Page 1

Kind & Samenleving

Het perspectief van kinderen in woord en beeld


2


Profiel Kind & Samenleving wil, via onderzoek en ontwikkeling, bewerkstelligen dat kinderen en jongeren vanuit hun actorschap en eigenheid volwaardig kunnen deelnemen aan de samenleving. Wij ondersteunen de participatie van kinderen én willen die meer zichtbaar en vanzelfsprekend maken voor volwassenen. Kind & Samenleving is actief op de twee werkdomeinen ‘Belevingsonderzoek bij kinderen en jongeren’ en ‘Kindvriendelijke publieke ruimte en ruimtelijke planning’.

Belevingsonderzoek

Kindvriendelijke publieke ruimte en ruimtelijke planning

Kind & Samenleving voert samen met kinderen en jongeren kwalitatief onderzoek uit, waarbij de eigen beleving en benadering centraal staan. Het onderzoek richt zich op verschillende thema’s: armoede, verkeersslachtoffers, tijdsbeleving, hulpverlening, spelen, publieke ruimte, …. De Ruimtecel van Kind & Samenleving werkt aan een kindgericht beleid via ruimtelijke planning en ontwerp, advies en dienstverlening, het begeleiden van participatietrajecten en het verspreiden van inzichten. Centraal staan de beleving en het gebruik van de publieke ruimte door kinderen en jongeren, benaderd vanuit een perspectief van samengebruik van de publieke ruimte. De Ruimtecel wil overheden, ontwerpers en planners bijstaan om kindgerichtheid vorm te geven in kwaliteitsvolle ontwerpen. Kindgerichtheid en speelsheid leiden tot meer beleefbare publieke ruimte, ook voor volwassenen.

Het perspectief van kinderen in woord en beeld

3


Visie De leefwereld van kinderen in woord en beeld

4

Kind & Samenleving benadert kinderen expliciet als ‘kinderen-in-de-samenleving’. Het

volwaardig actorschap van kinderen is het uitgangspunt: kinderen geven betekenis aan hun leefomgeving en geven er mee vorm aan. Dit betekent dat kinderen principieel een (gespreks)partner zijn in het uitwerken van beleid, ruimtelijke ingrepen, onderzoek,… . Om het perspectief van kinderen - naast andere perspectieven - in het debat te brengen, wil Kind & Samenleving samen met kinderen hun leefwereld in woord en beeld brengen. Kind & Samenleving neemt daarbij ook de rol op van tussenpersoon, tussen ‘kind en samenleving’.

Participatie en beleving

Dit begrip van de leefwereld en van de manier waarop kinderen vorm geven aan de wereld rondom hen, waarop ze dus participeren, vormt de kern van ons werk. Daarom kiezen we voor belevingsonderzoek en voor een actieve betrokkenheid in ruimtelijke projecten. Kind & Samenleving bouwt voortdurend aan een methodologie die erop gericht is de belevingen, ervaringen en meningen van kinderen zo goed mogelijk te begrijpen (observaties, groepsgesprekken, gezamenlijke ontwerpsessies, informele straatinterviews, diepte-interviews, enquêtes, creatieve methodes, …). Voor de verschillende ruimtelijke projecten laten we de kinderen meedenken over mogelijke ruimtelijke ingrepen, vanuit de vraag: Hoe gebruiken kinderen de publieke ruimte?

Een dialoog met verschillende sectoren

Onze doelgroep zijn kinderen. Maar we richten onze pijlen op verschillende sectoren en beleidsdomeinen: jeugd, ruimte, welzijn, onderwijs,… . We streven naar een breder maatschappelijk draagvlak voor de participatie van kinderen op verschillende domeinen door samenwerkingen aan te gaan met overheden, organisaties en diverse partners die een impact hebben op het leven van kinderen.


