de leerlingen afkomstig uit het tweede jaar met algemene optie. TSO’ers blijken bovendien ook niet zo honkvast. Van de leerlingen in het tweede leerjaar met technische optie blijft tien procent zitten. Vijftien procent stroomt door naar 3 BSO, vijf procent naar 3 ASO of 3 KSO. Niet meer dan 69 procent stroomt door naar 3 TSO. In het ASO zijn de doorstroomcijfers hoger. Dat is vooral toe te schrijven aan een kleiner percentage zittenblijvers. De uitstroom naar een hoger leerjaar in een lagere onderwijsvorm is vergelijkbaar met het TSO. Vanaf het derde leerjaar is de uitstroom van het BSO naar een middenstandsopleiding of het deeltijds onderwijs vergelijkbaar met de uitstroom van het TSO naar het BSO. Het percentage zittenblijvers in het BSO blijft er wel steeds lager. Eerder onderzoek wees al op een zekere grilligheid van TSO-leerlingen. Zo hebben TSO’ers na afstuderen meer vertraging opgelopen dan BSO-afgestudeerden. Ze veranderen ook meer van studierichting (58 % tegenover 48 % BSO’ers).

Arbeider De studiekeuze wordt sterk bepaald door de sociale afkomst

PHOTO DISC

Volwassenen hebben invloed op het rookgedrag van jongeren, maar als het om tabakspreventie gaat op school, dan moeten alle partners in de schoolgemeenschap inspraak hebben. Dat is de conclusie van leerkrachten, directeurs en PMS-medewerkers van 70 Vlaamse scholen. Samen met 93 andere scholen deden zij vorig schooljaar mee aan het programma «Jongeren tegen Roken» van de Vlaamse Kankerliga. Uit een enquête blijkt dat zij tabaksgebruik niet noodzakelijk als een probleem zien. Voorts betekent tabakspreventie niet noodzakelijk stoppen met roken en is het niet simpelweg een kwestie van reglementen en sancties. De 163 scholen die aan het project deelnamen, hebben niet stilgezeten. In 65 scholen bestaat een werkgroep rond roken of druggebruik, 101 scholen ondernamen andere initiatieven van tabakspreventie en 126 scholen beschikken over een reglement inzake roken op school. 6 scholen bieden ondersteuning bij stoppen met roken. Dit schooljaar zorgt de Vlaamse Kankerliga voor verdere begeleiding van scholen die rond tabakspreventie werken. Overigens kan elke school

op elk moment met het project kennismaken. Er is keuze tussen praktische informatie, didactische pakketten, een analyse van de huidige situatie op school, het uitwerken van een niet- roken beleid, advies bij het oprichten van een werkgroep enz. Vlaamse Kankerliga - Koningsstraat 217 - 1210 Brussel - tel 02227 69 69 - fax 02-223 22 00


