Issuu on Google+

ZILT ‘Schakel tussen zee en land’

Afstudeerverslag Klaas Jan Geertsema Academie van Bouwkunst Groningen


COLOFON

Opleiding

Academie van Bouwkunst Groningen

Student Klaas Jan Geertsema Studentnr. 309192 NAWnr. 153004 Adres Medanstraat19 Postcode en plaats 9715 KA Groningen Telefoon +31 6 2886 1416 E-mail kjgeertsema@gmail.com Afstudeercommissie Mentor Afstudeerdocent Externe Beroepspraktijk Voorzitter

Henk Stadens Jan Arend Mulder Kurt Boomgaard Coen Germeraad Clemens Steenbergen

Datum

14 december 2012 


VOORWOORD

Van jongs af aan werd ik door mijn ouders meegenomen naar Noordpolderzijl. De reis er naar toe is prachtig, het wordt steeds leger, platter en weidser. Wanneer je eenmaal bij Noordpolderzijl bent en je de dijk over gaat zie je het haventje en de uitgestrekte kwelders en het Wad. Als kind was ik er al snel uitgekeken. Je kon er niet zoveel doen, de zee was ver weg en het waaide altijd! Toen ik architectuur workshops gedaan bij mijn jeugdervaringen ge誰nteresseerd werd

ging studeren heb ik een aantal de Groningse Noordkust, dit en zorgden ervoor dat ik extra in de Groningse Noordkust.

Er gaat niets boven Groningen is de bekende reclamezin van de provincie Groningen, maar voor veel Groningers houdt het op boven de stad. De provincie zou veel meer kunnen halen uit de Noordkust. Het is een bijzonder gelaagd landschap waarin op subtiele manier veel ruimte kan ontstaan voor recreatie, natuur en landbouw. Dit afstudeerproject is daar een aanzet voor en geeft aanleiding tot discussie over de toekomst van de kust. Tijdens mijn afstuderen ben ik begeleid door Henk Stadens en Jan Arend Mulder. Ik wil hun bedanken voor hun kritische vragen, enthousiasme en vertrouwen. Het concept van de Zilte Landbouw is gebaseerd op het werk van Willem Brandenburg van de Wageningen University, waarmee ik een aantal inspirerende gesprekken heb gehad.




Samenvatting ZILT, schakel tussen zee en land Opgave Verzilting van de bodem langs de kust is een probleem voor de landbouw, de kustgebieden worden nu kunstmatig zoet gehouden. In plaats van deze verzilting te bestrijden is deze juist een kans voor nieuwe manieren van landbouw en veeteelt, daarnaast biedt het kansen voor brakwaternatuur en recreatieve ontwikkelingen. De Groningse noordkust heeft weinig relatie met de Waddenzee. De zeedijk vormt een harde scheiding tussen twee werelden. Het monotone landbouwgebied binnendijks en het kweldergebied buitendijks staan met de ruggen naar elkaar toe. Dit afstudeerproject: ZILT, gaat over de kansen die verzilting biedt voor landbouw en natuur en het versterken van recreatieve functies rond Pieterburen. Het ontwerpproces heeft zich toegespitst op het maken van een schakel tussen zee en land. Hierbij is gezocht naar een manier om de zilte natuur, landbouw en recreatie met elkaar te integreren. De concepten die hiervoor gebruikt zijn komen uit het rapport Zilt verweven van het Innovatienetwerk en het proefbedrijf Zeeuwse Tong in Zeeland. Locatie Deikum, boven Pieterburen, is een plek aan de noordkust die heel geschikt is om ZILT te realiseren. Het gebied is aangekocht door het Groninger Landschap en is bestemd als brakwaternatuurgebied. Bij de dijk ontstaat een brakwatergetijdengebied, hier kunnen vogels uitrusten wanneer het hoogwater is op het Wad en ontstaat een diversiteit aan flora en fauna. Via een duiker onder de dijk komt bij vloed nieuw zeewater in het natuurgebied, bij eb kan het water terug stromen naar de zee. In een deel van het natuurgebied is ruimte gemaakt voor zilte landbouw. Hier wordt onderzoek gedaan naar de teelt van nieuwe gewassen en het kweken van vissen. De landbouw en de natuur werken samen in een gesloten kringloop. De natuur zuivert het vervuilde water. Het ontwerp voor het zilte landschap is gebaseerd op de actuele hoogtekaart, hierop zijn oude kwelderwallen en landaanwinningswerken goed zichtbaar. Route ZILT haakt aan op het al bestaande recreatienetwerk van Pieterburen waar jaarlijks honderdduizenden mensen de zeehondencrèche bezoeken, gaan wadlopen of het Pieterpad beginnen/beÍindigen. ZILT is een landschapsontwerp dat verbind. Een nieuwe route maakt de dijk en de Waddenzee beter bereikbaar en aantrekkelijk. In het ontwerp ontstaat vanuit Pieterburen een nieuwe wandel- en fiets route naar de dijk, en verder. De route doorsnijdt de verschillende gebieden, van zoet naar zout, van oud naar nieuw, van land naar zee. Op de route staat een familie van paviljoens en gebouwen die elementen als lucht, land, water of plek uit het landschap isoleren en de bezoeker bewust maakt van zichzelf en het landschap. Programma Het programma bestaat uit twee onderdelen: een route met paviljoens en een groep gebouwen bij de zeedijk. Bij de zeedijk stroomt het zeewater onder de dijk door. Binnendijks staan het bezoekerscentrum en de boerderij, buitendijks staan het badhuis en het restaurant. Binnendijks zijn de gebouwen zo geplaatst dat er een besloten plek ontstaat, een behaaglijke plek in de luwte. Je ziet waar het water onder de dijk door komt en waar het naar toe stroomt. Buitendijks is bovenop het badhuis een groot terras, in de luwte van de dijk. Hier kan je iets drinken en eten met uitzicht op de kwelders. Beneden zie je het water onder de dijk stromen.


