Page 1

Werkbundel

Drogen van bloeiende bloemen

INHOUDSOPGAVE 1 Inleiding 2 2 Stappenplan........................................................................................................3 3 Vragenlijst........................................................................................................... 4 4 Instructies voor mapje.......................................................................................5 5 Evaluatiecriteria..................................................................................................5


2

1

INLEIDING

1.1

LEERDOELEN

Aan de hand van deze opdracht is het de bedoeling dat je Informatie kan verwerven en verwerken, meer specifiek: • De studenten kunnen (delen van) kruidachtige planten benoemen op concreet materiaal. Daarenboven leer je aan de hand van deze opdracht ook: • De studenten kunnen zorgvuldig kruidachtige planten drogen • De studenten kunnen de soorten van kruidachtige planten achterhalen met behulp van een bloemengids.

1.2

OMSCHRIJVING •

1.3

In deze opdracht droog je 2 verschillende kruidachtige wilde planten in bloei. Na het opzoeken van hun naam, beantwoord je ook de vragen uit de vragenlijst.

TIMING • •

1.4

Deze opdracht kan je uitvoeren vanaf april (bloeitijd dovenetel). De afgedrukte vragenlijst per plant en de gedroogde planten zelf worden in een map afgegeven op het eerste examen waaraan je deelneemt.

WAT HEB JE NODIG?

Om deze opdracht correct te kunnen uitvoeren heb je nodig: • • • • • • •

Deze werkbundel (natuurlijk) De cursus “Wereldoriëntatie 2” De bijlage “De Bloem” Een eenvoudige bloemengids Een exemplaar van een witte dovenetel en een scherpe boterbloem Twee nog zelf te determineren kruidachtige planten Eventueel een vergrootglas


3

2

STAPPENPLAN

Voorbereiding • • • • •

Lees vooraf de theorie bij deze opdracht, die je kan vinden in de cursus Wereldoriëntatie 2, Leereenheid: “Lente in de plantenwereld”, Leerkern “Bloemen”. Gebruik uit de bijlage “De Bloem” het onderdeel “Fotomateriaal” als aanvulling op de theorie van de cursus. Lees in de bijlage “De Bloem” aandachtig het onderdeel “Kruidachtige planten drogen tussen papier” Bekijk op voorhand de vragenlijst die je hieronder vindt (zie ). Zoek in je omgeving een plant met enkelvoudige bloemen en een plant met samengestelde bloemen. o Let erop dat alle bovengrondse delen erbij zijn, ook bladeren die dicht tegen de grond groeien! De wortel hoeft er niet bij te zijn.

Oefenen • Om jezelf de kans te geven om het drogen te oefenen, doe je eerst de oefening die vermeld staat in de bijlage “De Bloem” in het onderdeel “Oefening over bloeiende kruidachtige planten” met een exemplaar van een witte dovenetel en een scherpe boterbloem. o Gebruik de bijlage “De Bloem” voor een omschrijving van de witte dovenetel en de scherpe boterbloem. Drogen • Zoek nu 2 verschillende soorten wilde kruidachtige planten (andere dan de dovenetel en boterbloem). • Droog de planten en kleef ze op een blad papier. Zorg ervoor dat bloemen en bladeren mooi open gevouwen zijn zodat de vorm goed herkenbaar blijft. Nadien • Zoek de naam van de planten in een bloemengids en noteer ze in je verslag. • Los per plant de vragen uit de vragenlijst op. • Steek de afgedrukte vragenlijst per plant en de gedroogde planten zelf in een map en geef deze aan de docent op het eerste examen waaraan je deelneemt.


4

3

VRAGENLIJST

Naam (van de plant) Datum (waarop je ze uit de grond haalde) Plaats (waar je ze uit de grond haalde)

De grote klaproos 23 mei 2009 Aan de straatkant

Stengel Aanvoelen

Behaard en ruw

Doorsnede

Rond en hol

Vertakking

Geen vertakking

Andere opvallende kenmerken

Opvallende witte haartjes

Bladeren Bladstand

verspreid

Vorm Insnijdingen

langwerpig

Nervatuur

veernervig

Soort

Enkelvoudig

Andere opvallende kenmerken

Behaard net zoals op de stengel

Gelobd tot gespleten

Bloemen Plaats op de plant

eindstandig

Bij enkelvoudige bloemen

Kelk en kroon

Geen kelk: als de bloem opengaat, vallen de kelkblaadjes eraf Kroonblaadjes donkerrood

Meeldraden Stampers

Veel meeldraden met een donkerpaarse helmknop Een stamper

Bij samengestelde bloemen

Welke Kleur Vruchten Aanwezig Aantal vruchten per bloem

Het vruchtbeginsel wordt een vrucht ĂŠĂŠn

(duid ze ook aan op je exemplaar)

Bloemknoppen Aanwezig (duid ze ook aan op je exemplaar)

Ja


5

4

INSTRUCTIES VOOR MAPJE

Het mapje bij deze opdracht bestaat uit 3 delen: • Een voorblad met duidelijk je naam en – indien mogelijk – een foto van elke plant in de natuur. • Twee bladen met de gedroogde planten met duidelijke vermelding van de naam. • Een afgedrukt exemplaar van de vragenlijst per plant.

5

EVALUATIECRITERIA

Bij het beoordelen van deze opdracht worden de volgende criteria gebruikt: • • •

Je hebt de juiste naam gevonden voor de kruidachtige planten. Je hebt de (delen van) kruidachtige planten correct kunnen benoemen op het zelf gedroogde materiaal. De kruidachtige planten werden zorgvuldig gedroogd

klaproos  

beschrijving van de klaproos