Inhoudstafel

I. Belevingsonderzoek bij kinderen en jongeren Overzicht onderzoek Onderzoek naar de beleving van armoede bij kinderen en jongeren Tijds- en vrijetijdsbeleving van kinderen II. Kindvriendelijke publieke ruimte en ruimtelijke planning Overzicht studies Tieners in de publieke ruimte Speelweefsel in Brussel III. Publicaties, artikels & rapporten

Het perspectief van kinderen in woord en beeld

5


6


I.

Belevingsonderzoek bij kinderen en jongeren


Overzicht onderzoek Tijds- en vrijetijdsbeleving van kinderen

Hoe gaan kinderen om met de organisatie van de tijd in diverse contexten?

Belevingsonderzoek in gezinnen, speelpleinwerking, kinderopvang, sportclub, brede school. Financiering: Vlaamse Overheid: Agentschap Sociaal-Cultureel Werk voor Jeugd en Volwassenen_2007-2012

Jonge verkeersslachtoffers

Kinderen en jongeren over hun beleving van een verkeersongeval en de nasleep ervan

Kinderen en jongeren die in armoede leven

Kinderen en jongeren die in armoede leven brengen hun leven in beeld, via een brede waaier aan creatieve methoden.

Kindermishandeling Relaties tussen school en thuis Buiten spelen

Financiering: Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen-Levenslijn_ 2006-2010

Financiering: Vlaamse Overheid: Welzijn, volksgezondheid en Gezin; Unicef België¬, Vlaamse Overheid: Agentschap Sociaal-Cultureel Werk voor Jeugd en Volwassenen_2009-2010

Kwalitatief onderzoek met het oog op het opstellen van een vragenlijst voor kinderen en jongeren die de prevalentie en incidentie van kindermishandeling en verwaarlozing meet Financiering: Vlaams Kinderrechtencommissariaat_2009-2010

Kinderen over het verbinden én het gescheiden houden van school- en thuiscontexten Financiering: Vlaamse Onderwijsraad_2010

Onderzoek naar de evolutie van het ongeorganiseerd buitenspelen in Vlaanderen; i.s.m. KULeuven Financiering: Vlaamse Overheid: Agentschap Sociaal-Cultureel Werk voor Jeugd en Volwassenen_2008

8


Gemeentelijke jeugdinformatie Toegankelijkheid van de jeugdhulp Autonome mobiliteit Het sociale actorschap van kinderen

Kinderen en tieners aan het woord over het gemeentelijk jeugdinformatiebeleid Financiering: Vlaamse Overheid: Agentschap Sociaal-Cultureel Werk voor Jeugd en Volwassenen_2008

Kinderen en jongeren over drempels en deuren in de stap naar rechtstreeks toegankelijke jeugdhulp met het oog op het opstellen van een vragenlijst Financiering: Vlaams Kinderrechtencommissariaat_2007

Kinderen over hun dagelijkse verplaatsingen; i.s.m. Mobiel 21, UHasselt, PHLimburg. Financiering: Federaal Wetenschapsbeleid _2004-2005

Kind & Samenleving stelt in haar werking het sociale actorschap van kinderen centraal: kinderen maken deel uit van de samenleving en geven er mee vorm aan. Het boek “Tussen kind en samenleving� (2010) brengt bijdragen over het thema van diverse auteurs, uit het team en uit de omgeving van Kind & Samenleving.

Het perspectief van kinderen in woord en beeld

9


Belevingsonderzoek bij kinderen die in armoede leven. 2010 was het ‘Europees Jaar van de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting’. Binnen het nationaal actieprogramma engageerde Kind & Samenleving zich om Belgische kinderen en jongeren aan het woord te laten over hun armoedesituatie. Recent onderzoek geeft aan dat 1 op 5 van alle kinderen in België een armoederisico loopt. Armoede is dus voor vele Belgische kinderen en jongeren een dagelijkse realiteit. Deze studie dient mee als basis voor initiatieven van Vlaanderen In Actie, maar ook voor onderzoeksseminaries over kinderarmoede en kinderrechten, in samenwerking met de Ugent (Vakgroep Sociale Agogiek) en het Kenniscentrum Kinderrechten.