Samenvatting

Paviljoens De paviljoens zijn onderdeel van de route en vertellen de verschillende verhalen van het landschap. Bezoekers worden door middel van het gebouw gefocust op één landschappelijk element; Het eerste paviljoen gaat over een verdwenen zeedijk en de dijkdoorbraak die in 1717 op deze plek was. Het tweede paviljoen staat bij de oude zeedijk en gaat over het feit dat dijken ommuren. De dijk zorgt er voor dat je niet verder kan kijken en nieuwsgierig wordt naar wat er achter is. Het derde paviljoen staat in de zilte natuur en is een vogelkijkhut. Het vierde paviljoen gaat over zilte landbouw en staat bij een bassin waarin algen groeien. Op de kwelder staat het vijfde paviljoen, het richt zich op de lengte van de noordkust en de kwelders. Het zesde en laatste paviljoen staat aan het einde van de landaanwinningwerken. Je kunt hier alleen komen als het eb is. Wadlopers kunnen doorlopen, maar je kunt ook naar boven gaan, even terugkijken naar de dijk en boven genieten van de leegte en de vlakke horizon van de Waddenzee. Alle paviljoens zijn publiek toegankelijk en hebben op de verdieping een private ruimte. Deze ruimte is te huur, je kunt er overnachten, werken en/of je terugtrekken voor een retraite. De paviljoens vertellen de verhalen van bijzondere plekken in het landschap. Afleesbaarheid Het gebied tussen Pieterburen en de dijk bezit een rijke cultuurhistorie van de strijd met de zee, maar dat is moeilijk afleesbaar. Hoogteverschillen in het gebied zijn door de mens gemaakt en door de zee gevormd. Door de immense weidsheid van het landschap verdwijnen deze kleine hoogteverschillen. De paviljoens van ZILT maken deze hoogteverschillen voelbaar; De gebouwen hebben allemaal een plint, waarvan de bovenkant 3.0m + NAP is. Afhankelijk van de bodemhoogte verdwijnt de plint soms bijna in het landschap of ontstaat er een ruimte die toegankelijk is. De plint is het referentiepunt waarmee de kleine hoogteverschillen in het landschap afleesbaar zijn geworden. De paviljoens zijn allemaal 9.3m + NAP hoog, de hoogte van de deltadijk. Hiermee ontstaat een schaalelement in het landschap en is de hoogte van de deltadijk overal zichtbaar. Materiaal en vormgeving De vormgeving en de materialisering van de gebouwen is geïnspireerd op het landschap: sober, eenvoudige herkenbare vormen, ongecompliceerd en geraffineerd. Het zijn objecten in het landschap die op uniforme wijze zijn gematerialiseerd, op deze manier worden de verschillende locaties benadrukt. De plint van de gebouwen is gemaakt van beton, de wanden daarboven worden gemaakt van gestampte klei. Grote glasvlakken worden gebruikt om van binnen naar buiten te kijken, maar ook om aan de buitenkant het landschap te reflecteren. Schakel tussen zee en land Bij de dijk loopt het water onder de dijk door, hier komen verschillende routes samen en ontstaat de schakel tussen zee en land. De gebouwen staan op dit knooppunt en hebben allemaal een relatie met het zilte water. De paviljoens begeleiden de route van land naar zee en maken je bewust van een uniek landschap. Het zilte landschap vormt een geleidelijke overgang van zoet naar zout, van zee naar land.




Monk by the sea, Caspar David Friedrich “An aesthetic experience: I see a man looking at the horizon line of the ocean with his back to the painter. Like the painter and the man in the painting, I look at the landscape, at the painted horizon, and feel the grandeur and vastness. A certain melancholy comes to the fore, imbued with the sense of a World that is infinitely bigger than I am but that offers me sanctuary.� Peter Zumthor, Thinking architecture


inhoudsopgave

1. Colofon 2. Voorwoord 3. Samenvatting 4. Inhoudsopgave 5. Inleiding 7. Probleemstelling 8. Architectonische opgave 9. Noordkust Groningen 10. Locatie 11. Zilte landbouw 12. Programma 13. Ontwerp a. Landschap b. Route c. Materiaal d. Gebouwen (tekeningen en maquettes) i. paviljoen 1 dijkdoorbraak ii. paviljoen 2 oude zeedijk iii. paviljoen 3 zilte natuur iv. paviljoen 4 zilte landbouw v. paviljoen 5 de Kwelder vi. paviljoen 6 het Wad vii. Boerderij en woning viii. Informatiecentrum ix. Restaurant x. Badhuis 14. Architectuur en landschap 15. Positiebepaling 16. Bronvermelding

p3 p5 p6 p9 p11 p13 p15 p17 p25 p29 p37 p45 p55 p61 p67

p87

p111 p123 p137




Inleiding

Het afstudeerproject is een visie voor een andere kust. In het ontwerp worden natuur, landbouw en recreatie geïntegreerd. Deze disciplines worden nu vaak strikt gescheiden vanwege verschillende partijen met verschillende belangen. Dat deze partijen niet samenwerken, zorgt ervoor dat er een monotoon landschap ontstaat waarin weinig dynamiek mogelijk is. ZILT zoekt naar de integratie van zilte landbouw, natuur en recreatie. Zilte landbouw is het kweken van vissen, schaal- en schelpdieren en het telen van zoutminnende gewassen. Met dit project wil ik de grens opzoeken van wat ik kan, enerzijds om mijzelf uit te dagen, anderzijds om tot vernieuwing en andere inzichten te komen. Het project ligt op de grens van zee en land en op het grensgebied van verschillende disciplines. De rol die architectuur hierin speelt, of kan spelen, staat voor mij centraal. Architectuur op de grens van zee en land. Omdat dit het eerste ‘zilte bedrijf’ van het Noorden is zal het gaan om een proefbedrijf, met een voorbeeldfunctie voor Groningse aquacultuur. Op dit bedrijf gaat het om onderzoek, productie en informatie. Deze functiemenging zorgt voor een interessante ontwerpopgave met verschillende gebruikers: onderzoekers, bezoekers en passanten. De Groningse kust is een ontoegankelijk gebied. De boerenerven zijn bijna allemaal verboden toegang, langs de dijk zijn maar weinig publieke verblijfsfuncties en om bij de dijk te komen moet je soms ver omrijden. De Provincie Groningen heeft het plan voor een nieuwe fietsroute over en langs de dijk. Langs de dijk worden verschillende knooppunten voorgesteld, zoals Pieterburen aan Zee. Naast toerisme en natuur is aquacultuur een nieuwe ontwikkeling in de landbouw. Vanuit de Wageningen Universiteit wordt hier veel onderzoek naar gedaan, er is nu een proefbedrijf naar zilte landbouw in Zeeland. Ook worden er zoutminnende gewassen geteeld, een aantal van deze delicatessen groeien ook op de Groningse kwelders (bv. lamsoor en zeekraal). De samenwerking van zilte landbouw met zilte natuur kan wederzijds voordeel opleveren blijkt uit het rapport ‘Zilt verweven’