JONGE SPIJBELAARS

Verveling

AFKIJKEN MOET

Benchmarking «Op een bepaald moment waren er signalen dat we meer moesten doen aan beroepsgericht onderwijs», zegt Cees van der Linden, directeur van een school voor bijzonder onderwijs, met veel epilepsiepatienten onder de leerlingen. «We wilden dit niet in het wildeweg doen, want er zijn zo veel beroepen en welke moet je dan kiezen?» De directeur hield het probleem niet binnenskamers, maar trok naar het landelijk voorlichtingscentrum epilepsie in Utrecht. Daar vond hij de know how om via een zelf uitgevoerde enquête de vraag naar beroepsgericht onderwijs concreter en meer gedetailleerd te maken. Volgens Wil Kuijpers van het Katholiek Pedagogisch Centrum in Nederland is dit een typisch voorbeeld van benchmarking. Benchmarking is een uit het Amerikaans bedrijfsleven afkomstige vorm van kwaliteitszorg. Het principe is dat men bewust op zoek gaat naar een school, instelling of bedrijf die op één of ander domein het best geplaatst is. Durven leren van de beste in de klas dus, over alle zogenaamde barrières of concurrentie heen. «Scholen worden steeds meer gewone arbeidsorganisaties. Bij een onderwerp als ziekteverzuim bijvoorbeeld moeten scholen net zo goed een beleid ontwikkelen als de supermarkt of het garagebedrijf om de van de leerlingen. Ook na de invoering van het Vernieuwd Secundair Onderwijs (VSO) kozen kinderen uit de hoogste sociaal-professionele categorieën nog altijd meer voor ASO dan andere en dit ongeacht hun intelligentie. De eenheidsstructuur schijnt daar weinig verandering in te hebben gebracht. De keuze voor een eerste leerjaar a of b wordt in eerste instantie ingegeven door het IQ van het kind. Veel invloed hebben voorts het onderwijsniveau van de ouders, het geslacht van de leerling en het beroepsniveau van de vader. Vooral bij kinderen met een lager intelligentieniveau spelen de gezinskenmerken mee. Zo maakt een minder intelligente jongen wiens vader slechts een diploma lager onderwijs heeft en die arbeider is, 65 procent kans om naar 1 a over te stappen; een meisje met eenzelfde intelligentieniveau maar wiens vader universitair geschoold, maakt 99 procent kans. Voor de studiekeuze in het tweede jaar (technische optie versus algemeen optie) zien we dezelfde invloeden, al weegt het geslacht van de leerling hier meer door. Maar voor de keuze ASO of TSO in het derde jaar neemt de invloed van de gezinskenmerken af. IQ en opleidingsniveau van de ouders hebben het meest invloed op de studiekeuze in de eerste graad. Uiteindelijk bepalen de ouders uit de hogere sociale milieus veel meer de school- en studiekeuze dan ouders uit lagere sociale milieus. Ze hebben ook hogere (onderwijs) verwach-

AANLEG EN ERFELIJKHEID

Waar zit uw knobbel? Volgens de negentiende-eeuwse Weense arts Franz Joseph Gall kon een sterke ontwikkeling van bepaalde vermogens zichtbaar zijn in de hersenen. Wie goed was in talen, zou op een bepaalde plaats in zijn hersenen letterlijk een knobbel ontwikkelen, die men kan voelen... Deze knobbeltheorie is natuurlijk al lang met de opperhuid gelijk gemaakt, maar de vraag blijft of er ook figuurlijk zoiets bestaat als een (erfelijke) talen- of wiskundeknobbel. «Kinderen zijn niet allemaal even slim», zegt de Nederlandse onderzoeker Paul Eling in Didaktief. «Er zijn er ook die goed presteren op bepaalde gebieden en tegelijk gewoon of zelfs zwakbegaafd zijn op andere. In het algemeen bepalen erfelijke factoren voor een deel hoe intelligent een persoon is. Intelligentie speelt een rol bij wiskunde en talen, dus in zekere zin is ook de aanleg voor die vakken voor een stuk erfelijk.» Eling spreekt wel het idee tegen dat aanleg voor talen of wiskunde een eigenschap is die men integraal erft. Meestal gaat het maar om een deelaspect en dat maakt de analyse van eigenschappen op erfelijkheid een heel complexe zaak. Andere onderzoekers halen bovendien factoren aan als opvoeding en socialisatie om de aanleg voor een vak te bepalen, maar de invloed daarvan is moeilijk te meten. «Wel zijn die factoren het gemakkelijkst te beïnvloeden», zegt wetenschapper Edith Van Eck, «en dus moet het langs die weg mogelijk zijn om de prestaties te verbeteren van een kind dat minder goed is voor een bepaald vak.» De Nederlandse campagne Kies Exact sluit bij die redenering aan. Ze wil meer vrouwelijke leerlingen voor exacte vakken laten kiezen. tingen van hun kinderen. Kinderen uit lagere milieus, wiens ouders geen of minder verwachtingen hebben, kunnen advies en begeleiding dan ook best gebruiken. Maar goede studieoriëntering.kan slechts tot stand komen als men aandacht besteedt aan de interactie school/PMS-sociaal milieu.