10

Financiering_Vlaamse Overheid: Agentschap Sociaal-Cultureel Werk voor Jeugd en Volwassenen; Vlaamse Overheid: Welzijn, Volksgezondheid en Gezin; Unicef België_2009-2010 Partners: Vlaams Netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen, Réseau Wallon de la Lutte contre la Pauvreté.

Deze studie beoogde de subjectieve ervaring en beleving van kinderen en jongeren die in

armoede leven m.b.t. hun eigen leefwereld in kaart te brengen. De kinderen en jongeren in dit onderzoek werd expliciet gevraagd om hun eigen benadering van hun leefsituatie te vertolken. Belangrijk daarbij was niet te vertrekken vanuit volwassen en externe definiëringen van armoede. Kinderen aan het woord laten, betekent niet enkel horen wat ze te zeggen hebben, het impliceert ook hen de ruimte geven hun eigen sociale wereld te omschrijven vanuit hun eigen denkkaders. Om die reden werd de term ‘armoede’ niet gebruikt in de communicatie met hen. We werkten voor dit onderzoek samen met bestaande kinder- en jongerenwerkingen van ‘verenigingen waar armen het woord nemen’. De aanwezigheid en hulp van begeleiders die de kinderen en jongeren al kenden en vertrouwden was van essentieel belang. Iets meer dan 110 kinderen en jongeren tussen 11 en 18 jaar namen deel aan dit onderzoek. Via diverse creatieve methoden kwamen zij aan het woord. Zij droegen daarbij zelf de thema’s aan die in hun beleving belangrijk waren. Belangrijke thema’s Hoewel een samenvatting van hun betekenisgeving geen recht doet aan de complexiteit van het leven van kinderen en jongeren die in armoede leven, wijzen we hier toch op een aantal belangrijke thema’s.


De kinderen vinden dat ze thuis niet zo veel geld hebben, maar zichzelf noemen ze niet arm. Bij het uittekenen van hun zelfbeeld komt armoede in de verste verte niet ter sprake, ook al weten ze dat ze niet rijk zijn. Hun perceptie van armoede en rijkdom is erg gepolariseerd. In de leefwereld van de kinderen staat het gezin centraal. De vriendenkring is beperkt, zo wel op school als in de eigen wijk. Enkele toegangen tot de kinderen zijn te vinden via de kinderwerkingen en ook in de recreatieve sportsector. Bij de jongeren horen ook het onderwijs, vrienden en een vriendenkring tot hun leefwereld. Hun referentiekaders zijn ook ruimer dan die van de kinderen, bovendien verschillen die kaders weleens van die van hun ouders wat dan weer tot conflicten kan leiden. Over onderwijs wordt vooral gesproken als een noodzakelijk kwaad. Al vanaf jonge leeftijd verloopt de schoolcarrière van de meeste kinderen in dit onderzoek moeizaam, hoewel kinderen soms enthousiast vertellen over een bepaalde leerkracht. Op latere leeftijd wordt weinig aansluiting gevonden. Blijven zitten of wisselen van school komen vaak voor bij deze kinderen, hoewel ze hier zelf niet de nadruk op leggen. Daarnaast worstelen ze vooral met de moeilijkheid om op school (maar ook in andere sociale contexten) vrienden te maken en is gepest worden een terugkerend probleem. Voor de jongeren is de wijk een belangrijke levensruimte. Zij brengen er veel tijd door, spreken over hun wijk, hebben er ideeën over en maken deel uit van het sociale leven. Bij de kinderen krijgen we een ander beeld te zien: de straat en de wijk behoren niet tot hun dagelijkse leefruimte, hoewel ze wel een mening hebben over die wijk. Kinderen en jongeren zijn enthousiast over de kinder- en jongerenwerking. Immers, ‘Hier kan ik mezelf zijn’, vertellen ze, en ook: ‘hier wordt naar mij geluisterd’.

Het perspectief van kinderen in woord en beeld

11


Tijds- en vrijetijdsbeleving van kinderen Welke maatschappelijke contexten werden onderzocht?