11


probleemstelling

In het landschap zijn veel restanten te vinden uit de geschiedenis. Wierden en dijken liggen nu midden in het land en laten de strijd met de zee zien. De borgen en boerderijen vertellen over de rijkdom en de pioniersgeest van de Groningers. In de 19e eeuw vond er grootschalige landaanwinning plaats en de invloed van de zee op het land verdween. Veel wierden werden afgegraven omdat de grond erg vruchtbaar was en duur verkocht kon worden. De landaanwinning zorgde voor veel vruchtbare polders, de eerste helft van de 20e eeuw was een gouden periode voor de akkerbouwers op de vruchtbare zeeklei. De laatste polders worden tijdens de tweede wereldoorlog ingepolderd. Tot 1972 werd de grens van het Noorden steeds verder opgeschoven, maar sinds de beschermde status van de Waddenzee is daar definitief een einde aan gekomen. Dit tot spijt van de boeren. De grens tussen zee en land is nu hard en statisch. Je weet dat achter de deltadijk de zee ligt, maar je kunt deze vanuit de polders niet zien. De perceptie op het landschap veranderde continue en zal ook in de toekomst blijven veranderen. Landbouw levert niet veel meer op en dus wordt er weer naar nieuwe functies gezocht. Een aantal polders, die met veel moeite zijn gewonnen van de zee, zijn veranderd in brakwater natuurgebieden. Deze ‘binnendijkse natuurparels’ vormen een overgang voor plant en dier tussen zoet en zout. Dit is onderdeel van het natuurherstelplan van de Waddenzee. Een ander onderdeel van dit herstelplan is de kwelders intensiever te begrazen. De reden hiervoor is de verruiging van de kwelders door strandkweek. Het vee kan de kwelders ‘kort’ houden en daarmee zal de biodiversiteit toenemen. De werkzaamheden om de kwelders voor het vee veiliger te maken zijn in 2010 gestart.

De Noordkust van Groningen is zijn relatie met de zee verloren Verzilting Door de strikte scheiding tussen zoet en zout, en de dijk die hiervan het manifest is, is het niet mogelijk om een geleidelijke overgang plaats te laten vinden. Het kustgebied verzilt en wordt kunstmatig zoet gehouden, dit is dweilen met de kraan open en dat kost veel geld. De verzilting geeft aanleiding om dit niet te bestrijden maar te gebruiken voor nieuwe manieren van landbouw, waarin de natuur een grotere rol speelt. Bereikbaarheid De dijk en de Waddenzee krijgen weinig aandacht van het kustgebied. Het is lastig om te vinden waar je naar de dijk kan, veel wegen zijn in prive bezit van de boeren. Eenmaal bij de dijk gekomen zijn de kwelders vaak verboden toegang. Afleesbaarheid De rijke cultuurhistorie van het gebied is slecht afleesbaar. Het enige wat herkenbaar is dat zijn de dijken die als tijdslijnen in het landschap liggen. Door middel van voorlichting kan de bezoeker meer besef krijgen van het landschap. Recreatie Langs de noordkust is, met uitzondering van Lauwersoog, Noordpolderrzijl en de Eemshaven) weinig te doen. De kracht van het gebied is de leegte en weidsheid, maar wat mij betreft is het te saai. De kust biedt de mogelijkheid voor wellness, bijzondere overnachtingen en retraite.

13


Zilte landbouw Zilte landbouw is de schakel tussen zee en land - landschappelijk - ecologisch - functioneel

Informatiecentrum Zilt landschap Opgave 1. Integrale ontwikkeling van natuur, landbouw en toerisme 2. Ruimtelijk maken van landschappelijke ingreep 3. Zilte landschap toegankelijk maken, zilte beleving 4. Ontwikkeling en branding zilte producten


architectonische opgave

Opgave: - Schakel tussen zee en land, zoet en zout, mens en natuur - Beleving/bewustwording van het landschap/de plek wordt versterkt door architectuur - Integratie landbouw, natuur en recreatie Uitgangspunten: - Verbinden - Architectuur maakt het landschap afleesbaar, referentiepunt in het landschap (doorsnede van het landschap) - Toegankelijkheid vergroten Concept: Route door en langs verschillende gebouwen vertellen het verhaal van het landschap. De gebouwen laten elk een ander element uit het landschap zien/voelen. De route begint bij de landgrens uit de 18e eeuw en eindigt bij het laatste puntje van de landaanwinning uit de 20e eeuw. De route leid je door een zilt natuurgebied waarin onderzoek wordt gedaan naar de mogelijkheden van Zilte landbouw. De route verbindt het Groninger Hoogeland met de Waddenzee.

15


noordkust

17


noordkust groningen

19


noordkust groningen

21


noordkust groningen

Locatie

Wat is de beste plek?

Deikum / Pieterburen aan zee

- Gekoppeld aan brakwater natuurbeheer (Innovatienetwerk)

- Brakwater Natuurbeheer Groninger Landschap

- Functies concentreren (Overheid)

- Concentratie van toeristische activiteiten

- Dichtbij toerisme

- Dichtbij Pieterburen, TOP locatie, Lauwersoog/Esonstad

- Knooppunt van verschillende landschappen

- Ruimtelijk interessant knooppunt van functies, dijken, landschappen en tijd

23


locatie

25


locatie

Locatieanalyse

kwelders

polders

boerderijen

dorpen

Hoogtekaart

27


zilte landbouw

29


zilte landbouw


zilte landbouw

VanBergenKolpa + Bureau Lofvers 1

2

Zilte proeftuin, Innovatienetwerk, 2007 Prix de Rome, 2001

3

4

5

6

7

8

9

31


zilte landbouw

33


zilte landbouw


zilte landbouw

35


programma

37


programma


programma

39


programma


programma

41


programma


programma

5. concepten

5. concepten

Concept 1

Concept 3

5. concepten

5. concepten

Concept 4

Concept 5

5. concepten

Conclusie

1.

2.