Restaurant Tussen gezinnen met ASO-, TSO-, en BSO-kinderen bestaan heel wat verschillen. ASO-kinderen komen meer uit gezinnen waarvan de vader een hogere opleiding achter de rug heeft dan kinderen uit TSO en BSO. Daarnaast nemen ASO- en TSO gezinnen ook meer deel aan sociale verenigingen, waaronder ook ouderverenigingen, dan BSO-gezinnen. Culturele deelname (concerten, musea), leesgedrag, vrijetijdsbesteding (bioscoopbezoek, restaurant, creatieve activiteiten) en opvoedingswaarden verschillen eveneens tussen de ASO-, TSO-, en BSO-gezinnen. Deze sociaal-culturele verschillen worden weerspiegeld in verschillende schoolculturen op ASO-, TSO- en BSOscholen. Willen jongeren uit lagere of hogere milieus, die het advies krijgen naar het ASO, TSO en BSO te gaan, goed presteren, dan moeten zij zich kunnen herkennen in de schoolcultuur. Een pleidooi voor zorgbreedte op dit vlak. Veerle Van De Velde, Bea Van Brusselen, Mia Douterlungne, Gezin en school, Een onderzoek over het gezin als indicator voor de schoolloopbaan in het secundair onderwijs, inclusief verwijzingen naar eerder onderzoek. Hoger Instituut voor de Arbeid (HIVA) - E. Van Evenstraat 2e 3000 Leuven - tel 016- 32 33 33 - fax 016-32 33 44 KLASSE NR .72 35

P HOTODISC

Een spijbelprobleem in het lager onderwijs, kan dat? Tot voor kort leek het bijna onbestaande, maar in Engeland zijn onderzoekers tot andere bevindingen gekomen. Acht procent van acht jaar oude en vijftien procent van elf jaar oude leerlingen blijken er al eens zonder goede reden van school weg te blijven. Om eventuele motieven voor spijbelgedrag na te gaan, stelden de onderzoekers in veertien Engelse scholen de vraag wat de leerlingen tot spijbelen zou aanzetten. 43 procent van de achtjarigen en 57 procent van de elfjarigen noemden verveling de belangrijkste factor. 27 procent van de achtjarigen zou spijbelen om pesterijen te ontlopen en 23 procent zou thuisblijven wegens te moe. Minder vaak genoemde motieven zijn een afkeer van de leerkracht en te veel schoolwerk.

hoek. Bovendien is het juist verfrissend en inspirerend om over de grenzen van je eigen sector heen te kijken.» Aldus nog Wil Kuijpers in Uitleg. Komen ook de Vlaamse scholen uit hun schelp?


Uw brieven Uw brieven en reacties (per post, fax en via Internet) blijven binnenstromen. Hartelijk dank daarvoor. We gebruiken die immers als barometer om steeds nieuwe reportages te brengen over wat leeft in onderwijs. KLASSE heeft sinds vorige maand ook een lezersrubriek. Voor uw commentaar die kan bijdragen tot meer dialoog. U begrijpt dat we een selectie moeten maken. Enkele spelregels: geen anonieme brieven, geen persoonlijke aanvallen, DIALOOG houd het kort en krachtig. KLASSE (Dialoog) - Koningsstraat 138 - 8ste verdieping - kamer 804 - 1000 Brussel