Financiering : De Vlaamse Overheid: Agentschap Sociaal-Cultureel Werk voor Jeugd en Volwassenen_2007-2012

Het gezin als meest dagelijkse en vertrouwde leefomgeving van kinderen Het vakantiespeelplein en de buitenschoolse kinderopvang als georganiseerde vrijetijdscontexten. De sportclub als sterk gestructureerde vrijetijdbesteding. De brede school als omgeving waarin diverse (schoolse en niet-schoolse) tijdsordes met elkaar worden verbonden.

Elke sociale omgeving is ook op haar eigen wijze in de tijd geordend. Kinderen hebben er

al dan niet veel vrijheid om hun tijd zelf in te vullen. In dit onderzoeksproject gaat Kind & Samenleving na hoe kinderen omgaan met de tijdsorganisatie van de omgevingen waarin zij terecht komen. Dit ‘temporele actorschap’ is één van de manieren waarop kinderen deel uitmaken van en actief zijn in de samenleving. Dit tijdsbelevingsonderzoek is het eerste van zijn soort in Vlaanderen. In het maatschappelijk debat over tijd en tijdsdruk verschijnen kinderen vooral als een last – ze zorgen mee voor de tijdsdruk die volwassenen ervaren – of als een mogelijk slachtoffer: nemen ze onze drukke levensstijl niet over? Ervaren zij nog voldoende (kwaliteits)tijd met hun gezin? En wordt hun vrije tijd niet al te sterk gestructureerd en door anderen ingevuld? In dit onderzoek willen we het thema tijdsbeleving vanuit het perspectief van kinderen in beeld brengen. Temporeel actorschap Hoe verhouden kinderen zich juist met de organisatie van de tijd in de omgevingen waarin zij leven? In elke bestudeerde omgeving verscheen dit temporele actorschap op drie manieren. Kinderen vervullen temporele taken: inspanningen om te voldoen aan de eisen die de tijdsorganisatie hen stelt, zoals zich haasten, wachten, samenkomen, een plek zoeken tussen de andere kinderen.

12


Tijdsordes combineren Geen enkele temporele omgeving staat op zichzelf. Zo tracht de brede school de schooltijd met de nietschoolse tijd te verbinden en zo meer samenhang in de dag te brengen. De gezinstijd is altijd ingebed in grotere, maatschappelijke tijdsordes zoals de arbeidstijd van de ouders of de schooltijd van de kinderen. Kinderen vinden het vanzelfsprekend dat ouders werken en andere bezigheden hebben. Wel spreken sommigen over de negatieve ‘spillover’ van het werk van hun ouders: de beperkingen die zij ervaren omdat ouders laat thuis zijn, thuis nog met het werk bezig zijn of moe zijn van het werk. Terwijl kinderen haast nooit zeggen dat ze een druk leven hebben of tijdsdruk ervaren.

Door het uitvoeren van die taken ondersteunen kinderen de temporele orde: omdat ze zo vlot ploegjes vormen in hun sportclub of samen opruimen op het einde van de speelpleindag, kan de organisatie geolied verlopen. Via temporele keuzes en tactieken gaan kinderen om met de mogelijkheden die de tijdsorganisatie hen biedt: keuzes die hen toelaten om de tijd zelf in te vullen, of tactieken die de beperkingen van de tijdsorde trachten te omzeilen of te milderen (treuzelen, zich ergens aan onttrekken…). Tot slot bouwen kinderen ook mee aan de temporele esthetiek van een omgeving: haar eigen typische sfeer of kleur. In vrijetijdsomgevingen is dat zeker het geval wanneer kinderen daar ook de vrijheid toe krijgen. Diverse soorten tijd hebben elk hun eigen waarde, hun eigen kwaliteiten. Omdat verschillende kinderen vaak verschillende wensen hebben over hoe zij hun tijd wensen door te brengen, is die vrijheid daarin primordiaal. Uit de gesprekken met kinderen en ouders in gezinnen blijkt hoezeer kinderen de gezinstijd in belangrijke mate mee boetseren. Daarbij vinden zij in de verschillende soorten gezinstijd telkens eigen kwaliteiten, ook wanneer die tijd nauwelijks opvalt (zoals de tijd die ‘samenapart’ wordt doorgebracht in huis). Kinderen houden niet aan een idee van speciaal vrij gemaakte ‘quality time’ maar zien diverse kwaliteiten in diverse soorten tijd.