+ Helder concept + Lange lijn

+ Getijdenervaring + Dijkcoupure

+ Getijdenervaring + Knooppunt + Getijdenervaring

+ Helder concept + Verschillende plekken + Besloten Landgoed

-

- Geen integratie Zilte landbouw - Sluis (zeekering) - EĂŠn moment

- Geen integratie Zilte landbouw - Sluis (zeekering) - Relaties onderling

- Introvert - Hard - Autonoom

Dominant Autonoom gebaar Hard Eentonig

3.

4.

5.

+ Landschappelijke inpassing + Verschillende plekken + Context is leidend, niet het concept + Overgang tussen architectuur en landschap - Rommelig?

43


zilt landschap

45


zilt landschap


zilt landschap

47


zilt landschap


zilt landschap

49


zilt landschap

Bij de dijk ontstaat een brakwatergetijdengebied, hier kunnen vogels uitrusten wanneer het hoogwater is op het Wad en ontstaat een diversiteit aan flora en fauna. Via een duiker onder de dijk komt bij vloed nieuw zeewater in het natuurgebied, bij eb kan het water terug stromen naar de zee. In een deel van het natuurgebied is ruimte gemaakt voor zilte landbouw. Hier wordt onderzoek gedaan naar de teelt van nieuwe gewassen en het kweken van vissen. 51


zilt landschap


zilt landschap

53


route

55


route

Route A. Zoet B. Zilt C. Zout


route

57


route

1. 2. 3. 4. 5.

Dijkdoorbraak Oude zeedijk Zilte natuur Zilte landbouw Boerderij

6. Informatiecentrum 7. Restaurant 8. Badhuis 9. Kwelders 10.Landaanwinning/WAD

10.

9. 7+8. 5+6. 4.

3. 2. 1.

ZILT haakt aan op het al bestaande recreatienetwerk van Pieterburen waar jaarlijks honderdduizenden mensen de zeehondencrèche bezoeken, gaan wadlopen of het Pieterpad beginnen/beÍindigen. ZILT is een landschapsontwerp dat verbind. Een nieuwe route maakt de dijk en de Waddenzee beter bereikbaar en aantrekkelijk.


route

10.

9. 7+8. 5+6. 4.

3. 2. 1.

In het ontwerp ontstaat vanuit Pieterburen een nieuwe wandel- en fiets route naar de dijk, en verder. De route doorsnijdt de verschillende gebieden, van zoet naar zout, van oud naar nieuw, van land naar zee. Op de route staat een familie van paviljoens en gebouwen die elementen als lucht, land, water of plek uit het landschap isoleren en de bezoeker bewust maakt van zichzelf en het landschap. 59


materiaal

61


materiaal


materiaal

Het gebied tussen Pieterburen en de dijk bezit een rijke cultuurhistorie van de strijd met de zee, maar dat is moeilijk afleesbaar. Hoogteverschillen in het gebied zijn door de mens gemaakt en door de zee gevormd. Door de immense weidsheid van het landschap verdwijnen deze kleine hoogteverschillen. De paviljoens van ZILT maken deze hoogteverschillen voelbaar; De gebouwen hebben allemaal een plint, waarvan de bovenkant 3.0m + NAP is. Afhankelijk van de bodemhoogte verdwijnt de plint soms bijna in het landschap of ontstaat er een ruimte die toegankelijk is. De plint is het referentiepunt waarmee de kleine hoogteverschillen in het landschap afleesbaar zijn geworden. De paviljoens zijn allemaal 9.3m + NAP hoog, de hoogte van de deltadijk. Hiermee ontstaat een schaalelement in het landschap en is de hoogte van de deltadijk overal zichtbaar. De vormgeving en de materialisering van de gebouwen is ge誰nspireerd op het landschap: sober, eenvoudige herkenbare vormen, ongecompliceerd en geraffineerd. Het zijn objecten in het landschap die op uniforme wijze zijn gematerialiseerd, op deze manier worden de verschillende locaties benadrukt. De plint van de gebouwen is gemaakt van beton, de wanden daarboven worden gemaakt van gestampte klei. Grote glasvlakken worden gebruikt om van binnen naar buiten te kijken, maar ook om aan de buitenkant het landschap te reflecteren.

63


materiaal


materiaal

65


paviljoens

67


De paviljoens zijn onderdeel van de route en vertellen de verschillende verhalen van het landschap. Bezoekers worden door middel van het gebouw gefocust op ĂŠĂŠn landschappelijk element; Het eerste paviljoen gaat over een verdwenen zeedijk en de dijkdoorbraak die in 1717 op deze plek was. Het tweede paviljoen staat bij de oude zeedijk en gaat over het feit dat dijken ommuren. De dijk zorgt er voor dat je niet verder kan kijken en nieuwsgierig wordt naar wat er achter is. Het derde paviljoen staat in de zilte natuur en is een vogelkijkhut. Het vierde paviljoen gaat over zilte landbouw en staat bij een bassin waarin algen groeien. Op de kwelder staat het vijfde paviljoen, het richt zich op de lengte van de noordkust en de kwelders. Het zesde en laatste paviljoen staat aan het einde van de landaanwinningwerken. Je kunt hier alleen komen als het eb is. Wadlopers kunnen doorlopen, maar je kunt ook naar boven gaan, even terugkijken naar de dijk en boven genieten van de leegte en de vlakke horizon van de Waddenzee. Alle paviljoens zijn publiek toegankelijk en hebben op de verdieping een private ruimte. Deze ruimte is te huur, je kunt er overnachten, werken en/of je terugtrekken voor een retraite. De paviljoens vertellen de verhalen van bijzondere plekken in het landschap.

69


PAVILJOEN 1


PAVILJOEN 1

71


PAVILJOEN 2


73


PAVILJOEN 2


PAVILJOEN 2

75


PAVILJOEN 3


PAVILJOEN 3

77


PAVILJOEN 4


PAVILJOEN 4

79


PAVILJOEN 5


PAVILJOEN 5

81


PAVILJOEN 6


PAVILJOEN 6

83


85


gebouwen bij de dijk

87


1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

De dijk is een horizontale streep aan de horizon. Richting het noorden is deze horizon helemaal leeg en vlak. Bij de dijk besef je dat het een verbinding is die het hele kustgebied beschermt tegen de zee, ‘van Lauwerszee tot Dollard tou’. De dijk is een hoge muur, die je met moeite kunt beklimmen. Eenmaal boven zie je de twee werelden, zee en land, in een oog opslag. De dijk is de begrenzing. De kwelders vormen een geleidelijke overgang en beschermen de dijk voor golfslag. Op de kwelders grazen koeien en schapen, een extensieve manier van veeteelt. Achter de dijk sta je in de luwte van de wind. Op de kwelders ontstaan kwelderruggen doordat de zee klei en zand achterlaat. Hierdoor zie je de waddenzee bijna niet. De landaanwinningswerken zijn het laatste restand van het mensenwerk. Ooit was het plan om de hele Waddenzee in te polderen. Hier is volledige leegte en een oneindige horizon.