Wetenschappelijk onderzoek (n.a.v. «De Beste School» KLASSE 71) • Na diepgaand onderzoek en bij een studie van ruim 2700 bedrijven (1100 bakkerijen, 850 beenhouwerijen en 750 schoenmakerijen) is ons onderzoeksteam tot de conclusie gekomen dat er een groot verschil blijkt te zijn tussen bakkerijen, beenhouwerijen en schoenmakerijen. De bakker staat qua handigheid van uitbenen 1,5 tot 2 jaar achter op de beenhouwer, terwijl deze enorme moeilijkheden ondervindt (3,5 tot 4 jaar achterstand) bij het maken van het juiste deeg voor lichtbruin brood. Hoe het met de schoenmaker is gesteld, kunt u uitgebreid nalezen in de studie die u kunt bestellen na storting van... Deze studie kunt u ook uitgebreid nalezen in een intellectueel weekblad. Een onderzoeksteam van de UIA is tot de conclusie gekomen dat er een groot verschil is tussen ASO, TSO en BSO. Allicht, anders had men deze drie totaal verschillende richtingen nooit moeten oprichten en was een AO (algemeen onderwijs) meer dan voldoende geweest. Heren onderzoekers, dank u voor deze studie (die waarschijnlijk miljoenen heeft gekost). Een studie waarvan de conclusies door elk welden-

kend mens (ASO’er, TSO’er of BSO’er) vooraf geformuleerd hadden kunnen worden. Proficiat! Frits De Prins - Hoogstraten ○

• De berichtgeving in sommige media wekt de indruk dat wij met ons onderzoek naar de effectiviteit van Vlaamse secundaire scholen open deuren intrappen. Om te concluderen dat leerlingen uit ASO gemiddeld beter lezen en schrijven dan leerlingen uit TSO en die op hun beurt beter dan leerlingen uit BSO, hoefden we inderdaad niet de boer op te gaan. Wat wij wel gevonden hebben, is dat er enorm grote verschillen bestaan tussen scholen binnen eenzelfde onderwijsvorm. Eén voorbeeld: tussen een klas 2 ASO in school A (één van de 5 % sterkste ASO-scholen) en een vergelijkbare klas 2 ASO in school B (die tot de 5 % zwakste ASOscholen behoort) hebben we verschillen in prestaties vastgesteld van vier leerjaren. Dat wil dus zeggen dat leerlingen in school B presteren op niveau zesde leerjaar lager onderwijs en leerlingen in school A op niveau vier jaar secundair. Voor het BSO kunnen die verschillen tussen de zwakste en de sterkste scholen zelfs oplopen tot acht leerjaren. Hoe komt dat? Hierover ging ons onderzoek. De prestaties hangen natuurlijk in de eerste plaats samen met de leerlingen die de school bevolken: scholen met een gunstige leerlingeninstroom behalen betere resultaten. Maar wat is beter? Als we die verschillen tussen leerlingen met slimme technieken wegwerken, blijven er grote verschillen tussen scholen bestaan. Dat komt omdat de prestaties van de leerlingen positief of negatief samenhangen met een aantal kenmerken van het onderwijs Nederlands en van de school. Welke dat zijn, kan elke geïnteresseerde nalezen in ons eindrapport (en in KLASSE 71). Scholen die niet effectief blijken te zijn, kunnen hieruit leren op welke manier zij hun onderwijs anders (lees: beter) vorm kunnen geven om hun leerlingen meer kansen te bieden. Want daar was het in ons onderzoek tenslotte allemaal om te doen. F. Daems & R. Rymenans - UIA

Deeltijds Kunstonderwijs • Ik lees in het artikel over Groeiende meerkosten in het deeltijds kunstonderwijs (KLASSE 70) de volgende zin: «Ondanks de in 1992 doorgevoerde verhoging van het inschrijvingsgeld blijft het aantal leerlingen groeien.» De verhoging van het inschrijvingsgeld heeft dus spijtig genoeg niet het verwachte effect 36 KLASSE NR.72