Het perspectief van kinderen in woord en beeld

13


14 2


II.

Kindvriendelijke publieke ruimte en ruimtelijke planning


Overzicht studies Opdrachtgever

Speelruimte beleidsplanning

Speelruimtebeleidsplan Brugge stadsbestuur Brugge_2006 Speelruimtebeleidsplan Herent gemeentebestuur Herent_2006 Handleiding Speelweefsel Gent stedelijke jeugddienst Gent_2007 Speelweefselplan Brederodewijk stedelijke jeugddienst Antwerpen_2007 Speelruimtebeleidsplan Geel jeugddienst Geel_2008 Studie naar de herontwikkeling van de sport- en leefmilieu Brussel (Bim-Ibge)_2008-2009 speelruimten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest Coaching van het speelruimtebeleid Ronse stadsbestuur Ronse_2010 Speelweefsel Steenhuffel & Londerzeel provincie Vlaams-Brabant, jeugdruimte en lokaal jeugdbeleid_2009-2010

Adviezen en beleidsstudies

16

Kindvriendelijke inrichting van ‘De Stadstuin, De Kloef’ Wegwijzer voor duurzame en kindvriendelijke woonprojecten en verkavelingen Kindgerichte lezing en uitbouw van ‘Valleipark Hollebeek’. Jeugdvriendelijke provinciale infrastructuur en kindvriendelijke groendomeinen van de provincie Antwerpen.

stedelijke ontwikkeling, Ronse_2007 stadsbestuur Brugge, dienst Stedenbeleid_2007 stadsontwikkeling Antwerpen_2009 Provincie Antwerpen_2004-2006


Inspraakacties en -trajecten bij de inrichting van de publieke ruimte en speelruimte

Onderzoek naar ruimtebeleving van tieners in de publieke ruimte

Harmoniepark Antwerpen Speelruimte in de Ghellinck Speelruimte Bonne-Vie Molenbeek Koning Boudewijnpark Jette (2009) Spelprikkels in de Mechelse binnenstad Heraanleg Sint-Lambertusplein Heverlee Schoolspeelplaats Boutersem Groene speelzone Bierbeek Avontuurlijke groene ruimte Neerland Tienerweefsel in Mechelen Tieners betrekken in publieke ruimteprojecten in Antwerpen, Balen, Bornem, Brugge en Wemmel.

Opdrachtgever stedelijke Jeugddienst Antwerpen_2007 gemeentebestuur Wortegem-Petegem_2007 leefmilieu Brussel (Bim-Ibge)_2009 leefmilieu Brussel (Bim-Ibge)_2009 stedelijke jeugddienst Mechelen_2010 provincie Vlaams-Brabant, jeugdruimte en lokaal jeugdbeleid_2010 stadsontwikkelingsbedrijf Antwerpen_2010

gesubsidieerd door Vlaamse Overheid: Agent schap Sociaal-Cultureel Werk voor Jeugd en Volwassenen_2009

Het perspectief van kinderen in woord en beeld

17


Tieners in de publieke ruimte Case Ruimte voor tieners in Bornem De gemeente Bornem liet tieners aan het woord over de herstructurering van de gemeentelijke cultuursite Ter Dilft. Daarbij werd het ruimere ‘tienerweefsel’ in kaart gebracht. Het ontwerp speelde hier verder op in. Vooral aan de westzijde komt tienergerichte ontmoetingsruimte: ontmoetingsplekjes, een “chill room” en een cafetaria. Uit het onderzoek was immers gebleken dat zich aan die kant van de gemeente een belangrijke verbindingsas voor tieners bevond. Die as ligt in het verlengde van de winkelstraat, is de link tussen een reeks kleine ontmoetingspleintjes en vormt de hoofdverbinding tussen het centrum en de deel- en buurgemeenten.