4. zoektocht

Wie, wat, waar, welke en waarom?

89


Locatie + Programma

Schetsen gebouwcompositie

91


93


95


Gebouwcompositie

Boerderij en informatiecentrum


Badhuis en restaurant

Overzicht 97


Begane Grond, 3.0+ NAP


Verdieping, 6.0+ NAP

99


Bij de zeedijk stroomt het zeewater onder de dijk door. Binnendijks staan het bezoekerscentrum en de boerderij, buitendijks staan het badhuis en het restaurant. Binnendijks zijn de gebouwen zo geplaatst dat er een besloten plek ontstaat, een behaaglijke plek in de luwte. Je ziet waar het water onder de dijk door komt en waar het naar toe stroomt. Buitendijks is bovenop het badhuis een groot terras, in de luwte van de dijk. Hier kan je iets drinken en eten met uitzicht op de kwelders. Beneden zie je het water onder de dijk stromen.

101


Fietsroute

Woonkamer en keuken, met uitzicht op de zilte landbouw


Erf en entreegebied

Slaapkamer met uizicht over de dijk, zondsondergang en stormvloed 103


Relatie met het water

Dijkopgang


Informatiecentrum

Overzicht binnendijks 105


Terras en restaurant aan de dijk

Terras


Restaurant

Relatie met het water 107


Buitendijks

Badhuis


Buitengebied badhuis

Self Closing Flood Barrier 109


architectuur en landschap

111


Architectuur en landschap

Assenkruis

Object

Versmelting

Domein

113


115


117


119


121


paper positiebepaling

123


Regiospecifieke architectuur Tussen kunst en kitsch

Paper positiebepaling Academie van Bouwkunst Groningen datum: docent: student:

19 november 2012 Arjen Oosterman Klaas Jan Geertsema


Het is een rumoerige tijd (of is het altijd rumoerig en ben ik me daar nu van bewust?). Overal crises: financieel, economisch, politiek, klimaat en dat niet alleen in Nederland, maar wereldwijd. Te midden van al deze onrust ontwikkelt de digitale technologie zich razendsnel en ben ik benieuwd naar wat ik over 5 jaar allemaal met mijn telefoon kan‌ Ik ben bijna klaar met mijn opleiding aan de Academie van Bouwkunst in Groningen en ben straks architect. Waar kom ik in terecht en wat wil ik daarin betekenen? In het huidige architectuurklimaat bestaat een veelheid aan stijlen en stromingen naast elkaar. Deze pluriformiteit is misschien wel een afspiegeling van de multiculturele samenleving waarin we leven. Vrijheid van meningsuiting is ons grootste goed en daardoor worden we steeds toleranter ten opzichte van elkaar. Hiermee dreigt een kritische discussie te veranderen in een verschil van mening en dreigt de rol van architectuurcriticus c.q. kritische architect te verdwijnen. Op welke manier plaats ik mijzelf als architect in deze pluriforme samenleving? Als een dienstbare generalist die voor elke opgave een andere houding aanneemt, of als autonoom kunstenaar met een duidelijk herkenbare stijl? Waar wil ik over 5 jaren staan, wat wil ik bijdragen aan de samenleving? Wat wil ik bereiken? Wat is het hoofdmotief van mijn handelen als architect? Deze paper is een zoektocht naar de antwoorden op bovenstaande vragen en vormt een start voor de tijd die komen gaat. Trend De laatste tijd zie ik in architectuur tijdschriften en op websites steeds vaker kleine regionale projecten voorbij komen. Na de Superdutch generatie van o.a. OMA, MVRDV, UNstudio, NeutelingsRiedijk en Mecanoo van de jaren ’90, is er steeds meer aandacht voor kleine projecten. Nieuwe bureaus krijgen door de Europese aanbestedingswet geen kans meer op de grote opdrachten en moeten zich onderscheiden door kleine projecten extreem goed te doen. Succesvolle jonge bureaus zijn bijvoorbeeld: DUS architects, SO-IL, Anne Holtrop en Rietveld Landscape. Deze bureaus maken veel experimentele tijdelijke architectuur waarmee ze een ruimtelijk of sociaal probleem aanpakken of laten zien. Naast deze experimentele en tijdelijke architectuur zie ik meer kleine ambachtelijke projecten die verwijzen naar een landelijke sfeer. Kenmerkend is dat vaak de schuur wordt gebruikt als archetype, als basisvorm van het bouwen. Paradoxaal genoeg is het abstracte huis/schuur met puntdak over de hele wereld te vinden en is het daarmee niet een nieuwe Internationale Stijl, ongebonden aan welke regio dan ook?