gehad. De tweede zin van het artikel merkt spijtig op: «Toch komen er steeds meer leerlingen, onder meer door het bescheiden inschrijvingsgeld.» Dit is het soort redeneringen dat we nu al een hele tijd gewoon zijn van onze beleidsmensen, de minister van onderwijs aan de kop. Daarin is alleen geld van belang en wordt onderwijs een hinderlijke bijkomstigheid. Het secundair onderwijs heeft het eenheidstype moeten slikken, het DKO de nieuwe structuur. Men heeft het daarbij nooit onder stoelen of banken gestoken dat het voornaamste objectief was «te besparen». «Snoeien om te bloeien», heette het. Dat het DKO een «weinig aangepaste structuur» heeft, «niet altijd voldoet aan de verwachtingen van de sector», dat er «geen gedifferentieerde aanpak» is, «de reglementering te dirigistisch en op bepaalde punten zelfs tegenstrijdig», dat er «bepaalde, structurele belemmeringen» zijn, dat alles weet men in het DKO wel, maar wie heeft dat zo gemaakt? Pas enkele jaren geleden heeft men een nieuwe structuur opgelegd, die niet kon werken. Nu ondervindt men dat er niet genoeg bespaard wordt. Het bedroeft dan ook dat een kwalitatief goed blad als KLASSE dergelijke redeneringen overneemt en het jammer gaat vinden dat het DKO ook nog succes heeft, ondanks de hinderpalen die door het beleid daartegen worden opgeworpen. Als mensen straks niet meer naar de muziek- of tekenacademie kunnen, dan moeten ze maar Ruyslincks Het Reservaat lezen. Daar is utility and profit ook het alleenzaligmakende. Remi Claes - Mere ○

• Het DKO groeide met 5000 leerlingen vorig schooljaar. Komt die groei voort uit wanbeheer, het ontbreken van een gedifferentieerde aanpak voor de diverse doelpublieken? Of zouden de leerkrachten van het DKO toch zinnig lesgeven aan hun gedifferentieerd doelpubliek, ondanks het feit dat wij op de limiet zitten van het aantal leerlingen om nog kwaliteitsonderwijs te geven. Als ik minister was, zou ik zeggen: proficiat aan het DKO. Moeten minder gegoede ouders niet dezelfde kansen krijgen om hun kinderen DKO te laten volgen? Is het voor deze mensen nog niet duur genoeg om voor hun kinderen instrumenten, partituren e.d. aan te schaffen? Ik vraag mij af welke maatregelen ons en onze leerlingen te wachten staan, om de expansie - waar men trouwens in de verschillende scholen van het DKO hard voor werkt - via een decretale regeling in juiste banen te leiden. Heeft iemand op het

ministerie al eens nagedacht over de ziekten van deze tijd, drugs, op straat hangen, vandalisme enz.? Zou het kunnen dat het DKO voor de jeugd geen belangrijke taak heeft, zowel op maatschappelijk- als op cultureel vlak? Is het dan niet logisch dat deze investering voor onze jeugd, zowel financieel als inhoudelijk aangemoedigd wordt. Als de minister zegt «een aangroei van 5000 leerlingen betekent een meeruitgave van 185 miljoen», moet hij op zoek gaan naar nieuwe financiële middelen om deze leerlingen de kans te geven zich verder in de kunsten te laten bekwamen. Luc Faes - Schoten De redactie kreeg nog meer boze brieven. Wij herhalen dat we enkel citeerden uit de Beleidsbrief Onderwijs van oktober 1996. KLASSE neemt als verslaggever geen standpunt in, maar houdt zijn lezers op de hoogte van wat in een ministeriële beleidsbrief staat. Lezer Luc Bataillie (De Pinte) schreef dat de standpunten van de basis ontbreken, van de leerlingen en hun ouders alsook van het DKOpersoneel. Die laten wij in een volgende reportage aan het woord. Wordt vervolgd.