18

Gesubsidieerd door de Vlaamse Overheid: Agentschap Sociaal-Cultureel Werk voor Jeugd en Volwassenen_2009

De afgelopen jaren heeft de Ruimtecel van Kind & Samenleving zich gefocust op tieners in

de publieke ruimte. Dit resulteerde onder meer in de ontwikkeling van het concept ‘tienerweefsel’. Enerzijds coachte de Ruimtecel verschillende gemeenten om tieners te betrekken bij publieke ruimteprojecten. Bij ruimtelijke besluitvormingsprocessen werd rekening te houden met de noden en de wensen van tieners. Daarnaast werd er een onderzoek uitgewerkt om het tienerweefsel in Mechelen in kaart te brengen. Tijdens dit ‘ruimtelijk belevingsonderzoek’ stond de vraag centraal hoe tieners in Mechelen de publieke ruimte gebruiken en beleven. Pilootprojecten Uit de proefprojecten in Antwerpen, Balen, Bornem, Brugge en Wemmel blijkt dat groepen jongeren actief benaderd moeten worden. Om voldoende jonge tieners te bereiken, moet een beroep worden gedaan op combinaties van settings en methoden. Dat kan via bestaande jongerenorganisaties, maar het is zeker ook aangewezen om vanuit het beleid zelf actief naar tieners toe te stappen door middel van straatinterviews en veldwerk. Dit kan met allerlei (en liefst ook visuele) technieken. Van essentieel belang is een zo open mogelijke benadering, die zich niet blindstaart op een specifieke plek en tieners in brede zin aan het woord laat over hun wijk, gemeente of zelfs regio.


Daarnaast is in alle projecten vastgesteld dat tienerparticipatie nood heeft aan een ‘trekker’, ‘vertolker’ en ‘belangenbehartiger’: iemand die ervoor zorgt dat de belangen van tieners in elke fase van het ruimtelijk project worden ingebracht. Dit zou de taak kunnen zijn van een jeugdconsulent, maar ook ruimtelijke planners, groen- en cultuurambtenaren, en schepenen kunnen deze rol op zich nemen. Tienerweefsel in Mechelen Deze studie bracht ruimtegebruik en ruimtebeleving van een 250-tal tieners in Mechelen in kaart. De perspectieven van 12-15-jarigen m.b.t. hun gebruik, beleving en betekenisgeving van/aan de publieke ruimte stonden centraal, met aandacht voor hun diversiteit. In dit onderzoek is het concept ‘tienerweefsel’ ontwikkeld. De ‘mental maps’ van verschillende types tieners vormen samen een ‘tienerweefsel’: ‘het geheel van ruimtelijke elementen en structuren die een rol spelen in het ruimtegebruik en de ruimtelijke beleving van tieners’. Een tienerweefselkaart kan als planningslaag worden meegenomen in ruimtelijke planning en ontwerp. Ze duidt aan op welke strategische plekken het tienerweefsel beter ‘verknoopt’ kan worden. Op die manier kan tienergericht worden gepland en ontworpen. Tegelijk is vastgesteld dat het tienerweefsel raakpunten vertoont met andere planningslagen (bijv. groenstructuur, waterstructuur, recreatieve structuur, enz.). Via ruimtelijke ingrepen in deze specifieke planningslagen kan het tienerweefsel ook impliciet worden versterkt. Het resultaat is een onderzoeksrapport dat een methodiek heeft aangereikt om het tienerweefsel op een overzichtelijke manier in kaart te brengen, om de knelpunten en potenties te identificeren en dat uiteindelijk aangeeft hoe er verder aan kan gewerkt worden. Daarnaast werden in dit onderzoek verschillende conclusies en aanbevelingen voor ruimtelijk beleid en planningspraktijk geformuleerd. Het Het perspectief van van kinderen in woord en beeld perspectief kinderen in woord en beeld. 19