4 woningen op een nieuw erf in Oud-Empel, 2004-2007, HilberinkBosch architecten


1

In de Volkskrant wordt de Schuurarchitectuur omschreven als regionaal bouwen. ‘Het gaat bij het regionalisme om het vinden van een balans tussen traditie en vernieuwing’, vertelt architect Geert Bosch. ‘Herkenbaarheid is wel belangrijk; de ervaring van schoonheid wordt in belangrijke mate daardoor bepaald.’ ‘Extreem gesteld kopiëren neotraditionalisten, negeren modernisten (het zogenoemde ‘fuck the context’-principe) en interpreteren regionalisten. Die gulden middenweg die het regionalisme dus bewandelt, bepaalt deels het succes van deze architectuur’, denkt Jurgen van der Ploeg van Faro Architecten. In 2007 ontwikkelde Faro de ‘Smaaktest Nederlandse Woningbouw’ die op internet kon worden ingevuld en daaruit bleek dat ‘moderne retro’ zoals Faro de regionale bouwstijl noemde, hoog gewaardeerd wordt door zowel leken (die retro eveneens waarderen) als architecten (veeleer aanhangers van het modernisme). ‘Als het ontwerp zich hecht aan de context en door het publiek begrepen wordt, is de kans groter dat het gebouw lang blijft staan. De laatste modes worden het eerst gesloopt’. Het regionalisme verzet zich tegen anonieme, contextloze en uniforme bedrijventerreinen, dorp- en stadsuitbreidingen. Neotraditionalisme en contextualisme zijn andere benamingen voor deze ‘nieuwe’ stijl, waarvan nog geen duidelijke grenzen te noemen zijn. De noordelijke exponent van deze trend is het architectenbureau Onix, wat bekend is geworden met één van hun 2 eerste projecten, het schuurhuis in Noordlaren , gebouwd in 1999. In Noord-Nederland zijn meer bureaus die regionalistisch ontwerpen: Daad, TWA, Aequo (nu Kwint en silo.shapes), studio SKA, Jelle de Jong Architecten en Cor Kalfsbeek. Gunnar Daan in Friesland, Cor Kalfsbeek in Drenthe en Jurjen van der Meer in Groningen hebben een grote invloed (gehad) op de huidige generatie Noordelijke architecten. Het zijn kweekvijvers voor nieuw talent. De oprichters van Onix, Haiko Meijer en Alex van de Beld, hebben tijdens en na hun studie aan de Academie van Bouwkunst in Groningen gewerkt bij Gunnar Daan (Haiko) en KarelseVanderMeer (Alex). Het bureau van Gunnar Daan is overgegaan in TWA-architecten, KarelseVanderMeer is nu De Zwarte Hond en Daad gaat zelfstandig verder zonder Cor Kalfsbeek. Cor Kalfsbeek heeft de laatste tijd een aantal typisch Regionalistische projecten gerealiseerd: zijn eigen woonhuis in Paterswolde en Landgoed Eck en Wiel.

Woonhuis Cor Kalfsbeek en Landgoed Eck en Wiel i.s.m. Next architects

Het Regionalisme is niet iets wat alleen in het Noorden bestaat of is ontstaan, er zijn in Nederland genoeg andere voorbeelden te vinden. Twee uitersten zijn Bedaux De Brouwer en Sjoerd Soeters. Bedaux de Brouwer staat voor een meer traditionele stijl, Soeters is meer historiserend. Soeters slaat soms door naar een te symbolische Retroarchitectuur met meer kitsch dan kunst.

1 2

Volkskrant, 16-10-2009, De opkomst van ‘Regionaal bouwen’ Onlangs geselecteerd als een van de tien meest opmerkelijke projecten in Nederland in het overzicht van het “Jaarboek 2011/12, Architectuur in Nederland”


Kritisch Regionalisme De term Kritisch Regionalisme werd voor het eerst in 1981 door Alexander Tzonis en Liane Lefaivre genoemd3. En is vervolgens uitgebreid beschreven in diverse boeken. Opvallend is dat in hun laatste boek ‘Kritisch’ is weggelaten en de titel is: “Architecture of regionalism in the age of globalization”. Blijkbaar is de toevoeging ‘Kritisch’ overbodig en dekt de term Regionalisme de lading. Het Kritisch Regionalisme was een reactie op de Internationale Stijl en vormt samen met het Postmodernisme het einde van de Moderne Beweging4. Belangrijkste kritiek is de plaatsloosheid, de betekenisloosheid en gebrek aan lokale authenticiteit van het ontwerp. Kenneth Frampton beschrijft het Kritisch Regionalisme in 1983 in zijn essay “Towards a Critical Regionalism. Six Points for an Architecture of Resistance”. Frampton probeert hiermee het Modernisme te redden en zet het Kritisch Regionalisme tegenover het Postmodernisme. Kritisch Regionalisme volgens Frampton: 1. Kritisch tegenover de Moderne Beweging 2. Object legt nadruk op de plek in plaats van op zichzelf 3. Architectuur als tektonisch feit 4. Legt nadruk op specifieke locatie gebonden factoren: de situatie, het klimaat en het licht 5. Benadrukt het tactiele evenzeer als het visuele, de ervaring 6. Geen sentimentele nabootsing van inheemse architectuur, maar het ontwikkelen van een eigentijdse, plaatsgebonden cultuur 7. Het ontsnapt aan de optimaliseringsdrang van de universele civilisatie Voorbeelden van Frampton zijn onder andere: Alvar Aalto, Luis Barragan, Alvaro Siza, Botta en Ando. Opvallend vind ik dat Tadao Ando ook in dit rijtje staat. Voor mij zijn de ontwerpen van Ando objecten die op zichzelf staan en waarin de ruimtelijke beleving van het interieur centraal staat. Een ontwerp van Ando is volgens mij niet plaatsgebonden of gericht op de specifieke context. “Wat ik een ‘besloten moderne architectuur’ noem, is een herstel van de eenheid van huis en natuur die het Japanse 5 huis in het proces van modernisering verloren heeft.“ De verstedelijking is voor Ando de oorzaak voor het verlies van dat wat karakteristiek was voor het Japanse huis: een intieme verbinding met de natuur en een openheid voor de natuurlijke wereld. Bij Ando gaat het niet om de vorm of het materiaal maar de ruimtelijke beleving die maakt dat het gebouw één wordt met de plek waar het staat en daarmee in evenwicht is. Ando gaat terug naar de essentie van de opgave. Wanneer Ando een Kritisch Regionalistische architect genoemd kan worden dan gaat het Frampton dus niet om vorm of materiaal maar om de houding die een architect heeft ten opzichte van de locatie en kunnen David Chipperfield, John Pawson, RCR, Alberto Campo Baeza en Peter Zumthor hieraan worden toegevoegd. Ook vroege modernisten zoals Frank Lloyd Wright en Richard Neutra zou je Regionalist kunnen noemen. Beiden hebben een woonhuis ontworpen voor Edgar J. Kaufmann welke voldoet aan een aantal punten van Frampton, deze ontwerpen zijn alles behalve contextloos en generiek. In 2003 werd in het ontwerponderzoek ‘Regiospecifieke architectuur’ een aantal jonge bureaus (waaronder Onix) de vraag gesteld ‘hoe streekeigen architectuur en stedenbouw kan ontstaan in een dialoog tussen hedendaags, modernistisch vormidioom en contextuele eigenschappen zonder daarbij te vervallen in historiserende interpretaties of imitaties.‘ 6 3