Een valies vol • In het artikel Een valies vol (KLASSE 70) zegt een leraar: «De bijzondere leermeesters, zoals de leerkracht lichamelijke opvoeding en de leerkrachten godsdienst of zedenleer, schuiven gemakkelijk taken af. Voor het middagtoezicht of naschoolse bewaking worden ze zelden ingeschakeld. Oudercontacten of pedagogische vergaderingen zijn ook al niet voor hen. Die taken komen alle-

maal op de schouders van de klastitularissen.» Het komt ons voor dat onder het mom van vooroordelen te willen doorbreken, deze nog worden bestendigd en verscherpt. We hopen dat het niet de bedoeling is een wig te drijven tussen bijzondere leermeesters en klastitularissen. De vergelijking gaat trouwens niet


op: in regel fungeert de klastitularis in één school, terwijl de leermeester Niet-Confessionele Zedenleer (NCZ) bijna altijd in twee, drie of meer scholen of vestigingsplaatsen aan de slag moet. Dat het onderwijspersoneel uit het basisonderwijs een zware opdracht heeft en enorm wordt bevraagd wensen we te onderstrepen. Die opdrachten en taken worden nog verveelvoudigd bij leerkrachten met meerdere scholen. Wat de toezichten betreft kunnen we kort zijn: een omzendbrief regelt deze materie ondubbelzinnig. Herhaaldelijk werd reeds aangedrongen op een dergelijke regeling voor bijvoorbeeld personeelsvergaderingen. Reimond Van de Cotte - namens het college van inspecteurs-adviseurs NCZ ○

naars kwamen. Een interessante kanttekening hierbij. Hun schoolsysteem is gebaseerd op meedogenloze selectie en competitie, strikte dril, strakke tucht en onderdanigheid, wat wel enigszins afwijkt van de onderwijslijn in West-Europa. Nog even meegeven dat de Zuid-Oost-Aziatische landen ook nogal pieken in de zelfmoordaantallen bij jongeren. Karl De Groodt - Antwerpen

• In Een valies vol beweert een leerkracht dat bijzondere leermeesters (lichamelijke opvoeding, godsdienst, zedenleer) minder bijkomende taken hebben dan klastitularissen. Deze collega weet misschien niet dat bijzondere leermeesters meestal een opdracht vervullen in meerdere scholen en/ of vestigingsplaatsen. Men verwacht in elke school honderd procent inzet en alle naschoolse activiteiten moeten in drie- of viervoud worden vervuld. Zo moest ik onlangs als bijzonder leermeester zedenleer (in vier scholen) in zeven dagen tijd op twaalf naschoolse activiteiten aanwezig zijn. Micheline Cristael - Nieuwrode ○

delijk iemand die ons effectief helpt bij al die voor ons leerkrachten ogenschijnlijk kleine, maar voor de mensen die wij allochten noemen o zo belangrijke zaken. Met dit boek gaat er echt een stukje «andere leefwereld» van onze medemensen open. Annie Van Dorp - Lokeren

• In Een valies vol citeert u één leerkracht, zonder verdere nuancering. Is er materiaal uit een of ander onderzoek dat deze klacht onderbouwt? Het is niet meteen duidelijk dat dit artikel gaat over basisonderwijs. Extrapolatie naar secundair onderwijs is dan ook vlug gemaakt. Wij willen protesteren tegen dit gevaar én tegen de veralgemening die in de klacht ligt vervat. Wij vormen helemaal geen uitzondering bij toezichten, vervangingen, oudercontacten, vergaderingen enz. Velen van ons spelen een actieve rol in onze school. Velen van ons werken inderdaad in meerdere scholen en nemen daar vaak een groot deel van de activiteiten op zich tijdens schoolfeesten, sportdagen, bosklassen, GWP’s enz. Leerkrachten LO, godsdienst en zedenleer Horeca- en Sportinstituut Wemmel

Dril en tucht In KLASSE 71 bespreekt u de gegevens van de Third International Mathematics and Science Study waaruit de Zuid-Oost-Aziatische groeilanden als grote overwin-