Speelweefsel in Brussel Opdrachtgever _Leefmilieu Brussel (Ibge-Bim)_2008-2009_i.s.m. studiebureau BRAT

Kind & Samenleving heeft samen met het studiebureau Brat richtlijnen ontwikkeld voor de

verdere uitbouw van de verschillende speel- en sportruimten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De studie gebeurde in opdracht van Leefmilieu Brussel (Brussels Instituut voor Milieubeheer). De opdracht was drieledig: (1) een kwalitatieve studie naar de bestaande speel- en sportruimten, (2) een analyse naar hun toereikendheid gericht op de sociaalstedenbouwkundige situatie, (3) herdefiniĂŤring van een globale strategie voor de inplanting van de speelruimten en het verder ontwikkelen van het speelweefsel. Een eerste fase richtte zich op een inventarisatie van de verschillende speel- en sportruimten in Brussel. Dit inventarisatiedocument kan ingeschakeld worden in het dagelijks beleid van gemeenten en gewest. Daarnaast voerden we binnen deze fase een kwalitatieve studie uit. Op basis van terreininterviews en inspraaksessies in het Nederlandstalig en Franstalig onderwijs werd een tevredenheidanalyse uitgevoerd in drie Brusselse wijken, wat resulteerde in drie synthesekaarten van de respectievelijke speelweefsels. Deze kaarten duiden aan wat het bestaande speelweefsel is en wat de knelpunten en potenties zijn. De tweede fase was een sociaalstedenbouwkundige studie. Op basis hiervan werden verschillende prioritaire zones aangeduid in het Brussels gewest. In deze zones is er een sterke nood om het speelweefsel te verbeteren.

20


Conclusie Op basis van de ervaring en de conclusies uit de voorgaande fases werden verschillende aanbevelingen en richtlijnen ontwikkeld voor de verdere uitwerking van speel- en sportruimten in Brussel. De volgende items werden verder uitgewerkt: Welke stedelijke ruimten worden door de kinderen beschouwd als belangrijk en bespeelbaar? De inplanting van speelruimten in groene ruimten. De inplanting van speelruimte in de publieke ruimte. Basisprincipes bij de inrichting van speelruimten (basisprincipes, doelgroepen‌.), Participatieacties en speelruimten. De planning en spreiding van speelruimten verder ontwikkelen. De verdere ontwikkeling van het speelweefsel in het Brussels Gewest. De verschillende Brusselse gemeenten en het Gewest kunnen gebruik maken van het inventarisatie- en Gis-instrument om de bestaande de speel- en sportruimten verder te ontwikkelen en te beheren. Daarnaast vormt de wijksynthesekaart (met bijhorend tevredenheidsonderzoek) van Clemenceau, Laken en Elsene een startpunt om verder te werken aan een gewenst speelweefsel. De aanbevelingen zorgen voor een verdere ontwikkeling van de speel- en sportkansen in het Brussels Gewest.

Het perspectief van kinderen in woord en beeld

21


22


III.