Alex Tzonis and Liliane Lefaivre, "The grid and the pathway. An introduction to the work of Dimitris and Suzana Antonakakis", Architecture in Greece (1981) 4 De vraag is of er al een eind is gekomen aan het Modernisme of dat we er nog middenin zitten. Sinds De Verlichting e (17 eeuw) is er een ander denken in de filosofie, theologie, wetenschap en kunst. De mens is autonoom, de menselijke rede is het centrum van alle werkelijkheid en de oorsprong der waarheid. 5 Tadao Ando, From self-en-closed modern architecture toward universality 6 ‘Sprekend of vanzelfsprekend, de regio als inspiratiebron voor ruimtelijk ontwerp en architectuur, SEV, Rotterdam 2003


Welstand De afgelopen decennia, tot aan de financiële crisis in 2008, was een periode van economische groei. De Nederlandse architectuur werd wereldwijd bekend, maar afgezien van een aantal uitzonderingen werden veel nieuwbouwwijken gerealiseerd waarin de locatie niet belangrijk is voor de architectuur. Gemeentes konden veel geld verdienen met grondverkoop en dat is te zien aan de ‘witte schimmel’: nieuwbouw van cataloguswoningen langs de randen van veel dorpen. De cataloguswoningen zijn populair, goedkope vrijstaande woningen: Snel gebouwd, weinig onderhoud en helemaal in uw smaak: boerderette, jaren ’30 of notariswoning. Wordt wat ik nu lelijk vind over 50 jaar gezien als kenmerkend voor deze tijd en regiospecifiek? En hoe ziet een regiospecifiek ontwerp voor een leeg bedrijventerrein er dan uit? Het ergste voorbeeld vind ik de welstandsvrije kavels. Hierin is vaak absoluut geen samenhang of relatie met de context te vinden.

Met de komst van de bestemmings-, beeldkwaliteitsplannen en welstandsnota’s wordt beoordeeld of het ontwerp past in zijn omgeving. In sommige nieuwbouwwijken is het beeldkwaliteitsplan zo streng dat de woningen qua kleur, materiaal en/of dakvorm hetzelfde zijn. Hierdoor ontstaat op wijkniveau een nieuwe locatie specifieke identiteit en kan de wijk een bepaalde eenheid uitstralen. De regels van beeldkwaliteits- en bestemmingsplannen dwingen architecten ertoe om creatief te zijn en te komen met nieuwe interpretaties van de regels. Een mooi voorbeeld is het woonhuis van Don Murphy (VMX). Hij ontwierp zijn eigen huis in een landelijk gebied. Het bestemmingsplan schreef een boerderijachtig huis voor: niet groter dan 9x21 meter, goothoogte drie meter en een puntdak met een hoek tussen vijftien en zestig graden. Het ontwerp voldoet aan de eisen waardoor de gemeente de bouw niet kon tegenhouden.

Sodae house, Don Murphy


De huidige opkomst van het Regionalisme is een reactie op de boerderettecultuur die vaak een gevolg is van de commerciële projectontwikkeling. Het is net als de opkomst van biologische producten en voedsel. De consument kiest steeds vaker voor biologisch, puur en eerlijk voedsel. Het is een manier van leven waarin je bewust bent van de keuzes die je maakt voor het welzijn van mens en dier. Zo is het ook in de architectuur: het Regionalisme als alternatief voor de commerciële en projectmatige bouw. Dankzij de huidige crisis wordt er beter nagedacht over wat we bouwen en hoe we wonen. Kenmerken Regiospecifieke architectuur: Locatie specifiek o Maatschappij o Tijd o Materiaal Authentiek/ambachtelijk Landschappelijke inpassing Herkenbaar/ identificeerbaar Menselijk Kleinschalig Bescheiden/ingetogen Tactiel/aaibaar Vertelt over de plek waarin het staat/directe relatie met de context Hedendaagse interpretatie van cultuurhistorische elementen ≠ ≠ ≠ ≠ ≠ ≠ ≠ ≠

Traditioneel Generiek Plaatsloos Nostalgisch Autonoom Industrieel Uniform Mondiaal

Leerschool Op de Academie van Bouwkunst in Groningen ben ik opgeleid als Regionalist. Omgevingsgerichtheid7 is een terugkerend thema en één van de vijf punten waarop ik als student word beoordeeld. Bij het bureau waar ik werk (Van Ringen Architecten) is omgevingsgerichtheid geen wet en worden per locatie andere uitgangspunten gehanteerd. Bij een binnenstedelijke of landelijke locatie is de context belangrijk, maar bij een meer anonieme locatie is het ontwerp autonomer en wordt gezocht naar een vernieuwend concept, een generieke ruimtelijke kwaliteit en een krachtig beeld. Regiospecifiek ontwerpen is zoeken naar aanleidingen om ontwerpkeuzes te maken. Hierdoor past het goed in de context, is het herkenbaar en wordt het lokaal eerder geaccepteerd. Het is voor mij geen noodzaak, maar wel vaak een hulpmiddel om ontwerpkeuzes te kunnen maken.

7

- Is zich bewust van de maatschappelijke (sociale, economische, culturele en politieke) context van de architectuurpraktijk. - Ontwerpt met respect voor en inzicht in de mens, de menselijke maat en –ervaring in relatie tot de gebouwde omgeving en het landschap