Bijzondere Jeugdzorg Ik stoorde mij verschrikkelijk aan een bepaalde passage in het artikel Marijke gaat niet graag naar huis (KLASSE 70). Het Comité voor Bijzondere Jeugdzorg kan inderdaad in bepaalde gevallen van kindermishandeling in tweede orde ingeschakeld worden. Het is echter géén «juridisch» orgaan, en bij zijn inschakeling eindigt het zeker NIET «met meestal uithuisplaatsing». En zelfs bij opname van het kind in een residentiële voorziening is het géénszins «zijn vader en moeder kwijt»: de meeste tehuizen werken sterk gezinsgericht, en betrekken ouders stelselmatig bij de hulpverlening. De Jeugdrechtbank is inderdaad het allerlaatste alternatief, maar kan zelfs in de meest problematische opvoedingssituaties niet meer meteen tussenkomen: daarvoor bestaan o.a. net de Comités voor Bijzondere Jeugdzorg. Ik betreur ten zeerste dat een hulpverlener in een PMS-centrum dergelijke informatie verspreidt: ze is achterhaald en onjuist. Bert Florizoone - lector Katholieke Hogeschool Zuid-West-Vlaanderen - Kortrijk

Lesgeven aan Fatima en Ahmed • Na het lezen van jullie leerrijk artikel Lesgeven aan Fatima en Ahmed dacht ik: Dat is het! Ein-

• Leerkrachten zijn vaak onvoldoende geïnformeerd over de sociale achtergrond (van allochtone leerlingen) enerzijds, maar weten anderzijds ook niet hoe taalvaardigheidsonderwijs aan te pakken. De allochtone leerling wordt wel eens als een bijkomende «last» beschouwd. Danielle Vandeput-Jamers - Diest ○

• Ik geef les in een concentratieschool. Mijn collega’s en ik trekken aan de pedagogische kar tot het pijn doet, maar het wordt ons niet gemakkelijk gemaakt. Het doordachte en goed uitgewerkte aanwendingsplan voor de OV-uren werd niet aanvaard; de ouders doen weinig inspanningen voor hun kinderen en zien soms het belang van het onderwijs helemaal niet; zelfs de kleuters van de derde generatie komen Nederlands-onkundig naar de kleuterklas; huisartsenbriefjes blijven de zwemlessen dwarsbomen, vooral de meisjes zijn daar onder druk van de vader het slachtoffer van. Misschien zijn we te ongeduldig en is het wachten op de vierde en vijfde generatie. Mariek De Wilde - Lokeren ○

• Als Genkenaar vind ik het normaal te wonen tussen en te werken met mensen van verschillende nationaliteiten. In onze gemeente zijn er meer dan 60 verschillende nationaliteiten. Dit zorgt niet alleen voor een verrijking, ik zou het mij niet anders kunnen (of willen) voorstellen. Voor mij zijn alle leerlingen gelijk. Ik vind het fantastisch te ‘mogen’ lesgeven aan mensen met een verschillende culturele achtergrond. Patricia Decleene - Genk ○

• Naarmate ik de kinderen beter leerde kennen, stelde ik ook meer vragen over hun cultuur, zoals de ramadam, de reizen naar Marokko, hun eetgewoonten, hun taal enz. Ik merkte dat de kinderen het enorm leuk vonden om over hun cultuur te vertellen. Net alsof nog nooit iemand hiernaar gevraagd had! Barbara Peeters - Oud-Turnhout ○

• Het grootste probleem, vooral in het Brusselse, is de taal. Voor veel migrantenkinderen is Nederlands de derde taal, die enkel tijdens de lesuren wordt gesproken. Reeds verscheidene malen schreef ik samen met collega’s brieven aangaande deze problematiek naar beleidsmensen. We hebben sterk de indruk dat zij doof zijn voor dit probleem. Volgens mij is er maar één oplossing: dompel de leerlingen in het eerste jaar secundair onder in een taalbad Nederlands. M.Moureau - Dilbeek ○