Publicaties, artikels en rapporten


Publicaties, artikels en rapporten Kind & Samenleving verspreidt haar inzichten, onderzoeken en resultaten via talrijke kanalen. Er zijn twee nieuwsbrieven: Nieuwsbrief kind & ruimte en Nieuwsbrief belevingsonderzoek. De voorbij jaren werden er tevens talrijke onderzoeksrapporten, publicaties en artikels opgemaakt en verspreid. Hieronder een selectie. De beleving van kinderen en jongeren die in armoede leven. Van Gils, J., & Willekens, T. (2010) Tussen kind en samenleving. Over het sociale actorschap van kinderen. Kind & Samenleving. (2010) Kort op de bal. Een onderzoek naar de tijdsbeleving van kinderen in hun volleybalclub. Meire, J. (2010) Supporting the participation rights of children in a sensitive research project: The case of young road traffic victims. Lauwers H. & Van Hove G. (2010) Kostbare kindertijd. Hoe gaan kinderen om met de organisatie van hun dagelijkse (vrije) tijd? Een belevingsonderzoek. Meire, J. (2010) Opvangtijd. Kinderen en hun beleving van de tijdsordening in een buitenschoolse opvang. Meire, J. (2009) Tieners betrekken in publieke ruimteprojecten: Syntheseverslag van coachingprojecten in Antwerpen, Balen, Bornem, Brugge en Wemmel. Vanderstede, W. (2009) Buiten spelen! Onderzoek m.b.t. de relatie tussen (on-)beschikbaarheid van bespeelbare ruimte, de mate van buiten spelen en de gevolgen daarvan op de fysieke, sociale, psychische en emotionele ontwikkeling van de Vlaamse kinderen en jongeren. Van Gils, J., Seghers, J., Boen, F., Meire, J., Scheerder, J., Vanderstede, W., Vaningelgem, F. & Servaas, W. (2009) Chillen’, ‘shoppen’ en ‘hoppen’ in het tienerweefsel. Onderzoek naar het gebruik en de beleving van de publieke ruimte bij tieners: case study in de centrumstad Mechelen. Vanderstede, W. (2009) Speelpleintijd. Een onderzoek naar de beleving van de tijdsordening op het gemeentelijk speelplein van Overijse. Meire, J. (2008) 24


Kinderen als wegwijzers. Een leidraad voor kinderparticipatie bij lokale mobiliteitsprojecten. Huybrechts, M., & Van Gils, J., (2007) Manifest voor kindgerichte planning van publieke ruimte. Vanderstede, W., & Dekeyser, P. (2007) Fenomenologisch onderzoek in de pedagogische wetenschappen of leren omgaan met ambiguĂŻteit. Lauwers H. (2007) Kind en Ruimte. Kindgerichte planning van publieke ruimte. Vanderstede, W., & Dekeyser, P. (2007) Kindercharter van het Vlaams Netwerk Kindvriendelijke Steden. Afdeling Jeugd en Sport, Vlaamse Gemeenschap, Kind & Samenleving. (2006) Veiligheid van Speelterreinen (tweede, herwerkte versie). Federale Overheidsdienst Economie, KMO, Middenstand en Energie. (2006)i.s.m. Kind & Samenleving. Weet ik veel! Handboek voor kinder & jongerenparticipatie, Politeia. (2006) i.s.m. Kind & Samenleving. Gaandeweg. Een belevingsonderzoek over de (autonome) mobiliteit van 11- tot 13-jarigen. Meire, J. (2005) Ruimtelijke Ordening en kinderparticipatie. Lauwers, H., & Vanderstede, W. (2005) Het zal nooit meer worden zoals vroeger. Belevingsonderzoek bij broers en zussen van jonge verkeersslachtoffers. Lauwers, H., & Van Gils, J. (2004) Duel of duet? Een toekomst voor kinderparticipatie. Van Gils, J. (2001) Bakermat. Kinderen en televisie: tegengestelde belangen? Over hoe kinderen televisie beleven en hoe ouders en opvoeders daarmee om kunnen gaan. Van Gils, J., & Bosscher, M. (1997).Garant. De schoolspeelplaats. Speelse ideeĂŤn, en adviezen voor een concrete aanpak. Dekeyser, P. (1998)

Het perspectief van kinderen in woord en beeld

25


26


colofon

Kind & Samenleving vzw Bolwerksquare 1a 1050 Brussel Tel: 02/894.74.60 http://www.k-s.be

Het team van Kind & Samenleving bestaat uit: directeur_An Piessens medewerkers_Peter Dekeyser, Katleen De Winne, Hilde Lauwers, Johan Meire, Wouter Vanderstede, Francis Vaningelgem Het perspectief van kinderen in woord en beeld

kind & samenleving  

voorstellingsdossier

Advertisement