Naast het Regionalisme is er een progressieve tegenhanger te onderscheiden: Het Metamodernisme8. Deze stroming vormt een nieuw idealisme en richt zich op grote problemen zoals de klimaatcrisis. Bjarke Ingels is de exponent van het Metamodernisme. Zijn bureau BIG maakt vernieuwende ontwerpen waarin energie, duurzaamheid, openbare ruimte en de locatie altijd uitgangspunten zijn. Zelf noemt hij het ‘hedonistic sustainability’ en ‘pragmatic utopianism’9. Met veel enthousiasme en zelfvertrouwen presenteert hij zijn gebouwen. De ontwerpen worden op een kinderlijk eenvoudige manier gevisualiseerd en gepresenteerd zodat iedere leek in de zaal het concept begrijpt en overtuigd is van de oplossing. Bjarke Ingels is net als Winny Maas (MVRDV) en Willem Jan Neutelings (Neutelings Riedijk) een ex-werknemer van Rem Koolhaas/OMA. Rem Koolhaas is de tegenpool van het regionalisme en is juist op zoek naar een globale autonome generieke architectuur die de context vaak ingrijpend verandert. De ontwerpen van Koolhaas/OMA hebben vaak een enorm complex programma op belangrijke locaties in grote wereldsteden, een uitzondering daarop is één van de laatste gerealiseerde projecten: het Maggie’s Centre in Glasgow, een zorgcentrum voor kankerpatiënten. Misschien komt het door de bijzondere functie, maar de architectuur is ingetogen en de omgeving is het belangrijkste onderdeel van het interieur. De oneliner van Koolhaas: ‘Fuck de context’ is niet op dit ontwerp van toepassing, het gaat juist een directe relatie aan met zijn context. Net zo als bij zijn eerdere ontwerpen van de woonhuizen Villa dall’Ava, Maison Bordeaux en Dutch House de locatie een belangrijke rol speelt. Vroeger zag je in het oeuvre van een architect verschillende stijlen elkaar opvolgen, tegenwoordig bestaan deze naast elkaar. OMA, MVRDV en BIG maken ook ontwerpen die locatiespecifiek zijn en regionale betekenis hebben, maar ook autonome objecten. Soms wordt een nieuwe context gecreëerd en soms is het een ingetogen inpassing in een waardevol landschap. Een ontwerp en zijn ontwerper passen vaak in meerdere hokjes en zijn niet meer gebonden aan een stijl of stroming (misschien zijn er teveel hokjes en zijn de grenzen te vaag). Elke opgave is anders. Iedere locatie, opdrachtgever, functie en gebruiker heeft zijn eigen specifieke eigenschappen. Aan mij (de architect is adviseur) de vraag hoe ik daar mee om ga... Ben ik autonoom of dienstbaar? De architect bepaalt of de context dicteert? Begin ik met een tabula rasa of ga ik op zoek naar de genius loci? Mijn opvoeding, opleiding en omgeving hebben ervoor gezorgd dat ik niet autonoom, dominant of arrogant ben. Ik ben dienstbaar, bescheiden, realistisch en een nuchtere Grunninger. Dat maakt dat ik me niet thuis voel bij de utopische ontwerpen van bijvoorbeeld BIG. Ik kan er niet zoveel mee en vind het vaak niet realistisch, materiaalverspilling en te mooi om waar te zijn in deze crisistijd. Wel heb ik enorme bewondering voor hun ontwerpen en vind ik de presentaties super inspirerend. Ik kan vanuit mijn nieuwsgierigheid en interesse in de gebruiker, de context en de cultuurhistorie van de plek een ontwerp maken dat een verhaal vertelt over de plek waar het staat, voor wie het is en wat er in gebeurt. Het gebouw vertelt een verhaal. Een verhaal van de gebruiker, de functie en/of de plek. Een gebouw verandert de context altijd en kan deze versterken of verpesten. Dat ik nog jong en onervaren ben maakt me hongerig om meer te zien, te ontwerpen en te bouwen om zo architectuur, de impact ervan te ervaren en op elke opgave een specifiek antwoord te geven. Dienstbaar en kritisch.

8 9

www.metamodernism.com Bjarke Ingels II – at warpspeed http://www.metamodernism.com/2011/04/04/bjarke-ingels-ii-at-warpspeed/


Bronnen: Cusveller, Sjoerd en Melis, Liesbeth, Regionale identiteit, Kunst en ruimtelijke planvorming, 2006 NAi uitgevers, Rotterdam Frampton, Kenneth, Moderne architectuur, een kritische geschiedenis, Nijmegen, oorspr. uitg.: 1980, vertaling 1988, tweede, gecorrigeerde druk 1991, derde, herziene en vermeerderde druk 1995, p 386-403 Groot, de, HansDe barricaden op, Onix verklaard, interview Haiko Meier, Onix: http://www.houtblad.nl/hans+de+groot/1879-de-barricaden-op-onix-verklaard.html Hannema, Kirsten, Volkskrant, 16-10-2009, De opkomst van regionaal bouwen Nio, Ivan en Schaap, Peter Michiel, Tussen globalisering en regionalisering, SEV, Regiospecifieke architectuur, Rotterdam, 2003 Tzonis, Alexander en Lefaivre, Lianne, Critical regionalism, architecture and identity in a globalized world, Prestel, M端nchen, 2003 Van Toorn, Roemer, Dirty regionalism, 2007 Vollaard, Piet, Anders regionalisme, Jaarboek Architectuur in Nederland 2003-04, pag. 59-63


Fotobijlagen, een beeld zegt meer dan duizend woorden:

-

Stedelijk regionalisme

-

Landelijk regionalisme


Stedelijk regionalisme

Hedendaagse pakhuizen, grachtenpanden en woonblokken: (Architecten: Prosman, Frantzen, WAM, Claus en Kaan, De Resident: diversen, TWA, Soeters van Eldonk)


Landelijk regionalisme:

Hedendaagse schuren, boerderijen en landgoederen (Architecten: SeArch, K2, Onix, Daad, Next, Faro, Aequo, Kalfsbeek)


bronvermelding

137


Bronvermelding

Publicaties: - Noorderbreedte, waddenspecial, 2010 - Beheer en inrichtingsplan, Kwelderherstel Groninger noordkust en Dollard, Oranjewoud 2010 - Zilt verweven, Innovatienetwerk, 2007 - Projectvoorstel Kiek over Diek, Provincie Groningen, 2010 - Gebiedsvisie, Groninger Noordkust, Stichting het Groninger landschap - Het tij gekeerd, natuurherstelplan Waddenzee Boeken: - Zeedijken in het noorden, Fokko Bosker, 2008 - Golden Raand, landschappen van Groningen, 2007 - Tussen haard en horizon, Johan van der Zwart, 2004 - Randland, Annemarie Kok, 2001 - Stemmen van Groninger dijken, Aafke Steenhuis, 2008 - Groeten van Rottumerplaat, Jan Wolkers, 1971 - Landscrapers, building with the land, Aaron Betsky, 2002 - Destination art, Amy Dempsey, 2006 - Zoet en Zout, Tracy Metz & Maartje van den Heuvel, 2012

Bijlagen Aanbieding

25 april 2011

Schouw 1a

15 juli 2011

Schouw 1b

26 november 2011

Schouw 2

03 april 2012

Schouw 3

18 september 2012

Eindpresentatie 14 december 2012

139


Eindverslag zilt afstuderen kjg small