• Enkele jaren geleden kreeg ik Meliha Aslan in mijn klas. Dit Turks meisje sprak geen woord Nederlands. Het werd werken, voorbereiden, zoeken, uitleggen, telefoneren, kopiëren, zweten, vragen... maar de dankbare glimlach van Meliha werkte beter dan XTC. Ieder nieuw woord, elke vordering, het was een por in de rug om elke dag weer dat alternatieve agendablad voor Meliha te vullen. Maar einde schooljaar kreeg ik zowaar een foto, een zelfgehaakt sierdoekje en een dikke zoen van mijn Turkske. Haar zusje Mehtap, zit nu in onze klas. Qua intelligentie overtreft ze haar oudere zus en zij verstaat dan ook nog de kunst om alles wat zij leert naar huis over te brengen, waar haar leergierige vader en moeder zich geen moeite sparen om onze taal te beheersen. Kan iemand dan ook mijn fierheid begrijpen toen ik veertien dagen geleden op de volleybalwedstrijd Zonhoven-Istanbul hoorde wie tolk speelde voor de Turkse ploeg? Vader Aslan en zijn twee dochters. Monique Dekkers - Zonhoven

• Als blijk van waardering voor hun cultuur werden in onze school uitnodigingen voor het oudercontact niet enkel in het Nederlands, maar ook in het Arabisch, het Turks en het Frans vertaald. Een ander tijdstip werd gekozen: een woensdagnamiddag, met opvang voor kleine broertjes en zusjes. Eén dag vooraf gaven we nog eens een duidelijke vermelding mee in de schoolagenda van de leerlingen, in het groen geschreven, want dat is goed, terwijl rood slecht is. Op de oudernamiddag zelf een gezamenlijke ontvangst met koffie, thee, frisdrank en een drempelverlagende babbel met elkaar en met de aanwezige tolken. Zo groeide een sfeer van vertrouwen... En ze kwamen meer en meer, jaar na jaar... De vaders eerst. Die kwamen met véél vragen en met véél belangstelling, met luisterbereidheid en een ‘ja’ naar de school toe. Een ‘ja’ dat we met een korreltje zout hebben leren nemen, want een jawoord betekent respect voor ons, maar de praktijk moet dan nog uitwijzen of dit in de feiten meer wordt dan een ‘misschien’ of een ‘neen’. Renild Van Haperen - Borgerhout KLASSE NR .72 37


(advertentie)


(advertentie)


Afgiftekantoor 8500 Kortrijk 1 Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap Departement Onderwijs - Redactiesecretariaat KLASSE Koningsstraat 138 - 1000 Brussel

TIJDSCHRIFT

De familie is volledig. Nu is er ook elke maand een speciale Klasse voor Jongeren. Om ook de leerlingen beter te informeren en sterker te betrekken. Op hun eigen(zinnige) manier. Jonge broer ziet er wel degelijk anders uit. En toch vertrouwd. Missschien hebt u al een exemplaar gezien. De helft van de secundaire scholen is immers al ingeschreven. Meteen goed voor meer dan 150.000 leerlingen. Scholen die willen meedoen engageren zich niet enkel om het blad uit te delen. Zij proberen ook ernstig werk te maken van meer betrokkenheid, engagement en participatie van de leerlingen. Als u dat ziet zitten, kunnen ook uw leerlingen (gratis) hun eigen KLASSE krijgen én eraan meewerken. Elke school heeft een inschrijvingsformulier ontvangen. Het blad wordt uitgegeven met de steun van de Koning Boudewijnstichting en is bedoeld voor leerlingen van het derde tot en met het zevende jaar secundair onderwijs. Vragen? Klasse voor Jongeren - Koningsstraat 138 lokaal 515 - 1000 Brussel tel 02-211 45 82

verschijnt maandelijks (behalve in juli en augustus)

ZO ZIET JONGE BROER ER UIT

281

België – Belgique

4

PB 8500 KORTRIJK 1